__MAIN_TEXT__

Page 1

Jaarlijkse uitgave | Editie 2018 Rentabiliteits- en kostprijsanalyse 2013-2017

Rentabiliteits- en kostprijsanalyse 2013-2017

Vlaams Agrarisch Centrum Ambachtsweg 20 | 9820 Merelbeke www.vac.eu | vac@vac.eu

1 Vlaams Agrarisch Centrum


Rentabiliteits- en kostprijsanalyse 2013-2017

VACwerk = dé Bedrijfseconomische boekhouding De VAC-bedrijfseconomische boekhouding is zijn geld waard. De bedrijfseconomische boekhouding van het Vlaams Agrarisch Centrum, VACwerk, is dè boekhouding voor de moderne en vooruitstrevende agrarische ondernemer. Voortdurend wordt het programma aangepast aan de noden en wensen van de deelnemende landbouwers. En, niet onbelangrijk, u krijgt gegarandeerd onafhankelijk advies, waarbij enkel ù en ùw bedrijf centraal staat. Meer info vindt u terug op pagina 67

Vermenigvuldiging en/of overname van gegevens zijn toegestaan mits de bron expliciet vermeld wordt: ‘Rentabiliteits- en kostprijsanalyse’ - Vlaams Agrarisch Centrum - Merelbeke De uitgever heeft geprobeerd de rechthebbenden van het beeldmateriaal te achterhalen. Wanneer een bron onvermeld is gebleven, kunnen rechthebbenden contact opnemen met de uitgever.

2 Vlaams Agrarisch Centrum


Rentabiliteits- en kostprijsanalyse 2013-2017

Voorwoord Geachte lezer, U heeft de 2de editie van het “Rentabiliteits- en kostprijsanalyse” samengesteld en uitgegeven door het Vlaams Agrarisch Centrum ter hand genomen. Onze landbouw is divers. Onze woordvoerder schreef in ons ledenblad “VAC-flash”, de landbouw zal divers zijn, of niet zijn. Het gemengde karakter van landbouwbedrijven is een deel van het antwoord op de risico-analyse die elk bedrijf maakt. Hoe hoger de specialisatiegraad is, hoe afhankelijker het bedrijf is of wordt van de marktsituatie. Een groot deel van de bedrijven die beroep doen op de diensten van het Vlaams Agrarisch Centrum hebben een gemengd karakter. Deze familiale, autonome bedrijven kiezen, naargelang de omstandigheden in eerste instantie voor bedrijfsontwikkeling. De bedrijfsontwikkeling situeert zich op meerdere vlakken in de bedrijfsvoering. Optimalisatie van de bedrijfsprocessen, kwaliteitsbewaking van het eindproduct, bestendigen en aanboren van klanten en markten, optimalisatie van de bestaande mogelijkheden, accuraat handelen en op middelllange termijn “voor”denken. Dit naslagwerk bevat cijfermateriaal over de verschillende sectoren die onze landbouw rijk en kenmerkend is. Het stelt de agrarische ondernemer in de mogelijkheid om de bedrijfsvoering te toetsen en de mogelijkheden te ontdekken in de andere sectoren. De tweede editie behandelt de sectoren akkerbouw-ruwvoeder-fruitteelt-varkenshouderijgeitenhouderij-pluimveehouderij-vleesveehouderij en melkveehouderij. De acht beschreven sectoren omvatten niet de volledige landbouw. Het grotendeel van de bedrijven situeren zich in deze sectoren wat het mogelijk maakt om significant cijfermateriaal te bekomen. Het cijfermateriaal is gebaseerd op de data van het VAC-landbouwboekhoudprogramma VACwerk. Dit uitgangsmateriaal werd aangevuld en getoetst aan de bestaande openbaar gestelde data. Per sector wordt de methodiek verklaard. Iedere (agrarische) ondernemer stelt zich tot doel het grootst mogelijk rendement te halen op het geïnvesteerd kapitaal. Vergelijkend cijfermateriaal is belangrijk om het bedrijf te sturen en de rentabiliteit te verhogen. Dit naslagwerk kan een bijdrage leveren voor het maken van berekeningen, evaluaties en begrotingen. Het interpreteren van de cijfers is belangrijk. U moet de cijfers zien als een richtlijn en een tendens binnen een bepaalde sector. Afhankelijk van de actuele bedrijfssituatie, de marktwerking en de normen, kunnen de cijfers opgenomen worden in de managementplanning van het individuel bedrijf. In iedere editie wordt een bepaald onderdeel van de bedrijfsvoering extra belicht. In de vorige editie werd het energieverbruik onder de loep genomen. Ditmaal schenken we aandacht aan de nieuwe regelgeving rond maatschappen en belichten we in het kort de voordelen van ons VACcent-platform. De begeleiding van de agrarische onderneming is een multidisciplinaire opdracht. Het Vlaams Agrarisch Centrum heeft een sterk netwerk uitgebouwd met onafhankelijke dienstverleners: fiscale boekhoudkantoren, juristen, notarissen, architecten, experts-technici en academici. Onze gezamelijke klanten weten deze onafhankelijkheid, neutraliteit en deskundigheid te appreciëren. Daarom zijn we trots dat we dit naslagwerk, onze missie getrouw, zonder sponsoring en subsidiëring, uit dank kunnen aanbieden aan onze relaties.

3 Vlaams Agrarisch Centrum


Rentabiliteits- en kostprijsanalyse 2013-2017

Inhoud Voorwoord ........................................................... p. 3 Inhoud ................................................................. p. 4 Akkerbouwteelten Methodiek .................................................. p. 5 Aardappelen .............................................. p. 6 Suikerbieten ............................................... p. 8 Granen Wintertarwe .................................... p. 10 Wintergerst ..................................... p. 11 KorrelmaĂŻs ...................................... p. 13 Ruwvoederteelten Methodiek ................................................ p. 15 Grasland Blijvende weide ............................... p. 16 Tijdelijk grasland ............................. p. 17 SilomaĂŻs ................................................... p. 20 Voederbiet ................................................ p. 21 Klaver ....................................................... p. 22 Luzerne .................................................... p. 23 Fruitteelt Algemeen ................................................. p. 24 Methodiek ................................................ p. 26 Appelen .................................................... p. 27 Peren ....................................................... p. 30 Aardbeien ................................................ p. 33 Varkenshouderij Methodiek ................................................ p. 36 Zeugenhouderij ........................................ p. 36 Vleesvarkenshouderij .............................. p. 40 Geitenhouderij Methodiek ................................................ p. 41 Pluimveehouderij Methodiek ................................................ p. 45 Legkippenhouderij ................................... p. 46 Vleeskippenhouderij ................................ p. 50 Vleesveehouderij Methodiek ................................................ p. 53 Melkveehouderij Methodiek ................................................ p. 57 Meten is weten .................................................. p. 63 VACcent: 10 vragen .......................................... p. 65 Bedrijfseconomische resultatenrekening .......... p. 66 VACwerk ........................................................... p. 67 Maatschap ......................................................... p. 69

4 Vlaams Agrarisch Centrum


Rentabiliteits- en kostprijsanalyse 2013-2017

Akkerbouwteelten De akkerbouwgewassen nemen 208.594 ha van het landbouwareaal in beslag. Dit is iets meer dan een derde van het Vlaamse landbouwareaal. De grootste groep akkerbouwgewassen zijn de granen, incl. korrelmaïs.

Methodiek De analyse gebeurt voor bedrijven met akkerbouwgewassen welke voor de bedrijfseconomische boekhouding beroep doen op het VACwerk programma van het VAC. Het gaat hierbij zowel om bedrijven gespecialiseerd in akkerbouw als om gemengde bedrijven die akkerbouw combineren met tuinbouw en/of veeteelt. De akkerbouwbedrijven met bio-teelten zijn tevens opgenomen in de cijfergegevens. De gemiddelden zijn berekend per kengetal waardoor de bedragen afwijken van het rekenkundig resultaat. Gemiddelden zijn bruikbaar voor het aantonen van een tendens en kunnen niet als absoluut beschouwd worden. Het arbeidsinkomen is het resultaat van de opbrengsten vermindert met de variabele en vaste kosten. Wanneer we spreken over opbrengsten bedoelen we de kg opbrengsten. Wanneer we spreken over omzet, bedoelen we de financiële opbrengsten. De omzet is samengesteld uit de verkoop van het hoofdproduct, de verkoop van het bijproduct en voorraadwijzigingen. De perceelsgebonden subsdies worden niet opgenomen in de resultatenrekening. De variabele kosten zijn kosten die rechtstreeks gerelateerd zijn aan de opbrengsten. Ze zijn samengesteld uit de kosten voor zaad en pootgoed, gewasbeschermingsmiddelen, meststoffen, loonwerk en diverse directe teeltkosten en energie. Evolutie akkerbouwareaal, ha, Vlaanderen, 2013-2017 2013

2014

2015

2016

2017

granen aardappelen suikerbieten

143226 41712 21054

139507 43415 19778

142030 42155 17647

139143 49340 18684

125902 50589 20517

totaal

218955

216079

212507

217560

208594

(granen incl. droge en vochtige korrelmaïs) bron: FOD Economie - Algemene Directie Statistiek

De structurele kosten hebben geen invloed op de opbrengst. Deze bestaan uit grondlasten, pacht, onderhoud machines en gebouwen, afschrijvingen, toegere-kende rentes en algemene kosten zoals verzekeringen, enz... De vaste kosten zijn niet per teelt toegewezen maar wel per bedrijfstak, ttz akkerbouw. Alle cijfers zijn uitgedrukt per ha.

5 Vlaams Agrarisch Centrum


Rentabiliteits- en kostprijsanalyse 2013-2017

Aardappelen De financiële opbrengsten van aardappelen zijn sterk marktgevoelig. Het schommelend areaal en opbrengsten zijn hier debet aan. Gemiddeld over de vijf jaren bedraagt de opbrengst 5425,00 euro per ha. De schommeling tussen de jaren met de hoogste financiële opbrengst en de laagste financiële opbrengst bedraagt ca 35%. De schommeling tussen de jaren met de hoogste financiële opbrengst per 100 kg product en de laagste financiële opbrengst per 100 kg product bedraagt ca 45%. Dit toont aan dat de aardappelteelt een sterk prijsgevoelige teelt met weinig voorspelbare elementen is. Aardappelen totaal bruto opbrengst bruto-opbrengst hoofdproduct variabele kosten zaad en pootgoed meststoffen gewasbescherming loonwerk diverse teeltkosten energie bruto marge structurele kosten arbeidsinkomen kg opbrengst Euro per 100 kg

2013

2014

2015

2016

2017

6930 6930 2225 763 292 566 514 88 172 4705 961 3743 43193 16,04

4554 4554 2012 697 251 556 428 79 155 2541 928 1612 45305 10,05

5637 5637 1537 577 183 408 308 59 131 4099 935 3196 31107 18,12

5433 5433 1761 584 191 583 346 58 118 3671 945 2820 31484 17,26

4569 4569 2248 754 298 512 364 65 101 2565 1125 1315 51450 17,12

Gemiddeld 5425 5425 1957 675 243 525 392 70 135 3516 979 2537 40508 13,39

Productiviteit per ha De grafiek zou de lezer verkeerdelijk aantonen dat de productie per ha in 2017 is gestegen ondanks de droogte. Echter, het areaal van vroege pootaardappelen kent een stijging, een areaal waar de invloed van de droogte geringer was. Financiële kengetallen

6 Vlaams Agrarisch Centrum

Uit de grafiek blijkt dat de invloed van de variabele kosten op de omzet relatief gering is. De invloed van de markt weegt zwaarder door. De variabele kosten zijn fluctuerend omwille van de prijs van het pootgoed, ook hier is het areaal de bepalende factor en de ziektedruk door de weersomstandigheden.


Rentabiliteits- en kostprijsanalyse 2013-2017

Evolutie kosten De structurele kosten fluctueren minder aangezien in ons cijfermateriaal het areaal redelijk constant blijft.

Samenstelling variabele kosten De kosten voor zaad- en pootgoed en de gewasbeschermingsmiddelen zijn de zwaarste uitgaven binnen de variabele kosten en zijn beide samen goed voor 59%.

7 Vlaams Agrarisch Centrum


Rentabiliteits- en kostprijsanalyse 2013-2017

Suikerbieten De financiële opbrengsten van de suikerbieten liggen doorgaans vast aangezien de suikerprijs gekend is en de financiële opbrengst rechtstreeks afhangt van de tonnages suikers dat geproduceerd worden. Het areaal suikerbieten neemt af tengevolge van de hogere productiviteit en de minder gunstige voorwaarden van de suikercontracten. Gemiddeld over de vijf jaren bedraagt de opbrengst 2889,00 euro. De schommeling tussen de jaren met de hoogste financiële opbrengst en de laagste financiële opbrengst bedraagt ca 43%. De schommeling tussen de jaren met de hoogste financiële opbrengst per 100 kg product en de laagste financiële opbrengst per 100 kg product bedraagt ca 42%. Dit toont aan dat de suikerbietteelt prijsgevoeliger is geworden. De suikermarkt is met andere woorden niet meer de stabieler markt, zoals vroeger zo kenmerkend was.

Tabel: Suikerbieten totaal bruto opbrengst bruto-opbrengst hoofdproduct variabele kosten zaad en pootgoed meststoffen gewasbescherming loonwerk diverse teeltkosten energie bruto marge structurele kosten arbeidsinkomen kg opbrengst euro per kg

2013

2014

2015

2016

2017

3241 3241 1236 228 268 327 405 9 131 2005 745 1260 75483 4,29

3795 3795 1191 240 246 317 384 3 119 2603 714 1888 77283 4,91

2800 2800 1339 278 244 356 438 23 102 1461 880 581 78000 3,59

2191 2191 1143 251 189 307 385 11 99 1049 1320 -271 80500 2,72

2430 2420 1224 259 196 321 415 10 103 1205 984 449 84500 2,86

Gemiddeld 2891 2889 1227 251 229 326 405 11 111 1665 929 781 79153 3,65

Productiviteit per ha De productiviteit is volgens de grafiek stijgend en heeft de grens van 80 ton per ha overstegen.

Financiële kengetallen Uit de grafiek blijkt dat de variabele kosten ca 42% bedragen van de gerealiseerde omzet.

8 Vlaams Agrarisch Centrum


Rentabiliteits- en kostprijsanalyse 2013-2017

Evolutie kosten De variabele kosten zijn fluctuerend omwille van de prijs van de kunstmeststoffen en de gewasbeschermingsmiddelen. De structurele kosten zijn gestegen aangezien het areaal waarop deze kosten kunnen toegerekend worden blijft dalen.

Samenstelling variabele kosten De kosten voor het loonwerk en de gewasbeschermingsmiddelen zijn de zwaarste uitgaven binnen de variabele kosten en zijn beide samen goed voor 55%.

9 Vlaams Agrarisch Centrum


Rentabiliteits- en kostprijsanalyse 2013-2017

Granen Jaarlijks neemt het areaal granen af ten gunste van aardappelen en tuinbouwteelten. De vermindering van het areaal is vooral te wijten een de lage meerwaarde van het gewas tenzij het stro noodzakelijk is voor de bedrijfsvoering. Wintertarwe, wintergerst en korrelmaïs zijn de voornaamste graangewassen.

Wintertarwe De financiële opbrengsten van wintertarwe heeft sinds 2014 een duik genomen en lijkt in 2017 gestabiliseerd te zijn. De prijsvorming in de granen is sterk afhankelijk van de vraag (veevoeding) en de samenstelling van de voeders. Gemiddeld over de vijf jaren bedraagt de opbrengst 1624 euro waarvan ca. 10% het stroverkoop deel van maakt. Tabel: Wintertarwe totaal bruto opbrengst bruto-opbrengst hoofdproduct bruto-opbrengst bijproduct variabele kosten zaad en pootgoed meststoffen gewasbescherming loonwerk diverse teeltkosten energie bruto marge structurele kosten arbeidsinkomen kg opbrengst Euro per 100 kg

2013

2014

2015

2016

2017

Gemiddeld

1977 1812 165 839 128 196 224 277 14 47 1139 646 492 8858 20,46

1634 1557 77 851 141 207 253 242 9 41 783 744 39 8439 18,45

1644 1564 80 916 129 210 270 287 20 35 728 736 -8 9154 17,09

1337 1263 74 773 126 165 237 235 9 34 564 722 -157 8006 15,78

1543 1352 251 821 111 155 232 229 8 33 792 726 61 8490 15,92

1627 1510 129 840 127 187 243 254 12 38 801 715 85 8589 18,94

Productiviteit per ha De productiviteit is volgens de grafiek stijgend tov 2016. Door de droogte in 2017 was de opbrengst lager dan gemiddeld.

Financiële kengetallen Uit de grafiek blijkt dat de variabele kosten ca 50% bedragen van de gerealiseerde omzet. De variabele kosten zijn licht stijgend. De verhouding tussen de verschillende componenten van de variabele kosten blijft stabiel.

10 Vlaams Agrarisch Centrum


Rentabiliteits- en kostprijsanalyse 2013-2017

Evolutie kosten

Samenstelling variabele kosten Volgens de grafiek zijn de kosten voor het loonwerk en de gewasbeschermingsmiddelen de zwaarste uitgaven binnen de variabele kosten en zijn beide samen goed voor 58%.

Wintergerst De financiĂŤle opbrengsten van wintergerst zijn in 2016 en 2017 gevoelig lager dan de vorige jaren. De prijsvorming in de granen is sterk afhankelijk van de vraag van uit de veevoeding en het aanbod/prijs van alternatieven. Gemiddeld over de vijf jaren bedraagt de opbrengst 1543 euro. Wintergerst totaal bruto opbrengst bruto-opbrengst hoofdproduct bruto-opbrengst bijproduct variabele kosten zaad en pootgoed meststoffen gewasbescherming loonwerk diverse teeltkosten energie bruto marge structurele kosten arbeidsinkomen kg opbrengst Euro per 100 kg

2013

2014

2015

2016

2017

Gemiddeld

1584 1572 13 691 123 141 276 150 1 46 894 593 300 8260 19,03

1675 1623 52 812 157 207 220 224 3 41 864 753 110 8500 19,09

1644 1175 80 916 120 163 137 221 20 37 728 715 -8 7380 15,92

1337 1263 74 773 126 165 237 235 9 35 564 632 -68 8159 15,48

1475 1288 129 689 125 126 219 201 5 37 615 632 164 8549 15,07

1543 1384 70 776 130 160 218 206 8 39 733 665 100 8170 18,89

11 Vlaams Agrarisch Centrum


Rentabiliteits- en kostprijsanalyse 2013-2017

Productiviteit per ha De productiviteit is volgens de grafiek stijgend. Ondanks de slechte zomer van 2016 en de droogte in 2017 tonen de cijfers toch nog opbrengsten die redelijk gunstig zijn. De prijs daarentegen is ten gevolge van de slechtere kwaliteit gezakt.

FinanciĂŤle kengetallen Uit de grafiek blijkt dat de variabele kosten ca 50% bedragen van de gerealiseerde omzet. Dit is vergelijkbaar met de wintertarwe. De variabele kosten zijn licht dalend. De verhouding tussen de verschillende componenten van de variabele kosten blijft stabiel.

Evolutie kosten De structurele kosten zijn gedaald door de inzet van meer werk door derden dan door de inzet van eigen investeringen.

Samenstelling variabele kosten De kosten voor meststoffen en gewasbeschermingsmiddelen zijn de zwaarste uitgaven binnen de variabele kosten en zijn samen goed voor 50%.

12 Vlaams Agrarisch Centrum


Rentabiliteits- en kostprijsanalyse 2013-2017

Korrelmaïs De financiële opbrengsten van de korrelmaïs zijn in 2017 sterk gesten door de gestegen vraag vanuit de veevoedersector. Tevens werd minder korrelmaïs gedorsen. Het gewas werd op stam verkocht voor hakselmaïs. Gemiddeld over de vijf jaren bedraagt de opbrengst 1617 euro.

Tabel: Korrelmais totaal bruto opbrengst bruto-opbrengst hoofdproduct variabele kosten zaad en pootgoed meststoffen gewasbescherming loonwerk diverse teeltkosten energie bruto marge structurele kosten arbeidsinkomen kg opbrengst Euro per 100 kg

2013

2014

2015

2016

2017

Gemiddeld

1676 1676 678 173 112 122 257 13 54 999 586 412 11051 15,17

1442 1442 626 172 119 122 213 1 54 816 734 82 12590 11,45

1478 1478 670 184 102 119 256 9 51 809 643 165 9675 15,28

1544 1544 622 170 103 125 222 3 59 918 658 249 12035 12,83

1946 1946 723 185 96 116 206 6 60 1006 706 286 12337 15,77

1617 1617 664 177 106 121 231 6 56 910 665 239 11538 14,02

Productiviteit per ha De productiviteit is volgens de grafiek licht stijgend. Ondanks de slechte zomers van 2016 en 2017 tonen de cijfers opbrengsten die gunstig zijn. De beste percelen werden gedorsen voor het graan. De overige percelen werden gehakseld voor ruwvoederwinning. Financiële kengetallen Uit de grafiek blijkt dat de variabele kosten relatief laag zijn ten opzichte van de omzet. De variabele kosten zijn stabiel. Vooral de vermindering van het gebruik van kunstmeststoffen en deze vervangen door het aanbod uit dierlijke mest, is de reden voor een stabiele kostprijs. De verhouding tussen de verschillende componenten van de variabele kosten blijft stabiel.

13 Vlaams Agrarisch Centrum


Rentabiliteits- en kostprijsanalyse 2013-2017

Evolutie kosten De structurele kosten zijn gedaald door de inzet van meer werk door derden dan door de inzet van eigen investeringen.

Samenstelling variabele kosten De kosten voor zaadgoed en loonwerk zijn de zwaarste uitgaven binnen de variabele kosten en zijn samen goed voor 59%.

14 Vlaams Agrarisch Centrum


Rentabiliteits- en kostprijsanalyse 2013-2017

Ruwvoederteelten De ruwvoederteelten nemen meer dan 344.000 ha of ca 56% van het landbouwareaal in beslag. De grootste groep ruwvoedergewassen wordt gevormd door de graslanden.

Methodiek De analyse gebeurt voor bedrijven met ruwvoedergewassen welke voor de bedrijfseconomische boekhouding beroep doen op het VACwerk programma van het VAC. Het gaat hierbij zowel om bedrijven gespecialiseerd in melkvee of vleesvee als om gemengde bedrijven die veeteelt combineren met akkerbouw of tuinbouw. De gemiddelden zijn berekend per kengetal waardoor de bedragen afwijken van het rekenkundig resultaat. Gemiddelden zijn bruikbaar voor het aantonen van een tendens en kunnen niet als absoluut beschouwd worden. De variabele kosten zijn kosten die rechtstreeks gerelateerd zijn aan de opbrengsten. Ze zijn samengesteld uit de kosten voor zaad en pootgoed, gewasbeschermingsmiddelen, meststoffen, loonwerk en diverse directe teeltkosten. De diverse andere teeltkosten zijn oa bewaringmiddelen, plastiek, enz.... De structurele kosten hebben geen invloed op de opbrengst. Deze bestaan uit grondlasten, pacht, onderhoud machines en gebouwen, afschrijvingen, toegerekende rentes en algemene kosten zoals verzekeringen, energie, enz.... De vaste kosten zijn niet per teelt toegewezen maar wel per bedrijfstak, ttz rundveehouderij. Alle cijfers zijn uitgedrukt per ha. Bestemming van de benutte landbouwoppervlakte (ha), Vlaanderen, 2007 en 2014-2017

voedergewassen tijdelijke weiden voedermaĂŻs

2007

2014

2015

2016

2017

336 418 219 863 110 206

347 236 221 154 122 949

342 285 217 575 119 915

346 348 223 906 117 485

344 345 219 504 120 043

15 Vlaams Agrarisch Centrum


Rentabiliteits- en kostprijsanalyse 2013-2017

Grasland Voor grasland dient er een onderscheid gemaakt te worden tussen blijvende weide en intensief productieve weide = tijdelijk grasland.

Blijvende weide De kosten voor de blijvende weide zijn gestabiliseerd, dit is te wijten aan besparingen op de directe kosten. Uit de stijging voor de kosten van het zaadgoed en loonwerk kunnen we opmaken dat meer grasland sneller wordt vernieuwd. Het statuut van blijvend grasland in het GLB en de schade aan de weilanden door de landbouwramp van 2016 versnelt het vernieuwen van grasland. De vernieuwing komt de kwaliteit van het grasland ten goede en manifesteert zich meer en meer bij de zoogkoe-vleesveehouders. De hoogste kostenposten zijn het loonwerk en de bemesting. De loonwerkkosten zijn gestegen en dit voornamelijk door de heraanleg van het grasland. De bemestingskosten zijn dalende dankzij de verbeterde valorisering van de dierlijke meststoffen. Blijvende weide 2013

2014

2015

2016

2017

gemiddeld

verschil tov 2013

409 18 171 10 197 14

483 25 213 13 214 18

405 25 167 10 189 13

402 21 158 7 190 23

405 45 125 10 192 22

421 27 167 10 196 18

99% 250% 73% 100% 97% 157%

variabele kosten zaad en pootgoed meststoffen gewasbescherming loonwerk diverse teeltkosten Evolutie variabele kosten

Samenstelling variabele kosten

16 Vlaams Agrarisch Centrum


Rentabiliteits- en kostprijsanalyse 2013-2017

Tijdelijke grasland De kosten voor het tijdelijk grasland zijn over de vijf jaren met 13% gedaald en dit dankzij de lagere bemestingskosten door de verbeterde valorisering van de dierlijke meststoffen. De hoogste kosten zijn voor het loonwerk en de bemesting. De loonwerkkosten zijn relatief constant gebleven. De kostprijs van een blijvende weide is ca. 13,00 euro per ha lager of ca 3%. Het verschil in kostprijs tussen blijvend en tijdelijk grasland wordt kleiner. Dit fenomeen vindt haar oorsprong in de verbeterde valorisatietechnieken van blijvende weiden, zoals doorzaai. Tijdelijk grasland 2013

2014

2015

2016

2017

gemiddeld

verschil tov 2013

464 50 118 15 266 15

530 69 166 13 260 22

463 53 152 3 219 7

356 44 93 3 202 11

359 62 144 4 263 24

434 56 135 8 242 16

77% 124% 122% 27% 99% 160%

variabele kosten zaad en pootgoed meststoffen gewasbescherming loonwerk diverse teeltkosten Evolutie variabele kosten

Samenstelling variabele kosten

17 Vlaams Agrarisch Centrum


Rentabiliteits- en kostprijsanalyse 2013-2017

Bewaring Graslandmanagement vraagt meer dan een goed inzicht in het graslandbeheer, het doelmatig bemesten, maaien en een performant begrazingsprogramma. Een zeer goede handeling bij het inkuilen is zeer belangrijk en vormt dikwijls de basis voor een goed draaiend bedrijf. Goed in- en uitkuilen zorgt immers voor een goede bewaring en levert een smakelijke kuil voor het vee. Problemen vermijden door goed in te kuilen Een geslaagd inkuilproces steunt op drie factoren: • voldoende melkzuurbacteriën, • voldoende fermenteerbare suikers, • een zuurstofvrije omgeving. Als aan deze voorwaarden voldaan is kan de kuil snel en sterk verzuren waardoor andere bacteriën en schimmels geen kans krijgen. De kuil blijft dan stabiel zolang er geen zuurstof bij komt. Aandacht voor de basisregels voor inkuilen kan heel wat problemen voorkomen: 1. Om een goede melkzuurfermentatie te bekomen, moeten er voldoende suikers aanwezig zijn in het in te kuilen gewas: maai daarom bij voorkeur in de namiddag. 2. Kuil in bij een aangepast droge stof gehalte: te nat gras leidt tot sapverliezen en verhoogt het risico op boterzuurfermentatie, terwijl te droog gras moeilijk aan te drukken is. 3. Investeer in sleufsilo’s en kuil niet of slechts beperkt in boven de muren. 4. Stem de kuilafmetingen af op een uitkuilsnelheid van minstens 1,5 meter per week (80 m/jaar). 5. Maak gebruik van silagewagens die kunnen lossen over de volledige lengte van de kuil. 6. Voorzie voldoende aandrukcapaciteit (extra trekker!) en een propere aanvoerbaan. 7. Bespaar niet op afdekmateriaal: 2 lagen folie + een beschermzeil tegen de kraaien. 8. Problemen vermijden met kuiladditieven 9. Zijn het gras of de inkuilomstandigheden niet optimaal, dan is de meerkost van het toepassen van kuiladditieven snel terugverdiend door lagere in- en uitkuilverliezen, en betere dierprestaties door hogere opname. Ook als er broei voorkomt op het bedrijf kunnen kuiladditieven een oplossing bieden. Kuiladditieven De kuiladditieven kunnen in 4 groepen worden opgedeeld volgens hun werking en effect op de kuil. Verbeteren van kuilfermentatie (homofermentatieve melkzuurbacteriën) Werking Deze kuiladditieven zorgen voor een snelle pH-daling (verzuring) van de kuil waardoor de bewaring verbetert en verliezen beperkt blijven. Gebruik • gras met zeer veel droge stof (50-60%) of met weinig droge stof (< 30% bijv. door regen) • gras dat lang op het veld gelegen heeft (bij regen) en weinig suiker bevat • gras met veel vlinderbloemigen, of vlinderbloemigen zelf: dit gewas bevat doorgaans weinig suikers en veel eiwit, waardoor de verzuring moeilijk verloopt Voorbeelden o.a. Pioneer 1188; Ecosyl 50/100; Lalsil PS

18 Vlaams Agrarisch Centrum


Rentabiliteits- en kostprijsanalyse 2013-2017

Broeiremmers (heterofermentatieve melkzuurbacteriën) Werking Deze additieven bevatten ofwel bacteriën die toegepast worden op de volledige kuil, ofwel zuren of hun zouten voor de behandeling van de toplaag en/of het snijvlak. De bacteriën produceren azijnzuur en 1,2-propaandiol, die de ontwikkeling van gisten en schimmels remmen bij blootstelling aan zuurstof (uitkuilen). Gebruik • als de uitkuilsnelheid te laag is • als er broeiproblemen zijn op het bedrijf Voorbeelden Bacteriën: o.a. Lalsil Fresh; Pioneer 11A44, Ecocool, Bonsilage Speed gras Zuren/zouten: o.a. Amasil; Math’s Fresh; Propiosil; Timac Sil 70 Combinatie-producten Werking Deze additieven verbeteren de kuilfermentatie en remmen ook broei bij het uitkuilen. Voorbeelden o.a. Bonsilage Plus; Demasil; Ecosyl DA Ecostable en Ecocool; EM Silage; Lalsil Dry; Pioneer 11G22; Timac Sil Aprilis Nieuwe generatie producten - complexe inoculanten (geselecteerde melkzuurbacteriën) Werking Deze producten beïnvloeden de kuilfermentatie, maar hebben rechtstreeks ook een invloed op het verteringsproces. Enkele producten uit dit gamma: • Verbetering van de kuilfermentatie, remmen broei en beïnvloeding van de verteerbaarheid van het voeder door celwand-afbrekende enzymen in de kuil te brengen. Voorbeeld Pioneer 11GFT • Omzetting naar melkzuur en verder naar propyleenglycol en azijnzuur. Hierdoor wordt een pH-verhogend effect bekomen in de pens waarbij het propyleenglycol ook meer opneembare energie voorziet. Voorbeeld: Bonsilage Fit gras De meeste producten in de handel bevatten vergelijkbare bacteriën of zuren en hebben een bewezen werking. Toepassing met de voorgeschreven dosering geeft dan ook vergelijkbare resultaten. De prijs van de meeste kuiladditieven schommelt rond 100 euro per 50 ton kuilvoer. Bij het vergelijken van producten in de praktijk kijk je best welke stoffen of bacteriestammen er in het product aanwezig zijn, wat de concentratie is en welke dosering geadviseerd wordt. Op basis hiervan kan je dan een financiële afweging maken per ton kuilvoer.

19 Vlaams Agrarisch Centrum


Rentabiliteits- en kostprijsanalyse 2013-2017

Silomaïs De kosten voor silomaïs zijn tov 2013 gestabiliseerd. De grootste stijging situeert zich in het loonwerk en de diverse teeltkosten. Het aantal verplichte bodemstalen is er niet vreemd aan. Silomaïs 2013

2014

2015

2016

2017

Gemiddeld

Verschil tov 2013

844 176 137 112 386 32

864 180 134 109 403 37

866 179 126 116 414 31

867 176 117 116 406 26

842 167 117 107 418 34

857 176 126 112 405 32

100% 95% 85% 96% 108% 106%

variabele kosten zaad en pootgoed meststoffen gewasbescherming loonwerk diverse teeltkosten Evolutie variabele kosten

Samenstelling variabele kosten

20 Vlaams Agrarisch Centrum


Rentabiliteits- en kostprijsanalyse 2013-2017

Voederbiet De kosten voor de teelt van voederbieten zijn tov 2013 gestabilseerd. De kostenposten met de grootste stijging zijn het loonwerk en diverse kosten (inkuilproducten). De teelt van voederbieten is arbeidsintensief welk de hoge loonwerkkosten aantonen. Ondanks het arbeidsintensieve aspect wint de teelt van voederbieten aan belang. Voederbieten variabele kosten zaad en pootgoed meststoffen gewasbescherming loonwerk diverse teeltkosten

2013

2014

2015

2016

2017

Gemiddeld

Verschil tov 2013

1264 299 236 393 332 4

1278 290 210 320 452 6

1340 301 211 345 487 6

1454 314 207 388 541 5

1219 275 105 398 548 4

1311 296 194 369 472 5

96% 92% 44% 101% 165% 100%

Evolutie variabele kosten

De voordelen van voederbieten zijn: Samenstelling variabele kosten • Hoge en stabiele DS-opbrengst • Uitstekende voederwaarde • Hoge opneembaarheid: tussen RV en KV • Smakelijk en gezond • Vruchtafwisseling (diepe penwortel), doorbreken monocultuur maïs, vergroening GLB • Bestrijding probleemonkruiden • Milieuvriendelijk gewas • Hoge N-opname door het gewas (wortel + loof) • Beperkt risico op N-uitloging • Zeer gering % overschrijding norm nitraatresidu • Inkuilen samen met andere voedermiddelen is praktisch uitvoerbaar en maakt vervoederen zeer eenvoudig • Voederbieten vormen een haalbaar alternatief voor perspulp omdat de bewaringstechnieken zijn verbeterd Hoe later de oogst plaatsvindt hoe hoger de opbrengsten zijn met een hoger DS% wat zorgt voor een betere bewaring. Door de late oogst verhoogt het risico op slechte omstandigheden. Daarom adviseert men om te ontbladeren en niet te ontkoppen en dit voor een betere bewaarbaarheid. Tracht verder de bieten zo proper mogelijk en zonder beschadiging in te kuilen. De kuil bevindt zich in open lucht op een verharde bodem. Er wordt een ventilatiegleuf bij grote hopen voorzien. Het afdekken dient enkel bij vorst te gebeuren. Wanneer de vorst voorbij is dient de folie terug gerold te worden. Met deze maatregelen behoudt men een zeer goed voeder en blijven de bewaarverliezen heel beperkt tot 15 maart (3-5%).

21 Vlaams Agrarisch Centrum


Rentabiliteits- en kostprijsanalyse 2013-2017

Klaver De kosten voor de ruwvoederproductie uit klaver en gras-klaver bedragen ca 400 euro. Ook bij deze teelt is de loonwerkkost de hoogste kost. Dit duidt temeer de tendens aan om werk uit te besteden aan derden in plaats van eigen arbeid en investeringen. Klaver variabele kosten zaad en pootgoed meststoffen gewasbescherming loonwerk diverse teeltkosten

2015

2016

2017

Gemiddeld

Verschil tov 2015

413 97 85 32 197 3

379 66 36 9 261 12

398 46 45 4 275 15

397 70 55 15 244 10

96% 47% 53% 13% 140% 500%

Evolutie variabele kosten

Samenstelling variabele kosten

22 Vlaams Agrarisch Centrum


Rentabiliteits- en kostprijsanalyse 2013-2017

Luzerne De kosten voor de ruwvoederproductie uit luzerne bedragen ca 547 euro. Ook bij deze teelt is de loonwerkkost de hoogste kost gevolgd door de zaadgoedkosten. De kostprijs is stijgende ten gevolge van de slechtere teeltresultaten. Luzerne variabele kosten zaad en pootgoed meststoffen gewasbescherming loonwerk diverse teeltkosten

2015

2016

2017

gemiddeld

411 212 61 18 108 35

553 179 52 17 323 33

676 181 51 19 248 33

547 191 55 18 200 34

Evolutie variabele kosten

Samenstelling variabele kosten

23 Vlaams Agrarisch Centrum


Rentabiliteits- en kostprijsanalyse 2013-2017

Fruitteelten De fruitteelt vertegenwoordigt in 2017 17.773 ha. De fruitteelt beslaat hiermee 2,9% van de totale Vlaamse landbouwoppervlakte. Hiervan nemen appelen en peren het grootste deel van in beslag. Het areaal is sinds 2007 met 15% aangegroeid (2121 ha). Indeling per grootteklasse van bedrijven die fruit telen, Vlaanderen, 2017 Openlucht aantal ha fruit/bedrijf 1) minder dan 1 ha 2) van 1 tot 2 ha 3) van 2 tot 5 ha 4) van 5 tot 10 ha 5) van 10 tot 15 ha 6) 15 ha of meer geheel van bedrijven

aantal

% bedrijven

areaal (ha)

% areaal

442 130 233 234 152 382

28,1% 8,3% 14,8% 14,9% 9,7% 24,3%

164 185 769 1.701 1.889 12.511

1,0% 1,1% 4,5% 9,9% 11,0% 72,7%

1.573

100,0%

17.220

100,0%

aantal

% bedrijven

Onder glas aantal ha fruit/bedrijf

areaal (ha)

% areaal

1) minder dan 0,5 ha 2) van 0,5 tot 1 ha 3) van 1 tot 1,5 ha 4) van 1,5 tot 2 ha 5) van 2 tot 2,5 ha 6) van 2,5 tot 3 ha 7) 3 ha of meer

113 63 48 28 18 16 48

33,8% 18,9% 14,4% 8,4% 5,4% 4,8% 14,4%

23 44 59 49 40 44 295

4,1% 8,0% 10,6% 8,8% 7,2% 7,9% 53,3%

geheel van bedrijven

334

100,0%

553

100,0%

bron: Departement Landbouw en Visserij op basis van FOD Economie - Algemene Directie Statistiek

24 Vlaams Agrarisch Centrum


Rentabiliteits- en kostprijsanalyse 2013-2017

Enquête over bepaalde soorten fruitbomen 2017 Oppervlakte van de fruitaanplantingen en aantal bomen volgens de plantdichtheid Plantdichtheid (bomen/ha) Totaal minder dan 400 Soorten/Variëteiten

400 tot 1600

1600 tot 3200

meer dan 3200

aren

bomen

aren

bomen

aren

bomen

aren

bomen

aren

bomen

Totaal

587407

12.273.365

28489

39.298

44434

529.909

485107

10.618.001

29377

1.086.157

Golden

54423

1.181.868

909

1.041

4442

56.680

46874

1.035.224

2198

88.923

5247

100.665

115

27

766

11.341

4067

79.167

299

10.130

27898

567.426

369

699

3190

43.102

23158

482.834

1181

40.791

4438

109.592

0

0

53

583

3397

76.432

988

32.577

269956

5.763.685

9295

16.077

13316

169.203

238147

5.223.576

9198

354.829

Appelbomen

Cox’s Orange Pippin Boskoop Granny Smith Jonagold en mutanten Idared

1434

10.341

898

1.967

291

3.338

245

5.036

0

0

Elstar en mutanten

18781

417.647

122

308

1709

18.769

15846

357.306

1104

41.264

Gala

15125

332.104

889

934

1072

10.106

12117

286.154

1047

34.910

Braeburn en mutanten

16420

375.069

167

51

984

12.069

13152

290.469

2117

72.480

Jonagored

79251

1.620.409

2394

5.879

7045

93.691

66035

1.392.125

3777

128.714

Pinova en mutanten

8656

169.189

640

1.185

123

1.833

7869

165.189

24

982

Belgica

8298

202.040

0

0

225

1.929

7824

188.834

249

11.277 11.565

706

22.757

0

0

11

171

438

11.021

257

Delcorf en mutanten

Fugi

8107

180.698

46

105

208

2.816

7586

168.892

267

8.885

Joly Red

3797

94.024

0

0

0

0

3698

90.724

99

3.300

Fresco (Wellant)

2794

57.716

0

0

338

4.829

2456

52.887

0

0

Nicogreen (greenstar)

7431

169.615

44

140

936

10.960

5641

124.834

810

33.681

12773

284.755

0

0

125

1.250

12648

283.505

0

0

1129

23.110

0

0

414

6.204

707

16.448

8

458

Nicoter (Kanzi) Rubinstep (Pirouette) Santana Topaz en mutanten Zari

731

16.612

0

0

49

746

682

15.866

0

0

1168

30.590

0

0

56

653

782

17.812

330

12.125

1679

34.735

385

51

40

512

1129

27.918

125

6.254

37165

508.718

12216

10.834

9041

79.124

10609

225.748

5299

193.012

Totaal

973115

17.367.558

323 78

48.464

265283

3.537.916

646424

12.629.730

29030

1.151.448

Triomphe de Vienne Beurré Hardy Durondeau Conférence Doyenné du Comice Rode doyenné v doorn (Sweet Sensation) Beurré Alexandre Lucas Saels Dicolor Concorde Andere

3909 362 13798 843988 52709

60.821 5.206 244.679 15.049.137 832.496

36 3 230 27441 1959

53 5 178 40.848 3.592

1710 205 4090 226854 23587

21.309 2.516 54.677 3.026.715 317.230

2163 154 9252 563498 26697

39.459 2.685 174.260 10.945.585 495.291

0 0 226 26195 466

0 0 15.564 1.035.989 16.383

11602 15230 6481 340 744 23952

234.631 330.267 123.317 6.434 12.480 468.090

0 3 76 0 0 122 2211

0 915 0 0 414 2.459

1110 2416 1377 0 56 3878

9.322 33.394 19.357 0 851 52.545

10436 10698 5104 340 563 17519

223.434 227.694 103.960 6.434 10.815 400.113

56 1740 0 0 3 344

1.875 68.264 0 0 400 12.973

Andere Perenbomen

25 Vlaams Agrarisch Centrum


Rentabiliteits- en kostprijsanalyse 2013-2017

Methodiek De analyse gebeurt voor bedrijven met fruitteeltgewassen welke voor de bedrijfseconomische boekhouding beroep doen op het VACwerk programma van het VAC. Het gaat hierbij zowel om bedrijven gespecialiseerd in fruitteelt als om gemengde bedrijven die fruitteelt combineren met akkerbouw/veeteelt. De gemiddelden zijn berekend per kengetal waardoor de bedragen afwijken van het rekenkundig resultaat. Gemiddelden zijn bruikbaar voor het aantonen van een tendens en kunnen niet als absoluut beschouwd worden. Wanneer we spreken over opbrengst bedoelen we kg. Wanneer we spreken over omzet hebben we het over het financieel resultaat. Het arbeidsinkomen is het resultaat van de omzet verminderd met de variabele en vaste kosten. De omzet is samengesteld uit de verkoop van het hoofdproduct. De perceelsgebonden subsidies worden niet opgenomen in de resultatenrekening. De variabele kosten zijn kosten die rechtstreeks gerelateerd zijn aan de opbrengsten. Ze zijn samengesteld uit de kosten voor plantgoed, gewasbeschermingsmiddelen, meststoffen, loonwerk, diverse directe teeltkosten, verkoopkosten, kosten voor bewaring, energie en seizoensarbeid. De structurele kosten hebben geen invloed op de opbrengst. Deze bestaan uit grondlasten, pacht, onderhoud machines en gebouwen, afschrijvingen, toegerekende rentes en algemene kosten zoals verzekeringen, boekhouding, enz.... De vaste kosten zijn niet per teelt toegewezen maar wel per bedrijfstak, ttz tuinbouw. Alle cijfers zijn uitgedrukt per ha en per 100 kg. De aardbeien worden behandeld per are. Sinds boekjaar 2015 worden de kosten van seizoensarbeid opgedeeld in product-, oogst- en teeltkosten. Vanaf boekjaar 2017 worden de energiekosten opgesplitst per bedrijfstak. De uitsplitsing is opgenomen in de gemiddelden. Bij de aardbeien werd geen onderscheid gemaakt tussen de teelttypes. De biologische landbouw werd integraal opgenomen in de gemiddelden.

26 Vlaams Agrarisch Centrum


Rentabiliteits- en kostprijsanalyse 2013-2017

Appelen De omzet van de appelen zijn per ha vertonen een dalende trend. Deels is de dalende trend toe te schrijven aan het kwaliteitsverlies door de landbouwrampen, anderzijds door de invoer van appelen uit derde landen. Gemiddeld over de vijf jaren bedraagt de omzet 11014 euro. De schommeling tussen de jaren met de hoogste omzet en de laagste omzet bedraagt ca. 18%. De schommeling tussen de jaren met de hoogste omzet per 100 kg product en de laagste omzet per 100 kg product bedraagt ca 30%. Dit toont aan dat prijsvorming sterk afhankelijk is van het aanbod. Appelen per 100 kg 2013 omzet variabele kosten meststoffen gewasbescherming loonwerk diverse teeltkosten verkoopkosten bewaarkosten energie seizoensarbeid oogst product teelt bruto marge structurele kosten arbeidsinkomen kg opbrengst

2014

2015

2016

34,44 20,41 0,92 5,60 1,76 0,71 4,04 0,00

27,93 14,40 0,52 4,75 0,84 0,31 3,97 0,00

27,33 13,10 0,37 3,21 0,76 0,11 2,90 0,30

33,11 20,18 0,72 7,12 0,02 0,43 4,43 0,10

7,01 0,00 0,00 0,00 14,03 12,87 1,16 36100

4,01 0,00 0,00 0,00 13,53 8,28 5,24 40400

5,45 4,16 1,05 0,24 14,23 11,90 2,33 39264

7,36 5,86 1,50 0,31 12,93 25,05 -12,12 33230

2017 35,57 29,12 1,00 8,52 1,33 0,51 5,52 1,00 3,75 8,47 5,73 1,07 1,67 10,20 28,60 -22,15 26323

gem. 31,68 19,44 0,71 5,84 0,94 0,41 4,17 0,28 3,56 6,46 5,01 1,28 0,28 12,98 17,34 -5,11 35063

Appelen per ha omzet variabele kosten meststoffen gewasbescherming loonwerk diverse teeltkosten verkoopkosten bewaarkosten energie seizoensarbeid oogst product teelt bruto marge structurele kosten arbeidsinkomen kg opbrengst

2013

2014

2015

2016

2017

gem.

12248 7008 305 1830 697 274 1466 0

11084 5635 202 1911 306 114 1536 0

11482 6677 182 1557 355 102 1422 158

10132 5584 186 1875 4 110 1352 28

2351 0 0 0 5240 4512 728 36100

1566 0 0 0 5448 3298 2150 40400

2900 2305 506 89 4805 4984 -179 39264

2030 1818 412 95 4548 6222 -1675 33230

10124 6671 221 1719 181 138 1410 5 985 2047 1264 267 517 4393 5678 -2225 26323

11014 6315 219 1778 309 148 1437 38 940 2179 2062 459 92 4887 4939 -240 35063

Productiviteit De grafiek over de productiviteit toont duidelijk de impact van de opeenvolgende landbouwrampen.

27 Vlaams Agrarisch Centrum


Rentabiliteits- en kostprijsanalyse 2013-2017

FinanciĂŤle kengetallen per ha De variabele kosten per ha bedragen 57.33% van de omzet. Het aandeel variabele kosten per 100 kg bedraagt 61.36%. De impact van de slechte prijsvorming is debet aan dit significante verschil.

FinanciĂŤle kengetallen per 100 kg

Samenstelling variabele kosten per ha De drie grootste kostenposten zijn seizoensarbeid, gewasbescherming en verkoopkosten. Er is weinig verschil in samenstelling tussen de eenheid per ha of per 100 kg.

Samenstelling variabele kosten per 100 kg

28 Vlaams Agrarisch Centrum


Rentabiliteits- en kostprijsanalyse 2013-2017

Evolutie variabele en structurele kosten per ha

Evolutie variabele en structurele kosten per 100 kg

Samenstelling arbeidskosten per ha

Zoals eerder beschreven volgen de variabele kosten de productie. De structurele kosten (pacht, afschrijvingen, rentes, algemene kosten enz.) daarentegen volgen de productie niet en bedragen sinds 2016 (rampjaar) meer dan de variabel kosten indien we de cijfers per 100 kg onder de loep nemen. Dit is een gevaarlijke situatie en verklaart de slechte liquiditeits- en solvabiliteitsproblemen op de fruitbedrijven. Door de hoge structurele kosten is het fruitteeltbedrijf structureel ongezond en wordt een fruitbedrijf tegen een te hoog ondernemersrisico uitgebaat.

Samenstelling arbeidskosten per 100 kg Aangezien de gelegenheidsarbeid de omvangrijkste variabele kost is, is het interessant deze belangrijke kost dieper te analyseren. Sinds boekjaar 2015 kunnen de deelnemers van het VACwerk-programma de arbeidskosten gedetailleerd registreren. De arbeidskosten worden opgedeeld in: â&#x20AC;˘ Teeltkosten, dit zijn de arbeidskosten voor het planten, opkweken, en snoeien van de planten, â&#x20AC;˘ Oogstkosten, dit zijn de pluk- en oogstkosten â&#x20AC;˘ Productkosten, dit zijn de kosten verbonden aan het sorteren, inpakken, enz... van het fruit. Per ha bedragen de oogstkosten 79% terwijl per 100 kg deze een aandeel hebben van 76%. De productkosten bedragen voor appelen 1.28 euro per 100 kg. Dit geeft de bedrijfsleider de nodige tools om af te wegen of het loont om de productbehandeling (voornamelijk sorteren en verpakken) uit te besteden of in eigen beheer te organiseren.

29 Vlaams Agrarisch Centrum


Rentabiliteits- en kostprijsanalyse 2013-2017

Peren De omzet van de peren blijven zwaar lijden onder de Ruslandboycot. Dit gecombineerd met de landbouwrampen van 2016 en 2017 en de uitbreiding van het areaal dat meer en meer in productie komt resulteert in een druk op het resultaat. Gemiddeld over de vijf jaren bedraagt de omzet 17661 euro. De schommeling tussen de jaren met de hoogste omzet en de laagste omzet bedraagt ca 49%. De schommeling tussen de jaren met de hoogste omzet per 100 kg product en de laagste omzet per 100 kg product bedraagt ca 68%. Dit toont aan dat prijsvorming sterk afhankelijk is van het aanbod. Het areaal peren blijft toenemen en is groter geworden dan het areaal appelen. Peren per ha omzet variabele kosten meststoffen gewasbescherming loonwerk diverse teeltkosten verkoopkosten bewaarkosten energiekosten seizoensarbeid oogst product teelt bruto marge structurele kosten arbeidsinkomen kg opbrengst

2013

2014

2015

2016

2017

gem.

16487 6129 252 1684 344 147 1399 335

25403 5892 192 2163 423 67 2284 302

18163 8501 2 1869 280 111 1616 322

13120 6609 237 2422 5 106 1214 156

2292 0 0 0 10358 5884 4474 32200

764 0 0 0 19510 5067 14443 54500

4066 2823 983 260 9662 5215 4447 33846

2468 2022 397 49 6511 7142 -631 28363

15132 7783 298 2118 177 195 1372 5 940 2677 1607 642 427 8288 6459 890 30808

17661 6983 196 2051 246 125 1577 224 914 2453 2423 690 155 10866 5953 4725 35943

2013

2014

2015

2016

2017

gem.

Peren per 100 kg totaal bruto opbrengst variabele kosten meststoffen gewasbescherming loonwerk diverse teeltkosten verkoopkosten bewaarkosten energie seizoensarbeid oogst product teelt bruto marge structurele kosten arbeidsinkomen kg opbrengst

51,03 19,74 0,85 5,64 1,06 0,38 4,42 0,85

51,18 16,05 0,60 5,21 1,31 0,21 6,35 0,81

35,17 15,96 0,50 3,67 0,62 0,02 3,28 0,85

42,50 27,04 0,95 9,92 0,01 0,40 2,96 0,79

7,35 0,00 0,00 0,00 31,30 17,69 13,61 32200

2,37 0,00 0,00 0,00 35,13 13,33 21,80 54500

7,04 4,49 1,95 0,60 19,21 8,94 10,27 33846

12,00 9,88 1,89 0,24 15,46 22,82 -7,36 28363

48,81 29,57 1,02 8,33 0,78 0,77 5,36 0,01 3,05 10,25 6,12 2,68 1,45 22,29 26,41 -7,17 30808

45,74 21,67 0,78 6,55 0,76 0,36 4,47 0,66 2,56 7,80 7,19 1,92 0,42 24,68 17,84 6,23 35943

Productiviteit De grafiek over de productiviteit toont duidelijk de impact van de opeenvolgende landbouwrampen.

30 Vlaams Agrarisch Centrum


Rentabiliteits- en kostprijsanalyse 2013-2017

FinanciĂŤle kengetallen per ha De variabele kosten per ha bedragen 38% van de omzet. Het aandeel variabele kosten per 100 kg bedraagt 47%. Het verschil is merkelijk groter dan bij appelen, wat wijst op een hoger aandeel variabele kost welke gerelateerd is aan de hoeveelheid product, bv. de verkoopskosten. FinanciĂŤle kengetallen per 100 kg

Samenstelling variabele kosten per ha De drie grootste kostenposten zijn seizoensarbeid, gewasbescherming en verkoopkosten. Er is weinig verschil in samenstelling tussen de eenheid per ha of per 100 kg.

Samenstelling variabele kosten per 100 kg

31 Vlaams Agrarisch Centrum


Rentabiliteits- en kostprijsanalyse 2013-2017

Evolutie kosten variabele en structurele kosten per ha Zoals eerder beschreven volgen de variabele kosten de productie. De structurele kosten (pacht, afschrijvingen, rentes, algemene kosten enz.) berekend per ha vertonen een dalende trend wat zou kunnen wijzen op een groter areaal afgeschreven aanplantingen. Evolutie kosten variabele en structurele kosten per 100 kg

Samenstelling arbeidskosten per ha

Samenstelling arbeidskosten per 100 kg Aangezien de gelegenheidsarbeid de omvangrijkste variabele kost is, is het interessant deze belangrijke kost dieper te analyseren. Sinds boekjaar 2015 kunnen de deelnemers van het VACwerk-programma de arbeidskosten gedetailleerd registreren. De arbeidskosten worden opgedeeld in: â&#x20AC;˘ Teeltkosten, dit zijn de arbeidskosten voor het planten, opkweken, en snoeien van de planten, â&#x20AC;˘ Oogstkosten, dit zijn de pluk- en oogstkosten â&#x20AC;˘ Productkosten, dit zijn de kosten verbonden aan het sorteren, inpakken, enz... van het fruit. Per ha bedragen de oogstkosten 74% terwijl per 100 kg deze een aandeel hebben van 70%. De productkosten bedragen voor de peren 1,92 euro per 100 kg. Dit geeft de bedrijfsleider de nodige tools om af te wegen of het loont om de productbehandeling (voornamelijk sorteren en verpakken) uit te besteden of in eigen beheer te organisen.

32 Vlaams Agrarisch Centrum


Rentabiliteits- en kostprijsanalyse 2013-2017

Aardbeien De omzet van de aardbeien waren in 2017 lager dan gemiddeld. Gemiddeld over de vijf jaren bedraagt de opbrengst 755 euro. De schommeling tussen de jaren met de hoogste omzet en de laagste omzet bedraagt ca. 33%. De schommeling tussen de jaren met de hoogste omzet en de laagste omzet per 100 kg product bedraagt ca 37%. Dit toont aan dat prijsvorming sterk afhankelijk is van het aanbod. Het areaal aardbeien verschuift jaarlijks meer van vollegrondsteelt naar stellingteelten en serresteelten, +69%. Aardbeien per are 2013 omzet variabele kosten planten meststoffen gewasbescherming loonwerk diverse teeltkosten verkoopkosten bewaarkosten seizoensarbeid oogst product teelt bruto marge structurele kosten arbeidsinkomen kg opbrengst

898,30 409,28 67,18 17,85 28,03 68,24 61,64 39,83 0,93 125,58 0,00 0,00 0,00 489,02 164,31 324,71 308

2014 673,28 392,11 66,85 24,85 41,81 13,84 23,75 60,79 8,43 151,79 0,00 0,00 0,00 281,18 83,75 197,43 293

2015 774,97 406,87 53,42 18,50 33,94 8,27 39,96 32,42 4,10 216,27 177,66 30,68 7,94 368,09 124,86 243,23 236

2016 834,84 480,76 52,56 21,54 27,86 7,62 41,55 42,54 4,22 282,87 79,76 2,23 200,88 354,08 244,37 109,72 298

2017 596,95 360,84 91,34 10,32 24,44 10,24 36,40 9,50 0,06 178,27 102,45 4,40 71,42 236,11 72,52 163,60 252

gem. 755,67 409,97 66,27 18,61 31,22 21,64 40,66 37,02 3,55 190,96 119,96 12,44 93,41 345,70 137,96 207,74 277

Aardbeien per 100 kg 2013 omzet variabele kosten planten meststoffen gewasbescherming loonwerk diverse teeltkosten verkoopkosten bewaarkosten seizoensarbeid oogst product teelt bruto marge structurele kosten arbeidsinkomen kg opbrengst

296,89 136,06 24,07 6,16 9,49 25,32 21,20 13,15 0,25 36,42 0,00 0,00 0,00 160,83 53,21 107,62 308

2014 229,77 127,53 23,21 7,98 14,58 4,78 7,21 20,25 2,48 47,04 0,00 0,00 0,00 102,24 28,85 73,39 293

2015 187,97 102,47 14,70 4,02 8,90 3,75 7,31 10,64 0,55 52,60 36,99 11,00 4,61 85,49 28,74 56,76 236

2016 251,92 154,39 21,30 6,66 10,52 3,51 10,01 15,88 1,43 85,06 38,01 1,04 46,00 97,53 56,88 40,66 298

2017 248,85 99,33 39,37 4,19 9,87 4,30 13,14 3,98 0,03 74,55 44,56 1,08 28,15 99,13 30,36 68,97 252

gem. 243,08 123,96 24,53 5,80 10,67 8,33 11,77 12,78 0,95 59,13 39,85 4,61 26,25 109,08 39,61 69,48 277

Productiviteit De grafiek over de productiviteit toont aan dat door verschillende teelttechnieken te combineren de productie per ha uitgevlakt is. In de vollegrondsteelt is de productiedaling aanzienlijk omwille van de landbouwrampen.

33 Vlaams Agrarisch Centrum


Rentabiliteits- en kostprijsanalyse 2013-2017

FinanciĂŤle kengetallen per are De variabele kosten per ha bedragen 54% van de omzet. Het aandeel variabele kosten per 100 kg bedraagt 51%. Het verschil is verwaarloosbaar, wat aantoont dat de variabele kosten nauw verbonden zijn met de productie.

FinanciĂŤle kengetallen per 100 kg

Samenstelling variabele kosten per are De grootste kostenpost is de seizoensarbeid. Er is weinig verschil in samenstelling tussen de eenheid per are of per 100 kg.

Samenstelling variabele kosten per 100 kg

34 Vlaams Agrarisch Centrum


Rentabiliteits- en kostprijsanalyse 2013-2017

Evolutie kosten variabele en structurele kosten per are Zoals voorheen aangetoond volgt de variabele kost de productie. De structurele kosten (pacht, afschrijvingen, rentes, algemene kosten enz.) volgen in tegenstelling tot het hardfruit de productie. De aardbeiteelt is structureel een gezonde teelt.

Evolutie kosten variabele en structurele kosten per 100 kg

Samenstelling arbeidskosten per are

Samenstelling arbeidskosten per 100 kg Aangezien de gelegenheidsarbeid de omvangrijkste variabele kost is, is het interessant deze belangrijke kost dieper te analyseren. Sinds boekjaar 2015 kunnen de deelnemers van het VACwerk-programma de arbeidskosten gedetailleerd registreren. De arbeidskosten worden opgedeeld in: â&#x20AC;˘ Teeltkosten, dit zijn de arbeidskosten voor het planten, opkweken, en snoeien van de planten, â&#x20AC;˘ Oogstkosten, dit zijn de pluk- en oogstkosten â&#x20AC;˘ Productkosten, dit zijn de kosten verbonden aan het sorteren, inpakken, enz... van het fruit. Per are bedragen de oogstkosten 53% terwijl per 100 kg deze een aandeel hebben van 56%.

35 Vlaams Agrarisch Centrum


Rentabiliteits- en kostprijsanalyse 2013-2017

Varkenshouderij Op basis van de cijfergegevens vanuit de bedrijfseconomische boekhoudingen van de boekjaren 2013 tot en met 2017 schetsen we hier een beeld van de productiviteit in de varkenshouderij gedurende de voorbije 5 jaren. Er dient opgemerkt dat de cijfers werden bekomen van zeugenbedrijven en gesloten varkensbedrijven. De verdeling van de opbrengsten en kosten in de gesloten varkensbedrijven is niet zo evident daar opbrengsten en kosten intern worden doorgeschoven.

Methodiek De gemiddelden zijn berekend per kengetal waardoor de bedragen afwijken van het rekenkundig resultaat. Gemiddelden zijn bruikbaar voor het aantonen van een tendens en kunnen niet als absoluut beschouwd worden. Het arbeidsinkomen is het resultaat van de opbrengsten vermindert met de variabele en vaste kosten. De opbrengsten zijn samengesteld uit de verkoop van de varkens en de voorrraadwijzigingen. De variabele kosten zijn kosten die rechtstreeks gerelateerd zijn aan de opbrengsten. Ze zijn samengesteld uit de kosten voor voederaankopen, eigen gewonnen voeders, veeartskosten, dekkingskosten, energiekosten en de diverse directe kosten zoals mestafzet-mestverwerking. De structurele kosten hebben geen invloed op de opbrengst. Deze bestaan uit grondlasten, pacht, onderhoud machines en gebouwen, afschrijvingen, toegerekende rentes en algemene kosten zoals verzekeringen, enz... De cijfers zijn uitgedrukt per zeug, per big en per verkocht vleesvarken.

Zeugenhouderij Levend geboren biggen per zeug De productiviteit van de zeugen is tijdens de tienjarige periode stelselmatig gestegen. Het aantal levend geboren biggen per zeug is gestegen van 27.6 biggen per zeug naar 30.39 biggen per zeug. De relatieve stijging bedraagt 5% boven het vijfjarig gemiddelde. De productiviteitsstijging lijkt af te stoppen.

36 Vlaams Agrarisch Centrum


Rentabiliteits- en kostprijsanalyse 2013-2017

Percentage gestorven biggen Het percentage gestorven biggen fluctueert tussen 13.59% hoogste en 12.11% als laagste. Het aantal gestorven biggen is in 2017 ca. 7% lager dan het vijfjarig gemiddelde.

Worpindex De worpindex schommelt weinig en situeert zich rond de 2.3. De worpindex is hoger op de betere bedrijven. Verschillen hier komen zowel voort uit het dekmanagement als uit de kortere speenleeftijd. In 2017 was de worpindex 5% lager dan het vijfjarig gemiddelde.

Variabele kosten per zeug De variabele kosten (voederkosten, sanitaire kosten, energiekosten en veeartskosten) dalen sinds 2015. De daling is volledig toe te schrijven aan de lagere voederkosten.

Voederverbruik in kg per zeug Het voederverbruik per zeug fluctueert tussen 1166 kg per zeug en 1200 kg per zeug.

37 Vlaams Agrarisch Centrum


Rentabiliteits- en kostprijsanalyse 2013-2017

Opbrengst-voerkostratio per zeug Een reden temeer om de opbrengst-voerkostratio onder de loep te nemen. De opbrengst-voerkostratio geeft de verhouding weer tussen de opbrengst en de voederkosten. In 2013 bedroeg de opbrengst-voerkostratio 1.50 wat betekent dat de opbrengst 1.50 keer hoger was dan de voederkostprijs. U ziet in de grafiek dat de opbrengst-voerkostratio sinds 2014 terug in stijgende lijn is. Voor 2017 werd de verbetering van de opbrengst-voerkostratio verder gezet. Variabele kosten per big Eenzelfde tendens merken we op wanneer de variabele kosten per big bekijken. De andere variabele kosten, excl. voederkosten, vormen relatief een grotere kostenpost.

Kostenstructuur zeugenhouderij Bijgaande figuur geeft de evolutie weer van de kostenstructuur van de zeugenhouderij.

38 Vlaams Agrarisch Centrum


Rentabiliteits- en kostprijsanalyse 2013-2017

De structurele kosten Ondanks de uitbreidingen zijn de structurele kosten onder invloed van de significante milieu-investeringen (mestopslag, groepshuisvesting, luchtwassers, aankoop nutriënten) per eenheid niet gedaald. Er is zwaar geïnvesteerd in procesinnovatie en niet in productinnovatie. Dit investeringsproces leidt tot zware complicaties op bedrijfsniveau. Het is aan iedere individuele varkenshouder om zijn eigen rekening te maken en zich af te vragen of groei tot glorie van de leveranciers en afnemers, beter is dan een goed management en verfijning van de technieken. Ontwikkeling kan ook zonder groei en kan tot gunstiger financiële resultaten leiden.

Groei door ontwikkeling De kengetallen weergegeven in het bedrijfseconomisch resultaat geven een beeld van het management. Kengetallen geven een zicht op wat voorbij is. Ze stellen de bedrijfsleider in staat om de kengetallen en management bij te sturen. De bedrijfsleider dient zich echter te behoeden voor tunnelvisie op zijn eigen bedrijfsresultaat en moet durven de cijfers vergelijken met de sectorgemiddelden. Zoals hierboven beschreven heeft de bedrijfsleider direct een impact op de variabele kosten en de opbrengsten ongeacht de marktprijzen en de kostprijzen. Deze impact dient zich prioritaire te richten op de worpindex, het productiegetal, het vervangingspercentage en de voederkosten. De worpindex: De worpindex fluctueert tussen 2.2 en 2.4 per jaar. De worpindex kan positief evolueren indien je weet dat bedrijven met een hogere worpindex minstens 85% van de zeugen drachtig zijn na de eerste dekking. Het aantal terugkomers is lager dan 15%. Tevens verwerpen maximaal 4% van de aanwezige zeugen. Het interval spenen-bronst beïnvloedt eveneens de worpindex. Doorgaans wordt 95% van de zeugen geïnsemineerd voor de 7de dag na het spenen (interval spenen-bronst 5-7 dagen). Een interval spenen-bronst van meer dan 10 dagen bij 10% van de zeugen is problematisch. Het aantal verliesdagen, het verschil tussen de afvoerdatum en de laatste speendatum van de zeug, is vanzelfsprekend zo laag mogelijk. Het productiegetal: Het productiegetal is het aantal gespeende biggen per zeug en per jaar. Deze wordt bepaald door de worpindex en worpgetal (#geboren/zeug/jaar). Een hogere worpgrootte kan tientallen euro meer opbrengst regenereren per zeug. Gemiddeld daalt de kostprijs per big met 0.8 euro wanneer er 1 big per zeug per jaar meer wordt geproduceerd. Men mag zich niet blindstaren op het productiegetal alleen. Belangrijk en prioritair is een goede bigkwaliteit (geboortegewicht en groei) en -vitaliteit. Met het oog op het behalen van goede zeugprestaties tijdens de volgende cycli is het eveneens aangewezen om de conditie van de zeugen op te volgen door middel van spekdiktemetingen (op 80 dagen dracht, bij werpen en bij spenen) en indien nodig deze via het voedermanagement bij te sturen. Als leidraad kan worden gesteld dat het spekdikteverlies tussen werpen en spenen niet meer dan 4 mm bedraagt. Het vervangingspercentage: Een optimaal vervangingspercentage situeert zich tussen de 40-45%, dus durf tijdig te vervangen. Een goede leeftijdsspreiding is essentieel. Voederkost: Het voederverbruik per zeug per jaar dient lager te zijn dan 1150 kg. De voedergift is afhankelijk van de voederwaarde (energie en eiwit), omgeving (klimaat), dierfactoren (onrust, conditie, genetica, worpgetal). Let op, goedkoop is niet altijd beterkoop. Technische opvolging aan de hand van bovenstaande parameters kan de zeugenhouder veel geld opbrengen.

39 Vlaams Agrarisch Centrum


Rentabiliteits- en kostprijsanalyse 2013-2017

Vleesvarkens Variabele kosten per vleesvarken De variabele kosten (voederkosten, sanitaire kosten en veeartskosten) zijn dalend doch de dalende trend is afgezwakt. De mestafzetkosten drukken op het resultaat.

Voederverbruik in kg per vleesvarken Het voederverbruik per geproduceerd vleesvarken is structureel dalend, m.a.w. de voederconversie verbetert stelselmatig.

Opbrengst-voerkostratio vleesvarkens De opbrengst-voerkostratio geeft de verhouding weer tussen de opbrengst en de voederkosten. In 2013 bedroeg de opbrengst-voerratio 1.31 wat betekent dat de opbrengst 1.31 keer hoger was dan de voederkostprijs. U ziet in de grafiek dat de opbrengst-voerkostratio een grilliger verloop kent.

Groei door ontwikkeling De kengetallen weergegeven in het bedrijfseconomisch resultaat geven een beeld van het management. Kengetallen geven een zicht op wat voorbij is. Ze stellen de bedrijfsleider in staat om de kengetallen en management bij te sturen. De bedrijfsleider dient zich echter te behoeden voor tunnelvisie op zijn eigen bedrijfsresultaat en moet durven de cijfers vergelijken met de sectorgemiddelden. Zoals hierboven beschreven heeft de bedrijfsleider direct een impact op de variabele kosten en de opbrengsten ongeacht de marktprijzen en de kostprijzen. Deze impact dient zich prioritaire te richten op de voederconversie, de dagelijkse groei, de groeisnelheid/mestduur, de uitval of sterfte en de voederkost. De voederconversie: De voederconversie is het aantal kg voeder dat nodig is voor 1 kg gewichtsaanzet. De bruto-voederconversie wordt berekend op basis van alle geproduceerde kgâ&#x20AC;&#x2122;s (dus ook de gestorven varkens!), de economische voederconversie wordt berekend op basis van de verkochte kgâ&#x20AC;&#x2122;s vlees. De nutritionele voederconversie wordt berekend op basis van de bruto voederconversie waarbij gewichtsaanzet gecorrigeerd wordt naar opleggewicht van 20 kg en aflevergewicht van 100 kg. De voederconversie kan verbeterd worden door het voeder morsen te beperken, het toepassen van meerfasenvoedering en de overgang van het voeder toepassen op het juiste gewicht. Let vooral op dat er steeds voldoende en proper water ter beschikking is.

40 Vlaams Agrarisch Centrum


Rentabiliteits- en kostprijsanalyse 2013-2017

Geitenhouderij Op basis van de cijfergegevens vanuit de bedrijfseconomische boekhoudingen van de boekjaren 2013 tot en met 2017 schetsen we hier een beeld van de rentabiliteit in de melkgeitenhouderij gedurende de voorbije vijf jaren. Er dient opgemerkt dat de cijfers werden bekomen van gangbare en biologische melkgeitenhouderijen.

Methodiek De gemiddelden zijn berekend per kengetal waardoor de bedragen afwijken van het rekenkundig resultaat. Gemiddelden zijn bruikbaar voor het aantonen van een tendens en kunnen niet als absoluut beschouwd worden. Het arbeidsinkomen is het resultaat van de opbrengsten vermindert met de variabele en vaste kosten. De opbrengsten zijn samengesteld uit de verkoop van de melk, aanwas van de veestapel en verkoop en aankoop van dieren. De variabele kosten zijn kosten die rechtstreeks gerelateerd zijn aan de opbrengsten. Ze zijn samengesteld uit de kosten voor voederaankopen, eigen gewonnen voeders, veearstkosten, dekkingskosten, energiekosten en de diverse directe kosten. De structurele kosten hebben geen invloed op de opbrengst. Deze bestaan uit grondlasten, pacht, onderhoud machines en gebouwen, afschrijvingen, toegerekende rentes en algemene kosten zoals verzekeringen, taksen, begeleiding, enz... De cijfers zijn uitgedrukt per melkgeitenplaats en per 100 liter geproduceerde melk. We opteren om de berekeningen te maken per geitenmelkplaats omdat we dan de totale kosten kunnen in rekening brengen en omrekenen per plaats.

Situering De melkgeitenhouderij kent een gestage uitbreiding. Volgens de gegevens van het mestrapport waren er in 2007 15.000 geiten geregistreerd. In 2015 werden er reeds 36.000 geiten ouder dan 1 jaar en in 2017 werden er 37389 geiten ouder dan 1 jaar geregistreerd in de mestbankaangifte. Terwijl de melkgeitenhouderij voorheen gekenmerkt werd door zelfverwerking en relatieve kleinschaligheid is de sector, door de vraag naar geitenmelk en dito prijzen, een investeringssector geworden waarin enkele grote bedrijven zich hebben gevestigd. De geitenmelkprijs komt tot stand op basis van vraag en aanbod. Na 2010 zijn de melkprijzen gaan stijgen met een uitzonderlijk hoge prijs sinds 2014. In 2016 lijkt de prijs enigszins getemperd. Melkprijs

41 Vlaams Agrarisch Centrum


Rentabiliteits- en kostprijsanalyse 2013-2017

Analyse per plaats Variabele kosten en opbrengst per plaats De variabele kosten (voederkosten, sanitaire kosten, veeartskosten en energiekosten) zijn gestabiliseerd en zijn gelijk aan het vijfjarig gemiddelde.

Voederkosten per plaats De voederkosten vormen het grootste aandeel in de variabele kosten. De voederkost is lager dan het vorige jaar door de lagere krachtvoederprijzen. De daling werd deels teniet gedaan door de hogere ruwvoederkost ten gevolge van de weersomstandigheden in 2017.

De opfokkosten van een lam bedraagt ca 180 euro. Per drachtige geit worden jaarlijks gemiddeld 1.8 levende lammeren geboren. Gemiddeld wordt per worp 0.35 lammeren opgefokt tot melkgeit. De overige lammeren worden verkocht voor de afmesting. Strucurele kosten per plaats De investeringen in melkinstallaties en stallen worden verspeid over meer plaatsen waardoor de structurele kost per plaats gelijk is gebleven aan het vijfjaarlijks gemiddelde.

Melkproductie per plaats De stijging van de melkproductie per plaats is stagnerend doch bedraagt 6% meer dan het vijfjaarlijks gemiddelde.

42 Vlaams Agrarisch Centrum


Rentabiliteits- en kostprijsanalyse 2013-2017

Analyse per 100 liter Variabele kosten en opbrengst per 100 liter De variabele kosten (voederkosten, sanitaire kosten en veeartskosten) zijn gestegen ten opzichte van de vorige jaren aangezien de stijgende kost niet vertaald werden in een hogere productie

Voederkosten per 100 liter De voederkosten vormen het grootste aandeel in de variabele kosten. De voederkost kennen een stijging van 12% per 100 l voornamelijk toe te schrijven aan een hogere krachtvoedergift en ruwvoederprijs.

Strucurele kosten per 100 l De investeringen in melkinstallaties en stallen worden verspeid over meer liters melk waardoor de structurele kost per 100 l 6% lager is dan het vijfjaarlijkse gemiddelde.

43 Vlaams Agrarisch Centrum


Rentabiliteits- en kostprijsanalyse 2013-2017

Groei door ontwikkeling De kengetallen weergegeven in het bedrijfseconomisch resultaat geven een beeld van het management. Kengetallen geven een zicht op wat voorbij is. Ze stellen de bedrijfsleider in staat om de kengetallen en management bij te sturen. De bedrijfsleider dient zich echter te behoeden voor tunnelvisie op zijn eigen bedrijfsresultaat en moet durven de cijfers vergelijken met de sectorgemiddelden. Zoals hierboven beschreven heeft de bedrijfsleider direct een impact op de variabele kosten en de opbrengsten ongeacht de marktprijzen en de kostprijzen. Deze impact dient zich prioritair te richten op de melkproductie. We gebruiken hiervoor Nederlandse cijfergegevens. We gaan uit van een standaardbedrijf gebaseerd op 800 geiten met een gemiddelde productie van 1.100 kg melk/geit/jaar. Omschrijving Opbrengsten verkoop melk verkoop foklammeren verkoop geiten verkoop nuchtere lammeren Totaal opbrengsten

Hoeveelheid 1100kg 8% 26% 1,3

Prijs

Bedrag

0,53/kg 275 12,5 -4

(in euro) 583,00 22,00 3,25 -5,20 603,05

Variabele kosten Voeder Stro Veekosten Energie Overige directe kosten Totaal

266,00 36,20 27,00 15,00 10,00 354,20

Saldo per geit

248,85

Wanneer we deze cijfers omrekenen naar verschillende productie-niveauâ&#x20AC;&#x2122;s krijgen we volgend resultaat. Productie

900 l

1100 l

1300 l

Opbrengsten

54,82

54,82

54,82

Variabele kosten Voeder Stro Veekosten Energie Overige directe kosten Totaal

26,22 3,29 2,70 1,67 1,11 34,99

24,18 3,29 2,45 1,36 0,91 32,20

23,15 3,29 2,28 1,15 0,77 30,65

Saldo per 100 kg melk

19,83

22,86

24,17

Bij een melkproductiestijging van 44%, van 900 liter naar 1300 liter, stijgt het saldo met 22%. Het saldostijging is lager dan vorig jaar. Het blijft essentieel om een uitgebalanceerd voederrantsoen samen te stellen. Technische begeleiding is dus noodzakelijk.

44 Vlaams Agrarisch Centrum


Rentabiliteits- en kostprijsanalyse 2013-2017

Pluimveehouderij Op basis van de cijfergegevens vanuit de bedrijfseconomische boekhoudingen van de boekjaren 2013 tot en met 2017 schetsen we hier een beeld van de rentabiliteit in de pluimveehouderij gedurende de voorbije vijf jaren. Er dient opgemerkt dat de cijfers werden bekomen van gangbare (alle huisvestingssystemen) en biologische pluimveebedrijven.

Methodiek De gemiddelden zijn berekend per kengetal waardoor de bedragen afwijken van het rekenkundig resultaat. Gemiddelden zijn bruikbaar voor het aantonen van een tendens en kunnen niet als absoluut beschouwd worden. Het arbeidsinkomen is het resultaat van de opbrengsten vermindert met de variabele en vaste kosten. De opbrengsten zijn samengesteld uit de verkoop van de eieren en dieren. De variabele kosten zijn kosten die rechtstreeks gerelateerd zijn aan de opbrengsten. Ze zijn samengesteld uit de kosten voor aankoop van dieren, voederaankopen, eigen gewonnen voeders, veearstkosten, sanitaire kosten, energiekosten en diverse directe kosten. De structurele kosten hebben geen invloed op de opbrengst. Deze bestaan uit grondlasten, onderhoud machines en gebouwen, afschrijvingen, toegerekende rentes en algemene kosten zoals verzekeringen, begeleiding, enz... De cijfers zijn uitgedrukt per 1000 plaatsen.

Situering De pluimveehouderij bestaat, vereenvoudigd, uit de leghennenhouderij, de moederdierenhouderij en vleeskippenhouderij. Evolutie van de pluimveestapel in Vlaanderen, 2013-2017 pluimveestapel

2013

2014

2015

2016

2017

vleeskippen (uitgezonderd ĂŠĂŠndagskuikens) 20 226 313 17 684 941 19 930 414 23 721 329 22 145 969 leghennen voor vermeerdering (reforme incl.) 1 546 554 1 490 290 1 699 563 2 159 892 1 703 175 leghennen voor eiproductie (reforme incl.) 5 607 067 6 397 808 6 933 062 7 394 639 6 531 747 poeljen 2 707 511 2 529 294 3 034 849 2 896 569 3 174 341 fokhanen 128 939 156 877 168 410 168 087 151 052 overig pluimvee 543 391 461 007 361 997 472 159 441 703 kalkoenen 259 943 nb nb 336 816 nb ander pluimvee (excl. kalkoenen) 283 448 nb nb 135 343 nb totaal pluimvee

30 759 774 28 720 217 32 128 295 36 812 675 34 147 987

Evolutie van de pluimveestapel in Vlaanderen 2013-2017, index 2006 = 100% pluimveestapel

2013

2014

2015

2016

2017

totaal vleeskippen leghennen consumptieeieren

109 122

102 107

114 120

131 143

121 133

83

95

103

110

97

bron: FOD Economie â&#x20AC;&#x201C; Algemene Directie Statistiek

45 Vlaams Agrarisch Centrum


Rentabiliteits- en kostprijsanalyse 2013-2017

Legkippenhouderij Productie Prijsvorming en productie De eierprijs situeert zich in een vork tussen 75 en 125 euro per 100 kg. Onder invloed van de Fipronilcrisis is de eierenprijs spectaculair gestegen. Het aantal eieren per leghen bedraagt in 2017 323 eieren. Dit is 3% meer dan het vijfjarig gemiddelde.

kooihuisvesting (witte eieren) productieperiode

scharrelhuisvesting (bruine eieren)

scharrelhuisvesting (witte eieren)

13/14

14/15

15/16

16/17v

13/14

14/15

15/16

16/17v

13/14

14/15

15/16

16/17v

technisch (#koppels)

(19)

(21)

(10)

(12)

(112)

(112)

(72)

(87)

(105)

(89)

(91)

(106)

opfokperiode (dagen)

18

14

20

20

18

19

19

19

19

20

20

20

levensweek

85

82

94

89

80

85

80

76

87

89

89

82

leegstand (dagen)

9

24

27

25

19

23

20

9

21

28

17

12

uitval legperiode (%)

7,3

6,7

8,4

6,7

8,8

8,2

7,4

8,1

8,5

8,9

8,1

8,2 90,9

legpercentage

91,2

90,3

90,2

90,90

88,3

87,2

88,3

88,4

90,1

90,1

91,1

eieren/20 wkn hen (st.)

398

381

449

424

361

380

359

355

403

427

419

372

kg ei/20 wkn hen

24,3

23,5

27,6

26,3

22,1

23,7

22,1

22,4

24,9

26,5

25,8

22,9

eigewicht (g)

61,2

61,7

61,3

61,7

60,7

61,9

61,7

61,9

61,5

61,9

61,4

60,5

voerverbruik pdpd (g)

110,1

111,2

108,8

110,8

118,1

118,7

120,0

119,3

115,7

115,8

116,2

116,7

voer per ei (g)

120,9

123,2

120,7

122,0

133,8

136,4

136,2

135,1

128,5

128,6

127,6

128,6

voerconversie

1,98

2,00

1,97

1,98

2,19

2,20

2,21

2,18

2,09

2,08

2,07

2,12

financieel (#koppels)

(19)

(20)

(108)

(112)

(64)

(87)

(104)

(76)

(88)

(84)

henprijs bij inzet

3,65

3,82

3,25

3,17

4,75

4,35

4,32

4,26

4,33

4,38

4,05

4,02

voerprijs (euro/100kg)

28,12

25,02

24,49

24,09

29,74

26,47

25,76

25,84

28,55

26,00

25,79

25,24

opbrengst (eurocent/ei)

5,18

5,36

5,57

5,15

5,8

6,36

6,49

6,52

5,93

5,93

6,51

6,13

voerwinst (euro poh/jaar) 2,42

3,36

4,94

3,93

0,31

2,14

1,08

3,24

2,97

3,09

4,43

2,58

46 Vlaams Agrarisch Centrum


Rentabiliteits- en kostprijsanalyse 2013-2017

vrije uitloop productieperiode

biologische

13/14

14/15

15/16

16/17v

13/14

14/15

15/16

16/17v

technisch (#koppels)

(49)

(51)

(52)

(61)

(42)

(50)

(59)

(45)

opfokperiode (dagen)

18

19

19

19

17

19

19

20

levensweek

79

82

79

74

76

77

73

76

leegstand (dagen)

26

32

24

18

32

22

39

19

uitval legperiode (%)

8,7

8,8

9,2

8,8

8,8

9,0

7,2

9,3

legpercentage

89,2

89,2

88,8

89,3

87,5

87,8

88,8

89,4

eieren/20 wkn hen (st.)

364

367

356

335

360

337

318

343

kg ei/20 wkn hen

22,3

22,9

22,6

21,7

22,4

20,8

19,2

22,1

eigewicht (g)

61,1

61,3

61,8

60,6

61,7

61,2

61,1

61,9

voerverbruik pdpd (g)

119,6

121,0

121,0

119,7

124,5

122,7

124,0

125,2

voer per ei (g)

134,2

135,8

136,4

134,5

142,3

139,6

139,6

140,2

voerconversie

2,20

2,20

2,21

2,20

2,30

2,29

2,30

2,25

financieel (#koppels)

(48)

(48)

(44)

(52)

(32)

(36)

(36)

henprijs bij inzet

4,79

4,37

4,25

4,15

7,41

7,37

7,18

voerprijs (euro/100kg)

28,88

26,37

26,51

26,11

43,90

44,51

46,09

opbrengst (eurocent/ei)

7,01

8,95

7,74

8,12

13,55

13,99

14,12

voerwinst (euro poh/jaar) 4,54

5,73

7,1

8,13

10,18

9,46

9,08

Nationale prijs bruinschalige verrijkte kooi-eieren 2013-2019

47 Vlaams Agrarisch Centrum


Rentabiliteits- en kostprijsanalyse 2013-2017

Analyse per 1000 plaatsen De variabele kosten en opbrengsten per 1000 leghennen De variabele kosten (voederkosten, sanitaire kosten en veeartskosten) zijn sterk afhankelijk van de voederprijzen, vnl. de graanprijzen.

Voederkosten per 1000 leghennen De voederkosten zijn in 2017 3% lager dan het vijfjarig gemiddelde.

Kostenstructuur per 1000 leghennen De structurele kosten per 1000 plaatsen zijn door de nieuwe investeringen in de sector terug gestegen en gaan in tegen de dalende trend.

48 Vlaams Agrarisch Centrum


Rentabiliteits- en kostprijsanalyse 2013-2017

Groei door ontwikkeling Terwijl bijvoorbeeld in de melkveehouderij de melkproductie per koe kan verhoogd worden door selectie, voedersamenstelling en diermanagement ligt de impact van het management in de eierproductie per leghen op andere vlakken. De eiproductie per leghen hangt samen met de lengte van de productieperiode, de bereikte topproductie, de uitval en de persistentie van de legcurve. Het management richt zich op stalsystemen (structurele kost) en voedersamenstelling (variabele kost). De kengetallen weergegeven in het bedrijfseconomisch resultaat geven een beeld van het management. Kengetallen geven een zicht op wat voorbij is. Ze stellen de bedrijfsleider in staat om de kengetallen en management bij te sturen. De bedrijfsleider dient zich echter te behoeden voor tunnelvisie op zijn eigen bedrijfsresultaat en moet durven de cijfers vergelijken met de sectorgemiddelden. Zoals hierboven beschreven heeft de bedrijfsleider direct een impact op de variabele kosten en de opbrengsten ongeacht de marktprijzen en de kostprijzen. We gebruiken hiervoor Nederlandse cijfergegevens. Standaard leghennenbedrijf uitgedrukt per 1000 leghennen

Wanneer we deze cijfers vergelijken met de verschillende systemen komen we aan volgend resultaat

Omschrijving

Bedrag

Volgens type

Kooi

Scharrel

Vrije uitloop

Bio

opbrengsten eieren slachthennen

28 692,00 28 362,00 330,00

opbrengsten eieren slachthennen

75% 74% 79%

82% 82% 103%

95% 95% 103%

160% 161% 121%

variabele kosten aankoop hennen voeder stro veekosten energie overige directe kosten

21 192,00 4 950,00 15 092,00 30,00 420,00 390,00 310,00

variabele kosten aankoop hennen voeder stro veekosten energie overige directe kosten

86% 74% 88% 0% 71% 85% 184%

90% 87% 89% 100% 76% 90% 206%

93% 91% 91% 100% 76% 100% 232%

149% 152% 154% 100% 33% 54% 155%

Saldo

43%

59%

103%

193%

saldo

7 500,00

Bio-leghennen bedrijven hebben potentieel een brutosaldo dat 93% hoger ligt dan een gangbaar standaardbedrijf. Productienormen Koloniehuisvesting wit Productieperiode (dagen) - opfok (17-20 weken) - leg (vanaf 20 weken) - leegstand Uitval (%) - overgang (17-20 weken) - leg (vanaf 20 weken) eieren per 20 weken hen (st.) kg ei per 20 weken hen eigewicht (g) voerverbruik p.d/p.d. (v.a. 20 weken) (g) voerconversie (voer v.a. 20 weken, eieren v.a. 17 weken)

20 490 20

Scharrel

21 455 21

Scharrel plus (BL*) 21 420 21

Vrije uitloop bruin

Biologisch

21 434 21

21 406 21

0,3 9

0,3 9,5

0,3 9,5

0,3 10

0,3 11

419 25,8 61,5 110

387 23,8 61,5 118

358 21,8 61,0 117

360 22,1 61,5 121

338 20,8 61,5 126

2,0

2,15

2,14

2,25

2,33

49 Vlaams Agrarisch Centrum


Rentabiliteits- en kostprijsanalyse 2013-2017

Vleeskippenhouderij Prijsvorming en productie Nationale prijs diepgevroren braadkippen 2013-2019 De vleesprijs situeert zich in een vork tussen 147 en 195 euro per 100 kg.

Groei per dag per dier De groei per dag per dier verbetert vrijwel gestaag. Deze groei is het resultaat van verdere selectie, groeimanagement en evenwichtiger voedersamenstelling.

50 Vlaams Agrarisch Centrum


Rentabiliteits- en kostprijsanalyse 2013-2017

Analyse per 1000 plaatsen Variabele kosten en opbrengst per 1000 vleeskippen De variabele kosten (voederkosten, energie, sanitaire kosten en veeartskosten) zijn sterk afhankelijk van de voederprijzen, vnl de graanprijzen.

Voederkosten per 1000 vleeskippen De voederkosten zijn in 2017 9% lager dan het vijfjarig gemiddelde.

De structurele kosten per 1000 plaatsen De structurele kosten per 1000 plaatsen kennen een lichte dalende trend.

Groei door ontwikkeling De kengetallen weergegeven in het bedrijfseconomisch resultaat geven een beeld van het management. Kengetallen geven een zicht op wat voorbij is. Ze stellen de bedrijfsleider in staat om de kengetallen en management bij te sturen. De bedrijfsleider dient zich echter te behoeden voor tunnelvisie op zijn eigen bedrijfsresultaat en moet durven de cijfers vergelijken met de sectorgemiddelden. Zoals hierboven beschreven heeft de bedrijfsleider direct een impact op de variabele kosten en de opbrengsten ongeacht de marktprijzen en de kostprijzen.

51 Vlaams Agrarisch Centrum


Rentabiliteits- en kostprijsanalyse 2013-2017

We gebruiken hiervoor Nederlandse cijfergegevens. De technische prestaties zijn gestabiliseerd. Dit resulteert dat de impact van het stalsysteem (bezettingsgraad) een grotere impact heeft op het bedrijfsresultaat dan de evolutie van de technische prestaties. Regulier en conceptkuikens 2012 productieperiode (dagen) leegstand (dagen) aflevergewicht uitval (%) groei/dier/dag (g) voerconversie

2013

2014

2015

2016

42 41 42 42 43 6 6 6 6 6 2300 2270 2290 2340 2370 3,1 3,3 3,4 3,4 3,6 57 56 57 58 58 1,65 1,65 1,64 1,65 1,67

Saldo-berekeningen per 100 opgezette vleeskuikens Bezetting 42 kg/ m² omschrijving

hoeveelheid

eenheidsprijs

bedrag

opbrengsten kg vlees

2224

0,84

1884,20 1884,20

1000 3612

0,33 0,315

variabele kosten aankoop hennen voeder stro veekosten energie overige directe kosten saldo

1658,90 330,00 1137,90 10,00 50,00 23,00 108,00 225,70

Bezetting max. 38 kg/m² en lagere groeisnelheid <50 gr/dag omschrijving

hoeveelheid

eenheidsprijs

bedrag

opbrengsten kg vlees

2330

0,97

2258,20 2258,20

1000 4423

0,355 0,31

variabele kosten aankoop hennen voeder stro veekosten energie overige directe kosten saldo

1941,90 355,00 1371,20 12,50 45,00 32,00 126,20 316,30

Bezetting max. 14 kuikens/m² en lagere groeisnelheid <45 gr/dag omschrijving

hoeveelheid

eenheidsprijs

bedrag

opbrengsten kg vlees

2340

1,13

2644,20 2644,20

1000 4914

0,355 0,305

variabele kosten aankoop hennen voeder stro veekosten energie overige directe kosten saldo

52 Vlaams Agrarisch Centrum

2098,50 355,00 1498,80 15,00 50,00 40,00 139,70 545,70


Rentabiliteits- en kostprijsanalyse 2013-2017

Vleesveehouderij Op basis van de cijfergegevens vanuit de bedrijfseconomische boekhoudingen van de boekjaren 2013 tot en met 2017 schetsen we hier een beeld van de rentabiliteit in de rundveehouderij gedurende de voorbije vijf jaren. Er dient opgemerkt dat de cijfers werden bekomen van zoogkoebedrijven, vleesbedrijven en gemengde bedrijven.

Methodiek De gemiddelden zijn berekend per kengetal waardoor de bedragen afwijken van het rekenkundig resultaat. Gemiddelden zijn bruikbaar voor het aantonen van een tendens en kunnen niet als absoluut beschouwd worden. Het arbeidsinkomen is het resultaat van de opbrengsten vermindert met de variabele en vaste kosten. De opbrengsten zijn samengesteld uit de verkoop van de runderen, de aanwas van de veestapel, de voorraadwijzigingen en de gekoppelde steun (zoogkoepremie). De variabele kosten zijn kosten die rechtsteeks gerelateerd zijn aan de opbrengsten. Ze zijn samengesteld uit de kosten voor voederaankopen, eigen gewonnen voeders, veearstkosten, energiekosten, dekkingskosten en de diverse directe kosten. De structurele kosten hebben geen invloed op de opbrengst. Deze bestaan uit grondlasten, pacht, onderhoud machines en gebouwen, afschrijvingen, toegerekende rentes en algemene kosten zoals verzekeringen, begeleidiing, enz... De cijfers worden weergegeven per GVE (Groot-Vee-Eenheid).

Situering De rundveehouderij heeft het moeilijk. De rentabiliteit staat onder druk. In de boekhoudingen treffen we een grote diversiteit aan van bedrijfsvoeringen welk een doorslag is van de rundveesector. Van gespecialiseerde topbedrijven die het economisch beter doen, over gemengde bedrijven die het grasland wensen te valoriseren tot kleinschalige extensieve bedrijven. Ieder bedrijfstype heeft zijn wetmatigheden en specifieke eigenschappen. Wanneer de rundveehouder de wetmatigheden en eigenschappen van zijn bedrijf en zich zelf kent, kunnen er doelstellingen worden geformuleerd. Zowel het aantal zoogkoeien als het aantal bedrijven met zoogkoeien nemen jaarlijks af. Het aantal zoogkoeien is met 12% gedaald tov. 2013. Het aantal bedrijven met zoogkoeien is gedaald met 9%. Het aantal zoogkoeien per bedrijf stijgt door de specialisatie met 11%. Het lijkt een tendens te worden dat vooral kleinere bedrijven met oudere bedrijfsleiders er de brui aan geven. De economische rentabiliteit en de arbeid doen zulke bedrijven naar andere inkomstbronnen zoals het activeren van beheersovereenkomsten op graslanden. Aantal zoogkoeien

Aantal bedrijven

Aantal zoogkoeien per bedrijf

53 Vlaams Agrarisch Centrum


Rentabiliteits- en kostprijsanalyse 2013-2017

Bruto opbrengst De gerealiseerde opbrengsten waren in 2017 18% lager dan het meerjarige gemiddelde. De oorzaak van deze daling vinden we zoals vorige jaren in de lagere vleesprijzen. Daarenboven is de technische rentabiliteit gedaald. Variabele kosten In 2017 zijn de variabele kosten 12% hoger dan het vijfjarig gemiddelde. De klimatologische omstandigheden heeft menig rundveehouder doen beslissen om andere voeders aan te kopen. Structurele kosten De structurele kosten zijn in 2017 licht gedaald (-2%) te opzichte van het vijfjarig gemiddelde. Deze lichte daling is te wijten aan de stopzetting op gemengde bedrijven waarbij de totale structurele kosten overschat werden doorgerekend op de rundveehouderij. Arbeidsinkomen De lage vleesprijzen, de verslechterde technische resultaten en de hogere variabele kosten resulteren in een laagste arbeidsinkomen (negatief) van de laatste jaren.

Voederkosten De voederkosten zijn ten gevolge van de weersomstandigheden en de slinkende voorraad ruwvoeder 15% hoger dan het vijfjarig gemiddelde. Vooral de aankoop van ruwvoeder is spectaculair gestegen. Deels werd het tekort opgevangen door een hogere krachtvoeder gift. Veekosten De totale overige veekosten zijn in 2017 gelijk aan het vijfjarig gemiddelde. Terwijl de veeartskosten dalen per GVE onder invloed van andere vleesrassen welke minder keizersnede behoeven stijgt significant de uitgaven voor dekkingsgelden. Dit betekent dat de rundveehouder verder inspanningen getroost in de veredeling.

54 Vlaams Agrarisch Centrum


Rentabiliteits- en kostprijsanalyse 2013-2017

Uitdagingen De grote uitdaging voor de rundveehouderij vormt de rentabiliteit. Rentabiliteitsverbetering kan door inzicht te verwerven in de groei en vruchtbaarheid van de veestapel. Wanneer de inzichten zijn verworven, kan de veehouder haalbare doelstellingen formuleren. Met de jaargroei wordt de vleesproductie bedoeld, dit is het aantal kilo’s vlees geproduceerd door alle dieren op het bedrijf per jaar. De jaargroei wordt bepaald door: • vruchtbaarheid • management van de veestapel • de kwaliteit van het verstrekte voeder Vruchtbaarheid Het drachtigheidspercentage zou 90% moeten bedragen en van de 100 aanwezige drachtige dieren (zoogkoeien en vaarzen) moeten er per jaar minstens 85 een kalf produceren. Ook de boekhoudterm “kalvings-index” geeft aan hoeveel kalveren op het bedrijf geboren worden. Dit is het aantal levend geboren kalveren van zoogkoeien en vaarzen per gemiddeld aanwezige zoogkoe en gedeeld door de tussenkalftijd maal 365 dagen. Een kalvingsin-dex van 1,0 kan als gunstig beschouwd worden. Volgende rekensom maakt dit duidelijk: Een bedrijf met 100 zoogkoeien heeft jaarlijks 90 zoogkoeien drachtig waarvan 85% een levend kalf ter wereld brengen. Dus worden er 76 kalveren geboren waarvan ongeveer de helft een vaars zijn. Van de 38 vaarzen zal ongeveer 10% uitvallen omwille van sterfte, niet drachtig worden, … Er zullen dus 34 vaarzen en 76 zoogkoeien een levend kalf ter wereld brengen. Op het bedrijf met gemiddeld 100 zoogkoeien worden jaarlijks 110 levende kalveren geboren. Rekening houdend met een ideale tussenkalftijd van 385 dagen (zie verder) geeft dit volgende kalvingsindex: (110 levende geboren kalveren x 365 dagen) / (100 gemiddeld aanwezige zoogkoeien x 385 dagen) = 1,0 De gemiddelde zoogkoebedrijven realiseren een kalvingsindex van gemiddeld 1,01. Uiteraard speelt vruchtbaarheid, een vroege eerste dracht en een korte tussenkalftijd hier een belangrijke rol. Er moet dan ook voor gezorgd worden dat koeien die geen nakomelingen produceren zo snel mogelijk afgemest en verkocht worden, zodat een zo maximaal mogelijk aantal fokkoeien kan worden gehouden. Hun aantal wordt immers gelimiteerd door de vergunde dierplaatsen en/of aanwezige NER’s. Het binnenhalen van de koeien tijdens de zomer ter controle van de dracht kan interessant zijn. Immers, de niet drachtige dieren kunnen op dat moment afgemest worden en een betere prijs genereren dan dieren die pas in het najaar op de markt komen. Een ideale tussenkalftijd van 385 dagen is te realiseren door 60 à 70 dagen na kalving over te gaan op insemineren of dekken en ervoor te zorgen dat de koeien na gemiddeld 21 dagen met maximaal twee bevruchtingen drachtig zijn. Het efficiëntiegetal wordt gedefinieerd door het aantal inseminaties uitgevoerd bij drachtige dieren te delen op het aantal drachtige dieren. Om een tussenkalftijd van 385 dagen te halen moet dit getal voor vaarzen kleiner dan of gelijk zijn aan 1,5 en voor koeien kleiner dan of gelijk aan 2. Het management van de veestapel Sterfte Uit de boekhoudingen blijkt dat de sterfte rond de 10 à 13% bedraagt. Groei Voldoende groei bij de stieren en de vaarzen realiseren, is van groot economisch belang. Wat de groei van de stieren betreft vindt iedereen het normaal dat deze goed gevoederd worden vanaf het begin. Voor vaarzen is het bekomen dan de eerste bronst en dus ook de eerste dracht belangrijk. Eens de eerste kalving achter de rug is,

55 Vlaams Agrarisch Centrum


Rentabiliteits- en kostprijsanalyse 2013-2017

mag het rantsoen teruggeschroefd worden. Het gewicht bij de eerste kalving is belangrijker dan de leeftijd. Er wordt gestreefd naar een gewicht van 600 kg bij de eerste kalving (einde dracht). Met een groei van ongeveer 750-800g/dag haalt een vaars dit gewicht op een leeftijd tussen de 24 à 26 maanden. Bovendien moeten de dieren op een leeftijd van 14 à 15 maanden bij een gewicht van 400 kg kunnen geïnsemineerd of gedekt worden. Het vervangingspercentage is een belangrijk gegeven. In de zoogkoeienhouderij dienen de koeien veel sneller circuleren dan in de melkveehouderij. Jongere dieren groeien nog en produceren dus naast hun kalf ook nog extra vlees. Bij oudere dieren is de groei heel miniem (150 gram/dag) en wordt er enkel een kalf geproduceerd. Bovendien is de verkoopprijs voor oudere reforme koeien duidelijk lager dan voor reforme koeien die twee à drie keer gekalfd hebben. Zet ze dan ook zo jong mogelijk af. Houd eventueel die ene koe die ‘gemakkelijk’ afkalft, maar gemiddeld genomen moeten ze na twee à drie keer kalven afgevoerd worden. Hoe jonger de dieren op dat moment zijn, hoe beter. Jonge dieren afmesten betekent ook dat er voldoende jongvee moet aanwezig zijn om die te vervangen, wat impliceert dat de vruchtbaarheid op het bedrijf goed moet zijn. Op die manier wordt een vervangingspercentage van ongeveer 33% tot zelfs 50% nagestreefd. Ruwvoeder Het aantal GVE bedraagt gemiddeld 2,75 GVE per ha. De bezetting is gestegen, waaarschijnlijk door de stopzetting van de meer extensieve bedrijven. De netto ruwvoerbehoefte voor een zoogkoe bedraagt tijdens de stalperiode 2.965 kg DS. De netto grasopname in de weideperiode bedraagt 3.250 kg DS. Uit de veebezettingnorm ‘GVE per ha’ leren we dat de bezetting intensief is. DS opbrengst

veebezetting

5 7 9 11

0,8 1,1 1,3 1,5

56 Vlaams Agrarisch Centrum


Rentabiliteits- en kostprijsanalyse 2013-2017

Melkveehouderij De afschaffing van het melkquotum heeft de melkveebedrijven kwetsbaarder opgesteld ten opzicht van de markt. De prijsvolatiliteit, de gevraagde inspanningen inzake milieu en klimaat, de financiering van de groei, de arbeidsbehoefte zijn elementen die de bedrijfsleider dient mee te nemen in zijn strategische keuzes. Het is dus absoluut noodzakelijk om strategische management beslissingen te nemen op basis van boekhoudkundige cijfergegevens over een lange termijn en niet op basis van de korte termijn gerealiseerde en geanalyseerde cijfers. Op basis van de cijfergegevens vanuit de bedrijfseconomische boekhoudingen van de boekjaren 2013 tot en met 2017 schetsen we hier een beeld van de rentabiliteit in de melkveehouderij gedurende de voorbije 5 jaar. Er dient opgemerkt dat de cijfers werden bekomen van melkveebedrijven waarvan sommige nog een tak akkerbouw of vleesvee exploiteren.

Methodiek De gemiddelden zijn berekend per kengetal waardoor de bedragen afwijken van het rekenkundig resultaat. Gemiddelden zijn bruikbaar voor het aantonen van een tendens en kunnen niet als absoluut beschouwd worden. Het arbeidsinkomen is het resultaat van de opbrengsten vermindert met de variabele en vaste kosten. De omzet is samengesteld uit de aan- en verkoop van de runderen, de aanwas van de veestapel, de melkopbrengsten en de voorraadwijzigingen. De variabele kosten zijn kosten die rechtstreeks gerelateerd zijn aan de opbrengsten. Ze zijn samengesteld uit de kosten voor voederaankopen, eigen gewonnen voeders, veeartskosten, dekkingskosten, energiekosten en de diverse directe kosten. De energiekosten zijn ofwel opgenomen bij de diverse directe kosten (electriciteit) en opgenomen in de ruwvoederkost (brandstof voor ruwvoederwinning). De structurele kosten hebben geen invloed op de opbrengst. Deze bestaan uit grondlasten, pacht, onderhoud machines en gebouwen, afschrijvingen, toegerekende rentes en algemene kosten zoals verzekeringen, begeleiding, enz.... De cijfers worden weergegeven per 100 liter en per GVE (Groot-Vee-Eenheid).

Evolutie Het aantal melkkoeien bedraagt in 2017 309.605. Dit aantal is 10% meer dan in 2007. De specialisatie van de melkveehouderij zet zich verder. We kunnen deze tendens afleiden uit de cijfers van onze boekhoudingen. Het aantal melkkoeien stagneert in 2017 voor het eerst.

57 Vlaams Agrarisch Centrum


Rentabiliteits- en kostprijsanalyse 2013-2017

Productiviteit - aantal geleverde liters

Productiviteit - aantal koeien per bedrijf

Productiviteit - aantal liters per koe

Het aantal geleverde liters melk per bedrijf bedraagt 560.685 liter. Dit is 19% boven het 5 jarig gemiddelde. De stijging van de bedrijfsmelkproductie wordt deels gerealiseerd door de stijging van het aantal gemolken koeien. Het aantal gemolken koeien per bedrijf stijgt van 58 naar 67 of een stijging met 22%. Deels wordt de productiestijging gerealiseerd door de stijging van het aantal liters geproduceerde melk per koe. De melkproductie per koe is gestegen naar 8.200 liter per koe en is 6% hoger dan het vijfjarig gemiddelde. Met andere woorden een significant deel van de productiestijging wordt gerealiseerd door de toename van de veestapel (=groei) en minder door een stijging van de melkproductie per koe (=ontwikkeling). De melkproductiestijging per koe kan gerealiseerd worden door aandacht te hebben voor de genetica, de gezondheidstoestand van de koe, de voedersamenstelling en de kwaliteit van het voeder. Kortom, de technische know-how van de melkveehouder komt hier in beeld.

Krachtvoederverbruik

Productiviteit - gram krachtvoeder per liter

Krachtvoeder is een zeer belangrijk element in de productie, samenstelling en kostprijs. Krachtvoederkosten zijn variabele kosten en bepalen mee de opbrengst en dus het saldo. Door het niet efficiĂŤnt verstrekken van krachtvoeder, gaan de kosten omhoog. Een hogere krachtvoedergift resulteert niet altijd in een productie-stijging. Hierdoor zal het rendement per liter melk dalen. De wet van de afnemende meeropbrengsten, weet u wel. Het krachtvoederverbruik per koe is in 2017 sterk gestegen van 1257 kg per koe naar 1506 kg per koe. Deze stijging is toe te schrijven aan het dynamische om snel melkproductie te verhogen en aan de schaarste aan ruwvoeders omwille van de weersomstandigheden. Het krachtvoedergebruik ligt 17% hoger dan het vijfjarig gemiddelde.

58 Vlaams Agrarisch Centrum


Rentabiliteits- en kostprijsanalyse 2013-2017

Vet en eiwit

Productiviteit - aantal liters per ha groenvoeder

De voederefficiëntie per liter melk is verbeterd. In 2013 werd er 201 g krachtvoeder vervoederd per 100 l melk. In 2017 bedroeg dit, ondanks de mindere teeltomstandigheden 214 g. Het vijfjarig gemiddelde bedraagt 198 gram per liter. Het vetgehalte is gestegen naar 4,215. Het vetgehalte was in 2017 1% lager dan het vijfjarig gemiddelde. Het eiwitgehalte blijft relatief constant en situeert nu op 3,52.

Het is de betrachting van iedere melkveehouder om het aandeel ruwvoedermelk te verhogen. Uit Nederlandse cijfers blijkt dat bedrijven met een goed voermanagement in staat zijn om 4000 liter per ha extra melk te produceren. Uit de VAC-boekhoudingen blijkt dat de geproduceerde liter per ha ruwvoeder zijn gestegen van 10.747 liter naar 12.766 liter. In 2017 bedroegen deze liters 7% meer dan het vijfjarig gemiddelde. Hieruit kunnen we concluderen dat de ruwvoedermelkproductie efficiënter is dan voorheen. De stijging van het aantal melkkoeien per bedrijf resulteert in een intensiever gebruik van de beschikbare oppervlakte ruwvoeder. Het aantal GVE (grootvee-eenheden) per ha stijgt van 2,21 GVE/ha naar 2,39 GVE/ha. Dit is 8% meer. De veebezetting in 2017 is gelijk aan het vijfjarig gemiddelde. Deze toename van de intensiteit is lager dan de stijging van het aantal melkkoeien per bedrijf. De verklaring is te vinden in de stijging van de beschikbare bedrijfsoppervlakte (=groei), de stijging van de beschikbare oppervlakte ruwvoeder door omzetting van akkerbouw naar ruwvoederproductie (= ontwikkeling) en een efficiëntere ruwvoederwinning (=ontwikkeling) en een tendens tot uitbesteding van de jongveeopfok op derde bedrijven (= ontwikkeling). Bruto-opbrengst per 100 l De bruto-opbrengst is samengesteld uit de opbrengsten van de verkoop van melk en melkproducten, de aan- verkoop van dieren en de wijziging in de veestapel (aanwas). Zoals u merkt in de grafiek zijn de opbrengsten per 100 l melk sterk schommelend. Bruto-opbrengst per GVE

De schommelingen zijn te wijten aan de volatiele melkprijsvorming en de aanwas van de veestapel. De omschakeling naar een quotumvrije markt heeft geresulteerd in een slechte prijsvorming.

59 Vlaams Agrarisch Centrum


Rentabiliteits- en kostprijsanalyse 2013-2017

De variabele kosten zijn de kosten die je maakt om het product te produceren en zijn derhalve direct gelinkt aan het productieniveau. De variabele kosten zijn in de melkveehouderij samen te vatten in krachtvoederkosten, ruwvoederkosten en overige veekosten zoals veeartskosten en dekgelden. In de ruwvoederkosten zijn de energiekosten inbegrepen. De variabele kosten bedragen 19,55 euro/100 liter melk en zijn in 2017 3% hoger dan het vijfjarig gemiddelde. Deze stijging is voornamelijk toe te schrijven aan de voederprijzen en energieprijzen.

Samenstelling variabele kosten per 100 l

De opbrengst vermindert met de variabele kosten geeft ons de brutomarge.

ruwvoederkost krachtvoederkost totale voederkost overige kosten

2013

2014

2015

2016

2017

6,8 7,56 15,58 3,93

7,62 7,22 15,71 4,57

7,1 7,58 15,96 3,69

6,44 6,6 14,11 3,58

6,5 7,02 14,85 3,46

Het saldo is een maat voor het vakmanschap op het melkveebedrijf. Hoe hoger dit saldo, hoe beter de melkveehouder in staat blijkt te zijn om goede opbrengsten te combineren met lage kosten. Het gemiddelde saldo bedroeg in 2017 20,37 euro per 100 liter. Dit is 6% lager dan het vijfjarig gemiddelde.

FinanciĂŤle kengetallen per 100 l Structurele kosten De structurele kosten zijn jaarlijks weerkerende kosten die geen rechtstreeks verband hebben met de productie. De structurele kosten zijn samengesteld uit de afschrijvingen van de investeringen, de rentes op het geĂŻnvesteerd kapitaal, pacht, onderhoud en de algemene kosten. FinanciĂŤle kengetallen per GVE

De structurele kosten zijn dalend onder invloed van de bedrijfsgegevens van een aantal bedrijven die de melkproductie hebben verhoogd zonder te investeren in stallenbouw. Wanneer we vaststellen dat de totale melkproductie per bedrijf is gestegen met 19% boven het vijfjarig gemiddelde en de structurele kosten per 100 liter met 9% zijn gedaald ten opzichte van het vijfjarig gemiddelde kunnen we concluderen dat in absolute cijfers de structurele kost is toegenomen. De stijging van deze structurele kost is dan waarschijnlijk toe te schrijven aan de stijging van de algemene kosten en niet zozeer in de investeringslasten.

60 Vlaams Agrarisch Centrum


Rentabiliteits- en kostprijsanalyse 2013-2017

Arbeidsinkomen De VAC landbouwboekhoudingen houden geen rekening met de fictieve lonen voor de bedrijfsleider. Dit betekent dat het berekende arbeidsinkomen de winst is van het bedrijf waarmee de bedrijfsleider de kosten voor privé-uitgaven zoals levensonderhoud, sparen, sociale zekerheid en belastingen en reserveringen voor investeringen financiert. Het arbeidsinkomen is gestegen ten opzichte van 2016. Bekeken over het vijfjarig gemiddelde was het arbeidsinkomen in 2017 gelijk aan het gemiddelde. De kritieke melkopbrengst geeft de melkopbrengst weer waarbij de lopende uitgaven voor de bedrijfsvoering kunnen worden betaald. Indien de kritieke melkopbrengst meerdere jaren dicht bij de ontvangen melkprijs ligt, is dat een indicatie dat er geen ruimte is om financiële reserves op te bouwen. De kritieke melkopbrengst is gestegen van 36,29 euro per 100 liter melk in 2013 naar 33,25 euro per 100 liter melk in 2017.

Kritieke melkopbrengst 100 l

Voorbeeld Operationele hefboom bedrijf 1

bedrijf 2

liters melk melkprijs per 100 l variabele kosten per 100 l structurele kosten bruto-opbrengst variabele kosten bruto marge structurele kosten arbeidsinkomen hefboom

400.000,00 € 25,00 € 16,00 € 25.000,00 € 100.000,00 € 64.000,00 € 36.000,00 € 25.000,00 € 11.000,00 3,27

400.000,00 € 25,00 € 16,00 € 40.000,00 € 100.000,00 € 64.000,00 € 36.000,00 € 35.000,00 € 1.000,00 36,00

liters melk melkprijs per 100 l variabele kosten per 100 l structurele kosten bruto-opbrengst variabele kosten bruto marge structurele kosten arbeidsinkomen productiestijging stijging arbeidsinkomen

440.000,00 € 25,00 € 16,00 € 25.000,00 € 110.000,00 € 70.400,00 € 39.600,00 € 25.000,00 € 14.600,00 € 0,10 133%

440.000,00 € 25,00 € 16,00 € 40.000,00 € 110.000,00 € 70.400,00 € 39.600,00 € 35.000,00 € 4.600,00 € 0,10 460%

liters melk melkprijs per 100 l variabele kosten per 100 l structurele kosten bruto-opbrengst variabele kosten bruto marge structurele kosten arbeidsinkomen prijsdaling daling arbeidsinkomen

400.000,00 € 22,50 € 16,00 € 25.000,00 € 90.000,00 € 64.000,00 € 26.000,00 € 25.000,00 € 1.000,00 -0,10 9%

400.000,00 € 22,50 € 16,00 € 40.000,00 € 90.000,00 € 64.000,00 € 26.000,00 € 35.000,00 -€ 9.000,00 -0,10 -900%

De operationele hefboom Een interessante ratio is de operationele hefboom. Het VAC hanteert deze ratio om het risico-profiel van het bedrijf te duiden. De operationele hefboom meet het operationeel risico van de activiteit of de graad waarin de opbrengstwijzigingen de winst beïnvloeden. Het operationele hefboomeffect ook wel degree of operating leverage genoemd komt voort uit het bestaan van vaste kosten in het bedrijf. De operationele hefboomwerking gebruikt de vaste kosten voor het vergroten van de effecten van omzetveranderingen op het bedrijfsresultaat. Hierbij geldt hoe groter de hefboomwerking des te risicovoller de bedrijfsvoering is maar daar tegen over staat de kans op een aanzienlijke stijging in winsten. Een lagere hefboomwerking is vice versa. De operationele hefboom komt tot stand door de brutomarge te delen door de winst. Dit wordt duidelijk aan de hand van een voorbeeld. Voor bedrijven met een hoge operationele hefboom is de winstrealisatie sterk beïnvloedbaar, zo-

61 Vlaams Agrarisch Centrum


Rentabiliteits- en kostprijsanalyse 2013-2017

wel in positieve (winst) als negatieve (verlies) zin. Terwijl de operationele hefboom in 2013 nog 2,60 bedroeg is deze verslechterd tot 3,05. Gezien over 5 jaar is het cijfer 17% slechter geworden. De bedrijven zijn met andere woorden 17% gevoeliger aan productie- en prijsschommelingen en dus ook risicovoller.

Liquiditeit: een uitdaging De grote uitdaging voor de melkveehouderij is een sterke liquiditeitspositie te behouden. Bij melkveehouders die de afgelopen jaren hebben geïnvesteerd in groei, kan er een probleem ontstaan in de liquiditeit. De melkprijs hebben de melkveehouders niet in de hand, ondanks alle beloftes en het ketenoverleg. De kritieke melkopbrengst is de prijs die u zou moeten ontvangen voor de melk om alle kosten te kunnen dragen. Voor ieder bedrijf is dit verschillend. Wanneer je de kritische melkopbrengst van je bedrijf kent, geeft elke maandafrekening u een zicht op uw liquiditeitsontwikkeling. Om de prijsvolaliteit enigszins op te vangen wordt het noodzakelijk dat de melkveehouder in goede jaren financiële reserves opbouwt om de slechtere jaren te kunnen overbruggen.

Management: balanceren tussen groei en ontwikkeling Het management of zeg maar ondernemerschap wint steeds meer aan belang. Om goede managementbeslissingen te nemen (op lange termijn) of om op korte termijn in te grijpen in de bedrijfsvoering is een correct bijgehouden landbouwboekhouding meer dan een noodzakelijk hulpmiddel. Uit de boekhoudingen leren we dat er nog efficiëntiewinsten te boeken zijn. Er is nog ruimte voor ontwikkeling. Ontwikkeling heeft zonder zware (investerings)kosten een positieve invloed op de bruto-marge. Een goed gemonitorde veestapel detecteert adequaat gezondheidsproblemen. Aandoeningen en behandelingen geregistreerd per dier, helpen de veearts om de juiste behandeling op te starten. Het meten en weten van de tussenkalftijd geeft bijvoorbeeld een indicatie dat de mineralentoediening onder de loep dient genomen te worden. Krachtvoederefficiëntie kan op vele bedrijven verbeterd worden. Dit vraagt van de melkveehouder een nauwgezette registratie van de hoeveelheden krachtvoeder. Een verbruik lager dan 200 gram krachtvoeder per liter melk is bedrijfseconomisch gezien de norm. Ruwvoedermelk is de goedkoopste melk. Derhalve is ruwvoederproductie op kwantitatief en kwalitatief vlak van het hoogste belang. Groei vereist investeringen. Investeringen in gronden, stallen, vee enz... Let wel, in tegenstelling tot andere sectoren, dragen investeringen in de melkveehouderij niet significant bij tot een daling van de vaste kosten per eenheid. In tegendeel, de vaste kosten per eenheid blijven eerder gelijk wat inhoud dat de globale vaste kost stijgt. Opgelet, in een volatiele markt, is de oparationele hefboom van levensbelang. Alle indicatoren wijzen erop dat de gespecialiseerde melkveehouderij gevoeliger is geworden voor prijsschommelingen. Prijsschommelingen houden in dat er tijden zijn van hoogconjunctuur en laagconjunctuur. Hou er steeds rekening mee dat de tijden van laagconjunctuur langer kunnen duren dan de tijden van hoogconjunctuur en hou zeker voldoende financiële reserve.

62 Vlaams Agrarisch Centrum


Rentabiliteits- en kostprijsanalyse 2013-2017

Meten is weten Ons VACwerkprogramma heeft een geĂŻntegreerd energie/waterbalans module. Op eenvoudige wijze kunt u uw energie/waterverbruik registreren. In het bedrijfsresultaat kunt u dan uw energie-waterverbruik aflezen en dit per eenheid (GVE, ha, 100 liter melk). Deze cijfergegevens stellen u in staat om uw verbruik te vergelijken met de normbedragen.

Gemiddelden Milieu - Energie - Prestatiestaat - 2017 Energie Totalen Aardgas Elektriciteit Ander gas Petroleumproducten Kolen

18,50 30.981,20 21,30 11.190,70 0

m3 KWh liter liter Kg

Teelten Aardgas Elektriciteit Ander gas Petroleumproducten Kolen

0 11.447,60 0,70 7.578,50 0

m3 KWh liter liter Kg

Korte keten Aardgas Elektriciteit Ander gas Petroleumproducten Kolen

11,70 48,10 0 225,60 0

m3 KWh liter liter Kg

Algemeen Aardgas Elektriciteit Ander gas Petroleumproducten Kolen

0,90 5.377,00 0,20 2.193,20 0

m3 KWh liter liter Kg

Dieren totaal Aardgas Elektriciteit Ander gas Petroleumproducten Kolen

5,90 14.108,50 20,40 1.193,50 0

m3 KWh liter liter Kg

Melkvee Elektriciteit Ander gas Petroleumproducten

9.611,30 KWh 20,40 liter 81,40 liter

Rundvee Elektriciteit

1.026,90 KWh

per ha 0 855,50 0 2.930,00 0

m3 KWh liter liter Kg

Per GVE 98,20 KWh 0,20 liter 1,30 liter

Per 100 liter 2,10 KWh 0 liter 0 liter

63 Vlaams Agrarisch Centrum


Rentabiliteits- en kostprijsanalyse 2013-2017

Vleesrunderen Elektriciteit Petroleumproducten

714,30 KWh 30,70 liter

Per GVE 9,30 KWh 0,50 liter

Vleeskalveren Elektriciteit Petroleumproducten

871,60 KWh 279,00 liter

Per plaats 1,30 KWh 0,40 liter

Varkens Petroleumproducten

188,60 liter

Fokvarkens Elektriciteit Petroleumproducten

238,10 KWh 239,20 liter

Per zeug 1,90 KWh 1,60 liter

Vleesvarkens Elektriciteit Petroleumproducten

554,90 KWh 64,70 liter

Per gepr. dier 0,20 KWh 0 liter

Vleeskippen Elektriciteit Petroleumproducten

292,10 KWh 104,70 liter

Per 1000 plaatsen 6,50 KWh 2,90 liter

Leghennen Elektriciteit Aardgas Petroleumproducten

433,20 KWh 5,90 liter 95,70 liter

Per 1000 plaatsen 77,00 KWh 1,20 liter 7,40 liter

Moederdieren Elektriciteit Petroleumproducten

226,00 KWh 30,50 liter

Water Teelten Korte keten Algemeen Dieren

Leghennen

55,60 0,90 176,20 205,10

m3 m3 m3 m3

9,00 m3

Per Ha 9,90 m3

Per 1000 plaatsen 1,50 m3

Melkvee

94,60 m3

Per GVE 1,00 m3

Vleesrunderen

22,30 m3

Per GVE 0,30 m3

Vleesvarkens

30,80 m3

Per gepr. dier 0,00 m3

64 Vlaams Agrarisch Centrum

Per 100 liter 0,00 m3

Per gepr. big 0,10 liter


Rentabiliteits- en kostprijsanalyse 2013-2017

Tien vragen over VACcent of hoe communiceert het VAC met u? Heel wat van uw documenten worden niet meer per post verzonden maar zijn beschikbaar op VACcent ùw persoonlijk klantendossier op ons digitaal platform. 1. Wat is VACcent? VACcent is ons digitaal platform waarbij én landbouwboekhouding én raadpleging bedrijfsdocumenten én informatie én borging samenkomt. 2. Is VACcent interessant voor mij ? Vast en zeker! De VACcent-klant kan bijvoorbeeld tijdens het plaatsbezoek van de schattingscommissie op de smartphone de fotoplannen en de verzamelaanvraag raadplegen. Als VACcent-klant vindt u in één opslag, ons boekhoudprogramma VACWERK, uw laatste berichten, de laatste nieuwsfeiten en uw documenten terug. 3. Hoe weet ik of er een document is geplaatst? VACcent-klanten ontvangen een mail met de boodschap dat er een document is geplaatst met vermelding van het onderwerp. 4. Hoe werkt VACcent? Via onze website www.vac.eu kan de VACcent-klant inloggen op zijn persoonlijke bedrijfspagina. Elke klant ontvangt een unieke login. 5. Wat indien ik mijn login niet meer weet? Een eenvoudig mailtje naar ons volstaat om uw login te verkrijgen. 6. Hoe moet ik de “borging” begrijpen? Hierbij geven wij graag een actueel voorbeeld: Momenteel worden VACcent-klanten die een verplicht nitraatresidustaal moeten nemen door VACcent geborgen. De percelen van de VACcent-klant zijn raadpleegbaar op VACcent. De klant wordt geïnfomeerd over wat er te doen staat. Op 10 oktober worden de klanten gecontacteerd om te informeren naar de stand van zaken. Zo vermijdt u een boete van 150,00 euro per niet genomen staal. 7. Wat kost VACcent? VACcent is gratis voor klanten die genieten van een VAC-dienstverlening vanaf 435,00 euro op jaarbasis en die lid zijn van het VAC. 8. Zijn er nog andere voordelen? VACcent klanten genieten van een weerkerende doorlichting naar de bestekoop energieleverancier. 9. Ik heb twee bedrijven. Heb ik dan twee logins? Keep it simple. U heeft één login voor één of meerdere bedrijven. 10. Kan ik zelf documenten opslaan op VACcent? Neen, enkel de beheerder archiveert de documenten.

Meer info over VACcent? Aarzel niet en contacteer ons: vac@vac.eu

65 Vlaams Agrarisch Centrum


Rentabiliteits- en kostprijsanalyse 2013-2017

Bedrijfseconomische resultatenrekening Hoe is deze rekening opgebouwd? ARBEIDSINKOMEN

BESCHIKBAAR INKOMEN

per eenheid, ha, are, 100 kg, 100 l, dierenplaats

Omzet (+) + + + -

verkopen marktbare producten verkopen dieren aankopen dieren gekoppelde steun voorraadwijziging

+

andere inkomsten vergoedingen subsidie

+

+ verkopen marktbare producten + verkopen dieren - aankopen dieren + gekoppelde steun

Variabele kosten (-) voeders zaden-planten meststoffen fyto andere teeltkosten veekosten veearts loonwerk energie seizoenarbeid bewaarkosten verkoopkosten

voeders zaden-planten meststoffen fyto ander teeltkosten veekosten veearts loonwerk energie seizoenarbeid bewaarkosten verkoopkosten

Bruto-marge (=) Structurele kosten (-) afschrijvingen rente pacht fictieve pacht grondlasten onderhoud gebouwen onderhoud machines algemene kosten reguliere lonen

Arbeidsinkomen (=)

66 Vlaams Agrarisch Centrum

kapitaalaflossingen intresten pacht grondlasten onderhoud gebouwen onderhoud machines algemene onkosten reguliere lonen

Beschikbaar inkomen (=)


Rentabiliteits- en kostprijsanalyse 2013-2017

VACwerk Dé bedrijfseconomische boekhouding Het VACwerk-programma maakt integraal deel uit van ons digitaal platform “VACcent” 1. Het ingaveprogramma Dankzij de verticale structuur is het VACwerk-ingaveprogramma toegankelijk vanop PC, laptop en smartphone. Het ingaveprogramma bevat vier componenten: het algemene deel, de inventaris, de teelten en de bedrijfstakken. De klant kan op ieder tabblad in eigen bewoordingen commentaar toe voegen. Deze commentaar kan een geheugensteuntje zijn, of een aandachtspunt voor de adviseur of andere, ... De klant kan vanuit ieder tabblad per mail een bericht sturen naar de dienst om een probleem of bemerking te melden. De dienst ziet vanuit welk tabbblad de mail werd verstuurd zodat er snel en zelfs in realtime het probleen kan behandeld worden. Indien de klant oordeelt dat alle gegevens genoteerd zijn, sluit hij het boekjaar af waarna de dienst hiervan automatisch wordt geinformeerd. Hiermee slagen we er in, om binnen een respectabele termijn een resultatenrekening te bezorgen aan de klant. 1.1. Het algemene deel In het algemene deel wordt het teeltplan, de algemene kosten zoals onderhoud machines, onderhoud gebouwen, onderhoud trekker, pachten, huur, verzekeringen, begeleidingskosten, lidgelden, lonen van vaste werknemers, het aantal (familiale) volwaardige arbeidskrachten en de andere inkomsten en uitgaven genoteerd. Volgens weging van een bedrijfstak of volgens inzicht van de begeleider, worden deze kosten toebedeeld aan een bedrijfstak. Van de kredieten worden de jaarlijkse lasten, kapitaal en intrest genoteerd. De bestemming van deze kost is afhankelijk van de bestemming van het krediet. Voor de energie heeft de klant keuze uit alle soorten vormen van energie. Hij kan deze bestemmen volgens bedrijfstak. De brandstofkosten voor ruwvoeders worden integraal opgenomen in de teeltkost en niet apart doorgerekend aan het rundvee. Tevens kan de klant en/of de begeleidingsdienst in het algemene deel de mestbalans in realtime berekenen. Het aangevoerde mest kan specifiek toegewezen worden aan een bedrijfstak, teelt of perceel. 1.2. De inventaris De inventaris is een overzicht van alle bezittingen en schulden van het bedrijf. De gebouwen, werktuigen, rechten, enz... kunnen in eigen bewoordingen worden genoteerd. De klant beschikt over een keuzelijst van omschrijvingen met afschrijvingsduur en kan de investering toewijzen aan een bedrijfstak. Omdat de investeringen over een lange periode worden afgeschreven en dus bepalend zijn voor het resultaat, kan de klant zelf geen wijzigingen aanbrengen aan de bestaande investeringslijst. De investeringslijst wordt jaarlijks geupdated in samenspraak met de klant. 1.3. De teelten Alle teelten hebben dezelfde opbouw van ingave. Eigen benaming, teeltnaam, oppervlakte, categorie en bedrijfstak. De klant kan de gegevens per perceel of percelengroep registreren. Binnen de teelt worden de volgende gegevens genoteerd: • Kosten aan zaden en plantgoed, loonwerk en diverse teeltkosten • Fytoproducten (hoeveelheid en prijs)met een keuzelijst van de erkende middelen. Automatisch verschijnt soort, actieve stof en erkennningsnummer waardoor de klant tevens een registratie heeft voor het FAVV. De lijst van erkende middelen wordt geregeld geupdated. • Meststoffen, hoeveelheid en prijs (met een keuzelijst) • De kosten aan arbeid worden gespecifieerd volgens handelingen aan de teelt (schoffelen-snoeien), oogst (plukken) en product (sorteren). • Het product kan worden verkocht (handel-veiling-korte keten) of verbruikt. Indien het product wordt verbruikt worden de aantallen toegewezen aan de bedrijfstak die het product verbruikt.

67 Vlaams Agrarisch Centrum


Rentabiliteits- en kostprijsanalyse 2013-2017

1.4. De bedrijfstakken De bedrijfstakken bestaan uit alle diersoorten, de korte keten en para-agrariasche activiteiten. De klant kan de activiteiten activeren. Voor de diersoorten is de opbouw van de ingave identiek. De ingave start met de begin-en eindinventaris waarbij de klant kan kiezen voor een eigen waardering of een centraal geregistreerde waardering. De verkoop bestaat uit de verkoop van dieren, dierproducten en specifieke inkomsten. De klant kan aanduiden of de verkoop geschied in het kader van de korte keten. De productiegegevens (geboorten en sterftes) worden geregistreerd. Via een controleknop kan de klant de veebeweging controleren. De kosten bestaan uit voeders (per soort en diersoort), veeartskosten, KI en specifieke kosten. Met de bedrijfstak “korte keten” kan de klant de kostprijs berekenen van het product dat hij verkoopt in de korte keten. Bijvoorbeeld: Een klant verkoopt rundsvlees op de hoeve. Het rund wordt boekhoudkundig verkocht tegen marktwaarde aan de korte keten. In de korte keten wordt deze waarde automatisch overgenomen als aankoop. Deze aankoopprijs wordt aangevuld met slacht- en versnijdingskosten, verpakkingmateriaal, additieven enz. De investeringen (vb koeltoog) worden afgeschreven in de korte keten. De klant krijgt een berekening van de omzet-kosten en winst per eenheid (vb kg) van het vlees. Para-agrarische activeiten kunnen toevallige inkomsten zijn, of opbrengst - kosten van vb zonnepanelen.

2. Het bedrijfsresultaat 2.1. Financieel-economisch resultaat Het bedrijfsresultaat geeft een schematisch overzicht van het financieel-economisch resultaat. De bedrijfsresultaat geeft dit resultaat weer voor het ganse bedrijf en specifiek per bedrijfstak. Hierbij wordt het arbeidsinkomen berekent en het beschikbaar inkomen. (de werkelijke opbrengsten en kosten). Dit cijfermateriaal wordt weergeven in zijn totaliteit en per eenheid (ha, are, 100 kg, dierplaats, GVE, 100 ltr melk). 2.2. Technisch resultaat De landbouwboekhouding geeft de technische prestaties weer zoals productie per eenheid, vruchtbaarheid, voederkost in kg per koe enz. Op basis van deze gegevens kan een advies geformuleerd worden om de technische prestaties te verbeteren. 2.3. Balans - bedijfskenmerken en financiële ra tio De balans geeft een overzicht van het vermogen (actief) en de schulden (passief). De balans vormt een element in de waardebepaling van het bedrijf. De bedrijfskenmerken geeft een overzicht van de teelten, de rechten, de gronden in eigendom en de arbeidskrachten. De financiele ratio’s geven een overzicht van de financiele prestaties zoals cash-flow, aanwending financiele middelen, schuldratio, rendabiliteit van het (eigen-vreemd) vermogen. 2.4. Milieu-energieprestatiegraad De klant kan op het overzichtsblad een idee vormen van het energie- en waterverbruik per eenheid en kan desgevallend de energiestromen van nabij opvolgen.

3. Het nut van een bedrijfseconomische boekhouding Ondanks de administratieve “over”last op de bedrijven is het voeren van een bedrijfseconomische boekhouding noodzakelijk als managementtool om het bedrijf te runnen. Het totaal aan cijfergegevens geeft de klant het nodige inzicht om de bedrijfsvoering tijdig bij te sturen. De vork tussen de lage inkomensvormende bedrijven en de hoge inkomensvormende bedrijven toont aan dat er nog rek zit in de bedrijfsvoering. Een degelijk advies op basis van correcte gegevens draagt bij tot inkomensverhogende ingrepen die ver de kostprijs van de boekhouding-advies overstijgen. De bedrijfseconomische boekhouding dient als basis voor het opstellen van een financieel plan, een ondernemingsplan en waardebepaling bij verkoop of overdracht van het bedrijf(stak). Tevens kan er op basis van de bedrijfseconomische boekhouding het fiscale statuut van het bedrijf geoptimaliseerd worden.

68 Vlaams Agrarisch Centrum


Rentabiliteits- en kostprijsanalyse 2013-2017

Inschrijvingsplicht maatschap/VVZRL in KBO Door de hervorming van het ondernemingsrecht moet een maatschap/VVZRL zich vanaf 1 november 2018 inschrijven in de Kruispuntbank van Ondernemingen (KBO) In tegenstelling tot vroeger moet een maatschap/VVZRL zich nu ook inschrijven in de Kruispuntbank van Ondernemingen via een ondernemingsloket. De inschrijvingsplicht geldt vanaf 1 november 2018 en geldt voor zowel een nieuwe als bestaande VVZRL. Een bestaande maatschap/VVZRL krijgt evenwel een overgangsperiode van zes maanden. Dit betekent dat men zich uiterlijk op 30 april 2019 via een ondernemingsloket moet laten inschrijven. Ook al heeft de maatschap/VVZRL een ondernemingsnummer en/of BTW-nummer en/of RSZ-nummer, de inschrijving is verplicht. Een maatschap/VVZRL die wordt opgericht na 1 november 2018 krijgt geen overgangstermijn en dient zich vóór de aanvang van haar activiteiten in te schrijven in de KBO. Tot voor kort moest de maatschap/VVZRL niet worden ingeschreven in de KBO door een ondernemingsloket. Dit wil inderdaad niet zeggen dat de maatschap/VVZRL geen ondernemingsnummer kan hebben. Indien de maatschap/VVZRL bijvoorbeeld BTW-plichtig is of personeel in dienst heeft, dan zal respectievelijk de BTW- of de RSZ-administratie daarvoor een ondernemingsnummer hebben gecreëerd. Dit is echter louter een registratie. Inschrijven gebeurt door een ondernemingsloket en betekent dat er onder meer ook vestigingseenheden en een hoedanigheid worden opgenomen in de KBO. Indien zelfs de vennoten (maten) elk individueel reeds ingeschreven zijn in de KBO (en bezitten zij elk afzonderlijk een ondernemingsnummer), dan nog moet ook de maatschap/VVZRL zelf worden ingeschreven. Kan het bestaande ondernemingsnummer van de vennoten/maten worden stopgezet? Aangezien de maatschap/VVZRL zelf zal moeten zijn ingeschreven, kan het bestaande ondernemingsnummer van de vennoten worden stopgezet. Dit evenwel voor zover zij naast de activiteit van de maatschap, geen eigen activiteiten meer verrichten. Geldt deze inschrijvingsplicht zowel voor burgerlijke als commerciële maatschappen? Zowel een burgerlijke als commerciële maatschap/VVZRL moet zich inschrijven. Vanaf 1 november wordt er evenwel niet meer gesproken van ‘burgerlijke’ of ‘commerciële’ maatschap, maar wel van ‘maatschap’ tout court . Hét onderscheidingscriterium tussen beide, namelijk de daden van koophandel, werd immers vanaf die datum afgeschaft. De inschrijving van je maatschap/VVZRL is voorlopig gratis. Sociale bijdragen Een maatschap/VVZRL moet geen vennootschapsbijdrage betalen. In het kader van de vennootschapsbijdrage wordt een vennootschap gedefinieerd als een vennootschap onderworpen aan de vennootschapsbelasting of de rechtspersonenbelasting. Een maatschap/VVZRL, die een vennootschap is, is aan geen van beide belastingen onderworpen en beantwoordt dus niet aan de definitie. Tijdelijke handelsvennootschappen Ook tijdelijke handelsvennootschappen moeten zich inschrijven in de KBO via een ondernemingsloket (vanaf 1 november 2018 is de benaming veranderd naar tijdelijke vennootschap). Een tijdelijke vennootschap heeft

69 Vlaams Agrarisch Centrum


Rentabiliteits- en kostprijsanalyse 2013-2017

dezelfde kenmerken als een maatschap/VVZRL, maar wordt slecht voor een bepaalde tijd of bepaald project opgericht. Wat is een maatschap/VVZRL? Is dit hetzelfde als een feitelijke vereniging? Neen. De termen feitelijke vereniging en maatschap/VVZRL worden vaak door elkaar gehaald. Een feitelijke vereniging ontstaat indien twee of meer personen de krachten bundelen om een bepaald belangeloos doel te verwezenlijken. Het nastreven van winst is dus niet het doel van een feitelijke vereniging. De winst die ze eventueel toch maakt, mag ze in ieder geval niet uitkeren aan leden of leidinggevenden. Dit laatste is het grootste onderscheidingscriterium met een maatschap/VVZRL. Ook in een maatschap/VVZRL gaan minstens twee personen een bepaalde samenwerking aan en baten zij samen een onderneming uit, maar het hoofddoel van een maatschap/VVZRL is winst nastreven en deze winst vervolgens uitkeren onder de vennoten (maten). Het is deze laatste categorie die zich moet inschrijven in de KBO.

70 Vlaams Agrarisch Centrum


Rentabiliteits- en kostprijsanalyse 2013-2017

71 Vlaams Agrarisch Centrum


Rentabiliteits- en kostprijsanalyse 2013-2017

VLAAMS AGRARISCH CENTRUM STEEDS TOT UW DIENST En wat kunnen we voor u doen? Het is onze missie om een onafhankelijke en deskundige dienstverlening, voorlichting en belangenverdediging uit te bouwen voor de autonome familiale landbouwbedrijven. De persoonlijke aandacht naar de landbouwer en tuinder speelt een centrale rol in onze werking. Onze enthousiaste, vakkundige en uitstekend opgeleide medewerkers ijveren voor een duurzame en optimale samenwerking met de boer in wederzijds vertrouwen. We nemen de administratieve last weg… … zo houdt ‘de boer’ de handen vrij om te doen waar hij goed in is: ‘boeren’.

Vlaams Agrarisch Centrum 72 Vlaams Agrarisch Centrum

Ambachtsweg 20 | 9820 Merelbeke www.vac.eu | vac@vac.eu

Profile for Vlaams Agrarisch Centrum

Rentabiliteits en kostprijsanalyse 2013 2017  

Deze 2de editie werd samengesteld en uitgegeven door het Vlaams Agrarisch Centrum. Dit naslagwerk bevat cijfermateriaal over de verschillend...

Rentabiliteits en kostprijsanalyse 2013 2017  

Deze 2de editie werd samengesteld en uitgegeven door het Vlaams Agrarisch Centrum. Dit naslagwerk bevat cijfermateriaal over de verschillend...

Advertisement