Issuu on Google+

+ Dossier korteketenverkoop: alles over leurkaarten, voedselveiligheid, sectorgidsen en SWOT-analyses. Magazine voor boer en buiten | Zomer 2007

Jonge vrouw zkt. landbouwbedrijf

Puzzelen voor een goede start Over dikbillen en literatuur

Jezus van Malderen ontmoet Herman Brusselmans

Carrefour-topman in de Biechtstoel ‘Niemand heeft baat bij te lage prijzen’ www.vilt.be


Een overname? Ik kies een adviseur die mijn sector kent. boekhouding | fiscaliteit | vennootschappen | milieuadvies | agro bouwadvies | bedrijfseconomisch advies

Samen maken wij uw toekomst De keuzes die u maakt bij een overname bepalen in grote mate de toekomst van uw bedrijf. Naast juridische, financiĂŤle en fiscale aspecten bepalen ook de milieuwetgeving, de VLIF- en de quotareglementering de leefbaarheid van uw activiteit. U moet dus kunnen vertrouwen op een adviseur die u niet alleen fiscaal en juridisch vakkundig begeleidt, maar die net zo goed op de hoogte is van de sectorwetgeving die bij een overname zeer belangrijk is. Meer dan 10.000 land- en tuinbouwers en 4.500 vennootschappen vertrouwen vandaag al op SBB voor die deskundige begeleiding. Bovendien neemt ons Fonds voor Jonge Starters tijdens het eerste activiteitenjaar heel wat kosten voor zijn rekening. Zo houdt u meer over voor uw bedrijf.

www.sbb.be

s SBB Fogned

Jon rs Starte

Interesse? Meer info op www.sbb.be of in het SBB-kantoor bij u in de buurt.

SBB

Partner voor bedrijvige mensen


in dit nummer 4 Jonge daadkracht

Ze is 23 en oefent twee jaar haar droomberoep uit: Annelies Vercauter over het creatieve puzzelwerk voor haar overname.

7 Oude Koeien / Vergeten kippenrassen Beste Landgenoten,

N

a zeven magere jaren (of waren het er meer?) staat de zomer voor de deur in de landbouw. Of de huidige hausse op de internationale markten het begin is van een voorspoedig tijdperk kan alleen de tijd uitwijzen. Maar momenteel ziet het er wel naar uit dat de gemiddelde marktprijzen de komende tien jaar ‘aanzienlijk hoger’ zullen zijn dan die van het voorbije decennium. Dat staat alvast te lezen in een rapport van de Europese Commissie. De opmars van de bio-energie speelt een belangrijke rol, net zoals de aantrekkende wereldeconomie onder aanvoering van landen zoals Rusland, China, India en ­Brazilië. Belangrijk voorbehoud: onder meer de marktmacht van supermarktketens zoals Carrefour en de steeds grilligere weerpatronen kunnen nog flink wat roet in het eten gooien. Ook plattelandsrecreanten die in deze periode van het jaar de fiets van stal halen, moeten rekenen op wat medewerking van de weergoden. Over de landen tuinbouwers hoor je hen niet of nauwelijks klagen. ‘Er is één procent kans op hinder,’ zegt Gilbert Calleyl van de vzw Vakantiegenoegens en van de Gentse werkgroep Fietsrecreatie. ‘Iedere fietser zoekt graag streken met veel boeren op.’ Omgekeerd proberen landbouwers door te dringen tot het hartje van onze consumptiemaatschappij, desnoods tot in het centrum van Brussel. Nieuwsgierig gingen we een kijkje nemen in Boeregoed-Coté Soleil, een winkel die 25 hoeveproducenten uit het Pajottenland en het Waalse Pays des Collines heropend hebben in de Arteveldestraat. Kan het project uitgroeien tot méér dan een sympathieke promotiestunt voor een lokaal verweven landbouw?

Hoe we de ‘vijftenige Kortrijkse’ en het ‘Kempisch hoen’ inruilden voor hybride merken uit de Verenigde Staten.

‘Wat houdt u tegen om met de boeren in gesprek te gaan?’ Dirk Lips ondervraagt Carrefour-topman Pascal Léglise.

Hoeveel kan een mens dragen? Echtscheidingen, verstikkende droogte en een vloedgolf van Nederlanders.

Tim Van Hissenhoven uit Duffel inspecteert het nagelnieuwe proefstation van Sint-Katelijne Waver.

24 Uit de provincie / Klaar voor koolzaad

In dialoog met Gilbert Calleyl van de vzw Vakantiegenoegens: ‘Er is 1 procent kans op hinder.’

13 Vakwerk / Korteketenverkoop

Jezus van Malderen in het spoor van stadsmens en schrijver Herman Brusselmans.

22 Reporter te velde / Proefstation doorgelicht

10 Prettig platteland / Fietsen tussen tractoren

21 Column

8 De Biechtstoel / Carrefour op de rooster

18 B uitenlander / Jezus ontmoet Brusselmans

De originele aanpak van Boeregoed- Coté Soleil. Plus drie pagina’s vol adressen, weetjes en tips: van leurkaart tot swot-analyse.

Over persen, filters en voederkoeken. Koolzaad-specialist Fons Verlinden van de provincie Vlaams-Brabant.

26 Uitgepraat / Koeien in de weide?

Stalboer Rob Coeckelbergs uit Leffinge tegenover weideboer Geert Vermander uit Slijpe.

A

l zeggen we het zelf, aan dit nummer hebben ­literaire toppers meegewerkt. Op een boerderij in het Gentse organiseerden we een ontmoeting tussen Herman Brusselmans, zoon van een veehandelaar, en Jezus van Malderen, melkveehouder en amateur-dichter. Het leverde voor dit magazine een exclusieve pennenvrucht op over de mestproblematiek. Die zwengelt mee de discussie aan over de beweiding van koeien. Vooral in Nederland blijven steeds meer koeien op stal, maar ook bij ons lijkt de trend ingezet. Een logische keuze? We vroegen het aan een overtuigde stalboer en een weideboer.

4 Annelies Vercauter

13 BoeregoedCoté Soleil

22 Landbouw & literatuur

Veel leesplezier! Griet Lemaire, hoofdredacteur

Landgenoten wordt u aangeboden door VILT. Het Vlaams Informatiecentrum over Land- en Tuinbouw informeert een breed publiek over de hedendaagse land- en tuinbouw. Daarvoor krijgt het middelen van privé-organisaties en de overheid.




jonge daadkracht

Puzzelen voor een goede start V Stel: je bent een jonge vrouw van 21 en je wilt net als je moeder boerin worden. Wat doe je dan als je niet zomaar in het ouderlijke bedrijf kunt stappen? Antwoord: je verzamelt al je wilskracht en je zoekt tot je een haalbare oplossing vindt. Het verhaal van Annelies Vercauter uit Ertvelde, die haar droomjob straks 2 jaar uitoefent.



Landgenoten Zomer 2007

andaag is ze 23 jaar jong, en in september baat ze twee jaar mee het ouderlijke bedrijf uit. Annelies Vercauter runt samen met haar ouders in het Oost-Vlaamse Ertvelde een bedrijf met 80 zeugen, 50 melkkoeien met jongvee, en 25 hectare weides en voedergewassen. ‘Hoewel mijn ouders een bedrijf met veel toekomstmogelijkheden hebben uitgebouwd, bleek het erg moei-


lijk om een extra inkomen te creëren,’ zegt Annelies. ‘In zekere zin had ik het voordeel dat mijn vier jaar jongere zus geen interesse voor landbouw heeft. Maar mijn vader en moeder zijn respectievelijk nog maar 48 en 46 jaar oud en nog lang niet van plan om uit te bollen.’ Landbouwster in hoofdberoep. Vooraleer ze de helft van het ouderlijke bedrijf overnam, hadden zich in het hoofd van Annelies al tientallen mogelijke scenario’s uitgetekend. Van op twee plaatsen melken tot een combinatie met een halftijdse bureaujob. De mooiste oplossing kwam echter net voor haar eindexamens aan de hogeschool uit de lucht vallen. De vrv-melkcontroleur die sinds jaar en dag het Ertveldse bedrijf opvolgde, vertelde dat zijn job zou vrijkomen. Annelies liet er geen gras over groeien en verliet tijdens de blokperiode haar studentenkot om in de thuisregio te solliciteren. Met succes, want nog voor de diploma-uitreiking ging ze als melkcontroleur aan de slag.

net iets minder dan een halftijds uurrooster kon geven. Contractueel werk ik 18,5 uur in plaats van de normale 19 uur per week, waardoor ik voor het vlif nog net binnen de categorie landbouwer in hoofdberoep val. Anders moet je wel erg lang werken om al die investeringssteun terug te verdienen.’ Van papierwerk tot vrouwelijke feeling. Na haar eindexamens paste Annelies samen met haar vader en een consultant alles ook op papier netjes in elkaar. Omdat dat voor de bank en voor het overzetten van de vergunningen de makkelijkste weg bleek, nam Annelies voorlopig alleen de helft van de dieren en de machines over. Daarnaast werd ongeveer de helft van de gronden op Annelies’ naam gezet, terwijl de gebouwen niet in de overname werden betrokken. ‘Om mogelijke problemen met de pacht te vermijden, bleek dat de beste oplossing,’ knikt Annelies. ‘En op die manier geniet ik van een gunstiger kadastraal inkomen terwijl ik mijn lening afbetaal.’

Met de overname heeft de jonge Oost-Vlaamse een echte jeugddroom gerealiseerd. Als een van de weinige meisjes ging Annelies al vanaf het eerste middelbaar voluit voor de boerenstiel en voor een landbouwrichting, een keuze die ze bevestigde door daarna graduaat Landbouw en Biotechnologie te volgen in Sint-Niklaas. Op het eerste gezicht geen evident parcours in het mannenbastion dat de landbouwsector toch nog vaak is? Annelies: Vandaag vindt Annelies nog al‘Dat valt best wel mee. Bij tijd dat ze zowel qua inhoud, ‘Met 18,5 uur per week blijft het eerste contact kijken werkvolume als soepelheid boeren voor het VLIF mijn sommigen wat raar. Maar geen beter bijberoep had kun- hoofdberoep.’ als ze merken dat je er evennen vinden. ‘Ik vind melkvee veel van afweet als zij, gaat sowieso de schoonste tak van de landbouw. Ik kan dat snel over. Tenslotte zijn we dag in dag uit met ook zelf mijn afspraken maken, zodat ik alle bezoe- hetzelfde bezig. Al denk ik dat je als vrouw, bijvoorken perfect tussen mijn andere taken kan inplan- beeld op het vlak van dierenwelzijn, bepaalde zanen. En in mijn geval was het belangrijk dat vrv mij ken misschien net iets sneller ziet dan een man.’

Strakke taakverdeling. In de praktijk werken v­ ader en dochter met een vrij strakke taakverdeling, waarbij Annelies zich iets sterker op het melk‘Zolang mijn vee toespitst. ‘Vier op de pa of later een vijf ochtenden ga ik eerst partner kan op melkcontrole, terwijl melken, blijf vader zijn eerste melkronik controleur.’ de start. Eventueel help ik hem nog schoonmaken in de melkstal, maar tegen tien uur doen we ­normaal onze voederronde. Vader in de zeugenstal, ik bij het jongvee en de melkkoeien. Na de middag werken we meestal ­samen aan grotere karweien of veldwerkzaamheden. Waarna een van ons in de late namiddag een tweede voederronde bij de zeugen doet, en ik tegen 18 uur opnieuw melk ga analyseren bij de bedrijven die ik opvolg.’ Doordat de combinatie met haar bijkomende job perfect werkt, wil Annelies de melkcontrole zo lang mogelijk met haar eigen bedrijf blijven combineren. ‘Zolang mijn pa of eventueel later een partner ondertussen kan melken, zie ik geen enkele reden om ermee te stoppen,’ knikt Annelies. ‘Een vast inkomen is altijd mooi meegenomen voor een starter. En doordat ik op verschillende bedrijven kom, leer ik nog altijd erg veel bij.’ Drijfmest en vallende koeien. Alles bij elkaar vindt Annelies dat ze ruim voldoende op de bedrijfsvoering weegt en dat de samenwerking met haar vader heel vlot verloopt. ‘Ik vind het be- >>>




jonge daadkracht boer zkt. vrouw-deelneemster annelies vercauter: ‘als vrouw zie je bepaalde zaken net iets sneller dan als man.’

niet op te wachten. Iedereen doet wat hij het liefste doet. Ik rij liever drijfmest uit, dan zie je tenminste dat het iets oplevert naarmate je tank leeg raakt.’

langrijkste dat je voldoende met elkaar overlegt,’ zegt Annelies. ‘En bijvoorbeeld over ­de rantsoenering doen we dat al lang. Het woord van mijn vader weegt misschien iets zwaarder door. Maar hij heeft ook de meeste ervaring in huis en dat blijkt vaak nuttiger dan de theoretische kennis die je op school meekrijgt. Het ploegen heeft hij inderdaad nog niet uit handen gegeven, maar daar zit ik echt

Op langere termijn heeft Annelies wel plannen om het bedrijf in een totaal andere richting te ­sturen: het is haar bedoeling om de varkens af te stoten en het melkvee fors uit te bouwen. ‘Met ­ varkens heb ik gewoon geen band. Je kent ze niet eens bij naam, terwijl ik gerust een uur op een stoel kan zitten om mijn koeien te observeren. Als ik mocht kiezen, zou ik ons melkvee ook op stro houden in plaats van op zagemeel zoals nu. En neen, ik vind het niet riskant om in deze tijden volop in quotum te investeren. Er is nog capaciteit in onze stal, en zelfs als het quotum afgeschaft wordt, ­zullen de koeien volgens mij echt niet uit de lucht komen vallen.’ D

‘Diploma’s vergroten zeker je kansen’ De gemiddelde land- en tuinbouwer ­studeert, net als de rest van de maatschappij, alsmaar ­langer. Toch stapt een minderheid nog altijd rechtstreeks van het secundair ­beroeps- of ­technisch onderwijs in de praktijk. Dreigt dat geen problemen op te leveren in een sector die alsmaar complexer en professioneler wordt? We vroegen het aan Ward Lootens, leraar veeteelt en stagebegeleider in het Vrij land- en tuinbouwinstituut van Torhout. ‘Volgens mij doet iedereen die het aankan er beter aan om verder te studeren aan een hogeschool. Maar slagen als landbouwer hangt van erg veel factoren af. Gedrevenheid, motivatie, doorzettingsvermogen, permanente bijscholing zijn er een aantal van. Feit is dat voor wie niet verder gestudeerd heeft, de administratie zwaar kan wegen. Voor die starters is het nog belangrijker dan voor anderen om zich goed te laten omringen en informeren. Diploma’s alleen bieden volgens mij geen garanties, maar vergroten zeker je slaagkansen, zowel binnen als buiten de landbouw.’



Landgenoten Zomer 2007

KIEZEN VOOR OVERNAME Voor toekomstige land- en tuinbouwers die nuttige tips kunnen gebruiken voor een vlotte bedrijfsovername of start, heeft de Groene Kring een boekje uitgewerkt van ruim honderd pagina’s. Daarin komen niet alleen financiële, fiscale en juridische aspecten aan bod, er is ook aandacht voor de sociale en economische aspecten van een overname. Het boekje ‘Kiezen voor Overname’ is gratis voor wie een bedrijfsleiderscursus of een overnamekring volgt bij Groene Kring. Voor andere geïnteresseerden kost het 12,5 euro plus 2,5 euro verzendingskosten. Betalen kan op rekeningnummer 734-3773496-11 met vermelding ‘Kiezen voor Overname’. Vergeet ook niet uw adres te vermelden. Bestellen kan ook via mail naar info@groenekring.be.


Oude Koeien

Van scharrelaars tot merkkippen De vele hoenderrassen die Vlaanderen ooit rijk was, zijn vandaag verbannen naar levenderfgoedparken en hobbytelers, terwijl in de stallen hybride kippen rondlopen van merken als Hisex Brown of Ross 308. Van bonte variatie tot uniform wit en bruin.

A

l eeuwen scharrelen er kippen rond op de boerderij. Ze voorzien de boer van eieren, en belanden daarna op zijn bord. Elke streek heeft zijn rassen, zoals de Braekel in een brede cirkel rond Aalst, de kippen van Brugge, de kippen van Ieper, de vijftenige Kortrijkse, of het Kempisch hoen, een stevige en vrij grote kip in koekoekskleuren. De vermaarde Mechelse koekoek ontstaat pas nadat rond 1850 de Brahma-kip uit Indië aankomt in de Antwerpse Zoo en gekruist wordt met lokale rassen.

Leghorns en forse Mechelse. Pas vanaf eind negentiende eeuw groeit het besef dat er ook geld kan worden verdiend met de kip- en eiproductie. Boeren gaan op zoek Rond 1900 is de naar de beste rassen. Mechelse koekoek Traditioneel gaan ze ervan uit dat kleine, een befaamde lichte kipjes goede vleeskip. leggers zijn, terwijl zware kippen eerder geschikt zijn als braadkip. Vanaf 1895 komt een trafiek van Leghorn-kippen

uit Italië op gang, heel productieve legkippen die op grote schaal worden ingezet. Later worden de Engelse Minorcakip en de Orpingtons ingevoerd. Rond 1900 is de Mechelse koekoek een befaamde vleeskip en staat de regio rond Brussel bekend om zijn vetmesters. De Mechelse hanen, die ruim 6 kilo kunnen wegen, vinden vlot hun weg naar de rijkelijk gedekte stedelijke tafels, tot Londen toe. Kippenvlees blijft nog lang voorbehouden voor de rijken, en wetenschap en onderwijs besteden tot aan de Eerste Wereldoorlog weinig aandacht aan de hoenderteelt. Tussen de twee wereldoorlogen groeit vooral de legkippensector spectaculair: België wordt een belangrijke exporteur van eieren. Het wetenschappelijk onderzoek rond kippengenetica dat in Engeland eind 19de eeuw was begonnen, bereikt onze streken in de jaren 20. Eerst probeert men de inheemse rassen te veredelen naar hogere productiviteit, maar al snel winnen de uitheemse hoenders veld: de lokale klassiekers ruimen plaats voor enkeldoelsoorten zoals de Witte Leghorn, de Rhode Island, het Wyandottehoen en het Hollandse Barnevelderhoen. Productieve bastaarden. De Amerikanen gaan nog een stap verder: ze kruisen twee hele raszuivere ouders van verschillende rassen – eigenlijk producten van sterke inteelt – tot hybriden, zeer productieve en weerbare nakomelingen. Het merkkuiken is geboren, met de Amerikaanse Hy-

Mechelse Koekoek

line-legkippen voorop. Vanaf de jaren 50 begint ook bij ons de opmars van dergelijke hybriden, met een doorbraak in de jaren 60. Dan neemt uiteindelijk ook de braadkippenteelt een hoge vlucht: doordat de vraag naar mager en mals vlees groeit, stijgt de productie voldoende om ook de prijs te laten dalen. Vandaag zit de productie van ouderdieren van legen braadkippen in handen van een paar multinationals. Zij leveren het genetische materiaal waaruit per dag duizenden uniforme eendagsVanaf de jaren 50 kuikens worden gebegint de opmars boren. De genetische van de hybriden. verschraling die daar het gevolg van is, leidt echter tot tegenreacties. Organisaties van overtuigden verzamelen in Europa de nazaten van de eens befaamde rassen, om het levend erfgoed ook levend te houden. Die genetische rijkdom kan immers ooit nog goed van pas komen. Daarnaast ontdekten anderen dat bepaalde marktniches bereid zijn te betalen voor authentieke smaken. Net als een goeie eeuw geleden staan de Bressekip en de Mechelse koekoek weer op het menu van exclusieve restaurants. D Bron: Lekker Dier!? Dierlijke productie en consumptie in de 19e en 20e eeuw, Centrum Agrarische Geschiedenis, www.cagnet.be




De Biechtstoel

‘Boeren moeten zich veren Op Agriflanders was het al te merken: Carrefour, marktleider op de Belgische distributiemarkt, zoekt toenadering tot de producenten. ‘We moeten elkaar dringend beter leren kennen,’ zegt Pascal Léglise, ­directeur Kwaliteit en ­Duurzame ­Ontwikkeling van Carrefour ­Belgium. vilt-voorzitter Dirk Lips zoekt uit waarom. Dirk Lips: Colruyt is de prijskampioen, Delhaize staat voor kwaliteit. Carrefour heeft een veel minder duidelijk profiel. Hoe zit dat eigenlijk? Pascal Léglise: Alles onder hetzelfde dak, dat is ons motto. Elk type klant moet in onze winkels zijn ­gading vinden. Voor al die verschillende klanten hebben we een hele reeks merken, zoals bijvoorbeeld ons merk n°1 dat na amper een jaar al het beste merk was wat prijspositionering betreft. Het gamma ’s Lands Souvenir, dat nu is ondergebracht onder Carrefour Selection, profileren we dan weer heel duidelijk als een merk van lokale kwaliteitsproducten, en ook dat lukt heel goed. Daarnaast hebben we een hele reeks eigen producten onder het Carrefourmerk, die het kwaliteitsketenlabel dragen. Van die producten weet de klant dat Carrefour ze controleert van op de boerderij tot in de winkel. Al die verschillende merken in één winkel, wordt dat niet onoverzichtelijk voor de klant? De leesbaarheid van de producten in de winkel is inderdaad een uitdaging. In onze kleine supers kunnen we de kwaliteitsketenproducten nu al heel gemakkelijk visueel onderscheiden ‘Denkt u dat wij van de rest. In onze er baat bij hebben hypermarkten zijn de dat de prijzen oppervlaktes veel gro- blijven zakken?’ ter, en hangen er veel meer verschillende affiches en dergelijke. Maar er wordt hard aan gewerkt, door de volledig nieuwe marketingdirectie die aan de slag is gegaan bij Carrefour Belgium. De verschillende accenten pascal léglise, directeur kwaliteit en duurzame ontwikkeling van carrefour belgium, naast biechtvader dirk lips.



Landgenoten Zomer 2007


enigen’ (bio, eerlijke handel, kwaliteitsketen enz.) worden voortaan ondergebracht onder één noemer: het Carrefour-merk. Is de consument volgens u bereid meer te betalen voor meer kwaliteit? Ja, als het echt lekkerder en merkbaar beter is op zijn bord, dan wil hij meer betalen. Dierenwelzijn en milieu zijn in mijn opinie ook een onderdeel van kwaliteit. De klant denkt daar niet aan tijdens het eten, maar het speelt wel een rol. Als een milieuof dierenwelzijnsthema negatief in het nieuws komt, zien we de verkoop toch ­dalen. Langs de andere kant blijft de prijs erg belangrijk voor de consument. Via marketing kunnen we dat wel proberen te beïnvloeden, bijvoorbeeld door gewone kip aan te prijzen voor elke dag, en kwaliteitsketenkip of poulet de Bresse als een feestelijker product te positioneren. De landbouwer levert het hele jaar door dezelfde kwaliteit: is het niet vreemd dat daar telkens een andere prijs tegenover staat? Wij vragen ons ook af in hoeverre de landbouwers correct worden betaald. Het valt ons echter wel op dat we vooral klachten horen in ‘Wat houdt u tegen periodes dat de om met de boeren in export niet goed gesprek te gaan?’ loopt. Op andere momenten is men blijkbaar wel tevreden. Voor de producten van onze kwaliteitsketens willen we in elk geval nagaan wat een correcte prijs is. Dat is niet zo eenvoudig, want meestal hebben we geen echte referentie. We willen zoeken naar een correcte betalingsmethode die garanties biedt voor de boeren. Voor bepaalde producten, zoals bijvoorbeeld witblauw rundvlees, valt het te overwegen om aan een lastenboek een minimumprijs te koppelen. We willen daarover praten met de boeren. Wij kopen per jaar 30.000 stieren aan van 1200 landbouwers, via amper negen veehandelaars. De landbouwsector

en wij – de twee uitersten van de keten – moeten elkaar beter leren kennen. We staan voor dezelfde uitdaging: we willen allemaal meer verkopen, tegen een correcte prijs. Denkt u dat wij er baat bij hebben dat de prijzen blijven zakken?

compleet met certificering, controles, analyseresultaten... We hebben dat lastenboek zo goed als volledig overgenomen. We laten bijvoorbeeld ook tomatentelers nieuwe variëteiten uitproberen, ook al gaat het soms maar om twintig of dertig kisten. Zoiets vraagt van ons een serieuze investe-

Als je de prijzenoorlog ziet, zou je denken van wel. Nee, bij lage prijzen moet je je volume immers steeds opdrijven. En op een bepaald moment houdt het gewoon op. Onze Franse collega’s zijn altijd verbaasd als ze hier in België de concentratie van supermarkten zien: in Frankrijk zit er makkelijk 30, 40 kilometer tussen een Carrefour en een andere supermarkt. Hier in België heeft de consument echt de keuze, en daardoor is de prijzenoorlog hier zo sterk.

ring op het vlak van logistiek, maar we gaan ervan uit dat de consument nieuwe zaken moet kunnen proeven.

Wat houdt u tegen om met de boeren in gesprek te gaan? De landbouwers zouden zich meer moeten verenigen. Wij kunnen niet met 1200 rundertelers gaan praten. Ik ben onlangs aan de praat geraakt met een Franse boer van een coöperatieve. Zij leverden aan een centraal inkoopplatform en dat inspireerde hen om ook een centraal verkoopplatform op te richten. Het grote voordeel, zo vertelde hij, was dat ze nu rechtstreeks door de inkoopdirecteur werden ontvangen. Dat is de weg die de landbouw hier moet inslaan. Het beste bewijs is onze goede samenwerking met de veilingen. Zij zijn een aanspreekpunt voor ons en ze spelen heel goed in op wat de verschillende distributeurs nodig hebben. Als een leverancier bij ons komt met een marketingvoorstel dat voor onze klanten interessant is, zijn we altijd bereid te luisteren. Boeren met een idee zijn dus welkom bij Carrefour? Ja, natuurlijk. Zeker initiatieven die meedenken met de marketing hebben meteen een streepje voor. Zo zijn ook de Pinova-appels in ons assortiment gekomen. Die mensen kwamen bij ons aankloppen met een volledig uitgewerkt concept,

Geldt dat ook voor sierteelt- en boomkwekerijproducten? Natuurlijk, de deur van onze inkoopdienst of onze kwaliteitsdienst staat altijd open. Voor snijbloemen hebben we nu een nieuwe aanpak. De bloemenrayons krijgen meer ruimte en de leveranciers onderhouden ‘Boeren met een zelf de stand. Zij halen idee zijn altijd ­verwelkende boeketten bijvoorbeeld veel snelwelkom ler uit het rek dan wij bij Carrefour.’ zouden doen. De nieuwe aanpak werkt, voor hen en voor ons, want de verkoop stijgt. Zo ver als sommige Amerikaanse distributieketens gaan we echter niet: daar worden de rekken soms per lopende meter aan de leveranciers verhuurd. Dat zie ik hier nog niet meteen gebeuren. D

i

Info en contact: Pascal Léglise, Directeur Kwaliteit & Duurzame Ontwikkeling: tel. 02 729 17 94 of 0474 72 92 98, fax 02 729 24 60

Directie Verse Traditionele Goederen (aankoop), Philippe De Vos: tel. 02 729 23 17, fax 02 729 27 33




PRETTIG PLATTELAND

Fietsers en landbouw

‘Je hebt

1% kans op hinder’

Fietsen is een van de populairste manieren om van het ­Vlaamse boerenlandschap te genieten. Maar staan deze sportieve ­genotzoekers ook al eens stil bij de boeren achter dat landschap? We vroegen het aan Gilbert Calleyl, lid van de vzw Vakantie­ ge­noegens en van de Gentse werkgroep Fietsrecreatie.

10

Landgenoten Zomer 2007

V

an mountainbikers over wielertoeristen tot recreanten: fietsers vind je tegenwoordig in alle maten en gewichten. Vorig jaar lokten fietsevenementen als de Gentse Buitenband (zie kader) meer deelnemers dan ooit. Dit voorjaar leek het tijdens de Bloesemfeesten in Haspengouw alsof er bijwijlen één groot peloton door de fruitboomgaarden trapte. ‘Iedere fietser zoekt graag streken met veel boeren op,’ zegt Gilbert Calleyl van Vakantiegenoegens, een vzw die met 45.000 leden veruit de grootste vereniging in Vlaanderen is voor recreatief fietsen, wandelen en kamperen. Alleen sporadisch contact. De zestigjarige inwoner van Heusden bij Gent is als fervent fietser niet alleen vaste klant op de Gentse Buitenband, hij is

ook mede-organisator van fietstochten. Als lid van de werkgroep Fietsrecreatie van de regio Gent-Eeklo, tekent hij per jaar een vijftal fietsritten uit voor de leden van Vakantiegenoegens. Gilbert: ‘Mijn grootste uitdaging is om de deelnemers, en vooral dan de stadsbewoners, plekjes te laten ontdekken waarnaar ze later nog eens willen terugkeren. Soms hoor ik dat het onvoorstelbaar is dat je op een boogscheut van het centrum van Gent zo veel groene pareltjes vindt. Een mooier compliment kan ik me niet indenken.’ Hoewel de uitgestippelde paden vaak langs weides en akkers kronkelen, blijken de fietsers maar weinig echt contact met de boeren te hebben. ‘We zoeken wel zo veel mogelijk groen op, maar meestal rijden


we op de openbare weg. Het gebeurt slechts sporadisch dat we eens bij een landbouwer aankloppen om doorgang te krijgen over zijn terrein of om een stopplaats in te lassen. En meestal is dat dan via

Fietsersbond: ‘Rekening houden met plots opduikende fietser’

­iemand die de boer in kwestie kent.’

En vooral, wat kunnen boeren eraan doen? ‘Onze actiepunten focussen zich voornamelijk op de stedelijke omgeving,’ zegt Stef Leroy, algemeen secretaris van de Fietsersbond. ‘Daar zijn nog de meeste infrastructuuraanpassingen nodig. Maar ook de wegen op het platteland zijn zeker nog voor verbetering vatbaar. Ik denk aan fietspaden, maar vooral ook aan het openstellen van meer trage wegen, die nu al te vaak worden omgeploegd. Op dat vlak zou er samen met de landbouwers nog veel vaker naar een constructieve oplossing moeten worden gezocht.’

Fietsweer = tractoren op de baan. Gilbert wijst er graag op dat Vakantiegenoegens sinds jaar en dag een goede verstandhouding met de landbouwers onderhoudt, doordat de organi- ‘Het landschap satie veel aandacht wordt de laatste besteedt aan veilig- jaren goed in stand heid en het inper- gehouden.’ ken van mogelijke overlast. ‘Het is een basisgegeven dat mensen het liefst fietsen als het mooi weer is, terwijl boeren op diezelfde dagen hun velden willen bewerken. Daar moet je mee leren leven en beide partijen moeten wat oog leren hebben voor elkaar. Maar op al die jaren kan ik de negatieve reacties van boeren nog steeds op één hand tellen.’ Voor publiekstochten maakt de fietsvereniging altijd gebruik van wegkapiteins, die de fietsers veilig door het auto- en tractorverkeer moeten loodsen. Daarnaast vindt Gilbert het een belangrijke taak van de organisatie om haar deelnemers in de hand te houden. ‘Onze leden zijn sowieso iets ouder en veroorzaken globaal minder hinder dan jongeren. Maar je ‘Met stopplaatsen hebt als organisator zonder vuilbakken ook een verantwoordelijkheid. Met een werk je zwerfvuil bevoorrading zonder in de hand.’ vuilnisbakken werk je zelf zwerfvuil in de hand. En als je bijvoorbeeld kinderen maïskolven ziet afbreken zonder dat hun ouders erop reageren, is het als organisator je taak om zowel ouders als kinderen aan te spreken.’

Wat zijn volgens de Fietsersbond de belangrijkste knelpunten voor wie op het platteland fietst?

‘Voorts pleiten we ervoor dat boeren zich bewuster worden van het feit dat een fietser op sommige baantjes plots kan opduiken. We begrijpen dat het tijdens de veldwerkzaamheden druk is, maar moddersporen die op het wegdek achterblijven, maken de weg gevaarlijk glad voor fietsers. Ook zeker het overwegen waard, is om een beschermingsplaat op tractoren te monteren waardoor fietsers niet meer tussen die grote wielen kunnen terechtkomen. Je kunt er als boer ook rekening mee proberen te houden dat er op weekdagen minder fietsers zijn dan in het weekend. Of zelfs waarschuwingsbordjes zetten voor fietsers dat je met veldwerkzaamheden bezig bent. Ook het matigen van snelheid - vertragen en desnoods stoppen - kan soms aangewezen zijn. Stel je maar eens het schrikbeeld van een jongere voor als een pikdorser op een smalle weg tegen redelijke snelheid uit de tegenovergestelde richting komt aangereden. Tot slot nog dit: prikkeldraad langs smalle paadjes heeft al vele lelijke wonden veroorzaakt, terwijl dat eenvoudig kan worden opgelost door de prikkeldraad langs de binnenkant van de palen te spannen...’

!

Meer trage wegen. Voorts pleit de Oost-Vlaming voor de nodige flexibiliteit en een doordeweekse portie gezond verstand. ‘Als fietser weet je dat je op het platteland te allen tijde van het groen en de gezonde lucht kunt genieten, alleen heb je één procent kans op wat hinder,’ zegt hij. ‘Voor een tocht met veel deelnemers kun je de boeren langs je traject wel inlichten, maar zij moeten hun werk doen. Daarom vind ik het een brug te ver om te verwachten dat zij hun werkschema overhoop gooien. Het is meestal zelfs makkelijker om bijvoorbeeld je rustplaats te verleggen als een boer je daar hindert.’

Nu er tot Gilberts vreugde alsmaar meer fietsroutenetwerken bewegwijzerd worden, is fietsen volgens hem een unieke kans om de jongere generaties met de landbouw in contact te laten ‘Fietsen laat komen. ‘Voor mensen van jongeren vaak mijn leeftijd, en zeker als kennismaken je zoals ik in de Westhoek met landbouw.’ geboren bent, is de boerenstiel nog vanzelfsprekend. Maar veel jongeren ontdekken de landbouw alleen door wat te fietsen langs gewassen die ze meestal niet eens herkennen.’ Een andere positieve evolutie vindt Gil- >>>

11


De fietsers zoeken graag landbouwstreken op, maar hebben slechts sporadisch contact met de boer.

bert dat er de jongste jaren bij ruilverkavelingen meer en meer aandacht aan wegen voor fietsers en wandelaars wordt besteed. ‘Vooral in mijn geboortestreek merk ik dat er op die manier, in overleg met de lokale boeren, heel wat trage wegen zijn bijgekomen.’ Als geroutineerd fietser heeft Gilbert door de jaren heen ook het boerenlandschap aanzienlijk zien veranderen. ‘Op de eerste plaats merk je natuurlijk dat er heel ‘We kloppen maar wat landbouwgrond verkaveld is. Ik woon sporadisch bij een zelf in Heusden bij landbouwer aan.’ Gent, op een plaats waar vroeger aardappelen werden geteeld. Alleen al hier in Heusden en Destelbergen zijn er de voorbije dertig jaar drieduizend inwoners bijgekomen. Al vind ik ook dat het landschap, waar het mooi is, de laatste jaren goed in stand wordt gehouden. Je ziet vooral dat het echte platteland wat verder wegschuift van de steden. Ikzelf moet al bijna naar het Meetjesland of de Vlaamse Ardennen. Maar eigenlijk valt zelfs dat mee: in Vlaanderen is het platteland nooit echt ver weg.’ D

12

Landgenoten Zomer 2007

Van boerderij naar boerderij op de Buitenband De Gentse Buitenband kun je gerust omschrijven als een perfect huwelijk tussen landbouw en fietsen. Wie van het landelijke groen in de rand van Gent wil genieten, kan zich op zondag 22 juli op vier landbouwbedrijven inschrijven voor een fietslus van 25, 45 of 80 kilometer. Dit jaar is het evenement van de Landelijke Gilden van het gewest Gent al toe aan zijn 17de editie en dat het een stevige reputatie heeft opgebouwd, blijkt onder meer uit het recordaantal deelnemers van vorig jaar: de organisatie telde maar liefst 7369 inschrijvingen. ‘In Gent en omstreken staat de Buitenband genoegzaam bekend als gezondste activiteit van de Gentse Feesten,’ zegt organisator Luc Vanacker. ‘Vorig jaar hebben we een recordaantal mensen ­bereikt. Dus gaan we dit jaar uiteraard op ons vertrouwde pad verder, maar met sterk vernieuwde routes. We zorgen opnieuw voor duidelijke bewegwijzering langs de mooiste plekjes rond Gent, waarbij je met verschillende aspecten van de landbouw kennismaakt. Bovendien kun je op onze vertrekboerderijen in Drongen, Zwijnaarde, Wondelgem en Desteldonk weer terecht voor een lekkere maaltijd en voor allerhande animatie tijdens of na het fietsen. De Gentse Buitenband is fietsen en feesten.’

www.buitenband.be


Vakwerk – korteketenverkoop In iedere Landgenoten zetten we rond één thema nuttige vakkennis in de kijker. Dit keer verdiepen we ons in de korteketenverkoop.

Boeregoed in hartje Brussel 25 hoeveproducenten uit het Pajottenland en het Waalse Pays des Collines en een biologische boerencoöperatie uit Sicilië ­verkopen samen hun producten in een eigen winkel in hartje ­Brussel. BoeregoedCoté Soleil is de naam van de winkel, en van de boeren-consumentencoöperatie die erachter zit. Het was echter een verhaal van vallen en opstaan.

D

e boeren die vandaag deel uitmaken van Boeregoed, werden in 2004 aangezocht door de stad Brussel. De schepen van economie en handel speelde met het idee om elke weekdag ergens in Brussel een biologische boerenmarkt te houden. Dat bleek logistiek echter niet haalbaar. ‘Omdat er geen schot in de zaak kwam, hebben we met vijf boeren zelf een coöperatie opgericht,’ zegt Jean-Pierre De Leener, bioboer uit Sint-Pieters-Leeuw. Het uiteindelijke resultaat was een winkel waar bio-, hoeve- en

streekproducten via de korte keten worden verkocht. De winkel opende in oktober 2005, maar in juli 2006 sloot hij alweer zijn deuren. ‘We wilden te veel ineens,’ zegt Jean-Pierre. De stad wilde immers niet alleen een winkel met kwaliteitsproducten in een moeilijke buurt, maar tegelijk ook een tewerkstellingsproject voor langdurig werklozen. In totaal kregen veertien mensen een opleiding. Drie ervan werden ingeschakeld in de winkel. ‘Dat was de voornaamste fout:

we hadden het beheer van de winkel niet mogen overlaten aan iemand uit het tewerkstellingsproject, die er de zelfstan‘In het begin digheid en de drive niet wilden we te voor had. Met alle respect hoor, want op uitvoerend veel ineens.’ vlak hebben die mensen goed werk geleverd. Na de sluiting hebben ze ook meteen ander werk gevonden, net als de meeste deelnemers overigens. Dat op zich is eigenlijk al een mooi resultaat. Maar los daarvan za->>>

13


‘De markt is mijn leven’ Willem Dewicke van ’t Eendenhof in Veurne begon tien jaar geleden met zijn hoeveslagerij. Hij wilde vooral een eerlijke prijs voor zijn vlees. ‘Liever een klein bedrijf met een vast inkomen als slager, dan een megabedrijf dat afhankelijk is van de grillen van de internationale markt.’

ten wij wel met de verantwoordelijkheid van een finan­cieel debacle.’ Potentieel cliënteel. Omdat ze al zoveel tijd, energie en geld in het project hadden gestoken, en ook omdat Boeregoed wel degelijk een potentieel cliënteel bleek te hebben, besloten de boeren een nieuwe start te nemen. Eind mei opende Boeregoed opnieuw zijn deuren. ‘Het concept is ­hetzelfde: verse en smakelijke producten aan eerlijke prijzen, rechtstreeks van boer naar consument, met zo weinig mogelijk transport en tussenhandel. Als we binnen een straal van honderd kilometer de biologische variant vinden, verkopen we bioproducten. Zijn die er niet, dan kiezen we voor hoeve- en artisanale producten. Voor ­producten die hier niet te vinden zijn, zoals bananen of olijfolie, grijpen we altijd terug naar de ­biovariant.’

ranciers hebben schulden omgezet in aandelen. Meer kapitaal, een nieuwe gerant, een betere promotie en samenwerking met consumenten, moeten de winkel op het juiste pad krijgen. ‘Nu is het onze verantwoordelijkheid,’ aldus Jean-Pierre. Om de omzet te vergroten, komt er ook een aanbod voor de scholen, organisaties en bedrijven uit de buurt. En intussen werd ‘Ook idealisme beslist om de winkel uit te speelt een breiden. ‘We verkochten al belegde broodjes, en grote rol.’ we hadden ondervonden dat een verbruikszaal echt een troef zou zijn. Toen kwam het aanpalende pand vrij, en voila. We hebben er dit keer alle vertrouwen in, omdat er hier in Brussel zeker een markt is voor wat Boeregoed biedt. Want ondanks de manke service de eerste keer zijn de klanten toch blijven komen.’ Landbouw 2015. Zouden niet meer thuisverko-

De coöperatieve vennootschap van de vijf landbouwers werd intussen uitgebreid tot een coöperatie waarin ook consumenten participeren. ‘Toen we stopten, kregen we heel wat reacties van ons cliënteel en van organisaties waar we aan leverden. Ze vroegen ons om door te gaan, ‘In de stad kopen maar wij wilden niet de mensen kleinere meer alleen de ver- hoeveelheden.’ antwoordelijkheid dragen.’ Zo stapte de vzw Overmolen – een sociale organisatie actief in Brussel – in Boeregoed. Ook een dertigtal consumenten kocht aandelen, in ruil voor een korting op hun aankopen, en enkele leve-

14

Landgenoten Zomer 2007

pers moeten inspelen op de gigantische afzetmarkten die de steden zijn? ‘In principe wel. Maar het is toch erg anders: op je bedrijf komen de mensen zich één keer per week bevoorraden. In de stad kopen mensen veel kleinere hoeveelheden, wat betekent dat je meer klanten moet hebben om een goede omzet te draaien. En als boer alleen lijkt het mij niet haalbaar, door de personeelskost, de huur, de kosten van je winkelinrichting, enzovoort.’ Intussen heeft Boeregoed 25 leveranciers, waarvan sommigen coöperanten zijn en andere niet. ‘Voor ons vertegenwoordigt de winkel een meerafzet, maar hoeveel meer, dat valt nog te bezien.’

Na twee jaar trok Willem ook naar de markt. ‘Ik had het idee opgevat om naar de markt in Diksmuide te gaan met mijn potten paté en hoofdvlees, om mensen naar de winkel te lokken. Maar toen bleek dat je zelfs daarvoor een wagen met koeltogen nodig hebt.’ Willem kocht zo’n wagen, en toen was hij vertrokken. Nu doet hij op drie dagen tijd vijf ­wekelijkse markten, waarvan drie boerenmarkten. Intussen heeft hij een marktwagen van 8 meter lang. ‘De markt is echt mijn leven geworden. Als ik kon herbeginnen, dan was ik marktkramer geworden.’ Nochtans hoor je vaak dat het zo’n gesloten ­wereldje is? ‘Dat gevoel heb ik nooit gehad. Het bevalt mij enorm. Ik heb altijd in het ­verenigingsleven gezeten, ben altijd graag onder de mensen geweest. Op mijn eentje op de boerderij zitten, is niks voor mij.’ Om op de markt te staan, heb je een ­leurkaart nodig. En je moet ook een standplaats krijgen of kopen. ‘Soms is er geen plaats, en dan sta je op de wachtlijst tot er een plaats vrijkomt. Voor ons is dat meegevallen, omdat er niet ­zoveel zijn met vlees. Voor aardappelen, groenten of zuivel zijn er wel meer kandidaten.’

Daarnaast speelt ook idealisme een grote rol. ‘Als boeren een plaats en respect willen, is de consument hun natuurlijke bondgenoot. Boeregoed is lid van Landbouw 2015, een bundeling van verscheidene derdewereld-, landbouw-, milieu- en consumentenorganisaties die tegen 2015 wereldwijd een duurzame landbouw willen realiseren. Consumeren wat lokaal wordt geproduceerd, is een van de basisprincipes. En dat is precies waar Boeregoed voor staat.’ D


Vakwerk – korteketenverkoop

Hoeveverkoop: de vuistregels Wie aan hoeveverkoop of een andere vorm van korteketenverkoop wil doen, wordt geconfronteerd met een heel stel regels. Maar laat je niet ontmoedigen: er zijn ook heel wat instanties die je met raad en daad kunnen bijstaan. We zetten de voornaamste regels en voorschriften op een rijtje. De regelgeving is echter uitgebreid en complex, zodat je specifiek voor jouw bedrijf moet uitmaken wat van toepassing is.

4. Btw

1. Ondernemingsnummer?

werken tot yoghurt, boter of kaas), dan kun je binnen de landbouwregeling blijven, waarbij er alleen een factuur moet worden opgemaakt als de klant zelf btw-plichtig is. Leveringen op markten en deur-tot-deur-verkoop zijn uitgesloten van de landbouwregeling. •  De normale regeling: als je niet uitsluitend op de hoeve verkoopt, of als je nevenactiviteit een niet-primaire handeling betreft (bv. hoevevlees, ijs, wijn, vruchtensappen, enz.), dan ben je voor je volledige beroepswerkzaamheid, dus ook voor je landbouwactiviteit, onderworpen aan de normale regeling van de btw en moet je dus voor alles een btw-boekhouding bijhouden. Op deze regel kan echter een uitzondering worden gemaakt als er ook voor de nevenactiviteit een forfaitaire regeling bestaat, zoals bijvoorbeeld het geval is voor de slagerijen. • Een gemengde regeling: de productie blijft ­vallen onder landbouwregeling, maar voor de verkoop hou je wel een btw-boekhouding bij.

Als je enkel zelf geproduceerde producten verkoopt, hoef je geen ondernemingsnummer te hebben. Als je echter producten van collega’s of anderen verkoopt, heb je er wel een nodig. Daarvoor moet je je laten registreren bij de Kruispuntbank voor Ondernemingen. Om een ondernemingsnummer te kunnen verkrijgen moet je je ‘basiskennis bedrijfsbeheer’ kunnen bewijzen, die je hebt verworven via een cursus, of uit een aantal jaar beroepspraktijk.

2. Leurkaart Als je buiten je bedrijf, bijvoorbeeld op een markt, producten aan de man brengt, dan heb je een leurkaart nodig. Je kunt ze aanvragen via je gemeentebestuur. Voor de thuislevering van bijvoorbeeld melk bij een vast cliënteel is geen leurkaart nodig.

3. Belastingen • Je dient je belastingaangifte in onder het normaal stelsel? Dan verandert er niets: je schrijft de ­uitgaven en inkomsten van de rechtstreekse ­verkoop gewoon mee in. •  Je maakt gebruik van het forfaitaire stelsel? Dan moet er nog een afrekening worden toegevoegd van bepaalde winsten uit de rechtstreekse ­verkoop.

Op het vlak van btw zijn er drie mogelijkheden: • De landbouwregeling: als je uitsluitend op de hoeve verkoopt en de producten hoogstens een primaire behandeling ondergaan (bv. melk ver-

moet je bedrijf een autocontrolesysteem hebben. Voor kleine ondernemingen gelden echter een aantal versoepelingen. Zij kunnen zich richten op de sectorgidsen die door de sectoren zelf zijn uitgewerkt en door het FAVV zijn goedgekeurd. Hoeveslagers moeten de gids voor de autocontrole in de slagerij volgen. De autocontrolegids voor hoevezuivel moet nog definitief worden goedgekeurd.

5. Bouw- en milieuvergunning • Bij bepaalde bouwwerken, maar in bepaalde gevallen ook voor een functiewijziging van een gebouw, heb je een stedenbouwkundige vergunning nodig. De vuistregel is dat hoeveverkoop in agrarisch gebied kan, als minstens 75 procent van de aangeboden waar afkomstig is van het eigen bedrijf. Ook moet de landbouwproductie een volwaardige activiteit blijven en mag een bedrijf niet uitgroeien tot een horecazaak. • Voorts kan een verandering van de milieuvergunning of een nieuwe milieuvergunning ­nodig zijn.

6. Andere • Er is ook een reglementering met betrekking tot te koelen voedingsmiddelen. •  Je moet de regels naleven in verband met prijs en etikettering.

4. Voedingsmiddelenhygiëne •  Je moet je als hoeveproducent laten registreren bij het Voedselagentschap en de algemene voedingsmiddelenwetgeving volgen. Voor ­bepaalde activiteiten is niet alleen registratie nodig, maar een toelating (bv. hoeveslagerijen) of een erkenning (bv. zuivelverwerking, maar ook hoeveslagerijen die vlees verwerken). • Ook als hoeveproducent moet je in orde zijn met de wetgeving op autocontrole, meldingsplicht en traceerbaarheid in de voedselketen. In principe

7. Beenhouwer-spekslager Om op je bedrijf of bijvoorbeeld op een markt v­ leesproducten aan de man te brengen, moet je een vergunning beenhouwer-spekslager aanvragen. Daarvoor moet je onder meer je beroepsvaardigheid kunnen bewijzen. Je aanvraag dien je in bij de federale overheidsdienst Economie, kmo, ­Middenstand en Energie. Je kunt natuurlijk ook een samenwerking opzetten met iemand die een vergunning beenhouwer-spekslager heeft.

15


u

Adressen

ILVO - TAD Hoevezuivel: Begeleiding bij melkkwaliteitsproblemen, assistentie bij thuisverwerking (technologisch en hygiënisch) en begeleiding bij para-tbc. Brusselsesteenweg 370 9090 Melle tel. 09 272 30 62 fax 09 272 30 01d Isabel.deboosere@ilvo.vlaanderen.be www.ilvo.vlaanderen.be/hoevezuivel

Steunpunt Hoeveproducten (KVLV) Remylaan 4b 3018 Wijgmaal tel. 016 24 39 54 fax 016 24 39 09 steunpunthoeveproducten@kvlv.be steunpunthoeveproducten.servicepuntagra.be Hoeveverkopers kunnen zich gratis laten registreren op www.fermweb.be

Innovatiesteunpunt Het Innovatiesteunpunt heeft een reeks brochures uitgebracht rond marketing: • Je eigen producten verkopen, hoe doe je dat? • Korteketenvermarkting op uw biobedrijf • De stad zien als kans, hoe doe je dat? Postbus 40 3000 Leuven tel. 016 28 61 20 fax 016 28 61 29 info@innovatiesteunpunt.be www.innovatiesteunpunt.be

16

Landgenoten Zomer 2007

Vlaams Agrarisch Centrum Het VAC heeft drie brochures uitgegeven: • Regelgeving Rechtstreekse Verkoop van Hoevevlees • Regelgeving Rechtstreekse Verkoop van Hoevezuivel • Regelgeving Rechtstreekse Verkoop van Aardappelen, Groenten en Fruit Ambachtsweg 20 9820 Merelbeke tel. 09 252 59 19 fax 09 252 40 66 vac@vacvzw.be www.vacvzw.be Voedselagentschap WTC III Simon Bolivarlaan 30 21 ste verdieping 1000 Brussel tel. 02 208 34 11 info@favv.be www.favv.be

VLIF Voor bepaalde investeringen die te maken hebben met hoeveverkoop kun je vlif-steun krijgen. Vlaams landbouwinvesteringsfonds Ellipsgebouw (4de verdieping) Koning Albert II-Laan 35, bus 41 1030 Brussel tel. 02 552 74 70 fax 02 552 74 71 www.vlaanderen.be/landbouw

Federale Overheidsdienst Economie, KMO, Middenstand en Energie Vooruitgangstraat 50 1210 Brussel tel. 02 277 51 11 fax 02 277 51 07 info.eco@mineco.fgov.be

Contactpunt Kruispuntbank van Ondernemingen (kbo): tel. 02 548 64 00 fax 02 548 68 77 helpdesk.bce@mineco.fgov.be

Provincies West-Vlaanderen: 050 40 70 18 (Brugs Ommeland + Westhoek) en 051 27 55 52 (Leiestreek) Oost-Vlaanderen: 09 267 86 79 Limburg: 011 23 71 11 Vlaams-Brabant: 016 26 72 72 Antwerpen: 014 85 27 07 VLAM Zie volgende pagina


Vakwerk – korteketenverkoop

7 TIPS voor hoeveverkopers

u 1

Vind jezelf opnieuw uit

Wees alert voor veranderingen in de markt en blijf jezelf heruitvinden. Organiseer bijvoorbeeld gere-

geld een actie: een jaarlijks evenement, een promotie, een uitbreiding van je assortiment (bv. bij feestdagen). Speel bij zo’n actie je troeven uit, zoals de versheid en de typische smaak van je producten. Hamer ook op de duurzaamheid: je verkoopt een lokaal product rechtstreeks aan de consument, zonder overbodig transport of verpakkingen.

2

Doe de SWOT

Sta eens stil bij je sterkten, zwakten, kansen en bedreigingen, door middel van een zogenaamde SWOT-analyse: - Klanten. Wat willen zij anders zien aan je hoeveverkoop? Waarover zijn ze tevreden en waarover niet? Wat vinden ze belangrijk en wat niet? - Omgeving. Je omgeving kan een grote invloed hebben op je hoeveverkoop. Bepaalde evenementen kunnen kansen zijn terwijl wegenwerken een bedreiging kunnen vormen. - Concurrenten. Een andere hoeveproducent in je buurt hoeft geen concurrent te zijn. Je kunt samen een evenement organiseren of een folder uitbrengen, of zelfs elkaars producten in het assortiment opnemen. Als je allebei hetzelfde verkoopt, moet je je onderscheiden van de andere hoeve. - Jezelf. Neem ook jezelf eens onder de loep. Wat zijn de sterke en zwakke punten van je hoeveverkoop? Wat denk jij dat je klanten appreciëren aan je hoeveverkoop?

3

Maak keuzes

Na zo’n analyse kun je een doelgroep en een doelstelling kiezen, ook bijvoorbeeld voor een actie. Op wie ga je je richten? Vaste klanten of passanten? Jonge gezinnen of ouderen? En wat wil je bereiken? Dat je klant vaker langskomt of dat hij per keer meer producten koopt?

4

Klant is koning

Je klanten hebben allerlei behoeften en wensen, maar je moet afwegen wat haalbaar is voor jezelf. Als ze een breder assortiment wensen, ga dan na of je zelf bijkomende producten kunt maken. Willen ze ruimere openingsuren? Bekijk dan of je dat kunt combineren met je andere bedrijfstaken.

5

Communiceer!

Communicatie is vaak de sleutel tot succes. Deel flyers uit over je hoevewinkel of adverteer in de lokale pers over je opendeurdag. Laat je klanten proeven als je je assortiment uitbreidt en bied ze zelf een klantenkaart aan. Vertel ook het verhaal van je producten en je bedrijf.

4

Prijszetting: zoek evenwicht

Prijs en kwaliteit hangen samen voor je klant: als de prijs te laag is, vraagt je klant zich af of er misschien iets mis is. Maar als de prijs hoog is, moet de kwaliteit ook navenant zijn. Waar de grens bij jouw producten ligt, moet je zelf ondervinden. Pas je prijzen niet te vaak aan en communiceer altijd over de redenen. Neem zeker ook eens een kijkje in de supermarkt, de kleinhandel, op de markt of bij een andere hoeveproducent. Hoeveproducten hebben een meerwaarde en mogen in principe meer kosten.

Hoeveproducenten kunnen gratis deelnemen aan het project Lokale Marketing voor Hoeveproducenten van VLAM. Meer informatie bij Sara De Preter, tel. 02 552 81 58 of sara.depreter@vlam.be. Via VLAM kun je ook een Erkend Verkooppunt Hoeveproducten worden. Meer info op www.hoeveproducten.be.

Communiceer ook als er tijdens de teelt of het productieproces iets is fout gelopen. Vertel je klanten desgevallend dat het een slecht aardappeljaar is. Als ze dan enkele rotte aardappelen vinden, zullen ze zich niet bedrogen voelen.

6

Bouw aan vertrouwen

Natuurlijk wil je je klantenbestand steeds uitbreiden met nieuwe klanten, maar het is ook belangrijk om je vaste klanten te behouden. Beloon hen met een klantenkaart of een evenement speciaal voor hen, of door hen goed op de hoogte te houden.

17


Herman Brusselmans

‘De beeste S

peciaal voor dit nummer hebben we twee bekende Vlamingen in petto. Melkveehou-

der en amateur-dichter Wilfried Verdoodt, de man die sinds de boerenbetoging tegen Agenda 2000 als ‘Jezus van Malderen’ bekend staat, leek ons het perfecte bindmiddel om samen met Herman Brusselmans een brug tussen landbouw en literatuur te slaan. De twee ontmoetten elkaar op neutraal terrein in de rand van Gent: op het varkens- en melkveebedrijf van Jan en Anja DegrandeVerheecke in Lovendegem. Van beesten tot poëzie. Het is een zonnige namiddag als Herman Brusselmans met zijn gezin – ook zijn vrouw Tania en zijn hondje Eddie zijn van de partij – op ’t Kla‘Een lekkere vertjeshof arriveert. Naar eigen zeggen is biefstuk zal ik nooit laten liggen.’ het jaren geleden dat hij een boerderij bezocht, maar de 50-jarige schrijver voelt zich nog altijd met de landbouw verbonden. ‘Ik ben geboren in een koeienstal, als zoon van een veehandelaar. Dat is nog iets anders dan boer. Maar ik ben ook tussen de beesten opgegroeid en ik zal bijvoorbeeld nooit een lekkere biefstuk laten liggen. Waarom ik dan toch een totaal andere richting ben uitgegaan? Goh, omdat de beestenstiel te hard is voor mij. Je bent nooit eens helemaal op je gemak. En zeker in mijn jonge jaren voelde ik echt een drang om te schrijven.’

Herman Brusselmans schopte het als zoon van een veehandelaar tot veelgelauwerd schrijver. Wij lieten hem op een boogscheut van zijn woonplaats Gent kennismaken met de moderne landbouw en met de dichtende melkveehouder Jezus van Malderen.

18

Landgenoten Zomer 2007

Terwijl Anja ons meeneemt naar de zeugenstal met groepshuisvesting en automatische herkenning, doet Jezus zijn literaire toekomstplannen uit de doeken. We vernemen dat zijn eerste poëziebundel eind augustus in de rekken zou moeten liggen en dat die, naast tien eigen gedichten, vooral werk zal


Buitenlander

tenstiel is veel te hard’ bevatten dat door boeren, boerinnen, boe-

destijds besloot om het als schrijver te wagen, was dat waarschijnlijk een even groot risico als dat ik

renzonen en -dochters uit heel Vlaanderen is ingestuurd. ‘Ik heb net nog een paar gedichten ontvangen van Anja’s dochter Sofie,’ zegt Jezus, waarna hij de bekende schrijver vraagt om naar een gedicht te luisteren dat hij speciaal voor de gelegenheid in Brusselmans’ eigen confronterende stijl heeft geschreven (zie kader pg.20).

een boerderij zou overnemen. Maar rijk... Het is inderdaad mogelijk. Je moet wel zorgen dat je van in het begin goed bent. Ik zou zeggen: koop een grote doos postzegels en stuur je teksten naar zo veel mogelijk uitgeverijen.’

‘Met de motor stop ik nog altijd om wat naar koeien te kijken.’

Boek over de billenman? Na goedkeurend geknik van de Gentse auteur vuurt Jezus een heikele vraag af: ‘Kun je van schrijven eigenlijk rijk worden, Herman?’ Waarop die laconiek antwoordt: ‘Alles hangt af van hoeveel je verkoopt, hé. Er zijn in Vlaanderen niet veel mensen die van hun pen leven. Toen ik

Even later zien we Herman Brusselmans naast de zeugenstal een stal met twee dikbillen binnenglippen. ‘Aha, het prachtige fenomeen van ‘Ja, het is mogelijk de billenman,’ grijnst om rijk te worden hij. ‘Weet je dat ik, als van schrijven.’ ik met de motor onderweg ben, nog altijd af en toe stop om naar een weide koeien te kijken? Je kunt je roots niet ontkennen. Ik heb nog een pak boeiende herinnerin-

herman brusselmans, zijn vrouw Tania en jezus luisteren naar anja’s uitleg over haar zeugenstal met groepshuisvesting.

19


gen aan mijn jonge jaren. Maar ik vermoed dat die onbewust pas zullen opborrelen als mijn vader ooit overlijdt. Ik hoop natuurlijk dat dat nog lang zal duren, maar ik acht de kans wel groot dat ik ooit eens een boek schrijf over de veeboeren en -handelaars uit mijn jeugd.’ Ontspannend platteland. Terwijl we een paar foto’s maken met de diepgroene weilanden rond het Klavertjeshof als achtergrond, vraagt Jezus aan Herman Brusselmans of hij het drukke stadsleven nooit voor een rustig boerenerf zou willen ruilen. De langharige schrijver schudt echter resoluut neen: ‘Ik leef pal in het centrum van Gent en dat zou ik echt niet meer kunnen missen. Vergeet niet dat schrijven een eenzame stiel is. Je zit uren achter een computer. Als ik dan buiten stap, wil ik midden in het leven zitten en mensen zien. Ik hou ook van de buiten, maar het platteland associeer ik veeleer met ontspanning.’ D

20

Landgenoten Zomer 2007

Misverstand Men praat er altijd over Het is zogezegd vergif en het stinkt Het verdoezelt de grond, ’t is stront

Moest het niet vuil zijn en stinken Men zou er niet over verpinken.

Alsof de boer de enige is die het produceert. Neen, het is niet alleen de boer zijn stront

Wat de meeste mensen vergeten Waar mest is gesmeten, groeit rijkelijk hun eten. Want mest is voedsel voor de grond

Hij komt zelfs uit een hoer haar kont.

En houdt de bodem gezond.

Maar één ding is men vergeten, Men heeft maar pas gegeten of men heeft al gescheten.

Maak de boer dus geen verwijten Of ge zult uw leven in honger verslijten.

Jezus van Malderen


COLUMN

Troebel klimaat De derde reeks van Boer zkt. Vrouw is gestart. Zien de deelnemers de ­consequenties van een mogelijk huwelijk voldoende onder ogen? In 1866

jongens. Aan de temperatuurstijging past de landbouw zich moeiteloos aan. Meer nog, het wijzigende klimaat biedt volop kansen aan onze agra-

werden in ons land amper veertig echtscheidingen opgetekend, in 2003 waren er dat 31.355. Erger nog, als het van blid afhangt, wordt in de toekomst een verplichte omgangregeling van kracht indien er dieren aanwezig zijn bij een echtscheiding. Het moet een recht en prioriteit worden dat iedereen zijn dieren kan blijven zien, ongeacht wie de schuldige is bij een echtscheiding. De ene week de varkens bij de ene partner en de koeien bij de andere?

rische ondernemers in grote delen van de wereld. What’s the problem?’ Een lange stilte valt, tot Verhagen plots weer het woord neemt: ‘En áls het ooit verkeerd zou aflopen, verhuizen we met z’n allen toch gewoon naar Vlaanderen?’ Laat Patrick Dewael dan alstublieft maar weer minister van Binnenlandse Zaken worden!

Ach, de verkiezingen zijn achter de rug, en dus kunnen de meest gekke beleidsvoorstellen weer enkele jaren in de kast. Hoogtijd om bij te praten over de klimaatverandering. Kris Peeters en Vera Dua zullen wellicht nooit een eigen film maken, maar in een onderling debat praten ze veel energieker over de toekomst van onze planeet dan Al Gore. Een uittreksel uit een kranteninterview. Peeters: ‘Elke partij kan een goed klimaatbeleid voeren, daarvoor is Groen! niet nodig.’ Dua: ‘Ik betwist dat ten volle.’ Peeters: ‘Ik had niets anders verwacht.’ Alleen de vraag of we binnen drie jaar nieuwe tarwerassen moeten inzaaien, blijft onbeantwoord. Nieuwsgierig rijden we naar het proefcentrum in Beitem, waar tientallen hectare proefvelden sinds de grillige zomer van vorig jaar kreunen onder verstikkende droogteperiodes, verwoestende plensbuien en veel te hoge temperaturen. Of het klimaat verheven is tot onderzoeksprioriteit ­nummer één? De praktijkonderzoekers kijken ons aan met de ogen van de overmoedige Icarus. Veel belangrijker zijn blijkbaar de bladvlekken­ziekte, bruine roest en de jongste maatregel van het West-Vlaamse provincie­bestuur. Dat heeft 23.000 euro vrijgemaakt voor alternatieve omgangs­regelingen met vraatzuchtige houtduiven. Man, man, man. In een poging om de landbouw alsnog tijdig te waarschuwen voor de gevolgen van smeltende gletsjers zetten we koers richting Nederland. Als ze daar even laconiek omspringen met de klimaatverandering staat straks het halve land onder water. De Wageningse expert Jan Verhagen lijkt echter niet onder de indruk: ‘Jullie zijn wel van erg ver gekomen?’ ‘De toekomst van de agrarische sector staat op het spel,’ antwoorden we gedecideerd. De man kan een bulderlach nauwelijks onderdrukken. ‘Luister eens hier,

21


reporter te velde

‘Nu zijn we terug mee’ De groentetelers uit het Mechelse konden dit voorjaar – eindelijk – hun nieuwe proefstation gaan bewonderen. We gingen met een jonge maar volbloed tuinderszoon op bezoek in Sint-Katelijne-­Waver. Hoe denkt de volgende generatie over de rol van het ­Proefstation voor de Groenteteelt?

T

Tim Van Hissenhoven uit Duffel – geboren in een familie van glastelers en werkzaam bij een producent van plantmateriaal – is behoorlijk onder de indruk van de nieuwe serres van het Proefstation. De bufferketel met dubbeltrapscondensor, het volledig gesloten drainwatercircuit met uv-ontsmetting, en natuurlijk de verblindend witte, zes meter hoge serres met een glasmaat van 1,25 meter, waarin de tomaten op substraatgoten worden gekweekt: het spreekt allemaal tot de verbeelding van de hovenierszoon.

‘Zeker in vergelijking met het oude proefstation, is het indrukwekkend,’ zegt Tim. ‘Onze regio kan een modern proefstation echt gebruiken. We waren wat achterop geraakt, maar nu kunnen we terug mee.’ Het heeft echter wel erg lang geduurd voor het nieuwe proefstation een feit was. ‘Dat kan ik alleen beamen,’ zegt directeur Raf De Vis. ‘In 1992 is de beslissing genomen en in 1995 zijn de gronden aangekocht. Maar pas in juli 2005 – enkele legislaturen later – werd het project uiteindelijk goedgekeurd.’ Tim: Welke zaken kunnen jullie in het nieuwe proefstation doen, die vroeger niet haalbaar waren? Raf De Vis: Vroeger waren we in het algemeen heel beperkt in onze mogelijkheden. Veel meer dan de rassenproeven konden we eigenlijk niet doen. Nu kunnen we ook werken rond bemesting, gewasbescherming, begieting, substraten, maar ook bijvoorbeeld rond energie en klimaatregeling. En voor het eerst doen we ook onderzoek in de aspergeteelt. Energie is, naast arbeid en ruimtelijke ordening, een cruciaal thema voor glastelers. Warmtekrachtkoppeling wint meer en meer veld. Waarom hebben jullie niet voor WKK gekozen? Voor een wkk zijn we net iets te klein. Ik sluit echter niet uit dat we op het vlak van energie nog investeringen doen. We zouden bijvoorbeeld kunnen sa-

in de nieuwe, zes meter hoge serres kweekt het proefstation tomaten op goten.

22

Landgenoten Zomer 2007

menwerken met een tuinder uit de buurt. Energie is in elk geval een van onze aandachtspunten. Zo loopt er nu een onderzoek naar gesloten- en halfopenkassystemen. Wat willen jullie bereiken met dat onderzoek naar de gesloten kas? Het gaat om een iwt-onderzoeksproject dat we uitvoeren in samenwerking met de Universiteit Leuven en vito (Vlaamse instelling voor technologisch onderzoek). Enerzijds gaan we na hoe we de productie en kwa‘Tuinders weten liteit van tomaten dat onze proeven in kunnen optimaliseren door middel praktijkomstandigvan zo’n (semi)ge­ heden gebeuren.’ slotenkassysteem. Anderzijds is het vooral de uitdaging om een technisch systeem te vinden waarmee we de warmte of energie kunnen opslaan als we ze niet nodig hebben en ze weer beschikbaar maken als we ze wel nodig hebben. In Nederland gebruiken ze daarvoor watervoerende zandlagen in de grond, maar hier op de Boomse klei moeten we andere oplossingen zoeken. Zo’n onderzoek overstijgt onze mogelijkheden: doordat je onmogelijk alle scenario’s kunt uittesten, moet je met voorspellende modellen werken. Daarvoor rekenen we op de expertise van de kul- en vito-onderzoekers. Is de gesloten kas dan een reële optie voor de toekomst? We weten dat een echte gesloten kas een utopie is, maar wat we uit het onderzoek leren, kan wel een deel van de oplossing zijn. De kennis die in Nederland is opgedaan, krijg je echter zomaar niet los. We willen dus vooral de nodige kennis opbouwen, zodat we telers die interesse hebben voor de gesloten of semi-gesloten kas de nodige info en advies kunnen geven.


tim van hissenhoven uit duffel naast raf de vis, directeur van het proefstation voor de groenteteelt.

Hoe loopt momenteel de samenwerking tussen de proeftuinen? Hoe wordt er overleg gepleegd? Worden resultaten uitgewisseld of vergeleken, bijvoorbeeld bij rassenproeven? Op dat vlak is er de laatste jaren toch heel wat veranderd, zeker voor wat het praktijkonderzoek betreft. We zijn nu verplicht om ons praktijkonderzoek op elkaar afstemmen. ‘Binnenkort is In het najaar, nadat we die zes meter onze technische comités de standaard.’ hebben gehad met onze leden, gaan we samenzitten met de andere praktijkcentra, om onze onderzoekspistes op elkaar af te stemmen en te zorgen dat er zo weinig mogelijk overlappingen zijn. Bepaalde proeven doen we wel nog dubbel, zoals de segmentatieproeven bij tomaten of de rassenproeven voor sla. In bepaalde gevallen is het immers juist zinvol om dezelfde proef in uiteenlopende omstandigheden te doen, met een andere bodem, een ander klimaat.

Is er dan geen sprake meer van concurrentie tussen de proeftuinen? Om projecten en projectsubsidies binnen te halen, voor toegepast onderzoek of langetermijnonderzoek, moeten we wel nog altijd met elkaar in competitie gaan. Gezonde concurrentie is goed, en zelfs nodig, maar het is toch een beetje een dubbele situatie, aangezien we rond andere zaken wel samenwerken. Doen jullie ook nog rassenproeven bij hoveniers zelf? Vroeger deden we dat vooral omdat we onvoldoende ruimte hadden. Nu proberen we het toch zoveel mogelijk hier te doen, aangezien we hier dicht in de buurt van de praktijk komen. Dat is ook onze grootste troef: als een proef hier is gebeurd, weet de tuinder dat het een proef in praktijkomstandigheden was. In tegenstelling tot op pakweg een universiteit zijn er hier op de zotste uren mensen aanwezig, om bijvoorbeeld het klimaat of een teelt op te

volgen. Op dit moment zitten we met onze kassen wat voor op de meeste bedrijven, terwijl we vroeger achterliepen. Maar binnen een paar jaar zullen de bedrijven ons al snel hebben bijgebeend. Tim vindt dat alvast een goede zaak: ‘Het proefstation moet vooruitkijken, en niet stilstaan bij de oudere bedrijven die eigenlijk aan het uit- ‘We weten dat een bollen zijn. Het gaat echte gesloten kas heel snel in de tuin- een utopie is.’ bouw, en als je als praktijkcentrum iets wil betekenen voor de tuinders, dan moet je mee zijn. Nu lijken die kassen van zes meter enorm hoog. Maar dat zei men twintig jaar geleden ook van kassen van drie meter hoog. Binnenkort is die zes meter de standaard.’ D

23


Vlaams-Brabant rijdt op ppo Over de rendabiliteit van de koolzaadteelt in Vlaanderen en in het bijzonder de productie van pure plantaardige olie (ppo) is het laatste woord nog niet gezegd. ‘Wij willen in elk geval klaarstaan voor de telers als de doorbraak er komt,’ zegt Fons Verlinden van de provincie Vlaams-Brabant.

B

egin jaren 90 werd er bij de provincie Vlaams-Brabant al toegepast onderzoek rond koolzaadteelt gedaan. De dalende olie-

schrijden, is het rendement van koolzaad hoog genoeg. Ook de graanprijzen spelen een rol. Bij hoge graanprijzen, zoals vorig jaar, zijn boeren minder

prijzen deden de interesse echter tanen. Drie jaar geleden nam Fons Verlinden de draad weer op. ‘Sinds de accijnsvrijstelling voor ppo is de productie en verkoop van koolzaadolie economisch interessant voor landbouwers,’ zegt Verlinden. ‘Op lange termijn blijft de dieselprijs echter de kritische factor: pas als de olieprijzen een bepaald niveau over-

geneigd om koolzaad te telen. Bovendien is er nog altijd – onterecht - angst voor die zogezegd nieuwe teelt.’

24

Landgenoten Zomer 2007

Ontleed en goed bevonden. Bij de provincie Vlaams-Brabant willen ze klaarstaan om de koolzaadtelers te ondersteunen. Expertise opbouwen

kost immers tijd. In de proeftuin in Herent werden een koolzaadpers met bijbehorende filter geplaatst. ‘Vorig jaar hebben we onze eerste oogst binnengehaald, en dit jaar zijn we dan beginnen persen.’ Op dit moment concentreert het onderzoek zich onder meer op de kwaliteit van de olie. ‘We hebben onze olie laten ontleden, en de resultaten waren perfect. We vreesden voor hoge minerale waar-


uit de provincie

den (calcium, fosfor, magnesium) maar alles bleef mooi binnen de perken.’ Op het vlak van zwevende onzuiverheden scoorde de olie minder goed. ‘Op lange ‘We gaan onze filter termijn blijft de nu afstellen tot op een dieselprijs de halve micron, in plaats kritische factor.’ van één micron. Dan is ook dat probleem van de baan. Zo’n ontleding is te duur voor de telers. Aan de hand van onze resultaten kunnen we hen adviseren over persing en zuivering.’ Veevoer, brandstof of mest? Ook de verschillende afzetmogelijkheden voor de koolzaadkoeken worden nu onderzocht. ‘Als veevoeder met 30% eiwit zou je er 6 oude Belgische frank per kilo voor kunnen krijgen. We onderzoeken echter ook de mogelijkheid om het koolzaadschroot als brandstof te gebruiken: 1,6 kilo koeken bevat evenveel energie als 1 liter stookolie. Dat is al heel wat meer dan die 6 frank.’ Een tuinbouwer uit Huldenberg verbrandt nu kool‘1,6 kilo koeken zaadschroot mee in zijn bevat evenveel houtverbrandingsinenergie als 1 liter stallatie, met goed resultaat. ‘Al moet je wel stookolie.’ voorzichtig zijn: door de olie haalt het koolzaadschroot heel snel erg hoge temperaturen.’ Ook de mogelijkheid om koolzaadpellets te gebruiken als traagwerkende meststof, voor gazons bijvoorbeeld, wordt bekeken. Dienstwagens op ppo. Het sluitstuk van de koolzaadcyclus is natuurlijk het gebruik van de ppo. De provincie Vlaams-Brabant liet twee dienstwagens ombouwen die nu op zelfgeperste olie rijden. ‘Ik vind dat ook een must voor landbouwers die overwegen om ppo te gaan verkopen. Op die manier toon je dat je gelooft in je product,’ zegt Fons. De ombouw van personenwagens is in Vlaanderen

een bezigheid van een handvol kleine bedrijfjes en idealisten, die veelal Duitse ombouwkits gebruiken. De proeftuin deed een beroep op Luc Sablain die via zijn bedrijfje Sabbeco in bijberoep auto’s ombouwt. Afhankelijk van de brandstofpomp van de wagen kan er gewerkt worden met een of twee tanks. De koude koolzaadolie is immers erg dik, te dik voor sommige pompen. In dat geval wordt de wagen eerst warmgereden op diesel uit de ene tank, waarna wordt overgeschakeld op ppo uit de tweede tank. ‘Oudere modellen zijn meestal makkelijker om te bouwen dan de moderne common railsystemen,’ aldus Sablain. ‘Overigens zou ik het niet iedereen aanraden. Wat men vroeger over diesels zei, geldt nu voor koolzaadolie: je moet voldoende kilometers doen en de motor moet voldoende belast worden. Als je alleen binnen je dorp rondrijdt, moet je te vaak koud starten.’ Overigens kunnen ook tractoren worden omgebouwd, wat vooral interessant kan zijn voor loonwerkers (zie kader). Vicieuze cirkel. De ombouw van een personenwagen kost zo’n 2000 euro (inclusief 21% btw). Daar staat tegenover dat ppo zo’n 20% goedkoper is dan diesel, dankzij de accijnsvrijstelling. Die wordt echter elk jaar opnieuw bekeken, wat het vertrouwen niet bevor‘De consument dert. Daarnaast is er ook een bevoorradingspro- wacht op een bleem. Koolzaadolietank- groter aanbod. stations zijn op een hand De boer op een te tellen, en dus moeten grotere vraag.’ gebruikers meteen een grote hoeveelheid aankopen. Luc Sablain: ‘Het is een beetje een vicieuze cirkel: mensen durven niet overschakelen omdat koolzaadolie moeilijk te vinden is. Anderzijds durven de boeren de investering niet aan omdat ze twijfelen of er voldoende vraag is. Ik heb hier een taxibedrijf aan de deur gehad dat

interesse had. Maar die mensen hebben jaarlijks 100.000 liter olie nodig, en aangezien de accijnsvrijstelling enkel geldt voor in Vlaanderen geproduceerd koolzaad...’ D

Tractor op ppo Geert Robijns uit Wilsele heeft een tractor die rijdt op koolzaadolie. Hij doet tuinaanleg, loonwerk en werftransport, zodat hij voor een groot deel van zijn activiteiten op witte diesel moet rijden. ‘De tractor, van het merk Deutz, kostte mij 2000 euro extra. Ik heb uitgerekend dat ik die meerkost op 3500 uren kan terugverdienen.’ Het idee voor de tractor kwam van invoerder Gaspart. ‘Ik had al een tractor met twee tanks, om van witte naar rode diesel te kunnen omschakelen. Toen ik opnieuw een tractor met twee tanks vroeg, stelde Gaspart mij voor om meteen ook op koolzaadolie om te schakelen. Ik vertrek telkens op diesel, maar eens de motor 70° bereikt, schakelt hij automatisch over op koolzaadolie.’ Al rijdend merkt Robijns geen enkel verschil, op de geur na. Het tanken is een ander paar mouwen. ‘Er zijn hoe dan ook maar een paar leveranciers. Ik heb een aantal grote tanks staan die ik laat vullen, maar om die olie vervolgens in mijn tractor te krijgen… Wij heffen tegenwoordig gewoon de hele tank op met de clark en gieten de olie zo in de tractor. Echt praktisch is dat niet. Ja, over de bevoorrading vloek ik wel eens. Maar voor de rest ben ik enthousiast. Ik heb ook al zeker tien keer controle gehad op de baan, en heb nog nooit problemen gehad.’

25


Uitgepraat

Koeien op stal of in de wei? Grazen er straks geen koetjes meer in onze weides? In Nederland houdt al zeventien procent van de melkveehouders zijn dieren het hele jaar in de stal. In Vlaanderen loopt het nog niet zo’n vaart: maar vier procent van de Vlaamse boeren zou zijn koeien niet meer laten grazen. Welke aanpak verkiest jouw boerenverstand? Rob Coeckelbergs,

Geert Vermander,

Leffinge, stalboer

Slijpe, weideboer

‘Ik heb een 85-tal melkkoeien, die ik al zes jaar niet meer laat grazen omdat dat efficiënter is. Een weide die niet begraasd wordt, geeft een veel grotere grasopbrengst. Zeker in de zware poldergrond veroorzaken koeien al snel slijk en dus een verminderde grasgroei. Bovendien kun je mest die in de stal geproduceerd is, heel wat efficiënter spreiden. Dat leidt tot een meeropbrengst van 20 tot 25 procent, en het zorgt voor minder uitspoeling naar het grondwater.’

‘Volgens mij blijft het nog altijd economisch interessanter om je koeien gewoon gras te laten eten. Ik kan best geloven dat opstallen een grotere drogestofopbrengst oplevert, alleen moet je ook de kost van het binnenhalen, van je grotere mestopslag en van het voederen verrekenen. Ook dierenwelzijn blijft een argument, als ik zie hoe uitgelaten koeien na de winter naar de wei huppelen. Om koeien het jaar rond op stal te houden, heb je een aangepaste stal nodig.’

26

‘Eigenlijk heb ik op mijn bedrijf ook te weinig grond om mijn koeien eventueel te laten grazen, maar als ik mijn boekhouding bekijk, wil ik zeker niet terugkeren. Ik haal duidelijk betere resultaten sinds ik niet meer beweid. De ziektedruk bij de koeien is absoluut niet hoger, het enige verschil is dat de klauwen één keer extra verzorging nodig hebben. Voor de rest is de vruchtbaarheid homogener en is het voor mij makkelijker werken.’

‘Cruciaal is wel dat je een goede weidemanager moet zijn, die het beste rendement uit zijn weides haalt. Dat ­betekent dat je continu moet inspelen op weersveranderingen en het gras moet inschatten om je weideplanning al dan niet bij te sturen. Maar dat vind ik juist een uitdaging, een manier om mijn vakmanschap te bewijzen.’

‘In de toekomst zullen volgens mij alsmaar meer koeien het jaar rond op stal blijven. Dat merk je al in Nederland. En als het quotum wegvalt, verwacht ik dat een 1500-tal melkveehouders enorm zullen groeien, waardoor de aantallen niet meer op begrazing afgestemd zullen zijn. Het enige nadeel is eventueel dat koeien in het landschap een zekere charme hebben. Maar de consument moet weten wat hij wil: we kunnen niet én de nitraatrichtlijn respecteren én aan competitieve prijzen produceren én onze koeien in de wei houden.’

‘Toch denk ik ook dat er straks meer en meer koeien op stal zullen blijven. Ik heb nu zestig melkkoeien en de gemiddelde bedrijfsgrootte zal alleen maar verder toenemen. Op de duur zal het dan ook niet meer mogelijk zijn om voldoende weides rondom je stallen te vinden. Ik moet mijn koeien nu al soms 800 meter drijven en veel verder lijkt mij echt niet haalbaar. Persoonlijk evolueer ik trouwens nu al naar het iets langer op stal laten, zodat ik een betere eerste snede gras kan ophalen.’ D

Landgenoten Zomer 2007


27


Boeren van morgen lezen vandaag het nieuws www.vilt.be iedere dag het agrarische nieuws uit Vlaanderen en de rest van de wereld gratis in je mailbox. Meer informatie: tel. 02 552 81 91 p509285 Afgiftekantoor Gent X Landgenoten 10 Tijdschrift-kwartaalblad Kwartaal 2, 2007

België-Belgique 9099 Gent X bc 10292

V. u. Dirk Lips – p.a. Vilt Koning Albert ii-laan – 1030 Brussel


Landgenoten Zomer 2007