Issuu on Google+

landgenoten

www.vilt.be

magazine voor boer en buiten herfst 2010 | 23 Patrick Vanden Avenne:

‘Verbod op speculatie onhaalbaar’

10 jaar beheerovereenkomsten

‘Een welkom extraatje’

driemaandelijks | kwartaal 3 | Gent X | P509285

Brullende motoren

botsende belangen? DOSSIER Over communicatieve BIOGAS

en andere obstakels

+ ggo-maïs, groene zorg, ‘Buitenlander’ Greet Riebbels, streekproducten en veel meer


“Mijn Brugge Kaas? Oud Brugge. Gewoon het lekkerst op de boterham.” Welke Brugge Kaas u ook kiest, u geniet van traditie en superieure kwaliteit. Want wie de smaak te pakken heeft, krijgt zin in meer.

HERMAN VERBORGH IS MEESTER-KAASMAKER BIJ BRUGGE KAAS SINDS 1979

Ieder zijn Smaak. ONTDEK UW BRUGGE KAAS OP WWW.BRUGGEKAAS.BE


3 Beste

landgenoten Not in my backyard. Het fenomeen is van alle  tijden, maar het heeft nu ook een trendy naam.  Elke landbouwer wordt er wel eens mee geconfronteerd. Of je nu ’s nachts je gewassen  wil oogsten, een nieuwe loods wil bouwen of  wil  starten  met  een  mestverwerkingsinstallatie: protesten van buren zijn daarbij eerder  regel dan uitzondering.

06

Producten van bij ons die kwalitatief en duurzaam  zijn,  dat  is  voor  de  samenleving  een  must.  Maar  dat  daarbij  een  economische  bedrijfsvoering  en  dito  infrastructuur  komt  kijken, blijken ‘onze buren’ liever te vergeten,  zeker wanneer die moet neergepoot worden  in hun achtertuin.

14

Maar hoe luid het protest ook klinkt, je mag  nooit vergeten dat jij en je buren op elkaar zijn  aangewezen. De kans dat jij of zij verhuizen, is  immers klein. Dus hoe dan ook moet je samen  verder. En dan kan je beter trachten de vrede  te bewaren. Dat besefte ook varkenshouder 

Werner  Guilliams  toen  die  het  plan  had  opgevat  om  een  vergistingsinstallatie  te  bouwen. Door een open houding en constante  dialoog  kon  hij  alle  bezwaren  en  petities counteren en kreeg hij de nodige  vergunningen. Maar dat lukt natuurlijk niet altijd. Soms is  het ondanks alle goede bedoelingen onmogelijk om je buren te overtuigen en moet je  je plannen laten schieten. Misschien heb je  dan wel nood aan een fl inke dosis  creativiteit om de uitdagingen  op je bedrijf anders aan te  pakken. Creativiteitscoach  Kim Smets legt in dit nummer uit hoe ze je daarbij  kan helpen.  Veel leesplezier! Griet Lemaire Hoofdredacteur

22 in dit nummer 06 focus biogas op je bedrijf Zo overwin je de belangrijkste  vergunningstechnische, fi nanciële  en communicatieve obstakels.

14 burenbabbel Hoe omgaan met motoren en  quads? De belangrijkste actoren  zoeken samen naar oplossingen.

18 biechtstoel  

 

  atrick Vanden Avenne over  P de graanprijzen, speculatie en wat  Europa kan doen.

22 buitenlander Kersvers ILVO-communicatieadviseur en voormalig VRT-journaliste Greet Riebbels ontdekt het bedrijf  van Johan Rooms uit Belsele.

04 11 12 17 20 25 26

en verder … koetjes & kalfjes gewikt en gewogen ondernemer van nature uit de provincie ten huize van mijn gedacht frontaal

20 colofon Landgenoten wordt u aangeboden door vilt. Het Vlaams infocentrum land‑ en tuinbouw informeert een breed publiek over de hedendaagse land‑ en tuinbouw. Daarvoor krijgt het middelen van privé‑organisaties en de overheid. verantwoordelijke uitgever vilt‑voorzitter Dirk Lips redactie en realisatie Jansen & Janssen Customer Media, www.jaja. be redactieadres vilt vzw, Koning Albert II‑laan 35, bus 57, 1030 Brussel tel +32 (0)2 552 81 91 fax +32 (0)2 552 80 01 e-mail info@landgenoten.be hoofdredacteur Griet Lemaire redactieraad Dirk Lips, Wim Fobelets, Freddy Robberecht, Jan Mosselmans, Hubert Hernalsteen, Guy Depraetere, Kristiaan Van Laecke, Didier Huygens, Joris Relaes, Jan Coessens, Anneleen De Vos, Leen Guffens, Jona Lambrechts, Ine Vervaecke, Veroniek Denys, Maarten Puls, An Van Acker, Bernard Biesbrouck fotografie Filip Vanoutrive, iStockphoto de meningen die derden in dit magazine vertolken, vallen buiten de verantwoordelijkheid van vilt.


4

koetjes & kalfjes

Boeren met leuke buren Ben jij een boer met leuke buren? Steek  dan samen met hen de koppen bij elkaar  en bedenk een plan waar zowel jij als de  buurt beter van wordt. Waar het vooral op  aankomt, is niet alleen economische, maar  ook sociale meerwaarde te creëren. Zo is 

er een tuinbouwer die met de hulp van zijn  allochtone werknemers start met de teelt  van groenten uit hun land van oorsprong  of een boer die voor milieubewuste automobilisten in de buurt koolzaad gaat telen  om  daaruit  groene  brandstof  te  persen.  Beginnen de ideeën bij jou ook al op te borrelen? Stel dan voor 14 januari 2011 samen  met je buren een boerenburenplan op. De  tien beste projecten krijgen van Cera 2.500  euro en de  nodige hulp om hun droom te  realiseren. Info www.cera.be (ontdek er ook nog tal

van andere goede ideeën)

‘40% van de landbouwers houdt een bedrijfseconomische boekhouding bij. Dat wil zeggen dat 60% geen zicht heeft op de precieze kostprijs van zijn product.’ Luc Versele, CEO van Landbouwkrediet over de resultaten van  de Landbouwvertrouwensindex 2010.

Wijken of blijven? Op 30 jaar tijd is het aantal land- en  tuinbouwers in ons land gedaald met  ruim 60 procent. Wat is de reden om  het bedrijf stop te zetten? Wat gebeurt er met de gronden, arbeiders,  het  kapitaal  en  productierechten  van deze stoppende bedrijven? Met  welke  problemen  worden  boeren  geconfronteerd  wanneer  zij  hun  bedrijf overlaten? En wat betekent  dit  voor  de  actieve  land-  en  tuinbouwbedrijven? De Vlaamse landbouwadministratie en ILVO voerden 

een diepgaande studie uit naar deze  problematiek. De resultaten van dit  onderzoek worden voorgesteld op  de  studiedag  Wijkers en blijvers in de Vlaamse land- en tuinbouw  die doorgaat op dinsdag 5 oktober  2010 in het Ellipsgebouw in Brussel.  Inschrijven kan tot 30 september via  tom.vanbogaert@lv.vlaanderen.be  of 02 552 78 60. 

Info www.vlaanderen.be/landbouw

Een kleurenpalet aan diensten De groene diensten (natuur) van de landbouw aan de  maatschappij zijn wellicht het meest bekend. Maar wist  je dat er ook blauwe (water), gele  (sociale zorg, recreatie, educatie) en rode (energie) diensten bestaan? De  verbreding in de land- en tuinbouw heeft gezorgd voor  een heel kleurenpallet van maatschappelijke dienstverlening. Naast het traditioneel produceren van voedsel  kan dit voor vele bedrijven een toegevoegde waarde  betekenen. Toch zijn er nog heel wat obstakels en uitdagingen omtrent deze vaak nieuwe diensten. De provincies Oost-Vlaanderen, West-Vlaanderen en Zeeland  organiseren samen op woensdag 1 december 2010 de 

125 Erosiecoörd In Vlaams- Brabant hebben heel wat gemeenten sterk te lijden onder erosie van  landbouwgronden.  Telkens  als  het  fel  regent, spoelt heel wat vruchtbare landbouwgrond  van  de  akkers  weg.  Bovendien komt de modder terecht op straten  en in woningen. Grachten of beken slibben  dicht  wat  het  overstromingsrisico  verhoogt.  Heel  wat  Vlaams-Brabantse  gemeenten hebben een erosiebestrijdingsplan opgesteld,  maar  dit  plan  wordt  nog  te weinig in maatregelen 


5

Gratis advies

bij ICT‑investeringen

studiedag Landbouwverbreding: een kleurenpalet van maatschappelijke dienstverlening in het WestVlaamse provinciehuis Boeverbos in Brugge. De studiedag is gratis toegankelijk voor  iedereen. Inschrijven is wel vereist.

Info www.west-vlaanderen.be/landbouw

5

Informaticatoepassingen kunnen voor veel tijdswinst zorgen op bedrijven. Met de steeds betere,  kleinere en snellere toestellen van  vandaag kan  je moeiteloos allerlei bedrijfs processen integreren en automatiseren. Maar hoe begin je daar als  leek aan? Hoe kan je achterhalen wat een website kost? Hoe kan je je online profi leren in een  markt? Hoe kan je de temperatuur van producten  van op afstand volgen? Of hoe kan je je boekhouding  automatiseren?  Dat  zijn  slechts  een  paar  vragen  waar  het  Innovatiesteunpunt  een  antwoord op weet. Via het project ICT-coach biedt 

Ons land was al meer dan vijftig jaar  onafhankelijk vooraleer op 16 juni 1884  het woord Landbouw voor het eerst in  de titel van een ministerieel departement opdook. De komst van het Ministerie van Landbouw, Nijverheid en  Openbare Werken betekende ook meteen de geboorte van ons landbouwbeleid. Ondertussen mag dit beleid al 125  kaarsjes uitblazen. Om deze verjaardag 

inator

omgezet. Daarom heeft de provincie een  erosiecoördinator aangesteld die in overleg met de gemeenten de erosiebestrijdingswerken moet versnellen. Zo sloten  onder meer Pepingen, Meise, Holsbeek,  Grimbergen en Diest een samenwerkingsovereenkomst af met de coördinator. Zij  kunnen ook rekenen op subsidies van de  provincie. Wordt jouw gemeente de volgende? Info Stephanie Bourgeois, 016 26 75 65 of

erosie@vlaams-brabant.be

de nodige luister bij te zetten, maakte  de landbouwadministratie samen met  het  Centrum  Agrarische  Geschiedenis het boek ‘125 jaar landbouwbeleid.  Boeren voor Vlaanderen’. Het is een  uniek  naslagwerk  geworden  dat  niet  alleen  in  woord,  maar  vooral  ook  in  beeld een mooi overzicht geeft van het  landbouwbeleid van ons land.

het  steunpunt  samen  met  Unizo  en  een  aantal   andere partners advies en vorming aan bedrijven  op vlak van informaticatoepassingen. Iets voor  jou?

Info www.innovatiesteunpunt.be >

Dienstverlening >Bedrijfsontwikkeling

WIN!

Landgenoten mag 3 exemplaren van het boek ‘125 jaar landbouwbeleid. Boeren voor Vlaanderen’ weggeven. Stuur snel je naam en adres naar info@ landgenoten. Het boek wordt enkel gebruikt als relatiegeschenk en is niet in de handel te verkrijgen!

Boeren voor Vlaan

Handige handen nodig? Worden er op jouw bedrijf heel wat klusjes   uitgesteld omdat de tijd je ontbreekt? UITWERK, de dienst aan huis van de beschutte  werkplaats Ryhove uit Gent, werkt een project  uit waarbij het zijn diensten aanbiedt aan land-  en tuinbouwers. Dagelijks worden zo’n 30 tot  40 mensen van de werkplaats bij zeer uiteenlopende bedrijven tewerkgesteld onder begeleiding van een monitor. Zowel intensief werk zoals  stallen uitmesten, weideafsluitingen plaatsen of  fruit plukken als wederkerend werk zoals planten 

deren

125 jaar landbouw

herpotten of etiketten kleven, kunnen zij uitvoeren tegen zeer voordelige voorwaarden. Het is de  bedoeling dat er op voorhand een juiste werkwijze wordt vastgelegd die de mensen van Ryhove  krijgen aangeleerd. Bovendien is alles offi cieel  geregeld en krijg je als bedrijf een factuur. Ben  jij op zoek naar wat handige handen op je bedrijf  die bovendien fl exibel inzetbaar zijn? Contacteer  beschutte werkplaats Ryhove. Info Luc.mouton@ryhove.be of 0497 43 44 55

beleid


6

focus biogas op je bedrijf

Biogas: 

Communiceren moet je leren

Kan een biogasinstallatie ook op jouw bedrijf uitgroeien tot een interessante neventak? Dat wordt vaak bepaald door enkele vergunningstechnische, financiële en com‑ municatieve obstakels. We overlopen de belangrijkste hindernissen op weg naar vergunningen voor projecten van een dergelijke omvang en bekijken hoe je ze, samen met je buren, kunt overwinnen.

H Luister naar de gevoeligheden en verdedig je met inhoudelijke argumenten

et vinden van geschikte plaatsen voor  de inplanting van biogasinstallaties is  zeer belangrijk voor de Vlaamse regering. Die streeft ernaar om tegen eind  2010 6%, en tegen 2020 13 % elektriciteit op te  wekken uit hernieuwbare energiebronnen zoals  zon, wind, water en biomassa. Vergisting van biomassa, al dan niet in combinatie met mest, kan  een belangrijke bijdrage leveren aan de invulling  van dat potentieel. Zo staat het expliciet in een  omzendbrief  van  2006  waarin  de  regering  het  kader schetst voor de beoordeling van vergunningsaanvragen voor biogasinstallaties.

Schaalgrootte en prijskaartje Zonder diep in te gaan op technische en economische aspecten, zetten we hieronder eerst een aantal kerncijfers op een rij. Volgens de vzw Biogas-e  zijn er inmiddels 37 biogasinstallaties operationeel en neemt het aantal vergunningsaanvragen  allesbehalve af. Vandaag worden voornamelijk  vergunningen aangevraagd voor installaties die  per jaar 60.000 ton verwerken. Dat is de maximumcapaciteit  in  agrarisch  gebied  en  ook  de  schaalgrootte die economisch de beste resultaten  zou opleveren. Aan een installatie van die schaal  hangt doorgaans een prijskaartje van om en bij 


7

 hoe pak je het aan? de 8 miljoen euro, ofwel 130 à 150 euro per ton.  Afhankelijk van de bron en de bedrijfssituatie rekent men op een terugverdientijd van 5 tot 10 jaar. In theorie kun je een milieuvergunning op 1 jaar  tijd bekomen, de praktijk leert dat je het best op  2 jaar rekent. Nochtans legt de omzendbrief een  vrij duidelijk kader op. De grens tussen industriële  installaties en wat in agrarisch gebied mag, is vastgelegd op 60.000 ton per jaar. Er wordt een onderscheid gemaakt tussen installaties van een (zeer)  beperkte schaal die gebonden zijn aan één enkel  bedrijf, en installaties van een beperkte schaal die  niet-gebonden zijn aan één enkel bedrijf. Beide zijn  principieel toegelaten in agrarisch gebied, al moet  je wel aan een aantal randvoorwaarden voldoen.  Voor de eerste categorie moet bijvoorbeeld meer  dan de helft van de input afkomstig zijn van het  eigen bedrijf. Voor de tweede categorie gelden een  aantal extra bepalingen en een verbod in onder  meer agrarisch gebied met ecologische waarde en  beschermde landschappen.

Randvoorwaarden Een van de belangrijke algemene randvoorwaarden 

uit de omzendbrief is de globale mobiliteitsbenadering. Kort samengevat: vanwaar komen de goederen, langs welke wegen worden ze aangevoerd en  in welke mate kan dat voor overlast zorgen? De 

De meeste gemeentebesturen helpen graag een buurtvergadering organiseren omzendbrief bevat ook een toetsingskader inzake  ruimtelijke ordening. Zo moeten de gebouwen gebundeld worden, moet de landschappelijke inkleding en het materiaalgebruik aangepast zijn aan de  omgeving, etc. Een derde randvoorwaarde is dat  minimum 60 % van de input stromen rechtstreeks  uit de land- en tuinbouw afkomstig moet zijn, zoals  mest,  energiegewassen  of  oogstresten  van  het eigen landbouwbedrijf. In de provincie WestVlaanderen eist men bovendien dat de helft van de  landbouwgrondstoffen uit mest bestaat.

Los van de omzendbrief moeten uiteraard ook  de gangbare veiligheids- en milieuvoorwaarden  uit de Vlarem-regelgeving vervuld zijn. Bijna alle  biogasinstallaties vallen onder de zogenaamde  klasse  1-milieuvergunningen,  de  categorie  die  voor 20 jaar geldig is en waarover de Bestendige  Deputatie van de betrokken provincie beslist. Die  baseert zich voor haar uitspraak op de adviezen  van verschillende overheidsdiensten waaronder  het lokale niveau, de Openbare Afvalstoffenmaatschappij (OVAM), het Departement Landbouw en  Visserij, het Departement Leefmilieu, Natuur en  Energie, het Agentschap Ruimte en Erfgoed, de  Vlaamse Milieumaatschappij en de afdeling Toezicht  Volksgezondheid.  In  veel  gevallen  wordt  tegen dit besluit echter beroep aangetekend. In  dat geval buigt de minister van Leefmilieu Joke  Schauvliege  zich  over  de  aanvraag  om,  na  de  quasi onontkoombare vertraging, een uitspraak  te doen over de zaak.

Weg met vooroordelen! Om de vergunningsprocedure zo vlot mogelijk te  laten verlopen, nemen de meeste biogasboeren 

Overcapaciteit of opportuniteit? De investering in een biogasinstallatie verdien je voor het grootste deel terug via je elektriciteitop‑ brengst. Kort uitgelegd: door vergisting ontstaat er biogas, dat wordt verbrand in een mo‑ tor die een turbine aandrijft voor de productie van elektriciteit. Hierbij komt ook warmte vrij en daarom spreekt men van warmtekrachtkoppeling (WKK). In de meeste gevallen wordt die warm‑ te hergebruikt om digestaat of mest te drogen of serres te verwarmen. Ook dat

zorgt voor een kostenbesparing, maar je grootste bron van inkomsten zijn je groe‑ nestroomcertificaten (die voor 10 jaar vastliggen), je WKK‑certificaten (die de eerste 4 jaar vastliggen en de volgende 6 jaar telkens in waarde afnemen) en je verkoop van (groene) stroom. Op dat vlak lijkt biogas dus nog altijd een op‑ portuniteit. Wel is het zo dat er vandaag aardig betaald wordt voor de afvalstro‑ men. Voor hoog‑energetische stromen – die nog altijd interessanter zijn dan je capaciteit met laag‑energetische stro‑

men niet ten volle te benutten – tel je al snel 25 à 30 euro per ton neer, ongeveer evenveel als de opbrengst van een ton energiemaïs. De vraag is dus vooral hoe het areaal energiemaïs zal evolueren in onze regio. Volgens de recentste cijfers wordt momenteel 0,8 % van het Vlaamse landbouwareaal ingenomen door ener‑ giegewassen, maar het Vlaams Energie Agentschap hoopt op een toename tot 10 %, waardoor het aantal biogasinstal‑ laties zou kunnen vervijfvoudigen tegen 2020…


8

focus biogas op je bedrijf

een adviesbureau onder de arm voor hun dossier. Daarnaast kun je een beroep doen op de ervaring van organisaties als Biogas-e en het Vlaams Coördinatiecentrum Mestverwerking (VCM) om van bij de start een constructieve dialoog met je buren op te starten. De ervaring leert dat je het best van bij de start alle mogelijke misverstanden wegwerkt. Vooral op het vlak van veiligheid en geurhinder bestaan er nog veel vooroordelen bij de publieke opinie, die je kunt bijsturen door technische uitleg over de installatie te verspreiden. En waarom niet, door samen met je buren een andere biogasinstallatie te bezoeken, zoals meer en meer collega’s doen. In de brochure ‘Communiceren rond mestverwerking en vergisting’ raden het VCM en Biogas-e aan om tijdens elke fase minstens één communicatieactie te ondernemen. Tussen idee en realisatie onderscheiden ze een zevental stadia: de verkenningsfase, het haalbaarheidsonderzoek, de planning en voorbereiding, de vergunningsaanvraag, de bouwfase, de opstartfase en de exploitatie. Ook het gemeente- of stadsbestuur helpt je doorgaans graag om een buurtvergadering of infoavond te organiseren. Probeer in ieder geval om zo open mogelijk in debat te gaan: laat iedereen uitpraten, luister naar de gevoeligheden en probeer je project met inhoudelijke argumenten te verdedigen. Neem de tijd om complexe zaken, zoals de veiligheidsmaatregelen of het systeem

van onderdruk dat geurhinder voorkomt, verschillende keren uit te leggen.

Transport en uitzicht Hou er rekening mee dat je niet iedereen zal kunnen overtuigen. Niet alle locaties zijn geschikt om 20 à 25 vrachtwagens per dag te ontvangen, zoals meestal nodig is voor een installatie van ± 60.000 ton op jaarbasis. Tegen bezwaren op het vlak van transport helpt het om een duidelijk plan voor de aanvoerroutes uit te tekenen en eventueel te benadrukken dat er geen transporten zijn op zon- en feestdagen of tijdens het schoolverkeer. Een computersimulatie van de gebouwen in de landschappelijke omgeving is dan weer een handig middel tegen visuele bezwaren. Op die manier zien de buren meteen hoe de site er, eventueel mits de nodige aanplantingen, zal uitzien. Ook kan het geen kwaad om voldoende te benadrukken dat er geen ontploffingsgevaar is: er gebeurt enkel beperkte gasopslag onder relatief lage druk, waarna het methaangas meteen verbrand wordt.

Info · www.vcm-mestverwerking.be >

publicaties > ‘Communiceren rond mestverwerking en vergisting’ of > inplanting > agrarisch gebied > omzendbrief RO/2006/01 · w  ww.biogas-e.be (> publicaties > ‘Communiceren rond mestverwerking en vergisting’)

Nieuwe generatie, nieuwe mogelijkheden De biogastechnologie is nog relatief jong en volop in ont‑ wikkeling. ‘Een van de recen‑ te evoluties, waarmee on‑ der meer Duitsland al vrij ver staat, zijn installaties van 4000 à 6000 ton. Ook instal‑ laties met een capaciteit van ±  800 ton, die energie en warmte produceren voor ei‑ gen gebruik zoals het verwar‑ men van stallen, zijn stilaan marktrijp. De eerste is onder‑

tussen in werking in Vlaande‑ ren,’ zegt Kurt Sys van Biogas Labo (Howest) en voorma‑ lig medewerker van Biogas‑e. ‘In Duitsland is voor dit soort kleine installaties extra steun voorzien, terwijl de regelge‑ ving in Vlaanderen meer in de richting van grotere installa‑ ties stuurt. Een andere optie is het opwaarderen van bio‑ gas tot aardgaskwaliteit. Ook op dat vlak staat de technolo‑

gie al vrij ver en dat opent veel perspectieven: van injecteren op het aardgasnetwerk, tot je tractor op biogas laten rijden. In onze buurlanden zijn er al verschillende toepassingen. Zo rijdt er in Nederland een omgebouwde trekker met een tank op het dak en dat lijkt pri‑ ma te ­werken.’

‘Spont als kee Varkenshouder ­Werner Guilliams uit Boutersem baat sinds 2008 een van de eerste vergistingsinstallaties in Vlaanderen uit. Hoe heeft hij de buren en andere betrokkenen overtuigd van zijn verhaal? Een over‑ zicht van de weg die hij heeft afgelegd, van idee tot realisatie.


9

aan applaus rpunt’ 1

Op verkenning naar Luxemburg

‘In september 2004 heb ik samen met een paar collega’s een biogasinstallatie in Luxemburg bezocht. We zochten naar uitbreidingsmogelijkheden omdat twee van mijn zonen mee in het bedrijf wilden stappen. Ook toen al mestten we 1700 biggen af, nog verder groeien was moeilijk. Daarbij komt dat we nooit royaal betaald zijn voor het voedsel dat we produceren. Ik hoopte dus dat we wel een inkomen konden halen uit energie. Voor een biogasinstallatie beschikten we over een aantal troeven zoals onze ligging, maar er was nog geen duidelijke regelgeving. Tijdens een eerste gesprek met de burgemeester deed die weinig uitspraken. “We zullen zien”, klonk het, maar hij stond er dus wel voor open.’

2

Reality-check voor beslissers

‘Nadat ik besloten had ervoor te gaan, heb ik een adviesbureau ingeschakeld. Een project als dit is te complex om alles zelf te doen. We liggen in agrarisch waardevol gebied en dat bleek geen probleem voor onze installatie van 25.000 ton. Met die capaciteit kunnen we trouwens heel Boutersem van groene stroom voorzien. In deze fase hebben we op de eerste plaats met heel veel specialisten gepraat over alles wat erbij komt kijken. Ook zijn we met heel wat mensen die advies moesten geven, onder meer in de provinciale milieucommissie, naar de weinige al bestaande installaties gaan kijken. Het is toch belangrijk dat die mensen weten waarover we praten.’

3

Bij de buren op bezoek

‘Ik wist dat de aanpalende buren een aangetekend schrijven zouden krijgen vanaf het ogenblik dat we onze aanvraag indienden. Op dat moment ben ik persoonlijk bij die vier gezinnen op bezoek geweest. Ik heb er zo goed mogelijk proberen

naam

Werner Guilliams

leeftijd 53

woonplaats Boutersem

bedrijf

1700 mestvarkens, 25.000 ton vergis‑ ting, hoevetoerisme

uit te leggen wat een biogasinstallatie is en hoe alles werkt. Het is erg belangrijk dat je buren zich betrokken voelen. Dan ervaren ze je project helemaal anders dan wanneer ze achterdochtig worden. In de periode waarin de gele papieren worden uitgehangen, moet je alles goed in de gaten houden. Het is dan dat er gepraat wordt in het dorp. Zo hoorden we dat er geroddeld werd over een verbrandingsoven, dat we kadavers gingen aanvoeren, en zelfs dat we een mortuarium zouden beginnen. Erg zijn die verhalen niet, maar het is goed om weten welke foute ideeën er leven.’

4

Cruciale infoavond

‘Om een aantal misverstanden weg te werken, had ik de voorzitter van de milieuraad gevraagd om een info-avond te organiseren voor de omwonenden. Alle inwoners uit een bepaalde straal

rond ons bedrijf zijn per brief uitgenodigd, maar eigenlijk was heel Boutersem op de hoogte. De voorzitter gaf er uitleg over het kader en de procedures die voorzien zijn. De burgemeester legde uit op welke manier buren eventueel bezwaren konden indienen. Ikzelf sprak over hoe een instal-

De klemtoon lag op transport, lawaai, geur en veiligheid – de zaken die buren bezighouden latie in elkaar zit: wat er gebeurt, hoe we stroom maken, enzovoort. Voor het geval ik op bepaalde dingen niet kon antwoorden, was er ook iemand van het adviesbureau die de wetteksten door en door kent.’


10

focus biogas op je bedrijf

‘Ik heb ongeveer een uur gesproken aan de hand  van een powerpoint-presentatie. De klemtoon lag  vooral op transport, lawaai, geur en veiligheid, de  zaken die buren bezighouden. We spreken over de  periode 2006, amper twee jaar na de gasexplosie  in Gellingen, niet ver hiervandaan. Op het einde  van mijn betoog barstte er een spontaan applaus  los. De aanwezige journalisten vroegen of ik het  publiek  aandelen  beloofd  had,  maar  blijkbaar  heb ik alle bezorgdheden goed weerlegd. Onze  installatie veroorzaakt ook geen geurhinder. Het  enige wat je ruikt, is hetzelfde als bij een maïssilo. Biogasinstallaties zijn bovendien geluidsdicht  geïsoleerd. De ingebouwde technologische veiligheidssystemen zijn indrukwekkend, veel gesofi sticeerder dan wat je op een boerderij verwacht.  En ons bedrijf is gelegen op 100 meter van de afrit  van de E40.’

5

Opvolging van klachten

‘Hou er rekening mee dat niet alle bezwaren automatisch weg zijn nadat je hebt gezegd hebt hoe  alles werkt. Soms voel je dat je blijft praten en  dat mensen niet horen wat je wil zeggen. Het is  een goed idee om af en toe eens bij de gemeente  te informeren naar eventuele klachten. Op een  bepaald moment circuleerde er in het dorp een 

In agrarisch gebied zijn installaties toegelaten met een capaciteit tot 60.000 ton per jaar.

petitie  tegen  onze  plannen.  Gelukkig  met  net  dezelfde argumenten als wat ik behandeld had.  Inhoudelijk had ik dus alle opmerkingen al weerlegd. Er waren maatregelen genomen om te vermijden dat vrachtwagens per ongeluk het dorp 

Na de rondleiding zei die man dat hij zich schaamde voor zijn petitie…

collega-vergisters nodigen dan de buurt uit voor  een soort opstartplechtigheid. Wij hebben vooral  gewerkt via verenigingen die een rondleiding willen volgen. Zo kwam hier op een bepaald moment  een groep senioren en het bleek dat hun voorzitter de bewuste petitie had opgezet. Wel, na de  rondleiding zei die man dat hij zich schaamde voor  zijn initiatief! Een mooier compliment kan ik me  niet dromen.’

7

Nazorg en open houding

‘Het kan nuttig zijn om je buren te informeren over  tijdelijke overlast door de bouwwerkzaamheden.  Al viel dat bij ons best mee. We zijn in september 2007 gestart met de bouw, pas in september  2008 hebben we de motoren opgestart. Sommige 

‘We hebben nog geen incidenten gehad, maar ik  vind wel dat je in dat soort gevallen zeer open  moet communiceren. Met je buren en ook met  de overheid. Als je eens een probleempje hebt,  kun je beter zelf de milieu-inspectie bellen. Dan  komen die mensen met een heel andere houding  dan als ze zelf uitkomen op een defecte pomp of  zo. We hebben ook al tientallen buren rondgeleid  van collega’s die een biogasinstallatie willen opstarten. Sommigen stappen uit de bus en zeggen  letterlijk “wat je ook vertelt, bij ons komt er geen  vergisting.” Ik ga dan soms zeer ver. Met één iemand ben ik bovenop een tank geklommen om  te gaan ruiken. Zo kon hij zelf ontdekken dat er  echt geen geurhinder is. Zelfs dat werkt niet bij  iedereen, maar toch bij de meesten…’

De omzendbrief bepaalt dat de infrastructuur zo veel mogelijk moet worden gebundeld.

De meeste installaties gebruiken de warmte die vrijkomt om mest te drogen.

zouden  inrijden.  Landschappelijk  was  er  geen  probleem: ons bedrijf zat al ingesloten tussen de  E40 en de tgv. Ook qua lawaai en veiligheid van  de biogasinstallatie was alles in orde. Ons dossier  is dan ook gewoon zoals voorzien doorgestuurd  naar de verschillende instanties. Er is geen enkel  bijkomend onderzoek gevraagd.’

6

Bouw- en opstartfase


gewikt en gewogen

Ggo-onderzoek bij het ILVO

Ggo-mogelijkheden objectief in kaart Wat doet

het ILVO rond ggo’s? de hele partij. Wij  zullen op een aan tal velden  Ons onderzoek naar methodes om g go’s te detec- rond het ggo-veld heel m inutieus de vermenging  teren, te identifi ceren en te karakte riseren heeft  in kaart brengen. Dan ga an we op verschillende  het mee mogelijk gemaakt ggo’s t e etiketteren,  manieren bemonsteren, tijd ens de oogst en ook  zoals Europa dat wil. Wij vonden het  belangrijk  op de silo, om na te gaan we lke manier van bedat de overheid zelf ggo’s in een pro duct kan op- monsteren het dichtst in de  buu rt komt van de  sporen, zonder daarvoor afhanke lijk te zijn van  werkelijke vermenging. de bedrijven die de ggo’s ontwikkel en. Zelf ben ik  al vijftien jaar bij het onderzoek betrok ken. Er wordt ook gezocht naar een man ier  

gezocht Objectieve onderzoeker die beleidsmakers en de landbouwsector met feitenkennis ondersteunt in het ggo‑dossier. gevonden Marc De Loose, wetenschappelijk directeur van het onderzoeksdomein Productkwaliteit en ‑innovatie (eenheid Technologie en Voeding) van het Instituut voor Landbouw‑ en Visserijonderzoek (ILVO).

Info marc.deloose@ilvo.

vlaanderen.be, www.ilvo. vlaanderen.be, Het eindrapport van de co-existentieproef verschijnt tegen februari 2011.

In april zaaide het ILVO als eerste in België een ggo-maïsveld in. Wat is de bedoeling van die proef?

om monsters te bewaren?

Ja, dan heb je tenminste nog iets in h anden als  er een klacht komt nadat je een partij  hebt geleverd. Bewaren zou het best op een g eaccrediWe willen de Vlaamse co-existenti emaatregelen  teerde en betaalbare m anier gebeuren, zoals in  zoals die nu zijn voorgesteld, toetsen . Zo gaan  de veevoedersector. Wij zull en dat onderzoeken,  we na of de isolatieafstand van 50 me ter tussen  maar de overheid en de secto r moeten beslissen  ggo-maïs en gewone maïs inderdaad v oldoende  of er ook echt zo’n systeem kom t. is om vermenging te voorkomen. W e willen ook  documentatiemateriaal verzamelen v oor  land- Is het voor het ILVO bouwers en loonwerkers. een bijzondere proef?   Toch wel. Het is de eerste keer dat er c ommerciDe proef bekijkt ook hoe er eel beschikbare ggo-maïs wordt ingeza aid in  Belkosteneffectief bemonsterd kan gië na de opschorting van het ggo-mo ratorium.  worden? In zo���n beladen dossier is dat toch w el belangrijk.  Ja, we willen zoeken naar een koste neffi ciënte  Doordat Europa heel schoo rvoe tend  ggo’s toeen representatieve monstername  die haalbaar  laat, richten de zaadbed rijve n zic h oo k nie t meer  is op een landbouwbedrijf. Als er toev allige ver- op Europa bij de ontwikkeli ng van nieuwe rasmenging optreedt hoger dan 0,9% kr ijgt de hele  sen. Zo dreigt onze landbouw  achterop te raken.  partij een speciaal etiket en kan er waa rdeverlies  Als onderzoekers en als amb tenaren willen wij  zijn. Hoe kunnen landbouwers zich daar tegen be- objectief tonen wat de mog elijk heden zijn van  schermen? Als de vermenging via best uiving op- ggo’s voor de Vlaamse land bouw  en op welke  treedt, zal ze in bepaalde zones vee l sterker zijn  manier  de  Europese  ggorege lgev ing  op  een  dan in andere zones. Het is dus h eel belangrijk  kosteneffi ciënte en corre cte m anier  kan  worden  om een representatief monster te  hebben voor  toegepast door de landbouw er.

11


12

ondernemer van nature

Milieubescherming 

Op tien jaar tijd hebben zo’n 7000 landbouwers de voor‑ delen van de beheerovereen‑ komsten ontdekt. In ruil voor een financiële vergoeding doen ze een extra inspanning voor het milieu, de natuur of het landschap. Jean Boonen is een van die overtuigde land‑ bouwers. Intussen sloot hij al zes overeenkomsten af, wat samen goed is voor ongeveer een tiende van zijn inkomsten.

naam 

Jean Boonen

leeftijd 54

diploma

A2 landbouw

woonplaats

Velm (Sint‑Truiden)


13

als bijverdienste

O

p de 100 hectare velden rond zijn herenboerderij in Velm, een deelgemeente van Sint-Truiden, kweekt Jean Boonen graan, bieten, aardappelen, bonen, spinazie, vlas en maïs. Door de aanhoudende droogte van de afgelopen maanden staan de planten er wat schraal bij. Dat was ooit anders. ‘Zes à zeven jaren deden zich in Velm verschillende zware overstromingen voor. Velm ligt in een vallei, en al de modder van de velden op de

In Nederland krijgen de landbouwers soms het dubbele van ons. omringende hellingen stroomde het dorp binnen. Met de stad Sint-Truiden ben ik een contract aangegaan om dammen op mijn grond aan te leggen. In die periode heb ik ook beheerovereenkomsten afgesloten met de VLM om de erosie van de bodem op mijn velden tegen te gaan.’

Minder erosie, meer vogels Een van de eerste pakketten maatregelen die Jean aanvroeg, was niet-kerende bodembewerking. ‘Sinds 2005 ploeg ik mijn velden niet meer om en laat ik de resten van de gewassen staan. De stoppels en de bietbladeren houden het water en de aarde vast.’ In 2007 legde Jean grasstroken aan op de lagere stukken rond de velden. Ook die gaan het wegspoelen van de aarde tegen. Vorig jaar kwamen daar, via het pakket kleine landschapselementen, nog ligusterhagen bij. ‘De hagen zijn niet alleen mooi om te zien. Als ze eenmaal volgroeid zijn, zorgen ze ook voor minder erosie.’ Al die maatregelen leverden tot nog toe al een bevredigend resultaat op. Jean: ‘In de periodes met hevige regenval hebben we duidelijk een verbetering gezien. De bodem spoelde veel minder weg en het dorp bleef gespaard van grote modderstromen.’ Naast de beheerovereenkomsten om erosie te bestrijden, vroeg Jean ook nog een aantal andere pakketten aan. ‘Het milieu ligt mij na aan het hart. Vandaar dat ik zes en vijf jaar geleden ook be-

heerovereenkomsten heb aangevraagd voor de verbetering van het water en voor groenbemesting.’ Onlangs sloot Jean nog een beheerovereenkomst akkervogels af. ‘Voor de leeuweriken heb ik een veld ingezaaid met verschillende zaden. Daarrond ligt een grasmat. Op die manier hebben de vogels meer voedsel en ruimte om te broeden.’

Compensatie Al die beheerovereenkomsten brengen vanzelfsprekend extra werk mee. Jean: ‘Je moet de grasmatten maaien en de hagen wieden aan de voet. De velden zijn nu opgedeeld in kleinere stukken door de hagen, en die zijn moeilijker te bewerken dan één groot veld. Aan de andere kant moet ik de gewassen nu minder bespuiten. Alles bij elkaar genomen is de werklast wel een beetje, maar niet dramatisch toegenomen.’ Om het extra werk, maar vooral om het verlies van inkomsten te compenseren, keert de Vlaamse Landmaatschappij (VLM) een financiële tegemoetkoming uit. ‘Nu de prijzen voor het graan en de groenten zo laag staan, zijn de vergoedingen meer dan welkom’, vertelt Jean. ‘Niet dat ze mijn jaar goed maken. Momenteel maken ze nog maar een klein deel van mijn inkomsten uit, ongeveer een tiende. Wat mij betreft zouden de vergoedingen best wat hoger mogen zijn. In Nederland krijgen de landbouwers soms het dubbele van ons.’

Positief Een grotere compensatie zou bovendien nog meer boeren over de streep kunnen trekken, denkt Jean. ‘Nu staan veel collega’s nog wat argwanend tegenover de beheerovereenkomsten. Hang je voor altijd aan zo’n contract vast? Of omgekeerd: wat als de overeenkomst plots stopt? Ik kan hen enigszins begrijpen. De beheerovereenkomst groenbemesting is momenteel stopgezet, iets wat ik heel jammer vind. Sommige van mijn gronden komen bovendien niet meer in aanmerking voor niet-kerende bewerking. Maar ik kan mijn gronden niet zomaar opnieuw omploegen want dan breng ik de humus die nu aan de oppervlakte ligt te diep in de grond. Het is vaak ook lastig dat je geen verdelger mag gebruiken. Op zich heb ik, in tegenstelling tot veel andere boeren, geen pro-

Beheerovereenkomsten: facts & figures •Het systeem van beheerovereenkomsten bestaat intussen al 10 jaar. •Elk jaar stijgt het aantal beheerovereen‑ komsten. Momenteel hebben 6000 à 7000 landbouwers een contract afgesloten (bij‑ na 1 op 6). •De populairste beheerovereenkomsten zijn water, perceelsranden, erosie en klei‑ ne landschapselementen. De financieel interessantste zijn perceelsranden, ero‑ sie en soortenbescherming: tot 1600 euro per hectare. •Op percelen met een pakket ‘water’ ligt het nitratenresidu gemiddeld 38,3 % ­lager. •Na 2013 wil de VLM vooral samenwer‑ kingsverbanden stimuleren en de over‑ eenkomsten nog meer afstemmen op de economische principes. info op www.vlm.be/algemeen/diensten/­

Beheerovereenkomsten

bleem met wat onkruid. Alleen, de jonge hagen hebben het moeilijk om goed te groeien als er te veel planten aan hun voeten opschieten.’ De uiteindelijke balans van de beheerovereenkomsten is voor Jean toch positief. ‘In de toekomst wil ik graag nog meer pakketten aanvragen – als ze financieel interessant blijven tenminste. Zolang de prijzen van het graan en de groenten zo laag blijven, vormen de vergoedingen in elk geval een interessant extraatje.’


14

burenbabbel

Geniet van dit landschap, het wordt u aangeboden door de Vlaamse land- en tuinbouw. Maar geldt die uitnodiging ook voor quad- en motorcrossers? Of valt hun sport niet te verzoenen met de eisen van andere actoren op het platteland? Theo Beeldens, voorzitter van de Motorcycle Action Group (MAG), en de leden van de werkgroep Lawaaisporten van het Interbestuurlijk Plattelandsoverleg (IPO) zoeken naar oplossingen.

H

eel wat landelijke gemeenten zien het omgaan met quadrijders in Vlaanderen als een ernstig en structureel probleem’, zegt Alex Verhoeven van de Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten (VVSG). ‘Dat blijkt onder meer uit een rondvraag bij onze leden en uit de 200 aanwezigen op de eerste studiedag die de IPO-werkgroep vorig jaar over het thema organiseerde.’ De VVSG is, samen met de Provincies en de Regionale Landschappen, een van de trekkers van de IPO-werkgroep waarin verschillende bestuursniveaus en middenveldorganisaties sinds 2005 nadenken over de plaats die lawaaisporten op het platteland innemen.

3 klachten Volgens de werkgroep vertaalt het probleem zich grofweg in 3 soorten klachten: de vernieling van

openbaar domein, het verstoren van zachte recreatie zoals fietsen en wandelen en het verbreken van de stilte die bij het platteland hoort. Als antwoord op die klachten hebben verschillende

Het enige wat we vragen, zijn duidelijke regels met handhaving en voldoende vrijheid gemeenten en steden vorig jaar een verbod ingevoerd, dat door de naar schatting 40.000 quadrijders en nog eens 40.000 offroad-motorrijders niet in dank is aanvaard. ‘Een aantal excessen moet inderdaad keihard worden aangepakt’, vindt ook Theo Beeldens van MAG, de grootste federa-

tie van motorrijders met 7000 leden. ‘Maar dat is geen reden om al die mensen die niets verkeerd doen te straffen. Haal de cowboys die zaken vernielen en te veel lawaai maken eruit en laat de anderen in godsnaam met rust.’ Voor Dirk Cuvelier van het Regionaal Landschap West-Vlaamse Heuvels (RLWVH) liggen de zaken niet zo eenvoudig. ‘Een van de problemen is dat het netwerk van onverharde wegen zwaar te lijden heeft onder het gemotoriseerd verkeer. Heel wat paadjes worden door moddergeulen ontoegankelijk voor fietsers en wandelaars, terwijl de overheid de voorbije jaren juist fors in dat soort zaken heeft geïnvesteerd. We hebben het dus niet alleen over excessen zoals het omzagen van palen die quads moeten tegenhouden of het afwijken van de weg. Ook de geluidsoverlast is niet makkelijk aan te pakken. Kan het dat één


15

Van quad tot erger? iemand die zijn hobby uitoefent, een hele regio overlast bezorgt? Daarbij komt dat de sector ook nog eens te versnipperd is om duidelijke afspraken te maken.’

Administratieve sancties ‘Het klopt dat de gemotoriseerde sporten beter met één stem zouden praten,’ zegt Theo Beeldens. ‘Maar waarom kan men hier niet, zoals in Nederland en Duitsland, een decibelbeperking invoeren en handhaven? Na twee jaar overgangs-

Kan het dat één iemand die zijn hobby uitoefent, een hele regio overlast bezorgt? beleid pakt men er cowboys die meer dan 80 dB produceren hard aan, wat zelfs tot inbeslagname van hun motor of quad kan gaan. Wij pleiten daar al langer voor en we zijn blij dat we in dit artikel een aantal dingen kunnen uitklaren. We willen ook praten over mogelijkheden om bijvoorbeeld in de oogstperiode het verkeer te verbieden, en over mogelijke vergoedingen en verzekeringen. We zijn ervan overtuigd dat we tot winwinsituaties kunnen komen. Het enige wat we vragen, zijn duidelijke regels met de nodige handhaving en voldoende vrijheid om onze hobby te kunnen beoefenen. Maar in de praktijk merken we dat de politiek in dit soort zaken liever niets beslist en de zaken hun beloop laat. Ik hoop van harte dat het met de IPO-werkgroep anders loopt. Dat het niet opnieuw een werkgroep is, die dan gevolgd wordt door een controlecommissie, waarna een ander beleidsniveau de boel nog eens vertraagt, waarna de intussen nieuwe minister nog eens herbegint, enzovoort.’

‘Uiteraard hopen wij ook dat onze beleidsadviezen iets opleveren’, repliceert Niek De Roo van de West-Vlaamse Intercommunale, voorzitter van de IPO-werkgroep. ‘Helaas bleek op de studiedag dat de handhaving een groot probleem is. Zowel juridisch als praktisch. De politie ontbreekt het aan middelen om tijdens weekends her en der quads achterna te zitten. De lawaainormen zijn ook moeilijk te meten buiten een laboratorium. Voor verkochte motoren zijn er wel normen; wat er daarna gebeurt, is moeilijk te controleren. Er is voorlopig ook geen wettelijke omschrijving van wat een quad is. Sommige quads zijn ingeschreven als landbouwvoertuig, waardoor ze dezelfde rechten hebben als tractoren die we niet willen benadelen. In de praktijk halen gemeentes de beste resultaten door te werken met gemeentelijk administratieve sancties, die ook gebruikt worden om overlast zoals wildplassen te bestrijden.’

Naar een zonaal verbod? Naast een verduidelijking van het begrip quad in de wetgeving pleit de IPO-werkgroep voor de invoering van een zonaal bord om quads op een aantal wegen te verbieden. Nu moet een verbodsbord in principe na elk kruispunt worden herhaald, wat leidt tot een wirwar aan borden die het landschap ontsieren. Voor MAG is dit een zinloze strijd: ‘Hierover willen wij alleen praten als ook een aantal wegen voor gemotoriseerd verkeer worden voorbehouden. Weet je dat er 12 jaar geleden al een wet is goedgekeurd waardoor er per provincie een aantal terreinen voor lawaaisporten zouden worden aangewezen? Er zou zelfs een rotatiesysteem komen om de hinder op elk terrein in tijd beperkt te houden. Maar er is nog geen enkel terrein aangeduid. Zelfs op braakliggende terreinen in industrie- of havengebied wil men geen voorlopige toestemming geven. Terwijl dat perfect kan mits een aantal bepalingen dat

het gebruiksrecht nooit definitief wordt. Wij snappen ook wel dat er maar 300.000 motorrijders en bijna 11 miljoen Belgen zijn die politici verkiezen. Maar volgens ons is de hinder die een verantwoorde motor- of quadrijder veroorzaakt, perfect in het platteland met al zijn functies in te passen.’ Info www.ipo-online.be


uit de provincie

Dichtbij, het lekkerst Hoe breng je zo veel mogelijk hoeve‑ en streekproducten aan de man? De provincie Limburg wil via een Interreg‑ project een ambitieus nieuw distributie‑ en verkoopsys‑ teem realiseren. Om poten‑ tiële kopers het zo makkelijk mogelijk te maken, komt er een ophaalronde langs pro‑ ducenten, een netwerk van verkooppunten en een online bestelsysteem.

M

et  alle  Limburgse  hoeve-  en  streekproducenten  samen  een  zo aantrekkelijk mogelijk aanbod  in de markt zetten. Dat is de fi kse  uitdaging die de provincie Limburg in het Limburgse luik van het Interregproject GROEI.kans!  aangaat. ‘De stuurgroep van het project heeft aan  vzw  Arbeidscentrum  De  Wroeter  de  opdracht  toegekend om een nieuw distributieconcept voor  hoeve- en streekproducten in de praktijk uit te  werken,’ zegt gedeputeerde van landbouw Marc  Vandeput. ‘In een eerste fase krijgt De Wroeter  daarvoor werkingsmiddelen, maar over twee jaar  moet het verkoopsysteem op eigen houtje zo veel  mogelijk Limburgse hoeve- en streekproducten  tot bij de consument brengen.’

Alle producenten De Wroeter is ook actief binnen het project Hartenboer  en  heeft  ervaring  met  voedselteams.  Toch is het nieuwe project ook voor hen van een  ongeziene schaalgrootte. ‘We weten wat het is om  producten bij verschillende hoeve- en streekproducten op te halen en naar een aantal afzetpunten te brengen,’ zegt Sander Dragt, projectverantwoordelijke van de vzw Arbeidscentrum De  Wroeter. ‘Ook met gekoeld vervoer, de opvolging  van facturatie of zelfs een online bestelsysteem  zijn we vertrouwd. We willen echt dat klanten van  thuis uit hun bestelling kunnen plaatsen en die in  een bepaald afhaal- of verkooppunt kunnen ophalen. Maar in het kader van GROEI.kans! is het de 

bedoeling om het volledige aanbod aan hoeve- en  streekproducten van de provincie samen te brengen. We roepen dan ook alle producenten op om  in het project te stappen.’

Kleine marge Zoals ook beschreven in het bestek zullen een  aantal diensten stapsgewijs worden uitgebouwd.  Na zes maanden moet er een basisaanbod met  minstens 10 producenten en 15 verkooppunten  operationeel zijn. Nog eens zes maanden later  moet het online bestelsysteem draaien, en na nog  eens een jaar zou het systeem zelfstandig moeten  werken. Sander: ‘Om de werkingskosten te dragen zal er allicht een zeer kleine marge zijn tussen  de inkoopprijs die wij aan de land- of tuinbouwer  betalen en de aankoopprijs voor de consument.  Of we dan wel voldoende van de klassieke grootdistributie verschillen? Toch wel. Ik spreek over  een zeer kleine marge. De consument krijgt een  exclusief en kwalitatief aanbod – dat onder meer  voor horeca zeer interessant is – en weet perfect  vanwaar welk product komt. In tegenstelling tot  de klassieke groothandel willen we echt zo dicht  mogelijk bij de boer staan. Wij zouden bijvoorbeeld graag het project na twee jaar als coöperatie voortzetten. Maar zover zijn we natuurlijk  nog lang niet…’ Info Wil je meer informatie over dit project of wil je

graag deelnemen? Neem dan contact op met Sander Dragt, sander.dragt@dewroeter.be

17


18

biechtstoel

‘Verbod op speculatie is Als er deze zomer één thema de landbouwactualiteit heeft be‑ heerst, was het wel de stijgende graanprijs. De exportstop van Rusland en Oekraïne was koren op de molen van speculanten en een aantal organisaties riepen op tot een verbod op speculatie op landbouwgrondstoffen. Ziet Patrick Vanden Avenne, kersvers voorzitter van de Europese koepelorganisatie voor de mengvoe‑ dersector FEFAC, zo’n verbod ook zitten?

Dirk Lips: FEFAC verstuurde onlangs een persbericht waarin het de speculatie op de termijnmarkt voor graan veroordeelde. Dringen jullie aan op een verbod? Patrick Vanden Avenne: Zeker niet, wij hebben niets tegen speculatie op zich, wij veroordelen enkel overdreven speculatie die in die mate is georganiseerd dat ze leidt tot extreme prijsvolatiliteit. Speculatie verbieden, is totaal onhaalbaar. Het hoort bij het marktgebeuren. Ik begrijp wel de redenering achter zo’n verbod, waarbij men stelt dat voeding te waardevol is om over te laten aan speculanten, maar speculatie zal altijd blijven bestaan. Ook voor landbouwgrondstoffen. Schommelingen en bewegingen in de prijzen van grondstoffen zijn van alle tijden.

Toch vragen jullie dat Europa zijn interventievoorraden inzet om de sterke prijsschommelingen van graan tegen te gaan? Ik heb geen probleem met schommelingen, wel met extreme schommelingen die zeer moeilijk te managen zijn door de schakels in de primaire voedselketen. Het is een kwestie van ook in een vrije markt instrumenten te hebben om overdreven prijsvolatiliteit te beperken. Voorbeelden zijn

interventievoorraden, douanerechten enzovoort. Die bevoegdheid van de Europese Unie moet blijven bestaan. Uiteindelijk hangt alles af van je beleid: is voedselzekerheid een prioriteit, dan zijn interventiemechanismen noodzakelijk.

Ook in een vrije markt is er nood aan instrumenten die extreme prijsvolatiliteit kunnen beperken De FAO meent dat termijnmarkten voor meer evenwichtige prijzen zorgen. FEFAC vindt die termijnmarkten echter geen goed hulpmiddel om landbouwers en hun afnemers te beschermen tegen prijsvolatiliteit. Waarom niet? Er is in elk geval nood aan een grondige studie over het functioneren van de termijnmarkten zoals ze vandaag bestaan. In Europa heb je wel een relatief goed werkende termijnmarkt voor granen, maar voor dierlijke producten zoals vlees, melk en eieren, zijn de termijnmarkten onderontwikkeld. Idealiter dekt een veehouder zich in op een

termijnmarkt voor de producten die hij aflevert en niet voor de producten die hij inkoopt. Ook de toegang tot bestaande termijnmarkten vergt nader onderzoek. Voor de modale landbouwer is het ondenkbaar om zich in te dekken op de termijnmarkt. Per contract moeten bepaalde garantiebedragen neergelegd worden. Als die termijnmarkt tussentijds grote schommelingen vertoont en je contract wijst op verlies, dan moet je geld bijstorten. De meeste landbouwers hebben daarvoor niet genoeg financiële capaciteit. Eigenlijk staan de termijnmarkten enkel open voor grote operatoren en voor speculatieve fondsen. Zelfs voor heel wat veevoederfabrikanten is de drempel tot termijnmarkten te hoog. Actief zijn op de termijnmarkt is bovendien ook geen garantie tot succes.

Hoe bedreigend is de stijgende graanprijs voor de Europese veehouderij? In de mate dat die prijsstijging van graan zich niet vertaalt in een stijgende prijs van de eindproducten op het landbouwbedrijf, betekent dat een levensgrote bedreiging. Er is helaas geen automatische en onmiddellijke link tussen de prijs van grondstoffen en de prijs van een afgewerkt product, zeker niet in de landbouw. In de dierlijke sector zit je met lange productiecycli waardoor


19

 totaal onhaalbaar’

vraag en aanbod zich pas na verloop van tijd aan  elkaar aanpassen. Bovendien zijn de fi nanciële reserves op heel wat veehouderijen al zwaar aangetast door de crisis van 2007 en ik vermoed dat een  nieuwe crisis de economische draagkracht van de 

Zowel bij veehouders als bij veevoederfirma’s wordt er veel leed in stilte geleden sector bijzonder sterk op de proef zal stellen. De  natuurlijke en permanente herstructurering waarmee de landbouw al tientallen jaren wordt geconfronteerd, wordt op die manier enkel maar versneld. En natuurlijk zijn de grote, gespecialiseerde  en kapitaalsintensieve bedrijven van vandaag veel  minder in staat om die grote schommelingen op  te vangen dan de gemengde, familiale bedrijven  die het risico kunnen spreiden over verschillende  bedrijfstakken. 

Het is geen geheim dat heel wat veehouders behoorlijk wat schulden hebben bij hun veevoederleverancier. Worden die veehouders daardoor

niet verknecht tot werknemers van de veevoederfabrikanten? Je mag niet vergeten dat er in de veevoedersector  nog heel wat onderlinge concurrentie is. Het staat  iedereen vrij om van leverancier te veranderen.  Bovendien zijn veevoederfi rma’s niet op zoek om  situaties van afhankelijkheid te creëren. Integendeel, je kan zelfs zeggen dat de veevoederfi rma’s  en de veehouders met een hoge schuldenlast wederzijds afhankelijk zijn van elkaar. Een fabrikant  heeft er alle baat bij dat zijn klanten een crisis  overleven. Ik ben ervan overtuigd dat veel leed in  stilte wordt geleden, niet alleen door de boeren  maar ook door de individuele veevoederfabrikanten, want ergens moet het gebrek aan liquiditeiten  opgevangen worden. En je mag niet vergeten dat  de betalingstermijnen voor de aankoop van veevoedergrondstoffen zeer kort zijn. Soms moet er  zelfs geld op tafel liggen vooraleer een veevoederfabrikant beleverd wordt.

Als voorzitter van een sector die staat of valt met een rendabele veehouderij, gelooft u nog dat die sector een toekomst heeft in Europa? Daar ben ik van overtuigd, want de behoefte aan  veeteeltproducten zal tussen nu en 2050 wereldwijd verdubbelen. Onze veehouderij is vandaag 

naam  naam

Patrick Vanden Avenne

leeftijd  leeftijd 56

functie

voorzitter van FEFAC, de Europese koepelorganisatie voor de mengvoe‑ dersector en afge‑ vaardigd bestuurder van NV Vanden Avenne Ooigem

gestoeld op vakkennis, passie en onderzoek en  ontwikkeling.  In  de  toekomst  zullen  genetica,  stallenbouw,  nutritionele  aspecten  en  ondernemerschap van de boer zelf nog meer een rol  gaan spelen. Op alle vier die vlakken kan er nog  heel wat vooruitgang worden geboekt. Ook de  veevoederindustrie kan, hoewel het een mature  industrie is, nog stappen vooruit zetten om de  competitiviteit en de duurzaamheid van de sector  te verzekeren. Daarvoor is er wel nood aan innovatie en onderzoek en dat is nu juist een van de  aspecten waar ik tijdens mijn voorzitterschap de  nadruk op wil leggen.


20

ten huize van

Op zaterdag, zondag en maan‑ dag gaat het er extra levendig aan toe op ’t Eikenhof. Dan krijgt de geitenboerderij van Peter Van Kerckhove bezoek van twaalf hulpboeren: jonge‑ ren en volwassenen met een verstandelijke beperking. Op de boerderij, waar ze eenvou‑ dige klusjes uitvoeren, komen ze helemaal tot rust.

De ‘zonnekinderen’

H

et is maandagmorgen 11 uur als we aankomen op, ’t Eikenhof. In de tuin drinken twaalf mannen koffie aan lange houten tafels. Normaal gezien verblijven ze in Emiliani, een instelling voor personen met een matig verstandelijke beperking. Op maandag mogen ze Peter Van Kerckhove helpen op zijn boerderij: ze voederen de geiten, maken de stallen schoon, wieden het onkruid en zagen hout.

Sociaal contact ‘Onze samenwerking met Emiliani dateert al van 1987’, vertelt Peter. ‘Mie, een begeleidster van de instelling kwam toen naar ons met de vraag of een paar bewoners mochten meehelpen op de boerderij. Ik heb die vraag besproken met Monique, mijn vrouw. Ze werkt halftijds als zorgcoördinator


21

op de stedelijke basisschool. We hebben vrij snel  besloten ons te engageren. Moniques broer Herman heeft het syndroom van Down. Dat heeft wel  meegespeeld in onze beslissing.’  In het begin was het nog wat zoeken naar de  juiste formule. Peter: ‘Aanvankelijk begeleidde  Mie enkele hulpboeren die een halve dag werkten  op de boerderij. Daarna kwamen twee bewoners  zelfstandig helpen; ik stond dan zelf in voor de  zorg. Later heeft het project een jaar stilgelegen.  Maar de vraag van de bewoners om naar de boerderij te komen was zo groot, dat de instelling een  nieuwe formule uitdacht. Ze stelden voor om elke  maandag tien à twaalf personen te sturen, samen  met twee begeleiders.’ Die formule sloeg aan. Intussen werken ’t Eikenhof en Emiliani al tien jaar  op die manier samen. ‘De hulpboeren komen allemaal graag naar hier’, vertelt Peter. ‘Ze houden  van de ruimte hier, het fysieke werk, het contact  met de dieren, het ritme van de seizoenen.’ Zelf kijkt Peter ook altijd uit naar de maandagen. ‘Ik werk alleen op de boerderij, en ook op de  velden zie je vandaag niet veel mensen meer. Een  zorgproject als dit zorgt voor extra sociaal contact 

en ook als de kinderen van school komen, stop  ik even met werken.’ Op maandag gaat het er  meer relaxed aan toe. ‘De bewoners komen toe  om 9.15 uur en zijn om 16.30 uur terug naar huis.  ’s Middags tafelen we uitgebreid en we houden  ook nog twee pauzes, om 11 uur en om 15.30 uur.  De dagen zijn met andere woorden snel voorbij.’  ‘Je kunt ook niet om het even welk klusje laten  uitvoeren door de bewoners’, gaat Peter voort. 

Voor de tijdswinst hoef je het niet te doen ‘Wieden bijvoorbeeld kan ik alleen maar aan één  hulpboer overlaten die min of meer het verschil  kent tussen bruikbare planten en onkruid. Sommige hulpboeren hebben ook schrik van de geiten. Van de twaalf hulpboeren zijn er zo’n vier die  vrij handig zijn met schop en riek, nog eens vier  houden zich voornamelijk bezig met het schoonvegen van de stal. De rest doet de afwas of zaagt  hout. We verwarmen ons huis met houtkachels.  Het gezaagde hout komt dus goed van pas.’

Geld  is  dus  niet  de  hoofdreden  waarom  Peter  zorgboer is. ‘We doen dit vooral voor het persoonlijke  contact  en  het  sociale  engagement’,  zegt Peter. ‘Het doet deugd als je merkt dat de  jongeren de boerderij als een veilige thuishaven  beschouwen’, vindt Monique. ‘Voor mij is het ook  belangrijk om te laten zien wat mensen met een  verstandelijke beperking allemaal kunnen. En het  is een goede levensles voor onze kinderen. Ze  leren omgaan met mensen met een beperking.  We hopen dat ze dat meedragen in hun verdere  leven.’ Info www.geitenboerderij-eikenhof.be. of

www.pierlepein.be.

van ’t Eikenhof en geeft kleur aan je engagement. Het contact met  de Emiliani-bewoners is natuurlijk vrij basic. Maar  ik geniet ervan als ik zie hoeveel plezier ze beleven  aan hun werk. Ook uit het contact met de begeleiders haal ik veel voldoening. Om het project te  doen slagen, moet het vooral met hen klikken.’ 

Ook tijdens het weekend zorgen Peter en Monique voor enkele hulpboeren: drie jongeren van De  Hagewinde, een instelling voor jongeren met een  verstandelijke beperking of gedragsproblemen.  ‘De jongeren komen hier telkens een halve dag  werken. Wij staan dan zelf in voor de begeleiding.’ 

Relaxed

Levensles

Voor de tijdswinst hoef je het niet te doen, vindt  Peter. ‘Op maandag zijn we weliswaar met een  grote ploeg, maar het tempo ligt een pak lager.  Mijn normale werkdag begint om zes uur. Ik werk  dan stevig door tot negen uur ’s avonds: de zeventig geiten voeren, melken en verzorgen; kaas  maken en verkopen, het veld bewerken – ik kweek  het voeder voor mijn geiten zelf. Ik neem alleen  korte pauzes voor de maaltijden met het gezin, 

De  inspanningen  die  Peter  levert,  worden  gesteund door de overheid via subsidies: 40 euro  per dag wanneer hij zelf voor de begeleiding van  de hulpboeren zorgt, 15 euro wanneer hij alleen  zijn boerderij ter beschikking stelt. Aan de andere  kant heeft Peter ook extra kosten. ‘Ik heb verschillende rieken en kruiwagens gekocht voor de hulpboeren en onze oude stal is vervangen door een  polyvalente ruimte met sanitair en eetzaal.’

naam 

naam 

leeftijd 

leeftijd 

diploma A2 Landbouw

diploma kleuterleidster

hobby’s bestuurslid Vlaamse Geiten‑ houders, lid van de Landelijke Gilden, lid van de stedelijke raad voor land‑ en tuinbouw in Lokeren

hobby’s bloemschik‑ ken, voorzitster oudercomité Chiro, lid KVLV

Peter Van Kerckhove 49

taken de geiten ver‑ zorgen, voederen en melken, kaas maken en verkopen, het veld bewerken.

Monique Vervaet 46

taken groepsbezoe‑ ken begeleiden, hoe‑ vewinkel bedienen


22

buitenlander

naam 

Greet Riebbels

leeftijd 46

job

Verantwoordelijke communicatiedienst

bedrijf

Instituut voor Land‑ bouw‑ en Visserij‑ onderzoek (ILVO)

‘Landbouw is een bel ‘Als landbouwer moet je vandaag goed weten wat je doet’, vindt Greet Riebbels, voormalige VRT‑journaliste en hui‑ dige woordvoerster van het ILVO. ‘Soms moet je zelfs bijna als een chemicus te werk gaan.’ Die overtuiging wordt alleen maar sterker tijdens haar bezoek aan de gespe‑ cialiseerde melkveehouderij van Johan en Ann Rooms.

’t

Paradijs, zo heet de melkveehouderij van  Johan en Ann Rooms in Belsele. Achter die  romantisch klinkende naam schuilt geen  kleinschalige  onderneming,  maar  een  goed uitgebouwde melkveehouderij, zo wordt al  snel duidelijk. ‘De naam verwijst naar de buurt,  die ook ’t Paradijs heet’, zo legt Johan Rooms uit.  Het bedrijf dat hij samen met zijn vrouw Ann sinds  1992 runt, telt vandaag niet minder dan 150 Holstein-koeien.  Samen  goed  voor  een  productie  van 1.300.000 liter melk. Daarnaast is er ook nog  plaats voor zo’n twintig paarden. ‘Met de paarden  doen we mee aan jumpings, een van onze passies’, legt Johan uit. 

Greet Riebbels met de kinderen van ’t Paradijs.

Boerenhart Paardrijden is ook een geliefd tijdverdrijf van  Greet Riebbels, die zelf opgroeide op een  boerderij.  ‘Mijn  vader  runde  een  gemengd  bedrijf.  Niet  te  vergelijken 


23

naam

Johan Rooms

leeftijd 41

job

melkveehouder

bedrijf

Veehouderij ’t ­Paradijs

angrijke economische speler’ met ’t Paradijs: het ging er allemaal veel kleinschaliger aan toe.’ Greet houdt goede herinneringen over aan haar kindertijd op de boerderij. ‘Ik heb nog altijd een echt boerenhart’, geeft ze toe. Toch heeft ze nooit echt overwogen om het bedrijf over te nemen. ‘Mijn talenten liggen veeleer op het vlak van communicatie. Ik heb als journaliste gewerkt voor het VRT-journaal en voor Radio 2, en sinds 1 september werk ik bij het ILVO. Een job die me enorm aanspreekt: ik kan er mijn liefde voor de landbouw en mijn talent voor communicatie perfect combineren.’ Als hoofd van de communicatiedienst van het ILVO, het Instituut voor Landbouw- en Visserijonderzoek, wil Greet vooral een positieve boodschap uitdragen. ‘Vlaanderen verricht baanbrekend wetenschappelijk onderzoek dat praktisch nut heeft voor de landbouwsector’, vertelt Greet. ‘Verschillende van onze wetenschappers behoren tot de wereldtop, en dat mag best wat meer onder de aandacht komen. We moeten ook goed beseffen dat de landbouw een belangrijke economische speler is, en dat onderzoek noodzakelijk is om op een leefbare en duurzame manier te blijven produceren.’

Tarwegistconcentraat Het nut van wetenschappelijk onderzoek voor de landbouw blijkt al snel als Johan ons een rondleiding geeft in de stallen van de koeien. Aan een van de wanden hangt een grote koeborstel.

Greet: ‘Het ILVO heeft onderzoek gedaan naar dit soort koeborstels: wat is de invloed van de borstels op het gedrag van de dieren, welke types verkiezen de koeien? Je moet de boerenstiel niet romantiseren, vind ik. Landbouw blijft in de eerste plaats een economische sector, maar dat neemt niet weg dat je aandacht mag hebben voor het dierenwelzijn.’ Ook voor de samenstelling van het veevoeder kan wetenschappelijk onderzoek een belangrijke bijdrage leveren. ‘De dieren krijgen tot vijftig kilo voeder: maïs, gras, perspulp en sojaschroot’, legt Johan uit. ‘Het eiwitrijke, maar dure sojaschroot

Ik heb een echt boerenhart, al moet je de sector niet romantiseren uit Zuid-Amerika proberen we meer en meer te vervangen door het goedkopere en duurzamere tarwegistconcentraat, dat ontstaat bij de productie van bio-ethanol. Het probleem is alleen dat we nog niet goed weten wat de precieze effecten zijn van dat concentraat. Als landbouwer kun je wel experimenteren, maar dat gaat ten koste van veel tijd en veel geld. Onderzoek naar dit soort producten is dus zeer welkom.’ Greet knikt bevestigend. ‘Als landbouwer moet je vandaag heel goed

weten wat je doet. Je moet bijna te werk gaan als een chemicus.’ Iets verderop in de stal bevindt zich een installatie die Greets nieuwsgierigheid wekt: de melkcarrousel, een soort draaiende schijf waar de koeien stuk voor stuk op kunnen stappen om gemolken te worden. ‘Dankzij de carrousel kan Ann de koeien alleen melken terwijl ik zorg voor het voederen’, zegt Johan.

Duurzaam samenwerken Als paardenliefhebster wil Greet ook nog graag een bezoek brengen aan de paardenstal. ‘We hebben een twintigtal dieren waarmee we wekelijks aan wedstrijden deelnemen in heel België’, vertelt Johan. Of de paarden ook een naam hebben, wil Greet graag weten. ‘Onze koeien geven we geen naam, maar onze paarden wel. Ze dragen trouwens de achternaam van ’t Paradijs.’ ‘Dan hebben ze een stamboom,’ merkt Greet op. Bij het verlaten van de paardenstal ziet Greet nog een grote harkmachine met het etiket ‘Simar Sint-Niklase Machinering’. ‘Drie jaar geleden hebben we een coöperatieve vennootschap opgericht om samen grote machines aan te kopen’, vertelt Johan. ‘Intussen hebben we zo’n 15 machines die gedeeld worden door 37 landbouwers.’ ‘Een mooi voorbeeld van hoe je een landbouwbedrijf op een slimme en economische manier kunt runnen’, vindt Greet. ‘Ik ben echt onder de indruk van ’t Paradijs!’


Doe mee en win

boeken, natura pri een weekend jzen, plattelandsto je erisme

Fotowedstrijd Koeien melken, aardappelen rooien, hoevetoeristen ontvan‑ gen, fruitbomen snoeien, admi‑ nistratie opvolgen,... De Vlaam‑ se land‑ en tuinbouw bestaat uit ontzettend veel facetten. Omdat beelden vaak meer zeggen dan woorden, zijn VILT en Boeren op een Kruispunt op zoek naar de mooiste landbouwfoto’s. Toon ons in beelden waar jouw passie, vakmanschap of zelfs frustratie ligt. De mooiste land‑ bouwfoto’s worden bekroond met boekenpakketten, mooie naturaprijzen en zelfs een week‑ endje plattelandstoerisme voor het hele gezin! Info Meer informatie over

de fotowedstrijd vind je op www.vilt.be > VILT in actie > Fotowedstrijd

5 categorieën: Boer(in)@work, Nieuwe technieken, Landschap en natuur, Lifestyle en Creatief met beeld


mijn gedacht!

‘ Voor elk probleem  zijn er meerdere oplossingen’

E

en kind is van nature heel creatief. Bij alles in zijn omgeving stelt het zich vragen.  Tegen de tijd dat we volwassen zijn, verliezen we die creativiteit voor een groot  deel. Dan denken we in patronen en zien we voor  één probleem vaak maar één oplossing. Door te  oefenen  kunnen  we  dit  creativiteitsniveau  opnieuw opkrikken. Dat is het basisidee achter onze  creativiteitssessies die doorgaan in ons CREALAB. Door zijn originele architectuur en creatieve  inrichting  is  CREALAB  een  laboratorium  waar  nieuwe ideeën vanzelf opborrelen. Met moduleerbaar  meubilair  en  aanpasbare  verlichting  kunnen we voor elke gelegenheid de juiste setting en sfeer creëren. In deze omgeving willen we  bedrijven helpen nieuwe oplossingen en ideeën  te vinden voor de vragen en uitdagingen waar ze  voor staan. 

Heel uiteenlopende bedrijven vragen zo’n creativiteitssessie aan: van starters tot de grotere KMO’s.  We kunnen zowel voor één enkel bedrijf als voor  een aantal bedrijven samen dergelijke sessies organiseren. Voor we aan een creativiteitssessie beginnen, trachten we eerst samen met het bedrijf 

Studenten zorgen voor nieuwe inzichten en verfrissende ideeën een heel duidelijk beeld te krijgen van de concrete  vraag of het concrete probleem. De volgende stap  is het genereren van ideeën. Uniek aan onze formule is dat we er steeds studenten bij betrekken.  Zij hebben meestal geen voorkennis en bekijken 

Een aantal creatieve technieken op een rij •GPS voor ondernemingen: Dit is een eenvou‑ dige maar effectieve brainstormmethode om ideeën te genereren. Vooraf worden een aan‑ tal toekomstige ontwikkelingen en trends in de maatschappij gedetecteerd. In groep ga je na hoe jouw bedrijf daarop kan inspelen. Zo doe je ideeën op voor de toekomst. •Negatief brainstormen: Veel mensen kunnen gemakkelijker negatief denken dan positief. Deze creatieve techniek speelt hierop in door het probleem om te draaien. Bedenk zoveel mo‑ gelijk redenen waarom het niet lukt om een pro‑ bleem op te lossen. Buig nadien al deze redenen om door je af te vragen hoe dit wel zou kunnen. Maak zo van obstakels een kans. •De superheld: Deze techniek vergt een behoor‑ lijke dosis verbeeldingskracht. Neem een held

in je gedachten. Bedenk welke eigenschappen typisch zijn voor deze held en hoe ze hem hel‑ pen het probleem aan te pakken. Vertaal deze suggesties naar concrete oplossingen voor jouw probleem. •Mindmapping: Deze techniek helpt je om gedachten en denk‑ patronen in beeld te brengen. Door associaties bij een on‑ derwerp op een blad papier te tekenen, ontstaat een mind‑ map, of letterlijk vertaald, ‘een kaart van de hersenen’. Die helpt je nieuwe verbanden te zien en op an‑ dere ideeën te komen. Info www.crealab.be

Kim Smets is creativiteitscoach en drijvende kracht achter CREALAB, een initiatief van het Innovatiecentrum West-Vlaanderen en het Innovatie- en Incubatiecentrum Kortrijk.

de zaken vanuit een andere invalshoek. Vaak zijn  zij ook bijzonder gemotiveerd. Dat levert heel wat  nieuwe inzichten en verfrissende ideeën op. Het  brainstormen  zelf  wordt  gefaciliteerd  door  de  creativiteitscoach die via allerhande technieken  (zie kaderstuk) probeert zoveel mogelijk ideeën  te laten opborrelen. Vervolgens moeten er een  aantal  ideeën  geselecteerd  worden.  Daarbij  is  het belangrijk dat we ook aandacht hebben voor  op het eerste zicht minder evidente oplossingen.  Sommige ideeën moeten verrijkt worden en we  kijken ook of de combinatie van twee of meerdere  ideeën een meerwaarde oplevert. Uiteindelijk is  het de bedoeling om een tweetal ideeën over te  houden waarmee de bedrijven verder kunnen.  Maar het echte werk begint dan pas. Van idee  naar implementatie is het nog een grote stap die  we in de toekomst ook meer van nabij willen gaan  opvolgen.  Land- en tuinbouwbedrijven hebben tot op vandaag nog geen creativiteitssessies bij ons aangevraagd. Nochtans worden zij geconfronteerd met  een zware druk op de prijzen. Ik vermoed dat er  dus bij heel wat bedrijven toch wel de vraag  leeft hoe ze creatief het hoofd kunnen  bieden  aan  toekomstige  uitdagingen. Wij willen ze daar zeker bij  helpen. Info www.crealab.be,

056 28 28 91 of kim.smets@crealab.be

25


26

frontaal

De sierteelt is een sector met zeer uiteenlopende vormen van vermarkting. Rechtstreeks afspreken met de grootdistri‑ butie, leveren aan een grote in‑ ternationale veiling of zelf ver‑ kopen via kleine, zelf opgerichte afzetcoöperaties. Wat levert de beste prijzen op en is die optie ook interessant voor telers uit andere sectoren?

Coöpera ties voo r  be

tere pri jzen?

Mario Naudts, levert azalea’s aan Flora Holland ‘Wij leveren sinds twee jaar als volwaardig lid  aan de Nederlandse bloemenveiling Flora Holland.  Dat levert degelijke prijzen op en de werking is het best op ons bedrijf afgestemd. Vroeger  moesten  we  verschillende  leveringen  maken voor verschillende klanten. Nu vertrekt  er gewoon elke dag één vrachtwagen naar Nederland. We hebben bewust in dit afzetkanaal geïnvesteerd. Er is een groot verschil tussen af en toe  als gastzender leveren wat je niet kwijt raakt, en  dagelijks met je product aanwezig zijn. Zeker in  ons geval, omdat we ons met ons concept Queen of Flowers onderscheiden van anonieme azalea’s  om een meerwaarde te creëren.’ ‘Intussen kennen de meeste veilingmeesters  en klanten van Flora Holland ons. Als lid van de  coöperatie betalen we ook een bijdrage en krij-

gen we betalingszekerheid, wat niet onbelangrijk is in deze tijden van fi nanciële problemen.  In België heb je geen gelijkaardige veiling en er  nu nog een oprichten is onnodig. In deze tijden  van internationale samenwerking is het maar een  kleine moeite om naar Nederland te rijden voor  de grootste veiling van planten en snijbloemen  ter wereld. Je ziet ook bij groente- en fruitveilingen dat er meer en meer over de grenzen heen  wordt nagedacht. Er wordt wel over gedacht om  de coöperatie meer af te schermen voor gastzenders en daar ben ik eigenlijk wel voorstander  van. Wie alleen sporadisch iets bijdraagt hoeft  niet dezelfde voordelen te hebben als de structurele partners.’ ‘Naast de klokverkoop en verkoop via bemiddeling op de veiling maken we ook deel uit van 

Comfort Plant. Samen met een 35-tal telers hebben we 4 verkopers in dienst om onze producten  onder de aandacht en aan de man te brengen.  Ook die leveringen rekenen we af binnen Flora  Holland.  Zelfs  in  een  kleinschalige  coöperatie  zoals  Comfort Plant, merk ik dat we op commercieel  vlak nog heel wat kunnen opsteken van de Nederlanders. Belgische telers zijn nog te weinig met het commerciële luik bezig. Ik wil zeker  niet beweren dat onze weg de beste is voor alle  bedrijven. Niet in de sierteelt en niet in andere  sectoren. Wie op volume en op prijs wil spelen  mag gerust rechtstreeks afspraken maken met  de grootdistributie. Als je maar weet waarom je  kiest voor de ene of de andere vorm van commercialisatie.’


27

Tony Demuynck, levert kamerplanten o.a. rechtstreeks aan de grootdistributie ‘Wij verkopen een deel van onze planten rechtstreeks aan de grootdistributie, en een deel via  cash & carries en zelfopgerichte afzetcoöperaties,  maar zien de rechtstreekse leveringen eerder als  noodzaak dan als structurele oplossing. Ik zou liever goed werkende vermarktingsstructuren hebben waarbij wij een betere prijs krijgen en de tussenhandel een toegevoegde waarde kan creëren. Wij kweken kalanchoë en orchideeën,  bulkproducten die ook in Nederland veel voorkomen. Dus moeten we opboksen tegen de Nederlanders en proberen we door rechtstreeks te  leveren de prijs te drukken. We leveren trouwens  alleen onze planten, het is niet de bedoeling om  handelaar te spelen. Maar als een handelaar geen  meerwaarde biedt, bijvoorbeeld door een gevarieerd assortiment op een Deense kar aan te bieden, heeft een omweg weinig zin.’

‘Tien jaar geleden geloofde ik nog in de oprichting  van een grote Vlaamse coöperatie, nu niet meer.  De veilingswereld wordt internationaler en de afstand tot Nederland is niet groot. Ik geloof wel in  samenwerking op kleinere schaal, bijvoorbeeld  op het vlak van marketing, kwaliteitsverbetering,  of het organiseren van dagtransport met enkele  collega’s. Door onze schaalgrootte zijn wij ook bij  Flora Holland in Nederland een gekende speler.  Wie zich puur op de Belgische markt richt, moet  op kleinere aantallen mikken en meerdere producten aanbieden. Dat kan ook, maar het nadeel  is dat je arbeidsfl ow minder effi ciënt is. Het klopt  ook dat inkopers niet zitten te wachten om met  een kleine kweker afspraken te maken. Het is zeker niet evident, maar sommige ketens doen het  wel, bij andere gaan we via een exporteur die we  goed kennen.’

‘In het verleden heeft de sierteelt te weinig aandacht gehad voor de vermarkting. Als de planten  maar van den hof zijn, redeneerde men toen. Wij  zijn altijd vragende partij geweest voor een goede  samenwerking met de handel, voor meer feedback  en transparantie. We moeten het vooral hebben  van herhaalaankopen. Dus willen we meedenken  over hoe we onze producten op een mooie manier in de rekken kunnen zetten, over hoe onze  productkennis tot in de marketing kan doordringen. Dat is zeker iets dat ook voor andere land- en  tuinbouwsectoren wel interessant is. Maar zoals  gezegd ontbreken bij ons de structuren daarvoor.  Misschien moeten we bepaalde zaken wel op Europees niveau organiseren, zoals bepaalde marketingacties die nu door VLAM worden gedaan. Ik  denk dat we sowieso, en niet alleen in de sierteelt,  naar effi ciëntere structuren evolueren.’

Alain De Cuyper, levert potplanten via telersvereniging Speciale ‘Ons bedrijf ID’FLor is sinds 2006 lid van Speciale,  een  samenwerkingsverband  van  10  toonaangevende Belgische sierteeltbedrijven. Wij stappen  samen naar groothandelaars en organiseren onze  leveringen en logistiek samen. Dat levert efficiëntiewinst op en, zeker als je het totaalplaatje bekijkt, betere prijzen. In de potplanten wordt vaak  een deel aan één afnemer verkocht, terwijl de rest  naar de veiling gaat of wordt doorgekweekt. Bij  ons is vooral dat aandeel veel kleiner. We weten  soms zelfs bijna een jaar op voorhand wat we aan  wie gaan leveren. Rechtstreeks afspreken met de  grootdistributie is voor ons niet aan de orde. Voor  een inkoper maken sierplanten meestal maar 2 %  van zijn portefeuille uit, naast groenten en fruit.  Dan praat je liever met een groothandelaar die  door ons bediend wordt dan met enkele siertelers.’

‘Ik geloof sterk in telersverenigingen om je marktmacht te vergroten. In Nederland kan ik zeker een  twintigtal groepen opnoemen die elk vanuit een  eigen  idee  samenwerken.  Soms  gaat  het  over  inkoop, soms over verkoop, logistiek, kennisuitwisseling, promotie, noem maar op. In België is  Speciale een van de eerste verenigingen. Intussen  is er in beperkte mate navolging en we krijgen ook  geregeld vragen om tot Speciale toe te treden.  Die aanvragen bekijken we altijd met de huidige  leden, om te bekijken of het bedrijf in kwestie ons  als groep kan versterken. De belangrijkste reden  voor mij was om toe te treden tot Speciale dat ik  alleen te weinig voeling met de markt had. Als  Speciale-lid sta je sterker op het vlak van marktinfo, klantencontacten, productontwikkeling enzovoort.’

‘Telersverenigingen zijn ook voor andere sectoren – groenten en fruit, snijbloemen, boomkwekerij enz. – interessant om betere prijzen af te dwingen of je rentabiliteit te verhogen. Je leert  altijd van elkaar en samen kun je een beter aanbod in de markt zetten. Voorwaarde is wel dat je  niet op je eiland werkt. Je moet ook met een paar  mensen dezelfde reden vinden om samen te werken. Er zijn altijd tegenstellingen, maar wij vinden  dat onze grootste concurrentie uit het buitenland  komt. Ook praktisch moet het lukken. Ik kan me  voorstellen dat iemand uit  Ardooie niet snel met  iemand uit Genk een groep zal oprichten. Het kost  ook tijd en moeite. We zien Speciale zelf altijd als  het elfde bedrijf in de groep, want zo wordt het  ook gerund. Maar als je denkt aan wat het oplevert, mogen dat geen belemmeringen zijn.’


MELKEN EN KOELEN Ons vak - Uw voorsprong

Melkkwaliteit, daar gaat het uiteindelijk om...

Fullwood-Packo Regio West- Oost Vlaanderen en Vl. Brabant: Contact: 0479/36.24.40 Regio Antwerpen - Limburg: Contact: 0476/65.16.55

www.fullwood-packo.be P509285

Afgiftekantoor Gent X Landgenoten 23 Tijdschrift-kwartaalblad Kwartaal 3, 2010

België-Belgique 9099 Gent X bc 10292

V.u. Dirk Lips, p.a. Vilt Koning Albert II-laan 35, 1030 Brussel


Landgenoten Herfst 2010