Page 20

thema

TEKSt en beeld Yvette verlaan

Van generatie op generatie Negen jaar zal ik zijn geweest, toen mijn vader en zijn vrouw Esther ons vroegen of we op fietsvakantie wilden. Esther had al vaak verhalen verteld over de fietsreizen die zij als kind met haar familie maakte. Ze vertelde over de vele kilometers die ze per dag maakten en het heerlijke eten waarop in het mooie buitenland niet werd bezuinigd. Dat wilden mijn zus, broer en ik wel. Aan mijn vader de taak om drie goede kinderfietsen klaar te maken. Iedere fiets kreeg een fluorescerende vlag en zo vertrokken we in colonne. Mijn zus met een fluitketel op haar voordrager en mijn broer met een badmintonset onder zijn snelbinders. Zo maakten we een ronde in Zuid-Limburg. We fietsten ongeveer 25 tot 30 kilometer per dag en in de middag werden de tenten opgezet. Daarna gingen de fietsbroeken uit voor de handwas. We moesten alle drie wennen aan het idee om met onze blote billen in een sportbroek te stappen, wat vooraf nog voor de nodige discussie had gezorgd. De middagen stonden in het teken van spelen, zwemmen of kasteeltjes bezoeken, waarbij we ieder een eigen wegwerpcamera hadden gekregen om onze belevenissen op de gevoelige plaat vast te leggen. We sliepen op schuimmatjes en aten iedere avond van oranje plastic borden.

Rustig blijven Jaren later leer ik mijn vriend kennen. Paul is fietsenmaker en samen maken we plannen voor een fietsvakantie naar Zuid-Frankrijk.

20 tijdschrift voor fietsreizigers

Van mijn ouders lenen we de oude fietstassen, evenals de grote tent van tien kilo waarin we zelfs de fietsen kunnen binnenzetten, de pannen en de oranje plastic borden. Eenmaal op de fiets heb ik het zwaar, heel zwaar. Het is erg warm. Wat mijn ouders mij al die jaren terug hebben geleerd, zit nog altijd in mijn hoofd. Een innerlijke stem zegt ‘tijdens het klimmen niet harder dan vijf kilometer per uur, rustig blijven fietsen, rustig blijven’.

Dordogne, 1997 Een jaar na onze fietsvakantie in Zuid-Limburg vertrokken we naar de Dordogne. Drie weken lang en reuze spannend allemaal. Mijn paarsroze fiets met achttien versnellingen werd doorgeschoven naar mijn broer, die met wat gesputter uiteindelijk instemde. Mijn zus had de oude trekkingfiets van Esther met veertien versnellingen overgenomen en ik kreeg een nieuwe, witte mountainbike met 21 versnellingen. Dat onze karakters totaal verschilden, werd tijdens de tocht wel duidelijk. Mijn broer kon geweldig klimmen. Hij fietste in het lichtste verzet rustig naar boven en kwam uiteindelijk, letterlijk fluitend, als eerste boven aan. Vals plat was voor hem de grootste frustratie. Mijn zus daarentegen had moeite met klimmen. Voordat het steiler werd, maakte ze altijd flink snelheid en als ze niet meer kon trappen,

stapte ze af en liep ze de rest van de klim naar boven. Op vlakker terrein ging het fietsen haar heel goed af en had ze geen last van haar beperkte keuze in versnellingen. En ik, met de beste fiets, begon bij steilere stukken als een onnozele te trappen. Totdat ik moe werd en gefrustreerd afstapte om verder te lopen en te jammeren dat het duwen ook zwaar was. Esther steunde mijn broer als we over vals plat fietsten. Mijn vader duwde mijn zus omhoog of gaf haar nieuwe zetjes als ze niet meer verder kon. En mijn ouders leerden me hoe ik rustig moest blijven en in het laagste verzet moest fietsen, zodat we niet vijf kilometer omhoog hoefden te lopen. Achteraf gaven mijn ouders toe dat het toch wel pittig was om met drie kinderen in de leef-

Vf141  
Advertisement