Issuu on Google+

De lente Wat moet je weten… De lente, of het voorjaar is een van de vier seizoenen. De lente volgt op de winter en wordt gevolgd door de zomer. De lente begint (meestal) op 20 maart en eindigt (meestal) op 20 juni. Tijdens de lente worden de bomer groener en gaan veel planten bloeien. De zon gaat wat langer schijnen, en de nachten worden korter. Geleidelijk wordt het warmer en warmer.

Wist je dat … Het woord

lente

een oude afleiding is van ‘lang’ en dat dit betrekking heeft

op het lengen van de dagen?

Het effect op … Mensen De dagen in de lente worden ten opzichte van tijdens de winter langer, en het zonlicht wordt sterker. Dat heeft een positief effect op mensen. Dit zorgt voor een goed gevoel, en de mensen komen meer naar buiten.  Planten & dieren Alle planten beginnen in de lente te groeien na de winterslaap. Ook dieren komen uit hun schuilplaatsen en beginnen te nestelen. Trekvogels zoeken frissere oorden op in het noorden als reactie op de hogere temperaturen. Bij zoogdieren, zoals bv. schapen, worden de jongen vroeg in de lente geboren, zo kunnen ze tegen het eind van de zomer met voldoende reserve het koude winterseizoen ingaan.

Doordat er meer licht is, maken planten en bomen nieuwe bladeren. In bossen ontwikkelen de planten op de bodem zich het snelst. Deze maken gebruik van de korte periode dat de bodem van het bos nog veel zonlicht krijgt doordat de bomen nog weinig bladeren hebben.

1


1) Bloemen onder de loep De zon staat nu elke dag hoger. Ze schijnt ook langer op de aarde. De aarde wordt zo warmer. Dat voelen planten en bomen. Ze worden wakker uit de rust van de winter. De eerste bloemen steken hun kopje boven de grond. Het sneeuwklokje is er altijd het eerst. Zelfs al ligt er nog sneeuw. Daarna volgen de andere vroege bloemen, zoals de krokus, de narcis, de paardenbloem en het fluitenkruid.

1.1)

Hoe zit een bloem in elkaar?

Vul aan!

De meeldraden zijn de mannelijke organen van een bloem. De helmknoppen zitten vol stuifmeelkorrels. In die korrels zitten de zaadcellen stevig verpakt. De stamper is het vrouwelijke orgaan. Na de bevruchting met stuifmeel, worden de vruchten gevormd. De eicellen veranderen dan in zaden. Veel planten hebben tweeslachtige bloemen. In ĂŠĂŠn bloem vind je dan tegelijk vrouwelijke en mannelijke delen.

Opdrachtje: Ga nu samen met je buur op zoek naar deze delen in de bloem die je van de juf krijgt.

2


1.2)

Bloemen en insecten, een superteam!

Bloemen en insecten vormen een superteam, omdat ze elkaar een dienst bewijzen. Insecten hebben voedsel nodig en bloemen moeten bestoven worden.  In het midden van een bloem zitten enkele druppeltjes nectar. Dat smaakt heel zoet! Ken jij enkele insecten die verlekkerd zijn op nectar? …………………………………………………………………………………………………………………………………………………

 Mannetje zoekt vrouwtje  Om zaadjes te kunnen maken, moet een plant eerst bevrucht worden. Dat betekent dat het mannelijke stuifmeel (met zaadcellen) de vrouwelijke stempel moet bereiken. Het stuifmeel gaat dan door de stijl naar het vruchtbeginsel eronder. Daar ontwikkelen de zaden zich.

De meeste planten kunnen zichzelf niet bevruchten. Daarom geven veel bloemen hun stuifmeel mee met insecten.

 Het insect duwt op een soort van pedaaltje als het de nectar wil bereiken. Daardoor gaan de meeldraden naar beneden. Zo wordt het stuifmeel over de rug verspreid. Dat stuifmeel neemt het insect mee naar een andere bloem.

3


1.3) Wilde bloemen of sierbloemen? In velden, langs wegen en in sommige tuinen vind je heel wat wilde bloemen. De bloemen die je in een tuincentra vindt, zijn sierplanten. Maar wat is nu het verschil??? Sierplanten kunnen planten zijn die hier in het wild groeien. Maar degene die je in de winkels vindt, zijn speciaal gekweekt om nog grotere en mooiere bloemen te krijgen. Vaak zijn het ook planten die door reizigers meegebracht werden, en dus niet oorspronkelijk van hier afkomstig zijn. Wil je zelf aan de slag gaan, en wat kleur in je tuit brengen? Dan kun je allerlei bloemen zaaien. In tuincentra heb je een enorme keuze aan zaadjes. Op zo’n zakje staat alle info die je nodig hebt om aan de slag te gaan. Opdrachtje: Bekijk in je groepje het zakje met zaadjes. Som de stappen die je moet doen doorlopen alvorens je de zaadjes kan planten. ………………………………………………………………………………………………………………………………………………… …………………………………………………………………………………………………………………………………………………

1.4)

Hé, lekker beest!

Bloemen halen allerlei verleidingstrucjes uit de kast om insecten te lokken. Maar wist je dat mensen en bloemen zowat dezelfde trucjes toepassen? Opdrachtje: Schrijf hieronder verleidingstrucjes die mensen en bloemen kunnen toepassen. ………………………………………………………………………………………………………………………………………………… Wist je dat…  De bloem van de bijenorchidee mannetjesbijen verleidt omdat ze

4


eruitziet als een vrouwtjesbij…

1.5)

Bestuiving:

We hadden het in de vorige les al over bestuiving tussen insecten en dieren. (Als je dit niet goed meer weet, blader dan eens terug naar p. 3)

Opdrachtje: Speel nu zelf eens de rol van het insect! Stap 1) Wrijf met een fijn penseeltje langs de helmknoppen van een bloem. Stap 2) Breng dit poeder (= stuifmeel) op de stamper van de andere bloem (deze moet wel van dezelfde soort zijn).  Dit noemen we kunstmatige bestuiving! Opdrachtje: Probeer met je eigen woorden een definitie te formuleren. Kunstmatige bestuiving = ………………………………………………………………………………………………………………………………………………… …………………………………………………………………………………………………………………………………………………

1.6) Zaadjes sappig verpakt… Wanneer een bloem bevrucht is, vallen de kroonbladeren af. Het vruchtbeginsel zwelt op en begint een vrucht te vormen. Daarin wordt nu het zaadje gevormd. In het gezwollen vruchtbeginsel van de klaproos rijpt het zaad. Wanneer het zaad rijp is, gaan de zaaddoos open. Het zaad kan zich dan verspreiden. Een vrucht is dus een volledig gerijpt vruchtbeginsel. Als je goed kijkt, vind je in en op een vrucht nog sporen van wat vroeger de bloem was. Opdrachtje: In welke fruitsoorten vind je nog overblijfselen van de bloem terug (= zaadjes) ?

5


………………………………………………………………………………………………………………………………………………….

1.7)

Smakelijk!

Opdrachtje: Welke groente of vrucht komt uit welke bloem?

2

1

3

4

5 6

8 7 Tomaat

Courgette Bieslook Wortel

Erwten

6

Artisjo k

Aardbei

Uien


2) Eten en gegeten worden.. In de lente is er een overvloed aan verse groenten en fruit. Je vindt ananassen, mango’s, rabarber,… Noem maar op! Maar wat betekent eten in de lente voor jou? Vul de quiz in en zoek het uit!

2.1)

De grote voedings-quiz!

1. Mijn lievelingsontbijt. a. Een glaasje fruitsap is meer dan genoeg. b. Met een boterham met choco en frisdrank ben ik tevreden. c. Mij krijg je niet naar school zonder een stevig ontbijt. d. Ik slaap liever een kwartier langer dan te ontbijten. 2. Boterhammen – festival. a. Ik lust alleen wit brood zonder korsten. b. Bruin brood, dat is pas lekker. c. Brood! Dat krijg ik niet door mijn keel. d. Ik eet elke dag minstens 3 boterhammen. 3. Beleg bij de boterham. a. Ik ben dol op slaatjes in mayonaise. b. Voor mij gaat er niets boven choco. c. Geef mij maar vlees, kaas of eieren bij de boterham. d. Ik eet graag fruit bij mijn boterham. 4. Dorstlessers. a. Ik drink nooit water, dat is voor de vissen. b. Geef mij maar een grote fles frisdrank. c. Melk, dat is mijn favoriete drank. d. Ik ben dol op vruchtensap. 5. Wanneer en hoe eet jij? a. Ik eet drie maaltijden per dag op vaste tijdstippen. b. Ik eet de hele dag door. c. Ik heb een tienuurtje en een vieruurtje nodig tussen de maaltijden.

7


d. Voor mij hoef je niet te koken, ik eet liever snacks. 6. Groenten – symfonie. a. Weeral groenten op mijn bord, jakkes! b. Ik eet elke dag appelmoes. c. Ik lust alle groenten. d. Ik eet vooral frietjes. Volgens Amerikanen is dat ook een groente. 7. Moet er nog fruit zijn? a. Elke dag eet ik minstens één vrucht. b. Marsepeinen appeltjes vind ik wel lekker, maar daar blijft het bij. c. Fruit? Dat is mijn ideale tussendoortje. d. In de zomer eet ik wel eens fruit, maar in de winter niet. 8. Vis of vlees? a. Ik ben tegen visvangst, ik eet alleen vlees. b. Vlees zit vol bloed, daar moet ik niets van hebben. c. Een paar keer per week vis, dat zie ik wel zitten. d. Elke dag een lekker stukje vlees is oké. 9. Aardappelen – kermis. a. Frietjes met een goede kwak mayonaise, dat is pas lekker! b. Ik hou van variatie: pasta, rijst, aardappelen,… c. Bij elke warme maaltijd hoort een flinke schep aardappelen. d. Ik haat aardappelen, tenzij je er kroketten van bakt. 10. Droomdesserts. a. Een gigantische roomsoes, natuurlijk! b. Een ijsje met vers fruit, daar knap ik helemaal van op! c. Chocoladepudding, flan of crème….. Mmmm! d. Zelfgemaakte yoghurt, dat is pas lekker.

11. Lievelingssnoep. a. Ik droom ervan mijn gewicht in chocolade te winnen. b. Geef mij maar een grote zak chips. c. Koekjes, taartjes, gebak… die kun je altijd aan mij kwijt. d. Vers fruit en fruitsla heb ik het liefst.

8


12. Zo eet ik het liefst. a. Voor de tv natuurlijk, dan mis ik mijn feuilleton niet. b. Ik kan mijn computerspel niet missen, dat gaat mee aan tafel. c. Rechtstaand of lopend, dan verlies ik geen tijd. d. Gezellig met mijn familie aan tafel. 13. Tijdrace. a. Eten is tijdverlies, geef mij maar een snelle hap. b. Ik neem graag de tijd om rustig te eten. c. Ik slik zo snel als ik kan mijn eten door. d. Ik eet langzaam en kauw goed. 14. Sport of niet? a. Ik oefen dagelijks mijn vingers op mijn computerspel. b. Ik doe minstens ĂŠĂŠn keer per week aan sport. c. Ik ben goed op weg om een kampioen te worden in mijn lievelingssport. d. Mijn oogspieren zijn zeer goed getraind, want mijn lievelingssport is tv kijken.

1

2

3

4

5

Wat voor eter ben je? 6 7 8 9 10 11

Kan jij deze tekening uitleggen?

9

12

13

14


De punten voor de test: Tel al je punten op en ontdek wat voor een eter je bent! Tip: trek telkens een cirkeltje rond je behaalde punten.

1. 2. 3.

A 1 1 1

B 1 3 1

C 3 0 3

D 0 3 3

10


4. 5. 6. 7. 8. 9. 10. 11. 12. 13. 14.

0 3 0 3 1 0 1 0 0 0 0

0 0 0 0 1 3 3 0 0 3 3

3 1 3 3 3 3 2 0 0 0 3

3 0 0 1 2 0 3 3 3 3 0

Totaal: …………………………………

 TUSSEN 0 EN 15 PUNTEN: Je bent een vrolijke veelvraat Je hebt een gezond gevoel voor humor, maar heel ongezonde eetgewoonten! Smikkel wat minder en doe wat meer aan sport. Voor je het weet, ben je weer zo fris als een hoentje.  TUSSEN 15 EN 25 PUNTEN: Je bent een zorgeloze zoetekauw Jij weet beslist wat lekker is, maar niet wat gezond is! Schrijf eens een week lang op wat je allemaal eet. Je zult schrikken van de kilo’s suiker en vet die je naar binnen werkt. Gooi die troep eruit en zet wat meer groente en fruit op je menu. Je wordt er stukken fitter van!  TUSSEN 25 EN 35 PUNTEN: Je bent een snelle-snackfanaat Je hebt al enkele goede eetgewoonten. Maar waarom laat je je telkens weer verleiden door ongezonde tussendoortjes of vettige snacks? Met een kleine inspanning kun je jouw voedingsgewoonten fel verbeteren… Volhouden!  TUSSEN 35 EN 45 PUNTEN: Je bent een geweldige gezondheidsfreak Hoe heb je dat klaargespeeld? Zo’n prachtig resultaat! Kinderen die zoveel punten scoren, weten heel goed wat gezond is. Volgens ons moet je een spring – in – het – veld zijn die barst van de energie. Houden zo!

2.2)

De voedselketen:

We weten nu wat voor eters jullie zijn, maar wat eten de dieren??? Maak enkele voedselketens met volgende woorden. Het pijltje staat voor

11


‘wordt opgegeten door’. Vb.: Nectar  vlinder  spin  vogel Vlees – worm – vogel - vlieg - spin - wortel – kat - nectar - vlinder - konijn mens – maïs- duif -graan ……………………………..  ……………………………………  …………………………………………… ……………………………..  ……………………………………  ……………………………… …………………………… …………………  ……………………  …………………… ……………………  ……………………

2.3) Van voedselketen naar voedselpiramide: Bekijk aandachtig de voedselpiramide en vul de tekst verder aan. De ………………………………. vormen steeds de basis van een voedselpiramide. Zij zijn het voedsel van de ………………………………. De planteneters zijn de prooi van de kleinere roofdieren. Aan de top van de voedselpiramide staan de grote roofdieren. Zij zijn …………………………………. en worden zelf niet gegeten. Er zijn ook dieren die zowel planten als vlees eten: de alleseters. De mens is ook een ………………………………………………….. Vul deze voedselpiramide aan met deze dieren of voedsel. merels - gras - slakken - kat

12


 Verklaar waarom dit schema de vorm van een piramide heeft. ...................................................................................................................... ......................................................................................................................  Waarom plaats je dier/plant x bovenaan en dier/plant y onderaan? ......................................................................................................................

2.4) Voedselnet: In de natuur staat niets los van elkaar. Hieronder zie je in een voedselnet wie ten prooi valt aan wie. Het is dus belangrijk dat de natuur in evenwicht is. Opdrachtje: Maak zelf ook een voedselnet met de volgende dieren: muis - gras - sperwer – bladluis- worm- kat Jouw voedselnet

13


3) Dieren in de lente : De lente maakt ook de dieren wakker. Mannetjes en vrouwtjes gaan op zoek naar elkaar. Ze flirten met elkaar. Sommige mannetjes hebben daarvoor in de lente de mooiste kleuren. Ze willen indruk maken op het vrouwtje. Niet lang daarna worden de jongen geboren.

3.1) Indeling: Vooraleer we dieren in de lente gaan bekijken, herhalen we nog snel even de indeling van het dierenrijk… De méér dan 1 miljoen verschillende diersoorten op de wereld worden verdeelt volgens:

geraamte

grootte

voorbeelden

Ongewervelde dieren

……………… ………………… ………………

Gewervelde dieren

………………

….………… ………………

De stam van de gewervelde dieren wordt ook nog verdeeld in 5 klassen: 1) ............................................................................ 2) ........................................................................... 3) ........................................................................... 4) ........................................................................... 14


5) ........................................................................... 3.2)

Vogels in de lente :

In ieder seizoen verandert het gedrag van de vogels. Dat is ook in de tuin goed te merken. Iemand die de ogen en oren goed gebruikt zal de gedragsveranderingen waarnemen. De lente valt op door het gezang en er worden voorbereidingen getroffen om de voortplanting met succes te kunnen laten verlopen.

Op zoek naar een maatje.. In het voorjaar zoeken de vogels een partner en een plek om te nestelen. De mannetjes doen hun best om bij de vrouwtjes in de smaak te vallen. Ze gooien al hun charmes in de strijd om bij de vrouwtjes op te vallen. Ze krijgen een prachtig gekleurd verenpak en zingen zich de longen uit het lijf om concurrenten te overtreffen in gezang en het volume daarvan. Doordat het in de lente langer licht blijft verandert er iets in de hormonen bij de vogels. Deze verandering in het hormoonstelsel zorgt ervoor dat de drang om te gaan zingen wordt aangewakkerd. De meeste vogels die men in die tijd hoort zijn mannetjes. Zij verleiden de vrouwtjes, en de vrouwtjes kiezen een mannetje.

Communicatie tussen vogels Vogels communiceren met elkaar door allerlei geluiden.  Zangvogels zingen  Uilen roepen  Duiven koeren  Eenden snateren  Spechten roffelen met hun snavel op een stam.

Opdrachtje: Kan jij deze geluiden nadoen?

15


In de lente hebben ze met deze vorm van communiceren allemaal dezelfde doelen: - Het lokken van een partner, - Indruk maken op concurrenten - Het territorium afbakenen.

Een nieuwe generatie. Als het mannetje en het vrouwtje elkaar gevonden hebben willen ze snel een nest. Het mannetje kan soms al een plekje gevonden hebben in bv. een nestkastje. Andere mannetjes bouwen zelf een nest in de heggen, struiken of bomen. Intussen hebben het mannetje en vrouwtje ook gepaard, waarna het vrouwtje de eitjes in het nest kan leggen. Dat is niet altijd gemakkelijk. Er zijn soorten die soms meer dan hun eigen lichaamsgewicht aan eieren leggen. Ook het uitbroeden van de eieren is een hele klus. Zeker als de kuikens uit het ei gekomen zijn wordt het heel hard werken. Pa en ma vliegen af en aan met eiwitrijk voedsel zoals rupsen. En tussendoor hebben ze ook nog de taak om hun jongen te beschermen tegen kou, regen en vijanden. Als alles goed gaat groeien de jonge vogels snel. Het nest wordt snel te klein en de jongen vliegen uit. Soms zitten ze nog wat onwennig op de grond of op een tak te piepen. Dan krijgen ze nog wat voedsel van de moeder of vader, maar na een dag of twee, drie leren ze echt vliegen Opdrachtje: Vul deze gekende lente- uitspraak aan. In mei …………………………………………………………………………………………………………………

16


3.3) Hoe zit het bij andere dieren? Dit ritueel van hofmakerij is bij alle diersoorten verschillend. Bij de meeste vogelsoorten, vissen en insecten gebruiken de mannetjes hun kleurenpracht om een vrouwtje te versieren. Dieren die kleurenblind zijn hebben weer andere methoden.

Het ritueel van versieren Als voorbeeldje nemen we de stekelbaars. Bijna het hele jaar door zijn de mannetjes grijsbruin. Maar in de lente (ook wel gekend als de paartijd) verandert dit. Hun ruggen krijgen een glinsterend smaragdgroene tint en hun buikjes worden felrood. De kleuren waarschuwen rivalen op een afstand te blijven als ze niet willen worden aangevallen en is tegelijkertijd een uitnodiging voor het vrouwtje. Er zit echter een addertje onder het gras. Het mannetje dat een dreighouding heeft aangenomen, kan zijn boosheid soms niet onmiddellijk laten varen. Als het wijfje reageert op de rode kleur, kan het gebeuren dat het mannetje nog te oorlogszuchtig is om op haar toenaderingen in te gaan. Dit komt dikwijls voor bij vissen en vogels; niet zelden zien zij het wijfje voor een vijand aan. Als het stekelbaarsmannetje bijvoorbeeld de aandacht van een rijp vrouwtje trekt, jaagt hij haar telkens opnieuw weg. Als de angst van het wijfje en de agressiviteit van het mannetje afnemen, kan de paring plaatshebben. Bijna alle dieren voeren voor de paring vaak zeer ingewikkelde maar stijlvolle rituelen op: het mannetje versiert het vrouwtje. Dit ritueel is bij alle diersoorten heel verschillend.  Krekels tsjirpen  Kalkoenen kokkelen  Pauwen spreiden hun schitterend gekleurde staartveren uit

Zoals eerder gezegd, zijn het vooral de vogels die gebruik maken van hun veelkleurige veren bij de versierpoging. Bij andere dieren ontbreekt dit kleurenspel in het algemeen, omdat zij - in tegenstelling tot vogels, vissen en insecten - meestal kleurenblind zijn…

17


Na de paring kan agressie de overhand nemen: soms jaagt het mannetje het wijfje zelfs van zijn territorium. Dit gebeurt niet als het mannetje en het wijfje samen hun kroost grootbrengen. Jonge dieren die veel aandacht nodig hebben, hebben zowel de zorgen van vader als van moeder nodig. Bij deze soorten vormen vader en moeder een paar. Het versieren duurt bij deze dieren vaak heel lang, tot de angst van het wijfje en de agressie van het mannetje helemaal verdwenen is. Pas dan worden mannetje en wijfje een paar, ook al is de drang tot voortplanting inmiddels verflauwd. Zij blijven het hele seizoen, en bij sommige diersoorten zelfs een leven lang, bij elkaar. Een apart geval is de moerasspin. Het mannetje verleidt zijn wijfje door haar een vlieg aan te bieden die hij in draden van zijn web heeft gewikkeld. Als zij het geschenk aanneemt eet ze het op. Terwijl ze daarmee bezig is, paart het mannetje met haar. Als hij haar geen cadeautje aanbiedt loopt hij de kans dat het grotere vrouwtje het mannetje opeet.

Verdedigingsmethoden tegen gevaren Een gevaar van het verleiden, is dat de daarmee gepaard gaande gebaren en bewegingen roofdieren kunnen aantrekken. De overige tijd van het jaar verbergt of camoufleert het dier zich om zijn vijanden te ontlopen. Maar nu het op zoek is naar een partner, verliest het alle voorzichtigheid uit het oog. Met dit risico moeten deze dieren leren leven.

Kleurverandering Er zijn diersoorten die speciale verdedigingsmethoden hebben ontwikkeld tegen de gevaren tijdens de paring. EĂŠn van deze is de kleurverandering. In dit geval heeft het mannetje niet de hele lente zijn kleurige uiterlijk, maar kan hij dat prachtgewaad in een flits 'aantrekken', zodra een wijfje nadert. Merkt hij de nadering van een roofdier, dan schakelt hij de kleuren weer uit, om onmiddellijk terug zijn oude kleuren aan te nemen. Deze kleurverandering komt veel voor bij vissen, bij sommige reptielen en vogels, maar zelden bij zoogdieren. Alleen bij bepaalde zoogdieren die hier en daar wat onbedekte huid hebben (zoals de apen), komt deze vorm van transformatie voor.

18


Vogels en zoogdieren werken meer met het spreiden van veren of haren, of ze blazen lucht in daartoe bestemde luchtzakken die er daarna uitzien als kleurige ballons. Een mannelijke paradijsvogel, fazant of pauw die op zoek is naar een wijfje, zal zich voorzichtig een weg banen door het woud, terwijl zijn veren in kleur overeenkomen met zijn omgeving. Maar ontdekt hij een potentiële partner, dan zet de mannetjesvogel opeens een kleurige kam op of ontplooit een mantel van schitterende veren die geen wijfje zal ontgaan.

'Versiercode' onder soortgenoten Er is nog een ander en zeer belangrijk deeltje aan de hofmakerij. Er bestaat een code die uitsluitend dieren die tot eenzelfde soort horen, kunnen ontcijferen. Het mannetje moet het voorgeschreven ritueel correct uitvoeren voor het wijfje met hem wil paren. Bij enkele zeer nauw aan elkaar verwante soorten, zoals bij bepaalde eendsoorten, voert het mannetje dat een vrouwtje wil versieren een lange reeks opeenvolgende rituele handelingen uit. Opdrachtje: Los de volgende vragen op. Weet je het niet meer? Ga in de tekst op zoek naar het antwoord. A) Geef 2 voorbeelden van communicatiesoorten bij dieren? - ……………………………………………………………………………………………………. - ……………………………………………………………………………………………………. B) Welk gevaar loopt het vrouwtje van de stekelbaars wanneer ze reageert op de versierpogingen van het mannetje? ………………………………………………………………………………………………………………………………………………

C) Waarom is de moerasspin een apart geval? ……………………………………………………………………………………………………………………………………

19


4) Kriebelbeestjes in de lente: We kennen ze heel goed, die zoemende bijtjes, de vliegende vlinders, de kronkelende kevers, de brommende hommels, de springende sprinkhanen... Net als andere dieren, maken deze insecten ook deel uit van de lente. Wij bespreken er enkele 

4.1)

‘Mag het iets minder?’ vroeg de vlinder:

Lang geleden dacht men dat rupsen en vlinders geheel verschillende dieren waren. Het duurde duizenden jaren voordat mensen erachter kwamen dat de kruipende, dikke rups later in zijn leven verandert in een fladderende, tere vlinder.

Hoe wordt een rups een vlinder? Stap 1: Ei: Het leven van een vlinder begint als ei. Sommige soorten leggen wel honderden eitjes bij elkaar en andere soorten leggen één eitje per blad. Elke vlindersoort doet dat op zijn eigen manier en heeft zijn eigen vorm eitjes. Sommige zijn rond, andere langwerpig. Sommige hebben maar één kleur, andere hebben strepen of stippels. Vlindereitjes zijn zo klein dat je ze vaak alleen met een microscoop goed kunt bekijken. Stap 2: Rups Uit de eitjes komen kleine rupsen. Ook rupsen zijn er in vele vormen en maten. In korte tijd groeit een kleine rups van ongeveer een millimeter uit tot een rups van enkele centimeters. De rups is dan ook een ware ‘eetmachine’. Hij is gebouwd om te eten en doet dit dan ook de hele dag. De rups groeit zo hard dat hij letterlijk uit zijn vel barst. Stap 3: Pop Bij de laatste vervelling verandert de rups in een pop. Als de rups volgroeid is en toe is aan zijn laatste vervelling, spint hij 20


een zijden draadje en gaat daaraan hangen, aan een stengel. Daar stroopt hij zijn laatste rupshuidje van zich af. Het lijkt alsof de pop dood is. Maar poppen kunnen wel degelijk een teken van leven geven; als je ze aanraakt gaan ze met hun achterlijfje bewegen en sommige maken een ratelend geluid. Binnenin de pop wordt de rups omgebouwd in een vlinder. Stap 4: Vlinder Als de metamorfose is voltooid, barst de pop open en komt de vlinder tevoorschijn. Hij strekt zich uit en vliegt weg.

Hoe ziet een vlinder eruit? Vlinders zijn insecten. Binnen het dierenrijk vormen insecten de grootste diergroep. Er bestaan ongeveer 1 miljoen verschillende soorten insecten op de wereld waarvan 150.000 soorten vlinders zijn. Insecten hebben allemaal ongeveer dezelfde bouw. Het lijf bestaat uit drie delen: 1. de kop 2. het borststuk 3. het achterlijf Aan de kop van een insect zitten de mond, ogen en antennen. De vleugels (bij vlinders) en poten (bij rupsen) zitten vast aan het borststuk. Insecten hebben meestal drie paar poten (dus zes poten in totaal).

Wat hebben vlinders nodig? Als je vlinders wilt gaan kijken, moet je eigenlijk eerst weten hoe vlinders leven en waar je dus moet zoeken. Vlinders hebben bijvoorbeeld nectar uit bloemen nodig, planten waarvan de rupsen eten en warmte van de zon om te kunnen bewegen.

21


Voedsel voor de vlinders De meeste vlinders leven van nectar. Nectar is stroperig vocht in bloemen. Daar zitten suiker, kleine hoeveelheden eiwitten en vitamines in. Je kunt nectar vergelijken met suikerwater. Vlinders zuigen de nectar op met hun lange tong. Die zit opgerold onder hun kop. Behalve nectar uit bloemen eten sommige vlinders nog ander voedsel. Atalanta's en dagpauwogen zijn dol op rottend fruit. Kijk in het najaar maar eens in een boomgaard of probeer ze te lokken met wat rotte appels of pruimen in de tuin. De grote weerschijnvlinder drinkt het vocht uit mest of dode dieren. En soms kun je groepjes vlinders zien drinken op een vochtig pad of bij modderpoelen.

Waarom zien we tegenwoordig minder dagvlinders dan vroeger? Veel geschikte plekjes voor dagvlinders hebben plaats moeten maken voor huizen, wegen, industrie en landbouw. Vroeger kwamen dagvlinders ook in landbouwgebieden voor, maar nu zijn ze daar vrijwel verdwenen. Dit komt bijvoorbeeld doordat mensen teveel mest en

bestrijdingsmiddelen gebruiken. En doordat we zoveel huizen en wegen bouwen, zijn veel geschikte plekjes voor vlinders ver uit elkaar komen te liggen in ons landschap. Wanneer een vlindersoort ergens verdwijnt, bijvoorbeeld door een ziekte, dan is de kans groot dat hij daar nooit meer terugkomt. De meeste dagvlinders kunnen namelijk niet ver vliegen. Een grote weg of een kanaal kan al een te grote hindernis vormen.

22


Los nu volgende vraagjes op… 1) Vul aan:

2) Wat is het? Nectar:

…………………………………………………………………………………………………………………………… ……………………………………………………………………………………………………………………………

Dit is de ………………………………

3) Zo verloopt het leven van een vlinder. Geef de stappen.

1. …………………………………. 2. ………………………………... 3. ………………………………… 4. ………………………………… 4) Waarom, denk je, zijn er minder vlinders dan vroeger? ………………………………………………………………………………………………………………………………………………… …………………………………………………………………………………………………………………………………………………

23


4.2) De bijen: Veel mensen en kinderen zijn bang voor deze vliegende beestjes. Maar eigenlijk doen ze niets, we hoeven ze alleen maar met rust te laten. Wanneer wij ze niets doen, doen ze ons ook niets.

Voor er mensen waren, waren er al bijen op aarde . Dit weten we omdat er afdrukken van bijen in fossielen zijn terug gevonden(25 miljoen jaar geleden). In Egypte werd vroeger al honing en bijenwas gebruikt als geneesmiddel. Tegenwoordig worden bijen gehouden als hobby voor de honing. In België zijn +/200 soorten bijen. Iemand die bijen houdt noemen we een imker.

Hoe ziet een bij eruit?

Het lichaam van de bij is in 3 delen verdeeld.

 De kop De kop bestaat uit 6 vergroeide segmenten en verschilt van vorm al naargelang het geslacht. Segmenten = verschillende delen. Aan de kop zitten 2 voelsprieten die dienen als gevoelorgaan, tastorgaan, en reukorgaan De ogen van de bij noemen ze 3-puntogen,die slechts iets op korte afstand zien, maar vooral lichtgevoelige waarnemers zijn. De mond heeft voornamelijk een taak als zuigorgaan en bijtorgaan en bestaat uit een bovenlip, onderlip, bovenkaken, onderkaken en de tong met aan het uiteinde van de tong een lepeltje. Het lepeltje is voor de nectar uit de bloemen te halen.

 Het borststuk en achterlijf . 24


Het lijf bestaat uit 2 delen. Het eerste deel is het borststuk. Helemaal achter aan het achterlijf zit de angel. De bijen gemeenschap wordt ook wel: het bijenvolk genoemd. Er zitten wel 10 tot 60 duizend bijen in een volk. Een bijenvolk is verdeeld in groepen, darren, de koningin (1) en de rest zijn de werksters .

Werken Iedere bij heeft zijn eigen werk. De koningin legt de eieren. De darren zorgen voor de voortzetting van de soort. De werksters zorgen voor de nestbouw, het verzamelen van voedsel, verzorgen van het broed,en het verdedigen van het volk. De werksters zijn niet in staat om voor de voorplanting te zorgen (dat doen de darren en de koningin). De bijen leven altijd in een groep.

Bijen in de lente… Als de zon ook maar even schijnt, zie je overal bijen op de bloemen. Ze verzamelen de nectar en het stuifmeel. De nectar zit soms diep verborgen. Toch weet elke bij er met een lange tong bij te komen. Ze zuigt het zoete vocht op en bewaart het in haar honingmaag. Zo krijgt bloem na bloem bezoek. Als de honingmaag vol is, vliegt de bij naar de kast terug. Daar wordt de verse nectar opgebraakt en door andere bijen keurig opgeborgen in een open cel.

Wat nu gedaan???  Normaal kan een bijensteek geen kwaad, alleen als je allergisch bent moet je direct naar de huisarts . Ook als je gestoken bent in je mond moet je naar de huisarts. Als je liever niet gestoken wil worden loop dan vooral niet met blote voeten in een weide met veel witte klavertjes. Wees in de zomer voorzichtig met je frisdrank op het terras. Afdekken is de boodschap!  Verwijder nooit een angel door deze te knijpen tussen duim en wijs vinger want dan duw je meer gif in het lichaam. Verwijder de angel door deze met een vingernagel weg te wrijven en wel zo snel mogelijk .

Los nu volgende vraagjes op…

25


1) Wat is een imker: ………………………………………………………………………………………………………………………………………………… ……………………………………………………………………………………���…………………………………………………………

2) Waaruit bestaat de mond van een bij? -…………………………………………………………… -…………………………………………………………… -…………………………………………………………… -…………………………………………………………… -……………………………………………………………

3) Wat is de taak van de werksters? ………………………………………………………………………………………………………………………………………………… ………………………………………………………………………………………………………………………………………………… 4) Waar of niet waar? Verbeter indien niet waar. - De ogen van een bij dienen vooral om iets op verre afstand te zien.

………………………………………………………………………………………………………………………… - De bijengemeenschap is verdeeld in drie groepen.

………………………………………………………………………………………………………………………… - Heb je een bijensteek, moet je ze er onmiddellijk uitknijpen.

………………………………………………………………………………………………………

4.3) De kever:

26


Wist je dat 40% van alle insectensoorten kevers zijn? Je vindt ze echt overal! Kevers zijn er in alle maten en vormen: kruipers, hardlopers, zwemmers, glimmers en zelfs reuzen!

Bouw van de kever: Deel 1) Kop en aanhangsels: Keverkoppen heb je van eerder klein tot extreem lang. Ook sommige aanhangsels in de vorm van vervormde antennes en kaken breken alle records. Bij de vliegende herten (zie foto) hebben de mannetjes verlengde kaken. Superhandig bij gevechten! Deel 2) Borststuk of romp: Dit deel verbindt de kop met het indrukwekkend achterlijf. Het borststuk wordt beschermd door het halsschild.

Deel 3) Achterlijf: Het achterlijf wordt ook meestal bedekt door een schild. Dat schild zijn eigenlijk verharde voorvleugels die de achtervleugels beschermen.

Deel 4) Poten Kevers hebben zoals alle insecten drie paar poten onder hun lijf zitten. Bij zandloopkevers (zie foto) zijn de poten erg goed ontwikkeld. Gelukkige maar, want ze moeten hun kostje bij elkaar zoeken door aan hoge snelheid te racen op het zand.

Deel 5) Vleugels: Kevers hebben geen twee paar echte vleugels. Het voorste paar is immers omgebouwd naar twee dekschilden. Kevers zijn daardoor niet zo behendig in de vlucht als andere insecten. Sommige soorten kevers hebben helemaal geen vleugels. Van enkele soorten zijn de vrouwtjes ongevleugeld, bv. bij de glimworm (zie foto).

Het keverleven

27


In totaal zijn er meer dan 370 000 keversoorten beschreven. Dat maakt van kevers de grootste dierengroep ter wereld. Ze hebben elk plekje op het land en in het water veroverd. Hun geheim? Een stevig pantser waarmee ze zich tot in de kleinste spleten kunnen wringen. Bovendien lusten ze zowat alles: van planten tot dieren tot aas. Kevers zitten werkelijk overal! Overdag moet je ze betrappen in hun schuilplaatsen. Zoek tussen houtblokken, stenen en afval.

Soorten Het zevenstippelige lieveheersbeestje Deze is de meest bekende van alle lieveheersbeestjes. Zijn dekschilden zijn rood of oranje met zeven zwarte vlekjes. Dit beestje komt overal voor, waar er bladluizen te eten zijn. Omdat hij vrijwel blind is, zoekt hij op goed geluk naar deze bladluizen. De goliathkever De recordhouders onder de insecten vin je in de tropen. Deze goliathkever is een kolos uit tropisch Afrika. Hij kan wel 100 gram wegen! De geelgerande watertor Het lichaam van deze kever is sterk gestroomlijnd en ovaal. De achterste poten hebben een roeispaanvorm en worden gebruikt voor het zwemmen. Het vrouwtje boort gaatjes in waterplantstengels om er de eitjes in af te zetten. De kever leeft van waterinsecten, kikkervisjes, kleine vissen en salamanders.

De grote kevertest!!! 1)Kevers zijn niet echt goede vliegers, weet je waarom? 28


……………………………………………………………………………………………………………………………………. ……………………………………………………………………………………………………………………………………. 2) Benoem de keverdelen: - …………………………………………………….. -…………………………………………………….. -…………………………………………………….. -…………………………………………………….. -……………………………………………………..

3) Waarom zijn kevers in de dierenwereld zo succesvol? Wat is hun geheim? ……………………………………………………………………………………………………………………………………. …………………………………………………………………………………………………………………………………….

4) Welke keversoort vind jij het bijzonderste? Waarom? …………………………………………………………………………………………………………………………………….

lente:

5 ) Het weer in de

29


Hoe merk je nu dat het lente gaat worden? Het is echt niet zo , dat op 21 maart alles er plotseling anders uitziet. Nee hoor, alles verandert maar héél langzaam. Het wordt wat minder koud buiten en het vriest overdag niet meer, maar ’s nachts soms nog wel. Af en toe schijnt de zon, maar regenen kan het ook. Het kan soms raar weer zijn in de lente. De ene dag loop je nog met je dikke winterjas aan en de volgende dag is een dun regenjack genoeg. We zeggen dan: het is wisselvallig weer.

5.1) Wat is weer? ‘Weer’ ontstaat doordat de lucht om ons heen voortdurend verandert. Weer kan rustig, veranderlijk, warm, koud, nat of droog zijn. Zonder water in de lucht zouden er geen wolken, regen, sneeuw, donder of mist zijn. Het weer beïnvloedt veel van onze activiteiten.

5.2) Wat is ‘het klimaat’? Met klimaat bedoelen we het gemiddelde weertype in een bepaald gebied. Zo hebben tropische landen een ‘warm klimaat’ en de polen een ‘koud klimaat’.

5.3) Hoe ontstaan seizoenen? Vooraleer we dat te weten komen… 30


Opdrachtje: Wat weet je nog over de seizoenen?  Juist of fout? Als het fout is, schrijf dan op wat wel juist is! a) De zomer begint op 21 maart. ………………………………………………………………………………………………… b) De egel trekt in de herfst naar het warme zuiden. ………………………………………………………………………………………………… c) De zwaluwen komen in de lente terug. ………………………………………………………………………………………………… d) Kuikentjes worden geboren in de zomer. …………………………………………………………………………………………………

We hebben nu al veel bijgeleerd over de lente. We weten ook al dat elk jaar verdeeld in in 4 seizoenen. Maar hoe ontstaan die seizoenen juist???

5.3.1) De aarde rond de zon De aarde draait om de zon en om haar eigen as. Doordat de aarde om de zon draait, krijgt steeds een ander deel van de aarde het meeste licht en warmte. De aarde is verdeeld in het noordelijk halfrond en het zuidelijk halfrond. België ligt op het noordelijk halfrond. Het ene deel van het jaar staat het zuidelijke halfrond meer naar de zon toe gekeerd, en het andere deel het noordelijk halfrond. In juni staat het noordelijk halfrond naar de zon gekeerd. De zon staat dan behoorlijk recht boven ons hoofd, waardoor het warm wordt. Op het zuidelijk halfrond, bijvoorbeeld in Australië, valt het licht schuin in en is het kouder. De aarde doet er een jaar over om rond de zon te draaien.

5.3.2) rond

De maan de aarde 31


De Zon is het enige in ons zonnestelsel dat in licht produceert. De Maan is, net als de Aarde, een rotsblok, dat zelf geen licht geeft. De enige reden dat we de Maan kunnen zien, is dat deze wordt beschenen door de Zon. De Maan reflecteert dus gewoon zonlicht. Doordat de Zon ver van de Aarde en de Maan staat, beschijnt de Zon deze twee bollen slechts van een kant. Dit betekent dus dat op ieder moment slechts de helft van de Aarde en de helft van de Maan zonlicht krijgt. De andere helft is donker. Afhankelijk van hoe de Maan ten opzichte van de Aarde en de Zon aan de hemel staat zien we een groter of kleiner deel van de verlichte kant van de Maan. Dit noemen we de maanfasen. Als we naar de Maan kijken, vanuit dezelfde richting als waar het zonlicht komt, dan kijken we dus tegen de geheel verlichte maankant aan en zien we een Volle Maan. Als echter de Maan, vanaf de Aarde gezien, in dezelfde richting staat als de Zon, dan is de verlichte kant van de Maan van de Aarde afgekeerd en zien we dus alleen de donkere kant van de Maan. Dit noemen we Nieuwe Maan.

De eerste keer dat Halve Maan voorkomt noemen we Eerste Kwartier (EK) en de tweede keer noemen we Laatste Kwartier (LK). Merk op dat bij Eerste Kwartier de linkerhelft van de Maan verlicht is en bij Laatste Kwartier de rechterhelft. Tip om te onthouden: ďƒ  door een steeltje aan het maanbeeldje van het Eerste Kwartier te bevestigen de letter P kan maken, van het franse premier, dat eerste betekent. ďƒ  Van het Laatste Kwartier kan een kleine letter d worden gemaakt, van dernier, of laatste.

5.4) Open je ogen!!! 32


Tienduizend jaar geleden, in de laatste ijstijd, was een derde van de aarde door grote ijsvelden bedekt. Nu is het klimaat veel warmer. Veel wetenschappers denken dat het nog warmer zal worden doordat de atmosfeer enorm is aangetast. We noemen dit ‘Global warming’, letterlijk vertaald is dit ‘Opwarming aarde’. Dit ontstaat door de uitstoot van diverse schadelijke gassen, voornamelijk CO2. De gevolgen zijn enorm! Hier zijn enkele voorbeelden… - Laaggelegen gebieden zullen worden overstroomd. - Ook zullen er steeds meer extreme weersomstandigheden ontstaan, hieronder vallen bijvoorbeeld orkanen. - Doordat de kracht van de zon toeneemt, zal er droogte ontstaan op aarde. Hierdoor wordt landbouw welhaast onmogelijk. - Ook zullen er ziekten uit kunnen breken. Om Global Warming tegen te gaan, zullen we minder CO2 moeten produceren. Dit kunnen we doen door: - Stoppen met het kappen van regenwouden - Het aanbrengen van katalysators in auto's - Het ontwikkelen van alternatieve brandstoffen Deze maatregelen zijn echter zeer kostbaar, waardoor het lastig is ze uit te voeren. Maar bedenk ook: een beter milieu begint bij jezelf!! - Pak bijvoorbeeld eens minder vaak de auto. - Plant bomen en planten, die nemen CO2 op en zetten het om in onschadelijke suikers. - Gebruik minder spuitbussen - Wees zuinig met energie (Doe je lichten uit, ..) Opdrachtje: Zoals hierboven reeds vermeld staat, alle kleine beetjes helpen! Bespreek in je groepje wat jij kan doen, om deze klimaatsveranderingen tegen te gaan. Geef 3 tips en leef ze ook na!

- ……………………………………………………………. - …………………………………………………………… - ……………………………………………………………

33


Los nu volgende vraagjes op: 1) Waar of niet waar? Leg uit waarom het niet waar is.  Seizoenen zijn een gevolg van het draaien van de aarde om haar as. ………………………………………………………………………………………………………………………………………………… …………………………………………………………………………………………………………………………………………………  De aarde doet er twee jaar over om rond de zon te draaien. ………………………………………………………………………………………………………………………………………………… …………………………………………………………………………………………………………………………………………………  Bij nieuwe maan is de maan volledig verlicht. ………………………………………………………………………………………………………………………………………………… …………………………………………………………………………………………………………………………………………………  Het weer ontstaat doordat de lucht om ons heen voortdurend veranderd. ………………………………………………………………………………………………………………………………………………… ………………………………………………………………………………………………………………………………………………… 2) Geef enkele voorbeelden van gevolgen door de opwarming van de aarde. ………………………………………………………………………………………………………………………………………………… ………………………………………………………………………………………………………………………………………………… 3) Leg kort de volgende begrippen uit: - Global warming ………………………………………………………………………………………………………………………………………………… - Maanfasen ……………………………………………………………………………………………………………………………………

34


4) Vul in: Kies uit: Zon, aarde, maan, 365 dagen, 24 uren, lente, zomer, herfst, winter.

Kies uit: Nieuwe maan, volle maan, eerste kwartier, laatste kwartier, zon, aarde.

35


De lente