{' '} {' '}
Limited time offer
SAVE % on your upgrade.

Page 1

THEATER DANS CABARET MUSICAL

Scènes

er er ob mb t ok ove n 019 2

or Draai ominvao’s 32 pag

Korzo ’s nieuwe talententournee

€5,95

8 718868 582461

DansClick

00519

Jeugd r theate

FALK RICHTER • LAZARUS • JOY DELIMA • THOMAS ACDA • TOSCA • ERIK VAN MUISWINKEL / DRS. P • SCAPINO • JAN BEUVING


DE LEUKSTE FAMILIE VOORSTELLINGEN NU IN HET THEATER

4+

BUURMAN & BUURMAN GAAN KAMPEREN

6+

KLEINE NACHTMUZIEK

DE ALLERLEUKSTE FAMILIEMUSICAL

ANGELA SCHIJF OP STAP MET MOZART KLASSIEKE MUZIEK (HER)ONTDEKKEN

8+

GRIMM

ISH DANCE COLLECTIVE EN DE JUNIOR COMPANY VAN HET NATIONALE BALLET DE FANTASIERIJKSTE DANSVOORSTELLING VAN HET SEIZOEN

5+

AIR PLAY

ACROBUFFOS EEN MAGISCHE THEATERERVARING

BESTEL NU JE KAARTEN OP NTK.NL OF VIA 0900 9203

(€ 0,45 pm)


THEATER DANS CABARET MUSICAL

Scènes

Openingsscène

[ 0peningsscène ]

r r be e to mb ok ove n 019 2

Draai om voor 32 pagina’s

8 718868 582461

Korzo ’s nieuwe talententournee

€5,95

FALK RICHTER • LAZARUS • JOY DELIMA • THOMAS ACDA • TOSCA • ERIK VAN MUISWINKEL / DRS. P • SCAPINO • JAN BEUVING

Scènes519wo18vr20ALVjw.indd 1

Fotografie cover Janita Sassen

21-09-19 08:21

Gertien Koster

DansClick

00519

Jeugd theater

Redactie Scènes Schoterweg 200 2021 HX Haarlem scenes.nu info@scenes.nu facebook.com/ScenesNL Hoofdredactie Jos Schuring Artdirection en vormgeving Janita Sassen Eindredactie Jan Willem Papo Redactie Ruud Buurman, Eric Korsten Medewerkers aan dit nummer Nathalie Baartman, Kester Freriks, Maria Goos, Ray Heinsius, Alexander Hiskemuller, Dolf Jansen, Hein Janssen, Constant Meijers, Jan P. Pieterse, Margriet Prinssen, Léonie Sanders, Alex Valk, Romana Vrede Uitgever Scènes BV, Jos Schuring, 023-5267560 Advertenties Mariska Jankovits, 030-6931177, mjankovits@virtumedia.nl Druk Bal Media, Schiedam Distributie VMBpress, Beverwijk © Scènes Niets uit deze uitgave mag op welke wijze dan ook worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. ISSN 2214-6520 Abonnementen 6 nummers per jaar, Nederland €31,45, eerste jaar € 19,95, 030-6920677, scenes.nu Prijswijzigingen voorbehouden. Abonnementen kunnen op ieder moment ingaan en worden automatisch voor een jaar vernieuwd. Opzeggingen dienen schriftelijk te geschieden uiterlijk twee maanden voor verlengingen. Aan een jaarabonnement in het buitenland zijn, naast de kosten voor het abonnement, ook verzend­ kosten verbonden. Neem hierover contact op met de abonnementenadministratie. Abonnementenadministratie Virtùmedia, t.a.v. Scènes, Postbus 595, 3700 AN Zeist klantenservice@virtumedia.nl 085-0407400 Comité van Aanbeveling Melle Daamen, ex-directeur Theater Rotterdam Cees Langeveld, directeur Chassé Theater Breda Marischka Leenaers, adviseur fondsenwerving Jaap Lampe, directeur Stadsschouwburg Haarlem Anita Mooiweer, adjunct-uitgever Sanoma Gerardjan Rijnders, regisseur

oktober - november 2019

FOTO:

Colofon

Urgentie

O ‘

oit gerealiseerd wat het is om in een ruimte te zijn en het gevoel te hebben dat je daar bent omwille van je huidskleur en niet om jou als persoon?’ Sedrig Verwoert danst samen met Christian Yav in de nieuwste productie van Korzo in een ‘autobiografische duet over racisme en queer-zijn.’ Hij wil zijn voorstelling niet als statement zien. Toch constateert hij even later dat het vreemd is dat er in Europa nog steeds geen volledig zwart dansgezelschap is. Actrice Joy Delima werd zich bewust van haar kleur toen ze in Arnhem ontdekte dat ze pas als tweede zwarte actrice zou afstuderen aan de toneelschool. Wat dit met haar deed en waar dat toe leidde, vertelt ze in dit nummer en in haar solovoorstelling Stamboom monologen. In 2012 zag ik een Koerdische Hamlet in de Amsterdamse Stadsschouwburg waar ik die avond als witte man zwaar in de minderheid was. Het werd een prachtig volksfeest vol vrolijk rumoer. Regisseur Celil Toksöz maakte er ook een politiek statement mee. Nu werkt hij, wederom in Turkije, aan een opvolger. Dat wordt een Koerdische Tosca die binnenkort in ons land te zien is, ondanks maar ook een beetje dankzij, de enorme tegenwerking van Erdogans handlangers. Dit zijn slechts drie voorbeelden van theatermakers die in deze Scènes laten zien waar zij voor staan. Ze zijn natuurlijk niet de enigen. Als er iets is waar het in theater momenteel om draait, is het urgentie. Ramsey Nasr sprak prachtig na het winnen van de Louis d’Or: ‘Bipolair, narcistisch of lesbo, juist wij, theatermakers, zullen altijd de Ander, de Vreemde blijven. Dat is ons vak: iemand anders zijn.’ Wat een prachtig vak. Jos Schuring Hoofdredacteur Scènes

jos@scenes.nu

@josschuring

3


3x power vrouwen piano do 7 november, 20.15 uur

Alice Sara Ott

Een magische totaalervaring! Droom weg naar een wereld tussen dag en nacht. In Nightfall speelt pianiste Alice Sara Ott rustgevende sferische muziek in een theatrale omgeving. fado zo 8 december, 20.15 uur

Maria Emilia

Een van de grootste fadotalenten van dit moment komt naar de Doelen. Maria Emilia mixt in haar gepassioneerde optredens het Portugese levenslied met traditionele Braziliaanse invloeden en eigentijdse poëzie.

Haal eruit wie erin zit THEATER | DANS | DJ | EXPO | FILM | INFLUENCER | MUZIEK | TAAL | FASHION

jazz & soul do 17 december, 20.15 uur

The Story of Nina Simone

Een ode aan één van de meest soulvolle artiesten uit de muziek­ geschiedenis: Nina Simone. Uitgevoerd door het Jazz Orchestra van het Concertgebouw en singer­soulwriter Sabrina Starke. bestel kaarten op dedoelen.nl Concertgebouw, poppodium, festivalhart,congresruimte, bruisende hotspot én karaktervol rijksmonument in het hart van Rotterdam. volg ons op

Check kunstbende.nl en meld je aan voor een workshop of voorronde.

Partner in cultuur

Kijk op scènes.nu


inhoud Kimberley Agyarko gaat niet het toneel op voordat ze even gebeden heeft.

Thomas Acda: ‘Ik ben niet de zanger van Bløf, ik ben niet zo vaag dat alles kan.’

6

10

30

58

Maartje van de Wetering en Porgy Franssen praten openhartig over de liefde.

mmer Draai dit nour de om vo

Jeugder theatial spec oktober - november 2019

06 08 10 19 20 24 29 30 33 34 37 38

Een opera maken in Koerdistan?

In de kleedkamer bij Kimberley Agyarko Losse Scènes Dolf Jansen ontmoet Thomas Acda Column Romana Vrede Marcos Morau bij Scapino Nieuw talent in Korzo's DansClick Constant Meijers wil niet zeuren Opnieuw Pfeijffer bij Toneelgroep Maastricht Column Nathalie Baartman De smaak van Ruud Buurman: cabarettips Afscheid van Igone de Jongh Maria Goos spreekt Gerardjan Rijnders

Openingsscène

De musical Lazarus, nu ook in Nederland, pag. 42.

Joy Delima speurt naar haar eigen verleden met haar voorstelling Stamboom monologen.

54

74 Tom Dicke is het onvolprezen muzikale (piano)maatje van Jan Beuving.

46 Hein Janssen over Lazarus 49 Word abonnee (en krijg gratis cd)! 50 Erik van Muiswinkel doet Drs. P 54 Joy Delima en haar Stamboom monologen 58 De Koerdische opera Tosca 61 De speeltraditie van Eindspel 64 De smaak van Jos, toneeltips 66 De Verleiders Female 70 Falk Richters Am Königsweg 74 Jan Beuving en Tom Dicke 80 De smaak van Alexander, danstips 82 Premières & SlotScène

5


[ kleedkamerrituelen ]

Openingsscène

‘Het lijkt toch net of ik mijn tekst nog even aan het oefenen ben’

Kimberley Agyarko

Ze zit nog in haar eindexamenjaar van de Toneelacademie Maastricht en loopt stage bij de goed ontvangen v­ oor­stelling Heidi Pippi Sissi Ronnie Barbie (10+) van HNTjong. De kleedkamerrituelen zijn dan ook deels door haar opleiding ­ingegeven: ‘Wat ik op school meekrijg, probeer ik te doen: stemoefeningen en -opwarming. Een uur voor de voor­stelling begin ik daarmee. Vlak voor aanvang doe ik nog een klein gebedje, van hooguit twee minuten. Hierin vraag ik om de energie, het bijzijn en de bescherming van God, dat alles loopt zoals het moet gaan. In stilte zeg ik dan psalm 23 (De Heer is mijn herder, JWP) op. Vaak sta ik dan al in het decor. Als ­acteur ben je toch al de hele tijd bezig met je tekst, dus het lijkt of ik gewoon aan het oefenen ben.’ Agyarko speelt in dit stuk met Jessie Wilms en Roben Mitchell. Veel tekst, veel op toneel, een stage als een sprong in het diepe! ‘Ja, dat is het lastige en ook het heel fijne. Dat we met z’n drieën staan, maar ook het repetitieproces van regisseur Eva Line de Boer. De hele v­ oorstelling komt voort uit improvisaties. Het­­materiaal komt van ons. Tot aan de montageweek was de tekst nog niet af. Het weekend voor de premièreweek ­hebben we de tekst in ons hoofd gestampt, de eerste doorlopen ­waren al met publiek. Door zo te werken, leer je jezelf en je personage heel goed kennen en leer je ook vooral vertrouwen op het proces en wat er is. Voor mij als student was het b ­ ijzonder om met zo veel dingen bezig te zijn. Op de academie ligt het accent op het ambachtelijke, het spelen. En Heidi Pippi ... is een heel technische voorstelling. Dus waren we grotendeels bezig met de technische aspecten en kwam het spelen pas later. Je bent al met duizend-en-een dingen bezig vóór je gaat spelen, dat was goed om te trainen.’ Agyarko woonde tot haar tiende in Ghana. Zij maakt graag voorstellingen over onderwerpen als emigreren, assimileren, ontheemding en geloof, zoals al bleek in haar solovoorstelling De Ontmoeting. Agyarko repeteert vanaf december voor The Great Gatsby van Toneelgroep Maastricht . •

Heidi Pippi Sissi Ronnie Barbie (10+), tot en met 1 november, hnt.nl

oktober - november 2019

TEKST JAN WILLEM PAPO | FOTOGRAFIE JANITA SASSEN

Klein gebedje


8

[ losse scènes ]

Kleed de acteur uit

Drs. P’s allerbeste In zijn topinleiding – je komt in no time zo veel meer over Drs. P te weten – schrijft pianist/ componist Paul Prenen dat Drs. P het als componist ‘natuurlijk makkelijk had, omdat hij een van de muzikaalste tekstschrijvers was die je je maar kunt wensen.’ Het prachtig uitgegeven boek bestaat uit fantastische liedteksten én de bladmuziek, stuk voor stuk soepel en informatief ingeleid door Ivo de Wijs. Geweldig: op drsp.nl zijn de instrumentale versies te vinden van de vijftig nummers, in twéé varianten: een met louter piano, een met zangstem instrumentaal weergegeven. Ivo de Wijs (...) Paul Prenen, Nijgh & Van Ditmar, € 35.

Het is maar een van de vele leuke tips die Cecile Brommer op vlotte wijze in haar boekje noteerde. Wat te doen als je in slaap dreigt te vallen tijdens een voorstelling? Wiebel even met je tenen om de bloedcirculatie te stimuleren of: kleed in gedachten de acteur op toneel (voorzichtig) uit, en bedenk welke tatoeages je tegenkomt, op welke plekken. Geniaal bedacht. In Theater. Hè? Wow! vind je alles wat je moet weten voor een optimale theaterervaring. Hoe ga je kiezen, waar let je op, wat zeg je naderhand en nog veel meer. Leuk om je eigen kennis aan te vullen of die van een andere dierbare. Kost maar een tientje. Hebben of cadeau doen? Mail aan cecile@ cecilebrommer.nl. Doe maar, het is echt erg leuk. Cecile gaf het in eigen beheer uit. Stoer toch?

Website Scènes

Gebruiksvriendelijker, meer beeld, meer recensies, meer nieuws. Kijk op scenes.nu

Van harte NDT Prijs van de Kritiek Vorige maand ontving Orkater de Prijs van de Kritiek van de Kring van Nederlandse Theatercritici. Marc van Warmerdam nam de prijs in ontvangst van Scènes-hoofdredacteur Jos Schuring. In zijn speech kwam bijvoorbeeld naar voren dat • dit gezelschap avontuur altijd heeft weten te combineren met een opmerkelijk constante kwaliteit. • nieuw voor Orkater een vaste waarde is, dus elke voorstelling nieuwe tekst en nieuwe muziek. • ze onder de noemer De Nieuwkomers originele, fantasierijke en krachtige voorstellingen (laten) maken. • ze subsidie verdienen, want Orkater voldoet aan alle denkbare voorwaarden: nieuw werk, kwaliteit, talentontwikkeling, diversiteit, spreiding en goed gevulde zalen.

Nederlands Dans Theater, van harte gefeliciteerd én van harte aanbevolen. Zestig jaar bestaat dit dansgezelschap en dat wordt gevierd met Kunstkamer, een groots opgezette voorstelling van de choreografen Marco Goecke, Sol León, Paul Lightfoot en Crystal Pite. Een boek uit 1734, Rariteitenkabinet van Albertus Seba, vormde de basis voor hun eigen kunstkamers. Alle dansers van NDT, dus ook van NDT 2, doen mee. En ook al zo fijn: de voorstelling wordt live begeleid door Het Balletorkest. 3 t/m 16 okt en 13 t/m 16 nov in het Zuiderstrand­ theater (Den Haag) en 15 en 16 okt in Nationale Opera en Ballet (Amsterdam), ndt.nl.


Openingsscène

We blijven festivallen Wie festivals typisch iets voor de zomer vindt, moet hoognodig eens naar het Afro_Vibes Festival – wel een beetje snel, je kunt nog tot en met 13 oktober terecht –, naar Festival Circolo (16 t/m 20-10) of Dancing on the Edge (13 t/m 24-11).

FESTIVAL 2 FESTIVAL 1

Op naar Afrika Voor liefhebbers van de Afrikaanse cultuur die door­ tastend weten te handelen ... Nú begonnen is het Afro_ Vibes Festival. In Amsterdam, Den Haag, Rotterdam en Utrecht is er tot en met 13 oktober heel veel te zien op het gebied van dans, theater, muziek en design. Zoals bij elk serieus festival is er ook een thema: Speak Truth to Power, gekozen ‘als artistiek weerwoord op de huidige tijd’. Kijk voor het volledige programma op afrovibes.nl.

Op het randje

Circus in de stad! Veel theatraler dan circus kunnen we het haast niet maken. Vijf dagen circuspret in het hart van Tilburg, te weten in Theaters Tilburg, in Theater de Nieuwe Vorst en in Factorium, allemaal op loopafstand van elkaar. Hier zie je het circus van de toekomst: ‘Toonaangevend, toegankelijk en tegendraads’, zo wordt trots omschreven. Met het verdwijnen van de wilde dieren zijn de accenten veel meer gelegd op dans, muziek en performance. En dat kan een theaterblad als Scènes natuurlijk alleen maar toejuichen. Eén voorstelling is al vanaf 7 oktober te zien: L’Absolu van Les Choses de Rien, de rest vindt plaats van 16 tot en met 20 oktober, festivalcircolo.nl.

FESTIVAL 3

Utrecht, Rotterdam en Amsterdam hebben een dikke maand na het Afro_Vibes Festival weer een groots festival binnen hun stadspoorten: Dancing on the Edge. Dit vindt elke twee jaar plaats en toont bijzondere (podium)kunsten uit het Midden-Oosten, Noord-Afrika en de verspreiding hiervan in Nederland. De opening is Light Theory van Onur Karaoglu, een theatervoorstelling over de kwestie van gedwongen en vrijwillige migratie. Verder kun je onder meer naar Under a Low Sky van regisseur Wael Ali, een aaneenschakeling van ongewone, onverwachte ontmoetingen, en The Dead Live on in Our Dreams van choreograaf Hooman Sharifi, een dansvoorstelling met livemuzikanten over Sharifi’s ervaring met identiteit en de veranderingen en manipulaties daarvan. Van 13 tot en met 24 november (13-14, Utrecht; 15-16, Rotterdam; 16-24 Amsterdam), dancingontheedge.nl.

oktober - november 2019

9


[ cabaret ]

Openingsscène

Dolf Jansen t e o m t n o s a m o h T Acda Fotografie Janita Sassen

oktober - november 2019

11


[ cabaret ]

Ik was al fan ­

van de liedjes van Thomas Acda toen niemand hem nog kende. We spreken 1993, de band heette Herman en Ik en ik zong – Koninginne­dag, buitenpodium ergens in de Jordaan – bijna alles mee. Thomas had dat natuurlijk liever niet, maar ondanks dat zijn we nooit echt in grote conflicten verzeild geraakt. Sterker nog, hij stalt deze augustusochtend zijn fiets in mijn tuin en stelt gelijk voor de fotosessie in de Bullewijk te doen (want hij moet ook nog even een filmpje draaien voor zijn ambassadeurschap van de ALS-stichting).

Mijn eerste vraag is: ‘Zullen we ons eerst even hydrateren?’ (Een verwijzing, geachte lezer, naar de opening van theatershow en cd Motel, Ouverture I.) Is dat gewoon een short story, is dat echt gebeurd? ‘Als je eenmaal 52 bent is niks meer volledig verzonnen, denk ik. Eigenlijk deed ik wat Karel Appel deed: als hij een schilderij maakte, en het was af, ging hij ervoor zitten, en kijken. Urenlang soms. Dan ‘keek-ie het schoon’, dan wist-ie van elke streek en elke plek waarom hij dat precies zo geschilderd had. Dan kon-ie alles verantwoorden, alles stond waar het moest staan. En dan zei Appel: “Nou is het af.” En ik heb dat andersom geprobeerd, als probeersel. Ik bleef net zo lang zitten tot ik het helemaal in mijn hoofd zag: man die rijdt, man die kroeg binnenkomt, ik zag het stof, alles ... en toen zag ik ‘verrek, die man zit in een spiegel met zichzelf te praten’, en toen, na drie uur of zo, ben ik opgestaan, naar de tafel gelopen en heb ik het bijna in één keer, ook in rijmschema, zo achter elkaar opgeschreven. Ik geloof dat het acht bladzijden is. Het is het langste openingsnummer uit de geschiedenis van het Nederlandse theater. En toen dacht ik: dat is een goed begin van een programma. Want dat wou Ruut (Weissman, Thomas’ regisseur sinds het prille begin, DJ) heel graag en ik ook, hadden we samen bedacht: er is niks, het licht gaat aan, en dan begint een lied dat je acht minuten lang denkt: wat? Wat? Wat ...?!! Vaak zegt iemand na de voorstelling: “Ik vond het hartstikke goed, alleen dat eerste nummer verstond ik niet zo goed.” Dat eerste nummer versta je harstikke goed, alleen je zit net, je bent nog bezig met je jas en de auto geparkeerd en de oppas. Het ­enige wat je hoeft te horen is ‘drank’, ‘nice guy Tommy’ en ‘een man die de weg kwijt is’. Dat onthoud je, en naarmate de voorstelling vordert, komt dat bij je terug.’

En weet je, als maker, als schrijver van dat lied, of wat je bedacht hebt ook zo bij het publiek binnenkomt? ‘Nou, dat is natuurlijk in het theater anders dan bij een liedje, een cd. Paul en ik hadden ook al vrij snel door als je met twee man op het podium staat, en de een praat, kijkt iedereen naar de ander.’ Je weet hoe Lebbis en ik dat deden: gewoon allebei praten. Door elkaar. ‘Ja, en uiteindelijk ook in andere theaters zelfs! Maar goed, wat ik doe is dus een enorme dreun aan tekst, het klinkt toch als een popliedje. Ondertussen lopen David (Middelhoff, Thomas’ sideman sinds het prille begin) en Laura (Trompetter, ­percussionist) de hele tijd heen en weer van instrument naar instrument. Eigenlijk zeg ik daarmee (op heel vriendelijke wijze) tegen de kijker: geef je over, ik leid ons wel de komende anderhalf uur.’ Dus je brengt de mensen in verwarring, en je neemt ze gelijk mee naar de sfeer van een immense hal van een vliegveld, waar van alles gebeurt? ‘Precies, en dat is ook de beginsfeer van die man, die niet weet wat-ie moet gaan doen. Moet-ie naar huis? Hij moet naar huis, maar hij wacht op een kist, wat een cadeau is voor zijn dochter. Je komt er ook helemaal niet achter wat dat is. Eigenlijk, bedacht ik na veertig voorstellingen, staat die kist voor: is mijn verhaal af? Als ik thuiskom straks. Is de reden dat ik wegging duidelijk genoeg om weer thuis te komen? Het is altijd nogal mistifying bij mij, dat vind ik erg leuk.’ En daar kwam je na veertig voorstellingen achter? ‘Nou, ik vind dat je als je in première gaat wel in één zin moet kunnen duiden: dit is waar de voorstelling over gaat, maar al spelende kom je wel achter meer. O, dit betekent ook dat, dit gaat ook nog dieper ... Dat openingsnummer gaat uiteindelijk veel dieper, die man, hoe-ie daar gekomen is, de verwarring van het publiek ís dan de verwarring van die man.’


Openingsscène

oktober - november 2019

13


14

‘Het moet wel zo zijn, dat weet jij ook, dat het publiek niet moet denken: ja, dat zou ik ook kunnen’


[ cabaret ]

Van Acteur tot Zanger

Openingsscène

Zanger, acteur, regisseur, schrijver, hij is het allemaal. Thomas Acda is wereldberoemd in Nederland als helft van het duo Acda en de Munnik, maar menigeen zal hem ook kennen van tv-programma’s als Dit was het nieuws en Jeuk. Hij acteerde in tv-series en films, onder meer in All Stars, In Oranje en Alles is liefde, waarvoor hij een Rembrandt won. Van All Stars is ook een musical gemaakt, waarvoor Acda de liedteksten schreef. Hij regisseerde de films Fake en Oh Baby. In de musical Fiddler on the Roof speelde hij de hoofdrol, wat hem de Musical Award voor Beste Mannelijke Hoofdrol opleverde. Zijn roman Onderweg met Roadie kwam uit in 2015. oktober - november 2019

15


16

[ cabaret ]

Zeker toen jullie (met Acda en de Munnik) niet van de radio te rammen waren en iedereen jullie liedjes kende, ­zullen mensen er vaak iets anders in gehoord hebben. Hoe ­belangrijk is het dat mensen er hetzelfde uithalen wat jij erin gestopt heb? ‘Nou, dat is wel prettig ja (lacht), maar uiteindelijk heb je er geen invloed op. Het is meer dat ik ... – ik ben natuurlijk geen Peter Slager (Bløf), ik ben niet zo vaag dat alles kan. Wat ik van hem ook niet zo erg vind, hoor. Als mensen daar kritiek op hebben denk ik: het is gewoon een stijl, hij houdt het heel vaag, door alleen maar een gevoel te geven. Maar ik wil ook weer niet zo duidelijk schrijven dat ook de tweede en de derde laag zo pats in één keer binnenkomen. En in het theater speel je de liedjes ook anders dan op een plaat: nooit solo’s, als een refrein er alleen maar in zit als refrein spelen we het niet, of voor de helft. Je moet mensen meenemen, naar voren, niet gaan herhalen.’ Maar in het theater kan ik het liedje niet nog een keer draaien, dan moet ik het toch ... ‘Ja, ook daarom moet het helder zijn. Met een solo, of nog een keer het refrein en nog een keer het refrein, dan gaan mensen achterover leunen. In het theater kan het ook zijn dat ik een couplet oversla, want dat heb ik al verteld. Of het nummer stopt, en ik kan door met het verhaal, terwijl de muziek doorgaat. Dan blijft de sfeer van het nummer bestaan, maar ik ga verder. Dan blijf je je publiek steeds een stap voor. Het moet wel zo zijn, dat weet jij ook, dat het publiek niet moet denken: ja, dat zou ik ook kunnen. Ze moeten wel het gevoel hebben dat het het geld meer dan waard is.’ Weet jij het moment toen je Motel ging maken dat je wist: daar moet het over gaan? Komt het uit een thema of gevoel, of maak je een stapel liedjes en denk je dan: o, het gaat híér over? ‘Meestal dat laatste, dat is meestal wel mijn modus operandi. Maar dan zegt Ruut bijvoorbeeld op een bepaald moment: “Ik wil een lied over verraad, dat heb ik nodig hier. Ik moet een lied hebben over iemand die verraden is.”’ Vind je dat fijn? ‘Tuurlijk. Dat is heel goed te doen, in opdracht schrijven, in plaats van navelstaren en zoeken in jezelf heb je gewoon een heel duidelijke opdracht. Dat doen Daaf en ik ook, in de musical­ liedjes die we schrijven, je hebt de Peter-rol, de Dolf-rol en de Maria-rol, die moeten allemaal een liedje, en dat moet daar en daar en zo en zo in het verhaal passen. En ze moeten een ­gezamenlijk probleem hebben, dat is ook weer een liedje ... – dat is echt ideaal. Ik merkte ook bij Motel dat ik helemaal vergeten was hoe je een verhaal schrijft, het verhaal dat je in de voor­

‘Dat is wat je in try-outs doet: jezelf zo erg in de problemen brengen, dat je wel iets goeds moet bedenken’ stelling gaat vertellen, hoe je dat opschrijft. Tot ik me bedacht dat ik de laatste voorstellingen met Paul gewoon maakte met: dit zijn de liedjes en dan gaat Thomas wat lullen, dan komen er weer liedjes en dan gaat Thomas lullen en zo door. Dan improviseerde ik van alles bij elkaar en dan vonden we: ah, dit is het thema. En daarmee gingen we dan de voorstelling schrijven.’

Omdat je het op die plek moest doen ... vandaar eerst het improviseren? ‘Ja, dan wordt je taal ook zoals het hoort.’ Om met Koos Terpstra te spreken: je staat gewoon je reet te redden. ‘Precies. Koos zei bij Dit was het nieuws ook altijd tegen mij: “Als jij in een hoek gedreven wordt, dan kom je er wel uit.” En dat is wat je in try-outs doet: jezelf zo erg in de problemen brengen, dat je wel iets goeds moet bedenken. Dat doe je met een boek schrijven ook, je eindigt elk hoofdstuk met een but little did he know, er stond hem nog heel wat te wachten. En eigenlijk doe ik met mijn liedjes hetzelfde, daarom gooi ik soms ook coupletten weg. Ik schrijf op van die gele Amerikaanse legal pads – wit papier vind ik te agressief – dan denk ik: als ik nou dat stuk pak en dat stuk, dan blijft het spannend. Dan kom je ook tot dappere beslissingen: dit lied heeft gewoon drie ­coupletten en geen refrein. Dit is wat het is.’ En dat is het. Weglaten, weggooien, je realiseren dat je mooiste mondharmonicasolo ooit nooit is vastgelegd (zat in ‘Geef me al je armen’, van Paul de Munnik, alleen maar in het theater gespeeld). We kijken samen ons gesprek nog even schoon en dan gaat Thomas te water. • Motel speelt van 10 oktober tot en met 10 januari in theaters in heel Nederland, thomasacda.nl


[ kleinkunst ]

oktober - november 2019

Openingsscène

17


18

Cinderella – de Stilte

Familievoorstelling met dans en livemuziek

Vanaf 13 oktober in Nederlandse theaters!

www.destilte.nl

de makkelijkste zoektocht naar de leukste theaters en voorstellingen BIJ JOU IN DE BUURT www.theatersi nnederland.nl


[ column Romana ]

Openingsscène

FOTO': JANITA SASSEN

Vakmanschap Ik spuugde mijn zoon van vijftien in zijn gezicht omdat hij geld had gestolen van de dansschool waar hij twee keer in de week les heeft. Nu zouden hij en zijn broertje zeker weten uit huis worden geplaatst, want een moeder die een dief opvoedt is geen bekwame moeder, zegt de dame van jeugdzorg. Ik liep weg en heb heel de nacht in de coffeeshop zitten blowen. Mijn zoon liep achter me aan en heeft voor de deur van de koffieshop moeten wachten. De portier liet hem niet naar ­binnen omdat hij te jong is. Hij is pas vijftien. Deze scène deed ons allebei erg veel. Mijn zoon moest er nadien van huilen. Ik niet. Ik rookte een echte sigaret op het nepbalkon, grenzend aan mijn nepkeuken op mijn nepplastic krukje. Het was een van de warmste dagen van deze zomer. In ons kleine huis was het erg druk en meer dan veertig graden. Mijn synthetische kleding stonk en mijn microfoon wilde door het zweet niet plakken. ‘Verras me maar,’ had de regisseur gezegd voordat we aan deze scène begonnen. Dus ik spuugde. Zonder echte spuug weliswaar, maar wel met de gevaarlijke intentie. De acteur die mijn zoon is, is geen professioneel acteur. ­Sterker nog, hij is helemaal geen acteur. Deze film is ­gebaseerd op zijn leven en hij speelt zichzelf. Hij heeft deze shit echt mee­gemaakt. Zijn tranen waren echt. Mijn spuug niet. Ik ga naar de jonge non-acteur die mijn zoon speelt om te vragen hoe hij de scène had beleefd. Hij zit op een stoel in de schaduw van de lichtwagen. Een sigaret te roken. De regie­assistent hurkt tussen zijn benen en masseert zijn dijen. Ik weet even niet of ik ze mag onderbreken. De scène was voor hem goed, zegt hij. Hij steekt zijn duim naar me op. Ik zie zijn ogen niet want hij heeft een zonnebril op. Hij is wel een acteur, maar omdat ik hem direct na het spelen van die gruwelijke scène had zien huilen, zwaar aangedaan, vroeg ik me af tot in hoeverre ik verantwoordelijk ben voor zijn tranen. Ík spuugde hem toch niet in zijn gezicht? Mijn personage spuugde zijn personage in het gezicht. Ik voelde dat ik leeg liep. Emotioneel en inspirationeel. Ik wil geen spel spelen waarin ik mijn collega echt raak. De runner die mij naar huis brengt vraagt me hoe het voelde, ‘zo een eerste keer op de set’. En ze gaat verder met ‘dat is voor jou natuurlijk ook spannend om ineens in een film mee te mogen spelen. Heb je genoten? Vond je het leuk?’ Denkt zij dat ik ook een non-acteur ben? Dat ik dit echt heb meegemaakt en het re-enact? Dat ik echt zo een moeder ben? Denkt ook zij dat dit werkelijkheid is? Het wordt vast een waanzinnig mooie film, maar voor deze rol moest ik een aantal persoonlijke grenzen mijlenver overschrijden. Als acteur geeft het spelen mij eindeloos veel kracht en energie. De emotie en volledige overgave die ik daarvoor geef, is de investering. Wanneer het andersom is, loop ik als persoon én acteur leeg. Met tegenspelers die fictie en werkelijkheid door elkaar ­kunnen halen, wordt het voor het publiek bijna echt, maar ik ben een kunstenaar. Niet z’n moeder. •

Ík spuugde hem toch niet in zijn gezicht?

Romana Vrede is acteur. oktober - november 2019

19


20

[ dans ]

Het wondere universum van Morau


Openingsscène

Vervreemding scheppen is zijn oogmerk. Rijzende ster in Europa en terug bij Scapino Ballet Rotterdam, met Arvo Pärts muziek die live wordt uitgevoerd. Morau: ‘Zijn muziek gebruiken is een cliché.’ Tekst Eric Korsten

Nomadisch reist de geboren Spanjaard heel Europa door. Marcos Morau staat aan de vooravond van zijn grote internationale doorbraak. Maar nu neergestreken in Rotterdam. Beige sokken, van zijn vaalzwarte slobberbroek zijn de pijpen net wat te kort, donkergroen T-shirt, losgeknoopt spijkershirt daaroverheen. Een karamelkleurig, hartvormig brilmontuur dient als ­optisch harnas voor zijn bruine kijkers. Een gevorderd baardje omlijst zijn gelaat. Typisch, nee, typisch of alledaags is zijn voorkomen niet. Eerder gaat zijn sjofele kloffie richting nerdy, maar dan vooral van een sullig soort argeloosheid. Past anderzijds wel een beetje bij zijn status van angry young man. Nog maar 37 – en toch al een gevestigde naam in ­Europa. Ed Wubbe, artistiek directeur van ­Scapino Ballet Rotterdam ontdekte hem een jaar of vijf geleden op het choreografenconcours in Hamburg, waar Wubbe tot voor enige jaren de artistieke leiding voerde. Hij nodigde hem vervolgens uit voor een choreografie in het programma Twools, in 2016 was er het avondvullende Pablo en nu is Cathedral op komst. Vreemde eend in de bijt. Samen met zielsverwanten richtte hij in 2005 La

Veronal op, een club van kunstenaars uit de dans, film, literatuur en fotografie. Zij maken werk waarmee ze de kijker willen raken zonder zich op voorhand te conformeren aan grenzen tussen ­genres. Morau verwijst in zijn werk net zo makkelijk naar beeldende kunst uit de renaissance als naar films van Pasolini of moderne dans van Pina Bausch en Jirí Kylián. Een mix of things, noemt Morau het zelf. ‘Hij komt niet uit de dans voort, is eerder regisseur,’ vertelt Ed Wubbe, artistiek leider van Scapino. ‘Wel heeft hij ooit danscursussen gedaan en is dans zijn hoofduitdrukkingsvorm.’

Eigen bewegingsstijl In Studio 1 van Scapino Ballet ­Rotterdam toont hij zich op zijn gemak, zit veel ­achter zijn laptop, laat de Scapino-­ dansers opgedeeld in duo’s stijl­ oefeningen uitvoeren bijgestaan door de Veronal-danseres en choreografe Lorena Nogal; begeeft zich nu en dan de ­repetitievloer op, geeft aanwijzingen aan de dansers – en toont ze middels ­beelden op zijn mobiel het bewegings­ idioom dat hij nastreeft, beelden van zijn eigen groep La Veronal. Ed Wubbe: ‘Hij heeft zijn eigen bewegingsstijl

 oktober - november 2019

21


22

FOTO: NIENKE ELLENBAAS

[ dans ]

bezig te houden met het concept, maar gedurende het repetitieproces gebeurt dat meer en meer.’

Repetitie van Cathedral.

­ ntwikkeld, en gelukkig ligt die onze o dansers goed. Hij is heel precies en veeleisend. Dat kan lastig zijn maar het is ook fijn iemand voor je te hebben die weet wat hij wil. Strikt en u ­ itdagend, in technische en expressieve zin. Het zijn heel veel vreemde en c­ omplexe staccato­ bewegingen die heel snel achter elkaar worden uitgevoerd. Wat hij wil ­bereiken bij de dansers doet een beroep op hun fysiek en hun h ­ ersenen, moeilijke ­tellingen, voor hoofd én lijf een uit­ daging.’ Vervreemding scheppen, dat ziet Marco Morau als zijn artistieke missie. ‘Ik ben het moe om aldoor en overal ­schoonheid, esthetiek te zien. Een danser die van een trap valt is ook theater. En dan: hoe kunnen we nog schoonheid zien in deze wereld van klimaatverandering?’ KOVA, noteert hij zelf met pen en in kapitalen in het openliggende schriftje van de verslaggever. Dat is de naam van zijn bewegings-Bijbel, zijn eigen stelsel van bijna tegen-organische bewegingen dat hem voorstaat. Hij lacht: ‘Kova betekent

letterlijk ‘geharde afwerking’. Het is een labyrintische reeks van codes, tools voor het creëren van bewegingen, die ik met La Veronal ontwikkeld heb. Het is een abstract concept, niet-theatraal en gaat niet over wat dichtbij het hart ligt. Het is vooral een schets over lichaam en ruimte, bijvoorbeeld over dichtbij komen en weggaan. Het begint met zoeken naar vorm, ritme, balans, compositie – pas daarna kunnen we het hebben over theater. Ik geef er de voorkeur aan om geen emoties te tonen. Alleen op die manier kun je je op terra incognita wagen. Later kun je emoties toelaten. Dansers willen graag laten zien wat er binnen in henzelf leeft. Maar daar ben ik niet in geïnteresseerd. Natuurlijk geef ik om ze, maar ik ben geen psycholoog, kan ze niet helpen. Hier, tijdens de repetities in de studio wil ik daarom bereiken dat ze me laten zien dat ze begrijpen wat ík bedoel uit te drukken. De danser moet ver weg blijven van betekenis, hoeft alleen maar ­hongerig naar beweging te zijn. In het begin ­hoeven de dansers zich voor mij niet

Jeugdliefde: opera Hij wilde aanvankelijk mensweten­ schappen studeren. ‘Maar ik ontdekte dat ik wilde gaan creëren en ben toen in ­Barcelona choreografie gaan studeren. Waarom? Omdat ik houd van de danswereld, van dans, van dansers. Dansers hebben een soort van sacrale verhouding tot hun lichaam gemeen, bijna obsessief. Ook houd ik ervan dat je door ­bewegingen van alles teweeg kunt brengen. Ik ben zelf ook gaan dansen, en ik was geen slechte danser, heb er veel van geleerd, maar ik haat het op het podium te staan.’ Opera is zijn jeugdliefde, althans: daarmee is hij door zijn ouders van kindsbeen vertrouwd gemaakt, heeft hem gevormd. ‘Klopt. In de eerste plaats voel ik me een stage director, iemand die de mix van ­elementen op het podium samenbrengt. En des te meer ingrediënten, hoe uit­ dagender. Ik ben een stage viewer. Je moet hoe dan ook accepteren dat het publiek ­altijd van buitenaf kijkt, dus is het belangrijk om controle te hebben over de energie die via het podium wordt overgebracht – en dat is dus niet alleen door beweging.’ Als nomadisch choreograaf is het steeds weer zoeken naar de juiste bewegingstaal. ‘Ik observeer de dansers en noteer alles: hoe ze kijken, praten en zich gedragen – zonder dat zij dat zelf zo goed weten. Ik wil ze in een voor henzelf on­ comfortabele zone plaatsen en vanuit de wetenschap die dat oplevert kleur ik later de precieze rolverdeling in. Het is belangrijk dat ze ‘in het nu’ zijn en zich concentreren op de bewegingen die ik


FOTO: ALEX FONT

Openingsscène 23

Repetitie van Cathedral

Scène uit Passionara, dat Morau ziet als vervolg op Cathedral.

hun vraag uit te voeren. Daarna volgt wat ik de dramaturgie van de stappen noem. De dansers weten nog niet waar het geheel naartoe gaat, wat het storyboard is.’ De sfeer in de studio blijft onder­ tussen losjes en positief. Geregeld wordt hardop gelachen door de dansers – die dus niet beseffen dat ze ondertussen aan een minutieuze observatie onderworpen worden door Morau.

Pärt Nog een kleine zes weken te gaan voordat de première zich aandient. Een ­première waarop Sinfonia Rotterdam live voor de muzikale begeleiding zal zorgen: een bloemlezing uit het werk van Arvo Pärt. ‘Ongetwijfeld een van de grootste componisten van de laatste decennia,’ zegt Morau over hem. ‘Ik ben grootgebracht met Pärts ­spirituele, sacrale muziek. Dat sluit aan op de titel: Cathedral. Maar als theatermaker ligt het ingewikkeld om zijn muziek te gebruiken, want die is ook cliché en vaak té mooi. Ik had de goddelijke muziek oktober - november 2019

van Händel kunnen kiezen, maar Pärt is de Händel van onze tijd. Bij hem voel je als het ware dat je wordt opgetild, dat je vliegt met de voeten op de vloer. Voor mij staat de religieuze werking die in zijn muziek besloten zit, ook voor geloof, geloven in de natuur, in de mensheid, en geloof in de mens.’ Met Pärt als hartslag wil Morau g­ evoelens oproepen over de essentie van het bestaan. Over het mysterie van de mens in de grootsheid van de natuur en het oneindige heelal. Hij plaatst de dansers in een toneelbeeld met levensgrote videoprojecties en een spectaculair lichtontwerp. De ontmoeting met een metershoge meteoor op het toneel vormt het raadselachtige begin van zijn nieuwe dansvoorstelling, die Morau zelf als een vervolg ziet op Pasionaria van La Veronal, een voorstelling die onlangs nog te zien was in Amsterdam. Een ‘Requiem for Mankind’, suggereert de verslaggever voorzichtig en vragenderwijs. ‘Dat staat nog te bezien,’ antwoordt Morau even voor­ zichtig. Dan: ‘Maar het zou kunnen.’ •

Ed Wubbe over Marcos Morau ‘Morau zet de dans in om er theater van te kunnen maken. Dat vind ik een opwindend uitgangspunt, ook omdat er ondertussen technisch heel goed wordt gedanst. Stukken van hem blijven op je netvlies gebrand, met beelden die je niet vergeet als je ze eenmaal gezien hebt, en ze zijn bovendien geweldig om naar te kijken, zeker als onze eigen dansers en in een eigen productie daarin schitteren.’ .

Cathedral is te zien van 30 oktober tot en met 15 februari, scapinoballet.nl


24

[ dans ]

Stijlen en statements In DansClick komt steeds de nieuwste generatie dansmakers aan bod. De 21ste editie biedt een fascinerende mix van stijlen. Tekst Eric Korsten | Fotografie Janita Sassen

Stijlen en statements

DansClick 21 brengt de winnaars van de BNG Bank Dansprijs 2018 samen op tournee: Sarada Sarita en Christian Yav & Sedrig Verwoert. Aan de ‘Après Dans’-bar die steevast na ­afloop de vloer op wordt gerold, kun je met een glaasje in de hand een praatje met ze maken. De winnaars rekenen op ­spannende aftertalks. Sarada Sarita (1987) is wegbereider én boegbeeld in Nederland van de New Way Vogue. Met haar choreografie Q4: ­Quantified geeft ze een politieke lading aan de expressieve, ­gestileerde en bijna spirituele combinatie van vogue, hair ­hanging en spoken word. De danseres, performer en ­choreografe brengt in haar oproep menselijkheid, gelijkheid en bewustzijn door dans tot uitdrukking. Sarita kreeg in 2018 een Zilveren ­Krekel voor de beste podiumprestatie in het jeugd­theater voor haar aandeel in het

balletsprookje GRIMM door ISH & de Junior Company van Het Nationale Ballet. In hun productie They/Them zijn Christian Yav (1993) & Sedrig Verwoert (1992) aan elkaar gewaagd en halen ze het spannendste in elkaar boven. In hun autobiografische duet over racisme en queer-zijn mixen ze bewegingen uit allerlei genres en stijlen ­samen tot wat ze zelf ‘een zwarte paringsdans over racisme, ­giftige mannelijkheid en queerfobie’ noemen. Begin 2019 kreeg het duo de eerste Leo Spreksel Award, vernoemd naar de ­artistiek grondlegger van Korzo. •

DansClick 21 is van 30 oktober t/m 19 december te zien in zestien theaters.


Openingsscène 25

Christian Yav

‘Witte privileges zijn nog niet veranderd’

‘They/Them kwam voort uit de ontmoeting in 2011 met Sedrig tijdens So You Think You Can Dance. Vanaf het moment dat we gingen samenwerken was het als ademen. Gaande­weg ontdekten we veel parallellen in onze levens, op persoonlijk en professioneel vlak. Zo wijken we allebei af van de standaard heteronorm, zijn we allebei queer en hebben allebei geen witte huidskleur; dat zijn stuk voor stuk topics waar veel mensen liever verre vandaan blijven. Maar in dit stuk roepen wij die op, van racisme en queerfobie tot mannelijkheids­kwesties. De choreografie is de fysieke vertaling van onze emoties en laat de weerslag zien van het effect dat ons ‘afwijkende’ gedrag heeft op onszelf en op ons dagelijks leven. En, gezien door onze ogen, ook op de wereld om ons heen. Niettemin is het ook een werk waar ieder­een zich er op zijn of haar eigen manier mee kan identificeren. Kleur is altijd een dominante factor geweest, ook als je kijkt naar de geschiedenis. In mijn jeugd heb ik nooit twee zwarte dansers naast elkaar op het podium gezien. Mensen die op They/Them reageren tonen we een spiegel van zichzelf. En dat geldt ook voor de danssector. Witte privileges zijn nog niet veranderd. Dat wij als twee zwarte makers/dansers naast elkaar op het podium staan, is belangrijk. Alleen dat al brengt veel teweeg. Wel is het opvallend dat bijna niemand het heeft over onze danstechnische kwaliteiten. Ik heb ondertussen vele audities doorstaan. Vaak waren er maar een of twee zwarte dansers bij. Toch werd altijd maar een van ons gekozen, terwijl het vaak om een productie voor meerdere dansers ging. Sedrig en ik zijn van een generatie die haar mond open doet, ook door de mogelijkheden die sociale media bieden. Kijk, het is een beetje dubbel, want van deze ervaringen kan ik nu wel dankbaar gebruikmaken. We hebben allebei een opleiding tot professioneel danser gevolgd en ieder een eigen bewegingstaal ontwikkeld, gevormd door de gezelschappen waar we hebben gedanst en de choreografen met wie we hebben gewerkt. Op school werd me verteld dat choreograferen niets voor mij zou zijn. Maar je ziet het, hier en nu.’

oktober - november 2019

#MeToo


26

[ dans ] Muziektheater

Sedrig Verwoert

‘Nog altijd geen zwart dansgezelschap in Europa’

‘Ik heb een mannelijke en een vrouwelijke kant. Ik ben geïnteresseerd in mannen maar voel me ook aangetrokken tot vrouwen. Energetisch gezien ben ik een kruising. Queer? Dat begrip is lastig te definiëren. Voor mij is iemand queer zodra hij of zij afwijkt van de standaardnorm. Er is wat mij betreft geen sekse aan verbonden. Ja, ik ben queer. Maar ik vind het lastig dat hard­op uit te spreken, al denk ik wel dat we in een tijds­ gewricht leven waarin dit aandacht moet hebben. Op een dag voelde ik de noodzaak om mijn eigen community wakker te schudden. Over mijn queerzijn, maar ook over racisme. Ooit gerealiseerd wat het is om in een ruimte te zijn en het gevoel te hebben dat je daar bent omwille van je huidskleur en niet om jou als persoon?’ Er zitten zo veel lagen in deze voorstelling. Maar als iemand deze choreografie als statement ervaart, dan vind ik dat prima. Zelf ben ik allang aan dat vraagstuk voorbij. Anderzijds is het wél een statement, omdat het een aanklacht is tegen het feit dat er in Europa nog altijd geen volledig zwart dansgezelschap is, in tegenstelling trouwens tot de Verenigde Staten. Het is ook niet van: kijk mij of ons nu eens. Belangrijker acht ik mijn bijdrage aan de ontwikkeling van de dans als kunstvorm. De danswereld vormt – net als overal elders – een afspiegeling van de maatschappelijke realiteit. Het is superbelangrijk dat je jezelf kunt identificeren met wat er op het theaterpodium te zien is – en ik heb dat erg gemist. Gelukkig heb ik op YouTube en Google rolmodellen kunnen vinden. Die hebben mij geïnspireerd. Generaties boven ons hadden die media niet tot hun beschikking. Misschien hebben ze zich daardoor stiller gehouden dan wij. De BNG Bank Prijs? Een vorm van erkenning, zeker, maar dan wel voor onszelf met de vraag waar dit toe leidt en naartoe moet. We zijn niet uit geweest op het boeken van resultaat. Voorop­ stond en -staat onderzoek. En heden­daagse dans. Ik kom van de straat en ben gek op hiphop, maar heb ook mijn weg weten te vinden in het academisch ballet.’


[ kleinkunst ]

Sarada Sarita

‘Een volledige ervaring’

‘Waacking is een dansstijl die op discomuziek is ontstaan in Los Angeles in de jaren zeventig, en is geïnspireerd op films en filmsterren. Vogue is een dansstijl op housemuziek, nu ook voguebeats, ontstaan in New York in de jaren tachtig met als inspiratiebron foto’s, fashion en modellen. Waacking is een clubstyle die vrij en zonder competitie was. Voguing maakt deel uit van de zogeheten ballroomcultuur, waar verschillende houses, families, competities met elkaar aangingen. De enige samenhang tussen waacking en voguing is dat het is ontstaan in de zwarte en latin LGBTQ+-gemeenschap. Zij creëerden een safe space; eigen structuren waar­in de systematische onderdrukking van de buiten­wereld niet van kracht was. Met een door­ dachte verkenning van ras, klasse, geslacht en seksualiteit stonden acceptatie en vrijheid van zelfexpressie en eigenliefde centraal. Q4: Quantified is een combinatie van vogue, spoken word en hair hanging over ‘patronenstructuren’ en ‘hokjesdenken’. In Q4 gebruiken de vijf dansers de taal van de New Way Vogue, een stijl binnen Vogue Performance. Die wordt gekenmerkt door geometrische vormen en extreme stretch en contorsie. Een Master of Ceremonies (MC) leidt het stuk vocaal met zijn outsiderperspectief, en het hair hanging geeft je een buitenmenselijk perspectief. Een volledige ervaring. Ik heb geleerd dat zodra je hokjespatronen doorbreekt, je vanzelf weer nieuwe hokjes creëert, dat is de mens eigen. Maar Q4 is een opening voor het idee dat je die hokjes zelf leven geeft en daarbij dus ook zelf kan doorbreken en opnieuw kan creëren: Quantified. Afgelopen zomer heb ik vanuit New York twee prijzen mee naar Nederland genomen, eentje voor waacking en een voor voguing. Qua prijzen zit het me de laatste tijd erg mee. Deze DansClick-tournee is voor mij echt een cadeautje. Ik zou graag zien dat door mijn voorstelling de waarnemingshorizon van de kijkers wordt verbreed.’

oktober - november 2019

Openingsscène 27


28

Het Nationale Opera en Ballet van Oekraïne, Odessa

Het Nationale Opera en Ballet van de Oekraïne, Odessa (Het Odessa Nationaal Academisch Theater Opera en Ballet) is een van de oudste (begin 19e eeuw) klassieke opera en ballet huizen van Europa. Het is gehuisvest in een van de prachtigste historische theatergebouwen van de wereld (1887). Grote componisten en kunstenaars traden hier op waaronder Tsjaikovski, Rachmaninov, Chaliapin, Oistrakh, Richter, Pavlova en Casals. Nog steeds

heeft dit theater een internationale allure. Grote producties worden er gespeeld van internationaal niveau. De voorstellingen spreken generaties lang een publiek van alle leeftijden en achtergronden aan. De afgelopen jaren vind ook het Vlaamse en Nederlandse publiek dit uitzonderlijke gezelschap, getuige de volle zalen. Meer info: www.kantorpos.nl

Delft Fringe Festival Productie — M O L T E N G O L D

VANAF OKTOBER ON TOUR PANAMAPICTURES.NL

De Gouden Eeuw: een eeuw van rijkdom, uitvindingen en glorie. De Gouden eeuw: een eeuw van onderdrukking, slavernij en ontheemding. Beschaving en uitbuiting lijken twee uitersten maar zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. In Molten Gold belichamen zes dansers de vele gezichten van de Gouden Eeuw.

glansrijke buitenkant en tonen ze hun ware verhaal. Hoe verhouden we ons 300 jaar later tot deze veelzijdige geschiedenis? Voel je schuld, trots, ontkenning, hoop, pijn? Voel je verwarring, onmacht of helemaal niets? Molten Gold onderzoekt dit collectieve, veelzijdige ongemak over de Gouden Eeuw en kijkt of we dit ongemak kunnen omsmelten.

Met spierkracht, repetitieve fysieke bewegingen en stuwende lichamen breken ze door de

MOLTEN GOLD 18 – 27 oktober 2019 Tickets: delftfringefestival.nl

Een exclusieve dansvoorstelling álleen in Delft


[ column ]

Openingsscène 29

Ik wil niet zeuren maar ... door Constant Meijers

... de brief die minister Van Engelshoven op 11 juni aan de Tweede Kamer stuurde is rauw op mijn dak gevallen. In haar brief presenteert de minister haar uitgangspunten voor het cultuurbeleid 2012-2024. Zij bedankt de Raad voor Cultuur voor zijn advies Cultuur dichtbij, dicht bij cultuur en ‘de grote inzet waarmee dit tot stand is gekomen’. Aan die inzet heb ik als voorzitter van de commissie theater van de Raad op volle kracht meegedaan. De minister schrijft dat de Raad ‘de thema’s van het cultuurbeleid doordacht (heeft) uitgewerkt in een omvangrijk advies met veel verschillende maatregelen’. Met die conclusie kan ik het volledig eens zijn. Des te teleurstellender dat de minister de grondslagen van het advies naast zich neer heeft gelegd.

De hokjes zijn in stand gebleven

Constant Meijers is journalist en was van 1997 tot 2015 hoofdredacteur van Theatermaker. In 2012 lanceerde hij Theaterkrant.nl. Daarvoor werkte hij onder meer bij Muziekkrant Oor en initieerde hij Hitkrant en Muziekkrant Oor’s Eerste Nederlandse Popencyclopedie.

oktober - november 2019

Toen ik vier jaar geleden de commissie voorzat die zich boog over de subsidieaanvragen van de grote theaterinstellingen raakte ik gefrustreerd door de omstandigheid dat we als commissie uiteindelijk niet veel meer konden doen dan negen hokjes aankruisen. Door de Regeling op het specifiek cultuurbeleid waren we gebonden aan het toekennen van vier keer 2,5 miljoen euro en vijf keer 1,5 miljoen euro aan de grote theatergezelschappen. Daarbij lag ook vast hoe die bedragen over het land moesten worden verdeeld. In de Randstad mochten twee van de vier gezelschappen 2,5 miljoen geadviseerd krijgen, in de rest van het land twee van de vijf. Ik nam me voor te proberen deze situatie in de toekomst te voorkomen. De mogelijkheid daarvoor ontstond nadat de Raad de minister adviseerde om stedelijke regio’s centraler te stellen in het cultuurbeleid en de minister de Raad verzocht om een sectoradvies uit te brengen. Voor dat sectoradvies gingen we in gesprek met het hele theaterveld, in focusgroepen, aan de hand van expertmeetings en gesprekken met fondsen en koepels. Knelpunten werden sectorbreed geïnventariseerd, wensen en verlangens even breed opgetekend. Flexibiliteit, maatwerk, diversiteit, inclusiviteit en faire beloning werden de uitgangspunten voor het advies. Met instemming zag ik hoe het veld uit zichzelf aan een nieuwe inrichting werkte. Er ontstonden drie stadstheaters, er werd gebouwd aan een instelling die toneel, dans en muziek wilde integreren, elders legden instellingen een zwaarder accent bij onderwerpen uit de eigen omgeving zonder een landelijke uitstraling uit het oog te verliezen. Veelbelovende ontwikkelingen die de Raad en de overheid in staat stelden er een nieuw beleid omheen te plooien. De Raad nam die uitdaging aan en bood de minister een advies waarin met kracht van argumenten wordt aangetoond dat vernieuwing van het landelijke cultuurbestel nodig is. Jammer genoeg is de minister voor de voorgestelde vernieuwing teruggeschrokken en zijn de hokjes in stand gebleven. Er wordt weleens, ten onrechte, beweerd dat het theater met zijn rug naar de samenleving staat. Na lezing van de brief van de minister moet ik concluderen dat in dit geval de politiek met haar rug naar het theater is gaan staan. Een regelrechte domper. •


30

[ toneel ]

Opnieuw Pfeijffer bij Toneelgroep Maastricht

‘HET IS ONZIN OM TE ZEGGEN DAT

liefde BESTAAT’

Michel Sluysmans bewerkte en regisseerde Peachez, naar Ilja Leonard Pfeijffers roman over de liefde tussen een oude professor en een barmeisje. Acteurs Porgy Franssen en Maartje van de Wetering spreken elkaar over het mysterie van deze onmogelijke liefde. Tekst Jos Schuring

Porgy Franssen (1957) speelde

talloze voorstellingen, veel bij Orkater, maar ook elders. Recent was hij bij Toneelgroep Maastricht te zien in De advocaat en King Lear.

Maartje van de Wetering (1985) speelde jarenlang bij Noord Nederlands Toneel en vorig jaar in Lost in the Greenhouse bij Orkater. In 2017 was zij de winnende dirigent in het televisieprogramma Maestro.

Maartje ‘Michel werkt al lang met Ilja ­Leonard Pfeijffer. Ik heb La Superba gelezen en ook Grand Hotel Europa. Eigenlijk hou ik niet zo van de Nederlandse taal, maar als ik Pfeijffer lees begin ik weer van het Nederlands te houden. Hij laat zien hoe rijk de taal is en hoeveel prachtige woorden we hebben die in de dagelijkse omgangstaal niet veel voorkomen. Ik hou van zijn ­zinnen en zijn schrijfstijl en vind het ook mooi hoe hij verschillende verhalen door elkaar heen weeft. De zoektocht naar liefde en wat er aan de hand is in Europa ­beschrijft hij met humor, maar ook het vluchtelingenprobleem behandelt hij op indringende wijze.’ Porgy ‘Mooi uitgelegd. Ik hoop dat mensen Peachez niet gaan lezen voordat ze naar de voorstelling komen omdat het zo’n ­verrassende ontknoping kent. Ik heb ­overigens toen Michel mij hiervoor vroeg direct ingestemd omdat jij meespeelt.’ Maartje ‘Maar je kende mij toch niet?’ Porgy ‘Maar ik had je wel zien dirigeren. Die lange zinnen van Pfeijffer vind ik ­overigens wel een beproeving. Het doet me aan Shakespeare denken.’


Openingsscène

Porgy

NU IK DE ZESTIG GEPASSEERD BEN, KAN IK BETER OMGAAN MET DE WERKELIJKHEID

FOTO'S: BJORN FRINS

Maartje ‘Maar het is ook heel mooi. Schrijven is een vak en dat moet je als acteur serieus nemen. De schrijver heeft er lang over gedaan om precies te zeggen wat hij wil.’

Porgy Franssen speelt de oudere ­professor die leeft voor taal en ­wetenschap. Op een dag ontvangt hij mail van een zekere Sarah Peachez, ­gespeeld door Maartje van de ­Wetering. Vurige liefde ontbrandt en het leven van de professor verandert voorgoed. Porgy ‘De liefde is ongrijpbaar. Ik ben twintig jaar verliefd geweest op een vrouw die ik misschien maar twee keer gezien heb, dat zegt waarschijnlijk iets over mij als dromerige romanticus.’ Maartje ‘Was je verliefd op je eigen ­fantasiebeeld?’ Porgy ‘Ze was prima ballerina van het Nationale Ballet, echt zo’n koningin, ik was zó verliefd. Als Brabants jochie ­raakte ik zomaar met haar in gesprek en toen mocht ik haar naar huis fietsen. Was het maar nooit gebeurd. Het gaf me zo veel verdriet, afschuwelijk. Na acht jaar kwam ik haar weer tegen en zei: “Weet je wel wat die liefdesnacht met mij gedaan heeft?” Ze mompelde wat, oktober - november 2019

maar dat we met elkaar naar bed waren ­geweest wist ze niet meer. Ik was ­verbijsterd en zei: “Wat er ook gebeurt, ik ga je in mijn leven toch weer tegen­ komen, ook al ben ik bejaard, ik ga met jou eindigen.” Maar dat zat natuurlijk ­allemaal tussen mijn oren. Later kwam ik haar weer eens tegen, maar de magie was ervan af. Het was alleen maar ­romantiek en daarom is mijn relatie nu zo goed omdat mijn vriendin mij ­geregeld terugwerpt op de werkelijkheid.’ Maartje ‘Ik ben nu twee jaar samen en ik heb heel erg het gevoel: dit is hem. Je kunt eindeloos blijven zoeken, maar de ware jakob bestaat natuurlijk niet. Het is onzinnig te denken dat er maar één ­persoon bestaat op de hele wereld met wie je je leven zou kunnen delen. Dat zijn er minstens zes of tien of zo. Het gaat er uiteindelijk om dat je elke dag opnieuw voor elkaar kiest.’ Porgy ‘Ik vind het romantisch om een ideaalbeeld te hebben en een vrouw op

een voetstuk te plaatsen. De professor in Peachez valt voor de liefde, niet voor ­uiterlijk, hij gaat voor de liefde in de ­ultieme, meest abstracte vorm. Het is best mogelijk dat je niet deel uitmaakt van elkaars gewone leven. Dat kan ook een vorm van liefde zijn. Peachez gaat over ultieme liefde die eigenlijk ­helemaal niet bestaat en niet getoetst wordt aan de werkelijkheid.’ Maartje ‘De professor is een soort ­kamergeleerde. Hij heeft nooit liefde ­gekend en was getrouwd met de wetenschap en altijd bezig met dode dichters. Voor het eerst van zijn leven voelt hij nu iets.’ Porgy ‘Hij vertelt zijn verhaal vanuit de gevangenis. Mogen we dat wel v­ erklappen eigenlijk? Hij heeft het er dus voor over om daar de rest van zijn leven te blijven zitten omdat hij de liefde heeft mee­ gemaakt, wat zin gaf aan zijn leven, ­terwijl hij alleen maar dacht dat taal ­zaligmakend was. Ik ben door die

31


32

[ toneel ]

Maartje

JE KUNT EINDELOOS BLIJVEN ZOEKEN, MAAR DE WARE JAKOB BESTAAT NATUURLIJK NIET

­ allerina in de wolken gaan leven en had b niet geleerd de confrontatie aan te gaan. Ik kon vroeger mijn vriendin niet eens troosten, als ze huilde werd ik kwaad. Nu ik de zestig gepasseerd ben, kan ik beter omgaan met de werkelijkheid.’

Verliefdheid is een ziekte Maartje ‘De professor woont in een ­fictieve stad gesitueerd in oud-Europa. Hij is een uiterst erudiete man, heel ­eloquent en is verzot op poëzie. Opeens komt dan dat barmeisje uit Las Vegas in zijn leven. Haar spraakgebruik is zo ­anders. Ze is down-to-earth, prozaïsch en super eerlijk. Ik geniet zo van het ­verschil in taal tussen die twee. Dat dit afkomstig is van dezelfde schrijver vind ik geweldig; ik vraag me af waar Ilja dat taalgebruik van mijn personage ­vandaan heeft. Onderhoudt hij hiervoor ­misschien allerlei gekke chatcontacten?’ Porgy ‘Ilja is wel een beest natuurlijk, hij weet wat eten is. Weet wat zuipen is. Hij neemt risico’s. Alleen al het feit dat hij zonder plan in Genua is gaan wonen, zegt veel over hem. Peachez is eigenlijk geen drama. Er is weinig conflict, wel verbazing.’ Maartje ‘Er is wel conflict toch? Alles lijkt rozengeur en maneschijn tussen die twee tot hij iets ontdekt over haar waarvan hij toch wel even flink moet slikken. Misschien ontstaat conflict dan

bij het ­publiek? Denken ze: had ik hetzelfde ­gedaan?’ Porgy‘Het publiek gaat natuurlijk wel ­reflecteren, want ik zeg eigenlijk tegen de zaal op een gegeven moment: “Jullie ­zitten daar nu wel in de zaal met je vrouwtje, maar je maakt mij niet wijs dat jullie allemaal van die diepe geweldige mooie liefdes hebben.” Het kan ook niet zo mooi zijn omdat het in Peachez juist over het geloof in de liefde gaat. Of dat nu waar is of niet, doet er niet zo veel toe. Uiteindelijk is het natuurlijk niet waar. In de werkelijkheid wordt alles ­banaal. Dat kan op zich ook wel weer mooi ­worden. Liefde is mooi en ontluisterend en de professor is naïef. Elke verliefdheid gaat gepaard met blindheid en projectie. Er is dat stofje in de hersens dat daarvoor zorgt. Als dat weg gaat wordt het steeds lastiger om alles tegen elkaar te kunnen zeggen. Verliefdheid is een ziekte.’ Maartje ‘Mijn liefde is een koorts’, schreef Shakespeare. Sarah Peachez is niet ­intelligent maar wel mega wereldwijs. De prof is superintelligent maar hoe de ­wereld in elkaar steekt weet hij

niet. Hij is nooit buiten zijn eigen stad geweest.’ Porgy ‘Hij voelt zich vrijer dan ooit ­binnen de muren van zijn cel. Dankzij het geloof in de liefde is hij de mens ­geworden die hij altijd heeft verlangd te zijn. Maar dat is eigenlijk niet waar want hij wist niet dat die mens bestond. Ware liefde is belangeloos. Bestaat de liefde eigenlijk wel? Is het een verzinsel van de mens? Ik denk dat het onzin is om te zeggen dat liefde bestaat. Ik vind oudere paren die lief voor elkaar zijn wel mooi, maar of dat dan ware liefde is? Dan moet je ware liefde definiëren en dat kan ik niet.’ Maartje ‘Volgens psychotherapeut ­Esther Perel bestaat romantische liefde pas honderdvijftig jaar. Daarvoor was het huwelijk een economische afspraak en daarom zijn zo veel mensen in de war want de regels zijn veranderd. Maar ik denk wel dat echte liefde bestaat.’ • Peachez, t/m 7 december, toneelgroepmaastricht.nl MET DANK AAN JOYCE LENSSEN


[ column Nathalie ]

Openingsscène 33

De clown

FOTO': JANITA SASSEN

De meest ondergewaardeerde tak binnen theater is clownerie. Schouwburgen programmeren geen roodneuzen. Blijkbaar leven we in een tijd waarin niemand zin heeft in een anderhalf durende voor­stelling van een gozer met flapschoenen jankend om een dood vogeltje. Aangezien ik clownerie sympathiek vind, zoek ik naar verklaringen voor de maatschappelijke miskenning. Misschien zijn we te vaak blootgesteld aan Bassie. Deze clown hoorde nu eenmaal bij het tv-arsenaal uit de jaren tachtig. We accepteerden Bassie, zoals we dat ook deden met Ron Brandsteder. We wisten niet beter. En Twitter bestond nog niet. Maar zoiets gaat zich wreken. Natuurlijk broeide er in ons esthetisch bewustzijn een diep besef van Bassies betrekkelijkheid. Maar persoonlijke meningen waren minder relevant dan dat ze tegenwoordig zijn. Tot het moment aanbrak waarop Bassie uit de gedoogzone werd geflikkerd en voorgoed naar het rijk der ­zwendelaars werd verbannen. Helaas is met het nationaal verguizen van Bassie het imago van de hele clownerie in een verdomhoekje geraakt. Een clown wordt veelal bekeken als een infantiele aansteller zonder enig acteertalent, die het zich permitteert om het territorium van kinderen, terminalen en andere kwetsbare lieden ongevraagd te betreden met een spuitbloem. Ook mijn dochter is op driejarige leeftijd tijdens het spektakel Deventer op Stelten het slachtoffer geworden van een Franse charlatan. Hij tilde haar non-verbaal doch zeer expressief op. Oog in oog met een gerimpelde gek. De peuter heeft doodsangsten uitgestaan. Het herstel van dit trauma werd pas weken later gerealiseerd op de A2. Toen er vanuit een bestelbusje een clown dusdanig vriendelijk naar haar zwaaide, dat ze ontdekte: niet alle clowns zijn geestesziek. ‘Clown Pepe voor al uw partijtjes.’ Ik heb hem gegoogeld en een dankwoord gemaild. ‘Hier doe ik het voor,’ schreef de goedzak terug. En ik zag ’m zwaaiend menig file opfleuren. Als ik niet ooit een workshop clownerie gevolgd had, zou mijn clownsbeeld ook niet verder reiken dan het simplisme van de rode neus. Maar ik heb de kracht van de ware clown gezien. De oerbron van cabaret. Als je op een leeg podium, met slechts het laten zien van je linkerpink, verwondering oogst bij je publiek, ben je een meester in timing. Clownerie is leegte. De ongemakkelijkheid op het podium niet opvullen met een grap, begroeting of lied. Het gaat om het tonen van de tragiek van het ongemak. Toon Hermans kon het. Arjan Ederveen kan het ook. Met z’n ogen. Laat mij janken om een dode mus. Leve de clown. •

‘Ik heb de kracht van de ware clown gezien. De oerbron van cabaret’

Nathalie Baartman is cabaretier. oktober - november 2019


34

[ kleinkunst ]

De smaak van

Ruud

Cabaret

Ruud Buurman Theaterrecensent voor Theaterkrant.nl en columnist in regionale dagbladen. Jarenlang lid van de VSCD Cabaretjury voor de Poelifinario en de Neerlands Hoop en van de jury van het Amsterdams Kleinkunst Festival.

FOTO:JENNIFER KUNES

Theo spuugt het moderne leven in de bek De heer van stand Theo Nijland strooit al jaren met zijn vileine en ­cynische wereldbeelden en in En de rest is onzin is dat niet anders. De man ziet zichzelf op leeftijd komen en kan eigenlijk niet meer aanhaken aan de moderniteiten. Maar na zo’n twintig liedjes en verhalen is duidelijk dat de grumpy old man het leven nog steeds vol in de bek spuugt. Maar ja, niets is meer wat het lijkt vandaag de dag en alles wat hij normaal vindt, glipt hem uit de vingers. Hij vecht tegen de bierkaai en weert zich met de enige wapens die hij tot zijn beschikking heeft: woorden en muziek. Elk liedje vecht om de prijs voor ‘meest romantische’ of ‘de zwierigste veeg uit de pan’ van de avond. Dus ga kijken en luisteren. Uw financiële bijdrage aan de kassa krikt bovendien zijn kunstenaarspensioen wat op. En de rest is onzin - Theo Nijland, 19 oktober t/m 22 december, theonijland.nl

Ik hoorde dat Patrick Laureij de recensent van Theaterkrant in elkaar wil slaan. Het dreigement werd dit keer eens niet via een van de sociale media geuit, maar in de Linda. Da’s toch een beetje sneu. Word ik eindelijk ook eens bedreigd, is het in een damesblad! Want die ­recensent, dat ben ik. Volgens het vechtersbaasje heb ik in mijn recensie van zijn tweede soloprogramma Nederlands Hoop ‘erg op de man gespeeld’. O? Ik ken de man niet, ik speel alleen op wat hij in zijn comedyprogramma’s te berde brengt. Hij is een man van de straat die met al zijn grofheden en onhandig sociaal gedrag toch sympathie weet op te roepen. Een comedian die amuseert en daarbij geen echte dijenkletsers van grappen nodig heeft. Bij wie ik mij uitstekend heb vermaakt. Ik omschreef hem lief­k ozend als ‘een kraanmachinist die in zijn hokje, ver ­boven de Rotterdamse haven, wel eens eenzaam een traantje wegpinkt, maar in de schaftkeet beneden de grootste bek van allemaal heeft’. Misschien moet meneer Laureij beter lezen. Maar omdat hij in zijn vrije tijd kickbokst, blijf ik voor de zekerheid uit zijn buurt. Iets wat u niet hoeft te doen. Nederlands Hoop - Patrick Laureij, t/m 5 juni, patricklaureij.nl

FOTO: JANITA SASSEN

Beter lezen, Laureij!


Openingsscène 35

[ kleinkunst ]

sies op Meer recen u scenes.n

Kees is een bang jongetje Een bijzonder aangename afsluiter van het vorige cabaretseizoen was de première van Een bang jongetje dat hele enge dingen doet van standupcomedian Kees van Amstel. Een man die zich vaak de weinige haren uit het hoofd trekt en daar hilarische comedy van weet te maken. Daarnaast is hij onder zijn echte naam Kees Stam docent aan een mbo-opleiding. Rode draad van Een bang jongetje ... is de ‘Vrijheid- en Tolerantieweek’, waarin hij met de tweedeklassers op werkweek gaat naar het voormalige concentratie­kamp Sachsenhausen. Hij windt zich verschrikkelijk op over de nieuwe truttigheid van deze jeugd, over de totale onwetendheid, stomme vragen en opmerkingen en de jolige groepsfoto voor de poort van het kamp. Maar hij neemt tegelijk zichzelf de maat. Zijn normen en waarden hoeven voor deze jongere generaties immers helemaal geen gesneden koek te zijn. Van Amstel ontpopt zich dan als groot komiek met fijne diepgang. Een bang jongetje dat hele enge dingen doet - Kees van Amstel, t/m 23 juni, keesvanamstel.nl

Gokje

Ik geef toe ..., ik smokkel een beetje met Showponies 2 van Alex Klaasen en consorten. Want ik heb deze nieuwe nog niet gezien, die gaat deze maand pas in première. Toch durf ik het aan. Daarbij vergeet ik even het cliché dat resultaten uit het verleden geen garantie bieden voor de toekomst. Met de eerste aflevering van Showponies uit seizoen 2018-2019 nog vers in het geheugen moet dat een keer kunnen. Want wat een revue zetten Klaasen en zijn ijzersterke cast neer! Entertainment en engagement van de allerbovenste plank. Alex Klaasen kan alles: dansen, zingen, spelen, een verhaal vertellen, je laten huilen en laten lachen en je laten huilen van het lachen. Dus deze tweede aflevering wordt ook een feest. Wat ik u brom. Of ik vreet mijn schoenen op.

FOTO: CORNÉ SPARIDAENS

Showponies 2 - Alex Klaasen, t/m 26 april, alexklaasen.nl

Je wordt altijd en overal maar als klant gezien en we zijn al zover dat we het niet eens meer in de gaten hebben. Maar wat betekent dat voor ons zelfstandige denken en doen? Het is een uitermate prikkelende vraag die Pieter Derks als rode draad door Voor wat het waard is heeft geweven. Directe aanleiding voor die vraag was de te vroege geboorte van zijn derde kind, dat direct moest worden geopereerd. De chirurg wilde later van Derks en zijn echtgenote weten ‘wat zij van de zorg van het ziekenhuis vonden’. We moeten overal maar iets van vinden, zelfs over de pinautomaat op de hoek wordt een tevredenheidsonderzoek gedaan. Hoe ouder en rijper Derks wordt, hoe beter en hoe grimmiger het ondertoontje. Maar nooit snoeihard en cynisch. En altijd scherp actueel. Voor wat het waard is - Pieter Derks, t/m 29 mei, pieterderks.nl.

oktober oktober -- november november 2019 2019

FOTO: JAAP REEDIJK

Grimmig en scherp actueel


36

Allemaal Mensen

UMUNTU concept en regie Marcus Azzini

10 NIEUWE MENSEN | 1 NIEUWE ALLEMAAL MENSEN

26 sep t/m 7 dec 2019 in de theaters

HEB DE MOED O M BESTAAN TE


Igone

TEKST ERIC KORSTEN | FOTO ANGELA STERLING

Openingsscène 37

[ dans ]

Magisch realisme

Amsterdam, 15 februari 2007. Het Nationale Ballet in Het ­ uziektheater. Een donkere donderdagavond rilde zijn schaduw wel­willend M vooruit. Maar het was ook de avond dat het in een exotische en oosterse sfeer ­gedompelde ballet La Bayadère in première ging, nog wel in de versie van ­levende legende Natalia Makarova (1940), grootste ballerina van haar generatie. En dan nu op het repertoire in Amsterdam! Het NOS Journaal was uitgerukt en kwam in de vooravond met een item. Daarin is te zien hoe Makarova, de in Rusland geboren maar in 1970 net als Rudolf Noerejev een decennium eerder, naar het westen uitgeweken prima ballerina tijdens een van de repetities bij Igone de Jongh de laatste puntjes op de i zet. Igone was die avond ‘eerste cast’ en zou de hoofdrol van tempeldanseres Nikiya dansen. Haar naam en faam waren toen al nationaal en internationaal gevestigd. Ze was de muze van Hans van Manen, haar lyriek en dramatiek werden geroemd. Ze was toen al formaatje ‘Champions League’, net als Het Nationale Ballet. Ik zat op rij 7, uiterst links in die immense en toch intieme zaal. De orkestbak zou me niet beletten, zo wist ik, om van nabij de gezichtsuitdrukkingen van de dansers te kunnen zien. Oog in oog, bijna als in een vlakkevloerzaal. Doek op. Live symfoniemuziek! Machtig toneelbeeld, sprookjesachtig belicht. En opeens stond ze daar. Ik voelde een donderslag. Het was oogverblindend. Magisch realisme in 24 karaat. Een stralend aura omgaf haar zichtbaar. De golf die zij was straalde dwars door mij heen. Wat het precies was dat mij bij deze kennismaking met haar bedwelmde? Was het trots omdat zij zich als landgenote glansrijk wist te meten met de absolute internationale top van prima ballerina’s? Was het haar expressie, haar verschijning? Of toch de mooie lange lijnen waarmee ze even teder en delicaat als sensueel en verleidelijk de smeekbeden uitbeeldde tegenover haar tegenspeler Solor? Wát het ook was, die avond wist ik: ik ben verloren voor het ballet, die ­museale maar o zo levende kunstvorm. De week erna zou ik als marketeer aantreden bij het hoofdstedelijke balletgezelschap. Maar wát een ‘inwerkdag’ was dit geweest! Igone vertrekt na 24 seizoenen bij Het Nationale Ballet, maar stopt niet met dansen. Ik hoop dat we haar in Nederland nog kunnen bewonderen als gastsoliste. Go, Igone, just go! •

oktober - november 2019


38 Maria Goos spreekt Gerardjan Rijnders

‘Misschien weet ik het morgen’ Gerardjan Rijnders (70) regisseert, schrijft en acteert. En dat doet hij al heel lang. Maria en hij overzien zijn carrière – tot nu toe – en samen zoomen ze extra in op de Aktie Tomaat, nu vijftig jaar geleden. Maria: ‘Jij bent een intellectueel.’ Gerardjan: ‘Ja. En elitair.’

Je hebt voor je regisseur werd toch eerst rechten gestudeerd? ‘Nou, het zit iets ingewikkelder. Vanaf mijn elfde was ik wekelijks te vinden in de schouwburg. En dat had te maken met televisie. Daarop was toen één keer per week toneel te zien, meestal live. Een van de eerste voorstellingen die ik zag, in Den Haag, was een stuk van Christopher Fry en dat heette: Het donker is licht genoeg. Ik vond het geweldig. Misschien ook omdat er allemaal mannen in onderbroeken in rondliepen.’ Kom je uit een familie met interesse in toneel? ‘Hoegenaamd niet. Mijn vader had wel iets met klassieke muziek, en mijn moeder was amateuractrice, van wie ik nooit iets gezien heb. Maar ik wist wel dat ik iets met toneel wilde doen. Toen dacht ik: ik ga ­dramaturgie doen. Maar dat

kon toen alleen maar als je eerst een ­kandidaats had gehaald in een taal. Dus toen ben ik eerst Nederlands gaan studeren. Dat werd niks. Toen dacht ik: ik neem een andere taal, een klein taaltje: Noors. ‘Klein’ in de zin van dan heb je maar een paar collegeuren in de week. En toen ontdekte ik stomtoevallig, d ­ oordat ik een stencil zag liggen, dat er een regieopleiding bestond binnen de Amsterdamse Theaterschool die net was ­opgericht door Jan Kassies. Dat was in 1969. Dat was een belangrijk jaar. We ­hadden de Maagdenhuisbezetting in mei, waar ik ook aan meedeed, en de regie­opleiding begon dat jaar in september, maar die ­opleiding ging vanaf de allereerste dag plat. Want de studenten, regie vooral, wilden een revolutie. Klassen werden afgeschaft, er werden alleen nog maar projecten gedaan en je mocht zelf zeggen van wie je les wilde hebben.’

En toen kwam de tomaat. ‘Ja de eerste tomaten die vielen een maand later. De initiators Lien Heyting en Ernst Kats hadden mij in vertrouwen verteld dat ze ­ingebroken hadden bij het VNT, de vereniging voor Nederlandse toneelgezelschappen, en dat ze daar post van Guus Oster hadden gejat, weet ik veel. Vlak daarna werden de eerste tomaten gegooid tijdens De Storm. De volgende dag heb ik met trillende beentjes stencils staan uitdelen bij de artiesteningang.’ Want je was het er mee eens. ‘Jaaah! Ik studeerde toen al twee jaar in Amsterdam, maar ik ging nooit naar die schouwburg. Ik ging naar De Brakke Grond, naar Studio van Kees van Iersel en vooral naar Mickery. Dat zat toen nog in een boerderij in Loenersloot. Ritsaert ten Cate, overigens de kleinzoon van de


[ een leven lang toneel ]

Openingsscène 39

FOTO: JORIS SMIT

Wat was jouw kritiek op het toneel­ bestel van toen? ‘Aktie Tomaat was gericht op de grote gezelschappen en met name op de ­Nederlandse Comedie. Later hoorde ik van Ellen Vogel, die ik goed heb leren kennen, dat dit gezelschap van binnen­ uit toen al rot was. Iedereen haatte elkaar daar en was onzeker. Ischa Meijer heeft in die tijd het woord ‘actreutel’ ­geïntroduceerd en daar was Ellen, die een ster was binnen de Nederlandse Comedie, het prototype van geworden. Dus er hoefde maar één tomaat gegooid te worden en de boel was om zeep. Ze hebben na de tomaat nog krampachtig geprobeerd om te vernieuwen door jonge regisseurs binnen te halen zoals Frans Marijnen en Leonard Frank. Maar dat ging niet meer.’

Gerardjan Rijnders is in 2017 geportretteerd door Pieter Athmer voor de eregalerij in de Amsterdamse Stadsschouwburg.

‘Wij wilden dat het toneel een afspiegeling was van wat er leefde in de samenleving’

beroemde acteur en toneelleider Eduard Verkade, en zijn vrouw Mick waren daar de gastheer en -vrouw. Vandaar de naam Mickery. Daar zat ik elk weekend.’

Wat was daar te zien? ‘Amerikaans, Duits, Japans. Open Theatre, La Mama ... totale avant-garde. Daar ben ik gevormd. Er was ook een galerie en in de zaal konden hooguit 150 mensen. Met het openbaar vervoer was het een gedoe om er te komen. Het was heel exclusief, heel elitair. Later is het Mickery naar de Rozengracht in Amsterdam gekomen.’

Wat was jullie grootste kritiek ? ‘Het was stoffig repertoire. Het reageerde niet op de realiteit. Je had de protesten tegen de Vietnamoorlog in Amerika, de studentenrevolte in Parijs, de RAF, de IRA. Wij wilden dat het toneel een afspiegeling was van wat er leefde in de samenleving. Klassieke stukken werden zielloos gedaan en nieuwe stukken werden klakkeloos gekopieerd uit het buitenland. Het was een heel gesloten sterrensysteem.’ Waarom moest de kritiek op die manier? ‘Dat was de tijdsgeest. De beuk moest er in. De zaak stond op springen. En dat had te maken met oorlog, alle ellende en kampen en doden en gruwelen. De mensen die dat hadden overleefd ­dachten: we gaan gewoon door, niets aan de hand. Er werd niet over gepraat. Maar de ­kinderen van die generatie, míjn ­generatie, zeiden: “Er klopt iets niet.” Nazi’s zaten gewoon in regeringen

 oktober - november 2019


40

Count your blessings, ­oneelgroep Amsterdam, 1983, T

‘Op het toneel is alles psychologie. Je ontkomt er niet aan’

Troilus en Cressida, Zuidelijk Toneel Globe, 1981.


Openingsscène

[ een leven lang toneel ]

‘Ik ben in 2000 bij TA vertrokken. Toen was ik vijftig en had ik vanaf mijn 28ste aan één stuk door gewerkt’

en ook in de rechtspraak en daar werd niet over ­gesproken. Wij wilden de boel open­breken, ook binnen het toneel.’

Bij Mickery gebeurde dat? ‘Mickery was heel maatschappelijk. Daar deden ze, toen al, De Meiden met alleen maar mannen, bijvoorbeeld. John van de Rest regisseerde dat.’ Wat een geweldige tijd. Wat gebeurde er veel. ‘Bijna te veel. Na de Aktie Tomaat ­kwamen er discussiegroepen en actiegroepen en nieuwe initiatieven zoals De Toneelschuur in Haarlem. Eigenlijk ­reageerde de politiek al vrij snel. Er kwam geld voor Baal en voor het Werk­teater. Er kwamen politieke gezel­schappen zoals Proloog en Sater. Er was echt heel veel. Kleinere initiatieven, collectieven. Dat heeft Aktie Tomaat heel concreet ­opgeleverd. Het Werkteater mocht van minister Klompé een jaar lang werken zonder een voorstelling af te hoeven leveren. En dat hebben ze ook gedaan.’ De bemoeienis van Nederlandse ­acteurs gaat vaak veel verder dan ­alleen hun eigen rol. Ze bemoeien zich ook met de regie en met het stuk. Is dat een uitvloeisel van de tomaat? ‘Absoluut. In het buitenland zijn ze daar vaak verbijsterd over. Toen ik daar werkte zei ik weleens: “Wat denk je zelf?” Of: “Begin maar met iets.” Dan waren ze verbijsterd. Pas toen ik min of meer gedwongen werd om tegen een acteur te schreeuwen werd ik als regisseur ­geaccepteerd. Die mentaliteit is nu wel aan het veranderen, maar het heeft toch heel lang geduurd.’ oktober - november 2019

Ik ben wel een beetje verbaasd over de autoritaire en gesloten manier van regisseren van sommige jonge ­regisseurs op dit moment. Alsof er nooit een tomaat gegooid is. ‘Ja. We lijken weer een beetje terug te gaan, hier en daar. Maar door die tomaat is er toch een grote ontwikkeling geweest van inspraak en collectieven en improviseren. Dat heeft grote gevolgen gehad voor de diversiteit binnen het toneelbestel.’ Wat of wie heeft je gevormd? ‘Mijn eerste job, na de regie­opleiding, was als regieassistent bij Fritz ­Marquardt, een Oost-Duitse regisseur. Fritz was een leerling van Brecht; links en geëngageerd en niet van het realisme, maar van de vorm. Er zat een scène in dat stuk, Penthesilea, waarin de oorlog door Penthesilea, gespeeld door Diane Lensink, wordt verheerlijkt. “Ja,” zei die Duitse regisseur, “de oorlog is nog niet zo lang geleden. Ik ga hier niet als Duitse regisseur een monoloog laten opvoeren waarin de oorlog verheerlijkt wordt.” Dus wat had hij bedacht? Na die monoloog van Diane liet hij een minuut stilte ­vallen. Bijna niemand begreep dat. Mensen dachten dat ze haar tekst kwijt was, maar het refereerde aan de dodenherdenking. En toen dacht ik: ja, nu snap ik wat regisseren is. Dat had ik tijdens die vier jaar opleiding nog niet begrepen, maar toen wel. In Oost-Berlijn zaten de voorstellingen toen vol met dit soort tekenen. Van die man heb ik leren regisseren. Door hem kon ik repertoire­ toneel gaan doen in een gekozen vorm. En de andere grote invloed kwam van het Mickery waar ik voorstellingen zag waar

alles mocht; improviseren en anarchie. Dat waren twee uitersten die ik allebei fascinerend vond. Daarna mocht ik een regie doen bij Baal. Het was mijn eigen marxistische bewerking van De dame met de camelia’s. Maar zoals het vaak gaat als er een jong regisseurtje bij een ­bestaande groep komt: het werkte totaal niet. Het mislukte. Daarna mocht ik iets doen bij Fact dat speciaal was ­opgericht voor beginnende regisseurs. Eerst deed ik een Antigone-bewerking en in het jaar daarop, in ’76, hebben we twee productie­budgetten van Fact samengevoegd. Dat werd Schreber, over een Duitse rechter waar twee studies over verschenen zijn. Een daarvan was van Freud. Paul Vermeulen Windsant deed de regie en ik schreef samen met Mia Meyer de tekst, op basis van die twee studies. Ik speelde ook de hoofdrol. Ik had inmiddels genoeg zelfvertrouwen om dat aan te durven. En Paul Gallis maakte het decor. Daar heb ik vanaf toen heel erg veel mee samengewerkt. Ik ging toen vaak naar toneel in Berlijn. Dat onderscheidde zich van het Nederlandse toneel omdat het heel politiek bewust was. Dat werkte door in die Schreber. Dat werd een succes. En toen gebeurde er een wonder.’

Vertel. Wat was het wonder? ‘In ’76 was Het Zuidelijk Toneel nog gevestigd in Amsterdam. Het hele gezelschap woonde ook in Amsterdam, maar het werd gesubsidieerd door de zuidelijke provincies. Die zeiden op een gegeven moment: “We willen de boel best nog subsidiëren, maar dan moet het gezelschap zich in het zuiden komen vestigen.” Nou, dat deden ze niet. En

41


42

Bakeliet, Toneelgroep Amsterdam, 1987.

toen, dankzij dat Schreber, werden Paul Vermeulen Windsant en Paul Gallis en ik gevraagd door een paar acteurs die wél naar het zuiden wilden verkassen, waaronder Hans Hoes en Theu Boermans, om de boel over te nemen. Ik was 28, Paul iets ouder. We mochten zelf acteurs meenemen als die daar wilden gaan wonen. Dat werden onder meer Wim van der Grijn, Diane Lensink, Liebeth Coops, Kees Hulst, Guusje van Tilborgh en later Nettie Blanken en José Ruiter. We hadden ineens een groot gezelschap maar we w ­ ilden graag werken volgens de verworven­heden van de tomaat. Dat betekende inspraak van de acteurs, er werd gestemd over de ­repertoirekeuze, we maakten locatie­ voorstellingen, er was ruimte voor eigen initiatieven en improvisaties. En dat werkte. Dat was heel vernieuwend.’

Had jij een bepaald publiek voor ogen waar je het voor wilde maken? ‘Ja. Mensen zoals ik.’ Jij hebt nooit de bedoeling gehad, zoals het Werkteater, om ook de ­gewone mensen, die niet per se van huis uit cultureel onderlegd waren, naar een voorstelling te krijgen? ‘Nee. Daar ben ik niet mee bezig ­geweest.’

Dat vind ik zo’n discrepantie in die hele democratische revolte ­binnen de ­kunsten; weinig voeling met de g ­ ewone mensen, de zogeheten ­onder­klasse. ‘Ik wilde de voorstellingen maken die ik belangrijk vond. Ik wilde het wel ­hebben over actuele thema’s, maar niet het volk behagen. In Drie Zusters heb ik het geschenk, de samowar, die gegeven werd vervangen door een keukenuitzet van het merk Brabantia, om duidelijk te ­maken dat je een samowar alleen maar aan een meisje schenkt als ze ging trouwen. Dat was mijn kritiek op de provincie. Ik wilde het wel hebben over de verstikkende provinciale mentaliteit. Maar ik was niet bezig om de Brabanders te emanciperen. Daar lag mijn ambitie niet.’ Dat is een groot verschil tussen jou en de Werkteater-mensen. Jij bent een intellectueel. ‘Ja. En elitair. Ik zou het heel ­onnatuurlijk hebben gevonden om ­ineens ­populair te gaan doen.’ Blijkbaar kon dat binnen het ­vernieuwde gedemocratiseerde ­toneel, want je had enorm succes. ‘We wisten wel wat we deden, waar het over ging. Bijvoorbeeld met dat ­problem play van Shakespeare, Troilus en ­Cressida, wat niet bepaald heel samenhangend is, heb ik voor de vertaler, ­Gerrit Komrij, in één zin samengevat waar het stuk over moest gaan: seks is oorlog. Dat heeft ­geleid tot het affiche van Anton Beeke van een gezwollen paardenkut in een tuigje. Dat zou nu niet meer kunnen, denk ik. De acteurs hadden bebloede maand­verbanden als maskers en ­mannen speelden vrouwen en andersom. Ongein.’ Ik kan me herinneren dat het ­spectaculair was, maar dat ik geen idee had waar het over ging. ‘We hebben geprobeerd om het zo helder mogelijk te vertellen. Het was


[ een leven lang toneel ]

Openingsscène 43

Ecstacy, Toneelgroep Amsterdam,1995.

‘Over de voorstellingen waarvan ik halverwege dacht: waar ben ik in godsnaam aan begonnen, ben ik achteraf het meest tevreden’

eigenlijk studententoneel, ongein van ­Shakespeare en zo heb ik het ook ­benaderd. Maar we hebben daar ook stukken van Shepard gedaan, F ­ assbinder, Franse schrijvers, Oudshoorn, Guus Vleugel en Ton Vorstenbosch. The Wooster Group, die ik in Mickery had gezien, is ook nog naar Eindhoven gekomen. Die deden alles op vorm. En daar heb ik begrepen dat vorm op toneel altijd psychologie is. Als je mensen een meter van elkaar zet, vertel je een ander verhaal dan als je ze vijf meter van elkaar zet. Op het toneel is alles psychologie. Je ontkomt er niet aan. Acteurs hoeven zich niet in te leven in dat ze eenzaam zijn. Nee, je zet ze gewoon achter op het toneel en ze zijn eenzaam. Dat was een eyeopener.’

Wat had dat inzicht tot gevolg? ‘Dat ik dacht: ik ga mijn eigen montage­ voorstellingen maken. Daar ben ik bij Globe mee begonnen met Wolfson, de talenstudent. Een stuk met een zelf­ verzonnen taal.’ Geen touw aan vast te knopen. Dat je dat durfde. ‘Ik durfde alles. Ik zat nergens mee.’ Hoe kwam dat? ‘Arrogant ventje denk ik. En ik vond alles leuk en spannend.’ Was je zelfverzekerdheid ingegeven door cokegebruik? ‘Waarschijnlijk, maar ik vond het ook nodig dat er wat gebeurde.’ En je hebt je nooit beziggehouden met je publiek. ‘Jawel, maar dat speelde lang niet zo erg als nu. Als het een keer niet liep, dan werd daar niet zo dramatisch over gedaan en je werd er ook niet op ­afgerekend, terwijl het nu zo ongeveer het enige criterium lijkt. Dat is een groot verschil.’

oktober - november 2019

In ’85 was je het zat in Eindhoven. Toen heb je een historische Hamlet gedaan, met Pierre Bokma, en de voorstelling Bacchanten in Carré, met veertig dansers, en toen werd je in ’87 gevraagd om Toneelgroep Amsterdam artistiek te gaan leiden. ‘Ja. Het eerste wat ik daar deed was de montagevoorstelling Bakeliet. Die werd bezet door dertien actrices. De vorm was heel dwingend, maar verder was er veel vrijheid om met ideeën te komen. Daar moesten sommige actrices wel erg aan wennen, maar uiteindelijk werkte het. Voor heel veel montagevoorstellingen die ik daarna gemaakt heb zoals Count your blessings, Titus, geen Shakespeare, Ballet, maar ook Klaagliederen was de aanleiding dat ik een stuk moest hebben voor vijftien of meer acteurs. Toen ik daar begon waren het er dertig, van wie veel oudere actrices. Daar moest werk voor gecreëerd worden. Vaak de was de rode draad een klassieke vertelling. En dat werd geactualiseerd met citaten uit interviews, artikelen, of waar de acteurs mee aankwamen. En daarnaast ­speelden we nieuwe stukken van Froukje ­Fokkema, Judith Herzberg, Rob de Graaf. We hebben ook de film Leedvermaak gemaakt, en voor de acteurs die daar niet inzaten, deden we het stuk Kras, van Judith Herzberg, net als Leedvermaak. Het klinkt als een baan waarbij je heel erg veel moest organiseren. ‘Ja. En dat heeft na elf jaar de doorslag ­gegeven om er mee op te houden. Ik werd cynisch van de terugkerende thema’s in de vergaderingen. Het werd sleets. Toen dacht ik: ik wil niet meer. Ik wil schrijven en regisseren. Ik wil mijn vrijheid terug. Ik ben in 2000 v­ ertrokken. Toen was ik vijftig en had ik vanaf mijn 28ste aan één stuk door gewerkt.’ Wat zijn je hoogtepunten? ‘Veel! Ik ben best heel trots op een aantal montagevoorstellingen. Maar ik heb ook


44

[ een leven lang toneel ]

‘Mensen zullen altijd op een kist blijven klimmen om een tekst te zeggen’ een aantal onmogelijke voor­stellingen gemaakt zoals het onspeelbaar geachte stuk Zondag van Oudshoorn en The ­Antiphone. Daar heb ik mooie voor­ stellingen van gemaakt vind ik, ook al liep de helft van cast bij The Antiphone weg omdat ze niet begrepen waar het over ging. Klaagliederen was eigenlijk ook zoiets. Ik had een boek uit de Bijbel genomen, daar werden heel mooie ­Rembrandteske kostuums bij gemaakt en een prachtig decor. En dat werkte. De voorstellingen waarvan ik halverwege dacht: waar ben ik in godsnaam aan begonnen, zoals Bacchanten met Het Nationale Ballet, daarvan ben ik achteraf het meest tevreden over het resultaat.

Dus je bent heel tevreden over je moed, of je roekeloosheid. ‘Of mijn arrogantie. Zo kun je het ook noemen.’ Zo kun je het ook noemen. Ik kan me goed voorstellen dat je tevreden bent over het feit dat je niet in herhaling bent gevallen. ‘Precies. Dat was ook een reden om weg te gaan bij Toneelgroep Amsterdam. Ik wist op een gegeven moment hoe het werkte, wat er van me verwacht werd, en ik kon het niet meer opbrengen om elk jaar weer iets geheel nieuws te ­bedenken. En ik denk dat de mensen die er toen bij betrokken waren ook wel toe waren aan iets anders.’ Toen was je bevrijd. ‘In wezen was ik bij Toneelgroep ­Amsterdam vrijer dan daarbuiten. Ik ben opera’s gaan doen en vrije ­producties. Nou, dan zit je aan van allerlei randvoorwaarden vast die ik bij Toneelgroep Amsterdam niet had. “Wat zou je willen doen?” vroeg Ola Mafalaani. “Iets met honderd mensen op het toneel,” zei ik.

Daar was geen geld voor dus het werden twaalf stagiaires. Ook leuk. Maar toch anders. Een van de leukste dingen die ik heb gedaan is een voorstelling in een museum met Sacha Bulthuis. En wat ik nu graag zou willen doen is drie maanden met een paar acteurs in een ruimte gaan zitten, beginnen met niets en maar kijken wat er komt.’

Je bent de zwijgzaamste regisseur van Nederland. ‘Misschien wel van de hele wereld. Ik kijk voornamelijk en dan zeg ik ­bijvoorbeeld: “Ik vind dit nu wel goed, maar morgen misschien niet meer.” Ik werk ­eigenlijk thuis. Tijdens het repeteren kijk ik en thuis ga ik nadenken over wat ik ­gezien heb. Er wordt zo veel gepraat over toneel waar acteurs volgens mij niets aan ­hebben. “Je bent woedend.” Wat zeg je dan? Woedend kan er op honderd ­manieren uitzien.’ Acteurs willen graag van een regisseur horen of ze op de goede weg zijn. ‘Ja. Maar dat weet ik vaak pas op het ­moment dat zij het zelf ook weten. En dan hoef ik het niet meer te zeggen.’ Niet iedereen kan daar tegen. ‘Nee. Soms werkt het niet. Als iemand er niet tegen kan dat ik zeg: “Ik weet het nu niet, misschien weet ik het morgen”, dan gaat het niet. Dan moet zo iemand weg. Of ik.’ Ben je blij met het toneel van 2019? ‘Wij hadden het gevoel dat er op ons gewacht werd, dat we welkom waren. Maar nu is er een sfeer van: “Ze moeten zo nodig.” Dat zou mij erg ontmoedigen. Maar er pruttelt en borrelt van alles. Ik vind Kasper Tarenskeen en Jan Hulst heel erg leuk. Het is geweldig dat het ondanks alles doorgaat. Mensen zullen altijd op een kist blijven klimmen om een tekst te zeggen. Dat verdwijnt nooit.’ •


Openingsscène 45

Regie Jeroen De Man Tekst Jan Hulst en Kasper Tarenskeen

Wat als je je leven opnieuw kunt beginnen?

hnt.nl oktober - november 2019

FotograďŹ e: Gordon Meuleman

tv-form Ik Vertre at k Teorema en Pasolini van in ee blender n

Vanaf 4 oktober in het theater


46 Shary-An Nivillac speelt Teen Girl Three.

Hein Janssen was vier jaar geleden bij de première van Lazarus in New York, die uiteindelijk Bowies testament zou worden. De theaterjournalist van de Volkskrant blikt terug en kijkt vooruit naar de Nederlandse versie die door die andere popster, Ivo van Hove, geregisseerd wordt.

Musical met nieuwe arrangementen van Bowie-songs

Lazarus


Openingsscène 47

[ musical ]

Dragan Bakema heeft de rol van Newton.

Daar stond ik dan, tussen de tientallen fans bij de uitgang van de New York Theatre Workshop. Klein theatertje, smalle stoep, maar een menigte mensen die allemaal met een elpeehoes in de aanslag stonden. Op straat een zwarte, ­geblindeerde SUV, klaar om te gaan rijden. En wij maar ­wachten op de komst van de man om wie het vanavond allemaal draaide: David Bowie. Even daarvoor waren de gelukkigen die een kaartje hadden kunnen bemachtigen, getuige geweest van de wereld­première van Lazarus, de musical op basis van een aantal Bowie-songs en een script van de Ierse toneelschrijver Enda Walsh. In regie van Ivo van Hove, en daarom waren wij daar, een paar Nederlandse theaterjournalisten en enkele notabelen uit de vaderlandse culturele sector. 7 december 2015 – het zou die avond de laatste keer zijn dat ­David Bowie in het openbaar verscheen. Want wat bijna niemand wist, was dat de zanger-acteur doodziek was en dat hij ruim een maand later zou overlijden. Dat hij bij de staande ovatie na afloop van de première breed lachend op het podium stond, naast Van Hove en de cast, mag dan ook een wonder heten. Van Hove vertelde later dat de Lazarus-première voor Bowie een laatste krachtinspanning was, maar dat hij van elke oktober - november 2019

Holly Mae Brood is Maemi.

minuut had genoten. Hij had er tenslotte maandenlang naar toegeleefd – naar de vervolmaking van deze show, die uit­ eindelijk zijn testament zou worden. De New York Theatre Workshop ligt in het midden van East Village, en is een beetje vergelijkbaar met Frascati Amsterdam en Toneelschuur Haarlem. Het theater bestaat al veertig jaar, en Van Hove werkt er regelmatig. Eerder regisseerde hij er More Stately Mansions van Eugene O’Neill en A Streetcar Named Desire van Tennessee Williams, maar ook Ibsens Hedda Gabler en Molières The Misanthrope. Vaak waren dat Amerikaanse ­remakes van in Nederland gemaakte producties, maar Van Hoves naam werd er in New York hoe dan ook door gevestigd. Toen A Streetcar Named Desire op 23 augustus 1999 in première ging, had ik de mazzel erbij te zijn. Het viel toen al op dat Van Hove zich er thuis voelde, in dat specifieke theater, de theater­ cultuur daar en vooral ook in die stad. Tegenwoordig bezit hij er een pied-à-terre en en is hij een veelgevraagd theatermaker met een Tony Award op zijn naam.

Bowie zelf vroeg ’m Het regisseren van Lazarus moet derhalve een enorme eer voor hem zijn geweest. Niet alleen omdat hij opnieuw in New


48

[ musical ]

Lazarus gaat op 13 oktober in première in DeLaMar in Amsterdam en is daar nog vele maanden te zien. Met Dragan Bakema, Noortje Herlaar, Pieter Embrechts en Holly Mae Brood. Lazarus wordt in Nederland geproduceerd door Stage Entertainment Nederland in samen­ werking met Robert Fox en Jones/Tintoretto Entertainment en New York Theatre Workshop.

York aan het werk kon, maar ook omdat hij voor dit project werd gevraagd door Bowie zelf. Van Hove kende al zijn platen en ­bewonderde hem zeer. De voorstelling zelf werd die avond vooral een triomf voor de muziek van Bowie, voor Van Hoves regie, en zeker ook voor hoofdrolspeler Michael C. Hall. Hall bleek niet alleen een geweldig acteur, wat we al wisten sinds de tv-series Six Feet Under en Dexter, maar ook een groot zanger, die zich het Bowie-repertoire volledig eigen had gemaakt. Als je je ogen dichtdeed, leek het soms of Bowie zelf zong, terwijl Hall er allesbehalve een imitatie van maakte. Hij herinterpre­ teerde de teksten van nummers als Absolute Beginners, Changes, All the Young Dudes, This Is Not America, die werden gebruikt om het verhaal te sturen. Dat verhaal was tevens het probleem van deze productie, want lastig te volgen en wat warrig hier en daar – met veel verdubbelingen, spiegelbeelden en goochelen met fictie en werkelijkheid. Lazarus is in wezen een theatraal vervolg op de roman en de film The Man Who Fell to Earth, met als hoofdpersoon Thomas Newton, in de film uit 1976 door Bowie zelf gespeeld. In Lazarus, the musical is Michael C. Hall dus deze Thomas, een soort buitenaards wezen dat na een ruimteongeluk op aarde belandt en in een existentiële crisis raakt. Een man lost in time, zoekend en tastend naar een reden van zijn bestaan in deze voor hem andere wereld. ‘In de zoete dood zullen mijn dromen uitkomen,’ zegt hij. In die zin moet Bowies Where Are We Now zijn motto en leidraad zijn, en dat nummer is dan ook meteen een hoogtepunt in de voorstelling. Een setje top­muzikanten, de nieuwe arrangementen van twaalf Bowie-songs en de ­scenografie van Jan Versweyveld waarin een voortdurend ­onrustige stad wordt verbeeld, maakten de voorstelling af.

‘Mr. Bowie - please!’ In een later interview keek Van Hove met weemoed terug op de samenwerking. ‘Het werken met David Bowie was voor mij hors categorie. Ik heb echt tijd nodig om dat allemaal te v­ erwerken, ik ben daar nog helemaal niet klaar mee. B ­ owie zit nog steeds op mijn schouder: als ik ergens een café binnen­kom, klinkt zijn muziek, ik hoor hem elke dag. Ik moet natuurlijk niet overdrijven, hij was geen intieme vriend van mij, maar wij ­hebben samen wel het laatste hoofdstuk van zijn carrière geschreven.

Vertaler/bewerker Jan Peter Gerrits De Nederlandse vertaling/bewerking van Lazarus werd gemaakt door Jan Peter Gerrits, die ook dramaturg was ten tijde van de oerversie in New York. De Bowie-songs zijn niet vertaald en zullen ook in de Nederlandse versie in het Engels worden gezongen. Gerrits: ‘In mijn vertaling heb ik het script van Walsh nauw­keurig gevolgd en ik heb er in dit geval ook een strakke spot-on vertaling van gemaakt. Het vertalen was behoorlijk lastig vanwege het gebruik van stream of consciousness in de constructie van het stuk. Het is een heel precieze tekst, over elk woord is nagedacht, het is op een bijna mathematische manier nauwkeurig geschreven, en elk woord valt op zijn plaats. Eigenlijk is het een redelijk korte tekst, maar ik heb er lang over gedaan. Destijds in New York hebben we tijdens de repetities ­­­­­­­­­regelmatig aan de keukentafel van de New York Theatre Work­shop gezeten om het stuk zijn definitieve tekst te geven. Ik snap wel dat het voor sommigen lastig is om de verhaallijn te volgen, maar volgens mij komt dat ook omdat het gaat over een queeste naar liefde en verlossing. Het publiek maakt een ontwikkelingsproces mee. Lazarus is in wezen één lange trip van de hoofdpersoon, wij kijken als het ware in zijn hoofd. Wat er gebeurt, is concreet, maar zonder terughoudend­ heid gaat het ook heel ver en diep, en dat is lastig om je aan over te geven. Want het gaat over de meest ingrijpende en intense gebeurtenis van een leven, namelijk het loslaten van dat aardse leven. En dat gold in die tijd ook voor Bowie zelf. Die koppeling zal er zijn geweest, hoewel ik me er toen niet van bewust was.’

Het klinkt misschien bekakt, maar ik ben intens gelukkig dat ik hem heb leren kennen. Dat hij mij heeft uitgekozen samen Lazarus te maken is niet zomaar een mooi moment; het is een heel traject waar ik nog middenin zit.’ ‘Mr. Bowie, mr. Bowie - please!’ riepen de fans ’s avonds laat, daar op de stoep bij de New York Theatre Workshop. Ze kregen hooguit een glimp te zien van de zanger die, gekleed in een grote mantel met capuchon en omringd door bewakers, de SUV werd ingeduwd. De zanger zei geen woord, hand­tekeningen werden die avond niet uitgedeeld. Bowie vertrok in een ­geblindeerde auto, en niemand heeft hem daarna nog gezien. Zijn muziek leeft intussen voort, op de vele platen die hij heeft gemaakt en binnenkort dus ook in de Nederlandse versie van Lazarus, waarmee deze opmerkelijke musical opnieuw een doorstart krijgt. David Bowie – de eeuwige Rebel, rebel. •


[ toneel ]

Openingsscène 49

GRATIS CD #NU VAN CLAUDIA DE BREIJ BIJ 6 X SCÈNES P CADEAUTI

Slechts € 19,95 Een lange jongen met baard pakt zijn akoestische gitaar en zingt: ‘Leave the lights out. When it’s dark. Feel the top of my fingers.’ De twee ­danseressen lopen de dansvloer op en bewegen in een sensitief duet om en over elkaar heen. De andere vier pakken een instrument, zingen of dansen mee in een steeds heftiger, acrobatische choreografie. De Dansers repeteren voor de nieuwe voorstelling Shake Shake Shake, een sterk fysiek dansconcert dat eerst langs de zomerfestivals toert en vanaf ­september als avondvullende voor­stelling in het theater staat. ‘Shake Shake Shake is hét ultieme dansconcert,’ vertellen artistiek leiders Guy Corneille en Josephine van Rheenen na afloop van de repetitie. ‘Het is een idee dat muzikaal én dansant is,’ zegt Corneille. ‘Het beginpunt is een gevoel, de urgentie om je los te schudden, de ­ellende van je af te gooien. De zoektocht naar bevrijding; ergens uitbreken.’ Van Rheenen vult aan: ‘Als je dat gevoel naar woorden vertaalt, klinkt het als shakeshake-shake. Met muziek die uitnodigt om te bewegen, te voelen dat je lééft!’

Bevrijding

oktober - november 2019

Wie zich nu abonneert krijgt als welkomstcadeau de cd #Nu van Claudia de Breij, de meest gewaardeerde cabaretartiest van dit moment. 

Het album bevat alle liedjes uit haar gelijknamige cabaretvoorstelling #NU waar ze momenteel mee op tournee is. Met de single Later wordt het beter, haar versie van het Wilhelmus en Een beetje lucht. De hoesfoto van de cd is gemaakt door Scènesfotograaf Janita Sassen.

Ga naar scenes.nu


50

[ cabaret ]

Erik van Muiswinkel gaat voor Drs. P Tekst Jan J. Pieterse

O

p de warmste dag van 2019 staat cabaretier, performer en ­verteller Erik van Muiswinkel (58) onder de lampen van Theater De Toegift op Texel. Als gast bij de improvisatie­ voorstelling Wedstrijdje?! waarin ik hem aankondig. Ik zie druppels op zijn voorhoofd. Niet van de spanning, want hij is een ervaren podiumdier. In 1985 zie ik, als presentator van het Leids C ­ abaret Festival, eveneens druppels op het voorhoofd van de beginnend cabaretier. Daarna zal ik hem nog vaak aankondigen: als vaste presentator van Cabarestafette, bij De Open Dichtshow, de GroteHiHaHondelulVoetbalShow, de Uitmarkt, de legendarische Nachten van Middelburg én deze herfst op het Light Verse Festival in het Amsterdamse Bostheater. Hij zingt werk van Drs. P. Weer zie ik druppels op Eriks voorhoofd, deze keer van de regen. Drs. P kondigde ik ooit aan na een woordeloze act van cabaret Schudden. Geïnteresseerd vroeg hij aan het duo: ‘Schrijven jullie alle teksten zelf?’

Als winnaar van het Leids Cabaret­ ­Festival krijgt het trio Zak en As, met Eric Eijgenraam, Justus van Oel en Erik van Muiswinkel, als prijs een object. Het is een springplank, waarvan de symboliek duidelijk moge zijn. Bij de uitreiking volgt onhandig gedoe met bloemen, ­handenschudden en de springplank aanbieden. Zoals het een springplank ­betaamt, springt die ... uit Eriks ­handen. Nu weten we dat het kleinood de ­cabaretier tot grote hoogte heeft gebracht.

E

rik en Justus kennen elkaar van de middelbare school in Heemstede en trekken daarna naar Amsterdam. Erik voor een studie Nederlands en Justus bezoekt het conservatorium waar hij Eric Eijgenraam ontmoet. Die kiest na hun eerste programma, Hij is Justus, wij zijn Erik, voor een andere carrière. Diederik van Vleuten maakt het trio weer compleet. Zak en As brengt – met sketch, lied en typetje – traditioneel, tekstueel, ambachtelijk en maatschappijkritisch

cabaret. Engagement en activisme zullen een rol blijven spelen bij Erik. Zo uit hij zich op Twitter met kritiek op bijvoorbeeld China, Zwarte Piet en Baudet.

N

a vier programma’s met Zak en As ziet Van Oel geen uitdaging meer in cabaret en stort zich op toneel. Eriks grote waardering voor hem blijft en later volgt nog de theater­ productie Erik en Justus vertellen een film. Zak en As stopt en Erik gaat verder met een solovoorstelling, een programma met Margot Ros en met VOF de Kunst van het, door Erik geschreven, Eén kopje koffie. Dan pakt hij de draad weer op met Van Vleuten. Na zes programma’s samen kiest die voor een andere vorm van ­theater, hij verheft de geschiedenisles tot voorstelling. In hun laatste programma komt de ­theatrale controverse aan de orde. Erik krijgt te horen dat hij, wanneer de ­conversatie moeilijk wordt, in een t­ ypetje duikt. Tot zijn klassiekers behoren de


51

FOTO:

Curly and Straight

Openingsscène

oktober - november 2019


52

[ cabaret ]

Haarlem & Drs. P In de jaren negentig trekt Erik met zijn gezin van Amsterdam naar Haarlem waar hij een graag geziene gast is in de cultuur- en cricketwereld. De waardering voor Eriks activiteiten in Haarlem blijkt uit het winnen van De Olifant, de cultuurprijs van Haarlems Dagblad. Daarop reageert hij met een uitbundig: ‘Muis wint Olifant!’ Voor hem begint het allemaal in het clubhuis van de Haarlemsche Cricket Club Rood en Wit waar hij als elfjarige optreedt en een elpee cadeau krijgt met het nummer De Commensaal (Het Trapportaal) van Drs. P. Die verschijnt op televisie bij Toppop en bij Willem Duys. Als Duys zijn stem afschuwelijk noemt, spreekt de Drs. dat tegen: ‘Ik heb een mooie zuivere stem, maar díé gebruik ik nooit.’ De imitatie van die stem beperkt Erik in zijn Drs. P-programma tot de opening. Niet onverstandig, gezien de lappen tekst die hij moet reproduceren. Heinz Hermann Polzer is doctorandus in de economie, maar wordt bekend als liedkunstenaar en light-versedichter, of in zijn woorden: plezierdichter. Naast woordkunstenaar is hij een bekwaam componist die uit diverse muziekgenres put. Erik wisselt de liedjes af met informatie en anekdotes, variërend van de strenge regels die P hanteert bij zijn werk tot de minder strenge regels bij zijn huwelijk, vreemdgaan en de betaalde liefde. Ook zijn reislust en getroebleerde jeugd komen ter sprake. Bekende liederen over ontzielde juffrouwen in het trapportaal, een zinkende veerpont, geniepige zusters, diverse groenten en een Sneker café worden afgewisseld met onbekender werk. Veelal humoristische en beschouwende teksten, want van lyriek moet hij niks hebben. Hoewel hij toch te betrappen is op een enkel lyrisch lied. Drs. P blijft door raadselen omgeven. Zo schrijft hij als Drs. S. Allerlei ontucht, een bundel scabreuze verhalen. De voorstelling toont ’s mans veelzijdigheid en omvangrijke oeuvre. Bij deze beveel en kondig ik graag aan: Buigt allen mee voor Drs. P én Erik van Muiswinkel én de jeugdige Guus van Marwijk (piano, gitaar en accordeon) én, al jarenlang Eriks trouwe technicus, Paul Remmelts.

Erik M over Heinz P ‘Heinz Hermann Polzer overleed in 2015. Ik zong hem met een mooie groep bewonderaars toe op de uitvaart, maar meer zat er op dat moment niet in. Vanaf mijn elfde jaar had ik hem gevolgd, de virtuoze Doctorandus. Regelmatig had ik nummers van hem gebruikt, soms integraal, soms bewerkt voor bruiloften en partijen. Succes verzekerd, ijzersterk repertoire. Het werd 2019, hij zou dit jaar honderd geworden zijn, en opeens stonden alle seinen op groen om een authentiek P-concert te maken. De vorm moest doen denken aan zijn beste optredens in studentenholen en theaterkelders. Glasgerinkel, tekst kwijt, improvisatie, zo had ik het altijd in mijn hoofd. Een lawine aan korte liedjes. En liefst ook verhalen over Polzers bizarre geest, zijn veelbewogen leven, zijn tragische laatste jaren. Een jonge pianist (Guus is 27) trekt de boel wat verder de 21ste eeuw in. Nieuwe generaties moeten hem ontdekken. Buigt allen mee voor Drs. P!’

i­ mitaties van Anton Geesink, Willem van Hanegem en Paul van Vliet. In De nozem en de non van Cornelis Vreeswijk brengt hij veel types samen. De langste uitvoering van dat lied hoor ik op Texel, een halfuur! Hij duikt moeiteloos van de ene in de andere imitatie. Hét nummer van Bram Vermeulen hoor ik hem eens afkondigen met Anton Geesink-stem ‘Ik heb ook net een steen verlegd ...’ om te vervolgen met Toon Hermans-stem: ‘... en als ik nu híér druk heb ik híér pijn.’ In zijn huidige programma zingt ‘Jacques Brel’ Het land is moe van Drs. P. En er zijn de eigen creaties, zoals de brallerige alfa­ man Barendrecht en het type waarmee Erik presenteert: Henk van Zon, met diens gevleugelde running gag: ‘Maar we moeten verder, want we moeten door.’

O

p televisie is hij in zijn begintijd te zien bij het humoristische consumentenprogramma Ook dat nog en in RUR waar hij pornofilms recenseert en niet schroomt regie­ aanwijzingen te geven. Later maakt hij, met andere cabaretiers, Cojones en oude­ jaarsconferences en schuift hij aan bij Kopspijkers en Koefnoen. Verder presenteert hij het taalprogramma Tatatataal. In het theater speelt hij in producties van De Ploeg (met cabaret NUHR). Met collega-podiumartiesten staat hij in Scrooge, de kerstvoorstelling en in Bonte Gala Avond, de jubileumvoorstelling van de Haarlemse Stadsschouwburg. Na drie programma’s met de band Omnibuzz (met Schettino winnen ze de Poelifinario) volgen twee solo’s. Nu brengt hij Buigt allen mee voor Drs. P, een hommage aan de taalvirtuoos die dit jaar honderd zou zijn geworden, als hij niet op 95-jarige leeftijd was overleden. •

Buigt allen mee voor Drs. P, t/m 21 december, bunkertheaterzaken.nl


[ advertorial ]

Openingsscène 53

Opera en dansgezelschap uit Odessa op tournee Het Nationale Opera- en Ballet­ theater Odessa (Oekraïne) is een van de oudste klassieke opera- en ballethuizen van Europa. Het is gehuisvest in een van de mooiste historische theater­gebouwen van de wereld. Grote componisten en ­kunstenaars traden hier op waaronder Tsjaikovski, Rachmaninov, Richter, ­Pavlova en Casals. Nog steeds heeft dit ­theater een internationale allure en toert over de hele wereld. Het gezelschap komt in oktober met ruim honderd mede­ werkers naar Nederland voor een tournee met Il trovatore, de opera van Verdi. In de kerstperiode is het gezelschap wederom in ons land met twee klassieke balletten, The Sleeping Beauty en De notenkraker. oktober - november 2019

Wat waar wanneer? Il trovatore: 14 oktober, Luxor Theater Rotterdam; 15 oktober, Chassé Theater Breda; 16 oktober, Markant Uden. The Sleeping Beauty: 15 december, De Meerse Hoofddorp; 18 december, Kunstlinie Almere Flevoland, 23 december, Luxor Theater Rotterdam. De notenkraker: 14 december, De Meervaart Amsterdam; 20 december, Agora Theater Lelystad; 21 december, Chassé Theater Breda; 22 december, De Harmonie Leeuwarden Meer informatie op kantorpos.nl


54


[ toneel ]

Openingsscène 55

Zwart

zijn in Nederland anno nu Nog voordat ze afstudeerde had Joy Delima (25) al een nominatie voor de Colombina. Nu toert ze door Nederland met haar afstudeervoorstelling Stamboom monologen, een speurtocht naar het eigen verleden. Tekst Eric Korsten

FOTO: BENNY STROET

Aan de hand van DNA-onder-

oktober - november 2019

zoek naar haar origine ontdekte Joy Delima wie ze echt is. In de solo Stamboom monologen doet ze theatraal verslag van haar speurwerk. Ze blijkt drager van elf etniciteiten en vertelt wat het voor haar betekent om zwart te zijn in het Nederland van nu. Een unicum: in juni werd ze genomi­ neerd voor de Colombina, de in theater­ kringen felbegeerde jaarlijkse onderscheiding voor meest indrukewekkende bijdragende rol. Koud drie maanden eerder kwam ze als stagiaire binnen bij Het Nationale Theater. De uitverkiezing gold haar rol als Naomi Polat in Onze Straat. De Nederlandse Toneeljury in haar toelichting: ‘Met haar ontroerende, levensechte spel is Joy Delima degene die je het meeste bijblijft. Ze maakt het herkenbare, jeugdige verlangen van een leven dat maar niet snel genoeg op gang komt, op prachtige wijze invoelbaar. Haar transformatie van jonge dochter naar volwassen vrouw is razendknap.’ Zondag 15 september was Delima live en,

zo zegt ze, ‘met bonkend hart’ aanwezig bij het Gala van het Nederlands Theater waar duidelijk werd dat zij de Colombina niet gewonnen heeft. Op het moment dat Scènes haar spreekt in de lobby van hotel The Hoxton in Amsterdam lijkt ze nog beduusd over die nominatie: ‘Bizar. Ik wist niet eens dat je als stagair genomineerd kon worden. Ik was er helemaal niet mee bezig. Maar wel ontzettend leuk!’ Delima is nog maar niet afgestudeerd aan theateropleiding Artez in ­Arnhem. Dat ­gebeurde begin juli, nog ná die ­nominatie. Ze sloot haar studie af met een zelfgeschreven uiterst ­persoonlijk statement. Ze noemde haar voor­ stelling Stamboom monologen. Het is een aaneenschakeling van gedachten, scènes en sketches, gelardeerd met een gezonde dosis zelfspot. Vlot spel, korte sketches, bijna stand-up. ‘Ik houd erg van comedy.’ Stamboom monologen gaat over de ­complexiteit van uiteenlopende culturele achtergronden die verenigd zijn in één lichaam.


[ toneel ]

‘Ik miste simpelweg iemand die weet wat het is om kroeshaar te kammen’ Smeltkroes Rotterdam is haar referentiekader. Bij uitstek een smeltkroes van culturen. Op jonge leeftijd ging ze er naar een balletschool. Later maakte ze de overstap van ballet naar theater en ging naar Jeugdtheater Hofplein. Delima: ‘Als kind was ik een onzeker meisje. ‘Hofplein’ was ­eigenlijk de enige plek waar ik ­opbloeide. Ik ontdekte dat het mogelijk was om een beroepsopleiding tot acteur te gaan volgen. Dat was nooit bij me opgekomen aangezien ik het enkel als hobby deed.’ Toen ze, nu vier jaar geleden, aan de theaterschool ging studeren, merkte ze zeer tot haar schrik dat ze als buitenbeentje beschouwd werd. Niet alleen als ze daar over straat ging maar ook in de schoolbanken. Opeens voelde ze zich meer bekeken dan ooit. Toen ze ontdekte dat ze pas als tweede zwarte actrice zou af­studeren aan de Arnhemse toneelschool vielen haar de schellen van de ogen. In Arnhem voelde ze zich echt zwart. Delima: ‘Ik zag geen kleur om me heen. In Arnhem voelde ik me voor het eerst in mijn leven ‘de ander’, ook omdat ik er geen plek wist waar ik me thuis kon ­voelen. En ik miste simpelweg iemand die weet wat het is om kroeshaar te ­kammen. In Rotterdam was ik gewoon een van velen, waar ik ook keek waren er daar mensen die leken op mij. In Arnhem was ik opeens bij uitstek een zwarte vrouw. Voor die tijd was ik me daar nooit zo erg van bewust. Voor het eerst ­identificeerde ik me sterk met mijn

huidskleur. In Arnhem voelde ik dat ik voor mijn kleur uit moest komen.’ Ze ondervond een gevoel van ­verantwoordelijkheid jegens the black community. Delima: ‘Maar die druk had ik mezelf opgelegd. Niemand zei me: je móét dit doen. Al voelde ik me daar op een ­gegeven ­moment ook wel weer ­bezwaard over. Dat gegeven was best nieuw en moeilijk voor me, want in het Rotterdamse was ik nooit bezig een zwarte vrouw te zijn. Daar had ik mensen om me heen om samen tegen discriminatie op te staan.’

Identiteit Het moeten hevige discussies zijn ­geweest, daar in Arnhem. Delima: ‘Nou nee. Kijk, ik wil niet belerend zijn. Ik ben altijd bereid om het gesprek aan te gaan. Mijn waarheid is niet dé waarheid. Ik merk dat mensen daardoor bereid zijn om zich aan te passen, omdat het over mijn innerlijke zelf gaat. Ik leg steeds eerlijk uit waarom ik liever heb dat mensen dit en dat zeggen of doen. Ik heb veel geleerd, ook in de klas, samen zijn we in de vier jaar die de opleiding duurt, gegroeid in het vertrouwen dat een open gesprek mogelijk is.’ Ze vervolgt: ‘Bij mijn ouders ligt een oud album in de kast. Tot voor kort bekeek ik daarvan alleen de foto’s, vooral die met opa en oma. Er stonden ook notities bij, geschreven in het Papiaments. Die taal spreek ik niet voldoende, dus bladerde ik er alleen maar doorheen. Voor de Stamboom monologen ben ik ze

FOTO: SANNE PEPER

56

Joy Delima in Onze straat,

uit gaan pluizen en online verder gaan zoeken. Uiteindelijk heb ik een DNA-test aangevraagd in Amerika.’ Dat legde haar erfgoed en de loop van haar voorouders bloot. Ze schrok van de uitkomsten, zegt ze, alleen al van het aantal etnische groepen en van de geografische regionen dat haar DNA herbergt: liefst elf! Invloeden die over een groot deel van de aardbol verspreid ­liggen. Van de Balkan, het Midden-Oosten tot Ghana en Nigeria. ‘Ik had gehoopt dat het er minder waren, want dan kun je je met een bepaald land of volk vereenzelvigen of verwantschap voelen. Nu dat niet zo is, vind ik dat een lastig gegeven. Er is namelijk geen enkele plek of cultuur ter wereld die ik


Openingsscène 57

‘thuis’ kan noemen. In geen enkel land ben ik een van hén.’ Ze voelt zich vooreerst een soort wereldburger. Joy: ‘Ja, dat kun je wel zeggen. Met dat gegeven speel ik ook in mijn voorstelling.’ Maar ook na 25 jaar in Nederland voelt ze zich zelfs hier niet overal en altijd thuis. ‘Soms voel ik me nagestaard. Bijvoorbeeld toen ik een dorpje in Zeeland bezocht. Niet dat iedereen daar mijn verschijning als negatief voelde, denk ik, maar toch was dat voor mij pijnlijk om te merken.’

Lezen, kijken, schrijven, spelen ‘Stamboom monologen heb ik in een maand geschreven. Ik heb daarvoor veel gelezen, films en d ­ ocumentaires oktober - november 2019

Joy Delima (1994) was te zien in Flikken Rotterdam als infiltrant Charlie Oostzaan. Vorig seizoen speelde ze in Allemaal mensen van Toneelgroep Oostpool en Onze Sraat van Het Nationale Theater. In 2017 was ze te zien in de documentaire Joy, van regisseuse Miriam Guttmann. Joy is in het najaar weer op tv te zien in Flikken Rotterdam. In het theater gaat ze naast Stamboom monologen aan de slag bij Toneelgroep Oostpool in Allemaal Mensen | Umuntu. In maart start ze met de repetities voor Kasimir en Karoline bij Toneelschuur Producties, in regie van Nina Spijkers. Stamboom monologen is te zien t/m 30 januari, veenfabriek.nl

­ ekeken, onder meer over de b ­geschiedenis van de slavernij. Daarna ben ik gaan schrijven, eerst als studiewerkstuk, als schrijfonderzoek; het was niet van meet af aan het plan om het stuk daadwerkelijk in theaters te gaan spelen.’ Haar theateropleiding aan Artez en de voorstelling Stamboom monologen waren een bijzondere zoektocht naar haar identiteit. ‘Maar meer nog naar wat voor acteur ik wilde zijn,’ vertelt Delima. ‘Moet ik een politiek acteur worden of gewoon een actrice zijn? Soms is het lastig om de dingen los te koppelen, om te laveren tussen activisme, acteren en mezelf. De dingen lijken nu soms een en hetzelfde te worden. Maar naast acteur, maker, schrijver en vakvrouw ben ik ook nog gewoon Joy. Ik ben veel meer dan alleen een zwarte theatermaker.’ Ze gaat met Stamboom monologen op tournee. ‘Bij eerdere speelbeurten vond ik het leuk om reacties te krijgen en te merken dat het communiceert wat ik doe. En ik leer ook zelf bij met dit stuk, alleen al doordat bezoekers mij vertellen wat ik er volgens hen mee wil zeggen.’ En ze concludeert: ‘Deze Stamboom ­monologen hebben me veel gebracht, want ik ben in Arnhem woke ­geworden. De tegenkant is dat ik meteen als deskundige word gezien, op het gebied van zwart acteren, van de black culture of van slavernij bijvoorbeeld. En dat is natuurlijk niet zo. Maar ik denk wel dat er in het leven van iedereen met een kleur een keer een ommekeer komt, dat je merkt dat je ‘de ander’ bent.’ •


58

[ opera ]

Celil Toksöz maakt eerste Koerdische opera ‘Na Hamlet in 2012 is dit mijn derde grote productie met Rast die in de Amsterdamse Stadsschouwburg komt. Dilek was een volksopera over eerwraak, Hamlet was de eerste Koerdische versie van het iconische stuk van Shakespeare.’ In Diyarbakır, de onofficiële hoofdstad van Koerdistan, maakte regisseur Celil Toksöz van Theatergroep Rast zijn Tosca, die vanaf eind oktober in Nederland te zien is. Tekst Jos Schuring

Deze Tosca is een bijzondere onderneming omdat voor het eerst een opera in het Koerdisch wordt opgevoerd. De in Diyarbakır geboren theatermaker Celil Toksöz maakte zeven jaar geleden met zijn Hamlet in de Koerdische taal een p ­ olitiek statement. Sinds een Turkse parlementariër zich ooit liet ontvallen dat het Koerdisch een bergtaal is waarin je natuurlijk geen Hamlet kunt vertolken, voelde Toksöz zich uitgedaagd. ‘Het was voor mij een prikkel dat een vlammetje werd, waarna het vuur werd.’

Kunst altijd politiek Dat vuur is niet gedoofd, want Theatergroep Rast ­produceert nu Tosca in samenwerking met Internationaal Theater ­Amsterdam en het Stadstheater van Diyarbakır dat in 2012 ook betrokken was bij Hamlet. Toksöz repeteerde zes weken in ­Diyarbakir. Vanzelfsprekend was dat allerminst. ‘Een jaar ­geleden zag het er naar uit dat onze plannen niet door k ­ onden gaan omdat de toenmalige burgemeester door ­politieke ­vrienden van Erdogan aan de kant werd geschoven. Hij werd

vervangen door een ambtenaar van Erdogans AK-partij die dit voornemen getorpedeerd zou hebben. Maar na lokale ­verkiezingen kwam er weer een Koerdische burgemeester en konden we de draad weer oppakken.’ Kunst is voor Toksöz altijd verbonden met politiek. ‘Dat begint al met de taal. Als jongetje mocht ik niet mijn eigen taal spreken. Koerdisch was destijds verboden in Turkije. Het verhaal van de opera gaat over liefde, lust en politieke intriges. Als de geliefde van de temperamentvolle zangeres Tosca gevangengenomen wordt door politiechef Scarpia, komt Tosca in verzet. Voor mij gaat dit verhaal over een dilemma: leven naar wat je hart je ingeeft of toegeven aan angst.’ De situatie van de Koerden verschilt niet wezenlijk van P ­ uccini’s verhaal over macht en liefde in het Rome van 1800, aldus Toksöz. ‘Zelf word ik ook nu nog altijd in de gaten gehouden, ik moet oppassen als ik iets zeg over Erdogan. Zijn oren zitten overal. Als ik de grens over ga en mijn paspoort wordt bekeken, houden ze mij aan en laten me wachten, stellen vragen en laten me nog langer wachten. Puur pesterij. Maar het tij lijkt te gaan keren. Sinds eind juni Ekrem Imamoglu van de Republikeinse


Openingsscène 59

FOTO: LONNEKE VAN DER PALEN

[ kleinkunst ]

oktober - november 2019


60

[ opera ]

Cast en regisseur in overleg tijdens de repetities, toen nog in Diyarbakir. Later moest de hele ploeg vluchten, zie kader tekst. ­

‘Die Turkse groep’

Theater Rast bestaat sinds 2000 en maakt voornamelijk voorstellingen in kleine zalen. De artistieke kern bestaat uit de regisseurs Saban Ol en Celil Toksöz. Rast wordt vaak die ‘Turkse toneelgroep’ genoemd. Toksöz: ‘Het maakt mij niet uit. Als ze zeggen dat deze Turkse groep of die Turks-Nederlandse groep een mooie voorstelling gemaakt heeft, prima! Politici en programmeurs blijven dat onderscheid maken, dus oké, dan zijn wij een Turkse groep.’

Kunst is voor Toksöz altijd verbonden met politiek Volkspartij verkozen werd tot burgemeester van Istanbul, is de invloed van Erdogan dalende. Imamoglu maakt een serieuze kans bij de Turkse presidentsverkiezingen in 2023.’

Vrije Puccini-bewerking Toksöz wil de cultuur van de Koerden uitdragen met taal en muziek. ‘Tosca is een zangeres en eigenlijk een vrij o ­ nschuldig type. Niemand verwacht dat zij een moord zal plegen, maar uiteindelijk gebeurt dat toch omdat zij in de hoek wordt gedreven. Die moord pleegt ze met een hancer, ofwel een ­Ottomaanse dolk. De hancer is een traditioneel wapen en staat symbool voor de onderdrukking destijds in het Ottomaanse rijk.’ Belangrijk element in de voorstelling is de dengbêj-­ traditie, een oosterse vertelvorm in taal en zang waarbij twee dengbêj, vergelijkbaar met middeleeuwse troubadours, vertellers zijn maar ook zingen, soms op satirische wijze. ‘We hebben dit ook gebruikt in Hamlet. maar de dengbêj gaan nu ook acteren. Dat is ingewikkeld, want onze Koerdische spelers zijn vooral musici die niet gewend zijn te acteren.’ Het orkest zal bestaan uit vijftien musici en de muziek is een vrijelijke bewerking van Pucini’s originele composities. Het klankbeeld wordt bepaald door instrumenten als viool, contrabas, verschillende blaasinstrumenten maar ook de kermenche, ofwel de knieviool en de kanun, een snaarinstrument uit het Midden-Oosten, vergelijkbaar met een citer. ‘Bekende aria’s als Vissi d’arte en E lucevan le stelle zijn zo dicht mogelijk bij het origineel gehouden, elders worden Puccini’s melodielijnen vrijelijk gemixt met de muziek van de Armeense componist Ardashes Agoshian.’ •

Vluchteling werd regisseur

Toksöz zat als links activist vierenhalf jaar in de Turkse gevangenis. Daar trof hij bij toeval boeken aan met klassieke theaterstukken als Hamlet, maar ook werk van Sophocles en Maksim Gorki. Toksöz is als politiek vluchteling in 1986 naar Nederland gekomen en zag dat jaar Pierre Bokma als Hamlet. Die voorstelling maakte grote indruk op hem. Hij was in 2000 een van de oprichters van de interculturele theatergroep Theater Rast. Hij regisseerde ruim dertig voorstellingen. Zijn passie voor toneel sloeg over op zoon Sidar die deze zomer afstudeerde als acteur.

Spelersgroep weggejaagd

Vlak voor het ter perse gaan van dit nummer stuurt Celil Toksöz een bericht. Het werd te gevaarlijk voor de spelersgroep in Diyarbakır, ze moesten weg. Toksöz aan de telefoon vanuit Istanbul: ‘Het bewind van Erdogan heeft in augustus diverse democratisch gekozen Koerdische burgemeesters afgezet, ook in Diyarbakır. We konden opeens het theater niet meer in. Alle medewerkers waren ontslagen. Kostuums weg, instrumenten weg, echt een ramp. We repeteren nu in Istanbul. Dat is een flinke strop want het is hier duurder dan in Amsterdam. Drie muzikanten konden niet mee. Gelukkig hebben we vervangers. Het maken van onze voorstelling is nu wel heel erg ingewikkeld geworden. Maar iedereen wil door. Het is een erekwestie. Hoe dan ook: we zullen Tosca spelen in Nederland.’

Tosca van Theatergroep Rast / Internationaal Theater Amsterdam / Stadstheater Diyarbakır, 23 oktober t/m 11 november, rast.nl


[ kleinkunst ]

Openingsscène

Van ondergangskomedie tot slapstick:

FOTO: KOOS BREUKEL

De speeltraditie van Eindspel ‘Voor wie houdt van theatertraditie en opvoeringsgeschiedenis is juist die kennis van vroeger ongemeen boeiend,’ schrijft Kester Freriks en hij zou het hier zomaar over zichzelf kunnen hebben. Scènes is trots dat deze erudiete theaterscribent de komende vijf nummers de opvoeringsgeschiedenis van stukken uit het repertoiretoneel zal behandelen. Hij begint deze serie met Eindspel van Samuel Beckett.

en oude, blinde man zit in een rolstoel. Om hem heen sjouwt en reddert een andere man; die is mank. Op het toneel twee vuilnisbakken. Daarin leven de verlamde ouders van de blinde. Om dit viertal heen staan hoge muren, met ­vensters. De enige die naar buiten kan kijken is de manke. Hij klautert op een trap. Maar hij ziet ‘Niets. Niets’. Hamm heet de blinde, Clov de manke; Nell en Nag bewonen de afvalemmers. Deze gedoemde personages treden op in Eindspel (Fin de Partie) van de Ierse toneelschrijver Samuel Beckett (1906-1989), die in de jaren dertig naar Parijs ­vertrok en in het Frans ging schrijven. Bij het Royal Court Theatre in Londen beleefde het stuk in 1957 zijn wereldpremière. In juni van datzelfde jaar vond de Franse première plaats in Parijs bij Studio des Champs-Elysées. Berlijn en Madrid volgden meteen. Nederland moest tot de zomer van 1958 wachten op een vertoning door het Franse gezelschap Le Théâtre d’Aujourdhui in de Rotterdamse Schouwburg. Sindsdien behoudt deze toneelklassieker repertoire. Dit seizoen brengt Theater Rotterdam Eindspel in de regie van Erik Whien met Hans Croiset als Hamm, René van ’t Hof in de rol van Clov en Cas Enklaar en Elsje de Wijn als de ouders. Een ‘ondergangskomedie die de toeschouwer in ­verwarrende vervoering brengt’, zo zegt Croiset over het stuk. En regisseur Whien heeft het over een ‘geestig stuk vol slapstick en speeldrift’.

 oktober - november 2019

61


62

[ toneel ]

Voor René van het Hof is de rol in Eindspel een lang ­ekoesterde wens. ‘Ik hou van het mysterie van Beckett.’ g

FOTO: ANNALEEN LOUWES

Maar stel: je ziet het stuk voor het eerst. Is het een komedie, een ­tragedie? Leven deze hulpeloze personages aan het einde der tijden? Voor de toeschouwer met frisse ogen is alles gloednieuw. Een andere t­ oeschouwer kent misschien eerdere uitvoeringen, bijvoorbeeld die uit 1990 in de regie van Guus van Geffen, opgevoerd tijdens het festival ­Theater aan de Werf in Utrecht en later door het Amsterdamse gezelschap De Trust. In deze versie waren de ouders als verdronkenen: de vuilnisemmers zijn vervangen door aquaria, om slechts een voorbeeld te noemen.

Leve de theatertraditie Opvoeringen van stukken uit het repertoiretoneel komen nooit a­ lleen. Een toneelklassieker zien is als dwalen door een spiegelpaleis, het is een spel van herkenning en verbazing. Toen ’t Barre Land in 2004 Eindspel opvoerde, schreef het gezelschap als toelichting: ‘Een k ­ lassieker opvoeren brengt met zich mee dat de manier waarop het gespeeld wordt belangrijker is geworden dan het stuk zelf.’ Dat is een b ­ elangrijke ­opmerking, leve dus de theatertraditie. Dat Van Geffen, die nu ­bekendheid geniet als decorontwerper, de vuilnisbakken ­verruilde voor aquaria is een veelzeggende ingreep. Vooral in het geval van­­Beckett, want de erven zijn superstreng: men moet strikt gehoorzamen aan de wetten van zijn regieaanwijzingen. Laten we eens terugkeren naar 1958, de eerste opvoering in ons land. ­Recensent H.A. Gomperts deed verslag voor Het Parool en was alles­ behalve positief. ‘Vier mensen wonen in een soort van bunker,’ schrijft hij. ‘Zij zijn de laatste overlevenden van een wereld die haar einde ­nadert.’ Gomperts’ grootste grief is ‘dat de problemen van mensen die met een flinke atoombom geholpen zouden zijn niets te maken hebben met de problemen van de mensen in de zaal’. Dat ziet de Duitse regisseur Jürgen Gosch met Schauspielhaus Bochum in 1992 heel anders. Voor hem geen verschrikking van kernwapens – in de jaren vijftig van de vorige eeuw een voor de hand liggende a­ ssociatie – maar juist een stuk over wederzijdse compassie tussen Hamm en Clov, vertrouwen en zelfs vriendschap. De voorstelling in de Koninklijke Schouwburg van Den Haag speelde zich af in een tijdloze, smetteloos witte ruimte waarin die liefdevolle toewijding een mooi accent kreeg. Bij Gosch was Eindspel als doemscenario ver weg. De keuze tussen een van beide visies zet de beleving van de toeschouwers op scherp: kijken we naar dit stuk als een uitzichtloos relaas over het einde der tijden of gloort er hoop? Er zijn in de Nederlandse theaters meer versies geweest, in 1991 die van Leonard Frank bij Het Zuidelijk Toneel met Bert André (Hamm) en Hans Kesting (Clov). In deze na­ drukkelijk psychologische interpretatie voerden woede en boosheid de boventoon. Dat leek me destijds een verkeerde visie. Het duurde tot 1997 toen de Japanse regisseur Yoshi Oida bij De Appel uit Scheveningen een Eindspel deed, met Eric Schneider en Carol Linssen in de hoofd­rollen. Oida’s visie met deze acteurs bood een nieuw avontuur. Schneider ­vertolkte Hamm met de schitterende suggestie dat hij helemaal niet blind is. Ik herinner me dat hij al Clovs verrichtingen volgde en precies wist wat zijn bediende uithaalde. Dat gaf een enorme spanning.


Openingsscène 63 Hans Croiset: ‘Daar waar Beckett me heen brengt, was ik als acteur nooit eerder.’

Het wonder van theater Veruit de vrolijkste uitvoering was die door ’t Barre Land, o ­ pgevoerd ­tijdens het Oerol Festival in de duinen van Terschelling, in 2004. Dartel, geanimeerd, opgetogen: dat waren de sleutelwoorden. Martijn N ­ ieuwerf als Hamm en Jacob Derwig in de rol van Clov namen Becketts eigen ­woorden als uitgangspunt: ‘Eindspel is puur spel, niets minder. Van raadsels en oplossingen is derhalve geen sprake. Voor ­dergelijke zaken zijn er universiteiten, kerken, schrijverscafés, enzovoort.’ Verrukkelijk citaat, vooral dank zij dat ironische ‘schrijverscafés’. N ­ ieuwerf kan gewoon kijken, dat is weer een stap verder dan Schneider. Derwig genoot zichtbaar van zijn rol als bediende, met een montere speelstijl. In de duinpan, tussen decorwanden die niets meer waren dan wat losse schotten, heerste niet de aloude claustrofobische sfeer maar juist ­openheid, verte, uitzicht. Als Clov dan naar buiten kijkt en zegt ‘Niets’ te zien, dan kijken wij als toeschouwers mee en zien zand, zee, zon en horen geruis van de branding. Dat werkte geweldig: donkerte werd licht, ­beklemming veranderde in weidsheid. En toch onderging de t­ oeschouwer destijds óók het duistere van dit stuk, óók de beklemming. Dat is het ­wonder van theater: zon zien en de stilte van de zojuist gevallen atoombom – om Gomperts te citeren – horen.

Eindspel, Theater Rotterdam, 8 oktober t/m 13 december, theaterrotterdam.nl

oktober - november 2019

FOTO: ANNALEEN LOUWES

De toeschouwer die een of meerdere versies zag van Eindspel neemt die herinneringen mee naar de nieuwste vertoning. Hoe blind is de blinde Hamm van Hans Croiset? Hoe grondeloos somber de regie? Of is Eindspel slapstick? Geniet de Clov van René van ’t Hof van dit rituele spel of snakt hij naar bevrijding van de hel die Eindspel ook heet? In de etymologie van ‘clov’ schuilt trouwens ‘clown’. Al deze versies zijn even zovele theaterbelevenissen die elkaar verrijken, versterken, in ­dialoog met elkaar gaan. Voor acteur Hans Croiset geldt dat doorgeven van speel­stijlen minder. Hij zag, in 1957, de allereerste Franse opvoering en sindsdien bijna alle hierboven genoemde uitvoeringen. Hij geeft desgevraagd toe dat hij het stuk ‘niet kon vatten’, maar hij had wel veel bewondering voor regisseur en Hamm-vertolker Roger Blin. Croiset: ‘Al vanaf de eerste minuut dat je speelt, verdwijnt het idee dat je terug kunt vallen op je eigen vaardig­ heden, laat staan op die van anderen. Eindspel is als een muziekstuk met die cirkelbewegingen en herhalingen. Je begeeft je als acteur op o ­ nbekend terrein, we spelen immers de toekomstige s­ tervensscène van onze ­planeet. Daar waar Beckett me heen brengt, was ik als acteur nooit eerder.’ Maar voor wie houdt van theatertraditie en opvoeringsgeschiedenis is juist die kennis van vroeger ongemeen boeiend. Met Croiset als hoofdrol­ speler komt dat verleden van ruim een halve eeuw terug dichtbij. En wie met prille ogen kijkt, zal zich bij de tweede uitvoering deze eerste ­herinneren. Dat is het begin van nog meer toneelervaring. •


[ kleinkunst ]

De smaak van

Jos

Toneel Jos Schuring is hoofdredacteur van Scènes en werkt ook voor Theaterkrant, TheaterMaker en Haarlems Dagblad. Maakte met Loek Zonneveld en Rieks Swarte een boek over de Toneelschuur en schreef een boek over de PeerGroup. Was ook hoofdredacteur van CJP Magazine.

FOTO: KAMERICH & BUDWILOWITZ (EYES2)

Spannend vallen Vallen is leren. Dat is het uitgangspunt van deze nieuwe voorstelling waarin Boukje Schweigman je weer moeiteloos meeneemt naar een ander universum. Daar heerst volop duisternis en na verloop van tijd een heel klein beetje licht. Wat meters hoog boven het podium een lamp leek, blijkt een lichaam dat langzaam naar beneden komt. En nog een. En nog een. O, en nog een dat zelfs vallend zijn instrument bespeelt. Als de spelers eenmaal op de vloer staan, gaapt de afgrond. Val is een poëtische voorstelling over angst voor het onbekende, over saamhorigheid, over strijd en vooral over de kwetsbaarheid van nietige mensen in een grote wereld. Het licht van Theun Mosk is weer betoverend, de bewegingschoreografie adembenemend, de jazzy, barokachtige muziek spannend en de prestaties van de spelers en muzikanten ongelofelijk. Val is een uiterst esthetische maar ook ontroerende ode aan de enorme veerkracht van de homo sapiens. Val – Schweigman& en Calefax, t/m 21 november, schweigman.org

FOTO: BOWIE VERSCHUUREN

64

Alleen online? In Heidi Pippi Sissi Ronnie Barbie van theatermaker Eva Line de Boer blijken verschillende personages vooral alleen online te willen bestaan. Bij aanvang zien we een prachtig groen teletubbieachtig landschap waar alleen het hoofd van Heidi (Kimberley Agyarko) uitsteekt. Het meisje uit de Alpen weet niets van de onlinewereld en maakt kennis met Pippi, een alter ego van Clara (Jessie Wilms) die in een rolstoel zit, maar online dus niet zo gezien wil worden. Boven het prachtige decor hangt een scherm waarop we live gemaakte, uiterst grappige vlogs zien. Heidi (...) is intelligent gemaakt en dwingt respect af met goed spel, maar is bovenal een vlijmscherpe tienplus-voorstelling die iedereen aangaat. Heidi Pippi Sissi Ronnie Barbie – HNTJong, t/m 1 november, hnt.nl


[ kleinkunst ]

Openingsscène 65 sies op Meer recen u s e scen .n

FOTO: CASPER KOSTER

cal n ITA, musi en re Freud va se de er an ut r Wo de On ck Zin van Ja volk Anastasia, en, Vijand van het . ve er er me Ed n el ja ve Ar en nog ia rb bu Su van

Slapen overbodig

FOTO: KARIN JONKERS

Van oorsprong is ze poppenspeler en maakt ze beeldend theater, maar het universum van Ulrike Quade is afgelopen jaren steeds veelzijdiger geworden vooral door gebruik van technologie. Droomlozen gaat over een wereld zonder slaap waarin een zonderlinge man dromen verzamelt. Hij is de vijand van Het Wakend Oog, de totalitaire organisatie die de mensheid technologie gaf waarmee slapen overbodig werd. Drie performers en enkele prachtige poppen bevolken deze dystopische wereld die onheilspellend is maar ook ongrijpbaar blijft. Geluid, onder meer van componistenduo Strijbos en Van Rijswijk, komt via een koptelefoon. De meerwaarde daarvan ontgaat me. Droomlozen oogt fraai maar blijft op afstand. Droomlozen – Ulrike Quade Company en Strijbos en Van Rijswijk, t/m 6 november, ulrikequade.nl

FOTO: SANNE PEPER

FOTO: SANNE PEPER

Geluk te koop

Kernfysici in relatiedrama De Britse toneelauteur Lucy Kirkwood vierde successen op West End en Broadway met The Children. Regisseur Eric de Vroedt introduceerde het in ons land als een verhaal over de klimaatverandering, maar dat thema komt slechts sporadisch aan de orde. Wel is het een goed geschreven relatiedrama waarin drie oudere mensen die allen in een kerncentrale werkten waar een ontploffing plaatsvond, terugkijken op hun levens. Sterk slot. Uitstekend spel van Antoinette Jelgersma, Stefan de Walle en Sylvia Poorta. The Children – Het Nationale Theater, t/m 26 december, hnt.nl

oktober oktober--november november2019 2019

Op het NDSM-terrein in Amsterdam-Noord voor restaurant Pllek staat een klein betonnen bouwsel met een lichtgevend kruis. Het is een apothekerswinkeltje. Je kunt hooguit met twee mensen tegelijk naar binnen om de humanoid te ontmoeten die je van alles vertelt over de werking van drugs. Dat is een vervreemdende ervaring die goed past bij wat pakweg prozac, GHB, seroxat, oxycodon, heroïne, ketamine en paddo’s met een mens kunnen doen. De apothekersvrouw oordeelt niet, maar geeft alleen voorlichting. Wel is ze soms even euforisch als ze verhaalt over bijvoorbeeld heroïne. De robot is futuristisch en realistisch tegelijk. Happiness is een fascinerende ervaring die je aan het denken zet over het kopen van geluk. Nou ja, geluk? Happiness – Dries Verhoeven , t/m 20 oktober Amsterdam, NDSM, 30 oktober t/m 3 november Spring in Autumn, Utrecht en 6 t/m 10 november Le Guess Who? Utrecht driesverhoeven. com


66

[ toneel ]

Gusta Geleijnse over De Verleiders Female en machtsongelijkheid

‘We zetten zowel mannen als vrouwen te kakken’ Aangezien het mannelijke Verleiders-gezelschap altijd stukken maakt over macht, konden ze niet om #MeToo heen. Maar dan moest het stuk wel door vrouwen gemaakt worden. En die vonden ze: Jelka van Houten, Susan Visser, Stephanie Louwrier, Eva Marie de Waal en Gusta Geleijnse spelen De Verleiders Female, over de ongelijke man-vrouwverdeling in de maatschappij. Geleijnse zoomt in op de man-vrouwverdeling in de theaterwereld. Tekst Léonie Sanders


Openingsscène 67

oktober - november 2019


68

[ toneel ]

Slechts 11% van de artistiek leiders en 17% van de choreografen bij de gesubsidieerde theater­gezelschappen is vrouw ‘We bleken met ons vijven allemaal heel verschillend over het thema te denken, wat het interessant maakt,’ vertelt theatermaker Gusta Geleijnse. ‘Na research kwamen we tot de conclusie dat voor vrouwen de grootste strijd al is geleverd. Om verder te komen in de emancipatiestrijd is het ook aan mannen een stap te zetten. Eigenlijk hebben De Verleiders dus een grote kans laten liggen. Zij hadden zelf een voorstelling moeten maken over wat deze machtsongelijkheid voor mannen betekent, want dáár valt het meeste te winnen.’ Ze vervolgt lachend: ‘Maar no way natuurlijk dat we de opdracht gingen teruggeven nadat we daarachter kwamen!’ Humor en grofheid De Verleiders hebben in de loop der jaren een eigen publiek opgebouwd. ‘Wij willen dat publiek graag bedienen, maar wel op onze eigen manier. Je kunt in het Verleidersconcept kritisch naar je omgeving kijken en haar met humor en grofheid aanpakken. Zo spelen wij in de voorstelling zowel mannen als vrouwen. Het leuke hieraan is dat we zowel onszelf als de mannen te kakken kunnen zetten. Daardoor kun je veel verder komen, je hoeft niet voorzichtig te zijn. We hopen met veel humor het publiek aan het denken te zetten.’ Geleijnse en haar collega’s schrijven allen mee aan de teksten en bepalen ook zelf hoe ze omgaan met publiciteit. Televisieprogramma Pauw was geïnteresseerd, maar wilde alleen Jelka van Houten en Susan Visser aan tafel, waarop de dames vriendelijk bedankten. Emancipatie van de mens De actrices delen het idee dat de grootste stappen gemaakt moeten worden door man en vrouw samen. Deze laatste stappen gaan volgens hen over de emancipatie van de mens. ‘Het is heel betrekkelijk wat gelijkheid betekent en wie daar iets aan moet doen. Zo zijn er ook vrouwen op hoge posities die dezelfde machtsgeilheid als mannen ­hebben. In de Verenigde Staten hebben ze het vaak over women issues, maar eigenlijk zijn veel thema’s human issues, die we met elkaar moeten zien op te lossen.’ Er zijn volgens Geleijnse veel terreinen waar nog verbetering nodig is, zoals de ­gezondheidszorg, waar alle behandelingen en medicatie afgestemd zijn op het mannen­lichaam. Ook de wereld van de wetenschap is ‘een enorme haantjes­wereld’. Daarnaast maken de actrices zich erg druk over de alt-right-beweging, die een blanke etnostaat nastreeft, en de pro-life-beweging, die zich verzet tegen abortus en ­euthanasie. Deze thema’s komen dan ook terug in de voorstelling.

De Verleiders Female van De Verleiders & Bos Theaterproducties, 16 oktober t/m 28 februari, de-verleiders.nl

Ongelijkheid in het theater Ook in theaterland is de man-vrouwverdeling (nog) niet in balans. Socioloog ­Christina Marigliano deed onderzoek naar jonge vrouwen in de creatieve industrie en ­concludeerde dat deze sector een stuk conservatiever en ongelijker is dan dat ze zich voordoet. ‘Het Nederlandse theaterland is voornamelijk een mannenwereld, al staan er steeds meer interessante jonge vrouwen op, zoals Nina Spijkers, Liliane Brakema en Daria Bukvic. De sleutelposities worden echter grotendeels door mannen i­ ngevuld.’ Dit wordt ondersteund door onderzoek van Mama Cash. Slechts elf procent van de artistiek leiders en zeventien procent van de choreografen bij de gesubsidieerde ­theatergezelschappen is vrouw. Daarentegen gaat het bij kleinere theaterorganisaties


Openingsscène 69

‘Ik heb gewoon talent’

‘We kwamen we tot de conclusie dat voor vrouwen de grootste strijd al is geleverd’ de goede kant op; de verhouding man-vrouw is daar veel gelijkwaardiger. Geleijnse denkt dat deeltijdbanen een oplossing kunnen zijn om deze verhouding in hoge functies gelijk te krijgen. ‘Waarom deel je bijvoorbeeld de functie van CEO of artistiek leider niet met een ander? Het systeem in Nederland staat daar echter nog helemaal niet voor open. Denk alleen al aan het ouderschapsverlof, dat veel langer is voor de vrouw dan voor de man.’

#MeToo Marigliano concludeerde verder dat vrouwen voor het krijgen van werk vrijwel geheel afhankelijk zijn van hun netwerk. Geleijnse vindt dat theater vriendjespolitiek is. ‘Vaak worden voor openstaande posities mensen direct gevraagd. Ze zouden vaker v­ rouwen kunnen uitnodigen, zonder meteen te vragen hoe zij werk en eventuele kinderen ­denken te combineren. Er moet op een andere manier gedacht worden en het systeem moet veranderen. Het gaat niet alleen om emancipatie door een andere v­ erdeling, maar ook om een andere inrichting van de maatschappij met onder meer een veel ­socialer zorgstelsel en goede kinderopvang.’ Aangezien op de invloedrijke plekken vooral m ­ annen zitten, creëert dat een context waarin veel ruimte is voor seksisme, dat ­nauwelijks aan te vechten is. ‘De #MeToo-ontwikkeling slaat soms wel door; af en toe worden mannen beschuldigd die niets verkeerd hebben gedaan. Aan de andere kant: hoeveel vrouwen zijn er wel niet onschuldig op de brandstapel beland? Ik gun het niemand dat zijn carrière onterecht abrupt voorbij is, maar het is logisch dat dit soms gebeurt. Daarom móéten we erover blijven praten. Dat is een van de redenen dat onze voor­stelling interessant is, ook voor mannen. Wij denken dat zij ook wat te winnen hebben bij een gelijkere man-vrouwverdeling. Nu ligt de stress van de kostwinner of het feit dat je continu haantje-de-voorste moet zijn altijd op de schouders van de man.’ • oktober - november 2019

Gusta Geleijnse is actrice en theatermaker. Ze heeft de afgelopen jaren gespeeld in een aantal producties van haar man Tom de Ket (Drentse Bluesopera, Het Pauperparadijs, Mammoet), Koningin Wilhelmina gespeeld in Soldaat van Oranje en eigen werk gemaakt met haar stichting. In het kader van deze voorstelling kon natuurlijk niet onbesproken blijven dat ze de vrouw is van De Ket, een van de drijvende krachten achter De Verleiders. ‘Tom en ik werken al vanaf het begin van onze relatie samen en we kennen elkaar niet vanuit een samenwerking. Ik heb altijd werk gehad, ook zonder Tom. Soms vraag ik hem wat voor me te schrijven, en af en toe vraagt hij mij om in zijn stuk te spelen. Doordat we uit verschillende theaterhoeken komen, wordt dat een interessante mix. Ik vind het wel jammer dat bij vrouwen dit altijd wordt benoemd, maar als mannen vriendjes op bepaalde posities zetten daar niets over wordt gezegd. Ik kan me niet voorstellen dat Ivo van Hove, die intensief samenwerkt met zijn partner, ooit deze vraag heeft gekregen. Als jongens die bij elkaar in de klas hebben gezeten elkaar bevoordelen, is dat allemaal oké, maar zodra je met je vrouw of vriendin werkt is het opeens “zij heeft zich omhooggeneukt”. Maar nee, ik heb gewoon talent! En buiten dat ken ik ontzettend veel stellen in de kunst die met elkaar werken. Het is natuurlijk niet voor niets dat zielsgenoten met elkaar samenwerken.’


70

[ toneel ]

Bekroonde regisseur Falk Richter

Koningin Elfriede versus koning Donald

Tekst Margriet Prinssen

Het alom gesprezen Am Königsweg is een briljante parodie op de politieke en maatschappelijke toestand in de ­wereld. Een spectaculaire show vol culturele verwijzingen van The Muppet Show tot Shakespeare en de Griekse mythen en een macaber sprookje over massa en macht. ‘Hoe is het mogelijk dat iedereen luistert naar Donald Trump en dat niemand naar mij luistert?’ Dat is de grote, onderliggende vraag in Am Königsweg, de tekst van Nobelprijswinnaar Elfriede Jelinek. Zij onderzoekt het falen van links in een wereld waarin rechtspopulisme hand in hand gaat met superkapitalisme en neoliberalisme, waarin rechtstreeks lijkt te worden afgekoerst op het einde der tijden, en waarin niemand lijkt te weten hoe het anders moet. Een tragi­komische blik op een dieptreurig (todtraurig) fenomeen. Jelinek schreef het stuk meteen na de verkiezing van Trump op uitnodiging van Karin Beier, de intendant van Schauspielhaus Hamburg. ‘Jelinek zei aanvankelijk nee,' vertelt Richter, die begin augustus even in Amsterdam was om de Nederlandse

enscenering van zijn Small Town Boy te zien. ‘Maar een paar maanden later stuurde ze een document op van maar liefst 93 dikbedrukte pagina’s, Am Königsweg. Een tekst zonder concrete aanwijzingen; niet wie er aan het woord was of waar het zich afspeelde, helemaal niks. Het was één lange litanie waarin een aantal essentiële vragen werd gesteld: “Wie zijn de mensen die op Trump hebben gestemd? Is er sprake van een nieuw soort fascisme of is fascisme in wezen altijd hetzelfde, maar telkens vermomd in een nieuw jasje? Oftewel: is het telkens dezelfde manifestatie van diepe onderliggende gevoelens van angst en onzekerheid? Wat is de connectie tussen kerk en staat? Hoe hangt de opkomst van het fascisme samen met de destructie van de aarde door de klimaatverandering? Waarom zag links dit niet aankomen? Waarom gebeurt er zo weinig?”’

Vol verwijzingen Richter voelde zich aangesproken door de thematiek: ‘Jelinek is een geweldige schrijfster. Ze presenteert zichzelf in het stuk als iemand die haar leven lang heeft gevochten tegen rechtspopulisme en nationalisme en nu tot de pijnlijke o ­ ntdekking moet komen dat die strijd vergeefs is geweest. Ze is de ‘­loser’; even heeft ze niet opgelet en als ze weer om zich heen kijkt, is ‘de hele wereld’ in de ban van een man als Trump (die ­overigens niet met naam genoemd wordt) en niemand luistert meer naar haar.’ Richter heeft zelf een bewerking gemaakt, gebruikmakend van Jelineks beeldtaal: ‘In de tekst staan tal van theatrale ­verwijzingen zoals die naar Oedipus – alle mensen zijn blind in de voorstelling, niet alleen de koning maar ook zijn onder­danen –, naar archetypische despoten als Nero en King Lear, maar ook naar Kermit de Kikker en Miss Piggy uit The Muppet Show.’

FOTO: ARNO DECLAIR

In 2018 werd Am Königsweg verkozen tot de beste Voorstelling van het Jaar, Falk Richter tot Regisseur van het Jaar, het ontwerp van Andy Besuch tot het beste Kostuumontwerp en acteur Benny Claessens tot Acteur van het Jaar. Eind november staat de voorstelling in Internationaal Theater Amsterdam: een must-see.


Openingsscène

oktober - november 2019

71


72

[ toneel ]

‘Jelinek stelt de jaren zestig en zeventig – waarin zij jong was, waarin mensen boeken lazen, uitgebreid discussieerden, in staat waren om langere teksten te lezen en te schrijven – tegenover die van nu, waarin social media nepnieuws verspreiden, de lontjes kort zijn en het aantal twittertekens de maximale lengte van een tekst bepaalt’

Dat alle personages blind zijn in het stuk is een essentiële keuze, stelt Richter: ‘Waarom hebben de politieke analytici, de ­journalisten of de schrijvers de triomftocht van Trump en andere rechtse ­figuren niet zien aankomen? Waarom zijn wij alle­maal stekeblind (geweest)?’ Een tweede belangrijk element is de humor: ‘De tekst is heel geestig ondanks de zware thematiek.’

Diverse cast In zijn regie heeft hij gekozen voor een diverse cast, niet alleen qua huidskleur maar ook wat leeftijd en achtergrond betreft. Zo speelt Ilse Ritter, de 75-jarige grande dame van het Duitstalige theater, een grote rol, maar ook de Vlaamse Benny Claessens (briljant als de koning) en de Turkse YouTube-ster Idil Baydar die bekend is van stand-upcomedy. ‘Ik laat haar op de ­actualiteit improviseren. Het is griezelig om te merken hoe de toon in het debat over migratie en vluchtelingen verhardt. Zo veel ­mensen zijn ervan overtuigd dat we – en daarmee bedoelen ze de bewoners van het vrije westen – daadwerkelijk in gevaar zijn. Ironisch genoeg zijn het juist de bewoners van het platteland – waar die problematiek amper voorkomt – die het bangst zijn voor verandering.’ Het is zeker geen well made play, met een begin, een drama­ turgisch verantwoorde opbouw en een al dan niet happy end: ‘Het is een wilde show, vol groteske beelden en machtige ­teksten. De videobeelden van Meika Dresenkamp en Michel Auder (die nog met Warhol werkte) spelen een grote rol, de kostuum­ wisselingen zijn talrijk, er is fantastische livemuziek. Er is heel veel te zien en te beleven. De koning leeft in een gouden toren en zit op zijn gouden stoeltje, drinkend uit gouden bekertjes met zijn kleine gouden gezin. De Fiktionsmachine is spectaculair.’ Níét cynisch ‘Het tweede deel van de voorstelling is wat rustiger,’ vervolgt Richter, ‘Jelinek is daar ook heel persoonlijk in haar tekst. Het gaat over ouder worden, over de angst dat alles alleen nog maar erger wordt, over de angst om dood te gaan terwijl alles om je heen zo is geworden als je nooit had gewild.’ Of hij zelf gelooft in een ommekeer? ‘Ik vrees dat het voorlopig alleen nog maar erger wordt. Naarmate meer mensen bang worden, klampen ze zich wanhopig vast aan oude schijnzekerheden. Dat is helaas een ­gegeven. Maar natuurlijk is er ook een tegenbeweging. Veel jonge mensen tonen zich bezorgd om het klimaat, de groene partijen zijn overal groter geworden.’ Het is absoluut geen cynische voorstelling, stelt Richter, maar wel een die je confronteert met de waanzin van onze tijd. ‘Jelinek stelt de jaren zestig en zeventig – waarin zij jong was,


FOTO: ARNO DECLAIR

FOTO: ESRAROTHOFF

Openingsscène 73

Falk Richter

Hij is een van de belangrijkste theaterregisseurs en schrijvers van dit moment. Zijn werk is te zien in gerenommeerde theaters in heel Europa: opera's, eigen werken en klassieke toneelstukken. In Nederland werkte Falk Richter (Hamburg, 1969) samen met choreografe Anouk van Dijk. Am Königsweg (2017) was zijn eerste grote productie in het Deutsches SchauSpielHaus Hamburg. Zijn Small Town Boy was afgelopen augustus te zien in Amsterdam, in een regie van Marcus Azzini, en staat al vijf jaar op de speellijst van het Gorki Theater. Op 4 september stond zijn I am Europe, een Europese coproductie, in Groningen. Richter opende het nieuwe theaterseizoen in Hamburg met een regie van Michel Houellebecqs Serotonine.

Elfriede Jelinek waarin mensen boeken lazen, uitgebreid discussieerden, in staat waren om langere teksten te lezen en te schrijven – tegenover die van nu, waarin social media nepnieuws verspreiden, de lontjes kort zijn en het aantal twittertekens de maximale lengte van een tekst bepaalt.’ Richter is ongekend productief, zowel als schrijver als als ­regisseur. De afgelopen jaren gaf hij masterclasses en workshops in tal van steden: Parijs, Madrid, Berlijn, Tel Aviv. In I Am Europe werkt hij samen met een groot aantal jonge mensen uit een tiental Europese landen. Het resultaat is een pakkende mix van disciplines, waarbij persoonlijke verhalen, dans en film op ingenieuze wijze met elkaar worden vervlochten tot een nieuw beeld van het hedendaagse Europa: I Am Europe, in ons land alleen in Groningen te zien geweest. ‘Het persoonlijke en het politieke zijn niet los van elkaar te zien,’ vindt hij. Onlangs is Richter professor geworden in Kopenhagen aan de School of Performing Arts. Dit jaar wordt hij vijftig, een reden om zich meer bezig te gaan houden met het overdragen van kunst: ‘Ik vind het heerlijk om internationaal te werken met jonge ­mensen, en om bezig te zijn met theater dat ergens over gáát.’ • oktober - november 2019

Zij kreeg in 2004 de Nobelprijs voor Literatuur voor haar ‘muzikale stroom van stemmen en tegenstemmen in romans en toneelstukken, die met een buitengewoon taalbewuste gedrevenheid de absurditeit blootleggen van de clichés van de samenleving en hun onderwerpende kracht’. De Oostenrijkse Elfriede Jelinek (Mürzzuschlag, 1946) klaagt in haar werk mistoestanden aan, zowel in het openbare en politieke leven als in de privésfeer, in een sarcastische, provocerende stijl.

Am Königsweg, Deutsches SchauSpielHaus Hamburg, Internationaal Theater Amsterdam, 26-28 november, ita.nl


74

[ cabaret ]

De cabaretier en zijn pianist, een podiumhuwelijk

Soms kan het zelfs té mooi zijn Jan Beuving heeft, als hij een liedtekst schrijft, altijd een deuntje in zijn hoofd. ‘En dat moet-ie vooral ook in zijn hoofd houden,’ zegt Tom Dicke, zijn pianist en componist. ‘Ik wil het niet horen. Het gaat me in de weg zitten. Geef mij die tekst nou maar, dan kan ik er eerst eens aan ruiken, de sfeer ervan proeven en dan komt die melodie vanzelf. Spontaan.’ Tekst Ruud Buurman | Fotografie Janita Sassen


[ kleinkunst ]

oktober - november 2019

Openingsscène 75


76

[ cabaret ]

In vrijwel alle

Een gelauwerd duo

recensies van Beuvings huidige voorstelling Rotatie, wordt de pianist genoemd en geroemd die al enkele jaren met hem door het land toert: Tom Dicke. Die niet alleen met passende en verrassende composities voor Beuvings liedjes de voor­ stelling grote meerwaarde geeft, maar daarnaast ook een fraai sfeervol muzikaal tapijt op het toneel uitrolt. Ze kennen elkaar van de Koningstheateracademie in Den Bosch. Jan studeerde er en is nu al enkele jaren een van de beste en veelgevraagde tekstschrijvers in de wereld van kleinkunst en cabaret. Tom geeft nog steeds muziektheorie in Den Bosch. Jan: ‘Hij is in drie jaar ongelooflijk belangrijk voor mij geworden. Als ik hem een tekst stuur, doet hij er fantastische dingen mee. Hij leest het uitmuntend, ziet direct waar de emoties zitten en welke emoties het zijn, zet daar de juiste muziek met het juiste tempo achter en laat die op de juiste momenten openbarsten. Soms komt hij met een muziekstijl waarvan ik in eerste instantie denk: dat kán toch niet bij deze tekst? En dan blijkt het juist te kloppen als een bus. Ik heb in de jaren dat ik samen met hem theaterprogramma’s maak, een blind vertrouwen in hem ­gekregen. Hij is de muziekbaas. Natuurlijk, het is mijn programma, ik heb het bedacht en geschreven en ik speel het. Maar zoals Erik Vlasblom (begeleider van onder anderen Toon Hermans en Robert Long) al zei: “De samenwerking tussen artiest en muzikale begeleider is een soort huwelijk.” Dat klopt, ik ga niet eens meer naar een fijne schnabbel met een andere pianist. Als Tom niet kan, doe ik het niet.’

Tom ís zijn muziek Maar wat als de muzikale begeleider een arm breekt en niet meer kan spelen? Tom: ‘Als het een halfjaar duurt, kan ik vast wel een pianist vinden die met mijn composities uit de voeten kan. Ik moet dan wel eerst die composities op papier zetten, want ik speel alles uit mijn hoofd, op gevoel.’ Jan: ‘Ik vind hem onvervangbaar. Maar ja, ik kan natuurlijk ook geen hele tournee afblazen als zoiets zou gebeuren. En toch ..., een vervanger zal de noten vast keurig spelen, maar Tom ís zijn muziek. Hij is er mee verbonden en dat voel je in de zaal, dat is voor een belangrijk deel de kracht van onze voorstellingen.’ Tom: ‘Muziek is in onze voorstellingen de drager van de teksten. Ik verpak Jans boodschap met een mooie strik eromheen, maar dan wel zo dat de tekst alle ruimte blijft houden.’ Een liedtekst moet één gedachte hebben, leerde Jan Beuving van Jurrian van ­Dongen op de Koningstheateracademie. ‘Ik ging altijd naar Maarten van Roozen­ daal en heb voorstellingen van Kees Torn soms wel vijf keer gezien. Ik lees weleens dat ik vergeleken kan worden met Drs. P, dat is een eer, maar zo’n waanzinnige taalpurist ben ik niet; met Torn en Van Roozendaal voel ik me echt verwant.’

Jan Beuving (37) heeft zich in korte tijd, na zijn studie aan de Koningstheateracademie in Den Bosch, een plek verworven in de eregalerij van kleinkunst-tekstschrijvers, waarin ook Jan Boerstoel, Drs. P, Maarten van Roozendaal en Kees Torn verkeren. Een vreemde eend in de bijt , geen mainstream, zoals hij zelf zegt. Een cabaretier met een wiskundeknobbel, waarmee hij zijn publiek laat duizelen en laat lachen. ‘Je hebt de filosoof Tim Fransen en de grote verteller Diederik van Vleuten. Dat is ook geen standaardcabaret. In die hoek plaats ik mijzelf als wiskundig cabaretier ook.’ Hij won in 2017 de VSCD-prijs Neerlands Hoop, in hetzelfde jaar de Willem Wilmink Prijs en was tweevoudig winnaar van de Annie M.G. Schmidtprijs voor het beste theaterlied van het seizoen: in 2013 voor Vinkeveen, gezongen door Angela Groothuizen en in 2019 , samen met Patrick Nederkoorn en Tom Dicke, voor Die geur. Een lied uit hun gelegenheidsprogramma Leuker kunnen we het niet maken, over de blauwe enveloppen en de belastingdienst. Rotatie is genomineerd voor de VSCD-cabaretprijs Poelifinario voor beste cabaretvoorstelling van het afgelopen seizoen. (De uitreiking daarvan vond plaats op 30 september in Diligentia, te laat voor het verschijnen van deze Scènes.) Tom Dicke (35) studeerde compositie aan het Utrechts conservatorium, bij Henk Alkema. ‘Ik had mezelf eerst opgelegd dat ik door deze studie moest aansluiten bij de modernklassieke muziektraditie. Ik componeer ook wel ‘modern-klassieke werken’, maar ik kwam er snel achter dat ik veel meer feeling heb met de simpele en toegankelijke melodie. Die uit de kleinkunst bijvoorbeeld. Henk Alkema bracht me bij dat ik ‘de dingen maar gewoon moest laten ontstaan’.’


Openingsscène

Tom Dicke

‘Ik verpak Jans boodschap, met een strik eromheen’ oktober - november 2019

77


78

[ kleinkunst ]

Jan Beuving

‘Een fijne schnabbel? Als Tom niet kan, doe ik het niet’


[ cabaret ]

Ans Het openingslied van Rotatie hebben Jan Beuving en Tom Dicke samen bedacht. Van een theater ‘ergens in het land’ naar huis, in de auto. Tom: ‘We waren geweldig ontvangen in het theater, we hadden niks te klagen, geen kwaad woord over de gastvrouw, maar er hing iets om haar heen dat ons allebei fascineerde. Iets wulps. En iets desolaats. En toen zei Jan ineens: ‘Ze heeft een uitstraling van de laatste hoer van een teloorgegaan bordeel.’ Dat vond ik een prachtzin. Daar bedacht ik de blinde klant Joost bij, de enige die nog komt en die dan niet kan zien dat het bordeel op een dag is gesloten. Het leek een lolletje, maar een week later kwam Jan met de tekst voor Ans aanzetten.’

Tom: ‘Muziek is verpakking. Ik verpak Jans boodschap, met een strik eromheen, maar dan wel zo dat de tekst alle ruimte blijft houden. Die teksten zijn al een structuur op zich, er zit altijd al ritme in. Jan schrijft metrisch. Ik laat een tekst eerst zinken en dan komt er vanzelf een muzikale structuur in me op. Waarvan ik denk dat die zijn gevoel bij die tekst het beste overbrengt.’

Iets lelijks, iets lomps In de voorstelling Leuker kunnen we het niet maken, over de belasting­dienst, die de twee speelden met Patrick Nederkoorn, zat het lied Eigen woning-forfait. Tom: ‘Daar had ik een fijn walsje onder gezet. Jan vond dat er iets ‘lelijks’ onder moest, iets lomps, want dat zou de grappen van het lied beter dragen. En dat was ook zo. Bij Jan staat er niet zomaar iets op papier, hij heeft altijd al flink nagedacht over de balans, het ritme. Soms wil ik het gewoon ‘te mooi’ doen en dan heeft dat de verkeerde uitwerking.’ Jan: ‘In dezelfde voorstelling zat ook Die geur. Tom kwam met een compositie die mijlenver van mijn idee stond dat ik had bij het schrijven van dit lied. Dacht ik. Dus liet ik het mijn echtgenote horen, voor een onafhankelijk oordeel. “Briljant,” zei ze. Dan geef ik me graag over.’ Wat is perfectie? In Rotatie ontdekt de wiskundige Beuvink dat niet alles valt te verklaren met wetenschap, kennis, kansberekening en ­statistieken. Er is ook nog zoiets als toeval, gevoel, ethiek en ­moraal. Heel fraai neemt Beuving zijn publiek mee in zijn ­persoonlijke vraag wat eigenlijk ‘perfectie’ is. Persoonlijk, omdat hij een dochtertje heeft dat is geboren met een schisis, een ‘hazenlip’. Een imperfectie, volgens de norm. Beuving laat dit ­verhaal samenkomen met het tonen van een roterende versie van de litho Prentententoonstelling van Escher. En komt tot de ­conclusie dat zijn dochtertje de perfecte imperfectie is. ‘Ik stuurde Tom het slotlied Overzijden over mijn dochter. Ik schreef het met de gedachte dat zij geboren is – en al van nature gewend – om kloven te overbruggen. Pas toen Tom er muziek bij had gemaakt en ik het zong, ontroerde het lied me. Eens te meer het bewijs hoe enorm belangrijk de muziek is om de sfeer te bepalen en de tekst te helpen overbrengen.’ • oktober - november 2019

Openingsscène 79

Ans

Met uitzicht op de tap en voor een muur van paars fluweel zit Ans. De laatste hoer van een teloorgegaan bordeel. De krukken zijn verlaten en de rode luiken dicht. Een stilte hangt op plekken waar de daad ooit werd verricht. De weeë geur is weg. Gedoofd is nu het valse licht dat zonden moest onttrekken aan het zicht. Het internet veranderde niet veel aan het bezoek. En ook de Oostblokmeisjes waren niet de grootste vloek. Pas toen er een verbod kwam op de gokkast in de hoek viel voor de liefdeshoeve echt het doek. En liefde was het nooit, meer een bedrijf waar ieder bed een kassa was die rinkelde, de klant z’n wil was wet. Toch hield ze van haar werk, en bijna leek het soms op pret met soms een echte zoen – dan zat er achter zijn pochet speciaal voor haar een extra bankbiljet. Nu is het laatste neon uit. Het laatste zaad geloosd. De hoeve een museum, Ans de zwijgende suppoost. Verlaten zijn de nisjes waar zo driftig werd gevoosd. Maar door die troosteloosheid schemert nog één laatste troost want over drie kwartier komt blinde Joost. En als Joost komt, dan wordt haar bestaan weer bewogen! Er klinkt weer muziek en er wordt opgetogen geproost door Jeroen die zijn vrouw heeft bedrogen. Ans ziet weer hoe Alie, voorovergebogen, een hoofd in haar borsten begraaft – een vermogen verdient ze door mannen als kindjes te zogen. De vrouwen, de lichtjes die nu zijn vervlogen Ze zijn er nog steeds, in Joosts ogen. Toen alles sloot, had niemand Joost een belletje gegeven. Dus stapt hij elke maand nog bij de hoeve uit lijn zeven en daar wacht Ans hem op – ze heeft de lakens zelfs gesteven. Ze helpt hem uit zijn broek ... hij is al stijf ... het duurt maar even. Ze kijkt hem na en huilt wanneer ze achter is gebleven want over veertien dagen wordt de halte opgeheven.

Rotatie, Jan Beuving en Tom Dicke, tot en met 23 februari, janbeuving.nl


De smaak van

[ kleinkunst ]

Dans

Alexander Alexander Hiskemuller

is freelance cultuurjournalist voor dagblad Trouw en werkt daarnaast voor tijdschriften als Margriet en Wendy met zijn eigen tekstbureau. Hij deelt graag zijn kennis over dansland Nederland. Alexander geeft ook kijkcursussen, eerder bij Het Nationale Ballet en nu bij Corrosia in Almere.

FOTO: BART GRIETENS

80

Tabula rasa

Het choreografenduo Ivgi&Greben brengt met De Voorlopers een ode aan idealisme. Hoe zou je een nieuwe wereld invullen, waar nog niets is? Een voorstelling over het vormen van een gemeenschap in poëtische beelden, die zowel schuren als beeldschoon zijn, met een danstaal vol verbeelding – rauw, fysiek en in your face. De Voorlopers - Ivgi&Greben, 24 oktober t/m 19 maart, ivgi-greben.nl

Hoe ver kun je gaan? Alida Dors noemt zich steevast choreografe én sociologe. Dat zegt wat over het werk dat ze maakt: multidisciplinaire dansverhalen waarin thema’s als identiteit en sociale veerkracht bij de horens worden gevat. Haar vorige productie Rebound had een uitgesproken politieke strekking: hoe knok je je als een individu met een migrantenachtergrond uit een achterstandspositie? In het ijzersterke Black Memories, in samenwerking met Danstheater Aya, reflecteerde een jonge danscast vanuit eigen roots op het Nederlandse koloniale verleden. Hiphop is de spil, moderne dans en spoken word wordt er opwindend mee in stelling gebracht. In Dors’ nieuwe dansvoorstelling Or Die Trying is de mix aangevuld met een stevig robbertje thaiboksen. Toepasselijk, want Dors werpt zich nu op de ‘battle’ van de migrant om toekomstige generaties een betere toekomst te geven. Maar de wereld van toen is niet de wereld van nu. Moeten de nieuwe generaties niet hun éígen strijd voeren? Drie dansers en drie thaiboksers: hoe ver zijn zij bereid te gaan in die strijd? Or Die Trying - Backbone/Theater Rotterdam, 12 oktober t/m 24 januari, theaterrotterdam.nl en backboneconnects.nl

Oude stemmen, nieuwe wereld Nogal wat dans- en theatermakers buigen zich over de impact van nieuwe technologie op de mens en de wereld waarin hij leeft. De teneur is vaak dat er op menselijkheid wordt ingeboet. Keren Levi, een van de boeiendste dans­makers die in Nederland werkzaam zijn, reflecteert daarop met een ­opmerkelijk bewegings- en muziekexperiment: UNMUTE. Hier geen doemscenario, maar het exploreren van ‘een nauwelijks verkend gebied waar technologie en de fysieke basis van de mens tot nieuwe perspectieven leidt.’ Hoe Levi dat doet? Met sensoren op de lichamen van dansers én musici van Slagwerk Den Haag (componist: Yannis Kyriakides) worden bewegingen en geluiden opgeroepen en gemanipuleerd. Hierbij maakt Levi gebruik van woorden uit talen die recent verloren zijn gegaan. Levi: ‘Door hun drang om te blijven communiceren veranderen de performers in orakels, mediums en cyborgs, die zowel voor ons als tot ons spreken.’ UNMUTE - NeverLike/Slagwerk Den Haag, 3 oktober t/m 14 februari, slagwerkdenhaag.nl


[ kleinkunst ]

sies op Meer recen u scenes.n

Openingsscène

Ballet opgerekt Als de Engelse krant The Guardian met vijf ballen gooit, moet een voorstelling wel erg goed zijn. Die big five kreeg William ­Forsythes A Quiet Evening of Dance, die de Amerikaanse choreograaf ­produceerde met het Engelse Sadler’s Wells. De titel is bedrieglijk, zoals we kunnen verwachten bij Forsythe, al pakt de man die het ballet een nieuwe richting en zeggingskracht gaf, bepaald niet uit met decors en showy belichting. Hier en daar een gekleurde schoen of handschoen, that’s it. Maar wat de dans betreft – ­herziene ­balletten van Ballett Frankfurts voormalige voorman – kun je op Bengaals vuurwerk rekenen. Forsythe wil het vocabulaire van dans, van de uitvoering tot hoe het publiek reageert op de ruimte waarin het werk zich afspeelt, opnieuw blijven uitvinden. Dit doet hij met een paar van de interessantste dansers ter wereld: Parvaneh ­Scharafali (ex-Nederlands Dans Theater) en de Koerdische Rauf – ‘RubberLegz’ – Yasit. Om uit te vinden hoe deze laatste aan zijn bijnaam komt, moet je in november in ITA zijn.

FOTO: YANI

A Quiet Evening of Dance - William Forsythe, 13 t/m 16 november, Internationaal Theater Amsterdam, ita.nl

Troost je Gezien de enorme uitdagingen waar de mensheid zich voor ziet gesteld, kunnen we wel wat ‘soelaas’ ­gebruiken, vindt het choreografenkoppel Andrea Leine en Harijono Roebana. Geïnspireerd door dat fraaie oud-Nederlandse woord, dat qua betekenis ergens inhangt tussen het oplossen van problemen en het bieden van troost, zoeken zij door middel van dans een gedeelde ruimte om ‘alternatieven op het spoor te komen en te omarmen’. Zoiets als een vogeltje dat van resten afval, stukjes plastic en wat houtjes toch een veilig nest weet te bouwen. Die simpele ­vergelijking doet het meesterschap van de moderne dans­makers tekort. Mijn tip: zet alle zintuigen open en laat je verwonderen door zeven dansers, twee ­klassieke zangeressen, een gitarist en de luitmuziek van de Engelse renaissancecomponist John Dowland in een maalstroom van muziek, zang en beweging. Solas - LeineRoebana, 2 november t/m 22 januari, leineroebana.com

oktober - november september - oktober2019 2019

81


11x

82

FOTO: NICHON GLERUM

[ premières ]

nieuw

Matzer Theaterproducties - Fort Europa

Tom Lanoye schreef zijn novelle in 2005, lang vóór de Arabische Lente, de duizenden verdronken migranten en de t­ erroristische ­aanslagen in Europa zelf. Maar Fort Europa blijft uiterst actueel. Regisseur ­Michiel De Regt maakt er muziektheater van. Met hilarische ­dialogen en pakkende muziek. 4 oktober, Verkadefabriek, Den Bosch, tournee t/m 23 december, matzer.org

Duda Paiva Company - JOE 5 Kreutzer vs Kreutzer van Amsterdam Sinfonietta en Orkater

Griezelig levensechte schuimrubberen wezens staan oog in oog met de beste danstalenten. Samen creëren zij visuele poëzie op haar best, flirtend met cyberpunk en futuristische visies uit Michel Houellebecqs roman Mogelijkheid van een eiland.

FOTO: KIM_KOOIMAN

5 oktober, De Lieve Vrouw, Amersfoort, tournee t/m 10 december, dudapaiva.com

Homemade Productions - Pijnstillers Caspers moeder gaat dood aan kanker. Hij wil van de laatste ­maanden met haar een feest te maken. Sterven kun je alleen als je het leven durft te vieren. Dus is er de muziek waar zij van houdt, en dansen ze zolang zij dansen kan. Musical met script van Dick van den Heuvel naar een boek van Carry Slee. Muzikale leiding Jeroen Sleyfer. 11 oktober, Rijswijkse Schouwburg, tournee, t/m 31 januari, homemadeproductions.nl

Het Nationale Theater - Sexual Healing Schrijvers Jan Hulst en Kasper Tarenskeen mixen Teorema van Pasolini, het tv-format Ik Vertrek met de fantasieën van makers. Regie van Jeroen De Man met onder meer Hein van der Heijden, Ariane Schluter, Bram Suijker en Romana Vrede. 12 oktober, Koninklijke Schouwburg, Den Haag, tournee t/m 7 december, hnt.nl

De Gemeenschap - Christine van Stralen de musical

Duda Paiva Company staat in de theaters met Joe 5.

Ooit was ze een one-hit-onlyzangeres – nu heeft ze een hese en doorrookte stem. Ooit straalde de ster die ze wilde zijn in licht­ gewicht dramaseries van de commerciële omroep – nu zit ze meestal thuis, met haar twee honden. Christine van Stralen, wie kent haar nog? Drie mannen willen alles weten van deze grote, blonde vrouw die dus zelf meespeelt. 18 oktober Toneelschuur, Haarlem, tournee t/m 21 december, degemeenschap.nu


Openingsscène 83

SlotScène Houd de website van Scènes in de gaten voor recensies scenes.nu

Het volgende nummer verschijnt op

6 december

Met onder meer (onder voorbehoud):

Club Guy & Roni/GöteborgsOperans Danskompani/Slagwerk Den Haag - Love Liefde in het tijdperk van de millennials, van onbeperkte keuze. Een generatie die chronisch lijdt aan FOMO (fear of missing out & fear of missed opportunities) en faalangst. 19 oktober, Stadschouwburg Groningen, tournee t/m 6 december, clubguyandroni.nl

Yora Rienstra - Up Soms maakt ze cabaret, soms toneel. Up is een bewerking naar de bestseller van Myrthe van der Meer en de opvolger van Paaz. Juist nu het beter gaat met Emma Nieuwenhuis moet zij opnieuw de psychiatrische kliniek in. 25 oktober, Theater Griffioen, Amstelveen, tournee t/m 26 maart, yorarienstra.nl

Golden Palace - De Oerclub Vier mannen eisen hun plek in de wereld weer op, maar op ­onverwachte wijze: ze claimen de zwangerschap. Het voortbrengen van leven mag niet langer het alleenrecht van vrouwen zijn! Absurd experiment met een bloedstollende uitkomst. 9 november, Toneelschuur, Haarlem, tournee t/m 18 januari, goldenpalace.nl

Amsterdam Sinfonietta & Orkater - Kreutzer vs. Kreutzer In deze meeslepende voorstelling waarin zowel Beethovens ­Negende sonate als Janáceks Eerste strijkkwartet live wordt gespeeld, doen Anniek Pheifer en Stefan Rokebrand als echtgenoten hun verhaal. Was er nou wel of geen overspel? Vertaling van Gijs Scholten van Aschat, regie van Leopold Witte. 10 november, Muziekcentrum Enschede, tournee t/m 20 november, orkater.nl

Hummelinck Stuurman - De tolk van Java Alans gezin en zijn jeugd worden bepaald door een tirannieke vader. Wanneer Alan diens vroegere dagboeken over zijn leven in Indië gaat lezen, wankelen echter zijn sarcasme en haat. Naar de roman van Alfed Birney. Regie van Olivier Diepenhorst met onder meer Benja Bruijning en Marie Louise Stheins.

Interview met

Albert Verlinde, gasthoofdredacteur Scènes 6 Schrijver Don Duyns over Repelsteeltje, Hamlet, Snorro en al die andere over-the-topvoorstellingen die hij schreef voor Theater Rotterdam Opera2Day brengt The Fall of the House of Usher van Philip Glass

16 november, Koninklijke Schouwburg, Den Haag, tournee t/m 16 februari, toptheater.nl

Sara Kroos - Verte Na haar indrukwekkende en gedurfde voorstelling Zonder verdoving over haar depressie richt Kroos haar blik op de toekomst en wil ­verder denken. Ze belooft verrassende visuals en treedt aan met musici Rutger Hoorn en Nathaniël van Veenen 16 november, Stadsschouwburg Utrecht, tournee t/m 30 mei, sarakroos.nl

oktober - november 2019

Dear Winnie van Noord Nederlands Toneel Ook nog: Scapino, Dolf Jansen, Reisopera en nog veel meer


Profile for Virtùmedia

Scenes 05 2019  

Scenes 05 2019  

Advertisement