Page 8

– bijna altijd blanke mannen. Opmerkelijke uitzonderingen uit de pionierstijd zijn de Engelse zendelinge Alice Seeley Harris (1870-1970), wiens foto’s de gruwel in Kongo-Vrijstaat tonen, en de Nigeriaanse fotograaf Herzekiah Andrew Shanu (1858-1905), die als koloniaal ambtenaar werkzaam was in de toenmalige hoofdstad Boma. Maar de algemene regel is toch dat de fotograaf een blanke colon, ambtenaar of missionaris is. En dat merk je aan hun werk. De blanke fotografeert wat hem fascineert. En vaak is dat bij portretfotografie l’exotique et l’ érotique. Tribale tattoos op ontblote ruggen. Schaars geklede jonge vrouwen op weg naar de markt. De blanke fotograaf was niet vies van enige vorm van voyeurisme. Na de fotograaf treedt als tweede selectieheer de ‘archivaris’ op het voorplan, waarmee de man, de vrouw of de instelling wordt bedoeld die de foto’s beheert. Welke foto’s werden bewaard en welke niet? Welke werden de moeite waard gevonden om te worden geïnventariseerd en welke niet? En vooral: welke worden vrijgegeven en welke niet? Want fotografie mag dan nog een toegankelijk medium zijn, het is diegene die de foto’s in bezit heeft die er het alleenrecht over heeft. Publiek maken of niet? De ‘archivaris’ filtert en beslist. Pas na die twee selectieronden mogen wij – de uitgever en de auteur – ons ding doen. Op basis van wat er voorhanden is, wordt er een definitieve selectie gemaakt. En bij die keuze spelen heel wat factoren een rol: de wetenschappelijke correctie en relevantie, de originaliteit, het boekconcept, de financiële rechten, het onderwerp, de kwaliteit, de afmetingen, de achtergrondinfo bij de foto’s, en ga zo maar door.

FOTO-INTERPRETATIE IS GEEN EXACTE WETENSCHAP Vooral dat laatste is niet onbelangrijk: er moet minimaal bijbehorende informatie over de foto voorhanden zijn. Zonder is het gevaar op verkeerde interpretatie reëel. Een concreet voorbeeld. De foto met de drie spelende kinderen komt uit een familiealbum dat wordt bewaard in Cegesoma

[7]. De familie Van de Meerssche verbleef in de jaren 50 in Belgisch-Congo. Over meer informatie beschik ik niet. Een zwarte jongen zit opgesloten in een vogelkooi en de twee blanke meisjes vinden het leuk. Het zwarte jongetje iets minder, lijkt me. Wat is hier aan de hand? Een doelbewuste vernedering van een zwart jongetje door twee blanke kinderen? Of is het maar een onschuldig spel, waar verder niets moet worden achter gezocht? Moeilijk te achterhalen. Ik heb te weinig achtergrondinformatie. De enige bedenking die ik heb is dat de (volwassen) fotograaf hier geen erg in zag, hoewel dit geen gratuite foto is. Maar al de rest is speculatie. Hoe minder context, hoe gladder het ijs. Foto-interpretatie is geen exacte wetenschap. De fotoselectie was een afvalrace. Van de honderdduizenden foto’s haalde slechts een fractie de eindmeet. Het eindresultaat is een mix geworden van originele foto’s, commerciële zichtkaarten en promopublicaties uit fotoboeken van toen. Alles van vóór 1960. Commerciële zichtkaarten als bron, het is geen evidentie bij een historische studie. Het zijn maar ‘postkaartjes’, wordt dan gezegd. Goed voor collectioneurs en heemkundigen, maar niet voor wie op een ernstige manier aan geschiedschrijving wil doen. Misplaatst, vind ik, want die ‘postkaartjes’ bieden vaak een aparte en interessante inkijk in het leven in de kolonie. Want van alles, maar dan ook van werkelijk alles dat toen werd beschouwd als aanvaardbaar en normaal, werden prentbriefkaarten gemaakt. Van blanken in draagstoelen [5], over kinderen uit gemengde huwelijken [130] tot zelfs terechtstellingen [80]. Prentbriefkaarten droegen in niet geringe mate bij tot de beeldvorming van de kolonie in het moederland. Afbeeldingen die nog niet of zelden werden gepubliceerd, kregen de voorkeur. Toch mochten enkele ‘klassiekers’ niet ontbreken. Foto’s die zich in de loop der jaren in ons collectieve geheugen hebben genesteld, zoals de foto van Stanley met zijn boy [zie 42], een foto van de ‘afgehakte handen’ uit de tijd van Kongo-Vrijstaat [zie 26] of het snapshot van de Congolees die op de Onafhankelijkheidsdag op de loop gaat met het ceremoniële zwaard van koning Boudewijn [zie 74]. De ongeveer 150 foto’s werden gebundeld per thema. De bijbehorende teksten zijn tegelijkertijd

16

verhalend en verklarend. Beelden roepen verhalen op en verhalen roepen beelden op. De hoofdtitel verwijst naar het inhoudelijke verhaal, de ondertitel naar de verklaring.

DE LICHAAMSHOUDING, DE BLIK EN DE OPSTELLING VAN DE GEPORTRETTEERDEN VERTELLEN ZO VEEL MEER Hoe toont die sociale ongelijkheid zich in beelden? Altijd even stereotiep? Altijd even manifest? Op die cruciale vragen probeert dit boek een antwoord te geven. De zwart-en-blank-samen-foto’s kunnen vanuit drie verschillende invalshoeken worden benaderd: vanuit de vergelijking (hoe staan blank en zwart tegenover elkaar?), vanuit het standpunt van de zwarte (hoe staat de zwarte tegenover de blanke?) of vanuit dat van de blanke (hoe staat de blanke tegenover de zwarte?). De vergelijking is de meest objectieve en vrijblijvende. De blik van de zwarte of die van de blanke is een stuk subjectiever en vergt empathie, maar is daarom niet minder zin-

17

 Een doelbewuste vernedering van een zwart jongetje door twee blanke kinderen? Of is het maar een onschuldig spel, waar verder niets moet worden achter gezocht? Moeilijk te achterhalen… [7] Van de Meerssche, Drie spelende kinderen, s.l., familiefoto, ca. 1955.

vol. Integendeel, zich inleven in die twee actoren is nodig om de scherpte van de confrontatie te begrijpen. De lichaamshouding, de blik en de opstelling van de geportretteerden vertellen zo veel meer. Een concreet voorbeeld. Tervuren, 1897. Naar aanleiding van de wereldtentoonstelling in Brussel is er in het park van Tervuren een Congodorp te bezoeken met daarin 267 echte Congolezen. De zwarten zijn er tentoongesteld in hun ‘natuurlijke’ omgeving: de ‘bosbewoners’ hebben een plaats in het bos, de ‘rivierbewoners’ aan de vijver. Een bord waarschuwt de bezoeker: ‘Verboden de zwarten te eten te geven, ze worden gevoed’. Tegenover die nepnederzettingen is een ‘village civilisé’ waar een kleine groep Congolese kinderen verblijft die in België onderwijs krijgt