Page 1

SAMENTUINEN sociaal & ecologisch tuinieren 1


Wat is een samentuin Ecologisch tuinieren Samen tuinieren

4 4 7

Voordelen van een samentuin Biologische groenten kweken én oogsten Sociaal contact Kennis opdoen en delen Openbaar groen Gezondheid

8 8 8 8 9 9

Voor je van start gaat Doel bepalen Doelgroep bepalen Planning maken

10 10 10 10

Kritische succesfactoren Locatie Mensen Het kostenplaatje

12 12 17 23

Ondersteuning Aanbod Velt Andere interessante partners

27 27 30

Geniet mee met Velt

31

2

Foto’s: François De Heel

IN DEZE BROCHURE


Start jij met een samentuin? De samentuinen behoren tot een van de succesvolle projecten van Velt. Met deze brochure willen we de expertise die we hebben opgebouwd benutten en jou helpen om je nieuwe initiatief succesvol te maken. Je leest hierin alles over de opstartfase van een samentuin: hoe je eraan begint, waar je het best aandacht aan besteedt en wat je zeker niet mag vergeten. Natuurlijk sta je er niet alleen voor. Achter in deze brochure ontdek je hoe Velt jouw project kan ondersteunen en welke andere partners je erbij kunt betrekken.

Samen eco-actief met Velt Velt is dé vereniging voor al wie milieuvriendelijk aan de slag wil in de tuin of in de keuken. Bij Velt leer je niet alleen hoe je lekkere groenten kweekt; je ontdekt er ook alles over prachtige ecotuinen, over dier- en milieuvriendelijk kippen houden en over heerlijke gerechten vol vers geoogste seizoensgroenten. Meer dan 15.000 gezinnen en 120 lokale groepen in Vlaanderen en Nederland sloten al aan bij Velt. Tal van publicaties en vormingen en het ledentijdschrift Seizoenen maken hen wegwijs en helpen om ecobewust te leven.

Deze brochure is er voor alle mogelijke initiatiefnemers van een samentuin: • een groep mensen die in de wijk een samentuin wil aanleggen; • een gemeente die met behulp van samentuinen de sociale cohesie in een buurt wil versterken; • een intercommunale die het zelf tuinieren als middel inzet tegen voedselverspilling en voor afvalpreventie; • een vereniging die met haar leden een samentuin wil opstarten; • een OCMW* dat voor zijn klanten een samentuin wil realiseren; • een bedrijf dat met werknemers een samentuin wil oprichten; • een school die met leerkrachten, leerlingen en ouders een buurtschooltuin wil aanleggen; • etc. Bij deze brochure hoort de website www.samentuinen.org. Je vindt er tal van voorbeelddocumenten en nog extra informatie. In deze brochure verwijzen we vaak naar de website; ga dus zeker eens een kijkje nemen. Veel succes met jouw samentuin!

(* in België: een gemeentelijke instelling voor hulpverlening aan minvermogenden)

3


Wat is een samentuin? ‘Een samentuin is een tuin waarin mensen samen ecologisch tuinieren.’ Velt bedacht het concept om een duidelijk onderscheid te maken met een reguliere volkstuin of buurtmoestuin. De focus ligt op twee aspecten: ‘ecologisch’ en ‘samen’. In een samentuin tuinier je op een ecologische manier. Samen staat voor samen doen, maar ook voor diversiteit: iedereen is welkom in een samentuin.

minimaal bewerkt. De tuingrond wordt vruchtbaar gemaakt door hem te voeden met compost en/of groenbemesters en door hem alleen oppervlakkig te bewerken. Een mulchlaag voorkomt uitdroging en onkruidgroei, en geeft geleidelijk voedingsstoffen vrij. Dit resulteert in een hoge bodemvruchtbaarheid: de basis van een ecologische tuin.

Planten preventief beschermen

In de meeste tuinen krijgt elke tuinier een eigen perceel en beheert hij samen met de groep enkele gezamenlijke plekken zoals paden, een tuinhuis en de beplanting rond de samentuin. Op andere plaatsen werkt iedereen samen op de volledige oppervlakte van de tuin. In een samentuin beslist en overlegt de groep tuiniers samen over het beheer van de tuin.

Door preventieve maatregelen toe te passen zoals teeltwisseling, combinatieteelt, de keuze van rassen, natuurlijke vijanden aantrekken, en afscherming met insectengaas of vogelnetten voorkom je aantasting. Chemische bestrijdingsmiddelen verstoren het natuurlijke evenwicht en schaden het milieu, dus is preventief ingrijpen de regel. In geval van nood gebruik je uitsluitend ecologisch verantwoorde bestrijdingsmiddelen.

ECOLOGISCH TUINIEREN

Rekening houden met bestaande landschapselementen

In elke samentuin past men de principes van ecologisch tuinieren toe.

Zorgzaamheid

De tuiniers gaan zorgzaam om met bodem, water, oogst en natuur. Zorg dragen voor de bodem betekent dat je de bodem 4

Door zorg te dragen voor natuur en landschap, blijft het ecologische evenwicht bewaard en draagt de samentuin daar zelfs toe bij. Dat kan door bestaande landschapselementen zoals bomen en poelen zo veel mogelijk te behouden. Voor dieren zijn er speciale plekjes: nestkastjes, een insectenhotel, een takkenwal, een bloemenweide … Kies voor inheemse planten voor de randbeplanting en gebruik natuurlijk materiaal voor de infrastructuur.


Biodiversiteit

Biodiversiteit betekent dat er een verscheidenheid aan organismen is. Je kunt zelf voor diversiteit zorgen door veel verschillende soorten gewassen aan te planten, die op hun beurt tal van diersoorten en insecten aantrekken. De biodiversiteit gebruikt men vaak als indicator voor de gezondheid van een ecosysteem. Het is dus van belang dat je hier aandacht voor hebt in een samentuin. Concreet betekent dit dat je bij de teelt van groenten al eens experimenteert met minder bekende groenten en dat speciale variĂŤteiten of rassen de voorkeur mogen krijgen.

Kleine voetafdruk

Uiteindelijk geniet je van een lekkere en gezonde oogst! Omdat je alles zelf hebt gekweekt, weet je wat je eet: verse en vitaminerijke groenten en vruchten zonder pesticidenresidu’s. Bovendien heb je geen verpakking, eet je lokaal en op het ritme van de seizoenen. In de tuin laat je zo weinig mogelijk verloren gaan door de oogst goed te spreiden, te verdelen of in te maken en door de oogstresten te composteren. Overschotten kun je ook perfect verwerken tijdens het samenkoken. Zo zorgt tuinieren voor een kleine ecologische voetafdruk.

5


6


SAMEN TUINIEREN Naast het ecologische aspect, wordt een samentuin getypeerd door de sociale samenhang en de groepsdynamica, waar veel aandacht aan wordt besteed. Dit uit zich in de volgende kenmerken.

Een groep diverse mensen

Er is niet alleen biodiversiteit, maar ook een diversiteit aan mensen: iedereen is welkom ongeacht leeftijd, opleidingsniveau, afkomst, gezinssituatie, beperkingen of bijzondere talenten. Een samentuin is een inclusieve plek waar iedereen op zijn manier een steentje kan bijdragen. Velt pleit er dan ook voor om de infrastructuur en de communicatie er zo naar te organiseren dat de tuin ook effectief toegankelijk is voor iedereen.

Een participatieve aanpak

De organisatie van een samentuin is een participatief proces. Sommigen kiezen ervoor de volledige tuin gemeenschappelijk te onderhouden, anderen delen de tuin op in individuele percelen en spreken af om de gezamenlijke infrastructuur samen te onderhouden. In beide gevallen is er een vorm van samenwerking en zijn er goede afspraken tussen de tuiniers nodig. Het is belangrijk dat je deze keuzes in groep maakt opdat ze door iedereen gedragen worden.

om beginnende tuiniers te begeleiden om hen op weg te helpen naar een succesvolle oogst. Dit kan door een lesgever of praktijkbegeleider van Velt in te schakelen. Hierover vind je meer informatie in het laatste hoofdstuk ‘Het aanbod van Velt’.

Samentuin als buurttuin

Vaak ontstaat een samentuin door een samenwerking tussen diverse partners. Goede afspraken en een duidelijke taakverdeling zijn hierbij noodzakelijk. Je samentuin heeft vaak ook heel wat buren. De samentuin kan voor hen een plaats zijn om even te ontspannen of een wandeling te maken. Bekijk hoe je tot een optimale wisselwerking met de buurt kunt komen, zodat het een heuse win-winsituatie wordt.

Een plek voor ontmoeting

Een samentuin is een plaats waar ontmoeting centraal staat. Richt je tuin zo in dat mensen elkaar gemakkelijk ontmoeten: voorzie zeker geen hoge omheining rond de individuele percelen, maar wel een gemeenschappelijk tuinhuis en een picknickplaats. Organiseer enkele jaarlijkse trefmomenten. Tijdens het samenkoken, een zadenruil of oogstfeest breng je de tuiniers samen. Dit komt de sociale cohesie in je samentuin alleen maar ten goede.

Een plek om samen te leren

Een samentuin kun je beschouwen als een lokaal educatief centrum waar mensen samen informeel leren over natuur, voeding, samenwerken, samenkoken en tuinieren. We raden je daarbij aan 7


De voordelen van een samentuin De impact van een samentuin op de leefwereld van de tuiniers is afhankelijk van de beginsituatie en de reden waarom mensen actief worden in een samentuin. Toch zien we algemene voordelen.

BIOLOGISCHE GROENTEN KWEKEN ÉN OOGSTEN Veel mensen hebben het gevoel dat ze niet meer weten waar hun voedsel vandaan komt. Door aan de slag te gaan in een samentuin wordt deze band opnieuw opgebouwd. Jong en oud vinden het fijn om groenten en vruchten te kunnen volgen van grond tot bord. Toch maakt de oogst voor velen maar een klein stukje van de voldoening uit. Men ervaart tuinieren als een zinvolle, ontspannende bezigheid. Natuurbeleving heeft een positief effect op de gezondheid. Door zorg te dragen voor planten en hierin te slagen, geeft tuinieren meer zelfvertrouwen. Iedereen heeft behoefte aan het gevoel ergens in te slagen. Tuiniers mogen trots zijn als ze hun groenten stilaan zien groeien doordat ze er op de juiste manier voor zorgen.

SOCIAAL CONTACT Een samentuin is voor veel tuiniers een ontmoetingsplek. Mensen komen naar de tuin vanuit hun behoefte aan sociaal contact. Mensen zijn meer dan ooit op zoek naar elkaar. We willen onze buren leren kennen, we verlangen ernaar tot een groep te behoren. Voor mensen die alleen zijn is een samentuin de ideale manier om contacten te leggen. Mensen die pas zijn verhuisd, kunnen in een samentuin hun kennissenkring uitbouwen. Als je van heel diverse mensen plotseling een groep maakt, gaat niet alles van een leien dakje. Mensen moeten wennen aan elkaar, ieders sterke en zwakke plekken ontdekken en leren met wie ze goed samenwerken en met wie ze confrontaties het best vermijden. Die sociale vaardigheden heeft niet iedereen van nature in zich. Door de interactie die in de groep ontstaat, leert iedereen veel over de ander ĂŠn over zichzelf. De combinatie van elkaar leren aanvoelen en gepast reageren is een kunst die in een samentuin centraal staat.

KENNIS OPDOEN EN DELEN In een samentuin speelt vooral informeel en ervaringsgericht leren een grote rol. Maar het kan ook formeel: er is de mogelijkheid

8


om professioneel begeleide cursussen en workshops te organiseren en de deelnemers waarderen dat. Ze willen graag kennis opdoen over allerlei zaken en die kennis op hun beurt delen. Zo kan iedereen tot op zekere hoogte de rol van leraar opnemen en een steentje bijdragen. Een samentuin is een participatief gegeven dat steunt op de inbreng, ervaring en kennis van alle betrokkenen. Iedereen is idealiter eigenaar van het project. Een groeiend ecologisch bewustzijn zorgt ervoor dat mensen hun leven en houding willen aanpassen om hun impact te verkleinen, maar ze weten soms niet goed hoe dat moet. Een samentuin is zowel voor tuiniers als buurtbewoners de ideale plek om vorm te geven aan dat ecologische bewustzijn en om inspiratie op te doen over dingen die je zelf kunt veranderen om je voetafdruk te verkleinen. Het terrein en de activiteiten lenen zich ertoe om de samentuin uit te bouwen tot een educatief centrum, ook voor de buitenwereld.

OPENBAAR GROEN Een terugkerend motief om een samentuin te starten is het demografische gegeven van verstedelijking, gekoppeld aan de nood van stadsbewoners om omringd te blijven door groen. Almaar meer mensen gaan kleiner wonen en hebben slechts beperkte toegang tot groene zones. Een samentuin geeft een stuk grond dat voordien geen of een andere bestemming had toch nut en vult de individuele nood aan groen in.

Sommige projecten dragen bij aan ‘nieuw’ openbaar groen op plekken die voorheen onbeheerd of onderbenut waren. Percelen die strikt genomen privĂŠ zijn, kunnen een openbaar karakter krijgen als de tuin voor de buurt wordt opengesteld. In andere gevallen krijgt bestaand openbaar groen een nieuwe betekenis en identiteit, bijv. als een samentuin een onderdeel wordt van een bestaand park. Samentuinen vergroten de betrokkenheid van bewoners bij de publieke ruimte die door hen mee gedragen en gevormd wordt. Burgers worden op die manier een stuk verantwoordelijk voor de openbare ruimte. Sinds januari 2015 mogen openbare besturen geen pesticiden meer gebruiken en toestaan op openbare domeinen. Door een deel van het openbaar groen te gebruiken als een samentuin kun je laten zien hoe het ook zonder pesticiden kan.

GEZONDHEID Mensen komen vaak echt tot rust in hun samentuin. Door je volledig toe te leggen op de teelt van groenten en het verzorgen van je tuin, kun je even alle andere zorgen vergeten. Bovendien is er in de tuin altijd wel een tuinier om even een praatje mee te maken. Een samentuin geeft een positieve impuls aan je mentale gezondheid. Tijdens het tuinieren beweeg je volop. Bovendien ga je dankzij je tuin meer groenten eten, die op de koop toe volledig pesticidenvrij zijn. Ook je fysieke gezondheid gaat er dus op vooruit. 9


Voor je van start gaat Het is belangrijk dat je op voorhand bekijkt of er voldoende interesse is in de buurt. Daarnaast denk je het best na over hoe je jouw samentuin precies voorstelt. Wat is het belangrijkste doel? Wie wil je ermee bereiken? Hoe ga je dat aanpakken?

EEN DOEL KIEZEN Wat voor een tuin wil je? Ga je hem collectief beheren of kies je voor individuele percelen? Wordt het een demotuin? Deze keuze maak je in het beste geval met de groep tuiniers, maar je kunt op voorhand al even nadenken over de hoeveelheid grond die je nodig zult hebben. De soort samentuin zal ook afhangen van wat je precies wilt bereiken in de tuin. Dit kan sociale cohesie zijn in een bepaalde wijk, een educatief project waar mensen leren tuinieren of gewoon meer groen creĂŤren in de omgeving. Of je combineert het sociale, educatieve en ecologische aspect. Het is belangrijk om concrete en algemene doelstellingen vast te leggen voor je begint. Dat zal je helpen om het project een duidelijke richting te geven, en bij te sturen waar nodig. In het vorige hoofdstuk vond je enkele voordelen van een samentuin die je kunt opnemen bij het bepalen van de doelstellingen. 10

DE DOELGROEP BEPALEN Een samentuin staat open voor iedereen, maar misschien wil je een bepaalde bevolkingsgroep zeker bereiken. In dat geval bedenk je bij voorkeur even met welke partners je het best samenwerkt. Houd bij de keuze van de doelgroep ook rekening met de toegankelijkheid en de ligging van de tuin, de manier waarop je over de tuin communiceert en op welke manier iedereen kan participeren in de tuin. Je kunt in je samentuin een tuintje voorzien voor de scholen uit de buurt. Niets is leuker dan met kinderen in de tuin werken! Als dit jou wat lijkt, kijk dan zeker op www.schoolmoestuin.be om inspiratie op te doen voor jouw project op of met de school.

EEN PLANNING MAKEN Alles begint met een plan. In de planning moet je rekening houden met een kalender die je niet helemaal zelf kunt kiezen. Als je wilt tuinieren, ben je ontzettend tijdsgebonden: in de winter of in het vroege voorjaar moet je de grond klaarmaken, zodat je in maart meteen kunt zaaien en planten. Anders mis je gemakkelijk de trein van het seizoen en moet je nog een jaar wachten. Informeer je hierover dus goed.


11


Kritische succesfactoren In dit hoofdstuk vind je ongeveer alles wat je in je planning moet opnemen, of waarmee je het best rekening houdt. We hebben voor een thematische indeling gekozen, en niet voor een chronologische weergave. Elke samentuin is namelijk anders en we kunnen onmogelijk een standaard tijdsbesteding plakken op de verschillende stappen. Op www.samentuinen.org staan enkele voorbeeldplanningen ter inspiratie.

LOCATIE Zonder grond, geen samentuin. We moeten dus op zoek naar een geschikte locatie waar we aan de slag kunnen.

Zeg niet zomaar tuin tegen een terrein

houdend met de verschillende standen van de zon. Vuistregel: je perceel moet op 21 maart en 21 september minstens 6 uur zon ontvangen. Zon is immers levensnoodzakelijke energie voor je planten. Er zijn slecht enkele groenten die in de schaduw gedijen. Als het gekozen perceel te veel in de schaduw ligt, wordt het moeilijk om er veel verschillende gewassen op te kweken. Als je daar zelf nog verandering in kunt brengen, door bijv. bomen te snoeien of rooien, moet je hier in de planning rekening mee houden. Let wel, het is niet de bedoeling om te veel bestaande landschapselementen te veranderen. Probeer de ingrepen dus te beperken tot het hoogst noodzakelijke.

bomen

Vlaanderen en Nederland lijken wel grotendeels volgebouwd. Met wat geluk en goed netwerken vind je beslist toch een veelbelovend perceel en dan kun je aan de slag. Een braakliggend stuk grond, een gewezen voetbalveld of speeltuin, een akker van een boer die stopt ‌ Een goed perceel is zonnig, niet te nat, vlot toegankelijk en betaalbaar.

Een boom geeft schaduw (zie boven), maar zuigt ook water en voedingsstoffen naar zich toe. Het formaat van de boom, het weer, de grondwaterstand en de textuur van de grond zijn daarbij de belangrijkste factoren. Bijvoorbeeld: tijdens een droog voorjaar zal een forse kerstboom een zanderig tuintje helemaal leegzuigen. Gebruik de volgende regel als vuistregel: is een boom 20 m hoog, blijf dan 20 m uit de buurt.

zonnig

bodem

Met behulp van een schaduwmeter, smartphone-app of goede observatie kun je de schaduw op jouw perceel opmeten, rekening 12

Op winternatte grond en kurkdroge zandgrond na, kun je de meeste soorten grond voldoende verbeteren, vooral met compost.


bodemvervuiling

Het risico op bodemvervuiling is reëel. Om een inschatting te maken ga je ter plaatse en bij de milieuambtenaar het volgende na: • Is er ooit sprake geweest van een puntvervuiling op het perceel (lekkende stookolietank, allerlei rommel, afvalverbranding …)? • Ligt er een drukke autoweg of spoorweg < 30 m afstand van je perceel? • Zijn er industriële activiteiten in de buurt, tot op ca. 500 m afstand van je perceel? • Zijn er bekende bronnen van verontreiniging in de buurt van het perceel? Extra informatie vind je terug op de website www.gezonduiteigengrond.be, met een webtool die via vragen de belangrijkste risicofactoren in kaart brengt. Na afloop krijg je een persoonlijk advies. Handig om je eigen situatie in kaart te brengen. Als er een vermoeden is van bodemverontreiniging, laat je dit het best testen. Meer info hierover vind je op www.velt.be/bodemonderzoek Als blijkt dat het perceel dat je op het oog had voor je samentuin een vervuilde bodem heeft, dan kun je overwegen om een samentuin op te starten in bakken en zakken. Hiervoor gebruik je dan goede, aangevoerde grond.

13


bereikbaarheid en toegankelijkheid

Met bereikbaarheid bedoelen we enerzijds de afstand die tuiniers moeten afleggen en anderzijds of ze vlot en zelfstandig de tuin kunnen betreden. Als je bijv. door het huis van de eigenaar moet gaan, is de tuin niet toegankelijk. De meeste tuiniers wonen binnen een straal van 3 km rond de samentuin. Voorzie ook (fiets-)parkeerplaatsen en een aanvoerzone voor compost, houtsnippers etc. Toegankelijk betekent ook dat de infrastructuur is afgestemd op de tuiniers. Zijn er tuiniers in een rolstoel bij, dan moeten zij op een vlotte manier toegang kunnen krijgen tot de tuin. In dat geval is het zinvol om verhoogde bakken te voorzien op de hoogte van de rolstoelgebruiker. Voor senioren kan dit eveneens nuttig zijn.

betaalbaar

Hoewel de prijs geen beperking zou mogen zijn, is het wel een realistisch gegeven. Als je huur moet betalen, denk dan na over een duurzame manier om hierin te voorzien. Ga eventueel op zoek naar een stuk grond waarover je gratis mag beschikken.

Juridische aspecten

Om te weten waar je je als initiatiefnemer in de samentuin aan kunt verwachten, is het goed om met de mede-initiatiefnemers na te denken over de manier waarop de tuiniers zich verenigen. Hierin zijn diverse mogelijkheden: als feitelijke vereniging (al dan niet onder de koepel van Velt vzw), als vzw of stichting, of als een groep van losse individuen. Informeer je goed over welke consequenties dit heeft op vlak van aansprakelijkheid en verantwoordelijkheden. 14

overeenkomst tussen de eigenaar van de grond en de groep tuiniers

Als je een grond hebt gevonden, is het belangrijk om goede afspraken te maken zodat geen van de partijen voor verrassingen komt te staan. Maak daarom een gebruiksovereenkomst op die door beide partijen (eigenaar en gebruikers van de grond) wordt ondertekend en waarin volgende zaken zeker vermeld staan: • De groep krijgt toestemming om de grond op een ecologische manier en als goede huisvader te bewerken. • Wat daar tegenover staat, bijv. vergoeding, oogst delen etc. • De duur van de overeenkomst, bijv. onbeperkt in de tijd, tot een bepaalde datum, opzegtermijn etc. • Wie de overeenkomst kan opzeggen en onder welke voorwaarden, bijv. een jaar op voorhand melden, als er sprake is van misbruik, het recht om het begonnen teeltseizoen nog af te maken etc. • Toegelaten veranderingen en werken, bijv. een tuinhuis plaatsen, bomen rooien etc. • Wie verantwoordelijk is voor gemaakte kosten, bijv. het installeren van een waterput, bomen rooien of planten, put boren, grond aanvoeren etc. • In welke staat het stuk grond moet worden achtergelaten.

vergunningen

Voor bepaalde werken (de bouw van een tuinhuis of serre, waterputten) heb je een vergunning nodig. Die vraag je het best minstens drie maanden op voorhand aan, nadat er een akkoord is met de eigenaar dat je de werken mag uitvoeren.


Licht ook de buren in en ga na of iedereen akkoord is. De vergunningen die je waarschijnlijk zult nodig hebben, zijn een bouwvergunning voor een tuinhuis en een vergunning voor het rooien van bomen. Doe navraag bij de milieudienst van jouw gemeente.

tuinreglement voor de tuiniers

Dit is het interne reglement, dat de tuiniers onderling overeenkomen en naleven. Het is echter ook belangrijk voor de eigenaar, zodat die minstens weet hoe de groep het stuk grond zal beheren. Het is van groot belang dat er zorgzaam wordt omgegaan met de tuin. Zet daarom enkele basisprincipes in het tuinreglement: geen gebruik van kunstmeststoffen en pesticiden, geen individuele tuinhuizen etc. Voorts kun je afspraken in het reglement opnemen over de toegang tot de tuin, het gebruik van materialen en het berghok, het onderhoud van de gemeenschappelijke delen, deelname aan de algemene vergadering, de prijs van een perceel, de mogelijkheden tot opzegging etc. Enkele voorbeelden van beheersovereenkomsten en tuinreglementen vind je op www.samentuinen.org/downloads.

Grond klaarmaken

Voor je begint met tuinieren, moet er heel wat gebeuren om van de grond een samentuin te maken. Hiervoor kun je rekenen op de technische expertise van Velt. Een overzicht van werken, materiaal en kostprijs, vind je op www.samentuinen.org/downloads. Beschik je over beperkte werkkrachten of middelen, bekijk dan hoe je de aanleg kunt faseren.

Hier volgt alvast een opsomming van wat er in deze fase aan bod zal komen: • Ligging van de grond: schaduw wegwerken, vocht wegwerken etc. • Bodemonderzoek: laat zeker een bodemanalyse maken. Hierbij wordt er gekeken naar de zuurheidsgraad (pH-KCl), het koolstofgehalte, fosfaat, kalium en magnesium. Op basis van de resultaten kan Velt voor jou een ecologisch bemestingsadvies leveren. Dit advies zal je vertellen hoeveel compost en eventuele hulpstoffen je aan de bodem moet toevoegen. Meer info lees je op www.velt.nu/bodemanalyse. • Grondplan maken, indeling afspreken. Tijdens de eerste infoavond ga je samen met de tuiniers na hoe je de samentuin wilt indelen. Kies je hierbij voor één collectieve tuin of werk je met individuele percelen? Op basis van de wensen en noden werk je een inrichtingsplan uit. Velt kan hierbij ondersteuning bieden.

Hoe groot moeten de percelen zijn? De grootte van de percelen wordt bepaald door verschillende factoren zoals de tijd die de tuinier wil investeren in zijn tuin en de grootte van de gehele samentuin. Een gemiddeld perceel is 50 m² groot. Dit vraagt een tijdsinvestering van ongeveer een halve dag per week.

15


• Verdeling van de percelen. Van zodra het inrichtingsplan er is, verdeel je de percelen onder de tuiniers. Betrek hen zo veel mogelijk. Bij een collectieve tuin maak je in deze fase concrete afspraken over de invulling van de verschillende percelen. • Zaden en hulpstoffen bestellen. Hulpstoffen zijn natuurlijke stoffen die je kunt toevoegen aan de grond om hem vruchtbaarder te maken. Uit het bemestingsadvies leer je welke stoffen je nodig hebt. • Grond frezen, bomen snoeien etc. Laat je grond ploegen en frezen om snel te ontginnen en/of organiseer samenwerkdagen en ontgin alles met de hand. • Omheining, paden, percelen en bedden aanleggen. • Tuinhuis, composttoilet, compostbakken, bergruimte en schuilplaats. Kies eerst wat je nodig hebt en plaats het vervolgens. Geef de voorkeur aan ecologisch verantwoorde materialen zoals

Individueel of collectief? Veertig procent van de bestaande samentuinen bestaat uit louter gemeenschappelijke percelen. Deze tuinen worden vaak gerealiseerd op locaties met de kleinste oppervlakte. In twintig procent van de bestaande samentuinen werd er gekozen om uitsluitend te tuinieren op individuele percelen. In de overige tuinen (40%) is er een mix van gemeenschappelijke en individuele percelen.

16

gerecycleerd of gelabeld hout. Ga na bij de milieudienst van jouw gemeente welke constructies vergunningsplichtig zijn. • Watervoorziening. Je kunt een systeem voorzien waarbij je regenwater opvangt of een waterput boren om grondwater te gebruiken. Voor het plaatsen van een manuele grondwaterpomp is er geen vergunning nodig onder de volgende voorwaarden: het water wordt uitsluitend via een handpomp opgepompt en het debiet bedraagt minder dan 500 m3 per jaar. Het water mag dan uitsluitend voor huishoudelijke doeleinden worden gebruikt. • Randbeplanting en onderhoud van gemeenschappelijke delen. • Je kunt verder nadenken over extra’s die je in de tuin kunt opnemen, bijv. picknickbanken, buurtcompost, een kippenhok, een speeltuin of vierkantemetertuintjes voor de kinderen.

Veiligheid en toegankelijkheid

In een samentuin komen veel mensen samen. Daarom heb je het best oog voor de veiligheid en de toegankelijkheid van de tuin. Op het terrein betekent dit bijvoorbeeld dat materiaal niet mag blijven rondslingeren, zodat kinderen veilig kunnen rondlopen. Voor de begeleider is het belangrijk om de tuiniers en hun kinderen het onderscheid tussen eetbare en giftige planten aan te leren. Iedereen is welkom in de samentuin. Toch doe je er goed aan om openingsuren af te spreken met de groep. Daarbuiten kan de tuin op slot en hoeft niemand er te zijn. Zo voorkom je ongewenste gasten. Zorg er sowieso voor dat kostbaar materiaal veilig weggeborgen is en dat je op goede voet staat met de buren zodat zij mee een oogje in het zeil willen houden.


MENSEN Een tuin zonder mensen, is geen samentuin. Dus je moet op zoek naar mensen. Het gaat om alle mogelijke actoren die je bij de samentuin kunt betrekken: tuiniers, vrijwilligers, buurtbewoners, partnerorganisaties en begeleiders.

Kwantiteit versus kwaliteit

Omring je met mensen die het project mee willen dragen, actief en passief. Een samentuin staat of valt met de mensen die eraan en erin willen werken. Bij deze zoektocht zijn enkele zaken van essentieel belang: • Stem vraag en aanbod op elkaar af. In een buurt waar weinig mensen een eigen tuin hebben, zal de vraag groter zijn en heb je een grotere tuin nodig. • Mensen moeten uit vrije wil naar de tuin komen. Gedwongen deelname (bijv. school, leefgroep) zal mogelijk een negatief effect hebben op de motivatie. Mensen hebben ook de vrijheid nodig om te komen en gaan wanneer ze willen. • Maak van bij het begin duidelijk dat het om ecologisch tuinieren gaat, zodat tuiniers weten wat ze mogen verwachten. Meestal is het feit dat er ecologisch getuinierd wordt en dat er begeleiding voorzien wordt net een motiverende factor om aan het project deel te nemen. • Omschrijf de ondersteuning die tuiniers en vrijwilligers krijgen, zowel op tuintechnisch als groepsdynamisch vlak, en maak de 17


beloofde ondersteuning ook waar. Belangrijk hierbij is dat deze ondersteuning vooral intern, tussen de tuiniers onderling, zal plaatsvinden. • Maak een aantrekkelijke informatiefolder. Hiermee informeer je enerzijds de buurt over wat er zal gebeuren en anderzijds motiveer je potentiële tuiniers om mee aan de slag te gaan. • Organiseer een infomoment waarop je het project voorstelt en waarop je de gelegenheid biedt om vragen te stellen en in te schrijven. Dit is meteen de eerste ontmoeting met toekomstige tuiniers; zorg ervoor dat ze de kans hebben om een informele babbel met elkaar te hebben. Zodra je een aantal geïnteresseerden hebt (die al dan niet effectief aan de slag gaan in de tuin), is het noodzakelijk om een groep te vormen waarin iedereen zich thuisvoelt. Een aangename sfeer krijg je niet zomaar. Er kruipt tijd en vooral een grote dosis enthousiasme in. Aandachtspunten om de kwaliteit van de nieuw gevormde groep te versterken: • Kom samen met de groep nog voor je met tuinieren begint. Je kunt bijvoorbeeld een samentuin in de buurt bezoeken. Op die manier zien de deelnemers hoe zo’n tuin er kan uitzien en wordt het enthousiasme aangewakkerd. De groep kan vragen stellen aan tuiniers, zodat het plan weer wat concreter wordt. • Als de groep bestaat uit beginnende tuiniers, is het leuk om al eens een workshop ‘tuinieren in potten’ te organiseren. Zo krijgen 18

ze een voorsmaakje van tuinieren. Een kookworkshop slaat ook vaak aan, zeker in groepen waar weinig mensen kennis over en ervaring met gezonde voeding hebben. • Persoonlijk contact is erg belangrijk. Mensen hebben een aanspreekpunt nodig, dus is het belangrijk dat er een lokale trekker is die bij voorkeur ook zelf in de tuin aan de slag gaat. Zelfs als dat niet het geval is, blijft het van belang dat de tuiniers jouw gezicht kennen en bij jou terechtkunnen. • Houd rekening met de diversiteit van de groep en wees opmerkzaam voor wat dit met zich meebrengt. Verschillende visies, interesses en werkwijzes zijn onvermijdelijk. Het is wel noodzakelijk dat er op een goede manier met verschillen en gelijkenissen wordt omgegaan en dat er geen frustraties ontstaan. Hierbij is het van belang dat je het vertrouwen van de groep wint, zodat ze bij jou terechtkunnen als er iets is. • Houd ieders capaciteiten en beperkingen in de gaten. Er zullen altijd meer en minder ervaren tuiniers zijn, en mensen die iets trager dingen leren dan anderen. Pas het niveau zo goed mogelijk aan aan de groep, maak ruimte voor ‘gevorderden’ om hun inbreng te doen en voor beginnelingen om vragen te stellen. • Een plek voor ontmoeting is onontbeerlijk. Voorzie een picknickplaats, een afdak en een gemeenschappelijk tuinhuis.

Mensen motiveren

Creëer een sfeer die ervoor zorgt dat tuiniers vanzelf gemotiveerd zijn om zich te engageren. Houd daarvoor rekening met de individuele motieven van tuiniers en probeer er zo goed mogelijk op in te spelen. Om mensen te verleiden om mee aan de slag te gaan in


de samentuin, kun je een beroep doen op het tweede hoofdstuk van deze brochure: de voordelen van samentuinen.

Organisatietalent gezocht

Er komt wat organisatorisch talent van pas bij het opstarten van een samentuin. Zorg ervoor dat je een kerngroepje hebt van enthousiastelingen waarop je kunt rekenen. Draag zorg voor deze vrijwilligers; laat hen de vrijheid om te bepalen welke taken ze op zich kunnen en willen nemen, en wanneer. Let ook op een evenwichtige taakverdeling en spring bij wanneer nodig. Voor veel mensen is het belangrijk dat ze in een gestructureerd kader kunnen werken, met duidelijke afspraken die snel en efficiĂŤnt worden opgevolgd. Het is belangrijk om van meet af aan dit kader zo goed mogelijk te scheppen, en om regelmatig terug te koppelen en feedback te vragen. Hoe een groep tuiniers zich organiseert, is afhankelijk van een aantal factoren zoals de grootte van de groep, de leeftijd, hoe de werving gebeurde en de heersende cultuur. Zo zal een grote groep van voornamelijk senioren eerder geneigd zijn om zich formeel te structureren. Het is ook best logisch dat hoe groter de groep is, hoe meer structuur je nodig hebt. Als de groep bovendien bestaat uit mensen die al hun hele leven binnen formele structuren hebben gefunctioneerd, zou het ongepast zijn om die structuur opeens weg te halen.

19


Andere groepen kiezen voor een heel organische structuur of ze zoeken een middenweg en gaan voor een minimale taakverdeling en structuur, maar op een informele manier. Het gaat vooral om veel dingen samen doen. De groep moet hoe dan ook organisatorische keuzes maken over: • De opstart van de groep: je kunt starten met een tijdelijke stuurgroep die het opstartproces begeleidt en daarna de fakkel doorgeeft. • De hoedanigheid van de groep: dit betekent dat je ervoor kiest om de groep een formeel kader te geven zoals een feitelijke vereniging of vzw, of niet. In beide gevallen zijn er voor- en nadelen. Informeer je hierover goed. Je kunt ook Velt-werkgroep worden, dan ben je een feitelijke vereniging onder de vleugels van Velt. • De structuur van de groep: dit zal deels bepaald worden door de vorige keuze, omdat je aan bepaalde voorwaarden moet voldoen als je voor een formele structuur kiest. Maar je kunt ook ad hoc taken verdelen in plaats van op voorhand functies te verdelen. • De mate van participatie: je kunt alle beslissingen met de hele groep samen maken of je kunt een kerngroep samenstellen en voorstellen opmaken waarvoor je feedback vraagt van de groep. Het is sowieso belangrijk om de tuiniers te betrekken bij het hele proces om de gedragenheid te verzekeren. • De taakverdeling: in elke vereniging zijn er werkpaarden en luxepaarden: mensen mogen verschillen qua engagement, binnen de krijtlijnen van het gekozen project. • Verzekeringen: samentuinen zijn over het algemeen een veilige omgeving, maar je moet altijd het zekere voor het onzekere 20


nemen. Reken er niet op dat iedereen een persoonlijke verzekering heeft, en informeer je over hoe je dit het best kunt opvangen. • De boekhouding: je krijgt in verschillende fases met geld te maken. Spreek af wie hiervoor verantwoordelijk is en hoe je ermee omgaat. • De afsprakennota of het reglement: hoewel volgens veel tuiniers het engagement belangrijker is dan het reglement, is het nuttig om enkele afspraken waaraan tuiniers zich moeten houden op papier te zetten. Stel dit document samen met de tuiniers op, zodat erin komt wat zij belangrijk vinden. In het eerste jaar kun je het document rustig laten groeien. Na één jaar weet je beter wat je belangrijk vindt in de tuin. • Het lidgeld: in veel samentuinen vraagt men een bijdrage van de tuiniers. Dit kan financieel, materieel of in natura zijn. Met de inkomsten doet men bijvoorbeeld een samenaankoop van zaden en plantgoed of betaalt men de huur van de grond. Wees je ervan bewust dat een financiële bijdrage een drempel kan vormen, dus ga hier creatief en flexibel mee om.

Communicatie

Waar mensen zijn, wordt gemenst. En waar er ‘gemenst’ wordt, is open communicatie onmisbaar. Creëer daarom een sfeer waarbij op een veilige manier alles kan worden geuit. Door op een goede manier met elkaar te communiceren, vermijd je escalaties, omdat misverstanden meteen worden rechtgezet. Afhankelijk van de organisatie en structuur van de samentuin, zijn er verschillende manieren van communiceren mogelijk, zowel intern tussen de tuiniers als naar de omgeving.

In veel samentuinen spreken de tuiniers wekelijks of maandelijks een moment af waarop ze allemaal aanwezig proberen te zijn, zodat iedereen elkaar op dat moment ziet en er die dag afspraken kunnen worden gemaakt. Het vergt wel wat organisatie om iedereen samen te krijgen en door de verscheidenheid aan mensen lukt dat niet altijd even goed. Daarom communiceert men tussendoor vaak via e-mail, via een bord/schriftje in de tuin, via een facebookgroep of via een website. Let er op dat je door de keuze voor een bepaald communicatiemiddel geen tuiniers vergeet. Niet iedereen heeft dagelijks toegang tot het internet. De communicatie naar de omgeving hangt vaak af van de ondersteuning die de tuiniers krijgen. Als de gemeente nauw betrokken is, blijkt het gemeenteblad een gemakkelijk communicatiemiddel. De tuiniers kunnen er hun verhaal in kwijt en het lokt mensen naar de tuin om bij te leren over ecologisch tuinieren. Naast de formele kanalen, is mond-tot-mondreclame erg efficiënt. Tuiniers vertellen in hun omgeving over de tuin en de toehoorders spreken op hun beurt nieuwe geïnteresseerden aan. Verschillende tuinen nemen deel aan de Velt-ecotuindagen of organiseren een officieel openingsfeest en jaarlijks oogstfeest om zich bekend te maken bij de buitenwereld. Hierbij worden relevante partners uitgenodigd die ook weer een netwerk aanspreken en zo het draagvlak voor het initiatief vergroten. Wie houdt er tenslotte niet van feest?

21


Begeleiding en uitwisseling

Tuinieren was lang een vaardigheid die je verwierf door thuis met je ouders mee te werken. Tegenwoordig komt een landbouwer of een ervaren tuinier in het gezin minder en minder voor. Slechts enkele gelukzakken hebben nog wat tips van de grootouders meegepikt. Veel mensen met tuinervaring zijn niet vertrouwd met het ecologisch tuinieren. Als je aan een nieuw samentuinproject begint, met mensen met weinig of geen tuinervaring, dan is begeleiding aan te raden. De kennis en ervaring van een praktijkbegeleider kunnen ervoor zorgen dat je al vanaf het eerste jaar een succesverhaal hebt in je tuin. Het werkt zeer motiverend om bij aanvang op weg gezet te worden met raad en daad over tuinieren. Alles over de begeleiding die Velt aanbiedt, vind je achter in deze brochure. Natuurlijk begeleiden de tuiniers ook elkaar. Je zult altijd te maken hebben met verschillende niveaus van tuinieren. Het geeft meer ervaren tuiniers een goed gevoel als zij anderen kunnen helpen en wat extra uitleg geven. Voor de minder ervaren tuiniers is het dan weer gemakkelijker om naar iemand van de eigen groep te stappen, dan naar een externe. Geef naast inhoudelijke begeleiding af en toe een schouderklopje; waardering uiten voor wat de tuiniers verwezenlijken is belangrijk.

22

Hoeveel begeleiding is nodig? Uit ervaring leren we dat de meeste tuiniers het beste twee jaar op regelmatige basis praktijkbegeleiding krijgen. In het eerste jaar gebeurt dit vrij intensief, bijvoorbeeld tweewekelijks van maart tot oktober. In het tweede jaar wordt er het best een maandelijkse les voorzien. Na het tweede teeltseizoen staat een groep tuiniers voldoende stevig op zijn benen om zonder begeleiding verder te kunnen en gaan de deelnemers vaak bij elkaar te rade als er zich een probleem voordoet.

Andere aandachtspunten buurt betrekken

Van zodra ze beweging zien, zullen buurtbewoners nieuwsgierig worden. Daarom is het nuttig om hen vooraf in te lichten over het project, en om hen op de hoogte te houden. Dit zorgt ervoor dat ze zich erkend voelen en dat ze positief omgaan met de veranderingen. Je kunt hen bijvoorbeeld voorrang geven bij de inschrijvingen of erop wijzen dat hun buurt wordt opgefleurd. Meteen aandacht schenken aan de buurt is essentieel voor latere fases; je verzekert een aangenaam contact tussen buren en tuiniers.


Natuurlijk zullen niet alle buurtbewoners mee komen tuinieren. Toch blijft het van belang om de ontmoetingsfunctie van de samentuin uit te spelen. Organiseer bijvoorbeeld publieksactiviteiten om elkaar beter te leren kennen.

Houd de groepsdynamiek in de gaten. Zeker in groepen met een grote diversiteit aan achtergronden is het belangrijk om de tuiniers op dezelfde golflengte te krijgen. Je schakelt het best een neutrale persoon in die bemiddelt waar nodig.

Je kunt nog een stapje verder gaan: in sommige samentuinen koppelt men recreatieve activiteiten aan de tuin om mensen naar het terrein te ‘lokken’. Voorzie bijvoorbeeld een speeltuin, een hondentoilet, een kippenren, een buurtcompost- of picknickplaats. Mensen die met verschillende doelen langslopen, raken op die manier wellicht geïnteresseerd in de tuin.

Niet alle tuiniers zullen enthousiast zijn over ecologisch tuinieren. Het is niet gemakkelijk om hiermee om te gaan: enerzijds is het een voorwaarde, maar anderzijds moet je voorzichtig zijn met het vermanende vingertje en met verplichtingen. Probeer deze tuiniers op een enthousiaste manier mee te nemen in het ecologische verhaal door te focussen op de voordelen en gaandeweg te bewijzen dat ecologisch tuinieren gemakkelijk, duurzaam en effectief is. Verleiden is altijd beter dan overtuigen! Bovendien blijkt dat de tuiniers die aanvankelijk sceptisch staan tegenover ecologisch tuinieren op termijn de beste ambassadeurs worden. Het is de investering waard!

Een samentuin kan ook een educatieve functie hebben Misschien wordt het de plek bij uitstek voor cursussen, lezingen en workshops over ecologie. Het materiaal en de praktijkervaring zijn rechtstreeks voorhanden! Maak van je samentuin geen besloten gemeenschap, maar laat hem openstaan voor de wereld rondom en zoek daar op een geschikte manier aansluiting mee.

HET KOSTENPLAATJE

groepswerk

Jammer genoeg is een samentuin niet gratis. Je hebt hoe dan ook een startkapitaal nodig. Er zijn verschillende manieren om daarvoor te zorgen, afhankelijk van de grootte van het project.

Vergeet niet dat een samentuin een vrijetijdsbesteding is voor tuiniers. Er moeten regels en afspraken zijn, maar houd het daarnaast vooral gezellig. Behoed je ervoor om mensen te overladen met taken, want op langere termijn doe je daar eerder verkeerd dan goed aan.

Om zo ecologisch mogelijk aan de slag te gaan, werk je bij voorkeur met zo veel mogelijk gerecycleerd materiaal, zelfgeteelde zaden etc. Je beperkt op die manier meteen het benodigde budget.

23


Voorts kun je op zoek gaan naar verborgen talenten bij de groep tuiniers. Door grote infrastructuurwerken tijdens samenwerkdagen te realiseren beperk je de kosten. Toch zul je nog altijd naar inkomsten moeten zoeken.

Een begroting maken

Als je een plan hebt gemaakt van wat je precies wilt bereiken, heb je een duidelijker zicht op de uitgaveposten. Het is belangrijk om die op te nemen in een begroting, voor je subsidieaanvragen doet. Voorbeelden zie je op www.samentuinen.org/downloads. Het is bovendien van belang om inkomsten en uitgaven op een transparante manier met de groep te communiceren. Zo voorkom je misverstanden en weet iedereen goed waarin er wordt geïnvesteerd en met welk geld.

Mogelijke kanalen lokale overheid

Lokale overheden werken vaak met projecten en geven zelf subsidies of kunnen je helpen om een dossier in te dienen. Naast financiële steun, kun je vaak materiële steun krijgen van jouw gemeente. Zo kan de groendienst of technische dienst mogelijk helpen bij de aanleg van de tuin of door het leveren van compost of oude stoeptegels. (Zie ook bij ‘Interessante partners’ in het laatste hoofdstuk).

24

intercommunale

Een intercommunale is een vereniging van twee of meer gemeenten met als doel taken van gemeenschappelijk belang te realiseren, vaak op het gebied van nutsvoorzieningen, huisvuilverwerking, streekontwikkeling etc. Velt werkt samen met de afvalintercommunale Limburg.net voor de realisatie van samentuinen in de Belgische provincie Limburg en de stad Diest.

stichtingen en andere overheden

Je kunt bij verschillende instanties subsidieaanvragen indienen voor projecten. De meeste lanceren op diverse tijdstippen concrete oproepen. Kijk voor een recente update op www.samentuinen.org.

sponsoring, giften, crowdfunding

Om materiaalkosten te beperken, kun je bijvoorbeeld een lokaal tuincentrum aanspreken om in ruil voor een reclamepaneel gratis materiaal te leveren. Aarzel zeker niet om steun te vragen aan de mensen om je heen. Ze zijn soms tot meer bereid dan je zou vermoeden. En overigens, een ‘neen’ heb je, een ‘ja’ kun je krijgen, maar alleen als je ernaar vraagt. Wie weet willen mensen uit de omgeving oud tuinmateriaal geven of financiële schenkingen doen. Blijf wel kritisch ten aanzien van sponsors en neem niet zomaar alles aan. Zo is ‘verduurzaamd’ hout niet altijd duurzaam. Ga zeker ook langs bij het containerpark of de milieustraat. Je vindt er een schat aan herbruikbare materialen. Hiervoor komt je samenwerking met de intercommunale of gemeente al meteen


van pas, want bij de meeste containerparken mag je tegenwoordig niets meer meenemen.

lidgeld tuiniers

In veel samentuinen betalen tuiniers een klein bedrag aan ‘huurgeld’. Hiermee kun je onder andere gezamenlijk zaden aankopen of een tuinhuis plaatsen. Zorg ervoor dat te hoge bedragen mensen niet uitsluiten. Spreek goed af met de tuiniers en zorg eventueel voor een betaling per kwartaal of een systeem met alternatieve munten (bijv. LETS).

Hoeveel lidgeld vraag je het best? In 40 procent van de samentuinen is deelname gratis. In de andere betaalt men meestal een vast bedrag, tussen 5 en 60 euro per jaar. Er zijn ook tuinen waar de deelname afhangt van het inkomen of waar een pot wordt gelegd als het geld op is. Velt hanteert een richtprijs van 0,50 euro/m².

Aandachtspunten subsidieaanvragen zijn beperkt in tijd

gedaan te krijgen, los van een aanvraag. Soms zorg je beter eerst voor een groep en grond, en dien je pas daarna een subsidieaanvraag in. Reken op minstens een jaar voor de opstartfase alleen.

realistische planning

De planning moet afgestemd zijn op de subsidie, die in tijd beperkt is. Je moet ervoor zorgen dat je het geld dat je krijgt, uitgeeft voor de einddatum en dat je daarna geen uitgaven meer plant, of toch niet binnen de aanvraag.

gedeeltelijke goedkeuring

Sommige subsidies dekken gedeeltelijk de kosten, maar de uitgaven moeten dan wel worden gemaakt. Wat doe je als je project maar gedeeltelijk wordt goedgekeurd? Ga je op zoek naar andere inkomstenbronnen? Annuleer je de boel? Of schrap je enkele posten? Kun je de aanleg eventueel faseren?

zo weinig mogelijk afhankelijk zijn

Probeer zo weinig mogelijk afhankelijk te zijn van externe subsidies, door de kosten te drukken en prioriteiten te stellen. Werk bijvoorbeeld met gerecycleerd materiaal en spreid de uitgaven over een langere periode. De tuin moet er niet van bij het begin uitzonderlijk goed uitzien. Wees voorzichtig met een mix van inkomstenbronnen; zorg ervoor dat alles duidelijk en overzichtelijk blijft. Zo bespaar je jezelf heel wat administratieve rompslomp.

Als een subsidieaanvraag wordt goedgekeurd kan het opeens snel gaan. Binnen een jaar loopt de subsidie af en je moet nog zoveel gedaan krijgen op die tijd. Geef jezelf genoeg tijd om het werk 25


Ondersteuning Velt heeft sinds 2006 een methode en knowhow opgebouwd voor de ondersteuning van initiatiefnemers die beschikken over een stuk grond en er een samentuin willen opstarten. Het ondersteuningsaanbod van Velt omvat verschillende aspecten. Hieronder omschrijven we ze gedetailleerd, telkens met het concrete aanbod van Velt erbij.

Onderzoek van het perceel

Van zodra het perceel voor de samentuin bekend is, kan er concreet worden gestart. Zoals je in het vorige hoofdstuk uitgebreid las, is het wenselijk om de geschiktheid van het perceel na te gaan.

HET AANBOD VAN VELT

Velt onderzoekt de lichtinval en de geschiktheid van de bodem, zowel wat betreft eventuele bronnen van vervuiling als bemesting. Met het ecologische bemestingsadvies kun je aan de slag om de bodemvruchtbaarheid op peil te brengen.

Advies bij de opstart

Advies voor de inrichting

Op een bepaald ogenblik ontstaat het idee om een samentuin te starten. Mensen komen samen en ideeën worden concreter. Op zo’n moment is de inbreng van een ervaringsdeskundige nuttig. Nieuwe initiatiefnemers leren op die manier van ervaringen elders. Velt biedt de infosessie ‘Hoe een samentuin starten?’ aan. De doelgroepen voor deze sessies zijn divers: een groep geïnteresseerde buurtbewoners, een gemeente, een organisatie, de eigenaar van een stuk grond etc. De aanpak van Velt is enthousiasmerend en inspirerend. We willen mensen vooral informeren en verleiden om aan de slag te gaan in een samentuin. We leggen de focus op de voordelen en het participatieve proces. 26

Is het perceel geschikt om te tuinieren, dan kunnen we het ontwerp van de samentuin maken. Dit gebeurt het best in samenspraak met de tuiniers. In sommige tuinen onderhoudt men alles gemeenschappelijk, anderen delen de tuin op in individuele percelen en spreken af om de gezamenlijke infrastructuur samen te onderhouden. In beide gevallen is er altijd een vorm van samenwerking en zijn goede afspraken tussen de tuiniers nodig. Velt geeft advies op maat voor de inrichting van de samentuin, afgestemd op de verwachtingen van de tuiniers. De inrichtingswerken staan beschreven in het vorige hoofdstuk onder ‘de grond klaarmaken’.


Begeleiding van de tuiniers

De samenstelling van een groep tuiniers varieert sterk. Mensen met tuinervaring én beginners krijgen een plek. Een ding hebben ze gemeenschappelijk: ze willen tuinieren. Dat geeft eens zo veel voldoening als het goed lukt. Maar hoe moet je zaaien en hoe houd je de vervelende bladluizen in toom? De cursussen en praktijkbegeleiding van Velt bieden daar een antwoord op. Hierbij komen heel wat thema’s aan bod: • Hoe begin je op je eigen perceel? • Hoe bemest je, met nadruk op compost? • Hoe bewerk je de bodem en moet je al dan niet bedekken? • Hoe moet je planten beschermen, met de nadruk op preventieve maatregelen? • Hoe stel je een teeltplan op en hoe hanteer je vruchtwisseling? • Hoe moet je zaaien en planten? • Wanneer en hoeveel moet je gieten? • Wanneer kun je oogsten en hoe kun je de oogst bewaren? • Hoe teel je zelf zaad? • Welk gereedschap gebruik je? • Welke groenten, kruiden, bloemen en vruchten teel je? • Hoe spaar je je rug? Voor de begeleiding van de tuiniers hanteert Velt een eigen aanpak, gebaseerd op de principes van het socioculturele vormingswerk: • De activiteiten zijn laagdrempelig en ervaringsgericht. • De beleving en de participatie van tuiniers staan centraal. 27


28


• De begeleiding gebeurt door medewerkers van Velt en/of door degelijk opgeleide praktijkbegeleiders of lesgevers van Velt. • De vorming gebeurt ter plaatse (begeleiding in de tuin) en op afstand (helpdesk). Velt heeft voor de begeleiding van de tuiniers een divers aanbod. In overleg met initiatiefnemers werken we een aanpak op maat uit – kort of meerdaags, al of niet gespreid in de tijd. Dit aanbod voor de tuiniers omvat: • Een basiscursus ecologisch tuinieren, 4 sessies, meestal in de winter ter voorbereiding van het komende teeltseizoen. • Een intensieve praktijkbegeleiding in de tuin tijdens het eerste jaar, bijv. tweewekelijks een gezamenlijk tuinmoment, van maart tot oktober. • Een minder intensieve opvolging tijdens het tweede teeltseizoen, bijv. een maandelijks tuinmoment, van maart tot oktober. • Een nieuwsbrief met een omschrijving van tuinwerkzaamheden. • Een helpdesk waar tuiniers met vragen terechtkunnen.

Nazorg voor de tuiniers

Uit de praktijk blijkt dat na twee teeltseizoenen een groep tuiniers voldoende stevig op zijn benen staat om zonder begeleiding verder te kunnen. Niettemin willen tuiniers na deze periode nog verder samen leren. Velt voorziet de mogelijkheid voor deze samentuinen om zich als werkgroep aan te sluiten bij Velt. Zo kan de groep met

voordeel Velt-lesgevers inhuren, kadervorming voor vrijwilligers bijwonen en medewerkers van Velt inschakelen voor hulp op vlak van groepsontwikkeling en ecologisch tuinieren.

ANDERE INTERESSANTE PARTNERS Je kunt op zoek gaan naar andere organisaties en verenigingen die je kunnen ondersteunen bij de opstart en verdere opvolging. Enkele voorbeelden.

De lokale Velt-afdeling

Velt is een vereniging, actief in Vlaanderen en Nederland, met regionale afdelingen, aangevoerd door vrijwilligers die op lokaal niveau vorm geven aan ecologisch leven en tuinieren. Deze vrijwilligers hebben vaak heel wat inhoudelijke kennis, en ze zijn ook een belangrijke schakel in het leggen van contacten.

Lokale overheid

Een samenwerking aangaan met lokale overheden is in verschillende opzichten interessant: zij stellen soms gratis grond ter beschikking, en ambtenaren en arbeiders van de gemeente zijn soms betrokken partners. Zelfs als de gemeente niet financieel kan ondersteunen, kan ze nog altijd de groendienst ter beschikking stellen om te helpen bij grote werken in de tuin (bijv. ploegen bij de startfase of aanvoer van houtsnippers).

29


Sociale partners

Sociale partners zijn organisaties die als kerntaak weinig of niets te maken hebben met ecologie, maar via hun gemeenschapsvormende en educatieve functie hun oog hebben laten vallen op samentuinen. Zeker voor het bereiken van bijzondere doelgroepen zijn ze een must. Vaak hebben deze organisaties veel kennis over groepsvorming en kunnen zij vooral op dit vlak ondersteunen. Voorbeelden: Verenigingen waar armen het woord nemen, Welzijnsschakels, Vormingplus, organisaties actief in maatschappelijk opbouwwerk/samenlevingsopbouw, OCMW, LETS etc.

Lokale Transitiegroepen

Een samentuin is vaak het eerste grote concrete project van een transitiegroep. Via deze groep kun je het inhoudelijke aspect van de samentuin verbreden (de plaats van ecologisch tuinieren in transitie), enthousiaste tuiniers vinden en een lokaal netwerk uitbouwen.

Kringloopkrachten

Via de gemeente kun je gemakkelijk contact leggen met plaatselijke kringloopkrachten. Zij kunnen de tuiniers beter dan wie ook uitleggen hoe ze zelf goede compost kunnen maken en gebruiken.

TuinHier vzw

Samentuinen zijn volkstuinen waar ecologisch getuinierd wordt, met oog voor het sociale groepsaspect. Hoewel TuinHier vzw ietwat andere accenten legt, hebben we hetzelfde doel: mensen aan het tuinieren krijgen. Overleg daarom eventueel met de lokale mensen van TuinHier vzw en zie hen niet per definitie als concurrent. 30

IVN

Het Instituut voor Natuureducatie en Duurzaamheid, is een landelijke organisatie in Nederland die mensen lokaal bij natuur betrekt. Dit doet ze onder andere door campagnes, projecten en evenementen te initiĂŤren. EĂŠn daarvan is www.groendichterbij.nl. Via dit project geeft IVN steun en begeleiding aan groene buurtinitiatieven.

Natuur- en milieufederatie

De verschillende natuur- en milieufederaties zetten zich in voor mooie en duurzame provincies in Nederland. Met hun duizenden vrijwiligers, hun kennis en hun ervaring behartigen ze het belang van duurzaamheid, natuur en milieu. Klop gerust bij hen aan om te polsen naar hun interesse voor een samentuin in jouw provincie.


Geniet mee met Velt Velt is dé vereniging voor al wie milieuvriendelijk aan de slag wil in de tuin of in de keuken. Tal van publicaties en vormingen en het ledentijdschrift Seizoenen maken je wegwijs en helpen je om ecobewust te leven.

Zoveel voordelen!

Sluit je aan bij Velt en je geniet meteen van tal van voordelen. Met je Velt-lidkaart krijg je korting op heel wat biologische of ecologische producten én op alle Velt-publicaties. Zesmaal per jaar valt het boeiende tijdschrift Seizoenen in je bus, en je hebt toegang tot het online Seizoenen-archief. Van je lokale afdeling krijg je uitnodigingen voor leerrijke en inspirerende activiteiten. Heb je vragen over ecologisch tuinieren of koken? Dan geeft een Velt-medewerker je graag deskundig advies. Bovendien ontvang je als nieuw lid een leuk welkomstpakket. Help ons om samen werk te maken van een milieuvriendelijke wereld! Neem een kijkje op www.velt.nu en word vandaag nog lid. 31

Velt vzw – Vereniging voor Ecologisch Leven en Tuinieren Uitbreidingstraat 392c, 2600 Berchem 03 281 74 75 – info@velt.be Velt Nederland Griendstraat 15, 5662 RE Geldrop 040 285 44 67 – info@velt.nu

6x per jaar Seizoenen in je bus!

Ontdek alle Velt-boeken: www.velt.nu/ publicaties


â&#x20AC;&#x2DC;De opbrengst eten we zelf op of ruilen we met de andere tuiniers. Zo hebben we al veel nieuwe groenten ontdekt en leren eten. Bovendien kennen we nu veel mensen uit de buurt. Ons leven is echt wel veranderd: we zijn nu vaak bezig in ons tuintje en dat doet deugd!â&#x20AC;&#x2122; een enthousiaste samentuinier www.samentuinen.org

32

Profile for Velt vzw

Brochure samentuinen  

Brochure samentuinen - www.velt.nu

Brochure samentuinen  

Brochure samentuinen - www.velt.nu

Profile for veltvzw
Advertisement