Page 11

3. Conceptualisering van ‘werkbaar werk’ Om het concept ‘werkbaar werk’ in te vullen baseren we ons op de invulling van de Vlaamse werkbaarheidsmonitor. Werkbaarheid wordt hier gedefinieerd door vier werkbaarheidsindicatoren: werkstress, motivatie, leermogelijkheden en werk-privé-balans. Deze vier indicatoren bepalen samen de kwaliteit van arbeid. 

 

Met stress wordt de mate van mentale vermoeidheid bedoeld, die het gevolg is van psychisch-sociale arbeidsbelasting. Werkstress leidt tot spanningsklachten en een verminderd functioneren. Motivatie is de mate waarin de inhoud van het werk leidt tot betrokkenheid. De leermogelijkheden omvatten zowel de mogelijkheid tot formeel als informeel leren. Het gaat hierbij om de mate waarin iemand door opleiding, bijscholing en werkervaring haar/zijn competenties en vaardigheden kan behouden en verder ontwikkelen. De balans werk-privé duidt de mate aan waarin de eisen die het werk stelt een belemmering vormen voor het privé-leven.

Werkbaarheidsrisico’s zijn kenmerken van de arbeidssituatie die de werkbaarheid beïnvloeden. In de werkbaarheidsmonitor worden zes risico-indicatoren gemeten: werkdruk, emotionele belasting, taakvariatie en arbeidsomstandigheden, autonomie en ondersteuning van de leidinggevende.    

 

Werkdruk is de mate van belasting die het gevolg is van de hoeveelheid werk die iemand binnen een bepaald tijdsbestek presteert. Emotionele belasting is de mate van belasting die het gevolg is van de interactie met gebruikers, klanten en patiënten. Taakvariatie is de mate waarin het werk afwisseling biedt en een beroep doet op de kennis en de vaardigheden van de taakuitvoerder. Arbeidsomstandigheden duiden op de mate waarin men tijdens het werk blootgesteld wordt aan fysieke en ergonomische risicofactoren zoals lawaai, gevaarlijke stoffen, tillen, ongemakkelijke houdingen,… Autonomie is de mate waarin iemand invloed heeft op de planning en de organisatie van het eigen werk. Het laatste werkbaarheidsrisico behelst de mate waarin men door de leidinggevende adequaat begeleid en ondersteund wordt in het werk.

Bij de analyse van werkbaar werk onderscheiden we vier dimensies van kwaliteit: de vier A’s van de arbeid. Deze maken het mogelijk om de kwaliteit van de arbeid in te schatten en hierbij breder te gaan dan de abstracte indicatoren en risico’s die worden gebruikt bij de werkbaarheidsmonitor. Deze vier A’s zijn arbeidsinhoud, arbeidsomstandigheden, arbeidsverhoudingen en arbeidsvoorwaarden6. De combinatie van deze twee concepten (de 4 A’s en de werkbaarheidsindicatoren) stellen ons in staat om praktijken uit de sector goed te kunnen catalogeren in functie van een te ontwikkelen

6

Van Hootegem G., van Amelsvoort P., Van Beek G., & Huys R. (2008) Anders organiseren & beter werken. Acco: Leuven.

11

Profile for VIVO

De beleving van werk in de Vlaamse social-profitsectoren  

VIVO vzw voerde, in opdracht van de sociale partners van de Vlaamse social profitsector, een onderzoek naar Werkbaar Werk in de social pro...

De beleving van werk in de Vlaamse social-profitsectoren  

VIVO vzw voerde, in opdracht van de sociale partners van de Vlaamse social profitsector, een onderzoek naar Werkbaar Werk in de social pro...

Profile for vivovzw
Advertisement