Page 36

TEKST EN BEELD STEFAN DERDEYN KAARTJE PAUL KLOEG

Ongewenst gezelschap In de grote leegte van Utah Een goede raad: als je maar één keer naar de Verenigde Staten komt, bekijk dan desnoods thuis New York en Washington met Google Street View en neem dan het vliegtuig naar Salt Lake City voor een onvergetelijke tocht langs de nationale parken in Utah. Maar zorg wel dat je van tevoren je kennis over de regionale fauna bijspijkert. Na een aantal lange, eenzame dagen door het onherbergzame en dorre Arizona ben ik wederom in Utah, de staat met een natuur die met niets is te vergelijken. De hoge torens van Monument Valley liggen reeds een heel eind achter me en ook de staatsgrens van Arizona is ongemerkt onder de wielen doorgeschoven. In Utah is het plots een uur later – de tijdzones in de States volgen geen mooie lijn van noord naar zuid.

Leegte Hier regeert de grote leegte. Links en rechts van mij zie ik alleen een dor, versteend landschap met kort hardhout dat slechts kleine zuinige blaadjes draagt en op dit middaguur kraakt onder de hitte. Het is windstil en de zon brandt op mijn rug alsof ik pal naast een haardvuur zit! Het weer is overigens geen zorg, buiten het vervelende zonnebrandcrème smeren. Drie dagen regen op twee maanden tijd is niet echt als wisselvallig te omschrijven. Je zal maar presentator zijn van The Weather Channel – dat de klok rond weerberichten brengt – als er de komende tien dagen alleen maar zon is te zien. Dan bouw je maar je verhaal rond de maximum temperatuur die gedurende een volledige week één graad stijgt of daalt. Ik streef naar maximale souplesse in het trappen door in de

36 tijdschrift voor fietsreizigers

opeenvolgende op- en aflopende stroken veel te schakelen. Van de hitte heb ik merkwaardig genoeg geen last, ook al staat mijn thermometer weer een eind boven de veertig graden. Verkeer is er niet en de laatste mens zag ik in Mexican Hat, niet meer dan twee huizen en een benzinestation. Bluff, mijn doel voor vandaag, ligt waarschijnlijk nog drie uur fietsen voor me – het hoogteprofiel van de rit heb ik niet zo goed onthouden. Luisterend naar de banden op de weg zijn mijn gedachten leeg. Fantaseren over wie deze gekke plaatsnamen bedacht, duurt maar even, de geest heeft alweer rust. Het zicht op een vlakte tot aan de einder, geen geluid, geen geur... leegte!

Eyeliner Een verkeersbord dat een rest area aankondigt, zoals alle borden overigens met kogelgaten doorboord, wakkert mijn eetlust aan en zonder nog één trap te veel val ik stil aan een picknicktafel, een zwartgelakte constructie waaraan ik alleen dankzij de zeem in mijn koersbroek kan gaan zitten. Aanraken zonder me te verbranden is verder uitgesloten. Diep uit de koelte van een fietstas duik ik een tuna salad wrap op, gekocht in een broodjeszaak waar ik deze morgen de eerste klant was. De drinkbus warm water moet er nu maar even bij. Even verplaats ik mijn voeten in het grind en meteen hoor ik een scherp gesis onder de tafel. Ik verslik me in mijn eten en leun verstijfd achterover. Ik zie een slang die een kinderarm dik is en zeker een meter lang. Nog steeds vervaarlijk blazend kronkelt de slang nog even met de staart en blijft dan roerloos liggen, alleen de tong flitst uit zijn bek, maar dan is ze weer stil. Het gladde lijf heeft de grijze kleur van de grond, met daarop regelmatig verspreidde zwarte stippen. Onder de ogen loopt een mooi aangebrachte eyeliner – het heeft wel iets. Radeloos klim ik in lang uitgerekte, trage bewegingen boven

Vf141  
Advertisement