Issuu on Google+

ode / 1 9

1 8 / ode

Dit is Karel. Een dier,

foto adrie mouthaan

maar dat vergeet ik steeds. We zijn al zeven Als ik Zomergasten jaar samen. Niemand kent mij beter. kijk, houdt hij mij

door Nico Dijkshoorn

in de gaten. Karel weet dat ik een huiler ben en ik huil het meest tijdens Zomergasten. Dat heeft onder andere met het tijdstip te maken. Zondagavond. Als alles net ­afgelopen is en de volgende dag alles onafwendbaar weer begint. Karel heeft geen last van dat gevoel. Zwijntjes­ dagen rijgen zich aaneen. Karel is niet op de hoogte van het fenomeen maandagochtendkrant. De krant die je leest vlak voordat je besluit of je wel of niet zult douchen voor je naar je werk gaat. Voor Karel is het altijd vrijdag­ middag. Zijn hele leven ligt als een uitbundig weekend voor hem. Zondagavond en dan kijken naar huilende gasten die ­huilen om iemand die huilt om een huilend iemand die een huilend kind heeft geschilderd, dat maakt mij w ­ eerloos. Karel weet dat. Hij kent mijn inleidende h­ uilbewegingen. Net iets te vaak houd ik mijn kopje ­koffie voor mijn ­gezicht, mijn hand gaat door mijn haar en ik heb een net iets te dun stemmetje als ik Karel vraag of hij naast me op de bank komt liggen. Karel vindt het heerlijk als ik huil. Het schokken vindt hij fijn. HIj legt zijn hoofd op mijn schoot, wacht op een ­stukje documentaire over de Dwaze Moeders en l­ angzaam


2 0 / ode

ode / 2 1

Ontroostbaar Gisteren heb ik de foto van Karel voor deze ode laten maken, door een heel bekende dierenfotograaf. Die ­ ­bestaan. Net als fotografen die heel goed een zak patat met glanzende mayo kunnen fotograferen of fotografen die heel mooi een met kabeltouw ingesnoerde dwerg op de rug van een blinde neger zonder armen kunnen foto­ graferen. Dat soort fotografen heet meestal Erwin Olaf. Zo een foto wilde ik niet van Karel. Ik wilde hem precies zoals hij is, zodat ik hem terug kan vinden als hij zoek is. Dat is heel handig. Bij mij in de buurt is er ongeveer om de twee dagen een kat zoek en hangen de ouders van het ontroostbare kind een A4’tje op met een vage zwartwit afbeelding van Stippie of Brutus. Meestal staat er een tekst onder. ‘Brutus is erg ondernemend en vindt het heerlijk om over zijn buik te worden geaaid. Het is een heel nieuwsgierige kat.’ Vaak wordt zo’n papier een dag later alweer van de lantaarnpaal gehaald omdat Brutus helemaal hard geworden met zijn hoofd in een putdeksel is gevonden. Dat gaat mij niet gebeuren. Als Karel ook ooit nieuwsgie­ rig wordt, dan heb ik een perfecte foto. Ik heb hem aan een paar mensen laten zien en ze zeggen allemaal het­ zelfde: dit is Karel ten voeten uit is. Ik kan er niet naar kijken zonder te huilen. Hij is zo lief. Op de foto heeft hij een beetje slaap in zijn ogen. Ik doe niets liever dan kijken naar Karel als hij slaapt. Dan beweegt hij steeds heel even zijn ogen of oren als hij een zwijntjesdroom droomt. Ik

ben zo benieuwd wat Karel droomt. Holt hij door onein­ dig laagland en vindt iedereen hem een heel lief dier of moet hij, net als ik, heel erg pissen en kan hij zes uur lang geen struik vinden? Nog liever vind ik het wakker worden. Ik zorg dat hij mij dan meteen ziet.Volgens mij vindt hij dat heel fijn. Op de foto vind ik zijn nek zo lief. Die lijkt op mijn ­balzak. Karel zijn nek lijkt op een halverwege gestaakt ­experiment om nu ook eens eindelijk, net als alle a­ ndere mannen in de sportschool, je zak te scheren. Dat o­ ntroert mij. Karel wrijft het met zijn nek alle ­metroseksuele mensmannen keihard in. Ze weten het, als ze met een scheerspiegel tussen hun benen contra proberen te ­denken en de ­tondeuse op hun ballen zetten: wat ben ik in godsnaam aan het doen? Karel zijn nek verbeeldt die wanhopige moderniteit. Eigenlijk is Karel zijn nek één lange fuck you naar de pornoficering van Nederland. Karels neus maakt hem uniek. Daar heb ik hem op ­uitgekozen in het zwijntjesweeshuis. Dat zwarte s­ luitertje boven op zijn neus. Alsof je hem heel handig na kunt ­vullen. Op de foto doet Karel net alsof het hem niets doet, die zwarte ingedroogde abrikoos boven op zijn neus, maar ik weet dat hij er heel onzeker over is. Als we visite krijgen, doet hij snel alsof hij aan het wroeten is. Dan laten we het maar zo. infantiele geluidjes In zijn vacht zitten twee kleine gele strookjes papier. Dat is van de papierversnipperaar. Iedere woensdagochtend versnipper ik een tijdschrift naar keuze, in dit geval het T-Bone Bloody Meat Magazine, en daar mag hij dan een kwartiertje lekker doorheen rauzen. Als Karel ooit zoek raakt, dan weet ik precies welke tekst ik onder de foto zet. ‘Dit is Karel. Hij is van mij en niet van jou. Karel weet waar ik woon, maar hij is het gewoon even vergeten. Niet achter zijn oor aaien, dan gaat hij ­niezen. Karel leest graag uit de Russische bibliotheek, ­behalve Nabokov. Hij reageert niet op infantiele ­geluidjes zoals: ‘Jajaja hè, hè, wat ben je dan voor z­wijntje.’ Als je hem vindt is, hij heel verdrietig want hij mist mij. ­Beloning: een half uur met jouw wang tegen zijn vacht. Karel kan zingen, maar doet dit niet. Alleen bij mij.’

foto Hollandse hoogte

verander ik in een kermisattractie voor ­zwijntjes. Steeds fijner beweegt zijn hoofd op en neer op mijn trillende knieën. Karel weet dat ik tegen hem ga praten. Eerst leg ik mijn hand op zijn hoofd en krab hem aan zijn w ­ angen. Daarna komt de snotterige monoloog. ‘Karel, die ­mevrouw is al haar kinderen kwijt, allemaal Karel, en nu staat ze aan een loket en ze vraagt waar haar kinderen zijn. Ze noemt hun namen en ze laat foto’s zien. Ze wijst op de foto’s en zegt: ‘Gabriel, Meredith, Fuentes.’ Die foto’s zijn helemaal kapot van het vasthouden en het aanwijzen. Ze heeft ze al veertien jaar onder haar arm, Karel. Loop je nooit bij me weg, Karel?’ En dat belooft hij dan, door zijn oor te bewegen.


Vega