Issuu on Google+

Samen werken, samen praten Handleiding voor werkvloergesprekken


Samen werken, samen praten Handleiding voor werkvloergesprekken


Colofon: Uitgav e: Teks t: Eindredactie en productie: Foto: Vorm gev ing en druk: Druk om s lag:

Stichting FNV Pers FNV Beleid & Lobby FNV Marketing & Communicatie Hollandse Hoogte FNV Repro Gigacolor

juni 2008 Deze brochure is tot stand gekomen na evalutatie van eerder gevoerde werkvloergesprekken. Deze evalutatie is uitgevoerd door TNO afd. Kwaliteit van de arbeid.


Inhoud 1. Waarom werkvloergesprekken?

5

2. Wat is een werkvloergesprek?

7

3. Hoe organiseer ik een werkvloergesprek?

9

4. Ervaringen met werkvloergesprekken

17

Bijlage A Thema's en stellingen voor het werkvloergesprek

19

Bijlage B Tips voor gespreksleiders

21

Bijlage C Werkvormen: workshops en werken met afbeeldingen

23

SAMEN WERKEN, SAMEN PRATEN 3


1. Waarom werkvloergesprekken? Contact met collega’s is vaak een van de dingen die werken leuk maakt. Meestal gaat dat vanzelf. Maar soms eindigen gesprekken in ruzie of onbegrip. Prettig samenwerken is er dan niet meer bij. Een werkvloergesprek kan in zo’n geval helpen om ervoor te zorgen dat samenwerken weer leuk wordt. Zo’n gesprek kan ook gebruikt worden om meer met elkaar in gesprek te raken, meer over elkaar te horen en ervaringen uit te wisselen. In een werkvloergesprek praten collega’s samen over hoe ze prettig kunnen werken en hoe de samenwerking beter kan. Vaak gaan ze over verschillen tussen allochtonen en autochtonen, tussen mannen en vrouwen, tussen mensen die van moppen houden en mensen die daar niets aan vinden enz. Verschillen tussen mensen kunnen het werk leuk maken maar kunnen ook zorgen voor conflicten. Vaak lijkt het alsof verschillen niet te overbruggen zijn. Een goed gesprek blijkt vaak het begin van het begrijpen van elkaar en van het leren om met elkaar om te gaan. Een goed gesprek vraagt wel om een flinke investering, je moet er echt je best voor doen. Soms lukt het collega’s niet om zo ver te komen. Dan is het goed om een gesprek te organiseren, samen met een gespreksleider. Wij noemen dat een werkvloergesprek. Hoe je zo’n werkvloergesprek kunt organiseren, lees je in deze brochure. Ter ondersteuning van de werkvloergesprekken kan de eerder verschenen FNV-brochure ‘Hallo collega’ gebruikt worden. Daarin staan voorbeelden van communicatie die misloopt, maar vooral ook suggesties voor hoe het beter kan. Deze brochure is te bestellen bij de FNV of je kunt hem downloaden van: www.fnv.nl/minderheden In deze handleiding laten we stap voor stap zien hoe je een werkvloergesprek kunt organiseren. Het stappenplan heeft zijn waarde al bewezen in de praktijk. Ter inspiratie beschrijven we daarom ook een aantal voorbeelden uit organisaties waar al gesprekken zijn gevoerd.

SAMEN WERKEN, SAMEN PRATEN 5


Meer informatie over werkvloergesprekken en gespreksleiders is op te vragen bij: Mario Hupsel, FNV Bondgenoten: 030-2738262 M.Hupsel@bg.fnv.nl Imke van Gardingen, ABVAKABO FNV: 079-3536151 ivangardingen@abvakabo.nl Daniel GarcĂ­a Soto, FNV: 020 5816697 Daniel.GarciaSoto@vc.fnv.nl

6 SAMEN WERKEN, SAMEN PRATEN


2. Wat is een werkvloergesprek? Een werkvloergesprek is een gestructureerde manier van praten met collega’s over hoe je prettig kunt werken en over wat er beter kan in de samenwerking. Vaak hebben je collega’s een andere manier van werken of van praten dan jij. Die verschillen kunnen interessant of grappig zijn, maar ze kunnen ook irritatie oproepen of maken dat je elkaar niet begrijpt. Over de irritaties en het onbegrip tijdens het samenwerken, praten we niet met de collega waar het om gaat. Soms wel met anderen: we praten wel óver die moeilijke collega, maar niet mét hem of haar. En dat lost weinig op. In een werkvloergesprek praat je juist wél met elkaar. De deelnemers bepalen zelf waar ze over willen praten. Soms zijn dat ‘zware’ onderwerpen, zoals discriminatie of pesten. In andere gevallen gaat het om welke grapjes wel of niet kunnen of hoe wordt besloten wie wanneer op vakantie kan. De keuze hangt af van wat er speelt in de organisatie, maar ook van hoeveel vertrouwen er is. Want om echt moeilijke zaken met elkaar te bespreken moet er eerst vertrouwen zijn. We zien dat door werkvloergesprekken het vertrouwen groter wordt, waardoor moeilijke onderwerpen steeds makkelijker besproken worden. De deelnemers merken dat ze er niet op ‘afgerekend’ worden als ze vertellen wat ze niet prettig vinden.

Het succes van de werkvloergesprekken komt door een aantal simpele spelregels: - Alle deelnemers willen dat er wat verandert. - De deelnemers praten met elkaar, niet over elkaar. - Er wordt alleen gepraat over mensen en groepen die zelf ook aanwezig zijn, zodat altijd beide kanten van het verhaal aan bod kunnen komen. - Er wordt samen gezocht naar hoe het beter kan, daarbij wordt vooral gekeken naar wat de deelnemers zelf kunnen doen om het beter te maken. - Er is een gespreksleider die zorgt dat iedereen zich aan de spelregels houdt. - De organisatoren zorgen ervoor dat tips en ideeën die belangrijk zijn voor anderen, zoals de directie of de afdeling P&O, daar ook terechtkomen.

SAMEN WERKEN, SAMEN PRATEN 7


3. Hoe organiseer ik een werkvloergesprek? Een werkvloergesprek moet goed worden voorbereid. De belangrijkste stappen daarbij worden hier beschreven.

Stel een werkgroep in Met een groepje heb je snel meer draagvlak. Neem in je werkgroep bij voorkeur vertegenwoordigers op van verschillende onderdelen van de organisatie, zoals uitvoerende medewerkers en iemand van P&O, of een or-lid. Zorg dat er zowel mannen als vrouwen in je werkgroep zitten, autochtonen en allochtonen, jongeren en ouderen. Het zal niet altijd lukken om dat allemaal te bereiken zonder dat de groep te groot wordt. Toch is het belangrijk deze richtlijn zo goed mogelijk te volgen. Zo voorkom je dat er in de opzet onvoldoende rekening wordt gehouden met gevoeligheden van bepaalde groepen.

Zorg voor een draagvlak Voor een succesvol werkvloergesprek is het belangrijk dat veel collega’s meedoen. Om draagvlak te krijgen moet je goed weten wat je wilt bereiken met het gesprek. De kernvragen waar de werkgroep een antwoord op moet vinden zijn: – wat is het doel van het werkvloergesprek? – voor wie is het belangrijk om dat doel te bereiken? – wat gaat er mis als er geen werkvloergesprek wordt gehouden? Zorg ervoor dat het gesprek zo wordt opgezet dat de verschillende doelen bereikt worden. Als de werkgroep een goed antwoord heeft gevonden op bovenstaande vragen wordt het een stuk makkelijker om aan anderen uit te leggen waarom een werkvloergesprek belangrijk is. En zo zorg je voor draagvlak en kun je mensen enthousiast maken om mee te doen.

SAMEN WERKEN, SAMEN PRATEN 9


Zorg voor steun van de directie Een van de eerste werkzaamheden van de werkgroep is te zorgen voor steun van de directie. Je hebt toestemming van de directie nodig om de bijeenkomst in de organisatie zelf te organiseren, wat belangrijk is om een goede opkomst te krijgen. De directie kan ook toestemming geven om de bijeenkomst in werktijd te bezoeken. En ten slotte kan de directie voor faciliteiten zorgen zoals een ruimte, hapjes en drankjes en geld voor het inhuren van een gespreksleider. Om steun van de directie te krijgen, moet je kunnen uitleggen waarom een werkvloergesprek belangrijk is voor de organisatie. Het belangrijkste argument is natuurlijk dat ze helpen om mensen beter te laten samenwerken, waardoor het werk beter gaat en er minder uitval door bijvoorbeeld ziekte is. Bedenk van tevoren of je de directie en/of het management uitnodigt voor het werkvloergesprek. Als er voldoende vertrouwen in hen is en je verwacht een positieve bijdrage, dan wordt hun aanwezigheid vaak zeer gewaardeerd. Zowel door de collega’s als door de directieleden zelf. Als je veel weerstand verwacht bij je doelgroep of bang bent dat men niet open durft te praten, dan kun je hen beter niet uitnodigen. Spreek dan af dat je na afloop zult terugkoppelen wat er uit de bijeenkomst is gekomen.

Waarover gaat een werkvloergesprek? Aanvankelijk zijn de gesprekken opgezet om te praten over de omgang tussen allochtonen en autochtonen. In de praktijk kwam in die gesprekken meestal meer aan de orde. Het ging eigenlijk over omgangsvormen in het algemeen. De belangrijkste reden hiervoor was dat men het vaak te beperkt vond om alleen te praten over de relatie tussen allochtonen en autochtonen. En in sommige organisaties vond men dat onderscheid zelfs helemaal niet relevant. Daar speelden heel andere tegenstellingen, bijvoorbeeld tussen vaste en tijdelijke medewerkers, of tussen de mensen van kantoor en van de werkvloer. Op basis van deze ervaringen worden nu vaak (ook) andere onderwerpen op de agenda gezet. Zo wordt niet alleen meer gesproken over verschillen tussen allochtoon en autochtoon, maar ook over man/vrouw, wel/niet gehandicapt, vaste dienst/uitzendkracht, afdelingen onderling etc. In

10 SAMEN WERKEN, SAMEN PRATEN


andere gevallen worden thema’s aan de orde gesteld die voor veel mensen spelen, zoals doorstroom, waardering krijgen, het omgaan met feestdagen, vakanties en verlof enz. Tip: Praat van tevoren met verschillende mensen in de organisatie en vraag over welke thema’s zij willen praten. Dat maakt het besluiten over de gespreksthema’s makkelijker.

Werven van deelnemers Als je veel deelnemers wilt hebben, moet je actief werven. Zorg voor een aansprekende boodschap. Je kunt bij het opstellen van een tekst gebruikmaken van de antwoorden die in de werkgroep zijn gegeven op de drie eerder genoemde kernvragen. Zorg ervoor dat duidelijk is waarom meedoen aan het gesprek belangrijk is. Gebruik verschillende manieren om te werven. We noemen er een paar, maar misschien ken je zelf betere: – Berichtje op intranet, liefst op de startpagina. – Affiche op plekken waar veel mensen komen, (kantine, de lift). – Folders, – Mededeling tijdens vergadering of werkoverleg. – Berichtje in personeelsblad. – Persoonlijke e-mail. Zorg dat je het gesprek ruim op tijd aankondigt en zorg een paar dagen voor de bijeenkomst voor een herinnering.

De gespreksleider Om ervoor te zorgen dat het gesprek goed verloopt, is het belangrijk dat er een goede gespreksleider is. Die zorgt ervoor dat iedereen zijn zegje kan doen en dat de deelnemers zich houden aan de spelregels van een goed gesprek. Ook bewaakt hij de sfeer van het gesprek. Hij stelt zogenaamde ‘onzichtbare thema’s’ aan de orde: de zaken die niet expliciet genoemd worden maar wel de toon en richting van het gesprek bepalen. Dat kan bijvoorbeeld een oude strijd zijn tussen groepen, of gebrek aan vertrouwen in de leidinggevende. Door die

SAMEN WERKEN, SAMEN PRATEN 11


onderliggende thema’s expliciet te maken, wordt het gesprek vaak ineens een stuk helderder en productiever. Omdat het belangrijk is dat de gespreksleider onafhankelijk is, kun je het beste iemand van buiten de organisatie kiezen. Het moet iemand zijn die tegen een stootje kan, want in de hitte van de discussie krijgen gespreksleiders regelmatig boze opmerkingen en kritiek te horen. Soms werkt het goed om een allochtone gespreksleider te hebben, als bijvoorbeeld allochtonen sterk in de minderheid zijn in de groep. Zo iemand kan maken dat ze zich sterker voelen. Ook voelen allochtone gespreksleiders soms net iets beter aan wanneer sprake is van onderhuids racisme of onderhuidse spanning. Aan de andere kant is het gevaar dat autochtone deelnemers denken dat een allochtone gespreksleider partij trekt voor de allochtone medewerkers. De gespreksleider moet goed met deze situaties om kunnen gaan. In bijlage B staan nog een aantal tips voor de gespreksleider. Tijdens een werkvloergesprek komen soms gevoelige thema’s aan de orde. Regelmatig is er haat, bijvoorbeeld tegen buitenlanders, of tegen alles wat anders is. Om het gesprek te kunnen aangaan is het belangrijk dat de gespreksleider die gevoelens herkent, benoemt en bespreekt. Als dat niet gebeurt, blijven ze het gesprek hinderen. Aan de slag gaan met die gevoelens geeft vaak ruimte en de mogelijkheid er iets aan te veranderen. Dat is belangrijk, want negatieve gevoelens helpen de samenwerking niet vooruit.

Spelregels tijdens een werkvloergesprek - Het gesprek gaat over de eigen ervaringen van deelnemers, niet over wat we van anderen horen. - We willen praten met elkaar, dus gaat het gesprek over de mensen die aanwezig zijn en kunnen reageren. - Er mag over alles gesproken worden, maar we blijven binnen de wet. Discriminatie is dus niet toegestaan. - We zoeken naar wat we zelf kunnen doen om beter samen te werken, niet naar wat anderen moeten doen.

12 SAMEN WERKEN, SAMEN PRATEN


Plaats en vorm De plaats waar het werkvloergesprek plaatsvindt, is van grote invloed op het succes van het gesprek. Voor een goed gesprek is een prettige locatie nodig, waar mensen zich op hun gemak voelen. Zorg voor voldoende tijd voor het gesprek. Vaak blijkt een bijeenkomst rond de lunch het beste. Er is was meer tijd en samen eten zorgt voor een ontspannen sfeer. Een ander goed moment is het einde van de middag, waarbij je kunt afsluiten met een informeel hapje en drankje. Zorg ervoor dat de groep niet groter is dan vijftig deelnemers. Werkvloergesprekken kun je op veel manieren vormgeven. Je kunt gewoon met een groepje collega’s bij elkaar gaan zitten en gaan praten. Soms werkt dat prima, maar vaak vinden mensen het lastig om ‘zomaar’ te beginnen. Om effectiever te werken, kan gekozen worden voor een specifieke werkvorm. Goede gespreksleiders kennen verschillende vormen en kunnen ter plekke een vorm kiezen die bij de sfeer van het moment past. Vaak is het prettig om vooraf samen een vorm te kiezen. Maar pin je daarop niet vast. Zorg dat je kunt inspelen op wat er gebeurt tijdens de bijeenkomst. Welke werkvorm passend is, hangt van veel factoren af, zoals het aantal deelnemers, in hoeverre men elkaar vertrouwt en men gewend is samen te praten. In bijlage A staan voorbeelden van thema’s en stellingen die gebruikt kunnen worden, in de bijlagen C en D een paar werkvormen.

De dag zelf Ga niet op het laatste moment nog van alles veranderen. Meestal wordt het daar niet beter van. Vertrouw op je eigen voorbereidingen en op de gespreksleider. Hou wel goed in de gaten hoe alles verloopt. Daar leer je weer van voor een volgende keer.

SAMEN WERKEN, SAMEN PRATEN 13


Tips - Maak van tevoren een checklist. - Zorg dat je ruim op tijd aanwezig bent om de gasten te ontvangen. - Check ruim op tijd of de zaal is ingericht zoals je wilde. - Check of de catering goed geregeld is, geef door wanneer de gasten komen, wanneer ze vertrekken (zeker als je eindigt met een hapje en drankje) en wanneer de pauze is. - Stel jezelf en de andere mensen die bij de organisatie betrokken waren voor, vertel ook waarom je de bijeenkomst georganiseerd hebt. - Stel ook anderen voor die wel aanwezig zijn, maar niet deelnemen: de afgevaardigde van de or zijn, of iemand van personeelszaken. Vertel wat hun rol is. - Vertel wat er met de uitkomsten van de bijeenkomst gebeurt. - Bespreek aan het eind van de bijeenkomst kort met de deelnemers wat ze ervan vonden. Zorg eventueel voor evaluatieformulieren.

Na afloop Als het gesprek is gevoerd, zit in principe je taak erop. Je moet dan alleen nog voor twee dingen zorgen: – een evaluatie – een verslag en follow-up. Veel deelnemers waarderen de werkvloergesprekken en willen er meer. Ze hebben het gevoel dat het eerste gesprek vooral van belang was om op gang te komen, maar dat er meer nodig is om elkaar echt beter te leren kennen. Als je een vervolg wilt organiseren, gebruik dan je ervaringen van de eerste keer. Schrijf daarom opvallende zaken op. Je kunt de bijeenkomst evalueren met (een aantal) deelnemers. Daarvoor kun je een korte vragenlijst maken over wat ze ervan vonden en eventuele suggesties vragen. Je kunt ook gewoon met ze praten aan het eind van het gesprek of op een later moment. Het is belangrijk om van tevoren te bedenken wat je wilt weten en wat je met die kennis gaat doen. Werkvloergesprekken leveren vaak veel actie- of veranderpunten op. Deels gaan die over wat de deelnemers zelf anders willen gaan doen.

14 SAMEN WERKEN, SAMEN PRATEN


Daarnaast komen er ook ideeĂŤn op over wat de organisatie anders zou kunnen doen om het samenwerken prettiger te maken. Maak vooraf een afspraak over wie de aandachtspunten noteert en een verslag maakt, wie straks het gesprek aan gaat met de organisatie en wat er wel/niet openbaar wordt gemaakt. Wees overigens tijdens het werkvloergesprek heel duidelijk over wat er met de tips en ideeĂŤn gaat gebeuren. Dat je ze gaat overbrengen, maar dat je niet kunt afdwingen dat er iets mee gebeurt. Voorkom dat mensen dat van je gaan verwachten! Wees ook duidelijk over hoe het verslag eruit komt te zien: het gaat over de grote lijnen, en er wordt nergens opgeschreven wie wat gezegd heeft. De vertrouwelijkheid van de bijeenkomst moet gerespecteerd worden! Zorg voor goede nazorg: geef aan bij wie deelnemers na afloop terecht kunnen met vragen en opmerkingen. Maak ook daarover vooraf afspraken.

SAMEN WERKEN, SAMEN PRATEN 15


4. Ervaringen met werkvloergesprekken In verschillende organisaties is al gewerkt met werkvloergesprekken en de ervaringen zijn positief.

Een paar reacties: “Als P&O’er zag ik weinig in die werkvloergesprekken. Ik dacht dat het vooral veel klagen zou worden en praten over wat de organisatie fout doet, en dat discussies zouden escaleren. Maar het was juist heel positief, de deelnemers vertelden over wat ze niet prettig vonden, maar keken ook naar wat ze zelf kunnen doen om het beter te maken. Wat mij betreft mogen er meer van die gesprekken komen.” “Bij ons is na het werkvloergesprek een commissie ingesteld waar medewerkers terecht kunnen met vragen op het gebied van gelijke kansen, omgangsvormen enz. Zo wil de directie beter zicht krijgen op bestaande problemen en komen tot oplossingen.” “Bij ons in de fabriek bleek tijdens het werkvloergesprek dat veel allochtone collega’s graag een gebedsruimte zouden willen, en ook een cursus Nederlands. Niemand had bedacht dat er veel mensen zouden zijn die dat wilden. Er is toen afgesproken om hierover met de directeur te gaan praten. Het is nog niet geregeld, maar we zijn wel in gesprek en dat vind ik al heel positief.” “Als directeur vind ik het belangrijk om de werkvloergesprekken te ondersteunen. Zo laat ik zien dat ik tolerantie en een goede samenwerking belangrijk vind. Het helpt ook om ons bedrijf te profileren.” “Door de bijeenkomst ben ik me meer bewust geworden van wat ik zeg en wat het effect is op de ander.”

SAMEN WERKEN, SAMEN PRATEN 17


Bijlage A Thema's en stellingen voor het werkvloergesprek Bij het voeren van werkvloergesprekken wordt vaak gewerkt aan de hand van thema’s. Die kun je bijvoorbeeld halen uit voorbereidende gesprekken: welke onderwerpen worden daar vaak genoemd? De thema’s in onderstaand lijstje zijn gebruikt in eerdere werkvloergesprekken. Maar je kunt er natuurlijk veel meer bedenken. Laat de deelnemers kiezen welke thema’s zij het liefst willen bespreken.

Voorbeelden – Ongeschreven bedrijfsregels – Hulp bij het inwerken – Kritiek geven en krijgen – Naar een hogere functie – Medezeggenschap, inbreng goede ideeën – Rekening houden met culturele en religieuze wensen – Praten over thuis, een Nederlandse gewoonte – Grappen, pesten en seksuele intimidatie – De rol van de leidinggevende – Misverstanden door vooroordelen en cultuurverschillen – Taal- en communicatieproblemen Ter inspiratie en voor voorbeelden kun je ook gebruikmaken van het boekje ‘Hallo collega’, dat is uitgegeven door de FNV. Hierin staan verschillende voorbeelden uitgewerkt van situaties waarin de communicatie niet goed gaat, en suggesties voor hoe het anders kan. Deze brochure is te bestellen bij de FNV of je kunt hem downloaden van www.fnv.nl/minderheden In plaats van met thema’s kun je ook werken met stellingen. Onderstaande stellingen zijn eerder met succes gebruikt tijdens werkvloergesprekken. Als je zelf stellingen bedenkt, let er dan op dat de stelling helder, kort, scherp en prikkelend is. Als iedereen het ermee eens is, is je stelling waardeloos.

SAMEN WERKEN, SAMEN PRATEN 19


Voorbeelden – Er zijn geen verschillen tussen mensen. De verschillen maken we zelf. – Praten over verschillen heeft geen zin, verschillen moet je gewoon accepteren. – Tolereren is iets anders dan accepteren. – In de cao moet meer aandacht komen voor de positie van jongeren. – Tegen discriminatie kun je niets doen, het is er altijd al geweest. – Je kunt in een organisatie niet met iedereen rekening houden. – Vrouwen mogen worden voorgetrokken bij sollicitaties want ze hebben een achterstand op de arbeidsmarkt. – Je hebt het zelf in de hand hoe mensen met je omgaan en wat je kansen zijn in de organisatie.

20 SAMEN WERKEN, SAMEN PRATEN


Bijlage B Tips voor gespreksleiders Op basis van de ervaringen bij eerdere werkvloergesprekken hebben we een aantal tips verzameld voor gespreksleiders: –

– –

Let op emoties zoals boosheid, woede, verdriet en onmacht tijdens het gesprek. Ze zijn belangrijk, maar mogen niet de boventoon gaan voeren. Praat erover. Wees je ervan bewust dat emoties in verschillende culturen op verschillende manieren geuit worden. Als mensen met verschillende culturele achtergronden samen praten, kan dat heel verwarrend zijn. Laat mensen uitleggen wat ze voelen: zijn ze inderdaad boos, verdrietig of geïrriteerd, of is er iets heel anders aan de hand? Let op het proces. Wat wordt er gezegd en wat vooral niet? Vraag eventueel door om onderliggende gevoelens, gedachten en aannames naar boven te halen. Zorg daarbij wel dat de sfeer veilig blijft en dat de deelnemers zich niet aangevallen voelen. Vat regelmatig samen wat er gezegd is en check of je het goed hebt weergegeven. Zo voorkom je misverstanden. Mocht je de draad kwijtraken van het gesprek, zeg het gewoon. Als de gesprekleider het niet meer kan volgen, geldt dat vast voor meer mensen in de zaal. Zorg dat zoveel mogelijk mensen deelnemen aan het gesprek. Nodig mensen die weinig zeggen actief uit, zonder opdringerig te worden. Rem anderen af, met waardering voor hun inbreng. Zorg voor een opbouw in het gesprek. Dat kan bijvoorbeeld door bij de stellingen te starten met relatief ‘veilige’ onderwerpen en zo langzamerhand toe te werken naar de zaken die gevoelig liggen. Hou vast aan de stelregel dat iedereen mag zeggen wat hij of zij kwijt wil, ook al is dat soms niet leuk om te horen. Het moet wel constructief zijn. Dus het gaat niet alleen om ‘wat vind ik niet prettig’, maar ook en vooral om ‘hoe wil ik het wél’. En natuurlijk moeten we ons aan de wet houden: discriminatie is en blijft verboden. Zorg dat het gesprek blijft gaan over het samenwerken en niet verzandt in een discussie over hoe het er in ‘de maatschappij’ aan toe gaat. We praten over hoe we met elkaar willen omgaan, over onze eigen rol daarin en onze eigen wensen.

SAMEN WERKEN, SAMEN PRATEN 21


Bijlage C Werkvormen Workshop Een workshop is een bijeenkomst waaraan de deelnemers zelf actief deelnemen. Dat kan op veel verschillende manieren gebeuren, maar het algemene kenmerk is dat de deelnemers niet passief achterover kunnen leunen. Veel gespreksleiders kennen technieken om een leuke en effectieve workshop te organiseren. Bespreek dus met hen wat je wilt. Doe dat vooral tijdig, zodat je tijd hebt om samen iets leuks te bedenken. Hieronder geven we een voorbeeld van een workshop die eerder is gebruikt bij een werkvloergesprek. De workshop duurt ongeveer twee uur en is geschikt voor een groep van maximaal 20 deelnemers. (5 minuten) Welkom, uitleg doel en werkwijze van de bijeenkomst door de organisator. (5 minuten) Introductie gespreksleider, vastleggen ‘spelregels’ (10 minuten) Wat vind je belangrijk in hoe jullie als team met elkaar omgaan? Deelnemers vormen een kring. De gespreksleider gooit een bal naar een deelnemer die meteen een woord moet noemen dat staat voor datgene wat hij/zij binnen een team verwacht, bijvoorbeeld ‘respect’ of ‘humor’. Daarna gooit hij de bal naar een ander. De gespreksleider schrijft de genoemde begrippen op een whiteboard of flip-over. Het spel gaat door tot iedereen iets gezegd heeft. (10 minuten) Verdieping. De gespreksleider vraag aan een aantal deelnemers om iets meer te vertellen over het begrip dat zij genoemd hebben. Waarom is het belangrijk voor hen? Wat gebeurt er als het er niet is? Belangrijk is dat mensen met verschillende achtergronden aan het woord komen: jong, oud, vrouw, man, allochtoon, autochtoon.

SAMEN WERKEN, SAMEN PRATEN 23


(10 minuten) Inleiding over veiligheid. De gespreksleider vertelt over het belang van emotionele veiligheid op de werkvloer, de gevolgen van pesten en uitsluiten van bepaalde personen of groepen enz. (10 minuten) Discussie over veiligheid. Herkennen de deelnemers het verhaal van de gespreksleider? Hoe veilig is het in dit team? Wat kan er beter? (15 minuten) Pauze (20 minuten) Gesprek in subgroepen. De groep wordt opgedeeld in vier kleinere groepen die samen een aantal thema’s bespreken. Wat heeft dit team nodig om veiligheid en wederzijds respect te bevorderen, wat kun je hier zelf aan doen? Hoe ga je dat doen en wat heb je daarbij nodig? (20 minuten) Plenaire terugkoppeling. Iedere subgroep presenteert in 5 minuten de eigen plannen (20 minuten) Samenvatting en afronding. De gespreksleider haalt de grote lijnen uit de plannen en deze worden kort met de deelnemers besproken. Hierbij wordt ook gekeken welke punten moeten worden ingebracht bij anderen, zoals P&O, de directie of de OR. Ten slotte beÍindigt de gespreksleider de bijeenkomst

Werken met afbeeldingen Voor sommige mensen is het moeilijk om in een groep te praten over hun eigen mening of gevoel. Het helpt dan soms om plaatjes te gebruiken.

Benodigdheden Een flinke stapel ansichtkaarten met afbeeldingen van bijvoorbeeld dieren, gebouwen, abstracte plaatjes en/of mensen. Als er mensen op staan, zorg er dan voor dat er variatie is qua sekse, culturele achtergrond enz.

24 SAMEN WERKEN, SAMEN PRATEN


Werkwijze Verdeel de deelnemers in groepjes van maximaal vijf mensen. Elke groep krijgt ten minste vijftien kaarten. Uit die kaarten selecteren ze kaarten die voor hen symbool staan voor: * de waarden die de groep wil realiseren, zoals respect, communicatie, veiligheid etc. (twee kaarten) * wat de groep zelf al goed doet in het samenwerken (twee kaarten) * wat de groep nodig heeft om de gekozen waarden (zoals respect enz.) te realiseren (ĂŠĂŠn kaart). Het kiezen gaat in overleg, de groepsleden moeten het eens worden over waarom ze een bepaalde kaart kiezen.

Nabespreken De gespreksleider let tijdens de oefening vooral op het proces, dat is meestal interessanter dan de keuzes die men uiteindelijk maakt. Ook bij het nabespreken gaat het daarom vooral over het proces: * welke emoties kwamen los? * hoe communiceerden de deelnemers met elkaar? * waren er dingen die niet gezegd konden worden? * wanneer werden mensen prikkelbaar, waar zag je dat aan? Hierna wordt gekeken of wat er tijdens het spel gebeurde, ook tijdens het samenwerken gebeurt: * wat zegt dit over hoe we gewoonlijk samenwerken, zijn er dan dezelfde patronen of gaat het heel anders? * willen we het zo? * wat willen we anders? * wat kunnen we doen om te zorgen dat het gaat zoals we willen? Soms treedt er tijdens deze oefening veel weerstand op. Dat is niet erg. Benoem het gewoon en vraag, met een open houding, aan de groep om uitleg. Vaak vindt de groep het fijn om er over te kunnen praten.

SAMEN WERKEN, SAMEN PRATEN 25



Samen werken, samen praten