a product message image
{' '} {' '}
Limited time offer
SAVE % on your upgrade
46 minute read

Standpunten

DE VROUWEN VAN HET RECHTS-RADICALE ANTIFEMINISME

Jong, aantrekkelijk en op stiletto's

In de Nederlandse Volkskrant stond een artikel met als ondertitel: “Ze zijn jong, knap en rechts-radicaal en trekken ten strijde tegen het feminisme, dat het Westen zou bedreigen.” Zes foto’s van knappe jonge vrouwen prijken boven het artikel. Ze trekken ten strijde tegen het feminisme omdat ze van mening zijn dat de huidige feministen het witte, traditionele Westen willen afbreken en uitleveren aan Islamitische mannen.

Hoe kader jij dit anti-feminisme? Bieke Purnelle: “Het heeft altijd al bestaan. Dat vrouwen per definitie feministischer zijn dan mannen, is een mythe. Ook tijdens de tweede feministische golf was er zeer veel vrouwelijke tegenstand. De Dolle Mina’s werden zelfs gehaat door heel veel vrouwen. Het feminisme werd altijd gezien als radicaal en ontwrichtend. Antifeminisme door vrouwen is dus niet zo vreemd.”

Maar dit nieuwe antifeminisme kadert wel binnen een politieke beweging? “Ja, dat is zo. Deze vrouwen worden vaak bewust ingezet als window-dressing door radicaal-rechts (verzamelnaam voor rechtse partijen die autoritair, nativistisch en populistisch zijn, maar wel geloven in het democratische systeem, vb. Vlaams Belang, Front National, FPÖ, Lega Nord, nvdr). Het is geen toeval dat men kiest voor jonge, aantrekkelijke vrouwen. Tegelijk blijft het publiek van radicaal-rechts wel zeer mannelijk. Dat is ook de reden waarom ze op zoek gaan naar manieren om vrouwelijk electoraat aan te spreken. Zo had Marine Le Pen bij de presidentsverkiezingen van 2019 een brochure specifiek voor de Franse vrouwen, waarin ze uitdrukkelijk stelde dat ze hen zou verdedigen. Wat zeer ironisch is, want haar programma was helemaal niet vrouwvriendelijk. Er stond helemaal niets in over het risico op armoede voor alleenstaande moeders, of andere vormen van genderongelijkheid. “

Onversneden populisme. “Absoluut.”

Bij de antifeministische vrouwen van radicaal-rechts is er ook een duidelijke paradox. Enerzijds strijden ze tegen het feminisme, anderzijds gedragen ze zich als wereldburgers: ze gaan zich politiek profileren, een populair YouTube kanaal uitbouwen, zich opwerpen als een belangrijke stem in het debat, de wereld afreizen, … terwijl ze er net voor ijveren dat vrouwen opnieuw aan de haard zitten en meer kinderen baren. Maar mama’s die veel kinderen baren, kunnen geen voortrekkersrol gaan spelen in het antifeminisme. “Dat klopt, maar zij zien dat wellicht anders. Velen van hen denken zich in te zetten voor een hoger doel. In de The Handmaid’s Tale zijn het ook de hooggeschoolde vrouwen die het systeem mee bedenken en ondersteunen. Toch bouwen ze mee aan een wereld waarin ze zichzelf monddood maken. Ik zie de verklaring voor dat gedrag in het sterke geloof dat er een soort zekerheid of orde moet hersteld worden. Hun eigen persoonlijke aspiraties worden daaraan ondergeschikt en opgeofferd. Onze tijdsgeest is momenteel ook de perfecte voedingsbodem voor dergelijke overtuigingen: er zijn grote machtsverschuivingen in de wereld, er is veel economische onzekerheid, massamigratie krijgt veel aandacht en wordt als bedreigend ervaren – en ook zo vertaald door de politiek. Door die onrust ontstaat er een sterk verlangen naar orde en stabiliteit. De geschiedenis heeft altijd dat soort slingerbewegingen gekend: periodes van vooruitgang werden gevolgd door periodes waarin er werd teruggegrepen naar oude recepten en vice versa. In tijden van onzekerheid zoeken veel mensen hun heil in autoritaire leiders, met heel rigide normen en waarden. Eén van die waarden is het traditionele gezin als hoeksteen van de samenleving.”

Maar deze meisjes komen wel uit gegoede families. “Je hoeft niet arm te zijn om je onzeker te voelen. Figuren als Geert Wilders en Tom Van Grieken praten de mensen aan dat de omvolking om de hoek loert. Dat idee gaat ervan uit dat het witte ras in Europa zal wor

den vervangen door gekleurde migranten als we hen niet tegenhouden. Dat beeld jaagt mensen schrik aan. Velen kennen ook de echte cijfers en feiten niet, want die dringen bij velen niet meer door. Een deel van het antifeminisme vandaag heeft te maken met angst voor migratie, een onderwerp waar ontzettend veel onwetendheid en fake news rond heerst.”

Denk je dat de nieuwe radicaal-rechtse beweging een grote invloed zal hebben op onze samenleving, en op vrouwen in het bijzonder? “Dat weet je nooit. Maar ik vind het wel zorgwekkend. In België hebben we Schild en Vrienden. Dat soort ideeën en figuren zijn blijkbaar populair bij jongens op de

Eva Vlaardingerbroek, de dienstmaagd van radicaal rechts

middelbare school. Ik vrees dat ze nog aan populariteit kunnen winnen.”

Zie je hier meisjes zich opwerpen om dat nieuwe rechtse ideaal te ondersteunen? “Zeker. Partijen zetten ze ook bewust in en kiezen voor een aantal vrouwelijke boegbeelden die relatief jong en aantrekkelijk zijn. Bij Vlaams Belang heb je Anke Van dermeersch, N-VA pakte vorig jaar uit met een Twitterfilmpje van jonge en aantrekkelijke N-VA-vrouwen die op stiletto’s door een lege Nekkerhal paraderen.”

Anderzijds heb je dan de stelling dat vrouwen door het feminisme minder vrouwelijk zijn geworden waardoor ze minder kinderen baren en wij dus in de minderheid komen. “Dat is natuurlijk wetenschappelijke quatsch. Wat is dat eigenlijk: minder vrouwelijk zijn? Natuurlijk krijgen mensen minder kinderen. Er bestaat al een hele tijd anticonceptie en vrouwen gaan ook massaal uit werken. Drie, vier kinderen krijgen is zeer moeilijk te combineren met een betaalde fulltime baan. Bovendien kregen mensen vroeger ook veel kinderen omdat de kans dat er een kind of twee niet zou overleven vrij groot was. Vandaag willen en hoeven mensen niet meer zo’n groot gezin. Maar het is zeker niet zo dat er minder kinderen worden gebaard omdat er fysiek iets veranderd is aan het gegeven vrouw. Dat is onzin.”

Bij BBET (Bloed, Bodem, Eer en Trouw) lees je exact dezelfde theorieën, over de omvolking en antifeminisme. Maar BBET is een neonazistische organisatie. “Absoluut. Daarom wordt tegenwoordig ook zo vaak de parallel getrokken met de jaren 30. Sommige mensen vinden dat overdreven maar de paralellen zijn er nu eenmaal. Sommige begrippen uit die tijd krijgen een nieuw leven ingeblazen. Het containerbegrip ‘cultuurmarxisme’ dat nu door radicaal-rechts wordt gebruikt, komt bijvoorbeeld ook uit dat tijdperk, al heette het toen cultuurbolsjevisme. Het was een bedenksel van de fascisten om alles wat links was weg te zetten als gevaarlijk.”

Hoe zie jij de positie van de vrouw momenteel in België? Waar staan wij vandaag met ons feminisme? “Er zijn altijd verschillende feministische stromingen geweest die naast elkaar bestonden. We maken er momenteel bij RoSa een overzicht van. Zo is er bijvoorbeeld het feminisme dat zich enkel richt op hoger opgeleide middenklasse vrouwen en carrière centraal stelt. Dat feminisme gaat dan vooral over het glazen plafond en het opklimmen naar de top, maar leunt wel op het onderbetaalde werk van andere, lager geschoolde vrouwen. Het intersectioneel feminisme betrekt dan weer alle andere ongelijkheden met elkaar. We bevinden ons vandaag in het feminisme op twee sporen: enerzijds het spoor van heel snel evoluerende gendernormen. Een goede graadmeter hiervoor is de reclame. Als bedrijven beginnen met genderbending in hun beeldvorming, dan weet je dat er veel verschuift. Zo toonde Decathlon in zijn reclame over sportartikelen een jongetje dat ballet danste en een meisje dat aan hockey doet. Dat doen ze niet uit idealisme, maar omdat er een publiek voor is, omdat de tijdsgeest erom vraagt. Maar daartegenover staat de opkomst van heel wat misogyne leiders – Trump en co – die op hun beurt opnieuw voor een sterk gepolitiseerd feminisme zorgen, dat zichtbaar werd in de women’s marches en opvallend veel politiek geëngageerde vrouwen. Daarnaast, in de tegenovergestelde richting, is er een groeiende beweging van ultra-conservatieve krachten die terug wil keren naar de jaren 50 en het kostwinnersmodel. Deze twee sporen gaan in een totaal andere richting, wat wrijving en conflict veroorzaakt. Conflict is altijd een voorbode van verandering, alleen weet je niet welke verandering het wordt. Hoewel ik niet geloof dat veel vrouwen de vrijheid die ze de laatste decennia hebben gewonnen, willen opgeven. Hoeveel vrouwen willen thuis klaarstaan met zelfgebakken koekjes en voorverwarmde pantoffels tot hun man thuiskomt van zijn dagtaak…? De meeste vrouwen willen echt niet zo leven. Onze samenleving heeft ook zo veel diverse samenlevingsvormen die niet meer passen in dat model.”

Dus die radicaal-rechtse beweging wil gewoon een machtsgreep uitvoeren en het antifeminisme hiervoor gebruiken? “Het is veel meer dan antifeminisme. Het keert zich tegen alles wat in de minderheid is en wat niet beantwoordt aan het ordelijke, rigide en traditionele plaatje van het witte gezin met de kostwinner en de huismoeder en de kindjes. Alles wat daar niet mee strookt – op vlak van levensbeschouwing, kleur, gender, cultuur, noem maar op, - moet bestreden worden.”

Enkele decennia geleden vonden we deze beweging racistisch, en nu? “De normen zijn inderdaad opgeschoven. Maar de geschiedenis verloopt altijd in golfbewegingen. Het helpt om uit te zoomen en te weten dat dit niet voor altijd is. Alleen

Een deel van het antifeminisme vandaag heeft te maken met angst voor migratie, een onderwerp waar ontzettend veel onwetendheid en fake news rond heerst.

kan het vreselijk lang duren en slachtoffers maken. Bovendien is het internet een sterke uitvergroter en een gigantische multiplicator. Vroeger moest eender welke beweging het doen met pamfletten, toespraken en reële ontmoetingen.”

Hoe zie jij de toekomst van deze radicaalrechtse beweging? “Ik ben daar eerlijk gezegd vrij pessimistisch over. In Europa zijn er al een aantal landen met radicaal conservatieve en rechtse regimes zoals Polen en Hongarije. Dat zijn zeer onvriendelijke omgevingen voor feminisme, mensen met een andere huidskleur, LGBTQ en iedereen die afwijkt van de patriarchale, witte, heteroseksuele norm.”

Hoe kunnen we daar strijd tegen voeren? “Dat is een heel moeilijke vraag. Ik vermoed dat we moeten strijden op veel verschillende manieren en fronten tegelijk. Op politiek niveau - en wat dat betreft ben ik niet zo optimistisch in Vlaanderen omdat links hier in de touwen ligt - , binnen de muren van de academische wereld, in het sociaal-cultureel middenveld,… Bij RoSa blijven wij inzetten op bewustwording en vorming, en focussen op wie we kunnen bereiken. Het heeft geen zin om je te richten op wie niet overtuigd wil worden. Het is de twijfelende meerderheid die je moet bewust maken.”

Moet links het thema meer uitspelen? “De meningen daarover zijn verdeeld. Sommigen vinden dat links net de identity politics moet loslaten, dat die ons afleidt van de echte strijd: de klassenstrijd. Ik ben het daar niet mee eens. Intersectionaliteit moet net een plaats krijgen in het politieke denken. Die versplintering op links maakt strategisch denken en handelen moeilijk. Er is geen coherente strijd rond dit thema.”

Hebben we in Vlaanderen nieuwe feministische iconen nodig die een tegengewicht kunnen bieden voor die angst voor migratie… “Rolmodellen en boegbeelden zijn altijd interessant. Maar je maakt er je beweging ook heel kwetsbaar door. Vrouwen die hun hoofd boven het maaiveld steken, worden overigens geconfronteerd met enorm veel bagger en kritiek…”

Jij ook? “Ik krijg ook haatberichten, ja… Dat is heftig, maar het valt best mee. Veel zwarte vrouwelijke opiniemakers hebben het veel lastiger. Cyberhaat is écht. En voor vrouwen veel meedogenlozer dan voor mannen. Er staat altijd iemand klaar met een zeis wanneer een vrouw haar hoofd boven het maaiveld uitsteekt. Dat doet veel vrouwen dan ook twijfelen, ook in de politiek. Wie wil zich nog politiek engageren? Daarom heb ik zo’n respect voor vrouwen als Alexandria Ocasio-Cortez (Amerikaans democratischsocialiste en activiste, nvdr.). Wat die niet allemaal over zich heen moet krijgen. Net als de jonge vrouwen die wereldwijd actie voeren voor het klimaat. Ze worden overspoeld door haatberichten. Men beseft te weinig hoe beschadigend dat is. Klimaatnegationisme is trouwens ook zeer typisch voor radicaal-rechts.”

Wat is dat eigenlijk: minder vrouwelijk zijn?

Omdat ze een economisch status quo nastreven? “Nee, het is veel persoonlijker en meer identitair dan dat. Het gaat over een levensstijl die men bedreigd ziet. Een auto als statussymbool, traditionele genderrollen, een manier van reizen en eten … die dingen komen allemaal onder druk te staan. Het gaat deels om een achterhaald, maar hardnekkig idee van mannelijkheid, waarin mannen zich onderscheiden met een dure en grote auto en een halve kilo biefstuk op hun bord, met macht, status en geld. Mondige vrouwen die het voortouw nemen in een strijd die uitgerekend hun manier van leven aanklagen, die zijn natuurlijk de kop van jut.

Nu, veel vrouwen hebben geen bezwaar tegen een patriarchale samenleving, ook prima. En veel mannen net wel. Het is niet zo dat vrouwen per definitie feministischer zijn dan mannen.

Bovendien leeft het idee dat de strijd voor gendergelijkheid voltooid is. Juridisch klopt dat ook grotendeels. Op wettelijk vlak zijn we een van de gelijkste landen ter wereld. Maar wetten veranderen niet zomaar de diepgewortelde stereotypen en normen.

Het feit dat we politiek en wettelijk zulke grote stappen hebben gezet doet mensen ten onrechte geloven dat elke ongelijke verhouding vandaag een keuze is. Als vrouwen niet op besluitvormende posities of in panels belanden, dan is dat omdat ze niet willen. We gaan uit van het idee dat iedereen alle kansen krijgt, maar dat is niet zo. Blinde vlekken creëren heel wat drempels.

Maar is dat zo? En zo ja, waarom willen ze niet? Wat zijn de drempels?”

Volgens Eva Vlaardingerbroek, een Nederlands rechtsfilosoof die zich in Alt-right kringen en ook Forum voor Democratie ophoudt, is het hedendaagse antifeminisme in de ban geraakt van het ‘cultuurmarxisme’, waardoor de vrouwen samen met de minderheden nu ten strijde trekken tegen de witte mannen. Is cultuurmarxisme dan per definitie feministisch? En betekent dit dan dat het kapitalisme per definitie een masculien politiek systeem is? Hoe denkt u daarover? “Ten eerste is ‘cultuurmarxisme’ een koepelterm die bedacht werd door rechts om alles te categoriseren wat volgens hen links of progressief is. Maar als je zou vragen of links per definitie feministisch is, dan zou ik zeggen: nee, helemaal niet. Genderstereotypen zijn overal.

Er is wel een link tussen kapitalisme en patriarchaat, die wellicht deels toevallig is. Het moment dat het kapitalisme ontstond, vond die een vruchtbare bodem in het oeroude patriarchaat. Wat het kapitalisme nodig had, was immers het strikt scheiden van werken en wonen. Vóór het kapitalisme werkten de meeste vrouwen, zeker in de lagere klassen. Maar vrouwen werkten vooral thuis: naaien, leerlooien, allerlei huisvlijt, … Door de industrialisering werden werken en wonen strikt gescheiden. Zo ontstond het befaamde kostwinnersmodel: vader die buitenshuis werkt en moeder die thuis huishouden en kroost beheert. Dus het patriarchaat kwam het kapitalisme bijzonder goed uit. De twee sloten een soort verbond. Door hen op die manier te scheiden kregen man en vrouw andere belangen. De stereotype gendernor

BIO Bieke Purnelle is co-directeur van RoSa vzw, kenniscentrum voor gender en feminisme. Tevens is zij freelance schrijver, columnist en journalist.

men van het patriarchaat waren de perfecte bondgenoot voor het kapitalisme.”

De welvarende, kapitalistische jaren50 als ultieme levensstijl voor radicaal-rechts. “Men stelt die jaren vijftig graag voor als een heel idyllische periode, maar dat wordt sterk geromantiseerd. Voor heel veel mensen waren die jaren vijftig allesbehalve aangenaam. Voor vrouwen, die geen persoonlijke aspiraties mochten koesteren, voor LGTBQIpersonen, voor iedereen die vastzat in een ongelukkig huwelijk. Feminisme en kapitalisme leven sowieso op gespannen voet. Het hele kapitalistisch systeem steunt namelijk op massa’s onbetaald zorgwerk, dat vooral door vrouwen wordt uitgevoerd. Daarnaast steunt het ook nog eens op een veel onderbetaald werk, zoals zorgwerk, wat ook in hoofdzaak door vrouwen gebeurt. Die zorgarbeid is nodig, maar is niet winstgevend, dus mag niet te veel kosten. Het kapitalisme heeft dus vooral voor vrouwen zeer nadelige gevolgen: lagere inkomens, ongelijke taakverdeling, een hoger armoederisico, een loon- en pensioenkloof, … Jammer genoeg krijgt dat aspect van het feminisme opmerkelijk weinig media-aandacht. Als het over gender gaat, schrijft men liever over genderneutrale kinderkleertjes of biologische verschillen.”

Daarom zijn we hier. Bedankt voor het gesprek

Caroline De Neve

Het Vermeylenfonds organiseert vijf leesgroepen en evenveel avonden rond het werk van de Nederlandse filosoof Hans Achterhuis. Denker des Vaderlands. De eerste avond in de Gentse stadsbibliotheek De Krook was meteen volzet. Niet te verwonderen want toen was Hans Achterhuis zelf te gast. En heeft hij meer dan drie uur lang het publiek meegenomen in de tijd, nu vijftig jaar en meer, dat hij als filosoof werkzaam was.

Het begon allemaal met Albert Camus en de existentialisten (1969, Camus: de moed om mens te zijn). Toen hij, na zijn opleiding als theoloog, vergleed in de filosofie en even geleidelijk het geloof uitdoofde. Wat begon met Camus (1969) werd in die post-68-jaren meer en meer ingenomen door de politieke denkers en doeners van de derde wereld: Mao Zedong, Fanon, Che Guevara. Al is over deze vele jaren later het oordeel daarover bijgesteld en dat niet in het minst na jarenlang onderzoek dat uitmondde in het magistrale magnum opus “Met alle geweld: een filosofische zoektocht” (2008). Een onderwerp waarover hij trouwens met Nico Koning nog een indrukwekkend vervolg schreef in 2014: “De kunst van het vreedzaam vechten”. Tussendoor had hij, door zijn contacten met welzijnswerkers op de sociale academie, onderzoek gedaan naar het maatschappelijk werk en vastgesteld dat van de sociale heilstaat toch niet zo bijzonder veel terechtkwam: een vaststelling die toch wel aardig wat controverse opriep en niet door eenieder werd bijgevallen. “De markt van welzijn en geluk” (1979) wordt nu nog steeds beschouwd als baanbrekend en verplichte literatuur voor elke welzijnswerker, al was het maar om zichzelf te behoeden voor be- en ontgoochelingen. En deze basishouding, met de beide voeten op de grond, werd ook de rode draad in zijn verschillende werken die hij over ‘utopieën’ schreef. “De erfenis van de utopie” (1998), “Utopie” (2006), “De utopie van de vrije markt” (2010) en “Koning van Utopia” (2016). Zonder de wervende en positieve kracht van (liefst dan bescheiden) utopieën te ontkennen waarschuwt hij voor de overtrokken heilsboodschappen, zowel van de sociale als technische utopie als van deze van het neoliberale denken. Tussendoor schreef hij ook over arbeid, schaarste, natuur en techniek – hij is jarenlang bijzonder hoogleraar Milieufilosofie aan de Landbouwuniversiteit van Wageningen geweest, tijd maar ook zeer concreet ingaande op de Balkanoorlog en de NAVO-interventie in Kosovo met het tegendraadse “Politiek van goede bedoelingen” (1999). De titel verraadt het al: hoe goed de bedoelingen van politiek en militair optreden ook mogen zijn, steeds moeten alle kanten van de medaille onderzocht worden en géén geweld worden ingezet dat niet beheerst kan worden. Een werk waar ook voluit

LeesGroep Hans Achterhuis

verwezen wordt naar Machiavelli (ook één van zijn inspiratoren) en naar Hannah Arendt, zijn filosofische geliefde. Deze uitzonderlijke rijke en verschillende inzichten van nu meer dan vijftig jaar zijn de basis van een week die met en over Achterhuis wordt georganiseerd in de Provence en waar je misschien wel wil aan deelnemen (zie www. amormundi.info). In elk geval, dichter bij huis, kan je mee lezen en praten, discussiëren en genieten van de leesgroep avonden die het Vermeylenfonds organiseert. Willem Debeuckelaere

Ik ontmoet Fatma Arikoglu in het Amazonehuis, gelegen in het centrum van Brussel. Het Amazonehuis is een federale instelling waar al 20 jaar lang verschillende Belgische vrouwenbewegingen onderdak vinden - permanent, via een postbus of tijdelijk als shared workspace. Het Amazonehuis huisvest Nederlandstalige, Franstalige en tweetalige organisaties, gaande van startende verenigingen tot grote koepelorganisaties. Zo creëert Amazone synergieën, bundelt het de krachten van vrouwenbewegingen en slaat het bruggen tussen middenveld, beleid en de academische wereld.

DENKEN OVER verschil

Wie is Fatma Arikoglu? Fatma Arikoglu: “Ik ben geboren en getogen in het Waasland tot ik in Gent Public Relations en Voorlichting ging studeren. Die professionele bacheloropleiding gaf me weinig voldoening omdat het erg commercieel gericht was en weinig diepgang had. Omdat ik op mijn honger bleef zitten, ben ik aan de universiteit Master in de Communicatiewetenschappen gaan studeren. Dit combineerde ik met een halftijdse job als projectcoördinator voor de Arteveldehogeschool, waar we rond instroom en doorstroom van studenten met een migratieachtergrond werkten. Ik was in die tijd ook vrijwilliger bij Kif Kif, een interculturele beweging die strijdt voor gelijkheid en tegen racisme. Ik ben altijd gevoelig geweest voor onrecht, zowel voor seksisme als racisme. Ook armoede hield me bezig.

Zo voelde ik me als studente aan de hogeschool enorm geviseerd als er rond bepaalde thema’s werd gewerkt in de lessen over de actualiteit. Ik was de enige studente van kleur. Mijn mening over specifieke topics werd te pas en te onpas gevraagd, terwijl ik over bepaalde zaken niet direct een standpunt had of wou innemen. Bij Kif Kif is dat bewustzijn enorm gegroeid, ik spendeerde uren op hun website, las alle stukken. "De smaak van ongelijkheid" van Tarik Fraihi is me toen enorm bijgebleven. Het was een echte eyeopener.

Na mijn studies ben ik vooral actief geweest in vrouwenorganisaties. In 2008 kwam ik terecht bij de vrouwenraad als onderzoeker naar het asiel- en opvangbeleid met betrekking tot gender.

Sinds 2010 werk ik voor Ella vzw, toen nog het steunpunt voor allochtone meisjes en vrouwen. Ik doe onderzoek naar de maatschappelijke positie van voornamelijk vrouwen met een migratieachtergrond, naar beleidsacties, naar hoe ons beleid vrouwen uitsluit, omdat we merken dat op het kruispunt van gender, etniciteit en klasse het vooral vrouwen van kleur zijn die de blinde vlekken vormen. De bedoeling is om die blinde vlekken weg te werken en de specifieke noden van vrouwen met migratieachtergrond zichtbaarder te maken. Uiteraard schenken we ook de nodige aandacht aan wat gendernormen, racisme en andere vormen van ongelijkheid bij jongens en mannen teweegbrengen.”

Wat doet Ella Vzw precies? “Steunpunt allochtone meisjes en vrouwen, zoals het oorspronkelijk heette, is opgestart als een project binnen het toenmalige ICCM (Intercultureel Centrum voor Migranten).

Het actieonderzoek van 1999 dat de allochtone vrouwenverenigingen in Vlaanderen en Brussel in kaart bracht, toonde de nood aan van een specifieke ondersteuning voor meisjes en vrouwen uit etnische minderheidsgroepen, gezien hun participatie vaak gering is en zij vaak niet volwaardig aan bod komen binnen zowel de structuren van het minderhedenbeleid als de vrouwenbeweging. Sindsdien is de organisatie echter geëvolueerd.

De naam veranderde in 2010 naar ‘EllaKenniscentrum Gender en Etniciteit’. We voeren voornamelijk actie-onderzoeken. Daarnaast is het de bedoeling om de informatie uit dat onderzoek te ontsluiten aan de hand van vormingen, lezingen en trajectbegeleidingen in verschillende sectoren gaande van onderwijs en werk-geversorganisaties tot vakbonden en het brede sociale middenveld. We begeleiden ook trajecten bij vrouwenorganisaties waar vooral witte, hoger opgeleide vrouwen uit de middenklasse actief zijn en waar de vraag voornamelijk gaat over hoe zij inclusiever en intersectioneler kunnen werken. Of in het anti-racistische veld omdat daar ook heel wat genderblindheid is en er ook heel wat stereotiepe beelden over zgn. mannelijkheid en vrouwelijkheid heersen. De bedoeling is om op het kruispunt van verschillende assen of ordeningsprincipes

BIO Fatma Arikoglu heeft een master in de communicatiewetenschappen (UGent, België) en is sinds 2010 werkzaam binnen de feministische organisatie ella vzw, kenniscentrum gender en etniciteit. Daarvoor heeft ze als onderzoeksmedewerker bij de Nederlandstalige Vrouwenraad in België gewerkt rond het thema gender, asiel en opvang. Haar voornaamste werkdomeinen zijn gelijke kansen, intersectionaliteit, feminisme en antiracisme.

illustratie Kathy De Wit

Ik was de enige studente van kleur

meer kennis te ontwikkelen en te ontsluiten, met het oog op verminderen van ongelijkheid en discriminatie.”

Je spreekt over kruispunten, Ella noemt zichzelf intersectioneel: wat betekent die term precies? “Intersectionaliteit is een manier van denken over verschil, waarbij je rekening houdt met het element macht, met machtsongelijkheid, met normen en met voorrechten. Het kruispunt waar de verschillende assen samenkomen, bepaalt je maatschappelijke positie. Binnen die assen bestaan er normen, dominante ideeën die als vanzelfsprekend worden beschouwd, maar die leiden tot uitsluiting van zij die niet kunnen beantwoorden aan die normen. Als je tot de norm behoort, is jouw maatschappelijke positie binnen een bepaalde context veel gunstiger dan iemand die niet tot die norm behoort. Die assen werken op elkaar in, versterken elkaar, dat is het belang van kruispuntdenken.

Niet alleen man en vrouw, ook kleur, inkomen (!), taalgebruik, gezondheid en seksuele oriëntatie bepalen je ‘toegang’ tot de betaalde arbeidsmarkt. Het is niet eendimensioneel. Welke normen bestaan er in onze samenleving? En hoe werken deze op elkaar in? Dat zijn de vraagstukken die het kruispuntperspectief ons toelaat te beantwoorden in de complexiteit waarin we leven. Hoe meer je beantwoordt aan de norm, hoe sterker het net voor jou is en hoe toegankelijker onderwijs, arbeidsmarkt, gezondheidszorg, enz. worden. Dit besef toegeven is al een eerste stap richting intersectionaliteit.”

Beschouwen jullie de traditionele feministen als bondgenoten? “Er bestaat niet zoiets als de traditionele feministen. Feminisme as such bestaat niet. Er zijn verschillende stromingen, ver-schillende golven, verschillende focussen en thema’s.

Wij zijn een onderdeel van een groot geheel, net zoals dit huis hier; er zijn verschillende kamers en verdiepingen.

We merken dat er stilletjes aan meer bondgenootschap komt met de “klassieke” witte feministen die vooral bezig zijn rond loonkloof, stereotiepe rollenpatronen etc. In vergelijking met 10 jaar geleden toen ik startte, staan we veel verder in het luisteren naar elkaar over onze respectievelijke blinde vlekken en bezorgdheden. We zijn er helaas nog niet. We zien nog altijd dat feministen die pleiten voor gelijk loon, doorbreken van rollenpatronen of meer effectieve aanpak van partnergeweld, heel weigerachtig staan

tegenover het discriminerend aspect van bijvoorbeeld de hoofddoek; dat zij als het ware blind zijn voor racisme. Dat blijven moeilijke doch boeiende gesprekken. We gaan al meer in dialoog, maar die dialoog vertaalt zich nog te weinig in eisen die meegenomen worden of in solidariteit.”

Heb je het gevoel dat jullie tegen dezelfde vijand strijden? “Ik geloof van wel, maar niet elke organisatie of beweging maakt dezelfde diepgaande analyse. Ik schreef mee het voorwoord voor de vertaling van Feminisme voor 99%. De auteurs van het boek benoemen heel expliciet het kapitalisme als de oorzaak van uitbuiting, genderongelijkheid, klimaatonrechtvaardigheid en racisme.

Die strikte tweedeling tussen productieve arbeid en reproductieve arbeid (het krijgen en opvoeden van kinderen, huishoudelijke taken, mantelzorg) is eigen aan ons economisch systeem dat gericht is op zoveel mogelijk en snel winst maken, op de kap van vooral vrouwen; het kapitalisme of neoliberalisme. Het is een vaststelling die steeds terugkomt wanneer het bijvoorbeeld gaat over werkgeversbeleid. Het kapitalisme, en vooral de neo-liberale versie, leeft bij gratie van die tweedeling, die tot onder-drukking leidt. Het is een systeem dat de natuurlijke vijand is

van rechtvaardigheid en menswaardigheid. Er wordt massaal veel geproduceerd, er worden gigantische winsten gemaakt, maar dit is enkel ten voordele van de één, twee, misschien drie procent rijken. Wij hebben geen enkel belang of voordeel bij die winsten. Trickle down is een illusie. Integendeel, er zijn nog nooit zoveel burn-outs geweest, nog nooit zijn de wachtrijen in voedselbanken in België zo lang geweest, er wordt bespaard op welzijn en gezondheid, het middenveld dat waakt over het democratisch gehalte van beleidsbeslissingen wordt alsmaar meer ontmanteld en aan banden gelegd.

Ondertussen voelen mensen zich bedot door het systeem en brengen ze proteststemmen uit. Het is vooral nieuw rechts dat daar voordeel uit haalt door gemakkelijke vijandbeelden te creëren (vrouwen, klimaatjongeren, migranten). In die zin is het de ideale partner voor wie een neo-liberale agenda heeft.”

Er bestaat niet zoiets als de traditionele feministen

Een veel gehoord argument van nieuw rechts en anti-feministen is dat het geen zin heeft biologische verschillen te ontkennen? “Ik denk niet dat er nog veel feministen zijn die de biologische verschillen ontkennen. Maar biologie is niet alles. Die discussie laat ik over aan anderen. Belangrijk is dat we beseffen dat we voortdurend van alles construeren: hoe jongens en meisjes zich moeten gedragen, kleden, elkaar aanspreken, etc. Dit aangeleerd gedrag verloopt erg binair: meisjes zus en jongens zo. Meisjes zijn lief en jongens zijn stoer. Kort samengevat is dit helaas nog steeds de manier waarop onze samenleving georganiseerd is. Gender is dus een sociale constructie. Heel veel patronen en gedragingen zijn wel degelijk aangeleerd.

In deze nieuwrechtse tijden wordt het discours van feministen gekaapt door net wel op die biologische aspecten te focussen en die als het alfa en omega te zien. Sommige vrouwen springen mee op de kar. Zo is de hashtag #tradwife (traditionele huisvrouw) trending, terwijl er evengoed mannen zijn die graag een zorgende rol opnemen. Dit past echter niet in het nieuwrechtse beeld van ‘mannelijkheid’. Mannelijkheid wordt als een vaststaand patroon voorgesteld en uitvergroot.

Ik geloof dat die sociale constructies als gevolg hebben dat er vijandbeelden en breuklijnen kunnen gecreëerd en behouden worden en dat mensen in het ongewisse blijven over wie de echte vijand is. En biologie is een uitstekend argument hiervoor. Daarnaast wordt feminisme ook gekaapt in een anti-immigratiediscours. Het idee dat ‘onze vrouwen’ moeten beschermd worden tegen die donkere mannen met een machocultuur. En zo wordt iedereen tegen elkaar uitgespeeld.”

Hoe verzoen je de verschillende deelstrijden, soms lijken strijdpunten toch haaks op elkaar te staan? “Dat is inderdaad niet altijd makkelijk. We proberen uit te gaan van het idee van solidariteit. De mechanismen van uitsluiting zijn immers dezelfde en dienen hetzelfde doel. We proberen ook na te gaan waarom het zo moeilijk is, om bijvoorbeeld racisme mee te nemen in een feministische eisenbundel. We merken vaak dat daar een probleem zit rond onwetendheid en beeldvorming: “die met hun voile (hoofddoek) willen alleen maar thuisblijven en 7 of 8 kinderen krijgen.”

En cijfermatig werken helpt ook, zelfs in tijden van fake news. Die dialoog vertaalt zich nog niet altijd naar concrete acties en dat is soms heel frustrerend, omdat we steeds dezelfde gesprekken blijven voeren. Maar we moeten zaadjes blijven planten en blij zijn met kleine stapjes die we wel degelijk zetten. De verdeel- en heerspolitiek van politici wordt zichtbaarder. Arbeiders tegen mensen van kleur, vrouwenorganisaties tegen organisaties die opkomen voor de rechten van mensen met een handicap. Het is hoog tijd om het spel te keren. Daarom roepen we op om op 8 en 9 maart te staken. En zo signalen te blijven geven. Ik was ook heel blij mee te mogen werken aan het protestboek ‘Vlaanderen excelleert?!’, dat uitgegeven wordt door EPO en vanaf maart te koop is, waar verschillende auteurs aan hebben bijgedragen over solidariteit en verzet.”

Je bent hoopvol? “Ik slinger tussen hoop en wanhoop. Op globaal niveau is er sinds Trump heel wat bewogen. Vrouwen pikken het niet meer en voelen de sense of urgency.

Ook het nieuwe Vlaams regeerakkoord heeft veel in gang gezet, we zitten veel samen en merken dat de actiebereidheid groot is. We hebben een goed draaiend en solidair middenveld.

Anderzijds heb ik schrik dat de bodem nog niet bereikt is. Door de besparingen en de ideologische aanvallen op organisaties en acties is de slagkracht minder groot. Wat er in de Verenigde Staten gebeurt, of in Hongarije, vind ik erg angstaanjagend. We moeten actie blijven voeren. Het is nu of nooit.”

Judy Vanden Thoren

EEN biologisch G E Ï N F O R M E E R D feminisme ZOU VEEL MEER VROUWEN AANSPREKEN

Het feminisme heeft een lange weg afgelegd, en heeft nog een lange weg te gaan om te bereiken waar het naar streeft. Maar feministen vormen geen monolithisch blok. Een belangrijk vraagstuk vormt de oorzaken van verschillen tussen mannen en vrouwen in de samenleving. In welke mate zijn die biologisch bepaald? Of zijn ze veeleer een sociaal construct? Griet Vandermassen neemt hierin een standpunt in dat ingaat tegen de opvattingen van vele andere feministen.

Uw recentste boek, ‘Dames voor Darwin’, kreeg heel wat media-aandacht. Voor wie het boek niet gelezen heeft en de besprekingen vergeten is: wat is de kern van uw betoog in dat werk? Griet Vandermassen: “ Het is een analyse van het hedendaagse maatschappelijke vertoog over gender (dat aangestuurd wordt vanuit feministische hoek) in relatie tot het wetenschappelijke discours. Als filosofe zie ik het als mijn taak om te analyseren, kritisch na te denken, eventuele blinde vlekken bloot te leggen. Ik vind het belangrijk dat een beleid gevoerd wordt op basis van wetenschappelijke kennis. Het huidige denken rond gender is te weinig wetenschappelijk onderbouwd en te veel ideologisch aangestuurd. Verschillen tussen vrouwen en mannen worden alseen sociaal construct weggezet. Uit de wetenschappelijke bevindingen blijkt dat er wel degelijk biologisch gewortelde verschillen zijn tussen vrouwen en mannen, verschillen die evolutionair te verklaren zijn.”

Er is wantrouwen tegenover het als patriarchaal beschouwde wetenschappelijk discours. In het verleden werden door bejubelde wetenschappers zeer vrouwonvriendelijke standpunten verkondigd. “Historisch klopt het dat er veel onzin over vrouwen is verteld. In de Griekse Oudheid circuleerden al theorieën over de vrouwelijke inferioriteit op moreel en intellectueel gebied. Maatschappelijke onderschikking van vrouwen werd verklaard en gelegitimeerd door de verwijzing naar biologische verschillen. Zo beweerden artsen in de 19de eeuw dat vrouwen beter niet konden studeren. Anders zou er minder bloedtoevoer naar de baarmoeder zijn en zouden ze onvruchtbaar worden.

In de wetenschap heersten lang vooroordelen tegenover vrouwen. De meeste wetenschappers waren mannen, en die hadden vaak een blinde vlek voor het vrouwelijke aspect. Hoe we naar de wereld kijken wordt bepaald door wie we zijn en wat we ervaren. Vrouwelijke organismen werden vanuit een mannelijk oogpunt (niet) gewaardeerd of over het hoofd gezien. We hadden vrouwelijke wetenschappers nodig om deze blinde vlek te corrigeren. Nu is de achterstand op dat domein weggewerkt, er zijn nu meer vrouwelijke dan mannelijke biologen. Het argument voor de mannelijke bias wordt zo wel erg flauw. Vandaag staat de wetenschap veel verder.“

U hebt kritiek op het hedendaagse feminisme, maar ziet uzelf wel als feministe? “Ik pleit voor een ander feminisme. In de begintijd van het feminisme waren er twee stromingen. Er was het gelijkheidsfeminisme van Mary Wollstonecraft, dat de nadruk legde op gelijkheid. Man en vrouw zijn even rationeel en moeten dezelfde

rechten hebben. Daarnaast was er ook een stroming die wel verschillen erkende. Deze verschilfeministen pleitten voor een actievere rol van de vrouw in de maatschappij, vanuit hun vrouw zijn. Ze zijn nu grotendeels vergeten, zoals de schrijfster en activiste Hannah More, maar ze waren toen populair. Ze waren ook realistischer. Ze hielden er rekening mee dat veel vrouwen bv. ook moeder willen zijn, en trots vinden in die rol. Beide stromingen vulden elkaar aan en hebben samen veel bereikt. Vanaf de tweede feministische golf, met o.a. Simone de Beauvoir, ging het idee overheersen dat men tot vrouw gemaakt wordt. Verschillen wortelen in machtsverhoudingen, het begrip gender ontstond. Het was een begrijpelijke reactie tegen de verwijzing naar biologie om de onderschikking van vrouwen te rechtvaardigen. Maar we mogen daar niet in blijven hangen. Ik pleit voor een biologisch geïnformeerd feminisme.”

Onder de feministen zijn er ook wetenschapsters die tot andere conclusies komen dan u over biologische verschillen, zoals de Britse neurowetenschapper Gina Rippon in haar vorig jaar verschenen The Gendered Brain. “Er zijn amper neurowetenschappers die haar volgen in haar stelling dat er nauwelijks of geen biologische verschillen zijn tussen de geslachten. In 2017 verscheen

De wetenschappelijke bevindingen wijzen in dezelfde richting: de biologie heeft een serieuze impact op sekseverschillen

een themanummer van het Journal of Neuroscience Research, volledig gewijd aan sekseverschillen in het brein. Het telt meer dan 700 pagina’s. Rippon gaat selectief om met de wetenschappelijke literatuur, kiest studies die haar stelling onderbouwen. De wetenschappelijke bevindingen wijzen in dezelfde richting: de biologie heeft een serieuze impact op sekseverschillen.

Het is evolutionair ook maar logisch. Het zou een mirakel zijn moesten er wel verschillen zijn qua anatomie en fysiologie, maar niet qua psychologie en gedrag. De evolutie van fysiologische verschillen gaat automatisch gepaard met de evolutie van overeenkomstige psychologische verschillen. Als mannen meer spieren hebben, wijst dat op daaraan gekoppelde gedragsneigingen. Velen lijken te denken dat anatomische en fysiologische kenmerken lichamelijk zijn en psychologische van buitenaf komen. Maar die zijn uiteraard ook lichamelijk bepaald, ook al zijn ze cultureel beïnvloed. De omgeving kan trouwens ook biologisch zijn. Een kind in de baarmoeder ondergaat de invloed van een rokende moeder.

Dezelfde patronen van genderverschillen vinden we in alle culturen terug: mannen zijn gemiddeld agressiever, competitiever, meer gericht op sociale status, houden de vrouwelijke seksualiteit onder controle. Vrouwen zijn gemiddeld zorgender, zachtaardiger, angstiger, meer open voor emoties. En vooral mannen hebben de publieke macht. Dat zijn patronen waar biologische mechanismen achter schuil gaan.”

Er is veel aandacht geweest voor uw boek, waarbij u in interviews vaak als een soort tegenstem tegen het huidige feminisme werd beschouwd. Terwijl het moeilijk zal zijn feministen te vinden die de rol van biologie voor honderd procent verwerpen. “Het boek heeft veel media-aandacht gekregen, veel meer dan zijn voorganger. Kennelijk heeft het een gevoelige snaar geraakt. Het is wellicht een stem die te veel ontbreekt in het debat. Biologische verschillen worden binnen het feminisme wel in theorie erkend, maar ik ken amper een feministe die erkent dat biologie een wezenlijke rol speelt bij keuzes van meisjes en vrouwen op het vlak van speelgoed, studies, beroep, zorg, gezin…

Evolutie is niet zomaar een theorie, ze is een feit. We kunnen evolutionaire inzichten toepassen op onze soort. We zijn ten slotte primaten. De evolutiebiologie geeft ons een stevig gefundeerd overkoepelend denkkader, op een manier die een andere theorie niet kan bieden. We kunnen vandaaruit hypothesen opstellen en die toetsen. Als ze door onderzoek overweldigend bevestigd worden, houden we daar best rekening mee. Belangrijk is natuurlijk dat men steeds open staat voor kritiek of weerlegging, en standpunten weer verlaat als die door de feiten ontkracht worden. Maar dat is nu juist een van de basisprincipes van wetenschap. Ze is het tegendeel van dogmatisme.”

Een gevaar is dat men, met een onderbouwd en genuanceerd standpunt, in gepolariseerde tijden toch in een kamp wordt ingedeeld. Zo stond boven een interview met u in Trouw als titel ‘Baudet heeft een punt, er zijn ambitieverschillen tussen mannen en vrouwen’. Wie enkel de eerste woorden onthoudt, kan u als een gelijkgestemde gaan beschouwen. “Ik heb die titel boven dat interview niet gekozen, en ik heb het gesprek toen ook niet op Baudet gebracht. Wat ik wou zeggen is dat hij de wetenschap aan zijn kant heeft wanneer hij het over ambitie heeft, maar hij maakt daarbij onterecht een sprong van feiten naar waarden en normen. Er zijn verschillen tussen mannen en vrouwen, maar dat houdt geen norm in voor onze maatschappij. Maar ik vind het ook niet verstandig dingen te ontkennen omwille van mogelijke politieke recuperatie.

Uiteraard heb ik het steeds over gemiddelden. Er zijn hyperambitieuze vrouwen en mannen met weinig ambitie, maar gemiddeld is er wel degelijk een verschil. Het lijkt me goed om dat niet te ontkennen. Vanuit de erkenning van bepaalde verschillen kunnen we tegenargumenten ontwikkelen tegen reactionaire agenda’s. Een ontkenning van verschil gaat trouwens in tegen de ervaring van mensen en jaagt velen weg van het feminisme.”

U bedoelt dat veel vrouwen zich niet herkennen in het feministische ideaalbeeld? “Inderdaad. Veel vrouwen voelen zich niet geroepen om aan dat beeld te vol-doen. Zo zien we dat er bij toenemende gendergelijkheid op veel vlakken een grotere kloof ontstaat. De genderkloof in studie- en beroepskeuze is bv. nergens groter dan in de Scandinavische landen, met Zweden op kop. Geef mensen de vrijheid om hun eigen interesses te volgen en ze zullen dat ook doen. Ook sekseverschillen in onder

BIO Griet Vandermassen (°1970) is een Vlaams filosofe. Ze studeerde Germaanse filologie aan de Universiteit Gent en is doctor in de wijsbegeerte. Ze legt zich vooral toe op de evolutie-theorie, de evolutiepsychologie en het feminisme. In 2005 publiceerde ze Darwin voor dames, in 2019 Dames voor Darwin, twee werken die de relatie leggen tussen evolutiebiologie en –psychologie enerzijds en feminisme anderzijds.

meer persoonlijkheid, depressie en agressie worden groter. Grotere gendergelijkheid is goed voor iedereen: mensen worden gelukkiger en minder agressief. Alleen is het effect bij mannen en vrouwen niet even sterk, met een grotere kloof tot gevolg.

We moeten volledig inzetten op gelijke kansen, barrières wegwerken. Maar we moeten ook aanvaarden dat mannen en vrouwen soms andere keuzes zullen maken. Feministen die streven naar gelijke vertegenwoordiging willen vooral dat vrouwen ambitieuzer worden, meer exacte wetenschappen studeren. Ze streven er niet naar dat mannen meer zorgberoepen kiezen of dat vrouwen meer gevaarlijke en fysiek zware beroepen uitoefenen. Het gaat om sectoren verbonden aan macht en geld, en dat stoort me, want het is mannelijk genormeerd. Misschien pleit het juist voor vrouwen dat ze dat minder najagen?”

Hoe zou zo’n progressief maatschappijmodel dat rekening houdt met de biologische verschillen er dan uitzien? “De prioriteiten van mannen en vrouwen liggen vaak anders. Veel vrouwen willen wel een carrière, maar niet ten koste van alles.

In plaats van verplichte quota zou men de arbeidscultuur kunnen veranderen, arbeid anders organiseren: late vergaderuren vermijden, veel meer thuiswerk en flexibiliteit toelaten. Vrouwen zouden zo gemakkelijker hun verschillende prioriteiten kunnen realiseren. Frank van Massenhove heeft op de FOD Sociale Zekerheid ingezet op totale flexibiliteit, waarbij uiteraard wel op het einde van de rit de taken moesten zijn afgewerkt. Volgens hem zijn er op die manier veel meer vrouwen voltijds blijven werken na de geboorte van een kind en zijn veel meer vrouwen naar hoge functies doorgestroomd. Veel vrouwen willen de offers die gevraagd worden om carrière te maken, liever niet maken. We kunnen ervoor zorgen dat er minder offers moeten gebracht worden. Zo wordt arbeid leefbaarder voor iedereen.

Ik ben wel voor quota bij politieke en ethische besluitvorming. Net omwille van de verschillen tussen de seksen, hun andere belangen, ervaringen en prioriteiten is het belangrijk dat vrouwen mee deze belangrijke beslissingen nemen.”

Zijn er geen fundamentelere veranderingen nodig? In een markteconomie, waar inkomens uit jobs centraal staan en veel zorg daar niet in gevat wordt, lijkt wat vrouwen belangrijk vinden minder economisch waardevol. “Absoluut! We moeten zorg maatschappelijk veel meer waarderen en verlonen. Ik vind ook het idee van een leefbaar basisinkomen, zoals bv. verdedigd door Rutger Bregman en Philippe Van Parijs, bijzonder interessant. Bregman heeft zijn voorstel ondertussen wel wat bijgesteld, om het maatschappelijk verteerbaarder te maken. Maar uit historische experimenten blijkt in elk geval dat zo’n basisinkomen zorgt voor minder ziekte, minder geweld, minder criminaliteit, er wordt meer gestudeerd en mensen voelen zich gelukkiger. Ook de 30-urenweek, zoals o.a. verdedigd door Femma, vind ik een belangrijke denkpiste.

De bedoeling is dat we meer open staanvoor wetenschappelijke gegevens en van daaruit nadenken over een betere wereld voor vrouwen, voor mannen, en natuurlijk voor iedereen die zich niet thuis voelt in die categorieën. Nu wordt vooral ingezet op het bestrijden van genderstereotypen, terwijl die een vrij accurate weerspiegeling zijn van reële verschillen. Ik denk dat we vanuit de erkenning van verschil emancipatorische doelstellingen kunnen nastreven die breder zullen gedragen zijn, realistischer te verwezenlijken en beter aansluiten bij wat mensen belangrijk vinden. Dat is beter dan inherente verschillen te ontkennen en een soort gelijkheid na te jagen die de realiteit ontkent.”

Van harte bedankt voor dit gesprek.

Nico Pattyn

E XC LU S I E F VO O R O N Z E LEDEN! 25% korting op de aankoop van een ticket voor onderstaand evenement op vertoon van uw lidkaart en unieke code. Vraag uw unieke kortingscode aan via caroline@vermeylenfonds.be.

BY CUARTETO CASALS

Ida Dequeecker is een Belgische feministe en was politica voor de RAL en vervolgens de SAP. Ze heeft als feministe een lange staat van dienst. Ze richtte in 1970 mee een van de eerste Dolle Mina-bewegingen in Vlaanderen op. Ze startte ook de FemSoc beweging en BOEH! (Baas Over Eigen Hoofd) mee op. Als feministe gelooft ze niet in opgelegde keuzes.

IDA DEQUEECKER

Belgische feministe

Ida, je bent al redelijk lang actief in die feministische beweging en je hebt ook de hele evolutie meegemaakt vanaf de jaren 70. Men spreekt over een 1ste, 2de, 3de en nu zelfs een 4de golf van feminisme. Kan u daar misschien kort even een historische context schetsen? Wat zijn die golven precies? Ida Dequeecker: ”Een spreekwoordelijke golf kan je maar vaststellen als het al voorbij is. Toen we de Dolle Mina’s hebben opgericht dachten we niet ‘ah, we zijn bezig met de tweede feministische golf ’. Je moet dat eigenlijk beschouwen als een ‘upsurge’, een grote opwelling of iets dat ineens uitbarst en gedragen wordt door een massabeweging. De eerste feministische golf was het einde van de 19de en begin 20ste eeuw. Wat we de feministische golven noemen waren momenten van fel verhoogde feministische activiteit. Die eerste golf van feminisme had verschillende aspecten die elkaar niet altijd vonden. Vrouwen hadden geen rechten en je had de ideologie van de man als kostwinner en baas in het gezin. De vrouw moest het gezin organiseren als lady of the house met alle meiden en knechten. Daarnaast had je het proletariaat met vrouwen die wel gingen werken en met andere belangen maar zij hadden ook een strijd te voeren. Rond de jaren 60 en 70 is er terug een opwelling, die tegelijk deel uitmaakt van een algemene contestatie van de bestaande orde én een autonome strijd van vrouwen voor hun bevrijding.”

Hoe is dat voor u persoonlijk geweest? Heb je op een bepaald moment beslist, ik word feministe? Op welk moment heb je het gevoel gehad "ik moet iets doen"? Er moet toch iets zijn dat u heeft bewogen om mee te gaan in de beweging? “Nee, eigenlijk niet. Ik heb die vraag al dikwijls gehad. Voor hetzelfde geld had ik misschien niets gedaan. Ik ben erin gerold en op het moment dat je erin rolt blijf je rollen, tenminste ik toch. Ik ben een geprivilegieerd kind, m’n vader was dokter en mijn moe-der werkte met hem mee: 5 kinderen, meewerkende echtgenote, geen statuut. Vooruitstrevend was wel dat ik voorbestemd was om naar de universiteit te gaan. In de jaren 60, toen ik ging studeren, begon de contestatie op te borrelen. Het voedde een persoonlijk gevecht voor bevrijding. Het voedde mijn eerste (beperkte) betrokkenheid – ik had twee kinderen-op fenomenen als De Kabouters of de Amerikaanse dienstweigeraars die hier studeerden, de strijd tegen de oorlog in Vietnam. Je bent altijd een product van je tijd.”

Het was een onderdeel van een algemene emancipatiestrijd? “Voilà. Dat heeft ook meer invloed op de ene persoon dan op de andere. Hoe ben ik dan bij de Dolle Mina’s gekomen? Gewoon doordat een vriendin Roos Proesmans een aantal vriendinnen gevraagd had of ze geen zin hadden om in België een Dolle Mina groep op te richten. Zo stom is het gegaan. Er lag natuurlijk al, zoals gezegd, een basis zowel individueel als maatschappelijk. Dus toen we de stap zetten, sloeg het aan en het was vertrokken. De tijd was er rijp voor…

Je was een bekende naam vroeger o.a. in de abortusstrijd. In onze tijd (jaren 70) was jij een begrip. “De Dolle Mina’s deden ludieke acties die niemand nu nog begrijpt, zoals “Wij, als vrouwen, hebben ook recht op longkanker” en dat is ook het enige wat men nu nog onthouden heeft. Wij werden door tal van organisaties gevraagd om te komen spreken. Dat lag me goed maar ik wist eigenlijk niet veel over de situatie van vrouwen. Ik ben beginnen lezen en studeren. We kregen heel wat hulp van gevestigde feministen als Marijke Van Hemeldonck, die actief was in het Aktiekomitee ‘Gelijk loon voor Gelijk werk’. Je begint meer en meer inzichten en kennis op te doen. Zo is de serieuze kant van Dolle Mina’s snel ontwikkeld. Wat we vooropstelden was het idee ‘De rebelse meid is een parel in de klassenstrijd’; namelijk dat vrouwenonderdrukking verbonden is met de klassenmaatschappij. De link tussen beiden hebben we altijd sterk gelegd. Dolle Mina was een autonome feministische actiegroep. Er kwam enorm veel volk naar die vergaderingen en we hadden eigenlijk geen flauw benul hoe je democratisch kon vergaderen. Het waren nogal chaotische en anarchistische bijeenkomsten. Hier en daar kwam wel eens een man mee met z’n vrouw-mannen waren in het begin toegelaten maar die enkele mannen bleken het hoge woord te voeren. We hebben dan beslist dat we geen mannen meer wilden bij onze vergaderingen. Onze keuze voor autonomie betekent niet dat we geen vrouwen kenden uit linkse en extreemlinkse partijen zoals de RAL, Amada en de KP, of dat individuele vrouwen uit die partijen niet bij ons aansloten. Zelf ben ik door mijn engagement in Dolle Mina lid geworden van de RAL. We stelden ons autonoom op t.a.v. partijen en organisaties. Bestaande traditionele partijgebonden vrouwenorganisaties waren ook veel te rolbestendigend in onze ogen. Wij waren veel radicaler en wilden de traditionele manvrouwverhoudingen volledig omgooien. Toch moet je niet neerkijken op die traditionele vrouwenorganisaties – wat we aanvankelijk wel een beetje deden-want tegelijkertijd mobiliseerden die wel vrouwen. En er zaten ook militante vrouwen tussen. Dolle Mina was overigens ook veel radicaler dan nieuwe organisaties als Man Vrouw Maatschappij. De nieuwe autonome groepen hebben wel een impuls gegeven aan de traditionele door de radicale formulering van nieuwe eisen.

Individuele vrijheid uit zich vandaag ook in de ‘vrije keuze’ van het gebruik van Botox, lipopvulling, vaginacorrecties enz. Is dit dan wel echte vrijheid of is dit toch weer een vorm van (zelf)onderdrukking om ‘de man’ te behagen? Je moet een onderscheid maken tussen een maatschappelijke analyse en wat vrouwen zelf willen. Wie ben ik om te zeggen dat je niet mag ‘botoxen’. De interessante vraag is hoe zoiets maatschappelijk wordt aangepraat, enerzijds door het schoonheidsideaal en anderzijds wie verdient er veel geld aan (en wie kan het betalen)? Een keuze wordt altijd binnen een sociale en maatschappelijke context gemaakt, die simpel gezegd uiteindelijk de grenzen van de vrijheid aangeeft. Laat je die maatschappelijke context achterwege, dan blijft alleen nog de idee van ‘vrije keuze’ over als hefboom voor vrouwenemancipatie. Dan kom je uit bij een libe-raal powerfeminisme, dat traditionele vrouwelijkheid inzet als zogenaamd feministisch wapen, zoals de ‘hoge hakken clip’ van de N-VA.

Theo Francken (N-VA) twitterde over een ‘Nieuw Vlaams feminisme’ met zeer liberale waarden, zelfbeschikking, integratie, ondernemingszin enz. Femi-nisme is volgens hem niet alléén meer van links. Hij wil het feminisme recupereren maar met andere waarden dan waar het voor staat. “Wij noemen dat de kaping van het feminisme, in de zin dat rechts feministische begrippen gebruikt om te discrimineren door een superieur westers wit feminisme voor te stellen als hét énige mogelijke feminisme, waaraan iedereen zich moet spiegelen. Wat daarvan de consequenties zijn wordt heel duidelijk n.a.v. het hoofddoekverbod. Het rechts feminisme is de fundamentele negatie van feministische waarden als gelijkheid, vrijheid en solidariteit. Als dit de nieuwe inhoud zou worden van feminisme dan is dat woord zodanig uitgehold dat je je er niet meer mee kan of wil identificeren. Voorlopig voeren we nog altijd een gevecht voor ons pluralistisch intersectioneel en solidair feminisme.”

Als je naar de website van N-VA kijkt, zie je vrouwen die strijdvaardig zijn niet voor de maatschappij maar wel om ‘te slagen’ als individu. “Inderdaad, eigenlijk zegt de N-VA dat onze maatschappij zo democratisch is dat er structureel niets meer moet veranderen. Het is aan de vrouwen individueel om hun kansen waar te maken, doen ze dat niet dan is het hun eigen schuld. Het is eigenlijk een ultra liberaal idee, men noemt dit ook het vrije markt feminisme. Je kan zeggen dat dit gegroeid is uit de strijd van zelfbeschikking van vrouwen maar voor ons ging die zelfbeschikking samen met solidariteit en gelijkheid. Zolang niet iedereen gelijk is, heeft die zelfbeschikking ook zware beperkingen. In onze strijd voor het recht op abortus hebben we altijd duidelijk gemaakt dat wie de middelen niet had maatschappelijk beperkt was, ook al was er de mogelijkheid tot zelfbeschikking. Veel vrouwen konden zich niet veroorloven om naar het buitenland te gaan voor abortus. We leven in een seksistische en racistische samenleving. Dat is structureel en systemisch. Dat uit zich overal! In je kansen op een job tot in je persoonlijke relaties, overal word je er mee geconfronteerd en dat is zeer vermoeiend en ik begrijp dat de verleiding soms groot is om het te negeren om je leven gemakkelijker te maken. Ik vind het belangrijk dat we gevoelig blijven voor seksisme en racisme, ondanks dat men je steeds weer zegt dat je overdrijft of dat je niet vatbaar bent voor humor. Het zit overal, van het hoogste niveau tot in onze allerindividueelste relaties. #MeToo is daar een krachtig antwoord op en dat is, denk ik, dankzij de strijd die wij zijn blijven voeren en waarin nu ook de sociale media een grote rol in spelen.

Sommige vrouwen willen de rol van huisvrouw opnemen en noemen dit een feministische keuze. “Kijk, het kan een feministische keuze zijn, alles hangt af van de context en de mogelijkheden die de samenleving biedt. Welk soort buitenshuis werk en vooral aan welk loon. Soms is de keuze om huisvrouw te worden dan snel gemaakt. En het zegt niets over het maatschappelijk engagement van de persoon die al dan niet voor betaald werk kiest. Vrouwen die kiezen om deeltijds te werken: is dat een feministische keuze? Het wordt bepaald door de manier waarop onze arbeidsmarkt georganiseerd is. In onze beweging hadden we vroeger ook huisvrouwen die feministisch waren. Oordeel niet over de keuze van een individueel persoon, kijk naar het maatschappelijke kader waarin die keuzes gemaakt wor-den. Die is veel beperkender dan we denken. En vindt elkaar in een gedeelde, maatschappelijke en feministische inzet en overtuiging. Wij zijn reeds lang voor een radicale werktijdverkorting. Wie bepaalt wat voltijds is? Is voltijds werken een feministische keuze? Absoluut niet! Is deeltijds werken een antifeministische keuze? Absoluut niet! Maar de maatschappij maakt dat voltijds voor

volwaardig wordt aanzien en deeltijds niet. Men wil ons doen geloven dat wie kiest voor een carrière een échte feministe is. Dat is de norm die ons wordt opgedrongen. De norm is zo omdat daar de meeste winst uit te halen valt. Winst wordt nog altijd gemaakt op kap van de werkende mens. De lengte van de werkdag is steeds een voorwerp van klassenstrijd geweest. In de strijd voor de achturendag zijn doden gevallen. De werkgevers in onze kapitalistische samenleving willen dat er zo lang mogelijk, zo versnipperd of flexibel mogelijk gewerkt wordt om meer winst te maken.”

In Finland is de (vrouwelijke) eerste minister van plan de zesurendag in te voeren. “Het zal wellicht niet doorgaan, maar het is wel een maatschappelijk debat. Furia, voorheen het VrouwenOverlegKomitee, heeft altijd gestreden voor korter werken; het is één van de punten om alles doenbaarder te maken. Ook Femma komt vandaag op voor korter werken. Het is nog steeds een voorwerp van sociale strijd.”

Hoe denk je dat die structuren moeten veranderen? “Ik sta huiverig tegenover modellen. Ik sta nog steeds achter de idee van een democratisch socialisme. We moeten blijven streven naar een rechtvaardige maatschappij waarin iedereen gelijk is. Zelfs al lijkt het een onmogelijke utopie. De milieustrijd is daar ook een heel belangrijk onderdeel van. Je moet niet zitten wachten tot het verandert. Door de actuele strijd blijf je vorm geven aan verandering, hoe beperkt ook, in de wetenschap dat de relaties tussen mensen pas fundamenteel anders zullen zijn als de structuren van ongelijkheid niet meer bestaan. Het idee van de structurele veranderingen moeten we blijven koesteren want het voedt de hoop op een goede toekomst. Een van de belangrijke fundamentele structurele veranderingen is dat we de zorg voor mensen van jong tot oud terug centraal stellen. Nu staan arbeid en winst centraal. We moeten naar een samenleving waar zorg voor elkaar en het leven terug een hoofddoel wordt en geen afgeleide. Eigenlijk wil dit zeggen afschaffing van het kapitalisme. Zolang dat dat er nog is, zal je de zorg niet centraal kunnen stellen. We leven toch om voor elkaar te zorgen? Dat is toch mooi!?

Zeker!

Johan Notte en Sarah Mistiaen

This story is from: