Page 1

! is e at me Gr m e Ne

UZ MAGAZINE

Verantwoordelijke Uitgever: Suzy Van Hoof, Herestraat 49, 3000 Leuven

Verschijnt driemaandelijks, jg 27 - nr 4 - december 2011

De ziekenhuisschool: een echte school Misverstanden over Alzheimer

Bekkenbodemproblemen? Dit helpt

Openhartige verhalen uit de dialyseafdeling


¨¨¨¨¨ serviceresidentie

TRIOPTIC LEUVEN wordt ELS OPTICS

Onbezorgd wonen en genieten

OPTIEK – CONTACTLENSLABO

• Luxueuze appartementen in parktuin van 2ha

GESPECIALISEERD IN MULTIFOCALE BRILGLAZEN

• Rustige ligging op 5 km van centrum Leuven • Ruim dienstenaanbod volgens eigen wensen Restaurant, cafetaria, kapsalon, wassalon, boodschappendienst, poetsdienst, huishoudelijke hulp, medische en persoonlijke verzorging • Veiligheid: alarmsysteem, 24/24 permanentie • Privacy en vrijheid • Gezelschap en animatie

Fendi – Calvin Klein – William Morris D&G – Rodenstock – Michael Kors Guess – Jono Hennessy – Ray-Ban …

Nieuw: Wellness-centrum voor lichaamsverzorging, massage, manicure, pedicure, aroma-therapie, dieetadvies, infraroodsauna, …

Service-residentie Ter Korbeke Oudebaan 106 - 3360 Korbeek-Lo Tel.: 016 46 39 25 www.terkorbeke.be 2 UZ-magazine - december 2011

15%

OP MONTUREN, GLAZEN EN ZONNEBRILLEN

op vertoon of vermelding van deze advertentie

els optics

Vital Decosterstraat 28A - 3000 Leuven                    016/23 85 02 - www.els-optics.be ma-vrij: 9u30-18u - zat.: 9u30-17u don. gesloten


UZ-magazine Jaargang 27, nummer 4 (december 2011) Kwartaalblad voor patiënten, familie en bezoekers van UZ Leuven campus Gasthuisberg, Lubbeek, Pellenberg, Sint-Pieter en Sint-Rafaël

redactieadres: UZ Leuven, dienst communicatie, Herestraat 49, 3000 Leuven, tel. 016 34 49 55, uzmagazine@uzleuven.be hoofdredactie: Suzy Van Hoof

6 10

eindredactie: Ann Lemaître Foto’s: Geert Dekeyser, Lies Willaert redactieadviesraad: Dr. Koen Bronselaer, Jan Etienne, Ludo Govaerts, prof. dr. Marie-Christine Herregods, Ann Lemaître, prof. dr. Diethard Monbaliu, Suzy Van Hoof, Clara Vanuytven, Jan Verhaeghe en prof. dr. Chris Verslype Reclameregie: B-Net, Bie Van Cleuvenbergen, tel. 016 63 20 65 bie@b-net.be Productie en vormgeving: Decom nv tel. 02 325 64 90 gunther.dekegel@decom.be verantwoordelijke uitgever: Suzy Van Hoof, Herestraat 49, 3000 Leuven Meer info over UZ Leuven www.uzleuven.be Algemeen nummer: 016 33 22 11

copyright: overname van artikels of gedeelten daarvan wordt toegestaan na overleg met de redactie en met vermelding van de bron

16

24

22 6 10

14 16

Wat met school als je kind lang ziek is? De ziekenhuisschool van UZ Leuven is een echte school. De ziekte van Alzheimer: niet altijd een rampscenario Er bestaan nogal wat misverstanden over de meest voorkomende vorm van dementie. Wanneer wordt pijn een probleem? De juiste pijnbehandeling is belangrijk voor het herstel van een patiënt. Wapen jezelf tegen winterhanden en -voeten Professor Petra De Haes over een vervelende winterkwaal.

18 22

myUZ: betere communicatie tussen ziekenhuis en patiënt Zo krijg je informatie op maat over je ziekte of behandeling. Last van bekkenbodenproblemen? De artsen van de bekkenbodemeenheid vertellen wat je eraan kunt doen.

Vaste rubrieken 4 Journaal: berichten over en uit UZ Leuven 5 Woordje van de pastor 21 Column Clara Vanuytven 24 Dorp in de stad: verhalen van Jan Van Rompaey 30 Recept: lekker én gezond UZ-magazine - december 2011

3


journaal

Nieuws uit UZ Leuven

Bescherm je baby tegen kinkhoest De artsen en vroedvrouwen van UZ Leuven doen een oproep om zwangere vrou­ wen en pas bevallen moe­ ders eraan te herinneren dat ze zich best opnieuw laten vaccineren tegen kinkhoest. De laatste jaren werd namelijk een stijging van het aantal kink­ hoestgevallen bij baby’s vastgesteld. Kinkhoest is een van de meest voorkomende oorzaken van overlijden aan een bacte­ riële infectie bij baby’s. Niet alleen de aanstaande moeder, ook de partner en iedereen die voor het kind zal zorgen tij­ dens het eerste levensjaar laat zich best opnieuw vaccineren. Hiervoor neem je contact op met je huisarts.

Doe de diabetes-test Diabetesspecialisten van UZ Leuven waarschuwen voor de pijlsnelle verdubbeling van het aantal patiënten met diabetes type 2 in vijftien jaar. De kans dat je tijdens je leven diabetes krijgt, is tien procent. Een op de twee mensen weet zelfs niet dat hij diabetes heeft. Oorzaak van de steile opmars is onze levensstijl. Weinig beweging, koolhydraat- en vetrijk eten en overgewicht maken dat de ziekte wereldwijd exponentieel toeneemt. De overheid startte drie jaar geleden samen met UZ Leuven een pilootproject om diabetes type 2 zo snel mogelijk op te sporen en zo te kunnen ingrijpen. Drastische veranderingen zijn vaak niet nodig. Als je tien procent van je lichaamsgewicht vermagert, slinkt je kans op diabetes al enorm. “Het is daarom belangrijk dat je zelf nakijkt wat je kansen zijn om diabetes type 2 te ontwikkelen”, beklemtoont Rudi Caron, coördinator van het diabetesteam. “Dat kan van thuis uit met de test van de Vlaamse diabetesvereniging op www.diabetes.be.”

Wegenwerken rond campus Gasthuisberg Je hebt het waarschijnlijk al gemerkt: er wordt duchtig gebouwd en verbouwd rond­ om campus Gasthuisberg. Samen met de K.U.Leuven werkt UZ Leuven namelijk aan een Health Sciences campus, waar alle biomedische diensten uit de Leuvense regio zullen samenkomen op één plek. De verkeerswerken kunnen voor de nodige hindern zorgen en bepaalde op- en afritten kun­ nen afgesloten zijn. Kijk daarom voor de meest recente ver­ keersinformatie altijd op onze website: www.uzleuven.be/wegenwerken. 4 UZ-magazine - december 2011

Schoonheid in alledaagse dingen Van 9 januari tot 2 maart 2012 maakt Kunst in het ziekenhuis plaats voor schilderwerk van twee bevriende kunstenaressen. In de gang van campus Gasthuisberg bewondert u schilderijen waarin emotie centraal staat. Chris Dewals uit Leest houdt van kleuren: soms hard, dan weer zacht. Van weerspiegelingen op het water tot surrealistische emoties: zij wil zich vooral niet laten beïnvloeden door mode­ verschijnsels in de schilderkunst en haar eigen ding doen. Kristin De Maesschalk uit Bertem is niet alleen schilderes, maar ook natuurgids: de landschappen van het Brabantse heuvelland gebruikt ze als inspiratie. De artieste probeert altijd de schoonheid te zien in alledaagse dingen.

Vraag naar je rookstopbegeleider Van plan om te stoppen met roken? De UZ Leuventabakologen kunnen je daarbij helpen tijdens een verblijf in het ziekenhuis. Sinds 2009 betaalt het ziekenfonds je rook­ stopbegeleiding terug als het gebeurt bij erkende tabako­ logen. Het is nooit te laat om te stoppen met roken. Zelfs op oudere leeftijd of met een ernstige ziekte is het goed om te stoppen met roken. Je leeft langer en je levenskwaliteit stijgt. Bovendien zullen bepaalde medische behandelingen sneller aanslaan als je niet rookt, zoals chemo- of radiotherapie. Met rookstopbegeleiding is je slaagkans ongeveer vijftig procent. Nicotine is nu eenmaal een van de meest verslavende drugs. Wie wil stoppen met roken, heeft gemiddeld zeven tot acht pogingen nodig om definitief te stoppen. Geef dus zeker de moed niet op: de volgende poging lukt het waarschijnlijk wel. Je kan de rookstopbegeleiders contacteren via rookstop@uzleuven.be.

Hoe tevreden zijn onze patiënten? Ben je opgenomen in het ziekenhuis? Of verblijft een familie­ lid een tijdje in UZ Leuven? Dan zullen we je binnenkort vra­ gen om op het einde van je opname een tevredenheidsenquê­ te in te vullen. UZ Leuven zal in de loop van 2012 namelijk een bevraging doen om te peilen naar je verwachtingen en tevredenheid. Zo willen we als ziekenhuis werken aan voort­ durende verbetering en vernieuwing van patiëntenzorg. Je mening is namelijk belangrijk voor de kwaliteit en patiëntvei­ ligheid in de dagdagelijkse zorgverlening. Omdat we jouw eerlijke mening willen weten over bijvoor­ beeld de zorg die je krijgt, je verblijf of de communicatie in het ziekenhuis, werken we met een anonieme vragenlijst. Je ant­ woorden kun je deponeren in brievenbussen op centrale plaatsen in het ziekenhuis. Voorlopig gaat het enkel om gehospitaliseerde patiënten, later zal er ook een vragenlijst vol­ gen voor patiënten die naar de consultatie komen. De dienst kwa­ liteitsmanagement bedankt iedereen alvast voor de medewerking.


pastor Door een donkere tunnel

I

WoorDje Van De Pastor

Staf Peeters

“Ik heb Hem gezien.” “Wie?”, vraag ik. “God”, zegt ze. “God gezien?”, vraag ik aarzelend. “Ja. Vorige keer toen ik in het ziekenhuis lag na een infarct, na mijn operatie was dat ….” “En? Hoe ging dat?”, vraag ik nieuwsgierig. “Het was alsof ik in een donkere tunnel liep, maar hele­ maal in de verte zag ik een lichtpuntje. Dat puntje trok mij altijd verder en vooruit door het duister van de tunnel. En ik stapte verder en verder, rechtdoor naar het licht toe. Plots stonden links van mij mensen die ik kende. Bekende gezichten van familie en vrienden. Aan de rechterkant stonden allemaal schitterende mensen. Het waren engelen en heiligen, dacht ik. Drie van hen, helemaal op het einde, herkende ik. Dat waren de drie aartsengelen: Michaël, Gabriël en Rafaël. Michaël is de strijdende engel. In dienst van God vecht hij tegen het kwaad. Gabriël is de engel die het goede nieuws komt brengen aan de mensen. Hij was het ook die de blijde boodschap aan Maria kwam vertellen. En Rafaël is natuurlijk de engel van alle zieken. Het Sint­ Rafaëlziekenhuis in de Kapucijnenvoer onder aan de berg, weet u wel? Rafaël stond voor mij natuurlijk niet voor niets als laatste in de rij van de donkere tunnel, want ik was al zo lang ziek. En ik stapte nog verder naar dat licht toe en helemaal op het einde van de tunnel, midden in het licht, stond een man. Een mooie man, nog veel schitterender dan die engelen rechts. En ik vroeg: Zijt Gij God? ‘Ja’, zei Hij. ‘Ben ik dan dood?’ ‘Nee’, antwoordde Hij. ‘Mag ik nu hier blijven?’, vroeg ik, want het was daar zo goed en zo schoon in dat warme licht. ‘Nee’, zei Hij. ‘Waarom niet?’, vroeg ik. ‘Gij moet terug, want gij moet voor mij nog iets doen’, zei Hij. ‘Ah ja’, zei ik, ‘maar wat moet ik doen voor U?’ ‘Dat moet ge zelf ontdekken’, antwoordde Hij. En toen was Hij weg en stond ik plots terug aan het begin van de tunnel in het donker. En het volgende dat ik mij her­ inner is dat ik wakker ben geworden in een bed hier in het ziekenhuis.”

“Amai”, zeg ik, “dat lijkt een bijna­doodervaring”. “Ja”, zegt ze. “En daar lag ik dan. Ik was al zo lang ziek en nu was ik bovendien half verlamd na dat infarct! Hoe kon ik nu nog iets doen voor God? Hoe was het mogelijk dat Hij mij niet bij zich had gehouden, in dat warme licht? Daar wilde ik zijn. Niet hier op aarde waar ik helemaal niets meer kon betekenen. Waarvoor had Hij mij nu nog nodig? Wat voor zin had mijn leven nog, zo half verlamd? Ik kon toch niets meer doen? Ik begreep er niets van. En ik ben beginnen bidden. Bidden en vragen aan God: wat wilt Gij toch dat ik doe? Elke dag deed ik een gebed. En op de lange duur bad ik niet meer voor mezelf, maar voor alle mensen die iets verkeerd hebben gedaan in hun leven en dat niet meer goed kunnen maken.” “Dat is niet evident”, zeg ik, “bidden voor iemand die een ander onherstelbaar leed heeft aangedaan en daarin onmachtig staat.” “Op een nacht is Hij antwoord komen geven”, gaat ze verder. “In een droom. Hij zei: ‘Dankjewel. Nu doe je wat ik jou vroeg: bidden voor alle machteloze mensen … Wees niet bang. Je bent uniek in wat je voor jezelf hebt ont­ dekt’. “ Het is even stil in de kamer. Ik heb wat tijd nodig om dit verhaal, mij als pastor zomaar toevertrouwd, te laten door­ dringen. “En blijf je dat ook doen? Elke dag bidden voor mensen die niet meer kunnen goedmaken wat ze verkeerd hebben gedaan?”, durf ik haar vragen. “Ja, hoor.” Ze graait haar paternoster van onder haar hoofdkussen vandaan en zegt: “Hij kan veel, Onze Lieve Heer van hierboven. Daar ben ik echt van geschrokken. Mij toch nog terugsturen, ook al ben ik half verlamd. Dat is toch wel heel straf …” Zo getuigt de God van Jezus dat elk mensenleven, hoe broos en kwetsbaar en afhankelijk ook, waardevol is. Zelfs voor wie niets meer kan doen in onze prestatiegerichte maatschappij, voor wie half lam elke dag met zorgen wordt omringd, heeft Hij een zin, een opdracht, een per­ spectief klaar. Hoe onaf en gebroken ook, elk mens heeft altijd nog iets te ontdekken … In UZ Leuven werken 11 pastores. Staf Peeters is een van hen. Je kunt met een pastor contact opnemen via de verpleegeenheid of via het secretariaat, tel. 016 34 86 20. UZ-magazine - december 2011

5


Lang of ernstig ziek zijn, het overkomt ook kinderen. Ziek zijn trekt je kind niet alleen weg uit zijn gezin en vriendenkring, het laat hem ook heel wat lessen op school missen. De ziekenhuisschool van UZ Leuven doorbreekt dat ‘ziek zijn’ bewust en zorgt dat je kind erbij blijft horen.

Ziekenhuisschool

An Kestens

Wat met school als je kind lang ziek is? Een centrale brede gang met aan beide zijden klaslokalen. Tekeningen aan de muur. Jongeren die wat rond­ hangen en praten over hun vakken, een bel die het einde van een lesuur aankondigt, … Stap je de ziekenhuis­ school binnen, dan ervaar je de typi­ sche sfeer en het geroezemoes dat er in elke school heerst.

niet in pyjama – en met hun boeken­ tas naar de klas komen. Net zoals in een gewone school moeten ze op de leerkracht wachten voor ze de klas in mogen. Hier zijn ze gewoon leerling, zoals niet-zieke kinderen dat op

In de kleuterschool en de lagere school heeft je kind altijd dezelfde leerkracht, net zoals thuis. In het secundair is er een leerkracht per hoofdvak. “We willen dat je kind tij­ dens zijn ziekte geen achterstand

Geen pyjama

“Elk kind heeft recht op onderwijs, ook een ziek kind”

“Onze school is een echte school”, begint Ludo Govaerts. De directeur van de ziekenhuisschool is een man met een missie. Voor z’n leerlingen en leerkrachten gaat hij door het vuur. Dat voel je zo. “De kinderen moeten zich bij ons echt ‘op school’ voelen”, gaat hij verder. “Daarom bevindt de school zich in een ander gebouw, apart van het ziekenhuis. We verwachten van onze leerlingen ook dat ze in normale kledij – dus

school ook zijn. Zo kunnen ze hun ziekte eventjes achter zich laten.” Daarom geven de leerkrachten van de ziekenhuisschool ook zo weinig mogelijk les aan bed. “Les aan bed is te bedreigend. Er kan elk moment een dokter of een verpleegkundige binnenkomen. Bovendien blijft je kind daar een ‘zieke’ en geen leer­ ling. Dus dat doen we alleen als het niet anders kan.”

6 UZ-magazine - december 2011

oploopt. Eens genezen kan het daar­ door zijn opleiding en zijn leven gewoon verderzetten.” De school geeft de kinderen een toekomstper­ spectief. Vroeger werden zieke kinde­ ren alleen gezien als zorgbehoeven­ den. Eens genezen werd het gewone kinderleven weer opgenomen, soms met veel achterstand op school. Aan onderwijs voor zieke kinderen besteedde men geen aandacht. Ludo


leg van het medische team is er voor elke leerling iemand van de zieken­ huisschool aanwezig. Ludo Govaerts: “Zo krijgen wij informatie over de medische toestand van het kind, bij­ voorbeeld over nieuwe medicatie of een ingreep. Wij geven ook informa­ tie, gaande van een reactie op medi­ catie tot de gemoedstoestand van het kind.” De samenwerking met de thuisschool gaat vooral over de vak­ ken die het kind volgt. Welke vakken

moment. Daarna gaat elk klasje naar z’n eigen hoekje.“ De klasjes zijn niet echt opgedeeld per leeftijd. Dat kan ook niet. Soms zijn er van een bepaal­ de leeftijd veel of weinig kindjes. Sien Degelin: “Maar we houden ook reke­ ning met de ruimte die we hebben. Sommige kindjes hebben een baxter, wat plaats neemt in de klas. Anderen kun je dan weer niet samenzetten, omdat ze niet van de apparatuur van de andere kindjes afblijven. Maar

“Je kind krijgt hier honderd procent individuele aandacht”

Govaerts: “Die visie is gelukkig ver­ anderd. Zieke kinderen hebben even­ veel rechten, maar dan aangepast. Ze moeten ook hun plaats in de maat­ schappij kunnen veroveren en later hun kost kunnen verdienen. En zelfs als er geen toekomstperspectief meer is, vinden wij het belangrijk om de boodschap te geven dat school wel degelijk zin heeft. Doe je dat niet, dan geef je terminaal zieke kinderen op voor ze er niet meer zijn. Dat mag niet de bedoeling zijn!”

Overleg

moet je kind zeker volgen, welke leerstof hebben de leerlingen in de thuisschool gehad, waren er toetsen? “Op die manier blijft je kind ook leerling in die school. Zowel de leer­ krachten als de leerlingen van de thuisschool voelen zich meer betrok­ ken. Je kind moet trouwens ook inge­ schreven blijven in zijn thuisschool, ook al loopt het bij ons les.” Medische informatie krijgt de thuis­ school van de ziekenhuisschool niet, daarvoor worden ze doorverwezen naar de ouders. Zij beslissen wat ze aan de thuisschool willen vertellen. Een schooldag bestaat uit maximaal twee lesuren van vijftig minuten, meestal gespreid over voor- en namiddag. “Een kleutertje komt in een van de drie kleine kleuterklasjes terecht, elk klasje telt twee tot drie kindjes”, weet Sien Degelin, orthope­ dagoge van de ziekenhuisschool. “Aan het begin van elk lesuur hebben de drie klasjes een gezamenlijk

gemengde kleuterklassen hebben ook voordelen: de kinderen helpen elkaar en kunnen veel van elkaar leren.”

Privéles Vanaf de lagere school krijgen de leer­ lingen van de ziekenhuisschool eigen­ lijk privéles op maat. “De kinderen krijgen individueel les”, vertelt Sien Degelin. ”En we gebruiken de hand­ boeken van de thuisschool. Zo kan je kind nadien gemakkelijk aansluiten bij zijn eigen school.” Leerlingen uit het secundair onderwijs krijgen in de ziekenhuisschool alleen les in de hoofdvakken. Dat zijn de vakken die ze moeten kennen om over te gaan naar het volgende jaar. “De hoofdvak­ ken verschillen van leerling tot leer­ ling en zijn afhankelijk van de rich­ ting die de kinderen volgen in de thuisschool. Voor het ene kind is dat bijvoorbeeld wiskunde, voor het andere Frans. Voor een leerling uit een technische of een beroepsrichting kan het een doe-vak zijn.”

Vanaf wanneer mag een kind naar de ziekenhuisschool? “Vanaf het ogen­ blik dat het in z’n schoolse leven bedreigd wordt”, vertelt Ludo Govaerts. “In de praktijk zullen we vanaf ongeveer een week ziekenhuis­ verblijf aan het kind en zijn ouders voorstellen om bij ons les te volgen.” Overleg is daarbij cruciaal, zowel met de ouders en het medische team als met de thuisschool. Op het over­

Sien Degelin en Ludo Govaerts: “In onze school zijn de kinderen gewoon leerling. Zo kunnen ze hun ziekte eventjes achter zich laten.”

UZ-magazine - december 2011

7


“Het is ook de thuisschool die de zieke leerling taken opgeeft en de toetsen en examens doorspeelt”, vult Ludo Govaerts aan. “Wij sturen de ingevulde taken en toetsen terug. De thuisschool verbetert ze. Daarom is nauw contact tussen sommige leraars en de klastitularissen van beide scho­ len belangrijk. Wij zorgen dat je kind de leerstof krijgt en begrijpt. Maar het is uiteindelijk de thuisschool die beslist of je kind geslaagd is en zijn diploma krijgt of niet.” Het concept van de ziekenhuisschool werkt. De meeste leerlingen slagen en kunnen naar het volgende jaar. Veel leerlingen zitten met hun leer­ stof zelfs voor op de klasgenootjes van de thuisschool. “Dat is omwille van die individuele lessen”, glim­ lacht Ludo Govaerts. “Je kind krijgt hier honderd procent individuele aandacht. Snapt je kind bepaalde leerstof niet, dan legt de leerkracht van de ziekenhuisschool de materie uit tot je kind het snapt. Een leer­ kracht in de thuisschool kan dat niet. Hij legt iets wel twee keer uit, maar geen drie of vier keer. Het omgekeer­ de geldt ook. Als je kind iets snel begrijpt, gaan we er sneller over. In de thuisschool moet de leerkracht rekening houden met iedereen.” “De thuisschool blijft wel altijd de rode draad voor de toekomst van je kind”, besluit Ludo Govaerts. “Wij zorgen gewoon dat de puzzel mooi past en dat je kind erbij blijft horen, op school en in onze samenleving.” Meer info op www.kuleuven.be/uzschool w

“Een fantastische uitvinding” Tijdens de krokusvakantie van 2010 viel voor Benno en zijn ouders een zwaar verdict. De dokters stelden bij Benno acute leukemie vast. Een langdurige ziekenhuisopname en een aantal zware behandelingen volgden. Nog geen week na zijn opname stonden een aantal mensen van de ziekenhuisschool al aan Benno’s bed … Ondertussen zijn we bijna twee jaar verder. Benno (14) wordt nog behandeld, maar gaat ondertussen terug hele dagen naar z’n gewone school, het Heilige Drievuldigheidscollege (HDC) in Leuven. Benno: “Zonder de ziekenhuisschool had ik een jaar verloren”

Wat dachten jullie toen de mensen van de ziekenhuisschool langskwamen? Benno: “Ik dacht: wat komen die hier nu doen!? Ik heb wel andere dingen aan mijn hoofd. Moet ik nu ook nog naar school? Ik wil gewoon zo snel mogelijk genezen, zodat ik naar huis kan.” Benno’s moeder Heidi: “Benno was eerst inderdaad niet enthousiast. Wij hadden wel snel door dat hij lang in het ziekenhuis zou moeten blijven. Bij Benno kwam dat besef een beetje later. Dus gingen we erop in.” Hoe verliep dat opstarten van de lessen in de ziekenhuisschool? Benno’s moeder: “Dat verliep allemaal vrij vlot en snel. De ziekenhuisschool nam contact op met de school en samen kozen we de vakken uit die voor Benno belangrijk waren om naar het tweede middelbaar te kunnen.” Benno: “Dat waren Nederlands, Frans en wiskunde. Voor het tweede jaar moest ik ook een richting kiezen. Ik wou absoluut geen Latijn doen, maar wel wiskunde. Voor de hoofdvakken in de ziekenhuisschool werd daar dan rekening mee gehouden.” Wat vond je het leukst? Benno: “Dat je dieper kunt ingaan op iets dat je niet begrijpt. Eigenlijk had ik een privéleraar. Als ik de leerstof snapte, gingen we sneller. Als ik iets niet begreep, gingen we trager. Voor Frans zat ik zo veel voor op de andere leerlingen. Bij de andere vakken een beetje.” Benno’s moeder: “Eerst geloofden we niet dat Benno bij kon blijven op school. Maar hij was perfect op schema. Omdat hij van maart tot april 2010 erg ziek was stond hij net voor de paasvakantie achter. Maar in juli had hij die achterstand helemaal ingehaald.” Zou je nog naar de ziekenhuisschool gaan als het moest? Benno: “Heel zeker. Zonder de ziekenhuisschool had ik een jaar verloren.” Benno’s moeder: “Die mensen verdienen een dikke pluim. Benno is gewoon kunnen instappen waar hij uitgevallen is. Zonder de ziekenhuisschool had hij zijn jaar moeten overdoen en was hij in een andere klas terechtgekomen, bij nieuwe kinderen die niets van z’n situatie wisten. Nu is hij er altijd bij blijven horen. Volgens ons is de ziekenhuisschool een fantastische uitvinding!”

8 UZ-magazine - december 2011


Méér keuze, niet ver, en anders!

“Ergonomische” matrassen – lattenbodems – hoofdkussens – bureaustoelen – relaxzetels massagezetels – salons – kniestoelen - zit-en statafels – zitballen ...

Bedking-Ergopolis Leuvensesteenweg 338 - B - 3190 Boortmeerbeek Tel.: 015 52 03 60 • Fax: 015 52 03 62 • e-mail: info@bedking.be

Open: 10u00 – 18u30 Zaterdag: 10u00 – 18u00 • Zondag: 14u00 – 18u00 • Dinsdag en feestdagen gesloten

www.bedking.be

Gespecialiseerde kinesitherapeuten helpen je graag ter plaatse het beste te kiezen voor je rug.

Slaap wel, zit wel!


Bij de diagnose alzheimer denken we vaak aan het ergste. Onterecht, zo vertelt prof. dr. Rik Vandenberghe. “Er zijn heel wat misverstanden over de meest voorkomende vorm van dementie.”

Neurologie

Jan Bosteels

Misverstanden over de ziekte van Alzheimer De ziekte van Alzheimer is beladen met een sterke emotionele bijklank: we denken onmiddellijk aan de zware aftakeling die je vaak bij deze patiënten ziet. Minder bekend is dat een grote groep patiënten bij wie de diagnose gesteld is, nog jaren tot heel wat in staat zijn. Alzheimer kan mensen al op jongere leeftijd treffen, maar het voorkomen van de ziekte neemt exponentieel toe met de leeftijd. Op 85 jaar heeft onge­ veer dertig procent van de mensen last van alzheimer. De ziekte uit zich door toenemende geheugenproble­ men. In een eerste fase wordt nieuwe informatie makkelijk vergeten. Naarmate de ziekte zich verder zet, kan ook het taal- en organisatiever­ mogen afnemen. Prof. dr. Rik Vandenberghe is hoofd van het labo­ ratorium voor cognitieve neurologie, adjunct-kliniekhoofd neurologie en arts bij de geheugenkliniek, die zich 10 UZ-magazine - december 2011

onder andere met de behandeling van de ziekte van Alzheimer bezig­ houdt. “De laatste jaren is het bewustzijn rond alzheimer

sche aantasting van de hersenen. Dat onderscheid wel te maken, is een van de belangrijkste opdrachten van de geheugenkliniek.”

“Patiënten gaan onterecht uit van een pessimistisch scenario van totale aftakeling binnen enkele jaren” gegroeid”, vertelt hij. “Alsmaar meer mensen met geheugenproblemen nemen contact met ons op, nog voor de ziekte een impact heeft op hun dagelijks functioneren. Als we ouder worden, is het volstrekt normaal dat bepaalde aspecten van het geheugen achteruitgaan. In een beginnend sta­ dium van de ziekte van Alzheimer is het niet echt eenvoudig om een onderscheid te maken tussen norma­ le achteruitgang en een pathologi­

Bittere pil Om te bepalen of iemand alzheimer heeft of niet, is een grondig medisch onderzoek nodig, vaak aangevuld met een neuropsychologisch onder­ zoek waarbij het geheugen en de aan­ dacht meer in detail worden getest. “De vuistregel om een onderscheid te maken tussen gewone verouderings­ fenomenen van het geheugen en alz­ heimer, is dat het laatste een weerslag


Soorten dementie Dementie is er in vele vormen: niet iedereen die dement is, heeft de ziekte van alzheimer. Maar de ziekte van Alzheimer is de wel de meest voorkomende vorm van dementie. Ongeveer 70 procent van alle dementiepatiënten heeft Alzheimer. De ziekte van Alzheimer staat voor een min of meer geleidelijke achteruitgang van het geheugen, omdat de cellen in bepaalde delen van de hersenen niet meer naar behoren functioneren en er zich ophopingen voordoen van eiwitten, voornamelijk tau-eiwit en bètaamyloïd. Een andere vorm is vasculaire dementie: die wordt veroorzaakt door stoornissen in de doorbloeding van de hersenen, waarbij de hersenen te weinig zuurstof krijgen en beschadigd geraken. In tegenstelling tot het voortsluipende alzheimer, treedt vasculaire dementie soms plots op. Bij frontotemporale dementie is dan weer vooral het voorste deel van de hersenen beschadigd. Het gaat over hersengebieden die instaan voor ons gedrag, emotionele reacties, spraak en taal. Bij Lewy-Body-dementie ten slotte worden de kenmerken van alzheimer gecombineerd met verschijnselen van de ziekte van Parkinson: beven, stijfheid, langzaam bewegen en een gebogen houding.

In de geheugenkliniek probeert men een onderscheid te maken tussen normale achteruitgang van het geheugen en een aantasting van de hersenen.

heeft op je dagelijks functioneren”, zegt prof. dr. Vandenberghe. “Je hebt moeite om financiële verrichtingen uit te voeren, je vindt de weg niet of je hebt het moeilijk om zelfstandig medicatie in te nemen. Maar zelfs met die vuistregel moet je voorzichtig zijn. Alzheimer is een heel geleidelijk proces, dat vaak op een subtiele manier begint.” De diagnose alzheimer is een bittere pil om te slikken, zowel voor de patiënt als voor zijn familie en vrien­ den, ook omdat in de volksmond de term Alzheimer synoniem is voor zijn ergste stadia. “Er wordt dan ook veel aandacht besteed aan de manier waar­ op de diagnose wordt meegedeeld”, legt prof. dr. Vandenberghe uit. “Het is belangrijk de patiënt zelf in te lichten over de diagnose, samen met de zorg­ verleners en de familieleden. Zo krijg je iedereen op dezelfde lijn. En zo krijgt de partner ook de kans om met de patiënt te spreken over wat er kan worden gedaan. We hebben daarbij veel oog voor het feit dat de term alz­ heimer beladen is met een sterke emo­ tionele bijklank, die niet altijd terecht is. In de medische wereld verwijst de term naar een breed spectrum, gaande van een heel licht sta­dium tot de meer gevorderde stadia. Heel veel mensen bij wie de diagnose is gesteld, zijn nog jaren tot heel wat in staat.”

Patiënten reageren erg uiteenlopend op het vernemen van de diagnose. “Sommige patiënten hebben het moeilijk met het label alzheimer, het vraagt enige tijd voor ze er mee in het reine komen”, zegt prof. dr. Vandenberghe. “Anderen gaan er op een vrij positieve manier mee om. Ze slagen erin hun geheugenproblemen in hun leven te integreren. En dat is

volledig stopzetten. “Twee groepen geneesmiddelen hebben een bewezen effect op alzheimer”, aldus prof. dr. Vandenberghe. “De cholinesteraseinhibitoren en memantine hebben een gunstig effect op de geheugenfuncties en het dagelijks functioneren van mensen met alzheimer. Maar in het predementiële stadium, waarin de dagelijkse activiteiten nog niet zijn aangetast, is het effect van deze geneesmiddelen niet aangetoond.” De belangrijkste oorzaak van de ziekte van Alzheimer is genetisch. “Erfelijke factoren verklaren ongeveer zeventig procent van alle alzheimergevallen”, zegt prof. dr. Vandenberghe. Zijn er manieren om de ontwikkeling van alz­

“Op 85 jaar heeft ongeveer dertig procent van de mensen last van Alzheimer” prima zo. Een belangrijk beginsel in de omgang met alzheimerpatiënten is dat je hen best zo weinig mogelijk confronteert met hun moeilijkheden. Als het geheugen hen parten speelt, kun je eventueel wat bijspringen. Het is weliswaar belangrijk om de diag­ nose op een open manier toe te lich­ ten, maar helemaal niet nodig om er in het dagelijkse leven de aandacht op te vestigen. Tenzij de patiënt het onderwerp zelf ter sprake brengt.”

Erfelijk? Eens de diagnose van de ziekte van Alzheimer is gesteld, kan er op ver­ schillende fronten met de behandeling gestart worden. Wat de wetenschap nog niet kan, is alzheimer genezen of

heimer af te remmen of tegen te gaan? “Wie zijn geheugenfuncties op oudere leeftijd zo goed mogelijk wil houden, begint daar best al op middelbare leef­ tijd aan”, zegt de neuroloog. “We spo­ ren mensen aan om hun interesses en fysieke activiteiten op peil te houden. Het is belangrijk je intellectuele activi­ teiten en sociale contacten te onder­ houden. Er is namelijk aangetoond dat mensen die actiever zijn op oudere leeftijd, minder kans hebben om de ziekte van Alzheimer te krijgen. Al weten we niet wat daarbij oorzaak en wat gevolg is. Ten slotte: wie op mid­ delbare leeftijd leeft op een mediter­ raan dieet met veel groenten, vis en fruit en voldoende fysieke activiteit heeft, met goede waarden voor bloed­ UZ-magazine - december 2011 11


IMMUUN

ACUUT

INFUUS

INGREEP

DOSIS DIAGNOSE ZUURSTOFNAZORG INGREEP SCAN DOSSIER

OBSERVATIE

VACCINATIE

AFSPRAAK

Kom je woordje doen

www.uzleuven.be/jobs

Topreferent zijn in patiĂŤntenzorg, opleiding en onderzoek. De hoofdopdrachten van UZ Leuven kun je in deze drie woorden samenvatten. Maar de realiteit achter deze woorden is veel complexer en boeiender. Om onze toonaangevende rol in BelgiĂŤ en Europa te behouden en verder uit te bouwen, bundelen meer dan 8 700 medewerkers in diverse disciplines elke dag hun expertise en passie voor kwaliteit in gezondheidszorg. Wij zijn altijd op zoek naar nieuw gemotiveerd talent, zoals (m/v)

verpleegkundigen, zorgkundigen, paramedici, informatici, ingenieurs en (medical) management assistants. Voel je je aangesproken? Ga dan snel naar www.uzleuven.be/jobs en ontdek onze vacatures. Je komt er ook te weten wat wij begrijpen onder de woorden veelzijdig aanbod, doorgroei- en opleidingsmogelijkheden, en coaching binnen een stimulerende werkomgeving.


Prof. dr. Rik Vandenberghe: “Als we de diagnose vroeger zouden kunnen stellen, vóór de geheugenproblemen opduiken, kunnen in de toekomst behandelingen meer effect hebben” druk en cholesterol, krijgt minder last van hart- en vaataandoeningen, maar volgens epidemiologische studies ook minder vaak de ziekte van Alzheimer.”

Toekomst Aan welk tempo alzheimer zich ont­ wikkelt, hangt af van patiënt tot patiënt. De levensperspectieven ver­ schillen ook naargelang de leeftijd waarop alzheimer wordt vastgesteld. “Algemeen geldt dat de ziekte bij de ene patiënt een traag verloop kent, terwijl we bij anderen al in de eerste jaren na de diagnose een achteruit­ gang zien”, vertelt prof. dr. Vandenberghe. “Het is belangrijk om de patiënten regelmatig op te volgen, want zij gaan meestal uit van een pes­ simistisch scenario van totale aftake­ ling binnen enkele jaren, terwijl dat vaak onterecht is. Maar we moeten realistisch zijn: het kenmerk van een neurodegeneratieve aandoening is dat ze vooruitschrijdt. Op een bepaald moment kan de patiënt wel degelijk in een gevorderd stadium terechtko­ men, waarbij de basisactiviteiten van het dagelijks leven moeilijk verlopen en de patiënt meer en meer afhanke­ lijk wordt van zijn partner en de pro­ fessionele zorgverleners.” Het toekomstperspectief van iemand tussen de 55 en 60 jaar met alzheimer

is anders dan dat van iemand van 85 met de ziekte. Het eerste is weliswaar vrij zeldzaam. Op 60 jaar komt alzhei­

mer voor bij 0,5 procent van de bevol­ king. Vanaf 65 gaat het over 1 procent van de mensen, en dat cijfer verdub­ belt per vijf jaar. Oudere patiënten krij­ gen vaak andere medische aandoenin­ gen die de levensverwachting beper­ ken. Jongere patiënten blijven vaak tot ver in het ziekteverloop fysiek in vrij goede vorm. Het onderzoek naar de oorzaken en de behandeling van alzheimer volgt verschillende paden. Professor Vandenberghe: “UZ Leuven verricht onder andere onderzoek naar manie­ ren om de afwijkingen die bij de ziek­ te van Alzheimer in de hersenen optreden beter vast te stellen. We wil­ len nagaan of we aan de hand daar­ van kunnen voorspellen of de ziekte zich zal ontwikkelen. Dat kan van belang zijn bij de behandeling, want we zijn ervan overtuigd dat de toe­ komstige behandeling efficiënter zal verlopen als we de ziekte zo vroeg mogelijk kunnen opsporen. Eens de zenuwcellen verloren zijn, is het erg moeilijk om ze te herstellen. Als we de diagnose vroeger zouden kunnen stellen, vóór het stadium van de dementie, of misschien zelfs vóór de geheugenproblemen opduiken, kun­ nen de behandelingen in de toekomst mogelijk meer effect oogsten.” w

Wat is de geheugenkliniek? In de geheugenkliniek van UZ Leuven werken specialisten samen aan de diagnose en behandeling van cognitieve stoornissen en dementie. De multidisciplinaire werking staat onder dagelijkse leiding van de professoren Rik Vandenberghe (neuroloog), Mathieu Vandenbulcke (ouderenpsychiater) en Jos Tournoy (geriater). Bijzondere aandachtspunten zijn: • vroegtijdige diagnose van de ziekte van Alzheimer, vaak nog vooraleer de ziekte dementie veroorzaakt • patiënten met woordvindingsproblemen • patiënten met persoonlijkheids- en gedragsveranderingen ten gevolge van frontotemporale degeneratie • de diagnose van dementie op jonge leeftijd (< 65 jaar) • familiale vormen van dementie Een open communicatie met patiënten en de naaste familieleden is daarbij belangrijk. Meer info op www.uzleuven.be/geheugenkliniek. Van professor Rik Vandenberghe verscheen ook het boek Gesprekken over dementie, met tips over hoe je kunt omgaan met alzheimerpatiënten en getuigenissen van vier bekende Vlamingen die te maken kregen met een dement familielid. U.z.Magazine dec2012_Opmaak 1 15/11/11 20:48 Pagina 1

w ! Nieu ven u e te L

Elke vrouw heeft het recht om ALTIJD MOOI te zijn, voor, tijdens en na kanker.

A LT I J D

MOOI T O U J O U R S

B E L L E

• Pruiken & haarwerken • Sjaals, mutsen, petten, enz • Special Care: Lingerie, badmode, casual, borst protheses • Beauty: Make-up, verzorging

Lei 6 • 3000 Leuven • Tel. 0476 45 50 83 • www.altijdmooi.be

TOUJOURS

UZ-magazine - december 2011 13


Pijn: iedereen krijgt er wel eens mee te maken. Als je naar het ziekenhuis moet, is de kans op pijn bovendien groter. Maar mag pijn blijven? Wanneer wordt pijn een probleem? En hoe gaat UZ Leuven met pijn om?

Pijncentrum

An Kestens

Pijn mag niet blijven Dat pijn weer weggaat, lijkt voor iedereen logisch. Toch is er pijn die, zonder dat je het goed en wel beseft, je dagelijkse leven insluipt. “Pijn na een operatie is toch normaal?“, den­

Fotoshoot aan huis 14 UZ-magazine - december 2011

ken patiënten dan. “Gewoon nog even op m’n tanden bijten. Zolang ik maar geen pijnstillers moet …” Maar als je er even bij stilstaat, is pijn nooit normaal.

Bolle Buik en Baby

Acuut of chronisch? “Er zijn twee soorten pijn.” Aan het woord is Susan Broekmans, doctor in de biomedische wetenschappen en

OOIEVAARSBOOM.BE


Pijn een score geven is heel belangrijk, zowel voor de patiënt als de hulpverlener.

verpleegkundig pijnspecialist van het ziekenhuis. “Er is acute pijn en er is chronische pijn. Acute pijn ontstaat plotseling en gaat relatief snel weer over. Chronische pijn is pijn die maandenlang aanhoudt, ondanks behandeling of ogenschijnlijk volle­ dige genezing. Acute pijn is vooral

niet mee blijven zitten. Acute, niet of slecht behandelde pijn heeft negatie­ ve gevolgen voor het genezingspro­ ces en kan chronisch worden. Daarom is op tijd met de juiste pijn­ behandeling beginnen heel belang­ rijk. Susan Broekmans: “Een patiënt die veel pijn heeft, voelt zich oncom­

“Een patiënt mag niet met zijn pijn blijven zitten: dat is nadelig voor zijn herstel” een belangrijk signaal dat je niet mag negeren. Het betekent dat er iets in je lichaam gebeurt dat om behandeling vraagt. Chronische pijn is veel moei­ lijker te behandelen. Het letsel lijkt volledig genezen, waardoor er geen duidelijke oorzaak voor de pijn zelf meer is. Het pijnsysteem van de patiënt slaat eigenlijk tilt en de pijn heeft geen waarschuwingsfunctie meer. Bij zo’n chronische pijn zullen de klassieke pijnbehandelingen dus niet echt goed meer helpen.” Aan pijn moet je iets doen, je mag er

Leve de LATS! F SERVICE

fortabel en laat zijn doen en laten te veel beïnvloeden door die pijn. Daardoor zal hij bijvoorbeeld minder mobiel worden. Sommige patiënten hebben door de pijn ook schrik om diep door te ademen of te hoesten, wat voor complicaties kan zorgen.”

Pijnscore Om goed te kunnen genezen moet je je nochtans comfortabel voelen. “UZ Leuven wil dat al haar hulpver­ leners luisteren naar de patiënt en aandacht hebben voor zijn comfort.

Leve

E SFEER de WARM LIGHEID L E Z en GE ID en E H de VRIJ NDIGHEID ZELFSTA ITEITEN de ACTIV AIRE IN L U C het EID H IG IL de VE ICE de SERV

Zo komen we tot ‘Een ziekenhuis met minder pijn’. Dat is trouwens ook de naam van de werkgroep die binnen UZ Leuven rond pijn werkt.” Om dat comfort te verzekeren en om je pijn zo goed mogelijk te kunnen behan­ delen, vragen de verpleegkundigen van het ziekenhuis minimaal twee keer per dag hoeveel pijn je hebt. Je moet je pijn dan een score geven van nul tot tien. Nul is geen pijn, tien is ondraaglijke pijn. Vanaf score vier start het ziekenhuis met een pijnbe­ handeling via pijnstillers of oefenin­ gen. Mindert de pijn niet, dan past men bijvoorbeeld de medicatie aan. Waarom zo’n pijnscore? “Pijn is sub­ jectief”, verduidelijkt Susan Broekmans. “Iets wat bij de ene patiënt veel pijn doet, kan bij de andere minder pijn doen. Toch is die score belangrijk. Als we de patiënt regelmatig vragen om zijn pijn pun­ ten te geven, zal hij die evaluatie altijd maken vanuit zijn eerste score. Zo zien wij of de pijn vermindert of toeneemt. De hoogte van die score doet er voor ons op dat moment niet zoveel toe, want elke patiënt met te veel pijn krijgt een pijnbehandeling.” Daarnaast zorgt de score ervoor dat alle hulpverleners tijdens het overleg over de patiënt en over z’n pijn op dezelfde golflengte zitten. Dat komt zijn behandeling en zijn genezings­ proces alleen maar ten goede. “En uiteindelijk is het dat wat telt”, rondt Susan Broekmans het gesprek af. “Een patiënt moet snel kunnen gene­ zen. Daarom mag pijn niet chronisch worden. Een patiënt mag dus zeker niet met pijn blijven zitten.” w

elaar De DrOuveivrijse ie t n e Residlsesteenweg 133, 2012) (opening Brusse eek rg lb a a n M e e e Grimb tie D Residlseestneenweg 37, 1850 Brusse ses Pa80oUlakkel tie Pwrin n e id g s e e R bergsesteen 905, 11 Alsem arden GreenEvG ie t re n e e id 40 s Re nantlaan 20, 11 H. Du phineeek tie Jose Residenn 26, 1030 Schaarb Charbolaa

0 92 646

e o 080 Meer inf .seniorenflats.b w w w

UZ-magazine - december 2011 15


Het winterweer doet ons lichaam geen goed. Soms zorgt de koude zelfs voor jeukende of pijnlijke zwellingen op vingers en tenen. Hoe komt dat? En hoe kun je je daartegen wapenen?

Dermatologie

Karen De Bakker

Winter in handen en voeten De koude winter staat weer voor de deur. Met een warme muts en sjaal komt u zonder al te veel problemen door de vrieskou. Maar vergeet niet om ook handen, voeten en eigenlijk uw hele lichaam te beschermen tegen de lage temperaturen. Zeker wan­ neer u gevoelig bent aan zogenaam­ de winterhanden of -tenen. Prof. dr. Petra De Haes werkt op de afdeling dermatologie van UZ Leuven: zij krijgt in deze periode vaak mensen met die aandoening over de vloer. Wat zijn de typische symptomen van winterhanden en -tenen? Professor De Haes: “De patiënten heb­ ben meestal te kampen met dezelfde ongemakken: jeukende of pijnlijke zwellingen van vingers of tenen. Maar je mag deze verschijnselen niet 16 UZ-magazine - december 2011

verwarren met de typische droge handen met hun kloofjes en wondjes. Want er zijn heel wat mensen die daar in de wintermaanden ook last van hebben. In dat geval gaat het gewoon om een vorm van uitdroging of eczeem.”

en tenen, maar soms worden zelfs de neus en de oren niet gespaard. De medische term van deze aandoening is perniosis of perniones. Daarnaast wordt ook het zogenaamde Raynaud-fenomeen gezien als een vorm van winterhanden of -tenen.

“Voeding heeft geen invloed op winterhanden en –tenen” Waar zit dan het verschil? “Bij winterhanden of -tenen krijg je heuse builen of eventueel blaasjes op je vingers of tenen. Ze hebben een roodpaarse kleur en doen meestal pijn of branden hevig. We spreken ook wel eens van koudebuilen. Meestal treffen we ze aan op vingers

Mensen die hieraan lijden, krijgen bij temperatuurverschillen witpaarse vingers die bij opwarming erg rood worden.” Hoe krijg je eigenlijk winterhanden en -tenen? “Dat gebeurt door de combinatie van


afkoelen. Nu ja, het is dan eigenlijk opnieuw het temperatuurverschil dat de vorming van de koudebuilen of blaasjes in de hand werkt.” Zitten winterhanden en -tenen in de familie? Gaat het om een erfelijke aandoening? “Waarschijnlijk wel. Perniosis treffen we vooral aan bij jonge vrouwen, vaak vanaf de puberteit. In heel wat gevallen blijkt dat ook hun moeder hier gevoelig aan is of was. Erfelijkheid speelt dus wellicht mee in het hele verhaal.”

lage temperaturen en een foutje in je lichaam. Bij blootstelling aan koude trekken je kleine bloedvaatjes sowie­ so samen. Dat is een natuurlijk beschermingsmechanisme van het lichaam. Het zorgt ervoor dat de doorbloeding in handen en voeten vermindert. Met als doel: ervoor te zorgen dat je vitale organen warm blijven. Maar bij perniosis is er iets fout in dit mechanisme: zelfs bij een heel klein temperatuurverschil trek­ ken de bloedvaatjes al samen. En daardoor ontstaan die vervelende zwellingen. Je zou dus kunnen stel­ len dat de thermostaat van de bloed­ vaten niet goed werkt. Heel soms is er ook meer aan de hand, zoals eiwit­ ten in de bloedbaan die bij lage tem­ peraturen neerslaan en daardoor ver­ stoppingen veroorzaken in de kleine bloedvaatjes. En heel uitzonderlijk is perniosis een eerste teken van een onderliggende ‘systeemziekte’.” Is koude de grootste boosdoener? “Ja. Ook vochtigheid speelt mee, vooral bij de voeten. Als je last hebt van zweetvoeten, zorgt de verdam­ ping er namelijk voor dat ze gaan

Hoe kun je jezelf er dan tegen wapenen? “In de eerste plaats moet je handen en voeten warm en droog zien te houden. Neem dus je voorzorgen. De juiste kledij is heel belangrijk. Draag bijvoorbeeld geen wollen sokken, maar kies voor een stof die beter ademt, zoals katoen. Als je last hebt van zweetvoeten, neem dan bijvoor­ beeld een extra paar droge kousen mee naar het werk, zodat je ’s mid­ dags kunt wisselen. Brede schoenen zijn ook aan te raden, en een anti­ zweetcrème smeren kan eveneens helpen. Voor de handen zijn de juiste handschoenen belangrijk. Het ade­ mende materiaal waarmee fietsers, paardrijders en andere avontuurlijke sporters hun handen beschermen is ideaal voor wie last heeft van winter­ handen. Denk er trouwens aan om niet alleen handen en voeten, maar je hele lichaam warm te houden. Bewegen is eveneens aan te raden voor een betere bloedcirculatie. Dat is ook zo bij massage van handen en voeten.” Bestaan er ook doeltreffende behandelingen? “We kunnen de defecte thermostaat van de bloedvaten jammer genoeg niet repareren. De blaasjes en wond­ jes moet je sowieso goed verzorgen en ontsmetten. Anders kunnen ze op termijn gaan ontsteken. Als een

Professor Petra De Haes: “Perniosis treffen we vooral aan bij jonge vrouwen, vaak vanaf de puberteit.”

patiënt veel pijn of jeuk heeft, dan proberen we hem te helpen met cor­ tisonezalf. Maar dat kan maar tijde­ lijk. Wanneer hij echt heel veel last heeft, proberen we met vaatverwij­ dende producten het leed te verzach­ ten. En we raden onze patiënten trouwens sowieso een rookstop aan: ook dat heeft een invloed op de bloedcirculatie.” Tot slot: welke fabeltjes circuleren er over winterhanden en -tenen? “Ik lees wel eens over het gebruik van ultraviolet licht bij de behande­ ling van winterhanden en -tenen. Maar volgens mij werkt zo’n UV-therapie niet. Vroeger werden ook vaak injecties met vitamine D gegeven, maar enig effect hiervan is eigenlijk nooit wetenschappelijk aan­ getoond. Perniosis is namelijk niet het gevolg van een of ander tekort in het lichaam. Het is dan ook een fabeltje dat perniosis het gevolg zou zijn van slechte voedingsgewoon­ ten.” w

Hoe voorkom je winterhanden en -tenen? • Hou niet alleen je handen en voeten warm en droog, maar ook je hele lichaam. • Kies voor de juiste kleding: gebruik brede schoenen en ademende sokken en handschoenen. • Smeer een antizweetcrème op je voeten. • Neem je voorzorgen: voorzie een extra paar droge sokken. • Beweeg voldoende en stop met roken.

UZ-magazine - december 2011 17


Zegt de naam myUZ je nog niets? De term betekent zoveel als ‘mijn persoonlijk UZ Leuven-dossier’. Via de computer thuis kan de arts of zorgverlener jou op maat informeren over je ziekte en behandeling.

IT

Jan Bosteels

Prof. dr. Bart Van den Bosch: “Het probleem met internet is dat je er ook heel onbetrouwbare medische informatie op vindt”

MyUZ: betere communicatie tussen ziekenhuis en patiënt Op de website www.uzleuven.be kun je als patiënt doorklikken naar de rubriek myUZ. Patiënten die op die pagina inloggen, belanden in een persoonlijke ruimte, waarin ze geper­ sonaliseerde informatie krijgen. Via myUZ kun je bijvoorbeeld je afspra­ ken met het ziekenhuis checken, maar ook betrouwbare informatie lezen over je ziekte of behandeling. 18 UZ-magazine - december 2011

Je kunt ook zelf informatie doorge­ ven aan het ziekenhuis, van contact­ gegevens tot het bijhouden van een medisch dagboek. Zo’n gepersonaliseerde vorm van informatie-uitwisseling tussen zie­ kenhuis en patiënt is alvast in ons land uniek. Voorlopig is de toepas­ sing grondig uitgebouwd voor een

beperkt aantal zorgprogramma’s of ziekenhuisafdelingen, maar binnen afzienbare tijd zal elke patiënt van UZ Leuven er gebruik van kunnen maken. Het hoofddoel van myUZ? UZ Leuven-patiënten beter en doel­ gerichter informeren over hun ziekte of behandeling. En omgekeerd: ook jij kunt bijvoorbeeld via een dagboek laten weten hoe je je voelt tijdens een


Barbara Raeymaekers (links): “De computer zal natuurlijk nooit het persoonlijke contact met zorgverleners vervangen”

Maar mensen bij wie kanker is vast­ gesteld, verkeren in stress. Heel veel informatie gaat daardoor verloren. MyUZ biedt een goede ondersteu­ ning om die informatie later in alle rust opnieuw te bekijken, wanneer de patiënt er open voor staat.” MyUZ is als het ware de elektroni­ sche versie van de diverse brochures, vragenlijsten en andere communica­ tiemiddelen die de dienst nog altijd gebruikt – en bovendien veel meer dan dat. Alle infobrochures zijn aan­ gepast aan gebruik op internet, en er werd nieuw filmmateriaal aange­ kocht. “Uniek is dat de informatie is aangepast aan de specifieke aandoe­ ning en behandeling van de patiënt, maar ook aan de fase waarin de aan­ doening en de behandeling zich bevinden”, vertelt Barbara Raeymaekers. “Wie een heelkundige ingreep moet ondergaan, zal op dat moment info krijgen over de ingreep en geen informatie vinden over bij­ voorbeeld bestraling. Wie na de ingreep enkel antihormoontherapie nodig heeft, zal geen info over chemotherapie krijgen.”

Betrouwbaar behandeling. Hoe kun je je aanmel­ den op myUZ? Je logt in met je elek­ tronische identiteitskaart (eID) of burgertoken. Daarna kom je, net als bij online bankieren, terecht in jouw beveiligde myUZ­dossier. Dat kan gewoon thuis vanop de computer.

voor alle patiëntenvragen. Wat is dan de meerwaarde van myUZ? De verpleegkundig specialist legt uit: “Met elke patiënt van het MBC hebben we zes vaste contact­ momenten, waarin we hen bijzonder veel informatie en educatie bezorgen.

Prof. dr. Bart Van den Bosch is als IT­directeur van UZ Leuven de gees­ telijke vader van myUZ. De toepas­ sing werd trouwens volledig in eigen huis ontwikkeld. “Het probleem met medische informatie op het internet is dat je heel onbetrouwbare informa­

Aanvullend Voor een heel aantal patiënten is myUZ al dagelijkse kost. Barbara Raeymaekers is een van de verpleeg­ kundig specialisten en trajectbegelei­ der bij het multidisciplinair borstcen­ trum (MBC), een van de pioniers van myUZ in UZ Leuven. In het MBC worden patiënten met een borstaan­ doening behandeld en begeleid. Barbara Raeymaekers benadrukt dat de computer nooit het persoonlijke contact met de zorgverleners zal ver­ vangen, maar wel een uitstekende aanvulling is op de stroom van infor­ matie die patiënten te verwerken krijgen. Het trajectteam blijft ook elke werkdag telefonisch bereikbaar

Neoderm® € 55,-

Ontdek onze nieuwe producten Nu € 895,-

The Original

SUPER

MEDIC

ZIT- EN SLAAPCOMFORT

www.supermedic.be Relax Medicare, electrisch met lift.

T 0495/54 55 60 UZ-magazine - december 2011 19


www.ankaonline.be

Kantoorsupplies Kantoormeubilair Copy Shop Artistiek Lederwaren Tassen & Koffers Luxe Schrijfwaren Cadeautjes

info@ankaonline.be

       

tie vindt”, vertelt hij. “En natuurlijk ook uiterst betrouwbare info, die echter niet noodzakelijk met de spe­ cifieke behandeling van de patiënt in kwestie overeenkomt. Denk aan iemand die informatie zoekt over een bepaalde hartklep, terwijl bij hem een andere wordt ingeplant.” “Daarom leveren we liever zelf de online informatie”, vult Raeymaekers aan. “Informatie die al werd geverifi­ eerd door al onze artsen en mede­ werkers. Dat is iets wat patiënten sterk appreciëren. MyUZ creëert con­ trole en rust en biedt patiënten een duidelijker inzicht in hun ziekte en het behandelingsbeleid. Dat is heel

“Ons ideaalbeeld is dat patiënten dankzij myUZ met een geruster gemoed het ziekenhuis binnenkomen voor een ingreep” belangrijk voor patiënten, die in eer­ ste instantie een gevoel van onmacht hebben en de indruk kunnen krijgen dat alles voor hen wordt beslist. Door hen goed te informeren en alles te herhalen via myUZ, worden men­ sen beter bij de beslissingen betrok­ ken.” Voor patiënten die een chemobehan­ deling ondergaan, biedt myUZ bin­ nenkort nog een interessante module in de vorm van een dagboek. Daarin kunnen ze de nevenwerkingen note­ ren op het moment dat de klachten zich voordoen, wat een veel precie­ zer idee van de problemen geeft dan de herinneringen op een later con­ sult. Gevoelige informatie, zoals een nieuwe diagnose of het resultaat van een labo-onderzoek, zul je in myUZ niet vinden. “Dat wordt altijd face to face verteld”, benadrukt Barbara Raeymaekers.

Mondiger

ANKA OFFICE PLANET Jennekensstraat 82 3150 Haacht Tel 016 55.00.70 Fax 016 55.00.71 OPENINGSUREN ma 13.30-18.30 di-vr 9.00-12.15 en 13.30-18.30 za 10.00-18.00 zondag gesloten 20 UZ-magazine - december 2011

dat patiënten soms moeten bijhou­ den. De feedback komt direct en overzichtelijk voor de arts in het dos­ sier terecht. Het resultaat is een bete­ re wisselwerking, waarbij het ultieme doel is dat de patiënt zich lid gaat voelen van het behandelende team.” Dreigt er niet veel tijd en energie in myUZ te sluipen die anders aan de patiënten zou worden besteed? “Integendeel”, zegt prof. dr. Van den Bosch. “Als het systeem een keer opgestart is voor een dienst, worden patiënten deels automatisch gelinkt naargelang het zorgprogramma waarin ze zich bevinden. Verder kan de arts specifieke informatie aanklik­

“Van bij het opzet was myUZ een manier om patiënten beter te infor­ meren over hun behandeling en hen beter te betrekken bij de te maken keuzes”, vertelt prof. dr. Van den Bosch. “Ons ideaalbeeld is dat patiënten dankzij myUZ met een geruster gemoed het ziekenhuis bin­ nenkomen voor een ingreep. De patiënt van vandaag is mondiger en vraagt meer informatie. MyUZ speelt daarop in. Het elektronisch dagboek werkt ook veel beter dan het schriftje

ken die voor die patiënt nuttig is.” “MyUZ wordt de komende jaren uit­ gerold voor alle diensten van UZ Leuven en ook voor de Nexuzziekenhuizen (www.nexuzhealth.be), waardoor nog meer mensen aan de informatie kunnen bijdragen en de kwaliteit ervan nog wordt verbeterd”, stelt professor Van den Bosch. “Voorlopig is het wachten op het kan­ telmoment, waarop een meerderheid van de artsen en patiënten er van overtuigd is dat myUZ een meer­ waarde biedt. Een situatie waarbij art­ sen mekaar helpen en patiënten er expliciet naar vragen.” Sommige patiënten van het MBC maken geen gebruik van myUZ, omdat ze thuis geen computer heb­ ben of omdat ze niet gewend zijn om met een pc te werken. Voor hen blij­ ven de oude communicatiemiddelen bestaan. “We vragen mensen bijvoor­ beeld of ze elektronisch hun belastin­ gen invoeren en vertrouwd zijn met de computer,” zegt Barbara Raeymaekers. “Als dat niet zo is, brengen we myUZ eenvoudigweg niet ter sprake. Maar sommigen laten zich helpen door hun partner, die wel met de pc overweg kan. En die vaak heel blij is dat hij meer over de ziekte en de behandeling te weten kan komen zonder zijn zieke partner extra te belasten.”

Meer info op www.myuz.be w


column Vergeten

E

coluMn

Clara Vanuytven

Er was een tijd dat ik de moeilijke schoondochter en zij de lastige schoonmoeder was. Onze werelden verschil­ den, onze smaken liepen uiteen. Ik wou mijn man kle­ den in leuke hemden en broeken, terwijl zij zijn oude kleren nog heel geschikt vond. Ik gebruikte voor haar kleinkinderen Pampers in plaats van luiers, zij recy­ cleerde diepvrieszakjes. Dat maakte mij in haar ogen spilziek en haar in mijn ogen hopeloos ouderwets. Niet dat we daar ooit ruzie over maakten, want we respec­ teerden elkaars mening. Al was het maar omdat we een groot ding gemeen hadden: we hielden allebei heel veel van haar zoon. “Dag mémé! Hoe gaat het?”, begroet ik haar in de zie­ kenzaal. Ze zit in een rolstoel vastgebonden. Omdat ze anders vergeet dat haar heup pas geopereerd is en haar benen de nieuwe stappen nog niet aankunnen. Haar ogen, die zich aan elke bezoeker vastklampen, lichten op. “Dag …”, zegt ze weifelend. Ze keurt de man naast me. “Dag meneer.” “Ken je ons niet?”, vraag ik. Ik geef haar een zoen. Misschien herkent ze mijn stem, mijn geur, een gebaar uit het verleden? Ze giechelt. Noemt dan aarzelend mijn naam. Ze grijpt de hand van mijn man, ze herkent haar zoon. Ze heeft een heldere dag. “Gij zijt goede kinders!”, zegt ze. “Gij zijt goede kin­ ders!” Haar geest die alles vergeet, blijft dat ene zinne­ tje eindeloos herhalen. Het is bijna haar verjaardag. Als ik haar vraag hoe oud ze wordt, kijkt ze verwonderd en haalt ze haar schou­ ders op. “Wat? Zevenentachtig al?”, zucht ze als ik het haar ver­ tel. “Zevenentachtig al …”, herhaalt ze verbaasd. Alsof ze iets cadeau kreeg, zonder het te weten. “Ja, de tijd vliegt. Hoe oud denk je dat ik vorige maand geworden ben?”, pols ik nieuwsgierig. Ze kijkt me aar­ zelend aan, bang om iets verkeerds te zeggen. En noemt dan een cijfer dat heel flatterend zou zijn als anderen die leeftijd op me zouden plakken. Ik tel terug. Zo oud was ik toen pépé stierf. Is haar wereld daarna

stil blijven staan? Laat dat geheugen haar sindsdien in de steek? Ondertussen zijn er jaren voorbijgeslopen. Haar zoon wordt kaler en grijzer en ik lijk ook alsmaar minder op de vrouw die ik toen was. Ik toon haar foto’s van ons gezin en vertel haar de laat­ ste nieuwtjes. De volwassenen op de kiekjes herkent ze niet, want haar kleinkinderen zijn tieners gebleven. Maar ze glundert als ik zeg dat die ukkepukjes haar ach­ terkleinkinderen zijn. “Ge zult wel een fiere opa zijn!”, zegt ze tegen haar zoon. Hé, fijn dat ze dat heeft begrepen. Hij streelt haar arm. Ze wijst naar mij op de foto. Buigt zich naar haar buur­ vrouw. Naar degene die niet goed meer hoort. “Wablief?” “Da’s een slimme!”, herhaalt ze luider. “Een hele slim­ me!” Haar stem klinkt trots. Ik ben verbaasd. Wist niet dat ze zo over me dacht. Ik dacht dat ze zich ergerde aan mijn kennis, ideeën en weetjes. We discussieerden over cholesterol en overgewicht, over bloeddruk en hartkwalen. Haar keuken was rijk aan boter, room en eieren. Het woord ‘dieet’ kende ze niet. Het paste niet in haar zorg om eten. Mager zijn was een teken van honger en oorlog. “Gij zijt goede kinders”, zegt ze nog eens. “Gij zijt goede kinders!” We knikken. Zoals het goede kinderen betaamt. In haar nachtkastje zoek ik naar een zakdoek. Tussen suikerklontjes en postkaarten vind ik het doodsprentje van haar dochter. Wie heeft het haar verteld? Zullen we het verstoppen? Ik wil niet dat ze op een lucide moment ontdekt dat een van haar kinderen gestorven is. Ik kan het idee niet verdragen dat die vreselijke tijding haar meermaals zou overvallen. Hoe zacht een verdriet ook is voor wie vergeet, hoe pijnlijk moet het herontdekken niet zijn? Er was een tijd dat ik niet wist dat zij me bijzonder vond en zij niet dikwijls genoeg hoorde hoe goed ze wel voor ons zorgde. Ik moet het haar nu zeggen. Vaker. En meer­ maals. Zodat ik het nooit zal vergeten. UZ-magazine - december 2011 21


Wist je dat ongeveer een vierde van de vrouwen last heeft van een of ander bekkenbodemprobleem? En dat er aan die problemen wel degelijk iets gedaan kan worden? Professoren Jan Deprest en Dirk De Ridder van de bekkenbodemeenheid op campus Gasthuisberg geven graag tekst en uitleg.

Gynaecologie-urologie

An Kestens

Bekkenbodemproblemen? Praat erover met een arts Vier op de tien vrouwen hebben een graad van verzakking van de bekken­ bodem. Gelukkig heeft slechts een kwart er echt last van. Een vijfde van alle vrouwen zal wel zulke klachten krijgen dat ze zich laten opereren. Dertig procent van die geopereerde vrouwen zal ooit hervallen … De cij­ fers over het aantal vrouwen met bek­ kenbodemproblemen en -klachten doen even schrikken. Vooral omdat patiënten bekkenbodemproblemen zien als een grote handicap, erger dan bijvoorbeeld dementie of een hartaan­ doening. Door de toenemende vergrij­ zing en het feit dat ook mensen op oudere leeftijd nog vrij actief zijn, zal het percentage vrouwen dat voor bek­ kenbodemproblemen hulp zoekt, blij­ ven stijgen.

Dingen des levens Bekkenbodemproblemen leiden 22 UZ-magazine - december 2011

vooral tot twee soorten klachten. Prof. dr. Jan Deprest: “Enerzijds zijn er verzakkingsklachten, waarbij de blaas, baarmoeder of darm verzakt zijn. Anderzijds zijn er incontinentie­ klachten. Daar kan het zowel om stoelgang- als urineverlies gaan. Mogelijke bijkomende klachten zijn

zwangerschap en bevalling. De meeste vrouwen krijgen de eerste keer bek­ kenbodemproblemen tijdens de zwan­ gerschap. Het gaat om vijftig procent van de zwangere vrouwen. Tijdens de zwangerschap worden de steunweef­ sels en de bekkenbodemspieren soe­ peler. Door de groei van de baby ver­

“Een eerste bevalling verhoogt het risico op incontinentie” van seksuele aard. Een minderheid van de vrouwen heeft ook pijn. Meestal gaat het trouwens om een combinatie van klachten.” De factoren die bekkenbodemproble­ men bij vrouwen in de hand werken zijn feiten of gebeurtenissen die deel uitmaken van een normaal leven. Prof. Jan Deprest: “Op nummer één staan

hoogt ook de druk in de buik. Daardoor gebeurt het wel eens dat een zwangere vrouw tijdens het hoesten of bij een bruuske beweging urine ver­ liest. Na de bevalling verdwijnt het probleem meestal vanzelf. Aangepaste oefeningen helpen ook veel.” Prof. dr. De Ridder: “Maar bij som­ mige vrouwen verdwijnt het onge­


In UZ Leuven pakt de bekkenbodemeenheid de klachten vanuit verschillende invalshoeken aan. Op de foto: prof. dr. Jan Deprest, prof. dr. Georges Coremans en prof. dr. Dirk De Ridder.

mak niet of komt het na een tijdje terug. Dat is omdat de bevalling zelf rechtstreekse schade aan de bekken­ bodem kan toebrengen. Een eerste bevalling verhoogt het risico op incontinentie. Vanaf een tweede bevalling verhoogt het risico op ver­ zakkingen.” De tweede factor die bij bekkenbo­ demproblemen meespeelt, is leeftijd. Hoe ouder je wordt, hoe vaker je klachten krijgt. Dat proces houd je niet tegen. Andere bijkomende oor­ zaken zijn onder meer zwaarlijvig­ heid, chronisch hoesten, hoge druk in de buik en zware arbeid.

Behandelingen “We behandelen bekkenbodempro­ blemen op twee manieren”, vervolgt prof. dr. Dirk De Ridder. “Ten eerste zijn er de niet-operatieve behandelin­ gen, daarnaast voeren we ook opera­ ties uit.” Zo zijn bekkenbodemspier­ oefeningen bij de kinesitherapeut een niet-operatieve behandeling. Ze geven vooral een goed resultaat bij stressincontinentie: urineverlies bij hoesten, niezen, lachen of sporten. Aandrangsincontinentie of het gevoel voortdurend te moeten plas­ sen, lossen we vaak op met medicatie voor een overactieve blaas. De vagi­ nale ring is ook een niet-operatieve behandeling. Daardoor worden ver­ zakte organen terug op hun plaats geduwd.” Prof. dr. Jan Deprest: “Operaties zijn ingrijpender. Ze zijn bedoeld om het verzakte orgaan terug op zijn normale plaats te bren­ gen en de functie ervan te herstellen. Het type operatie hangt af van de problemen die je hebt. Wat een ope­ ratie niet doet, is de onderliggende oorzaak, namelijk de zwakke steun­ weefsels, genezen. Daarom kun je later opnieuw een verzakking op een andere plaats krijgen. Heel uitzon­ derlijk herval je en krijg je een ver­ zakking op dezelfde plaats.“

Samenwerking In UZ Leuven is de bekkenbo­ demeenheid al vijftien jaar lang bezig om bekkenbodemproblemen op een multidisciplinaire manier aan te pak­

ken. Verschillende specialisten bekij­ ken het probleem en overleggen met elkaar voor ze de patiënt een behan­ deling voorstellen. In UZ Leuven gaat het om een vast team: een gynaecoloog (prof. dr. Jan Deprest), een uroloog (prof. dr. Dirk De Ridder) en een gastro-enteroloog (prof. dr. Georges Coremans). Soms komen er ook specialisten uit andere disciplines aan te pas. Tijdens de behandeling gaan ze stapsgewijs te werk.“Eerst doen we een aantal onderzoeken, zodat we exact weten wat het probleem is”, vertelt prof. dr. Dirk De Ridder. “Daarna overleggen we samen voor welke klacht we de patiënt kunnen helpen en voor welke misschien niet. We leggen dat ook aan de patiënt uit. Zo zorgen we ervoor dat zij realisti­ sche verwachtingen heeft.” Prof. dr. Jan Deprest: “Bij de keuze van de behandeling staan de verwachtingen van de patiënt centraal. We starten vaak met niet-operatieve behandelin­ gen. Helpen die niet, dan gaan we eventueel een stapje verder. De patiënt beslist namelijk altijd zelf of de resterende klachten in verhouding staan tot de neveneffecten van de volgende behandeling.”

Huisarts Tijdens de jaarlijkse controles stellen artsen soms een probleem vast, bij­

voorbeeld een verzakking, waar de patiënt zelf geen last van heeft. Die problemen behandelen ze niet. “De klacht van de patiënt staat centraal”, benadrukt prof. dr. Dirk De Ridder. “Bekkenbodemproblemen zijn niet levensbedreigend, zonder klachten wachten we dus gewoon af. Als de patiënt terugkomt, zullen we ook nooit zeggen dat ze te lang gewacht heeft. Het enige wat telt is dat de patiënt tevreden is: zij tevreden, wij ook tevreden.” Wat moet iemand met bekkenbodem­ klachten concreet doen? Professor Deprest: “Heb je last, praat erover met de huisarts of je gynaecoloog. Met eenvoudige maatregelen kan er al veel gedaan worden. Helpen die niet, dan kan je arts je gericht naar ons doorverwijzen. Wij helpen je graag verder.” w

Hoe kun je bekkenbodemproblemen voorkomen? • Oefen tijdens en na je zwangerschap je bekkenbodemspieren. • Vermijd zwaarlijvigheid. • Rook niet. Wie rookt, hoest veel, wat de bekkenbodem overbelast. Rokers hervallen ook vaker.

UZ-magazine - december 2011 23


Ons ziekenhuis is een ‘dorp in de stad’: Jan Van Rompaey trok naar de dialyseafdeling en luisterde naar de gewone en toch bijzondere verhalen van mensen die hier noodgedwongen veel tijd doorbrengen.

Dorp in de staD

Jan Van Rompaey

Wachten op een nieuw leven Hemodialyse. In de gang herken ik de specifieke geur van de afdeling. Patiënten op hoge bedden, via buis­ jes verbonden met apparaten die hun bloed zuiveren. Wijzertjes trillen, cij­ fertjes en grafieken flitsen over de schermen. Ze liggen hier aan een kunstnier, drie keer per week, telkens vier uur. Ze lezen of kijken televisie of slapen. Het is er verrassend rustig. Sommigen komen hier al jaren. Ik denk: mocht het mij overkomen, hoe 24 UZ-magazine - december 2011

zou ik dan reageren? En hoe reage­ ren Luc, Maria, August en Eddy?

MARIA (84) Maria: waar komen jullie vandaan? (De fotograaf) “Ik ben van Leuven.” (Ik) “En ik van Brussel.” Maria: Dedju, een Brusselaar! En wat doet ge nu voor de kost? (Ik) “Ik ben met pensioen.” Maria: Ah zo! En wat doet ge hier dan?

(Ik) “Met u praten. Hoe oud ben je, Maria?” Maria: 84 geworden. (Ik) “Ik wou dat ik zo oud werd.” Maria: “Als ge hier zo blijft rondlo­ pen, manneke, wordt ge zeker zo oud. Ik heb altijd hard moeten wer­ ken. Mijn man is jong gestorven, en ik kreeg de zorg over mijn schoonou­ ders én mijn ouders die een grote boerderij hadden, een vierkantshoeve vlak bij mijn huis. Altijd bezig. Tot ze


Maria: “Je moet niet teveel achteruit peinzen, manneke”

mijn beide heupen hebben geope­ reerd. En dan mijn rug, met als gevolg dat ik haast niet meer kan lopen. En pijn, altijd pijn. En pillen, veel pillen. Die pillen hebben dan mijn nieren kapot gemaakt. De pro­ fessor zei dat mijn nieren eruit zagen als verfrommelde appelkes. Ik moest aan de dialyse.” “Maar ach, ’t is hier nog zo slecht niet. Ze komen me halen en ze bren­ gen me thuis met een taxi. Drie keer per week. Ik moet zeggen: in die zes jaar dat ik hier kom, ben ik er flink op vooruit gegaan. En thuis ben ik toch maar alleen. Ik krijg wel bezoek, zo nu en dan. Gisteren zijn twee vriendinnen een jatteke kaffe komen drinken. Twee huizen verder woont een schat van een buurvrouw en die komt dan koffie zetten.” “Ik scharrel thuis rond met een loop­ rek en ik heb zo’n stoel op de trap­ leuning om boven te gaan slapen. Ik trek mijn plan. En ik moet wel zeg­ gen: ik heb prachtige kinderen die alles voor mij doen, een zoon met twee dochters. Zaterdag en zondag bereiden ze voor mij een diner. En dat smaakt, manneke, dat smaakt! Ik mag zelfs kiezen wat ik wil eten. Bijvoorbeeld: het is nu het seizoen van de selder. En dan zeg ik: manne­ kes, ik zou zo graag eens gestoofde selder eten met frikandellen en een bloempatat. Dat eet ik dan. Mmmm! Natuurlijk, in de week moet ik eten wat de pot schaft: het OCMW brengt dan een warme maaltijd. Maar van­ daag heeft de buurvrouw gebeld. Ik mocht zeggen wat ik vanavond wil. Een croque-monsieur, zei ik. Awel, zei ze, dat krijg je! Goedeliefke. Een wreed mens, zet er dat maar in.” “Ja, mijn man, die was nog zo jong. Daar mag ik niet aan denken. Je moet niet teveel achteruit peinzen, manneke (tranen). Soms overvalt me dat, als ik in bed lig, en dan moet ik huilen. Weet je wat ik lelijk vind? Ik heb me kapot gewerkt voor mijn ouders en schoonouders en als ze gestorven zijn heb ik natuurlijk mijn deel gekregen van de vierkantshoe­ ve, een zesde. Maar toen hebben ze mijn invaliditeit afgepakt. Die man van de invaliditeit zei tegen mijn zoon (imiteert): uw moeder is een rijke dame! Rijk!? Terwijl ik mijn hele

leven zo hard gewerkt heb. Ik heb meer dan vijfentwintig jaar het huishouden gedaan voor dokter Maertens, de sportarts. Ik maakte het huis schoon en kookte. Hij is me daar nog altijd dankbaar voor, als ik iets mankeer staat hij daar, na al die jaren. Zijn kinderen komen ook nog op bezoek.”

dan ga ik naar twéé kerstfeesten.” “In de wei achter mijn huis staat een pjekke en dat heet Camilleke. Dat is echt een verstandig paardje, het kent mij zo goed. Als ik in de deur kom staan, komt het meteen aangehold. Daar heb ik veel plezier van.” “Weet je? Ik heb nog een schoon leven. Ze komen me verzorgen, ze

“Ach, ‘t is hier zo slecht niet. Ik heb nog een schoon leven” “Ik kan niet zwijgen. We liggen hier met vier en zien mekaar telkens terug. De man naast mij, die zou ik niet kunnen missen. Interview hem ook maar eens, hij heeft zeker veel te vertellen. Maar ik weet ook wanneer ik mijn mond moet houden: als hij zijn krant leest (de buurman knikt). Hij zal hier voor mij vertrekken, want hij wacht op een transplantatie en voor mij doen ze dat niet meer, ik ben te oud. Dat is niet erg, ze moeten eerst de jonge mensen helpen. En ja, ik moet de rest van mijn leven aan de dialyse blijven. Dat is mijn lot, man­ neke.” “Maar ik verlies de moed niet. Ik laat me elke week naar de bond van gepensioneerden voeren. Twee keer zelfs, want er zijn twee bonden in Holsbeek: Holsbeek centrum en Attenhoven. Straks is het Kerstmis,

brengen mijn eten, ze komen schoon­ maken. Ik moet wel een dieet volgen, natuurlijk, dat doe ik. Ze zeggen ook dat ik moet vermageren. Maar daar begin ik niet meer aan.”

EDDY (63) Eddy: “Gewoonlijk ga ik in Hasselt naar de dialyse, daar ken ik iedereen. Ik ben hier opgenomen voor een onderzoek, om te zien of ik een gecombineerde hart-niertransplanta­ tie aan kan. Daarom moet de dialyse hier gebeuren. Vijfentwintig jaar geleden ging het mis. Eerst dachten ze aan astma, tot ze ontdekten dat het mijn hart was. In de loop van de jaren lieten ook mijn nieren het meer en meer afweten. Een jaar geleden zijn ze met dialyse begonnen.” “Een niertransplantatie zou de oplos­ sing zijn, maar ze willen het alleen

Eddy wacht niet alleen op een nieuwe nier, maar ook op een nieuw hart. UZ-magazine - december 2011 25


dan weer een normaal leven lijden. Het probleem is dat het voor mijn hart niet te lang meer mag duren: anders ben ik te oud. Voor de nier valt dat nogal mee. Het is dus afwachten. Niet dat ik veel pieker: dan heb je geen leven meer. Hét moment zal zijn als ze me komen zeggen: we hebben een hart en een nier voor u! Dat betekent voor mij: we hebben een nieuw leven voor u.

LUC (37)

Luc: “Zonder vooruitzicht op beterschap hoeft het voor mij niet meer.”

doen als ze meteen ook het hart kun­ nen transplanteren. Dat is natuurlijk een zware ingreep, maar ik zie er niet tegen op: als mijn leven maar verbetert. Eigenlijk kan ik niets meer, ik kan amper wat wandelen.” “Ik heb altijd in de wegenbouw gewerkt. Ik reed met de grootste machine die er was, zo’n reusachtige graafmachine om het terrein te nivel­ leren. Dat was zwaar werk, zo’n mastodont heeft geen vering, je wordt de hele dag dooreen geschud. Slecht voor de rug. Maar ik deed het graag. Zalig om zo’n gigantische machine te bedienen, ik voelde me goed, daarboven.” “En nu hang ik vast aan die dialyse: drie dagen op vakantie, dat gaat niet meer. Je kunt overal wel naar een ziekenhuis stappen, maar dat doe ik niet zo graag, je weet nooit waar je terechtkomt”. (De koffie komt eraan, hij mag kiezen tussen een speculoos, een petitbeurreke of een madeleineke. Geef me maar een vlaai, lacht hij. Limburger!). “Vier uur is lang, maar ik lees veel tijdens de dialyse: een boek of een krant (wijst naar Het Belang van Limburg, naast hem). Ik heb een vrouw en een dochter én een klein­ zoon, maar een bezoek zit er eigen­ 26 UZ-magazine - december 2011

lijk niet in: mijn vrouw is gisteren om elf uur ’s morgens vertrokken in Wellen met trein en bus en ze is pas om drie uur in de namiddag aange­ komen. Niet leuk, maar ik ben toch blij dat ik hier aan dat toestel mag liggen. Anders zou ik er misschien niet meer zijn.” “Met die dialyse heb ik ook mijn dui­ ven moeten opgeven. Ik was duiven­ liefhebber. Dat was een passie, niet voor de centen. Maar duiven hebben veel zorgen nodig, je kunt het niet maken om ze tussen de dialyses door gauw wat te eten te geven. Ik heb

Luc: “Ik ben hier veel bezig met mijn iPad: chatten, mailen, surfen. Kijk, hier is een bericht van een vriendin die gisteren op televisie heeft gezien hoe een kind van vijf een nieuwe nier kreeg. Ze vindt dat ik méér recht had op een transplantatie, maar ja, dat heb je niet voor het zeggen.” “Ik ben met een lichte handicap geboren en ook met maar één wer­ kende nier, maar tot mijn zestiende heb ik daar ongehinderd mee kun­ nen leven. Ik speelde en ravotte, net als mijn kameraden. Ik ging naar school in een medisch pedagogisch instituut, een internaat. Maar toen liet mijn nier het afweten en belandde ik op de afdeling kinderdi­ alyse. Na drie jaar hebben ze me get­ ransplanteerd. Ik herinner het mij alsof het gisteren was: ze belden naar mijn moeder en de school, om te melden dat er een nier beschikbaar was. En dat ik zo snel mogelijk naar Leuven moest komen. Ik was nerve­ us en bang, het is tenslotte een zware operatie met een lange narcose. Ik werd wakker met de nier van iemand uit Duitsland. Meer kwam ik niet te weten, en meer wilde ik ook niet weten.” “In het begin waren er wel afsto­ tingsverschijnselen, maar die hebben

“Als er geen nieuwe nier komt, organiseer ik een groot afscheidsfeest” van mijn hart een steen moeten maken: als je je duiven graag ziet, moet je er ook voor zorgen. En dat kon ik niet. Wat ik wel nog heb, zijn zanghanen. Die hebben niet zoveel zorgen nodig: één keer per week wat eten geven en ze zingen als de beste. Soms ga ik nog naar een competitie van zanghanen, zoals ze doen met botvinken.” “Ik hoop nu dat de transplantatie snel kan gebeuren, misschien kan ik

ze met medicatie onder controle gekregen. Ik heb daarna zeventien jaar zonder problemen met die nier geleefd. Het was een leuke tijd, ik had veel vrienden en ging graag stappen. Na zeventien jaar hebben ze de nier moeten verwijderen. Mijn eigen nier die nog geruime tijd behoorlijk had gewerkt, was inmid­ dels ook verschrompeld, zodat ik op dit moment zonder nieren leef en op een tweede transplantatie wacht. En


Verblijf voor familie Wanneer u dicht bij uw familielid wilt overnachten, kunnen logies in campus Sint-Pieter voor u wellicht een oplossing betekenen.

Het verblijf voor familie biedt u eenvoudig ingerichte één- en tweepersoonskamers met ontbijt, aan de prijs van 18 of 10 euro per overnachting. Vrijwilligers die op vaste tijdstippen aanwezig zijn, zorgen dat u zich thuis kan voelen, ook in moeilijke momenten.

• UZ Leuven campus Sint-Pieter - Brusselsestraat 69 - 3000 Leuven • Reservatie: tel. 016 33 70 04 tussen 8.30 - 12 uur en 14 -19.30 uur • Informatie: tel. 016 33 73 20

Leve de uitvinder van een goeie tas koffie in de ochtend zwart met twee klontjes graag schoenen aan op zoek in de stad naar interessante onderwerpen voor thesis even relaxen in een gezellige kroeg super de mensen van het tweede jaar zitten hier ook gezellig bijpraten tussen pot en pint of ik vanavond geen concertje meepik dat moet je me geen twee keer vragen! Leer ons kennen op onze infodagen: 14 maart - 12 mei - 27 juni - 12 september 2012

www.khleuven.be

Service Residentie

Populierenhof

Omdat uw comfort ons nauw aan het hart ligt!12/07/11

KHLeuven-ADUZ_133x90-2012-v2.indd 1

POPULIERENLAAN 10 - 3001 HEVERLEE-LEUVEN ✆ 016/20 14 64 24u op 24u verpleegkundige zorgen door eigen medewerkers, in een groene, rustige en veilige omgeving met mogelijkheid tot uitgebreid dienstenaanbod

ThyssenKrupp Monolift geeft vrijheid en zelfstandigheid aan iedereen die problemen heeft met zijn mobiliteit en biedt een oplossing op maat van uw behoeften en wensen.

Trapliften

Huisliften

De zekerheid dat u op ieder moment van de dag of nacht beroep kunt doen op eigen vakkundig personeel. Genieten van de privacy van uw zelfingerichte flat

Platformliften Alle verdiepingen worden weer bereikbaar!

BEL 0800 94 365 GRATIS Wij adviseren u de ideale oplossing, geheel vrijblijvend.

Directeur: Dhr. Günther Geeraerts e-mail: populierenhof@armonea.be website: www.armonea.be

www.thyssenkruppmonolift.be

UZ-magazine - december 2011 27

12:24


Ontslag uit het ziekenhuis? Landelijke Thuiszorg helpt gezinnen en bejaarden thuis Bel 070/22 88 78 of kijk op www.landelijkethuiszorg.be

Speciaal aangepast pro

30 juli tOt 3 augustus 2012

gramma

Onze andere pelgrimstOchten: assisi Baltische staten cOmpOstela Fatima griekenland israël kevelaer lisieux lOurdes mexicO praag rOme turkije

bedevabegaelert Lourdes • zEeniegrokepevannges iders pecialiseerde

legerige zieken die • Voor wie? Voor niet bed kteproces, voor zij zie hun bij willen stilstaan kte, al dan niet met die herstellen van een zie familie en/of begeleiders. mma, op maat van • Hoe? Vernieuwd progra elkeen. heden: er worden vol• Voldoende keuzemogelijk ’s voorzien rekening doende keuzeprogramma ten en vragen. oef houdend met ieders beh Info: Landelijke beweging ven Diestsevest 40, 3000 Leu mas Tho en Jero on: rso tpe Contac 28 60 59 T. 016 28 60 53 - F. 016 d.be jeroen.thomas@boerenbon

n, arts en priester waaronder verpleegkundige lzijn. we uw staat dagelijks in voor evaarder met bed e elk r voo t • Optimaal comfor beperkte mogelijkheden ganse gezin of familie • Unieke kans om met het op bedevaart te gaan. at het optimale comTijdens deze bedevaart sta centraal. We hopen fort van elke bedevaarder welkomen op deze ver u van harte te mogen . Ook familieleden, bedevaart op mensenmaat deze bedevaart. Ons gezinsleden zijn welkom op achtergrond zal ook programma met spirituele en. rak hen in het hart weten te

Inschrijving: Mgr. Ladeuzeplein 15, 3000 Leuven .be bedevaarten@omniatravel T. 016 24 38 16 www.omniatravel.be

Vraag uw brochure: bedevaarten@omniatravel.be 016-24 38 16 - www.omniatravel.be

Bedevaarten en Pelgrimstochten 2012

vliegtuig AfreIS eLke mAAndAg en VrIjdAg vanaf 18 mei tot 24 september 2012

lo ur de s

len we uitdrukkelijk Tijdens deze bedevaart wil e deelnemer naar ruimte scheppen opdat elk art kan volgen met eigen vermogen de bedeva nten. voldoende spirituele mome

autocar 2 AfreISdAtA 2012 VIA LISIeux - LA rocheLLe: 6 tot 12 juni, 12 tot 18 september

trein 3 AfreISdAtA 2012: 21 tot 25 mei, 16 tot 20 juli en 10 tot 14 september

2012 BEDEVAARTEN EN PELGRIMSTOCHTEN

COMPOSTELA ASSISI BALTISCHE STATEN ISRAËL KEVELAER FATIMA GRIEKENLAND PRAAG ROME LISIEUX LOURDES MEXICO TURKIJE

en LRV

Inspired by

rbereidheid

In Liefde, respect en luiste

14/05/09 10:56

Inspired by

AdvLT_09_UZmaga_185x136.indd 1


August: “Ik heb het geluk gehad om in een rustoord te belanden. Daar ben ik doodgraag: ze zijn er ongelooflijk vriendelijk!”

nu ben ik alweer twee jaar aan de dialyse.” “Ik woon individueel maar begeleid, dat heet beschermd wonen: elke week komt er iemand een kijkje nemen. Zo’n begeleider kende een jonge blinde vrouw, hij heeft ons bij elkaar gebracht en we zijn een relatie begonnen. Maar ik denk dat haar verwachtingen te hoog gespannen waren, ze had het moeilijk met mijn zwakke gezondheid. Ik moest te vaak naar het ziekenhuis, mijn lichaam kon zo’n relatie niet aan.” “Nu is het wachten op een nier. Ik ken de statistieken: de wachttijd schommelt tussen zes maand en vijf jaar. Eén ding weet ik zeker: als ze me ooit zeggen dat er geen nieuwe nier komt, blijf ik nog één maand aan de dialyse. Net genoeg om een groot afscheidsfeest te organiseren, dan stop ik met de behandeling. Dat recht heb ik toch? Het is toch mijn leven gewe­ est? Als er geen transplantatie komt, is alle ellende en pijn voor niks gewe­ est. Besef je wat dat is, telkens weer met trein en bus van Aarschot komen, drie keer per week? Niet dat ik er niet veel voor over heb. Kijk (wijst naar het scherm), ik draai aan 385ml per minuut. Ik ben vast de enige die op zo’n hoog debiet zit.” “Ik heb hier een vriendin leren ken­ nen. Geen relatie, maar gewoon een heel close vriendin. We hebben veel aan elkaar. Maar zonder vooruitzicht op beterschap hoeft het voor mij niet meer.”

AUGUST (63) André (met het deken over zich): “Ja, ik heb het altijd koud tijdens de dialyse, ik weet niet hoe dat komt. Misschien is het bloed dat ik terugkrijg kouder? Ik ben fabrieksarbeider geweest maar ben nu al een hele tijd invalide. Vijftien jaar, misschien nog langer. Op een gegeven moment hebben ze gezien dat mijn nieren niet normaal functioneerden. Niet dat ik iets voel­ de, ik wist van niets.” “Eén nier stopte ermee, daarom lig ik hier. Vier uur aan de dialysemachine, dat is lang. Ik kom niet graag, maar ja, ik moet wel. Ik verblijf in een rust­

vrienden. In Aarschot heb ik wel wat kennissen, daar speel ik petanque.” “Naar het café van mijn vrouw ga ik niet graag. Ik heb een tijd gedronken en je moet de kat niet bij de melk zet­ ten (lacht). Maar nu met die nier mag ik niet veel meer drinken. Als er eens iets te doen is, zul je me wel niet met een glas water zien zitten (huivert). Dan drink ik misschien een glas wijn, maar altijd hooguit één glas.” “Het schijnt dat ik niet in aanmer­ king kom voor een transplantatie. Zeggen ze. Het risico is te groot. En dus moet ik hier liggen. Ach, ik leg me erbij neer. Ik weet wat er me

“Beterschap moet je me niet wensen: dat zit er niet meer in” oord, in Aarschot. Normaal zou ik thuis zijn, maar mijn vrouw heeft een café en zij kon niet voortdurend voor mij zorgen, die heeft haar handen vol. Ze hebben voor mij een oplos­ sing moeten zoeken en ik heb het geluk gehad om in een home in Aarschot te belanden. Ik mag daar mijn zin doen, ik ben niet echt ziek. Ik ben er wel een van de jongsten.” “De tijd gaat hier wel traag. Lezen doe ik niet, van televisiekijken word ik moe. Het is wachten tot de verpleeg­ sters iets komen doen of een koffie brengen, dan gebeurt er weer iets. Ik praat soms wel met de andere patiën­ ten, maar dat zijn natuurlijk geen

overkomt, maar het kon erger.” “Straks ga ik meteen naar bed, want ik ben altijd doodop als ik thuiskom. En morgen ga ik naar de markt. Daar koop ik wat fruit en iets voor op de boterham dat ze niet in het rustoord niet hebben.” “Dat rustoord, daar ben ik dood­ graag. Ze zijn er ongelooflijk vriende­ lijk, dat vind je nergens en het eten is er zo lekker, zo lekker! Ook al moet ik dan een dieet volgen en ook al moet ik zo weinig mogelijk drinken. Beterschap moet je me niet wensen: dat zit er niet meer in. Maar wens me maar dat ik zo lang als mogelijk in dat rustoord mag blijven.” w UZ-magazine - december 2011 29


recept Lekker èn gezond eten? Dat kan. Probeer eens dit recept uit de keuken van de UZ Leuven-diëtisten.

Tip van de diëtiste

UZ-magazine culinair

Curry van heilbot

“Probeer 2 x per week vis te eten, zowel vette als magere soorten. Vis bevat goede vetten, waaronder omega 3-vetzuren. Die hebben een beschermend effect op ons lichaam.”

met tomaten, koriander en limoen Ingrediënten voor 4 personen: • 1 eetlepel olijfolie • 2 uien, in fijne schijfjes gesneden • 1 bosje koriander, gehakt • 1 eetlepel knoflook, gehakt • 1 koffielepel chilipoeder • 2 koffielepels gemberwortel,

geraspt • 1 koffielepel curry • 500 g heilbotfilet • 1 blik (400 g) tomatenblokjes • 1 dl water • 2 eetlepels limoensap • zout, peper

Bereidingswijze:

1. Verhit de olijfolie in een braadpan. Bak daarin de uien 2 minuten tot ze gla­ zig worden. Voeg de helft van de koriander, het zout, de knoflook, het chili­ poeder, de gemberwortel en curry toe. Meng goed zodat de uien goed met de kruiden zijn opgenomen. 2. Leg de vis op het bedje van uien. Doe er de tomaten bij en het water. Zet een deksel op de pan en laat 8 tot 12 minuten op een zacht vuurtje sudderen. 3. Voeg er vervolgens het limoensap en de rest van de koriander bij. 4. Verdeel het garnituur van uien en tomaten over de borden. Leg daarop de visfilets. Giet er het kookvocht over. Versier met korianderblaadjes en kwart­ jes limoen.

Garnituur: • enkele blaadjes koriander • 1 limoen, in vier gesneden

1 portie = 174 kcal - 27,2 g eiwit 4,9 g vet, waarvan 0,8 g verzadigd - 5,3 g koolhydraten Bereiding: 10 minuten

• Lekker met quinoa en in de oven geroosterde groenten. • Goed om weten: de vis is gaar als het witte transparante visvlees een ondoorschijnend witte kleur krijgt. • Variante: bereid dit gerecht met roodbaarsfilets, victoriabaars, tong of dorade.

(Uit: ‘Smaak en evenwicht’ van de Belgische Cardiologische Liga) 30 UZ-magazine - december 2011


Gespecialiseerd in progressieve/varilux glazen Al 38 jaar werken wij met de beste apparaten en streven wij naar de perfectie voor ieders zicht. Met een speciale camera wordt er in onze optiekzaak een foto genomen van uw ogen. Hierdoor zijn wij in staat de centrage van uw glazen perfect te bepalen, hetgene wat van cruciaal belang is bij progressieve/varilux glazen. Dit zal resulteren in een perfect zicht op alle afstanden. Naast de centrage is ook de kwaliteit van uw progressieve glazen van zeer groot belang. Daarom werken wij enkel met de beste producten. Kijken met een kwalitatief perfect gecentreerd progressief glas van bij Optiek Verhulst.

Kijken met een progressief glas van mindere kwaliteit.

glas van mindere kwaliteit

glas van hoge kwaliteit afstandszone middenzone dichtbijzone

wazige zone

wazige zone

• moeilijke gewenning • veel zijdelingse vervormingen • zeer klein leesgedeelte

• uiterst vlotte gewenning • vrijwel geen vervorming • groot leesgedeelte • voor wie het beste wil

op montuur en/of glazen op vertoon van deze advertentie of personeelskaart U.Z. of K.U.Leuven Maandag Dinsdag Woensdag Donderdag Vrijdag Zaterdag Zondag

14.00 -18.30 9.00 - 18.30 9.00 - 18.30 9.00 - 18.30 9.00 - 18.30 9.00 - 18.00 gesloten


Rugklachten? Zit- of slaapproblemen? Rugvriendelijk op uw maat

Uw rug staat centraal bij ons, een leven lang.

Onze licentiaten lichamelijke opvoeding en kinesitherapie beantwoorden graag al uw vragen rond gezond zitten en slapen in onze showroom. Kom gerust eens proefliggen of -zitten. Tervuursevest 30 • 3000 Leuven (a/d Naamsepoort, tegenover Delhaize, slechts 1 km van het ziekenhuis) Tel. 016 29 45 63 • Fax 016 29 45 65 E-mail: leuven@sit-and-sleep.be

www.sit-and-sleep.be

advieszaak voor gezond zitten, DEDe ADVIESZAAK VOOR GEZOND en werken ZITTEN,slapen SLAPEN EN WERKEN

Open: 10.00 u - 18.30 u. • za 10.00 - 18.30 u. • zo. 14.00 18.00 u. • Maandag gesloten • Zondagnamiddag open

Sit & Sleep Antwerpen Ernest Van Dijckkaai 1 2000 Antwerpen Sit & Sleep Leuven Tervuursevest 30 3000 Leuven Sit & Sleep Hasselt Genkersteenweg 299 3500 Hasselt

UZ-magazine december 2011  
Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you