Issuu on Google+

Vlaamse Beroepsvereniging Tandartsen

nieuwsbrief Jaargang 6

Hygiëne in de praktijk

1

Reclame in tandheelkunde

3

Kwaliteit gezondheisstelsel

5

Overzicht VBT-activiteiten

6

2008 Bonafide praktijken

7

VBT Familiedag

8

Het secretariaat van de VBT is bereikbaar elke werkdag tijdens de kantooruren op het telefoonnummer:

0486-55 44 84

Voor al uw vragen en opmerkingen kan u daar terecht. U kan ook faxen:

053-70 69 78

En natuurlijk zijn we ook per e-mail bereikbaar:

voorzitter@vbt.be secretaris@vbt.be

lidgeld 2008: € 175 390-0621736-21

www.vbt.be

Afzender: Yves De Pauw Fr. Rooseveltlaan 348 - 9000 Gent Erkenningsnr.: P309879 Afgiftekantoor: 9300 Aalst – Nieuwstraat

- Maandelijks - Juni 2008

Hygiëne in de tandheelkundige praktijk… een kort overleg !

Inhoud:

Info

nr.17

België-Belgique P.B. 9300 Aalst-Nieuwstraat BC 6163

Op 24 april werden alle tandheelkundige verenigingen in België (dus uiteraard ook de VBT) uitgenodigd op de “Hoge Gezondheidsraad” van het “FOD Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu” om op enkele vragen te antwoorden alsook onze bezorgdheden en suggesties te kunnen formuleren. Eigenlijk kwam het er op neer om de 10 jaar oude richtlijnen aangaande hygiëne en steriliteit in de dagelijkse tandartspraktijk te actualiseren en aan de hand van bijkomende inlichtingen, onder andere via de verenigingen verkregen, een huidige stand van zaken op te maken. De huidige aanbevelingen (van 10 jaar geleden) werden door de VBT onder de loep genomen en waar nodig werden opmerkingen gegeven. We zijn het “aids-tijdperk” voorbij en er is inderdaad nood aan een opfrissen van de oude richtlijnen. Niet dat deze onvoldoende waren… integendeel. Vandaag weten we dat de kans dat wij zelf als “hulpverlener” besmet zouden raken met het HIV door een prikaccident bijzonder klein is. Andere virussen liggen meer op de loer en zijn ook meer verspreid (Hepatitis B en C bvb). De kans dat wij een infectie overbrengen van de ene patiënt naar de andere is ook klein…maar we hebben nooit gezegd “onmogelijk” Het voorstel van de VBT was om niet zomaar een nieuw “boekje” uit te geven met richtlijnen en aanbevelingen van 60 pagina’s dik. De meeste tandartsen zullen het waarschijnlijk toch nooit volledig lezen. Een korte praktische samenvatting in een 3-luik zou waarschijnlijk meer aanslaan.

1. Hoe bescherm ik mezelf? 2. Hoe bescherm ik de patiënt? 3. Hoe bescherm ik mijn personeel?

Het antwoord op deze 3 vragen is de weg naar een hygiënische praktijkvoering. Hygiëne en steriliteit in de praktijk is het opvoeden van de “tandartsen in wording” en het heropvoeden van de “oudere” tandartsen. De meeste tandartsen van 50 jaar oud en ouder (dat zijn er ondertussen 1


Vlaamse Beroepsvereniging Tandartsen

heel wat) hebben nooit handschoenen aangehad tijdens hun opleiding! De studenten worden nu vanaf de eerst dag in de prekliniek verplicht handschoenen, mondmasker en bril te dragen. Deze en ook onberispelijke kledij die enkel in de praktijk gedragen wordt is nochtans een must voor de hedendaagse tandarts. Idem voor het personeel aan de stoel. Tevens zou elke zorgenverstrekker in onze sector moeten gevaccineerd zijn tegen Hepatitis B. Welk type sterilisator voldoet aan de huidige aanbevelingen? Wat moet er werkelijk gesteriliseerd worden? Hoe bewaar ik steriele instrumenten? Hoe lang blijven ze steriel? Is het reinigen van bepaalde instrumenten in een “wasmachine” niet voldoende ? Welke producten gebruik ik om te desinfecteren? Wat bij een “prikaccident”? Welke extra voorzorgen neem ik bij een hoogrisico patiënt? Vandaag zien we in de dagelijkse praktijk meer en meer “gevoelige” patiënten. Mensen waarbij door ziekte of door medicatie het immuunsysteem minder goed werkt en die dus meer vatbaar zijn voor infecties. Een hele hoop vragen waarop antwoorden bestaan en die, hopelijk binnenkort, eens op een duidelijke en overzichtelijke manier aan ons doorgespeeld zullen worden. Algemeen blijkt ook dat Vlaanderen het gemiddeld beter zou doen dan Wallonië op het gebied van hygiëne. Een Franstalige collega zou zelfs een klaagtirade gedaan hebben over de erbarmelijke hygiënische toestanden van sommige praktijken. “Hoe meer je van Brussel naar Luxemburg gaat… hoe slechter!” beweert hij. Feit is wel dat een hygiënische praktijkvoering een redelijk hap in het jaarlijks budget is (wegwerpmateriaal) en ook arbeidsintensief (reinigen, desinfecteren, steriliseren…). Alle verenigingen waren het er over eens dat een moderne, hygiënische praktijkvoering bijna niet meer mogelijk is zonder assistentie. In dit kader dan ook de vraag om een “degelijke” opleiding van tandarts-assistenten die meer kunnen dan een afspraak geven, de telefoon opnemen en patiënten binnen en buiten laten. De vraag stelt zich dan ook of al deze aanbevelingen kunnen gevolgd worden met de huidige tarieven! Een tandartspraktijk is een “mini-bedrijf” en dit is dan ook liefst rendabel! Hygiëne en steriliteit in de tandartspraktijk is een mentaliteit ! Sommige huisvrouwen hebben de “kuisziekte”… anderen helemaal niet. Bij tandartsen is dit blijkbaar niet beter. Vergeet echter niet dat een zelf opgelopen infectie of een bewezen overgedragen infectie verstrekkende gevolgen kan hebben. Als kind heeft men ons ingeprent… na het WC en voor het eten… handenwassen niet vergeten… Als tandarts moeten wij automatisch ook zo leren denken. Alleen is het iets meer dan handen wassen. 2


Vlaamse Beroepsvereniging Tandartsen

Vraag van mevrouw Rita De Bont aan de vice-eerste minister en minister van SocialeZaken en Volksgezondheid over "de publiciteit in de tandheelkunde" Rita De Bont (Vlaams Belang): Mevrouw de voorzitter, mevrouw de minister, ik heb nog een vraagje over tandheelkunde.In tegenstelling tot wat het geval is voor andere,vrije beroepen, waarvoor de publiciteit door de deontologische code wordt geregeld, wordt de publiciteit voor de tandheelkunde door de publiciteitswet van 1958 geregeld. Voornoemde wet verbiedt iedere vorm van publiciteit en zou, volgens een uitspraak van het Europees Hof van Justitie in de zaak Doulamis, niet in strijd zijn met de Europese Verdragen. Toch bestaat over voornoemde regeling in tandheelkundige middens heel wat onzekerheid, vooral omdat onder meer de deontologische codes van de andere, vrije beroepen werden aangepast en met de Europese regelgeving inzake de vrije concurrentie in overeenstemming werden gebracht. Ook is sinds 1958, het jaar van de Expo, op technologisch gebied een en ander veranderd. Wij kennen momenteel onder andere het internet, dat ook wordt gebruikt om publiciteit te voeren. De Raad van de Tandheelkunde formuleerde over het voeren van publiciteit op het internet reeds een advies voor de minister van Volksgezondheid. Volgens de tandheelkundige beroepvereniging, de VBT, heeft voornoemd advies uiteraard nog geen bindende kracht. In afwachting van een nieuwe wetgeving inzake elektronische reclame moet volgens de VBT de oude wet worden gerespecteerd, waardoor websites in principe verboden blijven. Een andere, tandheelkundige beroepvereniging, het VVT, heeft zelf een portaalsite, www.mijntandarts.be, aangemaakt, die naar eigen zeggen een praktijksite is voor iedere tandarts die in Vlaanderen en Brussel een eigen praktijk voert. Voor zijn leden wordt de site gratis ter beschikking gesteld. Zij kunnen op de site de nodige informatie over hun praktijk kenbaar maken. Niet-leden kunnen ook van de site gebruik maken, weliswaar tegen betaling van 30 euro per jaar. Daarom heb ik de volgende vragen. Ten eerste, wordt het gebruikmaken van een praktijksite als onderdeel van een tandheelkundige portaalsite als reclame aanzien of gaat het voornoemde niet in tegen de publiciteitswet van 1958? Ten tweede, indien voormelde manier van handelen geen inbreuk op de bestaande wetgeving vormt, kan een tandarts dan ook rechtstreeks van een eigen praktijksite gebruik maken? Ten derde, zou het niet aangewezen zijn om, in samenspraak met de diverse, tandheelkundige beroepverenigingen, een algemene, duidelijke richtlijn op te stellen en af te dwingen, indien wordt toegestaan om van hedendaagse technologie gebruik te maken om zijn patiĂŤnten te informeren? Ten vierde, dringt een vernieuwing van de publiciteitswet van 1958 zich dan eigenlijk niet op? 3


Vlaamse Beroepsvereniging Tandartsen

Minister Laurette Onkelinx: Mevrouw de voorzitter, het Europees Hof van Justitie heeft inderdaad in zijn recente uitspraak in de zaak- Doulamis met betrekking tot de wet van 15 april 1958 betreffende de publiciteit inzake tandverzorging, geoordeeld dat deze wet niet in strijd is met de Europese verdragen. Deze wet noch het KB van 1 juni 1934 houdende reglement op de beoefening der tandheelkunde, houden evenwel expliciet rekening met communicatie via internet. Wij kunnen vandaag echter vaststellen dat het internet een veelgebruikt communicatiekanaal is, ook voor tandartsen. Mijn voorganger had reeds een voorontwerp van wet opgesteld over de publiciteit inzake tandverzorging, dat het gebruikmaken van het internet regelde. De Raad voor Tandheelkunde had hierover reeds een advies opgemaakt, waarmee rekening werd gehouden in het voorontwerp van wet. Dit voorontwerp werd overgemaakt aan de Raad van State, maar het kon niet meer in het Parlement worden ingediend. In afwachting van een nieuwe regeling blijft de wet van 1958 uiteraard van kracht. Mijn diensten zullen dit dossier opnieuw ter hand nemen. De wet van 1958 bepaalt: “Niemand mag voor het verzorgen of voor het doen verzorgen door een al dan niet bevoegd persoon, in België of in het buitenland, van aandoeningen, letsels of afwijkingen van de mond en van de tanden direct of indirect enige reclame maken, zoals door uitstallingen of uithangborden, door opschriften of platen die kunnen misleiden omtrent de wettelijke aard van de opgegeven activiteit, door prospectussen, circulaires, brochures, strooibiljetten, langs de pers, de ether of de bioscoop, door de belofte of het verlenen van allerhande voordelen, zoals kortingen, kosteloos vervoer van patiënten, of door het optreden van ronselaars of klantenjagers.” Deze opsomming is niet limitatief en gelet op een evolutieve interpretatie van de wet kan men ervan uitgaan dat ook reclame via het internet voor tandartsen verboden is. Reclame via een website is dus hoe dan ook verboden. Zolang het medium enkel wordt gebruikt om te informeren, is er niets aan de hand. Vanaf het moment dat men beoogt klanten te werven, is het evenwel reclame en is het verboden. Het beperkte gebruik van een praktijksite is dus mogelijk maar het onderscheid tussen reclame en informeren is moeilijk te maken. De wet van ’58 moet derhalve worden gewijzigd om deze situatie te verduidelijken. Ik wens er verder nog op te wijzen dat, ondanks een recente uitspraak van het Europees Hof van Justitie, een verbod om reclame te maken vaak op Europees niveau in vraag wordt gesteld. De Europese rechtspraak ter zake is volop in beweging. Rita De Bont (Vlaams Belang): Het maken van een portaalsite waarop niet alle tandartsen worden vermeld, kan momenteel wel worden beschouwd als een vorm van reclame die in strijd is met de huidige wet die door uw diensten zal worden aangepast en veranderd? Minister Laurette Onkelinx: De vraag kan worden gesteld. Wij hebben een nieuwe wet nodig om de situatie te verduidelijken. La présidente: Cette question est en effet souvent posée. 4


Vlaamse Beroepsvereniging Tandartsen

Kwaliteit Belgisch gezondheidsstelsel maar middelmatig Van onze redacteur Marc De Vos. pn,© Bert Van Den Broucke

De kwaliteit van de Belgische gezondheidszorg wordt vaak geroemd en geprezen. Soms door buitenlanders die hier verblijven of naar hier kwamen voor onze gezondheidszorg, maar meestal door Belgen. Alleen de Oostenrijkers zijn nog meer tevreden over hun gezondheidsstelsel; dat kreeg van hen 8,1 op 10. Daarna volgen de Belgen die hun systeem 7,6 op 10 geven. De meeste 'oude' EU-landen scoren tussen 6 en 7, en de meeste nieuwe EU-landen tussen 4 en 6. We hebben, zo blijkt uit andere onderzoeken, ook het meeste vertrouwen in onze artsen en verpleegkundigen (en ook in onze leerkrachten). Marc De Vos en François Daue van de denktank Itinera, schreven een erg kritisch rapport over de Belgische gezondheidszorg. 'De goede scores zijn reëel en hebben vooral te maken met de drie grote en erg belangrijke kwaliteiten van ons systeem: haast iedereen is verzekerd, de toegankelijkheid is hoog - er zijn haast geen wachtlijsten - en de patiënt heeft een grote keuzevrijheid: hij kan vrij een arts kiezen en zijn vorige verlaten, hij kan vrij een ziekenhuis kiezen, zelfs zijn ziekenfonds.' Andere sterke punten van het Belgisch systeem zijn volgens hen: de uitstekende opleiding van onze zorgverstrekkers, het feit dat vele zorgverstrekkers zelfstandigen zijn die heel vlot beschikbaar zijn voor de patiënten, en de concurrentie tussen ziekenhuizen en andere instellingen omdat die zorgt voor goede dienstverlening. Maar een andere vermeende kwaliteit blijkt ons gezondheidssysteem niet of niet meer te hebben: het is niet bij de goedkoopste, maar bij de duurste stelsels in de Westerse wereld. 27 procent van de uitgaven vallen ten laste van patiënten. Alleen in de Verenigde Staten, Canada, Spanje en Zwitserland moeten patiënten meer zelf betalen . De algemene kwaliteit noemt Itinera-onderzoeker François Daue 'veeleer middelmatig'. In de meeste internationale kwaliteitsstatistieken staat ons land niet vooraan, als het er al in voorkomt, want vaak kan ons land niet eens cijfers aanleveren. Daue: 'In de meeste samengestelde indexen zoals die van de Oeso, staat ons land tussen de 15de en de 20ste plaats. Niet slecht, maar ook niet goed.' Marc De Vos: 'Die indexen meten niet het aantal verstrekte zorgen - daarin zijn we goed - maar de gezondheidsresultaten: de levensverwachting, de gezonde levensverwachting, de kindersterfte, het aantal mensen dat overlijdt aan kankers die geneesbaar zijn, enzovoort.' 'Dat we daarin niet zo goed scoren, is verklaarbaar. Het beleid is niet bezig met gezondheid, maar met het leveren van zorg om mensen weer gezond te maken die daarom vragen. De preventie wordt verwaarloosd. Het beleid wordt ook vooral bepaald door corporatistische groepen die hun eigen deel van de koek willen.'

5


Vlaamse Beroepsvereniging Tandartsen

Franรงois Daue: 'En het beleid leeft al 25 jaar met een budgettaire fixatie. Tot de jaren tachtig was het vrijheid blijheid, sindsdien is het beleid allereerst gericht op het niet overschrijden van het budget. Dat is waarmee de politici bezig zijn.' Andere landen zijn afgelopen decennia al echt gefixeerd geweest op de kwaliteit van de zorg. Tekenend is ook dat men in ons land meer dan waar ook, bezig is met speciale terugbetalingtarieven voor de lage inkomens, maar dat het verschil in gezondheid tussen hoge en lage inkomens bijna nergens in het Westen zo hoog is als bij ons. Het verschil in gezonde levensjaren tussen hoog- en laaggeschoolden loopt hier op tot 25 jaar. De Vos: 'En de budgettaire fixatie heeft niet kunnen verhinderen dat de kosten van de gezondheidszorg in ons land de jongste jaren sneller stegen dan elders. Die zullen in de toekomst nog meer moeten stijgen en we zijn daar niet op voorbereid. We hebben ook geen visie op het gezondheidsbeleid.' Op de vraag welk beleid dan wel te voeren is, geeft Itinera nog geen antwoord. 'Dat volgt in ons tweede rapport.' www.itinerainstitute.org Guy Tegenbos De Standaard woensdag 30 april 2008

Overzicht VBT-activiteiten 2008 September 4/9 prof. Collys (beetregistratie) >> aangevraagd deelgebied: 7 - Hasselt Oktober 2/10 prof. Trimpeneers (ortho) >> aangevraagd deelgebied: 5 - Antwerpen/Duffel

16/10-18/10 DENTEX

November 7/11 fouten in de implantologie >> aangevraagd deelgebied: 6 - Mechelen Lamotsite December 11/12 peer review te Gent (Parkoffice ) en te Herentals (Link21) >>> Voor alle activiteiten wordt accreditering aangevraagd <<<

6


Vlaamse Beroepsvereniging Tandartsen

“Bonafide praktijken” Uit een inventarisatie van Cliëntenbelang Utrecht blijkt dat de meeste regionale patiëntenplatforms een stijgende trend zien in klachten die ontvangen worden over tandartsen en hun behandelingen. Dit in tegenstelling tot andere medische beroepsgroepen, waar deze stijging niet significant is. Er komen jaarlijks honderden klachten binnen, maar in werkelijkheid zal dit aantal nog wel hoger liggen. Slechts een deel van de mensen dient daadwerkelijk een klacht in. Vooral in de stedelijke gebieden zien we een stijging van het aantal klachten. Over de afgelopen jaren een stijging tot wel dertig procent. Zo worden er behandelingen uitgevoerd door ongekwalificeerd personeel, zijn behandelingen onvolledig of onnodig, zijn rekeningen te hoog of onterecht, spreekt de behandelaar gebrekkig Nederlands en worden klachten niet serieus genomen. Professor in de Parodontologie Frank Abbas, verbonden aan de universiteit van Groningen, zegt niet verbaasd te zijn over de stand van zaken. Er zou te weinig controle zijn vanuit de overheid op de kwaliteit van de tandheelkundige zorg. Neem daarbij in ogenschouw dat er een tekort is aan tandartsen en dat er meer en meer commerciële praktijken bij komen, wat de kwaliteit niet ten goede komt. Het actualiteitenprogramma NOVA besteedde op 17 mei jl. aandacht aan het stijgend aantal klachten over tandartsen en kwam met een reportage die de situatie in Nederland schetst. Aan het woord zijn o.a. Rob Barnasconi van de NMT, prof. Frank Abbas en een jurist die een commerciële praktijk in Utrecht leidt:”Een tandartspraktijk is een bedrijf zoals alle andere: klanten noemen ze patiënten, je koopt materiaal in en je verleent een dienst.”. De Nederlandse Maatschappij ter bevordering van Tandheelkunde opent in juli een kwaliteitsregister op internet met de namen van tandartsen die voldoen aan de normen van de Maatschappij.

Groepsophaling Sita Regio Gent Wanneer Dinsdag 03-06-2008 tussen 11.00 en 12.00 Donderdag 04-12-2008 tussen 13.00 en 14.00 Waar Op de reserve parking van het containerpark (Ivago) Proeftuinstraat 43 9000 - Gent (achter UZ) Voor een plannetje…. www.ivago.be Verantwoordelijke en inlichtingen: Marc Jeannin Tel: 09-2263304 marc.jeannin@scarlet.be 7


Vlaamse Beroepsvereniging Tandartsen

VBT Familiedag Hou alvast zaterdag 27 september e.k. vrij voor onze traditionele VBT Familiedag : “Doe-dag tussen wetenschap en techniek” Technopolis te Mechelen is een uniek doe-centrum: fun en educatie zijn er op een originele manier verweven en iedereen (klein en groot, jong en oud) voelt er zich thuis. Nogal evident, want wie vindt het nu niet boeiend om via allerlei experimenten de wetenschap en technologie in ons dagelijks leven te (her)ontdekken. Programma: Ontvangst : 09u30 Doe-bezoek :10u00 – 12u30 Lunch :12u30 - …. Voor de “die-hards” kan er na de lunch nog de hele namiddag verder geëxperimenteerd worden. Kostprijs 25 euro per persoon, gratis voor kinderen onder 12 jaar. Inschrijven voor 25/8 via inschrijvingsformulier of via e-mail (info@vbt.be). Inschrijvingen worden behandeld in volgorde van binnenkomen betaling : max 75 personen voorzien. Betalen op rekeningnummer 390-0621736-21 o.v.v. Technopolis, aantal personen en aantal kinderen onder de 12 jaar. Voor routebeschrijving en verdere info verwijzen we jullie graag naar www.technopolis.be

Inschrijvingsformulier VBT-Familiedag Naam

:…………………………………………………………………….……………………………………………...……

Adres

:…………………………………………………………………….……………………………………………………

…………………………………………………….………………………………………………….……………..….

Rizivnummer

:…………………………………………………………………….……………………………………………………

E-mail

:…………………………………………………………………….……………………………………………………

Schrijft in voor Familiedag Technopolis met ……… personen, waarvan ………kinderen jonger dan 12 jaar en stort vandaag nog het verschuldigd bedrag. >>> Terug te sturen naar: VBT secretariaat, Franklin Rooseveltlaan 348/1 9000 GENT <<<


Nieuwsbrief