{' '} {' '}
Limited time offer
SAVE % on your upgrade.

Page 1

Stadswerk

MAGAZINE VOOR PROFESSIONALS OP HET GEBIED VAN DE LEEFOMGEVING

10| 2019

EXTRA SPECIAL GROENPROFESSIONALS

Energietransitie en circulaire economie: denken in ketens

8

Madaster: weten wat je hebt

Aquathermie in de 16 Houthavens

Bijvriendelijk 35 Moerdijk

Impressie studiereis 28 Zürich


RecyBEM: Inzameling gebruikte autobanden voor een schoner milieu

9,3

MILJOEN

2/3

ingezamelde banden

gerecycled

1/3

nieuw leven

ecologische besparingen

70.000 ton minder CO2 uitstoot

6,3

miljoen kilo staal

26

miljoen kilo rubber

Vergelijkbaar met: 465 miljoen autokilometers, ruim 11.600 keer de aardbol rond of de aanplant van 465 duizend bomen.

5% Maximaal vijf procent van de ingezamelde banden wordt verwerkt met energieterugwinning.

Onderweg naar een circulaire economie.

RecyBEM B.V., Loire 150, 2491 AK Den Haag, Postbus 418, 2260 AK Leidschendam. Telefoon (070) 444 06 32 fax (070) 444 06 61 e-mail bem@recybem.nl website www.recybem.nl

Oude banden, nieuw leven.


INHOUD

t

THEMA: ENERGIETRANSITIE EN CIRCULAIRE ECONOMIE

06

Volwassen én zoekende

08

Circulaire economie en de rol van Madaster

19 SPECIAL GROENPROFESSIONALS • Ervaringen met het ‘mini-bouwteam’ in Boxtel • Groenprofessionals op begraafplaatsen • Woonwijken volgens het Tuinklaar concept

Van de bestuurstafel - Gerdo van Grootheest

• Uitdagingen in Emmeloord • Een groen plein begint met een gezonde basis • Veertigduizend hectare meekoppelkans

Materialenpaspoort als smeerolie voor circulaire handel Pablo van den Bosch

12

Emissievrij werken in Groningen

14

Duurzaam GWW en circulair werken: start gewoon!

Praktische tool bij aanbestedingen Gert Visser

Greendeal Duurzaam GWW 2.0 Maarten Loeffen

16

Duurzame warmte en koude met aquathermie

ARTIKELEN

De Houthavens, Amsterdam met het Pontsteigergebouw op de achtergrond. - Nadine Huiskes

28

Op weg naar de 2000-Watt maatschappij Studiereis Resilient Zürich - Saskia Holthuijsen

32

Stadswerk 100 jaar toekomst! Overzicht van de jubileumactiviteiten

33 35

Oogsten in Oslo Van de straat - Gert-Jan Hospers

Planten, bollen en zaden voor wilde bijen Gemeente Moerdijk bekroond tot Bijvriendelijkste Gemeente 2019 Sjoerd Luiten

12

36

Hittestress in kaart Hoe kaarten je helpen in het klimaatadaptatieproces Liesbeth Wilschut, Lisette Klok en Jeroen Kluck

40

Dutch Design Week 2019: een terugblik Boordevol inspiratie voor de openbare ruimte - Maarten Loeffen

EN VERDER 04 Nieuws et cetera

28

42 Stadswerk.nieuws

10/2019  Stadswerk magazine 3


NIEUWS

FOTO: WWW.GEOFOXX.NL

Grote financiële schade gemeenten door rijksbeleid PFAS De PFAS-problematiek (poly- en

leen verplaatsen naar plekken waar de gehalten aan PFAS hoger

perfluoralkylstoffen in de grond) stelt

zijn. De VNG heeft gewaarschuwd dat dit zou leiden tot een on-

gemeenten voor forse problemen.

werkbare situatie, omdat dan van alle locaties de gehalten be-

Projecten liggen stil, lopen vertraging

kend moeten zijn. Ook is ervoor gepleit de normen niet zo snel

op of zijn uitgesteld. Ook maken ge-

landelijk in te voeren, zodat gemeenten de tijd hadden om zich

meenten hoge kosten vanwege de

op het nieuwe rijksbeleid voor te bereiden.

maatregelen die ze moeten treffen,

Enkele voorbeelden van PFAS-bronnen.

zoals het instellen van depots om

De kosten van vertraagde projecten, bodemonderzoeken en

grond op te slaan. Dat blijkt uit een

het maken van de opslagplekken lopen op van tienduizenden

enquête over PFAS van de VNG onder

tot meer dan 100.000 euro per gemeente. Daarnaast komen

haar leden.

er vragen van verontruste inwoners over de eventuele gezondheidsrisico’s van PFAS. Gemeenten verwachten dat de recent

Het tijdelijk handelingskader dat het Rijk deze zomer heeft inge-

ingerichte taskforce en de regioconferenties met Rijk en de-

steld, heeft daarbij een averechts effect gehad blijkens de en-

centrale overheden snel met oplossingen komen voor de

quête. Het leidde tot nog meer onduidelijkheid en hoge kosten

PFAS-crisis.

voor gemeenten. Gemeenten mogen grond die PFAS bevat al-

bron: www.vng.nl

Vervolgaanpak verwijderen asbestdaken Het kabinet kwam onlangs met een nieuwe aan-

Nieuwe inschrijfronde proeftuinen aardgasvrije wijken

pak voor het verwijderen van asbestdaken, nadat een eerder wettelijk verbod op deze daken niet

Gemeenten kunnen weer deelnemen aan de tweede ronde proeftuinen aardgasvrije

doorging. Eén van de maatregelen is het oprich-

wijken. Tot 1 april 2020 kunnen zij hiervoor een aanvraag indienen. 27 gemeenten

ten van een fonds waaruit leningen voor het

doen nu al mee. Zij kregen hiervoor een bijdrage van het Rijk om bestaande wonin-

verwijderen van asbestdaken verstrekt kunnen

gen en gebouwen via een wijkgerichte aanpak aardgasvrij of aardgasvrij-ready te

worden. Dit kan tot en met 2028, om zo mensen

maken. Om meer gemeenten de gelegenheid te geven ervaring op te doen, gaat de

te stimuleren op korte termijn in actie te komen.

tweede ronde nu van start.

Hoe ouder een asbestdak, hoe groter de kans dat asbestvezels vrijkomen. Voor eigenaren wordt het

In deze tweede ronde ligt de nadruk op uitvoeringsgereedheid van de aanpak en de

probleem in de toekomst bovendien groter door-

robuustheid van de plannen. Betaalbaarheid voor bewoners en hoe zij worden be-

dat verzekeraars asbestdaken uitsluiten, en met

trokken bij de plannen zijn speciale aandachtspunten. Dat geldt ook voor de invul-

een onverzekerd asbestdak kun je geen hypo-

ling van de gemeentelijke regierol en de mogelijkheid aardgasvrij met andere wij-

theek krijgen.

kopgaven te verbinden.

Uit het advies van de Gezondheidsraad uit 2010

De uitvraag wordt toegelicht tijdens enkele regionale bijeenkomsten voor gemeen-

bleek dat asbest gevaarlijker is dan voorheen

ten, die worden aangekondigd op www.aardgasvrijewijken.nl. Op deze site is ook

werd gedacht, en dat asbestdaken de laatste

een rekentool beschikbaar voor de financiële onderbouwing van de aanvraag. Eind

grootste bron van asbestvezels zijn. Nieuw ge-

juni 2020 zijn de nieuwe proeftuinen naar verwachting geselecteerd.

bruik van asbest is inmiddels al meer dan 25 jaar

bron: ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

verboden.

4  Stadswerk magazine 10/2019


Vernieuwde 3D Waterkaart van Nederland Wat gebeurt er als de zeespiegel stijgt?

zandmotor bij Ter Heijde een plek

Wat kunnen we doen om overstromingen

gekregen. Ook zijn de Tweede Maas-

te voorkomen? En wat gebeurt er als de

vlakte, de Marker Wadden en

rivier vervuilt? Dat kun je ervaren met

Noordwaard in de waterbak zicht-

behulp van een 3D Waterkaart.

baar.

De 3D kaart is een waterbak die al sinds

De 3D Waterkaart is al jaren een

2010 te leen is bij het Nederlands Water-

groot succes, vooral voor educatie-

museum. Sinds die tijd is er een hoop ver-

ve doeleinden. Het Nederlands

anderd. Daarom hebben de initiatiefne-

Watermuseum geeft de 3D Water-

mers de waterbak aangepast. Zo zijn de

kaarten kosteloos in bruikleen.

windmolenparken op de Noordzee toege-

Interesse in het lenen van de kaart?

voegd, is de vismigratierivier bij de Afsluit-

Stuurt u dan een mail naar

dijk nagemaakt en heeft de zogenoemde

info@watermuseum.nl. 

Meer openbare toiletten gewenst

Kies, zoek, maak een route en stimuleer meer bewegen onderweg. Zo simpel is het idee van ‘beweegroutes’. Dit idee is, met een subsidie van de provincie Overijssel, toegepast door Stichting Vrij uit Deventer, samen met fysiotherapiepraktijk De Spil en OBB Speelruimtespecialisten. De kunst is om in de route zoveel mogelijk bestaande elementen op te nemen en daaraan een beweegstimulans te koppelen. Denk aan een bankje, lantarenpaal, speeltoestel, stoeprand, etc. Hierin zit de grote winst ten opzichte van andere beweegroutes: geen nieuwe elementen maar het benutten van de bestaande situatie. Dit past ook goed in het programma Nederland Circulair in 2050. Overigens moet de fysiotherapeut wel goed kijken naar variatie in de oefeningen en moeten de afstanden bekend zijn.

Hoewel het aantal openbare toiletten in Nederland

Naar aanleiding van dit initiatief is nu ook een beweeg-app in voorbereiding. Ook

Door het gebrek aan toiletten kunnen ruim twee

wordt gewerkt aan nieuwe beweegroutes, onder meer in Diepenveen en Den Dun-

miljoen buik- en blaaspatiënten, maar ook vrouwen,

gen. Stichting Vrij denkt en helpt graag mee als u ook dergelijke plannen heeft. U

gehandicapten, ouders met jonge kinderen, dagjes-

kunt daarvoor een mail sturen naar: StichtingVrijDeventer@gmail.com.

mensen en toeristen niet onbezorgd op pad.

bron: OBB Speelruimtespecialisten

bron: Binnenlands Bestuur

FOTO: WWW.OBB SPEELRUIMTESPECIALISTEN

Beweegroutes van standaard straatmeubilair

met ruim 1.500 is toegenomen in het afgelopen jaar, zijn het er nog altijd veel te weinig. Dat meldt de Maag Lever Darm Stichting (MLDS) op basis van onderzoek onder de vijftig grootste Nederlandse gemeenten. Het totaalaantal openbare toiletten is nu bijna 6.000. Dat aantal zou volgens de patiëntenorganisatie ruim moeten verdrievoudigen tot 20.000. Alkmaar, Amersfoort en Leeuwarden staan bovenaan de ranglijst, met de meeste openbare en opengestelde toiletten per inwoner. Nissewaard (Zuid-Holland) en de Brabantse gemeenten Oss en Roosendaal bungelen onderaan de lijst. MLDS constateert ook dat 189 gemeenten helemaal niets doen op het gebied van openbare toiletten.

10/2019  Stadswerk magazine 5


t COLOFON

VAN DE BESTUURSTAFEL TEKST GERDO VAN GROOTHEEST Voorzitter Vereniging Stadswerk Nederland

Stadwerk magazine wordt tien keer per jaar uitgegeven door de Vereniging Stadswerk Nederland, de beroepsvereniging voor professionals die werkzaam zijn in de fysieke leefomgeving, in samenwerking met Virtùmedia. Stadswerk is aangesloten bij IFME (International Federation Municipal Engineers) WUP (World Urban Parks Association) Secretariaat Vereniging Stadswerk Nederland Bezoekadres Kantorencomplex Bouwstede Galvanistraat 1 6716 AE Ede (Gelderland) Postadres Postbus 416 6710 BK Ede T 0318 69 27 21 F 0318 43 76 53 E info@stadswerk.nl www.stadswerk.nl Leden ontvangen het tijdschrift gratis. Aanmeldingen, wijzigingen en opzeggingen van het lidmaatschap dienen schriftelijk te geschieden bij het secretariaat van de vereniging. Redactie Stadswerk magazine Michiel Smit, hoofdredacteur (michiel.smit@stadswerk.nl) Philip Fokker (Product & Materiaal) Marc de Jong (Antea Group) Marika Kerstens (Hoogheemraadschap Rijnland) Louise Kok (Stadswerk) Pim Quist (gemeente Den Haag) Gert Visser (Movares) Uitgever Virtùmedia Pepijn Dobbelaer Postbus 595 3700 AN Zeist T 030 692 06 77 E pdobbelaer@virtumedia.nl Losse abonnementen Deze kunnen schriftelijk tot uiterlijk 30 november van het lopende abonnementsjaar worden opgezegd. Bij niet-tijdige opzegging wordt het abonnement automatisch een jaar velengd. Abonnementsprijs €94,50 ex. btw. Losse nummers € 9,25 Basisontwerp en vormgeving Twin Media bv Druk Veldhuis Media, Raalte Advertenties Virtùmedia Albert van Kuijk en Rob van der Linden Postbus 595 3700 AN Zeist T 030 692 0677 F 030 691 3312 E avankuijk@virtumedia.nl rvanderlinden@virtumedia.nl www.virtumedia.nl Coverfoto foto: Meerlanden © Copyright 2019 Niets uit deze uitgave mag woden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of welke andere wijze dan ook, zonder schriftelijke toestemming van de uitgever. ISSN 0927-7641

Volwassen én zoekende

D

e groei naar volwassenheid is verbazend snel gegaan met energietransitie en circulaire economie als samenhangende beleidsthema’s. Het Klimaatakkoord dat de Nederlandse overheid in april van dit jaar met bedrijven en maatschappelijke organisaties sloot, onderstreept dat. Van ‘iets met milieu’ en ‘iets wat een goed gevoel geeft’ naar een dominant thema waar de vrijblijvendheid nu echt vanaf is. Glasheldere doelstellingen over CO2-reductie - 49 procent minder in 2030, 95 procent minder in 2050 - schudden iedereen wakker en dwingen soms tot moeilijke keuzes. In het kielzog van de CO2-reductie zal ook de circulaire economie, die zich moeilijker in harde algemene cijfers laat vatten, een flinke impuls krijgen, zo is de gedachte. De maatschappelijke en politieke steun voor de doelstellingen mag dan breed en volwassen zijn, het pad ernaartoe is dat allerminst - het is soms erg smal en zit vol hobbels en onzekerheden. Alle reden voor Stadswerk magazine om deze twee thema’s samen te nemen en een ‘rondje langs de velden’ te maken. We zien dan de onzekerheid vol in het gelaat, maar ook de enorme passie, deskundigheid en toewijding waarmee aan oplossingen wordt gewerkt. We zien dat het materialenpaspoort Madaster steeds meer gebruikt wordt, maar ook dat grote spelers als Rijkswaterstaat, de G5-gemeenten of de netbeheerders vaak intern hun spullen recyclen, waardoor deelname aan een algemeen register voor hen minder urgent is. We zien hoe de gemeente Groningen emissiearm werken beloont bij aanbestedingen en daar ook een hogere prijs voor overheeft. En we zien dat warmtepompen vaak nog niet voldoende energie-efficiënt zijn voor hogere temperaturen, maar dat de technologie naar verwachting wel snel gaat verbeteren. Ook bij Vereniging Stadswerk gaan we met expertsessies circulair werken de moeilijke onderwerpen niet uit de weg. Want daar leren we uiteindelijk het meeste van. Rest mij nog u alvast hele fijne feestdagen te wensen en weer fris het nieuwe jaar in te gaan. Daar is alle reden voor, want Vereniging Stadswerk bestaat in 2020 honderd jaar en dat heugelijke feit laten we bepaald niet ongemerkt voorbij gaan! Op pagina 32 van dit tijdschrift ziet u alvast een overzicht van wat u aan jubileumactiviteiten kunt verwachten. Ik zeg: proost!


ADVERTORIAL

Een duurzaam energiesysteem begint bij goede afspraken

I

n het internationale Klimaatverdrag en het Nederlandse Klimaatakkoord zijn afspraken gemaakt om de opwarming van de aarde tegen te gaan. De ambities moeten worden vertaald naar concrete maatregelen om de uitstoot van broeikasgassen, waaronder CO2, te verlagen. Een belangrijk onderdeel hiervan is de transitie naar een duurzaam energiesysteem. De plannen zijn nationaal, Europees en mondiaal. De uitvoering vindt echter lokaal en regionaal plaats. Gemeenten staan voor grote uitdagingen, onder meer voor verduurzaming van de gebouwde omgeving. Hoe voldoen we aan de warmtevraag nu we van het aardgas af moeten? Hoe krijgen we deze warmte veilig en efficiënt in gebouwen? Hoe kunnen we slimmer en flexibeler omgaan met het elektriciteitsverbruik? Welke duurzame energiebronnen kunnen we toepassen? Hoe zorgen we ervoor dat energieprestatie van gebouwen verbetert? Hoe integreren we alle schakels in dit nieuwe (energie)systeem? Hoe zorgen we dat alle spelers met elkaar samenwerken? Hoe krijg ik de burger mee in deze energietransitie? Uit diverse scenario’s en verkenningen blijkt dat alle opties moeten worden aangewend: geothermie, waterstof, biogas, warmtenetten, ‘smart grids’. Deze

opties zijn voor een deel nieuw en onbekend. Hoe moet een gemeente dan keuzes maken? Vernieuwing begint bij goede, breed gedragen afspraken.

Rol NEN NEN helpt de energietransitie te realiseren en waar mogelijk te versnellen. Afspraken, vastgelegd in normen bieden handvatten voor gemeenten en bedrijven om de lokale energietransitie vorm te geven. Denk aan het gebruik van normen bij aanbestedingen of inkoopvoorwaarden. Normen helpen innovaties de markt te bereiken en helpen duurzaamheidsplannen om te zetten in duurzaamheids-doen! Bij NEN komen alle stakeholders uit de energiesector bij elkaar om afspraken te maken. Door samenwerking moet het duurzaam energiesysteem van de toekomst betaalbaar, betrouwbaar en veilig worden. En dankzij normen sluiten alle nieuwe onderdelen dan ook goed op elkaar aan. Zo werkt NEN samen met stakeholders aan een duurzame toekomst. Ben jij benieuwd hoe normen de energietransitie in jouw regio kunnen ondersteunen? Neem contact op met Remco Perotti, energy@nen.nl of kijk op www.nen.nl/energietransitie


Materialenpaspoort als smeerolie voor circulaire handel

Circulaire economie en de rol van Madaster De bouw- en infrasector is verantwoordelijk voor een groot deel van ons materialengebruik. Juist door die omvang is er grote circulaire winst te behalen als materialen vaker en hoogwaardiger worden hergebruikt. Hoe krijg je dat voor elkaar en wat is de rol van een materialenpaspoort daarbij?

O

nze ingenieurs en bouwers zorgen met beton, staal, asfalt, hout en kunststoffen voor de basis van onze samenleving: de infrastructuur die onze woningen en werkplaatsen, onze steden en havens, onze energiecentrales en drinkwaterbronnen aan elkaar verbindt. Het zorgt voor beweging en is zelf ook continu in beweging. Onderhoud, vernieuwing en verandering is permanent en vormt een belangrijke pijler van onze economie. Valt dit weg, dan staat alles stil. Letterlijk. De kwaliteit van infrastructuur is van levensbelang. Kwaliteit staat dan ook terecht torenhoog in de prioriteitenlijst van degenen die ervoor verantwoordelijk zijn. De kwaliteit van onze infrastructuur gaat hand in hand met een grote verantwoordelijkheid en dat is die van de impact op onze leefomgeving. Verantwoord gebruik van energie en materialen is een belangrijke doelstelling van ons kabinet, in lijn met de afspraken zoals gemaakt in het Parijs-akkoord. De transitie naar een circulaire economie moet worden gemaakt en de Nederlandse overheidsambitie is om in 2030 50 procent en in 2050 100 procent circulair te zijn. Een enorme opgave die naast kwaliteit veel innovatie, durf en dus verantwoordelijkheid vraagt. Circulariteit gaat onder andere over materiaaltoepassing: zorg dat materialen niet verloren gaan zoals in een lineaire

8  Stadswerk magazine 10/2019

economie (‘take - make - waste’), maar zorg voor een continue circulaire stroom van gebruik en hergebruik van producten en materialen.

‘Circulair moet’ Het belang van de transitie van een lineaire naar een circulaire economie speelt in al onze economische sectoren. Denk aan de kledingsector, consumentenproducten, mobiliteit, verpakkingen en de industriesector. Maar de bouw- en infrasector springt er wel uit vanwege het enorme volume waarin materialen en producten worden gebruikt. Niet voor niets is 30 tot 40 procent van al het afvalvolume afkomstig van de bouw- en infrasector. De transitie is al in gang gezet. Het eerste circulaire viaduct is door Rijkswaterstaat opgeleverd, ProRail werkt aan circulaire fietsstallingen en hergebruik van spoorstaven en Alliander ontwikkelt een circulaire hoogspanningskabel. Goede ontwikkelingen die de komende tijd alleen maar sneller ingezet en uitgebreid gaan worden. De kernspelers in de sector zijn omvangrijk, deskundig en hebben veelal de financiële middelen om innovatie te stimuleren en mogelijk te maken. Zeker als het gaat om de opdrachtgeverskant van de infrastructuursector. Het gaat veelal om overheids- of overheidsgerelateerde organisaties die serieus werk (moeten) maken


FOTO: AFVALZORG.NL

TEKST PABLO VAN DEN BOSCH, Madaster

Het gebouw 'De Vouw' van het bedrijf Afvalzorg is op meerdere manieren circulair. Het is letterlijk gebouwd op een afvalberg, waarmee de locatie op zichzelf circulair is gemaakt, het wordt verwarmd en gekoeld met stortgas, er zit een groen dak op en ramen en ventilatie voldoen aan de hoogste (HR ++) norm. Architect bouw: Kerste - Meijer architecten. Architect buitenruimte: Annemieke Diekman.

van de kabinetsdoelstelling om over te stappen op circulair.

Kernspelers zorgen voor paradox Aan de samenstelling en achtergrond van de opdrachtgeverszijde van de infrastructuur zit een bijzondere paradoxale eigenschap die de transitie naar een circulaire economie (mogelijk) in de weg zit. De omvang van beeldbepalende opdrachtgevers, zoals Rijkswaterstaat, de G5-gemeenten of de netbeheerders, is zo groot dat zij materialen in heel veel gevallen uitstekend zelf kunnen hergebruiken. De straatstenen in Amsterdam worden meerdere malen hergebruikt, het ballastgrind van het spoor wordt niet weggegooid en het beton van het oude viaduct kan zo worden toegepast in het nieuw te maken viaduct over de rijksweg. Die circulaire economie kan binnen de organisatiegrenzen van de grote infraspelers worden vormgegeven. Fantastisch te zien dat hieraan gewerkt wordt. Helemaal goed indien die circulaire ‘eilanden’ aan elkaar worden verbonden, want optimaal hergebruik gaat nu eenmaal beter indien het toepassingsgebied zo groot mogelijk is. Het risico is dus dat de grote infra-spelers de circulaire doelstellingen binnen hun eigen grenzen oplossen en zo de kansen op een succesvolle transitie voor de kleinere spelers en andere domeinen beperken.

Hergebruik binnen de eigen organisatie is natuurlijk perfect. Je hebt alle kennis van het materiaal of product, weet de gebruiksgeschiedenis en je kunt de nieuwe inzet optimaal plannen. Inzet buiten je organisatie wordt lastiger, vraag en aanbod moeten bij elkaar komen en dat vraagt om bemiddeling. Een handelaar of marktplaats biedt uitkomst en mogelijk kan de originele producent een rol vervullen bij het upgraden of refurbishen. Ook op dit gebied zien we de eerste initiatieven succesvol uitgroeien: moderne slopers die oogsten en digitale marktplaatsen waar cross-sectoraal materialen worden uitgewisseld.

Lange levensduur Daar waar de levenscyclus kort is - denk aan de tijdelijke leslokalen op het schoolplein - is hergebruik niet meer dan logisch. Maar bij lange levenscycli is hergebruik niet zo voor de hand liggend. De sluis die meer dan tachtig jaar meegaat of het rioolnetwerk dat zeker vijftig jaar functioneert; moet je hier al rekening houden met het hergebruik van materialen en producten? Jazeker. 'Design-for-reuse’ is zeker relevant en kan ook, zoals het circulaire viaduct aantoont. De grootste gemene deler die de transitie van lineair naar circulair mogelijk maakt is ons ‘bewustzijn’. Het gaat om het inzicht dat materialen in onze economie

10/2019  Stadswerk magazine 9


FOTO: GEVELCONCEPT.NL

'Click-brick', een mooi voorbeeld van 'design-forreuse': geen cementresten en dergelijke dus veel eenvoudiger her te gebruiken.

niet een altijd voorradig gegeven zijn (‘not for granted’), dat het maken van een kuub beton een enorme hoeveelheid energie vergt en dat hout een perfect hernieuwbare grondstof is. Dat bewustzijn groeit en daardoor ontstaan nieuwe vragen en uitdagingen. Wat is de impact op de prijs, blijft nieuw goedkoper? Hebben we genoeg kennis en data van de toegepaste materialen en producten? Wie zorgt voor garanties en toetsingen van de kwaliteit? Vragen die actueel zijn en steeds vaker ten gunste van hergebruik worden beantwoord.

Weten wat je hebt Het klinkt zo simpel, maar schijn bedriegt. We weten perfect de financiële waarde van onze investeringen en kunnen exact aangeven hoeveel procent van onze treinen op tijd vertrekt. Maar weten we ook de grondstofsamenstelling van onze slimme meters in de meterkast, de eigenschappen van het beton van ons viaduct, of de staallegering van een spoorstaaf? Toevallig wel! Dit zijn wat fraaie voorbeelden van producten waar een grondstoffen- of materialenpaspoort van is gemaakt.

HET PROBLEEM EN DE OPLOSSINGEN Natuurlijk is er een probleem. Onze leefomgeving verkeert in

doende is om alle problemen op te lossen, kan en durf ik

een diepgaande crisis, waarbij ons klimaat ingrijpend veran-

niet te stellen. En ‘transitie naar een circulaire economie’ is

dert, onze biodiversiteit in snel tempo verloren gaat en we

wel heel abstract, wat betekent het echt voor de bouw- en

de natuurlijke grondstoffen vele malen sneller verbruiken

infrasector en wat levert een concrete bijdrage? Hergebruik

dan dat de aarde aankan. Instituties als het IPCC zijn luid en

van materialen en producten is duidelijk, praktisch en tast-

duidelijk maar zelfs in ons eigen land lukt het al niet om aan

baar. Geen afval of reststromen uit bouw en infrastructuur.

de Parijs-doelstellingen te voldoen. De site www.overshoot-

Het klinkt simpel, maar dat is het natuurlijk niet. Wat we wel

day.org maakt duidelijk dat we meer en meer onhoudbare

weten is dat de volgende veranderingen een bijdrage aan

roofbouw plegen op onze aarde. We moeten alle zeilen bij-

circulariteit leveren:

zetten om onze maatschappij en economie ook in de toe-

● Creëren van bewustzijn en stellen van doelen

komst mogelijk te houden, ook in onze bouw- en infrasector.

● Stimuleren van samenwerking tussen partijen ● Ontwerp voor hergebruik

De eerdere genoemde transitie naar een circulaire econo-

● Inzicht en uitwisseling van data en kennis over materiaal-

mie is een van de noodzakelijke veranderingen. Of het vol-

en producttoepassing

10  Stadswerk magazine 10/2019


ONTWERP

BEhEER & ONdERhOud

BOuW

hERGEBRuik & SlOOP

NExT/REST

Vastgoeddata veilig, continue en overal beschikbaar Minimaliseer milieu inpact

Reduceer kosten

Faciliteer circulair ontwerp BRON: MADASTER.COM

De toegevoegde waarde van Madaster, schematisch weergegeven.

Behoud waarde van gebruikte materialen Gezondheid en veiligheid Eén plaats voor data, één waarheid

Restwaarde

Voldoen aan (circulaire) wet & regelgeving

Door alle materiaalpaspoorten en registraties per object (viaduct, tunnel, weg, etc.) te bundelen in objectregistraties weet je precies wat je hebt. Cruciaal voor hergebruik, bovendien bijzonder relevant om inzichten op te bouwen op het gebied van (meerjaren-) onderhoud, conditie en risico’s (zitten er giftige of juist waardevolle materialen in). Is er sprake van een ‘lifetime event’ denk aan groot onderhoud, verkoop, reconstructie of sloop - dan biedt de registratie alle informatie die nodig is om hergebruik mogelijk te maken. Binnen de eigen organisatie of (via een bemiddelaar of marktplaats) daarbuiten.

Een register voor materialen Het Madaster is speciaal opgericht om alle informatie over toegepaste materialen en producten in de gebouwde omgeving te registreren en bewaren, zoals wordt verzameld met materialen-, en objectpaspoorten. Madaster zorgt voor een geautomatiseerde registratie en heeft zich volledig gespecialiseerd in het efficiënt en effectief uitwisselen en verrijken van data, met inachtneming van de meest strikte voorwaarden wat betreft privacy en security. Daarbij is het Madaster businessmodel, in tegenstelling tot de meeste dataplatforms, niet gebaseerd op exploitatie van de opbrengst van data, maar gebaseerd op het grootschalig en efficiënt opslaan van data. De data blijven eigendom van de eigenaar.

Naar een omgevingsregister Als je weet wat je hebt, kun je anderen inzicht geven. Cirkelstad - een coöperatie gericht op circulaire economie en landelijk actief in meerdere ‘cirkelsteden’ - heeft samen met Madaster de ambitie om een ‘Omgevingsregister’ te realiseren. Dit biedt burgers, bedrijven, bestuurders, onderzoekers en toezichthouders inzicht in wat waar beschikbaar is in de gebouwde omgeving. Dit

maakt het mogelijk om gebiedsontwikkeling, vergunningenbeleid, hergebruik van materialen en asset- en facilitymanagement uit te voeren op basis van digitale informatie over de gebouwde omgeving. Het omgevingsregister verzamelt en koppelt databronnen over onze gebouwde omgeving, van kadaster tot Madaster, van gemeentelijke infrastructuur tot landelijke vastgoedbeleggers en van materiaalpaspoorten tot 3D weergave van onze leefomgeving.

Madaster faciliteert de noodzakelijke beweging in bouw en infra De transitie van lineair naar circulair is een noodzaak en de bouw- en infrasector moet hier haar bijdrage aan leveren. De sterke positie van de overheid en de enorme kwaliteitsgedrevenheid van de mensen, maken de transitie naar circulair enerzijds makkelijker. Aan de andere kant zijn de opdrachtgevers in de bouw- en infrasector zo groot dat het risico bestaat dat ze een belemmering vormen. Grote partijen kunnen immers ook prima binnen hun eigen grenzen hergebruik en circulariteit realiseren. Het zou ideaal zijn als juist deze grote spelers hun verantwoordelijkheid nemen om samen te werken met kleinere spelers. De lange levensduur van infrastructuur is geen belemmering om nu al actie te ondernemen en het is een prachtig initiatief om te registeren wat je hebt. Door de registratie te koppelen aan een publiek register ontstaan mogelijkheden om met data nieuwe inzichten op te doen en vernieuwing mogelijk te maken. De ambitie van Cirkelstad en Madaster om een omgevingsregister te realiseren faciliteert hierbij de noodzakelijke beweging in bouw en infrastructuur.

www.cirkelstad.nl www.madaster.com

WEBSITES

10/2019  Stadswerk magazine 11


Praktische tool bij aanbestedingen

Emissievrij werken in Groningen Gemeente Groningen ontwikkelde een praktische tool om werk aan te besteden met zo min mogelijk CO2-emissie tijdens de uitvoering. Het resultaat van de eerste aanbesteding was verbluffend. Opdrachtgever en opdrachtnemer staken hun nek uit. Een gesprek met Joost Visser, hoofd ingenieursbureau gemeente Groningen.

Geef mensen en de markt de ruimte Binnen het ingenieursbureau worden innovaties gestimuleerd. Joost is ervan overtuigd dat je mensen volop de ruimte moet geven om met nieuwe ideeën te komen en ze uit te proberen ‘en ja, soms mislukken die, nou en, daar leren we van!’. Eén groepje collega’s wilde op een eenvoudige manier een BPKV-beoordelingsmethode (beste prijs-kwaliteitverhouding, voorheen EMVI) bedenken waarmee het mogelijk zou zijn om inschrijvingen te beoordelen op de mate van

WEBSITE www.avitec.nl www.skao.nl www.groningen.nl

12  Stadswerk magazine 10/2019

FOTO: WWW.GIC.NL

G

roningen wil in 2035 emissievrij zijn; voor de binnenstad moet dat in 2025 al het geval zijn. Er is een breed programma opgezet waarvan de eerste resultaten al zichtbaar zijn. De stadslogistiek wordt in toenemende mate elektrisch, met bijvoorbeeld elektrische bakfietsen, waterstofaangedreven vrachtauto’s en veegauto’s, en een eigen elektrisch wagenpark voor stadsbeheer. De stad heeft aan de hand van het Ambitieweb1 voor alle beleidssectoren gedefinieerd welke bijdrage zij gaat leveren en implementeert heel resultaatgericht tal van maatregelen. Voor GWW-werken is de CO2 prestatieladder2 van toepassing (niveau 5, het hoogste niveau ) en wilde de gemeente minder CO2-uitstoot bij de uitvoering van civiele werken.

In Groningen wordt 60.000 vierkante meter aan gele stenen vervangen.

emissievrij werken. Joost: ‘Het resultaat was een ontzettend eenvoudige tabel, waarin een score werd toegekend aan de mate van emissiereductie.' Elke maatregel van een aannemer scoorde extra punten. Denk bijvoorbeeld aan het gebruik van HVO brandstof (Hydrotreated Vegetable Oil), Euro 6-diesel en de inzet van elektrisch of waterstofmaterieel. De nieuwe beoordelingsmethode is toegepast bij de aanbesteding van een enorme vervangingsopgave in de binnenstad. 60.000 vierkante meter oude gele stenen die de loopstroken in de hele binnenstad markeren, worden in vier jaar tijd vervangen. Tijdens de jaarlijkse marktdag met aannemers, heeft het ingenieursbureaus met aannemers gediscussieerd over de vraag hoe de GWW-sector (grond-, weg- en waterbouw) gaat bijdragen aan CO2-reductie bij uitvoering van werken. De markt is er klaar voor, maar gaf duidelijk aan dat de gemeente duidelijk moet maken wat het beleid is


FOTO: AVITEC.NL

TEKST GERT VISSER, Movares en Redactie Stadswerk magazine

Emissievrij werken in de openbare ruimte.

en wordt, zodat de markt vroegtijdig kan anticiperen en investeren. Het ingenieursbureau heeft helder haar ambities neergezet: emissiereductie wordt al in 2019 een criterium bij BPKV-aanbestedingen.

Aansprekend resultaat Maar liefst vijf aannemers schreven in op de vervangingsopgave van 60.000 vierkante meter bestrating. Aannemer Avitec presenteerde een vrijwel volledig elektrisch aangedreven wagenpark en materieel. Zij scoorde als enige inschrijvende partij vrijwel maximaal op CO2-reductie en ondanks een 10 procent hogere prijs dan nummer 2 werd de opdracht via een vlekkeloze aanbestedingsprocedure daarmee aan Avitec gegund. Deze aannemer koopt groene stroom in en laadt materieel en voertuigen op bij de gemeentelijke ‘laadhubs’. Kleine transportvoertuigen, trilplaten, een shovel, lamellenknipper, personenvoertuigen: alles is elektrisch en nieuw aangeschaft. Alleen voor zwaar werk, bijvoorbeeld transport van stenen, worden dieselvrachtwagens ingezet, maar dan wel met gebruik van HVO-brandstof die voldoet aan de Euro 6-norm (diesel gewonnen uit biomassa). Joost: ‘Deze aannemer heeft zijn nek enorm uitgestoken. De inschrijfprijs paste binnen ons budget. Deze aannemer toont visie en wil echt innoveren.’

De toekomst Joost ziet een enorme ontwikkeling van emissiereductie bij GWW-werken. ‘Voor zware GWW-werken zullen HVO-die-

selvoertuigen maar ook waterstof aangedreven voertuigen op korte termijn de standaard worden verwacht ik. Gemeente Groningen voert haar groenbeheer al emissieloos uit, en zeker met onderhoudscontracten voor de langere termijn worden aannemers de komende jaren gestimuleerd om te investeren in elektrificatie.’ Daar komt bij dat de PASproblematiek (‘de stikstofcrisis’, red.) versneld zal leiden tot meer emissievrij uitvoeren van GWW-projecten. Zowel gemeente Groningen als Avitec zijn overvallen door de positieve publiciteit rondom deze aanbesteding. De kracht van de Groningse aanbestedingsmethode zit hem in de eenvoud. Joost: ‘Ik geloof erin dat we duurzame innovaties gewoon moeten gaan dóen. En houd het voor de markt zo eenvoudig mogelijk als dat kan. Ga dus genuanceerd om met instrumenten als Dubocalc en MKI-waarden (milieukostenindicator, red.). Blijf ook in gesprek met de aannemers over noodzaak en ambitie. Dat stimuleert mogelijk innovaties bij aannemers. Denk aan gezamenlijke investeringen, nieuwe contractvoorwaarden en aanbestedingsvormen. Houd ook rekening met weerstanden binnen de gemeentelijke organisatie, maar ga ook daar het gesprek aan en neem mensen mee in nieuwe ontwikkelingen om emissieloos te bouwen. Want het kan, dat heeft deze Groningse aanpak bewezen.'

Noten

1. Zie www.duurzaamgww.nl/ambitieweb voor uitleg van wat Ambitieweb inhoudt. 2. Zie www.skao.nl/wat-is-de-ladder voor uitleg van de CO2-ladder. 10/2019  Stadswerk magazine 13


Greendeal Duurzaam GWW 2.0

Duurzaam GWW en circulair werken: start gewoon! Veel Stadswerkers waren in 2019 actief op de dossiers duurzaamheid en circulair werken. Met de Community of Practice GWW (grond-, weg- en waterbouw) en de expertsessies circulair werken bood Stadswerk hierin ondersteuning. Van elkaar leren hoe het in de praktijk kan. En daar gaan we in 2020 mee verder. Sluit aan en doe mee!

N

ieuwegein, Nissewaard en Meierijstad hebben, geïnspireerd door de Stadswerk|NVRD Mindmap Circulaire Openbare Ruimte (zie figuur 1), gebruik gemaakt van het aanbod om in een besloten expertsessie aan de slag te gaan om de openbare ruimte meer circulair te maken. Nieuwegein en Nissewaard stelden beide de aanpak van een wijk aan de orde, Meierijstad het creëren van draagvlak binnen de eigen organisatie.

dam) en Esther van der Lugt (Oss) waren bereid hun praktijkkennis te delen met de collega’s uit Nieuwegein, Nissewaard en Meierijstad. Leren uit elkaars praktijk, precies het soort kennisdeling waarvoor Stadswerk werd opgericht. Het leverde in de drie gemeenten concrete resultaten op. Hieronder een aantal eye-openers. Doe er uw voordeel mee.

Het verschil maken

Zowel Nieuwegein als Nissewaard willen aan de slag met wijken uit de jaren ‘70. Schansen-Noord (Nieuwegein) en Waterland (Spijkenisse) zijn net als veel andere wijken uit deze periode toe aan een ‘herstoffering’. De inrichting is versleten, het groen soms uit zijn voegen gebarsten en sommige bewoners gebruiken hun voortuintje op een andere manier dan oorspronkelijk de bedoeling was. Alles bij elkaar levert dat een versleten beeld op.

Sander Lubberhuizen, gemeente Apeldoorn, deed in alle sessies de aftrap. Waarom leverde hij graag een bijdrage aan deze bijeenkomsten? ‘Omdat het belangrijk is dat we elkaar blijven informeren over ontwikkelingen op het gebied van de circulaire economie. Ik wil heel graag dat mijn collega’s in het veld snappen dat het niet iets is dat door de afdeling "beleid" wordt bedacht of door een enthousiaste wethouder. Je kunt er nú mee beginnen. Wacht niet op extra budget; het is niet ‘‘eng’’. Je krijgt er zelfs een enorme energie-boost van. Je werk wordt er leuker door. En hoe gaaf is het om ‘‘launching customer’’ te zijn, waardoor je echt het verschil kunt maken?’ Ook Suzan Heykoop (Rotter-

WEBSITES www.duurzaamgww.nl www.stadswerk.nl

14  Stadswerk magazine 10/2019

De vervangingsopgave in Nieuwegein en Nissewaard

Tijd voor actie dus. Hoe kan dit tegelijkertijd circulair worden aangepakt? Nieuwegein ziet kansen door een zo groot mogelijk hergebruik van straatmateriaal en door vrijkomend materiaal te gebruiken voor de inrichting van een ‘natuurlijk spelen’ plek in de wijk. Voorwaarde voor succes? Een wijziging van het gemeentelijk inkoop- en aanbestedingsbeleid. Ook Nissewaard ziet kansen in het voor andere doeleinden inzetten van vrijkomend materiaal. En ook hier is een


TEKST MAARTEN LOEFFEN, Vereniging Stadswerk Nederland

OP ZOEK NAAR INSPIRATIE VOOR JE EIGEN GEMEENTE OF PROJECT? Ook in 2020 biedt Stadswerk ondersteuning bij de organisatie van een lokale expertsessie. Daarnaast kunt u toetreden tot de Community of Practice Duurzaam GWW. Vier maal per jaar wisselen gemeenten daar praktijkervaring en kennis uit om samen verder te komen. Meer weten over deze mogelijkheden? Neem contact op met Marcelle Verhoeven: marcelle.verhoeven@stadswerk.nl.

gewijzigde aanbesteding en uitvoering aan de orde. Doe eens een marktconsultatie om samen met ondernemers ideeën te ontwikkelen over een andere aanpak. Bied aannemers een incentive, een subsidie, organiseer een wedstrijd, heb lokale focus. Ook is het van het grootste belang om de waarde van materialen in de openbare ruimte goed in beeld te brengen. In Meierijstad is de waarde van alle eigendommen assets in de openbare ruimte becijferd op 2,5 miljard euro. Waarde die je graag wilt behouden en niet wilt ‘downcyclen’. Zowel Nieuwegein als Nissewaard benadrukken het belang van communicatie met en het betrekken van buurtbewoners. Bewustwording van de noodzaak om een ander beleid te voeren, krijgt hoge prioriteit

denkers. Dat leverde mooie dilemma’s op. Doeners moeten ruimte krijgen fouten te maken. Daarvoor moeten denkers (beleidsmakers) leren beter om te gaan met onzekerheid. Samen verantwoorde risico’s durven te nemen. Ga op zoek naar pioniers, doorzetters, binnen de organisatie die aan de slag willen gaan. En bied ze, als collega’s, hulp en bijstand. Ontwikkel, vanuit je experimenten, prototypen of een programma zodat vervolgplannen in andere wijken met minder onzekerheid gepaard gaan.

De Mindmap Circulaire Openbare Ruimte van Stadswerk en branchevereniging NVRD.

EEN DEELNEMER OVER DE EXPERTSESSIE Raymond van der Sluijs, hoofd Stadsbeheer gemeente Nis-

Meierijstad: ruimte voor risico’s

sewaard: 'Een geslaagde sessie met een mooie mix vanuit

Meierijstad, een gemeente met 81.000 inwoners en 600 medewerkers, ontstond op 1 januari 2017 door een fusie van Veghel, Schijndel en Sint-Oedenrode. Zo’n vijftig medewerkers houden zich bezig met duurzaamheids- en circulaire dossiers. Hoe creëer je draagvlak en ontstaat beweging? Meierijstad ging aan de slag vanuit het perspectief van zowel de doeners als de

onze afdeling: opzichters, aannemers en beleidsmedewerkers. Na twee inspirerende presentaties hebben we situatie in de wijk bekeken, waarna we in een kort tijdsbestek samen de belangrijkste conclusies op een rij hebben gezet. Hier is wel een circulair zaadje geplant!'

10/2019  Stadswerk magazine 15


Duurzame warmte en kou Thermische energie uit oppervlaktewater zou volgens onderzoek kunnen voorzien in 40 procent van de Nederlandse warmtevraag. Deze vorm van aquathermie zou de gebouwde omgeving ook nog eens van duurzame koeling kunnen voorzien. Welke (on)mogelijkheden zijn er nu precies voor de praktijk?

O

nder de noemer aquathermie duiken technieken om warmte te halen uit oppervlakte-, afval- en drinkwater steeds vaker op in gemeentelijke plannen voor een aardgasvrije gebouwde omgeving. Volgens het onderzoek ‘Nationaal potentieel van aquathermie’, dat CE Delft en Deltares publiceerden in 2018, biedt oppervlaktewater veruit de meeste kansen. Hiervan is in de Nederlandse delta namelijk veel beschikbaar.

Aquathermie voor warmte en koude Aquathermie komt erop neer dat tijdens de zomermaanden een pompinstallatie warm oppervlaktewater (dat een temperatuur van 25 graden kan bereiken) via een warmtewisselaar in contact brengt met kouder grondwater. Dat grondwater warmt op, waarna het onder de grond wordt opgeslagen totdat de warmtevraag vanaf het najaar toeneemt. Het opgewarmde grondwater wordt dan opge-

Het water rondom de Houthavens wordt gebruikt voor aquathermie.

16  Stadswerk magazine 10/2019

pompt en geeft via een warmtewisselaar de warmte af aan een andere waterstroom in de centrale. Warmtepompen waarderen het opgewarmde water vervolgens op naar 65 graden, wat nodig is om veilig warm tapwater te leveren. Andersom werkt het systeem ook: in de winter wordt dan koude aan het oppervlaktewater onttrokken en in de bodem opgeslagen. In de zomermaanden wordt dit water gebruikt om kantoren en woningen te koelen. Hele diepe plassen, zoals afgravingen, bieden zelfs in de zomermaanden genoeg koude om gebouwen mee te koelen, waardoor ondergrondse opslag niet nodig is.

De ervaringen in Houthavens ‘In nieuwbouwwijk Houthavens in Amsterdam gebruiken we koude uit het nabijgelegen IJ om de woningen en kantoren in de zomer te koelen’, vertelt Raymond van Bulde-


TEKST NADINE HUISKES, Leene Communicatie BEELD Sia Windig i.o.v. Vattenfall

ude met aquathermie ren, vanuit Vattenfall business manager warmte en koude in Amsterdam. ‘In de winter wordt grondwater opgepompt, door het oppervlaktewater gekoeld en opgeslagen voor later gebruik.’ De combinatie van stadsverwarming en comfortkoeling in Houthavens vermindert de CO2-uitstoot met zo‘n 60 tot 80 procent ten opzichte van aardgasgestookte cv-ketels en traditionele koelinstallaties.

Projecten in nieuwbouw Verderop langs het IJ maken de inwoners en andere gebruikers van de Oostelijke Handelskade gebruik van warmte uit het naastgelegen water. Dit systeem heeft adviesbureau DWA enkele jaren geleden samen met Vattenfall gerealiseerd, vertelt Lambert den Dekker, senior adviseur energietransitie bij DWA. ‘Ook in een kantorengebied langs de Maas in Rotterdam, en in het Paleiskwartier in Den Bosch, wordt al geruime tijd gebruikgemaakt van warmte uit oppervlaktewater.’ In al deze projecten is sprake van nieuwbouw, omdat de technologie daar makkelijker is toe te passen dan in bestaande bouw. Dit heeft te maken met de lagetemperatuurwarmte die oppervlaktewater kan leveren. Deze

warmte wordt opgewaardeerd tot 40 graden voor kantoren en een middentemperatuur van 65 graden voor woningen, wat doorgaans onvoldoende is om oudere woningen mee te verwarmen. In bestaande bouw ontbreekt namelijk de noodzakelijke isolatie en verwarmingssystemen, die in nieuwbouw wel aanwezig zijn.

Van het gas af met aquathermie Op dit moment maken naar schatting zo‘n 10.000 huizen in Nederland gebruik van aquathermie. In het licht van de transitie naar een aardgasvrije gebouwde omgeving neemt de belangstelling voor de techniek flink toe. Volgens Den Dekker en Van Bulderen zijn er op dit moment nog belangrijke kanttekeningen te plaatsen bij de winning van warmte uit oppervlaktewater. ‘Het is een mooi systeem, maar er komt veel bij kijken, in eerste instantie op technisch vlak’, aldus Den Dekker. ‘Het goed afstemmen en inregelen van alle onderdelen - van pompen en filters tot warmtewisselaars - is heel belangrijk om het systeem efficiënt te laten werken.’ Zelfs als aan alle technische randvoorwaarden is voldaan, blijft het systeem op dit moment nog erg kostbaar. ‘Oppervlaktewater levert een temperatuur die nog lager ligt dan restwarmte uit datacenters’, legt Van Bulderen uit. ‘Dit betekent dat de warmtepompen veel elektriciteit verbruiken om de temperatuur op te waarderen tot de benodigde temperatuur. Op dit moment is dat nog niet kostenefficiënt.’ De warmtepomptechnologie zal de komende jaren sterk verbeteren, is de overtuiging van Van Bulderen. ‘Maar hoe lang dat precies gaat duren, is moeilijk te zeggen. Daarom concentreren we ons bij bestaande warmtenetten nu vooral op restwarmte uit datacenters.’

WEBSITES www.greendeals.nl/green-deals/green-deal-aquathermie www.ce.nl/publicaties/2171/nationaal-potentieel-van-aquathermie

10/2019  Stadswerk magazine 17


De Houthavens, Amsterdam met het Pontsteigergebouw op de achtergrond.

Van Bulderen wijst erop dat de koppeling van deze losse circuits aan het bestaande warmtenet belangrijke voordelen biedt. ‘Als je in een nieuwbouwwijk in Amsterdam een nieuw en op zichzelf staand warmtenet zou aanleggen, dat wordt gevoed door aquathermie, dan moet je ervoor zorgen dat die bron in de volledige vraag van de wijk kan voorzien. Koppel je dat nieuwe stuk warmtenet aan het bestaande warmtenet, dan is het bijvoorbeeld voldoende als de aquathermiebron en het datacenter in 90 procent van de vraag voorzien. Het resterende deel wordt dan opgevangen door het grote warmtenet, dat als het ware bijspringt.’ Ook bij storingen kan het achterliggende warmtenet uitkomst bieden.

Toekomstscenario's In het Klimaatakkoord neemt duurzame stadswarmte een belangrijke plek in. Oppervlaktewater is vrijwel overal in Nederland beschikbaar, in tegenstelling tot bijvoorbeeld restwarmte uit de industrie en datacenters. Hebben we over pakweg dertig jaar in heel Nederland lokale warmtenetten die (deels) gevoed worden met aquathermie? Den Dekker ziet het als een realistisch toekomstscenario, vooral als het gaat om nieuwbouw. Het aansluiten van aquathermiebronnen op bestaande warmtenetten is lastiger, waarschuwt Den Dekker. ‘Het oppervlaktewater moet dan dicht bij een nieuwbouwwijk liggen die op stadswarmte wordt aangesloten. Als je aquathermie op een willekeurige plek aan het warmtenet koppelt, loop je - zelfs na opwaardering - het risico de temperatuur van het warmtenet dusdanig te verlagen, dat deze niet meer toereikend is voor bestaande bouw.’

Nieuwe en bestaande warmtenetten Er zitten inderdaad wat mitsen en maren aan het aansluiten van aquathermie aan het bestaande warmtenet, vult Van Bulderen aan. ‘Datacenters en op termijn ook aquathermie kunnen alleen warmte leveren aan nieuwbouwwijken. Het is dus van belang om de aquathermiebronnen zo dicht mogelijk bij deze afnemers aan het warmtenet te koppelen. De lagetemperatuurwarmte komt dankzij overdrachtsstations en het eenrichtingsverkeer van het warmtenet niet in contact met de hogetemperatuurwarmte in de hoofdtransportbuizen. Het zijn losse circuits.’ 18  Stadswerk magazine 10/2019

Green Deal Op dit moment lopen er zo’n veertig aquathermieprojecten in Nederland en zijn er ongeveer tachtig in voorbereiding. Eerder dit jaar bundelden diverse partijen, waaronder overheden en kennisinstellingen, de krachten in de Green Deal Aquathermie. Deze heeft als doel kennis en ervaring te delen en op die manier aquathermie als duurzame warmtebron verder te ontwikkelen. Een goede zaak, vindt Den Dekker. ‘De technologie bestaat al. Het is vooral de markt van warmtenetten die zich de komende jaren moet gaan ontwikkelen.’ Vanuit de Green Deal is inmiddels het Netwerk Aquathermie opgericht, dat zich inzet om de randvoorwaarden voor toepassing van de techniek zo goed mogelijk te maken - en op die manier allerlei partijen te stimuleren om te investeren in projecten. Den Dekker vindt het wat dat betreft ook positief dat de overheid overweegt om aquathermie op te nemen in de SDE++ subsidieregeling, die vanaf 2020 in werking treedt. Van Bulderen denkt dat aquathermie in ieder geval gebaat is bij simpelere vergunningstrajecten. ‘Onze ervaring is dat deze vrij complex zijn, waardoor projectontwikkelaars en vastgoedbeheerders nog regelmatig voor regeneratie uit omgevingslucht kiezen. Als de keuze voor aquathermie eenvoudiger en aantrekkelijker wordt, kunnen we echt de weg vrijmaken voor een grootschalige toepassing van deze duurzame warmte- en koudebron.’


FOTOGRAFIE: DAKDOKTERS

SPECIAL

Groenprofessionals De blaadjes dwarrelen van de bomen, met hier en daar een koppige naaldboom, Ginko of struik die weigert haar groene kleed af te werpen. Desalniettemin is het een mooi moment om verschillende projecten voor het voetlicht te brengen die diverse groenprofessionals dit jaar hebben opgepakt. Om te beginnen blikt Frank Blankers van T&G Groep met zijn partners bij de Gemeente Boxtel terug op een dit jaar afgerond project. Ada Wille verhaalt over de uitbreiding en vergroening van de begraafplaats ‘Vredehof’ van de gemeente Bodegraven-Reeuwijk. En in het stuk van Bijl & Heierman lezen wij over kant-en-klare tuinen voor nieuwbouwprojecten in Nederland.

Op de Deel in Emmeloord hebben Heicom en TGS vijftig bomen met een groeicapaciteit tot twintig meter weten aan te planten op een plein, een mooie uitdaging voor beide bedrijven, aangezien bomen en bestrating een ander soort ondergrond vereisen. In de gemeente Hellevoetsluis werkt Copijn aan een algemene visie voor de openbare ruimte binnen de vesting, waarbij de herinrichting van het Cultuurplein de eerste stap is. De special sluit af met een column van Friso Klapwijk, ondernemer en bestuurslid Nationaal Dakenplan, waarin hij met een knipoog een lans breekt voor ‘het dak als meekoppelenkans’. 10/2019  Stadswerk magazine 19


SPECIAL

Ervaringen met het ‘mini-bouwteam’ in Boxtel Aan tafel van links naar rechts: Wil Rutten (projectmedewerker Gemeente Boxtel), Peter van den Oetelaar (projectleider Gemeente Boxtel), en Frank Bankers (T&G Groep

D

e opkomst van nieuwe samenwerkingsvormen tussen (groen)aannemers en opdrachtgevers raakt in een stroomversnelling. Na een traject met de gemeente Boxtel, in de vorm van een ‘minibouwteam’, blikt Frank Bankers (T&G Groep) samen met gemeentelijke collega’s terug. Wat is een mini-bouwteam en hoe heeft de gemeente het traject ervaren? Bankers: ‘Het idee van een mini-bouwteam is dat de aannemer bij het hele proces wordt betrokken. Veel praktische problemen worden van tevoren ondervangen. Ik zie het bouwteam als een proces in vijf stappen: voorbereiding, budget/raming, go or no-go, uitvoering en evaluatie. Vooral dat go or no-go moment is belangrijk. De gemeente moet altijd kunnen uitstappen als de klik er toch niet blijkt te zijn.’ ‘Het is ook voor de aannemer fijn om zo samen te werken. De gemeente controleert de voorbereiding, maar hoeft nog maar weinig bij het ontwerp en de uitvoering betrokken te zijn. Hierdoor besparen we geld en verminderen we de werkdruk voor de opdrachtgever. Deze komt in een controlerende rol in plaats van een uitvoerende rol. De gemeente kan zo meer projecten tegelijkertijd draaien.’ Peter van den Oetelaar (projectleider Gemeente Boxtel) typeert waarom dit bij zijn gemeente zo goed

20  Stadswerk magazine 10/2019

werkt. ‘Als opdrachtgever moet je je nek durven uitsteken om simpelere manieren van aanbesteden te zoeken. Gevoel, vertrouwen en transparantie - waarbij een marktconforme prijs hoort - zijn randvoorwaarden. Marktpartijen kiezen steeds meer zelf voor wie en hoe ze willen werken. Gemeenten moeten daarin meedenken.’ Bankers vult hem aan: ‘Gemeenten willen vaak zakendoen met plaatselijke MKBbedrijven. Als dit de intentie is, moet de uitvraag geen zware huiswerkopgave zijn. De kostbare uren van een marktpartij kunnen beter worden ingezet om het plan praktischer uit te werken.’ Wil Rutte (projectmedewerker Gemeente Boxtel): ‘Wij krijgen van de politiek veel vrijheid wat betreft het gunnen van werk. Hierdoor krijgen vernieuwende vormen zoals het mini-bouwteam een kans. Wij kunnen een heel bestek optuigen, maar die kennis halen we het liefst uit de markt. Waarom drie MKB-aannemers laten tellen voor een klein werk? Een goed minibouwteam werkt in het voordeel van alle partijen.’


TEKST: Ada Wille

Groenprofessionals op begraafplaatsen

O

nze doden geven we het liefst in een groene omgeving hun laatste rustplaats. Omdat dat helend werkt voor de rouwenden. Werken op dit soort plekken vraagt meer dan alleen het algemene aanleg- en onderhoudswerk in het groen. Het vraagt om betrokkenheid en zorgvuldigheid.

ties trappen, urnentuin tot grondwerk, plantwerk en dergelijke. Gert Terlouw en Stef van der Meer zijn de beheerders van de begraafplaats en denken en werken mee aan het project en geven praktische informatie vanuit het gebruik en beheer van de begraafplaats

Samenwerking gemeente en professionals

Het project onder de loep

Op de begraafplaats ‘Vredehof’ van de gemeente Bodegraven-Reeuwijk werken groenprofessionals samen aan de uitbreiding en vergroening van deze bijzondere plek. Ieder vanuit zijn of haar rol, maar vooral gericht om gebruik te maken van elkaars kennis en inzichten. Die rolverdeling ziet er als volgt uit: Luc Ettema is adviseur van de gemeente. Hij stuurt het project vanuit de gemeente aan en heeft jarenlange ervaring op gebied van openbare ruimte. Ada Wille is zelfstandig landschapsarchitect met de specialisatie begraafplaatsen. Zij adviseert de gemeente op het gebied van de aan te brengen beplanting en ontwierp de uitbreiding, kinderhof en urnentuin en maakt renovatievoorstellen voor oudere delen van de begraafplaats. Gijsbert van de Kamp van Multituinen Landschap uit Driebruggen is samen met zijn hoveniers verantwoordelijk voor alle voorkomende werkzaamheden; van snoeien, straatwerk, construc-

In het project staat naast de uitbreiding en de herinrichting van de begraafplaats, de vergroening en de versterking van de biodiversiteit voorop. De begraafplaats biedt volop kansen. Buxushagen, van in totaal bijna twee kilometer lang, zijn aangetast door de buxusmot. Deze zijn vervangen door lavendelhagen. Daarnaast worden met sierheesters die nectar en stuifmeel leveren voor (wilde)bijen en vlinders de kale plekken tussen en achter grafrijen ingevuld. Bij de snoeiwerkzaamheden van de buitenrand zijn van het snoeiafval takkenrillen gemaakt. Verder gaat de gemeente nabestaanden informeren over wat er meer mogelijk is met grafbeplanting. Elke vierkante meter die op deze wijze vergroend wordt vormt een bijdrage aan het totaal. De groenprofessionals hebben hierbij alle ruimte om zo samen aan een groene begraafplaats te werken waarbij rouwenden rust kunnen vinden en er meerwaarde is voor de natuur. 10/2019  Stadswerk magazine 21


organisatie beleid & beheer geld & kwaliteit

   

      

                  

          

   !    "   

  #      

  # 

Cyber Adviseurs voor buitenruimte maakt zichtbaar hoe uw organisatie ervoor staat en ondersteunt met glasheldere instrumenten. Benieuwd hoe? Bel (0172) 63 17 20 of mail naar info@cyber-adviseurs.nl

www.cyber-adviseurs.nl adv_cyber_stadswerk_100x143.indd 1

14-03-12 12:01

Tel: 0578 - 615940 info@groen-uitzendburo.nl

Personeel met groene vingers nodig? Of zoek je een groene baan?

Bel ons nu!

Groen Uitzendburo, dat werkt! WWW.GROEN-UITZENDBURO.NL


TEKST: Andries Heierman, directeur Van der Bijl & Heierman

Woonwijken volgens het Tuinklaar concept

I

n Veenendaal leverde v.d. Bijl & Heierman meerdere Tuinklaar concepten op samenwerking met initiatiefnemer Spaansen. Bij Tuinklaar wordt de tuin kant-en-klaar opgeleverd, zodra de toekomstige bewoners de sleutel krijgen.

Maatschappelijk belang Omdat er meerdere tuinen tegelijk worden aangelegd tijdens het Tuinklaar concept, is het voor de aannemer mogelijk efficiënter te werken. De aanvoer van materialen kan immers in een keer verzorgd worden, waardoor het aantal verkeersbewegingen drastisch gereduceerd wordt in de wijk, voor en na oplevering van de woningen. Dit zorgt ervoor dat de CO2 uitstoot sterk wordt verminderd.

Uitgekiend concept Op het moment dat de bewoners van 21 woningen in de nieuwbouwwijk Eiland F in Veenendaal de sleutel kregen, was hun tuin al gereed. Van der Bijl & Heier-

man werd door Spaansen, een aannemersbedrijf in ‘goen en grijs’, betrokken bij de plannen die zij voor ogen hadden met de tuinen in de wijk. De nieuwe bewoners betalen uiteindelijk één prijs voor een woning, inclusief tuin. Het werk aan de tuinen begon in de afbouwfase van de woningen, ongeveer zes weken voor oplevering. Een goede planning zorgt voor voldoende gelegenheid om de tuinen op tijd te realiseren.

Visitekaartje voor de aannemer en gemeenten Voor de aannemer is het een visitekaartje om de woningen compleet met een tuin op te leveren. Voor de nieuwe bewoners is het een voordeel dat er geen bouwzand naar binnen wordt gelopen. Door de ruime keuze uit verschillende ontwerpen en de maximale variatie van het materiaal komen de tuinen er nooit hetzelfde uit te zien. Voor gemeenten is dit een visitekaartje. Direct bij oplevering wordt er een verzorgde en leefbare wijk gecreëerd, doordat de tuinen immers al gereed zijn.

Nieuw project Het volgende Tuinklaar- project is in Lent, bij Nijmegen. Daar bouwt Klok Groep 115 woningen, door Van der Bijl & Heierman merendeels met voor- en achtertuin aangelegd. Spaansen is als initiatiefnemer verantwoordelijk voor de verkoop en coördinatie. Meer info: www.vdbh.nl & www.spaansen.nl 10/2019  Stadswerk magazine 23


SPECIAL

Uitdagingen in Emmeloord

Z

o’n vijftig bomen, met een groeicapaciteit tot 20 meter, planten op een plein is bijna onmogelijk. En toch lukt het op De Deel in Emmeloord. Een combinatie van onder meer kunststof units van TGS en bomenzand van Heicom zorgt ervoor dat de bomen goed wortelschieten op De Deel.

Benodigde ondergrond Wat het planten van de bomen zo ingewikkeld maakt, is dat de ondergrond die nodig is voor de bestrating niet geschikt is voor bomen. In straatzand groeien bomen niet goed en onder een plein is niet genoeg water en zuurstof voor bomen. Daarnaast had Emmeloord een tekort aan vocht door een lage grondwaterstand en een hoge waterdoorlaatbaarheid van de ondergrond. Dat maakte dit project een flinke uitdaging.

heden, ondanks dat ze op een onnatuurlijke locatie staan. En het zorgt ervoor dat de bestrating van het plein sterk genoeg is om te gebruiken voor bijvoorbeeld parkeren en kermissen.

Watermanagementsysteem Op De Deel in Emmeloord is daarom op anderhalve meter diepte een compleet watermanagementsysteem aangelegd. Uniek is dat er daardoor altijd voldoende water is voor de bomen, maar ook dat er ruimte is voor de opvang van hoosbuien. Dit watermanagementsysteem lijkt nog het meest op een laag kunststof kratten die zijn bedekt met speciaal doek en bomenzand. Daarop ligt nog een laag units, om de druk te verdelen. Daarop weer textiel, puin, grond en tenslotte de straatstenen. De combinatie van al deze lagen zorgt ervoor dat de bomen kunnen groeien onder natuurlijke omstandig-

24  Stadswerk magazine 10/2019

Heicom leverde, in opdracht van de Nationale Bomenbank, bijna 3.000 ton bomenzand 500 RAG op het project. Marcel Straatman van Heicom: ‘Ons bomenzand werkt goed in combinatie met dit watermanagementsysteem. Het bomenzand heeft een capillaire werking. Het zorgt ervoor dat het water ook daadwerkelijk omhooggetrokken wordt en tot de boom ter beschikking komt. Daarnaast is het geschikt om mee te verdichten en, samen met de units, de bestrating te dragen.’ Meer info: www.heicom.nl


Een groen plein begint met een gezonde basis

G

emeente Hellevoetsluis wil van de vesting een plek maken met aantrekkingskracht. Niet alleen voor de inwoners en toeristen van Hellevoetsluis, maar ook voor de bewoners en ondernemers van de vesting. Om dit te realiseren heeft de gemeente Copijn Tuin- en Landschapsarchitecten gevraagd een visie op te stellen voor de openbare ruimte binnen de vesting.

Herinrichting De herinrichting van het Cultuurplein is de eerste stap in het vergroenen en verduurzamen van het centrum. Een transformatie van een zwart plein naar een gezond en levendig plein. Het Cultuurplein werd voorheen ook wel het zwarte plein genoemd. Een plein dat hard, guur en gebruiksonvriendelijk overkwam. Het autoverkeer en de parkeerfaciliteiten overheersten. Op het nieuwe plein is de auto voortaan te gast en deze dient zich aan te passen aan voetgangers en fietsers.

Samenwerking Copijn Tuin- en Landschapsarchitecten heeft in samenwerking met de gemeente een optimale uitgangssituatie voor de nieuwe beplanting gecreëerd. In plaats van standaard teelaarde is er hoogwaardige biologische tuinaarde van Biokultura toegepast. Deze tuinaarde is rijk aan organisch stof en bodemleven.

Daarbij houdt het beter vocht vast. Dit beperkt uitdroging van de grond gedurende de hete zomermaanden. Het sortiment bestaat uit krachtige droogteminnende en rijkbloeiende soorten; toekomstbomen, sierheesters, vaste planten en voorjaarsbollen. De vaste planten zijn met hoge dichtheid ingeplant, waardoor de bodem na het eerste jaar al bedekt is. Hierdoor is de onkruiddruk minimaal. Het beoogde beeld is sneller bereikt en de beheerkosten zijn op lange termijn aanzienlijk lager.

Nieuwe looplijnen De bomen en beplantingsvakken creëren nieuwe looplijnen naar het Vestingpark, de Museumkade en de diverse entrees. Hierdoor is het plein weer de schakel geworden tussen de hedendaagse haven, het maritieme verleden en de parkachtige vestingwallen. Daarnaast zijn de verspreide historische gebouwen en ruimtelijke elementen als losse elementen opnieuw verbonden. Met het ontwerp is ingezet op het vergroenen en verduurzamen van het centrum. Het plein is levendiger geworden, het wordt gebruikt door jong en oud en het is een fijne plek om samen te komen. Gemeente Hellevoetsluis is met het nieuwe Cultuurplein een levendige groene ontmoetingsplaats rijker.’ Meer info: www.copijn.nl


COLUMN TEKST FRISO KLAPWIJK, De Dakdokters en bestuurslid Nationaal Daken Plan

Veertigduizend hectare meekoppelkans Een van de mooiste ambtelijke woorden van de afgelopen jaren vind ik ‘meekoppelen’. Buiten de overheid is dat een onbekend woord. Als ik naar de supermarkt moet, dan vraagt mijn vrouw bijvoorbeeld niet om het oud papier mee te koppelen. Als ik het woord zou gebruiken in ons bedrijf dan word ik glazig aangekeken. Meekoppelen noemen wij ‘iets verder kijken dan je neus lang is’. Toch is ‘meekoppelen’ of het zelfs nog mooiere ‘meekoppelkans’ een prachtig woord dat het in zich heeft om projecten goedkoper en beter te laten verlopen. Want dat gebeurt als je de reikwijdte van een project verruimt.

beplanting, kan een enorme impact hebben op de uitdagingen waar onze steden voor staan: significante ontlasting van

In het bestuur van Het Nationaal Daken Plan kwam het woord

het riool, koeling van de stad, luchtzuivering en het verhogen

‘meekoppelkans’ ook ineens terug in het plan van aanpak.

van het welzijn van haar bewoners. Maar ook het vergroten

Het Nationaal Daken Plan is het vervolg van de Green Deal

van het natuurareaal in de stad en daarmee het zo cruciale

Groene Daken. De Green Deal heeft afgelopen jaren een sa-

herstel van biodiversiteit. De Green Deal Groene Daken heeft

menwerking opgeleverd tussen onderwijsinstellingen, de

hier een erg geschikt document over opgeleverd. Ook het

dakensector, natuurorganisaties en overheden. Het Plan

Handboek Levend Gebouw van de Vereniging van Hoveniers

heeft als ambitie de komende vier jaar te gebruiken om het

en Groenvoorzieners laat dit zien aan de hand van concrete

dak structureler te gebruiken. Het dak als meekoppelkans.

projecten. Beiden raad ik dan ook van harte aan.

Onze steden staan voor forse uitdagingen op het gebied van

Toch blijven begroeide daken, zeker in de bestaande bouw,

klimaatadaptatie. Stresstesten worden uitgevoerd en pro-

marginaal. Er ligt in Nederland ruim 400 miljoen vierkante

gramma’s opgetuigd. Er zijn subsidieregelingen voor begroei-

meter dak. 40.000 hectare meekoppelkans voor de opgaven

de daken. Je zou zeggen: het dak wordt al aardig meegekop-

waar onze steden voor staan. Ondanks alle stimuleringsrege-

peld. Toch zie ik nog wel wat fundamentele uitdagingen.

lingen is het tempo nu zo laag dat we 750 jaar bezig zullen zijn om alles wat nu plat en zwart is slim in te richten.

Een begroeid dak dat de waterbergende functie hoogwaardig

De reden: voor de dakeigenaar is de investering te hoog en de

invult, waarbij voldoende bodem ligt voor een biodiverse

terugverdientijd te lang. De enige manier waarop we werkelijke impact maken, is wanneer we echt gaan meekoppelen. Met stadsvernieuwing, met rioleringsplannen en met groencompensatieplannen. Stop met het bouwen van grotere riolering en bergingskelders en stop dat geld in daken. Stop met het kopen van landbouwgrond voor natuurcompensatie, maar investeer dat in groen op het dak. Het dak ligt braak, de eigenaren zijn welwillend. De meekoppelkans is een schot voor open doel. Kortom, meekoppelkans mag van mij hét woord van 2020 worden. 

26  Stadswerk magazine 10/2019


HET POSITIEVE EFFECT VAN GROEN. MINDER WATEROVERLAST DOOR GROENE TUINEN, PARKEN EN PLANTSOENEN

De groene feiten Groen is een heel effectieve maatregel tegen het terugdringen van het hitte-effect. Het is de eenvoudigste manier om verkoeling in de stad te brengen en om neerslagpieken op te vangen. Het effect van groen op de leefbaarheid en vooral het stedelijk klimaat, is daarom groot. Voor een optimale afvlakking van neerslag pieken is de combinatie van bomen met een brede kroon en grote bladmassa met een tweede laag van kleinere bomen en of struiken en een onderlaag van vaste planten het meest ideaal.

nl.thegreencity.eu

de stad is een groot deel van de bodem bedekt met • Inbebouwing of verharding. Hierdoor kan de neerslag niet in

• •

de bodem infiltreren, maar moet worden afgevoerd via het riool. Bij neerslagpieken hebben steden daarom de meeste economische en materiele schade. Bomen, struiken en vaste planten houden neerslag vast op hun blad, takken en stam. Een deel van het water verdampt en bereikt nooit de bomen, een ander deel bereikt de bodem vertraagt. Ook groene daken dragen bij aan het afvlakken van de afvoer van neerslagpieken.

DISCLAIMER The content of this this promotion campaign represents the views of the author only and is his/her sole responsibility. The European Commission and the Consumers, Health, Agriculture and Food Executive Agency (CHAFEA) do not accept any responsibility for any use that may be made of the information it contains.


Studiereis Resilient Zürich

Op weg naar de 2000Watt maatschappij Zürich heeft een stevige reputatie als leefbare, eigentijdse stad met een sterke focus op milieubewustzijn en bereikte hiermee de eerste positie in de Arcadis Sustainable Cities Index 2016. Het doel is om in 2050 als 2000 Watt maatschappij de klimaatverandering en de schaarste van hulpbronnen het hoofd te bieden. Welke veranderingen zijn zichtbaar?

E

en Nederlandse delegatie van 35 mensen ging eind september op studiereis naar Zürich. De verschillende achtergronden zorgden voor een kleurrijke uitwisseling in de trein. Direct na aankomst dompelde de ‘Stadt Zürich’ de groep onder in een presentatie over de uitdagingen van de stad. Een enorme maquette gaf een goede indruk van Zürich en de ligging: het gebergte rondom met als hoogste piek de ‘Üetliberg’, de rivier de ‘Limmat’ en de ‘Zürichsee’.

Groei en stedenbouwkundige ontwikkelingen Directeur stedelijke ontwikkeling, Anna Schindler, vertelt dat de bevolking gaat groeien van 420.000 inwoners naar

520.000 in 2040. Bij zo’n verwachte groei en de complexere samenleving hoort een nieuwe visie op stedelijke ontwikkeling. De uitdagingen zijn de hoogwaardige verdichting met voorzieningen, de eisen aan de leefomgeving, de sociale solidariteit, het behoud van de hoge milieukwaliteit en de duurzame energievoorziening. De Strategie Ruimtelijke Ontwikkeling stoelt op drie kernvragen: waar leven we vandaag en morgen op, hoe behouden we onze kwaliteit van leven en hoe organiseren we ons? Hierbij is aandacht voor bedrijvigheid en kennislocaties, diversiteit van de woonstad, ruimte voor recreatie, vrije tijd en cultuur, vergroening, aantrekkelijkheid van de openbare ruimte, stadsvriendelijke mobiliteit en samenhangende plannen voor stad en regio.

FOTO: STADT ZÜRICH

De 2000-Watt maatschappij en het effect op de stad

Een enorme maquette toont Zürich en de ligging in haar omgeving.

28  Stadswerk magazine 10/2019

In 2008 stemde 76,4 procent van de inwoners in een referendum vóór de '2000-Watt maatschappij'.1 Zo werd dit doel onderdeel van de grondwet van Zürich. Het huidige verbruik is circa drie keer zo hoog. Naast recycling en optimalisatie van het bestaande systeem is de uitdaging te werken aan minder verbruik en échte circulariteit. De 2000 Watt benadering heeft grote impact op ontwerp, inrichting en beheer van de openbare ruimte, zowel boven- als ondergronds. Uitgangspunt is behoud van de hoge


TEKST SASKIA HOLTHUIJSEN, Waternet BEELD: MAARTEN LOEFFEN, Vereniging Stadswerk

De deelnemers aan de studiereis.

kwaliteit van leven. Is het doel haalbaar bij de verwachte groei?

Mens centraal Zürich scoorde in de Sustainable Index Zürich2 uitstekend voor ‘planet’ en ‘profit’, en minder hoog voor ‘people’. Het rapport prees de hoge kwaliteit van leven, de onderwijsen arbeidsmarktmogelijkheden en de gezondheidszorg in Zürich. Betaalbaarheid en evenwicht tussen werk en privéleven zijn de belangrijkste oorzaken van de lagere score. Zürich stelt daarom de mens centraal en zet educatie in met een gerichte verbinding naar alle uitdagingen die de stad ziet. Met name vanuit Grün Stadt Zürich (de gemeentelijke groenafdeling, red.) is hiervoor aandacht. ‘Smart City’ is een interne opgave om innovatie te initiëren. Het geeft de rijkdom te mogen experimenteren, met vertrouwen dat mensen met goede oplossingen komen. Er is bereidheid risico’s te nemen en fouten te accepteren om van te leren. Een bescheiden houding van de overheid bevordert die innovatie en participatie en zo de haalbaarheid van de 2000-Watt maatschappij. Zürich herbergt een groot aantal initiatieven rond collectief particulier opdrachtgeverschap. Deze coöperaties passen bij de cultuur, en geven ook vraagtekens. De groep bezocht Kalkbreite, een innovatief en duurzaam woonpro-

ject boven een tramopstelplaats: eerst een ontoegankelijk stukje stad, nu een aantrekkelijke plek. Zeker vijftig buurtbewoners namen deel aan een openbare workshop om ontwerpideeën te zoeken. Het project was een samenwerkingsverband tussen de Stad Zürich, het openbaarvervoerbedrijf en twee lokale coöperatieve vennootschappen. Ze legden samen een uitgebreid participatief traject af met een belangrijke rol voor als burgers vermomde professionals. Door keuzes bij bewoners zelf te laten, wordt het wonen écht anders dan hetgeen ontwikkelaars bouwen.

Volksgezondheid en mobiliteit Zürich kent een radicaal openbaarvervoerbeleid: OV gaat voor. Zeker 50 procent van de inwoners heeft geen auto. Wil je in Kalkbreite wonen, dan mag je geen auto op je naam hebben staan! Christina Spoerry, Hoofd Verkeersstrategieën, Bouw en Infrastructuur, schetst een duidelijke visie, waar de stad in stapjes naar toe groeit. Cijfers voeden het strategisch denken.

WEBSITE www.stadswerk.nl/themasenprojecten/ internationaal/studiereis

10/2019  Stadswerk magazine 29


De doelen voor verkeersbewegingen hangen samen met doelen van de stad. Enerzijds verdwijnen er veel parkeerplaatsen, anderzijds krijgen auto’s nog wel de ruimte de stad in te rijden. Gebruik van gemotoriseerd vervoer is gelijk gebleven sinds 2012, dat is winst. Er zijn nauwelijks elektrische auto’s. Het ruimtebeslag van auto’s in de stad wordt als een probleem ervaren. Het tramgebruik is sinds 2012 met 18 procent gestegen en de (elektrische) fiets is aan een opmars begonnen. Fietsgebruik kan nog meer de aandacht en ruimte krijgen die we in Nederland inmiddels heel gewoon vinden, bijvoorbeeld met de rode fietspaden en fluisterasfalt.

Hittestress en groen naar de binnenstad Vele groene bergen en bossen omringen Zürich. In het stadsdeel waar de groep verblijft, bepaalt (sneeuwpraktisch) asfalt het straatbeeld. Zürich wil, onder andere door klimaatverandering, het groen écht in de binnenstad brengen. De richting is dat iedereen binnen 400 meter toegang heeft tot 6 tot 8 vierkante meter groen. Een aandachtspunt in stedelijke ontwikkeling is het verlies van groen in privaat gebied. Een gebouw verdwijnt, een nieuw gebouw is groter en heeft een parkeergarage, waardoor bomen niet kunnen groeien. Zo valt ons de Theaterplatz/Sechseläutenplatz op, waar parkeerplaatsen én bomen zijn verdwenen. Het totale wensenpakket voor de stad leidde hier tot een open verhard plein voor activiteiten. Het asfalt tussen de trambanen had groen kunnen zijn. De wetenschappelijke manier waarop Zürich met groen omgaat, in combinatie met de normen, vergemakkelijkt het overtuigen van de politiek waardoor ruimte voor maatregelen ontstaat. Grün Stadt Zürich gebruikt bijvoorbeeld in haar beleid i-Tree en maakt daarmee de omslag van stammen tellen naar kroonvolume. In vergelijking met Nederland lijkt verbetering mogelijk in het bouwen van ondergrondse voorzieningen voor de bomen, zoals waterberging en het verbinden van parkeerplaatsen. In de aanpak van het stedelijk hitte-eilandeffect kan de stad nog stevige slagen maken. Naast de vergroening is de be30  Stadswerk magazine 10/2019

wustwording van het verkoelende effect van luchtstromingen door de stad vanuit omliggende bergen belangrijk, met name ’s nachts. Dit beïnvloedt de keuzes qua hoogbouw, plaatsing en hoogte.

Watervoorziening Over de klimaatverandering en de relatie tot drinkwater maakt de Wasserversorgung zich geen zorgen. Het systeem is robuust en overgedimensioneerd. Prachtige publiekspresentaties, de ‘experience’, in de grondwaterwinningsruimte en de gedocumenteerde wandelroutes in de stad beklemtonen het belang van water. Verandering lijkt onnodig vanwege de Zürichsee met de aanvoer van water vanuit de bergen. Vanwege de groei van de stad zijn wel grote aanpassingen aan de productielocatie voorzien. Dit is een historisch monument uit 1914, waarbij strenge eisen gelden voor realisatie en architectuur. Veel aandacht krijgt ook de bescherming van de grondwaterbron, de winning ligt namelijk vlak naast een druk spoorwegemplacement met bedrijven. Kunstmatige infiltratie op goedgekozen locaties moet verontreiniging voorkomen. Opvallend zijn de tennisbanen bovenop de assets. Verder liggen op het terrein nog, anders dan in Nederland, grote hoeveelheden reservemateriaal opgeslagen.

Tenslotte Opmerkelijk is hoe het beleid cijfermatig goed is onderbouwd en gedocumenteerd. Van ‘Smart City’ tot het radicale mobiliteitsbeleid, dat absolute voorrang verleent aan het openbaar vervoer. Als men deze Zwitserse degelijkheid combineert met de grotere inzet van bewoners en een meer intersectorale aanpak, dan leidt het zeker tot nieuwe inzichten.

Noten

1. De 2000-Watt maatschappij gaat uit van een gemiddeld gebruik van 2.000 Watt per persoon per dag. In Westerse landen ligt dat verbruik nu stukken hoger. Zie verder https://en.wikipedia.org/wiki/2000watt_society. 2. Zoek op internet op 'Sustainable Cities Index' voor meer informatie.


ADVERTORIAL

Weed Control lanceert hetelucht AIR E-variator onkruidbestrijder

Chemievrij én emissievrij

B

randen, stomen, borstelen: sinds de openbare ruimte chemievrij beheerd moet worden, hebben toepassingen en machines om dit professioneel en kosteneffectief te doen een grote vlucht genomen. Het bedrijf Weed Control staat aan de basis van deze ontwikkeling. Sterker, al sinds 2000 worden apparaten voor chemievrij beheer ontwikkeld, en sinds 2007 wordt heteluchttechniek in combinatie met warmteterugwinning toegepast.

Maar daarmee is de productontwikkeling niet af. Want behalve efficiënt werken en laag energieverbruik, klinkt nu ook de roep om emissievrij werken steeds luider. ‘Precies om die reden hebben we begin dit jaar de Alltrec werktuigdrager gelanceerd', zegt Bert van Loon, directeur van Weed Control. ‘Deze machine werkt volledig elektrisch en heeft dus geen uitstoot op de werklocatie. We zijn enkele jaren geleden begonnen met ontwikkelen en zijn echt bij nul begonnen, we hebben dus geen bestaand apparaat aangepast. Dat hebben we gedaan om bij ieder onderdeel en ieder proces het energieverlies minimaal te houden. Daar was veel te winnen in vergelijking met conventionele apparaten.’ Sinds kort is een emissiearme AIR heteluchtunit beschikbaar in het werktuigenpakket. Als deze gekoppeld is aan de Alltrec werktuigdrager, kan er maar liefst twee volledige werkdagen mee gewerkt worden zonder op te laden. ‘Door het ontwerp consequent af te stemmen op minimaal energieverlies, én door steeds betere accu’s is het ons gelukt om zo'n lange gebruiksduur te realiseren’, zegt Van Loon. ‘En ook andere prestaties zijn minstens

even goed als bij dieselmodellen. Bovendien is hij flexibel in te zetten, bijvoorbeeld als je een hoekje langs een gevel wilt meenemen. Maar ook maaien, borstelen en heggensnoeien behoort al tot zijn vertrouwde range. En er is, anders dan bij wegbranden, nagenoeg geen brandgevaar.’ De emissiearme heteluchtunit wordt al op diverse plaatsen ingezet voor effectief onkruidbeheer. Van Loon: ‘Vooral partijen die in binnensteden actief zijn of andere drukbezochte plekken, schakelen snel over, zoals de gemeente Amsterdam en de Radboud Universiteit in Nijmegen. Maar ook bijvoorbeeld begraafplaatsbeheerders zijn enthousiast omdat de apparaten stil zijn en geen dampen uitstoten op een plek waar rust extra belangrijk is.’ Van Loon verwacht dat emissievrij onkruidbeheer een grote opgang gaat maken de komende jaren. 'Wij leveren graag een bijdrage aan een schonere leefomgeving met onze machines. Aannemers worden bij aanbestedingen ook steeds vaker beloond voor gunstige emissieen CO2-prestaties. Met dit elektrische voertuig kun je heel wat punten scoren op de CO2-ladder, én zijn er fiscale voordelen bij aanschaf. Daar komt nog bij dat de kosten per draaiuur vanwege het lage energieverbruik een stuk lager liggen dan bij dieselapparaten. En met maar liefst ongeveer 3.000 acculadingen en 15.000 draaiuren zitten we bovendien op hetzelfde niveau van de nieuwste generatie elektrische auto’s. Kortom: met onze doordachte concepten kun je jaren vooruit én heb je een concurrentievoordeel bij opdrachtgevers.’ 10/2019  Stadswerk magazine 31


Bent u erbij? In 2020 bestaat Vereniging Stadswerk Nederland 100 jaar. 100 jaar lang is Stadswerk de plek waar professionals die in en rondom de openbare ruimte actief zijn, elkaar vinden om ideeën, kennis en ervaringen uit te wisselen en van elkaar te leren hoe het kán. Met de toenemende druk(te) op de openbare ruimte, is deze uitwisseling alleen maar belangrijker geworden. Dat laten we terugkomen in het motto van ons jubileumjaar: 100 jaar toekomst! Bent u erbij?

Dit kunt u van ons verwachten in 2020! 30 januari Utrecht: feestelijke aftrap

15 april Ede: Stadswerk 100 jaar toekomst! st ‘Hoe maken 03 juni Ede: Netwerkbijeenkom de Openbare Verenigingen & Netwerken rond rschil?’ ruimte ook in de toekomst het ve 02 december Pakhuis de Zwijger, Amsterdam: Slotdebat De toekomst begint nu!

BIJZONDERE, 100 JAAR OPENBARE RUIMTEBIJEENKOMSTEN EN EXCURSIES ● Future Green City collegetour 2020: op zoek naar nieuwe pioniers ● Glossy 100 jaar toekomst van de openbare ruimte ● Extra aandacht internationale activiteiten ● Jubileumkortingen nieuwe leden en extra kortingen voor huidige leden

Uit ons speciale jubileumfilmpje ’100 jaar toekomst!’, dat u vindt op www.stadswerk.nl. 1920

2020


Oogsten in Oslo H

et hele jaar mocht Oslo zich European Green Capital noemen. De Noorse hoofdstad heeft de titel onder meer te danken aan haar indrukwekkende prestaties op het gebied van klimaatadaptatie. Zo loopt Oslo voorop als het gaat om CO2-reductie, terwijl inwoners en bedrijven massaal overstappen op elektromobiliteit. Maar in de publiciteit rond het Groene Hoofdstad-jaar kwamen vooral andere succesverhalen aan bod. Dé smaakmaker was Losæter, een urban farm in hartje Oslo. Te midden van de moderne hoogbouw is de stadsboerderij niet alleen fotogeniek, ze is in meerdere opzichten bijzonder. Zo groeien de gewassen letterlijk op Noorse grond: de humus is een mengsel van aarde die uit alle regio’s van het land naar Oslo zijn gebracht. Ook voor de rest ademt Losæter een en al collectiviteit. Wie wil, mag vijf dagen op het terrein blijven en zich tegoed doen aan groente en fruit. Ook de pizza’s uit de gemeenschappelijke bakoven zijn

kosteloos. In de oogsttijd wordt er wekelijks gekookt en gezamenlijk aan een lange tafel in de openlucht gegeten. Losæter moet de Noren bewuster maken van de mogelijkheden die de natuur biedt voor een sociale, gezonde en duurzame stad. De stadsboerderij kan zich prima bedruipen dankzij donaties, de inzet van zo’n 400 vrijwilligers en het geld dat alle groenzones in de stad voor onderhoud krijgen. De zaken gaan zo goed dat er bij Losæter sinds kort zelfs een aparte stadsboer werkzaam is. Alleen al dat heuglijke feit is een mooie oogst van Oslo European Green Capital 2019.

TEKST GERT-JAN HOSPERS, Stichting Stad en Regio www.stad-en-regio.nl | hospers@stad-en-regio.nl

10/2019  Stadswerk magazine 33

FOTO: CLARE KEOGH, EUROPESE COMMISSIE

VAN DE STRAAT


    

                

  

              

   

              

 

      

    

              


(FOTO: NEDERLAND ZOEMT, MARCEL OTTENSPEER

TEKST SJOERD LUITEN, IVN Natuureducatie/Nederland Zoemt

Gemeente Moerdijk bekroond tot Bijvriendelijkste Gemeente 2019

Planten, bollen en zaden voor wilde bijen Bijvriendelijk beheer stopt niet bij de bermen in het buitengebied. In Moerdijk worden ook de natuurbegraafplaats, natuurspeelplaatsen, schoolpleinen en stoepen - vaak met hulp van vrijwilligers en inwoners - bijvriendelijk. Zo ontstaat een bijenlint, vol voedsel en nestgelegenheid voor de wilde bij.

E

ven lijkt het over te waaien, maar dan komt het met bakken uit de lucht. Het is zaterdagochtend 2 november 2019, Natuurwerkdag, en op een grasveldje in Klundert hebben zo’n vijftig mensen onder evenzoveel paraplu’s zich verzameld om de handen uit de mouwen te steken. Eén dag geleden hebben zij gehoord dat de dag een gouden randje heeft: gemeente Moerdijk is uitgeroepen tot Bijvriendelijkste gemeente van 2019.

Bewoners van Klundert trotseren de regen voor bijvriendelijk beheer.

TIP VAN DE BIJVRIENDELIJKSTE GEMEENTE Kees Nelemans: ’Vertel het verhaal en blíjf het vertellen. Een inwoner die dertig jaar een strak gazon voor de deur had, is niet automatisch enthousiast over bijvriendelijk beheer. Ook je bestuurders moeten weten waar je mee bezig bent. Er is landelijk veel

Moerdijk is een van de 67 bijvriendelijke gemeenten in Nederland. Een bijvriendelijke gemeente voldoet aan de criteria voor bijvriendelijk beheer, door onder andere te zorgen voor jaarrond bloeiende planten, bijvriendelijk bermbeheer en nestgelegenheid voor wilde bijen. De gemeente neemt haar inwoners hierin mee en legt uit wat mensen zelf kunnen doen om de leefomstandigheden van wilde bijen te verbeteren. Sinds 2018 roept Nederland Zoemt - een initiatief van Natuur & Milieu, IVN Natuureducatie, Naturalis en LandschappenNL - jaarlijks één van de bijvriendelijke gemeenten uit tot Bijvriendelijkste gemeente.

WEBSITE www.nederlandzoemt.nl

aandacht voor biodiversiteitsherstel en het tegengaan van insectensterfte, maar het lokale verhaal is minstens zo belangrijk.’

Kees Nelemans, groenbeheerder bij gemeente Moerdijk, zet zich sinds 2016 gestructureerd in voor de wilde bij. 'We begonnen in de buitengebieden, en hebben daar het bijvriendelijk beheer nu voor een groot deel op orde. De volgende stap is om met de kernen aan de slag te gaan. Niet alleen de vanzelfsprekende gebieden, we hebben bijvoorbeeld onlangs ook een natuurbegraafplaats aangelegd en maken een natuurspeelplaats bijvriendelijk. En we stimuleren inwoners om op de stoep tegen hun gevel tuintjes aan te leggen: tegel eruit, bijenplant erin. Zo versterken we het bijenlint door de gemeente heen en werken we tegelijkertijd aan waterberging.’ 10/2019  Stadswerk magazine 35


Hoe kaarten je helpen in het klimaatadaptatieproces

Hittestress in kaart Veel gemeenten worstelen met het thema hitte. ‘Mijn hele gemeente kleurt dieprood op de hittekaart! Hoe erg is dat?’ Of: 'Moet ik nou wel of niet iets met dit thema?’ Er zijn bovendien zo veel hittekaarten in omloop dat ook daardoor verwarring ontstaat. Hoe weet je of de kaart die je voor je hebt je van de juiste informatie voorziet?

D

it artikel is bedoeld om helderheid te scheppen over het gebruik van hittekaarten in het klimaatadaptatieproces. We richten ons hierbij op hoe we de hitteopgave inzichtelijk krijgen - het ‘weten’ in de trits van weten-willen-werken uit de handreiking Ruimtelijke Adaptatie. Ook zetten we uiteen hoe hittekaarten helpen om van gebiedskennis te gaan naar het formuleren van een ambitie: de stap van ‘weten’ naar ‘willen’ en ‘werken’. Om dit goed uit te leggen, lichten wij eerst de typen hittekaarten toe.

Hittekaarten in alle soorten en maten Hittekaarten zijn te gebruiken voor meerdere doelen en geven op diverse schalen informatie weer over de mate van hitte, gevolgen van hitte of mogelijkheden om hitte aan te pakken. Op basis van deze karakteristieken zijn hittekaarten grofweg te verdelen in zeven categorieën (zie

Figuur 1. De zeven categorieën hittekaarten. Bij elke kaart staat aangegeven in welk deel of welke delen van het klimaatadaptatieproces (weten-willen-werken) je de kaarten inzet.

figuur 1). Daarnaast zul je bepaalde typen kaarten vaker in het begin van het klimaatadaptatieproces gebruiken (‘weten’) en andere vaker bij de implementatiefase (‘werken’). Dit is ook aangegeven in Figuur 1. Klimatopenkaarten (of ‘stedelijke klimaatzonekaarten’) brengen deelgebieden in de stad in kaart die overeenkomstig grondgebruik en bebouwingstypologie hebben en als gevolg daarvan een soortgelijk stedelijk klimaat (Ren et al., 2010). Vervolgens geven de kaarten aan welke deelgebieden sneller of langzamer opwarmen en verkoelen. Temperatuurkaarten (voorbeeld in figuur 2) tonen een inschatting van de lucht-, gevoels- of oppervlaktetemperatuur, op basis van modellen, metingen of satellietbeelden. De kaarten reflecteren de temperatuur op een tijdstip op een hete dag of geven een gemiddelde of maximum van een periode (een hittegolf, een zomer of een jaar). Voorbeelden: ● de twee kaarten uit de standaardisatie (zie Box 1) ● oppervlaktetemperatuur overdag op basis van Landsat satellietbeelden ● het gemiddelde stedelijk hitte-eiland effect per jaar Hitterisicokaarten (Figuur 3 en zie ook paragraaf ‘Weten’ & hittekaarten) combineren informatie over temperatuur met informatie over hittekwetsbaarheid. Zo krijg je een kaart waarop je ziet waar in het gebied de hitte het

36  Stadswerk magazine 10/2019


TEKST LIESBETH WILSCHUT, LISETTE KLOK EN JEROEN KLUCK, Hogeschool van Amsterdam,

Figuur 2. Voorbeeld van een temperatuurkaart. In dit geval gevoelstemperatuur (PET) volgens de Nederlandse standaard in Middelburg.

Figuur 3. Voorbeeld van een hitterisicokaart. In dit geval het hitterisicovoor-de-mens in Tilburg, op buurtniveau.

grootst is in combinatie met waar de meest kwetsbare groepen (of natuur, objecten, etc.) zich bevinden. Zo zal op de locatie van een bedrijventerrein waar de temperaturen hoog oplopen het risico minder groot zijn dan in een versteende wijk met veel ouderen.

singsvermogen wordt weergegeven. Verder vallen hieronder de kaarten waarop puntsgewijs de locatie van kwetsbare groepen zoals seniorenwoningen, kinderdagverblijven of basisscholen wordt aangeduid. Ook kwetsbare objecten zoals bruggen staan soms aangegeven op hittekwetsbaarheidskaarten.

Hittekwetsbaarheidskaarten zijn kaarten waarop een combinatie van gevoeligheid voor hitte en aanpas-

BOX 1: DE NEDERLANDSE STANDAARD VOOR DE HITTESTRESSTEST Een groep deskundigen bekeek in 2018 welke indicatoren van hitte over welke tijdspanne het beste de hitteopgave weergeeft. De groep selecteerde twee temperatuurkaarten en een interactieve mind map. De eerste kaart geeft de gevoelstemperatuur weer overdag tijdens een hittegolf op een 1m-resolutie. De gevoelstemperatuur is een indicator voor het comfort in de stad en heeft daarmee een duide-

Toetsing- of ontwerprichtlijnenkaarten (zie figuur 4) zijn bedoeld om doelstellingen op gebied van hitte te toetsen. Dat kan het toetsen zijn van het percentage schaduw, afstand-tot-koelte en groen. Kansenkaarten laten quick-wins en no-regret maatregelen zien en geven zo een ruimtelijk beeld van waar mogelijkheden zijn om toe te werken naar een hittebestendige stad. Arnhem maakte in samenwerking met Atlas Natuurlijk Kapitaal de Hitte-Attentie Kaart van Arnhem, waarop staat aangegeven welke maatregelen de opwarming kunnen verminderen.

lijke verbinding met de ruimtelijke inrichting van de stad. De tweede kaart toont het aantal hete nachten (> 20 graden Celsius) per jaar op regionale schaal. De nachttemperatuur heeft een sterk verband met gevolgen op het gebied van gezondheid. De interactieve mind map bevat een overzicht van de gevolgen van hitte in het stedelijk gebied: er zijn consequenties voor gezondheid, groene buitenruimte, leefbaarheid, water en netwerken.

Maatregelenkaarten zijn kaarten waarbij wordt berekend wat het effect is van bepaalde hittemaatregelen, zoals het plaatsen van bomen of een zonnedoek. Je kunt de effecten van maatregelen kwantificeren, zoals is gedaan voor een verstedelijkte wijk in Rotterdam (Kennis voor klimaat, 2011) en Haarlem (Kleerekoper, et al. 2018). 10/2019  Stadswerk magazine 37


KAARTONTWERP: HESTER BIJEN

Figuur 4. Voorbeeld van een toetsingskaart. In dit geval loopafstand-totkoelte in Nijmegen, waarbij de kleuren aangeven hoeveel minuten het lopen is (4 kilometer per uur) naar een koele plek van minimaal 5.000 vierkante meter.

‘Weten’ & hittekaarten In de eerste stap van ‘weten-willen-werken’ is het doel de kwetsbaarheid van en het risico voor een gebied in kaart te brengen. Ook het detecteren van knelpunten is een doel. Tot nog toe gebruikten gemeenten en provincies vaak alleen temperatuurkaarten voor deze stap. Echter, om de kwetsbaarheid volledig in kaart te brengen, zijn naast temperatuurkaarten ook hittekwetsbaarheidskaarten en/of hitterisicokaarten essentieel. Het risico als gevolg van hitte - de kans op nadelige gevolgen - is een optelsom van een aantal factoren. Het risico wordt onder meer bepaald door de grootte en mate van de hitte zelf: de weer- en klimaatgebeurtenissen (zie figuur 5). Het risico hangt ook af van de kwetsbaarheid (van mens/ fauna/flora of object). Deze kwetsbaarheid is op te splitsen in gevoeligheid en aanpassingsvermogen. De blootstelling laat zien hoeveel mensen (objecten/flora/fauna) er in geval van een gebeurtenis worden getroffen. Een voorbeeld: het hitterisico voor mensen in het centrum van Amsterdam. De weersgebeurtenis zelf: hoe hoog lopen de temperaturen op en hoe vaak komt dit voor? Dan de blootstelling aan hitte: hoeveel mensen bevinden zich in het gebied en zijn zij inderdaad blootgesteld aan de hitte? De gevoeligheid gaat over de mensen zelf: hoe gevoelig zijn deze mensen voor hitte; hoe groot is het percentage ouderen? De laatste factor - vermogen om aan te passen - draait om hoe gemakkelijk de mensen zich aanpassen aan een veranderd klimaat (door maatregelen in gedrag, aanpassingen aan gebouwen en aanpassingen aan de openbare ruimte). 38  Stadswerk magazine 10/2019

Figuur 5. De factoren die het hitterisico beïnvloeden (naar IPCC, 2018).

Als je het hitterisico weergeeft, zijn meerdere informatiebronnen nodig. Voor het weergeven van de klimaatgebeurtenis gebruik je temperatuurkaarten. Hiervoor zijn de twee kaarten uit de standaardisatie geschikt. De blootstelling is te bepalen met inwoneraantallen en functies van gebouwen (in gebouwen met airco zijn mensen overdag niet blootgesteld aan hitte). De gevoeligheid bepaal je door de gevoelige groepen (bijvoorbeeld eenzamen, ouderen, daklozen) in kaart te brengen. De mate van mogelijkheid tot aanpassing hangt af van opleidingsniveau (mogelijkheid om gedrag aan te passen) en inkomen (mogelijkheid om zonwering aan te schaffen); met statistieken op wijk- of buurtniveau is dit in kaart te brengen. Met een temperatuurkaart, een hittekwetsbaarheidskaart en/of een hitterisicokaart is de hitteopgave goed in kaart. Let erop dat je dit bekijkt voor de huidige (2019) en toekomstige situatie.

Met hittekaarten van ‘weten’ naar ‘willen’ en ‘werken' Nu we weten welke kaarten we nodig hebben om het ‘weten’ in kaart te brengen, zetten we kaarten in om de stap naar ‘willen’ te maken. Om als gemeente een ambitie te formuleren, moeten veel knopen worden doorgehakt. Eén van de keuzes die je kunt maken is of je kiest voor het behalen van een bepaalde norm voor je gehele gebied, of dat je gaat differentiëren, bijvoorbeeld op basis van functie van een wijk (bedrijventerrein/woonwijk) of de gevoeligheid van een gebied. Als je differentieert, komt de hitterisi-


REACTIES VAN GEMEENTEN OP EEN HITTERISICOKAART In een werksessie met zestig mensen van gemeenten in november 2018 presenteerden we een hitterisicokaart waarin klimaatgebeurtenis, blootstelling, gevoeligheid en aanpassend vermogen waren meegenomen. We peilden of beleidsmedewerkers zo’n kaart werkbaar vinden. Resultaten Grofweg 50 procent van de aanwezige beleidsmedewerkers van gemeenten vindt een dergelijke kaart waardevol. De reden hiervoor is dat deze gemeenten graag een categorisering van de ernst van het hitteprobleem maken en

cokaart nogmaals van pas. Ook kaarten met informatie over functies van gebouwen en locaties zijn dan onmisbaar. Of je nou gaat differentiëren of niet, de vraag is hoe je je ambitie definieert. Toetsingskaarten zijn hierbij onontbeerlijk. Stel, je overweegt een norm van 50 procent schaduw op alle voet- en fietspaden aan de zuidkant. De eerste stap is met een schaduwkaart te kijken wat de huidige stand is in de gemeente. Zo zijn er meer toetsingskaarten die handig zijn. In onze ervaring is de afstand-tot-koelte kaart een nuttige kaart om gevoel te krijgen bij de huidige hittelast. Tot slot helpen kaarten in de laatste stap van het klimaatadaptatieproces. Met maatregelenkaarten en modellen reken je nieuwe ontwerpen door en zie je hoeveel effect dit heeft op je gestelde norm. Dit helpt om aan de uitvoeringskant bewustwording en draagvlak te creëren voor een hittebestendige omgeving.

een hitterisicokaart willen gebruiken om te prioriteren (in tijd of in ruimte). De andere 50 procent vindt zo’n kaart juist minder bruikbaar, omdat zij liever oplossingen in de openbare ruimte bedenken voor de gehele gemeente (ongeacht of de blootstelling of gevoeligheid daar hoog is) en zo’n kaart dan juist een verkeerd signaal vinden afgeven. In de buurten met een minder hoge kwetsbaarheid wonen bijvoorbeeld ook oude mensen (maar procentueel minder). Deze peiling toont wederom aan dat voor het weerbaar worden tegen klimaatverandering geen 'one-fits-all-solution' voorhanden is.

Referenties Kennis voor Klimaat, 2011. Hittestress in Rotterdam. http://edepot.wur.nl/174673. Kleerekoper, L., Jacobs, C., Kuur, J. van der, Kluck, J., Wilschut, L., 2018. Baten van een groener Haarlem. Baten in euro’s, graden verkoeling en leefbaarheid. Ren, C., Spit, T, Lenzholzer, S., Lam, H, Yim, S., Heusinkveld, B, Hove, B., Chen, L., Kupski, S., Burghardt, R. and Katzschner, L., 2010. Urban Climate Map System for Dutch spatial planning. International Journal of Applied Earth Observation and Geoinformation, Vol 18, pp 207-221.

HET ADVIES VAN DE HOGESCHOOL VAN AMSTERDAM Concreet adviseert ons hitteonderzoeksteam het volgende rijtje

Conclusie

kaarten te gebruiken:

Kaarten zijn bruikbaar in het hele klimaatadaptatieproces. Er is echter niet één kaart die het hitteprobleem en de oplossing in één oogopslag gaat duiden. We hebben meerdere soorten kaarten nodig om dit proces te ondersteunen. We onderscheiden zeven categorieën hittekaarten. Daarvan zijn er drie onmisbaar: temperatuurkaarten, hittekwetsbaarheidskaarten en ontwerprichtlijnenkaarten. Voor de stap naar ‘werken’ zijn maatregelenkaarten een handige toevoeging.

● Temperatuurkaarten: - Gevoelstemperatuur (PET) overdag (uit standaardisatie) - Aantal heten nachten (uit standaardisatie) ● Hitterisicokaart: - Een kaart die zowel de klimaatgebeurtenis, blootstelling, gevoeligheid als aanpassingsvermogen meeneemt ● Toetsingskaart - Bijvoorbeeld de afstand-tot-koelte of looptijd-tot-koelte kaart

Jeroen Kluck is behalve voor de Hogeschool van Amsterdam werkzaam voor ingenieursbureau Tauw.

10/2019  Stadswerk magazine 39


Boordevol inspiratie voor de openbare ruimte

Dutch Design Week 2019: Eind oktober 2019 vond in Eindoven weer de Dutch Design Week plaats. Een feest van optimisme, vernieuwing en vooruitgang. Ook voor de openbare ruimte, met de prijswinnende Amsterdamse Puccini-methode, verschillende klimaatadaptieve en circulaire producten en met prototypes van zelfrijdende auto's.

ONTWERP: STUDIO BAS SALA

'Slimme' regenton, onder meer doordat het kraantje aan de ton ook online kan worden bediend.

Werkkledinglijn 'AvantGardeners' van Cecile Espinasse met als doel onder meer statusverhoging van mensen die de openbare ruimte onderhouden. Winnaar van de Social Design Talent Award.

D

e Graduationshow 2019 bood veel inspiratie. Soms wilde ideeën, die nog om een concrete toepassing vragen maar sommige projecten kunnen meteen worden geadopteerd. Zo wil Cecile Espinasse met het project AvantGardeners werken aan statusverhoging voor de mensen die de openbare ruimte onderhouden. Dat heeft ze gedaan door de werkkleding te redesignen en door de CROW catalogus op inventieve wijze te gebruiken om met bewoners in gesprek te gaan. Tessa de Groot ontwikkelde een mobiel 'siroop laboratorium' dat kan worden gebruikt om siroop te maken van de

40  Stadswerk magazine 10/2019

scheuten van de Japanse duizendknoop. Misschien nog te klein voor de echte aanpak van dit probleem, maar wie weet ontwikkelt het zich tot een bussinessmodel. Naast de Graduation show in de Campina fabriek is er het waterlab met tal van interessante ideeën, van groot tot klein. Van gesloten waterhuishoudingen voor woonwijken waarin afvalwater weer drinkbaar wordt gemaakt, tot innovatieve en inspirerende ideeën om afkoppelen van regenwaterpijpen nog leuker te maken. Heel mooi is ook het project van


TEKST MAARTEN LOEFFEN, Vereniging Stadswerk Nederland

een terugblik Boomrooster van biocomposiet, ontwikkeld door Waterschap de Dommel en Studio 1:1.

Van Japanse Duizendknoop kan lekkere siroop worden gemaakt, ontwikkeld door Tessa de Groot.

Met de Puccini-methode, bekroond met een Dutch Design Award, krijgt de openbare ruimte in Amsterdam een uniforme, rustige en kwalitatief hoogwaardige uitstraling (zie ook Stadswerk magazine, nr. 9, 2019, pagina 4).

Waterschap de Dommel en Studio 1:1 Water voor Stadsbomen. Vanuit bermmaaisel en waterplanten wordt een biobased composiet gemaakt voor de vervaardiging van boomroosters. Een wat weidser perspectief biedt urbanedenlabs. com: hoe kan design worden gebruikt om de openbare ruimte beter aan te passen op klimaatverandering? Met als voorbeeld: het gebruik van de fietspadeninfrastructuur als 'grid' voor een drainagesysteem. Nog verder gaat het Schoon schip plan, een drijvende duurzame woonwijk. Dertig

duurzame woonboten krijgen een plaats in het Johan van Hasseltkanaal in Amsterdam. De boten gaan hun eigen energie opwekken, hebben geen verwarming nodig en 95 procent van het watergebruik komt van regenwater. Als dat geen oplossing is voor het stijgende waterpeil in de lage delen van ons land...

WEBSITE www.ddw.nl

10/2019  Stadswerk magazine 41


STADSWERK.NIEUWS

Gaat u mee op Stadssafari

waardig zodat we optimaal gebruik

'Beheer doet er toe!' langs

kunnen maken van de beperkte beschikbare ruimte. Niet voor niets is er

de Noord/Zuidlijn?

wereldwijd veel vraag naar de kennis

Op 15 januari organiseert Stadswerk samen met branchevereniging NVRD

en ervaring van onze ingenieursbureaus, ontwerpers en beheerders. Dit

en gemeente Amsterdam een unieke

Jubileumprogramma

Stadssafari langs de Noord/Zuidlijn.

‘Stadswerk 100 jaar

honderd activiteiten.

beheer in de spotlights onder het

toekomst!’ krijgt steeds

Extra upgrade regiobijeenkomsten

motto: 'Beheer doet er toe!'. Het

meer vorm

Onze regio- en themabijeenkomsten

te worden waarbij u niet alleen veel

In 1898 nam Willem Hofkamp, di-

telijke upgrade. En we laten tijdens

hoort over ‘slim’ beheer van de open-

recteur gemeentewerken van Leeu-

bijzondere verenigingsactiviteiten zien

bare ruimte, maar ook tal van inte-

warden, het initiatief regelmatig met

waarom het, juist in deze tijd waarin

ressante, vernieuwende en actuele

vakgenoten ontwikkelingen en pro-

in de openbare ruimte meer functies

voorbeelden gaat zien. Daarbij reist

blemen rond de openbare ruimte te

dan ooit een plek moeten krijgen, zo

u, met een gids, per Noord/Zuidlijn

bespreken. Leren uit elkaars praktijk

belangrijk is om kennis en ervaringen

door Amsterdam.

om samen verder te komen. In de

te delen. En van elkaar te leren hoe

daaropvolgende jaren groeit dit uit tot

het kán.

Deze dag zetten we het belang van

belooft een dag boordevol inspiratie

willen we in 2020 gestalte geven in

krijgen een extra inhoudelijke en fees-

Concrete voorbeelden slim beheer

jaarlijkse bijeenkomsten en uiteinde-

U start deze dag plenair met onder

lijk op 27 januari 1920 tot de oprich-

30 januari: feestelijke aftrap

andere een bijdrage van Wiebe Oos-

ting van de Vereniging Directeuren

Jubileumjaar Utrecht, met George

terhoff (strategisch adviseur stedelijk

Gemeentewerken. In 1992 fuseerde

Parker

beheer gemeente Rotterdam). Na

deze vereniging onder andere met

De feestelijke aftrap van ons hon-

een lunch gaat u in vijf groepen op

de Vereniging Hoofden Beplantingen

derdjarig bestaan vindt op 30 januari

Stadssafari langs de Noord/Zuidlijn.

der Gemeenten (VHB) tot Vereniging

plaats met een receptie voor actieve

Sprekers van onder meer de GGD, het

Stadswerk. VHB kent een soortgelijke,

(oud)leden, (oud)medewerkers, (oud)

Ingenieursbureau, Amsterdam Rain-

maar minder goed gedocumenteerde,

bestuursleden en ereleden. Dit is hét

proof en een aantal andere gemeen-

historie, maar bestond ook al sinds

moment waar we het jaar in gang zet-

ten nemen u mee in hun verhaal op

1907.

ten en heden, verleden en toekomst

de thema’s klimaatadaptatie, groen

van de vereniging samen brengen.

& biodiversiteit, circulaire economie,

100 activiteiten

Lichtvoetig en feestelijk. Met een

gezondheid en de energietransitie. U

Ons jubileumjaar 2020 wordt voor

glansrol voor illusionist en verande-

ontmoet de overige deelnemers weer

onze vereniging een jaar waarin we

raar George Parker.

tijdens een afsluitende borrel bij de

‘onze openbare ruimte vieren’. Deze

voormalige Stadstimmertuin.

is zowel in ontwerp als beheer hoog-

15 april: Stadswerk 100 jaar toekomst, Ede

Bent u erbij?

Presentatie van de Glossy ‘100 jaar

Deze Stadssafari laat het grote be-

toekomst van de openbare ruimte’.

lang van goed beheer zien. Laat u

Deze grote feestelijke bijeenkomst

inspireren en ga het gesprek aan met

geeft een positieve blik op de toe-

uw vakgenoten! We ontmoeten u

komst. Een prominente spreker laat u

graag op 15 januari. Meer informatie

zien hoe we ook de komende honderd

over het programma en het aanmeld-

jaar onze hoogwaardige openbare

formulier vindt u op www.stadswerk.

ruimte toekomstbestendig kunnen

nl/bijeenkomsten.

42  Stadswerk magazine 10/2019

Stadswerk in den beginne.

vormgeven.


STADSWERK.NIEUWS

3 Juni: Vereniging Stadswerk Nederland: 100 jaar relevant

AGENDA

Onder begeleiding van professioneel gespreksleider Nathalie Vrancken

12|12 Biodiversiteit vergroten in dorpen en wijken

gaan we samen met collega- en part-

Hoe vergroten we, met bewoners, de biodiversiteit in dorpen en wijken? Met sprekers Eddy Schabbink, IPC Groene Ruimte, en Rutger de Vries van Landschapsbeheer. De Wijk.

nerverenigingen aan de slag met de vraag: hoe blijf je als vereniging ook de komende 10(0) jaar relevant voor de ontwikkeling ontwerp, inrichting en beheer van de Openbare ruimte? 2 december: Pakhuis De Zwijger: De toekomst begint nu! De afsluiting van het Jubileumjaar zetten we in met een groot debat op een markante plek. Waar zien we de beste aanzetten voor de openbare ruimte met toekomst? We gaan samen in debat, onder leiding van een eminente debatleider. Magazine artikelen en LinkedIn posts Via LinkedIn en Stadswerk magazine blikken we terug op honderd jaar openbare ruimte én kijken we vooruit!

15|01 Praktijkexcursie Beheer doet er toe! Stadssafari Noord/ Zuidlijn U bezoekt per Noord/Zuidlijn praktijkvoorbeelden van ‘slim’ beheer. Voor deze unieke Stadssafari is een gelimiteerd aantal plaatsen beschikbaar. Amsterdam

16|01 Bijeenkomst regio Zuidwest ‘Slim aan de slag met invasieve planten’ Merlijn Hoftijzer (adviseur ecologie gemeente Breda) laat u zien wat u kunt doen met beperkt budget en Huub Hiddema (Triangle at Work) presenteert een slim 10 stappen beleids- en actieplan waar u de volgende dag al mee aan de slag kunt! Breda

22|01 Future Green City collegetour Saxion Hogeschool Thema is Klimaatadaptatie, interviewgast Hiltrud Pötz, eigenaar van atelier GROENBLAUW. Deventer

28|01 Future Green City collegetour Aeres Hogeschool Thema is Groen in de stad, interviewgast Harry Boeschoten die binnen Staatsbosbeheer verantwoordelijk is voor het programma De Groene Metropool. Almere

30|01 feestelijke aftrap jubileumjaar ‘Stadswerk 100 jaar toekomst!’ De feestelijke aftrap van ons 100-jarig bestaan waar heden, verleden en toekomst van de vereniging samen komen. Met illusionist en veranderaar George Parker. Utrecht

12|03 Regio Utrecht Gelderland Gezondheid in de openbare ruimte, Utrecht 18|03 Bijeenkomst connectiviteit ‘De wijk van de toekomst’, Amersfoort 08|04 Bijeenkomst regio Zuidoost ‘Mobiliteit’, Maastricht 15|04 Bijeenkomst Stadswerk 100 jaar toekomst

Eind november bracht Stadswerk het Special magazine Connectiviteit uit. Abonnees hebben het met dit nummer meegestuurd gekregen.

Presentatie van de Glossy ‘100 jaar toekomst van de Openbare ruimte’ tijdens grote, feestelijke bijeenkomst met een positieve blik op de toekomst. Ede Bekijk de meest actuele agenda op www.stadswerk.nl/bijeenkomsten of volg ons op Twitter en/of LinkedIn voor het laatste nieuws.

10/2019  Stadswerk magazine 43


STICHTING OPENBARE VERLICHTING NEDERLAND BUNDELT KRACHTEN. OVLNL geeft impulsen, denkt mee en deelt. Om de sector openbare verlichting verder te laten ontwikkelen en in de spotlights te houden.

OVERHEDEN OVERHEDEN OVERHEDEN OVERHEDEN OVERHEDEN OVERHEDEN

MARKTPARTIJEN MARKTPARTIJEN MARKTPARTIJEN MARKTPARTIJEN MARKTPARTIJEN MARKTPARTIJEN

NETWERK NETWERK

NETWERK NETWERK ‘SMART ‘SMART LIGHTING’ LIGHTING’ NETWERK NETWERK ‘SMART ‘SMART LIGHTING’ LIGHTING’ ‘SMART ‘SMARTLIGHTING’ LIGHTING’

NETWERK NETWERK NETWERK NETWERK

‘MAATSCHAPPIJ’ ‘MAATSCHAPPIJ’ NETWERK NETWERK ‘MAATSCHAPPIJ’ ‘MAATSCHAPPIJ’ ‘MAATSCHAPPIJ’ ‘MAATSCHAPPIJ’

EVENEMENTEN EVENEMENTEN EVENEMENTEN EVENEMENTEN EVENEMENTEN EVENEMENTEN

NETWERK NETWERK

NETWERK NETWERK ‘LICHT ‘LICHT EN EN NETWERK NETWERK ‘LICHT ‘LICHT EN EN OMGEVING’ OMGEVING’ ‘LICHT ‘LICHTEN EN OMGEVING’ OMGEVING’ OMGEVING’ OMGEVING’

NETWERK NETWERK NETWERK NETWERK ‘KENNIS’ ‘KENNIS’ NETWERK NETWERK

‘KENNIS’ ‘KENNIS’ ‘KENNIS’ ‘KENNIS’

Een organisatie van en voor de openbare verlichting. Die midden in de samenleving staat, gevoel heeft voor ontwikkelingen en veranderingen, daarop anticipeert en ontwikkelingen initieert. Brengt overheid, ondernemers, onderwijs, onderzoek en omgeving samen.

Meedoen? Schrijf in op www.ovlnl.nl Hét Openbare Verlichting Kennisplatform van Nederland



OVL MONITOR

HANDBOEK OPENBARE

VISIE

VERLICHTING

OVL 2030

Profile for Virtùmedia

Stadswerk Magazine 10 2019  

Stadswerk Magazine 10 2019  

Advertisement