Page 1

lesbrief _ werkboekje

roald dahl-week 2013

EK 2013 E -W L H A D ROALD

F E I R B LES

Op 13 september wordt de geboortedag van Roald Dahl wereldwijd gevierd. Boekhandels, bibliotheken en scholen besteden rond deze dag extra aandacht aan de boeken van de fantastische verhalen­verteller. Dit jaar is er een werkboekje over de schrijver en zijn boeken samen­gesteld. Hierin staan de volgende titels centraal: Daantje, de wereld­ kampioen, De GVR, De heksen, Matilda en Sjakie en de chocoladefabriek. In deze lesbrief staat aangegeven wat de leerlingen in het werkboekje kunnen vinden, en staan de oplossingen van de opdrachten overzichtelijk op een rij. Ten slotte krijgt u extra verdiepingsopdrachten rond het boek Daantje, de wereldkampioen. Deze titel is nu voor een speciale actieprijs van € 4,95 verkrijgbaar in de (online) boekhandel. JE WERKBOEK

UITLEG

Pagina 2 & 3

Op deze pagina’s maken de leerlingen kennis met de man achter de auteur. Wie was Roald Dahl voordat hij een wereldberoemde schrijver werd? Leerlingen lezen over zijn jeugd, heldhaftige oorlogsverleden en de weg die hij bewandelde om een groot verhalenverteller te worden. Ook lezen ze over de speciale band tussen Roald Dahl en de illustrator van zijn boeken: Quentin Blake.

Pagina 4 & 5

Een boek van Roald Dahl is niet compleet zonder een gruwelijk gemeen personage. Op deze pagina’s worden drie afschuwelijke figuren aan de leerlingen voorgesteld. In hun paspoorten staat nauwkeurig beschreven waarom ze zo angstaanjagend zijn. Aan de leerlingen de opdracht om zelf een afgrijselijk paspoort van een van Dahls gemene personages samen te stellen. Inspiratie kunnen ze halen uit bijvoorbeeld De reuzenperzik, De Griezels of Joris en de geheimzinnige toverdrank. Op pagina 5 vinden uw leerlingen een test. Lijken ze het meest op Matilda, Daantje of Sjakie? Leerlingen die meestal voor antwoord a kiezen zijn vindingrijk als Daantje; leerlingen met een voorkeur voor b zijn slim als Matilda; leerlingen met c als favoriet zijn tevreden als Sjakie.

Deze lesbrief hoort bij het werkboekje over Roald Dahl dat Young Crowds produceerde in opdracht van uitgeverij De Fontein. Reacties zijn welkom op roalddahl@youngcrowds.nl. © Copyright illustratie Daantje: Quentin Blake.

1


lesbrief _ werkboekje Pagina 6

Hoe is het om Daantje te heten? Drie Daantjes vertellen over het boek, hun naam en waar zij wereld­ kampioen in willen worden. Hebben de leerlingen ook zo’n droom?

roald dahl-week 2013 Pagina 7

Deze pagina staat in het teken van chocola en opent met een overheerlijk chocoladerecept. Leuk als kookopdracht in de klas, maar ook lekker voor thuis. Onder het recept vinden de leer­ lingen een chocoladequiz over Sjakie en de chocoladefabriek. Willie Wonka geeft ze een cijfer voor de quiz. Het cijfer kunnen leerlingen berekenen door alle goede antwoor­ den met twee te vermenigvuldigen. De juiste antwoorden zijn: 1.c, 2.a, 3.b, 4.b en 5.b.

W B Q G E Z A S L E G N E E R L R P D A M C F W N Q K R W J Y G N P E C H I E R T N D U V Y I E U D B U L S T R O N K O E A G D Z E B D R N R N T A E D V U H Q L P H A O E H U M S E M H C P P P I G O T M S A Y E E O H T I X C R A G N F G Z R E O N R Y N T O R V Y Y P L A B T C Y

Pagina 8

Deze pagina bestaat uit een geheimzinnige woord­ zoeker. Leerlingen strepen typische Dahl-woorden weg in de puzzel: van links naar rechts, rechts naar links, boven naar beneden en beneden naar boven.

O O B T G S I O U O I S Q N S R L W J O L L S J S R H O T O R L S I E A O J W F L A L E J E C R N P E E H G E G E D K A E P E K A M A G B T D S Z N L E D I O K N M Z A K M M Y U O A K O I V N B M H N K E A C I O M W S C L A S N R H O O K O L O H I E K U U V H O B C O D A T R I W O W T E B S G T P T C S H K I Q T E T E P I Z P Q O W A P H O N Q I C J E F S I P F E B A N U N C O H E C K O M L P Y L E F T N G S A A G T C M L F A Z A N T L R Z M C B M K B N E N J I Z O R A L H I X L E D N E V A L K B D C F J K R B A W

OP

roalddahl-boeken.nl

VINDT U DE MEEST ACTUELE INFORMATIE

OVER ROALD DAHL EN ZIJN BOEKEN!

2


lesbrief _ verdiepingsopdrachten

roald dahl-week 2013

TEN H C A R D P O GS VERDI EPIN In Daantje, de wereldkampioen ontmoet de lezer Daantje en zijn vader. Ze wonen samen in een oude woonwagen en hebben het fijn. Als Daantje ontdekt waar zijn vader ’s nachts naartoe sluipt, beginnen de avonturen pas echt. Samen smeden ze grote plannen om de fazanten in het nabijgelegen bos van de rijke meneer Hazel te vangen. De jachtopziener houdt ze in de gaten, maar ze laten zich niet zomaar stoppen! De volgende verdiepingsopdrachten sluiten aan bij Daantje, de wereldkampioen. De vijf opdrachten staan op zichzelf waardoor u de keuze heeft om er een of meerdere uit te voeren. Het is aan te raden om het boek aan de klas voor te lezen voordat u met de opdrachten aan de slag gaat.

Jouw held, mijn held

Ontwikkelingsgebied: taalvaardigheid en creatieve ontwikkeling Duur: 45 minuten Nodig: pen, papier en kleurpotloden Daantje heeft een heel bijzondere band met zijn vader. Hij kan de hele dag naar zijn vaders verhalen luisteren en vindt het heel bijzonder dat zijn vader hem meeneemt op strooptocht. In de ogen van Daantje is zijn vader een grote held. Wie zien de leerlingen als hun grote held? Deze opdracht doen de leerlingen in tweetallen. Ze interviewen elkaar over iemand met wie zij een speciale band hebben en proberen zo veel mogelijk te weten te komen over de held van de ander. Vervolgens schrijven ze een verhaal over elkaars held. Het verhaal is compleet met een mooie tekening en kan in de klas worden voorgelezen. Als deze opdracht te ingewikkeld is voor uw leerlingen, dan kunt u het niveau aanpassen door er een individuele opdracht van te maken. In deze variant schrijven de leerlingen een verhaal over hun eigen held. Ook hier hoort een tekening en een voorleesronde bij.

Stropers en jachtopzieners

Ontwikkelingsgebied: bewegingsonderwijs Duur: 20 – 30 minuten Nodig: elf houten blokjes (kegels of pionnen kunnen ook) Dit is een spel voor in de gymzaal of op het schoolplein. De klas wordt in tweeën gedeeld: de ene helft bestaat uit stropers, de andere helft uit jacht­ opzieners. De houten blokjes staan voor de fazanten en worden naast elkaar opgesteld, met ongeveer een meter ruimte tussen elk blokje. De jacht­ opzieners staan drie meter achter de fazanten opgesteld en proberen ze te beschermen. De stropers staan aan de andere kant van de zaal achter een lijn: de veilige haven. Wanneer u op uw fluitje blaast, proberen de stropers de fazanten te stelen. De opzieners proberen dat te voorkomen door de stropers te tikken. Als een stroper getikt wordt, is hij af en gaat hij op de bank zitten. Als het een opziener niet lukt om een stroper te tikken voordat hij in de veilige haven is, is hij af en gaat hij op de bank zitten. Dit spel eindigt als alle fazanten gestolen zijn en de winst daarmee naar de stropers gaat, of als alle stropers afgetikt zijn en de opzieners winnen. jachtopzieners

fazanten

thuishaven stropers

bank/afvallers

3


lesbrief _ verdiepingsopdrachten

roald dahl-week 2013

Wordt vervolgd

Ontwikkelingsgebied: taalvaardigheid en creatieve ontwikkeling Duur: 45 minuten Nodig: pen, papier Daantje, de wereldkampioen was een heel ander verhaal geworden als zijn vader hem niet verteld had dat hij een stroper was, maar een ander geheim voor zijn zoon had. Lees de leerlingen het onderstaande stuk uit het boek voor. ‘Waar ben je geweest, vader?’ ‘Je zal wel doodmoe zijn’, zei hij. ‘Ik ben helemaal niet moe. Kunnen we de lamp niet een poosje aansteken?’ Mijn vader hield een lucifer bij de pit van de lamp die aan de zoldering hing en een geel vlammetje sprong omhoog en verlichtte het kamertje van de woonwagen met een bleek schijnsel. ‘Heb je zin in iets warms?’ vroeg hij. ‘Ja, graag.’ Hij stak het petroleumstel aan en zette de ketel op. ‘Ik heb een besluit genomen’, zei hij, ‘ik ga je het grootste geheim van mijn leven vertellen.’ De leerlingen gebruiken hun fantasie en maken het verhaal af door zelf een ander geheim te bedenken dan nu in het boek staat. Ze schrijven hun versie van het verhaal op. De verhalen kunnen aan het einde van de les worden voorgelezen.

De grote Daantje-quiz

Ontwikkelingsgebied: taalvaardigheid Duur: 30 minuten Nodig: pen, papier Nu de leerlingen alles weten over Daantje, de wereldkampioen is het tijd voor een kennisquiz. Deel de klas op in groepjes van 4 tot 6 leerlingen. Elk groepje krijgt een antwoordvel. Voordat de quiz begint, bedenken de leerlingen een naam VRAAG 1 Daantjes vader is gek op verhalen vertellen. Welk verhaal vertelde hij vijftig avonden achter elkaar voor het slapengaan? Hint: Roald Dahl heeft hier ook een boek over geschreven. Antwoord: De Grote Vriendelijke Reus, of afgekort De GVR. VRAAG 2 Net als zijn vader is Daantje een handige monteur. Hoe oud was Daantje toen hij een kleine motor uit elkaar kon halen en weer in elkaar kon zetten? Antwoord: Zeven jaar. VRAAG 3 De vader van Daantje is een stroper. Wat is het beste bos om fazanten te stropen? Antwoord: Hazels Bos. VRAAG 4 Er zijn verschillende manieren om fazanten te stropen. Hoe heet de truc waarbij je een

Ik, de wereld­ kampioen

Ontwikkelingsgebied: taalvaardigheid en creatieve ontwikkeling Duur: 45 minuten Nodig: pen, papier Daantje wil wereldkampioen fazantenstropen worden. Waarin willen de leerlingen wereldkampioen worden? Laat ze hier een verhaal over schrijven. In het verhaal vertel­ len ze waarin ze wereldkam­ pioen willen worden, waarom juist daarin, wat ze er allemaal voor over hebben om dat te bereiken en wat er gebeurt als ze hun doel bereikt hebben. De verhalen kunnen aan het einde van de les worden voorgelezen.

voor hun groepje. Deze naam schrijven ze boven aan hun antwoordvel. U leest onderstaande tien vragen voor. Na elke vraag krijgen de leerlingen een minuut bedenktijd. Nadat u de laatste vraag heeft voorgelezen, krijgen de leerlingen vijf minuten voordat u de antwoordvellen ophaalt. De leerlingen uit het groepje met de hoogste score mogen zich de Grote Daantje Experts noemen.

klein gat in de grond graaft en daar een papieren hoorntje gevuld met rozijnen in steekt? Antwoord: De Lijmhoed. VRAAG 5 Dokter Bok helpt Daantjes vader met zijn gebroken enkel. Deze dokter is niet zo goed in fazanten stropen, maar kan wel zalm vangen zonder hengel. Hoe doet hij dat? Antwoord: Door ze te kietelen. VRAAG 6 Als Daantje Stijn Klop helpt met een rekensom, krijgt hij een flinke straf. Hoe heet de gemene leraar die Daantje op zijn handen slaat met een lange witte stok? Antwoord: Kapitein Lemmering. VRAAG 7 Waarmee vullen Daantje en zijn vader rozijnen, zodat ze in een keer meer dan honderd fazanten kunnen stropen? Antwoord: Slaappilpoeder.

VRAAG 8 Elke herfst geeft meneer Hazel een groot feest. Dan start het jachtseizoen. Op welke dag is de grote opening van het jachtseizoen? Antwoord: Op 1 oktober. VRAAG 9 Als Daantje en zijn vader de fazanten hebben gevangen, moeten ze ook nog ergens verstopt worden. Waarin verstopt Daantjes vader meer dan honderd fazanten? Antwoord: In een kinderwagen. VRAAG 10 In welk jaar werd het boek Daantje, de wereldkampioen in Engeland uitgegeven? Antwoord: In 1975. Vraag 10 is een schattingsvraag. Als er meer teams zijn met dezelfde einduitslag, dan wint het team dat het dichtst bij het antwoord van vraag 10 in de buurt komt.

4

Roald Dahl Week 2013 lesbrief  

Roald Dahl Week 2013 lesbrief

Roald Dahl Week 2013 lesbrief  

Roald Dahl Week 2013 lesbrief