{' '} {' '}
Limited time offer
SAVE % on your upgrade.

Page 1

VERS Magazine 2014/2015

#2


Specialistische verzekeringen   voor  Media,  Entertainment  &   Audiovisuele  branche.

Je legt je ziel en zaligheid in je werk. Het liefst ben je daar de hele dag mee bezig. Het laatste waar je energie in wilt steken zijn belastingzaken, facturen en je administratie. Logisch dus, dat je kiest voor payrolling van Tentoo. Als uitvinder van payrolling, ondersteunen we al 22 jaar filmmakers en hun collega’s in de mediawereld.

Waag de sprong en ga nu naar tentoo.nl

www.mediapolis.nl 035 677  31  03  |  ‘s-­Gravelandseweg  69  |  1217  EJ  HILVERSUM


BRABANTS AV-TALENT SPOTTEN? OF ZELF IN DE SPOTLIGHT? KIJK OP KONKAV AUDIOVISUEEL NETWERK BRABANT WWW.KONKAV.NL CHECK @konkavnl / #konkav / www.facebook.com/konkavnl


The documentary-style camera

ALEXA image quality up to 200 fps

Single-user ergonomics perfect shoulder balance

Cost-efficient in-camera grading

ARRI product quality rugged and reliable

ARRI AMIRA. TRULY CINEMATIC.

www.arri.com/qr/dist/amira

For more information please contact: Vocas Sales & Services Larenseweg 121 1221 CL Hilversum Netherlands

T: +31(0)35-6233707 info@vocas.nl www.vocas.nl


VERS Magazine

14

9

10 — 11 46

36 — 39

×

×

Voorwoord door Robbert Vos & Laura Kemp

Filmstills filmtalent zet de tijd stil en reflecteert op eigen werk

12 — 13

De Toekomst van de Nederlandse Filmproductie door Pim de la Parra Sr. Jr

14 — 21 30

×

De Filmband het verhaal van een eigenzinnig filmcollectief

22 — 29

36

40 — 45

×

Criticus de eenzame kunst van het recenseren

46 — 49

×

Professioneel Twijfelen de gloriedagen van het egodocument

50 — 53

×

×

Totdat het goed is wat doen we onszelf aan?

30 — 35

×

Filmstills filmtalent zet de tijd stil en reflecteert op eigen werk

×

Van Privé naar Publiek Domein beelden van beveiligingscamera's in de bioscoop

54 — 59

×

De Omgekeerde Route waarom Zarayda Groenhart televisie inruilde voor het internet

54

9 40


VERS Magazine

10 Woord Robbert Vos & Laura Kemp Beeld Boris Postma

E

r is een verandering gaande binnen de creatieve industrie. Een nieuwe generatie jonge film- en televisiemakers maakt zich gedwongen en ongedwongen, los van het systeem. De nieuwe beeldmaker begeeft zich buiten de geijkte paden en vindt daar nieuwe wegen naar films, series, foto’s en andere kunstvormen. Deze generatie beeldmakers kenmerkt zich door een drang naar autonomie. Onafhankelijk van geld en conventies. Onafhankelijk van techniek, traditionele distributie en media. Geen beperkingen meer zien, maar mogelijkheden. Deze drang naar autonomie mag niet verward worden met individualisme, integendeel. De makers van morgen zijn collectivisten en idealisten. Het zijn dromers en denkers. Romantici en realisten, maar vooral zijn het liefhebbers. Liefhebbers van verhalen en beelden. Maar bij groei hoort groeipijn. En bij risico hoort falen. De ontwikkeling van al die autonome, creatieve projecten gaan hand in hand met chaos, vallen en opstaan. Bovendien zijn we als makers ook nog op zoek naar onszelf. Op zoek naar een identiteit en op zoek naar de manier van werken die past bij ons denken. In een tijd waarin makers zich aan het ontworstelen zijn en oude tradities bevragen, signaleren wij een behoefte om stil te staan. Stilstaan in de vorm van een document waarin we de huidige ontwikkelingen de ruimte geven om te laten zijn wat ze zijn. Als een film still, een moment creëren om na

10

te denken en te reflecteren. Dit willen we doen door verhalen te vertellen. Verhalen van de onafhankelijke makers die volgens ons illustratief zijn voor de nieuwe autonoom. Maar we willen ook stilstaan door kritische vragen te stellen over onszelf. ‘Waarom is de egodocumentaire zo in zwang?’ En: ‘waarom blijven we in hemelsnaam creëren, soms tegen beter weten in?’ Vanuit Paramaribo schrijft grootvader van de Nederlandse cinema Pim de la Parra een brief aan nieuwe filmmakers. We vertellen het verhaal van filmcollectief De Filmband die op onorthodoxe wijze zelf een bioscoopfilm produceerde. Ex BNN presentator Zarayda Groenhart verliet de televisiewereld omdat ze de tv wetten niet meer wilde volgen en startte haar eigen online talkshow. En een dag lang volgden we ‘beeldenplukker’ Roeland van Doorn die mensen aan het denken wil zetten met zijn documentaire bestaande uit beelden van onbeveiligde beveiligingscamera’s. Dit magazine is onze manier om de tijd even stil te zetten, na te denken en te reflecteren. Een aanvulling op het online platform van VERS; het podium voor de nieuwe beeldmaker. Laura Kemp & Robbert Vos Hoofdredactie VERS Magazine


VERS Magazine

Pim de la Parra

Beste redactie,

12

Het doet me goed dat u mij hebt uitgenodigd om de jonge filmmakers van VERS een toekomstvisie voor te houden, die ze mogelijk zal kunnen bemoedigen in hun streven om korte en lange fictiefilms en documentaires in Nederland van droom tot daad te brengen, come hell or high water. Ik sta in contact met flink wat talentvolle en gepassioneerde aspirant-filmmakers en het valt me op dat zij aansluiting zoeken bij een stroming die ze buiten de gangbare kanalen om in staat zou stellen om te kunnen participeren in filmproducties van gelijkgestemden, waar ze individueel en collectief kunnen groeien in hun cinematografische ontwikkeling, en vrijelijk kunnen experimenteren. Dat was de grote verdienste van de minimal movie stroming, die in 1988 door de nood gedwongen begon met de productie van ‘Lost in Amsterdam’ en in 1994 aan zijn eind kwam met ‘Dagboek van een zwakke yogi’. Tien productieboeken van tien voltooide minimal movies doen iets fundamenteels over de nationale fictiefilmproductie uit de doeken, dat nog steeds over het hoofd wordt gezien door beleidsmakers, bestuurders en directies van mediafondsen en diverse filmopleidingen, namelijk dat een bruisende, vitale en originele Nederlandse filmproductie niet gebaat is met een veel te rigide focus op zogenaamd commercieel succes. Succes is in filmproductie niet echt te veroorzaken, en is eerder een gevolg van iets dat niet door één of andere commandostructuur is af te dwingen, maar te maken heeft met een belangeloze visie op de ontelbare nog onbenutte mogelijkheden van de cinematografische expressie. Helaas bestaat er een blinde vlek voor de grote achterstand die filmland Nederland kent in vergelijking met zowat alle andere Europese naties: een enigszins continue speelfilmproductie begon pas in de tweede helft van de vorige eeuw, zodat film maken niet echt een vak is dat zich erg diep heeft ingevreten in de psyche van een Nederlander, zoals wel geldt voor een Fransman, Italiaan, Engelsman, Spanjaard, Zweed, Duitser, Pool, Rus of Hongaar, om me maar tot deze bekende filmlanden te beperken. Dat hebben mijn toenmalige collega’s en ik aan den lijve ondervonden toen we in 1962 het filmblad SKOOP oprichtten, waarin ik anno 1964 een serie artikelen schreef getiteld ‘Naar een jonge Nederlandse speelfilmproductie’. Er werden toen overwegend documentaires gemaakt en voor een lange fictiefilm werd vaak een buitenlandse regisseur aangetrokken. We leerden jongens als Bernardo Bertolucci en Martin Scorsese kennen, maar het drong pas jaren later tot mij en Wim Verstappen door, dat het ons nooit zou lukken om ons op

12

soortgelijke schaal te kunnen profileren als voor hen mogelijk was vanuit hun geboortelanden Italië en de Verenigde Staten, waar cinema zowel kunst als commercie kon zijn. Een Nederlands gesproken film was toen een onding dat het kijkgedrag van de bioskoopbezoeker verstoorde, want die was gewend om ondertitels te lezen, waardoor het geluidsvolume in de bioskopen veel te laag stond afgesteld, en bijna elke Nederlandse film voor de kijker een bittere pil was. Daarom was mijn speelfilmdebuut ‘Obsessions’ ook Engels gesproken, zodat de Nederlandse kijker tenminste zijn ondertiteling niet zou missen. En ten gevolge hiervan was deze film ook het eerste grote commerciële succes van een Nederlandse film in het buitenland, totdat ‘Blue Movie’ van Wim Verstappen onze toekomst als filmmakers radicaal veranderde en $corpio Films bv hierna nog zeven lange fictiefilms kon produceren, eindigend met ‘Wan Pipel’. Mijn indruk is dat de jonge filmmakers in Nederland hun basis niet kennen en geen hoge pet op hebben van hun eigen filmgeschiedenis. Dat is een grote dwaling die maakt dat zij geneigd zijn om te vergeten dat ze door de taal zijn geconditioneerd en ook gedoemd zijn om low budget films te produceren. Een studie van alle Nederlandse lange fictiefilms zou veel nieuwe makers inzichten kunnen geven die ze nu ontberen, waardoor het wiel steeds opnieuw moet worden uitgevonden. De diverse fondsen en filmopleidingen kweken het liefst onbewuste filmmakers. Rebelse temperamenten worden afgewezen en daar ben ik een goed voorbeeld van. Originaliteit en authenticiteit blijken niet erg in zwang te zijn. Het speelse element lijkt te worden uitgebannen en er wordt gestreefd naar een film- en televisie-industrie die wordt beheerst door ‘formats’ die een robotiserende uitwerking hebben. Robert McKee en Linda Aronson zijn geweldige screenplay consultants, een studie van hun boeken is zeker aan te bevelen, maar er zijn genoeg boeiende films te maken die op een heel andere dramatische leest zijn gestoeld, en daardoor niet klakkeloos eenzelfde vertelmanier volgen. Juist een land als Nederland kan voorgaan in een andere aanpak.

13

Woord Pim de la Parra Sr. Jr.

Beste redactie u ziet het: ik kan de jonge filmmakers geen troost bieden. Fictiefilmproductie vereist overal op aarde een guerilla tactiek van een groep makers met een brandende ambitie. Laat je passie voor filmmaken niet doden door de diverse instituties. Volg je eigen weg. Doe waar je in gelooft, en geloof in wat je doet. De rest is verspilling van tijd en energie.

13


VERS Magazine

14

het verhaal van een eigenzinnig filmcollectief Woord Robbert Vos Beeld Emil Pabon

L

‌unchtijd; het heetste uur van de dag. De tafels aan het strand ‌worden bezet door zelfbenoemde prominenten. Actrices wroeten door hun salades Niçoise en nippen aan hun rosés terwijl Amerikaanse producenten zich beklagen over vermiste French fries bij hun petit burger. Naarmate de lunch vordert lopen de bestellingen van flessen champagne op; bezegelingen van succesvolle miljoenendeals. Vijftig meter verderop is het druk bij het Nederlandse pavilion riviera. Voornamelijk Nederlandse filmprofessionals zoeken elkaar op en prikken blokjes kaas weg. De parasols gaan open op het paviljoen; het is te heet.

14

15


VERS Magazine

16

In de schaduw van het festival zitten Melvin Simons en William Spaaij op een bankje onder een boom. William zet zijn tanden in een burger van zeven euro. “Niet echt Cannes, maar zoveel lekkerder”, zegt hij. Melvin knikt bevestigend terwijl een druppel ketchup tussen zijn afgetrapte All Stars valt. De twee steken af tegen het grootste deel van de bezoekers. Geen jasje dasje, maar spijkerbroek en t-shirt. Melvin ziet eruit zoals een regisseur een regisseur zou omschrijven: een bos warrig haar, kleding van de avond ervoor en een nonchalante houding – een imago waarvan hij zich wel degelijk bewust is. Geruststellend en intrigerend tegelijk. William is duidelijk de prater van de twee. In tegenstelling tot Melvins baard is die van William wel netjes bijgehouden. Hetzelfde geldt voor zijn kapsel. Zijn hippe maar niet te opvallende kleding maakt het plaatje compleet. Geen kreukje, ieder detail klopt. Met filmcollectief De Filmband zijn de mannen uitgenodigd in Cannes om hun korte film ‘Geen klote’ te vertonen. De film won eerder dat jaar de wereldtitel van het 48 Hour Film Project en een vertoning op Festival de Cannes maakte onderdeel uit van het prijzenpakket. En dan te bedenken dat ‘Geen klote’ bijna niet was ingezonden. Maar de mannen zijn in Cannes met een andere missie: het onder de aandacht brengen van '30 Milligram’, hun eerste feature film, gemaakt voor nog geen vijf duizend euro. “Wat begon als een liefelijk project in de avonduren, groeide al snel uit tot een serieuze productie. Maar het is absoluut geen hobbyproject! We hebben bijzonder goed talent bij elkaar gekregen. Allemaal professionals, het enige dat we soms misten was speelfilmervaring en middelen, maar dat geeft de film juist een bijzonder karakter.” Een bijzonder verhaal “Het idee ontstond twee jaar geleden toen William en ik samen met Dieter (Jansen red.) over de Parade in Amsterdam liepen. Dieter en William hebben allebei heel veel ervaring in het acteervak, Dieter vooral als stemacteur en William in het theater. Zelf heb ik een documentaire achtergrond. Maar geen van ons had ooit een speelfilm gemaakt en de kans dat we gevraagd zouden worden leek ons erg klein. Dus besloten we die dag om zelf een film te gaan maken”, vertelt Melvin vol overtuiging. “We zijn er van overtuigd dat als je iets wilt bereiken je niet moet gaan wachten tot het naar je toe komt, maar dat je zelf het initiatief moet nemen. Qua techniek is het makkelijker dan ooit om een film te maken, maar aan de basis staat natuurlijk nog wel altijd een bijzonder verhaal”, vult William Melvin aan. Dat bijzondere verhaal kwam er. In een obscuur restaurantje aan de Overtoom woedde er een pittige discussie tussen het drietal, van de economische crisis tot aan de quarter-life-crisis. Eigenlijk is er maar één oplossing wordt er geconcludeerd: een verplichte euthanasiepil voor babyboomers. Waarschijnlijk werd er gelachen om de absurditeit van het voorstel, maar de drie mannen aan tafel wisten direct dat dit het verhaal was dat ze zochten. “In de Nederlandse maatschappij hebben we veel vrijheden. We hebben de vrijheid om te discussiëren over bepaalde thema’s waarin wij vooruit lopen op de rest van de wereld. De verhalen die daaruit voortkomen, dat is de kracht van Nederlandse film”, zegt Melvin. Een logische eerste stap zou zijn om een filmproducent te zoeken, maar daar dachten de leden van De Filmband anders over. Want een stap naar een filmproducent zou betekenen dat ze concessies zouden moeten doen. “Producenten kiezen vaak de veiligste weg. Natuurlijk doen ze dat. Wij kunnen ook wel een format voor een film bedenken waarmee we een commercieel succes scoren, maar dat zijn niet het type films dat we willen maken”, aldus Melvin.

16

De Filmband

Geen producent betekent ook geen subsidie van het Filmfonds. En daarover hebben William en Melvin een dubbel gevoel. “Enerzijds wil je dat het Filmfonds geld over heeft voor projecten zoals ‘30 Milligram’. Anderzijds hadden wij dan moeten voldoen aan de smaak van het fonds en was de film nooit geworden wat ‘ie nu is. Kijk bijvoorbeeld naar onze casting”, zegt William die zelf voor de casting verantwoordelijk was, “we hebben acteurs rollen aan kunnen bieden waarvoor ze anders nooit gevraagd zouden worden. Joep Onderdelinden wordt altijd gevraagd voor komische rollen, bij ons speelt hij een veel serieuzere rol als baas van een afdeling van ambtenaren die babyboomers vermoorden.” Het zelf produceren zorgde voor een microbudget; net geen vijfduizend euro, betaald uit eigen zak. “Eigenlijk hebben we alleen het eten betaald”, bedenkt William zich. Door het kleine budget waren de mannen afhankelijk van bekenden en andere enthousiastelingen die hun eerste stappen in film wilden zetten; vaak succesvol, soms ook niet. “Het eerste scenario lijkt eigenlijk nauwelijks meer op de film. Als je dat script terugleest… Alles ging kapot. Ontplofte parkiet en Karel en Bert met kettingzagen. Productioneel totaal niet haalbaar”, herinnert Melvin zich. William weet de eerste lezing nog: “We zaten met de acteurs en Melvin bij elkaar en lazen gezamenlijk het script door totdat Tom Jansen opeens zei: ‘Waarom moeten we dit verhaal vertellen?’ Hij vond het gewoon heel slecht. Toen sloeg bij mij wel de twijfel toe: Moeten we dit wel maken?” Een week voor de opnames gingen William en Melvin met een grote rode pen door het script. Tussen optredens van ‘Shrek’ de musical door herschreef William het script. Dialogen werden geschrapt of van personage gewisseld en het geweld ging er grotendeels uit. “Wij hadden natuurlijk zelf de karakters ontwikkeld, dus ik voelde zelf beter aan welk karakter welke tekst sprak. Daarbij kwam dat de schrijver veel meer op de komedie zat en Melvin en ik op de drama. Maar de grote lijnen van het verhaal zijn echt wel blijven staan.” Toch was de twijfel nog niet weg bij William. “Pas toen Tom het gelezen had en zei dat het ‘veel en veel beter was’, was ik overtuigd dat we deze film gingen maken.” Tijdens de eerste crewmeeting zag Melvin pas wat het project had losgemaakt. Tientallen mediaprofessionals – voornamelijk televisieprofessionals – waren op de oproep afgekomen. “We hadden een kantoorpand op de gracht te leen. Ik kwam daar en de ruimte zat vol met mensen, allemaal enthousiastelingen als wij die een speelfilm wilden maken. Bij de voorstelronde bleek al snel dat de kamer vol zat met productiemedewerkers, niet één geluidsman!” Maar je krijgt wat gedaan als je een ruimte vol producers hebt. Binnen no time was er een crew samengesteld en een dag later stonden er dertig man op de set. “Ons schema was wel zwaar, achttien dagen draaien in twintig dagen tijd”, vertelt William. “We werkten met verschillende mensen op verschillende dagen. Er waren dagen dat we met vier verschillende cameramensen op de set stonden. Dat was niet altijd even ideaal”, aldus Melvin. “Maar tegelijkertijd zorgden de nieuwe gezichten wel steeds voor nieuwe energie en dat zorgde wel voor een hele fijne sfeer op de set.” “Mijn vriendin (Noortje Herlaar, red.) staat vaker op filmsets en zei van tevoren dat het ons nooit ging lukken om een gestructureerde set te krijgen met zoveel vrijwilligers. Een aantal maanden later stond ze op de set van een grote productie en belde ze me om te vertellen dat ze jaloers was op hoe soepel het bij ons was verlopen op de set!”, vertelt een lachende William. De laatste scènes staan erop. Iedereen is kapot. Maar er staat nog een inschrijving open voor het 48 Hour Film Project in Amsterdam. “Ik kon er niet aan denken, had er eigenlijk geen energie meer voor”, herinnert Melvin zich. William ziet het als een mooie afsluiter, “ik belde Melvin om hem over te halen om nog één weekend te draaien.” Toen sprak Melvin de profetische

17

17


— ERGENS IN DE KOMENDE VIJF JAAR MAKEN WE EEN FILM DIE DOOR HET THEMA EEN INTERNATIONAAL SUCCES WORDT. × De Filmband


VERS Magazine

20

woorden: “ik doe alleen nog mee als we de wereldtitel pakken”. En dat gebeurde, De Filmband won met hun korte film ‘Geen klote’ de wereldtitel van het festival en zorgde voor zowel nationaal als internationaal succes. “We waren eigenlijk helemaal niet tevreden over het eindresultaat. We wisten dat het een goed verhaal was en dat het spel af en toe heel goed was, maar er zat geen balans in het gevoel van de film. We hebben op het punt gestaan om de film helemaal niet in te leveren”, zegt Melvin. Maar het succes van ‘Geen klote’ brengt de mannen in Cannes. In de tas een aantal scènes van ‘30 Milligram’, die dan – na bijna een jaar monteren – zo goed als af is. En in de hete zon van Cannes raakt alles in een stroomversnelling. Work in progress Ik ontmoet de mannen weer een week na Cannes. Dit keer op hun kantoor in Amsterdam; een voormalig schoolgebouw waar de kindertekeningen nog aan de muur hangen. Het festival heeft gezorgd voor een buzz. Aan tafel bij Humberto Tan maken de mannen bekend dat ze een distributeur hebben en er is interesse van een internationale salesagent. Een ‘work in progress’ versie wordt verstuurd naar verschillende festivals: Toronto, Locarno en het Nederlands Film Festival. De sky lijkt de limit. Maar twee maanden later is de storm gaan liggen. De film is afgewezen voor Locarno en de distributeur heeft aangegeven de film niet in het reguliere circuit mee te kunnen nemen. In de oude gymzaal van het

20

schoolpand spelen we een spelletje basketbal. Ik vraag de mannen naar de afwijzing van de distributeur. “We hebben altijd eerst gezegd we gaan ‘m gewoon online wegzetten”, zegt Melvin, “iedereen betaalt dan gewoon een kwartje en dat gaat naar het volgende filmproject. Maar eigenlijk willen we ook gewoon in de bioscoop. Film is ook een avondje uit, zodat je daarna nog over de film kunt praten.” “Er zijn constant de excuses van een slechte markt, de slots zitten vol, enzovoorts. Kijk, uiteindelijk moeten we gewoon iemand vinden die zegt: ‘Ik vind het te gek wat jullie doen en ik ga wat regelen.’ Zo is het tot nu toe steeds gegaan. En anders moeten we het gewoon zelf doen, dat past wel bij ons!” zegt William met een lach. Van hun enthousiasme en overtuiging is nog niets verloren. “Ik ben er van overtuigd dat ergens in de komende vijf jaar we een film maken die door het thema een internationaal succes wordt. En dan komt de Nederlandse markt vanzelf wel mee. Dat hebben we ook met ‘Geen klote’ gezien. Dat loopt nu nog steeds en die doet het ook in Nederland heel goed omdat we juist dat internationale succes hadden”, zegt William. Een aantal weken later krijg ik een e-mail van William en Melvin; ‘met trots willen ze mededelen dat ’30 Milligram’ in première gaat op het Nederlands Film Festival.’ Het zou mij niet verbazen als dat internationale succes ook nog komt en - zoals de mannen dat zeggen - dan volgt Nederland vanzelf ook wel.

21


VERS Magazine

23

wat doen we onszelf aan? Woord Meredith Greer Beeld takeadetour.eu

23


Creatiedrang

VERS Magazine

C

reatieve mensen. Ze sluiten zich op achter hun laptop terwijl de zon buiten schijnt.

24

Ze zweten over deadlines. Zijn ervan overtuigd dat ze een goed idee hebben, dat

het werk er móét komen. Ze bedelen, crowdsourcen en lenen minimale budgetten bij elkaar. Ze negeren hun vrienden. Liggen zichzelf in de weg, stellen uit, werken door tot drie uur ‘s nachts. Wat doen we onszelf aan? Waarom hebben we überhaupt die drang om iets te maken?

De bizarre gewoontes die we onszelf aanleren om iets op papier of van de grond te krijgen worden gretig bestudeerd. Er is online een levendige handel in de werkmethodes van De Groten. We weten hoeveel koffie ze dronken. We weten hoe hun bureau er uitzag. We weten wat hun alcoholische voorkeuren waren. Maar je zou toch denken dat je het op een gegeven moment wel gezien zou hebben als het zoveel whisky, faalangst, obsessies, zelfmedicatie, rituelen en moeite kost? Waarom blijven we het toch doen? Omdat dit werk er moet komen In een fascinerende longread in The Atlantic, getiteld ‘The Secrets of the Creative Brain’, vertelt Nancy Andreasen over haar jarenlange onderzoek naar creatieve mensen. Een van de door haar geïnterviewde geniale wetenschappers omschreef het als volgt: “[It takes]a willingness to take an enormous risk with your whole heart and soul and mind on something where you know the impact—if it worked—would be utterly transformative.” Het is een beetje megalomaan, het idee dat jij iets kan maken dat de wereld kan veranderen. Een beetje zelfbevlekkend en lichtelijk gênant. Maar zelfverheerlijkend of niet, uiteindelijk is

24

het geloof in jezelf ondergeschikt aan je geloof in je idee. Je gelooft dat je idee allesomvattend en transformerend zou kunnen zijn. Daarom is de ‘if’ uit de quote belangrijk hier. Áls anderen ook zien dat het werk belangrijk en briljant is. Anders verander je al snel in een kale, mompelende man die achter zijn laptop zit te zweten terwijl mensen zich afvragen of het allemaal wel goed gaat. Omdat we knettergek zijn Kale, mompelende mannen die de grens bewandelen tussen de verwarde man in de metro en de geniale kunstenaar, die zijn er genoeg. Variërend van Woody Allen tot Charlie Kaufman, of als je obscuur wilt doen Harvey Pekar (‘American Splendour’). Maken kunstenaars kunst, omdat ze niet anders kunnen? Worden creatievelingen zo geboren en is het daarom dat zowel creativiteit als geestesziekte vaak in dezelfde familie zitten? En als het echt alleen aangeboren is, en de ideeën vervolgens maar uit de lucht te plukken zijn, waarom kost het ons dan zoveel moeite? Nancy Andreasen gebruikt de concepten convergent en divergent denken om creatieve breinen onder een MRI scan te bestuderen. Onder convergent denken verstaat ze de vaardigheid om een correct antwoord te geven op een vraag die maar één juiste oplossing heeft, onder divergent denken het verzinnen van vele meerdere oplossingen voor één probleem De gelauwerde testsubjecten hadden een disproportioneel groot vermogen tot divergent denken. Ze zien dus letterlijk verbanden en dingen die andere mensen niet zien. Misschien dat dit hun gevoeligheid voor geestesziekte verklaart. Om eens creatieve waanzin te benoemen; Charlie Kaufman heeft in 2002 een film gemaakt over een personage dat Charlie Kaufman heet, die een screenplay schrijft over Charlie Kaufman. In ‘Adaptation’ zit Kaufman (gespeeld door Nicholas Cage) kalend, voorovergebogen in slechts een ongewassen flanellen shirt en een onderbroek manisch zijn aantekeningen uit te typen. Hij heeft al drie weken niet geslapen. Zijn tweelingbroer loopt binnen: Charlie: I’ve written myself into my screenplay. Donald: That’s kinda weird, huh? Charlie: It’s self-indulgent, it’s narcisistic, it’s solipsistic. It’s pathetic – I’m pathetic. I’m fat and pathetic. Donald: I’m sure you had good reason Charles, you’re an

artist. Charlie: The reason is, I’m too timid to speak to the woman who wrote the book, because I’m pathetic. Because I don’t have an idea how to write. Because I can’t make flowers fascinating. Because I suck. Het zijn - beeldvorming ten spijt - vaak depressies, angstaanvallen en neuroses waar de gemiddelde creatieveling mee kampt. Schizofrenie of psychoses komen veel minder voor. We zijn eerder een slachtoffer van een minderwaardigheidscomplex dan van megalomanie. Naast de onbetaalde schnabbels en het leven op macaroni met ketchup, heb je dus ook nog te kampen met zelfhaat en schaamte. Daar ben je mooi klaar mee. Het is het enige wat me overeind houdt Soms lijkt het film maken, het schilderen, het schrijven wel het enige wat creatievelingen ‘functionerend’ houdt. In 2012 maakte Stephen Daldry een verfilming van het boek ‘The Hours’ (geschreven door Michael Cunningham, lees het). Nicole Kidman speelt Virginia Woolf, terwijl ze bezig is met het schrijven van ‘Mrs. Dalloway’. Tijdens de opening credits hebben we haar nors voor zich uit zien kijken terwijl ze net wakker is. De dokter heeft over haar gesteldheid gesproken met haar man beneden. Haar haren zijn opgestoken. Ze heeft haar gezicht gewassen en vol zelfhaat de spiegel in gekeken, zich aangekleed en stilgestaan voor de gesloten deur van haar slaapkamer. Ergens heeft ze de moed bijeen geraapt om aan de dag te beginnen. Virginia Woolf loopt de trap af naar haar man die beneden zit te werken. Virginia: Good morning, Leonard. Leonard: Good morning, Virginia. How was your sleep? Virginia: Uneventful. Leonard: Headaches? Virginia: No, no headaches. Leonard: Doctor seemed pleased. Virginia: That’s all from this morning? Leonard: Yes. This young man has submitted his manuscript. I found three errors of fact and two spelling mistakes and I’m not yet on page four. Leonard: Have you had breakfast? Virginia schenkt een kop thee voor zichzelf in. Virginia: Yes. Leonard: Liar.

25

25


Creatiedrang

VERS Magazine

26

Leonard: Virginia, it’s not my insistence but your own doctor’s. Virginia loopt de trap terug op, weigert in te gaan op de mening van haar dokter. Leonard: I’m going to send Nelly up with some fruit and a bun. Ze loopt verder. Leonard: Right... lunch then. Proper lunch, husband and wife sitting down together... soup... pudding and all. By force if necessary. Virginia blijft staan, neemt een slokje van haar thee en kijkt haar man aan. Virginia: Leonard, I believe I may have a first sentence. Leonard slaakt een zucht en glimlacht naar zijn onverbeterlijke vrouw. Leonard: Work then. Ze glimlacht, draait zich om en loopt naar boven. Leonard: Then you must eat! Ze kiest haar favoriete kroontjespen uit, gaat zitten, steekt een sigaret op en slaat haar werkmap open. We weten allemaal hoe het met Virginia Woolf is afgelopen, zo niet dan herinnert de film ons er meteen aan. De vraag is, wie was er eerst; de getergde kunstenaar, of het geniale werk? Is een slechte geestelijke gezondheid inherent aan creatiever werk? Of zorgen alle kwellingen en het introspectieve karakter van het werk voor de problemen? Veel creatieve mensen zouden baat hebben bij een therapeut. Aan de andere kant, misschien heeft Alain de Botton gelijk. Misschien is kunst therapie. Maar nog meer voor de mensen die het maken dan voor de mensen die het tot zich nemen. Omdat het therapeutisch is Fictief werk is in zekere zin altijd het toe-eigenen van de werkelijkheid. Je kunt je ziel en zaligheid in volledig introspectief werk stoppen. Maar dat heeft dan ook direct invloed op het werk dat je produceert. In ‘Girl, Interrupted’ speelt Winona Ryder een getroebleerde adolescente schrijfster genaamd Susanna, die is opgenomen in een psychiatrische instelling. Ze raakt bevriend met Lisa, een charismatische sociopaat gespeeld door Angelina Jolie. Ze liggen op een van hun slaapkamers en roddelen over een medepatiënt; Georgina: Lisa, is Daisy really getting out?

26

Lisa: Yeah, she coughed up a big one. Susanna: But how could - I mean she’s... *insane*. Lisa: Yeah, well that’s what the rape-me’s all about. That’s why fuckin’ Freud’s picture’s on every shrink’s wall. He created a fuckin’ industry. You lie down, you confess your secrets and you’re saved. Ca-ching! The more you confess, the more they think about settin’ you free. Susanna: But what if you don’t have a secret? Lisa: Then you’re a lifer, like me.

filmstill uit Adaptation - regie Spike Jonze

In de loop van de film ontspoort Lisa verder terwijl Susanna driftig in haar dagboek schrijft, en uiteindelijk meewerkt met de psychotherapie in de instelling. Misschien was het creatieve werk van Lisa veel interessanter geweest, maar het is Susanna die uiteindelijk haar ervaringen verwerkt in een boek en wordt ontslagen. Maar moet er niet iets zijn in jouw selectie van de wereld om je heen die je ervaring transformeert? Een autobiografie blijft naar binnen gekeerd. Dat is natuurlijk het hele punt is van therapie, maar wat misschien niet een proces dat altijd tot het beste werk leidt. De autobiografie is toch een beetje de selfie van iedere kunstvorm. Je moet wel heel goed zijn in fotograferen, of zelf bijzonder interessant zijn, voordat het de moeite waard is om naar te kijken. Omdat ik iets bloot wil leggen Tot de kern komen van jezelf, van jouw perspectief en de wereld om je heen, blijft wel één van de voorwaarden voor creativiteit. Je ontkomt er niet aan als je iets goeds wil maken. In ‘Synecdoche, New York’ speelt Philip Seymour Hoffman een theatermaker genaamd Caden Cotard. Een van de interessantste scènes speelt zich af rond zijn sessies met zijn therapeut.

filmstill uit The Hours - regie Stephen Daldry

filmstill uit Synecdoche, New York - regie Charlie Kaufman

Cotard: I think Adele is right when she say’s I’m not doing anything real. Therapeut: What would be real? Cotard : I’m afraid I’m going to die. I don’t know what’s wrong with me, and I want to do something important while I’m still here. Therapeut : That would be the time to do it, yes. Virginia Woolf gaat kopje onder vanwege haar eigen vermogen tot creativiteit. Caden Cotard wordt met zijn eigen sterfelijkheid geconfronteerd en ziet zijn

filmstill uit Girl, Interrupted - regie James Mangold

27


Creatiedrang

VERS Magazine

28

— RULE NUMBER 7: NEVER CREATE ANYTHING. IT WILL BE MISINTERPRETED, IT WILL CHAIN YOU AND FOLLOW YOU FOR THE REST OF YOUR LIFE, AND IT WILL NEVER CHANGE. × Cate Blanchett als Bob Dylan in 'I'm Not There'

29

creatieve werk juist als de belangrijkste reden om in leven te blijven. Verder in de film ontvangt hij een MacArthur Grant, die het allemaal nog eens lekker onderstreept: “Dear Mr. Cotard It is my pleasure to inform you that you have been named a 2009 MacArthur fellow. It is our hope that you will use your newly found financial freedom to create something unflinchingly true, profoundly beautiful and of unremitting value to your community and to the world at large.” Dat is nogal wat. “Unflinchingly true. Profoundly beautiful. Of unremitting value.” Verder staat er geen druk op of zo. Omdat we iets na willen laten Het bewustzijn van je eigen sterfelijkheid zou een valide reden kunnen zijn. Je wilt dingen maken die ongeacht jouw sterven, verder kunnen leven. Dat streven maakt het niet makkelijker, maar die intellectueel creatieve voortplantingsdrang is wel een goede motivatie. Als je geluk hebt, gaat je werk een eigen leven leiden terwijl je nog in leven bent om ernaar te kijken. Of is dat juist pech hebben? “Rule number 7: never create anything. It will be misinterpreted, it will chain you and follow you for the rest of your life, and it will never change.” - Cate Blanchett als Bob Dylan in ‘I’m Not There’ Als maker sta je er zelf buiten zodra je het loslaat in de wereld. Jouw waarheid is niet meer relevant voor de interpretatie van je werk. Voordat je het weet heeft Roland Barthes je doodverklaard. Eigenlijk is het zelfmoord en onsterfelijkheid tegelijk. Omdat fantastisch is als het lukt Of we nu worden geboren met creativiteit of niet, uiteindelijk komt er pas wat van de grond als je er hard voor werkt. Andreasen meldt terloops het volgende: “One thing I’ve learned from this line of questioning is that creative people work much harder than the average person—and usually that’s because they love their work.” Het kost tijd en moeite, en liefde, maar er bestaat geen groter geluk dan het maken van een creatie die de taal overstijgt. Dat er meer staat dan alleen de woorden, dat je met dat ene shot het magische licht te pakken krijgt. We nemen er risico's voor, missen nachten slaap. We werken onszelf in een neurose en blijven oefenen en proberen tot het goed is. En daarna totdat het nog beter is.

28

29


VERS Magazine

30

beelden van beveiligingscamera's in de bioscoop Woord Thomas Brouwer Beeld Emil Pabon

V

oyeurisme is van alle tijden. Maar terwijl men vroeger nog moest sluipen naar het gaatje van het sleutelgat, of fratsen moest uithalen om een camera op te hangen, hoort het bekijken van andermans privé-opnames tegenwoordig ook tot de mogelijkheden. Filmmaker Roeland van Doorn liet dit zien door beelden van beveiligingscamera’s letterlijk uit de lucht te plukken. Bewapend met een draadloze ontvanger, ging hij de straat op en toonde hoe wij onze huizen en werkplekken op obsessieve wijze beveiligen. Van deze beelden maakte hij de film ‘Er Gaat Niets Gebeuren’, die genomineerd was voor de VERS Awards. De film laat zien hoe onwetend we lijken te zijn over het inleveren van onze privacy.

30


Beeldenplukker

VERS Magazine

32

Dat camera’s je registreren wanneer je door een drukke winkelstraat loopt, vinden we eigenlijk heel gewoon. Wat er verder met die beelden gebeurt, daar maken we ons weinig zorgen over. Waarom zouden we ook; tenslotte hebben we ‘niets te verbergen’. Maar denken we daar net zo over wanneer blijkt dat je - zonder dat je het weet - ook in je eigen straat en zelfs in je eigen huis door vreemden bekeken kan worden? Dat dit geen zinloze vragen zijn, wordt snel duidelijk wanneer we met filmmaker Roeland van Doorn op beeldenjacht gaan in een Hilversumse woonwijk. Nauwelijks vijf minuten zijn we onderweg, of we hebben al beet. Roeland heeft met zijn ontvanger een signaal opgepikt van een particuliere beveiligingscamera in de buurt. Uit het ruisende beeld valt weinig op te maken, maar wanneer we iets verder lopen is steeds duidelijker een voordeur te herkennen. “Het is alsof je met zo’n metaaldetector over het strand loopt. Je weet nooit precies waar het vandaan komt”, legt Roeland uit. Hij draait wat aan de antenne. “Wanneer je een signaal opvangt, scan je de omgeving af om te kijken waar het beeld het scherpst is.” Het is lang niet het enige signaal dat we tijdens onze tocht opvangen. Hilversummers blijken hun buurt goed in de gaten te houden. Waar de beeldenjacht in het begin nog veel weg heeft van een spannende speurtocht, krijgt het ‘Big Brother is watching you’-gevoel langzaam maar zeker de overhand. Roeland knikt: “Ik denk dat Big Brother inmiddels heel veel kleine broertjes heeft.”

— HET FEIT DAT JE GEEN CONTROLE HEBT OVER WAT ER VAN JOU GEZIEN, BEKEKEN EN VERZAMELD WORDT, VERONTRUST ME. × Roeland van Doorn

Kleine Broertjes Het zijn deze ‘kleine broertjes’ waar Roeland zich in zijn filmproject op richt. Particulieren die in en rond hun huis draadloze camera’s ophangen om zo hun woning te beveiligen. Of het ook echt veiliger wordt, is maar de vraag. Vaak zijn de signalen die deze camera’s versturen niet afgeschermd, zodat ze met de juiste apparatuur vanaf de straat zijn op te vangen. Voor zijn afstudeerproject aan de St. Joost Academie verzamelde Roeland vijf weken lang beeldmateriaal in diverse woonwijken in Breda en verwerkte deze in een video-installatie en een korte documentaire. Het was niet eenvoudig om van de losse beelden een samenhangende documentaire te maken. Roeland: “In tegenstelling tot wanneer je zelf draait, heb ik geen invloed gehad op hoe de beelden er uit zien. De grootste inbreng die ik had, was de selectie en de volgorde. De film heeft wel een narratief, maar niet zoals in een normale documentaire. De spanning wordt langzaam opgebouwd. De film begint met beveiligingsbeelden in de publieke ruimte. In de loop van de film worden de beelden steeds ongemakkelijker. Het gaat door tot achter de voordeur en zelfs in woon- en slaapkamers.”

32

33

33


Beeldenplukker

35

Beangstigend Ironisch genoeg, wordt het gemak van ‘beeldenplukken’, veroorzaakt door een angst van mensen die zich onveilig voelen. Want dat mensen hun huiselijke omgeving met camera’s willen controleren, heeft te maken met de 21-eeuwste behoefte aan bescherming. Roeland vertelt: “Steeds meer mensen voelden de noodzaak om dingen in de gaten te houden, te registreren en dossiers aan te leggen. Het gevolg hiervan is dat de privé-omgeving juist steeds meer een publieke omgeving wordt. Ik denk dat er nu teveel privacy wordt ingeleverd. Het is niet zo dat ik voortdurend met een paranoïde state of mind over straat loop, maar als ik er over ga nadenken voelt het beangstigend. Het feit dat je geen controle hebt over wat er van jou gezien, bekeken en verzameld wordt, verontrust me. Ik wilde er achter komen wie wat verzamelt over mij.” Het antwoord op die vraag bleek verrassend dichtbij te liggen. “Een van de eerste beelden die ik heb opgevangen, kwam van een buurman die – ik weet niet hoe lang al – een camera had hangen. Zo kwam ik er dus achter dat ik, zonder dat ik het wist, iedere keer dat ik daar langs liep werd gefilmd.” Voyeur Hoe onwetend of onverschillig mensen zijn over hun privacy, blijkt wanneer we aan het eind van de beeldenjacht een nieuw signaal opvangen: “Dit lijkt wel een bed. Ja, een kinderkamer met een hele enge pop.” Dat juist een camera die geïnstalleerd is om het idee van veiligheid te vergroten, iedereen toegang geeft tot een blik achter de voordeur, maakt het kijken naar de monitor enigszins oncomfortabel. “Of ik me zelf een voyeur voel? Ja, in zekere zin wel. Het zijn beelden die je eigenlijk niet zou mogen zien. Soms voel ik me best ongemakkelijk bij de dingen die ik film en zie.” Niet

onterecht, want hoewel Roeland zich zorgen maakt over schending van zijn eigen privacy, vist hij tegelijkertijd de privégevoelige beelden van anderen uit de lucht. Dat lijkt behoorlijk tegenstrijdig. “Dat klopt, maar ik moest die ethische stap zetten om een punt te kunnen maken. Bovendien hebben die mensen zelf voor zo’n onbeschermd beveiligingssysteem gekozen. Als je die apparatuur wilt gebruiken, vind ik dat je ook moet weten hoe het werkt. Nu maken ze zelf van hun privéruimte een publieke ruimte.” Zichtbaar Het opvangen van privébeelden geeft niet alleen Roeland een ongemakkelijk gevoel. Tijdens zijn beeldenjacht wordt hij regelmatig aangesproken: “Mensen raken nerveus wanneer er iemand met cameraapparatuur in hun straat loopt. Ik denk dan: ‘in dit geval kun je me nog aanspreken en zo een beeld krijgen wie er informatie van jou verzamelt.’ Iemand met een camera wordt als angstaanjagend gezien. Het feit dat er overal om hen heen gefilmd wordt, lijken ze minder erg te vinden. Dat is wel typisch.” Typisch, maar misschien ook hoopgevend. De constatering dat diverse mensen actie ondernemen wanneer de verstoring van hun privacy zichtbaar is, maakt namelijk ook duidelijk dat zij hun privéomgeving niet als een publieke omgeving beschouwen en belang hechten aan hun privacy. Mogelijk kan een documentaire als ‘Er gaat niets gebeuren’ helpen de zichtbaarheid van andere bedreigingen van onze privacy te vergroten. Aan Roeland zal het in ieder geval niet liggen; hij heeft plannen voor een film over privacy binnen de digitale ruimte. Mocht je binnenkort een jonge filmmaker met een antenne in je straat tegenkomen: je bent gewaarschuwd.

35


Filmstills

VERS Magazine

filmstill uit Onno de Onwetende

W

e zien ‘Nana’, een prostituee, ze ligt op bed en staat op het punt een monoloog te mimen van Anna Karina uit ‘Vivre sa Vie’ (Jean-Luc Godard). ‘Onno de Onwetende’ is tijdens zijn zoektocht naar de oorsprong van zijn ‘vreemde gevoel’ bij ‘Nana’ beland. Zij ziet de rusteloze staat waar Onno in verkeert en besluit hem een wijsheid mee te geven. Zij leert Onno in te zien dat de verbeelding troost kan bieden op de concrete, nuchtere realiteit en wordt een onderdeel van onze ode aan cinema. De scène is een opmaat binnen de film naar de plek waar Onno de Onwetende berusting vindt.

H

et is hier, in het winterse landschap van Texel, waar topcrimineel Frans Weling zichzelf een plek weet te geven in het universum. Een ervaring die je niet snel toedicht aan een man met zijn reputatie, maar door de extreme druk van buitenaf wordt deze alleen maar sterker. Frans zoekt de rust niet alleen in zichzelf. Hoe belandt een man als deze in dit ongure winterse landschap en wat is het dat hem zo fascineert?

filmstill uit Helium

Tibor Dingelstad – cameraman Helium

Erik Glijnis - producent Onno de Onwetende

36

37


Filmstills

VERS Magazine

filmstill uit IK

D

eze scène zit tegen tegen het einde van de film. Vlak ervoor heeft de vrouw van Pieter heel duidelijk laten merken dat ze vindt dat hij sinds de operatie een ander mens is. Dramatisch gezien is dit beeld daarom het afscheid van Pieter. Maar het is ook de afronding van de thematische vertelling die gaat over de relatie tussen ziel en materie; de mens verdwijnt onder een plastic mal. Jona Honer - regisseur IK

S

choonheid en pijn. ‘Arezo’ gebruikt dans, dat streeft naar de ultieme schoonheid, om zichzelf pijn te doen. Het allermooiste op deze wereld is ook het aller pijnlijkst. Pijn en schoonheid zijn elkaars tweeling, zijn oorzaak en gevolg van elkaar. Ze houden onze ziel in balans, ze domineren ons dagelijks bestaan. Bewust of onbewust. Pijn is net als schoonheid ook een doel op zich. Het loskomen van pijn doet alleen maar meer pijn, het wegrennen van pijn doet alleen maar meer pijn. Het omarmen van de pijn maakt je als mens beeldschoon.

filmstill uit Arezo

Wiam Al-Zabari - regisseur Arezo

38

39


VERS Magazine

41

de eenzame kunst van het recenseren Woord Marijke Vos Beeld Emil Pabon

H

et grote publiek wil be誰nvloed worden. Een recensent wordt door de media betaald om dit te doen. Het beoordelen van kunst is een vak. Filmrecensent Berend Jan Bockting een beoefenaar. Zijn woorden hebben macht. Omdat ik me als maker door iemand als hij uit het veld zou kunnen laten slaan wilde ik weten: hoe werkt dat nu eigenlijk, een criticus zijn?

41


Criticus

VERS Magazine

Thumbs Up of Thumbs Down Berend Jan Bockting is filmrecensent voor de Volkskrant. Nadat hij een film heeft gezien, drukt hij zijn oordeel uit in één, twee, drie, vier of vijf sterren met daaronder een beargumenterende en informatieve tekst. Hiermee moedigt hij het publiek aan om die film te gaan kijken of juist niet: het is een kwestie van thumbs up of thumbs down. “Ik heb niet de illusie dat ik een heel publiek in beweging zet, zoals dat vroeger ooit scheen te gebeuren, toen de krant nog een meneer was en zo”, schreef hij toen ik hem per e-mail vroeg of hij open zou staan voor een gesprek over zijn positie. Daar is niet iedereen het mee eens. Alex de Ronde, directeur van filmhuis Het Ketelhuis in Amsterdam, zei onlangs in een interview voor de Filmkrant: “Als armzalige gesubsidieerde bioscoop-exploitant is het heel vervelend als Het Parool of de Volkskrant, de enige kranten die voor ons tellen, een film twee sterren geven. In principe kun je zo’n film dan meteen in de kleine zaal zetten.”  Berend Jans woorden bepalen dus, naar de woorden van de bioscoopuitbater, hoe het publiek zich zal gedragen. Maar is Berend Jan zich wel bewust van zijn autoriteit? Om hier achter te komen en om te zien hoe zijn oordeel zich vormt, mocht ik met Berend Jan mee naar een viewing van de nieuwe film van David Cronenberg, ‘Maps to the Stars’, bij filmtheater Rialto in Amsterdam. 

42

Elementen als emotie en mening spelen mee Bij die film moet ik wel een paar keer slikken en ik probeer zelfs om niet weg te kijken. Een man begint zich met zijn volle erectie in beeld af te trekken. Scheten, blote borsten en bloederigheden. Ik ben benieuwd naar wat er in Berend Jan omgaat. “Als je het oeuvre van een maker kent, kun je de film in een bepaald perspectief plaatsen”, zegt hij later aan tafel op het terras. “Ik kan een mening vormen over de keuzes die David Cronenberg voor deze film heeft gemaakt, door te vergelijken met andere films bijvoorbeeld.” “Vond je de film dan goed?” vraag ik. “Of het mijn smaak is, is niet interessant. Ik vond het een dwarse film. Het moment waarop Julianne Moore in yoga-kleermakerszit in een keiharde huilbui uitbarst was sterk, er wordt op een leuke manier de spot gedreven met Hollywoods obsessie met een jeugdig uiterlijk. Ook erg goed vond ik de scène waarin een paar jonge meisjes doen alsof iedereen die ouder is dan henzelf in hun menopauze zitten. Maar ik raak wel een beetje uitgekeken op verhalen waarin de leegheid van het supersterrendom zo centraal staat, dat hebben Bret Easton Ellis of Sofia Coppola eerder en beter gedaan.” “Je geeft nu niet echt objectieve informatie, of wel?” “Nee, en dat probeer ik ook niet te geven. Natuurlijk bedrijf ik journalistiek als ik achtergrondinformatie van de maker gebruik. Maar ik pretendeer geen ultieme waarheid te verkondigen. Elementen als emotie en mening spelen mee.” ‘Maps To The Stars’ moet het doen met drie sterren. Met de filmmaker of de bioscoopuitbater heb ik niets te maken Opmerkelijk dat het de grillige verschijnselen als emoties en meningen zijn die het publiek van Berend Jan doen bewegen. Vroeger verloor ik vaak discussies zodra ik het woord ‘gevoel’ als argument voor mijn standpunt aandroeg. In de kunst geldt misschien iets anders. En Berend Jans gevoel is dan ook ontstaan door een leven lang met film bezig te zijn. Dat begon al in zijn vroege jeugd. Berend Jan groeide op in een tijdperk waarin het gemiddelde huishouden over slechts één televisie beschikte. Zijn moeder verbood films als ‘Child’s Play’ en ‘Die Hard’, ongerust als ze was voor de schadelijke invloed, maar hij moest en

42

zou ze zien. Bij vriendjes of thuis na het voeren van oeverloze discussies en rebelleren. Of hij er twee uur voor met de trein van zijn dorp naar de videotheek in de stad moest reizen of niet. Of hij er meisjes voor liet staan of niet. Hij wilde films kijken. Films begrijpen. Over films napraten. Er was niets anders wat hem zo bezig hield als film. Vanaf zijn zestiende bezocht hij vaak Moviemeter.nl. Daar stemde hij op films en schreef zijn eerste stukjes. “Het kan daar wel zijn ontstaan. Daar vond ik het leuk om goed onder woorden brengen wat ik vind”, zegt hij. Later ging hij Media en Cultuur aan de Universiteit van Amsterdam studeren, richting Film en Visuele cultuur. Hij werd eindredacteur voor een studieblad en begon met filmrecensies voor de NL20 geld te verdienen. Hij deed een stage bij de VPRO en bij Cinema.nl en kwam tenslotte bij de Volkskrant terecht. Je zou denken: als er iemand een mening over filmkunst mag hebben dan is het Berend Jan wel. 

43

Oordelen in de context “Ben je wel eens onzeker over je eigen oordeel?” vraag ik. “Nee. Nooit. Maar ik vond het wel eens lastig om een stevig oordeel op te schrijven. Zoals bij ‘Hartenstraat’, van Sanne Vogel. Ik ben enorm fan van haar drive. Ze is veelzijdig en ambitieus, haar korte filmpjes vond ik heel mooi. Helaas vond ik ‘Hartenstraat’ een slappe en voorspelbare formulefilm. Erg jammer. Maar toen dacht ik wel: dit oordeel moet ik inleiden. Dus heb ik eerst uitgelegd hoe dapper en gedurfd ik haar eerdere korte films vond. Daarmee zei ik dus eigenlijk dat ik bij ‘Hartenstraat’ iets anders van Sanne Vogel verwacht had. Iets veel meer eigens. Nu leek het op een maaltijd van MacDonalds, terwijl ik een fijn diner voorgeschoteld dacht te krijgen.” “Maar wat vind je er dan van om zo negatief te zijn?” “Mijn rol is het informeren van het publiek dat de krant leest of mij volgt op twitter. In principe is mijn doel het vergroten van het kijkplezier van die mensen. Met de filmmaker of de bioscoopuitbater heb ik niets te maken. Zij zijn mijn publiek niet.” “Ik, als leek,” zeg ik, “lees niet eens recensies van films waar minder dan drie sterren bij staan. Dus hoe vergroot je dan mijn kijkplezier als je een film twee sterren geeft?” “Het kan zo zijn dat een negatief oordeel van mij, omdat ik die onderbouwd heb met voorbeelden van duidelijke dialogen of beschrijvingen van scènes, juist voor jou motiverend zijn om een film te gaan kijken. Ik verstrek informatie. Ik verbloem een beetje het gedeelte van wat het met mij persoonlijk doet. Ik gebruik het woord ‘ik’ bijvoorbeeld niet en heb ook totaal niet de pretentie dat mijn mening een objectieve waarheid is. Ik denk dat iemand die dat wel denkt, niet helemaal lekker is. Ik kom nu wel laat voor mijn volgende afspraak trouwens. Heb je nog veel nodig? Anders moet ik even bellen”, aldus Berend Jan.  Loslaten Ik bedank hem, ik denk genoeg te weten. Ik kijk hem na als hij wegloopt. De filmfanaat. Wat een uniek leven. Er zijn niet veel filmrecensenten in Nederland die voor nationale kranten werken. Een handje vol misschien. Maar al spreken we van een bijna soevereine positie: Berend Jan is niet bezig met de autoriteit die hij heeft. Misschien is dat wel autonomie: het stempel doet niet ter zake. Hij vaart op zijn gevoel en liefde voor de kunst.  Hoe kan ik als maker (aspirant-prozaschrijver) negatieve kritiek als minder stekend ervaren? Misschien wel door kritiek niet als goed of slecht te zien, maar als een oordeel over wat de criticus op dat moment zag en ervoer, afgezet tegen zijn expertise. En misschien door net als de criticus, het persoonlijke wat los te laten. Zijn oordeel betreft niet mij als maker en ook niet mij als geheel. Het gaat over mijn product. Misschien is hij daarin wel een voorbeeld. Misschien moet ik mijn werk ook wat meer als een product gaan zien. En dan de volgende keer net als hij, eens niet in de ik-vorm schrijven.

43


VERS Magazine

46

de gloriedagen van het egodocument Woord Lietje Bauwens Beeld Gijs Kast

46


Egodocument

VERS Magazine

S

teeds vaker gaan filmmakers op zoek naar de antwoorden op de diepere vragen des

48

eigen levens. De aantrekkingskracht van het publiekelijk tonen van persoonlijke

dilemma’s lijkt sterker dan ooit nu camera’s voor het oprapen liggen. Hoe fragieler, kwetsbaarder en openhartiger het verhaal, hoe beter. Langzaam stellen de makers, en tevens hoofdpersonen, zich open en presenteren zichzelf in hun ‘kwetsbare’ egodocumenten. Wie ben ik? Wat is mijn raison d’être? Het zijn vragen die ze aan zichzelf

stellen en beantwoorden aan de kijker.

Maar wat moeten we met al deze persoonlijke dwarsdoorsnedes van het dagelijks bestaan en waar komt dit verlangen naar publiekelijk zelfonderzoek vandaan? Is deze gefilmde introspectie het toppunt van ‘eerlijk documentaire maken’ of eerder een verkapte vorm van narcisme? En bovenal, is een kwetsbaar zelfportret automatisch een vorm van kunst? Jezelf begrijpen In 2011 maakte Joep van Osch ‘Farewell Facebook’, een film over de invloed van Facebook op zijn leven. Hij beleefde hiermee zijn one minute of fame aan tafel bij De Wereld Draait Door, et voilà, het onderwerp voor zijn volgende project was geboren: de grote aantrekkingskracht van de schijnwerpers. In ‘Roem’ ondervraagt hij zichzelf en lotgenoten over het verlangen naar aandacht. In een interview met Holland Doc vertelt Joep waarom hij zichzelf graag als uitgangspunt neemt in zijn documentaires. “Wat ik bij mezelf bemerk, moeten anderen ook hebben, denk ik altijd. (…) Ik zie bij andere jonge makers ook een bijna navelstaarderige neiging om de eigen generatie te begrijpen. Niet verkeerd, lijkt me. Voordat je de wijde wereld in trekt, moet je eerst jezelf begrijpen.” Transparantie rondom de subjectieve blik van de maker is inderdaad erg belangrijk. Documentaires zijn nu eenmaal geen objectieve en klakkeloze weergaven van de werkelijkheid, en hoeven dit ook helemaal niet te

48

zijn. De intenties en meningen van de regisseur zijn inherent verbonden met het object van de film zelf. Dat makers zich bewust zijn van hun eigen standpunt en dit laten zien is dus positief maar deze zelfreflectie schiet steeds verder door. In het kwetsbare egodocument is het kritisch opmerken en onderzoeken van het eigen subjectieve perspectief niet langer een onderdeel van een documentaire, deze is nu een op zichzelf staand onderwerp geworden. Persoonlijke zoektocht Zo ook in ‘De onzichtbare vriend’, een film van Hans Busstra waarin hij zijn eigen geloofstwijfels onderzoekt. Als domineeszoon groeide hij op met de bijbel maar eenmaal volwassen weet hij het ineens allemaal niet zo zeker meer. Hans plaatst zichzelf voor de camera en op een tweesprong: dominee ofdocumentairemaker, welk pad zal hij kiezen? Busstra wordt door zijn eigen vrouw en wankele camera onderworpen aan een intiem vragenvuur. Want niet alleen zijn existentiële onzekerheden zijn onderwerp van de film, ook de zoektocht zelf en de invloed van de opnames hierop worden uitgebreid besproken. “Doordat ik een film ben gaan maken ben ik soort van professioneel gaan twijfelen, worstelen en zoeken naar m’n geloof. Maar dan krijg je natuurlijk een heel raar iets: als persoon zoek je al en dan ga je daar iets mee doen voor je werk en wil je het ineens ook met anderen delen”, zegt Busstra tegen zijn vrouw, zichzelf, camera en kijker.

Ervaringskapitaal Maar waarom voelt iedereen zich ineens toch zo geroepen om zijn of haar innerlijke conflicten met de wereld te delen? Een belangrijke oorzaak ligt in de opkomst van de postmateriële samenleving. Het persoonlijke is politiek geworden, materieel bezit is omgeslagen in ervaringskapitaal waarbij de individuele beleving de hoogste waarde heeft. Individuen zien zichzelf en elkaar als bouwwerken van herinneringen en ervaringen en het is daarom van groot belang deze ‘verhalen’ op een zo authentiek mogelijk wijze naar buiten te brengen. In de literatuur is een zelfde tendens zichtbaar - jonge, westerse stedelingen debuteren massaal met verhalen over het reilen en zeilen van hun eigen bestaan. Schrijvers en makers willen niet langer alleen vertellen, maar daarnaast ook gezien worden, de camera wordt 180 graden gedraaid. En omdat een vlekkeloos verhaal geen interessant verhaal is mogen alle maskers worden afgezet. Wie wil opvallen is genoodzaakt zichzelf op het spel te zetten. Tastbare menselijkheid en schitterende gebreken lijken dus bijna essentiële ingrediënten voor een geslaagd egodocument. Nu we het gevoel hebben dat we ons niet langer beter voor hoeven te doen dan we eigenlijk zijn, wordt alle twijfel, onzekerheid en faalangst niet alleen uit de verdomhoek gehaald maar zelfs volop in de schijnwerpers geplaatst. Alles voor de authenticiteit.

49

— Waarom voelt iedereen zich ineens toch zo geroepen om zijn of haar innerlijke conflicten met de wereld te delen? × Taboe Zo verbinden ook Tim den Besten en Nicolaas Veul hun persoonlijke verhaal aan een groter maatschappelijk taboe. In ‘Een man weet niet wat hij mist’ gaan de vrienden op zoek naar de grenzen van hun eigen seksualiteit. Tim test zijn geaardheid door voor het eerst in zijn leven seks te hebben met een vrouw, Nicolaas legt alles vast op film. De documentaire loopt over van onzekerheden en diepe twijfels en is daarmee een sprekend voorbeeld van het idee dat het tonen van kwetsbaarheid dé vorm is om je innerlijke leven weer te geven. Intenties van de maker Wat winnen we nu precies met al deze persoonlijke getuigenissen? Hebben documentairemakers niet juist de taak hun blik naar buiten te richten in plaats van naar binnen? Reflexiviteit kan erg waardevol zijn maar dat betekent niet dat deze zoektocht an sich ook moet worden gedeeld. Tijdens de gloriedagen van het genre ego-documentaire, waarin camera’s voor het oprapen liggen wordt het wel heel verleidelijk om deze op jezelf of op je spiegelbeeld te richten. Je zou kunnen zeggen dat het tonen van je kwetsbaarheid een gemakkelijke manier is om dit narcisme te legitimeren. Het is daarom belangrijk kritisch te blijven kijken naar de intenties van de maker en de meerwaarde van diens persoonlijke noot. Want durf maar eens een gebroken en broze verteller te betichten van arrogante zelfobsessie. Lees online: 'Waarom ik een egodocumentaire maakte' - door regisseur Mea Dols de Jong versmagazine.nl

49


Filmstills

VERS Magazine

filmstill uit Nena

H

et was me nog nooit overkomen: huilen op de set. Het gebeurde tijdens het draaien van dit specifieke shot. Het shot waarin te zien is hoe Nena haar vader ophaalt uit het ziekenhuis nadat hij enkele weken daarvoor een zelfmoordpoging heeft gedaan. Het intieme spel van de acteurs, de secure camerabeweging, het zachte licht: het ontroerde me. Ik liep zelfs van de set af, zo hard moest ik huilen. Sander, de First A.D. kwam me achterna, troostte me. Ik baalde, schaamde me dat ik me zo liet gaan, maar hij zei: ‘Nee joh, hier is het toch allemaal om te doen…’

H

oop gaat hier verloren. Dagdromen lossen op, zoals de mist boven de poel in de vroege ochtendzon. Alle wegen leiden terug naar het begin. Het was onontkoombaar. Diep van binnen weet je dat je de poel alleen kan verlaten, door haar precies te geven wat ze wil. Weerstand roept verrotting op. Het moet hier stoppen.

filmstill uit poel

Chris W. Mitchell - Regisseur poel

Saskia Diesing – Regisseur Nena

50

51


Filmstills

VERS Magazine

filmstill uit Noord Oost Hard West

W

at voor de één buitensporig lijkt, is voor de ander de enige manier om zijn doel te verwezenlijken. Wat voor de één een fysieke afstraffing lijkt, is voor de ander ‘slechts’ hard werken. Wanneer je op je tanden aan het bijten bent en je bijna bezwijkt onder het gewicht, lijkt het doel soms ver weg en rijst de vraag wat dit doel precies inhoudt. Maar slechts door jezelf bloot te stellen aan het extreme en de pijn te verleggen, kun je erachter komen waar je mogelijkheden liggen. Dan kom je erachter waar je werkelijk toe in staat bent. Bart van den Aardweg – regisseur Noord Oost Hard West

52

I

n deze still zien we de wereld van Reza. We zien hoe hij onderdeel is van een leger mensen die proberen voor hun land te vechten. Je voelt de kwetsbaarheid door de primitieve inrichting en vrij kale inrichting en tegelijkertijd de doordringende aanwezigheid van de oorlog. Terwijl iedereen ligt te slapen staart Reza naar het plafond nadenkend over zijn daden en probeert alle ellende die hij van dichtbij mee maakt een plek te geven. Hij weet dat geen keuze heeft maar de gruwelijke werkelijkheid raakt hem wel degelijk.

filmstill uit Sacred Defense

Bas Broertjes – producent Sacred Defense

53


VERS Magazine

55

waarom Zarayda Groenhart televisie inruilde voor het internet Woord Laura Kemp Beeld Emil Pabon

I

n huize Groenhart staat er eens in de zoveel tijd some serious talking op de planning. De voormalig BNN presentatrice verschuift haar bank, zet felle lampen neer en doet de gordijnen dicht. Ze fixt een camera met HD kwaliteit en heeft haar vriend, toevallig een cameraman, ingeschakeld om te filmen. Die dag komen er zeven of acht vrouwen bij haar langs waarmee ze één voor één gesprekken voert. Het resultaat? Voor 1500 euro 25 afleveringen internettelevisie voor haar eigen platform: theWhyGirl. “Zoals sommige mensen dromen van een reisprogramma, zo droomde ik van een interviewprogramma”, vertelt Zarayda.

55


VERS Magazine

theWhyGirl Op theWhyGirl lacht Zarayda je vriendelijk tegemoet. Koptekst: theWhyGirl, Sharing Insights on Love, Work & Life. De eerste clip op de homepage is een introductiefilmpje waarin Zarayda haar (vrouwelijke) kijkers toespreekt. Ze is een ervaren presentatrice, legt de klemtoon op de juiste woorden en kijkt recht de camera in. Ze klinkt persoonlijk en bedeesd. Vanaf haar bank vertelt ze dat ze vindt dat vrouwen eerlijk naar elkaar horen te zijn. En dan niet Facebook Eerlijk maar Echt Eerlijk. Een duidelijke boodschap. Scrollend naar beneden kom je een blog tegen van Zarayda vanuit haar vakantie-adres in Spanje. Ze heeft iets naars meegemaakt en schrijft dat het daarom even stil was op theWhyGirl. Rechts op het scherm staan linkjes naar de interviews. Netjes geordend per thema. Zarayda heeft zich de taal van internettelevisie snel eigen gemaakt. Met acht minuten durende interviews lang genoeg om het gevoel van een goed gesprek over te brengen, maar kort genoeg om de aandachtspanne van de kijker vast te houden. De gesprekken beginnen met een gimmick. Zarayda trekt een gek gezicht of je ziet een ‘blunder’ van voor of na de opnames.

56

Kwetsbaarheid als bewuste keuze Als Zarayda aan ons tafeltje zit in het Volkshotel in Amsterdam, praat ze over de mogelijkheden van het internet, en kan ze haar enthousiasme niet onderdrukken. “Ik kan gewoon nu beslissen wie ik wil spreken en dat volgende week draaien. Dat was op TV wel anders.” Ze staat op scherp als er een kennis van jullie auteur langskomt, Nadia. Nadia is een van de initiatiefnemers van het Volkshotel, hoogzwanger, jong en opvallend gekleed. Na een korte begroeting is Zarayda onder de indruk. “Wat een toffe chick zeg. Zou ze willen voor theWhyGirl denk je?” Tijdens de gesprekken schuwt Zarayda de persoonlijke anekdotes niet. Over de relatie met haar eigen vriend bijvoorbeeld. Zarayda’s kwetsbaarheid is een bewuste keuze. “Het praat zoveel makkelijker als je zelf open bent en niet hoeft te doen alsof alles vlekkeloos gaat. Die eerlijkheid is heerlijk, ik hoef me niet stoerder voor te doen dan ik ben.” Een opvallende uitspraak. Want veel mensen zullen Zarayda juist kennen als die stoere dame van het waaghalsprogramma Try Before You Die. Een show waarin Zarayda bekendheid kreeg door klaar te komen zonder handen.

56

Weg van die TV-wetten Tijdens haar tijd bij BNN tijd probeerde Zarayda veel van haar eigen ideeën van de grond te krijgen. In het begin nog fanatiek, later terughoudender. “Toen ik net bij BNN werkte, pitchte ik alles wat me tof leek”, vertelt Zarayda. Dat waren vooral veel interviews. Misschien was ze in het begin nog wel onbevangen. Of werd er beter naar haar geluisterd. Ze weet het niet. “Waarschijnlijk een combinatie van beiden.” Wat de reden ook was, Zarayda werd zich er steeds bewuster van dat haar suggesties verdronken in een log beslissingsproces. Ze klapte ervan dicht. Die TVwetten, zoals Zarayda ze veelvuldig noemt, begonnen haar steeds meer te benauwen. “Ken jij íemand met een kijkcijferkastje? Het systeem is ontzettend ondoorzichtig.” Ze kreeg commentaar op haar manier van presenteren. Ze was niet hard genoeg. Te gevoelig. Gebruikte haar handen teveel, dat moest ze afleren. Zarayda vervolgt: “Door de bezuinigingen bij televisie werd er bovendien steeds langer over beslissingen gedaan. Op een gegeven moment ben je alweer bijna vergeten waarom je een idee had. Je raakt de urgentie kwijt.” Mensen uit Zarayda’s omgeving probeerden op haar in te praten. ‘Blijf nog even. Dan heb je een salaris en misschien komt er wel weer een kans.’ Of: ‘Misschien gaan de bezuinigingen niet door.’ “Ik had er voor kunnen kiezen om te blijven. Ik voelde me schuldig. Waarom wilde ik nu weer iets anders? Het was toch een leuk bedrijf? Een baan waar veel mensen een moord voor zouden doen. Waarom kon ik niet gewoon mijn mond houden? Het lukte niet. Ik moest weg.” De geestdrift van vrouwen “Toen ik wegging kreeg ik mega-paniek. Ziek van de stress. Ik heb wel eens gehoord dat als er iets fundamenteels wegvalt in je leven, je een soort doodsangst ervaart. In die chaos merkte ik dat het zoveel uitmaakt, dat je tegen je vriendinnen kunt zeggen. ‘Ik heb geen baan meer, ik ben voor mezelf begonnen en ik heb totaal geen idee waar ik moet beginnen’. Een vriendin opperde: ‘Je gaat gewoon in een stoel zitten wachten tot je op een idee komt.’ Ik heb in die onzekere fase ook lol gehad, door die gesprekken met interessante vrouwen. Ook mannen, maar vooral vrouwen.” Het onderwerp van haar show, bleek dus al die tijd dichtbij te zijn geweest. Vrouwen met inzicht, die andere vrouwen verder kunnen helpen. “Hiervoor is het internet echt fantastisch. Want het werkt juist goed

als je echt durft te kiezen voor een groep. Het lijkt misschien een kleine niche, maar ik krijg mails van vrouwen uit Barbados en Amerika. Hoe leuk is dat?!” Laten we eerlijk zijn; een praatprogramma voor en door vrouwen is niet iedereen zijn kopje thee. Mensen die allergisch zijn voor een oestrogeen-overschot kunnen maar beter niet inschakelen. Zinnen zoals: “Love that! Ik HOUD ervan wat je nu zegt” komen geregeld voorbij. “Hoe zit mijn haarband-ding? Netjes. You look gorgeous girl!” Geint Zarayda met Ruth Groenhart die uitlegt hoe je de liefde kunt vinden (antwoord: gedraag je niet als een prinses). Maar dat het behagen van een breed publiek niet nodig blijkt om succesvol te worden, werd al snel duidelijk. Nog geen vier maanden na de lancering van theWhyGirl klopte TLC, de grootste vrouwenzender van de wereld, aan bij Zarayda. Of ze theWhyGirl mochten uitzenden. “Op het moment dat ik afscheid had genomen van de TV-wetten en het allemaal op mijn eigen manier deed, werd ik benaderd door een internationale zender”, zegt Zarayda met een brede glimlach. The Learning Channel De deal is dat ze niets bewerken en haar interviews integraal uitzenden. Natuurlijk wel zonder de laatste paar zinnen, waarin Zarayda op z’n internets de kijkers oproept om een comment achter te laten, de interviews te liken en te sharen. Ironisch? Is het in tegenstrijd met haar beweegredenen om juist weg te gaan bij de TV? Zarayda antwoordt dat ze haar eigen autonomie nooit meer zal inleveren voor de wetten van de televisie. “TLC zendt mijn shows uit, dat is het.” En dus is Zarayda weer terug op TV. Inclusief haar drukke handgebaren, gevoelige karakter en heel veel vrouwen. Zarayda nam een risico, om uiteindelijk haar eigen wetten te volgen, en voor minder doet ze het niet.

57


— OP HET MOMENT DAT IK AFSCHEID HAD GENOMEN VAN DE TV-WETTEN, WERD IK BENADERD DOOR EEN INTERNATIONALE ZENDER. × Zarayda Groenhart


NTR, HET NEDERLANDS FILMFONDS, HET MEDIAFONDS EN COBO ORGANISEREN VOOR DE 15e KEER KORT! Nieuwe en gevestigde regisseurs en scenaristen uit Nederland en Vlaanderen krijgen de kans om korte fictiefilms te maken. KORT! bestaat uit tien korte fictiefilms met een lengte tussen de 5 en 10 minuten, waarvoor een budget van maximaal € 73.500 per film beschikbaar is. Ook animatiefilmprojecten kunnen aan KORT! deelnemen. Deze krijgen een langere productieperiode (van maximaal 18 maanden). KORT! is een onderdeel van het Deltaplan Talent.

Deelnemen Een aanvraag kan uitsluitend gedaan worden door een ervaren, in Nederland gevestigde producent. Elke producent mag maximaal drie projecten indienen. Een regisseur komt in aanmerking voor maximaal één realiseringsbijdrage. Van regisseurs wordt, naast een relevante opleiding, verlangd dat zij minimaal één gerealiseerde (korte) fictiefilm op hun naam hebben staan. Regisseurs die reeds drie keer een KORT! hebben gemaakt kunnen zich vijf jaar na de laatste deelname weer opnieuw aanmelden.

Selectie

Contactgegevens Nederlands Filmfonds Jolijn van Rees Pijnackerstraat 5 1072 JS Amsterdam 020-5707678 j.van.rees@filmfonds.nl NTR Televisie Redactie NTR Postbus 29000 1202 MA Hilversum 035-6774555 drama@ntr.nl

De selectie vindt plaats op basis van uitgeschreven scenario’s. Scenario’s met Nederlandstalige dialogen en narratieve films met een eigentijds onderwerp voor een volwassen publiek hebben de voorkeur. Er wordt nadrukkelijk gekeken naar de filmische potentie van het scenario en de creativiteit en durf van de maker(s). Een regievisie is een vereiste.

Duurzaamheid KORT! gaat in vervolg op de vorige edities verder met het duurzaam produceren van film. Alle geselecteerde deelnemers aan KORT! verplichten zich daarom tot duurzaam produceren. Kijk voor meer informatie op kort.ntr.nl en www. greenfilmmaking.com

Aanmelden Aanmelden kan door uiterlijk dinsdag 18 november 2014 vóór 17:00 uur een volledig ingevulde digitale versie van het aanmeldingsformulier met bijlagen via www.filmfonds.nl en drie ondertekende en ingebonden papieren exemplaren met bijlagen bij het Nederlands Filmfonds in te dienen.

Bekendmaking uitslag De uitslag wordt half januari 2015 bekend gemaakt. De première van de films is voorzien op het Nederlands Film Festival 2015 (m.u.v. de geselecteerde animatiefilm(s) die mogelijk een jaar later in première gaan). De films zijn bestemd voor vertoning in de bioscoop, via internet en op televisie via de NTR. Mocht het project geselecteerd worden dan staat woensdag 21 januari 2015 het kennismakingsgesprek gepland.

adv_Kort_2015_versmagazine_2.indd 1

26-08-2014 10:12


VRT_VERSad170x230mm.pdf

1

29-08-14

21:15

SIGN UP FOR FREE SEMINARS AT SAE!

the Global

Network for Creative Media Education Certificate-, Diploma-, Bachelor-* and Masters* in the field of

Audio & Music, Film, Web, Cross-Media and Animation

SINCE 1976

validated by Middlesex University in London London, Paris, Brussels, Sydney, New York, Los Angeles, Berlin, Stockholm, Singapore, Istanbul, Capetown, Bangkok

SAE INSTITUTE Amsterdam. Tel: 020 6228790 / Johan van Hasseltweg 31 Amsterdam SAE INSTITUTE Rotterdam. Tel: 010 4117951 / Kratonkade 5 Rotterdam www.sae.edu


Gear for Video Audio Lighting Music

WWW.DSTTL.COM

All equipment at one address

PLAYGROUNDS DIGITAL ARTS FESTIVAL


7 & 8 November — The Hague

frame your inspiration

James Holden live Tatu Rönkkö + Efterklang Henrik Schwarz & Nik Bärtsch Colin Stetson Bohren & Der Club Of Gore Gold Panda Greg Haines The Field Herman Kolgen & BL!NDMAN rewirefestival.nl

Master Classes & Evening Sessions voor en door filmmakers! www.amsterdamfilmschool.com

Herengracht 425, Amsterdam

Chantal Acda - Wanda Group - Klara Lewis - DNMF - Gardland Lee Noble - Jozef van Wissem - Fiium Shaarrk - Hydras Dream Von Nohrfeldt Ensemble - Maarten Vos & Greg Haines - Siinai Albert van Abbe + many more..


VERS Magazine

VERS Schrijf je nu in!

68

Hoofdredactie

Laura Kemp & Robbert Vos

Woord

Lietje Bauwens / Marijke Vos / Meredith Greer / Thomas Brouwer

Beeld

Emil Pabon - emilpabon.com Boris Postma - borispostma.com Gijs Kast - gijskast.com Takeadetour - takeadetour.eu

Vormgeving

AWARDS 2014

Tjade Bouma - tjadebouma.nl

Online

versmagazine.nl versfilmentv.nl

Advertenties

advertentie@versfilmentv.nl

Drukkerij

Tesink - tesink.nl

Met dank aan

Bart van den Aardweg / Bas Broertjes / Berend Jan Bockting / Chris. W. Mitchell / Davinia Croes / Emo Weemhoff / Emma van der Hilst / Erik Glijnis / Ivo Noorlander / Johan Fonk / Jona Honer / Jorn Mooij / Mea Dols de Jong / Melvin Simons / Roeland van Doorn / Selin Kuscu / Sopa Bouman / Saskia Diesing/ Tibor Dingelstad / Wiam Al-Zabari / William Spaaij / Zarayda Groenhart

VERS Magazine is tot stand gekomen met steun van het Nederlands Filmfonds

De filmcompetitie voor jonge filmmakers

Deadline: 30 september Uitreiking: 24 Oktober - Het Ketelhuis Amsterdam www.versfilmentv.nl - facebook.com/vers.filmentv

68

Ontwerp: Thalita van der Zon

Profile for VERS

VERS Magazine 14/15  

VERS Magazine 2014/2015 – hét magazine voor en door Nederlandse beeldmakers - staat dit keer in het teken van 'de nieuwe creatieve autonoom'...

VERS Magazine 14/15  

VERS Magazine 2014/2015 – hét magazine voor en door Nederlandse beeldmakers - staat dit keer in het teken van 'de nieuwe creatieve autonoom'...

Advertisement