Issuu on Google+

NOGMAALS DE FEITEN OP EEN RIJ! Over vrijwilligheid, vakmanschap en verantwoordelijkheid

Publicatiereeks Vakvereniging Brandweer Vrijwilligers Brandweer Vrijwilligers: Nogmaals de feiten op een rij! - Nummer 7 - November 2011

1


COLOFON De Vakvereniging Brandweer Vrijwilligers (VBV) kent een drietal doelstellingen. 1. Bijdragen aan ontwikkeling van het vak van Brandweer Vrijwilliger. 2. Behoud vrijwilligerschap als onmisbare vorm van burgerbetrokkenheid. 3. Belangenbehartiging bij rechtspositie en arbeidsvoorwaarden. ”De kracht en kwaliteit van de samenleving worden bepaald door onderlinge betrokkenheid. Betrokkenheid begint met meedoen. In een betaalde baan, in het vrijwilligerswerk, in de zorg voor anderen”. Dat geldt in bijzondere mate voor Brandweer Vrijwilligers die naast hun hoofdberoep bij nacht en ontij gereed staan om medeburgers hulp te verlenen. En dan... komen er weer nieuwe veranderingen namelijk de verplichte regionalisering en de oprichting van het Instituut Fysieke Veiligheid (IFV). “Wat is de betekenis ervan op het vakmanschap en de sociale binding?”, zo was de vraag. Immers de vrijwilligheid staat inmiddels zwaar onder druk door overbelasting van het thuisfront, een sterke stijging van uren op de kazerne en meer eisen op het werk. Het Bestuur van de VBV is daarom de minister van Veiligheid en Justitie, de heer I. Opstelten, erg dankbaar dat hij het mogelijk maakte hierover een uitgebreide webenquête te houden onder de 22.000 Brandweer Vrijwilligers. De uitkomsten versterken de informatie over het vakmanschap en de sociale binding in de lokale samenlevingen. Leusden, 1 november 2011 Foto’s Cover: Herman van Leussen, brandweerkorps Hasselt A28 2003. Fotografie: Marcel van Saltbommel. Pagina: 4, 6, 8, 10, 12, 14, 18, 20, 22, 24, 26, 28, 30, 48, 50, 52, 54, 56, 58, 62, 64, 66, 68, 74, 76, 78, 80, 82, 86, 88 en 96 door Jordi Deckert uit brandweerkorps Dinxperlo. Pagina: 60 en 84 door Pia Porsius en Olga Huisman, Brandweerkorps Harlingen. Pagina: 72 door bevelvoerder Heidi van Buren met wedstrijdploeg Binnenmaas (Hoekse Waard). Drukwerk : Olbo - thuis in alle media, Hardenberg Bezoekadres: Larikslaan 1, 3833 AM Leusden Postadres : Postbus 290, 3830 AG Leusden E-mailadres: info@brandweervrijwilligers.nl Website: www.brandweervrijwilligers.nl © Copyright 2011 Vakvereniging Brandweer Vrijwilligers (VBV). Alle intellectuele eigendomsrechten op dit document komen uitsluitend toe aan Vakvereniging Brandweer Vrijwilligers (VBV). Behoudens de in of krachtens de Auteurswet 1912 gestelde uitzonderingen, mag niets van dit document worden verveelvoudigd of openbaargemaakt zonder de voorafgaande toestemming.

2

Brandweer Vrijwilligers: Nogmaals de feiten op een rij!


Inhoudsopgave Van de voorzitter.......................................................................................................... 5 Samenvatting............................................................................................................. 11 Leeswijzer.................................................................................................................... 27 Inleiding....................................................................................................................... 29 Onderzoeksvraag en deelvragen........................................................................... 31 Algemeen gedeelte . ............................................................................................... 35 Regionalisering........................................................................................................... 41 Instituut Fysieke Veiligheid......................................................................................... 51 Afsluitende gedeelte................................................................................................. 59 Conclusies VBV enquĂŞte........................................................................................... 63 Eerdere onderzoeken naar Vrijwillige Brandweer.................................................. 69 Aanbevelingen.......................................................................................................... 89 Amendementen wetteksten.................................................................................... 93 Slot ............................................................................................................................ 97 Bijlage enquete vragen en primaire uitkomsten.................................................... 98

Brandweer Vrijwilligers: Nogmaals de feiten op een rij!

3


4

Brandweer Vrijwilligers: Nogmaals de feiten op een rij!


VOORWOORD VAN DE VOORZITTER Hoe schrijf je tegelijkertijd mild en toch scherp op inhoud? Dat is een worsteling geweest bij het schrijven van deze publicatie. Immers dit is het zoveelste onderzoek dat kristalhelder aantoont dat het niet goed gaat met de Brandweer en in het bijzonder met de Brandweer Vrijwilligers. En dat… ondanks alle sussende woorden in de afgelopen jaren. Leest u daarom deze publicatie alstublieft als een laatste ‘wake-up call’. Toen ik deze publicatie nog eens in alle rust tot mij door liet dringen, werd mij duidelijk dat er geen behoefte meer is aan nog meer onderzoeken die in de la terechtkomen, geen behoefte meer is aan nog meer beleidsinitiatieven zonder krachtige uitvoering en geen behoefte aan nog meer welgemeende warme woorden zonder daden. Dergelijke initiatieven zouden als volkomen overbodig worden ervaren. De rij van waarschuwingen is daarvoor inmiddels te lang, de tijd begint te dringen. Het is meer dan tijd voor de bekende Rotterdamse aanpak: “Geen woorden maar daden!” Want... het ideaal van een geregionaliseerde brandweer binnen een veiligheidsregio is in ons onderzoek in een ander daglicht komen te staan. Juist in die veiligheidsregio’s gaat het niet goed. Het lijkt een papieren tijger te worden die op punt staat zijn waarde te verliezen. Uit deze en ook uit andere enquêtes1 komt scherp naar voren dat er véél, véél te lange lijnen zijn, dat er véél, te véél schijven ontstaan zijn in een niet politiek gelegitimeerd orgaan dat daardoor autocratisch kan optreden. Dat is ook de reden dat een aantal wervende credo’s over de noodzaak van de veiligheidsregio’s inmiddels sterk achterhaald klinken. “Je hebt de lokale brandweer nodig om de rampenbestrijding op orde te krijgen”. Of: “De lessen van rampen kunnen alleen geleerd worden als de brandweer geregionaliseerd wordt”.Of “Het in regionaal verband organiseren maakt meer efficiency mogelijk”. Het zou in de veiligheidsregio’s immers beter, professioneler en goedkoper worden. Inmiddels wordt de ene na de andere kazerne gesloten om gaten in de regionale budgetten te helpen dichten. Dit proces is bijna overal in het land aan de gang. Oorspronkelijk goed betaalbare brandweerzorg blijkt nu ineens onbetaalbaar. Als gevolg daarvan krijgen burgers te maken met véél te lange opkomsttijden. Tel daarbij op dat de eerste brandweerwagens straks wellicht met minder brandweerlieden arriveren en dat versterking van verder weg moet komen, dan moet ik constateren dat het ontbreken van de gewenste efficiency

1

De enquêtes van SP en de NVBR, afgenomen in voorjaar 2011.

Brandweer Vrijwilligers: Nogmaals de feiten op een rij!

5


6

Brandweer Vrijwilligers: Nogmaals de feiten op een rij!


de effectiviteit uitholt. De Inspectie Openbare Orde en Veiligheid bevestigt dit indirect in hun rapportage naar aanleiding over Moerdijk2. Brandweer Vrijwilligers worden uit hun eeuwenoude rol gehaald binnen de lokale inbedding van stad of dorp. Zij worden, of zijn, gebracht in de grootschaligheid van clusters en veiligheidsregio’s waarbinnen wantrouwen zich heeft genesteld en het vertrouwen in het management steeds verder afbrokkelt. Dit is een algemeen beeld dat zich razendsnel heeft verspreid; gevolgd door een ‘laissez faire’ houding van nogal wat Brandweer Vrijwilligers. “Als het niet in orde komt, ga ik toch gewoon een andere hobby zoeken”. Wat vroeger altijd onopgeefbaar was, is dat nu niet meer. Daar komt bij dat de thuisbelasting nog steeds stijgt terwijl er bijna bovenmenselijke (gezins)inspanningen geleverd worden om bij nacht en ontij de confrontatie met leven, dood, leed en schade aan te gaan. De lokale leefbaarheid en veiligheid staan op het spel door het weglekkend maatschappelijke goud. Het kruispunt van keuzen nadert: “Blijven of doorgaan?” En dan, wat nu? Nu... de Brandweersector een lappendeken van verschillen is geworden? Nu... er een lappendeken aan opvattingen over vak, vakmanschap en medezeggenschap is ontstaan? Nu… er 3 grootschalige enquêtes gehouden zijn met schokkende resultaten? Gewoon doorgaan met wat lapmiddelen? Pappen en nathouden; of een ‘time-out’? Een bezinning en doordenking van de problemen om tot duurzame en echte oplossingen te komen? De Vakvereniging Brandweer Vrijwilligers (VBV) gaat voor het laatste want er liggen grote bedreigingen en die moeten omgezet worden in even grote creativiteit om oplossingen te ontwikkelen. Als wij met elkaar de klus willen klaren, kunnen wij nu zo niet verder. Er moet een adempauze komen om zaken goed te organiseren; hersporen nu alle seinen op rood staan! Voorwaarden daarbij zijn echte daden en wettelijke verankering van een aantal ingrijpende landelijke maatregelen. Dat willen wij als VBV; voor de lokale veiligheid en juist die willen de Brandweer Vrijwilligers dienen want dat bleek hun sterkste drijfveer! Trouwens al eeuwen. Alstublieft geen nieuwe rapporten, geen nieuwe onderzoeken en geen nieuwe bestuurlijke beloften want die zijn er al genoeg. Als je 30 jaar onderzoek bij elkaar optelt, zijn er geen wezenlijke veranderingen gerealiseerd. Het tegenovergestelde is zelfs waar. De stem van de Brandweer Vrijwilliger wordt steeds minder gehoord. Eerder gingen zij over alles in hun eigen brandweerpost en nu bijna nergens meer over. Steeds vaker geldt: “Over hen, zonder hen!” Reeds in 2001 gaf de Rekenkamer de rampenbestrijding na 15 jaar een onvoldoende en dacht de toenmalige Regering deze eind 2004 op orde te hebben.

2  

Brandweer Vrijwilligers: Nogmaals de feiten op een rij!

7


8

Brandweer Vrijwilligers: Nogmaals de feiten op een rij!


Is er nog toekomst voor de 22.000 Brandweer Vrijwilligers? Als wij die vraag spiegelen aan de decimering van de Politie Vrijwilligers in de laatste decennia, zakt ons de moed in de schoenen. Als wij kijken naar de eigen sociale kracht van de Brandweer Vrijwilligers dan hebben wij grote hoop. Voorwaarde is wel dat dan de basiswaarden goed geregeld zijn zoals zeggenschap op eigen kazerne, daarmee zeggenschap over de veiligheid van eigen dorp, wijk of stad. Binnen kaders meer doorzettingsmacht voor vrijwillig postcommandant, burgemeester, college en raad al dan niet binnen de kaders van een nationale of regionale brandweer. Waarom niet de kazernes en uitrukpersoneel terug naar gemeenten? Alleen zo ziet de VBV de toekomst voor de 22.000 Brandweer Vrijwilligers zonnig in en daarmee van de veiligheid van de burgers. Zo niet, dan kan niemand zeggen het niet geweten te hebben; de rij aan publicaties en beleidsinitiatieven is daarvoor te lang. Het komt dan dicht in de buurt van de strekking van de Duitse uitdrukking: “Ich habe es nicht gewollt, aber es hat doch angefangen� Tot slot. Het moet mij van het hart. Er lijkt een groot verschil gegroeid in maatschappelijke, ambtelijke en bestuurlijke waardering van Brandweer Vrijwilligers in het buitenland en die in Nederland. Uit tal van internationale studies blijkt dat men niet alleen de grote economische waarde herkent maar nog meer de sociale waarde benoemt en bevestigt. In vergelijking met daar lijkt het in Nederland een kil, veel te zakelijk klimaat te zijn ontstaan voor onze Brandweer Vrijwilligers. C. van Beek MCDm Voorzitter VBV

Brandweer Vrijwilligers: Nogmaals de feiten op een rij!

9


10

Brandweer Vrijwilligers: Nogmaals de feiten op een rij!


SAMENVATTING Het is goed de publicatie binnen het historisch perspectief te plaatsten van het laatste decennium. Het is geen op zichzelf staand nieuws dat in deze publicatie naar voren komt. Het hangt sterk samen met de ontwikkelingen in dit decennium; zelfs met die in de eeuwen hiervoor. De Vrijwillige Brandweer heeft haar wortels in het verre verleden liggen. Het is goed om dat te beseffen en dit vast te houden tijdens het lezen. Aan het begin van de 21ste eeuw rolde de rampen van Volendam en Enschede over Nederland heen die “veiligheid” prominent op de nationale en lokale politieke agenda plaatste. “Voorkomen” en “verbeteren” werden credo’s, vooral de integratie van fysieke veiligheid binnen alle gemeentelijke processen zou “voorkomen en voorbereiden” nadrukkelijker in beeld brengen. In dit verband verschenen er een rapport3 over participatie van de brandweer in de gemeentelijke processen en een landelijk studie naar de optimale positionering van de brandweer binnen gemeenten4. Sindsdien investeren gemeenten jaarlijks vele tientallen, zo niet honderden miljoenen in de verbetering van preventie, handhaving en in verbetering van operationele prestaties. Sinds 2004 verschenen er plannen over regionalisering van gemeentelijke brandweren. Dat zou beter, goedkoper en efficiënter zijn voor de rampenbestrijding en crisisbeheersing. De plannen kwamen in de Kabinetsvoornemens terecht. In 2007 verdween echter het verplichte karakter van de regionalisering. In 2011 werd deze vrijblijvendheid omgezet in de verplichte regionalisering; met daarbij de oprichting van het Instituut Fysieke Veiligheid (IFV). Een onstuitbaar proces waarin de 22.000 Brandweer Vrijwilligers worden meegesleept. Daarom is er een webenquête gehouden om te weten welke harde randvoorwaarden daarvoor geregeld moeten worden. De resultaten zijn verdeeld over 4 vragenseries: het algemeen gedeelte, de regionalisering, de oprichting IFV en het afsluitend gedeelte. In de enquête is een onderscheid gemaakt tussen de regiokorpsen en de gemeentelijke korpsen. Dit om na te gaan of er verschillen tussen beide groepen te ontdekken zijn en vervolgens van te leren.

Don J. Berghuijs, “De toekomst van de rampenbestrijding en het risicomanagement,een evaluerende rapportage naar aanleiding van de vuurwerkramp in Enschede op 13 mei 2000”, Enschede, 2001. C. van Beek MCDM, “Veiligheid een kwestie van organiseren, … collega’s op naar het gemeentehuis”, Commandeursscriptie Nederlands Instituut voor Fysieke Veiligheid, Arnhem, 2002.

3 

4 

Brandweer Vrijwilligers: Nogmaals de feiten op een rij!

11


12

Brandweer Vrijwilligers: Nogmaals de feiten op een rij!


Algemeen gedeelte Vrijwel alle Brandweer Vrijwilligers zijn vrijwilliger geworden ten dienste van de veiligheid van hun dorp, wijk of stad en vinden kameraadschap en samenhorigheid belangrijk. De laatste jaren is bij bijna de helft de motivatie afgenomen en slechts 9% geeft een toename ervan aan. Het verkrijgen van erkenning en waardering scoren laag (8%). Als positief aspect van de ontwikkeling van de laatste tijd wordt het realistisch oefenen en de aanschaf van beter materieel genoemd. Dit vinden zij noodzakelijk om adequaat op te treden binnen dorp, wijk of stad. Hierdoor kunnen zij ‘hun’ burgers in nood beter helpen. Als negatief duidt men het management, de falende zeggenschap en de afnemende invloed; verder de dreigende sluiting van hun kazerne en de stijgende belasting van het thuisfront. De enorme regeldruk, onprofessionele bejegening (‘gefopt’ voelen), niet luisteren en geldverspilling in veiligheidsregio’s worden ook als reden genoemd. Er is ten aanzien van de positieve duidingen nauwelijks verschil tussen de reeds geregionaliseerde korpsen en gemeentelijke korpsen. Bij de negatieve duidingen ligt dat anders; de negatieve scores liggen binnen regionale korpsen hoger. Groter, beter en centraler werkt kennelijk niet zoals bedoeld en het lijkt wel of onbedoeld precies het tegenovergestelde bereikt wordt. De onderliggende ‘flow’ bij Brandweer Vrijwilligers is er een van het zich afvragen of en hoe men nu verder wil. Daarbij komt dat de grote loyaliteit aan de lokale brandweerpost (niet aan de organisatie) niet onbegrensd meer lijkt. De uitstroom van ongebruikte capaciteiten van allerhande beroepen lijkt aanstaande indien er geen verandering komt.

Regionalisering De communicatie tussen korpsleiding en werkvloer is onvoldoende waarbij er nauwelijks verschil is tussen wèl en nog niet geregionaliseerde brandweerkorpsen. Bijna de helft van de Brandweer Vrijwilligers is niet tevreden en/of vindt dat het beter kan. Uit de aanvullende reacties blijkt dat er sprake is van een groeiend en breed en stevig en diep geworteld wantrouwen over (top)management. Die afstand is er niet alleen in de beleving maar ook daadwerkelijk vanwege het groeiend aantal managementlagen. Deze worden verantwoordelijk gehouden voor een ontbrekende en/of vertraagde communicatie en ontbrekende en/of trage ‘feed back’. Dit draagt op zichzelf weer bij aan het groeiende gevoel van

Brandweer Vrijwilligers: Nogmaals de feiten op een rij!

13


14

Brandweer Vrijwilligers: Nogmaals de feiten op een rij!


argwaan en onzekerheid. Daadwerkelijk gehonoreerde inbreng en (mede)zeggenschap over de veiligheid in hun dorp of stad lijkt steeds schaarser te worden. De Wet op de Ondernemingsraden is bij meer dan helft van de organisaties niet bekend of mogelijk zelf niet in werking. Er is een nietszeggende en zeer versnipperde lokale en regionale lappendeken van medezeggenschap die landelijk gezien geen doorzettingsmacht heeft met een ondervertegenwoordiging van Brandweer Vrijwilligers. Het credo: ‘over ons, zonder ons’ wordt steeds meer waar. De vraag wordt opgeroepen of de wettelijke medezeggenschapsorganen wel de belangen van Brandweer Vrijwilligers echt kunnen dienen. Daarnaast is men niet bij de Vrijwillige Brandweer gekomen om aan medezeggenschap deel te nemen maar om branden te blussen en hulp te verlenen bij ongevallen. Ook de manier waarop medezeggenschap is ingericht werkt hier aan mee. “Niet vergaderen in de avonduren, door regels van verdeling van zetels, ligt de focus op de beroeps problematiek”, enzovoort. De sterk toegenomen bureaucratie, overvloed aan regels en afstand met de werkvloer hebben een negatief effect op het vrijwilligerschap en de binding in de lokale samenlevingen. Het verlies aan autonomie heeft hieraan bijgedragen: men gaat er niet meer over. De gestegen oefenbelasting en aantal als zinloos ervaren uitrukken door met name de hoeveelheid automatisch gegenereerde alarmen draagt weer bij aan de verdere belasting van het thuisfront en afnemende bereidheid van werkgevers om personeel toe te staan gedurende werktijd uit te rukken. Er is nauwelijks verschil tussen de scores uit gemeentelijke korpsen die verwachtingen uitspreken en regionale korpsen die ervaringen hebben. De verwachtingsscores van de gemeentelijke korpsen komen vrijwel overeen met de werkelijkheidscores van de regionale korpsen. Opvallend daarbij is dat slechts 5% verbetering verwacht of ervaart na de regionalisering. Zowel in regionale korpsen als in gemeentelijke korpsen ervaart respectievelijk verwacht meer dan 50% aanmerkelijke verslechteringen. Opvallend hierbij is dat de organisatiekenmerken van papier, regels, afstand en bureaucratie voor een belangrijk gedeelte verantwoordelijk zijn voor een slecht voorgevoel of de ervaring. Dit zou weleens de belangrijkste reden voor de sterk afnemende werfkracht van lokale kazernes binnen de lokale samenlevingen kunnen zijn: op een verjaardagsfeest vertelt men niet meer trots over hun brandweer. Bezien vanuit de intrinsieke motivatie van Brandweer Vrijwilligers is het de fundamentele vraag of de organisatie(vorm) van de veiligheidsregio de kernwaarden van het vrijwilligerschap wel aan kan. De volwassen Brandweer Vrijwilliger die een gezin runt, die een volwaardige baan heeft en daarnaast als vrijwilliger een van Brandweer Vrijwilligers: Nogmaals de feiten op een rij!

15


16

Brandweer Vrijwilligers: Nogmaals de feiten op een rij!


de belangrijkste overheidstaken uitvoert, lijkt steeds minder te passen binnen een grootschalige bureaucratische veiligheidsregio. Dit kan te maken hebben met ontkenning van de intrinsieke motivatie van het vrijwilligerschap die gefaciliteerd moet worden in plaats van “gemanaged”. Er kunnen echter ook andere factoren zijn zoals afnemende binding van de leiding met de kazernevloer, het afnemend vakmanschap of een ontkenning van de vrijwilligerswortels in de lokale samenleving. Het vraagt sterk management om de specifieke kennis en ervaring van de vrijwilliger te gebruiken in plaats van af te wijzen. Zelfdenkende vrijwilligers worden nogal eens als “lastig” ervaren.

Instituut Fysieke Veiligheid (IFV) Het eerste landelijke project van aanbesteden van C2000 randapparatuur in 2005 is geëvalueerd en geeft een onthutsend beeld. Dat ongeveer 60% niet tevreden is met deze apparatuur, is ontluisterend. Immers de veiligheid van de burger (‘pager’) en de veiligheid van de brandweerman hangt (portofoon) hiervan af. Uit de vele honderden schriftelijke aanvullingen bleek een grote mate van ergernis over falen en haperen. Dit betekent dat als op dezelfde manier andere projecten worden aanbesteed zoals dat binnen het C2000 project gedaan is, dit opnieuw desastreuze financiële en veiligheidsgevolgen zal hebben voor de kwaliteit en de professionaliteit van het operationeel optreden. Vrijwel niemand is tevreden! Daarbij komt dat men leert werken met onbetrouwbare apparatuur en dat is levensgevaarlijk! De 1ste generatie ‘pagers’ is voor veel geld in de prullenbak verdwenen. De volgende generatie was weliswaar iets beter maar nog steeds niet ergonomisch afgestemd op de gebruiker. Falen van piepers leidt tot vertraging in uitruk en ontbrekende ergonomie in ontwerp leidt tot stevige inmiddels ‘geprogrammeerde’ gedragsonveiligheid tijdens het ontvangen en uitlezen van het alarm. Van enige robuustheid van de ‘pager’ is geen sprake. Ten aanzien van de portofoons kunnen wij duidelijk zijn. Dat apparaat is ergonomisch, functioneel en in het gebruik totaal niet afgestemd op gebruik in operationele omstandigheden. Bovendien is het volgens de definitie van de arbeidsomstandighedenwet een arbeidsmiddel dat op willekeurige momenten kan falen. De 1ste landelijke aanbesteding via de Landelijke Aanbesteding Rand Apparatuur (LARA) van 5 jaar geleden geeft daarom een weinig hoopvol perspectief voor de toekomst.

Brandweer Vrijwilligers: Nogmaals de feiten op een rij!

17


18

Brandweer Vrijwilligers: Nogmaals de feiten op een rij!


De inspraak bij de aanschaf van materiaal en materieel vóór en ná regionalisering geeft evenmin veel hoop. Men heeft veel inspraakgebied verloren. Van een ingeburgerde inspraak voor de regionalisering naar volledig verlies van zeggenschap erna. De gemeentelijke korpsen denken hier precies hetzelfde over en wat zij verwachten, is inmiddels realiteit in regionale korpsen. Wat zegt dit nu over de komst van IFV? 70% Vindt IFV niet nodig en als het nodig is, moet er met klankbordgroepen gewerkt worden en, zo nodig, met wettelijke vertegenwoordiging door de VBV als vertegenwoordiging van de werkvloer. Er moet doorzettingsmacht komen van de eindgebruiker. Het kan niet zo zijn dat er telkens honderden miljoenen besteedt worden en vervolgens de mankementen en tekortkomingen van de apparaten en middelen op conto van de burger en de veiligheid van de brandweerlieden worden afgewenteld. Daarbij komt nog eens dat er een verband ligt met ‘de spullenboel’ en de motivatie om vrijwilliger te zijn in eigen dorp of stad. De spullenboel moet in orde zijn anders kan men de burger niet goed bedienen en kan de veiligheid ervan niet voldoende gewaarborgd worden. Hier raakt de IFV de lokale binding en de diepere drijfveren.

Eindgedeelte Duidelijk is dat men veel minder regels wil en een volwassen benadering. Ongeveer de helft vindt zelfstandigheid op een kazerne een randvoorwaarde om te blijven. De binding met de gemeente wordt momenteel vrijwel ontmanteld. Formeel mag de gemeenteraad binnen de veiligheidsregio’s zienswijzen indienen en is het college verantwoordelijk voor de brandweerzorg. In werkelijkheid ligt beleid en uitvoering vrijwel geheel bij de niet-democratisch gelegitimeerde veiligheidsregio’s. Zowel in de gemeentelijke korpsen als in de regionale korpsen vindt men de relatie met de gemeente van groot belang. Dat sluit aan bij het motief waarom 90% Brandweer Vrijwilliger is geworden namelijk ten dienste van de veiligheid van eigen dorp, wijk of stad. Het ligt dan ook voor de hand dat ook de relatie met gemeente(raad) van groot belang is voor hen. Dit blijkt ook uit de enquête dat 55% voor een stevigere relatie is. Belangrijk is zelfstandigheid en autonomie op de kazerne. Feitelijk een roep om volwassen behandeld te worden en eigen verantwoordelijkheid te vergroten. Dat sluit aan op de wens om minder regels.

Brandweer Vrijwilligers: Nogmaals de feiten op een rij!

19


20

Brandweer Vrijwilligers: Nogmaals de feiten op een rij!


Als Brandweer vrijwilligers ermee stoppen is er (nog) geen grote bereidheid om andere taken te blijven doen, bijvoorbeeld in het kader van voorlichting. Wellicht is dit onderwerp voor verder onderzoek naar de voorwaarden en taken. Men heeft daarnaast ca. 600 tips gegeven waarvan de kern is meer invloed, grotere betrokkenheid, minder top en betere communicatie.

Eindconclusies De uitkomsten van dit onderzoek zijn feitelijk verbijsterend. Alle eerdere onderzoeken uit 1982, 1991, 1998 en 2005 en ook andere onderzoeken waarschuwden alle voor hetgeen er nu in 2011 wordt geconstateerd. Dat het nu zover is, wordt ook bevestigd door de NVBR en SP enquêtes. De uitkomsten brengen bovendien een belangrijk fenomeen naar voren namelijk dat het in de reeds geregionaliseerde korpsen (nog) minder goed gaat dan in de gemeentelijke korpsen. Het is buitengewoon verontrustend dat de veronderstelling dat groter en centraler, beter gestuurde organisaties en meer professionaliteit zou opleveren, niet lijkt op te gaan. Het tegendeel (b)lijkt. Effectiviteit (doelmatigheid) is verdrongen door bureaucratie en de gedachte dat groter, efficiënter is. De komst van IFV wordt niet verwelkomd. De ervaringen met de eerste landelijke aanschaf van portofoons en ‘pagers’ zijn zeer ontmoedigend; zeker als de vervanging weer op dezelfde manier wordt geregeld. Er moet goed worden nagedacht over een wettelijke vorm van doorzettingsmacht van de eindgebruiker. Niet alleen is het C2000-project een schip op het brandweerstrand maar ook de debacles in de Politiewereld waar de centrale aanschaf al enige jaren zijn sporen trekt. De Brandweer Vrijwilligers geven zelf aan dat zij volwassen behandeld willen worden, dat zij autonomie binnen kaders op eigen kazerne wensen, dat zij veel minder regels en papier willen en dat zij hun eigen boontjes wel kunnen doppen binnen die afgesproken kaders. Dus als volwassen brandweergemeenschappen de lokale samenlevingen veiliger maken!

Eerdere publicaties Een lange reeks onderzoeken geven alle hetzelfde aan: namelijk organiseer ‘de stem van de vrijwilliger’, belast de passie niet met allerlei papier en bureaucratie, zorg voor gegarandeerde inbreng en betrokkenheid en laat vooral zoveel mogelijk aan de eigen verantwoordelijkheid op lokaal niveau over. Wat opvalt aan de onderzoeken van 1982 tot 2005 is dat deze een waarschuwend karakter hebben. Zo van let nu op want anders zou het weleens mis kunnen gaan. De reflex hierop was in een enkel geval negatief. Toen het rapport “Vinden en

Brandweer Vrijwilligers: Nogmaals de feiten op een rij!

21


22

Brandweer Vrijwilligers: Nogmaals de feiten op een rij!


binden” in 2005 uitkwam met de opmerking om toch vooral voorzichtig te zijn met de regionalisering en dat slim aan te pakken gaf dat een afwijzende reflex. In plaats van het advies op te pakken, werden de aanbevelingen afgewezen en de regionalisering als “het einde” gezien. Daarin paste kennelijk niet zo’n waarschuwing. De laatste 3 onderzoeken, die van de NVBR, SP en de VBV hebben een meer constaterend en vaststellend karakter. ‘Het pas nu op’ is overgegaan in ‘het is zover’. Deze recente onderzoeken bevestigen wat om de zoveel jaar telkens weer opnieuw is onderzocht en geconstateerd. Er is ook geen gestructureerde aanpak die de verbeteringen en aanbevelingen heeft geïmplementeerd. Feitelijk zijn deze in een soort niemandsland verdwenen, zo lijkt.

Aanbevelingen De hamvraag is “Gaan wij zo door of buigen wij om?” of op niveau van de individuele Brandweer Vrijwilliger “Ga ik door of stop ik?”. Gemotiveerd houden, thuisfront ontlasten en eigenaarschap terug organiseren zullen de grootste uitdagingen worden voor de komende 3 jaar. Daarvoor moeten er door de minister van Veiligheid en Justitie harde randvoorwaarden geschapen worden die deze geschetste lijnen ondersteunen en realiseren.

Sociale cohesie en legitimatie • B  ed de brandweer weer dieper in de lokale maatschappij van dorp, wijk of stad. • Richt per post een jeugdbrandweer op om de beeld- en werfkracht binnen de lokale samenleving te versterken en de bezieling voor de toekomst veilig te stellen. • Benoem een brandweerburgerraad met daarin o.a. een afvaardiging van gemeenteraad, de hoofdwerkgevers en een afvaardiging van de Landelijke Vereniging Kleinen Kernen (LVKK). • Stel de brandweerburgerraad verantwoordelijk voor de verbinding van en met de lokale gemeenschap, de werf- en beeldkracht van de lokale brandweerpost, de relatie met hoofdwerkgevers en de omgevingsfactoren uit de lokale samenleving die het optreden van de brandweer beïnvloeden. • Organiseer de brandweerposten terug naar de gemeente en geef de burgemeester, het college van B&W, de gemeenteraad en de lokale postcommandanten doorzettingsmacht op dekkingsplannen, capaciteit en kwaliteit.

Brandweer Vrijwilligers: Nogmaals de feiten op een rij!

23


24

Brandweer Vrijwilligers: Nogmaals de feiten op een rij!


Lokale organisatie • G  eef de lokale brandweerposten bij wet een grote mate van zelfstandigheid en stuur deze aan op beperkt aantal kernprestatie-indicatoren zoals bijvoorbeeld lokale binding en werfkracht, vakbekwaamheid, uitrukgarantie, onderhoud eigen materieel en materiaal, veiligheid, opkomsttijden, professionele aanpak tijdens uitrukken, lokale werfkracht, sfeer en kameraadschap. • Stel per post een vrijwillig postcommandant en plaatsvervanger aan die verantwoordelijk hiervoor zijn en faciliteer deze met beroepsondersteuning. • Organiseer het zodanig dat de leiding van brandweerposten maximaal 1 leidinggevende laag verwijderd is van de hoogste leiding. • Geef de lokale brandweerpost de wettelijke taak van het bevorderen van zelfredzaamheid door advies en controle op bluswatervoorzieningen, op lokale bereikbaarheid en op de praktische uitvoering van brandveiligheid in woningen. • Breng de belasting binnen 2 jaar met tenminste 30% omlaag door een aanvalsplan: “Met minder wordt het beter, vermindering belasting Brandweer Vrijwilligers”, waarin specifiek naar opleidingen en oefeningen gekeken wordt. • Zorg voor een efficiënte facilitering van de lokale brandweerposten vanuit de regionale en/of landelijke organisatie. • Doe onderzoek naar nieuwe vormen van management van hybride (beroeps en vrijwillige) organisaties en implementeer de uitkomsten.

Zeggenschap en invloed • N  eem in de wet op dat er een nationaal orgaan, -een vrijwilligersraad-, komt dat de belangen van de Brandweer Vrijwilligers vertegenwoordigt op lokaal, regionaal en nationaal niveau en dit organiseert voor hen. • Organiseer de kracht van de verschillende hoofdberoepen als unieke kans voor betrokkenheid, vernieuwing en innovatie in een landelijk dekkend netwerk. • Ontwikkel dat landelijk dekkend netwerk van kennis en ervaring dat invloed en doorzettingsmacht heeft bij aankoop, opleidingen, oefeningen, examens, dekkingsplannen en operationeel optreden. • Neem in de wet op dat bij aankoop materiaal en materieel de eindgebruiker doorzettingsmacht krijgt op specificaties, functionaliteit, ergonomie en gebruiksvriendelijkheid.

Geen woorden maar daden! De aanbevelingen zijn in concrete wetsvoorstellen omgezet. De lezer kan deze elders in deze publicatie vinden in de vorm van amendementen van wetsartikelen. Brandweer Vrijwilligers: Nogmaals de feiten op een rij!

25


26

Brandweer Vrijwilligers: Nogmaals de feiten op een rij!


Leeswijzer De publicatie begint met een samenvatting van de resultaten en aanbevelingen. Deze samenvatting wordt vooraf gegaan door een voorwoord van de voorzitter van de VBV, Cees van Beek. Hij gaat in op de oplopende problemen in de Brandweer-sector die door een vlucht naar voren lijken te worden gemaskeerd. De inleiding geeft de aftrap naar de enquête, de aanleiding en de kern: “Hoe denkt de achterban over de regionaliseringplannen van het Kabinet en over de oprichting van het Instituut Fysieke Veiligheid?” De onderzoeksopzet is summier beschreven en de deelvragen worden uit de doeken gedaan. De ‘kale’ uitslagen per vraag zijn in de bijlage opgenomen. Het algemeen gedeelte beschrijft de inleidende vragen. Deze vragen zijn ingedeeld naar algemene gegevens en maken het mogelijk verschillende variaties te kiezen. Hiermee is een scherpe analyse mogelijk en zal de meest bruikbare resultaten opleveren. Na het algemeen gedeelte, komt het gedeelte over regionalisering. Hierbij zal, indien significant, onderscheid gemaakt worden tussen de regionale korpsen en de gemeentelijke korpsen. Deze worden dan vergeleken. Datzelfde gebeurt met het onderwerp van de instelling van het ‘Instituut Fysieke Veiligheid’. Ook hier de vergelijking tussen regionale korpsen en gemeentelijke korpsen. Daarbij is ook gekeken naar een eerste inventarisatie van mogelijkheden hoe de inbreng te organiseren in zo’n centraal instituut. Het afsluitende gedeelte van de enquête zal vervolgens worden behandeld en beschreven. Hierna zullen de conclusies uit deze VBV-enquête getrokken worden. De conclusies van deze enquête worden vervolgens kort vergeleken met de resultaten van eerdere onderzoeken naar Brandweer Vrijwilligers uit het verleden en de recente NVBR- en SP-enquête. Deze laatste enquêtes werden in het voorjaar van 2011, juist voor de VBV-enquête, gehouden. Beide behandelen ook een belangrijk segment van het VBV onderzoeksterrein. De aanbevelingen die voor de minister van Veiligheid en Justitie zijn bestemd, zijn omgezet in wetsamendementen. Tot slot. Er is in deze publicatie gekozen om meteen na de behandeling van een hoofdstuk de conclusie op dat gedeelte te geven. Dat voorkomt dat de lezer aan het einde van de publicatie, waar alles wordt samengevat en geconcludeerd, weer van vooraf aan moet lezen om het verband vast te houden. Brandweer Vrijwilligers: Nogmaals de feiten op een rij!

27


28

Brandweer Vrijwilligers: Nogmaals de feiten op een rij!


Inleiding De verplichte regionalisering en het Instituut Fysieke Veiligheid (IFV) is in aantocht. Dit Instituut kan, en zal naar verwachting, belangrijke gedeelten van de bedrijfsvoering van de 25 veiligheidsregio’s gaan overnemen. In ieder geval zal naar alle waarschijnlijkheid het IFV de inkoop centraler gaan regelen. Voor velen onder de 22.000 Brandweer Vrijwilligers gevreesde onderwerpen, mede gelet op ervaringen met het C2000-project, ervaringen uit regionale korpsen en de debacles bij de voorziening tot samenwerking Politie Nederland (vtsPN). De vraag was, hoe bereiken en peilen wij onze achterban over deze, voor hen belangrijke onderwerpen. Het ministerie van Veiligheid en Justitie (V&J) was bereid een grootschalig webonderzoek naar de opvattingen over beide genoemde onderwerpen onder de achterban te financieren. Op deze wijze zou het mogelijk zijn om ervaringen en zorgen te verkrijgen uit zowel regionale korpsen en gemeentelijke korpsen (nog niet geregionaliseerde Brandweer Vrijwilligers). Met nadruk is gezocht naar een manier om vooral de zorgen bij gemeentelijke korpsen scherp boven water te krijgen. Deze moeten namelijk nog worden geregionaliseerd. De vraag was ook welke randvoorwaarden noodzakelijk zijn om met een gerust hart mee te kunnen gaan met die plannen. En bij regionale korpsen was het de kunst vooral uit te pluizen wat er niet goed is gegaan en zo ja, hoe dat verbeterd kan worden en opgenomen in wetgeving. Belangrijke onderwerpen zoals de onafhankelijkheid van de vraagstellingen en de representativiteit van zowel de geregionaliseerde als ook de niet-geregionaliseerde Brandweer Vrijwilligers zijn o.a. bekeken en beoordeeld door de universiteit van Utrecht. Het is gelukt een webenquête te houden die een goed algemeen beeld geeft van wat er onder Brandweer Vrijwilligers leeft. Daarover gaat deze publicatie en over de sterk veranderende omgevingsfactoren waarin de 22.000 Brandweer Vrijwilligers het laatste decennium terecht zijn gekomen. Het gaat ook over hoe wij hen kunnen behouden voor de toekomst; ook in grootschaligheid! Enerzijds vanwege hun maatschappelijke waarde in de lokale samenleving, anderzijds vanwege een betaalbare brandweerzorg en rampenbestrijding. Deze bijzondere vorm van burgerbetrokkenheid dient behouden en uitgebouwd te worden voor versterking van de sociale samenhang, leefbaarheid en veiligheid in dorpen, wijken, steden en landelijke gebieden. De aanbevelingen geven hiervoor koers, richting en houvast.

Brandweer Vrijwilligers: Nogmaals de feiten op een rij!

29


30

Brandweer Vrijwilligers: Nogmaals de feiten op een rij!


Onderzoeksvraag en deelvragen De hoofdvraag van het webonderzoek is: ”Wat is de opvatting van de achterban over de komende wetswijziging ‘verplichte regionalisering’ en ‘de oprichting van het IFV’?” Er kwamen een aantal deelvragen uit. 1. Wat zijn de ervaringen binnen reeds geregionaliseerde brandweerkorpsen op gebied van organisatie, communicatie, medezeggenschap, belangrijke aspecten van het vrijwilligerschap en het vakmanschap? 2. Wat zijn de verwachtingen binnen nog niet geregionaliseerde brandweerkorpsen op gebied van organisatie, communicatie, medezeggenschap, belangrijke aspecten van het vrijwilligerschap en het vakmanschap? 3. Wat zijn de ervaringen binnen reeds geregionaliseerde brandweerkorpsen op gebied van aanschaf materieel en materiaal mede in het licht van de komst van IFV en de beïnvloedingsmogelijkheden? 4. Wat zijn de ervaringen binnen nog niet geregionaliseerde brandweerkorpsen op gebied van aanschaf materieel en materiaal mede in het licht van de komst van het IFV en de beïnvloedingsmogelijkheden? 5. Om tot slot op basis hiervan te kunnen leren en de aanbevelingen mee te kunnen nemen in het wetgevend proces. Op deze wijze zijn de vragen geformuleerd en geplaatst in het ‘open source’ enquête programma van LimeSurvey. Na verschillende testronden heeft deze enquête van 10 juni tot 20 juli 2011 ‘online’ gestaan. Er zijn 2018 enquêtes ingevuld waarvan 1826 volledig. In de analyse is alleen gebruik gebruikt gemaakt van de volledig ingevulde enquêtes. Dit om allerlei rekenwerk en daarmee mogelijke fouten te voorkomen. De representativiteit over 25 veiligheidsregio’s komt redelijk overeen met de aantallen leden die de VBV heeft in de verschillende veiligheidsregio’s. De relatie hiermee ligt voor de hand; de bekendheid van de enquête5 is voor een belangrijk gedeelte via de leden gelopen. De website van de VBV en de sociale media zijn gebruikt om ook niet-leden te bereiken. De vragen met de basisuitslagen zijn in een bijlage opgenomen. De variaties en de duizenden opmerkingen bij de open vragen zijn niet opgenomen. Dit zou een vlotte leesbaarheid van de publicatie nadelig beïnvloeden. Wel zijn tal van opmerkingen als ondersteuning van de uitslagen te lezen naast de hoofdstekst. Een lage score in een veiligheidsregio betekent overigens niet dat de regionalisering geen issue zou zijn en er geen onrust zou heersen zoals onlangs werd verondersteld in een van de veiligheidregio’s naar aanleiding van publicatie van de resultaten uit de SP-enquête.

5

Brandweer Vrijwilligers: Nogmaals de feiten op een rij!

31


Selectie uit de gegeven toelichtingen op de vraag naar de reden van de motivatie ‘Om iets te betekenen voor de maatschappijen en te ‘beginnen’ waar andere weglopen’. ‘Doordat een groot gedeelte van de familie lid was van de vrijwillige brandweer in het dorp waar ik vandaan kom’. ‘Om ervoor te zorgen dat mijn stad weer een stukje veiliger wordt’. ‘Het functioneren met mensen met hele grote achtergrond verschillen, en een ieder wordt gerespecteerd in zijn opvatting of geloof’ ‘Om ergens bij te horen. En om met een team te werken, de kameraadschap en het onverwachte wat altijd op de loer ligt’. ‘Ik zie het als een sociale plicht’ en ‘Anders ging onze post verloren’.

32

Brandweer Vrijwilligers: Nogmaals de feiten op een rij!


De VBV-enquête is voorafgegaan door een enquête van de Socialistische Partij (SP) en een van de Nederlandse Vereniging voor Brandweerzorg en Rampenbestrijding (NVBR). Binnen dit gegeven is de respons groot en geeft een goed algemeen beeld van wat er leeft onder de Brandweer Vrijwilligers, vooral in het licht van de beperkte publiciteit van deze enquête.

Brandweer Vrijwilligers: Nogmaals de feiten op een rij!

33


Selectie uit 1100 antwoorden op vraag naar belangrijkste reden verandering motivatie ‘Teveel van alles het vrijwillige karakter van de brandweer is geheel weg. Ik ben als vrijwilliger gekomen maar kan dit nu niet meer zijn. Te veel druk vanuit de professionele kant van de brandweer op de vrijwilligers. Oefenen, toolboxen, registraties van vaardig-heden. Complexiteit van uitrukken door alle procedures. Gevoel dat je alleen staat met alle verantwoording en risico’s geen rugdekking door de organisatie’. ‘Ik voel me minder betrokken dan vroeger. Vroeger had ik als postcommandant inspraak bij beleidskeuzes, en werd ik op de hoogte gehouden van actuele ontwikkelingen binnen de gemeentelijke organisatie en binnen de brandweer. Binnen de regionale organisatie is er totaal geen overleg met de postcommandanten, en wordt ik per mail geïnformeerd over de genomen beleidskeuzes en nieuwe werkwijzen’. ‘Materieel- en kazernespreidingsplan (= vernietigingsplannen)’. ‘Er moet steeds meer en er mag steeds minder. Teveel ambtenaren die zich bemoeien met onnodige regels’. ‘Ik zie een duidelijke scheiding gaan lopen tussen management en de werkvloer en wel niet in positieve zin’. ‘Een vrijwillig brandweerman/vrouw moet steeds hoger gekwalificeerd zijn en het management is zich steeds op meer punten aan het indekken zodat op een gegeven moment de fouten altijd zullen ontstaan bij repressie. Bijvoorbeeld het niet houden aan procedures......nood breekt wel eens wet....en als het dan een keer fout gaat dan weten ze je te vinden....”het stond toch zo in de procedure” wordt er dan gezegd. Hier moeten we dringend van af!!! Dit helpt heel Brandweer Nederland om zeep’.

34

Brandweer Vrijwilligers: Nogmaals de feiten op een rij!


Algemeen gedeelte De vragen in dit gedeelte zijn gesteld om inzicht te krijgen in de algemene kenmerken van de 22.000 Brandweer Vrijwilligers. Bovendien zijn deze gesteld om variaties uit te kunnen voeren op belangwekkende data-uitkomsten. De vragen zijn onderverdeeld in maatschappelijke notaties, sociale cohesie en beïnvloeding van motivatie.

Maatschappelijke notaties De verdeling tussen mannen en vrouwen is 95% : 5%. Deze verhouding komt naadloos overeen met de cijfers uit de CBS Brandweerstatistiek. De leeftijd van de vrijwilligers is in 3% van de gevallen jonger dan 25 jaar, 75% van hen bevindt zich in de categorie 25-50 jaar en 22% is ouder dan 50 jaar. Dat laatste cijfer (meer dan 5000 vrijwilligers) geeft aan dat er een stevige wervingsinspanning voor de komende 5 jaar op de rol staat. Dit ondanks dat het functioneel leeftijdsontslag is losgelaten. De verhouding tussen getrouwd/samenwonend en alleenstaand is 89% ten opzichte van 11%. Vrijwel de gehele populatie heeft dus te maken met een 3-zijdige belasting vanuit kazerne, gezin en werk. De meeste vrijwilligers (80%) zijn werknemer, 16% is zelfstandige en 3% is ZZP-er. De overigen (1%) zijn thuis waarvan een vrijwilligster toevoegde dat zij ‘gezinsmanager’ is.

Sociale cohesie Op de vraag naar de reden waarom men Brandweer Vrijwilliger geworden is, geeft bijna 90% aan dit te doen voor de veiligheid van eigen dorps- of stadsgenoten. Er te willen zijn voor je buurman in nood, voor de bejaarde die gered moet worden en voor de kinderen van je eigen dorp, wijk of stad. De lokale binding is dé drijvende factor binnen de waardenset van de vrijwilligers. Als 2de belangrijk motief waarom men Brandweer Vrijwilliger geworden is, geeft 45% aan ‘kameraadschap’ en ‘saamhorigheid’ belangrijk te vinden; samen iets doen voor de ander. Aansluitend vindt 30% ontwikkelen van vaardigheden belangrijk en 27% de spanning en het avontuur. Opmerkelijk laag scoort ‘erkenning en waardering’ als motief; 8% vindt dat belangrijk.

Beïnvloeding motivatie vrijwilligerschap Er is eerst gevraagd of de motivatie was toe- of afgenomen. Bij 9% is deze toegenomen, bij 44% niet veranderd en bij 47% afgenomen. De verhouding tussen regionale korpsen en gemeentelijke korpsen ligt bij de toename van de motivatie respectievelijk op 6% : 10%, bij een niet veranderde motivatie op 41% : 45% en bij een afname van motivatie op 52% : 45% . Daarna is er gevraagd naar de positieve en negatieve ‘triggers’ op deze motivatie. Brandweer Vrijwilligers: Nogmaals de feiten op een rij!

35


‘Positiever over het realistisch oefenen en oefencentrum in de buurt waardoor de uitvoering van de brandweertaak beter gaat. Negatief is de afstand tussen bestuur van de regio en de post. Het contact tussen teamleiders van de regio en de post komt moeizaam tot stand’. ‘Brandweer Vrijwilligers lijken met een aantal schijnbeweging toch buitenspel gezet te worden. De schreeuw is we kunnen niet zonder ze. De werkelijkheid lijkt op zolang als we er “gebruik” van kunnen maken moet het maar, maar het liefst zijn we er van af. Het managen van goed gemotiveerde vrijwilligers en het coachen daarvan naar een nog beter hulpverleningsorganisatie is een vak apart. Helaas zijn die competenties niet overal aanwezig. De regio en het personeel is eerder bezig voor zichzelf dan voor de veiligheid van de burger. Daarvan zijn vele “kleine” voorbeelden’. ‘Enerzijds ben ik enorm gemotiveerd door mijn ontwikkeling binnen de brandweer, ik ben bezig met de opleiding bevelvoerder. Anderzijds maak ik me wel zorgen over de ontwikkelingen over het sluiten van posten ook binnen onze gemeente, ze vegen je aan de kant alsof het niets is terwijl je daar jaren voor hebt klaargestaan op de meest gekke tijden samen met je gezin’. ‘Mijn motivatie is vooral toegenomen door mijn directe betrokkenheid bij inspraak binnen ons Korps/Gemeente en door de voorlichting van de VBV over landelijke ontwikkelingen’.

36

Brandweer Vrijwilligers: Nogmaals de feiten op een rij!


Positieve ‘triggers’ Belangrijkste positieve ‘triggers’ zijn realistisch oefenen (44%) en de aanschaf beter materieel en materiaal (37%) en 19% noemt de onderlinge sfeer op de kazerne. De regionale korpsen scoren aanmerkelijk lager op de eerste twee ‘triggers’ namelijk 36% en 26%. De gemeentelijke korpsen hoger namelijk 48% en 42% . Oefenen verbetert het vakmanschap en het daadwerkelijke optreden in de praktijk; daarbij vindt men betere spullen belangrijk. Dit is logisch; immers om aan de veiligheid in het dorp, wijk of stad goed in te vullen (90% is daar in de eerste plaats vrijwilliger voor), is een goede voorbereiding door middel van periodiek realistisch oefenen6 van groot belang. Een goede spullenboel vindt men noodzakelijk en een positieve sfeer in de kazerne hoort daarbij. Ongeveer 25% maakt gebruik van de mogelijkheid om andere motieven aan te geven. Circa 60% van deze personen gebruikt deze mogelijkheid om aan te geven dat men helemaal niet positief is. Wellicht heeft men tijdens het invullen van deze vraag gedacht dat er geen vraag meer kwam over negatieve invloeden. Negatieve ‘triggers’ Als negatieve ‘triggers’ noemt 50% het management dat niets doet met inspraak, 41% vraagt zich af of hun kazerne blijft bestaan, 33% ervaart geen of verminderde inspraak bij aanschaf materieel en 26% ziet de belasting van het thuisfront steeds hoger worden. Meer dan 50% vindt dat het management niets doet met inspraak en zijn eigen gang gaat. Ongeveer 21% heeft bij deze vraag gebruik gemaakt van de mogelijkheid om andere motieven aan te geven. Daarbij geeft men een soort ‘fopgedrag’ te ervaren: wel luisteren maar niet doen. Dat komt ook tot uiting in de score dat 33% dit vindt bij de aanschaf van materieel en materiaal. In regionale korpsen vindt 59% dat het management zijn gang gaat en niets met inspraak doet. De toekomstzekerheid van de eigen kazerne wordt door 41% als verminderd ervaren. Dit gevoelen stemt overeen met de daadwerkelijke sluiting van brandweerposten in het laatste decennia. Volgens de CBS Brandweer statistiek zijn er meer dan 55 kazernes gesloten. Als je dit plaatst in de context van de motivatie van Brandweer Vrijwilligers voor veiligheid voor de eigen leefgemeenschap dan raakt deze score meteen de veiligheid die Brandweer Vrijwilligers kunnen bieden aan eigen dorps- of stadsgenoten. Daarbij komt dat vanwege de onbedoelde verruimingsmogelijkheid van de opkomsttijden in het Besluit Veiligheidsregio’s (uitzonderingsmogelijkheden) er in vrij Onder realistisch oefenen wordt verstaan het minimaal jaarlijks trainen op een oefencentrum waarbij zoveel mogelijk ‘live’ geoefend wordt.

6 

Brandweer Vrijwilligers: Nogmaals de feiten op een rij!

37


38

Brandweer Vrijwilligers: Nogmaals de feiten op een rij!


wel alle veiligheidsregio’s gesproken wordt over sluiting van kazernes. Hiermee is deze hoge score verklaard. In regiokorpsen ligt deze score op 47% en in gemeentelijke korpsen op 38%. Circa 26% vindt dat de belasting van het thuisfront steeds hoger wordt. Er is hier geen significant verschil tussen regionale korpsen en gemeentelijke korpsen. De regionalisering en de wetgeving ten aanzien van ‘het levenslang leren’ zouden uitkomst moeten bieden tegen overbelasting.

Reden verandering motivatie Op de open vraag naar de belangrijkste reden voor de verandering van de motivatie is door bijna 1100 personen beantwoord met een veelal uitgebreide toelichting. De rode draad hierin is de enorme regeldruk, onprofessionele bejegening van, het niet luisteren naar volwassen en gepassioneerde burgers en de geldverspilling in veiligheidsregio’s.

Conclusies algemeen gedeelte Vrijwel alle Brandweer Vrijwilligers zijn vrijwilliger geworden ten dienste van de veiligheid van hun dorp, wijk of stad en vinden kameraadschap en samenhorigheid belangrijk. De laatste jaren is bij bijna de helft de motivatie afgenomen en slechts 9% geeft een toename ervan aan. Het verkrijgen van erkenning en waardering scoren laag (8%). Als positief wordt het realistisch oefenen en de aanschaf van beter materieel genoemd. Dit vinden zij noodzakelijk om adequaat op te treden binnen dorp, wijk of stad. Hierdoor kunnen zij ‘hun’ burgers in nood beter helpen. Als negatief duidt men het management, de falende zeggenschap en de afnemende invloed de dreigende sluiting van hun kazerne en de stijgende belasting van het thuisfront. De enorme regeldruk, onprofessionele bejegening (‘gefopt’ voelen), niet luisteren en geldverspilling in veiligheidsregio’s worden ook als reden genoemd. Er is ten aanzien van de positieve duidingen nauwelijks verschil tussen de reeds geregionaliseerde korpsen en gemeentelijke korpsen. Bij de negatieve duidingen ligt dat anders; de negatieve scores liggen binnen regionale korpsen hoger. Groter, beter en centraler werkt kennelijk niet zoals bedoeld en het lijkt wel of onbedoeld precies het tegenovergestelde bereikt wordt. De onderliggende ‘flow’ bij Brandweer Vrijwilligers is er een van het zich afvragen of en hoe men nu verder wil. Daarbij komt dat de grote loyaliteit aan de lokale brandweerpost (niet aan de organisatie) niet onbegrensd meer lijkt. De uitstroom van ongebruikte capaciteiten van allerhande beroepen lijkt aanstaande indien er geen verandering komt. Brandweer Vrijwilligers: Nogmaals de feiten op een rij!

39


Selectie uit aanvullende opmerkingen bij vraag communicatie regionale korpsen ‘De commandant van toen, postcommandant van nu, heeft altijd geprobeerd een goed beeld te schetsen van wat er gebeurde en in neutrale en zelfs enigszins positieve manier’. ‘Er bleven maar ‘goed nieuws’ brieven komen terwijl het steeds mis ging en alles weer een keer uitgesteld moest worden’. ‘Het begin was goed; de kleur van het loonstrookje zou alleen veranderen. En dat is ook de enigste waarheid geweest want de vragen die toen gesteld zijn op de infoavonden, zijn al achterhaald’. ‘Top down beleid, terwijl men beweert dat je mag meepraten. Alleen heeft men wel besloten niet te luisteren’. ‘‘n Beetje op de hoogte gehouden met een inhoudloos DVD-tje over de stand van zaken binnen het regionaliseren’. Er werd van te voren gezegd (letterlijk: “Je gaat slapen als vrijwilliger bij de gemeente en staat op als vrijwilliger bij de VRR; je merkt er niets van”.) Het is helaas anders gebleken! De regionaal commandant is zelfs een praatje wezen houden; 2 uur praten en niets zeggen! Daarna gesprekken geweest met districtscommandant, burgemeester, nogmaals de regionaal commandant maar geen verbetering. Het probleem is, als rode draad, veelal en voornamelijk communicatie. En op de vraag waar we met z’n allen naar toe gaan binnen de VRR komt ook geen antwoord. ‘Begon goed, maar nu het zo ver is, komt er niks van terecht. Ik zat zelf in zo’n commissie en werkgroep maar het is verspilde tijd geweest. Voor verenigingsverband is het er ook niet beter op geworden’. ‘Ons korps is met twee andere korpsen als eerste overgestapt van gemeentelijke brandweer naar de veiligheidsregio. Communicatie: spiegeltjes en kraaltjes meenemen, veel beloven en weinig geven. De goede oude VOC-methodiek. M.a.w. de gemeentelijke brandweren van 3 gemeenten zijn simpelweg verkocht’. 40

Brandweer Vrijwilligers: Nogmaals de feiten op een rij!


Regionalisering In dit hoofdstuk worden de opvattingen van de Brandweer Vrijwilligers over regionalisering behandeld. Ook in dit gedeelte is er onderscheid gemaakt tussen de vrijwilligers die wél en die nìet geregionaliseerd zijn. Bij de groep die reeds geregionaliseerd is, is gevraagd naar de ervaringen ervoor en erna en welke lessen er mogelijk te leren zijn. Bij de groep die nog niet geregionaliseerd is, is gevraagd naar onderwerpen waar zij zich zorgen over maken als zij geregionaliseerd zouden zijn en wat er zou moeten gebeuren om de regionalisering tot een succes te maken. De gestelde vragen gaan over belangrijke thema’s als communicatie, inspraak en zeggenschap, veranderingen voor en na regionalisering en de effecten op de Brandweer Vrijwilligers.

Communicatie Meer dan de helft van de vrijwilligers in de regiokorpsen vindt dat er redelijk (50% ) tot goed (11% ) is gecommuniceerd over het regionaliseringsproces. Een derde (37% ) vindt dat niet. Van de mogelijkheid om aanvullende opmerkingen te geven hebben 145 personen gebruikt gemaakt. De rode draad in veel reacties is niet alleen een gebrekkige communicatie waarbij ‘mededelingen’ in veel gevallen de gekozen vorm zijn geweest. Echter vooral het besef ‘gefopt’ te zijn door veel beloften die niet waar gemaakt zijn. Erger, men ziet nu een afbraak en achteruitgang van hetgeen toen juist beloofd was. De korpsen die nog niet geregionaliseerd zijn, hebben vrijwel gelijke ervaringen: 14% van de respondenten vindt de communicatie over regionalisering ‘goed’, 43% vindt het ‘redelijk’ en een derde (34% ) vindt het ‘slecht’. Er is door 404 personen de moeite genomen om deze vraag van opmerkingen te voorzien. De gemiddelde strekking ervan: dubbele agenda’s, wantrouwen en men constateert dat het moeilijk is om eerlijk en open te zijn naar de Brandweer Vrijwilligers.

Inspraak Er zijn tal van vormen van inspraak en daarmee vormen van communicatie. Echter de wettelijke inspraakvormen in het kader van de Wet op de ondernemingsraden (WOR) zorgen voor daadwerkelijke invloed en zeggenschap. Wij vroegen naar de inspraakvormen en de tevredenheid erover. Ook hier weer de verschillen tussen nìet en wél geregionaliseerde Brandweer Vrijwilligers.

Brandweer Vrijwilligers: Nogmaals de feiten op een rij!

41


Selectie uit aanvullende opmerkingen bij vraag communicatie geregionaliseerden ‘Vanuit de Regio wordt nauwelijks gecommuniceerd en die keren dat dit wél gebeurd lijkt het wel alsof men kinderen iets probeert uit te leggen’. ‘Het leef nog niet erg binnen de post. De lijnen worden erg lang, men kan niet snel meer schakelen [lange trajecten]’. ‘Wij worden, denk ik, goed op de hoogte gehouden’. ‘Er wordt niets gevraagd; het is gewoon een mededeling met als opmerking “de vrijwilliger heeft er geen last van”. De waarheid is anders’. ‘Afstand tot de werkvloer wordt steeds groter en er zitten steeds meer mensen tussen die iets willen en moeten te zeggen hebben’. ‘We zijn al deels geregionaliseerd onder het motto “sterke districten, slanke regio”. Een jaar verder is alles anders, namelijk; centraliseer wat centraal kan. Dit wordt niet gecommuniceerd’. ‘Dit zijn niet meer mijn interesses, ik ben er voor mijn DORP en omgeving, en wil men voor mens en dier inzetten’. ‘Wil het op voorhand niet negatief benaderen. Maar aan de andere kant heb ik door schade en schande niet echt vertrouwen of we überhaupt een echte stem krijgen’.

42

Brandweer Vrijwilligers: Nogmaals de feiten op een rij!


Bijna 20% van de vrijwilligers in de regionale korpsen geeft aan dat er geen inspraak is. Korpsavonden worden in 39% van de gevallen genoemd, de OR/OC in 39% en in 35% van de gevallen wordt een commissie genoemd. In gemeentelijke korpsen liggen de verhoudingen vrijwel gelijk behalve dat maar 10% aangeeft dat er geen inspraak is en inspraak via korpsavonden op 48% ligt. Opmerkelijk is dat ongeveer 40% van beide groepen vrijwilligers aangeeft dat de inspraak via Ondernemingsraad of Onderdeelcommissie verloopt. Dat kan betekenen dat deze medezeggenschapsorganen er in 60% van de gevallen niet is en/ of men er niet van weet. Een combinatie is ook mogelijk en zorgt wellicht voor deze lage scores. Vervolgens werd gevraagd naar de tevredenheid over de overlegvormen. In regionale korpsen ligt de tevredenheid op 21%, 46% vindt daar dat het beter kan en 29% is ontevreden. In gemeentelijke korpsen is 40% tevreden, vindt 43% dat het beter kan en is 17% ontevreden. De tevredenheid over alle vormen van inspraak ligt in gemeentelijke korpsen aanmerkelijk hoger dan in regionale korpsen. In beide groepen is bijna de helft niet tevreden en vindt dat het beter kan. In regionale korpsen is bijna een derde ontevreden. Over beide groepen gezien is ongeveer een derde tevreden over de inspraak. De vraag die boeide was hoe de tevredenheid ligt bij de categorieĂŤn die de inspraak via OR Of OC hebben aangegeven. Een aparte selectie bood geen breder inzicht. Echter het doornemen van de 466 aanvullende commentaren gaf een waardevolle aanvulling. De meest genoteerde opmerkingen waren de ondervertegenwoordiging van de Brandweer Vrijwilligers in de medezeggenschapsorganen en het algemeen gebrek aan vertrouwen, behoudens uitzonderingen. Aan vrijwilligers uit gemeentelijke korpsen is aansluitend nog gevraagd of men verwacht dat de inspraak na de regionalisering zal wijzigen. Bijna 63% verwacht dat het slechter zal worden, 2% dat het beter wordt,18% weet het niet en 17% denkt dat de inspraak hetzelfde zal blijven.

Veranderingen sinds regionalisering Om het effect te meten van de regionalisering en de effecten daarvan op concrete onderwerpen zijn aan beide groepen een aantal vragen gesteld. Hierdoor is er tussen een directe vergelijking mogelijk. Er wordt eerst gekeken naar de thema’s: organisatie, vrijwilligerschap, vakmanschap en autonomie waarin verschillende onderwerpen zijn opgenomen. Daarna wordt de hoofdlijn beoordeeld.

Brandweer Vrijwilligers: Nogmaals de feiten op een rij!

43


‘Weliswaar worden zaken besproken, maar er kan nauwelijks nog enige invloed worden uitgeoefend. Onze kazerne is in het grote geheel ook totaal geen stem meer’. ‘De OC heeft geen enkele inspraak; het een trekpop. Voor de rest is er geen inspraak’. ‘Teveel geluisterd naar de beroeps waar alles blijkbaar om draait. Daarnaast worden plannen altijd doorgezet ook al is er weerstand van vrijwilligers’. ‘Het directieteam doet net of het luistert naar OR en werkgroepen maar gaat dan onder het mom van landelijk beleid, -en is zo landelijk besloten-, of is door een on-(afhankelijk) bureau zo geadviseerd, toch zijn eigen gang. Beleid is allang door de raad van regionale commandanten uitgestippeld en nu zijn er een paar regio,s die dit als eerste zo met hulp van FalkRisc waar een oud regionaal commandant zit en weer aandelen heeft in het oefencentrum van G&V en belang heeft bij de Tas 2 en 4 opleidingen gaat uitvoeren. En als dit nu een aantal vrijwilligers kost dan moet dat maar zo zijn. zo denkt men er volgens mij echt over!!!!!!!!!!! Daarnaast zijn bijna alle leden van de OR ook beroeps, waarvan ik weet dat er een paar bij zijn die de belangen voor de vrijwilligers wel behartigen maar de meerderheid niet’. ‘De voorzitter van het overleg is de postcommandant. De postcommandant doet zijn best om de besproken punten over te brengen op de districtscommandant. Dit loopt niet altijd even soepel. Vroeger was er kaderoverleg en was het pad heel simpel. Bespreken, beslissen en uitvoeren’. ‘Ik heb inmiddels opgegeven nog invloed te willen. Als de veranderingen me niet aanstaan, ga ik gewoon weg in plaats van nog te knokken’.

44

Brandweer Vrijwilligers: Nogmaals de feiten op een rij!


Organisatie: er is grote eensgezindheid als het gaat over bureaucratie, regels en afstand werkvloer: gemiddeld 75% verwacht of ervaart verslechtering. Vrijwilligerschap: meer dan een derde verwacht of ervaart minder betrokkenheid en een toename van de tijdsbelasting. Meer dan 50% ziet het somber in met de animo om vrijwilliger te worden en de verbinding tussen de kazerne en het gebied (ambassadeursfunctie). Professie: de persoonlijke veiligheid lijkt niet zo’n issue: 75% verwacht of ervaart een gelijkblijvend niveau. Een derde echter verwacht en ervaart dat de oefenbelasting zal stijgen. Autonomie: de verwachting en ervaring van twee derde (2/3) tot een driekwart (3/4) is dat de autonomie afneemt. De sterk toegenomen bureaucratie, overvloed aan regels en afstand met de werkvloer zijn effecten die geconstateerd zijn. Dit heeft een negatief effect op het vrijwilligerschap en de binding in de lokale samenlevingen. Het verlies aan autonomie heeft hieraan bijgedragen: men gaat er niet meer over. De gestegen oefenbelasting draagt weer bij aan de belasting van het thuisfront. Er is nauwelijks verschil tussen de scores uit gemeentelijke korpsen die verwachtingen uitspreken en regionale korpsen die ervaringen hebben. De verwachtingsscores van de gemeentelijke korpsen komen vrijwel overeen met de werkelijkheidscores van de regionale korpsen. Als men regionaliseert, gaat precies in vervulling wat men verwachtte. Opvallend is dat slechts 5% verbetering verwacht of ervaart na de regionalisering. Meer dan de helft (>50%) verwacht na de regionalisering een verslechtering of ervaart dit al zo. Men is somber over de toekomst en de verwachting is dat de werfkracht van lokale kazernes af zal nemen.

Bejegening door leiding De laatste vraag in dit hoofdstuk gaat over op welke wijze er met de Brandweer Vrijwilligers gesproken wordt over een aantal inhoudelijke vakonderwerpen zoals Rapport Mans (bezuinigingsvoorstellen NVBR), voertuigbezettingen, opkomsttijden en kazernesluitingen. Spreekt men met elkaar door middel van mededelingen of beschouwt men elkaar als volwaardige volwassen gesprekspartners. Feitelijk gaat het hier over bejegening vanuit de leiding naar volwassen burgers. Er is binnen een bandbreedte van 10% nauwelijks verschil tussen de scores uit gemeentelijke korpsen en regionale korpsen. Dit duidt op een kennelijk gelijke

Brandweer Vrijwilligers: Nogmaals de feiten op een rij!

45


‘Binnen het korps zelf gaat het goed maar verder dan dat komt het niet want de leiding daar boven heeft een beleid van horen, zien en zwijgen’. ‘Er heerst wel een algemeen gevoel van ‘er wordt meer óver dan mét ons gepraat’. ‘Worden er goed bij betrokken’ (enige positieve opmerking binnen de 139 opmerkingen) ‘Vroeger werd er met elkaar gesproken; nu wordt er over je gesproken’.

46

Brandweer Vrijwilligers: Nogmaals de feiten op een rij!


bejegening in beide soorten korpsen. Daarom wordt bij deze vraag geen onderscheid gemaakt tussen regionale korpsen en gemeentelijke korpsen. Mededelingen: gemiddeld meer dan 50% van de personen geeft aan door mededelingen benaderd te worden bij de verschillende onderwerpen. Volwaardige gesprekspartners: gemiddeld zo’n 15% van de vrijwilligers geeft aan dat de korpsleiding hen als volwaardige gesprekspartner beschouwt bij de verschillende onderwerpen. Opvallend is de hogere score op het onderwerp “Bezetting overdag”. Dat ligt een factor 2 hoger. Andersom valt op dat “sluiting van kazernes” wel erg laag scoort in het gesprek. De antwoordmogelijkheid: “Er wordt niet over gesproken/niet van toepassing” geeft zo’n 35% van de vrijwilligers aan dat dit het geval is. Achteraf is het jammer dat beide aspecten niet apart zijn benoemd in de vraag. Nu is het ‘niet van toepassing’ zijn en ‘er niet over spreken’ niet te scheiden. Alle behandelde onderwerpen raken de veiligheid van de burger en de Brandweer Vrijwilliger. Bij mededelingen is sprake van een eenzijdige communicatie en bij gelijkwaardig overleg een volwaardige tweezijdige communicatie. Gelijkwaardig overleg houdt in dat de partners elkaar respecteren, met elkaar meedenken en naar gedragen oplossingen streven; uiteraard met behoud van eigen verantwoordelijkheden. Het gaat dan om het organiseren van betrokkenheid, gezamenlijkheid en draagvlak. Er is gebrek aan acceptatie van volwaardigheid door de leiding en daarmee betrokkenheid en gezamenlijkheid. Dit sluit aan bij de rode draad die zich kleurt in de publicatie namelijk een groot gebrek aan communicatie, invloed, inspraak, medezeggenschap, volwaardigheid en betrokkenheid.

Conclusies regionalisering De communicatie tussen korpsleiding en werkvloer is onvoldoende waarbij er nauwelijks verschil is tussen wèl en nog niet geregionaliseerde brandweerkorpsen. Bijna de helft van de Brandweer Vrijwilligers is niet tevreden of kan het beter. Uit de aanvullende reacties blijkt dat er sprake is van een groeiend en breed en stevig en diep geworteld wantrouwen over (top)management. Die afstand is er niet alleen in de beleving maar ook daadwerkelijk vanwege het groeiend aantal managementlagen. Deze worden verantwoordelijk gehouden voor een ontbrekende en/of vertraagde communicatie en ontbrekende en/of trage ‘feed back’. Dit draagt op zichzelf weer bij aan het groeiende gevoel van argwaan en onzekerheid.

Brandweer Vrijwilligers: Nogmaals de feiten op een rij!

47


48

Brandweer Vrijwilligers: Nogmaals de feiten op een rij!


Daadwerkelijk gehonoreerde inbreng en (mede)zeggenschap over de veiligheid in hun dorp of stad lijkt steeds schaarser te worden. De Wet op de Ondernemingsraden is bij meer dan helft van de organisaties niet bekend of mogelijk zelf niet in werking. Er is een nietszeggende en zeer versnipperde lokale en regionale lappendeken van medezeggenschap die landelijk gezien geen doorzettingsmacht heeft met een ondervertegenwoordiging van Brandweer Vrijwilligers. Het credo: ‘over ons, zonder ons’ wordt steeds meer waar. De vraag wordt opgeroepen of de wettelijke medezeggenschapsorganen wel de belangen van Brandweer Vrijwilligers echt kunnen dienen. Daarnaast is men niet bij de Vrijwillige Brandweer gekomen om aan medezeggenschap deel te nemen maar om branden te blussen en hulp te verlenen bij ongevallen. De sterk toegenomen bureaucratie, overvloed aan regels en afstand met de werkvloer hebben een negatief effect op het vrijwilligerschap en de binding in de lokale samenlevingen. Het verlies aan autonomie heeft hieraan bijgedragen: men gaat er niet meer over. De gestegen oefenbelasting, draagt weer bij aan de belasting van het thuisfront. Er is nauwelijks verschil tussen de scores uit gemeentelijke korpsen die verwachtingen uitspreken en regionale korpsen die ervaringen hebben. De verwachtingsscores van de gemeentelijke korpsen komen vrijwel overeen met de werkelijkheidscores van de regionale korpsen. Opvallend daarbij is dat slechts 5% verbetering verwacht of ervaart na de regionalisering. Zowel in regionale korpsen als in gemeentelijke korpsen ervaart respectievelijk verwacht meer dan 50% aanmerkelijke verslechteringen. Opvallend hierbij is dat de organisatiekenmerken van papier, regels, afstand en bureaucratie voor een belangrijk gedeelte verantwoordelijk zijn voor een slecht voorgevoel of de ervaring. Dit zou weleens de belangrijkste reden voor de sterk afnemende werfkracht van lokale kazernes binnen de lokale samenlevingen kunnen zijn: op een verjaardagsfeest vertelt men niet meer trots over hun brandweer. Bezien vanuit de intrinsieke motivatie van Brandweer Vrijwilligers is het de fundamentele vraag of de organisatie(vorm) van de veiligheidsregio de kernwaarden van het vrijwilligerschap wel aan kan. De volwassen Brandweer Vrijwilliger die een gezin runt, die een volwaardige baan heeft en daarnaast als vrijwillig een van de belangrijkste overheidstaken uitvoert, lijkt steeds minder te passen binnen een grootschalige bureaucratische veiligheidsregio. Dit kan te maken hebben met ontkenning van de intrinsieke motivatie van het vrijwilligerschap die gefaciliteerd moet worden in plaats van “gemanaged”. Er kunnen echter ook andere factoren zijn zoals afnemende binding van de leiding met de kazernevloer, het afnemend vakmanschap of een ontkenning van de vrijwilligerswortels in de lokale samenleving. Brandweer Vrijwilligers: Nogmaals de feiten op een rij!

49


50

Brandweer Vrijwilligers: Nogmaals de feiten op een rij!


Instituut Fysieke Veiligheid (IFV) Het IFV wordt het landelijk instituut dat mogelijkheden onder andere gaat bieden voor een meer centralere inkoop van materiaal en materieel. Nu is er reeds ervaring met de landelijke inkoop namelijk van C2000-randapparatuur. Deze apparatuur is in 2005 via de Landelijke Aanbesteding Randapparatuur (LARA) aangeschaft en kan dus beschouwd worden als een realistische casus die geëvalueerd kan worden en waaruit lessen geleerd kunnen worden. Daarom is deze vragenserie gestart met een vraag hierover. Vervolgens worden vragen gesteld over hoe de betrokkenheid en inspraak nu geregeld is, wat men ervan terugziet en hoe het binnen het IFV geregeld zou moeten worden.

C2000 Er is gevraagd naar de tevredenheid over de bruikbaarheid en functionaliteit van de portofoons, mobilofoons en ‘pagers’ (piepers). De tevredenheid over de aanschaf is erg laag. Slechts 35% in een gemeentelijke korps is tevreden en 39% in een regiokorps; gemiddeld slechts een derde van de Brandweer Vrijwilligers. Als echter de aanvullende opmerkingen van hen die deze vraag met ‘Ja’ hebben beantwoord, gelezen worden, ontstaat een nog negatiever beeld. Het blijkt dat 80% toch een of meerdere klacht(en) heeft over gebruikersvriendelijkheid (‘pagers’) en het slecht functioneren en falen (porto’s). Onderscheid in portofoons, mobilofoons en ‘pagers’ in de vraagstelling had wellicht een meer geschakeerd beeld gegeven. Over de mobilofoons zijn weinig opmerkingen, over de ‘pagers’ en portofoons des te meer. Falen en gebreken bij piepers gaat over ontbrekende functionaliteit en gebruikersgemak. De eerste generatie ‘pagers’ is overal in het land in de prullenbak verdwenen. De portofoons staan bovenaan qua falen en gebreken: ontbrekende en slechte ontvangst; veel te veel functionaliteiten, volstrekt niet robuust en niet praktijk-proof. De gemiddelde tevredenheid over de functionaliteit en gebruikersvriendelijkheid van de communicatieapparatuur ligt naar schatting op slechts 20%. Deze tevredenheidscores worden vrijwel geheel ‘geclaimd’ door mobilofoons. Er is geen significant verschil tussen regionale korpsen en gemeentelijke korpsen.

Regionale korpsen Aan de regionale korpsen is gevraagd hoe de inspraak voor en na de regionalisering geregeld was en is bij de aankoop van voertuigen, bluskleding en redgereedschap. Vóór de regionalisering was in 11% geen inspraak en erna in geen inspraak 59%. Opvallend is de verschuiving van 81% inspraak van vóór de regionalisering, naar 31% na de regionalisering. De inspraak vóór de regionalisering bij aanschaf van Brandweer Vrijwilligers: Nogmaals de feiten op een rij!

51


52

Brandweer Vrijwilligers: Nogmaals de feiten op een rij!


spullen, gecobineerd met de antwoordmogelijkheid ‘anders’, bedraagt (81% + 11%) 92% en na de regionalisering op (31%+11%) 42%. Een halvering van de inspraak. De aansluitende vraag is geweest wat er vervolgens met de inbreng gedaan is. Vóór de regionalisering geeft 57% aan dat de inbreng goed werd meegenomen bij de aanschaf en 38% zag er redelijk wat van terug. Na de regionalisering vindt 13% dat de inspraak goed werd meegenomen, 46% vond er redelijk wat van terug en 41% zag er niets van terug. Er is sprake van significante omslag na de regionalisering. Ervoor gaf 90% aan dat de inbreng meegenomen werd er redelijk wat van terug zag. Erna is dit teruggelopen naar 59%. Analyse van de gegeven antwoorden bij antwoordmogelijkheid ‘Anders’ geeft 50% aan dat er vrijwel niets met de inspraak gedaan wordt. De antwoordmogelijkheid ‘Nee, je zag er niets van terug’ loopt van 5% vóór de regionalisering op naar bijna de helft (41%) erna.

Gemeentelijke korpsen Dezelfde vragen zijn gesteld aan de gemeentelijke korpsen die nog niet geregionaliseerd zijn namelijk hoe de inspraak geregeld bij aankoop van voertuigen, bluskleding en redgereedschap. Er stelt 15% (11%) dat er geen inspraak is, 77% (82%) via een technische commissie en 8% (7%) stelt dat er op andere wijze inspraak plaatsvindt. Deze getallen komen redelijke overeen met de scores tussen haakjes vermeld van de regionale korpsen van voor de regionalisering. De inspraak vóór regionalisering van zowel de huidige gemeentelijke korpsen alsmede die van toen van de regionale korpsen ligt en lag hoog (ca. 80%). Er zijn geen significante verschillen tussen ‘toen gemeentelijk’ en ‘nu nog gemeentelijk’. De vraag is vervolgens gesteld wat er in gemeentelijke korpsen gedaan wordt met de inspraak en wat de verwachting is als men straks geregionaliseerd is. De inspraak wordt volgens 29% goed meegenomen, 50% ziet er redelijk wat van terug en 16% ziet er niets van terug. Bij de verwachting als men geregionaliseerd is, verschuiven de scores respectievelijk van 29% naar 6%, van 50% naar 29% en van 16% naar 65% . De verwachting is dus erg negatief. Immers het meenemen van inspraak en het ervan terugzien, daalt van 79% naar 35%. De schriftelijke commentaren bevestigen deze verwachtingen.

Brandweer Vrijwilligers: Nogmaals de feiten op een rij!

53


54

Brandweer Vrijwilligers: Nogmaals de feiten op een rij!


Hoe op te lossen? Om een idee te krijgen op welke wijze de inspraak en inbreng bij zo’n landelijk instituut geregeld zou moeten worden, is deze serie vragen afgesloten met een meerkeuzevraag. Inspraak door klankbordgroepen, bemenst met vrijwilligers, scoort 41% in gemeentelijke korpsen en 42% in regionale korpsen. Inspraak door het vastleggen van specificaties en aankoop overlaten aan korpsen scoort respectievelijk 42% en 36%. Inspraak door het aan korpsen en de lokale bedrijven (lokale binding) over te laten scoort respectievelijk 28% en 27% . Tot slot de inspraak door wettelijke vertegenwoordiging van de VBV scoort respectievelijk 23% en 25% . Opvallend is dat er geen wezenlijke verschillen tussen gemeentelijke korpsen en regionale korpsen zijn; de scores op de antwoorden liggen vrijwel gelijk. Er is sprake is van een zekere unanimiteit. Klankbordgroepen, gevolgd door specificaties en het aan de korpsen zelf overlaten en dit dan aan de lokale bedrijven koppelen, is de strekking van de suggesties. Vooral dit laatste sluit aan bij de Regeringsplannen om de lokale economie vooral een steviger kans te geven bij Europese aanbestedingen.

Conclusies Het eerste landelijke project van aanbesteden van C2000 randapparatuur in 2005 is geëvalueerd en geeft een onthutsend beeld. Dat ongeveer 60% niet tevreden is met deze apparatuur, is ontluisterend. Immers de veiligheid van de burger (‘pager’) en de veiligheid van de brandweerman hangt (portofoon) hiervan af. Uit de vele honderden schriftelijke aanvullingen bleek een grote mate van ergernis over falen en haperen. Dit betekent dat als op dezelfde manier wordt aanbesteed als dat binnen het C2000 project gedaan is, dit opnieuw desastreuze financiële en veiligheidsgevolgen zal hebben voor de kwaliteit en de professionaliteit van het operationeel optreden. Vrijwel niemand is tevreden! Daarbij komt dat men leert werken met onbetrouwbare apparatuur en dat is levensgevaarlijk! De 1ste generatie ‘pagers’ is voor veel geld in de prullenbak verdwenen. De volgende generatie was weliswaar iets beter maar nog steeds niet ergonomisch afgestemd op de gebruiker. Falen van piepers leidt tot vertraging in uitruk en ontbrekende ergonomie in ontwerp leidt tot stevige inmiddels ‘geprogrammeerde’ gedragsonveiligheid tijdens het ontvangen en uitlezen van het alarm. Van enige robuustheid van de ‘pager’ is geen sprake.

Brandweer Vrijwilligers: Nogmaals de feiten op een rij!

55


56

Brandweer Vrijwilligers: Nogmaals de feiten op een rij!


Ten aanzien van de portofoons kunnen wij duidelijk zijn. Dat apparaat is ergonomisch, functioneel en in het gebruik totaal niet afgestemd op gebruik in operationele omstandigheden. Bovendien is het volgens de arbeidsomstandighedenwet een arbeidsmiddel dat op willekeurige momenten kan falen. De 1ste landelijke aanbesteding via de Landelijke Aanbesteding Rand Apparatuur (LARA) van 5 jaar geleden geeft daarom een weinig hoopvol perspectief voor de toekomst. De inspraak vóór en ná regionalisering geeft evenmin veel hoop. Men heeft veel inspraakgebied verloren. Van een ingeburgerde inspraak voor de regionalisering naar volledig verlies van zeggenschap erna. De gemeentelijke korpsen denken hier precies hetzelfde hierover en wat zij verwachten, is inmiddels realiteit in regiokorpsen. Wat zegt dit nu over de komst van IFV? 70% Vindt IFV niet nodig en als het nodig is moet er met klankbordgroepen gewerkt worden en, zo nodig, met wettelijke vertegenwoordiging door de VBV als vertegenwoordiger van de werkvloer. Er moet doorzettingsmacht komen van de eindgebruiker. Het kan niet zo zijn dat er telkens honderden miljoenen besteedt worden en vervolgens de mankementen en tekortkomingen van de apparaten en middelen op conto van de burger en de veiligheid van de brandweerlieden worden afgewenteld. Daarbij komt nog eens dat er een verband ligt met ‘de spullenboel’ en de motivatie om vrijwilliger te zijn in eigen dorp of stad. De spullenboel moet in orde zijn anders kan men de burger niet goed bedienen en kan de veiligheid ervan niet voldoende gewaarborgd worden. Hier raakt de IFV de lokale binding en de diepere drijfveren.

Brandweer Vrijwilligers: Nogmaals de feiten op een rij!

57


58

Brandweer Vrijwilligers: Nogmaals de feiten op een rij!


Afsluitend gedeelte Ter afsluiting van de enquête zijn een aantal vragen gesteld die de Brandweer Vrijwilligers de gelegenheid hebben geboden om keuzes te maken voor de toekomst. Hoe kunnen wij hen behouden, over andere vormen van vrijwilligerschap en tips zijn de bevraagde onderwerpen.

Voor de toekomst behouden Welke maatregelen zijn nodig om hen voor de toekomst te behouden? Een erg belangrijke vraag want er zijn de afgelopen jaren reeds meer dan honderden Brandweer Vrijwilligers meer vertrokken dan ingestroomd. De juiste randvoorwaarden zijn buitengewoon noodzakelijk om hen te behouden en nieuwe instroom in de toekomst te blijven garanderen. Er zijn geen significante verschillen tussen regionale korpsen en gemeentelijke korpsen. Hoog scoren minder regels (43%), meer zelfstandigheid op de kazerne (50%) en stevigere relatie tussen gemeente en korps (55%). Er zijn slechts 2 scores die verschillen tussen de gemeentelijke- en regionale korpsen namelijk de zelfstandigheid op kazernes en meer eigen verantwoordelijkheid. Hierin scoren de regionale korpsen hoger. Kennelijk speelt dit onderwerp daar een grotere rol dan in gemeentelijke korpsen.

Andere vormen vrijwilligerschap Aansluitend is de vraag gesteld of men bij vertrek uit de repressie (uitruk) nog wel een andere vorm van vrijwilligerschap zou willen doen. Gewezen is op voorlichting omdat dit een issue is voor de komende jaren. De animo om door te gaan als andersoortige vrijwilliger is niet echt groot. Gemiddeld zou meer dan 60% stoppen en geen andere taken meer willen vervullen. ‘Weg is weg’ zeggen zij; tenminste ten aanzien van taken. Een kwart zegt niet meteen ‘Neen’ maar stelt dat afhankelijk van de soort werkzaamheden. De combinatie met de “ja-zeggers” levert een derde op die wel wat in voorlichting zouden willen doen. Tot slot zijn er geen significante verschillen tussen regiokorpsen en gemeentelijke korpsen

Tips voor de toekomst Meer dan 580 Brandweer Vrijwilligers namen de moeite om een tip te geven. De strekking van deze opmerkingen zijn grotere autonomie en minder regels en management.

Brandweer Vrijwilligers: Nogmaals de feiten op een rij!

59


60

Brandweer Vrijwilligers: Nogmaals de feiten op een rij!


Conclusie Duidelijk is dat men veel minder regels wil en een volwassen benadering. Ongeveer de helft vindt zelfstandigheid op een kazerne een randvoorwaarde om te blijven. De binding met de gemeente is of wordt door de regionalisering vrijwel ontmanteld. Formeel mag de gemeenteraad binnen de veiligheidsregio’s zienswijzen indienen en is het college verantwoordelijk voor de brandweerzorg. In werkelijkheid ligt beleid en uitvoering vrijwel geheel bij de niet-democratisch gelegitimeerde veiligheidsregio’s. Zowel in de gemeentelijke korpsen als in de regionale korpsen vindt men de relatie met de gemeente van groot belang. Dat sluit aan bij het motief waarom 90% Brandweer Vrijwilliger is geworden namelijk voor de veiligheid van eigen dorp, wijk of stad. Het ligt dan ook voor de hand dat ook de relatie met gemeente(raad) van groot belang is voor hen. Dit blijkt ook uit de enquête dat 55% voor een stevigere relatie is. Belangrijk is zelfstandigheid en autonomie op de kazerne. Feitelijk een roep om volwassen behandeld te worden en eigen verantwoordelijkheid te vergroten. Dat sluit aan op de wens om minder regels. Als Brandweer vrijwilligers ermee stoppen is er (nog) geen grote bereidheid om andere taken te blijven doen, bijvoorbeeld in het kader van voorlichting. Wellicht is dit een onderwerp voor verder onderzoek naar de voorwaarden en taken. Men heeft ca. 600 tips gegeven waarvan de kern is meer invloed, grotere betrokkenheid, minder top en betere communicatie.

Brandweer Vrijwilligers: Nogmaals de feiten op een rij!

61


62

Brandweer Vrijwilligers: Nogmaals de feiten op een rij!


Conclusies VBV- enquête De uitslagen van de enquête zijn in de bijlage opgenomen. De analyses en conclusies zijn bij de verschillende hoofdstukken getrokken. Hier de algemene conclusies

Harde kader vrijwilligerschap Voordat er conclusies beschreven worden, moeten de kenmerken van de Brandweer Vrijwilliger scherp in beeld zijn. Dit is een man of een vrouw die naast zijn of haar hoofdberoep, een gezin heeft en daarnaast een belangrijke maatschappelijke veiligheidstaak vrijwillig op zich heeft genomen. Hij is niet inkomensafhankelijk van het brandweerkorps. Neen, hij doet dit uit eigen beweging, is intrinsiek gemotiveerd en wil iets betekenen voor het dorp, stad of gebied. Volledig vrijwillig, met al zijn vermogen en bij nacht en ontij de confrontatie aangaan met leven, dood, schade en verdriet. Hulp bieden en troost geven in de eerste uren na een drama. Het zijn geen werknemers zoals nogal eens wordt verondersteld die “gemanaged” en gemotiveerd moeten worden. Precies het tegenovergestelde namelijk men zou die motivatie en bezieling moeten faciliteren en meer autonomie bieden om de ontplooiing als vrijwilliger tot zijn volle recht te laten komen.

Lokale binding Het belangrijkste motief van de Brandweer Vrijwilliger is hulp bieden aan zijn dorpen of stadsgenoten. Kameraadschap en samenhorigheid in de eigen kazerne en bij uitruk zijn daarbij van groot belang evenals een uitstekende spullenboel en realistisch oefenen. De lokale binding met de gemeenten en de gemeenteraad dreigt teloor te gaan waardoor men aan een grootschalige organisatie wordt gebonden in plaats van aan de lokale brandweer. Die grootschaligheid zorgt de laatste jaren voor demotivatie als gevolg van de immense papierwinkel, bureaucratie, ontelbare regeltjes waarbinnen de stijl van leiding geven (communicatie, inspraak en medezeggenschap) leidt tot aantasting van de intrinsieke waarden van het vrijwilligerschap. Wat daarbij een rol speelt is het ontbreken van zeggenschap door de lokale politiek. De gemeenteraad heeft nauwelijks of geen invloed meer op beleid. De Brandweer Vrijwilliger merkt dit en dit bevestigt hem of haar in zijn demotivatie. Ook de binding met de burgemeester neemt intrinsiek af waardoor het verlies aan lokale betrokkenheid compleet is. Brandweer Vrijwilligers: Nogmaals de feiten op een rij!

63


64

Brandweer Vrijwilligers: Nogmaals de feiten op een rij!


Van essentieel belang is dat de zeggenschap en autonomie naar de kazernes wordt terug georganiseerd. Volwaardige en volwassen vrijwilligers (geen werknemers) verwachten ruimte voor het uitoefenen van hun repressieve taken. Zij kunnen onder leiding van een bekwaam vrijwillig postcommandant hun eigen broek wel ophouden op hun kazerne. Gevrijwaard van papier en een “overkill” aan regels hun vakmanschap bewijzen als leerling, gezel en meester. De rol van de burgemeester en de gemeenteraad dient te worden herzien op doorzettingsmacht op lokale capaciteit en kwaliteit.

Regionalisatie De regionalisering geeft niet wat ervan verwacht werd. De lange, lange lijnen, het vele, vele papier, de protocollen en de afstand tussen top en werkvloer lijkt zo ongeveer voor de menselijke reikwijdte ‘onmetelijk’. Men wil als volwassen burgers behandeld worden en dat gebeurt op veel plaatsen niet. Deze combinaties werken een ‘laat maar, mijn tijd zal het wel duren-gedrag’ sterk in de hand. Zij moeten nu alles en mogen niets meer van boven. In plaats hen te beschouwen als vrijwilligers worden zij als werknemers behandeld. Dat moet verdwijnen en zij dienen gefaciliteerd te worden in plaats van “gemanaged”. Dat is vrijwel onmogelijk vanuit de grootschaligheid van veiligheidsregio’s en moet meer vanuit kleinschalige eenheden dichtbij georganiseerd worden. Hierbij dienen de repressieve processen van de uitruk weer centraal komen te staan.

Instituut Fysieke Veiligheid De eerste landelijke aanschaf van de portofoon, (in mindere mate de mobilofoons) en de ‘pagers’ (piepers) hebben het vertrouwen in een centrale inkoop meer dan fors geschaad. De oordelen van de eindgebruikers zijn vernietigend en moeten nopen tot een zeer grondige bezinning op de voorliggende plannen om een landelijke facilitaire dienst in te richten. Levensgevaarlijk is het dat men is gaan wennen aan ontbrekende functionaliteit en falen. Er dient op een of ander manier doorzettingsmacht voor de eindgebruiker georganiseerd te worden en een economisch rekenmodel ontwikkeld te worden. Dat model moet aangeven wanneer samen aanbesteden binnen de specificaties volkomen nutteloos is of wanneer je niet anders zou moeten willen.

Brandweer Vrijwilligers: Nogmaals de feiten op een rij!

65


66

Brandweer Vrijwilligers: Nogmaals de feiten op een rij!


Afsluiting In de afsluiting gaven de vrijwilligers hun opvattingen over hoe zij behouden kunnen worden voor de toekomst. Zelfstandigheid, autonomie op de kazerne door eigen verantwoordelijkheid te vergroten en een volwassen bejegening door de leiding. De binding met de gemeente dient in tact te blijven en versterkt te worden. Er dient een modus te komen waarin het lokale bestuur een vorm van doorzettingsmacht krijgt zodat dit stimulerend werkt op de lokale veiligheid. Tot slot. Misschien is de grootste ontdekking wel dat de doelmatigheid klem is komen te zitten tussen efficiency en effectiviteit. Het streven naar grootschaligheid en de afbrokkelende binding van het management met de werkvloer be誰nvloerden motivatie en binding stevig. Omgekeerd: het vak en de passie worden niet meer herkend maar ge誰nstitutionaliseerd in regels en geborgd op papier.

Brandweer Vrijwilligers: Nogmaals de feiten op een rij!

67


68

Brandweer Vrijwilligers: Nogmaals de feiten op een rij!


EERDERE onderzoeken Vrijwillig Brandweer Er zijn in het verleden een groot aantal onderzoeken geweest die de Vrijwillige Brandweer of de Vrijwilligers bij de Brandweer betreft. Wij hebben naar de meest in het oog springende onderzoeken gekeken en de hoofdlijnen ervan geplaatst in het perspectief van deze publicatie. Vanuit de gedachte dat deze eerdere onderzoeken ons verder kunnen helpen.

1982 “De Vrijwillige Brandweerman” In 1982 onderzocht de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) de persoonskarakteristieken van de vrijwillige brandweerman. De reden van het onderzoek was de naderende wetgeving (van de brandweerwet van 1985 en de Rampenwetgeving) Taken van rampenbestrijding zouden de Brandweersector binnen gebracht worden evenals de toenemende vraag naar hulpverleningstaken voor de lokale brandweer. Het is een kwalitatief onderzoek dat gaat over de vrijwillige brandweerman in het algemeen. De relatie met de taken, die met het korps, die in relatie tot de lokale samenleving en de ontwikkelingen. De conclusies op hoofdlijnen zijn als volgt. • Houd de schaal van de korpsen zo klein mogelijk. • Besteed aandacht aan de sfeer en de vriendschap in een korps. • Zorg voor uitstekend materieel, zeker voor het direct hulpverlenen aan mensen. • Vermijd zoveel mogelijk ambtelijke procedures en bemoeienis. • Houd de contactlijnen tussen de plaatselijke bevolking, het plaatselijke bestuur en het korps zo direct en kort mogelijk. • Neem, als het maar enigszins mogelijk is de vrijwilliger zijn eerste uitruk niet af. • Breng cursussen bij de korpsen zowel wat betreft inhoud en betreft afstand. • Houd ook de taken van het korps dicht bij (t)huis. De relatie met deze publicatie bestaat daarin dat een aantal van deze aanbevelingen nog steeds na 30 jaar actueel zijn. De ‘aandacht voor vriendschap en sfeer’ sluit naadloos aan bij de score van 45% van de Brandweer Vrijwilligers die ‘kameraadschap en saamhorigheid’ uit deze enquête. Dat geldt ook voor het vermijden van ‘ambtelijke procedures’ in relatie tot ‘bureaucratie’. Ook de lokale binding kwam nadrukkelijk toen al als thema aan de orde.

1991 “Vrijwilligers bij de brandweer” Onderzoek door het toenmalige Ministerie van Binnenlandse Zaken op voordracht van de Commissie Vrijwilligheid. Die Commissie was in 1990 ingesteld en constaBrandweer Vrijwilligers: Nogmaals de feiten op een rij!

69


70

Brandweer Vrijwilligers: Nogmaals de feiten op een rij!


teerde op basis van geluiden uit het land dat er problemen te verwachten waren met de werving opleiding, doorstroming en inzet. Gelet op het grote en essentiële belang van de grote groep goed opgeleide en gemotiveerde Brandweer Vrijwilligers dienden er randvoorwaarden te komen om dit veilig te stellen. Dit onderzoek is voor een belangrijk gedeelte nog steeds uitermate actueel als het gaat om deze thema’s. Voor deze publicatie beperken wij ons tot het gedeelte waar het gaat om de stem van de vrijwilliger. Daarvan zegt het onderzoek bij de samenvatting op pagina 85 het volgende. “De stem van de vrijwilliger. Bij het uitstippelen van het beleid betreffende de brandweer is het van belang goed rekening te houden met het gegeven dat ongeveer 85% van de gemeentelijke brandweerlieden vrijwilliger is. De motivatie van de vrijwilligers wordt positieve zin geprikkeld wanneer onder hen het gevoel bestaat dat rekening wordt gehouden met de belangen uit die groep”. Ook hier belangrijke parallellen met deze enquête. De stem van de Brandweer Vrijwilliger wordt nog steeds niet voorzien van doorzettingsmacht. Er is een VBV en er zijn overlegorganen echter deze zijn bijna monddood en hebben weinig kracht en gezag. Ook de sfeer en binding met de gemeente komt naadloos overeen met de resultaten uit deze enquête. Overigens staan er nog een tweetal behartigenswaardige opmerkingen in over sfeer op de kazerne en betrokkenheid gemeentelijke apparaat. “De sfeer. De sfeer binnen het korps is van cruciaal belang, niet alleen voor de continuïteit van het korps maar ook op het moment dat gezamenlijk een klus moet worden geklaard. Dan moet men blindelings op elkaar kunnen vertrouwen. Waar mogelijk dient de sfeer bevorderd te worden”. “De betrokkenheid vanuit het gemeentelijk apparaat. Een dergelijke betrokkenheid wordt ervaren als een stuk waardering voor het brandweerwerk. Zowel de gemeentelijke bestuurders als de korpsleiding dienen initiatieven te ontplooien om de betrokkenheid te vergroten”. Beide thema’s zijn nog even actueel gelet op de resultaten van de enquête op het gebied van ‘over hen, zonder hen’ en de lokale gemeentelijke binding.

1999 “Vrijwilligheid in de openbare veiligheid” Deze verdiepingsstudie naar vrijwilligers bij brandweer, KNBRD, politie, Natres en SIGMA’s van NRK is uitgevoerd door het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, Directie Brandweer en Rampenbestrijding. Deze multidisciplinai-

Brandweer Vrijwilligers: Nogmaals de feiten op een rij!

71


72

Brandweer Vrijwilligers: Nogmaals de feiten op een rij!


re studie bevat veel waardevol materiaal voor alle vrijwilligersorganisaties binnen het veiligheidsdomein. Hier beperken wij ons tot weergave van een gedeelte van pagina 57 dat betrekking heeft op ons onderzoek. Medezeggenschap Zowel landelijk als lokaal is sprake van gremia waarin de medezeggenschap van de brandweer vorm heeft gekregen. Binnen het kader van dit onderzoek hebben wij niet kunnen vaststellen of vrijwilligers overal ook daadwerkelijk zijn vertegenwoordigd in een onderdeelscommissie (OC). Wel bestaat de indruk dat vrijwilligers om praktische redenen weinig of geen gebruik maken van de mogelijkheid zitting te nemen in een OC wanneer sprake is van een gemengd korps met een substantieel aantal beroepskrachten. Wat op landelijk niveau ontbreekt is een overkoepelend orgaan dat zich specifiek inzet voor de belangen van de vrijwilliger. In het verleden zijn daartoe wel pogingen ondernomen maar deze zijn in de praktijk gestrand. Momenteel wordt in samenspraak tussen de VNG/CvA en de NVBC bezien of de NVBC representatief is voor de grote groep van vrijwilligers. Daarbij is nog onduidelijk of het gegeven dat de NVBC een dergelijke belangenbehartigende rol zou kunnen spelen. Een belangrijk item tijdens die gesprekken is de vraag in hoeverre de NVBC representatief is voor de grote groep van vrijwilligers. Daarbij is nog onduidelijk of het gegeven dat de NVBC momenteel pogingen onderneemt om zich duidelijker binnen Brandweer Nederland te positioneren, in dit verband een knelpunt vormt of juist een ideaal moment om een dergelijk aanknopingspunt te vinden. Overigens wordt ook binnen een reguliere vakbond als de AbvaKabo nagedacht over vormen om de groep van vrijwilligers te vertegenwoordigen. Daarbij dienen zich onder meer de volgende knelpunten aan: • iemand is niet snel genegen zich aan te sluiten bij een vakbond voor iets dat hij zelf als hobby beschouwt; • dit geldt temeer bij een gebruikelijke contributie-bijdrage van fl 25,- per maand; • de vraag is hoe de belangen van vrijwilligers en beroeps bij eenzelfde organisatie gelijkwaardig kunnen worden behartigd wanneer zich situaties met conflicterend belang aandienen.

2005 “Vuur als gemeenschappelijke vijand” In deze diepgaande studie van Gerrit Haverkamp wordt het vrijwilligerschap bij de Brandweer beschouwd vanuit intrinsieke waarden en normen. Het verrichten van vrijwilligerswerk is gebaseerd op de bereidheid van mensen om zich zonder dwang of vergoeding in te zetten voor medemensen of voor de samenleving.

Brandweer Vrijwilligers: Nogmaals de feiten op een rij!

73


74

Brandweer Vrijwilligers: Nogmaals de feiten op een rij!


Brandweervrijwilligers leveren een essentiële bijdrage aan de veiligheid van de samenleving door kerntaken te verrichtten die tot de overheid behoren. Zij ontvangen hiervoor avontuurlijk werk dat hoog wordt gewaardeerd door de samenleving. Specifieke kenmerken van vrijwilligers bij de brandweer zijn: permanente beschikbaarheid, het verrichten van risicovolle werkzaamheden en confrontaties met leven en dood. Het in stand houden van de vrijwilligheid bij de brandweer is afhankelijk van de ‘incentives’ uit de functie en de intensiteit waarmee zij een relatie met de omgeving weet te onderhouden. De verklaring dat vrijwilligerswerk bij de brandweer gebaseerd is op wederkerigheid en niet op altruïsme is de basis voor duurzaamheid en stabiliteit van de vrijwilligheid bij de brandweer. Het verrichten van vrijwilligerswerk bij de brandweer is een concreet voorbeeld van actieve burgers die zich inzetten voor de veiligheid van medeburgers. Dit is een voorbeeld voor andere burgers. Een positief neveneffect is dat hierdoor de cohesie en solidariteit binnen de samenleving wordt bevorderd. De waarde van deze sociologische studie ligt vooral in de relatie van het vrijwilligerschap met de lokale samenleving en de wederkerigheid ertussen. Dit komt ook uit onze enquête namelijk de vrijwilligers doen het voor de veiligheid van medeburgers; daardoor wordt hun samenleving sterker! Die wederkerigheid is er ook op individueel niveau namelijk zijn gaan voor veiligheid van medeburgers; ontvangen daardoor kameraadschap, saamhorigheid, spanning en avontuur.

2005 “Vinden en binden” Deze studie uit 2005 gaat over het vinden en binden van Brandweer Vrijwilligers. Het vinden (werving) wordt hier buiten beschouwing gelaten want de VBV-enquête gaat over de binding. Dit aspect wordt hier niet nader beschouwd. Het binden van vrijwilligers leverde in die tijd bij het overgrote deel van de korpsen weinig tot geen problemen op. Vrijwilligers geven aan dat zij zich gebonden voelen door de band met collega’s, het gevoel dat men iets doet voor de medemens en het spannende van het brandweerwerk. De meeste vrijwilligers vinden dat het brandweerwerk goed te combineren valt met andere activiteiten. Als belangrijkste knelpunten bij het binden, noemden de korpsleidingen de combinatie tussen het hoofdberoep en het vrijwilligerswerk. Een ander knelpunt speelt voornamelijk in korpsen waar veel beroepskrachten werken; er is afstand ontstaan tussen hen en beroepskrachten. Met name de regels zijn het die hen zich minder doet voelen en dit draagt bij aan een verminderde binding aan het korps. De regionalisering werd als een belangrijk gevaar gezien door de burgemeesters. Zij denken dat de binding tussen brandweer en de lokale gemeenschap zou kun-

Brandweer Vrijwilligers: Nogmaals de feiten op een rij!

75


76

Brandweer Vrijwilligers: Nogmaals de feiten op een rij!


nen afnemen. Korpsleiding en vrijwilligers zien de regionalisering als voornaamste gevaar dat de afstand tussen beroepsbrandweerlieden en vrijwilligers verder zou kunnen toenemen. Er worden meer voordelen dan nadelen van de regionalisering verwacht. Voordelen verwacht men vooral in de verbetering van de bedrijfsvoering, het delen van kennis tussen korpsen en het vergroten van samenwerking in een regio. Als spanningsveld wordt het aantrekken van nieuwe vrijwilligers genoemd. Regels en eisen waarmee de brandweer wordt geconfronteerd vormen een bedreiging voor de vrijwillige inzet bij de brandweer. Onder invloed van de rampen in Enschede en Volendam zijn er extra eisen en regels gesteld bij opleidingen, oefenen en veiligheid bij optreden. Dit legt een te zware wissel op vrijwillige inzet bij de brandweer terwijl een vrijwillige inzet die door diezelfde overheid met het oog op sociale cohesie en saamhorigheid als een groot goed wordt beschouwd. Men pleit voor speciale aandacht om bij de regionalisatie van de brandweer niet ten koste gaat van de aantrekkelijkheid van het brandweerwerk voor (potentiële) vrijwilligers en men dient terughoudendheid te zijn in het opleggen van nieuwe of/ en zwaardere eisen en nieuwe regels voor de brandweer en te bezien of bestaande regels en eisen te versoepelen zijn. Opvallend is het dat de huidige praktijk nu juist laat zien dat het daar mis gaat waar men toen voor waarschuwde. Het tegenovergestelde lijkt bereikt immers de regels en procedures zijn in golven over het land uitgestort, de binding met de lokale gemeenschap staat onder stevig druk, de overbelasting kondigt zich aan en de regionalisatie trekt haar sporen in de aantrekkelijkheid van het brandweervak. Merkwaardig is dat precies waar men voor waarschuwt, gebeurt alsof het gepland is.

2007 Master Thesis ‘How to Motivate and Satisfy Volunteers?’7 Een Master Thesis over het verschil in motivatie en tevredenheid tussen Brandweer Vrijwilligers als burgers en beroepsbrandweerlieden als werknemer. Het kleinschalige onderzoek laat opvallende resultaten zien. ‘As stated above volunteers are very important for today’s society, however little research has been done on how to motivate and satisfy volunteers. Because volunteers perform their services for little or no monetary reward, the threshold to stop performing their services is very small, employees need their income to uphold their standard of living, and volunteers however are not restricted by this. It is therefore important how to keep volunteers motivated and satisfied in order to let them 7

‘How to Motivate and Satisfy Volunteers?’, Bas van de Meij, Vrije Universiteit Amsterdam, 2007.

Brandweer Vrijwilligers: Nogmaals de feiten op een rij!

77


78

Brandweer Vrijwilligers: Nogmaals de feiten op een rij!


do their tasks, because when volunteers are not satisfied there is a chance they will quit’ To adequately research the influences between the antecedents and the two dependent variables a questionnaire was created which was answered by 258 respondents, after preliminary checks of the data and removal 239 respondents remained in the data sample, on which statistical analysis could be performed. All of the respondents where either volunteer or employee at the Dutch fire department. The Dutch fire department was selected because employees and volunteers perform similar tasks when fighting firers, and therefore the differences in the results could be addressed on the difference between the needs of volunteers and employees. The sample collected for this study also reflects the real life situation with approximately 80% volunteers and approximately 20% employees. The statistical analysis yielded the following results in reference to motivation. Volunteers respond are more motivated then employees when they posses the Personality traits Agreeableness, Openness, Consciences, and Neuroticism. Volunteers are more motivated when they need to address different skills to perform their tasks, in other words Skill variety leads to more motivated volunteers, and this relationship is stronger for volunteers then it is for employees. It is important to take a volunteers emotions and feelings into account, the relationship between Affect and motivations is stronger for volunteers then it is for employees. So when a volunteer has positive feelings and emotions for the company he/she will be more motivated, furthermore this relationship is stronger for volunteers then it is for employees. For the dependent variable satisfaction the statistical analysis yielded the following results. Volunteers like Autonomy to some extend, they do not want to feel left alone but also they do not like to be bossed around, volunteers like to won the job they perform, in other words they like their tasks to score high on task identity. Furthermore the relationship between Task identity and Satisfaction was stronger for volunteers then it was for employees. Volunteers are more satisfied when their tasks require them to address various skills; the job should therefore score high on Skill variety. This relationship was also stronger for volunteers then it was for employees. The last result from the statistical analysis includes the variable feedback, volunteers like to receive feedback from the result of their performance. This relationship was also stronger for volunteers then it was for employees. This research clearly shows that volunteers have different needs and wants then employees. As main explanation for the difference is the fact that employees perform their task amongst other thing for a monetary reward, whilst volunteers do not perform their tasks to gain money but to gain an intrinsic reward, that is different for Brandweer Vrijwilligers: Nogmaals de feiten op een rij!

79


80

Brandweer Vrijwilligers: Nogmaals de feiten op een rij!


each volunteer. It could be that the reward is to do their part in society, or to help people or animal, or from the joy in performing their volunteer work.

Kortom de Brandweer Vrijwilliger wordt sterker gemotiveerd dan een werknemer brandweerman of vrouw door taakrijkdom, het aanspreken van verschillende vaardigheden en door positieve emoties en gevoelens. Hij of zij wil autonomie en beslissingsbevoegdheden zonder in de steek te worden gelaten door de leiding. Zij voelen zich volledig eigenaar van hun taken en willen graag feedback alhoewel zij niet zozeer streven naar waardering zolang zij dit zelf maar weten, is het genoeg.

2011 “NVBR onderzoek” Het onderzoek is door de Nederlandse Vereniging voor Brandweerzorg en Rampenbestrijding (NVBR) gestart en er hebben 2.800 brandweerlieden aan deelgenomen. De aanleiding zijn de veranderende in- en externe omgevingen van de Brandweersector, aldus de persverklaring van de NVBR. De brandweer wordt steeds vaker geconfronteerd met externe ontwikkelingen, zoals bezuinigingen en regionalisering. Maar de brandweerorganisatie is zelf ook sterk in ontwikkeling. In de visie ‘Brandweer over morgen’ zijn de ambities voor toekomst geformuleerd en toegelicht. Uit het onderzoek bleek dat brandweermensen zich zorgen maken over de toenemende werkdruk door steeds hogere eisen die aan hun functioneren worden gesteld. Er is sprake van een kloof tussen het management en de mensen op de werkvloer, hoewel de communicatie tussen hen toch als positief wordt aangemerkt. Ook blijkt dat de beroepsmedewerkers en vrijwilligers bij de brandweer in het algemeen tevreden zijn over de inhoud van hun werk. Zij voelen zich betrokken en ook blijken zij overwegend positief te staan ten opzichte van veranderingen. De belangrijkste redenen om bij de brandweer te werken zijn de teamspirit, het helpen van mensen en het samen werken aan de veiligheid van burgers in Nederland. Op basis van de resultaten van het onderzoek stelt de NVBR een actieprogramma op, waarmee medewerkers in staat worden gesteld op alle niveaus bij te dragen aan de noodzakelijke veranderingen. Dit actieprogramma gaat onder andere over leiderschapsontwikkeling, behoud en ontwikkeling van vrijwilligers. Naast dit actieprogramma zet de NVBR stevig in op thema’s als arbeidsveiligheid (door zorg te dragen voor degelijk materieel om veilig te kunnen werken), verminderen van de belastbaarheid (door terugdringen loze meldingen) en voorkoming van agressie en geweld tegen hulpverleners. ‘Een betere interne samenwerking en het ver-

Brandweer Vrijwilligers: Nogmaals de feiten op een rij!

81


82

Brandweer Vrijwilligers: Nogmaals de feiten op een rij!


kleinen van de kloof tussen werkvloer en management vormen de belangrijkste aandachtspunten. Dit recente onderzoek, waarover niet meer is gepubliceerd dan hierboven staat vermeldt; staat enerzijds in het verlengde van de constateringen over de kloof van management en werkvloer uit het SP-onderzoek en dat van de VBV. Anderzijds blijkt er een fors verschil ten aanzien van communicatie. Het is verder niet mogelijk om op dieper niveau te vergelijken want deze data staat nog niet ter beschikking.

2011 “SP onderzoek” Uit het onderzoek dat de SP hield in 2011 onder 3700 Brandweer Vrijwilligers en professionals blijkt dat er onder hen grote zorgen zijn over de bezuinigingsplannen van de regering en gemeenten, de komende verplichte regionalisering en de regels en bureaucratie van het management. Brandweermensen houden van hun vak: 86% van de ondervraagde brandweermensen waardeert zijn werk. Voor meer dan de helft van deze brandweermensen (57%) is het plezier in het werk de afgelopen jaren echter afgenomen. 84% Van de brandweermensen vindt dat er te veel regels en te veel bureaucratie zijn. 56% Is ontevreden over de leidinggevenden, die eveneens volgens 56% niet weet wat er speelt op de werkvloer. 60% van de vrijwilligers ziet een terugloop van brandweervrijwilligers, omdat de eisen steeds hoger worden, mensen minder tijd hebben en vrijwilligers de regionalisering niet zien zitten. Volgens 87% van de brandweermensen hebben politici onvoldoende kennis van het brandweerwerk. 68% geeft de regering een onvoldoende voor het brandweerbeleid. 80% van de brandweermensen is tegen de inzet van brandweerwagens met een kleinere bezetting (SIV’s), omdat dit leidt tot gevaarlijke situaties voor collega’s en burgers en ten koste gaat van de kwaliteit van de brandbestrijding. 68% Van de brandweermensen is tegen verplichte aanwezigheidsdiensten (kazernering) van vrijwilligers, omdat dit moeilijk is te combineren met werk en gezin. 58% Van de brandweermensen vindt de regionalisering geen goede ontwikkeling, omdat de afstand tussen leiding en werkvloer groter wordt, personeel minder betrokken is bij het beleid en er minder democratische controle is door de gemeenteraden. Er is onvrede over de communicatiesystemen. 42% is ontevreden over het communicatiesysteem met de meldkamer. Over de C2000 systemen is meer dan de helft van de brandweermensen ontevreden. Dit kan leiden tot gevaarlijke situaties, omdat het systeem op onverwachte momenten uitvalt. Over de analoge object portofoon die in een aantal korpsen (weer) wordt gebruikt, is 77% tevreden.

Brandweer Vrijwilligers: Nogmaals de feiten op een rij!

83


84

Brandweer Vrijwilligers: Nogmaals de feiten op een rij!


Er is weinig ruimte voor de creativiteit van brandweermensen Het gros van de ondervraagde brandweerlieden wijst het regeringsbeleid af, zowel wat betreft de regionalisering als de kazernering. Dit draagt niet bij aan een betere brandweerzorg, zegt 74%. 82% Zegt dat verdere ‘professionalisering’ vooral betekent meer regels en procedures. Regionalisering vergroot de kloof met het bestuur. Een meerderheid van de ondervraagde brandweermensen (58%)vindt de regionalisering van de brandweer geen goede ontwikkeling, vooral omdat het leidt tot minder betrokkenheid van het personeel bij het beleid. Te veel geld gaat naar de “koude kant” van de brandweer en te veel managers zijn vooral bezig met hun eigen carrière. De kazernering gaat ten koste van de vrijwilligers. Steeds vaker moeten vrijwilligers aanwezigheidsdiensten draaien, ook ’s avonds en in het weekeinde. Tweederde van de respondenten (68%) vindt dit een slechte ontwikkeling. Driekwart van de mensen (76%) geeft aan dat dit moeilijk te combineren is met gezins- en werkomstandigheden. Een lagere bezetting van wagens leidt mogelijk tot meer slachtoffers. De experimenten met minder bezetting van de brandweerwagens wordt door 81% van de brandweermensen afgewezen. Dat levert gevaarlijke situaties op voor personeel en burgers, vindt 85%. En de kwaliteit van de brandbestrijding gaat achteruit, vindt 79%. Men vreest meer slachtoffers onder de brandweer. Er zijn twijfels over de brandveiligheid. Ruim een derde van de brandweermensen denkt dat de brandveiligheid van de burger de laatste jaren is afgenomen, door het oprekken van de aanrijtijden, de regionalisering en de mindere bezetting van auto’s. Meer investeren op repressief gebied, onderzoek naar de effecten van het beleid, minder bureaucratie en beter luisteren naar de werkvloer kunnen dit voorkomen. Een derde dreigt weg te lopen bij de brandweer. Een derde van de brandweermensen gaat weg (5%) of twijfelt (26%) of ze bij de brandweer wil blijven. Belangrijkste reden hiervoor is de regionalisering. Bij de beroepsmensen denkt 62% aan vertrek, bij de vrijwilligers zelfs 73%. 60% Van de vrijwilligers ziet een terugloop van vrijwilligers. Omdat de eisen steeds zwaarder worden, vindt 71% dat. De parallellen tussen de SP en de VBV enquête zijn eenduidig en aanvullend. Ten aanzien van regionalisering, management, papier, bureaucratie, C2000, motivatie en tal van andere onderwerpen bestaan grote overeenkomsten en bevestigt de VBV enquête die van de SP en omgekeerd.

Brandweer Vrijwilligers: Nogmaals de feiten op een rij!

85


86

Brandweer Vrijwilligers: Nogmaals de feiten op een rij!


Samenvatting 30 jaar onderzoek Een lange reeks onderzoeken met als uitkomst ‘organiseer de stem van de vrijwilliger’, belast de passie niet met allerlei papier en bureaucratie, zorg voor gegarandeerde inbreng en betrokkenheid en laat vooral zoveel mogelijk aan de kazernes over, zo dicht mogelijk bij de gemeenten. Dit is de hoofdlijn van 30 jaar onderzoek. Wat opvalt aan de onderzoeken van 1982 tot 2005 is dat deze een waarschuwend karakter hebben. Zo van “let nu op want anders zou het weleens mis kunnen gaan”. De reflex hierop was in een enkel geval negatief. Toen het rapport “Vinden en binden” in 2005 uitkwam met de opmerking om toch vooral voorzichtig te zijn met de regionalisering en dat slim aan te pakken, gaf dat een afwijzende reflex van de toenmalige voorzitter van de NVBR. In plaats van deze serieuze aanbeveling op te pakken, werden deze afgewezen en de regionalisering als “het einde” van alles gezien. Daarin paste kennelijk niet zo’n waarschuwing. De laatste 3 onderzoeken, die van de NVBR, SP en de VBV hebben een meer constaterend en vaststellend karakter. ‘Het pas nu op’ is overgegaan in ‘het is zover’. Deze recente onderzoeken bevestigen wat om de zoveel jaar telkens weer opnieuw is onderzocht. Er is ook geen gestructureerde aanpak die verbeteringen en aanbevelingen heeft geïmplementeerd. Feitelijk zijn deze in een soort niemandsland verdwenen, zo lijkt.

Brandweer Vrijwilligers: Nogmaals de feiten op een rij!

87


88

Brandweer Vrijwilligers: Nogmaals de feiten op een rij!


Aanbevelingen De aanbevelingen zijn geclusterd naar alle onderwerpen die met inbedding in de lokale samenleving (ook bestuurlijk), die met de beste organisatievorm en die met de invloed en zeggenschap op lokaal, regionaal en nationaal niveau te maken hebben. Sociale cohesie en legitimatie • Bed de brandweer weer dieper in de lokale maatschappij in dorp, wijk of stad. • Richt per post een jeugdbrandweer op om de beeld- en werfkracht binnen de lokale samenleving te versterken en de bezieling voor de toekomst veilig te stellen. • Benoem een brandweerburgerraad met daarin o.a. een afvaardiging van gemeenteraad, de hoofdwerkgevers en een afvaardiging van de Landelijke Vereniging Kleinen Kernen (LVKK). • Stel de brandweerburgerraad verantwoordelijk voor de verbinding van en met de lokale gemeenschap, de werf- en beeldkracht van de lokale brandweerpost, de relatie met hoofdwerkgevers en de omgevingsfactoren uit de lokale samenleving die het optreden van de brandweer beïnvloeden. • Organiseer de brandweerposten terug naar de gemeente en geef de burgemeester, het college van B&W, de gemeenteraad en de lokale postcommandanten doorzettingsmacht op dekkingsplannen, capaciteit en kwaliteit. Lokale organisatie • Geef de lokale brandweerposten bij wet een grote mate van zelfstandigheid en stuur deze aan op beperkt aantal kernprestatie-indicatoren zoals bijvoorbeeld lokale binding en werfkracht, vakbekwaamheid, uitrukgarantie, onderhoud eigen materieel en materiaal, veiligheid, opkomsttijden, professionele aanpak tijdens uitrukken, lokale werfkracht, sfeer en kameraadschap. • Stel per post een vrijwillig postcommandant en plaatsvervanger aan die verantwoordelijk hiervoor zijn en faciliteer deze met beroepsondersteuning. • Organiseer het zodanig dat de leiding van brandweerposten maximaal 1 leidinggevende laag verwijderd is van de hoogste leiding. • Geef de lokale brandweerpost de wettelijke taak van het bevorderen van zelfredzaamheid door advies en controle op bluswatervoorzieningen, op lokale bereikbaarheid en op brandveiligheid in woningen. • Breng de belasting binnen 2 jaar met tenminste 30% omlaag door een aanvalsplan: “Met minder wordt het beter, vermindering belasting Brandweer Vrijwilligers”, waarin specifiek naar opleidingen en oefeningen gekeken wordt. • Zorg voor een efficiënte facilitering van de lokale brandweerposten vanuit de regionale en/of landelijke organisatie. • Doe onderzoek naar nieuwe vormen van management van hybride (beroeps en vrijwillige) organisaties en implementeer de uitkomsten.

Brandweer Vrijwilligers: Nogmaals de feiten op een rij!

89


Tweede Kamer der Staten-Generaal Vergaderjaar 2004-2005 29 517 Veiligheidsregio’s Nr. 6 MOTIE VAN HET LID SLOB C.S. Voorgesteld 21 juni 2005 De Kamer, gehoord de beraadslaging, overwegende, dat de regering in het kader van de vorming van veiligheidsregio’s het voornemen heeft lokaal brandweerpersoneel vanaf een nog nader te bepalen schaal/functieniveau, tenminste leidinggevenden, in regionale dienst te nemen; tevens overwegende, dat de regering het voornemen heeft om brandweerpersoneel dat eerst verplicht in dienst van de regio komt en betrokken is bij gemeentelijke werkprocessen daarna weer te detacheren bij de gemeente; spreekt uit, dat een verplichte regionalisering van brandweerpersoneel de vaak sterke inbedding van brandweerpersoneel in de gemeentelijke organisatie niet mag doorbreken en dat er om die reden ruimte moet komen voor gemotiveerde afwijking van de regel dat een nog nader te bepalen deel van het lokale brandweerpersoneel in regionale dienst wordt genomen, en gaat over tot de orde van de dag. Slob Van Heteren Van Bochove Van der Staaij Cornielje De Wit Tweede Kamer, vergaderjaar 2004-2005, 29 517, nr. 6

90

Brandweer Vrijwilligers: Nogmaals de feiten op een rij!


Zeggenschap en invloed • Neem in de wet op dat er een apart nationaal orgaan, -een vrijwilligersraad-, komt dat de belangen van de Brandweer Vrijwilligers vertegenwoordigt op lokaal, regionaal en nationaal niveau en dit organiseert voor hen. • Organiseer de kracht van de verschillende hoofdberoepen als unieke kans voor betrokkenheid, vernieuwing en innovatie in een landelijk dekkend netwerk. • Ontwikkel dat landelijk dekkend netwerk van kennis en ervaring dat invloed en doorzettingsmacht heeft bij aankoop, opleidingen, oefeningen, examens, dekkingsplannen en operationeel optreden. • Neem in de wet op dat bij aankoop materiaal en materieel de eindgebruiker doorzettingsmacht krijgt op specificaties, functionaliteit,ergonomie en gebruiksvriendelijkheid.

Brandweer Vrijwilligers: Nogmaals de feiten op een rij!

91


Tweede Kamer der Staten-Generaal Vergaderjaar 2007-2008 30 875 Wijziging van de Brandweerwet 1985 in verband met het verzekeren van de kwaliteit van brandweerpersoneel en de verbreding van de wettelijke taken van het Nederlands instituut fysieke veiligheid Nr. 7 MOTIE VAN HET LID ANKER C.S. Voorgesteld 26 september 2007 De Kamer, gehoord de beraadslaging, overwegende, dat de 23 000 brandweervrijwilligers belangrijke dragers zijn van het lokale veiligheidsbeleid; overwegende, dat deze brandweervrijwilligers daarmee in de praktijk een uitstekend voorbeeld zijn van burgerbetrokkenheid die de kracht en de kwaliteit van de samenleving bepaalt; van mening, dat de nieuwe functie-indeling geen ongewenste effecten op de beschikbaarheid van die brandweervrijwilligers dient te hebben; verzoekt de regering voor de begrotingsbehandeling BZK met een visie te komen op het behoud van de beschikbaarheid van brandweervrijwilligers en daartoe tevens concrete voorstellen te doen, en gaat over tot de orde van de dag. Anker Van der Staaij Van Bochove

‘s-Gravenhage 2007 Tweede Kamer, vergaderjaar 2007-2008, 30 875, nr. 7

92

Brandweer Vrijwilligers: Nogmaals de feiten op een rij!


Amendementen WETTEKSTEN De volgende amendementen zijn in de voorliggende wetgeving bedacht om de aanbevelingen met kracht en doorzettingsmacht om te zetten in daden. Amendement Wijziging van de Wet veiligheidsregio’s in verband met oprichting van het Instituut Fysieke Veiligheid en in verband met de volledige regionalisering van de brandweer. Artikel 26 wordt als volgt gewijzigd • Het bestuur van de veiligheidsregio draagt de verantwoordelijkheid en het daarbij behorende budget voor het lokale brandweerkorps en daarmee de uitvoering van de lokale uitruk, i.c. het beperken en bestrijden van brand en het beperken en bestrijden van gevaar voor mens en dier bij ongevallen anders dan bij brand over aan de aangesloten gemeenten. • Het college van burgemeester en wethouders stelt het gemeentelijk kazernespreidingsplan vast dat minimaal gebaseerd is op het lokale en regionale risicoprofiel en legt dit ter goedkeuring voor aan de gemeenteraad. • Het college van burgemeester en wethouders stelt op grond van het kazernespreidingsplan een organisatieplan waarin de vereiste kwantiteit, kwaliteit en professionaliteit van het personeel, materieel en kazerne(s) wordt vastgelegd en legt dit, na afstemming met de regionale brandweercommandant, ter goedkeuring voor aan de gemeenteraad. • Het college van burgemeester en wethouders benoemt, bevordert en ontslaat het vrijwillige en beroepsbrandweerpersoneel dat deel uit maakt van het lokale brandweerkorps. Artikel 27 wordt als volgt • Jaarlijks wordt aan het bestuur van de veiligheidsregio gerapporteerd aan de hand van landelijk vastgestelde prestatie-indicatoren over de uitvoering van de repressie aan burgers en de organisatie hiervan. Een afschrift van deze rapportage gaat naar de gemeenteraad. • Het bestuur van de veiligheidsregio monitort periodiek en onverwacht de vereiste kwantiteit, kwaliteit en professionaliteit van de gemeentelijke uitruk aan burgers van betreffende gemeente en de organisatieplan van het brandweerkorps. Zij rapporteert hierover aan het college van burgemeester en wethouders in afschrift aan de gemeenteraad. • Het bestuur van de veiligheidsregio zal bij geconstateerde tekortschieten van de taakuitvoering onmiddellijk het college van burgemeesters en wethouders een aanwijzing geven. • Het bestuur van de veiligheidsregio gaat hier niet toe over nadat het over de voorgenomen aanwijzing het college van burgemeester en wethouders en de lokale brandweercommandant gehoord heeft.

Brandweer Vrijwilligers: Nogmaals de feiten op een rij!

93


Tweede Kamer Der Staten-Generaal Vergaderjaar 2010-2011 32 500 VI Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Justitie (VI) voor het jaar 2011

Nr. 34 MOTIE VAN HET LID ELISSEN C.S. Voorgesteld 25 november 2010 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende, dat de Vakvereniging Brandweer Vrijwilligers zich nadrukkelijk richt op de brandweervrijwilligers; overwegende, dat de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties een eenmalige startsubsidie heeft verstrekt alsmede het voornemen heeft uitgesproken om periodiek in overleg te treden en zulks tot op heden niet is geĂŤffectueerd; verzoekt de regering om de Vakvereniging Brandweer Vrijwilligers te erkennen als officiĂŤle gesprekspartner, en gaat over tot de orde van de dag. Elissen Brinkman Hennis-Plasschaert Van Raak Rouvoet Van der Staaij Dibi Marcouch Berndsen

94

Brandweer Vrijwilligers: Nogmaals de feiten op een rij!


• Indien de taakuitvoering blijvend te kort schiet, wordt de verantwoordelijkheid en het daarbij behorende beheer van het budget voor het lokale brandweerkorps en daarmee de uitvoering van de lokale uitruk tijdelijk totdat de tekortkomingen zijn opgelost onder gebracht bij de veiligheidsregio. Artikel 28 wordt als volgt • De leden van de lokale brandweerpost hebben de wettelijke taak van het bevorderen van zelfredzaamheid van burgers door advisering op de praktische uitvoering van brandpreventie en preparatie in woningen, de controle op bluswatervoorzieningen en inspectie van lokale bereikbaarheid. • Elk college van burgemeester en wethouders benoemt per kazernegebied een brandweerburgerraad die de volgende taken verricht: o de verbinding van en met de lokale gemeenschap; o de werf- en beeldkracht van de lokale brandweerpost versterken; o de relatie met hoofdwerkgevers en o de omgevingsfactoren uit de lokale samenleving die de instandhouding van het brandweerkorps beïnvloeden. • In de brandweerburgerraad hebben minimaal de volgende leden zitting. o Een vertegenwoordiger van de provinciale vereniging van kleine kernen, niet zijnde de voorzitter; o Een vertegenwoordiger van het lokale bedrijfs- of middenstandsleven; o Een afgevaardigde uit dorps-, stads- of wijkraad, niet zijnde de voorzitter; o Een betrokken burger en o de betreffende postcommandant als voorzitter. Artikel 67 wordt aangevuld met invoeging ‘brandweerraad’ als bestuursonderdeel. 1. Het bestuur van de rechtspersoon Instituut Fysieke Veiligheid bestaat uit:  a. e  en algemeen bestuur, bestaande uit de voorzitters van de veiligheidsregio’s gezamenlijk; b. een dagelijks bestuur; c. een brandweerraad bestaande uit een representatieve afvaardiging uit alle geledingen van de brandweerorganisatie. 2. Het algemeen bestuur benoemt uit zijn midden een voorzitter en een dagelijks bestuur. De voorzitter van het algemeen bestuur is tevens voorzitter van het dagelijks bestuur en van de brandweerraad. Het algemeen bestuur bepaalt welke taken het overdraagt aan het dagelijks bestuur. Naast de voorzitter is tenminste een lid van de brandweerraad, lid van het dagelijks bestuur. 3. De voorzitter vertegenwoordigt het Instituut Fysieke Veiligheid in en buiten rechte. 4. Het bestuur beslist bij meerderheid van stemmen. Indien de stemmen staken, geeft de stem van de voorzitter de doorslag.

Brandweer Vrijwilligers: Nogmaals de feiten op een rij!

95


96

Brandweer Vrijwilligers: Nogmaals de feiten op een rij!


Slot Onvoorstelbaar veel Brandweer Vrijwilligers hebben meegewerkt en meegeleefd. Het zijn spannende tijden en er wordt veel gevraagd van hen. Driemaal een enquĂŞte invullen in een tijdsbestek van een 4 maanden is sterk en geeft een impressie van de bezieling en passie voor hun brandweer. Hartelijk dank en de Vakvereniging Brandweer Vrijwilligers gaat ervoor om hen, hun brandweer terug te geven; in het volste vertrouwen dat het goed komt!

Brandweer Vrijwilligers: Nogmaals de feiten op een rij!

97


BIJLAGE ENQUETE VRAGEN EN PRIMAIRE UITKOMSTEN WEBENQUETE BRANDWEER VRIJWILLIGERS Er werden 2018 enquêteformulieren ingevuld waarvan er 1826 volledig en 192 onvolledig. In de analyse is alleen gebruik gemaakt van de 1826 volledig ingevulde vragenformulieren. Hiervoor is gekozen om allerlei rekenwerk en mogelijke fouten te voorkomen. Er reageerden 1254 Brandweer Vrijwilligers uit gemeentelijke brandweerkorpsen en 572 uit geregionaliseerde brandweerkorpsen. Waar de N niet vermeld wordt, is er sprake van een meerkeuzenvraag.

Algemeen gedeelte Resultaten

Aantal responses in deze enquête: 1826 Totaal aantal responses in deze enquête: 1826 Percentage van het totaal: 100.00 % Ben je man of vrouw? N = 1826 Man

1735

95.02 %

91

4.98 %

57

3.12 %

25-50 jaar

1370

75.03 %

50 jaar of ouder

399

21.85 %

Getrouwd of samenwonend

1611

88.23 %

Alleenstaand

215

11.77 %

Werknemer

1399

76.62 %

Zelfstandige met eigen bedrijf

290

15.88 %

Zzp-er

43

2.35 %

Anders

94

5.15 %

Vrouw Wat is je leeftijd? N = 1826 Jonger dan 25 jaar

Wat is je burgerlijke staat? N =1826

Welk hoofdberoep heb je? N = 1826

98

Brandweer Vrijwilligers: Nogmaals de feiten op een rij!


Onder welke veiligheidsregio valt jouw gemeente? N = 1826 Groningen

103

5.64 %

Friesland

124

6.79 %

Drenthe

103

5.64 %

IJsselland

117

6.41 %

Twente

71

3.89 %

Noord- en Oost-Gelderland

152

8.32 %

Gelderland-Midden

92

5.04 %

Gelderland-Zuid

54

2.96 %

Utrecht

86

4.71 %

Noord-Holland-Noord

131

7.17 %

Zaanstreek-Waterland

29

1.59 %

Kennemerland

33

1.81 %

Amsterdam-Amstelland

39

2.14 %

Gooi- en Vechtstreek

23

1.26 %

Haaglanden

23

1.26 %

Hollands Midden

72

3.94 %

Rotterdam-Rijnmond

127

6.96 %

Zuid-Holland-Zuid

71

3.89 %

Zeeland

77

4.21 %

Midden- en West-Brabant

60

3.29 %

Brabant-Noord

62

3.40 %

Brabant-Zuidoost

50

2.74 %

Limburg-Noord

80

4.38 %

Limburg-Zuid

16

0.88 %

Flevoland

31

1.70 %

45

2.47 %

2-10 jaar

540

29.57 %

Langer dan 10 jaar

1241

67.96 %

Manschap

1074

58.82 %

Bevelvoerder

668

36.58 %

Officier

84

4.60 %

Hoe lang ben je bij de brandweer? N = 1826 Korter dan 2 jaar

Welke functie heb je? N = 1826

Brandweer Vrijwilligers: Nogmaals de feiten op een rij!

99


Waarom ben je Brandweer Vrijwilliger geworden? Ik wil mij inzetten voor de veiligheid van dorpsof stadgenoten

1617

88.55 %

Om erkenning en waardering

148

8.11 %

Om kameraadschap en saamhorigheid

832

45.56 %

Om spanning en avontuur

504

27.60 %

Om mijn vaardigheden te ontwikkelen (iets te leren)

548

30.01 %

Anders

82

4.49 %

De afgelopen jaren is mijn motivatie om Brandweer Vrijwilliger te zijn N = 1826 toegenomen

164

8.98 %

niet veranderd

800

43.81 %

afgenomen

862

47.21 %

Waardoor is je motivatie in de afgelopen jaren vooral toegenomen? Aanschaf van beter materieel en materiaal

673

36.86 %

Beter en realistischer oefenen

805

44.09 %

Oefeningen worden door beroepspersoneel klaargezet en begeleid

127

6.96 %

Meer inspraak op zaken die mij direct aangaan

169

9.26 %

Consigneren en kazerneren maakt Brandweer beter inpasbaar in mijn privĂŠleven

49

2.68 %

Betere onderlinge sfeer op kazerne

345

18.89 %

Betere ondersteuning van thuisfront door Brandweer

58

3.18 %

Werkgever biedt meer mogelijkheden

86

4.71 %

Brandweer is beter inpasbaar in mijn eigen bedrijf

42

2.30 %

De toekomstzekerheid is vergroot (behoud van je post/kazerne, je positie)

58

3.18 %

Carrière-mogelijkheden zijn verbeterd

116

6.35 %

Takenpakket van de kazerne/post (soorten uitrukvoertuigen) is vergroot

129

7.06 %

Deelname aan voorlichtingscampagnes

35

1.92 %

Anders

463

25.36 %

100

Brandweer Vrijwilligers: Nogmaals de feiten op een rij!


Waardoor is je motivatie in de afgelopen jaren vooral afgenomen? Geen of verminderde inspraak meer bij aanschaf materiaal en materieel

598

32.75 %

Te vaak oefenen

244

13.36 %

Voorbereiding en begeleiding van oefeningen moet door onszelf uitgevoerd worden

330

18.07 %

Management doet niets met inspraak en gaat toch zijn eigen gang

938

51.37 %

Ik moet verplicht meedoen met consigneren en/of kazerneren

99

5.42 %

De onderlinge sfeer op kazerne is verslechterd

335

18.35 %

De belasting voor het thuisfront wordt steeds hoger

470

25.74 %

Werkgever biedt steeds minder mogelijkheden

204

11.17 %

De ruimte om Brandweer binnen mijn eigen bedrijf in te passen, neemt af

98

5.37 %

Toekomstzekerheid (behoud van de post/kazerne, je positie etc) is verminderd

746

40.85 %

Carrière-mogelijkheden zijn verminderd

228

12.49 %

Takenpakket van de kazerne/post (soorten uitrukvoertuigen e.d.) is verminderd

350

19.17 %

Deelname aan voorlichtingscampagnes

48

2.63 %

Anders

383

20.97 %

Kun je aangeven wat de meest belangrijke reden is voor de verandering in je motivatie? Antwoord

Brandweer Vrijwilligers: Nogmaals de feiten op een rij!

1024

56.08 %

101


REGIONALE KORPSEN OVER REGIONALISERING Hoe is volgens jou de communicatie over de regionalisering verlopen? N = 572 Goed

61

10.66 %

Redelijk

285

49.83 %

Slecht

210

36.71 %

Weet ik niet / niet van toepassing

16

2.80 %

Er is geen inspraak

107

5.86 %

Via commissies en werkgroepen

203

11.12 %

Op korpsavond bespreken wij belangrijke onderwerpen

226

12.38 %

Via ondernemingsraad

126

6.90 %

Via onderdeelscommissie

97

5.31 %

Ik weet het niet

28

1.53 %

Anders

51

2.79 %

Ja

117

20.35 %

Het kan beter

265

46.43 %

Nee

167

29.20 %

Ik weet het niet / niet van toepassing

23

4.02 %

Hoe is de inspraak in jouw korps nu geregeld?

Ben je hier tevreden over? N = 572

Twee overzichtstabellen met vragen over communicatie en betrokkenheid zijn niet opgenomen vanwege de grootte

102

Brandweer Vrijwilligers: Nogmaals de feiten op een rij!


REGIONALE KORPSEN OVER KOMST INSTITUUT FYSIEKE VEILIGHEID Portofoons, mobilofoons en pagers zijn in 2005 landelijk aangeschaft. Bent u tevreden over de bruikbaarheid en gebruikersvriendelijkheid van deze apparaten? N = 572 Ja

225

39.34 %

Neen

329

57.52 %

Geen mening over

18

3.14 %

Hoe was v贸贸r de regionalisering de inspraak geregeld bij de aankoop van voertuigen, bluskleding en redgereedschap? N = 572 Er was geen inspraak

65

11.36 %

Via een technische commissie

466

81.47 %

Anders

41

7.17 %

Werd de inspraak toen serieus meegenomen in de besluitvorming? N = 507 Ja, de mening van vrijwilligers werd goed meegenomen

292

57.59 %

Je zag er redelijk wat van terug

166

32.74 %

Nee, je zag er niets van terug

24

4.73 %

Anders

25

4.94 %

Er is geen inspraak

335

58.57 %

Via een regionale technische commissie

175

30.59 %

Anders

62

10.84 %

Hoe is de inspraak na de regionalisering geregeld? N = 572

Wordt de inspraak ook serieus meegenomen in de besluitvorming? N = 237 Ja, de mening van vrijwilligers wordt goed meegenomen

33

13.93 %

Ik zie er redelijk wat van terug

91

38.39 %

Nee, ik zie er niets van terug

113

47.68 %

Comments

51

Brandweer Vrijwilligers: Nogmaals de feiten op een rij!

103


Hoe moet straks de inspraak bij aankoop via de nieuwe landelijke dienst geregeld worden? Door klankbordgroepen bemenst met vrijwilligers

238

41.61 %

Door wettelijke vertegenwoordiging van vrijwilligers via VBV

145

25.35 %

Door specificaties vast te leggen en vervolgens aankoop aan korpsen over te laten

207

36.91 %

Door het aan korpsen, samen met lokale bedrijven, over te laten (lokale binding)

153

26.75 %

Ik vind inspraak niet nodig en ik zie wel waar ik mee moet werken

31

5.42 %

Anders

39

6.82 %

104

Brandweer Vrijwilligers: Nogmaals de feiten op een rij!


GEMEENTELIJKE KORPSEN OVER REGIONALISERING Hoe wordt er volgens jou over de komende regionalisering gecommuniceerd? N=1244 Goed

195

15.68 %

Redelijk

568

45.66 %

Slecht

438

35.21 %

Weet ik niet

43

3.45 %

Comments

404

Hoe is de inspraak in jouw korps nu geregeld? Er is geen inspraak

122

9.81 %

Via commissies en werkgroepen

488

39.23 %

Op een korpsavond bespreken wij belangrijke onderwerpen

600

48.23 %

Via ondernemingsraad

233

18.73 %

Via onderdeelscommissie

297

23.87 %

Ik weet het niet

64

5.14 %

Bent u hier tevreden over? N=1244 Antwoord

Telling

Percentage

Ja

501

40.27 %

Het kan beter

531

42.68 %

Nee

212

17.05 %

Comments

327

Verwacht je dat de inspraak zal wijzigen na regionalisering? N=1244

Het zal beter worden

24

1.93 %

Er zal niets veranderen

206

16.56 %

Het zal slechter worden

779

62.62 %

Ik weet het niet

235

18.89 %

Comments

338

N.B. Twee overzichtstabellen met vragen over communicatie en betrokkenheid zijn niet opgenomen vanwege de grootte. Bij het opzetten van de enquete was niet voorzien in het feit dat er ĂŠĂŠn gemeente niet geregionaliseerd is binnen een geregionaliseerde brandweer in een veiligheidsregio; vandaar dat N hier 1244 is. Dat geldt ook voor de vragen op pagina 106.

Brandweer Vrijwilligers: Nogmaals de feiten op een rij!

105


GEMEENTELIJKE KORPSEN OVER KOMST INSTITUUT FYSIEKE VEILIGHEID Portofoons, mobilofoons en pagers zijn in 2005 landelijk aangeschaft. Bent u tevreden over de functionaliteit en gebruikersvriendelijkheid van deze apparaten? N = 1244 Ja

429

34.49 %

Nee

759

61.01 %

Geen mening over

56

4.50 %

Comments

447

Hoe is nu de inspraak geregeld bij de aankoop van voertuigen, bluskleding en redgereedschap? N = 1244 Er is geen inspraak

181

14.55 %

Via een technische commissie

964

77.49 %

Anders

99

7.96 %

Ja, mening van vrijwilligers wordt goed meegenomen

309

29.06 %

Je ziet er redelijk wat van terug

515

48.45 %

Nee, je ziet er niets van terug

180

16.93 %

Anders

59

5.56 %

Wordt de inspraak van de vrijwilligers serieus meegenomen in de besluitvorming? N = 1063

Verwacht je dat inspraak van vrijwilligers na regionalisering serieus meegenomen wordt in de besluitvorming? N = 1244 Ja, mening van vrijwilligers zal goed worden meegenomen

72

5.79 %

Ik denk dat er redelijk wat van terug te zien zal zijn

312

25.08 %

Nee, ik verwacht er niets van terug zien

860

69.13 %

Comments

206

106

Brandweer Vrijwilligers: Nogmaals de feiten op een rij!


Hoe moet straks de inspraak bij aankoop via de nieuwe landelijke dienst geregeld worden? Door klankbordgroepen bemenst met vrijwilligers

513

41.24 %

Door wettelijke vertegenwoordiging van vrijwilligers via VBV

290

23.31 %

Door specificaties vast te leggen en vervolgens aankoop aan korpsen over te laten

521

41.88 %

Door het aan korpsen, samen met lokale bedrijven, over te laten (lokale binding)

350

28.14 %

Ik vind inspraak niet nodig en ik zie wel waar ik mee moet werken

43

3.46 %

Anders

57

4.58 %

Afsluitende vragen Wat moet er veranderen om jou ook in de toekomst voor de brandweer te behouden? Minder regels

772

42.28 %

Meer eigen verantwoordelijkheid

621

34.01 %

Meer zelfstandigheid op kazerne

892

48.85 %

Meer beroepsondersteuning

191

10.46 %

Minder ondersteunende taken zelf doen

192

10.51 %

Stevigere relatie tussen eigen korps en gemeente

1000

54.76 %

Anders

245

13.42 %

Als jouw repressieve taken komen te vervallen, ben je dan bereid om andere werkzaamheden te verrichten zoals voorlichting? N = 1826 Ja

256

14.02 %

Nee, ik zou stoppen met Brandweer

1088

59.58 %

Weet ik niet, is afhankelijk van werkzaamheden

482

26.40 %

Comments

179

Heb je nog waardevol idee of tip? Dan kun je die hieronder plaatsen. Ook andere beschouwingen met betrekking tot de brandweer zijn welkom. N = 1826 Antwoord

589

32.26 %

Geen antwoord

1237

67.74 %

Contactmogelijkheid. N = 1826 Ik heb geen behoefte aan nader contact

1280

70.10 %

Ik wil graag persoonlijk nog e.e.a. toelichten

20

1.10 %

U mag mij benaderen als er nog nadere toelichting gewenst is

526

28.80 %

Brandweer Vrijwilligers: Nogmaals de feiten op een rij!

107


De Vakvereniging Brandweer Vrijwilligers heeft de volgende publicaties uitgegeven. Nummer 1 “Een veilig Besluit?” Juni 2008 Nummer 2 “Een sterke Brandweer vraagt een sterke basis ” November 2008 Nummer 3 “Model Rechtspositie Regeling” April 2009 Nummer 4 “Brandweer vrijwilligers: Passie met een gouden rand” Augustus 2009 Nummer 5 “Onmisbaar! Colleges aan zet: duurzaam en betaalbaar” Maart 2010 Nummer 6 “Ontoelaatbaar! Agressie tegen Brandweer Vrijwilligers”. Mei 2010 Nummer 7 “Nogmaals de feiten op een rij! Over vrijwilligheid, vakmanschap en verantwoordelijkheid” November 2011

Deze publicaties zijn gratis te downloaden op onze website: www.brandweervrijwilligers.nl

De Vakvereniging Brandweer Vrijwilligers (VBV) stelt zich tot doel de belangen van de ca. 22.000 Brandweer Vrijwiligers in Nederland te behartigen. De ontwikkeling van het brandweervak staat daarbij centraal. Het behoud van deze mooie vorm van lokale burgerbetrokkenheid en rechtspositionele onderwerpen zijn daarnaast onderwerpen waar de Vakvereniging zich voor inzet. Meer informatie: www.brandweervrijwilligers.nl.

108

Brandweer Vrijwilligers: Nogmaals de feiten op een rij!


nogmaals de feiten op een rij