Page 24

De randstad

Mila was thuis, drukdoende met haar conservatoriumexamen. Ze speelde de fluitstukken voor. Ik zag haar als een tropische vis met vele kleurschakeringen, schuchter, gedecideerd, “Je kunt me niet inspinnen in jouw net, jouw verwarring, glinsterend in het water. toch kom ik naar je toe. Ze speelde zoals ze was: verlegen. Je woont op kamers bij een oude hospita, zoals ik eerder. Wat heb je er van geleerd? Al die jaren hadden ze haar getraind voor een klassieke toon en een brutalere Troosteloos, moedeloos en slapeloos ben je. Dagenlang zit je te huilen. manier van spelen…tevergeefs.” En ik ben depressief. Wie zal je troosten?” Ik legde mijn hand op haar schouder en toen op de slagader bij haar oor, voelde Ik besloot haar te bezoeken en stapte op de interlokale bus naar Amsterdam, haar hartslag. dezelfde lijn die langs de hoge school ging waar ik enkel jaren voor ingenieur De fluit verstomde, het was als een droom. studeerde. “Ik heb wat voor je gedicht.” “O ja?” Voor de Coentunnel lagen drukke verkeersknooppunten verstopt met files. “Ja, ik heb het opgeschreven.” De opgespoten weilanden rondom stonden vol met hoogspanningsmasten. De kabels verdwenen aan de andere kant van het kanaal in de elektriciteitscentrale. Uit haar jurk haalde ze een keurig opgevouwen briefje, ze maakte het voorzichtig Het begin van de stad was herkenbaar aan de verspreid staande kantoorgebouwen, open. “Ik zal altijd van je blijven houden, van je ogen, mond en haar, overslagbedrijven en zeehavens. Zonder dat ik het wilde, las ik de teksten van Ik ben je ruggengraat, je steunpilaar, waar jij was, ik ben daar.” reclameborden, Ze wachtte op een reactie. Ik was vertederd. cijfers van nummerborden, de opschriften op gebouwen. Ze leek zo jong nu, zonder examengedachten. In de verwilderde graslanden reden jongen op opgevoerde motoren rond, maakten “Wil je iets drinken?” diepe sporen in de modder zoals Mila sporen in mijn brein. “Heb je dat dan?” Bij de eerste halte in Amsterdam stapten wat kantoormensen in. “Ja, Port.” “Prima, je weet dat ik daar van houd.” “We waren bezig met bewust worden, eigen theorieën, dachten in Flower Power, bloemen in je haar, lief zijn voor elkaar, provoceren, en allemaal op een witte fiets, Uit een van de houten kisten pakte ze een fles en twee glazen, vulde ze met Port. “Jij kunt beter gaan schrijven in plaats van muziek maken,” zij ik. de auto uit de stad, vrij en blij zijn.” Liepen met Buttons op “Stop de kernbewapening, geen neutronenbom.” En konden “Vind je?” Ik kroop naast haar op de bank, een versleten meubel van haar oma en opa. ’s nachts niet slapen. Ze gaf kopjes als een kat, ze doet me wat. De zon scheen door de ramen en verlichtte al de stofjes in de lucht. Ik nam de tram naar Oud Zuid, naar Mila. Niets kon ons scheiden, het was tijdloosheid. Ze keken elkaar aan. Ze sloot de De bus was volgepropt met zwetende mensen. gordijnen. Een benauwde kas op wielen, een ideaal broedterrein voor bacteriën. Aan de muur een spiegel met de opdruk: “Ooit een normaal mens ontmoet? En Je boterham kun je hier beter niet opeten. beviel het?” Ernaast een affiche van Waterhouse.

25

Po-e-zine 6 Randstad  
Po-e-zine 6 Randstad  
Advertisement