Issuu on Google+

t h c i z n i o m W nzor g e t p a c i d G ehan tijl Nieu we S

2 1 0 2 s u t s augu

❸ Verkiezingen en de Wmo

In dit e-zine: ‘s-Hertogenbosch

e over d heen n grenze

16 AGENDA

Aan de keukentafel met Jannie Bakker, wethouder Huizen

❻ Kennismaken met

Marco Florijn, wethouder Rotterdam

❽ Cliënt in beeld

niet aangeboren hersenletsel

❾ Hoe doen ze het ⓮ Specialistische in Den Bosch?

buitenschoolse opvang Ons Tweede Thuis

⓰ Agenda

⓱ Toolbox ⓲ Colofon

Naar inhoudsopgave >


t h c i z n i O WM v an tr ansitie ing e d r e v o geleid e -zine ur ale b e m a r t x e de Wm o naar de

inhoud ❸

Verkiezingen en de Wmo: stilstaan of doorgaan?

Aan de keukentafel met Jannie Bakker, wethouder Huizen

Kennismaken met Marco Florijn, wethouder Rotterdam

Van de redactie In de voorbereiding naar de decentralisatie van de functie begeleiding, kortdurend verblijf en vervoer naar de Wmo bleek dat de gehandicaptenzorg en gemeenten veelal nog onbekenden van elkaar zijn. Met uitzondering van aanpassingen in hun woning of hulpmiddelen zijn cliënten met matige en ernstige beperkingen uit de gehandicaptenzorg een nieuwe doelgroep voor gemeenten. De Wmo is aan de andere kant ook veelal nieuw voor aanbieders in de gehandicaptenzorg. Met het e-zine Wmo inzicht wil de VGN bewerkstelligen dat de gehandicaptenzorg en de gemeenten elkaar beter leren kennen. Wij wensen u veel leesplezier!

e over d heen n grenze

‘s-Hertogenbosch

Cliënt in beeld: Merith van der Heijden vertelt over haar leven met niet aangeboren hersenletsel

Hoe doen ze het in Den Bosch?

Over de grenzen heen: specialistische buitenschoolse opvang Ons Tweede Thuis

16

Monique van der Meulen, Projectleider Wmo

AGENDA

Abonnement

Wilt u de volgende edities niet missen? Klik dan hier voor een gratis abonnement. U krijgt dan automatisch een e-mail wanneer een nieuwe editie is verschenen.

Agenda

Toolbox

Colofon


3 WMO INZICHT

Actueel

Verkiezingen en de Wmo: stilstaan of doorgaan? Het kabinet is gevallen. De decentralisatie van de extramurale begeleiding, kortdurend verblijf en vervoer naar de Wmo is controversieel verklaard, dus het besluit hierover is doorgeschoven naar het nieuwe kabinet. Dat betekent in ieder geval uitstel van invoering. Maar de gehandicaptenzorg kiest ervoor door te gaan met de voorbereidingen. Bij de vorige verkiezingen in 2010 was in de verkiezingsprogramma’s nog veel schroom om onderdelen van de AWBZ over te hevelen naar gemeenten. De geplande decentralisatie van begeleiding, kortdurend verblijf en vervoer naar de Wmo bracht aanvankelijk veel onrust met zich mee. Nu de voorbereidingen bij gemeenten en aanbieders al flink in gang zijn gezet, lijkt er langzamerhand ook een ander klimaat te ontstaan. Voorzichtig worden ook de kansen gezien om binnen een ander speelveld gezamenlijk te zoeken naar nieuwe vormen

van ondersteuning. Hoe kunnen we nog meer aansluiten bij de eigen kracht en mogelijkheden van de burger met een beperking? Politieke blik veranderd Ook de politieke blik is veranderd. In de verkiezingsprogramma’s van 2012 is er een breed draagvlak voor een grotere rol van gemeenten in de extramurale langdurige zorg en de jeugdzorg. Een rol die mogelijk nog verder gaat dan het kabinet Rutte voor ogen had. Naast de begeleiding staat bij een aantal partijen ook

de persoonlijke verzorging op de agenda voor decentralisatie naar de gemeenten. Daarnaast is de verwachting dat de grens voor zorg met verblijf in een instelling wordt opgeschoven. De groep die daardoor een beroep zal doen op de Wmo, kan er hierdoor heel anders uit komen te zien. Bovendien bestaat er veel samenhang met de gemeentelijke invulling van jeugdzorg en het werken naar vermogen voor mensen met een beperking. Natuurlijk blijft het speculeren en afhankelijk van de verkiezingsresultaten hoe de toekomst Lees verder >

naar inhoudsopgave >


4 WMO INZICHT

Actueel

vervolg Verkiezingen en de Wmo

er precies uit komt te zien. Maar één ding is zeker; aanbieders in de gehandicaptenzorg en gemeenten zullen elkaar meer tegenkomen in de ondersteuning van burgers met een beperking die thuis wonen. Wat gebeurt er concreet in 2012? Zoals bekend is de voorgenomen decentralisatie van begeleiding, kortdurend verblijf en vervoer controversieel verklaard. Ook het Lenteakkoord heeft het besluit hierover doorgeschoven naar het nieuwe kabinet. Gezien het brede politieke draagvlak voor een grotere rol van gemeenten voor (onderdelen van) de huidige extramurale AWBZ-zorg, is het een kwestie van tijd voordat dit onderwerp opnieuw wordt opgepakt. In juni heeft de Tweede Kamer daarom besloten dat het Transitiebureau en de brancheorganisaties moeten doorgaan met de voorbereidingen hierop. De VGN was al van plan door te gaan met de ondersteuning van haar leden in de voorbereiding op de decentralisaties. De VGN is blij dat ook het Transitiebureau zijn activiteiten de komende tijd doorzet en trekt waar mogelijk samen op met de VNG en VWS. Politiek staat het onderwerp dus even stil, maar de VGN verwacht een eindsprint zodra het weer op de politieke agenda staat; een grotere rol van gemeenten in 2014. De gehandicaptenzorg kiest er daarom voor door te gaan met de voorbereidingen, zodat de cliënten ook in de Wmo de ondersteuning krijgen die ze nodig hebben. Wat doet de VGN? Meer kennis van de Wmo De VGN wil haar leden meer inzicht geven in de wereld van de Wmo. Dit doet de VGN door meer

…cliënten ook in de Wmo de ondersteuning die ze nodig hebben de diepte in te gaan op hoe gemeenten binnen de Wmo te werk gaan en wat dit betekent voor de gehandicaptenzorg. Zo verschijnt binnenkort een handreiking over alle ins-and-outs van contractering van gehandicaptenzorg binnen de Wmo. Een ander belangrijk verschil tussen de AWBZ en de Wmo ligt in de bepaling van de hoeveelheid zorg en ondersteuning. In de Wmo wordt geen onafhankelijke indicatie vastgesteld zoals in de AWBZ. Hoe de toegangbepaling er wel uit kan zien en welke rol je daar als zorgaanbieder in kan spelen, is onderwerp van een ledenbijeenkomst in het najaar. Inspiratie Op 4 september a.s. vindt de eerste bijeenkomst plaats van het innovatieplatform Wmo. Dit platform heeft als doel elkaar te motiveren en te inspireren in het zoeken naar nieuwe concepten. Arrangementen die passen bij de uitgangspunten van de Wmo en de wijze waarop de gemeente daaraan inhoud wil geven. Eigen kracht, eigen netwerk, meedoen en participeren zijn belangrijke thema’s in de Wmo. Gemeenten willen de ondersteuning integraal aanbieden door generalisten. Maar wat betekent dat voor het zorgaanbod van aanbieders en welke vernieuwende concepten zijn hierin mogelijk? Meer kennis van de gehandicaptenzorg De VGN heeft filmportretten gemaakt van

verschillende cliëntgroepen in de gehandicaptenzorg. De films kunnen gebruikt worden in het gesprek tussen aanbieder en gemeente om te kijken hoe ze samen vanuit de Wmo een passend aanbod kunnen ontwikkelen om deze burgers zo goed mogelijk te compenseren. Vergroten wederzijdse bekendheid De VGN organiseert samen met de VNG en/of het Transitiebureau regelmatig expertmeetings. Hierin wordt meer de diepte ingegaan op onderwerpen, zoals bijzondere doelgroepen, administratieve lasten/verantwoording, kwaliteit, toezicht etc. De volgende expertmeetings rondom specifieke doelgroepen staan gepland voor dit najaar. 

naar inhoudsopgave >


5 WMO INZICHT

Aan de keukentafel

Uitgaan van de individuele vraag van mensen Aan de keukentafel met

Janny Bakker, wethouder Huizen Binnen de huidige Wmo is het keukentafelgesprek al een gevestigde uitdrukking. Burgers komen niet aan een loket en om daar een formulier in te vullen, maar gemeenten bezoeken ze aan huis en kijken in een gesprek – als het ware aan de keukentafel - wat er nodig is voor hun maatschappelijk functioneren. In de rubriek Aan de keukentafel komen mensen aan het woord die hun licht laten schijnen over verschillende aspecten van de Wmo.

Janny Bakker-Klein (CDA) heeft als wethouder van de gemeente Huizen volksgezondheid en maatschappelijke dienstverlening, waaronder de invoering van de Wmo, in haar portefeuille. Huizen is een gemeente met een eigen aanpak voor ondersteuningsvragen van haar inwoners. Geen dikke beleidsnota’s maar een oplossing op maat, is het devies. Elke vraag van de inwoner moet samen met hem/haar worden opgelost. En de oplossing wordt bepaald in het

keukentafelgesprek, of zoals de gemeente Huizen het noemt: het vraaggestuurde gesprek. Maar wat betekent dat nu en wat vinden de bewoners ervan? Wethouder Bakker aan het woord...

naar inhoudsopgave >


6 WMO INZICHT

Kennismaken aan de keukentafel met ...

Ik wil in de stad een kader creëren waar kleine knoopjes kunnen ontstaan.

Participeren kan heel goed

kennismaken met ...

Marco Florijn, Wethouder Werk, inkomen en zorg gemeente Rotterdam

De Wmo gaat uit van de kracht van de mensen zelf. Veel mensen met een beperking kunnen prima participeren in de samenleving. Vaak is daarvoor ondersteuning nodig. In Rotterdam gaan professionals daartoe verbindingen leggen. Mensen met een heel specialistische zorgvraag blijven die specialistische zorg houden. Wat is uw visie op de gehandicaptenzorg in de Wmo? Veel mensen met een beperking kunnen met de benodigde ondersteuning prima participeren in de samenleving. In de Wmo komen ze vaak beter tot hun recht, omdat die uitgaat van de kracht van de mensen zelf. Het mooie is dat de Wmo ook kijkt naar de omgeving van een persoon met een beperking. Dat kan familie zijn, maar ook vrienden, buren of andere mensen in de wijk. Daarmee kun je mooie partnerschappen creëren. En met die partnerschappen, in combinatie met de kracht van mensen met een beperking zelf, kunnen ze heel goed participeren in de maatschappij.

Als we vijf jaar vooruit kijken, wat wilt u dan bereikt hebben? We staan in Nederland voor een grote uitdaging, we willen de zorg betaalbaar maar ook goed houden. We activeren en ondersteunen mensen, maar zetten ze vooral in hun eigen kracht. Over vijf jaar wil ik dat de kleine knoopjes in de verschillende Rotterdamse wijken zo zijn dat mensen ook echt kunnen meedoen. Ik wil dat dat duidelijk zichtbaar is. Kleine knoopjes? Daarmee bedoel ik de één op één contacten. Dat bijvoorbeeld de wijkverpleger tegen je zegt dat de buurvrouw een straat verder een prima partner kan zijn bij jouw ondersteuning. Dat mensen met elkaar worden verbonden en daardoor iets voor elkaar kunnen betekenen. Dat soort contacten vind je juist in de buurten. Ik wil in de stad een kader creëren waar die kleine knoopjes kunnen ontstaan. Lees verder >

naar inhoudsopgave >


7 WMO INZICHT

Kennismaken met...

> vervolg particperen kan heel goed

Dat klinkt allemaal prachtig, maar hoe pakt u dat aan? De eerste lijn is daarbij natuurlijk erg belangrijk, want die staat direct in contact met degene die hulp vraagt. Verder wil ik dat de kleine knoopjes ontstaan met behulp van de eigen kracht centrales die iemands sociale netwerk bijeen brengt. Maar ook met vrijwilligers. Dat betekent dat er een sterke vrijwilligerscentrale moet zijn met een goede vrijwilligersverzekering en goede begeleiding. Verder denk ik aan een netwerk van thuiszorgers. Vaak bestaan dat soort netwerken al wel, maar je moet ze met elkaar in verbinding brengen. Wat merkt de burger met een beperking hiervan? Door de samenwerking van zorgverzekeraars en gehandicaptenzorginstellingen met gemeenten en bijvoorbeeld thuishulpen is iemand met een beperking straks meer zelfstandig thuis in de buurt. Dat kan ook omdat er meer een beroep wordt gedaan op de eigen omgeving. En daardoor heeft iemand met een beperking straks minder professionals nodig en wordt het minder druk. Overigens heb ik het hier niet over groepen die specialistische zorg nodig hebben, zoals bijvoorbeeld mensen met een zintuiglijke beperking. Naar mijn idee blijft het voor deze groep zoals het nu is. Want soms is zorg zo specialistisch en intensief dat je het niet in de kleine knoopjes kunt oplossen. Die knoopjes klinken allemaal wel erg vrolijk en gezellig, maar je kunt natuurlijk niet een te zware druk op je netwerk leggen. We hebben in de regio waarin we samenwerken

Mensen met zo’n specialistische zorgvraag worden gewoon in de regio geholpen.

trouwens ook met elkaar afgesproken dat mensen met zo’n specialistische zorgvraag gewoon in de regio geholpen worden. Dat raakt de volgende vraag. Want de beleidsvrijheid van gemeenten zorgt ook voor verschillen tussen gemeenten. Hoe kijkt u daar tegenaan? Op regioniveau zijn die verschillen relevant, want Nederland verschilt natuurlijk. En in iedere regio zijn er weer andere krachten met daardoor ook andere netwerken. Zo kent Rotterdam bijvoorbeeld geen dorpshuizen, die er in Friesland wel zijn. Ook is het zo dat je in Rotterdam meer een culturele invulling aan de zorg moet geven dan in Friesland. Dat betekent dat er regionaal verschillen zijn hoe de Wmo moet worden ingevuld. En hoe zit dat in Rotterdam? Werken jullie regionaal samen? Hier in Rotterdam werken we inderdaad regionaal samen. Afhankelijk van de soort zorg, werken we met verschillende gemeenten samen in de regio.

Namelijk dat de professional heel erg moet denken vanuit de cliënt. Zorgorganisaties en gemeenten moeten samenwerken om de veranderingen goed op te pakken. Aan beide kanten gaan er dingen veranderen, dat zorgt voor onzekerheid bij het personeel. Maar ik heb er vertrouwen in dat de professionals over die veranderingen heen stappen, in het belang van de cliënt. 

Vragen aan de andere partij Hoe kunnen wij als gemeente de structuur van een zorginstelling gebruiken? Niet alleen voor mensen met een beperking, maar ook voor andere kwetsbare personen in de gemeente. Bijvoorbeeld het restaurant van een instelling ook openstellen voor andere kwetsbare burgers. Hoe kunnen wij nog meer gebruikmaken van hun voorzieningen? Wat moet je dan doen?

Wat adviseert u gemeenten en gehandicaptenzorgaanbieders de komende tijd? Voor beide heb ik eigenlijk hetzelfde advies.

naar inhoudsopgave >


8 WMO INZICHT

Cliënt in beeld

Niet aangeboren hersenletsel; een breuk in het leven Cliënt in beeld

Merith van der Heijden Op het eerste gezicht lijkt er niet zoveel aan de hand. Als je Merith vraagt naar haar beperkingen, antwoordt zij dat zij alleen wat moeilijk loopt. Maar Merith heeft haar agenda nodig om goed te kunnen functioneren. Het structureert haar leven, is haar geheugen en houvast om haar leven te leiden. ’s Avonds schrijft zij haar belevenissen van de dag in een schrift. Met dit papieren geheugen compenseert ze een deel van wat haar hoofd niet meer kan.

Niet aangeboren hersenletsel (NAH) Mensen met niet aangeboren hersenletsel in de gehandicaptenzorg hebben vaak weinig ziekteinzicht. Ze realiseren zich onvoldoende wat hun hersenletsel (door ongeval of hersenbloeding) betekent voor hun functioneren. Dit maakt het voor hulpverleners soms lastig om de juiste hulp te bieden. De plaats van het letsel in de hersenen bepaalt grotendeels de beperkingen en de wijze waarop daar het beste op ingesprongen kan worden. Er is sprake van een nadrukkelijke breuk in het leven: een leven voor de gebeurtenis en erna. Het accepteren van en omgaan met deze nieuwe situatie betekent dat mensen veelal afscheid moeten nemen van hun werk, hun hobby’s en andere activiteiten die ze niet meer kunnen doen. Ze moeten zoeken naar manieren om een ander leven op te bouwen dan ze het liefst zouden willen.

NAH kan de persoonlijkheid en het gedrag erg veranderen. Niet iedereen reageert met evenveel begrip, waardoor het sociale netwerk sterk kan verminderen. Bij de verwerking van de gebeurtenis is het daarom belangrijk de ondersteuning niet alleen te richten op de cliënt, maar ook op zijn omgeving. Mensen met NAH staan vaak nog volop in het leven. Ze willen nog van alles, maar overschatten vaak hun mogelijkheden. Daarom is het belangrijk om hen op tijd goed in beeld te krijgen en te houden. Hierdoor kunnen escalaties als verwaarlozing, uithuisuitzetting of schulden voorkomen worden. In gespecialiseerde centra is expertise opgebouwd in het omgaan met het niet aangeboren hersenletsel. In Nederland doen nog geen 11.000 mensen met NAH een beroep op extramurale zorg. 

naar inhoudsopgave >


9 WMO INZICHT

Hoe aandoen de keukentafel ze het in ...

een sociaal wijknetwerk onder aansturing van de gemeente

‘s-Hertogenbosch

Ook in de eerste lijn zie ik straks een duidelijke rol voor Cello.

Zo doen wij dat in ‘s-Hertogenbosch

Hoe pakken jullie de decentralisatie aan? We zijn halverwege 2011 begonnen. We werken regionaal samen met acht gemeenten in de Meierij, in totaal 350.000 inwoners. Dat doen we aan de hand van een stappenplan dat bestaat uit vier fasen: fase 1 is inventarisatie en analyse, 2 is visie- en keuzevorming, 3 is uitwerking van beleid in nadere regelgeving, en 4 is de implementatie. We hebben de eerste twee fasen regionaal redelijk kunnen afronden. Sommige gemeenteraden wachten nog met besluitvorming, omdat het kabinet is gevallen; hier in Den Bosch hebben we voor een aantal onderwerpen toch wel kunnen doorkiezen met de gemeenteraad. Waarom hebben de gemeenten bij jullie gekozen voor regionale samenwerking? Daar zitten twee overwegingen in. Grote zorgaanLees verder >

Hugo ter Steege, projectleider Transitie AWBZ gemeente ’s Hertogenbosch

Op welke manier bent u bezig met de decentralisatie van begeleiding? Vorig jaar september hebben we drie werkgroepen samengesteld, ingedeeld naar onze hoofdproductgroepen: ‘kind en gezin’, ‘thuisondersteuning’ en ‘dagbesteding en werk’. Die groepen gingen als eerste aan de slag met een intern onderzoek naar onze eigen dienstverlening, onze positie in de regio en de kosten en baten. Ik ben erg tevreden over het proces en de uitkomst van dit onderzoek, want het heeft een schat aan informatie opgeleverd die we straks gaan gebruiken in ons overleg met de verschillende gemeentes. Verder organiseerden we vorig jaar een - zoals wij het noemen - Wmo Tour voor de belangrijkste tien gemeentes die we bedienen. Tijden deze tour leidden we de gemeente rond dwars door de populatie van onze dienstverlening. Dat was goed, want je merkte dat hun beeld werd bijgesteld. En dit was precies Lees verder >

Theo van den Boogaart, Projectleider Wmo, Cello

naar inhoudsopgave >


10 WMO INZICHT

Hoe doen ze het in ...

vervolg Zo doen wij dat in Den Bosch volgens Hugo Ter Steege >

vervolg Zo doen wij dat in Den Bosch volgens Theo van den Boogaart >

bieders denken: ‘moeten we met alle mogelijke gemeenten afzonderlijke contracten maken of kunnen we misschien straks in één keer één afspraak maken?’ We hebben als regiogemeenten gezegd dat gezamenlijk inkopen ons uitgangspunt zou moeten zijn, waar dat mogelijk is. Ik denk dat dat in ieder geval gaat gebeuren voor heel specialistische vormen van begeleiding. Daarnaast zijn de transities die op gemeenten afkomen heel complex en bij kleine gemeenten heb je een ambtenaar die alle decentralisaties moet doen. Als grote gemeente voel je dan een morele verantwoordelijkheid om die kleine gemeenten mee te nemen. Dus we proberen in alles gezamenlijk op te trekken, op basis van een intentieverklaring.

onze bedoeling, want we wisten dat er veel onbekendheid was bij de gemeente. Die onbekendheid was er vooral bij mensen met een ernstig meervoudige beperking (emb). Het waren echte eye-openers voor gemeentes om deze groep te ontmoeten. Dit jaar zijn we aan de slag gegaan om relaties met andere zorgaanbieders en maatschappelijke organisaties op te bouwen, voor zover die er nog niet waren. En ook in de wijken - die straks in de Wmo zo centraal staan - hebben we verbindingen gelegd. Net voor de zomer organiseerden we een bijeenkomst om te horen welke ondersteuning mensen nodig hebben en wat voor initiatieven er zijn. We willen straks namelijk zoveel mogelijk mooie bloemen laten bloeien!

Hoe ging een en ander in de praktijk? We zijn begonnen met de cliënten, de inwoners zelf. We kenden ze niet, of maar voor een deel. Daarom zijn we gestart met allerlei gesprekken te regelen met mensen met verschillende beperkingen die nu al begeleiding krijgen. Om een gevoel te krijgen wat hun beperkingen en hun mogelijkheden zijn. Wat is nu de inhoud van de begeleiding die ze krijgen, individueel en qua dagbesteding? Daar hebben wij een beeld van gekregen. Vervolgens hebben we contact gezocht met de grootste aanbieders die een contract hebben met het zorgkantoor. Voor de gemeente Den Bosch waren dat er al 25, over alle sectoren. Cello is de grootste aanbieder in de VG-sector. We hebben de aanbieders behoorlijk wat vragen gesteld over de situatie in 2010: hoeveel cliënten, waar wonen ze, wat geven jullie voor een begeleiding, wat is daar precies de inhoud van, locaties. De resultaten brachten voldoende gespreksstof om het gesprek aan te gaan met de zorgaanbieders. We hebben werkbezoeken gebracht, ze hebben ons dingen laten zien. Op die manier krijg je een fantastisch beeld van het veld en van de enorme verscheidenheid aan begeleiding die wordt geleverd. We hebben daar uit de landelijke databestanden, bijvoorbeeld van het CIZ, aantallen bij proberen te plaatsen. Dat maakte het plaatje compleet. Deze inventarisatiefase is afgesloten met een rapport. Daar zijn we in Den Bosch mee begonnen en de regio is daar later op aangehaakt. We hebben ook geïnventariseerd hoe het in de rest van Nederland gebeurt. Waar liggen de innovatiemogelijkheden? Wat zijn de

Noem eens een voorbeeld van zo’n mooie bloem Dat is wel leuk, want op dit moment wordt een initiatief voorbereid als pilot. We nemen een pilotwijk in Den Bosch, een gemiddelde wijk, en gaan daar samen met aanbieders uit de V&V, psychiatrie en maatschappelijke organisaties kijken hoe we daar wijkgerichte verbindingen kunnen leggen. Lees verder >

Lees verder >

naar inhoudsopgave >


11 WMO INZICHT

Hoe doen ze het in ...

vervolg Zo doen wij dat in Den Bosch volgens Hugo Ter Steege >

vervolg Zo doen wij dat in Den Bosch volgens Theo van den Boogaart >

mogelijkheden om begeleiding binnen de Wmo straks heel anders te organiseren? We hebben als regio een heel duidelijke visie op hoe we de decentralisaties willen aanvliegen.

En cliënten, worden zij ook bij de voorbereiding betrokken? Nog niet, individuele cliënten merken er nu nog weinig van. Maar als er straks concrete plannen zijn, dan betrekken we hen er uiteraard bij. Wel informeren we de centrale cliëntenraad, waarin ouders en andere cliëntvertegenwoordigers zitting hebben, over de stand van zaken en onze plannen. Eind vorig jaar heeft de centrale cliëntenraad een bijeenkomst voor alle cliëntvertegenwoordigers georganiseerd over de Wmo. Dat gaan we in september nog een keer doen.

En dan moet het ook allemaal met minder? Landelijk is de grote beweging dat de tweede lijn kleiner moet worden en dat de eerste lijn meer volume krijgt, maar eigenlijk kleiner moet worden. En ‘het gewone leven’ moet groter: waar het kan ontzorgenontprofessionaliseren-normaliseren. Voorop staat dat je mensen goed helpt, maar het kan allemaal wel met minder professionele ondersteuning. En waar die nodig is, is die zo tijdelijk en zo licht mogelijk. Er zijn natuurlijk mensen die altijd gespecialiseerde ondersteuning nodig blijven houden. Wij denken dat zo’n 75% van de huidige cliënten met extramurale begeleiding echt voorzieningen zullen blijven houden die ze nu ook al hebben. Voor die andere 25% kun je het lichter en algemener organiseren. Je hoeft niet altijd alles professioneel op te lossen. Je kunt op elk niveau begeleidingsvormen gaan bedenken. Bijvoorbeeld vormen van begeleiding van bewoners onder elkaar, begeleidingsvormen in de eerste lijn (waar iedereen naartoe kan zonder toegangsbeperking) en gespecialiseerde begeleidingsvormen in Lees verder > de tweede lijn (met toegangsbeperking).

Wat is voor u een uitdaging in de overheveling van begeleiding naar de Wmo? Dat we van de gebaande paden af moeten wijken. Bijvoorbeeld: binnen Cello krijgt een groep van ongeveer 500 cliënten zorg ‘achter de voordeur’, ze wonen bijvoorbeeld begeleid zelfstandig. Maar moet dat wel altijd achter de voordeur? Kunnen ze de begeleiding die ze nodig hebben niet in een steunpunt in de wijk krijgen? Of dat mantelzorgers en vrijwilligers hier een rol in kunnen spelen. Dat zijn zaken waar we mee aan de slag moeten en die een echte uitdaging vormen. In de situatie die u schetst gaat het om gehandicaptenzorg in de eerste lijn. Welke rol ziet u daar voor Cello als tweedelijns organisatie? We zijn inderdaad een tweedelijns organisatie, omdat we specialistische zorg aanbieden. Maar dat neemt niet weg dat we in de eerste lijn geen rol moeten hebben. Ik zie namelijk een duidelijke ondersteunende rol voor ons weggelegd. Denk aan ondersteuning van mantelzorgers en vrijwilligers, maar ook ondersteuning van eerstelijns professionals. Wij staan straks misschien niet meer direct in contact met de cliënten die bij de eerste lijn aankloppen. Maar als de eerste lijn constateert dat ze onze expertise nodig hebben, dan moeten wij er natuurlijk voor zorgen dat onze mensen snel ingevlogen kunnen worden. En zijn er nog andere uitdagingen? Een ander soort uitdaging die meespeelt – en die ik in de samenwerking knap lastig vind - zijn de verschillende organisatiebelangen. Daar moeten we van loskomen. Dat geldt voor ons als zorgorganisatie, maar ook voor gemeenten en welzijnsorganisaties. Lees verder >

naar inhoudsopgave >


12 WMO INZICHT

Hoe doen ze het in ...

vervolg Zo doen wij dat in Den Bosch volgens Hugo Ter Steege >

vervolg Zo doen wij dat in Den Bosch volgens Theo van den Boogaart >

Hoe ga je dat organiseren? Wat ik voor me zie is een sociaal wijknetwerk dat dichtbij de mensen zelf opereert onder aansturing van de gemeente. Een netwerk van samenwerkende eerstelijns professionals die allemaal volgens dezelfde visie en uitgangspunten werken, terwijl ze een band houden met hun moederorganisatie. Ze bieden tijdelijke ondersteuning, zetten mensen zoveel mogelijk in hun eigen kracht, maar kunnen ook kortdurend en licht interventies plegen. En die als het moet, goed kunnen doorverwijzen naar de tweedelijn. Dat moeten mensen zijn die in de wijk werken en die goed kennen, actief op pad gaan, herkenbaar (dus geen wisselende gezichten) en benaderbaar zijn, die de juiste competenties en tools hebben, en die snel kunnen handelen met zo weinig mogelijk bureaucratie. Dat netwerk moet breed van samenstelling zijn: dat je snel iemand kunt raadplegen die de benodigde expertise heeft of een tweedelijns partij zoals Cello kan betrekken om de goede afwegingen te kunnen maken. We hebben nu de tijd om zo’n netwerk goed neer te zetten. Dat wordt in Nederland op nog heel weinig plekken gedaan. Na de zomer gaan we zo’n netwerk alvast neerzetten in een deel van Den Bosch West, natuurlijk samen met alle belangenhouders die daar een say in hebben. Heel concreet: wie levert nu wat in dat gebied. Het heeft als voordeel dat op het moment dat de decentralisaties worden ingevoerd, je iets hebt staan waarop je alle decentralisaties kunt enten.

Ervaart u dat laatste ook als knelpunt? Ja, want door de verschillende bedrijfsbelangen ontstaat er een bepaalde voorzichtigheid. Die merk ik bij gemeenten. Terwijl ik vind dat gemeenten juist een aanjagende rol hebben. Dat geldt ook voor de zorgkantoren die pilots financieren en daarmee prikkels geven om nieuwe concepten te ontwikkelen. En dat hebben we nodig, zodat we van de gebaande paden af leren te wijken. Als straks de datum van invoering wordt vastgesteld dan willen wij snel door kunnen pakken. Dat betekent dat we nu al een aantal pilots moeten starten om al lerende te verkennen. Ik vind dus dat de vaart er in moet blijven, en dat verwacht ik ook van de gemeenten.

Ziet u ook uitdagingen voor andere partijen? Eigenlijk moeten alle partijen er een uitdaging in zien en zeggen ‘het is onze gezamenlijke verantwoordelijkheid’ om die noodzakelijke beweging in het sociale domein de komende jaren te maken. De gemeente is maar één van de spelers in het veld. Wij participeren in een beweging die toch in de stad zelf gemaakt gaat worden. We hebben een bescheiden rol, maar werken wel mee met iedereen. We dagen alle aanbieders uit om in deze visie nu al stappen te zetten. Je hoeft echt niet op de gemeente te wachten. Cello is in een vroeg stadium goed na gaan denken wat die tendens van ontzorgen voor haar betekent. Daar komen dingen uit die beantwoorden aan onze gezamenlijke visie. We hebben vroeg contact met elkaar gezocht en hebben een goede relatie, waardoor dingen ook gaan lopen. Lees verder >

Over gemeenten gesproken, in uw regio werken de acht Meierij gemeenten met elkaar samen rondom de overheveling van begeleiding naar de Wmo. Wat merkt u daar van? Daar ben ik erg blij mee, want met al die gemeenten heeft Cello straks te maken. Het voordeel is dat wij straks niet met gemeentes te maken hebben die allemaal iets anders willen. Ze hebben immers samen het beleid ontwikkeld. Dat maakt het voor ons een stuk gemakkelijker. Het is ook prettig om te merken dat de Meierij gemeenten het besef hebben dat ze niet alle oplossingen in de wijk moeten zoeken. Veel oplossingen zijn daar wel te vinden hoor, begrijp me niet verkeerd. Maar soms is de problematiek van iemand met een beperking zo complex dat niet iedere gemeente de zorg kan aanbieden. Dan moet die gemeente over zijn grenzen heen kijken, en dat gebeurt door deze samenwerking. Wat vindt u ervan hoe de gemeente Den Bosch bezig is met de overheveling van begeleiding? Bij Cello zijn we erg tevreden over de aanpak van Den Bosch. De gemeente communiceert goed, zowel met cliëntenvertegenwoordigers als met zorgaanbieders en welzijnsorganisaties. Er zijn veel informatie- en instemrondes geweest, en die hebben mede geleid tot het beleidsplan dat er nu ligt. Verder heb ik het ook als prettig ervaren dat Den Bosch al in een vroeg stadium naar ons toe kwam. Hun insteek was van ‘we staan voor een nieuwe doelgroep en nieuwe dienstverlening die we nog niet kennen en we moeten het samen doen’. Dat ‘samen doen’ was een hele prettige toon. Lees verder >

naar inhoudsopgave >


13 WMO INZICHT

Hoe doen ze het in ...

vervolg Zo doen wij dat in Den Bosch volgens Hugo Ter Steege >

vervolg Zo doen wij dat in Den Bosch volgens Theo van den Boogaart >

Ervaart u ook nog knelpunten? Ik zou het liefst nu al meer gezamenlijk willen optrekken, dagelijks met Theo en zijn mensen praktisch aan zoiets werken in zo’n wijk. Maar ik kan onvoldoende tijd vrij maken, omdat ik met twintig instellingen te maken heb uit alle sectoren.

Welke tips heeft u nog voor andere gehandicaptenzorgaanbieders? Informeer gemeenten goed, ga er vanuit dat ze niet goed weten wat een verstandelijke beperking (of andere handicap) betekent. Laat de ambtenaren en wethouders ook zien met welke doelgroep ze straks te maken hebben. Haal ze dus in huis. Probeer daarnaast buiten de gebaande paden te gaan. Een eerste stap die je daarin kunt zetten is om aan de slag te gaan met nieuwe, afgebakende pilots. En als laatste: probeer een duidelijke scheiding aan te brengen tussen de inhoud in nieuwe vorm en je bedrijfsbelangen. De cliënt is immers het uitgangspunt. 

Heeft u nog een tip voor andere gemeenten of zorgaanbieders? Ga alsjeblieft door met voorbereiden, ondanks dat het kabinet is gevallen. De decentralisatie gaat door. Het meer in eigen kracht zetten van mensen is van alle partijen, en het beteugelen van de AWBZkostenstijging is dat ook. Het instrument om dit aan te pakken, de decentralisatie, blijft overeind. Het gaat door, het is alleen uitgesteld. 

naar inhoudsopgave >


14 WMO INZICHT

Over de grenzen heen

Geen indicatie, toch specialistische kinderopvang en over de grenz

heen

Specialistische Buitenschoolse opvang Ons Tweede Huis In iedere gemeente komen ze voor: kinderen die in de reguliere kinderopvang niet goed mee kunnen doen, maar ook geen AWBZindicatie krijgen. Het overkwam Hetty, een alleenstaande moeder wiens dochter Roos na de pakketmaatregelen geen AWBZ-indicatie voor begeleiding meer kreeg. Gevolg was dat Roos geen opvang had en Hetty haar baan op moest zeggen en in de bijstand terecht zou komen. Gelukkig vonden Hetty en VGNinstelling Ons Tweede Thuis samen met de gemeente Haarlemmermeer een oplossing. Een pilot werd geboren.

Roos kreeg in eerste instantie een proefplaatsing op de reguliere buitenschoolse opvang met een intensief begeleidingstraject van Ons Tweede Thuis. Toen na een tijdje bleek dat het niet lukte, kon Roos alsnog naar een specialistische buitenschoolse opvang. De regeling zit zo in elkaar dat de specialistische opvang van Ons Tweede Thuis als reguliere opvang wordt aangemerkt. Daardoor kan Roos gebruikmaken van deze voorziening en betaalt haar moeder Hetty het bedrag dat ze normaal gesproken aan de reguliere opvang zou betalen. De gemeente draait daarbij op voor de meerkosten die de specialistische opvang met zich meebrengen. In de pilot kunnen ook andere kinderen met een dergelijke casus onder voorwaarden meedoen.

Erkenning reguliere opvang aanvragen Om als reguliere opvang te worden aangemerkt moest Ons Tweede Thuis een erkenning en een gemeentelijke subsidie voor de meerkosten aanvragen. Beide bleken een flinke uitdaging. De Wet kinderopvang kent namelijk hele specifieke richtlijnen en voorwaarden. Bijvoorbeeld: Ons Tweede Thuis heeft verschillende kleine vestigingen waar maximaal tien kinderen per middag verblijven, alle gehuisvest in scholen. Voor iedere vestiging van de specialistische kinderopvang moest de instelling een oudercommissie instellen. Een andere uitdaging vormde de opleiding van medewerkers van de specialistische opvang van Ons Tweede Thuis. In de Wet kinderopvang is precies vastgelegd welke opleiding medewerkers Lees verder >

naar inhoudsopgave >


15 WMO INZICHT

Over de grenzen heen

> vervolg Geen indicatie, toch specialistische kinderopvang

in de reguliere opvang moeten hebben, maar de opleiding van medewerkers van Ons Tweede Thuis kwam daar niet in voor. Dit terwijl die kennis wel nodig is om de specialistische zorg te kunnen leveren. Samen met de gemeente Haarlemmermeer is hier een oplossing gevonden. Subsidie aanvragen Ook de subsidieaanvraag bleek een hele opgave. Want waar de beleidsambtenaar mee akkoord gaat, past niet zonder meer in de kaders en voorwaarden van de subsidieverstrekker van de gemeente. Uiteindelijk kreeg Ons Tweede Thuis de subsidie en werd het hele bedrag vooraf overgemaakt. Anders dan in de AWBZ, moet achteraf verantwoord worden hoe de subsidie is besteed. Ook dat kent andere deadlines en regels dan de AWBZ. Ons Tweede Thuis merkte dat met name in de formele brieven die ze ontving toen ze

(onbedoeld) iets niet goed volgens de regels had verantwoord. Een zogenaamde handhavingbrief volgde, waarin de gemeente in ambtelijke taal de eisen vermeldde en ‘dreigde’ met handhaving en eventuele boetes. Gelukkig voor Ons Tweede Thuis waren de contacten met verschillende gemeenteambtenaren goed, zodat de instelling goed kon worden geadviseerd.

Wilt u ook een soortgelijk traject starten? Dan geeft Ons Tweede Thuis u het volgende advies: blijf in gesprek met de gemeente, investeer in een goede relatie en leg uit hoe de dingen bij u werken. Samen komt u er dan wel uit en wordt duidelijk hoe zaken bij de gemeente werken en wat dat betekent voor aanbieders. 

Blij met de ervaringen Hetty is blij dat Roos nu toch naar de specialistische buitenschoolse opvang van Ons Tweede Thuis kan. En Ons Tweede Thuis is blij met de ervaringen die ze nu in de pilot opdoet. Inmiddels is de instelling in gesprek met andere gemeenten in hun werkgebied om te kijken of daar ook soortgelijke afspraken met een pilot mogelijk zijn.

naar inhoudsopgave >


16 WMO INZICHT

16 AGENDA

Agenda

29 augustus Grote zorgdebat (VGN site) Op woensdag 29 augustus 2012 wordt het Grote Zorgdebat gehouden in congrescentrum NBC te Nieuwegein. Tweede Kamerleden treden onder leiding van Roderik van Grieken met elkaar in debat en worden... 4 september Bijeenkomst Innovatieplatform Wmo Het innovatieplatform heeft tot doel gemeenten en aanbieders te motiveren en te inspireren op zoek te gaan naar vernieuwende vormen van ondersteuning van cliënten in de de Wmo. Op 4 september a.s. vindt de eerste bijeenkomst plaats. Goede voorbeelden en vernieuwende arrangementen worden onder andere via de site van de VGN en deze nieuwsbrief verspreid. 5 september Bijeenkomst locale kracht: power in wonen, welzijn en zorg Meer met minder is het devies voor de komende jaren. Steeds vaker wordt een beroep gedaan op lokale kracht: actieve burgers en professionele organisaties die samen vorm geven aan wonen, welzijn en zorg. Maar wat betekent dat voor organisaties, voor burgers en voor de samenwerking? Kom op 5 september 2012 naar de bijeenkomst die het Kenniscentrum Wonen-Zorg met steun van de VGN organiseert. Denk en doe mee op 5 september, want Lokale Kracht start met Eigen Kracht.

11 september Jaarcongres LVG en criminaliteit Op 11 september 2012 organiseert Logacom het derde jaarcongres over licht verstandelijk gehandicapten (LVG) en criminaliteit in Zwolle. Tijdens dit congres woont u diverse lezingen bij en volgt u twee deelsessies voor meer verdieping. 25 september Expertmeeting Transitiebureau – VGN De VGN organiseert periodiek bijeenkomsten voor haar leden met het transitiebureau om meer de diepte in te gaan op actuele thema’s. Op 25 september a.s. staat een volgende bijeenkomst gepland. Het thema voor deze bijeenkomst is nog niet vastgesteld. Dat wordt kort voor het overleg bepaald aan de hand van de actualiteit van dat moment.

Verwacht Ledenbijeenkomst VGN toegang Wmo - najaar 2012

naar inhoudsopgave >


17 WMO INZICHT

Toolbox

In de toolbox vindt u onder andere handreikingen en factsheets die u kunnen ondersteunen bij Wmo aangelegenheden.

Toolbox

FACTSHEETS

HANDREIKINGEN

Factsheet Extramurale begeleiding in de gehandicaptenzorg (VGN) Wist u dat er in de AWBZ-gefinancierde gehandicaptenzorg ongeveer 78.000 cliënten gebruikmaken van extramurale begeleiding? Dit en meer over de achtergrond van de beperking en de begeleiding leest u in de factsheet Extramurale begeleiding in de gehandicaptenzorg. Ook de kosten die met de begeleiding gepaard gaan komen aan bod. www.vgn.nl/artikel/11189

Handreiking Contractering in de Wmo (VGN) De gemeente als contractpartij. Een heel nieuwe situatie voor gehandicaptenzorgaanbieders. Daarom speciaal voor hen een handreiking die ingaat op samenwerking en mededinging. Ook komt aan bod welke inkoopmodellen gemeenten hanteren voor het inkopen of subsidiëren van Wmo prestaties. De handreiking wordt aangevuld, zodra er meer duidelijkheid is over hoe de Wmo eruit gaat zien en hoe gemeenten er concreet mee omgaan.

Factsheet Kortdurend verblijf (logeren) (VGN) Kortdurend verblijf, ook wel logeren genoemd, wordt misschien overgeheveld naar de Wmo. Het is de politiek die daar over moet beslissen. Maar om welke cliënten gaat het nou eigenlijk bij kortdurend verblijf? En wat houdt het kortdurend verblijf precies in? Antwoord op deze en andere vragen leest u in de factsheet Kortdurend verblijf (logeren). www.vgn.nl/artikel/13282

Handreiking Mogelijkheden voor vernieuwing (Transitiebureau) Gemeenten krijgen straks te maken met een nieuwe cliëntgroepen. Maar om wat voor groepen gaat het? Wat is hun ondersteuningsvraag en het doel van de extramurale begeleiding? In deel 1 van de handreiking krijgt u hier aan de hand van achttien cliëntgroepen antwoord op. Deel 2 van de handreiking beschrijft mogelijkheden voor vernieuwing van extramurale begeleiding in de Wmo voor deze cliëntgroepen. Niet alleen interessant voor gemeenten, maar ook voor zorgaanbieders voor de ontwikkeling van hun eigen aanbod. www.vgn.nl/artikel/11202

naar inhoudsopgave >


18 WMO INZICHT

Colofon

Uitgever Wmo inzicht is een e-zine van de Vereniging Gehandicaptenzorg Nederland (VGN) over de voorgenomen transitie van de extramurale begeleiding, kortdurend verblijf en vervoer naar de Wmo. Het is bedoeld voor zorgaanbieders in de gehandicaptenzorg en gemeenten en verschijnt tweemaandelijks. www.vgn.nl Redactie Monique van der Meulen, Bianca Roos, Minou Scherrenburg-Talma, Inge Wichink Kruit, RenĂŠ Toonen Fotografie Marco Florijn: Casper Rila Hugo ter Steege en Theo van den Boogaart: Patrick Beckers Vormgeving MariĂŤl Lam bno, Den Bosch Contact Oudlaan 4 3515 GA Utrecht Postbus 413 3500 AK Utrecht e-mail: rtoonen@vgn.nl

naar inhoudsopgave >


Wmo inzicht nr1 augustus 2012