Page 1

Stadswerk MAGAZINE VOOR PROFESSIONALS OP HET GEBIED VAN DE LEEFOMGEVING

09| 2018

E XTRA SPECIAL RIOLERING

Schone Openbare Ruimte 10

Belevingsgestuurd beheer

Dar gaat van 13 ‘schoon’ naar ‘fris’

31

Innovatie en InfraTech

Sustainable 36 Development Goals


INHOUD

t

THEMA: SCHONE OPENBARE RUIMTE

06

19 SPECIAL RIOLERING • De nieuwe EcoFit rioolreinigings-machine van ROM

Eerst praten, dan poetsen

• Seminar over de toekomst van de riolering

Van de bestuurstafel

• Poortvernieuwing in Zierikzee:

Jos Penninx

08

een optimale samenwerking • Met open software de wateroverlast te lijf

Schoon? Basis op orde en inspelen op gedrag! Mark van den Kieboom

10

Belevingsgestuurd beheer voor tevreden bewoners Kees Keizer en Peter van Welsem

13

Van ‘schoon’ naar ‘fris’ De kijk van Dar op afvalbeheer openbare ruimte

Minder zwerfafval, meer 14 bewustwording Gescheiden afvalinzameling in de openbare ruimte van Zoetermeer Michiel G.J. Smit

17

Verpakkingsvrij, het hoeft niet ingewikkeld

ARTIKELEN 27

Het genot van groen Column Gert-Jan Hospers

DIEPGRAVEND 32 Bouwen aan innovatie ‘Open’ convenant als voedingsbodem voor samenwerking en innovatie Michiel G.J. Smit

28

Nantes pakt klimaatadaptatie aan via groen én gezondheid Impressie van Stadswerk-studiereis Saskia Holthuijsen

31

Innovatie zichtbaar maken op InfraTech Michiel G.J. Smit

36

NL Greenlabel en de VN duurzaamheidsdoelen Thijs Menting

40

Even voorstellen: Gerdo van Grootheest Nieuwe Stadswerk-voorzitter wordt voorgedragen Michiel G.J. Smit

EN VERDER 04 Nieuws et cetera 42 Stadswerk.nieuws

09/2018  Stadswerk magazine 3


Dutch Design Week Eindhoven Eind oktober vond de jaarlijkse Dutch Design

het juryrapport. Circulair materiaalgebruik

Week (DDW) in Eindhoven plaats met ook

en de inzet van nieuwe printtechnieken kreeg

een expositie van de winnende Dutch Design

veel aandacht in de DDW. Zo was op het

Awards. Een van de winnaars is de Zalige-

Ketelhuisplein een volledig functionele meta-

brug van NEXT architects , onderdeel van de

len brug te zien (zie foto). Geprint door

Spiegelwaal in Nijmegen. ‘Het ontwerp

MX3D, het bedrijf van ontwerper Joris Laar-

maakt de fluctuatie van het waterpeil in

man. De brug komt straks in Amsterdam te

relatie tot de brug en de directe omgeving op

liggen als overbrugging van de Oudezijds

speelse wijze zichtbaar en voelbaar’, aldus

Achterburgwal. 

Kabinetsperspectief voor de Nationale Omgevingsvisie Met de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) geeft het Rijk een langetermijnvisie op de toekomst en de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. Met het onlangs uitgebrachte Kabinetsperspectief voor deze visie geeft minister Ollongren namens de betrokken ministers richting aan hoe we met de ruimte in Nederland willen omgaan. Hierin staan drie onderwerpen centraal die nu urgent zijn en daarom al vooruitlopend op de visie zelf om politieke richting vragen. De komende tijd worden deze onderwerpen uitgewerkt met medeoverheden, burgers en maatschappelijke partijen. 1.  Energietransitie: het verduurzamen van onze energievoorziening en het investeren in hernieuwbare energie; denk aan wind- en zonne-energie en geothermie (aardwarmte). 2.  Verstedelijking: jaarlijks moeten er circa 75.000 woningen bijgebouwd worden op de plekken waar ook de vraag groot is. Plekken die goed bereikbaar moeten zijn over de weg en met het openbaar vervoer, en binnenstedelijk bijvoorbeeld ook lopend en op de fiets. 3.  Landbouw: de land- en tuinbouw worden onderdeel van een circulair voedselsysteem, waarin de grondgebondenheid van de landbouw wezenlijk is, landbouw en natuur elkaar versterken en de cultuurhistorische waarden van het landschap behouden blijven. Zie ook: www.denationaleomgevingsvisie.nl  

4  Stadswerk magazine 09/2018

FOTO: MAARTEN LOEFFEN

NIEUWS


Schoonste winkelgebied van Nederland Voor de zesde keer op rij organiseert Stichting Nederland Schoon de verkiezing van ‘Schoonste Winkelgebied van Nederland’. De omvang van de verkiezing groeit ieder jaar; vorig jaar deden er 77 gemeenten en 576 winkelgebieden mee. Dit jaar namen 125 gemeenten en 581 winkelgebieden deel aan de verkiezing. De tien finalisten zijn onlangs bekend gemaakt: Centrum Almere (Almere), Centrum Bathmen (Deventer), Brouwhorst (Helmond), Centrum Domburg (Veere), ­Glacisweg (Maastricht), Centrum Oostkapelle (Veere), Centrum Veere (Veere), Centrum Voorburg (Leidschendam-Voorburg), Centrum De Wijk (De Wolden) en Centrum Zuidwolde (De Wolden). Op 30 oktober werden de drie winnaars bekendgemaakt: Maastricht, Súdwest-Frylân

Protocol omgaan met Aziatische duizendknopen Aziatische duizendknopen zijn zeer invasieve plantensoorten en verspreiden zich gemakkelijk. Diverse partijen, waaronder gemeenten, waterschappen en provincies zijn bezig met pilots om de soort te bestrijden en verspreiding aan banden te leggen. Om tot een uniforme aanpak te komen, zijn Aequator Groen & Ruimte, Stichting Probos en Geofoxx Milieu Expertise gestart met het ontwikkelen van een landelijk toepasbaar en breed gedragen protocol met onder meer handreikingen en richtlijnen voor bewustwording, beheersing en voorkomen van verspreiding van Aziatische duizendknopen. Het protocol en de bestekbepalingen zijn vanaf medio 2019 voor iedereen vrij toegankelijk op www.bestrijdingduizendknoop.nl. 

en Veere. Zie www.nederlandschoon.nl voor een nadere toelichting. 

Green Deal autodelen Staatssecretaris Stientje van Veldhoven (Infrastructuur en Waterstaat) tekende onlangs met veertig partijen een Green Deal om autodelen te bevorderen. Het gaat om gemeenten, provincies, leasebedrijven, deelauto-aanbieders, Stichting Natuur en Milieu en het ministerie van Economische Zaken en Klimaat. De Green Deal heeft als doel 100.000 deelauto’s en 700.000 gebruikers van deelauto’s in 2021. Op dit moment zijn er zo’n 41.000 deelauto’s. Van Veldhoven: ‘Een eigen auto voor de deur klinkt zo vanzelfsprekend. Maar auto’s staan gemiddeld 23 van de 24 uur stil. Door een auto te delen, staat deze minder lang geparkeerd. Dat scheelt ruimte en de kosten van een parkeervergunning. Bovendien blijkt dat autodelers hun auto bewuster gebruiken, en daarom een stuk minder CO2 uitstoten.’ De Green Deal bestaat uit verschillende initiatieven. In Utrecht gaat de gemeente bijvoorbeeld autodelers belonen door parkeerplekken op te heffen. Bewoners kunnen dan kiezen wat ze daarvoor in de plaats willen; bijvoorbeeld groen of een speeltuin. Meer informatie is te vinden op www.autodelen.info  Bron: Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat

EFFICIËNTE VERWIJDERING VAN GRAFFITI

Vraag nu een demonstratie aan! +49 30 327 021 56

en andere hardnekkige vervulling • zonder chemicaliën • in overeenstemming met alle richtlijnen voor milieubescherming

• zonder water • beschadigt het oppervlak niet • voor gebruik binnen- en buitenshuis

systeco Tel: +49 30-32 70 11 84 info@sys-teco.de www.sys-teco.com

cleaning technology

09/2018  Stadswerk magazine 5


t

VAN DE BESTUURSTAFEL

COLOFON TEKST JOS PENNINX / Voorzitter Vereniging Stadswerk Nederland Stadwerk magazine wordt tien keer per jaar uitgegeven door de Vereniging Stadswerk Nederland, de beroepsvereniging voor professionals die werkzaam zijn in de fysieke leefomgeving, in samenwerking met Virtùmedia. Stadswerk is aangesloten bij IFME (International Federation Municipal Engineers) WUPA (World Urban Parks Association) Secretariaat Vereniging Stadswerk Nederland Bezoekadres Kantorencomplex Bouwstede Galvanistraat 1 6716 AE Ede (Gelderland) Postadres Postbus 416 6710 BK Ede T 0318 69 27 21 F 0318 43 76 53 E info@stadswerk.nl www.stadswerk.nl Leden ontvangen het tijdschrift gratis. Aanmeldingen, wijzigingen en opzeggingen van het lidmaatschap dienen schriftelijk te geschieden bij het secretariaat van de vereniging. Redactie Stadswerk magazine Michiel Smit, hoofdredacteur (michiel.smit@stadswerk.nl) Philip Fokker (Product & Materiaal) Marc de Jong (Antea Group) Marika Kerstens (gemeente Waddinxveen) Louise Kok (Stadswerk) Pim Quist (gemeente Den Haag) Gert Visser (Movares) Uitgever Virtùmedia Pepijn Dobbelaer Postbus 595 3700 AN Zeist T 030 692 06 77 E pdobbelaer@virtumedia.nl Losse abonnementen Deze kunnen schriftelijk tot uiterlijk 30 november van het lopende abonnementsjaar worden opgezegd. Bij niet-tijdige opzegging wordt het abonnement automatisch een jaar velengd. Abonnementsprijs €92,50 ex. btw. Losse nummers € 9,25 Basisontwerp en vormgeving Twin Media bv Druk Veldhuis Media, Raalte Advertenties Virtùmedia Mirjam Cornelis en Albert van Kuijk Postbus 595 3700 AN Zeist T 030 692 0677 F 030 691 3312 E mcornelis@virtumedia.nl avankuijk@virtumedia.nl www.virtumedia.nl Coverfoto Lex Broere © Copyright 2018 Niets uit deze uitgave mag woden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of welke andere wijze dan ook, zonder schriftelijke toestemming van de uitgever. ISSN 0927-7641

Eerst praten, dan poetsen

V

ervuiling in de openbare ruimte is al jaren een van de grootste ergernissen van bewoners. Als professionals willen we tevreden bewoners dus we pakken de vervuiling graag aan. Maar hoe? Op het eerste gezicht zou je misschien zeggen ‘gewoon schoonmaken’. En toch is dat te simpel gedacht, want er kunnen allerlei redenen zijn waardoor het telkens opnieuw vervuilt, ongeacht hoe intensief je schoonmaakt - een klassiek geval van dweilen met de kraan open. We bouwen ingenieuze bruggen, schieten mensen de ruimte in, zouden we die paar propjes in de berm dan niet wegkrijgen? Maar effectieve inzet om de openbare ruimte schoner te krijgen is vaak veel ingewikkelder dan het lijkt. Er zijn namelijk veel factoren van invloed, deels binnen het publieke domein en deels daarbuiten, bijvoorbeeld hoe ouders hun kinderen opvoeden. Velerlei niet-fysieke disciplines komen bovendien om de hoek kijken, met name de gedragspsychologie. Maar ook binnen het fysieke domein is speciale aandacht nodig voor samenwerking tussen partijen zoals de gemeente, afvalverwerkers, winkeliers, woningcorporaties en groenaannemers. In dit themanummer van Stadswerk magazine laten we zien hoe je openbare ruimte schoner kunt krijgen en houden. Zo zien we in Zoetermeer dat het uitgekiend plaatsen van vuilnisbakken met gescheiden inzameling op ‘snoeproutes’ tussen scholen en winkels effect sorteert. Ook verliezen we de subjectieve component niet uit het oog. Sturen op de beleving van properheid door de gebruikers van de openbare ruimte blijkt effectiever dan alleen sturen op objectieve kenmerken van ‘schoon’. Dat laten Kees Keizer en Peter van Welsem in hun artikel goed zien. Het gaat ons tenslotte om tevreden bewoners, schone openbare ruimte is daar slechts een middel toe. Schone openbare ruimte is een typisch voorbeeld van een verschijnsel dat op het eerste gezicht simpel is om aan te pakken, maar waar bij nadere beschouwing veel over moet worden geanalyseerd, gefilosofeerd, gepraat en afgestemd. Vereniging Stadswerk is daarbij graag partner en platform, we hebben immers een multidisciplinair karakter en het gesprek op gang brengen is onze kerntaak. Tenslotte nog dit: ik draag op 28 november de voorzittershamer over, na de volle twee termijnen van vier jaar met veel plezier en toewijding te hebben gediend. Dit was dus mijn laatste voorwoord, maar ik kom in het volgende nummer nog even terug met een afscheidsinterview. Het ga u goed! 


Trekvaartzone, IJsselmuiden

tlulandschapsarchitecten.nl

SNOEIHARD DE BESTE b type: 235 MX b ø 19 cm b 25,7 kW

b type: 175 MX b ø 16 cm b 16,1 kW

Kijk op mechangroep.nl/merken/schliesing Mechan Cultuurtechniek, Algolweg 53821 BG Amersfoort mechancultuurtechniek@mechangroep.nl

Informeer bij onze Schliesing dealers

Distributeur voor Nederland.


Schoon? Basis op orde en inspelen op gedrag! Gemeenten, provincies, waterschappen en natuurbeheerders worden dagelijks geconfronteerd met grote hoeveelheden vervuiling in hun gebied. Het aantal beschikbare oplossingen is groot; waar te beginnen? Het kiezen van de juiste instrumenten vraagt inzicht in de motivatie van veroorzakers. Stap daarbij over de grenzen van verantwoordelijkheden en contracten heen en zet in op gedragsverandering!

Z

werfafval: er is veel over te doen. Het staat al jaren in de top 3 van ergernissen. Politiek gezien speelt het in de lokale ambities voor schoon, duurzaam en leefbaar. Landelijk gezien speelt een verhitte, telkens terugkerende discussie over wel of niet invoeren van statiegeld op flesjes en blikjes. Dump van onder andere drugsafval en grof vuil haalt regelmatig het journaal nu onder andere natuurorganisaties de noodklok luiden. En de ‘plasticsoep’ is een actueel thema op vele vlakken. Aan aandacht geen gebrek. Er worden successen geboekt maar vooral op kleine schaal. Waarom?

Versnipperd Zwerfafval ontstaat deels bewust (weggooien, dump, ontwijkgedrag) en deels onbewust (onder andere verlies en weersinvloeden), zo blijkt uit het oorzakenonderzoek zwerfafval van Milieu-centraal uit 2015. Uiteindelijk komt zwerfafval op straat, in groen of in water terecht. Als het niet wordt opgeruimd, spoelt het door naar zee, waar het opgaat in de plasticsoep. De verantwoordelijkheid voor het opruimen van het zwerfafval ligt vaak bij meerdere partijen, van vrijwilligers tot aannemers. Het opruimen maakt onderdeel uit van veegcontracten, integrale contracten of behoort tot de eigen verantwoordelijkheid van ondernemers via de 25-meterregel. Contracten zijn afgeka-

8  Stadswerk magazine 09/2018

derd, afgeprijsd en vaak gebaseerd op ambitieniveaus, in een beeld- of prestatiebestek waar het toezicht op aansluit. De beloning voor de uitvoerende partij wordt in de meeste gevallen gekoppeld aan een gemiddeld beeld. Niet aan daadwerkelijk schoon, niet aan het aanpakken van de vervuilers en zeker niet aan het beeld ‘brandschoon’ waar de inwoners waarde aan hechten. Waardevolle details voor de aanpak ontbreken. Voelt iemand die opruimt zich verantwoordelijk voor het aanpakken van de bron?

Onvoldoende inzicht Wanneer we de oorzaak van vervuiling kennen, liggen oplossingen voor het oprapen. Afgelopen jaren is een brede instrumentenmix voor de aanpak opgebouwd en voor iedereen beschikbaar. Met slim toegepaste afvalvoorzieningen, effectieve communicatie en structureel georganiseerde participatie worden in veel gemeenten fraaie resultaten behaald. De laatste jaren zijn deze instrumenten aangevuld met kennis over gedragsbeïnvloeding, die onder andere uit de marketingwereld is overgenomen. Het belonen van goed gedrag is eveneens effectief gebleken, waarbij waardering vaak belangrijker is dan een financiële beloning. Adoptie van buurten en afvalbakken werkt door de lokale verbondenheid met de plek. Communicatie met een duidelijke, herkenbare lokale bood-


TEKST MARK VAN DEN KIEBOOM BEELD Antea Group

schap ondersteunt deze activiteiten door de ‘schoonnorm’ uit te stralen. Bovendien hebben diverse gemeenten hun afvalbakkenbestand met bijna 40 procent gereduceerd zonder toename van vervuiling door gebiedsgerichte keuzes te maken. Ook bakken opvallender maken werkt, zoals groene afvalbakken in onder andere Rotterdam en Oosterhout laten zien.

lend. Daar ontstaan eerste motieven voor normovertredingen, waarbij er geen vuil hoeft te zijn om vervuiling te laten ontstaan. Kortom, situatie en sfeer scheppen voorwaarden voor gedrag. Smalle straatjes vol met graffiti vervuilen snel. Het aanbrengen van grote muurschilderingen werkt simpel en effectief: minder vervuiling en minder fietsen die illegaal gestald worden en daarmee een betere beleving.

Tilburg investeert gericht in de kwaliteit van de buitenruimte, om zo ook het gedrag van bewoners positief te beïnvloeden.

Muurschilderingen in deze steeg in Breda zorgen voor minder vervuiling en minder overlast van geparkeerde fietsen.

Gedragsbeïnvloeding: de sleutel tot succes Via de juiste instrumentenmix werken aan gedragsverandering, dat vormt de sleutel tot succes. Gedrag bewust en onbewust beïnvloeden, worden effectief door in te spelen op de situatie ter plekke, de ‘couleur locale’ van zowel omgeving als gebruikers. In Tilburg pakt de gemeente dit aan door in en rond flats in te zetten op verhoging van de beleving van publieke ruimten met technieken uit de gedragspsychologie. In samenwerking met woningcorporatie WonenBreburg zet de gemeente in op een mix aan acties, zoals verbeteren van de buitenruimte, opfleuren van donkere traphallen en containerruimten en communicatie. ‘Beeldbestekken hebben we opzij gezet’, legt Helmy van Ingen (wijkregisseur in Tilburg) uit. ‘We tonen dat wij zorg hebben voor onze omgeving en vragen burgers hetzelfde. Wij luisteren naar behoeften en leggen de basis, bewoners zorgen voor de plus die bestaat uit beter gedrag. Het kost energie, maar levert resultaat op; nauwelijks nog zwerfafval, minder dump en meer afvalscheiding. Iedereen plukt hier de vruchten van.’ Wanneer de voorwaarden aanwezig zijn, neemt positief gedrag toe en slecht gedrag af. Trekt vuil ook daadwerkelijk vuil aan? Omgevingsfactoren zoals inrichting, sfeer en onderhoudskwaliteit zijn bepa-

Van pilots naar strategie en prioriteiten Succesvolle projecten verspreid over het land vragen komende jaren een duidelijke koers en strategie. De fase van pilots uitvoeren is voorbij. Het daadwerkelijk realiseren van een schone buitenruimte vraagt een solide aanpak met strategie waarin voorzieningen, communicatie, participatie, inrichting en ook handhaving een plek krijgen in relatie tot de gedragsverandering. De komende jaren hebben gemeenten met de zwerfafvalvergoeding ruimte om extra inzet te plegen en stappen te zetten. Andere gebiedsbeheerders ontbreekt het aan deze middelen maar kennen dezelfde uitdaging, namelijk het inbedden van succesvolle projecten en innovatieve oplossingen in de dagelijkse praktijk. Gemeenten vervullen als verbinder tussen openbare ruimte en burgers een sleutelrol, waarbij andere gebiedsbeheerders aanhaken. Een schoner Nederland begint bij jezelf, en bij een solide aanpak! 

@

WEBSITES www.afvalcirculair.nl www.anteagroup.nl www.kenniswijzerzwerfafval.nl

09/2018  Stadswerk magazine 9


­Belevingsgestuurd beheer voor ­tevreden bewoners Als het gaat om beheer van de buitenruimte lijkt ‘beleving’ het nieuwe modewoord. Veel gemeenten zijn het er over eens: belevingsgestuurd beheer wordt de toekomst. Maar wat is belevingsgestuurd beheer nu precies? Wat kan je ermee? En moet je er iets mee?

B

eheer van de buitenruimte was vroeger vooral een zaak van een goede kalender. Op vaste dagen en gezette tijden werd het gras gemaaid en het onkruid en zwerfafval verwijderd. Aan deze periode kwam echter een einde; onkruid en gras, maar zeker de hoeveelheid zwerfafval groeit niet overal even snel. Op sommige plekken is het dagen wachten op een achteloos weggegooid frisdrankblikje, op andere plekken slechts een paar minuten. Dit locatieverschil pleitte voor een systeem dat niet uitgaat van uniformiteit in de frequentie van reiniging, maar deze afhankelijk stelt van het gewenste eindresultaat. De kalender werd dus ingeruild voor een set foto’s die de (on) gewenste situatie weergeeft. Aan de hand van deze beeldmeetlatten kan de beheerder met een goed oog en rolmaat de hoeveelheid zwerfafval en de hoogte van het onkruid en gras bepalen en daarmee het beheer sturen. De laatste jaren blijkt echter dat de evolutie in beheer nog niet ten einde is. De focus van het beheer richt zich niet alleen meer op de staat waarin de buitenruimte zich bevindt. De beleving van die ruimte door de gebruiker wordt het uitgangspunt. Niet de hoeveelheid zwerfafval of de lengte van het onkruid, maar hoe tevreden de gebruiker is met betrekking tot de hoeveelheid zwerfafval en het onkruid dicteert het type en de

10  Stadswerk magazine 09/2018

frequentie van het beheer. Hiermee krijgt de psychologische test een plek naast de beelmeetlatten en de rolmaat in de gereedschapskist van de beheerder. Maar hoe serieus is deze ontwikkeling in het beheer?

Noodzakelijk middel De omarming van beleving als uitgangspunt bij beheer zit in een stroomversnelling. Bijna iedere gemeente lijkt wel iets te willen doen met het thema beleving. Het signaal dat het hier om een blijvende ontwikkeling gaat, komt ook van de grote landelijke organisaties. Zo organiseren branchevereniging NVRD, Rijkswaterstaat en NederlandSchoon gezamenlijk een 'Toepassingstraject beleving' om gemeenten te begeleiden in de stappen naar belevingsgestuurd beheer. En het CROW werkt aan de meetmethode die straks de standaard gaat vormen voor het meten van beleving door gemeenten. De ontwikkeling wordt niet alleen voortgedreven door de markt, maar sluit ook aan bij een maatschappelijke trend. We zien dat reviews en het streven naar gebruikerstevredenheid steeds belangrijker worden, of het nu gaat om pizza’s, sapcentrifuges of vakantieverblijven. Veel gemeenten omarmen de visie dat het niet gaat om stuks afval of millimeters onkruid maar


TEKST KEES KEIZER EN PETER VAN WELSEM BEELD Keizer en Van Welsem

om tevreden burgers. Voor hen is het laten ‘reviewen’ van de buitenruimte en het beheer daarvan door gebruikers een logische ontwikkeling. Zij zien belevingsgestuurd beheer als noodzakelijk middel voor het bereiken van hun doel van tevreden bewoners. Maar wat is belevingsgestuurd beheer nu precies?

Uitgangspunten Het steunt op een paar punten. Allereerst de bevinding dat de feitelijke staat van een gebied, zoals vastgesteld aan de hand van de beeldmeetlatten, niet altijd correspondeert met hoe tevreden bewoners zijn over het betreffende gebied. Zo vinden we in onderzoeken dat mensen erg ontevreden zijn over de aanwezigheid van hondenpoep, terwijl de uitgevoerde schouwen laten zien dat er bijna geen hondenpoep ligt (zie ook figuur 1). De relatie tussen de tevredenheid en de staat van het beheer is ook niet altijd gelijk. Een straat die we met betrekking tot zwerfafval op verharding een B geven volgens de CROW-methode, kan resulteren in tevreden bewoners in buurt 1 en juist ontevreden mensen in buurt 2. Het tweede uitgangspunt bij belevingsgestuurd beheer is dat bij de verdeling van geld en aandacht het maxi-

maliseren van gebruikerstevredenheid het doel kan zijn van de beheertaak. Stel: het nog frequenter weghalen van onkruid uit beplanting blijkt weinig te doen in termen van tevredenheid. In deze situatie kan de extra aandacht en tijd dan beter worden besteed op een terrein waar intensiever beheer wel lijkt te resulteren in meer tevreden bewoners. Bijvoorbeeld door het zwerfafval frequenter te verwijderen uit de beplanting. De impact van omgeving en beheer op de beleving bepalen dus niet alleen de frequentie maar ook het type beheer in een bepaald gebied. Het derde punt waarop belevingsgestuurd beheer steunt, is dat de beleving van mensen met betrekking tot het beheer niet alleen wordt beïnvloed door de feitelijke reiniging en onderhoud. Het klachtenmanagement van de gemeente, en de wijze waarop een gemeente communiceert over de beheertaak, hebben bijvoorbeeld ook invloed. Dit houdt in dat het verbeteren van de tevredenheid van bewoners met de aanpak van de hondenpoep niet altijd loopt via een intensivering van de reiniging. Het kan ook lopen via een verbetering van de wijze waarop de aanwezigheid van hondenpoep gemeld kan worden of door de communicatie over de aanpak van hondenpoep te verbeteren.

Belevingsmeting.

09/2018  Stadswerk magazine 11


De standaard meetmehode beleving

Figuur 1. Onderzoek van Keizer en Van Welsem naar beheer van verharding en groen & beplanting. In het onderzoek wordt hun belevingsmeting van 1 (heel ontevreden) tot 5 (heel tevreden) gekoppeld aan de technische kwaliteit van de betreffende buurt (die loopt van D tot het best haalbare A+). De figuur laat zien dat de tevredenheid van bewoners sterk kan afwijken van de technische kwaliteit.

Het belevingsgestuurde beheer vraagt net als dat het geval was bij het beeldgerichte beheer om een duidelijke en uniforme meetmethodiek. De gebruikte beeldmeetlatten maken het mogelijk om afspraken te maken met aannemers. Het stelt ons ook in staat buurten qua beheer met elkaar te vergelijken, veranderingen door de tijd in kaart te brengen en de effectiviteit van nieuw beleid te evalueren. Zolang iedere betrokkene zijn eigen meetmethode hanteert voor het bepalen van de beleving zijn dergelijke stappen niet of moeilijk mogelijk. Van elkaar leren, of überhaupt communicatie wordt heel lastig als gemeente A bij beleving meer denkt aan een algemeen gevoel dat zich uit laat drukken in een kleur die loopt van bruin tot wit, terwijl gemeente B het bij beleving heeft over irritatie gemeten op een 10-puntsschaal. De roep van de markt om een uniforme standaard meetmethode is dan ook goed te begrijpen. Een dergelijke meetmethode dient niet alleen een uitspraak te doen over hoe beleving gemeten wordt, maar ook hoe deze meetmethode linkt met de bestaande beeldmethodiek die gemeenten gebruiken. Het is ook een urgente vraag aangezien het ontwerpen van beleid dat de beleving

wil verbeteren alleen goed mogelijk is als je weet hoe deze beleving (straks) gemeten gaat worden.

Sturen op beleving Het verbeteren van beheer in termen van beeldkwaliteit is vooral een technisch en logistiek verhaal. Beheren met als doel het verbeteren van de beleving is bovenal een psychologisch verhaal. Het leunt op wetenschappelijk onderzoek uit bijvoorbeeld de omgevingspsychologie dat inzichtelijk maakt welke aspecten van de omgeving de tevredenheid beïnvloeden en op welke wijze. Als we het hebben over zwerfafval dan kijken we bij de traditionele beeldbestekken naar de hoeveelheid en de grootte van het afval. Bij beleving is zwerfafval bijvoorbeeld meer een indicatie van het gedrag van je buurtgenoten en de gemeente. Het is voor een bewoner een teken dat deze partijen niet betrokken zijn bij de buurt en niets geven om de (mede)bewoners. Deze perceptie maakt dat de persoon niet tevreden is. Wat betreft dit voorbeeld kan belevingsgestuurd beheer zich richten op het vergroten van de ervaren betrokkenheid en zorg van anderen.1 Bijvoorbeeld een aanpak waarin buurtbewoners of lokale ondernemers zichtbaar participeren in het beheer. Of een gemeente die bewoners op de hoogte houdt van de afhandeling van gedane meldingen. Beide zijn middelen die de tevredenheid kunnen verbeteren omdat ze de ervaren betrokkenheid vergroten. Belevingsgestuurd beheer zorgt daarmee dus mogelijk niet alleen voor bewoners die tevredener zijn over het beheer, maar voor tevredener bewoners in het algemeen.  Op 26 november 2018 organiseren Keizer en Van Welsem samen met Rijkswaterstaat een sessie op het landelijke zwerf­ afvalcongres ‘Het Rendement van Schoon’ in de Rijtuigenloods in Amersfoort.

Noot 1

Zie bijvoorbeeld ‘Zwerfafval en beleving’, van Welsem en Keizer, 2016.

WEBSITE www.keizerenvanwelsem.nl

12  Stadswerk magazine 09/2018

@


BEELD Dar

De kijk van Dar op afvalbeheer openbare ruimte

Van ‘schoon’ naar ‘fris’ Dar, actief op het gebied van afvalbeheer en beheer van de openbare ruimte, vindt dat deze twee zaken integraler moeten worden benaderd. Ze hebben het liever over ‘fris’ dan over ‘schoon’. Directeur Bart de Bruin licht toe waarom.

Bart de Bruin: ‘Als een inwoner naar buiten kijkt, dan moet het totale beeld kloppen.’

Wat zijn jullie voornaamste uitdagingen en ambities? Integratie van de werelden van het afval en de openbare ruimte, bezien vanuit het perspectief van onze belangrijkste klanten, te weten de bewoners van onze regio. Als een bewoner naar buiten kijkt, dan moet het totale beeld kloppen. Van de stoeptegel die recht wordt gelegd tot de afvalcontainer die geleegd wordt. Die bewoners denken niet in die twee gescheiden werelden. Binnen de wereld van het afvalbeheer hebben we regionaal de VANG-doelstellingen (Van Afval Naar Grondstof, red.) van 2020 al gehaald en maken we ons op voor de volgende stappen naar verdere minimalisatie van het restafval. Als we echt naar een circulaire economie willen, dan liggen daar nog behoorlijke uitdagingen voor alle partijen in de keten. De producent moet producten gaan maken die recyclebaar zijn, de consument (ook de gemeenten) gaan zorgen voor vraag naar die producten en de afvalsector moet een een hogere kwaliteit grondstof gaan leveren. Alleen in die samenwerking krijgen we de economische cirkel echt circulair.

Samenwerken met bewoners bij 'van gevel tot gevel'.

Wat is het verschil tussen fris en schoon? Het woordje ‘fris’ zegt meer dan alleen dat iets ‘schoon’ is. ‘Fris’ staat voor jong en vernieuwend, voor nieuwe verbindingen met partijen met wie we niet gewend zijn samen te werken. Zo breed als het begrip ‘fris’ is, zo veelzijdig is onze dienstverlening. Samen met de bewoners maken we meer van de ruimte waarin we leven. Op een slimme manier, die goed is voor mens, milieu en economie. Hoe ziet de samenwerking en communicatie met andere partijen eruit? Wij werken heel nauw samen met onze gemeenten, van wethouder tot uitvoerders. Zo houden wij in al onze afdelingen gevoel met wat er speelt. Wat zijn de wensen van de gemeenteraden, wat is voor hen belangrijk? Maar ook: hoe gaat dat in de praktijk; loopt alles zoals we het hebben uitgedacht? 

09/2018  Stadswerk magazine 13


Gescheiden afvalinzameling in de openbare ruimte van Zoetermeer

Minder zwerfafval, meer bewustwording Zwerfafval tast de kwaliteit van de leefomgeving aan. Menig gemeente breekt zich het hoofd over een effectieve aanpak van dit probleem. In Zoetermeer leerde een pilot dat gescheiden inzameling in de openbare ruimte, bij scholen en winkelcentra en op zogeheten ‘snoeproutes’, goed werkt. Het wordt nu verder uitgerold.

S

Karen Zum Vörde Sive Vörding in een jurk gemaakt van afval bij een voorlichtingsbijeenkomst.

noeproutes, het klinkt gezellig, maar de realiteit is anders. Het zijn routes tussen scholen en winkels die vaak worden afgelegd door scholieren, te herkennen aan een spoor van weggegooide verpakkingen. Ze zorgen voor verloedering van de openbare ruimte en irritaties bij andere bewoners. Wat valt ertegen te doen? ‘Zeer intensieve communicatie en bewustwording creëren, dat zijn de twee belangrijkste ingrediënten voor een effectieve aanpak’, zegt Karen Zum Vörde Sive Vörding, coördinator bij het Zoetermeerse project ‘Schoon is gewoon’. ‘Bij scholieren is de meeste winst te halen dus voor deze groep hebben we een heel pakket aan acties om met positieve impulsen beter weggooigedrag te bewerkstelligen. Zo gaan mensen van het team handhaving met leerlingen van de basisschool op pad om zwerfafval op te ruimen. En voor middelbare scholieren hebben we de interactieve quiz Trashbash waar ook een competitie tussen scholen deel van uitmaakt. Ik verschijn ook vaak bij voorlichtingsbijeenkomsten in mijn jurk die helemaal van afval is

14  Stadswerk magazine 09/2018

gemaakt, dat is een goede manier om het gesprek op een ludieke manier op gang te brengen.’ Naast de hierboven genoemde acties is in 2016 een pilot gestart om te kijken of gescheiden afvalinzameling en het strategisch plaatsen van afvalbakken het weggooigedrag positief beïnvloedt. Het winkelcentrum De Leyens, het Alfrink College en de route daar-

SAMENSTELLING VAN PILOT-TEAM AFVALSCHEIDING IN DE OPENBARE RUIMTE Inge Haye en Karen Zum Vörde Sive Vörding (voormalige en huidige projectleider Schoon is gewoon) Arie-Cees de Jong, Jeffrey Broeders en Daphne Barnas (Afdelingsmanager en Senior Beleidsmedewerkers Gemeente Zoetermeer, afdeling Stadsbeheer) André Hoek en Marcel van der Ende (Directeur en Junior Projectleider Hoek Hoveniers) Friedrich Meijer (Delta Products) Mark van den Kieboom (Antea) Winkeliers van winkelcentrum De Leyens Docenten en leerlingen Alfrink College


TEKST MICHIEL G.J. SMIT, Redactie Stadswerk magazine BEELD Gemeente Zoetermeer

tussen werd als gebied voor de pilot aangewezen. ‘In dit gebied speelde de problematiek rond zwerfafval sterk’, legt Jeffrey Broeders uit, senior beleidsmedewerker bij de gemeente. ‘De berm werd daar twee keer per jaar gemaaid. Het was altijd weer schrikken wat er aan zwerfafval tevoorschijn kwam uit het hoge gras: plastic zakjes, blikjes, pakjes, typisch afval dat scholieren weggooien. Kortom een goede locatie om te kijken of dat ook beter kan.’

WETHOUDER JAKOBIEN GROENEVELD OVER DE ZOETERMEERSE AANPAK ‘Winkelcentrum De Leyens is door plaatsing van afvalscheidingsbakken schoner en daardoor nog aantrekkelijker geworden. Dat is iets wat ik alle winkelgebieden in Zoetermeer gun. Voor onze inwoners is afvalscheiding dan nog makkelijker omdat zij ook buitenshuis aan afvalscheiding kunnen doen. Daarmee sorteren we voor op een duurzame en circulaire toekomst.’

Gescheiden inzameling

Aansluiting zoeken

Er is bewust gekozen voor gescheiden afvalinzameling. Enerzijds door een analyse van eerdere pilotstudies in het land en anderzijds door de gedachte dat wanneer je moet kiezen in welke bak je iets gooit, je vanzelf aandacht krijgt voor je weggooigedrag als geheel. Een nulmeting aan het begin van het project en eentje na afloop maakten duidelijk dat er een sterke vermindering van zwerfafval was.

Bij alle projecten worden ook winkeliers geraadpleegd. Zij zijn kenners van hun directe omgeving en zijn bovendien gehouden aan de 25-meterregel: hun eigen straatje schoon houden binnen een straal van 25 meter. De afvalbakken van de gemeente worden in aansluiting daarop geplaatst. Aansluiting kan ook worden gezocht bij de wijkaannemers, die al totaalcontracten voor het beheer per gebied hebben, met allerlei taken en afgesproken resultaten. Op deze contracten kan bij elk nieuw project relatief eenvoudig worden aangehaakt. En financiering hoeft volgens Zum Vörde ook niet het probleem te zijn. ‘Er is vanuit het Rijk, in elk geval nog tot en met 2022, een zwerfafvalvergoeding van 1 euro en 19 cent per inwoner per jaar beschikbaar. Veel gemeenten laten dat liggen. Ik zou zeggen: maak een goed plan zodat je alsnog dat geld WEBSITES kunt inzetten voor een schowww.zoetermeer.nl/schoonisgewoon nere openbare ruimte.’  www.zoetermeer.nl/afval

Vanwege de goede resultaten heeft de wethouder besloten om deze aanpak op alle snoeproutes, schoolomgevingen en winkelcentra toe te passen, alleen met Stadshart en de DorpsAfvalbakken in opvallende kleuren. Inmiddels is de blauwe bak voor papier weggelaten en zijn straat wordt nog er twee bakken voor plastic, blik en drinkpakken. even gewacht om aan te haken op herinrichtingstrajecten. Samen met Antea Group is gekeken naar optimale plaatsing van de afvalbakken, die ook een opvallend uiterlijk hebben, in lijn met landelijke kleuren en pictogrammen voor de verschillende fracties. Broeders: ‘Je moet je echt verplaatsen in de scholier. Er moet een vuilnisbak in de buurt zijn op het moment dat het snoep op is. Ook zorgen we dat er eerst twee gaten voor pdb (plastic, blik en drinkpakken, red.) binnen handbereik liggen en dan pas één gat voor het restafval. Een apart gat voor papier hebben we uiteindelijk weggelaten want dat bleek er weinig te zijn en bovendien vaak te vet en vervuild om te recyclen.’

@

TIJDSPAD 2015

Ontwerp afvalbak

Communicatietraject Nulmeting 2016

Start pilot De Leyens

2017

Einde pilot + evaluatie

Presentatie bij Nederland Schoon

Start voorbereiding invoer in Zoetermeer

(i.s.m. Antea Group)

2018

Afstemming plaatsing afvalbakken met winkelcentra

Aanbesteding leverantie afvalbakken

Afspraken maken met aannemers

Start plaatsing (afronding voorjaar 2019)

09/2018  Stadswerk magazine 15


ADVERTORIAL

Voor een schone stad!

E

en snelle metamorfose van uw kernwinkelgebied, winkelcentrum of marktplein? Jadon zorgt voor een schone en hoogwaardige aanblik van uw straten en pleinen door het intensief reinigen van het straatwerk en het verwijderen van kauwgom. Snel, vakkundig en met weinig overlast. Van marktplein tot complete binnenstad, Jadon levert altijd een optimaal resultaat.

Reinigingstechniek Met de specialistische en gepatenteerde reinigingstechniek van Jadon wordt het straatwerk poriëndiep gereinigd met stoom en zeer heet water onder druk. Door de hoge temperaturen zijn chemicaliën overbodig waardoor de milieubelasting laag is. Bestratingen worden volledig schoon en zien er uit als nieuw! Doordat het proces regelbaar is kunnen vrijwel alle typen verhardingen worden gereinigd, ongeacht het gebruikte type voeg, steensoort of afwerking. Per dag wordt ca. 1.000m2 straatwerk gereinigd hierdoor is de overlast voor winkeliers en bezoekers kort.

Eenmalig of doorlopend schoon? Vaak start een opdracht met een eenmalige reiniging, maar in veel gevallen worden daarna onderhoudsreinigingen uitgevoerd om zo doorlopend een schone uitstraling te behouden. Afhankelijk van de vervuilingsgraad en de wensen van onze opdrachtgever wordt een reinigingsplan opgesteld om een locatie of stadscentrum schoon te houden. Uitgangspunt is dat er met het beschikbare budget zo efficiënt mogelijk gewerkt wordt bij een optimaal resultaat.

Onderhanden werk; Voor de Stadsreiniging van Keulen wordt het openbaar gebied gereinigd rondom het Centraal station en de Dom. Het werk omvat reiniging en kauwgomverwijdering op betontegels en graniet. Keulen is bezig met een grote inhaalslag om het centrum schoon en veilig te krijgen en investeert hier de komende jaren veel geld in. Jadon is aangetrokken om extreme vervuilingen te verwijderen en grote delen van het centrum kauwgomvrij te maken. De perrons van station Den Haag Centraal worden gereinigd en van kauwgom ontdaan. Het gaat hier om 10.000m2 betontegels met een luxe afwerking. Dagelijks maken ca. 250.000 reizigers gebruik van het station. Jadon reinigt twee maal per jaar alle perronvloeren. De gemeente Oosterhout heeft opdracht verstrekt voor de reiniging van het centrum van Oosterhout. De hoofdassen van het kernwinkelgebied worden grondig gereinigd door de reinigingsteams van Jadon. De bestratingen bestaan uit lichtrode hardgebakken klinkers en zijn vervuild door grauwsluier, algen, mossen en kauwgom. Na een intensieve Jadon reiniging zullen de straten er weer uitzien als nieuw.  Uw openbare ruimte ook schoon en aantrekkelijk? Wij adviseren u graag. Meer info: www.jadon.nl


BEELD ROVA

Verpakkingsvrij, het hoeft niet ingewikkeld Een tas vol boodschappen betekent vaak ook een tas vol verpakkingen. Die verpakkingen zijn niet altijd nodig. ROVA, actief rond afvalbeheer en beheer van de openbare ruimte, roept inwoners van Zwolle daarom op om onnodige verpakkingen te vermijden. Een interview met Agnes Bouwman van ROVA. Hoe ontstond het idee voor dit project? ROVA is als afvalinzamelaar continu bezig met het verminderen van afval. Naast scheiden van grondstoffen speelt preventie een steeds grotere rol. Als je bedenkt dat je een tasje of zakje uit de winkel gemiddeld nog geen twintig minuten wordt gebruikt, dan kun je toch veel beter zelf een herbruikbare verpakking meenemen. Daarmee zijn we aan de slag gegaan. Op het platform www.verpakkingsvrij.nu en op Facebook (verpakkingsvrij) laten we zien bij welke Zwolse winkeliers je je eigen herbruikbare verpakkingen (tasjes, zakjes en potjes) kunt meenemen en geven we tips over verpakkingsvrij boodschappen doen. De winkeliers melden zichzelf aan en zijn herkenbaar aan een logo op de deur. Hoe is de gemeente Zwolle hierbij betrokken? De gemeente Zwolle formuleert in haar Grondstoffenplan verschillende maatregelen om het restafval in Zwolle terug te dringen. Bewustwording speelt hierin een belangrijke rol en daar past Verpakkingsvrij natuurlijk goed in. Wethouder William Dogger heeft het startsein voor het project gegeven door bij de eerste winkel de deelnamesticker te plakken. Er is in Zwolle al veel aandacht voor het project en met alle acties en challenges die we nog op stapel hebben staan, zal dat de komende periode zeker zo blijven.

Wethouder William Dogger (L) en Victor van Dijk (R), Algemeen Directeur ROVA, lanceren het initiatief ‘Verpakkingsvrij’

Wanneer is het voor jullie geslaagd? Het gaat ROVA echt om het bewust worden van onnodige verpakkingen. Dat is voor iedereen anders. Waar de één volledig zonder verpakkingen kan leven, is bij de ander het weigeren van een zakje al een grote stap. En dat is prima! Als iedereen één keer per boodschappenrondje een goede keuze maakt dan zijn we al heel blij. Je kunt bijvoorbeeld een boodschappentas meenemen naar de supermarkt of groente en fruit op de markt in herbruikbare zakjes kopen. Iedereen kan wel een manier bedenken om minder verpakkingen in huis te halen. Wij meten het succes door de winkeliers te laten bijhouden hoe het leeft en we monitoren natuurlijk onze eigen kanalen. Hoe gaat het straks verder? Verpakkingsvrij boodschappen doen kan natuurlijk overal. We hebben al interesse van onze andere gemeenten en van winkeliers, dus ik sluit niet uit dat we dit initiatief volgend jaar uitbreiden. 

@

WEBSITES www.rova.nl/verpakkingsvrij

09/2018  Stadswerk magazine 17


ADVERTORIAL

iFocus: oog voor schoon

I

edere dag weer doen professionals hun best om de openbare ruimte goed te onderhouden. Dat is prettig voor de mensen die er gebruik van maken en voorkomt dat een gebied in een negatieve spiraal van verloedering terecht komt. ‘Om je inzet gericht te kunnen plegen, is het belangrijk om te weten hoe de leefomgeving eruit ziet’, zegt Marian Kunst. Zij is senior adviseur van iFocus, het bedrijfsonderdeel van Cyber adviseurs dat beeldkwaliteit op een uitgekiende manier in kaart brengt en koppelt aan advies over een effectieve aanpak. ‘De leefomgeving als geheel, of het nu door een woningcorporatie wordt beheerd of door de gemeente, bepaalt het niveau van de beleefde kwaliteit. Pas als je dat beeld compleet hebt, kun je effectieve maatregelen opstellen om het beheer te verbeteren, inclusief het afstemmen van acties tussen verschillende partijen.’ Schoon is een heel belangrijke factor bij beleving. Een schone openbare ruimte wordt beter gewaardeerd, is een bewezen stelling. Met iFocus wordt, conform de CROW-norm, minimaal 10 procent van het te onderzoeken gebied steekproefsgewijs geanalyseerd door de schouwers van iFocus. ‘Wat valt op?’ is daarbij de basisvraag die objectief en systematisch wordt beantwoord, maar daar blijft het niet bij, zegt Kunst. ‘De objectieve rapportage wordt voorzien van toelichtingen die van pas kunnen komen bij het advies dat we uiteindelijk aan een klant geven. Bijvoorbeeld: als er graffiti op een bankje zit, is dat objectief waarneembaar, maar wat is de invloed ervan op de beleving? Deze belevingsaspecten krijgen een plaats in onze rapportages. Bij een van onze schouwen kwamen we een locatie met daarin een Mariabeeld tegen dat niet goed was onderhouden. Door de negatieve uitstraling op de hele omgeving telde dat extra zwaar. We adviseren dan ook de maatregelen aan te passen aan de mogelijke impact.’

Om de schouwresultaten van iFocus nog beter tot zijn recht te laten komen, worden de uitkomsten gevisualiseerd met het Apptimize platform en gecombineerd met andere databronnen in een kaartbeeld verwerkt met het programma Cartotool. Daar komen de hotspots en afwijkingen doorgaans duidelijk uit naar voren, plus een advies over passende maatregelen - andere inrichting, intensiever beheer of gedragsbeïnvloeding van de gebruikers? Voor het uitwerken daarvan kan de expertise van Cyber adviseurs over de volle breedte worden ingezet. Kunst: ‘Door een scherp beeld van de omgeving en dat te koppelen aan de juiste maatregelen, ervaren bewoners een hogere kwaliteit, vaak met hetzelfde budget.’  Website www.cyber-adviseurs.nl


FOTOGRAFIE: VALERIE EVERETT

SPECIAL

RIOLERING De riolering is, letterlijk en figuurlijk, het ondergeschoven kindje van de openbare ruimte. Het is er voor mensen onprettig toeven maar het is wel van groot belang dat het onderhoud tot in de puntjes verzorgd wordt om water- en stankoverlast te voorkomen. Natuurlijk zijn er in Nederland, met haar gecompliceerde waterhuishouding, veel bedrijven die zich specialiseren in het onderhoud en de aanleg van rioleringen. ROM bv uit Barneveld bijvoorbeeld, die zojuist een nieuwe machine op de markt heeft die het onderhoud moet vergemakkelijken. In het stuk van Antea kunt u lezen wat er allemaal komt kijken bij het tot stand komen van de juiste rekenmodellen die wateroverlast in kaart moeten brengen.

Ook hebben wij een bescheiden verslag opgenomen in deze special van het seminar Riolering van de Toekomst, dat onder belangstelling van aannemers en gemeenteambtenaren in Bergen op Zoom werd georganiseerd op een bijzondere plek: in De Grebbe, de historische riolering van de stad. In de gemeente Schouwen-Duiveland heeft men een team, bestaande uit verschillende partijen, aan het werk gezet om het vervangen van vuilwater, aanleggen van hemelwater en het optimalisering van de inrichting zo goed mogelijk te laten slagen. Kortom: ook vuile handen maken licht werk!

09/2018  Stadswerk magazine 19


SPECIAL

De nieuwe EcoFit rioolreinigingsmachine van ROM maal 475 bar en een watercapaciteit tot maximaal 130 liter per minuut. is de EcoFit geschikt voor het ontstoppen en reinigen van huisaansluitingen en het hoofdrioolstelsel tot een diameter van maximaal 600 millimeter

Speciale editie voor meer reinigingskracht en extra spoelcapaciteit Voor het verwijderen van roest, ijs en vet in leidingen en het optimaal reinigen van grotere (riool)leidingen is de ROM EcoFit verkrijgbaar in een speciale AllTerrain edition. Deze is uitgerust met twee krachtige hogedrukpompen en een heetwaterunit voor maximale keuzevrijheid. De All-Terrain edition biedt dan ook aanzienlijk hogere reinigingsdruk: 475 bar ofwel 30 liter per minuut en voor meer spoelcapaciteit: 160 bar ofwel 90 liter per minuut.

H

et in 1980 opgerichte ROM produceert en levert rioolreinigingsmaterieel aan klanten in binnen- en buitenland. Veel van de klanten van het bedrijf uit Braneveld zijn rijks-, provinciale en gemeentelijke overheden. Die gemeentes kunnen sinds kort ook de ROM EcoFit inbouwmachine inzetten voor het onderhoud van hun rioleringssystemen.

Gebouwd voor zwaar werk De nieuwe ROM EcoFit is gebouwd voor het zwaarste werk en koppelt volgens de producent maximale kracht, veelzijdigheid en comfortabel gebruik. De machine is voorzien van de laatste technologieën op het gebied van rioolreiniging. Een 270˚ draaibare hogedrukhaspel, gebruiksvriendelijke iROM-bediening en het zogenaamde ROM 3 haspelsysteem. Met een reinigingsdruk tot maxi-

20  Stadswerk magazine 09/2018

ROM 3 haspel systeem voor maximale inzetbaarheid De EcoFit heeft standaard twee hydraulisch bedienbare haspels. Uniek in de vormgeving is dat de haspels ook geschikt zijn voor hogedrukslangen met een grotere diameter en grotere lengtes. Leidingen met grotere diameters en langere afstanden kunnen zo effectiever worden gereinigd. De eerste haspel kan naar wens worden uitgerust met 120 meter 5/8” of 3/4” hogedrukslang voor het reinigen van leidingen van met een diameter van 200 tot 600 millimeter. De tweede haspel kan worden voorzien van een 120 ½” hogedrukslang, zodat ook kleinere leidingen met een diameter van 70 tot 200 millimeter effectief kunnen worden gereinigd. Een derde haspel met watervulslang is optioneel, waardoor nog meer mogelijkheden ontstaan waarop de machine kan worden ingezet.


Ruime keuze inhoud watertanks De EcoFit is leverbaar met een 800, 1.000 of 1.350 liter watertank. Voor extra veel watercapaciteit kan de EcoFit worden uitgerust met twee van deze watertanks. Werknemers wordt het gemakkelijk gemaakt door eenvoudig links en rechts van het voertuig te kunnen werken, dankzij de 270° draaibare hogedrukhaspel met een bereik van ruim 1 meter buiten de wagen. Met een druk op de knop draait de haspel naar buiten en rolt de hogedrukslang automatisch af. Een belangrijk voordeel voor de fysieke belasting van personeel is dat de haspel ook inzetbaar is zonder per se uit te hoeven zwenken, op de meest ergonomische werkhoogte.

Compact, met een zuinige en krachtige dieselmotor De EcoFit past in (middel)zware bedrijfsauto’s, zoals de Mercedes Benz Sprinter, Volkswagen Crafter, MAN TGE, Iveco Daily en Renault Master. Zelfs de krachtigste versies van de machine zijn geschikt genoeg voor deze bedrijfswagens. Dankzij het compacte design en lage leeggewicht kan veel water worden meegenomen en is er nog voldoende opbergruimte over. De EcoFit is standaard voorzien van een Kubota turbodieselmotor. Dat betekent meer kracht, compacter en lichter in gewicht, minder uitstoot (beter voor milieu) en minder geluidsoverlast. De motor is efficiënter in verbruik, wat betekent dat er minder getankt hoeft te worden, fijn voor opdrachtgevers én het milieu. Voor gemeentes die nog duurzamer willen werken is er een milieuvriende-

lijke Kubota Stage V common-rail turbodieselmotor beschikbaar. Ook kan er gekozen worden voor aandrijving via de voertuigmotor (Mechanische PTO). Er wordt dan slechts één motor gebruikt en de hogedrukpomp heeft geen hydrauliekolie meer nodig, wat uiteraard ook scheelt in de kosten en beter is voor het milieu.

Voordelen van iROM bediening De EcoFit is voorzien van iROM-bediening, wat verschillende voordelen met zich meebrengt: een helder display en waterdichte toetsbediening (IP65) waarmee men de machine start en stopt en waarmee tevens de reinigingsdruk en de spoelcapaciteit kan worden bediend. De iROM-besturing is standaard voorzien van een urenteller. Ook is de machine voorzien van een automatische service-interval indicator. Zo is direct duidelijk wanneer de machine aan onderhoud toe is.

Duurzaam Door de jarenlange ervaring van ROM is de EcoFit een machine geworden waarop medewerkers kunnen vertrouwen. Er wordt door het Barneveldse bedrijf enkel gewerkt met A-onderdelen en materialen die tegen een stootje kunnen. De ervaring van het bedrijf uit zich in kleine details in het ontwerp, zoals de watertanks die niet direct op de bodem zijn geplaatst, wat schuren en slijtage voorkomt. Naast de zeer uitgebreide basisuitvoering van de ECOFit is er een ruime keuze aan diverse opties en accessoires.  Meer info: www.rombv.com 09/2018  Stadswerk magazine 21


SPECIAL

Kelderbouw

✓ Ondergronds bouwen zonder bouwput ✓ Geen grondwateronttrekking ✓ Geen trillingen ✓ Geen omgevingsoverlast

AFZINKKELDER In Amsterdam-centrum

035 - 588 1888

info@afzinkkelder.nl www.afzinkkelder.nl

DRAINVOEG • straatwerk duurzaam waterpasserend • onderhoudsarm & kostenbesparend • geheel vlakke aanleg • hoge waterdoorlatendheid • geen speciale stenen nodig • hergebruik uitkomend materiaal

DRAINSTOP®

Dé modelsoftware voor het in kaart brengen van overstromingsrisico’s  Volledige Integrale 1D/2D-modellering van Stedelijk & oppervlaktewater Stabiel hydrologisch & hydraulisch rekenhart Nauwkeurige kaarten & Tools voor scenario-analyse Gebruiksvriendelijke User Interface & Realistische 3D-weergave

verborgen kolk • geen onderhoud• rustig straatbeeld • geschikt voor infiltratie in kleibodems •

DRAINBRICK® • put op steenformaat • snelle oplossing wateroverlast bij spoorvorming • RVS BKK en rond voor in asfalt

& Dé tools voor Rioolbeheer & Asset management  Kom naar ons Event op 23 november – Antwerpen http://www.inneautech.com/events.html

Vraag nu een demo of pilootproject aan! 076 - 78 502 72 www.drai nvast.nl - i nfo@drai nvast.nl

22  Stadswerk magazine 09/2018

katrin.boden@inneautech.com


Seminar over de toekomst van de riolering B

egin deze maand vond een opmerkelijk seminar voor aannemers en gemeenten plaats in Bergen op Zoom. DYKA organiseerde er het seminar ‘Riolering van de toekomst’ in De Grebbe, de oude historische riolering van de stad. De gasten kregen een rondleiding in De Grebbe en tevens enkele interessante sprekers voorgeschoteld.

Reduceren bouwtijd en faalkosten Aannemers en gemeente ambtenaren ‘De dertig aanwezigen zijn vooral aannemers en een zestal gemeenten uit het Zuiden van Nederland’, weet Miquel Calis van DYKA, producent van kunststof rioolbuizen te vertellen. ‘We willen hen vandaag stimuleren om mee te denken over hoe we in de toekomst onze rioleringen zullen aanpakken en hebben hiervoor dan ook spelers uit elke zijde van het spectrum uitgenodigd.’ Gerrit de Leeuw, onder andere hoofdredacteur van het Vakblad Riolering, opende als eerste spreker. Hij gaf zijn visie op de toekomst van riolering en verwacht een shift van centrale naar decentrale verwerking van afvalwater. Daarbij zal de nadruk komen te liggen op kringlopen en verregaande optimalisatie van rioolbeheer, dit onder invloed van digitalisering. Inderdaad, slimme rioleringen dus.

De tweede spreker, ingenieur Jos Lichtenberg, is onder andere emeritus hoogleraar aan de TU Eindhoven. Hij vertelde het aanwezige publiek over innovatie in de bouw en de uitdagingen die men tegenkomt bij het introduceren van innovaties. Zijn concept ‘Slimbouwen’ stoelt onder meer op het reduceren van de bouwtijd en faalkosten. Hij verwacht dat diensten en modulair bouwen een veel groter deel zullen uitmaken van de realisatie van rioleringen. Verder ziet hij een grote noodzaak voor meer samenwerking tussen betrokken partijen.

Modulair rioleringsconcept Marnix Kouwenhoven gaf als laatste spreker toelichting bij Prefit, een modulair rioleringsconcept van DYKA. Daarbij levert de producent buislengten op maat met voorgeïnstalleerde inlaten. Dit om faalkosten en de bouwtijd te minimaliseren. Zo vertelde hij tijdens zijn presentatie: ‘Met Prefit verminder je ook het aantal benodigde mensen op de bouwplaats. Het is het concept voor de toekomst. Je levert ook nog eens een dienst door de hele planning van het traject van de klant over te nemen. Dat is naar mijn mening riolering van de toekomst: snel, slim en efficiënt.’  Meer info: www.dyka.nl 09/2018  Stadswerk magazine 23


SPECIAL

Poortvernieuwing in Zierikzee: een optimale samenwerking H

et project Poortvernieuwing 2 in Zierikzee betreft de herinrichting en rioolvernieuwing van de Volkerakstraat, Wielingerstraat en Vlakestraat. De opdracht van gemeente SchouwenDuiveland aan de firma Lindeloof uit Hellevoetsluis kwam in de vorm van een bouwteam dat het project moest voorbereiden en uitvoeren, waarbij Gebiedsmanagers werd betrokken als civieltechnisch adviseur

Klimaatbestendige oplossing Uiteindelijk heeft de samenwerking geresulteerd in een innovatieve en klimaatbestendige oplossing. De wijze van samenwerking is geoptimaliseerd door toepassing van het BIM-instrumentarium (Bouw Informatie Model). Met daarbij minimalisering van overlast voor de omgeving, binnen het gestelde projectbudget. Het is het team gelukt een oplossing te vinden die aan de projectdoelstellingen voldoet, namelijk: het vervan-

24  Stadswerk magazine 09/2018

gen van vuilwater, aanleggen van hemelwater en het optimalisering van de inrichting. Met de uiteindelijke conclusie dat de beoogde oplossing klimaatadaptiever is dan alternatieven en binnen het gestelde budget blijft.

Berekend op piekbui De primaire oplossing is gevonden door met een ­aandachtige blik te kijken naar de mogelijkheden voor een oppervlakkige afvoer. In eerste instantie werd uitgegaan van de aanleg van een nieuw HWA- (hemelwaterafvoer) en DWA- (droogweerafvoer) riool. Het vuilwater bleek nog goed en met enkele (deel-)reparaties en enkel een volledige lining zou het riool weer minimaal twintig jaar mee moeten kunnen. Ook bleek dat het HWA-riool deels niet aangelegd hoefde te worden door zoveel mogelijk af te koppelen zogeheten Permeoblokken toe te passen. Hierdoor was aanzienlijk minder graafwerk nodig waardoor ook een kostenreductie is gerealiseerd. Dit alles heeft weer geresulteerd in een verhoging van de uitvoeringssnelheid en minimalisering van overlast voor de omwonenden. Het geplaatste systeem is berekend op een piekbui (‘bui 8’), hiervan wordt door de Permeoblokken een deel geïnfiltreerd. Het gedeelte dat niet infiltreert, wordt afgevoerd via de holle ruimte (buis) in het Permeoblok. Bij meer neerslag wordt het water gebufferd op straat. Er is in het wegontwerp rekening gehouden met een beloopbare loopstrook langs de parkeerstrook. Bij ‘bui 9’


gehanteerd dat direct ingelezen kan worden in het gemeentelijk beheersysteem. Hiermee is een enorme versnelling gecreëerd tussen afronding van het project en actieve start van het assetmanagement.

Betrokkenen aan het woord

duurt het 25 minuten voordat de straat weer droog is. Bij nog extremere buien wordt het overtollige water afgevangen door aanwezige hemelwaterputten, die zijn uitgerust met open rooster (slokop). Bij deze extremere buien wordt de rest van het wegoppervlak als buffer gebruikt. Doordat er een hol wegprofiel is toegepast, wordt overlast op de particuliere kavels bij de bewoners voorkomen. Omdat het cunet is omsloten door de Zeeuwse klei wordt deze gedraineerd. Hiermee verzadigt het cunet niet, is er geen risico van opvriezing en verliest de verharding geen draagkracht. Met het infiltrerend vermogen bij elke optredende bui is er ook een buffer in droge perioden en kan het zo ook beschouwd worden als een positieve bijdrage ter voorkoming van te lage grondwaterstanden.

Samenwerking Bij dit project is samengewerkt tussen de gemeente Schouwen-Duivenland, Lindeloof en Gebiedsmanagers. Ook is in deze samenwerking waar mogelijk gebruik gemaakt van een digitaal projectdossier. Op basis van een projectspecifiek GIS-Portaal zijn de projecteisen vastgelegd. Via Relatics zijn de eisen geverifieerd en gevalideerd. Het gebruikersgemak is dermate flexibel ingericht dat via het GIS-Portaal, gekoppeld met Relatics, direct in het veld het opleverdossier is aangemaakt. Uiteindelijk is het projectdossier digitaal overhandigd, waarbij voor de rioolrevisie een uitwisselingsformaat is

Projectleider Maarten Bakkum van Lindeloof geeft aan dat deze manier van werken met de gemeente erg goed is bevallen: ‘De manier van samenwerking met de gemeente heeft veel waarde gehad, door samen naar bezuinigingen te zoeken is de uitvoerbaarheid van het project vergroot. In het recente tevredenheidsonderzoek heeft het project een 9 gescoord. Dit laat voor mij zien dat de opdrachtgever ook erg tevreden is.’ Peter Caesar van Gebiedsmanagers die als adviseur heeft opgetreden geeft ook aan met een goed gevoel terug te kijken op het project: ‘Het project Poortvernieuwing 2 levert het bewijs dat klimaatadaptatie niet altijd geld hoeft te kosten, maar ook zeker geld kan besparen. Door slim integraal te kijken naar riool, wegen en groen.’ Geconcludeerd kan worden dat deze vorm van samenwerking ruimte creëert voor innovatie, wat de herinrichting klimaatbestendiger maakt, hinder voor de omgeving minimaliseert en kosteneffectief is. Daarmee dank voor de gemeente Schouwen-Duiveland, die de opdrachtnemer bij de start van het project op basis van algemene kwaliteitskaders en een taakstellend budget het vertrouwen heeft gegeven haar oplossingen in te brengen en het ontwerp verder uit te werken. Ten opzichte van de traditionele voorbereiding is er een enorme versnelling gecreëerd en hebben uitvoerders de gemeentelijke organisatie optimaal weten te ontzorgen.  Meer info: www.gebiedsmanagers.nl 09/2018  Stadswerk magazine 25


SPECIAL

Met open software de wateroverlast te lijf gebieden. De simulaties brengen de problematiek in één integraal model in beeld én laten zien wat het effect van mogelijke maatregelen is. Dit helpt gemeenten, waterschappen en projectontwikkelaars op alle schaalniveaus om doelmatig en kostenefficiënt te investeren in hun afwateringssystemen.

Klimaatregisseurs

D

e impact van klimaatverandering wordt steeds duidelijker. De gevolgen voor Nederland zijn een toenemende kans op wateroverlast, hittestress en droogte. Vooral de wateroverlast is voor iedereen zichtbaar. Meer en heviger regenval zorgt voor vaker water op straat of zelfs schade aan woningen en bedrijven. In de rekenmodellen en simulaties is nu een flinke stap voorwaarts gezet met innovatieve open source software.

Naast wateroverlast worden we in Nederland geconfronteerd met temperatuurstijgingen in stedelijk gebied, hittestress en droogte. Dit maakt de uitdaging om op alle fronten, zowel in de openbare ruimte als op particulier terrein, in te spelen op deze klimaatverandering evident. We willen ervoor zorgen dat de openbare ruimte een aangename plaats blijft om te wonen, werken en recreëren. De inzichten vanuit de wateroverlastsimulaties zijn hierbij één van de bouwstenen voor een werkbaar en realiseerbaar script richting de klimaatbestendige toekomst. De beheerders van de openbare ruimte hebben vanuit de open software de middelen in handen om de regie te nemen. Maatregelen zijn op voorhand aantoonbaar effectief, wat helpt in het voeren van de risicodialogen. Projecten komen daadwerkelijk op de uitvoeringsagenda.

Samen verantwoordelijk Risico’s voor wateroverlast integraal én in detail in beeld Antea Group ontwikkelt samen met Deltares open source software om de waterstromen bij heftige buien in de vingers te krijgen. Deze vernieuwende software brengt het gehele afwateringssysteem van maaiveld, rioolstelsel en watersystemen bijeen. Open source betekent dat de gebruikers tegelijkertijd ook ontwikkelaar zijn en continu verbeteringen en aanvullingen aan de software doen. Om de werking goed te testen, is de nieuwe software-functionaliteit direct toegepast in een aantal pilotstudies, voor zowel vlakke als hellende

26  Stadswerk magazine 09/2018

Om de ruimte echt klimaatadaptief te maken, moeten we burgers en bedrijven betrekken. Zij hebben ook een groot deel van het areaal in handen. Door op voorhand het effect van hun bijdrage aan de klimaatproblematiek te schetsen, draagt de open software bij aan de bewustwording van de gezamenlijke verantwoordelijkheid.  Meer info: https://www.anteagroup.nl/nl/ themas/klimaatadaptatie & https://www.anteagroup.nl/nl/themas/werkenaan-waterbestendige-steden-wijken-en-dorpen


COLUMN TEKST GERT-JAN HOSPERS, Universiteit Twente & Radboud Universiteit

Het genot van groen Meer groen in de stad draagt bij aan klimaatadaptatie. Dat horen we de laatste tijd steeds vaker. Bomen op pleinen, miniparken, tiny forests, daktuinen… stadsnatuur zorgt ervoor dat de kans op ‘hittestress’ op straat en in woonwijken vermindert. Meestal wordt vergeten dat groen in de stedelijke ruimte nog veel meer voordelen heeft. Zo levert een klein beetje natuur voor gebruikers al gezondheidswinst op. Niet voor niets duiden onderzoekers de natuurlijke omgeving aan als een ‘therapeutisch landschap’. De nabijheid van groen zou een gezonde geest in een gezond lichaam stimuleren. Wandelen in een bos, even op een bankje zitten in het park of wat scharrelen in je balkontuin heeft al therapeutische werking. In een Amerikaanse studie bleek zelfs dat patiënten die vanuit hun ziekenhuisbed uitkeken op groen sneller herstelden dan patiënten die uitzicht hadden op een blinde muur. Ook het kijken naar een natuurposter in onze woonkamer schijnt al rustgevend te werken. Kortom: het is altijd een goed idee om het groen op te zoeken.

Een klein beetje natuur levert voor gebruikers al gezondheidswinst op Dat de natuurlijke omgeving helende werking heeft, ligt allereerst aan de stofjes die er voorkomen. Om zich te beschermen tegen insecten scheiden planten en bomen natuurlijke oliën uit die zogenoemde ‘fytonciden’ bevatten. Op de mens hebben deze plantaardige chemicaliën een kalmerend en opwekkend effect. In de natuur ademen we die fytonciden vanzelf in. Ook komen we buiten in contact met bodembacteriën die in de menselijke evolutie een belangrijke rol hebben gespeeld.

De bacteriën zetten in ons lichaam een proces in werking waarbij serotonine vrijkomt. Het stofje wordt wel het ‘gelukshormoon’ genoemd, omdat mensen er ontspannen, voldaan en blij van worden - vergelijkbaar met het gevoel dat hardlopers ervaren als ze zich flink hebben ingespannen. Daarnaast heeft groen een gunstige invloed op ons reukvermogen. De frisse geur van de natuur na een regenbui of het aroma van vers gemaaid gras kent iedereen. Verder spelen geluiden een rol. Fluitende vogels of zingende krekels geven ons een goed gevoel. En zoals Adriaan Roland Holst zo mooi schreef: ‘De stilte van de natuur heeft veel geluiden.’ Onze liefde voor de natuur heeft tevens te maken met wat we waarnemen. Het oog wil ook wat. Dat komt niet eens zozeer door het rustgevende effect van de ‘natuurkleuren’ groen, bruin en beige. Belangrijker zijn de fractale patronen in de wereld om ons heen. Neem een blad van een boom: als je het bestudeert, zie je in het blad een patroon dat zich voortdurend herhaalt, net zoals je in een broccoli een kleinere broccoli ontdekt als je er een stukje van afbreekt. De natuurlijke omgeving zit vol met dergelijke fractale patronen waarin we ‘het grote in het kleine’ kunnen zien. Die consequente vormen trekken de aandacht zonder dat we ons ervoor hoeven in te spannen. Telkens als we aan deze vormentaal worden blootgesteld, komen we tot rust en kunnen we ons op andere zaken concentreren. En omdat ‘fractals’ overal in de natuur voorkomen, maakt het type omgeving niet eens zoveel uit. Of je nu in een pocket park, minibos of andere groene stadsoase bent - overal gebeurt er in ons brein hetzelfde. Groen in de stad is niet alleen nuttig, het geeft ook een hoop genot. 

09/2018  Stadswerk magazine  27


FOTO: HARRY POST

Impressie van Stadswerk-studiereis

Nantes pakt klimaatadaptatie aan via groen én gezondheid Wat heeft Nantes, wat wij (nog) niet hebben? Ons klimaat in 2050! In Nantes gaan klimaatadaptatie en duurzame vormen van mobiliteit hand in hand.  Reden genoeg voor veertig vertegenwoordigers van gemeenten, ingenieursbureaus, waterschappen en de koepels, met diverse achtergronden, om af te reizen naar deze hoofdstad van de ‘Nantes Métropole’. 28  Stadswerk magazine 09/2019


TEKST SASKIA HOLTHUIJSEN 

D

e metropoolregio omvat 24 gemeenten, met circa 630.000 inwoners. Ze is in de afgelopen twintig jaar gegroeid met 100.000 inwoners en verwacht dezelfde groei richting 2030. Meer dan de helft van het grondgebied bestaat uit natuurlijke of agrarische gebieden en 30 procent van het gebied is verstedelijkt.

Organisatie en participatie Nantes ligt in het centrum van de metropoolregio, heeft circa 300.000 inwoners en is vergelijkbaar met Nederlandse (haven)steden. De stad ligt langs de rivier de Loire, met getijdewerking, en bevindt zich in vlak gebied (boven NAP). Grootschalige herstructurering is aan de orde van de dag doordat havenfuncties en overlastgevende bedrijvigheid de stad zijn uitgetrokken. Opgaven zijn de bereikbaarheid en mobiliteit in relatie tot het terugdringen van het autogebruik en de energietransitie. Nantes heeft een actief regioen gemeentebestuur dat, naar gelang de mogelijkheden, stuurt, activeert en randvoorwaarden schept. Nantes Métropole is een publieke instantie en prioriteert maatregelen; burgemeesters bepalen samen de uiteindelijke prioritering. Nantes vindt bewonerparticipatie van groot belang. Zij organiseerde twee grote burgerdebatten over de Loire en de Energietransitie. Beleid, bestuur en uitvoering volgen daarin één duidelijke lijn. Opmerkelijk is dat liefst 53.000 mensen actief deelnamen.

Natuur en cultuur

Water Het Île de Nantes is omringd door de Loire en ligt centraal in Nantes. Dit is een voorbeeld van de grootschalige herstructurering door het vertrek van overlastgevende bedrijven. De locatie is gekozen voor de bouw van een nieuw ziekenhuis, mede vanwege de centrale ligging en de goede bereikbaarheid. Dit is een grote ruimtelijke ontwikkeling met cultuur, natuur en participatie. De overstromingskans is berekend op een kans van eenmaal per duizend jaar. De vrijgevallen locaties van de bestaande ziekenhuizen zullen ook weer grote veranderingen ondergaan. Opvallend is dat Nantes in projectaanpakken klimaatmitigatie en klimaatadaptatie steeds in één adem noemt. In Nederland lijken we dit zelfs in naamgeving ‘los te hebben geknipt’ van energietransitie en ruimtelijke adaptatie. Nantes leeft met water en houdt rekening met bijbehorende risico’s. Het ligt in de riviermonding van de Loire in een vrije verbinding met de Atlantische Oceaan. Het Île de Nantes ligt middenin de stad, omgeven door de Loire. Een zijtak, de l’Erdre, FOTO: PETER BRUINS

Het bezoek is aangevlogen vanuit drie perspectieven: stedelijk groen, water en bebouwing. Daarbij heeft Nantes zichtbare kunst en cultuur hoog in het vaandel en is Jules Verne, geboren in Nantes, met zijn avontuurlijke reisbeschrijvingen met nieuwe technieken een belangrijke inspiratiebron. Bij alle plannen zijn natuur, cultuur en participatie ingebouwd. Natuur en groen meenemen in planvorming zit in Nantes inmiddels in de genen. Het draagt bij aan de bevordering van gezondheid en leefbaarheid, verkoeling van de omgeving, vermindering van parkeerplaatsen en de implementatie van cultuur. Concrete voorbeelden zijn het toepassen van groenstroken tussen tramrails en het transformeren van ruimten tussen bebouwing tot parkjes met water, zogenaamde ‘stadsoases’. Drie voorbeelden zijn de Loire, de Quai de Plantes en de Jardin des Plantes. Een wandeling langs de aflopende oevers van de Loire geeft een duidelijke beleving van

natuur in de stad. Het verbindt inwoners met de Loire. De oevers leiden tot toename van de biodiversiteit en ruimte voor waterberging. De integratie in de kade van het gedenkteken van de slavenhandel op de plek waar de schepen vertrokken, is indrukwekkend. De geschiedenis herleeft door de kwekerij van bijzondere bomen op de Quai des Plantes, voorheen een parkeerplaats. Vroeger kwamen er bijzondere bomen mee terug uit Afrika. In de Jardin de Plantes genieten inwoners van bijzondere begroeiing, verkoeling en speelplaatsen. Nantes vergroot de toegankelijkheid van het park, mede door het betrekken van de tuin bij de herontwikkeling van de naastgelegen stationsomgeving; grijs verandert in groen. Afstromend regenwater van gebouwen komt terecht in het park.

De geschiedenis herleeft door de kwekerij van bijzondere bomen op de Quai des Plantes.

09/2019  Stadswerk magazine 29


komt erop uit. De Loire is tevens een drinkwaterbron die beschermd moet blijven. Nantes benadert risico’s vanuit de zee, de rivier en hevige regenval. Modellering, risicobenaderingen en maatregelen zijn nodig om risico’s te verminderen. Een bui van 60 millimeter in een uur moet zonder problemen worden verwerkt. In de modellering van de Loire geldt een herhalingskans op wateroverlast van eens in de honderd jaar, in de Franse wetgeving is dit recent aangepast naar eens in de duizend jaar. Dit wordt aangehouden voor grote herstructureringsplannen, zoals het ziekenhuis. Nantes heeft een overzicht met risicovolle gebieden opgesteld. Bouwen in deze gebieden is verboden, of op eigen risico. Nantes legt voor nieuwbouw een begrensde afvoer op, berging op eigen perceel is noodzaak. Bij hoog water in stedelijke uitbreiding langs de Loire moet altijd een vluchtweg mogelijk zijn. Dat leidt tot een gedetailleerd wegenen bruggenplan in verbinding met de gebouwen op diverse hoogten. Voor de Loire als drinkwaterbron heeft de modellering tot meerdere innamemogelijkheden en een innamebeleid geleid.

Zorg en gezondheid

FOTO: THOMAS KLOMP

De deelnemers aan de studiereis bij een presentatie.

Nantes legt een relatie tussen klimaatadaptatie, zorg en gezondheid, hoewel van een geïntegreerd beleid geen sprake lijkt. Hitte als afzonderlijk probleem beschouwen lijkt onnodig. Nantes heeft namelijk een geïntegreerd en stevig publiek gezondheidsbeleid. Dit bouwt op vanaf de toegang tot educatie via preventie tot uiteindelijk genezen. Dit heeft een directe relatie

met stedelijke ontwikkeling en gaat veel verder dan bijvoorbeeld het Amsterdamse beleid, met als focus gedragsbeïnvloeding. Voorbeelden zijn het stimuleren van lokale landbouwproducten en gezonde voeding en de integratie ervan in ruimtelijke planvorming, evenals het realiseren van toegankelijke kunst en cultuur, belangrijk voor het welbevinden. Verder stimuleert Nantes fietsen en lopen, met eenvoudig beschikbare huurfietsen op strategische punten, geschilderde fietsstroken en de aanleg van fiets- en wandelpaden. Nantes wenst een toename van 3 procent fietsgebruik naar 12 procent van de verkeersmodaliteiten.

Franse verleiding én hiërarchie De directeur ‘Parken, groene ruimte en milieu’ vertelt tijdens de rondleiding door het Jardin des Plantes: ‘Wij zijn geluksmakers. Spreken we over “people, planet, profit”, dan voegen we in Nantes “plezier” toe!’ Nantes verleidt haar inwoners. Ze acteert vanuit een helder en stevig gekozen beleid en weet door burgerdebatten inwoners en bedrijven te verleiden tot participatie en creëert zo draagvlak. Tijdelijke maatregelen laten zien waar de stad heen wil gaan. Voorbeelden zijn het verleiden van de forens met een nieuwe buslijn, Chronobus, die frequent een eenvoudig traject aflegt. Naarmate het succes van de lijn toeneemt, verhoogt Nantes de frequentie. Voor de automobilist bekijkt Nantes nu het effect van een carpoolclub met vaste opstapplaatsen en een lidmaatschap. En de stadsbezoeker? Die krijgt op een wegwijzer de wandeltijd te zien: ‘Zo dichtbij? Dan lopen we!’ De ‘Quai des Plantes’ langs de Loire is een briljant idee. Een boomkwekerij op een parkeerplaats, zo laat Nantes inwoners zien wat zij gaat aanplanten. De vergroening is ingezet als ‘lust’ en ‘plezier’ met grote diversiteit in tegenstelling tot vergroening als opgave. Het groen staat centraal in het planvormingsproces!

Wat Nantes van ons wil leren? De stad heeft nog vele uitdagingen te gaan. Daar willen ze vooral aan werken vanuit het denken over de totale stad en haar hoofddoelen. Nantes geeft aan dat er diverse aspecten zijn die zij vanuit Nederland kunnen overnemen. Zoals de excellente fietsinfrastructuur, sponswerking van de stad en element- of doorlatende verharding. En Nederlanders weten water heel goed te benutten als iets dat kwaliteit toevoegt aan openbare ruimte. 

30  Stadswerk magazine 09/2019


TEKST MICHIEL G.J. SMIT, Redactie Stadswerk magazine

Innovatie zichtbaar maken op InfraTech Innovatie wordt nog belangrijker dan voorheen om de openbare ruimte te beheren - denk aan opgaven als klimaatadaptatie, circulaire economie en de energietransitie. Op InfraTech, van 15-18 januari 2019 in Rotterdam Ahoy, wordt hierop ingehaakt door innovatieve producten te tonen en erover in gesprek te gaan.

F Inspectie van een windmolen met een drone. (foto: www.spie-nl.com)

uture Proof, dat is het overkoepelende thema op InfraTech. Voor toekomstbestendige openbare ruimte is innovatie onontbeerlijk. Om dat aanschouwelijk te maken, worden op het Gemeenteplein van de beurs producten bij elkaar gebracht. ‘Het is goed als gemeenten van elkaar weten wat er zoal voorhanden is en wat de ervaringen zijn’, zegt Joep van Leeuwen, die namens de gemeente Rotterdam betrokken is bij de beurs. ‘Je voorkomt daarmee dat iedereen het wiel opnieuw gaat uitvinden. We willen het ook graag zo breed mogelijk houden, zodat het herkenbaar is voor alle typen gemeenten. Daarbij werken we met vijf thema’s: duurzame leefomgeving,

participatie & ketensamenwerking, vervanging & renovatie, slimme logistiek en digitale infrastructuur.’ Het is de bedoeling dat de producten echte blikvangers worden waar je even voor blijft staan, zoals een drone dan inspecties mee uit te voeren. Maar het gaat om meer om het product alleen, benadrukt Van Leeuwen. ‘Het gesprek zou ook moeten gaan over wat het doet met de organisatie, het proces eromheen en de veranderende rol van de professional. Denk bijvoorbeeld aan het betrekken van bewoners en het afstemmen van het werk op hun wensen.’ Behalve dat gemeenten van elkaar kunnen leren, hoopt Van Leeuwen ook dat het de belangstelling van de professional in wording aantrekt. ‘Om innovatief te werken, heb je fris bloed nodig - ook dat is Future Proof. Mensen die nu worden opgeleid, zouden de gemeente in beeld moeten hebben als aantrekkelijke, dynamische werkgever. Het tonen van innovatieve producten helpt daar zeker bij.’  Wilt u ook een innovatief product aandragen? Stuur dan een mail naar jlm.vanleeuwen@Rotterdam.nl.

09/2019  Stadswerk magazine 31


Diepgravend Bouwen aan innovatie

Bouwende partijen in de Rotterdamse regio, verenigd in de Stichting Rondom GWW, hebben het initiatief genomen voor een convenant om routinematige projecten op een innovatieve manier aan te pakken. Daar is hechte samenwerking en wederzijds vertrouwen voor nodig, met elkaar en met de gemeente. Een voorbeeld om na te volgen? Chris Jansen, hoogleraar Privaatrecht aan de VU, vindt van wel, al zijn er ook kanttekeningen te plaatsen.

‘I

n spannende tijden moet je bewegen’, dat is het motto van het convenant dat het Platform MKB Rijnmond in 2011 sloot met de gemeente Rotterdam. Spannend betekende in die tijd dat de gevolgen van de bankencrisis in 2008 volop merkbaar werden, met een ineenschrompelende bouwproductie, bouwers die het hoofd amper boven water konden houden en een gemeente die moeite had om de begroting rond te krijgen.

32  Stadswerk magazine 09/2018

Spannend is in 2018 nog steeds een veel gebruikt woord, maar dan met een geheel andere lading. De opgaven en ambities om dit land toekomstbestendig te maken, zijn in jaren niet zo groot geweest - denk alleen maar aan de klimaatopgave, de energietransitie en nutswerken die juist de komende jaren vaak aan vervanging toe zijn. En dat terwijl de bouwsector op de toppen van zijn capaciteit draait; er is landelijk zelfs een tekort van 80.000 arbeidskrachten.


TEKST MICHIEL G.J. SMIT, Redactie Stadswerk magazine

HET ‘OPEN CONVENANT’ IN KORT BESTEK Het ‘Open convenant’ tussen de Stichting Rondom GWW en de gemeente Rotterdam beoogt verandering tot stand te brengen in de bouwsector. Met name bij routinematige projecten is een impuls nodig om innovatie te stimuleren. Dat leidt tot minder verspilling en hogere kwaliteit. Wederzijds vertrouwen speelt een sleutelrol bij deze manier van denken en werken. Het convenantteam, bestaande uit vertegenwoordigers van MKB en de gemeente, komt regelmatig bij elkaar en zorgt ervoor dat er concrete projecten worden aangedragen en dat de resultaten worden gemonitord en besproken. Het convenant is in meerdere opzichten open: alle MKB-partners uit de bouw, ook die van buiten de regio, mogen toetreden en de bevindingen van het conve-

was er vanaf het begin bij betrokken. ‘We waren direct enthousiast over het convenant en hebben alleen het woordje “open” eraan toegevoegd. Open in de zin van “iedereen mag aanhaken” en in de zin van volledig toegankelijke informatie voor iedereen over de uitkomsten. We wilden zelfs de geringste schijn vermijden dat dit een gesloten club was die onderling opdrachten verdeelt. De affaire rond de bouwfraude was nog niet zo lang achter de rug en hechte samenwerking lag heel gevoelig. Sowieso was het wederzijdse vertrouwen na de bouwfraude tot een dieptepunt gedaald. Het moest vanaf de grond weer worden opgebouwd.’

nantteam worden aan iedereen ter beschikking gesteld.

Het mag duidelijk zijn dat het realiseren van de opgaven en ambities een innovatieve aanpak vraagt, zeker omdat de capaciteitskraan niet verder open kan. De gemeente moet samen met haar bouwpartners verkennen hoe dingen anders, efficiënter en slimmer gedaan kunnen worden. En daar komt het in 2011 gesloten, maar nog springlevende convenant uitstekend van pas. Op basis daarvan wordt namelijk gewerkt aan een strategisch partnerschap om innovatie tot stand te brengen. Het gaat daarbij vooral om routinematige, vast terugkerende werkzaamheden: kan dat anders, slimmer zodat het meer oplevert?

Open in alles Niet alleen de gemeente wil meer resultaat uit het werk halen door hechter samen te werken, het MKB heeft die wens zelf ook. Sterker, het convenant is een initiatief van het MKB dat positief wordt ontvangen bij de gemeente. Cees Buijs, senior adviseur bij de gemeente, Figuur 1. De samenwerkingsladder.

Maar hechte samenwerking en het daarmee gepaard gaande wederzijdse vertrouwen vormt wel de ruggengraat van het convenant. Partijen durven dan veel eerder samen de sprong in het diepe te wagen en beproefde werkvormen los te laten. Omdat samenwerking en vertrouwen zo belangrijk zijn, neemt de zogeheten ‘samenwerkingsladder’ een belangrijke plek in bij het convenant (zie figuur 1). Onderaan de ladder staat ‘kennen’, de volgende treden worden gevormd door ‘begrijpen’, ‘waarderen’, ‘vertrouwen’ en tenslotte ‘samenwerken’. Voordat de (innovatieve) samenwerking van start gaat, is er dus een heel proces van steeds meer naar elkaar toe groeien. Chris Jansen, hoogleraar Privaatrecht bij de Vrije Universiteit in Amsterdam, beaamt dat. ‘Een convenant is geen snoeiharde juridische afspraak, je moet het niet lezen als een contract. In een convenant wil je bijvoorbeeld tot uitdrukking brengen dat je hebt afgesproken om te gaan samenwerken en dat je een soort morele verplichting hebt om die afspraak na te leven. Dat is de juridische bodem waarop samenwerking en vertrouwen moeten groeien.’

Juridische kanttekeningen Jansen maakte in 2017 kennis met het convenant toen hij met twee andere experts werd gevraagd om zijn visie op het document en de ermee verbonden acties te geven. Jansen: ‘Ik vond het heel bijzonder om te zien dat commerciële partijen, die onderling concurreren, zelf actief de samenwerking zoeken om er “op zijn Rotterdams” zal ik maar zeggen, iets van te maken.’ Dat neemt niet weg dat Jansen kanttekenin-

09/2018  Stadswerk magazine 33


DIEPGRAVEND

PRAKTIJKVOORBEELD: ZUIDERKRUIS Wat: herinrichting van een complexe kruising in Rotterdam-Zuid Wie: Gemeente Rotterdam, Stichting Rondom GWW, Lindeloof, Jac. Barendregt en KWS Omvang: ongeveer 1,6 miljoen euro Aanbesteding: meervoudig onderhands (werving bouwteampartner) Periode: mei t/m augustus 2015 Het project Zuiderkruis is een goed voorbeeld van de aanpak van het convenantteam. Stan Vermeulen, directeur van Stichting Roges, vertelt over de ervaringen. ‘Bij een traditionele uitvraag zou een intern projectteam van de gemeente alles voorbereiden en de uitvraag pas doen als alles al is beslist; het gaat dan alleen nog om de laagste prijs. Je mist daarmee wellicht betere oplossingen die bouwende partijen aandragen. Om dat te voorkomen, hebben we bouwende partijen toegevoegd aan het projectteam, gerekruteerd uit de leden van Stichting Rondom GWW. Zij hebben de bouwteampartner geselecteerd die het beste Plan van Aanpak indiende, binnen de gegeven kaders van tijd en budget. Dat plan was namelijk de beste indicator voor de te verwachten (proces)kwaliteit bij dit complexe project met een zeer korte doorlooptijd en veel “omgevingsaspecten” als veiligheid en bereikbaarheid. Daarna is pas een “uitvoeringsgereed pakket” gemaakt onder regie van de bouwcombinatie. Daarmee is de expertise uit de bouwsector optimaal benut.’ De uitvoering is in meerdere opzichten heel goed verlopen, vindt Vermeulen. ‘Op de eerste plaats de zeer snelle realisatietijd van één maand, waar drie maanden normaal zou zijn bij zo’n project. En ook het omgevingsmanagement was uitstekend. Zo was er een aanspreekpunt op straat tijdens de bouw die meteen actie kon ondernemen, dat werd zeer gewaardeerd door de omwonenden.’ Zonder vertrouwen tussen de partners was het niet gelukt om het op deze manier te doen, denkt Vermeulen. ‘Je gaat met elkaar in zee op basis van een belofte, het contract en de prijs komen daarna pas. Dit project laat zien wat je met vertrouwen kunt bereiken.’

gen plaatste bij de constructie die hij aantrof. ‘Met name twee zaken vielen mij op. Op de eerste plaats vond ik het niet juist dat partijen uit het convenantteam die werden betrokken bij de voorbereiding van een concreet project bij voorbaat werden uitgesloten van deelname aan de aanbesteding van dat project. De gemeente was daarmee in mijn ogen Roomser dan de paus - zo streng hoef je nu ook weer niet te zijn. Het aanbestedingsrecht is hier duidelijk over: ja het is een aandachtspunt, maar categorisch uitsluiten is disproportioneel. Het is zaak om het “level playing field” te beschermen. Dat kan bijvoorbeeld door alle informatie voor iedereen beschikbaar te stellen, dan staat iedereen weer gelijk aan de streep.’ ‘Informatie en zeker data zijn makkelijk te delen’, voegt Cees Buijs hieraan toe, ‘met specifieke contextgevoelige kennis over projecten en partijen gaat dat veel moeilijker. Maar dat is in zekere zin ook de bedoeling: je investeert tijd en energie in zo’n club om kennis uit te wis-

34  Stadswerk magazine 09/2018

selen. En weer dat open karakter: iedereen mag erbij gaan zitten.’ Een ander punt dat Jansen opviel bij zijn juridische analyse was imago-technisch van aard. ‘Politici en journalisten die kwaad willen denken, kunnen al snel het idee krijgen dat hier iets gebeurt dat het daglicht niet kan verdragen. En hoe zuiver je intenties ook zijn, daar moet je wel aandacht aan besteden. Dat kan op verschillende manieren. Eén ervan is governance: zorg ervoor dat de gemeente een leidende rol heeft in het convenantteam en andere gremia. Je laat daarmee zien dat je er als gemeente bovenop zit en goed in de gaten houdt dat partijen geen ongeoorloofde afspraken met elkaar maken. Een andere manier is communicatie. Zoek de publiciteit met de bijeenkomsten, informeer mensen actief, nodig ze uit om mee te doen, zet op TenderNed “deelnemers gezocht” en zoals eerder opgemerkt: deel alle uitkomsten met iedereen.’


Een blik in de toekomst Dankzij het convenant zijn er inmiddels ongeveer twintig projecten op een innovatieve manier aangepakt en hebben zo een ‘betere’ openbare ruimte opgeleverd per geïnvesteerde euro. Het wordt nu tijd dat de uitkomsten in breder verband worden toegepast. Daartoe hebben de convenantpartners een zogeheten STIP op de horizon benoemd: een beeld van stadsbrede doelstellingen die over vijf jaar gerealiseerd moeten zijn. Voor die verbreding worden MKB masterclasses opgezet en wordt nog intensiever gecommuniceerd met externe partijen over de voordelen van deze samenwerking. Bijvoorbeeld door met nacalculaties van projecten aan te tonen dat de innovatieve aanpak loont. Verder hoopt de gemeente Rotterdam te leren van andere gemeenten met soortgelijke initiatieven. Buijs: ‘Dat kunnen allerlei gemeenten zijn, grotere maar ook kleinere. Misschien is de werkwijze van het convenant al vanzelfsprekend voor kleinere gemeenten. We willen daar dan graag meer van weten. En misschien helpt het als kleinere gemeenten in regionaal verband gaan samenwerken zodat er meer profijt wordt ge-

haald uit de inspanningen. Vergeet overigens ook niet dat deze manier van werken een prima voorbereiding is op de Omgevingswet die over enkele jaren in werking treedt. Creativiteit en innovatie aanboren door hechte samenwerking met burgers en bedrijven is helemaal in de geest van de Omgevingswet.’ Al met al blijkt het Rotterdamse convenant een robuust vehikel om routinematig werk onder de loep te nemen en meer uit een geïnvesteerde euro te halen door innovatie. En dat is hard nodig, met de opgaven als klimaatadaptatie, circulaire economie en energietransitie die de komende jaren veel van onze inzet en creativiteit zullen vragen.  Dit is het eerste artikel van onze nieuwe rubriek ‘Diepgravend’. Hierbij gaan we wat dieper in op zaken die speciale aandacht verdienen in ons vakgebied.

MAN VAN HET EERSTE UUR Albert Martinus, lid van de Taskforce Bouw en voorzitter van Stichting Rondom GWW, is al vanaf 2003 bezig om vanuit de bouwsector hechtere samenwerking te zoeken met de gemeente Rotterdam. ‘”Delen in vooruitgang” is altijd ons motto geweest en ook nu is dat onverminderd van kracht. Er komt erg veel op ons af, we moeten wel hechter samenwerken als we dat allemaal voor elkaar willen krijgen.’ Wat Martinus betreft zou de samenwerking op hoger schaalniveau moeten plaatsvinden om meer doorzettingsmacht te krijgen en ook meer sectoroverstijgend moeten zijn. ‘Momenteel wordt er nog teveel in segmenten gedacht. Dat zie je bijvoorbeeld terug in de opleidingen die worden aangeboden. Het proces en de levenscyclus zouden centraal moeten staan. Ontwerp en beheer zouden geruisloos in elkaar over moeten gaan, gegevens moeten moeiteloos gedeeld en overgedragen kunnen worden.’ De hechte samenwerking tussen overheid en bouwsector die Martinus voorstaat, komt momenteel op steeds meer plekken van de grond. ‘Onder meer in Dordrecht, Den Haag, Utrecht, Amsterdam, Hoorn en Alkmaar sluiten bouwbedrijven zich aan bij samenwerkingsprotocollen die op de lokale situatie zijn afgestemd. Het brengt ook een soort sociale code tússen ondernemingen met zich mee. Er is een gezamenlijk beeld van hoe je je zou moeten gedragen ten opzichte van opdrachtgevers en men spreekt elkaar daar ook op aan. Deze gaan verder dan de Leading Principles van de Marktvisie. Het helpt allemaal om een nieuwe praktijk te laten ontstaan waarmee we de grote opgaven van de toekomst aankunnen en een euro veel effectiever besteed wordt dan voorheen.’

09/2018  Stadswerk magazine 35


NL Greenlabel en de VN duurzaamheidsdoelen Als lid van de Verenigde Naties heeft Nederland zich gecommitteerd aan de zeventien Duurzaamheidsdoelen 2030, de Sustainable Development Goals (SDG’s). Uit een verkenning van duurzaamheidsexpert Hans Kröder van Learn2improve your planet blijkt dat duurzaamheidspaspoorten van NL Greenlabel, gespecialiseerd in het meetbaar verduurzamen van de leefomgeving, een belangrijke bijdrage leveren aan diverse doelen.

N

L Greenlabel beoordeelt gebieden, materialen, producten en tuinen binnen Nederland. Daarbij wordt in het bijzonder gekeken naar de wijze van aanleg en onderhoud, materiaalkeuze en vormgeving, energie en klimaatbestendigheid, bodem en water, biodiversiteit, relatie van mens en omgeving en de borging van de ambities op lange termijn. ‘Deze indicatoren raken aan tal van hoofd- en subdoelstellingen van de VN duurzaamheidsdoelen’, aldus Hans Kröder. ‘Het spreekt voor zich dat niet alle zeventien mondiale doelen, uiteenlopend van bestendige economische groei tot aan een einde aan armoede, binnen de reikwijdte van NL Greenlabel liggen. Om tot een leefbare en duurzame omgeving te komen, staat bij NL Greenlabel een integrale aanpak voorop: wat goed is voor natuur en milieu is ook goed voor de mens. Deze integrale gedachte is ook leidend in de SDG’s.’ We maken een kleine rondgang langs de meest relevante doelen.

36  Stadswerk magazine 09/2018

Doel 11 Maak steden en dorpen inclusief, veilig, veerkrachtig en duurzaam Bij het beoordelen van een gebied kijkt NL ­Greenlabel naar tal van aspecten die samenhangen met mens, natuur en milieu. Het gaat niet alleen om materiaalkeuze, energieverbruik en aanleg, maar tevens om de relatie van de mens tot die omgeving zodat die zich daarin prettig voelt. Mens, milieu en natuur dienen weer met elkaar in balans te worden gebracht. Daarbij is, in lijn met de doelstelling van de VN, een verankering in de lokale gemeenschap, het landschap en de economie op basis van participatie essentieel. Door een natuurinclusieve benadering kan de leefbaarheid in een stad of dorp worden bevorderd, wordt de veerkracht ten opzichte van rampen versterkt en worden nadelige milieueffecten, zoals fijnstof, droogte, wateroverlast en smog, opgevangen.


TEKST THIJS MENTING, NL Greenlabel

Doel 12 Duurzame consumptie- en productiepatronen waarborgen Als NL Greenlabel een product voor de buitenruimte toetst, wordt het gehele productieproces door een extern ingenieursbureau doorgelicht, van grondstof tot uiteindelijk hergebruik. Deze zogenaamde assessoren letten erop dat de grondstoffen duurzaam zijn, zo mogelijk lokaal uit natuurlijke bronnen worden gewonnen en hoogwaardig kunnen worden hergebruikt zodat afval tot een minimum wordt beperkt. Bij de productie dienen de hernieuwbare energie en hulpbronnen zo zuinig mogelijk te worden ingezet. Daarnaast dient het product kwalitatief hoogwaardig te zijn zodat het op een langdurig gebruik is voorbereid. Er is altijd een duurzaam alternatief dat krachtiger bijdraagt aan de

uitdaging van een circulaire economie. Essentieel is daarbij de bewustwording door middel van kennisdeling zodat partijen de juiste keuzes kunnen maken. Via een netwerk van partners en een handboek duurzame buitenruimte verspreidt NL Greenlabel haar kennis. Aansluiting bij een internationale richtlijn voor maatschappelijk verantwoord inkopen (ISO 20400) wordt door NL Greenlabel gestimuleerd.

Doel 15 Bescherming, herstel en duurzaam gebruik van ecosystemen Een uitgangspunt van NL Greenlabel is dat de mens te gast is in het landschap en deel uitmaakt van de natuur. Zodoende maakt het behoud en herstel van lokale ecosystemen intrinsiek onderdeel uit van de 09/2018  Stadswerk magazine 37


(FOTO: MICHIEL SMIT)

opgave die NL Greenlabel zichzelf heeft gesteld. Bij de beoordeling van een project wordt expliciet gelet op de impact op bodem en water, biodiversiteit en klimaatbestendigheid. Ook wordt de herkomst van bijvoorbeeld hout, planten en aarde in kaart gebracht om ontbossing, ontginning en uitbuiting elders tegen te gaan. Het gebruik van bestrijdingsmiddelen, plastic en veen levert juist puntenaftrek op. Daarnaast zijn het gebruik van inheemse plaatselijke bomen- en plantensoorten en de integratie in het bestaande landschap belangrijke wegingsfactoren.

Tenslotte zijn al deze onderwerpen door NL Greenlabel verbonden in een integrale toekomstvisie. Met deze visie op de omgang met de aarde, de biodiversiteit en de medemens wordt een ontwikkeling, zoals energiebesparing, geborgd en behouden. Daar is een mentaliteitsverandering voor nodig. Zodoende wordt in de begeleiding van een project door NL Greenlabel ingezet op participatieve samenwerking van alle betrokkenen zodat duurzaamheid op alle lagen een intrinsiek en bestendig onderdeel van het project gaat uitmaken en niet verkommert tot een optionele duurzaamheidssaus. Participatie is enerzijds een manier om alle partijen erbij te betrekken en zeggenschap te verlenen en anderzijds een moment om van elkaar te leren. Terwijl de VN-doelen abstracte en globale duurzaamheidsdoelen voorstaan, biedt NL Greenlabel een meetbare aanpak om duurzame leefomgevingen op diverse schaalgroottes te implementeren. ‘De doelen van de VN schrijven voor wat je moet doen, maar niet hoe dat integrale kader concreet moet worden toegepast,’ zegt Kröder. ‘Bij die omzetting in een beleids- en actieplan hapert het vaak, omdat het een kwestie van maatwerk is. De kracht van NL Greenlabel is dat het handen en voeten aan deze globale ambities geeft.’ 

Hans Kröder is betrokken bij

Verdere overeenkomsten

de ontwikkeling en verbinding

Afgezien van deze hoofddoelen, scoort NL Greenlabel volgens Kröder ook op een aantal andere doelen, waaronder het verminderen van de impact op het veranderende klimaat. Als het gaat om energie, wordt er expliciet gelet op het gebruik van schone hernieuwbare energie. Daarnaast speelt het verhogen van de veerkracht van gebieden, met name op het gebied van klimaatadaptatie, een belangrijke rol in de beoordeling.

van wereldwijde richtlijnen en instrumenten voor maatschappelijke verantwoordelijkheid van organisaties (MVO) en maatschappelijk verantwoord inkopen (MVI). Hij publiceerde de boeken: ‘De implementatie van MVO’ en ‘Duurzame winst voor MKB’ (in Nederlands en Engels). Zijn missie is een duurzame economie en wereld helpen creëren waarin

WEBSITES www.learn2improve.nl www.nlgreenlabel.nl www.sdgnederland.nl

38  Stadswerk magazine 09/2018

@

ieder mens een volwaardige plek in de samenleving mag hebben. In een gezonde, veilige leefomgeving met oog voor natuur en milieu.


‘Future Green City’, Green First Steden gaan heel anders worden. Je zult zien dat groen leidend wordt in ontwerp en beheer. Dit leidt tot nieuwe beroepen. Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt steeds meer dat wat we gevoelsmatig allang weten: ‘groen is goed voor ons’. Mensen voelen zich gelukkiger en gezonder met groen om zich heen. Als je echter kijkt naar de huidige bebouwde omgeving leven we grotendeels in het stenen tijdperk. Hier zijn we qua functioneren helemaal niet op ingesteld. Als je de bestaansgeschiedenis van de mens op 1 uur stelt, hebben wij maar liefst 59 minuten en 43 seconden doorgebracht in een groene omgeving! De meeste mensen wonen nu in steden en dat worden er alleen maar meer. Het regent harder en vaker. Afgewisseld met langere perioden van droogte. In de stenige stad leidt dit tot wateroverlast en extreme hitte. We zijn daarom druk bezig met het maken van klimaatbestendige steden. Het is goed om daarbij niet alleen te kijken naar technische oplossingen maar tevens juist groen op de juiste plek te gebruiken. Groen heeft namelijk allerlei dubbelfuncties. Niet alleen voor een beter klimaat maar tegelijk voor een prettige en veilige omgeving, meer sociale samenhang en meer biodiversiteit.

Een uitstekend voorbeeld is het buitenpaviljoen-in-het-groen bij het Tergooi ziekenhuis met vlinders, vogels en geurende kruiden. Waar mensen minder stress voelen en minder onzekerheid ervaren tijdens de chemobehandeling. Dit komt de therapie ten goede. Arts, onderzoeker, psycholoog en groenprofessional werken vanaf het begin in een project nauw samen. Hierdoor krijg je ook hele andere beroepen. De hovenier is geen schoffelaar, maar een groenprofessional. Hij is bijvoorbeeld dakbegroener, dronemaaier of deskundig botanisch alpinist. Waarbij de laatste niet van een berg maar een groen gebouw abseilt.

VHG heeft daarom het handboek De Levende Tuin ontwikkeld. Wetenschappelijke informatie over al die groene meerwaarden met inspirerende praktijkvoorbeelden zijn handig geordend. Met groene integrale oplossingen voor bij particulieren, woningbouw, bedrijven, zorg, onderwijs en in de openbare ruimte. De mens is daarbij heel belangrijk. Interessant is dat je in een groene omgeving bijvoorbeeld creatiever bent. Ontmoetingen en gesprekken verlopen vaak beter. Juist dit is nodig om goed te kunnen (samen)werken in deze tijd van snelle innovatie. Niemand kan het meer alleen oplossen. Nodig is dat studenten van verschillende opleidingen en werknemers van verschillende bedrijven gaan samenwerken om klimaatbestendige, duurzame en gezonde steden en buitenruimtes te maken. Groen is hierbij de verbindende factor! NATUUR

ECONOMIE

KLIMAAT

Op www.vhg.org/domeinen/openbaar-groen/de-levende-tuin vertelt Kim van der Leest in een filmpje over De Levende Tuin en het bedrijventerrein PARK20|20. Over groen werken in stedelijk gebied, midden tussen snelwegen en vliegverkeer. Op dit moment is Kim bezig met het vervolghandboek ‘Het Levende Gebouw’.

MENS

KIJK VOOR MEER INFORMATIE OP: VHG.ORG OF STADSWERK.NL


Nieuwe Stadswerk-voorzitter wordt voorgedragen

Even voorstellen: Gerdo van Grootheest Op 28 november wordt Gerdo van Grootheest, burgemeester van Culemborg, op de ledenvergadering voorgedragen als nieuwe voorzitter van Vereniging Stadswerk. Een goed moment om kennis te maken met deze kandidaat, zijn kijk op de openbare ruimte en op de rol van Stadswerk daarin.

‘O

veral waar ik kom, kijk ik naar de openbare ruimte, hoe prullenbakken eruit zien, hoe het groen erbij staat, hoe paadjes zijn aangelegd. Ik maak er ook foto’s van - je kunt het gerust een beroepsdeformatie noemen.’ Aan het woord is Gerdo van Grootheest, de burgemeester van Culemborg. Hij is de beoogde opvolger als voorzitter van Vereniging Stadswerk van Jos Penninx, die de volle termijn van twee keer vier jaar er bijna op heeft zitten. ‘Ik vind de publieke ruimte fascinerend’, zegt Van Grootheest. ‘Allerlei belangen en mensen komen hier bij elkaar, met elk een eigen voorkeur. Hoe organiseer je dat? Die vraag wordt steeds belangrijker omdat de openbare ruimte steeds meer in beeld is bij grote opgaven zoals klimaatadaptatie en de energietransitie, en ook wat ik maar even de sociale component van openbare ruimte noem: plekken waar mensen graag komen en zich thuis voelen.’

OVER GERDO VAN GROOTHEEST

Op zoek naar gemeenschappelijkheid

Gerdo van Grootheest is al langere tijd werkzaam in het fysieke

Met dat diverse gebruik van de openbare ruimte liggen tegenstellingen al gauw op de loer, maar Van Grootheest denkt dat je er ook anders naar kan kijken. ‘Belangentegenstellingen, bijvoorbeeld óf auto óf fiets, zijn vaak maar ogenschijnlijk. Je moet zoeken naar oplossingen waar belangen elkaar overlappen of

domein. Eerst als ambtenaar bij de gemeente Heerlen, als ge-

40  Stadswerk magazine 09/2018

meenteraadslid in Maastricht en vanaf 2010 als wethouder in deze stad, met onder meer ruimtelijke ordening, stadsontwikkeling en monumentenzorg in portefeuille. Sinds 2017 is hij burgemeester van Culemborg.


TEKST MICHIEL G.J. SMIT, Redactie Stadswerk magazine BEELD Gemeente Culemborg

De Wijk EVA-Lanxmeer in Culemborg: al jaren een boegbeeld in de wereld van duurzaam bouwen.

in elkaars verlengde liggen, al zul je natuurlijk soms ook knopen moeten doorhakken. En juist voor dat zoeken naar de gemeenschappelijkheid in belangen heb je de deskundigheid van professionals in de openbare ruimte nodig. Overigens samen met bewoners en andere belanghebbenden want het is zeer terecht dat zij steeds meer hun zegje willen doen over wat er met hun omgeving gebeurt.’ Culemborg is wat dat betreft een prima laboratorium, vindt Van Grootheest. ‘Culemborg is eigenlijk een soort Nederland in het klein. Vrijwel alle typen wijken, mensen en vraagstukken kom je hier tegen, maar dan op de vierkante meter. We hebben bijvoorbeeld nog een bouwopgave op de uitleglocatie Parijsch. Met het College bespreken wij hoe deze wijk, ondanks de huidige druk op de woningmarkt, zo kan worden ingericht dat het er over pakweg dertig jaar ook nog goed leven is. En de wijk EVA-Lanxmeer is al jaren een boegbeeld in de wereld van duurzaam bouwen. Juist nu circulaire economie, klimaatadaptatie en de energietransitie zo belangrijk zijn, is het interessant om te kijken hoe zo’n wijk na langere tijd functioneert. Niet zozeer de technische kant van de zaak - de apparaten zijn veel geavanceerder geworden de laatste jaren - maar meer het organiserend vermogen van de bewoners. Dat is nog steeds springlevend. Er zijn veel gemeenschappelijke terreinen die ze samen onderhouden, ze hebben een eigen energiecoöperatie, ze denken mee met het beheer, noem maar op. EVALanxmeer is ook vooral een sociaal project. Het is interessant om onder de loep te nemen wat deze houding voor langere tijd in de hand werkt.’

ruimte in de gemeente. Je kunt daardoor beter inspelen op vragen van bewoners. Zo hebben we een weg hier een hele actieve club die vogels en vlinders bestudeert. Ze vroeg laatst of we nog een paar weken konden wachten met het onderhoud van een stuk groen in verband met de vlinderstand. Onze mensen kunnen daar makkelijk op inspelen. Voor een groenaannemer is dat, volstrekt begrijpelijk overigens, lastiger omdat zijn planning, met werk in diverse gemeenten, een stuk complexer is.’ Het zijn zo wat voorbeelden uit Culemborg die voor professionals op andere plekken inspiratie en stof tot nadenken kunnen opleveren, zoals andere voorbeelden dat weer voor Culemborg kunnen. Dat is ook precies de rol die Van Grootheest voor Vereniging Stadswerk ziet weggelegd. ‘Het is heel goed om af en toe even afstand te nemen van je dagelijkse werk, op andere plekken en in andere domeinen. Natuurlijk werkt niet alles overal hetzelfde, dat moet je samen ontdekken. Als ik nog een voorbeeld uit Culemborg mag noemen: omdat we aan de rand van de Betuwe liggen, hebben we overal in de gemeente fruit- en notenbomen geplant, plus een digitale kaart met alle locaties. Bewoners plukken daar letterlijk de vruchten van, het brengt ook op een hele positieve manier verschillende groepen mensen in contact met elkaar. Misschien iets om ook in andere gemeenten toe te passen?’ 

Stadsbeheer in eigen hand Iets anders waar Culemborg mee opvalt, is dat het stadsbeheer in de eigen organisatie is ondergebracht en niet, zoals veel andere gemeenten, is uitbesteed aan een private partij. Van Grootheest is daar erg blij mee. ‘Je bent veel flexibeler in de planning van je werk en onze mensen kennen iedere vierkante meter openbare

@

WEBSITES www.culemborg.nl www.eva-lanxmeer.nl www.parijsch.nl

09/2018  Stadswerk magazine 41


STADSWERK.NIEUWS

Stadswerk-debat ‘De

(Breda) en 4 december (Groningen)

energietransitie als

zoomen we in op regionaal bijvriende-

transformator voor de fysieke leefomgeving’

lijk beheer en beleid. Met als centrale vraag: hoe bijvriendelijk is uw gemeente? Daarnaast is er thematische verdieping; op technische aspecten, de kosten en baten van diverse beheerty-

Stadswerk

Welke kansen ontstaan er ‘als we de

pen en biodiversiteit in de stedelijke

vertegenwoordigd op

(alle) straten openbreken om het gas

omgeving. De Zoemsessies zijn klein-

eruit te halen’ en vervolgens meer

schalig van opzet en bedoeld voor

doen dan simpelweg de bestaande

gemeenten die wat willen met bijen-

WUPA congres Melbourne

situatie weer herstellen? Dat is de

vriendelijk beheer. De bijeenkomsten

Pieter Arkenbout en Johan Vlug heb-

centrale vraag waarover Hans Mom-

zijn met name interessant voor be-

ben Stadswerk vertegenwoordigd

maas (directeur Planbureau voor de

stuurders, beleidsadviseurs en be-

tijdens de wereldconferentie van de

Leefomgeving) en Daan Zandbelt

heerders. Via de Agenda-button van

World Urban Parks Association in

(Rijksadviseur voor de fysieke leefom-

onze site vindt u meer informatie en

Melbourne. Daar gaven ze de lezingen

geving) met u en elkaar verbaal de

de aanmeldformulieren. Meer inhou-

‘How biodiversity reshapes the vertical

degens kruisen tijdens het jaarlijkse

delijke informatie kunt u krijgen bij

landscape’ en ‘Think local, act regio-

Stadswerkdebat op 28 november

Louise Kok: 0318-692721.

nal’. In Melbourne is ook definitief

aanstaande in De Gelderlandfabriek in

bevestigd dat dit wereldcongres in

Culemborg. Tijdens het debat ont-

2024 in Nederland zal plaatsvinden,

vangt u tevens het Special magazine

gecombineerd met het Congres van

rondom dit vraagstuk. Hierin laten

Stadswerk en VHG nemen

de International Federation of Munici-

Hans Mommaas en Daan Zandbelt en

pal Engeneering (IFME). Stadswerk

diverse andere toonaangevende pro-

de Boominfodag over

moedigt professionals aan hun kennis

fessionals als Jan Willem van de Groep

en goede praktijkvoorbeelden op een

(Nul op de meter) en Onno Dwars

Het is een begrip in de bomenwereld: de

mondiaal podium te presenteren. Als

(Ballast Nedam Development) hun

jaarlijkse Boominfodag, georganiseerd

u een inhoudelijke bijdrage wilt leveren

licht schijnen over de ‘meekoppelkan-

door Jan-Willem de Groot. Stadswerk

aan een conferentie in het buitenland

sen’ die de energietransitie biedt. Er is

die betrekking heeft op één van de vijf

plaats voor honderd deelnemers. U

Stadswerkthema’s, dan kunnen wij

kunt zich aanmelden voor dit debat

een bijdrage in de reis- en verblijfkos-

via www.stadswerk.nl/agenda.

ten beschikbaar stellen van 500 euro. U kunt een aanvraag doen via Louise. Kok@stadswerk.nl

Zoemsessies over bijvriendelijk beleid en beheer In november en december kunt u meedoen aan één van de drie Zoemsessies die Stadswerk en Vereniging GDO u, samen met Naturalis, NME en IVN, aanbieden. Hiermee geven we een vervolg aan de succesvolle serie Zoemsessies eerder dit voorjaar. Op 14 november (Arnhem), 29 november

42  Stadswerk magazine 09/2018


STADSWERK.NIEUWS

en branchevereniging VHG waren al

Verrijkte versie

jarenlang betrokken en nemen de naam

Mindmap Circulaire

en organisatie nu over. Jan-Willem de

openbare ruimte online

Groot blijft betrokken, onder andere bij

Circulaire Openbare Ruimte. Deze vindt u op onze website www.stadswerk. nl. Vanaf deze maand organiseert Stadswerk met gastgemeenten werksessies waarin gezocht wordt naar

het samenstellen van het programma. De afgelopen maanden hebben

concrete kansen voor een circulaire

Bomen in publieke ruimte centraal

diverse gemeenten en marktpartijen

openbare ruimte. Heeft u zelf interesse

Tijdens de Boominfodag staan

succesvolle voorbeelden aangedragen

in zo’n werksessie? Neemt u dan

bomen in de publieke ruimte centraal.

van Circulaire toepassingen in de

contact op met Anneloes Voorberg:

Wetenschappelijke en praktische

openbare ruimte. Deze zijn via actieve

anneloes.voorberg@stadswerk.nl

kennis komen hierbij samen.

links toegevoegd aan de Mindmap

of 0318-692721.

Gemeenten, boombeheerders, onderzoekers en andere boomspecialisten ontmoeten elkaar en

AGENDA

delen kennis en ervaring.

Kennis in de breedte Het overnemen van de Boominfodag past in een bredere ontwikkeling waarbij beide verenigingen markt en overheid aan elkaar willen verbinden. Andere voorbeelden hiervan zijn i-Tree NL en het OOGSt-fonds. Egbert Roozen (directeur VHG): ‘De maatschappelijke uitdagingen op het gebied van gezondheid, klimaat en biodiversiteit in de openbare ruimte zijn groot. Dit vraagt om innovatieve en creatieve oplossingen. De Boominfodag is een centrale plaats waar kennis in de breedte gedeeld kan worden en de

14|11 Zoemsessie Hoe werkt u uw gemeente bijvriendelijk? Arnhem 15|11 Future Green City Collegetour: thema klimaatadaptatie Bijzondere, samen met VHG en Saxion Hogeschool georganiseerde, Future Green City-bijeenkomst met als thema klimaatadaptatie. Interviewgast is Stefan Kuks, onder andere voorzitter Stuurgroep Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie. Daarnaast deze middag workshops van BTL en Van Enk Groen & Golf over de wijze waarop groen optimaal kan bijdragen aan klimaatadaptatie en een ontwerpatelier waarbij de gemeente Raalte uw hulp vraagt. Deventer 28|11 Stadswerkdebat: De energietransitie als transformator van de fysieke leefomgeving Debat met Hans Mommaas (directeur Planbureau voor de Leefomgeving) en Daan Zandbelt (Rijksadviseur voor de Fysieke Leefomgeving). Culemborg

ontwikkeling van innovaties wordt gestimuleerd.’ Maarten Loeffen, directeur vereniging Stadswerk Nederland: “Het is prachtig dat VHG en Stadswerk samen de waardevolle Boominfodag continueren en verder gaan verrijken.”

29|11 Zoemsessie Hoe werkt uw gemeente bijvriendelijk? Breda 04|12 Zoemsessie Hoe werkt uw gemeente bijvriendelijk? Groningen 11|12 Future Green City bijeenkomst: thema groen en gezondheid Bijzondere, samen met VHG en Hogeschool georganiseerde, Future Green City-bijeenkomst met als thema groen en gezondheid. Interviewgast is Nico Wissing, groenpionier en mede-eigenaar van NL Greenlabel. Daarnaast kunt u meedoen aan verschillende workshops en een ontwerpatelier waarbij een concreet lokaal vraagstuk centraal staat. Amsterdam

Bekijk de meest actuele agenda op www.stadswerk.nl/agenda of volg ons op Twitter en/of LinkedIn voor het laatste nieuws.

09/2018  Stadswerk magazine 43


Nico Wissing en Lodewijk Hoekstra

Ecologisch denken is de toekomst…

NL Greenlabel

...het is echt geen keuze meer Nico Wissing en Lodewijk Hoekstra willen de wereld beter maken, duurzamer en mooier. Niet vrijblijvend maar meetbaar. Zij ontwikkelden een concept en methode voor meetbare duurzaamheid: NL Greenlabel. “Als je iets in de natuur ontwikkelt moet je waarde toevoegen en niet vernietigen”, geeft Nico aan. Lodewijk beaamt dit: “de ecologie moet de referentie bij het bouwen zijn”. Deze duidelijke boodschap slaat aan. “Er is een netwerk met veel kruisbestuiving ontstaan waarmee we het concept verder kunnen uitdenken en aanscherpen”, zegt Lodewijk. Als Vandersanden hebben we ons graag aangesloten bij visionairs zoals Nico Wissing en Lodewijk Hoekstra. Door intensief met elkaar samen te werken, elkaar te respecteren en naar elkaar te luisteren kom je tot het beste resultaat. Hierbij is duurzaamheid de sleutel. We denken na over hoe we met gebouwen, publieke ruimte en tuinen onze samenleving eerbiedig vorm en inhoud kunnen geven. Het mooiste maak je tenslotte samen. Benieuwd naar de toekomstdroom van Nico en Lodewijk? Kijk dan op www.vandersanden.com

Profile for Virtùmedia

Stadswerk Magazine nr 9 2018  

Stadswerk Magazine nr 9 2018  

Advertisement