Page 1

Een hoed. Ik heb een paarse hoed, ééntje die wonderen doet. Ik hoef het maar te zeggen, of ie een eitje wil leggen. Hij zegt: Haal maar de doppen, ze komen zo op de proppen! Da´s handig, zo een hoed, die alles voor me doet.

Stoute Meneer! Daar was een stoute meneer, die ging me daar tekeer. Toen kwam Bob op de proppen. Die zei dat ie moest stoppen. Anders dan nam ie hem mee. En niet op een uitstapje naar zee. Bob zie: Blijf daar niet zo staan! En toen liep ie naar de maan.

Grote eieren. In Beieren, daar hebben ze eieren, als meloenen zo groot. Die verkopen ze daar bloot. Zelfs geen strikje der rond. Zo maar in hun blote kont. Die eieren, bedoel ik dan, of wat dacht je wel, man! Dus in Beieren, hebben ze grote eieren.

Mieke make... Uit een komkommertje, miekte ik een brommertje. En uit een banaantje, miekte ik een haantje. Van een rond peertje, miekte ik een meneertje. Van maken maakte ik mieken. ´k Ga het nou niet verzieken!

Kinderschrijfsels2  

nog meer van datte.

Advertisement