Issuu on Google+

vakblad over ontwikkelingssamenwerking 02 inhoud

sp

bij jaargang 44 2010 #4

ec

ia

klaar voor de start? Vijf stappen naar een baan in de ontwikkelingssamenwerking praktische tips en persoonlijke verhalen

le

di

tio

n


redactioneel 03

[advertorial]

Waterputten bouwen in Afrika? Het kan ook anders! Het is een zonnige donderdagochtend in Den Haag. Zeven politici van verschillende politieke partijen zijn naar Het Plein gekomen om de resultaten van de Wereldse Stem Actie in ontvangst te nemen. Gemaskerd als de lijsttrekkers biedt een groep jongeren de uitslag aan: van de bijna 5.000 uitgebrachte stemmen wil 22% dat het budget voor ontwikkelingssamenwerking omlaag gaat, 51% wil het gelijk houden, en volgens 27% moet het budget omhoog. Annemiek Tigchelaar, projectmedewerker bij Move Your World en initiatiefnemer van de actie, is tevreden: “We hebben ervoor gezorgd dat bijna 5.000 jongeren hebben nagedacht over het belang van ontwikkelingssamenwerking. Maar naast hun stem uitbrengen, hebben ze ook aangegeven wat zij zelf doen voor een betere wereld. Want of je nou je afval scheidt of eerlijke kleding koopt, iedereen kan iets bijdragen.”

het is aan jou

Volgens Sylvia Giezeman, die ook projectmedewerker bij Move Your World is, denken veel jongeren bij ontwikkelingssamenwerking nog steeds aan geld storten of waterputten bouwen in Afrika. “Maar samenwerken aan ontwikkeling kan ook op andere manieren”, zegt Sylvia. “Door de keuzes die jij hier in Nederland maakt, heb je ook invloed op de situatie in ontwikkelingslanden.” Move Your World maakt mensen bewust van de mogelijkheden die we zelf hebben om de wereld eerlijker, duurzamer en vreedzamer te maken. Op www.moveyourworld.nl vind je niet alleen praktische tips voor elke dag, maar ook een vacaturebank met alle startersbanen in de ontwikkelingssector.

Generatie Einstein. Screenager. Dat ben jij. Een innovatieve (bijna) twintiger, betrokken bij de politiek en goede doelen. Dat betekent niet dat je een softie bent: je kiest voor zowel resultaat als plezier in je werk. Je neemt geen blad voor de mond en wilt blijven leren. Jouw generatie wordt omschreven als slimme, grenzeloos actieve en authentieke multi-taskers. Je wilt dan ook een baan waarin je je maatschappelijke betrokkenheid kunt uiten. Alsjeblieft geen nine to fivementaliteit. Het is niet verwonderlijk dat je kiest voor een studie waarin je je passie en interesse voor mondiale vraagstukken kwijt kunt. Maar daar blijft het niet bij. ‘CVbuilding’ is al lang geen vies woord meer. Vrijwilligerswerk, nevenactiviteiten, een verre reis…je maakt overal tijd voor. Toch staan werkgevers niet massaal in de rij om je een interessante baan aan te bieden als je eenmaal bent afgestudeerd. Er zijn simpelweg niet genoeg vacatures. Het is geen uitzondering als er meer dan honderd brieven binnenkomen op een vacature bij Cordaid of Unicef. Zeker in de ontwikkelingssector is er voor het bemachtigen van een baan keiharde competitie. De redenering van veel organisaties is dat je pas iets nuttigs kunt zeggen over

grote wereldproblemen als je beschikt over voldoende jaren veldervaring, kennis en expertise. Maar waar kun je als starter ervaring opdoen, als je nergens de kans krijgt? Als je dan ook nog eens in de krant leest dat de ontwikkelingssector onder vuur ligt, dat organisaties moeten bezuinigen en dat er steeds meer activiteiten worden verplaatst naar de ontwikkelingslanden zelf, dan wordt het toekomstplaatje er niet rooskleuriger op. Moet je je carrièreplannen dan maar radicaal omgooien? Gelukkig niet. Deze startersbijlage van Vice Versa biedt je handvaten om je doel te bereiken. We lichten de belangrijkste vijf stappen uit op weg naar een baan in de ontwikkelingssector. Ook lees je hoe het andere starters vergaat en wat hun ervaringen zijn. Als er één ding duidelijk wordt, dan is het wel dat voor ontwikkelingssamenwerking dé perfecte studie, dé baan of dé carrière niet bestaat. Het is helemaal aan jezelf. En dat is jouw generatie nu net op het lijf geschreven. De redactie

inhoud Vijf stappen naar een baan in de OS

Durf te DOEN.

Stichting DOEN werkt aan een leefbare wereld waaraan iedereen kan meedoen. DOEN is aanjager van duurzame, culturele en sociale voorlopers Stichting DOEN ondersteunt Africa Unsigned uit de bijdrage van de Nationale Postcode Loterij, omdat fans via deze website direct kunnen investeren in Afrikaanse muzikanten. Deze financiering draagt bij aan de ontwikkeling van de Afrikaanse muziekindustrie en biedt Afrikaanse artiesten een inkomen. DOEN hoopt dat door het voorbeeld van Africa Unsigned meer culturele initiatieven op het idee gebracht worden vernieuwende vormen van financiering te gaan gebruiken.

04

06

10

12

16

stap 1 Studie

stap 2 Ervaring

stap 3 netwerken

stap 4 Solliciteren

stap 5 Verdieping

reportage

zo kan het ook

18

13

09

19

Manon Stravens

Met je voeten in de rode aarde

Kim BehrendtPoldner

Noa Lodeizen

columns

08 Irene de Vries

Medisch toerisme

Aan de borst

Coverfoto Fotograaf: Leonard Fäustle, model: Ellen Mangnus

Colofon fotocredits: Africa Unsigned

Stichting DOEN durft. Kijk ook op www.doen.nl

Deze speciale bijlage is gemaakt door Vice Versa, het vakblad over ontwikkelingssamenwerking / Uitgever Stefan Verwer / Hoofdredacteur Marc Broere / Eindredacteur Sanne de Boer Redactie Anne-Katrien Denissen, Janneke Juffermans, Eva de Vries, Ilse Zeemeijer / Medewerkers Leonard Fäustle, André van der Stouwe, Manon Stravens, Irene de Vries Art direction, design en opmaak Sazza; Saskia Stolz, Daphne Meijer en Jaap Migchels / Druk Deltahage Den Haag / Redactieadres Vice Versa Velperbuitensingel 8, 6828 CT Arnhem 026-3703177 Website www.viceversaonline.nl Een studentenabonnement op Vice Versa kost €19,95 per jaar. Voor meer informatie, stuur een mailtje naar Eva de Vries: eva@viceversaonline.nl. Deze bijlage werd financieel mogelijk gemaakt door NCDO (www.ncdo.nl)


04 STAP 1 STUDIE

Elja de Jong 05

beeld Leonard Fäustle

Stap 1 studie

Elja de Jong (23) is vastberaden: ‘Toen ik voor de master International Development Studies koos, werd ik door iedereen gewaarschuwd dat ik later zou moeten knokken om een baan. Nou ja, dat moet dan maar.’

De tijd van geitenwollensokken-idealisten is voorbij. De ontwikkelingssector vraagt om kwaliteit, expertise en een indrukwekkend curriculum vitae. Met alleen goede wil kom je er dus niet. De eerste vraag is: wat ga je studeren? Een opleiding tot ontwikkelingswerker bestaat immers niet. De ontwikkelingswerker van nu is een andere dan die van dertig jaar geleden. Gaf vroeger de hogere technische school of een opleiding tropische landbouw je toegang tot een baan in de ontwikkelingssamenwerking (OS), tegenwoordig bestaan er tientallen opleidingen die voor deze sector relevant zijn. Hoewel de banen er niet voor het oprapen liggen, is er behoefte aan werknemers met verschillende studieachtergronden – mbo, hbo of universitair. Wat dacht je van een administratieve functie bij Unicef, een baan als financieel expert bij Terre des Hommes of als junior project officer bij Hivos? Voor een inhoudelijke baan in de ontwikkelingssector zijn de studies sociale geografie en planologie, International Development Studies en ontwikkelingseconomie een goede keuze. Marijn Noordam (32) koos voor ontwikkelingseconomie aan de Universiteit Wageningen. Na haar afstuderen vertrok ze naar Washington DC om als consultant bij de Wereldbank te gaan werken. Om veldervaring op te doen solliciteerde ze naar een baan bij de Food and Agricultural Organisation van de VN en ging ze naar Zuid-Soedan en Kenia. Sinds 2008 werkt ze als persoonlijk secretaris voor oud-minister Bert Koenders op het ministerie van Buitenlandse Zaken. ‘Mij werd aan het begin van mijn studie gezegd dat mijn perspectieven op de arbeidsmarkt somber waren. Maar dat heeft me er niet van weerhouden om te kiezen voor ontwikkelingseconomie. Ik zou de studie zó weer kiezen, maar dan wel vanuit een andere invalshoek. Bijvoorbeeld door mijn vrije keuzeruimte in te vullen met vakken zoals internationale economie of politicologie aan andere universiteiten, om meer te weten te komen over de politieke dimensie van ontwikkelingssamenwerking.’ Hoewel de studie van Marijn een goede basis is voor haar werk, is die lang niet altijd doorslaggevend. ‘Naarmate je meer ervaring hebt, word je opleiding minder belangrijk. Zo heeft een collega van mij theologie gestudeerd’, zegt ze. Ook Josefien de Kwaadsteniet (34), van huis uit sociaal geograaf en werkzaam als consultant in Afrika, merkt dat er veel studies zijn die aansluiten bij de ontwikkelingssector. ‘Ik kom in mijn werkveld vaak sociaal geografen tegen, maar ook veel mensen die bijvoorbeeld culturele antropologie, sociale wetenschappen, geneeskunde, internationale betrekkingen, rechten, politicologie, culturele en maatschappelijke vorming of communicatiewetenschap hebben gestudeerd. Het is maar net wat voor draai je zelf aan je studie hebt gegeven.’ Een mooi voorbeeld is Gaston Schmitz (28). Hij studeerde International Management aan de Universiteit van Maastricht. ‘Bij een management- of economieopleiding is een baan in de non-profit sector niet het eerste waar je als student aan denkt. Maar juist mensen uit die hoek zijn ook hard nodig.’ Hij sloeg een baan af bij TNT en Procter & Gamble, een prestigieuze multinational, om de advanced master International Development Studies te volgen aan het CIDIN, het Centrum voor Internationale Ontwikkelingsvraagstukken van de Radboud Universiteit Nijmegen. ‘Nog nooit had iemand een dergelijk aanbod bij ze afgeslagen, maar ik volgde mijn hart en niet mijn ego of portemonnee.’ [Ilse Zeemeijer]

wees origineel

 • Sustainable Development (Universiteit Utrecht) • Fair Trade Management (Hogeschool Van Hall Larenstein) • Commerciële economie (verschillende hogescholen) • Psychologie (diverse universiteiten) • Watermanagement (hbo of universiteit) • International Health (verschillende universiteiten)

gebruik je vrije tijd Ga bij een commissie van je studievereniging, zet ontwikkelingssamenwerking op de agenda en breid je netwerk uit Studentenvereniging Ontwikkelingssamenwerking Leiden (SOL), voor iedereen die geïnteresseerd is in ontwikkelingssamenwerking: www.soleiden.nl Loop stage in het buitenland via AIESEC, een internationale organisatie voor en door studenten (www.aiesec.nl) Studeer je geneeskunde? Kijk dan eens bij IFMSA (International Federation for Medical Students Association, www.ifmsa.nl) Bij de Studentenvereniging Internationale Betrekkingen (SIB) staan internationale thema’s hoog op de agenda. Je vindt de SIB in Groningen, Leiden, Amsterdam en Utrecht: www.sib-nederland.nl

ambitieus en realistisch ‘Ik was altijd al geïnteresseerd in niet-westerse landen en culturen’, vertelt Elja de Jong. Tijdens haar hbo-opleiding International Business and Languages in Rotterdam ontstond haar interesse in de wereldhandel, fair trade en maatschappelijk verantwoord ondernemen. Ze verbleef voor haar studie twee keer een halfjaar in Mexico en ging na het afronden van haar bachelor een jaar naar Zuid-Afrika om voor de klantenservice van Shell te werken. Daarna volgde nog een reis van vier maanden door Zimbabwe, een land dat haar hart gestolen heeft. ‘De mensen in Zimbabwe zijn zo positief en hoopvol, maar ze moeten wel worden ondersteund van buitenaf. Daarom wil ik iets in deze richting doen. Dat klinkt misschien idealistisch, maar ik probeer realistisch te blijven.’ ‘In mijn tweede jaar ben ik me alvast gaan oriënteren op een master. De master International Development Studies van de Universiteit Utrecht sprak mij meteen aan. Maar mijn plannen werden vanuit de hogeschool niet echt gestimuleerd. Mijn docent commerciële economie zei: je hebt goede cijfers, hup, het bedrijfsleven in! Het stimuleerde mij juist om mijn eigen pad te volgen.’ Elja is net klaar met de pre-master van International Development Studies (IDS) en begint in september aan de master. In februari gaan alle studenten voor drie maanden naar een ontwikkelingsland om stage te lopen bij een lokale organisatie en onderzoek te doen. Toch denkt ze dat IDS niet voldoende zal zijn om een baan te vinden in de ontwikkelingssector. ‘Misschien ga ik nog een master Development Economics doen. Daarmee kan ik iets extra’s toevoegen aan mijn cv. Als ik die master heb afgerond, hoop ik dat ik alle bagage heb om aan de slag te kunnen.’ Als starter zou Elja graag willen werken bij de Verenigde Naties, het liefst voor het VN Ontwikkelingsprogramma (UNDP). Ze weet dat ze dan een van de honderden sollicitanten zal zijn. ‘Je moet wel een beetje ambitieus blijven. Ik ga het gewoon proberen.’ Wat als die baan bij de VN of in de ontwikkelingssector niet lukt? ‘Je moet blijven knokken, blijven kloppen aan die deur totdat je binnenkomt. Als ik op mijn bek ga, dan ga ik op mijn bek. Dat zien we dan wel weer. En er is altijd wel een plan B. Met mijn achtergrond kan ik ook het bedrijfsleven in. Eerst maar eens mijn studie afronden.’ [Ilse Zeemeijer]

1

2

3

4

5

Zorg ervoor dat je een realistisch beeld krijgt van een baan in de ontwikkelingssector. Die is namelijk lang niet altijd zo romantisch als je denkt (dagenlang op kantoor, concessies voor je sociale leven en relatie als je naar het buitenland wordt uitgezonden).

Met alleen goede bedoelingen kom je er straks niet; het draait allemaal om kennis en expertise! Ga dus naar dat debat, volg die extra keuzevakken en haal alles uit je afstudeeronderzoek. Let ook op je cijfers, want voor een buitenlandse werkgever kunnen studieresultaten aan het begin van je carrière erg belangrijk zijn. Een goede beheersing van het Engels en het liefst een derde taal is overal in de ontwikkelingssector een pre.

Zit niet alleen maar met je neus in de boeken; werken in het veld is de beste leerschool. Probeer tijdens of na je studie zo veel mogelijk veldervaring op te doen of stage te lopen.

Voor iedereen geldt: zonder passie voor ontwikkelingssamenwerking en mondiale vraagstukken zul je het niet redden. Doe dus geen dingen alleen maar voor je cv. Hoe clichématig ook, de succesformule blijft dat je je hart volgt bij de keuzes die je maakt.

Wees niet te krampachtig bezig met ‘later’, geniet ook van je studententijd!

Tips van Gaston Schmitz, Marijn Noordam, Saskia Ivens en Josefien de Kwaadsteniet.


06 STAP 2 ervaring

Ellen Mangnus 07

beeld Leonard Fäustle

Stap 2 Ervaring

Ellen Mangnus (26) deed werkervaring op in Nicaragua via Youth Zone, het uitzendprogramma voor jonge professionals van koepelorganisatie PSO. Nu werkt ze als adviseur duurzaam ketenbeheer op het Koninklijk Instituut voor de Tropen.

Je kunt wel heel hard willen en de juiste opleiding hebben afgerond, maar theoretische kennis is niet genoeg. Wil je aan de slag in de ontwikkelingssector, dan is één ding essentieel: ervaring. Makkelijker gezegd dan gedaan, denk je misschien. Want eens en ergens moet je je eerste ervaring opdoen en wie is zo gek om jou deze kans geven? Gelukkig zijn er tal van organisaties die je op weg willen helpen. En niet alleen dat. Ook kun je zelf aan de slag om je cv op te krikken en kennis te maken met ontwikkelingswerk. Werken in de ontwikkelingssector betekent in veel gevallen werken in of met partners uit een ontwikkelingsland. Ervaring over de grenzen komt daarom altijd goed van pas. Je hoeft echter niet per se zelf met een rugzak de wijde wereld in te trekken op zoek naar een baan. Verschillende Nederlandse organisaties hebben programma’s die specifiek bedoeld zijn om starters kennis te laten maken met dit werkveld. Neem het Junior Professional Officer (JPO) programma van het Ministerie van Buitenlandse Zaken. Dit programma, dat wordt beheerd door Stichting Nedworc, biedt academici de mogelijkheid werkervaring op te doen bij multilaterale organisaties, door bij te dragen aan beleid en het uitvoeren van activiteiten op het gebied van ontwikkelingssamenwerking. Zo kun je ook zonder het cv van Ban Ki-moon op het hoofdkantoor van de VN in New York of op een veldpositie in Kenia terechtkomen. Jaarlijks verschijnen er ongeveer vijftig vacatures bij VN-organisaties voor starters met twee à drie jaar werkervaring. ‘Het JPO-programma geeft juist jongeren die aan het begin van hun carrière staan een kans’, zegt Rolf Posthouwer, directeur van Nedworc. ‘Het gaat namelijk om het leertraject. Het doel van het programma is dat starters na drie jaar doorstromen en meer mogelijkheden hebben om binnen de internationale samenwerking aan de slag te blijven.’ Heb je wel werkervaring, maar niet in de sector? Neem dan eens een kijkje bij VSO (Voluntary Service Overseas). Deze organisatie zendt experts met relevante werkervaring voor twee jaar uit naar ontwikkelingslanden, op aanvraag van lokale organisaties. ‘Bij VSO ligt de focus op kennisoverdracht binnen je eigen vakgebied’, zegt Emmelien Smit, communicatiemedewerker bij VSO. ‘Je hoeft juist geen culturele antropologie gestudeerd te hebben om via ons aan de slag te kunnen. We zoeken bijvoorbeeld onderwijzers, verpleegkundigen en projectmanagers die hun ervaring willen delen met collega’s in ontwikkelingslanden.’ Voor een uitzending via VSO heb je een afgeronde opleiding op universiteit of hbo nodig en minimaal twee jaar werkervaring op jouw vakgebied. Ervaring in de ontwikkelingssector is geen vereiste. Door je blikveld te verruimen en niet alleen naar de banen bij de standaard ontwikkelingsorganisaties te kijken, verveelvoudig je jouw mogelijkheden en kansen op een baan zonder je idealisme te hoeven laten varen. Ook in de commerciële sector kun je een verschil maken. Een andere goede optie is ervaring opdoen bij kleinere ontwikkelingsorganisaties, zoals de 1%CLUB of Young in Prison. Zij hebben minder betaalde functies maar vaak wel mogelijkheden om vrijwillig werkervaring op te doen. Noa Lodeizen, oprichtster van Young in Prison: ‘Bij een organisatie als Young in Prison ben je zó coördinator van een land. Je komt met veel verschillende facetten in aanraking: fondsenwerving, publiciteit en de valkuilen van het werk. Alle dingen waar ook grote organisaties mee te maken hebben, spelen hier in het klein.’ [Anne-Katrien Denissen]

Programma’s voor starters 

Jongerenprogramma PSO www.pso.org JPO-Programma Verenigde Naties www.nedworcfoundation.nl VSO (Voluntary Service Overseas) www.vso.nl Jongerenprogramma ICCO www.togetthere.nl Care Youth Zone programma www.carenederland.org

vacatures op moveyourworld.nl Alwin Quispel, medewerker bij de vacaturebank van Move Your World: ‘Bij ons vind je geen senior functies waarvoor twintig jaar werkervaring vereist is, maar juist de banen die geschikt zijn voor beginnende idealisten op de arbeidsmarkt. We plaatsen niet alleen vacatures van ngo’s, maar ook van commerciële bedrijven of banken, voor functies op hun afdeling maatschappelijk verantwoord ondernemen bijvoorbeeld. In principe gaat het om alle banen waarmee je bijdraagt aan een betere wereld.’

‘Wees proactief’ De werkplek van Ellen Mangnus is het imposante Koninklijk Instituut voor de Tropen (KIT) in Amsterdam. Het oude koloniale karakter en de nieuwe vormen van internationale samenwerking komen samen in een grote specerijenconferentie die Ellen samen met haar collega’s in oktober organiseert vanwege het honderdjarig bestaan van het KIT. ‘We zijn bezig met onderzoek naar duurzame specerijenketens’, vertelt ze enthousiast. ‘Kleine producenten in ontwikkelingslanden staan onder druk om duurzaam te gaan produceren. De conferentie moet de producenten als importeurs van specerijen samenbrengen.’ Deze laatste groep is bepaald niet homogeen, heeft Ellen gemerkt. ‘Het zijn allemaal verschillende kleine ondernemers die gespecialiseerd zijn in één of twee kruiden.’ Ellen studeerde ontwikkelingseconomie in Wageningen, was actief met studentassistentschappen en hielp haar hoogleraar bij het organiseren van workshops en conferenties. ‘Niet zozeer voor mijn cv, maar meer omdat ik het leuk vond.’ Na stages in China en op de Filippijnen deed ze haar afstudeeronderzoek bij een boerenorganisatie in Nicaragua. Met haar zelfgeschreven voorstel mocht ze langskomen bij Agriterra, een Nederlandse ontwikkelingsorganisatie die boeren in ontwikkelingslanden ondersteunt. Het voorstel werd ingediend bij Youth Zone, het startersprogramma van PSO, en goedgekeurd. ‘Ik heb ruim een jaar in Nicaragua gewerkt’, vertelt Ellen. ‘De boerenorganisatie had van de Nederlandse ambassade geld gekregen om binnen een jaar een dienstencentrum op te zetten voor het vermarkten van hun producten, zoals maïs en bonen. Alleen was er niemand met een economische achtergrond.’ Haar werkervaring bij Youth Zone is belangrijk geweest bij het vinden van haar huidige baan. ‘Mijn teamleider zei dat hij me zonder mijn Nicaragua-ervaring niet had aangenomen. Hij vond het vooral goed dat ik zelf het initiatief had genomen om een voorstel te schrijven voor de boerencoöperatie.’ Ze realiseert zich dat er weinig mogelijkheden voor starters zijn om kennis te maken met het werkveld. ‘In het eerste jaar van mijn studie keek ik vaak naar vacatures. Wat kan ik met mijn studie later worden? Toen werden er nog jaarlijks 25 jongeren-assistenten aangenomen bij ontwikkelingsorganisaties van de VN. Dat was vroeger dé instapmogelijkheid. Het merendeel van mijn collega’s is zo begonnen. Maar toen ik ging solliciteren waren er nog maar vijf plekken. Studenten hebben redelijk wat mogelijkheden om ervaring op te doen tijdens hun studie, maar als je eenmaal afgestudeerd bent, valt het best tegen.’ Hoewel ze het soms moeilijk vindt zich staande te houden tussen haar ervaren collega’s, heeft Ellen het goed naar haar zin bij het KIT – vooral vanwege de koppeling tussen wetenschap en praktijk – en noemt ze de organisatie een ‘koploper’ als het gaat om nieuwe vormen van ontwikkelingssamenwerking. Heeft ze nog goede suggesties voor anderen om kennis te maken met het werkveld? ‘Wees proactief’, antwoordt Ellen direct. ‘Als je zelf met een goed voorstel of plan komt, krijg je na je studie veel sneller respons dan als je op gewone vacatures reageert. Ga de boer op met een gericht plan. Dan zullen mensen eerder naar je luisteren.’ [Marc Broere]

1

2

3

4

5

Bezoek veel congressen en lezingen. Elke dag worden er wel bijeenkomsten over ontwikkelingssamenwerking georganiseerd! Breng voor jezelf in kaart wat er allemaal te doen is.

Kijk goed naar wat bij jou past. Ga niet te veel uit van wat een organisatie van jou wil, maar onthoud ook wat jij te bieden hebt. Waar sta je voor en waar haal je je passie uit? Stel dat voorop.

Zorg dat je stage loopt op een plek waar je alles uit jezelf kunt halen. Regel een interessante en specifieke opdracht en stort je daar helemaal op. Zo heb je achteraf de kans dat je misschien op je stageplek kunt blijven hangen. En je hebt in ieder geval een heel concreet resultaat voor op je cv.

Voer oriënterende gesprekken met mensen die op plekken zitten die jou interessant lijken. Ga gewoon eens koffie drinken, dat vinden mensen meestal prima. Zo kom je erachter wat je wilt, en vooral ook wat je niet wilt.

Doe vrijwilligerswerk. In Nederland alleen al zijn er ongeveer 15.000 mensen met een eigen project die staan te springen om hulp. Vaak krijg je alle vrijheid om met eigen inbreng te komen. Je kunt er ontzettend veel leren en doet meteen praktijkervaring op.

Tips van Margreet van der Pijl, projectmanager van de 1%CLUB.


08 zo kan het ook

column irene de vries 09

n a k zo ok het o

Medisch toerisme

Wie: K im Behrendt-Poldner, 31 jaar Wat: P romoveert met een beurs van Oikos in Zwitserland op ecofashion

‘Na mijn opleiding aan het Amsterdam Institute for Fashion, Management and Design en mijn afstuderen aan de Vrije Universiteit in Amsterdam, solliciteerde ik bij Move Your World. Dat was toen, in 2003, echt mijn droombaan. Na een jaar ging ik terug naar vier dagen werken om één dag per week mijn eigen ding te kunnen doen. Ik wilde YOI opzetten, een concept om hiphonest fashion te promoten en verkopen. Het grappige was dat ik altijd had gedroomd over een eigen winkeltje. Maar ineens zag ik mezelf zes dagen per week tussen vier muren zitten wachten op klanten… helemaal niks voor mij.

FREELANCE Dus ik dook in een nieuw avontuur en liet Nederland achter me om “ontwikkelingswerk” van dichtbij mee te maken. Ik deed verschillende freelance klussen in West-Afrika en Brazilië, onder andere voor Oxfam Novib. De eco-fashion bleef echter kriebelen en toen ontmoette ik in Rio de Janeiro de oprichters van ModaFusion, een organisatie die eco-fashion creëert met vrouwen in de favela’s. Voor mij was het fantastisch om het productieproces van eerlijke kleding van dichtbij te leren kennen. Met ModaFusion werkte ik twee jaar samen aan allerlei facetten van hun organisatie: van fondsenwerving en het schrijven van een businessplan tot de creatie van een speciale collectie accessoires. Daar ontstond ook het idee voor een promotieonderzoek. Ik solliciteerde op een fellowship van Oikos en voor ik het wist woonde ik hier in de prachtige Alpen. Mijn PhD onderzoek richt zich op social entrepreneurs. Ik zie hoe mensen nieuwe, hybride modellen in de markt zetten en op succesvolle wijze handel met ontwikkelingswerk combineren. Wat we nodig hebben is out-of-the-box denken,

creativiteit, innovatie en sterke gedrevenheid, want het is hard werken om je dromen na te streven.

VOORBEELDEN De wetenschap alleen is soms wat stoffig en abstract, dus ik heb naast mijn promotieonderzoek een website opgezet met dagelijks nieuws over eco-fashion (www.ecofashionworld.com). De website helpt me om op de hoogte te blijven over het onderwerp van mijn onderzoek en geeft me toegang tot het interviewen van ondernemers in dit veld over de hele wereld. Mijn manier om hen te bedanken voor het werk dat ze verrichten is regelmatig blogs te schrijven over hoe ze me inspireren. Op die manier hoop ik mijn steentje te kunnen bijdragen aan een duurzamere mode-industrie. Ik zie zo veel voorbeelden van mensen die hun eigen weg volgen en de wereld ‘moven’. Er is geen kant-en-klaar recept, dus is het denk ik het belangrijkste om dicht bij jezelf te blijven. Je moet je afvragen waar jouw kwaliteiten liggen en hoe je die kunt inzetten om de maatschappij een beetje mooier te maken.’ [Marc Broere]

© Leonard Fäustle

Kim Behrendt-Poldner: ‘Er is geen kant-en-klaar recept’

En daar was ik in het paradijs beland. Diep in de binnenlanden van Suriname, waar twee rivieren in een soela, een stroomversnelling, samenkomen, kijk ik vanuit mijn hangmat naar de zon die over het water schijnt en de prachtige wolkenpakketten die zich aan de horizon aandienen. Naast mijn huis de hulppost van de medische zending waar ik een week meekijk. In de nabije omgeving dorpjes waar mensen leven in houten hutten met prachtig houtsnijwerk en je vriendelijk begroeten in het Saramaccaans: I weki noooooooo (met een lange uithaal, dat klinkt het gezelligst). Vrouwen die cassave staan te stampen, brood bakken of op hun kostgrondje werken. Kinderen die rondrennen – naakt natuurlijk, met zo’n traditioneel koordje om hun middel. Mannen zijn bijna niet te zien: de meesten van hen werken in de stad of ‘aan de Franse kant’, in Frans-Guyana. Voor elke hut staat een radiootje waaruit de reggae of kaseko schalt en de lokale radiozender vanaf de berg verderop relevante mededelingen doet: welke kinderen gevaccineerd moeten worden, wanneer de medische zending voor huisbezoeken langskomt en wanneer de mensen van het kiesdistrict stemkaarten komen uitdelen. Radio is hier nog altijd het belangrijkste medium. In heel Suriname heeft de medische zending 57 poliklinieken waar wordt gezorgd voor de medische hulp aan de bewoners van het binnenland. De polikliniek waar ik mij deze week bevind is een van de grootste en heeft naast verschillende spreekkamers ook een verloskamer en een observatieruimte waar patiënten kunnen worden opgenomen. De kliniek wordt, evenals alle andere posten, draaiende gehouden door broeders en zusters van de medische zending, die allen uit het binnenland afkomstig zijn, zijn opgeleid tot gezondheidsassistenten en huis en haard hebben verlaten om elke vijf jaar op een andere plek gestationeerd te worden. Zij draaien spreekuur, verzorgen opgenomen patiënten en het consultatiebureau, zwangerencontroles, bevallingen en fysiotherapie, zij hechten wonden, trekken kiezen en verwijzen patiënten naar de stad als het te ingewikkeld wordt. Hoewel niet altijd alles op rolletjes verloopt, er vaak een tekort aan medicijnen of diagnostische middelen is en er veel medische problemen zijn waar de gezondheidsassistenten niets mee kunnen, heb ik nooit eerder een public health-systeem gezien dat zo goed georganiseerd is. Tot in de diepe binnenlanden van Suriname is medische hulp voor mensen bereikbaar. Er wordt gewerkt volgens goed uitgewerkte protocollen en het zijn de locals zelf die, gecoördineerd vanuit de stad, de spil vormen in de gezondheidsbevordering van hun landgenoten.

Prachtig getekende oude mannen en vrouwen schuifelen op blote voeten door hun hut

Eén dag per week trekken broeders en zusters de dorpen in om op huisbezoek te gaan bij oude van dagen die door hun fysieke gesteldheid niet meer in staat zijn zelf naar de polikliniek te komen, net zoals de huisarts dat in Nederland doet. In een korjaal varen we naar een verderop gelegen dorp waar we enkele tachtig plussers bezoeken, bloeddrukken meten en medicijnen achterlaten voor de gebruikelijke kwaaltjes. Het zijn bijzondere bezoeken: prachtig getekende oudere mannen en vrouwen die op blote voeten door hun hut schuifelen. Het moeten krachtige mensen zijn, die zo al meer dan tachtig jaar leven, niet kapot te krijgen door het zware lichamelijke werk dat ze verricht hebben en de vele ziektes die in het binnenland ronddolen. Het is medisch toerisme ten voeten uit, dat besef ik maar al te goed. Dat wat ik in Nederland bediscussieer en bekritiseer – westerse artsen die voor hun eigen ervaring (maar dat wordt niet gezegd) voor een korte tijd ‘ontwikkelingswerk’ gaan doen zonder de lokale sociaal-culturele context te kennen, en dan terugkomen en schouderklopjes in ontvangst nemen omdat ze zulk goed werk hebben gedaan – daar maak ik nu mijn eigen handen vuil aan. Met het verschil dat ik nog een paar weken moet wachten om mijn artsenbul in ontvangst te nemen, en dat ik mij niet zal laten kloppen op mijn schouder. Ik draag hier, op een presentatie voor de broeders en zusters na, immers weinig bij. Het is alleen ten behoeve van mijn eigen ervaring dat ik hier zit. Een ervaring die, dat moet gezegd worden, wel heel veel mooie beelden en nieuwe inzichten oplevert. Irene de Vries (26) studeert geneeskunde en is afgestudeerd in medische antropologie en sociologie. Op www.viceversaonline.nl houdt ze vanuit Suriname een weblog bij over haar coassistentschap.


10

STAP 3 NETWERKEN

MONIQUE LEMPERS

11

beeld Leonard Fäustle

Stap 3 NETWERKEN

Netwerken. Is dat af en toe een beetje facebooken en twitteren? ‘Vergeet het maar!’ zegt Monique Lempers (34). ‘Netwerken kost veel tijd en het levert vaak niet direct iets op, maar is toch heel belangrijk.’

Je hebt een interessante studie afgerond en na een leuke stage weet je inmiddels dat je écht in de OS-sector wilt werken. Hoe nu verder? Het buzz word zoemt al een tijdje door je hoofd: het wordt tijd om te gaan netwerken. Van Dale omschrijft het onverbloemd: ‘Net·wer·ken -werkte, h genetwerkt: zijn best doen zoveel mogelijk invloedrijke mensen te leren kennen.’ Moet dit echt? Ja! ‘Netwerken is essentieel, zeker in de ontwikkelingssector’, vertelt Margreet van der Pijl, projectmanager bij de 1%CLUB en stuurgroeplid van Jong OS, hét netwerk voor young professionals in de ontwikkelingssector. ‘Door te netwerken kun je jezelf bekendmaken in het OS-wereldje.’ Gelukkig hoef je de uitleg van Van Dale niet al te letterlijk te nemen. ‘Netwerken kan heel gewichtig klinken, maar elk gesprekje met een collega hoort erbij. Je moet er trouwens niet over inzitten dat je als nieuwkomer vooral netwerkt met mensen die op je eigen niveau zitten’, vertelt Saskia Ivens, werkzaam als zelfstandig consultant en gender equality specialist bij het CIDA, het Canadese ministerie voor Ontwikkelingssamenwerking. Je hoeft echt niet te wachten met netwerken totdat je een gewichtige functie hebt, integendeel. ‘Het uitbreiden van je netwerk is altijd relevant. Mijn stageplek bij UNCTAD, de United Nations Conference on Trade and Development in Geneve, heb ik vooral gekregen doordat ik tijdens mijn studie International Development Studies regelmatig met mijn studiecoördinator over mogelijkheden sprak, en hij mijn motivatie en enthousiasme waardeerde’, vertelt Esther Ronner, masterstudent International Land and Water Management. Als je nog niet veel mensen kent in de sector, waar moet je dan beginnen? Allereerst is het slim om jezelf goed te profileren op internet. ‘Stel, je wilt heel graag bij een bepaalde organisatie werken, dan kun je via LinkedIn kijken of er in je eigen netwerk mensen zitten die contacten hebben bij die organisatie. Je kunt vervolgens vragen om een introductie, zodat je kennis kunt maken’, zegt Margreet van der Pijl. Maar met alleen achter je computer zitten zul je niet ver komen. Jasmin Beverwijk, opleidingscoördinator van de advanced master International Development van het CIDIN: ‘Probeer zoveel mogelijk congressen en debatten te bezoeken, ook al hebben ze maar een klein beetje raakvlak met ontwikkelingssamenwerking. Zorg dat je op dit soort gelegenheden goede vragen stelt, zo kun je mensen in de sector leren kennen én heb je een aanknopingspunt voor een gesprek.’ Ook Margreet van der Pijl vindt dat jongeren zichzelf veel meer moeten laten horen op debatten. ‘Het is natuurlijk eng om op te staan en te zeggen wat je vindt. Maar je bent binnen een poep en een scheet bekend in het OS-wereldje, dus het helpt als je je mening gewoon vertelt.’ Ook als je eenmaal een baan hebt, blijft netwerken belangrijk, merkt Saskia Ivens. ‘Zo blijf ik op de hoogte van de ontwikkelingen in de sector, leer ik nieuwe organisaties kennen en kan ik mijn eigen capaciteiten met die van anderen vergelijken.’ Bovendien hoef je het echt niet altijd ver te zoeken. ‘Niet alleen je directe collega’s zijn van belang, maar ook je vrienden en kennissen. Een nieuw inzicht over je werk kan soms uit heel onverwachte hoek komen!’ [Ilse Zeemeijer]

Waar kun je netwerken? Bij Jong OS, hét netwerk voor iedereen die zich jong voelt en werkt in de ontwikkelingssamenwerking: www.jongos.nl Op www.linkedin.com. Heb je nieuwe mensen ontmoet? Voeg ze toe aan je profiel op LinkedIn. Het Development Policy Review Netwerk (DPRN) brengt mensen uit de wetenschap, de politiek, de praktijk en het bedrijfsleven bij elkaar: www.dprn.nl CSR Chicks is het grootste vrouwennetwerk in Nederland op het gebied van maatschappelijk verantwoord ondernemen en duurzaamheid — juist ook voor vrouwen die in de OS (willen) werken: www.csrchicks.nl Ga naar die conferenties, seminars en debatten! Kijk voor een actuele agenda op www.viceversaonline.nl Veel netwerken organiseren borrels; dé manier om in een informele sfeer met mensen in contact te komen!

Linked In…

 Is het niet ongemakkelijk om mensen meteen toe te voegen of om referenties te vragen? Margreet van der Pijl: ‘Een gevoel van schroom? Daar moet je gewoon doorheen. Het is een paradigmashift die we allemaal moeten doormaken. Het is helemaal niet erg om iemand uit te nodigen om een kleine referentie te schrijven over jullie samenwerking. Gewoon doen.’

‘b lijf oprecht’ Monique Lempers is adviseur duurzaam ondernemen bij PricewaterhouseCoopers. Voorheen werkte ze bij Hivos en Somo, waar ze zich met name inzette voor betere arbeidsomstandigheden in ontwikkelingslanden. Voor haar carrière is netwerken vaak belangrijker geweest dan ze in eerste instantie had gedacht. ‘Ik heb mijn huidige baan te danken aan de contacten die ik heb opgebouwd tijdens mijn vorige werk.’ Netwerken is volgens haar echter niet alleen gezellig aan de bar hangen met bier en bitterballen. ‘Netwerken is veel doelmatiger dan dat. Je doet het om contacten op te bouwen en te onderhouden met mensen die relevant kunnen zijn voor je werk, of voor een ander doel dat je voor ogen hebt. Onderling kun je ideeën, tips en adviezen uitwisselen.’ Het kan op veel verschillende manieren. Zo werd Monique drie jaar geleden lid van CSR Chicks, het grootste vrouwennetwerk in Nederland op het gebied van maatschappelijk verantwoord ondernemen en duurzaamheid. Haar overstap van de non-profit naar de commerciële sector betekende niet alleen een andere manier van werken, maar ook van netwerken. ‘Je bent oplossingsgericht bezig, werkt met duidelijk afgebakende opdrachten en probeert advies op maat te geven. Dat heeft ook veel invloed op hoe je netwerkt. Je netwerk is je potentiële klantenkring, en daarom is het belangrijk om die op te bouwen en te onderhouden.’ Netwerken in de commerciële sector is ook veel meer georganiseerd dan in de OSsector, vindt ze. ‘Er worden veel workshops georganiseerd, ontbijtsessies, round tables, enzovoort. Allemaal om je netwerk uit te breiden of relaties te verdiepen.’ Niet iedereen is volgens Lempers een geboren netwerker. ‘Ik ben zelf redelijk open en leg makkelijk contact. Je moet het ook echt leuk vinden om nieuwe mensen te leren kennen. Als iemand ongeïnspireerd tegen mij begint te praten omdat die persoon iets van me wil, dan haak ik al snel af. Je moet wel oprecht zijn.’ Dat lijkt makkelijker gezegd dan gedaan. Wie heeft het niet meegemaakt: je bent op een bijeenkomst waar je niemand kent. Ga dan maar eens lekker oprecht en geïnspireerd tegen iemand staan praten. Die vaardigheid is niet voor iedereen weggelegd. Gelukkig kun je jezelf wel het een en ander aanleren. Monique: ‘Blijf bij jezelf. Dat is misschien een ontzettende dooddoener, maar begin gewoon over iets te praten waar je zelf interesse in hebt of iets over kwijt wilt. Dat komt altijd oprechter over dan van tevoren bedachte vragen.’ Misschien nog een laatste tip? ‘Op een training heb ik een keer geleerd hoe je een netwerk moet organiseren. Daaruit bleek dat het juist ook belangrijk is om bestaande netwerken en relaties te onderhouden. Dat hoeft helemaal niet veel tijd te kosten. Gewoon af en toe iets van je laten horen kan al heel veel betekenen.’ [André van der Stouwe]

1

2

3

4

5

Gebruik mensen niet puur uit eigenbelang zonder ooit iets terug te geven of te doen. Netwerken is geven en nemen. Vraag daarom niet direct om wat je uiteindelijk wilt bereiken. Kies liever voor een lunchgesprekje over wat iemand doet op z’n werk dan dat je om een baan vraagt.

Bedenk je persoonlijke elevator pitch, dat wil zeggen: zorg ervoor dat je jezelf kunt verkopen in ongeveer een minuut, de tijd die je met iemand in een lift zou staan. Wie ben je, wat doe je, wat wil je graag dat iemand voor jou kan betekenen?

Stel oprecht geïnteresseerde vragen aan je gesprekspartner. Mensen vertellen het liefst over zichzelf en op die manier kweek je vertrouwen.

Zet alle mogelijke sociale media in om je online netwerk te vergroten: LinkedIn, Twitter, Facebook, Hyves. Voeg iemand direct toe als je diegene gesproken hebt. Dan sta je nog vers in z’n geheugen.

Durf te vragen! Vaker dan je denkt zijn mensen bereid je te helpen, en niet zelden met behulp van contacten uit hun eigen netwerk.

Tips van Ana-Mari Harzevoort. Zij is beleidsmedewerker van COS Zuid-Holland en geeft gastcolleges over netwerken.


12

reportage

eva de vries

13

tekst en beeld Eva de Vries

Met je voeten in de rode aarde Vice Versa-redacteur Eva de Vries (25) studeerde Conflict Studies and Human Rights aan de Universiteit Utrecht. Haar afstudeeronderzoek was verbonden aan het Peace & Sports Programme van IKV Pax Christi. Samen met een studiegenoot onderzocht ze de relatie tussen seizoensgebonden migratie en conflicten onder vijandige nomadische groepen, die vaak tot gewapende veeroof leiden. Academische artikelen, schema’s en theorieën werden ingeruild voor de keiharde realiteit. Een greep uit Eva’s dilemma’s en gedachtespinsels tijdens haar Afrikaanse achtbaan. De zon is zinderend heet. Vrouwen, gehuld in felgekleurde doeken en met bonte kettingen om hun nek, leggen hun dagelijkse kilometers af naar een waterbron. Herdersjongetjes houden angstvallig hun kudde tengere geiten in de gaten en banen zich een weg door de droge Oost-Afrikaanse savanne. Onder een enkele boom zitten de mannen op uit hout gesneden krukjes. De jonge krijgers, hoedje met veer en grote oorbellen, hebben hun AK-47 nonchalant over hun schouders hangen. Ze bespreken de veeroof van vannacht. Vijftig geiten en twintig koeien zijn meegenomen door een vijandige groep. Twee van hun familieleden zijn gedood. We nemen plaats en pakken ons opschrijfboekje erbij. Ik neem een slokje van de mierzoete thee met kamelenmelk. We zijn in Lodele, een klein dorpje in de Noord-Oegandese regio Karamoja. Het zweet stroomt van mijn lichaam af en woestijnzand prikt in mijn ogen. Het is moeilijk de aandacht bij het interview te houden. Met wanhoop in haar ogen vertelt een vrouw dat er mensen sterven van de honger in de lemen hut achter ons. Ik voel me machteloos. Omringd door deze armoede valt het nut van ons onderzoek volledig in het niets. Wat dóen we hier?

Een balletje trappen Overal waar we komen zien we jong en oud rondbanjeren in een vervuild en versleten Playing for Peace t-shirt. Een jaar geleden heeft er een crossborder voetbaltoernooi plaatsgevonden waaraan vijandige groepen uit drie landen hebben deelgenomen. Het idee is goed. Agressie en competitiedrang van jonge krijgers (die er anders op uit

trekken om koeien te stelen van andere ‘stammen’) kunnen tijdens een potje voetbal op een positieve manier worden ingezet. Sport verbroedert. Ik heb alleen mijn twijfels bij de context. ‘Voetbal is iets nieuws voor ons. Wie bekommert zich om het vee als wij meedoen aan een wedstrijdje? Wat krijgen we ervoor terug? Met onze uitgehongerde lichamen zijn we niet eens in staat om tegen een bal te schoppen’, vertelt een jongen. Hoe kan een voetbalproject in een gebied zonder voetbalcultuur ooit gedragen worden door de lokale bevolking? Er wordt veel geld gepompt in het organiseren van sportevenementen, peace meetings en het invliegen van experts die conflicten moeten helpen oplossen. Het valt slecht te rijmen met de harde realiteit waarmee we telkens geconfronteerd worden. Deze nomadenbevolking heeft toch een veel groter belang bij waterputten, voedsel en medische hulp?

De sleutel? Om gewapende aanvallen op de auto te voorkomen reizen we van Noord-Kenia naar Zuid-Soedan met een militair konvooi. Terwijl onze landcruiser zich een weg baant door modderpoelen en rivierbeddingen, rennen naakte, lachende Toposa-kinderen achter de auto aan. Dit geïsoleerde deel van Zuid-Soedan is groener en vruchtbaarder, en de mensen lijken minder wanhopig. De aanwezigheid van de Kerk heeft voor enige moderniteit en ‘ontwikkeling’ gezorgd. Jaren geleden bouwden westerse priesters de eerste scholen. Maar een Soedanese man vertelt ons, nadat hij trots zijn grootste koe heeft aangewezen: ‘Mijn zonen

UNHCR heet hier ‘Useless Nations High Criminals for Refugees’ verzorgen het vee. Mijn dochters helpen thuis en worden jong uitgehuwelijkt. Ik kan mijn kinderen niet naar school sturen.’ Discussies over het nut van onderwijs in deze regio zetten me aan het denken, terwijl de kerk en hulporganisaties het zien als de ‘sleutel tot ontwikkeling’. Misschien wérkt onderwijs wel niet in gebieden waar voornamelijk nomaden leven, die met moeite proberen vast te houden aan hun cultuur.

Never Come Again Lokichoggio, Noord-Kenia. Ooit de belangrijkste opslagplek van hulpgoederen voor oorlogsslachtoffers in Soedan en een veilige uitvalsbasis voor duizenden expats, ontwikkelingswerkers en humanitaire hulpverleners. Nu: vergane glorie. ‘Het klinkt vreselijk, maar ik hoop dat de oorlog in Soedan weer oplaait,’ bekent een hoteleigenaar, ‘dan verdien ik tenminste weer iets.’ Veel organisaties zijn neergestreken rondom het vluchtelingenkamp in Kakuma, 150 kilometer ten zuiden van ‘Loki’. 70.000 mensen verblijven in deze stad in de woestijn. Ze zijn afkomstig uit allerlei door oorlog geteisterde landen. De lokale Turkana-bevolking is niet blij met het kamp en de organisaties eromheen. Zo hebben ze de VN Vluchtelingenorganisatie UNHCR de spotnaam ‘Useless Nations High Criminals for Refugees’ gegeven, het World Food Program (WFP) ‘World Full of Problems’, en de Noorse ngo NCA, Norwegian Church Aid, ‘Never Come Again’. De Turkana’s zijn gefrustreerd omdat de organisaties alleen vluchtelingen aannemen en dus geen lokale werknemers. ‘De hulporganisaties slaan ons over en verlenen alleen hulp in het vluchtelingenkamp’, vertelt een vrouw die we interviewen.

Regendruppels Romano, de man achter de partnerorganisatie van IKV Pax Christi in Karamoja, inspireert me. Zijn tuin is een groene oase midden in het zanderige stadje Kotido. In de moestuin verbouwt hij sla, spinazie, tomaten en uien. Met plastic buizen heeft hij een wateropvangsysteem gecreëerd waarmee hij de schaarse regendruppels in tonnen opvangt. De bomen die hij kweekt absorberen weinig vocht. Hij probeert ze te verkopen aan dorpsgenoten: ‘Ik ben ervan overtuigd

dat als meer mensen efficiënter gebruik zouden maken van wat er wél is in plaats van uitputten wat schaars is, het er hier heel anders zou uitzien en mensen minder afhankelijk zouden zijn van het WFP.’ Ik ben onder de indruk van de ambitie, het optimisme en het vermogen van de partnerorganisaties om écht een verschil te maken. De Keniase, Oegandese en Soedanese overheid bieden de lokale bevolking geen bescherming, en de lokale ngo’s springen in dit gat. Mede door de inzet van Lokado, de partner in Turkana, is bijvoorbeeld het aantal veeroven de laatste jaren verminderd. Tijdens hun bezoeken aan geïsoleerde gemeenschappen leggen ze uit dat ze door veeroven alleen maar armer worden en dat daarom de cyclus van geweld doorbroken moet worden. Als de gedreven Augustin in de bekende, felrode pick-up met zijn mannen komt aanrijden, worden ze onthaald als helden.

Foto pagina 13: Eva de Vries (links) en studiegenoot Ylva van den Berg (rechts) na een interview met Turkanavrouwen in Noord Kenia.

Hollandse weelde Met blote voeten op een berg zand in de laadbak van een pick-up racen we door Loki-town. Kleurrijke mensen en chaotische marktjes schieten voorbij en de geur van geitenvlees dringt mijn neus binnen. Eén van die fijne Afrikaanse momenten overspoelt me. Gelukkig, ze zijn er nog, zelfs na de spanning en ontberingen van de afgelopen weken. Een aantal weken later schrijf ik, vertoevend in Hollandse weelde, mijn scriptie en kan ik de realiteit van het nomadische leven in de Hoorn van Afrika even van me af zetten. Mijn ervaringen sporen aan tot nadenken over mijn toekomstige carrière. Wil ik van mijn studie mijn werk maken? Bij een ontwikkelingsorganisatie aan de slag gaan, nu ik gezien heb hoe het eraan toegaat in ‘het veld’? Ik ben me ervan bewust dat ik slechts weinig plekken heb gezien en niet mag generaliseren. Enerzijds vraag ik me af óf ik wel een verschil zou kunnen maken in deze sector, anderzijds trekt het avontuur, de chaos en de impulsiviteit van het leven daar me zo aan dat ik niets liever wil dan weer met mijn voeten in de rode aarde staan.

Het Peace and Sports Programme is opgezet door IKV Pax Christi en de Keniase ngo Seeds of Peace Africa. Het project wordt uitgevoerd door partnerorganisaties in de droge, gewelddadige en gemarginaliseerde regio’s Noord-Kenia (Turkana), ZuidSoedan (Eastern Equatoria) en Noord-Oeganda (Karamoja). www.peaceandsports.com


14

STAP 4 SOLLICITEREN

WOUT VISSER

15

beeld Leonard Fäustle

Stap 4 Solliciteren Het moment is gekomen. Je bent klaar voor het ‘echte’ werk. Tijd om te solliciteren. Maar dat gaat niet zonder slag of stoot, want organisaties kunnen kiezen uit honderden geïnteresseerden. Hoe zorg je dat je opvalt? ‘De selectiecommissie heeft meer dan 170 brieven ontvangen. Het spijt ons u te moeten melden dat uw brief niet door de eerste selectie is gekomen. Andere kandidaten hadden wat werkervaring betreft een plusje meer.’ Iedere pas afgestudeerde komt zo’n soort tekst bekend voor. Wéér geen kans om te laten zien dat jij de perfecte kandidaat bent voor deze functie. Grote frustratie. Jaren keihard gestudeerd, in het bestuur gezeten van een studentenvereniging, verdiepingsvakken gevolgd aan een buitenlandse universiteit én stage gelopen bij een ngo in een ontwikkelingsland. Je hebt ambitie en gedrevenheid getoond – en nóg is het niet genoeg. In de functieomschrijvingen van grote organisaties zoals Oxfam Novib, Hivos en ICCO staat regelmatig dat kandidaten minimaal drie tot acht jaar relevante werkervaring moeten hebben. Pas afgestudeerden en starters vallen steevast buiten de boot, waardoor ze niet de kans krijgen hun vers verworven universitaire kennis in de praktijk te brengen. De ontwikkelingssector professionaliseert en er worden steeds strengere eisen gesteld. ‘Dertig jaar geleden werkten mensen in ontwikkelingslanden puur uit idealisme en liefdadigheid, maar dat is alláng niet meer zo’, zegt Edu Willemse van ontwikkelingsorganisatie SNV. Bovendien daalt het aantal vacatures voor Nederlandse professionals, omdat er steeds vaker lokale werknemers worden ingezet. ‘Een briljante afgestudeerde van de Universiteit Wageningen moet nu concurreren met een starter afkomstig van de Universiteit van Dar es Salaam’, aldus Willemse. Waar letten de organisaties op tijdens een sollicitatieprocedure? ‘Je moet een stabiel en zelfstandig individu zijn dat in staat is verschillende partners met elkaar in contact te brengen. Daarnaast is het belangrijk dat je kunt omgaan met zowel lokale overheden als grote donoren zoals de EU’, zegt Willemse van SNV. En zo heeft iedere organisatie zijn eigen criteria. War Child vindt inhoudelijke werkervaring in ontwikkelingslanden belangrijker dan je studieachtergrond. Je moet bovendien kunnen aantonen dat je in staat bent om in (post)conflictsituaties te werken en wonen. ‘Ook moeten mensen snel inzetbaar zijn en grote programma’s kunnen managen’, vertelt Daniëlle Eggen, human resource manager van War Child. Ondanks dat de kwaliteitscriteria en ervaringseisen steeds sterker worden, zijn er nog voldoende mogelijkheden. ‘De sector verbreedt zich en daardoor krijgen ook mensen uit andere vakgebieden de mogelijkheid om te reageren op een vacature’, zegt Edu Willemse. Vroeger was een studie ontwikkelingsstudies of culturele antropologie voldoende, maar nu worden praktische specialisaties voor adviesfuncties belangrijker. Zo vraagt Artsen zonder Grenzen naar waterspecialisten en logistiek en financieel adviseurs, en zoekt SNV van wateringenieurs tot economen, en van sociaal geografen tot juristen. In plaats van de praktisch ingestelde ontwikkelingswerkers van vroeger zijn er daarnaast steeds vaker managers die in het veld coachende en aansturende taken op zich nemen. Bovendien schieten kleinere en vernieuwende ngo’s als paddenstoelen uit de grond. Zij hanteren vaak nog niet dezelfde ervaringseisen als de grote ontwikkelingsorganisaties. Ook het bedrijfsleven richt zich steeds meer op maatschappelijke verantwoordelijkheid en ook daar ontstaan banen waarin jongeren hun professionalisme én idealisme kwijt kunnen. [Eva de Vries]

Kijk om je heen Om niet nóg gefrustreerder te raken na de zoveelste afwijzing is het goed om het sollicitatiebrieven schrijven en vacaturebanken afstruinen af en toe even los te laten. Probeer in te spelen op ontwikkelingen in de sector door te onderzoeken waar behoefte aan is. Lees vakbladen, bezoek en neem deel aan debatten en praat met mensen. Op deze manier zul je er steeds beter achterkomen waar je talenten en passies liggen en hoe je deze het beste kunt inzetten.

alternatieven 

Bied je (onbetaald) aan als medewerker bij een organisatie die je heel boeiend vindt. Zo krijg je een voet tussen de deur en vergroot je je netwerk. Wees actief binnen online netwerken als LinkedIn, Facebook en Twitter. Steeds vaker worden vacatures op deze manier verspreid. Volg je favoriete organisaties dus ook online. Kijk ook eens over de grenzen. In bijvoorbeeld Londen en Brussel zitten veel ontwikkelingsorganisaties. En wat denk je van stage lopen of werkervaring opdoen bij Vice Versa, het vakblad over ontwikkelingssamenwerking? Zo kun je op een journalistieke manier het werkveld beter leren kennen. Neem contact met ons op via redactie@viceversaonline.nl.

‘Kijk verder dan vacaturesites. Neem initiatief en straal zelfstandigheid uit. Laat zien dat je oprechte interesse hebt in een organisatie door je vrijwillig in te zetten.’ Wout Visser (34) ruilde de politiek in voor War Child, waar hij werkt als international advocacy coordinator.

‘Kom achter je computer vandaan!’ ‘Een vriendin vertelde me dat ze zou stoppen bij War Child en vroeg of ik misschien interesse had om haar plaats in te nemen. Ik werkte op dat moment als fractiemedewerker voor de PvdA, maar was uitgekeken op het Haagse wereldje. War Child sloot goed aan bij mijn studieachtergrond en interesses, dus ik besloot te solliciteren.’ Van ‘junior project medewerker’ klom Wout op naar ‘specialist kinderrechten en beleidsbeïnvloeding’ en nu is hij ‘international advocacy coordinator’. Hij is verantwoordelijk voor strategieontwikkeling op beleidsniveau, gericht op het vergroten van de participatie van kinderen en jongeren wereldwijd. Voor zijn werk reist hij regelmatig naar Genève en New York. ‘Het mooiste aan deze baan vind ik het pionieren, nieuwe dingen bedenken en tot uitvoering brengen. Ook al wordt War Child steeds serieuzer en professionaliseert de organisatie, daar is nog steeds voldoende ruimte voor.’ Wout studeerde internationale betrekkingen en Europese studies, liep stage bij het Transnational Institute in Amsterdam en vond zijn eerste baan bij de Evert Vermeer Stichting (EVS). ‘Die baan kostte me meer moeite, hoor!’ erkent Wout. ‘Na mijn afstuderen heb ik ongeveer vijf sollicitatiebrieven geschreven en gesprekken gehad bij het Aids Fonds en Wemos. Ik schreef altijd vanuit mijn eigen motivatie en bleef dichtbij mijn enthousiasme en ambities. Een persoonlijk verhaal waaruit eigenheid en authenticiteit blijkt is erg belangrijk.’ Bij de EVS werd Wout uiteindelijk aangenomen vanwege zijn ervaring bij het Transnational Institute, waar hij zelfstandig internationale projecten had opgezet. ‘Ze hadden iemand nodig met een politicologie-achtergrond die de kar ging trekken, en gaven mij deze kans’. Na een jaar werd zijn contract niet verlengd, maar hij kreeg via de EVS de kans om te gaan werken als fractiemedewerker bij de PvdA. Wout kreeg zijn eerste baan bij War Child min of meer in de schoot geworpen en is daarom niet het ultieme voorbeeld van een doorgewinterde sollicitant die na maanden brieven schrijven eindelijk een voet tussen de deur krijgt. Toch komt een kans als deze niet uit de lucht vallen, maar vloeit die voort uit zijn proactieve houding en de inzet van zijn opgebouwde netwerk. ‘Brieven schrijven en vacaturebanken afstruinen is niet de enige manier om aan de bak te komen’, vertelt hij. ‘Probeer eerst een netwerk op te bouwen door stages te lopen of vrijwilligerswerk te doen.’ Ook zegt Wout dat het verstandig is om te gaan reizen. Ter plaatse kun je rechtstreeks contact opnemen met landen- en regiokantoren en vragen naar mogelijkheden. ‘Ga erop uit, ontdek je kansen, praat met mensen. Laat zien dat je er bent en wat je talenten zijn.’ [Eva de Vries]

1

2

3

4

5

Oriënteer je eerst op de arbeidsmarkt voordat je je stort op het schrijven van brieven. Neem de tijd om te onderzoeken welke organisatie en functie bij jou past. Dit maakt gericht zoeken makkelijker en geeft je houvast bij een sollicitatiegesprek.

Pas je sollicitatiebrief altijd aan op de functie en de organisatie. Wees concreet: verwijs naar werkzaamheden die je verricht hebt en activiteiten en interesses die je gemeen hebt met de organisatie.

Zorg dat ook je cv relevant is voor een specifieke sollicitatie. Dit kan betekenen dat je cv bij iedere sollicitatie aangepast moet worden. Op die manier ziet de lezer dat er energie in gestoken is.

Bereid je goed voor. Weet wat een organisatie doet en wat de functie inhoudt. Houdt voorafgaand aan het gesprek het nieuws in de gaten. Door hierop in te haken tijdens het gesprek toon je je maatschappelijke betrokkenheid.

Wees jezelf! Je wilt in een functie en binnen een organisatie gaan werken waar je je thuis voelt. Dat kun je alleen bereiken als je laat zien wie jij bent en waar jij voor staat.

Tips van Marit Dijkmans, senior consultant bij PP personeelsdiensten, www.pponline.nl.


16

STAP 5 Verdieping

Bram Büscher

17

beeld Leonard Fäustle

Stap 5 Verdieping

Verdieping is voor Bram Büscher (32), docent en onderzoeker bij het Institute of Social Studies, de normaalste zaak van de wereld: ‘Als onderzoeker trek je eigenlijk nooit de deur achter je dicht’.

In welke sector je ook werkt, het is altijd goed om op de hoogte te blijven. Wat gebeurt er bij andere organisaties in je vakgebied, wat zijn de onderwerpen en vragen die spelen en hoe sta je daar zelf tegenover? Ook al heb je misschien al een baan veroverd, verdieping is nodig om geïnspireerd aan het werk te blijven. Na een intensief leertraject van bijna een jaar hebben Melle Brinkman en Davey Groothoff hun diploma in ontvangst genomen van de Context MasterClass Draagvlakversterking. Net als ongeveer twintig anderen uit de ontwikkelingssector hebben ze de cursus met succes afgerond. Davey, die tijdens de cursus projectmedewerker bij Cordaid was, zocht naar meer onderbouwing voor zijn werk: ‘Op verjaardagen wordt mij vaak gevraagd naar het nut en de noodzaak van ontwikkelingssamenwerking. Ik vond het vaak lastig om daarop een sterk antwoord te geven. Nu weet ik beter wat ik wel en niet kan zeggen, hoe het overkomt wat we doen en waar we mee bezig zijn.’ Ook Melle, projectmanager bij Plan Nederland, heeft veel van de Masterclass opgestoken: ‘Ik heb vooral geleerd hoe ik me kan verplaatsen in onze doelgroep. Wie wil je precies bereiken, wat houdt die doelgroep bezig en op welke manier kun je ze bereiken?’ De Context MasterClass Draagvlakversterking wordt georganiseerd door Context, international cooperation en NCDO. De algemene doelstelling van de cursus is maatschappelijke organisaties en overheid helpen professionaliseren op het gebied van draagvlakversterking. Davey Groothoff had ook een andere reden om de masterclass te volgen, namelijk het uitbreiden van zijn netwerk. Het heeft hem geen windeieren gelegd: onlangs maakte hij de overstap van Cordaid naar de Afrikaanse gezondheidsorganisatie AMREF Flying Doctors. Kortom: verdiepen werkt. Ook het ministerie van Buitenlandse Zaken is zich bewust van het belang van kennis. Om de band tussen beleidsmakers en academici te versterken is vijf jaar geleden de IS Academie in het leven geroepen. Dit samenwerkingsverband tussen verschillende Nederlandse kennisinstituten en het ministerie zorgt ervoor dat beleidsen onderzoeksagenda’s beter op elkaar aansluiten. Een aantal beleidsmedewerkers promoveert naast hun werk via deze IS Academie. De kennis die zij opdoen, kunnen ze op die manier direct inzetten. Ingeborg Denissen, eerste secretaris op de Nederlandse Ambassade in Soedan, doet onderzoek naar urbanisatieprocessen in Khartoem en Mexico City: ‘Door de interviews die ik voor mijn onderzoek afneem, krijg ik een beter beeld van wat er allemaal speelt in zo’n stad. Dat is weer nuttig voor mijn ambassadewerk.’ Jezelf blijven verdiepen kan echter eenvoudiger. In Nederland zijn er lezingencycli zoals de SID Lecture Series, tijdschriften als Vice Versa en IS, en websites zoals thebrokeronline.eu en worldconnectors.nl, die je op de hoogte houden van actuele onderwerpen rond internationale samenwerking. ‘Na het verschijnen van het rapport van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid kon je op de sites van the Broker en Worldconnectors reacties vinden van allerlei experts uit de sector’, zegt Gabi Spitz, projectmedewerker bij Worldconnectors. ‘Zo word je aangespoord om zelf ook verder na te denken en mee te discussiëren.’ Voor je inhoudelijke updates zorg je dat je regelmatig de tijd neemt om de media in de gaten te houden en een avond reserveert voor een inhoudelijk uitstapje. Maar ook door je vaardigheden te ontwikkelen ben je met verdieping bezig. Ontwikkel daarom naast je inhoudelijke kennis ook je computer skills, leer (beter) te netwerken en train jezelf kritisch te reflecteren. Zo word je een steeds interessantere kracht. [Anne-Katrien Denissen]

Hou deze agenda’s in de gaten: LUX Nijmegen De Rode Hoed Felix Meritis De Balie SID-NL DPRN OneWorld Vice Versa

www.lux-nijmegen.nl www.rodehoed.nl www.felix.meritis.nl www.debalie.nl http://sid-nl.org www.dprn.nl www.oneworld.nl www.viceversaonline.nl

Praktische vaardigheden

 Verdieping hoeft niet per se vakinhoudelijk te zijn. Je kunt ook door middel van workshops en trainingen je vaardigheden ontwikkelen. ICA Nederland biedt bijvoorbeeld diverse trainingen aan op het gebied van community development en werk of stage in het buitenland. Josefien de Kwaadsteniet, zelfstandig consultant, volgde er een cursus over participatieve methoden voor groepsprocessen. ‘Ik heb daar veel aan gehad, want ik kreeg er de praktische handvaten die ik in mijn opleiding gemist had.’

‘Je moet weten dat je weinig weet’ ‘Een inzicht dat midden in de nacht ontstaat, is minstens net zo waardevol als een idee dat op je werkplek tot je doordringt’, zegt Bram. ‘Ik heb mijn werk eigenlijk altijd meer gezien als een betaalde hobby. Dat is volgens mij belangrijk, dat het écht is en dat je hart hebt voor je vak. Dan verdiep je je ook makkelijker.’ Binnen de ontwikkelingssector is momenteel veel aandacht voor nieuwe media. Meer weten over het vakgebied betekent dus al snel meegaan in deze trend. Bram is hier kritisch over: ‘Alles moet tegenwoordig 2.0. Maar wat hip is, is niet per se goed. Omdat geld zo strak gedirigeerd wordt, is er veel druk om de trends te volgen. Gecompliceerde zaken, die verder gaan dan druk-op-de-knop-en-red-een-wees, worden als zoiets eenvoudigs gepresenteerd. En dat terwijl de wereld niet simpeler, maar juist steeds complexer wordt.’ Volgens Bram blijft wetenschappelijk onderzoek daarom een belangrijke bron voor verdieping. Maar ook persoonlijke ervaring speelt een grote rol. ‘Door te reizen bijvoorbeeld kun je proberen de complexiteit van lokale politieke problemen door te krijgen. Twintig, dertig jaar geleden was dit gebruikelijker in de OS. Maar tegenwoordig moet alles snel en digitaal.’ Toch is Bram niet alleen negatief: ‘Ik wil niet zeggen dat inzet van nieuwe media niet goed kan uitpakken. Facebook heeft bijvoorbeeld een positieve rol gespeeld in het aankaarten van politieke problemen in Iran. Maar mensen moeten niet denken dat alles zo simpel gaat. Dat je door 1 procent van je tijd of inkomen goed te besteden, het effect van de andere 99 procent opheft.’ ‘Als je verdieping zoekt,’ adviseert Bram, ‘wees dan kritisch en train jezelf. Lees kritische literatuur uit de wetenschappelijke hoek. Kies een thema en specialiseer je hierin. Praat met andere mensen om verschillende meningen te horen en de jouwe te vormen.’ Zelf heeft hij een bewuste keuze gemaakt voor Zuidelijk Afrika. ‘Links leggen met een ander deel van de wereld is absoluut verfrissend. Als je je langere tijd op een onderwerp concentreert, leer je bescheiden te zijn. Dan weet je pas echt dat je in feite heel weinig weet. Kennis en verdieping zie ik als een gebouw met heel veel deuren. Als je een bepaalde kamer binnenstapt, zie je meteen dat er heel veel nieuwe deuren naar nog onbekende kamers zijn.’ Toch hoef je je niet per se in een specifiek buitenlands onderwerp te specialiseren, zegt hij. ‘Realiseer je vooral ook dat je hier in Nederland veel kunt betekenen. Hier ken je de context goed en daarom kun je hier misschien wel makkelijker écht iets doen aan de ongelijkheid in de wereld.’ [Anne-Katrien Denissen]

1

2

3

4

5

Zoek inhoudelijke verdieping. Bezoek conferenties en cursussen, wissel informatie uit met collega’s over ontwikkelingen binnen je vakgebied. Blijf op de hoogte door middel van communities en e-nieuwsbrieven. Volg ViceVersaonline, OneWorld, en bijvoorbeeld CGAP als je in microfinanciering geïnteresseerd bent.

Werk aan een onafhankelijke en kritische geest. Wees opiniërend en zoek het debat op. Kies een paar LinkedIn-groepen die bij je werk en specialisme passen. Neem niet alleen informatie op, maar vorm er een mening over – en laat die horen.

Ontwikkel zelfreflectie. Denk aan coaching en cursussen op het vlak van persoonlijke ontwikkeling en vaardigheden. Bijvoorbeeld netwerken, finance for non-financials of interculturele communicatie.

Zoek spelers buiten je eigen expertise en sector om mee samen te werken. Kennisinstellingen en bedrijven liggen voor de hand, maar toch… En het kan ook heel informeel: vraag aan vrienden die totaal ander werk doen hoe zij tegen knelpunten in het jouwe aankijken.

Vermijd cynisme en blijf genieten van je werk: wat maakt het leuk?

Tips van Mirjam Minderman. Zij geeft professionaliseringstrainingen aan ontwikkelingsdeskundigen. www.opzoeknaarmeerwaarde.nl


18

zo kan het ook

column manon stravens

n a k zo ok het o

Aan de borst ‘This is a donor-driven country.’ We reden tussen de zwartgeblakerde landbouwvelden Sierra Leone binnen. Ik was nog geen tien minuten eerder opgepikt bij de Liberiaanse grens of ik werd al de les gelezen door de jonge journalist die ons vergezelde. Vooral die pretoogjes en uitdagende grijns staan me nog helder voor de geest. Met een mond vol tanden kun je niets anders doen dan een beetje teruggrijnzen. Want daar kom je dan met je rolkoffer, gevuld met voorgeprogrammeerd budget en de opdracht uit Utrecht om een ‘DREO-draai’ aan ICCO’s plan voor Sierra Leone te geven (DREO staat voor Duurzame Rechtvaardige Economische Ontwikkeling). Ben ik de volgende in de karavaan fourwheeldrivedonoren? Ik was vastbesloten van niet.

Wie: Noa Lodeizen, 32 jaar Wat: O  prichter en directeur van Young in Prison

‘Ik heb altijd al geweten dat ik iets met onrecht en ongelijkheid wilde doen. In het stagejaar van mijn studie maatschappelijke en culturele vorming kwam ik terecht bij een organisatie in Zuid-Afrika die zich inzette voor kinderen in gevangenissen. Door hen werd ik diep gegrepen: zo’n vergeten en juist ook zo’n kwetsbare groep. Het idee dat je een maatschappij beter maakt door jongeren jarenlang op te sluiten! Ik begon met acties met behulp van vrienden en familie, maar na mijn studie kwam ik mensen tegen die in andere landen met hetzelfde onderwerp bezig waren. Met hen heb ik de stichting Young in Prison opgericht.

SUBSIDIE Bij een gevestigde ontwikkelingsorganisatie was voor mij denk ik niet genoeg ruimte geweest. Ik heb veel ruimte voor creativiteit nodig, ben een ondernemer. Ik hecht veel waarde aan kennis, maar ben niet het type om steeds maar verder te studeren van de ene naar de andere master. Kennis doe ik liever op een andere manier op. In de eerste jaren werkte ik vrijwillig voor de stichting. We begonnen met donaties en het organiseren van evenementen. Vervolgens kregen we van ontwikkelingsorganisaties kleine subsidies voor particuliere initiatieven. Na vijf jaar besloten we te professionaliseren. We hadden meer vastigheid en structuur nodig om onze ambities te kunnen waarmaken. We kregen wel de kans om een lerende organisatie te worden, maar er was niet genoeg tijd om lessen te verwerken. De organisatie begon mij een salaris te betalen en we kregen van de Nederlandse overheid subsidie uit de tussenronde Jong en Vernieuwend van het eerste Medefinancieringsstelsel. Dat was echt een keerpunt. Met de 750.000 euro subsidie hebben we een

enorme professionaliseringsslag gemaakt. De projecten werden beter, we konden monitoring- en evaluatiesystemen invoeren en we hebben ons geweldig kunnen positioneren. Maar het was ergens ook beklemmend, want alles moest volgens het boekje. In die tijd hebben we een codirecteur aangesteld, die verantwoordelijk is voor de interne zaken. Ik ben goed in dingen opstarten en mensen inspireren, maar niet in managen en orde uitstralen.

EIGENWIJS In april hebben we gehoord dat onze subsidieaanvraag voor het tweede Medefinancieringsstelsel is afgewezen. Onze alliantie, aangevoerd door Right to Play, voldeed niet aan de drempelcriteria. Dat was een enorme schok. Ook andere kleine organisaties met wie we veel omgaan zijn afgewezen. Ik merk om me heen hoe heftig dat is. We hadden zo veel goede plannen. Kunnen we überhaupt afbouwen? Ik probeer het nu ook van een positieve kant te bekijken. Met de subsidie werden we toch een beetje de kant van het ministerie opgeduwd. Nu kunnen we weer kijken hoe we op onze eigenwijze manier het verschil kunnen maken, in plaats van mankracht, energie en inspiratie te verliezen aan al die rapportages. Als ik terugkijk ben ik tevreden over de stappen die ik heb ondernomen. Dit was voor mij de juiste manier. Ik denk dat je in dit werk heel erg je hart moet volgen en zorgen dat je passie behouden blijft. Dat is mij goed gelukt.’ [Marc Broere]

© Leonard Fäustle

Noa Lodeizen: ‘Voor mij was er bij een gevestigde organisatie geen ruimte geweest’

Sierra Leone swingt. Het land staat onderaan op de lijst als landen naar welvaart worden gerangschikt, maar er wordt hier hard gewerkt: aan de wegen, de veiligheid en het lokaal bestuur. De regering heeft een belastingssysteem opgezet, voor het eerst inzicht gegeven in de opbrengsten uit de diamant- en goudmijnen en vier ministers ontslagen wegens veroordeling voor corruptie. Dat riekt naar goed bestuur en dus vallen er resultaten te behalen. En we geven graag geld als we snel kunnen scoren, want de achterban hijgt in onze nek. En het loont. Sierra Leone is hard op weg de volgende donor darling te worden. De internationale gemeenschap is gul en dat resulteert in een hoog vruchtbaarheidscijfer: nieuwe kleine ontwikkelingsorganisaties worden bij bosjes geboren. Met je MONGO (My Own NGO) is het zowel goed doen als zaken doen, en geef ze ook eens ongelijk met die schrijnende werkeloosheid. De overheid tracht haar kroost te beteugelen en coördinatie te stimuleren, maar dat blijkt een lastige taak zolang ze aan de goedgevulde borst mogen liggen van dames als Unicef en UNDP (het VN Ontwikkelingsprogramma). Zij maken de plannen, leveren de centen en zelfs het personeel. Lokale organisaties voeren het uit. President Ernest Koroma heeft zogezegd weinig in de melk te brokkelen. Deze clubs zijn in feite een soort onderaannemers. Er wordt echter niet gebouwd aan een krachtig en kritisch maatschappelijk middenveld dat de overheid aan haar jasje zou trekken als die even in slaap valt. Op reis voor je werk is de dikke zoete gecaramelliseerde krent uit de pap. Je komt op de mooiste en – als je het goed doet – meest onbegaanbare plekken en ontmoet inspirerende mensen. De keerzijde: tijdvretende vergaderingen die resulteren in een grotere agenda en nog meer vragen dan bij aanvang. Ik praat soms liever met een schreeuwerige aangeschoten militair die in zijn handgreep bijna mijn middenhandsbeentje breekt, maar me met zijn gedrag haarfijn op de feiten en problemen wijst, dan weer te moeten zitten voor zo’n groep onderuitgezakte meiden. Die zitten namelijk niet alleen onderuitgezakt (achter hun door UNDP gedoneerde naaimachines), maar vragen ook ijskoud wanneer wij hun winkel gaan bouwen. Ergens ook informatief – ik weet nu dat deze naaimachines een kansloze onderneming zijn – maar weinig inspirerend. En ietwat zorgwekkend.

In elk dorp lopen kritische, intelligente en creatieve koppen rond

Dat opgehouden handje is een automatisme dat gaat irriteren. Vooral als die toebehoort aan een politieman of een ambtenaar die mij vraagt hoe ik de rechten van het Sierra Leoonse kind ga beschermen. Het eerste het beste kind weet dat die rechten overal kunnen liggen maar zéker niet in de handen van dit 32-jarige, voor tien dagen overgevlogen, blonde groentje. Ik realiseer me echter dat dit geen eenduidig gedeelde en uitgedragen opvatting is door de wereld der donoren. En ziedaar het resultaat. Gelukkig heeft dit bezoek me ook laten zien dat in elk dorp kritische, intelligente en creatieve koppen rondlopen: jong of oud, man of vrouw, met een handicap of zonder, prostituee of werkeloos, journalist of boer. Willen we werkelijk met z’n allen zinnig, opbouwend en zodoende tijdelijk bezig zijn, dan horen we daar te beginnen. Want wij behoren slechts te faciliteren (wat dat ook moge inhouden). En bij hén ligt zowel de schepping als de toekomst.

Manon Stravens (32) werkt in Bamako, Mali, op het West-Afrika Regiokantoor van ICCO. Volg haar weblog op www.viceversaonline.nl

19


Weten wat er speelt in de ontwikkelingssector?

Neem een abonnement op Vice Versa en ontvang gratis het boek van Janneke Juffermans! 02

inhoud

vakblad over ontwikkelingssamenwerking 02 inhoud

jaargang 44 2010

02

inhoud

#03

Dirk-JAn Koch Onze man in CONGO

NNEKE JUFFERMAN

S

Dr en ijfve on leve ren, d tw ikk nsle ilem eli sse ma ng n v ’s sw an erk ers .

Tijdelijke actie: Het boek Grenzeloos Gedreven van Janneke Juffermans (t.w.v. € 17,50) cadeau!

GRENZE O OS GEDREVELN JA

Grenzeloos gedreven Drijfveren en dilemma’s van ontwikkelingswerkers Voor Grenzeloos gedreven sprak Janneke Juffermans uitgebreid met twaalf bekende en minder bekende Nederlanders uit de ontwikkelingssector. Het boek geeft een kleurrijk beeld van hun drijfveren, dilemma’s, inspiratiebronnen en levenslessen.

Ik neem een studenten-jaarabonnement op Vice Versa en machtig Stichting Informatievoorziening Ontwikkelingssamenwerking om eenmalig € 19,95 van mijn bankrekening af te schrijven. ‘Ik ontvang zes nummers van Vice Versa en krijg het boek Grenzeloos Gedreven van Janneke Juffermans (t.w.v.€ 17,50) gratis thuisgestuurd.

Mijn gegevens:

Naam

Adres

Postcode/plaats

Telefoon

E-mail

m/v

Knip deze bon uit en stuur hem in een gefrankeerde enveloppe naar:

lokaalmondiaal Abonneeservice Vice Versa Velperbuitensingel 8 6828 CT Arrnhem

Rek.nr:

Handtekening

datum

Het abonnement loopt door tenzij het drie maanden voor het einde van het abonnementsjaar schriftelijk wordt stopgezet. Ondergetekende is bekend met het feit dat, indien hij/zij niet akkoord is met de afschrijving, hij/zij binnen 30 dagen bij zijn/haar eigen bank opdracht kan geven het bedrag terug te boeken.

NB: Stuur een kopie van het inschrijvingsbewijs voor je opleiding mee.


Vice Versa Startersbijlage