Page 1

Kristalpaleis  reeks voor eigentijdse filosofie

Stephane Symons - De kunst van het vergeten-PT.indd 1

19-11-19 08:55


StĂŠphane Symons Vantilt Stephane Symons - De kunst van het vergeten-PT.indd 2

19-11-19 08:55


De kunst van het vergeten Naar een filosofie van de vergankelijkheid

Stephane Symons - De kunst van het vergeten-PT.indd 3

19-11-19 08:55


colofon

Š 2019 StÊphane Symons, Leuven & Uitgeverij Vantilt, Nijmegen isbn 978 94 6004 456 4 Ontwerp omslag en boekverzorging Ingo Offermanns, Hamburg Opmaak Peter Tychon, Wijchen

Stephane Symons - De kunst van het vergeten-PT.indd 4

19-11-19 08:55


7 28 39 40 45 50 53 57 66 71 78 87 90 93 100 103 108 114 121

Inleiding. Van memory studies naar een creatief vergeten Intermezzo over Primo Levi 1 Wat is denken? En waar komt het vandaan? ‘Dichtermut’ en ‘Blödigkeit’ Het begrip Aufgabe De Aufgabe van het denken Het keerpunt van de tijd Nihilisme en messianisme in Benjamins filosofie van de geschiedenis Intermezzo over Gershom Scholem Van het vergeten naar het onvergetelijke Intermezzo over Theodor Adorno 2 Wat is een immemoriaal verleden? En hoe laten we het achter ons? Zijnsvergetelheid en Zijnsverlatenheidd Heidegger en Benjamin Intermezzo over Ernst Jünger Een nieuw barbarendom Benjamin leest Baudelaire… … en Proust Intermezzo over Marcel, Albertine en Gilberte

128 137 146 150 156

3 Wat is een kind? Of hoe kunnen we opnieuw beginnen? Van Nietzsche tot Arendt Intermezzo over Vergilius en Augustinus Benjamin en de antimetafysica van de jeugd Een ruimte om te spelen Het dagboek

161

Epiloog. Lofzang op twee schaduwen

169 177 183 184

Bibliografie Noten Dankwoord Personenregister

127

inhoud

Stephane Symons - De kunst van het vergeten-PT.indd 5

19-11-19 08:55


Stephane Symons - De kunst van het vergeten-PT.indd 6

19-11-19 08:55


Inleiding. Van memory studies naar een creatief vergeten

Wat zou een goed begin zijn voor een boek over de mogelijkheid om te beginnen en de mogelijkheid om opnieuw te beginnen? Wat is het beste vertrekpunt wanneer aanvang en geboorte zullen behoren tot het centrale begrippenkader? We zouden kunnen starten met een verwijzing naar een einde. Of zelfs met een verwijzing naar de dood. We kunnen bijvoorbeeld beginnen bij de epiloog van een boek van meer dan 800 pagina’s, de monumentale studie Postwar: A History of Europe Since 1945 van Tony Judt. In deze epiloog, getiteld ‘From the House of the Dead: An Essay on Modern European Memory’, buigt de Britse historicus zich over de vraag waarom de eerste decennia van de eenentwintigste eeuw nog altijd meebepaald zullen worden door de huiveringwekkendste gebeurtenissen van de twintigste eeuw. ‘Uitroeiing,’ zo schrijft Judt, is ‘het belangrijkste Europese punt van verwijzing’ en de ‘erkenning van de Holocaust […] het hedendaagse toegangsbewijs voor Europa’.1 Volgens Judt kan een dergelijk ‘toegangsbewijs’ er slechts komen met de hulp van geschiedenis, eerder dan met de hulp van het geheugen, want dat is uiteindelijk niet in staat het onrecht van de Holocaust werkelijk te peilen. Judt verwijst overigens niet naar de intussen nagenoeg afgeleefde categorie van de ‘onrepresenteerbaarheid’ van de Holocaust wanneer hij de aandacht vestigt op de grenzen van het geheugen. Hij ontsnapt daardoor aan de gemeenplaats dat deze misdaden een ‘subliem’ karakter hadden. Dat de nazihorror ons confronteert met de grenzen van onze verbeelding en ons geheugen, heeft voor hem minder te maken met hun zogenaamde onrepresenteerbaarheid dan met een eigenschap die deel uitmaakt

7

inleiding

Stephane Symons - De kunst van het vergeten-PT.indd 7

19-11-19 08:55


8

van het geheugen. Want het geheugen ‘bevestigt en versterkt zichzelf’: het geeft ons namelijk het gevoel dat het verleden niet werkelijk achter de rug is, juist omdat het nog steeds kan worden herinnerd. Als we een bepaalde gebeurtenis kunnen gedenken, zo lijken we te geloven, dan heeft ze tenminste niet helemaal voor niets plaatsgevonden. Door het verleden in onze herinnering levend te houden, met boeken en gedenkstenen, ideeën en beelden, zullen we er misschien niet in slagen er daadwerkelijk een betekenis aan te geven, maar bevestigen deze pogingen niet op zijn minst het menselijk vermogen om het verleden op de een of andere manier te overstijgen? Omdat het geheugen in laatste instantie gepaard gaat met een vertrouwen in continuïteit en bewaring, mogen we er volgens Judt uiteindelijk niet op vertrouwen als enige getuige voor het extreme geweld van de Holocaust. In tegenstelling tot het geloof in de kracht van het geheugen, is geschiedenis geworteld in het duidelijke besef dat het verleden bovenal wordt gekenmerkt door het feit dat het, inderdaad, voorbij is. ‘[G]eschiedenis draagt bij tot de onttovering van de wereld.’2 Daarom verwijst Judt naar de dubbele betekenis van het Engelse woord history: ‘de professionele studie van het verleden’ en ‘wat in de tijd is voorbijgegaan’. Ook het Nederlandse woord ‘geschiedenis’ draagt deze dubbele betekenis in zich: de term staat zowel voor ‘geschiedschrijving’ als voor ‘verleden’. En ook in het Duits vind je die dubbelheid terug: waar het woord Geschichte enerzijds verwijst naar het verleden als voorwerp van geschiedschrijving (Geschichte betekent ook ‘verhaal’), is er anderzijds de betekenis van verleden als iets wat werkelijk voorbij is, van Vergangenheit. Deze tweede betekenis vestigt de aandacht op een onontkoombaar gegeven: dat het niet in staat was om te blijven bestaan, is een wezenlijke eigenschap van het verleden. Op dit punt ontstaat de spanning tussen geheugen en geschiedenis die Judt zo lijkt te interesseren. Wanneer geschiedenis wordt opgevat als een opeenvolging van gebeurtenissen die de een na de ander verdwijnen, dan is het ritme van de geschiedenis eigenlijk veel intiemer verwant met het vergeten dan met het geheugen. Want het geheugen verwijst naar een vreemd soort simultaneïteit van verleden en het heden. Natuurlijk laat niemand zich nog inspireren door de oude, positivistische ambitie inleiding

Stephane Symons - De kunst van het vergeten-PT.indd 8

19-11-19 08:55


om het verleden terug te brengen ‘zoals het echt was’. Toch kunnen we moeilijk ontkennen dat we op het geheugen vertrouwen om op zijn minst iets van het verleden terug te brengen naar het heden. Judt stelt het ‘ontluisterende, zelfs ontwortelende’ wezen van de geschiedenis tegenover het bewarende vermogen van het geheugen en raakt daarmee aan een van de belangrijkste uitdagingen van onze tijd: hoe kunnen we de gruwel van de oorlog in onze herinnering levend houden wanneer de krachten van de geschiedenis sterker lijken te zijn dan die van het geheugen, wanneer de generatie die de oorlog meemaakte binnenkort volledig zal zijn verdwenen en, niet minder belangrijk, wanneer de kleinkinderen van die generatie elk jaar minder geïnformeerd (en onverschilliger) lijken te worden? ‘Het verschrikkelijke, recente verleden van Europa, het duistere “andere” waartegenover het naoorlogse Europa zichzelf vormgaf, is al uit het geheugen van veel jonge Europeanen verdwenen. In minder dan een generatie tijd zullen gedenktekens en musea stof vergaren – enkel bezocht door aficionado’s en familieleden, zoals de slagvelden van het westelijk front.’3 In de laatste alinea van zijn epiloog suggereert Judt dat het enige tegengif voor de ontluisterende dynamiek van de geschiedenis in die geschiedenis zelf kan worden gevonden, en niet in een tegenkracht als het geheugen. Volgens Judt kan het vergeten, dat onlosmakelijk verbonden is met geschiedenis – begrepen als ‘wat in de tijd is voorbijgegaan’, als Vergangenheit –, niet worden overwonnen door het bewarende werk van het geheugen, maar alleen door het steeds weer onderbroken en creatieve werk van de geschiedenis zelf – begrepen als ‘de professionele studie van het verleden’, als Geschichte. De vele pogingen om het onrecht uit het verleden te redden van de vergetelheid kunnen en moeten immers telkens worden herhaald en vernieuwd. Het is daarom de kracht van de geschiedenis zelf, en niet die van het geheugen, die een proces van kennen en erkennen mogelijk maakt, een proces dat nooit voltooid kan zijn.

9

Omdat [het nazikwaad] niet kan worden herinnerd zoals het echt was, is het door en door vatbaar [voor het gevaar] dat het wordt herinnerd zoals het niet was. Tegenover dit gevaar is het inleiding

Stephane Symons - De kunst van het vergeten-PT.indd 9

19-11-19 08:55


geheugen zelf weerloos. […] Indien we in de komende jaren willen blijven beseffen waarom het zo belangrijk leek om een bepaald soort Europa op te bouwen uit de as van de crematoria van Auschwitz, dan kan alleen de geschiedenis ons daarbij helpen. […] Als Europeanen deze vitale connectie willen behouden – als het verleden van Europa het heden van Europa moet blijven voorzien van een kritisch besef en een moreel doel –, dan moet ze aan elke nieuwe generatie opnieuw worden onderwezen. De ‘Europese Unie’ mag dan wel een reactie zijn op de geschiedenis, ze kan haar nooit vervangen.4 10

Inmiddels is er meer dan tien jaar verstreken sinds Judt deze woorden schreef. Zijn stelling dat historische fenomenen slechts begrepen en herdacht kunnen worden aan de hand van de geschiedenis zelf, is er echter niet minder overtuigend op geworden. Ze is zelfs urgenter dan ooit. In weerwil van het enorme aantal gedenktekens, musea en monumenten dat over de hele wereld werd opgetrokken, heeft het geloof in de bewarende taak van het geheugen drastisch aan geloofwaardigheid ingeboet. Dit is onder meer te verklaren uit het feit dat onze tijd wordt gekenmerkt door een rusteloze zoektocht naar versnelling en vernieuwing. Het lijkt wel alsof we weigerachtig staan tegenover alles wat niet meteen rendabel is en daardoor recentelijk zelfs onze pijlen zijn gaan richten op het eeuwenoude ideaal van de waarheid, ook al werd die al door Plato gezien als de trouwe gezel van het menselijk geheugen. Het is daarom weinig verrassend dat ook de idee dat een gedeelde geschiedenis van oorlog en geweld de Europese natiestaten dichter bij elkaar kan brengen op veel kritiek stuit. Anti-Europese gevoelens zijn niet alleen doorgedrongen tot in het westen (Brexit) en het oosten van Europa (antieu-beleid), maar ook ingekapseld in het hart van ons continent; anti-eu-populisme is nadrukkelijk aanwezig in nagenoeg elke lidstaat. Hoe complex die gevoelens ook mogen zijn, het is duidelijk dat ze resulteren in een stroom van kritiek op het proces van politieke en geschiedkundige herdenking dat ten grondslag ligt aan de Europese Unie (Judts ‘toegangsbewijs’). De analyse van Judt leest niet alleen als een voorspelling van een aantal huidige politieke en sociale problemen. Ze valt ook inleiding

Stephane Symons - De kunst van het vergeten-PT.indd 10

19-11-19 08:55


samen met de intellectuele uitdaging om een van de meest toonaangevende paradigma’s van de afgelopen decennia opnieuw te bekijken, de memory studies. De recente literatuur over het geheugen is enorm omvangrijk en kan niet worden gevat in een alomvattende argumentatie. Toch is op zijn minst één idee doorslaggevend voor het veld van de memory studies in het algemeen. In tegenstelling tot Judt veronderstelt het veld van de memory studies dat het niet in de eerste plaats de geschiedenis zelf is die de mens toestaat een antwoord te formuleren op historische gebeurtenissen, maar wel het vermogen om iets van die gebeurtenissen te bewaren in het geheugen. Hoe uiteenlopend hun werk ook mag zijn, schrijvers als Maurice Halbwachs, Paul Ricoeur, Pierre Nora, Aleida Assmann, Avishai Margalit, Andreas Huyssen, Tzvetan Todorov en Michael Rothberg hebben zeker één ding gemeen: ze delen de overtuiging dat de mogelijkheid om te reageren op de geschiedenis voor alles afhankelijk is van de kracht van het geheugen en de herinnering. Omdat het geheugen eens en voor altijd is verlost van de misvatting dat het slechts subjectief is (en dus onbetrouwbaar), wordt het naar voren geschoven als de mogelijkheidsvoorwaarde voor een actieve verhouding tot de geschiedenis. Deze poging om het geheugen uit te roepen tot het belangrijkste instrument voor onze interactie met de geschiedenis heeft de denkers uit het veld van de memory studies ertoe gebracht verder te kijken dan de band tussen het geheugen en het verleden. Voor hen staan ook het kritisch potentieel van het geheugen en zijn vermogen om een gedeelde toekomst uit te denken centraal. Zo wordt aan het geheugen de kracht toegeschreven om de geschiedenis te ontdekken als iets wat niet louter onafwendbaar is: als historische gebeurtenissen kunnen worden begrepen, kunnen worden gestuurd en, wie weet, uiteindelijk zelfs kunnen worden verwerkt, dan zouden we dit in de eerste plaats te danken hebben aan een interventie van het geheugen. Onderzoekers hebben het geheugen vergeleken met een politiek (Huyssen) en een ethiek (Margalit), en het voorgesteld als de mogelijkheidsvoorwaarde voor een gemeenschap waarin zelfs de herinnering aan de ‘dunne’ band tussen vreemdelingen zou volstaan voor een gevoel van samenhorigheid.5 Andere auteurs koppelen het stichtende karakter van het geheu-

11

inleiding

Stephane Symons - De kunst van het vergeten-PT.indd 11

19-11-19 08:55


12

gen aan zijn ‘meerduidigheid’ (Rothbergs multidirectionality):6 door geheugenprocessen, die open, creatief en heterogeen zijn, overstijgen we de ‘zero-sum game’ waarin de erkenning van een specifiek verleden noodzakelijkerwijs gepaard zou gaan met de afwijzing van een ander verleden. De afgelopen decennia heeft het geheugen een prominente rol gespeeld in academische debatten, omdat het tegelijk werd begrepen als een bewarend en een selectief mechanisme, dat gegevens uit verschillende contexten samenvoegt tot een gelaagde eenheid. Het veld van de memory studies introduceerde bijgevolg de idee dat het geheugen zowel een doorleefde ervaring van de eigen cultuur als een werkelijke ontmoeting met vreemde culturen mogelijk maakt. Het geheugen zou de voedingsbodem zijn voor een persoonlijke identiteit (zowel individueel als collectief) die stabiel genoeg is om ons leven te wortelen in een gemeenschapsgevoel, maar ook voldoende instabiel blijft om een openheid te creëren voor andere manieren van leven en denken. De achtergrond van deze suggestie dat het geheugen ons helpt om te antwoorden op de vele complexiteiten van de geschiedenis is behoorlijk rijk en kan niet worden gevat in een paar alinea’s. De eerste aanzet voor deze relatief recente analyse van het geheugen werd gegeven in de jaren zestig. In de nasleep van de dekolonisering wonnen toen de identiteitspolitiek en het debat over ras en gender aan belang. Deze eerste turn towards memory viel samen met de onafhankelijkheid van landen die zichzelf trachtten te bevrijden van imperialisme en met de strijd van velerlei minderheden om te ontsnappen aan de blanke, masculiene en heteroseksuele dominantie van het Westen. Deze bewegingen waren doordrongen van inzichten uit de psychoanalyse, het structuralisme en het poststructuralisme. Ze vonden in de categorie van het geheugen een conceptueel antwoord op de vraag naar een identiteit die niet terugdeinsde voor ‘andere’ manieren van denken en, sterker nog, voor het denken van het ‘andere’ als zodanig. De nieuwe theorievorming rond geheugen was daarom minder het gevolg van een plotse interesse in het verleden als van een urgente behoefte aan een nieuw heden. In feite was deze eerste ontdekking van de kracht van het geheugen als een geprivilegieerd vermogen tot omgang met de uitdagininleiding

Stephane Symons - De kunst van het vergeten-PT.indd 12

19-11-19 08:55


gen van de geschiedenis vooral een poging om te breken met het verleden. Deze vroege fase binnen de memory studies wendde zich niet tot het verleden om het heden te legitimeren. In haar zoektocht naar de verschillende gedaantes van het ‘subalterne’, leverde ze veeleer een bijdrage tot het verzet tegen eeuwenoude strategieën van machtsontplooiing. In de jaren tachtig ontdekte een tweede golf van memory studies het geheugen als een antwoord op historische uitdagingen, maar nu werd het verleden wel degelijk centraal gesteld. Dit ging gepaard met de publicatie van belangwekkende teksten over geschiedenis en geheugen aan beide zijden van de Atlantische Oceaan (bijvoorbeeld Yosef Hayim Yerushalmi’s Zakhor [1982] en Pierre Nora’s Les lieux de mémoire [1984-1992]). Toch werd deze periode vooral gekleurd door de geruchtmakende Historikerstreit in Duitsland aan het eind van dat decennium. De overtuiging dat vooral het geheugen ons in staat stelt om op een adequate manier te reageren op de vele complexiteiten van de geschiedenis werd nu een inspiratiebron voor een gespannen debat over de gruweldaden van het nazibewind. Ook al bleef het onduidelijk of dat nazibewind de vergelijking kan doorstaan met andere vormen van geweld (zoals de misdaden van de Sovjet-Unie), van belang was dat men een beroep deed op het concept ‘geheugen’ om de uniciteit van een historisch gegeven te bepalen. Deze tweede fase in de memory studies betekende een belangrijke verschuiving ten opzichte van de eerste, omdat ze gepaard ging met de observatie dat het vroegere optimisme omtrent dekolonisering en de politiek van identiteit, ras en gender was uitgeput. Hier kan worden verwezen naar de ‘conservatieve revolutie’ in Groot-Brittannië en de Verenigde Staten, de crisis van het marxisme, de islamitische revolutie in Iran, de genocide in Cambodja en uiteindelijk, natuurlijk, de val van de Berlijnse Muur, die een eclatante overwinning betekende voor het dominante verhaal van het Westen en een nieuw hoofdstuk inluidde van geglobaliseerd en neoliberaal kapitalisme. Ongeveer dertig jaar geleden is een derde golf van memory studies het concept ‘geheugen’ gaan gebruiken in een reactie op technologische evoluties en problemen, waardoor het geheugen werd ingezet als een instrument om onze angst voor

13

inleiding

Stephane Symons - De kunst van het vergeten-PT.indd 13

19-11-19 08:55


14

de toekomst te bezweren. In een wereld die steeds meer wordt gedomineerd door globale technologie, is de snelheid van de geschiedenis toegenomen op een schaal die niemand kon voorzien. Dit heeft geleid tot een gevoel van onzekerheid bij velen en een gebrek aan consensus over de richting die de wereld uitgaat. Deze condition informatique vraagt om een nieuwe manier van reageren op de geschiedenis en ze heeft de noodzaak aangewakkerd in het geheugen een instrument te ontdekken dat ons helpt om ons te beraden over mogelijke toekomsten. Het gebruik van computers en informatietechnologie heeft bepaalde processen van doorleefde herinnering en identiteitsvorming geproblematiseerd en de grenzen tussen verleden, heden en toekomst vloeibaar gemaakt. In navolging van Reinhart Kosellecks radicale historisering van onze ervaring van tijd en geschiedenis, werd de aandacht gevestigd op het feit dat technologische ontwikkelingen met betrekking tot ons consumptiegedrag, onze werksfeer en onze mobiliteit de tijdsstructuur van onze levens diepgaand beïnvloeden.7 Het geheugen werd daarbij niet alleen als relevant beschouwd voor onze verhouding tot het verleden en het heden, aangezien beide gedestabiliseerd zijn geraakt door een teveel aan informatie en zintuiglijke input, het kon ook worden beschreven als een ‘reactieformatie’ tegen de snelheid en de versnelling van allerlei technische processen.8 Aangezien het begrip ‘geheugen’ op deze manier in veel verschillende contexten een centrale positie is gaan innemen, kan het nauwelijks verbazing wekken dat deze evolutie sporen naliet in een flink aantal maatschappelijke debatten. De memory studies waren prominent aanwezig in vraagstukken uit de ideeëngeschiedenis, culturele studies, literatuurwetenschap, kunstwetenschap, mensenrechtenstudies, politieke wetenschap, gendertheorie, rassenstudies, filosofie en psychoanalyse. Toch zit er in het hart van de memory studies een paradox verscholen, want het concept ‘geheugen’ dat door de jaren heen werd verfijnd, beklemtoont zowel dat het menselijk geheugen deel uitmaakt van de geschiedenis, als dat het er een tegenkracht voor is, die weerwerk biedt aan de meest diepgaande, historische conflicten. Het is niet makkelijk deze spanning te verhelderen. Ze verklaart voor een groot deel waarom verschillende auteurs ingaan inleiding

Stephane Symons - De kunst van het vergeten-PT.indd 14

19-11-19 08:55


tegen de overtuiging dat vooral het geheugen de mens toelaat zich tot de geschiedenis te verhouden. Dezelfde paradox zal ook verklaren waarom de hoofdstukken die op deze inleiding volgen, zijn geschreven in het spoor van Judts suggestie dat de geschiedenis, veeleer dan het geheugen, moet worden beschreven als de toonaangevende plaats voor omgang met de uitdagingen van het verleden, het heden en de toekomst. Laat ons beginnen met de idee dat het menselijk geheugen onlosmakelijk verbonden is met historische ontwikkelingen. Het concept van geheugen dat centraal staat in de memory studies vertoont de sporen van de context waarin het werd uitgedacht: de jaren zestig werden gekenmerkt door uitdagingen die danig verschillen van de uitdagingen van de jaren tachtig en die van de eerste decennia van de eenentwintigste eeuw. Dit verklaart waarom dit concept steeds ook de contingenties en de mogelijkheden tot verandering, die zo kenmerkend zijn voor de geschiedenis als zodanig, in zich heeft opgenomen. Er zijn dus verscheidene concepten van ‘historisch geheugen’ uitgedacht. Zo wordt getracht de openheid van de geschiedenis in het algemeen ook vruchtbaar te maken voor de vele antwoorden die de mens kan formuleren op die geschiedenis. Het veld van de memory studies is er dan ook in geslaagd om van zijn ogenschijnlijke zwakheden (de instabiliteit van het geheugen) een sterkte te maken. Geheugen en vergeten worden bijvoorbeeld slechts zelden echt tegenover elkaar geplaatst. De meeste pleitbezorgers van de memory theory beklemtonen, zoals Paul Ricoeur het stelt, dat de vergetelheid niet meer is dan ‘de schaduwrijke keerzijde van de heldere wereld van het geheugen’.9 Een integrale recuperatie van het verleden wordt als onhaalbaar en onwenselijk gezien, net zoals men niet geneigd is te geloven dat het risico op vergeten ooit helemaal afwezig kan zijn. De afwijzing van een positivistische geschiedschrijving, die er nog wel van uitging dat het feitelijke verleden kon worden teruggehaald, was het startschot voor de memory boom. In het spoor van auteurs als Nietzsche, Benjamin, Foucault, Lyotard en Derrida, heeft de memory theory de overtuiging laten varen dat het heden het verleden geheel en al, op een neutrale en objectieve wijze zou kunnen terugbrengen om er vervolgens belangrijke lessen uit te kunnen trekken. Een dusda-

15

inleiding

Stephane Symons - De kunst van het vergeten-PT.indd 15

19-11-19 08:55


16

nig naïeve opvatting in rechtlijnige vooruitgang werd vervangen door het ideaal van een doorleefde interactie tussen verleden en heden, en door de zoektocht naar een echte toekomst. Zoals ook Enzo Traverso opmerkt, kan de positie van de mem­ory studies worden vergeleken met de positie die Siegfried Kracauer, in zijn onafgewerkte studie History: The Last Things Before the Last (1969), als een ‘exil’-plaats identificeert.10 De plaats van waaruit een onderzoeker het verleden benadert, blijft inderdaad steeds geklemd tussen het heden en het verleden: omdat de categorieën, ideeën en instrumenten van de onderzoeker gekleurd zijn door de behoeftes en verlangens van zijn eigen situatie, kunnen ze nooit volledig overeenkomen met die van zijn onderzoeksobject en zullen ze een zogenaamd neutraal weten in de weg staan. Deze afstand tussen heden en verleden mondt evenwel niet noodzakelijk uit in een radicale breuk tussen beide. Integendeel, het is precies deze cesuur die de memory theory helpt om de interpretatieve afstand te bewaren, die maakt dat gebeurtenissen uit het verleden kunnen worden begrepen, vergeleken, verklaard en, uiteindelijk, betekenisvol kunnen worden gemaakt buiten het gezichtspunt van dat verleden zelf. Het besef dat de werking van het geheugen onvermijdelijk getekend is door de conflicten, lacunes en contingenties van de geschiedenis, is natuurlijk niet onverzoenbaar met het gevoel dat het kan worden ingezet als een middel om precies die conflicten, lacunes en contingenties het hoofd te bieden. Toch raakt de spanning tussen beide claims nooit echt opgelost: hoe kan het geheugen immers een doorleefde reactie bieden op de gevaren en uitdagingen van de geschiedenis als het tegelijk wordt gedestabiliseerd door diezelfde gevaren en uitdagingen? Verschillende prominente auteurs uit het veld van de memory studies hebben deze paradox erkend en om die reden beklemtoond dat zelfs een door en door historisch geheugen niet geheel bepaald wordt door het verloop van de geschiedenis. In de eerste bladzijden van Aleida Assmanns invloedrijke studie van cultureel geheugen, waar de kracht van het geheugen in verband wordt gebracht met het oude gevecht tegen de dood en de vergetelheid, en, meer recent, in Jeffrey Andrew Barash’ analyse van het collectieve geheugen, worden we er bijvoorbeeld aan herinnerd dat het eerste inleiding

Stephane Symons - De kunst van het vergeten-PT.indd 16

19-11-19 08:55

Profile for Vantilt

De kunst van het vergeten  

Stephane Symons

De kunst van het vergeten  

Stephane Symons

Profile for vantilt