Issuu on Google+

ACTIVITEITENVERSLAG 2009

DE VLAAMSE ONTWIKKELINGSSAMENWERKING


2 | Activiteitenverslag 2009


ACTIVITEITENVERSLAG 2009

DE VLAAMSE ONTWIKKELINGSSAMENWERKING

Activiteitenverslag 2009 | 3


4 | Activiteitenverslag 2009


INHOUD

WOORD VOORAF....................................................................................................................................6 ZUIDWERKING.........................................................................................................................................8 Malawi, in een stroomversnelling..............................................................................................................9 Voedselzekerheid en landbouw . ............................................................................................................13 Landbouwvoorlichting ............................................................................................................................31 Gezondheidszorg.....................................................................................................................................35 Mozambique, rijden en omzien...............................................................................................................41 Zuid-Afrika, terugblikken en bijsturen......................................................................................................45 Duurzaam ondernemen...........................................................................................................................49 Humanitaire bijstand................................................................................................................................52 NOORDWERKING..................................................................................................................................54 De 4de pijler uit de startblokken..............................................................................................................55 Ontwikkelingseducatie grijpt om zich heen.............................................................................................59 Gemeentelijke ontwikkelingssamenwerking...........................................................................................62 Sensibilisering via de media ...................................................................................................................66 Duurzaam consumeren...........................................................................................................................69 MIDDELEN..............................................................................................................................................70 BIJLAGEN...............................................................................................................................................74 Over VAIS................................................................................................................................................75 Overzicht van betalingen aan projecten in 2009 (zuidwerking)................................................................76

Activiteitenverslag 2009 | 5


WOORD VOORAF

Heb ik dit al niet eerder gezien? U vraagt het zich misschien af bij het ter hand nemen van dit activiteitenverslag. Inderdaad, het activiteitenverslag 2009 herinnert wat aanpak, stijl en vorm betreft aan de vorige uitgaven. Dat is ook volledig de bedoeling. Wat voorligt, vormt het sluitstuk van een drieluik over de samenwerking van Vlaanderen met haar partnerlanden in het Zuiden. In het activiteitenverslag 2007 koos VAIS ervoor de samenwerking met Zuid-Afrika te belichten. Het activiteitenverslag 2008 zette de samenwerking met Mozambique in de kijker. Dit keer is het de beurt aan het derde en jongste partnerland, Malawi, om in de schijnwerpers te staan. In februari 2010 trok journalist Guy Poppe op reportage naar de Vlaamse projecten in Malawi. Hij bezocht boeren, met wie hij naar hun maïsveld trok en die hem hun voetpompen en irrigatiesysteem toonden. Hij bezocht veldjes waar tot voor kort de grond braak lag of waar alleen onkruid opschoot. Hij zag grote waterreservoirs en bijenkorven en is in koeien- en geitenstallen geweest. Hij ontmoette enthousiast ronddansende bejaarden en dragers van het hiv-virus, voor wie er speciale inspanningen gebeurd zijn. Diegenen die in Kasungu en Mzimba de landbouw op een hoger peil willen brengen, hebben hem gebrieft, van de ‘district commissioner’, zeg maar de gouverneur, over hoge ambtenaren zoals de projectbeheerder van Landbouw, tot de districtscoördinatoren van de FAO. Een interessante reportage, zonder meer. Het huidige activiteitenverslag zoemt ook uitgebreid in op de acties die VAIS hier te lande heeft opgezet. Het steunpunt van de 4de pijler, dat op kruissnelheid is gekomen, de samenwerking met steden en gemeenten, die wordt verruimd, en de 13 nieuwe projecten van ontwikkelingseducatie, tonen aan dat VAIS ook hier bij ons niet heeft stilgezeten. Samen met partners en andere actoren in het domein van de ontwikkelingssamenwerking, zowel in het Noorden als in het Zuiden, houdt Vlaanderen de koers der milleniumdoelstellingen aan. Rest mij nog u boeiende lectuur toe te wensen !

Anne Van Autreve Wnd. Administrateur-generaal Vlaams Agentschap voor Internationale Samenwerking

6 | Activiteitenverslag 2009


Activiteitenverslag 2009 | 7


ZUIDWERKING


Zuidwerking

reportage

mALAWI

MALAWI, IN EEN STROOMVERSNELLING Sinds het Memorandum of Understanding, de overeenkomst waarmee Vlaanderen en Malawi eind november 2006 hun partnership bezegeld hebben, zit de samenwerking met dat land in Zuidelijk Afrika in een stroomversnelling. Landbouw is een van de twee grote assen waarrond het programma draait. Aan de ondersteuning van het FAO-programma voor voedselzekerheid besteedt VAIS 4,1 miljoen euro. 85% van dat bedrag gaat naar concrete, kleinschalige initiatieven op het terrein. 15% is bestemd voor het werk van een beleidsadviseur op het kabinet van de president. In 2011 loopt het programma af. Er komt vooraf een evaluatie. In 2009 staat er in de landbouw bovendien 4,5 miljoen euro ter beschikking voor voorlichting. Dat geld gaat naar het departement van Extensie van het ministerie van Landbouw, opleidingen in twee landbouwinstituten en een ngo die in de veeteelt werkzaam is. Voor het Green Belt-irrigatieproject heeft VAIS 300.000 euro veil. In de gezondheidszorg, de tweede grote pijler van de samenwerking met Malawi, gaat jaarlijks 2 miljoen euro naar de SWAp, de sector wide approach. In het kader van de SWAp wordt een meerjarenplan afgesproken waarin de Malawische regering haar prioriteiten vastlegt en de donoren hun financiële toezeggingen doen. Daarbuiten heeft VAIS UNAIDS 1 miljoen euro toegezegd. In de loop van 2009 zijn ook nieuwe bestedingen vastgelegd. Het gaat in het totaal over een bedrag van 7,7 miljoen euro. Opnieuw gaat er veel aandacht naar volksgezondheid, dat het leeuwendeel van het budget in de wacht sleept. De SWAp krijgt opnieuw haar jaarlijkse 2 miljoen voor 2010 toegezegd en eenzelfde bedrag gaat

naar WASH (water, sanitation and hygiene), een programma van Unicef, dat op water, sanitaire voorzieningen en hygiëne toegespitst is. In het district Kasungu gaat er een half miljoen naar het Rode Kruis voor basisgezondheidszorg. Het Dream-programma van Viva Africa krijgt bijna 150.000 euro voor een aidsproject. In de landbouw zet VAIS zijn steun aan het departement voort. Het krijgt 2 miljoen euro voor materiaal als mobiele vrachtwagens en communicatiemateriaal. Koffieboeren in Mzuzu mogen rekenen op een half miljoen, net als de nationale koepelorganisatie van kleine melkboeren. Voor de verwerking van satellietbeelden, die inzicht moeten geven in het veranderende landgebruik, is 57.000 euro uitgetrokken. Dat is een initiatief van VITO, de Vlaamse Instelling voor Technologisch Onderzoek. Donorcoördinatie VAIS neemt in Malawi aan verscheidene maandelijkse overlegrondes van de donoren deel. Die bijeenkomsten bestaan zowel voor wie er in de landbouw investeert als voor de gezondheidssector. De donoren hebben ook een gezamenlijke dialoog met enkele ministeries, zoals Landbouw, Financiën en Ontwikkelingsplanning. Op de agenda staan er onderwerpen als gezamenlijke financiering en monitoring, werkverdeling onder de donoren en de aanpak van sectoroverschrijdende thema’s als gender, milieu en coördinatie van noodhulp. De tendens zet zich door om als donor minder zelf de projecten in handen te nemen, maar om ze in overleg met de overheid en andere donoren uit te voeren en om zich toe te leggen op controle achteraf. Dat is een uitvloeisel van de Verklaring Activiteitenverslag 2009 | 9


Zuidwerking

malawi

van Parijs van 2005, die pleit voor harmonisering van de samenwerking en een grotere betrokkenheid van het hulpontvangende land. Die aanpak is makkelijker in de praktijk te brengen in landen en sectoren die de sector wide approach hanteren. In Malawi zijn ze binnenkort aan het tweede SWAp-meerjarenprogramma in de gezondheidszorg toe. Ook in de landbouw zijn er aanzetten, die de weg naar een SWAp voorbereiden.

10 | Activiteitenverslag 2009

reportage


Zuidwerking

reportage

MALAWI KLIMT UIT EEN DIEP DAL Er is in Malawi nooit oorlog gevoerd. In landen als Congo en Mozambique kun je er niet naast kijken hoe wapengekletter de infrastructuur verwoest heeft en mensen berooft van essentiële diensten als onderwijs, gezondheidszorg en transportmogelijkheden. Doordat veel mensen er van hun grond verdreven zijn, heeft de landbouwproductie er een stevige knauw gekregen. In het armste land van de wereld, Burkina Faso, nr. 177 op de ranglijst van menselijke ontwikkeling, vertellen de soms desolate landschappen je meteen hoe extreme droogte elke vorm van efficiënte landbouw moeilijk zo niet onmogelijk maakt. Dat is in Malawi niet zo.

Als we het in februari bezoeken, is het volop regenseizoen en ziet alles buitengewoon groen. De hoofdstad Lilongwe lijkt op een park doorsneden door enkele verkeersaders, die uitsluitend tijdens de spits drukte uitademen. De N1 naar het noorden, de grote hoofdweg die Lilongwe verbindt met de 350 km hogerop gelegen districten Kasungu en Mzimba, waar het voedselzekerheidsprogramma loopt dat VAIS ondersteunt, ademt rust uit. Van grote economische activiteit is klaarblijkelijk geen sprake. De particuliere sector van de economie is bijna onbestaande. Nooit, zoals dat zo dikwijls het geval is in andere Afrikaanse landen, belemmeren

malawi

zwaarbeladen vrachtwagens die de helling niet op kunnen, ons de doorgang. Het was nog geen oogstseizoen in februari - dat gaat pas in maart of april van start – en dat levert zeker een stuk verklaring. Ook de benzineschaarste die Malawi in de herfst getroffen heeft, speelt ongetwijfeld mee. Onderweg afficheerde een tankstation nog de prijzen die in die periode van kracht waren: 251 kwacha voor een liter super en 213 voor een liter diesel. Een euro is ca. 200 kwacha waard. Dat geeft aan hoe dicht de prijzen in Malawi toen bij die in België lagen. Het hoeft niet te verwonderen dat de Malawiërs ondanks de ondertussen gestabiliseerde aanvoer en de gedaalde prijzen elke gemotoriseerde verplaatsing op haar nut toetsen. Maar alleszins krijgt de reiziger de indruk dat de economische bedrijvigheid in Malawi op een laag pitje staat. Je mag je dus niet te sterk laten leiden door de eerste overwegend groene indruk en ervan uitgaan dat alles koek en ei is in Malawi. Het is een arm land, 160e op 177. Dat is iets beter dan de voorgaande jaren maar toch blijft het deel uitmaken van de negentien landen die het VN-rapport als laag ontwikkeld bestempelt. De levensverwachting ligt iets boven 52 jaar. Bijna drie kwart van de bevolking, 73,9%, moet rondkomen met minder dan 1,25 dollar per dag. Over de laatste twintig jaar groeit het Bruto Binnenlands Product gemiddeld jaarlijks met 0,4%. Maar de laatste jaren zijn wel veel hogere percentages opgetekend. Voor 2009 is de voorspelling 7,9%. Hoe dan ook blijft de Malawische economie aan de bescheiden kant met een Bruto Binnenlands Product van 3,6 miljard dollar, wat per hoofd van de bevolking neerkomt op een gemiddeld jaarlijks inkomen van 260 dollar (175 euro). Naast uranium, leeft Malawi grotendeels van de landbouw. Hoe fragiel het evenwicht tussen aanbod en vraag daar is, bewijzen niet alleen het recente verleden, maar ook de vaststellingen die uit onze eigen ervaringen voortvloeien. Daarover brengen we in dit rapport ruim verslag uit.

Activiteitenverslag 2009 | 11


Zuidwerking

malawi

2002 en 2005 waren jaren van grote droogte en hongersnood in Malawi. Dat was niet alleen aan de grillen van de natuur te wijten. Landbouw was in de periode tussen 1994 tot 2004, toen president Muluzi het land bestuurde, lang zijn stokpaardje niet. Die verwaarlozing heeft zich gewroken. Nu nog, zes jaar na het einde van zijn ambtstermijn, is er een inhaalbeweging aan de gang om de infrastructuur in de rurale gebieden en de begeleiding van boeren weer op peil te brengen. Landbouwcolleges leverden niet meer de nodige voorlichters en veeartsen af, trainingscentra stonden leeg en vielen in puin, de waterbevoorrading stokte. In het relaas van onze rondreis door Malawi komt dat verscheidene keren concreet aan bod. Dat er aan die achterstelling een einde gekomen is, is te danken aan het Farm Input Subsidy Programme (FISP), het subsidieprogramma voor de landbouw. Dat stelt de boeren veredeld zaaigoed en meststoffen ter beschikking. President Bingu wa Mutharika heeft het FISP op eigen initiatief in het leven geroepen. In de beginfase heeft Malawi het programma zelf gefinancierd. Pas recent, toen er resultaten waren en bleek dat Malawi zich tot exporteur van maïs omgeschoold had, zijn donoren als de EU en DfiD, de Britse ontwikkelingssamenwerking, over de brug gekomen. Sinds Bingu tot voorzitter van de Afrikaanse Unie verkozen is, wordt hij zelfs in hoge mate geprezen voor zijn aanpak. Zijn toespraak na zijn aanstelling getuigde van visie. Hij had het over zijn droom voor Afrika dat “in five years, no African child will go to bed hungry, no African child will die of hunger and malnutrition”. Als het Bingu’s streven is dat in 2015 nergens in Afrika nog een kind sterft van honger of ondervoeding of met honger gaat slapen, is er nog veel werk aan de winkel. Ook dat blijkt uit ons verslag. Toch beweegt er een en ander. De Afrikaanse landen hebben zich tot doel gesteld om 10% van hun budget aan landbouw te besteden. In Malawi is dat nu al 14%, voor een groot deel door het FISP. Als de politieke wil aanwezig is, kan het dus. Andere landen hebben sinds 2005 concrete maatregelen ge12 | Activiteitenverslag 2009

reportage

nomen, die in de lijn liggen van Malawi, met name Algerije, Mali, Senegal, Sierra Leone en Zambia. Meer aandacht voor de landbouw, verhoging van de productie en een verzekerde voedselbevoorrading krijgen stilaan prioriteit. Zeker in Malawi. Daarnaar hebben we tijdens ons verblijf bij beleidsmakers en adviseurs gepeild en zijn we met onze eigen ogen de verwezenlijkingen op het terrein gaan bekijken. Minister van Ontwikkelingsplanning en Samenwerking, Abbie Marambika Shawa, heeft ons uitgelegd hoe ruim hij de nieuwe Growth and Development Strategy ziet, die vanaf half 2011 van kracht wordt. Hij wil de negen prioriteiten behouden, die in de lopende ontwikkelingsstrategie gelden. Die houdt in dat Malawi via duurzame economische groei en investeringen in infrastructuur de armoede bestrijdt. Het Green Belt-initiatief is ook een actiedomein. Op dat initiatief, dat VAIS ondersteunt, komen we in het verslag terug. Ook de gevolgen van de klimaatverandering wil Malawi aanpakken. De wijzigingen in het regenpatroon en de groeiende onvoorspelbaarheid van de neerslag baren zorgen. De ontbossing – een fenomeen dat opvalt, als je door Malawi rijdt – heeft de minister op zijn lijst staan. De bevordering van ondernemerschap bij jongeren is een andere van Shawa’s prioriteiten, net als de energiebevoorrading. Kleinschalige exploitatie van de steenkoolvoorraden en waterkrachtcentrales, daaraan denkt hij. Geen reusachtige dammen zoals in het Congolese Inga, met perspectieven voor de levering van stroom aan het hele continent, maar gebruik maken van de bestaande watervallen. Ten slotte wil hij ook bestaande spoorwegen, wegen en de haven van Nsanje op het Malawimeer rehabiliteren. In een van de oceaan afgesloten land als Malawi is transport van levensbelang.


Zuidwerking

reportage

malawi

VOEDSELZEKERHEID EN LANDBOUW Halt aan de ondervoeding! Voedselzekerheid is een topprioriteit van de regering van Malawi en daar is alle reden toe. Sinds de eeuwwisseling heeft Malawi twee periodes van grote droogte meegemaakt. In 2002 waren drie miljoen Malawiërs op voedselhulp aangewezen. In 2005 was dat het geval voor vijf miljoen onder hen, 40% van de bevolking. In flink wat gezinnen aten ze nog één keer per dag of zelfs niet eens. De gevolgen van die slechte voedselsituatie zijn navenant. Als je naar de toestand bij kinderen jonger dan vijf kijkt, dan stel je vast dat bijna de helft, 48%, chronisch ondervoed is en daardoor groeistoornissen vertoont. 22% van die jonge kinderen, meer dan 1 op 5, zit niet op zijn gewicht, 5% van die groep, 1 op 20, is sterk vermagerd. In 2005 was meer dan de helft van de sterfte bij kinderen jonger dan vijf, 52%, te wijten aan ondervoeding. Elke vier seconden is er wel een Malawiër die sterft om een reden die ergens met zijn voedingspatroon te maken heeft. Die ondervoeding heeft verscheidene oorzaken. Het doorsnee dieet van een gezin in Malawi bevat te weinig hoogwaardige ingrediënten en is te eenzijdig. Zowel voedingsgewoontes en onbeschikbaarheid van het voedsel als de kostprijs en het transport ervan en het gebrek aan kennis spelen daarin mee. Ook ziektes als aids, diarree, malaria en aandoeningen van de luchtwegen werken ondervoeding in de hand. Soms eten de mensen gewoon te weinig. Als gevolg van dat alles heeft bijna een op vier schoolkinderen, 38%, een tekort aan vitamine A.

Hun lot heeft de Wereldlandbouworganisatie, FAO, zich ter harte genomen door een programma te ontwikkelen dat zich op hun noden toespitst. Het programma heeft bijzondere aandacht voor arme boeren en kwetsbare groepen als weduwen, bejaarden en hiv-slachtoffers. VAIS is van bij de start van zijn activiteiten in Malawi met FAO samen gaan zitten om op basis van dat concept, een gelijkaardig voedselzekerheidsprogramma uit te werken. VAIS heeft daarvoor 4,1 miljoen euro uitgetrokken, waarvan het 85% op het terrein besteedt. Boerengroepen, individuen en dorpen doen voorstellen. Het FAO-team toetst ze op hun technische haalbaarheid en als ze eenmaal goedgekeurd zijn, krijgen de indieners financiering en technische begeleiding. “VAIS zelf geeft dus geen technische ondersteuning, daarvoor hebben we het FAO-team”, zegt landenvertegenwoordiger, Katrien de Pauw, “VAIS controleert de correcte aanwending van het geld en ziet erop toe dat de uitvoering zo veel mogelijk in samenwerking met de districten gebeurt. Om die reden is het FAO-team beperkt gehouden en is veel van de inhoudelijke verantwoordelijkheid bij de Malawiërs gelegd.” Het gezamenlijke FAO/VAIS -project legt zich toe op kleine boeren en boerengroepen in Kasungu en Mzimba, twee districten in het noorden van Malawi. Voor dit jaarverslag werd over die streek een reportage gemaakt. Hoe de Wereldlandbouworganisatie en VAIS samen met de Malawische overheid de voedselzekerheid op willen krikken, beschrijven we op de volgende bladzijden.

80% van hun voedsel produceren de Malawiërs zelf, een zaak van hoofdzakelijk kleine boeren. Activiteitenverslag 2009 | 13


Zuidwerking

MALAWI

Irrigatie en samenwerking In Katayumbavi, in het district Kasungu, troont Raphael Banda ons mee naar het maïsveld dat hij samen met enkele andere boeren en boerinnen uit zijn dorp bewerkt. 25 dorpelingen werken er samen, tien mannen en vijftien vrouwen, op een stuk grond van 150 op 65 meter. Raphael is de voorzitter. De maïs staat hoog en ziet er goed uit. “Eind februari oogsten we”, zegt Raphael met grote stelligheid. Het is de tweede oogst dit regenseizoen. Dankzij de voetpompen, waarmee ze water uit de dichtbijgelegen rivier naar hun veld gehaald hebben. Zonder die pompen hadden ze het bij één oogst moeten houden. In het recente verleden waren hun inspanningen sommige jaren tevergeefs en stond er géén maïs op het veld. In 2007 was dat het geval, vertelt Raphael, en het jaar voordien was de droogte zo erg en de opbrengst zo beperkt dat ze alle maïs zelf opgegeten hebben. Er was te weinig om te verkopen

14 | Activiteitenverslag 2009

reportage

of als zaaigoed over te houden voor het volgende seizoen. Vanwege die tegenslagen tonen Raphael en zijn groep meteen belangstelling als ze in 2008 van het FAO/VAIS-project horen. Ze krijgen technisch advies, zaad en meststoffen én negen pompen. Die hebben goed gefunctioneerd maar staan nu opgeborgen in een schuur. Door de overvloedige regen zijn ze in deze tijd van het jaar niet nodig. Raphael haalt er een te voorschijn en koppelt twee darmen aan, een om het water op te halen en een tweede om het veld te begieten. Het ziet er eenvoudig uit. De karwei is op een mum van tijd geklaard, een overtuigende demonstratie. Door die eenvoudige vorm van irrigatie is het de groep gelukt om aan haar eerste oogst te verdienen. Met de winst hebben ze zich zaden voor de volgende plantperiode aangeschaft. Volgende keer bedruipen Raphael en zijn maats zich helemaal zelf. Ze hebben m.a.w. hun start genomen.


Zuidwerking

reportage

Een echt samenwerkingsverband, laat staan een coöperatie, is het niet. De 25 groepsleden bewerken elk hun eigen stukje grond en verkopen hun maïs afzonderlijk. Dat heeft het voordeel dat ze niet hoeven te investeren in opslagcapaciteit. Achteraf maken ze met zijn allen samen uit hoeveel van hun verdiensten ze aan het gemeenschappelijke fonds afstaan waarmee ze de aankoop van onder meer onkruidverdelgers financieren.

MALAWI

die, als ze helemaal gevuld is, 20.000 gallons kan bevatten, ongeveer 75.000 liter. Mannen zijn druk in de weer de tank te herstellen. Het water is afkomstig van de dam in de buurt. De tank bedient een waterleidingssysteem, waarop 366 kranen aangesloten zijn. Elke kraan levert water aan zo’n 120 personen. 44.000 Malawiërs die in de omgeving wonen, varen bijgevolg goed bij de reparatie van de tank en het weer in gebruik nemen van de hoofdleiding.

Jessie Banda neemt het van Raphael over en laat ons de fruitbomen zien die de groep geplant heeft op een veld van 140 op 70m. “Vrouwenwerk ?”, vraag ik haar. Helemaal niet, zo blijkt. Ook hier zetten alle 25 zich samen in. Er zijn naast meer dan honderd sinaasappel-, drie dozijn guave- en een twaalftal mangobomen hoofdzakelijk bananenbomen te zien. In het kader van het project werden er vijfhonderd geleverd. “We hebben voor bananen gekozen omdat we zo voor langere tijd verzekerd zijn van een vast inkomen”, legt Jessie uit. Een gedurfde en vernieuwende beslissing is dat, want bananenteelt is ongebruikelijk in deze streek. “We slaan twee vliegen in een klap”, gaat ze voort, “een deel van de opbrengst verkopen we en een ander deel is voor eigen gebruik”. In tegenstelling tot wat met de maïs gebeurt, gaan alle bananen bij de oogst in één mand en gebeurt de verkoop gezamenlijk. Het zou te lastig zijn als ieder lid van de groep zijn of haar bananen apart zou houden. Bij het afscheid neemt chief Kangwere het woord. Hij bedankt FAO en VAIS dat ze de groep een hart onder de riem gestoken hebben en prijst Raphael, Jessie en de anderen voor het harde werk. “Ik ben blij dat ik ze dat stuk grond gegeven heb”, besluit de chief, “het is voor eeuwig en altijd van hen”. Opnieuw watertoevoer Een eind verder stoppen we aan de voet van een heuveltje. Op de top staat er een grote watertank

Maar niet bij iedereen komt binnenkort weer water uit de kraan. Er wonen tegenwoordig veel meer mensen in de streek dan in de tijd dat de tank gebouwd is. Alleen wie in de buurt van de hoofdleiding zijn huis heeft, ziet stromend water uit de kraan komen. De anderen moeten het noodgedwongen uit de rivier blijven halen. Zes van die grote tanks neemt het project onder handen. Lekken voorkomen, is devies nummer één. Daarna komen de leidingbuizen aan de beurt en in een derde fase worden in de nieuwe dorpen langs de hoofdleiding kranen aangebracht. TenActiviteitenverslag 2009 | 15


Zuidwerking

MALAWI

slotte komt de aansluiting van de tank op de dam aan de beurt. Er is nog werk voor de boeg vooraleer enkele tienduizenden in dit gebied weer op een soepele manier toegang hebben tot zuiver, drinkbaar water. “Water is life”, geeft een van de arbeiders me bij het afscheid als boodschap mee. Zelfs één pomp biedt perspectief ’s Anderendaags, een eind noordelijker, op weg naar Mzuzu, in het district Mzimba, krijgen we opnieuw een verhaal te horen over wat vlotte toegang tot water kan betekenen. In mei 2008 is er een waterpomp ingewijd. “Ons dorp is uitgekozen omdat we zo ver moesten lopen om water te halen”, vertelt een van de inwoners. Dankzij het water dat ze nu bij de hand hebben, zijn de dorpelingen op hun veld met een reeks activiteiten van start gegaan die winstgevend blijken te zijn. De opbrengst van de oogst stoppen ze in

16 | Activiteitenverslag 2009

reportage

een fonds, dat ze opgericht hebben om herstellingen te betalen. Tot dusver hebben ze het geld nog niet aan hoeven te spreken. De waterpomp, die 32 gezinnen bedient, functioneert vlekkeloos. Een vrouw toont me hoe makkelijk de pomp te hanteren is. Ik laat het water niet zomaar weglopen maar vang het op in mijn opengesperde handen en verfris mijn gezicht ermee. Dat kan nu zonder nadenken. Geen vrouw uit het dorp hoeft nog kilometers van de rivier terug naar huis te lopen met een volle emmer op haar hoofd. Water maakt het leven een stuk makkelijker en brengt geld op. De geit, een dier voor alle seizoenen Zes geiten heeft de vrouw in haar stal staan, wat kleine exemplaren van het slag dat je in OostAfrika wel meer vindt. Twintig heeft het FAO/ VAIS-project er in haar dorp geleverd. Van de


Zuidwerking

reportage

tien meestal wat oudere vrouwen die zich op de kweek willen storten, moeten er bijgevolg nog enkele een tijd wachten voor ze aan hun late carrière van geitenboerin kunnen beginnen. De uit Zuid-Afrika ingevoerde bok (zie foto), een stevige brok natuur die wat verderop vastgebonden aan een lang touw de plaatselijke flora verkent, moet eerst voor nageslacht zorgen. Als het een geitje is, dan verhuist dat na enkele maanden naar een andere gegadigde. Is het een bokje, dan is dat na een maand of acht slachtrijp en kun je het voor zes- à achtduizend kwacha te gelde maken, tussen 30 en 40 euro. De Zuid-Afrikaanse bok staat ervoor bekend dat zijn nazaten goed in het vlees zitten, dat treft dus. Vlees is een belangrijke maar niet de enige reden waarom deze dorpelingen geiten houden. Als alles meezit, hebben ze alle dagen een liter melk en dat gedurende een jaar of vier, vijf, de doorsnee levensduur van een geit in Malawi. Dat is dus een dagelijkse bron van geldelijk inkomen, hoe bescheiden ook, en van eiwitten voor de zwangere vrouwen die de melk opdrinken. Met dien verstande dat lang niet iedereen de gewoonte heeft om geitenmelk te drinken, het hangt een beetje van de streek af. Een neveneffect van de geitenkweek is de mest. De boerin vangt hem op en wat verder zien we hoe enkele mannen hem met gras en aarde vermengen. Dat gebeurt in uitgegraven, rechthoekige, ondiepe putten waarin een verse laag mengsel de oudere laag bedekt. Tot de compostering ver genoeg gevorderd is om ze in plaats van aangekochte scheikundige producten als meststof op het maïsveld te gebruiken. Ecologisch verantwoord en een mooie besparing.

MALAWI

Australische veearts die als vrijwiller meewerkt, loopt de hele tijd mee en wijst me af en toe op een interessant detail. Ze kennen hem hier, dat is wel duidelijk. Het geitenproject is een onderdeel van een programma dat het hele district dekt. Het gaat in Mzimba om de distributie van in totaal 1200 geiten en 45 bokken. De melk en af en toe wat vlees moeten het eetpatroon van deze mensen verrijken en op die manier een steentje bijdragen tot een grotere voedselzekerheid. Kwetsbare groepen Is geitenfokkerij een zaak van ouder wordende vrouwen, de groep bejaarden die ons in Luwerezi hartelijk begroet is gewoon met maïs bezig. Het FAO/VAIS-project heeft hen geholpen om zelf hun basisvoedsel te produceren. Anders dreigen in tijden van droogte en slechte oogst een oude vrouw of man wel eens uit de boot te vallen. “Er is nu geen honger meer”, roept Gabriel Saka uit en in plaats van op zijn stok te steunen zwaait hij ermee in de lucht terwijl hij er vrolijk een dansje op waagt. Hoe oud hij precies is, kom ik niet te weten maar een van zijn lotgenoten deelt me fier mee dat ze in 1919 geboren is. 91 wordt ze dit jaar, in een land waar de gemiddelde levensduur 52 is. Er zijn er op wie geen enkele periode van droogte of welke hongersnood ook vat krijgen. Hier lopen sterke gestellen rond. Lonya Nyirende heeft een verzoek. “We hebben gehoord dat het

De geitenstal die we bezoeken, is een recent initiatief. Pas in oktober 2009 heeft het project de twintig geiten in dit dorp afgezet. Small Scale Livestock Promotion Programme, een ngo die adelbrieven voor kan leggen, staat de kersverse veetelers met raad en daad bij. Daarvoor krijgen ze van VAIS financiële steun. Pat Boland, een Activiteitenverslag 2009 | 17


Zuidwerking

MALAWI

reportage

project in 2011 ten einde loopt”, zegt ze, “kan VAIS nog een jaar of drie, vier daaraan toevoegen en àlle ouderen in het programma insluiten aub.?” De golf van instemmend gejoel die op haar vraag volgt, maakt duidelijk dat ze niet alleen staat met die bedenking.

Autonoom zijn ze nog niet allemaal. Ze zitten in een proces dat op zelfvoorziening uit moet monden. Dit jaar konden sommigen hun meststoffen zelf betalen. Vorig jaar was dat voor de helft het geval, de andere helft kregen ze van het FAO/VAIS-project.

Wat verderop in Luwerezi staan elf mannen en twee vrouwen ons op te wachten. Alle dertien zijn ze seropositief. Ze maken deel uit van een groep van 151 die besmet zijn met het hiv-virus. In 2009 waren ze met zijn 44. Ongetwijfeld heeft het succes van het door FAO en VAIS gesteunde initiatief gemaakt dat hun aantal op korte tijd meer dan verdrievoudigd is – ze merken hoe goed gevoed degenen eruit zien die als eersten de stap gezet hebben - maar natuurlijk vergt het ook moed om je status te erkennen en ermee naar buiten te komen. Dat er minder vrouwen dan mannen zich outen, heeft met een maatschappelijk gebruik te maken. In deze streek trouwt een vrouw namelijk in het dorp van haar man in. Raakt bekend dat ze met het aidsvirus besmet is, dan loopt ze het risico dat haar schoonfamilie haar wegstuurt en staat ze berooid op straat.

Voedselzekerheid blijft precair

Verleden jaar is de groep met de teelt van maïs, aardappelen, aardnoten, tomaten e.a. groenten begonnen. Van 22 ha zijn ze dit jaar exponentieel gegroeid tot 148 ha. Ook bijenkorven exploiteren ze tegenwoordig, voor honing en de aanmaak van kaarsen. 469 hebben ze er staan. We gaan naar het veld met maniok kijken, waar ze me uitleggen wat ze met die wortels aanvangen. Thee of brood maken ze ermee en de bloem gebruiken ze om nsima klaar te maken, de plaatselijke pap, een soort polenta, waarvoor ze traditioneel maïs gebruiken. Door de bladeren te stoven maken ze iets als spinazie klaar, een gerecht dat in delen van Congo als saka saka bekend staat. Alle seropositieve Malawiërs hebben recht op gratis antiretrovirale therapie (ART), ook deze arme boeren dus. De toediening van die geneesmiddelen vereist het eten van hoogwaardig voedsel. Dat brengen ze dus nu zelf voort. 18 | Activiteitenverslag 2009

“Weet je, tijdens de grote droogte in 2002 waren vooral het noorden van het district Kasungu en het aangrenzende zuiden van Mzimba erg hard getroffen”, vertrouwt Chris Khonje me toe. Hij draagt als project manager de verantwoordelijkheid over de Mzuzu Agricultural Development Division van het ministerie van Landbouw. Die landbouwbestuurlijke divisie waaronder het district Mzimba valt, is een van de grootste van het land. “Mensen stierven er van honger, sommigen kwamen tot bij ons afgezakt om er maniok te stelen en als de dorpelingen hen betrapten, maakten ze hen met hun machetes af, zo erg was het. De boeren waren wanhopig en


Zuidwerking

reportage

verkochten al hun vee. Aan de maïsmolens kwam het tot rellen als mensen om het afval vochten”. Dit seizoen zijn de regens op het verkeerde moment gekomen en dat kan problemen scheppen. “De eerste regen viel op 5 november, een dag of tien te vroeg,” gaat Khonje voort, “Er zijn er die dan hun beste zaaigoed zijn beginnen te planten en vast hebben moeten stellen dat het tot de 23e duurde voor het nog eens regende. Achttien dagen zonder regen! Ze hebben opnieuw moeten planten en moesten toen veel minder goed zaad gebruiken.” Dat kan volgens Khonje bij de oogst in april op een minderopbrengst van zo’n 15% uitdraaien. Op landelijk of zelfs dorpsniveau verwacht hij geen moeilijkheden maar sommige gezinnen zullen met lege handen overblijven, zo schat hij de zaak in. “Ze zullen verplicht zijn om maïs te kopen en

MALAWI

moeten daarvoor hun vee verkopen. Als ze geen dieren hebben, dan moeten ze zich, in ruil voor eten, bij andere boeren aanbieden voor karweien met een tijdelijk karakter. Maar ik verwacht dat er sommigen tot de bedelstaf veroordeeld zijn.” “Op mijn eigen veld heb ik pas op de 23e december geplant,” rondt Khonje zijn verhaal af, “mijn maïskolven zijn nog klein maar de planten groeien goed.” Een slimme, voorzichtige man, de project manager. Als Katrien de Pauw het verhaal te horen krijgt, waarschuwt ze: “Eén slecht seizoen, één slechte oogst kan een boer in Malawi de das omdoen en alles om zeep helpen wat hij de voorgaande jaren opgebouwd heeft, zo precair is de situatie hier”. Schijn mag inderdaad niet bedriegen. Elk jaar weer kan een of andere tegenslag tot tegenvallende oogstvooruitzichten aanleiding geven.

Activiteitenverslag 2009 | 19


Zuidwerking

malawi

De overheid verwacht dat Malawi dit jaar 30% minder voedsel produceert dan verleden jaar. Het kan dat zo’n 720.000 mensen voedselhulp nodig hebben. De regering heeft in elk geval 50 miljoen euro vrijgemaakt voor voedselhulp. Enkele weken later verklaart president Bingu dat zijn land dit jaar genoeg produceert om zijn bevolking te voeden. Maar een overschot, om zoals de voorgaande jaren uit te voeren, is er deze keer niet, heeft hij eraan toegevoegd.

reportage

naar de gereputeerde universiteit van Wageningen in Nederland. Die twee hebben er een training van elf weken gevolgd en een postgraduaat in voeding en voedselzekerheid behaald. Waar er tegenwoordig in Kasungu of Mzimba onderricht is over voeding, zijn zij erbij. Tot voor kort gebeurde er op dat vlak heel weinig in de gemeenschappen, omdat hooguit een op twintig voorlichters een opleiding achter de rug had. VAIS krijgt van Khonje een compliment dat het op die tekortkoming gewezen heeft.

Eindelijk van start Bij de aankomst in Mzuzu blikken we met Chris Khonje terug op wat we de voorbije dagen op het terrein gezien hebben. Wie we niet ontmoet hebben, dat moeten we toch noteren, zijn de twee consulenten, een van het departement Voeding en HIV/AIDS en een van het ministerie van Landbouw, die op cursus gestuurd zijn

20 | Activiteitenverslag 2009

“Dankzij het project van FAO en VAIS is er geld om te investeren”, concludeert Khonje, “dat is stukken beter dan altijd maar “talk, talk”, met de mensen praten hoe het zou moéten zijn; geef ze een klein budget, een startkapitaal om wat materiaal te kopen, en zet ze zo op weg; ze verdienen wat extra, de volgende keer betalen ze een deel van de meststoffen e.a. benodigdheden zelf en


Zuidwerking

reportage

malawi

uiteindelijk zijn ze vertrokken”. Katrien de Pauw beaamt. “Geld genereert geld”, zegt ze, “een klein startkapitaal ontbreekt vaak, zodat ze nooit uit die vicieuze cirkel van overlevingslandbouw geraken”. Een pluim Dr. Mary Shawa is niet karig met lof tijdens het afsluitende gesprek dat we, eenmaal terug in Lilongwe, met haar hebben. Shawa is permanent secretary, zeg maar hoogste ambtenaar, voor voeding en hiv/aids op het kabinet van president Bingu. Wat haar in de aanpak van VAIS aanstaat, is dat op het laagste niveau, in de gemeenschappen, van start gegaan werd met zowel mannen als vrouwen. Vaak is immers het soort activiteiten dat het project ondersteunt uitsluitend vrouwenwerk. Een ander bemoedigend aspect is informatie en kennisoverdracht. “Als VAIS zou zeggen: laten we op dit of dat gebied focussen en daarvoor landbouwvoorlichters opleiden, dan geef ik je op een briefje,” zegt Shawa,”I bet, dat binnen twee jaar de ondervoeding dan de wereld uit is”. “It’s a plea”, zo besluit ze haar kernachtige evaluatie, een pleidooi, “mijn dank aan VAIS, het heeft een goede aanloop genomen, dat ze nu naar andere gebieden uitkijken en hun werking uitbreiden”. Green Belt Grote borden met affiches maken het in Lilongwe iedereen duidelijk: president Bingu is een groot voorstander van de Green Belt. Hij is er de motor van en heeft zelfs in oktober 2009 de G8 opgeroepen om het initiatief te ondersteunen. Green Belt is een programma dat intensievere irrigatie nastreeft door meer gebruik te maken van de beschikbare bronnen en door oude schema’s te rehabiliteren. In samenwerking met de Malawische overheid werden van februari 2009 tot het einde van het jaar twee gebieden in Nkhotakota onder handen genomen, samen 55 ha. Nkhotakota ligt aan het overigens erg mooie

Malawi-meer, enkele honderden kilometers ten noordoosten van de hoofdstad, vlak bij het gelijknamige natuurreservaat. Water is er daar in elk geval genoeg. Met het Green Belt-programma wil Bingu gebieden tot op twintig km van de oever irrigeren, zodat de boeren onafhankelijk zijn van de regens en het hele jaar door kunnen gaan met hun activiteiten op het veld. Voor VAIS was Nkhotakota een test. Irrigatie kan kwalijke milieugevolgen hebben als ze niet goed uitgevoerd is en VAIS wou ook weten in welke mate de plaatselijke boeren erbij betrokken zijn. Daarvoor heeft het 300.000 euro uitgetrokken. Een ruime helft van dat geld gaat naar de training van boeren en gemeenschappen. Voor de irrigatie-infrastructuur is 10.000 euro opzij gezet, voor het milieueffectenrapport 17.000 euro en voor de administratie en opvolging door de projectbeheerder tijdens de testfase 20.000 euro.

Activiteitenverslag 2009 | 21


Zuidwerking

malawi

Onderzoek naar het gebruik van land VITO, de Vlaamse Instelling voor Technologische Ontwikkeling, heeft in 2009 een subsidie van ongeveer 57.000 euro gekregen. Aan de hand van satellietbeelden wil het daarmee het huidige landgebruik in kaart brengen, de oorzaken van verandering blootleggen en nagaan waar precies de kwetsbare gebieden gelegen zijn. VITO werkt samen met Malawische partners. Het project steekt in 2010 van wal. ICRAF In 2009 heeft de K.U.Leuven samen met ICRAF (World Agroforestry Center) een project uitgevoerd in Malawi en Mozambique. Het project werd opgezet met de bedoeling de algemene levensomstandigheden in Malawi en Mozam-

22 | Activiteitenverslag 2009

reportage

bique te verbeteren door gemeenschappelijke zaadbanken te creĂŤren, zogenaamde CATSbanken (Community Tree Seeds Banks). Dat zou op termijn moeten leiden tot een geĂŻntegreerd systeem van boslandbouw. In het project wordt onderzocht hoe de zaadbanken bijdragen tot innovatie in de boslandbouw en hoe landbouwers hun levensonderhoud kunnen verbeteren. Tegelijk wordt ernaar gestreefd om de vrucht- en fruitbomen als voedsel voor de boeren te gebruiken, struiken en bomen als voeder voor kleinvee in te zetten en bomen te planten die stikstof fixeren en daardoor bijdragen aan bodemverbetering. Het project is bedoeld voor drie jaar en verlengbaar per jaar. De totaalkost voor het eerste jaar bedroeg ongeveer 163.000 euro.


Zuidwerking

reportage

LANDBOUW, VEETEELT EN VOEDING, EEN ZELFDE VERHAAL “Er is nu aandacht voor voeding in het meerjarenplan voor de landbouw”, zegt Ruth Butao, “er is een strategie, er is een budget en er zijn activiteiten ingeschreven”. Butao is verbonden aan het kabinet van de president. Ze brengt er advies uit over voeding en voedselzekerheid. ”In het oorspronkelijke landbouwplan was voeding niet eens vermeld” vertelt ze, “op een zin in de inleiding na dat de productie van landbouwgewassen de hoogte in moet om zo de voedingssituatie te verbeteren. Je moet de hele tijd achter ze aanlopen”, zegt Butao, “je moet naar ze toe gaan, onderhandelen en tijd vragen; in alle ministeries is de belangstelling voor het voedingsthema marginaal, het komt er op de tweede plaats.” Met het ministerie van Landbouw is het dus gelukt om het plan grondig aan te passen. “Als donoren de landbouw willen ondersteunen, dan moeten ze kunnen nagaan wat de overheid in Malawi specifiek voor de verbetering van de voedingssituatie inzet, wat ze voor de volgende jaren op het oog heeft en op hoeveel ze dat begroot. Op Volksgezondheid is de problematiek vergelijkbaar”, geeft ze aan. Voeding beschouwden ze er als een soort van behandeling. Ze erkenden wel dat er een probleem van ondervoeding was, maar gaven geen aandacht aan preventie of curatieve zorg. Ook daar was haar overtuigingskracht nodig om hun aanpak te verbreden.Een deel van de 4,1 miljoen euro die VAIS uittrekt voor het programma van de Wereldvoedselorganisatie, FAO, m.b.t. voedselzekerheid dient om Butao’s werk op het kabinet te financieren. “Daarmee hebben we een groep mensen samengebracht die met voeding bezig zijn en kunnen wegen op de plannenmakers om die component de plaats te geven waarop hij recht heeft”, concludeert ze tevreden. Voedselzekerheid interpreteren beleidsmakers in Butao’s ogen te vaak uitsluitend als verhoging van de landbouwproductie. Dat gebeurt voornamelijk door op de productiviteit te werken, zodat de boeren in de eerste plaats meer maïs, hun basisvoedsel, voortbrengen. Daarnaast wordt gemikt op een gro-

malawi

tere oogst van rijst, maniok en gierst. “Er is ook aandacht voor diversificatie”, geeft Butao aan, “voor de bevordering van proteïnerijke teelten als die van aardnoten, erwten en soja en traditionele fruit- en groentensoorten die de mensen al kennen en soms ook nog eten. Het houden van kleinvee stimuleren is een ander aspect. “Daarmee houdt het volgens Butao niet op. Haar opdracht, zoals ze die zelf ziet, is dus om een voedingsbeleid op poten te zetten dat de ondervoeding aanpakt en verhindert dat het fenomeen zich uitbreidt: “In mijn adviezen moet ik erop letten dat een hogere productiviteit in betere voeding uitmondt. Bij diversificatie van de productie moeten we de voedingswaarde van het gewas als uitgangspunt nemen. Vooral op de meest kwetsbare bevolkingsgroepen, waar we hoge percentages aan ondervoeding terugvinden, moeten we mikken. In die gezinnen moet er hoogwaardig eten op tafel komen. De eetpatronen moeten er veranderen.” Met affiches en uitleg wil de overheid in Malawi de bevolking van haar eenzijdige eetgewoontes afbrengen. Een evenwichtig regime bevat plantaardige en dierlijke eiwitten, fruit, groenten, oliën en vetten, is de boodschap, alle zes moeten op het menu staan. Butao gaat er prat op dat het haar gelukt is om in het meerjarenplan voor de landbouw concrete maatregelen in te schrijven, die in haar strategie passen. Een voorbeeld is de bevordering van de teelt van inheemse dierensoorten, wat binnen de landbouwsector gewoonlijk geen prioriteit krijgt. We zagen inderdaad in dorpen parelhoenders rondfladderen en her en der stond er een hok met konijnen of cavia’s. “Die zijn veel makkelijker te telen”, legt Butao uit, “af en toe eet je er eentje op, een koe slacht je niet zomaar; hetzelfde geldt voor geiten, die slacht je ook niet elke dag, maar je kunt wel hun melk drinken”. Butao is ook blij dat ze de discussie aan heeft kunnen zwengelen over maïs als basisvoedsel: “De mensen moeten ervan af om er een probleem van te maken als er niet genoeg maïs is; ze moeten doorhebben dat ze even goed een keer zoete aardappelen kunnen eten”. Daarmee geeft ze aan hoe cruciaal voorlichting over goede voeding is en wat voor een belangrijke rol de landbouwconsulenten daarin kunnen spelen. Activiteitenverslag 2009 | 23


Zuidwerking

malawi

Voedselzekerheid, het succesverhaal Als ze eenmaal haar hart heeft kunnen luchten over de moeite die het kost om van het voedingsthema een aandachtspunt te maken, kan Ruth Butao aan haar verhaal over de Malawische successtory bij uitstek beginnen: de voedselzekerheid. Na de twee grote voedselcrisissen in het begin van deze eeuw slaat Malawi onder impuls van president Bingu wa Mutharika, een econoom van opleiding, resoluut de weg van de gesubsidieerde landbouw in. Met het Farm Input Agricultural Subsidy Programme (FISP) krijgen de boeren, voornamelijk de meest kwetsbare gezinnen, meststoffen en verbeterd maïszaad. Dezer dagen draait het FISP niet alleen meer om maïs maar zijn ook sojabonen in het programma betrokken. Ook het gebruik van verdelgingsmiddelen in de opslagplaatsen wordt in het programma gesubsidieerd. Malawi zet eigen begrotingsmiddelen in en start met donoren onderhandelingen op om de financiering van het programma rond te krijgen. Makkelijk is anders, want het programma staat haaks op de richtlijnen van de Wereldbank, die subsidies als marktverstorend beschouwt. Sceptische donoren haken om die reden af. Maar de resultaten blijven niet uit. In 2007 ontpopt Malawi zich zelfs tot exporteur van maïs. In november 2008 reikt FAO de president de Agricola Award uit, een prestigieuze landbouwprijs. Begin februari 2010 verkiest de Afrikaanse Unie, Bingu, zoals de Malawiërs hem meestal noemen, voor een jaar tot voorzitter, in opvolging van de Libiër Kadhafi. Zijn goede reputatie, die hij te danken heeft aan zijn beleid met het oog op voedselzekerheid, heeft daartoe zeker bijgedragen. Daardoor heeft Malawi nauwelijks te maken gekregen met stijgende voedselprijzen, die in 2008 in veel Afrikaanse landen tot een crisis geleid hebben. De donoren kunnen niet meer om het succesverhaal heen en beginnen vanaf 2008 bij te draaien. Zelfs de Wereldbank draagt tegenwoordig tot het FISP bij, niet met rechtstreekse financiële hulp, maar met technische steun. Op 3 februari 2010 kopt de plaatselijke krant, “The Nation”: “World Bank hails Mutharika’s food security policy”. 24 | Activiteitenverslag 2009

reportage

Ze citeert de voorzitter van de Wereldbank, Zoellick, die op een conferentie in de Ethiopische hoofdstad, Addis Abeba, Bingu’s beleid toegejuicht heeft en beloofd heeft dat hij op blijvende steun van de Bank mag rekenen. Het kan verkeren. Het is niet iedereen gegeven om de Wereldbank tegen de haren in te strijken en aan het einde van de rit nog gelijk te krijgen ook. “Precies”, zegt Butao fier, “Malawi heeft het op zijn eigen manier gedaan en is erin geslaagd om de Wereldbank te overtuigen en van mening te laten veranderen”. Toekomstmuziek Veranderingen tot stand brengen is een traag proces, geeft Ruth Butao toe. “In het begin was het lastig om het waar te maken maar zo gauw ik enkele resultaten boekte waarop ministeries fier konden zijn, draaiden ze bij en begonnen ze me hoe langer hoe meer aan te spreken”. Het probleem volgens haar is dat sommige ministeries als Landbouw en Volksgezondheid versterking nodig hebben. Ze zijn niet in staat om sneller vooruit te gaan. “Ze hebben een permanente nood aan capaciteitopbouw”, stelt Butao vast, “hun vraag naar adviezen, zowel technische als programmatorische, gaat de mogelijkheden van één persoon te boven; ik moet me beperken tot coördinatie, sturing van het beleid en ondersteuning, zo kan ik impact hebben”. Ze weet nu waar de tekortkomingen liggen en wil van capaciteitopbouw graag een prioriteit maken. Voor VAIS is de boodschap van presidentieel beleidsmedewerker Ruth Butao kort en krachtig: doe vooral voort zoals je bezig bent, het is het enige project waarin zowel voedselzekerheid als voeding geïntegreerd zijn. We kunnen daarvan heel wat leren, gaat ze verder, dat ons op een hoger beleidsniveau van pas kan komen. Maar groei ook, adviseert Butao, “Denk aan uitbreiding naar andere districten buiten Kasungu en Mzimba, verdiep je werking, ga rechtstreeks naar de gemeenschappen, en versterk de voedingscomponent, want die is te zwak. We zijn niet in staat om dat op een toereikende manier op ons te nemen”.


Zuidwerking

reportage

KOFFIE KAN “Ga op zoek naar een niche voor je koffie”, zegt Harrison Kalua, “een klant die op zoek is naar iets speciaals, maak werk van je fair trade-certificaat, hoe moeilijk en tijdrovend dat ook is, of ga voor biologische koffie; als je dat doet, dan kun je geld verdienen, ook in een zo onstandvastige markt als die van de koffie waar de prijs aan sterke schommelingen onderhevig is”. Kalua is de flamboyante voorzitter van de Malawi Confederation of Chambers of Commerce and Industry. Tegelijk zit hij ook de Mzuzu Coffee Planters Cooperative Union (MCPCU) voor, de unie van coöperaties van koffieplanters in Mzuzu, de grootste stad in het noorden van Malawi. De MCPCU groepeert 2600 koffieboeren en wil dat aantal graag tot 3000 uitgebreid zien. De koffieteelt in het noorden is een zaak van kleine boeren. Zij kunnen nog net het hoofd boven water

malawi

houden, ook als de prijs op de wereldmarkt laag is, omdat ze zonder betaalde arbeidskrachten werken en geen dure investeringen in irrigatie hoeven te doen. Dat ligt anders op de grote plantages, die daarom overgeschakeld zijn op andere exportteelten zoals thee. In het recordjaar 1984 produceerde Malawi 7000 ton koffie maar dat cijfer is door de koffiecrisis op een bepaald moment tot duizend teruggevallen. Nadien is de export weer opgelopen, tot tweeduizend ton per jaar. De door de MCPCU in 2009 voortgebrachte vierhonderd ton – allemaal hoogwaardige arabica -, komen van kleinschalige producenten die biologische meststoffen en stikstoffixerende planten gebruiken en aan schaduwteelt doen. De koffiestruiken staan dus samen op één veld met bomen bijvoorbeeld bananenbomen, die bescherming geven tegen overmatige zon. Het voordeel is dat de boer op het einde van het seizoen niet alleen koffiebonen te verkopen heeft maar ook andere gewassen en groenten. De prijs mag dan al eens tegenvallen, dat is minder erg

Activiteitenverslag 2009 | 25


Zuidwerking

malawi

dan voor een plantage waar ze uitsluitend van de opbrengst van de koffie leven. De enkele veeleisende buitenlandse klanten die uit waren op bijzondere koffie en in 2009 het kwalitatief beste deel van de productie opkochten, legden daarvoor 5 dollar per kg op tafel, anderhalve dollar meer dan wat de doorsnee opkoper betaalde. Het loont dus om Kalua’s advies te volgen en een nichemarkt te bedienen. Hij stelt vast dat de koffieprijs weer in de lift zit, op het dieptepunt van de crisis was hij tot minder dan 1 dollar gezakt. De consumptie wereldwijd stijgt met 2% en grote spelers als Brazilië brengen minder op de markt. Ook is er een enorm potentieel afzetgebied in Afrikaanse landen waar hooguit een elite de geneugten van een kopje espresso kent, want oploskoffie is er vaak de regel. Al die factoren wijzen erop dat er op de markt ruimte is voor koffie uit Malawi. In Kalua’s ogen moet de kleine boer veel meer koffie planten. Nu teelt hij, op een veld van gemiddeld 2 ha, naast bananen, bonen, maniok en tabak, in de eerste plaats maïs, het basisvoedsel in Malawi. Soms heeft hij minder dan honderd koffiestruiken in gebruik. “Dat is niet genoeg om geld te verdienen aan de koffie”, is Kalua’s conclusie, “drieduizend bomen is ideaal, dan verdien je per jaar tussen 200.000 en 300.000 kwacha”. 1000 euro of meer, dat is inderdaad een smak geld voor een kleine Malawische boer. De Union gebruikt dvd’s en dia’s om zijn leden te laten zien hoe koffieboeren in Kenia, Oeganda en Latijns-Amerika te werk gaan. “Demonstraties overtuigen veel meer dan gewoon maar praten”, verzekert Kalua. “Als je voor koffie kiest, moet je ervoor gaan”, bezweert hij, “dan moet je daarin 60% van je tijd investeren; koffie is een middel om te realiseren wat je in het leven wil bereiken”. “Nu zetten we als Union twee miljoen dollar om”, besluit hij, “we moeten naar honderd miljoen dollar, dan zal de regering wel luisteren, als we ze zeggen dat we meststoffen nodig hebben en dat ze wegen moeten aanleggen”. Als het eenmaal zo ver is, over een jaar of tien misschien, kan de Union zich uitsluitend op haar rol van coördinator toeleggen en de uitvoer als zodanig aan de aangesloten coöperaties overlaten. 26 | Activiteitenverslag 2009

reportage

Eerlijke en duurzame handel De MCPCU heeft in 2009 het fair trade-certificaat verworven. De Union heeft ook belangstelling voor 4C. Die Common Code for the Coffee Community is in 2006 van start gegaan. Het is een gedragscode met economische, sociale en milieunormen voor de koffieproductie en –handel. VAIS is medeoprichter en heeft projecten gesteund om de code uit te testen in Colombia, een van de koffieproducerende landen bij uitstek. 4C verenigt alle actoren uit de sector. Hun gemeenschappelijke doel is de verbetering van de werk- en levensvoorwaarden van de koffieproducenten en de arbeiders op de plantages, en in de rurale gemeenschappen in het algemeen. De uitvoer van koffie is voor een groot aantal landen uit het Zuiden een belangrijke bron van inkomsten. Toen in de loop van de jaren tachtig het overaanbod de prijzen geweldig liet zakken, was dat een fiasco voor flink wat boeren en hun gezinnen. Het uitgangspunt van de code is dan ook dat een dergelijke crisis zich in de toekomst nooit meer voor mag doen. Dat gebeurt door te sleutelen aan de productiestructuren en door opleiding. 4C respecteert het beginsel van vrijhandel, maar stelt dat de markt zichzelf regels op moet leggen. Dat kan als alle betrokkenen zich achter economische, sociale en ecologische minimumnormen scharen, van boer over koffiemultinational en brander tot supermarkt. De ervaring in Colombia komt zeker van pas in Malawi. Train de trainers moet het parool zijn. Ook voor het geven van stimuli aan kleinschalige boerencoöperaties en op het vlak van waterhuishouding en bodembescherming valt er van 4C te leren. VAIS ondersteunt In de loop van 2009 heeft VAIS een subsidie uitgetrokken van een half miljoen euro om de werking van de Mzuzu Coffee Planters Cooperative Union te ondersteunen. Het geld moet dienen voor opleiding, promotie, marketing, ook op de binnenlandse markt, en de aankoop van machines. Na drie jaar moet dat resulteren in een hoger inkomen voor de drieduizend leden, een betere levensstandaard en meer sociale zekerheid.


Zuidwerking

reportage

DRINK MEER MELK Heel zijn leven is Nelson Chimwaza schoolmeester geweest. Nu is zijn koe zijn leven. Zijn enige koe. Negen jaar heeft hij erop moeten wachten. Onder president Muluzi, die Malawi tien jaar lang geregeerd heeft, was er merkelijk minder aandacht voor landbouw en veeteelt dan nu en bleven boeren ondanks formele beloftes dat ze een koe zouden krijgen nogal eens in de kou staan. “De vorige president en landbouw, tja… ”, zo formuleert de programmacoördinator van de FAO, zijn kritiek. “De regering had de boeren moeten verwittigen dat ze op hun koe moesten wachten”. Negen jaar, na zo’n lange wachttijd dreigen sommige boeren hun vertrouwen in de regering immers op te zeggen. Maar nu is Nelson tevreden met zijn koe van het Friese ras, die drachtig vanuit Zuid-Afrika ingevoerd is. Haar kalf staat naast haar in de stal. Als

malawi

het groot genoeg is, na driehonderd dagen, gaat het naar een andere boer. Die kan dan op zijn beurt extra geld verdienen met de dagelijkse melkproductie van het dier. Dat raakt met behulp van kunstmatige inseminatie opnieuw drachtig en dat kalf gaat dan weer naar een andere boer. Nelson is de leider van een groep met zo’n honderd leden, waarvan er tot dusver negen een koe gekregen hebben. Het doel is dat ze op het einde van de rit elk een koe in hun bezit hebben én dat ze sommige zaken gezamenlijk aanpakken. Samen een koeltank kopen is bij hen als plan gerijpt. Dat is nog onbetaalbaar met wat hun koeien nu aan melk voortbrengen. Die van Nelson produceert elke dag een liter of tien, twaalf. Wat ze in zijn gezin niet zelf opdrinken, probeert hij in het nabijgelegen Kasungu te slijten. Daar krijgt hij negentig tot honderd kwacha voor een liter, een halve euro. Maar soms vindt hij geen koper en blijft hij met zure

Activiteitenverslag 2009 | 27


Zuidwerking

malawi

melk zitten. Dat is puur verlies voor hem want in de streek van Kasungu hebben ze niet de gewoonte, zoals op andere plaatsen van Malawi, om chambiku te drinken, zure melk waarvan de smaak het midden houdt tussen karnemelk en yoghurt. In de hoofdstad Lilongwe vind je chambiku in de winkel, verpakt in plastic zakjes, maar die van Kasungu en omstreken halen voor dat drankje hun neus op. De gemeenschappelijke koeltank zou dus van pas komen maar de aanschaf moet wachten tot op het ogenblik dat er genoeg leden van de groep een koe in hun bezit hebben en de hoeveelheid melk die ze samen voortbrengen, voldoende groot is. Je moet zeker een koe of dertig in de buurt van zo’n tank op stal hebben staan voor je tot de aankoop over kunt gaan. De koe heeft lang gras in haar voederbak liggen, dat Nelson rond zijn huis vindt. Ze krijgt ook krachtvoer te eten, waarvoor hij maniokbladeren en zout

28 | Activiteitenverslag 2009

reportage

vermengt met soja en maïsafval, graansoorten die hij op zijn eigen veld teelt. Grote kosten heeft hij dus niet. Hij kan ervan op aan dat de dagelijkse afzet van enkele liters melk hem financieel beter maakt. De goede verkoopprijs is dan ook de reden waarom hij zich tot melkboer omgeschoold heeft, dàt en het feit dat zijn kinderen elke dag verse melk kunnen drinken. Hij is zeker van zijn stuk dat hij de juiste beslissing genomen heeft omdat hij eerst gaan kijken is bij boeren in de buurt die al een koe hadden. Af en toe zijn er zulke demonstraties in het district Kasungu. Achteraf, terug in Lilongwe, maakt presidentieel adviseur Ruth Butao enkele kanttekeningen bij de distributie van koeien. Je moet het volgens haar in de eerste plaats bekijken als een middel om het inkomen van de boer te verhogen. “Dat moet je combineren met informatie over voeding, hoe hij zijn eetpatroon moet veranderen”, zegt ze, “anders


Zuidwerking

reportage

loop je risico dat een hoger inkomen zelfs uitmondt in slechtere voeding, als hij bijvoorbeeld zijn geld besteedt aan bier, of als hij zich een tweede vrouw aanschaft”. “Vergeet niet,” zegt ze, “dat die inkomensgenererende activiteiten vaak mannenwerk zijn, je moet erop letten dat ook de vrouwen er goed bij varen”. FAO ondersteunt de distributie van gratis melkkoeien. Voor de organisatie past dat in haar opzet om de voedselzekerheid van de Malawiërs groter te maken. De meerconsumptie van melk draagt daartoe rechtstreeks bij, het hogere gezinsinkomen onrechtstreeks. VAIS is op die kar gesprongen en heeft van bij het begin ingezet op een voedselzekerheidsprogramma dat samen met de FAO ontwikkeld werd. Daarvoor heeft het 4,1 miljoen euro uitgetrokken. Op heel wat plaatsen in het district Kasungu, én in dat van Mzimba, zie je bordjes die de voorbijganger melden dat er een FICA/FAO-project loopt. FICA staat voor Flanders International Cooperation Agency, de naam waaronder VAIS in Malawi door het leven gaat. Wie er naar de uitleg van boeren uit die districten luistert, hoort ze geregeld, of ze nu Engels, Chichewa of Tombuka spreken, de woorden FICA en FAO als één begrip hanteren. De boeren in het noorden slaan de handen in elkaar Melk kan binnenkort in de omgeving van Mzuzu, in het district Mzimba, een van de belangrijkste steden van Malawi, tot een echte business uitgroeien. De plaatselijke Mpoto Dairy Farmers Association start er binnenkort een verwerkingseenheid op. De producentenvereniging bestaat er uit elf milk bulking groups, met elk zestig tot honderd leden, die samen zo’n tweeduizend koeien in hun stal hebben staan. Koeien, die ze gekregen hebben en waarvoor ze verantwoordelijk zijn. Het schema om iedereen aan een koe te helpen is zoals in Kasungu: een kalf gaat naar een boer zonder koe. In 2011 moeten alle leden van de milk bulking groups een koe in hun bezit hebben.

malawi

Dagelijks produceren de koeien van de Dairy Farmers Association zo’n achtduizend liter melk en die hoeveelheid kan nog flink naar omhoog als de boeren hun dieren beter voer te eten geven. Daarvoor ontbreekt nu het geld of moeten ze hun koeien meer weidegrond ter beschikking kunnen stellen. De bestaande melkfabriek in Mzuzu heeft in de loop van 2009 haar capaciteit teruggeschroefd tot twaalfduizend liter per maand. Mpoto Dairy Farmers Association plant om in april 2010 met een nieuw initiatief van start te gaan. De prijs die ze aan de boer wil betalen voor een liter melk is nog niet vastgelegd, maar komt waarschijnlijk op 68 à 70 kwacha uit, een stuk hoger dan de 55 die de fabriek nu betaalt. Een klein bedrag moeten de boeren aan de verwerker afstaan. Het kan best dat een boer die naar eigen afzetmogelijkheden op zoek gaat, zoals Nelson in Kasungu, een hogere prijs betaald krijgt maar, zegt voorzitter Gondwe, “van ons krijgt hij in ruil een aantal diensten, zoals bijstand van een veearts en informatie over voer, medicatie en kunstmatige inseminatie, die hem ongetwijfeld aansporen om zijn melk aan onze verwerkingseenheid te verkopen”. Ook de gezamenlijke en dus goedkopere aankoop van benodigdheden zit in het pakket dat de vereniging haar leden aanbiedt. Mpoto Dairy Farmers Association heeft nog meer troeven in handen. Ze staat in voor het transport van de melk vanuit de ophaalcentra die de milk bulking groups met koeltanks uitgerust hebben. Een tractor met oplegger staat klaar voor het gebouw van de vereniging. Grote tanks die de vereniging bemachtigd heeft, maar die vanwege hun omvang onpraktisch zijn in het gebruik, wil ze verkopen om zich met de opbrengst andere uitrusting aan te schaffen. De kansen liggen voor het grijpen De melkmarkt in Malawi stijgt gestaag. Tussen 1980 en 2002 is het verbruik van melk met 40% gestegen. Gezien de bevolking stijgt en melk een product is waaraan de voedselzekerheidscampagnes grote waarde hechten, is die toename beslist niet ten Activiteitenverslag 2009 | 29


Zuidwerking

malawi

einde. Geleidelijk aan vinden ook andere zuivelproducten hun weg in het consumptiepatroon van de Malawiërs, zoals yoghurt, kwark, ghee (geklaarde boter) en chambiku. Het aanbod volgt de grotere vraag niet. Er zijn in Malawi maar zesduizend boeren met melkvee en ze hebben allemaal een laag rendement. Sinds twintig jaar blijft hun productie rond 35.000 ton hangen. Als gevolg van dat tekort voert Malawi almaar meer melkpoeder in. Melk is dus duur. Daar liggen kansen voor ons, zegt voorzitter Gondwe van de Mpoto Dairy Farmers Association, “We willen gepasteuriseerde melk op de markt brengen die aan alle hygiënische normen voldoet, tegen een prijs die een hoger verbruik in de hand werkt”. VAIS springt in de dans VAIS ziet heil in het initiatief van de Mpoto Dairy Farmers Association. Niet alleen stimuleert de verwerking van melk de economische bedrijvigheid in het noorden van Malawi, er komt ook een samenwerkingsverband tot stand met verscheidene partners. Zo stelt de overheid gebouwen ter beschikking en ondersteunt de Britse organisatie Volunteer Service Overseas de producentenvereniging met experts in organisatie en management. Trainingen, een belangrijk onderdeel van het programma, gebeuren op Katete Farm, een commerciële boerderij met 240 runderen. In het centrum van het land, rond Lilongwe, ontplooit de Central Region Milk Producers Association gelijkaardige activiteiten en in het zuiden, rond Blantyre, doet de Shire Highlands Milk Producers Association (SHIMPA) dat. Nationaal zijn ze verenigd in de Malawi Milk Producers Association. Ze groepeert in totaal tachtig milk bulking groups. Shimpa geeft het goede voorbeeld. Het staat financieel sterker door het aanbieden van een betere dienstverlening. Hierdoor treden er meer leden tot de vereniging toe en kunnen de inkomsten groeien. VAIS subsidieert de melkproducenten met een half miljoen euro. In 2010 wil in Mzuzu de Mpoto Milk 30 | Activiteitenverslag 2009

reportage

Producers Association met haar verwerkingseenheid voor melk van start gaan.


Zuidwerking

reportage

malawi

LANDBOUWVOORLICHTING Opleiding krijgt weer de aandacht die het verdient Ze zijn hard aan het werk op het opleidingsinstituut in Lisasadzu, in de buurt van Kasungu. Enkelen zijn druk in de weer met schilderen, de gebouwen krijgen nieuwe deuren, de kantoren en de klassen nieuwe meubelen, de elektriciteitsleidingen zijn aan vervanging toe, de sanitaire installaties aan vernieuwing en het verwaarloosde groen in de omgeving heeft aankleding nodig. In november 2009 zijn achttien ambachtslui aan de slag gegaan. Ondanks de benzineschaarste, wat de aanvoer van bouwmateriaal bemoeilijkt heeft, moeten ze eind februari klaar zijn. Voor eind juni moet er zeker nog een cursus of vijf, zes plaatsvinden, dat is de planning. VAIS springt voor de renovatie met ruim 18 miljoen kwacha (90.000 euro) bij. De werken zijn hard nodig, want het is eraan te zien dat het Residential Training Centre de laatste jaren in onbruik was en een tijd leeg gestaan heeft. Na 1994 is het onderhoud van het RTC stopgezet en het aantal activiteiten gestaag verminderd. In 1994 is president Muluzi aangetreden. Het valt op hoe vaak, zonder zijn naam uitdrukkelijk te vermelden, mijn gesprekspartners erop wijzen dat het met de landbouw in Malawi vanaf dat noodlottige jaar van Muluzi’s aantreden bergaf gegaan is. Zoals de naam van de instelling het zegt, gaan ze in Lisasadzu trainingen organiseren, waarvoor de cursisten hun intrek in het Centrum nemen, telkens zo’n tweehonderd. De cursussen strekken zich over verscheidene dagen uit, van minstens drie tot een volledige week, soms zelfs twee weken. De thema’s zijn uiteenlopend en gaan van irrigatie over veestapelbeheer tot agrobusiness. Soms is een sessie op voorlichters

toegespitst – train de trainers is het motto –, dan weer uitsluitend op vrouwen om specifieke tekortkomingen op te vangen of een andere keer op een selectie van modelboeren, die de opgedane kennis aan hun dorpsgenoten over moeten dragen. In de reeks cursussen die het Residential Training Centre in de heel nabije toekomst op touw wil zetten, is er één over weidebeheer, opgezet door het Bunda College of Agriculture. Dat is een universitaire instelling, waarmee VAIS structureel samenwerkt voor de bijscholing van landbouwconsulenten. Er zijn nog een stuk of wat hindernissen uit de weg te ruimen voor het RTC op kruissnelheid zit. Zo is er nog geen oplossing voor het transport om de deelnemers van hun boerderij naar het Centrum te brengen. Een ander zwak punt is het gebrek aan toegang tot het internet. Een opleidingscentrum zonder het wereldwijde net is echt niet meer van deze tijd, stel ik luidop. De opzichter van de werf heeft het duidelijk moeilijk met mijn vraag. “Ja, misschien moeten we internet in een volgende fase in het budget inschrijven”, antwoordt hij bedachtzaam. “Veel te duur”, vertrouwt Katrien de Pauw me toe, “op kantoor in Lilongwe betalen we liefst 550 dollar per maand voor onze satellietverbinding, zo’n 370 euro. Er zijn nog altijd plekken op de wereld waar zaken, essentieel om echt vooruit te gaan, financieel niet haalbaar zijn en de tijd dus een beetje stil blijft staan. Een stortbui van jewelste brengt ons terug met onze twee voeten op de grond. Het is regenseizoen en de neerslag is onvoorspelbaar. Zo’n plensbui legt het leven op het land een tijdlang Activiteitenverslag 2009 | 31


Zuidwerking

malawi

stil. Ook het bezoek aan de werken op het Residential Training Centre in Lisasadzu moeten we noodgedwongen afbreken. Nieuwe lichtingen voorlichters Het gebouwencomplex dat we in een buitenwijk van Lilongwe bezoeken, het Natural Resources College, is over ettelijke hectaren uitgestrekt. De Canadezen hebben prima werk achtergelaten toen het NRC in 1986 zijn deuren opende. Achteraf hebben de Denen hun steentje bijgedragen. Hier volgen zo’n twaalfhonderd studenten een drie jaar durende opleiding tot landbouwvoorlichter. Elk jaar studeren er zo’n

32 | Activiteitenverslag 2009

reportage

vierhonderd af. De ene groep specialiseert zich in landbouw, de andere in veeteelt. Na hun studies gaan ze als consulent aan de slag op de departementen Voorlichting of Diergezondheid van het ministerie van Landbouw. Ze fungeren er als specialist in hun domein en staan de boeren met raad en daad bij. Er was grote nood aan dit soort onderwijs want het aantal voorlichters was de voorbije vijftien à twintig jaar schrikbarend achteruit gegaan. 1994, het scharniermoment, het komt alweer ter sprake. Van de drieduizend die er ooit aan het ministerie verbonden waren, schoten er minder


Zuidwerking

reportage

malawi

dan de helft over. VAIS heeft van de training van voorlichters dan ook een prioriteit gemaakt.

voortreffelijk. 100 kwacha voor een liter, een halve euro, dat betaal ik met de glimlach.

Met drie landbouwscholen is er een samenwerking tot stand gekomen. Bunda staat in voor opfrissingscursussen. Op het Mikolongwe Veterinary College leiden ze veeartsassistenten op en bevindt zich de enige eenheid voor kunstmatige inseminatie die Malawi rijk is. Hier op het NRC, dat enkele jaren gesloten was en pas in 2005, een jaar na het aantreden van president Bingu, opnieuw uit de startblokken schoot, proberen ze de opgelopen achterstand wat consulenten betreft in te lopen.

Het verkooppunt heeft een rijkelijke voorraad. Naast de melk zijn er eieren te koop, ma誰s, tomaten en boontjes. Binnen in het stalletje ligt er nog een hoop groenten. Als de slachtkippen zes weken oud zijn, vinden ze hier ook een afnemer. Zowel het personeel en de studenten van het NRC als stedelingen uit de omgeving komen hier hun inkopen doen. Het is maar een voorlopige plek, wat verderop komt er binnenkort een groter gebouw voor wat ze hier the market noemen. Hoe dan ook, het NRC puurt nu al tussen 5 en 10% van zijn inkomsten uit de verkoop van eigen producten op de markt. Het is verplicht om een deel van het budget zelf te financieren. Alle beetjes helpen. Als de boeren maar genoeg onderlegde voorlichters op bezoek krijgen.

VAIS financiert vijftig studiebeurzen voor studenten van het NRC. Een van hen, Patricia, loopt alvast de hele tijd enthousiast met ons mee. Ook de aankoop van de 35 koeien voor de boerderij van het College, waar de veeartsassistenten in spe praktijk op kunnen doen, is met geld van VAIS gebeurd. Voor we naar die hoek van het NRC afzakken, passeren we eerst langs het computerlab waar enkele tientallen toestellen ter beschikking staan van de studenten. In deze ruimte is er geen toegang tot het internet. Binnenkort komt die er wel in de goed uitgeruste bib van het NRC. Patricia loodst ons mee naar de zeven computers waar zij e.a. toekomstige voorlichters straks voor minder geld dan in een business center de hele wereld op hun scherm kunnen toveren. Even met de schoenen in een ontsmettingsbad en dan het erf van de NRC-farm op. Dieren genoeg, varkens, leg- en slachtkippen en natuurlijk koeien. Daarvan geven er een stuk of zestien melk, een liter of vijf, zes per dag. Die opbrengst kan nog naar omhoog, vertrouwt een van de omstaanders me toe, ze zou twee keer zo hoog kunnen maar toch beschikt het NRC nu al dagelijks over negentig liter melk, die ze in hun eigen winkel naast de boerderij verkopen. Eens te meer kan ik, als er verse melk in de aanbieding is, niet aan de verleiding weerstaan. Ze smaakt

Activiteitenverslag 2009 | 33


Zuidwerking Zuidwerking

malawi

INVESTEREN IN TALENT 24 is ze, Patricia Kayansa, een van de vijftig beursstudenten aan het Natural Resources College. Ze heeft net het eerste semester van haar opleiding achter de rug, die in totaal uit vijf semesters en een praktijkstage bestaat. Na afloop wil ze in dienst bij de overheid als landbouwvoorlichter. “Er zijn in ons land veel problemen in de landbouw”, vertelt Patricia enthousiast, “en ik dacht dat het goed zou zijn om de cursus op het NRC te volgen zodat ik de nodige kennis op kan doen om verbeteringen aan te brengen”. Je kunt je op het college ook specialiseren in vee, zoals runderen, varkens en kippen, maar Patricia kiest ervoor om zich op de productie van gewassen en groenten toe te leggen. Dat heeft ze van thuis meegekregen. Haar ouders zijn kleine boeren in het district Kasungu, die voornamelijk maïs telen, hun basisvoedsel, en daarnaast aardnoten, bonen, soja en tabak. Patricia wist dus van wanten voor ze op het NRC is komen studeren maar toch heeft ze veel bijgeleerd: “Als ik mijn ouders één verbetering aan zou raden die ik hier geleerd heb, dan is dat diversificatie. Ik zou ze zeggen om meer sojabonen te planten”. Patricia heeft meegedaan aan het ingangsexamen en toen ze geslaagd was, kreeg ze via het NRC van VAIS een beurs aangeboden. Gelukkig maar, want zonder had ze nooit aan haar studies kunnen beginnen. Voor de opleiding en de huisvesting als intern moet ze per semester 144.000 kwacha neertellen (720 euro) maar dat geld heeft ze niet. “Mijn ouders kunnen dat niet betalen en mijn man ook niet”. Zonder beurs zou ze gewoon op de gezinsboerderij zijn blijven werken en voor haar kind gezorgd hebben. Nu beantwoordt Patricia mijn vragen met blinkende ogen en vraagt ze me gretig uit over wat ik in Malawi kom doen. De Malawische boeren kunnen binnenkort bij een gedreven landbouwconsulente terecht.

34 | Activiteitenverslag 2009

reportage


Zuidwerking

reportage

malawi

GEZONDHEIDSZORG Gezondheidszorg, een zorgenkind Een halfuurtje rijden van Mzuzu, de grootste stad in het district Mzimba, ligt het Ekwendeniziekenhuis. Het hoort thuis bij CHAM, wat staat voor Christian Health Association Malawi. Die vereniging groepeert alle christelijke ziekenhuizen. Gezien de openbare niet genoeg capaciteit hebben, besteedt de regering een deel van de gezondheidszorg aan de CHAM-instellingen uit. Dat christelijke netwerk is met zijn ziekenhuizen, gezondheidscentra en een tiental scholen voor verpleegkundigen sterk vertegenwoordigd in de rurale gebieden en levert dus een aanzienlijke bijdrage aan de gezondheidszorg in Malawi. Ekwendeni bestrijkt een oppervlakte van 600 km² waar 73.000 personen leven. Preventie en basisgezondheidszorg zijn de hoofddoelstelling, bevallingen de belangrijkste activiteit, de strijd tegen tbc en cholera een opgave. Het ziekenhuis beschikt over 230 bedden en een staf van twee dokters, twee medische assistenten, drie klinisch beambten - het zouden er negen moeten zijn! en 52 verpleegkundigen. Allemaal Malawiërs, op de twee dokters na. Een voltijdse arts komt uit de Verenigde Staten en een deeltijdse uit Nederland. Malawi is bepaald niet het enige land in Afrika, waar een groot aantal van de dokters van ergens anders afkomstig zijn. Kennisvlucht is er een kwaal in de medische sector. Malawiërs met een medische opleiding wagen immers vaak hun kans in de VS of het VK. Ekwendeni heeft met de regering een service level agreement gesloten, een dienstverleningsakkoord. De overheid betaalt het salaris van alle gezondheidswerkers in het ziekenhuis en ze traint ze ook. Het loon van wie voor de opleiding instaat en hun uitrusting vallen te haren laste.

In ruil daarvoor moet Ekwendeni in de kraamafdeling de vrouwen gratis verzorgen en krijgt het 700.000 kwacha per maand, 3500 euro. “Te laag,” zegt ziekenhuisbestuurder Mkeka Msowoya, “de benzine is duur en de kosten van levensonderhoud zijn gestegen, dat bedrag is ontoereikend; we moeten zelf ook nog voor de stroom, het water en de schoonmaak instaan”. Ekwendeni heeft het niet breed. Het heeft nog één ambulance en die moet zowel vrouwen van wie de bevalling een risico inhoudt, ophalen in een van de negen gezondheidscentra in de omgeving, als de teams ter plaatse brengen die de achttien mobiele klinieken bemannen. Bovendien beklaagt Msowoya zich erover dat de overeenkomst in de eerste fase is blijven steken. Na de kraamkliniek hadden andere diensten gratis moeten worden, bv. de verzorging van bejaarden en malariapatiënten. Dat is niet gebeurd en bijgevolg blijft in de CHAM-ziekenhuizen de dienstverlening voor die categorieën betalend. Dat schept een moeilijke situatie. Een aantal patiënten zit met hoge rekeningen opgezadeld en wie geen middelen heeft om ze te betalen moet op zoek naar geld en zich eventueel in de schulden steken. “We hebben veel wanbetalers,” zegt Msowoya, “soms houden we ze enkele dagen hier maar dan laten we ze maar gaan, we houden aan onze christelijke waarden vast”. In Burundi, waar de Wereldbank de regering opgelegd heeft om patiënten de volledige kostprijs van de zorg te laten betalen, ben ik in een ziekenhuis ooit mensen tegengekomen die de directie al weken gijzelde omdat ze de hoge factuur niet konden betalen. Zo ver is het in Malawi nog niet gekomen. Ekwendeni vraagt de patiënten nu een voorschot als ze in het ziekenhuis toekomen. “Maar Activiteitenverslag 2009 | 35


Zuidwerking

malawi

ja,” gaat Msowoya voort, “iemand die hier op een draagberrie toekomt, weigeren we natuurlijk niet”. Msowoya geeft wel toe dat er tegenwoordig patiënten afzien van verzorging in het ziekenhuis omdat ze opzien tegen de kosten ervan, “some just don’t come”. Bij een rondgang door de verschillende zalen, valt het op dat een reeks bedden leeg zijn, een ongewoon zicht in een Afrikaans ziekenhuis. Zelfs in de kraaminrichting, waar toch alles gratis is, is er geen grote drukte. “In short, to be honest, we’re really suffering”, valt aidscoördinator Esther Lupafya de beheerder van Ekwendeni bij. Met vuur vertelt ze hoe onhoudbaar de situatie na de wereldwijde economische crisis voor veel patiënten is, hoe ze lijden onder het dure leven, “the situation is worse, yes”. Esther wijst ook op een maatschappelijke evolutie in de westerse wereld die Ekwendeni parten speelt. “Vroeger haalden ze in de presbyteriaanse kerken in Canada, Noord-Ierland, Schotland en de Verenigde Staten soms tot 2000 dollar per maand op, waarmee we onze werkingskosten konden dekken,” vertelt ze, “nu is dat gedaald tot 50 dollar en in sommige maanden komt er zelfs niets toe; vroeger gingen de mensen in Groot-Brittannië op zondag naar de kerk, tegenwoordig gaan ze winkelen”. Dat is een flinke streep door de rekening van Ekwendeni, want met die donaties konden ze een eind verder. Net nu blijft het geld uit, op een moment dat de financiële crisis brokken maakt. We beëindigen onze rondgang aan de school voor verpleegkundigen naast Ekwendeni. Negen leraren ontfermen er zich over honderd verpleegsters in spe, die er een driejarige opleiding volgen. Ook hier signaleren ze ons financiële problemen. Van de 78 meisjes die ze in het eerste jaar verwacht hadden, zijn er dertig niet komen opdagen, omdat ze geen beurs krijgen. 339.000 kwacha zelf ophoesten, 1700 euro, want zoveel kost een jaar opleiding, is te veel gevraagd. Het blijkt ingewikkeld in elkaar te zitten. De versnelde opleiding van bijkomende verpleeg36 | Activiteitenverslag 2009

reportage

kundigen was een onderdeel van het urgentieprogramma dat de donoren en de regering samen afgesproken hebben. Het maakt deel uit van het huidige meerjarenplan van de sector wide approach (SWAp) voor de volksgezondheid die in 2010 afloopt. Maar het is onduidelijk of er in het kader van het volgende meerjarenplan dat in de steigers staat, opnieuw geld op tafel komt voor die opleiding. De donoren gaan ervan uit dat de regering na zes jaar mans genoeg moet zijn om het vervolg van dat programma zelf te financieren. De regering blijft echter op ondersteuning rekenen. Vanwege die discussie is de overheid ermee gestopt om beurzen uit te reiken aan eerstejaars, van wie niet zeker is dat ze ook de volgende jaren op een beurs kunnen rekenen. Het donorgeld dient ook om de verpleegsters, als ze eenmaal afgestudeerd zijn, een bonus van 52% bovenop hun basisloon te verzekeren en op die manier kennisvlucht te voorkomen. Wie in een rurale omgeving een baan vindt, krijgt daarbovenop nog eens een bijkomende som. Voor de huisvesting van de medische staf in die gebieden is extra geld uitgetrokken. Het is alleszins geen goede zaak voor een efficiënt functionerende gezondheidszorg in Malawi als dat allemaal in het gedrang komt. Ondanks alles is de staf van Ekwendeni niet onverdeeld negatief als we samen de impact meten van recente maatregelen op de gezondheidstoestand van de doorsnee Malawiër. Malaria blijft zorgen baren maar er staan nu gratis muskietennetten voor zwangere vrouwen en kinderen jonger dan vijf ter beschikking. Door in de molens mineralen aan de maïs toe te voegen daalt de ondervoeding. De levenskwaliteit van aidspatiënten is er door de gratis verstrekking van aidsremmers en een betere voedselzekerheid op vooruit gegaan. Door gratis condooms uit te delen neemt het aantal seksueel overdraagbare aandoeningen minder snel toe. Gezinsplanning begint stilaan ingang te vinden. Pompen en latrines hebben stromend water in de dorpen gebracht en er de sanitaire toestand verbeterd.


Zuidwerking

reportage

Voor we de terugweg naar Mzuzu aanvatten, loop ik even het toilet van de staf binnen. Het eerste urinoir ligt afgebroken op de grond, bij het tweede werkt de waterspoeling niet. Mijn handen kan ik niet wassen omdat er geen water uit de kraan komt. Er is duidelijk nog werk aan de winkel. Naar een nieuwe SWAp samenwerkingsovereenkomst De samenwerking met de donoren is als een huwelijk. Dr. Ana Phoya maakt die vergelijking. “De ene avond ben je verplicht om ergens anders te gaan slapen maar ’s anderendaags sta je daar met een ruiker bloemen”. Er zijn wis en zeker problemen, geeft Phoya toe, maar dan gaan we samen rond de tafel zitten, de basis is goed. Phoya is directeur van het SWAp-programma op het ministerie van Volksgezondheid, de sector wide approach. Voor een periode van zes jaar spreken de geldschieters met de regering, die het proces stuurt, af wat de prioriteiten zijn en hoeveel geld er daarvoor op tafel moet komen. Op die manier financieren donoren ongeveer de helft van de begroting. Het laatste jaar was dat 55% en paste de overheid de resterende 45% bij maar in voorgaande jaren, voegt Phoya eraan toe, liep de bijdrage van de Malawische staat tot 60% op. VAIS neemt deel aan de financiering van de SWAp met telkens 2 miljoen euro per jaar. Daarmee is het in goed gezelschap, want ook DfID, de Britse ontwikkelingssamenwerking, de Noorse overheid, de Duitse ontwikkelingsorganisatie GTZ en de bank Kreditanstalt für Wiederaufbau, Unicef e.a. gerenommeerde instellingen hebben zich in dat systeem van budgetsteun ingeschakeld. USAID en de Afrikaanse Ontwikkelingsbank dragen ook bij tot de financiering van de SWAp maar willen dat hun contributie specifieke doeleinden dient. Het ministerie van Financiën mag hun geld dus niet aan gelijk wat in de gezondheidszorg besteden. Die werkwijze maakt dat Malawi gedurende enkele jaren perfect weet op hoeveel het kan rekenen

malawi

en wat het daarmee kan doen. Dat valt ook wel eens tegen, zegt Patrick Zimpita, de directeur voor planning en beleid van het ministerie, die mee aan tafel is komen zitten. “We hadden op 1,3 miljard dollar gemikt voor het werkplan in de gezondheidssector en uiteindelijk zijn we, regering en donoren samen, op 735 miljoen uitgekomen.” Zimpita rekent voor dat ze daarmee 17 dollar per persoon uit konden geven, de helft van wat ze van plan waren. “Inadequate” naar zijn oordeel, ontoereikend was dat. Het resultaat van dat kleinere budget is dat Malawi de activiteiten in het kader van zijn Essential Health Package heeft moeten verminderen. Dat basispakket, dat de regering voor de hele bevolking wil waarborgen, slaat op de elf belangrijkste aandoeningen in Malawi, zoals malaria en tbc. Infrastructuur, beleidsontwikkeling, geneesmiddelen, basisgezondheidsvoorzieningen en dienstverlening zijn werkgebieden gebleven, naast het aandachtspunt bij uitstek: human resources. Malawi heeft een groot gebrek aan dokters, specialisten, medische assistenten, laboranten, verpleegkundigen, vroedvrouwen, noem maar op. Het is schering en inslag dat openstaande betrekkingen niet ingevuld raken. Buitenlanders vullen de gaten. In het Ekwendeni-ziekenhuis hebben we gemerkt dat de twee dokters uit Nederland en de Verenigde Staten kwamen. Ook het vrijwilligersprogramma van de Verenigde Naties was tijdens ons bezoek op zoek naar enkele tientallen dokters om op korte tijd in Malawi de handen uit de mouwen te komen steken. Opleiding was dus vanzelfsprekend een van de prioriteiten van de aflopende SWAp-samenwerkingsovereenkomst. De discussie met de donoren over wie in de volgende overeenkomst die taak financiert, is daarvan een uitvloeisel. Toch geven de cijfers die we met Phoya en Zimpita doornemen geen slecht beeld. De afspraak onder Afrikaanse landen om 15% van hun budget aan volksgezondheid te besteden halen ze niet, maar 13 is toch een vrij goede score. Voor de Activiteitenverslag 2009 | 37


Zuidwerking

reportage

Malawi

vijfde millenniumdoelstelling, die ernaar streeft om moedersterfte tegen 2015 met driekwart te verminderen, is Malawi op weg om de afgesproken norm te halen, verzekert Zimpita me: “Op 100.000 geboortes stierven er in 2000 1120 moeders, zes jaar later was dat cijfer teruggebracht naar 807”. Malawi zit volgens Zimpita ook voor de vierde millenniumdoelstelling op het goede spoor. Met name de sterfte van kinderen jonger dan vijf in vergelijking met 1990 tegen 2015 met twee derde te verminderen. Hij stelt dat er in 2006 van elke duizend levend geboren baby’s 72 stierven voor hun vijfde verjaardag. De statistieken van Unicef maken voor het jaar 1990 melding van 209 sterfgevallen.

Een groot probleem, dat de periode van de tweede SWAp-overeenkomst ruim overschrijdt, ziet Phoya in de bevolkingsgroei. De sterke stijging zet Malawi onder grote druk om nieuwe ziekenhuizen te bouwen. De zeshonderd openbare medische eenheden, aangevuld met meer dan zevenhonderd CHAM-vestigingen, volstaan niet langer. Veertig jaar geleden waren er vier miljoen Malawiërs, nu meer dan dertien. De bevolking groeit jaarlijks met 2,8%. “We moeten de gezinsplanning beter aanpakken”, waarschuwt Dr. Phoya, “programma’s ontwikkelen en investeringen bevorderen om de bevolkingsgroei te laten dalen.” “Als we niets doen, zijn we in 2040 met veertig miljoen!”, zucht ze. Basisgezondheidszorg in Kasungu

Er zijn nog andere successen geboekt met de eerste SWAp-overeenkomst, die in 2004 van start gegaan is en in 2010 ten einde loopt. Dr. Phoya neemt de draad op. Ze vermeldt de campagne om kinderen tegen vijf besmettelijke ziektes te vaccineren en de vooruitgang op het vlak van infrastructuur, de bouw van gezondheidscentra en ziekenhuizen bijvoorbeeld. “In elk district in Malawi is er nu een ziekenhuis”, zegt ze trots. De kritiek die we in het CHAM-ziekenhuis van Ekwendeni opgevangen hebben over de ondergefinancierde dienstverleningsovereenkomsten, beluistert Dr. Phoya aarzelend. Ze is zich ervan bewust dat de prijslijst, waarop de subsidiëring van de CHAM-ziekenhuis stoelt, drie jaar oud is. “We are learning”, zegt ze tenslotte. Het leerproces belet haar niet om een uitbreiding van het systeem voorop te stellen. De bestaande 96 dienstverleningsovereenkomsten wil ze uitgebreid zien tot 117. Toegang tot medische zorgverlening en de beschikbaarheid ervan, dat zijn haar twee uitgangspunten. “En alle ziekenhuizen waarmee we scheep gaan, moéten aan minimumvereisten voldoen”, gaat ze voort, “zowel wat de basisuitrusting als het aantal gezondheidswerkers betreft”. Met haar uitspraak “het belangrijkste is dat we resultaat behalen” maakt Dr. Phoya een einde aan dit onderdeel van het gesprek. 38 | Activiteitenverslag 2009

Aan het Rode Kruis Vlaanderen Internationaal is eind 2009 een subsidie van een half miljoen euro toegekend. Daarmee wil het via haar zusterorganisatie Red Cross Malawi vanaf 2010 tot eind 2012 in het district Kasungu de gezondheidstoestand van zevenduizend gezinnen op een hoger peil brengen. Tijdens die drie jaar wil het Rode Kruis er werken op water en hygiëne, zorgen dat er minder malaria- en aidsdoden vallen en in het algemeen de moeder- en kindersterfte naar beneden halen. Ook wil het Rode Kruis haar Malawische tegenhanger in staat stellen om zelf meer taken op zich te nemen en om de opleiding van vrijwilligers die eerste hulp verlenen, zelf aan te bieden. Aids In de loop van 2009 heeft VAIS Viva Africa een subsidie van bijna 150.000 euro verleend. Dat gaat naar het DREAM-project van de organisatie. DREAM staat voor Drug Resource Enhancement against AIDS and Malnutrition. Het is een programma voor controle, preventie en behandeling van aids, dat in tien Afrikaanse landen loopt. Concreet wil Viva Africa aidspatiënten behandelen en de overdracht van het hiv-virus tegengaan, in het bijzonder van moeder op kind.


Zuidwerking

reportage

WASH your hands De oude, voorlopige latrines staan er nog, een meter of tien verderop. Maar sinds kort hebben de leerlingen van de Kazingilira school in het district Kasungu gloednieuwe toiletten te hunner beschikking en kunnen ze achteraf hun handen wassen aan een kraan vlakbij. Een stuk zeep ligt klaar. Ze staan er met zijn allen naar te kijken als een van hen een demonstratie geeft. Zowel de wc’s als de pomp die aan de andere kant van het schoolterrein helder water uit de grond haalt, zijn er dankzij het WASH-programma gekomen. WASH, een programma van Unicef, staat voor water, sanitation and hygiene. Daarmee wil de kinderorganisatie van de VN ertoe bijdragen dat Malawi een van de acht internationaal afgesproken millenniumdoelstellingen haalt, de zevende met name: tegen 2015 het aantal mensen die geen duurzame toegang hebben tot zuiver, drinkbaar water en elementaire sanitaire voorzieningen halveren. Schone toiletten en handen wassen met zeep en water zijn de uitgangspunten. Het lijkt weinig maar het bete-

malawi

kent heel wat in een land als Malawi, waar hooguit de helft van de gezinnen over een latrine beschikt. Dat heeft tot gevolg dat er nog elk jaar bij het uitbreken van het regenseizoen choleradoden vallen. De medewerkers van WASH bezoeken scholen, gezondheidscentra en dorpen. Ze stichten er een comité dat de strategie van WASH bij iedereen aan moet kaarten en instaat voor de bouw van de wc’s. De leden krijgen ook een training om herstellingen uit te voeren. Op de basisschool van Kazingilira heeft het comité de onderwijzers warm gemaakt voor het idee, zodat zij hun leerlingen diets kunnen maken wat goede hygiënische praktijken zijn. Er zitten hier zeshonderd kinderen samen en het aantal onder hen dat met diarree uitvalt, is sindsdien verminderd, horen we op de vergadering, die de mensen van WASH, de comitéleden en de schooldirectie samenbrengt. Ze zitten dus op het goede spoor in Kazingilira. De benadering van de sanitaire problematiek zoals Unicef die opvat, heeft ook haar nadelen, omdat ze exclusief op één aspect inzoomt. De school in Kazingilira heeft nu wel toiletten die aan de normen beantwoorden maar het onderwijs als zodanig is er daarmee niet beter op geworden. Als we toevallig een klas binnenlopen, zien we alleen een oud, doorgroefd bord en enkele krijtjes maar geen stoelen of zitbanken. “Juist, de kinderen zitten op de grond”, bevestigt de directeur onze niet gestelde vraag. De geïmproviseerde zitplaatsen zouden best wat cement om de putten te dempen en een lik verf kunnen verdragen. De directeur troont ons mee naar zijn kantoor en laat ons het versleten didactische materiaal bekijken. Op een landkaart met de rivieren van Afrika onderscheid ik de Zaïre, die toch al sinds 1997 weer tot Congo omgedoopt is. Eenmaal weg uit de lagere school van Kazingilira gaat Mbewa, een van de medewerkers van WASH, dieper in op zijn aanpak. Gedragsverandering is geen eenvoudige zaak, geeft hij toe. Hij heeft ondervonden dat je mensen maar heel geleidelijk aan kunt overtuigen om vastgeroeste gewoontes voor nieuwe en betere in te ruilen. Soms grijpt hij Activiteitenverslag 2009 | 39


Zuidwerking Zuidwerking

malawi

naar grove middelen. “Leer ze maar eens dat ze hun latrine af moeten sluiten met een deksel,” is Mbewa’s voorbeeld, “we hebben al demonstraties georganiseerd, gerookte vis of nsima in de buurt van het toilet gezet en dan zien de dorpelingen met hun eigen ogen hoe de vliegen eerst op de uitwerpselen en daarna op het eten neerstrijken, er was niemand die nog honger had.” Geen man van veel woorden, deze jongen, maar iemand die de mensen confronteert met feiten. Mbewa past een rechttoe rechtaan aanpak toe, Community–led Total Sanitation (CLTS) noemt Unicef het. De organisatie heeft die strategie om de hygiëne in Afrika te verbeteren omarmd, nadat ngo’s daarmee in Bangladesh succes geboekt hebben. Heel de werkwijze van WASH staat in het teken van die CLTS. Als Mbewa voor het eerst met een dorpsgemeenschap in contact komt en merkt dat er geen latrines zijn, dan onderzoekt hij om te beginnen waarom niet. Als de hoge kostprijs een argument is, dan rekent hij de dorpelingen voor dat ze, hun arbeid niet meegerekend, voor minder dan duizend kwacha, minder dan 5 euro, met grond, hout, gras en graanafval een toilet kunnen bouwen. Roepen de mensen de te zanderige aarde als argument in, dan legt hij ze uit hoe ze op andere plaatsen in Malawi in de zandgrond een sanitaire put graven. Geen blabla maar concrete voorstellen en daden. Geen man die zich af laat schepen, Mbewa. WASH heeft hem onder de arm genomen om latrines te bouwen. Ze gaan het geweten hebben in Kasungu.

40 | Activiteitenverslag 2009

reportage

Naar een verbeterde zwangerschapszorg in zuidelijk Afrika De Wereldgezondheidsorganisatie van de Verenigde Naties (WHO) ontving in 2009 bijna 3,5 miljoen euro voor de verdere introductie van pre- en postnatale zorgen in zuidelijk Afrika. Reeds in 2008 besloot de Vlaamse Regering dit initiatief te ondersteunen en WHO kon toen onmiddellijk rekenen op één miljoen euro. In 2009 volgde de verdere financiering, waardoor de totale steun aan dit programma nu 4,5 miljoen euro bedraagt. Het verschil aan moeder- en kindzorg tussen ontwikkelingslanden en ontwikkelde landen is schrijnend. Jaarlijks sterven meer dan een half miljoen vrouwen aan complicaties tijdens de zwangerschap en de geboorte. Bijna 4 miljoen kinderen sterven tijdens de eerste 4 weken na de geboorte. Wantoestanden die grotendeels te voorkomen zijn door de invoering van betere pre- en postnatale zorgen. WHO probeert in alle ontwikkelingslanden hieraan iets te doen; VAIS steunt daarbij de opstart van dit initiatief in zuidelijk Afrika, met in de eerste plaats Mozambique, Malawi en Zuid-Afrika.


Zuidwerking

mozambique

RIJDEN EN OMZIEN De samenwerking met Mozambique ging in 2009 verder op de ingeslagen weg maar het was een jaar van rijden en omzien. Er is, in de loop van 2009, op verzoek van het Departement Internationaal Vlaanderen een externe evaluatie van de strategienota met Mozambique gemaakt. Ze had tot doel om een stand van zaken op te maken, na te gaan hoe de strategienota in de praktijk omgezet is en welke beleidskeuzes er gemaakt zijn, de knelpunten te identificeren en adviezen te formuleren om sommige zaken anders aan te pakken. De evaluatie moet de basis leggen voor de nieuwe strategienota, die in 2010 ter discussie komt. In de gezondheidszorg zijn door de evaluatie tekortkomingen tot uiting gekomen, die Vlaanderen en zijn Mozambikaanse partners zich in de nabije toekomst ter harte moeten nemen. Een belangrijk onderdeel van de samenwerking in die sector, het geĂŻntegreerde netwerk in Tete, loopt in 2010 op zijn einde. De voorbereidingen voor de uitstap zijn aan de gang. Op het vlak van onderwijs zijn er enkele behoedzame stappen voorwaarts gezet, maar er moeten nog belangrijke beslissingen vallen.

gaande jaren zijn ook in 2009 nieuwe middelen vrijgemaakt voor de SWAp in de gezondheidssector. Twee miljoen euro ging daarbij naar het algemene gezondheidsfonds (Prosaude). EĂŠn derde miljoen euro heeft VAIS uitgetrokken voor het Human Resources Development Plan. Met dat plan wil de Mozambikaanse overheid tussen 2008 en 2015 werk maken van het personeelsbeleid in de volksgezondheid. Pijnpunten als het gebrek aan gezondheidswerkers, opleiding, lage verloning, slechte motivatie en kennisvlucht naar de particuliere sector moeten in de loop van die zeven jaar een oplossing krijgen. Het tekort aan personeel is de grootste hinderpaal om tegen 2015 de millenniumdoelstellingen te realiseren, de internationaal afgesproken criteria om de armoede in de wereld te halveren. Het Wereldgezondheidsrapport van 2006 stelt dat er daarvoor zeker 2,3 gezondheidswerkers voor elke duizend inwoners nodig zijn. Mozambique is ver verwijderd van die norm.

2009 was ook een jaar van verkiezingen in Mozambique. President Guebuza is voor een tweede ambtstermijn van vijf jaar verkozen. Zijn partij, Frelimo, die al sinds de onafhankelijkheid het land bestuurt, heeft haar meerderheid in het parlement bestendigd. Voor het eerst zijn er ook verkiezingen voor de provincieraden gehouden. Gezondheidszorg blijft prioritair De gezondheidszorg blijft het grootste deel opslorpen van de aandacht en het budget dat VAIS in Mozambique besteedt. Net als in de drie voorActiviteitenverslag 2009 | 41


Zuidwerking

mozambique

Evaluatie In 2008 zijn de doelstellingen voor de 33 gezondheidsindicatoren voor 51,5 % verwezenlijkt. Dat is gebleken bij de evaluatie van de sector in april 2009. Dat is een lichte verbetering in vergelijking met 2007. In dat jaar was op de kop de helft van de doelstellingen gerealiseerd. Die indicatoren zijn heel precieze toetsstenen, waarmee de partners van Mozambique de vooruitgang op bepaalde terreinen kunnen meten. De beste resultaten heeft Mozambique behaald bij de bestrijding van lepra en tuberculose. Ook zijn er bij malariapatiënten minder doden gevallen, doen er meer vrouwen aan familiale planning en krijgen er meer met het hiv-virus besmette vrouwen een behandeling om het risico op overdracht naar hun baby te verkleinen. Maar op een aantal vlakken kan het beter. De gezondheidszorg in Mozambique kampt met problemen van financieel en logistiek beheer, een hoog aantal sterfgevallen in ziekenhuizen van vrouwen die net bevallen zijn en weinig betrokkenheid van de lokale gemeenschappen. Mozambique blijft ook sterk afhankelijk van externe financiering. De evaluatie van de sector voor 2009 en de financiële doorlichting staan rond maart 2010 gepland. Rede integrada Rede integrada, het geïntegreerde netwerk, het door VAIS sinds maart 2007 ondersteunde programma voor de gezondheidszorg in de provincie Tete, loopt einde 2010 af. De partners bereiden hun uitstapstrategie voor. Geleidelijk aan dragen Artsen Zonder Grenzen (AZG) en het Instituut voor Tropische Geneeskunde (ITG) hun activiteiten over aan het Departamento Provincial de Saúde (DPS), het provinciale gezondheidsdepartement, onder wiens vleugels het netwerk thuishoort. Tegen eind 2010 is dat proces voltooid. Het heeft het project goed opgevolgd en het werk van de partners beter in overeenstemming

42 | Activiteitenverslag 2009

met het gezondheidsbeleid van Mozambique gebracht. Het streven van de rede integrada is om alle in Tete bestaande vormen van gezondheidszorg, in het bijzonder die rond hiv/aids en soa’s (seksueel overdraagbare aandoeningen) een plaats te geven in een eengemaakte structuur. De aanpak bestaat erin om aan de ene kant de zorgverlening aan seropositieve Mozambikanen in het gewone gezondheidssysteem onder te brengen en aan de andere kant te decentraliseren, zodat de toeloop van patiënten naar het centrale ziekenhuis stopt en ze meer dan vroeger in medische centra in de districten terechtkunnen. Die gedecentraliseerde dienstverlening aan de bevolking bouwt voort op wat AZG in Tete en omgeving uit de grond gestampt heeft. Het ITG heeft het management van het provinciale ziekenhuis onder zijn hoede genomen en medewerkers uitgestuurd om er de kwaliteit van de laboratoriumtesten te verhogen. Een derde partner binnen het geïntegreerde netwerk is het International Center for Reproductive Health van de Universiteit Gent. Het ICRH pakt de overdacht van het aidsvirus en soa’s aan. In Moatize, op een kwartier rijden van Tete, heeft het een nachtkliniek voor prostituees opgericht. Hun klanten zijn vaak vrachtwagenchauffeurs die op een parkeerterrein in de buurt overnachten, voor ze bij het binnenrijden van de stad Tete, de aanloop naar de drukke brug over de Zambezi aansnijden. Dat is de enige doorgang naar de havens aan de Indische Oceaan voor vervoer uit buurlanden als Malawi en Zambia. Het verkeer in de buurt van Tete is de voorbije jaren exponentieel toegenomen. In 2004 is het Braziliaanse Vale do Rio Doce in Moatize met de exploitatie van een steenkoolmijn van start gegaan. Daardoor is het economische leven in de streek op gang gekomen. Al die nieuwe jobs trekken veel alleenstaande mannen aan, vaak buitenlanders. Naast de chauffeurs vormen ze een tweede risicogroep. Met het oog op de


Zuidwerking

mozambique

terugtrekking uit het geïntegreerde netwerk heeft ICRH met het bedrijf een gesprek aangegaan om het ertoe te bewegen de nachtkliniek mee te financieren.

of hebben een opfrissingscursus gevolgd. Ze doen huisbezoeken bij aidspatiënten en volgen de verdeling van rolstoelen op. Meer dan zevenduizend gezinnen hebben gezondheidsopvoeding gekregen.

Infrastructuur Onderwijs Eind 2009 was de aanbesteding voor het rurale ziekenhuis in Fingoé afgerond en is de bouw van start gegaan. Dat wil VAIS in 2010 graag van dichtbij in het oog houden door een architect aan te stellen voor de technische opvolging. Het Rode Kruis doet voort Begin 2010 liep het project van het Rode KruisVlaanderen in Tete af, maar VAIS heeft het met een jaar verlengd. Er zijn resultaten geboekt in 2009. De eerstehulpposten in Chíuta en Chifunde zijn afgewerkt, er zijn honderd latrines gebouwd en 38 waterputten hersteld. Rode Kruis-vrijwilligers zijn opgeleid in thuis- en basisgezondheidszorg

Van de ateliers op het Don Bosco-instituut in Matola, een voorstad van Maputo, is de eerste steen nog niet gelegd. In die werkplaatsen moeten elektriciens en mecaniciens in spe, die bij de salesianen scholing volgen, praktijkervaring op kunnen doen. Het project is eind 2008 goedgekeurd. Eind 2009 was de procedure voor het sluiten van het contract met een architect zo goed als rond. De hervorming van het technisch en beroepsonderwijs, in het kader waarvan VAIS inspanningen doet voor de lerarenopleiding, is gespreid over vijftien jaar. De testfase loopt sinds 2006. 2009

Activiteitenverslag 2009 | 43


Zuidwerking

mozambique

is uitgegroeid tot een jaar van informatiegaring, vergaderingen van werkgroepen en contact met de andere donoren die het programma financiële ruggensteun geven, met name Canada, Duitsland, Italië, Japan, Nederland, Portugal, Spanje en de Wereldbank. In 2010 zal VAIS bepalen hoe het die onderwijshervorming verder wil ondersteunen.

Ontmijning Het Apopo-project voor de verwijdering van antipersoonsmijnen met behulp van reuzehamsterratten is in 2009 afgewerkt maar VAIS heeft voor de periode 2010-2013 een nieuw project goedgekeurd. Apopo is de officiële ontmijningsinstantie van Mozambique. Belgische en Tanzaniaanse onderzoekers hebben het project opgezet.

Ten slotte heeft VAIS in 2009 75.000 euro gestort voor FUNDEC. Het is een overheidsfonds, dat erop gericht is om in het kader van de armoedebestrijding kleinschalige opleidingen te verstrekken in de rurale gebieden. Voor 2010 staat de uitbetaling van een tweede schijf van 75.000 euro ingeschreven.

Apopo heeft in 2008 en 2009 673.387 m² ontmijnd. 107 mijnen en 45 andere oorlogswapens zijn onschadelijk gemaakt. Dat is gebeurd in de provincie Gaza, waarvoor Apopo verantwoordelijk is. Eind 2008 bleven er in Mozambique 10,657 km² te ontmijnen. Dankzij de inspanningen van Apopo is de laatste twee jaar dus zo’n 6% ondermijnde oppervlakte geruimd.

44 | Activiteitenverslag 2009


Zuidwerking

zuid afrika

TERUGBLIKKEN EN BIJSTUREN 2009 was een scharnierjaar voor de samenwerking van Vlaanderen met Zuid-Afrika. De landenstrategienota 2005-2009, die de basis vormde van de samenwerking, werd met twee jaar verlengd, tot 2011. Er werd een tussentijdse evaluatie uitgevoerd van het programma in KwaZulu-Natal en Limpopo. In de derde provincie, Vrijstaat, werd de samenwerking tijdelijk stilgelegd. 2009 was ook een jaar van verkiezingen. Van bij hun aantreden in april hebben de nieuwe ZuidAfrikaanse regering en de nieuwe president, Jacob Zuma, de prioriteiten van hun beleid voor de komende vijf jaar vastgelegd. Daartoe behoren voedselzekerheid, plattelandsontwikkeling, gezondheidszorg, kleine en middelgrote ondernemingen en werkgelegenheid. Die thema’s sluiten nauw aan bij wat Vlaanderen vanaf 2005 op het getouw gezet heeft en wat toen aan de landenstrategie ten grondslag lag.

gemeenschappelijk beheren en projecten die betrekking hebben op water, omheiningen, de verdeling van zaaigoed en de opleiding van plaatselijke besturen met het oog op duurzame investeringen in de landbouw. De manier waarop VAIS in KwaZulu-Natal op voedselzekerheid inzet, beoogt niet alleen de verhoging van de productie. Alles wat rechtstreeks of onrechtstreeks ertoe bijdraagt om de voedselzekerheid te verbeteren, komt in aanmerking voor ondersteuning. Dat gaat van meer diversificatie in het voedingspatroon, irrigatie en de verwerking van landbouwproducten over aandacht voor sociaal-culturele aspecten en voor gezondheid en hygiëne om zo ziektes

Er lopen overigens ook nog een aantal projecten die dateren van voor 2005. Die hebben betrekking op hiv/aids, duurzaam natuurbeheer, gezondheidszorg, geweld binnen het gezin en tegen kinderen, kleuteronderwijs en huisvesting. Voedselzekerheid in KwaZulu-Natal Zoals voor de twee andere provincies bedraagt het budget voor KwaZulu-Natal 7,5 miljoen euro, dat over zeven jaar gespreid is. Empowerment for Food Security, zoals het voedselzekerheidsprogramma er gedoopt is, bestrijkt acht van de 51 gemeenten in KwaZulu-Natal, verspreid over vier districten. In die gemeentes formuleren plaatselijke comités de voorstellen voor concrete initiatieven ter verbetering van de voedselzekerheid. Voorbeelden zijn de aanleg van ziekenhuistuinen, moestuinen die enkele gezinnen Activiteitenverslag 2009 | 45


Zuidwerking

ZUID AFRIKA

buiten de deur te houden tot het houden van kleinvee e.a. inkomensgenererende activiteiten. VAIS heeft het programma geënt op een kleinschalige aanpak in de landbouw, die uitgaat van voorstellen van de boeren zelf. VAIS werkt voor het voedselzekerheidsprogramma samen met verscheidene partners: provinciale departementen, zoals Landbouw, Onderwijs, Gezondheid, Huisvesting, Welzijn en Water, lokale besturen en enkele plaatselijke ngo’s. De verschuiving van de klemtoon naar het lokale niveau en zelfs naar individuele gezinnen, vereist immers een nieuwe aanpak. Dat is zeker het geval voor het departement Landbouw, de belangrijkste partner van VAIS in KwaZulu-Natal. Dat ministerie mikte tot voor kort uitsluitend op grote bedrijven. In die zin fungeert het programma van VAIS in groeiende mate als denktank en proeftuin voor het provinciale beleid. Capaciteitsopbouw op alle niveaus, van het plaatselijke tot het departementale, is het kernwoord.

46 | Activiteitenverslag 2009

Het door VAIS ondersteunde programma coördineert momenteel zo’n 200 projecten en mikt op 5000 gezinnen. Nieuw in 2009 is dat ook het provinciale ministerie van Onderwijs van start is gegaan met de aanleg van 90 schooltuinen, die in de voedingsbehoeften van de schoolkinderen moeten voorzien. Gezien de nieuwe Zuid-Afrikaanse regering die in april 2009 aantrad, meer dan ooit van voedselzekerheid een prioriteit maakt, is de financiële inbreng van de overheid er sterk op vooruitgegaan. De regering van KwaZulu-Natal investeert nu al drie keer zoveel in ‘Empowerment for Food Security’ dan VAIS, voornamelijk in de verdeling van zaden. Ook het provinciale ministerie van Onderwijs wil in àlle scholen van de betrokken districten inzetten op, met plaatselijke middelen gerealiseerde, voedselzekerheid. De toenemende voedselschaarste gecombineerd met de economische crisis die de prijzen scherp heeft laten stijgen, noopt tot grootschalige investeringen.


Zuidwerking

ZUID AFRIKA

De externe tussentijdse evaluatie van het Empowerment for Food Security programma in KwaZulu-Natal werd uitgevoerd door een ZuidAfrikaans bureau. Daarna werd ook een beroep gedaan op Ex-Change, het uitzendplatform voor deskundigen (zie het hoofdstuk “Duurzaam Ondernemen”). Ex-Change heeft assistentie verleend om aanbevelingen uit de evaluatie in de praktijk te brengen, zoals de opstelling van een strategisch en operationeel plan dat de basis vormt van de tweede fase van het voedselzekerheidsprogramma. In samenwerking met het Vlaamse Departement voor Werk en Sociale Economie heeft VAIS in KwaZulu-Natal in 2009 ook een bijkomend project opgezet om de plaatselijke sociale economie te bevorderen, door plattelandsontwikkeling aan voedselzekerheid te koppelen. In twee gemeentes is er een sociaal secretariaat opgericht, dat bestaande, kleinschalige landbouwcoöperaties assisteert om in te spelen op de lokale markten, door bv. voedselkeukens in scholen, klinieken en gevangenissen op te richten. Bestaande financiële middelen uit het School Feeding Scheme zijn gebruikt om banen te scheppen. Scholen in KwaZulu-Natal putten geld uit dat fonds om mensen ter plaatse aan het werk te zetten. Die verbouwen groenten en fruit in de schooltuin, kweken kleine dieren en schotelen de armste kinderen vers en voedzaam eten voor. Voor acht miljoen onder hen is wat ze op school te eten krijgen, vaak de enige maaltijd van de dag. Voordien ging het dikwijls om maïspap, wit brood of visconserven, eetwaren zonder hoge voedingswaarde. Het project heeft het Department of Cooperative Government een praktijkmodel bezorgd van wat bij ons sociale economie heet en heeft de plannenmakers van het nieuwe beleidsdomein rond rurale ontwikkeling geïnspireerd. De coördinator is uitgenodigd om het in Ghana op een conferentie van de Internationale Arbeidsorganisatie over sociale economie te komen voorstellen.

Van overlevings- naar commerciële landbouw in Limpopo In de provincie Limpopo legt de overheid de klemtoon op commerciële landbouw (agrobusiness) en ruraal toerisme (agro-tourism). De provinciale regering streeft ernaar om kleine boeren uit de overlevingslandbouw te tillen en een plaats in het commerciële circuit te geven. Er werden immers grootschalige landhervormingen gerealiseerd, waardoor er op korte termijn 40.000 nieuwe landeigenaren bijgekomen zijn. Die moeten nu een technische en marktgerichte training krijgen. In twee landbouwscholen zijn er al 2500 nieuwe boeren opgeleid in de commerciële aspecten van het landbouwbedrijf. Hoe ze hun bedrijf moeten runnen en hun oogst vermarkten, leren ze op Tompi Seleka College, aan de Arabiedam op de Olifantsrivier, in het oosten van Limpopo, en Madzivhandela, in het westen. Het provinciale ministerie van Landbouw heeft zich de evaluatie die in 2009 plaats gevonden heeft, ter harte genomen. Ze is van plan om meer te investeren in training en rurale ontwikkeling. Nieuwe start in de Vrijstaat De twee programma’s die in de Vrijstaat liepen, werden in 2009 tijdelijk stopgezet. Het zat fout met het beheer ervan, daarover waren alle partners het eens, en die tekortkomingen waren niet op korte tijd te verhelpen. Het provinciale parlement van Vrijstaat heeft zelf dit initiatief genomen, na een externe evaluatie en doorlichting. Aangezien de provinciale overheid de problemen erkent, is er zeker nog een goede basis voor verdere samenwerking. Die zal opnieuw rond KMO’s en hiv/aids draaien, maar de aanpak en organisatie zal bijgestuurd worden.

Activiteitenverslag 2009 | 47


Zuidwerking

zuid afrika

Toekomstplannen Zoals hierboven vermeld is, zit de nieuwe ZuidAfrikaanse regering met haar beleidsprioriteiten op hetzelfde spoor als VAIS. Ze erkent ook de grote tekorten wat openbare dienstverlening betreft. Ze wil meer werk maken van planning, monitoring en evaluatie en haar investeringen effectiever opvolgen. Precies op dat vlak vertonen de overheidsdepartementen lacunes. De donorengemeenschap deelt die zorg. De evaluatie van de programma’s voedselzekerheid en agri-business, die VAIS in 2009 gedaan heeft, heeft uitgewezen dat die sectoren relevant blijven voor de toekomstige samenwerking. Maar evengoed is gebleken dat om betere resultaten te boeken het nodig is de beheerscapaciteit te versterken. Aangezien VAIS in eerste instantie samenwerkt met de provinciale overheden, moet er bijkomend geïnvesteerd worden in overheidsmanagement en capaciteitsopbouw. De tussentijdse evaluatie van het programma van de Europese Commissie, dat van 2007 tot 2013 loopt, heeft overigens net dezelfde uitdagingen aan het licht gebracht. Het is niet onverwacht dat die uitdagingen aan het licht gekomen zijn. Bijna vijftig jaar apartheid heeft in de Zuid-Afrikaanse samenleving diepe sporen nagelaten. Naast de voor iedereen zichtbare grote en geïnstitutionaliseerde armoede komt stilaan ook tot uiting wat de weerslag op de openbare dienstverlening geweest is.

48 | Activiteitenverslag 2009


Zuidwerking

duurzaam ondernemen

DUURZAAM ONDERNEMEN Hulp voor handel In de beleidsnota 2009-2014 gaat ruime aandacht naar het thema “handel en ontwikkeling”. De Vlaamse overheid wil een voorbeeldfunctie vervullen. Daarom streeft ze ernaar om tegen 2020 haar aankoopbeleid voor 100% duurzaam te maken. Maar ook in haar Zuidwerking wil ze aan duurzaamheid aandacht schenken. Met Hulp voor Handel, de internationale Aid for Trade-aanpak, is het de bedoeling landen in het Zuiden te ondersteunen om hun handelsbeleid te hervormen in de context van duurzame ontwikkeling. Hulp voor Handel streeft ernaar om de export van goederen en diensten te laten toenemen en ontwikkelingslanden te integreren in de internationale handel. Het Vlaams budget voor Hulp voor Handel wordt gespreid over verscheidene financieringskanalen. Via multilaterale steun wordt de regionale intergratie in zuidelijk Afrika gesteund. VAIS neemt in dat kader deel aan het Supply Chain and Logistics development programma. De indirecte steun gaat bij voorkeur naar de versterking van het middenveld om de plaatselijke economische ontwikkeling en duurzame productieprocessen te bevorderen. In aanmerking komen federaties van boeren, landbouwcoöperaties, arbeiders op plantages, kamers van koophandel, enz. Het Vlaamse beleid wil ook aansluiten bij de Europese strategie. Die legt zich toe op armoedebestrijding, eigenaarschap, duurzaamheid, efficiëntie en coördinatie. Vlaanderen geeft prioritair aandacht aan capaciteitsopbouw in de landbouw en de handel in landbouwproducten en in het bijzonder aan kleine producenten en boerenorganisaties.

Bij de uitwerking van het Supply Chain and Logistics Development Programme dat VAIS steunt in drie landen van de Zuidelijk Afrikaanse Ontwikkelingsgemeenschap (SADC) zijn in 2009 concrete stappen gezet. In Malawi, Mozambique en Zuid-Afrika, tegelijk de drie doellanden van de Vlaamse ontwikkelingssamenwerking, zijn de plaatselijke partnerorganisaties uitgezocht en met hen is vastgelegd hoe ze in de eerste fase van het SCLDP-programma tewerk gaan. Het SCLDP wil kleine landbouwbedrijven makkelijker toegang tot de wereldmarkt verschaffen. International Trade Centre (ITC), een samenwerkingsverband van de UNCTAD en de Wereldhandelsorganisatie, heeft SCLDP opgestart. ITC is erop uit om het bedrijfsleven tot ontwikkeling te brengen. Concreet wil het met SCLDP een kader voor kleine en micro-ondernemingen scheppen om ze in staat te stellen regionale en internationale afzetmarkten voor hun verse groenten en fruit te vinden. In Malawi werkt ITC samen met het ministerie van Industrie en Handel en de Instelling voor Belastingvrije Zones. In Mozambique gaat het ITC scheep met het Centrum voor de Bevordering van de Landbouw, het Instituut voor de Promotie van de Export en de Tuinbouwfederatie. In Zuid-Afrika is de Nationale Marketingraad voor de Landbouw de partner van ITC. In Malawi is importsubstitutie het oogmerk. SCLP wil dat plaatselijke boeren leveren aan supermarkten zodat die hun waren niet meer hoeven in te voeren. Naast de organisatie van de productie ligt in Malawi om die reden de klemtoon op de binnenlandse aanvoerketen, wat -zoals de naam van het SCLP-programma aangeeft- een van de prioriteiten is. Uitvoer kan later de volgende stap zijn. In Mozambique mikt SCLP op de bevoorrading van supermarkten Activiteitenverslag 2009 | 49


Zuidwerking

DUURZAAM ONDERNEMEN

in Zuid-Afrika. De klemtoon ligt er, naast de verwerking van de oogst, op logistieke faciliteiten aan de grens tussen de twee landen, opnieuw een prioriteit van SCLP. In Zuid-Afrika is het SCLP erom te doen kleine boeren naar Europa te laten exporteren. Voor die aanpak is het nodig om klanten op te sporen en zorg ervoor te dragen dat de uitgevoerde producten aan Europese kwaliteitseisen voldoen. VAIS is de eerste en voorlopig enige donor van SCLDP. De verwachting is dat, zo gauw er successen geboekt zijn in Malawi, Mozambique en Zuid-Afrika, andere donoren over de brug komen. De afspraken met de partners in de drie landen zijn er gekomen in samenspraak met VAIS en de overheid. Naast de integratie in het internationale handelssysteem zijn er ook initiatieven op microniveau mogelijk. Dan spreken we over eerlijke en duurzame handel. Er bestaan verschillende certificatieprogramma’s die tot doel hebben om de consumenten te informeren over de duurzaamheid van een product. Certificatie reikt niet alleen een kwaliteitslabel uit, het garandeert ook de afzet op de Westerse markten en zorgt o.a. ook voor duurzame productiesystemen, verbeterde inkomens voor de boeren en een hogere levenskwaliteit. Het berust op economische, ecologische en sociale criteria, de drie pijlers van duurzame ontwikkeling. Als donor wil Vlaanderen de positieve impact van handel op de armoedebestrijding in het Zuiden versterken. In dat kader zijn er in 2009 vier projecten goedgekeurd.

Project 1. Duurzame handel en ondernemerschap bij kleine boeren in Zuidelijk Afrika (Zuid-Afrika, Malawi en Tanzania)

50 | Activiteitenverslag 2009

Organisatie Rainforest Alliance

2. Duurzame thee in Zuidelijk Afrika (Zuid-Afrika, Mozambique en Zimbabwe) 3. Verwerking en vermarkting van zonnebloemolie geproduceerd door rurale boerenfamilies in Tanzania (Chunya district) 4. Partnerfonds met focus op Afrika

Solidaridad, in samenwerking met Utz certified Vredeseilanden

Oxfam-wereldwinkels

Elk van de projecten werkt met een ander certificeringssysteem, respectievelijk Rainforest Alliance, Utz Certified, het Tanzanian Bureau of Standards en Fairtrade. De Vlaamse overheid geeft elk van die vier initiatieven een kans om een project op te zetten. De projecten gaan in 2010 van start. GoNorth Onder de naam GoNorth heeft UNIZO in 2006 de helpdesk Import Vlaanderen opgericht. Dit project wil ondernemingen uit de partnerlanden, Malawi, Mozambique en Zuid-Afrika, helpen om toegang te krijgen tot de Vlaamse en Europese markt. GoNorth richt zich op plaatselijke KMO’s, omdat die voor stabiele werkgelegenheid en duurzame welvaart instaan. Het heeft vier actiedomeinen: netwerking, sensibilisering, capaciteitsopbouw en matchmaking om de vraag naar afzetkanalen te kanaliseren. Ex-Change In 2009 heeft Ex-Change 160 interventies gedaan in de Minst Ontwikkelde Landen of in landen met een laag middeninkomen. Ex-Change is een uitzendplatform voor bedrijfsleiders e.a. deskundigen. De vereniging stuurt ze vrijwillig en tijdelijk uit. Het is hun opdracht om in KMO’s in het Zuiden problemen te identificeren en te helpen oplossen. Voor zijn werking in het Zuiden krijgt Ex-Change subsidies van VAIS, naast financiële steun van het bedrijfsleven. VAIS is met Ex-Change overeenge-


Zuidwerking

DUURZAAM ONDERNEMEN

komen dat 30% van zijn missies in de drie Vlaamse partnerlanden in Zuidelijk Afrika gebeuren, Malawi, Mozambique en Zuid-Afrika. Dat streefcijfer heeft Ex-Change gehaald. Er waren op de kop 48 interventies. Het leeuwendeel, 33, vond plaats in ZuidAfrika, elf experts trokken naar Malawi en vier naar Mozambique. Wat de sectoren betreft waarin Ex-Change actief was, daar spant de landbouw de kroon, met 64 interventies. Negentien missies hadden betrekking op het toerisme of de hotelsector en achttien op onderwijs. Microfinanciering In 2009 is er één aanvraag van een ontwikkelingsfonds voor waarborgverlening goedgekeurd. Incofin heeft waarborg gekregen om het politieke risico te dekken van een lening aan de Congolese microfinancieringsinstelling Finca Congo. Finca Congo levert verscheidene soorten financiële diensten aan kleine ondernemers met een laag inkomen, zoals leningen, verzekeringen, spaarmogelijkheden enz. Ze doet dat zowel aan groepen als aan individuele klanten. Het Vlaams waarborgfonds steunt de ontwikkelingsfondsen, Incofin en Alterfin, bij het risicobeheer van hun transacties. Deze ontwikkelingsfondsen steunen buitenlandse microfinancieringsinstellingen als Finca Congo door hen een lening te geven, of een participatie in de instelling aan te gaan. Op die manier kunnen deze instellingen over kapitaal beschikken om kleine ondernemers of landbouwers leningen te geven om een zaak uit de grond te stampen. Die ondernemers of landbouwers kunnen zelden bij de reguliere banksector terecht, omdat ze over te weinig garanties beschikken. De erkende Vlaamse ontwikkelingsfondsen, Alterfin en Incofin, kunnen bij het Waarborgfonds voor Microfinanciering van de Vlaamse overheid een aanvraag indienen. Daarmee dekken ze het risico van hun investering in een microfinancieringsinstelling in het Zuiden. (zie figuur op deze pagina)

Waardig werk in Mozambique In 2009 heeft VAIS twee programma’s in Mozambique ondersteund, respectievelijk voor de promotie van rechten van vrouwelijke werknemers en gendergelijkheid (Women Workers’ Rights and Gender Equality) en de ontwikkeling van vrouwelijk ondernemerschap (Women’s Entrepreneurship Development). Dat zijn componenten van het Decent work Country Program Support Project van de Internationale Arbeidsorganisatie (IAO) in Mozambique. VAIS is in 2008 gestart met de subsidiëring van dit programma. In dat jaar ging er speciale aandacht naar stimuli voor sociale dialoog. De financiering gebeurt samen met het Vlaams Departement voor Werk en wordt opgevolgd door VAIS. Waardig werk staat hoog op de ontwikkelingsagenda. Zowel voor de eerste millenniumdoelstelling (“Het aantal mensen dat in extreme armoede leeft moet in 2015 zijn gehalveerd ten opzichte van 1990 en dat geldt ook voor het aantal mensen dat honger heeft”) als voor de achtste (“Het opzetten van een wereldwijde samenwerking voor ontwikkeling; elementen daarvan zijn onder meer handel, het financieel systeem, het schuldenprobleem en de toegang tot nieuwe technologieën”) is waardig werk van belang. VAIS staat in voor de opvolging van het project op het terrein. Activiteitenverslag 2009 | 51


Zuidwerking

HUMANITAIRE BIJSTAND

HUMANITAIRE BIJSTAND Noodhulp blijft een noodzaak In 2009 heeft VAIS Vlaamse en internationale organisaties in totaal ruim 1.600.000 euro toegekend voor dringende humanitaire bijstand. Bij de jaarlijkse actie Music for Life van Studio Brussel zijn de zogenoemde vergeten rampen het thema. Nadat de actie in 2008 de aandacht gevestigd had op moeders met kinderen op de vlucht voor oorlog en geweld, kwam in 2009 Burundi aan de beurt. Music for Life zoomde dat jaar in op de gevolgen van de malariaplaag. Als coördinator en uitvoerder van terreinprojecten heeft het Rode Kruis Vlaanderen voor die twee jaar respectievelijk 257.500 euro en 300.000 euro van de Vlaamse regering ontvangen. Het Rode Kruis Vlaanderen was ook actief in Namibië. Overstromingen van de Zambezi-rivier hebben begin 2009 dat grotendeels uit woestijn bestaande land geteisterd. Ten behoeve van de getroffen bevolking heeft het Rode Kruis er tenten en keukensets verdeeld. Niet alleen in Burundi en Namibië werd dringende hulp geboden. Dat was ook het geval in andere Afrikaanse landen. Zo heeft de UNHCR, de vluchtelingenorganisatie van de VN, een bijdrage van 121.500 euro aangewend voor 50.000 Angolezen. Het gaat om mensen die jaren geleden ten tijde van de burgeroorlog in hun land naar Congo gevlucht zijn om er asiel te zoeken. Omdat ze hun bezittingen verloren hadden, zijn velen onder hen er opgevangen in centra en kampen. Nu heeft de Congolese overheid ze het land uitgezet, als vergelding voor het ontslag van Congolese arbeiders in de Angolese diamantmijnen. Angola heeft de teruggestuurde asielzoekers voedsel bezorgd maar zocht hulp bij VN-organisaties 52 | Activiteitenverslag 2009

als de UNHCR om andere dringende noden te lenigen, zoals onderdak, dekens, muskietennetten en zeep. Vanwege een cholera-epidemie had Zimbabwe dringende hulp nodig. Eind 2008 heeft de VN de noodtoestand in dat land uitgeroepen. Ten grondslag aan de ramp lagen de feitelijke onbestuurbaarheid van Zimbabwe na de verkiezingen van het voorjaar van 2008, ontoereikende gezondheidszorg en de ondermaatse toegang tot zuiver water. Om dat laatste te verhelpen heeft de VN Unicef ermee belast om alle noodhulp te coördineren m.b.t. hygiëne en sanitaire voorzieningen. Unicef België heeft bij de Vlaamse overheid een aanvraag tot steun ingediend. Die hulp is ingezet in de districten Mudzi en Beitbridge, die respectievelijk grenzen aan de provincie Tete in Mozam-


Zuidwerking

HUMANITAIRE BIJSTAND

bique en de provincie Limpopo in Zuid-Afrika. In die twee provincies is VAIS al lang actief. Op die manier was het mogelijk om de verspreiding van de cholera-epidemie naar de buurlanden tegen te gaan. In Burkina Faso is in de hoofdstad Ouagadougou begin september 2009 een ongeziene hoeveelheid regen gevallen. Daardoor is de Kadiogo-rivier uit zijn oevers getreden. Grote delen van Ouaga en omliggende nederzettingen zijn vernield. 150.000 mensen waren dakloos en moesten een onderkomen zoeken bij familie of in tijdelijke opvangkampen. Het risico voor ziektes was groot omdat er niet genoeg zuiver water en sanitair was. Verscheidene humanitaire organisaties en ngo’s hebben hun krachten gebundeld met de Burkinese overheid om een behoefteanalyse, een actieplan en een taakverdeling op te stellen. Unicef nam de leiding in het onderwijs, verzorgde de waterbevoorrading, de hygiëne en de sanitaire voorzieningen, nam maatregelen tegen ondervoeding en droeg ook bij met gezondheidsinterventies. Ook in Azië werd tussenbeide gekomen met urgentiehulp waarop Unicef een beroep gedaan heeft. Zo heeft VAIS de organisatie een bijdrage van 260.000 euro toegezegd voor verplaatste personen in Pakistan. Dat geld is gebruikt om door de aanleg van een leiding en vijftien waterpunten duizend gezinnen de toegang tot drinkbaar water te verzekeren. Ook zijn er duizend latrines en douches gebouwd en is er bij de betrokken gezinnen een campagne voor betere hygiëne gevoerd. Ongeveer twee miljoen Pakistanen zijn er in het voorjaar van 2009 uit de Swat-vallei weggevlucht, twee derde van hen kinderen. Die volksverhuizing is het gevolg van het oplaaiende geweld tussen rebellen en het leger. Ofwel hebben plaatselijke gemeenschappen die mensen opgevangen of anders zitten ze in vluchtelingenkampen. Unicef werkt in Pakistan met VN- e.a. internationale instellingen en plaatselijke humanitaire organisaties samen om de Pakistaanse overheid te ondersteunen

bij de opvang van de vluchtelingen. Het heeft namens de VN de hulpverlening gecoördineerd m.b.t. de toegang tot water, sanitaire voorzieningen en hygiëne. Ook in andere Aziatische landen is VAIS financieel in de bres gesprongen. Zo hebben eind september/begin oktober 2009 de storm Ketsana en de daaropvolgende tyfoon Parma in Zuid-OostAzië overstromingen veroorzaakt en er een spoor van vernieling getrokken. Daardoor moesten bijna 570.000 mensen hun huis ontvluchten en ergens anders onderdak zoeken. Het Rode Kruis heeft op de Filippijnen een deel van de getroffen bevolking geholpen met het herstel van de schade aan hun huis. Op de plaatselijke markt heeft het sanitair en bouwmateriaal aangekocht, dat het onder de slachtoffers verdeeld heeft. Op die manier hebben een reeks gezinnen hun woning zelf kunnen repareren en er definitief opnieuw hun intrek in genomen. Zware regens en overstromingen hebben in de zomer van 2009 ook Mongolië getroffen. Ongeveer 20.000 mensen verloren hun huis en al hun bezittingen. Caritas België heeft samen met haar plaatselijke zusterorganisatie een project uitgewerkt om een aantal onder hen, hun traditionele tenten terug te geven. Er zijn ook boorputten geïnstalleerd om hen zuiver drinkwater ter beschikking te stellen.

Activiteitenverslag 2009 | 53


Noordwerking

humanitaire bijstand

NOORDWERKING

54 | Activiteitenverslag 2009


Noordwerking

DE VIERDE PIJLER

De 4de pijler uit de startblokken In 2009 is de ondersteuning van de 4de pijler vanuit VAIS op kruissnelheid gekomen. In samenwerking met twee medewerkers van 11.11.11 - Koepel van de Vlaamse Noord-Zuidbeweging, vormen twee personeelsleden van VAIS het 4de pijlersteunpunt. Dat staat in voor de ondersteuning van 4de pijlerorganisaties. De 4de pijler wordt meestal bekeken als het ongrijpbare geheel van ontwikkelingsinitiatieven dat de laatste vijf à tien jaar zijn opwachting maakt in Vlaanderen. Ondernemingen en vakbonden, ziekenfondsen en scholen, vrienden- e.a. burgergroepen geven hun solidariteit met het Zuiden vorm met uiteenlopende initiatieven. Die hebben vanwege hun specifieke karakter geleidelijk aan een plaats verworven naast de “klassieke” ontwikkelingssamenwerking, de eerste pijler, de multilaterale hulp, de tweede, en de ngo’s, die we als derde pijler bestempelen. De 4de pijler vormt een niet te verwaarlozen bijkomend draagvlak voor de Noord-Zuidproblematiek. Uit twee studies die het Hoger Instituut van de Arbeid (HIVA) in opdracht van VAIS gerealiseerd heeft, is gebleken hoe omvangrijk die groep wel is en welke nood aan begeleiding ze heeft. Zo telt het HIVA in haar studie “De vierde pijler van ontwikkelingssamenwerking: voorbij de eerste

kennismaking”, op basis van een enquête in de gemeentes, tussen 1100 en niet minder dan 6400 organisaties die de benaming “4de pijler” verdienen. Om maar te zeggen hoe moeilijk het is om het fenomeen precies in kaart te brengen. Het HIVA heeft in zijn onderzoek het concept gedefinieerd en de 4de pijlerorganisaties ingedeeld volgens hun inzet, hun belangrijkste klemtoon, de sector waarin ze werken en de geografische regio waarop ze zich richten. Het rapport buigt zich ook over de houding van ngo’s tegenover de 4de pijler en beschrijft hoe gemeentebesturen en provincies die waaier van initiatieven ondersteunen. Het steunpunt dat VAIS en 11.11.11 opgericht hebben, heeft verscheidene instrumenten in het leven geroepen om de 4de pijler te omkaderen. Zo staat sinds oktober 2008 de website www.4depijler. be online. Op korte tijd hebben zo’n 350 4de pijlerorganisaties zich op de site gemeld. www.4depijler. be biedt ze informatie over allerlei onderwerpen en een overzicht van alle mogelijke contacten en opleidingen. Verenigingen en individuen kunnen hun organisatie en hun project registreren op de website. Ze kunnen ook een zoekertje indienen. Wie naar de site surft, vindt op drie manieren een overzicht van alle organisaties terug. Op de databank “4de pijlers stellen zich voor” staan ze Activiteitenverslag 2009 | 55


Noordwerking

DE VIERDE PIJLER

allemaal in alfabetische volgorde. Op de wereldkaart vind je een overzicht per land en op een kaart van Vlaanderen kun je per gemeente de organisaties bekijken met een project in het Zuiden. Bovendien kan elke bezoeker zich inschrijven op de nieuwsbrief, die je op de hoogte brengt van alle nieuwigheden en interessante weetjes. Naast de website beschikt het steunpunt over nog drie andere instrumenten om de 4de pijler te ondersteunen, nl. de helpdesk, uitwisselingsmomenten en opleidingen. Opnieuw verzorgt VAIS samen met 11.11.11 een helpdesk voor de 4de pijlerorganisaties. Via de website kunnen ze vragen stellen over hun project. De vragen komen meestal per e-mail binnen, maar de helpdesk is ook telefonisch bereikbaar. Vaak boort de helpdesk de expertise van de ngo-sector aan om het gepaste antwoord te vinden. In 2009 zijn er zo’n 150 vragen binnengekomen. Dat aantal zal in 2010 zeker nog oplopen naarmate het 4de pijlersteunpunt meer bekendheid krijgt. Ontmoetingsdagen zijn een derde instrument. In samenwerking met de provincies heeft VAIS op die manier een forum gecreëerd, waarop de 4de pijlerinitiatieven met elkaar kennis kunnen maken. Die evenementen zijn het startschot voor een verdere samenwerking. Tijdens die ontmoetingen peilt VAIS naar de werking en de noden van 4de pijler. Er werd vastgesteld dat er een grote vraag is naar de uitwisseling van expertise per regio of land. Organisaties hebben vaak geen weet van wat andere 4de pijlerinitiatieven of ngo’s, die in dezelfde regio werkzaam zijn, er precies ondernemen. VAIS heeft in het najaar van 2009 enkele uitwisselingsmomenten georganiseerd die aan die behoefte tegemoet komen. Daarnaast bekommert VAIS zich ook om opleidingen die inspelen op de noden van 4de pijlerorganisaties. In de eerste plaats vergaart het steunpunt alle informatie over bestaande scholingsmogelijkheden en lijst ze op in de rubriek “vormingen” op www.4depijler.be. Het steunpunt heeft plannen om opleidingen op 56 | Activiteitenverslag 2009

maat aan te bieden. Het wil graag gemeentes en provincies, die vaak een hechte band hebben met 4de pijlerinitiatieven, de keuze geven uit verscheidene modules. Het steunpunt heeft ook een klankbordgroep in het leven geroepen om zich met raad en daad bij te laten staan. De groep verleent advies en werkt mee aan de inhoudelijke ondersteuning van 4de pijlerinitiatieven. De klankbordgroep bestaat uit actoren van de ontwikkelingssamenwerking (ngo’s, onderzoekinstellingen, 4de pijlerorganisaties enz.). Ze komt vier keer per jaar samen om informatie uit te wisselen, standpunten te verduidelijken en voorstellen of suggesties te doen m.b.t. de werking van het steunpunt. Aangezien de doelgroep van de 4de pijler groot en verscheiden is, spitst het steunpunt zich toe op één van de subgroepen, de particuliere initiatieven. Die, meestal kleinschalige projecten, kunnen in tegenstelling tot de institutionele (bijvoorbeeld van ziekenfonds) niet zo makkelijk terugvallen op een structuur. VAIS wil ook bijzondere aandacht schenken aan de bouw van bruggen met allochtonen- en migrantengroepen. Werkwijze VAIS heeft er uitdrukkelijk voor gekozen om de 4de pijler niet financieel maar inhoudelijk te ondersteunen. Het steunpunt, met de website, de helpdesk en de ontmoetingsdagen, staat centraal in die aanpak. In de eerste plaats wil het hen stimuleren om vormen van samenwerking op te zetten, zowel onderling als met ngo’s. Het streven is om uitwisseling en dialoog te bevorderen en de kwaliteit van hun werking te verbeteren, zodat de levensstandaard van de meest kwetsbare bevolkingsgroepen in het Zuiden erop vooruit gaat, want daar draait het uiteindelijk om. De samenwerking van VAIS met 11.11.11 is niet zomaar uit de lucht komen vallen. Ze heeft haar redenen. Als koepel van de Vlaamse Noord-Zuidbeweging garandeert 11.11.11 de betrokkenheid van de derde pijler bij het steunpunt. Dat is alvast


Noordwerking

DE VIERDE PIJLER

een meerwaarde. De ngo’s brengen expertise aan rond vrijwilligerswerking, het opzetten van evenementen enz. Ook het netwerk van 11.11.11, zowel in Vlaanderen als in het Zuiden, is een voordeel voor het steunpunt. De uitgebreide provinciale werking van 11.11.11 en de nauwe contacten met steden en gemeenten zijn een andere troef. Ten slotte kunnen de landendeskundigen en coöperanten van de koepel ook vragen van de helpdesk beantwoorden en hun inbreng doen op landendagen. Het steunpunt werkt naast de koepel ook samen met de ngo Volens. Op die manier wil VAIS een zo breed mogelijk publiek bereiken en de complementariteit binnen de Vlaamse ontwikkelingssamenwerking bevorderen. VAIS stelt zich tot doel om de rol van facilitator op te nemen. Daarop komt het uiteindelijk neer: alle informatie en initiatieven rond de 4de pijler centraliseren.

Ontmoetingsdagen Zo’n zestig deelnemers kwamen er op zaterdag 21 november 2009 opdagen voor de Andesdag. Die was tot stand gekomen in samenwerking met de stad Mechelen. De Andesdag was een gelegenheid om organisaties uit de 4de pijler met elkaar in contact te brengen die werkzaam zijn in het Andesgebied, met name in Bolivia, Ecuador en Peru. De deelnemers konden elkaar ontmoeten in werkgroepen die rond die landen draaiden. In elk van de drie werkgroepen heeft telkens een organisatie met activiteiten ter plaatse de begeleiding op zich genomen. De vzw Catapa doet wetenschappelijk onderzoek naar waterbeheer in Oruro, op de hoogvlakte in Bolivia, waar de bewoners van de mijnbouw leven. De vzw Inti Sisa combineert in Guamote, een bergdorp in Ecuador, cursussen traditionele

Activiteitenverslag 2009 | 57


Noordwerking

DE VIERDE PIJLER

muziek, Engels en computerkunde met toeristische activiteiten als paardentochten. De vzw Mamaya begeleidt projecten in Ayacucho. De deelnemers aan de Andesdag konden ook naar een thematische workshop trekken. Zo waren er vier: werken met inheemse volkeren, gezondheidszorg, bouwprojecten en kinderen en jongeren. Mo*-journaliste Alma de Walsche heeft de groep onder haar hoede genomen die meer wou weten over inheemse volkeren. Ze heeft uitleg gegeven over dat begrip en is ingegaan op vragen als klassenverschillen, gewoonterecht en hoe het vertrouwen winnen van zo’n gemeenschap. De werkgroep gezondheidszorg was in handen van twee dokters die in Bolivia werken. Ze hebben vragen behandeld als de selectie van patiënten, samenwerking met de overheid en plaatselijke structuren en alternatieve geneeskunde. In de workshop “baksteen in de maag” gaf een architect toelichting bij bouwprojecten. Over kinderen en jongeren gaf een medewerker van het Vlaams Internationaal Centrum een inleiding. Daarna is er gediscussieerd over vraag-

58 | Activiteitenverslag 2009

stukken als kinderarbeid, familiaal geweld, analfabetisme en seksuele voorlichting. Op 12 december heeft het 4de pijlersteunpunt een soortgelijke ontmoetingsdag georganiseerd in Gent. Toen waren de organisaties uitgenodigd die rond India werken. Opnieuw maakten zo’n zestig belangstellenden hun opwachting. De vier thema’s die in de werkgroepen in Gent aangeboord zijn, waren: geldtransfers naar India, financiële adoptie, interculturele samenwerking en alweer “een baksteen in de maag”. Het steunpunt heeft ook een drietal regionale ontmoetingsdagen gehouden. Op 16 mei zijn er zestig mensen uit de 4de pijlerbeweging in Vlaams Brabant naar Leuven afgezakt, op 24 juni negentig uit Oost-Vlaanderen naar Gent en op 1 december 120 naar Antwerpen. In 2010 gaat VAIS op die ingeslagen weg voort en staan er vier van die landendagen op het programma.


Noordwerking

ontwikkelingseducatie

Ontwikkelingseducatie grijpt om zich heen Wat ontwikkelingseducatie betreft, zijn er in 2009 niet minder dan dertien projecten goedgekeurd, voor samen ongeveer 1.350.000 euro. Vijf van die projecten draaien rond de millenniumdoelstellingen (MDG’s), de internationale afspraak om tegen 2015 de armoede in de wereld te halveren. Zo omkadert Plan België vijftien jongeren die in Benin bij leeftijdsgenoten getuigenissen en beelden inzamelen rond de millenniumdoelstellingen. ‘Geef ons een doel’ heet het project veelzeggend. Dat materiaal vormt de basis van een online debat in spelvorm.

Met het project ‘Seksuele gezondheid en jongeren, een verhaal van alles of niets?’ wil Sensoa de millenniumdoelstellingen naar jongeren vertalen. Sensoa doet dat door de millenniumdoelstellingen in verband te brengen met seksuele gezondheid, een thema dat hen nauw aan het hart ligt. Leerkrachten krijgen een training en digitaal materiaal ter beschikking om daarrond te werken. De acht andere projecten voor ontwikkelingseducatie die in 2009 goedgekeurd zijn, bestrijken uiteenlopende domeinen. Wereldsolidariteit werkt bv. op fundamentele arbeidsrechten.

De meningen van jongeren over de millenniumdoelstellingen worden verwerkt in een rollenspel en de verspreiding daarvan via het internet maakt de MDG’s bekend onder een ruim publiek. ‘Saved by the bell’ van Studio Globo legt de klemtoon op de tweede millenniumdoelstelling, nl. het recht op onderwijs. Het streven is dat in 2015 alle kinderen ter wereld basisonderwijs moeten volgen. Verscheidene ngo’s met een onderwijswerking zijn bereid om de actie te promoten bij hun achterban. Trias sensibiliseert jongeren over de millenniumdoelstellingen. Leden van de KLJ maken een reportage over bewegingswerk in Vlaanderen en Tanzania en posten die films op de website. Zo kan een breed publiek ermee kennis maken. ‘Zuidprik, het Zuiden houdt je wakker’ heet de actie van Broederlijk Delen. Het spoort jongeren (tussen 16 en 18 jaar) aan om prikacties ten voordele van het Zuiden op te zetten. 150 acties op drie jaar is de planning. Een partner uit het Zuiden bepaalt ze. Het eerste jaar gaat het om een Boliviaanse organisatie. Activiteitenverslag 2009 | 59


Noordwerking

ontwikkelingseducatie

Ze grijpt de Olympische Spelen die in 2012 in Londen plaatsvinden aan om de Schone Klerencampagne in de verf te zetten. Wereldsolidariteit streeft ernaar om het verhaal onder de aandacht te brengen van de arbeidsvoorwaarden in ondernemingen waar ze sportmerken produceren en waar hoofdzakelijk vrouwen werken. Het bouwt voort op identieke acties die het gevoerd heeft naar aanleiding van de Olympische Spelen in Athene in 2004 en in Peking in 2008. De vzw Djapo werkt aan een project, dat ze ‘BeSPIEGELingen’ gedoopt heeft. De titel verwijst naar een documentaire, waarin jongeren uit China, Ecuador, Nicaragua en Zuid-Afrika jongeren van bij ons hun indrukken over onze samenleving voorhouden. Door die spiegel en een workshop in de klas door Djapo reflecteren de leerlingen over onze maatschappij. Met ‘Rafiki’ wil Scouts en Gidsen Vlaanderen zijn partners in Congo, Burundi en Rwanda RD ondersteunen. Ze hebben samenwerking en uitwisseling op het oog en rekenen erop daarmee bij te dragen aan een duurzame vrede in de regio van de Grote Meren. ‘Als de wapens zwijgen’ is een initiatief van Handicap International. Het wil jonge mensen ertoe aanzetten om ambassades aan te schrijven van landen die het Verdrag inzake clusterbommen nog niet ondertekend hebben. Handicap International rekent op minstens zevenhonderd brieven, gespreid over twee schooljaren. Op een openluchttentoonstelling is de vergelijking te bekijken tussen de gevolgen van niet-ontplofte landmijnen en clusterbommen en de situatie in de Westhoek na de Eerste Wereldoorlog. ‘My Netlog, Your Netlog, Our Rights!’ van de vzw Vormen wil jongeren via Netlog bewustmaken van de betekenis van kinderrechten wereldwijd. Met zijn 35 miljoen leden is Netlog de populairste sociale jongeren netwerksite. Op Netlog komt er een grafisch aantrekkelijke, laagdrempelige en hippe jongerenpagina met quizvragen, peilingen, 60 | Activiteitenverslag 2009

films, stripverhalen, beeldmateriaal en oproepen tot actie. Globelink wil de stem van jongeren in het debat over de oorzaken en gevolgen van de klimaatverandering laten horen. Daarom heeft het in december 2009 naar aanleiding van de top in Kopenhagen een jongerenforum georganiseerd. Dat bestaat erin dat jongeren zich intensief inwerken in een thema, discussiëren op basis van zelfgeschreven toekomstscenario’s en via input van deskundigen tot aanbevelingen komen. Dat advies gaat naar de Algemene Vergadering van de Vlaamse Jeugdraad. Met het project Collaboration and Development in Health Care richt de Katholieke Hogeschool Limburg zich op verpleegkundigen. Zowel wie het beroep al uitoefent als wie er nog in opleiding is, wil het laten kennismaken met ontwikkelingssamenwerking als een potentieel werkterrein, hen daarover sensibiliseren en ze competenties bijbrengen om met patiënten uit andere culturen om te gaan. Centraal in het programma staat een belevingstraining in het Zuiden. Die pioniers moeten hun ervaringen overdragen op een grotere groep van gezondheidswerkers. De vzw Wereldschool biedt lagere scholen educatieve projecten aan, zoals een inleefatelier. Ze geeft ook trainingen aan leerkrachten om met kinderen te werken rond thema’s als de NoordZuid-verhouding, migratie en intercultureel samenleven. Zuiddag, een schoolvoorbeeld ‘Klop eens een dagje voor het Zuiden’, is het devies van Zuiddag vzw. Concreet: ga een dagje werken en sta je loon af aan een project in het Zuiden. Dat is de oproep aan middelbare scholieren, in ruil voor de informatie die ze via workshops, lezingen en getuigenissen over een bepaald land krijgen. Zuiddag is een van de projecten voor ontwikkelingseducatie die in 2008 goedgekeurd zijn en in 2009 op volle toeren draaien.


Noordwerking

ontwikkelingseducatie

VVOB Scholenbanden In 2008 keurde de Vlaamse regering (VAIS) een subsidie van ongeveer 37.000 euro aan VVOB goed voor het scholenbandenprogramma. In dit programma vinden scholen uit het Noorden en het Zuiden elkaar. Na een aantal maanden van voorbereiding is het programma in de loop van 2009 definitief van start gegaan. Vanaf het schooljaar 2009-2010 nemen de eerste scholen deel aan het programma.

In 2009 liet Zuiddag vzw zijn oog vallen op Oeganda. In het St.-Pieterscollege in Jette hebben ze daar werk van gemaakt. De scholieren van de twee hoogste jaren zijn twee dagen met Oeganda bezig geweest. Vooraf hebben ze in de lessen aardrijkskunde, geschiedenis en Nederlands algemene informatie gekregen. Tijdens de eigenlijke tweedaagse hebben ze kennis gemaakt met de cultuur, de politiek en het dagelijkse leven in Oeganda. De eerste dag zijn enkele Oegandezen het project voor komen stellen, dat de scholieren in hun land gaan steunen. Daarna is iedereen de tentoonstelling “Afrika, vooruit” gaan bekijken in het Atomium.

De relatie tussen de scholen kan heel diverse vormen aannemen. Van het verzenden van foto’s tot een fysieke uitwisseling... Van het leren van ieders taal tot het uitwisselen van lesmateriaal... Van brieven schrijven tot ontwikkelingshulp... Hoe de band er ook uitziet, belangrijk is dat het een relatie is die voor beide partijen tegelijk zinvol, boeiend en plezierig is. Zo staat het te lezen op de website www. scholenbanden.be. Op die website zijn ook de bestaande scholenbanden te raadplegen.

De tweede dag was er een workshop en is er op zijn Oegandees gekookt. Zo hebben ze op St.-Pieters proefondervindelijk ervaren dat de Oegandezen niet alleen belangrijke bananentelers zijn maar ook grote consumenten van die vrucht, vooral in de vorm van ‘matoke’, puree van groene bakbanaan. Een gewezen radiojournalist met reis- en verblijfservaring in Oeganda sloot de Zuiddag af met een geïllustreerde lezing over de recente geschiedenis en actuele gebeurtenissen, de politieke ontwikkelingen en de gang van zaken in de economie.

Activiteitenverslag 2009 | 61


Noordwerking

GEMEENTELIJKE SAMENWERKING

GEMEENTELIJKE ONTWIKKELINGSSAMENWERKING Met 38 Vlaamse gemeenten heeft de Vlaamse overheid een convenant gesloten. Als gevolg van die overeenkomst, die over drie jaar loopt, krijgen ze financiële steun om een eigen Noord-Zuidbeleid uit te werken. Het decreet op de gemeentelijke ontwikkelingssamenwerking is in 2005 in werking getreden. Vlaanderen gaat ervan uit dat gemeenten, die dicht bij de burger staan, een prima platform zijn om de burger warm te maken voor het Zuiden. Ze kunnen het voorbeeld geven. In de gemeenten is bovendien vaak een netwerk van ngo’s en 4de pijlerorganisaties actief. Gemeenten uit Vlaanderen en het Zuiden kunnen van elkaar leren. De convenanten willen ook het gemeentepersoneel aanspreken en het betrekken bij wat de gemeente in het Zuiden doet. Uiteraard is het de bedoeling om daar concrete verwezenlijkingen tot stand te brengen. Dikwijls draait dat rond jeugd- en afvalbeleid en administratieve ondersteuning. De meeste gemeenten die een convenant voor ontwikkelingssamenwerking afsluiten, zetten ook een stedenband op met een gemeente in het Zuiden. In 26 van de 38 gevallen is dat zo. Voor die stedenband krijgen ze voor de afgesproken periode van drie jaar een subsidie van maximum 96.000 euro. Als de stad waarmee ze verzusteren gelegen is in Zuidelijk Afrika krijgen ze 5000 euro bovenop. Ze hebben ook recht op een forfaitaire bijdrage voor het personeel dat ze inzetten. Op die forfaitaire som heeft ook een gemeente recht die geen stedenband nastreeft, maar in dat geval zakt de basissubsidie tot maximaal 48.000 euro. Met het oog op die stedenbanden staat de Vlaamse Vereniging voor Steden en Gemeenten (VVSG) in voor scholing, begeleiding en advies, 62 | Activiteitenverslag 2009

netwerking, informatie en communicatie. In 2009 heeft VAIS daarover een beheersovereenkomst met VVSG gesloten, die tot 2011 loopt. De inbreng van de Vlaamse Vereniging voor Steden en Gemeenten Een Vlaamse gemeente die een stedenband aan wil gaan met een gemeente uit het Zuiden gaat niet over één nacht ijs. Het duurt gemiddeld één tot anderhalf jaar voor een gemeente zover is. De Vlaamse Vereniging voor Steden en Gemeenten helpt ze met advies en spoort ze aan om haar tijd te nemen, zodat ze op een doordachte en transparante manier het proces af kan ronden. De VVSG doet meer dan contacten bezorgen. Ze heeft een stappenplan uitgewerkt voor een gemeente die een stedenband beoogt, met aandachtspunten en criteria. Het aangewezen aanspreekpunt voor contacten is de Europese Raad van Gemeenten en Regio’s. Op de Europese website vind je alle informatie over stedenbanden en mogelijke partners. Vooraleer een gemeente uit het meestal rijke aanbod een keuze gemaakt heeft en het schepencollege, de gemeenteraad en de GROS, de gemeentelijke raad voor ontwikkelingssamenwerking hun zeg gehad hebben, verloopt er heel wat goed bestede tijd. De VVSG wacht niet af tot een gemeente interesse vertoont om in het Zuiden een stedenband te smeden. Ze stimuleert gemeenten in het algemeen om belangstelling aan de dag te leggen voor de Noord-Zuidproblematiek. Dat doet de vereniging via verscheidene kanalen. Ze verspreidt informatie via haar website en haar e-zine en gaat ook langs bij gemeenten om er het idee met concrete voorbeelden gestalte te geven.


Noordwerking

GEMEENTELIJKE SAMENWERKING

Ook voor opleiding staat de VVSG in, zowel voor wie nieuw is in de problematiek van stedenbanden als wie daarmee al een tijd bezig is. Een voorbeeld: in juni 2010 organiseert VVSG een studiedag over de stedenband. Daar komen vragen aan bod als wat te doen in geval van verkiezingen en financiële transfers, hoe personeelswissels bij je partners op te vangen en hoe je te werk kunt gaan als de communicatie stilvalt. VVSG heeft ook het Handboek Noord-Zuid voor lokale besturen uitgegeven, een losbladige publicatie. Het is dé leidraad voor Noord-Zuidambtenaren en schepenen die geboeid zijn door het Zuiden. De tekst van het decreet op gemeentelijke ontwikkelingssamenwerking vind je erin terug, informatie over federale en Europese samenwerking, het stappenplan dat een gemeente kan volgen als het een stedenband wil smeden en ten slotte stemmen uit het Zuiden. Stedenbanden in Zuid-Afrika

Vanaf 2002 heeft Dilbeek gekozen voor een stedenband met Stellenbosch, in Zuid-Afrika, een van de drie partnerlanden van VAIS. Stellenbosch is een universiteitsstad in de West-Kaap, een wijnregio. Dat houdt in dat er zowel goedverdienende academici en welgestelde studenten te vinden zijn, als arbeiders op de wijngaarden en, zoals overal in Zuid-Afrika, een grote groep werklozen. Rijk en arm zitten er op elkaars lip.

De stedelijke overheid in Stellenbosch bekommert zich in de eerste plaats om sectoren als openbare werken en veiligheid en laat zaken als jeugdwerking over aan kerken of ngo’s. Daarom geeft Dilbeek voor de samenwerking met Stellenbosch jongeren voorrang en concentreert het bovendien zijn acties op Franschhoek, een deelgemeente met een hoge jeugdwerkloosheidsgraad. Eind 2008 is er in Franschhoek een consulent aangesteld. Hij moet een jeugdcentrum uit de grond stampen en dat op termijn omvormen tot een plek waar jongeren zowel voor opleiding en advies als voor recreatie binnen komen lopen. In 2010 stuurt Dilbeek een vrijwilligster naar Franschhoek om er het jeugdactieplan verder uit te werken. Haar takenpakket is in overleg met de Zuid-Afrikaanse consulent tot stand gekomen. De samenwerking tussen Dilbeek en Stellenbosch is met vallen en opstaan tot stand gekomen. Zo bestaat de, in 2006 opgerichte, jeugdraad van Stellenbosch alleen nog maar op papier en zijn eerdere initiatieven bij gebrek aan ondersteuning van een sociale dienst een stille dood gestorven. Dat het uiteindelijk toch gelukt is om de samenwerking met Stellenbosch vaart te geven, heeft met verscheidene factoren te maken. Het helpt dat Dilbeek zelf over een solide jeugdwerking beschikt. De gemeentelijke jeugd-, milieu-, preventie- en de sociale dienst hebben allemaal mee hun schouders onder het project gezet en die gezamenlijke inzet was van tel. Daarnaast is het besef gegroeid dat een stedenband tijd nodig heeft om tot ontwikkeling te komen. Je moet op lange termijn werken en rekening houden met het ritme van de partner in het Zuiden, waar ze niet altijd de nodige bestuurskracht in petto hebben om alles vlot gerealiseerd te krijgen. Ten slotte was het een goede zaak dat inwoners van Dilbeek al jaren bekend zijn in Franschhoek.

Activiteitenverslag 2009 | 63


Noordwerking

GEMEENTELIJKE SAMENWERKING

Stedenbanden, een olievlek Wat Dilbeek in Franschhoek gestimuleerd heeft, kan bevruchtend werken op andere stedenbanden. Zo hebben de jeugdconsulenten van Witzenberg en de jeugdraad van Tulbagh het kleinschalige jeugdcentrum Mooi Water Complex in Franschhoek bezocht. Met Witzenberg, een buurgemeente van Stellenbosch, is de gemeente Essen scheep gegaan. Het steunt er een jeugdcentrum dat naast een ontspanningsruimte ook opleidingen, informatie en advies aanbiedt. Tijdens een bezoek van een afvaardiging uit Essen, kwamen een jeugdwerkster en de stedenbandcoördinator van Mangaung naar Witzenberg afgezakt om uit te leggen hoe ze in Tulbagh op de behoeften van de plaatselijke jongeren inpikten. Tulbagh is een wijk in Mangaung, het vroegere Bloemfontein, in de Vrijstaat. Met die stad, een van de grootste van Zuid-Afrika, werkt de stad

© Noord-Zuidsamenwerking - Stad Gent

64 | Activiteitenverslag 2009

Gent al een vijftal jaar samen. De ontmoeting in Witzenberg was er gekomen op initiatief van de VVSG. De delegatie van Essen, Witzenberg en Tulbagh is samen naar Franschhoek getrokken om er hun licht op te steken. Vooral het ontspanningsaanbod van ‘Mooi Water Complex’ viel bij hen in de smaak. De samenwerking met de gemeentelijke diensten, die personeel aanleveren, viel hen ook op. Kruisbestuiving noem je zoiets. Gent heeft sinds 2004 een stedenband lopen met Mangaung. In 2005 is die geformaliseerd in een formele samenwerkingsoveeenkomst. De samenwerking sloeg in eerste instantie op drie beleidsdomeinen: het al genoemde jeugdbeleid, duurzame plaatselijke economische ontwikkeling en het stimuleren van participatie. Nu zijn de twee steden, Gent en Mangaung, overeenge-


Noordwerking

GEMEENTELIJKE SAMENWERKING

komen om ook op vlak van milieu en gezondheid te werken. Dankzij de stedenband met Mangaung waren er in Gent geregeld activiteiten rond Zuid-Afrika. Zo was er in september 2007 op de Accenta Jaarbeurs een afvaardiging uit Mangaung aanwezig, met een stand waar het zijn culturele erfgoed en toeristische rijkdom uitstalde. Er waren optredens in Flanders Expo en Zuid-Afrikaanse artiesten hebben op het Avanti Festival in het kader van het Festival van Vlaanderen gespeeld en op Student Kick-Off, de tweede editie van dat welkomstfeest. De stedenband heeft ook geleid tot meer culturele uitwisseling. De Vooruit heeft in de Vrijstaat contact gelegd met The Performing Arts Centre of the Free State en het SMAK heeft al zijn belangstelling voor Zuid-Afrikaanse artiesten getoond. Niet alleen Gent, Dilbeek en Essen zijn een stedenband aangegaan met een gemeente in Zuid-Afrika, ook Bornem is sinds 2009 verzusterd, met Nquthu, in de provincie Kwazulu Natal. Gemeenten zonder stedenband Beringen is een voorbeeld van een gemeente die een convenant gesloten heeft. In plaats van een stedenband aan te gaan kiest ze ervoor om vooral haar inwoners gevoelig te maken voor de NoordZuidproblematiek. Het is een van de nieuwkomers in het convenantenprogramma. Beringen legt de klemtoon op informatie en plaatselijke acties. Het brengt alle gemeentelijke initiatieven rond ontwikkelingssamenwerking in kaart. Het maakt melding van die activiteiten op digitale infoborden die langs de invalswegen opgesteld staan. Beringen heeft ook een infomap voor vrijwilligers aangelegd en betrekt de allochtone gemeenschap bij haar aanpak.

Activiteitenverslag 2009 | 65


Noordwerking

SENSIBILISERING VIA DE MEDIA

SENSIBILISERING VIA DE MEDIA Chris de Stoop, laureaat van de Vlaamse Noord-Zuidpersprijs “De Braziliaanse steden geteisterd door een golf van misdaad. Met 50.000 moorden per jaar en 420.000 gevangenen zit het land in de absolute kopgroep van de wereld. In de overbevolkte gevangenissen zijn de voorbije jaren gigantische goed georganiseerde bendes gevormd, zoals vooral de misdaadgroepen Primeiro Comando da Capital in São Paolo en Comando Vermelho in Rio de Janeiro.” Zo brengt Chris de Stoop op 10 september 2008 in het weekblad Knack het onderwerp van zijn reeks bij de lezers binnen. Drie weken na elkaar schrijft hij over de Braziliaanse gevangenisbendes.

worden

al

jaren

Het is een verhaal – het genre, waarin de Stoop zo sterk is en waarmee hij zijn lezers telkens weer verrast, hoe divers zijn onderwerpenkeuze ook is – over hoe de georganiseerde misdaad - Primeiro Comando da Capital, PCC - de gevangenissen controleert en tot ver buiten de muren de Braziliaanse maatschappij in een wurggreep houdt. Getuige daarvan volgend fragment: “In het voorjaar van 2006 leek 66 | Activiteitenverslag 2009

het gevangenissysteem letterlijk te ontploffen. Op Moederdag begon een opstand waarbij de meeste gevangenissen van São Paulo en van sommige andere deelstaten betrokken waren. In drie golven van geweld vielen meer dan 200 doden. Onder meer tientallen cipiers, agenten en gevangenen, die door de PCC op soms gruwelijke wijze werden omgebracht: urenlang gemarteld, het lichaam verminkt, het hoofd op stokken gestoken. Maar ook de stad São Paulo, buiten de gevangenismuren, stond in lichterlaaie. Er werden meer dan duizend aanvallen uitgevoerd op politiekantoren, bankgebouwen en bussen. De grootste verkeerschaos ooit ontstond, en uiteindelijk werd het hele stadsleven verlamd. De burgers durfden dagenlang hun huis niet meer uit.” Voor die drieledige reeks heeft Chris de Stoop in november 2009 de Noord-Zuidpersprijs gekregen. Er zijn in 2009 22 inzendingen, ingediend, van de hand van twaalf verschillende auteurs, die als


Noordwerking

SENSIBILISERING VIA DE MEDIA

artikel, reportage of reeksen in uiteenlopende media verschenen zijn. Van Knack, De Standaard, De Tijd en Het Belang van Limburg, over Che, Goedele en P-magazine, tot Brussel Deze Week, Kerk en Leven, Test-Aankoop en Vacature. Om maar te zeggen dat de Noord-Zuidpersprijs interesse wekt bij zeer diverse bladen of tijdschriften, belangrijk is, dat de behandeling van de noordzuidproblematiek geen voorrecht meer is van wat we soms gemakshalve als de kwaliteitspers omschrijven. De in de inzendingen aangesneden thema’s zijn heel verscheiden. Naast de reportage van Chris de Stoop over de Braziliaanse gevangenisbendes maken niet minder dan vier artikelen over Afghanistan deel uit van het pakket dat de jury te lezen kreeg. In Che beschrijft Joanie de Rijke hoe bij de Afghanen Afghan Star, de plaatselijke versie van Idool, razend populair is. Al moeten ze daarvoor hun televisie stiekem uit de tuin opgraven, kijken doen ze. Afrika kwam in verscheidene artikelen aan bod. In De Standaard gaat Jeroen Corduwener in op de gedaanteverwisseling die Kigali na de genocide van 1994 ondergaan heeft en welke tegenstelling er bij die economische tijger waar te nemen valt tussen het leven in de Rwandese hoofdstad en dat op de heuvels. Ook de verkiezingen in ZuidAfrika, de migratiestromen naar Europa en de activiteiten van Caritas in Ethiopië hebben de aandacht van journalisten als respectievelijk Ine Roox, Filip Michiels en Ilse van Halst getrokken. In “Wit als een lijk”, in Goedele, zoomt Andrea Dijkstra in op het lot dat albino’s in Tanzania wacht, met name discriminatie en in niet weinig gevallen een gewelddadige dood. De voedselcrisis, die in 2008 in heel wat landen van het Zuiden de landbouwproblematiek weer op de agenda gezet heeft, is het onderwerp van een artikel dat Dirk de Wilde voor De Tijd geschreven heeft. Een bijdrage in Vacature behandelt het nakende failliet van Dubai en de gevolgen daarvan voor het miljoen mensen dat

uit andere landen in Azië afgezakt is om er als bouwvakker of in de prostitutie hun brood te verdienen. Veeleer onverwachte items zijn catchwedstrijden tussen Indiaanse vrouwen in Bolivia en de grote loopschoenenmerken Adidas en Reebok, die in een van de stukken opduiken die Laurence Beulens en Christian Rousseau in TestAankoop gepubliceerd hebben. De jury van de Noord-Zuidpersprijs bestond uit voorzitter Flip Voets, secretaris-generaal van de Raad voor de Journalistiek, hoogleraar Lodewijk Berlage, Gie Goris, hoofdredacteur van Mo*, Jan Ouvry, coördinator buitenland op de nieuwsdienst van de VRT en Eline Strik, persverantwoordelijke van 11.11.11. De jury heeft veel lof voor het werkstuk van de laureaat, Chris de Stoop, vanwege de beklijvende en indringende kijk die het biedt in de wereld van de georganiseerde criminaliteit die tegelijkertijd de maatschappij als het ware organiseert. Het werk, schrijft de jury, geeft inzicht in de structuur van een favela, de naam waaronder in Brazilië krottenwijken bekend staan, en legt het verband met urbanisatie en de afwezigheid van de staat. De jury is van oordeel dat het artikel van Chris de Stoop informatief is, goed onderbouwd, helder, zuiver en geschreven met respect voor iedereen met wie hij gesproken heeft. Het laat de mensen in hun waardigheid, stellen de leden. Op de uitreiking van de Noord-Zuidpersprijs, op 17 december 2009, stond Chris de Stoop stil bij de mensen die hem bijgestaan hebben om zijn artikelenreeks tot stand te laten komen: “Ik heb onvergetelijke herinneringen aan die gevangenissen, en aan de favela’s, en aan de mensen die ik mocht ontmoeten. Zoals de jonge Braziliaanse Maria Clara, die vrijwillig in een krot ging leven en die mij daar introduceerde bij Grote Neger, de gangsterbaas van de ergste favela die ik ooit gezien heb… Of neem de Antwerpse aalmoezenier Filip Cromheecke, padre Filip, die in de gevangenissen van Salvador werkt, en daar bedreigd werd, moest onderduiken, en toch weer terugging naar zijn gevangenen”. Activiteitenverslag 2009 | 67


Noordwerking

SENSIBILISERING VIA DE MEDIA

Op het einde van zijn dankwoord schuwde Chris de Stoop de kritiek op de gang van zaken in de media niet: “Het is jammer dat zo’n aanmoedigingsprijs nodig blijft in de pers. Want als het erg is dat de norm van 0,7 procent voor ontwikkelingsgeld niet gehaald wordt, dan is het zeker erg dat er in veel media ook geen 0,7 procent van de aandacht naar het zuiden gaat; minder dan naar het weerbericht. Maar ja, het weerbericht scoort, en dit soort nieuws verkoopt niet, zeggen sommigen nu in de pers.” IPS EN MO* Het nieuwsagentschap IPS Vlaanderen, het maandelijkse MO* magazine en hun gezamenlijke website www.mo.be, richten zich in hun berichtgeving op mondiale thema’s. VAIS heeft een beheersovereenkomst met IPS Vlaanderen tot 2012. Het nieuwsagentschap kon in 2009 rekenen op een subsidie van om en bij de 230.000 euro als tegemoetkoming in de werkingskosten en de kosten verbonden aan de productie en distributie van een E-zine, en voor de redactionele ondersteuning www.MO.be. Wereldmediahuis, dat MO* uitgeeft, kreeg een subsidie van ruim 140.000 euro voor de redactionele ondersteuning van het maandblad.

68 | Activiteitenverslag 2009


Noordwerking

duurzaam consumeren

DUURZAAM CONSUMEREN VAIS doet mee! Van maandag 5 tot en met vrijdag 9 oktober 2009 heeft de Vlaamse overheid deelgenomen aan de Dag(en) van de Duurzame Ontwikkeling. Jaarlijks wil de federale overheid met dat initiatief ambtenaren in contact brengen met duurzame ontwikkeling. Het thema van de Vlaamse dagen in 2009 was Duurzaamheid? Ik doe mee!. Er stonden die oktoberdagen allerlei activiteiten op het menu. Ze waren over de hele week gespreid en vonden op verscheidene plaatsen plaats zodat zoveel mogelijk ambtenaren de kans kregen om deel te nemen. Naast de gebruikelijke informatie- en proefstandjes in de gebouwen van de Vlaamse overheid organiseerde VAIS ook een modeshow voor en door Vlaamse ambtenaren. Duurzaam op de catwalk, zo luidde de aankondiging. Op dinsdag 6 oktober hebben 26 collega’s zich in het Boudewijngebouw op de catwalk gewaagd om duurzame kledij te promoten. Onder het oog van meer dan driehonderd toeschouwers en op de tonen van exotische wereldmuziek hebben ze duurzame stoffen en prints uit het eerlijke handelscircuit en vintage kledingstukken uit de kringloopcentra geshowd.

De modellen waren geen professionals maar ambtenaren die zich, vrijwillig kandidaat gesteld hadden. De ambtenaren van ruimtelijke ordening - de meeste modellen kwamen uit hun rangen - hebben met de modeshow bewezen dat zo’n activiteit een perfecte vorm van team building kan zijn. Onder het motto ‘Kijken, voelen en proeven van duurzame ontwikkeling’ werd op donderdag 8 oktober in de gebouwen van de Vlaamse overheid in Brussel een duurzame infomarkt georganiseerd. VAIS heeft er de ambtenaren deze keer nader kennis laten maken met een uitgebreid assortiment duurzame verzorgingsproducten. Als extraatje kreeg elke bezoeker gratis een “eerlijke” roos aangeboden, met info over het Blije Bloemeninitiatief (meer informatie is te vinden op www.blijebloemen.be). Maar liefst tweeduizend fairtrade-rozen hebben een eerlijke bestemming gevonden! Fairtrade@work. VAIS heeft in mei ook deelgenomen aan Fairtrade@work, door een eerlijk ontbijt aan te bieden. Op de tafel prijkten eerlijke chocolade, chocopasta en -melk, fruitsap, honing, jam, peperkoek, speculaas en uiteraard koffie en thee. Dagelijks schenkt VAIS overigens fairtradekoffie en –fruitsap en bij speciale gelegenheden serveert het, naast hapjes bereid met eerlijke ingrediënten, een glaasje fairtrade wijn.

Activiteitenverslag 2009 | 69


MIDDELEN

70 | Activiteitenverslag 2009


MIDDELEN

MIDDELEN Het budget voor ontwikkelingssamenwerking bedroeg in 2009 bijna 29 miljoen euro. 98 % van het budget werd aangewend voor de toekenning van subsidies aan Vlaamse organisaties of partnerlanden in het Zuiden (Malawi, Mozambique en Zuid-Afrika) en het afsluiten van contracten (slechts 1%).

Sinds de oprichting van het VAIS groeit het Vlaamse budget voor ontwikkelingssamenwerking ieder jaar. In 2009 is het budget met ruim 600.000 euro gestegen. Tijdens dat jaar werden ondermeer middelen vanuit het departement Werk aan de begroting van het VAIS toegevoegd. Met dat geld werd het Waardig Werk Programma van de Internationale Arbeidsorganisatie in Mozambique gefinancierd. De middelen bestemd voor de Zuidwerking zijn in 2009 dan ook opnieuw licht toegenomen, terwijl de Noordwerking ongeveer op hetzelfde niveau van begrotingsjaar 2008 blijft.

Met betrekking tot de nieuwe initiatieven in het Zuiden stellen we vast dat 44,5 % van het budget gaat naar directe samenwerking met de (lokale) overheden. Daarnaast verloopt de samenwerking in 4 op Activiteitenverslag 2009 | 71


middelen

de 10 gevallen via een internationale organisatie, terwijl ook NGO’s rechtstreeks middelen ontvangen. Beide laatste categorieÍn nemen een aanzienlijk deel van de begroting 2009 voor de Zuidwerking voor hun rekening.

Veruit de meeste middelen werden in 2009 ingezet op de gezondheidssector (64 %) en op landbouw (20 %).

In 2009 werden geen nieuwe initiatieven opgestart in Zuid-Afrika. In afnemend belang werd het budget voor de Zuidwerking besteed in Malawi, algemeen in de SADC (Zuidelijk Afrikaanse Ontwikkelingsgemeenschap) regio en in Mozambique.

72 | Activiteitenverslag 2009


MIDDELEN

fig. 5: procentuele verdeling van begroting 2009 Zuidwerking naar sector en land of regio Zuid-Afrika

Malawi

Mozambique

SADC

TOTAAL %

landbouw

0,00%

15,57%

0,00%

4,36%

19,93%

gezondheid

0,00%

33,86%

11,46%

18,58%

63,91%

ontmijning

0,00%

0,00%

4,99%

0,00%

4,99%

transport en opslag

0,00%

0,00%

6,11%

0,00%

6,11%

sociaal beleid

0,00%

0,00%

0,00%

5,05%

5,05%

TOTAAL %

0,00%

49,44%

22,57%

27,99%

100,00%

De Noordwerking van de Vlaamse ontwikkelingssamenwerking wijzigt nauwelijks t.o.v. 2008. De subsidies voor sensibilisatie, gemeentelijke convenants en andere draagvlakverbredende initiatieven (duurzame handel, scholenbanden, kennisuitwisseling, ondersteuning microfinanciering,‌) bedroegen in totaal ongeveer 6.138.000 euro. Deze middelen werden ingezet voor initiatieven zoals Ex-Change, VVOB, Scouts en Gidsen Vlaanderen, Plan BelgiÍ, Vormen, UNIZO Internationaal en verschillende Vlaamse steden en gemeenten.

Activiteitenverslag 2009 | 73


BIJLAGEN

BIJLAGEN


BIJLAGEN

Over VAIS Voor VAIS bracht 2009 een aantal ingrijpende veranderingen. Het agentschap kreeg een structuur toebedeeld met 3 entiteiten: een afdeling, een dienst en een staf. Samen met de nieuwe structuur mocht VAIS meteen een paar nieuwe gezichten verwelkomen. Aan het hoofd van de afdeling Programma’s en Projecten staat het afdelingshoofd Anne Van Autreve. De afdeling stuurt de VAIS-vertegenwoordigers in Zuid-Afrika, Mozambique en Malawi aan, volgt de projecten en programma’s op in zuidelijk Afrika en werkt samen met internationale organisaties. Verder buigt de afdeling zich over ontwikkelingseducatie, duurzame handel, waarborgverlening voor microfinanciering, gemeentelijke convenantes en het steunpunt 4de pijler. De afdeling telt 17 personeelsleden, waarvan 6 in het buitenland werkzaam zijn. De dienst Data en Communicatie wordt geleid door het diensthoofd Sam Van den Abeele. De dienst verzamelt en analyseert alle info die voor het agentschap relevant is bij de uitvoering van haar opdrachten, rapporteert over de beheersovereenkomst met de Vlaamse regering en volgt het wetenschappelijke onderzoek in de sector op de voet. Daarnaast leidt de dienst de interne en externe communicatie, de boekhouding, secretariaatstaken en logistiek van het VAIS in goede banen. De dienst bestaat uit 10 personeelsleden. Tot slot is er de stafdienst die de administrateur-generaal, bijstaat voor ondermeer HRM, organisatie en begroting. Twee personeelsleden nemen de staftaken waar. In 2009 heeft VAIS administrateur-generaal Freddy Colson uitgewuifd. Hij ging op 1 november met pensioen. Anne Van Autreve, toen kersvers afdelingshoofd, is vanaf die datum door de Vlaamse regering aangesteld als waarnemend administrateur-generaal.

Activiteitenverslag 2009 | 75


BIJLAGEN

OVERZICHT VAN BETAlingen AAN PROJECTEN IN 2009 (ZUIDWERKING) Begunstigde

Sector

Projecttitel

uitbetaalde subsidie in euro

ZUID-AFRIKA Departement voor Gezondheid en Welzijn Provincie Limpopo

Basisgezondheid - Bevolkingseducatie

Vrijwillig Testen en Adviesverstrekking Provincie Limpopo

273.706,17

Departement van Landbouw en Milieu Provincie Kwazulu Natal

Landbouwbeleid en administratief Beheer

Capaciteitsopbouw voor Voedselzekerheid programma 2005-2009

1.500.000,00

Departement van Landbouw en Milieu Provincie Kwazulu Natal

Basisgezondheid - Voeding

Promotie van traditioneel voedsel

23.905,00

Departement van Onderwijs van de Provincie Vrijstaat

Onderwijsbeleid en administratief Beheer

Ervaringsgericht onderwijs in kleuter- en lager onderwijs

40.799,34

Departement van Onderwijs Provincie Kwazulu Natal

Werkgelegenheidsbeleid en administratief Beheer

Sociale Economie - Sociaal investeringsfonds voor lokale economische ontwikkeling

100.800,00

Bunda College of agriculture

Onderzoek en onderwijs naar kwaliteit, effectiviteit, monitoring en evaluatie van onderwijs

Onderzoek capaciteitsopbouw van veeartsen en extensiewerkers in Malawi

Bunda Landbouwschool

Landbouw en veeteelt Landbouwvoorlichting

Ondersteuning van het landbouwextentieprogramma door training en dienstverlening

638.000,00

Departement voor Landbouwextentie

Landbouw en veeteelt Landbouwvoorlichting

Ondersteuning van het landbouwextentieprogramma door training en dienstverlening

225.897,00

Departement voor Veeartsenij en Veeteelt

Landbouw en veeteelt Landbouwvoorlichting

Ondersteuning van het landbouwextentieprogramma door training en dienstverlening

296.760,00

MALAWI

76 | Activiteitenverslag 2009

18.022,00


BIJLAGEN

Ministerie van Landbouw en Voedselzekerheid

Landbouw en veeteelt - Waterhulpmiddelen voor landbouwgebruik

Aanleg en onderhoud van het irrigatiestelsel Green Belt Initiative

300.000,00

Ministerie van Volksgezondheid Malawi

Gezondheidsbeleid en -administratief beheer

Bijdrage aan de SWAp in de gezondheidssector van MalawiMalawisch begrotingsjaar 2009 (juli 2009-juni 2010)

Natural Resources College

Landbouw en veeteelt Landbouwvoorlichting

Ondersteuning van het landbouwextentieprogramma door training en dienstverlening

208.710,00

Programma voor de promotie Landbouw en veeteelt - Landbouwvan kleinvee voorlichting

Ondersteuning van het landbouwextentieprogramma door training en dienstverlening

208.000,00

UNAIDS

Seksueel overdraagbare aandoeningen en HIV/AIDS

HIV-preventie: Capaciteitsontwikkeling op gemeenschaps- en nationaal niveau voor de aanpak van kwetsbare bevolkingsgroepen

250.000,00

Viva Africa vzw

Gezondheid - Basisgezondheid Besmettelijke ziekten

Ondersteuning van HIV/AIDS diagnostiek in de DREAM centra in Malawi

102.745,00

VN-Voedsel- en Landbouworganisatie (FAO)

Landbouw en veeteelt - Landbouwproductie voor voeding

Bijdrage voor een verbeterde voedselzekerheid en voedingssituatie in Malawi

1.450.000,00

APOPO vzw

Conflict, Vrede, Veiligheid Ontmijning

Ontmijningsplan Mozambique Gaza Province 2009-2013

282.779,00

Artsen Zonder Grenzen

Bevolking & Reproduktieve Gezondheid - Seksueel overdraagbare aandoeningen en HIV/AIDS

Ge誰ntegreerd netwerk voor de bestrijding van HIV/AIDS/SOA in de provincie Tete.

593.094,00

Ministerie van Volksgezondheid - MINISTERIO DA SAUDE

Gezondheidsbeleid en -administratief beheer

Steun aan het fonds voor gezondheidszorg - PROSAUDE 2009

1.000.000,00

1.000.000,00

MOZAMBIQUE

Activiteitenverslag 2009 | 77


BIJLAGEN

Ministerie van Volks-gezondheid MINISTERIO DA SAUDE

Gezondheidsbeleid en -administratief beheer

Capaciteitsopbouw voor gezondheidszorg “HUMAN RESOURCES FOR HEALTH” - Tete/Maputo

214.350,00

Rode Kruis Vlaanderen Internationaal vzw

Gezondheid - Basisgezondheid Educatie basisgezondheid

Basisgezondheidszorg en capaciteitsopbouw in Tete, Mozambique

200.000,00

PIREP Uitvoerend Secretariaat

Onderwijs - Middelbaar onderwijs

Steun aan FUNDEC (FUNDO DE DESENVOLVIMENTO DE COMPETENCIAS)

75.000,00

Prins Leopold Instituut voor Tropische Geneeskunde

Bevolking & Reproduktieve Gezondheid - Seksueel overdraagbare aandoeningen en hiv/aids

Geïntegreerd netwerk voor de bestrijding van HIV/AIDS/SOA in de provincie Tete.

233.960,50

Prins Leopold Instituut voor Tropische Geneeskunde

Gezondheidsbeleid en -administratief beheer

Capaciteitsopbouw voor gezondheidszorg “HUMAN RESOURCES FOR HEALTH” - MOZAMBIQUE

162.450,00

Salesianen van Don Bosco Mozambique

Onderwijs - Uitrusting en vorming

Aanbouw en uitrusting van leslokalen mechanica en electriciteit op de campus

281.450,16

Universiteit Gent

Bevolking en Reproduktieve Gezondheid - Seksueel overdraagbare aandoeningen en hiv/aids

Geïntegreerd netwerk voor de bestrijding van hiv/aids/soa in de provincie Tete.

479.275,00

Belgisch Comite voor Unicef

Gezondheid - Basisgezondheid Vorming gezondheidspersoneel

Water, sanitair en hygiene als wapen in de strijd voor overleving van kinderen

506.000,00

Internationale Arbeidsorganisatie

Sociale Infrastructuur en Sociale Diensten

Steun aan het programma “Waardig Werk - Mozambique”, 2008

1.020.000,00

UNAIDS

Gezondheid - Basisgezondheid Besmettelijke ziekten

Bijdrage in de strijd tegen hiv/ aids in de SADC-landen: vrouwen, jongeren en kinderen

1.000.000,00

Wereldgezondheidsorganisatie

Bevolking en Reproduktieve Gezondheid - Familiale planning

Moeder-kindzorg in zuidelijk Afrika (HEALTHY PREGNANCY)

900.000,00

Multi - SADC

78 | Activiteitenverslag 2009


BIJLAGEN

Gezondheid - Basisgezondheid Educatie basisgezondheid

Kindermishandeling WGO preventie bij kindermishandeling (Child Maltreatment Prevention Project 2009-2010)

134.700,00

APOPO vzw

Conflict, Vrede, Veiligheid Ontmijning

Ontmijningsprogramma Mozambique 2008

39.999,72

Belgisch Comite voor Unicef

Humanitaire hulp - Noodhulp Niet noodvoedselhulp

Steun aan gezondheids- en voedingssector voor de slachtoffers van de humanitaire crisis in Oost-Congo

100.000,00

Belgisch Comite voor Unicef

Humanitaire hulp - Noodhulp Noodvoedselhulp

Humanitaire hulp aan de kinderen op de vlucht voor de gevechten in de SWat-Vallei (Pakistan).

270.000,00

Belgisch Comite voor Unicef

Humanitaire hulp - Noodhulp - CoĂśrdinatie van noodhulp; bescherming en ondersteunende diensten

Steun aan de strijd tegen cholera in Zimbabwe

100.000,00

Belgisch Comite voor Unicef

Humanitaire hulp - Noodhulp Niet noodvoedselhulp

Directe bescherming voor de kinderen in de door cycloon Nargis getroffen gebieden

10.001,00

Belgisch Comite voor Unicef

Humanitaire hulp - Noodhulp Niet noodvoedselhulp

Steun aan de gezondheid- en voedingssector voor de slachtoffers van de cyclonen IVAN en FAME

30.000,00

CARITAS Internationaal

Humanitaire hulp - Reconstructie en rehabilitatie

Stimuleren van de zelfredzaamheid van verplaatste families in Noord-Kivu

100.000,00

CARITAS Internationaal

Humanitaire hulp - Noodhulp Noodvoedselhulp

Voedingsprogramma ten voordele van kinderen, zwangere en zogende vrouwen in EthiopiĂŤ

15.000,00

CARITAS Internationaal

Humanitaire hulp - Reconstructie en rehabilitatie

Noodhulp voor slachtoffers overstromingen in Mongolie

45.000,00

Wereldgezondheidsorganisatie

Noodhulp

Activiteitenverslag 2009 | 79


BIJLAGEN

206.000,00

Rode Kruis Vlaanderen Internationaal vzw

Humanitaire hulp - Noodhulp Noodvoedselhulp

Music for Life: gezinnen en moeders op de vlucht weer samen brengen

Rode Kruis Vlaanderen Internationaal vzw

Humanitaire hulp - Noodhulp Niet noodvoedselhulp

Bescherming van slachtoffers van seksueel geweld

30.000,00

Rode Kruis Vlaanderen Internationaal vzw

Humanitaire hulp - Noodhulp Niet noodvoedselhulp

Rode Kruis - Vlaanderen Internationaal Namibie: overstroming

90.000,00

Rode Kruis Vlaanderen Internationaal vzw

Humanitaire hulp - Noodhulp Noodvoedselhulp

Voedselonzekerheid in Zimbabwe

106.629,67

Steunfonds Myanmar vzw

Humanitaire hulp - Noodhulp Niet noodvoedselhulp

Uitbreiding van het drinkwaternetwerk in Fattekone

35.000,00

VN-Vluchtelingenorganisatie (UNHCR)

Humanitaire hulp - Reconstructie en rehabilitatie

Noodhulp voor ontheemden in GeorgiĂŤ

10.000,00

VN-Vluchtelingenorganisatie (UNHCR)

Humanitaire hulp - Noodhulp - CoĂśrdinatie van noodhulp; bescherming en ondersteunende diensten

Noodhulp aan vluchtelingen in Kenia

15.000,00

Wereldsolidatiteit vzw

Humanitaire hulp - Noodhulp - Niet noodvoedselhulp

Noodhulp aan de slachtoffers van de cycloon SIDR

10.960,27

80 | Activiteitenverslag 2009


malawi in beelden

Activiteitenverslag 2009 | 81


COLOFON

Verantwoordelijke uitgever: Anne Van Autreve, VAIS, Boudewijnlaan 30, 1000 Brussel CoÜrdinatie: Gitti Van den Borre, VAIS Redactie: Guy Poppe, journalist Lay-out: Diensten voor het Algemeen Regeringsbeleid, afdeling Communicatie, Ingrid Van Rintel Foto’s: Guy Poppe en VAIS Druk: Agentschap Facilitair Management, digitale drukkerij Depotnummer D/2010/3241/116

MEER INFORMATIE? Bezoek onze website: www.vlaanderen.be/ontwikkelingssamenwerking E-mail: ontwikkelingssamenwerking@vlaanderen.be

82 | Activiteitenverslag 2009



Activiteitenverslag 2009 van de Vlaamse ontwikkelingssamenwerking