Issuu on Google+

JEANNEAU PRESTIGE 30S EN 50S

Cabrio à gogo in Saint-Tropez Twee motorcruisers van het Prestige-gamma van Jeanneau gaan testen in Saint-Tropez; er zijn gruwelijker dingen in het leven. Temeer daar ook Vittorio Garonni op de afspraak zal zijn, de befaamde Italiaanse ontwerper die de laatste tijd zowat àlles voor Jeanneau tekent: zeil- en motorboten. Bovendien zijn we benieuwd hoe Jeanneau zich zal weten te positioneren in het marktsegment van de grotere cruisers, en een proefvaart met de Prestige 50S, het vlaggenschip van de reeks, moet het antwoord op die vraag verschaffen. Met een test van de Prestige 30-voeter kunnen we meteen ook de "onderkant" van die markt aftasten. Valiezen pakken dus, en wegwezen.

Als we op het vliegtuig stappen in Zaventem is het broeiend warm voor medio april: 26 graden. De captain van de viermotorige Avrojet weet meteen te melden - niet zonder enig leedvermaak, want hij mag vanavond terugvliegen - dat het aan de Côte d'Azur heel wat minder mooi weer is: bewolkt en slechts 21 graden. Maar who cares? Bij onze aankomst in Saint-Trop ligt de Prestige 50S al klaar met warmgedraaide motoren, klaar om ons de Middellandse Zee op te voeren. Het is hier inderdaad frisjes en overtrokken en er staat een stijve bries die voor een pittige golfslag zorgt. Terwijl een Jeanneau-medewerker de boot de drukke haven uitloodst, kijken we al eens grondig rond. Wat meteen opvalt is dat deze grote Sport-Top - zo heet dat tegenwoordig - van Jeanneau heel slank oogt. Dat heeft alles te maken met het ontwerpgenie van Garonni - de man die we later zullen interviewen (zie kaderstukje) - want met zijn lengte van 15,3 m en een


breedte van 4,36 m is deze boot bepaald niet smal te noemen. Toch is hij heel gestroomlijnd. En dat effect zit 'm in details zoals de deklijn, die achteraan terug met een boog omhoogwelft. Het zijn die inventieve "trucs" die ook van de Jeanneau 54 deck saloon zeiler zo'n opvallend elegante verschijning maken. Maar terug naar onze 50S. Die biedt aan boord een zee van ruimte. De cockpit is zo immens, dat hij is ingedeeld in twee zitruimtes: een ronde ruimte met dito zitbanken helemaal achteraan en verder naar voor, aan bakboord, een uitnodigende sofa. Daartegenover bevinden zich de open keuken en de stuurpositie. Die stuurstand zelf is voorzien van een brede zit, waar je met z'n twee毛n van het uitzicht door de panoramische voorruit kunt genieten.

Ruw zeetje Inmiddels bevinden we ons in de baai van Saint-Tropez en kan ik plaatsnemen op de stuurpositie. Wat ik dadelijk een beetje mis, is de mogelijkheid om de zit van de stuurmanszetel in een tweede, hogere positie te klappen. Veel motorjachten bieden tegenwoordig die optie, en het is even wennen dat je hier moet zitten 贸f staan. Er is geen tussenoplossing. Persoonlijk sta ik liever, zeker in deze omstandigheden: in onbekend vaarwater, met een nijdig golfje van bijna een meter, de wind pal op kop en met een boot die ik nog moet leren kennen. Gas geven gaat elektronisch en de twee Volvo's D9 van ieder 575 pk laten zich gewillig aanmanen tot meer toeren. Dat gaat bovendien opvallend geruisloos, de isolatie is blijkbaar prima. Ook de afleesbaarheid van de indrukwekkende batterij meters op het dashboard is perfect; er gaat nog altijd niets boven witte wijzerplaten met zwarte wijzers - of omgekeerd. Ik duw de throttles tot tegen de aanslag en stel de trimtabs wat bij. De snelheidsmeter klimt prompt tot 27 knopen. Te veel voor deze zeegang, zo blijkt al gauw uit de keiharde klappen die de romp te verwerken krijgt. En wij. Even gas terug dus en doseren om de juiste gang in het golvenpatroon te vinden. Niet eenvoudig met een boot die je nog maar net kent. Toch ondergaat de Prestige 50S mijn aftastend geknoei bewonderenswaardig: hij snijdt gewillig door de putten en bulten, waar nu af en toe ook witte kopjes op staan. Rondom ons is ook alles wit, van de spray. Als we in een hogere golf bijten, spuit dat buiswater tot boven het dak, maar zonder dat er een spatje aan boord komt. Nog even doorgaan op deze hakkerige tegenwindse koers en wat slalombewegingen maken om te zien hoe de boot reageert als de golven schuin worden genomen. Niet uit het veld te slaan, zo blijkt en de besturing blijft zeer precies. Het voordeel van vaste assen met grote roeren. Terug naar volle snelheid en dan de bocht in om de wind langs achter te krijgen. Met deze zeegang is het moeilijk uit te maken hoeveel drift er in die snel genomen bocht optreedt, maar dat lijkt heel goed mee te vallen. Met de wind van achteren loopt de snelheid vlot op tot 30 knopen. Het gas eraf en even in de achteruit om de boot tot een noodstop te brengen: ook dat gaat vlekkeloos en vooral zonder veel gedaver. Dat pleit voor de ophanging van de assen en de vibratiedemping van de motor.

Geen decibels nodig We koersen terug richting haven op een voordewindse koers en de 50S lijkt wel een vliegend tapijt, zo soepel verloopt de rit. Digitale meters geven het momenteel verbruik aan: zo'n 200 l/u aan volle snelheid. Dat moet je er voor over hebben, natuurlijk. Maar de sensatie is het waard, vooral als het elektrisch


schuifdak opengaat en je onder de weidse hemel voortstuift. Aan dat immens openschuivend dak ontleent de boot trouwens zijn naam van Sport-Top: "sportboot met open top". Nu het golfrumoer verstild is, valt nog meer op hoe geruisloos de Volvo's hun werk doen: in de kuip, nochtans pal boven de motoren, hoor je alleen maar uitlaatgeluiden, en ook die zijn niet eens storend. De uitlaten komen dan ook onder water uit, en een meer "lawaaierige" optie met open uitlaten biedt Jeanneau niet. Terecht, want deze boot heeft geen decibels nodig om op te vallen. Zijn lijn volstaat. Tijd om die lijn eens binnen te bestuderen, en we geven het roer terug in ervaren Jeanneau-handen. Ook binnen wacht ons een indrukwekkende ruimte-ervaring. Aan stuurboord lonkt de lederen salon met brede armsteunen. De tafel in het midden is vierkant, maar kan worden opengeklapt tot een grote rechthoek, waar je met z'n achten kunt aan dineren. Zowel die tafel als de betimmering is in hoogglanzend donker hout, alles "made by Jeanneau" in eigen ateliers. Recht tegenover de knusse salon bevinden zich een barmeubel en de keuken. Het barmeubel, dat de keuken afscheidt van de salonruimte, heeft nog een verrassing in petto: wat op het eerste gezicht een glazen schap lijkt, blijkt de bovenkant van een flatscreen-tv te zijn, die bij een druk op de knop uit het meubel komt gerezen. Handig bedacht, want met de tv weggetoverd heb je een meer ruimtelijk effect met zicht op de keuken, en 's avonds laat je het scherm oprijzen uit zijn nis om als gezellige afsluiter van de salon te dienen.

Ruwe behandeling De keuken is natuurlijk voorzien van alles wat de verwende klanten in dit marktsegment mogen verwachten: microgolfoven, elektrisch vuur met afdekluik, twee ruime spoelbakken, een uit de kluiten gewassen ijskast met aparte vriezer, opvangruimte voor keukenafval in de vloer en ruime werkoppervlakken in Corian. Een dampkap ontbreekt, maar de lange patrijspoort vlak boven de kookplaat maakt die eigenlijk overbodig. We duiken nog wat verder de boot in, naar de luxueuze "master bedroom" in de punt. Een immens tweepersoonsbed dat langs drie kanten toegankelijk is, troont hier op een respectabele hoogte. Opstapjes aan beide kanten zorgen ervoor dat 's avonds afnokken geen acrobatische klauterpartij wordt. Die hoge opstelling heeft ook het voordeel dat onder het bed een waarlijk gigantische bergruimte ontstaat met twee schuiven over de hele breedte van het bed. Ook tegen de wanden is het ĂŠĂŠn en al opbergmogelijkheid met grote en kleine kleerkasten. Voor licht en lucht zorgen een groot rond luik in het plafond en - eerder kleine - patrijspoorten in de schuine zijwand. We zitten hier dan ook in de sterk afgeschuinde romp vooraan. Een grote spiegel aan het hoofdeind van het bed zorgt voor nog meer ruimtelijk effect. In de slaapkamer, aan bakboord, geeft een deur toegang tot de badkamer. Die deur klemt een klein beetje: het gevolg van onze wat te ruwe shockbehandeling in de golven daarnet? Ook hier alles in hoogglans, en het toilet staat in de hoek, compleet met fraai deksel dat het omtovert tot ruime zit. Handig tijdens het scheren of schminken. De douchecabine is volledig afgeschermd met een cilindrische schuifdeur, zoals dat tegenwoordig gebruikelijk is. Helemaal aan het andere uiteinde van de boot bevindt zich dan de tweede slaapkamer, die in niets moet onderdoen voor die in de punt. Integendeel: wie voor een twee-slaapkameruitvoering van de 50S kiest, zoals bij onze testboot, vindt in de ruimte vlak achter de salon en over de hele breedte een riante slaapkamer, die nog meer luxe biedt. Zo is er hier nog een extra schminktafel annex secretaire, waar ook als bij toverslag een flatscreen-tv


komt uitgeschoven. Ook hier geeft een deur, met prachtig in ruitmotief ingelegd houtwerk, toegang tot de "en-suite" badkamer. Wie voor de driecabineuitvoering kiest, vindt op deze plaats twee kleinere slaapkamers, maar met even grote bedden.

Garage aan boord Onze rondgang binnen zit er op, ondertussen wordt er aan dek gemanoeuvreerd om de ligplaats in te varen. Dat gaat zelfs achteruit nog met uiterste precisie, want de boegschroef steekt een krachtig handje toe en zelfs bij lage snelheid blijft de boot heel bestuurbaar. Het pittig zijwindje heeft nauwelijks of geen vat op de relatief lage opbouw. Een wereld van verschil met flybridge-ontwerpen, die toch nog altijd geduchte windvangers blijven. Dat is nu net één van de grote verdiensten van het zgn. Sport-Topconcept: als je het enorme schuifdak openzet, zit je praktisch even "open" als op een flybridge, maar zonder de nadelen. Geen wonder dus dat dit concept bij alle merken ingang heeft gevonden. Jeanneau is er bovendien in geslaagd de basisidee nog te verfijnen door de lijn zo slank te maken. Nog zo'n trend is de "garage" voor de bijboot. Die ontbreekt niet op deze Prestige 50S, zoals wordt gedemonstreerd bij het van boord gaan. Elektrisch-hydraulisch klapt het hele achterste van de boot open en daar gaapt een enorme ruimte, waar je een stevige bijboot in kwijt kunt. Veilig weggestouwd en dus uit de weg voor vuiligheid en dieven. Want die zijn er ook hier, aan de Med. Bij het van boord stappen worden we door de gebruikelijke stroom toeristen aangegaapt. We duiken nog het nachtleven van Saint-Trop in, even maar, want morgen moeten we vroeg uit de veren om de kleinere zus van deze schoonheid aan een test te onderwerpen.

Gewelfde heupen Het is al heel wat mooier weer als we de dag erop, goed uitgerust, aan boord stappen van de Jeanneau Prestige 30S, de - voorlopig? - kleinste telg van de familie en dus helemaal het andere uiteinde van de Prestige-reeks als de boot waarmee we gisteren hebben gevaren. Ook deze boot is gebaseerd op het SportTopconcept, met groot openschuivend dak. Hij is ook echter in een gewone versie, zonder dat elektrisch dak, te verkrijgen. We maken van het mooie weer gebruik om naar het Venetië van de Côte d'Azur te varen: Port Grimaud, met zijn vele kanaaltjes, en waar Belgen thuis zijn. De "Med" ligt er heel wat kalmer bij dan gisteren, met golfjes van nauwelijks 35 cm. De kleinste Prestige zal dus lang niet zo zwaar op de proef worden gesteld als het vlaggenschip van de reeks, gisteren. De familieband tussen de twee kan overigens niet worden ontkend: de 30-voeter heeft de zelfde typische welving aan de heupen als haar grote zus. Het geeft haar ook de nodige elegantie. Verwonderlijk is dat de cockpit ook op deze veel kleinere boot enorm veel plaats biedt: de oude kennissen die we gisterenavond toevallig nog tegen het lijf zijn gelopen en die we hebben uitgenodigd om vandaag mee te varen, vinden ruim plaats, ook al zijn we nu met ons zevenen, Jeanneau-medewerkers inbegrepen. En er kan zelfs nog gerust drie man bij in de cockpit. De L-vormige bank, die diametraal tegenover een aparte sofa is opgesteld, zorgt bovendien voor een vlotte conversatie. Of misschien ligt dat aan Elle Yana, het aankomend Vlaams zangeresje dat we gisterenavond hebben "ontdekt" en dat niet op haar mondje is gevallen. Hoe dan ook, zelfs bij topsnelheid kunnen we mekaar nog zonder te roepen verstaan, een bewijs van -


alweer - de uitstekende geluidsdemping. Daarbij moet wel vermeld dat onze testboot wat ondergemotoriseerd is: 2 x 190 pk is niet echt genereus, zeker als je weet dat er tot 2 x 280 pk in het ruim past.

Manoeuvreerbaar Maar voor de rest moet deze kleine Prestige niet echt onderdoen voor de grotere modellen: ook hier vind je in en rond de cockpit een buiten-ijskast met vriesvak, een keukenblokje met spoelbak, een grill in optie, stuurpositie met dubbele zitbank - overgenomen van de 34-voetsversie - een enorm zwemplatform van 90 cm breed, en een ruim bemeten bakskist waar alle stootwillen een plaats in vinden. We koersen naar Port Grimaud aan topsnelheid en dat blijkt volgens de log 26,7 knopen te zijn. De Volvo's draaien dan tegen 3.500 toeren. De tocht verloopt veel minder hobbelig dan gisteren, en dat ligt natuurlijk wel aan de lagere golven, maar ook aan het feit dat de lengte van deze boot meer past in het korte golfpatroon van de Middellandse Zee. Ondanks de wat krap bemeten 190 pk reageert de 30-voeter heel pittig en hij is ook uiterst manoeuvreerbaar, dankzij zijn Z-drives. Bij het nemen van de bocht zakt de snelheid nauwelijks terug: 26 knopen lezen we af. Het is trouwens al tijd om vaart te minderen, want de ingang van Port Grimaud ligt voor ons en daar geldt een snelheidsbeperking van 3 knopen. We willen de manoeuvreerbaarheid even testen in de smalle kanaaltjes hier. Al gauw blijkt dat de roerstandmeter op het dashboard daarbij goed van pas komt, want anders heb je weinig of geen idee van de stand van de Z-drives. Die "staarten" maken ook het sturen, vooral bij zulke lage snelheden, wat schokkerig. Maar dat is bekend. Ook de gashendels zijn wat stroever te bedienen dan de elektronische equivalenten op de 50-voets Prestige, en één en ander maakt dat ik een eerste aanlegmanoeuvre compleet de mist laat ingaan. Geen probleem: even achteruit en opnieuw beginnen. Krak van op dezelfde plaats, want ook deze boot verlijert nauwelijks dankzij zijn slanke opbouw. Tweede keer, goeie keer: we vleien ons probleemloos tegen een langssteiger aan en zetten onze fotografe aan wal voor wat sfeerfoto's van de varende boot. De boegschroef is er niet eens aan te pas gekomen! Opvallend detail: het gangboord aan bakboord is breder dan dat aan stuurboord, om een gemakkelijke passage naar voor te verzekeren. Daar vind je een ruim zonneplatform.

Knus slapen Terwijl de boot fotorondjes vaart, hebben we de tijd om eens binnen rond te kijken. Daar vinden we een ferme kajuit met een U-bank rond een centrale tafel. Alles is hier uiteraard veel compacter en wat minder luxueus uitgevoerd dan op de Prestige 50, maar toch vind je hier toch ook al wat je nodig hebt om in alle comfort te cruisen: het keukenblok, dat exact de zelfde afmetingen heeft als dat uit de 34-voets versie, heeft een tweepits gasfornuis en een afdekbare afwasbak, ijskast, vriezer en microgolfoven. De U-bank kan worden omgevormd tot dubbele slaapplaats, die met een gordijn kan worden afgeschermd van nieuwsgierige blikken. Maar slapen met zijn tweetjes gaat natuurlijk veel knusser in de achterste kajuit, die onder de cockpit doorloopt. De inkom van die slaapkamer bevindt zich aan stuurboord, en binnenin is er een volwaardig tweepersoonsbed, met zit-, maar geen stahoogte. Aan bakboord, naast de slaapkamer, bevindt zich de badkamer met opvangtank voor zwart water en een douche. Het badkamermeubilair is fraai gevormd, gebruikmakend van een mal uit één stuk.


Eenvoudig te onderhouden en bestand tegen de tand des tijd, dus. Terug naar buiten in de frisse lucht, om de fotografe op te pikken en naar Saint-Tropez terug te varen. Eens buiten de havenperimeter gaat het gas weer helemaal open en van de acceleratie spelen we bijna onze Belgische Jeanneau-invoerder, Philippe Royaux, kwijt. Compleet vergeten dat die nog op het zwemplatform stond! Sorry, Philippe. Ook tijdens deze snelle terugtocht valt op hoe aangenaam het SportTopconcept wel is: je krijgt het gevoel van een compleet open boot, maar zonder de nadelen. En als het begint te regenen, laat je gewoon het dak dichtschuiven, met een druk op de knop. Straks zien we nog een derde versie van de Prestigereeks, de 42-voeter, al zullen we die niet testen. Het is namelijk de gloednieuwe boot van Vittorio Garonni, de meester-ontwerper van Jeanneau. Hij ontvangt ons op zijn nieuwe aanwinst, die hij natuurlijk ook zelf op de tekentafel heeft zien geboren worden. Toffe job, maar wij mogen ook niet klagen. Tekst: Frank Maes Foto's: Concertpix

Technische gegevens Prestige 30S

Prestige 50S

Lengte over alles:

9,10 m

15,30 m

Breedte:

3,30 m

4,36 m

Waterverplaatsing:

4.300 kg

13.000 kg

Inhoud brandstoftank:

490 l

1.650 l

Inhoud drinkwatertank:

160 l

640 l

Ontwerp:

Garonni/Jeanneau Design

Garonni/Jeanneau Design

Aantal kajuiten

1

2 of 3

Slaapplaatsen:

4

4 of 6

Motorisatie:

Volvo 2 x 190 of 280 pk

Volvo 2 x 575 pk

Info: Marina Yachting Center, Dokter E. Moreauxlaan 3, 8400 Oostende, tel. 059/32.00.28, www.marinayachtingcenter.be , www.jeanneau.fr .

Topontwerper Vittorio Garonni: "In de douche is iedereen een uitvinder" Vittorio Garonni is een hele grote naam in de wereld van bootontwerpers. De sympathieke Italiaan werkt met zijn ontwerpbureau van 8 personen, waaronder ook zijn zoon, al jaren voor Jeanneau, maar heeft ook voor andere werven zijn sporen verdiend. Als we hem in Saint-Tropez opzoeken voor een exclusief interview, heeft zijn boot een ereplaatsje gekregen in de haven. Hij is er dan ook bijzonder fier op, want de Prestige 42S die hij sinds de dag ervoor zijn eigendom mag noemen, en die hij die zelfde morgen nog in Antibes is gaan halen, ruikt nog


naar nieuw. Hij heeft twee dagen eerder zijn zeilboot, een 54 DS, ingeruild voor deze motorboot. Voor langere tijd, want zelfs de meester-ontwerper van Jeanneau koopt en betaalt zijn boten netjes, zoals Jan en alleman. We doen dus eerbiedig onze schoenen uit als we het nieuwe speelgoed van Dottore Garonni betreden. Garonni junior schenkt ons een fris wijntje in terwijl we plaats nemen in de ruime kajuit van de 42S, recorder in de aanslag. Varen: Hoe bent u bij Jeanneau terecht geraakt als hoofdontwerper? Vittorio Garonni: In een ver verleden maakte ik ontwerpen voor pakketboten en in de jaren '80 ontwierp ik mega-zeiljachten voor particulieren. Boten van 30 m; ik heb er toevallig deze morgen nog twee van teruggezien in de haven van Antibes. Voor Jeanneau ben ik eind jaren '80 begonnen met een motorbootontwerp: de Prestige 41. Dat was een heel mooie boot en we amuseren ons nu met die 41-voeters op te zoeken in de jachthavens hier in de buurt en er foto's van te maken. Pure nostalgie! Daarna is dan de Prestige 36 gekomen, de kleinere Cap Camarat's en de Deck Saloon-zeilboten. Mijn team tekent nu bijna alle motorboten en in de reeks van zeilboten alle DS-types. De 54 DS is eigenlijk de boot, die ik altijd al voor mezelf in gedachten had. Ik droomde van een zeilboot, die de ruimte en het comfort van een motorjacht zou bieden. Zo is het concept van de Jeanneau Deck Saloon-reeks ontstaan. Met dat concept hebben we een niche van de markt aangeboord die daarvoor nog door niemand werd bewerkt. Voordien bestonden er wel comfortabele en ruime cruiser-zeilers, maar dan alleen in heel grote afmetingen, en dus onbetaalbaar voor de gewone consument. Onze bedoeling was een familiale, betaalbare cruiser-zeiler te ontwerpen, maar zonder in het motorsailerconcept te vervallen. Het moest een elegante boot worden, die bovendien nog goed zeilde ook. We hebben dan die typische vorm met het ovale "oog" getekend, die toch ruimte schept terwijl de lijn van de boot slank blijft. Omdat er geen tien designoplossingen zijn om tot dat resultaat te komen, zie je nu overal boten opduiken met zo'n "oog". Laat ze maar doen. Ik zie dat als een eerbetoon. Vooral omdat het de concurrentie niet altijd lukt de juiste proporties te kopiëren, haha! Het geheim zit 'm in de plaats van de welving: die bevindt zich bij de Jeanneau DS-reeks vrij ver naar achteren, zodat je een lang, slank voordek krijgt. Zelfs de kleinere versies blijven daarom nog slank ogen en ze hebben niets weg van een hoekige motorsailer. Varen: Het is dus ook geen toeval dat er in de zeilboten van de Jeanneau DSreeks verschillende elementen doen denken aan de interieurs van motorcruisers? Garonni: Nee, dat is logisch, want ik ontwerp de beide. En alhoewel ik diep in mijn hart het meest van zeilboten houd, vind ik dat je in een zeilboot ook gerust comfortelementen mag verwerken die van motorboten zijn "geleend". Je mag je, als je in de kajuit van een zeilboot binnenstapt, niet meteen geïsoleerd voelen van de rest van de boot. Het mag geen "afdaling in de buik van de walvis" zijn, zeg maar. Je moet er even veel ruimte, lucht en licht vinden als in een motorcruiser. En, indien mogelijk, een vorm die in harmonie is met de buitenkant. Op de grote zeilschepen die ik vroeger heb ontworpen, losten we dat op met een verschuifbaar tussenstuk, dat de overgang van de cockpit naar de kajuit verzachtte. Dat kan natuurlijk alleen op een boot van zo'n afmetingen en de technologie om zoiets te construeren was vrij ingewikkeld. Maar misschien is het nog een idee voor de toekomst, om dat toch ook in kleinere entiteiten toe te passen. Wie weet? Er zitten nu eenmaal altijd meer ideeën in mijn hoofd dan wat


er uiteindelijk op papier wordt gezet. En van die fase naar de definitieve bouw is dan nog eens een stap verder. Varen: Zou een grote werf als Jeanneau wel bereid zijn u in wat wildere ideeĂŤn te volgen en de financiĂŤle risico's die daarmee gepaard gaan, te dragen? Garonni: Neen, dat is uitgesloten. Ze nemen nooit onberekende risico's. Jeanneau komt wel regelmatig met nieuwigheden, maar dat zijn altijd kleine stappen vooruit. Binnenkort komen er zo wat vernieuwingen in het motorbootassortiment, maar het zijn nooit revoluties. Alles is eerst grondig getest en doordacht. Een werf als deze kan niet het risico nemen om iets op de markt te brengen dat niet aanslaat. Varen: Dat is dan toch een fikse rem op uw creativiteit, nee? Garonni: Nee, integendeel. Ik zie het als een uitdaging om binnen die beperkingen toch goed werk te leveren. Ik heb uit die houding ook al veel geleerd. Nieuwe dingen uitvinden is niet zo moeilijk, dromen kan iedereen. 's Morgens in de douche is iedereen een uitvinder. Maar die dromen zo uitwerken dat er een praktisch, eenvoudig en functioneel product ontstaat, dat is een kunst. Varen: Waar droomt Vittorio Garonni nog van in de douche? Garonni: De grotere versie van de Prestige 50S ontwerpen, natuurlijk. Varen: En wanneer komt die er aan? Garonni: Dit lijkt u misschien vreemd, maar dat hangt af van de verkoopcijfers van de 54 Deck Saloon. Dat model heeft zoveel succes dat er bij Jeanneau verschillende productielijnen zijn bezet om de internationale vraag naar dat boottype te kunnen bijhouden. Zo lang er geen productielijn vrijkomt, kan er niet met de productie van een nog grotere versie van de Prestige-reeks worden gestart. Het zou inderdaad heel onverstandig zijn de productie van een succesproduct af te remmen ten voordele van een nieuw model waarvan de verkoop nog van nul moet starten. Het is dus afwachten geblazen, ook voor mij. Varen: Wij wensen u inmiddels nog creatieve dromen in de douche! Verschenen in Varen juni 2007


JEANNEAU PRESTIGE 30S EN 50S