Page 1

Elektronische Nieuwsbrief voor leden

Oktober 2017


INHOUD

3 V

an het bestuur Erna Vreeke

Colofon Oprichtingsdatum 26 februari 2004 Aantal leden 109 Lidmaatschap V&VN € 62,00 per jaar /Afdeling VZI € 25,- per jaar Nieuwsbrief Verschijnt exclusief voor leden Eindredactie Ulco de Boer (u.boer@venvn.nl) Bestuur Erna Vreeke, Coördinator Renée Verwey, secretaris Eef Peelen, penningmeester Paul Blankers Sonja Jutte Nico Kok Jeroen Windhorst Contact E-mail: infovzi@venvn.nl Website: http://vzi.venvn.nl Twitter: @VenVN_VZI LinkedIn VZI: http://www.linkedin.com/e/vgh/2557980/

Oktober 2017

4 Z

ijn jongeren eigenlijk wel cyberexperts? Suzan Korzilius-Leenen

6 N

ieuw bestuurslid platform Vzi

7 G 8 C

enomineerden V&vn vzi ehealth scriptieprijs

hief nursing information officer Jeroen Windhorst

9 V

ZI strategisch beleidsplan 2018-2019

10 M

edmij


VAN HET BESTUUR eHealth scriptieprijs

We zijn blij te melden dat we ook dit jaar weer de eHealth scriptieprijs organiseren. Dit wordt ondersteund door V&VN en gesponsord door ZonMW. De inlevertermijn is inmiddels gesloten en de jury is bezig de scripties te beoordelen. Uit alle inzendingen worden er vijf uitgekozen en de vijf studenten krijgen een podium op de website van vzi.venvn.nl om hun scriptie onderwerp te promoten t.b.v. de publieksjury. Op 6 november, tijdens de V&VN ledenbijeenkomst, mogen alle genomineerden hun onderwerp presenteren en wordt de uitreiking van de winnaar bekend gemaakt. Houd voor meer informatie onze website en de centrale website van V&VN in de gaten.

Het platform

VZI blijft zich als platform ontwikkelen en we zijn dan ook blij dat we ons nieuwe bestuurslid Jeroen Windhorst aan jullie voor mogen stellen. Jeroen zal zich namens VZI gaan richten op het opzetten van een netwerk voor CNIO’s (Chief Nursing Information Officer). Deze nieuwe functie is erop gericht de ontwikkelingen van het EPD binnen een organisatie vanuit verpleegkundig perspectief op de kaart te zetten. Dit met als doel betere aansluiting op het werkproces.

Erna Vreeke

Platform coördinator VZI, V&VN

En verder vinden jullie een aantal achtergrondartikelen, waaronder een samenvatting van een thesis over onderzoek naar digitale weerbaarheid onder jongeren binnen de GGZ en meer informatie over MedMij. V&VN heeft meegewerkt aan een project ‘digitale vaardigheden’ en o.a. daarvoor meegeholpen om een ‘Zelftest Digitale Vaardigheden in Zorg en Welzijn’ te ontwikkelen. Meer informatie hierover is te vinden via website van Nictiz. We wensen jullie weer veel leesplezier. Erna Vreeke Platform coördinator VZI, V&VN

3


Zijn jongeren eigenlijk wel cyberexperts?

Een onderzoek naar digitale weerbaarheid en wat jongeren daar voor nodig hebben

Resultaten

Aanleiding en doelstelling

Veel jongeren (12+) doen online vervelende ervaringen op die een behoorlijke impact kunnen hebben. Digitale weerbaarheid wordt daarom steeds belangrijker en hier wil de jeugdgezondheidszorg vanuit preventie meer op inzetten met behulp van eHealth. eHealth is het gebruik van technologie ter ondersteuning of verbetering van de zorg. Uit onderzoek blijkt dat jongeren steeds vaker een voorkeur hebben voor het gebruik van eHealth ten opzichte van face-to-face contacten met een professional en dat eHealth bij deze doelgroep vaak effectief is. Dit onderzoek heeft tot doel te bepalen hoe eHealth het beste preventief ingezet kan worden, zodat dit aansluit bij jongeren om hun digitale weerbaarheid te vergroten. De hoofdvraag die leidend is voor dit onderzoek: Wat hebben jongeren nodig om met behulp van eHealth hun digitale weerbaarheid te vergroten?

VZI Nieuwsbrief mei 2014

Methode

Met behulp van zowel kwalitatief als kwantitatief onderzoek is vormgegeven aan het onderzoek.Omdat nog relatief weinig bekend was over de digitale weerbaarheid van jongeren is gestart met een kwalitatief verkennend onderzoek dat bestond uit een focusgroep met jeugdverpleegkundigen. Op basis van deze onderzoeksresultaten werden relevante bevindingen gedaan en kon een enquête voor jongeren voor het kwantitatieve deel van het onderzoek worden vormgegeven. Er werden 409 jongeren benaderd uit de eerste klas van het voortgezet onderwijs (praktijkonderwijs tot en met gymnasium). 205 jongeren hebben de enquête ingevuld, waarvan 170 een volledig afgeronde enquête. Het onderzoek vond plaats van maart tot en met mei 2016.

4

De resultaten van het onderzoek suggereren dat er vanuit preventie meer ingezet zou moeten worden op het vergroten van digitale weerbaarheid, omdat jongeren op deze leeftijd vaak nog onvoldoende op de hoogte zijn van de risico’s en niet weten wat ze moeten doen als ze online iets vervelends tegenkomen of meemaken. Ook zijn er meerdere jongeren per klas die anderen online pesten of lastigvallen. Uit de enquête blijkt dat er een relatie bestaat tussen het aantal uur dat een jongere dagelijks online is en het aantal vervelende ervaringen dat hij of zij opdoet. Hoe hoger het aantal uur des te meer vervelende ervaringen jongeren opdoen (p = 0.019). Daarnaast is er ook een verband tussen het aantal uren dat een jongere online is en het gedrag dat hij of zij vertoont naar anderen (p = 0.000). Het blijkt dus dat jongeren niet alleen zelf meer last hebben van het online gedrag van anderen, maar dat zij zichzelf ook vaker gaan misdragen als ze langer online zijn. Daarnaast zijn jongeren met een lager opleidingsniveau dagelijks meer uur online dan jongeren met een hoger opleidingsniveau (p = 0.026).


Aan de jongeren is gevraagd welke manier hen het meest aanspreekt als ze online/digitaal meer zou kunnen leren over hoe ze zichzelf het beste online kunnen gedragen. Een mobiele app met informatie en tips werd door de grootste groep als voorkeur aangegeven, een online lesprogramma om te volgen in de klas volgde daarop. Vervolgens een internetpagina met informatie en tips gevolgd door chatten met een expert en als laatste werd gekozen voor een online lesprogramma om zelfstandig (thuis) te volgen. Er is ook gevraagd aan jongeren waar (en hoe) ze zouden willen leren hoe ze zichzelf het beste online kunnen gedragen. Ze konden hierin meerdere antwoorden kiezen. Bijna de helft van de jongeren zou graag zelfstandig met zijn of haar ouders hieraan werken, gevolgd door op school in de klas en op school in kleine groepjes, wat allebei door ongeveer een derde is aangegeven. Buiten school in groepjes en zelfstandig (alleen) is het minst gekozen.

Hierin kan gebruik worden gemaakt van bijvoorbeeld een digitaal lesprogramma (e-learning) om te volgen in de klas, in combinatie met een programma dat jongeren thuis met hun ouders kunnen volgen aangevuld met een app voor de jongeren zelf met tips en informatie. eHealth kan hierop breed ingezet worden met als doel te informeren, inzicht creĂŤren en jongeren digitale vaardigheden aan te leren.

Conclusie

Het vergroten van digitale weerbaarheid is van belang ongeacht ervaring van jongeren, zodat ze geen of minder hinder ondervinden tijdens aanraking met online risico’s. Jongeren hebben kennis, vaardigheden en inzicht nodig om te weten hoe ze zich digitaal moeten gedragen. Ze moeten weten hoe ze het internet positief het beste kunnen gebruiken en wat hun online gedrag voor gevolgen kan hebben. Het is ook van belang dat jongeren weten hoe ze op bepaalde dingen moeten reageren en bij wie of waar ze terecht kunnen als ze iets vervelends meemaken. Om ervoor te zorgen dat vanuit preventie de digitale weerbaarheid van jongeren wordt vergroot, moet worden ingezet zowel op school en thuis als op de jongeren zelf. De combinatie hierin is erg belangrijk, zodat op al deze gebieden aandacht is voor dit onderwerp.

Suzan Korzilius-Leenen

s.korzilius@ggdbzo.nl

5


Nieuw bestuurslid platform VZI

Het bestuur van het platform VZ bestaat uit zeven bestuursleden. Sinds de zomer van 2017 is het bestuur versterkt met een nieuw bestuurslid. In dit interview stelt hij zich nader voor.

Je bent verpleegkundige. Waarom ben je de ICT in gegaan?

Een vraag die ik veelvuldig kreeg en krijg van mensen uit mijn omgeving die weten dat ik een (Spoedeisende Hulp) verpleegkundige achtergrond heb. Ik denk dat dit komt omdat ik naast het verpleegkundige vak ook een andere passie heb en dat is technologieontwikkeling en ICT. Hoe mooi is het om die beide, het verpleegkundige vak en de kennis daarvan en de passie voor ICT te combineren.

Wat ben je gaan doen in de ICT?

Waarom ben je gaan deelnemen aan het VZI bestuur?

Ik hoefde niet twee keer na te denken op de vraag om een rol in het bestuur te vervullen. We zijn als VZI met veel zaken bezig. Ik ga mij specifiek bezighouden met onder andere de CNIO’s, de Chief Nursing Information Officer. Een relatief nieuwe functie in Nederland, maar wel ontzettend belangrijk. Daar ligt voor ons als VZI een kans om de verbinding aan te brengen tussen direkte zorg en ICT en een netwerk te faciliteren. En zo zijn er nog veel meer zaken. Teveel wel misschien, want de ontwikkelingen zijn soms niet bij te houden. Juist daarom is het nodig dat we als beroepsvereniging bovenop de zorg ICT ontwikkelingen zitten. Hierbij kijken we naar wat toegepast moet en kan worden en aan welke onderwerpen we geen aandacht gaan geven. Kortom een uitdaging waar we met elkaar over moeten nadenken en beslissingen in moeten nemen. En daar kijk ik heel erg naar uit. Samenwerken met de leden van VZI, met V&VN, maar ook daarbuiten. Samen staan we sterk en samen komen we vooruit.

Enkele jaren geleden ben ik gaan werken bij een grote Amerikaanse EPD leverancier, waarna ik als projectleider bij het landelijk programma Registratie aan de Bron ben gaan werken. Nu ben ik beland bij een klein Business Intelligence bedrijf waar ik de Zorgtak mag leiden. Alles wat ik doe heeft dus nog steeds met de zorg te maken. En zodoende ben ik ook aanraking gekomen met het platform VZI van V&VN.

Jeroen Windhorst - Sjauw En Wa VZI Nieuwsbrief mei 2014

jeroenwindhorst@gmail.com twitter.com/jeroenwindhorst

6


Genomineerden V&VN VZI eHealth scriptieprijs 2016 bekend

Jurering

eHealth scriptieprijs

Voor de zomer konden MBO, HBO en WO studenten hun scriptie indienen om mee te dingen met de nationale eHealth scriptieprijs 2017. Het platform VZI heeft de scriptieprijs uitgeschreven om hiermee de toepassing van eHealth door verpleegkundig specialisten, verpleegkundigen en verzorgenden te stimuleren en om studenten uit te dagen de meerwaarde van deze innovaties te onderzoeken. De winnaar ontvangt €1.000, tijdens verenigingsbijeenkomst van V&VN op 6 november in Zwolle, de overige genomineerden ontvangen ieder €100.

Genomineerden

Onderstaande scripties gaan door naar de volgende ronde van de eHealth scriptieprijs: de online publieksverkiezing. Stemmen kan via deze website in oktober.

De jury bestond uit: Inge Valstar, Coordinator Zorg voor Innoveren / Programmasecretaris Create Health, ZonMw Johan Krijgsman, coördinerend specialistisch inspecteur e-health, Inspectie voor de Gezondheidszorg Jaap Trappenburg, associate professor, The Healthcare Innovation Center, Julius Centrum UMC Anouk Sijbers, verpleegkundige kwaliteit en veiligheid, De Zorggroep, winnaar eHealth scriptieprijs 2016 Nicole Janmaat, senior docent verpleegkunde Hogeschool Windesheim, V&VN platform Opleiders Annabeth van Stroe, Obstetrie & Gynaecologieverpleegkundige, Zaans Medisch Centrum, V&VN platform Wetenschap in Praktijk Renée Verwey, senior docent en onderzoeker bij het Expertisecentrum voor Innovatieve Zorg en Technologie (EIZT) van Zuyd Hogeschool De juryleden hebben onafhankelijk van elkaar alle inzendingen beoordeeld en daarbij gelet op de volgende criteria: het innovatieve karakter, de meerwaarde voor de patiënt, de praktische toepasbaarheid en effecten op de kwaliteit en eficiency van de verpleegkundige beroepsuitoefening. Daarnaast vonden zij het van belang dat in het onderzoek patienten betrokken werden.

Leonie Bruil

‘Het effect van de Tovertafel op kwaliteit van leven van de psychogeriatrische verpleeghuisbewoner’ Master Advanced Nursing PracticeHogeschool Arnhem Nijmegen

Elise van den Bongard & Roel van der Cruijzen

‘Smart4U, een app voor het versterken van het sociale netwerk bij mensen met ernstig psychiatrische aandoeningen; een usability- en persuasiviteitsonderzoek’

HBOV - Hogeschool Arnhem Nijmegen

Joline Wierda

‘Eet & Beweegmonitor ouderenzorg dichtbij op afstand’ MSc Nutrition and Health Universiteit Wageningen

Maud Franssen

‘Medicatie dubbelcheck in de thuiszorg’ HBOV Zuyd Hogeschool

Jeffrey Vos

‘Virtual reality als pijnreducerende interventie’ HBOVHogeschool Utrecht

7


Chief Nursing Information Officer

Verbindende factor voor verpleegkundige digitalisering

Het platform VZI ondersteunt het onlangs gestarte netwerk van CNIO’s; Chief Nursing Information Officer. Aanleiding hiervoor is het toegenomen gebruik van het EPD en de komst van een nieuwe functie, de CNIO, die dit proces vanuit verpleegkundig perspectief kan begeleiden. Jeroen Windhorst, initiator en kartrekker van het CNIO netwerk

Wat houdt de functie van CNIO in?

CNIO is een functie die steeds meer bekendheid in zorginstellingen begint te krijgen. In veel instellingen is het echter nog een onbekend begrip. Dat was tot voor kort ook het geval voor de CMIO, de Chief Medical Information Officer. Een CMIO is veelal een arts met een verbindende factor. De CNIO heeft een verpleegkundige achtergrond. Beiden zijn belangrijk in het veld, niet in de laatste plaats omdat grootgebruikers van IT in zorginstellingen de verpleegkundigen zijn. Veelal werken de CNIO en de CMIO dan ook samen binnen een zorginstelling.

De gezondheidszorg is de meest complexe industrie die er is en de IT is nog niet altijd rijp om dat te ondersteunen. Daarom is het nodig dat naast de artsen ook verpleegkundigen in dit proces betrokken worden. Verpleegkundigen kunnen aangeven waar wat nodig is, nu IT in zo’n hoge mate in het werk is geïntegreerd. Als de verpleegkundigen kunnen laten zien hoe een systeem beter kan worden ingericht, kan dat leiden tot betere zorg.

Wat houdt het netwerk in?

In het CNIO netwerk worden de eerste stappen gezet om gezamenlijk een duidelijke functieomschrijving van de CNIO te formuleren, maar dient daarnaast ook als broedplaats voor (aankomende) CNIO’s in Nederland. Diverse onderwerpen komen daarbij op tafel zoals bijvoorbeeld het elektronisch patiëntendossier, het gebruik van standaarden, informatiebeveiliging en de nieuwe privacywetgeving. Daarnaast promoten we de functie van CNIO in zorginstellingen en werken we toe naar een landschap waarin de verpleegkundige sturend is over hoe IT kan worden ingezet op zodanige manier dat het de (verpleegkundige) zorg verbeterd.

VZI Nieuwsbrief mei 2014

Wil je meer informatie over het CNIO netwerk? Stuur dan een email naar info@cnio.nl De CNIO heeft kennis en ervaring als verpleegkundige, maar weet op hoofdlijnen ook veel van IT. Niet alleen tijdens het invoeren of het optimaliseren van een elektronisch patiëntendossier, maar ook als het gaat om vernieuwde werkprocessen, de informatievoorziening richting patiënten en innovatieve oplossingen voor in de zorg. Het is essentieel om iemand in de organisatie te hebben die de brug weet te slaan tussen de medische en de technische kant, maar ook met de raad van bestuur. Hierdoor kan er vanuit het verpleegkundig proces het traditionele perspectief, dat IT van technische mensen is, omgedraaid worden en ervoor gezorgd worden dat er vanuit verpleegkundigen en patiënten wordt geredeneerd.

8


VZI strategisch beleidsplan 2018 – 2019

Dit meerjarig strategisch beleidsplan verwoordt de doelen van V&VN VZI voor de periode 2018 – 2020. Per kalenderjaar wordt het beleidsplan geactualiseerd op basis van interne en externe ontwikkelingen. In het jaarplan 2017 van V&VN wordt gesproken over het strategiehuis van V&VN, afkomstig uit het Strategisch Plan 2015-2018. Dat strategiehuis heeft een gewaagd doel, het dak. Dat gewaagde doel is dat V&VN in 2019 100.000 leden heeft, van wie 75% zich actief bij V&VN betrokken voelt. Het dak van het strategiehuis rust op 3 pijlers: • de kwaliteit van het beroep naar het hoogste niveau; • actieve dialoog met (potentiële) leden; • maatschappelijke positie versterken.

Die 3 pijlers staan weer op een stevige ondergrond: betrouwbare dienstverlening. Het meerjarig strategisch beleidsplan van VZI is daarom ook gebaseerd op deze drie pijlers waarin in de volgende hoofdstukken verder wordt ingegaan op de specifieke acties en aandachtsgebieden waarmee deze drie pijlers worden onderschreven. In hoofdstuk 2 staat de missie en visie beschreven en vervolgens gaat hoofdstuk 3 in op de activiteiten waar het platform zich mee bezig zal houden voor de jaren 2018 tot en met 2020. Het volledige beleidsplan 2017 – 2018 is te vinden op de website van de VZI

9


Medmij

Grip op je eigen gezondhiedsgegevens

Van PGD (Persoonlijk GezondheidsDossier) naar PGO (Persoonlijke GezondheidsOmgeving) en naar het huidige MedMij. Dit artikel geeft een uitleg over wat Medmij nu precies is.

MedMij inventariseert waaraan een persoonlijke gezondheidsomgeving moet voldoen en levert géén persoonlijke gezondheidsomgeving op. Samen worden basiseisen en technische standaarden opgesteld, zodat iedereen toegang kan krijgen tot een veilig, gebruiksvriendelijk en digitaal overzicht

MedMij heden

Korte historie

Het project ‘PGD Kader 2020’ had tot doel een kader te realiseren om de ontwikkeling, invoering en opschaling van PGD’s (Persoonlijke GezondheidsDossiers) mogelijk te maken en is eind 2015 afgerond. Het project ‘PGD Kader 2020’ had tot doel een kader te realiseren om de ontwikkeling, invoering en opschaling van PGD’s (Persoonlijke GezondheidsDossiers) mogelijk te maken en is eind 2015 afgerond..

VZI Nieuwsbrief mei 2014

Dit programma ‘Meer regie over gezondheid’ heeft daarna op 10 juni 2016 MedMij gelanceerd, dat een set van eisen, standaarden en afspraken voor digitale persoonlijke gezondheidsomgevingen bevat.

10

De Basisgegevensset Zorg (BgZ) is net afgerond om het uitwisselen van gegevens zoals diagnoses, verrichtingen of geplande zorgactiviteiten, tussen en met persoonlijke gezondheidsomgevingen mogelijk te maken. Deze BgZ is samengesteld na diverse expertsessies en openbare consultatie rondes. Het is de bedoeling dat MedMij als raamwerk gaat dienen met verschillende standaarden waaraan o.a. instellings EPD’s en ECD’s aan moeten voldoen voor de uitwisseling van en inzage tot patiëntgegevens. MedMij is geen software toepassing maar een afsprakenstelsel. Nictiz heeft mede standaarden voor het uitwisselen van gegevens over medicatie, allergieën, laboratoriumuitslagen en zelfmetingen van patiënten (lengte, gewicht, bloeddruk) ontwikkeld. Deze standaarden zijn vooral ontwikkeld aan de hand van de BgZ uit het programma ‘Registratie aan de bron’.


Regie over eigen gezondheid

En verder

De BgZ is de minimale set van patiëntgegevens die specialisme-, ziektebeeld- en beroepsgroep-overstijgend relevant is én van belang voor de continuïteit van zorg. De set is opgebouwd uit zib’s. Een zib beschrijft nauwkeurig wat er over een bepaald onderwerp van het zorgproces van de patiënt kan worden vastgelegd en omvat afspraken over een (medisch) concept, zoals een diagnose of een verrichting.

Eén van zaken waaraan wordt gewerkt zijn de Kickstart omgevingen. • Toetsen van MedMij-producten in de praktijk van de • Opgeleverde informatiestandaarden • Onderdelen van het afsprakenstelsel

Deze BgZ moet patiënten een stap verder helpen om de regie te nemen inzake hun eigen gezondheid. Alle 26 zorginformatiebouwstenen (zib’s) zijn technisch uitgewerkt in HL7 FHIR-profielen.

MedMij is volop in ontwikkeling. MedMij wil ervoor zorgen dat iedereen die dat wil kan beschikken over een persoonlijke gezondheidsomgeving. Om dat mogelijk te maken werken patiënten, zorgaanbieders en ICTleveranciers binnen MedMij samen.

Ontsluiten van informatie van zorgverlener naar patiënt en/of andersom Zie de MedMij website voor de actuele stand zoals de kickstart waarin diabetespatiënten zelfmeetgegevens uitwisselen met de huisarts.

11

Nieuwsbrief vzi oktober 2017  
Nieuwsbrief vzi oktober 2017  

inhoud: Chief Nursing Information officer VZI scriptieprijs 2017 GGD Brabant-Zuidoost; digitale weerbaarheid jongeren

Advertisement