Page 1

Taaltips

Naam : -----------------------------------

TAALTIPS

1


Leestips

TAALTIPS

2


Luistertips

TAALTIPS

3


Schrijftips

Een meesterwerk

TAALTIPS

4


TAALTIPS

5


2. Letterlijf of figuurlijk?

TAALTIPS

6


3. Een uitnodiging

TAALTIPS

7


4. Een instructie

TAALTIPS

8


5. Een verslag

6. Een samenvatting

TAALTIPS

9


Spreektips

TAALTIPS

10


TAALTIPS

11


TAALTIPS

12


Feit en mening

Oorzaak en gevolg

TAALTIPS

13


Woordenboek 1. Hoe zoek ik op in een woordenboek?

TAALTIPS

14


Grondwoorden

Een bovenliggend en een onderliggend begrip

TAALTIPS

15


Synoniemen

TAALTIPS

16


Taalbeschouwing 1ste 2de en 3de persoon van het werkwoord

Infinitief

TAALTIPS

17


Werkwoorden

TAALTIPS

18


Persoonsvorm

Werkwoorden die zeggen wat het onderwerp doet of wat ermee gebeurt.

TAALTIPS

19


Werkwoorden die zeggen wat of hoe het onderwerp is of wordt.

Onderwerp

TAALTIPS

20


Welke zinsdelen geven een antwoord op?

Zinnen en zinsdelen aanvullen of afbouwen

TAALTIPS

21


TAALTIPS

22


Welk zinsdeel ? Wie of wat?

Welk zinsdeel? Aan of voor wie?

TAALTIPS

23


Woordsoorten

1. Een zelfstandig naamwoord

TAALTIPS

24


2. Een bijvoeglijk naamwoord

TAALTIPS

25


Trappen van vergelijking

TAALTIPS

26


3. Een lidwoord

TAALTIPS

27


4. Signaalwoorden

TAALTIPS

28


5. Verwijswoorden

TAALTIPS

29


Soorten zinnen

TAALTIPS

30


TAALTIPS

31


Verbaal of non verbaal

Soorten taal

TAALTIPS

32


Zegswijzen

TAALTIPS

33


Mindmap

Leestekens

TAALTIPS

34


Inhoud Leestips ........................................................................................... 2 Luistertips ........................................................................................ 3 Schrijftips ........................................................................................ 4 Een meesterwerk ........................................................................... 4 2. Letterlijf of figuurlijk? ................................................................. 6 3. Een uitnodiging .......................................................................... 7 4. Een instructie ............................................................................ 8 5. Een verslag ............................................................................... 9 6. Een samenvatting ...................................................................... 9 Spreektips ..................................................................................... 10 Feit en mening ............................................................................... 13 Oorzaak en gevolg .......................................................................... 13 Woordenboek ................................................................................. 14 1. Hoe zoek ik op in een woordenboek? .......................................... 14 Grondwoorden ............................................................................. 15 Een bovenliggend en een onderliggend begrip ................................. 15 Synoniemen ................................................................................ 16 Taalbeschouwing ............................................................................ 17 1.

1ste 2de en 3de persoon van het werkwoord ............................ 17

2.

Infinitief .............................................................................. 17

3.

Werkwoorden ....................................................................... 18

4.

Persoonsvorm ...................................................................... 19

5. Werkwoorden die zeggen wat het onderwerp doet of wat ermee gebeurt....................................................................................... 19 6.

Werkwoorden die zeggen wat of hoe het onderwerp is of wordt. . 20

7.

Onderwerp........................................................................... 20 TAALTIPS

35


8.

Welke zinsdelen geven een antwoord op? ................................ 21

9.

Zinnen en zinsdelen aanvullen of afbouwen ............................. 21

10.

Welk zinsdeel ? Wie of wat? ................................................... 23

11.

Welk zinsdeel? Aan of voor wie? ............................................. 23

12.

Woordsoorten ...................................................................... 24

1.

Een zelfstandig naamwoord ................................................. 24

2.

Een bijvoeglijk naamwoord .................................................. 25

3.

Een lidwoord ..................................................................... 27

4.

Signaalwoorden ................................................................. 28

5.

Verwijswoorden ................................................................. 29

Soorten zinnen ............................................................................... 30 Verbaal of non verbaal .................................................................... 32 Soorten taal ................................................................................... 32 Zegswijzen..................................................................................... 33 Mindmap ....................................................................................... 34 Leestekens..................................................................................... 34

TAALTIPS

36

Taaltips 6  
Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you