{' '} {' '}
Limited time offer
SAVE % on your upgrade.

Page 1

VERS

VERS Magazine

2015 - 2016

#3


Photo courtesy of Johann Perry, cinematographer on Firecracker Films’ shoot for the Vodafone Firsts campaign

Specialistische verzekeringen   voor  Media,  Entertainment  &   Audiovisuele  branche.

The ARRI AMIRA is a versatile documentary-style camera that combines exceptional image quality and affordable CFast 2.0 workflows with an ergonomic design optimized for single-operator use. Easy-access controls and an intuitive menu structure make working with AMIRA simplicity itself.

ARRI AMIRA. TRULY CINEMATIC.

www.mediapolis.nl 035 677  31  03  |  ‘s-­Gravelandseweg  69  |  1217  EJ  HILVERSUM

www.arri.com/qr/dist/amira

For more information please contact: Vocas Sales & Services Larenseweg 121 1221 CL Hilversum Netherlands

T: +31(0)35-6233707 info@vocas.nl www.vocas.nl


VERS Magazine

52

3

6—7 56

Beste Nieuwe Maker, Door Willem Bosch

12 — 19

38 — 41

×

×

Sam de Jong Kroonprins van de Nederlandse filmwereld

20 — 25 26

×

De Creatieve Broedplaats Wat levert het nou eigenlijk op?

42 — 47

48 — 51

×

Filmstills Nieuw filmtalent zet de tijd stil en reflecteert op eigen werk

52 — 55

34 — 37

56 — 63

×

Filmstills Nieuw filmtalent zet de tijd stil en reflecteert op eigen werk

Generation Europe Roemruchte zomerfestivals en hedonistisch vermaak

×

Tussen Kunst en Wetenschap Een academische beschouwing van artistiek onderzoek

26 — 29

×

×

De Esthetiek van Rebellie Hoe beelden ons de verbeelding ontnemen

Health Goth For The Win

× ×

Feest der Verandering Wat gebeurt er als creatieven wisselen van beroep?

34

42

Cover Gijs Kast 3 12


Creative Communities

VERS Magazine

5

4

Voorwoord Mensje van Puffelen en Jesse van Amerongen Illustratie Menah

"K

unstenaars zijn toch raar volk. Wat die allemaal niet uitvreten" schreef Brusselmans. Het is ook raar volk. Opgesloten in kleine kamers zitten zweten met maar één doel: produceren. Het móet er komen. Al is het met klamme handjes van de stress, om drie uur ’s nachts. En als kunstenaars niet aan het vechten zijn tegen een deadline, dan zijn ze wel geld aan het sprokkelen voor het volgende project. Met een financieel uitgeholde culturele sector moeten makers, creatief als ze zijn, op zoek naar nieuwe vormen om te kunnen produceren. Een kenmerk van deze tijd vinden wij de opkomst van de creative communities. Creative Community, want creatieve gemeenschap klinkt zo lauw. Wij zijn geen exclusief groene thee drinkende, barbier-bezoekende, raw-food diëtende clubjes semi-hipsters. Maar creative communities draaien niet alleen om geld, het gaat ook om een mentaliteitsverandering: de zoektocht naar saamhorigheid, kruisbestuivingen en dwarsverbanden die de moderne tijd kenmerkt. Je ziet het bij culturele instellingen, filmprojecten, creatieve ondernemingen en natuurlijk de ‘creatieve broedplaats’. Overal ontstaan initiatieven om kunstenaars samen te laten komen, met als hoop ze gezamenlijk even iets briljants ‘uit te laten broeden’.

4

In ons jaarlijkse papieren magazine bediscussiëren we met onze eigen creative hub (zie hiernaast) van journalisten, filmmakers, fotografen en illustratoren vragen als: ‘leveren broedplaatsen nou eigenlijk wel zo veel op?’ en ‘is de creative community echt vernieuwend, of vooral een marketingterm?’. We onderzoeken hoe jonge makers tegen deze tijd aankijken, en hoe je als beginnende maker je weg kunt vinden in de filmwereld. We kijken naar nieuwe vormen van beeldmaken en we zien hoe verschillende werelden samen kunnen komen en vruchtbaar kunnen zijn in hun allianties. Kortom, het is een magazine geworden vol uiteenlopende verhalen, essays en columns, en met veel, heel veel beeld. Welke andere talenten het aankomende jaar weer zullen gaan opstaan weet nog niemand, maar één ding is zeker: nieuwe makers weten altijd weer te verrassen. Hoe de creatieve industrie ook verandert. Mensje van Puffelen en Jesse van Amerongen Hoofdredactie VERS Magazine VERS Magazine is een online magazine voor en door jonge beeldmakers. Eén keer per jaar verschijnen we met een papieren editie. www.versmagazine.nl

Mensje van Puffelen

Jesse van Amerongen

onderzoeker en journalist favoriete beeldmaker: Phoebe Gloeckner

redacteur en journalist favoriete beeldmaker: Stanley Kubrick

Aynouk Tan

Boris Postma

Catharina Gerritsen

Gijs Kast

Halbe Kuipers

Janneke de Jong

Kazuma Eekman

Menah

Meredith Greer

Roel van Eekelen

journalist en auteur

fotograaf

filmwetenschapper

illustrator

journalist en hoofdredacteur

Willem Bosch scenarist

fotograaf

illustrator

regisseur en fotograaf

illustrator

illustrator

Willem Don

journalist en grafisch vormgever

5


VERS Magazine

Willem Bosch

6

Soms wordt mij gevraagd hoe je als scenarioschrijver of regisseur het snelste/beste er tussen kan komen bij producenten of omroepen. Hoe je dingen gemaakt krijgt, nieuwe mensen leert kennen, geld gaat verdienen. Hoe je je als nieuwe beeldmaker kan aansluiten bij de gevestigde(re) orde. Ik heb de beste tip die je kunt krijgen als je aan je carrière begint. Het gaat misschien een beetje aanmatigend klinken omdat ik zelf ook een relatief nieuwe maker ben, maar knoop deze alsjeblieft in je oren: doe eens niet zo professioneel. Dat klinkt misschien vreemd: toen ik in 2004 afstudeerde van de filmacademie kwam het nou net in de mode om de studenten wat professionaliteit bij te leren. Voor het eerst in 60 jaar filmonderwijs werd ons verteld hoe we facturen moesten sturen, hoe we moesten onderhandelen, onszelf verenigen. Er werd ons uitgelegd dat het slim kan zijn een eigen website te hebben, en een visitekaartje. Je bent per slot van rekening een bedrijf, als freelancer, en een goed bedrijf maakt reclame. Dat is allemaal bullshit. Nog nooit in mijn bescheiden zeven werkende jaren als scenarioschrijver heb ik een producent horen zeggen: ik wilde je hebben voor een klus, maar ik kon je website niet vinden. Nog nooit heb ik voor lul gestaan bij de publieke omroep omdat ik geen visitekaartje had. De Nederlandse film- en televisiewereld is klein, héél klein. Het is een groepje mensen, en ons kent ons. Je leert elkaar kennen op een borrel, op de set, tijdens een stage. (Ik zou nog verder willen gaan: als een jonge maker mij een visitekaartje geeft, dan denk ik eigenlijk meteen: da’s een amateur. Dan werkt zo’n mate van professionaliteit dus eigenlijk nog averechts ook.) Beweeg je vrij door dat kleine wereldje. Zorg ervoor dat je aan het werk bent, dan komt de rest vanzelf.

Om te beginnen is het helemaal niet zo gek om weinig of niks betaald te krijgen als je net begint. Mensen weten stomweg niet wat ze aan jou hebben, en willen eerst weten wat voor vlees ze in de kuip hebben, voordat ze je gaan betalen. Zorg ervoor dat je goed bent, dan volgt het geld vanzelf. En anders blijf je werken in de kroeg, tot je op eigen benen kan staan. Niemand heeft gezegd dat het makkelijk zou zijn. Onthoud ook: niemand in Nederland probeert jou te naaien. Als je plan goed is, dan word je daarvoor betaald. De Nederlandse film is zo klein: een oplichter zou héél snel door de mand vallen. (Even een extra tip voor scenarioschrijvers: niemand probeert jouw scripts te stelen. Stuur geen scripts op met een watermerk in het papier. Toen ik nog als stagiair werkte bij een groot productiebedrijf werden die ingestuurde scripts ongelezen de prullenbak in gesodemieterd.)

7

Column Willem Bosch

En tot slot: fuck creative communities. Dat komt bij elkaar in een fabriekspand in Amsterdam Sloterdijk om te kruisbestuiven en ristrettos te drinken en te pingpongen of te duckhunten en te praten over films die er nooit komen maar wel allemaal green moeten zijn. Fuck ‘em. Een maker moet een monnik zijn. Bezig aan zijn eigen ideeën, eyes on the prize. Sta vroeg op, werk de hele dag aan je project, ga ’s middags de kroeg in en vertel aan iedereen waar het over gaat of hoe het eruit moet zien. Doe dat net zo lang tot je een waanzinnig plan hebt, en zorg ervoor dat het dan gemaakt wordt. De rest is allemaal bijzaak, afleiding. Gelul in de marge voor amateurs. Dat heb jij helemaal niet nodig. Die creatieve broedplaats zit in je kop, en nergens anders.

Dat brengt ons op punt twee: het geld. Hou eens op over dat geld. Toegegeven: als een producent dit had opgeschreven had je dat mogen wantrouwen. Maar luister naar een fellow-maker: dat geld komt wel goed. Op alle filmacademies van Nederland word je tegenwoordig wijs gemaakt dat je goed betaald moet worden voor je eerste klussen. Het is per slot van rekening niet je hobby. Je laat zien dat je jezelf serieus neemt door intensief te onderhandelen. Jij moet ook eten, toch? Dat is ook allemaal bullshit.

6

7


VERS Magazine

12

Sam de Jong, de eeuwige zoektocht van een jonge maker Interview Jesse van Amerongen Fotografie Catharina Gerritsen

D

e kroonprins van de Nederlandse filmwereld heet Sam de Jong (29). Sinds hij in 2012 afstudeerde aan de Filmacademie maakte hij korte films, clips en reclames. Dit jaar kwam zijn debuutfilm Prins uit, waar hij direct acht Gouden Kalf-nominaties voor in de wacht sleepte. Hoe vindt hij zijn weg in het Nederlandse filmlandschap? 12


Sam de Jong

Dat we in Nederland verwend zijn zullen veel regisseurs niet met je eens zijn, kijk bijvoorbeeld naar de protesten tegen de bezuinigingen op het Filmfonds. “Mensen zijn bang voor verandering. Zodra er iets verandert gaan ze protesteren. Maar soms is verandering alleen maar interessant. Als je kijkt naar de geschiedenis, denk ik dat de meest interessante dingen gebeuren ten tijde van heftige verandering. De mensen die echt met heel hun ziel een film willen maken redden zich wel. Er is minder plek, dus je moet er wel harder voor vechten.” Je zou ook kunnen zeggen dat alleen nog maar de commerciële projecten overblijven. “Nee. Ik zal bijvoorbeeld altijd films blijven maken, al zou ik twee euro hebben. En ik zou geen groot commercieel project doen. Kunst is een expressie van emotie. Dat móet. Dat komt toch wel door de kieren heen gedropen.”

Het is een goed jaar geweest voor Sam de Jong. Zijn debuutfilm Prins — een film over een groepje hangjongeren in Amsterdam Noord — werd in Nederland lovend ontvangen, in Berlijn geselecteerd voor de Berlinale, en de Amerikaanse première vond plaats in New York. Een beter debuut kun je je niet wensen. Gehaast komt Sam binnenlopen in het café waar we hebben afgesproken. Hij heeft het druk. Vanachter een kop koffie vertelt hij enthousiast over zijn hectische jaar, zijn ervaringen op de filmset en zijn niet te stoppen drive om films te maken. Hoe kijk je terug op het afgelopen jaar? “Nou, wel als een succes. Nu een jaar geleden stonden we te draaien, vier maanden daarvoor was ik nog volop aan het schrijven. Ik had de ambitie om meteen in de zomer te gaan draaien, snel een distributeur te vinden, en aansluitend hoopte ik op een festival en een release. Dat is allemaal gelukt.” Je hebt voor Prins samengewerkt met partijen als VICE Magazine en kledingwinkel Patta. Zijn dat soort samenwerkingen tegenwoordig noodzakelijk voor filmmakers? “Volgens mij is samenwerken de essentie van film maken. Dat is niet alleen iets van nu. Film is een gezamenlijke kunstvorm, dat maakt het juist zo leuk. Vroeger stonden er ook honderden namen op de aftiteling. Volgens mij is dat niet iets wat veranderd is.” Vind je dat er in Nederland een goed klimaat is voor jonge regisseurs? “Jazeker. In Nederland zijn we heel erg verwend. De meeste mensen kunnen films maken via het Filmfonds. In het buitenland ben je jarenlang aan het rondshoppen voor je kunt beginnen.”

14

Maar zonder steun van het Filmfonds was Prins er toch ook nooit gekomen? “Jawel, dan had ik hem op een andere manier gefinancierd, of was de film voor minder geld gemaakt. Dan zou het misschien een hele andere film zijn, maar die film was er geweest. Films worden gemaakt, of er een fonds is of niet.” Denk je dat het filmmaken is veranderd door de bezuinigingen op cultuur en de crisis? “Nee, dat denk ik niet. Ik wil zelf juist met kleine budgetten werken. Dat heb ik nu ook gedaan. Vijf jaar geleden zou er niks anders zijn geweest aan deze film of aan het relatief kleine budget wat we hiervoor hadden. Bovendien worden er in Nederland ook nog steeds Michiel de Ruyter-achtige films gemaakt voor vier miljoen. Volgens mij kun je pas echt van een crisis spreken als dat soort films niet meer gemaakt worden. En dat zou eigenlijk alleen maar tof zijn.” Jij bent geen fan van dat soort films? “Nee, dat zeg ik niet, maar ik vind het wel interessant als dingen op zijn kop worden gezet. Dus als er ineens helemaal geen geld meer zou zijn. Ik ben wel benieuwd wat voor films er dan gemaakt zouden worden.”

Waarom wil je graag met kleine budgetten werken? “Persoonlijk vind ik het heel fijn om snel te kunnen werken en een idee snel te kunnen realiseren. Alles is dan fris en je hebt weinig tijd om te twijfelen. Ik ben best onrustig, en als ik te lang aan een plan zou werken zou ik me gaan vervelen. Ik heb veel ideeën en ik wil ook graag veel dingen maken. Zodra je grote films gaat bedenken duurt het zo vier jaar voordat die film er eindelijk is.” Denk je dat Prins minder goed was geworden als je meer geld had gehad? “Ja, ik vind eigenlijk al dat we voor Prins te veel geld hadden. Hoe groter het wordt, hoe logger het wordt. Uiteindelijk stonden we toch met veertig man op de set, terwijl ik het aanvankelijk echt heel klein wilde aanpakken. Zo’n hele machine brengt een andere werkwijze met zich mee. Ik ben heel benieuwd hoe ik Prins had gemaakt met 100.000 euro.” Wie wil zien hoe snel Sam de Jong zich heeft ontwikkeld hoeft alleen maar naar zijn afstudeerfilm Magnesium te kijken. Dit verhaal over een fanatieke turnster lijkt qua stijl in niets op Prins, terwijl er maar drie jaar tussen beide films zat. Magnesium won de KNF-prijs voor beste afstudeerfilm en werd geselecteerd voor het prestigieuze Sundance Film Festival, maar toch kijkt Sam er kritisch op terug. Hij noemt de film “een zoektocht” en “niet echt origineel”. Wat maakt je zo kritisch over Magnesium? “Ik zie gewoon dat ik iets probeerde te doen dat ik had afgekeken van anderen. Thematisch sta ik honderd procent achter Magnesium, maar ik zou het nu heel anders hebben aangepakt. Maar dan had hij waarschijnlijk niet op Sundance gedraaid. Dus die festivals maken eigenlijk ook weer niet zoveel uit.” Festivals als Sundance helpen jou toch enorm? “Ja, maar als ze me niet hadden geholpen had ik het wel op een andere manier gedaan. Je komt uiteindelijk wel ergens uit, als je maar gelooft in wat je aan het doen bent. Natuurlijk is zo’n festival leuk, maar het verandert een film niet. Het is een platform, maar het verandert niet wat je aan het doen bent.”

15

15


— DE MENSEN DIE ECHT MET HEEL HUN ZIEL EEN FILM WILLEN MAKEN REDDEN ZICH WEL. × Sam de Jong


Sam de Jong

19 Waarom heb je het dan toch niet gedaan? “Omdat het mijn eerste film was, en mensen met meer ervaring en zicht op marketing zeiden dat je met 16:9 meer kans hebt om je publiek te bereiken. Nu denk ik “nee, dat is bullshit”. Het blijft gewoon een artistieke film en dat is ook wat ik wil maken. Ik zou nu nog meer bij mijn eigen keuzes blijven. Ik denk dat dat uiteindelijk ook meer publiek oplevert dan dat je een soort compromis gaat maken.” Hoe hoop je dat in de toekomst anders te gaan doen? “Ik ga wel koppiger worden. Heel vaak ben je gewoon zenuwachtig. Alles is echt heel spannend. Tijdens al die vertoningen ga je kapot, maar daardoor bouw je ook een soort schild op. Ik hoop dat ik dat verder ontwikkel. Dat is denk ik ook hoe je groeit als regisseur.”

Als je zo terugkijkt, wat zou je dan tegen beginnende makers willen zeggen? “Dat er gewoon geen excuus is om een film niet te maken. Dat je niet naar je omgeving moet kijken, alleen maar naar binnen. En dat je een zo dik mogelijke huid moet hebben.” Heb jij die dikke huid nodig gehad? “Die heb ik nog niet, maar die wil ik wel krijgen. Ik ben nog veel te gevoelig voor prikkels en input. Ik trek me veel te veel aan, en dat leidt alleen maar af van wat je aan het doen bent. Het maakt je onzeker. Ik wil mezelf echt dwingen om wat dat betreft koppiger te worden. Dat niet iedereen je meer aardig hoeft te vinden.” Zie je dat terug in je films? “Ja, ik denk dat ik dat ergens terug zie in keuzes die ik gemaakt heb. Ook met Prins vind ik toch dat ik me hier en daar te veel heb laten afleiden en beïnvloeden. Het is best wel moeilijk om er aan het begin van je carrière van overtuigd te zijn dat hoe jij het voor je ziet de enige juiste route is. Maar dat is wel de enige manier om erachter te komen of jouw idee inderdaad de juiste is; door gewoon zo koppig mogelijk dat idee uit te voeren.” Kun je een voorbeeld geven? “Ik had de film in 4:3 willen draaien, en dat heb ik niet gedaan omdat we de bioscoop in gingen. Daar heb ik echt spijt van, dat vind ik écht jammer. Het had voor de bioscoopbezoekers uiteindelijk ook geen fuck uitgemaakt of we het 4:3 gedaan hadden of niet.”

18

In wat voor situaties op de set merk je dat je harder moet zijn? “In het geval van Prins werd er gewoon heel veel gereld. Er waren echt heel vaak situaties die niet door beugel konden.” Klopt het dat de acteurs er wel eens in gehuurde auto’s vandoor gingen? “Er werd veel gejoyrided ja, dat was nog onschuldig.” Wat voor situaties ging het dan om? “Het ging meer over ethische dingen. Bijvoorbeeld over hoe je met vrouwen omgaat. Echt morele kwesties. Het is een lastige situatie, want ik werkte met mensen die ik had gecast om wie ze zijn, maar dan word je natuurlijk ook geconfronteerd met hoe ze zijn. Ik kan geen voorbeelden noemen, want dan ga ik te veel mensen afvallen.” Gaat het dan om een bepaalde straatmentaliteit die je set binnenkomt? “In machoculturen worden vrouwen soms minderwaardig behandeld, en dat is iets waar ik me totaal niet in kan vinden. Tegelijkertijd maak ik wel een film die daar op een bepaalde manier over gaat, dus het is

een lastige spagaat waar je in zit. Ik wil met die jongens werken omdat ze representeren waar Prins over gaat, en tegelijkertijd stel ik daardoor de crew bloot aan dingen die echt niet door de beugel kunnen.” Representeren die jongens misschien ook iets anders dan wat jij in je hoofd had? “Hoe bedoel je?” Om het anders te vragen; denk je dat Prins een film is waar die jongens zelf naartoe zouden gaan? (Na een lange stilte) “Nee, het is niet een film waar die jongens naartoe gaan. Dat is ook wel iets wat ik me achteraf heb gerealiseerd. Daarom zou ik het nu ook op 4:3 draaien en niet op 16:9, omdat ik die jongens toch niet kan bereiken. Wat mijn smaak is, zal nooit hun smaak zijn, dus daar ga ik ook niet meer achteraan. Ik ga die film gewoon maken voor mij, zoals ik hem wil zien en that’s it.” Is het makkelijker koppig te zijn nu je succes hebt? “Ik denk dat hoe meer succes je hebt hoe eerder mensen geneigd zijn om met je mee te gaan, maar daar merk ik nu nog niks van.” Merk je niet dat je nu meer ruimte krijgt? “Eigenlijk heb ik altijd al veel ruimte gehad. Bij Prins ook. Ik heb gewoon de film geschreven die ik wilde maken. Dat is uiteindelijk het moeilijkste, weten wat je wilt maken. Je hoeft als regisseur niet van negen tot vijf ergens te zijn, maar je bent wel dag en nacht in je hoofd bezig met wat je aan het vertellen bent. Dat leeft gewoon met je. Dat is de eeuwige zoektocht.” Denk je dat die zoektocht ooit klaar is? “Nee, maar dat hoort er ook bij. Ik zal ook nooit met pensioen gaan. Het wordt gewoon langzaam een onderdeel van je. Dat is magisch, maar soms ook wel zwaar. Ik durf nu wel grovere en lompere keuzes te gaan maken. Als Prins een mislukking was geweest dan was ik nu inderdaad op een andere plek geweest. Maar ik durf nu wel mijn koers te blijven varen, ook al weet ik niet altijd wat die koers is.”

19


VERS Magazine

21

wat levert het nou eigenlijk op? Artikel Willem Don Illustraties Kazuma Eekman

K

ruisbestuiving, een groter netwerk en discipline-overstijgende kunstprojecten: als het gaat over creatieve broedplaatsen zijn bij kunstenaars en beleidsmakers de verwachtingen vaak hoog. Maar worden die verwachtingen waargemaakt? 21


De Creatieve Broedplaats

VERS Magazine

22 Creatie en innovatie door samenwerking klonk mij in

ieder geval als muziek in de oren. Toen ik als beginnend journalist-slash-vormgever introk bij een groepje van zeven startende grafisch vormgevers voelde dat geweldig. Iedereen hing z’n werk aan de muren, we deelden printer, snijmachine en draaitafels en we organiseerden samen feestjes. Van co-creëren kwam echter weinig terecht; we hadden het allemaal veel te druk met onze eigen projecten. Nog los van onze bijbanen en andere verplichtingen. “Een broedplaats moet in eerste instantie een fijne werkplek zijn.” zegt Boukje Cnossen. Zij doet promotieonderzoek naar samenwerkingsverbanden in de creatieve sector aan de Universiteit van Tilburg. Vorig jaar publiceerde ze samen met Sebastian Olma een boek over het Volkskrantgebouw, een broedplaats in het voormalige pand van deze krant. Hiervoor liep ze een jaar mee in die broedplaats. Cnossen: “Sommige creatieven die ik spreek raken een beetje gestrest van de nadruk op creatieve samenwerking. Eentje zei een keer beschaamd: ‘Ik doe niet genoeg aan kruisbestuiving!’. Terwijl een broedplaats ook gewoon een werkplek is waar velen geconcentreerd met hun eigen projecten bezig zijn. En daar is niks mis mee natuurlijk.” Gemeentes houden in ieder geval van het begrip ‘broedplaats’. Met het wegvallen van kunstsubsidies en sluiting van kraakpanden zijn broedplaatsen een handige alternatieve vorm om creatieven te steunen. Steeds meer Nederlandse gemeentes stellen advisering, vergunningen, oude panden en/of huursubsidie ter beschikking aan creatieven. Dat komt voor een flink deel door de Amerikaanse geograaf Richard Florida. Hij beargumenteerde in het boek ‘The Rise of The Creative Class’ (2002) hoe de aanwezigheid van een ‘creatieve klasse’ de lokale economie en sociale structuur stimuleert. In het kort: heb je een achtergestelde wijk? Schuif er een paar creatieven in en investeringen en banen volgen vanzelf. Mijn clubje van acht zat in een lokaal van ongeveer 40 vierkante meter. Dat was net genoeg ruimte voor een gedeelde kast, een keukentafel en ieder een eigen bureau. Het koffiezetapparaat stond in de vensterbank.

22

We betaalden per persoon ongeveer 90 euro per maand. Daarmee waren we krap bemeten, maar ook relatief goedkoop uit. Want uit een enquête onder kunststudenten (voornamelijk beeldende kunststudenten, nauwelijks tot geen film- en tv-makers) blijkt dat deze landelijk gemiddeld zo’n 210 euro kale huur per maand betalen voor zo’n 30 vierkante meter. Voor Amsterdam ligt dat gemiddelde nog een stuk hoger, namelijk op 291 euro per maand. Maar gelukkig; de hoofdstad heeft een heus Bureau Broedplaatsen dat jaarlijks zo’n 900.000 euro subsidie verdeelt. Het meeste subsidiegeld gaat naar het meebetalen aan de huur, zodat kunstenaars niet de commerciële huurprijs hoeven op te hoesten. Daardoor telt Amsterdam nu zo’n 70 broedplaatsen, allemaal opgericht of in stand gehouden met hulp van de gemeente. Samen zijn die goed voor een paar duizend werkplekken. De reden dat er met huurcompensatie wordt gestrooid is voor Amsterdam tweeledig: een sociale, en een economische. Zo stelt het meest recente college-akkoord over de aanwezigheid van cultuur: ‘Dat is niet alleen belangrijk voor onze inwoners, maar het geeft ook een sterke impuls aan kwalitatief hoogwaardig toerisme en maakt Amsterdam aantrekkelijker als vestigingsplaats voor het (internationale) bedrijfsleven. Cultuur is dus ook een sterke economische motor. Hierin investeren, verdient zich dubbel en dwars terug’. Ook Bureau Broedplaatsen noemt creatieven een essentieel onderdeel van de stad, ‘om haar economische, sociale, culturele en ruimtelijke vitaliteit te behouden’. Het is duidelijk dat de gemeente deze groep graag ziet als motor van stedelijke vernieuwing. Maar is er ook bewijs voor het economisch nut van broedplaatsen? Ambtenaren weten dat zelf niet, en benaderen Cnossen vaak genoeg met die vraag, zegt ze. Ze moet hen het antwoord hierop schuldig blijven: “Het broedplaatsenbeleid benadrukt bijna altijd de economische waarde voor de omgeving, maar die is helaas slecht hard te maken.” Florida, de Amerikaanse geograaf, heeft dat zelf wel

geprobeerd. Hij onderzocht de economische effecten van een toename van creatieven in diverse Amerikaanse steden. En wat blijkt: de lokale economie groeit als er een creatieve industrie wordt opgezet. Maar, die extra welvaart komt vooral ten goede aan de creatieven zelf en aan de hogere midden-inkomens. Bovendien stijgen de huren rap, wat ervoor zorgt dat lage inkomens er in koopkracht zelfs op achteruit gaan. Florida gelooft zelf niet langer dat lage inkomens werkelijk profiteren van de aanwezigheid van creatieven. In Nederland vallen die negatieve effecten waarschijnlijk mee, zo vermoedt Wouter van Gent. Hij is onderzoeker en universitair docent aan de vakgroep Stadsgeografie van de UvA en doet veel onderzoek naar het opwaarderen van buurten. Hij wijst er op dat Nederland een veel sterkere sociale zekerheid kent en lagere inkomens dus minder kwetsbaar zijn voor veranderingen dan in de VS. Of broedplaatsen positieve effecten hebben op een buurt weet ook hij niet. "Daar waar er een pand 'over' is maken gemeentes deze beschikbaar voor creatieven, vanuit de notie dat creativiteit goed is voor hun stad. Maar het blijft hooguit een extraatje in het opwaarderen van stadswijken. (...) Kunstenaars zijn ook lekker aaibaar, ik bedoel, in die lege panden kunnen bijvoorbeeld ook asielzoekers worden gehuisvest, maar dat gebeurt niet.” Journalist Roel Griffioen heeft steviger kritiek op de overheidsbemoeienis met broedplaatsen. Volgens hem is het sociale en economische nut beperkt. Hij schreef een artikel getiteld ‘Hoe de broedplaats een surrogaat voor echte stedelijke ontwikkeling werd’. Daarin constateert hij dat kunstenaars fungeren als ‘een soort onderbetaalde buurtwerkers’ die culturele pleisters plakken terwijl buurthuizen en andere sociale functies worden gesloten en wegbezuinigd. Wat betreft Cnossen moet de nadruk op economisch nut worden losgelaten: “Cultuursubsidies zijn de afgelopen jaren flink teruggebracht. Wat mij betreft moeten we overheidssteun voor broedplaatsen vooral zien als subsidie in natura voor kunstenaars en

creatieven. En dat economische sausje weglaten.” Ok, dus een broedplaats is niet automatisch een economische upgrade voor de buurt. Is het wel gunstig voor de aanwezige creatieven? Cnossen, naast onderzoeker ook kunstrecensente gevestigd in een broedplaats, denkt dat een netwerk opbouwen een van de belangrijkste taken is voor beginnende creatieven, ook voor beeldmakers. Want voor kruisbestuivingen moet je elkaar eerst leren kennen. Cnossen heeft gemerkt dat dit niet automatisch gaat in broedplaatsen: “Toeval speelt een grote rol. Wat wel helpt is als er tastbare, fysieke activiteiten plaatsvinden in het pand. Dus bijvoorbeeld het samen maken van een muurschildering of andere klus-werkzaamheden. Dat haalt de drempel weg om bij elkaar aan te kloppen voor een praatje.” Cnossen raadt creatieven aan om een broedplaats te kiezen waar anderen zitten die in jouw discipline werken. “Inhoudelijke samenwerking en kennisdeling begint met kleine dingen, bijvoorbeeld iemand helpen met Photoshop. Dan is het handig om met mensen te zitten die hetzelfde doen en die ook in dezelfde ontwikkelfase zitten, bijvoorbeeld allemaal net afgestudeerd zijn. In sommige broedplaatsen zit een dj, een programmeur en een schrijver naast elkaar. Die kunnen wel een boekhouder delen, of acquisitie-tips uitwisselen, maar ze hebben verder minder mogelijkheden tot samenwerken.” Mijn clubje vormgevers kende elkaar al van hun opleiding. En ik werd liefdevol opgenomen. Het pand bevatte buiten onze werkruimte nog zo’n vijftig lokalen met architectenbureautjes, filmproducenten, fotografen, houtbewerkers en heel veel andere vormgevers. Die spraken we nooit. Voor ons was dat niet erg. Voor zover we al klaar waren om samen te werken of diensten te verkopen hadden we genoeg aan elkaar en ons bestaande netwerk. Mijn verwachtingen van co-creatie werden nooit helemaal ingelost, maar uiteindelijk lag dat voornamelijk aan mijn eigen vage verwachtingen. Dat creativiteit veel planning en concrete uitwerking vergt was dan ook mijn grootste les van werken in een broedplaats.

23

23


VERS Magazine

De Creatieve Broedplaats

25

24

24

25


Filmstills

VERS Magazine

Geen koningen in ons bloed regisseur: Mees Peijnenburg

G

een koningen in ons bloed vertelt het verhaal van Tomas (17) en zijn zus Naomi (15) die opgroeien in het jeugdzorgtraject. Koningen zullen ze niet worden, maar als broer en zus hebben ze elkaar. In dit ontroerende laatste shot van de film zien we hun schreeuw van ontlading vol verdriet en eenzaamheid, maar bovenal liefde. Iris Otten – producent

D

it beeld illustreert precies wat ik belangrijk vind aan het maken van film. Alle disciplines werken samen en versterken elkaar daardoor: compositie, art, kleding, licht en spel. De roze handschoenen maken van de deftige vrouw een kwetsbaar meisje en het secure licht en schaduwwerk accentueren de eenzaamheid. We hadden ook nog een take opgenomen waarin de camera naar achter reed. Maar dat werd te sentimenteel. Nu klopt de balans in de vertelling.

Een goed leven

regisseur: Aaron Rookus

Aaron Rookus – regisseur en co-scenarist

26

27


Filmstills

VERS Magazine

Het Apentestcentrum in Rijswijk van binnenuit producent: Vice News

28

D

H

Thijs Roes – producent

Isabel Lamberti – regisseur

it is de cover van de film geworden, waarin we uitgebreide toegang hebben gekregen in het Apentestcentrum in Rijswijk. We wilden laten zien wat er daarbinnen gebeurt en inzicht geven in de clash tussen dierenrechten, menselijke ethiek en wetenschap. Tegenstanders roepen al jaren dat het centrum gesloten moet worden, hoewel het doel van het lab is om medicijnen voor mensen te ontwikkelen. Omdat het lichaam niet te zien is, krijgt het aapje nog iets menselijkers. Dit beeld is trouwens van een medische test – geen experiment. Wel is het een duidelijke poster voor de film: vol met extreem schattige aapjes en vol met nare beelden.

alverwege hun eindeloze tocht komen de zigeunerbroertjes Davíd en Jesus langs een pretpark die als een fata morgana opeens uit de grond lijkt opgekomen. Vol verlangen, met hun neuzen tegen het hek gedrukt kijken ze naar de mensen die luid lachend en gillend in de achtbaan zitten. Ze gillen mee wanneer het karretje over de kop gaat. Het grote hek en het stopbordje achter het hek zeggen echter genoeg. Ze hebben geen toegang tot het pretpark. Dit shot symboliseert op een beeldende manier wat uitsluiting betekent voor gemarginaliseerde kinderen: ze mogen kijken, maar niet aanraken.

Volando Voy

regisseur: Isabel Lamberti

29


SIGN UP FOR FREE SEMINARS AT SAE!

the Global

Network for Creative Media Education Certificate-, Diploma-, Bachelor-* and Masters* in the field of

Audio & Music, Film, Web, Cross-Media and Animation

Cinecrowd feliciteert de makers en donateurs van UNDER THE APPLE TREE & BURDEN OF PEACE met hun Gouden Kalf Nominatie! SINCE 1976

validated by Middlesex University in London London, Paris, Brussels, Sydney, New York, Los Angeles, Berlin, Stockholm, Singapore, Istanbul, Capetown, Bangkok

Ook crowdfunden? www.cinecrowd.com

SAE INSTITUTE Amsterdam. Tel: 020 6228790 / Johan van Hasseltweg 31 Amsterdam SAE INSTITUTE Rotterdam. Tel: 010 4117951 / Kratonkade 5 Rotterdam www.sae.edu


Je legt je ziel en zaligheid in je werk. Het liefst ben je daar de hele dag mee bezig. Het laatste waar je energie in wilt steken zijn belastingzaken, facturen en je administratie. Logisch dus, dat je kiest voor payrolling van Tentoo. Als uitvinder van payrolling, ondersteunen we al 22 jaar filmmakers en hun collega’s in de mediawereld.

Waag de sprong en ga nu naar tentoo.nl


VERS Magazine

35

roemruchte zomerfestivals en hedonistisch vermaak Artikel Mensje van Puffelen Beeld Generation E

H

et is zomer 2015. Dat betekent met je bezwete kont zitten in de overbezette parken, overbevolkte zwembaden en/of op oververhitte festivals. Eenmaal op ‘aanwezig’ geklikt en een ticket in de pocket voert de reis naar één van de vele festivalterreinen. Aldaar bewegen strakke kaken en losse ledematen voort op de soundtrack van ‘Generatie E’. Het is ten slotte 2015, Generatie E is nu jong en het is hun (onze) muziek. Vele pogingen zijn er al gewaagd om deze generatie te definiëren, maar wat maakt Generatie E er zelf van? Zit er meer achter de roemruchte festivalbezoeken dan alleen individualistisch en hedonistisch vermaak in de vorm van seks, drugs en Electronic Dance Music (EDM)? 35


Generation E

VERS Magazine

36

Makers als creatieve gemeenschap Het kan moeilijk zijn te spreken over een generatie als je zelf nog jong bent, en niet door verschillende generaties geleefd hebt. Producenten Catriona Furlong (22), Marijn Maas (22) en regisseur Noam Auerbach (27) – zelf deel van wat ze ‘Generatie E’ noemen – wagen zich er samen met muziekproducent Max Kraan (21) aan door middel van hun project Generation E. Catriona en Noam ontmoetten elkaar tijdens hun master in Schotland. Catriona is opgegroeid in München maar van Engels/Poolse nationaliteit. Noam groeide op in Israel, is van Israëlisch/Duitse afkomst, en woonde jarenlang in Nederland. Marijn en Max, beiden Nederlands, ontmoetten Noam tijdens hun bachelor in Utrecht. De groep kwam onlangs weer samen in Utrecht vanwege hun gezamenlijke interesse in het ondernemen van dit project en hun mix aan verschillende expertises. De thema’s kruisbestuiving, creatieve gemeenschap, internationale en nationale samenwerking, en broedplaatsen zijn de makers zelf dan ook niet vreemd. “Creativiteit en kruisbestuiving zijn niet alleen de cruciale concepten die ons project het levenslicht lieten zien, aangezien wij er zelf gebruik van maken, ze zijn ook belangrijke thema’s in de documentaire zelf”, legt Noam uit. “Dit is omdat de generatie die we willen verbeelden zich er veel mee bezig houdt, het is een belangrijk deel van het verhaal dat we proberen te vertellen. Het gaat niet alleen over muziek, over film, over kunst of mode, het gaat over al deze creatieve uitingen.” De documentaire serie onderzoekt Europese (vandaar de letter ‘E’) jongeren en hun roekeloze, onstuimige reputatie. De thema's die worden gebruikt om deze generatie te duiden worden onder de loep genomen door middel van een gerichte lens op de elektronische muziekscene en festivals. Generatie E Noam en Catriona benoemen nadrukkelijk dat ze geen film willen maken die alleen een viering is van escapisme en feesten, iets waar Generatie E om bekend staat. Volgens de makers ontstond bij het opkomen van elektronische muziek vrijwel direct ook al een gerelateerde cultuur. Een culturele beweging die grotendeels politiek is met liberale en sociaal maatschappelijke ideeën die progressief zijn over gender, seks en homorechten. Wat de

36

makers waarnemen is dat deze beweging in grootte is toegenomen de afgelopen 10 jaar en zo een goede afspiegeling vormt van Generatie E. Maar ‘generatie’ is een vrij vormeloos en moeilijk te duiden concept. Catriona: “Leeftijd is als het ware continuous, je kunt groepen mensen niet op die manier onderscheiden, niet echt. Er zijn andere eigenschappen buiten je leeftijd die bepalen van welke generatie je deel uitmaakt.” “We kijken wel grotendeels naar 20’ers. Tieners zijn te jong”, legt Catriona uit, “en we spraken met 30’ers en 40’ers die toch vaak riepen ‘wat is er toch met die jonge mensen vandaag de dag? Ze zijn alleen maar bezig met hun telefoon’. Ze beschouwen zichzelf niet als deel van die generatie en dat geeft ons wel een goed inzicht in de grens”. The Digital Age Generatie E is de eerste generatie die opgroeide in het digitale tijdperk. Technologie blijkt dan ook één van de belangrijkste thema’s in de documentaire-serie. Maar dat technologie strikt vormend is verbergt volgens de makers juist de waarheid. Online worden dingen gereduceerd, hapklaar gemaakt, en het beweegt sommigen juist te zoeken naar meer diepte, aldus de makers. Festivals zijn dan plekken waar mensen die diepere ontmoetingen op kunnen zoeken, waar je deel uitmaakt van een gemeenschap. Catriona: “Eén van de mensen die we interviewden legde uit dat voor hem en zijn vrienden de festivalervaring vooral draait om het kamp. ‘We zetten onze tenten op, steken de barbecue aan, en mensen komen vanzelf langs om hoi te zeggen en iedereen accepteert elkaar en het is gewoon een mooie gemeenschap.’ Dat gevoel, dat krijg je niet zo snel op andere plekken. Het is trouwens ook een uitgelezen kans om diepere connecties te maken met de mensen die je al wel kent. Want als je op elkaar bent aangewezen in een tentje voor drie dagen dan kan dat nogal een ervaring zijn.” Toch zijn er ook mooie kanten aan de technologische ontwikkeling volgens de makers. Catriona: “De weg is vrij gemaakt en heeft toegang geleverd tot de middelen en de carrières die traditioneel gezien veel hiërarchischer waren. Iedereen kan nu foto’s maken en ze posten op Instagram en Flickr bijvoorbeeld. Creativiteit viert hoogtijdagen”. Individualisme Wat wordt gehouden voor oppervlakkigheid in YOLO’s, hashtags en hipsters is slechts één kant van

de medaille die individualisme heet. “We zijn opgevoed met het idee dat onze ideeën iets waard zijn, dat onze input iets waard is en dat wij unieke individuen zijn. De seconde dat je uit je ouderlijk huis vertrekt en je verhoudt met de buitenwereld voel je druk om naar die standaard te leven. Mensen willen iets creëren dat representeert wie ze zijn.” Catriona voegt toe dat er wordt gekeken naar een generatie jonge mensen in Europa die veelal bevoorrecht is. “We zijn een generatie van mensen die opgegroeid is zonder lijden in termen van politieke onrust en materiële problemen. Lijden kan creativiteit opwekken maar het is ook een luxe om je creatieve beroep te kunnen beoefenen. We moeten in gedachte houden dat de tijd waarin we leven heel bevorderlijk is hierin.” Het incorporeren van de variatie aan thematiek die Generatie E duidt is door de makers op een unieke manier gedaan. Noam: “Wij vergelijken de film wel eens met een DJ-set. Ook bij het maken van deze serie houden we rekening met goede transities, we bouwen langzaam op en gebruiken ‘drops’. We proberen te communiceren op een emotioneel niveau. De communicatie is heel direct en rauw, juist door de combinatie van visuals, muziek en taal.” Authenticiteit en creatiedrang, hedonisme en individualisme maar ook politiek progressief zijn en honger naar gemeenschap en saamhorigheid, het zijn allemaal karakteristieken van wat zo ontastbaar exemplarisch is voor de huidige generatie jongelingen. Voorbij het feesten, het escapisme en de meedogenloze BPM en EDM doemt een wereld op die wel degelijk gekenmerkt wordt door diepgaande contacten en esthetiek.

37


VERS Magazine

38

hoe beelden ons de verbeelding ontnemen Essay Aynouk Tan Illustratie Menah

38


De Esthetiek van Rebellie

VERS Magazine

V

rijheid, rebellie en creativiteit waren zelden zo in zwang als tegenwoordig. Loop een

40

willekeurige winkelstraat in en men wordt ondergedompeld in een landschap dat

zich kenmerkt door ‘Rebel’ truien, krijtborden waar je zelf op mag tekenen en horecagelegenheden die zich laten omschrijven als ‘vrijplaatsen’. Wat betekent dergelijk straatbeeld voor de ontwikkeling van ons voorstellingsvermogen? Aynouk Tan zocht het uit en concludeert: het zichtbare misleidt ons.

Er zullen er nog maar weinigen zijn die het zich kunnen voorstellen: een wereld waarin de beelden nog niet zo leidend waren voor onze ervaring van de werkelijkheid - de wereld voordat de fotografie werd uitgevonden, een wereld waarin geen film bestond, geen gifjes. Het zal een wereld zijn geweest met een keur aan lege ruimtes; saai misschien, maar ook letterlijk als een blank canvas waar allerlei eigen fantasieën op geprojecteerd konden worden. Tegenwoordig vormen de muren een alles verhullende wirwar aan kleuren, vormen, lijnen; spectaculair misschien, maar ook ingevuld. Zo ingevuld zelfs dat wij daar onze ideeën van de werkelijkheid aan ontlenen. Om een voorbeeld te noemen; denk aan Kenia - wie daar nog nooit is geweest, heeft wel een idee van hoe het er daar uit moet zien Maar ook in abstractere zin zijn de beelden bepalend. Net zoals Kenia, heeft ook vrijheid een voorkomen, creativiteit heeft een es- thetiek, en ook rebellie kent een bepaald uiterlijk. Wie een willekeurige Amsterdamse winkelstraat inloopt herkent het gezicht van dergelijke abstracties in een oogopslag. Bij eetcafe en ‘creatieve hangout’ PLLek in Noord, maar ook bij ‘vrijplaats voor koffie’ Bagels & Beans en ‘creatieve stadsoase’ Roest, zit je steevast op houten tafels die gehavend zijn (gemaakt) door regen en wind. Zonder uitzondering zijn er krijtborden aanwezig waarop je gerust zelf een tekeningetje mag maken. Ook in de kledingbranche schieten de ‘vrijzinnige’ modemerken als paddenstoelen uit de grond. Wie zich de ‘freedom to move’ ervaring wil aanmeten doet een (Levi’s) spijkerbroek

40

aan, wie zich een rebels imago wilt toe- eigenen kan terecht bij het label Colourful Rebel. Afgelopen jaar verwierven ze populariteit met T-shirts waarop de woorden ‘rebel’ en ‘boef’ te lezen valt. Creativiteit, rebellie en vrijheid zagen er zelden zo eenvormig uit. In debatcentrum De Balie hield filosoof Ernst van der Hemel een lezing waarin hij de wederopstanding van deze waarden in een breder maatschappelijk perspectief plaatst. Onder de noemer ‘Dwepen met de jaren ’60 romantiek’ bepleit hij dat de waarden die de jaren ’60 kenmerken tegenwoordig zo vaak herhaald en gepredikt worden dat ze tunnelvisie veroorzaken. Oftewel; vrijheid, rebellie en creativiteit zijn zo dwingend en alom aanwezig dat ze groepsdenken en knechting bevorderen. En dat is een paradox. Van der Hemel haalt een gebeurtenis op de Universiteit van Amsterdam aan als voorbeeld. Begin 2015 lanceerde zij een campagne waarin de volgende slagzin centraal stond: ‘UvA-studenten zijn competente rebellen die het lef hebben om door te vragen en dogma’s ter discussie te stellen.’ Niet lang daarna ontwrichtten diezelfde studenten, uit onvrede met allerlei vormen van ‘rendementsdenken’, de gesloten poorten van verschillende universiteitsgebouwen om deze daarna zeven volle weken te bezetten. De reactie van de universiteit bleek niet helemaal aan te sluiten bij de wens zoals die in de campagne geformuleerd was. De boetes voor de bezetting bedroegen 100.000 euro per dag per student, centrale verwarming werd afgesloten en hardhandige

uitzettingen werden succesvol volbracht. Oftewel: op de UvA is rebelleren gewenst, verplicht zelfs, maar niet buiten de torenhoge hekken van de regels.

41

Je zou denken dat scholen die zich specialiseren in het onderwijzen van creativiteit, een minder rigide beleid zouden voeren. Think again. Neem de opleiding Creative Industries van de Fontys Hogeschool in Tilburg. Schrijver en docent Anton Dautzenberg werd ontslagen omdat hij ‘te controversieel’ werd bevonden. Hij verzon interviews en recensies van fictieve romans van bekende schrijvers in NRC Handelsblad. In 2011 werd hij lid van de inmiddels verboden pedofielenvereniging Martijn uit protest tegen de heksenjacht op pedofielen. Dat kan je ‘vervalsing’ noemen of ‘heulen met de vijand’. Wie verder kijkt dan dit soort gemakkelijke oordelen bespeurt in zijn acties eerder kritische vragen: hebben we niet te veel vertrouwen in de journalistiek als objectieve nieuwsbron? Waarom worden pedofielen zonder enig argument afgeserveerd? Oftewel: creatief denken in zijn puurste vorm.

— Wie van het gebaande paadje afstapt, wordt er met de zweep weer heel snel op gedirigeerd. × Op die manier wordt onderwijs een vorm van standaardisering. Ook hier geldt: wie van het gebaande paadje afstapt, wordt er met de zweep weer heel snel op gedirigeerd. En dat staat recht tegenover het aanleren van creativiteit. De gevolgen van zulk onderwijs liegen er niet om. Ze heten Pllek, Bagels & Beans en Colourful Rebel. Waar werkelijke creativiteit zou moeten verwarren en schuren, waar ze vies en onverwacht zou moeten zijn, beoogt deze schijnvertoning niets anders dan consumenten zoveel mogelijk voor een soja latte te laten betalen. Daarmee is creativiteit een middel geworden, in plaats van een doel op zich. Ook hier geldt: creativiteit mag, moet zelfs, maar niet buiten de torenhoge hekken van dat wat verkoopt. Wat wezenlijke creativiteit, vrijheid of rebellie dan wel inhoudt? Dat mag je precies helemaal zelf bedenken. Het is de essentie van het creëren, van het rebellen, van de vrijgevochtenheid. Want een instituut of een tijdschrift of een auteur die daartoe wilt aanzetten en vervolgens zegt ‘doe dit’ ondermijnt zijn eigen boodschap. Beeldmakers dragen daarbij een extra verantwoordelijkheid. Want net zoals de woorden, zijn de beelden nooit neutraal - ze zijn nooit een blanco canvas. Met de beeldtaal waarmee we onze omgeving omschrijven, verwijzen we niet alleen naar onze omgeving, maar daarmee creëren we haar ook. Wij identificeren ons met de ideeën die in de beelden verweven zitten en zo vormen wij niet alleen de beelden, maar vormen de beelden ons ook. De houten tafels en de krijtborden, de shirts waarop in handgeschreven typografie ‘Rebel’ staat, propageren een vrij, rebels en creatief zelfbeeld. En dat weerhoudt ons ervan (letterlijk) in te zien dat de verhalen van rebellie, van vrijheid, van creativiteit nog nooit zo systeembevestigend zijn geweest. Of zoals wijlen Gerrit Komrij zo onomwonden in weekblad De Groene Amsterdammer stelde: ‘We leven onder de dictatuur van de vrijheid, onder de conventie van het onconventionele, onder de verburgerlijking van het antiburgerlijke, onder de normaliteit van de uitzondering.’ Het is het zichtbare dat ons misleidt. Het kijken naar de binnenkant van de oogleden is zelden zo noodzakelijk geweest.

41


VERS Magazine

43

een academische beschouwing van artistiek onderzoek Beschouwing Halbe Kuipers Illustratie Roel van Eekelen

A

ls gescheiden werelden, zo beschouwt men de kunst en wetenschap veelal. Er zijn tegenwoordig echter, misschien meer dan ooit, initiatieven die zich tussen deze werelden in bewegen, die ruimte geven aan een tussengebied. Bijvoorbeeld het samenwerkingsproject Art and Research van de Universiteit van Amsterdam en De Gerrit Rietveld Academie; de vele research schools van het EYE filmmuseum in hun EYE on Art programma; de master Artistic Research die de Universiteit van Amsterdam aanbiedt; het promotietraject dat de Universiteit Leiden heeft onder de naam PhDArts. Kortom, er zijn talloze voorbeelden van programma’s die zich tussen de twee werelden in bewegen, om nog niet eens te spreken van het aantal officiÍle promotieplaatsen dat door kunstenaars wordt ingevuld. Allemaal valt het uiteindelijk samen in een beweging die we artistiek onderzoek kunnen noemen. 43


Tussen Kunst en Wetenschap

VERS Magazine

44 Maar waarom zijn er juist nu zoveel van dit soort

programma’s? En is dit überhaupt wel iets van nu? Met het zicht op een markt die innovatie, interdisciplinariteit en ander soort dwarsverbanden stimuleert, kunnen we in ieder geval spreken van een ‘trend’. Maar een trend lijkt vooral te wijzen op een tijdelijke uitspatting van de aan de markt onderhevige wereld. Een modegril. Doen we daarmee de beweging niet veel te kort? Wat onderscheidt dit artistiek onderzoek van het werk binnen de gevestigde werelden? Hoe is het meer dan alleen een trend en waarom heeft dit vandaag de dag een noodzaak? Hoe voegt een kunstenaar die een promotie onderzoek doet iets toe aan één van beide werelden of aan het gebied ertussen? De specificiteit van artistiek onderzoek Aan de beweging ligt dan ook een zekere specificiteit ten grondslag. Het is namelijk niet zo dat er nooit eerder relaties tussen de twee verschillende werelden zijn geweest; wel is het zo dat deze relaties zich nu op een andere wijze verhouden. Er is binnen de wetenschap – met name in de exacte wetenschappen – veel meer ontwikkeld dat voor de kunstwereld van groot belang is geweest. Deze verhouding is echter een eenvoudige (zowel een enkelvoudige als simpele) tussen de twee werelden: de ene wereld levert iets aan de andere. Andersom zijn er vele voorbeelden te noemen van kunst die iets levert aan de wetenschappelijke wereld. In de filmgeschiedenis, bijvoorbeeld, was theorie al vaak een onderdeel van praktijk. Neem de Russische filmmaker Sergei Eisenstein, die flink wat filmtheorie heeft geschreven welke altijd een integraal onderdeel vormde van zijn films. Of Jean-Luc Godards filmkritiek, welke ten grondslag lag aan zijn films. Bij deze kunstenaars lijkt een onderscheid tussen de twee werelden niet eens aanwezig. Misschien is het onderscheid, het gat dat maakt dat de twee werelden verschillend zijn, wel een contemporain verschil. Een essentieel verschil niettemin, want juist omdat ze nu volledig zelfstandig opereren, hebben ze elkaar des te harder nodig.

44

Dat ze elkaar nodig hebben is, inderdaad, meer een gegeven van de tijd. Er is een zekere onzekerheid in beide werelden geslopen – denk aan hoe de autonomie van kunst in het geding komt en hoe de validiteit van wetenschap niet langer een gegeven is, iets wat vooral naar voren komt in de crisis van de humanistiek – en hierdoor is er een noodzaak voor consolidatie ontstaan. Daar ligt de specificiteit van artistiek onderzoek: de wederkerigheid die plaatsvindt in dit tussengebied geeft aan beide werelden de nodige ruimte. En dus zekerheid. Dat wil niet zeggen dat de werelden zonder wederkerigheid onmogelijk zijn, het is alleen zo dat door de wederkerigheid de werelden mogelijk zijn. Theorie in de praktijk In het werk van kunstenaarsduo Van Brummelen en De Haan staan de twee werelden in een wederkerige verhouding. Van Brummelen is dan ook al enige tijd verbonden als promovendus aan de Universiteit van Amsterdam om artistiek onderzoek te doen. Onder de grotere noemer Drifting Studio Practice, hun praktijk van esthetisch experimenteren, initiëren Van Brummelen en De Haan dan ook verschillende artistieke onderzoeken die zich volledig onderdompelen in uiterst diverse werelden. Zo bevinden ze zich momenteel in het hart van Suriname voor hun nieuwste project. Aldaar doen ze onderzoek naar hoe de inheemse bevolking niet-menselijke dingen ziet als onderdeel van hun sociale structuur. Geïnspireerd door de recentelijk ingevoerde wetgeving in Ecuador, waar moeder aarde (Pachamama) dezelfde wettelijke rechten kreeg als mensen, willen ze kijken naar de mogelijkheden van een vergroot sociaal contract waarin dingen een gelijke plaats krijgen. Zo’n project is enorm en vergt naast veel veldwerk en theoretisch onderzoek ook vooral ruimte om naar buiten gebracht te worden, wat ze proberen op verscheidene manieren.

— DE VERHOUDING TUSSEN DE KUNSTWERELD EN DE WETENSCHAP IS EEN EENVOUDIGE: DE ENE WERELD LEVERT IETS AAN DE ANDERE. ×

45

Halbe Kuipers

Eerlijkheidshalve geven de twee dan ook aan dat artistiek onderzoek voor hen belangrijk is vanwege hele praktische overwegingen: de tijdsdruk voor wetenschappelijk onderzoek blijkt nog altijd milder dan die tegenwoordig is in de kunstwereld. Dat er voor een promotieonderzoek zo’n vier à vijf jaar wordt

45


Tussen Kunst en Wetenschap

VERS Magazine

46

Museumbankje in de maak © Van Brummelen en De Haan

filmstills uit Episode of the Sea © Van Brummelen en De Haan

46

uitgetrokken ligt hen wel. Het geeft ze een mogelijkheid tot verdieping, tot het intensief onderzoeken van de wereld waarvoor ze zich interesseren. In de verdieping is dan ook de meer wetenschappelijke insteek, in termen van theorie, terug te vinden die alle projecten van Van Brummelen en De Haan kenmerkt. Enerzijds zijn ze sterk beïnvloed door wat in de wetenschappelijke wereld tegenwoordig de anthropocene is gaan heten: de onherroepelijke gevolgen van de mens op de planeet, alsook hoe ons denken over de wereld een integraal onderdeel hiervan is. Anderzijds zijn ze beïnvloed door wat New Materialism wordt genoemd: het gedachtegoed dat alles als materie ziet en zodoende niet langer bevoorrechte posities geeft aan slechts bepaalde dingen zoals personen. Gezamenlijk vormen de beide stromingen een specifieke aandacht voor dingen (zowel materieel als immaterieel), een specifieke aandacht waarin ruimte en zelfs autonomie aan die dingen wordt toebedeeld. Deze aandacht is een integraal onderdeel van al hun projecten, of het nou om schrijven, filmen of iets anders gaat. Verder zijn Van Brummelen en De Haan zich continu zeer bewust van hun eigen positie als kunstenaars binnen het geheel. In theorie beargumenteren ze dan ook dat de positie van de auteur, hun eigen positie dus, er niet één is van een auteurschap (waar het kunstobject de wil van de kunstenaar representeert) maar een positie die ze co-auteur noemen (waar zij samen met de dingen waarmee ze interacteren, iets nieuws creëren). Recentelijk hebben ze bijvoorbeeld drie Arawak, een inheemse bevolkingsgroep uit OostSuriname, een museumbank laten maken. Daar een kopie van gemaakt, om vervolgens het gehele productieproces, van regenwoudboom naar kopie vast te leggen. Deze film zal samen met de kopie van het bankje circuleren in de kunstwereld. Zo koppelen Van Brummelen en De Haan de levende boom aan de tradities van de inheemse bevolking aan de massaproductie die het vervolgens onze wereld in brengt én koppelen ze het weer terug naar toeschouwers zittend op dat bankje. Zo is het niet alleen zij die iets willen zeggen, maar het ding zelf, de boom, krijgt ruimte om te communiceren.

Zelfreflectie vormt overigens vaak meer direct een onderdeel van de kunstprojecten die ze initiëren. Zo ook bij een vorig project, Episode of the Sea, waarin de wereld van de vissers in Urk centraal staat. De Episode of the Sea creëert een interne parallel tussen de wereld van de vissers en die van de kunstenaars zelf, beide sterk onderhevig aan de grillen van de wereldmarkt en de daarbij horende kijkwijzen naar ieders wereld. Deze parallel brengt beide werelden dichter bij elkaar, pogend ze te openen en vervolgens weer terug te vouwen op zichzelf. In Episode of the Sea wordt de theorie ook praktisch uitgevoerd aan de hand van technieken. Zo vormt de 35mm camera waarmee Van Brummelen en De Haan filmen een belangrijk onderdeel van de film zelf, als een soort van traditie, één die uit dreigt te sterven en zo dus een sterke parallel met de vissers oplevert. Daarnaast passen Van Brummelen en De Haan ook technieken van vervreemding toe, waardoor er een afstand ontstaat tussen de kijker en de Urkse vissers opdat de vissers, in statige composities en met monotone dialogen, zelf dingen zijn. Continu geobserveerd door de bewegingsloze camera ontstaat ook hier een interne parallel; maar nu tussen het ding in de wereld van de vissers en het ding, de camera, in de wereld van de kunstenaars. De specificiteit van het artistiek onderzoek van Van Brummelen en De Haan, het wederkerige, vinden we uiteindelijk noch direct in het gedachtegoed noch direct in de kunstobjecten die ze produceren. Het wederkerige is vooral te vinden in het geheel dat een project vormt. Het object staat ook hier nooit alleen: het is omgeven door theorie, door het kritische schrijven, door hoe het beweegt in de academische wereld. Het is actief relationeel in en tussen de twee werelden; en in precies dezelfde beweging zijn het de werelden die ruimte geven voor het object. Dit wil niet zeggen dat deze praktijk geheel nieuw is. Het zegt dat in de huidige staat van dingen, hoe de werelden nu zijn gevormd en vooral hoe ze zich tot zichzelf verhouden, ruimte geeft aan verbindingen die helpen om die werelden elkaar te doen versterken.

47

47


Filmstills

VERS Magazine

Mocrorappers

producent: Noisey

3

Robi is pas net begonnen met muziek en dit was z'n eerste officiële optreden, op Appelsap festival – meteen het meest gerenommeerde hiphopfestival van Nederland. 3Robi is van de straat en hij verdient z’n geld daar ook. Meestal is hij kalm, bedachtzaam en nonchalant, maar hier ziet hij voor het eerst dat mensen zijn teksten meezingen en losgaan op zijn muziek. Technisch was dit geen moeilijk shot om te maken, maar de afstandelijke wereld van 3Robi wordt hier in één keer toegankelijk door die, bijna kinderlijke, stralende emotie die elk mens herkent.

V

an dit shot hebben we meer dan 20 takes gedraaid. Niet iets wat we ons vaak konden permitteren. We hadden even geen idee waar we naar zochten, behalve dan dat het beter moest zijn dan wat het was. Te gek om met deze acteurs tot op de komma precies te kunnen werken.

De lange nasleep van een korte mededeling regisseur: Joppe van Hulzen

Joppe van Hulzen – regisseur en co-scenarist

Duco Koops – maker

48

49


Filmstills

VERS Magazine

Broker

regisseur: David-Jan Bronsgeest

M

et nieuwe ogen observeert de vereenzaamde orgaanhandelaar (broker) het zoveelste weerloze slachtoffer van zijn duivelse zaken. Waar snel verdiend bloedgeld ooit genoeg was om zijn geweten te verdoven, is met de jaren de leegte aan hem gaan knagen. Kan er in een verrotte wereld als de zijne nog iets van waarde of betekenis bestaan? Iets puurs, iets goeds? Het gezicht van onze broker is het gezicht van een man die inziet dat hij verdwaald is in het niets, en alleen hijzelf daar iets voor in de plaats kan brengen. Het is tijd. A change is gonna come.

D

it vinden wij een magistraal shot geworden. We zitten hier in een bootje op het Veerse Meer te vissen naar zeemeerminnen, terwijl de ondergaande zon in het water reflecteert. Het straalt precies de magische sfeer uit waar we naar op zoek waren: als een avonturenfilm. Smullen.

Heemennekes en Hellehonden

producent: VPRO Dorst

Tom Hofland en Pascal van Hulst – concept en presentatie

Wander Theunis – scenario

50

51


VERS Magazine

53

for the win Column Meredith Greer Beeld Boris Postma

53


Health Goth

VERS Magazine

O

p de altijd betrouwbare encyclo.nl vind ik twee definities voor het woord ‘broedplaats’:

54

1) Nest en 2) plaats waar gunstige omstandigheden heersen voor de groei van

55

micro-organismen. Beiden impliceren een productieve groei, een eindresultaat. Maar dit is waar de term ‘de online broedplaats’ me in de war brengt.

Iedereen die ooit enige tijd heeft gespendeerd op fora, groepen en communities kent de opmerkelijke voorliefde van Het Internet voor volledige nutteloosheid. Sterker nog, hoe meer ontregeling, hoe beter. Online broedplaatsen: eigenlijk een beetje een contradictio in terminis. Het meest resultaatgeoriënteerde begrip dat van het internet afkomstig is, is FTW. Oorspronkelijk ontstaan in zweterige chatfora van videogames, waar spelers tot het uiterste gaan For The Win. De grap is dat je aan de Win niets overhoudt. Je bent een level verder en mag opnieuw beginnen. De Win is resultaat genoeg, de upvote op je comment, de like op je post, een digitale munteenheid waar je geen droog brood voor koopt behalve epic glory. Wat overigens niet betekent dat niemand er iets aan verdient. Alleen jij zélf niet. In 2013 startten twee bevriende muzikanten een facebookpagina genaamd ‘Health Goth’, met geen enkel ander doel dan uitdrukking geven aan een bepaalde esthetiek. Een overbelicht plaatje van een meisje in een lege kamer met een zwart-wit jaren ’90 jurkje met een industriële rits en witte plateauzolen die sporty spice niet hadden misstaan. Een hypermodern zwartgazen imkerpak. Een profielfoto die het midden hield tussen een logo voor een regenjas en een tribal/ Thunderdome feest uit 1999. High tech gezichtsmaskers tegen smog in Japan, Fashion orgasmen voor latexfetisjisten. Een stockfoto van een zakenman op een Segway. In klassieke internetstijl wordt er met een uitbundige en vrolijke minachting voor de oorspronkelijke bron door iedereen die de grap snapt een nieuwe context gemaakt voor de beelden. Wat lelijk, raar, afstotelijk, of banaal of zo cool als je Ome Twan was, werd hier ineens de shit.

54

Waar muzikanten lak hadden aan je copyright en sampleden en mashten tot ze erbij neervielen, gebeurt er in esthetisch opzicht in communities als Health Goth iets vergelijkbaars. Een esthetiek is, net zoals muziek, niet iets tastbaars. Het is een manier van kijken, een raamwerk om schoonheid te kunnen vinden, een context waar nieuwe visuele invalshoeken in gevonden kunnen worden. Omdat bestanden nu oneindig deelbaar en bewerkbaar zijn worden de concepten die ze bevatten vloeibaar. Ideeën die met elkaar willen kruisbestuiven en zich weer voortplanten in absurde, onverwachte hybriden. “Information wants to be free” is het oude adagium van de vroege stadia van Het Internet. En hoe onwaarschijnlijker de liefdesbaby is die je uploadt, hoe groter je Win. Kijk naar de Teletubbies die Die Antwoord lipsyncen. Health Goth vond al snel een vruchtbare bodem voor zijn nieuwe raamwerk. Het bleek een kapstok waar concepten aan gehangen konden worden van een campy nostalgie naar gabberjeugd tot een wrang soort dystopische kijk op de wereld. Cyborgs en een versmeltingen van lichamen en technologie. Een toe-eigening van hyperkapitalistische merken en hun esthetiek, versmolten met een voorliefde voor het uniform van relschoppers op straat, haute couture, de natte droom van een smetvrees OCD-er en stock foto imagery. Het slaat helemaal nergens op en toch klopt het. Het internet groeit ideeën, geen producten. Ideeën vermenigvuldigen simpelweg te snel om er productie aan te verbinden, en daarnaast is niemand eigenaar. Wat wordt gedeeld is een gezamenlijke manier van kijken. Wat er wordt gemaakt - als er al iets wordt gemaakt - bestaat niet uit olieverf of uit klei, maar uit commercials, wegwerpproducten en reclamefolders.

Internetcultuur pakt het overschot aan beelden waarmee we worden platgebombardeerd en maakt er lego van. Het is culture jamming voor gevorderden, subversief als een malle, maar te vanzelfsprekend om een revolutie te ontketenen. De passieve toeschouwer die kwijlend naar de tv staart neemt het visuele geweld als een combinatie van kunstmest, olieverf en molotov cocktail. Een schilderspalet vol signifiers en signifieds, gewoon voor de fatoe. Het waren de rellen in Londen, die de wereld in de fik wilden zetten zodat de Footlocker kon worden geplunderd voor een paar Nikes. Binnen een jaar na de oprichting van de pagina werd de term ‘Health Goth’ opgepikt door The Guardian, The Times en zelfs de Marie friggin’ Claire. Dudebro’s begonnen slechte kwaliteit T-shirts te verkopen. Ze konden het concept verkopen als niets meer dan ‘gymkleding’ en ‘gothic’ in een blender. Dat verkoopt misschien lekker, maakt de wereld wat minder ingewikkeld voor modetoeristen op doorreis, maar het dekt nou niet bepaald de volledige lading van dit digitale gesamtkunstwerk. Voor Nike en Adidas was de stap van het co-opten van het concept al helemaal niet ingewikkeld, de Health Goth esthetiek was hun nineties esthetiek al vrolijk aan het perverteren. Denk aan zwarte condooms met ‘Just Do It’ of een body modification met littekens van Adidas strepen. De merken hoefden de subversieve elementen alleen te pasteuriseren, even de ongemakkelijke rauwe randjes er afpoetsen en daar is je reclamecampagne. De online verkoopcijfers van Nike gingen in de zomer van 2014 met 70% omhoog. Toen H&M de stijl in productie nam voor de massa was de cirkel rond. Een beetje hetzelfde als toen ze ‘Made in Taiwan’ shirts bedrukt met Kurt Cobain gingen verkopen. Er werd eindelijk geld verdiend aan The Win. Alleen niet door jou.

55


VERS Magazine

56

wat gebeurt er als creatieven wisselen van beroep? Interviews Janneke de Jong Fotografie Aynouk Tan

R

egisserende schrijvers, schilderende muzikanten of dansende fotografen; van een combinatie in disciplines kijkt niemand meer op. Maar zijn disciplines wel inwisselbaar? VERS portretteerde 3 creatieven die wisselden van beroep. Wat blijft er over van iemands unieke stempel wanneer hij een ander medium kiest? Voor de gelegenheid wisselden de makers van dit stuk ook van perspectief: filmmaker/ fotograaf Janneke de Jong werd voor even journalist. Journalist Aynouk Tan maakte de foto’s. 56


Feest der Verandering

59

Hasna el Maroudi (30)

is opgeleid als modeontwerper en schrijft nu columns voor o.a. Joop.nl en Opzij “Compleet bleu begon ik met mijn studie in de mode. Het maken van kleding was mijn passie en ik onderscheidde me ermee. Maar de studie was een vreselijke struggle. Ik was slécht! Maar ik kon goed lullen en mijn concepten waren goed uitgewerkt. Ik kaartte de thema’s aan die ik nu, in mijn columns, nog steeds aankaart. Zo ging mijn eindexamencollectie over de schizofrenie van het tegelijk Nederlands en Marokkaans zijn. Of ik maakte een collectie over borstamputatie en de perceptie van het vrouwenlichaam. Mijn werk ging vooral over identiteit en dat doet het nog steeds. Ik wil statements maken. Met mode kan dat. Over bijvoorbeeld gezondheid of etniciteit. Waarom zijn modellen bijna altijd dun en blank? Maar het proces van mode duurt zó lang: tegen de tijd dat ik de stoffen heb gekozen wil ik alweer wat nieuws. Nu lees ik iets, schrijf ik het meteen en vanmiddag staat het online. Dan heb ik mijn dosis adrenaline binnen en kan ik weer door. Het is lekker snel en er is meteen interactie. Woorden zijn veel directer dan kunst, want kunst laat ruimte voor interpretatie. Ik wil helemaal niet dat je interpreteert wat ik misschien te zeggen heb. Ik wil gewoon dat je weet wat ik zeg! Vroeger bevredigde mode me, ik had niets anders nodig. Omdat ik me nu op de politiek heb gestort heb ik die band er minder mee. Ik probeer de ontwikkelingen in de mode wel te volgen en dan kan ik die inspiratie weer voelen. Maar je moet een keuze maken. Mode kan maatschappelijke veranderingen teweeg brengen, maar het is mij te langzaam. Ik kan niet alle ontwerpers bijhouden als ik de hele dag Rutte heb gevolgd.”

59


VERS Magazine

60

Emiel Steenhuizen (34)

was regisseur, is nu tatoeëerder en bezig met een kinderboek “Ik ben er ingerold, ik heb nooit bewust gekozen voor het regisseren. Na het Grafisch Lyceum en een opleiding animatie maakte ik een clipje voor vrienden. Toen ging het lopen. Ineens stond ik op de set mensen aan te sturen. Het filmmaken zelf, het met zijn allen op de set staan en het bedenken van een verhaal, is super leuk. Maar het gedoe er omheen, het tevreden moeten houden van zo veel partijen, wat minder. Al die stress over of een plakje kaas wel de juiste kleur geel heeft, dat wilde ik niet meer. Na de viewing op vrijdag gingen al die klantjes weer naar huis en they don’t give a shit. Ze zijn je op zaterdagochtend alweer vergeten. Bij het tatoeëren is de klant betrokken bij wat jij maakt. Ze komen van over de hele wereld speciaal voor jou. Ik kom ze jaren later weer tegen en ze zijn nog steeds zo blij met hun tattoo. Je bent een onderdeel van hun leven geworden. Het is oprecht, het is blijvend. Dat geeft me voldoening. Ik hou van nieuwe dingen. Eerlijk gezegd had ik met filmen niet echt een idee waar ik mee bezig was. Ik probeer altijd te werken vanuit het onbekende, zonder terug te vallen op dat wat ik al ken. Laatst had ik een expositie met alleen collages, omdat ik knippen haat en plakken een klotewerk vind. Maar daarmee laat ik wel mijn skills los en kom ik tot iets nieuws. Of het nou een film, een schilderij of een kinderboek is. Ik wil een vrij man zijn. Nu werk ik wanneer ik er zin in heb en daarnaast kan ik dingen maken. Dat is waar ik van hou. Maak iets or die trying. Grappig genoeg voel ik me, nu ik van 9 tot 5 werk, een vrijer mens dan ooit.”

60


Feest der Verandering

63

Eva Vrieling (28)

is danseres en meubelstoffeerder “Als danser voer je uit wat een ander heeft bedacht. Toen ik laaiend werd op de choreograaf omdat hij mijn bewegingen verneukte dacht ik; ‘misschien wordt het tijd om eens wat anders te proberen’. Ik begon met dansen omdat ik me kon uiten in beweging. En ik was er goed in. Ik vind het heerlijk om minutieus en aandachtig met mijn lichaam bezig te zijn. Maar ik wil wel mijn eigen verhaal vertellen. De danswereld vind ik hartstikke kut: er wordt veel gezeurd. Ja, er is weinig werk, maar we moeten veel proactiever zijn en zelf werk creëren. Al dan niet betaald. Dansen is heel erg duur, en het is onmogelijk om elke danser aan het werk te hebben. Dat betekent niet dat je niets waard bent als je geen werk hebt. Het is zo’n mooi vak en ik weiger het negatief te benaderen. Als danser heb ik een verhoogd lichaamsbewustzijn: ik ben me bewuster van houding of de informatie die je via je huid binnen krijgt. Ik denk dat ik vanuit dat perspectief ook naar meubels kijk. Ik onderzoek de tactiliteit van meubels. Wat voor effect hebben de meubels op onze zintuiglijkheid? Een meubel kan bijvoorbeeld geborgenheid geven. Het doet iets met je lichaam, en daarmee met je gemoedstoestand. Dans is ongelofelijk abstract. Het zijn vormen die een gevoel in jezelf oproepen, maar je kunt er de vinger niet op leggen. Het is open. Meubels stofferen is zo concreet als het maar kan: je moet er op kunnen zitten. Dans gaat over vrijheid, meubels over beperking. Het minutieuze, het subtiele; dat is mijn handschrift. Dat zie je in beide disciplines terug. Het meubelstofferen is heel erg beïnvloed door mijn dansachtergrond: ik werk vanuit een fantasie. Het hoeft niet per se mooi te zijn, maar het moet wel een ervaring zijn. Het dansen is deel van mijn DNA geworden. Al stoffeer ik nu meubels, ik blijf mezelf zien als danseres.”

63


nieuws | agenda | bookshop

site photoq.nl

bookshop Wijdesteeg 3A, 1012RN Amsterdam


BRABANTS AV-TALENT SPOTTEN? OF ZELF IN DE SPOTLIGHT? KIJK OP KONKAV AUDIOVISUEEL NETWERK BRABANT WWW.KONKAV.NL CHECK @konkavnl / #konkav / www.facebook.com/konkavnl


VERS Magazine

68

Hoofdredactie

Jesse van Amerongen (jesse@versfilmentv.nl) / Mensje van Puffelen (mensje@versfilmentv.nl)

Woord

Aynouk Tan / Halbe Kuipers / Janneke de Jong / Jesse van Amerongen / Mensje van Puffelen / Meredith Greer / Willem Bosch / Willem Don

Beeld

Boris Postma - borispostma.com Catharina Gerritsen - catharinagerritsen.com Gijs Kast - gijskast.com Janneke de Jong - jannekedejong.com Kazuma Eekman - keekman.com Menah - menah.nl Roel van Eekelen - roelvaneekelen.com

Art Direction & Vormgeving Tjade Bouma - tjadebouma.nl

Online

versmagazine.nl versfilmentv.nl

Drukkerij

Tesink - tesink.nl

Met dank aan

Aaron Rookus / Boukje Cnossen / Bureau Broedplaatsen / Catriona Furlong / Duco Koops / Emiel Steenhuizen / Eva Vrieling / Hasna el Maroudi / Herrie Film & TV / Iris Otten / Isabel Lamberti / Jeroen Horrevorts / Johan Fonk / Jona Honer / Jorn Mooij / Joppe van Hulzen / Lonnie van Brummelen / Maik Mirkovic / Marijn Maas / Max Kraan / Melvin Simons / Nederlands Film Festival / Noam Auerbach / Noisey / One Night Stand / Pascal van Hulst / Robbert Vos / Roel Griffioen / Roy Pereira / Sam de Jong / Siebren de Haan / Thijs Roes / Tom Hofland / VICE / VPRO Dorst / Wander Theunis / Wouter van Gent

VERS Magazine is mede tot stand gekomen met steun van het Nederlands Filmfonds

68


versmagazine.nl

Profile for VERS

VERS Magazine 15/16  

VERS Magazine 2015/2016 – hét magazine voor en door Nederlandse beeldmakers - is op 29 september gelanceerd tijdens het Nederlands Film Fest...

VERS Magazine 15/16  

VERS Magazine 2015/2016 – hét magazine voor en door Nederlandse beeldmakers - is op 29 september gelanceerd tijdens het Nederlands Film Fest...

Advertisement