Issuu on Google+

Jaargang 9 - nummer 2 - December 2012


Projecten van het museum Het bestuur van het Visserijmuseum Zoutkamp informeert u graag over de stand van zaken met betrekking tot nieuwe, lopende en afgeronde projecten. Sloep ZK 31 Neptunus Op 28 juni 2012 is de sloep waar drie jaar lang aan is gewerkt door deelnemers en medewerkers van de Stichting Historische Visserij Zoutkamp overgedragen aan het Visserijmuseum. Dit was een feestelijke gebeurtenis voor alle betrokken partijen. De doop en de tewaterlating werden verricht door Garnalenkoningin Lianne van der Veen-Bolt en de Commissaris van de Koningin, de heer Max van den Berg. Deze zomer zijn er al diverse vaartochten gemaakt met de ZK 31 en is ook een aantal evenementen bezocht. In de wintermaanden wordt er onder leiding van schipper Peter Postma gewerkt aan de verdere ontwikkeling van nieuwe arrangementen.

Van Lauwerszee tot Dollard In de winter van 2010/2011 is in samenwerking met vrijwilligers uit Delfzijl, Termunterzijl en Noordpolderzijl gewerkt aan de ‘reizende’ expositie ‘Van Lauwerszee tot Dollard’ over de ontwikkeling van de visserij langs de Groninger kust. In 2011 was de expositie te zien in het Visserijmuseum en in het afgelopen seizoen in het Muzeeaquarium in Delfzijl. Volgend jaar is de expositie waarschijnlijk in Termunten te bewonderen. Historicus Albert Buursma is benaderd om een boekje te schrijven over het onderwerp van de expositie. Dit boekje wordt eind dit jaar uitgegeven. De expositie en het boekje zijn mede mogelijk gemaakt door subsidie uit het Europees Visserij Fonds (EVF).

Open Cultuur Data Het Visserijmuseum Zoutkamp wil haar collectie toegankelijk maken voor een zo breed mogelijk publiek en voor zo veel mogelijk toepassingen. Vandaar dat het museum haar collectie-informa-

tie beschikbaar stelt via Maritiem Digitaal (www.maritiemdigitaal.nl) en als Open Cultuur Data. Open Cultuur Data is museale informatie (teksten, foto’s, filmpjes of geluidsopnamen) die zonder juridische, financiële of technische beperkingen voor hergebruik beschikbaar worden gesteld via het internet. Begin dit jaar is het Visserijmuseum geselecteerd voor deelname aan de masterclass ‘Open Data voor culturele instellingen’. Willy Bakker is in totaal zeven keer afgereisd naar Amsterdam voor een aantal leerzame bijeenkomsten en de afsluitende ‘hackathon’. Concreet resultaat van de masterclass is het beschikbaar stellen van de collectie-informatie van het Visserijmuseum als Open Cultuur Data (www.opencultuurdata.nl/wiki/maritiem-digitaal). Daarnaast wordt het boekje over de expositie ‘Van Lauwerszee tot Dollard’ onder een Open Data licentie gepubliceerd.

Archief Hulp in Nood Begin dit jaar is het archief met documenten van vissersvereniging Hulp in Nood naar het Visserijmuseum overgebracht. Het oudste stuk dateert van 1889 en het jongste van 2001. Het archief beslaat meer dan 100 jaar en weerspiegelt de rijke historie van Hulp in Nood. Een werkgroep bestaande uit Anouk Bakker, Onne Nienhuis, Berend Zwart en Willy Bakker heeft hard gewerkt aan het ordenen, beschrijven en verpakken van de documenten. Historicus Albert Buursma heeft vervolgens het archief gebruikt voor zijn onderzoek naar de ontwikkeling van de visserij langs de Groninger kust. Met Hulp in Nood is overeengekomen dat het archief op korte termijn overgebracht wordt naar Groninger Archieven.

Hogelandwijzer Binnen het project Hogelandwijzer werken zeven attracties in de regio, waaronder het Visserijmuseum, gezamenlijk aan hun promotie. Dit doen zij door middel van een stempelkaart en bijbehorende website (www.hogelandwijzer.nl). Gasten krijgen korting wanneer zij meerdere deelnemende attracties bezoeken en maken daarnaast kans op een leuk presentje of een compleet verzorgd verblijf op het Hogeland. De Hogelandwijzer is zo succesvol, dat er inmiddels wordt nagedacht over een vervolg in 2013.

Vissersschepen aan de Dam

Presentatie van Willy Bakker tijdens ‘hackathon’ in Amsterdam (lottebelice/Flickr)

Nieuwsbrief VMZK

In de tijd dat het Lauwersmeer nog de Lauwerszee was en eb en vloed nog tot de dijk van Zoutkamp kwam, voer een vloot van wel 40 vissersschepen iedere dag uit om vis en garnalen te vangen. Om een stukje gevoel uit die tijd te geven, lagen er in de zomermaanden elk weekend een aantal vissersschepen aan ‘de Dam’ van de binnenhaven in Zoutkamp. De bezoekers kregen

2


maanden al het historisch beeldmateriaal in het museumarchief te digitaliseren en online beschikbaar te stellen via de Beeldbank Groningen, te beginnen met de foto’s uit de jaren 60 die geschonken zijn door Willy Kramer. Het idee is om het project verder uit te breiden met een aantal activiteiten of (online) publicaties met als thema ‘Zoutkamp in beelden’. De werkgroep denkt na over een verdere uitwerking en komt binnenkort met een projectplan. Vooruitlopend hierop heeft een tweetal vrijwilligers een cursus gevolgd bij Groninger Archieven over het digitaliseren en online beschikbaar stellen van beeldmateriaal.

Historische vistochten met de ZK 4 Albatros

Binnenhaven Zoutkamp, medio jaren 60 (uit album Willy Kramer)

de gelegenheid om de Zoutkamper garnalenkotters te bekijken, een praatje met de schippers te maken en de sfeer van de visserij proeven. Het project is een samenwerking van de Stichting Historische Visserij Zoutkamp, vissers van Zoutkamp, Water­ recreatie Zoutkamp en het Visserijmuseum.

Lauwersland Promotietour Tijdens de Lauwersland Promotietour varen drie historische schepen uit het Lauwersland, waaronder de ZK 4 Albatros, naar andere regio’s binnen en buiten Nederland om het gebied onder de aandacht te brengen. In september heeft de ZK 4 samen met de WL 19 en de reddingboot Suzanne de Duitse vissershaven Greetsiel aangedaan, waar ook de garnalenpelsters en visbakkers van het museum hun opwachting maakten. Het bezoek was zeer geslaagd en heeft veel publiciteit opgeleverd voor het Lauwersmeergebied in het algemeen en het Visserijmuseum in het bijzonder. De Lauwersland Promotietour is onderdeel van het projectencluster ‘Vizier op de Visserij van het Hoogeland’ en wordt mede mogelijk gemaakt door het Europees Visserij Fonds (EVF).

Zelfevaluatie Museumregister In de vorige editie van de nieuwsbrief is al uitgebreid aandacht besteed aan de aangescherpte eisen van het Museumregister. Alle geregistreerde musea, waaronder ook het Visserijmuseum, moesten dit jaar een zelfevaluatie uitvoeren. Begin oktober zijn de gegevens verstuurd en het voorlopige resultaat is positief: het museum voldoet aan de gestelde eisen. Uit de zelfevaluatie kwamen wel een aantal aandachtspunten naar voren, zoals het vrijwilligersbeleid en het collectieprofiel. Dit zijn onderwerpen die in 2013 hoog op de prioriteitenlijst staan van het bestuur. Volgend jaar volgt het definitieve oordeel wanneer de auditor van het Museumregister langs komt. Dan wordt bepaald of de accreditatie van het museum met vijf jaar wordt verlengd. Het bestuur ziet dit bezoek met vertrouwen tegemoet.

Zoutkamp in beelden Dankzij een bijdrage van gemeente De Marne is het Visserijmuseum sinds de zomer aangesloten bij Beeldbank Groningen (www.beeldbankgroningen.nl). Het doel is om de komende

Het Visserijmuseum heeft onlangs subsidie ontvangen van de provincie Groningen en het Europees Visserij Fonds (EVF) voor het mogelijk maken van ‘historische vistochten’ met de ZK 4. Het schip wordt de komende maanden verder gerestaureerd. Zo worden onder andere de lier en de netten vervangen. Daarnaast wordt een aantal veiligheidsmaatregelen doorgevoerd. De ZK 4 is ondertussen aangemeld bij het Nationaal Register Varend Erfgoed. Het doel is om in 2013 met de ZK 4 de (hoogste) A-status te verkrijgen. Hiertoe moeten niet alleen de restauraties op een historische verantwoorde wijze worden uitgevoerd, maar is ook aanvullend onderzoek nodig naar de ZK 4. Tenslotte worden er nieuwe vaararrangementen ontwikkeld in samenwerking met partners in de regio en gaan we met het schip meer evenementen buiten de regio bezoeken (zie ook het project Lauwersland Promotietour).

Collectiewacht Het Visserijmuseum doet in 2013 mee aan een pilot van het Museumhuis Groningen: de Collectiewacht. De Collectiewacht is bedoeld om kleine museale instellingen te ondersteunen bij het opstellen en toepassen van een handboek voor beheer en onderhoud. Onderwerpen als klimaatbeheersing, inventarisatie van de conditie van objecten en conservering van objecten komen aan bod. Het bestuur is nog op zoek naar geïnteresseerden die namens het Visserijmuseum mee willen doen aan de pilot en als ‘Vrijwilliger Beheer & Onderhoud’ aan de slag willen in het museum. Geef u op via tel. 0595 407074 of info@visserijmuseum.com.

SHVZ-projecten: reddinghuisje, vissershuisje en kalkovens Regelmatig krijgt het bestuur van het Visserijmuseum vragen over de herbouw van het reddinghuisje achter de dijk, het vissershuisje aan de S.H. Woldringhstraat en de kalkovens. Het Visserij­­museum is echter geen deelnemer in deze projecten en de projectresultaten worden ook niet aan het museum overgedragen. Het zijn projecten van de Stichting Historische Visserij Zoutkamp (SHVZ). Als u meer wilt weten over de status van SHVZ-projecten kunt u contact opnemen met het bestuur van de SHVZ (tel. 06-30187856)

3

Nieuwsbrief VMZK


Het wandelend oog van de platvis

S

oms krijg je als vrijwilliger bij het Visserijmuseum een vraag waarop je in eerste instantie het antwoord schuldig moet blijven. Zo zat onlangs een mail in onze postbus met de volgende tekst:

Geachte dames en heren, de visboer kon mijn prangende vraag niet beantwoorden; misschien kan u het. Platvissen worden als ‘gewone’ vis geboren. Al snel vergroeien ze naar één kant. Naar welke kant vergroeien ze? En gaan alle soorten naar dezelfde kant? Ik ben benieuwd naar uw antwoord. Met vriendelijke groet, F. Jeger Ohlenbusch Een intrigerende vraag! Het Visserijmuseum ging op onderzoek uit en kreeg daarbij hulp van zeebioloog Louis Witte uit Lettelbert. De platvis heeft twee ogen aan dezelfde kant van zijn kop. Dat is niet voor niets. Liggend op de zeebodem wacht de platvis geduldig op zijn prooi, zijn lijf ingegraven of stevig gedrukt in het zand, waartegen hij nauwelijks afsteekt. Alleen de priemende ogen, twee bolletjes op de bovenkant van de platte vis, verraden zijn aanwezigheid. Dat de ogen van een platvis op dezelfde kant van de kop zitten, is erg handig. Want uren op de zeebodem moeten liggen terwijl één oog continu in het zand steekt, is vast geen pretje. Een platvis start zijn leven niet met twee ogen aan dezelfde kant van zijn kop. Een jonge tong, schol of bot is namelijk een heel gewoon visje, met één oog op de rechterkant van zijn kop en het andere op de linkerkant. Tijdens de ontwikkeling van de vissenlarve maakt één van beide ogen een wandeling, via de bovenkant van de kop naar het andere oog. Eenmaal op de andere helft aangekomen, blijft het daar. Maar naar welke kant verplaatsen de ogen zich dan? Om kort te gaan: alles kan. Er zijn platvis-soorten waarvan beide ogen rechts (dextraal) zitten en er zijn soorten met beide ogen aan de linkerzijde (sinistraal). De tarbot (Scopthalmus maximus), de schol, de schar en aanverwante soorten zijn sinistraal. De tong (Solea solea) is een dextrale soort. Maar er zijn ook soorten waarbij beide varianten in gelijke mate voorkomen. Van die laatste is de heilbot (Psettodes erumei) een voorbeeld. In bijgaande figuur en tekst wordt ter illustratie de ontwikkeling van de tong beschreven.

de vinstralen ontwikkelen zich. 17 dagen (6,5 mm): Het linker oog is naar de bovenkant van de kop gegroeid. Het pigment in de huid neemt toe en de jonge vis begint actief van groter plankton te eten. 22 dagen (8,0 mm): Beide ogen zitten nu aan de rechter kant van het lichaam en de jonge vis, die nu het larvale stadium voorbij is, is blind aan de linkerzijde. De lichaam heeft de volwassen vorm aangenomen en het pigment neemt vooral toe op de kop en aan de randen van het lichaam. De restanten van de dooierzak zijn volledig verdwenen. 28 dagen (9,0 mm): De vinstralen, de ruggegraat en de ribben zijn duidelijk ontwikkeld en pigment neemt over het gehele lichaam toe. 35 dagen (10,0 mm): De metamorphose is vrijwel volledig en de schedel neem toe in omvang en sterkte. In dit stadium de jonge schol is van de broedgronden gemigreerd naar de ondiepe kustwateren. Het pigment neemt nog meer toe en met 50 dagen hebben de meeste jonge vissen zich op de zeebodem gevestigd en zijn bodembewoners geworden. In de volgende paar maanden past de huidskleur zich aan aan het patroon van de bodem zodat de vis zich kan verbergen. Wanneer ze bodembewoners worden verandert hun dieet naar wormen en kleine kreeftachtigen. Tekst en tekening uit: Sealife, a complete guide to the marine environment, 1996, Waller, G. e.a. Haarlem. ISBN: 90-74345-12-3.

5 dagen (3,5 mm): De larve ontwikkeld als een gewone vislarve en leeft in het open water vlak tegen het oppervlak waar het uit het drijvende ei kwam. In dit stadium leeft het van de voedingsstoffen in de dooierzak. 10 dagen (4,0 mm): De meeste vinnen zijn ontwikkeld en de mond kan geopend en gesloten worden. 13 dagen (5,0 mm): De eidooier is grotendeels opgebruikt en larve begint zich te voeden met microscopische plankton. De vis begin asymetrisch van vorm te worden als het linker oog zich naar de bovenkant van de kop verplaatst en de schedel en de kaken wat draaien. De vinnen worden duidelijker herkenbaar en

Nieuwsbrief VMZK

4


(Post)kaart uit Zwitserland

T

oen we in september op een doordeweekse dag met een aantal vrijwilligers in de kantine van het museum een kopje koffie zaten te drinken, stond er ineens mijnheer met een grote doos onder de arm voor de balie die op zoek was naar een bestuurslid van het Visserijmuseum. Hij stelde zich voor als de heer Willem A. Jörg uit Zwitserland en vertelde dat hij 1500 ansichtkaarten had laten drukken, die hij graag aan het museum wilde geven. Op de ansichtkaarten was een –tot nu toe onbekende- foto van de Reitdiepsluizen afgebeeld. De bedoeling van de heer Jörg was om het museum (financieel) te ondersteunen: de ansichtkaarten zouden verkocht kunnen worden, waarbij de opbrengsten ten bate zouden komen van het Visserijmuseum. De op de ansichtkaarten afgebeelde foto hing vroeger in de werkkamer van de heer Jan van den Berg (1846-1932), de overgrootvader van de heer Jörg. Van den Berg was bouwkundige, aannemer en adviseur bij de provincie en bij diverse gemeenten. Van

1874 tot 1877 was hij door de Provinciale Waterstaat der Provincie Groningen aangesteld als (hoofd)opzichter bij de aanleg van de aarden dam naar Nittershoek en de spuisluizen met scheepvaartsluis in het Reitdiep bij Zoutkamp. Als jonge man met strohoed poseerde hij op het buitenhoofd van de nagenoeg voltooide hoogwaterkering. De foto die toen gemaakt werd, siert nu de ansichtkaarten die te koop zijn in de museumwinkel. Uiteraard is het bestuur van het Visserijmuseum erg blij met deze bijzondere gift. Daarnaast is de informatie van de heer Jörg over zijn overgrootvader - die niet alleen een belangrijke rol had bij de totstandkoming van de Reitdiepsluizen, maar ook als hoofopzichter bij het indijken van de Negenboerenpolder (1872), de Westpolder (1874) en de Lauwerpolder (1892) - ook heel waardevol. Het bestuur dankt de heer Jörg en hoopt op verdere informatie­ uitwisseling en samenwerking in de nabije toekomst.

Vrijwilliger in het zonnetje...

Z

ondag hebben we een Beurtvaart, maar ik heb nog geen chauffeur naar Groningen, zou jij…? “Geen punt hoe laat moeten we weg?” Morgen brengen we de ZK 4 naar Appingedam en ’s middags moeten we weer naar huis kun jij…? “Ja hoor da’s goed, hoe laat denk je er te zijn? Ik haal jullie wel even op.” Bij Koert Sterkenburg sr. krijg je bijna nooit geen nee, als je hem om een gunst of dienst vraagt voor het Visserijmuseum. Of het nou gaat om mensen vervoeren, spullen wegbrengen, de nieuwe expositie inrichten of een

schilderklusje, hij staat altijd klaar. Een andere ‘gave‘ is het geven van rondleidingen aan kleine groepen, grote groepen of héle grote groepen in het museum. Ook inspringen op de ZK 4 en de ZK 31 behoort tot de activiteiten van Koert, hetzij als stuurman hetzij als schilder. Kijk maar eens naar het pas gelakte stuurhuis van de Albatros... Zonder wie dan ook te kort te willen doen heeft het bestuur van het Visserijmuseum Zoutkamp dan ook gemeend Koert Sterkenburg sr. als eerste op te voeren in de nieuwe rubriek: ‘Vrijwilliger in het zonnetje’.

5

Achter op de ZK 4 op de Eems

Nieuwsbrief VMZK


Marinus (Tinus) Mellemoa

O

p 25 oktober 1974 ben ik bij Tinus Mellema op visite geweest, inmiddels 38 jaar geleden. Hij was toen 89 jaar. Niet zomaar op visite maar een visite met een bedoeling. Ik vond en vind het prachtig om met mensen te praten die iets te vertellen hadden of hebben over dorp waarin we beiden, in dit geval Mellema en ik, waren opgegroeid. Maar in een totaal verschillende tijd en in totaal verschillende omstandigheden. Maar hij heeft in zijn vroegste kindertijd wel op dezelfde plekken gespeeld en op dezelfde plekken gelopen. Tussen zijn kindertijd en mijn kindertijd zitten ongeveer 65 jaren. Zijn eerste 15 jaar speelden zich af in een Zoutkamp aan het eind van de 19e eeuw. Een tijd van grote armoede. Daarom ging ik gewapend met een eenvoudige Grundig bandrecorder op visite bij Mellema om over zijn leven te praten. Mijn zwager Sjoert van der Veen was eveneens bij het gesprek aanwezig. Tinus was zijn oudoom. Hij woonde in 1974 op een manier die we nou nog aantreffen in zijn huisje in het Zuiderzeemusem in Enkhuizen. Alleen de kachel komt niet overeen want die stond ver de kamer in verbonden door een lange kachelpijp. Onderaan een ring waar je de voeten op kon zetten, “zwilkje op toavel, kraant onner asbak, ien alle vensterbanken ain geroanium en holten blinden aan binnenkaant veur roamen”. Bedsteewand met in het midden een ingebouwd kastje waar de dagelijkse levensbehoeften werden bewaard en de jeneverfles. Onderstaand een klein gedeelte uit het gesprek over het leven op de loggers rond de eeuwwisseling en een anekdote over armoede. Marinus (Tinus) Mellema werd geboren op 1 maart 1885. (Hij overleed op 8 februari 1985, net geen 100. Een tijd waarin het met de visserij op Zoutkamp en in zijn algemeenheid niet goed ging. Er werd zelfs een comité opgericht met als doel: “De vissersvloot van Zoutkamp aanmerkelijk te verbeteren”. Deze “Zeevischmaatschappij” is er ondanks allerlei inzamelingen nooit gekomen. Met de zeevisserij gaat het intussen steeds slechter. Dat zal grote armoede hebben betekend wat ook uit het verhaal van Mellema blijkt. Veel (heel) jonge kerels trokken dan ook naar Emden waar ze aanmonsterden op haringloggers. Hard werken op schepen die slecht waren uitgerust en waarop weinig werd verdiend. Ook Mellema is één van die jongens. Ze vertrokken rond Pinksteren, lopend, in een grote groep. Mellema zegt daarover: “Hier was niks meer te verdainen, ien aal dei plakken nait, zoas ook ien Peasens en Wierum en zo wat hen. Het haitte dat er gain vis meer was en genoaten as Pinkster was. Den lagen ze heur scheepkes hen en gingen ze noar logger, heernloggers ien Emden.

percenten. En wie waren viefentwenneg , zeuventwenneg week vot, doar dee wie drei raaizen van. Den kwamen je tweimoal 24 uur binnen. Ien dei tied mos je t schip lössen en weer loaden en den ging je weer noar zee hé. En den kon je even, dei n vraauw haar, even noar hoes tou schrieven ien houveul tied laveren dat je binnen waren en zo. Ja wie mozzen laveren want alles ging op zaails. Op dei logger ston n kaggel ien t midden veurien. Doar

Om Pinkster ging je hier vandoan, lopend, en den bleef je n haalf joar vot. Hier gingen zowat zeuventeg mensen vandoan, doudestieds noar logger, groot en klain. Vrijgezellen mor ook n baarg trouwden. Mien bruiers Gerrat (Gerard), Kers en Jan vouern der aalmoal op. Summigen waren jong. Twaalf en vieftien joar! Ik haar der ien Emden al n poar joar op voaren dou kwam ik bie Moanus van der Schoor aan boord, n Hollandse schibber. En dou was ik oldste aan board van dreientwennig joar. Mit Kloas Bakker en Ties en Sieger (Bol). En dou loater, n raais doarop kwam Jan Berends (Oostema) bie ons aan boord, dei was older. Nou dou was wie n gezellig plougje aan boord. Siegers Hennerk en Jan Zwart waren schibbers hier vandoan. Wie bennen ainmoal mit zös waarkboare keerlns noar zee goan. Die annern waren almoal zeezaik. Kiener nog hé, den lag hier ain ien boot en doar ain en buiswoater stoof heur over kop hen. Allernoast. Ik mainde hoast dat we twaalf gulden weekgeld haarn en den haar je n poar

Nieuwsbrief VMZK

6

Tinus op z’n vertrouwde stek, bij de kachel in z’n oude huisje aan de Kerkstraat


zat je omtou mit banken en mos je mor zain dat je dreug bie werden. Doar achter woar je zaten haar je joen kooien. En den haar je n heuveltaauw aan zoller en as t schip den zwoar slingerde den pak je joe gaauw aan taauw beet. Wat eten aangaait, (nadenkend) och ja wie vongen vis hé. Je kreegt alle oavends broaden heerns. Dei mozzen jongens schoonmoaken en broaden. En anners waren ‘t aarten en bonen. Zundoags kreeg je n poar eerabbels mit ‘n stukje vlaais, mainst spek. Moar ien week wer doar nait om docht. Wie haren vis genog hé. Wie mozzen zulf ons goud wassen. Dou Jan Berends (Oostema) bie ons aan boord was en Sieger (Bol) en ik waaide ‘t ’s nachts zo haard, en hai haar wosken, goud wosken. En hai lait ‘t hangen ien t want. Wie zeden: “Jan doe mos dien goud ien hoes hoalen.” “Joa” zee er: “’k zel t domment doun”. Moar dat domment bleef domment hè. En dou annerdoags ’s mörgens dou wie wakker worden, wazzen hemd en onnerboksem baaid vot. Dei baaide slipkes dei hongen der nog woar der ‘ t mit vaastbonden haar vanzulf hè. Dou raip wie hom: “Jan wol t dien goud ook ien hoes hoalen?”. En hai noar boven en loerde der aan en zee: “Ik wol dat nou zo haard begunde te waaien dat dei baaide slipkes der ook nog oafwaaienden”. Dat was ‘n verrekte roare keerln jong, as ‘t zo kwam.

levensonnerhold. Ook sums van gemainte, doar was’ n keerln veur. Olle Frouke Trien (!) het ‘t er ‘n keer hen west want dei kreeg twei kwatjes. Dou is ze vot hen goan noar börgmeester tou. Noar Ollerom, lopend, kon al nait lopen. En dou was ze doar komen dat zai mor twei kwatjes kregen haar. “Joa”, haar börgmeester zegd:”Maar de lucht voedt ook al”. “Lucht vudt ook aal..”, haar ze zegd: “Den mos doe goddomme bie ons op diek komen”, zee ze: ”Den kens oetwaaien en den ken t wezen das ook nog n kont ien dien boksem krigs!” Dou haar börgmeester heur n gulden ien haand drukt. En dou was Nederland riek mor n arm mens haar niks. ‘t Was hier hoeske aan hoeske aalmoal aarmoude. Allernoast. Berend Zwart Wienmoand 2012

Wie hadden ook duvels veul last van vlooien. Ainmoal haar we zoveul last dat dou wie binnen kwamen gingen wie ien Emden waal op en doar hiel we vloopoeier. En den kreeg wie ‘n bloaspiepke en doar mos je op bloazen. Zo blouzen wie dat poeier deur kooi hen. Moar Jan haar vanzulf niks, dei haar nait aan west. Dou ging er goddomme aan dek stoan mit t hemd ien aine haand en onnerboksem ien anner en dou links en rechts tegen de mast aan. “Nou krieg ik ze veur n duvel aalmoal wel weg!” Wat hebben wie lacht. Vreemde seigneur, Folgert zien olheer. Dou t oorlog wer bennen de lesten der oaf goan. Oorlog het ‘n end aan voaren op loggers moakt” Deze verhalen geven een stukje geschiedenis weer van mensen die in een ongelofelijk moeilijke tijd leefden. Grote armoede en daardoor een zeer eenvoudig bestaan. Maar het waren wel mensen die stonden in de geschiedenislijn van Zoutkamp en hadden op hun eigen plaats betekenis voor Zoutkamp. Veel zaken worden leuker en krijgen meer betekenis als er verhalen bij of over verteld worden. Hebt u zo’n verhaal over Zoutkamp of personen uit Zoutkamp. Ik wil het graag horen. U mag ze mailen en anders maken we een afspraak en kom ik langs. bzwart12@home.nl Als laatste een gedeelte uit het gesprek, een anekdote over armoede. Het gaat vooral over de 20- en 30er jaren. Het werden de crisisjaren genoemd. We spreken op dit moment ook over de crisis terwijl we in een land leven van over en te veel. Misschien ter relativering: “Aarme mensen kregen ain haarde gulden ien week van kerk. n Aarm mens, dei van alles niks het ain gulden geven veur heur

7

Tinus Mellema met ‘de bel’ als dorpsomroeper van Zoutkamp.

Nieuwsbrief VMZK


ZK 21 vist onderdeel ‘Wellington’ op Het wondere verhaal achter een neergestorte Engelse bommenwerper

I

n mei van dit jaar kwam het Visserijmuseum in het bezit van een bijzonder voorwerp, dat de vrijwilligers van de werkgroep Collectiebeheer aanvankelijk voor een raadsel stelde. Het ging om een zwaar gehavend machineonderdeel, opgevist door Michel Groefsema van de ZK 21 in de Westerems. De werkgroep ging onder leiding van Jan Gerdez op onderzoek uit naar de herkomst van het voorwerp. Het belangrijkste aanknopingspunt was het plaatje bevestigd op het voorwerp met daarin onder andere het woord ‘Wellington’ gegraveerd. De Wellington was de belangrijkste Britse bommenwerper van de Tweede Wereldoorlog. Zou Michel een onderdeel opgevist hebben van een neergestort vliegtuig? Aan de hand van de coördinaten van de vindplaats werd het verliesregister van de Studiegroep Luchtoorlog geraadpleegd. Al snel bleek het te gaan om de Wellington III BJ670 KO-K, die op 26 juli 1942 om 0.30 uur ’s nachts is neergestort in de Noordzee, 10 kilometer ten noorden van Schiermonnikoog. Het vliegtuig en de bemanning maakten deel uit van het 115 Squadron. Om 22.00 uur in de avond was de BJ670 KO-K samen met ruim 400 andere RAF-bommenwerpers richting Duitsland vertrokken om Hamburg te bombarderen. Het vliegtuig had één grote bom aan boord van 4.000 lb (1.815 kg), die op 12.000 voet boven de stad is losgelaten. De aanval was geslaagd. Het verlies aan Duitse zijde was groot: 5.000 huizen werden beschadigd, 823 verwoest; 337 burgers kwamen om, 1.027 waren gewond en 14.000 werden dakloos. Maar ook de RAF kwam gehavend uit de strijd: 29 bommenwerpers gingen verloren, waaronder de BJ570 KO-K. De BJ670 KO-K werd door Duits luchtafweergeschut naar beneden gehaald op de terugweg van Hamburg. Er waren 5 bemanningsleden aan boord van het vliegtuig: Captain Sgt. Baden B. Fereday, een ervaren piloot met al 15 vluchten in zijn logboek; Sgt. Kelvin H. Shoesmith, een Australiër die de geschutskoepel aan de achterzijde van het vliegtuig bemande; Sgt. Glafkos Clerides, een Cyprioot die zijn opleiding in Engeland had genoten en marconist was. Sgt. Frank Skelley, met een leeftijd van 19 jaar het jongste bemanningslid, verantwoordelijk voor het richten van de bommen en de voorste geschutskoepel; Sgt. Harry Lindley, die op de uitkijk stond. Het lukte alle bemanningsleden om op tijd uit het vliegtuig te komen. Sgt. Clerides was gewond geraakt aan zijn been, maar landde veilig met zijn noodparachute. Hij werd opgepakt door de Luftwaffe en naar een ziekenhuis in Bremen gebracht, waar hij geopereerd werd aan zijn been. De

overige bemanningsleden verlieten het vliegtuig pas toen het was neergestort op het water. Met hun zwemvesten aan dobberden ze op de Noordzee. Shoesmith was tijdens de crash gewond geraakt en verloor al snel het bewustzijn. Hij dreef weg van de rest van de groep en is op 21 augustus 1942 dood aangetroffen voor de kust van Oksby. Skelley overleed na zes uur in het water van de kou. Hij is later aangespoeld en begraven op Texel. De rest van de bemanning werd 10 minuten na het overlijden van Skelley opgepikt door een Duits watervliegtuig en overgebracht naar Norderney. Van Norderney gingen ze voor ondervraging naar Dulag Luft in Oberursel, een doorgangskamp van de Luftwaffe. Tenslotte belandden ze in Stalag VIII-B Lamsdorf, een berucht Duits krijgsgevangenenkamp. Glafkos Clerides werd na de oorlog advocaat en een prominent politicus op Cyprus. In 1988 deed hij mee aan de presidentsverkiezingen . De oppositie begon een lastercampagne tegen hem en beschuldigde hem van collaboratie met de Duitsers. Op uitnodiging van een zakenman die de campagne van Clerides steunde, kwamen Baden Fereday en Harry Lindley naar Cyprus om de beschuldigingen te ontkrachten en een verklaring af te geven dat Clerides in feite een echte patriot én oorlogsheld was. Het is wonderlijk hoe een voorwerp dat in de netten van een Zoutkamper visser belandt, zo’n prachtig en tegelijkertijd treurig verhaal vertelt uit onze geschiedenis. Wie meer wil weten, zou een kijkje kunnen nemen op de website van de RAF en het uitgebreide verslag opgetekend door Don Bruce kunnen lezen: http://www.raf.mod.uk/rafmarham/aboutus/memory7.cfm Bronnen: http://www.studiegroepluchtoorlog.nl http://worldwar2daybyday.blogspot.nl http://www.flensted.eu.com http://www.raf.mod.uk/rafmarham/aboutus/memory7.cfm

< Detail van de door de ZK 21 opgeviste Wellington-watertank

Nieuwsbrief VMZK

8


Visklaar maken ZK 4 Albatros

D

e afgelopen 9 jaar is het Visserijmuseum Zoutkamp steeds bezig geweest met de restauratie van de ZK 4 Albatros. Om te beginnen is het schip weer koolteer zwart gemaakt. De ijzeren masten zijn vervangen door de houten die er nu opstaan, het achterdek is vervangen, het stuurhuis is geheel vernieuwd, de binnenboorden en het dek zijn onderhanden genomen, het vooronder is opnieuw ingetimmerd en tegelijkertijd is voldaan aan de eisen van deze tijd inclusief modern toilet en vuilwatertank. Verder is in de loop van de jaren de 24 volt installatie onderhanden genomen en is er ook 220 volt aan boord. Om het plaatje compleet te maken zijn we momenteel bezig om het schip weer helemaal visklaar te maken. Dat visklaar maken heeft nog wel wat voeten in de aarde. Zo moet de schudzeef weer bedrijfsklaar worden gemaakt met een 24 volt motor en een schuifweerstand, moet de kookpot lucht krijgen van de exhauser, moeten er een paar nieuwe garnalennetten gemaakt worden en zo is er nog wel een aantal zaken te noemen die we zullen tegenkomen. De grootste operatie echter zal de revisie van de vis-

lier worden. Deze revisie is al aanbesteed aan de fa. Oldenhuis in Ulrum/Munnekezijl. Evenals de twee nieuwe garnalennetten, die gemaakt gaan worden door Ieske Nienhuis, een zeefnet en een net zonder zeef. Twee soorten netten dus zodat we ook aan het publiek kunnen laten zien dat de verschillen met vroeger wel heel groot zijn en dat de moderne garnalenvisser al jaren bezig is met verantwoord vissen. Opgeteld gaat er nog aardig wat tijd en geld zitten in deze ‘verbouwing’. De werkzaamheden voor het visklaar maken zijn mede mogelijk gemaakt dankzij een subsidie van het Europees Visserij Fonds (EVF). Het project ‘Historische vistochten met de ZK 4’ is onderdeel van het projectencluster ’Beleef garnalenvisserij in het Lauwersland’. Na de intocht van Sinterklaas op 17 november zijn we begonnen met het aftuigen van het schip en het demonteren van de lier zodat die naar Munnekezijl kan. In de tussentijd kunnen we de andere zaken onderhanden nemen. Eppo Lukkien, ZK 4

9

Nieuwsbrief VMZK


Even voorstellen:

Peter Postma, schipper van de ZK 31 ‘Neptunus’

H

allo, ik ben Peter Postma 47 jaar en getrouwd met Astrid. Samen hebben we 2 zonen: Vijko en Gaele. Ik ben enthousiast bootjesman, volger van de (beroeps) binnen- en buitenvisserij, vrijwilliger van het visserijmuseum, lid van de vrijwillige Brandweer en werkzaam als accountmanager voor Sanofi, een farmaceutische multinational. Sinds dit voorjaar ben ik coördinerend schipper van de ZK 31 Neptunus. Afgelopen voorjaar waren we aan het scharrelen op de ZK 4. De voormast die afgelopen winter onderhanden was genomen in de sloepenloods, moest worden terug geplaatst. Op een gegeven moment zei Eppo: Nog evm aans wat: Wie kriegen dei genoatesloep d’r bie en wie zuiken nog ain dei d’r om denken wil. En nou har ik zo dogt, das wel wat veur die. In eerste instantie zeer vereerd maar de 2e gedachte was: Wat haal ik me nu weer op de hals. Zelf eigenaar op dat moment van 2 schepen, een Grundel (intussen verkocht) en een Vreedenburgh Schokker. Maar beide lagen toch al in de haven en de sloep komt daar ook te liggen dus als je toch onderweg bent om te kijken hoe de zaak erbij ligt, kun je net zo goed om de sloep denken. Ken wie ’t in ain wotter ofwassen. Na ampel beraad en overleg met het thuisfront, Eppo geluk gegeven en er in gedoken.

voor 4 à 5 uur stroom over hebben, aldus het controle scherm. Afgelopen periode was een goede gelegenheid om te kijken hoe het allemaal reilt en zeilt en ideeën te verzamelen over zaken zoals verdere aankleding eventueel een netje erop en optuigen als ‘echte’ garnalensloep, verschillende soorten arrangementen etc. Inmiddels is eind november de sloep uit het water gehaald voor de winterberging op de vaste wal. Een plekje voor de winter wordt gezocht. Komend winter willen we ook nadenken over hoe we in de toekomst de sloep het best in kunnen zetten voor arrangementen, promotie van het Visserijmuseum en promotie van Zoutkamp. Willen we dat goed kunnen doen dan zou het goed zijn om een aantal extra mensen te hebben die met de sloep kunnen varen. Hierbij roep ik mensen op die ervaring hebben met varen en het leuk vinden om af en toe met een groep met de sloep te varen om zich aan te melden! Ook ideeën, suggesties of andere zaken met betrekking tot de sloep zijn van harte welkom. Voel jij je hierdoor aangesproken en/of heb je een idee of suggestie, meld je dan aan bij ondergetekende of Eppo Lukkien. Peter Postma 0595-402809 / 06-53127395 zk31@visserijmuseum.com

Na een aantal bezoeken in de sloepenloods en dito gesprekken met de bouwmeester Pieter Dijkstra en zijn team over wat er zoal op je af komt met een houten schip, ik was tenslotte alleen maar staal gewent, hoe zit dat met de aandrijving, in de sloep staat een elektromotor met een grote accu, hoe lang kunnen we hiermee varen, wat zit er op aan verf, lak en lijnolie? etc. etc., was het op 28 juni 2012 zover. Bijgestaan door de commissaris van de koningin van de provincie Groningen, drs. Max van den Berg, werd de ZK 31 Neptunus gedoopt door onze garnalenkoningin Lianne van der Veen-Bolt. Vervolgens werd de sloep te water gelaten en overgevaren naar zijn vaste ligplaats aan het plankpad voor het visserijmuseum. Sindsdien hebben we door een aantal tripjes de nodige ervaring opgedaan gedaan met de sloep. De maidentrip was gelijk op 30 juni. Met het smartlappen koor vanaf de locatie van hun sponsor zingend de binnenhaven ingevaren. Het koor goed verstaanbaar, wat een luxe zo’n stille elektromotor! Verder tripjes naar Electra, Oostmahorn en Roode Haan, dit alles geregeld door onze coördinatrice arrangementen, Annelies van den Heuvel, waarvoor dank! En aanwezigheid bij de Historische dagen Verhildersum en Winsum Maritiem. Met de laatste trip hebben we aangetoond dat we prima 8½ uur kunnen varen zonder bijladen en dan nog

Nieuwsbrief VMZK

10


Terug naar het land van mijn moeder

S

inds een paar maanden verdiep ik mij in uw omgeving, geachte Noorderling. Gehaast, verwaaid en verwesterd, stap ik dan in mijn auto’tje vanuit de stad Amsterdam, dwars door de polder, richting Hogeland. Nee, ik kom die lieve zeehondjes van Lenie niet bezoeken, noch ben ik geïnteresseerd in het paard van ome Loeks. Het is mij om het Reitdiepgebied te doen. Of liever gezegd: ik ben nieuwsgierig naar de mensen die aan deze meanderende oude rivier wonen, wat hen bezighoudt en waar zij aan hechten. Ik maak een documentaire over het Reitdiep en haar oeverland. En ik weet het nu al: dit is een land vol verhalen. Zo ontmoette ik op tweede Pinksterdag de Garnalenkoningin van Zoutkamp en volgde haar van ‘s morgens vroeg tot ver in de middag. Wat een spannende dag was dat en wat een sprankelende, stoere koningin. Daar is Maxima niets bij! Naar verluidt fluisterde men al weken in de kroegen en supermarkten van Soltcamp over wie het dit jaar zou wezen. Rianne of toch..? Had u al zo’n vermoeden? En wat mij ook begon te dagen: de doorgewinterde Zoutkamper is een visser, in hart en nieren! Goed daarom, dat u er een museum over hebt. Ben heel benieuwd wat ik nog meer op mijn weg langs het Reitdiep tegen zal komen. Ik zie er dan ook naar uit dat te ontdekken, om zo nog meer bijzondere verhalen te vinden. Tot aan het einde van dit jaar maak ik dan ook op verschillende plekken portretten, om het plaatje compleet te maken.Het visserschip De ZK4 ‘Al-

batros’ speelt overigens een rode draad in het verhaal. In de film vaart de ZK4 weg uit Zoutkamp en doet dan steeds de plekken aan waar ik verhaal ga halen. De opnames op de ZK4 hebben inmiddels al plaatsgevonden. Op 16 juni jl. maakten we een heuse filmvaartocht die ons van Zoutkamp richting Groningen leidde en weer terug. Met aan boord natuurlijk schipper Eppo Lukkien, maar ook een afvaardiging van het Visserijmuseum. Een dag overigens die begon met regen, wind en donkere wolken. Maar die naar mate de tijd verstreek, steeds lichter werd. De lucht klaarde op en de zon begon te schijnen. Nou ja, u kent het. Dan zie je al snel van die niet te evenaren, beroemde, Hollandse wolkenpartijen. Mooie dag dus om beelden te maken en ons mee laten voeren door het slingerende landschap.De voorzitter van het Visserijmuseum Berend Zwart bood aan het einde van de dag aan om de eerste voorstelling, te laten plaatsvinden in het Visserijmuseum zelf. En dat is echt prachtig nieuws. Zo krijgt de film straks een wereldpremière op een passende plek. Tot slot vraagt u zich misschien af wat zo’n stadskind als ik beweegt om keer op keer naar het Noorden af te reizen. Daar zijn meerdere redenen voor. Maar niet in de laatste plaats werd mijn moeder hier geboren. Op ‘t Ruigezand. Aan de oevers van het Reitdiep. Het beste maor weer!

Ingrid Oyevaar in.oyevaar@hetnet.nl

Canon van Zoutkamp Uw medewerking gevraagd!

I

n oktober 2006 verscheen de canon van de Nederlandse (vaderlandse) geschiedenis. Het is een leidraad (canon = leidraad) voor de geschiedenis van ons land. Het zijn 50 gebeurtenissen die heel belangrijk en bepalend waren voor de geschiedenis van ons land. Het zijn ijkpunten op de lijn van de geschiedenis. Ze worden ook wel vensters genoemd. Ze vormen op zich staande feiten maar hebben ook grote betekenis in de tijd. Een ijkpunt betekent vaak een verandering of een ommekeer. In zo’n verandering speelden mensen een grote of minder grote rol maar het waren wel boegbeelden van hun tijd. In navolging van de vaderlandse ge-

schiedenis is de “Canon van Groningen” geschreven; in 40 ijkpunten of vensters. Het leek ons een in het verlengde van deze beide canons een aardige gedachte om samen een “Canon van Zoutkamp” samen te stellen in een nog nader vast te stellen aantal vensters. Daarbij willen we een beroep doen op iedereen die Zoutkamp, en haar geschiedenis, een warm hart toedraagt. Als u denkt dat een gebeurtenis in de geschiedenis van Zoutkamp belangrijk is geweest willen we dat graag van u weten. Als u een keus of een gebeurtenis aandraagt is het prettig als u daarbij aangeeft

11

waarom u dit een belangrijk ijkpunt vindt. Bijvoorbeeld: wat was de aanleiding tot de gebeurtenis, was het een keerpunt, wat waren de gevolgen in de tijd, welke personen speelden een belangrijke rol. Dit zijn een aantal voorbeeldvragen want niet bij alle gebeurtenissen kunnen alle vragen beantwoord worden en bovendien moet je het ook maar weten. Hoe het ook zij het is uw idee en uw gedachte. Wees niet te bang voorstellen te doen want we stellen uw bijdrage zeer op prijs. Samen stellen we dan de canon vast die we nader uit kunnen werken. Een voorbeeld van een ijkpunt zou de oprichting van ‘Hulp in Nood’ kunnen zijn. U kunt uw ijkpunt uit de geschiedenis van Zoutkamp inleveren bij het visserijmuseum of via de mail: info@visserijmuseum.nl.

Nieuwsbrief VMZK


Reisverslag van Zoutkamp naar Greetsiel met de ZK 4 en de ZK 28 van 13-09-2012 t/m 17-09-2012 Friese en Groningse ondernemers uit het Lauwersland presenteerden zich middels een ‘Lauwersland Promotie Tour’ van 1416 september in de havenstad Greetsiel. Een Lauwerslandvloot bestaande uit het zeilend visserschip de Wierumer Aek, ons museumschip de ZK 4, de ZK 28 en reddingboot Suzanna namen er aan deel. Koen Loonstra hield het volgende logboek bij:

13-09-2012 7.00 Vertrek binnenhaven Zoutkamp om 7.00 uur, iedereen aanwezig. Op de ZK 4 Eppo Lukkien, Koert Sterkenburg, Jan Gerdez en Jeanine. Jeanine is opstapper voor de Lauwersland Promotie Tour. Zij gaat een blog bijhouden over het hele weekend naar Greetsiel. Op de ZK 28 was Schipper Klaas Loonstra er ook al. Stuurman Koen Loonstra meldde zich om 7.15 uur. Toen waren we compleet en klaar voor vertrek. Er was bijna geen wind en niet koud, dus konden er onderweg mooie foto’s gemaakt worden door Jan en Jeanine. 10.30 We konden zo in de Dorkwerdersluis varen om geschut te worden. Voor Jeanine was dit een nieuwe ervaring. In de sluis komt de ZK 28 langszij de ZK 4. Kon eindelijk het zelfgemaakte appelgebak van Jeanine aangeboden worden aan de bemanning van de ZK 28. Op de ZK 28 was slagroom aan boord en zo was alles weer compleet.

11.00 Voor de spoorbrug in Groningen, even wachten. Eppo zijn theorie: twee treinen er over en dan gaat de brug open voor ons. Inderdaad het klopte. 11.55 Passeert de Berlage brug. Dit betekent dat we vlot door de binnenstad zijn gekomen. Konden we zo het Eemskanaal op stomen naar Delfzijl, want in de binnenstad zijn de bruggen tussen 12 en 13 uur gesloten. 14.30 Aangekomen bij de Zeesluis Farmsum in Delfzijl. De kleine ‘kolk’ stond voor ons klaar en ook daar konden wij zo doorschutten naar de Eems. Het was om 16.00 uur laagwater en dit betekende dat we zo met de eb-stroom naar de Eemshaven konden varen. Onderweg grote schepen voorbij gekomen op de Eems en mooie, bijzondere transporten (o.a. onderdelen voor nieuwbouwschepen). 16.00 Precies 16.00 uur aangekomen in de Eemshaven. Kortom; deze dag verliep mooi volgens schema. Aangemeld bij de Eemshaven via de marifoon voor een plek voor de nacht. Dit werd de steiger waar ook andere vissersschepen lagen. Vervolgens hebben we onze benen even gestrekt op de vast wal. En een praatje gemaakt met Jaap Vos, garnalenvisser uit Usquert. Toen hebben we om 17.00 uur de reis op het achterdek van de ZK 4 geëvalueerd. Rond 18.00 uur had de catering op de beide schepen een maaltijd voor de bemanningen bereid. Peter Postma is later op de avond ook op de ZK 4 aan boord gekomen, en heeft Koert afgelost. `s Avonds ook nog samen met Peter de reis doorgenomen en afgesproken dat we vrijdag om 7.00 uur zouden vertrekken.

14-09-2012 6.30 De bemanning ontwaakt, maar tot onze verbazing (op de ZK 28) was Eppo niet meer aan boord. Hij had om circa 3.00 uur in de nacht telefoon gehad dat de brug Dorkwerd was aangevaren en werd gevraagd zich beschikbaar te stellen als schipper op de Thomas van Seerat, het nieuwe werkschip van de provincie Groningen. Na een kort scheepsberaad aan boord van de ZK 4, ging Eppo weg. Peter werd schipper, Jan werd stuurman en Jeanine hield haar oude rol.

Nieuwsbrief VMZK

12


7.00 Vertrek uit de Eemshaven op naar Greetsiel. Wind ZW3, een beetje stroom en wind tegen elkaar in. Het meeste hadden we met de kop er in op. Maar omdat we de boeien volgden moesten we ook een paar keer dwars er door heen. Dit deden we, omdat we wisten dat we in het donker weer terug zouden varen en zo een lijntje op de digitale kaart hadden staan. De communicatie met de schipper Peter ging uitstekend. We waren bij de sluis van Greetsiel. Toen we een uurtje voor de sluis waren zagen we de reddingboot Suzanna al aankomen. Toen we konden invaren, was de Suzanna er ook en die kon dus samen met ons geschut worden. De ZK 4 bleef achter de sluis liggen, omdat daar genodigden aan boord zouden stappen. De ZK 28 en de Suzanna voeren door naar de haven van Greetsiel. 13.00 Touwen vast in de haven van Greetsiel. Het begon te regenen. Goed ontvangen door de havenmeester. Ligplaats en walstroom waren direct geregeld. 14.30 De ZK 4 kwam ook aan in de haven van Greetsiel. Maar zonder genodigden, dat i.v.m. het slechte weer. De gasten kwamen in de haven aan boord. De ZK 4, de Susanne en de WL 19 uit Moddergat zijn uitgevaren met gasten en na 20 minuten kwamen ze terug.

17-09-2012 De terugtocht 19.00 Vertrek haven van Greetsiel. Bemanning ZK 4: Eppo Lukkien, Peter Postma en Jan Gerdez. Op de ZK 28: Klaas Loonstra en Koen Loonstra. 19.40 Voor de zeesluis van Greetsiel, die ging om 20.00 uur open. Deze sluis draait alleen van drie uur voor hoogwater tot twee uur na hoog water. 20.00 We konden invaren en geschut worden, de waterstand was 1.5 Pegel. Er werd verteld dat we er met 3.5 Pegel over het eerste wad konden komen. Maar toch maar even proberen. De ZK 4 weer voorop, want die ligt ook een halve meter dieper. We waren nog maar net buiten de piertjes, liep de ZK 4 direct vast. Toen los

draaien en liep direct weer vast. Dan maar even een bakje doen, de ZK 28 komt langszij de ZK 4. 21.00 Weer proberen, en ja hoor we varen weg. Maar dat duurde niet lang of de ZK 4 liep weer vast, maar de vloed zat er goed in en het duurde niet lang of we konden doorvaren. 21.30 We waren over het eerste wad heen. Konden mooi bij blijven bij de ZK 4. Het was wat gezoek en getuur om de juiste boeien te vinden en een mooie koers te houden. 23.30 Aangekomen bij het Doeke Gat op de Eems heeft de schipper van de ZK 28 besloten om weer via Delfzijl de reis te vervolgen. Mooi met de vloed mee naar Delfzijl. De ZK 4 ging via het Eemswad en daar scheidden zich dus onze wegen.

ZK 4 3.00 De ZK4 in de Spruit voor anker. 7.30 De ZK 4 met de vloed weer vlot en kon haar vaarweg vervolgen naar Zoutkamp. 12.10 De ZK 4 heeft de touwen vast in de thuishaven.

ZK 28 01.00 De ZK 28 meldt zich bij de Zeesluis Farmsum voor een schutting en ging weer via de kleine kolk naar de zoete kant. Het was om 01.00 hoog water, dus hebben we geen stroom tegen gehad. We hebben een plekje in de Farmsumer haven gezocht. 01.30 De touwen vast en de bemanning te kooi. 7.30 Weer vertrokken richting Groningen via de Oostersluis over het van Starkenborgkanaal naar het Reitdiep gevaren. 13.30 Aangekomen in Zoutkamp touwen vast aan de Hunsingokade.

De haven van Greetsiel

13

Nieuwsbrief VMZK


De afsluiting van het Reitdiep

H

et is ruim 135 jaar geleden dat het Reitdiep bij Zoutkamp werd afgesloten. Het Reitdiep is het gedeelte dat van Groningen naar Zoutkamp loopt. De Hunse was samen met de Aa de voornaamste rivier in de provincie Groningen. De benaming Reitdiep wordt voor het eerst teruggevonden in oorkonden van de veertiende eeuw. De westelijke arm van de Hunse wordt Reitdiep genoemd,en de Oostelijke arm Drentsche diep. Het is moeilijk om een bepaling te geven aan de oorsprong van de naam Reitdiep. Volgens Ubbo Emmius komt de naaam voort uit het woord ‘Riet’ bij de Groningers Reit of Ruit geheten, wat veelvuldig in die rivier zou zijn gegroeid. Anderen echter vragen zich af of de naam niet van het woord Reide moet afgeleid worden Reide betekend ein ort zum anlege der schiffe, aufenthult. Een derde betekenis van het woord Reitdiep zou ‘Lopende Diep’ zijn,daar Reid een verbastering is van het Angelsaksische woord Rid dat beek, stroom of rivier betekent. Door het Reitdiep stond de stad Groningen in open verbinding met de zee en was als gevolg daarvan aan eb en vloed onderhevig. Het zeewater kon ongehinderd tot in Groningen lopen en de grote en kleine Spilsluizen moesten het zeewater keren. Maar deze rivier waarlangs vroeger grote schepen van honderd lasten en meer tot in de stad konden komen begon langzamerhand te verzanden. In de tweede helft van de 19e eeuw kon geen enkel schip van 50 tot 60 roggelasten nog laden of lossen in Groningen. Het verzanden was niet alleen nadelig voor handel en scheepvaart, maar ook voor de landbouw. Door verhoging van de bodem van het Reitdiep werd de afwatering van omliggend land in het gedrang gebracht, want niet minder dan 67766 bunder land voerde het water af in het Reitdiep. Maar behalve het slecht functioneren van de afwatering werd door de gedurige ophoping en opslibbing van de bodem van het Reitdiep de kans op overstromingen steeds groter, zodat verhoging en verzwaring van de dijken noodzakelijk was. Deze versteviging van de dijken was zeker een dure aangelegenheid. Ten gevolge van hoge vloeden liepen de kwelders voortdurend onder water en deze veroorzaakte grote schade. De stormvloeden van 1825, 1845 en 1863 hadden dat al aangetoond. Ook was het instromen van zeewater zeer

schadelijk voor de gezondheid. Vooral tijdens de zomer, bij geringe afstroming, vormde de slechte toestand van het water een bron van infectie. Een groot deel van de bevolking was nog aangewezen op dit water. Het plan tot afsluiting van het Reitdiep bij Zoutkamp dat in 1856 de goedkeuring kreeg van Gedeputeerde staten en dat eind 1877 voltooid werd, was al in het begin van de 17e eeuw ter sprake gekomen. In 1601 vormde men het plan om het Reitdiep bij Soltcamp af te sluiten. In dit verband werd zelfs een commissie tot besichting van de Soltcamp benoemd. In 1611 werd opnieuw een commissie samengesteld die ditmaal de afdijking, hetzij bij Vierhuizen of bij Zoutkamp onder de loep zou nemen. Maar ook dit plan strandde en het zou nog tot 1809 duren voor de afsluiting opnieuw ter sprake zou komen. Door toedoen van de commissie van landbouw voor de provincie Groningen werd opnieuw de aandacht op de afsluiting gevestigd. Enige jaren later in 1825 werd door diezelfde commissie een prijsvraag over de afsluiting van het Reitdiep bij Zoutkamp uitgeschreven. De premie voor het beantwoorden van de prijsvraag bedroeg f 500,- en werd door de heer D. H. Bos, woonachtig te Zuidhorn en later bouwmeester van de stad Groningen, gewonnen. In de loop van de volgende veertig jaren zijn verschillende ontwerpen bekeken, maar de gewenste afsluiting bleef achterwege. In 1868 werden er eerst voorlopige maatregelen genomen om de afsluiting ten uitvoer te brengen. In dat jaar werd een plan voorgesteld om het Reitdiep af te sluiten door een dijk, gaande van de batterij van Zoutkamp in Groningen tot de Nittershoek in Friesland (Friesche hoek). Het maken van een dijk ter lengte van ongeveer 2,5 km en van de daarbij behorende sluizen werd op 16 mei 1873 voor de som van f 1. 420. 000,- aanbesteed aan de firma Schram de Jong Uit Sliedrecht. In 1875 moest er echter een nieuwe aanbesteding plaatsvinden, want op 17 november

Nieuwsbrief VMZK

14


1874 had de aannemer het werk neergelegd, nadat de som van f 355. 000,- was betaald. Het werk werd nu opnieuw aanbesteed deze keer aan de firma J. C. van Hattem uit Sliedrecht,voor een bedrag van f 1. 460. 000,- In de afsluitdijk werden sluizen aangebracht: de Groninger sluizen in het Reitdiep en de Friesche sluis in de Lauwers, en in juni 1876 werden de twee sluizen al voor de scheepvaart geopend. Eind januari 1877 was het gehele werk voltooid. Weinig ontbrak nog voor de eindoplevering toen er belangrijke schade werd toegebracht door de stormvloed, die in de nacht van 30 op 31 januari de zeewaterkerende Werken geducht teisterden. Bij deze hevige storm die van het zuidwesten naar het noordoosten overging, steeg de vloed tot de ongekende hoogte van 3. 90 boven volzee. De dijk brak door bij het duiker-sluisje van de gemeente Groningen over een lengte van 44 meter en stroomde weg tot een diepte van 5 meter beneden volzee. Vandaar tot de Nittershoek sloegen verschillende gaten in het buitentalud van de dijk, waardoor 47000 m2 grond verloren ging en nagenoeg 2800 m2 zoden werden vernield. De basalt glooiing, die het buitentalud van de dijk tussen het aansluitpunt te Zoutkamp en de Friesche sluis,een afstand van ongeveer 400 meter dekt tot 3. 70 m. + volzee leed niets, doch het aardtalud daarboven sloeg tot de kru in loodrecht weg. De grote sluis doorstond de stormvloed zonder enige schade, alleen braken de leuningen op de hoge vloeddeuren door zware stukken drijfhout, die er tegen en oversloegen. Ook van de Panser en de Westpolder werden de dijken grotendeels vernield, hierbij verdronken 14 mensen. Na een lobby in Den Haag van enige belanghebbenden waaronder schipper Koenraad van der Molen uit Zoutkamp, werd in 1881 besloten tot het maken van een beveiligingswerk voor de Grote sluis waarbij het rijk de helft van de kosten voor haar rekening nam. Het beveiligingswerk diende tevens als aanlegplaats voor schepen die soms door te hoge waterstanden niet naar binnen konden schutten en dan maar een veilige plek moesten zoeken. Een plek die tot dan toe niet voorhanden was. Koen Van der Molen verdronk later op Borkum met slecht weer in een haven in

Ontwerp van het korte en lange hoofd.

aanbouw waar ook nog geen veilige aanlegplaats voor handen was. Het beveiligingswerk wordt in 1883 geplaatst door de firma W. de Jong Az. Te Groningen voor een bedrag van f 89. 640,Een belangrijk gegeven van deze afsluiting is de aanwinning van 1364 bunder land en de vermindering van onderhoud van dijken en sluizen langs de oevers van het Reitdiep. Bronnen: De archieven van het Visserijmuseum Verslagen over de toestand der provincie Groningen afkomstig uit de Groninger archieven .

Uit: Groninger Courant 26 april 1873.

15

Nieuwsbrief VMZK


Colofon

De Nieuwsbrief Visserijmuseum Zoutkamp wordt uitgegeven door de St. Visserijmuseum Zoutkamp. Reitdiepskade 11, 9974 PJ Telefoon (0595) 40 19 57 www.visserijmuseum.com Deze foto van haringkakende Zoutkampers (?) komt uit de nalatenschap van mijn grootvader Kees Bakker. Hij staat zelf op deze foto (5e van rechts). Uiterst links staat Marinus (Tinus) Mellema, de latere Zoutkamper dorpsomroeper uit het artikel op pagina 6 en 7 van deze Nieuwsbrief. Wie herkent er nog meer personen op deze foto? Graag even een mailtje naar Gerard Bakker: info@lauwerslandmagazine .nl.

Toelichting bij de omslag van deze Nieuwsbrief Op de voorpagina van deze Nieuwsbrief is een fragment afgedrukt van een brief uit het Hulp in Nood archief. De brief is van 4 maart 1890. Het bestuur van Hulp in Nood vraagt daarin om een extra ‘lichtbaken’ bij Oostmahorn. Dit “Ter voorkoming van aanvaring bij nacht van het steenenhoofd, omdat deze zich tot in het vaarwater uitstrekt... het komt ons voor dat een licht als die op het havenhoofd te Zoutkamp (is..) geplaatst, voldoende zou zijn”. Het ‘licht’ bij Oostmahorn is er twee jaar later inderdaad gekomen.

Nieuwsbrief VMZK

16

9e jaargang, nr. 2 - December 2012 Kopij-coördinator: Eppo Lukkien (0595) 40 14 25 Productie: Gerard Bakker Seal Productions Zoutkamp E-mail: info@lauwerslandmagazine.nl Vormgeving, print en afwerking: Dogravo Drukwerkverzorging, Damwâld Hille Douma - www.dogravo.nl


Nieuwsbrief Visserijmuseum Zoutkamp, jaargang 9, nummer 2, december 2012