Page 1

JUNI 2017

Historie van de

Op bezoek bij

MSRA ODIN Vakmanschap van

EMPACHER EN:

HUISVESTING De ins

outs van een goed

TRAININGSSCHEMA

Veranderingen in de NOOC | Op weg naar de top | Meelopen met de IRIS


Werken op de ICT-afdeling van DSW Zorgverzekeraar betekent werken in een informele sfeer aan systemen waarmee we voorop lopen. We wisselen hard werken af met gezelligheid en houden wel van een potje gamen, een goede film of wintersport. Benieuwd wat jouw mogelijkheden bij ons kunnen zijn? Kijk gerust eens op werkenbijdsw.nl, volg ons op LinkedIn voor updates of stuur ons een bericht. We vertellen je graag meer!

werkenbijdsw.nl


Sportfysiotherapie Manuele Therapie Handtherapie

www.reaxion.nl Leeuwenstein 10 2627AM Delft

015-7009731 Nassaulaan 2a 2628GH Delft


REDACTIONEEL

robeer je eens voor te stellen: er komt een drukker langs die graag het Venster wil drukken en daarom aan ons wil laten zien wat hij zou kunnen aanbieden. Maar deze staat perplex: “Dit is veel professioneler dan wat wij jullie kunnen aanbieden.” Professionaliteit is wel iets waar Proteus-Eretes steeds meer in uitblinkt. Zo verbaast het bestuur van Odin zich bijvoorbeeld over de reactiesnelheid van onze secretaris, terwijl wij leden het als normaal beschouwen dat het bestuur altijd voor ons klaarstaat. Nieuwe projecten worden systematisch aangepakt om het best mogelijke resultaat

en nieuw jaar, een nieuw bestuur en een hele meute nieuwe leden, het komt alweer akelig snel op ons af. Maar voor we onze focus verleggen naar de toekomst is het goed om even stil te staan bij het afgelopen jaar; het 70ste bestuursjaar van de D.S.R. Proteus-Eretes. Iedereen heeft hier zijn of haar eigen jaar van kunnen maken, maar het mooie van onze vereniging is dat je dat nooit alleen hoeft te doen. Blik vooral met elkaar terug op de mooie dingen die je dit jaar samen hebt mogen beleven.

te behalen. Tijdens een dagje meelopen met de IRIS wordt duidelijk dat deze commissie de weg naar professionaliteit heeft ingeslagen. Wanneer we de geschiedenis induiken om de huisvesting van Proteus-Eretes te doorgronden, is het de SHaPE die opvalt door de manier waarop zij de huisvesting onder controle hebben. Maar ook binnen het roeien zelf is de professionaliteit van de club niet te missen; deelname van meerdere Proteërs aan internationale toernooien laat zien dat dromen waargemaakt kunnen worden op de vereniging om zo door te stomen naar het allerhoogste niveau. Dit begint natuurlijk allemaal bij het zorgvuldig opstellen van trainingsschema’s om de gainz een handje te helpen. Zoals heel Proteus-Eretes bezig is aan professionalisering wil ook het Venster naar het allerhoogste niveau, derhalve zijn er met een uitstapje naar het Duitse Eberbach alweer grenzen verlegd. Opnieuw ligt er een glossy die menig drukker de mond zal snoeren, doch hopen we vooral dat (oud-)Proteërs kunnen genieten van de interessante artikelen en prachtige foto’s die deze editie rijk is.

We hebben er met elkaar een mooi jaar van weten te maken. We hebben misschien wel de soepelste Winterwedstrijden ooit neer weten te zetten. Op de PEiL hebben we niet alleen weer een toffe wedstrijd georganiseerd, maar tegelijkertijd het Lustrum een nieuw hoogtepunt gegeven middels een legendarisch festival. Bovenal hebben velen plezier gehad in het roeien, wat ook terug te zien is aan alle mooie prestaties.

Liefs,

Met Hemelschblauwe groet,

Jolien Heddes

Tim de Bruijn

Hoofdredacteur

4 venster  juni 2017

Of volgend jaar dit jaar kan overtreffen gaan we onder leiding van het 71ste bestuur ervaren. Maar een goed begin is het halve werk en voor Proteus is dat begin de OWee. Ook hier kunnen we laten zien dat we een vereniging zijn waarvoor geen stap te ver is als we er samen voor gaan. Of we de 417 inschrijvingen gaan overschrijden is niet de vraag maar de uitdaging; een uitdaging die ik graag met jullie allemaal aan ga!

h.t. voorzitter der D.S.R. Proteus-Eretes


6

ALGEMEEN Huisvesting

18

OUD PE

26

MEELOPEN MET De IRIS

COMPO NOOC veranderingen

WEDSTRO Op weg naar de top

10

PE ABROAD Empacher

Beerenburg Borrel Boot

20

OP BEZOEK BIJ Odin

28

WEDSTRO Trainingsschema's

16

HELDEN VAN VROEGER Fried van der Meel

22

30

ALGEMEEN Botencrashes

34

venster  juni 2017 5


ALGEMEEN

6 venster  juni 2017


Huisvesting Van beunen naar Beuken TEKST KOEN SIMONS EN ANOUK VAN LEEUWEN FOTOGRAFIE DANIËL KORVEMAKER

oeien wordt een steeds populairdere studentensport; het aantal aanmeldingen neemt al jaren toe, en de professionalisering van het wedstrijdroeien vraagt om steeds betere trainingsfaciliteiten. Daarom zijn er al lang plannen om een aanbouw te maken, zodat er ruimte ontstaat voor een roeibak, een grotere keuken en extra commissieruimtes. Voordat ProteusEretes op De Beuk terecht kwam, zijn er heel wat locaties versleten en is er flink wat afgebeund. Om te kijken hoe dit vroeger ging, dook het Venster de Proteusarchieven in. Oprichting van Proteus Bij de oprichting in 1947 was Proteus nog een ondervereniging van Virgiel, en konden ze hun sociëteit gebruiken voor vergaderingen, borrels en feesten. Plek voor een botenloods was er op Virgiel niet, en in een roeiboot door de grachten van Delft varen is ook verre van praktisch. Meneer Athmer vond gelukkig een oude jachtwerf waarvan de grond kon worden gehuurd, deze werf zou moeten wijken om de Schie te kunnen verbreden. Omdat Proteus hierdoor bij zijn geboorte al half in het water lag, werd er door de oprichters voorgesteld de vereniging ‘Mozeus’ te noemen. Gelukkig bleef het bij een voorstel, want naast dat Mozeus niet zo lekker bekt, is er van die verbreding tot op de dag van vandaag niets terecht gekomen. Bij de jachtwerf hoorde een grote botenloods, maar op last van de gemeente moest deze afgebroken worden. Het afdakje kon wel behouden blijven, maar zonder loods waar deze tegenaan stond, zou zelfs hiervan niets meer overblijven. Gelukkig kon de aannemer er een paar pootjes onder timmeren en kon dit deel behouden blijven. Het feit dat in 1947, twee jaar na de oorlog, hout nog steeds alleen op de bon verkrijgbaar was, maakte dat alle beetjes hielpen. Om de boten tegen het weer te beschermen, moesten de zijkanten van dit afdak goed dichtgetimmerd

worden. De oprichters konden gelukkig wat hout krijgen van een brouwerij uit Breda, en van een andere plek werden weer een paar houten raamkozijnen gehaald. Met een beetje creativiteit, en vooral veel beunwerk, werd binnen no-time de eerste loods uit de grond gestampt. Niet alleen de loods zelf was een heikel puntje; een scheepswerf is niet de ideale plek om een roeiboot te water te laten. De schuine hellingen die scheepswerven gebruiken om schepen te water te laten, maken uitzetten lastig; wil je in je roeiboot stappen, dan haal je óf natte voeten, óf slijt de onderkant van de boot weg. De Proteërs wilden daarom het schuine deel van de helling opvullen met puin, maar volgens een stel ambtenaren zou het puin door langsvarende schepen langzaam de Schie in schuiven. Na lange onderhandelingen hebben de oprichters de gemeente kunnen overtuigen toch een vergunning af te geven, onder de voorwaarde dat ze een hoge wal van één meter moesten bouwen om deze erosie te voorkomen. Met de toestemming in de zak, besloten de Proteërs het echter wat makkelijker aan te pakken. Ze leenden een bootje, sloegen wat palen in het water en timmerden hier staalplaten tussen. Vervolgens lieten ze een schip met puin komen, dat de schipper tussen de platen en de wal moest storten, en vlakten ze zelf met een laagje grind het nieuwe botenvlot af. Zo simpel kan het zijn. Van die hoge wal is nooit iets gekomen, maar gelukkig zijn de ambtenaren nooit naar het eindresultaat komen kijken. Ruimtetekort op de Jachthaven Doordat Proteus indertijd hard groeide, begon er na een aantal jaar toch ruimtegebrek te ontstaan, waardoor er in oktober 1956 aan de Delftzijde nog een loods is bijgebouwd. Twee maanden later was deze al klaar, samen met een nieuwe geiser en twee douches; wat wil je nog meer in de winter? Maar zelfs met de tweede loods bleef er een ruimtetekort bestaan. Als klap op de vuurpijl kreeg Proteus een paar jaar later te horen

dat de gemeente besloten had de grond te verkopen aan een bouwmaterialenhandel die uit de binnenstad van Delft moest verhuizen. Proteus huurde de grond slechts van de gemeente, en had geen poot om op te staan. Vanaf dit moment breekt er een onzekere periode aan; het is lange tijd onduidelijk waar Proteus terecht kan. Een tijd lang was er een kans dat Proteus naar het Armamentarium zou verhuizen in het centrum van Delft, omdat het Legermuseum opgeheven zou worden. Ondanks vele steunbetuigingen van de stadsarchitect en hoge legerofficieren, werd het verzoek afgewezen. Het leger bleek te weinig munitieopslagruimte te hebben, en plannen voor een nieuw museum gingen niet door. Met de plotselinge huurstopzetting van de gemeente vers in het geheugen, besloot Proteus dat ze alleen een nieuwe locatie wilden hebben waarvan ze de grond konden kopen. Dit konden ze alleen doen als ze de garantie kregen dat ze definitief op de desbetreffende nieuwe locatie konden blijven. Omdat de Sportstichting van de TH Delft plannen had in Delft een roeibaan te bouwen met accommodatie, konden ze deze garantie niet krijgen. De continue verandering rond de verbreding van de Schie maakte het vinden van een stuk grond aan het water nóg lastiger. Naast de huisvestingsproblemen ging het begin jaren ‘60 steeds slechter met Proteus: het ledenaantal daalde, er werden steeds minder successen geboekt en daardoor was er geen geld meer voor nieuwe boten. Eindelijk besefte de gemeente ook dat dit niet zo langer kon, en groeide de steun van de gemeente. De nieuwe Kruithuisbrug bood uitkomst: Proteus kon een ruimte onder de brug krijgen. Het zou alleen maar liefst zeven jaar duren voor de bouw gereed was, en Proteus moest per direct weg van de jachthaven. Besloten werd om in de tussentijd het oude Kruithuis te gebruiken; er was nog maar een maandje over voor de verhuizing zou beginnen. u

venster  juni 2017 7


ALGEMEEN

K W ES TIE B EU K In de tijd dat de boten bij het Kruithuis lagen, had Proteus-Eretes nog twee loodsen: de Gladde Beuk en de Overnaedsche Beuk. De Gladde Beuk lag onder de barzolder en werd gebruikt om de gladde wedstrijdboten in op te slaan. De Overnaedsche Beuk is later bijgebouwd en werd gebruikt voor de overnaadse boten, de C4’en van vroeger. Toen de huidige Beuk gebouwd werd, is er een prijsvraag uitgeschreven om een naam voor het nieuwe gebouw te verzinnen. Iemand stelde voor het gebouw de Overnaedsche Beuk te noemen, ook omdat in het ontwerp houten lamellen in de gevel terugkwamen. Uiteindelijk is ervoor gekozen het gebouw De Beuk te noemen, omdat de naam anders de wedstrijdroeiers, die een belangrijke bijdrage aan de vereniging geven, tekort deed. De twee commissiekamers op de begane grond hebben in het begin zelfs nog de Overnaedsche en Gladde Beuk geheten.

Verhuizing naar het Kruithuis Na de verhuizing naar het Kruithuis in december ‘63 had Proteus geen stromend water, botenstellingen en zelfs geen goed vlot om de boten te water te laten. Omdat de wal aan de Schie hier erg hoog is en doorklieft wordt door vele leidingen, was het maken van een vlot niet zo makkelijk. Ondanks alle obstakels gingen de Proteërs gelijk aan de slag. Terwijl een van de koudste Elfstedentochten ooit werd gereden, de Hel van ‘63, klusten de Proteërs keihard door om in februari het Kruithuis te kunnen openen. Dit mag best als het achtste wereldwonder gezien worden. Ondertussen bleef de Sportstichting lobbyen om met een roeibaan Delft tot roeicentrum van Zuid-Holland te maken, en daarom werd er afgezien van een loods onder de Kruithuisbrug. Van de roeibaan kwam uiteindelijk niets terecht, waardoor Proteus genoodzaakt was in het Kruithuis te blijven. Wel zorgde dit voor een aangename adempauze, waardoor er tijd was om de botenvloot compleet te maken. In de jaren die erop volgden werd er een nieuwe steiger gebouwd en werden de kleedkamers gerenoveerd. De fusie met Eretes Na de fusie met Eretes in 1970 konden de ruimtes van Virgiel niet meer gebruikt worden.

8 venster  juni 2017

Daarnaast wilden er vrouwen lid worden, er waren alleen nog geen dameskleedkamers. Om deze reden werd er een bouwcommissie in het leven geroepen, welke de opdracht kreeg kleedkamers, douches en toiletten voor de vrouwelijke leden, en een clubruimte voor borrels en feestjes te bouwen. Hierbij werd de Overnaedsche Beuk geopend, een extra loods bedoeld voor de overnaadse boten. Grappig detail: de Overnaedsche Beuk is zo gebouwd dat de houten planken waarvan de muren zijn gemaakt elkaar lichtjes overlappen, als lamellen, net zoals dit bij een overnaadse boot gebeurt. In 1979 zijn de nieuwe loods en alle andere ruimtes klaar voor gebruik. Het duurde echter niet lang totdat er weer problemen waren. Zeven jaar later waren de loodsen wéér te klein en voldeden deze niet meer aan de huidige eisen. De rest van het gebouw was niet beter: de werkplaats was veel te klein geworden en de commmissieruimtes zaten onder de schimmel. Daarnaast zaten de gladde roeiboten na een goede borrel onder het bier dat door de plankenvloer de loods in lekte. Huisvesting was de natuurlijke sluitpost van de begroting geworden en over de jaren totaal verwaarloosd. Samen met de groei van Proteus-Eretes was dit een dodelijke combinatie. Zodoende werden


De gladde roeiboten zaten na een goede borrel onder het bier, dat door de planken vloer de loods in lekte.

er plannen gemaakt om een nieuwe loods bij het Kruithuis te bouwen, en werd de SHaPE (Stichting Huisvesting Proteus-Eretes) opgericht om meer aandacht aan onderhoud te schenken. De leden begonnen in te zien dat beunwerk ook zijn keerzijde heeft en dat er door meer structuur veel winst geboekt kon worden. Er werd een Programma van Eisen opgesteld en een ontwerpopdracht uitgeschreven aan de faculteit Bouwkunde. Een comité van aanbeveling werd opgericht voor de lobbywerkzaamheden. Met resultaat, want in 1992 gaf de Gemeente toestemming in het Kruithuis te blijven. Daarmee konden de plannen voor een nieuwe loods bij het Kruithuis definitief uitgewerkt worden. De oversteek Hoewel Proteus qua huisvesting weer op het goede pad was, bleef het achterstallig onderhoud bestaan, en na verder bouwkundig onderzoek bleek dat er 5,2 miljoen gulden aan achterstallig onderhoud aan het Kruithuis was. Samen met de kosten van een nieuwe loods zou dit het plan onhaalbaar maken, een grondaankoop en nieuwbouw was immers goedkoper. Er breekt opnieuw een periode van onzekerheid aan, omdat onduidelijk is waar Proteus-Eretes terecht kan.

Uiteindelijk wordt bekend dat er tegenover het Kruithuis aan de Schie een loods van de Praxis vrijkomt, welke ideaal zou zijn als botenloods. Er moest alleen nog een verenigingsgebouw bij gebouwd worden, en dan zou dit de perfecte plek voor Proteus zijn. Na veel wikken en wegen, ontwerpen, bijschaven, bezuinigen en sponsoren werven is het gelukt om de grond aan te kopen én een succesvol ontwerp voor de Beuk te maken. Ruimte voor beunen bleef er wel: zo werd met de bouw van de Beuk de oude Scheikundefaculteit afgebroken, en zijn de oude labtafels gebruikt om de bar van te klussen. Dit maakt dat op 4 april 1997 de Beuk en de gerenoveerde loods feestelijk geopend konden worden. Twintig jaar later blijkt dat de ruimte voor Proteus nog steeds een flinke puzzel is. Vooral de nieuwbouw begint met hoge verwachtingen, die door tegenslagen al snel getemperd worden. Maar als de sponsoren gevonden zijn en het ontwerp vorm krijgt, kan iedereen trots zijn op het eindresultaat. Daarnaast wordt de aanpak van problemen steeds professioneler, van beunwerk met geleend hout in de beginjaren tot overleggen met architecten, aannemers en kostenadviseurs. Zo wordt ervoor gezorgd dat ook de komende jaren Proteus kan blijven groeien. n

S H A PE Sinds haar oprichting heeft de SHaPE veel betekend voor de vereniging. Nadat ze zich vroeger veel bezig gehouden hebben met de oversteek vanuit het Kruithuis en nauw betrokken waren bij de bouw van de Beuk, houden ze zich nu bezig met het onderhoud. Een enthousiaste groep bestaande uit jongerejaars, ouderejaars, bestuur, en oudCL's probeert aan de hand van de wensen van de leden het gebouw in tip-top conditie te houden. Naast een pot geld beheren, wordt er ook veel praktisch nagedacht. Er worden offertes aangevraagd, aannemers ingeschakeld en er wordt vooral veel naar de toekomst gekeken. Hiervoor wordt de kennis van veel ouwe lullen en generaties CL’s gebruikt en overgedragen aan de commissieleden, die alle ins en outs van het gebouw kennen. Hiernaast is ook input van leden, de ervaringsdeskundigen van de Beuk, onmisbaar. De SHaPE neemt de wensen van leden mee in haar onderhoudsplan. Zo wordt binnenkort de beheertrap aangepakt om hem beter te laten aansluiten bij de wensen van ‘t Beheer. Heb je zelf ook het idee dat er in de Beuk nog verbeterpunten liggen en wil je graag je stem laten horen, aarzel niet om contact op te nemen met de SHaPE! Zo houden we samen de Beuk in topconditie.

venster  juni 2017 9


PE ABROAD

Op bezoek bij

Empacher Oerduitse kwaliteit TEKST NINO WOUTERS EN DANIËL KORVEMAKER FOTOGRAFIE DANIËL KORVEMAKER

10 venster  juni 2017


venster  juni 2017 11


PE ABROAD

Het besluit van zo’n twintig jaar geleden om flink te investeren in een kwalitatief hoogstaande vloot heeft goed uitgepakt. De muren vol met boten zijn tegenwoordig niet meer weg te denken uit de loods. Meerdere malen per jaar worden er nieuwe namen toegevoegd aan de inmiddels imposante lijst met bootnamen. De Proteër mag zich gelukkig prijzen met geweldig roeimaterieel. Het zijn de vele Empachers

12 venster  juni 2017

die bij menig externe tot de verbeelding spreken. Om inzicht in de productie van onze hoofdleverancier te krijgen, stapte de halve Vensterredactie een auto in om vervolgens zeven uur later aan te komen op de locatie waar het allemaal begint: het Duitse dorpje Eberbach. In een Duits-Engelse mengelmoes worden we welkom geheten bij Empacher. De werknemer die ons alles zal laten zien begeleidt ons naar de werkplaats. Op de vraag of we een aantal foto’s zouden mogen maken is het antwoord kort: “Nein.” We lopen binnen in een zee van geel. In de fabriek zijn een aantal medewerkers aan het klussen, schuren, lakken en boren in of aan boten die

zich in verschillende fasen van het proces bevinden. Om de geboorte van de roeiboot te zien, worden we naar een andere ruimte geleid. Tussendoor pakken we een Duits hitje mee van een van de vele radio’s die de ruimte vult met muziek. Het overstemmen van de klanken van het elektrisch gereedschap lukt echter niet. Eenmaal in de kraamkamer van Empacher krijgen we de mallen te zien, van skiff tot acht. Er staan er zo’n tien verdeeld over de hele ruimte. De herkenbare codes van de romptypes staan groot op de zijkant aangegeven. Onze gids probeert aan een verhaal te beginnen terwijl hij naast de radio staat. Het feit dat hij na drie woorden Engels overschakelt naar Duits helpt niet mee aan de


Tussendoor pakken we een Duits hitje mee van één van de vele radio’s die de ruimte vult met muziek. Het overstemmen van de klanken van het elektrisch gereedschap lukt echter niet.

verstaanbaarheid van zijn betoog. Wel krijgen we te weten dat deze mallen rond de 200 tot 500 boten aankunnen voordat ze vervangen worden. Handwerk is alom aanwezig. Twee werknemers hebben een groot vel koolstofvezel op de juiste lengte afgesneden en in de mal gelegd. Met verfrollers wordt de epoxyhars over de koolstofvezels verdeeld. Plakken papieren honingraat worden daarna vakkundig met schilderstape aan de buitenste koolstofvezel laag vast getaped. Na een laag kevlar, een volgende laag koolstofvezel en epoxyhars wordt de mal ingepakt in een zak van plasticfolie. Aan het plafond hangen verschillende buizen, aangesloten op

een centrale vacuümpomp. Een of meerdere van deze buizen, afhankelijk van de grootte van de boot in wording, worden op de zak aangesloten en zuigen alle lucht uit de zak. Dit hele proces heeft zo’n anderhalve dag geduurd. Het vacuüm getrokken gevaarte hardt uit in een oven en komt een halve dag later in de volgende ruimte terecht. We lopen langs een kast met alle mogelijke onderdelen voor de boten: van schotten tot dekjes en waterkeringen, alles is hier te vinden. Deze worden even later in de boot gelijmd met hulp van houten tools die ze op exact de juiste plaats krijgen. Hierna moet de intensiefste stap nog komen: het afwerken. Eerst worden het puntje en u

venster  juni 2017 13


PE ABROAD

het kontje gevormd. In de mal kunnen deze namelijk nog niet zo spits gevormd worden als die er uiteindelijk uit komen te zien. Vrij ruw wordt er zo’n tien centimeter extra op de boot geplamuurd. Later wordt dit nog netter afgewerkt en worden de uiteinden van de boot ook gelakt in het fameuze Empachergeel. In het Duits ratelt onze gids rustig verder over wat er allemaal bij komt kijken. Hij vertelt ons dat het polijsten alleen al even lang duurt als het bouwproces in de mal. Opnieuw een stap verder in het proces worden gaten geboord om later de voetenborden en riggers te monteren. Met alleen nog de detaillering te gaan, zijn we bijna aan het eind gekomen van de productiehal. De gedachte dat de rondleiding hiermee ten einde was gekomen is een verkeerde. Met het openen van een deur stappen we wederom een nieuwe ruimte binnen. Na het voltooien van de romp is de boot namelijk nog niet klaar om in geroeid te worden. Er missen nog een aantal essentiële onderdelen: voetenborden, slidings en bankjes. Die worden er in deze hal ingezet. Op dat moment ligt er een opmerkelijke boot in de stellingen. Een groene vier, bestemd voor

14 venster  juni 2017

de Duitse roeibond. Onze gids vertelt ons dat het niet de eerste keer is dat deze boot in de werkplaats ligt. Door een aanvaring is een deel van de taft verdwenen en is de boot terug naar Empacher gebracht voor reparatie. Voor dit soort voorvallen bewaren ze alle mallen zo’n 25 tot 30 jaar en kunnen grote reparaties relatief makkelijk uitgevoerd worden. Wanneer de boten klaar voor transport zijn komen ze in een grote loods terecht. De specificaties van de spiksplinternieuwe Empacher en de bestemming worden om de boegbal gebonden. Een snelle blik op een aantal van deze formulieren verraadt het internationale bereik van het Duitse bedrijf: naar verschillende steden in China wordt binnenkort een nieuwe boot verscheept. Per jaar verlaten in totaal ongeveer vijfhonderd Empachers de fabriek. We verlaten deze loods vol nieuwe gele technische hoogstandjes via een trap die ons een verdieping lager brengt. Hier treden we binnen in het gebied waar essentiële onderdelen van de boot worden vervaardigd, namelijk riggers, bankjes, waterkeringen en voetenborden. De eerste ruimte die wij betreden is ook de eerste stap in het

maken van alle koolstof onderdelen van de Empacherboten, zowel de bankjes als de riggers en zelfs de waterkeringen. Hier worden op dezelfde manier als bij de boten de onderdelen vervaardigd. Wat uit de mal komt vormt slechts een basis voor de onderdelen, het proces is namelijk niet afgelopen. Zoals alles bij Empacher worden ook deze onderdelen met de hand vervaardigt en gecontroleerd. Hierdoor is de productie ook beperkt tot maximaal acht stuks per keer. We lopen verder naar een andere ruimte. De bankjes ondergaan hier een controle en worden

Op de vraag of Empacher zich zorgen maakt over de groeiende Chinese concurrentie antwoord onze gids “Kijk maar waar de Chinese toppers in roeien. Juist ja! Een Empacher!”


afgewerkt met behulp van schuurpapier. De riggers ondergaan een uitgebreider bewerkingsproces. Ze krijgen een individuele kaart met afmetingen die specifiek op de wensen van de klant afgestemd zijn en worden daarop uitgesneden en vervaardigt. Om ultieme precisie te waarborgen heeft ieder model rigger voor elke roeiplek een eigen werkbank waardoor de metingen altijd vanaf dezelfde punten gedaan worden. Naast het moderne koolstofvezel worden ook de aluminium varianten van de riggers nog steeds gemaakt vanuit ruwe buizen die op maat gezaagd en

gelast worden. Op de riggers na worden de onderdelen die hier vandaan komen naar boven gebracht om in de eerdergenoemde kast te wachten tot ze gemonteerd worden. Aan het einde van het hele proces rolt er een spiksplinternieuw geel wonder uit deze bescheiden Duitse loods. De eerste boot van een nieuw ontwerp mal, oftewel een nieuwe rompvorm, wordt in samenwerking met medaillewinnende roeiers en met behulp van veel videofeedback getest op stijfheid, ergonomie en efficiëntie. Opmerkelijk is dat naast deze eerste modellen de boten en riggers

niet getest worden voordat ze de fabriek verlaten. Ze vertrouwen op hun consistent hoogstaande kwaliteit. Empacher ‘update’ zo’n vier keer per jaar een rompvorm. Elke willekeurige boot krijgt derhalve één keer in de circa tien jaar een opfrissing. Zo waarborgt Empacher al jaren de kwaliteit van zijn boten en zodoende hun positie als eerste keus voor de topsporters. Op de vraag of Empacher zich zorgen maakt over de groeiende Chinese concurrentie antwoord onze gids: “Kijk maar waar de Chinese toppers in roeien. Juist ja! Een Empacher!” n


HELDEN VAN VROEGER

enig Proteër zal hem kennen van het lijstje op de barzolder. Door zijn jarenlange inzet voor de vereniging is Fried benoemd tot het vijfde lid van verdienste van Proteus-Eretes. Het voltooien van de bouw van de Overnaedsche Beuk is onder andere aan hem toe te schrijven. Reden genoeg om Fried uit te nodigen op de huidige Beuk. Met reeds geopende fotoboeken namen we zijn tijd op de vereniging met hem door. Zo’n vier en een half decennia geleden begon Fried met zijn studie Werktuigbouwkunde aan de toen geheten Technische Hogeschool van Delft. In zijn tweede studiejaar maakte hij kennis met de vereniging toen hij naar borrels werd meegesleept door een studievriend. Dit beviel goed en het jaar erop schreef hij zich in. In de kennismakingstijd leerde hij roeien in overnaadse vieren want de C4+’en van tegenwoordig bestonden nog niet. Competitieroeiers roeiden in die tijd het hele jaar door in de overnaadse boten. Ook de ouderejaars roeiden erin, het niveau van de competitiesectie was volgens Fried over het algemeen niet hoog genoeg voor andere boottypen. Fried koos echter voor een andere route: hij ging selectie lopen voor de eerstejaars lichte acht. Tegenwoordig zijn er veel uitgeselecteerden door de grote hoeveelheid roeiers in de selectie. In de zeventiger jaren

16 venster  juni 2017

Fried van der Meel TEKST ANOUK VAN LEEUWEN, YONG-YONG LI EN DANIËL KORVEMAKER

lag dit anders: de selectie voor de lichte acht bestond uit tien roeiers, waarvan er dus twee moesten worden uitgeselecteerd. De selectie vond plaats na de Tweede Onderlinge, een wedstrijd die ondanks de naamgenoot tegenwoordig niet meer op het programma staat. Het was een wedstrijd over 500m in december, het doel hiervan kan worden vergeleken met die van kersttest. Na het doorstaan van de selectie mocht hij plaatsnemen in de eerstejaars acht. Zijn seizoen startte volgens Fried “hopeloos” met de Heineken Roeivierkamp. “Als je vanaf de kant hoort dat je met indianen vergeleken wordt door de strijd op je gezicht dan zakt de moed je wel in je schoenen.” Gelukkig was dit geen voorbode voor de rest van het seizoen: door het ontbreken van de eerdere winnaars wist Fried zowel in de

vier als in de acht te blikken in het beginnelingenveld, aangezien er in die tijd nog geen eerstejaarsklassement was. In de twee jaar die Fried daarna intraining ging, heeft hij geroeid in een vier en een twee-zonder. We komen terecht op de laatste pagina van zijn fotoboek waar zijn getrokken blikken een eervolle plek gekregen hebben: het bewijs dat er in die jaren nog zeker wedstrijden gewonnen werden. Fried mocht zich daarnaast in zijn derde jaar de beste roeier van de vereniging noemen en nam de Ramingbeker in ontvangst. Dit was de verenigingsbeker waarvoor werd gestreden op de Tweede Onderlinge. Hiervoor werd een stuk stuurboord, bakboord en in de skiff geroeid. Naast het feit dat hij de beste lichte roeier bleek te zijn en ‘het Weegschaaltje’ aan zijn prijzenkast mocht toevoegen, had hij ook


Naast het feit dat hij de beste lichte roeier bleek te zijn en ‘het Weegschaaltje’ aan zijn prijzenkast mocht toevoegen, had hij ook alle zware roeiers verslagen en mocht zo ook de Ramingbeker mee naar huis nemen.

alle zware roeiers verslagen en mocht zo ook de Ramingbeker mee naar huis nemen. Door de nulregeling is hij in zijn zesde studiejaar gestopt met wedstrijdroeien. Als gevolg van die regeling konden al zijn studiepunten vervallen als Fried zijn Kandidaats (nu Bachelor) niet binnen zes jaar af zou ronden. Na een jaar volop studeren had hij zijn Kandidaats net op tijd binnen. Het volgende jaar werd Fried voorzitter van het 32e bestuur van de vereniging. Toentertijd bestond de vereniging uit ongeveer 150 leden waarvan er 30 erg actief waren; leden die plaats namen in commissies en initiatief toonden. Het waren dan ook deze leden die hard werkten aan de bouw van de Overnaedsche Beuk, de nieuwe loods die volledig werd gebouwd door de leden van Proteus-Eretes. Fried vertelt dat volgens de

planning de bouw in drie maanden af zou moeten zijn. Het project liep echter flink uit omdat er weinig leden waren die echt actief hielpen met bouwen. Zelfs na zes maanden moesten de puntjes op de i nog gezet worden. Omdat er weinig leden initiatief toonden heeft hij samen met een paar vrienden ‘s nachts in winterse omstandigheden nog bakstenen staan leggen om het op tijd voor de opening af te krijgen. Verder was Fried actief bij vele commissies. Zo zat hij onder andere bij de Barcie, het Venster en de Vervoercie. Het jaar dat Fried bij de Barcie kwam, begonnen ze zich meer te richten op externen. Hiermee wisten ze de omzet in één jaar te vertienvoudigen. Met de Vervoercie reden ze in de jaren zeventig met een op de TH gebouwde aanhanger van 18 meter lang, getrokken door een Amerikaanse

Chrysler. Doordat er in houten achten geroeid werd, moest de aanhanger zo lang zijn. Deze boten konden namelijk niet gedeeld worden. Zelfs met deze lengte hingen de puntjes van de achten meters naar voren, je kon ze door het open dakraam boven je hoofd zien hangen. Een andere aanpassing die voor deze onhandig lange boten moest worden gemaakt was in het onderhoudshok. In de deuren zat een speciaal luikje waardoor de achten naar buiten konden steken. Op 9 maart 1984 werd Fried benoemd tot lid van verdienste. Dit kwam voor hem geheel onverwacht, hij was immers al twee jaar afgestudeerd en niet meer bij de vereniging betrokken. Desondanks vindt hij het een eer dat hij op deze manier wordt beloond voor zijn inzet en dat zijn lijstje nu voor altijd op de barzolder zal hangen. n

venster  juni 2017 17


COMPO

NOOC veranderingen

TEKST EWOUT VAN DER HEIJDEN EN HEIN GIJSMAN FOTOGRAFIE PAPARAZZI, SIMON VISSER, JULIAN GOMMERS EN WIES VAN WETTEN

De NOOC groeit uit zijn (bras)jasje

Het aantal inschrijvingen aan de universiteiten van Nederland blijft toenemen. Een aanzienlijk deel van deze aankomende studenten zal zich aansluiten bij een roeivereniging. Deze nieuwe eerstejaars willen graag hun krachten meten met mederoeiers van andere verenigingen. De vraag is hoe deze steeds groter wordende groep roeiers verdeeld moet worden over de wedstrijden. Hiervoor zal de NOOC de komende jaren op de schop moeten. De plannen hiervoor liggen inmiddels op tafel.

e afgelopen jaren is de roeisport onder studenten enorm populair geworden. Dat heeft iedereen gemerkt: meer aanmeldingen, meer leden, een drukkere bezetting van de boten en volle velden tijdens wedstrijden. Vooral het competitieroeien heeft in het huidige studieklimaat de voorkeur bij veel nieuwe studenten. Sinds een aantal jaren is de hoeveelheid deelnemers in de NOOC fors gegroeid. Zo hebben 505 ploegen zich dit jaar ingeschreven. Deze toestroom is voor de NOOC een reden geweest om een werkgroep op te richten die de indeling van competitiewedstrijden in Nederland moet herzien. Veel wedstrijden zijn de afgelopen jaren al uitgebreid naar twee of drie dagen en kunnen niet meer verder groeien. Dit jaar zijn de wedstrijden al ontlast door de eerstejaars slechts vijf van de zes wedstrijden te laten starten. Vanaf volgend jaar zal de NOOC structureel veranderen. Naast de bestaande bokaal voor de TopC4 teams en de Sprintbokaal zullen er wegens het tekort aan startplaatsen extra, soms nieuwe, wedstrijden aan de NOOC worden toegevoegd. Deze wedstrijden zullen niet allemaal in één bokaal passen, dus zal de NOOC in tweeën worden gesplitst. De eerstejaars Proteërs zullen dus keuze hebben uit vier bokalen. Om het aantal startplaatsen uit te breiden zullen er dus nieuwe wedstrijden bij moeten komen. Een van deze wedstrijden zal in Nijmegen georganiseerd worden. Phocas gaat namelijk verhuizen, zoals in de vorige editie van het Venster beschreven is. Op de nieuwe locatie is heel veel ruimte, dus zal daar vanaf volgend jaar

18 venster  juni 2017

de Traianus Regatta plaatsvinden. Deze wedstrijd zal bestaan uit een 2 kilometer race en een 1 kilometer race, waarbij gekeerd moet worden. Aangezien dit voor Phocas de eerste eigen wedstrijd is, zal de wedstrijd tijdens de komende najaarsbokaal eenmalig in de herfst worden verroeid. Daarna zal de Traianus Regatta aan de NOOC bokaal worden toegevoegd. Ook Gyas gaat een wedstrijd organiseren op het Hoornse Meer aan de rand van Groningen. De Gyas Meerkamp zal bestaan uit een 2,5 kilometer race en een 400 meter sprint. Dit jaar is de wedstrijd al georganiseerd als onafhankelijke wedstrijd, maar vanaf volgend jaar zal de Meerkamp een vast onderdeel worden in een van de NOOC bokalen. Naast deze volledig nieuwe wedstrijden zal ook de Saurus International Regatta in Maastricht aan de bokalen worden toegevoegd. Niet alleen de NOOC bokaal groeit uit zijn jasje. Ook de Top C4 bokaal maakt een groei door, waardoor er is besloten om een extra wedstrijd in Delft te organiseren. Laga zal deze verantwoordelijkheid op zich nemen. De plannen voor deze wedstrijd zullen echter nog verder moeten worden uitgewerkt. Al deze extra wedstrijden leveren voor een aantal commissies extra


werk op. Vooral voor de Commissaris Toerroeien brengt dit een zware last met zich mee. Vanaf het begin van het aankomende roeiseizoen van volgend jaar zal CT ieder weekend op een andere wedstrijd aanwezig moeten zijn. Zij zal hierbij ondersteund worden door de ToerCie. Samen zullen ze deze hectiek goed moeten voorbereiden. De vergaderingen zijn dan ook al begonnen, en de CT zal tijdens de voorbereiding op het komende jaar veel bezig zijn met deze veranderingen. De ToerCie zal zichzelf verder uitbreiden om ieder weekend genoeg mensen naar de wedstrijden te kunnen sturen. Daarnaast zal de commissie meer taken van de CT op zich nemen. Ook van de minder zichtbare ondersteuning bij wedstrijden zal meer worden gevraagd. De Vervoercie zal vanaf volgend jaar vaker boten naar twee wedstrijden in hetzelfde weekend moeten rijden. Nu rijden ze nog wel van de ene naar de andere wedstrijd en worden de boten een dag van tevoren van de botenwagen geladen.

Volgend jaar zullen er echter dus grote compo- en wedstro wedstrijden samenvallen, waardoor er twee keer op een neer zal moeten worden gereden. De VVC heeft al aangegeven in plaats daarvan de oude BoWa weer in gebruik te nemen, maar ook hier wordt er nog uitgezocht hoe deze logistieke operatie zo goed mogelijk kan worden uitgevoerd. Het komende jaar wordt er dus een van veel veranderingen. Iedereen zal zijn steentje moeten bijdragen om de steeds groter wordende uitdagingen het hoofd te kunnen bieden. Desalniettemin geven deze nieuwe omstandigheden Proteus meer kansen om zich goed op de kaart te blijven zetten in het studentenroeien. Ook kan de roeisport verder groeien en zo het stijgende aantal studenten een plek blijven geven in het competitieroeien. Daarbij is het wel nodig om te blijven innoveren, zodat de NOOC niet opnieuw uit zijn (bras)jasje groeit. n

venster  juni 2017 19


OUD PE

Geacht e leden en oud-leden, Op zaterdag 18 februari 2017 tijdens de WinterWedstrijden konden oudleden van ProteusEretes voor het 2e jaar de WinterWedstrijden in alle comfort vanaf de Beerenburg Borrel Boot gadeslaan. En dat alles in een gezellig samenzijn met oude vrienden en bekenden onder het genot van een (of meer) glaasjes Beerenburg. Dit jaar werd de Beerenburg van de Weduwe Joustra geschonken in 2 kwaliteiten die tegen elkaar konden worden geproefd. Het eerst geconstateerde kleine verschil ebde naarmate de middag vorderde langzaam weg. Het werd een bijzonder geanimeerde middag, door het goede weer kon de zijkant van de boot open worden gemaakt en de passerende ploegen werden daardoor luidkeels aangemoedigd. Nadat het wedstrijdveld geheel gepasseerd was, werd de terugtocht naar Lijm & Cultuur aanvaard en stapte iedereen met rode konen van de boot af. Met Hemelschblauwe groet,

Bas van Eijndhoven Secretaris Oud Proteus-Eretes


Ondersteuning in Raad & Daad TEKST HEIN GIJSMAN FOTOGRAFIE DANIËL KORVEMAKER

e meeste leden zijn bekend met Oud Proteus-Eretes. “Dat zijn al die ouwe lullen die nog wel iets met Proteus te maken hebben, maar eigenlijk alleen af en toe op een botendoop komen, toch?” Hoewel dat enigszins waar is, doet OPE door het jaar heen veel meer. OPE is een onmisbare steun voor de vereniging. In elk Venster schrijven zij een brief zoals hiernaast, maar voor deze editie wordt OPE uitgelicht. Oud Proteus-Eretes, zoals het sinds 2005 heet, is in 1963 opgericht als reünistenvereniging van Proteus. Haar doelstellingen luiden nog altijd: Het met raad en daad steunen van Proteus-Eretes en het bevorderen van de contacten tussen haar leden. Om deze doelstellingen te bereiken organiseren zij drie keer per jaar bijeenkomsten voor de leden: de Oud-ledendag in het najaar, de nieuwjaarsborrel en de Berenburgborrel tijdens de WinterWedstrijden. Ook bieden zij financiële steun aan de vereniging om het roeien te bevorderen.

Zo schenkt Oud Proteus-Eretes elk lustrum een boot aan de vereniging. De afgelopen zes lustra was dit steeds een acht. Bij dit lustrum schonk OPE de Sytske & Chantal vorig lustrum was dit de Raad & Daad. Ook bezit OPE zélf nog een boot: de Barbara. Deze wordt nog elk jaar bij de Head of the River Amstel in het water gelegd. Hierover hebben jullie uitgebreid kunnen lezen in de vorige editie. Minder zichtbare steun kwam in het verleden in de vorm van sponsoring van trainingskampen. Tegenwoordig levert OPE een bijdrage voor professionele coaching en ondersteuning van buitenlandse uitzendingen. Het grootste geschenk was echter de bijdrage aan de bouwkosten van de Beuk in 1997. Ook bij de nieuwe aanbouw is OPE zeer nauw betrokken. Tenslotte zet OPE haar expertise in op het gebied van coaching, bedrijfsvoering en het vinden van nieuwe sponsors. Dankzij deze hulp kan Proteus-Eretes op roeigebied bij de top van Nederland blijven horen en in de toekomst haar capaciteiten uitbreiden. n


OP BEZOEK BIJ

Op bezoek bij

MSRA Odin Roeien met de riemen die je hebt TEKST EWOUT VAN DER HEIJDEN EN DANIËL KORVEMAKER FOTOGRAFIE DANIËL KORVEMAKER

eizend door het Zeeuwse landschap passeert het venster van de trein dorp na dorp met als reisdoel Middelburg: stad van Odin, de nieuwste studentenroeivereniging van Nederland. Op het station worden we opgewacht door twee (oud-) bestuursleden terwijl de pittoreske binnenstad door de net doorgebroken zon prachtig wordt belicht. Middels een kort autoritje bereiken we de locatie waar de MSRA Odin zich gevestigd heeft, de accommodatie van de RV Honte.

met vanaf het vlot uitzicht op de grachten. In de loods van Honte is de aanwezigheid van de studenten al te merken: er hangen onder andere een aantal Odin riemen. Achterin, zodat de Honteleden er niet ‘per ongeluk’ mee gaan roeien. Twee scullriemen missen de herkenbare witte Odin strepen op de bladen, daar was nog geen tijd voor. Pronkstuk van de vloot is een Hudson vier-zonder, vrij recent overgenomen van Skadi. De RV Honte heeft al langer een klein aandeel studenten. Een aantal jaar geleden ging deze groep zich Odin noemen. Deze naam is niet zomaar gekozen. In de Noorse mythologie is Odin namelijk de vader van Vidar. Eén van de oprichters roeide in

het groter opgezet: er werden onder andere extra borrelavonden georganiseerd. Toen er in de volgende introductieweek opnieuw veel aanmeldingen waren wisten de studenten dat er iets moest gebeuren. Met een groep enthousiaste mensen werd er in een Middelburgs café een avond goed gesproken over de toekomst van Odin. De ambitie werd al snel duidelijk: een vereniging oprichten. Op 27 november 2015, twee en een halve maand na deze inspirerende avond, was de MSRA Odin geboren. Inmiddels is het ledenaantal gegroeid tot 50 leden. Met zijn officiële oprichting is Odin niet alleen de eerste studentenroeivereniging, maar ook de eerste studentenvereniging

Honte is een kleine vereniging en dat blijkt direct na binnenkomst. De accommodatie is compact; de ergometers staan binnen een paar meter van de bar. De locatie is echter zeer charmant. De vereniging is gevestigd aan de rand van de binnenstad

het verleden bij Vidar en vond dit wel een treffende naam. Tijdens de eerstvolgende introductieweek van de universiteit werd er gepeild hoeveel studenten interesse hadden in roeien. Tot hun grote verbazing leidde dit tot 30 inschrijvingen. Het volgende jaar werd

van Middelburg. De stad is dan ook geen typische studentenstad. Middelburg telt namelijk slechts 600 studenten. Alle studenten studeren aan een University College, waar je zelf je vakken samenstelt. Sinds de studie compleet in het Engels wordt gegeven is het

22 venster  juni 2017


populair bij internationale studenten, met als gevolg dat 40% van de Odin leden van niet-Nederlandse afkomst zijn. De voertaal op de vereniging is dan ook Engels. De opzet van de University College levert vooral problemen op voor de actievere leden. De studie wordt namelijk in drie jaar afgerond, en het is niet toegestaan om vertraging op te lopen. Hierdoor verlaten de studenten al na drie jaar Middelburg, en gaan hun master doen in andere steden. Odin leden zijn dus maximaal drie jaar lid. Op dit moment zorgt dit er onder andere voor dat leden niet veel tijd hebben om echt goed te leren coachen. Het is een van de grootste zorgen binnen de vereniging. Het is slechts een enkeling gegund om binnen drie jaar uit te groeien tot een goede wedstrijdcoach. De huidige wedstrijdroeiers vertrouwen daarom op dit moment op de kennis van een ouder en een jeugdroeier.

Odin heeft inmiddels zijn draai gevonden bij Honte. Ook de meeste Honteleden juichen de toestroom aan studenten toe. Ieder Odin lid is immers ook volwaardig lid bij Honte, zodat ze gebruik mogen maken van de voorzieningen. Toch zijn de Middelburgse studenten op zoek naar hun eigen gebouw. Dat is iets wat het Odin bestuur ondanks de gastvrijheid van Honte zegt te missen. Het is inmiddels Odins grootste ambitie geworden om naar een eigen pand te kunnen verhuizen. Hun oog is gevallen op een aan het water gelegen loods, iets verderop. Met hulp van de gemeente zou het mogelijk moeten zijn hier binnen tien jaar in te trekken als alles zelfstandig gefinancierd wordt. Met een lening kan die tijd fors worden teruggedrongen. u

In de loods van Honte is de aanwezigheid van de studenten al te merken: er hangen onder andere een aantal Odin riemen. Achterin, zodat de Honteleden er niet ‘per ongeluk’ mee gaan roeien. venster  juni 2017 23


OP BEZOEK BIJ

Niet alleen de RV Honte is enthousiast over Odin, ook andere roeiverenigingen zijn positief. Er wordt veel gereageerd op vragen via e-mail en het Odin bestuur wordt af en toe zelfs uitgenodigd om langs te komen. Zo zijn ze een aantal maanden geleden bij Proteus en Okeanos langsgeweest om advies in te winnen over onder andere een meerjarenplan. Odin heeft in mei het voltooide meerjarenplan gepresenteerd op de Aegon Bestuursbokaal en daarmee de hoofdprijs geprobeerd binnen te halen, waar een bedrag van maar liefst €10.000 aan vast zit. Een enorme hoeveelheid voor zo’n kleine vereniging. Jammer genoeg voor Odin nam Argo dit jaar de prijs in ontvangst. Wanneer het aankomt op wedstrijden schakelt Odin wederom regelmatig de hulp

24 venster  juni 2017

in van andere roeiverenigingen. Er wordt met Honte een kleine botenwagen gedeeld maar deze kan niet altijd gebruikt worden. Daarom werd vorig jaar onze Slag tegen het water geleend tijdens de PEiL. Om wel met eigen bladen te roeien werden de boordriemen meegenomen in de trein en later in de pendelbus. De buschauffeur keek wel raar op toen ze vroegen of er een stel riemen mee mochten. De komende tijd wordt spannend voor Odin. Het oprichtend (huidige) bestuur stopt over een aantal maanden en de stijgende lijn moet natuurlijk wel doorgezet worden. Door het grotendeels ontbreken van commissies neemt het bestuur bijna alle taken op zich. De standaard taken komen voor een groot deel overeen met ieder ander bestuur - er is

een voorzitter, secretaris, penningmeester, wedstrijdcommissaris en een commissaris materieel - maar er zijn ook verschillen: de commissarissen intern en instructie hebben taken die wat dichter op de leden zitten. Zo sturen zij roeiploegjes aan en zorgen voor coaching en trainingsschema’s. Ook nemen ze roeiexamens af. Deze taken lijken veel op de wat actievere taken van de Toercie en de Zweth. Door het grotendeels ontbreken van commissies voeren assertieve leden de meeste taken op eigen initiatief uit. Wel probeert het bestuur hier langzaamaan structuur in aan te brengen. Voor volgend jaar is het plan om een volwaardige IT-commissie op te richten. Daarnaast wordt de competitie commissie uitgebreid om het bestuur deels te ontlasten en wordt er een acquisitie opgezet.


Een leuke bijkomstigheid van de locatie is dat er zo nu en dan een zeehond meezwemt tijdens een training.

Zoals eerder vermeld is het niet mogelijk om studiepunten te missen aan de University College. Voor een bestuursjaar wordt geen uitzondering gemaakt en daardoor voeren de bestuursleden hun taken naast de studie uit. Door het kleine aantal leden heeft Odin weinig ploegen. De wedstrijdsectie bestaat uit drie dames waaronder een skiffeuse die op de Damen in 2016 het eerste blik voor Odin trok. Daarnaast zijn er twee competitieploegen die de NOOC starten, één damesen één herenploeg. Een groot deel van de leden vindt het leuk om af en toe een baantje te varen maar zij starten geen wedstrijden. Mede dankzij het kleine ledenaantal spreekt het bestuur van een goede integratie tussen de roeiers, van echte ‘secties’ is geen sprake. Er is duidelijk minder scheiding tussen

competitieroeiers en wedstrijdroeiers dan bij grotere verenigingen. De roeiers hebben goed bevaarbaar water bij de vereniging. Er zijn weinig bochten en coaches kunnen acht kilometer langs het kanaal meefietsen. Wel is er af en toe binnenvaart en pleziervaart, zoals we dat in meerdere mate ook op de Schie kennen. Doordat het kanaal van de Westerschelde tot het Veerse meer loopt, wordt er geroeid in zout water. De boten worden daarom extra goed afgespoeld. Een leuke bijkomstigheid van de locatie is dat er zo nu en dan een zeehond meezwemt tijdens een training. Ondanks de kleine vereniging lijkt Odin al tegen grenzen aan te lopen. Er is echter nog een zeer goede mogelijkheid tot uitbreiding. Aan het einde van het kanaal ligt namelijk Vlissingen. Deze stad staat evenmin bekend als studentenstad, en heeft dus ook geen roeivereniging, maar wel een hogeschool. Als het Odin in de toekomst lukt om de studenten uit Vlissingen naar de vereniging te trekken, kunnen ze verder groeien en zullen de kwaliteit en de kwantiteit van de roeiprestaties toenemen. Odin is al voorzichtig aan het uitzoeken hoe ze dit aan kunnen pakken, maar zal dit grotendeels laten afhangen van de verhuizing in de toekomst. Met een ambitieus plan als het opzetten van een vereniging moet je gewoon beginnen. Initiatief nemen en enthousiast blijven houdt de vereniging nu in gang en gaat er hopelijk voor zorgen dat Odin in de toekomst een gevestigde naam is in het Nederlands studentenroeien. In afwachting van die droom is het nog even roeien met de riemen die ze hebben. n

venster  juni 2017 25


WEDSTRO

Op weg naar de top Van nul naar Olympisch Goud

Het is voor een enkeling weggelegd om een Olympische race te varen, maar tussen de Eerste Onderlinge en een Olympische race kunnen vele mooie toernooien gevaren worden.

26 venster  juni 2017

ijna iedere ploeg begint het jaar met het stellen van doelen. Daar gaan vaak dromen van individuele roeiers aan vooraf. Waar sommigen vooral dromen van een beginnersblik en een hechte ploegband, zullen anderen dromen van een race om een Olympische plak. De roeisport kenmerkt zich als een van de weinige sporten waar het mogelijk is om mee te doen op het hoogste niveau wanneer je op latere leeftijd bent begonnen. De basis voor deze doorgroeimogelijkheden naar internationaal niveau wordt doorgaans gelegd in de vele trainingsuren. Het is binnen de roeisport namelijk gebruikelijk om al snel te trainen en te leven zoals een topsporter dat doet. Maar wanneer komt het moment dat naast de levensstijl ook de roeiprestaties daadwerkelijk als topsport kunnen worden beschouwd? Het is voor een enkeling weggelegd om een Olympische race te varen, maar tussen de Eerste Onderlinge en een Olympische race kunnen vele mooie toernooien gevaren worden. Welke toernooien zijn dit nu precies en wanneer mag je deelnemen aan deze wedstrijden?

TEKST JOLIEN HEDDES EN ZAÏDA RIVAI FOTOGRAFIE DANIËL KORVEMAKER

De beginjaren De meeste wedstrijdroeiers beginnen in het Eerstejaarsklassement. In dit klassement wordt de basis voor een verdere roeicarrière gelegd en wordt er voornamelijk in grote ploegen gevaren. Zwaar, licht en dames varen in achten of vier-metten. Lichte dames leren al direct met scullriemen om te gaan en starten in een dubbelvier. Zowel langebaanwedstrijden als twee-kilometer wedstrijden tellen mee voor dit klassement. De doorstroom vindt plaats in het Developmentklassement. In dit klassement tellen alleen de kortebaanwedstrijden en wordt er gevaren in vier-zonders en dubbel-tweetjes. Dit klassement is bedoeld voor tweede- en derdejaars. Internationaal vanuit de vereniging De European University Championships, EUC, vormen de brug tussen nationale wedstrijden en internationale toernooien. Het zijn Europese kampioenschappen voor universiteitsploegen. Dit jaar worden deze kampioenschappen gehouden in Servië. In Nederland worden vaak ploegen uitgezonden die vooraan varen in het Developmentklassement. Er moet een bepaald percentage van de zogeheten Golden Standards worden gehaald tijdens de Westelijke Regatta om uitgezonden te worden. Daarnaast is een belangrijk


criterium voor dit toernooi dat de ploegen voor dezelfde universiteit uitkomen. Ploegen die uitgezonden worden naar een EUC zijn dan ook veelal verenigingsploegen die op eigen gelegenheid naar het toernooi gaan. Grootser dan de EUC is het FISU-WK, welke in de even jaren wordt georganiseerd. Dit is een wereldkampioenschap voor studenten. Ploegen hoeven echter niet voor één universiteit uit te komen. In Nederland is het FISU-WK daarom een kampioenschap voor roeiers die te oud zijn om aan toernooien voor onder 23 jaar deel te nemen, maar nog een opstapje nodig hebben om aan de reguliere wereldkampioenschappen deel te nemen. Van vereniging naar OTC Om mee te kunnen doen aan races op het hoogste niveau zal er aansluiting bij de roeibond gevonden moeten worden. Gedurende het voorseizoen zijn er diverse meetmomenten waar de roeibond roeiers selecteert die aan selectietrajecten deel mogen nemen voor grote toernooien. Meetmomenten zijn de Hel van het Noorden, de WinterWedstrijden, ergometer profieltesten en de Hollandia Roeiwedstrijden. Bij de meetmomenten in

de boot is het van belang dat de roeiers in kleine nummers starten. Zo kan er goed gekeken worden naar individuele prestaties. Boordroeiend wordt er dan gestart in een twee-zonder en scullend wordt er gevaren in een skiff. Races op het hoogste niveau De wedstrijden die vanuit de roeibond gestart worden zijn de Wereldbekerwedstrijden, Europese kampioenschappen, Wereldkampioenschappen en eens in de vier jaar de Olympische Spelen. De Wereldbeker is een internationale roeicompetitie van drie roeiwedstrijden. Alle drie de wedstrijden worden in Europa verroeid met als afsluiter de races op de Rotsee in Luzern. Anders dan tijdens EK’s en WK’s mogen er met Wereldbekerwedstrijden per boottype meerdere boten per land worden uitgezonden. De roeibond zendt tijdens Wereldbekerwedstrijden soms nog boten uit die meedoen om internationale race ervaring op te doen. Tijdens EK’s en WK’s worden er echter alleen boten uitgezonden die medaillekansen hebben.

Het Wereldkampioenschap kent meerdere varianten; Junioren WK, SB WK en het ‘gewone’ WK. Het verschil tussen deze drie zit hem in de leeftijd: junioren zijn niet ouder dan 18 jaar en SB heeft een leeftijdslimiet van 23 jaar. Meestal worden deze kampioenschappen los van elkaar gehouden. Een uitzondering was het WK in 2016 waar alledrie de Wereldkampioenschappen tegelijkertijd op de Willem-Alexanderbaan plaatsvonden. Bij internationale toernooien is er vaak verschil te zien in velden; de nummers die op de Olympische Spelen verroeid worden zijn vaak anders bezet dan niet-Olympische nummers en wanneer er gewonnen wordt in een Olympisch nummer wordt daar vaak meer waarde aan gehecht. In Olympische jaren worden tijdens het WK alleen nummers verroeid die niet op de Olympische Spelen worden verroeid. Hoewel veel roeiers dromen van Olympisch roeien kunnen slechts enkelen dit waarmaken. Het begint echter bij de weg daarnaartoe. Met de vele toernooien op verschillende niveaus is er aan uitdaging geen gebrek en kunnen grootse dromen langzaam waargemaakt worden. n

venster  juni 2017

27


ALGEMEEN

Meelopen met de

IRIS

TEKST JOLIEN HEDDES EN NINO WOUTERS

Zoals het klokje thuis tikt, tikt het nergens

liefst drie laptops mee en een aantal stopwat-

en de Beatrix Winterraces op de jaaragenda

et is 8 uur ‘s morgens en de IRIS verzamelt zich met zes man sterk op Proteus om zich klaar te maken voor de Head of the River Amstel. Verrassend gestructureerd verloopt het vertrek. In het opslaghok staat Laura Franx met de inpaklijst om te controleren of alles ingepakt wordt, terwijl de rest van

ches als ultieme back-up. Deze stopwatches dateren nog uit een vroegere tijd en zijn een mooi voorbeeld van de vindingrijkheid binnen de IRIS. Om deze stopwatches tot op honderdsten van een seconde gelijk te laten lopen zijn ze verbonden, zodat ze samen gestart worden. De afwezigheid van het start/stop knopje voorkomt een ongelukkige onderbreking van de teller. Hoewel de klokkers werken in het kloksysteem ‘Waterkant’, zien roeiers en coaches voornamelijk de site www.hoesnelwasik.nl. Hier kunnen roeiers vrijwel direct na hun races de gevaren tijden bekijken. Dat de commissie veel meer doet dan slechts tijdpulsen meten, wordt duidelijk wanneer er een compleet WiFi netwerk wordt uitgerold. Door het installeren van hun eigen router is alle apparatuur direct verbonden en is de thuisbasis van de IRIS een geliefde spot

van de IRIS. Laura is inmiddels bekend met al deze wedstrijden: “Volgens mij weten echter veel Proteërs niet eens van het bestaan van die wedstrijden af.” In totaal klokt de IRIS zo’n 25 wedstrijden per jaar. De Head is wel één van de grootste wedstrijden en het scheelt voor de IRIS dat de wedstrijd sinds vorig jaar verspreid is over twee dagen, omdat het anders lange dagen worden. “We hebben ook weleens gehad dat we al om 4:45 naar een wedstrijd moesten vertrekken.” Tijdens de Head wordt de IRIS door de organiserende wedstrijd goed verzorgd om het hen zo aangenaam mogelijk te maken. De belegde broodjes zijn de ultieme beloning voor het harde werken “Dat is hier op zo’n burgerwedstrijd altijd wel goed voor elkaar!” weet Sjoerd te vertellen, “heel anders dan bij studentenwedstrijden of zelfs tijdens de door Proteus georganiseerde wedstrijden.”

de commissie de boel naar buiten sjouwt. Ondertussen komt Sjoerd Kok aangereden met het busje. Er wordt van alles meegenomen; van twintig toeters tot printers en van dongles tot stekkerdozen. Wanneer het busje volgeladen is, vertrekt de IRIS naar Willem III, de organiserende vereniging van de Head die de thuisbasis vormt voor de tijdwaarneming. Hier wordt in anderhalf uur tijd het busje weer uitgeladen en wordt er opgebouwd, zowel langs de baan als op de thuisbasis. Er vertrekt een groep

voor kamprechters die zo nu en dan om het wachtwoord komen vragen, zodat ook zij op de hoogte blijven van de nieuwste Instagram posts. De commissienaam Integrated Regatta Information System onthult ook wat zij achter de schermen nog meer kan doen voor een wedstrijdorganisatie. Met dit systeem kunnen de inschrijvingen direct vanuit het KNRBprogramma worden geïmporteerd waarna de IRIS volledige ondersteuning biedt in het beheer van de ploegen, zoals het voltrekken van een loting of het indelen in blokken.

IRIS 2.0 De commissie en het tijdwaarnemingssysteem bestaat al sinds 2001 en is sindsdien door de IRIS-leden stapsgewijs uitgebreid tot wat het nu is. Hoewel dit systeem functioneert en de tijdwaarneming vrij soepel lijkt te verlopen staan de commissieleden onder steeds hogere druk. “Wedstrijdorganisaties verlangen steeds meer en ons systeem raakt verouderd. Het is dus hoog tijd om te vernieuwen. Er zijn meerdere pogingen

naar de start en een groep naar de finish. Dit jaar zullen er geen tussentijden gemeten worden, dus naar beide punten gaan er maar

Het zijn vooral burgerwedstrijden waar geklokt wordt door de commissie. Zo staan bijvoorbeeld de Goudse Mijl, de Eemhead

geweest om het huidige systeem te vernieuwen maar dat liep op niets uit. Tot de huidige poging, deze lijkt te gaan lukken!” Met een

28 venster  juni 2017


Dat de commissie veel meer doet dan slechts tijdpulsen meten, wordt duidelijk wanneer er een compleet WiFi netwerk wordt uitgerold.

nieuwe gemotiveerde groep mensen is de IRIS 2.0 van start gegaan: een aanvullende commissie die bezig is met een nieuw systeem om de tijdwaarneming te verzorgen. Zo kan de IRIS zelf het reguliere werk door laten gaan. Aan het nieuwe systeem wordt hard gewerkt om het dit jaar live te krijgen. “De Head of the River ziet heel graag dat het nieuwe systeem er komt; het oude systeem levert soms wat gedoe op. Het plan is om volgend jaar met het nieuwe systeem te klokken op deze wedstrijd en de afspraak is dat we in ieder geval laten zien dat er ontwikkeling gaande is.” Afgelopen jaar werd er nog kritiek gegeven in een nabeschouwing dat de site www.hoesnelwasik.nl niet zo gebruikersvriendelijk was. Maar de nieuwe commissie is bezig om niet alleen het kloksysteem ‘Waterkant’ onder handen te nemen, maar ook de website www.hoesnelwasik.nl van een metamorfose te voorzien. Zo zal het systeem van de IRIS in de toekomst niet alleen voor de commissieleden en klokkers fijner werken maar zijn de veranderingen ook voor de roeiers merkbaar. n

venster  juni 2017 29


WEDSTRO

30 venster  juni 2017


Trainingschema's TEKST ZAÏDA RIVAI EN JOLIEN HEDDES

FOTOGRAFIE DANIËL KORVEMAKER

Het geheim achter pieken op het juiste moment

Supercompensatie, HOOI-week en AT-trainingen. Voor menig Proteër vallen deze woorden in de categorie: “Vast wel een keer gehoord, maar eigenlijk geen flauw idee wat ze betekenen”. Iedere fanatiekeling die iets intensiever wil trainen voor welke sport dan ook, houdt zich voor optimale prestatie aan een strak trainingsschema. Ook wedstrijdroeiers en een aantal competitieroeiers trainen volgens een schema. Hoe dat precies is opgebouwd, lees je hier!

E E R S T E V E N D IT… Een aantal Vensters geleden werd ze geïntroduceerd als profcoach van de eerstejaars sectie, Judith van Os. Inmiddels draait ze al bijna twee jaar mee als profcoach bij Proteus-Eretes en maakt ze de trainingsschema’s voor de eerstejaars sectie. Het Venster ging bij haar langs om te vragen naar de uitdagingen die zij tegenkwam in haar afgelopen twee jaar als profcoach. “Toen ik bij Proteus aankwam zag ik de gedachtegang van sommige roeiers en coaches: ‘Trainen is altijd zo hard mogelijk beuken en beter worden kan alleen door elke training zo kapot mogelijk te gaan’. Dat is echter niet waar. Beter worden heeft te maken met de balans tussen rust en inspanning. Het doel is uiteindelijk om beter te worden en om zo hard mogelijk te roeien op wedstrijden. Om dat doel te bereiken is het belangrijk om te weten wat je ploeg nodig heeft en kan hebben. Voor eerstejaars is het aankunnen van zes trainingen per week een minimumeis, maar het is ook heel belangrijk om te kijken hoe belastend de trainingen zijn voor een roeier. En belastbaarheid is ook iets wat je moet trainen.” Wat heb jij dit jaar veranderd? “Er zijn een aantal dingen veranderd in de structuur, maar een van de dingen die opvallen in het schema is dat we in het voorseizoen één indoortraining omgeruild hebben voor een hardlooptraining. Voorheen draaiden de eerstejaars al in september twee intensieve indoortrainingen per week,

maar in die periode moeten er juist veel extensieve duurtrainingen (ED-trainingen) worden gedraaid voor het opbouwen van duurvermogen voor de rest van het seizoen. Het omwisselen van de indoor met een ED-training gaf ook de mogelijkheid om in het voorseizoen met de eerstejaars een anaërobe threshold-training (AT-training) op de ergometer te doen, om wel direct te beginnen met hardheid trainen in de roeihaal. Dat is binnen een totaal van vijf à zes trainingen in die fase van het jaar niet te combineren met twee intensieve indoortrainingen.”

Wat zou je nog anders willen doen? “Een van de dingen die ik beter zou willen doen, is werken aan het besef van eerstejaars dat elke training een doel heeft en dat je alleen maar beter wordt als je daar ook naar toe werkt. Nu merk ik bijvoorbeeld nog regelmatig dat roeiers denken dat een EDtraining alleen maar dient om aan techniek te werken zonder al teveel inspanning. Maar een ED-training heeft ook fysiologisch gezien een doel, dat je niet bereikt als je alleen maar heen en weer beweegt. Je moet juist goede klappen maken, maar dan in tempo 18.”

Is het gelukt om die gedachtegang over altijd keihard beuken te veranderen? “Het blijft lastig om roeiers en coaches ervan te overtuigen dat het beter is om snelheidswerk in een schema in het voorseizoen te beperken en dan voornamelijk veel ED-trainingen te draaien. Ik heb daarover regelmatig discussies met coaches gehad. Het is wel begrijpelijk; het is niet gemakkelijk om erop te vertrouwen dat het wel goed komt als je pas een paar weken voor de eerste races begint met hoog tempo roeien. Gelukkig heb ik wel het idee dat mensen nu inzien dat er een opbouw in het seizoen moet zitten en er ook voldoende ruimte voor herstel moet zijn. En dat coaches niet altijd moeten blijven schreeuwen om roeiers iedere training tot het gaatje te laten gaan”.

S C H E M A’S Hoe begin je met een trainingsschema? “Het uitgangspunt is de roeier of de ploeg. Wat willen ze bereiken en wat moeten ze daarvoor doen? Als je weet wanneer ze in topvorm moeten zijn, ga je vanaf dat moment terug-redenerend het schema opbouwen. Daarbij gebruik je wetten uit de trainingsleer over bijvoorbeeld periodisering en de juiste verhouding tussen inspanning en herstel.” Wat is er zo lastig aan het maken van een trainingsschema? “In het trainingsschema komt alles samen: het moet er uiteraard voor zorgen dat de roeiers fysiek steeds beter en sterker worden, maar ook dat ze technisch en mentaal kunnen groeien. En je moet erop letten dat het past binnen alle andere verplichtingen en wensen die de roeiers hebben, zoals hun studie en tijd houden voor familie en u

venster  juni 2017

31


WEDSTRO

vrienden. Het opstellen is altijd een heel gepuzzel, omdat je met al die factoren rekening moet houden. Daarnaast wil iedereen vanwege de eerstejaars- en developmentklassementen graag van eind februari tot en met begin juli op elke wedstrijd pieken. En natuurlijk ook nog op de NKIR en de testmomenten in december en januari. Bouw daar maar eens een goed schema voor. Fysiologisch gezien is het niet mogelijk om maanden achter elkaar in topvorm te zijn. Het blijft dus een continue afweging tussen rust inbouwen op de juiste momenten en wedstrijd specifieke trainingen doen om goed voorbereid te kunnen racen. En af en toe een paar dagen vrij om naar je ouders te kunnen.” Waar moet op letten als je eenmaal een schema hebt? “Als je eenmaal een trainingsschema hebt, moet je als coach blijven monitoren of het schema nog steeds goed genoeg is. Kan de roeier het aan? Worden de gestelde doelen bereikt? Moeten er minder of juist meer trainingen gedraaid worden? Roeiers mogen natuurlijk goed moe worden, maar wel op de momenten dat dat ook de bedoeling is in het schema. En je wilt uiteraard voorkomen dat ze geblesseerd raken. Wat dat betreft zeg ik altijd: ‘Beter een training te weinig dan een training te veel.’ Als je te veel traint, word je sowieso niet beter. En als je met een pijntje op het randje zit, kun je met één training te veel jezelf echt kapot maken en dan kun je helemaal niet meer trainen. Dan is het beter om een training over te slaan zodat je daarna wel weer mee kan draaien. Dit blijft lastig, want een roeier wil niet altijd toegeven dat er iets aan de hand is. Daarom moet je als coach je roeiers goed kennen: heb je te maken met iemand die alles wegwuift, of meldt hij juist elk pijntje?” Hoe belangrijk is het dat iedereen in een ploeg hetzelfde doet? “Een trainingsschema zou eigenlijk heel individueel moeten zijn. Wat voor jou goed is, is niet automatisch ook het beste voor je ploeggenoot. Ik vind het belangrijk dat coaches en roeiers zich realiseren dat wanneer je met een ploeg iets wilt bereiken, dat dus niet betekent dat iedereen precies hetzelfde moet doen. Sommige roeiers zijn minder belastbaar dan andere roeiers en de ene roeier heeft technisch gezien meer aandacht nodig dan de ander. En als iemand een periode van stress of belangrijke sociale verplichtingen heeft, moet hij een stapje terug doen in het trainen. Dat is voor elke roeier anders. Het kan veel frustratie en scheve ogen voorkomen als je daar goede afspraken over maakt.”

32 venster  juni 2017

Judith verwijst voor een goede introductie in de fysiologische kant van trainingsschema’s naar het Tekstboek Roeien van René Mijnders te vinden op de site van de KNRB onder de naam “Tekstboek roeien 2006”. “Eigenlijk verplicht leesvoer voor elke coach.”

I N H E T KO R T: F YS I O LO G I E E N TR A I N I N G S S C H E M A’S Bij het opbouwen van een trainingsschema moet een coach eerst een aantal vragen beantwoorden: • Voor welke roeier is het schema? Een beginnende roeier kan minder aan dan een gevorderde. Maar ook: Wat zijn de overige verplichtingen die een roeier heeft? • Wat wil de roeier bereiken? Waar liggen de momenten waarop gepresteerd moet worden? Vervolgens kan een trainingsschema opgebouwd worden waarbij het jaar opgedeeld wordt in een aantal periodes met verschillende doelen en trainingsvormen. In grote lijnen houdt dit in dat er eerst veel tijd besteed wordt aan het opbouwen van basisuithoudingsvermogen en kracht. In deze periode neemt ook de omvang en lengte van de trainingen toe. Dit gebeurt voornamelijk met lange extensieve duurtrainingen en krachttrainingen. Daarna wordt niet meer opgebouwd in omvang en lengte maar juist in intensiteit. Om de roeiers echt klaar te stomen voor het racen in wedstrijden, worden er in de laatste periode voor de belangrijke piekmomenten meer wedstrijd specifieke trainingen op hoge intensiteit gedaan en neemt de omvang van de trainingen zelfs weer af. In elke periode ligt het accent dus op een andere trainingssoort: eerst vooral extensieve duur en krachttraining, daarna wordt een deel hiervan vervangen door intensieve duurtrainingen en ten slotte neemt de intensiteit nog verder toe door trainingen met kortere intervallen op een hogere intensiteit op te nemen in het schema. Een belangrijk trainingsprincipe is de timing van training en herstel: door te trainen vermoei je je lichaam en neemt je fitheid af. Na de training moet je rusten, om ervoor te zorgen dat je lichaam zich gaat herstellen. Het mooie van dit herstel is dat je lichaam er altijd iets beter uitkomt dan het was: het prestatieniveau zal boven het niveau van voor de training uitstijgen. Dit heet supercompensatie. Als je je lichaam niet voldoende tijd geeft om te herstellen na de training, heb je dus geen trainingseffect of leidt het zelfs tot overtraining of blessures. Als je de volgende training op het juiste moment doet (dus in de periode waar supercompensatie optreedt), zul je je prestatieniveau steeds verder kunnen verhogen. Dat is hét basisprincipe van trainen.


Wat heeft de ingewikkelde inleidende term “HOOI-week” te maken met trainingsschema’s? HOOI-weken zijn vier opeenvolgende weken wat de termen Herstel-Omvang-Omvang-Intensief omvat. In deze vier opeenvolgende weken staat telkens één van deze termen centraal staat. In de eerste week van deze reeks worden minder intensieve trainingen worden gedraaid, zodat het lichaam kan herstellen. De twee Omvang weken zijn bedoeld om vermogen en omvang te creëren en in de Intensieve week worden er veel snelheidstrainingen en intensieve trainingen gedraaid. Na de vierde week begint het schema weer opnieuw bij de herstelweek. Hoewel er doorgaans het hele jaar wordt getraind is het hele trainingsschema een vorm van supercompensatie. Aangezien goed trainen belangrijk is voor de spieropbouw, is uitrusten en herstellen eveneens belangrijk. Er wordt niet voor niets gezegd dat de “hersteller altijd sneller is! n

‘Beter een training te weinig dan een training te veel.’ Als je te veel traint, word je sowieso niet beter. En als je met een pijntje op het randje zit, kun je met één training te veel jezelf echt kapot maken en dan kun je helemaal niet meer trainen.

venster  juni 2017

33


ALGEMEEN

Botencrashes TEKST KOEN SIMONS EN NINO WOUTERS FOTOGRAFIE ERIK BEERTHUIZEN, LVC, PAPARAZZI EN HEIN GIJSMAN

Ter land, ter zee en in de Schie Bijna iedere Proteër heeft wel eens een botencrash meegemaakt. Waar sommigen zelf in de boot zaten tijdens de crash hebben anderen vanaf de kant een crash kunnen aanschouwen. Hoewel je zou verwachten dat de meeste crashes tijdens de eerste NOOCwedstrijden plaatsvinden met veel onervaren roeiers, gebeuren er ook nog wel eens ongelukken met bekwame roeiers. Soms zijn de gevolgen ook groter dan alleen materieelschade. Daarom dook het Venster ook eens in de ongelukkigere kant van het roeien.

Twee-(z)onder en twee-boven Tijdens de WinterWedstrijden komt heel roeiend Nederland naar Delft om vijf kilometer lang een nagenoeg bochtenloos parcours te varen. De baan wordt echter nogal vaak onderschat en zeker met een harde wind is vooral de Kandelaarbrug dé hotspot voor spektakel. Toen in 2016 twee Nereus twee-zonders de Kandelaarbrug naderden was het de éérste twee-zonder die het bruggat niet goed inschatte en dwars voor het bruggat kwam te liggen. Zodra alle kamprechters en toeschouwers “Wijken!” riepen naar de twee-zonder die hier achter voer, is het de eigenwijze Nereïde instelling ‘Schijt hebben aan kamprechters’ die ten grondslag ligt aan de tweede crash. Allebei de twee-zonders moesten vervolgens afgevoerd worden naar Proteus. Gezwicht De eerstejaars vier-met van Proteus hield er tijdens de Damen Raceroei Regatta ook een aparte overwinningsstrategie op na: de tegenstander bij de start uitschakelen. Iedereen die de Willem-Alexanderbaan kent, weet dat hier een stevig briesje kan waaien. Bij de start van de Jonge Vier in de voorwedstrijden werd het wel erg bont. Door een plotselinge windvlaag ging hun boot voor de start scheefliggen, maar de kamprechters merkten dit niet op. Na het startschot voeren ze recht op de naastgelegen vier van Vidar af. Dat de kamprechters keihard “Proteus!” schreeuwden mocht niet baten; zo kwam het dat de Vidraten op deze koude lentedag in het water van de WAB belandden. Gelukkig

34 venster  juni 2017

kond Vidar nog bijgeschreven worden in de A-finale, waar ze zelfs nog tweede werden. Compositie Zoals het landen voor een piloot inspannend kan zijn blijft het aanleggen voor een stuur ook een uitdaging, er moet namelijk met meerdere factoren rekening gehouden worden. Deze factoren zijn met name de windrichting en de stroming, maar vooral de roeiers die in je boot zitten. Zo zijn alle roeiers anders. Sommigen houden sterker dan anderen, sommigen maken hardere klappen dan anderen. Als stuur houdt dit in dat je soms wel een beetje zweet langs je voorhoofd voelt druppelen en bij jezelf denkt: “Zou dit nog goed komen?” Dit gaat gelukkig in de meeste situaties wel goed. Er zijn echter uitzonderingen. Zo kwam er op een zonnige middag een ploeg terug van een lange en zware training. Het viertal roeide in een van de nieuwste boten van onze vloot, de Compositie, een gladde vier-met die dit jaar pas gedoopt is. Bij het aanleggen verliep alles zoals het gewoonlijk verloopt: strak langs bakboord wal onder de Kruithuisbrug langs, een beetje bijsturen richting de kant, de roeiers laten lopen, maar vlak voor het aanleggen slaat de spanning toe. De boot heeft nog veel te veel snelheid en volgt een ramkoers richting de kant! Omdat het onmogelijk is nog te houden, schuift het puntje zonder moeite het vlot op: de lichte structuur van de boot is natuurlijk niet bestand tegen zulke krachten. Zo brak de gloednieuwe Filippi vier-met ter hoogte van de waterkering en nam zijn carrière als topboot een drastische wending.

n Kandelaar

De Kandelaar Hoewel omslaande boten er vaak onhandig en grappig uitzien, wordt er soms vergeten dat roeien ook tot gevaarlijke situaties kan leiden. Vooral roeien in een boot zonder stuur is een vak apart, omdat je naast roeien verantwoordelijk bent voor het sturen en commando geven. Dit blijkt uit een ongeluk met De Kandelaar, een vier-zonder van Proteus. Het roeien in een ongestuurde boot was relatief nieuw voor de roeisters en bij een intensieve training was het lastig om strak eigen wal te houden op de Schie. Voor de meefietsende coaches was het ook een opgave om vanaf de zijkant de diepte goed in te schatten. Een binnenvaarder die ook niet eigen wal hield, werd daardoor totaal onderschat. De boten bleken recht op elkaar af te varen, waardoor de Kandelaar onder de binnenvaarder gezogen werd. Normaal kun je dan zo de boot uit komen, maar bij één roeister werkten de heelstrings niet. Na geworstel met de schoenen kwamen deze eindelijk los, zwom ze net als de rest naar de diepte om de binnenvaarder te ontwijken. Op blauwe plekken en schrammen na bleven zij gelukkig verder ongedeerd. Dat het ook anders af kon lopen, bleek uit de toestand van de Kandelaar: de romp was getordeerd, de riggers waren verbogen en de riemen helemaal kapot. Roeien op de Schie brengt dus wel degelijk risico’s met zich mee en fouten worden snel gemaakt. Wees je hiervan bewust en ga er met een verantwoordelijke manier mee om. n


n Twee (z)onder en twee boven

n Kandelaar

n Compositie

n Gezwicht

n Gezwicht

n Kandelaar n Compositie

venster  juni 2017 35


D.S.R. Proteus-Eretes Rotterdamseweg 362a Postbus 322 2600 AH Delft (015) 262 3720 info@proteus-eretes.nl www.proteus-eretes.nl Wilt u een abonnement of adverteren? Stuur een mail naar venster@proteus-eretes.nl

Het Venster is het officiële verenigings-orgaan van de D.S.R. Proteus-Eretes. Automatisch geabonneerd zijn ereleden, leden van verdienste, leden, oud-leden, donateurs en adverteerders. Uitgave 8, juni 2017 Oplage: 1500 stuks Voorkantfoto Andreas Fischer & Simon Visser Dames TopC4+ 'Boter' tijdens een vroege ochtendtraining Achterkantfoto Daniël Korvemaker EJL'17 na afloop van hun race op de Westelijke Regatta

Redactie Anouk van Leeuwen Daniël Korvemaker Ewout van der Heijden Hein Gijsman Jolien Heddes Koen Simons Nino Wouters Wessel de Zeeuw Yong-Yong Li Zaïda Rivai

Venster 2017-06  
Venster 2017-06  

Het Venster van de D.S.R. Proteus-Eretes juni 2017

Advertisement