Page 44

omgebogen naar een jonge dynamischere werking.” (man, 53j., algemeen welzijnswerk)

De respondenten zijn vaak afhankelijk van hun vrijwilligers. Een goede balans tussen het geven van ondersteuning en aandacht en het uitvoeren van de eigen taken is niet evident. Ook het halen van een bepaalde kwaliteit kan moeilijk zijn, omdat het bijsturen van vrijwilligers gevoelig kan liggen. “Ik vermoed dat de problemen typerend zijn voor vrijwilligerswerking. Vrijwilligers gaan op het moment dat men ze aanspreekt op een fout vaak reageren dat ze maar vrijwilliger zijn. Het is bovendien heel moeilijk om een vrijwilliger bij te sturen. Dit ligt uiterst gevoelig. Sommige vrijwilligers aanvaarden geen kritiek en haken af. Anderzijds zijn er ook heel veel fijne vrijwilligers om mee samen te werken, een reden om met veel plezier reeds 18 jaar werkzaam te zijn in de sector.” (man, 41j., socioculturele sector)

2.7.

Verhouding met externe partners

De verhouding met externe partners kwam vanuit de vragenlijst met de medewerkers minder aan bod. Tijdens de focusgroep met leidinggevenden vanuit de gezins- en bejaardenhulp bleek wel dat hier voor deze deelsector problemen zijn met de beeldvorming ten aanzien van andere zorgverleners, zoals huisartsen, verpleegkundigen,... De rol van de zorgkundige en verzorgende wordt onderschat, terwijl het potentieel onderbenut blijft. Hierbij moet men enerzijds deze medewerkers coachen in een meer professionele communicatie met andere zorgverstrekkers, en moet anderzijds de beeldvorming van de sector veranderen. Ook bij de modernisering van communicatie rond patiënten en cliënten moet de gezins- en bejaardenhulp een duidelijke plaats krijgen, zodat het potentieel van deze medewerker in de zorgverlening ten volle zou worden benut. Uit voorgaand onderzoek23 blijkt inderdaad dat de verhouding met andere zorgverleners beter kan. In 2006 nam een ruime helft bijna nooit deel aan vergaderingen met andere zorgverleners. De samenwerking met andere partners in de thuiszorg is één van de elementen waar verzorgenden het minst tevreden mee zijn. “Zeker, in de beeldvorming staan we nog altijd laagst op de ladder en eigenlijk komen we het langst bij cliënten.. […]En het zijn ook die aspecten die we onze personeelsleden nog meer moeten meegeven, dat ze e een heel belangrijke sleutel zijn, want de continuïteit en het bewaken van de evolutie van de gezondheid van de zorgvrager. Net omdat ze gedurende langere periodes aanwezig zijn, zien ze heel goed de evolutie.” “Dat is ook een beetje de frustratie he. De verzorgende weet goed wat er aan de hand is. Ze hebben daar communicatieschriftjes, voor. En zo’n dokter, die stapt binnen den die weigert daar in te kijken. Terwijl daar alles in staat.” (focusgroep directie gezins- en bejaardenhulp)

23

Ver Heyen W.. (2006) Werken in de gezinszorg: belangrijkste resultaten van het PROXIMAonderzoeksproject. Algemene Directie Humanisering van de Arbeid

44

Profile for VIVO

De beleving van werk in de Vlaamse social-profitsectoren  

VIVO vzw voerde, in opdracht van de sociale partners van de Vlaamse social profitsector, een onderzoek naar Werkbaar Werk in de social pro...

De beleving van werk in de Vlaamse social-profitsectoren  

VIVO vzw voerde, in opdracht van de sociale partners van de Vlaamse social profitsector, een onderzoek naar Werkbaar Werk in de social pro...

Profile for vivovzw
Advertisement