Page 1

Geschiedenis van de moderne Nederlandse literatuur


t hom a s vae sse ns

Geschiedenis van de moderne Nederlandse literatuur

Uitgeverij Vantilt


© 2013 Thomas Vaessens, Amsterdam en Uitgeverij Vantilt, Nijmegen isbn 978 94 6004 133 4 Ontwerp omslag en binnenwerk: Mijke Wondergem, Baarn Opmaak binnenwerk: Peter Tychon, Wijchen Lithografie: Allprint, Fred Vermaat, Wijchen Omslagillustratie: © René Daniëls, De terugkeer van de performance, c/o Pictoright Amsterdam 2013 Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. De uitgever heeft ernaar gestreefd de auteursrechten van de illustraties volgens de wettelijke bepalingen te regelen. Zij die menen nog zekere rechten te kunnen doen gelden, kunnen zich tot de uitgever wenden.


Inhoud

Vooraf: Het ‘gouden tijdperk van de literatuur’

7

Deel i – Het verhaal: de moderniteit 15 1.

Literatuur en moderniteit

17

2.

Literatuur, identiteit en globalisering – ‘Nederlandse’ letterkunde?

49

3.

Modern schrijverschap – autonomie en heteronomie

69

Deel ii – De frames: de ‘ismen’ revisited 103 4.

De werkwijze – frames en discours

5.

Organisch vs. mechanisch – het romantische frame

105 125

6.

Menselijk vs. onmenselijk – het realistische frame

177

7.

Dynamisch vs. statisch – het avant-gardistische frame

235

8.

Autonoom vs. heteronoom – het modernistische frame

289

9.

Open vs. gesloten – het postmodernistische frame

347

Deel iii – Literatuur in de wereld van vandaag 403 10. Literatuur en diversiteit

Verantwoording: Literatuurgeschiedenis en literatuurwetenschap

405 435

Dankbetuiging

441

Noten

443

Bibliografie

451

Namenregister

467


Vooraf Het ‘gouden tijdperk van de literatuur’  here have always been, it would seem, poems, stories, fictions T of various kinds, but there has not always been literature. Alvin B. Kernan, ‘The Idea of Literature’

De literatuur zoals we haar vandaag kennen is een moderne uitvinding. Ze is een uitdrukkingsvorm die hoort bij de westerse wereld van de afgelopen twee eeuwen: een wereld gekenmerkt door democratisering en zich emanciperende, kritische burgers. Een tijd waarin een publieke sfeer ontstond waarbinnen die burgers idealiter vrijelijk in het openbaar van gedachten konden wisselen. En die gedachtewisseling vond bij uitstek plaats in de geschreven cultuur: de cultuur van de gedrukte media, waarin het boek – zeker het literaire boek – het koningsnummer was. Literatuur heeft gedurende de gehele moderne periode gefunctioneerd als werkplaats waar nieuwe visies op mens en maatschappij werden ontwikkeld en uitgeprobeerd. Boeken, toneelstukken en pamfletten waren de aangewezen media voor revolutionairen en visionairen. De afgelopen twee eeuwen waren bovendien de periode van de natiestaat. Parallel aan de ontwikkeling van de landstalen ontstonden verschillende ‘literaturen’ (een nieuw meervoud in de negentiende eeuw), die in alle jonge naties werden ingezet ter ondersteuning van de natio­ nale identiteit. Ook met terugwerkende kracht. Jacob van Maerlant, de eerste auteur die in het Nederlands ging schrijven, in de dertiende eeuw, was al eeuwen vergeten toen hij in de negentiende eeuw als ‘vader van alle Nederlandstalige dichters’ werd herontdekt. En Vondel, in 1587 in Keulen geboren uit Antwerpse ouders, kreeg in Amsterdam pas in 1867 zijn standbeeld, in wat daarvoor het Rij- en Wandelpark heette. De ontdekking van ‘de Nederlandse literatuur’ in de negentiende eeuw was geen toeval. Men was gaan zien dat literatuur ook kon functioneren als nationaal museum: literaire teksten construeren een gedeeld verleden. Hun verhalen vertellen ons waar we vandaan komen en wie we zijn. Publieke sfeer, democratisering, nationalisme: deze en andere kenmerken van de ‘moderniteit’ vormden de context waarin het moderne literatuurbegrip werd gemunt, ergens in het overgangsgebied tussen de achttiende en de negentiende eeuw. Het is een literatuurbegrip dat

nationale identiteit

‘moderne’ literatuur

7


daarvoor nog niet bestond – literatuurwetenschapper Terry Eagleton meent zelfs dat schrijvers van voor de tweede helft van de achttiende eeuw het ‘extremely strange’ zouden hebben gevonden –, en waarvan het ook niet aannemelijk is dat het er in de toekomst altijd zal zijn. 1 Zeker is wel dat het gedurende de hele negentiende en twintigste eeuw van kracht gebleven is, ook al wordt er de laatste decennia wel beweerd dat de literatuur-zoals-we-haar-kenden in deze tijd van digitalisering en globalisering op haar laatste benen loopt. Literatuur was niet zomaar een uitingsvorm, maar een van de belangrijkste, geavanceerdste en zichtbaarste. Wie zich de ongeschreven regels ervan eigen wist te maken, was schrijver en werd in die hoedanigheid gehoord. De producten van de schrijver vonden misschien niet altijd gretig aftrek onder het publiek, maar het belang ervan stond vast. Basale kennis van teksten en literaire reputaties werd via een groeiend en fijn vertakt institutio­neel netwerk verspreid over leerlingen, krantenlezers, bibliotheekbezoekers, radioluisteraars en tv-kijkers.

gouden tijdperk

8

Dit boek is een nieuwe geschiedenis van wat de filosoof Jacques Rancière (1940) in 2004 het ‘gouden tijdperk van de literatuur’ heeft genoemd. De term ‘literatuur’ kreeg niet alleen een nieuwe betekenis. Voor de teksten, mensen en activiteiten die ermee werden geassocieerd brak ook een periode van bloei aan. Volgens Rancière is die bloeiperiode ontstaan uit een breuk met het traditionele achttiende-eeuwse idee dat je alleen kon schrijven over verheven onderwerpen en hogere klassen. Die breuk maakte de weg vrij voor een gedachte die nog altijd overheerst in het denken over literatuur: alle onderwerpen zijn gelijkwaardig en je kunt dus met hetzelfde recht over alles schrijven. Wat volgde, zegt Rancière, was een tijdperk dat niet alleen Marcel Proust (1871-1922), Robert Musil (1880-1942) en James Joyce (1882-1941) voortbracht, maar ook een intellectueel klimaat waarin wat zij deden relevant was voor iedereen.2 De komende hoofdstukken brengen de Nederlandse literatuur sinds 1800 stelselmatig in verband met de moderniteit, waarin ze als artistieke uitingsvorm zo’n prominente rol speelt – de term ‘moderniteit’ wordt in het openingshoofdstuk toegelicht, voor nu volstaat het te vermelden dat hij verwijst naar de geschiedenis van de westerse wereld sinds de Verlichting. De moderniteit is een paradoxaal gegeven, want ze wordt niet alleen gekenmerkt door vooruitgangsdenken, maar ook door scherpe kritiek óp dat denken. Zij behelst niet alleen rationalisering, maar ook voortdurend verzet tegen de gevolgen ervan voor het individu. De zegeningen van de industrialisering gaan gepaard met een grote fascinatie voor alles wat erdoor wordt bedreigd, zoals het natuurlijke, het spontane en het menselijke.

| g e s c h i e d e n i s va n d e m o d e r n e n e d e r l a n d s e l i t e r a t u u r


Schrijvers hebben gedurende de hele moderniteit de aandacht gevestigd op de schaduwzijden ervan. Steeds namen zij kritische standpunten in tegenover de wereld waarin ze leefden en werkten. ‘Ik zal spitten in de aarde waarop ik gedij’, schrijft Hafid Bouazza (1970) in zijn essay Een beer in bontjas (2001), en hij verwoordt daarmee de missie van de moderne schrijver.3 Moderne literatuur is bij uitstek het medium voor kritische reflectie op de mixed blessings van de moderniteit. En het grote belang dat onder moderne condities aan literatuur wordt gehecht, geeft aan dat die kritische reflectie niet wordt weggemoffeld. Ze maakt daarentegen integraal deel uit van de moderniteit die ze bekritiseert. Het is de moderne schrijver niet alleen vergund om te graven in de grond waarop hij staat, het is hem zelfs geraden. Dit mandaat van de schrijver is een van de verworvenheden die de afgelopen twee eeuwen tot een gouden tijdperk van de literatuur maakten. Net zo belangrijk is echter de vrijheid van de lezer die daar tegenover staat. Binnen het moderne literatuurbegrip is essentieel dat teksten geen statische of onveranderlijke artefacten zijn. De literatuur dankt haar prominente positie in de cultuur en de maatschappij nu juist aan het feit dat lezers er in de loop van de tijd steeds nieuwe betekenissen aan geven. Wanneer een schrijver op een bepaald moment in de geschiedenis een zeker gezichtspunt inneemt ten opzichte van de moderne wereld, betekent dat niet dat zijn tekst vervolgens decennialang alleen vanuit dat gezichtspunt gelezen mag worden. Om een voorbeeld te geven: het feit dat Multatuli (1820-1887) beslist geen tegenstander was van het koloniale systeem als zodanig hoeft een eenentwintigsteeeuwse lezer er niet van te weerhouden Max Havelaar (1860) te lezen als een antikoloniale roman. De lezer kiest het perspectief van waaruit hij leest, onafhankelijk van de schijnbare bedoelingen van de schrijver. Dát is het mandaat van de lezer. Het feit dat auteurs en teksten in de loop van de tijd steeds weer anders worden begrepen, zorgt voor een dynamiek die net zo kenmerkend is voor het literatuurbegrip als de vrijheid van de schrijver om zich kritisch op te stellen tegenover de moderniteit. Dit boek wil niet alleen laten zien hoe literatuur in deze periode van hoogtij werkte, maar ook hoe ze tot op de dag van vandaag gelezen en geactualiseerd kan worden. De moderne literatuur is niet een hoeveelheid statische, in een ‘canon’ vastgevroren, documenten van een voorbije tijd, maar een dynamisch corpus van sprekende teksten waaraan vanuit verschillende gezichtspunten telkens nieuwe betekenis kan worden gegeven.

literatuur als moderniteitskritiek

canon en dynamiek

Geschiedenis van de moderne Nederlandse literatuur is een nieuwe poging tot synthese die op een aantal punten afwijkt van wat in de moderne traditie van de literatuurgeschiedschrijving vanzelfsprekend is ge-

h e t ‘ g o u d e n t i j d p e r k va n d e l i t e r a t u u r ’ |

9


periodiseren

frames

10

worden. Steeds weer hebben negentiende- en twintigste-eeuwse geschiedschrijvers het recente literaire verleden gerepresenteerd als een logisch-chronologische reeks van literaire conventieveranderingen, veroorzaakt door ‘bewegingen’ of ‘stromingen’. De opeenvolging van naar een centrale positie in het literaire veld strevende ‘vernieuwers’ bepaalt de voortgang van het standaardverhaal, waarin dan ook noties van oorspronkelijkheid, innovatie en (r)evolutie veelvuldig voorkomen. What’s new? Dat is de vraag die, volgens het standaardmodel voor literatuurgeschiedschrijving, in de moderne literatuur voortdurend aan de orde is. Het beeld wordt bepaald door een reeks breuken: ‘generaties’ en ‘lichtingen’ rekenen af met hun voorgangers – de Zestigers met de Vijftigers, bijvoorbeeld –, waardoor een patroon ontstaat van opeenvolgende ‘perioden’ (realisme, modernisme…). De retoriek van de vernieuwing, die door schrijvers werd gehanteerd, drong dus door in de literatuurgeschiedschrijving. Periodiseren – het opdelen van de tijd in elkaar opvolgende segmenten – brengt met zich mee dat er een ontwikkeling wordt geponeerd die als onomkeerbaar wordt voorgesteld. 4 Ook in het literatuurhistorische standaardmodel zien we dit patroon. Iedere nieuwe stroming rekent immers af met haar voorgangster, wat suggereert dat wat voorafging achterhaald en gepasseerd is. De traditionele geschiedenis van de moderne literatuur laat een lineaire, progressieve ontwikkeling zien: de causale keten van aansluitende (literaire) perioden kleeft de suggestie aan van teleologische doelgerichtheid. Deze nieuwe literatuurgeschiedenis wil dat voortgangsperspectief nu eens niet als uitgangspunt nemen. Daartoe geven we de vertrouwde concepten uit de cultuur- en literatuurgeschiedenis een nieuwe betekenis. De termen ‘romantiek’, ‘realisme’, ‘avant-garde’, ‘modernisme’ en ‘postmodernisme’ – concepten die soms als ‘de ismen’ worden aangeduid – hanteren we níet in hun gebruikelijke betekenis van historische perioden (de historische romantiek, de historische avant-garde…), maar als aanduidingen voor vijf transhistorische frames. Deze verwijzen niet naar fasen in de moderniteit, maar naar perspectieven op die moderniteit. Het romantische frame, bijvoorbeeld, is niet iets wat in de historische werkelijkheid heeft bestaan (terwijl de Franse monarchie en de Tweede Wereldoorlog wel hebben bestaan). Het is in dit boek een heuristische constructie,5 een kritische visie op de moderniteit waarmee teksten uit verschillende fasen van de moderne literatuurgeschiedenis in verband te brengen zijn. We hebben het dus niet over een romantische realiteit (een groep schrijvers, een aantal teksten), maar over een verzameling (romantische) vooronderstellingen, een mindset die maakt dat je op een bepaalde manier naar de wereld en naar teksten kijkt.

| g e s c h i e d e n i s va n d e m o d e r n e n e d e r l a n d s e l i t e r a t u u r


Het idee is dat je een tekst vanuit verschillende frames betekenis kunt geven, waarbij je per frame op een ander type metaforen, een ander type opposities en een ander type retorische strategieën let. Schoolboeken en encyclopedieën situeren de romantiek (als stroming: de historische romantiek) aan het eind van de achttiende en het begin van de negentiende eeuw. Maar dat betekent niet dat bepaalde elementen in een tekst uit 1950, 1980 of 2010 een lezer er niet toe aan kunnen zetten die tekst vanuit het romantische frame te lezen. Zo’n lezer zal dan aan de tekst betekenissen toekennen die misschien door de auteur (of door de uitgever, critici of andere lezers) niet zijn voorzien, maar die daarmee niet minder valide of onjuist zijn. Dit alles betekent dat Geschiedenis van de moderne Nederlandse literatuur een andere manier van spreken over literatuur introduceert dan we uit het standaardverhaal van de moderne literatuurgeschiedenis gewend zijn. Het gaat om een niet-essentialistische spreekwijze. De term ‘essentialisme’ verwijst naar het geloof dat mensen en/of fenomenen een onderliggende en onveranderlijke essentie hebben. Het literatuurhistorische en literatuurkritische discours is gedurende de hele moderne periode sterk beïnvloed geweest door dat geloof. Het standaardverhaal van de moderne literatuurgeschiedenis is opgebouwd rond essentialistische uitspraken als ‘Carry van Bruggen is een modernistische schrijfster’ en ‘Max Havelaar is een romantische tekst’. Zulke kwalificaties werken fixerend: ze suggereren dat auteurs of teksten onveranderlijke, in de tijd gestolde eigenschappen of kenmerken hebben. Wij zeggen niet: ‘Multatuli is een romanticus’, maar bijvoorbeeld wel: ‘Max Havelaar kan gelezen worden vanuit het romantische frame’. Een tekst (of een auteur) hoeft in onze optiek namelijk niet romantisch te zijn om romantisch gelezen te kunnen worden. En wanneer Max Havelaar inderdaad romantisch gelezen kan worden, dan sluit dat niet uit dat ook andere frames productieve leesstrategieën bieden. Multatuli’s roman komt bijvoorbeeld in bijna alle hoofdstukken van deel ii aan de orde. Kennelijk kan de tekst op verschillende manieren met de moderne wereld in verband gebracht worden, reden dat hij al zo lang springlevend is. Het spreken over literatuur in termen van transhistorische frames impliceert nadrukkelijk niet dat het (cultuur)historische perspectief door ons wordt losgelaten. Het boek combineert twee literatuurhistorische benaderingswijzen: één die gericht is op het verhaal van de moderniteit en één die uitgaat van de frames. De eerste werkwijze is chronologisch en historisch, de tweede conceptueel en transhistorisch. De synchrone lijn van de moderne geschiedenis (moderniteit) wordt diachroon doorsneden door frames die niet exclusief aan een bepaald historisch moment gebonden zijn.

h e t ‘ g o u d e n t i j d p e r k va n d e l i t e r a t u u r ’ |

essentialisme

transhistorisch

11


terug naar de tekst

discursieve aanpak

het probleem van de canon

12

Het gedeeltelijk loslaten van de chronologische voortgangslogica is maar een van de keuzes die in deze nieuwe literatuurgeschiedenis zijn gemaakt. Een tweede keuze is dat onze aanpak uiteindelijk, in het grootste en belangrijkste deel van dit boek (deel ii), tekstgericht is. Dat betekent dat we in de eerste plaats geïnteresseerd zijn in literaire teksten en minder in het sociale systeem om die teksten heen. We keren dus terug naar de tekst: waar veel literatuurwetenschappelijk onderzoek de laatste decennia gericht was op de instituties om de literatuur heen (de kritiek, de uitgeverij, het boekbedrijf en het gedrag van de verschillende actoren in dat veld, waaronder ook de schrijver), daar staat in deel ii de literatuur zelf weer centraal. De eigenaardigheden van ‘het literaire veld’ zijn interessant – en we besteden er ook aandacht aan –, maar we zoeken de specificiteit van de literatuur vooral in de bijzondere aard, functies en effecten van de literaire tekst. Onze focus op teksten isoleert ze niet van hun context. Moderne literatuur is tot in haar diepst ingebedde bijzin verknoopt met de andere discoursen van de moderniteit. Het feit dat we ons op precies die verknoping richten (keuze drie), maakt onze aanpak discursief. We vatten literaire communicatie op als een talige vorm van menselijk handelen die ideologisch en cultureel wordt gestuurd. 6 In literaire teksten zijn we onder meer op zoek naar de sporen van andere, niet-literaire discoursen. Ideologische vertogen, bijvoorbeeld, of culturele. Dat betekent dat we zullen aansluiten bij methoden van de discoursanalyse. Keuze vier houdt in dat deze literatuurgeschiedenis niet dekkend of representatief probeert te zijn. Het doel is niet ‘de canon’ te presenteren of een ‘tegencanon’ te poneren. Moderne literatuurgeschiedschrijvers zijn over het algemeen trouw gebleven aan het encyclopedische ideaal van het overzichtswerk – een literatuurgeschiedenis waarin je van alles wat vindt of, liever nog, van alles het belangrijkste –, alsof er een objectieve norm zou zijn die ons het belangrijkste zou kunnen aanwijzen.7 Het gevolg was een gedurige worsteling met het probleem van de canon. Literatuurgeschiedschrijvers haalden zich discussies op de hals over de vraag waarom auteur X of Y niet of te weinig prominent in de nieuwe literatuurgeschiedenis voorkwam. Dit boek wil de literatuur niet ‘omvatten’ of ‘vangen’. Het wil de lezer instrumenten in handen geven om de moderne literatuur in haar volle breedte al lezend te ontdekken. Met de vierde keuze hangt een vijfde (en laatste) samen. Deze literatuurgeschiedenis is niet, zoals de afgelopen decennia gebruik is geworden, geschreven door een team van specialisten op de verschillende deelterreinen en perioden. Er is voor gekozen, of laat ik in dit verband beter de pluralis modestiae (‘we’) voor even achterwege laten: ik heb ervoor gekozen, drieëntwintig jaar na Ton Anbeeks moderne

| g e s c h i e d e n i s va n d e m o d e r n e n e d e r l a n d s e l i t e r a t u u r


literatuurgeschiedenis uit 1990 en zeventien jaar na Literatuur en moderniteit in Nederland 1840-1990 van Frans Ruiter en Wilbert Smulders, 8 een nieuwe poging te wagen de Nederlandse letteren uit de moderne tijd te overzien vanuit één overkoepelende visie op literatuur en literatuurgeschiedenis. Die visie uit zich in duidelijke keuzes, zoals die voor het transhistorische perspectief en een vooral tekstgerichte aanpak. De consequenties daarvan komt de lezer vanzelf tegen. Wie ook geïnteresseerd is in de achtergrond ervan, verwijs ik naar de ‘Verantwoording’ achter in dit boek, waar deze literatuurgeschiedschrijver verantwoording aflegt tegenover zijn academische collega’s en studenten. Tot slot van dit ‘Vooraf’ een korte leeswijzer. De hoofdmoot van het voorliggende boek is deel ii (‘De frames: de “ismen” revisited’). Daar wordt het eigenlijke onderwerp behandeld: teksten uit de moderne Nederlandse literatuur, die we bespreken in het licht van de vijf onderscheiden frames. Voordat we daaraan toekomen, schetst deel i (‘Het verhaal: de moderniteit’) het historische kader waarbinnen de frames worden ingezet. In deel iii (‘Literatuur in de wereld van vandaag’), ten slotte, werpen we een blik vooruit: welke gevolgen hebben ontwikkelingen in de wereld van vandaag voor de literatuur en de literatuurbeschouwing van morgen? Dit boek reikt, als gezegd, instrumenten aan om de moderne Nederlandse literatuur te ontdekken. Het laat zien waarom de literatuur zo’n belangrijke rol speelde in de moderne cultuur en waarom zij zo bepalend is voor hoe we de moderniteit zien. De reis kan beginnen. Laten we het mandaat van de lezer ten volle gebruiken.

h e t ‘ g o u d e n t i j d p e r k va n d e l i t e r a t u u r ’ |

13

9789460041334 geschiedenis van de moderne nederlandse literatuur  

Dit boek biedt de lezer de mogelijkheid de hedendaagse Nederlandse literatuur in haar volle rijkdom te verkennen op een nieuwe, prikkelende...

Advertisement