Page 1

DE WE RKE N VA N GA I A Michel Van denbo s ch


Het begon met Washoe

7

Deel I: mijn weg naar GAIA

15

King en Kong

17

Animal Liberation

24

Mission: Impossible bij Veeweyde

31

De geboorte van GAIA

48

Deel II: de werken van GAIA

55

Het grootste paardenkerkhof van Vlaanderen. Breng het paard in veiligheid op Waregem Koerse

57

De eerste mijlpaal. Haal het paard van de straat in Sint-Eloois-Winkel

86

Beste vriendenhandel. Bestrijd de dumping van kat en hond

114

De Tarzanobsessie. Duld geen beer of aap in huis

156

De ontaarde Noahs. Maak komaf met de zootjes ongeregeld

166

De rondreizende menageriemisère. Verlos tijger, leeuw en olifant van het circus

186

De bontfiles I. Maak front tegen zeehondenbont

205

De bontfiles II. Red het vel van de nerts

219

De schapenoorlog. Stop het verre veetransport

238

Het slagveld van de veemarkten. Bespaar paard en koe een martelgang

274

Gans overgeleverd. Leer het volk feesten zonder zieke beesten

313

Weg met de pijn van kip, varken en konijn. Maak het ei kooivrij, gun de big zijn ballen, van batterij- naar parkkonijn

352

“Allah verdooft ze.” Zet een punt achter de onverdoofde slacht van schaap en rund

397

Objectief: proefdiervrij. Stel de weegschaal bij

440

Deel III: de stempel van GAIA

477

Honderd jaar Belgische dierenpolitiek

479

De werven van GAIA

499

Dankwoord

510

Korte bibliografie

511


HET BEGON MET WASHOE Een chimpansee deed de kiemen van mijn levenswerk tot ontbolstering komen. In 1983 hoorde ik voor het eerst over de exploten van Washoe, het eerste niet-menselijke individu dat American sign language, Amerikaanse gebarentaal, was aangeleerd. De verbazingwekkende taalexperimenten met chimpansee Washoe, gorilla Koko, orang-oetan Chantek, bonobo Kanzi en andere mensapen vormden voor mij het ultieme bewijs dat Planet of the Apes ook in werkelijkheid de aarde is. De eerste film uit de originele reeks zag ik als elfjarige knaap op het grote scherm in een bescheiden cinemazaal in Ukkel, niet ver van het Vlaams-Brabantse Beersel waar ik opgroeide. Planet of the Apes maakte op mij een overweldigende indruk. Vooral de scène waarin jonge chimpansees betogen tegen proeven op de mensen die door de apen tot slavernij waren gedwongen, liet mij niet los. Washoe zette me op weg naar mijn ‘lotsbestemming’, de zin die ik nu al dertig jaar aan mijn leven geef, mijn gedreven engagement voor dieren. Washoe en co. wakkerden in mij een apart gevoel van identiteit aan: ik voelde me, en voel me nog steeds, sterk verwant met die wezens van een andere soort en bij uitbreiding met alle andersoortige wezens die een gevoelsvermogen, bewustzijn en zelfs vormen van zelfbewustzijn bezitten. Als kind besefte ik al dat niet alleen mensen, maar zeker ook andere zoogdieren (en vogels, zo leert de wetenschap ons) individualiteit en persoonlijkheid bezitten. Die dieren zijn niet ‘iets’ maar ‘iemand’. Ze hebben niet alleen een ‘biologie’, ze bezitten ook een ‘biografie’.

Joeki Het zwarte keeshondje dat vijftien jaar deel uitmaakte van ons gezin, was geen gevoelloze, natuurlijke machine, die slechts instinctieve reflexen vertoonde, evenmin als de konijnen die mijn grootvader hield. Dat besefte ik intuïtief. Pas als jonge twintiger trok ik daar de gepaste morele conclusies uit, toen ik besloot geen vlees meer te eten. Sindsdien ben ik me steeds sterker gaan bekommeren om het lot van dieren. Het is goed mogelijk dat de non-verbale manier waarop Joeki en ikzelf als peuter met elkaar communiceerden toen hij weer eens in mijn kinderparkje was geraakt, onbewust een sterke, indringende invloed heeft gehad. Ik ben een mens, maar ik ben ook een chimpansee, een mensaap, een primaat. Bovendien ben ik een zoogdier. Als zoogdier ben ik tevens lid van 7


de grotere groep der vertebraten. Daarenboven maak ik deel uit van de nog grotere groep van wezens met gevoel. Empathisch verrijkt en vermengd met ratio werd die wetenschap het cement tussen de bouwstenen van wat mijn levenswerk is geworden.

Batman en Robin Uiteraard hebben ook mensen die ergens in de tijd mijn levenspad kruisten, de beslissing van mijn leven sterk beïnvloed en mee vormgegeven. • Roland Corluy, mijn VUB-docent Bioantropologie, die mij liet kennismaken met de fascinerende bewustzijnseigenschappen van mensapen en de vroegste vonken van mijn gedrevenheid deed overspringen: “Van de duizenden studenten die bij mij cursus volgden, is er slechts één die gerealiseerd heeft wat mij maatschappelijk het nauwst aan het hart ligt. Heb ik in mijn academische carrière toch iets goed gedaan.” • Jane Goodall, de wereldberoemde chimpanseegedragswetenschapster en -rechtenactiviste, bij leven al legendarisch, wiens neergeschreven belevenissen met haar beschermelingen in Tanzania ik verslond. • Peter Singer, wellicht de meest invloedrijke ethicus ter wereld, wiens klassieker Animal Liberation op mij het effect van een aha-erlebnis had toen ik het boek voor het eerst las in 1985. • De scherpe rechttoe rechtaan-toon van GAIA in de beginjaren, die het toenmalige beeld van het ideologisch rechtlijnig radicale GAIA creëerde en waarmee we ons in die pioniersjaren profileerden en snel onze plek innamen in het maatschappelijke landschap, is schatplichtig aan de typische revolutionair klinkende stijl van eeuwige dwarsligger Jaap Kruithof zaliger, het legendarische enfant terrible onder de Vlaamse wijsgeren, met wie ik tot de vroege jaren negentig nauw samenwerkte. • Op de steun van Roger Arnhem, Belgiës grootste vogelbeschermer aller tijden, die de ooit almachtige vogelvangers omzeggens op zijn eentje op de knieën kreeg, heb ik steeds kunnen rekenen. • Geen GAIA zonder de onnavolgbare Ann De Greef. Zonder Ann was GAIA wellicht een droom gebleven. Zij overtuigde me om niet toe te geven aan mijn drempelvrees en resoluut de stap te zetten van Veeweyde naar GAIA. Samen richtten we GAIA op en sinds 1992 leiden we Belgiës bekendste dieren(rechten)organisatie. Samen trotseerden we de zwaarste stormen. Samen realiseerden we onze belangrijkste 8


overwinningen. Als GAIA er de voorbije 24 jaar in geslaagd is om meer dan een steen in de rivier te verleggen waardoor alvast enkele waterlopen anders stromen dan voorheen, is dat ongetwijfeld in grote mate te danken aan het feit dat Ann al die jaren onvermoeibaar aan mijn zijde staat en ik aan de hare. Als een onafscheidelijk duo voeren we onze strijd voor een maatschappij met steeds minder georganiseerd misbruik van dieren. Ann en ik samen staan voor een duo met ruim een halve eeuw strijdbare ervaring. • Als Batman en Robin komen we opgeteld samen 56 jaar vastberaden en doelbewust op voor een samenleving die dieren met steeds meer respect in de ware zin van het woord beschouwt, voor een maatschappij die dieren zorgzaam en waardig behandelt, overeenkomstig hun aard als weerloze en onmondige wezens met gevoel, die zich onder de hoede van de mens in een afhankelijkheidsrelatie en in verhouding tot de mens in een bijzonder kwetsbare positie bevinden. Nog andere mensen uit verschillende geledingen van de samenleving, onder andere de politiek, het bedrijfsleven, de wetenschap, de cultuur en zelfs bepaalde actoren, die zich min of meer aan de andere kant van het spectrum bevinden en mij niet bepaald als hun natuurlijke medestander zien, hebben mijn kijk op de dingen, mijn inzichten en aanpak beïnvloed. Maar niemand, mijn ouders niet te na gesproken, is zo belangrijk geweest als het hoger vermeld sextet. Zonder die zes mensen, een hond en een chimpansee had mijn levensloop wellicht een heel andere wending genomen.

Werken en werven De titel van dit boek verwijst naar onze belangrijkste campagnes en verwezenlijkingen sinds de geboorte van Global Action in the Interest of Animals vzw, afgekort GAIA, in 1992. Een aantal werken van GAIA zijn voltooid, of zo goed als. De fundamenten van die werken, de dieper liggende visie van GAIA die aan de basis ligt van ons engagement, heb ik grondig belicht in mijn vorige boek, De Dierencrisis. Heel wat verwezenlijkingen of aanklachten, waarvan er enkele ook behoorlijk wat stof deden opwaaien, vallen buiten het bestek van dit boek. Een greep uit een ellenlange lijst wil ik de lezer evenwel niet onthouden. Zo denk ik aan onze gedurfde acties tegen oogluikend toegelaten, clandestiene hanengevechten in de beginjaren van GAIA, en aan enkele succesvolle rechtszaken tegen hanenvechters, die tot weliswaar 9


bescheiden geldboetes veroordeeld werden. Aan het eind van het eerste jaar van ons bestaan, haalden we uit een pluimveeslachterij in Heppen, Leopoldsburg, enkele transportkratten weg, volgestauwd met zwaargewonde, intensief gekweekte kalkoenen, terwijl we achternagezeten werden door een woedende uitbater. Acht bevrijdde kalkoenen overleefden dankzij onze vermetele actie en dankzij de uitstekende zorgen van de dierenarts van een opvangcentrum in Wallonië, waar ze nog enkele jaren zorgeloos verbleven. Ook waard om aan te stippen: diverse acties die ik een jaar voor de oprichting van GAIA, als woordvoerder van Veeweyde op het getouw zette: onder andere tegen het VRT-Sterrencircus met BV’s, die ‘kunstjes’ opvoerden met wilde dieren en tegen wrede Spaanse fiesta’s. Ik herinner me dat ik de illegale verkoop onthulde van apenvlees in de Afrikaanse Matongewijk in Brussel. In 1991 was ik eveneens betrokken bij de inval in de woning van valsemunter en malafide hondenfokker Klaus Lessman in Bocholt, waar ik in vieze, schamele hokken tal van zieltogende honden aantrof, die onze dierenarts uit hun ljden verloste. Kort nadat we GAIA oprichtten, ontdekten Ann en ik een transport van duizenden kuikens met Egypt Air op de luchthaven van Zaventem, waar de meeste dieren stikten, meer dood dan levend opeengepakt in luchtdicht gesnoerde vuilniszakken. We konden toch nog enkele tientallen kuikens redden van de dood. Eenzelfde wrede lot was ook toebedeeld aan de haantjes, die in Waregem tijdens het wereldkampioenschap ‘kuikensexen’ in 1994, om ter snelst van de hennen gescheiden werden. We wonnen de rechtzaak die we tegen de organisatoren aanspanden. Ik herinner me nog goed de felle betogingen tegen de jachtbeurs in Gent begin jaren negentig, samen met Roger Arnhem en zijn Belgisch Verbond voor de Bescherming van Vogels, evenals acties tegen de afslachting van grienden op de Faröer eilanden, vandaag een doelwit van Paul Watson en zijn moderne piraten van Sea Shepard. Ik vermeld terloops ook onze aanklachten en manifestaties in de loop van het eerste decennium van de 21ste eeuw tegen de omstandigheden waarin dolfijnen gevangen gehouden worden in het Brugse Boudewijn Sea Park. Toen voerden we actie samen met Rick O’Barry, trainer van de dolfijnen voor de allereerste Flipperfilm, die zich ontpopte tot dolfijnenrechtenactivist. Een speciale vermelding verdienen onze controversiële acties tegen het levende visjesdrinken uit een beker wijn in Geraardsbergen. Onze protesten daartegen botsten op veel onbegrip en weerstand. Aanvankelijk mede op grond van wetenschappelijk 10


onderzoek als een manifeste wetsinbreuk erkend door de rechtbank van Oudenaarde eind 2000, maakte het Gentse hof van Beroep het verbod een jaar later ongedaan. Het hof van Beroep besliste dat levende visjes drinken overal elders in het land een wetsinbreuk vormt, uitgezonderd één keer per jaar in Geraardsbergen. De rechters legden evenwel een paar beperkingen op: vroeger deden politieke prominenten, onder wie Herman De Croo en andere zogenaamd illustere, tot het establishment behorende genodigden zich tegoed aan het doorslikken van een levend visje. Voortaan, luidde het arrest, mochten tijdens het carnavaleske Krakelingenfeest in Geraardsbergen uitsluitend nog de lokale mandatarissen de beker wijn met daarin van de pijn spartelende grondelingen aan de lippen brengen. Wellicht in een poging om de kerk enigszins in het midden te houden, verbood het hof van Beroep het levende visjesdrinken in de lokale cafés. Iedere Belg gelijk voor de wet? Voorwaar een bizar staaltje kromspraak. Eind jaren negentig leidden acties tegen koersen met ezels, struisvogels, of kamelen tot een verbod op dit soort gesol met dieren, dat steevast met allerlei brutaliteiten gepaard ging. Nog in de jaren negentig slaagden we erin het kikkerkruien, een wrede traditie in Schönberg, een dorp in Oost-België, te doen afschaffen. De deelnemers moesten met een kruiwagen vol kikkers een bepaald parcours afleggen. Uiteraard bleven die kikkers niet rustig in die kruiwagen zitten. Ze sprongen eraf of vielen op de grond, waarna een groot aantal vertrappeld werd. Dankzij onze tussenkomst werden ze vervangen door een middeleeuws schouwspel zonder dierenleed. Ook het volstrekt onnodige blokstaarten, dat erin bestaat de lange staart van trekpaarden te amputeren, is sinds 2001 verboden. Anno 2016 wordt dat verbod echter door een groep fanatici, die de teugels van de fokverenigingen en keuringen strak in handen houden met de medewerking van malafide veeartsen, nog altijd doelbewust systematisch in de wind geslagen. Trekpaardenfokkers worden geïntimideerd om hen in het gareel te doen lopen en trekpaarden met lange staart maken geen enkele kans om op keuringen prijzen te winnen. Zoals gewoonlijk houden sommige politici, die het in stand houden van dat soort verboden wrede of onnodige verminkingen om elektorale of ideologische redenen genegen zijn, de overtreders een hand boven het hoofd. We werkten samen met de politie aan de bestendiging van het beleid in verband met de opvang van gepensioneerde politiepaarden, die, fin de carrière zijnde, al voor de politiehervorming onder impuls van onze collega’s van 11


Animaux en Péril niet langer in het slachthuis terechtkwamen. En na klachten van toeristen, dwongen we een strenger reglement af ter bescherming van de koerspaarden in Brugge. Van recentere datum zijn onze aanklachten en de rechtszaken, die we aanspanden tegen wreedaardige studentendopen, waar levende dieren het gelag moesten betalen. Een en ander leidde tot enkele veroordelingen van studenten tot werkstraffen en tot strengere doopreglementen, onder andere aan de UGent. In 2012 besteedden de media veel aandacht aan onze onthullingen over een big, Spekkie genaamd, die door KU Leuven-studenten op kot gehouden werd, in het kader van een doopritueel vergiftigd voeder te eten kreeg en tijdens een uitstap doodgeschoten en aan het spit geregen werd. De studenten hadden hun baldadigheden gefilmd en de beelden op hun website geplaatst. Het imago van de KU Leuven kreeg een deuk. Het Leuvense parket erkende de feiten als een inbreuk op de dierenwelzijnswet maar zag af van vervolging. Maar om te voorkomen dat de daders volkomen straffeloos de dans zouden ontspringen, dwong het parket hen om bij wijze van minnelijke schikking een fikse boete te betalen. Ook het vermelden waard: onze acties tegen bekende kunstenaars met een bedenkelijk waarden- en normenbesef, die zich beriepen op hun absolute recht op artistieke vrijheid om dieren te mishandelen. Meer bepaald zoals Wim Delvoye, die varkens wilde tatoeëren en tentoonstellen tijdens het kunstenfestival in Watou. Achteraf liet hij de tot levend kunstwerk verheven dieren slachten om hun getatoeëerde huid duur te verkopen, een ‘detail’ dat hij steeds vergat te vermelden in interviews waarin hij schijnheilig in de verf zette hoe voorbeeldig hij die varkens wel behandelde, vergeleken met hun leefomstandigheden in de intensieve varkenshouderij. Met de actieve steun van de overheidsinspectie dierenwelzijn konden we daar een stokje voor steken, tot groot ongenoegen van Delvoye. In één beweging komen mij de videobeelden van de beruchte kattenworp in het Antwerpse stadhuis voor de geest. Een bedenkelijk initiatief van kunst- en eigenzinnig theatericoon Jan Fabre als onderdeel van een film over zijn leven, waarin enkele katten meters hoog in de lucht gegooid werden en vervolgens onzacht op de harde vloer belandden. Op de sociale media werd Fabre neergesabeld als kattenbeul. Zelfs kunstpaus Jan Hoet vond de stunt van Fabre ver over de schreef. Wat hem niet belette koppig en van geen kwaad bewust vol te houden dat alle katten ongedeerd op hun pootjes terecht waren gekomen. Al gauw ontdekte ik dat zeker één kat slecht was neergekomen, een 12


poot brak en dreigde zijn gehavende poot te verliezen. Ik vroeg en verkreeg van Jan Fabre dat hij de hoog oplopende dierenartskosten zou vergoeden. Later overtuigde ik de organisator van een tentoonstelling over Jan Fabre in Eupen, twee vogelspinnen te verwijderen, die zich over scheermesjes een weg moesten banen door een doolhof. Enkele hoger vermelde wapenfeiten kwamen uitvoerig aan bod in mijn eerste boek, Recht voor de Beesten, dat inging op de eerste vier bewogen jaren uit het toen nog prille bestaan van GAIA. In die pioniersjaren bestempelde een krant mij als hyperactivist. Alle acties, activiteiten, initiatieven en resultaten in een kleine kwarteeuw GAIA van A tot Z opsommen, zou meerdere boeken beslaan. Op enkele na, die we helemaal of nagenoeg volledig afgewerkt hebben, dienen de meeste werken van GAIA als ‘werven’ te worden opgevat. Als ‘work in progress’. Alles op een rijtje gezet, beschrijft De werken van GAIA de evolutie die ik over een periode van dertig jaar als spreekbuis voor dieren en als gezicht en boegbeeld van GAIA tussen banvloeken en loftrompetten heb doorgemaakt. Dit boek geeft een indruk van hoeveel menselijke wilskracht en doorzettingsvermogen vereist is om een onvermijdelijk moeizaam en langdurig proces van maatschappelijke veranderingen ten gunste van de meest kwetsbare en minst weerbare schakels in de mens-dierrelaties op gang te trekken. Bijna een kwarteeuw jong trekt en duwt GAIA verder aan de kar. Bezield. Doordacht. Doelbewust. Toekomstgericht. Met beide voeten op de grond. Hoopvol gestemd, ondanks alles. De weg is nog lang en loopt niet enkel over rozen.

13


14


D e e l I : M i j n w e g n a a r GA I A

DEEL I

MIJN WEG NAAR GAIA “The Question Is Not: Can They Reason, nor Can They Talk, but: Can They Suffer” Jeremy Bentham, 18e/19e-eeuwse Engelse filosoof en sociale hervormer in 1789

“Het maakt niet uit hoe klein je begint als je gelooft in je zaak en een goed actieplan hebt” Fidel Castro

15


D e e l I : M i j n w e g n a a r GA I A

King en Kong “Apensmokkel met het koninklijk vliegtuig”, schreeuwde de frontpagina van De Morgen van 11 juli 1985. The Wall Street Journal noemde man en paard: “Belgian King Accused of Smuggling Chimpanzees.” Koning Boudewijn verslikte zich in zijn koffie toen hij ’s morgens de krant zag. Wie had kunnen voorzien dat zijn veelbesproken reis naar onze voormalige kolonie ter gelegenheid van een kwarteeuw onafhankelijkheid zo’n staart zou krijgen? Het historische staatsbezoek was grosso modo vlekkeloos verlopen. Tussen de hoogste gezagsdragers van ons land en wat toen nog Zaïre heette, was het grote liefde. Premier Wilfried Martens had er in een poëtische bui enthousiast gedeclameerd hoezeer hij hield “van dit land, zijn volk en zijn leiders”. In Kinshasa wandelden de président-fondateur en bwana kitoko broederlijk hand in hand in triomftocht voorbij een uitzinnige menigte. Kortom, alom glunderende gezichten. Op één incidentje na, misschien. De koning had tijdens een tafelrede de mensenrechten aangeroerd. Verder geen vuiltje aan de lucht, meldden royaltywatchers iets te snel. Zwaarbewapende Zaïrese militairen begeleidden de koninklijke bagage naar de Boeing 707 waarmee de Belgische vorst en zijn gevolg terugkeerden naar Melsbroek, las ik in De Morgen. “Onder in het bagageruim worden nog snel een stel slagtanden en poten van olifanten ingeladen”, meldde Knack-redacteur Jos Grobben. Paul Goossens, de hoofdredacteur van De Morgen, had dat ook opgemerkt. Beiden werden terstond aangemaand om in het vliegtuig te stappen. Aan boord viel de persattaché van de koning uit de lucht. Hij beloofde zijn licht op te steken, maar dutte in. “Zitten we hier bovenop smokkelwaar, illegale geschenken?”, vroeg Jos Grobben zich af. Geïntrigeerd legde ik de zaak voor aan mijn voormalige docent, VUB-bioantropoloog Roland Corluy. Roland Corluy vertegenwoordigde de International Primate Protection League (IPPL) in België. Hij behoorde ook tot het wetenschappelijk overheidscomité (van CITES) dat toekijkt op de toepassing van de Conventie van Washington, de internationale wet die de handel in bedreigde diersoorten regelt. België én Zaïre hadden de Conventie op 1 januari 1984 geratificeerd.

KING KONG I Ivoor bij de bagage van koning Boudewijn? Tipgevers op de luchthaven van Zaventem bevestigden onze vermoedens en wisten ons meer 17


te zeggen: de vracht bevatte ook luipaardvellen, slangenhuiden en tot asbakken getransformeerde olifantenpoten. Bovendien waren twee jonge bleekgezichtchimpansees, twee meisjes van respectievelijk één jaar en twee jaar en twee maanden jong, mee gereisd uit Zaïre. In juten zakken gestopt en in de bagageruimte van het vliegtuig gesmeten. Er was ook sprake van een derde chimpansee die de koning cadeau gekregen had. Maar het was onduidelijk wat er met die aap gebeurd was. Uiteraard was het niet voor een audiëntie bij de vorst dat de twee chimpansees in de nacht van 3 op 4 juli 1985 meer dood dan levend in het koninklijk paleis in Laken arriveerden. Onmiddellijk na hun aankomst belde de hofmaarschalk naar de Antwerpse Zoo met de instructie om de ongenode gasten te komen afhalen. “In alle discretie.” Dat was buiten de waard gerekend. Of liever gezegd, de meester en zijn leerling. Onder geen beding mocht dit schandalig gesol met bedreigde dieren in de doofpot belanden en daar zouden wij voor zorgen. ’s Anderendaags hing De Morgen het schandaal aan de grote klok. De zaak-King Kong haalde de wereldpers.

Klacht tegen ‘onbekenden’ “Het gaat hier om een gebruikelijke uitwisseling van geschenken tussen staatshoofden, en het ligt nogal delicaat om die te weigeren”, haastte minister van Buitenlandse Betrekkingen Leo Tindemans zich om de storm te doen liggen. “De wet maakt geen uitzondering voor diplomatieke gebruiken”, weerlegde ik als kersverse woordvoerder van de International Primate Protection League de verklaring van Tindemans op de allereerste persconferentie van mijn leven. Het was drummen voor een zitje in de zaal van het Internationale Perscentrum in Brussel. Het ging hier niet alleen om een illegale transactie van beschermde dieren, een grove schending van de Conventie van Washington. Tegen de internationale regels voor het luchtvaarttransport, de IATA-voorschriften, in, waren de onfortuinlijke mensapen niet in aangepaste kooien vervoerd. Ze hadden geen drinken noch voedsel gekregen. Er was geen spoor van verplichte vrachtbrieven. De Europese wetgeving ter bescherming van dieren werd overtreden tijdens het transport. Het aantal inbreuken begon aardig aan te tikken. Als vzw met rechtspersoonlijkheid het best geplaatst daartoe, kondigde de Antiproefdierenmishandelingsactie (APMA), onze partner in deze zaak, aan een klacht in te dienen bij de Brusselse procureur des Konings. We lazen de steunbetuigingen voor 18


D e e l I : M i j n w e g n a a r GA I A

die we in een mum van tijd verzameld hadden van geleerden, zoals de wereldberoemde gorillabeschermster Dian Fossey, die later in Rwanda vermoord zou worden, en de befaamde chimpanseegedragsbiologe Jane Goodall, en van wetenschappelijke instellingen en organisaties over de hele wereld, zoals Greenpeace.

Formaliteit De chimpansees werden al twee weken in quarantaine verzorgd in de Antwerpse Zoo. “Misschien moet men in dit geval niet zo zwaar tillen aan de gangbare formaliteiten”, had een woordvoerder toevertrouwd aan Het Belang van Limburg. “Moet het hele land hier nu voor gealarmeerd worden?” Die dag stierf de oudste van de twee chimpansees. Haar hart had het begeven. Extreem vochtverlies en ernstige spijsverteringsproblemen door onaangepaste voeding, luidde de diagnose van zoodierenarts De Meurichy. Nochtans, bij aankomst in de Zoo leek zij er het minst slecht aan toe. Plots ging haar toestand snel achteruit. ’s Morgens had hij haar aan een infuus gelegd met speciale vitaminen en mineraalrijke voeding. Vruchteloos. En de jongste? Die verkeerde niet in onmiddellijk levensgevaar.

KING KONG II Het Ministerie van Binnenlandse Zaken gebaarde in een persmededeling van krommenaas en waste de handen in onschuld. De koning had onze brief ontvangen. De inhoud “had zijn aandacht weerhouden”, antwoordde zijn kabinetschef van Ypersele. Staatssecretaris voor Landbouw Paul De Keersmaeker ging met de billen bloot. Een maand voordien had hij de kwalijke Belgische reputatie als draaischijf van de handel in bedreigde diersoorten naar het verleden verwezen en ons land bewierookt voor de strikte naleving van de Conventie van Washington. “De Conventie van Washington zal in al zijn gestrengheid door ons land worden toegepast”, klopte De Keersmaeker zich op de borst. “Het is geen toeval dat ons land in Buenos Aires tijdens de bijeenkomst van de 66 landen die de Conventie ondertekenden, gefeliciteerd werd voor de manier waarop het de Conventie toepast.” Pijnlijk.

“Don de l’État zaïrois” België mocht dan al tot de slechtste leerlingen van de klas behoren als het op de bescherming van bedreigde diersoorten aankomt, in het 19


vinden van creatieve oplossingen blonk de regering als geen andere uit. In een poging de illegale transactie te ‘regulariseren’ en ‘aldus de publieke opinie wat te bedaren’, werden achteraf officiële vergunningen afgeleverd, na datum opgesteld door de Zaïrese overheid. “Don de l’État zaïrois” stond vermeld op de documenten. Ook de status van de dieren werd aangepast. Chimpansees vallen onder bijlage 1 van de Conventie, wat betekent dat de handel in chimpansees verboden is. Behalve om uitzonderlijke redenen, maar geschenken vallen daar niet onder. Het uitvoerende land, in dit geval Zaïre, moet verklaren dat de transactie het voortbestaan van de soort niet schaadt, en het invoerende land, België dus, moet onder meer oordelen of het motief ervoor geen bedreiging vormt voor de soort. Daar kon men uiteraard niet aan voldoen. Om de schijn te wekken dat de situatie wettelijk geregeld was, werden de dieren als bijlage 2 geboekstaafd. Die geldt voor minder bedreigde soorten en in gevangenschap geboren dieren, waarin handel is toegelaten op voorwaarde dat de bestemmeling beschikt over de nodige vergunningen. Nergens in de wet staat dat die vergunningen valse gegevens mogen bevatten.

De zaak-King Kong: de officiële versie volgens Landbouw “Begin juli 1985 werden met het koninklijk vliegtuig volgende geschenken aan de Koning uit Zaïre meegebracht: - 2 levende bleekgezicht chimpansees - 1 niet-gelooide huid van een antiloop - 4 niet-gelooide luipaardvellen - 1 vel van een python - 2 slagtanden - 2 kleine voorwerpen in ivoor - 1 staartpunt van een olifant (…) “Daarnaast werd door een persoon van het koninklijk gevolg op persoonlijke titel een grijze roodstaartpapegaai en een slagtand meegebracht, (…).” (Noot van de auteur: die persoon was de toenmalige staatssecretaris voor Ontwikkelingssamenwerking, François-Xavier de Donnea. Ook hij had illegale souvenirs meegebracht en ook hij kreeg er pas 20


D e e l I : M i j n w e g n a a r GA I A

een vergunning voor nadat de koninklijke apenkwestie ophef veroorzaakte. Ook dat officiële document bleek ruim na datum te zijn opgesteld met valse gegevens.) “Een lid van het gevolg van de Koning heeft ons verteld hoe het overhandigen van beide chimpansees in zijn werk is gegaan. De laatste uren van zijn bezoek aan Zaïre waren de koning en zijn gevolg te gast bij enkele lokale stamhoofden. De tropische regens zorgden ervoor dat de landingsbaan voor het koninklijk vliegtuig herschapen werd in een modderpoel en om nog een veilig opstijgen mogelijk te maken, werd het programma drastisch ingekort. Zo werden ook de geschenken voor de Koning door de lokale bevolking in het vliegtuig haastig ingeladen zonder enige controle. Pas toen iedereen ingestapt was en de lading werd gecontroleerd, werden de twee chimpansees opgemerkt, ze bleken helemaal omwonden met touwen. Het was onmogelijk de dieren nog terug te geven, enerzijds omdat dit voor de schenkers als erg beledigend zou overkomen en anderzijds omdat het vliegtuig vertrekkensklaar stond en de luiken al gesloten waren. Eerder op de dag had de Koning een andere chimpansee, de derde waarvan sprake in de pers, kunnen weigeren omdat hij daar per helikopter was en het dier daarmee niet vervoerd kon worden. Na aankomst in België werden de twee chimpansees via het Paleis van Laken onmiddellijk naar de Zoo van Antwerpen overgebracht. Op 16 juli 1985 stierf een van beide dieren, bij de lijkschouwing werd kaliumtekort gevolgd door hartinsufficiëntie als doodsoorzaak vastgesteld. De toestand van de andere chimpansee, die nog steeds in de Antwerpse Zoo zit, is goed.” Getekend: “namens de staatssecretaris van Landbouw en de directeur-generaal, Inspecteur-generaal dr. Ir. Fontaine”.

21


Apenplaneet in Kobbegem Niemand van hogerhand had het wetenschappelijk comité van CITES ingelicht, laat staan om advies gevraagd. Voor voldongen feiten geplaatst, nam professor Corluy, uit protest tegen het gesjoemel, ontslag uit het comité. Van mijn kant verzamelde ik 26.800 handtekeningen van biologen, ecologen, milieuverenigingen, dierenrechtenverenigingen en activisten uit 35 landen van alle werelddelen, op Antarctica na. Zelfs het befaamde Zweedse SIPRI-Vredesinstituut ondersteunde de actie. De verontwaardiging laaide opnieuw op. Op een ijskoude winterdag in januari voerde ik zestig actievoerders aan, die postvatten aan de privéwoning van Paul De Keersmaeker in het Brabantse Kobbegem. De landbouwminister gaf niet thuis. Hij liet zijn kabinetschef Antoine De Baerdemaeker de honneurs waarnemen. Wij hadden ook een chimpansee mee, die een kroon op zijn hoofd droeg. Toen we hem uit zijn kooi lieten, stormde hij recht op de kabinetschef af. Ik overhandigde de petitie aan De Baerdemaeker, die er als aan de grond genageld bij stond. Dat had ongetwijfeld te maken met onze chimpansee die het trillende rechterbeen van de stokstijve kabinetschef in een vaste greep omklemde. De arme man had niet door dat de onze geen echte aap was, maar een actievoerder in een zeer realistisch apenpak.

Kong wordt Maaike Hoe sterk wij ook aandrongen, de overheid ging niet in op onze vraag om de echte aap van de koning over te brengen naar het 150 hectaren grote Zambiaanse opvangreservaat Chimfunshi voor in beslag genomen chimpanseewezen. Men wilde niet instaan voor de kosten van de repatriëring, luidde de officiële uitleg. Inmiddels had Kong een definitieve naam gekregen: Maaike. Voor haar zat er niks anders op dan er in de zoo van Antwerpen het beste van te maken. Het parket seponeerde de klacht van APMA. Was het dan allemaal voor niets geweest? Zeker niet. Heeft de potentieel traumatische ervaring van de kabinetschef ertoe bijgedragen? Feit is dat de overheid in verband met de fel gecontesteerde invoer van chimpansees en ‘afgeleide producten’ van beschermde dieren uiteindelijk een protocol aannam waarin zwart op wit staat dat tijdens bezoeken van staatshoofden “geschenken van dergelijke aard” niet meer aanvaard worden.

22


D e e l I : M i j n w e g n a a r GA I A

Mijn Damascusmoment Deze wel heel speciale koningskwestie vormde hét keerpunt in mijn leven. Bijna 24 jaar jong, beleefde ik mijn Damascusmoment. Ik besefte kristalhelder waarvoor ik in de wieg gelegd was. Stond het niet in de sterren geschreven, dan zat het vast en zeker in mijn DNA. Ik dacht een tijd dat het mensenrechten zouden worden, maar nu wist ik het zeker. Voor dieren, hun welzijn en hun rechten zou ik me mijn leven lang engageren. Honderd procent voldoening had ik niet gekregen, maar ik had bewezen dat ik invloed kon uitoefenen op de loop der dingen, dat ik dingen kon veranderen. Het gaf me een soort existentiële kick. Ik kon niet wachten om de beslissing van mijn leven thuis te verkondigen. Op een boogscheut van het Herman Teirlinckhuis in Beersel wachtte me echter een koude douche. Mijn blijde boodschap botste op een kletterende donderpreek. “Gij zijt zeker zot geworden”, riep mijn moeder me paniekerig toe. “Ziet dat ge niet verandert in een aap. Opkomen voor de beesten? Wat gaat dat opbrengen? En dan nog tegen de Koning, zeg! Straks komen ze u nog weghalen.” Maar haar tirade zette totaal geen zoden aan de dijk. Mijn besluit was genomen. Ik was vast van plan mijn zin door te drijven en alle wegen te verkennen die mij leidden naar GAIA. Niets of niemand kon me daarvan afbrengen.

23


Animal Liberation “Dit boek moet jij lezen.� Animal Liberation van de Australische ethicus Peter Singer, dat professor Corluy onder mijn neus schoof, had op mij zowat het effect van een openbaring. Animal Liberation (niet te verwarren met het Animal Liberation Front of Dierenbevrijdingsfront) dat in 1975 verscheen, beschreef uitstekend gedocumenteerd de behandeling van de dieren die voor allerlei bedenkelijke doeleinden pijnlijke proeven ondergingen in de westerse onderzoeks- en testlaboratoria, en voor vlees gekweekt werden in de intensieve veehouderij. In de laboratoria gingen onderzoekers met honderdduizenden ratten en muizen, duizenden konijnen, honden en katten, apen en vele andere dieren om alsof het om gevoelloze wezens ging. Dat leidde Singer af uit de wetenschappelijke publicaties van die onderzoekers, die hij grondig had geanalyseerd. Ze stonden bol van het jargon dat hun proefdieren louter als testmateriaal beschreef. Dat jargon verborg wijdverspreide praktijken, die volgens Singer ethisch heel erg fout zaten omwille van het onnodig en onverantwoord veroorzaakte dierenleed. Animal Liberation doorprikte ook het idyllische beeld dat de mensen hadden van de veehouderij. De boerderijen van weleer, waar de kippen vrij rondscharrelden en de kalveren vredig bij de moederkoeien op de wei stonden, bestaan nog nauwelijks, toonde Singer aan. Ze zijn getransformeerd tot geautomatiseerde fabrieken. Ontelbare kippen zaten nu als levende productiemachines in legbatterijen opgesloten, in kleine, draadgazen kooien waarin een leghen nauwelijks twee derde van een A4’tje ruimte gegund is. Mannelijke kalveren, die geen melk geven, werden van hun moeder weggenomen en verbannen naar houten kratten, waarin een kalf zich niet eens kan omdraaien. De dieren moesten er hun korte leven in slijten, vetgemest op een rantsoen van vloeibaar melkpoeder dat geen ijzer bevat. Dat laatste was een vereiste voor de productie van wit of blank kalfsvlees, volgens de sector een vraag van de consument, die erop verlekkerd was. In de modder wroeten is niet weggelegd voor een intensief gehouden varken. De moderne boer hield zijn mestvarkens binnen, opeengepakt in kleine, betonnen hokken, op een roostervloer, en knipte hun krulstaarten om te vermijden dat ze van elkaars staart zouden eten. Rooskleurig kon men het leven van drachtige zeugen net zo min noemen. In lange rijen naast elkaar gehouden, alleen opgesloten in een metalen box, waarin ze aangebonden met een halsbeugel of borstriem 24

Dewerkenvangaia isu  
Dewerkenvangaia isu