Issuu on Google+

Integriteit en Transparantie in de Bouwsector 1-meting

In opdracht van Vernieuwing Bouw 2010


23 juli 2010 “©[23 juli 2010] USP Marketing Consultancy B.V. De in deze uitgave vermelde gegevens zijn strikt vertrouwelijk en alle hierop betrekking hebbende auteursrechten, databankrechten en overige (intellectuele) eigendomsrechten worden uitdrukkelijk voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van USP Marketing Consultancy B.V. worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt.”

2


VOORWOORD

Voor u ligt de rapportage van het onderzoek naar de stand van zaken met betrekking tot de integriteit en transparantie in de bouwsector. USP Marketing Consultancy heeft dit onderzoek in opdracht van Vernieuwing Bouw uitgevoerd.

Het onderzoek is aangevangen met een kwalitatieve fase waarin desk research is verricht en diepte-interviews met materie- en ervaringsdeskundigen zijn uitgevoerd. De 0-meting van dit onderzoek heeft plaatsgevonden in het eerste kwartaal van 2008. In 2010 is de 1-meting is uitgevoerd om te bepalen waar de sector op dit moment staat en of de transitie in de bouw vorderingen boekt.

Uit de kwalitatieve fase van het onderzoek in 2008 is een model voortgekomen om de stand van zaken in kaart te brengen waarin onderscheid wordt gemaakt tussen relationele en organisatie-integriteit. Relationele integriteit als verwijzing naar de interactie tussen opdrachtnemers en opdrachtgevers en organisatie-integriteit als verwijzing naar de wijze waarop en de mate waarin integriteit in de eigen organisatie is geborgd. Dit model is als basis gebruikt voor de 1-meting. Daarnaast is er op basis van de kwalitatieve voorfase in 2010 een theoretisch model van het veranderingsproces opgesteld.

Voor het kwantitatieve onderzoek zijn gedurende het tweede kwartaal van 2010 in totaal 2.646 telefonische enquĂŞtes afgenomen onder opdrachtnemers (adviseurs en ontwerpers, bouw- en infrabedrijven en gespecialiseerde aannemers) en opdrachtgevers (publieke opdrachtgevers en commerciĂŤle opdrachtgevers).

Wij zijn ervan overtuigd dat het voorliggende rapport een helder inzicht geeft in de stand van zaken met betrekking tot integriteit en transparantie in de bouwsector. Met dit inzicht en de eruit voortvloeiende conclusies kan Vernieuwing Bouw verdere initiatieven ontplooien om de voorruitgang te stimuleren binnen de bouwsector op het gebied van transparant en integer handelen.

USP Marketing Consultancy dankt de leden van de klankbordgroep voor hun opbouwende kritieken en scherpe inzichten die mede hebben geleid tot de voltooiing van dit onderzoek .

Rotterdam, juli 2010

drs. Jan Paul Schop drs. Reinier Zuydgeest

3


INHOUDSOPGAVE Voorwoord ............................................................................................................................................3 Inhoudsopgave .....................................................................................................................................4 Management Samenvatting ...................................................................................................................6 Onderzoeksverantwoording ...................................................................................................................8 1 Achtergrond en aanleiding.........................................................................................................8 2 Doel- & vraagstelling onderzoek ................................................................................................8 3 Onderzoeksopzet ......................................................................................................................9 3.1.1 Kwalitatief vooronderzoek .....................................................................................................9 3.1.2 Kwantitatief onderzoek ........................................................................................................ 10 4 Onderzoeksverloop ................................................................................................................. 11 5 Representativiteit en responsoverzicht .................................................................................... 11 6 Model en definiĂŤring ................................................................................................................ 12 7 Rapportopbouw ....................................................................................................................... 14 1

Stand van zaken opdrachtnemers ................................................................................................. 15 1.1 1.2 1.2.1 1.2.2 1.3 1.3.1 1.3.2 1.4 1.5 1.6 1.6.1 1.6.2

2

Inleiding .............................................................................................................................. 15 De stand van zaken tijdens de verschillende projectfasen ................................................... 15 Huidige stand van zaken ..................................................................................................... 15 Veranderingen ten opzichte van de 0-meting ....................................................................... 19 Algemeen vertrouwen ......................................................................................................... 21 Huidige stand van zaken ..................................................................................................... 21 Veranderingen ten opzichte van de 0-meting ....................................................................... 21 Waardering voor de verschillende opdrachtgevers ............................................................... 22 Organisatie-integriteit en -transparantie ............................................................................... 24 Status in het veranderingsproces ........................................................................................ 25 Vordering in transitie op het gebied van integriteit ............................................................... 26 Vordering in transitie richting transparantie.......................................................................... 27

Stand van zaken opdrachtgevers .................................................................................................. 28 2.1 2.2 2.2.1 2.2.2 2.3 2.3.1 2.3.2 2.4 2.5 2.6 2.6.1 2.6.2

Inleiding .............................................................................................................................. 28 Stand van zaken in de verschillende projectfasen ................................................................ 28 Huidige stand van zaken ..................................................................................................... 28 Veranderingen ten opzichte van de 0-meting ....................................................................... 31 Algemeen vertrouwen ......................................................................................................... 33 Huidige stand van zaken ..................................................................................................... 33 Veranderingen ten opzichte van de 0-meting ....................................................................... 34 Waardering voor de verschillende opdrachtnemers .............................................................. 35 Organisatie-integriteit en -transparantie ............................................................................... 35 Vordering in transitie ........................................................................................................... 37 Vordering in de transitie op het gebied van integriteit .......................................................... 37 Vordering in de transitie richting transparantie ..................................................................... 38

3 Gevolgen van de economische recessie ........................................................................................... 40 3.1

Inleiding .............................................................................................................................. 40

4


3.2 3.3

Stand van zaken ................................................................................................................. 40 Gevolgen van recessie op de samenwerking in de bouw ..................................................... 43

4 Voorlopers in het veranderingsproces .............................................................................................. 48 4.1 4.2 4.2.1 4.2.2 4.2.3 4.2.4 4.3 4.3.1 4.3.2 4.3.3 4.4 4.4.1 4.4.2 4.4.3 4.5 4.5.1 4.5.2 4.5.3 4.5.4 4.6 4.6.1 4.6.2 4.7 4.7.1 4.7.2 5

Samenvatting & Conclusies .......................................................................................................... 79 5.1 5.2 5.2.1 5.2.2 5.2.3 5.2.4 5.2.5 5.3 5.4 5.5

6

Inleiding .............................................................................................................................. 48 Publiek versus commercieel opdrachtgeverschap ................................................................ 48 Ervaringen met commerciĂŤle en publieke opdrachtgevers .................................................... 49 Verwachtingen over commerciĂŤle en publieke opdrachtgevers............................................. 50 Vordering in transitie: CommerciĂŤle opdrachtgevers ............................................................ 51 Vordering in transitie: Publieke opdrachtgevers ................................................................... 52 Invloed van de branchevereniging ....................................................................................... 53 Vordering in transitie op het gebied van integriteit ............................................................... 54 Vordering in transitie richting transparant handelen ............................................................. 55 Effect branchevereniging op bekendheid initiatieven Regieraad Bouw ................................. 55 Bouw- en infrabedrijven versus gespecialiseerde aannemers .............................................. 57 Vordering in transitie: Bouw- en infrabedrijven ..................................................................... 58 Vordering in transitie: Gespecialiseerde aannemers ............................................................ 59 Verschillen tussen bouw- en infrabedrijven en gespecialiseerde aannemers ........................ 60 Segmentatie analyse ........................................................................................................... 60 Ervaringen van opdrachtnemers per segment: Integriteit ..................................................... 61 Ervaringen van opdrachtgevers per segment: Integriteit ...................................................... 63 Ervaringen van opdrachtnemers per segment: Transparantie .............................................. 64 Ervaringen van opdrachtgevers per segment: Transparantie ................................................ 66 Betere samenwerking en betere perspectieven.................................................................... 68 Perspectieven van opdrachtnemers ..................................................................................... 68 Perspectieven van opdrachtgevers ...................................................................................... 69 Segmentatie analyse naar grootteklasse ............................................................................. 71 Segmentatie analyse opdrachtnemers ................................................................................. 71 Segmentatie analyse opdrachtgevers .................................................................................. 75

Inleiding .............................................................................................................................. 79 Ontwikkeling samenwerking opdrachtgevers en opdrachtnemers ......................................... 80 Acquisitiefase ..................................................................................................................... 80 Uitvoerende fase ................................................................................................................. 81 Opleveringsfase .................................................................................................................. 82 Algemeen vertrouwen en communicatie .............................................................................. 83 Resumerend ....................................................................................................................... 84 Status in veranderingsproces .............................................................................................. 85 Economische recessie ........................................................................................................ 86 Voorlopers in het veranderingsproces ................................................................................. 87

Bijlagen ........................................................................................................................................ 89 6.1 6.2

Bijlage 1: Achtergrond ......................................................................................................... 89 Bijlage 2: Vragenlijst ........................................................................................................... 99

5


MANAGEMENT SAMENVATTING Verantwoording De 1- meting “Integriteit en Transparantie in de Bouwsector” is een vervolg op het onderzoek dat in 2008 is uitgevoerd (0-meting). Het doel van deze 1-meting is: “Het in beeld brengen van de stand van zaken en ontwikkeling op het gebied van integriteit en transparantie en de veranderingen die ten opzichte van 2008 opgetreden zijn.” Het onderzoek is bouwbreed uitgevoerd. Alle verschillende partijen die betrokken zijn bij de bouwsector, zijn in het onderzoek meegenomen. In totaal zijn 2.646 personen op management en uitvoerend niveau aan zowel opdrachtgevers- als opdrachtnemers zijde ondervraagd.

Ervaringen opdrachtgever / opdrachtnemer tijdens verschillende fasen in het bouwproces Acquisitiefase De communicatie tussen beide is verbeterd. Opdrachtgevers, zijn meer tevreden over de inzichten die de offertes van de opdrachtnemers bieden. Dit resulteert in een sterke verbetering bij opdrachtgevers in de ervaring die zij hebben met een eerlijke verdeling van de risico‟s. Opdrachtnemers ervaren derhalve vaker een eerlijke kans te krijgen bij intekening op een project omdat men vaker een helder toelichting ontvangt van de opdrachtgever. Uitvoerende fase Er is een positieve ontwikkeling te zien in de ervaringen die de opdrachtgevers hebben met opdrachtnemers; er wordt vaker een kick-off meeting gehouden en ook tijdens het project wordt er beter door de opdrachtnemers gecommuniceerd. Opdrachtnemers zijn minder tevreden met het tijdig informeren door opdrachtgevers over zaken die hun bedrijfsproces kunnen beïnvloeden. Opleveringsfase In de opleveringsfase zien we dat ter afronding en evaluatie van het project de partijen beduidend minder met elkaar om de tafel gaan dan verwacht/gewenst. Ruim één derde van alle uitgevoerde projecten wordt na afloop niet gezamenlijk geëvalueerd. Vertrouwen Vertrouwen van opdrachtgevers in opdrachtnemers is gegroeid. Vertrouwen van opdrachtnemers in opdrachtgevers is gedaald .

Marktverhoudingen zijn als gevolg van de recessie verandert waardoor de “macht” is verschoven van opdrachtnemers richting opdrachtgevers. Dit lijkt een achterliggende oorzaak te zijn voor enerzijds de positievere beoordeling van opdrachtnemers door opdrachtgevers en anderzijds de daling op een aantal aspecten in de ervaring van opdrachtnemers met opdrachtgevers. Partijen dienen zich er van bewust te zijn dat onder invloed van economische ontwikkelingen de verhoudingen in een markt variabel zijn en men dus ten alle tijden integer en transparant dient te handelen.

De economische recessie heeft een grote impact op de sector en daarmee ook op de resultaten van dit onderzoek. In een nagebootste hypothetische situatie waarin de economische recessie niet

6


had plaatsgevonden, blijkt dat de beoordeling van opdrachtnemers voor opdrachtgevers aanzienlijk hoger zou zijn uitgevallen. Daarnaast heeft de economische recessie er toe geleid dat dat opdrachtnemer en opdrachtgever minder vertrouwen in elkaar hebben. 

Bedrijven die te maken hadden met een omzetgroei in 2009 zijn positiever over de wederpartij met wie zij hebben samengewerkt dan de bedrijven met een negatieve omzetontwikkeling.

Veranderingsproces 

Aan de hand van onderstaand theoretisch model is bepaald in welke fase bedrijven en organisaties zich bevinden in het veranderingsproces richting integer en transparant handelen.

Herkennen

Erkennen belang

Inhoudelijk kennen

Vertalen naar eigen organisatie

Gedragsverandering

Publieke opdrachtgevers zijn duidelijk voorlopers in dit veranderingsproces. Bouw- en infrabedrijven zijn verder in het veranderingsproces richting integer en transparant handelen vergeleken met gespecialiseerde aannemers. Daarnaast zijn bedrijven en organisaties die zijn aangesloten bij brancheverenigingen die behoren tot de vernieuwingspartners ook verder gevorderd in dit veranderingsproces.

Zowel de opdrachtnemende als de opdrachtgevende partijen die aandacht besteden aan integer en transparant handelen hebben betere ervaringen met de wederpartij tijdens het verwezenlijken van een project dan organisaties die dit niet doen. Dit onderschrijft de gedachten dat integer en transparant handelen een goed uitgangspunt is om op professionele wijze te kunnen samenwerken. Aangezien de bouw bij uitstek een sector is waar samenwerking essentieel is verdienen de thema‟s integriteit en transparantie een hoge mate van aandacht.

Tevens blijkt dat partijen die verder gevorderd zijn in het veranderingsproces richting integer en transparant betere bedrijfseconomische vooruitzichten hebben en gemakkelijker nieuw personeel kunnen aantrekken.

7


ONDERZOEKSVERANTWOORDING

1

Achtergrond en aanleiding

De Regieraad Bouw is ingesteld door de ministeries van VROM, EZ en Verkeer en Waterstaat naar aanleiding van de parlementaire enquête in 2003. De opdracht van de Regieraad Bouw was het in gang zetten van noodzakelijke vernieuwingen in de bouw, het normaliseren van de verhoudingen in de sector en het herstel van het onderlinge vertrouwen. Vanuit die achtergrond heeft de Regieraad Bouw eind 2007 opdracht gegeven een bouwbreed onderzoek uit te voeren naar de stand van zaken met betrekking tot integriteit en transparantie in de bouwsector en de ontwikkeling daarin om zodoende vast te kunnen stellen of er sprake is van verankering van de gewenste verandering.

Om daadkrachtig en met gezag aan de veranderingen bij te dragen en integriteit nog veel meer onderdeel van de dagelijkse activiteiten te maken, heeft de Regieraad Bouw eind 2007 aan USP Marketing Consultancy opdracht gegeven voor het onderzoek ´Integriteit en Transparantie in de bouwsector„. Met de resultaten van dit onderzoek was het mogelijk integriteit en transparantie in de gehele bouwsector te monitoren en te benchemarken.

Eind 2009 is de Regieraad Bouw opgeheven en opgevolgd door Vernieuwing Bouw. Om de huidige stand van zaken op het gebied van integriteit en transparantie in kaart te brengen alsmede de ontwikkeling hierin, is in het tweede kwartaal van 2010 de 1-meting uitgevoerd.

2

Doel- & vraagstelling onderzoek

De centrale doelstelling van het onderzoek is het in kaart brengen van de stand van zaken op het gebied van integriteit en transparantie binnen de bouwsector. De vraagstelling is dus eenduidig: “Het in beeld brengen van de stand van zaken en ontwikkeling op het gebied van integriteit en transparantie en de veranderingen die ten opzichte van 2008 opgetreden zijn.”

8


3

Onderzoeksopzet

De vraagstelling binnen dit onderzoek is beantwoord aan de hand van een gecombineerd kwalitatief en kwantitatief onderzoek. Kwantificering van de resultaten is essentieel om generaliseerbare uitspraken te kunnen doen over de stand van zaken in de bouw. Om het kwantitatieve onderzoek de juiste invulling te geven, is een gedegen kwalitatieve verkenning onontbeerlijk.

Nevenreden om het onderzoek in deze breedte / omvang op te zetten, is het (her)agenderen van de thematiek bij de verschillende partijen binnen de bouw: bewustmaking en -wording.

Gedurende het gehele onderzoeksproces heeft de klankbordgroep, die vanuit Vernieuwing Bouw is opgesteld, USP Marketing Consultancy bijgestaan met waardevolle adviezen gebaseerd op ruime kennis en ervaringen binnen verschillende segmenten in de sector. De leden van deze klankbordgroep zijn:

Dhr N. Heijmen

Business to advice

Dhr. M. Kaptein

Erasmus Universiteit / KPMG

Dhr. L. van Dijke

VolkerWessels

Dhr. P. Clerx

SBIB / Bouwend Nederland

Dhr. C. Buijs

Gemeentewerken Rotterdam

Dhr. P. Oortwijn

NLingenieurs

Dhr. J. Flipse

Aedes

3.1.1

Kwalitatief vooronderzoek

Het kwalitatieve onderzoek had als belangrijkste doel een eerste verkenning van de implementatie van de thematiek (transparantie en integriteit) in de praktijk. Vanuit dat oogpunt zijn daarbij de volgende fasen onderscheiden: 1.

Deskresearch

2.

Interne diepte-interviews

3.

Externe diepte-interviews

Met deskresearch is nagegaan wat de afgelopen 2 jaar op het gebied van integriteit en transparantie door de verschillende vernieuwingspartners is ondernomen. Middels de interne diepte-interviews is inzicht verkregen in integer en transparant handelen zoals de Regieraad Bouw en de Tafels dat geformuleerd hebben en de daaraan gekoppelde acties, middelen en doelen. Belangrijk onderdeel van het onderzoek (om uiteindelijk de goede vragen te stellen en resultaten vanuit de juiste context (branchespecifiek) te interpreteren) waren de externe diepte-interviews. Het handen en voeten geven, is naast communicatie in (bouw)brede media en via de

9


Regionale Regieraden, met name geĂŻnitieerd via de toonaangevende brancheverenigingen (opdrachtgevend en nemend): deze zijn dan ook betrokken in het onderzoek (m.n. daar zij een communicatiefunctie naar de markt toe hebben).

3.1.2

Kwantitatief onderzoek

Vervolgdoel was de thematiek (aan de hand van de bevindingen uit de kwalitatieve fase) verder te operationaliseren om zodoende te kunnen komen tot gekwantificeerde, generaliseerbare uitspraken over de stand van zaken binnen de bouw ten aanzien van integriteit en transparantie.

Het onderzoek is bouwbreed, dat wil zeggen dat alle partijen die een rol spelen in de bouwkolom bij het onderzoek betrokken zijn. Vanuit het oogpunt van haalbaarheid (tijd en geld) en relevantie is voor een clustering van partijen gekozen. Overzicht 1 toont de te hanteren clustering in 5 partijen, verdeeld in opdrachtnemend (3 partijen) en opdrachtgevend (2 partijen). Per deelgroep is een aparte rapportage opgesteld die meer inzichten bieden in de specifieke marktpartijen. Naast deze totaalrapportage zijn er dus nog 5 deelrapporten beschikbaar. In bijlage 1 is terug te vinden welke marktpartijen tot deze deelgroepen worden gerekend.

Deelgroepen Opdrachtnemers Advies en ontwerp (Architecten / ingenieurs) Bouw- en infrabedrijven (Aannemers B&U en aannemers GWW)

Opdrachtgevers Publieke opdrachtgevers ((Woningcorporaties , gemeenten en overige overheid (Waterschappen, Provincies, RGD, RWS)) CommerciĂŤle opdrachtgevers (Projectontwikkelaars en opdrachtgevende aannemers)

Gespecialiseerde aannemers (Gespecialiseerde aannemers, ZZP generalisten, installateurs, toeleveranciers) Overzicht 1. onderscheiden partijen op hoofdgroepniveau.

De enquĂŞtes zijn gehouden aan de hand van een vragenlijst die de basis heeft in de verkennende, kwalitatieve voorfasen en de expertise van USP Marketing Consultancy, contactpersonen aan zijde opdrachtgever van het onderzoek alsmede de klankbordgroep die ten behoeve van dit onderzoek in het leven is geroepen (en bestaat uit materiedeskundigen).

10


4

Onderzoeksverloop

In dit onderzoek zijn opdrachtnemende en opdrachtgevende partijen benaderd. Bij alle partijen zijn zowel respondenten van managementniveau als uitvoerend niveau geïnterviewd, met uitzondering van de ZZP‟ers waarbij deze splitsing uiteraard niet van toepassing is.

Overzicht 2 toont het onderzoeksverloop van de kwantitatieve fase.

Verloop onderzoek Maand /Fase

Maart

April

Mei

Juni

Juli

Kwantitatieve fase Analyse Rapportage Overzicht 2. Onderzoeksverloop kwantitatieve fase Integriteit en Transparantie in de Bouwsector.

5

Representativiteit en responsoverzicht

Onder de representativiteit van een steekproef wordt verstaan dat de onderzoeksresultaten een goede weergave zijn van de situatie in de beoogde populatie. Overzicht 4 toont de respons.

Bruto steekproef Netto steekproef Totaal geslaagd Responspercentage

Totaal

Opdrachtnemers

Opdrachtgevers

12.486

10.069

2.417

8.697

6.910

1.787

2.646

2.141

505

30%

31%

28%

Overzicht 3. Totaal responseoverzicht.

Totaal heeft het kwantitatieve onderzoek 2.646 afgeronde enquêtes opgeleverd. De verdeling van de enquêtes over de verschillende geclusterde partijen is zo opgesteld dat er bij de verwerkende partijen ((gespecialiseerde) aannemers en installateurs) minimaal sprake is van 95% betrouwbaarheid en bij de overige partijen van minimaal 90% betrouwbaarheid.

11


6

Model en definiëring

Het gehanteerde onderzoeksmodel is omwille van een betrouwbaar vergelijk met 2008 in tact gebleven. Doordat de basis dezelfde is gebleven kunnen de resultaten in deze rapportage vergeleken worden en is een ontwikkeling in de manier van werken vast te stellen. De definities die zijn gehanteerd voor de centrale thema‟s in dit onderzoek zijn als volgt; “Transparantie is het verstrekken van inzicht in zaken die voor betrokkenen relevant zijn.” “Integriteit staat voor het professioneel, adequaat en zorgvuldig uitoefenen van taken en functies, rekening houdend met alle in het geding zijnde waarden en belangen binnen de eigen organisatie en naar (contract)partners en maatschappij.”

Om integriteit en transparantie in de bouw verder te kunnen operationaliseren is het essentieel allereerst stil te staan bij de typische kenmerken van de bouwsector. De meest dominante kenmerken zijn in dit kader: 

Wisselende samenstelling organisatievorm. Per product en per project komen partijen in steeds verschillende samenstellingen bij elkaar. Interactie tussen partijen in de keten staat hierbij centraal. De meest in het oog springende relatie is die tussen opdrachtgever en opdrachtnemer. Maar ook typische opdrachtnemende partijen interacteren weer met hun opdrachtnemers, bijvoorbeeld een hoofdaannemer richting zijn onderaannemer of toeleverancier.

Projectmatige manier van werken. In de bouw is er sprake van een scheiding in een aantal deelprocessen die in elk project weer terugkomen. De belangrijkste fasen die kunnen worden onderscheiden waarbij er sprake is van interactie tussen partijen in de bouwkolom zijn achtereenvolgens: de acquisitiefase, de uitvoerende fase en de opleveringsfase.

Integriteit en transparantie spelen zich met name af in de interactie tussen opdrachtgevers en –nemers, zogenaamde „relationele integriteit‟. Die interactie kent een projectmatig proces waarin de volgende fasen onderscheiden worden: acquisitiefase, uitvoerende fase en de opleveringsfase. Deze fasen vormen de rode draad. Naast een dominante rol voor deze fasering in het proces kwam ook consequent het thema vertrouwen terug en is dus ook onderdeel van de rode draad.

De voorfase is de bron geweest voor aspecten die weergeven op welke gebieden relationele integriteit en transparantie zich afspelen; deze zijn deels verschillend voor opdrachtnemers en –gevers en worden per fase in het proces onderscheiden. Tezamen vormen ze wat verstaan mag worden onder (relationele) integriteit en transparantie binnen de context van dit onderzoek.

12


Acquisitiefase 

Voor aanvang een eerlijke verdeling van risico‟s tussen opdrachtnemer en –gever (beiden);

Bij intekening een eerlijke kans op het verkrijgen van een project (opdrachtnemers);

Helder zijn van criteria op basis waarvan een project vergeven wordt (opdrachtnemers);

Heldere toelichting bij het niet krijgen van een project (opdrachtnemers);

Bij opstellen van offerte met vragen terecht kunnen bij de opdrachtgever (opdrachtnemers);

Inzage in de prijsopbouw van een offerte (opdrachtgevers);

Inzage in de planning van verschillende activiteiten in de offerte (opdrachtgevers);

Gewezen worden op fouten/tekortkomingen in het opdracht/bestek (opdrachtgevers);

Toepassen van een bedrijfs- of gedragscode voor integer handelen (opdrachtgevers);

Niet aanbieden van dure (> €75) relatiegeschenken (opdrachtgevers).

Uitvoerende fase 

Project vangt aan met een kick off meeting (beiden);

Positieve en welwillende houding wederpartij bij problemen tijdens de uitvoer (beiden);

Tijdig geïnformeerd worden door opdrachtgevers bij zaken die het bedrijfsproces kunnen beïnvloeden (opdrachtnemers);

Op vooraf afgesproken momenten op de hoogte gehouden worden over de voortgang (opdrachtgevers);

Direct op de hoogte gesteld worden bij veranderingen en fouten in ontwerp, uitvoer of kosten (opdrachtgevers).

Opleveringsfase 

Reëel omgaan met meerwerk (beiden);

Projecten samen met de wederpartij evalueren (beiden);

Stipt op tijd betaald worden (opdrachtnemers);

Duidelijk en zorgvuldig opgestelde facturen (opdrachtgevers).

Algemeen vertrouwen 

Erop vertrouwen dat de wederpartij rekening houdt met belangen en risico‟s (beiden);

Erop vertrouwen dat voorzien wordt in alle relevante informatie (beiden);

Verwachten van acquisitie tot en met oplevering volledig vertrouwd te worden (beiden);

Verwachten dat het vertrouwen gedurende het project groeit (beiden).

13


Verwachtingen en ervaringen spelen een essentiĂŤle rol bij interactie en bij vertrouwen: steeds is dan ook een verwachting geformuleerd in de vorm van een stelling waarbij men aan kon geven in hoeverre men het hiermee eens is (vijfpuntsschaal van zeer oneens tot en met zeer eens). Vervolgens is gevraagd het laatst afgeronde project voor ogen te houden en wederom middels een stelling aan te geven wat de concrete ervaring is geweest.

Opdrachtnemers beoordelen dus opdrachtgevers en vice versa. Om te toetsen of relationele integriteit en transparantie lonen, is tevens gevraagd in hoeverre het laatst afgeronde project geleid heeft of zal leiden tot interessante incentives voor de beoordeelde partij.

Naast relationele integriteit waarbij de interactie met wederpartijen centraal staat, wordt ook integriteit binnen de eigen organisatie onderscheiden, de zogenaamde organisatie-integriteit. Deze is in kaart gebracht aan de hand van een aantal middelen en aandachtspunten die integriteit en transparantie binnen de organisatie dienen te faciliteren dan wel te borgen. Het gaat daarbij bijvoorbeeld om het gebruik van kwaliteitssystemen (ISO, INK, enz.) en de aandacht voor integriteit bij het inwerken van nieuwe medewerkers en in jaarverslagen. Om te toetsen of organisatie-integriteit en –transparantie lonen, is gevraagd naar bedrijfseconomische cijfers.

7

Rapportopbouw

Het rapport is zo opgebouwd dat eerst inzicht verkregen wordt in de stand van zaken bij respectievelijk opdrachtnemers (hoofdstuk 1) en opdrachtgevers (hoofdstuk 2). In deze hoofdstukken wordt aan de hand van figuren en tabellen de stand van zaken met betrekking tot zowel relationele als organisatie-integriteit en transparantie weergegeven. Duidelijk zal worden op welke gebieden de ervaringen en verwachtingen opvallend hoog of juist laag zijn. Tevens wordt in deze hoofdstukken de vergelijking gemaakt met de 0-meting en wordt middels een fuik analyse een inschatting gemaakt waar de partijen zich bevinden in het veranderingsproces.

Vervolgens wordt in hoofdstuk 3 de invloed van de economische recessie op de sector en op deze 1-meting in beeld gebracht. In hoofdstuk 4 zijn aanvullende analyses gepleegd om te bezien wie de voorlopers zijn in het veranderingsproces. Tot slot passeren in hoofdstuk 5 de belangrijkste conclusies de revue in de management samenvatting.

14


1

Stand van zaken opdrachtnemers

1.1

Inleiding

In dit eerste hoofdstuk komt aan bod welke verwachtingen en concrete ervaringen opdrachtnemers hebben in hun interactie met opdrachtgevers. In paragraaf 1.2 zal worden aangevangen met het beschrijven van de huidige stand van zaken in de verschillende projectfasen (acquisitiefase, uitvoerende fase en opleverfase). Ook zullen in deze paragraaf de resultaten van de huidige meting worden vergeleken met de resultaten van de 0-meting uit 2008. Op deze manier wordt inzichtelijk gemaakt welke positieve en welke negatieve ontwikkelingen er hebben plaatsgevonden. Vervolgens zal er in paragraaf 1.3 worden gekeken naar het vertrouwen van en het vertrouwen in de opdrachtgevende partijen en hoe dit vertrouwen zich heeft ontwikkeld ten opzichte van de 0-meting. Op de waardering voor de verschillende opdrachtgevende partijen zal dieper worden ingegaan in paragraaf 1.4.

In paragraaf 1.5 wordt inzicht gegeven in de middelen en maatregelen die ingezet zijn door opdrachtnemende partijen om de integriteit en transparantie binnen de eigen organisatie te borgen. Ten slotte zal in paragraaf 1.6 middels een fuikanalyse worden weergegeven wat de status van de opdrachtnemende partijen is in het veranderingsproces.

1.2 De stand van zaken tijdens de verschillende projectfasen

1.2.1

Huidige stand van zaken

Wanneer de verschillende aspecten die integriteit en transparantie weergeven in ogenschouw worden genomen, valt direct op dat positieve ervaringen overheersen in elke fase van het laatst afgeronde project.

In de acquisitiefase geeft 80% aan dat de criteria op basis waarvan het laatst afgeronde project vergeven werd, helder waren. Verder geeft 70% van de opdrachtnemers aan bij de opdrachtgever terecht te hebben gekund met vragen toen de offerte opgesteld werd.

De verwachtingen zijn zonder meer positief te noemen. Verwachtingen komen voort uit het geheel aan eerdere ervaringen en zijn daarmee naast een concrete, recente ervaring een belangrijke indicator van de stand van zaken. Minimaal tweederde heeft een positieve verwachting, ongeacht het aspect.

15


2010 USP MARKETING CONSULTANCY BV

In de uitvoerende fase zijn ervaringen met het laatst afgeronde project en verwachtingen nog positiever dan in de acquisitiefase. Ruim driekwart (78%) van de opdrachtnemers geeft aan dat de opdrachtgever zich positief en welwillend heeft opgesteld bij problemen gedurende de uitvoerende fase. Men is wel iets minder positief over de tijdige informering door de opdrachtgever over zaken die het bedrijfsproces van de opdrachtnemer kunnen beinvloeden (61%). Een kick-off meeting bij aanvang van het project wordt ook vaak nog gemist door de opdrachtnemende partijen.

De verwachtingen in de uitvoerende fase zijn positiever dan de ervaringen. Verder valt op dat niet alleen de concrete ervaring met betrekking tot de kick off meeting relatief laag scoort, ook de verwachtingen hier omtrent zijn iets lager dan bij de overige aspecten.

16


Š2010 USP MARKETING CONSULTANCY BV

En ook bij afronding van het meest recente project zijn de ervaringen overwegend positief. Zo geeft ruim 70% aan dat de opdrachtgever bij het laatst afgeronde project reĂŤel is omgegaan met meer-/minderwerk. De ervaringen met een stipte betaling door de opdrachtgever (64%) en een evaluatie van het project na afronding (57%) zijn iets minder positief.

De verwachtingen zijn wederom positiever dan de ervaringen. Met name de verwachtingen omtrent de stipte betaling door de opdrachtgever zijn beduidend positiever dan de ervaringen. Hetzelfde geldt voor de evaluatie van het laatst afgeronde project.

17


©2010 USP MARKETING CONSULTANCY BV

18


1.2.2

Veranderingen ten opzichte van de 0-meting

Om de veranderingen ten opzichte van de 0-meting in 2008 in kaart te brengen, zijn de resultaten van de meting in 2008 in de onderstaande tabel weergegeven, evenals de resultaten van de huidige meting en het verschil tussen beide. Groen gemarkeerde resultaten geven aan dat het verschil tussen beide metingen significant en positief is (een verbetering). Wanneer het resultaat rood gemarkeerd is, geeft dit aan dat het verschil significant en negatief is (een achteruitgang).

In de acquisitiefase valt met name op dat de verwachtingen op de meeste aspecten lager zijn geworden, terwijl de ervaringen over de gehele linie genomen positiever zijn geworden. Dit leidt ertoe dat de verwachtingen en de ervaringen dichter bij elkaar komen te liggen, wat op de lange termijn ook logisch is, aangezien de verwachting wordt gebaseerd op de ervaringen die men heeft. De verwachtingen omtrent een heldere toelichting bij afwijzing zijn met name lager dan twee jaar geleden.

Opdrachtnemers hebben ten opzichte van 2008 voor wat betreft de acquisitiefase op de meeste aspecten een positievere houding. Met name de ervaringen omtrent een eerlijke kans bij intekening wanneer men het project niet heeft gekregen zijn beduidend positiever dan in 2008. Opdrachtnemers zijn wel negatiever geworden over de ervaringen voor wat betreft de toelichting bij het opstellen van de offerte.

Acquisitie fase – Opdrachtnemers (% mee eens + % zeer mee eens) 2010

2008

Saldo

Eerlijke kans bij intekening (verwacht)

65%

68%

-3%

Eerlijke kans bij intekening (ervaring niet gekregen project)

60%

51%

9%

Eerlijke kans bij intekening (ervaring laatst afgeronde project)

63%

59%

4%

Criteria opdracht helder (verwacht)

81%

77%

4%

Criteria opdracht helder (ervaring niet gekregen project)

61%

59%

3%

Criteria opdracht helder (ervaring laatst afgeronde project)

80%

78%

2%

Heldere toelichting afwijzing (verwacht)

63%

70%

-7%

Heldere toelichting afwijzing (ervaren)

41%

36%

5%

Toelichting bij opstellen offerte (verwacht)

89%

89%

0%

Toelichting bij opstellen offerte (ervaren)

70%

77%

-7%

Eerlijke verdeling van risicoâ€&#x;s (verwacht)

63%

66%

-3%

Eerlijke verdeling van risicoâ€&#x;s (ervaren)

62%

59%

2%

Bij de uitvoerende fase zijn er weinig veranderingen in de verwachtingen en ervaringen van opdrachtnemers. De verwachting omtrent de kick-off meeting aan het begin van een project is wel significant lager. Een overduidelijk

19


probleem in de huidige marktsituatie is het feit dat opdrachtnemers niet tijdig door de opdrachtgever worden geïnformeerd over zaken die het bedrijfsproces kunnen beïnvloeden. Waar in 2008 nog ruim driekwart tijdig werd geïnformeerd is dit nu nog maar 60%. Uitvoerende fase – Opdrachtnemers (% mee eens + % zeer mee eens) 2010

2008

Saldo

Kick-off meeting (verwacht)

72%

75%

-3%

Kick-off meeting (ervaren)

62%

60%

2%

Tijdige informatie opdrachtgever (verwacht)

83%

85%

-2%

Tijdige informatie opdrachtgever (ervaren)

60%

76%

-16%

Positieve houding opdrachtgever bij problemen (verwacht)

88%

88%

1%

Positieve houding opdrachtgever bij problemen (ervaren)

78%

79%

-1%

Voor wat betreft de opleverfase zijn de verwachtingen en ervaringen van de opdrachtnemers op alle aspecten negatiever geworden ten opzichte van de 0-meting. Met name de verwachtingen omtrent een stipte betaling door de opdrachtgever en een gezamenlijke projectevaluatie zijn aanzienlijk negatiever geworden. Voor wat betreft de stipte betalingen valt op dat alleen de verwachtingen lager zijn geworden; de ervaringen zijn niet achteruit gegaan. Hieruit kan dus opgemaakt worden dat de lagere verwachtingen omtrent de stipte betaling waarschijnlijk niet zijn gebaseerd op ervaringen maar een gevolg zijn van de economische recessie, doordat opdrachtnemers kunnen vermoeden dat de opdrachtgevende partijen mogelijk minder liquide middelen hebben wat het betalingsrisico vergroot.

Voor wat betreft de projectevaluatie valt op dat zowel de verwachtingen als de ervaringen achteruit gegaan zijn. Dit is een opvallend resultaat aangezien er toch te verwachten valt dat er juist in de huidige recessie (lees een periode waarin er minder projecten zijn) meer tijd zou zijn voor een projectevaluatie. Opleverfase – Opdrachtnemers (% mee eens + % zeer mee eens) 2010

2008

Saldo

Stipte betaling opdrachtgevers (verwacht)

82%

89%

-7%

Stipte betaling opdrachtgevers (ervaren)

64%

67%

-2%

Reële omgang meer/minderwerk opdrachtgever (verwacht)

81%

87%

-6%

Reële omgang meer/minderwerk opdrachtgever (ervaren)

72%

75%

-3%

Gezamenlijk project evalueren (verwacht)

68%

75%

-7%

Gezamenlijk project evalueren (ervaren)

57%

62%

-5%

20


1.3

1.3.1

Algemeen vertrouwen

Huidige stand van zaken

Door de verschillende fasen van bouwprojecten heen speelt het vertrouwen een centrale rol; derhalve is ook ten aanzien hiervan een aantal aspecten voorgelegd.

Het algemeen vertrouwen van opdrachtnemers in hun opdrachtgevers is over het geheel genomen vrij hoog, zowel wat betreft de ervaringen alsook in de verwachtingen. Het vertrouwen is er van acquisitie tot en met oplevering en groeit tijdens het bouwproces; ook de informatievoorziening wordt positief beoordeeld. Het enige aspect waar verwachting en ervaring iets achterblijven, is het rekening houden met belangen en risico‟s door opdrachtgevers. Van de opdrachtnemers geeft 17% aan een negatieve verwachting ten aanzien van dit aspect te hebben; 21% geeft aan dat bij het laatst afgeronde project door de opdrachtgever niet voldoende rekening is gehouden met belangen en risico‟s.

©2010 USP MARKETING CONSULTANCY BV

1.3.2

Veranderingen ten opzichte van de 0-meting

Om inzicht te krijgen in hoe het vertrouwen in opdrachtgevende partijen zich ontwikkeld heeft, zijn de resultaten in de 0-meting en de 1-meting tegen elkaar afgezet in de onderstaande tabel. Uit deze tabel valt op te maken dat

21


zowel de verwachting als de ervaring omtrent het volledige vertrouwen van acquisitie tot oplevering is toegenomen. De ervaringen omtrent het rekening houden van de opdrachtgever met de belangen en risico‟s van de opdrachtnemer en de groei in vertrouwen tijdens het project zijn wel beduidend negatiever. Ook de verwachting dat de opdrachtgever de opdrachtnemer van alle relevante informatie voorziet is lager dan in 2008.

Vertrouwen – Opdrachtnemers (% mee eens + % zeer mee eens) 2010

2008

Saldo

Rekening houden met belangen en risico‟s (verwacht)

69%

72%

-3%

Rekening houden met belangen en risico‟s (ervaren)

58%

67%

-8%

Voorziening alle relevante informatie (verwacht)

84%

87%

-4%

Voorziening alle relevante informatie (ervaren)

76%

75%

0%

Volledig vertrouwen van acquisitie tot oplevering (verwacht)

91%

88%

4%

Volledig vertrouwen van acquisitie tot oplevering (ervaren)

89%

85%

4%

Groei vertrouwen tijdens project (verwacht)

83%

83%

-1%

Groei vertrouwen tijdens project (ervaren)

66%

79%

-13%

1.4

Waardering voor de verschillende opdrachtgevers

Naast verwachtingen en ervaringen is de opdrachtnemers eveneens gevraagd middels een cijfer (1 t/m 10) aan te geven hoe de ervaring is met de verschillende opdrachtgevers waar men de afgelopen 5 jaar zaken mee heeft gedaan. De beoordelingen van de opdrachtgevende partijen zijn in de tabel voor elk van de drie fasen zijn terug te vinden, alsmede de beoordeling op het aspect vertrouwen. Het vertrouwen is opgesplitst in de vraag naar hoeveel vertrouwen (weergegeven als rapportcijfer) men heeft in opdrachtgevers en de vraag naar een schatting van het vertrouwen dat opdrachtgevers in hen zouden hebben. Ook zijn de resultaten van de 0-meting weergegeven in de tabel.

Er kan worden gesteld dat, door de verschillende fasen heen, de opdrachtgevers met een (ruim) voldoende beoordeeld worden. Particulieren, onderwijsinstellingen en woningcorporaties zijn de opdrachtgevers die over het algemeen het best beoordeeld worden door de opdrachtnemers. De beoordeling van de opdrachtnemende partijen voor aannemers, gemeenten, installateurs en particulieren is in alle fasen gestegen t en opzichte van 2008. Ook de beoordeling van het vertrouwen in en het vertrouwen van deze opdrachtgevende partijen is gestegen.

22


Tot slot is duidelijk zichtbaar dat opdrachtnemers het vertrouwen van opdrachtgevers in hen hoger inschatten dan dat zij zelf opdrachtgevende partijen vertrouwen.

Ervaring met opdrachtgevende partijen Acquisitie fase

Uitvoerende fase

Opleverings fase

Vertrouwen in opdrachtgevers

Vertrouwen van opdrachtgevers

„10

„08

„10

„08

„10

„08

„10

„08

„10

„08

Aannemers

6,9

6,4

7,1

6,7

6,9

6,4

7,1

6,6

7,6

7,1

Bedrijven

6,9

7,0

7,1

7,2

7,0

7,0

7,1

7,2

7,6

7,4

Gemeente

6,6

6,3

6,9

6,6

6,9

6,8

7,0

6,7

7,4

7,1

Gesp. aannemers

6,8

7,0

6,9

7,2

6,6

6,6

6,9

7,0

7,5

7,3

Installateurs

7,1

6,8

7,1

7,0

6,9

6,7

7,1

6,7

7,6

7,1

Onderwijsinstellingen

7,1

6,7

7,2

7,2

7,2

7,0

7,2

7,3

7,6

7,6

Particulieren

7,5

7,1

7,6

7,4

7,6

7,2

7,6

7,3

7,8

7,6

Projectontwikkelaars

6,4

6,4

6,5

6,7

6,6

6,6

6,8

6,6

7,5

6,9

Rijksgebouwendienst

6,7

7,2

7,0

6,9

7,0

7,3

7,2

6,9

7,7

7,3

Rijkswaterstaat

6,3

6,9

6,7

6,2

6,4

6,9

6,6

6,5

7,2

6,8

Woningcorporaties

7,0

7,0

7,2

7,3

7,2

7,1

7,3

7,1

7,7

7,4

23


1.5

Organisatie-integriteit en -transparantie

Relationele integriteit en transparantie zijn speerpunt geweest binnen het onderzoek; achterliggende redenering is dat er in ieder geval een zekere mate van integriteit en transparantie binnen de organisatie moet zijn om ook in de relatie met andere bedrijven integer en transparant te handelen. Zodoende is een aantal mogelijke maatregelen aan de respondenten voorgelegd waarmee de integriteit en transparantie binnen de eigen organisatie geborgd kan worden. Zo geeft 40% van de opdrachtnemers aan een gedragscode te hanteren. In 2008 was dit nog maar 25%. Er zijn nu dus meer bedrijven die een gedragscode hebben. Deze gedragscode wordt in 44% van de projectcontracten opgenomen. Dit is minder frequent dan in 2008, toen dit nog in 54% van de projectcontracten het geval was. Er zijn nu dus meer bedrijven die een gedragscode hebben, maar niet alle bedrijven die sinds 2008 een gedragscode hebben gemaakt, nemen deze ook op in de projectcontracten. De helft van de opdrachtnemers heeft een formeel meldpunt waar medewerkers terecht kunnen bij misstanden of dilemmaâ€&#x;s (34% in 2008).

Meer dan de helft van alle opdrachtnemers werkt volgens een bepaald kwaliteitssysteem (54%); in de meeste gevallen is dit ISO. Organisatie integriteit - Opdrachtnemers 2010

2008

Gedragscode aanwezig

40%

25%

Opname code in projectcontracten

44%

54%

Actief toezicht naleving code

84%

85%

Formeel meldpunt aanwezig

50%

34%

Werken volgens bepaald kwaliteitssysteem

54%

39%

Aandacht integriteit en transparantie: inwerkperiode [enige mate, ->]

53%

38%

Aandacht integriteit en transparantie: opleidingen [enige mate, ->]

47%

31%

Aandacht integriteit en transparantie: jaarverslag [enige mate, ->]

30%

21%

Dilemmatraining vanuit huidige werkgever

6%

7%

Vergeleken met 2 jaar geleden besteed men aanzienlijk vaker aandacht aan integriteit en transparantie tijdens de inwerkperiode, bij opleidingen en in het jaarverslag. Een dilemmatraining wordt in 6% van de gevallen door de huidige werkgever aangeboden.

24


1.6

Status in het veranderingsproces

Om te bepalen in hoeverre de boodschap ten aanzien van integer en transparant handelen, die de vernieuwingspartners de afgelopen jaren hebben uitgedragen, de markt bereikt heeft en in welke mate de verschillende partijen in de bouwkolom deze informatie hebben omgezet tot interne gedragsverandering is vooraf, op basis van de kwalitatieve voorfase en in overleg met de klankbordgroep, een theoretisch model opgesteld om dit te bepalen.

In het vooraf opgestelde model ziet het veranderingsproces richting integer en transparant handelen dat in de bouwsector moet plaatsvinden er als volgt uit:

Herkennen

Erkennen belang

Inhoudelijk kennen

Vertalen naar eigen organisatie

Gedragsverandering

Om de effectiviteit van het beleid en de uitgevoerde acties te kunnen meten moeten alle stappen van het veranderingsproces gemeten worden. Tijdens de 1-meting ging het er dus niet alleen om in hoeverre het beleid tot ander gedrag heeft geleid maar ook de stappen die daar aan vooraf gaan, oftewel; herkennen, erkennen, inhoudelijk kennen en de vertaalslag binnen de organisatie. De stellingen die zijn gebruikt om te toetsen in welke fase de organisatie zich bevindt luiden als volgt: 

De laatste twee jaar is er door vakmedia en brancheorganisaties veel aandacht besteed aan het thema integriteit (FASE 1a)

Ik heb informatie die over het thema integriteit is verschenen ook gelezen. (FASE 1b)

Een bedrijf dat niet integer handelt heeft op korte termijn geen bestaansrecht (FASE 2a)

Een bedrijf dat niet integer handelt heeft op lange termijn geen bestaansrecht (FASE 2b)

Mijn organisatie heeft zich verdiept in actieprogramma‟s om integer handelen te bevorderen(FASE 3)

Is er binnen uw organisatie een gedragscode ten aanzien van integer handelen? (FASE 4)

Wordt er actief toegezien op naleving van de gedragscode? (FASE 5)

25


1.6.1

Vordering in transitie op het gebied van integriteit

Herkennen

Erkennen belang

60%

60%

Vertalen naar eigen organisatie

Inhoudelijk kennen

50%

85%

23%

46%

Gedragsverandering

7%

32%

7%

92%

De bovenstaande figuur laat zien hoeveel procent van de opdrachtnemende partijen zich in iedere fase van het veranderingsproces bevindt. Tevens is weergegeven hoe groot de conversiegraad is; hoeveel procent maakt de stap van de ene fase in het veranderingsproces naar de andere. Een laag percentage duidt er in dat geval op dat de conversie van de ene stap naar de andere niet soepel verloopt en er dus relatief gezien veel organisaties afhaken.

Van de opdrachtgevende partijen herkent 60% het toegenomen belang van integriteit in de bouw. De helft van alle opdrachtgevende partijen erkent ook dat integriteit zowel op korte als op lange termijn een voorwaarde is voor bedrijven om te bestaan. De conversie van het herkennen van het thema integriteit naar het erkennen van het belang is 85%. Hier zijn dus weinig problemen.

De stap naar het inhoudelijk kennen van integriteit wordt door aanzienlijk minder bedrijven gemaakt; een kwart van de opdrachtnemers maakt deze. De conversiegraad is 46%. Ook de vertaalslag naar de eigen organisatie wordt nog door maar weinig bedrijven gemaakt; 7% heeft het thema integriteit momenteel vertaald naar de eigen organisatie. De conversiegraad van het inhoudelijk kennen van het thema naar de vertaling naar de eigen organisatie is 32%. De grootste problemen in conversie zitten dus in deze stappen. Bij bijna alle bedrijven die de vertaalslag hebben gemaakt is ook daadwerkelijk sprake van een gedragsverandering; indien men een gedragscode heeft ten aanzien van integer handelen wordt deze bijna altijd actief nageleefd.

26


1.6.2

Vordering in transitie richting transparantie

Herkennen

Erkennen belang

57% 57%

50% 87%

Vertalen naar eigen organisatie

Inhoudelijk kennen

24% 48%

Gedragsverandering

10%

41%

4%

44%

Ook met betrekking tot transparantie kan het veranderingsproces met hetzelfde model in kaart worden gebracht. Per fase in het proces zijn de volgende vragen gesteld om de situatie in kaart te brengen: 

De laatste twee jaar is er door vakmedia en brancheorganisaties veel aandacht besteed aan het thema transparant handelen (FASE 1a)

Ik heb informatie die over het transparant handelen is verschenen ook gelezen (FASE 1b)

Een bedrijf dat niet transparant handelt heeft op korte termijn geen bestaansrecht (FASE 2a)

Een bedrijf dat niet transparant handelt heeft op lange termijn geen bestaansrecht (FASE 2b)

Mijn organisatie heeft zich verdiept in actieprogramma‟s om transparant handelen te bevorderen (FASE 3)

Er is aandacht besteed aan integer en transparant handelen tijdens inwerkperiode (FASE 4)

Er is aandacht besteed aan integer en transparant handelen bij opleidingen (FASE 4)

Open communicatie met partner van begin tot eindfase van het project (FASE 5)

Het thema transparantie wordt door 57% van de opdrachtnemende partijen herkent. De helft erkent ook het belang van transparantie, gezien het feit dat men van mening is dat bedrijven die op korte en op lange termijn niet transparant handelen, geen bestaansrecht hebben. De conversiegraad van het herkennen naar het erkennen is 87%.

Iets minder dan een kwart van de opdrachtnemers kent het thema transparantie inhoudelijk, doordat men zich verdiept heeft in actieprogramma‟s om transparant handelen te bevorderen. De vertaalslag naar de eigen organisatie wordt door 10% gemaakt door aandacht te besteden aan dit thema tijdens de inwerkperiode en bij opleidingen. Van een daadwerkelijke gedragsverandering is tenslotte bij 4% sprake. De conversie van erkennen naar het inhoudelijk kennen is 48%, van het inhoudelijk kennen naar het vertalen naar de eigen organisatie is 41% en van het vertalen naar de organisatie naar een gedragsverandering is 44%. Bij deze stappen vindt dus het grootste verlies plaats.

27


2

STAND VAN ZAKEN OPDRACHTGEVERS

2.1

Inleiding

In dit hoofdstuk komt aan bod welke verwachtingen en concrete ervaringen opdrachtgevers hebben in hun interactie met opdrachtnemers. In paragraaf 2.2 zal worden aangevangen met het beschrijven van de huidige stand van zaken in de verschillende projectfasen (acquisitiefase, uitvoerende fase en opleverfase). Ook zullen in deze paragraaf de resultaten van de huidige meting worden vergeleken met de resultaten van de 0-meting uit 2008. Op deze manier wordt inzichtelijk gemaakt welke positieve en welke negatieve ontwikkelingen er hebben plaatsgevonden. Vervolgens zal er in paragraaf 2.3 worden gekeken naar het vertrouwen van en het vertrouwen in de opdrachtnemende partijen en hoe dit vertrouwen zich heeft ontwikkeld ten opzichte van de 0-meting. Op de waardering voor de verschillende opdrachtnemende partijen zal dieper worden ingegaan in paragraaf 2.4.

In paragraaf 2.5 wordt inzicht gegeven in de middelen en maatregelen die ingezet zijn door opdrachtgevende partijen om de integriteit en transparantie binnen de eigen organisatie te borgen. Ten slotte zal in paragraaf 2.6 middels een fuikanalyse worden weergegeven wat de status van de opdrachtgevende partijen is in het veranderingsproces.

2.2

2.2.1

Stand van zaken in de verschillende projectfasen

Huidige stand van zaken

Over de verschillende fasen van het bouwproces heengekeken is de constatering dat ook de ervaringen van de meeste opdrachtgevers bij het laatst afgeronde project positief zijn en de verwachtingen vaak zelfs nog positiever.

Wanneer specifiek de acquisitiefase wordt bekeken, vallen allereerst de positieve verwachtingen op en ten aanzien van de meeste verwachtingen volgen de ervaringen deze positieve lijn.

Aandachtpunt vanuit opdrachtgevende zijde is het ontbreken van een gedrags- of bedrijfscode bij opdrachtnemende partijen. Tevens valt op dat er nogal eens sprake is van tekortkomingen in de opdracht (of het bestek) waar opdrachtgevers niet door de opdrachtnemende partijen op gewezen worden. Beide aspecten worden door de opdrachtgevende partijen aangemerkt als minst positieve ervaring.

28


2010 USP MARKETING CONSULTANCY BV

Ook in de uitvoerende fase zijn de verwachtingen uitgesproken positief en volgen de ervaringen veelal deze positieve lijn in de verwachtingen. Zo geeft bijvoorbeeld 72% van de opdrachtgevers aan dat de opdrachtnemer een positieve en welwillende houding had toen er problemen optraden tijdens de uitvoer en ruim tweederde (68%) geeft aan conform afspraak op de hoogte te zijn gehouden van de voortgang.

Wat opvalt is dat 94% van alle opdrachtgevers verwacht bij veranderingen en fouten in bijvoorbeeld ontwerp, uitvoer of kosten direct op de hoogte te worden gesteld. Dit wordt in 56% van de gevallen ook daadwerkelijk zo ervaren. Op dit gebied is dus nog een grote slag te maken.

29


Š2010 USP MARKETING CONSULTANCY BV

In de opleveringsfase van het laatst afgeronde project heeft 84% van de opdrachtgevers, naar eigen zeggen, een duidelijke en zorgvuldig opgestelde factuur gekregen; slechts 5% had een negatieve ervaring. Met het meerwerk is volgens ruim driekwart van de opdrachtgevers reĂŤel omgegaan. De verwachtingen zijn echter beduidend positiever ten aanzien van voorgenoemde aspecten.

Ook hier is weer een parallel te trekken met de ervaring van de opdrachtnemers: ook de opdrachtgevers missen namelijk de projectevaluatie in de afrondende fase (24%).

30


Š2010 USP MARKETING CONSULTANCY BV

2.2.2

Veranderingen ten opzichte van de 0-meting

De veranderingen in de verwachtingen en ervaringen van opdrachtgevers zijn in onderstaande tabellen in kaart gebracht. Op deze wijze wordt inzichtelijk gemaakt welke verbeteringen er zijn opgetreden en op welke punten er van een achteruitgang sprake is. In de onderstaande tabellen zijn resultaten die positief en significant afwijken van de meting in 2008 groen gemarkeerd. Resultaten die rood gemarkeerd zijn duiden op een significante negatieve afwijking, oftewel een achteruitgang.

Voor wat betreft de acquisitiefase valt op dat zowel de verwachtingen als de ervaringen omtrent het inzicht dat de offerte geeft in de planning van de verschillende activiteiten beduidend positiever zijn vergeleken met 2008. Ook de ervaringen wat betreft de inzage die men heeft in de prijsopbouw van een offerte en het hebben van een bedrijfs- of gedragscode door de opdrachtnemer zijn positiever dan in 2008.

De ervaringen omtrent het wijzen op fouten en tekortkomingen in het bestek door opdrachtnemers en het aanbieden van dure relatiegeschenken zijn wel aanzienlijk negatiever dan tijdens de 0-meting.

31


Acquisitie fase – Opdrachtgevers (% mee eens + % zeer mee eens) 2010

2008

Saldo

Inzage prijsopbouw offerte (verwacht)

78%

79%

-2%

Inzage prijsopbouw offerte (ervaren)

79%

64%

15%

Inzicht planning activiteiten offerte (verwacht)

84%

66%

18%

Inzicht planning activiteiten offerte (ervaren)

83%

59%

24%

Tekortkom. bestek aanwijzen door opdrachtnemer (verwacht)

81%

86%

-6%

Tekortkom. bestek aanwijzen door opdrachtnemer (ervaren)

35%

42%

-7%

Bedrijfs- of gedragscode opdrachtnemer (verwacht)

74%

77%

-3%

Bedrijfs- of gedragscode opdrachtnemer (ervaren)

42%

33%

9%

Geen dure relatiegeschenken (verwacht)

81%

74%

6%

Geen dure relatiegeschenken (ervaren)

60%

76%

-16%

Eerlijke verdeling van risico‟s (verwacht)

70%

69%

1%

Eerlijke verdeling van risico‟s (ervaren)

63%

55%

8%

Bij de uitvoerende fase zijn de ervaringen van de opdrachtgevende partijen op alle aspecten beduidend positiever geworden. Met name de ervaringen omtrent de directe melding van de opdrachtnemer bij veranderingen en fouten zijn positiever dan in 2008. De veranderingen in de verwachtingen zijn niet dusdanig groot dat er van een significante toe- of afname kan worden gesproken. Uitvoerende fase – Opdrachtgevers (% mee eens + % zeer mee eens) 2010

2008

Saldo

Kick-off meeting (verwacht)

81%

81%

-1%

Kick-off meeting (ervaren)

76%

67%

9%

Updates voortgang zoals afgesproken (verwacht)

85%

90%

-5%

Updates voortgang zoals afgesproken (ervaren)

75%

68%

8%

Bij veranderingen/fouten directe melding (verwacht)

94%

94%

0%

Bij veranderingen/fouten directe melding (ervaren)

67%

56%

11%

Positieve houding opdrachtnemer bij problemen (verwacht)

91%

90%

1%

Positieve houding opdrachtnemer bij problemen (ervaren)

81%

72%

9%

32


De ervaringen van opdrachtgevers voor wat betreft de opleverfase zijn op alle aspecten beduidend positiever dan in 2008. Met name de ervaringen op het gebied van de gezamenlijke projectevaluatie zijn veel positiever. De verwachtingen daarentegen zijn significant negatiever op het gebied van duidelijk en zorgvuldig opgestelde facturen en een reële omgang met meer-/minderwerk, hoewel de positieve teneur nog wel overheerst. Opleverfase – Opdrachtgevers (% mee eens + % zeer mee eens) 2010

2008

Saldo

Duidelijk/zorgvuldig opgestelde facturen (verwacht)

94%

98%

-4%

Duidelijk/zorgvuldig opgestelde facturen (ervaren)

84%

75%

9%

Reële omgang meer/minderwerk opdrachtgever (verwacht)

88%

93%

-5%

Reële omgang meer/minderwerk opdrachtgever (ervaren)

75%

66%

9%

Gezamenlijk project evalueren (verwacht)

76%

72%

4%

Gezamenlijk project evalueren (ervaren)

62%

48%

13%

2.3

2.3.1

Algemeen vertrouwen

Huidige stand van zaken

Ook opdrachtgevers spreken met hun hoge verwachtingen veel vertrouwen uit in de wederpartijen (opdrachtnemers); de concrete ervaringen bekrachtigen deze verwachtingen grotendeels. Ruim driekwart van de opdrachtgevers geeft aan ervaren te hebben dat de opdrachtnemer hen van begin tot eind vertrouwd heeft en een zelfde deel geeft aan voorzien te zijn van alle relevante informatie. De ervaringen omtrent de groei van het vertrouwen vormen wel een aandachtspunt; 15% geeft aan dat dit niet het geval was.

De verwachtingen zijn nog positiever van de ervaringen. Bijna 95% van de opdrachtgevers geeft aan dat men verwacht dat de opdrachtnemer hen van acquisitie tot oplevering volledig vertrouwt

Opdrachtgevende aannemers hebben over het geheel genomen de meest positieve ervaringen als het gaat om het algemeen vertrouwen.

33


©2010 USP MARKETING CONSULTANCY BV

2.3.2

Veranderingen ten opzichte van de 0-meting

De ontwikkeling van het algemeen vertrouwen van opdrachtgevers over de afgelopen 2 jaar is weergegeven in de onderstaande tabel. Op de meeste aspecten heeft het vertrouwen van de opdrachtgevers zich positief ontwikkeld. Zowel de ervaringen als de verwachtingen omtrent de voorziening van alle relevante informatie en het volledige vertrouwen van acquisitie tot oplevering zijn positiever dan in 2008. Vertrouwen – Opdrachtgevers (% mee eens + % zeer mee eens) 2010

2008

Saldo

Rekening houden met belangen en risico‟s (verwacht)

84%

81%

4%

Rekening houden met belangen en risico‟s (ervaren)

69%

58%

11%

Voorziening alle relevante informatie (verwacht)

90%

85%

6%

Voorziening alle relevante informatie (ervaren)

75%

60%

15%

Groei vertrouwen tijdens project (verwacht)

73%

74%

-2%

Groei vertrouwen tijdens project (ervaren)

52%

53%

-1%

Volledig vertrouwen van acquisitie tot oplevering (verwacht)

93%

84%

9%

Volledig vertrouwen van acquisitie tot oplevering (ervaren)

77%

66%

10%

34


2.4

Waardering voor de verschillende opdrachtnemers

De verschillende opdrachtnemers waar men de afgelopen vijf jaar zaken mee heeft gedaan, zijn ter beoordeling voorgelegd. De onderstaande tabel geeft inzicht in de beoordeling van de verscheidene partijen in de verschillende fasen van het bouwproces alsook het vertrouwen in en van de opdrachtnemende partijen. Niet alleen de resultaten van de 1-meting zijn in deze tabel opgenomen; om een goed vergelijk te kunnen maken zijn ook de resultaten van de vorige meting opgenomen.

Alle opdrachtnemende partijen worden voldoende tot ruim voldoende beoordeeld. De beoordeling van aannemers, installateurs, toeleveranciers en ZZP-ers is in alle fasen van het bouwproces hoger dan 2 jaar geleden en ook het vertrouwen wordt beter beoordeeld.

Ook opdrachtgevers verwachten doorgaans (iets) hogere vertrouwenscijfers te krijgen dan dat ze zelf geven.

Ervaring met opdrachtnemende partijen Acquisitie fase

Uitvoerende fase

Opleverings fase

Vertrouwen in opdrachtnemers

Vertrouwen van opdrachtnemers

„10

„08

„10

„08

„10

„08

„10

„08

„10

„08

Aannemers

6,9

6,8

7,2

6,9

7,3

6,7

7,2

6,7

7,6

7,0

Architectenbureaus

6,7

6,9

6,8

6,7

6,7

6,6

6,9

6,9

7,1

7,3

Bouwmaterialenhandel

6,9

7,1

7,1

7,3

7,1

7,1

6,9

7,2

7,2

7,4

Gesp. aannemers

6,9

7,0

7,1

7,0

6,9

6,9

6,8

6,9

7,2

7,1

Ingenieursbureaus

6,6

6,8

6,6

6,7

7,0

6,3

6,7

6,9

7,1

7,2

Installateurs

7,0

6,7

7,3

6,7

7,1

6,6

7,2

6,9

7,4

7,0

Toeleverende industrie

6,8

6,8

7,0

6,7

6,8

6,7

7,0

6,9

7,4

7,2

ZZP-ers

6,2

6,2

7,1

6,5

7,0

5,9

7,3

6,9

7,5

7,0

2.5

Organisatie-integriteit en -transparantie

Bij opdrachtgevende partijen wordt meer gebruik gemaakt van maatregelen om de organisatie-integriteit en transparantie te borgen en te stimuleren dan bij opdrachtnemende partijen. Zo heeft 60% een gedragscode, die gemiddeld in 52% van de projectcontracten opgenomen wordt. Opdrachtgevende partijen hebben vaker een

35


gedragscode dan 2 jaar geleden, maar, net als bij de opdrachtnemers, deze wordt minder vaak opgenomen in projectcontracten.

Integriteit en transparantie was bij meer dan de helft (57%) van de respondenten in ieder geval in enige mate onderwerp tijdens de inwerkperiode en bij 48% in een opleiding. In het jaarverslag wordt er door 49% in ieder geval in enige mate aandacht aan besteed. In tegenstelling tot de opdrachtnemende partijen is er op dit gebied geen grote toename te zien in de aandacht die aan dit onderwerp besteed wordt vergeleken met 2008.

Ook bij opdrachtgevende partijen is de dilemmatraining verre van gemeengoed(10%); wel is bij 63% een meldpunt aanwezig waar medewerkers terecht kunnen bij misstanden en andere zaken waar men mee zit. Organisatie integriteit - Opdrachtnemers 2010

2008

Gedragscode aanwezig

60%

53%

Opname code in projectcontracten

52%

60%

Actief toezicht naleving code

80%

81%

Formeel meldpunt aanwezig

63%

52%

Werken volgens bepaald kwaliteitssysteem

44%

42%

Aandacht integriteit en transparantie: inwerkperiode [enige mate, ->]

57%

55%

Aandacht integriteit en transparantie: opleidingen [enige mate, ->]

48%

42%

Aandacht integriteit en transparantie: jaarverslag [enige mate, ->]

49%

47%

Dilemmatraining vanuit huidige werkgever

10%

11%

36


2.6

Vordering in transitie

In het vooraf opgestelde model ziet het veranderingsproces richting integer en transparant handelen dat in de bouwsector moet plaatsvinden er als volgt uit:

Herkennen

Erkennen belang

Vertalen naar eigen organisatie

Inhoudelijk kennen

Gedragsverandering

Om de effectiviteit van het beleid en de uitgevoerde acties te kunnen meten moeten alle stappen van het veranderingsproces gemeten worden. Tijdens de 1-meting ging het er dus niet alleen om in hoeverre het beleid tot ander gedrag heeft geleid maar ook de stappen die daar aan vooraf gaan (herkennen, erkennen inhoudelijk, kennen en de vertaalslag binnen de organisatie).

2.6.1

Vordering in de transitie op het gebied van integriteit

De onderstaande figuur laat zien hoeveel procent van de opdrachtgevende partijen zich in iedere fase van het veranderingsproces bevindt. Tevens is weergegeven hoe groot de conversiegraad is; hoeveel procent maakt de stap van de ene fase in het veranderingsproces naar de andere. Een laag percentage duidt er in dat geval op dat de conversie van de ene stap naar de andere niet soepel verloopt.

Herkennen

Erkennen belang

73%

73%

65%

88%

Vertalen naar eigen organisatie

Inhoudelijk kennen

35%

53%

Gedragsverandering

22%

64%

17%

79%

Om het proces richting integer handelen in kaart te brengen bij opdrachtgevende partijen zijn per fase de volgende vragen gesteld: 

De laatste twee jaar is er door vakmedia en brancheorganisaties veel aandacht besteed aan het thema integriteit (FASE 1a)



Ik heb informatie die over het thema integriteit is verschenen ook gelezen (FASE 1b)



Een bedrijf dat niet integer handelt heeft op korte termijn geen bestaansrecht (FASE 2a)

37


Een bedrijf dat niet integer handelt heeft op lange termijn geen bestaansrecht (FASE 2b)

Mijn organisatie heeft zich verdiept in actieprogramma‟s om integer handelen te bevorderen (FASE 3)

Is er binnen uw organisatie een gedragscode ten aanzien van integer handelen? (FASE 4)

Wordt er actief toegezien op naleving van de gedragscode? (FASE 5)

Bijna driekwart van de opdrachtgevende partijen herkent het thema integriteit in de bouw. De vervolgstap richting het erkennen van het belang wordt door 65% van de opdrachtgevers gemaakt. Van inhoudelijk kennen van het thema integriteit is bij 35% van de opdrachtgevers sprake. Iets minder dan een kwart heeft de vertaalslag naar de eigen organisatie gemaakt, door middel van het opstellen van een gedragscode ten aanzien van integer handelen. Het actief toezien op de naleving van deze gedragscode is een teken dat er echt kan worden gesproken van een gedragsverandering. Hiervan is sprake bij 17% van de opdrachtgevers. Het grootste „probleem‟ in conversie vindt plaats bij de stap van het erkennen van het belang van integer handelen naar het inhoudelijk kennen van het thema. Hier is nog het meeste terrein te winnen.

Integriteit speelt dus een aanzienlijk grotere rol bij opdrachtgevende partijen, daar zij het thema vaker erkennen, herkennen, inhoudelijk kennen, vaker de vertaalslag maken naar de eigen organisatie en er ten slotte ook vaker sprake is van een gedragsverandering bij deze partijen.

2.6.2

Vordering in de transitie richting transparantie

Herkennen

Erkennen belang

72%

72%

60%

84%

Vertalen naar eigen organisatie

Inhoudelijk kennen

34%

56%

Gedragsverandering

22%

67%

15%

65%

De verschillende fasen in het veranderingsproces richting transparant handelen zijn in kaart gebracht middels de volgende vragen: 

De laatste twee jaar is er door vakmedia en brancheorganisaties veel aandacht besteed aan het thema transparant handelen (FASE 1a)

Ik heb informatie die over het transparant handelen is verschenen ook gelezen (FASE 1b)

Een bedrijf dat niet transparant handelt heeft op korte termijn geen bestaansrecht (FASE 2a)

Een bedrijf dat niet transparant handelt heeft op lange termijn geen bestaansrecht (FASE 2b)

38


Mijn organisatie heeft zich verdiept in actieprogramma‟s om transparant handelen te bevorderen (FASE 3)

Er is aandacht besteed aan integer en transparant handelen tijdens inwerkperiode (FASE 4)

Er is aandacht besteed aan integer en transparant handelen bij opleidingen (FASE 4)

Er is sprake van open communicatie met de partner van begin tot eindfase van het project (FASE 5)

Bijna driekwart van de opdrachtgevende partijen herkent het thema transparantie en 60% geeft aan het belang van transparant handelen te erkennen. De slag naar het inhoudelijk kennen van het thema wordt door 34% van de organisaties gemaakt. De volgende stap is het vertalen van transparantie naar de eigen organisatie. Dit wordt door 22% van de opdrachtgevers gedaan. De laatste fase is de daadwerkelijke gedragsverandering. Van deze verandering is sprake bij 15% van de opdrachtgevende partijen. Ook hier valt er nog het meeste te winnen in de conversie van het erkennen van het belang van transparant handelen naar het inhoudelijk kennen.

Net als bij het thema integriteit valt ook bij transparantie te zien dat opdrachtgevers hier beduidend meer van doordrongen zijn dan opdrachtnemende partijen.

39


3 GEVOLGEN VAN DE ECONOMISCHE RECESSIE

3.1

Inleiding

In 2008 schokte de financiële wereld op haar grondvesten toen een aantal grote banken onderuit ging, doordat zij niet langer aan de kredietverplichtingen konden voldoen. Dit had een direct gevolg voor het vertrouwen op de beurzen. De monetaire wereld raakte verlamd en dit sloeg al snel over op de reële sfeer. Het consumentenvertrouwen daalde en de huizenmarkt stortte in; de economische recessie was een feit. De invloed van de economische recessie die, hoewel het over zijn hoogtepunt heen lijkt te zijn, momenteel nog steeds gaande is, heeft dan ook grote gevolgen (gehad) voor de bouwwereld. Het is niet alleen interessant om te zien wat voor impact de recessie heeft gehad op de verscheidene partijen in de bouw, maar ook wat de invloed is op de thema‟s integer en transparant handelen. Zijn deze thema‟s door de recessie naar de achtergrond verdwenen? En hebben organisaties waar integer en transparant handelen een integraal onderdeel vormt een voorsprong op bedrijven die dit nog niet omarmd hebben? Met andere woorden, loont integer en transparant handelen in tijden van recessie?

3.2

Stand van zaken

Alvorens er gekeken kan worden naar het effect van de economische recessie op integriteit en transparantie in de bouwkolom dient eerst de huidige stand van zaken in kaart gebracht te worden. De eerste stap is het in kaart brengen in hoeverre de economische recessie de organisatie tot dusver beïnvloed heeft. In de onderstaande figuur is te zien in hoeverre opdrachtgevers en opdrachtnemers gevolgen hebben ondervonden van de verslechterde economie.

40


Š2010 USP MARKETING CONSULTANCY BV

Opdrachtnemers lijken minder gevolgen te ondervinden van de verslechterde economie dan opdrachtgevers: 23% van de opdrachtnemers geeft aan geen last te hebben van de recessie tegenover 17% aan de opdrachtgevende kant. Opdrachtgevers daarentegen geven vaker aan dat men in sterke mate gevolgen ondervindt en dat men zich ernstige zorgen maakt, dan opdrachtnemers (29% tegenover 23%).

Om de gevolgen van de economische recessie op de organisatie te bestrijden kunnen er diverse maatregelen genomen worden. De onderstaande figuur geeft inzicht in of, en zo ja welke maatregelen er genomen zijn door opdrachtnemende en opdrachtgevende partijen.

41


Š2010 USP MARKETING CONSULTANCY BV

Opdrachtgevers hebben iets vaker dan opdrachtnemers maatregelen genomen als gevolg van de recessie; 70% van de opdrachtnemers heeft maatregelen genomen tegenover 74% van de opdrachtgevende partijen. Indien men maatregelen heeft genomen, is men voornamelijk meer gaan doen aan acquisitie of marketing, heeft men de offerte prijzen verlaagd of hebben er interne kostenreducties plaatsgevonden.

Opdrachtnemende partijen zijn met name meer gaan doen aan acquisitie en marketing (40%), terwijl opdrachtgevers de offerteprijzen hebben verlaagd (40%) of intern in de kosten hebben gesnede n (25%).

Ten slotte dient het verwachte effect van de recessie op de organisatie bepaald te worden. De onderstaande figuur geeft inzicht in hoe groot men de kans acht dat de organisaite in 2010 als gevolg van de recessie ophoudt te bestaan.

42


Š2010 USP MARKETING CONSULTANCY BV

Zowel opdrachtgevers als opdrachtnemers zijn redelijk positief over de toekomst, daar het merendeel van de organisaties aangeeft dat de kans dat de onderneming ophoudt te bestaan geheel niet aan de orde is. Opdrachtgevers zijn iets positiever dan opdrachtnemers; 6% van de opdrachtnemende partijen geeft aan dat de kans dat de onderneming ophoudt te bestaan groter dan 30% is (kans is aanwezig of groter), tegenover 3% dan de opdrachtgevers.

3.3

Gevolgen van recessie op de samenwerking in de bouw

Om de gevolgen van de recessie op de samenwerking van de verschillende partijen in de bouw in kaart te brengen, zijn de ervaringen van opdrachtnemende partijen en opdrachtgevende partijen berekend in de hypothetische situatie dat de economie niet in een recessie zou zijn geraakt. Om deze ervaringen te berekenen is de situatie in de bouw voor de economische recessie in ogenschouw genomen. Dit is gedaan door te kijken naar de omzetontwikkeling bij bedrijven in de bouw in de periode voor de recessie. We nemen dus aan dat, wanneer de recessie niet had plaatsgevonden, de omzet zich op een gelijke wijze als voor de recessie had ontwikkeld. De onderstaande tabel geeft weer hoe de omzet zich in 2009 heeft ontwikkeld ten opzichte van 2008 en hoe deze verhouding was voor de recessie.

43


Omzetontwikkeling 2009

2007

Gestegen

32%

39%

Gelijk gebleven

22%

45%

Gedaald

47%

15%

Uit de bovenstaande tabel blijkt wel dat de groep bedrijven bij wie de omzet is gedaald in 2009, vergeleken met het jaar daarvoor, drie keer zo groot is als in 2007. Er kampen nu dus beduidend meer bedrijven met een omzetdaling. De groep waar de omzet gelijk is gebleven is gehalveerd en een relatief kleiner deel geeft aan dat de omzet is gestegen. Het mag dus duidelijk zijn dat de verhoudingen momenteel compleet anders zijn dan voor de economische recessie. Daarom zijn de resultaten met betrekking tot de ervaringen met de andere partijen teruggewogen naar de oorspronkelijke, a priori, verhoudingen.

De onderstaande tabellen geven weer hoe de ervaringen waren van opdrachtnemers met opdrachtgevende partijen in de acquisitiefase van het bouwproces in 2008, hoe deze ervaringen waren in 2010 en hoe deze ervaringen zouden zijn wanneer we ons nu niet in een recessie zouden bevinden. Hieruit komt naar voren dat de ervaringen op bijna alle aspecten beduidend positiever zouden zijn geweest wanneer er geen recessie was geweest. Met andere woorden, de recessie heeft een dempend effect op de ervaringen in de acquisitiefase.

Ook in de uitvoerende fase zouden de ervaringen positiever zijn geweest wanneer de recessie niet had plaatsgevonden. De ervaringen met tijdige informatie door de opdrachtgever zijn nog steeds minder goed dan in 2008, maar de achteruitgang was minder sterk geweest indien er geen recessie zou hebben plaatsgevonden.

In de laatste fase van het bouwproces, de opleverfase, is wederom een soortgelijk beeld te zien; de achteruitgang zou minder groot zijn geweest indien er geen recessie zou hebben plaatsgevonden of de ervaringen zouden vrijwel op hetzelfde niveau zijn gebleven.

Ten slotte kan er ook gekeken worden naar het vertrouwen. Ook hier geldt dat het vertrouwen hoger zou zijn geweest wanneer er geen recessie zou hebben plaatsgevonden.

Bij opdrachtnemers valt dus te concluderen dat de recessie een dempende uitwerking heeft op de ervaringen met opdrachtgevende partijen en het vertrouwen dat men in deze partijen heeft; indien de recessie niet zou hebben plaatsgevonden, was er in veel gevallen in plaats van een achteruitgang juist sprake geweest van een verbetering ten opzichte van 2008.

44


Ervaringen met opdrachtgevers - Acquisitiefase 2010 (Hypothetisch)

2010 (daadwerkelijk)

2008

Eerlijke kans bij intekening (niet gekregen project)

65%

60%

51%

Eerlijke kans bij intekening (laatst afgeronde project)

67%

63%

59%

Criteria opdracht helder (niet gekregen project)

64%

61%

59%

Criteria opdracht helder (laatst afgeronde project)

85%

80%

78%

Heldere toelichting afwijzing

43%

41%

36%

Toelichting bij opstellen offerte

74%

70%

77%

Eerlijke verdeling van risico‟s

64%

62%

59%

2010 (Hypothetisch)

2010 (daadwerkelijk)

2008

Kick-off meeting

66%

62%

60%

Tijdige informatie opdrachtgever

62%

60%

76%

Positieve houding opdrachtgever bij problemen

82%

78%

79%

2010 (Hypothetisch)

2010 (daadwerkelijk)

2008

Stipt op tijd betaald

65%

64%

67%

Reële omgang meer/minderwerk opdrachtgever

74%

72%

75%

Gezamenlijke project evaluatie

59%

57%

62%

2010 (Hypothetisch)

2010 (daadwerkelijk)

2008

Rekening houden met belangen en risico‟s

60%

58%

67%

Voorziening alle relevante informatie

78%

76%

75%

Groei vertrouwen tijdens project

91%

89%

85%

Volledig vertrouwen van acquisitie tot oplevering

67%

66%

79%

Ervaringen met opdrachtgevers - Uitvoerende fase

Ervaringen met opdrachtgevers - Opleverfase

Ervaringen met opdrachtgevers - Vertrouwen

45


Ook bij de opdrachtgevende partijen is gekeken hoe de ervaringen met opdrachtnemers zich zouden hebben ontwikkeld indien er geen recessie had plaatsgevonden. Hierbij zijn alleen de commerciële opdrachtgevers in ogenschouw genomen, daar er onvoldoende waarnemingen zijn omtrent de omzetontwikkeling bij publieke opdrachtgevers om een goed beeld te krijgen van het effect van de economische recessie. De resultaten van de meting uit 2008 zijn niet in dit overzicht opgenomen, omdat er toen andere deelgroepen werden onderscheiden.

In de acquisitiefase zouden de ervaringen met de inzage in de prijsopbouw van de offerte beter zijn geweest wanneer er geen recessie had plaatsgevonden. De ervaringen met het aanwijzen van tekortkomingen in het bestek door de opdrachtnemer en de opname van een bedrijfs- of gedragscode door opdrachtnemers zouden juist minder goed zijn geweest wanneer er geen recessie had plaatsgevonden, hoewel de verschillen niet heel groot zijn.

Vervolgens is er gekeken naar hoe de ervaringen zich zouden hebben ontwikkeld in de uitvoerende fase. Ook hier is een enigszins diffuus beeld te zien; de ervaringen met updates over de voortgang, een directe melding bij fouten en veranderingen en een positieve houding bij problemen zijn beter wanneer het effect van de recessie is uitgefilterd, terwijl de ervaringen met het houden van een kick-off meeting lager zijn. Het lijkt er dus op dat er juist door de recessie vaker een kick-off meeting wordt gehouden.

In de opleverfase zouden de ervaringen met een reële omgang met meer/minderwerk beter zijn geweest wanneer de recessie niet had plaatsgevonden. Op de ervaringen met de overige zaken in de opleverfase lijkt de recessie weinig invloed te hebben.

Ten slotte kan de ontwikkeling van het vertrouwen van opdrachtgevers nog bestudeerd worden. Hier valt te zien dat wanneer het effect van de recessie wordt uitgefilterd het vertrouwen beduidend hoger zou zijn geweest op het gebied van de groei van het vertrouwen tijdens het project, de mate waarin er rekening wordt gehouden met de wederzijdse belangen en risico‟s en het volledige vertrouwen gedurende alle fasen in het project.

Bij opdrachtnemende partijen komt dus duidelijk naar voren dat de recessie een de mpend effect heeft gehad op de ervaringen en het vertrouwen. Bij de commerciële opdrachtgevers komt dit beeld iets minder sterk naar voren doordat de ervaringen in sommige gevallen beter zijn wanneer de recessie wel wordt meegenomen in de resultaten. Maar over het geheel genomen lijkt de recessie toch ook een dempend effect te hebben op de ervaringen van de commerciële opdrachtgevers.

46


Ervaringen met opdrachtnemers - Acquisitiefase 2010 (Hypothetisch)

2010 (daadwerkelijk)

Inzage prijsopbouw offerte

81%

79%

Inzicht planning activiteiten offerte

82%

83%

Tekortkom. bestek aanwijzen door opdrachtnemer

31%

35%

Bedrijfs- of gedragscode opdrachtnemer

38%

42%

Geen dure relatiegeschenken

58%

60%

Eerlijke verdeling risico‟s

64%

63%

Ervaringen met opdrachtnemers - Uitvoerende fase 2010 (Hypothetisch)

2010 (daadwerkelijk)

Kick-off meeting

71%

76%

Updates voortgang zoals afgesproken

78%

75%

Bij veranderingen/fouten directe melding

71%

67%

Positieve houding opdrachtnemer bij problemen

85%

81%

Ervaringen met opdrachtnemers - Opleverfase 2010 (Hypothetisch)

2010 (daadwerkelijk)

Duidelijk/zorgvuldig opgestelde facturen

85%

84%

Reële omgang meer/minderwerk opdrachtgever

81%

75%

Gezamenlijk project evalueren

64%

62%

Ervaringen met opdrachtnemers - Vertrouwen 2010 (Hypothetisch)

2010 (daadwerkelijk)

Rekening houden met belangen en risico‟s

73%

69%

Voorziening alle relevante informatie

80%

75%

Groei vertrouwen tijdens project

50%

52%

Volledig vertrouwen van acquisitie tot oplevering

83%

77%

47


4 VOORLOPERS IN HET VERANDERINGSPROCES

4.1

Inleiding

In het veranderingsproces richting integer en transparant handelen zijn er bepaalde groepen die een voorsprong hebben op de rest en dus een voorbeeld functie kunnen vormen voor de gehele bouwkolom. Om deze voorlopers te identificeren zal er in dit hoofdstuk getoond worden welke segmenten een voorsprong hebben op de andere partijen.

Allereerst zal er in paragraaf 4.2 worden ingegaan op de verschillen tussen publieke opdrachtgevers en commerciële opdrachtgevers. In paragraaf 4.3 zal de invloed van de brancheorganisatie nader bestudeerd worden. Hierna wordt in paragraaf 4.4 getoond wat de verschillen zijn tussen hoofdaannemers en gespecialiseerde aannemers. Ten slotte zal er in paragraaf 4.5 een onderscheid gemaakt worden tussen de groep die kan worden bestempeld als voorloper in het veranderingsproces en de groep die nog niet zo ver is. De verschillen in ervaringen met de andere partij zullen in deze paragraaf besproken worden.

4.2

Publiek versus commercieel opdrachtgeverschap

In deze paragraaf zal er een onderscheid worden gemaakt tussen twee typen organisaties, te weten: de publieke opdrachtgever en de commerciële opdrachtgever. Een publieke opdrachtgever houdt zich met name bezig met projecten in de maatschappelijke sfeer. Een commerciële opdrachtgever is voornamelijk actief in de private sector.

Een publieke opdrachtgever is een overheidsorganisatie of een woningbouwcorporatie. Een commerciële opdrachtgever is een projectontwikkelaar of een opdrachtgevende aannemer, daar zij zich voornamelijk bezig zullen houden met opdrachten in de private sfeer.

Bij opdrachtnemers wordt er gekeken naar de ervaringen en verwachtingen van opdrachtnemers over publieke opdrachtgevers en commerciële opdrachtgevers. Dit onderscheid is gemaakt op basis van de opdrachtgevende partij bij het laatst afgeronde project van de opdrachtnemer.

48


4.2.1

Ervaringen met commerciële en publieke opdrachtgevers

In de onderstaande tabel zijn de ervaringen van opdrachtnemers met publieke en commercieel georiënteerde opdrachtgevers weergegeven. De ervaringen met publieke ondernemingen zijn in alle fasen van het bouwproces beter dan de ervaringen met commerciële ondernemingen, met uitzondering van de eerlijke verdeling van risico‟s; hier zijn de ervaringen met de commerciële opdrachtgevers beter. Ervaringen met opdrachtgevers Commercieel

Publiekelijk

Fase

Eerlijke kans bij intekening (niet gekregen project)

60%

66%

Acquisitie

Eerlijke kans bij intekening (laatst afgeronde project)

62%

74%

Acquisitie

Criteria opdracht helder (niet gekregen project)

62%

62%

Acquisitie

Criteria opdracht helder (laatst afgeronde project)

81%

80%

Acquistie

Heldere toelichting afwijzing

41%

49%

Acquisitie

Toelichting bij opstellen offerte

70%

71%

Acquisitie

Eerlijke verdeling risico's

63%

59%

Acquisitie

Kick off meeting

61%

70%

Uitvoering

Tijdige informatie opdrachtgever

61%

62%

Uitvoering

Positieve houding opdrachtgever bij problemen

78%

82%

Uitvoering

Stipte betaling opdrachtgever

65%

63%

Oplevering

Reële omgang meer/minderwerk opdrachtgever

72%

78%

Oplevering

Gezamenlijke project evaluatie

58%

58%

Oplevering

Ondanks dat de ervaringen met de publieke opdrachtgevers beter zijn dan de ervaringen met de commerciële opdrachtgevers, is het vertrouwen in de commerciële opdrachtgevers gelijk aan of hoger dan het vertrouwen in de publieke opdrachtgevers. Met name het vertrouwen dat men van alle relevante informatie wordt voorzien is hoger bij commerciële ondernemingen dan bij publieke ondernemingen.

49


Vertrouwen in opdrachtgevers Commercieel

Publiekelijk

Rekening houden met belangen en risico's

59%

58%

Voorziening alle relevante informatie

77%

73%

Volledig vertrouwen van acquisitie tot oplevering

89%

88%

Groei vertrouwen tijdens project

67%

65%

4.2.2

Verwachtingen over commerciële en publieke opdrachtgevers

Niet alleen de ervaringen met de publieke opdrachtgevers zijn beter dan met commerciële opdrachtgevers ook de verwachtingen zijn hoger. Met name de verwachtingen omtrent een heldere toelichting bij afwijzing, het houden van een kick-off meeting en de evaluatie van het project zijn beduidend hoger bij publieke opdrachtgevers. Verwachtingen over opdrachtgevers Commercieel

Publiekelijk

Fase

Eerlijke kans bij intekening

65%

66%

Acquisitie

Criteria opdracht helder

82%

87%

Acquisitie

Heldere toelichting afwijzing

60%

78%

Acquisitie

Toelichting bij opstellen offerte

88%

94%

Acquisitie

Eerlijke verdeling risico's

65%

65%

Acquisitie

Kick off meeting

70%

83%

Uitvoering

Tijdige informatie opdrachtgever

84%

85%

Uitvoering

Positieve houding opdrachtgever bij problemen

88%

92%

Uitvoering

Stipte betaling opdrachtgever

83%

83%

Oplevering

Reële omgang meer/minderwerk opdrachtgever

83%

83%

Oplevering

Gezamenlijke projectevaluatie

67%

75%

Oplevering

Bij publieke opdrachtgevers heeft men er a priori meer vertrouwen in dat er rekening wordt gehouden met de belangen en risico‟s van de opdrachtnemers en dat het vertrouwen groeit tijdens het proces. Van commerciële opdrachtgevers verwacht men echter vaker dat men volledig wordt vertrouwd van acquisitie tot oplevering.

50


Verwachtingen over vertrouwen in opdrachtgevers Commercieel

Publiekelijk

Rekening houden met belangen en risico's

69%

72%

Voorziening alle relevante informatie

84%

82%

Volledig vertrouwen van acquisitie tot oplevering

93%

88%

Groei vertrouwen tijdens project

83%

86%

4.2.3

Vordering in transitie: Commerciële opdrachtgevers

Naast de ervaringen die opdrachtnemers hebben met commerciële en publieke opdrachtgevers, kan er ook gekeken worden naar de positie van deze twee typen opdrachtgevers in het veranderingsproces richting integer en transparant handelen.

In het veranderingsproces richting integer handelen herkent tweederde van de commerciële opdrachtgevers het thema integriteit. De stap naar het erkennen van het belang van integer handelen wordt door 59% gemaakt. De volgende fase in het inhoudelijk kennen. Iets meer dan een kwart van de commerciële opdrachtgevers geeft aan inhoudelijk op de hoogte te zijn over integer handelen. Tenslotte vertaalt 13% integer handelen naar de eigen organisatie en is er bij 11% sprake van een daadwerkelijke gedragsverandering.

Het grootste conversieprobleem zit in de overgang van het erkennen van het belang van integer handelen naar het inhoudelijk kennen (conversie van 46%) en van het inhoudelijk kennen naar het vertalen naar de eigen organisatie (conversie van 49%). Hier kan dus nog een grote vooruitgang geboekt worden bij commerciële opdrachtgevers.

Herkennen

Erkennen belang

67%

67%

59%

87%

Vertalen naar eigen organisatie

Inhoudelijk kennen

27%

46%

Gedragsverandering

13%

49%

11%

82%

51


Bij het veranderingsproces richting transparant handelen is een soortgelijk beeld te zien als bij integriteit; tweederde van de commerciële opdrachtgevers herkent het thema transparant handelen en 56% erkent het belang hiervan. Wederom kent iets meer dan een kwart het thema inhoudelijk. De vertaalslag naar het eigen organisatie wordt gemaakt door 15% van de commerciële opdrachtgevers en bij 10% is er sprake van een gedragsverandering.

Het valt dus op dat, net als bij integer handelen, de stap naar het inhoudelijk kennen van het thema het grootste obstakel vormt (conversie van 48%).

Erkennen belang

Herkennen

68%

56%

68%

4.2.4

Vertalen naar eigen organisatie

Inhoudelijk kennen

27%

82%

48%

Gedragsverandering

15%

56%

10%

65%

Vordering in transitie: Publieke opdrachtgevers

Een aanzienlijk groter deel van de publieke opdrachtgevers herkent het thema integriteit (86%). Ruim driekwart van deze opdrachtgevers erkent ook het belang van integriteit. De stap naar het daadwerkelijk inhoudelijk kennen van het thema integer handelen wordt door de helft gemaakt. De volgende fase in het veranderingsproces in de vertaling naar de eigen organisatie; 40% van de commerciële opdrachtgevers maakt deze vertaalslag. Bij 32% is er sprake van een daadwerkelijk gedragsverandering.

Publieke opdrachtgevers zijn dus aanzienlijk verder in het veranderingsproces richting integer handelen dan commerciële opdrachtgevers. De grootste stap die nog gemaakt kan worden bij deze groep opdrachtgevers is het verbeteren van inhoudelijke kennis omtrent integer handelen. De conversie van het erkennen van het belang naar het inhoudelijk kennen is nu 65%.

Erkennen belang

Herkennen

86%

86%

Inhoudelijk kennen

77%

90%

Vertalen naar eigen organisatie

50%

65%

Gedragsverandering

40%

81%

32%

78%

52


Ook voor het thema transparantie valt op dat, vergeleken met de commerciële opdrachtgevers, een beduidend groter deel van de publieke opdrachtgevers het thema herkent (79%). Bijna 70% erkent het belang van transparant handelen ook. De stap naar het inhoudelijk kennen van transparant handelen wordt door iets minder dan de helft van de publieke opdrachtgevers gemaakt. Vervolgens maakt 38% de vertaalslag naar de eigen organisatie en bij een kwart is er sprake van een daadwerkelijke gedragsverandering.

Ook op het gebied van transparantie zijn publieke opdrachtgevers beduidend verder in het veranderingsproces dan commerciële opdrachtnemers. De grootste stap die hier nog gemaakt kan worden is het bewerkstelligen van een daadwerkelijke gedragsverandering nadat het thema is vertaald naar de eigen organisatie.

Erkennen belang

Herkennen

79%

79%

Inhoudelijk kennen

68%

85%

Vertalen naar eigen organisatie

48%

71%

Gedragsverandering

38%

79%

25%

65%

De thema‟s integer en transparant handelen liggen momenteel al goed verankerd in de fundamenten van veel publieke opdrachtgevers. Hiermee vergeleken valt er bij de commerciële opdrachtgevers nog veel terrein te winnen. Beide opdrachtgevers kunnen zich verbeteren op het gebied van inhoudelijke kennis van de thema‟s.

4.3

Invloed van de branchevereniging

De bouwwereld kent veel verschillende brancheverenigingen. Voor bijna iedere specialisatie binnen de bouwkolom is er wel een branchevereniging actief. Een aantal grote brancheverenigingen heeft zich aangesloten als partner bij Vernieuwing Bouw en in het verleden ook bij de Regieraad Bouw. Deze brancheverenigingen hebben de thema‟s integriteit en transparantie actief onder de aandacht gebracht bij hun leden. Het is daarom dan ook interessant om te zien of er verschillen zijn tussen organisaties die bij één van de partners lid zijn en organisaties die hier geen lid van zijn.

53


Š2010 USP MARKETING CONSULTANCY BV

Uit de bovenstaande figuur blijkt dat 33% van de partijen in de bouw lid is een branchevereniging behorende tot de groep partners van Vernieuwing Bouw. Dit betekent dus dat tweederde lid is bij een andere branchevereniging of zich bij geen enkele brancheorganisatie heeft aangesloten.

4.3.1

Vordering in transitie op het gebied van integriteit

Om het effect van de branchevereniging op het veranderingsproces richting integer en transparant handelen in kaart te brengen, zal er in deze en de volgende paragraaf in kaart worden gebracht wat de verschillen zijn in de positie in het veranderingsproces tussen enerzijds partijen die zich hebben aangesloten bij een van de partners van Vernieuwing Bouw en anderzijds partijen die dit niet hebben gedaan. In deze paragraaf zal er worden ingegaan op het thema integriteit.

Veranderingsproces richting integriteit Partner

Geen partner

Stap 1: Herkennen

67%

60%

Stap 2: Erkennen belang

58%

51%

Stap 3: Inhoudelijk kennen

28%

23%

Stap 4: Vertalen naar eigen organisatie

15%

7%

Stap 5: Gedragsverandering

12%

6%

Partijen die lid zijn bij een van de brancheverenigingen die partner zijn van Vernieuwing Bouw zijn iets verder in het veranderingsproces van partijen die dit niet zijn. Wat voornamelijk opvalt is dat leden van de partners beter in

54


staat zijn om de stap te maken van het inhoudelijk kennen van het thema integriteit naar het vertalen naar de eigen organisatie.

4.3.2

Vordering in transitie richting transparant handelen

In de onderstaande tabel worden de posities in het veranderingsproces van partijen die lid zijn van een partnerbranchevereniging en partijen die dit niet zijn weergegeven.

Veranderingsproces richting transparant handelen Partner

Geen partner

Stap 1: Herkennen

67%

56%

Stap 2: Erkennen belang

60%

48%

Stap 3: Inhoudelijk kennen

31%

23%

Stap 4: Vertalen naar eigen organisatie

18%

9%

Stap 5: Gedragsverandering

9%

4%

De verschillen tussen de twee groepen zijn op het vlak van transparant handelen iets groter dan op het gebied van integriteit. Dit betekent dus dat leden van partnerbrancheorganisaties beduidend verder zijn in het veranderingsproces richting transparant handelen dan partijen die hier niet lid van zijn. Ook is de conversie van het inhoudelijk kennen van het thema naar de daadwerkelijke vertaling naar de eigen organisatie groter bij leden dan bij niet-leden.

4.3.3

Effect branchevereniging op bekendheid initiatieven Regieraad Bouw

De Regieraad Bouw heeft een verscheidenheid aan initiatieven ontplooid om het veranderingsproces in de bouwwereld op gang te zetten. Aan opdrachtnemers en opdrachtgevers is gevraagd in hoeverre men bekend is met deze initiatieven.

55


©2010 USP MARKETING CONSULTANCY BV

Allereerst dient er gekeken te worden naar de bekendheid van de initiatieven van Regieraad Bouw in het algemeen. Opdrachtgevende partijen zijn beter op de hoogte van de initiatieven van de Regieraad Bouw (32%) dan opdrachtnemers (26%).

Bekend met initiatieven van Regieraad Bouw Opdrachtnemers

Opdrachtgevers

Lid bij partner

Niet lid bij partner

Lid bij partner

Niet lid bij partner

Ja

32%

24%

45%

26%

Nee

65%

75%

51%

72%

Weet niet/geen mening

3%

2%

4%

1%

In de bovenstaande tabel is een onderscheid gemaakt tussen opdrachtnemers en opdrachtgevers die lid zijn bij één van de partner brancheverenigingen en partijen die dit niet zijn. Leden van de partners zijn beduidend vaker op de hoogte van de initiatieven van de Regieraad Bouw dan niet-leden. Met name bij opdrachtgevers is dit vaak het geval (45% tegenover 26%).

56


Š2010 USP MARKETING CONSULTANCY BV

Ten slotte is gevraagd van welke initiatieven van de Regieraad Bouw men gebruik heeft gemaakt. Meer dan de helft van zowel de opdrachtgevers als de opdrachtnemers geeft aan van geen enkel initiatief gebruik te hebben gemaakt, hoewel dit vaker het geval is geweest bij opdrachtnemers dan bij opdrachtgevers. Indien men wel van de initiatieven gebruik heeft gemaakt, zijn de publicaties, workshops, de nieuwsbrief Regieradar en de bijeenkomsten het meest genoemd. Opdrachtgevers geven iets vaker aan gebruik te hebben gemaakt van de publicaties (17%) dan opdrachtnemers (13%).

Er kan dus geconcludeerd worden dat opdrachtgevende partijen over het algemeen beter op de hoogte zijn van de initiatieven van de Regieraad Bouw dan opdrachtnemers. Verder zijn leden van aangesloten brancheverenigingen logischerwijze beter op de hoogte van deze initiatieven dan niet-leden. Initiatieven waar men vaak gebruik van maakt zijn de publicaties, de workshops en de nieuwsbrief Regieradar.

4.4

Bouw- en infrabedrijven versus gespecialiseerde aannemers

In deze paragraaf worden de verschillen tussen enerzijds de bouw- en infrabedrijven en anderzijds gespecialiseerde aannemers getoond die meestal als onderaannemer in een project fungeren. Met behulp van deze scheiding valt te bezien of de bouw- en infrabedrijven verder zijn in het veranderingsproces dan de

57


gespecialiseerde aannemers. Concreet vallen de aannemers GWW en B&U die niet vanuit de opdrachtgevende rol zijn benaderd onder de groep bouw- en infrabedrijven. De groep gespecialiseerde aannemers bestaat uit een zeer gemĂŞleerd gezelschap, namelijk; glaszetters, klussenbedrijven, timmermannen, schilders, stukadoors, tegelzetters, vloerbedrijven, montagebedrijven, dakdekkers, loodgieters, elektro installateurs, CV installateurs, ijzerwarenhandelaren, fabrikanten, technische groothandels, sanitair groothandels, timmer groothandels, bouwmaterialenhandels en bouwmarkten.

4.4.1

Vordering in transitie: Bouw- en infrabedrijven

In het veranderingsproces richting integer handelen herkent 63% van de bouw- en infrabedrijven het thema integriteit. Het belang van integer handelen wordt door 54% erkent. Een kwart geeft aan het thema ook inhoudelijk te kennen. De vertaalslag naar de eigen organisatie wordt door 13% gemaakt, maar wanneer deze vertaalslag is gemaakt, heeft dit ook altijd geleid tot een gedragsverandering.

Wanneer er wordt gekeken naar de conversiegraad, valt op dat het grootste probleem zit in de overgang van het erkennen van het belang naar het inhoudelijk kennen van het thema integriteit. Ook de stap van het inhoudelijk kennen naar het vertalen naar de eigen organisatie vormt voor veel bouw- en infrabedrijven een drempel.

Erkennen belang

Herkennen

63%

63%

54%

85%

Vertalen naar eigen organisatie

Inhoudelijk kennen

24%

45%

Gedragsverandering

13%

52%

13%

100%

Wanneer het veranderingsproces richting transparantie in ogenschouw wordt genomen, blijkt dat 63% van de bouw- en infrabedrijven het thema transparant handelen herkent. Ruim de helft van alle bouw- en infrabedrijven erkent het belang van transparant handelen (55%). Vervolgens kent ruim een kwart het thema inhoudelijk. De volgende stap is het maken van de vertaalslag naar de eigen organisatie. Deze stap wordt door 17% gemaakt. Bij 9% is er sprake van een daadwerkelijke gedragsverandering.

Vervolgens kan er nog gekeken worden naar de conversiegraad van de ene stap in het veranderingsproces naar de andere. De conversiegraad van het erkennen naar het inhoudelijk kennen van het thema transparant handelen is 49%. Dit vormt blijkbaar een behoorlijk obstakel. Wat verder opvalt is dat wanneer een hoofdaannemer de vertaalslag heeft gemaakt naar de eigen organisatie, dit niet altijd tot een gedragsverandering leidt met betrekking

58


tot transparant handelen, terwijl dit bij het thema integriteit wel het geval was. De stap van het inhoudelijk kennen van het thema transparantie naar het vertalen naar de eigen organisatie wordt wel vaker gemaakt dan bij het thema integriteit.

Erkennen belang

Herkennen

63%

63%

4.4.2

Vertalen naar eigen organisatie

Inhoudelijk kennen

55%

87%

27%

49%

Gedragsverandering

17%

62%

9%

57%

Vordering in transitie: Gespecialiseerde aannemers

In het veranderingsproces richting integer handelen herkent 59% van de gespecialiseerde aannemers het thema integriteit. Het belang van integer handelen wordt door 49% erkent. Iets minder dan een kwart geeft aan het thema ook inhoudelijk te kennen. De vertaalslag naar de eigen organisatie wordt vervolgens door 7% gemaakt, maar wanneer deze vertaalslag is gemaakt, heeft dit wel vaak tot een gedragsverandering geleid.

Wanneer de conversiegraad wordt bekeken, valt op dat er op meerdere vlakken nog veel terrein te winnen valt. Niet alleen de conversie van het erkennen van het belang naar het inhoudelijk kennen van het thema integriteit is laag, met name het maken van de stap van het inhoudelijk kennen van het thema naar het maken van de vertaalslag naar de eigen organisatie vormt voor veel gespecialiseerde aannemers een groot obstakel. De conversiegraad is hier maar 28%. Hier valt dus nog veel terrein te winnen.

Erkennen belang

Herkennen

59%

59%

49%

82%

Vertalen naar eigen organisatie

Inhoudelijk kennen

23%

48%

Gedragsverandering

7%

28%

6%

95%

Wanneer het veranderingsproces richting transparant handelen in ogenschouw wordt genomen, blijkt dat 57% van de gespecialiseerde aannemers het thema transparant handelen herkent. Iets minder dan de helft van de

59


gespecialiseerde aannemers erkent het belang van transparant handelen. Een kwart geeft aan het thema ook inhoudelijk te kennen. De vertaalslag naar de eigen organisatie wordt door 10% gemaakt, en bij 4% van de gespecialiseerde aannemers is er sprake van een daadwerkelijke gedragsverandering.

Vervolgens kan er nog gekeken worden naar de conversiegraad van de ene stap in het veranderingsproces naar de andere. De conversiegraad van het erkennen naar het inhoudelijk kennen van het thema transparant handelen is 50%. Dit vormt blijkbaar een behoorlijk obstakel. Ook het maken van de stap van het inhoudelijk kennen van het thema naar het maken van de vertaalslag naar de eigen organisatie vormt voor veel gespecialiseerde aannemers nog een groot probleem (conversiegraad 39%). Tenslotte is de stap van de vertaalslag naar een gedragsverandering ook een behoorlijk obstakel. De problemen zitten dus met name in het maken van de laatste stappen.

Erkennen belang

Herkennen

57%

57%

4.4.3

49%

87%

Vertalen naar eigen organisatie

Inhoudelijk kennen

25%

50%

Gedragsverandering

10%

39%

4%

40%

Verschillen tussen bouw- en infrabedrijven en gespecialiseerde aannemers

Bouw- en infrabedrijven zijn beduidend verder in het veranderingsproces richting zowel integer als transparant handelen dan de gespecialiseerde aannemers. Niet alleen herkennen de bouw- en infrabedrijven beide themaâ€&#x;s vaker dan gespecialiseerde aannemers, wat met name opvalt is dat bouw- en infrabedrijven vaker de stap maken van het inhoudelijk kennen van de themaâ€&#x;s naar het maken van de vertaalslag naar de eigen organisatie.

4.5

Segmentatie analyse

In deze paragraaf zullen de verschillen tussen drie groepen die onderscheiden zijn op basis van hun positie in het veranderingsproces worden bestudeerd; de groep die het concept van integriteit of transparantie niet herkent, de groep die het wel herkent en misschien ook het belang ervan inziet maar die er verder nog niets mee gedaan heeft en de groep die inhoudelijk op de hoogte is van de concepten integriteit en transparantie en die eventueel al de vertaalslag heeft gemaakt naar de eigen organisatie.

60


Midden

Niet

Herkennen

Top Erkennen belang

Inhoudelijk kennen

Vertalen naar eigen organisatie

Gedragsverandering

Met deze analyse willen we in kaart brengen of de ervaringen die de organisaties hebben in de samenwerking met de wederpartij beter zijn indien men verder is in het interne transitieproces ten aanzien van het thema integriteit. Deze paragraaf is daarom als volgt opgedeeld; allereerst zullen de verschillen tussen deze drie groepen op het gebied van integriteit worden getoond en vervolgens voor het transparant handelen. Hierbij zal er eerst gekeken worden naar de opdrachtnemende partijen en vervolgens naar de opdrachtgevende partijen.

4.5.1

Ervaringen van opdrachtnemers per segment: Integriteit

De onderstaande tabellen geven weer wat de verschillen zijn tussen opdrachtnemers die niet met integriteit bezig zijn, opdrachtnemers die het erkennen en herkennen en opdrachtnemers die bewust met dit thema bezig zijn. Hieruit komt allereerst naar voren dat naarmate bedrijven meer aandacht besteden aan integriteit binnen de organisatie, zij betere ervaringen hebben in de acquisitiefase. Met name de ervaringen omtrent een eerlijke verdeling van risicoâ€&#x;s worden beduidend beter naarmate bedrijven meer aandacht besteden aan integriteit in de organisatie.

Ook gedurende de uitvoerende fase van een project hebben opdrachtnemers die meer aandacht besteden aan integriteit betere ervaringen met opdrachtgevende partijen dan opdrachtnemers die integriteit niet herkennen. Dus ook hier lijkt integer handelen een positief effect te hebben op de ervaringen van opdrachtnemende partijen.

In de opleverfase ten slotte, zijn de ervaringen van opdrachtnemende partijen die aandacht besteden aan integer handelen ook beduidend beter dan opdrachtnemers die dit niet doen. Met name op het gebied van de gezamenlijke projectevaluatie is er een duidelijk positief verband tussen de mate waarin integriteit zich in de organisatie van de opdrachtnemende partij heeft ingenesteld en de ervaringen op dit gebied.

Op het gebied van vertrouwen lijkt er ook een positief verband te zijn tussen integer handelen en het vertrouwen dat de partijen in elkaar hebben. Alleen voor wat betreft de groei van het vertrouwen tijdens het project is het niet echt duidelijk te zeggen of integer handelen een positief effect heeft op de groei van het vertrouwen.

61


Ervaringen met opdrachtgevers - Acquisitiefase Niet

Midden

Top

Eerlijke kans bij intekening (niet gekregen project)

55%

65%

67%

Eerlijke kans bij intekening (laatst afgeronde project)

60%

66%

68%

Criteria opdracht helder (niet gekregen project)

59%

67%

62%

Criteria opdracht helder (laatst afgeronde project)

78%

84%

82%

Heldere toelichting afwijzing

36%

45%

46%

Toelichting bij opstellen offerte

69%

70%

76%

Eerlijke verdeling van risico‟s

55%

64%

73%

Niet

Midden

Top

Kick-off meeting

56%

63%

72%

Tijdige informatie opdrachtgever

56%

63%

65%

Positieve houding opdrachtgever bij problemen

76%

81%

81%

Niet

Midden

Top

Stipt op tijd betaald

61%

67%

67%

Reële omgang meer/minderwerk opdrachtgever

68%

72%

79%

Gezamenlijke project evaluatie

48%

59%

71%

Niet

Midden

Top

Rekening houden met belangen en risico‟s

52%

60%

68%

Voorziening alle relevante informatie

71%

78%

79%

Groei vertrouwen tijdens project

86%

91%

88%

Volledig vertrouwen van acquisitie tot oplevering

60%

67%

74%

Ervaringen met opdrachtgevers - Uitvoerende fase

Ervaringen met opdrachtgevers - Opleverfase

Ervaringen met opdrachtgevers - Vertrouwen

62


4.5.2

Ervaringen van opdrachtgevers per segment: Integriteit

In de onderstaande tabellen is weergegeven wat de verschillen zijn tussen de opdrachtgevers die het thema integriteit niet herkennen, opdrachtgevers die het wel erkennen en eventueel zelfs het belang ervan erkennen en opdrachtgevers die bewust met integer handelen bezig zijn.

De ervaringen met opdrachtnemende partijen zijn in de acquisitiefase beduidend beter bij organisaties die aandacht besteden aan integer handelen. Met name op het gebied van het inzicht dat de offerte biedt in de planning van de activiteiten en het bezit van een gedragscode van de opdrachtnemer, zijn de ervaringen beduidend positiever wanneer de opdrachtgever aandacht besteed aan integer handelen.

Net als in de acquisitiefase, komt ook in de uitvoerende fase naar voren dat opdrachtgevers die aandacht besteden aan integer handelen betere ervaringen hebben met opdrachtnemers dan opdrachtgevers die dit niet doen. Met name de ervaringen omtrent de kick-off meeting zijn beter naarmate integriteit een grotere rol speelt in de organisatie.

In de opleverfase komt wederom hetzelfde beeld naar voren; opdrachtnemers die aandacht besteden aan integriteit of het thema in ieder geval herkennen en erkennen hebben betere ervaringen met opdrachtnemers dan opdrachtgevers bij wie dit niet het geval is.

Ten slotte blijkt ook dat het vertrouwen gedurende het proces hoger is naarmate de opdrachtgever meer aandacht besteedt aan integer handelen. Alleen op het volledige vertrouwen van acquisitie tot oplevering lijkt integer handelen door de opdrachtgever nauwelijks effect te hebben.

Ervaringen met opdrachtnemers - Acquisitiefase Niet

Midden

Top

Inzage prijsopbouw offerte

70%

84%

86%

Inzicht planning activiteiten offerte

76%

85%

90%

Tekortkom. bestek aanwijzen door opdrachtnemer

27%

34%

46%

Bedrijfs- of gedragscode opdrachtnemer

27%

40%

56%

Geen dure relatiegeschenken

57%

63%

67%

63


Ervaringen met opdrachtnemers - Uitvoerende fase Niet

Midden

Top

Kick-off meeting

66%

74%

87%

Updates voortgang zoals afgesproken

71%

77%

80%

Bij veranderingen/fouten directe melding

61%

70%

69%

Positieve houding opdrachtnemer bij problemen

74%

84%

85%

Niet

Midden

Top

Duidelijk/zorgvuldig opgestelde facturen

76%

87%

88%

ReĂŤle omgang meer/minderwerk opdrachtgever

70%

81%

75%

Gezamenlijk project evalueren

54%

65%

64%

Niet

Midden

Top

Rekening houden met belangen en risicoâ€&#x;s

59%

70%

79%

Voorziening alle relevante informatie

69%

80%

78%

Groei vertrouwen tijdens project

44%

49%

61%

Volledig vertrouwen van acquisitie tot oplevering

77%

78%

76%

Ervaringen met opdrachtnemers - Opleverfase

Ervaringen met opdrachtnemers - Vertrouwen

4.5.3

Ervaringen van opdrachtnemers per segment: Transparantie

Naast integriteit kan er ook gekeken worden naar transparantie; hebben opdrachtnemers die transparant handelen betere ervaringen met opdrachtgevers dan opdrachtnemers die dit niet doen? In de onderstaande tabellen zullen achtereenvolgens de ervaringen in de acquisitiefase, uitvoerende fase, opleverfase en het vertrouwen besproken worden.

Net als bij integriteit blijkt ook hier dat, als organisaties transparant handelen, zij betere ervaringen hebben met opdrachtgevende partijen dan wanneer zij dit niet doen. Met name de ervaringen omtrent een eerlijke a priori verdeling van risicoâ€&#x;s zijn beter naarmate transparantie een grotere rol binnen de organisatie van de opdrachtnemende partij speelt.

64


Ook in de uitvoerende fase komt duidelijk naar voren dat transparant handelen een positief effect heeft op de ervaringen met opdrachtgevende partijen. Met name de ervaringen met een kick-off meeting zijn beduidend beter wanneer een opdrachtnemer aandacht besteedt aan transparant handelen.

De ervaringen in de opleverfase bevestigen wederom het beeld dat transparant handelen een positief effect heeft op de ervaringen met de opdrachtnemende partijen. Met name een gezamenlijke projectevaluatie komt vaker voor bij partijen die transparantie belangrijk vinden dan bij partijen die dit thema niet herkennen.

Ten slotte komt ook duidelijk naar voren dat transparant handelen door de opdrachtnemende partij een positief effect heeft op het vertrouwen.

Ervaringen met opdrachtgevers - Acquisitiefase Niet

Midden

Top

Eerlijke kans bij intekening (niet gekregen project)

58%

60%

67%

Eerlijke kans bij intekening (laatst afgeronde project)

58%

66%

71%

Criteria opdracht helder (niet gekregen project)

59%

64%

67%

Criteria opdracht helder (laatst afgeronde project)

77%

84%

84%

Heldere toelichting afwijzing

37%

43%

48%

Toelichting bij opstellen offerte

67%

72%

75%

Eerlijke verdeling van risicoâ€&#x;s

56%

64%

71%

Niet

Midden

Top

Kick-off meeting

55%

63%

74%

Tijdige informatie opdrachtgever

54%

63%

68%

Positieve houding opdrachtgever bij problemen

75%

80%

83%

Niet

Midden

Top

Stipt op tijd betaald

63%

65%

67%

ReĂŤle omgang meer/minderwerk opdrachtgever

70%

71%

78%

Gezamenlijke project evaluatie

48%

61%

68%

Ervaringen met opdrachtgevers - Uitvoerende fase

Ervaringen met opdrachtgevers - Opleverfase

65


Ervaringen met opdrachtgevers – Vertrouwen Niet

Midden

Top

Rekening houden met belangen en risicoâ€&#x;s

51%

60%

70%

Voorziening alle relevante informatie

73%

75%

82%

Groei vertrouwen tijdens project

86%

90%

91%

Volledig vertrouwen van acquisitie tot oplevering

59%

66%

77%

4.5.4

Ervaringen van opdrachtgevers per segment: Transparantie

Ten slotte kan er worden gekeken naar het effect van transparant handelen door opdrachtgevende partijen op de ervaringen en het vertrouwen. In de onderstaande tabellen zullen dan ook respectievelijk de ervaringen met opdrachtnemers in de acquisitie fase, uitvoerende fase, opleverfase en het vertrouwen aan bod komen.

Net als integer handelen heeft ook transparant handelen een positief effect op de ervaringen met opdrachtnemende partijen in de acquisitiefase. Met name de ervaringen omtrent het bezit van een gedragscode door de opdrachtnemende partij zijn beter naarmate transparantie een grotere rol speelt in de organisatie.

Ook de ervaringen met opdrachtnemende partijen in de uitvoerende fase zijn beduidend beter wanneer een organisatie aandacht besteedt aan transparant handelen. Met name de ervaringen met updates omtrent de voortgang zijn beduidend beter wanneer de opdrachtgever meer aandacht besteedt aan transparant handelen.

De ervaringen met opdrachtnemende partijen in de opleverfase zijn ook beduidend beter bij partijen die in ieder geval het thema transparant handelen herkennen dan bij partijen die dit niet doen.

De ervaringen met opdrachtnemers omtrent het vertrouwen zijn ook beduidend beter wanneer een organisatie het thema transparantie op zijn minst herkent.

Het komt dus duidelijk naar voren dat zowel de opdrachtnemende als de opdrachtgevende partijen die aandacht besteden aan integer en transparant handelen betere ervaringen hebben met de andere partij dan organisaties die dit niet doen.

66


Ervaringen met opdrachtnemers - Acquisitiefase Niet

Midden

Top

Inzage prijsopbouw offerte

69%

86%

83%

Inzicht planning activiteiten offerte

77%

87%

89%

Tekortkom. bestek aanwijzen door opdrachtnemer

28%

33%

46%

Bedrijfs- of gedragscode opdrachtnemer

29%

41%

56%

Geen dure relatiegeschenken

60%

58%

70%

Niet

Midden

Top

Kick-off meeting

65%

74%

89%

Updates voortgang zoals afgesproken

65%

80%

83%

Bij veranderingen/fouten directe melding

60%

68%

72%

Positieve houding opdrachtnemer bij problemen

77%

84%

84%

Niet

Midden

Top

Duidelijk/zorgvuldig opgestelde facturen

73%

91%

86%

ReĂŤle omgang meer/minderwerk opdrachtgever

73%

80%

74%

Gezamenlijk project evalueren

51%

65%

68%

Niet

Midden

Top

Rekening houden met belangen en risicoâ€&#x;s

60%

73%

76%

Voorziening alle relevante informatie

67%

81%

78%

Groei vertrouwen tijdens project

41%

51%

61%

Volledig vertrouwen van acquisitie tot oplevering

71%

82%

77%

Ervaringen met opdrachtnemers - Uitvoerende fase

Ervaringen met opdrachtnemers - Opleverfase

Ervaringen met opdrachtnemers - Vertrouwen

67


4.6

Betere samenwerking en betere perspectieven

Wanneer de samenwerking tussen twee partijen goed verloopt zal men vanzelfsprekend eerder geneigd zijn de ander goed te beoordelen dan wanneer er strubbelingen zijn geweest in de samenwerking. Het is daarmee dus aannemelijk dat partijen die de wederpartij zeer goed beoordelen waarschijnlijk een project hebben uitgevoerd dat goed verlopen is. Vanuit die gedachten kunnen we uit de resultaten zoals zojuist getoond concluderen dat partijen die ver gevorderd zijn binnen de eigen organisatie met betrekking tot een gedragsverandering naar integer en transparant handelen, betere ervaringen hebben gehad in de samenwerking met de wederpartij tijdens het laats uitgevoerd project. Deze bevinding onderschrijft de gedachten dat integer en transparant handelen zal leiden tot een betere samenwerking tussen de verschillende partijen in de bouw.

Daarnaast is het ook interessant om te zien of partijen die verder in het veranderingsproces richting integer en transparant handelen een beter toekomst perspectief hebben. Er wordt meer licht op deze kwestie geworpen door allereerst te kijken naar de invloed van de status op het veranderingsproces op de kans dat de onderneming ophoud te bestaan als gevolg van de recessie. Vervolgens zal er ook gekeken worden of het voor bedrijven die verder zijn in het veranderingsproces makkelijker is om personeel te werven dan voor bedrijven die minder ver zijn in het veranderingsproces.

4.6.1

Perspectieven van opdrachtnemers

In deze paragraaf zal er allereerst gekeken worden naar de invloed van de positie in het veranderingsproces richting respectievelijk integer en transparant handelen op de kans dat de onderneming van de opdrachtnemer ophoudt te bestaan in 2010 als gevolg van de economische recessie.

Kans dat onderneming ophoudt te bestaan Integriteit

Transparantie

Niet

Midden

Top

Niet

Midden

Top

Is geheel niet aan de orde

64%

66%

68%

64%

67%

67%

Kans is zeer gering

19%

20%

22%

19%

19%

23%

Kans is gering

7%

6%

5%

7%

7%

4%

Kans is aanwezig

7%

6%

5%

8%

6%

4%

Weet niet/geen mening

3%

2%

1%

3%

2%

2%

Uit de bovenstaande tabel komt naar voren dat opdrachtnemers die verder zijn in het veranderingsproces richting zowel integer als transparant handelen een beter toekomstperspectief hebben dan opdrachtnemers die minder

68


ver zijn in het veranderingsproces. Organisaties die verder zijn in het veranderingsproces geven vaker aan dat de kans geheel niet aan de orde is dat de onderneming (in zijn huidige vorm) ophoudt te bestaan.

Het is voor ons bedrijf makkelijker om personeel te werven dan voor onze concurrenten Integriteit

Transparantie

Niet

Midden

Top

Niet

Midden

Top

Zeer mee eens

2%

1%

2%

1%

2%

3%

Mee eens

11%

16%

27%

13%

16%

24%

Noch eens, noch oneens

31%

30%

26%

31%

30%

27%

Mee oneens

30%

32%

24%

30%

30%

28%

Zeer mee oneens

4%

4%

2%

4%

4%

3%

Weet niet/geen mening

22%

17%

18%

22%

19%

15%

Daarnaast blijkt ook dat opdrachtnemers die verder zijn in het veranderingsproces richting zowel integer als transparant handelen, vaker aangeven dat het voor hun bedrijf makkelijker is om personeel te werven dan voor de concurrenten.

Uit het bovenstaande komt duidelijk naar voren dat opdrachtnemers die verder zijn in het veranderingsproces richting integer en transparant handelen betere toekomstperspectieven hebben dan opdrachtnemers die minder ver zijn in het veranderingsproces.

4.6.2

Perspectieven van opdrachtgevers

In deze paragraaf wordt meer inzicht gegeven in de invloed die de positie in het veranderingsproces richting respectievelijk integer en transparant handelen heeft op de kans dat de onderneming van de opdrachtgever ophoudt te bestaan in 2010 als gevolg van de economische recessie. Kans dat onderneming ophoudt te bestaan Integriteit

Transparantie

Niet

Midden

Top

Niet

Midden

Top

Is geheel niet aan de orde

64%

66%

78%

64%

66%

79%

Kans is zeer gering

17%

22%

13%

15%

24%

12%

Kans is gering

8%

6%

5%

8%

6%

5%

Kans is aanwezig

6%

4%

1%

6%

2%

2%

Weet niet/geen mening

6%

2%

3%

8%

1%

2%

69


Uit de bovenstaande tabel komt duidelijk naar voren dat opdrachtgevers die verder zijn in het veranderingsproces richting zowel integer als transparant handelen betere toekomstperspectieven hebben dan opdrachtgevers die minder ver gevorderd zijn in het veranderingsproces; Opdrachtgevers die verder zijn in het veranderingsproces geven vaker aan dat de kans geheel niet aan de orde is dat de onderneming ophoudt te bestaan in 2010.

Het is voor ons bedrijf makkelijker om personeel te werven dan voor onze concurrenten Integriteit

Transparantie

Niet

Midden

Top

Niet

Midden

Top

Zeer mee eens

1%

3%

5%

2%

3%

5%

Mee eens

14%

16%

26%

17%

14%

27%

Noch eens, noch oneens

30%

32%

25%

31%

32%

24%

Mee oneens

30%

34%

26%

30%

34%

27%

Zeer mee oneens

3%

3%

4%

2%

5%

3%

Weet niet/geen mening

21%

10%

14%

18%

12%

13%

Vervolgens geeft de bovenstaande tabel aan dat het voor opdrachtgevers die verder zijn in het veranderingsproces richting integer en transparant handelen makkelijker is om personeel te werven, vergeleken met de concurrentie, dan voor opdrachtgevers die minder ver zijn in het veranderingsproces.

Voor opdrachtgevers valt dus, net als voor opdrachtnemers, te concluderen dat naarmate zij verder zijn in het veranderingsproces de toekomstperspectieven beter zijn; de ondernemingen geven vaker aan dat er geen enkele kans bestaat dat de onderneming ophoudt te bestaan als gevolg van de recessie en het is voor hen ook makkelijker om personeel te werven dan voor de concurrentie.

70


4.7 Segmentatie analyse naar grootteklasse Naar aanleiding van de bestuursvergadering van Vernieuwing Bouw is USP Marketing Consultancy gevraagd een aanvullende analyse te maken van de belangrijkste verschillen tussen grote en kleine partijen in de bouwkolom. Opdrachtgevers en opdrachtnemers zijn hierbij onderverdeeld op basis van het aantal FTE. De grens tussen groot of klein ligt bij opdrachtgevers bij 15 medewerkers en bij opdrachtnemers, die over het algemeen minder werknemers in dienst hebben, bij 5 FTE.

De grenzen zijn gesteld op basis van een gelijkmatige verdeling tussen de groepen groot en klein. Bij opdrachtnemers zijn een aantal marktpartijen meegenomen in het onderzoek waarbij het aandeel zzp-ers in de markt hoog is, zoals schilders, stukadoors, tegelzetters, installateurs en klusbedrijven. Bij schildersbedrijven is het aandeel zzp-ers in de markt bijvoorbeeld 65%. Om deze reden ligt de grens tussen groot en klein bij opdrachtnemers veel lager. Bovendien zijn de zojuist genoemde marktpartijen oververtegenwoordigd in de groep kleine opdrachtnemers.

In paragraaf 1.2 worden de belangrijkste resultaten van de segmentatie analyse onder opdrachtnemers getoond en in paragraaf 1.3 worden de resultaten voor de opdrachtgevers weergegeven.

4.7.1

Segmentatie analyse opdrachtnemers

In de acquisitiefase valt vooral op dat de ervaringen die grote opdrachtnemers hebben met de wederpartij over het algemeen beter zijn dan bij de kleine opdrachtnemers. Met name de ervaringen omtrent een eerlijke kans bij intekening zijn beduidend positiever bij de grote opdrachtnemers. Voor de kleine opdrachtnemers zijn de criteria van de opdracht vaker helder. Dit valt te verklaren uit het feit dat projecten die aan kleine opdrachtnemers worden verstrekt over het algemeen minder complex zijn.

71


Acquisitie fase – Opdrachtnemers (% mee eens + % zeer mee eens) Groot

Klein

Verschil

Eerlijke kans bij intekening (verwacht)

64%

65%

0%

Eerlijke kans bij intekening (ervaring niet gekregen project)

65%

58%

7%

Eerlijke kans bij intekening (ervaring laatst afgeronde project)

70%

57%

13%

Criteria opdracht helder (verwacht)

78%

85%

-7%

Criteria opdracht helder (ervaring niet gekregen project)

66%

58%

8%

Criteria opdracht helder (ervaring laatst afgeronde project)

81%

80%

1%

Heldere toelichting afwijzing (verwacht)

65%

61%

3%

Heldere toelichting afwijzing (ervaren)

42%

42%

0%

Toelichting bij opstellen offerte (verwacht)

92%

86%

6%

Toelichting bij opstellen offerte (ervaren)

75%

66%

9%

Eerlijke verdeling van risico‟s (verwacht)

60%

65%

-4%

Eerlijke verdeling van risico‟s (ervaren)

58%

64%

-6%

In de uitvoerende fase liggen de verwachtingen en ervaringen van kleine en grote opdrachtnemers dichter bij elkaar. De verwachting omtrent de kick-off meeting aan het begin van een project is wel significant hoger bij de grote opdrachtnemers. Uitvoerende fase – Opdrachtnemers (% mee eens + % zeer mee eens) Groot

Klein

Verschil

Kick-off meeting (verwacht)

76%

69%

7%

Kick-off meeting (ervaren)

65%

59%

5%

Tijdige informatie opdrachtgever (verwacht)

80%

86%

-5%

Tijdige informatie opdrachtgever (ervaren)

62%

59%

2%

Positieve houding opdrachtgever bij problemen (verwacht)

89%

88%

1%

Positieve houding opdrachtgever bij problemen (ervaren)

77%

80%

-3%

Voor wat betreft de opleverfase zijn de verwachtingen en ervaringen van de grote en kleine opdrachtnemers duidelijk verschillend op een aantal punten. Met name de ervaring en verwachting omtrent een stipte betaling door de opdrachtgever en een gezamenlijke projectevaluatie zijn bij de kleine opdrachtnemers beter dan bij de grote opdrachtnemers.

72


Opleverfase – Opdrachtnemers (% mee eens + % zeer mee eens) Groot

Klein

Verschil

Stipte betaling opdrachtgevers (verwacht)

77%

87%

-10%

Stipte betaling opdrachtgevers (ervaren)

57%

71%

-14%

Reële omgang meer/minderwerk opdrachtgever (verwacht)

78%

84%

-5%

Reële omgang meer/minderwerk opdrachtgever (ervaren)

71%

73%

-2%

Gezamenlijk project evalueren (verwacht)

64%

71%

-7%

Gezamenlijk project evalueren (ervaren)

51%

63%

-12%

Uit onderstaande tabel blijkt dat de communicatie en het vertrouwen van de wederpartij bij de kleine opdrachtnemers op alle aspecten beter is dan bij de grote opdrachtnemers. De kleine opdrachtnemers ervaren bijvoorbeeld vaker dat er rekening wordt gehouden met hun belangen en risico‟s.

Vertrouwen – Opdrachtnemers (% mee eens + % zeer mee eens) Groot

Klein

Verschil

Rekening houden met belangen en risico‟s (verwacht)

66%

73%

-6%

Rekening houden met belangen en risico‟s (ervaren)

54%

62%

-8%

Voorziening alle relevante informatie (verwacht)

80%

86%

-6%

Voorziening alle relevante informatie (ervaren)

73%

78%

-4%

Volledig vertrouwen van acquisitie tot oplevering (verwacht)

87%

94%

-7%

Volledig vertrouwen van acquisitie tot oplevering (ervaren)

86%

91%

-5%

Groei vertrouwen tijdens project (verwacht)

81%

84%

-3%

Groei vertrouwen tijdens project (ervaren)

63%

69%

-6%

Op de volgende pagina staan de transitie modellen richting integriteit en transparantie. Op beide thema‟s zijn de grote opdrachtnemers duidelijk verder ontwikkeld dan de kleine opdrachtnemende partijen. Vooral het verschil in de laatste fase is groot. Er zijn nauwelijks kleine opdrachtnemers die al tot een daadwerkelijke gedragsverandering zijn gekomen.

73


Transitiemodel richting integriteit grote opdrachtnemers

Erkennen belang

Herkennen

60%

60%

Vertalen naar eigen organisatie

Inhoudelijk kennen

50%

83%

23%

46%

Gedragsverandering

14%

61%

13%

93%

Transitiemodel richting integriteit kleine opdrachtnemers

Erkennen belang

Herkennen

59%

59%

Vertalen naar eigen organisatie

Inhoudelijk kennen

51%

86%

24%

46%

Gedragsverandering

2%

8%

2%

82%

Transitiemodel richting transparantie grote opdrachtnemers

Erkennen belang

Herkennen

61%

61%

Vertalen naar eigen organisatie

Inhoudelijk kennen

53%

87%

26%

48%

Gedragsverandering

19%

75%

8%

42%

Transitiemodel richting transparantie kleine opdrachtnemers

Erkennen belang

Herkennen

55%

55%

48%

87%

Vertalen naar eigen organisatie

Inhoudelijk kennen

23%

48%

Gedragsverandering

2%

9%

1%

63%

74


4.7.2

Segmentatie analyse opdrachtgevers

Voor wat betreft de acquisitiefase valt op dat er duidelijke verschillen zijn in de verwachtingen en ervaringen die grote en kleine opdrachtgevers hebben. Grote opdrachtgevers verwachten vaker van de wederpartij dat men een bedrijfs- of gedragscode toepast voor integer handelen. Bovendien ervaart men vaker dat dit het geval is. Dit wordt vermoedelijk veroorzaakt door het feit dat grote opdrachtgevers meer zaken doen met grote opdrachtnemers die hier op hun beurt weer vaker over beschikken.

De ervaringen met betrekking tot het wijzen op fouten en tekortkomingen in het bestek door opdrachtnemers en het niet aanbieden van dure relatiegeschenken zijn beter bij de grote opdrachtgevers.

Acquisitie fase – Opdrachtgevers (% mee eens + % zeer mee eens) Groot

Klein

Verschil

Inzage prijsopbouw offerte (verwacht)

84%

72%

12%

Inzage prijsopbouw offerte (ervaren)

80%

80%

0%

Inzicht planning activiteiten offerte (verwacht)

87%

81%

5%

Inzicht planning activiteiten offerte (ervaren)

87%

79%

8%

Tekortkom. bestek aanwijzen door opdrachtnemer (verwacht)

79%

81%

-2%

Tekortkom. bestek aanwijzen door opdrachtnemer (ervaren)

42%

28%

14%

Bedrijfs- of gedragscode opdrachtnemer (verwacht)

89%

62%

27%

Bedrijfs- of gedragscode opdrachtnemer (ervaren)

51%

33%

18%

Geen dure relatiegeschenken (verwacht)

87%

77%

10%

Geen dure relatiegeschenken (ervaren)

68%

53%

15%

Eerlijke verdeling van risico‟s (verwacht)

67%

77%

-11%

Eerlijke verdeling van risico‟s (ervaren)

67%

58%

9%

75


In de uitvoerende fase zijn de ervaringen van de grote opdrachtgevende partijen beduidend positiever voor wat betreft het houden van een kick-off meeting met de opdrachtnemer. Bij de kleine opdrachtgevers zijn de ervaringen omtrent de directe melding door de opdrachtnemer van veranderingen en fouten beter dan bij de grote opdrachtgevers. Wellicht komt dit omdat er bij kleine opdrachtgevers kortere lijnen zijn naar de uitvoerende partij. Uitvoerende fase – Opdrachtgevers (% mee eens + % zeer mee eens) Groot

Klein

Verschil

Kick-off meeting (verwacht)

88%

73%

16%

Kick-off meeting (ervaren)

83%

67%

16%

Updates voortgang zoals afgesproken (verwacht)

87%

85%

2%

Updates voortgang zoals afgesproken (ervaren)

74%

77%

-3%

Bij veranderingen/fouten directe melding (verwacht)

94%

95%

-1%

Bij veranderingen/fouten directe melding (ervaren)

63%

72%

-9%

Positieve houding opdrachtnemer bij problemen (verwacht)

94%

89%

5%

Positieve houding opdrachtnemer bij problemen (ervaren)

81%

83%

-2%

De ervaringen van kleine en grote opdrachtgevers voor wat betreft de opleverfase zijn op de meeste aspecten redelijk gelijk. Er is wel een verschil in de ervaringen op het gebied van een reële omgang met meer-/minderwerk. De kleine opdrachtgevers hebben hier vaker positieve ervaringen mee. Opleverfase – Opdrachtgevers (% mee eens + % zeer mee eens) Groot

Klein

Verschil

Duidelijk/zorgvuldig opgestelde facturen (verwacht)

93%

95%

-3%

Duidelijk/zorgvuldig opgestelde facturen (ervaren)

82%

86%

-4%

Reële omgang meer/minderwerk opdrachtgever (verwacht)

88%

89%

-1%

Reële omgang meer/minderwerk opdrachtgever (ervaren)

71%

82%

-11%

Gezamenlijk project evalueren (verwacht)

79%

73%

6%

Gezamenlijk project evalueren (ervaren)

62%

62%

0%

76


De ontwikkeling van het algemeen vertrouwen en de communicatie met de wederpartij bij opdrachtgevers is weergegeven in de onderstaande tabel. Op deze aspecten hebben meer kleine opdrachtgevers een positieve beoordeling gegeven dan grote opdrachtgevers. Zowel de ervaringen als de verwachtingen omtrent de voorziening van alle relevante informatie en het volledige vertrouwen van acquisitie tot en met oplevering zijn beter bij de kleine opdrachtgevers dan bij de grote opdrachtgevers. Vertrouwen – Opdrachtgevers (% mee eens + % zeer mee eens) Groot

Klein

Verschil

Rekening houden met belangen en risico‟s (verwacht)

81%

88%

-6%

Rekening houden met belangen en risico‟s (ervaren)

66%

72%

-6%

Voorziening alle relevante informatie (verwacht)

84%

98%

-14%

Voorziening alle relevante informatie (ervaren)

70%

81%

-11%

Groei vertrouwen tijdens project (verwacht)

72%

75%

-4%

Groei vertrouwen tijdens project (ervaren)

51%

53%

-2%

Volledig vertrouwen van acquisitie tot oplevering (verwacht)

91%

94%

-3%

Volledig vertrouwen van acquisitie tot oplevering (ervaren)

70%

85%

-14%

Op de volgende pagina staan de transitie modellen richting integriteit en transparantie. Er kan geconcludeerd worden dat de grote opdrachtgevers de voorlopers zijn in de transitie naar vernieuwing van de sector op het gebied van integriteit en transparantie. Op beide thema‟s zijn de grote opdrachtgevers namelijk veel verder gevorderd dan de kleine opdrachtnemende partijen. Vooral het verschil in de laatste drie fasen is groot.

77


Transitiemodel richting integriteit grote opdrachtgevers Erkennen belang

Herkennen

81%

81%

Vertalen naar eigen organisatie

Inhoudelijk kennen

72%

89%

45%

62%

Gedragsverandering

37%

82%

30%

81%

Transitiemodel richting integriteit kleine opdrachtgevers

Erkennen belang

Herkennen

66%

66%

Vertalen naar eigen organisatie

Inhoudelijk kennen

57%

87%

23%

40%

Gedragsverandering

5%

24%

4%

71%

Transitiemodel richting transparantie grote opdrachtgevers Erkennen belang

Herkennen

78%

78%

Vertalen naar eigen organisatie

Inhoudelijk kennen

67%

86%

43%

65%

Gedragsverandering

35%

80%

21%

61%

Transitiemodel richting transparantie kleine opdrachtgevers

Erkennen belang

Herkennen

66%

80%

66%

Vertalen naar eigen organisatie

Inhoudelijk kennen

43%

53%

Gedragsverandering

35%

23%

83%

8%

7%

78


5

Samenvatting & Conclusies

5.1

Inleiding

De bouwsector is uniek in zijn soort gezien het grote aantal partijen dat in steeds wisselende samenstellingen bijeenkomen om een project te verwezenlijken. De complexiteit die achter de unieke aard schuilgaat kan alleen het hoofd geboden worden door samenwerking; samenwerking binnen, maar met name samenwerking tussen opdrachtnemende en opdrachtgevende partijen. Om die reden heeft in het onderzoek de relatie tussen deze partijen centraal gestaan.

Integer en transparant handelen zijn een goed uitgangspunt om op professionele wijze te kunnen samenwerken. De resultaten van dit onderzoek bieden enerzijds handvaten voor partijen in de bouwsector om de eigen organisatie gericht te verbeteren op het gebied van integer en transparant handelen. Anderzijds richt het onderzoek zich op het verbeteren van de samenwerking tussen de verschillende partijen in de bouw.

In 2008 is er tijdens de 0-meting geconcludeerd dat er binnen de bouwsector tussen de opdrachtgevende en opdrachtnemende partijen sprake is van een degelijke vertrouwensrelatie die een goede basis vormt voor verdere professionalisering van de samenwerking. Wederzijdse integriteit en transparantie zijn daarin de centrale thema‟s. Daarnaast is in dit onderzoek aangetoond dat integer en transparant handelen lonen in termen van financiële indicatoren.

Eén van de doelstellingen die ten grondslag ligt aan de 1-meting in 2010 is om te onderzoeken in welke mate de bouwsector de bestaande vertrouwensrelaties verder heeft weten uit te bouwen. In de periode van 2 jaar die tussen de 0-meting en de 1-meting ligt, heeft de Regieraad Bouw in samenwerking met de Vernieuwingspartners initiatieven ontplooid om de verandering in de bouwsector te stimuleren. Echter, gedurende de afgelopen 2 jaar heeft de sector ook te kampen gehad met de gevolgen van de economische recessie.

Bij het beoordelen van de ontwikkeling die heeft plaatsgevonden op het gebied van integer en transparant handelen is het dan ook raadzaam om de resultaten te plaatsen in het huidige tijdskader. Vanwege de grote invloed die de economische recessie heeft op de sector en daarmee ook op het onderzoek, is er in de rapportage ook aandacht besteed wat deze gevolgen zijn voor zowel de sector als de vergelijkbaarheid van het huidige onderzoek met de 0-meting. De nadruk blijft in het rapport uiteindelijk liggen op de reële situatie.

Het onderzoek is wederom bouwbreed uitgevoerd dus alle verschillende partijen die betrokken zijn bij de bouwsector, zijn in het onderzoek meegenomen. In totaal zijn 2.646 personen op management en uitvoerend niveau aan zowel opdrachtgevers- als opdrachtnemers zijde ondervraagd.

79


5.2

Ontwikkeling samenwerking opdrachtgevers en opdrachtnemers

5.2.1

Acquisitiefase

Opdrachtnemers Om de ervaring van opdrachtnemers met opdrachtgevers in de acquisitiefase in kaart te brengen, is gevraagd naar de verwachting en ervaring ten aanzien van: •

Bij intekening het al dan niet hebben van een eerlijke kans op het verkrijgen van een project;

Het helder zijn van criteria op basis waarvan een opdracht verkregen wordt;

Heldere toelichting bij het niet krijgen van een project;

Met vragen terecht kunnen bij de opdrachtgever tijdens het opstellen van een offerte;

Voor aanvang van het project een eerlijke verdeling van risico‟s tussen opdrachtgever en –nemer.

De verwachtingen ten aanzien van bovenstaande aspecten zijn positief: in verreweg de meeste gevallen is minimaal 60% van de opdrachtnemers het op een positieve manier eens met de stellingen. De ervaring met het laatst afgeronde project volgt doorgaans de positieve lijn in de verwachtingen.

Grootste tekortkoming in deze fase is, evenals in 2008, dat het veelal ontbreekt aan een heldere toelichting bij het niet krijgen van een project. Ook ervaart men nu vaker dan in 2008 dat men niet bij de opdrachtgever terecht kan met vragen tijdens het opstellen van een offerte. Mogelijke oorzaak hiervan zou kunnen zijn dat er momenteel een groter aantal partijen op een project inschrijven dan in 2008 en de opdrachtgever daarom niet meer bereid is om iedere partij van een uitgebreide toelichting te voorzien.

Positieve ontwikkelingen in de acquisitiefase ten opzichte van twee jaar geleden zijn ook waargenomen. Zo zijn de criteria waarop een opdracht wordt vergeven vaker helder voor de opdrachtnemer, zowel bij de projecten die men wel als bij de projecten die men niet heeft gekregen. Hiermee samenhangend zijn ook meer opdrachtnemers van mening dat men een eerlijke kans heeft gehad bij intekening op het project.

Opdrachtgevers De andere zijde van de relatie in de acquisitiefase heeft betrekking op hoe opdrachtgevers de opdrachtnemers ervaren op de volgende aspecten: •

Inzage in de prijsopbouw van een offerte;

Inzicht in planning van de verschillende activiteiten bij een offerte;

Gewezen worden op fouten/tekortkomingen in de opdracht / het bestek;

Toepassen van een bedrijfs- of gedragscode voor integer handelen;

Niet aanbieden van dure (> €75) relatiegeschenken;

Voor aanvang van het project een eerlijke verdeling van risico‟s tussen opdrachtgever en –nemer.

80


Opdrachtgevers zijn in hun verwachtingen ten aanzien van opdrachtnemers in de acquisitiefase uitgesproken positief. Ten opzichte van bijna alle aspecten in de acquisitiefase gaan verwachtingen boven 70%.

Op twee aspecten heeft de branche op basis van de ervaringen van opdrachtgevers een negatieve ontwikkeling meegemaakt. De opdrachtgevers worden minder gewezen op de tekortkomingen of fouten in het bestek. Dit duidt erop dat opdrachtnemers deze informatie mogelijk liever voor zichzelf houden om een concurrentievoordeel te hebben op andere opdrachtnemers tijdens de acquisitiefase. Daarnaast komt het ook weer iets vaker voor dat er dure relatiegeschenken worden aangeboden door opdrachtnemers. Van de opdrachtgevers heeft 30% ervaren dat één van de inschrijvende partijen tijdens het laatst afgeronde project een dergelijk geschenk aanbood.

De meest positieve ontwikkeling die zich de afgelopen twee jaar heeft voorgedaan is het feit dat de offertes de opdrachtgevers meer inzicht bieden. De offerte biedt enerzijds meer inzicht in de prijsopbouw en anderzijds in de planning van de verschillende activiteiten. Ook wordt er vaker een bedrijfs- of gedragscode voor integer handelen toegepast door de opdrachtnemer. Daarnaast vindt ook een groter deel van de opdrachtgevers dat er voor aanvang van een project een eerlijke verdeling is van de risico‟s die opdrachtgever en –nemer moeten dragen.

5.2.2

Uitvoerende fase

Opdrachtnemers Met betrekking tot verwachtingen en ervaringen in de uitvoerende fase zijn de volgende aspecten voorgelegd: •

Project vangt aan met een kick off meeting waar opdrachtgever en –nemer aanwezig zijn;

Tijdig geïnformeerd worden door opdrachtgevers bij zaken die het bedrijfsproces kunnen beïnvloeden;

Positieve en welwillende houding opdrachtgevers bij problemen tijdens de uitvoer.

Ook in de uitvoerende fase heeft het merendeel van de respondenten positieve verwachtingen ten aanzien van bovenstaande aspecten. De ervaringen blijven op alle drie aspecten wel achter op de verwachtingen maar zijn grotendeels nog steeds positief. In de praktijk blijkt er veelal geen kick off meeting gehouden te worden; dit gebeurt vaker dan men wenselijk acht (gezien de verwachtingen).

Minder groot, maar opvallend aandachtspunt is dat bij verschillende opdrachtnemende partijen doorgaans één op de tien aangeeft niet tijdig geïnformeerd te zijn door opdrachtgevers als zich zaken voordeden die het bedrijfsproces beïnvloedden.

Over het geheel genomen kan echter gesteld worden dat de ervaringen de positieve verwachtingen grotendeels volgen in de uitvoerende fase.

Wat betreft de oordelen is er weinig verschil met de acquisitiefase. Ook in de uitvoerende fase krijgen gemeenten doorgaans een relatief lage waardering en particulieren consequent een relatief hoge.

81


Opdrachtgevers Aan de opdrachtgevers zijn voor de uitvoerende de volgende aspecten voorgelegd: •

Project vangt aan met een kick off meeting waar opdrachtgever en –nemer aanwezig zijn;

Door opdrachtnemers op vooraf afgesproken momenten op de hoogte gehouden worden over de voortgang;

Opstelling opdrachtnemers positief en welwillend bij problemen tijdens uitvoer;

Bij veranderingen en fouten in ontwerp, uitvoer of kosten direct op de hoogte gesteld worden.

Ongeacht welk van bovenstaande aspecten voorgelegd wordt, heeft minimaal 80% van de opdrachtgevers positieve /hoge verwachtingen ten aanzien van deze aspecten. Maar, logischerwijs, blijkt, net als bij de opdrachtnemers, de kick-off meeting niet altijd plaats te vinden. Daarnaast blijkt in de praktijk de directe melding van fouten en veranderingen tijdens de uitvoer niet altijd aan de hoge verwachtingen te kunnen voldoen.

5.2.3

Opleveringsfase

Opdrachtnemers Ten aanzien van de opleveringsfase zijn de volgende aspecten voorgelegd: •

Stipt op tijd betaald worden;

Reëel omgaan met meerwerk;

Projecten samen met opdrachtgever evalueren.

Van de opdrachtnemers heeft minimaal 65% op bijna alle aspecten positieve verwachtingen met opdrachtgevers. De ervaring is ook overwegend positief zij het in iets mindere mate dan de verwachtingen die men heeft.

In vergelijking met twee jaar geleden zijn de verwachtingen die de opdrachtgevers hebben sterk gedaald. De opdrachtnemers verwachten dat opdrachtgevers minder stipt zullen zijn met betalingen en de reële omgang met meerwerk. Echter de ervaring die men heeft is amper veranderd ten opzichte van 2008. Wel is er een duidelijke teruggang in het aantal projecten dat gezamenlijk wordt geëvalueerd. Tijdens de 1-meting gaf 57% van de opdrachtnemers aan het laatste project gezamenlijk met de opdrachtgever te hebben geëvalueerd.

Opdrachtgevers De volgende aspecten zijn voorgelegd: •

Duidelijk en zorgvuldig opgestelde facturen;

Reële omgang met meer-/minderwerk;

Projecten samen met opdrachtnemer evalueren.

In de opleveringsfase zijn de verwachtingen ten aanzien van de opdrachtnemers hoog; de feitelijke ervaring is echter iets minder positief. Desalniettemin is de ervaring die opdrachtgevers hebben in de opleveringsfase wel

82


sterk verbeterd gedurende de afgelopen twee jaar. Opvallend is dat opdrachtgevers een stijging zien in het aantal projectevaluaties dat wordt uitgevoerd. Volgens de opdrachtgevers wordt 62% van de projecten gezamenlijk met de opdrachtnemer geëvalueerd.

5.2.4

Algemeen vertrouwen en communicatie

Rond de thema‟s integriteit en transparantie zijn vertrouwen en communicatie de sleutelwoorden die door de verschillende fasen van het bouwproces heenlopen. Vanuit die wetenschap zijn, net als ten aanzien van de drie fasen, ook over aspecten die vertrouwen en communicatie in kaart brengen verwachtingen en ervaringen voorgelegd.

Aan beide partijen zijn de volgende aspecten voorgelegd: •

Vertrouwen dat wederpartij rekening houdt met belangen en risico‟s;

Vertrouwen voorziening alle relevante informatie;

Volledig vertrouwd worden van acquisitie tot en met oplevering;

Vertrouwen tijdens het project in opdrachtgever is gegroeid.

Opdrachtnemers Ten aanzien van het algemeen vertrouwen van opdrachtnemers in opdrachtgevers valt direct op dat de verwachting en ervaring op de meeste aspecten zeer positief is. Echter, toch ervaart 21% van de opdrachtnemers dat de opdrachtgever niet in voldoende mate rekening houdt met de belangen en risico‟s van de opdrachtnemer.

Ten opzichte van 2008 is het vertrouwen van de opdrachtnemers in de opdrachtgevers afgenomen. Specifiek geven minder opdrachtnemers aan dat de opdrachtgever rekening houdt met de belangen en risico‟s van de opdrachtnemer. Daarnaast geeft slechts tweederde aan dat het vertrouwen in de opdrachtgever gedurende het project is gegroeid terwijl dit in 2008 nog 79% was. De opdrachtnemers ervaren overigens wel dat men zelf meer vertrouwd wordt door de opdrachtnemer. Het verloop van de communicatie tussen beide is geen oorzaak van het teruggelopen vertrouwen. Evenals in 2008 is driekwart van de opdrachtnemers van mening dat de opdrachtgever hen heeft voorzien van alle relevante informatie. Het vertrouwen van de opdrachtgever in de opdrachtnemer is, volgens de opdrachtnemers, wel groter geworden. Maar liefst 89% van de opdrachtnemers geeft aan het volledige vertrouwen te hebben gehad van de opdrachtgever van de acquisitie tot en met de oplevering. Opdrachtgevers Ook bij de opdrachtgevers zijn de ervaringen en verwachtingen die men heeft met de opdrachtnemende partijen over het algemeen zeer positief. Er is onder opdrachtnemers zelfs sprake van een toename in het vertrouwen en ook is de communicatie vanuit de opdrachtnemers volgens de opdrachtgever verbeterd. Meest opvallend is dat nu 75% van de opdrachtgevers van mening is dat de opdrachtnemer hen heeft voorzien van alle relevante informatie terwijl dit tijdens de 0-meting nog maar 60% bedroeg. Hieruit kan geconcludeerd worden dat

83


opdrachtnemers hun communicatie richting opdrachtgever tijdens de uitvoer van een project sterk verbeterd hebben.

5.2.5

Resumerend

Tijdens de 0-meting bleek in de acquisitiefase de eerlijke verdeling van risico‟s het grootste verbeterpunt. Een heldere communicatie tussen opdrachtnemer en opdrachtgever is vereist om tot transparante afspraken over de verdeling van risico‟s te komen alvorens een project te starten. Deze communicatie tussen beide lijkt sterk te zijn verbeterd. Dit blijkt bijvoorbeeld uit het resultaat bij opdrachtgevers, die duidelijk meer tevreden zijn over de inzichten die de offertes van de opdrachtnemers bieden. Doordat de offerte al meer duidelijkheid schept dan voorheen is de eerste stap in de goede richting gezet naar een eerlijke verdeling van de risico‟s. Dit resulteert ook in een sterke toename bij opdrachtgevers in de ervaring die zij hebben met een eerlijke verdeling van de risico‟s.

In de uitvoerende fase is de verwachting die men tijdens deze fase van elkaar heeft eigenlijk niet verandert. Wel is er een positieve ontwikkeling te zien in de ervaringen die de opdrachtgevers hebben met opdrachtnemers. Er wordt vaker een kick-off meeting gehouden en ook gedurende het project wordt er beter door de opdrachtnemers gecommuniceerd. Opdrachtnemers zijn minder tevreden met het tijdig informeren vanuit opdrachtgevers zijde bij zaken die het bedrijfsproces kunnen beïnvloeden. In de voorfase van dit onderzoek bleek al dat het over en weer informeren van elkaar essentieel is; vooral vanuit opdrachtgevers zijde is hierin verbetering wenselijk. Achtergrond is dat men zich bewust dient te zijn van de belangen van de ander; men veronderstelt doorgaans geen kwaadwillendheid bij de ander, maar is zich bewust van de complexiteit en de moeilijkheid van de ander om hier zonder ervaring een goede inschatting van te maken.

In de opleveringsfase zien we dat ter afronding en evaluatie van het project de partijen beduidend minder met elkaar om de tafel gaan dan verwacht/gewenst. Ruim één derde van alle uitgevoerde projecten wordt na afloop niet gezamenlijk geëvalueerd.

In vergelijking met de 0-meting kan in zijn algemeenheid geconcludeerd worden dat de verwachtingen en de ervaringen dichter bij elkaar zijn komen te liggen. Dit is doorgaans op de lange termijn een logisch gevolg van het feit dat verwachtingen worden gebaseerd op de ervaringen die men opdoet. Wel geldt evenals in de 0-meting nog steeds dat er in de bouw over en weer (tussen opdrachtgevers en -nemers) overwegend positieve ervaringen zijn. Of het nu gaat over opdrachtnemers of opdrachtgevers en of het nu in de acquisitie-, uitvoerende of opleveringsfase is, men heeft overwegend positieve ervaringen ten aanzien van het laatst afgeronde project. De verwachtingen naar de wederpartij liggen echter veelal nog hoger: enerzijds een positief teken dat er hoge verwachtingen gekoesterd worden, anderzijds aanleiding om te blijven verbeteren.

Zoals al eerder aangegeven zijn er ook een aantal negatieve ontwikkelingen geconstateerd. Zo zien we dat opdrachtnemers hun opdrachtgever op een aantal aspecten behoorlijk lager beoordelen dan 2 jaar geleden. Met

84


name op het gebied van informatieverstrekking door de opdrachtgever en het vertrouwen dat opdrachtnemers hebben in de opdrachtgever. Een groter deel van de opdrachtnemers is momenteel van mening dat de opdrachtgever van het laatst afgeronde project hen niet tijdig heeft geĂŻnformeerd bij zaken die voor de opdrachtnemer van belang zijn. Daarnaast beamen minder opdrachtnemers dan voorheen dat zij gedurende de uitvoer van het project meer vertrouwen hebben gekregen in de opdrachtgever. Dit verminderde vertrouwen in de opdrachtgever hangt samen met het feit dat men ook van mening is dat de opdrachtgevers minder rekening houden met de belangen en risicoâ€&#x;s van de opdrachtnemer. Het is goed mogelijk dat de veranderende marktomstandigheden debet zijn aan deze negatieve veranderingen. De 0-meting die is gehouden in het begin van 2008 vond plaats ten tijden van hoogconjunctuur. De economische recessie, waardoor er minder bouwprojecten zijn, heeft er toe geleid dat de opdrachtgever meer aan de macht is. Over het algemeen zijn de beoordelingen tijdens de 1-meting door de opdrachtgever over opdrachtnemers meer gestegen dan vice versa. Het lijkt er daarom ook op dat partijen afhankelijk van de situatie waarin zij zich bevinden anders gaan acteren. Echter uiteindelijk zijn beide partijen gebaat bij een zo goed mogelijke samenwerking op de lange termijn. Gezien de recentelijk ontwikkelingen waaruit blijkt dat de machtverhouding in korte tijd kan verschuiven blijkt wel dat partijen ten alle tijden integer en transparant moeten zijn richting de wederpartij.

Het gaat in deze totaalrapportage uiteraard wel om een samenvoeging van verschillende marktpartijen dat wil zeggen dat niet elk negatief aspect voor iedere marktpartij relevant is. De deelrapportages bieden de Vernieuwingspartners de concrete handvaten om binnen het segment waarin zij operen doelgericht aandacht te besteden aan de aspecten waarop men, al dan niet als gevolg van de economische situatie, als sector minder is gaan presteren in de ogen van de samenwerkende partijen.

5.3

Status in veranderingsproces

Om te bepalen in hoeverre de boodschap ten aanzien van integer en transparant handelen die de Vernieuwingspartners de afgelopen jaren hebben uitgedragen de markt bereikt heeft en in welke mate de verschillende partijen in de bouwkolom deze informatie hebben omgezet tot interne gedragsverandering is een theoretisch model opgesteld.

Herkennen

Erkennen belang

Inhoudelijk kennen

Vertalen naar eigen organisatie

Gedragsverandering

Uit dit model komt naar voren dat de opdrachtnemers minder vaak kennis hebben genomen van de informatie op het gebied van integer handelen, die onder meer door de Vernieuwingspartners is verspreid. Tevens hebben de opdrachtnemers die hier wel kennis van hebben genomen en het belang inzien van een integriteitbeleid binnen

85


de eigen organisatie er moeite mee om de informatie hierover te vertalen naar de eigen organisatie. Ook voor het thema transparantie toont het model een vergelijkbaar beeld.

De drempels tot verandering bij opdrachtnemers liggen volgens dit model dan ook met name bij de desinteresse die er is onder een aanzienlijk deel van de opdrachtnemers voor de thema‟s. Daarnaast blijkt de daadwerkelijke vertaalslag een lastige horde om te nemen voor de opdrachtnemers die wel het belang erkennen van de thema‟s. Opdrachtgevers hebben derhalve meer interesse in de thema‟s integriteit en transparantie. Echter voor het merendeel van de opdrachtgevers reikt de verandering niet verder dan het kennis nemen van de thema‟s en er het belang van inzien. Slechts iets meer dan een derde van de opdrachtgevers gaat een stap verder en verdiept zich in de actieprogramma‟s die er zijn om het integer en transparant handelen binnen de eigen organisatie te bevorderen. Dit is onder de opdrachtgevende partijen dan ook de grootste drempel in het veranderingsproces dat moet leiden tot een gedragsverandering binnen de organisatie.

5.4

Economische recessie

Voorafgaand aan het onderzoek was er bij alle partijen die erbij betrokken zijn, het besef dat de onderzoeksresultaten van de 1-meting zouden worden beïnvloed door de economische recessie die de afgelopen twee jaar zijn stempel op de sector heeft gedrukt. De 0-meting had immers plaatsgevonden in het eerste kwartaal van 2008 toen er nog sprake was van hoog-conjunctuur. Wat het effect precies zou zijn op het integer en transparant handelen van de diverse partijen in de bouwkolom en hoe groot dit effect precies zou zijn was vooraf moeilijk in te schatten. Het was wel zeker dat de organisaties die deel zouden nemen aan het kwantitatief onderzoek zich in andere omstandigheden zouden bevinden. Nochtans konden de gevolgen van de huidige marktsituatie in het onderzoek niet onderbelicht blijven.

Resultaten uit de 1-metingen bevestigen de invloed die de recessie heeft op de sector; slechts 23% van de opdrachtnemers en 17% van de opdrachtgevers ervaart geen gevolgen van de recessie. Om te bepalen wat de invloed is van de economische recessie op het onderzoek, is een hypothetische situatie geschetst met als uitgangspunt een vergelijkbare omzetontwikkeling in de huidige markt in vergelijking met ruim twee jaar geleden. Dit betekent dat het aantal bedrijven dat te kampen heeft met een omzetdaling in een gewogen steekproef gelijk is gesteld aan het aantal bedrijven met een omzetdaling ten tijde van de 0-meting.

Onder opdrachtnemers komt er een zeer eenduidig beeld naar voren. De recessie heeft onder opdrachtnemers een dempende uitwerking op de ervaringen met opdrachtgevende partijen en het vertrouwen dat men in deze partijen heeft; indien de recessie niet zou hebben plaatsgevonden, zou er in veel gevallen in plaats van een achteruitgang juist sprake zijn geweest van een verbetering ten opzichte van 2008.

86


Onder de commerciële opdrachtgevers komt dit beeld iets minder sterk naar voren doordat de ervaringen in sommige gevallen beter zijn wanneer de recessie wel wordt meegenomen in de resultaten. Bijvoorbeeld de kick-off meeting wordt nu vaker gehouden dan wanneer er geen economische recessie zou zijn geweest. Blijkbaar heeft men als gevolg van de economische recessie meer tijd voor een kick-off ofwel hecht men hier meer belang aan.

Concluderend kan gesteld worden dat de belangrijkste invloed van de economische recessie is geweest dat opdrachtnemer en opdrachtgever minder vertrouwen in elkaar hebben. Daarnaast kan uit de hypothetische analyse, waarin de bedrijven met een positieve omzetontwikkeling zwaarder meewegen dan de bedrijven met een negatieve omzetontwikkeling, de conclusie getrokken wo rden dat bedrijven die te maken hebben met een omzetgroei positiever zijn over de wederpartij met wie zij samenwerken dan de bedrijven met een negatieve omzetontwikkeling.

5.5

Voorlopers in het veranderingsproces

In het laatste hoofdstuk van de rapportage zijn een aantal analyses gedaan om te achterhalen welke groepen vooroplopen in de transitie. Het gaat bij deze analyses niet over een eventuele schuldvraag of oordeelvorming; maar juist om te bepalen in welke fasen verschillende segmenten zich bevinden en op welke wijze zij gestimuleerd kunnen worden om een vervolgstap te maken in het transitieproces.

Allereerst is een onderscheid gemaakt tussen commerciële en publieke opdrachtgevers. De verwachtingen die opdrachtnemers hebben van de opdrachtgevende partijen in de acquisitie, uitvoerende- en opleveringsfase liggen bij publieke opdrachtgevers aanzienlijk hoger dan bij commerciële opdrachtgevers. De ervaringen van de opdrachtnemers met publieke opdrachtgevers zijn over het algemeen ook beter. De opdrachtnemers hebben vaker een eerlijke kans bij intekening en ontvangen een heldere toelichting in geval van afwijzing. Daarnaast wordt er met een publieke opdrachtgever vaker een kick-off meeting gehouden en gaat de publieke opdrachtgever volgens de opdrachtnemer reëler om met meerwerk. De commerciële opdrachtgevers doen het in de ogen van de opdrachtnemer daarentegen beter in het voorzien van de opdrachtnemer van alle relevante informatie en zorgen voor een eerlijke verdeling van de risico‟s tussen beide partijen.

In het transitieproces zijn de publieke opdrachtgevers vaak wat verder dan commerciële opdrachtgevers. Volgens het model heeft de helft van de publieke opdrachtgevers zich verdiept in de actieprogramma‟s om integer en transparant handelen te bevorderen. Een derde van de publieke opdrachtgevers heeft tevens een daadwerkelijke gedragsverandering bewerkstelligd op het gebied van integer handelen. De prioriteit bij deze groep opdrachtgevers lijkt daarom te liggen bij het vergoten van de inhoudelijke kennis van de andere helft van de publieke opdrachtgevers die hier nog in onvoldoende mate over beschikken.

87


De meerderheid van de commerciële opdrachtgevers erkent wel het belang van de thema‟s maar heeft inhoudelijk gezien nog onvoldoende kennis van de thema‟s. Bovendien zien we dat de commerciële opdrachtgevers die wel deze kennis vergaard hebben, moeite hebben om dit te vertalen naar de eigen organisatie. Naast het vergroten van het aantal bedrijven dat kennis opdoet via actieprogramma‟s op het gebied van integer en transparant handelen zal ook beter gecommuniceerd moeten worden hoe deze partijen de opgedane kennis binnen de eigen organisatie in de praktijk kunnen brengen.

Ten opzichte van de commerciële en publieke opdrachtgevers zijn bouw- en infrabedrijven duidelijk nog minder ver in het interne transitieproces. Dit valt met name op bij de gespecialiseerde aannemers die vaak in onderaanneming bij een bouwproject betrokken zijn. Bij deze groep heeft respectievelijk 6% en 4% een gedragsverandering gerealiseerd op de thema‟s integriteit en transparantie. Bij de bouw- en infra bedrijven, waarvan een deel regelmatig als hoofdaannemer zal opereren, zijn deze percentages tweemaal zo groot. Blijkbaar werkt de aandacht die de opdrachtgevers schenken aan de thema‟s integriteit en transparantie nog niet door op de gehele bouwkolom maar uitsluitend op de partij met wie men direct zaken doet. Vermoedelijk zullen opdrachtgevers wel eisen stellen aan integer en transparant handelen aan de partij met wie zij direct om tafel zitten, maar komen deze eisen in de laag eronder minder nadrukkelijk aan bod. Ten slotte is er een vergelijking gemaakt tussen de partijen die de thema‟s integer en transparant handelen inhoudelijk kennen en degenen die nog niet bezig zijn geweest met de thema‟s. Omdat in het onderzoek de marktpartijen niet zichzelf hebben beoordeeld op het laatst uitgevoerde project maar juist de wederpartij, kan er geen direct verband worden gelegd tussen de fase waarin men zich bevindt in het transitieproces en de wijze waarop men is beoordeeld tijdens het laatst uitgevoerde project. Wel kunnen we er vanuit gaan dat als een samenwerking tussen twee partijen goed verloopt men eerder geneigd zal zijn de ander goed te beoordelen dan wanneer er strubbelingen zijn geweest in de samenwerking. Het is daarmee dus aannemelijk dat partijen die de wederpartij zeer goed beoordelen waarschijnlijk een project hebben uitgevoerd dat goed verlopen is. Vanuit die gedachten kunnen we uit de resultaten van paragraaf 4.5 concluderen dat partijen die ver gevorderd zijn binnen de eigen organisatie met betrekking tot een gedragsverandering naar integer en transparant handelen, betere ervaringen hebben gehad in de samenwerking met de wederpartij tijdens het laatst uitgevoerd project. Deze bevinding onderschrijft de gedachten dat integer en transparant handelen zal leiden tot een betere samenwerking tussen de verschillende partijen in de bouw.

88


6

Bijlagen

6.1

Bijlage 1: Achtergrond

Marktpartijen per deelgroep Advies en Ontwerp

Architecten, ingenieurs, technisch adviseurs B&U, technisch adviseurs GWW, installatie adviseurs

Bouw- en infrabedrijven

Aannemers GWW, Aannemers B&U

Gespecialiseerde aannemers

Glaszetters, klussenbedrijf, timmermannen, schilders, stukadoors, tegelzetters, vloerbedrijven, montagebedrijven, dakdekkers, loodgieters, installateurs elektro, CV installateurs, ijzerwarenhandel, fabrikant (bouw), technische groothandel, sanitair groothandel, timmer groothandel, bouwmaterialenhandel, bouwmarkt

Publieke opdrachtgevers

Woningbouwcorporaties, gemeenten, provincies, waterschappen, Rijksgebouwendienst, Rijkswaterstaat

CommerciĂŤle opdrachtgevers

Projectontwikkelaars, opdrachtgevende aannemers

Laatst afgeronde project - Type Opdrachtnemers

Opdrachtgevers

Utiliteitsbouw

38%

28%

Woningbouw

52%

52%

Infra / GWW

6%

18%

Anders

1%

0%

Weet niet/geen mening

2%

2%

Nieuwbouw

41%

55%

Renovatie

55%

40%

Weet niet/geen mening

5%

4%

89


Laatst afgeronde project - Positie in portfolio Opdrachtgevers EĂŠn van de vele projecten

75%

Uniek project

23%

Weet niet/geen mening

3% Laatst afgeronde project – Totstandkoming eerste contact Opdrachtnemers

Schriftelijk/telefonisch middels offerte aanvraag

24%

Bestaande relatie

58%

Toevallige ontmoeting

2%

Wij hebben contact gezocht

3%

Mond tot mond reclame

2%

Via via

2%

Anders, namelijk

5%

Weet niet/geen mening

3%

90


Opdrachtgevende partijen Laatste projecten

Afgelopen 3 jaar

Particulier

43%

31%

Gemeente

5%

19%

Rijksgebouwendienst

1%

3%

Rijkswaterstaat

1%

3%

Onderwijsinstelling

2%

9%

Woningbouwcorporatie

5%

15%

Projectontwikkelaar

4%

11%

Bedrijven (tbv bedrijfs/kantoorpanden)

10%

22%

Aannemer

20%

29%

Gespecialiseerde aannemer

1%

6%

Installateur

1%

6%

Provincie

0%

0%

Zorginstelling

1%

1%

Overheid

1%

21%

Stichting

1%

0%

Architecten

0%

1%

Anders

4%

6%

-

1%

1%

6%

Geen andere opdrachtgevers Weet niet/geen mening

91


Opdrachtnemende partijen Laatste projecten

Afgelopen 3 jaar

Aannemers

62%

16%

Architectenbureaus

2%

26%

Bouwmaterialenhandel

0%

10%

Gespecialiseerde aannemers

5%

17%

Ingenieursadviesbureaus

1%

19%

Installateurs

5%

22%

Toeleverende industrie (fabrikanten)

0%

10%

ZZP-ers

3%

17%

Woningbouwcorporaties

0%

21%

Anders

14%

12%

-

1%

8%

10%

Geen andere opdrachtgevers Weet niet/geen mening

Achtergrondvariabelen - 1 Opdrachtnemers

Opdrachtgevers

Leeftijd

47,2

46,4

Aantal jaar werkzaam bij organisatie

15,1

14,0

Aantal jaar werkzaam in de bouw

24,7

22,3

92


Achtergrondvariabelen - 2 (Opleiding) Opdrachtnemers

Opdrachtgevers

Lagere school

2%

1%

LTS/LBO/Mavo/Mulo/VMBO

21%

10%

Havo/VWO

3%

2%

MTS/Meao/MBO

34%

22%

HBO

30%

47%

WO

9%

14%

Postdoctorale opleiding

0%

0%

Anders

2%

2%

Wil niet zeggen

1%

2%

Achtergrondvariabelen - 3 (Verdeling omzet) Opdrachtnemers Onderaanneming

26%

Openbare aanbestedingen

6%

Eigen ontwikkeling

10%

Direct via particuliere opdrachtverstrekking

38%

Direct via verstrekking via bedrijven

23%

93


6.2

Bijlage 2: Vragenlijst

VRAGENLIJST REGIERAAD BOUW Onderzoek Integriteit en transparantie 2010 Achtergrond Onderstaande vragenlijst zal ten grondslag liggen aan de kwantitatieve fase van het onderzoek naar integer en transparant handelen in de bouw.

Het gekozen model en de specifieke invulling ervan hebben hun basis in de kwalitatieve voorfase van dit onderzoek; de kwalitatieve voorfase bestond uit desk research en diepte-interviews.

De opbouw en invulling van het model zijn terug te vinden in de (samenvatting van de) verslaglegging van de kwalitatieve voorfase.

In de vragenlijst worden de volgende blokken onderscheiden. Blok A: Kenmerken laatst afgeronde project Blok B: Stellingen opdrachtnemende partijen Blok C: Stellingen opdrachtgevende partijen Blok D: Integriteit en transparantie binnen de eigen organisatie Blok E: Veranderingsproces richting integer en transparant handelen Blok F: Economische crisis Blok G: Bedrijfseconomische gegevens Blok H: Achtergrondvariabelen

BLOK A: KENMERKEN LAATST AFGERONDE PROJECT 1.

Ik wil u straks een aantal stellingen voorleggen met betrekking tot het project dat u (/uw organisatie) het meest recent af heeft gerond. Vandaar dat ik graag eerst een aantal kenmerken wil weten van dat laatst afgeronde project. Betrof het project een werk in de utiliteitsbouw, woningbouw of in de grond, weg- en waterbouw (GWW/Infra)?

0

Utiliteitsbouw

0

Woningbouw

0

Infra / (Grond Weg-, Waterbouw)

0

Anders, namelijk‌.

2.

En betrof het nieuwbouw of renovatie?

0

Nieuwbouw

0

Renovatie

94


3.

Welke partij was #opdrachtgever/opdrachtnemer#? (afhankelijk van rol respondent)

Opdrachtgevend

Opdrachtnemend

Particulier, Gemeente, Rijksgebouwendienst,

Aannemers, Architectenbureaus, Bouwmaterialenhandel, Gespecialiseerde

Rijkswaterstaat, Onderwijsinstelling,

aannemers, Ingenieursadviesbureaus, Installateurs, Toeleverende industrie

Woningbouwcorporatie, Projectontwikkelaar,

(fabrikanten), Zzp‟ers, Anders namelijk…

Bedrijven (t.b.v. bedrijfs/kantoorpanden), Aannemer, Gespecialiseerde aannemer, Installateur, Anders namelijk.

4.

En met welke andere opdrachtgevers / opdrachtnemers heeft u de afgelopen 5 jaar ook projecten gedaan?

Opdrachtgevend

Opdrachtnemend

Particulier, Gemeente, Rijksgebouwendienst,

Aannemers, Architectenbureaus, Bouwmaterialenhandel, Gespecialiseerde

Rijkswaterstaat, Onderwijsinstelling,

aannemers, Ingenieursadviesbureaus, Installateurs, Toeleverende industrie

Woningbouwcorporatie, Projectontwikkelaar,

(fabrikanten), Zzp‟ers, anders namelijk

Bedrijven (t.b.v. bedrijfs/kantoorpanden), Aannemer, Gespecialiseerde aannemer, Installateur, Anders namelijk.

5. 0

6. 0

7.

En terug naar het laatst afgerond project: wat was de omvang van het project? (in euro‟s)? …€

Wat was de doorlooptijd van het project? (in maanden) … maanden

[Indien opdrachtgever] Was het project voor u als opdrachtgever één van de vele projecten die u regelmatig uitvoert of betrof het een uniek project wat betreft aanbestedingswijze, organisatievorm en bouwsystematiek?

0

8.

Één van de vele projecten

0

Uniek project

0

Weet niet / Geen mening

Op welke wijze is het laatst afgeronde project verkregen/vergeven? (spontane vraag; helpen mag)

0

Openbare aanbestedingen

0

Onderhands alleen

0

Anders, namelijk…

0

Onderhands in concurrentie

0

Eigen ontwikkeling

0

Weet niet / Geen mening

0

Directe (particuliere) opdrachtverstrekking

0

Directe verstrekking (via bedrijven)

95


9. 0

Binnen welke contractvorm werd gewerkt? (spontane vraag; helpen mag) Uitvoer zonder ontwerp

0

Design, Build, Maintain (DBM)

0

Anders, namelijk…

Design, Build, Finance, Maintain (DBFM)

0

Weet niet / Geen mening

0

Ontwerp zonder uitvoer

0

0

Design en Build (DB)

0

Design, Build, Finance, Maintain,

0

Operate (DBFMO) 0

Publieke private samenwerking (PPS)

0

Prestatiebestek

0

Design & Construct (D&C)

0

Raamcontract

0

Engineering & Construct (E&C)

10. Binnen welke type contractvormen heeft u in 2009 gewerkt? 0

Uitvoer zonder ontwerp

0

Design, Build, Maintain (DBM)

0

Anders, namelijk…

0

Ontwerp zonder uitvoer

0

Design, Build, Finance, Maintain (DBFM)

0

Weet niet / Geen mening

0

Design en Build (DB)

0

Design, Build, Finance, Maintain,

0

Operate (DBFMO) 0

Publieke private samenwerking (PPS)

0

Prestatiebestek

0

Design & Construct (D&C)

0

Raamcontract

11.

0

Engineering & Construct (E&C)

(indien opdrachtgever) Op welke wijze heeft u zich, alvorens de acquisitiefase van betreffend project in te gaan, georiënteerd op de markt van aanbieders? (spontane vraag)

0

Informatie ingewonnen bij collega‟s 0

Referentieprojecten geïdentificeerd

0

Niet gedaan

0

Informatie ingewonnen bestaande contacten

Past performance van relaties bekeken

0

Anders, namelijk…

bij

0

12. [opdrachtgevers] De gunning van de opdracht kan plaatsvinden op grond van de laagste prijs of op basis van de prijs / kwaliteitverhouding van de aanbieding. In dat laatste geval wordt gesproken van gunning op basis van economisch meest voordelige inschrijving afgekort EMVI. Welk deel van de projecten uit 2009 is uiteindelijk gekozen voor een partij via het EMVI principe? 0

13. [opdrachtgevers] Bij welk deel van de projecten die in 2010 plaatsvinden zal naar verwachting een partij gekozen worden via het EMVI principe? 0

14. (indien opdrachtnemer) Hoe is het eerste contact tot stand gekomen bij het laatst afgeronde project (spontane vraag) Schriftelijk/telefonisch middels 0 0 0 Toevallige ontmoeting offerte aanvraag 0

Bestaande relatie

0

Wij hebben contact gezocht

0

Anders, namelijk…

96


15. [opdrachtnemer] Wat zijn de criteria geweest bij de keuze van de opdrachtgever voor uw bedrijf bij het laatst verkregen project? 0

Laagste prijs

0

Criteria ten aanzien van

0

Uitsluitingscriteria

beroepsbekwaamheid 0

Economische meest voordelige inschrijving (EMVI)

0

Financieel economische criteria

0

Plan van aanpak

0

Kwalitiet

0

Esthetische en functionele kenmerken

0

Anders, namelijk…

0

Levertijd

0

After sales service

0

0

Past performance

0

Technische criteria

BLOK B: STELLINGEN OPDRACHTNEMENDE PARTIJEN (naast de voorschrijvende en verwerkende partijen betreft dit ook de handel en fabrikanten)

Ik leg u een aantal stellingen voor: aan u de vraag om aan te geven in hoeverre u het ermee eens bent. U kunt antwoorden met zeer mee eens, mee eens, noch eens/noch oneens, mee oneens, zeer mee oneens. [De verwachtingsstellingen (gemarkeerd met een *) worden random gesteld waarbij per blok minimaal één verwachtingsstelling wordt voorgelegd]

B1 1. 2.

3.

Stellingen acquisitiefase t.b.v. opdrachtnemers(/leveranciers) Ik verwacht dat alle partijen die intekenen op een opdracht een eerlijke kans hebben op het krijgen van de opdracht* Bij intekening op het meest recente project dat we niet hebben gekregen, hadden wij een eerlijke kans op het krijgen van het project. Alle partijen die in hebben getekend op het laatst door ons afgeronde project hadden een eerlijke kans op het verkrijgen van dat project.

4.

Ik verwacht dat de criteria op basis waarvan een opdracht vergeven wordt helder zijn.*

5.

De criteria van het meest recente project dat we niet hebben gekregen, waren helder.

6.

De criteria op basis waarvan ik het laatst afgeronde project heb verkregen, waren helder.

7.

Wanneer ik offreer voor een project en het project niet krijg, verwacht ik een heldere toelichting.*

8.

Ik heb een heldere toelichting gekregen op het meest recente project dat we niet hebben gekregen.

9.

Ik verwacht bij het opstellen van de offerte met vragen terecht te kunnen bij de opdrachtgever.*

10.

11. 12.

Voor het laatst afgeronde project kon ik bij het opstellen van de offerte aan de opdrachtgever een toelichting vragen . (antwoord cat toevoegen: „was geen sprake van‟) ‟)

Vóór het tekenen van het contract verwacht ik dat de risico‟ s tussen opdrachtgever en –nemer eerlijk verdeeld zijn.* De risico‟ s van het laatst afgeronde project waren voor het tekenen van het contract tussen opdrachtgever- en nemer eerlijk verdeeld.

97


(hier komen opdrachtgevers terug waar men zaken voor doet, obv vrg 3 en 4) Hoe is uw ervaring met de volgende 13.

opdrachtgevende partijen voor wat betreft de acquisitiefase? U kunt u hierbij antwoorden met een cijfer 1 tot en met 10 waarbij 1 is zeer negatief en 10 zeer positief.

B2 14.

15.

16.

17.

18.

19.

Stellingen uitvoerende fase t.b.v. opdrachtnemers(/leveranciers) Een project dient altijd te beginnen met een kick off meeting („project start up‟) waar opdrachtgever en opdrachtnemer om de tafel zitten. Het laatst afgeronde project is begonnen met een kick off meeting („project start up‟) waar opdrachtgever en opdrachtnemer om de tafel zaten.

Ik verwacht door opdrachtgevers tijdig geïnformeerd te worden bij zaken die mijn bedrijfsproces kunnen beïnvloeden.* Tijdens het laatst afgeronde project ben ik door de opdrachtgever tijdig geïnformeerd bij zaken die mijn bedrijfsproces beïnvloedden. (antwoord cat toevoegen: „was geen sprake van‟)

Ik verwacht van opdrachtgevers dat zij zich positief en welwillend opstellen bij problemen tijdens de uitvoer van de opdracht. * De opdrachtgever van het laatst afgeronde project stelde zich positief en welwillend op bij problemen tijdens de uitvoer. (antwoord cat toevoegen: „was geen sprake van‟)

hier komen opdrachtgevers terug waar men zaken voor doet, obv vrg 3 en 4) Hoe is uw ervaring met de volgende 20.

opdrachtgevende partijen voor wat betreft de uitvoerende fase? U kunt u hierbij antwoorden met een cijfer 1 tot en met 10 waarbij 1 is zeer negatief en 10 zeer positief.

B3

Stellingen opleveringsfase t.b.v. opdrachtnemers(/leveranciers)

21.

Ik verwacht door opdrachtgevers stipt op tijd betaald te worden.*

22.

Bij het laatst afgeronde project ben ik stipt op tijd betaald.

23.

Ik verwacht dat opdrachtgevers reëel omgaan met meer-/minderwerk.*

24.

Bij het laatst afgeronde project is de opdrachtgever reëel omgegaan met meer-/minderwerk. (antwoord cat toevoegen: „was geen sprake van‟)

25.

Ik verwacht dat projecten samen met de opdrachtnemer geëvalueerd worden.

26.

Het laatst afgeronde project is samen met de opdrachtgever geëvalueerd.

98


hier komen opdrachtgevers terug waar men zaken voor doet, obv vrg 3 en 4) Hoe is uw ervaring met de volgende 27.

opdrachtgevende partijen voor wat betreft de opleveringsfase (betaling en projectafronding)? U kunt u hierbij antwoorden met een cijfer 1 tot en met 10 waarbij 1 is zeer negatief en 10 zeer positief.

B4

Stellingen algemeen vertrouwen/communicatie t.b.v. opdrachtnemers(/leveranciers)

28.

Ik vertrouw erop dat opdrachtgevers rekening houden met mijn belangen en risico‟s.*

29.

Bij het laatst afgeronde project heeft de opdrachtgever rekening gehouden met mijn belangen en risico‟s.

30.

Ik vertrouw erop dat opdrachtgevers mij voorzien van alle voor mij relevante informatie.*

31.

Bij het laatst afgeronde project heeft de opdrachtgever mij voorzien van alle relevante informatie.

hier komen opdrachtgevers terug waar men zaken voor doet, obv vrg 3 en 4) Hoe beoordeelt u uw vertrouwen in de 32.

volgende opdrachtgevende partijen? U kunt u hierbij antwoorden met een cijfer 1 tot en met 10 waarbij 1 is zeer weinig vertrouwen en 10 zeer veel vertrouwen.

33.

Ik verwacht dat opdrachtgevers mij van acquisitie tot en met oplevering volledig vertrouwen.*

34.

De opdrachtgever van het laatst afgerond project heeft ons van acquisitie tot en met oplevering volledig vertrouwd.

35.

Ik verwacht dat tijdens een project het vertrouwen in de opdrachtgever groeit*

36.

Tijdens het laatst afgeronde project is het vertrouwen in de opdrachtgever gegroeid.

hier komen opdrachtgevers terug waar men zaken voor doet, obv vrg 3 en 4) Hoe schat u het vertrouwen van de 37.

volgende opdrachtgevers in u in? U kunt u hierbij antwoorden met een cijfer 1 tot en met 10 waarbij 1 is zeer weinig vertrouwen en 10 zeer veel vertrouwen.

B5

De volgende stellingen hebben wederom betrekking op het laatst afgeronde project. U kunt weer aangeven in hoeverre u het eens bent met de stellingen. (10 puntsschaal)

38.

De kwaliteit van het werk binnen het project was hoogwaardig

39.

Het project is binnen de oorspronkelijke planning opgeleverd

40.

Het project is binnen de oorspronkelijke begroting gebleven.

41.

We zijn in betreffende project flexibel omgegaan met meerwerk waardoor we niet álles hebben doorberekend naar de opdrachtgever

42.

We hebben in betreffend project oplossingen verzorgd die vooraf niet voorzien waren

43.

We hebben in betreffend project meer gedaan dan van ons gevraagd werd

44.

De opdrachtgever is meer dan tevreden met het eindresultaat.

99


BLOK C: STELLINGEN OPDRACHTGEVENDE PARTIJEN (naast de voor de handliggende opdrachtgevers zijn dit ook de verwerkende partijen (i.r.t. onderaannemers, handel en fabrikanten)

C1

Stellingen acquisitiefase t.b.v. opdrachtgevers(/klanten)

1.

Ik verwacht inzage in de prijsopbouw van een offerte.*

2.

Bij het laatst afgeronde project had ik inzicht in de prijsopbouw.

3.

Ik verwacht in een offerte inzicht in de planning van de verschillende activiteiten.*

4.

Bij het laatst afgeronde project had ik inzicht in de planning van de verschillende activiteiten.

5.

Ik verwacht van opdrachtnemers dat zij mij wijzen op fouten in de opdracht (/bestek).*

6.

Bij het laatst afgeronde project ben ik gewezen op tekortkomingen/fouten in de opdracht (/bestek). ((antwoord cat toevoegen: „was geen sprake van‟)

7.

Ik verwacht dat opdrachtnemers een bedrijfs- of gedragscode toepassen voor integer handelen.*

8.

De opdrachtnemer bij het laatst afgeronde project had een bedrijfs- of gedragscode voor integer handelen.

9.

Ik verwacht dat opdrachtnemende partijen geen dure relatiegeschenken aanbieden (> € 75 ).*

10.

Geen van de opdrachtnemende partijen die het laatst afgeronde project wilde, heeft een duur relatiegeschenk aangeboden.

11.

Vóór aanvang van het project verwacht ik dat de risico‟ s tussen opdrachtgever en –nemer eerlijk verdeeld zijn.*

12.

De risico‟ s waren voor aanvang van het laatst afgeronde project tussen opdrachtgever- en nemer eerlijk verdeeld.

(hier komen opdrachtnemers terug waar men zaken voor doet, obv vrg 3 en 4) Hoe is uw ervaring met de volgende 13.

opdrachtnemende partijen voor wat betreft de acquisitiefase? U kunt u hierbij antwoorden met een cijfer 1 tot en met 10 waarbij 1 is zeer negatief en 10 zeer positief.

C2 14. 15.

16.

Stellingen uitvoerende fase t.b.v. opdrachtgevers(/klanten) (niet stellen indien al gehad als opdrachtnemer) Een project dient altijd te beginnen met een kick off meeting („project start up‟) waar opdrachtgever en opdrachtnemer om de tafel zitten. Het laatst afgeronde project is begonnen met een dergelijke kick off meeting.

Ik verwacht door opdrachtnemers op de vooraf afgesproken momenten op de hoogte gehouden te worden van de voortgang.*

100


17.

18.

19.

20.

21.

Bij het laatst afgeronde project heeft de opdrachtnemer mij tijdens het gehele proces op de vooraf afgesproken momenten op de hoogte gehouden van de voortgang.

Ik verwacht bij veranderingen en fouten in bijvoorbeeld ontwerp, uitvoer of kosten direct op de hoogte gesteld te worden door opdrachtnemers/leveranciers.* De opdrachtnemer van het laatst afgeronde project heeft mij altijd direct op de hoogte gebracht bij veranderingen en fouten. (antwoord cat toevoegen: „was geen sprake van‟)

Ik verwacht van opdrachtnemers dat zij zich positief en welwillend opstellen bij problemen tijdens de uitvoer van de opdracht.* De opdrachtnemer van het laatst afgeronde project stelde zich positief en welwillend op bij problemen tijdens de uitvoer. (antwoord cat toevoegen: „was geen sprake van‟)

(hier komen opdrachtnemers terug waar men zaken voor doet, obv vrg 3 en 4) Hoe is uw ervaring met de volgende 22.

opdrachtnemende partijen voor wat betreft de uitvoerende fase? U kunt u hierbij antwoorden met een cijfer 1 tot en met 10 waarbij 1 is zeer negatief en 10 zeer positief.

C3

Stellingen opleveringsfase t.b.v. opdrachtgevers(/klanten)

23.

Ik verwacht van opdrachtnemers dat zij hun facturen duidelijk en zorgvuldig opstellen.*

24.

De facturen van het laatst afgeronde project waren duidelijk en zorgvuldig opgesteld.

25.

Ik verwacht dat opdrachtnemers reëel omgaan met meer-/minderwerk.*

26.

Bij het laatst afgeronde project is de opdrachtnemer reëel omgegaan met meer-/minderwerk. (antwoord cat toevoegen: „was geen sprake van‟)

27.

Ik verwacht dat projecten samen met de opdrachtnemer geëvalueerd worden.

28.

Het laatst afgerond project is samen met de opdrachtnemer geëvalueerd.

(hier komen opdrachtnemers terug waar men zaken voor doet, obv vrg 3 en 4) Hoe is uw ervaring met de volgende 29.

opdrachtnemende partijen voor wat betreft de opleveringsfase? U kunt u hierbij antwoorden met een cijfer 1 tot en met 10 waarbij 1 is zeer negatief en 10 zeer positief.

C4

Stellingen algemeen vertrouwen/communicatie t.b.v. opdrachtgevers(/klanten)

30.

Ik vertrouw erop dat opdrachtnemers rekening houden met mijn belangen en risico‟s.*

31.

Bij het laatst afgeronde project heeft de opdrachtnemer rekening gehouden met mijn belangen en risico‟s.

32.

Ik vertrouw erop dat opdrachtnemers mij voorzien van alle voor mij relevante informatie.*

101


33.

Bij het laatst afgeronde project heeft de opdrachtnemer mij voorzien van alle relevante informatie.

hier komen opdrachtnemers terug waar men zaken voor doet, obv vrg 3 en 4) Hoe beoordeelt u uw vertrouwen in de 34.

volgende opdrachtnemende partijen? U kunt u hierbij antwoorden met een cijfer 1 tot en met 10 waarbij 1 is zeer weinig vertrouwen en 10 zeer veel vertrouwen.

35.

Ik verwacht dat tijdens een project het vertrouwen in de opdrachtnemer groeit.*

36.

Tijdens het laatst afgeronde project is het vertrouwen in de opdrachtnemer gegroeid.

37.

Ik verwacht dat opdrachtnemers mij van acquisitie tot en met oplevering volledig vertrouwen.*

38.

De opdrachtnemer van het laatst afgerond project heeft ons van acquisitie tot en met oplevering volledig vertrouwd.

hier komen opdrachtnemers terug waar men zaken voor doet, obv vrg 3 en 4) Hoe schat u het vertrouwen van de 39.

volgende opdrachtnemers in u in? U kunt u hierbij antwoorden met een cijfer 1 tot en met 10 waarbij 1 is zeer weinig vertrouwen en 10 zeer veel vertrouwen.

C5 40. 41.

De volgende stellingen hebben betrekking op de opdrachtnemer binnen het laatst afgeronde project. U kunt weer aangeven in hoeverre u het eens bent met de stellingen. (10 puntsschaal) Als ik de mogelijkheid zou hebben, zou ik betreffende opdrachtnemer bij een volgend project 1 op 1 selecteren. Als de omstandigheden het toelaten, zou ik alvorens de opdracht definitief te verstrekken, betreffende opdrachtnemer het laatste woord geven.

42.

Ik zou betreffende opdrachtnemer ook kiezen als hij 5% duurder dan andere aanbieders zou zijn.

43.

Betreffende opdrachtnemer raad ik aan bij collegaâ€&#x;s en anderen

44.

Ik zou betreffende opdrachtnemer ook kiezen als ik de start van een project een maand zou moeten verschuiven.

45.

Bij betreffende opdrachtnemer heb ik meer begrip voor facturen voor meerwerk.

46.

Betreffende opdrachtnemer is tevreden met het financiĂŤle eindresultaat

BLOK D: INTEGRITEIT EN TRANSPARANTIE BINNEN DE EIGEN ORGANISATIE 1.

In welke mate bent u het eens met de volgende stellingen ten aanzien van de cultuur binnen uw organisatie? (5 puntsschaal)

0

Binnen onze organisatie gaat men open met elkaar om

0

Binnen onze organisatie gaat men respectvol met elkaar om

0

Binnen onze organisatie wordt een gedeeld gevoel voor waarden en normen aangemoedigd

0

Binnen onze organisatie is er ruimte om misstanden aan de kaak te stellen

0

Binnen onze organisatie wordt het gedrag van medewerkers strikt gecontroleerd

0

Binnen onze organisatie worden medewerkers geholpen om goede besluiten te nemen

102


0

Binnen onze organisatie wordt bij misstanden concrete actie ondernomen tegen betrokkenen

0

Binnen onze organisatie wordt steun gegeven aan de opvattingen en motieven van medewerkers

0

Binnen onze organisatie worden regels gehandhaafd

2.

Is er binnen uw organisatie een gedragscode ten aanzien van integer handelen? Zo ja, sinds wanneer?

Ja, sinds … Nee

3.

(indien ja) En hoe vaak is daar sindsdien een update van geweest?

… keer geupdate

4.

(indien ja) In hoeveel procent van de projectcontracten wordt de gedragscode opgenomen?

…%

5.

Wordt er actief toegezien op naleving van de gedragscode? Zo ja, door wie? (meerdere antwoorden mogelijk)

Ja, door het management Ja, door een speciaal daarvoor ingestelde functionaris / team Ja, door vertrouwenspersoon/compliance officer Ja, anders namelijk… Nee, wordt niet op toegezien

6.

Is er binnen uw organisatie een formeel meldpunt (bijvoorbeeld in de vorm van een vertrouwenspersoon) voor dilemma‟s / zaken waar medewerkers tegenaan lopen?

Ja Nee

7.

Zo ja, hoeveel meldingen van dillemma‟ s komen daar gemiddeld per jaar binnen? En van feitelijke incidenten?

…. Meldingen van dilemma‟ s …. Meldingen van incidenten

8.

In welke mate is aandacht besteed aan integer en transparant handelen tijdens uw inwerkperiode binnen deze organisatie?

In zeer grote mate, in grote mate, in enige mate, nauwelijks, niet, ben nooit ingewerkt

9.

In welke mate is in de opleidingen, die u bij deze organisatie gevolgd heeft, aandacht besteed aan integer en transparant handelen?

In zeer grote mate, in grote mate, in enige mate, nauwelijks, niet, heb hier geen opleidingen gevolgd

103


10. In welke mate wordt in jullie jaarverslagen aandacht besteed aan integer en transparant handelen? In zeer grote mate, in grote mate, in enige mate, nauwelijks, niet, maken geen jaarverslag

11. Heeft u vanuit uw huidige werkgever wel eens een dilemmatraining gehad? Ja, één keer Ja, meerder keren Nog nooit

12. Wordt binnen uw bedrijf volgens een bepaald kwaliteitssysteem gewerkt? ISO

Nee

INK

Anders, namelijk…

TQM

BLOK E: VERANDERINGSPROCES RICHTING INTEGER & TRANSPARANT HANDELEN 1.

Ik leg u een aantal stellingen voor over het onderwerp integriteit. Integriteit definiëren wij als volgt: “Integriteit staat voor het professioneel, en zorgvuldig uitoefenen van taken en functies, rekening houdend met alle waarden en belangen binnen de eigen organisatie en die van (contract)partners en maatschappij.”: Aan u de vraag om aan te geven in hoeverre u het ermee eens bent. U kunt antwoorden met zeer mee eens, mee eens, noch eens/noch oneens, mee oneens, zeer mee oneens.

De laatste twee jaar is er door vakmedia en brancheorganisaties veel aandacht besteed aan het thema integriteit (FASE 1a) Ik heb informatie die over het thema integriteit is verschenen ook gelezen. (FASE 1b) Een bedrijf dat niet integer handelt heeft op korte termijn geen bestaansrecht (FASE 2a) Een bedrijf dat niet integer handelt heeft op lange termijn geen bestaansrecht (FASE 2b) Mijn organisatie heeft zich verdiept in actieprogramma‟s om integer handelen te bevorderen(FASE 3) 2.

Ik leg u een aantal stellingen voor over het onderwerp transparant handelen. Transparant handelen definiëren wij als volgt: “Met transparant handelen wordt bedoeld het verstrekken van inzicht in zaken die voor betrokkenen relevant zijn.” Aan u de vraag om aan te geven in hoeverre u het ermee eens bent. U kunt antwoorden met zeer mee eens, mee eens, noch eens/noch oneens, mee oneens, zeer mee oneens.

De laatste twee jaar is er door vakmedia en brancheorganisaties veel aandacht besteed aan het thema transparant handelen (FASE 1a) Ik heb informatie die over het transparant handelen is verschenen ook gelezen. (FASE 1b) Een bedrijf dat niet transparant handelt heeft op korte termijn geen bestaansrecht (FASE 2a) Een bedrijf dat niet transparant handelt heeft op lange termijn geen bestaansrecht (FASE 2b) Mijn organisatie heeft zich verdiept in actieprogramma‟s om transparant handelen te bevorderen(FASE 3)

3.

De Regieraad bouw is in 2004 ingesteld om het veranderingsproces in de bouw op gang te brengen. Vanuit de Regieraad zijn de afgelopen jaren diverse initiatieven ondernomen zoals bijeenkomsten, publicaties, workshops, informatieve DVD‟s, en de Nieuwsbrief Regieradar. Heeft u wel eens iets van deze initiatieven vernomen?

0

Ja

0

Nee

0

Weet niet / geen mening

104


4.

[Indien ja] Van welke initiatieven van de Regieraad bouw maakt u gebruik?

De workshops die de Regieraad heeft georganiseerd (bijvoorbeeld over het omgaan met dilemma‟s / leidraad aanbesteden en DSS / modern personeelsbeleid) De publicaties van de Regieraad zoals bijvoorbeeld „de leidraad aanbesteden‟, „glashelder bouw‟ en „bouwen is kennis delen‟ De bijeenkomsten die de Regieraad heeft georganiseerd zoals de best practices bijeenkomsten en het congres innovatie onze kracht Toolkit integriteit Nieuwsbrief Regieradar DVD bouwen aan integriteit en / of DVD Stadhuisplein 1 Onderzoeksrapporten die in opdracht van de Regieraad bouw zijn gemaakt De online integriteitscheck bouw Anders, namelijk…..

5.

Heeft, voor zover u weet, uw branchevereniging op het gebied van integriteit en transparantie activiteiten ontplooit zoals, het verstrekken van informatie, workshops of bijeenkomsten?

0

Ja

0

Ben niet lid van een branchevereniging

6.

0

Nee

0

Weet niet / geen mening

0

Nee

0

Weet niet / geen mening

Heeft, u hiervan gebruik gemaakt?

0

Ja

7.

Van welke specifieke activiteiten heeft u gebruik gemaakt?

BLOK F: ECONOMISCHE CRISIS

1.

In welke mate ervaart u de gevolgen van de verslechterde economie? 0

Geheel niet; het gaat nog steeds goed

0

In enige mate, het gaat iets minder goed

0

In sterke mate, ik maak me ernstig zorgen

0

In zeer sterke mate, zo houden we het niet vol

105


2.

Welke maatregelen heeft uw bedrijf genomen als gevolg van de economische crisis? [oplezen] 0

Afstoten van personeel

0

Verlagen van uw offerte prijzen

0

Interne kostenreductie

0

Werktijdverkorting/deeltijd WW aangevraagd

0

Integriteitsbeleid binnen de organisatie extra aandacht gegeven

0

Integriteitsbeleid binnen de organisatie minder aandacht gegeven

0

Meer kennis delen met andere partijen die bij een project betrokken zijn

3.

Heeft u buiten de voorgelegde zaken nog andere maatregelen genomen als gevolg van de economische crisis? 0

Ja, namelijk….

0

Nee

4.

Hoe groot acht u de kans dat uw bedrijf in 2010 als gevolg van de economische crisis (in zijn huidige vorm) ophoudt te bestaan? 0%

Is geheel niet aan de orde

31-70%

De kans is er zeker als het zo door gaat

1-10%

Kans is zeer gering

71-90%

Kans is zeer reëel, maar op heel korte termijn niet

11-30%

Kans is gering

91-100%

Als niet snel wat gebeurt moeten we stoppen

BLOK G: BEDRIJFSECONOMISCHE GEGEVENS 1.

Tevens zouden wij een aantal algemene bedrijfseconomische zaken willen weten. Wat was in 2009 de jaaromzet van uw organisatie? [aandringen op schatting]

…€ 2.

Wat voor omzet index had u in 2009 ten opzichte van 2008 (een index van 95 impliceert een 5% lagere omzet; een index van 103 duidt op een omzetstijging van 3% tov 2008)? [aandringen op schatting]

…%

3.

Wat is in 2009 de gemiddelde winstmarge geweest op projecten? [aandringen op schatting]

…%

4.

Hoe hoog schat u uw faalkosten over 2009 als percentage van de omzet? [aandringen op schatting]

…%

5.

In hoeverre bent u het eens met de volgende stelling: “Het is voor ons bedrijf makkelijker om personeel te werven dan voor onze concurrenten”

Zeer mee eens, mee eens, noch eens / noch oneens, mee oneens, zeer mee oneens

106


BLOK H: ACHTERGRONDVARIABELEN 1.

Tot slot kort nog een aantal achtergrondvragen. Hoe lang werkt u bij deze organisatie?

…. Jaar

2.

Wat is uw hoogst genoten opleiding?

Lagere school Lts/Lbo/Mavo/Mulo/Vmbo Havo/Vwo Mts/Meao/Mbo HBO WO

3.

Wat is uw leeftijd? En hoe lang werkt u al in de bouw?

…. Jaar leeftijd …. Jaar in de bouw

4.

Hoeveel mensen werken er bij uw organisatie (inclusief uzelf)?

… mensen

5.

In hoeverre zijn de volgende stellingen van toepassing op uw bedrijf? U kunt antwoorden met zeer van toepassing, van toepassing, neutraal, niet van toepassing, helemaal niet van toepassing.

Ons management is relatief jong (< 40 jaar) In vergelijk met andere soortgelijke bedrijven zijn we goed geautomatiseerd

In vergelijk met andere soortgelijke bedrijven hebben we goed geschoold personeel Ons management is met name technisch opgeleid, economen en bedrijfskundigen hebben we niet

6.

Wat zijn de cijfers van uw postcode (van het bedrijf)?

7.

(indien aannemende partij) Hoeveel procent van uw omzet verkrijgt u uit onderaanneming, openbare aanbestedingen, eigen ontwikkeling, direct via particuliere opdracht verstrekking en direct via verstrekking via bedrijven?

…% per categorie

8.

Mogen wij u over ongeveer een jaar, per e-mail, nog eens benaderen voor dit onderzoek?

Ja, en mijn emailadres is…. Nee

107


9.

Heeft u tot slot nog opmerkingen over het onderzoek? [open vraag]

â&#x20AC;Ś.

Dit was mijn laatste vraag: hartelijk dank voor uw medewerking en een prettige dag. Dag mijnheer/mevrouw.

108


Rapportage Integriteit en Transparantie in de bouwsector