De Toneelbijbel

Page 1


Een uitgave van gelovenleren.net 2017


INHOUD VERANTWOORDING..........................................................................................5 AANGRIJPENDE VERHALEN UIT HET EVANGELIE GETROUW VORMGEGEVEN IN DIALOGEN....................................................................................................... 5 HET GEBOORTEVERHAAL..................................................................................7 DE AANKONDIGING VAN DE GEBOORTE VAN JOHANNES DE DOPER..............7 DE AANKONDIGING VAN DE GEBOORTE VAN JEZUS EN HET BEZOEK AAN ELISABET.............................................................................................................. 9 DE GEBOORTE VAN JOHANNES DE DOPER......................................................13 DE GEBOORTE VAN JEZUS................................................................................15 DE OPDRACHT VAN JEZUS IN DE TEMPEL........................................................18 DE WIJZEN UIT HET OOSTEN...........................................................................20 MARIA EN JOZEF VINDEN JEZUS IN DE TEMPEL..............................................23 HET DOOPSEL VAN JEZUS...............................................................................24 DE BEKORING VAN JEZUS...............................................................................30 DE LEERLINGEN VAN JOHANNES....................................................................33 JEZUS EN DE SAMARITAANSE VROUW............................................................38 DE KNECHT VAN DE HONDERDMAN...............................................................42 STORM OP HET MEER EN GENEZING VAN EEN BEZETENE............................45 JEZUS EN DE OVERSPELIGE VROUW..............................................................49 DE VERLOREN ZOON.......................................................................................51 DE PARABEL VAN LAZARUS EN DE RIJKE MAN................................................54 HET KONINKRIJK GODS..................................................................................55 DE TALENTEN...................................................................................................62 DE OPWEKKING VAN LAZARUS.......................................................................66 DE GEDAANTEVERANDERING.........................................................................69 HET LIJDEN EN STERVEN VAN ONZE HEER JEZUS CHRISTUS.......................73 MET HET OOG OP ZIJN BEGRAFENIS — COMPLOT TEGEN JEZUS.................73


VOORBEREIDING VAN HET PAASMAAL — VOETWASSING — LAATSTE AVONDMAAL....................................................................................................... 75 ZE ZULLEN ALLEMAAL TEN VAL KOMEN — IN GETSEMANE — ARRESTATIE VAN JEZUS.................................................................................................................. 78 VERLOOCHENING DOOR PETRUS — VERHOOR DOOR DE HOGEPRIESTER. .83 VOOR PILATUS — BESPOTTING EN KRUISIGING.............................................86 DE DOOD VAN JEZUS — BEGRAFENIS VAN JEZUS............................................93 DE VERRIJZENIS VAN JEZUS............................................................................97 HET LEGE GRAF................................................................................................. 97 DE EMMAÜSGANGERS EN DE ONGELOVIGE THOMAS..................................102 DE BELOFTE VAN PETRUS EN DE HEMELVAART.............................................106


VERANTWOORDING

AANGRIJPENDE VERHALEN UIT HET EVANGELIE GETROUW VORMGEGEVEN IN DIALOGEN 100 procent De evangelisten hanteren een dramatische bijbelgetrouw! schrijfstijl. Dat wil niet zeggen dat ze sensatie zoeken, want zelfs het diepste lijden of de grootste wonderen worden met dezelfde zakelijkheid benaderd. Wel is het Evangelie doorspekt met dialogen, zodat het haast een woordelijk verslag lijkt. Op basis van een synopsis van de Evangeliën, worden in dit boek de verhalen van de bijbel op een getrouwe manier als toneelscript gepresenteerd. Het verrast hoe met deze eenvoudige ingreep het drama zich nog meer geladen voltrekt. Elk vers in dit boek gaat vergezeld van een verwijzing naar het oorspronkelijke bijbelvers. Trek het zelf maar na! Een andere Voorlezen uit de Bijbel aan kinderen kan dankbaar manier van zijn, maar je moet het een beetje op hun niveau bijbellezen brengen. Niet dat je teksten en verhalen moet vereenvoudigen, of er ‘leuke’ dingen bij moet fantaseren, tot er van het origineel niets meer overblijft, want dat je een kind niet zou mogen uitdagen, is een absurd idee. Als er een moeilijk woord of een rare wending in het verhaal komt, dan leg je het gewoon uit, toch? Je kind kan er wat van opsteken, en jij ook! En dat je sommige dingen niet kan uitleggen, dat hoort er ook bij. Mysterie, weet je wel? Kinderen kunnen daar nogal goed mee overweg. Een verhaal op het niveau van een kind brengen, betekent de inleving verhogen. Dat kan door te lezen met voldoende intonatie, maar beter nog, door een rollenspel van te maken. Het is niet de bedoeling dat de stukken gebracht worden als een toneel, helemaal van buiten gestudeerd en voor een

5


publiek. Het is al heel bruikbaar als je gewoon de rollen verdeelt en iedereen zijn stuk laat lezen, eventueel met een beetje kostumering en enkele rekwisieten, ’s avonds thuis voor het slapengaan, in plaats van een sprookje, of in de klas of tijdens de catechese. Synopsis van de Als de evangelisten het leven van Christus Evangeliën beschrijven, doen ze dat vol vuur. Ze halen elk eigen herinneringen naar boven over specifieke details of over personen die er volgens hen een belangrijke rol in spelen. Daarom lijkt het soms alsof er veel tegenstrijdigheden in de Evangeliën zitten, maar het omgekeerde is waar: in de verscheidenheid van de vertellingen kan je de volle werkelijkheid van Christus’ levensverhaal ontdekken. De Toneelbijbel is gebaseerd op een synopsis van de verhalen die in verschillende Evangeliën met telkens andere details verteld worden. Zo krijg je een nieuwe versie van het verhaal met alle details die de verschillende evangelisten konden oprakelen. Ik heb dat geleerd van paus Benedictus XVI, die deed dat ook in zijn Jezustrilogie. Ik weet wel dat het haar van historisch-kritische exegeten nu overeind gaat staan, maar dat trek ik me niet aan. Bronnen De bijbelteksten in dit boek zijn ontleend aan verschillende bijbelvertalingen: de Willibrordvertaling, de Nieuwe Bijbelvertaling en de Petrus Canisiusvertaling. Die laatste dateert uit 1939 en hanteert een ietwat verouderde schrijfstijl, maar dat past wel voor tekst die bijna twee eeuwen oud is. Rolverdeling voor spelers met tekst Rolverdeling voor figuranten Locatie waar het toneel zich afspeelt

6


HET GEBOORTEVERHAAL Synopsis van de Evangeliën volgens Matteüs en Lucas DE AANKONDIGING VAN DE GEBOORTE VAN JOHANNES DE DOPER 4

Verteller, Gabriël, Zacharias, Elisabet De tempel

Verteller Zacharias is een priester en zijn vrouw is Elisabet. Ze zijn rechtvaardig in Gods ogen en leiden een onberispelijk leven, geheel volgens de geboden en voorschriften van de Heer. Zij hebben geen kinderen, want Elisabet is onvruchtbaar, en beiden zijn ze al op jaren. Zacharias gaat zijn tempeldienst vervullen. Tijdens het offer staat heel het volk buiten te bidden. Verteller Zacharias gaat het heiligdom van de Heer binnen om het reukoffer te brengen. Een engel verschijnt en Zacharias beeft van angst. Gabriël Schrik niet, Zacharias, want uw gebed is verhoord; uw vrouw Elisabet zal u een zoon baren, die u de naam Johannes moet geven. Hij zal u vreugde en blijdschap brengen. Om zijn geboorte zullen zich velen verheugen, want hij zal groot zijn in de ogen van de Heer. Wijn en sterke drank zal hij niet drinken, met heilige Geest zal hij vervuld worden, al in de schoot van zijn moeder. Vele Israëlieten zal hij bekeren tot de Heer hun God. Hij zal voor Hem uit gaan in de geest en de kracht van Elia, om het hart van de vaders te keren naar de kinderen, en ongehoorzamen tot de houding van rechtvaardigen, en zo voor de Heer een volk in gereedheid te brengen.

7

Lc 1:5-7

Lc 1:8-10

Lc 1:8-10 Lc 1:11-12

Lc 1:13-17


Zacharias Hoe kan ik daar zeker van zijn? Ik ben een oude man en mijn vrouw is al op jaren. GabriĂŤl Ik ben GabriĂŤl, die God terzijde staat. Ik ben gezonden om met u te spreken en u dit heuglijke nieuws te brengen. Maar u zult zwijgen en niet kunnen spreken tot de dag waarop dit gebeurt, omdat u mijn woorden niet hebt geloofd; maar die zullen op hun tijd in vervulling gaan. De engel verdwijnt. Zacharias gaat naar buiten en hij maakt gebaren naar de mensen en blijft stom. Zodra zijn tempeldienst is afgelopen, gaat hij naar huis.

Lc 1:18

Lc 1:19-20

Lc 1:21-23

Het huis van Zacharias en Elisabet Elisabet merkt dat ze zwanger is.

8

Lc 1:24


Verteller Niet lang daarna werd zijn vrouw Elisabet zwanger. Zij hield zich vijf maanden lang verborgen.

Lc 1:24

Elisabet Dit heeft de Heer voor mij gedaan, toen Hij zich mijn lot aantrok en mijn smaad onder de mensen wegnam.

Lc 1:25

DE AANKONDIGING VAN DE GEBOORTE VAN JEZUS EN HET BEZOEK AAN ELISABET 4

Verteller, Gabriël, Maria, Elisabet

1

Jozef Het huis van Jozef en Maria

Verteller In de zesde maand werd de engel Gabriël door God gezonden naar een stad in Galilea, met de naam Nazaret, naar een maagd die verloofd was met een man genaamd Jozef, die uit het huis van David stamde; haar naam was Maria. De engel treedt bij haar binnen.

Lc 1:26-27 Lc 1:28

Gabriël Wees gegroet, Maria, vol van genade, de Heer is met u.

Lc 1:28

Maria raakt geheel in verwarring door wat hij zegt en vraagt zich af wat deze begroeting te betekenen heeft.

Lc 1:29

Gabriël Schrik niet, Maria, u hebt genade gevonden bij God. U zult zwanger worden en een zoon baren, die u de naam Jezus moet geven. Hij zal een groot man zijn, en Zoon van de Allerhoogste worden genoemd. God, de Heer, zal Hem de troon van zijn vader David geven. Hij zal eeuwig koning zijn over het huis van Jakob, en aan zijn koningschap zal geen einde komen.

9

Lc 1:30-33


The Annunciation (Henry Ossawa Tanner, 1898, Philadelphia Museum of Art)

Maria Maar hoe moet dat dan? Ik heb geen omgang met een man. GabriĂŤl Heilige Geest zal op u komen en kracht van de Allerhoogste zal u overdekken. Daarom zal het kind heilig genoemd worden, Zoon van God. Bovendien, ook Elisabet, uw verwante, is op haar oude dag zwanger van een zoon; zij werd onvruchtbaar genoemd, maar zij is al in haar zesde maand. Want voor God is niets onmogelijk. Maria Ik ben de dienares van de Heer; laat met mij gebeuren wat u gezegd hebt. Toen ging de engel van haar weg, en Maria vertrekt naar Elisabet.

Lc 1:24

Lc 1:35-37

Lc 1:38

Lc 1:39

Het huis van Zacharias en Elisabet Verteller Na enkele dagen vertrok Maria met spoed naar het bergland, naar een stad van Juda. Zij ging het huis van Zacharias binnen, en begroette Elisabet. Meteen toen Elisabet de begroeting van Maria hoorde, sprong het kind op in haar schoot. Elisabet werd

10

Lc 1:40-41


vervuld met heilige Geest.

The Visitation of Elizabeth by Mary (Brigid Marlin, 2005, Š Brigid Marlin)

Elisabet Gezegend zijt gij boven alle vrouwen, en gezegend is de vrucht van uw lichaam. Waar heb ik het aan te danken dat de moeder van mijn Heer bij mij komt? Op het moment dat je groet mij in de oren klonk, sprong het kind van blijdschap op in mijn schoot. Gelukkige vrouw, zij die gelooft! Wat haar namens de Heer is gezegd, zal in vervulling gaan. Maria

Lc 1:42-45 Lc 1:46-55 Lofzang van Maria

11


Aan mij heeft Hij wond’ren gedaan, de machtige God, zijn naam is heilig! Hij schenkt zijn genade in iedere tijd aan de mensen die Hem vrezen. Hij toonde de kracht van zijn arm, de machtige heersers slaat Hij uiteen; de machthebbers haalt Hij omlaag van hun troon; de eenvoudigen brengt Hij tot aanzien. Wie hongeren geeft Hij overvloed. maar rijken gaan heen met lege handen. Hij trekt zich zijn dienaar Israël aan, zijn grote erbarming indachtig. Het huis van Jozef en Maria Maria vertrekt terug naar Nazaret, waar Jozef ondertussen in een droom het bezoek krijgt van een engel. Verteller Maria bleef ongeveer drie maanden bij haar; toen keerde ze naar huis terug. Jozef, haar man, was een rechtvaardige. Omdat hij haar niet in opspraak wilde brengen, kwam hij op de gedachte om in stilte van haar te scheiden. Gabriël Jozef, zoon van David, wees niet bang uw vrouw Maria bij u te nemen, want wat bij haar tot leven is gewekt, is van de Heilige Geest. Ze zal een zoon krijgen en u moet Hem de naam Jezus geven, want Hij is degene die zijn volk zal redden uit hun zonden. Verteller Dit alles is geschied, opdat vervuld zou worden wat de Heer gesproken heeft door de profeet, die zegt: “Zie, de maagd zal zwanger worden en een zoon ter

12

Lc 1:56 Mt 1:19

Mt 1:20-21 Mt 1:22-24


wereld brengen en men zal Hem de naam Immanuël geven.” Dat is in vertaling: “God met ons.” Ontwaakt uit de slaap deed Jozef zoals de engel van de Heer hem bevolen had en nam zijn vrouw tot zich. Toch had hij geen gemeenschap met haar, totdat zij een zoon ter wereld bracht; en hij noemde Hem Jezus. DE GEBOORTE VAN JOHANNES DE DOPER 4

Verteller, Elisabet, Familie en buren, Zacharias Het huis van Zacharias en Elisabet

Verteller Voor Elisabet was de tijd gekomen dat ze moest bevallen, en ze baarde een zoon. Haar buren en haar familie hoorden hoe barmhartig de Heer voor haar was geweest, en ze deelden in haar vreugde. Een week later kwamen ze het kind besnijden, en ze wilden hem de naam van zijn vader Zacharias geven. Elisabet Nee, hij moet Johannes genoemd worden. Familie en Die naam komt in de familie toch niet voor. buren Zacharias, u bent zijn vader, hoe wilt u hem noemen? Verteller De familieleden wenken Zacharias en vragen hoe hij hem wilt noemen. Hij vraagt om een schrijftafeltje en schrijft daarop: Zijn naam is Johannes. En iedereen is verbaasd. Maar op hetzelfde moment kan hij zijn mond en zijn tong weer bewegen, en hij prijst God.

13

Lc 1:57-59 Lc 1:60

Lc 1:61

Lc 1:62-64 Lc 1:67


Zacharias en Elisabet, (Kees de Kort, Š Kees de Kort) Lc 1:68-79 Lofzang van Zacharias

Zacharias

14


Verteller De hele buurt werd door ontzag bevangen, en in heel het bergland van Judea werd dit alles druk besproken. Het hield allen die ervan hoorden bezig. Familie en Wat zal er wel niet worden van dit kind? buren Verteller De jongen groeide op en werd steeds sterker door de Geest; hij verbleef in eenzame streken tot de dag waarop hij zich aan IsraĂŤl vertoonde.

Lc 1:65

Lc 1:66

Lc 1:80

DE GEBOORTE VAN JEZUS 3

Verteller, Engelen, Herders

4

Jozef, Maria (met baby Jezus) De schapenweide Herders houden 's nachts de wacht bij hun kudde.

Verteller In die dagen vaardigt keizer Augustus een decreet uit dat de hele wereld zich moet laten registreren. Allen gaan weg om zich te laten inschrijven, ieder in zijn eigen stad. Zo ook Jozef; hij gaat van de stad Nazaret in Galilea naar Judea, naar de stad van David, Betlehem genaamd, omdat hij uit het huis van David stamt, om zich te laten inschrijven, samen met Maria, zijn verloofde, die zwanger is. Terwijl ze daar zijn komt voor haar de tijd dat ze moet bevallen, en ze baart een zoon, haar eerstgeborene; ze wikkelt Hem in doeken en legt Hem in een voerbak, omdat er geen plaats voor hen is in het gastenverblijf.

15

Lc 2:8

Lc 2:1-7


Een engel verschijnt aan de herders en laat hen schrikken. Engel Schrik niet, want ik heb een goede boodschap voor u, een grote vreugde voor het hele volk. Vandaag is in de stad van David uw redder geboren; Hij is de Messias, de Heer. Dit is het teken voor u: u zult een kind vinden dat in doeken is gewikkeld en in een voerbak ligt.

Lc 2:9

Lc 2:10-12

Plotseling was er bij de engel een heel leger uit de hemel.

Lc 2:13

De engelen gaan weg naar de Hemel.

Lc 2:14

Herders Kom, we gaan naar Betlehem om te zien wat er is gebeurd en ons door de Heer is bekendgemaakt.

Lc 2:15

Engelenkoor

16


The Shepards Hurry to the Manger (David Adams, 2006, Š David Adams)

De herders vertrekken naar Betlehem. De stal in Betlehem Verteller Haastig gaan ze erheen en vinden Maria en Jozef, en het kind dat in de voerbak ligt. Wanneer ze het zien, maken ze bekend wat hun over dit kind is gezegd. Allen die het horen staan verbaasd over wat hun door de herders wordt gezegd. Maria bewaart dit alles in haar hart en denkt erover na.

Lc 2:16-19

De herders keren terug naar hun kudde. Verteller De herders verheerlijken en loven God om alles wat zij hebben gehoord en gezien; het kwam overeen met wat hun was gezegd.

Lc 2:20

De plaats van de besnijdenis Verteller Het kind moet besneden worden, en krijgt de naam Jezus, die door de engel was genoemd voordat Hij in de moederschoot werd ontvangen.

17

Lc 2:21


DE OPDRACHT VAN JEZUS IN DE TEMPEL 3

Verteller, Heilige Geest, Simeon (en Hanna)

2

Jozef, Maria (met baby Jezus) De tempel Jozef en Maria gaan met Jezus naar de tempel in Jeruzalem.

Verteller Toen de tijd gekomen was dat zij zich volgens de wet van Mozes moesten reinigen, brachten ze Jezus naar Jeruzalem om Hem aan te bieden aan de Heer, zoals in de wet van de Heer geschreven staat: Al het mannelijke dat de moederschoot opent, zal de Heer worden toegewijd, en om een offer te brengen, volgens de wet van de Heer: een koppel tortels of twee jonge duiven. Daar in Jeruzalem woonde een zekere Simeon; het was een rechtvaardige en vrome man; hij verwachtte de vertroosting van IsraĂŤl en op hem rustte heilige Geest. Heilige Geest Gij zult de dood niet zien voordat gij de Messias van de Heer hebt gezien. Verteller Door de Geest geleid gaat Simeon naar de tempel, terwijl Jozef en Maria het kind Jezus binnenbrengen om met Hem te doen wat volgens de wet gebruikelijk is.

Lc 2:22-25

Lc 2:26

Lc 2:27-28

Simeon neemt Jezus in zijn armen. Verteller Ook was daar de profetes Hanna. Ze was hoogbejaard; ze was altijd in de tempel en diende God dag en nacht met vasten en bidden. Simeon (en Nu, Meester, laat U, zoals U gezegd hebt, uw knecht Hanna) in vrede gaan; want mijn ogen hebben uw heil gezien, dat U ten aanschouwen van alle volken hebt toebereid, een licht dat een openbaring zal zijn voor de heidenen en een glorie voor uw volk IsraĂŤl.

18

Lc 2:36-37

Lc 2:29-32


Simeon en Anna (Jan van't Hoff, © Jan van't Hoff)

Verteller Jozef en Maria staan verbaasd over wat er van Jezus gezegd wordt. Simeon zegent hen. Simeon Deze jongen zal velen in Israël ten val brengen of laten opstaan. Hij zal een omstreden teken zijn – ook door uw ziel zal een zwaard gaan – en zo zal onthuld worden wat er in veler harten omgaat.

Lc 2:33

Lc 2:34-35

Het huis in Nazaret Jozef en Maria gaan met Jezus terug naar Nazaret. Verteller Als zij alles hebben gedaan wat de wet van de Heer bepaalt, keren ze terug naar Galilea, naar hun woonplaats Nazaret. De jongen groeit op en wordt steeds sterker, omdat Hij vervuld wordt van wijsheid en door God rijkelijk wordt begunstigd.

19

Lc 2:39

Lc 2:39-40


DE WIJZEN UIT HET OOSTEN 6

Verteller, Magiërs, Herodes, hogepriesters en schriftgeleerden, Engel, Jozef

2

Maria en Jezus Paleis van koning Herodes in Jeruzalem De magiërs komen in Jeruzalem aan, voor het paleis van Herodes.

Verteller Toen Jezus geboren was in Betlehem in Judea, ten tijde van koning Herodes, kwamen er uit het Oosten magiërs in Jeruzalem aan.

Mt 2:1

Magiërs Waar is de pasgeboren koning van de Joden? Want wij hebben zijn ster zien opkomen en wij zijn gekomen om Hem te huldigen.

Mt 2:2

Verteller Toen koning Herodes hiervan hoorde, schrok hij, en heel Jeruzalem met hem.

Mt 2:3

Herodes Wat!? Ik roep alle hogepriesters en schriftgeleerden van het volk samen en wil van hen weten waar de Messias geboren zou worden!

Mt 2:4

Hogepriesters In Betlehem in Judea. Want zo staat het geschreven en bij de profeet: Betlehem, land van Juda, u bent schriftgeleerden zeker niet de minste onder de leiders van Juda, want uit u zal een leider voortkomen, die herder zal zijn van mijn volk Israël.

Mt 2:5-6

Herodes Ik roep de magiërs bij mij! (Tot de magiërs) Wat is de tijd waarop de ster verschenen is? Ga naar Betlehem en stel een nauwkeurig onderzoek in naar het kind. Wanneer u het gevonden hebt, laat het mij dan weten; dan kan ook ik het gaan huldigen. Toen ze de koning aanhoord hadden, gingen ze weg. Verteller Opeens ging de ster die ze hadden zien opkomen

20

Mt 2:7-9 Mt 2:10


voor hen uit, tot ze bleef staan boven de plaats waar het kind was. Magiërs Gelukkig dat we de ster zien! Verteller Ze gingen het huis binnen en zagen het kind met zijn moeder Maria. Ze vielen op hun knieën en huldigden het. Magiërs Wij offeren het kind goud, wierook en mirre!

Mt 2:10

Mt 2:11 Mt 2:11

Adoration of the Magi (Daniel Mitsui, © Daniel Mitsui)

Een engel verschijnt aan de Magiërs en aan Jozef in een droom.

Mt 2:12-13

Engel (tot de Magiërs) Keer niet naar Herodes terug! (tot Jozef) Sta op, neem het kind en zijn moeder mee en vlucht naar Egypte, en blijf daar tot ik u waarschuw. Want Herodes staat het kind naar het

21

Mt 2:12-13


leven. Magiërs Wij vertrekken en gaan langs een andere weg naar ons land terug. Jozef Maria, wij staan op en nemen nog deze nacht met het kind de wijk naar Egypte, en blijven daar tot de dood van Herodes.

Mt 2:12

Mt 2:14

Verteller Ze werd vervuld wat door de Heer bij monde van de profeet gezegd is: Uit Egypte heb Ik mijn Zoon geroepen. Herodes wordt woedend. Het volk jammert. Herodes De magiërs hebben mij misleid! Laat in Betlehem en heel de omgeving alle jongetjes van twee jaar en jonger ombrengen!

Mt 2:15

Mt 2:16

Verteller Zo werd vervuld wat bij monde van de profeet Jeremia gezegd is: In Rama werd een stem gehoord, een hevig gejammer en geklaag. Rachel jammert om haar kinderen, en ze wil niet getroost worden, want ze zijn er niet meer. Een hele tijd later sterft Herodes. Een engel verschijnt aan Jozef in een droom.

Mt 2:17-18

Een engel verschijnt aan Jozef in een droom.

Mt 2:19

Engel Sta op, ga met het kind en zijn moeder naar het land Israël, want zij die het kind naar het leven stonden, zijn dood. Jozef Maria, wij staan op, nemen het kind mee en gaan naar het land Israël. Ik heb gehoord dat Archelaüs zijn vader Herodes is opgevolgd als koning van Judea, en ben bang om daarheen te gaan. In een droom ben ik gewaarschuwd, en we wijken uit naar het gebied van Galilea, en vestigen ons in de stad Nazaret. Verteller Zo werd vervuld wat bij monde van de profeten gezegd is: Hij zal Nazoreeër genoemd worden.

22

Mt 2:20

Mt 2:21-22

Mt 2:23


MARIA EN JOZEF VINDEN JEZUS IN DE TEMPEL 3

Verteller, Maria, Jezus (12 jaar)

2

Jozef, Priesters Tempel in Jeruzalem Twaalf jaar later. Jozef en Maria gaan met Jezus naar Jeruzalem, naar de Tempel.

Verteller Elk jaar trokken zijn ouders voor het paasfeest naar Jeruzalem. Toen Hij twaalf was geworden gingen ze weer, gewoontegetrouw. Toen de feestdagen voorbij waren en ze naar huis terugkeerden, bleef het kind Jezus in Jeruzalem achter, zonder dat zijn ouders het wisten.

Lc 2:42

Lc 2:42

Jozef en Maria vertrekken terug naar Nazaret.

Lc 2:43

Verteller In de veronderstelling dat Hij zich bij het reisgezelschap bevond, reisden ze een hele dag voordat ze Hem gingen zoeken bij familie en kennissen.

Lc 2:44

Jozef en Maria vinden Jezus niet en keren terug naar Jeruzalem om Hem daar te zoeken.

Lc 2:45

Verteller Maar toen ze Hem niet vonden, keerden ze naar Jeruzalem terug om Hem daar te zoeken. Pas na drie dagen vonden ze Hem in de tempel; Hij zat er midden tussen de rabbi’s, luisterde naar hen en stelde hun vragen. Allen die Hem hoorden, stonden versteld van zijn inzicht en zijn antwoorden. Toen Jozef en Maria Hem daar zagen, waren ze zeer ontdaan.

Lc 2:46-47

Maria Kind, hoe kon je ons dit aandoen? Wat waren je vader en ik ongerust toen we je kwijt waren.

Lc 2:48

Jezus Waarom hebben jullie mij gezocht? Wisten jullie niet dat ik bij mijn Vader moest zijn?

Lc 2:49

23


Jésus 12 ans (Arcabas, Eglise Saint-Hugues, St-Hugues de Chartreuse, © Arcabas)

Verteller Maar zij begrepen deze uitspraak niet. Hij ging met hen mee naar Nazaret, en schikte zich naar hen. Zijn moeder bewaarde alles in haar hart. Jezus werd een wijs en volwassen man, die steeds meer in de gunst kwam bij God en de mensen.

Lc 2:51

Lc 2:50-52

HET DOOPSEL VAN JEZUS Synopsis van de dialogen uit de Evangeliën volgens Matteüs, Marcus, Lucas en Johannes 6

Jesaja, verteller, Johannes, Volk (Priesters en Levieten, Farizeeën en sadduceeën, Dopelingen, Tollenaars, Soldaten), stem uit de Hemel, Jezus Bij de rivier de Jordaan

Jesaja Luister, iemand roept: ‘Bereid de HEER een weg in de woestijn, in het dorre land, een rechte baan voor onze God. Elk dal moet worden opgehoogd, en elke berg en heuvel moet worden afgegraven; oneffen plekken moeten vlak gemaakt worden en ruige gronden worden een

24

Js 40:3-5


vlakte. De heerlijkheid van de HEER zal zich openbaren, en alle mensen zullen haar zien, want de mond van de HEER heeft gesproken.’

A voice in the wilderness (Lorie McCown, 2012, Š Lorie McCown)

Verteller In het vijftiende regeringsjaar van keizer Tiberius, wanneer Pontius Pilatus gouverneur is van Judea, Herodes tetrarch van Galilea, zijn broer Filippus tetrarch van de landstreek Iturea en Trachonitis, Lysanias tetrarch van Abilene, en Annas en Kajafas hogepriester, komt het woord van God tot Johannes, de zoon van Zacharias, in de woestijn. En hij gaat overal in de Jordaanstreek een doop van bekering verkondigen tot vergeving van zonden, Deze Johannes heeft een kleed aan van kameelhaar en draagt een leren gordel om zijn middel. Zijn voedsel bestaat uit sprinkhanen en wilde honing. De Joden hebben uit Jeruzalem priesters en Levieten op hem afgestuurd om hem uit te horen.

25

Lc 3:1-3 Mt 3:4 Joh 1:19


John the Baptist (Jacob Jordaens, Rubenshuis, Antwerpen)

Priesters en Wie bent u? Bent U de Messias? Levieten

Joh 1:19 Lc 3:15

Johannes Ik ben de Messias niet.

Joh 1:20

Priesters en Wie dan wel? Bent u Elia? Levieten

Joh 1:21

Johannes Die ben ik ook niet

Joh 1:21

Priesters en Bent u soms de profeet? Levieten

Joh 1:21

Johannes Nee.

Joh 1:21

Priesters en Wie bent u dan? We willen een antwoord geven aan Levieten degenen die ons gestuurd hebben. Wat zegt u over uzelf? Johannes Ik ben een stem die roept in de woestijn: “Maak recht de weg van de Heer�, zoals de profeet Jesaja

26

Joh 1:22 Joh 1:23


gezegd heeft. Priesters en Maar als u de Messias niet bent en ook Elia niet of Levieten de profeet, waarom doopt u dan?

Joh 1:25

Holy Spirit in Fire

Johannes Ik doop u in water met het oog op bekering. Maar Hij die na mij komt, is krachtiger dan ik. Ik ben te min om Hem zijn sandalen te brengen. Hij zal u dopen in heilige Geest en vuur. Bekeer u, want het koninkrijk der hemelen is ophanden.

Mt 3:11,2

Verteller Heel Judea en alle inwoners van Jeruzalem lopen naar hem uit. Ze laten zich door hem dopen in de rivier de Jordaan, en belijden hun zonden. Hij ziet dat velen uit de kringen van farizeeën en sadduceeën op zijn doop afkomen.

Mc 1:5 Mt 3:7

Johannes Addergebroed, wie heeft u voorgespiegeld dat u de komende toorn kunt ontlopen? Breng liever vrucht voort waaruit bekering blijkt.

Mt 3:7-8

Farizeeën en Wij hebben Abraham als vader! sadduceeën

27

Mt 3:9


Johannes God kan van deze stenen kinderen maken voor Abraham. De bijl ligt al aan de wortel van de bomen. Iedere boom die geen goede vrucht voortbrengt, wordt omgehakt en in het vuur gegooid. De wan heeft Hij al in zijn hand, en Hij zal zijn dorsvloer opruimen; zijn graan zal Hij verzamelen in zijn schuur, maar het kaf verbranden in onblusbaar vuur

Mt 3:10,12

Saint John the Baptist bearing witness (Annibale Carracci, ca. 1600-1602, The Metropolitan Museum of Art, New York)

Dopelingen Wat moeten wij dan doen? Johannes Wie twee stel kleren heeft, moet delen met iemand die niets heeft, en wie te eten heeft, moet hetzelfde doen. Tollenaars Meester, wat moeten wij doen?

Lc 3:10

Lc 3:11 Lc 3:12

Johannes Vorder niet meer dan u is voorgeschreven.

Lc 3:13

Soldaten En wij, wat moeten wij doen?

Lc 3:14

Johannes Pers niemand geld af, ook niet onder valse voorwendsels, maar wees tevreden met uw soldij.

28

Lc 3:14 Mc 1:4


Bekeer u en laat u dopen tot vergeving van zonden! Verteller Jezus komt uit Galilea naar Johannes bij de Jordaan om zich door hem te laten dopen. Johannes probeert Hem tegen te houden. Johannes Ik zou door U gedoopt moeten worden, en U komt naar mij? Jezus Laat nu maar, want zo behoren wij de gerechtigheid volledig te vervullen. Johannes Daar is het lam van God, degene die de zonde van de wereld wegneemt. Hij is het van wie ik zei: “Na mij komt iemand die mijn meerdere is, want vóór mij was Hij er al.” Ikzelf wist niet wie het zou zijn, maar omdat Hij aan Israël moest worden geopenbaard, daarom ben ik komen dopen in water. Het gehele volk laat zich dopen, en zo ook Jezus. Verteller Als Jezus gedoopt is, komt Hij meteen uit het water. En zie, daar opent zich de hemel voor Hem en Hij ziet de Geest van God als een duif neerdalen en op Hem neerkomen. Er komt een stem uit de hemel. Stem uit de Jij bent mijn geliefde Zoon, in wie Ik vreugde vind. Hemel Johannes Ik heb gezien hoe de Geest als een duif uit de hemel neerdaalde en op Hem bleef rusten. Ikzelf wist niet wie het zou zijn, maar Hij die mij gezonden had om te dopen in water, had mij gezegd: “Als je ziet dat de Geest op iemand neerdaalt en op Hem blijft rusten, dan weet je: Hij is degene die doopt in heilige Geest.” Ik heb het gezien, en mijn getuigenis luidt: dit is de Zoon van God.

29

Mt 3:13-14

Mt 3:14

Mt 3:15

Joh 1:29-31 Lc 3:21

Mt 3:16-17

Lc 3:22

Joh 1:32-34


Baptism (Vincent Decourt, © Vincent Decourt)

DE BEKORING VAN JEZUS Synopsis van de dialogen uit de Evangeliën volgens Matteüs, Marcus en Lucas 3

Verteller, Duivel, Jezus Woestijn met stenen op de grond

Verteller Toen werd Jezus door den Geest naar de woestijn geleid, om door den duivel te worden bekoord. En nadat Hij veertig dagen en veertig nachten had gevast, kreeg Hij honger. Duivel Indien Gij Gods Zoon zijt, zeg tot die steen, dat hij brood moet worden.

30

Mt 4:1-2

Lc 4:3


Jezus Er staat geschreven: "De mens zal niet leven van brood alleen".

Lc 4:4 (Deut 8:3)

The Temptation of Christ (James Anderson, 2009, Š James Anderson)

Op het dak van de tempel Verteller Toen voerde de duivel Hem naar de heilige stad, plaatste Hem op het dakterras van de tempel. Duivel Indien Gij Gods Zoon zijt, werp U dan naar beneden. Want er staat geschreven: "Zijn engelen zal Hij over u bevelen, en zij zullen u op de handen dragen, opdat ge aan geen steen uw voet zoudt stoten". Jezus Er staat ook geschreven: "Gij zult den Heer uw God niet beproeven".

Mt 4:5

Mt 4:6 (Ps 91:11-12)

Mt 4:7 (Deut 6:16)

Op een hoge berg Verteller Weer nam de duivel Hem mee naar een zeer hoge berg, en toonde Hem alle koninkrijken der wereld en hun heerlijkheid.

31

Mt 4:8


The Temptation of Christ (Ary Scheffer, 1854, Walker Art Gallery, Liverpool, UK)

Duivel Ik zal U al die macht en de heerlijkheid daarvan geven; want mij zijn ze geschonken, en ik geef ze, wien ik wil. Wanneer Gij mij aanbidt, zal dit alles het uwe zijn. Jezus Ga heen, satan; want er staat geschreven: "Gij zult den Heer uw God aanbidden, en Hem alleen dienen". Verteller Nadat de duivel al zijn bekoringen had uitgeput, verliet hij Hem voor een tijd. Hij vertoefde onder de wilde dieren, en zie, de engelen naderden, en dienden hem.

32

Lc 4:6-7

Mt 4:10 (Deut 6:13-14)

Lc 4:13 Mc 1:13 Mt 4:11


Jésus assisté par les anges (James Tissot, 1886, Brooklyn Museum)

DE LEERLINGEN VAN JOHANNES Synopsis van de evangeliën volgens Matteüs 9 en 11, Marcus 2, Lucas 3, 5 en 7 en Johannes 3 7

Volk, Johannes, leerlingen van Johannes, verteller, stem uit de Hemel, Jezus, schriftgeleerden en Farizeeën

1

Levi (Matteüs) De Jordaan in Ennon bij Salim, waar Johannes doopt

Volk Kan Johannes misschien de Christus zijn? Johannes Ik voor mij doop u met water, maar er komt er Één, die machtiger is dan ik: ik ben niet waardig, zijn schoenriem los te maken. Hij zal u dopen met den Heiligen Geest en met vuur. Hij heeft zijn wan in de hand, en Hij zal zijn dorsvloer zuiveren: de tarwe verzamelen in zijn schuur, maar het kaf verbranden in onuitblusbaar vuur.

33

Joh 3:23 Lc 3:15

Lc 3:16-17


Leerlingen van Rabbi, Hij die met u was aan de overkant van de Johannes Jordaan, en over wien ge getuigenis hebt afgelegd: zie, Hij dient het doopsel toe, en ze gaan allen naar Hem.

Joh 3:26

Johannes Niemand kan beslag op iets leggen, tenzij het hem gegeven is uit de hemel. Gij zelf zijt mijn getuigen, dat ik gezegd heb: Niet ik ben de Christus, maar ik ben Hem vooruit gezonden. Hij die de bruid bezit, is de bruidegom; maar de vriend van den bruidegom, hij staat naar hem te luisteren, en is al zielsverheugd, als hij de stem van den bruidegom hoort. Dit is mijn vreugde, en ze is volkomen; Hij moet groter, maar ik moet kleiner worden. Wie van boven komt, is boven allen. Wie van de aarde is, behoort aan de aarde en spreekt van de aarde. Wie uit de hemel komt, is boven allen, en Hij getuigt wat Hij gezien en gehoord heeft; maar niemand neemt zijn getuigenis aan. — Wie zijn getuigenis aanvaardt, drukt er zijn zegel op, dat God waarachtig is; want Hij, dien God heeft gezonden, spreekt de woorden van God; God immers geeft den Geest zonder maat. De Vader bemint den Zoon, en heeft Hem alles in handen gegeven. — Wie in den Zoon gelooft, heeft het eeuwige leven; maar wie in den Zoon niet gelooft, zal het leven niet zien, maar Gods gramschap blijft op hem liggen.

Joh 3:27-36

Verteller Wanneer nu al het volk zich laat dopen, en ook Jezus gedoopt wordt, gaat eensklaps, terwijl Hij aan het bidden is, de hemel open, en daalt de Heilige Geest in lichamelijke gedaante als een duif op Hem neer

Lc 3:21-22

Stem uit de Gij zijt mijn welbeminde Zoon; in U heb Ik Hemel welbehagen. Verteller Johannes brengt de blijde boodschap aan het volk. Maar wanneer de viervorst Herodes door hem wordt berispt naar aanleiding van Heródias, de vrouw van zijn broer, en over al de misdaden die hij heeft bedreven, voegt Herodes nog dit er aan toe, dat hij Johannes in de kerker sluit.

34

Lc 3:22

Lc 3:18-20


Doopsel van Jezus

Het tolhuis van Kafarnaum Jezus tot Levi Volg Mij!

Mc 2:14

Verteller En hij staat op, laat alles achter, en volgt Hem. Nu richt Levi in zijn huis een groot gastmaal voor Hem aan; en een talrijke menigte van tollenaars en anderen liggen met hen aan tafel aan.

Lc 5:28-29

De roeping van MatteĂźs (Hendrick Ter Brugghen, 1621, Utrecht, Centraal Museum)

In het huis van Levi, samen met vele tollenaars en zondaars Schriftgeleerden Waarom eet uw Meester met tollenaars en zondaars? en FarizeeĂŤn Jezus De gezonden hebben geen geneesheer nodig, wel 35

Mt 9:11 Mt 9:12-13


de zieken. Gaat, en leert wat het zeggen wil: Barmhartigheid wil Ik, en geen offerande. Ik ben niet gekomen, om de rechtvaardigen te roepen, maar wel de zondaars, om ze te bekeren. Schriftgeleerden De leerlingen van Johannes en die der FarizeeĂŤn en FarizeeĂŤn vasten en bidden dikwijls, maar de uwen eten en drinken. Jezus Kunnen de bruiloftsgasten vasten, zolang de bruidegom bij hen is? Zolang ze den bruidegom bij zich hebben, kunnen ze niet vasten. Maar de dagen zullen komen, dat de bruidegom van hen wordt weggenomen; op die dag zullen ze vasten. Niemand zet een lap ongekrompen laken op een oud kleed; anders scheurt het nieuwe stuk van het oude af, en er ontstaat nog groter scheur, terwijl de lap van het nieuwe toch niet bij het oude past. Ook giet niemand nieuwe wijn in oude zakken; anders doet de nieuwe wijn de zakken bersten; de wijn loopt weg, en de zakken gaan verloren. Neen, nieuwe wijn moet men in nieuwe zakken doen. En niemand, die oude wijn heeft te drinken, verlangt naar de nieuwe; want hij zegt: de oude is best. Volk Een groot profeet is onder ons opgestaan; en: God heeft zijn volk bezocht!

Lc 5:32

Lc 5:33

Mc 2:19-21 Lc 5:36-39

Lc 7:16

In de gevangenis

St. John the Baptist in Prison receives Christ's answer (Samuel van Hoogstraten, 1627-1678)

36


Leerlingen van Meester, van Jezus zegt het volk “Een groot profeet Johannes is onder ons opgestaan” en “God heeft zijn volk bezocht!” Johannes Gaat naar de Heer en vraagt: “Zijt Gij het, die komen moet, of moeten we een ander verwachten?”

Lc 7:18

Lc 7:19

Kafarnaum. Verteller Jezus genas velen van ziekten, kwalen en boze geesten, en schonk veel blinden het gezicht terug.

Lc 7:21

Leerlingen van Johannes de Doper heeft ons tot U gezonden met Johannes de vraag: “Zijt Gij het, die komen moet, of moeten we een ander verwachten?”

Lc 7:20

Jezus tot de Gaat en bericht aan Johannes, wat gij gezien en leerlingen van gehoord hebt. Blinden zien en kreupelen gaan, Johannes melaatsen worden gereinigd en doven horen, doden verrijzen en aan armen wordt het evangelie verkondigd. Zalig is hij, die zich aan Mij niet ergert. Verteller De leerlingen van Johannes vertrekken. Jezus tot het Wat zijt gij in de woestijn gaan zien? Een riet, dat volk door de wind wordt bewogen? Neen; wat zijt gij gaan zien? Een mens, in zachte kleren gedost? Zie, die in zachte kleren gedost gaan, zijn in de paleizen der koningen. Waarom zijt ge dan uitgelopen? Om een profeet te zien? Ja, zeg Ik u, en meer dan een profeet. Hij is het, van wien geschreven staat: "Zie, Ik zend mijn gezant voor U uit, Die U de weg zal bereiden." Voorwaar, Ik zeg u: Onder de kinderen der vrouwen is er geen opgestaan, die groter was dan Johannes de Doper; toch is de kleinste in het rijk der hemelen groter dan hij. Van de dagen van Johannes den Doper tot heden toe wordt het rijk der hemelen met geweld bestormd, en de bestormers nemen het weg. Alle profeten en de Wet, tot Johannes toe, hebben het voorzegd; en zo gij het wilt verstaan: hijzelf is de Elias, die komen moet. Wie oren heeft om te horen, hij hore. Doch waarmee zal Ik dit geslacht vergelijken? Het is gelijk aan kinderen, die op de markt zitten, en hun

37

Lc 7:22-23 Lc 7:24 Mt 11:7-19


makkers toeroepen: We hebben voor u op de fluit gespeeld, En gij hebt niet gedanst; We hebben een treurlied gezongen, En gij hebt niet geschreid. Want Johannes kwam; hij at noch dronk, en ze zeggen: Hij is van den duivel bezeten. De Mensenzoon kwam; Hij at en dronk, en ze zeggen: Ziet wat een gulzigaard, wat een wijndrinker, wat een vriend van tollenaars en zondaars. Maar de wijsheid wordt door haar werken gerechtvaardigd.

Life of John the Baptist, dome mosaic c.1240-1310, Baptistery of St. John, Florence.

JEZUS EN DE SAMARITAANSE VROUW uit het evangelie volgens Johannes, hoofdstuk 4 5

Verteller, Jezus, vrouw, leerlingen, Samaritanen Bij de waterput, Jezus en Samaritaanse vrouw

Verteller Jezus was te weten gekomen dat de farizeeën gehoord hadden dat Hij meer leerlingen trok en doopte dan Johannes. – Eigenlijk doopte Jezus niet zelf, maar zijn leerlingen. – Daarom verliet Hij Judea en vertrok Hij weer naar Galilea. Hiervoor moest Hij door Samaria. Zo kwam Hij bij de Samaritaanse stad Sichar, die in de buurt ligt van het stuk grond dat Jakob aan zijn zoon Jozef had gegeven, en waar zich de Jakobsbron bevindt. Jezus, die afgemat was van de tocht, was bij de bron gaan zitten. Het was ongeveer het zesde uur. Zijn leerlingen waren eten gaan kopen in de stad. Een Samaritaanse vrouw kwam water putten. Jezus Geef Mij wat te drinken.

Joh 4:1-8 Joh 4:8

38


Vrouw Hoe kunt U als Jood te drinken vragen aan mij, een Samaritaanse?

Joh 4:9

Jezus & The Samaritan Woman (He Qi, 2001, Š He Qi)

Jezus Als u de gave van God kende, als u wist wie het is die tegen u zegt: geef Mij te drinken, dan had u Hem erom gevraagd en Hij had u levend water gegeven. Vrouw Maar heer, U hebt niet eens een emmer en het is een diepe put. Waar wilt U dat levende water dan vandaan halen? Of bent u soms groter dan onze vader Jakob, die ons de put heeft nagelaten en er zelf uit gedronken heeft, evenals zijn kinderen en zijn kudden? Jezus Iedereen die drinkt van dit water, krijgt weer dorst, maar wie drinkt van het water dat Ik hem zal geven, krijgt in eeuwigheid geen dorst meer; integendeel: het water dat Ik hem zal geven, zal in hem opborrelen als een bron van eeuwig leven. Vrouw Heer, geef mij van dat water, dan zal ik geen dorst meer hebben en hoef ik hier niet telkens te komen putten.

39

Joh 4:10

Joh 4:11-12

Joh 4:13-14

Joh 4:15


Christus und die Samariterin am Brunnen (Christ and the Samaritan woman at the well), Angelica Kauffman, 1796, Neue Pinakothek, Muenchen

Jezus Ga uw man roepen en kom hier terug. Vrouw Ik heb geen man.

Joh 4:16 Joh 4:17

Jezus Dat zegt u terecht, dat u geen man hebt, want u hebt vijf mannen gehad, en die u nu hebt is uw man niet. Wat u daar zegt, is waar.

Joh 4:17-18

Vrouw Heer, ik zie dat U een profeet bent. Onze voorouders hebben op die berg daar God aanbeden, maar volgens jullie is Jeruzalem de plaats waar men moet aanbidden.

Joh 4:19-20

Jezus Geloof Me, er komt een uur dat men niet meer op die berg daar en ook niet in Jeruzalem de Vader zal aanbidden. – Jullie aanbidden wat je niet kent, wij aanbidden wat we wel kennen; de redding komt immers uit de Joden. – Er komt een uur, ja het is er al, dat de ware aanbidders de Vader zullen aanbidden in geest en waarheid: dat zijn de aanbidders waar de Vader naar uitziet. God is geest, en zij die Hem aanbidden, moeten Hem aanbidden in geest en waarheid.

Joh 4:21-24

Vrouw Ja, er komt een messias, dat weet ik. Als die er is, zal Hij ons alles verkondigen. 40

Joh 4:25


Jezus Dat ben Ik, degene die met u spreekt. Verteller Juist op dat moment kwamen zijn leerlingen terug. Het verwonderde hen dat Hij in gesprek was met een vrouw. Toch vroeg geen van hen: ‘Wat wilt U eigenlijk?’ of ‘Wat hebt U met haar te bepraten?’ De vrouw liet haar kruik staan, liep naar de stad.

Joh 4:26

Joh 4:27-28

In de stad, vrouw en andere Samaritanen Vrouw Kom eens kijken, daar is iemand die mij wist te vertellen wat ik allemaal gedaan heb. Zou Hij soms de Messias zijn?

Joh 4:29

Ondertussen bij de waterput Leerlingen Eet toch iets, rabbi!

Joh 4:31

Jezus Ik heb al iets te eten, voedsel dat jullie niet kennen. Leerlingen Zou iemand Hem al eten gebracht hebben? (onder mekaar)

Joh 4:32

Joh 4:33

Verteller Uit die stad waren vele Samaritanen in Hem gaan geloven op grond van het woord van de vrouw die getuigd had. Ze kwamen de stad uit, naar Jezus toe.

Joh 4:39,30

Jezus Mijn voedsel is: de wil doen van Hem die Mij gezonden heeft en het werk volbrengen dat Hij Mij heeft opgedragen. Zeggen jullie niet: Nog vier maanden en dan komt de oogst? Welnu, Ik zeg jullie: kijk eens goed naar de velden, ze staan wit, rijp voor de oogst. Nu al krijgt de maaier zijn loon en verzamelt hij vruchten voor het eeuwig leven; zo kan de zaaier delen in de vreugde van de maaier. Want het gezegde ‘de een zaait en de ander maait’ is waar: Ik heb jullie uitgezonden om een oogst binnen te halen waarvoor je je niet hebt afgemat: anderen hebben zich afgemat en jullie plukken de vruchten van hun werk.

Joh 4:34-38

Samaritanen Blijf bij ons!

Joh 4:40

Verteller Jezus bleef daar twee dagen. En nog veel meer kwamen er tot geloof door zijn woord.

41

Joh 4:40-41


Samaritanen Nu geloven we niet meer op grond van wat jij (tegen de verteld hebt; we hebben Hem zelf gehoord en nu vrouw) weten we: dit is werkelijk de redder van de wereld.

Joh 4:42

DE KNECHT VAN DE HONDERDMAN Synopsis van de evangeliën volgens Matteüs 8 en Lucas 6 en 7 5

Jezus, honderdman, ouderlingen, vrienden van de honderdman, verteller

2

Menigte, knecht van de honderdman De bergvlakte. Jezus beëindigt zijn rede.

Jezus Iedere boom wordt aan zijn vruchten gekend; van doornen plukt men geen vijgen, en van een braambos snijdt men geen druiven. De goede mens brengt het goede voort uit de goede schat van zijn hart; maar de slechte mens brengt uit de slechte schat het slechte voort. Want de mond spreekt, waar het hart vol van is. Waarom noemt gij Mij Heer, Heer; en gij doet niet wat Ik zeg? Wie tot Mij komt en mijn woorden hoort, maar zich er ook naar gedraagt. Ik zal u tonen aan wien hij gelijk is. Hij is gelijk aan een man, die een huis wilde bouwen, die graven en uitdiepen bleef, en de grondslag legde op de rots. Toen er nu een stortvloed kwam, beukte de stroom tegen dit huis; maar hij kon het niet doen wankelen, want het was stevig gebouwd. Maar wie hoort, en er niet naar handelt, is gelijk aan een man, die een huis zonder grondslag bouwde, boven op de grond. De stroom beukte er tegen aan; het huis viel aanstonds in, en werd geheel verwoest.

42

Lc 6:44-49


In het huis van de honderdman Honderdman tot Mijn knecht, aan wie ik zeer gehecht ben, is ziek en de ouderlingen ligt op sterven. Hij ligt thuis verlamd, en lijdt hevige pijnen. Ik heb horen spreken van Jezus. Ga naar hem toe met het verzoek mijn knecht te komen genezen.

43

Mt 8:5 Lc 7:2-3


Nabij Kafarnaüm. Jezus wordt gevolgd door een menigte mensen. Ouderlingen Heer, de knecht van de honderdman, aan wie hij zeer gehecht is, is ziek en ligt op sterven. Hij ligt thuis verlamd, en lijdt hevige pijnen. Wij verzoeken u, om hem te komen genezen. Hij verdient, dat Gij dit voor hem doet; want hij is ons volk genegen, en heeft voor ons de synagoge gebouwd.

Lc 7:4-5

Nabij het huis van de honderdman. Vrienden van de Heer, de honderdman zendt ons met deze honderdman boodschap: Heer, doe geen moeite. Neen, ik ben niet waardig, dat Gij onder mijn dak komt. Daarom ook heb ik me zelf niet waardig geacht, om tot U te komen; maar spreek slechts één woord, en mijn knecht zal genezen. Want ook ik ben een man, die zelf onder gezag ben gesteld, en soldaten onder me heb. En tot den een zeg ik: Ga, en hij gaat; en tot den ander: Kom, en hij komt; en tot mijn knecht: Doe dit, en hij doet het.

Jezus tot de Voorwaar, Ik zeg u: Zo’n groot geloof heb Ik zelfs in menigte Israël niet gevonden. Ik zeg u, dat velen zullen komen van het oosten en het westen, en zullen 44

Lc 7:6-8

Mt 8:10-12


aanzitten in het rijk der hemelen, met Abraham, Isaäk en Jakob; maar dat de kinderen van het rijk zullen worden uitgeworpen naar buiten, de duisternis in; daar zal geween zijn en gekners der tanden. Jezus tot de Ga, en zoals hij geloofd heeft, zo geschiede het vrienden hem. Verteller Bij hun terugkomst thuis vinden de vrienden de knecht gezond.

Mt 8:13

Lc 7:10

STORM OP HET MEER EN GENEZING VAN EEN BEZETENE Synopsis uit de evangeliën volgens Matteüs 8, Marcus 4 en 5 en Lucas 8 5

Verteller, Jezus, schriftgeleerde, leerling(en), Legio Bij de oever van het meer staat een menigte. Jezus en zijn leerlingen zitten in een boot. De avond valt.

45

Mt 8:18 Mc 4:35 Lc 8:22


Christ Asleep During the Tempest (Eugene Delacroix, 1853)

Jezus (aan de Laten we naar de overkant van het meer gaan. leerlingen)

Lc 8:22

Verteller Een schriftgeleerde kwam naar Hem toe.

Mt 8:19

Schriftgeleerde Meester, ik zal U volgen, waar U ook gaat. Jezus De vossen hebben een hol, en de vogels van de hemel een nest, maar de Mensenzoon kan nergens het hoofd neerleggen. Leerling Heer, sta me toe om eerst mijn vader te gaan begraven. Jezus Volg Mij, en laat de doden hun doden begraven. Verteller Ze lieten de mensen achter en namen Hem mee met de boot waarin Hij zat; er waren nog andere boten bij. En er stak een hevige storm op, en de golven sloegen over de boot, zodat die al volliep. Maar Hij lag op het achterdek op een kussen te slapen. Ze maakten Hem wakker Leerlingen Meester, kan het U niet schelen dat wij vergaan?

Mt 8:19

Mt 8:20

Mt 8:21 Mt 8:22

Mc 4:36-38 Mc 4:38

Jezus (aan de Waarom zijn jullie bang, kleingelovigen? leerlingen)

Mt 8:26

Jezus (aan de Wind, zwijg, wees stil! wind)

Mc 4:39

46


Jezus Stills the Storm (Jos Speybrouck)

Jezus (aan de Waar is jullie vertrouwen? leerlingen) Leerlingen (aan Wie is dat toch, dat zelfs wind en water naar zijn mekaar) bevelen luisteren?

Lc 8:25

Lc 8:25

Aan de overkant van het meer, rotsgraven en verderop een troep varkens. Verteller Ze kwamen aan de overkant van het meer in het land van de Gerasenen. Zodra Hij van boord was gegaan, kwam vanuit de rotsgraven meteen iemand Hem tegemoet die in de greep was van een onreine geest. Hij had zijn verblijf in die graven. Zelfs met een ketting kon niemand hem meer vastbinden. Want hij was al vaak met voetboeien en kettingen vastgebonden, maar de kettingen had hij uit elkaar getrokken en de boeien had hij vernield; niemand kon hem bedwingen. Dag en nacht liep hij tussen de graven en op de bergen te brullen en zichzelf

47

Mc 5:1-6


met stenen te beuken. Toen hij Jezus in de verte zag, rende hij op Hem af, viel voor Hem op zijn knieĂŤn. Legio Wat wilt U van ons, Zoon van God? Bent U ons hier voortijdig komen kwellen? Ik bezweer U bij God: doe mij geen pijn.

Mt 8:29 Mc 5:7

Jezus Wat is uw naam?

Mc 5:9

Legio Mijn naam is Legio, want we zijn met velen. We smeken u: stuur ons niet het land uit! Als U ons uitdrijft, stuur ons dan naar die troep varkens.

Mc 5:9-10 Mt 8:31

Jezus Ga maar.

Mt 8:32

L'indemoniato geraseno e i porci

Verteller Ze kwamen eruit en gingen de varkens in. Heel de troep stoof de helling af het meer in, en ze kwamen om in het water. En de varkenshoeders gingen ervandoor en vertelden het in de stad en op het land. De mensen kwamen kijken wat er nu precies gebeurd was. Ze kwamen bij Jezus, en zagen toen de bezetene zitten, gekleed en bij zijn volle verstand, de man die in de macht van Legio was geweest, en ze werden met ontzag vervuld. De hele bevolking van de streek van de Gerasenen vroeg Jezus toen bij hen weg te gaan, want ze waren hevig geschrokken. Terug bij de boot. Jezus stapt in.

48

Mt 8:32 Mc 4:14-15 Lc 8:37 Mc 5:18


Legio Ik smeek U: mag ik met U mee?

Mc 5:18

Jezus Ga naar huis, naar uw familie, en vertel hun wat de Heer voor u gedaan heeft en hoe Hij zich over u heeft ontfermd.

Mc 5:19

Verteller Hij ging weg en begon in de Dekapolis te verkondigen wat Jezus voor hem gedaan had, en allen stonden verbaasd.

Mc 5:20

JEZUS EN DE OVERSPELIGE VROUW uit het evangelie volgens Johannes, hoofdstuk 8 4

Verteller, schriftgeleerden en farizeeĂŤn, Jezus, vrouw Omstaanders In de tempel

Verteller In de vroegte was Jezus alweer in de tempel en heel het volk stroomde naar Hem toe. Hij ging zitten en onderrichtte hen. Nu kwamen de schriftgeleerden en de farizeeĂŤn aanzetten met een vrouw die betrapt was op echtbreuk.

Joh 8:2-3

Jezus and the Sinner Woman (Vasily Polenov, 1886-1887 , Russian Museum, St Petersburg)

Schriftgeleerden Meester, deze vrouw is op heterdaad betrapt op 49

Joh 8:4-5


en farizeeën echtbreuk. Mozes heeft ons in de wet voorgeschreven zulke vrouwen te stenigen. Hoe staat U daar tegenover? Verteller Met deze vraag wilden ze Hem op de proef stellen, om te zien of ze een aanklacht tegen Hem konden indienen. Maar Jezus bukte zich om met zijn vinger op de grond te schrijven. Schriftgeleerden Meester, U moet ons vertellen wat we met deze en farizeeën vrouw moeten doen! Jezus Wie van u zonder zonde is, moet dan maar als eerste een steen op haar werpen. Verteller Weer bukte Hij zich om op de grond te schrijven. Zij echter trokken na die woorden weg, de een na de ander, te beginnen met de oudsten, zodat Hij alleen achterbleef met de vrouw daar vóór Hem. Jezus Waar zijn ze gebleven, vrouw? Heeft niemand u veroordeeld? Vrouw Nee Heer, niemand

Joh 8:6

Joh 8:7

Joh 8:7

Joh 8:8

Joh 8:10 Joh 8:11

Jezus Ik veroordeel u ook niet. Ga nu maar, en zondig voortaan niet meer.

Joh 8:11

Jezus and the Adulteress (Lucas Cranach the Elder, 1532, Museum of Fine Arts, Budapest)

50


DE VERLOREN ZOON Uit het evangelie volgens Lucas hoofdstuk 15 5

Jongste zoon, verteller, vader, oudste zoon, knecht Het huis van de vader

Jongste zoon Vader, geef mij het deel der goederen, dat me toekomt. Verteller De vader verdeelt zijn vermogen onder hen. Een paar dagen later pakt de jongste zoon alles bijeen, en vertrekt naar een ver land.

Lc 15:12

Lc 15:12-13

In een ver land

The prodigal son (Fritz Eichenberg)

Verteller Daar verkwist hij zijn vermogen door een losbandig leven. Maar wanneer hij er alles heeft doorgejaagd, komt er een grote hongersnood in dat land, en begint hij gebrek te lijden. En hij gaat zich verhuren aan een der burgers van dat land; en deze stuurt 51

Lc 15:13-15


hem naar zijn velden, om zwijnen te hoeden. Jongste zoon Hoe graag zou ik mijn buik willen vullen met de schillen, die de zwijnen aten; maar niemand geeft ze me. Hoeveel knechten van mijn vader hebben brood in overvloed, en ik sterf hier van honger. Ik wil opstaan en naar mijn vader gaan, en hem zeggen: Vader, ik heb gezondigd tegen de hemel en tegen u; ik verdien niet meer, uw zoon te heten; behandel me als een van uw knechten. Verteller Hij staat op, en gaat naar zijn vader.

Lc 15:16-19 Lc 15:20

Het huis van de vader

Prodigal Son by Kristi Valiant (Kristi Valiant)

Verteller Nog is hij ver weg, wanneer zijn vader hem ziet, en ten diepste ontroerd wordt; hij vliegt naar hem toe, valt om zijn hals, en overlaadt hem met kussen.

52

Lc 15:20


Jongste zoon Vader, ik heb gezondigd tegen de hemel en tegen u; ik verdien niet meer, uw zoon te heten.

Lc 15:21

Vader tot zijn Gauw, haalt het beste kleed, en trekt het hem aan; knechten doet hem een ring aan zijn hand, en schoenen aan zijn voeten; vooruit, slacht het gemeste kalf, en laat ons eten en vrolijk zijn. Want mijn zoon hier was dood en is levend geworden, hij was verloren en is teruggevonden.

Lc 15:22-24

Verteller Ze beginnen feest te vieren. Zijn oudste zoon keert vanop het land terug naar huis.

Lc 15:24-25

Oudste zoon tot Ik hoor muziek en dans. Wat is er gaande? een knecht Knecht Uw broer is gekomen; uw vader heeft het gemeste kalf geslacht, omdat hij hem behouden heeft teruggekregen. Oudste zoon O, zit dat zo! Dan weiger ik naar binnen te gaan! Vader Zoon, kom toch naar binnen, we vieren feest, uw broer is teruggekomen! Oudste zoon Zie, zoveel jaren dien ik u reeds, en nog nooit heb ik uw gebod overtreden; toch hebt ge mij nooit een bokje gegeven, om met mijn vrienden feest te vieren. En nu die jongen van u is teruggekomen, die uw vermogen verbrast heeft met eerloze vrouwen, nu slacht ge voor hem het gemeste kalf. Vader Kind, gij zijt altijd bij me, en al het mijne is het uwe. Neen, feest en vreugde moet er zijn; want uw broer hier was dood, en is levend geworden, hij was verloren, en is teruggevonden.

53

Lc 15:25-26

Lc 15:27 Lc 15:28

Lc 15:28

Lc 15:29-30

Lc 15:31


DE PARABEL VAN LAZARUS EN DE RIJKE MAN uit het evangelie volgens Lucas, hoofdstuk 16 3

Jezus (verteller), rijke man, Abraham

Parabel van Lazarus en de rijke man (Heinrich Aldegrever, 1554)

Verteller Er was een rijk man, die gekleed ging in purper en het fijnste linnen, en elke dag uitbundig feestvierde. Aan zijn poort lag een zekere Lazarus; hij was arm en zat onder de zweren. Hij had graag zijn honger gestild met wat er van de tafel van de rijke op de grond viel, maar nee, de honden kwamen en likten aan zijn zweren. Toen kwam de arme te sterven; de engelen droegen hem in de schoot van Abraham. Ook de rijke stierf, en werd begraven. In het dodenrijk sloeg hij gekweld door pijn zijn ogen op en zag van verre Abraham met Lazarus in zijn schoot.

Lc 16:19-23

Hemel, met Abraham en Lazarus, en Hel, met de rijke man Rijke man Vader Abraham, heb medelijden met me; stuur

54

Lc 16:24


Lazarus om de toppen van zijn vingers nat te maken met water, en er mijn tong mee te verkoelen, want ik lijd hevig in dit vuur. Abraham Kind, vergeet niet dat jij het heel je leven goed hebt gehad en Lazarus altijd slecht; nu wordt hij hier getroost, en jij lijdt pijn. Bovendien, er gaapt tussen ons en jullie een diepe kloof; al zou iemand van hier naar jullie willen oversteken, hij zou het niet kunnen; evenmin kan iemand van daar naar ons komen. Rijke man Dan, vader, vraag ik u hem naar mijn ouderlijk huis te sturen, want ik heb nog vijf broers. Laat hij hen gaan waarschuwen, zodat zij niet eveneens terechtkomen in dit oord van pijn.

Lc 16:25-26

Lc 16:27-28

Abraham Ze hebben Mozes en de Profeten; daar moeten ze naar luisteren.

Lc 16:29

Rijke man Nee, vader Abraham, als iemand van de doden naar hen toe komt, dan zullen zij zich bekeren.

Lc 16:30

Abraham Als ze niet naar Mozes en de Profeten luisteren, dan zullen ze zich ook niet laten overtuigen als iemand uit de doden opstaat.

Lc 16:31

HET KONINKRIJK GODS Synopsis van de evangeliën volgens Matteüs 8, 19, 20 en 22, Marcus 10, Lukas 10, 17 en 18 en Johannes 6 Dit toneel is samengesteld uit een selectie van de meest sprekende dialogen uit de evangeliën die betrekking hebben op de komst van het Koninkrijk van God. 12

Verteller, Jezus, schriftgeleerde, volgelingen, Farizeeën, leerlingen, voornaam man, Petrus, moeder van Jakobus en Johannes, Jakobus en Johannes, omstaanders, Bartimeüs Moeders met kinderen

55


Verteller Jezus jubelt het uit in de Heilige Geest

Jezus Verheugt u, omdat uw namen opgeschreven staan in de hemel. Ik dank U, Vader, Heer van hemel en aarde, omdat Gij deze dingen voor wijzen en verstandigen hebt verborgen, en aan kleinen geopenbaard. Ja, Vader, zĂł is uw welbehagen geweest. Alles is Mij door mijn Vader in handen gegeven; en niemand weet, wie de Zoon is, dan de Vader alleen; of wie de Vader is, dan de Zoon alleen, en hij, wien de Zoon het openbaren wil. Nu wendde Hij Zich tot zijn leerlingen alleen, en sprak: Zalig de ogen, die zien wat gij ziet. Ik zeg u: Vele profeten en koningen wensten te zien wat gij ziet, en ze zagen het niet; te horen wat gij hoort, en ze hoorden het niet. Verteller Een schriftgeleerde, een farizeeĂŤr en een volgeling kwamen naar Jezus toe.

Lc 10:21

Lc 10:20-24

Mt 8:19

Schriftgeleerde Meester, wat moet ik doen, om het eeuwige leven te verkrijgen?

Lc 10:25

Jezus Wat staat er in de Wet geschreven; wat leest ge daar?

Lc 10:26

Schriftgeleerde Gij zult den Heer uw God beminnen met heel uw 56

Lc 10:27


hart, met heel uw ziel, met heel uw kracht, en met heel uw verstand. Jezus Ge hebt goed geantwoord. Dat is het grootste en eerste gebod. En het tweede is daaraan gelijk: "Gij zult uw naaste beminnen als uzelf." Aan deze twee geboden hangt heel de Wet en de Profeten. Doe dit en ge zult leven. Schriftgeleerde Meester, ik zal U volgen, waarheen Gij ook gaat. Jezus De vossen hebben holen, en de vogels in de lucht hebben nesten; maar de Mensenzoon heeft niets, om er zijn hoofd op te leggen. FarizeeĂŤn Wanneer komt het koninkrijk Gods? Jezus Het koninkrijk Gods komt zonder opzien te verwekken. Men zal niet zeggen: Zie, hier is het; zie, daar is het. Want zie, het koninkrijk Gods is midden onder u.

Mt 22:38-40 Lc 10:28 Mt 8:19

Mt 8:20 Lc 17:20

Lc 17:20-21

Volgeling Heer, sta me toe, eerst mijn vader te gaan begraven.

Mt 8:21

Jezus Volg Mij, en laat de doden hun doden begraven.

Mt 8:22

Verteller Er worden kinderen tot Jezus gebracht, opdat Hij ze de handen zou opleggen, en voor hen bidden.

Mt 19:13

Leerlingen Laat de Heer met rust!

Mt 19:13

Jezus Laat de kinderen tot Mij komen, en houdt ze niet 57

Mc 10:14-15


tegen; want het koninkrijk Gods is voor hen, die zijn zoals zij. Voorwaar, Ik zeg u: Wie het koninkrijk Gods niet aanneemt als een kind, zal er niet ingaan. Verteller Een heel voornaam man ondervroeg Jezus Voornaam man Goede Meester, wat goeds moet ik doen om het eeuwige leven te verkrijgen? Jezus Waarom vraagt ge Mij naar het goede; EĂŠn is er goed. Wilt ge dus het leven binnengaan, onderhoud dan de geboden. Voornaam man Welke?

Lc 18:18

Mt 19:16

Mt 19:17 Mt 19:18

Jezus Gij zult niet doden; gij zult geen overspel doen; gij zult niet stelen; gij zult geen valse getuigenis geven; eer uw vader en moeder; heb uw naaste lief als uzelf. Voornaam man Meester, dit heb ik allemaal van mijn jeugd af onderhouden. Wat ontbreekt me nog? Jezus Zo ge volmaakt wilt zijn, ga dan verkopen wat ge bezit, geef het aan de armen, en ge zult een schat in de hemel bezitten. Kom dan, en volg Mij. Verteller Wanneer de jongeling dit woord verneemt, gaat hij treurig heen; want hij heeft veel bezittingen. Jezus tot zijn Hoe moeilijk toch zullen zij, die rijkdommen leerlingen bezitten, het koninkrijk Gods binnengaan. Leerlingen Wat heeft dat ermee te maken? Jezus Kinderen, hoe moeilijk is het toch, het koninkrijk Gods binnen te gaan! Een kameel gaat makkelijker door het oog van een naald, dan een rijke in het koninkrijk Gods. Leerlingen Wie kan dan zalig worden? Jezus Bij de mensen is het onmogelijk, maar niet bij God; want bij God is alles mogelijk. Petrus Zie, wij hebben alles verlaten, en zijn U gevolgd; 58

Mt 19:18-19

Mc 10:20 Mt 19:20

Mt 19:21

Mt 19:22

Mc 10:23 Mc 10:23

Mc 10:24-25 Mc 10:26

Mc 10:27 Mt 19:27


wat zullen wij dan ontvangen?

Jezus Voorwaar, Ik zeg u: bij de wedergeboorte, wanneer de Mensenzoon zal zetelen op de troon zijner majesteit, dan zult ook gij, die Mij zijt gevolgd, op twaalf tronen gezeten zijn, en de twaalf stammen van IsraĂŤl oordelen. Er is niemand, die huis, broers of zusters, vader of moeder, kinderen of akkers om Mij en om het evangelie verlaat, of hij zal ontvangen: nu in deze wereld, zij het ook te midden van vervolgingen, het honderdvoud van huizen, broers, zusters, moeders, kinderen en akkers; en in de toekomstige wereld het eeuwige leven. Veel eersten zullen laatsten zijn, en laatsten zullen eersten zijn. Volgelingen Wat moeten we doen, om de werken Gods te verrichten? Jezus Dit is het werk van God: dat gij gelooft in Hem, dien Hij gezonden heeft. Volgelingen Wat voor teken verricht Gij dan wel, dat ons overtuigt, zodat we in U geloven? Wat doet Gij eigenlijk? Onze vaderen hebben in de woestijn het manna gegeten, zoals er geschreven staat: "Brood uit de hemel heeft Hij hun te eten gegeven". Jezus Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: Mozes heeft u geen brood gegeven, dat uit de hemel kwam, maar mijn Vader geeft u het ware brood uit de hemel; want het 59

Mt 19:28 Mc 10:29-31

Joh 6:28

Joh 6:29

Joh 6:30-31 Joh 6:32-35


brood, dat uit de hemel neerdaalt, is het brood van God, dat leven aan de wereld schenkt. Ze zeiden Hem dan: Heer, geef ons dit brood voor immer. Jezus sprak tot hen: Ik ben het brood des levens; wie tot Mij komt, zal geen honger meer hebben, en wie in Mij gelooft zal nimmer meer dorst lijden.

Verteller Zij zijn nu op weg naar Jeruzalem; Jezus gaat voor hen uit, en zij volgen Hem, ontsteld en bevreesd. Hij neemt de twaalf weer om Zich heen. Jezus Zie, wij gaan op naar Jeruzalem; en alles wat door de profeten over den Mensenzoon is geschreven, zal worden vervuld. De Mensenzoon zal worden overgeleverd aan de opperpriesters en schriftgeleerden; en ze zullen Hem ter dood veroordelen. Ze zullen Hem overleveren aan de heidenen; men zal Hem bespotten, bespuwen, geselen en doden; maar na drie dagen zal Hij verrijzen. Verteller Nu komt de moeder der zonen van ZebedeĂźs naar Hem toe, vergezeld van haar zonen; ze valt voor Hem neer. Moeder van Meester, ik wens, dat Gij voor mijn zonen doet, wat Jakobus en ik U wil vragen. Johannes

Mc 10:32

Lc 18:31 Mc 10:33-34

Mt 20:20

Mc 10:35

Jezus Wat wenst gij, dat Ik voor uw zonen doe?

Mc 10:36

Moeder van Laat deze twee zonen van mij gezeten zijn in uw

Mt 20:21

60


Jakobus en rijk, de een aan uw rechter-, de ander aan uw Johannes linkerhand. Jezus Gij weet niet, wat gij vraagt. Kunt gij de kelk drinken, die Ik drink; of het doopsel ontvangen, waarmee Ik gedoopt word? Jakobus en Dat kunnen we. Johannes

Mc 10:38

Mc 10:39

Jezus Gij zult wel de kelk drinken, die Ik drink, en het doopsel ontvangen, waarmee Ik gedoopt word; maar zitten aan mijn rechter- of linkerhand kan Ik niet geven; dit is voor hem, wien het bereid is. Leerlingen Gij twee durft nogal!

Mc 10:39-40 Mc 10:41

Jezus Gij weet, dat zij, die als vorsten worden beschouwd, over de volkeren heersen, en dat hun rijksgroten ze hun macht laten voelen. Zó moet het niet zijn onder u; maar wie onder u groot wil worden, moet uw dienaar zijn; en wie onder u de eerste wil zijn, moet aller dienstknecht wezen. Ook de Mensenzoon is niet gekomen om gediend te worden, maar om te dienen, en zijn leven te geven tot losprijs voor velen. Verteller Wanneer Jezus Jericho verlaat, vergezeld van zijn leerlingen en een talrijke menigte, zit er een blinde bedelaar langs de weg, Bartimeüs, de zoon van Timeüs. Omstaanders Kijk, het is Jezus van Nazaret die de stad verlaat. Bartimeüs Jezus, Zoon van David, ontferm U over mij! Omstaanders Zwijg, jij!

Mc 10:42-45

Mc 10:46 Mc 10:47 Mc 10:47 Mc 10:47

Bartimeüs Zoon van David, ontferm U over mij! Jezus Roept hem hier.

Mc 10:48 Mc 10:49

Omstaanders Houd moed, sta op; Hij roept u. Verteller Bartimeüs werpt zijn mantel weg, springt overeind, en gaat naar Jezus toe. 61

Mc 10:49

Mc 10:50


Jezus Wat wilt ge, dat Ik voor u doe? Bartimeüs Heer, dat mijn ogen worden geopend. Jezus Ga; uw geloof heeft u gered. Verteller En aanstonds ziet hij weer, en volgt Jezus op zijn weg.

Mc 10:51 Mt 20:33 Mc 10:52

Mc 10:52

DE TALENTEN Uit het Evangelie volgens Matteüs, hoofdstuk 25 7

Heer, eerste dienaar, tweede dienaar, derde dienaar, verteller, schapen, bokken

Heer Ik moet vertrekken naar het buitenland en ga jullie mijn bezit toevertrouwen.

Mt 25:14

Heer (tot de Ik geef je vijf talenten, die je kan gebruiken. eerste dienaar)

Mt 25:15

Heer (tot de Ik geef je twee talenten, die je kan gebruiken. tweede dienaar)

Mt 25:15

Heer (tot de Ik geef je één talent, dat je kan gebruiken. derde dienaar) Verteller De heer vertrekt.

Mt 25:15 Mt 25:15-18

62


Parable of the Talents (A.N. Mironov, 2013)

Verteller Die de vijf talenten gekregen had, gaat er terstond mee werken en verdient er vijf bij. Zo verdient ook degene die de twee gekregen had, er twee bij. Maar die dat ene had gekregen, gaat een gat in de grond graven en het geld van zijn heer verbergen. Een hele tijd later komt de heer van die dienaars terug. Heer Ik kom afrekening houden. Eerste dienaar Heer, vijf talenten hebt gij mij toevertrouwd; ziehier, vijf talenten heb ik erbij verdiend. Heer Uitstekend, goede en trouwe dienaar, over weinig waart ge trouw, over veel zal ik u aanstellen. Ga binnen in de vreugde van uw heer. Tweede dienaar Heer, twee talenten hebt gij mij toevertrouwd; ziehier, twee talenten heb ik erbij verdiend. Heer Uitstekend, goede en trouwe dienaar, over weinig waart ge trouw, over veel zal ik u aanstellen. Ga binnen in de vreugde van uw heer.

63

Mt 25:19 Mt 25:16-19

Mt 25:20

Mt 25:21

Mt 25:22

Mt 25:23


Derde dienaar Heer, ik heb ervaren dat gij een hard mens zijt, die oogst waar gij niet gezaaid hebt en binnenhaalt waar gij niet hebt uitgestrooid. Daarom was ik bang en ben uw talent in de grond gaan verbergen. Hier hebt ge uw eigendom terug.

Mt 25:24-25

Heer Slechte en luie knecht, je wist dus dat ik oogst waar ik niet gezaaid heb en binnenhaal waar ik niet heb uitgestrooid? Daarom had je mijn geld bij de bankiers moeten uitzetten, dan zou ik bij mijn komst mijn bezit met rente teruggekregen hebben. Neemt hem dus dat talent af en geeft het aan wie de tien talenten heeft. Want aan ieder die heeft, zal gegeven worden; maar wie niet heeft, hem zal nog ontnomen worden zelfs wat hij heeft. En werpt die onnutte knecht buiten in de duisternis; daar zal geween zijn en tandengeknars.

Mt 25:26-30

The Last Judgement (Fra Angelico, 1431, Basilica di San Marco, Florence, Italy)

Verteller Wanneer de Mensenzoon komt in zijn heerlijkheid en vergezeld van alle engelen, dan zal Hij plaats nemen op zijn troon van glorie. Alle volken zullen voor Hem bijeengebracht worden en Hij zal ze in twee groepen scheiden, zoals de herder een scheiding maakt tussen schapen en bokken. De schapen zal Hij plaatsen aan zijn rechterhand, maar de bokken aan zijn linker. Heer (tot de Komt, gezegenden van mijn Vader, en ontvangt het schapen) Rijk dat voor u gereed is vanaf de grondvesting der wereld. Want Ik had honger en gij hebt Mij te eten gegeven. Ik had dorst en gij hebt Mij te drinken

64

Mt 25:31-33 Mt 25:34-36


gegeven. Ik was vreemdeling en gij hebt Mij opgenomen, Ik was naakt en gij hebt Mij gekleed, Ik was ziek en gij hebt Mij bezocht, Ik was in de gevangenis en gij hebt Mij bezocht. Schapen Heer, wanneer hebben wij U hongerig gezien en U te eten gegeven, of dorstig en U te drinken gegeven? En wanneer zagen wij U als vreemdeling en hebben U opgenomen, of naakt en hebben U gekleed? En wanneer zagen we U ziek of in de gevangenis en zijn U komen bezoeken? Heer Voorwaar, Ik zeg u: al wat gij gedaan hebt voor een dezer geringsten van mijn broeders hebt gij voor Mij gedaan. Heer (tot de Gaat weg van Mij, vervloekten, in het eeuwig vuur bokken) dat bereid is voor de duivel en zijn trawanten. Want Ik had honger en gij hebt Mij niet te eten gegeven. Ik had dorst en gij hebt Mij niet te drinken gegeven; Ik was een vreemdeling en gij hebt Mij niet opgenomen, naakt en gij hebt Mij niet gekleed; Ik was ziek en in de gevangenis en gij zijt Mij niet komen bezoeken. Bokken Heer, wanneer hebben wij U hongerig gezien of dorstig als vreemdeling of naakt of ziek of in de gevangenis, en hebben wij niet voor U gezorgd? Heer Voorwaar, Ik zeg u: al wat gij niet voor een van deze geringsten hebt gedaan, hebt gij ook voor Mij niet gedaan. En dezen zullen heengaan naar de eeuwige straf, maar de rechtvaardigen naar het eeuwige leven.

65

Mt 25:37-39

Mt 25:40

Mt 25:41-43

Mt 25:44

Mt 25:45-46


DE OPWEKKING VAN LAZARUS uit het evangelie volgens Johannes, hoofdstuk 11 6

Verteller, Marta, Maria, Jezus, leerlingen, joden

1

Lazarus

Verteller Er was iemand ziek, een zekere Lazarus uit BetaniĂŤ, het dorp van Maria en haar zuster, Marta. Maria is de vrouw die de Heer met balsem zalfde en zijn voeten met haar haren afdroogde; de zieke Lazarus was haar broer. De zusters stuurden Jezus een boodschap. Marta en Maria

Heer, hier is iemand ziek, iemand van wie U houdt.

Jezus Deze ziekte loopt niet uit op de dood, maar op de verheerlijking van God, want de Zoon van God moet erdoor verheerlijkt worden. Verteller Jezus hield veel van Marta, van haar zuster en van Lazarus. Hij hoorde dus van zijn ziekte; toch bleef Hij nog twee dagen waar Hij was. Jezus Kom, we gaan weer naar Judea. Leerlingen Maar rabbi, onlangs nog probeerden de Joden U te stenigen, wilt U er nu alweer heen? Jezus Een dag duurt toch twaalf uren? Zolang het dag is kan men zijn weg gaan zonder te struikelen, omdat men het licht van deze wereld ziet. Maar als men ’s nachts zijn weg gaat zal men struikelen, omdat men dan het licht moet missen. Onze vriend Lazarus is ingeslapen, maar Ik ga erheen om hem wakker te maken. Leerlingen Als hij slaapt, Heer, dan komt hij er weer bovenop. Jezus Lazarus is gestorven. Toch ben Ik blij voor jullie, met het oog op jullie geloof, dat Ik niet ter plaatse was. Maar kom, laten we er nu heen gaan.

66

Joh 11:1-3

Joh 11:3

Joh 11:4

Joh 11:5-6 Joh 11:7

Joh 11:8

Joh 11:9-11 Joh 11:12

Joh 11:14-15


Leerlingen Laten wij ook maar gaan, dan kunnen we samen met Hem sterven.

Joh 11:16

In Betanië Verteller Bij de aankomst van Jezus bleek Lazarus al vier dagen in het graf te liggen. Nu lag Betanië dichtbij Jeruzalem, op een afstand van ongeveer vijftien stadiën. Heel wat Joden waren dan ook naar Marta en Maria toe gekomen om hun medeleven te betuigen met het verlies van hun broer. Marta, die gehoord had dat Jezus op komst was, was Hem tegemoet gegaan; Maria was thuisgebleven.

Joh 11:17-20

Marta Heer, als U hier geweest was, zou mijn broer nooit gestorven zijn. Maar ik weet zeker dat U ook nu nog alles aan God kunt vragen en dat Hij het U zal geven.

Joh 11:21-22

Jezus Je broer zal opstaan.

Joh 11:23

Marta Dat weet ik, hij zal opstaan bij de opstanding op de laatste dag.

Joh 11:24

Jezus Ik ben de opstanding en het leven. Wie in Mij gelooft mag dan wel sterven, toch zal hij leven; en iedereen die leeft en in Mij gelooft, zal in eeuwigheid niet sterven. Geloof je dat?

Joh 11:25-26

Marta Ja Heer, ik geloof vast dat U de Messias bent, de Zoon van God, degene die in de wereld komen zou.’

Joh 11:27

In het huis van Lazarus Marta (tot De meester is er. Hij laat je roepen. Maria) Verteller Zodra ze het hoorde, ging ze op weg, naar Hem toe. De Joden die bij Maria in huis waren om hun medeleven te betuigen, zagen haar het huis uit snellen en gingen haar achterna, in de veronderstelling dat ze bij het graf wilde gaan treuren.

67

Joh 11:28

Joh 11:29-32


Weer op de plaats waar Marta Hem ontmoet had Verteller Maria wierp zich, zodra ze Jezus zag, voor Hem neer. Maria Heer, als U hier geweest was, zou mijn broer nooit gestorven zijn. Jezus (in toorn Waar hebt u hem neergelegd? tot de weeklagende joden) Joden Komt u maar kijken, Heer. Verteller Jezus huilt.

Joh 11:32

Joh 11:33-34 Joh 11:34 Joh 11:35

JĂŠsus pleura (James Tissot, 1894, Brooklyn Museum)

Joden Hij moet wel veel van hem gehouden hebben! Maar had Hij dan niet kunnen zorgen dat hij niet doodging? Hij heeft toch ook de ogen van de blinde geopend?

Joh 11:36-37

Bij het graf Jezus (in toorn) Neem die steen weg.

Joh 11:39

Marta Maar Heer, de stank! Hij ligt er al vier dagen!

Joh 11:39

Jezus Heb Ik je niet gezegd dat je de heerlijkheid van God zult zien als je maar gelooft?

Joh 11:40

Verteller Toen nam men de steen weg.

68

Joh 11:41


Jezus (in gebed) Vader, Ik dank U dat U Mij aanhoord hebt. Voor Mij stond het vast dat U Mij altijd aanhoort, maar Ik spreek zo met het oog op al die mensen hier, opdat ze mogen geloven dat U Mij gezonden hebt. Jezus Lazarus, kom naar buiten!

Joh 11:41-42 Joh 11:43

The raising of Lazarus (after Rembrandt) (Vincent van Gogh, 1890, Van Gogh Museum)

Verteller En de dode kwam naar buiten, zijn voeten en handen gebonden met zwachtels en zijn gezicht in een doek gewikkeld. Jezus Maak hem los, en laat hem gaan. Verteller Van de Joden die naar Maria toe waren gegaan en gezien hadden wat Hij gedaan had, gingen velen in Hem geloven.

Joh 11:44 Joh 11:44

Joh 11:45

DE GEDAANTEVERANDERING Synopsis van de evangeliĂŤn volgens MatteĂźs 16 en 17, Marcus 8 en 9 en Lucas 9 5

Jezus, leerlingen, Petrus, verteller, stem van God

2

Mozes en Elia Jezus met de leerlingen onderweg

Jezus Wie zeggen de mensen dat Ik ben?

69

Mc 8:27


Leerlingen Volgens sommigen Johannes de Doper, volgens anderen Elia, volgens weer anderen Jeremia of een van de profeten. Jezus En jullie, wie ben Ik volgens jullie? Petrus U bent de Messias, de Zoon van de levende God. Jezus Gelukkig ben jij, Simon Barjona; niet vlees en bloed hebben jou dat onthuld, maar mijn Vader in de hemel. Ik zeg jou: jij bent Petrus; op die steenrots zal Ik mijn kerk bouwen, en de poorten van het dodenrijk zullen haar er niet onder krijgen. Ik zal je de sleutels geven van het koninkrijk der hemelen, en wat je op aarde bindt zal ook in de hemel gebonden zijn, en wat je op aarde ontbindt zal ook in de hemel ontbonden zijn.

Mt 16:14 Mt 16:15 Mt 16:16

Mt 16:17-19

Pope Franics greets pilgrims in St Peters Square before the Wednesday general audience on Oct 29 2014 (Daniel Ibez, 2014, Š Daniel Ibez)

Jezus (tot de Jullie mogen niemand zeggen dat ik de Messias ben! leerlingen) Ik moet naar Jeruzalem gaan en zal veel moeten lijden van de oudsten, hogepriesters en schriftgeleerden, ik zal ter dood gebracht worden en op de derde dag worden opgewekt. Petrus (tot Jezus God beware U, Heer! Dat mag U niet overkomen. apart) Jezus

Weg daar, achter Mij, satan. Je bent een struikelblok voor Mij, want jouw gedachten zijn niet Gods gedachten, maar die van mensen.

Jezus (tot alle Als iemand achter Mij aan wil komen, laat hij dan leerlingen) met zichzelf breken, zijn kruis opnemen en Mij 70

Mt 16:20-21

Mt 16:22 Mt 16:23

Mc 8:34-38 Mt 16:27 Mc 9:1


volgen. Want wie zijn leven wil redden, zal het verliezen. Wie zijn leven verliest vanwege Mij en de goede boodschap, zal het redden. Want wat baat het een mens heel de wereld te winnen maar zichzelf schade toe te brengen? Want wat kan een mens geven in ruil voor zichzelf? Want wie zich schaamt voor Mij en mijn woorden te midden van deze overspelige en afvallige generatie, over hem zal ook de Mensenzoon zich schamen wanneer Hij, bekleed met de heerlijkheid van zijn Vader, komt met de heilige engelen om iedereen loon naar werken te geven. Ik verzeker u, er zijn er hier die de dood niet zullen proeven voordat ze hebben gezien dat Gods koninkrijk met kracht gekomen is. Jezus met Petrus, Johannes en Jakobus bij de berg Verteller Ongeveer een week na deze woorden nam Hij Petrus, Johannes en Jakobus mee en ging Hij de berg op om te bidden. Terwijl Hij aan het bidden was, veranderde Hij van uiterlijk en werden zijn kleren stralend wit. Ineens waren er twee mannen met Hem in gesprek. Het waren Mozes en Elia, die in heerlijkheid verschenen en over zijn heengaan spraken, de voleinding van zijn leven in Jeruzalem. Petrus en de anderen waren overmand door slaap; toen ze wakker werden, zagen ze zijn heerlijkheid en de twee mannen die bij Hem stonden. Petrus Meester, het is maar goed dat wij hier zijn; laten wij drie hutten maken, een voor U, een voor Mozes, en een voor Elia.

Lc 9:28-32

Lc 9:33

Verteller Hij was nog niet uitgesproken of daar kwam een lichtende wolk die hen overdekte.

Mt 9:5

Stem van God Dit is mijn geliefde Zoon, in wie Ik vreugde vind. Luister naar Hem.

Mt 9:5

Verteller Toen de leerlingen dat hoorden, wierpen ze zich op de grond en werden ze vreselijk bang. Jezus kwam naar hen toe en raakte hen aan. Jezus Sta op en wees niet bang.

71

Mt 9:6-7

Mt 9:7


Verteller Toen ze hun ogen opsloegen, zagen ze niemand meer dan Jezus alleen en daalden ze van de berg af.

Mt 9:8-9

The transfiguration (1891, Le Grand CatĂŠchisme en Images)

Jezus Vertel niemand van dit visioen voordat de Mensenzoon uit de doden is opgewekt.

Mt 9:9

Leerlingen (tot Waarop zou dat opwekken uit de doden slaan? mekaar)

Mc 9:10

Leerlingen (tot Waarom zeggen de schriftgeleerden dat Elia eerst Jezus) moet komen?

Mc 9:11

Jezus Elia komt eerst en herstelt alles. Maar hoe kan over de Mensenzoon geschreven staan dat Hij veel lijden moet en miskend moet worden? Ik zeg jullie: Elia is al gekomen, en ze hebben hem niet herkend; ze hebben met hem gedaan wat ze wilden. Zo zal ook de Mensenzoon door hun toedoen moeten lijden. Leerlingen Hij heeft het over Johannes de Doper!

72

Mc 9:12 Mt 9:12

Mt 9:13


HET LIJDEN EN STERVEN VAN ONZE HEER JEZUS CHRISTUS Synopsis van van de dialogen uit de Evangeliën volgens Matteüs, Marcus, Lucas en Johannes in zes bedrijven MET HET OOG OP ZIJN BEGRAFENIS — COMPLOT TEGEN JEZUS 4

Jezus, Judas, Hogepriesters en farizeeën, Kajafas

2

Maria, Leerlingen In het huis van Simon in Betanië

Jezus

Over twee dagen is het, zoals jullie weten, Pesach. Dan wordt de Mensenzoon uitgeleverd om gekruisigd te worden.

Mt 26:2

Maria nam een kruikje kostbare, zuivere nardusolie, zalfde de voeten van Jezus en droogde ze af met haar haar.

Joh 12:3

Judas Waarom is die olie niet voor driehonderd denarie verkocht om het geld aan de armen te geven?

Joh 12:5

Jezus Laat haar met rust, waarom vallen jullie haar lastig? Ze heeft iets goeds voor mij gedaan. Want de armen zijn altijd bij jullie, en jullie kunnen weldaden aan hen bewijzen wanneer je maar wilt, maar ik zal niet altijd bij jullie zijn. Wat ze kon, heeft ze gedaan: ze heeft mijn lichaam nu al met olie gebalsemd, met het oog op mijn begrafenis. Ik verzeker jullie: waar ook maar ter wereld het goede nieuws verkondigd wordt, zal ter herinnering aan haar verteld worden wat zij heeft gedaan.

Mc 14:6-9

73


The woman who pours perfume on Jezus and wipes his feet with her tears

De vergadering van het Sanhedrin Hogepriesters Wat moeten we doen? Deze man doet veel en farizeeën wondertekenen, en als we hem zijn gang laten gaan, zal iedereen in hem gaan geloven. Straks grijpen de Romeinen in; dan zullen ze onze tempel en ons volk vernietigen.

Joh 11:47-48

Kajafas Jullie begrijpen het niet! Besef toch dat het in jullie eigen belang is dat één man sterft voor het hele volk, zodat niet het hele volk verloren gaat.

Joh 11:49-50

Hogepriesters Maar niet op het feest, want dan komt het volk in en farizeeën opstand. Judas Wat krijg ik van u als ik hem aan u uitlever? Hogepriesters Dertig zilverstukken. en farizeeën

Mt 26:5 Mt 26:15

Mt 26:15

Judas Ik zal een gunstige gelegenheid zoeken om Jezus aan u uit te leveren, zonder dat het volk het zal merken.

74

Lc 22:6


VOORBEREIDING VAN HET PAASMAAL — VOETWASSING — LAATSTE AVONDMAAL 5

Jezus, Petrus, Johannes, Heer van het huis, Judas Andere leerlingen Buiten de stad

Jezus Ga voor ons het pesachmaal bereiden, zodat we het kunnen eten. Petrus en Waar wilt u dat we het bereiden? Johannes Jezus Let op, wanneer jullie de stad in gegaan zijn, zal jullie een man tegemoet komen die een kruik water draagt. Volg hem naar het huis waar hij binnengaat, en zeg tegen de heer van dat huis: “De meester vraagt u: ‘Waar is het gastenvertrek waar ik met mijn leerlingen het pesachmaal kan eten?’” Hij zal jullie een grote bovenzaal wijzen die al is ingericht; maak het daar klaar. Petrus en Johannes volgen de man met de kruik tot aan een huis.

Lc 22:8

Lc 22:9

Lc 22:10-12

Mc 14:16

In de bovenzaal Petrus en De meester vraagt u: ‘Waar is het gastenvertrek waar Johannes ik met mijn leerlingen het pesachmaal kan eten?’

Lc 22:11

Heer van het Deze grote bovenzaal is ingericht en alles staat huis gereed om het pesachmaal klaar te maken. Hier kan uw meester samen met zijn apostelen aanliggen voor de maaltijd.

Mc 14:15

Toen de avond was gevallen, lag hij samen met de twaalf aan voor de maaltijd. Jezus stond tijdens de maaltijd op. Hij legde zijn bovenkleed af, sloeg een linnen doek om en goot water in een waskom. Hij begon de voeten van zijn leerlingen te wassen en droogde ze af met de doek die hij omgeslagen had.

75

Mt 26:20 Joh 13:4-5


Jezus Washing Peter's Feet (Ford Madox Brown, 185256, Tate Gallery, London)

Petrus U wilt toch niet mijn voeten wassen, Heer? Jezus Wat ik doe, begrijp je nu nog niet, maar later zul je het wel begrijpen. Petrus O nee, míjn voeten zult u niet wassen, nooit! Jezus Als ik ze niet mag wassen, kun je niet bij mij horen. Petrus Heer, dan niet alleen mijn voeten, maar ook mijn handen en mijn hoofd! Jezus Wie gebaad heeft hoeft alleen nog zijn voeten te wassen, hij is al helemaal rein. Jullie zijn dus rein – maar niet allemaal. Jezus doet zijn bovenkleed aan en gaat weer naar zijn plaats. Jezus Begrijpen jullie wat ik gedaan heb? Jullie zeggen altijd “meester” en “Heer” tegen mij, en terecht, want dat ben ik ook. Als ik, jullie Heer en jullie meester, je voeten gewassen heb, moet je ook

76

Joh 13:6

Joh 13:7 Joh 13:8 Joh 13:8

Joh 13:9

Joh 13:10

Joh 13:12 Joh 13:12-17


elkaars voeten wassen. Ik heb een voorbeeld gegeven; wat ik voor jullie heb gedaan, moeten jullie ook doen. Waarachtig, ik verzeker jullie: een slaaf is niet meer dan zijn meester, en een afgezant niet meer dan wie hem zendt. Je zult gelukkig zijn als je dit niet alleen begrijpt, maar er ook naar handelt. Jezus Ik doel niet op jullie allemaal: ik weet wie ik heb uitgekozen. Wat in de Schrift staat zal in vervulling gaan: “Hij die at van mijn brood heeft zich tegen mij gekeerd.� Ik zeg het jullie nu al, voor het gaat gebeuren; wanneer het dan gebeurt, zullen jullie geloven dat ik het ben. Ik verzeker jullie: wie iemand ontvangt die door mij gezonden is, ontvangt mij, en wie mij ontvangt, ontvangt hem die mij gezonden heeft. Waarachtig, ik verzeker jullie: een van jullie zal mij verraden. Leerlingen Ik ben het toch niet? samen

Joh 13:18-21

Mc 14:19

Petrus Johannes, vraag Jezus wie hij bedoelt... Johannes Wie, Heer?

Joh 13:24 Joh 13:25

Jezus Hij die samen met mij zijn brood in de kom doopt, die zal mij uitleveren. De Mensenzoon zal heengaan zoals over hem geschreven staat, maar wee de mens door wie de Mensenzoon uitgeleverd wordt: het zou beter voor hem zijn als hij nooit geboren was.

Mt 26:23-24

Judas Ik ben het toch niet, rabbi?

Mt 26:25

Jezus Jij zegt het. Doe maar meteen wat je van plan bent.

Mt 26:25 Joh 13:27

Judas neemt het brood aan en gaat meteen weg. Het is nacht. Jezus Ik heb er hevig naar verlangd dit pesachmaal met jullie te eten voor de tijd van mijn lijden aanbreekt. Want ik zeg jullie: ik zal geen pesachmaal meer eten voordat het zijn vervulling heeft gevonden in het koninkrijk van God.

77

Joh 13:30

Lc 22:15-16


Jezus neemt een brood Jezus

Gezegend zijt Gij God, Heer van al wat leeft. Uit uw milde hand hebben wij het brood ontvangen. Aan U dragen wij op de vrucht van de aarde, het werk van onze handen.

Offertorium

Jezus breekt het brood en geeft de leerlingen ervan. Jezus Dit is mijn lichaam dat voor jullie gegeven wordt. Doe dit, telkens opnieuw, om mij te gedenken.

Lc 22:19

Jezus neemt een beker. Jezus

Gezegend zijt Gij God, Heer van al wat leeft. Uit uw milde hand hebben wij de beker ontvangen. Aan U dragen wij op de vrucht van de wijngaard, het werk van onze handen.

Offertorium

Jezus geeft hun de beker. Jezus

Drink allen hieruit, dit is mijn bloed, het bloed van het verbond, dat voor velen wordt vergoten tot vergeving van zonden. Ik zeg jullie: vanaf vandaag zal ik niet meer van de vrucht van de wijnstok drinken tot de dag komt dat ik er met jullie opnieuw van zal drinken in het koninkrijk van mijn Vader.’

Leerlingen Gezegend zijt Gij God, Heer van al wat leeft, die in samen zijn goedheid de hele wereld voedt met genade, liefde en barmhartigheid. Hij geeft voedsel aan alles wat leeft - zijn liefde kent geen grenzen. ZE ZULLEN ALLEMAAL TEN VAL KOMEN — IN GETSEMANE — ARRESTATIE VAN JEZUS 4

Jezus, Petrus, andere leerlingen, Judas Jakobus, Johannes, de bende van de hogepriesters, Malchus Onderweg naar de Olijfberg

78

Mt 26:27-29

Ps 136:25


Jezus Jullie zullen mij deze nacht allemaal afvallen, want er staat geschreven: “Ik zal de herder doden, en de schapen van zijn kudde zullen uiteengedreven worden.” Maar nadat ik uit de dood ben opgewekt, zal ik jullie voorgaan naar Galilea Petrus Misschien zal iedereen u afvallen, ik nooit! Jezus Ik verzeker je: juist jij zult me vannacht, nog voor de haan tweemaal gekraaid heeft, driemaal verloochenen.

Mt 26:31-32 Mt 26:33

Mc 14:30

Petrus Heer, ik ben zelfs bereid om met u de gevangenis in te gaan en te sterven.

Lc 22:33

Jezus Toen ik jullie uitzond zonder geldbuidel, reistas en sandalen, kwamen jullie toen iets tekort?

Lc 22:35

Leerlingen Niets Jezus

Lc 22:35

Maar wie nu een geldbuidel heeft, moet die meenemen, evenals zijn reistas, en wie er geen heeft moet zijn mantel verkopen en zich een zwaard aanschaffen. Want ik zeg jullie: wat geschreven staat, moet in mij tot vervulling komen, namelijk: “Hij werd gerekend tot de wettelozen.” Inderdaad, nu wordt voltrokken wat over mij gezegd is.

Leerlingen Kijk Heer, hier zijn twee zwaarden.

Lc 22:36-37 Lc 22:38

Jezus Genoeg hierover!

Lc 22:38

Jezus Blijven jullie hier zitten, ik ga daar bidden. Bid dat jullie niet in beproeving komen.

Mt 26:36 Lc 22:4

Jezus neemt Petrus en Jakobus en Johannes met zich mee.

Mc 14:33

Verderop in de hof van Olijven Jezus Ik voel me dodelijk bedroefd; blijf hier met mij waken. Hij loopt nog een stukje verder, knielt en bidt diep voorovergebogen.

79

Mt 26:38

Mt 26:39


Jezus Abba, Vader, voor u is alles mogelijk, neem deze beker van mij weg. Maar laat niet gebeuren wat ik wil, maar wat u wilt.

Mc 14:36

The Agony in the Garden (Paul Gauguin, 1889, Norton Gallery, Palm Beach, Florida, USA)

Jezus loopt terug en ziet dat zijn leerlingen liggen te slapen. Jezus Simon, slaap je? Kon je niet ĂŠĂŠn uur waken? Blijf wakker en bid dat jullie niet in beproeving komen; de geest is wel gewillig, maar het lichaam is zwak. Weer gaat Jezus weg om te bidden. Jezus Nu ben ik doodsbang. Wat moet ik zeggen? Vader, laat dit ogenblik aan mij voorbijgaan? Maar hiervoor ben ik juist gekomen. Jezus komt terug en ziet dat ze weer slapen, want ze zijn door vermoeidheid overmand. Hij laat hen achter en loopt opnieuw wat verder.

80

Mc 14:37

Mc 14:37-38 Mc 14:39

Joh 12:27

Mt 26:43-44


The Agony in the Garden (Andrea Mantegna, c. 1455 , National Gallery, London)

Jezus Vader, als het niet mogelijk is dat deze beker aan mij voorbijgaat zonder dat ik eruit drink, laat het dan gebeuren zoals u het wilt. Jezus voegt zich weer bij de leerlingen. Jezus Liggen jullie daar nog steeds te slapen en te rusten? En dat terwijl het ogenblik nabij is waarop de Mensenzoon wordt uitgeleverd aan zondaars. Sta op, laten we gaan; kijk, hij die mij uitlevert, is al vlakbij. Judas komt eraan in gezelschap van een met zwaarden en knuppels bewapende bende, die door de hogepriesters, schriftgeleerden en oudsten was gestuurd. Judas Degene die ik kus, die is het. Neem hem gevangen en voer hem weg onder strenge bewaking.

81

Mt 26:42 Mt 26:45

Mt 26:45-46

Mc 14:43

Mc 14:44


Betrayed with a kiss (Jean Bourdichon, 1500)

Judas Gegroet, rabbi!

Mt 26:49

Jezus Judas, lever je de Mensenzoon uit met een kus?

Lc 22:48

Ze grijpen hem vast en nemen hem gevangen. Petrus Heer, zullen we er met het zwaard op los slaan?

82

Mc 14:46 Lc 22:49


Daarop trekt Simon Petrus het zwaard dat hij bij zich had, haalt uit naar de slaaf van de hogepriester en slaagt hem zijn rechteroor af; Malchus heet die slaaf. Jezus Houd daarmee op. Zo is het genoeg! Jezus raakt het oor aan en geneest de man.

Joh 18:10 Lc 22:51 Lc 22:51

Jezus Steek je zwaard terug op zijn plaats. Want wie naar het zwaard grijpt, zal door het zwaard omkomen. Weet je niet dat ik mijn Vader maar te hulp hoef te roepen en dat hij mij dan onmiddellijk meer dan twaalf legioenen engelen ter beschikking zou stellen? Maar hoe zouden dan de Schriften in vervulling gaan, waar staat dat het zo moet gebeuren?

Mt 26:52-54

Jezus Als tegen een misdadiger bent u uitgetrokken met zwaarden en knuppels? Dagelijks was ik bij u in de tempel, en toen hebt u geen vinger naar me uitgestoken, maar dit is uw uur, het uur van de macht van de duisternis.

Lc 22:52-53

Allen laten hem in de steek en vluchten weg. De soldaten met hun tribuun en de Joodse gerechtsdienaars grijpen Jezus en boeien hem.

Mc 14:50 Joh 18:12

VERLOOCHENING DOOR PETRUS — VERHOOR DOOR DE HOGEPRIESTER 7

Dienstmeisje, Petrus, slaaf, omstaander, valse getuige, Annas, Jezus Meer omstaanders Op de binnenplaats van het huis van de hogepriester Annas Het is nog nacht. Petrus volgt hen op een afstand. Op de binnenplaats van het huis van de hogepriester steken een vuur aan en gaan eromheen zitten; Petrus voegt zich bij hen.

83

Lc 22:54-55


Peter’s Denial ( Michael D. O’Brien, 2005, Private collection, © Michael D. O’Brien)

Een Jij was ook bij die Jezus van Nazaret! dienstmeisje Petrus

Mc 14:67

Ik weet niet waar je het over hebt, ik begrijp echt niet wat je bedoelt

Mc 14:68

Er kraait een haan.

Mc 14:68

Een slaaf Maar ik heb toch gezien dat je bij hem was in de olijfgaard? Petrus Ik ken hem niet eens!’

Joh 18:26 Lc 22:57

Omstaanders Jij bent wel degelijk een van hen, trouwens, je accent verraadt je. Petrus Ik ken die man over wie jullie het hebben niet! Meteen kraait de haan een tweede keer. Jezus draait zich om en kijkt Petrus aan. Petrus gaat naar buiten en huilt bitter.

84

Mt 26:73 Mc 14:71

Mc 14:72 Lc 22:61-62


In het huis van de hogepriester Annas De hogepriesters en het hele Sanhedrin proberen iemand een getuigenverklaring tegen Jezus te laten afleggen op grond waarvan ze hem ter dood kunnen veroordelen. Getuige We hebben hem horen zeggen: “Ik zal die door mensenhanden gemaakte tempel afbreken en in drie dagen een andere opbouwen die niet door mensenhanden gemaakt is.� Annas

Waarom antwoordt u niet? U hoort toch wat deze getuigen zeggen?

Jezus Ik heb in het openbaar tot de wereld gesproken. Ik heb steeds onderricht gegeven op plaatsen waar de Joden bij elkaar komen, in synagogen en in de tempel, en nooit heb ik iets in het geheim gezegd. Waarom ondervraagt u mij? Vraag het toch aan de mensen die mij gehoord hebben, zij weten wat ik gezegd heb. Annas Ik bezweer u bij de levende God, zeg ons of u de messias bent, de Zoon van God.

Mc 14:55

Mc 14:58

Mc 14:60

Joh 18:20-21

Mt 26:63

Jezus Als ik het u zeg, gelooft u mij toch niet. En als ik een vraag stel, antwoordt u toch niet. Maar vanaf nu zal de Mensenzoon gezeten zijn aan de rechterhand van de Almachtige.

Lc 22:67-69

Allen U bent dus de Zoon van God?

Lc 22:70

Jezus U zegt dat ik het ben.

Lc 22:70

Annas scheurt zijn kleren. Annas Hij heeft God gelasterd! Waarvoor hebben we nog getuigen nodig? Nu hebt u met eigen oren gehoord hoe hij God lastert. Wat denkt u? Omstaanders Hij is schuldig en verdient de doodstraf! Ze blinddoeken Jezus en slaan hem in het gezicht.

85

Mt 26:65

Mt 26:65-66 Mt 26:66 Mc 14:65


Omstaanders Profeteer dan maar eens voor ons, messias, wie is het die je geslagen heeft?

Mt 26:68

Jezus in the house of the High Priest (Ken Duncan and Philippe Antonello, 2004, The Passion of the Christ, Š Icon Distribution, INC)

VOOR PILATUS — BESPOTTING EN KRUISIGING 6

Pilatus, hogepriesters, Jezus, Joden, soldaten, Pilatus' vrouw Meer Joden en soldaten, Simon van Cyrene Voor het pretorium De volgende ochtend vroeg nemen alle hogepriesters met de oudsten van het volk het besluit Jezus ter dood te brengen. Ze staan allen op en leiden hem voor aan Pilatus.

Pilatus Waarvan beschuldigt u deze man? Hogepriesters We hebben vastgesteld dat deze man ons volk van het rechte pad afbrengt en de mensen ervan weerhoudt belastingen aan de keizer te betalen en dat hij van zichzelf zegt de messiaanse koning te zijn. Pilatus Waarom antwoordt u niet? U hoort toch waar ze u 86

Mt 27:1 Lc 23:1 Joh 18:29

Lc 23:2 Mc 15:4


allemaal van beschuldigen? Jezus zegt niets, tot verwondering van Pilatus. Pilatus Neem hem dan mee, en veroordeel hem volgens uw eigen wet. Hogepriesters Wij hebben het recht niet om iemand ter dood te brengen. Pilatus gaat het pretorium weer in. Hij laat Jezus bij zicht komen.

Mc 15:5

Joh 18:31

Joh 18:31

Joh 18:33

Kruiswegstatie 2 (Carel Bruens, 2004, Kerk te 's Gravensande, Š Carel Bruens)

In het pretorium Pilatus Bent u de koning van de Joden? Jezus Vraagt u dit uit uzelf of hebben anderen dit over mij gezegd?

87

Lc 23:3

Joh 18:34


Pilatus Ik ben toch geen Jood. Uw volk en uw hogepriesters hebben u aan mij uitgeleverd – wat hebt u gedaan? Jezus Mijn koningschap hoort niet bij deze wereld. Als mijn koningschap bij deze wereld hoorde, zouden mijn dienaren wel gevochten hebben om te voorkomen dat ik aan de Joden werd uitgeleverd. Maar mijn koninkrijk is niet van hier. Pilatus U bent dus koning?

Joh 18:35

Joh 18:36 Joh 18:37

Jezus U zegt dat ik koning ben. Ik ben geboren en naar de wereld gekomen om van de waarheid te getuigen, en ieder die de waarheid is toegedaan, luistert naar wat ik zeg. Pilatus Maar wat is waarheid?

Joh 18:37 Joh 18:38

Pilatus gaat weer naar de Joden buiten.

Joh 18:38

Voor het pretorium Pilatus Ik vind niets waaraan deze man schuldig is. Hogepriesters In heel Judea ruit hij met zijn onderricht het volk op, van Galilea tot hier! Pilatus U komt uit Galilea? Dan valt u onder de bevoegdheid van landvoogd Herodes!

Lc 23:4

Lc 23:5

Lc 23:6

In het paleis van Herodes Herodes is blij Jezus te zien omdat hij al veel over hem heeft horen vertellen. Hij ondervraagt Jezus en hoopt dat Hij een wonder zou doen. Omdat Jezus zwijgt en de hogepriesters en schriftgeleerden Hem blijven beschuldigen, beginnen Herodes' soldaten Hem te bespotten en met een pronkgewaad om sturen ze Hem terug naar Pilatus.

Lc 23:8-11

Voor het pretorium Pilatus U hebt die man voor mij gebracht als iemand die

88

Lc 23:14-16 Joh 18:39 Mt 27:17


het volk van het rechte pad afbrengt, maar u weet dat ik hem, toen ik hem in uw bijzijn verhoorde, aan geen van de zaken waarvan u hem beticht schuldig heb bevonden. En Herodes evenmin, hij heeft hem immers naar ons teruggestuurd; hij heeft niets gedaan waarop de doodstraf staat. Dus zal ik hem vrijlaten, nadat ik hem heb laten geselen. Het is bij u gebruikelijk dat ik met Pesach iemand vrijlaat. Wie wilt u dat ik vrijlaat, Jezus Barabbas of Jezus die de messias wordt genoemd? Joden Hem niet, maar Barabbas! Pilatus Wat wilt u dan dat ik doe met die man die u de koning van de Joden noemt? Joden Kruisig hem! Pilatus

Joh 18:40

Mc 15:12 Mc 15:13

Wat voor kwaad heeft die man dan gedaan? Ik heb niets gevonden waarvoor hij de doodstraf verdient. Dus zal ik hem vrijlaten, nadat ik hem heb laten geselen.

Joden Aan het kruis met hem!

Lc 23:22 Mt 27:23

In het pretorium Pilatus' soldaten geselen Jezus. Ze vlechten een kroon van doorntakken, zetten die op zijn hoofd en doen hem een purperen mantel aan. Soldaten Leve de koning van de Joden!

Joh 19:1 Joh 19:3

Voor het pretorium Pilatus Ik zal hem hier buiten aan u tonen om u duidelijk te maken dat ik geen enkel bewijs van zijn schuld heb gevonden.

Joh 19:4

Jezus komt naar buiten, met de doornenkroon op en de purperen mantel aan.

Joh 19:5

Pilatus Hier is hij, de mens.

Joh 19:5

89


Jezus Mocked by Soldiers (Edouard Manet, 1865, Art Institute, Chicago)

Hogepriesters Kruisig hem, kruisig hem! Pilatus Neem hem dan maar mee en kruisig hem zelf, want ik zie niet waaraan hij schuldig is. Hogepriesters Wij hebben een wet die zegt dat hij moet sterven, omdat hij zich de Zoon van God heeft genoemd. Pilatus gaat het pretorium weer binnen, met Jezus.

Joh 19:6

Joh 19:6

Joh 19:7 Joh 19:9

In het pretorium Pilatus Waar komt u vandaan?

Joh 19:9

90


Jezus geeft geen antwoord

Joh 19:9

Pilatus Waarom zegt u niets tegen mij? Weet u dan niet dat ik de macht heb om u vrij te laten of u te kruisigen?

Joh 19:10

Jezus De enige macht die u over mij hebt, is u van boven gegeven. Daarom draagt degene die mij aan u uitgeleverd heeft de meeste schuld.

Joh 19:11

Pilatus' vrouw Laat je niet in met die rechtvaardige! Om hem heb ik namelijk vannacht in een droom veel moeten doorstaan.

Mt 27:19

Voor het pretorium

Pilatus

Pilatus laat water brengen en wast ten overstaan van de menigte zijn handen.

Mt 27:24

Ik ben onschuldig aan de dood van deze man. Zie het zelf maar op te lossen.

Mt 27:24

Hogepriesters Laat zijn bloed รณns dan maar worden aangerekend, en onze kinderen! Als u die man vrijlaat bent u geen vriend van de keizer, want iedereen die zichzelf tot koning uitroept pleegt verzet tegen de keizer. Pilatus laat Jezus naar buiten brengen en neemt plaats op de rechterstoel. Pilatus Hier is hij, uw koning.

Mt 27:25 Joh 19:12

Joh 19:13 Joh 19:14

Joden Weg met hem, weg met hem, aan het kruis met hem! Pilatus Moet ik uw koning kruisigen? Hogepriesters Wij hebben geen andere koning dan de keizer! Pilatus Kruisig hem en laat Barrabas vrij...

Joh 19:15 Joh 19:15 Joh 19:15 Joh 19:16 Mc 15:15

Onderweg naar Golgotha Jezus wordt weggeleid en de soldaten houden een zekere Simon van Cyrene aan, die net de stad binnenkwam. Ze leggen het kruis op zijn rug en laten het hem achter Jezus aan dragen. Een grote 91

Lc 23:26-27


volksmenigte volgt Jezus, evenals enkele vrouwen die zich op de borst slagen en over hem weeklagen. Jezus Dochters van Jeruzalem, huil niet om mij. Huil liever om jezelf en je kinderen, want weet, de tijd zal aanbreken dat men zal zeggen: “Gelukkig wie onvruchtbaar is, gelukkig de moederschoot die niet gebaard heeft en de borst die geen kind heeft gezoogd.” Dan zullen de mensen tegen de bergen zeggen: “Val op ons neer!” en tegen de heuvels: “Bedek ons!” Want als dit gebeurt met het jonge hout, wat zal het verdorde hout dan niet te wachten staan?

Lc 23:28-31

Op Golgotha Ze brengen Jezus naar Golgota, wat in onze taal ‘schedelplaats’ betekent. Ze willen hem met mirre vermengde wijn geven, maar hij neemt die niet aan. Ze kruisigen hem en verdelen zijn kleren onder elkaar; ze dobbelen erom wie wat zal krijgen. Het is in het derde uur na zonsopgang wanneer ze hem kruisigen. Jezus Vader, vergeef hun, want ze weten niet wat ze doen. Pilatus had een inscriptie laten maken die op het kruis bevestigd wordt. Er staat op ‘Jezus uit Nazaret, koning van de Joden’. Hogepriesters U moet niet “koning van de Joden” schrijven, maar “Deze man heeft beweerd: Ik ben de koning van de Joden”. Pilatus Wat ik geschreven heb, dat heb ik geschreven.

92

Mc 15:22-25 Lc 23:34

Joh 19:19

Joh 19:21-22 Joh 19:22


La Passion du Christ: Cruxifixion (Bernard Buffet, 1951, Vatican Museum)

DE DOOD VAN JEZUS — BEGRAFENIS VAN JEZUS 8

Omstaander, hogepriesters, slechte moordenaar, goede moordenaar, Jezus, centurio, Jozef van Arimatea, Pilatus Maria, Johannes, wachters Op Golgotha

Omstaander Jij was toch de man die de tempel kon afbreken en in drie dagen weer opbouwen? Als je de Zoon van God bent, red jezelf dan maar en kom van dat kruis af! Hogepriesters Anderen heeft hij gered, maar zichzelf redden kan hij niet; laat die messias, die koning van Israël, nu van het kruis afkomen. Als we dat zien, zullen we geloven! Hij heeft zijn vertrouwen in God gesteld, laat die hem nu dan redden, als hij hem tenminste goedgezind is. Hij heeft immers gezegd: “Ik ben de Zoon van God.” Slechte Jij bent toch de messias? Red jezelf dan en ons erbij! moordenaar Goede Heb jij dan zelfs geen ontzag voor God nu je moordenaar dezelfde straf ondergaat? Wij hebben onze straf verdiend en worden beloond naar onze daden. 93

Mt 27:40

Mc 15:31-32 Mt 27:43

Lc 23:39 Lc 23:40-42


Maar die man heeft niets onwettigs gedaan. Jezus, denk aan mij wanneer u in uw koninkrijk komt. Jezus Ik verzeker je: nog vandaag zul je met mij in het paradijs zijn.

Lc 23:43

Crucifixion (Daniel Mitsui, Š Daniel Mitsui)

Jezus ziet zijn moeder staan, en bij haar de leerling van wie hij veel houdt.

94

Joh 19:25


Jezus Dat is uw zoon. Dat is je moeder.

Joh 19:26-27

Op het middaguur viel er een duisternis over het hele land, die drie uur aanhield. Jezus Eloï, Eloï, lema sabachtani?

Mc 15:33 Mc 15:34

Omstaander Hoor, hij roept Elia!

Mc 15:35

Jezus Ik heb dorst.

Joh 19:28

Een omstaander gaat snel een spons halen, doordrenkt die met zure wijn, steekt de spons op een stok en probeert Jezus te laten drinken.

Mc 15:36

Omstaander Laten we eens kijken of Elia komt om hem eraf te halen.

Mc 15:36

Jezus Vader, het is volbracht, in uw handen leg ik mijn geest. Op dat moment scheurt in de tempel het voorhangsel van boven tot onder in tweeën, en de aarde beeft en de rotsen splijten. Centurio Werkelijk, deze mens was Gods Zoon.

Joh 19:30 Lc 23:46

Mt 27:51-53 Mc 15:39

Bij Pilatus Jozef van Geeft u toestemming om het lichaam van Jezus van Arimatea het kruis te nemen? Pilatus Is Jezus al gestorven?

Mc 15:43 Mc 15:44

Centurio Mijn soldaten zagen dat Jezus al gestorven was. Daarom braken ze zijn benen niet. Maar een van de soldaten stak een lans in zijn zij en meteen vloeide er bloed en water uit. Pilatus Ik geef toestemming om het lichaam van Jezus van het kruis te halen. Hogepriesters Heer, het schoot ons te binnen dat die bedrieger, toen hij nog leefde, gezegd heeft: “Na drie dagen zal ik uit de dood opstaan.” Geeft u alstublieft bevel om

95

Joh 19:33-34

Mc 15:45 Mt 27:63-64


het graf tot de derde dag te bewaken, anders komen zijn leerlingen hem heimelijk weghalen en zullen ze tegen het volk zeggen: “Hij is opgestaan uit de dood,� en die laatste leugen zal nog erger zijn dan de eerste. Pilatus U kunt bewaking krijgen. Ga nu en regel het zo goed als u kunt.

Mt 27:65

Bij het graf Jozef neemt het lichaam mee, wikkelt het in zuiver linnen en legt het in het nieuwe rotsgraf dat hij voor zichzelf had laten uithouwen. Hij rolt een grote steen voor de ingang van het graf en vertrekt.

Mt 27:59-60

De hogepriesters gaan naar het graf en beveiligen het door het te verzegelen en er bewakers voor te zetten.

Mt 27:66

No. 36 Scenes from the Life of Christ: 20. Lamentation (The Mourning of Christ) (Giotto, 1304 - 1306, Cappella degli Scrovegni, Padua)

96


DE VERRIJZENIS VAN JEZUS Synopsis van de evangeliën volgens Matteüs, Marcus, Lucas en Johannes en de Handelingen van de Apostelen HET LEGE GRAF ~12

Verteller, drie vrouwen (onder wie Maria Magdalena), twee Engelen, wachters, hogepriesters, Jezus, Petrus, Johannes en andere leerlingen Op weg naar het graf

Verteller Wanneer de sabbat voorbij is, kopen Maria Magdalena, Maria van Jakobus, en Salome specerijen, om Jezus te gaan balsemen. Zeer vroeg op de eerste dag der week, bij het opgaan der zon, komen ze bij het graf.

Mc 16:1-2

De drie Wie zal ons de steen wegrollen voor de ingang van vrouwen het graf?

Mc 16:3

Waarom zoekt u de levende bij de doden? (Arcabas, 2003, Heiligdom O.L.V. van Scherpenheuvel, © Arcabas)

Verteller En zie, er breekt een hevige aardbeving los. Want een engel des Heren daalt af van de hemel, komt naderbij, rolt de steen weg, en gaat daarop zitten.

97

Mt 28:2-4


Zijn aangezicht is als de bliksem, en zijn kleed wit als sneeuw. En de wachters sidderen voor hem van vrees, en worden als doden. De drie vrouwen gaan het graf binnen. De drie Waar is het lichaam van den Heer Jezus? vrouwen

Lc 24:3

Vertelller Maria Magdalena snelt daarom vlug naar Simon Petrus heen, en naar den anderen leerling, dien Jezus liefhad.

Joh 20:2

Bij de leerlingen Maria Men heeft den Heer uit het graf genomen, en wel Magdalena weten niet, waar men Hem heeft neergelegd.

Joh 20:2

Bij het graf Verteller Terwijl ze nu niet goed weten, wat ze er van moeten denken, zie, daar staan twee mannen bij hen in schitterend gewaad. De vrouwen buigen hevig verschrikt het hoofd ter aarde.

Lc 24:4-5

Twee engelen Vreest niet; want wij weten, dat ge Jezus zoekt, den gekruiste. Wat zoekt gij den Levende bij de doden? Hier is Hij niet; Hij is verrezen. Herinnert u, wat Hij tot u heeft gezegd, toen Hij nog in Galilea was: "De Mensenzoon moet in de handen van zondaars worden overgeleverd en gekruisigd, maar de derde dag zal Hij verrijzen.” Ziet hier de plaats, waar men Hem heeft neergelegd. Gaat nu heen, en zegt aan zijn leerlingen en aan Petrus: Hij gaat u vóór naar Galilea; daar zult gij Hem zien, zoals Hij het u heeft gezegd.

Mt 28:5 Lc 24:5-7 Mc 16:6-7

Verteller Ze gaan heen van het graf. Als ze zijn heengegaan, zie, daar gaan enigen van de wacht naar de stad, naar de hogepriesters..

Lc 24:9 Mt 28:11

Bij de hogepriesters De wachters Er brak een hevige aardbeving los. Want een engel des Heren daalde af van de hemel, kwam naderbij, rolde de steen weg, en ging daarop zitten. Zijn 98

Mt 28:2-4


aangezicht was als de bliksem, en zijn kleed wit als sneeuw. Wij sidderden voor hem van vrees, en werden als doden. Het graf is leeg. Verteller De hogepriesters vergaderen met de oudsten, en geven na onderling overleg een grote som gelds aan de soldaten. Hogepriesters Zegt: "Zijn leerlingen zijn Hem ‘s nachts komen stelen, terwijl we sliepen." En als dit den landvoogd ter ore mocht komen, dan zullen we hem wel tevreden stellen, en zorgen, dat gij ongemoeid blijft. Verteller Ze nemen het geld, en doen zoals het hun was voorgezegd. En dit verzinsel blijft onder de Joden verspreid tot op de huidige dag.

Mt 28:12

Mt 28:13-14

Mt 28:15

Onderweg van het graf naar de leerlingen Jezus tot de Weest gegroet. twee vrouwen

Mt 28:9

Verteller De twee vrouwen komen nader, omklemmen zijn voeten, en aanbidden Hem. Jezus Vreest niet; gaat, en boodschapt mijn broeders, dat ze naar Galilea moeten gaan; daar zullen ze Mij zien.

Mt 28:9

Mt 28:10

Bij de leerlingen De twee Er waren twee engelen bij het graf die zeiden dat vrouwen Jezus is verrezen. Hij gaat u vóór naar Galilea; daar zult gij Hem zien, zoals Hij het u heeft gezegd.” Leerlingen Dat is beuzelpraat. We geloven jullie niet! Petrus tot Laat ons naar het graf gaan. Johannes

Lc 24:9 Lc 24:11

Joh 20:3

Bij het graf Verteller Ze gaan samen op weg, maar de andere leerling loopt sneller dan Petrus, en komt het eerst bij het

99

Joh 20:4


graf. Hij gaat er echter niet binnen.

Les Disciples Pierre et Jean courant au sépulcre le matin de la Résurrection (Eugene Burnand, 1898, Musée d'Orsay, Paris)

Johannes Ik zie het lijnwaad liggen. Verteller Nu komt ook Simon Petrus achter hem aan, gaat het graf binnen. Petrus Ik zie het lijnwaad liggen, met de zweetdoek die zijn hoofd heeft bedekt. Hij ligt niet bij het lijnwaad, maar afzonderlijk opgerold op een andere plaats. Verteller Nu gaat ook de andere leerling binnen, die het eerst bij het graf was gekomen. Johannes Ik geloof dat Jezus is verrezen! Verteller De leerlingen gaan weer naar huis. Maria Magdalena keert terug naar het graf. Ze blijft buiten bij het graf staan wenen. Onder het wenen bukt ze zich voorover naar het graf, en ziet er twee engelen zitten in witte gewaden, de een aan het hoofdeind, de ander aan het voeteneind van de plaats, waar Jezus’ lichaam gelegen had. Twee engelen Vrouw, waarom weent ge? Maria Omdat men mijn Heer heeft weggenomen, en ik Magdalena niet weet, waar men Hem heeft neergelegd.

100

Joh 20:5

Joh 20:6

Joh 20:6-7

Joh 20:8 Joh 20:8

Joh 20:10-12 Joh 20:13

Joh 20:13


Verteller Als ze dit heeft gezegd, keert ze zich om, en ziet Jezus staan; maar ze weet niet, dat het Jezus is. Ze meent dat het de tuinman is. Jezus Vrouw, waarom weent ge; wien zoekt ge? Maria Heer, zo gij Hem hebt weggehaald, zeg me, waar ge Magdalena Hem hebt neergelegd, dan zal ik Hem wegdragen. Jezus Maria!

Joh 20:14 Joh 20:15

Joh 20:15 Joh 20:16

Noli me tangere (Maurice Denis)

Maria Rabboni! Magdalena

Joh 20:16

Jezus Houd Mij niet vast; want nog ben Ik niet naar den Vader opgestegen. Maar ga naar mijn broeders, en zeg hun: Ik stijg op naar mijn en uw Vader, naar mijn en uw God.

Joh 20:17

Verteller Maria Magdalena gaat opnieuw naar de leerlingen.

Joh 20:18

101


Bij de leerlingen Maria Ik heb den Heer gezien. Hij heeft gezegd dat hij Magdalena stijgt naar zijn en onze Vader, naar zijn en onze God. De leerlingen Dat kunnen we niet geloven!

Joh 20:18 Mc 16:11

DE EMMAÜSGANGERS EN DE ONGELOVIGE THOMAS ~5

Verteller, Jezus, Kleofas, Thomas en andere leerlingen Op de weg naar Emmaüs

De twee De vrouwen zegden dat er twee engelen bij het graf leerlingen waren die zeiden dat Jezus is verrezen en dat Hij onder mekaar ons vóórgaat naar Galilea en dat we Hem daar zullen zien, zoals Hij het ons heeft gezegd. Verteller Terwijl ze met elkander spreken en van gedachten wisselen, komt ook Jezus er bij, en gaat met hen mee. Jezus Wat bespreekt gij zo druk met elkaar onderweg? Kleofas Zijt Gij dan vreemdeling in Jeruzalem, dat Gij alleen niet weet, wat daar dezer dagen gebeurd is? Jezus Wat dan?

Lc 24:14

Lc 24:15 Lc 24:17

Lc 24:18 Lc 24:19

De twee Het betreft Jezus van Názaret, die een profeet was, leerlingen machtig in werk en in woord, voor God en voor het hele volk, en dien onze opperpriesters en oversten ter dood hebben overgeleverd en gekruisigd. Wij zelf hadden gehoopt, dat Hij het was, die Israël zou verlossen; maar met dat al is het nu reeds de derde dag, sinds dat alles gebeurd is. Toch hebben enige vrouwen, die bij ons behoren, ons doen ontstellen. Ze waren in de vroegte bij het graf gekomen, en hadden zijn lichaam niet gevonden; maar ze zijn komen zeggen, dat ze een verschijning van engelen

102

Lc 24:19-24


hadden gehad, die zeiden, dat Hij leeft. Daarop zijn sommigen van ons naar het graf gegaan, en hebben alles bevonden, zoals de vrouwen het hadden verteld; maar Hemzelf hebben ze niet gezien. Jezus O onverstandigen en tragen van hart, dat gij niet beter gelooft aan al wat de profeten hebben gezegd. Moest de Christus dit alles niet lijden, en zรณ zijn glorie binnengaan?

Lc 24:25-26

Verteller Te beginnen met Mozes en al de profeten, verklaart Hij hun, wat in heel de Schrift over Hem was voorspeld. Ondertussen komen ze aan bij het dorp.

Lc 24:27-28

Jezus Ik ga hier verder.

Lc 24:28

De twee Blijf bij ons, want het wordt avond, en de dag is al leerlingen voorbij. Verteller Jezus gaat dus naar binnen, om bij hen te blijven. Hij legt Zich met hen aan tafel aan en neemt het brood. Jezus

Gezegend zijt Gij God, Heer van al wat leeft. Uit uw milde hand hebben wij het brood ontvangen. Aan U dragen wij op de vrucht van de aarde, het werk van onze handen.

Verteller Jezus breekt het brood en reikt het hen toe. Nu gingen hun de ogen open, en herkenden ze Hem. Maar Hij verdween uit hun gezicht.

Lc 24:29

Lc 24:29-30

Offertorium

Lc 24:30-31

De twee Brandde ons hart niet in ons, toen Hij onderweg tot leerlingen ons sprak, en ons de Schriften verklaarde? onder mekaar

Lc 24:32

Verteller Onmiddellijk stonden ze op, en keerden naar Jeruzalem terug.

Lc 24:33

Bij de leerlingen De twee Jezus verscheen ons in een andere gedaante en we leerlingen tot de hebben Hem herkend door het breken van het anderen (echter brood! zonder Thomas)

103

Mc 16;12 Lc 24:35


Emmaus (Sieger Köder, © Sieger Köder)

De andere Dat kunnen we niet geloven! leerlingen Verteller Terwijl ze nog daarover spreken, staat Jezus zelf in hun midden. Jezus Vrede zij u.

Mc 16:13

Lc 24:36 Lc 24:36

De leerlingen Een geest!

Lc 24:37

Jezus Waarom zijt gij ontsteld, en waarom komt er twijfel op in uw hart? Gij zijt ongelovig en verstokt van hart, want ge hebt hen niet geloofd, die Mij na mijn verrijzenis hebben gezien. Beziet mijn handen en voeten: Ik ben het zelf. Betast Mij, en ziet toe; want een geest heeft geen vlees en geen beenderen, zoals gij ziet, dat Ik heb. De leerlingen Dat kan niet!

Lc 24:38 Mc 16:14 Lc 24:39 Lc 24:41

104


Jezus Hebt gij hier iets te eten? Verteller Ze geven Jezus een stuk gebraden vis. Hij neemt het, en eet ervan voor hun ogen. Jezus Dit is het, wat Ik tot u heb gesproken, toen Ik nog bij u was: "Alles moet worden vervuld, wat in de Wet van Mozes, in Profeten en Psalmen van Mij staat geschreven". Zรณ staat er geschreven: dat de Christus zou lijden en op de derde dag uit de doden verrijzen; en dat in zijn Naam bekering tot vergiffenis der zonden zou worden gepreekt aan alle volken, te beginnen bij Jeruzalem. Gij zijt de getuigen hiervan. Zie, Ik zend de belofte van mijn Vader over u neer; Verteller Wanneer Jezus niet meer bij hen is, komt Thomas binnen, die niet bij hen was toen Jezus kwam. De leerlingen We hebben den Heer gezien. Thomas Zo ik in zijn handen de wonden der nagelen niet zie, en mijn vinger niet leg in de plaats van de nagelen, en mijn hand niet in zijn zijde steek, dan geloof ik het niet. Verteller Acht dagen later zijn de leerlingen weer daarbinnen bijeen, en ook Tomas is er bij. Terwijl de deuren gesloten zijn, komt Jezus binnen. Jezus Vrede zij u.

Lc 24:41

Lc 24:42

Lc 24:44-49

Joh 20:24 Joh 20:25

Joh 20:25

Joh 20:26 Joh 20:26

Jezus tot Leg uw vinger hier, en bezie mijn handen; steek uw Thomas hand uit, en leg ze in mijn zijde; en wees niet ongelovig, maar gelovig. Thomas Mijn Heer en mijn God! Jezus Gelooft ge, omdat ge Mij hebt gezien? Zalig zij, die niet zien, en toch geloven.

105

Joh 20:27 Joh 20:28

Joh 20:29


De ongelovige Thomas

DE BELOFTE VAN PETRUS EN DE HEMELVAART ~5

Verteller, Petrus, en andere leerlingen, Jezus, twee Engelen Bij het meer van Tiberias

Petrus tot de Ik ga vissen. andere leerlingen

Joh 21:3

De andere Dan gaan wij met u mee. leerlingen Verteller Ze trekken er dan op uit, en gaan de boot in; maar die nacht vangen ze niets. Wanneer reeds de morgen is aangebroken, staat Jezus aan het strand; 106

Joh 21:3 Joh 21:3-4


maar de leerlingen weten niet, dat het Jezus is. Jezus Jonge mannen, hebt gij wat vis? De leerlingen Neen!

Joh 21:5 Joh 21:5

Jezus Werpt het net uit rechts van de boot, dan zult gij slagen. Verteller Ze werpen het net uit; maar door het groot aantal vissen kunnen ze het niet meer ophalen.

Joh 21:6

Joh 21:6

Ostermorgen am See (Sieger Köder, © Sieger Köder)

Johannes tot Het is de Heer! Petrus

Joh 21:7

Verteller Wanneer Simon Petrus hoort, dat het de Heer is, doet hij, daar hij ontkleed was, zijn mantel om, en werpt zich in het meer. Daar ze zich niet ver van de kust bevinden, slechts ongeveer tweehonderd el, komen de andere leerlingen met de boot, en slepen het net met de vissen achter zich aan. Wanneer ze

107

Joh 21:7-9


geland zijn, zien ze een kolenvuur liggen, en vis en brood er bovenop. Jezus Haalt van de vissen, die ge nu gevangen hebt. Verteller Simon Petrus gaat aan boord, en sleept het net aan wal; het is vol grote vissen, honderd drie en vijftig in getal; en ondanks dit aantal is het net niet gescheurd. Jezus Komt ontbijten!

Joh 21:10

Joh 21:11 Joh 21:11

Verteller Niemand van de leerlingen durft Jezus vragen wie Hij is, want ze weten, dat het de Heer is. Jezus komt nader, neemt het brood en geeft het hun, en de vis eveneens. Jezus tot Petrus Simon, zoon van Johannes, bemint ge Mij meer dan de anderen hier? Petrus Ja, Heer, Gij weet, dat ik U liefheb.

Joh 21:12-13

Joh 21:15 Joh 21:15

Jezus Weid mijn lammeren. Simon, zoon van Johannes, bemint ge Mij?

Joh 21:15-16

Perus Ja Heer, Gij weet, dat ik U liefheb.

Joh 21:16

Jezus Weid mijn schaapjes. Simon, zoon van Johannes, bemint ge Mij?

Joh 21:16-17

Petrus Heer, Gij weet alles; Gij weet toch, dat ik U liefheb. (bedroefd) Jezus Weid mijn schapen. Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: Toen ge jong waart, deedt ge zelf uw gordel aan en zijt ge gegaan, waarheen ge zelf hebt gewild; maar wanneer ge oud zijt, zult ge uw handen uitstrekken, een ander zal u omgorden, en u brengen waar ge niet heen wilt. Volg Mij. Petrus Heer, en Johannes dan?

Joh 21:17

Joh 21:17-19 Joh 21:21

108


Uitzending van de leerlingen

Jezus Indien Ik hem wil laten blijven totdat Ik kom, wat maakt dit uit voor u? Volg Mij! Mij is alle macht gegeven in de hemel en op de aarde. Gaat dus heen; onderwijst alle volken, doopt ze in de naam van den Vader en van den Zoon en van den Heiligen Geest, en leert ze onderhouden al wat Ik u heb geboden. Wie gelooft en gedoopt is, zal zalig worden; maar wie niet gelooft, zal worden veroordeeld. Deze wonderen zullen hen vergezellen, die hebben geloofd: in mijn Naam zullen ze duivels uitdrijven; vreemde talen zullen ze spreken; slangen zullen ze opnemen; en al drinken ze dodelijk vergif, het zal hun niet schaden; zieken zullen ze de handen opleggen, en zij zullen genezen. Ziet, Ik blijf altijd bij u, tot aan het einde der wereld. Verteller Jezus leidt de leerlingen naar Betánië.

Joh 21:22 Mt 28:18-20 Mc 16:16-18 Mt 28:20 Lc 24:50

Op de Olijfberg in Betánië Jezus Verlaat Jeruzalem niet, maar wacht de belofte des Vaders af, die gij van Mij hebt vernomen. Want Johannes doopte met water, maar over enkele dagen zult gij worden gedoopt met den Heiligen

109

Hand 1:4-5


Geest De leerlingen Heer, zult Gij in deze tijd het koninkrijk voor IsraĂŤl weer herstellen? Jezus U komt het niet toe, tijden of dagen te kennen, die de Vader door eigen macht heeft vastgesteld. Maar wanneer de Heilige Geest over u komt, zult ge kracht ontvangen, en mijn getuigen zijn in Jeruzalem, in heel Judea en Samaria, en tot aan het einde der aarde. Verteller Na deze woorden wordt Hij voor hun ogen opgenomen, en een wolk onttrekt Hem aan hun blikken. Nog staren ze naar de hemel, terwijl Hij opstijgt: en zie, daar staan twee mannen bij hen, in witte klederen gehuld. De twee engelen Mannen van Galilea, wat staat gij naar de hemel te staren? Jezus, die uit uw midden ten hemel is opgenomen, Hij zal weer op dezelfde wijze komen, als gij Hem hebt zien opstijgen ten hemel. Verteller De leerlingen trekken uit, om overal te preken; en de Heer werkt met hen mee, en bevestigt het woord door de wonderen, die het vergezellen.

110

Hand 1:6

Hand 1:7-8

Hand 1:9-10

Hand 1:11

Mc 16:20


INDEX Toneel

Mt

Mc

Lc

Joh

Liturgische kalender

Het Geboorteverhaal De aankondiging van de geboorte van Johannes de Doper De aankondiging van de geboorte van Jezus en het bezoek aan Elisabeth

1:5-25

1:26-56

Vierde zondag van de Advent Vigilie van Kerstmis H. Jozef, bruidegom van de H. Maagd Maria (19 maart) Aankondiging van de Heer (25 maart) H. Maagd Maria, Koningin (31 mei) H. Maagd Maria van de Rozenkrans (7 oktober) Onbevlekte Ontvangenis van de Heilige Maagd Maria (8 december)

De geboorte van Johannes de Doper

1:57-80

Geboorte van de H. Johannes de Doper (24 juni)

De geboorte van Jezus

2:1-21

Heilige Kerstnacht: nachtmis

De opdracht van Jezus in de tempel

2:22-40

Heilige Familie Opdracht van de Heer (2 februari)

De wijzen uit het Oosten

1:19-24

2:1-23

Openbaring van de Heer (6 januari)

Maria en Jozef vinden Jezus in de tempel

2:42-52

Het doopsel van Jezus

3:4-17

1:4-5

3:1-22

De bekoring van Jezus

4:1-11

1:13

4:3-13

De leerlingen van Johannes

9:11-13 11:7-19

2:14-21

3:15-22 5:28-39 7:16-24

Jezus en de Samaritaanse vrouw De knecht van de honderdman

8:5-13

Storm op het meer en genezing van 8:18-32 een bezetene

4:14-39 5:1-20

1:19-34

Tweede zondag van de Advent Doop van de Heer Eerste zondag van de Veertigdagentijd

3:23-36

Derde zondag van de Advent Achtste zondag door het jaar Doop van de Heer

4:1-42

Derde zondag van de Veertigdagentijd (jaar A)

6:44-49 7:1-10

Derde zondag na Driekoningen (tridentijnse kalender) Negende zondag door het jaar (jaar C)

8:19-37

Vierde zondag na Driekoningen (tridentijnse kalender) Elfde zondag door het jaar (jaar B) Twaalfde zondag door het jaar (jaar B)

Jezus en de overspelige vrouw De verloren zoon

Heilige Familie H. Jozef, bruidegom van de H. Maagd Maria (19 maart) Het moederschap van de H. Maagd Maria (11 oktober)

8:2-11 15:12-31

111

Vijfde zondag van de Veertigdagentijd (jaar C) Vierde zondag van de Veertigdagentijd (jaar C) Vierentwintigste zondag door het jaar (jaar C)


Toneel

Mt

Mc

De parabel van Lazarus en de rijke man

Lc 16:19-31

Het Koninkrijk Gods

8:19-22 10:14-52 10:20-28 19:13-28 17:20-21 20:20-33 18:18-31 22:38-40

De talenten

25:14-46

Zesentwintigste zondag door het jaar (jaar C) 6:28-35

11:1-45 9:5-13 8:27-38 16:14-27 9:1-12

9:28-33

Achttiende zondag door het jaar (jaar B) 27ste, 28ste, 29ste en 30ste zondag door het jaar (jaar B) H. Jacobus, apostel

Vijfde zondag van de Veertigdagentijd (jaar A) Eenentwintigste zondag door het jaar (jaar A) Achttiende zondag na Pinksteren (tridentijnse kalender) Sint Petrus' Stoel HH. Petrus en Paulus, apostelen

Het lijden en sterven van Onze Heer Jezus Christus Met het oog op zijn begrafenis — Complot tegen Jezus

Liturgische kalender

Drieëndertigste zondag door het jaar (jaar A) Christus Koning

De opwekking van Lazarus De gedaanteverandering

Joh

Palmzondag 26:2-15

14:6-9

11:47-50 12:3-5

Voorbereiding van het paasmaal 26:20-29 14:15-19 22:8-19 — Voetwassing — Laatste Avondmaal

13:4-30

Ze zullen allemaal ten val komen — In Getsemane — Arrestatie van Jezus

26:31-50 14:30-46 22:33-53

12:27 18:10-12

Verloochening door Petrus — Verhoor door de hogepriester

26:63-73 14:55-72 22:54-70

18:20-26

Voor Pilatus — Bespotting en kruisiging

27:1-25

18:29-40 19:1-22

19:26-34

15:4-25

22:6

23:1-34

De dood van Jezus — Begrafenis 27:40-66 15:31-45 23:39-46 van Jezus De verrijzenis van Jezus Het lege graf

De Emmaüsgangers en de ongelovige Thomas De belofte van Petrus en de Hemelvaart

28:2-15

16:1-11

24:3-11

16:12-14 24:15-49 28:18-20 16:16-20 24:50

112

20:2-18

Paaswake Paaszondag Maandag onder het octaaf van Pasen Dinsdag onder het octaaf van Pasen H. Johannes, apostel en evangelist

20:24-29

Zaterdag onder het octaaf van Pasen

21:3-22

Vrijdag onder het octaaf van Pasen Derde zondag van Pasen (jaar C) Hemelvaart van de Heer Heilige Drievuldigheid Bekering van Paulus, apostel Vigilie van de HH. Petrus en Paulus H. Marcus, evangelist H. Johannes, apostel en evangelist



AMDG

WWW.GELOVENLEREN.NET