Page 1

Verrekijkers Magazine voor intercultureel contact en mondiale bewustwording OKTOBER 2007 • nr 3 • jaargang 1 • www.verrekijkers.org

De kracht van kunst

Bollywood

• Salimata Kaboré over vrouwen & tolerantie • Talatala strips uit Congo • Voorwoord door Dimitri Leue


3 4

. . . . . . . . . . . . . . . . . . Cultuur als motor voor ontwikkeling?

6 9

Inhoud

. . . . . . Voorwoord door Dimitri Leue: Simpel!

Africalia ondersteunt culturele projecten in Afrika

. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Salimata Kaboré: Kunstig tussen culturen . . . . . Opiniestuk over kunstbeleving in Afrika en het Westen: Onbekend is onbemind

15 18

Zwarte Man in de oven: Een Poolse taart . . . . . . . . . . . . . . Terugblik op een inleefreis... Een interview met Hannes d’Hoine . . . . . . . . . . . . . .

. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Kiekjes uit de wereld: Fotoreportage China door Herman Colruy . . . . . . . . . . . . . . . Hazim Kamaledin: Een kameleon in mensenhuid VLIR-UOS-reisbeurs . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

22 23 24 25 28

10 12

Noord-Peru: Volksraadpleging wijst mijnproject Rio Blanco af . . . . . .

20 20

. . . . . . . . . . . . Een IJslandse film maken... in Vlaanderen . . . . . . . . . . . . Ver-Zicht in ‘t kort: IJsland . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Column: De kunst van tegenwoordig. Tegen welke prijs? . . . . . . Hollywood vs Bollywood: De maatschappij door de ogen van de filmindustrie . . . Talatala brengt Congolese stripwereld naar de ‘Europese hoofdstad van de strip’ Prikbord . . . . . . . . . . . . .

30-31 31

Boekrecensie: De complexiteit van Orhan Pamuk en Sneeuw . . .

Wil je graag een abonnement op Verrekijkers? Aarzel dan niet! Om je te abonneren hebben we je huidige coördinaten nodig, anders weten we je natuurlijk niet wonen. Stuur een mail met als onderwerp “Inschrijven” naar a.verrekijkers@hotmail.com en vermeld je naam en adres. Stort dan 5 euro op het rekeningnummer 979-2458116-44. Schrijf als mededeling “Abonnement” en vergeet je naam en adres niet te vermelden. Na je storting ben je geabonneerd en krijg je binnen de twee weken je Verrekijkers in de bus.

Ben je reeds geabonneerd? Hernieuw nu je abonnement! Stort voor 15 december 2007 opnieuw 5 euro op het rekeningnummer 979-2458116-44 om de Verrekijkers van 2008 te ontvangen. Schrijf als mededeling “Abonnement verlengen” en vergeet je naam en adres niet te vermelden.

2 | Verrekijkers


Voorwoord door Dimitri Leue

Simpel!

In 1993 trok ik samen met dertien andere kunstenaars naar een vluchtelingenkamp in Kroatië. De primaire behoeftes van deze Bosnisch-Kroatische vlucthelingen waren vervuld. Ze hadden een plek om te slapen en ze kregen eten en drinken. Veel melkpoeder en corned beef maar in tijden van oorlog moet je geen culinaire wonderen verwachten. Wij wilden met onze groep aan secundaire hulpverlening doen, oftewel een beetje vertier en afleiding bieden. Via de kinderen maakten we contact met de volwassenen. Theoretisch gingen we veel toneel en muziek brengen, in praktijk werd er gewoon ook veel gevoetbald en gezwommen. Wat ons opviel was het gebrek aan cultuur in deze kampen. Geen mooie muurschilderingen waarin ze kritiek gaven op hun toestand. Alleen lelijke graffiti waarop stond dat Serviërs ratten zijn. Geen zang, geen dans, niets. De belegering van Dubrovnik , een door Unesco-beschermde stad, was weer een bewijs dat oorlog geen ruimte laat voor cultuur.

Armoede daarentegen zet aan tot creativiteit. De wijze waarop ze in Mali niets verloren laten gaan en alles herbruiken is pure kunst. De dansen die bepaalde stammen uitvoeren, zijn van levensnoodzakelijke rituelen vervallen tot commerciële shows. Een dans om de Goden goedgezind te stemmen wordt een dans om de toeristen foto’s te laten nemen. Het resultaat blijft hetzelfde: eten en overleven. Een Malinese kunstenaar, die houten beelden maakt, vertelde mij dat termieten op een dag zijn houtvoorraad kapot maakten. De volgende dag zocht hij goedkoop, onbewerkt hout en legde dat bij de termieten. De beesten vraten het hout voor hem proper. Hij liet de beesten voor hem werken.‘Zo moeten wij hier alle tegenslagen leren gebruiken in ons voordeel. Jij komt uit Europa, jij krijgt subsidie om te creëren. Ik creëer om te overleven. Mijn kunst heeft sowieso een noodzaak. Dat heb ik voor op vele Europese kunstenaars.’ China is een land van censuur. Google, Wikipedia, films, muziek ,… alles wordt gecensureerd. En toch weten de kunstenaars hier door de mazen van het net te glippen. Door hun ding te doen in Amerika of door het zo goed gecamoufleerd te doen dat de overheid er niets op kan zeggen. Shakespeare liet zijn tragedies afspelen bij de Romeinen, in Denemarken, in Verona,… maar iedereen wist dat het eigenlijk over Engeland zelf ging. Cubaanse films lijken geen kritiek te vertonen op het regime. Een tweede visie en een beetje een analytische kijk levert algauw heel wat dubbele bodems op. Maar dit is een gevaarlijk spel. Veel kunstenaars zijn hierdoor al … verdwenen.

Wij kennen geen oorlog, armoede of censuur. Wij kennen geen angst om te creëren. Misschien zijn we een beetje bevreesd dat niemand ons zal begrijpen of dat iedereen het slecht zal vinden, maar onze creatie is nooit gevaarlijk. Vele kunstenaars zijn op zoek naar taboes. Choqueren komt in de buurt van bekritiseren. De levensnoodzakelijkheid van bedreigde artiesten kunnen wij niet evenaren. Wij zijn namelijk niet bedreigd maar in de watten gelegd met culturele centra, kunstencentra, musea, concertzalen, theaters, opera’s, bioscopen, beeldenparken,… In onze zoektocht naar noodzaak zijn we al heel veel terecht gekomen bij andere culturen. Al heel vroeg zijn Westerse kunstenaars inspiratie gaan zoeken in exotische landen. Picasso, Gauguin, Joseph Conrad, Multatuli, Duke Ellington, Louis Armstrong, Giacometti,… Dat is nog steeds niet veranderd. Met ons project W@=D@ wilden wij jongeren een mooi boeket van ervaringen aanbieden. Eerste contacten met andere culturen. Voorzichtig aftasten, de kinderen hongerig maken naar meer. De oerverhalen waar we op botsten in die andere landen zijn zo’n rijkdom dat ze theatraal gezien een ‘must’ vormen als je het over die andere culturen wilt hebben. De Mahabharata is voor de Indiërs niet zo maar een verhaal. Het maakt deel uit van hun leven. Net zoals Sunjata voor de Malinezen meer is dan een vertelseltje voor het slapen gaan. Het overnemen van deze meesterwerken kan op verschillende manieren gebeuren. Met enorm veel respect, zonder al te veel aan de tekst te veranderen. Of met een beetje respect, heel veel aanvoelen en heel veel veranderingen. Of zonder respect en met je eigen artistieke interpretatie van het verhaal. Ikzelf ben voorstander van optie twee. Bij optie één krijg je een soort exotisme, een soort nabootsing die even fijn is als een bezoek aan de dierentuin. Je ziet iets bewegen, maar het beweegt niet zoals het zou moeten bewegen. Het is niet vrij! Bij optie drie zie je de kunstenaar, die deze keer toevallig een Malinees of Indische thema heeft, maar je herkent vooral de hand van de meester. Optie twee is een prachtige symbiose tussen het oerverhaal en de kunstenaar. Net zoals in een relatie werkt het het beste als er een evenwicht is. Kunstenaars creëren hun cultuur. Culturen creëren hun kunstenaars. Was alles maar zo simpel!

Oktober 2007 | 3


Cultuur als motor voor ontwikkeling?

Africalia ondersteunt culturele projecten in Afrika Deze zomer waren er op het wereldmuziekfestival Sfinks in Boechout ook achter de schermen een aantal opvallende verschijningen te gast. Deze gesluierde mannen waren hier in het kader van een uitwisseling tussen Sfinks en het Festival au Désert in Mali. Het Festival au Désert was oorspronkelijk een bijeenkomst van de Toearegs, een nomadenvolk uit de Sahel. Eénmaal per jaar werd er een Tacoubelt gehouden: de verschillende nomadenstammen kwamen samen in de woestijn om er muziek te maken en kamelenraces te houden. In 2001 kwam de Franse hiphop groep Lo’Jo met een schaalvergroting en werden er ook Europese groepen uitgenodigd. Ondertussen zijn zelfs grote namen zoals Robert Plant bezweken voor de charmes van het festival. Tekst: Tobi Lancsweert Beeld: met dank aan Africalia © EFES

Vandaag verwelkomt het Festival au Désert naast Toeareg-groepen ook muzikanten uit andere delen van Mali, Europa en de Verenigde Staten. Onder de 7000 bezoekers telt men nu zo’n 1500 westerlingen. We hadden een gesprek met Mamatal Ag Dahmane, één van de organisatoren van het festival.

aan, want zo kunnen Afrikaanse artiesten hun muziek voorstellen aan een Westers publiek. Een andere Belgische partner van het Festival au Désert is Africalia. Deze jonge speler in het veld van de ontwikkelingssamenwerking richt zich specifiek op cultuurprojecten. Hun motivering? Cultuur ondersteunen betekent voor hen een bijdrage aan duurzame menselijke ontwikkeling.

“We proberen een uitwisseling tussen culturen tot stand te brengen. Ons festival is, net als Sfinks, een plek waar muzikanten elkaar kunnen Bjorn Maes (regioverantwoordeontmoeten. Er komen artiesten uit De woestijn lijke zuidelijk Afrika): “Cultuur is Mali, maar ook uit de rest van Afrika, uit Europa en uit de Verenigde maakt iedereen gelijk een motor voor ontwikkeling. Als iemand tijd en energie heeft om een Staten. Robert Plant is bijvoorbeeld film te draaien of muziek te maken, dan wilt dat zeggen al komen spelen, maar ook Blackfire, Navajo-indianen uit dat hij of zij geen honger heeft. Door ontwikkelingssaArizona. Doorheen het festival worden er ook heel veel menwerking te benaderen vanuit cultuur, kijk je voorbij intercontinentale jamsessies georganiseerd. We hopen de primaire behoeftes.” dat de muziek daardoor verandert en dat de muzikanten ook een beetje hun thuiscultuur veranderen door deze In het begin hadden jullie waarschijnlijk veel muzikale invloeden te integreren. Het bijzondere aan moeite om mensen te overtuigen van de noodhet festival is dat de woestijn iedereen gelijk maakt. zaak van een cultureel luik aan ontwikkelingssamenDaardoor kan iedereen zichzelf zijn en heb je als vanzelf werking. een samenhorigheidsgevoel.” Daarnaast biedt het festival deze groepen ook uitgebreid de kans om zichzelf in de kijker te plaatsen van Europese en Amerikaanse muziekprogrammatoren. Mamatal: “Inderdaad! Het Festival au Désert probeert ieder jaar nieuwe onbekende artiesten voor te stellen. Zo komen ze in contact met programmatoren en worden ze vaak uitgenodigd om in Europa en de Verenigde Staten te gaan spelen. Adama Yalomba is zo iemand. Toen hij in 2003 bij ons speelde, was hij nog heel jong. Zijn huidige manager, een Fransman, zag hem daar spelen en nu tourt hij door heel Europa. Die netwerking moedigen we 4 | Verrekijkers

Bjorn: “Nog steeds! Wij gaan er vanuit dat cultuur geen luxe is. Het is een essentieel onderdeel van wie ik ben als mens en het plaatst een individu in een relatie met de gemeenschap. Ik kan een concreet voorbeeld geven. Een professioneel dansgezelschap in Zuid-Afrika, Moving into Dance Mophatong, doet een projectvoorstel waarbij ze – samen met de gevierde dichteres Lebo Mashile – poëzie en dans combineren. Moving into Poetry heet het project. De creatie loopt over 6 maanden en in die periode werkt het gezelschap samen met 6 secundaire scholen in ‘historically disadvantaged communities’, waaronder Soweto township. Zo betrekken ze de mensen in die gemeenschappen in het artistieke gebeuren. Van de 30


The Simpsons in Kenia Het Festival au Désert lijkt meer en meer een uitstalraam te worden voor Afrikaanse muzikanten. Bestaat er dan niet het gevaar dat ze hun muziek gaan aanpassen om in de smaak te vallen bij westerse programmatoren? Bjorn: “Voor ons is het belangrijk dat het project respect toont voor de authenticiteit van de kunstenaar. Ik las laatst een artikel in de krant met een voorbeeld van hoe het niet moet. Dat ging over een afgelegen dorp in Kenia waar men sinds jaar en dag zeepstenen sculpturen maakt. Daar is dan een Brit gepasseerd die het business-idee heeft opgevat om die mensen figuurtjes te laten maken die in het westen gemakkelijk afzet zouden vinden. Zo is hij bij de Simpsons terechtgekomen en nu worden er in heel het dorp enkel nog sculptuurtjes van de Simpsons gemaakt.” Op die manier creëer je toch werk in Afrika? Bjorn: “Het feit dat je Afrika binnenbrengt in een economisch wereldgebeuren, vind ik op zich een positieve zaak. Het negatieve aan het verhaal vind ik dat je je eigen cultureel product opdringt aan iemand in Afrika die sowieso met zijn eigen project bezig was. Het enige wat er overblijft, is de techniek van een zeepstenen sculptuurtje maken. Op die manier zou het evengoed in China gemaakt kunnen worden. De eigenheid van de Afrikaanse cultuur is in mijn ogen te veel afwezig in dit verhaal. In de projectaanvragen die wij van culturele operatoren in Zuid-Afrika krijgen daarentegen, merk ik dat zij heel erg bezig zijn met culturele identiteit. We spreken over zo’n 15 jaar na het afschaffen van apartheid. Dat land doet het vrij goed, maar in cultureel opzicht zijn de mensen sterk op zoek naar wat het betekent om Zuid-Afrikaan te zijn. Wat betekent dat als zwarte Zulu naast Xhosa, kleurling of Indische achtergrond? Van alle kanten zijn ze daar naar op zoek en vaak met succes. Dat zijn processen waar we graag op inhaken.”

Universele cultuur?

cultuur niet sowieso een beleving die enkel kan lukken indien je de codes begrijpt en ook op die manier echt communiceert? Is cultuur wel iets dat je kunt globaliseren? Bjorn: “Cultuur als een beleving voor een kleine homogene gemeenschap? Ja, dat kan, maar dat is voor mij niet de meest interessante vorm van cultuur. Ik word graag uitgedaagd in mijn culturele beleving. Ik word graag geconfronteerd met dingen die ik niet helemaal snap, waar ik me wat vragen bij moet stellen en misschien zelfs wat ongemakkelijk van word. Daarom open ik ook graag mijn blik op Afrika. Niet dat alles wat uit Afrika komt zo fantastisch is. Er zijn ook slechte dingen, net zoals bij ons. Er is al veel gezegd over de multiculturele samenleving, maar ik vind het interessant dat je met dingen geconfronteerd wordt. Dat daagt uit.” Tegelijkertijd zie je dat Vlaamse kunstenaars ook vaker teruggrijpen naar thema’s uit andere culturen. Bjorn: “In het kader van de professionalisering van de sector proberen we dan ook bruggen op te zetten tussen mensen die professioneel met cultuur bezig zijn hier en in Afrika. Misschien hebben de mensen ginder er iets aan om de ervaringen te horen van onze professionals, maar omgekeerd hebben zij evengoed dingen te leren van hun Afrikaanse collega’s. Artiesten staan daar ook heel erg voor open. Vaak ontmoeten ze daar iemand waar ze vervolgens een project mee opstarten. Dat zijn geweldige dingen! Het is niet eenvoudig voor Afrikaanse kunstenaars om buiten hun grenzen te breken en wat bekendheid te krijgen in het Westen. Als je een brug bouwt tussen een artiest hier en een ginder, gaat er een deur open voor Afrikaanse artiesten. Uitwisseling gaat altijd via mensen.”

Meer info www.festival-au-desert.org www.sfinks.be www.africalia.be

© Hegbe Josiane

kinderen waar ze in elke school mee gaan werken, zijn er misschien 2 of 3 die doorgroeien in het dansgezelschap en er hun beroep van maken. Dat is een goede zaak. Eender wie kan een gitaar vastpakken en beginnen spelen. Je hebt evenveel kansen om het te leren, maar je moet wel heel de weg afleggen. Dus als je ergens de kans krijgt om ervaringen op te doen, ben je misschien vertrokken.”

Om terug te komen op het Festival au Désert. Ik stel mij de vraag hoeveel van die culturele eigenheid wordt begrepen door een westers publiek. Is Oktober 2007 | 5


nstig K u tussen C ulturen Tekst: Karolien Vrints Beeld: Salimata Kaboré

Salimata Kaboré

Onze ontmoeting Mijn eerste dag aan de universiteit van Antwerpen. Vol verwachtingen kuier ik met enige zenuwen naar de aula. Jawel, ik ben op de universiteit geraakt, een plaats waar een mengelmoes van mensen hun hersenen hopen aan te scherpen, de plaats waar ook velen ze verliezen in de omliggende cafés, een plaats waar interculturele contacten de gelegenheid krijgen hun hoogtepunt te kunnen bereiken. Althans, dat dacht ik… De deur zwaait open en ik staar een enorm raster van 300 mensenhoofden aan, allemaal een beetje aan de bleke kant. Waar is nu dat internationale karakter van de universiteit? In de verte zag ik één donker meisje. Na de les stonden we toevallig op hetzelfde moment onszelf door de deur te drummen. We zijn beginnen babbelen aan die deur. Ze kwam uit Nederland en eigenlijk ook uit Burkina Faso. Ze begon ook aan de opleiding Commu nicat iewetenschappen. Ze was ook verrast door het nogal homogene publiek in de aula. Sali mocht ik haar noemen, maar eigenlijk was het Salimata Kaboré. Of ik haar wat kon helpen met Nederlands, mocht het nodig zijn. Natuurlijk, was mijn antwoord en die ontmoeting mondde uit in een jarenlange vriendschap waardoor ik haar groei en ambitie in de kunstwereld van dichtbij kon meemaken. 6 | Verrekijkers

in kunst gaan verdiepen door een kunstopleiding te volgen aan de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten te Antwerpen.

Burkina Faso Nederland - België Salimata’s moeder besloot om in 1992 Ouagadougou achter zich te laten en naar Nederland te verhuizen, samen met haar man, oorspronkelijk een Nederlandse diplomaat die later een befaamd journalist werd. Uiteindelijk heeft Salimata (geboren in 1978) meer tijd in België doorgebracht dan in Nederland en Burkina Faso. Zowel haar middelbare school, als haar opleiding tot Maîtrise en Communication et Négotiation, haar specialisatiejaar in Communicatie en Ontwikkelingssamenwerking en zelfs haar kunstopleiding heeft ze op Belgische grond vervolmaakt. In het Nederlandse Den Haag kreeg Salimata op het Franse Lyceum eenmaal per week tekenles. Het is pas op de middelbare school in Brussel dat Salimata haar talent heeft ontdekt en de basis heeft kunnen leggen voor het schilderen. Een lerares plastische opvoeding op het Franse Lyceum waar Salimata naast algemene vakken nog een reeks kunstvakken kreeg, heeft haar aangemoedigd om haar tekenvaardigheden verder uit te bouwen. Na haar middelbare schooltijd is Salimata zich meer

Haar kunst gewaardeerd Haar werken zijn reeds op meer dan 20 exposities tentoongesteld, waaronder op The first Original African Music and Art Meeting in Delft in Nederland (2002), Quinzaine africaine in Espace Delvaux in Brussel (2005), Arts et métissage in Elzenhof in Brussel (2005) en Quand l’Afrique atterrit en Europe: Europe rêve ou cauchemar d’Afrique in het Femme universelle II


Théatre Molière in Brussel (2006). Ook heeft Salimata een aantal prijzen in de wacht kunnen slepen waaronder tweemaal de prijs van Le concours de la Journée Européenne des ecoles (1998 en 1999), waardoor ze België moest vertegenwoordigen bij de autoriteiten van Turkije en Polen. Ook wist ze de prestigieuze Prix Pie Tshibanda, prix créativité jeunesse (2007) in de wacht te slepen. Een belangrijke symbolische prijs voor de Afrikaanse gemeenschap in België.

“De samenleving is meer en meer overtuigd van de sterke rol van vrouwen.” De Lobby européen des femmes à Bruxelles heeft Salimata werken laten maken om hun publicatie Les femmes migrantes dans l’Union européenne: mêmes droits, mêmes voix (januari 2007) kleur te geven. Tenslotte heeft Salimata het tijdschrift Evangile et Justice van Centre AVEC van illustraties voorzien (maart 2007).

Een vrouwelijke en tolerante wereld Vrouwen en tolerantie zijn twee elementen die steeds terugkeren in Salimata’s werken: “Mijn werken kunnen een voorbeeld stellen voor andere vrouwen. Momenteel is de samenleving meer en meer overtuigd van de sterke rol die vrouwen hebben in de wereld. Toch moet er nog veel veranderen in de toekomst voor een betere positie voor vrouwen. In Afrika is het natuurlijk veel erger gesteld met de plaats van de vrouw in de samenleving, maar ook

Le marché

in Europa moet de vrouw nog steeds knokken om dezelfde rechten te krijgen als de man. Bewijzen zijn daarvan genoeg geleverd. Zie maar naar het salaris en de positie van vrouwen op de werkvloer… Ook pleit ik voor meer tolerantie via mijn werk omdat ik vind dat mensen opener moeten zijn. Dit zou al heel wat problemen

Femme universelle I

F

emme universelle I (90x120cm, acrylique)

In kleur is bij dit werk – bekroond door o.a. de prestigieuze Prix Pie Tshibanda – op te merken dat de huid van deze vrouw bestaat uit kleine veegjes van verschillende tinten huidskleur. Deze vrouw kan van Afrika zijn, maar ook van Amerika of Europa. Uit haar ogen schittert een sterke blik op de wereld die alles wil veranderen, maar ze is naakt van schaamte. Ze houdt een wit doek voor zich dat blijvende hoop

symboliseert.

F

emme universelle II (48x37cm, acrylique)

Deze universele vrouwen willen situaties in de samenleving verbeteren. Ze zijn niet helemaal gevangen in het doek, maar ze kunnen uiteindelijk maar weinig doen. Ze praten met elkaar over hoe ze zaken kunnen verbeteren in de wereld maar de realiteit kunnen zij moeilijk veranderen. Ze kunnen maar door een scheur in het doek naar de wereld kijken.

L

e marché (80x100cm, technique)

Vrouwen spelen een krachtige economische rol in Afrika. Het komt vaak voor dat Afrikaanse vrouwen een kleine, zelfopgerichte winkel brengen tot een grote veelbetekende handel die de nationale economie een duw in de rug kan geven (zie de symboliek van de geldbiljetten). Sali vatte in januari 2006 dit idee mooi samen voor Le Conseil des Femmes Francophones

de Belgique als inleiding voor haar tentoonstelling: “Les

femmes africaines sont les clefs du développement en Afrique. Elles jouent plusieurs rôles: reproductif, éducatif et ménager. Elles jouent aussi un rôle primordial au niveau économique.” Maar deze veelbetekenende rol van Afrikaanse vrouwen wordt niet altijd als zodanig erkend...

Oktober 2007 | 7


uit de wereld helpen. Kunst is een goede manier om zulke boodschappen over te brengen op mensen. Soms zijn beelden hier handiger in dan woorden”, aldus Salimata. De keuze om deze twee thema’s telkens te laten terugkeren in haar werken, is uit haar leven gegrepen. Als vrouw van Afrika en Europa is ze erg begaan met de positie van de vrouw in de wereld. Ook de organisatie waarbij ze momenteel werkt als projectverantwoordelijke van het Forum Asile et Migrations en waar ze het secretariaat en het documentatiecentrum beheert, sluit hier volledig bij aan: Centre AVEC, een organisatie die geregeld conferenties, debatten en seminaries organiseert en onderzoek levert naar multicultureel samenleven, mensenrechten, solidaire economie, migratie en democratie. Voor hen werkt Sali momenteel aan een analyse over Les femmes d’Afrique subsaharienne et leur rôle en Belgique. “Sommige mensen

Ode aan de Afrikaanse vrouw Femme d’Afrique Flamme douce à la beauté infinie Force délicate et humaine Tu es la plus fidèle Tu es la plus trahie Tu es la plus courageuse Tu es la plus respectueuse Tu es la meilleure des mères Par ton regard Tes enfants t’écoutent affectueusement Et dansent au rythme de ta voix douce et belle Femme d’Afrique regardant vers le Nord, le Sud, l’Est et l’Ouest Ne te laisse pas emporter par Cette vague que l’on appelle apparence Car le paradis sur terre se trouve d’abord en toi. Salimata

verwachten enkel Afrikaanse kunst van me, terwijl mijn kunst een mengvorm is van Westerse en Afrikaanse cultuur. Dit kan je goed zien in mijn abstracte of figuratieve werken. Ik beschouw mezelf niet als etnisch kunstenares. Het zijn de positieve aspecten die ik uit de twee culturen haal en die voeden inderdaad mijn eigen visie. Maar het blijft ‘de stijl van Salimata’, wat niet per se in een bepaalde categorie kan geschoven worden. Maar de meeste mensen denken graag in termen van categorieën. Als dit hen helpt om de boodschappen die ik in mijn werken steek te begrijpen, heb ik er geen problemen mee.”

Meer info salimatacreations.ifrance.com/ www.europe-at-school.be/fr/galleryofartworks.html www.f-a-m.be www.centreavec.be L’Africain, 45ème année n°5, juin-juillet 2007, n°230, p.7-28


ONBEKEND IS ONBEMIND

Het verschil in kunstbeleving tussen Afrika en het Westen

Wie denkt er bij de woorden ‘beeldende kunst uit Afrika’ niet onmiddellijk aan houten maskers, trommels en fel gekleurde batiks? Maar is dat werkelijk alles wat het grootste continent van de wereld te bieden heeft? Onze kennis over de kunst uit dit werelddeel is nog te veel gebaseerd op exotisme en het koloniale verleden. Een visie die al lang niet meer strookt met de werkelijkheid. De Mozambikaanse artieste Olga Dengo is een goed voorbeeld van de andere kant van kunst uit Afrika. Dit kan je met eigen ogen vaststellen in haar nieuwe Open Atelier op ’t Eilandje in Antwerpen, waar zij moderne, abstracte schilderkunst maakt. Alleen al de term Open Atelier duidt op een verschil tussen de kunstbeleving in Europa en de VS en die in Mozambique. Kunst maken en ervaren is daar meer iets dat in groep wordt beleefd dan een individuele activiteit. In haar open atelier kan iedereen die wil met haar interageren terwijl zij aan het werk is. Kenner of geen kenner, bewonderaar of niet. Zo zie je hoe een werk tot stand komt en sta je misschien zelf mee aan de basis ervan, net door de communicatie met de kunstenares. De conflicten tussen mensen over verschillende vormen van macht raken Olga sterk en zij probeert hier tegen in te gaan door een harmonie te creëren tussen verschillende kleuren en vormen. De gebeurtenissen in de wereld zetten haar aan tot het stellen van vragen die de drijfveer achter haar werk zijn. Het verschil tussen de Westerse en de Afrikaanse moderne kunstbeleving is de oorzaak van veel interculturele misverstanden. De Afrikaanse kunstenaar maakt deel uit van het dagdagelijkse leven en heeft een duidelijke, sociale functie. De artiest is er niet zoals in het Westen geïsoleerd of verbannen naar een verre zijlijn van de maatschappij. Het leven zelf is er kunst en kunst is er nog niet zo kunstmatig als bij ons. Omdat vele musea, curatoren en verzamelaars niet op de hoogte zijn van deze Afrikaanse benadering van kunst, weten ze ook niet hoe er mee om

“De kunstwereld lijkt nog niet klaar voor de globalisering”

Opiniestuk

door Wouter Arrazola de Oñate

te gaan. Hierdoor wordt moderne kunst uit Afrika een beetje genegeerd als speler in de mondiale kunstwereld. De kunstwereld lijkt nog niet klaar voor de globalisering. Hoeveel moderne Afrikaanse kunstenaars hangen er in Belgische musea? Buiten de verdwaalde Congolees of blanke Zuid-Afrikaan bitter weinig. Terwijl musea toch worden gefinancierd door de overheid om te tonen wat er wereldwijd leeft op het gebied van kunst. Curatoren en verzamelaars kennen Afrikaanse kunst niet zo goed en hebben daardoor ook geen referentiepunten en expertise om die kunst te beoordelen. Hun status als kenner is opgebouwd door een jarenlange focus op Europa en de VS dus het is bedreigend ‘de wereld’ te verruimen tot andere continenten. Als je je open stelt voor iets onbekends dan ben je immers geen expert meer, kan je je kennis niet meer laten gelden en verlies je je aanzien. Onbekend is dus onbemind. Vanaf het ogenblik dat je als kunstenaar vertelt dat je uit Afrika komt, word je onmiddellijk in het hokje geduwd van volkskundig traditionalisme, ‘tribal art’ of etnische kunst. Voldoet je werk niet aan wat men van deze genres verwacht, dan weten Westerse kenners niet wat ermee aan te vangen. Onuitgesproken heerst het vooroordeel dat wat uit Afrika komt niet modern kan zijn. Te lang is Afrikaanse Kunst eerst bekeken als Afrikaans en pas daarna als Kunst. Sommige curatoren beweren dat ze artiesten slechts beoordelen op hun stem in het internationale kunstdiscours. Toch kan niemand volhouden dat Afrikaanse kunstenaars geen verhaal willen vertellen of geen missie hebben. Dat die boodschap niet altijd goed begrepen wordt of wel eens onpopulaire opvattingen over bijvoorbeeld kolonialisme bevat, is een andere zaak. Velen vergeten dat talent eerlijk werd verdeeld over de wereld. Geld en kansen echter niet. www. waterfront-art.be

Oktober 2007 | 9


Zwarte Man

ä in

(een Poolse taart)

de oven Tekst en beeld: Fleur Leroy Ik heb een Poolse vriendin, Anna (uitgesproken als Ania), waarmee ik taarten gebakken heb. Haar man, die ook half Pools is en voor de andere helft Belgisch, was jarig en gaf een groot verjaardagsfeest. Daarvoor moest er vooral taart zijn. Vele, mooie, grote taarten. Ik geef hier het recept van de chocoladetaart die we samen bakten, niet zozeer omdat ze zo typisch Pools is, maar omdat ze zo lekker is, zo rijkelijk, zo zwaar, kortom zo’n echte taart. Het gebak zelf ziet er immers eerder Oostenrijks uit. “Klopt”, zegt Anna’s Poolse schoonmoeder, “de taarten die in Polen gebakken worden zijn vaak van Centraal-Europese origine.” Dit zou wel eens een gevolg kunnen zijn van de Poolse Deling op het einde van de 18de eeuw, waarbij Polen opgesplitst werd tussen Rusland, Oostenrijk en Pruisen en meer dan een eeuw lang niet meer bestond. Verder maken ze ook vaak appeltaart, maar dat is omdat er veel appelbomen in Polen zijn. Het gaat me niet in de eerste plaats om het recept van een typisch Poolse taart, maar over het bakken van een echte taart. In Polen bakken vele mensen nog verschillende taarten voor elke verjaardag, speciale taarten voor Kerstmis en Pasen en ook liefst 10 | Verrekijkers

elke zondag een mooie taart, want dan komt er meestal bezoek en aan bezoek moet er vooral veel te eten en te drinken worden voorgezet. Toen ik met Anna bij haar ouders op bezoek was in Polen werd er een paar keer per dag voor gezorgd dat we goed te eten kregen. De tafel werd gedekt met allerlei zorgvuldig bereide gerechten. Altijd te veel en bijna altijd was er taart achteraf. Die taarten zijn vaak van die grote, hoge taarten in verschillende lagen met zoveel mogelijk boter en room klaargemaakt en daar omheen een nog zoeter, maar zo heerlijk glazuur. Anna heeft een schriftje waarin ze alle receptjes schrijft die ze van haar moeder krijgt, die ze zelf weer van haar moeder kreeg, je weet wel. Zo’n schriftje is een beetje een vrouwelijke traditie in Polen, waar het toch nog meestal de vrouwen zijn die koken en taarten bakken, en vormt soms zelfs een deel van de erfenis. Hier komt dan het recept voor de chocoladetaart die in het Pools ‘Murzynek’ heet, wat vertaald wordt als ‘De Zwarte Man’. Samen met nog veel andere dingen is de zelfgemaakte taart wat veel Polen hier in België wel eens missen.

Maar of dat genoeg is om terug te keren naar haar land is geen gemakkelijke vraag voor Anna. Natuurlijk emigreer je niet voor een taart, maar door al die kleine details samen die eigen zijn aan een cultuur ontstaan er toch vaak twijfels over de vraag waar men zijn leven wil opbouwen als men de keuze heeft. Al die voor- en nadeeltjes kunnen het soms tot een zeer zware en moeilijke beslissing maken voor iemand die nog niet helemaal weet wat ze nu juist wil in haar leven. Maar natuurlijk krijgt ze er wel de rijkdom van de verschillende mogelijkheden voor terug en een half Belgische man voor wie ze maar al te graag een hoop Poolse taarten bakt. Naast de traditie van de gelukte taart bestaat er trouwens ook de traditie van de mislukte taart. In het Pools noemt men dat ‘Zakalec’ en het houdt in dat sommigen heel blij zijn als een taart niet goed doorbakken of gerezen is, of wat er dan ook maar kan foutgaan met de taart, en beweren dat ze zo veel lekkerder is dan in haar gelukte staat.


Deeg

Crème

Glazuur

We nemen 3/4 pakje margarine van 250 gram, 1 1/3 glas suiker, een zakje vanillesuiker, 3 lepels cacao, 1 1/2 glas bloem, 6 lepels warm water, 4 eieren, 2 kleine lepels bakpoeder, rozijnen en noten. We smelten de margarine, doen er de suiker, vanillesuiker, cacao en water bij. Dit laten we afkoelen. Wanneer het afgekoeld is doen we er bloem, bakpoeder en eigeel bij. We kloppen het eiwit stijf en voegen dit er ook bij. Ten slotte voegen we nog rozijnen en noten toe, maar dat kan je natuurlijk ook weglaten als je dat niet lekker vindt. Polen vinden dat wel heel lekker volgens mij, want ik ben al in ongeveer al hun taarten die ik at rozijnen tegengekomen. Dit deeg moet een uur gebakken worden op 180°.

Ondertussen maken we een crème die we dan later tussen de verschillende lagen deeg zullen smeren. Hiervoor hebben we 1 pakje margarine van 250 gram nodig, 2 glazen room (36% vetgehalte), vanillesuiker en 1 glas bloemsuiker. We mixen margarine, room en suiker tot er zich een soort vocht afscheidt. Dit vocht kan je mengen met alcohol. Anna heeft daar bijna pure alcohol voor uit Polen, maar volgens mij kan je ook rum of amaretto of zo gebruiken. Als het deeg ondertussen uit de oven is, snijden we het in 3 lagen wanneer het afgekoeld is. Eerst gieten we er wat van het alcoholische vocht over en daarna smeren we de crème ertussen.

Dan moet er nog een glazuur omheen gemaakt van 1/4 pakje margarine, dat we normaal gezien nog overhebben van toen we het deeg bereidden, 2 lepels bloemsuiker, 2 lepels cacao en een ei. We smelten de boter met de suiker en cacao en wanneer dit afgekoeld is voegen we er het ei aan toe. Dit smeren we dan over onze taartentoren en zo maak je een mooie verjaardagstaart.

Oktober 2007 | 11


Terugblik op een inleefreis... Een interview met Hannes d’Hoine Tekst: Dieter Wijffels Beeld: Steffie Bosmans

Hannes d’Hoine is ondanks zijn 31 lentes al een doorwinterde muzikant. Hoewel hij over zichzelf in zeer bescheiden termen spreekt, is hij in het huidige Vlaamse muzieklandschap een veelbelovende contrabassist. Hij werd niet voor niets opgepikt door het illustere DAAU of voluit Die Anarchistische Abendunterhaltung. Binnen het Antwerpse milieu is hij onder meer bekend als contrabassist van de groep Noppes en van jamsessies in verscheidene jazzformaties. Na het uiteenvallen van Noppes volgde Hannes leadzanger Roy Aernouts in zijn ambitie om meer cabaret op de planken te zetten. Samen met Ephraïm Cielen op de drums won dit trio met de voorstelling Altijd alles en overal het prestigieuze Leids Cabaret Festival 2007. Dit verzilverde zich in een reeks boekingen in Vlaanderen en Nederland voor de volgende twee jaar. “Eindelijk eens vast werk”, grapt Hannes. Hannes is een levensgenieter die met hart en ziel koos voor de muziek en daar niet altijd rijker van werd. Hij is een reiziger in gedachten, klanken, tonen en soms ook met een echte rugzak. Acht jaar geleden studeerde hij filosofie aan de UA en ging toen met USOS mee op inleefreis naar het post-sandinistische Nicaragua. Een prima reden voor Verrekijkers om hem de microfoon eens onder de neus te duwen, maar dit keer om te vertellen… 12 | Verrekijkers


Weet je nog waarom je besloot om op inleefreis te gaan? USOS bood studenten de kans om een inleefervaring op te doen in landen als Kameroen, India en Nicaragua. De enige voorwaarden daarvoor waren dat je er in eerste zit door was, dat je jezelf inwerkte in de regio, aan een aantal vormingsweekenden deelnam en iedere week een lezing bijwoonde. Je vlucht werd betaald. We moesten enkel voorzien in ons eigen levensonderhoud en zorgen voor een compensatie voor de gastgezinnen. Ik weet nog dat ik bij die families toekwam met jutten zakken gevuld met voedsel en andere nuttige producten. Dat noem ik een buitenkans die je niet mag laten liggen. Ik heb daar geen seconde over getwijfeld. Ik begrijp niet waarom er zo weinig studenten geïnteresseerd waren. Natuurlijk is het geen snoepreisje of toeristisch uitstapje. Voor dat soort vakantie kan je evengoed naar een Europese badplaats gaan. Daar hoef je geen vlucht voor te boeken en het is bovendien minder schadelijk voor het milieu. Maar via zo’n inleefreis kom je pas echt in contact met de lokale bevolking en de cultuur. Hoe groot is de kans dat je zo dicht bij de mensen komt te staan in een land zo ver van je bed, als je op eigen houtje naar een land als Nicaragua vliegt. Als toerist word je altijd een beetje afgeschermd van de cultuur en de heersende problematieken. Wij zijn op plekken geweest waar je anders nooit zou komen en dat maakte het juist interessant. Had je het gevoel dat je goed was voorbereid op die culturele ontmoeting? Ik wist misschien al wel iets over Nicaragua. Ik had gehoord van de Sandinistische Revolutie en de inmenging van de VS die via de CIA de rebellen tegen het regime financierden. Uiteindelijk word je gedropt in een situatie waarin

mensen al jaren leven. Het is een land dat zeer lang in burgeroorlog is geweest. In dergelijke situatie is het alleen al goed om een notie te hebben van de gevoeligheden, al was het maar om te voorkomen dat je domme dingen zou zeggen. Ik heb zowel bij een heel links boerengezin gelogeerd als bij een grootgrondbezitter. Toen, in 1999, was de revolutionaire regering pas acht jaar weggestemd en het geweld tussen sandinisten en contrarevolutionairen nog vers in het geheugen. Het is wel duidelijk dat als je bij zo’n rijk mens leeft en mee aan zijn tafel schuift, je geen lans moet breken voor de Sandinistische Revolutie. Dit weet je enkel op voorwaarde dat je bent ingewerkt in de politieke situatie van het land. Evengoed moet je arme mensen hun perceptie van de situatie niet proberen te relativeren. Ieder heeft zijn eigen verhaal en wie ben jij als buitenstaander om het beter te weten? Vertel dan eens over de inleefreis zelf. Hoe voelde je je bij die nieuwe situaties? Ze bereiden je voor op wat je te wachten staat. Ik was daarom niet echt geschokt. Ik had ook wel eerder armoede gezien in mijn leven. Wel merk je constant dat je rijk bent en dat je door hen ook zo wordt bekeken. Voortdurend zijn er mensen die proberen iets van je gedaan te krijgen, je om geld of diensten vragen juist omdat je blank bent en er westers uitziet. Ik herinner me toch wel momenten waarbij ik niet goed wist hoe ik ermee moest omgaan. Zo was er een verjaardagsfeest. Meisjes worden daar op hun 15de verjaardag zeer uitgebreid gevierd. Het lijkt een beetje een rituele overgang naar de volwassenheid. Dat was echt een hele poespas, met taarten en slingers. Het meisje was opgekleed alsof het haar trouwdag was. Ook de ouders en familieleden hadden hun

beste kleren aangetrokken. Voor de gelegenheid was er een fotograaf uitgenodigd en dan moesten wij mee met de jarige op de foto. Wij waren daar nog maar amper twee dagen en werden al ten tonele gevoerd als de eregasten. In datzelfde dorp is het voorgevallen dat een vader zijn jonge dochter aan een van ons heeft aangeboden om ermee te trouwen en haar mee te nemen naar België. Het was natuurlijk een hele belevenis voor het dorp om drie blanke mensen op bezoek te hebben. Dat merkte je aan de kinderen. Kinderen hebben nog geen gêne en overal waar ik heen ging, volgden ze mij om te zien wat ik aan het doen was. Op een dag hadden de kinderen ons verteld dat we eens iets anders zouden eten dan de rijst en bonen die we voor hen hadden meegebracht. We zaten in een dorp midden in de jungle. Ze tornden ons mee naar de rivier om er onder de bomen die deels in het water stonden op zoek te gaan naar rivierkreeftjes. In het begin vonden we niets. Na anderhalf uur, tastend onder elke boomwortel die we tegenkwamen, dacht ik: “Ze zijn ons hier in het ootje aan het nemen”. Tot ineens een van ons verschrikt zijn arm terugtrok om te merken dat er wel degelijk een kreeftje zich had vastgepind op zijn arm. Uiteindelijk zijn we teruggekeerd met een jutten zak bomvol rivierkreeftjes. Onderweg riep een van die gastjes “culebra, culebra!” wat slang betekent, terwijl hij daar olijk stond te zwieren met een spartelende paling. Die avond hebben we gegeten van wat de natuur te bieden had: eerst een consommé van rivierkreeft en daarna gebakken paling met vers fruit van de bomen. Deze gratis maaltijd was veruit de beste die ik in Nicaragua heb gegeten. In het eerste dorp wist ik nog niet goed wat ik moest verwachten. Ik logeerde er bij een verpleegster, een alleenstaande vrouw. Een normale Oktober 2007 | 13


gezinssituatie voor een land waar zoveel mannen gesneuveld waren in de oorlog. Zij had net een ijskast gekocht en dat was blijkbaar een hele gebeurtenis voor het dorp. De mensen waren zo opgewonden dat ze niet meer zo goed logisch konden nadenken. Ze wilden de hele bedrading, die gewoon langs het dak gedrapeerd lag, herleggen om de ijskast te kunnen aansluiten. Toen ik droogjes opmerkte dat ze de ijskast gewoon een meter konden verplaatsen, barstte iedereen uit in een schaterlach. Dat frappeerde mij enorm. Een ijskast kopen was daar een happening. Hier is dat de normaalste zaak van de wereld.

daar bijna niemand klagen ook al hadden ze het niet breed. Mensen hier konden in mijn ogen een pakje zagen over zaken die er toch maar weinig toe doen. Misschien zouden ze beter een beetje meer van dag tot dag leven en genieten van het leven nu in plaats van zich steeds druk te maken over later. Ik denk dat, als je oog hebt voor je levenskwaliteit nu, je later ook gelukkig zult zijn. Het is ook zo dat ik mijn eigen leven heb geleid tot nu toe. Misschien daarom dat die levensstijl mij zo aansprak.

Weet je nog hoe je je voelde bij je terugkeer in België?

Je gaat natuurlijk niet met een blanco blad naar ginder. Je hebt vanzelfsprekend een bepaalde overtuiging, want anders zou je er niet aan begonnen zijn. Je wordt door zo’n ervaring gewoon gesterkt in je overtuiging dat de wereld op een bepaalde manier in elkaar zit. Misschien dat deze ervaring mij onrechtstreeks wel heeft doen inzien dat ik filosofie studeerde louter omdat ik nog zoekende was. Op een inleefreis ben je veel op jezelf aangewezen. Je denk veel na over je leven en waar je naartoe wilt. Na die inleefreis heb ik besloten dat ik voor de rest van mijn leven met muziek wilde bezig zijn, omdat ik daar nu eenmaal mijn hele leven al mee bezig was. Daarna ben ik dan ook naar het conservatorium gegaan om de jazzopleiding te volgen. Ik sluit niet uit dat ik ooit kies voor een engagement in de richting van ontwikkelingssamenwerking, maar sindsdien ben ik enkel nog met muziek bezig geweest. Een van de nadelen van muzikant zijn, is dat je niet zomaar weg kunt, zelfs reizen zit er niet meer in.

De grootste cultuurschok was eigenlijk toen ik terugkwam naar hier. Ginder ging je er allemaal erg vlotjes mee om, maar als je terugkomt, blijkt dat je toch een heel aantal dingen in vraag begint te stellen. Alles lijkt ineens bijzonder, zelfs gewoon een tram nemen. In de hoofdstad Managua stap je op een kramakkelige, overvolle bus die zich doorheen het chaotische verkeer een weg baant naar je bestemming. De mensen plakken tegen elkaar, roepen door elkaar. Hier lijkt alles zo geregeld en georganiseerd. De mensen zijn veel introverter. Iedereen is in zichzelf gekeerd en zit voor zich uit te kijken. Het is ook zo rustig, zo stil op straat. Ik weet dat ik voortdurend dacht aan hoe kleurrijk Nicaragua was in vergelijking met België. En dan bedoel ik dat letterlijk en figuurlijk. Het leven is hier zo goed voor iedereen. Ik heb welvaart pas echt leren appreciëren toen ik terugkwam. Alles is hier goed geregeld. En misschien dat we daardoor minder contact hebben met elkaar, misschien dat de mensen ginder meer van dag tot dag leven en daardoor juist gelukkiger zijn met de goede dingen die gebeuren in hun leven. Je hoorde 14 | Verrekijkers

Zou je durven stellen dat die inleefervaring een rol heeft gespeeld in je verdere leven?

Of toch! Met DAAU zijn we wel naar Taiwan geweest om te spelen op een wereldfestival. Terwijl men in Europa ons niet goed weet te plaatsen qua genre, werden we daar opgevoerd als typische West-

Europese muzikanten. Een exposure zou ik het niet noemen, maar het was toch weer een onderdompeling in een andere cultuur. Ik had al veel verhalen gehoord over die georganiseerdheid in Taiwan. Het kan ook niet anders. Als je met zoveel mensen samenwoont, moet je een manier vinden om het te regelen. Het is een vergevorderd mierennest. Alles wat je hier vindt, is er uitvergroot. Ze hebben onze materiële cultuur grondig bestudeerd en proberen het telkens beter en grootster te doen. In Taï Pe vind je de consumptiemaatschappij bij uitstek. De meest gebruikte transportmiddelen zijn taxi’s of brommertjes. Als je gewoon een stukje te voet gaat, kijken de mensen je verbaasd aan. Neem je die interesse in verschillende culturen mee in je muziek? Ik heb een tijdje met ZuidAmerikanen op de planken gestaan, maar veel heb ik niet met mensen uit ander culturen gespeeld. Binnenkort staat er een klein project op stapel met een Arabische ud-speler – voor mij nog onbekend terrein. Ik ben geïnteresseerd in alle soorten muziek van iedereen en overal. Je kunt als muzikant niet genoeg invloeden hebben. Misschien ga je muziek op het conservatorium te veel analyseren en rationaliseren terwijl muziek van buiten Europa mij vaak intuïtiever lijkt. Samen spelen met mensen is trouwens altijd een beetje inleven in de ander. Het is altijd zoeken naar de juiste communicatie, naar het aanvoelen van elkaar. Vanaf dan moeten er afspraken zijn en de taal van muziek op dat moment ligt in elke cultuur anders. Daar voel ik een groot contrast in: hoe muziek universeel is omdat er geen spreektaal voor nodig is om het te begrijpen, maar tegelijk is het een zeer persoonlijke, cultuurgebonden expressievorm. Lees verder op pagina 30...


Fotoreportage CHINA

door Herman Corluy

de

Herman Corluy reist regelmatig naar verre oorden. Tijdens zijn ontdekkingstochten laat hij zijn fototoestel op volle toeren draaien, met prachtige en unieke beelden tot gevolg. Deze foto’s zijn in februari 2007 geschoten tijdens een tocht door China. Zijn focus lag op Guizhou en het Lentefestival (Nieuwjaar). “Op de verschillende festivals wordt naar hartenlust gedanst en muziek gemaakt. De meisjes dragen zilveren juwelen op hun fijn geborduurde feestkleding. Ook het haar wordt uitbundig versierd en de enorme zilveren hoofddeksels met ‘hoornen’ zijn om ter opvallendst. Tijdens deze

eld wer

Kiekjes u it

Bloemenmeisje

festiviteiten vinden jongeren vaak hun trouwpartner. Regelmatig schiet er een moeder naar voren om de kleding of de haartooi van dochterlief bij te werken. De mannen maken muziek. Het mondorgel of lusheng is voor mannen wat de klederdracht is voor vrouwen: het middel om hun virtuositeit te demonstreren en zo het andere geslacht te verleiden. Na de festivals lopen de jonge mensen gewoon weer rond in jeans en T-shirt. De ouderen blijven hun traditionele klederdracht dragen tijdens het alledaagse leven,” aldus Herman.

Oktober 2007 | 15


Dansen op de tonen van de Lusheng

Dong meisjes klaar voor hun zang- en dansoptreden

In het haar zelf worden ook nog zilveren versieringen aangebracht

16 | Verrekijkers


Zelfs de allerkleinsten dansen mee

De meisjes dansen en zingen tegelijkertijd

De kinderen lopen ook in traditionele klederdracht rond

Oktober 2007 | 17


Hazim Kamaledin, een kameleon in mensenhuid Hazim Kamaledin werd in 1954 in Irak geboren. Hij behaalde in 1978 de licenties kunst aan de Academie voor Schone Kunsten te Bagdad. In 1988 studeerde hij Nederlands aan de KUL en in 1989 was hij vrije student theaterwetenschappen. Van 1991 tot 1993 volgde hij opleiding aan de Antwerpse Mime Studio. Als acteur en regisseur is hij actief sinds 1973. Hij schreef een 15-tal toneelstukken zoals De uren nul (1997), Het oog van de dadel en ook Pijnboom (2000), Foto’s in de storm (2001) en Balling (2002). Recentelijk (2007) bracht hij met tg Cactusbloem het stuk Vvredestad, gespeeld door Iraakse inwijkelingen. Aan de UA onderwijst hij Oriëntalisme en Occidentalisme bij Theaterwetenschappen. Tekst: Dieter Wijffels Beeld: Steffie Bosmans “Ik ben Hazim Kamaledin, nee, ik ben Hazim Abed Abrasol, nee ik ben, Danio Loras, … of neen, ik ben al die mensen samen.” Zo begint Hazim zijn verhaal. Hij toont me een aantal identiteitsdocumenten die er allemaal officieel uitzien. Het lijkt exotisch maar het demonstreert wel wie hij is. Gedurende achtentwintig jaar is Hazim bijna net zo vaak van identiteit veranderd als hij

van schoenen wisselde. Toch beweert Hazim dat het voor hem niet moeilijker is om te zeggen wie hij is dan voor iemand anders. Volgens hem heeft hij het voordeel niet in een bepaald hokje te kunnen worden gestopt. De vraag naar wie je bent, is immers een vraag naar wie je denkt dat je zelf bent, los van wat anderen daarvan vinden. Hij is bewust van huid veranderd om te kunnen ontkomen aan politieke, esthetische of morele dwang. Het begon allemaal toen hij in 1979 onder het regime van Sadam Hoessein voor het eerst ter dood werd ver-

Identiteit!? Hazim als moslim of ketter,

18 | Verrekijkers


oordeeld. Een straf die nadien nog zes keer over hem zou worden uitgesproken. Zijn vroegste gedaanteverwisseling was dan ook het aannemen van een valse identiteit zodat hij in staat was het land te ontvluchten. Angstvallig hield hij deze veiligheid biedende identiteit aan tot hij zich er uiteindelijk zo mee indentificeerde dat het ook zijn echte identiteit zou worden. Toen hij jaren later naar Beiroet ging om theater te maken, dwongen de omstandigheden hem opnieuw verschillende identiteiten aan te nemen. Dat was nodig om te ontsnappen aan de censuur en de geheime agenten. Zijn mediaoptredens als schrijver en theaterproducent maakten hem immers niet geliefd in politieke en intellectuele middens, en dus een doelwit. De redenen waarom hij in zijn leven als acteur en regisseur steeds tegenkanting kreeg en krijgt bij het confronteren van politieke en artistieke taboes, vat hij samen als: “Ik ben iemand die buiten de regels valt, iemand die buiten de verwachte norm en vorm valt. Identiteit gaat juist over norm en vorm.” Hij is daarom afgestapt van het zich definiëren in termen van het behoren tot een bepaalde culturele of religieuze sociale entiteit. Maar zijn mensen niet steeds op zoek naar een identiteit? Mensen hebben toch de innerlijke drang om ergens

afhankelijk van de mensen, de omgeving en de context. We zijn toen gaan spelen op slaapkamers, op studentenkoten, in klassen, auditoria, cinema- en theaterzalen... Sindsdien kom ik hoe langer hoe meer los van ruimtelijke, culturele, religieuze, politieke afhankelijkheid. En dat zie je allemaal terug in mijn theater.” Hazims werk is dan ook niet zomaar te definiëren en dat merk je in de beoordelingen. In 1994 werd tegelijkertijd beweerd dat hij verwesterd was en dat hij moest ophouden de Japanse tradities te imiteren. Dat bewijst volgens Hazim niet de domheid van die mensen maar juist zijn ondefinieerbaarheid. Sommigen vinden zijn werk hermetisch maar zelf spreekt hij liever van ondefinieerbaarheid. Ondefinieerbaarheid verwacht immers van de ander dat die een actieve rol inneemt bij het beoordelen van zijn werk. Pas als de andere partij passief is, ongeïnteresseerd, wordt zijn werk hermetisch. Ook in de term multicultureel theatermaker kan hij zich niet vinden. Liever dan als allochtoon of ‘halfling’ beschouwd te worden, wil hij dat mensen hem zien als de mens die Hazim Kamaledin nu is. Voor hem bestaat culturele diversiteit al sinds mensenheugenis. Het is geen genre. Cultuur is steeds in wording en diversiteit is een intrinsieke eigenschap van het menselijke samenleven.

Westerling of sterk geënt op de Oosterse cultuur? toe te behoren, om zichzelf definiëren? Hazim heeft die niet, of toch niet meer. Hij ziet het als volgt: Voor de taal was er het gebaar en de klank, en voor het gebaar en de klank was er de emotie en de drang, en daarvoor was er het instinct. En sindsdien ontstaat in die volgorde de beschaving. Natuurlijk wordt er voor de geboorte bepaald of je blank of zwart zult zijn, maar gelijk waar je dat kind naartoe brengt, zal het opgroeien in de geografische, de morele en de culturele identiteit van zijn omgeving. Voor de geboorte heb je geen identiteit. Identiteit is dus voor Hazim een relatief begrip bepaald door godsdienst, door de economische situatie enz. Aangezien hijzelf al vijftig jaar zwerft tussen Irak, Syrië, Beiroet, Turkije, Egypte en België is zijn drang naar behoren tot weggeëbd. Hazim is een veelheid aan identiteiten. Het ene moment zie je een moslim, maar later een ketter, dan weer een Westerling, dan weer iemand die sterk geënt is op de Oosterse cultuur. Hij is een man van deze grenzeloze tijd waarin we stilaan dat benauwende identiteitsgevoel verliezen. In 1998 bracht hij dit in de praktijk: “Met Nomaden in de Stad waren we zwervers op tocht. We gingen er vanuit dat alles moraal is. Het theatergebeuren is een momentane intieme ontmoeting tussen mensen, die verdwijnt als ze weer uit elkaar gaan. De locatie beheerst ons als een baarmoeder en we zijn als embryo’s, mensen in wording met een moraal en een identiteit die telkens opnieuw ontstaat,

Zelf definieert hij zijn werk op dit moment als nonconventioneel: “Ik merk ook dat ik niet kan voldoen aan de normen en conventies.” Maar hoe je het ook draait of keert, mensen zoeken een label. Tegenwoordig is dat label hybriditeit. De idee erachter is: neem het goede uit verschillende domeinen en maak er iets nieuws van. Ook homeopathie en New Age volgen dezelfde redenering. Hazim: “Ik heb altijd gesproken over de correcte handeling of de correcte plaats op scène waar iets of iemand terecht komt en die de identiteit ervan doen verdwijnen. Is het nu Japans, klassiek, Oosters of hedendaags, het kan opgaan in iets nieuws. Dat is chemie op de planken en geen hybriditeit. Dit spontaan gebeuren heeft geen organisatie of ordening. Door bewust te gaan kiezen voor het samenbrengen van specifieke elementen uit verschillende kosmologische denkwijzen vereng je het creatieve proces.” Misschien volgen de theaterwetenschappen deze redenering wel met de term intraculturaliteit of het gegeven waarbij de kruisbestuiving tot een mengvorm leidt waarbij de oorsprong niet meer eenduidig herkend kan worden. Dat erkent Hazim wel maar deze theoretische zoektocht naar kruisbestuiving en meerzijdigheid vindt hij niet terug in het theater dat geprogrammeerd wordt. Het zo veelbelovende laboratorium van culturen blijft een

Oktober 2007 | 19


marginaal gegeven. Dans, theater en muziek vloeien in elkaar over, klassieke en hedendaagse speelwijzen worden gecombineerd met traditioneel of Oosters drama. Maar een fundamenteel nieuwe niet-Westerse dramaturgie ziet hij niet geprogrammeerd geraken. Daar krijg je nog steeds geen subsidies voor. Men heeft in Vlaanderen vanuit het beleid wel de neiging om echt een stimulans te geven aan andere culturen. Programmatoren daarentegen gaan nog steeds op zoek naar hun eigen oriëntalistische fantasie van het Oosten. Als ze de echte Oosterse cultuur tegenkomen, dan beantwoordt die niet aan hun verwachting. Natuurlijk heeft dat ook met geld te maken. Het moet blijven opbrengen, het moet volk blijven trekken. Ze onderschatten de elasticiteit en de verbeeldingskracht van hun eigen publiek. Het publiek stelt bovendien de programmatie niet in vraag. Zo kom je in een doodlopend straatje waarin de programmator denkt te weten wat zijn publiek wilt en door de tamme houding van het publiek gesterkt wordt in het programmeren van datzelfde, veilige programma. Nog steeds zijn de programmatoren de vetlaag die het vernieuwende, gewaagde en contesterende tegenhouden. Veel geld gaat naar werk dat wel tradities en andere invloeden binnenbrengt, maar tegelijk de Westerse denkpatronen blijft respecteren. De rest blijft uitgesloten. Zo groeit de kloof tussen publiek en artiest. In 1998 nam Hazim zelf het heft in handen. De uren nul speelde eerst in zijn woonkamer en daaruit onstond Nomaden in de Stad. Op eigen kracht zijn ze op zoek gegaan naar publiek en speelruimte. 70 keer hebben ze dit stuk gespeeld – soms voor 120 man – en dat zonder toneelhuis of programmator. Het was een zeer uiteenlopend publiek. Sommigen kwamen

omdat het ongewoon was, buiten de conventie, los van het klassieke gegeven. Anderen kwamen juist omdat ze in deze setting terug zelf de keuze hadden om iets goed te vinden in plaats van omdat dé kunstcriticus het schreef. De programmatoren vonden datzelfde stuk evenwel niet geschikt voor hun publiek. Volgens Hazim kan het Vlaamse publiek wel wat meer aan en is het zeker niet vies van niet-conventioneel theater. Vlamingen durven best wel nadenken. Sinds de val van Sadam Hoessein en na 24 jaar ballingschap is Hazim begonnen aan een zoektocht naar de mozaïek die hijzelf is. In zijn laatste voorstelling Vvredestad hanteert hij daarom een voor de hand liggend principe: spring van de hak op de tak. Met Vvredestad vervagen de grenzen tussen de verschillende podiumkunsten wanneer dans, muziek, beeld en theater door elkaar vloeien. Het verhaal moet voor Hazim groeien uit het chemische proces van de interactie waarvoor hij mensen met verschillende talenten en achtergronden samenbrengt. Wanneer het verhaal af is begint hij terug opnieuw. Hij stelt dat je als kunstenaar jezelf moet herontdekken en weer geboren worden. Als je uitgaat van vaststaande conventies dan evolueer je niet en is er weinig creatie. Van zijn theater verwacht hij dat het een mooie, interactieve en respectvolle ontmoeting doet onstaan tussen mensen. Hij tracht zo goed mogelijk de context, de sfeer te creëren waarin dit mogelijk is, maar het publiek maakt zijn eigen verhaal. Zelf beschouwt hij zich als deel van het gebeuren. De voorwaarde is dat hij in deze symbiose, deze haast therapeutische interactie, ook zelf iets bijleert.

Wat staat er op til? Afgelopen jaar schreef Hazim Kamaledin een boek in het Arabisch waarvan de titel vertaald kan worden als Aan de Graftombe of Bij de Graftombe. Binnenkort zal het ook in het Nederlands te verkrijgen zijn. Er staat een nieuwe voorstelling op touw – evenmin puur theater – waarbij een Belgische en Egyptische dichter betrokken zijn. Dit stuk wordt op 12 oktober 2007 te Brussel in het Cultureel Centrum van Etterbeek opgevoerd onder de naam El Charaab en op 16 november 2007 in het Atlas-gebouw in Antwerpen onder de naam Zijde.

COLOFON Aan deze Verrekijkers werkten mee: Alda Egilsdottir, Cuauhtémoc Garmendia, Dieter Wijffels, Dimitri Leue, Eline Dupon, Evelien Paessens, Fleur Leroy, Goedroen Van Hove, Herman J. Claeys, Herman Corluy, Karen Teijsen, Karolien Vrints, Liesbeth Baeten, Lisbeth Jaspers, Marjan Goedhart, Monica Van Fleteren, Sophie Bosmans, Steffie Bosmans, Tobi Lancsweert, Wouter Arrazola de Oñate, Yakalonda Kabamba Verantwoordelijke uitgever: Joris Michielsen

20 | Verrekijkers


Les volgen in Vlaanderen, je stage of thesisonderzoek uitvoeren in een ontwikkelingsland? Met een VLIR-UOS-reisbeurs op zak vlieg je zo de deur uit Wat is een VLIR-UOS-reisbeurs? Een reisbeurs is een financiële vergoeding van € 1.000 voor studenten aan een Vlaamse universiteit of hogeschool om een individuele studiereis te maken naar een ontwikkelingsland. De studiereis maakt deel uit van een erkend opleidingsonderdeel, zoals een stage, een verhandeling of een thesis. Vóór je vertrek ga je op zoek naar een promotor aan je eigen universiteit of hogeschool. Ook in het land van bestemming kies je een lokale promotor die instaat voor de begeleiding ter plaatse. Aan de eigen instelling krijg je een voorbereiding met praktische en inhoudelijke informatie. De Vlaamse universiteiten en hogescholen staan in voor de selectie en het beheer van de beurzen. VLIR-UOS financiert de beurzen en is verantwoordelijk voor het programmakader. Hoe vraag ik een reisbeurs aan? Je dient een aanvraagdossier in bij de verantwoordelijke aan jouw universiteit of hogeschool. Jaarlijks zijn er twee indieningsmomenten. Voor de eerste selectieronde, met vertrek in de loop van 2008, dien je ten laatste begin december 2007 je aanvraag in, voor de tweede ronde

is dit begin april 2008. Informeer tijdig bij je eigen verantwoordelijke, omdat de deadlines verschillend zijn voor elke instelling. Wie is VLIR-UOS? VLIR-UOS staat voor de Vlaamse Interuniversitaire Raad – Universitaire Ontwikkelingssamenwerking. VLIR-UOS is verantwoordelijk voor het beleid en beheer van de universitaire ontwikkelingssamenwerking in Vlaanderen. De organisatie ontvangt hiervoor financiering van de Directie-Generaal Ontwikkelingssamenwerking (DGOS). Met de reisbeurzen wil VLIR-UOS Vlaamse studenten de kans geven om terreinervaring op te doen in een ontwikkelingsland en hen bewustmaken van de ontwikkelingsvraagstukken in een geglobaliseerde wereld. Waar vind ik meer informatie? Alle informatie over de reisbeurzen, de voorwaarden en de contactgegevens van de verantwoordelijke aan jouw universiteit of hogeschool, vind je in de “Oproep voor reisbeurzen 2008” op de website van VLIR-UOS: www.vliruos.be.

Noord-Peru: Volksraadpleging wijst mijnproject Rio Blanco af Op 14 september bracht niet minder dan 95% van de 18.000 deelnemers een overtuigde nee-stem uit tegen het geplande Rio Blanco Mijnbouwproject van het BritsChinese consortium Monterrico Metals en haar Peruaanse dochterbedrijf Minera Majaz. Het project wordt beschouwd als de voorbode van een groot mijndistrict in het hoge Amazonegebied, het brongebied van de Amazonerivier. De kopermijn zou een bedreiging vormen voor het milieu, de biodiversiteit en de landbouw en bijgevolg voor de water- en voedselvoorziening. Met deze raadpleging hoopt de

plaatselijke bevolking de dialoog met de nationale regering over de illegale aanwezigheid van Minera Majaz opnieuw op gang te trekken. Het bedrijf startte de exploratie zonder de toestemming van de lokale gemeenschappen en schendt hiermee nationale en internationale rechtsregels. De massale protesten hiertegen werden brutaal onderdrukt. Het is bovendien onwaarschijnlijk dat onder de huidige voorwaarden de geplande projecten voor duurzame ontwikkeling zullen zorgen.

mineraal- en metaalvoorraden wereldwijd, maken van het referendum mogelijk een precedent. Deze en eerdere soortgelijke volksraadplegingen in het grondstofrijke Peru kunnen een belangrijke verandering betekenen in de internationale houding tegenover de nood aan een duurzame exploitatie van natuurlijke rijkdommen.

De recente prijsstijgingen in de metaalsector en de wedloop om de concessies voor de resterende

p. 12-13 of www.verrekijkers.org/verrekijkers2

Lees hierover ook Verrekijkers 2

Oktober 2007 | 21


Een IJslandse film maken... in Vlaanderen door Alda Egilsdottir

E

ind mei had ik een afspraak kwam studeren dat een docent mijn depressie en de zoektocht naar de met mijn docent filmmuziek. ideeën heel ‘IJslands’ vond. Vanaf zin van het leven – ‘the usual stuff’. Het was onze laatste ontmoehet eerste moment heb ik ideeën Ik denk dat ik me nooit gerealiseerd ting vóór het begin van de draaigeklasseerd in een ‘uitstellen-totheb in welke mate je beïnvloed bent periode van het eindwerk. Mijn terug-in-IJsland-map’, ideeën die ik door je culturele achtergrond. Laat afstudeerproject was een kortfilm om de een of andere reden enkel in staan dat ik had kunnen raden op over een jonge vrouw, Maya, die met IJsland wil realiseren. Al snel begon welke manier het gebeurt - of niet haar beste vriendin een verjaardagsik te beseffen dat het niet louter een gebeurt - zonder deze ervaringen feest geeft. Al van bij de start van het kwestie was van ‘een (IJslands) idee tijdens mijn opleiding. Wanneer feestje voelt ze zich ongemakkelijk. in een (Belgische) omgeving te doen ik terugkijk, intrigeert me vooral Maya is anders dan de dat bij het kiezen van stijlandere gasten en ze zegt Het was niet de eerste keer dat een elementen mijn medestuen doet alles verkeerd. Ze docent mijn ideeën heel ‘IJslands’ vond. denten en ik (5 van de 11 wacht ook op een mysbuitenlanders) niet noodterieuze persoon die te laat is. Het passen’. Soms kon ik humor of subtizakelijk beïnvloed werden door de onderliggend thema van de film is liteiten niet vertalen naar het Nedereigen culturele achtergrond, maar de wanhoop en onmacht die een lands of Vlaams omdat de woorden even zeer door het ontbreken van depressieve vrouw voelt tegenover waarnaar ik op zoek was simpelweg bepaalde elementen in die culturele zichzelf en tegenover haar omgeniet bestonden. Ook de onderwerachtergrond. De meeste Vlaamse ving. Mijn docent wou weten hoe pen, het verhaal en de personages klasgenoten vermeden de rijkmijn klankband en muziekconcept bleken te IJslands te zijn. Wat voor dom van hun architecturaal erfer uit zouden zien. Ik zei tegen haar mij bijvoorbeeld een eenvoudig vergoed – wegens reeds een overdosis dat ik van plan was om alle muziek haal was over alcoholisme dat zich ervan, veronderstel ik – en kozen op het tempo van een hartslag te baafspeelde op een familiefeest, scheen liever grijze, marginale locaties. Ik seren. De muziek zou heel melodrate ‘raar’ te zijn om in Vlaanderen te daarentegen gebruikte elk excuus matisch klinken, fel contrasterend kunnen gebeuren. Ook de personaom nog ergens een barokkerk of een met het harde geluid van deuren die ges waren blijkbaar te gek of te onbloeiende kersenboom in beeld te dichtsloegen – een geluid (en beeld) realistisch. krijgen. Vermoedelijk snak ik naar dat ik gebruikte om de film in verErgens had ik wel geweten dat mijn lichte, felle kleuren en ‘kitschvoorschillende hoofdstukken in te delen. onderwerpen nogal IJslands waren, werpen’ omdat ik ben opgegroeid op Ik wist dat ze tevreden zou zijn met maar ik had nooit beseft dat het zo een vulkanisch eiland dat 600 jaar mijn keuze van verschillende lagen erg was. Aangezien België nu ook aan kunstgeschiedenis heeft gemist. maar ze verrastte me door een andeniet bepaald overloopt van de IJsDe IJslandse elementen die ik in mijn re opmerking. Ze zei: “Ik zie waar je landse acteurs, probeerde ik om films gebruik, zijn net zo belangrijk het idee vandaan hebt. De extreme ‘internationale’ of zelfs ‘Vlaamse’ en zeggen evenveel over mijn werk klankcontrasten die je gebruikt zijn scenario’s te schrijven. Die laatsten als de vreemde (Belgische) elemenbeïnvloed door de natuur van jouw belandden echter doorgaans in de ten die ik gebruik om de IJslandse te land.” “Euh...”, antwoordde ik. Dat lade bij de IJslandse omdat ik de novervangen. Ik ben benieuwd welke was zeker niet mijn bedoeling gedige culturele achtergrond mis voor elementen een Belgisch filmmaker weest, tenminste niet bewust. het bedenken van een geloofwaardig zou meebrengen van zijn thuisland Het was niet de eerste keer sinds Vlaams script. Dus hou ik het maar als hij een film zou maken in IJsland, ik drie jaar geleden in België film bij ‘internationale’ onderwerpen: en welke hij achter zich zou laten.

22 | Verrekijkers


Film Börn náttúrunnar (‘Kinderen van de natuur’), 1991. Regisseur: Friðrik Þór Friðriksson. De film kreeg een Oscar-nominatie voor beste buitenlandse film in 1992. Hij gaat over Þorgeir en Stella, jeugdvrienden, die samen vluchten uit een rusthuis in Reykjavík richting het oude huis van Stella in Noordwest-IJsland. De onderliggend vraag luidt: hoe belangrijk is het een lang leven te hebben als dat betekent dat je alles wat betekenis voor je heeft, moet verlaten. De cinematografie van de IJslandse natuur is prachtig, net als de muziek van ‘Ásatrú-hogepriester’ Hilmar Örn Hilmarsson.

In populariteit stijgende religie Íslenska Ásatrúarfélagið (‘IJslandse Asen-trouw-gemeenschap’) is de oude, polytheïstische religie van Noord-Europa. Tijdens de 19de eeuw probeerde men voor het eerst deze godsdienst, die rond het jaar 1000 alleen nog in IJsland en Zweden voorkwam en nadien helemaal verdween, nieuw leven in te blazen. In IJsland werd Ásatrú in 1973 als officieel geloof erkend. In 2006 had de Ásatrúarfélagið meer dan 1000 leden en was het de zesde grootste religieuze groepering in IJsland en de grootste die zich niet op het Christendom baseert. De meeste leden zien Ástrú eerder als levensstijl dan als een ‘echte’ religie. Hilmar Örn Hilmarsson, een bekende IJslandse componist, is sinds 2003 Allsherjargoði (‘hogepriester’) van deze gemeenschap.

Ver-zicht in ‘t kort

IJsland Muziekgroep Sigur Rós (‘zege-roos’) werd in 1994 gesticht en maakt sferische rockmuziek. Er wordt zowel gezongen in het IJslands als in reeksen betekenisloze klanken, door zanger Jón Þór Birgisson Vonlenska (‘Hooplands’)gedoopt. Met het album Ágætis Byrjun (‘Goed begin’) uit 1999 verwierven ze ook bekendheid buiten IJsland. Takk... (‘Dank’) uit 2005 bevestigde Sigur Rós’ reputatie. Op het filmfestival van Gent zullen ze zowel hun eerste film Heima (‘thuis’) presenteren, als het in het najaar te verschijnen dubbelalbum Hvarf-Heim (‘rustpunt-huis’).

socialisme. Beide gebeurtenissen hadden veel invloed op zijn werk. Toen hij op 8 februari 1998 op 95jarige leeftijd stierf had Halldór zijn geloof in de katholieke kerk verloren. Omdat protestanten en katholieken het niet eens werden over wie de priester mocht leveren, werd zijn begrafenis voorgegaan door twee geestelijken.

Kunstenaar Ólafur Elíasson (geboren in 1967 te Kopenhagen) is een Deens-IJslands ‘weer/natuur-conceptartiest’. Ólafur studeerde af van De Koninklijke Deense Academie van Schone Kunsten in 1995. Zijn werk maakt onder andere deel uit van de collecties in het Guggenheim Museum in New York en het Los Angeles Museum of Contemporary Art. The Weather Project dat in 2003 tentoongesteld werd in het Londense Tate Modern is zijn meest bekende installatie. In België was zijn scenografie van Hans Werner Henze’s opera Phaedra pas nog te bewonderen in De Munt te Brussel.

Schrijver Halldór Kiljan Laxness (geboren als Halldór Guðjónsson) was een IJslandse auteur van boeken zoals Onafhankelijke Mensen (1935), Salka Valka (1932), De Klok van IJsland (1946) en Het licht der Wereld (1942). Hij won de Nobelprijs voor de literatuur in 1955. Zijn boeken gaan meestal over het harde gevecht van arme IJslanders met de natuur, de samenleving en niet in het minst met hun eigen zwakte als mens. In 1923 liet Laxness zich tot katholiek dopen in de abdij van Clervaux in Luxemburg. Na een bezoek aan de Verenigde Staten om films te maken, begon hij te sympathiseren met het

The San Francisco Museum of Modern Art organiseert nu de eerste overzichtstentoonstelling van Ólafur in de Verenigde Staten: Take Your Time: Olafur Eliasson. Ze opent op 8 september 2007 en loopt tot 24 februari 2008. Oktober 2007 | 23


De kunst van tegenwoordig Tegen welke prijs? Column Een ongeoorloofd extreem, nauwelijks representatief en net daarom voor mijn doel uitermate geschikt voorbeeld is van de hand van de Britse Damien Hirst. Met zijn werk For the love of God liet deze man in de voorbije maanden een wekker afgaan langs menig oor. Want wie heeft er geen flits opgevangen van de eeuwenoude schedel belegd met platinum en drie keer zoveel diamanten als er op de Britse kroon fonkelen? Ontmoet ‘de kunst van tegenwoordig’. Wat kunst precies tot kunst maakt, is een vaak gestelde vraag. Maar één antwoord als het juiste aanvaarden is iets dat we niet doen. Daarvoor is de vraag te interessant. Een poging – ongetwijfeld velen onder ons bekend – benoemt kunst als de “allerindividueelste expressie van de allerindividueelste emotie”. De mogelijkheid voor interpretatie is inherent en oneindig. Bijgevolg, heel bruikbaar. Het lijdt geen twijfel dat Hirsts For the love of God in een allerindividueelste zoektocht kadert. Stel, hij drukt zijn oprechte emotie (gevoel, mening, ...) uit door middel van deze belegde schedel. Onafhankelijk van de toegankelijkheid van het werk is er een moment waarop het verkocht wordt – kunstenaars moeten tenslotte ook leven. Goed nieuws: investeren in kunst wordt steeds populairder. Musea krijgen concurrentie van privé-verzamelaars, banken en investeerders. Maar hoe zit dat? Wat kost dat tegenwoordig, zo een emotie? Belangrijker, pogen de investeerders zich in te leven in de oorsprong van een kunstwerk of is het ‘l’investissement pour l’investissement’? Wat blijft er nog over van de betekenis van die initiële emotie als er een prijs aan wordt vastgeknoopt – in het geval van de schedel zelfs het hoogste bedrag ooit voor een beeldend kunstwerk. En welk deel krijgt de kunstenaar in het echte handeldrijven toebedeeld? Hirst vergeet alvast niet om een opvallende rol in de schoot van de media te werpen. Zo kan iedereen die wil zijn (edel) steentje bijdragen. Ergens op het internet val ik op een – bij momenten – verhitte discussie over For the love of God en met name over deze stelling: “Wie de metafoor nog niet helemaal mocht begrijpen: de wereld begint steeds meer te lijken op een verzameling leeghoofden, omringd met zinloze luxe en klatergoud.” In deze gedachtewisseling lijkt het hoge bedrag dat het al dan niet lege hoofd heeft opgeleverd toe te voegen aan de temperatuur. Het beweegt iets. Maar moet het zoveel kosten? Draagt dat effectief bij tot het antwoord op existentiële vragen, of maakt het kunst net eenzamer? Als een schitterende steen ergens op de top van de berg van Sisyfus. Als een allerindividueelste expressie van de allerindividueelste portemonnee.

Liesbeth Baeten 24 | Verrekijkers

In Nepal, een piepklein Hindoe-koninkrijk grenzend aan India, zoeken mijn vrienden vertier in de vrolijk gekleurde Bollywood-films – volgens sommigen ‘melige musicals’. Het is er al Bollywood dat de klok slaat. Wie denkt dat Hollywood de filmindustrie domineert, denkt fout. Met negenhonderd producties per jaar is Bollywood, de Indische tegenhanger van Hollywood, de grootste filmproducent ter wereld. Vergelijk Bollywood (een verwijzing naar de stad Bombay, het huidige Mumbai in Zuid-India) gerust met Hollywood: massaproductie, kaskrakers en filmsterren die aanbeden worden als echte goden, maar dan Indisch groots en behoudsgezind. Vaak denken we dat de hele wereld graag ziet waar wij Westerlingen voor kiezen. Daarbij vergeten we dan dat het hele Indische subcontinent een cultuur heeft die niet aan bod komt in de Westerse film. In de straten van India, Pakistan en Bangladesh zie je nu eenmaal geen kussende koppeltjes. Daarom is het ook logisch dat films die uit Indië voortkomen iets preutser zijn. Hoewel… Een seksscène zal je in een doorsnee Bollywood-film niet zien, maar een blote schouder, een wiegende heup of een suggestieve blik tussen man en vrouw prikkelen de fantasie. Zuid-Azië is veruit het dichtstbevolkte gebied in de wereld met erg conservatieve waarden en normen die botsen met wat we te zien krijgen in een doorsnee Hollywood-film. Niet moeilijk


Bollywood vs Hollywood De maatschappij door de ogen van de filmindustrie Tekst: Eline Dupon Beeld: Cuauhtémoc Garmendia dat mijn vrienden in Nepal Hollywood-films met hun rare scenario’s en onzedige scènes maar niets vinden. Ze laten zich liever meeslepen door een drie uur durende film van Indische makelij over onbereikbare liefdes die tóch mogen zijn, regelmatig onderbroken door dans en muziek. De Nepalezen beschrijven me hun favoriete films als prachtig toonbeeld van de liefde tussen man en vrouw. In Nepal kan niet openlijk over relaties worden gesproken. Daarom doen de films hun nadenken en dromen over hoe het leven zou kunnen of moeten zijn. Neem nu de film Bride and Prejudice, een Indische remake van de Britse prent Pride and Prejudice. De Bollywood-versie gaat over een rijkere Indische familie: mama, papa en vier dochters. De meisjes zijn op huwbare leeftijd gekomen. De meeste jaargenootjes van de oudste zijn al getrouwd. Het enige waaraan de moeder des huizes dus nog denkt, is het uithuwelijken van haar kroost. Het lijkt voor ons wat prehistorisch, maar uithuwelijken is er écht nog de normaalste zaak van de wereld. De meeste Nepalezen en dan vooral de meisjes kunnen er alleen maar van dromen om te trouwen met de man van hun keuze, of om helemaal niet te trouwen. Vaak genoeg hoorde ik van mijn Nepalese vrienden dat hun moeder enkele foto’s toonde en hen vertelde welke van de afgebeelde vrouwen ze het meest geschikt vond voor hem. Zoonlief mag van geluk spreken als ook zijn mening wordt gevraagd. Een heel normale vraag op een huwelijksfeest is dan ook: “Is het een liefdeshuwelijk of een gearrangeerd huwelijk?” Soms staat wie de toekom-

stige wederhelft wordt al jarenlang vast. Het is immers zo dat je moet trouwen met iemand uit dezelfde kaste. Want vergeet niet dat het eeuwenoude kastensysteem nog steeds van tel is – in de grootstad minder dan op het platteland en binnen de ene familie minder dan binnen de andere. Sommige families zijn iets losser en gaan pas op zoek naar een geschikte partij voor hun zoon of dochter wanneer de tijd om te trouwen daar is en het kind nog niet met de juiste kandidaat is thuisgekomen. Een zeldzame keer – maar toch meer en meer – wachten de ouders geduldig af tot hun kind zélf ‘de ware’ vindt. Hoewel die persoon zeker ‘gekeurd’ zal worden, mag je blij zijn als je familie hem of haar waarschijnlijk wel zal ‘goedkeuren’. Natuurlijk zijn er jongeren die de opgelegde oogkleppen afwerpen en verliefd worden op iemand uit een andere kaste. Zij kunnen enkel hopen dat hun geliefde wordt geaccepteerd in de familie… Ik ken een handvol mensen bij wie dat niet zo was. De ene heeft zijn relatie tegen wil en dank stopgezet en zal volgend jaar worden uitgehuwelijkt. Een ander is met zijn vriendin het land uitgevlucht om daar ‘stiekem’ te trouwen. Scheiden is taboe in een hindoeïstische samenleving, zodat het jonggetrouwde koppel wel terug in het land kan komen wonen zonder kans te lopen op een verplichte scheiding. De familie heeft immers liever een getrouwde zoon dan een gescheiden zoon, ook al brengt hij dan niet de ideale schoondochter mee. Gedurende enkele jaren was er een volledige breuk tussen de jongen in kwestie en zijn familie. Hij mocht het ouderlijk huis niet meer in, hoewel het in Nepal de regel is dat de zoon en zijn eega bij zijn Oktober 2007 | 25


familie intrekken. Maar eind goed, al goed! Na een tijdje bedaarden de gemoederen en nu woont de hele familie terug samen. Om maar te zeggen: je doet in ‘Hindoestan’ (een term die Indiërs zelf vaak gebruiken om hun land te benoemen) écht niet wat je wil. Zulke verhalen maakten mij nederig, omdat ik als Westers meisje mag thuiskomen met wie ik wil en weet dat die persoon met open armen zal ontvangen worden. In Bride and Prejudice wordt er een spel gespeeld, zowel door regisseur Gurinder Chadha als door de vier meisjes die dienen te worden uitgehuwelijkt. De regisseur heeft voor vier verschillende karakters gekozen, elk met hun eigen idee over gearrangeerde huwel ijken. De ene is braaf en doet wat moeder haar inf luister t. Een andere gaat openlijk en lijnrecht in tegen de uit huwelijkingsplannen van moeder. Nog een andere dochter heeft er wel bedenkingen bij, maar wil die niet te duidelijk laten blijken uit angst haar ouders tegen zich te keren. De meisjes laveren tussen wat ze zelf willen en wat hun cultuur hen voorschrijft. Ze balanceren op de slappe koord tussen traditie en vernieuwing, tussen luisteren naar hun ouders en zelf op zoek gaan naar hun ‘prins op het witte paard’. Bride and Prejudice laat zien hoe een doorsnee moeder – de vader komt amper aan het woord – in India bepaalde opvattingen heeft over wat goed of slecht is voor haar dochters die Westerlingen bevreemden. Uithuwelijken is er daar één van, een ander is het bestrijden van ‘losbandigheid’. Zoals we verwachten van Britse kostuumfilms die een adaptatie zijn van boeken uit Jane Austens tijd gaat het er in Pride and Prejudi-

ce stijfjes aan toe. Mijn vooroordelen over Bollywood worden daarentegen niet ingelost in Bride and Prejudice, ik kom bedrogen uit als ik denk dat Indische meisjes braaf ‘zwijgen en ja knikken’. Toch in de films, want vaak genoeg hoor ik dat het India van Bollywood slechts een fata morgana is. Ze tonen het leven zoals de Indiër het zou willen en niet zoals het werkelijk is. Indiërs zijn geen durvers: ze gaan maar moeizaam in tegen vastgeroeste gebruiken, knikken ‘ja’ ook al bedoelen ze ‘nee’. De remake uit het Oosten verrast door ook de andere kant te laten zien. Net dat spreekt me aan in Bride and Prejudice: subtiel, maar wel duidelijk genoeg laat de film zien dat ook India niet ongevoelig

scheiden ook - richting te geven aan hun eigen leven. Al moeten ze dan trouwen met een man die ze niet zelf gekozen hebben… Wanneer ik een Bollywood-film zie, begin ik weg te dromen. Dan denk ik aan al die jonge meisjes die niet sterk genoeg in hun schoenen staan om op te komen voor hun eigen rechten. Dan kan ik de Bollywoodfilms alleen maar prijzen omwille van de kracht die ze uitstralen waardoor de Indische jongeren zich uit hun cocon wagen. Niet alleen in Zuid-Azië zijn de Bollywood-films populair. Tijdens het laatste weekend van de grote vakantie werd in Antwerpen het Durga-festival, oftewel Bollywood aan de Schelde, georganiseerd. Op het menu stond een cocktail van Bengaalse f i l m k la ssiekers, Hindi familiefilms en spektakel uit Bol ly wood, aangevuld met een dansshow en Indiase hapjes. Naast de plaatselijke bevolking vonden de ‘Antwerpse Indiërs’ hun weg naar het festival in De Roma en Metropolis en maakten er door hun traditionele kledij een levende tentoonstelling van. Deze mensen waren trots omdat zij nu de kans kregen een belangrijk deel van hun cultuur met de Belgen te delen. De vrouwen droegen hun mooie, kleurrijke ‘kurtha’ en ik zag kindjes met ‘piepschoenen’ die piepen bij elke stap die ze zetten en hen moeten motiveren om te leren lopen. Zulke details charmeerden me in India en geven me een warm gevoel wanneer ik ze in mijn eigen stad terugzie. De organisatrice van het gebeuren meldde me zondagochtend tevreden dat de verwachte opkomst al overschreden was, met nog een volle dag voor de boeg. Tijdens de dansen kostuumshow zaterdag kwamen

“In Nepal spreekt men niet openlijk over relaties. Bollywood-films doen nadenken en dromen.”

26 | Verrekijkers

is voor ‘onze’ invloeden. De meisjes, Indische schoonheden zoals het een echte Bollywood-film betaamt, durven wél in te gaan tegen beslissingen van hun ouders en mogen wél naar een feestje waar ze een jongeman een Amerikaan dan nog - leren kennen. Door een Amerikaan, en later ook een Engelsman in het verhaal te betrekken, toont de regisseur dat hij niet ongevoelig is voor vernieuwing. Niet slecht, want het kan inspirerend zijn voor de plaatselijke jeugd. Zelf ervaarde ik in Nepal ook dat ik een voorbeeld was voor veel meisjes. Ze zijn blij verrast te zien dat je leven wél meer kan zijn dan kleren wassen en eten koken. Het besef dat een Westers meisje helemaal zelf naar Nepal reist, er lesgeeft en de wereld leert kennen, geeft deze meisjes hoop en levenslust. Het doet hen geloven dat het kan, dat het geen ‘ver van mijn bed-show’ is om - hoe be-


veel Indiërs een kijkje nemen, bij de films was er een overwegend blank publiek. Het festival was dan ook een kleurrijke bedoening die Westerlingen uitnodigde om hun vooroordelen over ‘saaie Bollywood-films met preutse liefdesscènes’ aan de kant te schuiven. Boek: Pride and Prejudice (1813), Jane Austen Tv-serie: Pride and Prejudice (1995), Simon Langton Film: Bride and Prejudice (2004), Gurinder Chadha Film: Pride and Prejudice (2005), Joe Wright

Westerse visies op Bollywood Martine Verbert en Wim Becue zagen de film Kabhi Alvida Naa Kehna (Never Say Goodbye). Voor de film: “We zijn net terug uit India en komen hier wat nagenieten van onze reis. In India hebben we ook enkele films gezien, dus we weten wel ongeveer wat ons te wachten staat. Het verschil zal zijn dat de film op dit Antwerpse festival ondertiteld wordt in het Nederlands. Vroeger dacht ik dat Bollywood een genre op zich was, maar ondertussen heb ik door dat het even veel genres kent als de Hollywood-films. Over het algemeen zijn de Indische films wel emotioneler en extraverter. Wat de voorspelbare plot en het obligate succesverhaal betreft, hebben ze veel gemeen met Amerikaanse films. Ik vind het moeilijk om de Indische cultuur terug te vinden in de films.

In India zijn bijvoorbeeld bijna alle huwelijken gearrangeerd, terwijl in de films het Westerse ideaal van een liefdeshuwelijk getoond wordt Na de film: Ik vond het een leuke film, hoewel er nogal veel tranen vloeiden. Wat het verhaal zelf betreft, vind ik het wel grappig dat ervan uit wordt gegaan dat een liefdeshuwelijk tot mislukken gedoemd is. De les die op het einde wordt gegeven, strookt dan ook helemaal niet met de Indische realiteit. In de film scheiden de twee koppels en kunnen alle partijen zonder veel problemen hertrouwen. Dat is in het echte leven uiteraard niet het geval. De film zelf was een beetje lang, maar wel ontspannend. De muzieken dansscènes waren er soms wel met de haren bijgesleurd. Dan dacht ik: “Is dít nu een moment om te beginnen zingen?”. De scènes volgden elkaar niet aan het moordende tempo van Amerikaanse films op waardoor de gevoelens van de personages beter uitgewerkt kunnen

worden. Een verademing!” Johan Sarens bekeek de film Chakde India in Mumbai, het kloppende hart van de Indische filmindustrie. “Eerst en vooral vonden de Indiërs het enorm geestig dat ik naar een film kwam kijken die ik toch niet verstond. Het publiek was overwegend jong en uitzinnig. Iedereen roept ‘boe’ naar de slechterik, alsof die acteur dat dan kan horen. Wanneer het verhaal een voor het publiek positieve wending nam, werd er dan weer geapplaudisseerd. De film zelf is heel moraliserend: tradities moeten in ere gehouden worden. Chauvinisme, religieuze symboliek, herinneringen (eventueel uit vorige levens), trouw aan de familie zit allemaal in zo’n films. Verder had ik vaak de indruk dat de verhalen geïnspireerd waren op Hollywood-films en in vele gevallen zelfs schaamteloos geplagieerd.”

Oktober 2007 | 27


Talatala brengt Congolese stripwereld naar de ‘Europese hoofdstad van de Tekst: Tobi Lancsweert strip’ Beeld: Yakalonda Kabamba Christoph ‘Raffi’ Aghekian en Guilhem zijn twee Brusselse twintigers die in 2005 met hun rugzak op het vliegtuig stapten richting Kinshasa, Democratische Republiek Congo. De bedoeling was met eigen middelen een documentaire draaien over het dagelijks leven in de miljoenenstad, maar het draaide enigszins anders uit. Eenmaal aangekomen – voor het eerst op Afrikaanse bodem - werden ze meegesleurd door de wervelende dynamiek van deze stad om uiteindelijk in de magische wereld van de Congolese strip onder te duiken. Nu, na een succesvolle tournee door Congo met de laureaten van een talentenjacht voor striptekenaars die ze zelf hebben opgestart en een terugkeer naar Congo als stripadviseurs in een sensibiliseringsproject van het Rode Kruis, brengen ze de Congolese stripwereld naar België met de tentoonstelling ‘Talatala’. En de film? “Die komt er zeker nog,” verzekert Raffi me, “als ik eindelijk eens tijd vind om de 20 uren beeldmateriaal te monteren.” “In Kinshasa gaat het nieuws van mond tot mond,” begint Raffi. “Op straat, op school, in de overvolle taxibus, op de markt of thuis; er worden voortdurend nieuwtjes uitgewisseld. Dat kan gaan van zeer banale zaken tot en met de wereldpolitiek. Vaak kan je ook de feiten niet van de fantasie scheiden en is het deze schemerwereld die we terugvonden in de strips.” De strip bevindt zich op het kruispunt tussen beeldcultuur, schrift en een orale traditie en is daarom het medium bij uitstek waarin de verhalen van de stad hun neerslag krijgen. Bovendien zijn de drukkosten niet erg hoog, waardoor het tegelijkertijd een zeer democra28 | Verrekijkers

tisch communicatiemiddel is. “Er loopt ook echt enorm veel talent rond. Na enkele weken werd het ons echter duidelijk dat iedereen er los van elkaar in een vacuüm opereert. Niemand kon ons bijvoorbeeld een volledig beeld schetsen van de strip-

scène in Kinshasa. Om dit euvel te verhelpen, kwamen we op het idee om een wedstrijd te organiseren. In samenwerking met het Waals-Brussels Centrum in Kinshasa en het Frans Cultureel Centrum van Kinshasa deden we een oproep om strips


in te zenden. We hebben zelfs 3000 euro van ons reisbudget samengelegd als prijzengeld!” En dat zullen ze zich niet betreuren. Meer dan 130 artiesten bieden zich aan en zo’n 200 Kinois volgen één van de workshops ter omkadering van de wedstrijd. Ook organiseren ze een grote conferentie waarop ze de belangrijkste spelers uit de stripwereld van Kinshasa met elkaar in contact brengen. Deze conferentie mondt uit in een ‘jaarboek’ dat alle striptekenaars en stripverenigingen verzamelt. Al gauw volgt er ook een tournee door

Congo met de laureaten van de wedstrijd in samenwerking met Radio Okapi van de Monuc en l’Alliance française. En nu is er de tentoonstelling in Brussel. ‘Talatala’ betekent in het Lingala - de lingua franca in Kinshasa - zowel ‘bril’ als ‘spiegel’. “We hebben deze titel gekozen omdat een bril dient om beter te zien als buitenstaander en de spiegel verwijst naar de dialoog die de Kinois met zichzelf aangaan via het medium. Op een gelijkaardige manier

vonden we in de strips van Kinshasa een toegangspoort die ons toeliet een beetje van deze complexe wereld te begrijpen, maar tegelijkertijd een wereld opende vol vreemde verhalen en mythische wezens.” De tentoonstelling is opgevat in twee delen. Het eerste deel brengt de bezoeker in contact met het dagelijks leven in Kinshasa. Aan de hand van installaties, videomateriaal, foto’s en strips worden vier thema’s belicht: stadslegenden, openbaar vervoer, ‘Poto’ (‘Paradijs’) verwijst naar de emigratiewens en ‘Article quinze’, de plantrekkerij waar de gemiddelde Congolees voor bekend staat. “Het is in de kleine alledaagse gebaren dat het leven zich aan je openbaart en je in die andere wereld wordt gezogen. Tegelijkertijd kan je leren hoe mensen tegen de zaken aankijken door te luisteren naar de verhalen die ze elkaar vertellen en je in te leven in hun dromen. In een context zoals die van Kinshasa, waar de staat het laat afweten, eist de volkscultuur haar plaats op. Stripverhalen kunnen de draak steken met de machthebbers, de recente geschiedenis weer tot leven wekken en meebouwen aan het zelfbewustzijn van de man of vrouw in de straat.” Het tweede deel plaatst de Congolese strip zelf in de schijnwerpers. De geschiedenis wordt toegelicht, de manier van werken van de Congolese kunstenaars wordt uit de doeken gedaan en de belangrijkste inhoudelijke thema’s worden behandeld. Het project kadert in Yambi 2007 de culturele tournee rond Congo. De uitleg bij de tentoonstelling is vertaald naar het Nederlands en de tentoonstelling is nog tot 27 oktober gratis te bezichtigen in ‘Espace Wallonie Bruxelles’ op de Grasmarkt 25-27 (1000 Brussel). Daarna gaat ze op tournee door Wallonië en misschien later door Vlaanderen?

Meer info

www.talatala.cd Oktober 2007 | 29


Vervolg van pagina 14... Je draagt bovendien al je ervaringen mee en het is niet alleen je muzikaal gevoel dat je in muziek legt. In die zin vertel je telkens een verhaal. Er is geen andere manier om een goede muzikant te worden. Daarvoor hoef je niet virtuoos te zijn. Ik heb al mensen die nog nooit een instrument hadden vastgehad, mooie dingen horen spelen. Maar je moet wel geloven in wat je brengt. Het soort muziek dat ik wil brengen, beperkt zich niet tot een bepaald genre. Het fantastische aan spelen met DAAU is dat muzikanten van verschillende muzikale achtergronden toch samenkomen en goede muziek maken. Daarom is het waarschijnlijk zo moeilijk om er een label op te plakken. In Frankrijk staan we tussen dubgroepen en in Vlaanderen zijn we wel eens op een jazzfestival geboekt. Categorieën zijn vaak uitgevonden door marketingmensen. Om het met de woorden van Miles Davis te zeggen: “Er is goede en slechte muziek en meer onderscheid wil ik niet maken”. Wat zijn je plannen voor de toekomst? Tegen het eindexamen van het conservatorium volgend jaar wil

ik een nieuwe groep vormen. Maar concreet speel ik tot in mei 2009 mee met het cabaret van Roy. Met dit triumviraat, versterkt door een vierde man, gitarist Tim Liebaert, zullen we tegen de zomer van 2008 een plaat opnemen die losstaat van het cabaret. De muziek zal dichter aanleunen bij wat we met Noppes brachten, maar dan veel rauwer en nog maatschappijkritischer. Met DAAU staat er ook heel wat op het programma. Binnenkort brengen we in Frankrijk een tribute aan Coil, een groep uit de jaren tachtig. Waarschijnlijk zal daar ook een plaat opgenomen worden en verder komen er in het najaar nog een vijftal optredens in België. We zijn ondertussen veel met film bezig. Zo is er Unser Tächlig Brot, een film over de voedingsindustrie waar we een soundtrack bij hebben gemaakt en in Parijs zijn we gevraagd om een impressie van 45 minuten te geven van de soundtrack voor Requiem For a Dream. Voor een nieuwe plaat van DAAU zelf kan het wel nog wachten zijn tot in 2009. Daarna ligt alles open. Maar het zal alleszins met muziek te maken hebben, tenzij dat ik onderweg een arm kwijt speel…

Hannes’ toekomstmuziek Check www.daau.com en www.myspace.com/hannesdhoine

Prikbord

De complexiteit v

Pamuk verweeft in zijn boek Sneew verschillen en migratie. Het hoofdpersonage Ka, een uit Duitsland teruggekeerde banneling, krijgt in het Turkse stadje Kars eindelijk weer inspiratie. Hij schrijft er in totaal 18 gedichten die hij rangschikt, volgens de structuur van een sneeuwkristal, op drie assen: die van de Rede, het Geheugen, de Verbeelding, en met als centrum Ka zelf. Het is een meeslepend boek, niet enkel door de complexe tekening die wordt gemaakt van de verschillende personages, maar ook door bepaalde stijlelementen die het een enigszins mysterieus karakter verlenen. Zo blijft de verteller lang een onbekende en slechts beetje bij beetje komen we meer over hem en zijn rol in het geheel te weten. Hij weet meer dan hij in feite zou kun-nen weten, en wekt nieuwsgierigheid door zo af en toe op voorhand aan te kondigen welke schokkende feiten iemand te wachten staan. Deze speciale stijl van vooruitlopen zou zijn oorsprong vinden in de Turkse vertelkunst. Ook zitten er een aantal raamvertellingen in het verhaal verwerkt, zoals bijvoorbeeld de urban legend die vooral zou leven onder de Turkse migranten in Duitse steden. In dit verhaal met fatale afloop verliest een man zijn geloof, op een heel geheimzinnige manier, bij een ontmoeting in een lift.

Iniciativa Cuba Socialista (ICS) organiseert op zaterdag 27 oktober

voor de 14de maal Che Presente, een nationale solidariteitsdag met Cuba. Als symbool van wereldwijd verzet tegen de neoliberale globalisering blijft Che immers elke dag opnieuw vele jongeren inspireren. De solidariteitsdag begint om 13u en kost € 6/10. De figuur van Che staat centraal, maar ook voor wie op zoek is naar actuele informatie over Cuba is deze solidariteitsdag een uitgelezen kans. Er zijn conferenties en debatten met internationale gasten, een optreden van Cuba’s bekendste troubadour Gerardo Alfonso en een fiesta cubana met salsa-initiatie. Plaats van het gebeuren is: Campus Etterbeek, VUB, Auditorium Q, Pleinlaan 2, 1050 Brussel. ics@cubanismo.net 30 | Verrekijkers


van Orhan Pamuk en SNEEUW Recensie nde grote thema’s als liefde, godsdienst, politiek door Marjan Goedhart

Sneeuw vertelt over geloven en de verschillende soorten van geloven, over liefde en de verschillen in liefde, over hoop en wanhoop, over politiek en hoe dit alles met elkaar verweven is. Pamuk toont aan dat met politiek, godsdienst, werk … vaak persoonlijke redenen of passies zijn gemoeid. Gebeurtenissen zijn altijd complexer dan ze op het eerste zicht lijken. Om te beginnen zijn Ka’s redenen om naar Kars te komen niet éénduidig. Hij wil verslag uitbrengen van de vreemde reeks zelfmoorden in Kars en van de verkiezingen die er op stapel staan, het ware Turkije opnieuw leren kennen, maar bovenal heeft hij gehoord dat een studievriendin – de bloedmooie Ipek – gescheiden is. En zijn liefde voor deze vrouw zal heel veel bepalen… De waarheid achter de zelfmoorden van verschillende gesluierde meisjes in Kars is ook moeilijk te achterhalen. Iedereen heeft zijn interpretatie, er is een veelheid aan invalshoeken. Sommigen zien de zelfmoorden als een soort besmettelijke ziekte, meegebracht door een meisje van een dorp enkele honderden kilometers verderop, waar het fenomeen van jonge vrouwen die plots zelfmoord beginnen te plegen zich het eerst had voorgedaan.

“Zelfmoord is een grote zonde. Hoe meer aandacht eraan wordt besteed, hoe meer de ziekte zich verbreidt! Vooral het gerucht dat het laatste meisje dat zelfmoord pleegde een moslimmeisje was dat strijd voerde voor de sluier, is nog fataler dan dodelijk gif.” (Indigo) Sommige moslims zien het feit dat de staat die meisjes onder druk zet om hun hoofddoek af te doen als dé reden dat ze zelfmoord plegen. Waar volgens de ene de godsdienstigheid van de meisjes en de moeilijkheden met de seculiere overheid die hiermee gepaard gaan de aanzet is voor hun wanhoopsdaad, hebben anderen dan weer schrik dat juist het verlies van hun geloof de reden zou zijn. Tijdens zijn verblijf in Kars is Ka er getuige van dat de directeur van de lerarenopleiding wordt vermoord door een op hol geslagen moslim omdat gesluierde meisjes niet op school worden toegelaten volgens een gebod van de seculaire overheid. Andere moslims of islamisten zien deze moord dan weer als een provocatie van de staat. “Eerst hebben ze die arme directeur gebruikt voor hun dwingelandij en vervolgens hebben ze hem door een schuimbekkende malloot overhoop laten schieten zodat moslims de

Tweesprakencyclus 2007 over de staat

van de staat. In 2007 viert de wereld de vijftigste verjaardag van de eerste Afrikaanse kolonie die onafhankelijk werd (Ghana, 6 maart 1957). Dit is de onmiddellijke aanleiding om het te hebben over de rol en de positie van de staat, en hoe die geëvolueerd zijn in de feiten en in ons denken erover. De tweesprakencyclus vindt vanaf 15 oktober tot 3 december 2007 elke maandagavond plaats tussen 19.00 uur en 21.00 uur in in lokaal R-002 op de UA-Stadscampus. www.usos.be

Wie is Orhan Pamuk? Orhan Pamuk werd geboren in 1952 en won in 2006 de Nobelprijs voor literatuur. Hij wordt beschouwd als één van de belangrijkste hedendaagse Turkse schrijvers, maar in Turkije zelf is Pamuk een omstreden figuur. Zo is hij vervolgd geweest vanwege het feit dat hij de Turkse genocide op de Armeniërs aanklaagde. Een terugkerend thema in zijn werk is de zoektocht naar identitieit en liefde, naast de ‘verwevenheid en botsing van culturen’ (dixit de jury van de Nobelprijs voor literatuur). Andere titels van de schrijver zijn o.a. Ik heet Karmozijn, Het nieuwe leven en Istanbul, een poëtisch autobiografisch boek. schuld krijgen.” (Indigo) “Voor een heleboel meisjes in onze situatie betekent zelfmoord dat we over ons eigen lichaam beschikken. Dat is de reden dat meisjes die bedrogen zijn en hun maagdelijkheid kwijt zijn, maagden die uitgehuwelijkt worden aan een man die ze niet willen, zelfmoord plegen. Ze zien zelfmoord als een verlangen naar onschuld en puurheid.” (Hande) Het enige waar iedereen het over eens is in verband met de zelfmoorden, is dat erover gezwegen moet worden. Iedereen krijgt een stem. Slecht en goed, zwart en wit bestaat niet in Pamuks boek. Er bestaat alleen een grijze zone. Pamuk ziet zijn boek als een aanzet om na te denken.En Sneeuw biedt inderdaad heel wat stof tot nadenken!

Circa 2007 is een interculturele vijfdaagse die van

17 tot 21 oktober doorgaat op en rond het De Coninckplein en zich verder vertakt richting Provinciestraat, Borgerhout en Antwerpen-Noord. Centraal staat de creatie van een ontmoetingsplaats voor lokaal en regionaal talent actief in woord, muziek en dans. Circa 2007 laat verschillende gemeenschappen van Antwerpen en omstreken samenwerken om de rijkdom van de Antwerpse diversiteit te weerspiegelen. www.acirca.blogspot.com Oktober 2007 | 31


Tolerant bis Ik ben niet verdraagzaam voor rechts-populisten, die burgers verdelen naar kleur en komaf, zij moeten niet rekenen op mijn begrip noch op mijn bereidheid hun denktrant te dogen. Ik open mij niet voor gesloten geesten, ik gun geen bestuursmacht aan discriminanten: tolerant ben ik niet voor intoleranten !

***

Ik ben niet verdraagzaam voor godsdienstfanaten die namens een godheid of een profeet mij om mijn vrije gezindheid haten of vrouwen schandelijk onderdrukken of aanslagen toejuichen spijts het leed, ik heb geen begrip voor hen die hopen de Wet te boetseren naar hun Geloof. Ik open mij niet voor gesloten geesten, ik gun geen (s)preekrecht aan dat soort migranten: tolerant ben ik niet voor intoleranten

Adviesraad Ontwikkelingssamenwerking Antwerpen (Arosa)

Herman J. Claeys, 11 mei 2006

Verrekijkers 3  
Verrekijkers 3  

Jouw focus op de wereld! Themanummer: De kracht van Kunst

Advertisement