Page 1

NR2

O M O R P VAMP mIRTHE “OVERVALLEN”

66

PAGINA’S

KORTE VERHALEN

spanning . thriller . seks . chicklit . romantiek . avontuur . fantasy & veel meer


Direct naar de pag? Klik op het plaatje

sPANNING 04 De geheimen van Mirthe: Overvallen

27

32 Chateau Migraine

thriller 46 Als je me niet kunt horen

04

60

Humor 27 Designa 44 Praktische porno

EROTISCH 21 Renske verloren 60 In de spiegel van het pashokje

32

Suspense 16 Het lokaas

Overig 58 Ester

58 2 • Vamp Magazine nr.2/2014 • www.vampenheld.nl

21


Beste lezer, Yes! Nummer twee ligt in jouw handen.

Astrid Marijn Vamp in Chief

Een brutaal mens ... Voor niks gaat de zon op. Maar soms heeft het leven een mooie verrassing in petto voor je. Zo knoopte ik op een beurs een praatje aan met auteur Jack Lance. Jack is een schrijver met een flink visitekaartje...en zie eens op pagina 46! We gaan er vanuit dat er nog vele grote namen volgen in Vamp!

Mirthe vs Fleur Iedere Vamp begint met onze Vamp Mirthe. Overdag een journaliste, maar ze heeft een bijzondere bijbaan als Fleur om het hoofd boven water te houden. In dit nummer incasseert ze een flinke tegenslag.

Genoeg afwisseling Vamp 2 staat bol van de spanning. Jack Lance schreef een verhaal waar de rillingen van over je rug lopen en Jaap Boekestijn doet weer hele andere spannende dingen met een vrouwenrug ... In Frankrijk

Contact vampenheld@gmail.com

Abonnement Vamp en Held zijn te downloaden in de Istore voor IOS en zijn voor Android via GooglePlay te verkrijgen. Hier kunt u ook een abonnement afsluiten op één of beide ezines

staat een prachtig chateau, waar de wijnboer een wel een erg rode wijn schenkt en natuurlijk deelt Ester haar op en aanmerkingen over het Friese leven weer met je. En ... we hebben maar liefst twee verhalen die een brede glimlach op je gezicht toveren. Natuurlijk is er ook weer een stout momentje! Deze is te beleven op pagina 40.

Advertenties Wilt u een advertentie plaatsen? T: Astrid 06-81 8489 08

Vormgeving Kies je eigen vampmoment Korte verhalen lezen wanneer het jou uitkomt … beleef je eigen Vampmomentjes, bij de kapper, thuis op de bank, in de wachtkamer, in de tuin, in het zonnetje …

GewoonTekst

Coverbewerking ProBeeld

App Now-Media

Dit concept had ik al een tijdje voor ogen en … en zie hier, nr2! Daar ben ik best een beetje trots op! Wil je ons steunen? Deel Vamp dan met vrouwen (en mannen!) die je ook hun Vampmomentjes gunt.

Astrid Marijn

Distributie Istore en GooglePlay

Like ons op Facebook en schrijf je in op de nieuwsbrief op www.vampheld.nl Vamp Magazine nr.2/2014 • www.vampenheld.nl • 3


deel 2 Django mathijsen en anaid haen

dE GEHEIMEN VAN Mirthe overvallen Mirthe van de Graaf is een karakter uit ‘Codenaam Hadsadah’, de spannende Wikileaks-thriller van Django Mathijsen & Anaïd Haen. Dit vervolgverhaal speelt zich een aantal jaar na de gebeurtenissen uit die roman af.

4 • Vamp Magazine nr.2/2014 • www.vampenheld.nl


1. Postbestellers hebben een geweldig uithoudingsvermogen in bed. Dat gold in ieder geval voor Maurits de Vries, die zijn postronde meestal rennend aflegde en in zijn vrije uurtjes voor de marathon trainde. Training … Zo noemde hij het ook als hij bij mij was. Zijn vrouw wist niet beter. Ze was hoogzwanger van hun vierde kindje en volkomen in zichzelf gekeerd. Maurits steunde haar waar hij kon, vertelde hij voor hij me probeerde te kussen. Ik draaide mijn hoofd weg en liet zijn lippen ergens op mijn wang terechtkomen. ‘Oh, sorry Fleur.’ Maurits was lang, gespierd en zo kaal als een biljartbal. Overal. Zijn stijve duwde tegen mijn buik. ‘Ik vergat het even.’ Ik lachte hem toe en trok zijn shirt over zijn hoofd uit. Zijn spieren bewogen onder zijn gebruinde huid. Ik legde mijn handen op zijn armen. Langzaam gleden mijn vingers over zijn biceps omhoog naar zijn schouders, hals, borst en over zijn buik naar beneden. In het licht van de late zomerzon die door de vitrages scheen was hij een bronzen man, wat wel een goede weergave van zijn sportcarrière was; hij was de eeuwige derde. Ik trok zijn riem los, knoopte zijn gulp open en zakte door mijn knieën. Even keek ik omhoog voor ik het condoom omschoof. Hij had zijn ogen al dicht. Na afloop kon hij zo tevreden grijnzen. Hij lag met zijn linkerhand onder zijn hoofd. Zijn rechterarm stak hij uitnodigend opzij. Ik krulde me op zijn arm en probeerde niet naar de tijd te kijken. Dit moest een record geweest zijn. Van onder voelde het een beetje beurs en ik moest gapen; het was mijn derde avond met een klant in een week en al laat. ‘Hoe gaat het thuis?’ ‘Het kindje groeit goed,’ zei hij. ‘En Liesbeth is de mooiste vrouw op de wereld met haar dikke buik.’ Ik knuffelde hem even stevig. ‘Vind je mij een ploert?’ Hij keek strak naar het plafond. ‘Nee. Waarom?’ ‘Omdat ik jou betaal om mee te vrijen terwijl zij thuis zit. Ik lieg tegen haar. Ze denkt dat ik zweet van het trainen. Ik leg geld opzij om het met jou te kunnen doen. Geld dat we hard nodig hebben voor ons gezin.’ ‘Met mij vrij je niet.’ Ik sloeg mijn been over zijn benen, probeerde zijn stemming te doen omslaan. ‘Met mij reageer je je af, dat is iets anders.’ Ik streelde zijn gladde borst en miste borsthaar. Meteen schoot Bastiaan van Dongen door mijn hoofd. Hoe zou het met hem zijn? Ik drukte de ingenieur uit mijn gedachten en vervolgde: ‘Je dit soort dingen afvragen heeft zin voordat je me belt, niet achteraf.’ ‘Vooraf kan ik niet denken. Dan moet ik alleen maar. Het is net als met hardlopen; alles moet er dan voor opzij.’ ‘Dat is een makkelijke manier om het af te schuiven, vind je niet? Je gooit het op drang en dan heb je geen keus.’ Hij dacht even na. ‘Soms wil ik stoppen. Zou je me missen, als ik niet meer zou komen?’ Ik lachte. ‘Maak je het uit?’ Hij lachte ook even. ‘Serieus, Fleur.’ ‘Natuurlijk zou ik dat. Jij bent een klant, een nette klant. Altijd schoon, fit en je betaalt me een keurig tarief. Als jij wegvalt kost me dat omzet.’ Hij verstarde een beetje. ‘Het is dus voor het geld? Niet omdat je een band met je klanten hebt?’ ‘Het is werk. Maar net als van al mijn werk geniet ik ervan,’ stelde ik hem gerust. ‘Vind jij het leuk om de post rond te brengen?’ Hij dacht even na. ‘Ja. Eigenlijk wel. Het is buiten, ik ontmoet mensen, kan mijn rondetijd verbeteren … Het is leuk werk, ja.’ ‘En doe je het zonder ervoor betaald te worden?’ Nu grinnikte hij. ‘Nee, natuurlijk niet. Van de sponsorbijdragen voor mijn marathons kunnen we niet leven. Ik heb nu de huis-aan-huisbladen in mijn wijk erbij genomen. Combineer alles met alles. Ik vond het zo raar dat ik een gleuf

Vamp Magazine nr.2/2014 • www.vampenheld.nl • 5


vulde terwijl een ander daarna zijn krant erin stopte.’ ‘Gleuf?’ Ik proestte. ‘Noemen jullie brievenbussen gleuven?’ ‘Vakjargon.’ Hij stak zijn tong even uit. ‘Hebben jullie toch zeker ook?’ ‘Zeker wel. Maar ik noem mijn sleuf geen gleuf. Zo oneerbiedig!’ Nu schaterde hij.

2. Ik reed naar huis. Het was nog voor middernacht, maar ik voelde me geradbraakt. Ik had er beter aan gedaan om in het hotel te overnachten, maar Constansa was morgen vrij en ik moest voor Clair zorgen. Mijn zus voelde zich al een paar dagen niet lekker en hield ons wakker met haar gekuch. De felle koplampen van mijn knalrode Mazda beschenen het asfalt vlak voor me en brachten me thuis. Het was net of ik ze achterna reed. Onderweg trok ik de haarstukken uit mijn haar en plukte de valse wimpers van mijn ogen. Mijn contactlenzen kon ik niet uitdoen, al rijdende, maar het liefst had ik me daar ook van verlost. Ik propte Fleur in mijn handtas en zag toen pas dat mijn ene mobiel oplichtte. Het was mijn gewone, mijn oude. Met druktoetsjes. Slechts een paar mensen kenden dit nummer en Anke kon het niet zijn; zij wist dat ik vanavond Maurits had. De schrik sloeg me om het hart. Ik pakte het telefoontje vast en probeerde het sms-bericht te lezen, maar moest mijn ogen op de weg houden. Pas toen ik voorbij een lange trage bocht in de weg op een recht stuk terechtkwam, kon ik lezen. “kom nar hus” stond er. Shit! Een golf adrenaline stootte door mijn lijf. Ik drukte het gaspedaal dieper in. De garagedeur opende. Erachter stond Constansa naast Pinda. Ze wrong haar handen in elkaar. Mijn hart stond stil toen ik haar gezicht zag. Ik drukte het raampje open. ‘Ze hoest, Mirthe.’ De lijntjes rond haar ogen leken extra diep door de schaduwen in de garage. Ik ramde de MX5 naar binnen en stapte uit. ‘Reageert ze wel op je?’ ‘Ja, nee, een beetje. Maar ze wiel niet drinken en iek krijg haar medicatie niet naar binnen.’ Constansa rende achter mij aan, de bijkeuken in. De wasmachine piepte. Ik trok aan de gesp van mijn overjas om hem uit te doen, maar besefte net op tijd dat ik dan in lingerie zou staan. Dus hield ik hem aan. In plaats van los, trok ik de band strakker om mij heen. Van de bijkeuken renden we de keuken in. Er stond iets op het vuur, zag ik in een flits. ‘Moet dat aanblijven?’ Mijn onvolprezen hulp in de huishouding zei niets. Wat zoveel wilde zeggen als: Bemoei je niet met mijn koken. Ik rende de gang in. Vanuit de woonkamer hoorde ik Clair al hoesten. Het klonk anders dan vanmiddag; pruttelend, moeizaam. Ze lag op haar zij naar het raam. Ik vloog om het bed heen en legde mijn hand op haar voorhoofd. Meteen opende ze haar ogen. Ze keek me aan en glimlachte flauwtjes. ‘Je bent gloeiend heet, zusje,’ fluisterde ik. ‘Voel je je ziek?’ Clair knikte een keer. Ze sloot haar ogen. Ik keek over haar heen naar Constansa. ‘Heb je de huisarts al gebeld?’

6 • Vamp Magazine nr.2/2014 • www.vampenheld.nl


3. ‘Ze moet naar het Haaglanden.’ Huisarts Freek van Houten kwam overeind en haalde zijn stethoscoop uit zijn oren. Ik schudde mijn hoofd. ‘Het ziekenhuis is slecht voor haar.’ Hij liep om het bed heen en pakte mijn schouders vast. ‘Mirthe, ik weet dat je zelf voor je zus wilt zorgen. Maar af en toe moet je accepteren dat dingen door anderen gedaan moeten worden. Clair heeft antibiotica nodig, gericht en onmiddellijk. Ze is een beetje uitgedroogd en heeft hoge koorts. Gezien de snelheid waarmee de infectie zich verspreid ben ik bang dat ze thuis binnen een paar uur nog zieker wordt.’ Hij haalde even adem. ‘Of erger.’ Vechtend tegen mijn tranen keek ik hem in zijn grijze ogen. ‘Als ze een ziekenhuisinfectie oploopt wordt ze nóg zieker. Kan ze niet hier antibiotica krijgen?’ Van Houten schudde zijn hoofd. ‘Het moet per infuus.’ ‘Ze nemen haar van me af. Ze zullen haar naar een verpleeghuis willen hebben en zeggen dat ik niet goed voor haar zorg.’ Hij beet even op zijn bovenlip en knikte. ‘Dat hebben ze al meer geprobeerd, toch? En je weet dat ik achter je sta. Ik zal je steunen en rapporteren dat Clair in uitstekende handen is bij jou en Constansa. Misschien moet je even wijkverpleging accepteren als ze naar huis komt.’ Ik deinsde achteruit bij de gedachte. Constansa noemen? Wijkverpleging nemen? Ik schudde mijn hoofd. ‘Die bemoeials? Nooit!’ ‘Je kunt ze er daarna weer uitzetten,’ zei hij sussend. ‘Maar nu moet er actie worden ondernomen, anders ben je haar voorgoed kwijt.’ Vanuit het bed klonk gehoest. Het was rochelend, vochtig. Ik rook etter. Ik boog mijn hoofd. ‘Ik ga haar spullen inpakken.’ Boven, in mijn slaapkamer, smeet ik de rest van Fleur van me af. Gelukkig hadden noch Constansa, noch de huisarts opgemerkt dat ik onder mijn jas alleen een korset, hold-ups en een string droeg. Kennelijk vielen mijn groene contactlenzen ook niet op. De volgende keer dat ik met een cliënt afsprak, moest ik ervoor zorgen dat ik me omkleedde voor ik naar huis kwam. Dit was te gevaarlijk. Ik propte de lingerie onder in de wasmand in mijn badkamer en wierp een blik in de spiegel. Mijn oogpotlood en mascara waren uitgelopen. Het liefst wilde ik douchen en diep onder de dekens wegkruipen, maar dat ging nu niet. Ik deed mijn lenzen uit en haalde een vochtig doekje over mijn gezicht om de make-up te verwijderen. Pas toen ik mijn spijkerbroek en sweater aanhad, voelde ik me helemaal Mirthe. Ik zette mijn bril op en woelde mijn haren in model. Ik trok het koffertje dat altijd klaar staat voor Clair onder mijn bed vandaan, opende het even om de inhoud te controleren en voelde uit het niets tranen opwellen. Zelden miste ik mijn ouders meer dan wanneer ik dit koffertje vasthield. De keren dat mijn moeder het had gevuld waren ontelbaar. Logeerpartijen bij oma, vakanties, een slaapfeestje bij een vriendinnetje. Altijd kregen we dit roodleren koffertje mee. Meestal stopte mijn moeder dan een verrassing tussen de keurige stapeltjes kleren en onderbroeken (eentje extra, voor het geval dat …); een leesboekje of een kwartetspel. Ik staarde in de koffer en voelde me alleen. Sirenes. De ambulance reed de straat in. Ik veegde mijn tranen weg, sloot met een klap het deksel van de koffer en klikte de messing sluitingen dicht. Ik griste mijn handtassen van de grond en kiepte de inhoud van die van Fleur op mijn bed. Ik propte mijn rijbewijs, telefoons en portemonnee in die van Mirthe. Haastig keek ik om me heen, niets vergeten? Met handtas en koffer rende ik mijn kamer uit. Ik sloot de deur af, liet de sleutel in mijn tas vallen en holde de trap af, precies op tijd om Constansa de broeders van de ambulance te zien binnenlaten.

Vamp Magazine nr.2/2014 • www.vampenheld.nl • 7


Jaap boEKESTein

renske vERLOREN

O

h god, oh god, ik kan het. Ikkanhet, ikkanhetikkanhet! Renske prevelde in gedachten die mantra. Geblinddoekte duisternis, tanden op elkaar en haar handen tot vuisten gebald. De muur voor haar ondersteunde haar als een onverschillige minnaar. De leren boeien rond haar polsen hielden haar armen hoog en gespreid. Zij kon niet vallen. Haar blonde haar was opgestoken tot een knot, net boven de knoop van de blinddoek. Hij – perverse idiote kl**zak, Martin – wilde dat haar rug helemaal vrij zou zijn. Martin had uitvoerig uitgelegd wat voor dingen hij deed en haar gevraagd of zij het echt wilde doorzetten. En nu stond zij hier, naakt en geketend aan de muur. Heel kwetsbaar, besefte Renske maar al te goed. Zij was aan hem overgeleverd. Ikkanhetikkanhet. ‘Rustig maar. Als je wilt stoppen, zeg dan “rood” en ik stop dan onmiddellijk,’ herhaalde Martin ergens achter haar. ‘Begrijp je wat ik zeg?’ Stoppen? Nu ik zo dicht bij ben? Nu ik je bijna in mijn macht heb? NEE! Renskes gedachten raasden door haar hoofd, maar zij wist dat zij niet kon stoppen. Als zij nu stopte dan verloor Martin zijn interesse in haar en dan was alles voor niets. Zij moest nu doorzetten. Hoe erg kon het zijn? Zij wilde het niet weten, maar de beelden die door haar hoofd spookten waren eng genoeg.

Vamp Magazine nr.2/2014 • www.vampenheld.nl • 21


Doorzetten! Ikkanhetikkanhet. ‘Ik begrijp het,’ zei Renske. Het klonk zachter dan bedoeld. Haar keel was plots gortdroog. ‘Rood is stop.’ ‘Goed.’ Dat ene woordje was ronduit sinister. Ikkanhetikkanhet. Oh god, waarom heb ik niet die andere directeur benaderd? Jan-Jobbe? Dat is een windbuil maar geen sadist! Plotseling streek iets zachts over haar rug en Renske steigerde in haar boeien. ** ‘Als je je geld wilt beleggen zonder dat de belasting daar achter komt ...’ De zakenman was behoorlijk aangeschoten. Maar er was dan ook meer dan genoeg drank op het koningsdagfeestje van de Nederlandse ambassade in Moskou. ‘Vertel eens,’ monkelde Renske, die op dat moment kunsttaxateur was. Tenminste, dat stond op haar kaartje. Er reden in Moskou meer Rolls Royces rond dan waar dan ook ter wereld, en miljonairs wisten dat je goede smaak kon kopen. ‘Belasting betalen ...’ Zij maakte een wegwerpgebaar. De zakenman keek dronkendramatisch om zich heen, alsof hij een staatsgeheim ging verklappen. Niemand besteedde echter aandacht aan de man met de zatte kop en de knappe jonge vrouw met – ditmaal – lang vuurrood haar. ‘Een Nederlandse zaak, International Securities Investment Funds. Je kan daar een heel aardig rendement op je geld krijgen, en zonder dat de fiscus er cent wijzer van wordt. Ze hebben veel grote jongens als klant.’ Hij legde zijn zweterige hand om Renskes arm, die hem moeiteloos met een glimlach weer afschudde. International Securities Investment Funds, dat klonk interessant. Als zij tijd had zou ze die zaak eens uitzoeken. Waar geld was, waren altijd kansen. ** De zweep raakte Renskes rug, haar schouder, haar billen. Het was er een met zo’n berg slierten. ‘Dat is een flogger,’ had Martin uitgelegd. Renske hijgde en probeerde kalm te blijven. Inademen, uitademen. Hij was rustig begonnen, had eerst de zachte uiteindes van de zweep over haar rug en schouders en wangen laten glijden. ‘Voel maar. Dit is suède, een echte knuffelzweep. Heel lief.’ Zij had op dat moment niet geantwoord, ze stond helemaal stijf van de zenuwen. Lief? Je geeft zelf toe dat je een sadist bent! Je houdt van slaan en pijnigen en macht! En: Wat doe ik hier? De eerste slagen voelden meer als een massage aan. Langgerekte doffe tikken, die eigenlijk geen pijn deden. Heel geleidelijk bouwde Martin het op. Ritmisch, afwisselend langzaam en dan weer sneller, maar elke keer een heel klein beetje harder. Schouders, rug, billen, het was alsof hij elke vierkante centimeter een keer wilde raken. Renske begon de slagen te voelen, maar het was geen snerpende pijn. Het was net alsof er een warm deken om haar heen hing, die de scherpste signalen pijn afschermde. Zoef, slag. Zoef, slag. Zoef, slag. Het was een ritme waar zij zichzelf in kon verliezen. Het galmde door haar lijf heen. Zoef, slag. Zoef, slag. Het duurde een paar tellen voordat Renske besefte dat zij niets meer hoorde en voelde. Hij was gestopt. Pssssh. De koude schok kwam superintens aan, Renske hapte naar adem. ‘Rustig maar, gewoon wat water uit een plantenspuit. Die komt uit de koelkast.’ Er klonk een lachje in zijn stem. Hij spoot nog een keer en wreef toen zachtjes de heerlijke koelte uit over haar warme huid. Renskes hart begon weer wat

22 • Vamp Magazine nr.2/2014 • www.vampenheld.nl


rustiger te kloppen. ‘Weet je nog wat je moet zeggen als je wilt stoppen?’ ‘J… ja.’ ‘Wil je stoppen?’ Stoppen? Renske schudde met haar hoofd, deels als ontkenning, deels om helderder te worden. Nee, zij wilde slagen in haar plan, zij zou hem verleiden. Zij wilde niet stoppen. Zij wilde winnen. Zij kon het aan, zij zou winnen. ‘Nee,’ antwoordde zij. Martin sloeg opgewekt met zijn vlakke hand kletsend op haar billen. ‘Goed zo, dan gaan wij verder.’ ** ‘International Securities Investment Funds,’ mompelde Renske en ze beet op de pen. Rond de berg kussens en de pot thee lagen op de vloer alle papieren verspreid die zij de afgelopen weken had verzameld. Stukken uit de financiële pers, jaarverslagen, printjes van het internet, aantekeningen van wat mensen haar hadden verteld. Als je wist waar je moest zoeken, dan kon je altijd informatie boven water krijgen. En als je ze op de juiste manier bespeelde, kletsten mensen honderduit. Het was in ieder geval duidelijk dat International Securities Investment Funds zo fout was als het maar kon zijn. Voor de buitenwereld was het een respectabel bedrijf, maar ze beheerden zwart geld, wasten kapitalen wit, deden zaken met criminelen, regelden betalingen aan boycotlanden en van alles en nog wat. Natuurlijk was er geen snipper hard bewijs, maar Renske was daar ook niet in geïnteresseerd. Zij hadden geld, veel geld, geld dat officieel niet bestond. Zij zou daar een deel van in handen krijgen. En die lui zouden nooit naar de politie stappen. Renske zocht in geordende chaos om haar heen. Het uittreksel van de Kamer van Koophandel. Wie zijn de eigenaren? Hmm, Jan-Jobbe Verduynen? Dat klinkt als de voorkant met een Goede Naam. En Martin Schippers, ben jij dan het brein? ** Renske stond doodstil. Ze had gepiept toen de druppels kaarsvet haar huid raakten: korte felle prikjes die haar weer helemaal bij hadden gebracht. Owww, ellendeling! Maar ook: Ik ga geen ‘rood’ roepen. Ik kan dit hebben, echt wel! Ondanks alle stoere gedachten toch wel een paar piepjes dus, maar piepjes waren niet het stopwoord. Dat was het kaarsvet geweest. Nu voelde ze het mes. De stalen punt gleed over haar huid, o zo licht. Geen snee, geen bloed, niet eens een kras. Koude rillingen trokken van top naar teen, al de haartjes van haar nek en armen stonden overeind. ‘Knifeplay. Prima om kaarsvet te verwijderen. Gaat het nog?’ Hij klonk tergend opgewekt. Martin had het mes beschreven voor haar: een groot jachtmes, geschikt om pezen en spieren en botten door te snijden. Hij had het speciaal uit Amerika laten overkomen. In de duisternis van de blinddoek zag zij het vreselijke ding zo voor zich. Precies zo’n mes waarmee seriemoordenaars in de films rondliepen. En hij stond daarmee vlak achter haar! Zij stond vastgeketend in zijn huis en niemand wist waar zij was. Een man die zij nauwelijks kende had haar leven in zijn handen! ‘Ja,’ siste Renske door haar tanden heen. Ikkanhet. Ikkanhet. Hij is een sadist, geen moordenaar. Het is allemaal onderdeel van het spel. Gewoon doorbijten! Als een schaatsster trok het mes banen over haar rug en billen. Zo nu en dan wipte het mespuntje een druppel gestold kaarsvet van haar huid los. ‘Maar wat als?’ vroeg een klein stemmetje in haar hoofd. ‘Wat als hij uitschiet? Of gek wordt? Of … of …?’ ‘Wat zeg je?’ Dit keer was het Martin. Plaag, plaag. Zij moest nog antwoord geven, besefte Renske. ‘Het gaat prima,’ siste ze. ‘Leugenaarster.’ Hij kneep even in een tepel. Aaah! De boeien rinkelden. Zij hapte naar adem. Haar hart klopte weer helemaal in haar keel.

Vamp Magazine nr.2/2014 • www.vampenheld.nl • 23


chateau Migraine

Esther Veldstra

O

ndanks dat ik de beste man in geen jaren had gezien, kwam het bericht van zijn overlijden hard aan. Ik had fijne herinneringen aan mijn opa. Aan zijn grapjes en zijn pannenkoeken, aan zijn sloffen bij de houtkachel en mijn pantoffeltjes ernaast. Opa kon prachtige verhalen vertellen. Ik herinner me nog goed dat ik als kind ademloos heb geluisterd naar de avonturen die hij beleefde toen hij nog ridder was. Of zo. Of de dingen die hij had meegemaakt op zee. Wat me misschien nog wel het meest was bijgebleven was de wijngaard. De eindeloze rijen wijnranken, zwaar behangen met ontelbare druiven. Het stokoude kasteel met zijn torentjes en gangetjes. De prachtige tuin. Oh, er was maar weinig zo mooi als verdwalen op de zachte glooiing van de Franse heuvels waar opa’s wijngaard lag. Als klein meisje droomde ik ervan dat ik later, net als opa, wijnboer zou worden. Het was toch wel even schrikken toen op een dag bleek dat die droom zou uitkomen. Ik had me er net bij neergelegd dat ik voorlopig nog wel even intercedente zou blijven toen de brief op de deurmat plofte. Mijn lieve opa had mij de wijngaard nagelaten, tot grote ergernis van een aantal van mijn ooms en tantes. Een week later had ik mijn

32 • Vamp Magazine nr.2/2014 • www.vampenheld.nl


baan opgezegd, mijn huissleutel bij de woningbouw ingeleverd en met een grote grijns bij de notaris een handtekening onder mijn nieuwe leven gezet. De weg naar Zuid-Frankrijk was lang en warm. Des te meer toen zowel mijn autonavigatie als mijn airco me in de steek lieten en ik noodgedwongen in mijn beste Frans de richting moest vragen. De omgeving was prachtig en het vooruitzicht van mooi zomers weer verzachtte de pijn van het verlies. Ik genoot nog steeds intens van mijn reis tot, na kilometerslange omzwervingen op bochtige weggetjes, ook de rest van de auto de moed opgaf. Vloekend opende ik de motorkap en keek ik hulpeloos toe hoe de blauwe rook uit mijn wagen opsteeg. ‘Madame?’ Op enkele passen afstand was een oud bestelbusje gestopt. Op de zijkant stond met zwierige letters “Brasserie Bellevue” geschreven. ‘Het ziet ernaar uit dat u pech heeft,’ merkte de bestuurder van het busje op. ‘Kunt u hulp gebruiken?’ ‘Ja, graag!’ antwoordde ik gretig. ‘Weet u iets van auto’s?’ Eigenlijk voelde het alsof ik een open deur intrapte. Hij was toch een man? Natuurlijk wist hij iets van auto’s. Alle mannen weten iets van auto’s. Dat, of ze kunnen erg goed doen alsof. ‘Un petit peu.’ Hij haalde zijn schouders op voor hij uit het busje stapte. Hij maakte mijn dag goed. Niet alleen het Franse landschap was mooier, ook de mannen mochten er zijn. Dit exemplaar was iets langer dan ikzelf, blond, zichtbaar sportief en voorzien van prachtige blauwe ogen met pretlichtjes. ‘Ik ben Michel.’ Hij glimlachte voor hij een blik op mijn rokende motorblok wierp. ‘Leonie,’ antwoordde ik met een dito glimlach. Ik volgde zijn blik. Zelf zag ik, buiten de dikke blauwe rook, geen verschil, maar Michel keek uiterst ernstig. ‘Dat ziet er niet goed uit,’ zuchtte hij. ‘Moet je hier in de buurt zijn? Ik kan je een lift geven.’ ‘Chateau l’Ame,’ antwoordde ik. ‘Oh?’ Hij trok een wenkbrauw op. ‘Dan hoop ik dat er iemand weet dat je komt. Sinds de dood van de oude wijnboer is het kasteel gesloten voor bezoek.’ ‘Ik heb de sleutel,’ grijnsde ik. ‘Je staat voor de nieuwe wijnboer.’ ‘Werkelijk?’ Michel keek me verbaasd aan. Ik knikte. ‘De oude wijnboer was mijn opa.’ ‘Toe maar.’ Hij tuitte zijn lippen. ‘Nou, in dat geval kan ik je gerust erheen brengen.’ Even later lag mijn bagage op de achterbank en zat ik naast Michel te genieten van het voorbijglijdende landschap. Michel praatte uitgebreid over het dorp, over de brasserie en over de wijngaard. Hij vertelde over de wijnen, de grote groepen buitenlandse werknemers die de druiven in het najaar plukten en de deal die hij had gesloten met mijn opa. Voldoende wijn voor zijn brasserie en een aantal Grand Reserves voor de jaarlijkse proeverij tegen een schappelijke prijs. Hij praatte over het leven op het Franse platteland. ‘Het is natuurlijk niet te vergelijken met het snelle stadsleven, maar het heeft zeker zijn mooie dingen.’

‘Het is alleen jammer dat ik je moet delen vanavond,’ zei hij zacht.

Vamp Magazine nr.2/2014 • www.vampenheld.nl • 33


Ik keek zo onopvallend mogelijk naar zijn gespierde armen en zijn slanke handen op het stuur, en zorgde ervoor dat ik mijn blik voor Michel hem kon vangen weer afwendde. Tevreden keek ik weer uit het raam. ‘Oh, dat geloof ik graag,’ antwoordde ik. ‘Alles is hier zo mooi.’ Michel glimlachte en zweeg een paar momenten. ‘Zijn we er bijna?’ ‘Heb je haast?’ ‘Oh, nee … ik ben gewoon heel nieuwsgierig,’ lachte ik. ‘Kijk hier maar eens naar links dan. De eerste wijnvelden moet je zo al kunnen zien,’ knikte hij. ‘Als we de bocht om zijn kun je het kasteel ook zien liggen.’ Ik schoof naar voren, alsof ik daardoor het kasteeltje eerder zou zien. We waren nog maar nauwelijks de bocht om toen alle herinneringen terug kwamen. Het leek alsof de tijd op Chateau l’Ame ergens aan het eind van de middeleeuwen had besloten niet verder te gaan. Nog steeds groeiden precies dezelfde ranken op precies dezelfde heuvels. Nog steeds kleurde het kasteeltje diep donkergoud in de stralen van de ondergaande zon. ‘Wauw,’ zuchtte ik. ‘Het is prachtig.’ ‘Dat is het zeker,’ beaamde Michel. Voor de poort zette hij de bus stil. ‘Een kennis van me heeft een garage. Zal ik hem vragen je auto op te halen?’ ‘Graag,’ knikte ik terwijl ik mijn koffers uit de bus sleepte. ‘Bedankt voor je hulp.’ ‘Geen probleem. Bel maar naar de brasserie als je nog eens iets nodig hebt,’ bood hij aan met diezelfde zoete glimlach. ‘Dat is lief van je.’ Hij haalde zijn schouders op. ‘Hier in het dorp moet je af en toe wat voor elkaar over hebben.’ Hij pakte de laatste koffer uit de bus en zette hem bij de poort neer. ‘Bovendien, het was geen straf,’ merkte hij op. ‘Integendeel.’ Ik glimlachte terug. ‘Misschien zien we elkaar wel weer eens in het dorp.’ ‘Vast,’ knikte Michel. Hij nam weer plaats achter het stuur en draaide de sleutel om. Michel zwaaide kort voor hij de auto keerde en de lange oprit afreed. Ik keek hem na tot de straten van het dorp in de verte de bus aan het zicht onttrokken. Ik haalde mijn handen door mijn haren en zuchtte. Had ik me daar net onverbeterlijk staan flirten met een knappe Fransman? Foei, Leonie, je hebt hem nog maar één keer ontmoet, vermaande ik mezelf voor ik een koffer pakte, de sleutel in het slot omdraaide en naar binnen liep. ‘Ah, mademoiselle, goed dat u er bent.’ De deur was nog maar net in het slot gevallen toen een oudere man vanuit een zijkamertje de gang op liep en me vriendelijk groette. ‘Heeft u een goede reis gehad?’ Ik knikte. ‘Ja. Ben blij dat ik er nu eindelijk ben. Dat wel.’ Ik wilde eigenlijk zeggen, op het laatste stukje na dan, maar realiseerde me vrij snel dat het laatste stukje helemaal zo slecht niet was. ‘Het is ook wel een heel eind, natuurlijk. Ik ben Antoine.’ ‘Antoine?’ echode ik. ‘Werk jij hier nog steeds?’ Antoine fronste. ‘Ik, eh …’ ‘Ik ben hier wel vaker geweest, toen ik nog heel klein was. Mijn opa had toen al een … eh, ik noemde hem altijd butler. Die heette ook Antoine,’ viel ik hem in de rede. ‘Was jij dat?’ Antoines gezicht lichtte op. ‘Ah, la petit mademoiselle Leonie. Natuurlijk. Ik weet het weer. Excusez-moi, als je ouder wordt laat je geheugen je soms in de steek. Hoe lang is het geleden?’ ‘Veertien jaar.’ ‘Ach, wat gaat de tijd toch snel,’ zuchtte hij. ‘Kom, laat me je helpen met je bagage.’ Ik voelde me weer helemaal kind toen ik de volgende dag door de gangen van het kasteeltje dwaalde. Ook hier had de tijd stil gestaan. Alles was nog precies zoals ik het me herinnerde, maar dan iets kleiner. Vanuit de toren tuurde ik uit het raam, naar de velden in de morgenzon. Dit was nu mijn wijngaard geworden, en hier werd mijn wijn gemaakt. Nog niet, natuurlijk. Het jaar was nog jong en de druiven nog lang niet rijp. Diep in de kelders lagen enorme vaten

34 • Vamp Magazine nr.2/2014 • www.vampenheld.nl


bordeauxrood goud te rijpen. Ik droomde van een hangmat in de schaduw van de oude eik, van de oogstfeesten in de nazomer en de eerste wijn die onder mijn beheer zou worden gemaakt. Op weg naar de keuken bedacht ik me dat ik wel aan dit leven zou kunnen wennen. De geur van verse croissants kwam me tegemoet. In de keuken ontdekte ik dat Antoine zelfs een aantal sinaasappels had geperst. ‘Ooh, dat ruikt heerlijk.’ Het water liep me in de mond. ‘Mademoiselle!’ Antoine gebaarde uitnodigend. ‘Schuif aan. Er is genoeg.’ ‘Dat laat ik me geen twee keer zeggen.’ Ik schonk mezelf sap in en hapte gretig in een croissant. ‘Maar het is goed dat ik u zie, vandaag. Er moeten zaken worden geregeld om ons van een goede oogst te verzekeren.’ Ik knikte. ‘Natuurlijk. Er moet ook nog gewerkt worden.’ ‘Inderdaad. Er wordt vanavond regen verwacht, dus zal er voor die tijd moeten worden bemest. Bovendien is het vannacht nieuwe maan.’ ‘Nieuwe maan?’ Ik nam nog een slok sap. Antoine knikte. ‘Ik heb de vrijheid genomen alvast een duif te regelen.’ Ik trok een wenkbrauw op. ‘Wat moet ik in vredesnaam met een duif?’ De butler keek me ernstig aan en kwam bij me aan de eettafel zitten. ‘Dit staat, uiteraard, niet in uw grootvaders testament, maar het is gebruikelijk om iedere eerste nieuwe maan van de zomer een duif aan de landgeesten te offeren.’ Ik trok mijn andere wenkbrauw ook op. ‘Je maakt een grapje.’ Antoine schudde van nee. ‘Zeer zeker niet. Het is in de geschiedenis van Chateau l’Ame tweemaal voorgekomen dat er met deze traditie werd gebroken. Het is eveneens tweemaal voorgekomen dat de wijnproductie door rampspoed en onheil werd getroffen. Toevalligerwijs in deze twee jaren.’ ‘Dat meen je …’ constateerde ik na een lange blik op de butler. Hij knikte. ‘Wellicht dat het wat ongewoon klinkt, maar ik zou het risico niet nemen.’ Ik keek bedenkelijk naar de tafel. ‘Nouja, een duif … als het dan echt moet …’ En zo stond ik die avond in de tuin van het kasteel met een prachtig witte tortelduif in mijn linkerhand en een scherp keukenmes in de rechter. Het beestje koerde nerveus maar deed verder geen pogingen weg te fladderen. ‘Sorry, duif, maar ik geloof dat dit noodzakelijk is,’ zei ik zachtjes tegen de vogel. Antoine keek fronsend toe en sloeg ongeduldig zijn armen over elkaar. Ik haalde diep adem en vroeg me in stilte af waar ik mee bezig was. ‘Landgeesten,’ begon ik vertwijfeld. ‘Ik bied jullie deze duif aan. Neem alsjeblieft mijn offer en schenk ons dit seizoen een goede oogst.’ Ik hield de duif met één hand op de tafel en hief met de ander het keukenmes hoog. ‘Dat zou ik erg waarderen, dus. Dank je wel,’ voegde ik nog eraan toe voor ik een einde aan het leven van de duif maakte. ‘Dat zou voldoende moeten zijn,’ observeerde Antoine. Ik keek naar het duivenlijkje op mijn tuintafel. ‘Arm beestje.’ ‘Het is voor een groter doel,’ mompelde Antoine. ‘Toch vind ik het maar raar.’ De volgende dag was de duif verdwenen. Alleen het keukenmes lag nog op de tafel. Een paar dagen later kwam Antoine me in de wijngaard opzoeken met het bericht dat er bezoek aan de poort stond. ‘Wie is het?’ ‘De uitbater van brasserie Bellevue,’ antwoordde de butler. ‘Michel?’ Antoine fronste. ‘U kent hem?’ Ik grijnsde. ‘Yep,’ knikte ik nog voor ik richting de voordeur snelde. Het was inderdaad Michel.

Vamp Magazine nr.2/2014 • www.vampenheld.nl • 35


als je me niet kunt horen

Jack Lance

C

iska hield van tuinieren. Ze had er geen hekel aan om het gazon te maaien, het onkruid te schoffelen en met de bloemetjes en de plantjes bezig te zijn. Dat was misschien wat ongewoon voor een jonge vrouw van tweeëntwintig, maar zij haalde er haar schouders over op. Als andere jonge meiden liever gingen feesten en beesten, dan was dat ook goed. Zij genoot van harken, snoeien en bloeien. Ze hield óók van muziek. Wat dat betrof was ze wel hetzelfde als de meeste meiden. Deze snikhete julidag werkte ze zich daarom in het zweet in de grote boerderijtuin van haar ouders. Terwijl ze in haar bikini de grote rododendron met de hegschaar bijtrimde, luisterde ze op haar iPod naar Coldplay. De oortjes die ze laatst had gekocht waren van de beste kwaliteit en sloten al het buitengeluid uit. Waarschijnlijk zong ze mee, al hoorde ze dat zelf dus niet. Maar ze zong eigenlijk altijd, onder de douche en in de keuken, steeds wanneer ze goede zin had – zoals nu. Ze kreeg dorst en vroeg zich af of ze een glaasje water zou gaan halen, of dat ze het tuinieren er toch maar bij

46 • Vamp Magazine nr.2/2014 • www.vampenheld.nl


zou laten voor vandaag, en een fris wit wijntje ging nemen. Tenslotte was ze niet alleen. Achter haar, op het terras, zat haar vriend op de ligstoel, en die vriend had ze nog niet zo lang. Hij was een lekkere spierbundel en als ze eerlijk was had ze ook wel zin gekregen in andere dingen dan het onderhouden van haar ouders’ Franse tuin. Met een glimlach draaide ze zich zwierig om en enkele lokken van haar lange zwarte haar krulden over een oog. Stefan lag een beetje onderuitgezakt op de stoel. Hij staarde omhoog naar de zon, met zijn mond open. ‘Wat ben jij allemaal aan het bedenken?’ riep ze vrolijk, al hoorde ze ook daar helemaal niets van, want nog steeds speelde Coldplay in haar oren. Ze deed de oordopjes uit. De klanken van Paradise stierven weg en stilte keerde terug. Alleen de wind ruiste door gebladerte. Toen zag ze pas dat Stefans keel was doorgesneden en dat zijn ingewanden uit zijn buik hingen. Ciska verstarde. Een langgerekte, hartverscheurende gil ontsnapte uit haar keel en ze zakte op haar knieën, op het groene, versgemaaide gras. Ze kroop dichter naar Stefan toe. Op zijn gezicht las ze een verstilde kreet. Ik riep om hulp en je hoorde me verdomme niet! Nou ben ik dood! Ik ben geslacht als een varken! Nee, dat zou niet van zijn lippen zijn gekomen. Hij kon niet kwaad worden, had ze vaak gedacht. Maar het ging wel door Ciska heen. Iemand had toegeslagen, toen zij met haar rug naar haar vriend toe had gestaan, enkel in de weer met de rododendron. Stefan moest wel geschreeuwd hebben, maar het enige wat zij had gehoord was Coldplay. De moordenaar was zonder twijfel nog nabij. De eerstvolgende boerderij, en de eerste mensen in haar nabijheid, lag drie kilometer verderop. Haar ouders woonden nu eenmaal op het platteland, het verlaten platteland. Bliksemsnel schoot dit allemaal door haar heen. Stefan was dood. Nee, afgemaakt, als een beest in een abattoir. Zij was alleen. En de dader? Het kon niet anders of die hield haar in de gaten. Hij zou niet toestaan dat ze haar mobieltje gebruikte en 112 belde. Haar toestel lag trouwens binnen, in huis. Normaal droeg ze het apparaat altijd in haar broekzak, maar nu had ze enkel haar roze bikini aan. Haar blik zwierf van het lijk van Stefan naar de ramen van de boerderij van haar ouders, die een weekendje weg waren. Vanachter de ruiten keek niemand terug naar haar. Waar was hij? Waar was die gek? Ciska had het koud. IJzig koud. Ze voelde de hitte van de dag niet meer. Tegelijk was ze alert. Het was of niets haar ontging, geen enkel detail. En ze kon nog nadenken, godzijdank. Heel even vroeg ze zich af hoe dat mogelijk was, toen accepteerde ze het simpelweg als een geschenk dát ze dat nog kon, en niet in hopeloze paniek schoot. Nog een keer streek haar blik over Stefan. Het Poolse boek dat hij aan het lezen was lag nu naast hem op de tegels van de terrasvloer, uit zijn vingers geglipt. Het bloed stroomde nog steeds uit zijn opengereten buik en had het ligkussen volledig doorweekt. Maar het was moeilijk te zeggen waar hij het meeste uit bloedde. Waarschijnlijk toch uit zijn hals. Toen haar ogen de zijne vonden en ze daarin datzelfde verwijt meende te zien, wendde ze haar hoofd af. Maar nog steeds raakte ze niet in paniek en behield ze een soort van ijzige kalmte. De eerste heldere gedachte die opkwam was dat zij de volgende was. De moordenaar kon haar toch niet in leven laten? Ze had niets om zich mee te beschermen. Of wel? Achter haar lag een hark en die hegschaar. Ciska vroeg zich af wat ze ermee kon uitrichten, maar het was het enige wat binnen handbereik was. Ze sprintte naar de hark, die lag het meest dichtbij, pakte het ding beet alsof het een speer was, en tegelijk draaide ze zich met gekromde schouders om. Ciska had verwacht dat de moordenaar achter haar aan gekomen was en zich op haar zou storten. Maar verlatenheid begroette haar. Ze beet op haar tanden en hield met beide handen de steel van de hark zo stevig vast dat haar knokkels wit werden. Langzaam schuifelde ze terug naar de boerderij. Hij kon vanuit de woning naar haar gluren, of hij was nu in het bos rondom de boerderij. Allemaal mogelijk. Opeens dacht Ciska aan John, haar ex. Toen ze het met hem had uitgemaakt, was dat gepaard gegaan met slaande deuren en scheldpartijen. Niet door haar, maar hem. Hij had gedreigd dat ze nog niet van hem af was.

Vamp Magazine nr.2/2014 • www.vampenheld.nl • 47


Zou hij…? Was hij in staat…? Ze kon zich dat niet voorstellen, maar van de andere kant was er ook niets waar ze zich dan wel een voorstelling van kon maken. Stefan was een hele rustige, hele lieve jongen. Hij was nog maar een paar maanden in Nederland. Zijn geboorteland Polen had hij achtergelaten. Hij had hier geen familie en zelfs geen vrienden. Een baan had hij ook niet meer, want zijn tijdelijke contract bij het verzorgingstehuis waar hij als verpleger had gewerkt, was laatst niet verlengd – omdat zijn Nederlands nog te gebrekkig was (hij sprak wel goed Engels). De enige met wie de verlegen, schuchtere einzelgänger Stefan om was gegaan, was Ciska. Hij had van haar gehouden en de liefde was wederzijds geweest. Met de beste wil van de wereld kon Ciska zich niet indenken waarom iemand hem dit aan zou doen. ‘Je gaat naar binnen,’ fluisterde ze tegen zichzelf, ‘en je probeert te bellen.’ Er was niets anders. Ze had haar auto niet bij zich (haar vader was haar gisteren komen ophalen) en op de vlucht slaan had ook geen zin, want alleen al de oprijlaan van de boerderij van haar ouders was meer dan honderd meter lang. Ze had geen schijn van kans tegen een bewapende moordenaar, net zo min als Stefan had gehad. Ciska bereikte de boerderij, keek door het grote schuifraam naar binnen en bleef de hark als een wapen vasthouden. Vervolgens ging ze naar binnen. Op een tafel in de kamer zag ze haar mobieltje liggen. De nieuwste Samsung Galaxy. Behoedzaam sloop ze er naartoe en keek tegelijk met een scheef oog achter de bank, waar hij ook niet zat. Ze kon haar hand op de Galaxy leggen, en opeens begonnen haar vingers te trillen. Waarom liet hij haar dit doen? Waarom stond hij het toe? Ze wilde 112 toetsen. En deed het uiteindelijk toch niet. Hij wachtte erop tot ze ging bellen. Dan zou hij toeslaan. Pas dan. Een nevelige waas trok op voor haar ogen. Toen rinkelde de ouderwetse vaste telefoon van haar ouders, op het bijzettafeltje naast de bank. Een gil ontsnapte uit Ciska’s keel. De Samsung gleed uit haar hand en het ding kletterde op de tegelvloer. Ze wankelde naar de vaste telefoon, blikte op het schermpje. Het nummer dat belde werd niet weergegeven – de beller wenste anoniem te blijven. Haar hart klopte in de keel toen ze de hoorn van de haak nam en tegen haar oor zette. ‘Hallo?’ In die schorre klank herkende ze nauwelijks haar stem meer. ‘Met mij,’ sprak een onbekende mannelijke stem. Weer keek ze om zich heen. Nog altijd was ze alleen. ‘Wie ben je?’ vroeg ze, een fluister. ‘Wie denk je?’ zei de stem koud. Ze knipperde met haar ogen. ‘Moet ik je soms kennen?’ Ciska wachtte op een antwoord, dat niet kwam. Ze vroeg zich af of ze die stem misschien toch ergens eerder had gehoord, maar ze kon er echt geen gezicht bij plaatsen. ‘Waar ben je?’ Opnieuw was het stil. ‘Wat wil je van me?’ vroeg ze toen. Hij bleef zwijgen en ze dacht al dat hij niets meer zou gaan zeggen, toen ze zijn stem toch weer hoorde. ‘Ik raad je aan om geen telefoon te gebruiken.’ Dit keer antwoordde zij daar niet op. Dat leek haar niet verstandig. ‘Als je dat namelijk wel doet, of als je het huis verlaat, dan vind ik andere naasten van je,’ ging de stem verder, toonloos, als een machine. ‘Ik weet waar je ouders zijn.’ Een ijskoude rilling kronkelde als een slang over haar rug. ‘Laat hen met rust,’ zei ze zacht. ‘Dat ligt helemaal aan jou,’ zei de moordenaar. ‘Als jij het weekend thuisblijft en met niemand praat, dan hoeft er ook niets met ze te gebeuren.’ Tranen sprongen in haar ogen. Ze beefde nu over haar hele lichaam. ‘Goed,’ zei ze, gebroken. ‘Ik doe wat jij wilt.’ ‘Slimme meid,’ zei de stem en daarna hing hij op. Ciska keek nog even naar het nu lege schermpje en plaatste de hoorn weer terug.

48 • Vamp Magazine nr.2/2014 • www.vampenheld.nl


advertentie Vintage Mystery

Waargebeurde verhalen

Tom Freeman is na een periode van drankverslaving al tien jaar nuchter, gelukkig getrouwd met Clare en heeft een dochtertje, Julia. Als Julia begint te praten, beweert ze echter dat haar naam Melanie is.

Ron Puyn interviewde mensen die wonderlijke zaken hebben ervaren en bundelde deze waargebeurde verhalen in Wonderlijk maar waar.

Tom wordt geplaagd door nachtmerries die erop wijzen dat hij een jong meisje heeft vermoord. Dan ontdekt hij dat een meisje is verdwenen op de plek waar hij tien jaar geleden zijn laatste, door alcohol veroorzaakte black-out had. Ze heette Melanie… 14,95 | 304 blz | paperback met flappen | 4.95 E-book juni ‘14

Harm wist van tevoren het tijdstip van zijn dood: Magere Hein zou hem om precies kwart over vier komen ophalen. De jonge Marion kreeg ongewenste visite uit het hiernamaals. Een kleine jongen met wonderbaarlijke visioenen. Een beschermengel redde Nicole. Een écht spook zorgde voor angst op de filmset van Doodeind. 19,95 | 512 blz | paperback met flappen | 4.95 E-book juni ‘14

Is Jason Evans al gestorven?

Is Jenny niet dood?

Drie polaroidfoto’s die een graf tonen, met achterop hand geschreven berichten.

Meteen na de uitvaart van haar hartsvriendin Jenny, is Rachel Saunders enkele dagen als van de aardbodem verdwenen.

Jij bent dood. Je denkt dat je leeft, maar je bestaat niet.

Als Rachel weer opduikt blijkt ze amnesie te hebben en kan zich niets meer herinneren.

18 augustus, je sterfdag.

Desondanks beweert ze dat Jenny niet dood is. Samen met haar vriend Jonathan gaat Rachel op een speurtocht naar de oorzaak van haar geheugenverlies.

Als een anonieme vijand Jason Evans deze foto’s stuurt, is zijn alledaagse maar gelukkige leventje voorbij. Hij moet op zoek naar het graf op de foto’s. Is het echt zijn eigen laatste rustplaats? 14,95 | 304 blz | paperback met flappen 4.95 E-book juni ‘14

Jack Lance heeft verschillende mysterieuze thrillers geschreven, die de sfeer ademen van de romans van Stephen King en Dean Koontz. Zijn boeken verschijnen wereldwijd en zijn in 13 talen uitgegeven. Van Jacks novelle Nachtogen werd in Hollywood een lange feature speelfilm gemaakt, met de titel Night Eyes. Eerder werd ook zijn verhaal Tikken verfilmd.

Ze stuiten daarbij op een geheim en een verschrikking die elk voorstellingsvermogen te boven gaat… 14,95 | 304 blz | paperback met flappen 4.95 E-book juni ‘14

www.JackLance.nl Voor meer informatie en bestellen (ook gesigneerd) kijk op www.suspensepublishing.nl Vamp Magazine nr.2/2014 • www.vampenheld.nl • 57


Véronique paradis

In de spiegel van het pashokje

H

Het is een heerlijke nazomer. Ik voel me plakkerig nadat ik de halve stad heb afgezocht naar de ideale bikini. Verhit zoek ik de airconditioning van de V&D op. Eerst maar eens een lekkere fruitsmoothie, die heb ik wel verdiend. Als ik in de rij sta bij de kassa tikt er iemand op mijn schouders. ‘Hoi, wat leuk. Lang niet gezien,’ hoor ik zachtjes. Ik draai me om, maar weet de man die naar mij lacht niet te plaatsen. Goed gebouwd, goed gekleed en zijn haren vlot en zomers kort. Op zijn blad staan een grote jus d’orange en een appeltaartje. ‘Hoi,’ zeg ik terug, nog steeds niet goed wetend bij wie die leuke blauwe ogen horen. Als een gek ga ik in mijn hoofd een stapel mannen af, hij komt me ergens bekend voor … ‘Opleiding, Adobe, een jaar geleden,’ verlost hij mij tenslotte. ‘Oh! Ja! Sorry,’ bloos ik, hoe kon ik hém vergeten. Dit is die leuke vent waarmee ik samen een opdracht heb gedaan

60 • Vamp Magazine nr.2/2014 • www.vampenheld.nl


tijdens de cursus. ‘Tafeltje delen?’ Hij pakt mijn smoothie al op en ik loop achter hem aan. Hij loopt het terras op en zoekt een plekje in de schaduw. ‘Hoe is het met je vrouw en de kleine?’ Het laatste is een gok. ‘Goed, goed, twee kleintjes,’ antwoordt hij. ‘De jongste is bijna vier, ze gaan dan eindelijk allebei naar school. Is het hopelijk iets rustiger thuis.’ ‘Ja, goh, alweer vier. Doe je nog wat met de opleiding?’ probeer ik dan maar. ‘Voor het werk niet, maar privé soms. Jij?’ ‘Ik ontwerp, freelance, heb een eigen bedrijfje opgezet. Volgende week ga ik een week naar Italië voor een grote klant.’ Ik ben er supertrots op, en daarom ook op zoek naar die bikini. ‘Gaaf.’ Hij is onder de indruk en ik begin enthousiast te vertellen. Hij hangt aan mijn lippen en ik geniet van die aandacht. Hij haalt nog een smoothie voor me en we zitten al gauw een uurtje op het terras. Mijn vraag of hij niet terug naar de zaak moet, wuift hij weg. Dus hij zit liever met mij hier dan in zijn kantoor. Of … eerder thuis? Ik zie dat het al bijna half vijf is en het is vrijdag. Wie wil er met dit weer niet eerder naar huis? ‘Je zult wel genoeg aandacht krijgen van Italiaanse mannen daar,’ grapt hij. ‘Ik hoop het wel,’ zeg ik. ‘Weet je,’ flap ik eruit, ‘ik heb al een half jaar geen goede seks meer gehad.’ Ik denk schuldbewust aan het pakje condooms dat ik eerder die dag kocht en dat mee gaat in de koffer. Voor het eerst in zestien jaar denk ik iets te gaan doen, dáár, waar ik eerder niet eens aan durfde te denken. Maar daar ver weg van … hier … ‘Een half jaar dat is nog niks, probeer eens een jaar, of langer,’ hij blikt opzij, kijkt me vluchtig aan, zijn wangen kleuren rood. ‘Oh,’ zeg ik. ‘Jullie ook al?’ Er valt een ongemakkelijke stilte. Naast ons komt een jong verliefd stelletje zitten. Ze kunnen amper van elkaar afblijven. ‘Zij wel,’ lacht hij en ik lach mee. ‘Nog wel,’ zeg ik, ‘zullen we ze vast waarschuwen?’ Stil pakt hij mijn hand en een tinteling gaat door mijn lijf. Misschien komt het door het weer, de broeierigheid, het gespreksonderwerp, of het kleffe stel naast ons, maar ik wil hem ineens heel graag meer aanraken. Hij strijkt met zijn duim over de rug van mijn hand en het kleine gebaar zet me in vuur en vlam. ‘Ik … hé, moet er zo maar eens vandoor,’ zeg ik voordat ik iets anders voorstel. Hij kijkt mij strak aan, en knikt. Ik kan me niet losmaken van zijn blik, hij kijkt alsof hij mijn zomerjurkje van mijn lijf wil trekken. En ik wil niks liever dan dat hij dat inderdaad doet. Toch sta ik op. Ik hoor hem achter mij aanlopen, ondanks de hitte, voel ik kippenvel. ‘Je moest toch nog een bikini?’ vraagt hij als we met de roltrap een verdieping lager aankomen. ‘Oh ja,’ ik was die hele bikini vergeten door hem! Shoppen leidt mijn aandacht van hem af, hoop ik, dan zal hij wel naar huis gaan. Maar hij loopt mee. Het is bloedheet hier, de airco is stuk, “Sorry voor de overlast,” hangt er op een bordje. Geen verkoopster te zien. Ik graai een beetje tussen de rekken. ‘Hier,’ hij houdt een spuuglelijk ding omhoog. Ik moet lachen. ‘Da’s cup dubbel-D, wat denk je zelf,’ zeg ik. Plots staat hij voor me met een leuke in de kleuren van de regenboog. ‘Deze dan,’ zegt hij. Ik kijk op het kaartje, 75B, precies de juiste maat. Hij wijst naar de paskamers. Mijn jurkje hangt om mijn middel en de bikini knoop ik achter in mijn nek vast. Ik kijk in de spiegel, hij past perfect. ‘Hoe staat ie?’ hoor ik. Uitdagend trek ik het gordijn open. ‘Mooi,’ zegt hij zachtjes en ik zie weer die hongerige blik in zijn ogen. Een opwindende golf trekt door mijn onderbuik. ‘Ja? Bevalt het wat je ziet?’ Ik trek aan het lusje in mijn nek en mijn bikinitop valt om mijn middel. ‘Oeps.’ Vervolgens trek ik het lusje om mijn middel los en gooi het topje aan de kant. Hij stapt de paskamer in en het gordijn valt achter hem dicht. ‘Nog mooier,’ fluistert hij en zoent me vol op mijn mond. Mijn tong zoekt de zijne. Hij ritst mijn jurkje verder open en ik stap eruit. Zijn handen kneden mijn billen, en mijn handen trekken aan de knoopjes van zijn overhemd. Ik trek zijn overhemd over zijn hoofd en streel zijn brede borst die glanst van het zweet. Hij draait mij naar de spiegel, zodat ik mezelf zie. Zijn handen omsluiten zachtjes mijn borsten en ik voel mijn tepels nog harder worden. Het voelt ontzettend erotisch om mezelf zo in de spiegel te zien.

Vamp Magazine nr.2/2014 • www.vampenheld.nl • 61


vamp e-zine informatie

Vamp is te verkrijgen in de appstore en googleplay. onder: vampenheld geen tablet op smartphone? Ga naar onze site en bekijk daar de overige opties. www.vampenheld.nl 66 • Vamp Magazine nr.2/2014 • www.vampenheld.nl


Vamp2 pdf issuu  

Voorproefje van Vamp#2. Vamp is te verkrijgen in de Appstore en GooglePlay. Zoek onder Vamp en Held. Geen Tablet of smartphone? Kijk op onze...

Advertisement
Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you