Page 1

DMOS_3/2010:Opmaak 1

26-08-2010

13:35

Pagina 1

BelgiĂŤ - Belgique P.B. - P.P. Gent X 3/1751 Afgiftekantoor Gent X ISSN=1370-5814

Don Bosco Noord-Zuid

SAMEN OP WEG

DERDE KWARTAAL 2010

Driemaandelijks tijdschrift: Achttiende jaargang nr 3

P 602488

3


DMOS_3/2010:Opmaak 1

26-08-2010

13:35

Pagina 2

KONING VOETBAL … In deze Samen Op Weg: ZUID

3 Kinderrecht op spelen DMOS-COMIDE viert met een artikelenreeks de twintigste verjaardag van het kinderrechtenverdrag. Vandaag spreken we over het recht van kinderen op vrije tijd en spelen.

6 South research Al een tiental jaar bestaat er een zoektocht naar kwaliteit in ontwikkelingssamenwerking. DMOS-COMIDE onderstreept deze evolutie naar kwaliteit dan ook ten volle door zich te specialiseren op vorming en onderwijs.

8 Peru Een vooruitblik van het nieuwe programma dat gerealiseerd zal worden in Peru.

NOORD 10 Op stap voor Haïti De aardbeving in Haïti heeft een enorme golf van solidariteit losgemaakt over de hele wereld. Niet alleen vele landen, maar ook heel wat individuele personen en kleinere organisaties zijn niet bij de pakken blijven zitten. Enkele impressies van verschillende solidariteitsacties in Vlaanderen.

We konden er niet naast kijken en in onze oren klinkt het getoeter van de vuvuzela’s nog na: de wereldbeker voetbal in Zuid-Afrika. ‘It’s time’, klonk het in de openingsceremonie van de wereldbeker; het werd tijd dat de organisatie van dit grootse sportevenement naar Afrika kwam. In de aanloop naar de wereldbeker hebben we de kans gekregen verschillende reportages over Zuid-Afrika te bekijken, vooral over de politieke en socio-economische situatie, de kansen en de zorgen voor Afrika. Zal het de arme bevolking ten goede komen, of zal men straks ontwaken uit een valse droom? In verschillende reportages heb ik genoten van de beelden over groepjes kinderen en jongeren die overal in Zuid-Afrika aan het voetballen waren, blootsvoets op grindvelden in de schaduw van de townships. Maar ze speelden met volle overgave, ze waren voor dat spelmoment de wereldsterren. Het was genieten van de speelse uitbundigheid van de kinderen, een echtheid die je alleen bij kinderen aantreft, waar ook ter wereld. Ze deden wat kinderen moeten kunnen doen: spelen! Daarom hebben we in onze jaarreeks over de kinderrechten in dit nummer tijd en aandacht voorbehouden voor één van de belangrijkste rechten van elk kind: dat het tijd en ruimte krijgt om te spelen, om al spelend te socialiseren en zijn of haar wereld te ontdekken. Het spel van kinderen biedt zoveel kansen tot ontdekken en groeien, om regels te hanteren en afspraken na te leven, om te leren omgaan met winst en verlies; kortom, een enorme variatie aan pedagogische kansen. ‘Voetbal, de belangrijkste bijzaak van het leven’, zo omschrijft grootmeester Johan Cruijf het belang van voetbal. Wanneer ik echter de impact van en de nood aan spelkansen bekijk, durf ik niet meer spreken van een bijzaak. Voor Don Bosco was het ook levensbelangrijk in elke opvoeding. Blaas dus maar op de vuvuzela en vraag aandacht voor het kinderspel!

Omer BOSSUYT sdb, Voorzitter

12 Vrijwilligers Een verslag van twee gemotiveerde dames die zich zes maanden ingezet hebben in Togo.

14 Saved by the bell Een oproep aan de scholen.

15 DEWERELD.BE DMOS-COMIDE kiest ervoor haar publicaties op milieuvriendelijk papier te drukken. FSC is een label of keurmerk op een hout- of papierproduct dat aangeeft dat een product afkomstig is uit een duurzaam beheerd bos (www.fsc.be). 2


DMOS_3/2010:Opmaak 1

13:35

Pagina 3

WEST-AFRIKA

KINDERRECHT OP VRIJE TIJD EN SPELEN In 1989 werd in New York het Internationaal

SAMEN OP WEG

3/2010

ZUID

26-08-2010

WAT JE (ZOALS HET MEESTE) BUITEN DE KLAS LEERT

Verdrag voor de Rechten van het Kind aangenomen. In dat Kinderrechtenverdrag staan 54 artikelen waarin afspraken over de rechten van kinderen en jongeren tot achttien jaar zijn opgeschreven. Artikel 31 verkondigt het recht op vrije tijd en spelen. Daar kan toch niemand tegen zijn?

Spelen is niet alleen leuk, je léért ook door te spelen. Daar heb je geen leerkrachten wiskunde, aardrijkskunde of Frans voor nodig. Zelfs bij katten is dat al goed te zien. Als een jong katje speelt, leert het technieken om te jagen. Zo gaat dat ook met kinderen. Door te spelen, leer je dingen die je later nodig hebt. Je leert problemen op te lossen en te delen met andere kinderen. Kinderen moeten daarom tijd hebben om te spelen. Dit geldt voor alle kinderen, dus ook voor kinderen waarvan de ouders in Ecuador, Bangladesh of Oeganda met hooguit 2 euro per dag moeten rondkomen. Ontroerend mooi specificeert artikel 31 van het Kinderrechtenverdrag: ‘Het kind heeft recht op rust en vrije tijd, om te spelen en om

Kinderrechten: Geïnspireerd door het gedachtegoed van Don Bosco, bestrijdt DMOS-COMIDE armoede in het Zuiden door kansarme jongeren vorming en onderwijs aan te bieden. 3


DMOS_3/2010:Opmaak 1

26-08-2010

13:35

Pagina 4

deel te nemen aan kunst en cultuur. De overheid zorgt ervoor dat ieder kind gelijke kansen heeft om dit recht te realiseren en bevordert recreatieve, artistieke en culturele voorzieningen voor kinderen.’ Op Nelson Mandela na herinnert u zich in Afrika wellicht ook geen Afrikaanse president die daar ooit van wakker lag? Maar eerst verder met het goede nieuws: het is een unieke realisatie van het Internationale Verdrag voor de Rechten van het Kind dat het door zowat alle landen ter wereld geratificeerd is. Enkel Somalië en de Verenigde Staten (u gelooft uw ogen niet?) staan een reële universele erkenning van het Verdrag nog in de weg. De States van Obama vinden totnogtoe dat de bepalingen van het Verdrag in strijd zijn met zowel het ouderlijke gezag als met de soevereiniteit van het land. Dat de doodstraf voor minderjarigen door dit Verdrag ook onmogelijk wordt, speelt voor Washington ook zeker mee. En dat in het land van ‘Hope and Glory’.

“In Congo en vele andere landen in het Zuiden is de armoede op het platteland, in stadswijken en in vele huisgezinnen te groot om maar te denken aan een ‘winkel voor informatieve spelen’.”

HET OORKUSSEN VAN DE DUIVEL In de 19de eeuw was het voor de Noord-Italiaanse priester Giovanni Bosco duidelijk dat kinderen en jongeren niet alleen op school, thuis of zelfs in de kerk werden opgevoed. Hij vond dat ook speelplaatsen ideale plekken waren voor jongeren om relaties te leren leggen, anderen nabij te zijn, in een ontspannen sfeer. De confrontatie met de jongeren in de arme wijken en gevangenissen van Turijn, deed

België tekende wél. En voor de Belgische ontwikkelingssamenwerking zijn de rechten van het kind, en dus ook het recht op spel en vrije tijd, sinds 2005 een transversaal thema. Dat betekent dat er in de toekomst met dit recht rekening moet worden gehouden bij het uitstippelen van alle ontwikkelingsprogramma’s en projecten. Daar zet DMOS-COMIDE met zijn Don Bosco partners in het Zuiden graag zijn schouders onder.

SHOTTEN AAN DE VOET VAN DE VULKAAN Junior, elf jaar, heeft nog nooit van het Kinderrechtenverdrag gehoord. Hij woont in het Congolese Goma, aan de voet van de vulkaan Nyiragongo die in 2007 uitbarstte en de stad voor de helft overstroomde met lava. Hij volgt met zeventien buurjongens het wereldkampioenschap voetbal in Zuid-Afrika op het scherm van oompje Cyprien. Vanavond, na de match Brazilië – Ivoorkust gaan ze verder oefenen op het veld. Wie weet dat Congo sterspelers zoekt voor een volgend wereldkampioenschap. Maar daarvoor moet je wel kéigoed zijn. En wat meer geluk hebben. En niet van Goma zijn. En geen vader hebben die al enkele jaren ‘op reis’ is, geen moeder die op de wijkmarkt het gezinsinkomen bijeensprokkelt. Geen oom die bij de rebellen vocht. En ook iets meer te bikken hebben dan twee maaltijden (één keer rijst, één keer maniok, op zondag een stuk vlees) per dag. In Congo en vele andere landen in het Zuiden is de armoede op het platteland, in stadswijken en in vele huisgezinnen te groot om maar te denken aan een ‘winkel voor informatieve spelen’. Al goed dat er kan gedamd worden, naar TV gekeken of gevoetbald op een niet al te hobbelig veldje. Overleven gaat voor een groot deel van de mensheid nog altijd voor. Slenteren, rondhangen en daarnaast ‘van kattenkwaad tot erger’ zijn er de aanlokkelijkste activiteiten voor tieners en lagere schoolkids. Of er zijn die vele andere en dringender huistaken dan rekenoefeningen of Franse woordjes leren: water halen, de geitekudde hoeden, vegen, op de kleintjes of moeders winkeltje passen. Het huishouden, meestal voor de meisjes dan nog, hoort bij de dagtaak van zovele kinderen wereldwijd.

Bosco beslissen in de volkswijk Valdocco een eigen 'oratorio' uit te bouwen, een speel- en ontmoetingsruimte die naast thuis, de school en de parochie op maat van de jongeren gesneden was. Dat geloven zijn volgelingen, salesianen en zusters van Don Bosco, tot op vandaag. Een wandeling buiten de muren met gevangenen (mét toestemming van de directeur), speelpleinen, jeugdbewegingen, sport en spel, muziekgroepen, theateropvoeringen: ze werden mee het hart van het opvoedingssysteem van die Giovanni Bosco. Antieke en gelovige wijsheid als ‘een gezonde geest in een gezond lichaam’ en de waarschuwing dat ‘ledigheid het oorkussen van de duivel’ is, kregen in Don Bosco scholen en jeugdcentra een veelkleurige en dynamische invulling.

“Een wandeling buiten de muren met gevangenen, speelpleinen, jeugdbewegingen, sport en spel, muziekgroepen, theateropvoeringen: ze werden mee het hart van het opvoedingssysteem van Giovanni Bosco.”

Als Belgische NGO van Don Bosco ondersteunt DMOS-COMIDE de vele beroepsscholen, jeugdcentra, tehuizen voor straatkinderen in deze ‘geest van het artikel 31’ uit het Kinderrechtenverdrag. Naast de aandacht voor een toegankelijk en kwalitatief goed beroepsonderwijs ligt het accent op zovele naschoolse activiteiten die

4


DMOS_3/2010:Opmaak 1

13:35

Pagina 5

WEST-AFRIKA

MEER UIT HET HART DAN UIT HET HOOFD Zo vertelt de 14-jarige Giulia in het ‘Don Boskot’, een open studentenhuis van Louvain-la-Neuve: ‘Elke vrijdag openen de zusters van Don Bosco hun huis voor ons. Tussen half vijf en half tien mogen wij er zomaar binnen en buiten lopen. Wij zijn soms met 20, al eens met 30. We spelen, we sporten, we maken eten klaar. We sluiten af met een bezinning, maar ik kan je verzekeren: supertof.’ Er zijn vier zusters, achttien studenten en een aantal scholieren die zoals Giulia op maandag, dinsdag en donderdag na school mogen binnenlopen. Voor oudere tieners is dat op vrijdag. En op zondag is er jeugdbeweging. Daarnaast zijn er de kleine (verjaardagen) en grote (Don Bosco en Maria Mazzarello) feesten die geregeld georganiseerd worden. Zo krijgen Belgische jongelui een idee van wat mensen de integrale opvoedingsstijl bij Don Bosco noemen. In het Zuiden van de planeet is dat niet anders. In het MiddenAmerikaanse El Salvador worden Samuel en Felipe opgevangen bij Don Bosco. Voorheen waren ze echte straatjongens, vrijgevochten van alle regels, tenzij van die van de sterkste. En als het leven iets te

zwaar werd, was er nog hun flesje snuiflijm. Tot ze op de plaza Fabiola en William ontmoetten, twee opvoeders van Don Bosco. Twee die bijna elke dag verschenen met een doos mikado en een damspel. De eerste stappen om met deze eenvoudige spelen ándere regels, ook in het samenspelen, te leren aanvaarden. Wie meer wil, meer kan, nodigen Fabiola en William uit om naar ‘Don Bosco’ te komen. Dit kan voor een eenvoudige maaltijd zijn, om samen naar een film te kijken en om de kranigsten in een eenvoudige beroepsscholing te helpen stappen. ‘Amigo para siempre’ (voor altijd vrienden) heet het project. Zo belandden Samuel en Felipe in een sportopleiding gedurende één jaar. Ze leerden er uurroosters respecteren, vrienden en leerkrachten waarderen. Als ze het een jaar volhouden en hun familie het goed vindt, mogen ze naar de Hogar om verder te leren, ook uit boeken en in ateliers. Zoals lagere schoolkinderen en tieners in onze eigenste omgeving de mooiste herinneringen vooral halen uit hun vrije tijd (hoe hard leerkrachten en ouders daar ook om zuchten), zo zijn ook Pepe, Ravi en Gisèle in Tegucigalpa, Tamil Nadu en Pointe Noire. Zij stralen in hun regenboogshirts van Don Bosco, ze tellen de uren van de schoolvoormiddag af tot het handbaltornooi dat begint als de ergste warmte voorbij is en ze spreken af om samen met een pak anderen naar ‘The Lord of the Rings’ te gaan kijken die ze vanavond in feestzaal ‘Laura Vicuña’ van de zusters tonen. Artikel 31 van het Internationaal Verdrag voor de Rechten van het Kind? ‘Nooit van gehoord,’ zouden ze je in je gezicht lachen.

Marc VAN LAERE

3/2010

jongeren buiten het onderwijsprogramma versterken. Het zijn ook de activiteiten die maken dat - naast het goede onderricht - bezoekers vaak de indruk krijgen dat Don Bosco huizen bruisen, sprankelen en léven. Niet ten onrechte. Op de speelplaatsen, basket- en volleybalterreinen verschijnen na de middag de groepjes jongens en meisjes die er zich uitleven. Tornooien, kampioenschappen, maar ook fanfares, toneelgroepen en circustroepen maken het schoon weer in Don Bosco. In enkele landen vinden deze activiteiten hun hoogtepunt in vermaarde ‘Salesiaanse spelen’.

“In het ‘Don Boskot’, een open studenthuis van Louvain-La-Neuve lopen jongeren binnen en buiten om te spelen en te sporten.”

SAMEN OP WEG

ZUID

26-08-2010

DMOS-COMIDE is de Belgische ngo van Don Bosco. Via vorming en beroepsonderwijs stellen we kansarme jongeren in staat om zelf aan hun ontwikkeling en die van hun omgeving te werken. 5


DMOS_3/2010:Opmaak 1

ZUID

26-08-2010

13:35

Pagina 6

SOUTH RESEARCH

BELEID OMGEZET IN DE PRAKTIJK Wie heeft nooit, op een of andere dag, ervan gedroomd de wereld te zullen veranderen... of toch op zijn minst een klein beetje… of zijn stempel, hoe bescheiden ook, erop te drukken als teken van een positieve verandering ? Het is een nobele en edelmoedige uitdaging, maar gezien de omvang van de opdracht, zet de realiteit ons al snel weer met beide voeten op de grond. Het is onmogelijk alles te veranderen. En wat men ook beslist, op eigen houtje handelen, leidt meestal tot niets. Dat is vooral zo voor de organisaties die zich inzetten voor de strijd tegen de armoede en voor duurzame ontwikkeling. Om resultaten te boeken, moeten keuzes worden gemaakt en de krachten worden gebundeld. Decennia lang zijn de ontwikkelingsorganisaties op allerlei domeinen actief geweest, alvorens in te zien dat men zich beter zou specialiseren, wil men efficiënter te werk gaan. De jaren negentig betekenden een keerpunt in de internationale ontwikkelingssamenwerking en in de nasleep daarvan hebben de NGO’s zich geleidelijk aan gespecialiseerd in één interventiedomein, afhankelijk van hun geschiedenis en hun lokale verankering. Voor DMOS-COMIDE was dat vorming en onderwijs. Begin jaren 2000 was er een nieuwe evolutie in de zoektocht naar kwaliteit in de sector van de ontwikkelingssamenwerking. In het verlengde van de internationale conferenties van Monterrey (Mexico, 2002) en van Rome (Italië, 2003), werd met de Verklaring van Parijs (Frankrijk, maart 2005) een nieuwe weg ingeslagen. Ownership,

6

afstemming, harmonisering, resultaatgericht beheer en wederzijdse verantwoordelijkheid werden de sleutelwoorden van een internationale samenwerking die voortaan haar efficiëntie dient te bewijzen, wil ze geloofwaardig blijven. De Belgische ontwikkelingssamenwerking onderschrijft deze visie volledig en ratificeerde in 2001 de Europese gedragscode die in België tot uiting komt in een ontwikkelingsbeleid dat gericht is op vier belangrijke elementen: versterking van de lokale overheidsstructuren, verdeling van de taken en specialisatie, kwaliteit van de hulpverlening en resultaatgericht beheer. De lijst van officiële partnerlanden van de Belgische ontwikkelingssamenwerking werd herleid tot 18 landen (i.p.v. 25) en de activiteiten werden voortaan toegespitst op twee sectoren: enerzijds de productieve sector en anderzijds de sociale sector.


13:35

Pagina 7

In de praktijk gaat de prioriteit van België uit naar landbouwontwikkeling (productieve sector), systematisch gekoppeld aan de gezondheidssector of aan de onderwijssector (sociale sector). Nu de keuzes gemaakt zijn, dient men enkel nog de krachten te bundelen om de doelstellingen te verwezenlijken. Specialisatie en verdeling van de taken impliceren immers een werk gebaseerd op synergieën, wil men het vooropgestelde doel bereiken. Wanneer een ontwikkelingsland zijn strategiedocument voor armoedebestrijding heeft opgesteld, maken de internationale actoren concrete afspraken met dat land en met elkaar om dat strategische plan in uitvoering te brengen. Elkeen draagt bij met zijn ervaring en knowhow en alle interventies moeten in gezamenlijk overleg worden uitgevoerd, overeenkomstig de principes van coherentie met het strategische plan van het partnerland, maar ook en vooral overeenkomstig de principes van coördinatie en complementariteit tussen de betrokken actoren. Logisch, maar allesbehalve eenvoudig. De niet-gouvernementele organisaties (NGO’s) hebben deze evoluties met veel belangstelling … en van op afstand gevolgd. De ‘indirecte actoren’ worden weliswaar voor een stuk financieel ondersteund door de overheid, maar ze werken eveneens met eigen middelen en in nauwe samenwerking met de lokale bevolkingsgroepen. Dat heeft altijd al gezorgd voor een zekere onafhankelijkheid ten opzichte van grote akkoorden en andere bilaterale of multilaterale samenwerkingskaders.

“Door zich toe te spitsen op de onderwijs- en vormingssector, heeft DMOS-COMIDE een diepgaande expertise ontwikkeld op verschillende niveaus.” Die onafhankelijkheid wordt echter sinds enkele jaren opnieuw in vraag gesteld. In het verlengde van de onderschrijving van de basisprincipes van de Verklaring van Parijs, worden de NGO’s met enige aandrang uitgenodigd strategische en sectorale keuzes te maken waardoor ze, via speciale budgetlijnen, toegang zouden krijgen tot de gemeenschappelijke indicatieve programma’s van de bilaterale ontwikkelingssamenwerking. Interessant? De vraag moet duidelijk worden gesteld: welke synergieën zouden tot stand moeten worden gebracht tussen de NGO’s en de andere actoren van de (Belgische en internationale) ontwikkelingssamenwerking om de versnippering van de ontwikkelingshulp tegen te gaan en om de doelmatigheid van die hulp te verhogen? DMOS-COMIDE heeft zichzelf de vraag gesteld en heeft die voorgelegd aan een extern evaluatiebureau, South Research, die de capaciteit van onze NGO heeft onderzocht om synergieën tot stand te brengen zowel in het Zuiden, in de ontwikkelingslanden, als in het Noorden, meer bepaald in België. Tijdens die evaluatie moest eveneens worden bestudeerd welk verband er bestaat tussen de synergieën en de kwaliteit van het ontwikkelingswerk die de samenwerkingsverbanden verondersteld zijn te verbeteren. De resultaten van die evaluatie zijn interessant op meer dan één vlak.

Door zich toe te spitsen op de onderwijs- en vormingssector, heeft DMOSCOMIDE een diepgaande expertise ontwikkeld op verschillende niveaus: een thematische expertise op het vlak van beroepsopleiding als hefboom voor de ontwikkeling van jongeren, een methodologische expertise op het vlak van programmabeheer en participatieve strategische planning en ten slotte een expertise op het vlak van partnerschap zowel in het Zuiden bij de begeleiding van de plaatselijke ontwikkelingsbureaus als in België bij de begeleiding van de scholen die ontwikkelingseducatie op een structurele manier benaderen. De samenwerkingsakkoorden die in het kader van de activiteiten van DMOS-COMIDE tot stand werden gebracht, zijn zeer uiteenlopend. In het Noorden ontwikkelt DMOSCOMIDE synergieën met scholen en met de sector van ontwikkelingseducatie in België. Hoewel de open houding van DMOS-COMIDE door iedereen wordt erkend en gewaardeerd en de actoren elkaar uitstekend aanvullen, blijkt echter dat de sociologische verankering van de interventies nog kan worden uitgediept. In het Zuiden hebben de partners van DMOS-COMIDE, die al vele jaren worden begeleid en gestimuleerd in die richting, talrijke samenwerkingsverbanden opgestart met de lokale overheden, met actoren gespecialiseerd in hulpverlening aan de jeugd en met de belangrijkste actoren van de arbeidsmarkt. Die synergieën zijn echter stipt: ze worden vaak bepaald door de opportuniteiten van het moment en zijn zeer uiteenlopend (politieke, operationele synergieën, enz.). Het is eveneens interessant vast te stellen dat de lokale partners in het Zuiden zelf spontaan op zoek gaan naar interessante samenwerkingsverbanden – en die tevens tot stand brengen – met andere lokale actoren, veeleer dan met actoren van de (Belgische) bilaterale of multilaterale ontwikkelingssamenwerking.

3/2010

26-08-2010

SAMEN OP WEG

DMOS_3/2010:Opmaak 1

Kortom, de samenwerkingsverbanden die DMOS-COMIDE stimuleert en ontwikkelt, zijn eerder van operationele dan van strategische aard. Die synergieën, die hoofdzakelijk tot stand worden gebracht op persoonlijk initiatief en uit noodzaak, moeten voortaan worden gepland en georganiseerd afhankelijk van de doelstellingen van onze organisatie. Rekening houdende met onze expertise die in de loop van de laatste jaren sterk werd uitgebouwd, beschikt DMOS-COMIDE bovendien over het nodige potentieel om haar activiteiten te valoriseren door synergieën tot stand te brengen buiten haar traditionele netwerk van salesiaanse scholen. Wij zijn klaar om de uitdaging aan te gaan. Eén belangrijke vraag blijft echter nog onbeantwoord. Is de officiële ontwikkelingssamenwerking vandaag de dag klaar om de dialoog aan te gaan met indirecte actoren die gespecialiseerd zijn in een efficiënte onderwijssector die in sterke mate bijdraagt tot duurzame ontwikkeling, maar die in het Zuiden nog grotendeels valt onder wat men bij ons het vrije onderwijs noemt?

Françoise LEONARD

Om de werking te optimaliseren, vindt DMOS-COMIDE het belangrijk om extern advies in te winnen betreffende efficiënte ontwikkelingssamenwerking.

7


DMOS_3/2010:Opmaak 1

ZUID

26-08-2010

13:36

Pagina 8

HAÎTI

EEN NIEUW PROGRAMMA IN PERU Juli 2010. DMOS-COMIDE dient bij de Belgische regering zijn nieuwe “Programma 20112013” in, dat ontwikkelingsactiviteiten voorziet zowel in België als in verschillende landen van Afrika, Azië en Latijns-Amerika. Omdat ons volledige programma zeer uitgebreid is, belichten we in dit artikel slechts één onderdeel ervan.

Laten we nu dieper ingaan op het programma dat DMOS-COMIDE in Peru zal uitvoeren, beginnend met een korte kennismaking van dit unieke land. Peru grenst aan de Stille Oceaan en ligt op zo’n tienduizend kilometer van België. 20 uur vliegen en je belandt in een wereld van verschil in dit Andesland vol contrasten. Ongeveer twee derde van het land wordt bedekt door de tropische regenwouden van het Amazonegebied. 30% van de rest wordt gedomineerd door het Andesgebergte waarvan de hoogste bergtoppen meer dan 6 000 meter hoog zijn. Het kustgebied beslaat dan wel slechts een tiende van het volledige grondgebied, meer dan de helft van de 30 miljoen inwoners (60%) heeft zich daar gevestigd. Deze diversiteit verklaart waarom in Peru zoveel verschillende talen worden gesproken: Spaans (84%), Quechua (13%), Aymara (2%) en verschillende talen uit het Amazonegebied (1%). Verrassend is ook de rassenvermenging onder de bevolking; meer dan de helft van de Peruvianen heeft gemengd bloed door de aders stromen (Indiaans, Europees, Afrikaans en/of Aziatisch).

MEER DAN 10.000 BEGUNSTIGDEN! Het programma ‘Peru’ van DMOS-COMIDE is gericht op jongeren, mannen en vrouwen, van 15 tot 24 jaar oud, zonder onderscheid van cultuur, etnische afkomst of religie. Er worden uiteraard bepaalde toelatingscriteria gehanteerd om toegang te krijgen tot een van de negen technische opleidingscentra: men moet in armoede leven en blijk geven van een wil om te studeren en een vak te leren. 8

Meer dan tienduizend directe begunstigden zijn betrokken bij ons Programma (48% vrouwen en 52% mannen). Ze zijn verspreid over de 9 CETPRO’s (Centros de Educación Técnica y Productiva – Centra voor technisch en productief onderwijs) waar werkloze of uitgebuite jongeren minder de mogelijkheid hebben om een vak te leren. De CETPRO’s bieden die personen de kans uit de vicieuze cirkel van armoede te geraken. Het lesaanbod is uitgebreid en uiteenlopend, gaande van industriële mechanica over haarsnit en toerisme tot landbouw. Elk jaar worden meer dan 300 opleidingseenheden georganiseerd! Maar waar zijn die CETPRO’s gelegen? Twee centra bevinden zich in Lima, twee in Piura, twee in Huancayo, één in Ayacucho, één in Arequipa en een laatste in Majes. Meer dan 1.600 km scheiden de twee uiterste steden (Piura en Majes). Om een idee te hebben: dat is dezelfde afstand als tussen Brussel en Granada (Spanje). Het programma ‘Peru’ strekt zich dan ook uit over een groot gebied, maar het uitgangspunt is overal gemeenschappelijk: de moeilijke toegang tot onderwijs. De Peruviaanse regering stelde in 1993 dat het basis- en secundair onderwijs voor iedereen verplicht en gratis is. Over het algemeen is de balans vrij positief, aangezien slechts 10% van de bevolking analfabeet is. Maar de realiteit leert ons dat de kwaliteit van het onderwijs veel te wensen overlaat en dat er een enorme kloof is tussen de staatsscholen (in theorie gratis) en de privéscholen (meer dan € 100 per maand). In de grote steden van het land kunnen zo goed als alle jongeren lezen en schrijven, maar enkel zij die een diploma hoger onderwijs kunnen voorleggen, hebben toegang tot waardig werk.


13:36

Pagina 9

De partners van DMOS-COMIDE bieden de Peruviaanse jongeren een concrete opleiding aan die hen zal toelaten een degelijke job te vinden in de lokale economie of hun eigen micro-onderneming op te starten. En de tewerkstellingsmogelijkheden zijn legio, want er is een grote vraag naar geschoolde technici en arbeiders in een land waar het onderwijssysteem gericht is op hoog aangeschreven maar reeds verzadigde beroepen (advocaten, dokters, architecten, enz.).

“Het programma ‘Peru’ strekt zich uit over een groot gebied maar het uitgangspunt is overal gemeenschappelijk: de moeilijke toegang tot onderwijs.”

BAND MET “CASA DON BOSCO” Het programma ‘Peru’ is verbonden met het netwerk “Red Chicos y Chicas de Don Bosco” dat gericht is op de allerarmsten onder de arme jongeren. Het betreft jongens en meisjes uit de steden die op straat hebben geleefd, die misdrijven hebben gepleegd of die delinquenten dreigen te worden. Maar het is eveneens bedoeld voor jongeren uit de plattelandsgebieden die geen enkele mogelijkheid hebben hun levensomstandigheden te verbeteren omdat hun familie in absolute armoede leeft. Het netwerk bestaat uit 12 huizen die “Casa Don Bosco” worden genoemd. Ze liggen in een stedelijk of landelijk milieu in Breña, Rimac, Arequipa, Ayacucho, Huancayo, Cusco, Calca, Amparaes, Lares, Quebrada Honda en Monte Salvado. Die “Huizen van Don Bosco” beschikken over een structuur om jongeren een luisterend oor te bieden en om hen, indien nodig, opvang, onderwijs en begeleiding te geven totdat ze beschikken over voldoende socio-educatieve bagage en zich als persoon kunnen ontplooien.

FLOR DE MARÍA AAN HET WOORD Flor de María Quispe Díaz, een voormalige bewoonster van het Casa Don Bosco te Quebrada Honda getuigt: Op elfjarige leeftijd heb ik het basisonderwijs beëindigd in het dorpje Illapani, gelegen in een kleine vallei in het Andesgebergte. Mijn moeder maakte zich grote zorgen, want in mijn dorp is er geen middelbare school en het is één uur stappen naar de dichtstbijzijnde school. Ze wilde niet dat ik hetzelfde lot zou ondergaan zoals de andere meisjes van het dorp: tienerzwangerschappen en seksueel misbruik of ongewenste intimiteiten, iets wat vaak voorkomt, want niemand hier heeft respect voor kinderen of jongeren. Ze wou ook niet dat ik het slachtoffer zou worden van de gewelddadigheden tussen haar en mijn vader. Een ander probleem was van economische aard. Het werk op het land is zeer hard en slecht betaald. Om al die redenen heeft mijn moeder een plaats gezocht waar ik een goede opleiding kon krijgen en die heeft ze uiteindelijk gevonden in het Casa Don Bosco te Quebrada Honda, op vier uur rijden van mijn dorp. Vijf jaar lang heb ik er middelbaar onderwijs gevolgd (op internaat) en het waren voor mij de mooiste jaren van mijn leven. Daarna heb ik Quebrada verlaten om verder te studeren in

Cuzco, waar ik de kans heb gehad te verblijven in een andere Huis van Don Bosco. Vandaag de dag ben ik in het bezit van mijn diploma “Beroepstechnicus inzake hotelbeheer”. In de toekomst wil ik mijn eigen bedrijfje oprichten; een restaurant-hotel. Ik hoop over 2 à 3 jaar van start te kunnen gaan. In afwachting overweeg ik te solliciteren naar een baan van politieagent, want ik ben nog maar 20 jaar oud en moet eerst nog sparen. Maar ik zal daarnaast nog veel andere dingen doen, zoals de mensen helpen die mij nodig hebben. Ik wil alle mensen bedanken die mij hebben geholpen, in het bijzonder de salesianen en de opvoeders van het netwerk “Casitas Don Bosco”. Dankzij hen ben ik uitgegroeid tot een vrouw met een toekomst en tal van dromen en ik ben er zeker van dat die één voor één verwezenlijkt zullen worden.”

DON BOSCO HOTEL, IN CUZCO. In de 12 Huizen van Don Bosco worden in totaal 621 jongeren opgevangen. Hun ouders wordt gevraagd bij te dragen in de kosten voor logement en onderwijs. Maar het gaat over symbolische bijdragen. Om de goede werking van de Huizen te verzekeren, ondernemen de salesianen nu reeds verschillende activiteiten, zoals de productie en verkoop van wijn, patisserie, jam, ambachtelijke producten en diensten. Maar de inkomsten blijven ontoereikend. De salesianen hebben vervolgens beslist het “DON BOSCO HOTEL” te openen, dat plaats biedt aan 30 toeristen (13 mooie kamers).

“Opmerkelijk aan dit hotel is dat 18% van de prijs voor een kamer rechtstreeks terecht komt in de kas van het netwerk “Casitas de Don Bosco”

3/2010

26-08-2010

SAMEN OP WEG

DMOS_3/2010:Opmaak 1

Opmerkelijk aan dit hotel is dat 18% van de prijs voor een kamer rechtstreeks terecht komt in de kas van het netwerk “Casitas de Don Bosco”. De salesianen hopen dan ook dat het “Don Bosco Hotel” altijd volzet zal zijn. Indien u in Cuzco verblijft, neem dan zeker contact op met Elena Ganoza Alemán (proyetos3@salesianos.edu.pe), coördinatrice van het “Red Chicos y Chicas de Don Bosco” die steeds op zoek is naar solidaire vrienden, en reserveer een kamer in dit prachtige hotel.

Jorge PEÑARANDA

DMOS-COMIDE is de Belgische ngo van Don Bosco. Via vorming en beroepsonderwijs stellen we kansarme jongeren in staat om zelf aan hun ontwikkeling en die van hun omgeving te werken.

9


DMOS_3/2010:Opmaak 1

NOORD

26-08-2010

13:36

Pagina 10

OP STAP VOOR HAÏTI

OP STAP VOOR HAÏTI De aardbeving van 12 januari 2010 in Haïti heeft een enorme golf van solidariteit losgemaakt over de hele wereld. Niet alleen vele landen, maar ook heel wat individuele personen en kleinere organisaties zijn niet bij de pakken blijven zitten. DMOS-COMIDE ontving honderden giften uit heel België als antwoord op onze oproep ‘Help Haïti’. naar Deinze om er een infostand op te zetten. Hier waren werkelijk honderden mensen in de weer om er een wervelend geheel en een spektakel van solidariteit van te maken. Een sponsorloop, optredens van muziekgroepjes, activiteiten van de jeugdbewegingen, een infoTE GAST BIJ DE ROTARY EEKLO stand over ontwikkelingssamenwerking, een sponsor Op 25 februari trok Omer Bossuyt, voorzitter, naar Lembeke op fietstocht, een reuzenpannenuitnodiging van de Rotaryclub Eeklo. Na een sobere plechtigheid koekenslag van de gepensiomocht O. Bossuyt namens DMOS-COMIDE een cheque in ontvangst neerden, een kunstveiling met nemen. Naast een dankwoordje tot de clubleden, gaf de voorzitter werken van plaatselijke kunstenaars uit groot Deinze: het stond allemeer informatie over de ruimere werking van DMOS-COMIDE in de maal op het programma. Er heerste een grote belangstelling en de wereld en de scholenwerking in het bijzonder. Een dergelijke vraag die vaak weerklonk was: ‘Waar gaat ons geld naartoe?’ Mensen ontmoeting is steeds een unieke gelegenheid om aan draagvlakzijn bereid hun solidariteit te tonen en mild te versterking te werken. geven op voorwaarde dat ze weten dat de “Maar telkens was het ook een giften werkelijk naar het beoogde doel gaan zonder veel omwegen. Telkens opnieuw ‘DEINZE HELPT HAÏTI’ gelegenheid om die boodschap van hebben we mensen kunnen overtuigen dat wij hoop te brengen aan de honderden als NGO proberen om structurele hulp te In de loop van de maand februari jonge mensen: ‘Yes, we can…’ , bieden, rechtstreeks en met het oog op hadden onze medewerkers in Brussel ‘Ja, we kunnen iets doen.’” duurzaamheid, in samenspraak met de een gesprek met Jos Dewulf en Joost beleidsmensen, de Haïtianen ter plaatse. Van den Brande van het GROS - de Gemeentelijke Raad voor Op 17 mei werden we door het GROS van Deinze Ontwikkelingssamenwerkingopnieuw uitgenodigd om ons de opbrengst van de van de stad Deinze. Op 13 solidariteitsactie te overhandigen. Bij die gelegenmaart 2010 plande het GROS heid bracht onze afgevaardigd-bestuurder, Luk Delft, een stedelijke solidariteitsacverslag uit van zijn prospectiereis naar Haïti om de tie met de medewerking van concrete hulpprojecten uit te tekenen en af te lijnen, vele organisaties en in samenspraak met andere salesiaanse NGO’s uit verenigingen, van jong tot Europa. Dank u wel Deinze! oud. Er was de concrete vraag ‘of DMOSCOMIDE aanwezig kon zijn JONGEREN IN TEMSE ROEPEN OP met een infostand over de gebeurtenissen en de actuOp vrijdag 16 april was Omer Bossuyt uitgenodigd in ele toestand in Haïti?’. ‘De Zaat’ in Temse. De schepen van welzijn, werk en Zo trokken Wouter en jeugdinfrastructuur, de burgemeester en het bestuur van Paola op zaterdag 13 het jeugdontmoetingscentrum ‘de Artist’ van de stad wilmaart gepakt en gezakt Op verschillende plaatsen werden de medewerkers van DMOSCOMIDE opgeroepen om te komen getuigen over de ramp, over de salesiaanse aanwezigheid en werking in Haïti. Het waren drukke dagen en weken voor onze medewerkers. We doorkruisten het Vlaamse land, gewapend met beelden, foto’s, folders en een flinke dosis enthousiasme om mensen en groepen op te roepen solidair te zijn en te blijven. Hierbij geven we enkele impressies over onze bezoeken aan zeer diverse groepen.

Scholen: Sinds 1935 helpen de Salesianen Haïti. Ook vandaag laten wij de getroffen bevolking niet in de steek. DMOS-COMIDE organiseert daarom in Vlaanderen de solidariteit met de Salesiaanse werken in Haïti. 10


13:36

Pagina 11

den via DMOS-COMIDE aan Don Bosco Haïti de opbrengst overhandigen van hun hulpactie. De jongeren van het jeugdcentrum toonden hun medeleven en solidariteit met hun onfortuinlijke leeftijdsgenoten in Haïti en spraken daarbij veel mensen van Temse aan om hen te steunen in hun actie. Dat was hen uitstekend gelukt. De leiding van het jeugdcentrum was heel fier en blij om de cheque te kunnen overhandigen aan de salesiaan Jef Lannoo, die 10 jaar missionaris was in Port-au-Prince. Jef gaf een indringende getuigenis over het leven van de Haïtiaan en hij dankte ook de jonge mensen uit Temse voor hun oproep tot solidariteit en de samenwerking die ze teweeg gebracht hadden met andere verenigingen van de stad.

DE PAROCHIEPLOEG LUISTERT

ook een gelegenheid om die boodschap van hoop te brengen aan de honderden jonge mensen: ‘Yes, we can…’, ‘Ja, we kunnen iets doen; alle hulp is welkom, elke inspanning voor de kinderen en jongeren in de Haïtiaanse Don Boscoscholen is zinvol en de moeite waard. Tijdens de daaropvolgende weken ontstond er een bonte verzameling acties: muzikale optredens, een quiz, sobere maaltijden, sponsorvoettochten, een Haïti-krant, opbrengst van een eetfestijn, enz… Zowel leerlingen als leerkrachten spraken hun creativiteit aan en sloegen de handen in elkaar: de kracht van solidariteit vertaalde zich in de mooie opbrengsten van verschillende acties voor Haïti.

Aaigem en Burst mogen dan wel kleine Oost-Vlaamse gemeenten Zo gingen we gedurende enkele zijn, ze hebben zeker en vast bloeimaanden ‘op stap voor Haïti’. “Zowel leerlingen als leerkrachten spraken hun ende parochieploegen. Samen Haïti is voor het ogenblik wat uit creativiteit aan en sloegen de handen in elkaar: met pastoor Fons Vinck hadden ze de actualiteit van de media verde kracht van solidariteit vertaalde zich in de mooie op 28 mei een Haïti-avond dwenen, maar de noden blijven opbrengsten van verschillende acties voor Haïti.” gepland in het parochiecentrum enorm. DMOS-COMIDE vergeet van Burst. Ditmaal geen maaltijd alle ondersteuners niet, maar of spaghettiavond ten voordele vergeet evenmin gestaag door te van de slachtoffers van de aardbeving, maar een stevige en goedwerken aan de heropbouw van de vernielde scholen en werken van gevulde infoavond over de situatie in Haïti, gevolgd door een gesprek de salesianen en de zusters van Don Bosco. met Luk Delft en Omer Bossuyt van DMOS-COMIDE. Luk Delft had enkele weken daarvoor Haïti bezocht en was dus een eersterangs Zij doet dat in samenwerking met andere NGO’s van Don Bosco in getuige voor deze weetgierige en geïnteresseerde parochiewerkers. Europa. We volgen de projecten op de voet en hopen u in de volHet werd een pittige avond met heel veel vragen en overtuigde gende nummers van ‘Samen op Weg’ regelmatig te kunnen interventies van de pastoor en zijn medewerkers. berichten over de stand van zaken. LEERLINGEN ZETTEN HUN BESTE BEENTJE VOOR

3/2010

26-08-2010

SAMEN OP WEG

DMOS_3/2010:Opmaak 1

Omer BOSSUYT

Onze overzichtslijst zou zeker onvolledig zijn indien we de inzet en de acties van de leerlingen in de scholen van Don Bosco in Vlaanderen niet zouden vermelden. Al enkele dagen na berichtgeving over de dramatische gebeurtenissen in Haïti kwamen de aanvragen toe “of medewerkers konden komen getuigen over de ernst van de situatie in Haïti en of zij aan de leerlingen concrete voorstellen konden doen over de mogelijkheden in de hulpverlening.” Zo trokken Lut, Wouter en Omer naar verschillende Don Bosco-scholen met filmbeelden en foto’s om de leerlingen zo dicht mogelijk bij de werkelijkheid van de verwoesting en de ontreddering te brengen. Maar telkens was het

11


DMOS_3/2010:Opmaak 1

NOORD

26-08-2010

13:36

Pagina 12

VRIJWILLIGERS

ZES MAANDEN NAAR TOGO 1 september, 13.30 uur. Dan zouden Celine Winnen en Katrien De Wilde het vliegtuig nemen naar het Afrikaanse Gabon om daar zes maanden vrijwilligerswerk te verrichten. Alles was geregeld. Hun vaste job hadden ze opgegeven, hun valiezen stonden klaar en familie en vrienden waren nog eens uitgebreid geknuffeld op hun afscheidsfeestje. Ook de papieren waren in orde, op één stempel na. Maar 'die zou nog wel in orde komen', kregen ze te horen. Op 1 september om 13 uur - precies een half uur voor hun geplande vertrek - kwam er een telefoontje: de stempel was niét in orde gekomen. In Gabon waren na de presidentsverkiezingen rellen uitgebroken en niemand mocht het land in. Daar stonden ze. Gepakt en gezakt, maar zonder stempel en zonder vrijwilligerswerk.

hadden geen idee of onze mond- tot- mond- reclame een succes was en of er wel effectief leerlingen zouden opdagen. Tegen alle verwachtingen in hadden we de eerste les meteen al een 50-tal leerlingen, allemaal meisjes. Het gaf enorm veel voldoening om deze groep te leren lezen en schrijven. En de motivatie en het enthousiasme van onze leerlingen werkte enorm aanstekelijk. Voor velen was het de eerste keer dat ze een pen vasthielden en dan met een verkrampte beweging de letter ‘a’ probeerden te schrijven.

FEEST VAN DON BOSCO NAAR TOGO We besloten om niet langer op die stempel te wachten. Je weet immers niet hoe de situatie in Gabon zal evolueren en hoe gevaarlijk het er zal worden. Halsoverkop veranderden we van bestemming. En een maand later zaten we in Togo. We zouden terecht komen in het centrum voor vrouwenvorming (centre de promotion féminine) waar we een handje konden toesteken. Veel vrouwen weten bijvoorbeeld niet hoe ze groenten moeten kweken of wat nu eigenlijk de rol van de vrouw is binnen het gezin. Daarnaast werd ons ook gezegd dat we konden werken met straatkinderen.

Een moment dat we zeker nooit zullen vergeten is het feest van Don Bosco. Met een tiental jongeren dansten we mee voor de hele parochie. Toen het publiek zag dat er enkele blanken meededen, was de sfeer gezet. Mensen die al onderweg naar huis waren, keerden snel terug. Binnen de kortste keren stond het terug overvol met publiek. Fototoestellen werden bovengehaald en verbazing overheerste. Iedereen werd wild. Het feit dat die blanken op een toch wel Europese manier zich aan Afrikaanse traditionele danspasjes waagden, zorgde voor hilariteit en vooral voor een groots spektakel. Het optreden sloten we af met een dansje op het liedje ‘Alle kleuren’ van K3. We hadden enkele pasjes aangeleerd en iedereen probeerde de tekst mee te zingen: ‘Afrika…tot in Amerika!’

(GEEN) WERK JOGGEN IN STIJL Al snel bleek dat onze komst nogal bruusk en onverwacht was. Er was onvoldoende werk, maar we bleven niet bij de pakken zitten. We startWe vonden het heel leuk om aan de parochiale activiteiten van de ten dan maar zelf een alfabetiseringsproject op. In Togo zijn er immers kerk mee te doen. Zo deden we ook mee aan een pelgrimstocht, maar heel veel ateliers waar jongeren een beroep aanleren. Meisjes volgen wat zeker geldt als een unieke ervaring is het ochtendjoggen. Op het vaak les in een naaiatelier en jongens volgen houtbewerking of meteinde van de mis werd bij de mededelingen afgeroepen dat ze op selwerk. Vooral meisjes maken een klassieke schoolopleiding niet af zoek waren naar mensen om een jogclub te starten. De sportieve en leren rechtstreeks een beroep aan. Om een idee te geven: 77% van kant in ons moedigde dit idee zeker aan. de vrouwen in Togo is analfabeet. We onOm 5u ’s ochtends stonden we dan ook op dervonden snel de nood aan alfabetisering “We wisten niet of onze om mee te gaan lopen. De start was aan de in deze ateliers en hadden het idee om zelf mond-tot-mondreclame een succes kerk, maar om naar de vertrekplaats te gaan met lessen te starten. Het was heel moeilijk moesten we al een halfuur stappen. Op dit om de ‘patrôns’ te overtuigen van het nut was en tegen alle verwachtingen in voor ons toch wel onmenselijke vroege uur van deze lessen. We kregen een klaslokaal in hadden we de eerste les meteen al liepen we dan samen met een groep van een school ter beschikking en elke woensdag en vrijdag gaven we twee uur les. De een 50-tal leerlingen, allemaal meisjes.” vijftig à zestig mensen ‘de ronde van Kara’. Ook de priester liep mee. Het lopen op zich eerste les was zeer spannend voor ons. We

12


DMOS_3/2010:Opmaak 1

26-08-2010

13:36

Pagina 13

gefeest. Dit herdenkingsfeest heet ‘Kamou’ en vindt plaats in de maand februari, ook al is de persoon in de maanden ervoor gestorven. We gingen naar het dorpje Pya om dit eens van dichtbij mee te maken. Er was eten en drank in overvloed. We dansten mee in een stoet. Er werd met talkpoeder in het rond gestrooid terwijl er op de muziek van tamtams hevig werd gedanst. En wij maar meedoen, wat iedereen uiteraard geweldig vond.

was een heel bijzondere ervaring. Niet alleen omdat je in zo’n grote groep loopt, maar bovenal omdat er tijdens het joggen werd gezongen, in de handen geklapt en muziek werd gemaakt. Af en toe riep er iemand ter aanmoediging: «Vous êtes fatigués?» waarop heel de groep luidkeels antwoordde: «JAMAIS». En dat terwijl bij iedereen het zweet er vanaf droop. We begrepen niet hoe het mogelijk is om tijdens het lopen nog eens lucht uit de longen te persen om op een trompet te blazen. De muziek en het groepsgevoel werkten heel motiverend. Zonder iPod en Evy Gruyaert haar start-to run schema, maar mèt Togolese aanmoediging liepen we de vijf kilometer uit.

EEN ONVERGETELIJKE ERVARING We hebben het voorbije halve jaar een prachtige tijd beleefd. Na zes maanden was het tijd om afscheid te nemen en om alles op een rijtje te zetten. Al snel raakten we gewoon aan het Afrikaanse ritme en de gewoontes. Slangen in de douche, kleren met de hand wassen, het opbrengen van massa’s geduld, huwelijksaanzoeken weigeren, onderhandelen over een correcte prijs…we keerden terug naar België met vele fijne herinneringen. Deze ervaring nemen ze ons niet meer af!

Céline WINNEN en Katrien DE WILDE BEGRAFENISFEEST!

SAMEN OP WEG

3/2010

Tijdens ons verblijf in Togo waren we te gast bij een begrafenis en het was één groot feest. In Togo is er een heel leuke traditie dat wanneer iemand oud sterft (voor een vrouw vanaf 60 jaar en voor een man vanaf 70 jaar) er niet wordt getreurd, maar wel wordt

“We keerden terug naar België met vele fijne herinneringen. Deze ervaringen nemen ze ons niet meer af! ”

Vrijwilligerswerk in het Zuiden Wie het voelt tintelen in de tenen om ook voor een periode van tenminste een half jaar naar Afrika, India of Zuid-Amerika te trekken, surft naar www.dmos-comide.org. 13


DMOS_3/2010:Opmaak 1

NOORD

26-08-2010

13:36

Pagina 14

SAVED BY THE BELL 2010

OPROEP AAN DE SCHOLEN In 2000 engageerden de wereldleiders zich via de millenniumdoelstellingen om tegen 2015 basisonderwijs te garanderen voor alle kinderen. Onderwijs is een hefboom voor ontwikkeling. Onderwijs maakt werk van gelijke kansen. We moeten hen daaraan herinneren, want de tijd loopt… Leerlingen zijn soms opgelucht als ze de bel horen en naar huis kunnen, een beetje het saved by the bellgevoel. Maar meer dan 100 miljoen kinderen horen vandaag de schoolbel niet luiden. Ook zij zouden graag kans krijgen op onderwijs. Voor hen krijgen de woorden saved by the bell een heel andere betekenis… Daarom organiseert Studio Globo, in samenwerking met Klasse en heel wat Noord-Zuidorganisaties waaronder DMOSCOMIDE, voor de vierde maal de symbolische actie Saved by the bell, naar aanleiding van de Internationale dag van de leerkracht.

“Luid de schoolbel op dinsdag 5 oktober om 15u en zet het wereldwijde recht op onderwijs in de kijker.”

Dit jaar vindt de actie plaats op dinsdag 5 oktober. Op die dag vragen we aandacht voor het wereldwijde belang van onderwijs en de leerkrachten in het bijzonder. Laat daarom die dag om 15.00 uur je schoolbel rinkelen uit solidariteit met alle kinderen die, waar ook ter wereld, verstoken blijven van hun recht op onderwijs. Toon ook uw solidariteit met leerkrachten wereldwijd die vaak in moeilijke omstandigheden moeten lesgeven. Wij spreken ook enkele van onze partners in het Zuiden aan om hetzelfde te doen op dezelfde moment. De schoolbellen van Don Boscoscholen in Afrika, in India, in Latijns-Amerika en de Caraïben zullen we samen doen rinkelen om zo de verbondenheid nog eens extra te voeden en te voelen.

rmatie: Meer info e Wilde Katrien D ucatie Dienst ed 0.83 of rg 02/423.2 comide.o e@dmosd il w e .d n katrie eeks: e of rechtstr ioglobo.b ell@stud b e h t y b e d ell.b save edbytheb www.sav

14

Om dit belmoment in Vlaanderen vorm te geven, geeft Studio Globo je enkele tips. Er zijn ook volledig nieuwe lessuggesties beschikbaar om dit actiemoment in de klas voor te bereiden. Deze lessen, aangepast aan de leeftijd, zijn gratis te downloaden via www.savedbythebell.be vanaf 6 september 2010. Vorig jaar deden zo’n 160 scholen en 45.000 leerlingen mee. We willen het dit jaar minstens even goed doen. Luid jij met ons mee op 5 oktober? Laat het ons weten en registreer je dan zeker vanaf begin september op www.savedbythebell.be en kijk wat je kunt doen voor het recht op onderwijs, wereldwijd.


DMOS_3/2010:Opmaak 1

26-08-2010

13:36

Pagina 15

DEWERELD.BE

SPONSORACTIE VASTENCAMPAGNE 2010-2011 Op 31 augustus 2009 sloot de Animatiecel de 17de sponsoractie af ten voordele van de Zusters van Don Bosco in Gabon met dank aan de vele sponsors. Op 30 juni 2009 stond er 23.780,47 euro genoteerd waarvan 11.328,73 euro reeds is doorgestuurd. Ook bij de provincie West-Vlaanderen wordt het dossier bestudeerd. De stad Oostende gaf de toezegging voor 1700 Euro.

WACHTNACHT VOOR DE MILLENNIUMDOELSTELLINGEN Genoeg gewacht? Tijd voor actie? Dan moet je op zaterdag 11 september op de Wachtnacht zijn. Met meer dan 10.000 wachtenden sturen we een niet te missen signaal de wereld in. Met een videoboodschap vanop het Sint-Pietersplein te Gent laten we weten dat de tijd van wachten voorbij is. Zodat de wereldleiders het tot in New York horen. Voor meer info: http://blog.wachtmee.be

De kracht van de Burundese koffieboeren en de drang van de jongeren om via onderwijs uit de armoede te klimmen, zullen opnieuw in de kijker staan. Broederlijk Delen zet de werking van zelfstandige boerengroepen centraal. In Burundi leeft 60% van de mensen van hulp van derden. Kleine groepen boeren nemen nu echter de moedige beslissing om samen te werken aan een betere toekomst waarin deze hulp overbodig wordt. Hun boodschap is dan ook: Haguruka, sta op! DMOS-COMIDE zet de opvang voor straatkinderen centraal in Don Bosco Buterere, gelegen in de Burundese hoofdstad en benadrukt hoe onderwijs de motor kan zijn om uit de armoede te geraken in de streek van de koffieboeren; in Ngozi, een provinciestad en in Rukago, een klein dorp.

3/2010

Vanuit Mali (project 2008) kreeg de animatiecel een dankbrief van de Zusters . Met het geld konden ze de materniteit verder uitbouwen. Eind oktober 2010 vertrekken Frits en Miet (op eigen kosten) naar ginds.

FOCUS OP BURUNDI Vanaf september 2010 liggen de nieuwe campagnekranten klaar. Broederlijk Delen en DMOS-COMIDE slaan ook volgend schooljaar de handen in elkaar voor een vastencampagne met focus op Burundi.

SAMEN OP WEG

Ondertussen zit de sponsortocht naar de Mont Saint Michel erop. Een volledig verslag krijgt u in het volgende nummer. Vanaf 1 september 2010 start de nieuwe sponsoractie ten voordele van de kinderen die slavenarbeid verrichten in de steenvelden van Passor in India. Frits Vandecasteele zal weer een sponsortocht ondernemen.

België - Belgique P.B. - P.P. Gent X 3/1751 Afgiftekantoor Gent X ISSN=1370-5814

Françoise Léonard / Katrien De Wilde en Yannick Guldentops / Marc Van Laere, Omer Bossuyt, Jorge Peñaranda, Katrien De Wilde, Céline Winnen en Lut Van Daele / Jan De Broeck en Peter Goossens / Anderz, Evergem / Geers Offset, Oostakker / Ensemble’ / : vierde kwartaal 2010 /

: Françoise Léonard, ‘Faire Route

Don Bosco Noord-Zuid

SAMEN OP WEG

P 602488

3

Overeenkomstig de wet van 8 december 1992, die de bescherming van de persoonlijke levenssfeer regelt, werd uw naam opgenomen in ons adressenbestand. We gebruiken deze gegevens alleen voor de verspreiding van informatie inzake onze activiteiten. U heeft onbeperkt toegangs- en correctierecht van de door ons over u bewaarde informatie. DERDE KWARTAAL 2010

vamac z.i. mandeldal I. de raetlaan b-8870 izegem

Driemaandelijks tijdschrift Achttiende jaargang nr 3

nv

Verantwoordelijke uitgever: Omer Bossuyt Leopold II-laan 195 B 1080 Brussel Tel.: 02/427 47 20 fax: 02/425 90 31 E-mail: info@dmos-comide.org Internet: www.dmos-comide.org Reknr: 435-8034101-59 IBAN: BE84 4358 0341 0159 BIC: KREDBEBB

Tel. 051 31.06.72 - 3 Fax 051 31.21.69

DE BACKER & Co BVBA DUBA Pompen voor ontwikkelingsprojecten Kasteeldreef 1 B-9230 Wetteren Tel. (09) 369.34.96 / Fax (09) 369.57.52

Driemaandelijks tijdschrift: Achttiende jaargang nr 3

een blad als geen ander

Vereniging voor Ethiek in de Fondsenwerving

15


DMOS_3/2010:Opmaak 1

26-08-2010

13:36

Pagina 16

Waar u ook voor gaat, wij gaan met u mee. Dat kunnen wij – als grote bank-verzekeraar van hier – u garanderen. Uw plannen, uw dromen, uw ambities en verlangens: vertel ze ons. Dan bekijken we samen hoe we ze kunnen realiseren. Open, kritisch, vakkundig en onafhankelijk. In alle vertrouwen en met respect. Want u kent ons en wij kennen u. Omdat we hier wonen, werken en leven. Net als u. Door onze historische verwevenheid met u, mensen en ondernemers van hier, zijn wij, KBC, uw natuurlijke partner op alle belangrijke momenten in uw leven of carrière. Dat kunnen wij – als grote bank-verzekeraar van hier – u gerust garanderen. Waar u ook voor gaat. www.kbc.be

Wij gaan met u mee Een onderneming van de KBC-groep

Samen op Weg 2010 n°3  
Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you