Page 1

BESEDA Nummer 48

Vereniging Nederland - Bulgarije Foto: Saint Trinity kerk in Alfatar

Digitaal


Beseda 48 digitaal Uitgave van de Vereniging NederlandBulgarije Bestuur: Rients Boiten Harry Witteveen Julia Quak-Stoilova Larisa Filipova Kenneth Powell Misha Alma Arie van Veelen Herbert Joosten Webmaster: Frank Lindeboom Secretariaat: Van der Hoopstraat 47/2 1051 VB Amsterdam tel. 06-42290328 secretariaat@vereniging nederlandbulgarije.nl

Mededelingen vanuit het Bestuur

Feestavond in Wijchen Op 13 maart j.l. was er weer een feestavond van de Vereniging op het inmiddels vertrouwde adres: Restaurant Sarajevo in Wijchen. Er waren ca. 50 personen aanwezig en het werd weer ouderwets gezellig tot in de kleine uurtjes. Op onze website www.verenigingnederlandbulgarije.nl kunt u de foto’s bekijken van deze avond. Er was ook een quiz georganiseerd en de winnaars werden beloond met een Bulgaars T-shirt. Wij hebben de quiz voor u online ( www.beseda.nl/VNB-quiz.pdf ) gezet zodat ook u uw kennis over Bulgarije kunt testen. Uw antwoorden kunt u naar ons secretariaat mailen: secretariaat@verenigingnederlandbulgarije.nl

Uit de goede inzenders zullen wij een winnaar trekken en hem of haar een klein prijsje toesturen. Inzenden kan tot aan de algemene ledenvergadering.

Internet: http://www.vereniging nederlandbulgarije.nl Lidmaatschap: € 20,- per jaar voor particulieren (gezinslidmaatschap) € 56,- per jaar voor Bedrijven Rekeningnummer: ING 634573 t.n.v. Vereniging Nederland-Bulgarije, Barneveld Algemene ledenvergadering Het bestuur van de Vereniging Nederland-Bulgarije is momenteel bezig om een locatie te vinden voor de algemene ledenvergadering. Zodra deze geboekt is zullen wij u inlichten over de datum, de aanvangstijd en de locatie.

© beseda 2010 Vereniging Nederland- Bulgarije

Een aantal bestuursleden is aftredend en zal zich niet verkiesbaar stellen. Eventuele inlichtingen omtrent een bestuurslidmaatschap kunt u verkrijgen via het secretariaat of bij de heer Harry Witteveen. witteveen@verenigingnederlandbulgarije.nl


KUNSTVEILING Op zondagmiddag 18 april 2010 vindt in Rumpt (gemeente Geldermalsen) een bijzondere kunstveiling plaats. Meer dan 20 kunstenaars hebben belangeloos een kunstwerk ter beschikking gesteld voor deze veiling. De volledige opbrengst gaat naar een tweetal kindertehuizen in Bulgarije waar stichting De vergeten kinderen van Bulgarije zich voor inzet. PROGRAMMA KUNSTVEILING 14.00 – 14.45 Ontvangst met High Tea met kunstzinnig taartbuffet 14.45 – 15.00 Korte presentatie over de stichting en doel van de veiling 15.00 – 16.30 Veiling onder leiding van een veilingmeester en notaris 16.30 – 17.30 Borrel

Op de kunstveiling zullen diverse kunstwerken worden geveild van gerenommeerde Bulgaarse en Nederlandse kunstenaars, zoals Danielle van Broekhoven, Reinoud van Vught, Marinke van Zandwijk, Ingrid Simons, Sander van Deurzen en Edmond Demirdjian. Alle kunstwerken, van bekende en minder bekende professionele kunstenaars zijn te zien op www.vergetenkinderenbulgarije.nl/Kunstveiling.html Op 18 april is tussen 14.00 en 15.00 uur gelegenheid om alle kunstwerken op de locatie te bekijken.

Danielle van Broekhoven

Een toegangskaart voor de veiling is € 30. Hierbij inbegrepen zijn een High Tea met kunstzinnig taartbuffet, een muzikaal optreden van Twips en een gezellige borrel. Evenals de opbrengst van de veiling komt dit bedrag ten goede aan de twee kindertehuizen. Aanmelden voor de kunstveiling kan via deze link. De betaling kunt u overmaken op bankrekeningnummer 1042.19.602 ten name van De vergeten kinderen van Bulgarije te Huizen onder vermelding van Kunstveiling 2010. Na ontvangst van betaling ontvangt u per email een bevestiging van uw aanmelding. Dit is tevens uw toegangsbewijs.

Marinke van Zandwijk

Edmond Demirdjian

STICHTING DE VERGETEN KINDEREN VAN BULGARIJE Stichting De vergeten kinderen van Bulgarije zet zich in voor kinderen in twee Bulgaarse kindertehuizen: Roman en Pleven, met als doel de levenskwaliteit van de kinderen te verbeteren. De stichting organiseert gerichte acties om geld in te zamelen en werkt nauw samen met de directies van de betreffende kindertehuizen en de Tabitha Foundation Bulgaria.


Het grootste voorjaarsfeest, Pasen “Velikden” in Bulgarije is het grootste voorjaarfeest en vroeger duurden de festiviteiten wel 3 dagen. Na het lange vasten werd het altijd een vrolijk feest. Vooraf werden er eieren geverfd of beschilderd en werd er een speciaal brood gebakken (kozoenak) met veel eieren in het deeg. Het brood werd gebakken in de vorm van een vlecht waarop men amandelen of walnoten legde. Ook bakte men kleine koekjes (gevretsjeta). Dit werd allemaal bij de paasmaaltijd gegeten en aan de familie en vrienden gegeven om naast de wensen voor gezondheid ook de doden te herdenken. Ieder sloeg zijn eigen geverfde ei zachtjes tegen het ei van de ander om te zien wiens ei er vervolgens heel bleef. Diegene die zijn ei heel hield kon rekenen op een heel jaar goede gezondheid. De versiering van de paaseieren was decoratief. Ze werden met bloemetjes of fantasiefiguren versierd, maar ook werden ze met christelijke symbolen zoals kruizen beschilderd. De rode eieren hadden twee belangrijke functies; Ze moesten beschermen en stimuleren. Ze werden op de donderdag voor Pasen geverfd. Op die dag was het verboden om te werken. De mensen die dan niet werkten waren beschermd tegen bliksem en hagel. De wangen van de kinderen werden ingewreven met het eerste rode ei, opdat ze gezond zouden blijven, voorspoedig konden opgroeien en later ook kinderen zouden kunnen krijgen. De meeste van deze gebruiken bleven door de jaren heen gehandhaafd en worden ook nu nog in ere gehouden. Uit Beseda 7 – juni 1993


Pasen valt dit jaar op dezelfde dag in de oosters-orthodoxe en de rooms-katholieke kerk.. Het orthodox Pasen wordt niet alleen gevierd in Bulgarije maar ook in Servië, Roemenië, Griekenland, Rusland en de Oekraïne. Ook viert men dit paasfeest in de oriëntaalse orthodoxe kerken: de Koptische, Syrisch, Armeens en Ethiopisch. Met de paasviering viert men Jezus' overwinning op de dood. Na de kruisiging op Goede Vrijdag stond Hij op uit de dood: de verrijzenis. Aan de christenen is hierdoor de hoop gegeven op een beter leven nu of na de dood. Waarom valt orthodox Pasen op een andere datum? In de eerste paar eeuwen na Christus vierde bijna iedere plaatselijke kerk Pasen op een verschillende datum. Sommige kerken bepaalden de datum aan de hand van het Joodse Pesach, andere vierden Pasen ieder jaar op 27 maart, en zo waren er nog meer tradities die allemaal een andere uitkomst gaven. Het eerste oecumenische concilie in Constantinopel (een algemene vergadering van de hele kerk) maakte daar een eind aan. Men wilde één regel gebruiken om de datum van het feest van de Opstanding te berekenen. Het concilie besloot dat het feest van de Opstanding altijd na Pesach moest vallen, zoals ook de Opstanding zelf na Pesach was. Verder moest het een zondag zijn, de eerste dag van de week, als de nieuwe of Achtste Dag van de Schepping. Een vaste datum kwam dus niet in aanmerking. Het concilie bepaalde dat het feest moest vallen op de eerste zondag na de eerste volle maan na de eerste dag van de lente. De datum van Pesach wordt op een soortgelijke manier berekend, en deze berekening zou meestal voldoende moeten zijn om Pasen na Pesach te laten vallen. Voor de jaren waarin dat niet zo was voegde het concilie toe "na het Joodse Pesach". Het verschil in paasdatum is niet alleen het gevolg van het feit dat de orthodoxe kerk nog eeuwen na 1582 (het jaar waarin Rome de gregoriaanse kalender invoerde) de Juliaanse kalender heeft gebruikt, hoewel de paasdatum wel volgens de juliaanse kalender wordt berekend.

Lang daarvoor heeft de orthodoxe Kerk al overwogen de berekening te hervormen, maar men wilde geen methode invoeren waardoor Pasen vóór Pesach zou kunnen vallen.

De data van orthodox Pasen in de komende jaren en het verschil in weken tussen beide feesten. 4 april 2010 (gelijk) 24 april 2011 (gelijk) 15 april 2012 (1 week verschil) 5 mei 2013 (5 weken verschil) 20 april 2014 (gelijk)

Bron: www.beleven.org

Kerkdiensten Bulgaarse kerk in Den Haag 1 april - Witte Donderdag 11:00 - 20:00 kerk zou open zijn 18 uur - Heilige en Verlossend Lijden des Heren. Dienst van de Twaalf Evangeliën 2 april - Goede Vrijdag 11:00 - 20:00 kerk zou open zijn 18 uur Grote Vrijdag - Goede Vrijdag. Gedachtenis van het Heilig Verlossend Lijden van Onze Heer Jezus Christus. Graflegging des Heren (Kruisafname). Uitdragen van de heilige Epitaaf 3 april - Stille Zaterdag 11:00 - 20:00 - kerk zou open zijn 12:00 - 14:00 Tweede Workshop "Bijgekleurde paaseieren 23:30 - Middernachtsdienst Paasmetten, Paasuren, Heilige Paasliturgie 4 april - Pasen - Velikden 11 uur - kerk zou open zijn Tentoonstelling "Bijgekleurde paaseieren en geurige kozunatsi" 5 april – Tweede Paasdag 11:00 - 20:30 - kerk zal open zijn


Gotse Deltsjev (1872-1903) een omstreden held. Het is de gewoonte in Bulgarije straten, wegen en pleinen te vernoemen naar belangrijke personen uit de vaderlandse geschiedenis. Daarom kom je in vele steden in dit land, maar ook in de republiek Macedonië (officieel F.Y.R.O.M.) de naam Deltsjev nogal eens tegen. Ook zijn er o.m. in Skopje, Varna en Blagoëvgrad standbeelden van hem. Er zijn o.m. een stad in het zuiden van Bulgarije Gotse Deltsjev en een stadje in de F.Y.R.O.M. Deltsjevo naar hem genoemd. Wie was deze persoon? Georgi Nikolov “Gotse” Deltsjev wordt in beide hierboven genoemde landen geëerd als verzetsstrijder, volksheld en stichter van de natie. Hij werd in 1872 geboren uit Bulgaars sprekende christelijke ouders in de plaats Kukusj in het Ottomaanse Rijk. Deze plaats ligt thans in Griekenland en heet nu Kilkis. Hij genoot zijn opleiding aan de Bulgaarse basisschool in zijn geboorteplaats en aan het Bulgaarse H.H. Kiril en Metodij lyceum in Thessaloniki *). Daarna bezocht hij van 1891 tot 1894 de militaire academie in Sofia in het toenmalige vorstendom Bulgarije. Helaas werd hij een maand voor zijn afstuderen van deze school verwijderd vanwege zijn politieke activiteiten als lid van een illegale socialistische organisatie. Vorst Ferdinand oefende een sterke invloed uit op de regering en op het leger. Hij was autocratisch ingesteld en omringde zich met conservatieve personen, die niets op hadden met alles wat naar socialisme zweemde. Daarmee werden zijn mogelijkheden om in Bulgarije carrière bij de overheid te maken onmogelijk. Hij ging terug naar Macedonië. In 1894 wordt hij leraar in de plaats Sjtip aan een Bulgaarse school die door het Bulgaarse exarchaat was opgericht. Dit exarchaat was een afsplitsing van het Griekstalige patriarchaat in Constantinopel, dat vanaf de verovering van deze stad door de Osmaanse Turken in 1453 de leiding over alle orthodoxe christenen in het Osmaanse Rijk had verkregen. In het midden van de 19e eeuw was er in de Bulgaarse gemeenschap veel weerstand ontstaan tegen de Grieks sprekende en prekende geestelijkheid, die door de meeste Bulgaren niet werd begrepen. Bovendien voelden de Bulgaren zich door de 'Griekse' kerk overheerst en uitgemolken. De kerkelijke belasting was niet mis en kwam niet aan Bulgarije ten goede. In 1870 heeft de sultan na veel strijd de Bulgaarse exarch in Constantinopel erkend en hem de leiding gegeven over de Bulgaarse diocesen in het rijk, dit zeer tot ongenoegen van de patriarch, die de exarch in de ban deed. In Macedonië leidde dit tot een felle strijd tussen het exarchaat en het patriarchaat. Bulgaarse bisdommen ontstonden ten koste van Grieks-orthodoxe. Als meer dan 2/3 van de gelovigen voor de exarch koos veranderde het Griekse in een Bulgaars bisdom. Beide gemeenschappen hadden niet alleen hun eigen kerken, maar ook hun eigen scholen. Om de zaak nog ingewikkelder te maken probeerde ook de Servisch orthodoxe kerk invloed te krijgen in de religieuze en politieke visvijver. De Serven beschouwden Macedonië vanwege historische, taalkundige en etnologische banden als Zuid-Servië. Anders dan in het vorstendom Bulgarije was de bevolking van Macedonië etnisch veel gevarieerder. Er woonden Turken, Grieken en Slaven door elkaar. Daarnaast waren er kleinere groepen Albanezen, Joden, zigeuners en Vlachen. De Slaven waren verdeeld in 'Serviërs' en 'Bulgaren'.


In het gebied probeerden Grieken, Bulgaren en Serviërs scholen te stichten om hun etnische aanhang te vergroten. Behalve verzet tegen de Turken leidde dit tot heftige onderlinge strijd. In Sjtip kwam Gotse in contact met Damyan Yovanov (Dame) Gruev, geboren in 1871 ook leraar aan een Bulgaarse school. Deze collega was mede oprichter van de B.M.A.R.C. (Bulgaarse Revolutionair comité voor Macedonië en Adrianopel**)). Een vrijheidsbeweging die zich als eerste doel stelde autonomie te verkrijgen voor de Bulgaarse bevolking in Macedonië en Thracië. Deze organisatie veranderde later enkele malen van naam en is vooral bekend onder de naam I.M.R.O. (Interne Macedonisch Revolutionaire Organisatie) of in het Bulgaars V.M.R.O. Gotse sloot zich aan bij de organisatie en werd in de leiding gekozen. Hij ontwierp o.m. nieuwe statuten waarbij de naam werd gewijzigd in S.M.A.R.O. (Geheim Macedonisch-Adrianopelse Revolutionaire Organisatie). Als tolerant leider wilde hij de organisatie niet alleen voor Bulgaren openstellen, maar ook voor andere gelijkgezinde inwoners van Macedonië en Thracië, die een einde wilden maken aan het Ottomaanse bewind. Oorspronkelijk was deze organisatie een kopie van de bevrijdingsbeweging uit derde kwart van de 19e eeuw met o.m. Georgi .S. Rakovski en Vasil Levski. Deze bestond ook uit een centraal comité en plaatselijke afdelingen. De S.M.A.R.O. had haar hoofdkwartier in Thessaloniki en afdelingen verspreid over Macedonië en Thracië. De leiders waren vaak onderwijzers en leraren, die als zodanig direct contact hadden met de plaatselijke bevolking en onder dekmantel van beroepsvergaderingen en schoolinspecties zich vrij konden bewegen. Naast de genoemde organisatie werd er ook een S.M.A.R.C. (Opperst Macedonisch-Adrianopels Revolutionair Comité opgericht, waarvan de leiders streefden naar nauwe banden met de Bulgaarse regering in Sofia. Zij wilden een opstand provoceren en ingrijpen van het vorstendom Bulgarije afdwingen, gevolgd door annexatie van Macedonië en Thracië. Gotse was hiertegen. Hij wilde echter wel met hen samenwerken om genoemde Ottomaanse gebieden te bevrijden. Deltsjev bemoeide zich vooral met de militaire strategie van de organisatie. Hij zorgde voor aankoop, opslag en transport van munitie en wapens voor de beweging. Hij richtte zelfs een werkplaats voor bommen op in de plaats Sabler nabij Kjustendil. Munitie werd gebruikt om Turkse transporten van wapens en gevangenen te verhinderen en gevaarlijke tegenstanders uit te schakelen. Helaas raakte de beweging ook in conflict met soortgelijke verzetsgroepen van Grieken, de “Andartai” en Serven, de “Tsjetniks”. Daardoor werd hij bekend bij de Osmaanse autoriteiten als een gevaarlijk tegenstander en staatsvijand. In de voorbereiding tot een opstand in Macedonië, die Gotse overigens prematuur vond, omdat het verzet niet voldoende was voorbereid, werd hij tijdens een schermutseling bij een hinderlaag in Banitsa bij Serres (nu in Griekenland) gevangen genomen op 4 mei 1903 en gedood. Zijn hoofd werd hierbij van zijn romp gescheiden en naar de Osmaanse gouverneur in Thessaloniki gebracht als bewijs van zijn dood. Het is nooit teruggevonden. De opstand van Ilinden (op de feestdag van de heilige profeet Elia)en de tiendaagse republiek van Krusjevo in augustus 1903 heeft hij dus niet meer meegemaakt. Op de vraag of Deltsjev nu Bulgaar of Macedoniër was is geen eenvoudig antwoord te geven. In beide landen wordt hij vereerd. Waarschijnlijk beschouwde hij zichzelf als Bulgaar. Hij sprak Bulgaars, ging in zijn woonplaats en in Thessaloniki naar Bulgaarse scholen. Zijn ouders waren lid van de Bulgaars orthodoxe kerk. Wel kwam hij in conflict met de Bulgaarse overheid van het vorstendom.


Hij was voor bevrijding van Macedonië (en Thracië) door de inwoners zelf en niet van buiten af. Een autonoom Macedonië binnen het Turkse rijk was het eerste en meest bereikbare doel tijdens het leven van Gotse. Aansluiting bij, een federatie met Bulgarije of totale onafhankelijkheid, waren onbereikbare opties in verband met het politieke evenwicht dat grootmachten als Rusland, Groot Brittannië, Duitsland en Oostenrijk-Hongarije op de Balkan probeerden te bereiken. De stichting van de staat Macedonië in een kleinere vorm dan Gotse voor ogen stond, vond veel later plaats en wel binnen het kader van de Joegoslavische federatie in 1946. In 1991 na het uiteenvallen van de federatie werd dit staatje geheel zelfstandig. De staatsgrenzen in geografisch Macedonië tussen Griekenland, Bulgarije en Servië (nu Republiek Macedonië of F.Y.R.O.M.) die na de Tweede Balkanoorlog in 1913 bij de vrede van Boekarest zijn vastgesteld, gelden met enkele kleine wijzigingen nog steeds. Merkwaardig is wat er met het stoffelijk overschot van de held is gebeurd. Zijn lichaam, zonder hoofd dus, werd in eerste instantie begraven op een begraafplaats in Banitsa. Na de Tweede Balkanoorlog in 1913 kwam deze plaats in Griekenland te liggen. Er verdwenen veel Bulgaren uit het door Griekenland ingenomen gebied. Tijdens de Eerste Wereldoorlog mocht Bulgarije van bondgenoot Duitsland bijna geheel Macedonië bezetten. De stoffelijke resten werden opgegraven en naar Bulgarije vervoerd toen Bulgarije de bezetting weer moest opgeven. De herbegrafenis vond na enige omzwervingen plaats in de kerk van het Rilaklooster. Tijdens de Tweede Wereldoorlog en de hernieuwde bezetting van Macedonië door Bulgarije werd het graf van Deltsjev in Banitsa gerestaureerd. Na de Tweede Wereldoorlog kwam er even een toenadering tussen de communistische volksrepublieken Bulgarije en Joegoslavië. Er was sprake van een federatie van Slavische staten met daarin ook een plek voor een volksrepubliek Macedonië. Daarom werd het stoffelijk overschot alvast overgebracht naar Skopje. Zijn graf ligt zodoende nu op de binnenplaats voor het kerkje Sveti Spas, (de heilige Verlosser) in het 'Turkse' gedeelte van de stad. De beoogde federatie kwam door de ruzie tussen Stalin en Tito echter nooit tot stand. De Nederlandse link met Gotse. De Nederlandse schrijver A. den Doolaard (pseudoniem van G.B.J. Spoelstra) 1901-1994 bezocht Joegoslavië en Bulgarije voor het eerst in 1930. Hij was er als journalist voor Nederlandse kranten. Na Belgrado bezocht hij het toen zeer arme gebied Macedonië. Oudere boeren spraken er nostalgisch over de I.M.R.O. van vroeger en over de helden Gotse Deltsjev en Dame Gruev. De verworden beweging van de comitadji's, (leden van het comité) die zich met dezelfde naam sierde, haatten ze echter evenzeer als de koninklijke Joegoslavische politie. Hij maakte een bomaanslag mee en twee daverende boerenbruiloften. Ook fotografeerde hij vier in een hinderlaag gedode comitadji's. Later bezocht hij ook Bulgarije, waar hij in Sofia en in Bansko is geweest. In Bansko was hij een van de eerste toeristen, die de skisport beoefenden. Het plaatsje was toen in de macht van de comitadji's die een terreur over de eigen bevolking uitoefenden o.m. door het opleggen van speciale belastingen t.b.v. hun organisatie. Zij vertrouwden hem vanwege zijn Servische connecties en zorgden er voor, dat hij door de Bulgaarse autoriteiten werd uitgewezen. Het verhaal van de Gotse, de Ilindenopstand en de I.M.R.O. heeft hij verwerkt in de roman Oriënt Express uit 1934. Hierin toont hij sympathie voor de verzetsstrijder Damian Drangov (geinspireerd op Gotse en Dame), een man die alles opofferde om zijn land van de Turken te bevrijden. Zijn dochter Milja, die vlak voor zijn dood geboren wordt, probeert jaren later het werk van haar vader en de I.M.R.O. voort te zetten. Helaas komt zij te laat tot het inzicht, dat de tijden zijn veranderd. De aanslagen op de bezetter lossen niets meer op en wekken weerstand bij de Slavische inwoners van Macedonië. Zij offert zichzelf op als zij een zinloze aanslag op de Oriënt Express, de trein tussen Parijs en Griekenland, moet uitvoeren. *) Adrianopel is de oude naam van de huidige Turkse stad Edirne, die in het Bulgaars Odrin wordt genoemd. In en om deze stad woonden in de tijd van Gotse veel Bulgaren (naast Turken en Grieken). **) Thessaloniki, Selânik in het Turks of in het Bulgaars Soloen was in de tijd van Gotse een etnisch zeer


gemengde stad. Er leefden wel Grieken, maar zij vormden geen meerderheid. Er woonden veel Sefardische joden, die van de sultan in de 15e eeuw asiel kregen nadat ze uit Spanje en Portugal waren verdreven, Turken, die de stad regeerden,(het is de geboorteplaats van Mustafa Kemal Atatürk), Bulgaren en Albanezen. Veel herinneringen aan andere inwoners dan Grieken zijn uit de stad verwijderd net als uit overig Noord Griekenland. Het graf van Gotse in Banitsa en zijn geboortehuis in Kilkis en het Bulgaars lyceum zijn dan ook niet meer te vinden.

Graf van Gotse in Banitsa in Grieks Macedonie. Nu verdwenen.

Graf van Gotse in Skopje MK.

De Vereniging Nederland – Bulgarije op het internet. De vereniging heeft natuurlijk een eigen website t.w. www.verenigingnederlandbulgarije.nl . Om met de tijd mee te gaan op het gebied van het ‘social networking’ heeft de vereniging sinds kort ook een facebookpagina ( www.facebook.com/verenigingnederlandbulgarije ) en een twitterpagina. ( www.twitter.com/verenigingnlbg ) Hoewel alles nog in een beginstadium staat kunt u zich al wel aanmelden. Wellicht komt u zo in persoonlijk contact met andere leden van de Vereniging of met andere Bulgarijeliefhebbers. Wij begroeten u graag online!


Droomlancering boek Bulgaarse schrijfster In de boekenwereld komt het niet veel voor: dat je op de dag van je boekpresentatie hoort dat er nu al een tweede druk van tweeduizend exemplaren komt. “ Ik kon het nauwelijks geloven dat mijn boek ‘Man is stoer, vrouw is hoer. 12 jaar getrouwd met een loverboy’ zo’n vliegende start heeft gemaakt,” zegt de Bulgaarse schrijfster Maria Genova, die sinds zeventien jaar in Nederland woont. “Van binnen stond ik te juichen, maar met zo veel mensen om me heen durfde ik dat niet.” De volgende dag had de uitgever nog maar 24 boeken van de eerste druk van 1500 exemplaren over. Er waren grote bestellingen van Bruna (780 exemplaren) en uit België (400 exemplaren) gekomen. Genova: “Ik dacht: België, is het probleem met loverboys daar ook zo groot? Daar had ik zelf geen idee van.” Nog een dag later kreeg Genova te horen dat de tweede druk niet 2000, maar 4500 exemplaren wordt. “Deze keer kon ik wel juichen, want ik was gewoon thuis en niemand kon me zien. Maar het is niet zo dat ik mezelf opeens als een succesvolle schrijfster in de spiegel zie. Ik kan heel goed zowel mijn successen als mijn mislukkingen relativeren. Ik ben wel blij dat het onderwerp loverboys opeens zo veel aandacht krijgt, want dat is hard nodig.” Samen met loverboyslachtoffer Anna (hoofdpersoon in het boek) werd Genova afgelopen week door verschillende landelijke radiozenders geïnterviewd en door twee televisieploegen. “Soms hadden we drie interviews per dag en verschillende voorgesprekken, dat was gewoon slopend. Met de ploeg van Hart van Nederland waren we zo’n drie uur bezig voor een item van enkele minuten. Gelukkig is het een heel mooie reportage geworden die op verschillede internetsites te zien is. Ook de Telegraaf en de Gazet van Antwerpen hebben het op hun site gezet.” Op You Tube staat een filmpje van de emotionele boekpresentatie, waarin Genova haar tranen niet kan bedwingen. “De presentatie was voor mij een heel feestelijk moment, een soort beloning voor een jaar hard werken, maar toen ik het boek aan de moeder van een loverboy-slachtoffer wilde overhandigen, knapte er iets in mij. Ik ben zelf ook moeder en het lijkt me verschrikkelijk om te ontdekken dat je kind zo erg door iemand is misbruikt. Dit was trouwens de moeder van Maria Mosterd, een meisje dat op haar twaalfde in handen van een loverboy viel en de prostitutie in moest. Ze schreef daar het boek ‘Echte mannen eten geen kaas’ over en maakte daarmee het onderwerp bespreekbaar.

Toch is het nog steeds heel bijzonder als een slachtoffer openlijk durft te vertellen wat haar overkomen is. De meeste meisjes en vrouwen durven het niet, uit schaamte of uit angst. Anna zweeg ook twaalf jaar, voordat ze me met haar verhaal durfde te benaderen. Zelfs haar eigen moeder weet nog steeds niet wat ze allemaal meegemaakt heeft.” De loverboy werd veroordeeld tot vijf jaar celstraf, maar er komt een hoger beroep. “Eigenlijk is het best dubbel: Anna en ik genieten van het succes van ons boek, terwijl we nog steeds in onzekerheid verkeren over wat de toekomst brengt. Haar ex dreigde dat hij wraak gaat nemen als we ‘Man is stoer, vrouw is hoer’ durven uit te brengen. We wilden het eerst geheim houden, maar dat is ons niet gelukt. Hij werd in de gevangenis getipt dat het boek uitgekomen was en daar was hij bepaald niet blij mee. Op 3 maart is het hoger beroep. Tot die tijd kunnen we zonder zorgen genieten dat zo veel mensen ons boek de moeite waard vinden, daarna zien we het wel.”

De reportage van Hart van Nederland en het You Tubefilmpje van de emotionele boekpresentatie zijn te zien op www.mariagenova.nl . De tweede druk van ‘Man is stoer, vrouw is hoer. 12 jaar getrouwd met een loverboy’ ligt inmiddels in alle boekwinkels. ISBN 978 90 5429 2975, uitgeverij Conserve, prijs 15 euro. Lezers van Beseda kunnen zonder verzendkosten een gesigneerd exemplaar van het boek bestellen door een mailtje te sturen naar genova@casema.nl


Alfatar Wanneer u in de omgeving van Silistra komt, stop dan even in het dorpje Alfatar. Dit dorpje telt zo’n 3800 inwoners en ligt langs de doorgaande weg van Shumen naar Silistra. In het dorpje staat namelijk “het huis van Dobrudja”, een authentieke woonhuis, gebouwd overigens in 1983, in de bouwstijl van de eind 19e eeuw. Het huis is een museum en is het hele jaar geopend. Tijdens uw bezoek krijgt u een demonstratie van de Bulgaarse folklore en tradities van weleer. Zomers u kunt genieten van de rust en atmosfeer in de prachtige tuin. Het huis heeft een verdieping met 3 ontvangstkamers waarin allerlei oude gebruiksvoorwerpen worden tentoongesteld. Onder het huis was er een ruimte voor het vee maar is tegenwoordig de centrale ontvangstkamer waar u eventueel de lunch kunt genieten. Jaarlijks komen er ongeveer 14000 toeristen dit huis bezoeken. Aan de andere kant van het dorp staat een heel mooi kerkje, de Heilige Drievuldigheid kerk (Sveta Troitsa). Dit kerkje is gebouwd tijdens het Ottomaanse juk in 1846. Het werd gebouwd door Master Ilia uit Drianovo, die ook het Turkse fort “Medjidi Tabia” buiten Silistra heeft gebouwd. De kerk heeft (nog) ontzettend veel originele iconen van de gerenommeerde icoonschilder Dosu Kouv (Theodossi Konstantinovich) uit Tryavna. Erg bijzonder is de beschildering van “het oog van god” boven het altaar (zie voorkant) en de twee draken. Op het balkon heeft de priester een klein museumpje ingericht met kerkelijke boeken en attributen. Meer willen weten over dit dorpje? Download de digitale brochure van Alfatar via de link www.beseda.nl/AlfatarEng.exe


Wij wensen u

Vrolijke Paasdagen !!

beseda 48  
beseda 48  

beseda 48 - Vereniging Nederland-Bulgarije

Advertisement