Page 1

2


Voorwoord

De 9de uitgave van Po-e-zine, mijn 5de editie waar ik aan meewerk. Een jubileum …. Lol/Rofl! Oké, ik stond ook in de 4e uitgave, maar dan als medewerker. Met een ‚echte’ functie op die manier was ik nog niet actief. Vanaf nummer 5 werd het mijn kindje, althans samen van mij en mijn geliefde op dat moment. Pastuiven vertrouwde het ons toe! De delen 6 en 7 waren uitbesteed maar op de achtergrond keken we mee. Vanaf nummer 8 moesten we het weer samen doen. Maar er kwam een kink in de kabel. De relatie en de algehele toekomstplannen werden nietig verklaard vanuit één kant. Deel 8 is dan ook lichtelijk geflopt ondanks de mooie, maar minimale bijdragen. Dat is mijn schuld, want door alle aanwezige emoties hield ik nergens in voldoende mate rekening mee. Dus vele steken vielen en het breiwerk uit letters vertoonde meerdere gaten. Ik dacht dat ik verdronk in emoties, of mezelf zou verdrinken in de drank, maar kwam alles te boven. Dit uiteraard doordat ik op tijd het belang inzag van Po-e-zine en door de vakbroeders die me aanspraken, toen ik in een zwaar overstuurde bui alles over boord wilde kieperen. Zelfs mijn eigen schrijfcarrière heb ik overwogen om kapot te maken. Een update m.b.t. 'ik trek het niet meer' staat nog steeds pontificaal op Po-e-zine als een herinnering voor mij, om het nooit meer zou ver te laten komen. Achteraf mag ik blij zijn dat ik -als beheerder- niet de stekker getrokken heb uit Po-e-zine en uit mijn schrijfcarrière. Want als ik nu even terug kijk op de gehele periode van uitgaven waar ik betrokken bij ben geweest, heeft deze periode heeft me veel leuke dingen gebracht. Tegenslagen, maar ook gigantisch veel mooie poëzie die ik mocht lezen door jullie noeste arbeid op de facebookpagina, waar deze inmiddels negende online-uitgave, een afgeleide van is. Ja, Po-e-zine leeft, of heeft weer leven in zich! Hiervoor dan ook één dikke pluim aan jullie allen! En wat heeft het mij dit alles opgeleverd? Hernieuwd vertrouwen in mijn vakbroeders en Po-e-zine’ers die me steunden. Hiervoor mijn dank! Uiteraard zelfvertrouwen door al die lieve en warme woorden die ik kreeg, als hart onder de riem. En inmiddels mijn derde officiële uitgave en tevens ook meteen de eerste via een uitgeverij. Wat heeft het jullie opgeleverd, dat er nu toch nog een Nummer 9 verschijnt! Daarnaast verheug ik me op het feit wat er gaat binnenkomen voor uitgave nummer 10, die zal verschijnen eind december/begin januari. Je kan hiervoor gaan opsturen naar derrelniemeijer@hotmail.com tot en met 07 december 2014.

Samen zijn we Po-ezine & samen maken we Po-e-zine. Kom op, samen de schouders eronder, we gaan er samen voor!

Met vriendelijke en (dichterlijke) groet,

Derrel Niemeijer

3


Redactie:

| Maxim

Lay-out: Corrector:

Vincent Jongman Bert Waber

e Guliker

s

Colofon 4


Een minuut stilte We moeten één minuut stil zijn’ zegt de vader het is warm, bloedheet op Nationale Rouwdag klokken beieren en aan de blauwe hemel staan witte wolken die veranderen van vorm, ‘t is niet als anders, onwezenlijk, en toch harde realiteit

Bedeesd zegt het kind: ‘mag ik weer praten?’

Odyssee Op twee dagen rijden, wonen mijn vrienden in hun gerestaureerde paleizen. En mijn lief is verdwenen, als een dief in de nacht. Soms zie ik haar contouren in de stad en schrik ik op. Zie haar schim passeren.

het kan, hoewel de stilte intenser is dan ooit bloemen in de tuin deinen in een frisse bries

En ik fluit een requiem

zwarte schaduwen in groen gras van bomen

of lichte strofe, hoor het allemaal tweestemmig schallen in de verlaten straten, volgens oude

in ’t onzichtbare schuilen verstoorde dromen.

Al heerst ontzetting, met gezamenlijke kracht aan zet!

| Marianne Wulms-Hovens

harmonieuze regels. | Alex Brusse

5


Vannacht Vannacht

Vroegen aan mij wat ik wilde

Wil je haar helpen of niet ?

bewoog ik mij schrijvend voort naar jou

Wakker maken uit deze slaap,

schreeuwden ze

met een vulpen schreef ik langs de muren

zei ik

Ja !

en over het trottoir

terwijl ik mij brutaal voorover boog

fluisterde ik.

mijn harstocht voor je neer

en je kuste

en waarom ik alleen

je schrok op en keek rond

je kan bevrijden

las de woorden op de omslag

in de huiskamer zag ik je liggen

die ik nu voor het eerst las

apathisch staarde je voor je uit

we begrepen ze niet

een boek in je handen

je barstte in huilen uit

de laatste sierlijke letters

en ik vluchtte naar elders

schreef ik op de omslag

waar men mij vroeg je te helpen

je zusters en vader begonnen te schreeuwen

Omdat alleen jij dit kan

en volgden de letters naar buiten

ik stemde toe ondanks het verwijt

ze kwamen terug

dat mijn geschreven woorden

begrepen ze niet

niet tastbaar waren

| Alex Brusse.

6


Demian Je lieve oogjes dek ik toe met een warme sprei gebreid uit woorden. Liever slaap jij in hiermee dan met jouw angst die ik zag. Je sprak me over: Monsters, reuzen, kikkers, heksen, trollen en ja, ... zelfs het GROOTSTE KWAAD, "je Loeder van 1 Moeder!".

Maar afgelopen nacht was je hier, zo echt aanwezig in mijn dromen, ik stopte je in, las je een sprookje voor van Hermann Hesse en een gedicht van Johann Wolfgang von Goethe , ik ontwaakte op de bank en de dekens lagen op de kant van het bed waar ik nooit slaap | Derrel Niemeijer

Genesis: dag 1 God geeuwde, rekte zich uit keek door het niets naar de eeuwigheid verveling, weer het zelfde als altijd de maandag waaide zijn hemel binnen niets bestond, zelfs geen Godinnen misschien moest hij er één creëren maar wat en waar en hoe beginnen en wat als zij zich tegen hem zou keren als niets bestaat gaat niets verkeerd

Maar ooit heb ik haar gemogen maar dat was vroeger ... alvorens alle hoop was verloren.

toen drong het leven tot hem door hij leunde achterover, staarde voor zich uit en rolde uit zijn neus een keutel, keurde die geconcentreerd kreeg een inval en schiep ‘de Aarde’.

Nog geen dag na je geboorte.

| Bert Deben

7


Isolde: deel 2 In mijn ooghoeken zie ik je levendig voor me staan. Je lijkt wel een spookjesprinses.

| Alex Brusse

Je voeten raken niet de grond en je polkadot-jurk zweeft door de lucht, er onder roze laarsjes met stippen, deep purple lippenstift rond je smoeltje, gothicgekleurde nagellak, om je pols wel 101 loombandjes, sproetjes op het gezicht, lief wipneusje net als je mama, mooie heldere sterrenhemelblauwe kijkers en blauwe haren als balen stro langs het nog net geen 3 maanden oude hoofdje wat 21 heeft mogen worden in het hemelse paradijs tussen de wolken.

Je moet wel kleurendoof zijn want deze combi schreeuwt je tegemoet. Zelfs jij moet het gekrijs horen. Of hoor je niks behalve de lokroep van jouw Tristan daar in de hemel wachtend op jou terugkomst. Jij hebt mij niet horen krijsen. Ik hield mijn verdriet stil en voor mezelf. | Derrel Niemeijer

8


Reclame: de geest van vlugzout Ongeacht zootje geteisem Bandietentuig Verwende teven

U verstrooit zich Met beeld en geluid Van optimale kwaliteit

U bevindt zich Voor de ingang van mijn warenhuis Hier is alles te koop Hier Kunt u uw zorgen vergeten Hier Kunt u sentimenteel zijn En zonder angst voor de toekomst

Branieschoppers EĂŠndagsvliegen

Afpersers Zwendelaars Uitbuiters Laat u zich gerust meevoeren Met het kleding-, parfumEn lekkere hapjesdelirium Van het jaargetijde U verplaatst zich In glanzende automobielen

Mijn artikelen Zullen u het gevoel geven Ieder moment van de dag Te triomferen En mocht u een hunkering krijgen Naar meer Dan ben ik daar Om aan al u wensen te voldoen.

Slaat u ogen op Naar de waren die ik u toon En u zult De uiteindelijke schreeuw Niet meer kunnen onderdrukken: Weg met de ziel Weg met het hart Weg met het verstand. | Jilles Waagmeester

Hufters Lafaarden Galgenbouwers

9


Naderen tot jou Het huis is afgebroken, een bouwval op een vlakte meer niet. Een oud beeld wat moeilijk oproepbaar is. Er is een nieuw plan, er zal een school gebouwd worden. De funderingen steken tot diep in de grond. Het is nu een maand geleden dat ik je voor het laatst zag. Jij met je verdriet, ik met mijn boosheid. Een vlakte is alles wat er rest en een stukje dak, een voordeur, een openstaand raam. De schoorsteen, het hek. Of was er een tuinmuurtje ? Tja, het huis stond wel bij een drukke T- splitsing met stoplichten en de trein kwam ook wel vaak voorbij. Gewoon door de straat. Wat doe jij nu ? Waar ben je mee bezig ? Ik bestudeer Montessori. Jij ? Wat weet ik nog ? Wat is er nog oproepbaar ? Is de liefde met het puin geruimd ? Ik draai popballades en geeft het vuur niet door aan een andere dichter. Hoe dicht kan een dichter; ik naderen tot jou ? In jou ? Doordringen ? | Alex Brusse

| Alex Brusse

10


Aanzet tot genoegen als ik de aanzet voel om de inzet te verbergen voel je precies wat ik bedoel zal het niet teveel opzet vergen. als ik de liefde voel stromen en de dageraad voelt warm zal mijn liefde echt wel komen wanneer ik jou omarm. want de opzet was de aanzet tot mijn liefde die mijn hart doorkliefde voor jou. | Leny kruis

Ver - s- roest Kom op‌! zei collega schrijver mij trek je pen eens vlot Vlot trok ik mijn roestende pen uit de dop | Gerda Hulsebos en schreef iets in hanenpoten op zijn schutblad Verroest‌ dat ging vlot! | Gerda Hulsebos

11


Voel

Sonder jou wie heeft daarboven zoveel verdriet dat hij tranen met tuiten blijft huilen de aarde onder water zet zoveel hemelnat vergiet of is het een collectief wenen om wat men van daar hoog van onze wereld ziet | Marleen Ooms

Hoop de hemel weent een stortvloed zilte tranen konden ze de wereld witwassen waanzin angst verdriet verdrijven een bloem doen ontluiken op elk graf | Marleen Ooms

jy is 'n geluksvoĂŤl jy vlieg en vlieg deur hemelruim naar daar waar jy begerig wil ek probeer vrugteloos my vlerke te sprei bly op die aarde kan nĂŞrens heen nie ek bly hier alleen op die grond | Marleen Ooms

12


By die dood van Teagrin Morris die kind is nou dood die kind is dood sy moeder het vergeefs gesmeek dat gewetenlose kriminele die gordel moet losmaak en die kind moet spaar dit was alles vergeefs die kind is nou dood hy was ’n kind ’n kind wat sy medemense gelukkig wou sien dit was wat hom geluk gebring het die kind het langs die pad gele die polisie wou die pa verhoed om te kyk wat oorgebly het van die kind van sy kind maar die polisie kon hom nie keer nie

| Vicky Herps

daar is meer as een soort doodgaan | Barend van der Merwe

13


De muze: part 3 In mijn ogen nog de tranen van gister toen ik insliep. Ik voelde mezelf gister zo als elke dag zonder jou. Miserabel want Ja, de feiten liegen niet. Ik ga dood door en door het leven want mijn hart, Ja .... mijn hart die is weg uit mij.

Dacht deze terug te hebben maar nee hoor. Wel nog immer kloppend mijn hart in stukken dus echt dood ben ik niet maar waarom ligt het steeds weer in jouw handen die geen hartmassage geven. Misschien wel omdat jouw woorden mij meer doen want jouw woorden zijn mijn harde heelmeester dus ik heb geen ... stinkende wonden.

| Derrel Niemeijer

| Vicky Herps

14


Bij god op de bank BIJ GOD OP DE BANK ‘Dag ouwe reus! Hèhè, ben je daar eindelijk? Je weet toch dat je meteen moet komen als je vader je roept? Maar goed, ik ben blij dat je er bent, veilig en wel, er kan onderweg immers van alles misgaan, tegenwoordig. De mensen verbeelden zich wonder wat en ik moet alle zeilen bijzetten…’ God liet zich behaaglijk onderuit zetten en legde zijn poten op de salontafel. Ik keek de kamer eens rond, het was een beetje sjofele bedoening, jaren vijftig, arbeidersgezinnetje zoiets. Niks gouden vloeren, etcetera… Crisisbouw! ‘Maar goed, leuke reis gehad? Viel wel mee, hè? Tot het laatst helder en fris, en een langzaam uitdovend vlammetje, iedereen om je bed, wat wil je nog meer? Maar goed, laat zien wat heb je gedaan met het leven dat ik je heb geschonken. Ik weet dat je er blij mee bent geweest, en je weet, ik weet weliswaar alles, maar ik hoor het graag in je eigen woorden. Brand los, man! Ik heb nog meer te doen. Hè, wat een lekkere bank, zo maken jullie ze tegenwoordig niet meer!’ Deed God zijn boodschappen in de kringloopwinkel van Krimpen? Ik wilde net beginnen toen God weer zo nodig wat moest zeggen, wat een zenuwlijder. ‘Joh, ik vergeet helemaal je iets te drinken aan te bieden! Stom, we hebben ten slotte iets te vieren, niet? Ik heb een heerlijk cuveetje, kun je net zo veel van drinken als je wil. Ober!’ En verdomd, er kwam een engel aanvliegen, zo mooi, zo geslachtloos, dat ik meteen weer geloofde. Het engel zette een hemaglas neer en schonk een pinot noir in. Van de lidl, niks te kiezen… Maar goed, best te drinken, hoor. God knikte me nog eens bemoedigend toe, we pakten ons glas, klonken en keken elkaar daarbij diep in de ogen. Jaja, dat van die zeven jaar slechte seks, dat gold kennelijk in de hemel ook. Een pak van mijn hart… ‘U had mij bij geboorte één talent gegeven, waar ik overigens pas op latere leeftijd achter kwam, u wordt bedankt. U gaf ons het woord, u gaf ons uw woord, en met beide kan ik aardig uit de voeten. Lange tijd dacht ik echter dat alles door uzelf werd geschreven en pas sinds een jaar of tien weet ik dat dat niet zo is. Die appel van u, dat was eigen een apple, zal ik maar zeggen, alle mogelijkheden om met de schat die u ons had gegeven onze eigen ‘biblia’ te schrijven.’ ‘Man, zeg maar jij hoor, en Joop, dat dat doet iedereen, kom op, doe maar of je thuis bent, in het vaderhuis, haha! En een beetje doorlullen, we hebben geen eeuwen de tijd... Wat deed je daar in dat Letland? Toch niet een plek waar ik veel in geïnvesteerd heb, zal ik maar zeggen…’ ‘Goed eh, Joop, ja, laat ik maar met dat laatste beginnen, of toch ook maar niet. Toen ik eenmaal wist dat ik kon schrijven, wilde ik het ook doen. Maar hoe? En waarover? Het leven in ons land is zo versnipperd en versplinterd, hoe vind je de tijd en het geld om je aan iets hogers en diepers te wijden dan een huis en een jacht, de barbecue en de bahama’s, het huisdier en de medemens? Het is daar bijna geen doen meer, eerlijk hoor, Joop!’ Joop knikte begrijpend, goedkeurend zelfs. ‘Maar goed, op een gegeven moment begon ik maar een beetje terug te trekken uit het openbare leven, uit de band met de samenleving. Het is allemaal niet meer vol te houden en het gaat nergens over. Je weet, Joop, steenkolen liggen soms aan de oppervlakte, of lagen, want die hebben we inmiddels allemaal opgestookt, maar voor goud moet je toch wat dieper vragen, en ik meen dat dat uiteindelijk jouw bedoeling met ons leven is geweest – ik vraag je later wel wat eigenlijk je bedoeling met je eigen leef is geweest en nog is, en waar het eigenlijk vandaan komt en heengaat…

15


Maar goed, waar was ik. O ja, Rotterdam… Ach, alle dingen zijn bereid, twee fantastische kinderen en kleinkinderen, die taak zit erop, al had de aanpak en opzet wel beter gekund, van mijn kant, ik kan het niet anders zeggen. Kortom, ik liefhebber zo wat met gedichten en gedichtjes, maar het grote werk komt er maar niet van. Verandering van lucht, dat is wat ik nodig had. Weg, oostwaarts, naar de grenzen van het land van het kwaad, waar de mensen de taal van het land van het kwaad spreken. Het leven kost er niks, je leeft van de wind, de mensen lopen rechtop en zijn uit één stuk, geen spierbundels snuffelende geurzoekers op zoek naar dagelijkse buit… En het is volbracht, ik kom het u aanbieden… Als je vindt dat het uitgegeven moet worden, je gaat je gang maar, Joop, zij heeft het gelezen en dat is mij eigenlijk genoeg. Waar het over gaat, tja, dat moet je zelf maar lezen, dat kun je toch wel, eigenlijk?’ Joop krabde op zijn achterhoofd. ‘Nou, dat zeg je nou zo… Ik lees eigenlijk nooit meer, dus ik ben wel benieuwd. Na Dostojevski ben ik afgehaakt, wat een lul, met permissie, wat een doorkloterige vuilspuiterij. Het is toch ook wel een beetje om te lachen, hoop ik?’ ‘Dat weet ik niet, Joop, het gaat eigenlijk over de hervonden zin van het leven dat jij mij hebt gegeven, over het failliet van het noodlot, over het eigen schuld dikke bult dat de hele wereld in zijn greep houdt, behalve het arme oosten van letland, waar zij woont. Zelf kan ik er wel om lachen, maar ik moet eerlijk zeggen dat ik nooit gedacht had dat God een lolbroek was, want echt, Joop, zo heb je je eerder nooit aan mij voorgedaan? Waarom eigenlijk niet? Het had alles zo veel makkelijker gemaakt? Maar ja, misschien was dat ook wel niet de bedoeling, en dus wel de bedoeling, weet ik het. Hier, Joopt, en schenk nog maar eens in!’ Het werd toch nog laat en het bleef nog lang gezellig… Cili pica, Daugavpils | Arie van der Ent

16


Uitje

Aan zet Er is een grondslag in hoe hij aard verschuift een ritme dat ik niet begrijp naar horizon naar verte Draagbaar zijn beestjes die gangen graven onder je huid De rechterhand heeft altijd gelijk rookt

Maar Ik ken het ontwortelde struikgewas de opvliegende vogels Al te goed is er een grondslag in hoe hij aard verschuift Evengoed ken ik zijn ritme niet

ik keek naar de slepend trage schepen in de wallen van haar ogen lag de nacht nog zelfs de koffie dronk ze zoals jij met een het is volbracht gezicht je had hetzelfde leren jasje kunnen dragen als ze de herinnering verlaat, minzaam knikt valt de zon weer in de bosporus

| Pom Wolff Elke handeling die draagbaar of verdedigbaar is uiteindelijk het hoogste goed | Irene Siekman

17


Little Nicky Oké, je belt je iemand op. De eerste constatering die je mag doen is als ze het over de duivel hebben, dan trap je hem op de staart. Ik ben blijkbaar een duivel. Troost mezelf met de gedachten dat de duivel een engel was. Zal dan ergens in mij een engel zitten? Glinstering komt in mijn ogen. Ooit was ik goed. Zal ik dan ooit beter worden? Of zal ik voor eeuwig verdoemd zijn. Bij de laatste gedachten zakt mijn hoofd tot op mijn schouders. Voel me weer klein. Wrijf met mijn handen over mijn jeukende rug ter hoogte van de schouderbladen. Steken er nou botten uit? Ben ik gevallen op mijn rug en heb ik een verwondering opgelopen waardoor mijn botten zijn gedisloceerd? Kan me niet herinneren gevallen te zijn. De duivel veroorzaakt twijfel. Ik twijfel. De beste camouflage om niet op te vallen, is niet weten wat je eigen rol is. Tijdens de de angst die ik voel opkomen komt tegelijkertijd een gelukzalig gevoel over mij heen. Nog meer twijfel vanwege de tweestrijd in gevoel. De duivel neemt zijn rol in mijn bestaan serieus. Erkenning is acceptatie en acceptatie is de afwezigheid van de twijfel die hij kan veroorzaken. „Ik heb de duivel in me wonen” zeg ik hardop tegen mezelf. De botten die uit mijn rug steken lijken voelbaar te groeien. Het dons op mijn kin duwt zich uit de haarzakjes naar een proportie van heb ik me jou daar. Voel me licht worden onder de transformatie. Mijn voeten komen van de grond af. Ik wordt door niemand niet opgetild. Ik draai mijn hoofd. Merk op dat het een draai betreft van 180 graden. Zie zwarte vleugels die de grond raken. Zie dat het de vleugels zijn die me van de grond af hebben getild. Onder de vleugels lijkt een plas olie zich te vormen. In ieder geval de vloeibare substantie onder me is zwart en stinkt. Een geur van zwavel, rotte eieren, methaangas vult mijn neus. Denk van mezelf af te gaan hierdoor. Maar nee, hoor ik ben sterk. Wel valt me op dat de vlek de ondergrond begint aan te vreten. Ik zak weg in een gat. Volledige donkerte om mij heen. Ik hoor geschreeuw en ruik het branden van vlees. Het is geen geschreeuw, maar het zijn pijnkreten. O fok, denk ik, wat nu?. Ben ik aan het afdalen in de hel? Dat kan niet! En net op het moment dat ik dit denk, voel ik stromend magma als een soort van stabiele ondergrond. Ik recht mezelf op. Zie een gehoornd wezen op een troon zitten, gemaakt uit botten. Dit wezen kijkt me aan en zegt, "welkom thuis, 'Little' Nicky!". | Gregory Allen Seward

18


Metrisch (poging tot dobytsjin) het was de eerste bus die dag. ze reden langs de kerken, langs zijn kerkhof, door het grasland langs de meren. ze speelde met haar pen, een blauwe, en zat voor hem, rechts. er was geen spiegeling – ze had geen alter ego in de ruit. ze stapte uit, verloor zich in de lentezon. II ze arriveerde bij het landhuis van de graaf, broël-von plater, net als hij. ‘hallo’, zei hij. ‘hallo’, zei zij. hij opende de deur van het museum links. de zon scheen onbarmhartig op het vroege uur. ze droeg een lange bloemenrok, een goudgeel jak en kort zwart haar. ze volgde niet. III ze liepen naar elkaar, zij van, hij naar de poolse katholieke kerk. ‘hallo’, zei zij. ‘hallo,’ zei hij, ‘ik was hier gisteren al, maar zonder opslag op mijn camera. vandaar. kom jij uit daugavpils?’ ‘ik kom hier morgen heen met vijftig kinderen, ik wilde eerst de boel verkennen.’ ‘ik kom uit nederland.’ ‘dat zag ik aan je tshirt. je moet wel naar de liefdesberg, daar kom ik net vandaan, een prachtige, romantische legende.’ ze deinde weg en nam haar groen-met-grijze ogen mee. hij keek eens om, haar na. IV ‘dag’, zei hij weer. ‘dag’, zei zij, ‘ik neem de bus terug.’ hij keek haar aan. er speelde iets op haar gezicht. hij had zich al verwijt gemaakt van ondoortastendheid. dit was genade. ‘ik ben vertaler, van dobytsjin, onder meer. gelezen?’ ‘de stad n, ja, net als iedereen, verplichte kost hier.’ ‘maar zullen we iets drinken in de stad straks? ik wil nog naar de overkant, het uitzicht op het landhuis van de graaf.’ Ze overwoog, seconden kort. ‘dat lijkt me fijn, maar waar?’ ‘de hoofdstraat, maar, bij die bandietentent? of wacht, de chili pizza?’ ‘goed, gewoon wat ieder doet.’ ‘vijf uur?’ ‘vijf uur!’ V hij nam een bier, en nog een. een sigaar, en nog een. zag bus 17, bus 3. er stapte echt van alles uit, maar geen ‘hoe-heette-zij-dat-wist-hij-niet’. auto’s op de stoep, en jonge jongens met de auto open, housemuziek die knaagde aan de fundamenten van de ziel. hij nam een bier en een sigaar en wandelde naar zijn hotel, kamer 406. hij vloekte wat en maakte zich een lange lijst van mogelijk ontlastende verklaringen. zij kon hem, als ze wilde, wel bereiken, via facebook, internet, hij haar niet. haar spoor liep dood. VI hij knipte alle draden los en nam de eerste trein, het vliegtuig, kwam weer thuis. hij was zijn oude draai kwijt, al veel langer, en dat bleef zo. hij ging op stap, hij plaatste foto’s en gedichten. wat zij deed wist hij niet. en jarig werd hij, en de dag daarop, te midden van de eerste wijn en veel sigarenrook dook haar bericht op in een gruwelijke youtube-film, daar dwars doorheen. er was iets misgegaan, haar eerste gids zijn was geslaagd, we konden nog eens overdoen. | Arie van der Ent

19


Kabouter 'Kabouter' las ik op het naambordje van de kassière. Het zou kunnen. Ze was klein van stuk. Maar om dan je dochter 'Kabouter' te noemen vond ik wat ver gaan. Het kon ook een buitenlandse naam zijn. Niet bij nagedacht dat de Nederlandse betekenis iets kleinerends kon zijn. Kabouter vertelde me wat de verkoopwaarde van mijn boodschappen waren. Toen ik nog eens aandachtig naar haar naambordje keek las ik bijna hardop 'Kaouter'. Ze waren dus de 'b' vergeten. Ik rekende af met een glimlach. | Alexander Franken

| Alex Brusse

20


Oude opa Kees Daar zit hij dan en kijkt naar buiten. De straat is net nog zoals toen. Hij weet het als de dag van gisteren. Op zijn klompen kreeg hij die zoen. Maartje van Telen was haar naam en ze was de knapste van klas drie. Een traan die slentert over zijn wang. Maartje is weg. Ze is er nie. Oude opa Kees is weer eenzaam en zit weer op z’n stoel alleen. Vroeger had hij vrienden, was hij de bink, de vlegel, de vlerk. Nu na ruim vijfentachtig jaar heeft Kees ook geen zin meer in de kerk. Hij is klaar met het leven, hij is op tijd voor het einde, de finale. Wanneer komen ze hem nu halen?

Daar zit hij dan en kijkt naar buiten. Maartje is al weer vijf jaar dood. Opa Kees die wil niet meer. ‘Kwamen ze mij maar halen. Hup in de kist en dan begraven in de goot.’ Want de kerk daar kwam Kees niet meer. Dat is ook moeilijk voor die man. Hij kan nu niets meer horen, dus hij snapt er geen bal van. Oude opa Kees is weer eenzaam en zit weer op z’n stoel alleen. Vroeger had hij vrienden, was hij de bink, de vlegel, de vlerk. Nu na ruim vijfentachtig jaar heeft opa Kees zelfs geen zin meer in de kerk. Hij is klaar met het leven, hij is op tijd voor het einde, de finale. Wanneer komen ze hem nu halen? | Peter van der Stoep

21


Lieve schat Lieve schat, ik wil je graag vertellen dat ik je in mijn leven wil ontmoeten. Ik wil je graag beminnen van je kruin tot aan je voeten. Ik wil je graag passievolle nachten bezorgen, wanneer je naast me ligt. Ik wil je graag begrijpen, vandaar dat je nu kijkt naar dit gedicht. Lieve schat, ik wil dit alles heel graag, maar mijn vertrouwen houdt me tegen. Want jij bent al bij die ander dus dan staat er file op alle begaanbare wegen.

Afstand schept nabij ik heb meer en meer geduld met hem hij heeft kinderen en gevoeligheden als hij te dichtbij komt

en andere huwelijkse voorwaarden zijn gevoeligheden zijn als de mijne maar mijn plekken donkerder blauw

wil ik hem blijmoedig strelen hardop ademend door zijn huid wil ik het uniform zijn waarin

een veldwachter moet op zijn post blijven daarom stuur ik hem onbeholpen brieven en snoephartjes van vergeetmijniet

hij zijn afgematte lichaam heeft gegoten dat ik hem kan voelen met ieder reepje stof het ruisen van zijn taal versta

zo kan ik mij tot in lengte van dagen vergewissen ik denk aan het huis aan de dijk met al zijn lieve fijngevoeligheden erin

een nooit meer doodgaan aan onvermogen om de onbezonnen botheid van een veldwachter in naam der wet

| Sanja

| Peter van der Stoep

22


Sarah en de mist De dichte mist van voorbij de zee verhult het licht van de zwakke maan. De stemmen, nauwelijks te verstaan achter de dikke muur van wit, waarachter gevulde leegte zit. Verscholen. En waar zielen dolen in hun poging het pad te vinden naar de poorten van het zijn. Daar lijkt het zichtbare slechts schijn, de kans op leven veel te klein. Maar in die nevel ruist geluid, die in zachte pas, vlug vooruit, het pad naar de dichte poort doorkruist. Ze zweeft over het water weg en legt haar hand op de witte muur, zo puur en wit, zo zacht, satijn. Fantaseert een beeld op het gordijn van miljoenen waterdruppels. De maan schimt haar ideeĂŤn door, en zij schildert haar decor op het nieuwe witte doek. Ze zet de lijn met inktverf aan, en kleurt de vlakken in. Maakt de leegte ongedaan en schildert een begin. De mist tovert over zee een eiland drijvend op haar idee en onbegrensde fantasie. Een bos in pure harmonie tekent zich af tegen de muur. De maan geniet van zijn natuur en belicht het nieuwe uur, het gras en mos, de vele bloemen, waarvan de soort niet valt te noemen. Het nieuwe land in de stille zee kabbelt langzaam voort. Richting de verre dichte poort waarachter zonlicht gloort. | Vincent Jongman

23


Aan zet Ik houd mij vast aan oude waarden gerafelde woorden verborgen verstand lepelt mijn hoofd leeg van wezen Ik klamp mij vast aan rituelen die mij onzinnig in het zinnige en zinnelijke doen besluiten dat ik niet meer naar achter kijk leg mij er bij neer dat het zo niet meer kan een heft in eigen uitgedroogde handen Ik ben aan zet | Magda Thomas

Dansen LIZZY danst. Ze heeft een eigen opeenvolging van FIGUREN: veel pirouetten tot ze soms uit evenwicht neervalt. Ze heft haar handen soms als HELP, soms in een halve cirkelbeweging, heel GRACIEUS. Waar haalt ze het vandaan. Wanneer we zeggen: DANSEN, start ze spontaan, loopt in kringen, draait, springt op ĂŠĂŠn been en APPLAUDISEERT met ons mee TENSLOTTE ! | Alex Brusse

Lizzy spreekt Poes bah op pop pap poep aap appel uit auto ah ja bananen mond ogen oren neus tenen haren knie-en handen nee eend eten oma opa au zitten aai buiten mama papa. | Alex Brusse

24


Ik begrijp het niet Hoe gloeiende lava stroomt Of razendbolle modderstromen Evenmin het zeilen van het water In een beek ,bleek en talmend traag Bijna zo steil als stilstand kan zijn Toch, weet ik van de beweging Vaag aan de binnenkant Middelpuntvliedend aan de grens Maar veel minder Versta ik de stilstand niet Die zich heimelijk aandient

Haar rug Ik masseer haar rug en voel mijn verdriet omhoog komen. De moeder van mijn kind is uitgeput. Haar omarming en streling zijn niet langer voor mij bestemd. Bitter is haar mond, haar rug gekromd. Ik masseer nu de rug van een ander en eindig in geruzie. | Alex Brusse

Als een vlakke vrouw Die een laatste muur optrekt Net voor ze haar uiterste grens bereikt . | Jan Anton Gilles

25


Pokrumi F When I took the early morning train* I had done everything**, be it in vain, to withhold you from another stain on your virginity***, let’s be plain**** * this is not true, the man took the BUS, this must be an error, done for reasons of rhyme, or something, or just a plain know, one never knows with this so-called ‘poets’. ** one ‘cannot do everything’…. Only God does, this man is not only a liar, but a very dangerous one indeed! Just beware, Sveta! *** it’s a shame!!! We followed this man around town, we know what he had in mind, what he was up to!! **** Sveta, we really must say: keep away from this man, he must be some lunatic, or worse… He must be madly in love with you, that’s probably the only thing about this terrible poem that is TRUE. | Arie van der Ent

| Alex Brusse

26


Over Marjon Zomer! ‘als kind al hield ik niet van leeszalen van de stilte in bibliotheken lange gangen om in te verdwalen rijen die me met de rug aankeken’ Jarenlang heeft het op de plank gelegen. Verhuisde het mee van Sneek naar Kampen naar Den Andel om via Zwolle en ‘s Heerenberg in Arnhem te belandden. Stofte ik het soms af, verwaarloosde het, hield het vast, keek er net te lang naar, stopte het in de zoveelste verhuisdoos, en nu is het er. Ligt het hier voor me. Het kijkt me aan. Ik kijk terug. Ik glimlach. Dat wel. Uit dezelfde verhuisdoos kwam een beduimeld rood boekje. Met gekrulde randen en bruine afdrukken van losgelaten plakband. ‘Gedichten van Marjon’ staat in er in schuine letters op. Vijfde klas lagere school. Vol met kinderlijke versjes. En rode pennenstrepen, resolute doorhalingen. Krassen op de kinderziel. Poëtische eerste pasjes. 45 jaar getrouwd. Wat geef je als kinderen? Een boek. Ieder maakt een deel. Ik schrijf mijn vingers blauw. Schrap en schaaf. Haal door, herlees, en ben tevreden. Ik lever mijn eerste proza af. Een cadeau. Steeds opnieuw lees ik het door. Ik ben mijn eerste fan. PIT, een Gronings tijdschrift over mensen en opmerkelijke keuzes. Een schrijfwedstrijd, cadeau aan jezelf het thema. ’s Nachts in bed krijg ik een idee.

Tussen 3:26 en 4:58 krast mijn pen. Maakt nieuwe volgordes. Hangt aan lip. Wordt gekauwd. De 1ste prijs. Wat zijn je ambities vroeg manlief ooit. Bij de Albert Heijn, Groningersingel zie ik haar. We lachen terwijl ik mijn fiets op slot zet. Haar taal is niet de mijne en de mijne nog niet van haar. De gesprekken zijn er niet minder leuk om. Zo weet ik dat ze een dochter van 16 heeft met een kindje. Oma is ze. En van mijn leeftijd. Ik koop een krantje. Ook als ik hem al heb. De keer dat het gedicht, wat ik over haar schreef voorin afgedrukt staat koop ik ze allemaal. Ze begrijpt het niet. Ik laat het zien. Kijk ik sta erin gebaar ik. De enige keer dat woorden tussen ons in staan. Stadsschouwburg Arnhem. Theatervoorstelling Guido Weijers. Hilarisch veel vingers gaan omhoog. De vraag? Wie wil er ooit een boek schrijven? Ik heb het gedaan. Oranje Koffiehuis. Slotavond schrijfcursus. Voordragen uit je beste werk. Als laatste op het lijstje. Leuk zo’n achternaam. Met een Z. Koude vingers, draaiende maag, suizende oren. Ben ik al? Nu? Ik moet eerst nog naar het toilet. Voordracht duurt zes minuten. Thuis geklokt. Niet te snel, niet te snel, niet te snel voorlezen! Al voorbij. Villa Sonsbeek, Arnhem zondagmiddag 11 april 2010. Ze zijn er. Allemaal. Oké, een paar waren jarig, hadden hoofdpijn, een kapot slot of er zomaar niet.

27


Een gevulde zaal hoort aan. Over een oude dame. Een zachte matras en een kampcommandant. En de combinatie rijstwafels en laptops. Over hoe de P-factor mij wordt toebedeeld. De P van poëzie wel te verstaan. Na het spreekgedeelte signeer ik ze. Voor wie wil. We proostten. Omdat poëzie en wijn bij elkaar horen. En binnenkort verschijnt haar nieuwe uitgave, ongetwijfeld ook weer een juweeltje voor in de collectie Kwalitatief goede poëzie in je boekenkast. Hierbij de info over deze uitbreiding van haar oeuvre: Graniet is uitgave waarin de grenzen van een kort verhaal uitgerekt zijn tot een acht pagina tellend handgemaakt boek(je). Fragment: 'Een zacht voorbijgaan neemt het bord, het bestek. De hoofdgang. Wortel. Kruimige aardappel. Jus. Thuis doe ik weleens boter over wortels. Ten teken van start klapt ze twee keer in haar handen. Het getik van metaal op porselein. Ik druk een wortel fijn tussen mijn tong en gehemelte. Nu nog dessert. Hangop. Ik heb moeite met de dikheid.' Op bestelling leverbaar voor info en contact, kijk op haar site.

| Marjon Zomer

Tevens kan ik zeggen dat ze een geweldige portettekemnares is, hiervoor is er bewijs te leveren. | www.marjonzomer.nl

28


| Vicky Herps

29


| Vicky Herps

30


Een interview met Geert Wouters Wanneer zette jij je 1ste stappen als dichter/schrijver? - Oei ... dat wordt flink nadenken. Als verlegen en verliefde twintiger...toen is het echt begonnen! - En is er door de tijd heen het werk veranderd? - Er komt wat lichte ironie in, zonder kwetsend te willen zijn....je moet vaak tussen de regels lezen! - Als ik dat doe lees ik een man met een groot hart en grote lever. Maar volgens mij is het hart groter, of niet? - Nog niet echt mee bezig geweest, meten en afwegen, is niet echt mijn ding! - Want vaak zit er in jouw werk toch een lieve ondertoon en veel gevoel voor vrouwelijk schoon. - De lever ... euh ...pardon ... het vlees is zwak! - We mogen jou dus omschrijven als levensgenieter. Maar ik weet dat je ondertussen al jaren gelukkig bent met "Lieve". Is zij jouw grote inspiratie?. - Zij is één van mijn spiegels!.. mijn meest gebruikte...spiegel dan nog! - Oké, dat is zo schattig om te horen. Behalve zij die jouw spiegel is, wat zijn voor jou nog meer inspiratiebronnen? - Mensen die ik onderweg ontmoet, toestanden die mijn hartje raken, kleinkunstenaars wiens oude liedjes ik terug opdiep. - En qua schrijvers, dichters? - Ik heb een hele oude bundel van GUIDO GEZELLE, onze Vlaamse priester-dichter...waar ik af en toe inkijk. Ik moet nog héél wat inhalen over recenter werk. Lees de laatste jaren te weinig. - Goed voorbeeld en inderdaad misschien ook wel een van Belgische grootste dichters ooit. Er bestaat een mooie biografie over hem, kan ik je zeggen. Maar wanneer was het dat je zo iets had, ik ga met mijn werk het podium op? - Ik wou op een dag wat reacties uitlokken van toehoorders. - Welk podium was dat? - In GEEL, ooit "Noord ontmoet Zuid". Was mijn eerste ding. Nu jaren later zwerf ik wat door Nederland, waar ik toch meer plezier eraan beleef… - Is er dan een wezenlijk verschil in het publiek, zo ja, ook hoe je ontvangen wordt? - Ik weet het zelf niet goed te verwoorden. Ik heb gewoonweg een beter gevoel op den vreemde.

31


De laatste keer dat ik dat zei kreeg ik ruzie, bleek ik vreemd te gaan .... lol. Even zonder gekheid. Aan welk podium heb je mooie ervaringen. - Rotterdam, 't Werklicht...in 't Zuid! Een mengelmoes aan publiek. - Is ook een geweldige plek. Mede ook door Irene Puntcom en Theo Huijgens. Wil je iets liefs tegen hen zeggen nu we het toch over hun plekje hebben . - Ze weten al wel, dat ik hen graag zie! - Nu alweer dan de laatste vraag, mag Po-e-zine jouw mooiste gedicht plaatsen. Je weet welke ik dan bedoel, toch? - De marionetten-pop? - Jazeker. - Ja hoor! Is mijn lievelingsgedicht zonder nonsens! Straf!

Een marionettenpop, Ooit gezien als kind, hoe bedreven de poppenspeler, de touwtjes in handen hield, van 'n marionettenpop? Zodat het met koordjes en rare, gestuurde bewegingen, tot leven kwam? Als je aan één touwtje de bovenhand geeft, verzinken de anderen in het niet.

Sprekende gebarentaal is datgene, Je bij 't poppenspel ziet. Eigenlijk hoeft de poppenspeler zelf dus helemaal niet te spreken! Z'n poppekes doen het wel! Vanzelfsprekend! Ook mensen hoeven niet altijd te spreken. Soms voel je intuïtief aan, iemands verborgen verdriet of leute. Door gewoon één touwtje, neer- of ophalend, verander je soms ...een mensenleven. Sommige mensen zijn vooral goed in het neerhalen. Dus mens, bevrijd je van de wirwar van touwen, als je door onbekwame handen wordt bespeeld GERWOUT van LODEWIJCK de CORTENBERGH. ------------------------------------------------------------------Wil je van harte bedanken voor het interview. Hopelijk tot snel weer ziens op een podium.

32


Spotlight: Magda Thomas Magda Thomas (1964) is geboren en getogen in het Zuid-Limburgse Heerlen. Ze beleefde een mooie, doch bewogen jeugd. Plezier en verdriet gingen hand in hand. Veel gevoelens konden in het gezin Thomas niet worden uitgesproken, dus vertrouwde ze reeds op jonge leeftijd haar gevoelens toe aan papier. Haar zoektocht naar geborgenheid bracht Thomas naar Eindhoven, waar ze personeelsmanagement studeerde. Ze trouwde, kreeg een dochter en studeerde rustig door. Blijven leren en ontwikkelen loopt als een rode draad door haar leven. Als dichteres zet Magda sinds acht jaar levensmomenten om in gedichten en korte verhalen en tekeningen. Ze ervaart deze expressie als helend. In woonplaats Gemert verzorgde de auteur met haar dochter vier jaar met veel plezier een literair programma bij Omroep Centraal. Ze interviewde schrijvers en kreeg zo hernieuwd de smaak te pakken. Nu is het tijd voor haar eerste dichtbundel. Magda’s boodschap aan de lezers is een positieve; door alle misere en lessen heen leest die hoe zij voor het mooie in leven kiest. Thomas besluit: ‘het wordt ons niet gemakkelijk gemaakt. Maar ieder moment is er een.’

33


Wouter van heiningen schreef hierover: In november 2011 was ik te gast bij Magda Thomas in Gemert bij omroep Centraal. Het was een zeer onderhoudend bezoek van een uur waarin we veel over poëzie hebben gepraat, waar ik een aantal gedichten heb voorgedragen en waarbij me toen al de oprechte interesse opviel van Magda. Nu is er een bundel van haar hand verschenen met de titel ‘Geef me de waarheid’ bij uitgeverij Heimdall. Ik kreeg de bundel van haar bij Podium X waar ze samen met die andere dichter van Heimdall, Derrel Niemeijer, ging voordragen. Net als de bundel van Derrel is ook ‘Geef me de waarheid’ op een nette manier vorm gegeven, ook hier zijn de gedichten gecentreerd, blijkbaar een stijlfiguur van Heimdall. Op de achterkant van de bundel staat dat ‘de schrijfstijl van Magda getuigt van een directheid en oprechtheid die schaars is’. Of dat laatste waar is vraag ik me af maar dat de gedichten direct en oprecht zijn is een ding dat zeker is. Dat de bundel een inkijk geeft in een getormenteerd leven dat niet alleen menig dieptepunt maar toch ook gelukzalige momenten kent vind ik persoonlijk wat sterk uitgedrukt. Toegegeven, er staan een aantal gedichten in die in een donkere kant van Magda als onderwerp hebben (ervan uitgaand dat alle gedichten autobiografisch zijn) maar toch vond ik na lezing niet dat het een heel zware bundel was. Sterker nog, na lezing had ik het idee dat ik een bundel liefdespoëzie had gelezen. Dat de liefde niet altijd van een leien dakje gaat, okay, maar vrijwel elk gedicht heeft de liefde als uitgangspunt. De ene keer wordt de liefde bezongen met blijheid, de andere keer krijg je een inkijkje in wat de liefde ook kan doen; een mens kwellen of tot razernij brengen. Al met al heb ik de bundel met plezier gelezen. De gedichten verschillen nogal van kwaliteit en vorm (dat ene Engelse gedicht had ik er persoonlijk uitgelaten) maar het geeft een mooi beeld van de dichter Magda Thomas. Bij het kiezen van een gedicht dat ik hier wilde plaatsen heb ik getwijfeld tussen ‘Geef me de waarheid’ wat een heel krachtig gedicht is, zonder opsmuk en recht voor zijn raap en ‘Ach, niets is zo mooi’ waar ik erg blij van werd. Het is de laatste geworden. Wil je die andere (en de rest) ook lezen, koop dan de bundel zou ik zeggen.

Ach, niets is zo mooi Ach niks is zo mooi als de liefde tussen een vrouw en haar homo

. Liggend op het strand in Tel Aviv dromen we Jij van mij in wit kant met jarretels lekker bruin Ik van jou in witte pumps en een witte lederen string ook lekker bruin

. Niets is zo mooi als de liefde tussen een vrouw en haar homo | Magda Thomas

34


Book of Lies The story of my life Was written there in front of me The book revealed The lines upon my face After chapter one The images of better times Turned into a classic cold embrace

It’s me I recognise Or am I getting in too deep It’s getting harder now To turn the page Did I read my name Or is it just coincidence Only what is true will cure my rage

Just throw the book away Through your eyes you’ll write again And the book of lies Cuts deep into my mind Did I steal your heart And leave it in the rain I’ll never know, no I’ll never know

Coming to the end Sentences are bitter sweet Paragraphs that leave me feeling cold But it’s all too late The written world will always be The essence of how well The story’s told

Droomtijd

Digeridoo

Geluid doet materie ontstaan. De krokodil kruipt uit de poort van de droom. Kangoeroes bevolken de grasvlakte de buidel beschermt hun jong tegen de zon en nieuwe tijd. Wereld nog in wording. Creatieve adem veroorzaakt geluid tot atoom idee tot werkelijkheid trilling tot leven

Diep dubbel dubbelbeeld geluid dubbeltoon driedubbel geluid van eenling tot stamgebonden in resonerende weerklank taal in trilling taal in gevoel taal van de ziel. | Nan van Daalen-Sypkens

| Nan van Daalen-Sypkens Released on: 'Wake The Sleeper' June 2008 Written by: Mick Box & Phil Lanzon Arranged by: Uriah Heep

35


Poet’s Justice

Communicatie 1

Cold winds and cloudy skies Turned to sweetness in her eyes Fantasies I realised Came to life to my surprise

Shine hard October moon Eagle take me to her soon Run swiftly silver stream Find my love or let me dream

Rain came and took her away Just when I thought She was here to stay Sun gone I was left high and dry Love came by and touched me And kissed me so long

Half of me is all of her I’d be much happier if I were whole All my words and wisdom fall The poet's justice Leads me to my goal Leads me to my goal

Zoals de schilderkunst punt voor punt lijn voor lijn beelden bouwt zo brengt de ademtocht geluid voort die een wereld schept. Trilling die de ziel beweegt van droom naar realiteit.

| Nan van Daalen-Sypkens Released on: 'Demons And Wizards' May 1972 Written by: Mick Box, Lee Kerslake & Ken Hensley Arranged by: Uriah Heep

Communicatie 2 Oker op bruin gespleten boombast een harige tak. Vermeng water en klei kalk en bloedrode aarde om tekens te noteren van ongeschreven taal en intense muziek in de zwervende vrijheid van een oud volk dat in toon en teken tot uiting brengt wat de vibratie van woorden niet zeggen kan.

| Nan van Daalen-Sypkens

36


Het kanaal van Eindhoven naar Son Hou het brandend, en terug geef het vuur door van het vorige naar het volgende. Verlaat de versmeerde stad langs zwerfvuil en doolafval, ademloos door een bries van destructorstank, uitlaatgas, kerosinedamp. Ik trap door langs een vals plat en snuif de diesellucht van plezierj8 de 2dr8 langs oeverloos gelinieerd water. De golfslag klotst als code誰ne. Een omheind albino hert volgt een paar meter. Zal het gras ons overleven?

Op deze vogelvrije hoogten en spoorloze paden vist de dichter in zijn geleende boot.

Eindhoven geen eindhaven Adam stikt in Eva's appel, spreekt namen tot leven en hult zich in die lompen. Mijn dichte woorden verdampen als mist. Dit is waar ik ben, dit is waar, dit is.

Tot waar het wringt brengen me woorden terug naar de warmte, ervaren als een glimlach, een gebaar dat ze bracht als tijdloos geschenk, lichter en lichter, en nog altijd in me, waar het zingt. Al is ze nu verder van me weg dan ik kan bevatten, brengen me woorden terug naar de stilte, zwijgt de dichter in me, mijn handen vastgelopen tot in de kilte, waar het wringt.

| Hans F. Marijnissen Al is ze nu verder van me weg dan ik kan bevatten, brengen me woorden dichter en dichter. | Hans F. Marijnissen

37


Huize Welterusten Er is te veel wijn voor deze avond alleen; kan mijn stem alle woorden volgen zonder in de stilte daartussen te storten, als een dronkaard dralend tussen vallen en opstaan over de lijnen van de snelweg, toch echt recht tussen zijn ogen, deze avond alleen? Wacht even, mijn animama roept me binnen van buiten waar ik speel - mijn spelen is spelen en ik steek over uit de nacht zonder op het verkeer te letten.

Deze beslissingen kan ik mezelf veroorloven, alipapa en zijn veertig lovers, mijn alibi, animo, animama (ik drink haar melk nu, dans op en neer en heen en weer van voor naar achter van links naar rechts: een navelstreng jojo, terwijl deze avond alleen zich op mij nestelt als een hen op eieren hier heden in dit nauwe nest tussen het beste en de rest van mijn verleden).

Iedereen waarschuwt mij voor mezelf, ik schuw mezelf, duw mezelf mijn nachten door - mijn dansen is dansen er is nog steeds te veel wijn, ik drink mateloos nu hier in Huize Welterusten. | Hans F. Marijnissen

- mijn leren is leren -

38


De aanzet tot dit liberale liedje Toen ik klein was in de klas met dikke vlechten in mijn sas moest ik na het rekenen met een liniaal een aquarium tekenen Met gepaste durf zette ik met dat ‘vrije’ een zee op met van dat ‘blije’

Ik voelde me een Hansworst mijn trotse kin zakte als een gesmolten ijsje op mijn borst. Dit was de Aanzet dames en heren om Vrijheid, Durf en Eigenheid vanuit binnenin te activeren, Dat heeft zin! tegen de Verdrukking in! | Dorine Lintelo

(even later) brieste de meester: ‘Wat is dat voor iets raars?’ sloeg met de liniaal mijn knokels paars, paars was ook zijn hoofd van iedere rede beroofd ‘Duidelijke taal!’ schreeuwde hij, ‘Aquarium, geen zee!’ ‘Daar doen we het niet mee!’ ‘En zeker niet zo, je kunt je weer niet houden aan de opdracht Lintelo!’

39


Hommage aan Fabienne Verdier Gigantisch penseel met volle manen schaart in haar keuze bevend gebaart gewortelde boom de vrouw een wieg uit magisch ritme en driehoek gedachte soyez la nature een helder idee vuurt vlokken en strepen Chinese tekens dooraderen motief ritselend wonend in meditatietijd ademt zij: keien kliffen en kuilen, driekwarts maten, complex verslag van de vloeibare werkelijkheid waar een constante stroom zonder eind huilende harten tussen hemel en aarde trillende klop haar zielenspoor trekt een liefdesstuifzee onafzienbaar kronkelt, bladerend goud groeiende wee

| Gemma Elisabeth Huisman Kunst Fabienne Verdier

40


Biografie: Kerouac Jack Kerouac (Jean-Louis Lebris de Kérouac (/ˈkɛruːæk/ or /ˈkɛrɵæk/; March 12, 1922 – October 21, 1969) was an American novelist and poet. He is considered a literary iconoclast and, alongside William S. Burroughs and Allen Ginsberg, a pioneer of the Beat Generation.[2] Kerouac is recognized for his method of spontaneous prose. Thematically, his work covers topics such as Catholic spirituality, jazz, promiscuity, Buddhism, drugs, poverty, and travel. He became an underground celebrity and, with other beats, a progenitor of the hippie movement, although he remained antagonistic toward some of its politically radical elements. In 1969, at age 47, Kerouac died from internal bleeding due to long-term alcohol abuse. Since his death Kerouac's literary prestige has grown and several previously unseen works have been published. All of his books are in print today, among them: The Town and the City, On the Road, Doctor Sax, The Dharma Bums, Mexico City Blues, The Subterraneans, Desolation Angels, Visions of Cody, The Sea is My Brother, and Big Sur. His life: Jack Kerouac was born in Lowell, Massachusetts, to French-Canadian parents, Léo-Alcide Kéroack and Gabrielle-Ange Lévesque, of St-Hubert-de-Rivière-duLoup in the province of Quebec, Canada. There is some confusion surrounding his original name, partly due to variations on the spelling of Kerouac, and partly because of Kerouac's own promotion of his name as Jean-Louis Lebris de Kerouac. His reason for doing so seems to be linked to an old family legend that the Kerouacs had descended from Baron François Louis Alexandre Lebris de Kerouac. Kerouac's baptism certificate lists his name simply as Jean Louis Kirouac, and indeed Kirouac is the most common spelling of the name in Quebec. Kerouac claimed he descended from a Breton nobleman, granted land after the Battle of Quebec, whose sons all married Native Americans. Research has shown that Kerouac's roots were indeed in Brittany, and he was descended from a middle-class merchant colonist, Urbain-François Le Bihan, Sieur de Kervoac, whose sons married French Canadians. Kerouac's own father had been born to a family of potato farmers in the village of St-Hubert-de-Rivière-du-Loup. He also had various stories on the etymology of his surname, usually tracing it to Irish, Breton, Cornish or other Celtic roots. In one interview he claimed it was from the name of the Cornish language (Kernewek) and that the Kerouacs had fled from Cornwall to Brittany. Another belief was that the Kerouacs had come to Cornwall from Ireland before the time of Christ and that the name meant "language of the house". In another interview he said it was from the Irish for "language of the water" and related to Kerwick. Kerouac, derived from Kervoach, is the name of one hamlet situated in Brittany in Lanmeur, near Morlaix. Kerouac was referred to as Ti Jean or little John around the house during his childhood. Kerouac spoke French until he learned English at age six, not speaking it confidently until his late teens. He was a serious child who was devoted to his mother, who played an important role in his life. She was a devout Catholic, instilling this devoutness into both her sons. Kerouac would later say that his mother was the only woman he ever loved. When he was four, he was profoundly affected by the death of his nine-year-old brother, Gérard, from rheumatic fever, an event later described in his novel Visions of Gerard. His mother sought solace in her faith, while his father abandoned it, wallowing in drinking, gambling and smoking. Some of Kerouac's poetry was written in French, and in letters written to friend Allen Ginsberg towards the end of his life, he expressed his desire to speak his parents' native tongue again. Recently, it was discovered that Kerouac first started writing On the Road in French, a language in which he also wrote two unpublished novels. The writings are in dialectal Quebec French.

41


On May 17, 1928, while six years old, Kerouac had his first Sacrament of Confession. For penance he was told to say a rosary, during the meditation of which he could hear God tell him that he had a good soul, that he would suffer in his life and die in pain and horror, but would in the end have salvation.[18] This experience, along with his dying brother's vision of the Virgin Mary, as the nuns fawned over him convinced that he was a saint, combined with a later discovery of Buddhism and ongoing commitment to Christ, solidified his worldview which informs his work. There were few black people in Lowell, so the young Kerouac did not encounter much of the racism that was common in other parts of the United States. Kerouac once recalled to Ted Berrigan, in an interview with the Paris Review, an incident in the 1940s, in which his mother and father were walking together in a Jewish neighborhood in the Lower East Side of New York, recalling "a whole bunch of rabbis walking arm in arm... teedah- teedah - teedah... and they wouldn't part for this Christian man and his wife. So my father went POOM! and knocked a rabbi right in the gutter." His father, after the death of his child, also treated a priest with similar contempt, angrily throwing him out of the house after an invitation by Gabrielle. Kerouac's athletic skills as a running back in American football for Lowell High School earned him scholarship offers from Boston College, Notre Dame and Columbia University. He entered Columbia University after spending a year at Horace Mann School, where he earned the requisite grades to matriculate to Columbia. Kerouac cracked a tibia playing football during his freshman season, and during his abbreviated sophomore year he argued constantly with varsity coach Lou Little who kept him benched. While at Columbia, Kerouac wrote several sports articles for the student newspaper, the Columbia Daily Spectator and joined the fraternity of Phi Gamma Delta. He also studied at The New School. When his football career at Columbia soured, Kerouac dropped out of the university. He continued to live for a period on New York City's Upper West Side with his girlfriend, Edie Parker. It was during this time that he met the people—now famous—with whom he would always be associated, the subjects injected into many of his novels: the so-called Beat Generation, including Allen Ginsberg, Neal Cassady, John Clellon Holmes, Herbert Huncke and William S. Burroughs. Kerouac joined the United States Merchant Marine in 1942, and in 1943 joined the United States Navy, but he served only eight days of active duty before arriving on the sick list. According to his medical report, Jack Kerouac said he “asked for an aspirin for his headaches and they diagnosed me dementia praecox and sent me here.” The medical examiner reported Jack Kerouac’s military adjustment was poor, quoting Kerouac: “I just can’t stand it; I like to be by myself”. Two days later he was honorably discharged on psychiatric grounds (he was of "indifferent character" with a diagnosis of "schizoid personality"). After serving briefly in the US Merchant Marine, Kerouac authored his first novel, The Sea is My Brother. Although written in 1942, the book was not published until 2011, some 42 years after Kerouac's death, and 70 years after the book was written. Although Kerouac described the work as being about "man’s simple revolt from society as it is, with the inequalities, frustration, and self-inflicted agonies", Kerouac reputedly viewed the work as a failure, reportedly calling it a "crock [of shit] as literature" and never actively sought publication of the book.

42


In 1944, Kerouac was arrested as a material witness in the murder of David Kammerer, who had been stalking Kerouac's friend Lucien Carr since Carr was a teenager in St. Louis. William Burroughs was a native of St. Louis, and it was through Carr that Kerouac came to know both Burroughs and Allen Ginsberg. According to Carr, Kammerer's obsession with Carr turned aggressive, causing Carr to stab him to death in self-defense. After turning to Kerouac for help, together they disposed of evidence. Afterwards, as advised by Burroughs, they turned themselves in to the police. Kerouac's father refused to pay his bail. Kerouac then agreed to marry Edie Parker if she would pay the bail. Their marriage was annulled in 1948.[27] Kerouac and Burroughs briefly collaborated on a novel about the Kammerer killing titled And the Hippos Were Boiled in Their Tanks. Though the book was not published during the lifetimes of either Kerouac or Burroughs, an excerpt eventually appeared in Word Virus: A William S. Burroughs Reader (and as noted below, the novel was finally published late 2008). Kerouac also later wrote about the killing in his novel Vanity of Duluoz. Later, he lived with his parents in the Ozone Park neighborhood of Queens, after they also moved to New York. He wrote his first published novel, The Town and the City, and began the famous On the Road around 1949 while living there. His friends jokingly called him "The Wizard of Ozone Park", alluding to Thomas Edison's nickname, "the Wizard of Menlo Park" and to the film The Wizard of Oz. The Town and the City was published in 1950 under the name "John Kerouac" and, though it earned him a few respectable reviews, the book sold poorly. Heavily influenced by Kerouac's reading of Thomas Wolfe, it reflects on the generational epic formula and the contrasts of small town life versus the multidimensional, and larger life of the city. The book was heavily edited by Robert Giroux, with around 400 pages taken out. For the next six years, Kerouac continued to write regularly. Building upon previous drafts tentatively titled "The Beat Generation" and "Gone on the Road," Kerouac completed what is now known as On the Road in April 1951, while living at 454 West 20th Street in Manhattan with his second wife, Joan Haverty. The book was largely autobiographical and describes Kerouac's road-trip adventures across the United States and Mexico with Neal Cassady in the late-40s, as well as his relationships with other Beat writers and friends. He completed the first version of the novel during a three-week extended session of spontaneous confessional prose. Kerouac wrote the final draft in 20 days, with Joan, his wife, supplying him bowls of pea soup and mugs of coffee to keep him going. Before beginning, Kerouac cut sheets of tracing paper into long strips, wide enough for a typewriter, and taped them together into a 120-foot (37 m) long roll he then fed into the machine. This allowed him to type continuously without the interruption of reloading pages. The resulting manuscript contained no chapter or paragraph breaks and was much more explicit than what would eventually be printed. Though "spontaneous," Kerouac had prepared long in advance before beginning to write. In fact, according to his Columbia professor and mentor Mark Van Doren, he had outlined much of the work in his journals over the several preceding years. Though the work was completed quickly, Kerouac had a long and difficult time finding a publisher. Before On the Road was accepted by Viking Press, Kerouac got a job as a "railroad brakesman and fire lookout" traveling between the East and West coasts of America to collect money, so he could live with his mother. While employed in this way he met and befriended Abe Green, a young freight train jumper who later introduced Kerouac to his friend Herbert Huncke, a street hustler and favorite of many Beat Generation writers. During this period of travel, Kerouac wrote what he considered to be "his life's work", "The Legend of Duluoz".

43


Publishers rejected On the Road because of its experimental writing style and its sympathetic tone towards minorities and marginalized social groups of post -War America. Many editors were also uncomfortable with the idea of publishing a book that contained what were, for the era, graphic descriptions of drug use and homosexual behavior—a move that could result in obscenity charges being filed, a fate that later befell Burroughs' Naked Lunch and Ginsberg's Howl. According to Kerouac, On the Road "was really a story about two Catholic buddies roaming the country in search of God. And we found him. I found him in the sky, in Market Street San Francisco (those 2 visions), and Dean (Neal) had God sweating out of his forehead all the way. THERE IS NO OTHER WAY OUT FOR THE HOLY MAN: HE MUST SWEAT FOR GOD. And once he has found Him, the Godhood of God is forever Established and really must not be spoken about." According to his authorized biographer, historian Douglas Brinkley, On the Road has been misinterpreted as a tale of companions out looking for kicks, but the most important thing to comprehend is that Kerouac was an American Catholic author – for example, virtually every page of his diary bore a sketch of a crucifix, a prayer, or an appeal to Christ to be forgiven. In the spring of 1951, Joan Haverty left and divorced Kerouac while pregnant. In February 1952, she gave birth to Kerouac's only child, Jan Kerouac, though he refused to acknowledge her as his own until a blood test confirmed it 9 years later. For the next several years Kerouac continued writing and traveling, taking extensive trips throughout the U.S. and Mexico and often fell into bouts of depression and heavy drug and alcohol use. During this period he finished drafts for what would become 10 more novels, including The Subterraneans, Doctor Sax, Tristessa, and Desolation Angels, which chronicle many of the events of these years. In 1954, Kerouac discovered Dwight Goddard's A Buddhist Bible at the San Jose Library, which marked the beginning of his immersion into Buddhism. However, Kerouac had taken an interest in Eastern thought in 1946 when he read Heinrich Zimmer's Myths and Symbols in Indian Art and Civilization. Kerouac's stance on eastern texts then differed from when he took it up again in the early to mid-1950s. In 1955 Kerouac wrote a biography of Siddhartha Gautama, titled Wake Up, which was unpublished during his lifetime but eventually serialised in Tricycle: The Buddhist Review, 1993–95. It was published by Viking in September 2008. Politically, Kerouac found enemies on both sides of the spectrum, the right disdaining his association with drugs and sexual libertinism and the left contemptuous of his anti-communism and Catholicism; characteristically he watched the 1954 Senate McCarthy hearings smoking cannabis and rooting for the anticommunist crusader, Senator Joe McCarthy. In Desolation Angels he wrote, "when I went to Columbia all they tried to teach us was Marx, as if I cared" (considering Marxism, like Freudianism, to be an illusory tangent). In 1957, after being rejected by several other firms, On the Road was finally purchased by Viking Press, which demanded major revisions prior to publication. Many of the more sexually explicit passages were removed and, fearing libel suits, pseudonyms were used for the book's "characters". These revisions have often led to criticisms of the alleged spontaneity of Kerouac's style.

44


In July 1957, Kerouac moved to a small house at 1418½ Clouser Avenue in the College Park section of Orlando, Florida, to await the release of On the Road. Weeks later, a review of the book by Gilbert Millstein appeared in The New York Times proclaiming Kerouac the voice of a new generation. Kerouac was hailed as a major American writer. His friendship with Allen Ginsberg, William S. Burroughs and Gregory Corso, among others, became a notorious representation of the Beat Generation. The term “Beat Generation” was invented by Kerouac during a conversation held with fellow novelist Herbert Huncke. Huncke used the term "beat" to describe a person with little money and few prospects. "I'm beat to my socks", he had said. Kerouac's fame came as an unmanageable surge that would ultimately be his undoing. Kerouac's novel is often described as the defining work of the post-World War II Beat Generation and Kerouac came to be called "the king of the beat generation," a term that he never felt comfortable with. He once observed, "I'm not a beatnik, I'm a Catholic", showing the reporter a painting of Pope Paul VI and saying, "You know who painted that? Me." The success of On the Road brought Kerouac instant fame. His celebrity status brought publishers desiring unwanted manuscripts that were previously rejected before its publication. After nine months, he no longer felt safe in public. He was badly beaten by three men outside the San Remo Cafe at 189 Bleecker Street in New York City one night. Neal Cassady, possibly as a result of his new notoriety as the central character of the book, was set up and arrested for selling marijuana. In response, Kerouac chronicled parts of his own experience with Buddhism, as well as some of his adventures with Gary Snyder and other San Franciscoarea poets, in The Dharma Bums, set in California and Washington and published in 1958. It was written in Orlando between November 26 and December 7, 1957. To begin writing Dharma Bums, Kerouac typed onto a ten-foot length of teleprinter paper, to avoid interrupting his flow for paper changes, as he had done six years previously for On the Road. Kerouac was demoralized by criticism of Dharma Bums from such respected figures in the American field of Buddhism as Zen teachers Ruth Fuller Sasaki and Alan Watts. He wrote to Snyder, referring to a meeting with D. T. Suzuki, that "even Suzuki was looking at me through slitted eyes as though I was a monstrous imposter." He passed up the opportunity to reunite with Snyder in California, and explained to Philip Whalen, "I'd be ashamed to confront you and Gary now I've become so decadent and drunk and don't give a shit. I'm not a Buddhist any more."[48] In further reaction to their criticism, he quoted part of Abe Green's cafe recitation, Thrasonical Yawning in the Abattoir of the Soul. "A gaping, rabid congregation, eager to bathe, are washed over by the Font of Euphoria, and bask like protozoans in the celebrated light." Many consider that this clearly indicated Kerouac's journey on an emotional roller coaster of unprecedented adulation and spiritual demoralization. Kerouac also wrote and narrated a "Beat" movie titled Pull My Daisy (1959), directed by Robert Frank and Alfred Leslie. It starred poets Allen Ginsberg and Gregory Corso, musician David Amram and painter Larry Rivers among others. Originally to be called The Beat Generation, the title was changed at the last moment when MGM released a film by the same name in July 1959 that sensationalized "beatnik" culture.

45


The CBS Television series Route 66 (1960–64), featuring two untethered young men "on the road" in a Corvette seeking adventure and fueling their travels by apparently plentiful temporary jobs in the various U.S. locales framing the anthology styled stories, gave the impression of being a commercially sanitized misappropriation of Kerouac's "On The Road" story model. Even the leads, Buz and Todd, bore a resemblance to the dark, athletic Kerouac and the blonde Cassady/Moriarty, respectively. Kerouac felt he'd been conspicuously ripped off by Route 66 creator Stirling Silliphant and sought to sue him, CBS, the Screen Gems TV production company, and sponsor Chevrolet, but was somehow counseled against proceeding with what looked like a very potent cause of action. John Antonelli's 1985 documentary Kerouac, the Movie begins and ends with footage of Kerouac reading from On the Road and Visions of Cody on The Steve Allen Plymouth Show in November 1959. Kerouac appears intelligent but shy. "Are you nervous?" asks Steve Allen. "Naw," says Kerouac, sweating and fidgeting. Kerouac developed something of a friendship with the scholar Alan Watts (renamed Arthur Wayne in Kerouac's novel Big Sur, and Alex Aums in Desolation Angels). Kerouac moved to Northport, New York in March 1958, six months after releasing On the Road, to care for his aging mother Gabrielle and to hide from his newfound celebrity status. In 1965, he met the poet Youenn Gwernig who was a Breton American like him in New York, and they became friends. Youenn Gwernig used to translate his Breton language poems in English in order to make Kerouac read and understand them : "Meeting with Jack Kerouac in 1965, for instance, was a decisive turn. Since he could not speak Breton he asked me : "Would you not write some of your poems in English, I'd really like to read them !..." So I wrote an Diri Dir - Stairs of Steel for him, and kept on doing so. That's why I often write my poems in Breton, French and English." In the following years, Kerouac suffered the loss of his older sister to a heart attack in 1964 and his mother suffered a paralyzing stroke in 1966. In 1968, Neal Cassady also died while in Mexico. Also in 1968, he appeared on the television show Firing Line produced and hosted by William F. Buckley. The visibly drunk Kerouac talked about the 1960s counterculture in what would be his last appearance on television.

46


Death: On October 20, 1969, around 11 in the morning, Kerouac was sitting in his favorite chair, drinking whiskey and malt liquor, trying to scribble notes for a book about his father's print shop in Lowell, Mass. He suddenly felt sick to his stomach, which was nothing unusual, and headed for the bathroom. He began to throw up large amounts of blood, and yelled to his wife, "Stella, I'm bleeding." Eventually he was persuaded to go to the hospital and was taken by ambulance to St. Anthony's in St. Petersburg. Blood continued to pour from his mouth and he underwent several transfusions. That evening he underwent surgery in an attempt to tie off all the burst blood vessels, but his damaged liver prevented his blood from clotting. Kerouac died at 5:15 the following morning, October 21, 1969, never having regained consciousness after the operation. His death, at the age of 47, was determined to be due to an internal hemorrhage (bleeding esophageal varices) caused by cirrhosis, the result of a lifetime of heavy drinking, along with complications from an untreated hernia and a bar fight he had been involved in several weeks prior to his death. Kerouac is buried at Edson Cemetery in his hometown of Lowell and was honored posthumously with a Doctor of Letters degree from his hometown University of Massachusetts Lowell on June 2, 2007. At the time of his death, he was living with his third wife, Stella Sampas Kerouac, and his mother, Gabrielle. Kerouac's mother inherited most of his estate and when she died in 1973, Stella inherited the rights to his works under a will purportedly signed by Gabrielle. Family members challenged the will and, on July 24, 2009, a judge in Pinellas County, Florida ruled that the will of Gabrielle Kerouac was fake, citing that Gabrielle Kerouac would not have been physically capable of providing her own signature on the date of the signing. However, such ruling had no effect on the copyright ownership of Jack's literary works, since in 2004 a Florida Probate Court ruled that "any claim against any assets or property which were inherited or received by any of the SAMPAS respondents through the Estate of Stella Sampas Kerouac, Deceased, is barred by reason of the provisions of Florida Statute §733.710(1989)." Style Kerouac is generally considered to be the father of the Beat movement, although he actively disliked such labels. Kerouac's method was heavily influenced by the prolific explosion of Jazz, especially the Bebop genre established by Charlie Parker, Dizzy Gillespie, Thelonious Monk, and others. Later, Kerouac included ideas he developed from his Buddhist studies that began with Gary Snyder. He often referred to his style as spontaneous prose[citation needed]. Although Kerouac’s prose was spontaneous and purportedly without edits, he primarily wrote autobiographical novels (or Roman à clef) based upon actual events from his life and the people with whom he interacted. Many of his books exemplified this spontaneous approach, including On the Road, Visions of Cody, Visions of Gerard, Big Sur, and The Subterraneans. The central features of this writing method were the ideas of breath (borrowed from Jazz and from Buddhist meditation breathing), improvising words over the inherent structures of mind and language, and not editing a single word (much of his work was edited by Donald Merriam Allen, a major figure in Beat Generation poetry who edited some of Ginsberg's work as well). Connected with his idea of breath was the elimination of the period, preferring to use a long, connecting dash instead. As such, the phrases occurring between dashes might resemble improvisational jazz licks. When spoken, the words might take on a certain kind of rhythm, though none of it pre-meditated.

47


Kerouac greatly admired Snyder, many of whose ideas influenced him. The Dharma Bums contains accounts of a mountain climbing trip Kerouac took with Snyder, and also whole paragraphs from letters Snyder had written to Kerouac. While living with Snyder outside Mill Valley, California in 1956, Kerouac worked on a book centering around Snyder, which he considered calling Visions of Gary. (This eventually became Dharma Bums, which Kerouac described as "mostly about [Snyder].") That summer, Kerouac took a job as a fire lookout on Desolation Peak in the North Cascades in Washington, after hearing Snyder's and Whalen's accounts of their own lookout stints. Kerouac described the experience in his novel Desolation Angels. He would go on for hours, often drunk, to friends and strangers about his method. Allen Ginsberg, initially unimpressed, would later be one of its great proponents, and indeed, he was apparently influenced by Kerouac's free-flowing prose method of writing in the composition of his masterpiece "Howl". It was at about the time that Kerouac wrote The Subterraneans that he was approached by Ginsberg and others to formally explicate his style. Among the writings he set down specifically about his Spontaneous Prose method, the most concise would be Belief and Technique for Modern Prose, a list of 30 "essentials". Some believed that at times Kerouac's writing technique did not produce lively or energetic prose. Truman Capote famously said about Kerouac's work, "That's not writing, it's typing". According to Carolyn Cassady, and other people who knew him, he rewrote and rewrote. Although the body of Kerouac's work has been published in English, recent research has suggested that, aside from already known correspondence and letters written to friends and family, he also wrote unpublished works of fiction in French. A manuscript entitled Sur le Chemin (On the Road) was discovered in 2008 by Québécois journalist Gabriel Anctil. The novella, completed in five days in Mexico during December 1952, is a telling example of Kerouac's attempts at writing in Joual, a dialect typical of the French-Canadian working class of the time. It can be summarized as a form of expression utilizing both old patois and modern French mixed with modern English words (windshield being a modern English expression used casually by some French Canadians even today). Set in 1935, mostly on the American east coast, the short manuscript (50 pages) explores some of the recurring themes of Kerouac's literature by way of a narrative very close to, if not identical to, the spoken word. It tells the story of a group of men who agree to meet in New York, including a 13-yearold Kerouac refers to as "Ti-Jean". Ti-Jean and his father Leo (Kerouac's father's real name) leave Boston by car, traveling to assist friends looking for a place to stay in the city. The story actually follows two cars and their passengers, one driving out of Denver and the other from Boston, until they eventually meet in a dingy bar in New York's Chinatown. In it, Kerouac's "French" is written in a form which has little regard for grammar or spelling, relying often on phonetics in order to render an authentic reproduction of his French-Canadian vernacular. The novel starts: Dans l'mois d'Octobre 1935, y'arriva une machine du West, de Denver, sur le chemin pour New York. Dans la machine était Dean Pomeray, un soûlon; Dean Pomeray Jr., son ti fils de 9 ans et Rolfe Glendiver, son step son, 24. C'était un vieille Model T Ford, toutes les trois avaient leux yeux attachez sur le chemin dans la nuit à travers la windshield. Even though this work shares the same title as one of his best known English novels, it is rather the original French version of a short text that would later become Old bull in the Bowery (also unpublished) once translated to English prose by Kerouac himself. Sur le Chemin is Kerouac's second known French manuscript, the first being La nuit est ma Femme written in early 1951 and completed a few days before he began the original English version of On the Road, as revealed by journalist Gabriel Anctil in the Montreal daily Le Devoir.

48


His influences: Kerouac's early writing, particularly his first novel the town and the city, was more conventional, and bore the strong influence of Thomas Wolfe. The technique Kerouac developed that later made him famous was heavily influenced by Jazz, especially Bebop, and later, Buddishm, as well as the famous "Joan Anderson letter" authored by Neal Cassady. The Diamond Sutra was the most important Buddhist text for Kerouac, and "probably one of the three or four most influential things he ever read". In 1955, he began an intensive study of this sutra, in a repeating weekly cycle, devoting one day to each of the six Päramitäs, and the seventh to the concluding passage on Sämadhi. This was his sole reading on Desolation Peak, and he hoped by this means to condition his mind to emtiness, and possibly to have a vision. However, often overlooked but perhaps his greatest literary influence may be that of James Joyce whose work he alludes to, by far, more than any other author. Kerouac had the highest esteem for Joyce, emulated and expanded on his techniques. Regarding On the Road, he wrote in a letter to Ginsberg, "I can tell you now as I look back on the flood of language. It is like Ulysses and should be treated with the same gravity." Indeed, Old Angel Midnight has been called "the closest thing to Finnegans Wake in American literature." Poetry While he is best known for his novels, Kerouac is also noted for his poetry written during the Beat movement. Kerouac stated that he wanted "to be considered as a jazz poet blowing a long blues in an afternoon jazz session on Sunday.". Many of Kerouac's poems follow the style of his free-flowing, uninhibited prose, also incorporating elements of jazz and Buddhism. "Mexico City Blues" a poem published by Kerouac in 1959 is made up of over 200 choruses following the rhythms of jazz music. In much of his poetry, to achieve a jazz-like rhythm, Kerouac made use of the long dash in place of a period. Several examples of this can be seen throughout "Mexico City Blues":

Everything Is Ignorant of its own emptiness— Anger Doesn't like to be reminded of fits—

49


Other well-known poems by Kerouac, such as "Bowery Blues" incorporate jazz rhythm with Buddhist themes of Sangsara, the cycle of life and subsequent death, and Samadhi, the concentration of composing the mind. Also, following the jazz/blues tradition Kerouac's poetry features repetition and overall themes of the troubles or sense of loss experienced in life. The story of man Makes me sick Inside, outside, I don't know why Something so conditional And all talk Should hurt me so. I am hurt I am scared I want to live I want to die I don't know Where to turn In the Void And when To cut Out Posthumous editions In 2007, to coincide with the 50th anniversary of On the Road's publishing, Viking issued two new editions: On the Road: The Original Scroll, and On the Road: 50th Anniversary Edition. By far the more significant is Scroll, a transcription of the original draft typed as one long paragraph on sheets of tracing paper which Kerouac taped together to form a 120-foot (37 m) scroll. The text is more sexually explicit than Viking allowed to be published in 1957, and also uses the real names of Kerouac's friends rather than the fictional names he later substituted. Indianapolis Colts owner Jim Irsay paid $2.43 million for the original scroll and allowed an exhibition tour that concluded at the end of 2009. The other new issue, 50th Anniversary Edition, is a reissue of the 40th anniversary issue under an updated title. The Kerouac/Burroughs manuscript, And the Hippos Were Boiled in Their Tanks was published for the first time on November 1, 2008 by Grove Press. Previously, a fragment of the manuscript had been published in the Burroughs compendium, Word Virus.

50


His influences on others: Jack Kerouac and his literary works had a major impact on the popular rock music of the 1960s. Artists including the Beatles, Bob Dylan, Patti Smith, and the Doors all credit Kerouac as a significant influence on their music and lifestyles. This is especially so with members of the band the Doors, Jim Morrison and Ray Manzarek who quote Jack Kerouac and his novel On the Road as one of the bands greatest influences. In his book Light My Fire: My Life with The Doors, Ray Manzarek (keyboard player of The Doors) wrote "I suppose if Jack Kerouac had never written On the Road, The Doors would never have existed." In 1974 the Jack Kerouac School of Disembodied Poetics was opened in his honor by Allen Ginsberg and Anne Waldman at Naropa University, a private Buddhist university in Boulder, Colorado. The school offers a BA in Writing and Literature, MFAs in Writing & Poetics and Creative Writing, and a summer writing program. From 1978 to 1992, Joy Walsh published 28 issues of a magazine devoted to Kerouac, Moody Street Irregulars. Kerouac's French Canadian origins inspired a 1987 National Film Board of Canada docudrama Jack Kerouac's Road: A Franco-American Odyssey, directed by Acadian poet Herménégilde Chiasson. In 1987, a song written by Marc Chabot and featured on a popular music album released in Québec by Richard Séguin, song titled L'ange vagabond, explores some aspects of Kerouac's life. Chabot associates Kerouac's incessant mobility to a quest for identity and respect from others, among other topics. In 1997, the house on Clouser Avenue where The Dharma Bums was written was purchased by a newly formed non-profit group, The Jack Kerouac Writers in Residence Project of Orlando, Inc. This group provides opportunities for aspiring writers to live in the same house in which Kerouac was inspired, with room and board covered for three months. In 2007, Kerouac was awarded a posthumous honorary degree from the University of Massachusetts Lowell. In 2009, the movie One Fast Move or I'm Gone - Kerouac's Big Sur was released. It chronicles the time in Kerouac's life that led to his novel Big Sur, with actors, writers, artists, and close friends giving their insight into the book. The movie also describes the people and places on which Kerouac based his characters and settings, including the cabin in Bixby Canyon. An album released to accompany the movie, "One Fast Move or I'm Gone", features Benjamin Gibbard (Death Cab for Cutie) and Jay Farrar (Son Volt) performing songs based on Kerouac's Big Sur. In 2010, during the first weekend of October, the 25th anniversary of the literary festival "Lowell Celebrates Kerouac" was held in Kerouac's birthplace of Lowell, Massachusetts. It featured walking tours, literary seminars, and musical performances focused on Kerouac's work and that of the Beat Generation.

51


In the 2010s there has been a surge in films based on the Beat Generation. Kerouac has been depicted in the films Howl and Kill Your Darlings. A feature film version of Kerouac's seminal novel On the Road was released internationally in 2012, and was directed by Walter Salles, while being produced by Francis Ford Coppola. Independent filmmaker Michael Polish has directed Big Sur, based on the novel, with Jean-Marc Barr cast as Kerouac. Filming was done in and around Big Sur. The film has been released in 2013. In 2012, What Happened to Kerouac?, a re-mastered DVD of the acclaimed 1986 documentary, is being rereleased with a feature-length disc of new material from the original interviews. Those extras, called The Beat Goes On, include rare and unseen footage of Abbie Hoffman, Timothy Leary, Paul Krassner, Allen Ginsberg, William S. Burroughs, Gregory Corso, Gary Snyder, Steve Allen, Ann Charters, Michael McClure, Robert Creeley, Herbert Huncke, Carolyn Cassady, Paul Gleason, John Clellon Holmes, Edie Kerouac Parker, Jan Kerouac, William F. Buckley, Jr., and Father Spike Morissette. In June 2013 American Road, which features a substantial section on Kerouac, won the Best Documentary award at the AMFM Festival in Palm Springs. Fiction The Sea is My Brother (1942; first published in Slovak translation 2010 Bratislava, Slovakia, European Union: Artfórum) Orpheus Emerged, novella (1944–1945; published 2002) "The Haunted Life and Other Writings", Novel (1944; published 2014) And the Hippos Were Boiled in Their Tanks, with William S. Burroughs (1945; published 2008) The Town and the City (1946–1949; published 1950) On the Road (1947–1951; published 1957) (French) La nuit est ma femme written in February-March 1951 in joual (Québécois French), 56 pages, still unpublished. Visions of Cody (1951–1952; published 1960) Pic, novella (1951 & 1969; published 1971) (French) Sur le chemin written in decembre 1952 in joual (Québécois French), 60 pages, still unpublished. Doctor Sax (1952; published 1959) Book of Dreams (1952–1960; published 1960) Maggie Cassidy (1953; published 1959) The Subterraneans, novella (1953; published 1958) Tristessa, novella (1955–1956; published 1960) Visions of Gerard (1956; published 1963) Desolation Angels (1965) The Dharma Bums (1958) Lonesome Traveler, short story collection (1960) Big Sur (1962) Satori in Paris, novella (1965) Vanity of Duluoz (1968)

52


Poetry Mexico City Blues (1955; published 1959) The Scripture of the Golden Eternity (1956; published 1960) (meditations, koans, poems) Scattered Poems (1945–1968; published 1971) Book of Sketches (1952–1957) Old Angel Midnight (1956; published 1973) Trip Trap: Haiku on the Road from SF to NY (1959; published 1973) (with Albert Saijo and Lew Welch) Heaven and Other Poems (1957–1962; published 1977) San Francisco Blues (1954; published 1991) Pomes All Sizes (compiled 1960; published 1992) Book of Blues (1954–1961) Book of Haikus (published 2003)

Discography Poetry For The Beat Generation (1959) (LP) Blues And Haikus (1959) (LP) Readings by Jack Kerouac on the Beat Generation (1960) (LP) The Jack Kerouac Collection (1990) [Box] (Audio CD Collection of 3 LPs) The Jack Kerouac Romnibus(1995) (a multimedia CD-ROM project coupled with a book) (Ralph Lombreglia and Kate Bernhardt) Jack Kerouac Reads On the Road (1999) (Audio CD) Doctor Sax & Great World Snake (2003) (Play Adaptation with Audio CD)

Other work and non-fiction Atop an Underwood: Early Stories and Other Writings (1936–1943; published 1999) Good Blonde & Others (1955; published 1993) Wake Up: A Life of the Buddha (1955; published 2008) Some of the Dharma (1954–1955; published 1997) Beat Generation, play (1957, published 2005)[1]

Filmography Year Title Notes 1959 Pull My Daisy

Short film.

Letters, journals, interviews Dear Carolyn: Letters to Carolyn Cassady (1983) (1000 copies Edited By Arthur and Kit Knight) ISBN 0-934660-06-9 Jack Kerouac: Selected Letters, 1940-1956 Jack Kerouac: Selected Letters, 1957-1969 Windblown World: The Journals of Jack Kerouac (1947–1954) Safe In Heaven Dead (Interview fragments) Conversations with Jack Kerouac (Interviews) Empty Phantoms (Interviews) Departed Angels: The Lost Paintings Door Wide Open (2000) (by Joyce Johnson. Includes letters from Jack Kerouac) Jack Kerouac and Allen Ginsberg: The Letters (2010)

53


Weldadig warm stond de kruik aan haar voeten ze rook zijn wang voorover op de knieĂŤn een bitterzoete geur verhaalde: Kahlil bracht liefde zoete wijn de bloesem van een verlegen nevellach die morgen de zijne geopende kelk sloot omhelzing Haar dijen pas in de namiddag betoverd terwijl door mousserende wind de fijn geblazen orkestrale bellen aan de bomen De fluisteringen ziels recitatief binnen sierlijk basso continuo, speelde de luit aandachtig improviserend met haar krullen Zij stierf te vroege dood nadien beschreven de tranen van zijn gedoofde hart las ik vannacht rauw na smartelijke manen later | Gemma Elisabeth Huisman Foto poetry-is.blogspot

54


Sarah en het land De neergedaalde wolken bedekken het leven voor het oog en laat slapen wat verhuld is. Alles wat nog niet bestaat, door witte mist omhult. Het duister van onwetenis heerst in het schimmendal waar geen levend ziel zich waagt, of zich af vraagt; wat bevind zich daar. Maar een zuiver hart tovert met penseel licht en glinstering in de duisternis en vormt bergen in het water van de nevel. Het zonlicht krijgt een kans om door te breken. En de zee zoekt zijn weg in de diepe kronkels van het nieuwe land. Zij loopt daar hand in hand, langs het strand waar het zand in kringels naar de hemel zweeft, gevolgd door witte vogels en hun vlucht naar het nieuwe leven, die door kinderhand aan de wereld is gegeven.

| Vincent Jongman Foto: Sarah en het land, door Vincent Jongman, Arinn

55


Proud Words Stand up and fight Or you'll lose your right Do you wanna stand in a line Fightin' hard to hold on to your mind Seek and you'll find Proud words on a dusty shelf Find and you'll seek Just keep on helpin’ yourself When the wind of trouble comes Put away your battledrums And stand up and fight Stand up and fight Don't stand in a line Hold on to your mind Seek and you'll find Proud words on a dusty shelf Find and you'll seek Keep on keepin’ on helpin’ yourself Stand up and fight ...

Recorded at 'Demons And Wizards' sessions, released for the first time on 'A Time Of Revelation' box set 1996 Written by: Ken Hensley Arranged by: Uriah Heep

56


Een interview met Rick Baggermans “Eigenlijk ben ik een slechte dichter, ik ben gewoon goed in marketing.” Wanneer had je zo iets van ik begin met schrijven, hoe lang is dit geleden. Dat moet groep 3 geweest zijn want ik kon net schrijven. Ik schreef een verhaal over een aap met hele lange armen die iedereen 'petste' en een verhaal over ALF die 'aftosjeef' ging kopen. Volgens mij deed ALF dat in Helmond, dat leek mij wel zo logisch. Inderdaad dat is logisch, Helmond is een vreemde stad! En hoe heeft het zich verder ontwikkeld bij jou? Ik weet niet of het echt een ontwikkeling is. Ik ben op een gegeven moment poëzie en liedteksten in het Engels gaan schrijven. Op aanraden van Esther Porcelijn ben ik in het Nederlands gaan schrijven. Niet meteen, eerst nog even eigenwijs doen en in het Engels schrijven. Mijn eerste serieuze pogingen tot Nederlandse poëzie schreef ik voor een tijdschrift in Nijmegen. Voor mijn eerste optreden, geregeld door Kees van Meel en waar ik hem tot op de dag van vandaag dankbaar voor ben, had ik enkel die Nederlandse gedichten uit Nijmegen. Ik heb toen wat poëzie bijgeschreven en voorgedragen. Ik was heel zenuwachtig. De oud stadsdichter van Tilburg, ons klein lief ding. Welke naam had dit podium en is daardoor ook de band ontstaan tussen jou en hem? Het was - zo bleek later - de laatste editie van Salon Suyd. Ik heb Kees als laatste (en eeuwige) stadsdichter van Breda, een mailtje gestuurd en gezegd dat er te weinig gebeurt op literair gebied in Breda. Kees heeft toen mijn eerste optreden geregeld in februari 2013 en daarna zijn we gaan organiseren. Ik ben pas een broekie. Ik schrijf lekker alles door elkaar. Appelstroop en tegelspreuk, je oma en haar varkenshaar.

57


Je bent inderdaad vernieuwend. Het is niet de standaard vrij vers. Maar beheers je ook de oude, klassieke vormen van de dichtkunst? Ik vernieuwend? Haha. Mijn bijnaam op de universiteit was 'Opa', omdat ik in de pauze Zweedse puzzels maakte. Ook in mijn poëzie word ik vrij vaak klassiek genoemd. Ik weet niet wat ik doe, ik schrijf gewoon wat ik lekker vind lopen. Ik schrijf sowieso heel weinig. Ik teer op 3 gedichten die ik overal voordraag. Eigenlijk ben ik een slechte dichter, ik ben gewoon goed in marketing. Haha. Ik heb “Luïcide” inderdaad vaak voorbij horen komen. Het is dan ook wel een heel mooi gedicht wat bij elke beluistering mooier wordt. Maar we weten nog niet waar jij je inspiratie vandaan haalt. Welke dichters, schrijvers? Misschien is dit een goed moment om te melden dat ik serieus niet zoveel gedichten schrijf, maar voornamelijk (korte) verhalen. Inspiratie is overal, in een glas water of een ellenlange discussie, soms is zelfs één woord aanleiding tot een nieuw verhaal. Laatst kreeg ik een idee toen ik een haar van mijn vriendin haar schouder afplukte. Een van de weinige dingen die me vaker inspireert is mijn studie psychologie. Autobiografisch schrijven doe ik niet. Inspiratie haal ik meestal niet uit boeken. Ik lees graag – want volgens mij wil je dat graag horen – veel korte verhalen. Vooral Ambrose Bierce en Roald Dahl vind ik geweldig. Andere schrijvers die ik tof vind zijn Faulkner, Burroughs en Hunter S. Thompson. Ik kan er nog zoveel meer noemen. Ik vind wel dat een boek meer aandacht verdient. House of Leaves van Mark Danielewski. Het gaat over een huis dat groter is aan de binnenkant dan aan de buitenkant. Precies de bizarre verhalen waar ik van houd. Is er een Nederlands podium waar je van zegt , mensen ga daar ooit staan om op te treden want dat is een leuke plek? Nee, niet echt. Als er maar publiek is! Maar PepperPlus in café “de gouden bal”, is wel altijd heel gezellig. De laatste vraag, mag po-e-zine “Luïcide” publiceren? Ik wil best een nieuw gedicht schrijven voor Po-e-zine. Luïcide is een gedicht waar je naar moet luisteren. Kom ik nu arrogant over? Ik ben namelijk helemaal niet arrogant. Of is dat juist weer arrogant om te zeggen, dat je niet arrogant bent?

58


De waarzegsalon ‘Gaat u zitten, meneer. Bent u hier voor het eerst? Ik bedoel, hebt u zoiets weleens eerder laten doen?’ ‘Nee,’ antwoordde ik, ‘dit is de eerste en de laatste keer.’ ‘Mag ik dan uw paspoort en een fotootje van de aanbedene, geboortedag, en wat u verder weet, de naam hoef ik niet, die speelt geen rol. Evenmin als verleden, heden en toekomst, ik bedoel ik zie het hele plaatje.’ Ik liet mijn paspoort zien, ik noemde wat ik wist. Er trokken plooien van wijsheid en inzicht over haar oude, gerimpelde gezicht. Ze ging er voor zitten. Het feest begon. ‘Ik trek tien kaarten, harten, en stel u tien vragen, aan het eind weet u alles, of niets, maar daar kan ik dan verder niks aan doen. Thee? Koffie?’ Het leek Nederland wel, en dat was nu ook weer niet de bedoeling. De eerste kaart was de 2. ‘Bent u altijd graag de winnaar? Of juist niet?’ ‘Het liefste ben ik tweede, behalve in de liefde.’ De tweede kaart was de 3. ‘U was thuis met drie kinderen, u bent opgevoed in het besef van de heilige Drievuldigheid. Ik zie een viersprong, u komt van één kant, u kunt kiezen uit drie, wat doet u?’ ‘Rechtdoor.’ De derde kaart was, nee, niet de vier, dat zou te dol zijn, maar de boer. ‘Ik zie een lieflijk landschap, smalle kanaaltjes, sappige weiden, weelderig struweel. En toch bent u geen buitenmens. U houdt het meest van asfalt?’ ‘Hoe kunt u dat weten?’ De vierde kaart was een vrouw. ‘U kwam hier voor een dode man en u vond een levende vrouw, een heel levende. Gaat het leven u boven de dood?’ ‘Ik heb altijd gedacht van niet, maar…’ De vijfde kaart was de acht. ‘Het teken van de eeuwigheid, ik zie dat u aarzelt. Durft u alles op het spel te zetten?’ ‘Alles is veel, bijna alles wel’, stamelde ik. De zesde kaart was de heer. ‘Dit bent u niet, dit is een man als u, maar dan’, - ze keek me glimlachend aan, ‘met minder fraaie overhemden. U bent even grijs, was u altijd blond?’ ‘Mijn moeder kende mij uit duizenden, ’s nachts gaf ik licht.’ De zevende kaart was de zeven. ‘Dit kan geen toeval zijn. Er is veel toeval, of iets wat daar boven staat, in uw beider ontmoeting geweest. Gelooft u in mij of is het omdat Poesjkin het ook deed en u dacht: ach, het kost maar een tientje en baadt het niet dan schaadt het ook niet. Want met dat laatste kunt u het mis hebben. Ik heb invloed, op u, op haar, en ook op hem.’ ‘Ik huichel niet al te zeer als ik zeg dat ik een sceptische twijfelaar ben, maar inzake de liefde ben ik bereid om in alles te geloven dat de onstoffelijke zaak goeddoet.’ De achtste kaart was de aas… ‘Ik zie een groot Russisch schrijver en een fameus verhaal van hem. Een vogelkooi, een deurtje daarin. Durft u het deurtje te openen? Het zal evengoed een lange, moeilijke weg worden, maar het kan. Als u gelooft dat het kan.’ De negende kaart was een vijf. ‘Ik zie u beiden voor mij. Ik zie een busreis, een restaurant, een prieel, een concert… Uw lot is in uw eigen hand, beseft u dat?’ ‘Mevrouw, ik had het zelf kunnen verzinnen! Wat hebt u mij nu wijzer gemaakt? Laat u de laatste kaart maar zitten, die raad ik zelf wel… Een tientje, zei u?’ ‘Die laatste kaart is inderdaad niet nodig. Zoals u mij ook eigenlijk niet nodig had. Maar even goede vrienden, het ga u wel.’ Al met al stond ik na tien minuten weer buiten. Ach, even duur als de kapper. Ik ging maar eens oorbellen kopen, want daar zij er bij onze omzwervingen een van kwijtgeraakt. | Arie van der Ent

59


Tussen de lisdodden broeden engelenveren Hoe leert het leven duivels behagen en zoekende engelen de lagen verweerde koek in een adem uit te braken zonovergoten keuze dragelijk maken aan een azuur gerokte kust dromen handig tot eigendom te kussen onze maanzieke gedachten s´nachts aan de kom van verlangen behulpzame lisdodden ontvangen samen antennes gevat aan oevers en beddingen trage stroom langs stengels te wentelen groen blad vrij zicht voor de dromer drentelend tussen lijzige dove meters

zal iedere stap de hemel kieren waaruit een hellesnaar rokende rariteiten verspringt rondom het veld geleidelijk achteraan een haag verdwijnen onder blozende veren loom belicht leeg en open te wandelen met hevig geroerde ziel door het gezochte lichaam gebogen langs het riet van hergeboorte rechtop zintuigelijk het hoofd die eenzame morgen bevrijd tussen de lisdodden engelenveren. | Gemma Elisabeth Huisman

gulle gevers en geliefden

60


Aanzet Een persoon een gebeurtenis een plek een uitzichtloze situatie hulpeloosheid maakt zich meester van je je zoekt een uitweg een zetje in de goeie richting wanneer is het genoeg geweest? overwin je angst ga het onbekende tegemoet bega onbegane wegen verlaat je comfort zone voorbij de pijn verdriet en ellende maak kennis met het nieuwe het is persoonsafhankelijk het nieuwe een ommekeer een tweesprong een onhoudbare situatie de aanzet voor verandering is gegeven ga ervoor!

Kris Ram Kris Ram heeft onlangs inspiratie opgedaan in het mooie Hoorn! Ze heeft, nu, ongelofelijk veel zin om aan de slag te gaan met nieuwe opdrachten voor gevelstenen. 'RAMKERAMIEK maakt in opdracht gevelstenen waarmee u een heel persoonlijke en historische decoratie aan uw gevel zult toevoegen. Te denken valt aan een gevelsteen waar uw praktijk of beroep op vermeld staat, of uitgebeeld is, een dierenafbeelding of bloemdecoratie, uw familiewapen, de uitbeelding van uw straatnaam, of een afbeelding met uw eigen naam erin verwerkt enzovoorts.'

En ze schrijft, zeer mooie op het klassiek geschoolde poĂŤzie . Zie hiervoor Po-e-zine nr. 5 waar ze instond. En schilderen kan ze ook. Deze dame is allround-kunstenaar maar bovenal een schat van een mens! | krisram.exto.nl

| Alma

61


| Vicky Herps

62


Verborgen keuze "Ach, laat die vrouw maar", zei Rinie, verpleegster van de afdeling zwaar demente bejaarden. "Zo lang zij papier, verf en potloden heeft is ze je niet tot last!" "Maar dat verdraaide valse geneurie, ik wordt er helemaal niet goed van. Het werkt op m'n zenuwen en ik krijg er een barstende koppijn van," antwoordde de nieuwe verpleeghulp bits. "Dan moet je eens op de afdeling hiernaast gaan kijken. Ben je gelijk genezen van je afkeer." Rinie haalde haar schouders op en dacht: 'die heeft nog niets gezien. Ze zal het wel niet lang uithouden, net als haar voorgangsters. Die komen hier werken, zo van school en hebben nog nooit andere zorgen gehad als het rapportcijfer en de nieuwe jurk. Ach, wat zeur ik...' Ze richtte haar aandacht weer op wat Wendy aan het zeggen was. "....bezielt die mensen eigenlijk? Ik zou zo niet willen leven hoor!" "Het zelfde als jij. Alleen de synapsen zijn versleten, een hormoon is op hol geslagen, een leven is in zijn normale vorm onverdraaglijk geworden en zo ver weggeduwd dat ze het nooit meer terug kunnen vinden." "Dat meen je niet..." De deur viel achter de beide dames dicht. Een opgeluchte zucht kwam uit de mond van het oudje waar ze over gesproken hadden. "Pfhuh, eindelijk alleen" mompelde die, terwijl haar voordien wat aarzelende bewegingen een stuk zekerder werden bij het kiezen van de juiste kleur verf. Een hele heldere kleur was het, in tegenstelling tot degene, die ze daarvoor gebruikt had. Eigenlijk raar, zoals het haar altijd nog raakte als de verpleegsters het over 'een leven zo ver weggestopt dat je het niet meer kon vinden' hadden. Het was de standaard uitdrukking om nieuwelingen in het vak uit te leggen wat er aan de hand was met die mensen, waarvan de neurologische onderzoekingen nooit enig defect hadden kunnen aantonen. Hoe gelijk hadden ze in haar geval, al zouden ze dat uit haar mond nooit horen. Lang voor ze in deze veilige haven was opgesloten, had ze zich haar rol al zodanig vast aangemeten, dat vrijwel niemand door had dat het een rol was. Hoewel, je kon beter zeggen: een soort van wraak op het leven. Het leven dat haar zoveel nare trucks had geleverd. Of terugkaatsen van de bal naar haar man, die in zijn ego誰sme zoveel in haar voor dien briljante geest had kapotgemaakt en zelf rustig verder was gegaan met leven. Hij had wel het vermogen bezeten dingen in een duister hoekje van zijn gedachten weg te stoppen, om ze daarna als niet bestaand af te doen. Alleen, hij liet haar altijd met de brokken zitten en verwachtte dat ze alles wel weer op zijn pootjes zou laten terechtkomen... Zij, knibbelend met de restanten van een best wel goed loon. "Je kan alles kopen wat je nodig hebt hoor! Je haalt het geld maar van de bank." Maar ja, op is op. Want zijn wil tot bezitten was nauwelijks te verzadigen geweest, vooral op momenten als het geld schaars was. En was het bezit nu nog tot genoegen geweest! Nee, het ging meestal alleen om het bezit van iets, want over het algemeen waren die dingen al snel afgedankt in een hoek terecht gekomen, terwijl zijn aandacht al weer was gericht op een nieuw te verwerven verlangen....

63


Goed, er waren uitzonderingen geweest met zaken die het wat langer uithielden: zij had daar niet bij gehoord. Als je tenminste dat deel wat ze zelf als wezenlijk had gezien in beschouwing nam: haar persoonlijkheid. Het enige wat hij na een paar jaar van haar verwachtte was dat zij zijn trubble shooter en huishoudster zou zijn. Zelfs het bed werd niet meer gedeeld: zijn lijf mocht niet bezoedeld worden door de aanraking van een vrouw, behalve als het om medische redenen noodzakelijk was. Dan kon hij het nog net verdragen. Ze had geleerd zijn 'goede humeur-, lieve echtgenoot-act', vooral in bijzijn van vreemden te wantrouwen, uit ervaring wijs geworden door het feit dat er achteraf altijd een rekening voor te betalen was. Soms letterlijk, zoals met de rekeningen van de telefoon, die per maand een halve vakantie in een ver buitenland bedroegen als ze weer eens vergeten was het ding op slot te doen. Soms werd de rekening voldaan in irritatie met zijn onderhuidse, valse gepest: alsof ze zijn ergste vijand was in plaats van de vrouw die altijd voor hem klaar stond. "Jij verpest mijn leven" en "Jij mag alles en ik krijg alleen maar de restjes", "Jij moet altijd de baas zijn en gelijk hebben" en "Ik heb nooit iets", waren zijn geliefkoosde dooddoeners geweest. Net als de frase die hij naar vrienden altijd gebruikte: "Dat doe ik wel voor je, het is een kleine moeite nietwaar?" terwijl hij het vrijwel altijd aan haar overliet het beloofde op te knappen. Tot die dag, dat het genoeg was geweest... De gedachten van de oude vrouw werden vager, niet langer coherent. De pijn over wat er toen gebeurd was, kwam als een oud ettergezwel dat uitbarstte, terug. De penseelstreken werden ineens weer bibberig en schokkend, dikke vlekken achterlatend op een voordien fraaie afbeelding van een roos. Tranen drupten op de kleuren, om die te laten uitlopen tot lelijke door het zout verbleekte vlekken. Tranen, die ze vroeger verborgen had gehouden of niet had kunnen schreien omdat ze weggelachen werden door zijn sarcastische minachting. Nee, ze wilde niet meer herinneren, net zoals ze het zich toen had voorgenomen. Flitsen van een schreeuwende, woedend om zich heen slaande kerel, waarin ze haar man nauwelijks herkende, probeerde ze weg te duwen naar diepe, donkere plaatsen in haar geheugen. Ze bleef echter delen van die beelden zien: haar man, geconfronteerd met zijn eigen daden, die zichzelf niet kon accepteren om wat hij had gedaan. Een man, die zoals altijd alles op haar had afgewenteld en zij, die dat niet meer had kunnen verdragen. Ze was op de bank gekropen, had de armen om haar benen geslagen en het hoofd zo diep mogelijk tussen de knieĂŤn. Toen had ze zich voor genomen te vergeten, niet meer mee te doen. Vanaf dat moment had het in haar mond bestorven gelegen: "Oh sorry, vergeten hoor!" en "Ik was zo bezig met m'n verhaal dat ik het eten vergeten ben. Kijk maar wat er nog is." Of: "Ik vond dat zo mooi dat ik het niet kon laten om het te kopen," moedwillig over het hoofd ziend dat het niet in hun begroting paste. Daarmee in feite hem negerend door zijn eigen gedrag te imiteren.... Toen was de dag gekomen, waarop ze zich echt niet meer herinnerde, net zoals voordien haar grootste wens was geweest.

64


In vlagen van helderheid had haar een golf van triomf overspoeld die soms weggevaagd werd door de gedachte aan wat ze allemaal had kunnen bereiken als ze deze keuze niet gemaakt had. Dan was er verdriet om niet geschreven gedichten en niet geschilderde schilderijen. Maar dat dreef snel weg als ze haar ogen sloot om in die wereld te verzinken die ze vroeger had bedacht als achtergrond voor haar boeken. Die was veilig, vertrouwd en daar kon ze dwalen zonder de drukkende last van te veel verantwoording voor daden, die ze zelf niet had begaan. Ook nu sloot ze de ogen om in haar droomwereld weg te zakken. Tranen werden druppels van de zee, waaruit ze omhoog rees als een jonge nimf. De moeizame bewegingen van alledag werden de vloeiende aaneenschakeling dansachtige vormen, die alleen de jeugd als haar onvervreemdbaar recht beschouwde. Ergens in haar achterhoofd speelde nog eventjes het idee dat ze een keuze had gemaakt of nog moest maken: Maar wat...? Waar...? Zij zou eens achter de volgende bocht van het strand gaan kijken, dan zou ze wat ze zocht vast wel vinden! Met vloeiende, sierlijke bewegingen volgde de vrouw het strand precies op de vloedlijn. Vaag had ze het besef dat er achter haar iets gebeurde: een vertrouwd gekraak klonk op, maar ze negeerde het, te nieuwsgierig om uit te vinden wat er in haar droomwereld gebeurde. De deur werd op een kier geopend. Een arm duwde hem met een zet verder open: Wendy kwam binnen met het eten. Ze draaide zich om naar Rinie en zei: "Moet je dat geknoei nou zien. Noem jij dat mooi?" en zette het vettige etensblad boven op het nog niet opgedroogde schilderij van de vrouw. "Eten", snauwde ze en schudde voor de vorm een keer aan haar schouder. Toen de vrouw niet op keek haalde ze de schouders op en zei: "Dan niet!" en draaide zich om. Rinie stapte binnen, aaide de vrouw teder, als was ze een klein kind, over haar haar. Ze droogde de tranen die op de wangen waren blijven steken en zei zachtjes: "Toe liefje, zo erg is het toch niet... Als we de anderen het eten hebben gebracht help ik je wel even." Toen ze terugkwam, lag de vrouw ineengezakt voor haar stoel op de grond. In haar hand klemde ze alleen het bord. Het eten, dat ze bij de andere verstopte maaltijden had willen doen, lag als een glibberige brei onder haar lijf op de grond. De verpleging ontdekte dat andere eten pas toen de kast open ging om schone kleren te pakken: Een flinke berg, beschimmeld en wie weet van hoeveel dagen. Wendy mopperde de hele tijd over overbodig werk en idiote mensen toen ze haar schoonmaakten. "Waar dacht je van te leven, gek mens, van de lucht misschien?" was de enige rechtstreekse vraag die ze tot de vrouw richtte, zich niets van Rinies geshockeerde gezicht aantrekkend. 'Ach', dacht de oude vrouw in een helder moment, veroorzaakt door het ruwe geweld van de koude spons. 'Konden zij in deze wereld weten hoe goed het eten in de hare smaakte? Als ze zo min mogelijk in deze en zo veel ze kon in die wereld at, kon ze er misschien wel voor altijd blijven. Daar waren de mensen tenminste blij en vriendelijk. Alleen: dat zou ze niemand vertellen. Dus hield ze haar mond stijf dicht, neuriede een vals melodietje en sloot haar ogen. | Nan van Daalen-Sypkens

65


Blote voeten Kijk niet om de eerste schillen liggen reeds en nu kan het vervellen beginnen grondiger een leger membranen ieder uur iedere dag beramen een nieuwe lichaamsdeling terwijl de ziel meekijkt als een ware poortwachter Rijker kan gewoonweg niet en onverbeterd een totale omwenteling zonder te knoeien ongeweten in de private huishouding eigen sfeer melodieus en vastberaden luisterend om en in onze weefsels zindert het zingend Wie of wat ik prijzen zal voor deze vloed daar waar ik het zoeken mag of moet herijken wat in eeuwen broos voor het grijpen lag, alweer een krans met rozen leg ik neer een offerrand aan vroeger toen ze, losbladig gestrooid door hem, verliefd, over mijn blote voeten vielen. | Gemma Elisabeth Huisman Foto Marian van Hartingsveld

66


Schaakmeisje Het thema van deze Poezine is Aanzet en ik had mij geen mooier thema kunnen bedenken. Het zit zo. Een aantal jaar geleden bezocht ik regelmatig een schaakvereniging in Scihedam. Niet om te schaken ( dat kan ik namelijk helemaal niet) maar om verslagen van schaakwedstrijden te schrijven. Niet gehinderd door enige vorm van kennis van het schaken waren dit dan ook vooral hilarische en humoristisch verslagen en zeker geen inhoudelijk verantwoorde verslagen. Een aantal van mijn vrienden schaakten bij deze vereniging en vroegen mij of ik een keer een verslag wilde schrijven. Dat werden er dus vele, de een nog absurder dan de andere. Toch heeft deze periode mij een mooi gedicht opgeleverd. Het gedicht Schaakmeisje, schreef ik voor en meisje van toen 17 jaar dat lid was van een vereniging waar de gemiddelde leeftijd 55+ was en vrijwel geheel een mannenaangelegenheid was. Een paar jaar lang maakte zij de soms lang avonden tot een waar feest. Toen er een jubileumbundel zou komen te verschijnen ( de vereniging bestond 50 jaar geloof ik) heb ik het volgend gedicht voor haar geschreven.

Schaakmeisje Vliegensvlug vloog je mijn verhalen binnen Je dienaren nederig in je verblindende nabijheid Je nam bloemen mee en honing Waarmee je mij de mond snoerde Je bracht je legers onder bij vrienden Liet ze jagen op onooglijke vijanden Tegenstanders van schoonheid en jeugd Maar mij had je al ingelijfd

Je groeide door naar grote hoogten Wurmde je los uit zoveel geschiedenis Zocht je geluk en vond het in een ander gevecht En liet mij achter, dankbaar en geïnspireerd Eens was je een schaakmeisje Onschuldig en zoekend naar de prins Niet het paard, maar nu, zoveel later Toon je mij een ware koningin

Maar de schaaksport en de poezie zijn veel vaker met elkaar verbonden. Zo is er de website wwww.schaaksite.nl waarin de schaakpoezie een eigen hoekje heeft gekregen. Van deze site een quote: "In de jaren tachtig van de vorige eeuw was er een opleving van de schaakpoëzie. Er verschenen enkele bundels onder andere door de inspanningen van Ir. P.J. Torbijn en Uitgeverij Van Spijk uit Venlo. Torbijn was KNSB-bestuurder, hij heeft zich onder meer verdienstelijk gemaakt voor het schoolschaak en de liefde die hij had voor schaakpoëzie. "

67


In 1983 schreven Jean Pierre Rawie en Driek van Wissen de bundel "De Match Lutijn-Donner, een schaakcursus in tweemaal twaalf sonnetten" over schaken. Uit deze bundel, uitgegeven door Bert Bakker het volgende sonnet.

Hoe Donner zijn entree maakte Ik zat onlangs in Amsterdam in een zeer drukbeklant café en vroeg net om een kopje thee Voor bij mijn avondboterham.

En weet U wie ook binnenkwam? Mijn oude oppas Tim Krabbé, die ik verstoord terzijde nam:

of daar maakt plots met veel tam-tam een onbekende zijn entree, gevolgd door Euwe, Timman, Ree, Sosonko, Kortsnoj en Max Pam.

’Zeg, wie is die degeneré met dat gezwatel en gezwam?’ ‘Da’s Jan-Hein Donner.’-‘ Here Jee!’

Tot slot een gedicht over schaken van Jan Posch uit 2006. Hij wikt en hij weegt, hij beziet en hij beschouwd, Voortdurend op zijn hoede, er is niets dat hij vertrouwd, In gepeins verzonken, oogt hij duf en saai, Geruisloos en stil, dit alles zonder lawaai.

Langzaam maar zeker dringt het tot hem door, hij heeft iets overzien, Rood kleurt zijn aangezicht, want hij beseft, hij is gezien, En hij stond zo goed, had hij nou toch maar die torens geruild, Zelfverachting vervult zijn gemoed, nu hij er toch weer is ingetuind.

Slechts het verzetten van een stuk, wekt enig leven En ook het indrukken van een klok, lijkt enige beroering te geven,

Jaren later sprak ik hem weer, Het ging al gauw over deze schaakpartij, over die ene keer, Dat hij zo goed had gestaan en hem zo graag had willen winnen, Van die wonderschone jongedame uit Egmond-Binnen.

Maar dit alles is slechts schijn, Het blijkt van zeer korte duur te zijn.

| Wouter van Heiningen Na een tijdje zit hij nog dieper voorover gebogen en kijkt hij met strakke ogen, Lang naar de zojuist gedane zet en kan nauwelijks geloven, Waarom zijn opponent, nou juist die pion moest slaan, Heeft hij wellicht een blunder begaan?

68


Hoe hij kwam een column Pom; "Mooi middagje poĂŤzie in het Eindhovense op de zondagmiddag in het TUCHTHUIS van de oude rechtbank aan het Stratumseind. En daar alle korrievee-en weer van weleer. en dat alles onder de bezielende leiding van Pierre Marechal. Een Willem Adelaar, zelfs Cartouche - nu weet ik welk gezicht aan Gerard Vromen toebehoort, mevrouw Polderman die ooit al glorieerde in Kraay&Balder en nu ook nog steeds. En natuurlijk - daar stond zij - Vera van der Horst. Wie kent haar niet. Ik ken haar - en het was fijn om haar te begroeten. Een zaal vol met poĂŤzieliefhebbers. Van links naar rechts van groot tot klein en ook misschien wel helaas in de ogen van sommige maar wel altijd in voor een een onvriendelijk woord vanuit mijn kant Derrel Niemeijer. Dat zie je niet vaak." Vera; "Pom, jullie waren nog maar net weg, toen ik mijn bundeltjes wilde pakken, die ik net van je had gekregen en ik wilde er in bladeren ... en de bundeltjes waren weg.....gewoon weg. Groot alarm geslagen, iedereen ging mee zoeken, Derrel, Peter, Willem, ze waren gewoon weg, gewoon nergens te vinden. Derrel probeerde me te troosten, door zijn bundel te geven, dat vond ik wel lief, maar ik was zo blij met die bundeltjes van jou, dat is toch net iets anders dan de bundel van Derrel. Trouwens Pom, ik heb zijn werk gelezen, hij verstaat het vak wel. Ik snap er weliswaar echt geen Jota van, hoe kan dat nu. Maar ik ben dus je bundeltjes kwijt ... ik ben ontroostbaar. Was Derrel maar hier om met mij nog eens te dansen maar dan op het nummer "Monkey Man" van "Toots & the Maytals". Pom; "Huh!" En ja - Vera vergeet nog weleens wat als het witbier heeft toegeslagen. zelfs de laatste van de laatste exemplaren van Pom zijn bundeltjes die hij met bloedend hart aan haar afstond. Ze bood hem een maandverband aan wat ze griste uit iemand zijn handtasje tegen zijn bloeden. Pom; " Je moet ook geen 'Pommetjes' neerleggen, dan ben je ze kwijt." Enkele uren later. Vera; "HAHA, Ben heel blij! Ik had ze meegenomen naar de wc en daar even neergelegd omdat ik mijn handen elders nodig had. Mijn e-sigaret is niet gevonden, maar die is vervangbaar. O ja Pom, ik realiseerde me dat er 4 vrijdagen in een maand zitten, dat is best veel, ik had eerder de illusie, dat het voor 1 keer per maand bedoeld was. Weet niet of ik zoveel spinsels kan verzinnen, mag het niet 2x per maand of ben je streng? Btw, Derrel, de beheerder van Po-e-zine, heeft me helemaal naar mijn autootje gebracht en hij bleef maar u zeggen. We hebben ook nog even gedanst midden in een de lege Heuvel Galerie, want daar klonk muziek, was grappig. Xxx"

69


Der; "Moet bekennen het dansen met je was een genot om te mogen ervaren. hiervoor mijn dank aan je. Btw, we mochten blij zijn dat het in een lege danszaal was want er was ook geen plek geweest voor meer dansers want we zouden de show stelen." Pom; "Ha God zij dank, hij ervoer iets als genot in zijn leven. Ha God zij dank – met name je bent erg mens is erg schaars. Ja op de wc heb je je handen elders nodig. 2x in de maand is ook goed – dan doe je om en om – prima toch – Derrel is toch een schat hè – ruw diamantje. En wat prettig is hij slijpt van zichzelf steeds de vreemde kantjes af. Zijn noodlot is wel dat er dan weer andere vreemde kantjes tevoorschijn komen. Ieder mens het zijne. Natuurlijk ben ik streng. Maar ook rechtvaardig. En soms humaan. Heel soms, het mag geen gewoonte worden. Btw, dat ik zomaar met jou op het damestoilet heb verbleven in Eindhoven in een tuchthuis. Het is dat ik geen romans schrijf. Xxx" Jullie beheerder zag hier een mogelijkheid om een jongensdroom van hem te laten uitkomen. Hij vroeg mij hem te vergezellen in zijn terroristendaad en we vertrokken gezamenlijk richting A'dam. Als een doorgedraaide bruinjas voerde hij een razzia uit op zoek naar de Wolff. Na ongeveer 13 gelukkige ongelukkige, had Der hem gevonden. Hij trok bij Pom even de stropdas aan die hij voor het gemak bij hem had omgedaan. Ik mocht aanschouwen hoe hij de strop(das) als wurgkoord gebruikte. - Komt in orde Pommie, gaan we doen dan, toch? Hij beklemtoonde het zodanig dat Pom angstzweet kreeg. Ik kreeg bijna een hartverzakking, zo kon ik Der niet. Der liet zijn duivelse lach ontsnappen en sprak tegelijkertijd. - Verdelen we de taken, toch? Om en om is goed te doen, toch! De strop werd nog strakker aangetrokken en pom tikte af, lichtelijk blauw. De goede man viel van zijn burostoel af. Ik schrok maar werd niet teleurgesteld in Der want hij deed uiteraard zijn plicht en begon met mond op mond beademing. Wat die tong deed in pom zijn mond snap ik nog niet. Toen Pom weer bij adem was sprak deze de magische woorden; "Ooh Ja, ... dat is wel een idee. Vera deze week. Derrel, jij dan de volgende et cetera, de komende tijd!" - Komt in orde, Maestro. Ga dadelijk alvast vooruit werken. Dus vanaf 290814 om de week van zijn hand een bijdragen aan de kwaliteit-site: http://www.pomgedichten.nl/

70


Over Derrel Niemeijer Derrel Niemeijer (1977, Eindhoven) is geen onbekende in dichtwereld. Met menig performer mocht hij al het podium delen. Hij is ook zelf organisator en presentator van het langstlopende dichterspodium (in Nederland): PepperPlus in café De gouden bal in Eindhoven. Iedereen heeft en zal altijd een mening over hem hebben. Dit zal nooit veranderen. Maar ja, een ieder had ook zo zijn opinie over Lucebert, Vinkenoog, Schierbeek en Bontebal waarmee hij soms vergeleken word. Echter bovenal is hij gewoon zichzelf. Alhoewel, hij kenmerkt zich door de term “Neo-beatnik”. Von Solo noemt hem een levend icoon van “de Neo beatniks” en misschien valt hij daarmee nog wel het best te vergelijken. Zoals diezelfde Von Solo ooit schreef: “Derrel is een beweging, volkomen irrationeel en wars van modieuze normen en waarden”. De poëzie van Niemeijer laat zich het best beschrijven als een krankzinnig geordende chaos. Werkelijk alle kanten vliegt het op, geniale vondsten worden vastgeketend aan platitudes, maar nergens verveelt het of irriteert het. Zoals hij is zo is zijn poëzie! Derrel is in zijn poëzie zo anders, zo volkomen buitenissig soms dat bij lezing van vrijwel elk gedicht je de neiging krijgt om na lezing opnieuw te beginnen om te kijken of je het wel goed gelezen had. Eerder verscheen van Niemeijer: Eindelijk een stem, 2012 (uitverkocht) Krankzinnig aangedicht, 2013

71


Ẃouter van heinigen schreef hierover: Vorig jaar in december schreef ik een recensie van de bundel van Derrel Niemeijer met de veelzeggende titel ‘Krankzinnig aangedicht’. Ik schreef toen dat de bundel op mij overkwam als een geordende chaos en dat de poëzie van Niemeijer me deed denken aan de poëzie van Johnny the selfkicker. Onbegrijpbaar en ongrijpbaar met de neiging om na lezing van elk gedicht meteen tot herlezing over te gaan om er iets van te begrijpen. Ook schreef ik toen over de opmaak van de bundel, schreeuwerig en vol hoofdletters, uitroeptekens en punten en komma’s. Ondanks de interpunctie, de slordige opzet en het schreeuwerige karakter van de bundel was ik ervan gecharmeerd. Derrel, door Von Solo ‘een levende icoon van de Neo beatniks’ genoemd lijkt in zijn nieuwste bundel wat tot rust gekomen. Lijkt, want in zijn poëzie is Derrel niet of nauwelijks veranderd. In de afwerking van de bundel is wel veel veranderd. Zo staan de gedichten op een normale bladspiegelverdeling, de vele dik gedrukte leestekens zijn achterwege gebleven, en de bundel heeft een rustig voorkomen. De afbeelding op de voorkant vind ik persoonlijk wat fletst en dat in combinatie met het lichte blauw en de titel doet een heel andere soort poëzie vermoeden. Ook de gekozen centrering van de gedichten in het midden van de bladzijden zou niet mijn keus geweest zijn maar al met al is ‘the look and feel’ van deze bundel professioneel. Dan de inhoud, tenslotte gaat het om de gedichten. Bij veel gedichten overkomt mij hetzelfde als bij het lezen van ‘Krankzinnig aangedicht’, na lezing schud ik mijn hoofd, denk ik: “Waar gaat het eigenlijk over” en vervolgens lees ik het opnieuw. In de meeste gevallen komt na een tweede lezing het besef dat Derrel er vast iets mee heeft bedoeld dat ik er niet uit haal en dat wat ik er in lees vast niet zo door Derrel bedoeld is. En is dat niet precies waar poëzie over gaat. Opnieuw soms zinsconstructies die wat krom zijn (bijvoorbeeld uit Ze is nu zo sterk: ‘om haar echt te waarnemen’ in plaats van ‘om haar echt waar te nemen’. Het gebruik van de ‘/ ‘ zoals in Masker: ‘als reflectie van/voor , wie/wat ik ben’ en in Achter de muur: “Mijn leven behoud/behoed ik” . Maar ook de omkering van woorden die daardoor iets surrealistisch krijgen zoals in hetzelfde gedicht: ‘De Dood houd ik buiten. / Buiten houd ik De Dood. / Ik houd De Dood buiten.’ Tel daarbij de vele typisch Derreliaanse visuele ‘grapjes’ zoals in Verslikken: ‘over: *De liefde / *Je liefde/ *Liefde m.b.t./ *Liefde t.a.v./ *Liefde voor” Komen we veel meer te weten over de mens Derrel? Wie goed leest en een beetje weet hoe stormachtig het leven van Derrel zich heeft ontwikkeld kan zich er een voorstelling van maken. Voor de neutrale lezer doemt een beeld op van een soms getormenteerde dichter, dan weer een ouwe romanticus en zelfs af en toe een sentimentele schrijver. Voor ieder wat wils lijkt me. Een voorbeeld van het laatste in het gedicht ‘Ik houd van je’

Ik houd van je Hij is dichter ik ben juist opener sinds ik schrijf. Soms schrijf ik vijf dingen en soms op een dag nog eens vijf. Al die kraaienpoten waren oefeningen. Ik heb geleerd Met minder woorden, zeg je meer! Vier woorden zijn genoeg!

Beide bundeles zijn verkrijgbaar via Uitgeverij Heimdall, bol.com en of reguliere boekhandel. Tevens den dichters hebben tijdens voordracht basic enkele exemplaren bij voor de verkoop. .

72


Alleen de geur van de Magnolia doet mijn hart sneller kloppen alles heeft ze behalve de lengte van dagen een vlinder in haar kortstondige pracht een overmacht van zoele lijfelijke genade zachter dan de zachtste nacht in haar kleur zou ik willen wonen op haar blad eenvoudig moeder haar takken die nooit bezwijken een kroon de vroege dood bezinnen mijn gelijke van het leven onder zon en wilde regens in lome wals de min

mijn armen openen ieder jaar opnieuw voor tere liefdesbode bloeden bij het vallen van haar bloem de kringloop huiverend loslaten inventief behouden onstuimige taal voor het eigen verhaal van verlies en dan treur ik zo onvergelijkbaar zie mijzelf even kaal kortstondig volgezogen liefdesnacht en dag onttroond

| Gemma Elisabeth Huisman Foto Rumi Quotes

73


Vannacht ..................Lotusbericht Doornroosje droefgeestige kwelgronden de modder vanonder aardse vissenlicht geen licht, daar verbleken vaal vochtig de stelen mager van vermoeienis en gemis aan onvermoeibare strelingen trots rilt zij zich vanuit een dwarse knop de koele stroom als hulp geen hinder en op een dag knapt open uit haar pop vlijt neer opaal en groen op spiegelglad tere kristallen ijzerrijk oppervlak ................glimlacht lelieblank

Niet naar de kijker die, in stil gevouwen adem wacht, haar waaier uit lood-paarse geboortewond met voorbedachte rade veel heeft betekend, maar het wenkend zwevende zefier strategisch in en over De wind wentelt er boven als blindeman verrukkelijke ogenblikken viriele stoten dalende zaden, vrucht vallende driftdood terug op het smachtend gesloten water voor zon en maan ontbloot .................de Lotus. | Gemma Elisabeth Huisman Foto Kunstwerk Jef van Tuerenhout

74


Een teken van schoonheid Ben je een signaal een rode sjaal voor de vroege winter schoonheid als litteken schrijf jij rune- gliefen in het trappenhuis van mijn ziel de oranjeappels vallensklaar of ben je het strijdend hert in mijn dromen wellicht een zachte trede , velourse val zoiets als een begaanbaar vloeiblad in mijn leven.

| Jan Anton Gilles

75


De hand die de vrouw sloeg De hand die de vrouw sloeg omhult zijn sigaret tegen de wind; is zuinig en zorgvuldig met zijn gereedschap, zijn gerei, gerief; is zelden in rust, gesticuleert, wuift, schudt andere handen. De ogen die de tranen zagen kijken nu naar mij. De hand die de vrouw sloeg aarzelt en verdwijnt in een broekzak en zoekt een shagbuil. | Hans F. Marijnissen

De veteraan Bij terugkomst bleek hij vreemd volmaakt: een onopvallende verschijning in dit landschap. (er was niemand) Volstrekt lege muren bepaalden zijn kamers; alle beweging was zinloos. (er was niets) Wij voerden lange gesprekken, buiten op het terras, en dronken ijswijn tot diep in de nacht. (en alles kwam tot ons) | Hans F. Marijnissen

76


Berenbos Wat was die beer op dat filmpje actief Gemuilkorfd reed hij op zijn fietsje een rondje om de dompteur Hij kreeg applaus voor dingen die een mensenkind al kan Natuurlijk is het een prestatie te fietsen voor iemand die niet gewend is rechtop te lopen Diezelfde beer, nu, hij heeft een heel bos Bijna voor zich alleen een heel bos Hem in de schoot geworpen om zijn verworven inactiviteit te tonen

Ik werk aan mijn houding Ik neem een positie in Het verhaal vat ik stamelend samen Verwarring geeft het beste mijn visie weer Ik werk aan houding in het diffuse beeld dat ik heb van de wereld De werkelijkheid op dit moment Ik weet dat dit geen gedicht is Ik weet dat mijn gedachten omtrent het gebeuren nog in ontwikkeling zijn Ik weet dat ik moet zwijgen in plaats van hulp te roepen Ik neem voorlopig een afwachtende houding aan Ik heb het recht om het antwoord niet te kennen

| Willem Adelaar

| Willem Adelaar

Grusse aus Rundumhausen Het is vakantie Ik pak geen koffers Ik zet koffie Mijn eigen huis Dat is het land Dat ik van plan ben Te bezoeken Ik zet koffie met de geur van overal Al wat ik mee wil nemen is al hier Ik drink en de smaak van koffie is mijn souvenir | Willem Adelaar

77


Vergeten m'n nagels krassen tijd die jou van mij bevrijdt dagen worden strepen op de muren van je vel dichter bij vergeten verder van je cel tegen beter weten in wacht ik op je gratie ontken ik elke motie tĂŠgen ons begin | Karen Goethals

Het leven zoals het is een golf die zwelt in open zee tot hij in vol ornaat op 'n rots te pletter slaat of -gedweehet strand kwelt; zich uit-strekt, ont-trekt aan schuim en schelp en plaats ruimt voor een volgende

beschroomd beklimmen golfjes traag elke laag strippen mijn zinnen tot warm vergeten -onverbloemdmijn naakt overspoelt geen weg terug dan bloot-geven aan de vloed

~~~golf~~~ wat er ook van zij: het strand openbaart wat elke golf bezwaart

Zinnelijk

Zelfbevrijding

| Karen Goethals

| Karen Goethals lentelucht ontluikt bloesem bezwangert mijn gemoed verzwaart het verlangen zeilt als een STEEN over water winterwater ontwaakt mijn zinnen

| Karen Goethals

78


Dertigduizendzevenhonderdtwintig We zoeken naar waarde (en superhelden) Zonder het eerst zin te geven,naar een antwoord of en begin, We praten naast elkaar om rechtuit te zijn,roepen tegen schermen Kleuren witte muren vol met onze mening over u. Daarbij negeren we iedereen,raken dankzij camera’s en ipads Nooit echt betrokken bij u en dat spijt me. Dat spijt me nog erger dan de deuren die we platlopen en de strijders zonder veldslag En als we stoppen met nadenken klopt het en vallen we in het diepe Duikelen we in woelende stoffen En herijzen we als feniksen...of feeksen...in die volgorde... Ja...en ook nog een koffie als het kan,dank u. In die dagen zijn we onuitstaanbaar deze fles met wijn vult geen Hoop aan.deze schoenen zijn ook maar gewoon schoenen. Enkel een opborreling en zin in dezelfde fouten/er zit groen licht in je ogen/je lichaam barst uit zijn plooien/de ladder is nooit hoog genoeg/ sterven hoort nergens bij. | Sven

De danser En zijn choreograaf onder een glazen stolp van licht staat de danser onmogelijk stil nauwelijks verschuivend standbeeld waarneembaar rekt zijn oog opzij de toeschouwer strekt de nek uit: kijk (verschuift minimalistisch links rechts nauwelijks open naar de choreograaf) zijn arm wiekt molen rond eigen as Don Quichot bevecht dezelfde wind als beton gegoten aan de vloer verbindt zijn losse lijf elastiek zijn spieren dirigeren ritmes muziek deint er achteraan bewegend als verward publiek maar hij omsluit aan het slot alleen zichzelf | Kees van Meel Naar aanleiding van I is an Other van Arno Schuitema Breda, ChassĂŠ Theater 17 april 2014

79


Eleve de sa pensee Sniff, sniff up the cold yet releasing air, you fancy this day, she is your lover. Leave, leave your small rooms with worries within, with knowledge what seems superior to some feeble men and women, and only words to You. Go, go to your homes where a lover, a mother , a father, or friend awaits, For some only an aging silence that creeps swiftly into ones heart, A sight of despair is never far. Whether it is a corner or clousid, where you sorrowfully hide what is sin to your mother: she is never very far. Carefully one opens his lover: she is more than death, One is for Lorene. (Who is no more, she left us long ago.) One for the dreams that burn inside; for dreams are all they can be, Two for the sake of happening, The fifth is an attempt to remember, But is of no use. The sixth is finished right in front of fellow students, then to be tossed into the rails, This train to Heist-upon-The mountain, Where the fine art of ponder, finds its way to one's mind, (Student of his own thinking) | Hubert T

80


Vergankelijkheid Het vuur van de lucifer verwarmt mijn handen als ik bibberend in de neerslaande sneeuw tracht mijn sigaret te laten ontbranden

de bevroren regen, in maagdelijke witte vlokken bedekt mijn stemming als niemand meer komt opdagen de sigaret smaakt naar verbrand teer dat ik al tijden niet meer kan verdragen

ik volg de baan van het fonkelende vuur dat opstijgt in de nacht het verlicht de sterren sterker dan ik had verwacht

mijn aanwezigheid schept geen band met anderen zoals ook jouw glimlach verdwijnt in de mist de sigaret brandt de nicotine in mijn vingers alsof ik de uitkomst niet al geruime tijd wist

ik schuil tegen vuil en bevroren regen trek de nicotine naar mijn brein ongemerkt bedenk ik mij, dat ik de verdwijnende rook zou willen zijn

een laatste druppel, dwarrelend uit het donker raakt mijn vingers en druipt over het warme as sissend komt er een einde aan de sigaret en zal ook jouw glimlach blijven wat het was.

ik wacht op de taxi, ook al loop ik liever ik wacht op mensen die mijn gezelschap niet schuwen ik wacht op de glimlach op je lippen de glimlach die maakt dat ik je zou willen huwen

| Ephraim de Rooij

in de steeg tussen lege kranten en gesloten deuren hoor ik de wind jouw naam fluisteren boven het gekrijs en het kinderlijk gehuil uit wil ik mij aan de woorden kluisteren

81


Het lege glas Het geluk van de smaak lacht mij uit en toe vanuit een glazen toren op de bar van het heden. De dagelijkse sores van een eenvoudig leven vergeten. De vriendschap met het eenzame lot gedachteloos vermeden. Goedendag meneer of mevrouw, ik wil je proeven en beleven. Ik wil je heerlijke schuim onder mijn neus voelen branden. Ik wil de alcohol in mijn vooronder voelen landen. Voel je het? Voel je het met mij? Maakt het je vrij? De weemoed van het dronkenschap zit in mijn kloten te schuimen. De weerzinwekkende dubbelgang van het gevoel te leven. Het bier is mijn vijandige vriend omarmend als een traan. Wanneer mijn glas leeg is, is mijn geluk totaal vergaan. | Peter van der Stoep

De gebarsten spiegel Een zucht van de wind blaast door mijn hoofd als een vogel drinkt uit de waterbak met tranen. Jouw liefde vertrok met de noorderzon, terwijl ik bleef hopen op de kapotte waterleiding bij alle kranen.

Vergeef me mijn lief, ik kon het echt niet helpen. Vergeef me mijn lief, mijn hoofd is als een vergiet. Vergeef me mijn lief. De hormonen zijn de schuldige, Vergeef me mijn lief, want ik vergeef me niet.

Vergeef me mijn lief, ik kon het echt niet helpen. Vergeef me mijn lief, mijn hoofd is als een vergiet. Vergeef me mijn lief. De hormonen zijn de schuldige, Vergeef me mijn lief, want ik vergeef me niet.

Vergissen is een menselijke passie omgeven door onmenselijke druk. Vreemd gaan is de dood, want het maakt echt alles stuk.

Mijn haren voor de ogen van de realiteit gebarsten in de spiegel van de eenzame klootzak, die ik nu ben. Mijn geslachtsdeel als een waarzegger van de stervende hond, maken me verdrietig en zorgen dat ik mezelf weer ken.

Vergeef me mijn lief, ik kon het echt niet helpen. Vergeef me mijn lief, mijn hoofd is als een vergiet. Vergeef me mijn lief. De hormonen zijn de schuldige, Vergeef me mijn lief, want ik vergeef me niet. | Peter van der Stoep

82


Op weg naar de sterren je had niet in het vliegtuig moeten stappen je had niet naar de tegenvoeters gehoeven noch naast je schoenen staan in de lucht kan geen veldwachter je beschermen iedereen mag op kleiduiven schieten wie trekt zich nog iets van staten aan je bleef bij brandhaarden weg liet je door de fanfare fêteren in geval van heldenmoed op het hazepad srebrenica betekent voor jou abstracte getallen op een spandoek hoog in de lucht in syrië vallen de doden alleen in de woestijn je nam vakantie van het medeleven het huiskamergeweld, de vliegende ganzen zouden de dijken het houden in de 21-ste eeuw? je had niet in dat vliegtuig moeten stappen je had een datsja moeten kopen in olie baden, een beer africhten je had in het veilige moeras moeten blijven daar onder de bergen, in het maaiveld je had een ongeziene dood kunnen sterven | Sanja

CD- recensie Gijs te haar a.k. a Justafool met de cd "Niemandsland". Een rock and roller, 'punker', uiterlijke extremiteit en nog duizend termen zou je nog op hem los kunnen laten. Was helaas niet zo bekend met hem maar mocht ook nog nooit eerder bekend zijn gemaakt met hem. Dit is waar gemis geweest in mijn poëtisch leven. Zijn teksten zijn namelijk toegankelijk en het was dan ook wachten op een cd met zijn voordracht. Deze heeft mogen verschijnen in 291112 en toen was daar ook de presentatie van.

Ok, soms behandelen de onderwerpen: de liefde, de dood, moeilijke relaties met ouders, vergankelijkheid, maar ja vormen van lijden staan vaak centraal bij dichters. Uiteraard komt ook zijn vakgebied met regelmaat ter sprake. Dit altijd aangevuld met een soort van humor die je moet kunnen erkennen. ik kan het waarderen want ja het is geen poëzie met begeleiding of spoken word. Het totaal aan tekst met muziek overstijgt dit. En ja een ode met de naam Ramses zou al een rede moeten zijn voor de Shaffy liefhebbers om dit item aan te schaffen.

Neen, dit is klein kunst die is te omschrijven als groHeb spijt dat ik daar niet bij ben bij geweest want het te kunst met een k. En voor wie wilt weten wat poëzie is, hij omschrijft moet een genot zijn geweest. Hij weet zijn teksten te brengen reclamerend met het ons op de cd in het nummer, "Wat dat is poeeen bevlogenheid in zijn stem weliswaar vrij monozie" toom maar daardoor verdwijjn je wel in een wereld van sluimering. Puur door de cd is mijn interesse gewekt voor ook Een rustige consequente beat vergezeld zijn woorzijn bundels en verdomme die zijn bijna allemaal den. Met her en der mooie muzikale impro's er tussen uitverkocht. die dienen als tussenstukjes binnen voor zijn adempauze zodat hij daarna weer kan vlammen. Maar wil je zelf horen of mijn mening geen verheerDe teksten zijn vrije verse met een af en toe een rijm. lijking is dan neem contact op met Gijs ter Haar vraag naar "Niemandsland" op dit Maar het mooist is de taalgrappen die er in zijn verwerkt. adres: dichtbijgijs@me.com

83


Godvader Zijn norse stem weergalmde in de ruimte. “Car, komen!”. De ogen stonden kenmerkend voor vader, bloeddoorlopen, met onweer en bliksem erin aanwezig. Iets was er aan de hand want pa sprak me alleen met deze 3 letters aan als hij echt boos was. “Jouw broer die … heeft het weer geflikt, hè”. Ik was me van geen kwaad bewust en keek verdrietig naar de leren jas met gaten erin. De leren jas van mijn broer die pa vasthield. “Dit mocht ik ophalen, een leren jas met geweerschoten erin. Zijn lichaam kreeg ik niet mee en was ook niet meer duidelijk te identificeren”. “Mama zal wel in shock zijn”, zei ik bedeesd. "In shock? Ze zal het besterven. Netwerk wil er zelfs een zaak van maken waardoor mensen uit het buitenland, maar hier wonend, er bekaaid van afkomen”. “Wat is er dan gebeurd, pap?”. “In ieder geval geen aanslag!. Het was een drive-by shooting! Netwerk wil verslag uitbrengen over dit uit de U.S.A. overgewaaid fenomeen". “Pap, deed mijn broer dan in drugs ofzo want ik heb er wel eens iets over gezien in films”. Pap hief zijn hand op en liet deze in de lucht weer naar beneden vallen langs zijn zij. “Ik had hem nooit mogen vragen om mij op te volgen in deze business”. “Pap, was jij dan een drugsbaron, net als in de films?”. “Niet volgens de getuigenverklaringen die zijn afgegeven aan de politie”. “Maar Pap, wij zijn toch geen buitenlanders hier in Nederland ondanks onze Italiaanse afkomst?“. “Nee zoon, dat zijn we niet”. De vader liep aan na deze woorden en voelde in zijn binnenzak of alle valse legitimaties er nog in zaten met hierop meerdere verschillende nationaliteiten erop vermeld. Hij zocht de Nederlandse op. Hij mompelde, "De media is een gezwel". | Gregory Allan Seward

84


O thello!? He is a green dragon and suffers from ... the green dragon. Passing without feeling for what is or what was there. Fire exhaled. Making ashes of that what is or what it was. It does not matter. Any excuse is one to hold on. One to die by because you can do nothing at all. All die underneath his kind of freedom.

I remember everything even your words which are ointment on my wounds. But he breathes fire and meanwhile he is "love". Meanwhile he keeps you ... tiny. Pushes you in the corner. Your freedom is chained. A steel chain in the kitchen and only one right remains. The struggle of the dolle Mina's, readable inside OPZIJ.

It was a profitless struggle although their history and also to your own, you remember nothing. You Bh in handwash in the kitchensink and your fire extinguished by the green-ey'd monster. * Fly out upon my words which are your wings, the wings of the indomitable passion presented inside the red dragon who you truly may be and are. | Stefan van der Zanden

85


86


Uriah Heep Uriah Heep, is terug en hoe. In '11 brachten ze hun hoog geprezen album "Into the wild" uit. En nu hebben ze "Outsider " uit, het 24ste studio-album alweer van deze rockers. Al vanaf de eind jaren 60 zijn ze actief maar pas in 70 onder de bezielende leiding van Gerry Bron werd gesmeed aan wat UH nu is. “We are very proud of our history” says founder/guitarist Mick Box, “but it is equally important to keep producing new material. This new album Outsider , is very much a rock album in true 'Heep' style. It shows that we still have the same passion and energy for our music that we have always had.” From the opening chords of the album’s hard driving rocker, “Speed of Sound” to the more introspective closer, “Say Goodbye” , Outsider proves that Uriah Heep has remained a musical powerhouse, and one that can effectively balance its legendary sound with a distinctly contemporary approach. The record, which was produced by Mike Paxman (Asia, Status Quo), also introduces bassist Dave Rimmer, who joined the band last summer after the untimely death of long time member, Trevor Bolder.Says Box of his late friend, Bolder: “We lost a world class bass player, singer, songwriter and friend. While Trevor was ill, he wanted us to continue working, so we used a bass player called Dave Rimmer, who Trevor approved of. It was only natural that Dave carried on with the band.” Formed in London in 1969 by guitarist Mick Box and late singer David Byron as “Spice”, the group evolved into Uriah Heep (the name was taken from a character in Charles Dickens’ novel David Copperfield ) when they began conceptualizing the first record. We mogen ook zekers niet vergeten dat ze het geluk hadden in hun band om goede tekstschrijvers te mogen hebben. En vele van hun lyrics mag je dan ook lezen als gedichten. The album Very ‘eavy, Very ‘umble, launched the band’s distinct sound in 1970, one that was built around layered harmony vocals , swirling keyboards, and heavy guitar riffs. De platenhoes is een beetje creepy maar ja de enige die mocht klagen erover was Byron want hij had de uitstoot van de spinnenwebmachine in zijn gezicht gekregen gekregen voor de hoes. Met enige regelmaat wisten ze hierna nog te shocken althans men gaf de indruk dat ze dit deden. Meest recentelijk … ahum …. was een opmerking tijdens in gesprek tussen 2 personen in de USA-politiek, hun album “Demons & Wizards” daarin werd meer gezien dan het is.

87


Current lead singer Bernie Shaw and keyboardist Phil Lanzon have been ever present since the mid 1980s, and drummer Russell Gilbrook joined Uriah Heep in 2007. The band's repertoire features hits over five decades from the 70s through to the present day including tracks such as; “Gypsy”, “ Easy Livin', ”July Morning”, "Look At Yourself ”,“Stealin’” and “Lady in Black” which went to #1 in Germany on three different occasions , and once stayed at #1 for 6 months. They have gone on to sell 40 million records, and have toured globally for 5 decades, visiting no less than 56 countries, headlining numerous festivals and arena tours, including being the first western rock band to play Russia, in 1987. En nu gaat Uriah Heep (Mick Box: Guitars, Vocals, Phil Lanzon: Keyboards, Vocals, Bernie Shaw: Lead Singer, Russell Gilbrook: Drums, Vocals & Dave Rimmer: Bass, Vocals), weer het podium op om ons te laten genieten van een meer dan 40 jarig durende carrière. Dit o.a. ter promotie van het nieuwe album en gewoon omdat ze het optreeen niet kunnen laten wanrt ze weten je in te pakken met hun sound en stage performance. Ze treden op in Nederland. 120914 in De pul te Uden, Nederland en er zijn nog kaartjes verkrijgbaar.

88


Beeld en gedicht Voor deze editie van Po-e-zine is er een selectie gemaakt uit de ingezonden gedichten, en is er een beeld bij het gedicht gecreĂŤerd. De drie geselecteerde gedichten zijn: Ik ben aan zet door Magda Thomas, Isolde door Derrel Niemeijer en Hoop door Marleen Ooms. Deze mensen krijgen hun Beeld en gedicht persoonlijk digitaal toegezonden. Ook voor de volgende editie zullen er een aantal gedichten uit de ingezonden gedichten worden gekozen en van een passend beeld worden voorzien. Dus schrijf actief mee met ons!

89


90


Nu ben jij aan zet! De afbeelding rechts is nog leeg en nu wordt jij gevraagd om een passend gedicht bij deze afbeelding te schrijven. Laat je creativiteit de vrije loop gaan. De drie beste gedichten worden opgenomen in de volgende editie van Po-e-zine en krijgen een afdruk van hun gedicht opgestuurd.

91


92


Opzet Aangezien ik als beheerder een feestje te vieren heb, als het gaat om Po-e-zine, dan dien je iets terug te doen voor de trouwe lezers en deelnemers. Het besluit is genomen om daarom een wedstrijd uit te schrijven. Deze zal opgebouwd zijn uit een vijftal vragen. Waarbij jullie in de antwoorden erop, goed geholpen worden door het blad aandachtig te lezen. Vraag 1 Welk feestje bedoelt hij nou? Vraag 2 Hoeveel officiĂŤle bundels heeft de beheerder op zijn naam staan en wat zijn hier-van de titels? Vraag 3 Noem de dichteres die met haar 1ste bundel uitkwam via uitgeverij Heimdall Vraag 4 Wat is de naam van de dame die keramische gevelstenen maakt. Vraag 5 Waarom is er geen vraag 5?* *originaliteit in beantwoording is het verschil tussen de hoofdprijs en de 1ste prijs. De antwoorden dienen verstuurd te worden naar derrelniemeijer@hotmail.com o.v.v. wedstrijd Voor de toekenning/verzending vd prijzen dient men rekening te houden met het gegeven dat het handig is als er een adres plus naam staat bij uw antwoorden.

93


Hoofdprijs De recentelijke bundel v.d. beheerder, litho afdruk van titel gedicht, titel gedicht met de hand uitgeschreven. (meet en greet met de beheerder, waarbij je de oren van zijn kop mag praten, je hem alles mag vragen wat je wilt weten over hem en zijn passies, poĂŤzie et ce-tera). (Daarnaast zal hij zal ook nog koken voor de prijswinnaar). 1ste prijs: De recentelijke bundel v.d. beheerder, litho afdruk van titel gedicht, titel gedicht met de hand uitgeschreven. 2e prijs: De recentelijke bundel v.d. beheerder, litho afdruk van titel gedicht. 3e prijs: De recentelijke bundel v.d. beheerder. De sluitingstermijn voor de wedstrijd zal zijn 21-09-14. De trekking wordt gedaan door een onafhankelijke partij op 22-09-14. Winnaars zullen al bekend gemaakt worden op 230914 binnen de site van Po-e-zine. De 1e t/m de 3e prijzen zullen toegekend zijn aan de winnaars voor 28-09-14. Hoofdprijs zal zijn nadat de agenda's onderling zijn afgestemd. Prijswinnaars zullen benoemd worden in uitgave nummer 10 van po-e-zine. Ook zullen de antwoorden hierin bekend gemaakt worden.

94


WILT U KOMEN TE STAAN IN NR. 10? DAT KAN! De 10de uitgave van po-e-zine moet een feestje worden dus is daarom vrij van een thema. Inzenden kan t/m 07-12-14 naar derrelniemeijer@hotmail.com. De verschijningsdatum is de 1ste week van januari. Tot slot willen wij alle deelnemers van Po-e-zine bedanken voor hun waardevolle bijdrage en hopelijk zien we jullie werk terug in de volgende Po-e-zine!!!

Deelnemers 95


96


97

Po-e-zine | Nummer 09 | Aanzet |  
Advertisement