Page 1

#08 FIRST THINGS FIRST | HERFST 2015

MEER JOBS VOOR MEER JONGEREN


Rekruteren met

Select Actiris,

eenvoudig en gratis.

biedt diensten aan die uw aanwerving vereenvoudigen. t Een consultant gespecialiseerd in uw activiteitensector t Een selectie van maximum 6 kandidaten die aan het gewenste profiel voldoen t Tips om uw loonkosten te optimaliseren t Administratieve ondersteuning bij het aanwerven van jongeren en stagiairs

Om gratis gebruik te maken van onze diensten, surf naar www.actiris.be

Actiris verandert de toekomst van uw bedrijf

www.actiris.be


VOORWOORD

J

ongerentewerkstelling is een maatschappelijke uitdaging die ook ons land treft. In België had meer dan één op vijf 15-24-jarigen geen job begin 2015. Een jeugd zonder werk of vooruitzicht op een baan hypothekeert hun toekomst en die van de volgende generaties. Daarom moet er vandaag meer dan ooit worden ingezet op jongeren en hun kansen op de arbeidsmarkt. Vier actoren spelen daarbij een complementaire rol: de beleidsmakers (de overheid en sociale partners), het onderwijs, de ondernemingen en uiteraard de jongeren.

JONGERENWERKLOOSHEID MOET VANAF DE VROEGE SCHOOLBANKEN WORDEN BESTREDEN

Anno 21e eeuw steekt talent het kapitaal naar de kroon als motor van groei en differentiatievermogen. Kennis en talent vormen essentiële hefbomen voor de economische groei en toekomst van onze welvaart. Die toekomst ligt vandaag in de handen van de jeugd. Daarom is het de verantwoordelijkheid van de maatschappij om die jongeren te helpen ontwikkelen en ze kansen te geven om hun talenten op alle niveaus maximaal te ontplooien. Werk heeft daarbij een scharnierfunctie. MISMATCH ARBEIDSMARKT Als vertegenwoordiger van ruim 50.000 ondernemingen pleit het VBO er al jaren voor om het probleem bij de wortel aan te pakken. We stellen vast dat de vraag naar jobs niet altijd in overeenstemming is met het werkaanbod bij de ondernemingen. Het is een van de speerpunten van het VBO om die (kwantitatieve, kwalitatieve en geografische) mismatch op de arbeidsmarkt terug te dringen en de obstakels tussen vraag en aanbod te helpen wegwerken. In een context van vergrijzing zal de vervangingsvraag en daarmee het aantal vacatures sterk toenemen de komende jaren. Dat schept kansen, maar is geen automatische oplossing voor de jeugdwerkloosheid. Activering is een must en een opdracht voor alle actoren. Naast de kwantitatieve dimensie heerst er ook een kwalitatieve mismatch: de kwalificaties van de jongeren sporen niet altijd met de noden op de arbeidsmarkt. Jongerenwerkloosheid wordt daarom best vanaf de

vroege schoolbanken bestreden. Er is immers niet alleen het probleem van laag- of ongeschoolde jongeren, ook de instroom van foutgekwalificeerde jongeren voedt de kwalitatieve mismatch. De lange lijst van knelpuntberoepen verandert nauwelijks. Een duidelijk signaal dat meer sensibilisering nodig is over de impact van een studiekeuze met als doel de talenten van jongeren gerichter te oriënteren naar vaardigheden, kennis en attitudes die de arbeidsmarkt nodig heeft. Tegelijk is het aan de werkgever om zich niet blind te staren op de vereiste hard skills en ook oog te hebben voor de brede competenties die in en buiten de school ontwikkeld zijn. Ten slotte moeten de jongeren zich mobiel opstellen binnen de arbeidsmarkt en durven hun grenzen te verleggen, weg van onder de kerktoren om zo de geografische mismatch op de arbeidsmarkt te counteren. EFFICIËNTE AANSLUITING ONDERWIJSARBEIDSMARKT Het binaire tijdperk met aan de ene kant onderwijs en aan de andere kant de bedrijfswereld is gelukkig al een tijd voorbij. Vandaag komt het erop aan onze deuren nog meer voor elkaar open te stellen zodat kennen en kunnen elkaar versterken. Stages, praktijklessen in het bedrijf, uitwisselingsprojecten, volwaardig alternerend leren/werken… en alle mogelijke varianten op deze voorbeelden versterken de opleidingskwaliteit en de arbeidsrelevante competenties van de jongeren. Waarom zouden we bv. niet elke school zijn buddy-bedrijf geven en omgekeerd? De sectorfederaties hebben dit goed begrepen en lanceren al jaren talloze initiatieven. Meer daarover verder in deze REFLECT. Op hun beurt spelen de overheid en de sociale partners een sleutelrol in het arbeidsmarktbeleid, zowel op federaal als op regionaal niveau.

1


De inbreng van de ondernemingen als (toekomstige) werkgever situeert zich vooral op het einde van de schoolloopbaan wanneer jongeren hun eerste stappen zetten op de arbeidsmarkt. Maar ook in andere fasen dragen ze bij, met stages bijvoorbeeld. Of studentenjobs. De jongeren tot slot moeten zich terdege bewust zijn van de verantwoordelijkheid die ze hebben en zelf ook het heft in handen nemen om die job(s) te vinden waar ze hun talenten maximaal kunnen ontwikkelen in het belang van zichzelf, de organisatie of het bedrijf en de maatschappij.

EEN VERLOREN GENERATIE BETEKENT EEN VERLIES VOOR DE HELE SAMENLEVING

YOUNG TALENT IN ACTION Op 1 oktober 2015 organiseerde het VBO samen met de sectorfederaties, beleidsmakers en betrokken stakeholders het Forum ‘Young Talent in Action’. Meer dan 1.000 jongeren en 1.000 bedrijfsleiders, onderwijsexperts en beslissers zochten er samen naar oplossingen om de competenties van de toekomstige generaties optimaal te ontplooien en kansen te geven op de arbeidsmarkt. Daarbij komt al snel de vraag naar meer jobs. Een vraag die het VBO uiteraard niet negeert. Wel integendeel, we nemen de handschoen op. In het bijzonder voor de jongeren, want een verloren generatie betekent een verlies voor de hele samenleving. Dat streven is meteen ook ons appel aan alle betrokkenen. Het Forum is een start. In het afsluitende hoofdstuk van REFLECT reiken we een aantal pistes aan – er bestaat immers geen alleenzaligmakende oplossing – die de verschillende experts naar voor schoven. Wij als VBO engageren ons om die voorstellen op tafel te leggen en in dialoog te gaan voor de realisatie van een performantere arbeidsmarkt en een groei van jongerentewerkstelling. De haalbaarheid hangt af van de gedrevenheid van alle spelers op alle niveaus om tot daadwerkelijke oplossingen te komen. We hebben alle vertrouwen dat niemand neen zal zeggen tegen meer jobs voor meer jongeren. Veel leesplezier!

PIETER TIMMERMANS GEDELEGEERD BESTUURDER VBO

MICHÈLE SIOEN VOORZITTER VBO

© DANIEL RYS 2 REFLECT MEER JOBS VOOR MEER JONGEREN


“Sterke cijfers maken sterke bedrijven. Aan wie vertrouwt u uw cijfers toe?” BDO, partner in het beheer van uw cijfers

BDO staat voor deskundig advies van een hoog niveau. Beschikbaarheid, nabijheid, integriteit, een pragmatische aanpak en ons internationaal netwerk zijn onze troeven. In België heeft BDO meer dan 500 Partners en medewerkers verspreid over het hele land. Wij werken vanuit 9 vestigingen in Antwerpen, Brussel (Airport), Brussel (Centre), Gent, Hasselt, La Hulpe, Liège, Namur-Charleroi en Roeselare. BDO maakt deel uit van een sterk internationaal netwerk dat met een ploeg van circa 60.000 Partners en medewerkers actief is in meer dan 140 landen. AUDIT & ASSURANCE | ACCOUNTING & REPORTING | TAX & LEGAL | SPECIAL ADVISORY SERVICES www.bdo.be BDO is the brand name for the BDO network and for each of the BDO Member Firms. © 2015 BDO. All rights reserved.


MEER JOBS VOOR

IN DIT NUMMER

WHAT 06 WAAROM HET T TALENT ALENT V VAN AN JONGEREN V VALORISEREN? ALORISEREN? Jongeren zijn de werknemers, werkgevers, ondernemers, leidinggevenden en beslissers van morgen. Het menselijk kapitaal dat ze met hun talenten en skills vertegenwoordigen, is een waardevolle bron die we moeten voeden, ontwikkelen en valoriseren/verzilveren. Want onze samenleving, economie, groei en welvaart hangen ervan af. De recente crisis hakte overal in Europa zwaar in op de tewerkstelling, en in het bijzonder bij de jongeren. Ook België ontsnapte niet. Maar in elke crisis schuilt ook een remedie.

4 REFLECT MEER JOBS VOOR MEER JONGEREN

16 DE SECTORFEDERATIES IN ACTIE Jongerentewerkstelling is in België een groter pijnpunt vergeleken met buurlanden als Duitsland en Nederland. Dat geldt zeker voor Brussel en Wallonië, maar even zo goed voor Vlaanderen waar de jeugdwerkloosheid in vergelijking met de algemene werkloosheid relatief slechte punten scoort. Al jaren pleit de bedrijfswereld voor een betere aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt. En voor een vruchtbare samenwerking tussen scholen en ondernemingen. Met succes, want steeds meer initiatieven zien het licht.


MEER JONGEREN Alice Defauw, adjunct-adviseur bij het Competentiecentrum Werk & Sociale Zekerheid van het VBO, en Gianni Duvillier, eerste adviseur bij het Competentiecentrum Werk & Sociale Zekerheid van het VBO, hebben de redactionele inhoud van dit nieuwe REFLECT-nummer verzorgd.

WHO

HOW

THEMA’S 52 TAX SHIFT ANDERS BEKEKEN

53 GRONDWETTELIJK HOF RISICO EN OPPORTUNITEIT VOOR ONDERNEMINGEN

54 BELGIAN BUSINESS AWARDS FOR THE ENVIRONMENT

28 “STEEDS MEER JONGEREN VERDWIJNEN VAN DE RADAR”

38 WERK MAKEN VAN JONGERENTEWERKSTELLING

Laat twee arbeidseconomen hun inzichten over jongerentewerkstelling ventileren en op tafel gooien: scarring effects, de waarde van hard vs. soft skills, duaal en levenslang leren, ervaring opbouwen, de groeiende groep van NEETs, de zin van een minimumloon, ondernemerschap… De grootste bezorgdheid van beide professoren? De groeiende groep jongeren die van de radar verdwijnen.

We kunnen het niet voldoende herhalen: de jongerentewerkstelling is een maatschappelijke uitdaging waarop ook ons land moet inzetten. Verschillende actoren spelen daarbij een complementaire rol: jongeren, overheid en sociale partners, ondernemingen en onderwijs. Het voorbije decennium werd de problematiek meermaals en vanuit de meest uiteenlopende invalshoeken in kaart gebracht. De tijd is rijp om het onderzoek om te zetten in daden, actie te ondernemen. Er bestaan geen mirakeloplossingen, maar voorstellen om beter te doen dan vandaag zijn er wel.

DAAR GAAN WE WEER!

55 TTIP EEN AMBITIEUS, ALOMVATTEND EN EVENWICHTIG AKKOORD

56 SOCIALE VERKIEZINGEN 2016 HET VBO: ÚW PARTNER VOOR DE SOCIALE VERKIEZINGEN

57 VBO-PLAN DIGITALE ECONOMIE NA DE IDEEËN, DE UITVOERING

50 THEMA’S Een selectie van dossiers waarop onze experts vandaag actief zijn.

58 SOCIALE RECHTSPRAAK 60 VBO AGENDA 5


WAAROM HET TALENT VAN JONGEREN VALORISEREN?


WHY Jongeren zijn de werknemers, werkgevers, ondernemers, leidinggevenden en beslissers van morgen. Het menselijk kapitaal dat ze met hun talenten en skills vertegenwoordigen, is een waardevolle bron die we moeten voeden, ontwikkelen en valoriseren/verzilveren. Want onze samenleving, economie, groei en welvaart hangen ervan af. De recente crisis hakte overal in Europa zwaar in op de tewerkstelling, en in het bijzonder bij de jongeren. Ook België ontsnapte niet. Maar in elke crisis schuilt ook een remedie.

1.

GEEN VERLOREN GENERATIE!

De jongeren van 15 tot 24 jaar maakten in 2014 11,8% van onze totale bevolking uit. In totale cijfers zijn ze dus met iets meer dan 1,32 miljoen. Begin 2015 was 30,4% van de jongeren actief, dat wil zeggen aan het werk of op zoek naar werk (werkloos). Dat is een stuk minder dan het Europese gemiddelde (43,5%) of in onze buurlanden. Die verschillen tussen België en de andere landen zijn vooral te verklaren door de schooldeelname. In België zijn jongeren schoolplichtig tot 18 jaar. Bovendien studeren ze vaak nog een aantal jaren verder dan de wettelijke schoolplicht. Kortom, het gros van de jongeren tussen 15-24 jaar studeert nog.

Activiteitsgraad =

beroepsbevolking (werkenden+werkzoekenden) bevolking op arbeidsleeftijd (15-24 jaar)

Ook de werkzaamheidsgraad ligt in België onder het Europese gemiddelde. Begin 2015 was 24,2% van de Belgische jongeren aan het werk. In de EU was dat gemiddeld 34,2%.

Werkzaamheidsgraad =

werkenden bevolking op arbeidsleeftijd (15-24 jaar)

In België stuit de jonge bevolking op bepaalde moeilijkheden en uitdagingen op de arbeidsmarkt. In de eerste 6 maanden van 2015 was in België iets meer dan één vijfde (20,4%) van de jongeren tussen 15 en 24 jaar werkloos.

Werkloosheidsgraad =

werklozen beroepsbevolking (15-24 jaar)

Sommige landen scoren op dit vlak beduidend beter dan ons land. Duitsland (7,2%) bijvoorbeeld of nog, Oostenrijk (9,7%), Denemarken (10,3%) en Nederland (11,1%). Aan de andere kant zijn er ook landen met een hogere en heel zorgwekkende jeugdwerkloosheid: Frankrijk met 24,2%, Portugal met 32,4%, Italië met 42,3%, Spanje met 49,8% en Griekenland met 51,9%, aldus de cijfers van Eurostat, 2015.

20,4% VAN DE JONGEREN TUSSEN 15 EN 24 JAAR HAD BEGIN 2015 GEEN WERK

1E KWARTAAL 2015 België

EU-15

Duitsland

Frankrijk

Nederland

Activiteitsgraad

30,4%

43,5%

50%

36,5%

67,5%

Werkzaamheidsgraad

24,2%

34,2%

46,3%

27%

59,5%

Werkloosheidsgraad (1e semester)

20,4%

20,7%

7,2%

24,2%

11,1% BRON: EUROSTAT, 2015

7


WHY

2.

NEETS IN NOOD

De werkloosheidscijfers tonen grote regionale verschillen. In Brussel had in 2014 39,5% van de jongeren geen werk, tegenover 32,1% in Wallonië en ‘slechts’ 16,1% in Vlaanderen (Eurostat, 2015). Vergelijken we die jeugdwerkloosheidscijfers met de cijfers binnen een ‘meer actieve’ leeftijdscategorie (2564 jaar), dan zien we in welke mate jongeren sterker worden getroffen door de werkloosheid dan de bevolking van 25 tot 64 jaar. In het Brussels Hoofdstedelijk Gewest is dat 2,3 keer meer, in Wallonië (en gemiddeld in België) 3,2 keer meer en in Vlaanderen tot 3,9 keer meer. De lagere jeugdwerkloosheidscijfers in Vlaanderen verhullen dus ogenschijnlijk hogere risico’s voor jongeren om werkloos te worden.

RISICOFACTOREN > NEET

Low educational level Low household income Factors increasing the probability of becoming NEET Living in remote areas Difficult family environment

Aangezien een groot aantal jongeren tussen 15 en 24 jaar nog studeert, is de werkloosheidsratio een meer betrouwbare indicator dan de werkloosheidsgraad. Terwijl de werkloosheidsgraad de verhouding tussen het aantal werklozen en de actieve bevolking (d.i. de som van werkenden en werklozen) weergeeft, laat de werkloosheidsratio zien hoe het aantal werklozen Suffering zich verhoudt tot de tosome kind of tale bevolking binnen disability die leeftijdscategorie. Op deze indicator scoort België beter, met een ratio van 6,2% begin 2015, tegenover 9% in Frankrijk en 8% in NeImmigration derland. Duitsland doet background evenwel beter met 3,7%. Het EU-15-gemiddelde ligt, met 9,2%, een stuk hoger (Eurostat, 2015).

BRON: EUROFOUND, ‘NEETS, YOUNG PEOPLE NOT IN EMPLOYMENT, EDUCATION OR TRAINING: CHARACTERISTICS, COSTS AND POLICY RESPONSES IN EUROPE.’, 2012

8 REFLECT MEER JOBS VOOR MEER JONGEREN

* Europese Stichting ter verbetering van de levens- en arbeidsomstandigheden.

Het aantal NEETs (‘Not in Education, Employment or Training’) is een andere belangrijke indicator om inzicht te krijgen in de jeugdwerkloosheid of jongerentewerkstelling. Volgens de Eurostat-gegevens behoort 1 op de 8 jongeren (of 12% van de 15-24-jarigen) in België tot deze groep in 2014. Dat aandeel is allesbehalve verwaarloosbaar en ligt aanzienlijk hoger dan in onze buurlanden. In Nederland bijvoorbeeld is dit slechts 1 op 20 jongeren, in Duitsland 1 op de 15 en in Frankrijk bijna 1 op 9. In de leeftijdscategorie waarin jongeren de arbeidsmarkt betreden (25-29 jaar), piekt het aantal NEETs in ons land zelfs tot 1 op de 6. Bijzonder alarmerend is het feit dat in België ruim de helft (51%) van de NEET-jongeren inactief is, en de resterende 49% werkloos (Eurostat, 2014). De inactieve groep staat buiten de arbeidsmarkt en is niet op zoek naar werk. Sommige factoren verhogen het risico om in een NEET-situatie terecht te komen. Voorbeelden zijn een laag opleidingsniveau en gezinnen met een laag inkomen of een migratieachtergrond (zie ook de figuur van Eurofound* hiernaast).

BEGELEID EN ACTIVEER JONGE NEETS EN VERMIJD DAT TALENTEN EN SKILLS VERLOREN GAAN

Deze onthutsende cijfers wijzen op het belang om de jonge NEETs dringend te begeleiden en te activeren om zo te vermijden dat hun talenten en skills verloren gaan. Bovendien kost het NEETs-verschijnsel de samenleving handenvol geld. Volgens de Eurofound-studie kostte de NEETs-problematiek de Belgische samenleving in 2011 liefst


WHY 5,2 miljard euro (of 1,42% van het bbp). De kosten van ons onvermogen om deze jongeren (opnieuw) hun weg naar de arbeidsmarkt te doen vinden, zijn een belangrijke handicap voor onze economie. Het is een argument om nog meer of efficiëntere inspanningen te leveren om de schooluitval bij jongeren te vermijden. En om ze te behoeden om onaangepaste vaardigheden of kwalificaties te verwerven. De juiste kwalificaties opbouwen blijft een uiterst belangrijke factor voor de arbeidskansen voor jongeren. Een goede start op de arbeidsmarkt is bepalend. Een valse start met een periode van werkloosheid aan het begin van de loopbaan kan gevolgen hebben op de lange termijn (de zogenaamde scarring effects) en een echte hinderpaal zijn voor het vinden van een job. De negatieve effecten van starten in de werkloosheid zullen gevolgen hebben voor de lange termijn en zich nog meer laten voelen tussen 30 en 50 jaar (meer daarover leest u in het dubbelinterview met Luc Sels (KU Leuven) en Bruno Van der Linden (UCL), p. 28).

Figuur 1 WERKZAAMHEIDSGRAAD VOLGENS GEBOORTELAND IN 2014 70,00

62,3

60,00 50,00

46,4 43,1

46,1

40,00

35,1 30,7

28,5 22,0

30,00

Wat de werkzaamheidsgraad van allochtonen betreft, blijft ons land bij de slechtste leerlingen van de Europese klas, hoewel een verbetering merkbaar is. Hetzelfde zien we bij de jonge bevolking. In België was in 2014 23,9% van de autochtone jongeren aan het werk, tegenover 18% bij de allochtonen. Onze buurlanden doen beter (zie figuur 1). Ook lopen allochtonen meer kans om in de NEET-groep te verzeilen. In België is dat risico zelfs twee keer zo groot dan voor autochtone jongeren, blijkt uit de cijfers van de Europese Commissie. Dat is meer dan in Nederland (1,3 keer) en in Frankrijk (1,7 keer).

3.

STERKE EN JUISTE KWALIFICATIES

Het kwalificatieniveau heeft een invloed op de tewerkstelling van jongeren en hun transitie naar de arbeidswereld. Een betere kwalificatie biedt doorgaans meer kans op werk. De voorbije tien jaar evolueerde de verdeling van de jonge bevolking volgens opleidingsniveau in positieve zin (zie figuur 2). De kwalificatieniveaus stijgen en dat zowel bij de jeugd als bij de rest van de bevolking. De werkloosheidsgraad is groter bij de minder gekwalificeerde groep (37,8%) dan bij de midden(21,4%) en hooggekwalificeerde (14,7%) groep (zie figuur 3). Hoewel die trend ook in de andere landen wordt waargenomen, valt het op dat België minder goed scoort in vergelijking met Duitsland, Nederland en het EU-gemiddelde, maar iets beter dan Frankrijk. Laaggekwalificeerden zijn dus kwetsbaarder en lopen 2,6 keer meer risico om werkloos te worden dan hooggekwalificeerden. Ook de werkzaamheidsgraad is afhankelijk van het kwalificatieniveau.

23,9 18,0

20,00 10,00 0

NL

DE

EU 15

Allochtonen

FR

BE

Autochtonen BRON: EUROSTAT, 2015

Figuur 2

Figuur 3

EVOLUTIE VAN DE VERDELING VAN DE JONGEREN (18-24 JAAR) VOLGENS OPLEIDINGSNIVEAU

WERKLOOSHEIDSGRAAD VOLGENS KWALIFICATIENIVEAU IN 2014

100%

40%

90%

15.5

16.8

19.1

80%

50%

25%

57.8

59.3

58.6

40%

10% 0%

30%

20%

22%

21% 15%

15%

30% 20%

35% 30%

70% 60%

39%

38%

15% 12%

10%

26.7

23.9

22.3

2004

2009

2014

0% Laag

Gemiddeld

Hoog BRON: EUROSTAT, 2015

10 REFLECT MEER JOBS VOOR MEER JONGEREN

5% 5%

5% BE

14%

DE Laag

8%

6%

NL Gemiddeld

19% 16%

FR Hoog

EU 15

Totaal BRON: EUROSTAT, 2015


WHY Om ook de gediplomeerden hoger onderwijs in aanmerking te nemen, kijken we naar de leeftijdscategorie van 20 tot 29 jaar. In die categorie bereikt de werkzaamheidsgraad in België 71,5% bij de hooggekwalificeerden, bijna dubbel zoveel als bij jongeren met een laag opleidingsniveau (43,2%). De Scandinavische landen halen, net als wij, betere resultaten voor de tewerkstelling van hooggekwalificeerde profielen (Eurostat, 2015). De tewerkstellingscijfers bij laaggekwalificeerde profielen zijn beduidend lager en duiden op een grote uitdaging voor ons land en een aantal andere Europese landen. Het kwalificatieniveau mag dan wel stijgen, te vaak nog gaat het om kwalificaties die niet sporen met de noden en opportuniteiten op de arbeidsmarkt. Het kwalificatieniveau op zich is dus niet de enige factor die bepalend is voor de tewerkstellingskansen. Een grote instroom van gekwalificeerde arbeidskrachten in domeinen die al ‘verzadigd’ zijn of weinig toekomstmogelijkheden bieden, stelt die jongeren immers niet in staat hun competenties te valoriseren en vlot hun plek te vinden op de arbeidsmarkt. Anders gezegd, hun competenties worden niet benut en gaan uiteindelijk wellicht verloren. 2014

KWALIFICATIENIVEAU

Indicatoren

Laag

Gemiddeld

Hoog

Verdeling (18-24 jaar)

22,3%

58,6%

19,1%

Werkzaamheidsgraad (20-29 jaar)

43,2%

52,8%

71,5%

Werkloosheidsgraad

37,8%

21,4%

14,7% BRON: EUROSTAT, 2015

4.

OVERZITTEN EN DROP-OUTS

Ook overzitten is een aandachtspunt in ons land. Volgens de meest recente resultaten van de PISA-enquête (Program for International Student Assessment, OESO, 2012) zou in België ruim 1 jongere op 3 (36,1%) een jaar hebben overgedaan in de lagere of middelbare school. Dat is het hoogste cijfer van Europa, net voor Luxemburg (34,5%) en Portugal (34,3%). Onze buurlanden doen beter, met 1 jongere op 5 in Duitsland (20,3%), 27,6% in Nederland en 28,4% in Frankrijk. Te veel jongeren verlaten nog voortijdig het onderwijs, met onvoldoende kwalificaties om de arbeidsmarkt te betreden. In 2014 stapte bijna 1 jongere op 10 (9,8%) tussen 18 en 24 jaar uit het onderwijs (Eurostat, 2015). De doelstelling die België zich heeft gesteld in het kader van de Europa-2020-strategie, is te komen tot een maximum van 9,5% – de kloof lijkt klein, maar België krijgt het percentage maar moeilijk naar beneden. Nochtans vergroot een diploma de kans op het vinden van werk. Het actieve leven starten met een periode van werkloosheid kan een hypotheek leggen op de hele toekomstige loopbaan, de zgn. scarring effects. De sterke uitstroom van ongekwalificeerde jongeren heeft een grote impact op de arbeidsmarkt op het vlak van bijvoorbeeld uitkeringen en begeleiding.

VOLGENS DE MEEST RECENTE RESULTATEN VAN DE PISA-ENQUÊTE DEED IN BELGIË RUIM 1 JONGERE OP 3 (36,1%) EEN JAAR OVER IN HET LAGER OF MIDDELBAAR ONDERWIJS

5.

PARADOX VAN DE ARBEIDSMARKT

Normaal gesproken zou er een negatief verband moeten bestaan tussen de werkloosheidsgraad enerzijds en het aantal openstaande vacatures anderzijds. Die relatie noemt men de Beveridge-curve. In realiteit echter zien we dat, ondanks de beschikbare arbeidsreserves (laag- of onaangepast gekwalificeerde jongeren), toch veel vacatures blijven openstaan omdat de geschikte persoon niet wordt gevonden. In dat geval spreken we van een inefficiënte koppeling van vraag en aanbod (de zgn. mismatch). In 2014 bleven, ondanks het hoge aantal werkzoekenden, gemiddeld meer dan 83.000 vacatures openstaan. Deze mismatch tussen vraag en aanbod is een grote uitdaging voor ons land. Ze brengt niet enkel de evolutie van de werkgelegenheid in het gedrang, maar weegt ook op de economische groei. Er is dan ook nood aan een betere afstemming tussen het aanbod aan skills en de noden van de arbeidsmarkt. Behalve voor de lijst met knelpuntberoepen, die trouwens niet in omvang afneemt, moeten we ook oog hebben voor de wijzigende kwalificatievereisten als gevolg van de technologische ontwikkelingen, de digitalisering van de economie en andere ingrijpende evoluties in de activiteiten van bedrijven. 11


WHY Sommige studierichtingen en beroepen bieden betere kansen op werk. Dat is bij uitstek het geval voor de zogenaamde STEM-richtingen (Science, Technology, Engineering, and Mathematics). De meest recente gegevens (2012) laten zien dat in België slechts 16,9% van de jongeren in zo’n richting afstudeert. In Europa is dat gemiddeld 22,8% en in Duitsland zelfs 29,1% (Eurostat, 2015). Ons land bengelt onderaan het klassement en moet op dat vlak nog een tandje bijsteken. De trend is de voorbije jaren wel positief: het aantal studenten in een STEM- of ICT-richting (Informatie- en Communicatietechnologie) neemt gestaag toe en steeg van 12.000 naar 15.000 (Agoria, 2015). De cijfers bevestigen dat STEM en ICT de kans op een vlotte transitie naar de arbeidsmarkt verhogen: 94% van de jonge afgestudeerden vindt binnen het eerste jaar na hun afstuderen een job.

SOMMIGE STUDIERICHTINGEN EN BEROEPEN BIEDEN BETERE KANSEN OP WERK

6.

MEER JONGEREN AAN DE SLAG, MUST VOOR DUURZAAM SOCIAAL MODEL

In een context van vergrijzing zal de vervangingsvraag en daarmee het aantal vacatures sterk toenemen in de komende jaren. Meer dan 630.000 personen van 50 jaar of ouder verlaten in de periode 2018-2023 de arbeidsmarkt. De huidige werkzaamheidsgraad (67,2% in 2014) staat nog ver af van de

HUIDIGE EN POTENTIËLE WERKZAAMHEIDSGRAAD 20-64 JAAR, BELGIË 100 90 80 70

In %

60

78

78,3

67,2

68,3

73

70

63,9

57,4

52,4

82,9

82,5

83,1

72,3

72,4

73,6

90,8

90,3

79,9

84,1

62,6

50 40 30 20

54

47,8

40,6

38,9

37,6

62,1

10 ld

ja

oo

ar

ld

ch gg es oo H

ho o

25 -4 9

p es c de ng

ha nd i M

rb ei Zo n

de ra

id

ds

(in cl 27 EU

ca

an

el g .B

ja 064 (2 al ta

To

M

)

) ar

en uw

ar Vr o

4

ja

ld oo ch

50 -6

r ja a

ge s ag La

20 -2 4

EU n bu ite

re n eb o G

Ar b

ei ds

ha n

di ca

p

27

0

Potentiële werkzaamheidsgraad

12 REFLECT MEER JOBS VOOR MEER JONGEREN

Werkzaamheidsgraad 2013 BRON: PROF. DR. LUC SELS EN STEUNPUNT WERK EN SOCIALE ECONOMIE, O.B.V. FOD ECONOMIE – ADSEI – EAK

EU-2020-doelstelling van 73,2% en brengt het voortbestaan van ons sociaal model en de financiering ervan in gevaar. We evolueren van bijna twee werkenden die het stelsel spijzen voor één gepensioneerde (in 2013) naar nauwelijks meer dan één werkende op één gepensioneerde tegen 2060. Daarom is het primordiaal om meer mensen aan het werk te krijgen of te houden. Ons model kan maar duurzaam zijn als we de werkzaamheid van álle werknemerscategorieën opkrikken (jongeren, oudere werknemers, personen van niet-Belgische afkomst en laaggekwalificeerden). Hier ligt een grote potentiële arbeidsreserve die kan worden geactiveerd om de werkzaamheidsgraad te verhogen. Ook NEET-jongeren en schoolverlaters vormen een aanzienlijke potentiële reserve. Binnen de leeftijdscategorie van 20 tot 24 jaar was in 2013 40,6% aan het werk. De verbeteringsmarge bedraagt bijna 20 procentpunt en is dan ook niet te verwaarlozen (zie figuur hieronder).

7.

LOOPBAAN BEGINNEN IN DE WERKLOOSHEID IS SLECHTE START

Aan de ene kant zijn er de jongeren die voortijdig uit het onderwijs stappen (schooluitval) en zo de nodige competenties missen om gewapend de arbeidsmarkt te betreden. Aan de andere kant heb je jongeren die gekwalificeerd zijn, maar met hun vaardigheden moeilijk aan de slag kunnen. Al die jongeren moeten begeleid en snel geactiveerd worden. Hoe langer ze aan de zijlijn van de arbeidsmarkt blijven, hoe groter het risico dat hun bekwaamheden uitdoven. De zesde staatshervorming hevelde bepaalde bevoegdheden over naar de Gewesten en de Gemeenschappen. Hun grotere vertrouwdheid met de lokale specificiteiten moet ze in staat stellen een meer doortastend en doeltreffend werkgelegenheidsbeleid te voeren, in het bijzonder op het vlak van de activering van werkzoekenden.


ADVERTORIAL

Talent vinden én binden: de HR-uitdaging van vandaag Er woedt een strijd om talent. Dat blijkt uit het RED Report 2015 van Tempo-Team, dat de belangrijkste arbeidsmarkttrends in kaart brengt. Hoewel de instroom naar de arbeidsmarkt groot is en veel afgestudeerden en jongeren werk zoeken, krijgt één op drie werkgevers een groot deel van zijn vacatures niet ingevuld. De belangrijkste oorzaak: de mismatch tussen vraag en aanbod. Talent vinden én binden blijkt lastig, investeren in menselijk kapitaal is dan ook cruciaal. Aantrekkelijke werkgevers doen twee dingen goed. Ze koesteren hun huidige medewerkers door slim talentmanagement en ze trekken nieuw talent aan door te laten zien waarom ze een goede werkgever zijn.

What you see is what you get De huidige generatie werkzoekenden gebruikt nieuwe methoden om op zoek te gaan naar een potentiële werkgever. Dankzij technologische ontwikkelingen heeft potentieel talent tegenwoordig een heel duidelijk beeld van de organisaties die naar hun gunsten dingen. Sociale media zoals LinkedIn, Facebook en Twitter maken de werkvloer heel transparant. Daardoor krijgt talent op zoek naar een job veel gemakkelijker een beeld van de bedrijfscultuur en reputatie van een potentiële werkgever. Werkgevers kunnen dus maar beter inzetten op deze kanalen. Actief zijn op sociale media is een must om het juiste talent te vinden. Uit het RED Report blijkt echter dat de meerderheid van de werkgevers nog steeds rekruteert via de klassieke wegen: de bedrijfswebsite en andere PR-activiteiten. Slechts een minderheid (35%) is actief via sociale media, terwijl hun (potentiële) werknemers zich juist daar bevinden. “Tempo-Team zet helemaal in op deze ‘what you see is what you get’ cultuur,” stelt Bjørn Toonen, managing director van Tempo-Team. “Vanuit onze expertise in het aantrekken en rekruteren van mensen voor de meest diverse profielen en sectoren zijn we erg actief op sociale media. Dit beperkt zich niet tot Facebook, LinkedIn en Twitter, maar breidt zich ook uit naar andere online media, zoals onze blog

teamwork.tempo-team.be. Op dit platform richten we ons in de eerste plaats naar jonge werknemers en starters met heel concrete informatie, tips en nieuws. We maken hen op een zeer interactieve manier wegwijs in de arbeidsmarkt. Zo verbinden we ons met hun leefwereld en noden en bieden we extra munitie voor de optimale ontwikkeling van hun loopbaan. Onze doorgedreven inzet op jonge profielen met talent is dan ook één van de prioriteiten en troeven van Tempo-Team én een kordaat antwoord op tekorten op de arbeidsmarkt.”

“HOE U VANDAAG EN MORGEN TALENT EFFECTIEF VINDT EN BINDT, BEPAALT OF U DE SLAG OM HET TALENT WINT OF VERLIEST”

Bjørn Toonen Managing director van Tempo-Team

Talent management Deze transparantie geldt niet enkel voor het vinden, maar ook voor het binden van talent. “Wie talent management tot prioriteit verheft, zal de positieve effecten daarvan ook merken bij het werven van nieuw talent. Door de transparantie van de arbeidsmarkt zal talent afkomen op organisaties waar ander talent al gekoesterd wordt”, zegt Bjørn Toonen. “Hoe u vandaag en morgen talent effectief vindt en bindt, bepaalt of u de slag om het talent wint of niet. Weet wat u te bieden hebt, en hou daarbij rekening met wat werknemers belangrijk vinden bij het zoeken naar een aantrekkelijke werkgever”, besluit Bjørn Toonen.

HR Tips I Besef dat u niet zomaar al het talent kunt werven dat u nodig hebt, maar dat u dat ook intern moet ontwikkelen. Zeker naarmate de economie verder opleeft en de markt voor talent verhit raakt. 2 Maak uw bedrijfscultuur zichtbaar: hoe u talent managet, hoe u het ontwikkelt en hoe u mensen inspireert. Zonder sterke betrokkenheid en een positieve, zinvolle werkomgeving, haakt (potentieel) talent af en zoekt het elders werk.


WHY In 2014 was ruim 50% (54,8%) van de jonge werkzoekenden al meer dan zes maanden werkloos. Langdurige werkloosheid weegt op de (persoonlijke) ontwikkeling, de leervaardigheid, de kennis, skills en vaardigheden, en kan zo leiden tot inkomensverlies (de zgn. scarring effects). Nog afgezien van de impact op het sociale leven, het zelfrespect en het zelfbeeld van de werkloze. Jongeren aan het begin van hun loopbaan goed wapenen met de juiste skills en de nodige beroepservaring blijft dus van het allergrootste belang.

HOE LANGER JONGEREN AAN DE ZIJLIJN VAN DE ARBEIDSMARKT BLIJVEN, HOE GROTER HET RISICO DAT HUN BEKWAAMHEDEN UITDOVEN

8.

VAN STUDIE NAAR EERSTE JOB

Volgens een onderzoek van de Europese Commissie en de Europese stichting Eurofound (2009) loopt de gemiddelde tijd om als jongere een eerste job te vinden sterk uiteen binnen de EU-landen. Ze varieert tussen minder dan vier en meer dan negen maanden. In landen als het Verenigd Koninkrijk, Denemarken, Zweden, Ierland en Oostenrijk vinden jongeren relatief gemakkelijk werk en verloopt de transitie van onderwijs naar arbeidsmarkt vrij vlot (gemiddeld minder dan vijf maanden). Het zuiden van Europa (Spanje, Italië en Griekenland) registreert langere transitieperiodes, gemiddeld acht maanden of langer. België bevindt zich in de middenmoot: in ons land vergt het gemiddeld 5,6 maanden om een eerste job te vinden. 14 REFLECT MEER JOBS VOOR MEER JONGEREN

9.

WAT BEMOEILIJKT HET AANWERVEN VAN JONGEREN?

Een aantal grote hindernissen belemmeren de aanwerving van jongeren. Ze hebben vooral te maken met bepaalde aspecten van de wet- en regelgeving. In landen met een flexibele en dynamische arbeidsmarkt zijn de werkloosheidsgraad en de werkloosheidsduur, in het bijzonder bij de jongeren, beduidend lager dan in landen met een rigide arbeidswetgeving (Vlaamse Academie, 2014). Dat wordt verklaard door de betere en grotere kansen op het vinden van werk. Meer flexibiliteit stimuleert de professionele mobiliteit en de transitie tussen werkloosheid, inactiviteit en werk. In tegenstelling tot de Scandinavische landen (in casu Noorwegen en Zweden) waar grote flexibiliteit heerst, behoort België tot de groep landen met meer rigide arbeidsmarkten, met een zwakke in- en uitstroom uit het werkloosheidsstelsel en een sterke focus op jobzekerheid in plaats van op werkzekerheid. De Belgische regelgeving op het vlak van werkbescherming is restrictiever dan in de meeste andere landen. Dat gebrek aan flexibiliteit, met relatief hoge ontslag- en aanwervingskosten, heeft een nefaste invloed op de arbeidskansen voor de jongeren. Met 1.501,82 euro heeft ons land, op Luxemburg na (1.922,96 euro) het hoogste minimumloon van Europa (Eurostat, 2015). Op sectorvlak liggen de minima zelfs nog een stukje hoger. Het bestaan van dit minimum vormt een echte rem op de aanwerving van jongeren, niet op zijn minst voor de minder gekwalificeerden. Het leidt bij de jongeren tot een discrepantie tussen verloning en productiviteit. Bovenop een reeds hoog brutominimumloon komen er bovendien nog hoge sociale lasten. Dat verzwaart de basiskosten voor jongeren nog eens extra en bemoeilijkt de transitie naar werk. De recente afschaffing van de proefperiode – i.k.v. de eenmaking van het statuut van arbeiders en bedienden – zet een extra rem op de mobiliteit op de arbeidsmarkt en het aan-


WHY wervingsbeleid van bedrijven. Dit heeft ook een impact op de positie en kansen van jongeren op de arbeidsmarkt. Ook conjuncturele schommelingen hebben een impact. Jongeren worden vaak harder getroffen door crisisperiodes (dan de andere categorieën), maar profiteren ook sneller van een economisch herstel. Dankzij de huidige economische heropleving neemt de jeugdwerkloosheid langzaam maar zeker weer af.

10.

jonge uitzendkrachten aan het einde van hun opdracht een vaste job aangeboden of hebben ze het vooruitzicht te worden aangeworven (Federgon, 2014). Die jobs zijn voor jongeren dan ook vaak een springplank naar een vaste betrekking en moeten optimaal worden benut als start- en inschakelingskanalen. Het is duidelijk dat België kampt met een aantal handicaps die een hypotheek leggen op de arbeidskansen van jongeren. Anderzijds schuilt in elke rem ook wel een opportuniteit om beter te doen. Belangrijk is dat alle actoren overtuigd zijn van die noodzaak en bereid zijn om ons sociaal model en onze welvaart een duurzame toekomst te bieden. Inzetten op jongerentewerkstelling biedt niet alleen de jongeren uitzicht op een welvarende toekomst, maar is een win-winverhaal voor de hele samenleving. In het hoofdstuk ‘Werk maken van jongerentewerkstelling’ (p. 38) lanceert het VBO een aantal voorstellen.

SPRINGPLANKEN NAAR WERK

Naast de studierichtingen die betere kansen op werk bieden, zijn er nog andere elementen die de arbeidskansen versterken, de transitie faciliteren en echte springplanken naar werk vormen. Alternerend leren (afwisselend leren en werken) faciliteert de stap naar de arbeidsmarkt. Volgens de OESO (2010) helpt het daarnaast om schooluitval te vermijden. Het systeem van duaal onderwijs bevordert duidelijk de wisselwerking met de bedrijfswereld. De verschillende mogelijkheden op het vlak van opleidingen, stages en lessen geven jongeren de gelegenheid om de arbeidsmarkt te leren kennen en beroepservaring op te doen. Alternerend leren bewees al in tal van landen zijn nut. België hinkt op dat vlak achterop. Nauwelijks 3% van de leerlingen uit het secundair beroepsonderwijs volgt een opleiding binnen het kader van alternerend leren. Dat staat in schril contrast met een gemiddelde van meer dan 40% in Duitsland, Oostenrijk en Denemarken (OESO, 2014).

EEN FLEXIBELE EN DYNAMISCHE ARBEIDSMARKT HEEFT EEN POSITIEVE INVLOED OP DE WERKLOOSHEIDSGRAAD EN WERKLOOSHEIDSDUUR

% LEERLINGEN BEROEPSONDERWIJS IN ALTERNEREND LEREN IN 2012 50 45

44,4

41,9

40

34,4

35 30 In %

Uitzendarbeid is een tweede springplank naar vast werk. Zelfs in tijden van laagconjunctuur vinden veel uitzendkrachten immers hun weg naar een vaste job. De motieven om een beroep te doen op uitzendarbeid gaan van ‘vervanging van een vaste medewerker’ en ‘tijdelijke pieken in workload’ over ‘uitzonderlijke arbeidsbehoefte’ tot ‘instroom’. De waarde van dat vierde motief blijkt uit de cijfers: gemiddeld krijgt 34% tot 58% van de

25

18,4 17,2

20 15

15,2 14,3 14,2 12,6 11,9 11,0

10

3,2

5

1,5

0 DK

DE

AT

NL

UK

NO

EU 21

LU

OESO

FR

FI

BE

ES

BRON: OESO, ‘EDUCATION AT A GLANCE’, 2014

15


WHAT

DE SECTORFEDERATIES IN ACTIE Jongerentewerkstelling is in België een groter pijnpunt vergeleken met buurlanden als Duitsland en Nederland. Dat geldt zeker voor Brussel en Wallonië, maar even zo goed voor Vlaanderen waar de jeugdwerkloosheid in vergelijking met de algemene werkloosheid relatief slechte punten scoort. Al jaren pleit de bedrijfswereld voor een betere aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt. En voor een vruchtbare samenwerking tussen scholen en ondernemingen. Met succes, want steeds meer initiatieven zien het licht. Een bloemlezing.

België is een land zonder (voldoende) lokale grondstoffen om zijn economie op te steunen. Kennis en talent vormen essentiële hefbomen voor de economische groei en toekomst van ons land. Die toekomst ligt vandaag in de handen van de jeugd. Daarom is het de verantwoordelijkheid van de maatschappij om die jongeren te helpen ontwikkelen en ze kansen te geven om hun talenten op alle niveaus maximaal te ontplooien zodat ze mee kunnen bouwen aan de gezamenlijke welvaart van ons allemaal. Werk heeft daarbij een scharnierfunctie. Bovendien stimuleert werken de persoonlijke zelfredzaamheid en zelfrealisatie van de jongeren. Een doordachte en intelligente aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt vormt een fundamentele voorwaarde om de jongeren zinvol te activeren. Want een job die meerwaarde biedt voor de jongere en de samenleving begint met de juiste studiekeuze. De opleiding moet de jongeren in eerste instantie appelleren op hun interesses, sterktes, talenten en ze tegelijk oriënteren naar competenties en vaardigheden die de arbeidsmarkt zoekt. Op die manier verhogen de jongeren hun inzetbaarheid en tewerkstellingskansen.

Een intense samenwerking tussen onderwijs en ondernemingen kan die aansluiting tussen beide werelden nog versterken. Stages, praktijklessen in bedrijven, leren werken met moderne machines en technologie, ondernemers voor de klas – om maar enkele voorbeelden te noemen – verbeteren de opleidingskwaliteit en vormen een vruchtbare voorbereiding op de arbeidsmarkt. Even belangrijk: ze behoeden jongeren voor verrassingen die hun enthousiasme en gedrevenheid zouden temperen. De sectoren en hun federaties hebben dit goed begrepen en lanceerden de voorbije jaren al tal van initiatieven, al dan niet paritair in samenwerking met de sociale partners. In dit hoofdstuk gaan we dieper in op een aantal sectorale acties die de sectoren uit eigen beweging op touw zetten complementair aan de wettelijke verplichtingen. De ruimte ontbreekt om in deze REFLECT alle initiatieven te bespreken. Maar het overzicht – we ordenen ze in functie van de opleidingsloopbaan van de jongere: van lagere school tot eerste werkervaring – illustreert de veelheid en diversiteit. En biedt een bron van inspiratie voor alle actoren in de arbeidsmarkt. Bij elk initiatief vermelden we de betrokken sectorfederatie. Dat sluit niet uit dat ook andere partners meewerken aan het initiatief. Meer info vindt u via de respectieve websites. 17


WHAT

PROEVEN EN ONTDEKKEN VAN TALENTEN Jongeren die hun talenten ontdekken en leren wat ze met die vaardigheden kunnen bereiken in hun leven, krijgen goesting om een bepaalde richting uit te gaan. Bedrijven op hun beurt zoeken talentvolle en gemotiveerde jongeren met goesting. TECHNOTEENS – AGORIA

De Federatie van de Technologische Industrie laat meisjes en jongens van het 5e en 6e leerjaar proeven van techniek en technologie tijdens een bedrijfsbezoek met workshop. Studenten van de lerarenopleiding techniek begeleiden de kinderen. www.technoteens.be BOETIEK TECHNIEK – AGORIA

Ook de paritaire opleidingsfondsen van de metaal- en technologiesector zetten in op acties waarbij jongeren hun technisch talent ontdekken. Zo is ‘Boetiek Techniek’ (een initiatief van het Tewerkstellings- en Opleidingsfonds Arbeiders Metaal/TOFAM Oost-Vlaanderen en Stad Gent) een doe-beurs met en over techniek, speciaal voor 10- tot 14-jarigen en hun ouders. Doel is dat jongeren, samen met hun ouders, hun persoonlijk technisch talent ontdekken en een bewuste keuze maken voor een technische richting. www.boetiektechniek.be PLASTIC LAB – ESSENSCIA

Lagere scholen kunnen bij PlastIQ (een paritaire vzw opgericht door de Belgische Federatie van de Chemische Industrie en Life Sciences) een labo op wielen, het zgn. ‘Plastic Lab’, een dag lang gratis boeken. Leerlingen uit het 5e en 6e leerjaar gaan aan de slag met zelf verzamelde kunststoffen en maken daarmee nieuwe producten. Tegelijk ontdekken ze het belang en de mogelijkheden van recyclage. www.plasticlab.be BUILDING HEROES – CONFEDERATIE BOUW

De sensibiliseringscampagne ‘Building Heroes’ van het Fonds voor de Vakopleiding in de Bouwnijverheid mikt op een duurzame instroom van jongeren naar het bouwonderwijs. Een onderdeel van het ‘Building Heroes’-project is een onlinespel dat leerkrachten in de klas kunnen toepassen. Spelenderwijs leren de jongeren wat er allemaal komt kijken bij de bouw of verbouwing van een huis. Via het spel maken ze op een realistische manier kennis met de boeiende wereld van de bouwberoepen.

18 REFLECT MEER JOBS VOOR MEER JONGEREN

Eveneens via het Fonds steunt de bouwsector het Beroepenhuis in Gent, met als doel de interesse van kinderen en jongeren voor de sector aan te wakkeren. Binnenkort zal de sector ook permanent aanwezig zijn in Technopolis, het Vlaamse doe-centrum voor wetenschap en technologie. En tot eind 2015 loopt er een doe-tentoonstelling in het avonturen- en kennispark Explorado in Oostende. www.buildingheroes.be www.fvb.constructiv.be WILD VAN TEXTIEL – FEDUSTRIA

Op www.wildvantextiel.be toont de Federatie van de textiel-, hout- en meubelindustrie aan jongeren en het brede publiek de kansen en troeven in de textielindustrie. De jeugd wordt gesensibiliseerd aan de hand van educatieve games. Het online textiel weetjes- en vragenspel www.textielexpert.be mikt bijvoorbeeld op jongeren van 10 tot 12 jaar en kan zowel individueel als in groep worden gespeeld. Daarnaast investeert Fedustria in rechtstreeks contact met jongeren en ontwikkelde het in samenwerking met Technopolis een wetenschapsroadshow ‘Textiel Ontrafeld’. Een ‘edutainer’ komt ter plaatse in een school of bij een organisatie en dompelt het publiek onder in de innovatieve wereld van textiel. Fedustria stelt deze show gratis ter beschikking. www.wildvantextiel.be www.textielexpert.be SOLLICITATIETRAINING – FEBELFIN

Bepaalde projecten focussen op meer algemene maatschappelijke doelstellingen. Leden van de Belgische Federatie van de financiële sector, zoals KBC, leveren een extra inspanning voor bepaalde groepen jongeren die niet tot hun rekruteringspubliek behoren. Zo kan op aanvraag van een school sollicitatietraining worden gegeven voor middelbare scholieren van de beroepsafdeling. Op die manier leren de jongeren hun eigen talenten beter kennen én verwoorden tijdens een sollicitatiegesprek. www.facebook.com/ events/715900691836848/


SAMEN WETEN WE VAN AANPAKKEN

600.000 ton bedrijfsverpakkingsafval wordt jaarlijks gerecycleerd

Belgische bedrijven en afvalophalers leveren al 17 jaar samen met VAL-I-PAC groot werk in het beheren van bedrijfsverpakkingsafval. Vorig jaar werd er, van de 700.000 ton bedrijfsverpakkingen die op de Belgische markt gekomen zijn, maar liefst 600.000 ton gerecycleerd. Zo krijgt bijvoorbeeld zo goed als 100% van de kartonnen ]LYWHRRPUNLU]HUKHHNUHNLIY\PRLLUUPL\^SL]LU,Ń?JPwU[LJVUVTPZJOLUIL[LY]VVYOL[TPSPL\7YVWLYNLKHHU

SAMEN BEDRIJFSVERPAKKINGSAFVAL BEHEREN EN RECYCLEREN Ontdek hoe op www.valipac.be


WHAT

GOESTING IN STEM Een aantal sectorfederaties ijvert al geruime tijd om jongeren warm te maken voor de zogenaamde STEM-richtingen (Science, Technology, Engineering, and Mathematics). Doel is om meer jongeren positief te motiveren voor wetenschappelijke en technische studierichtingen en beroepen. Dat beantwoordt aan de behoeften van onze kenniseconomie. INDUMATION STUDENT LEARN TOUR – AGORIA

De ‘Indumation Student Learn Tour’, een educatief spel voor scholieren met technische interesse, richt zich op laatstejaarsleerlingen en schoolbegeleiders uit het technisch, beroeps- of algemeen secundair onderwijs, met als doel de belangstelling van jongeren voor industriële automatisering aan te wakkeren. Tijdens de ‘Tour’ maken de leerlingen hands-on kennis met state-of-the-arttechnologie die de industrie vandaag de dag inzet. www.indumation.be LES JEUNES, LA CHIMIE ET LES SCIENCES DE LA VIE – ESSENSCIA

De voorbije 15 jaar bereikte essenscia in het Franstalige landsgedeelte al meer dan 60.000 leerlingen met een lessenreeks ‘Les jeunes, la chimie et les sciences de la vie’. De reeks behandelt 15 thema’s over scheikunde en life sciences in het dagelijkse leven. Om de twee jaar buigen meer dan duizend 12- tot 16-jarigen zich over scheikunde in het PASS (Parc d’aventures scientifiques), het interactief wetenschappelijk museum in Frameries. Recent nog brak essenscia samen met Technopolis het Guinness wereldrecord van de ‘grootste chemieles’. Liefst 1.018 leerlingen uit het 5e en 6e leerjaar volgden een chemieles van een uur lang boordevol spectaculaire proefjes die ze samen moesten uitvoeren met de Vlaamse weerman Frank Deboosere. Jongeren maken zo op een leuke manier kennis met techniek, wetenschappen en chemie. Op die manier wil essenscia de kinderen vandaag inspireren en tonen dat chemie een belangrijke rol speelt in ons dagelijks leven, in de hoop dat ze dat enthousiasme meenemen in hun verdere studieloopbaan en later zullen kiezen voor een wetenschappelijke of technische opleiding. www.sciencesadventure.be BECAUSE I’M TECHIE – AGORIA

Agoria pakte uit met ‘Because I’m Techie’, een opvallende promotiecampagne via Facebook waarmee technologiestudies – van ICT tot industriële en ingenieurs

20 REFLECT MEER JOBS VOOR MEER JONGEREN

wetenschappen – en technologiebedrijven in de spotlights komen. De campagne richt zich zowel naar de jongeren (15-25 jaar) als naar hun ouders. ‘Because I’m Techie’ heeft intussen reeds meer dan 2.250 likes. Agoria is ook partner van de Vlaamse Jeugd Technologie Olympiade (VJTO) en de Vlaamse Technologie Olympiade (VTO). Deze prestigewedstrijden bekronen technologisch talent van de laatste graad van respectievelijk het lager en het secundair onderwijs. In 2014 deden 13.000 leerlingen mee aan de voorrondes van de VJTO. Aan de VTO namen dan weer 3.000 leerlingen deel. www.agoria.be/nl/Because-I-m-Techie-neemt-het-op-voor-technologiestudies DISCOVER METAL-ALLIANCE – AGORIA/METAL-ALLIANCE.BE

Aansluitend bij de campagne ‘Because I’m Techie’ stuurt Metal-Alliance.be, het overlegplatform van leveranciers aan de metaalbewerkende industrie in België, technische scholieren uit het secundair beroepsonderwijs op een industriële ontdekkingstocht met de Discover Metal-Alliance.be Award, een educatief spel. Dat vindt plaats op de ‘Materials Transformation and Machining Show’. Die beurs verzamelt letterlijk alle technologie- en toeleveranciers voor de transformatie van metaal, kunststoffen en composieten samen onder één dak. Metal-Alliance.be laat er de leerlingen hands-on kennismaken met state-of-the-artproductietechnologie die de industrie vandaag gebruikt. www.agoria.be/nl/discover-metal-alliance-be-award E-SKILLS FOR JOBS – AGORIA

Agoria werkte verschillende keren mee met ‘e-Skills for Jobs’, een Europees project dat tot doel heeft de ICT-sector aantrekkelijker te maken. Met deze campagne stimuleert de sectorfederatie jongeren om voor een ICT-opleiding te kiezen zodat er voldoende talent en kennis groeit om het hoofd te kunnen bieden aan de toekomstige uitdagingen op het gebied van e-Health, e-Education, e-Government, duurzame ontwikkeling, vervoer, vliegtuigbouw, logistiek, automobiel, medische beeldvorming… De opdracht? Studenten informeren over de talrijke mogelijkheden die een job als ICT’er biedt en ze wijzen op het groeiende belang van ICT-vaardigheden in de hedendaagse samenleving. http://eskills4jobs.ec.europa.eu/


www.volkswagen.be

Het leven zit vol verrassingen. De nieuwe Touran gelukkig ook.

De nieuwe Touran. Onverslaanbaar. De nieuwe Touran, met zijn meer dan 50 innovaties, is een auto die zich laat gelden in elk wagenpark. Veiligheid, comfort en gebruiksgemak krijgen met deze auto een nieuwe dimensie. Zijn nieuwe motoren zijn tot 19% zuiniger en hebben een CO2-uitstoot die uiterst beperkt is. En dankzij het vernuftige ruimteconcept maakt u in een handomdraai plaats voor alles wat op dat moment op de agenda staat. Er is al een nieuwe Touran vanaf 425 € /maand excl. BTW in Verhuur op Lange Termijn “Full Service”*.

4,2- 5,8 L / 100 KM • 111 - 135 G CO2 /KM Milieu-informatie (KB 19/03/2004) : www.volkswagen.be

* Volkswagen New Touran Trendline 1.6 l TDI 110 pk 6v BMT. Catalogusprijs incl. BTW: 26.300 €. Huurprijs incl. BTW: 506,28 €. Offerte in Verhuur op Lange Termijn “Full Service” Volkswagen Finance berekend op basis van 60 maanden en 100.000 km en rekening houdend met bonus-malusscore van 0. Verhuur op Lange Termijn “Full Service” omvat onderhoud en herstellingen, verzekeringen, vervangwagen, wegbijstand, banden en taksen. Aanbieding voorbehouden aan professionele gebruikers. Onder voorbehoud van aanvaarding van het dossier door D’Ieteren Lease n.v., Leuvensesteenweg 679, 3071 Kortenberg met maatschappelijke zetel te 1050 Brussel, Maliestraat 50. Prijzen op 01/09/2015 en geldig tot 30/10/2015. Volkswagen Finance is een commerciële benaming van D’Ieteren Lease n.v. en van Volkswagen D’Ieteren Finance n.v. D’Ieteren Lease NV (FSMA 20172A) is een niet verbonden agent van P&V Verzekeringen (FSMA 0058) en een onder-agent van Allia Insurance Brokers (FSMA 11420A). Afgebeeld model weergegeven met betalende opties.


WHAT

LEREN OP DE WERKPLEK Meer dan vroeger hebben de beleidsmakers veel aandacht voor alternerend leren en werken. De voordelen van leren op de werkplek zijn legio: op onderwijsvlak vormt het een remedie tegen vroegtijdige schoolverlating. En dankzij de inschakeling op de arbeidsmarkt draagt het stelsel bij tot de daling van de werkloosheidsgraad bij jongeren. Ten slotte wordt de mismatch tussen aanbod en vraag kleiner. De manier waarop alternerend leren en werken in de praktijk wordt toegepast, neemt verschillende vormen aan. Hieronder geven we enkele voorbeelden uit verschillende sectoren. OP DE WINKELWERKVLOER – COMEOS

De leden van Comeos, de Belgische Federatie van de handel en diensten, nodigen leerkrachten mét hun leerlingen uit in de winkels voor werkplekleren. Eerst lopen de leerkrachten enkele dagen stage in de winkel zodat ze het reilen en zeilen leren kennen. Dan geven zij op hun beurt les in de winkel. Op die manier leren leerkrachten en leerlingen hoe een winkel vandaag de dag wordt gerund. Onder begeleiding van hun leerkracht oefenen de jongeren op echte apparatuur en met echte klanten. De winkels kunnen zich beter inleven in de schoolrealiteit. Het project loopt al een zestal jaar en bereikt jaarlijks zo’n 60 scholen (250 leerlingen, 60 leerkrachten). www.comeos.be HOUT VASTHOUDEN MAG! – FEDUSTRIA

In de hout- en meubelsector kunnen de ondernemingen via het jongerenmagazine ‘Hout Vasthouden mag!’, een initiatief van het OpleidingsCentrum Hout, hun aanbod aan schoolstages, werkervaringsplaatsen, alternerend leren en vakantiejobs communiceren aan de jongeren. Elke jongere die een houtopleiding volgt, ontvangt het tijdschrift tweemaal per jaar. ‘Hout Vasthouden mag!’ is intussen aan de derde jaargang toe en bereikt per editie 8.500 leerlingen/ cursisten verspreid over 235 scholen en opleidingsinstellingen. www.och-cfb.be/houtvasthoudenmag BEDRIJFSINLEVING – AGORIA

Sinds 2012 zet de Federatie Wallonie-Bruxelles, samen met Agoria, proefprojecten op voor bedrijfsinleving (of immersie) voor leerlingen uit het 5e en 6e jaar middelbaar van het technisch onderwijs. Sinds de lancering sloten al meer dan 50 bedrijven van verschillende omvang zich aan bij het programma. Dat loopt momenteel voor de volgende studierichtingen: technicus productiemachines, elektricien-automaticien, mecanicienautomaticien, technicus elektronica en technicus informatica…

22 REFLECT MEER JOBS VOOR MEER JONGEREN

AVOGADRO – ESSENSCIA

Bij essenscia lopen verschillende projecten rond werkplekleren/ duaal leren in zowel secundair en hoger onderwijs als met werkzoekenden. Zo loopt er specifiek voor het hoger onderwijs het ‘Avogadro’-project (genoemd naar de Italiaanse scheikundige uit de 19de eeuw) in samenwerking met Talentenfabriek. Een selectie laatstejaarsstudenten van de professionele bachelor procestechnologie van twee Vlaamse hogescholen brengt vier dagen per week door in een chemiebedrijf en volgt enkel nog op vrijdag les op de hogeschool. Ze leggen dezelfde examens af als hun collega’s die het ‘normale’ traject volgen. Het project gaat dit academiejaar (2015/2016) voor de derde keer van start. www.essenscia.be/nl/PressRelease/Detail/13417 JONGERENPLAN – FEBELFIN

Binnen het ‘Jongerenplan 2014-2015 ‘ bieden de sociale partners van de banksector een alternerend opleidingstraject aan werkloze jongeren (jonger dan 26). De deelnemers krijgen de kans om de kennis, skills en certificatie te verwerven die momenteel in de financiële sector vereist zijn voor de functie van ‘front office medewerk(st)er’. Het traject combineert specifieke opleidingsprogramma’s (klassikale opleidingen en e-learning) en bedrijfsstages en duurt vier maanden. Twee maanden wordt de jongere opgeleid in de Febelfin Academy, het opleidingscentrum van de banksector, en twee maanden gaat hij of zij als stagiair aan de slag in een bank die zich in het Jongerenplan heeft ingeschreven. www.jongerenplan-banksector.be/pdf/opleidingsplan.pdf BACHELOR RETAILMANAGEMENT – COMEOS

In nauwe samenwerking met Comeos ontwikkelde de Hogeschool Gent een bacheloropleiding retail via duaal leren. De bedoeling is jongeren met een duidelijk ‘praktische’ ingesteldheid naar de functie van winkelmanager te leiden. De studenten lopen drie weken school en drie weken werkplekleren in een winkel. En dat gedurende drie jaar. Van de 17 die in 2014 afstudeerden, vonden er 14 onmiddellijk een job. De studenten lopen elk jaar stage in een andere winkel. Een 100-tal bedrijven neemt deel aan het initiatief. De keuze voor student en stageplek wordt tijdens een speeddating voorbereid. Op het einde van de rit behalen de studenten een bachelordiploma retailmanagement. www.comeos.be


WHAT

HELPENDE HAND VOOR ONDERWIJS ALTERNEREND LEREN IN HET HOGER ONDERWIJS – AGORIA

Sinds 2011 ontwikkelde zich onder impuls van Agoria in het hoger onderwijs van de Franse gemeenschap een nieuw pedagogisch traject: alternerend leren. Dat wordt ingericht door de hogescholen op masterniveau (voor de Agoria-sector, de master in productiebeheer en de master in het beheer van de algemene diensten). De evaluatie van de ‘duale’ masters is globaal genomen positief. Ze maakt technologische richtingen aantrekkelijker, meer jongeren treden toe tot het hoger onderwijs en het systeem werkt als springplank naar de arbeidsmarkt.

De sectorfederaties reiken het onderwijs een helpende hand en delen hun kennis en knowhow bij de voorbereiding en het opstellen van nieuwe leerplannen, alsook bij het ontwikkelen van opleidingen. Ook de leerkrachten worden niet uit het oog verloren. Zo waken de federaties erover dat de competenties gelijke tred houden met de meest recente evoluties. Ook apparatuur en opleidingsinfrastructuur worden met onderwijs gedeeld. FEDUSTRIA

Samen met Fedustria bracht de Hogeschool Gent haar bacheloropleiding textieltechnologie grondig in lijn met actuele noden van textielbedrijven. Dat gebeurde in dialoog tussen docenten en productieverantwoordelijken uit verschillende textielondernemingen. Het actieprogramma ‘Hout Vasthouden’ stelt lessenpakketten ter beschikking van leerkrachten uit het 5e of 6e jaar basisonderwijs en de 1e graad secundair onderwijs (www.houtvasthouden.be). De pakketten werden in overleg met leerkrachten opgesteld zodat ze voldoen aan de kwaliteitsvereisten van de eindtermen. Elk jaar opnieuw ontvangen de geïnteresseerde leerkrachten een up-to-date pakket waarmee de leerlingen in de klas aan de slag kunnen. In het schooljaar 2014/2015 werd door de scholen materiaal aangevraagd voor zo’n 4.000 leerlingen. In vijf jaar tijd bereikte Fedustria met deze actie 40.000 leerlingen. Om de kwaliteit van het houtonderwijs te verbeteren, organiseert de sector bedrijfsbezoeken en opleidingen specifiek voor leerkrachten uit het houtonderwijs. Op die manier versterkt het de competenties van leerkrachten en dat komt ook de leerlingen ten goede. Bovendien krijgen leerkrachten de mogelijkheid om opleidingen te volgen uit het sectoraal opleidingsaanbod voor werknemers. Jaarlijks tekenen ongeveer 200 leerkrachten in op deze opleidingen. CONFEDERATIE BOUW

Het Fonds voor de Vakopleiding in de Bouwnijverheid (fvb) is overtuigd dat bekwame, gemotiveerde leerkrachten de toekomst van jongeren in de bouwsector verzekeren. Het is van essentieel belang dat de leerkracht de technische en organisatorische evoluties beheerst. Daarom voorziet het fvb in gratis leerkrachtenopleidingen, waarvan jaarlijks zo’n 400 leerkrachten gebruikmaken. Bovendien kunnen scholen gratis up-to-date handboeken downloaden. Ten slotte ging in 2014 het leerplatform ‘Building Your Learning’ online (www.buildingyourlearning.be). Deze digitale en interactieve bibliotheek wil het gebruik van eigentijdse bouwopleidingen bevorderen. De leerkrachten vinden er lesondersteunende inhoud die aansluit op de bouwrealiteit en op de vernieuwde leermethode van de jongere.

23


WHAT

ONDERNEMERS VOOR DE KLAS ESSENSCIA

Heel wat opleidingen vereisen specifieke apparatuur. Voor scholen is de aankoop vaak financieel niet haalbaar. Sectoren beschikken daarentegen over eigen opleidingscentra met hoogtechnologische trainingsapparatuur waarvan hogescholen alleen kunnen dromen. Daarom stelt essenscia haar sectorale opleidingsinfrastructuur zoveel mogelijk open voor leerlingen uit het secundair onderwijs. Helemaal gratis dankzij de steun van de sectorale vormingsfondsen en de regionale technologische centra. In de Se-n-Se-studierichting chemische procestechnieken bijvoorbeeld vinden 7 opleidingsdagen, die normaliter in de school moeten doorgaan, plaats in het sectorale opleidingscentrum. De voorbije vijf jaar is het aantal studenten in deze studierichtingen verdrievoudigd (van 50 naar 150). Daarnaast rustte de sector verschillende secundaire scholen uit met performante infrastructuur voor kunststofverwerking (extrusiemachines, spuitgietmachines…). AGORIA

ANTTEC en LIMTEC, twee provinciale opleidingscentra van de technologische industrie, organiseren opleidingen voor studenten van de 3e graad uit technische richtingen. Daarbij gebruiken ze state-of-the-artapparatuur voor onderhoudstechniek en industriële automatisering. Zo volgden in 2014 liefst 1.150 leerlingen een opleiding bij ANTTEC. Beide opleidingscentra richten zich ook op leerkrachten van technisch onderwijs om hun kennis aan te scherpen. Bovendien wordt de infrastructuur ook ter beschikking gesteld van scholen zelf zodat leerkrachten op school les kunnen geven of testen uitvoeren. Dit alles in samenwerking met de RTC’s (Regionaal Technologisch Centrum). Het Brusselse competentiecentrum Iris Tech+ doet hetzelfde voor de Brusselse regio in samenwerking met het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.

24 REFLECT MEER JOBS VOOR MEER JONGEREN

Met een belangrijke studie- of beroepskeuze in het vooruitzicht worstelen jongeren met heel wat vragen. Wat verwachten bedrijven van afgestudeerden? Welke vaardigheden zijn noodzakelijk om in een bedrijf succesvol mee te draaien? Wat betekenen ondernemerschap en ‘ondernemer zijn’ nu precies? Niets zo spannend én leerrijk als die vragen persoonlijk aan enthousiaste ondernemers en bedrijfsleiders te stellen! Verschillende sectoren brengen bedrijfsleiders voor de klas. CEO’s van technologische bedrijven gaan in opbouwende discussie met studenten in secundaire scholen en hogescholen rond de toekomst van technologie en de aantrekkelijkheid van studies technologie. Op die manier verstevigt de bedrijfswereld de contacten met het onderwijsveld en de leerlingen en krijgen de leerlingen op hun beurt een realistisch beeld van de verwachtingen van het werkveld. Het belang dat de bedrijfswereld hecht aan de juiste arbeidsattitude en de ondernemende competenties voor de uitbouw van een loopbaan, is voor veel leerlingen een eyeopener. Leerkrachten bevestigen trouwens dat dergelijke initiatieven aanleiding zijn voor een meer bewuste studiekeuze bij de jongeren. Het is uitermate belangrijk dat leerlingen aan de vooravond van hun studiekeuze over de meest uitgebreide kennis en informatie beschikken om op een gefundeerde manier een keuze te kunnen maken. De kans om in dialoog te gaan met professionals uit het bedrijfsleven is dan ook een uitstekende gelegenheid om te proeven van het bedrijfsleven en een bewuste studie- of beroepskeuze te maken. ONDERNEMERS VOOR DE KLAS – ESSENSCIA

Vlajo (Vlaamse Jonge Ondernemingen) en essenscia blikken tevreden terug op een succesvolle 5e editie van ‘Ondernemers voor de Klas’, hét grootste onderwijsproject tussen enerzijds het laatste jaar secundair en hoger onderwijs én anderzijds bedrijven in Vlaanderen. Liefst 350 ondernemers en bedrijfsprofessionals, waarvan 40 bedrijfsleiders uit de sector chemie, kunststoffen en life sciences, stonden voor de klas. Goed voor 550 gastlessen en een bereik van meer dan 10.000 leerlingen uit het secundair onderwijs en studenten uit het hoger onderwijs. Behalve de jongeren helpen bij hun nakende studie- of beroepskeuze wil het initiatief ondernemende jongeren warm maken om een eigen onderneming te starten. www.vlajo.org/index.php?MId=288


We create and turn into reality motivational work environments Corporate Housing

www.dc-d.eu


WHAT

AAN DE SLAG De VBO-sectorfederaties leveren heel wat inspanningen om de aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt te optimaliseren en de samenwerking tussen scholen en bedrijven te versterken. En dat vanaf het lager onderwijs waar vaak spelenderwijs de interesse van de jongeren wordt gewekt en ze hun talent(en) leren ontdekken door te proeven van wat de sectoren bieden. Verder in de schoolloopbaan wordt de aanpak minder speels. Stages, hands-on opleidingen met eigentijdse en moderne apparatuur en infrastructuur (en leerkrachten die de meest recente technologie beheersen) laten de jongeren aan den lijve ondervinden en leren wat hun toekomstige job zal inhouden. Uiteindelijk breekt dan het grote moment aan: tijd om echt aan de slag te gaan. Vaak zijn dankzij het voortraject al heel wat contacten gelegd. Toch zorgen de sectorfederaties nog voor specifieke initiatieven, zoals doelgerichte websites, jobevents en bedrijfsbezoeken. CONFEDERATIE BOUW

Om laatstejaarsleerlingen in het bouwonderwijs goed voor te bereiden op de arbeidsmarkt, krijgen ze via campusacties allerhande informatie over de bouwsector en zijn arbeidsmarkt. Via een persoonlijke aanpak begeleidt het fvb de jonge krachten naar een job die bij hun competenties past. En er is nazorg mogelijk mocht blijken dat verdere opleidingen nodig zijn. FEDUSTRIA

Textielondernemingen van Fedustria kunnen op de website www.wildvantextiel.be gratis hun vacatures plaatsen. ESSENSCIA

De federatie organiseert in samenwerking met de POM-Antwerpen het ‘We are chemistry’-jobevent, een jaarlijkse jobbeurs, specifiek voor de sector, met als motto ‘Meet the pro’s, find the job’. www.wearechemistry.be AGORIA

Agoria organiseert in samenwerking met de Karel de Grote-Hogeschool in Antwerpen en de Universiteit Antwerpen een jobspeeddate ‘Automotive’. www.agoria.be

26 REFLECT MEER JOBS VOOR MEER JONGEREN

Met ‘Go2Work’ (http://agoria.be/nl/Go2Work-10527-1) organiseert de federatie bedrijfsbezoeken voor ingenieursstudenten en professionele bachelors uit een techn(olog)ische studierichting. Het project bereikt jaarlijks zo’n 1.500 studenten. Het overzicht maakt duidelijk dat de muren tussen onderwijs en ondernemingen langzaam maar zeker worden gesloopt. Het binaire tijdperk met aan de ene kant onderwijs en aan de andere kant de bedrijfswereld is gelukkig al een tijd voorbij. Sectorinitiatieven dragen bij tot het afstemmen van de opleidingen op de actuele noden van de bedrijven. Federaties helpen leerkrachten de meest recente technische en organisatorische evoluties bij te benen en stellen specifieke apparatuur en hun hoogtechnologische opleidingscentra ter beschikking van scholen. Ondernemers komen voor de klas getuigen en maken jongeren bewust van de noodzakelijke vaardigheden richting succesvolle loopbaan enz. Ondanks alle inspanningen blijft de mismatch tussen vraag en aanbod de arbeidsmarkt beheersen en de tewerkstellingskansen van jongeren hypothekeren. Vandaag komt het erop aan onze deuren nog meer voor elkaar open te stellen zodat kennen en kunnen elkaar versterken.


Thuis sorteren we bijna perfect. Samen kunnen we dit succesverhaal ook naar de werkplek uitbreiden. Want het sorteren van PMD is sinds kort verplicht in Vlaamse en Brusselse bedrijven. Fost Plus, het Belgische beheersorganisme voor huishoudelijk verpakkingsafval, ondersteunt daarom bedrijven bij het opstarten of optimaliseren van de PMD-inzameling. Kijk snel op SorterenOpHetWerk.be voor advies, nuttige tips en gratis communicatiemateriaal.

Samen > Goed sorteren > Beter recycleren


“STEEDS MEER JONGEREN VERDWIJNEN VAN DE RADAR” Luc Sels (KU Leuven) en Bruno Van der Linden (FNRS & UCL)


WHO Laat twee arbeidseconomen hun inzichten over jongerentewerkstelling ventileren en op tafel gooien: scarring effects, de waarde van hard vs. soft skills, duaal en levenslang leren, ervaring opbouwen, de groeiende groep van NEETs, de zin van een minimumloon, ondernemerschap… De grootste bezorgdheid van beide professoren? De groeiende groep jongeren die van de radar verdwijnen.

I

Europa definieert een werkende jongere als ‘elke jongere tussen 15 en 24 die één uur betaalde arbeid per week verricht’. Is dat niet heel eng en breed tegelijk? Luc Sels (LS): “Die definitie maakt het op zijn minst mogelijk om evoluties te volgen, met inbegrip van combinatieprofielen. Denk aan werk- of jobstudenten. Het valt op dat de groep werkende jongeren in België (volgens de Europese definitie) de voorbije 30 jaar daalde van 45% naar zo’n 30% vandaag. Dat is een logisch gevolg van de toegenomen scolarisatiegraad. Tweede opvallende vaststelling: met 30% scoort ons land een stuk lager dan het gemiddelde binnen de EU-15, dat nog altijd 45% bedraagt. Dat gemiddelde daalde de voorbije jaren licht vanwege de ‘hiding-out’* van jongeren die hun intrede op de arbeidsmarkt uitstellen en langer studeren om aan de werkloosheid te ontsnappen.”

Bruno Van der Linden (BVDL): “Jongeren zijn niet meer of minder belangrijk dan andere categorieën werklozen. Toch verdienen ze bijzondere aandacht omdat talrijke wetenschappelijke studies aantonen dat jongeren die bij het begin van hun loopbaan voor een lange periode werkloos zijn of slechts sporadisch aan de slag kunnen, daar op lange termijn negatieve gevolgen van dragen. Bijvoorbeeld op het vlak van inzetbaarheid, inkomensontwikkeling…, de zogenaamde ‘scarring effects’. LS: “Jongeren die op de arbeidsmarkt komen – zelfs al vinden ze werk – in periodes van hoge jeugdwerkloosheid starten gemiddeld met een lager loon. Dat zet zich door op middellange en lange termijn. Een tweede effect is het grotere risico op terugval in de werkloosheid. En daarnaast toont psychologisch onderzoek aan dat jongeren die lange periodes werkloos zijn, een hogere body mass index (BMI) hebben, er ongezondere voedingsgewoontes op nahouden, evasief vrijetijdsgedrag vertonen, enz. Die effecten zijn vooral sterk bij jongeren die zonder kwalificatie het onderwijs verlaten en bij kansengroepen.” * Ierland is een mooi voorbeeld van de ‘hiding-out’-problematiek. Toen de Ierse crisis haar piek bereikte, steeg ook de hiding-out met bijna 20%. Die jongeren vind je niet terug in de jeugdwerkloosheidscijfers, maar zitten verdoken in het onderwijs. Hidingout is zowel een reactief als een proactief effect op de toename van jeugdwerkloosheid, waarbij bepaalde groepen anticiperen op de jeugdwerkloosheid. In plaats van in de werkloosheid te belanden, blijven ze in andere vormen van inactiviteit of scholing hangen. In België speelt dat effect ook, maar in mindere mate. ** S. Baert, O. Rotsaert, D. Verhaest and E. Omey (2015), ‘A Signal of Diligence? Student Work Experience and Later Employment Chances’. IZA discussion paper No. 9170, IZA, Institute for the Study of Labor, Bonn.

KWALIFICATIES. HARD vs. ZACHT

I

Is een jongere die al tijdens zijn studies werkt, beter gewapend voor een vlotte intrede op de arbeidsmarkt? LS: “Hierover bestaat – in Vlaanderen althans – weinig gedocumenteerd onderzoek, maar we proberen het te stimuleren door het duaal leren te versterken in het technisch en beroepsgeoriënteerd onderwijs. Of in het hoger onderwijs door studierelevante bijbanen aan te bieden (vormen van arbeid die in het verlengde liggen van de studies. Lees meer in het hoofdstuk ‘Werk maken van jongerentewerkstelling’ p. 38). Op die manier hopen we de transitie naar de arbeidsmarkt te vergemakkelijken.”

BVDL: “Het is een ingewikkeld vraagstuk. Werken tijdens de vakantiemaanden is nog wat anders dan werken tijdens het schooljaar. Stages lopen is niet hetzelfde als bijverdienen. Een studie van de universiteit van Gent** suggereert in ieder geval heel duidelijk dat er in Vlaanderen geen positief verband bestaat tussen de werkervaring van een studerende jongere (waarmee niet stages, maar veeleer bijklussen wordt bedoeld) en de kansen om uitgenodigd te worden voor een sollicitatie. Deze studie zet dus vraagtekens bij de wijdverbreide opvatting dat één van de problemen van de jongeren zou zijn dat ze te weinig beroepservaring opdoen tijdens hun studies.”

I

Focust de maatschappij vandaag de dag niet te veel op de hard skills? Zijn talent en soft skills niet even belangrijk voor een succesvolle tewerkstelling en loopbaan? BVDL: “Ik denk dat, historisch gezien, de kwalificatie van jongeren bijna uitsluitend werd benaderd vanuit het aspect studieniveau en studierichting. Dat verklaart deels de situatie, in die zin dat er duidelijk een sterk verband is tussen werkloosheidsrisico en studieniveau. Dit verband is bovendien subtiel. Mensen met soms hoge studieniveaus vinden niet gemakkelijk werk in hun vakgebied en ‘dumpen’ zich op lager gekwalificeerde arbeidsmarkten waardoor ze, in cascade, grotere problemen veroorzaken voor de lager geschoolden. Een deel van het probleem van de laaggekwalificeerden of laaggeschoolden ontstaat dus door de concurrentie van hogergeschoolden op hun markt. Recent krijgen ook een hele reeks andere persoonlijke karakteristieken aandacht en groeit het bewustzijn dat hoe belangrijk 29


WHO het diploma ook is, zelfvertrouwen, communicatievaardigheid, doorzettingsvermogen… even fundamenteel zijn.” LS: “Ik hoor werkgevers vaak beweren: “Wij houden niet langer rekening met het diploma”. Toch vrees ik dat het diploma meer dan ooit tevoren doorslaggevend is bij de intrede op de arbeidsmarkt. Naargelang meer jongeren hooggeschoold zijn, wordt het niet-hebben van een diploma een forsere handicap. Toen mijn ouders op de arbeidsmarkt kwamen, was verder studeren geen evidentie, vaak voorbehouden tot begoede gezinnen en een gevolg van afwegingen binnen het gezin. De oudste mocht bijvoorbeeld verder studeren. Toen had je bij die laaggeschoolden ongetwijfeld vaak heel getalenteerde mensen. Vandaag is de kleinere kern van de laaggeschoolden en ongekwalificeerde uitstromers wellicht veel vaker gekenmerkt door minder capaciteiten en vaardigheden. Die groep is uiterst gevoelig voor scarring effects.”

DE GROEP WERKENDE JONGEREN IN BELGIË DAALDE DE VOORBIJE 30 JAAR VAN 45% NAAR ZO’N 30% VANDAAG

BVDL: “Spreken van HET probleem van de jongeren is niet verkeerd. Zelfs een hoog opgeleide jongere die start kan immers bepaalde moeilijkheden ondervinden in vergelijking met iemand die al ervaring heeft. Maar de kern van de zaak is dat het probleem van de jongeren een probleem van specifieke subgroepen is. We moeten vermijden om over de jongeren te spreken alsof ze een homogene groep vormen. Dat is volkomen verkeerd.” LS: “Bruno wijst terecht op de risico’s van het debat. We praten te snel over ‘verloren generaties’, alsof jongeren een homogene groep vormen. Daarnaast benaderen we de jongerentewerkstelling te vaak vanuit de aanbodzijde. De wortels van de jeugdwerkloosheid liggen niet alleen bij de jongeren, het onderwijs… maar zijn vaak conjunctuurgebonden en crisisgerelateerd. Jeugdwerkloosheid heeft bovendien te maken met de relatieve prijs van arbeid en de loonkostenproblematiek. Wie de twee kanten van het verhaal uit het oog verliest, culpabiliseert al snel hetzij de jongeren, hetzij de systemen die de jongeren naar de arbeidsmarkt moeten leiden. Jeugdwerkloosheid is uitermate conjunctuurgevoelig en een gevolg van het ‘last in, first out’-principe.”

ROL VAN HET ONDERWIJS I Op welke manier kan het onderwijs bijdragen tot oplossingen? LS: “Het onderwijs kampt met een aantal structurele problemen. Zo discussieert Vlaanderen nu al jaren over de meest geschikte leeftijd waarop een jongere zijn specialisatie moet kiezen. Uit vergelijkingen met andere OESO-landen leer ik dat hoe later je die keuze maakt, hoe beter die steunt op de intrinsieke motivatie en ambities van de jongere en op zijn inzichten in de gevolgen van die keuze. Dat vind ik belangrijker dan praten over scenario’s van gedwongen studiekeuzes. Vrije studiekeuze vind ik fundamenteel op voorwaarde dat het een geïnformeerde keuze is die bewust kan gebeuren. Een tweede probleem is het overzitten – België behoort tot de kopgroep binnen de 30 REFLECT MEER JOBS VOOR MEER JONGEREN

OESO. Een jaar overdoen betekent dat de jongere objectief in de mogelijkheid komt om 18 jaar te worden zonder een diploma te behalen en dus ongekwalificeerd uit te stromen. Bovendien zijn er nauwelijks indicaties dat een jaar zittenblijven leidt tot betere vervolgopleidingen, hogere tewerkstellingskansen, enz. Dat zijn twee problemen waarvoor we snel knopen moeten doorhakken.” BVDL: “Wat Luc zegt, kan nog sterker worden doorgetrokken naar het Franstalige onderwijs, waar al decennia lang veel wordt verwacht van het duaal leren. Merk op dat dit bij de landen met een goed uitgewerkt systeem van alternerend leren zit verankerd in een eeuwenoude traditie met een historisch platform, waarop zij dit complex systeem hebben kunnen uitbouwen. Duaal leren impliceert een sterke tussenkomst van de overheidssector, zoniet worden de bedrijfsopleidingen te heterogeen. Daarom zijn subsidies en duidelijke statuten noodzakelijk. De sociale partners moeten mee investeren en overtuigd zijn van de zin van duaal leren. Bovendien is het essentieel dat die opleidingen worden erkend en gecertificeerd. De complexiteit van een dergelijk model is in de eerste plaats geen probleem van middelen, maar een beheerprobleem.”

I

Maar desalniettemin blijft u voorstander van de mogelijkheden van duaal leren? BVDL: “We moeten rekening houden met twee dimensies. Het is onaanvaardbaar dat er bepaalde studierichtingen zijn die niet leiden tot competenties, tot mogelijkheden om zich via werk te integreren. Daar moeten dus dingen veranderen. Tegelijk moeten we goed begrijpen


WHO

dat het onderwijs een algemene doelstelling heeft die veel ruimer is dan ten dienste staan van de arbeidsmarkt. De leerkrachten zijn zich bewust van die ruimere dimensie, nl. de vorming van burgers, mensen die een verstandige stem moeten uitbrengen, die over een ethisch oordeelsvermogen moeten beschikken, enz. De verstandige weg ondersteunt beide dimensies. In discussies over het onderwijs of opleiding van werklozen bestaat het risico dat men focust op cijfers en snelle oplossingen. Zo verdwijnen de mensen uit de werkloosheidsregisters en de statistieken. Belangrijker is dat we verder kijken en de mensen voorbereiden zodat ze het hoofd kunnen bieden aan de schokken die ze op middellange termijn zullen moeten opvangen, in plaats van ze op te leiden in functie van de kortetermijnbehoeften van de arbeidsmarkt.” LS: “100% mee eens. Tegelijk vind ik dat er nog te weinig ‘partnership’ bestaat tussen onderwijskringen en arbeidsmarktactoren. Het is opmerkelijk hoe in Vlaanderen het departement onderwijs lange tijd op zijn absolute autonomie is blijven staan, terwijl vanuit werkgeverskringen dan weer een te instrumentele visie op onderwijs is gehanteerd. Pas sinds enkele jaren merk ik een verschuiving en wordt er nauwer samengewerkt. Toch blijf ik absoluut voorstander van de vrije studiekeuze, ook al bieden bepaalde studies op het eerste gezicht geen directe arbeidsmarktkansen. Het is van belang om binnen die niet-marktgeoriënteerde opleidingen ook in een aanbod ‘voorbereiding op de arbeidsmarkt’ te voorzien. Dat ontbreekt vandaag. Dergelijke schakels tussen onderwijs en arbeidsmarkt kunnen 32 REFLECT MEER JOBS VOOR MEER JONGEREN

de doorstromingskansen aanzienlijk versterken. Zo weet de jongere wat de uitstroommogelijkheden zijn, welke competenties de werkgevers eisen… Op dat vlak moet er nog gigantisch veel werk worden geleverd.”

I

We kunnen toch niet voorspellen hoe de arbeidsmarkt er binnen 15 jaar zal uitzien? LS: “Net daarom vind ik dat we erg voorzichtig moeten handelen. Het onderwijs is uitermate heterogeen. Wat geldt voor opleiding A, geldt niet voor B of C. Een sterk beroepsgeoriënteerde opleiding kun je onmogelijk vergelijken met een academische opleiding. Daarom geloof ik heel sterk dat de investering in bredere competenties (zelfstandigheid, redzaamheid, kritisch en analytisch vermogen, openheid voor verandering en levenslang leren…) minstens zo belangrijk is als de directe inzetbaarheid. Hoe vaak worstelen jongeren niet met het feit dat ze na het eerste sollicitatiegesprek worden afgerekend op hun direct inzetbare kennis en kunde? Die aanpak getuigt van een kortetermijnvisie.”

I Wordt levenslang leren een absolute voorwaarde? LS: “Ik hoor het u graag zeggen. Vlaanderen heeft zo’n complex overaanbod aan systemen om opleiding te stimuleren, dat het niet wordt gebruikt. Ik geloof meer in een loopbaanconcept waarin gedacht wordt in loopbaanjaren die je moet verrichten in plaats van aan pensioenleeftijd, waarin zuurstofverlof wordt opgespaard dat groeit naarmate je langer werkt en dat strikter gekoppeld wordt aan her-


WHO

HET PROBLEEM VAN DE LAAGGESCHOOLDEN IS VOOR EEN STUK TE WIJTEN AAN DE CONCURRENTIE VAN HOGER GESCHOOLDEN BINNEN DAT SEGMENT OP DE ARBEIDSMARKT

“HET FEIT DAT EEN JONGERE VANDAAG DE DAG WERKLOOS IS, KAN OOK NEGATIEVE LANGETERMIJNEFFECTEN HEBBEN, DE ZGN. ‘SCARRING EFFECTS’” Prof. Bruno Van der Linden, UCL bronning. Die aanpak vraagt een heel andere visie op hoe we loopbanen zien in de toekomst. En overstijgt de pure investering in opleidingsaanbod.”

NOT IN EMPLOYMENT, EDUCATION OR TRAINING (NEET)

I

De kansengroep NEET (tussen 18 en 24 jaar) groeit. Om en bij 10% in Vlaanderen, 15% in Wallonië en 20% in Brussel. Is dat de echt verloren generatie? LS: “Ik kan me niet van de indruk ontdoen dat we het onszelf moeilijker en erger aan het maken zijn. Het is alsof we hopen dat de kat zelfstandiger zal worden als we ze verder van de melk zetten. Dat bereiken we met alle nieuwe regels inzake de beroepsinschakelingstijd

en -uitkering, toch? (meer daarover in het hoofdstuk ‘Werk maken van jongerentewerkstelling’, p. 38). Door het moment waarop de jongeren recht krijgen op een uitkering almaar uit te stellen, vrees ik dat ze zich nog meer gaan afkeren van de arbeidsmarkt. En dat ze uiteindelijk zelfs van de radar van de arbeidsbemiddelingsdiensten zullen verdwijnen. De groep van NEETs baart mij het meeste zorgen, in die mate dat ik me zelfs afvraag of we niet juist het omgekeerde moeten doen. En op één of andere manier uitkeringen vroeger moeten toestaan, waardoor die jongeren minder afhankelijk worden van hun thuismilieu (waar ook vaak de oorzaak ligt van hun probleem en heel zelden de oplossing). De probleemgroep van NEETs blijft groeien. Dat is het signaal dat we nog sneller moeten ageren met onze werkervarings- en kwalificatietrajecten. Snelheid is een uiterst cruciale factor bij jeugdwerkloosheid: snelheid van remediëring, snelheid van hulp en ondersteuning aanbieden, zonder daarbij afhankelijkheid te creëren.” BVDL: “De jongeren die het onderwijssysteem verlaten, zouden beter snel een kleine uitkering krijgen. We spreken niet van 800 euro per maand, maar van 200-250 tot 300 euro, en niet zonder tegenprestatie natuurlijk. Op die manier kunnen de publieke arbeidsbemiddelingsdiensten snel contact maken met die jongeren en is het risico kleiner dat hun inspanningen om werk te vinden, dalen naarmate er meer tijd verstrijkt. Het is m.i. dus contraproductief om de toekenning van een uitkering uit te stellen. Bovendien zie ik nog een andere dimensie. Zelfs in een klimaat van bezuinigingen en budgettaire besparingen 33


WHO “MEER LOOPBAANDENKEN IN HET ONDERWIJS KAN ZEKER GEEN KWAAD” Prof. Luc Sels, KU Leuven

door de overheid moeten we alle kleine organisaties die op het terrein actief zijn, in stand houden en zelfs versterken. Zij staan immers in nauw contact met jongeren die, ondanks een uitkering van 200 euro, niet noodzakelijk naar de VDAB of naar Forem of Actiris zullen stappen.”

GELOOF NIET TE SNEL DAT DEMOGRAFISCHE EFFECTEN AUTOMATISCH DEELS DE JEUGDWERKLOOSHEID KUNNEN HELPEN OPLOSSEN

VERANTWOORDELIJKHEID & ONDERNEMERSCHAP

I

Moeten de jongeren zelf niet meer verantwoordelijkheid krijgen en dragen? Kijken we niet te vaak, te snel naar de overheid, het onderwijs en de ondernemingen? BVDL: “De attitudes en de situaties van de jongeren zijn heel verschillend en ik heb de indruk dat er snel in karikaturen wordt gesproken. Ofwel sloven ze zich allemaal uit en is de wereld tegen hen, ofwel doen de jongeren niet genoeg. Wij hebben in ieder geval de indruk dat een deel van onze jeugd heel actief is. Dat blijkt bijvoorbeeld uit de evaluatiegesprekken over de inspanningen die jongeren leveren om werk te zoeken tijdens hun inschakelingstijd. Zo’n 80% van de evaluaties in 2014 was positief.” LS: “Ik ben alvast heel optimistisch over wat ik ervaar binnen het universitair onderwijs. De huidige generatie neemt tal van initiatieven en dat werkt aanstekelijk. Er heerst een soort bedrijvigheid die ik bij de vorige generaties niet zag. Komt die gedrevenheid uit de jongeren zelf, of wordt ze gestimuleerd door het systeem? Ik weet het niet. Belangrijker is de vraag: laten we jongeren op elk onderwijsniveau voldoende reflecteren over wat ze willen bereiken met hun opleiding? Een student boekhouden kan bij wijze van karikatuur een jaar lang vakken in accountancy volgen zonder te weten wat een accountant eigenlijk doet. En toch willen we niet te dirigistisch zijn in het bepalen van de ‘future selfs’ (de toekomstbeelden die de jongere voor zichzelf maakt). De jongere moet zelf leren nadenken over de zin of onzin van zijn opleiding voor zijn toekomst. Het onderwijs op zijn beurt ziet opleidingen vandaag nog te veel als een optelsom

34 REFLECT MEER JOBS VOOR MEER JONGEREN

van vakken en te weinig als levensproject waarin de jongere leert om het doel zelf te formuleren. Meer loopbaandenken in het onderwijs kan zeker geen kwaad.” I In welke mate biedt ondernemerschap een uitweg richting job? LS: “Een eigen bedrijf starten is een kanaal als een ander om de arbeidsmarkt te betreden. Maar we mogen ons niet blind staren op de succesverhalen. Het is zeker geen structurele oplossing voor de jeugdwerkloosheid. Wie succesvol wil zijn als ondernemer moet over een minimum aan juiste talenten en kwalificaties beschikken. Ook hier zijn de competenties de scherprechter tussen werkloosheid en werk. Ondernemerscoöperatieven zoals incubatiecentra kunnen een katalysator vormen om jongere werklozen intensief te begeleiden naar het ondernemerschap. Kortom, ondernemerschap is een weg, maar niet meteen weggelegd voor de grote groep van laaggekwalificeerde jongeren die in de werkloosheid verzeilen.” BVDL: “Het beleid dat de werklozen helpt om zelfstandig te worden, levert geen positieve resultaten op. Ofwel beschik je over een aantal kenmerken waardoor je het in ieder geval gaat redden, ofwel heb je die niet. Tijdelijke subsidies brengen geen zoden aan de dijk.”

MINIMUMLOON ALS MOTOR

I

Hoe staan jullie tegenover het minimumloon als incentive voor jongerentewerkstelling? BVDL: “Met een voldoende hoog minimumloon wil men tegelijk incentives geven om jobs te aanvaarden en vermijden dat (jonge) laaggekwalificeerden in armoede leven (als ze kinderen ten laste hebben bijvoorbeeld). Maar dan nog moeten er


In de exponentiĂŤle snelheid van de vooruitgang liggen kansen

Grijp ze en laat uw ideeĂŤn toetsen door onze ervaren relatiebeheerders en specialisten. Neem een kijkje op cpb.bnpparibasfortis.be en contacteer een echte strategische partner.

V.U.: A. Plaetinck, BNP Paribas Fortis NV, Warandeberg 3, 1000 Brussel, RPR Brussel, BTW BE0403.199.702


WHO PRIORITAIRE MAATREGELEN voor die jongeren jobs voorhanden zijn. Men heeft de neiging om te focussen op de ene doelstelling en minder op de andere. De arbeidskosten zijn essentieel om voldoende jobs te kunnen creëren voor laaggekwalificeerden, en in het bijzonder de jongeren onder hen. Gelet op de hoge sociale bijdragen van de werkgevers (tot op vandaag ook nog altijd voor de lage lonen) en het hoge minimumloon in vergelijking met andere landen is dit een acuut probleem. Het probleem van de arbeidskosten van de laaggeschoolden staat centraal in de problematiek. Bovendien moet de koopkracht van de lage lonen worden ondersteund met maatregelen als een grotere vermindering van persoonlijke sociale bijdragen of, zoals dat in de Angelsaksische wereld bestaat, met ‘earned income tax credits’ (wanneer iemand een laagbetaalde job aanvaardt, wordt zijn inkomen aangevuld). Zelf denk ik dat, rekening houdend met de verschillende dimensies, de sociale partners ongelijk hadden door de degressiviteit van het minimumloon (gewaarborgd gemiddeld minimum maandinkomen) naargelang de leeftijd niet te behouden.” LS: “Ik sluit me daar graag bij aan.”

ROL ONDERNEMINGEN

I

Op welke manier kunnen ondernemingen hun houding en aanpak bijsturen in het belang van de jongerentewerkstelling? LS: “Er is duidelijk nood aan een meer arbeidsmarktbewust HR-beleid. Dat moet veel meer een afspiegeling van de arbeidsmarkt zijn. Makkelijker gezegd dan gedaan natuurlijk. Ik kan enkel voor Vlaanderen spreken, waar het aantal vacatures die minstens twee tot vijf jaar ervaring eisen jaar na jaar toeneemt. Je zou verwachten dat het tij keert in periodes van extreme schaarste, maar niets daarvan.”

I

Bedrijven zijn nu eenmaal onderworpen aan een economische dynamiek, toch? LS: “Inderdaad, maar toch kijk ik die groeiende eis naar ervaring met lede ogen aan. Het betekent concreet dat de schoolverlaters altijd met een handicap op de arbeidsmarkt komen. Ik ben er niet van overtuigd dat mensen met ervaring altijd zo’n geweldige ‘pay-off’ realiseren. Een tweede knelpunt is het tekort aan volwaardige stageplaatsen. Bedrijven verwachten dat het onderwijs zich meer openstelt voor het bedrijfsleven, maar dan moeten ze even snel voldoende stageplaatsen aanbieden. Ook zij moeten een stuk verantwoordelijkheid opnemen binnen ons onderwijsmodel. Sommige ondernemingen doen dat schitterend, andere minder.”

REFLECT vroeg beide arbeidseconomen welke maatregelen prioritair moeten worden genomen om de jongerentewerkstelling fundamenteel aan te pakken. Op een rij: U Op een structurele manier de arbeidskosten voor de werknemers met lage lonen blijven drukken om zo meer vraag naar laaggekwalificeerde arbeid te creëren. Aangezien het om werknemers met lage lonen gaat, zullen de eerste begunstigden voor een deel jongeren en vrouwen zijn en zullen sommige sectoren meer betrokken zijn. Het effect van dergelijke lastenverlagingen op de tewerkstelling hangt sterk af van de precieze manier waarop ze worden uitgewerkt. U Drop-outs en vertraging van studie (overzitten) vermijden, vooral in het middelbaar onderwijs, om op die manier de ondergekwalificeerde uitstroom te verminderen. U Het model van werkloosheids- en inschakelingsuitkeringen bij jongeren herzien. Zoals het vandaag gebeurt, zien we meer en meer jongeren van de radar verdwijnen. En dat is allerminst de bedoeling. Voor de rest hopen op een structurele conjunctuuropleving, want dat is en blijft de motor voor jobcreatie.

“HET ONDERWIJS HEEFT EEN ALGEMENE DOELSTELLING DIE VEEL RUIMER IS DAN PUUR TEN DIENSTE TE STAAN VAN DE ARBEIDSMARKT” Prof. Bruno Van der Linden, UCL

BVDL: “Je hoort ook dat een grote groep oudere werknemers de arbeidsmarkt gaat verlaten waardoor er meer kansen komen voor jongeren om aan de slag te gaan. Dat is geen gewonnen zaak, laat staan een automatisme. Wie zegt dat die vertrekkende werknemers vervangen zullen worden? En staan die jongeren wel klaar om ze te vervangen? Laten we niet te snel geloven dat de demografische effecten automatisch een gedeeltelijk antwoord op het probleem van de jeugdwerkloosheid zullen bieden. De meeste studies over grote demografische schokken in de geschiedenis zijn heel voorzichtig. Sommige suggereren zelfs dat er helemaal geen verband bestaat tussen die demografische schokken en indicatoren zoals de werkloosheidsgraad.”

Tijdens het interview raakten beide professoren nog een aantal andere thema’s aan. De ruimte ontbrak om ze in deze REFLECT te publiceren. De integrale versie van het dubbelinterview kunt u lezen op www.youngtalentinaction.be

36 REFLECT MEER JOBS VOOR MEER JONGEREN


World‘s First. Blue

75%

Tot energiebesparing.

Rittal nv/sa Industrieterrein E17/3206 - Stokkelaar 8 - 9160 Lokeren T 09 353 91 11 - F 09 353 68 62 - info@rittal.be - www.rittal.be


WERK MAKEN VAN JONGERENTEWERKSTELLING


HOW

We kunnen het niet voldoende herhalen: de jongerentewerkstelling is een maatschappelijke uitdaging waarop ook ons land moet inzetten. Verschillende actoren spelen daarbij een complementaire rol: jongeren, overheid en sociale partners, ondernemingen en onderwijs. Het voorbije decennium werd de problematiek meermaals en vanuit de meest uiteenlopende invalshoeken in kaart gebracht. De tijd is rijp om het onderzoek om te zetten in daden, actie te ondernemen. Er bestaan geen mirakeloplossingen, maar voorstellen om beter te doen dan vandaag zijn er wel.

Op 1 oktober 2015 organiseerde het VBO samen met de sectorfederaties, beleidsmakers en betrokken stakeholders het Forum ‘Young Talent in Action’. Daarvoor mobiliseerde het meer dan 1.000 jongeren (van 17 tot 27 jaar) en 1.000 bedrijfsleiders, onderwijsexperts, beleidsmakers en beslissers. Doel? Samen naar oplossingen zoeken om de competenties en het talent van de toekomstige generaties maximaal te ontplooien en kansen te geven op de arbeidsmarkt. Drie vragen stonden centraal op het Forum: 1. Hoe kunnen we de bruggen tussen onderwijs en arbeidsmarkt hechter maken om geen talent onderbenut te laten of te verliezen? 2. Hoe kunnen ondernemingen en onderwijs beter samenwerken om de kwaliteit van opleidingen te verbeteren en jongeren kansen te bieden om hun arbeidsrelevante competenties te versterken? 3. Wat zijn de sleutelremedies op het vlak van arbeidsmarkthervormingen die jongerentewerkstelling een boost kunnen geven? De voorstellen en oplossingen zijn het resultaat van grondig voorbereidend werk. Onder meer door ruim 100 experts uit verschillende geledingen (sectorale en regionale werkgeversorganisaties, onderwijs, arbeidsbemiddeling, arbeidsmarkt, bedrijfsleven, academici, jongerenorganisaties, vakbonden…) die het VBO in juni 2015 in werkgroepen rond de tafel bracht. En de inbreng van een steekproef van 30 jongeren uit uiteenlopende opleidingsniveaus en studierichtingen die een hele namiddag onder het thema ‘Make it Work’ hun visie en mening toelichtten. Meer over die voorbereidende workshops leest u op www.youngtalentinaction.be en op ons Facebook-event ‘Young Talent in Action’.

Jongerentewerkstelling is zoals gezegd een gedeelde en complementaire verantwoordelijkheid van verschillende actoren. Vanzelfsprekend kan het belang van onderwijs niet onderschat worden. Essentieel is de efficiënte aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt om geen talent on(der)benut te laten. Jongeren zinvol oriënteren is daarbij funda-

JONGERENTEWERKSTELLING IS EEN GEDEELDE EN COMPLEMENTAIRE VERANTWOORDELIJKHEID VAN JONGEREN, OVERHEID EN SOCIALE PARTNERS, ONDERNEMINGEN EN ONDERWIJS menteel. Zorg dragen dat ze een goede studie- en schoolkeuze maken op basis van de eigen talenten en met kennis van zaken van de arbeidsmarkt en de performantie van de scholen. Ook leerkrachten kunnen muren helpen slopen tussen onderwijs en arbeidsmarkt. De combinatie van leren en werken, gesteund op een intelligente samenwerking tussen scholen en bedrijven, stimuleert en faciliteert dan weer de inschakeling op de arbeidsmarkt. 39


HOW Op hun beurt spelen de overheid en de sociale partners een sleutelrol in het arbeidsmarktbeleid, zowel op federaal als – sinds de laatste staatshervorming – op regionaal niveau. Zo is het de bevoegdheid van de deelstaten om het duaal leren te organiseren. Andere instrumenten waarover de regio’s beschikken, zijn de RSZ-kortingen voor een slim doelgroepenbeleid en het activerend arbeidsmarktbeleid door de bemiddelingsdiensten. Federaal moet worden ingezet op flexibel arbeidsrecht en een responsabiliserende werkloosheidsverzekering. Hoeft het nog gezegd dat ook onze ondernemingen als (toekomstige) werkgever betrokken partij zijn? Hun rol als werkgever situeert zich vooral op het einde van de schoolloopbaan bij de aanwerving wanneer de jongeren hun eerste stappen zetten op de arbeidsmarkt. Maar ook al vroeger in het traject leveren ondernemingen inspanningen. Denk maar aan studentenjobs en stages tijdens de opleiding. Of nog, aan ondernemers die voor de klas staan of werknemers van bedrijven die opleidingen helpen moderniseren. In het hoofdstuk ‘De sectorfederaties in actie’ (p. 16) geven we een bloemlezing van initiatieven die de ondernemingen en de sectorfederaties nemen om de tewerkstellingskansen van jongeren te maximaliseren. Tot slot moeten ook de jongeren zelf (én hun ouders) hun verantwoordelijkheid nemen. Werken aan zelfkennis, eigen talenten ontdekken, leergierig zijn, doelgericht studeren, andere talen leren, zich openstellen voor technologie, initiatief nemen, zich niet laten afschrikken van inspanningen, niet passief afwachten, maar uitkijken naar kansen en die grijpen, aan de slag gaan als jobstudent, zich inzetten op stage, werken aan attitudes, oog hebben voor evoluties op de arbeidsmarkt, verstandige keuzes maken in functie van talent en rekening houdend met de realiteit op de arbeidsmarkt, leren leren om zich gedurende de hele loopbaan te kunnen aanpassen… Tijdens de workshops die het VBO met de jongeren en de experts organiseerde en de plenaire zittingen op het Forum, werd een 40 REFLECT MEER JOBS VOOR MEER JONGEREN

rist voorstellen gelanceerd om de competenties en het talent van de toekomstige generaties te helpen ontplooien en maximaal kansen te geven op de arbeidsmarkt. Hieronder gaan we dieper in op een aantal waardevolle en haalbare pistes.

1.

AANSLUITING ONDERWIJSARBEIDSMARKT

De heersende mismatch tussen vraag en aanbod op de arbeidsmarkt kent veel oorzaken. Ongekwalificeerde uitstroom is er één van en moet vanzelfsprekend zoveel mogelijk worden vermeden. Die uitstroom is echter niet louter een probleem van laag- of ongeschoolde jongeren. Want veel jongeren zijn wel degelijk gekwalificeerd, maar hun vaardigheden stroken niet altijd met de competenties waar de ondernemingen op zoek naar zijn of de arbeidsmarkt nood aan heeft. Resultaat: vacatures raken moeilijk of niet ingevuld en tegelijk geraken jongeren niet aan de slag, een hoogst ongelukkige paradox. Die kwalitatieve mismatch (zie ook de figuur op p. 45) wordt best vanaf de vroege schoolbanken bestreden. Dat betekent allerminst dat het onderwijs louter ten dienste moet staan van de arbeidsmarkt of het bedrijfsleven. Onderwijs is zoveel meer dan dat. Niettemin kan er niet worden voorbijgegaan aan het feit dat alle actoren baat hebben bij een geoliede aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt. 1.1. LEREN ZINVOL KIEZEN De kans op een zinvolle job start met de juiste studiekeuze, een opleiding die de jongeren aanspreekt op hun interesses, sterktes en talenten. Keuzebekwaamheid is belangrijk. Jongeren moeten zelf met kennis van zaken hun keuze kunnen maken. Die kennis betekent zowel zelfkennis (in hoeverre zijn ze zich bewust van hun eigen talenten en interesses?) als een basiskennis van de arbeidsmarkt (kennen ze de knelpuntberoepen?). Jongeren moeten hun eigen talenten zo vroeg mogelijk leren ontdekken tijdens hun schoolloopbaan. Vandaar het voorstel om ze in kaart te brengen aan de hand van een competentieportfolio of talentenpaspoort. Zo’n paspoort kan in eerste instantie jongeren en hun ouders gedurende de schooltijd continu feedback geven over de evolutie van die vaardigheden. Dankzij die mapping en dat inzicht kunnen de studiebegeleiding en -oriëntering versterkt worden en is een studiekeuze mogelijk die optimaal matcht met het profiel van de jongere. Tegelijk is er nood aan meer transparantie inzake de kansen die studierichtingen bieden op de arbeidsmarkt. Trouwens, er is niets mis met het oriënteren naar competenties, vaardigheden en STEM-richtingen die de arbeidsmarkt en de bedrijfswereld zoeken en die tegelijk de inzetbaarheid en tewerkstellingskansen van onze jongeren verhogen. Wel integendeel. Jongeren sensibiliseren rond de impact van hun keuze op hun tewerkstellingskansen is belangrijk en creëert een win-win voor de jongeren, ondernemingen én de samenleving. Meer transparantie over drop-outcijfers, doorstroom- en tewerkstellingsresultaten van


HOW studierichtingen én van scholen en universiteiten helpt daarbij. Hoe beter de jongeren zichzelf en hun eigen sterktes leren kennen en tegelijk weten welke jobs welke vaardigheden vereisen, hoe groter de kans op een waardevolle match. Op het expertenforum werd voorgesteld om studierichtingen niet alleen te monitoren, maar ook permanent te evalueren op hun relevantie voor de arbeidsmarkt en desgevallend bij te sturen. Er is nood aan afstemming tussen het opleidingsaanbod (de inhoud van de curricula) en de realiteit van de arbeidsmarkt van vandaag én morgen. Arbeidsbemiddelaars en werkgeversorganisaties hebben daar een klare kijk op, en dat zonder daarom het opleidingsaanbod te willen verengen tot maatwerk voor de arbeidsmarkt. Bij het opmaken van opleidingsprofielen kijken we bovendien best zo ver mogelijk vooruit naar de trends die op de arbeidsmarkt afkomen. Een tool voor arbeidsmarktprognose komt hier zeker van pas. 1.2. ARBEIDSRELEVANTE ERVARING OPBOUWEN De arbeidsbemiddelaars zijn natuurlijke bondgenoten om jongeren inzichten over kansen op de arbeidsmarkt bij te brengen. Terzelfder tijd kunnen ze jongeren helpen hun sollicitatietechnieken aan te scherpen, iets waar jongeren heel duidelijk vragende partij voor zijn. De bemiddelaars moeten een structurele plaats krijgen in de scholen, al dan niet in synergie met andere actoren, zoals werkgeversorganisaties. Samen met de onderwijsinstanties kunnen ze bepalen op welke competenties en attitudes moet worden ingezet in functie van de arbeidsmarkt en het ondernemerschap van morgen. Laat de bemiddelaars meteen ook leerlingen begeleiden bij het zoeken naar een arbeidsmarktrelevante (zomer)stage of studentenjob in lijn met hun studies of interesses. Alle verworven ervaring en sociale vaardigheden kunnen vervolgens worden vermeld in het talentenpaspoort (zie hierboven). Om vraag en aanbod van stages beter te helpen matchen, zou het zinvol zijn om afspraken te maken om alle gegevens overzichtelijk per regio in een databank samen te brengen. 1.3. HET VAK ‘ARBEIDSMARKTKENNIS’ IN LERARENOPLEIDING Behalve aan de leerlingen en studenten is het volgens de experts ook aan de leerkrachten om bij te dragen tot het slopen van de muren tussen onderwijs en arbeidsmarkt. Zo lanceerden ze het voorstel om een vak ‘arbeidsmarktkennis’ in te voeren in de lerarenopleiding. Op die manier krijgen de leerkrachten in spe beter voeling met wat op de arbeidsmarkt leeft. Ze slagen er dan ook in om de sterktes van jongeren doelgerichter te koppelen aan de opportuniteiten van de arbeidsmarkt. Een ander voorstel was het doorbreken van de lineaire leerkrachtenloopbaan. Leerkrachten zouden de kans moeten krijgen om bedrijfsstages te lopen of ervaringsprojecten te volgen op de private arbeidsmarkt. De integratie van dergelijke stages tijdens de duur van de volledige lerarenloopbaan kan worden aangemoedigd via positieve stimuli. Hetzelfde geldt voor de medewerking van de ondernemingen. En waarom niet meer loopbanen creëren die deeltijds lesgeven combineren met deeltijds werken in de private sector?

EEN TALENTENPASPOORT BRENGT DE STERKTES VAN DE JONGEREN IN KAART

GEZOCHT: STUDENT MARKETING VOOR VASTE BIJBAAN IN ANTWERPEN De faculteit Economie en Bedrijfswetenschappen van de KU Leuven werkt nauw samen met een HR-specialist in een model om studenten op weg te helpen naar de juiste job. Studenten worden, als ze dat willen, begeleid in hun zoektocht naar een studierelevante, vaste bijbaan aangepast aan hun profiel (sterktes en competenties) en specialisatie. Zo slaat de student drie vliegen in één klap: hij leert zijn persoonlijk profiel beter kennen, kan relevante ervaring opdoen (dat staat sterk op zijn cv) en verdient een cent bij. Met een sterk cv, een goed onderbouwde motivatie en een relevante werkervaring maakt elke student een vliegende start op de arbeidsmarkt! Info: https://feb.kuleuven.be/leuven/ student/arbeidsmarkt/randstad/ randstad#Info

41


HOW 1.4. ONDERNEMINGSZIN STIMULEREN Ondernemingen creëren welvaart. Ook hier draagt ons onderwijs een verantwoordelijkheid om samen met de andere actoren de ondernemingszin te helpen stimuleren. Het is daarbij van belang dat leerlingen in aanraking komen met doorgewinterde ondernemers en hun ervaringen in de praktijk. Vandaar de vraag van de jongeren en de experts om de leerkrachten en schooldirecties aan te moedigen om meer nog dan vandaag al gebeurt ondernemerschapsinitiatieven binnen de scholen op te zetten en een vak ‘ondernemen’ aan te bieden aan alle laatstejaarsstudenten.

2.

LEREN EN WERKEN

Onderwijs en ondernemingen moeten buddy’s worden en meer en beter samenwerken. Waarom niet elke school zijn buddy-bedrijf en omgekeerd? Praktijklessen in bedrijven, werken met nieuwe machines en technologie en ondernemers voor de klas… allemaal initiatieven die de opleidingskwaliteit verbeteren en de arbeidsrelevante competenties versterken. In het hoofdstuk ‘De sectorfederaties in actie’ (p. 16) kon u zich al laten inspireren door de talrijke initiatieSTUDIEGERELATEERDE ven die de sectorWERKERVARING federaties samen VERZILVERT HET TALENT, met de onderwijswereld op VERRIJKT HET CV EN touw zetten.

ZORGT VOOR BETERE DOORSTROMING NAAR EEN JOB

Studiegerelateerde werkervaring verzilvert het talent, verrijkt het cv en zorgt voor betere doorstroming naar een job. Alternerend leren en werken versterkt de kruisbestuiving. Met als grote troef dat het meer arbeidsmarktkansen biedt dan de beroepsopleidingen in het voltijdse dagonderwijs, net omwille van de duidelijke praktijkervaring.

42 REFLECT MEER JOBS VOOR MEER JONGEREN

De transitie van school naar werk vaart wel bij een leerlingenstelsel dat werkplekleren van hoge kwaliteit garandeert. In het hoofdstuk ‘Waarom het talent van jongeren valoriseren?’ (p. 6) stelden we vast dat België op dat vlak ondermaats presteert. Ons land moet nog heel wat inspanningen leveren om dit stelsel uit te bouwen. Alternerend leren is niet het onderwijs van de laatste kans, het is geen vangnet voor jongeren geplaagd door ‘schoolmoeheid’. Neen. Het moet een opleidingstraject worden evenwaardig aan dat van andere voltijdse opleidingen, inclusief het aanleren van sleutelcompetenties voor maatschappelijk functioneren en levenslang leren. Doorstroming naar het hoger onderwijs moet altijd mogelijk blijven. We moeten dus af van het Belgische watervalsysteem – van algemeen onderwijs tot bijzonder onderwijs – waar men duaal leren beschouwt als een inferieure vorm van onderwijs, waar het systeem lager staat op de mentale hiërarchische ladder. Enkel zo kunnen we gemotiveerde, bekwame en arbeidsmarktrijpe jongeren voor de duale trajecten winnen en het bestaande watervalsysteem keren. Idealiter wordt het stelsel verankerd in alle geledingen van het onderwijs, ook bij meer prestigieuze opleidingen, wat het aanzien globaal zal verhogen. Daarbij is eenvoud de regel. De huidige wirwar van opleidingen en stages, telkens met specifieke regels en verplichtingen, logge administratie en weinig transparantie, schrikt werkgevers af. Waarom ze niet herleiden tot hooguit enkele doelgerichte stelsels? Het gaat de goede richting uit. Op advies van de sociale partners is de federale sokkel van sociale rechten intussen reeds geharmoniseerd. Dat statuut vormt een stevig fundament. De regionalisering biedt een uitgelezen kans om verder te vereenvoudigen en het werkplekleren een boost te geven. Regionale zusterorganisaties van het VBO trekken intussen hard aan die kar. Het Duitse systeem dat in de Oostkantons volop navolging kent, kan inspiratie bieden.

3.

NAAR EEN MEER DYNAMISCHE ARBEIDSMARKT

Jongeren zijn vaak de eerste slachtoffers van een slechte conjunctuur en een rigide arbeidsmarkt, maar plukken gelukkig ook de eerste vruchten van een heropleving. Een dynamische arbeidsmarkt die efficiënt functioneert, biedt de beste garantie voor jongeren om werk te vinden. Maatregelen voor meer ondernemerschap en competitiviteit bevorderen bovendien groei en werkgelegenheid. Dus ook de tewerkstelling van jongeren. 3.1. MODERN EN FLEXIBEL ARBEIDSRECHT Geen dynamische arbeidsmarkt zonder een modern en flexibel arbeidsrecht, dat aanwervingen en mobiliteit niet afremt, wel integendeel. Vandaag de dag wordt vlotte mobiliteit nog te veel gehinderd. Zo worden mensen met een job (de ‘insiders’) uitzonderlijk goed


A=1 A=17/:3 D3@973H7<53< D3@973H7< D3@9 73H7<53< 53< $ D3@B@=CE=> =<H39<=E6=E =`UO\WaSS`bce]\RS`\S[W\UW\[SW $a]QWOZSdS`YWShW\US\/ZaRObh]WaVSZ^S\eWXcVWS`U`OOU[SS6SbD0=]`UO\WaSS`b!aS[W\O``SSYaS\R]]`VSS\ RSVSZSdS`YWShW\Ua^`]QSRc`S(W\]Yb]PS` #d]]`ROUF$W\XO\cO`W $\Sbd„„` ROUFS\W\[SW $\Sb\OROUG7\‰e`SUW] 6SbD0=VSSTbSS\c\WSYW\T]`[ObWSS\Sf^S`bWaS^OYYSbcWbUSeS`YbRObPSabOObcWb !`SSYaS\W\bS`OQbWSdSaS[W\O`aSS\P`]QVc`SS\·/:3@B¸\WSceaP`WSdS\ HWX\^`WXaYeOZWbSWbadS`V]cRW\UWa]\YZ]^POO` =\bRSY]^RSSS`abSW\bS`OQbWSdSaS[W\O`aRSeSbbSZWXYS\WSceWUVSRS\bS\]^hWQVbSdO\  S\T`WaceYS\\WadO\VSbSS`abSUSRSSZbSdO\RS^`]QSRc`SS\dO\RSPOaWaPSU`W^^S\ ]^=\aR]SZWacRcWRSZWXYbS[OYS\V]ScRShSeSbUSdW\UQ]\Q`SSbW[^ZS[S\bSS`bW\ce ]\RS`\S[W\UEO\\SS`ceW\aQV`WXdW\Ue]`RbPSdSabWURY`WXUbcbSdS\aRS[]USZWXYVSWR ]\aced`OUS\R]]`bSa^SZS\BWXRS\aRS^`SaS\bObWSadO\RSSf^S`bae]`RS\RWSRO\ ]^USVSZRS`R([SbRShSW\bS`OQbWSdSW\abSSYPS\bc\]UR]SZb`STTS\RS`USV]Z^S\ , , , ,

2]\RS`ROU& #dO\!c!b]b%c]^VSbD0=0`caaSZ ;OO\ROU' #dO\!c!b]b%cW\/\beS`^S\ E]S\aROU  #dO\'cb]b c!W\5S\b ;OO\ROU $ #dO\!c!b]b%cW\6OaaSZb

A=1 7/:39 D3@< 73H7 53< $

D0=

D]ZZSRWU^OYYSbdO\RS A]QWOZSdS`YWShW\US\ $ 0SabSZ]\[WRRSZZWXY]^]\hSaWbS( eeedP]PS,3dS\ba ,A]QWOZSdS`YWShW\US\ $

;SS` W\T]


HOW beschermd. Dat doet de arbeidsmarkt dichtslibben. De Belgische strikte ontslagbescherming is vooral nadelig voor ‘outsiders’, zoals langdurig werklozen en jongeren. Een dynamische arbeidsmarkt daarentegen houdt mensen niet gevangen in jobs, maar biedt hen de mogelijkheid zich verder te ontplooien en nieuwe uitdagingen aan te gaan, waardoor ze gemotiveerd blijven. Op die manier blijven mensen zich ontwikkelen, doen ze ervaring op, scherpen ze hun competenties en talenten aan. Gewapend met die stevige bagage kunnen ze aankloppen bij een werkgever die op zoek is naar die specifieke competenties en talenten. Dankzij die mobiliteit komt er een werkplek vrij bij de voormalige werkgever. Een nieuwe kracht kan er aan de slag of er komt ruimte voor interne mobiliteit. Op die manier wordt de huidige mismatch deels afgebouwd. Een dynamische arbeidsmarkt biedt ook meer kansen aan de outsiders aan de rand van de arbeidsmarkt. Of aan jongeren bij de start van hun loopbaan. Flexibiliteit en dynamiek zijn voorwaarden om een efficiënte doorstroming van werkloosheid/inactiviteit naar werk te realiseren. Het nieuwe eenheidsstatuut arbeiders/bedienden liet hier kansen liggen. Erger nog, het afschaffen van de proeftijd is een betreurenswaardige beslissing, want het vormt een bijkomende rem op aanwervingen. Dat moet op tafel komen bij de evaluatie van het eenheidsstatuut. 3.2. LAGERE LASTEN OP ARBEID Wetenschappers zijn het eens dat hoge minimumlonen een uiterst nadelige invloed hebben op de werkgelegenheid van laaggeschoolde jongeren. Uit internationale vergelijkingen blijkt dat de kosten om in België een 20-jarige tewerk te stellen tot de hoogste behoren in de wereld. Dat heeft te maken met ons hoog brutominimumloon én met de hoge sociale lasten op die lonen – op sectoraal vlak zijn de minimumlonen zelfs nog hoger. De loonkosten stijgen tot ver boven de productiviteit uit en vormen een hoge drempel voor de tewerkstelling van jongeren, in het bijzonder de lager gekwalificeerden onder hen. De algemene lastenverlaging op federaal niveau is een eerste stap in de goede richting. De verdere vermindering van de lasten op arbeid voor de ondernemingen in het kader van de tax shift zijn in elk geval goed voor de competitiviteit. En hoe competitiever de ondernemingen, hoe beter voor de groei van onze economie en voor de jongerentewerkstelling. Bijkomend aan het federale loonkostenbeleid stellen de experts voor om een specifiek doelgroepenbeleid te voeren. Zo wordt het dan bijvoorbeeld mogelijk om de werkgeversbijdragen op het loon van jongeren nog extra te verminderen. Sinds de zesde staatshervorming zijn de regionale sociale partners en overheden bevoegd voor dit doelgroepenbeleid. Aan hen de opdracht om hier dringend verder werk van te maken op maat van de regio.

44 REFLECT MEER JOBS VOOR MEER JONGEREN

EEN DYNAMISCHE ARBEIDSMARKT BIEDT MEER KANSEN AAN DE JONGEREN AAN DE RAND VAN DE ARBEIDSMARKT

4.

ACTIEF ARBEIDSMARKTBELEID

Geen dynamische arbeidsmarkt zonder een actief arbeidsmarktbeleid. Een vlotte aansluiting onderwijs-arbeidsmarkt is voor iedereen een winsituatie. Voorkomen is beter dan genezen. Maar loopt het toch ergens mis, dan is het aan de arbeidsmarktactoren om bij te sturen. Zo vereist de Europese ‘youth guarantee’ dat alle jongeren jonger dan 25 jaar binnen de vier maanden nadat ze werkloos werden of het formele onderwijs verlieten, een degelijk aanbod krijgen voor een baan, een voortgezette scholing, een plaats in het leerlingstelsel of een stage. Onder meer de instapstages, een relancemaatregel van de federale regering en verder concreet ingevuld door de regio’s, waren daarvan een concrete uitwerking in ons land. De regionale bemiddelingsdiensten helpen verder de kwalitatieve mismatch (zoals hierboven onder punt 1 beschreven) te remediëren door vorming en opleiding aan de werkzoekenden aan te bieden. Sinds de zesde staatshervorming hebben de gewesten zowel de wortel (begeleiding) als de stok (controle) van de activering in eigen handen. In een context van vergrijzing zal de vervangingsvraag en daarmee het aantal vacatures sterk toenemen de komende jaren. Dit schept kansen, maar is geen automatische oplossing van de jongerenwerkloosheid. Activering is een must om die zgn. kwantitatieve mismatch te counteren. Zeker voor de lagergeschoolde jongeren is een intensieve begeleiding aangewezen van bij de start van de werkloosheid. De staatshervorming moet vervolgens toelaten om de controle op het zoeken naar een job efficiënter te organiseren. Daarbij moet er worden over gewaakt niet aan effectiviteit van de controle in te boeten. Activeren betekent ook aanzetten om desnoods verder van huis werk te zoeken. Die geografische mismatch speelt trouwens niet alleen binnen, maar ook tussen de gewesten. Een goede samenwerking tussen de regionale bemiddelingsdiensten is cruciaal. De werkloosheidsuitkeringen blijven dan weer een federale aangelegenheid. In tegenstelling tot in andere Europese landen krijgen Belgische jongeren recht op een werkloosheidsuitkering op basis van hun studies, de zgn. ‘wachtuitkeringen’. Die uitkeringen zijn dus niet gebaseerd op arbeid. Tot voor kort kon een jongere tot 30 jaar (!) aanspraak maken op de wachtuitkering en na 9 maanden ‘wachten’ een werkloosheidsuitkering krijgen onbeperkt in de tijd (t.t.z. tot aan de pensioenleeftijd). Kortom, het was dus mogelijk om zonder te werken een leven lang een uitkering te genieten. Dat systeem was uniek in Europa.


HOW PARADOX: JONGEREN ZONDER JOBS, JOBS ZONDER JONGEREN

GEOG RAFIS CHE MOBIL ITEIT

G/ RIN IE E AT TIV AC BCRE O J

Aanbod competenties werkzoekenden stemt niet overeen met vraag competenties vacatures

Te weinig/te veel werkzoekenden t.o.v. aanbod vacatures

AFSTEMM

ING

Gebrek mobiliteit tussen (sub)regio met meer werkzoekenden en (sub)regio met meer vacatures

KWANTITATIEVE

De regering Di Rupo I begreep dat het systeem hervormd moest worden. Wachtuitkeringen werden beroepsinschakelingsuitkeringen. De naamsverandering stond voor activeren en controle op de inspanningen om werk te vinden. Onvoorwaardelijke uitkeringen onbeperkt in de tijd werden ongedaan gemaakt. De wachttijd – voortaan inschakelingstijd – werd verhoogd tot 12 maanden. De regering Michel I verlaagde bovendien de instroomleeftijd tot 25 jaar. Bleef tot voor kort behouden: de voorwaarde om uitkeringsgerechtigd te worden was dat de jongere zijn studies had ‘voleindigd’ (zonder de vereiste om geslaagd te zijn). Ook hier paste de regering Michel I onlangs een mouw aan door het recht op inschakelingsuitkeringen te koppelen aan een diplomavereiste. Het recht op een uitkering houdt immers ook plichten in. Bovendien is het duidelijk – zonder te vervallen in diplomafetisjisme – dat het behalen van een kwalificatie van belang is voor een goede start op de arbeidsmarkt. Het met succes afwerken van een alternerende opleiding geldt trouwens ook als een rechtverlenende kwalificatie.

GEOGRAFISCHE MISMATCH

KWALITATIEVE

De kansen op de arbeidsmarkt zijn recht evenredig met de juiste kwalificaties. Laat ons daarom opnieuw de band tussen de rechtopenende studies en de arbeidsmarkt herstellen, luidt ons voorstel. Alleen arbeidsmarktgerichte studies openen dan nog het recht op uitkeringen. Anders gezegd, de onderwijskeuze blijft vrij, maar de jongeren worden aangesproken op de gevolgen van hun keuze. Dat moet een geïnformeerde keuze zijn, zoals we hierboven al beklemtoonden. Vanzelfsprekend blijft het belangrijk dat de bemiddelingsdiensten extra inzetten op de NEETs (‘Not in Education, Employment or Training’, zie het hoofdstuk ‘Waarom het talent van jongeren valoriseren?’, p. 6) en uitgevallen jongeren (de zgn. drop-outs). Mits wat creativiteit en samenwerking met de talrijke organisaties die dicht bij die jongeren staan en werken, moeten de regionale diensten ook zonder de inschakelingsuitkering als lokmiddel die jongeren kunnen bereiken en activeren. 45


HOW

5.

WAT KUNNEN ONDERNEMINGEN DOEN?

Dat was de centrale vraag aan de jongeren op de workshop ‘Make it Work’. Hun boodschappen waren duidelijk:

Q Q Q Q Q Q Q Q Q Q Q

breng ons in contact met uw bedrijf tijdens onze studie; bied bedrijfsbezoeken, stages en vakantiejobs aan; kom naar buiten met succesrijke stageverhalen, ook van moeilijke doelgroepen; valideer onze competenties en attitudes tijdens onze stages en vakantiejobs in ons talentenportfolio; stel vacatures meer to the point op. Geef duidelijke en transparante informatie over de openstaande job; gebruik moderne kanalen en sociale media om jongeren te bereiken; kijk verder dan alleen het diploma, focus niet uitsluitend op de ‘hard skills’. Heb oog voor de competenties die tijdens de studies ontwikkeld zijn. Heb een neus voor talent; organiseer de sollicitatieprocedure met het oog op aantrekken van jong talent. Wees wat milder met de ingangseisen; werk mee aan jobbeurzen die rond talenten of zelfs diploma’s zijn opgebouwd in plaats van rond bedrijven; durf wat risico nemen, kies eens voor andere profielen, voor diversiteit en mensen met een andere etnische achtergrond; investeer in een degelijk onthaalbeleid, mentoren, coaches en loopbaanplanning.

De jongeren vroegen bovendien aan de ondernemers om te komen getuigen over ondernemerschap. Inspirerende rolmodellen zijn belangrijk. Waarom ook niet eens een les laten geven in uw bedrijf en uw medewerkers over hun job laten vertellen? Heel opvallend was de roep van de jongeren om komaf te maken met de vicieuze cirkel van de ervaringsvereisten (het gros van de vacatures vereist twee jaar relevante ervaring). Jongeren zonder werkervaring krijgen moeilijk een baan, maar zonder job kunnen ze geen werkervaring opdoen. Vandaar de oproep aan de werkgevers: ‘Stop seeking experts; hire future experts’. Een hele boterham en een uitdaging voor HR-verantwoordelijken om hier (nog meer) op in te zetten. Dat valt bij het VBO niet in dovemansoren. De werkgeversorganisatie neemt het engagement om hier verder voor te streven in het kader van het natraject van het Forum. We willen de werkgevers aansporen om alle jongeren kansen te geven. Elke vorm van talent moet worden benut. We zullen onze jongeren immers hard nodig hebben om de krapte op de arbeidsmarkt – die nog aanzienlijk zal toenemen door de economische groei en de vergrijzing – op te lossen. Binnen zijn bevoegdheden en mogelijkheden

46 REFLECT MEER JOBS VOOR MEER JONGEREN

zal het VBO ijveren om de voorstellen op tafel te leggen en in dialoog te realiseren. Heel wat leden-sectorfederaties en ondernemingen leveren trouwens al flink wat inspanningen om de jongeren zo goed mogelijk te steunen, reeds vanaf de lagere school tot de eerste werkervaring. Daarover leest u meer in het hoofdstuk ‘De sectorfederaties in actie’ (p. 16). Al die initiatieven zijn voorbeelden die navolging verdienen. Het VBO zal samen met de sectorfederaties samenwerken om dat engagement nog te versterken. Tot slot ondersteunt het VBO zijn regionale zusterorganisaties bij de (voor)genomen initiatieven om de jongerentewerkstelling te bevorderen.

WERKGEVERS: STOP SEEKING EXPERTS; HIRE FUTURE EXPERTS

6.

WELKE VERANTWOORDELIJKHEID DRAGEN DE JONGEREN?

De jongeren mogen uiteraard niet verwachten dat alle kansen hen zomaar op een zilveren schaal worden aangereikt. Voor wat, hoort wat. Ook zij hebben – en willen, zo bleek uit de workshop – verantwoordelijkheid. Om zich optimaal te informeren bijvoorbeeld. Hun keuzes goed te overwegen en een pad op lange termijn uit te stippelen om hun doel te bereiken. Ze toonden de vastberaden wil alles op alles te zetten om een job te vinden. Ze zijn bovendien bereid niet te moeilijk te doen over een eerste tewerkstelling en op een intelligente manier de geboden opportuniteiten als springplank te gebruiken om door te groeien en hun inzetbaarheid te versterken. Jongeren beseffen bovendien heel goed dat solliciteren een kunst is die tijd vergt. En dat ze hun kansen op de job kunnen versterken wanneer ze hun aanbod stevig en doordacht voorbereiden. Door daarbij zowel hun hard als soft skills en hun reeds verworven ervaring (al dan niet in lijn met hun opleiding) in de verf te zetten. Ze onderkennen het belang van sociale competenties en soft skills. En om die ervaring en knowhow aan te scherpen, staan ze allerminst afkerig tegenover vrijwilligerswerk of burgerdienst. Ten slotte gaven de jongeren ook aan dat ze bereid zijn om zich flexibel op te stellen en risico’s willen nemen buiten bekend terrein – weg van onder de kerktoren. Heel goed beseffend dat je niet te snel mag opgeven en jezelf moet blijven motiveren en volharden.


VERDIENT UW ONDERNEMING DE BELGIAN BUSINESS AWARD FOR THE ENVIRONMENT? Bent u erin geslaagd op innovatieve wijze economie en milieu te combineren? Neemt uw onderneming actie op het gebied van duurzame ontwikkeling, en meer bepaald op het vlak van milieutechnologie of -strategie? Laat uw bedrijf dan erkennen door een onafhankelijke jury van experten en neem deel aan de Belgian Business Awards for the Environment! Deze Award is specifiek voor bedrijven. Het is een niet-commerciële wedstrijd en vormt een springplank om de groene knowhow van onze bedrijven te laten erkennen op Europees niveau. De Belgische winnaars worden automatisch genomineerd voor de European Business Awards for the Environment, die in 2016 worden georganiseerd door de Europese Commissie. U kan deelnemen binnen 5 categorieën:

Goed beheer of management van de verantwoordelijkheden van de onderneming op sociaal en milieugebied

Geslaagde invoering van duurzame producten en diensten

Geslaagde invoering van productietechnieken en van processen

Tot stand gebrachte samenwerking in het kader van internationale partnerschappen

Onderneming en biodiversiteit

Deze Award wordt gesteund door Kris Peeters (Vice-eersteminister en Minister van Werk, Economie en Consumenten) en Marie-Christine Marghem (Minister van Energie, Leefmilieu en Duurzame Ontwikkeling).

HOE INSCHRIJVEN? U heeft tot 26 oktober om uw bedrijf in te schrijven. Het korte inschrijvingsformulier en alle informatie vindt u op

www.belgianenvironmentaward.be of bij het competentiecentrum Duurzame ontwikkeling & Mobiliteit van het VBO (cde@vbo-feb.be of tel. +32 2 515 08 31). De uitreiking van de Award vindt plaats op 22 februari 2016 op het VBO.

Kris Peeters, Vice-eersteminister en Minister van Werk, Economie en Consumenten: “België moet de circulaire economie omarmen. Dit effent immers niet alleen het pad naar een beter milieu, maar leidt ook tot de creatie van nieuwe jobs en toegevoegde waarde door onze ondernemingen. Deze Business Awards for the Environment zetten bedrijven die het goede voorbeeld geven in de spotlights en dat kan ik alleen maar toejuichen.”

Partners:

Marie-Christine Marghem, Minister van Energie, Leefmilieu en Duurzame Ontwikkeling: “Met deze prijs komt de relatie tussen de bedrijfswereld en het milieu onder de aandacht. Het verheugt me dat de ondernemingen zich op velerlei manieren engageren, of het nu is via het behalen van een milieucertificaat, het Ecolabel, de integratie van biodiversiteit, circulaire economie enz.”


HOW ALLEN SAMEN WERK MAKEN VAN JONGERENTEWERKSTELLING Om werk te maken van jongerentewerkstelling moeten de overheid en sociale partners aan de slag. Dat is zowel federaal als op het niveau van de deelstaten. Maar ook het onderwijs en de ondernemingen moeten hun verantwoordelijkheid nemen. In het schema vindt u de opsomming van een aantal voorstellen. Samenwerking is de sleutel.

FEDERAAL MODERNISERING ARBEIDSRECHT

DEELSTATEN VAK ‘ONDERNEMEN’ GEÏNFORMEERDE STUDIEKEUZE

PROEFPERIODE

NEMING DER EN N O

LOONVORMING

DUAAL LEREN

BUDDY’S VACATURES

DOELGROEPKORTING ACTIVERING

LOOPBAANPLANNING

RESPONSA- BEGELEIDING BILISERING BEMIDDELING UITKERINGEN CONTROLE

WERVING & SELECTIE

JOBS

ONTHAALBELEID WERKERVARING

STAGES

STEM

TALENTENPASPOORT LOOPBAAN LEERKRACHTEN

FLEXIBILITEIT

48 REFLECT MEER JOBS VOOR MEER JONGEREN

TAX SHIFT

LAGERE LOONKOSTEN


THEMA’S 52 TAX SHIFT ANDERS BEKEKEN

53 GRONDWETTELIJK HOF RISICO EN OPPORTUNITEIT VOOR ONDERNEMINGEN

54 BELGIAN BUSINESS AWARDS FOR THE ENVIRONMENT DAAR GAAN WE WEER!

55 TTIP EEN AMBITIEUS, ALOMVATTEND EN EVENWICHTIG AKKOORD

56 SOCIALE VERKIEZINGEN 2016 HET VBO: ÚW PARTNER VOOR DE SOCIALE VERKIEZINGEN

57 VBO-PLAN DIGITALE ECONOMIE NA DE IDEEËN, DE UITVOERING


BESTE LEZER Graag houden we voor u in REFLECT ook de vinger aan de pols van de actualiteit. In elke uitgave krijgt u een overzicht van voor het bedrijfsleven belangrijke thema’s die onze experts nauw en secuur aansturen, onderhandelen en opvolgen op zowel economische, sociale, juridische als fiscale domeinen. In de nu volgende bladzijden van REFLECT vindt u een selectie van dossiers waarop onze experts vandaag actief zijn om de belangen van onze lidfederaties en de aangesloten bedrijven maximaal te behartigen, dit zowel op federaal, Europees als internationaal niveau. Per thema krijgt u een status van het dossier, de positionering van het VBO en lichten we ook de ‘next steps’ toe. Op die manier hebt u een 360°-kijk op dossiers met een mogelijke belangrijke impact op uw business. Per thema vindt u eveneens de contactcoördinaten van de respectieve VBO-medewerker en verwijzingen naar andere relevante informatiebronnen. Een totaaloverzicht van alle dossiers en thema’s die onze experts opvolgen, vindt u op www.vbo.be (Actiedomeinen).

VBO RADAR – Eén klik naar de sterkste indicatoren!

Houdt u graag de vinger aan de pols van de recentste socioeconomische evoluties van ons land? Krijgt u graag snel toegang tot de up-to-date analyses van de VBO-experts? Zo biedt de VBO RADAR vandaag informatie en harde cijfers over vier luiken: de arbeidsmarkt en de sociale zekerheid, de conjunctuurupdate, de concurrentiekracht, en de fiscaliteit. www.vboradar.be

51


THEMA1

AANVERWANTE VOORDELEN | MACRO | WERK | WELVAART

TAX SHIFT ANDERS BEKEKEN

D

e aankondiging van de tax shift lokte heel wat reacties uit. Stuk voor stuk focussen ze op de kortetermijneffecten of effecten van toepassing op microniveau, d.w.z. het individu of het gezin. Maar wie staat stil bij de voordelen op langere termijn? Natuurlijk gaat de gemiddelde Belg de tax shift voelen in zijn portemonnee. Ik ga de concrete voorbeelden hier niet in detail herhalen, laat staan ontkennen. Maar het lijkt me uitermate zinvol om de tax shift ook eens op een andere manier tegen het licht te houden. Want behalve dat de lage- en middenlonen er maandelijks 100 euro netto in koopkracht op vooruitgaan, moet u misschien eens stilstaan bij de meer positieve manier waarop u de tax shift gaat voelen. Denk eens… …in termen van jobs en aanverwante voordelen. Want dankzij de ingrijpende verlaging van de loonkosten en andere ondernemingsvriendelijke maatregelen…

CONTACT Pieter Timmermans Gedelegeerd bestuurder cva@vbo-feb.be www.vbo.be > Actiedomeinen > Fiscaliteit > Fiscaliteit > Tax shift… equal level of (dis)satisfaction en Actiedomeinen > Economie & Conjunctuur > Competitiviteit > Is een tax shift nog wel nodig?

kunnen meer mensen sneller aan de slag. Werk is de beste sociale bescherming en de meest duurzame koopkrachtmaatregel; houden we ons sociaal model (en dus uw pensioen, uw ziekteverzekering, uw uitkering…) betaalbaar in de toekomst. Meer mensen aan de slag betekent immers een duurzamere sociale zekerheid;

52 REFLECT MEER JOBS VOOR MEER JONGEREN

jagen we de bedrijven niet op extra kosten en versterken we hun concurrentiepositie. Vandaag kost een uur arbeid gemiddeld 16% meer dan in de buurlanden; met alle aangekondigde maatregelen zou dit verschil kleiner dan 10% moeten worden. Dat geeft bedrijven zuurstof om te investeren en minder te besparen op arbeid; stimuleren we jong ondernemend talent in plaats van het te verstikken. Nieuwe bedrijven betekenen meer werk en inkomsten voor de overheid, en uiteindelijk een hogere welvaart voor iedereen; maken we ons land aantrekkelijker voor buitenlandse investeerders. En kunnen we onze producten en diensten gemakkelijker exporteren. Dat is van cruciaal belang voor een open economie als de onze; moeten bedrijven minder op zoek naar kostenbesparende delokalisaties naar het buitenland om competitief te blijven. Hoe meer we het werk in eigen land kunnen houden, hoe meer jobs en dus meer welvaart. Als stem van meer dan 50.000 bedrijven in dit land ston© DANIEL RYS

daalt de kans dat een bedrijf het moeilijk krijgt waardoor de werkzekerheid voor zijn werknemers toeneemt;

geven we onze jongeren, onze kinderen meer kansen op werk, begeleiding en ondersteuning in hun loopbaanontwikkeling;

HET VBO STOND ALTIJD ACHTER EEN TAX SHIFT DIE VOOR JOBCREATIE GAAT

den we altijd achter een tax shift die voor jobcreatie gaat! Dat wil de tax shift nu precies doen. Alle landen die een gelijkaardige strategie toepassen, klimmen sneller uit het economische moeras.


THEMA2

30 JAAR | RECHTSPRAAK | OPPORTUNITEIT

GRONDWETTELIJK HOF RISICO EN OPPORTUNITEIT VOOR ONDERNEMINGEN

O

p 1 april 2015 vierde het Grondwettelijk Hof zijn dertigste verjaardag. Een mooie aanleiding om terug te blikken op de impact van de rechtspraak van het Hof op de bedrijfswereld. En die impact is niet min. Sinds zijn oprichting in 1985 velde het Hof meer dan 3.700 arresten. Ongeveer een derde daarvan heeft betrekking op vraagstukken van economisch belang. De tussenkomsten van het Hof bleven bovendien niet beperkt tot één aspect van het ondernemen. Het verdiepte zich in een brede waaier van sociaaleco-

nomische dossiers: fiscaliteit, faillissementsrecht, continuïteit van ondernemingen, arbeidsrecht, telecom, energie, marktpraktijken en consumentenbescherming, milieurecht,…

kunnen ondernemingen en beroepsfederaties uiteraard ook zelf naar het Hof stappen. Dit hebben ze al meermaals met succes gedaan. En daarin ligt precies de opportuniteit voor de bedrijven. Een mooi voorbeeld van hoe de bedrijven de rechtspraak van het Hof naar hun hand kunnen zetten, is de rechtspraak over het begrip kmo. Welke bedrijven moet de fiscus als kmo beschouwen? Dit is belangrijk omdat er heel wat fiscale gunstmaatregelen, bv. belastingkredieten, gekoppeld zijn aan het fiscale statuut van kmo. De wetgever hanteerde echter een erg strikte definitie van kmo, waardoor weinig bedrijven de fiscale voordelen konden genieten. Het Hof vernietigde de wetgeving in kwestie en dwong zo de wetgever om zijn definitie van kmo te verruimen. Sedertdien komt meer dan 90% van de Belgische ondernemingen in aanmerking voor de fiscale gunstregeling voor kmo’s. Een overwinning voor de ondernemingen!

© DANIEL RYS

Maar brengt deze rechtspraak eerder risico’s of opportuniteiten voor de ondernemingen met zich mee? Dat was de vraag die we ons stelden toen we in ONDERNEMINGEN MOETEN het archief van de NIET AARZELEN OM DE STAP arresten van het Hof doken. Het NAAR HET HOF TE ZETTEN antwoord is beide. WANNEER ZE VAN OORDEEL Waarom risico’s? ZIJN DAT EEN WET HEN Omdat particulieren of organisaties van ONGELIJK BEHANDELT OF wie de belangen niet DISCRIMINEERT overeenstemmen met die van de ondernemingen, het Hof kunnen verzoeken om wetten te vernietigen die goed werken voor de bedrijven. Omgekeerd

Dertig jaar rechtspraak van het Grondwettelijk Hof toont ons dus dat ondernemingen niet moeten aarzelen om de stap naar het Hof te zetten wanneer ze van oordeel zijn dat een wet hen ongelijk behandelt of discrimineert.

CONTACT Philippe Lambrecht Bestuurder-secretaris-generaal sg@vbo-feb.be

53


THEMA3

VOOR DE ONDERNEMINGEN | VOORDELEN | NEEM DEEL!

BELGIAN BUSINESS AWARDS FOR THE ENVIRONMENT DAAR GAAN WE WEER!

D U hebt tot 26 oktober om u in te schrijven. U vindt het inschrijvingsformulier en alle bijkomende inlichtingen op www.belgianenvironmentaward.be of bij het Competentiecentrum Duurzame Ontwikkeling & Mobiliteit van het VBO (cde@vbo-feb.be of tel. + 32 2 515 08 31).

CONTACT Vanessa Biebel Competentiecentrum Duurzame Ontwikkeling & Mobiliteit vb@vbo-feb.be

deze prijs zullen uw e 15de editie van EEN BELGIAN BUSINESS medewerkers zich ervan de Belgian BusiAWARD FOR THE bewust worden dat ness Awards for ENVIRONMENT IS HEEL WAT duurzame ontwikkeling the Environment is op gang geschoten. MEER DAN DE ERKENNING dé manier van werken is geworden. Uw klanten Het VBO staat in voor de VAN EEN PRESTATIE OF zullen zien dat uw ondercoördinatie ervan en orgaVAN EEN ACTIE neming rekening houdt niseert de wedstrijd op Belmet de ecologische en gisch niveau. De plechtige maatschappelijke belanuitreiking van de Awards gen. De buurtbewoners krijgen het bewijs dat u vindt plaats in februari 2016 op het VBO, in aanwezigaanzienlijke inspanningen hebt geleverd inzake heid van heel wat prominenten. respect voor het leefmilieu, enz. Deze prijzen belonen ondernemingen die zich hebben onderscheiden door prestaties en/of door een bijzondere actie op het gebied van duurzame ontwikkeling, en meer bepaald inzake milieutechnologie of -strategie. Bent u erin geslaagd op innovatieve en intelligente wijze economie en milieu te combineren, laat uw bedrijf dan erkennen door een jury van deskundigen door deel te nemen aan deze wedstrijd! Hij is specifiek voor de bedrijven, berust op een samenwerking van het federale en het gewestelijke niveau, steunt op een jury van onafhankelijke experts, is niet-commercieel en vormt een springplank om de knowhow van onze industrie te laten erkennen op Europees niveau. De Belgische winnaars worden namelijk automatisch genomineerd voor de European Business Awards for the Environment, die in 2016 worden georganiseerd door de Europese Commissie.

www.vbo.be > Wat doen we > Belgian Business Award for the Environment

54 REFLECT MEER JOBS VOOR MEER JONGEREN

Een Belgian Business Award for the Environment is heel wat meer dan de erkenning van een prestatie of van een actie. Dankzij

De Awards worden toegekend in 5 categorieën: Goed beheer of management van de verantwoordelijkheden van de onderneming op sociaal en milieugebied. Geslaagde invoering van duurzame producten en diensten. Geslaagde invoering van productietechnieken en van processen. Tot stand gebrachte samenwerking in het kader van internationale partnerschappen. Onderneming en biodiversiteit. Deze prijzen liggen in de lijn van de door het VBO ondernomen acties, onder meer met betrekking tot de kringloopeconomie. Wij zijn ervan overtuigd dat we de ondernemingen ertoe moeten aanmoedigen een economie te omarmen die zorg draagt voor het milieu en tegelijk onze concurrentiekracht dient. De wedstrijd staat open voor alle ondernemingen, grote zowel als kleine, en starters zowel als bedrijven die sinds lang actief zijn. Er is één voorwaarde aan verbonden: het project moet bijdragen aan een beter milieurendement van bedrijven, producten of diensten.


VLOTTERE HANDEL | NIEUWE KANSEN | NORMEN

THEMA4

TTIP EEN AMBITIEUS, ALOMVATTEND EN EVENWICHTIG AKKOORD

A

betekent onder meer dat we meer, slimmer en l twee jaar onderhandelen systematischer gaan samenwerken op het vlak de EU en de VS over de van regelgeving. Het is niet de bedoeling grote lijnen en de inhoud om de regels en normen aan beide zijvan een verreikend den van de Atlantische Oceaan uit te Transatlantic Trade and Investhollen. De bestaande wetgevingen ment Partnership (TTIP). De VS blijven van kracht, maar er wordt gekeen de EU zijn de twee grootste ken waar we de uitvoeringsinstrumeneconomieën ter wereld en ten kunnen vereenvoudigen. Het is boelkaars voornaamste handelsvendien cruciaal dat deze partner, goed voor 2 milregelgevende samenwerking jard euro per dag. De Verook toekomstgericht is. De EU enigde Staten zijn België’s HET DOEL? en de VS hebben er immers alvijfde belangrijkste afzetGOEDKOPERE EN les bij te winnen om samen de markt en zijn ook de VLOTTERE HANDELS- EN toekomstige standaarden grootste buitenlandse investeerder in België. Zeer INVESTERINGSSTROMEN (voor bijvoorbeeld elektrische wagens of nanotechnologie) veel Belgische bedrijven, TUSSEN BEIDE vast te stellen. Ten slotte moet waaronder enorm veel ECONOMIEËN een evenwichtig TTIP nieuwe kmo’s, exporteren naar de economische kansen creëren VS of zijn betrokken bij de voor onze ondernemingen, zoproductieketen van halfaf-

gewerkte producten die vervolgens via een ander Europees land naar de VS worden verscheept. Het behoeft dan ook geen betoog dat onze bijzonder open economie veel te winnen heeft bij een versterking van de trans-Atlantische relaties en de vele positieve gevolgen ervan. Het VBO pleit ervoor dat de onderhandelingen uitmonden in een ruim, ambitieus en evenwichtig akkoord. Het doel van dat akkoord? Goedkopere en vlottere handels- en investeringsstromen tussen beide economieën en het aanboren van nieuwe economische opportuniteiten. Goedkopere handel betekent onder meer dat de tarifaire belemmeringen verdwijnen. Gelet op het handelsvolume zou dit een fikse besparing opleveren waar consumenten, ondernemingen én particulieren profijt van moeten hebben. Bovendien heeft de Belgische export in sommige sectoren nog te lijden onder piektarieven (tot 30%). Vlottere handel

als een betere toegang tot de Amerikaanse overheidsopdrachten en toegang tot de goedkopere Amerikaanse energie. Het VBO is zich bewust van het gevoelige karakter van sommige onderhandelingspunten. Het zal zich dan ook blijven inzetten om aan de hand van ‘facts en figures’ de onjuistheden die deze onderhandelingen omringen, te ontkrachten. Het Europees Parlement en het Amerikaanse Congres hebben deze zomer nader aangegeven wat hun verwachtingen en aandachtspunten met betrekking tot het TTIP zijn, en er waren al meer dan 10 technische onderhandelingsrondes. Het is bijgevolg van cruciaal belang dat de onderhandelingen worden versneld en het mogelijk maken concrete en evenwichtige resultaten te boeken, ten voordele van de groei en van de werkgelegenheid aan beide kanten van de Atlantische Oceaan.

CONTACT Olivier Joris Competentiecentrum Europa & Internationaal oj@vbo-feb.be www.vbo.be Actiedomeinen > Internationaal > Internationale handel > Van het Schumanplein tot Fifth Avenue

55


THEMA5

SOCIALE VERKIEZINGEN | VBO-PAKKET | SEMINARS | BROCHURE

SOCIALE VERKIEZINGEN 2016 HET VBO: ÚW PARTNER VOOR DE SOCIALE VERKIEZINGEN

D

e volgende sociDE KANDIDATENLIJSTEN Vanuit algemeen oogpunt wordt bevestigd dat de ale verkiezingen KUNNEN NU OOK drempels van 50 werkneworden gehoumers (CPBW) en 100 werkden tussen 9 en WORDEN INGEDIEND nemers (OR) ongewijzigd 22 mei 2016. De werkgever VIA EEN UPLOAD blijven voor de volgende heeft een centrale rol bij de OP DE BEVEILIGDE verkiezingen. Het VBO organisatie van die verkieheeft ervoor geijverd dat zingen. De stappen van de WEBAPPLICATIE VAN DE procedure – die 150 dagen FOD WERKGELEGENHEID voor het berekenen van het gemiddeld gewoonlijk perduurt – zijn talrijk en moesoneelsbestand dezelfde ten strikt in acht worden gecriteria en referentieperiodes blijven gelden als nomen, want deze wetgeving is van openbare orde. voorheen. De wet van 2 juni 2015 betreffende de sociale verkiezingen van 2016 heeft nieuwigheden ingevoerd. De voornaamste, met een eerder technisch karakter, betreft het elektronisch uploaden van de kandidatenlijsten door de vakbondsorganisaties. Deze mogelijkheid was gevraagd door de vakbonden. In advies nr. 1919 van de Nationale Arbeidsraad hebben de sociale partners dit uiteindelijk goedgekeurd.

CONTACT Annick Hellebuyck Competentiecentrum Werk & Sociale Zekerheid ah@vbo-feb.be www.vbo.be > Wat doen we > Sociale verkiezingen

Zo wordt het met ingang van de volgende sociale verkiezingen in iedere onderneming mogelijk om de kandidatenlijsten – behalve de ‘huislijsten’ van kaderleden – niet enkel op papier in te dienen (verzending per post van de kandidatenlijsten of onmiddellijke overhandiging van de lijsten aan de werkgever), maar ook via een upload op de beveiligde webapplicatie van de FOD Werkgelegenheid*. Deze modaliteit geldt zowel voor het indienen van de lijsten als voor het aanbrengen van wijzigingen erin in geval van klacht of bezwaar of vervanging van aanvankelijk op de lijsten opgenomen kandidaten. Deze uploadmogelijkheid wijzigt niets aan de verkiesbaarheidsvoorwaarden, noch aan de termijnen voor het indienen van de kandidaturen (dag X + 35).

Het is jammer dat deze procedure, in weerwil van de vereenvoudigingen die het VBO geregeld voorstelt, in essentie complex en lang blijft. De sociale democratie zou qua zichtbaarheid en geloofwaardigheid geholpen zijn met een rationeler organisatie van de procedure door de wet. Tegen 2020 zal het dossier van de harmonisering tussen arbeiders en bedienden de sociale partners een ‘window of opportunity’ bieden om het hele proces te vereenvoudigen. In de tussentijd zal het VBO de ondernemingen doorheen het hele verkiezingsproces begeleiden door hun uit de eerste hand informatie te verstrekken. Het VBO-infopakket omvat meerdere seminarreeksen, een brochure en een ‘ALERT’nieuwsbrief. Het VBO sloeg daarvoor de handen in elkaar met verschillende juridische experts – onder wie Nadine Beaufils, advocaat-vennoot bij Taquet, Clesse & Van Eeckhoutte – en informaticaspecialisten, die u onder meer vertrouwd maken met de XY-softwaretool ontwikkeld door Agoria. We kunnen het niet genoeg benadrukken: deze belangrijke sociale afspraak van mei 2016 vraagt om een tijdige en professionele aanpak. Het VBO is er voor u.

* De FOD Werkgelegenheid stelt verschillende elektronische tools ter beschikking van de ondernemingen om hen te 56 REFLECT MEER JOBS VOOR MEER JONGEREN

helpen met hun electorale verrichtingen. www.werk.belgie.be > Sociaal overleg > Sociale verkiezingen 2016


E-MAIL | MAILBOX | FACTURATIE | E-COMMERCE

THEMA6

VBO-PLAN DIGITALE ECONOMIE NA DE IDEEËN, DE UITVOERING

D

egin april 2015 stelde het VBO een tienpuntenplan voor ter bevordering van de digitale economie. Enkele speerpunten van dit plan zijn: het invoeren van een officieel e-mailadres en mailbox voor ondernemingen, de veralgemening van de elektronische facturatie en het verbeteren van de randvoorwaarden voor e-commerce. Wat dit laatste betreft, wordt momenteel discussie gevoerd in het e-commerceplatform en hebben Comeos en Febelfin al heel wat concrete ideeën gegeven.

Ook op het vlak van de elektronische facturatie beweegt er één en ander. De verantwoordelijke overheidsdiensten hebben enkele maanden terug een proefproject afgewerkt. Hieruit bleek dat het maanden duurt om een bedrijf succesvol te laten factureren aan een overheidsdienst via het elek-

tronisch facturatiesysteem van de overheid. In de financiële software moeten immers vaak technische elementen worden aangepast om de facturen te kunnen verwerken. Daarom OP HET VLAK VAN lijkt het aangewezen om de DIGITALE ECONOMIE facturen van de verschillende MAG HET NIET ENKEL BIJ financiële softwaresystemen om te zetten naar een cenPLANNEN BLIJVEN; ER trale en eenvoudige open standaard (Open PEPPOL) en die via een centraal facturatieplatform te versturen naar de bestemmeling waar het kan gelezen worden door alle financiële softwaresystemen. Zo’n systeem is vandaag al succesvol in Noorwegen. Fedict zal dit systeem binnenkort voorstellen aan een VBO-de-

MOET OOK EFFECTIEF VOORUITGANG WORDEN GEBOEKT

Daarnaast is al veel vooruitgang geboekt op het vlak van het officiële e-mailadres en de daaraan gekoppelde officiële mailbox voor bedrijven. Het VBO en een aantal gespecialiseerde bedrijven en sectorfederaties hadden hierover een eerste oriënterende vergadering met de FOD Economie. Daaruit vloeide een VBO-conceptnota voort over de principes en noodzakelijke kenmerken van zo’n officieel e-mailadres en mailbox. Die conceptnota werd bezorgd aan de FOD Economie en wordt nu gebruikt als toetssteen voor de eerste technologische prototypes. Belangrijk daarbij is dat het juiste evenwicht wordt gevonden tussen gebruiksgemak en openheid enerzijds, en het vermijden van spam en dataveiligheidsproblemen anderzijds. Om het officiële e-mailadres de nodige juridische onderbouw te geven, zullen een aantal wetten moeten worden aangepast. Samen met de nood-

zakelijke technische uitbouw van het systeem en de nood aan een periode van communicatie naar de bedrijven, zal dit waarschijnlijk maar voor begin 2017 zijn.

legatie van grote factureerders. Zij zullen hen de nodige feedback geven en mee nadenken over de volgende stappen naar de definitieve doorbraak van elektronische facturatie in België. Tot slot steunt het VBO ook het initiatief van minister De Croo om bij de bedrijven een roadshow te houden rond de mogelijkheden van digitalisering (‘Tournée Digitale’). Via al deze kanalen proberen we ervoor te zorgen dat het op het vlak van digitale economie niet enkel bij plannen blijft, maar dat er ook effectief vooruitgang wordt geboekt.

CONTACT Edward Roosens Competentiecentrum Economie & Conjunctuur er@vbo-feb.be www.vbo.be > Wat doen we > Digitale economie 57


SOCIALE RECHTSPRAAK SELECTIE VAN UITGEGEVEN EN NIET-UITGEGEVEN RECHTSPRAAK VAN ARBEIDSGERECHTEN EN -HOVEN

ARBEIDSWET Artikel 2, I, 6 van het KB van 10 februari 1965 – ‘Normale werkuren’– Begrip Onder normale werkuren voor de toepassing van artikel 2, I, 6 van het KB van 10 februari 1965 tot aanduiding van de personen die met een leidende functie of met een vertrouwenspost zijn bekleed, moet daarbij worden verstaan de gewone werkuren van de andere werknemers van de betrokken onderneming en niet de normale kantooruren van de ondernemingen in het algemeen. Hof van Cassatie, 10 november 2014, JTT, 2015, p. 152. BEWIJS Wettigheid – Opname van een onderhoud buiten het weten van zijn deelnemer – Onwettig – Betrouwbaarheid van het bewijs – Recht op een billijk proces Een onderhoud opnemen buiten het weten van zijn deelnemer is onwettig. Die onwettigheid tast de betrouwbaarheid van het bewijs aan. Ze tast bovendien het recht op een billijk proces aan in zover het bewijs op deloyale wijze werd bekomen. Arbeidshof Brussel, 7 januari 2015, JTT, 2015, p. 166.

NADINE BEAUFILS ADVOCAAT-VENNOOT TAQUET, CLESSE & VAN EECKHOUTTE N.BEAUFILS@BELLAW.BE WWW.BELLAW.BE

WIJZIGINGSBEDING Eenzijdige wijziging van loon – Groepsverzekering De werkgever heeft een principiële autonomie inzake het beheer van het stelsel van aanvullend pensioen. Eventuele wijzigingen mogen echter geen afbreuk doen aan de bepalingen van de Arbeidsovereenkomstenwet van 3 juli 1978. Artikel 25 van de Arbeidsovereenkomstenwet bepaalt dat het beding waarbij de werkgever zich het recht voorbehoudt om de voorwaarden van die arbeidsovereenkomst te wijzigen, nietig is. De groepsverzekering en de door de werkgever betaalde bijdragen zijn een tegenprestatie voor geleverde arbeid, die deel uitmaken van het overeengekomen loonpakket. Een eenzijdige wijziging van de toezegging in de groepsverzekering is dan ook een wijziging van een essentieel bestanddeel van de arbeidsovereenkomst, zodat dit niet het voorwerp kan uitmaken van een wijzigingsbeding. Een wijzigingsbeding dat enkel deel uitmaakt van het groepsverzekeringsreglement is bovendien geen wijzigingsbeding gesloten tussen de bij de arbeidsovereenkomst betrokken partijen. Arbeidshof Brussel, 2 december 2014, JTT, 2015, p. 202.

58 REFLECT MEER JOBS VOOR MEER JONGEREN


PREVENTIEADVISEUR Onafhankelijkheid – Leidinggevende functie – Ontslagbescherming deeltijdse tewerkstelling als preventieadviseur De vereiste van onafhankelijkheid heeft niet tot gevolg dat de functie van preventieadviseur onverenigbaar is met elke leidinggevende functie, voor zover de preventieadviseur niet de hoedanigheid van werkgeversafgevaardigde heeft. De ontslagbescherming van de preventieadviseur is ook van toepassing op de preventieadviseur die slechts met een deel van de opdrachten van preventieadviseur wordt belast. Precies om die reden wordt de beschermingsvergoeding herleid in functie van de minimale prestatieduur bij een niet volledige tewerkstelling als preventieadviseur. Arbeidshof Brussel, 9 september 2014, JTT, 2015, p. 187. TAALWETGEVING Taaldecreet 19 juli 1973 – Exploitatiezetel Nederlands taalgebied – Franse documenten – Nietigheid – Vrij verkeer werknemers – Beëindiging tijdens proefperiode Als de exploitatiezetel van de werkgever gevestigd is in het Nederlandse taalgebied, moeten alle documenten bestemd voor het personeel in het Nederlands worden opgesteld. Bijgevolg zijn de arbeidsovereenkomst met proefbeding en de ontslagbrief nietig als ze in het Frans werden opgesteld, zelfs als deze taal gebruikt werd op uitdrukkelijk verzoek van de werknemer. De absolute nietigheid geldt ex tunc en raakt zowel de akte als de wilsuiting die erin vervat ligt. In geval van een arbeidsovereenkomst zonder grensoverschrijdend of internationaal karakter, kan de Europese rechtspraak inzake vrij verkeer van werknemers niet ingeroepen worden.

ONTSLAG – DRINGENDE REDEN PUitgangscontrole – Individuele toestemming In geval van vermoeden van diefstal kan een uitgangscontrole enkel plaatsvinden mits individuele toestemming van de betrokken werknemer. Een weigering van controle kan geen motief zijn voor een ontslag om dringende reden, zeker niet wanneer deze niet wordt uitgevoerd door een gekwalificeerde bewakingsagent. Arbeidshof Brussel, 21 oktober 2014, JTT, 2015, p. 86. PTermijn – Informatie van de vertrouwenspersoon vermeld in het KB van 17 mei 2007 – Gevolg – Eerdere feiten – Getuigenissen Uit artikel 16 van het koninklijk besluit van 17 mei 2007 betreffende inzonderheid de pesterijen, dat bepaalt dat de vertrouwenspersoon rechtstreeks toegang heeft tot de persoon belast met het dagelijks bestuur van de onderneming of instelling, kan niet worden afgeleid dat die persoon de verplichting heeft meteen de persoon bekleed met de bevoegdheid te ontslaan, te informeren omtrent het feit waarvan zij kennis neemt als vertrouwenspersoon. Daar het Hof de feiten die drie dagen of minder het ontslag wegens dringende reden voorafgaan niet als dringende redenen erkent, hoort het het Hof niet toe de feiten die meer dan drie dagen het ontslag voorafgaan te onderzoeken. Met getuigenissen en andere middelen kan niet worden verholpen aan de onnauwkeurigheid van de ter kennis gegeven ontslagredenen. Arbeidshof Brussel, 10 december 2014, JTT, 2015, p. 99.

Arbeidshof Brussel, 9 juli 2014, JTT, 2015, p. 105. HANDELSVERTEGENWOORDIGER Uitwinningsvergoeding – Aanbreng van cliënteel De uitbreiding van een bestaand cliënteel, meer bepaald de verhoging door de inspanning van de handelsvertegenwoordiger van de omzet die de werkgever realiseert, is op zich geen aanbreng van clienteel. De bewijswaarde van een lijst van klanten voortgebracht door de handelsvertegenwoordiger hangt af van de reactie van de werkgever. Een algemene en onduidelijke afwijzing van dergelijke lijst brengt de geloofwaardigheid van de lijst niet in het gedrang. Arbeidshof Brussel, 21 november 2014, JTT, 2015, p. 44.

59


VBO AGENDA MEER INFO: WWW.VBO.BE > EVENTS OKTOBER 2015

SOCIALE VERKIEZINGEN: EEN GOEDE VOORBEREIDING BEGINT MET EEN DEGELIJKE INFORMATIE Start pre-electorale procedure - 8 oktober 2015 – VBO, Brussel - 19 oktober 2015 – Antwerpen - 21 oktober 2015 – Gent INFO: WWW.VBO.BE, CGR@VBO-FEB.BE, T 02 515 08 36

VAN OKTOBER TOT NOVEMBER 2015

CYCLUS CONFERENTIES ‘DIGITAL FINANCE’ Dit najaar organiseert het VBO samen met AEDBF/EVBFR-Belgium en met de steun van Febelfin een cyclus van conferenties over ‘Digital Finance’, verspreid over drie namiddagen. Verschillende vormen van digitale betalingen en digitale financiering zullen aan bod komen, evenals de cybercriminaliteit. - 22 oktober 2015: Digital Payments - 26 november 2015: Digital Investments - 17 december 2015: Cybercrime PLAATS: VBO, BRUSSEL INFO: WWW.VBO.BE, EVENTS@VBO-FEB.BE, T 02 515 08 91

TOT NOVEMBER 2015

CYCLUS ‘MIDDAGEN VAN DE INTELLECTUELE EIGENDOM’ - 23 november 2015 – IE en overheidsopdrachten PLAATS: VBO, BRUSSEL INFO: WWW.VBO.BE, EVENTS@VBO-FEB.BE, T 02 515 08 91

VAN SEPTEMBER 2015 TOT JUNI 2016

BRUSSELS SCHOOL OF COMPETITION Wenst u uw kennis van het mededingingsrecht en de mededingingseconomie up-to-date te brengen? De Brussels School of Competition organiseert jaarlijks het gespecialiseerde studieprogramma ‘Competition Law and Economics’ dat wordt gegeven in het Engels en 8 maanden duurt. Schrijf je nu in voor het volledige programma of voor een specifieke sessie in de loop van het jaar. PLAATS: VBO, BRUSSEL INFO: WWW.BRUSSELSSCHOOLOFCOMPETITION.BE, VBS@VBO-FEB.BE, T 02 515 09 83

Ravensteinstraat 4, 1000 Brussel Tel. 02 515 08 11 - Fax 02 515 09 99 info@vbo-feb.be - www.vbo.be REDACTIE Nadine Beaufils, Vanessa Biebel, Alice Defauw, Gianni Duvillier, Annick Hellebuyck, Olivier Joris, Philippe Lambrecht, Edward Roosens, Pieter Timmermans, Johan Van Praet EINDREDACTIE Linda Janssens, Anne Michiels VERTALING Vertaaldienst VBO PUBLICATIEVERANTWOORDELIJKE Stefan Maes OPMAAK Landmarks CONCEPT Stapel Magazinemakers FOTOGRAFIE Toon Coussement, ILLUSTRATIES Peter Willems, Vec-star DRUK Graphius VERANTWOORDELIJKE UITGEVER Stefan Maes, Ravensteinstraat 4, 1000 Brussel RECLAMEREGIE ADeMar, Graaf de Fienneslaan 21, 2650 Edegem (Antwerpen) Contact: Nele Brauers, Tel. 03 448 07 57, nele.brauers@ademaronline.com

Ce magazine est également disponible en français. Dit magazine kunt u ook lezen op www.vbo.be > Publicaties > Publicaties - gratis

60 REFLECT MEER JOBS VOOR MEER JONGEREN


Een visitekaartje voor uw bedrijf

B E R E I K B A A R H E I D

Régie Communale Autonome

Rue Arthur Delaby, 7 T +32 (0)64 77 33 33

B-7100 LA LOUVIÈRE info@louvexpo.be

:

www.louvexpo.be


Ideale locaties voor perfecte meetings België Wallonië

© Château Jemeppe Tijsblom

www.meetinbelgium.be

Om de brochure gratis te ontvangen of voor suggesties i.v.m. .m. MEETINGS EN INCENTIVES, stuur uur een mail met uw contactgegevens naar : meetings.incentives@walloniebrux eetings.incentives@walloniebruxellestourisme.be Pino Frau - Tel : 02/509 24 54

REFLECT - HERFST - Meer jobs voor meer jongeren  
Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you