Page 64

“Naast echt gestructureerde intervisie, is het ook belangrijk, de ruimte die men krijgt om gewoon te ventileren. Heel belangrijk is zo dat informele contact onder elkaar, onder collega’s. Das van fffffffff van een koffie gaan pakken en een keer gaan ja… ventileren he. Heel belangrijk dat dat ook kan. Dat die ruimte gemaakt wordt en dat het ook… Dat het niet in die formele manier kan gebeuren.” (directeur CGG) “Nu, ik merk wel… Ik kom af en toe ook wel eens gewoon op de teams. Dat dat iets is waar je heel de tijd aandacht voor moet hebben, want op een overleg gaat het vooral over de dingen die nog op komst zijn. En dan toch even melden van “dat hebben we toch wel knap gedaan”, daar gaan mensen gewoon aan voorbij, moet je bewust mee bezig zijn. Want er zijn wel heel wat succesverhalen he, alleen vinden we dat allemaal maar heel normaal dat het zo is he.” (directie PC 319)

Naast deze contacten zorgen ook afwisseling in de types cliënten en taken voor een verlaging van de emotionele belasting. De respondenten die de mogelijkheid krijgen therapeutische gesprekken te volgen via het werk zijn hierover positief. Hierbij hoeft men er niet noodzakelijk gebruik van te maken, maar de mogelijkheid van ondersteuning biedt verlichting. Voor bepaalde organisaties is de stap naar externe therapeutische ondersteuning soms te groot, aangezien hiervoor naar de arbeidsgeneeskundige dienst in Brussel moet worden gegaan. Ook duidelijkheid in aanspreekpersonen, zoals vertrouwenspersonen en procedures die men kan volgen zorgt voor rust. “Als je bij ons naar de psycholoog moet, dan wordt het al een rit naar Brussel bij wijze van spreken… op onze arbeidsgeneeskundige dienst, die psychologen zitten daar, ja, die weg is veel te lang. Dat wordt wel eens voorgesteld, maar meestal stopt het bij de vertrouwenspersoon. Er is daar ook een vrouw he… het is ook wel belangrijk, vind ik zelf.” (gezins- en bejaardenhulp) “[…[De kinderen mogen alles zeggen en doen wat ze maar willen maar wanneer wij hier iets over zeggen 'ho maar. Jij bent hier de professional.' Dit is niet altijd even gemakkelijk. Wij hebben ook nood aan uitlaatkleppen en deze worden niet aangeboden door de leidinggevenden. Met collega's is het beter bespreekbaar aangezien zij weten wat je voelt en meemaakt.” (vrouw, 24j., jeugdhulp)

3.5.

Leermogelijkheden

In zowel de werkbaarheidsmonitor als het kwalitatieve onderzoek werd gepeild naar de leermogelijkheden en leerkansen die medewerkers krijgen op en via het werk. Hierbij wordt dus zowel gepeild naar de mogelijkheid tot competentie-ontwikkeling die formeel is georganiseerd, als deze die inherent is aan de functie of informeel plaatsvindt op de werkplek. Leermomenten kunnen op het werk plaatsvinden, of daarbuiten. Men kan leren van collega’s, zelfstandig leren, bewust, of eerder onbewust. Binnen de werkbaarheidsmonitor wordt geen onderscheid gemaakt tussen formeel en informeel leren. In de zorg- en welzijnssector ervaart 14,9% van de medewerkers onvoldoende leermogelijkheden, tegenover 18,0% in de volledige Vlaamse arbeidsmarkt. De tevredenheid met de leermogelijkheden hangt ook in de zorg- en welzijnssector samen met de leeftijd van de medewerkers. Zo blijkt 88,2% van de -30-jarigen uit de sector hiermee tevreden, tegenover 81,6% van de 50-54-jarigen, wat op het Vlaamse cijfer ligt. Deeltijds werkenden krijgen 64

Profile for VIVO

De beleving van werk in de Vlaamse social-profitsectoren  

VIVO vzw voerde, in opdracht van de sociale partners van de Vlaamse social profitsector, een onderzoek naar Werkbaar Werk in de social pro...

De beleving van werk in de Vlaamse social-profitsectoren  

VIVO vzw voerde, in opdracht van de sociale partners van de Vlaamse social profitsector, een onderzoek naar Werkbaar Werk in de social pro...

Profile for vivovzw
Advertisement