Issuu on Google+

Vaarbewijsopleidingen

LES 5

LES 5 _

ZEEKAARTEN, NAVIGATIE-INSTRUMENTEN EN BOEKWERKEN

TKN/YACHTMAN

97 


LES 5

Vaarbewijsopleidingen

1. Zeekaarten

Naast de 1800-serie en de admiraliteitskaarten maakt de pleziervaart veel gebruik van de ANWBwaterkaarten (binnenwater) en de Imray-kaarten (zee).

Soorten kaarten Overzeilers Dit zijn kaarten met de kleinste schaal (kleiner dan

Mercatorprojectie

ca. 1:1.000.000). Overzeilers worden gebruikt voor het uitzetten van een reis en het oversteken van

Zowel de 1800-kaarten als de admiraliteitskaarten

uitgestrekte en diepe zeeën.

zijn gemaakt volgens de mercatorprojectie. Dat wil zeggen dat een bolsegment van de aarde op een plat

Koerskaarten Koers- of trekkaarten hebben een kleine schaal van

vlak wordt afgebeeld. Aan de bovenkant van een

ca. 1:1.000.000 tot 1:300.000. Ze worden gebruikt

kaart, op noorderbreedte, wordt het segment uit

voor de navigatie op ruime afstand van de kust.

elkaar getrokken. Hierdoor worden de afstanden aan de bovenkant (noordkant) van de kaart groter

Kustkaarten Kustkaarten hebben een middelgrote schaal van

weergegeven dan aan de onderkant (zuidkant) van

ca. 1:300.000 tot 1:100.000 en worden gebruikt voor

de kaart.

navigatie in de buurt van de kust. Detailkaarten

Wassende kaart

Detailkaarten hebben een grote schaal van ca.

Een mercatorprojectie noemen we ook wel wassende

1:100.000 tot 1:25.000 en worden gebruikt voor het

kaart omdat de staande randdelen groter worden bij

aanlopen van havens en bij moeilijke of drukke

toenemende breedte. ‘Wassen’ betekent hier groter

vaarwateren.

worden of toenemen, zoals in ‘het wassende water’.

Plankaarten Plankaarten hebben een zeer grote schaal, groter

Schaal

dan ca. 1:25.000, en worden gebruikt bij het varen in

Een kaart die gemaakt is volgens de mercatorprojectie

havens en op rivieren.

kent geen uniforme schaal. Op het noordelijk halfrond is de schaal van de kaart aan de noordkant groter

Admiraliteitskaarten

dan aan de zuidkant. In de legenda (rechtsonder op

In de voorgaande lessen hebben we gebruik gemaakt

de kaart) staat bij schaal altijd de breedte aangegeven

van kaartfragmenten van kaarten die door de

waar de genoemde schaal geldt. Bijvoorbeeld: Scale

Nederlandse Hydrografische Dienst speciaal gemaakt

1 : 150 000 (51° 00’) betekent dat bij een breedte van

zijn voor de Nederlandse kustwateren plus het ruime

51° 00’ de schaal 1 op 150 000 is. Naar het noorden

binnenwater (Waddenzee, IJssel- en Markermeer,

toe is de schaal groter en naar het zuiden toe kleiner.

Ooster- en Westerschelde). Deze kaarten zijn bekend onder de naam ‘1800’-serie. De kaarten van de 1800-

Rechte lijnen

serie hebben een vaste maat van 54 x 37,5 cm.

De breedtecirkels (parallellen) zijn de cirkels die

Voor

parallel aan elkaar lopen en die naar de polen toe

de

wereldwijde

zeevaart

wordt

gebruik

gemaakt van admiraliteitskaarten. Deze kaarten zijn

steeds kleiner worden.

een stuk groter en verschillen in afmeting. Gemiddeld

De lengtecirkels (meridianen) zijn de cirkels die alle-

zijn ze ruim twee keer zo groot als de 1800-kaarten.

maal even groot zijn en bij de polen bij elkaar komen.

De Nederlandse Hydrografische Dienst maakt deel uit van een wereldwijd netwerk van hydrografische diensten. Zij maken de admiraliteitskaarten voor alle wereldzeeën.

98 

TKN/YACHTMAN


Vaarbewijsopleidingen

LES 5

Bij de mercatorprojectie

Op de mercatorkaart komt het schip precies op het

- zijn de meridianen rechte lijnen die allemaal even

vertrekpunt uit. In werkelijkheid niet Het schip

lang zijn en parallel aan elkaar lopen.

gaat eerst naar het noorden en vaart dan 100 mijl

In werkelijkheid lopen ze naar elkaar toe en

langs een noordelijker (kleinere) breedtecirkel (A) in

kruisen ze elkaar in de polen;

oostelijke richting.

- zijn de parallellen rechte lijnen die parallel aan

Vervolgens gaat het schip terug naar het zuiden en

elkaar lopen en allemaal even groot zijn.

vaart dan langs een zuidelijker (grotere) breed-

In werkelijkheid worden ze naar de polen toe

tecirkel (B) weer 100 mijl in westelijke richting.

steeds kleiner;

Breedtecirkels worden naar het noorden toe steeds

- kruisen meridianen en parallellen elkaar met

kleiner. Omdat de zuidelijker gelegen cirkel B een

rechte (haakse) hoeken.

stuk langer is dan cirkel A komt het schip met 100 mijl op cirkel B minder ver dan op A. Het zal dus een stukje ten oosten van het vertrekpunt uitkomen.

Afstand en snelheid Bij het afpassen van de verheid (afstand) en/of snelheid op een mercatorkaart gebruik je de staande

Loxodroom

randminuten op de gemiddelde breedte van je positie

Een loxodroom is in de navigatie een lijn die met

en je eindpunt. Op de staande rand (meridianen) zijn

alle meridianen een gelijke hoek maakt. De koers op

de minuten gelijk aan zeemijlen. In een wassende

deze lijn blijft gelijk. Op een mercatorkaart is een

kaart worden de minuten naar boven toe steeds iets

loxodroom een rechte lijn. De naam loxodroom komt

groter en naar beneden steeds ietsje kleiner; 1 minuut

van het Griekse loxos (= schuin) en dromos (= loop).

blijft 1 zeemijl als je er maar voor zorgt dat je de

Als je met een magnetisch kompas of gyroscopisch

afstand afpast op de juiste gemiddelde breedte van

kompas één bepaalde koers blijft volgen, volg je een

je huidige positie en/of eindpunt.

loxodroom die als een spiraal naar een pool loopt. Dit geldt alleen niet voor de koersen 0º / 180º (noord/

Kaart en werkelijkheid

zuid) waarbij je één meridiaan volgt en voor de koersen

De kaart is plat en de wereld is bol en dat zijn twee

90º/270º (oost/west), waarbij je één parallel volgt.

verschillende dingen. Welke projectie je ook neemt,

De twee laatst genoemde zijn de enige koersen waar-

er blijven altijd zaken die niet helemaal kloppen.

bij nooit een pool bereikt wordt.

Voorbeeld 1 De volgende situatie is een bekend nautisch raadsel.

Grootcirkel

Ik bevind me op een bepaalde plek op aarde en ga 60

Een grootcirkel is een cirkel op het oppervlak van

mijl naar het zuiden, vervolgens 60 mijl naar het

een bol die de bol in twee gelijke delen verdeelt. Als je

oosten en dan weer 60 mijl naar het noorden en ik

steeds rechtuit over een bol loopt, loop je over een

kom uit op mijn vertrekpunt. Hoe kan dat?

grootcirkel. De kortste weg tussen twee punten,

Dat kan alleen als je vanaf de noordpool bent

gemeten over de bol, is deel van een grootcirkel. Alle

vertrokken.

meridianen zijn grootcirkels. Breedtecirkels (met uitzondering van de evenaar) zijn geen grootcirkels.

Voorbeeld 2 Op de Noord-Atlantische Oceaan vaart een schip

Op een mercatorkaart is een grootcirkel een kromme

achtereenvolgens 100 mijl naar het noorden (WK 000°),

met de bolle zijde naar de pool.

100 mijl naar het oosten (WK 090°), 100 mijl naar het zuiden (WK 180°) en 100 mijl naar het westen (WK 270°). Waar bevindt het schip zich aan het eind van deze tocht?

TKN/YACHTMAN

99 


LES 5

Vaarbewijsopleidingen

Digitale kaarten

- Kleuren en symbolen: zijn standaard voor

Twee soorten kaarten:

geschreven en vastgelegd en kunnen opgevraagd

- rasterkaarten RNC’s: Raster Navigational Charts;

worden.

- vectorkaarten ENC’s: Electronic Navigational

- De positie van het schip: ECDIS moet de positie

Charts.

van het schip altijd kunnen weergeven op de

Rasterkaart (Raster Navigational Chart)

kaart door middel van data die binnenkomen van

Een Raster Navigational Chart is een rasterkaart

positioneringsapparatuur (GPS).

die wordt gemaakt door de originele papieren kaart

- Veranderingen van de schaal: je moet kunnen

te scannen; de rasterkaart is dus een kopie van die

in- en uitzoomen en ECDIS moet, zelfs als de

kaart. De kaart is opgebouwd uit duizenden kleine

gebruiker de schaal te klein heeft staan, waar-

stippen die tezamen een plat, digitaal beeld opleveren.

schuwingen kunnen geven.

Een dergelijke kaart lijkt op het vertrouwde papieren

- Display Mode: hiermee kan het noorden of de

product en kan, ondanks het feit dat er sprake is van

eigen koers boven gezet worden. In het ene geval

een elektronische kaart, nauwelijks gemanipuleerd

draait het schip en bij het andere de andere de

worden.

kaart bij een koerswijziging.

De Engelse ARCS (Admiralty Raster Chart Service)

- Dieptecijfers: waar zit welke diepte?

geeft 2800 rasterkaarten (RNC’s) uit waarmee een

- Andere navigatiewaarschuwingen: de RADAR of

wereldwijde dekking beschikbaar is van dezelfde kwa-

ARPA (Automatic Radar Plotting Aid) moet toe-

liteit en nauwkeurigheid als die van papieren kaarten.

gevoegd kunnen worden.

VectorKaart (Electronic Navigational Chart) Electronic Navigational Charts worden ook wel vector-

Samengevat

kaarten genoemd. Door de ingebouwde intelligentie

Een rasterkaart (RNC) is slechts een digitale kopie

biedt de vectorkaart veel meer mogelijkheden voor

van een bestaande zeekaart. Bij inzoemen zal de

navigatieondersteuning dan een RNC of rasterkaart.

hoeveelheid informatie daarom niet veranderen.

De gegevens worden in ‘lagen’ opgeslagen en bevatten

Rasterkaarten worden niet automatisch bijgewerkt.

alle contouren die je op een zeekaart vindt, zoals kust-

Een vectorkaart (ENC) bestaat uit verschillende

lijnen, boeien, lichten, enz. en deze lagen met detailge-

lagen; bij inzoemen verschijnt er meer informatie.

gevens kunnen selectief zichtbaar worden gemaakt. Ze

Een vectorkaart is eenvoudig automatisch te updaten.

lijken daardoor minder op de traditionele kaarten. ECDIS Het systeem dat in de navigatie gebruikt wordt om

Kaartsymbolen en informatie

elektronische zeekaarten te bekijken, heet Electronic Chart Display Information System (ECDIS). ECDIS

Op een zeekaart staan heel veel tekens, lijnen, getallen,

haalt uit verschillende bronnen zijn informatie,

letters en kleurvlakken. De betekenis daarvan vind

verwerkt die in zijn programma’s en zet die in de

je in het boekwerkje ‘Kaart 1’. ‘Kaart 1’ is geen topo-

gewenste kaartsoort. Dit soort kaarten is in beheer

grafische kaart maar een uitgebreide algemene

bij particuliere bedrijven; deze bedrijven leveren ook

legenda voor alle admiraliteitskaarten. Rechtsonder

de updates. Zonder ECDIS kan een elektronische

op de kaart vind je de kaartspecifieke informatie.

zeekaart niet bekeken worden.

In deze les besteden we aandacht aan de algemene

In ECDIS komen verschillende informatiebronnen

topografische-, hydrografische- en navigatieinformatie.

binnen. Een aantal dingen is echter verplicht:

We doen dat aan de hand van voorbeelden op kaart

- ENC (Electronic Navigational Charts)-data: deze

2322.

zijn te verkrijgen bij officiële hydrografische instellingen. 100 

TKN/YACHTMAN


Vaarbewijsopleidingen

LES 5

Symbolen op de kaart Enkele symbolen; voor een volledig overzicht zie ‘Kaart 1’.

a

kerk

55

Wk

plaats waarvan getijgegevens bekend zijn, zie legenda in tabel

molen

TIDAL LEVELS

vuurtoren

meldpunt voor verkeersbegeleiding

wrak met diepte door loding

verkeersscheidingsstelsel, de pijlen geven de verplichte vaarrichting aan

Wk

55

wrak op aangegeven diepte afgedregd aanbevolen vaarrichting

Wk

24

wrak waarvan de diepte onbekend is, verplichte vaarrichting

maar waarvan een veilige diepte als aangegeven verondersteld mag worden 55 55

Well

Obstn

DW

diepwaterroute

boorput met diepte door loding 12-mijlsgrens obstructie met diepte door loding staatsgrens zichtbaar wrak aanbevolen vaarroute gevaarlijk wrak kabel boorplatform; als er een magentakleurige cirkel om heen staat, kun je in de legenda

pijpleiding

onder OIL AND GAS FIELDS lezen hoe ver je er vandaan moet blijven.

speciaal gebied, bijvoorbeeld om te ankeren, beschermd natuurgebied e.d.

vuile grond (bijvoorbeeld wrakresten een licht, de kleur is met een letter

of achtergelaten ankers)

aangeven reddingsstation mistsein loodsstation

A

plaats waarvan stroomgegevens bekend zijn, zie legenda in tabel TIDAL STREAMS

TKN/YACHTMAN

101 


LES 5

Vaarbewijsopleidingen

Boeien

Wrakboei, dat wil zeggen een boei

De admiraliteitskaarten kennen maar een beperkt

die gelegd wordt bij een nieuw

aantal kleuren (geen rood, groen en geel) en daarom

obstakel. De kleur is geel-blauw

wordt de kleur van een boei door middel van letters

verticaal gestreept met een geel

onder de boei aangegeven.

kruis als topteken. Voorbeeld 3

R

rood

(Red)

G

groen

(Green)

Boei MW4 (Maas-West) ligt in positie 52° 04,7’N /

Y

geel

(Yellow)

003° 34,1’E. De boei is stomp en rood (R) en heeft een

W

wit

(White)

gekleurde ‘pluim’. De pluim geeft aan dat de boei van

Bu

blauw

(Blue)

een licht voorzien is, Long Flash Rood, 8 seconden

Or

oranje

(Orange)

(2 seconden aan, 6 seconden uit). De boei behoort tot

B

zwart

(Black)

het laterale stelsel en geeft de bakboordzijde van het vaarwater aan. Voorbeeld 4 De Baloeran-boei ligt in positie 52° 29,2’N / 004° 32,0’E. Op de kaart wordt op drie manieren aangegeven dat

G

Zwart opgevuld; eenkleurige boei,

het een westcardinaal betreft, namelijk door middel van:

meestal groen (G).

- het topteken (twee kegels met de punten naar elkaar toe); - YBY, Yellow Black Yellow, de kleur van de boei;

R

Y

Y

Open; eenkleurige boei, alle kleuren mogelijk

- Q(9)15s, het lichtkarakter, negen lichtflitsen; de boei ligt op negen uur (west).

behalve groen of zwart. Horizontaal gestreept, meerkleurig, kleurvolgorde van boven naar beneden. BY

Verticaal gestreept,

meerkleurig, de donkerste

kleur wordt als eerste

RW

gegeven.

Betonningsrichting.

Lichtschip.

102 

TKN/YACHTMAN


5

Vaarbewijsopleidingen

24

vorm

Wk

55

positie

Vuurtoren Fl(2)10s49m29M

24 55

Wk Well

Gelood wrak Obstructie

LES 5

Wk Wk

55

Zoek de volgende symbolen op kaart 2322 op. symbool

Wk

55

52° 06,3’N / 004° 16,1’E

Wk

51° 57,2’N / 003° 52,8’E

Obstn

55

Obstn

51° 53,9’N / 003° 37,9’E

Well

55

Wk

Gedregd wrak

52° 07,0’N / 004° 06,3’E

Obstn

55 Wrak of boorput waarvan de diepte onbekend is,

52° 15,8’N / 003° 51,2’E

Well

maar waarvan de opgegeven diepte als veilige diepte mag worden beschouwd Gevaarlijk wrak

Boorplatform P15-ACD

51° 55,6’N / 003° 58,4’E 52° 17,4’N / 003°49,0’E.

Vuile grond (bijvoorbeeld wrakresten

51° 57,5’N / 003° 49,3’E

of achtergelaten ankers) Mistsein

52° 06,2’N / 004° 15,0’E

Loodsstation

52° 00,0’N / 003° 53,0’E

Plaats waarvan de stroomgegevens bekend zijn

52° 02,5’N / 003° 52,5’E

Plaats waarvan de getijgegevens bekend zijn (Kaart 3371)

a

52° 00,0’N / 003° 00,0’E

Meldingspunt

A

52° 01,4’N / 003° 58,2’E

Installaties

Op ongeveer 2 zeemijl zuidoostelijk van P15-ACD

In de Noordzee liggen verschillende olie-en gasvelden,

ligt een Prod.Well (Production Well = onderwater-

Onder andere het Rijnveld. Een van de olieplatforms is

productieinstallatie). Het symbool bij de Prod.Well

de P15-ACD. De positie van dit olieplatform is circa

is een zwarte gestippelde cirkel met een streep erboven

52° 17,4’N / 003° 49,0’E. De gekleurde onderbroken

en het getal DW 13,4 erin. Volgens ‘Kaart 1’ betekent dit

cirkel rond het platform geeft de grens aan van de

dat de Prod.Well op onbekende diepte ligt, maar dat

veiligheidszone van 500 m. De gekleurde streepjes-

de aangegeven diepte (13,4 m) als veilige diepte mag

stippeltjeslijnen bij het platform geven pijpleidingen

worden beschouwd. Er ligt ook nog een gekleurde

aan.

cirkel omheen en die markeert de veiligheidszone

A

rondom de installatie; dat betekent dat er rond deze installatie een verboden gebied is met een straal van 500 m. Je vindt deze informatie rechtsonder op de kaart onder OIL AND GASFIELDS.

TKN/YACHTMAN

103 


LES 5

Vaarbewijsopleidingen

Lichtkarakters De karakters zijn gebaseerd op de volgende hoofdindeling; karakter/omschrijving

internationale benaming

internationale afkorting

snel flikkerlicht: ononderbroken flikkeringen,

very quick flash

VQ

100 à 120 per minuut

flikkerlicht: als boven, 50 à 60 per minuut

quick flash

Q

groep (snel) flikkerlicht:

group (very) quick flash

VQ (3) Q (6) enz.

een groep van 3, 6 of 9 (snelle) flikkeringen

schitterlicht: schijnsel is korter dan verduistering

flash

Fl

lang schitterlicht: als boven,

long flash

LFl

met schittering van tenminste 2 sec.

groep schitterlicht:

een groep van 2, 3, 4 of 5 schitteringen

isofaselicht: schijnsel is even lang als verduistering

isophase

Iso

onderbroken licht:

occulting

Oc

schijnsel is langer dan verduistering

vast licht: ononderbroken schijnsel

104 

group flash

fixed

TKN/YACHTMAN

FL(2), FL(4) enz.

F


Vaarbewijsopleidingen

LES 5

In Nederland worden voornamelijk de volgende karakters toegepast (waarbij in het algemeen geldt: hoe sneller het karakter, hoe gevaarlijker het gemarkeerde punt):

Toepassing kleur

Lichtkarakter

G

veilig vaarwater

afzonderlijk gevaar

cardinaal west

cardinaal zuid

cardinaal oost

W W

O(3) 10s

W

VO(6)LF1 10s

W

O(6)LF1 15s

W

VO(9) 10s

W

O(9) 15s

W

FL 5s

Y

FL 10s

Y

LFI 5s

R

G

LFI 6s

R

G

LFI 10s

R

G

G

R

G

W W

FI(2) 10s FI(3) 10s

Y

FI(4) 15s

Y

FI(5) 20s

Y W

Iso 2s

R

G

Iso 4s

R

G

Iso 6s

R

G

W

Iso 5s

R

G

W

Oc 4s

R

G

Oc 6s

R

G

TKN/YACHTMAN

haveningang sb. zijde

R

VO(3) 5s

F

R

W

O

Mo A 6s

haveningang bb. zijde

VO

cardinaal noord

geul rechteroever

bijzondere markering

hoofdvaarw. rechts

hoofdvaarw. links

1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20

linkerzijde

intern. aanduiding rechterzijde

periode (seconden)

vaarw. gelijk belang

splitsing

W W

105 


LES 5

Vaarbewijsopleidingen

Geografische en nominale dracht

Voorbeeld 5 Bij boorplatform Q8-B in positie 52°38,4’ N / 004°25,9’ E

Bij vuurtorens wordt niet alleen het lichtkarakter

staat een gekleurde pluim die aangeeft dat het platform

vermeld, maar ook de hoogte (in meters) van het

voorzien is van een licht. Er is geen lichtkarakter aan-

licht ten opzichte van het Mean Sea Level (midden-

gegeven. Rechts onderaan op de kaart staat bij OIL-

standvlak) en de zichtbaarheid in zeemijlen (M).

AND GASFIELDS dat boorplatforms in het algemeen

Bij de vuurtoren van Scheveningen staat in de kaart

worden aangegeven met een (Mo-U) licht. ‘Mo’ is de

Fl(2)10s49m29M.

afkorting voor morseteken. Het is een van de manieren

- Fl(2)10s is het lichtkarakter;

om een boei een lichtkarakter toe te kennen. Dit plat-

- 49 m is de hoogte van het licht ten opzichte het

form heeft dus een morselicht (Mo) en wel de letter U.

middenstandvlak; de hoogte is van belang voor

Morsecode U = kort, kort, lang (

het berekenen van de geografische dracht;

-  - —). Morsetekens

kun je o.a. vinden in de ‘Wateralmanak’ deel 1, ‘het

- 29M (29 zeemijl) is de nominale dracht (zichtbaar-

Internationaal Seinboek’ of de Reeds Almanak.

heid); die is afhankelijk van de lichtsterkte van de lampen.

Voorbeeld 6 Op ca. 3,5 zeemijl ten westen van Katwijk aan Zee

De nominale dracht is de afstand vanaf het punt

ligt boei NAM22. Het lichtkarakter is Fl.Y.5s (1

waar een licht gezien kan worden bij een meteoro-

seconde aan, 4 seconden uit). Het is een geel (Y) licht.

logisch zicht van 10 M (18,52 km). Als de nominale

Voorbeeld 7

dracht 29 zeemijl is, wil dat nog niet zeggen dat je

Het lichtkarakter van een platform in positie 52° 16,4’ N

het licht op een afstand van 29 mijl al kunt zien. Het

/ 004° 17,8’E is Mo(U) 15s &F.R. Dat betekent: een vast

licht verdwijnt door de bolling van de aarde mogelijk

rood licht (F.R = Fixed Red) plus twee korte schitte-

al veel eerder achter de horizon. Het standpunt van

ringen en een lange schittering.

de kijker (ooghoogte) en de hoogte van het licht zijn

-  -  —).

Morsesein U = kort, kort, lang (

bepalend voor de afstand (geografische dracht) waarop je het licht kunt zien. De formule waarmee je kunt uit-

Voorbeeld 8 Het hoge geleidelicht van Splitsingdam Iso.4s47m21M

rekenen vanaf welke maximale afstand je de vuurtoren

ligt in positie 51º 58,7’ N / 004º 06,0’E en is in een

kunt zien is:

beperkte sector zichtbaar. Dat betekent dat het

geografische dracht in M = 2 x (√h + √H), waarbij:

licht onder een beperkte hoek naar voren straalt.

- M = zeemijl

De sectoren van de lichten worden altijd aangegeven

- h = ooghoogte

vanuit zee. De richting is altijd naar het licht toe.

- H = hoogte van het licht

De grenzen van de zichtbaarheid zijn aangegeven

-

door middel van stippellijnen. Met behulp van de plot-

√ = wortel uit Voorbeeld 10

ter kun je de richting bepalen. De sector waarbinnen

Bij een ooghoogte van 2,25 m boven het wateropper-

je het licht kunt zien, ligt tussen 101º en 123º.

vlak zie je de vuurtoren van Scheveningen tot op een

Als je daar precies tussenin vaart (lichtenlijn 112º),

afstand van

staan de twee geleidelichten precies in één lijn achter

2 x (√2,25 + √49) = 2 x (1,5 + 7) = 2 x 8,5 = 17 mijl.

elkaar. Omdat het achterste licht hoger is dan het

Bij extreem hoog water (een noordwesterstorm en

voorste zie je ze boven elkaar.

springtij) komt de vuurtoren later in zicht dan onder normale omstandigheden. Omdat de waterstand

Voorbeeld 9 In positie 52° 00,9’N / 003° 58,0’E bevindt zich verken-

hoger is dan normaal, is de hoogte van het licht in de

ningston MO Mo(A)8s RW. De ton is verticaal rood

vuurtoren boven het wateroppervlak (H) kleiner dan

(R)-wit (W) gestreept. Het is een verkennings- of

normaal. Het licht komt pas op kortere afstand, dus

uiterton. In dit geval is het morseteken A ( 

later, in zicht.

Het licht heeft het karakter kort-lang. 106 

-  — ).

TKN/YACHTMAN


Vaarbewijsopleidingen

LES 5

In de tabel vind je in de kolom onder ooghoogte 1,5 m

Voorbeeld 11 Je zit in de kuip 1,5 m boven het water en je wilt

bij een objecthoogte van 55 m en een dracht van

weten op welke afstand de vuurtoren van Kijkduin

17,5 zeemijl en bij 60 m 18,1 zeemijl. De vuurtoren

(De Lange Jaap) in positie 52° 57,4’N / 004° 43,8’E

is 57 m. Dan is de geografische dracht tussen de 17,7 M

ongeveer uit zicht raakt. De Lange Jaap heeft een

en 17,8 M.

hoogte van 57 m. Gegeven zijn de formule en tabel.

Object Geografische dracht in mijlen (M) = 2,02 x (√h + √H) (H)

ooghoogte (h) in meters

(m)

0

1,5

2

4

6

8

10

12

14

16

18

20

23

26

0

0,0

2,5

2,9

4,0

4,9

5,7

6,4

7,0

7,6

8,1

8,6

9,0

9,7

10.3 10,9

10

6,4

8,9

9,2

10,4 11,3 12,1 12,8 13,4 13,9 14,5 15,0 15,4 16,1 16,7 17,3

12

7,0

9,5

9,9

11,0 11,9 12,7 13,4 14,0 14,6 15,1 15,6 16,0 16,7 17,3 17,9

14

7,6

10,0 10,4 11,6 12,5 13,3 13,9 14,6 15,1 15,6 16,1 16,6 17,2 17,9 18,4

16

8,1

10,6 10,9 12,1 13,0 13,8 14,5 15,1 15,6 16,2 16,7 17,1 17,8 18,4 19,0

18

8,6

11,0 11,4 12,6 13,5 14,3 15,0 15,6 16,1 16,7 17,1 17,6 18,3 18,9 19,4

20

9,0

11,5 11,9 13,1 14,0 14,7 15,4 16,0 16,6 17,1 17,6 18,1 18,7 19,3 19,9

23

9,7

12,2 12,5 13,7 14,6 15,4 16,1 16,7 17,2 17,8 18,3 18,7 19,4 20,0 20,6

26

10,3 12,8 13,2 14,3 15,2 16,0 16,7 17,3 17,9 18,4 18,9 19,3 20,0 20,6 21,2

29

10,9 13,4 13,7 14,9 15,8 16,6 17,3 17,9 18,4 19,0 19,4 19,9 20,6 21,2 21,8

32

11,4 13,9 14,3 15,5 16,4 17,1 17,8 18,4 19,0 19,5 20,0 20,5 21,1 21,7 22,3

36

12,1 14,6 15,0 16,2 17,1 17,8 18,5 19,1 19,7 20,2 20,7 21,2 21,8 22,4 23,0

40

12,8 15,2 15,6 16,8 17,7 18,5 19,2 19,8 20,3 20,9 21,3 21,8 22,5 23,1 23,7

45

13,6 16,0 16,4 17,6 18,5 19,3 19,9 20,5 21,1 21,6 22,1 22,6 23,2 23,9 24,4

50

14,3 16,8 17,1 18,3 19,2 20,0 20,7 21,3 21,8 22,4 22,9 23,3 24,0 24,6 25,2

55

15,0 17,5 17,8 19,0 19,9 20,7 21,4 22,0 22,5 23,1 23,6 24,0 24,7 25,3 25,9

60

15,6 18,1 18,5 19,7 20,6 21,4 22,0 22,6 23,2 23,7 24,2 24,7 25,3 25,9 26,5

70

16,9 19,4 19,8 20,9 21,8 22,6 23,3 23,9 24,5 25,0 25,5 25,9 26,6 27,2 27,8

80

18,1 20,5 20,9 22,1 23,0 23,8 24,5 25,1 25,6 26,1 26,6 27,1 27,8 28,4 28,9

90

19,2 21,6 22,0 23,2 24,1 24,9 25,6 26,2 26,7 27,2 27,7 28,2 28,9 29,5 30,0

100

20,2 22,7 23,1 24,2 25,1 25,9 26,6 27,2 27,8 28,3 28,8 29,2 29,9 30,5 31,1

125

22,6 25,1 25,4 26,6 27,5 28,3 29,0 29,6 30,1 30,7 31,2 31,6 32,3 32,9 33,5

150

24,7 27,2 27,6 28,8 29,7 30,5 31,1 31,7 32,3 32,8 33,3 33,8 34,4 35,0 35,6

175

26,7 29,2 29,6 30,8 31,7 32,4 33,1 33,7 34,3 34,8 35,3 35,8 36,4 37,0 37,6

200

28,6 31,0 31,4 32,6 33,5 34,3 35,0 35,6 36,1 36,6 37,1 37,6 38,3 38,9 39,4

250

31,9 34,4 34,8 36,0 36,9 37,7 38,3 38,9 39,5 40,0 40,5 41,0 41,6 42,2 42,8

300

35,0 37,5 37,8 39,0 39,9 40,7 41,4 42,0 42,5 43,1 43,6 44,0 44,7 45,3 45,9

TKN/YACHTMAN

29

107 


LES 5

Vaarbewijsopleidingen

Racon

Nederlands

Engels

Afkorting

zand

Sand

S

‘Racon(T)’. ‘Racon’ geeft aan dat deze lichtopstand

fijn zand

fine Sand

fS

een radarantwoordbaken is dat de morseletter T (1 x

middelgrof zand

medium Sand

mS

grof zand

coarse Sand

cS

modder

Mud

M

Klei

Clay

Cy

harde klei

hard Clay

hCy

zachte klei

soft Clay

soCy

Dit geeft morseteken Z (Zulu): lang, lang, kort, kort

stenen, steengrond

Stones

St

(

grind

Gravel

G

kiezel

Pebbles

P

koraal

Coral

Co

schelpen

Shells

Sh

Bij licht Goeree (positie ongeveer 51° 55,5’N / 003° 40,2’E) staan drie magenta boogjes en

lang) uitzendt en bij slecht zicht een mistsein geeft. De 3 magenta boogjes staan voor een mistsein. Een racon is een radarantwoordbaken dat wanneer het wordt aangestraald een speciaal signaal (morsecode) op het radarscherm geeft. Hierdoor is het signaal eenvoudig te onderscheiden van andere echo’s en kan het gemakkelijk geïdentificeerd worden. Een ander veel voorkomend raconbaken is ‘Racon (Z)’.

— —  -  - ) in de richting van het middelpunt

(= eigen schip) op het radarscherm. Geluidsseinen

Op de Zuiderpier van IJmuiden staan op de zeekaart onder meer drie magenta boogjes. Drie gekleurde boogjes geven volgens ‘Kaart 1’ de positie van een mistsein aan.

Rand van de kaart Kaart 2322

Ankergebied

Ook op de rand van de kaart staat zeer waarde-

Ongeveer 6 mijl NNW van Scheveningen ligt een

volle informatie. We kennen al de schaalverdeling

ankergebied, positie ongeveer 52° 12,0’N / 004° 13,0’E.

met graden en minuten, maar je ziet in de rand ook

Je mag er doorheen varen maar je bent gewaar-

welke andere kaart erop aansluit. De aansluitende

schuwd dat er eventueel schepen ten anker kunnen

kaart aan de zuidkant van kaart 2322 is kaart 3371.

liggen. Het is geen verboden gebied. Informatie rechtsonder: de ‘titel van de kaart’. Grondsoort

Hier staat de kaartspecifieke informatie:

In positie 52° 12,5’N / 003° 54,0’E staat de aandui-

VOOR STUDIEDOELEINDEN

ding cS zonder bepaald symbooltje. Zo’n losse letter

NIET VOOR NAVIGATIE

of lettercombinatie geeft de grondsoort aan. In dit

NIET BIJGEWERKT

geval ‘coarse Sand’ (grof zand). De afkortingen voor

Zeekaarten zijn steeds onderhevig aan verande-

bodemsoorten en bodemgesteldheid vind je in het

ringen. Elke week worden wijzigingen ten behoeve

boekwerkje ‘Kaart 1’. Hiernaast een tabel van de

van zeekaarten en boekwerken gepubliceerd in

meest voorkomende bodemsoorten.

‘Berichten Aan Zeevarenden’ (BAZ) of ‘Notices to Mariners’. Volgens SOLAS moeten kaarten en boekenwerken regelmatig worden bijgewerkt. Dat kan met de ‘Berichten Aan Zeevarenden’.

108 

TKN/YACHTMAN


Vaarbewijsopleidingen

LES 5

In het midden onderaan staat de datum van uitgave

en links onderaan (niet zichtbaar op ons kaartfragment)

Het WGS 84 is het referentiesysteem (geodetische

staat de ‘Edition Date’. Die laatste is van belang

datum) voor de aarde dat op enkele centimeters

voor de betrouwbaarheid van de kaart. De kaart is

gelijk is aan het officiële (maar minder toeganke-

bijgewerkt tot de genoemde ‘Edition Date’.

lijke) wereldwijde referentie-systeem ITRS. WGS 84

wordt standaard gebruikt door o.a. het GPS, hoewel

SOURCE DATA

WORLD GEODETIC SYSTEM 1984 (WGS 84)

Omdat de zee en zeebodem in beweging zijn, worden

ook andere systemen kunnen worden ingesteld.

de kaartgegevens regelmatig opnieuw ingemeten.

De instelling van de GPS moet overeen komen met

In het schema kun je zien wanneer welke gebieden

de geodetische kaartdatum. Inmiddels is WGS84

voor het laatst ingemeten (opgenomen) zijn.

een van de meest gebruikte referentiesystemen.

Voorbeeld 12

PIPELINES

Het gebied vlak voor de kust bij Wassenaar, ter hoogte

Hier staat onder andere dat je niet in de buurt van

van kilometerraai 90, is voor het laatst door de Dienst

pijplijnen moet ankeren. Meer informatie vind je in

der Hydrografie opgenomen tussen 1991 en 1995.

‘The Mariner Handbook’.

Het gebied rond Mobil P12-SW (52° 24,4’N / 003° 45,5’E)

ligt in gebied b. Dit gebied is tussen 1996 en 2000

Hier staat onder andere dat er rond de installatie

voor het laatst ingemeten.

een verboden gebied is met een straal van 500 m

en dat je voor meer informatie moet kijken in

LOGO’S

OIL AND GASFIELDS

Onder het schema staan de logo’s voor de admiraliteits-

‘The Mariner Handbook’. Een boorplatform herken

kaarten en het betreffende gebied, bijvoorbeeld:

je aan twee korte schitteringen gevolgd door een

NORTH SEA GOEREE TO TEXEL

lange (= morsesein U).

SCALE 1 : 150 000 (51° 00’).

TRAFFIC SEPARATION SCHEMES

Bij de 51ste breedtegraad (51° 00’) is de schaal

AND ROUTEING

1:150.000. Deze kaart begint bij 51° 50’.

Hier staat dat alle in kaart gebrachte verkeers-

De schaal van deze kaart is dus groter dan 1:150 000.

scheidingsstelsels door de IMO erkend zijn. Voor meer

informatie zie ‘Annual Notice to Mariners No 17’ en

DEPTHS IN METRES

Reduced to Chart Datum, which is Mean LLWS.

de ‘Admiralty Sailing Directions’.

Het reductievlak voor deze kaart is LLWS. Op de

nieuwste

In het voorzorggebied Maas moet je voorzichtig en

kaarten

wordt/is

dat

LAT

(Lowest

PRECAUTIONARY AREA ‘MAAS’

Astronomical Tide).

oplettend varen, zeker daar waar verschillende vaar-

wegen samenkomen (Maas North en Maas West).

HEIGHTS IN METRES

Drying heights are above Chart Datum =

Elk schip dat niet aan de diepwaterroute gebonden

Droogvallingen liggen boven het reductievlak.

is, mag niet binnen de aangegeven cirkel direct ten

Other heights are above Mean Sea Level =

noorden van boei Maas Center varen. Iedereen moet

Andere hoogtes liggen boven Mean Sea Level.

zoveel mogelijk stuurboordwal houden.

Mean Sea Level (middenstandvlak) is een maat voor

de gemiddelde hoogte van het oppervlak van de oce-

Hier staat dat er nadere informatie over Nieuwe

aan. Het ligt halverwege gemiddeld Hoog Water

Waterweg Traffic Services te vinden is in de ‘Admiralty

en gemiddeld Laag Water en wordt gebruikt om

List of Radio Signals’.

de hoogte aan te geven van vaste objecten, zoals

VESSEL TRAFFIC SERVICE (VTS)

vuurtorens en boorplatforms.

TKN/YACHTMAN

109 


LES 5

Vaarbewijsopleidingen

HELICOPTER OPERATIONS

aan- of afmelden. Vaak staan het VHF-kanaal en

Net linksboven positie 52° 15,0’N / 004° 00,0’E staat

de aanroepnaam erbij. In les 7 bespreken we hoe

een symbooltje. Dit symbooltje betekent dat er binnen

je een VerkeersScheidingsStelsel (VSS) of Traffic

een straal van 5 mijl vanaf hier schepen per helikopter

Separation Scheme (TSS) moet oversteken.

beloodst kunnen worden. Voor meer informatie

_

wordt verwezen naar de ‘Netherlands Coast Pilot’ (HP 1) of de ‘Admiralty List of Radio Signals’.

POSITIONS

2. Instrumenten

Hieronder staat de relatie tussen WGS 84 en de European Datum 1959 (ED 50). Om de posities van

Kompas

een kaart volgens WGS 84 in overeenstemming te brengen met ED 50 moet je de WGS-posities 0,05

Compenseren

minuten noordwaarts en 0,08 minuten oostwaarts

Net als in de voorgaande lessen bedoelen we met

verschuiven. Mocht je GPS per ongeluk op ED 50

‘kompas’ een vast opgesteld magnetisch kompas

zijn ingesteld, moet je de GPS-posities 0,05 minuten

op een schip, waarbij de punt van de kompasnaald

naar zuid en 0,08 naar west verschuiven om ze correct

ongeveer naar het noorden wijst. Om de invloed

in de kaart te zetten.

van het scheepsmagnetisch veld zoveel mogelijk te

beperken, moet het kompas gecompenseerd worden.

SATELLITE-DERIVED POSITIONS

Posities van een volgens WGS 84 geprogrammeerde

Het compenseren van een magnetisch kompas

GPS (standaard) kunnen rechtstreeks in de kaart

is nodig om de deviatie zo klein mogelijk en de

gezet worden.

gemiddelde richtkracht zo groot mogelijk te maken.

De richtkracht die het scheepskompas zijn richting

MARITIME LIMITS

De schema’s onderaan de kaart komen in de volgende

geeft, is de resultante van het aardmagnetisch en

les aan de orde.

het scheepsmagnetisch veld. Magnetisch materiaal en elektrische velden in het schip veroorzaken niet

Verkeersscheidingsstelsel

alleen deviatie, maar beïnvloeden ook de richtkracht. Die kan versterkt of verzwakt worden, afhankelijk

Op zee kun je in principe varen waar je wilt. Maar op

van de koers. Voor een rustige aanwijzing van het

plaatsen waar het erg druk is, zijn verplichte vaar-

kompas is een gemiddelde, over alle koersen zo groot

richtingen vastgesteld. Een verplichte vaarrichting

mogelijke richtkracht noodzakelijk.

is aangegeven door middel van een magentakleurige

Voor het compenseren maakt men gebruik van com-

pijl; zie de pijlen ten noorden en ten zuiden van de

pensatiemagneten. Die dienen om de afwijking van

Eurogeul. Gewoonlijk zijn de tegengestelde verkeers-

het kompas door magnetische onderdelen van

stromen gescheiden door ‘neutraal’ magentakleurig

het schip zo klein mogelijk te maken. De correctie

gebied. Bij de Eurogeul is er sprake van een diepe

van de fout die overblijft na compensatie heet deviatie.

vaargeul waarin alleen schepen met grote diepgang

Die wordt in de stuurtafel of deviatietabel vastgelegd.

mogen varen. Op plaatsen waar je gedwongen bent

Een magnetisch kompas op een schip heeft altijd

om je koers te verleggen, zie je gestippelde pijlen. Zo’n

afwijkingen. Dat geldt niet alleen voor een stalen

gestippelde pijl betekent ‘aanbevolen vaarrichting’.

schip maar ook voor polyester schepen. Ook daarin

In hetzelfde gebied zie je nogal wat rondjes met

is staal en nikkel aanwezig, denk aan de motor

één of soms twee driehoekjes ertegenaan. Dat zijn

maar ook andere apparaten, zoals een luidspreker.

marifoonmeldingsposities voor één of twee richtingen

Een kompas kan, als het eenmaal gecompenseerd is, niet zonder meer gebruikt worden op een ander schip.

110 

TKN/YACHTMAN


Vaarbewijsopleidingen

LES 5

Een magnetisch kompas is afhankelijk van de hori-

Variatie

zontale richtkracht van het aardmagnetisch veld.

Zoals reeds besproken in les 1, is de variatie het

Deze horizontale richtkracht is op de magnetische

verschil tussen het magnetische noorden en het geo-

equator groter dan bij de magnetische polen. De kracht

grafische noorden. Het geografische noorden is het

wordt naar de polen toe steeds meer verdeeld over

punt waar alle meridianen samenkomen. Het mag-

een horizontale en verticale component. Op de magne-

netische noorden ligt daar in de buurt en verandert in

tische noordpool is er geen horizontale component

de loop van de tijd van plaats. We weten hoe snel

meer over, alleen nog een verticale, waardoor een

en in welke richting het magnetisch veld verandert.

magnetisch kompas daar niet bruikbaar is.

We weten dus ook hoeveel de variatie per jaar verandert. De jaarlijkse verandering staat op de kompasroos op de kaart aangegeven.

Deviatie

In positie 52° 42,4’N / 004° 00,0’E staat een kompasroos. Op de verticale lijn staat 1° 30’W 2002 8’E. Dat betekent dat de variatie in 2002 1° 30’W was en dat de variatie per jaar met 8’ richting oost verandert. In 2012 is de variatie 10 x 8’ = 80’ richting oost veranderd. Anders gezegd: de variatie is dan 80’ afgenomen. 80’ is 1° 20’. In 2012 is de variatie 1° 30’W - 1° 20’ = 0° 10’W. In de praktijk ronden we de variatie af op hele graden. Dus afgerond is in 2012 de variatie daar ter plekke 0° . De variatie is afhankelijk van de plaats op aarde en de tijd. Daarom moet je bij het werken in de kaart altijd de dichtstbijzijnde roos gebruiken en die corDe deviatie en de stuurtafel zijn reeds besproken in

rigeren in verband met de jaarlijkse verandering.

les 1. Deviatie is de afwijking van het stuurkompas die wordt veroorzaakt door het scheepsmagnetisch

Miswijzing

veld. Bij het maken van de stuurtafel gaan we er

Miswijzing is de kleinste hoek die de noordrichting

steeds vanuit dat het schip rechtop in het water ligt.

van een kompas maakt met de geografische noord-

Zeilboten varen vaak onder een hellingshoek. Als het

richting ter plaatse. De geografische meridiaan

schip niet rechtop maar schuin in het water ligt,

(noordrichting) loopt door de ware pool, geeft dus

heeft dat invloed op het scheepsmagnetisch veld

de ware noordrichting. De kompasnaald wijst in

ten opzichte van het stuurkompas. Deze afwijking

de richting van het noorden, maar wijkt af door het

noemen we de hellingsfout.

scheepsmagnetisch veld (deviatie) en wijst dus niet precies naar het geografische noorden, maar naar

Hellingsfout Met name op noord-zuidkoersen kan de hellingsfout

het magnetische noorden (variatie). Miswijzing is

oplopen tot meer 10°. De hellingsfout is afhankelijk

de som van variatie en deviatie.

van de koers en van de hellingshoek en is min of meer recht evenredig met de mate van helling.

TKN/YACHTMAN

111 


LES 5

Vaarbewijsopleidingen

GPS

cirkelen en elk een eigen signaal uitzenden. De banen zijn zodanig samengesteld dat vanaf elke plaats op

Het Global Positioning System (GPS) is de commerciële

aarde altijd minstens vier satellieten waarneembaar

naam voor een wereldwijd satellietplaatsbepalings-

zijn. Het meetprincipe van het Global Positioning

systeem dat is ontwikkeld voor gebruik door de

System is gebaseerd op de afstandsmeting tussen

Amerikaanse strijdkrachten. Officieel heet het systeem

satelliet en ontvanger en het bekend zijn van de

nog steeds NAVigation Satellite Time And Ranging

positie van de satelliet. De afstanden tussen satel-

of NAVSTAR. Met GPS werd het voor het eerst

liet en ontvanger worden uit de gemeten looptijden

mogelijk om vrijwel overal continu te navigeren.

van radiogolven afgeleid. Om de looptijd van radio-

Het is ook nu nog het enige volledig operationele

golven correct te kunnen meten, is het van belang

satellietplaatsbepalingssysteem.

dat de atoomklokken van alle satellieten volle-

Het aantal toepassingen is sinds de ingebruikname

dig gelijk (synchroon) lopen. Als er een verschil

enorm toegenomen. Aanvankelijk waren de gebruikers

optreedt, wordt dat vanaf de aarde direct gecorrigeerd.

vooral in de militaire wereld, de geodesie (landmeet-

De relatief goedkope kwarts kristalklok van de GPS-

kunde) en de scheepvaart te vinden. Hoewel het

ontvanger loopt echter niet exact synchroon met de

aantal gebruikers in die sectoren ook is toegenomen,

atoomtijd van de satellieten, dit ondanks de regel-

valt het aantal gebruikers daar tegenwoordig in het

matige automatische bijstelling. Dit noemen we de

niet bij het aantal auto’s en mobiele telefoons die

klokfout. Let wel, dit heeft niets te maken met de

met GPS zijn uitgerust.

‘gewone’ tijd en je kunt de ‘gps-tijd’ die gebruikt wordt om de positie te bepalen niet handmatig bijstellen.

Geschiedenis De eerste experimentele satelliet werd in 1978 gelanceerd en in 1995 werd het systeem officieel operationeel verklaard, hoewel het daarvoor al werd gebruikt voor navigatie. Het is een militair systeem dat de overheid van de Verenigde Staten voor iedereen beschikbaar stelt. Politieke implicaties De bruikbaarheid van alle toepassingen wordt volledig bepaald door de autoriteit die het systeem beheert.

Het GPS-systeem is 24 uur per dag in bedrijf, nage-

De EU is, ondanks protesten van de VS, al bezig

noeg overal ter wereld bruikbaar en werkt onder alle

met een eigen Europees satellietnavigatiesysteem,

weersomstandigheden. Het GPS-systeem is geschikt

Galileo. Daarnaast heeft de EU in 2004 een eigen

voor zowel navigatiedoeleinden als voor geodetische

netwerk ontworpen, zodat de nauwkeurigheid en

puntbepaling, geografische informatiesystemen en

integriteit in Europa nog worden vergroot; dit systeem

nauwkeurige tijdsbepaling.

heet EGNOS. Er bestaat ook een Russische GPSversie: het GLONASS (GLObal NAvigation Satellite

Fouten

System), maar dat is veel minder bekend.

Naast de eventuele bewuste verslechtering van de kwaliteit zijn er andere factoren die de nauwkeurig-

Plaatsbepaling

heid beïnvloeden. Er zijn verschillende soorten fouten.

Het zendgedeelte van het systeem bestaat uit mini-

Meetfouten kunnen bestaan uit toevallige fouten

maal 24 werkende satellieten die in zes vaste banen

en systeemfouten (o.a. klokfout). Daarnaast zijn er

op 20.200 km hoogte op een vaste tijd rond de aarde

nog fouten die optreden door verkeerde gegevens-

112 

TKN/YACHTMAN


Vaarbewijsopleidingen

LES 5

invoer door de gebruiker, zoals antennehoogte, maar

2D en 3D

ook door externe factoren, zoals geblokkeerde

2D betekent tweedimensionaal ofwel een plat vlak

satellieten, hoogspanningslijnen en sterk magnetische

dat begrensd wordt door een lengte en een breedte.

objecten.

Voor een 2D-positie (dus op het aardoppervlak) zijn drie satellieten nodig. Twee afstandscirkels leveren

Volgen

twee mogelijke posities op. De derde satelliet is

Bij GPS is de satelliet altijd de zender, het GPS-

nodig om tot één positie te komen. Meer satellieten

apparaat altijd de ontvanger (op aarde). Het systeem

geven een grotere nauwkeurigheid. Met vier satellieten

kan dus niet iemand volgen, net zomin als een radio-

is de positiebepaling tot op ca. 10 m nauwkeurig.

zender iemand kan volgen die een radio bij zich

Een GPS kan naast lengte en breedte ook de hoogte

heeft. Volgen kan alleen als het GPS aan een zender

aangeven. Voor de bepaling van een 3 D-positie zijn

gekoppeld is.

minimaal vier satellieten nodig. Zo’n 3 D-GPS is leuk voor de bergbeklimmer die wil weten hoe hoog hij

DGPS (Differential Global Positioning System)

geklommen is. Voor de scheepvaart is hoogte minder

DGPS is een aanvullend plaatsbepalingsysteem,

relevant. Toch is ook voor 2D het correct invoeren

waarmee de nauwkeurigheid van GPS verbeterd

van de antennehoogte van belang. Als je een

wordt. Het maakt gebruik van een referentie-

nieuwe GPS gaat gebruiken, moet je een aantal

ontvanger (walstation) waarvan de positie bekend

gegevens invoeren, waaronder de antennehoogte.

is. Bij de referentieontvanger worden de verschillen

Dat is van belang voor een goede positieweergave.

tussen de bekende positie en de met GPS berekende

De

positie berekend, waarna de afwijkingen naar de

de afstand tussen de satellieten en de antenne

DGPS verzonden worden. De berekende posities van

(niet het apparaat). Als de hoogte goed is ingevoerd,

de DGPS worden vervolgens gecorrigeerd, waardoor

corrigeert de GPS het verschil in plaats en geeft

een zeer grote nauwkeurigheid bereikt kan worden.

de correcte positie aan.

aanwezige

satellieten

berekenen

namelijk

Men gebruikt dergelijke zeer dure DGPS-apparaten bijvoorbeeld in de waterbouw, waar tot op centimeters

Veel gebruikte afkortingen

nauwkeurig gewerkt moet worden.

Hieronder volgt een lijst met uitdrukkingen / 

Voor de watersport is zo’n duur apparaat niet

afkortingen die op het display van de GPS kunnen

interessant. Je moet dan werken met nauwkeurig-

verschijnen.

heden van duizendsten van minuten. Die kun je

Waypoint: een geografische positie die je kunt

simpelweg op een kaart van 1 : 150.000 niet kwijt.

invoeren en die vervolgens opgeslagen wordt in het

Een dunne potloodlijn is minimaal 0,1 mm. Zo’n potlood-

geheugen van de GPS.

lijn is dus in werkelijkheid 15.000 mm ofwel 15 m breed.

XTE (Cross Track Error): vanaf het beginpunt geeft je GPS een ‘bearing’, dat is de kaartkoers naar

EGNOS

het waypoint. (Bij het beginpunt van het traject is de

Het project European Geostationary Navigation

GrK hieraan gelijk). De Cross Track Error geeft aan

Overlay Service (EGNOS) is bedoeld om de

hoever je van die lijn afwijkt. De afwijking kan zowel

bestaande satellietnavigatienetwerken te verbeteren.

naar BB als naar SB zijn. Het is de dwarsafstand tot

Het project is opgestart door ESA (European Space

de koerslijn tussen twee waypoints.

Agency), de Europese gemeenschap en Eurocontrol.

COG (Course Over Ground): de werkelijke koers

Het systeem controleert of de navigatiesatellieten

die je vaart, de grondkoers (GrK). Deze kan behoor-

die kunnen worden ontvangen betrouwbaar zijn. Dit

lijk veel afwijken van de kompaskoers (KK).

zorgt ervoor dat de nauwkeurigheid van het signaal van 20 m naar 5 m gaat. TKN/YACHTMAN

113 


LES 5

Vaarbewijsopleidingen

SOG (Speed Over Ground): de werkelijke snel-

GPS en kaart

heid die je vaart ten opzichte van de grond. Deze kan

Om de door de GPS aangegeven positie direct in de

behoorlijk veel afwijken van de snelheid die het log

kaart te kunnen plotten, moet in de GPS het juiste

aangeeft ( = snelheid door het water). De snelheid

referentiestelsel worden ingevoerd. De referentie-

en koers (over de grond) worden bepaald door het

datum vind je in de titel van de kaart. De kaarten

gemiddelde te nemen van de posities die achtereen-

van de Nederlandse Hydrografische Dienst zijn alle-

volgens zijn bereikt. De tijdsinterval waarover het

maal ingericht volgens het World Geodetic System

gemiddelde wordt bepaald, kan worden ingesteld,

1984 (WGS 84). Bij buitenlandse kaarten kan dat

maar dat gebeurt altijd achteraf.

soms anders zijn.

DST (DiSTance): de afstand tot het eerstvolgende waypoint.

GPS en elektronische kaart

ETA (Estimated Time of Arrival): de verwachte

Een GPS in combinatie met een elektronische kaart

aankomsttijd, gebaseerd op de gemiddelde snelheid

noemen we ook wel een elektronische plotter. Dat is in

over de grond.

principe niets anders dan een elektronisch navigatie-

TTG (Time To Go): de geschatte tijd die nodig is

systeem zoals we dat ook kennen voor de auto. Net

om het waypoint te bereiken.

als bij het autorijden is het belangrijk dat de kaart

POS (positie): geeft de coördinaten aan van

actueel (bijgewerkt) is.

de plaats waar je je bevindt. DMG (Distance Made Good): de afstand tot het

Elektronische plotter en radar

volgende waypoint.

In de huidige systemen kan het radarscherm geïm-

Bleep: alarm als een bepaalde drempelwaarde

plementeerd worden in de elektronische kaart.

wordt overschreden, bijvoorbeeld ankeralarm.

Dat maakt de interpretatie van het radarscherm

MOB (Man Over Board): als je de MOB-knop

een stuk eenvoudiger.

indrukt, legt de GPS de coördinaten vast van het punt waar je op dat moment bent. Het is dus een

GPS en kompas

momentopname. In gebieden met stroom moet je

De GPS geeft een koers en je leest een koers af op

niet op dat punt blijven zoeken, maar met de stroom

het scheepskompas. Die twee koersen zijn vrijwel

meegaan. Voorbeeld: je vaart in een gebied met

nooit gelijk. De GPS geeft de grondkoers (GrK), dat

stroom 090°/2,0 knopen en er slaat iemand over-

is de koers zoals je die in de kaart getekend hebt.

boord. Je drukt de MOB-knop in en noteert de MWS

Het kompas geeft de kompaskoers (KK) die, om hem

(meest waarschijnlijke standplaats). Na een half uur

te kunnen vergelijken met de GrK, gecorrigeerd

bevindt de drenkeling zich 1,0 M ten oosten van het

moet worden in verband met deviatie, variatie, drift

punt waar hij overboord gegaan is.

en stroom.

Chart Datum (map datum): referentiesysteem

Zet de GPS niet te dicht bij het stuurkompas. Alle

voor de plaatsbepaling, meestal het World Geodetic

ingeschakelde elektrische apparaten creëren een

System 1984 (WGS 84).

magnetisch veld waardoor het stuurkompas kan

Cut-off

elevation

(minimum

elevatiehoek):

gaan afwijken. Met name luidsprekers vormen een

voorkomt dat signalen van laagstaande satellieten

sterk magnetisch veld, ook als ze niet aanstaan.

worden gebruikt. Uitzendingen van laagstaande

Als je op het IJsselmeer (geen stroom) vaart, zou je

satellieten zijn niet nauwkeurig doordat er door de

de GPS kunnen gebruiken om bijvoorbeeld de wind-

atmosfeer afwijkingen kunnen ontstaan.

drift te bepalen. Hiervoor neem je de kompaskoers

BTW (Bearing To Waypoint): het getal dat de

(KK), die je eerst corrigeert naar de ware koers

grondkoers naar het volgende waypoint aangeeft.

(WK). De koers die de GPS aangeeft (COG) is de

114 

TKN/YACHTMAN


Vaarbewijsopleidingen

LES 5

grondkoers en omdat er geen stroom is, is dat tevens

Class A: toegestaan voor gebruik op alle zeegaande

de BWK. Het verschil tussen de gecorrigeerde kom-

schepen die onder de eisen van IMO SOLAS, hoofd-

paskoers (WK) en de GPS-koers (BWK) is de drift.

stuk V, vallen (en in bepaalde landen ook op andere vaartuigen).

GPS en log

Class B: een daarvan afgeleid goedkoper apparaat

De GPS geeft de snelheid over de grond (SOG) aan

met

en de log de snelheid door het water. Op stromend

zendvermogen, bedoeld voor de pleziervaart en

water (zee en rivier) is de SOG vrijwel nooit gelijk

niet-SOLAS-markten.

aan de logsnelheid:

Ook de binnenvaart in heel Europa gaat van

- stroom mee: SOG groter dan de logsnelheid;

deze technologie gebruik maken. Op de Donau in

- stroom tegen: SOG kleiner dan de logsnelheid.

Oostenrijk is het gebruik van AIS al verplicht.

een

beperkte

functionaliteit

en

minder

Uiteindelijk zullen alle binnenvaartschepen met

Automatic identification system (AIS)

AIS worden uitgerust. Voordeel hiervan is dat brugopenstellingen beter kunnen worden afgestemd op het weg- en vaarwegverkeer. Ook trams, bussen en alarmvoertuigen krijgen een soortgelijk systeem. Hierdoor

kan

een

centralist

anticiperen

op

noodsituaties.

Log Werking Een schoepenwieltje onder een jacht wordt aangedreven door het water en geeft na omrekening en kalibratie (zie verder) de snelheid door het water aan. Stroom Automatic Identification System, afgekort AIS,

heeft hierop geen invloed. Dat is alleen bij een log met

is een systeem dat gebaseerd is op transponder-

een schoepje of propeller het geval. Niet alle logs wor-

technologie, waarmee de veiligheid van de scheep-

den zo aangedreven; doppler- en druklogs meten anders.

vaart op zee en binnenwater verhoogd wordt. Ieder schip dat met een AIS-transponder is uitgerust,

Kalibreren

zendt periodiek zijn eigen specifieke gegevens uit.

Een log moet gekalibreerd worden. Kalibreren is

Die gegevens kunnen worden opgevangen door een

controleren of een meetinstrument de werkelijke

andere AIS-transponder, AIS-ontvanger of een AIS-

waarde aangeeft en zo niet, het instrument net zo

ontvangststation (basisstation).

lang corrigeren tot dat wel het geval is. Het is een

Het doel van de International Maritime Organisation

vorm van ijken.

(IMO) is dat uiteindelijk alle zeeschepen van 300

Je kunt alleen op stilstaand water kalibreren.

BrutoRegisterTon (BRT) of meer een IMO Class

Je doet dat door een bepaalde afstand (bijvoorbeeld

A-transponder aan boord hebben. Non-SOLAS-

5 zeemijl) op stilstaand water te nemen. Vervolgens

schepen (kleinere zeeschepen en jachten) kunnen

vaar je met een bepaalde snelheid van het ene punt

een Class B-transponder gebruiken.

naar het volgende punt en houd je nauwkeurig de tijd bij. Dan deel je de afstand door de tijd die je erover gedaan hebt. Dat getal vergelijk je met de snelheid die de log aangaf. Afhankelijk van dat

TKN/YACHTMAN

115 


LES 5

Vaarbewijsopleidingen

resultaat stel je de log bij. Het is voor het kalibreren

Marifoon

van een log van essentieel belang dat de invloed van de stroom op de gemeten snelheid uitgesloten wordt.

Een kwestie van programmeren Vroeger had je een binnenvaart- of een zeevaart-

Dieptemeter  / echolood

marifoon. Dat waren twee verschillende apparaten met duidelijk verschillende schakelingen. De huidige

Om met een goed gekalibreerde dieptemeter de

marifoons, van welk merk dan ook, kunnen alles: het

juiste diepte te kunnen meten, is het van belang dat

is een kwestie van programmeren. Standaard zijn de

het schip vlak in het water ligt. Bij helling wijst de

meeste marifoons als zeemarifoon geprogrammeerd.

dieptemeter meer aan dan de werkelijke diepte. Je

Als je het apparaat aansluit, werken de knoppen

kunt de dieptemeter zo instellen dat hij de afstand

high en low power en dual/triple watch en als je het

van de waterlijn tot de bodem of van de kiel tot de

MMSI-nummer invoert, werkt ook de DSC-module.

bodem aangeeft. Dat is een kwestie van persoonlijke voorkeur.

Binnenwater Als je op het binnenwater (inclusief het ruime binnenwater)

vaart,

moet

de

marifoon

vol-

doen aan de eisen zoals deze gesteld zijn in de Baselovereenkomst. Dat betekent: - automatische reductie op diverse kanalen; - geen dual of triple watch; - geen DSC. Geen DSC betekent dat de DSC-distressknop niet werkt. Door in de marifoon een ATIS-nummer te programmeren en te activeren, voldoet je marifoon aan alle eisen van de Baselovereenkomst. Als je ook op de Wadden, het IJssel- en Markermeer, de Ooster- en Westerschelde vaart, mag je voor noodEen echolood meet diepte door onder het schip een

gevallen (distress) een tweede (zeevaart)marifoon

geluidssignaal naar de bodem te sturen en de echo

hebben waarmee je een DSC-distress call kunt

hiervan weer op te vangen. Dit geluid verplaatst

versturen. Maar je kunt ook met je binnenvaart-

zich met een snelheid van ca. 1500 m/sec. De tijd

marifoon op kanaal 16 een Mayday-bericht uitzenden.

tussen uitzending en ontvangst van de geluidspuls,

Zee

vermenigvuldigd met de geluidssnelheid en gedeeld

Als je op zee vaart, hoeft je marifoon niet te voldoen

door 2 (heen en terug), bepaalt de af te lezen diepte.

aan de Baselovereenkomst en kun je alle functies

De geluidssnelheid door het water kan worden beïn-

gebruiken die er standaard op zitten. Je hebt wel

vloed door temperatuur, diepte en zoutgehalte.

het bedieningscertificaat Marcom-B of SRC (Short Range Certificate) nodig. In de gebruiksaanwijzing van de marifoon staat hoe je de ATIS aan en uit kunt zetten. Dat is heel mooi, want met de ATIS uit heb je een perfecte zeevaartmarifoon met alle toeters en bellen.

116 

TKN/YACHTMAN


Vaarbewijsopleidingen

Advies: - binnenwater: ATIS aan en je marifoon voldoet aan alle eisen die aan een binnenvaartmarifoon gesteld worden; - zee: ATIS uit en je hebt een prima zeevaart marifoon met een uitstekend bereik (hoog vermogen).

LES 5

West-Europese tijd (WET)

Middel-Europese Tijd (MET)

Bijv. Engeland

Bijv. Nederland en Frankrijk

winter

zomer

winter

zomer

UTC

UTC + 1

UTC + 1

UTC + 2

Zorg voor een Marcom-B of SRC-certificaat (Short Range Certificate) en vraag bij Agentschap Telecom

Boordtijd (BT) en lokale tijd

een MMSI-nummer aan. Als er geen MMSI-nummer

De tijd aan boord hoeft niet altijd gelijk te zijn aan

is geprogrammeerd, werkt de DSC-module niet en

de lokale tijd. Het is maar wat je met de mensen

kan er geen DSC-distress call worden verzonden.

aan boord afspreekt. Als je op een tocht richting

Vergeet als zeezeiler niet de marifoon aan een GPS

Frankrijk even Dover aandoet, kun je afspreken dat

te koppelen zodat bij een DSC-distress call ook de

je de tijd niet aanpast aan de lokale Engelse tijd.

positie wordt meegezonden; dat maakt het zoeken een

Het is wel handig om in de navigatiehoek een extra

stuk gemakkelijker.

klokje te monteren dat altijd de UTC-tijd aangeeft.

_

Klok De standaardtijd op aarde is UTC (Universal Time

3. Boekwerken

Coordinated). Dat is de tijd van de 0-meridiaan die over Greenwich loopt. Vroeger noemden we die

We noemen in willekeurige volgorde enkele boek-

Greenwich Mean Time (GMT).

werken en periodieken die je in een boordbibliotheek

UTC (in het Nederlands wel aangeduid als gecoör-

kunt aantreffen.

dineerde wereldtijd) is gebaseerd op een atoomklok. Het internationale letterwoord UTC is een com-

Berichten Aan Zeevarenden (BAZ)

promis tussen het Franse TUC (Temps Universel

of Notices to Mariners

Coordonné) en het Engelse CUT (Coordinated

Zeekaarten en boeken zijn steeds onderhevig aan

Universal Time). In militaire kringen wordt UTC

veranderingen. Ze kunnen worden bijgewerkt met

meestal ‘Zulu time’ genoemd. In ‘pilotbooks’, getijde-

behulp van ‘Notices to Mariners’ (‘Berichten Aan

tabellen en weerrapporten wordt veelal verwezen

Zeevarenden’). Daarin worden wekelijks de wijzi-

naar UTC. Het is aan de gebruiker van deze ‘tools’

gingen ten behoeve van zeekaarten en boekwerken

om na te gaan hoe de tijd, in de tijdzone waarin

gepubliceerd.

hij zich bevindt, zich verhoudt tot UTC. Die kan in West-Europa tot twee uur verschillen van de lokale

Zeekaart nummer 1

tijd. Als je dat niet weet, kunnen er bij het inter-

Dit is geen kaart maar een boekwerkje waarin je alle

preteren van bijvoorbeeld getijdetabellen aanzien-

tekens en symbolen op de kaart kunt terugvinden.

lijke fouten optreden. Sinds de invoering van zomer- en wintertijd is het

ANWB Wateralmanak 1 & 2

er niet gemakkelijker op geworden. Hieronder volgt

In deel 1 staan belangrijke reglementen en vaar-

een tabel van UTC in vergelijking met de Europese

tips voor met name de binnenvaart in Nederland

tijdzones.

en België. Met de ‘Wateralmanak’ voldoe je aan de wettelijke verplichting om de reglementen en het

‘Handboek voor de marifonie’ aan boord te hebben. TKN/YACHTMAN

117 


LES 5

Vaarbewijsopleidingen

In deel 2 staan alle actuele vaargegevens voor

betonningssysteem. Het boek is prima te gebruiken

Nederland en België, zoals bedieningstijden voor

in combinatie met de ‘Admiralty Sailing Directions’

alle bruggen en sluizen, meer dan 1000 jachthavens

(zie verder).

en getijdetabellen. Admiralty Sailing Directions (ASD) HP 33

De ASD’s worden ook wel ‘pilots’ genoemd. Ze zijn

Dit is een uitgave van de Dienst der Hydrografie met

gemaakt voor alle klassen koopvaardijschepen en

de waterstanden en stromen (inclusief stroomatlas)

staan vol essentiële informatie over alle aspecten

langs de Nederlandse kust en het aangrenzend

van de scheepvaart. Het zijn aanvullingen op de

gebied.

standaard zeekaarten en bieden in 74 delen een wereldwijde dekking.

Reeds

Elk deel bevat prima kleurenfoto’s van de aanloop

In de ‘Reeds Nautical Almanac’ vind je alle op nautisch

van havens, informatie over de gevaren in verband

gebied relevante informatie voor het varen langs de

met de navigatie en betonning, meteorologische

kust van Denemarken tot Gibraltar, plus Engeland

gegevens, details van de loodsen, verordeningen,

en Ierland.

gegevens over havenfaciliteiten en aanwijzingen

De ‘Cruising Almanac’ is een goed alternatief voor

voor het binnenvaren in een haven. Enkele belang-

de ‘reeds’.

rijke delen voor ons vaargebied zijn: Nr. 52: ‘Pilot’ voor de noordkust van Schotland;

Admiralty List of Radio Signals

Nr. 54: ‘Pilot’ voor de Noordzee (West);

De zes delen van de ‘Admiralty List of Radio Signals’

Nr. 55: ‘Pilot’ voor de Noordzee (Oost).

bevatten informatie die betrekking heeft op voor de navigatie van belang zijnde radiostations.

‘Pilots’ voor de pleziervaart

‘Volume 1’ bevat informatie over kuststations,

Naast de ‘pilots’ voor de beroepsvaart (ASD’s ) zijn

satellietcommunicatie, kustwachtcommunicatie, radio-

er ook speciale ‘pilots’ voor jachtschippers met veel

medisch advies en piraterijmeldingen,

informatie over jachthavens en vaarwegen voor

‘Volume 2’ bevat informatie over navigatiesystemen

jachten. Bekend is de reeks ‘Vaarwijzers’ van uit-

als radiorichtingzoekstations, radarbakens, satelliet-

geverij Hollandia.

navigatiesystemen, referentiestations voor DGPS,

_

tijdseinen en zomertijd. ‘Volume 3’ bevat informatie over radioweerberichten ‘Volume 4’ over weerkundige waarnemingsstations, ‘Volume 5’ betreft GMDSS. ‘Volume 6’ geeft radio-informatie over beloodsing en VTS (Verkeersbegeleiding). The mariner’s handbook (np 100) Dit handboek wordt uitgegeven door de Britse Admiraliteit. Het is een samenvatting van essentiële maritieme kaartinformatie, operaties en regelgeving, getijden, stromingen en de kenmerken van de zee, elementaire meteorologie, navigatie in ijs, gevaren en beperkingen voor de scheepvaart en het IALA-

118 

TKN/YACHTMAN


inkijkexemplaar TKN