Issuu on Google+

Plant van de week: Zwartblauwe Rapunzel Phyteuma spicatum var. nigrum Eng: Black Rampion Deu: Schwarze Teufelskralle Waar: In Nederland zeldzaam in Zuid-Limburg, zeer zeldzaam in Noord-Drenthe, NoordBrabant, bij Nijmegen, in het zuiden van Twente en in de Achterhoek. In Europa is hij in te vinden ten noorden van de Alpen. In Amstelveen is hij overvloedig te vinden in de Heemtuinen de Braak en natuurlijk het Thijssepark. Hij houdt van luchtige halfbeschaduwde bosgrond, hoewel hij in Drenthe ook in het grasland voorkomt. Naam: Een ingewikkelde naam, waarom niet zwart óf blauwe Rapunzel? De eerste Nederlandse naam schijnt te zijn geweest Zwarte Rapunzel… maar de naam klonk te sinister voor zo’n mooie bloem. Vandaar de blauwe toevoeging. De tweede wetenschappelijke naam betekent toegespitst, dat slaat op het blad. De derde naam betekent zwart. Uiterlijk: Het is moeilijk om te zien dat de Zwartblauwe Rapunzel een lid is van de klokjes. De vele bloempjes zitten in een aar die aan een, gemiddeld halve meter lange, steel zit. De bloemkleur is zeer donker paarsblauw. Maar deze kunnen een stuk lichter worden als de bloei aan haar eind komt. Bijzonderheden: De Zwartblauwe is eigenlijk maar de helft van de soort. De andere helft is de Witte Rapunzel, die ook in de Amstelveense Heemparken te vinden is. Dat verklaart ook de derde wetenschappelijke naam. Var. betekent variëteit. De witte rapunzel heeft als derde naam spicatum. De Witte is nog zeldzamer en komt hoofdzakelijk nog in het westen van Noord-Brabant voor. In het Thijssepark houden we de soorten gescheiden. Ze kruisen namelijk gemakkelijk. En als we deze scheiding niet aan zouden houden betekent het dat we over een aantal jaar alleen Lichtblauwe Rapunzels over zouden hebben.

1


Amerikanen veroveren de parken! Deze maand werd tijdens oeverwerkzaamheden in de Braak door de medewerkers een Rode Amerikaanse Rivierkreeft aangetroffen. Dat lijkt heel bijzonder, maar de soort komt al jaren in Amstelveen voor. Hij was alleen nog nooit in de parken gevonden. In Nederland zijn inmiddels zeven soorten rivierkreeften aangetroffen. Daarvan hoort er slechts een in ons land thuis. Van de Europese Rivierkreeft is echter nog maar een vindplaats bekend; in de buurt van Oosterbeek, aan de rand van de Veluwe. De andere soorten komen op de Turkse Rivierkreeft na, allemaal uit Amerika. En dat is meteen het probleem‌. De Europese Rivierkreeft gaat dood aan de kreeftenpest, een schimmelaandoening waar de Amerikaanse soorten wel tegen kunnen. In delen van europa worden herintroducties van de Europese soort uitgevoerd.

Beenbreek (Narthecium ossifragum) Eng : Bog Asphodil Deu: Beinbrech

Waar: In Europa komt Beenbreek voor van noord Portugal tot de poolstreek. In Nederland is ze alleen in de natte zure gebieden van het oosten en zuiden te vinden, vaak samen met Klokjesgentiaan, Gagel en Kleine Veenbes. In Amstelveen is hij in flinke hoeveelheden in het Thijssepark te vinden, maar er is ook een aantal in de Braak te zien. Naam: Beenbreek kreeg zijn naam van de boeren die dachten dat het vee de poten brak op de wortelpollen van de plant. De waarheid is anders: Beenbreek groeit alleen op plaatsen waar de grond van naturen kalkarm is, de koeien hadden daardoor botontkalking. Dit misverstand is internationaal want een deel van de wetenschappelijke naam, ossifragum, betekent ook gebroken been. Narthecium betekent zalfpotje. Waaraan het deze naam te danken heeft weet ik niet zeker, een oudere plant tussen het veenmos krijgt echter wel een ondiepe holle vorm, waar met wat fantasie een potje in is te ontdekken. Uiterlijk: Beenbreek is een laag lid van de leliefamilie. Hij wordt ongeveer een halve meter hoog. Als de plant nog niet bloeit, lijken de pollen wel wat op gras. Als de bloemen komen(in juni en juli) is het verschil echter overduidelijk; hij krijgt dan prachtige gele aren. Na de bloei worden de zaaddoosjes diep oranje. Deze doosjes springen op een gegeven moment open waarna het grijswitte zaadpluis te voorschijn komt. Bijzonderheden: Beenbreek is door de overdreven ontginning van Nederland zeldzaam geworden en daarom wettelijk beschermd. Hoewel Beenbreek geen eigen nectar heeft, wel een stof die daar wat op lijkt, komen er toch wel wat insecten op af. Ook is waargenomen dat de bloemen aan zelfbestuiving deed; door regendruppels!

2


Bijzondere plantengal gevonden in het park! Op 19 november deed Jojanneke Bijkerk, een bezoekster, een zeer bijzondere waarneming in het Thijssepark. Ze vond op een Eik een gal. Dat op zich is niet zo bijzonder, er komen velen gallensoorten voor in ons park. Deze keer ging het echter om een soort waarvan er nu pas 3 vindplaatsen bekend zijn in ons land. De Ramshoorngal (Andricus aries) In 2003 werd het eerste exemplaar van het ruim 2 cm grote galletje bij Diemen ontdekt, Sinds afgelopen weekend is daar het Amsterdamse Bos en Het Thijssepark bijgekomen. De gal ontstaat meestal door een insect die zijn eieren in een plantendeel legt. Daar gaan de plantencellen extra groeien en vormen een “huis�en voedsel voor de larve. De Ramshoorngal komt algemeen voor in Hongarije en werd pas in 1998 in Noordwest-Europa ontdekt, in Londen. Daar kreeg hij, vanwege zijn lange kromme vorm, zijn engelse naam. De vinder van de eerste Nederlandse exemplaren vertaalde deze naar het Nederlands, ook het tweede deel van de wetenschappelijke naam wijst op de ram. In het park moet u zoeken op de takken van de Zomereik. Bron en afbeelding; www.plantengallen.com

3


Daslook (allium ursinum) Eng: Wild Garlic Deu: Bär-lauch Waar: Op diverse plaatsen in het bosplantsoen en in de grotere heemparken. In het wild in ZuidLimburg en plaatselijk in de duinstreek. Verder komt hij door heel Nederland verwilderd voor. Daslook is eeuwenlang als ’stinzenplant’ aangeplant Daslook houdt van vochtige, kalkrijke bosgrond. Hoewel hij ook aardig tegen een beetje zon kan. .In Nederland is Daslook wettelijk beschermd. Naam: De eerste wetenschappelijke naam staat voor het plantengeslacht, in dit geval de uien. De tweede naam draagt het woord Ursus, dat beer betekent. Dit zou op twee betekenissen kunnen slaan; Stinkend als een beer ( de lucht van wegrottend daslookblad is inderdaad niet te harden), maar het zou ook op de groeiplek kunnen slaan. Daslook groeit graag bij omgewoelde bosgrond. Deze werd gevonden in de buurt van een berenhol. Dat verklaart ook zijn Duitse naam, die berenlook betekent. In Nederland komen al eeuwen geen beren meer in het wild voor vandaar dat wij hem naar een kleiner lid van de Marterfamilie hebben genoemd: de Das. De Engelse naam spreekt voor zich; Wilde Knoflook. Uiterlijk: Daslook is een bolgewas van de Leliefamilie. Het bolletje is echter niet groot. eind maart, begin april komen de eerste frisgroene, lancetvormige, blaadjes boven de grond. gevolgd door de knoppen die, als ze zich openen, prachtige witte sterretjes vormen. De bloei is helaas maar kort. In de uitgebloeide schermpjes vormen zich daarna zwarte, kraalronde, zaadjes. Bijzonderheden: Daslook komt in Nederland niet veel in het wild voor, maar waar hij groeit doet hij dat vaak en masse. Hij duldt geen planten om zich heen die in dezelfde tijd groeien en bloeien. Hij zorgt daar waarschijnlijk op twee manieren voor: wortelconcurrentie (waar daslookwortels groeien, kunnen geen andere planten wortelen) en met een stof die hij uitscheidt, waardoor andere planten daar moeilijker kunnen kiemen (daar is echter nog weinig over bekend) Daslook is een veelgewaardeerde saladeplant bij onze oosterburen. Bij ons is hij op deze wijze amper bekend. Ook is hij lekker met wat kaas en mosterd tussen een tosti. De blaadjes zijn echter alleen voor de bloei Goed te eten. Als Daslook is uitgebloeid gaat hij flink stinken. Opvallend is dat de geur van iets grotere afstand sterker lijkt te zijn als van dichtbij.

4


De Koningsvaren In de heemparken van Amstelveen is de Koningsvaren een opvallende verschijning. Deze grootse varen kan wel een hoogte bereiken van 3.00 meter en een leeftijd van 100 jaar. Met recht een monumentale varen die er langer over doet om zo groots te worden dan de meeste bomen. In de parken zijn onze oudste exemplaren 60 jaar. Ze doen het goed op de licht zure veenbodem en zullen nimmer last hebben van vochttekort. Dat maakt ze wellicht zo groot, dat in sommige varenboeken speciaal melding gemaakt wordt van de reuzen Koningsvarens in Amstelveen. In de winter sterft de varen bovengronds af. Wat zichtbaar blijft is een stoof van resten van oude bladeren doortrokken met wortels. Deze rizhomen genoten vroeger grote belangstelling bij kwekers van OrchideeĂŤn en Epifyten. Het blijkt een prima medium te zijn om deze lastig te kweken soorten hierop te laten groeien. Om die reden is de koningsvaren wettelijk beschermd. De soort tamelijk algemeen in de veenmoerassen en vochtig loofhoutbossen van west Nederland terwijl in de rest van Nederland zeldzaam. In voorjaar ontrollen de bladeren zich als horlogeveren en zijn ze even bedekt met een roodbruine viltige haren. Spoedig zijn de dubbel geveerde lichtgroen bladeren volledig ontrolt. Het is bijzonder aardig om dit proces in het voorjaar te volgen. Een volledig ontrolt blad kan wel 3 meter lang worden. De volledig ontwikkelde plant ziet er dan koninklijk uit. Dit verklaart het tweede deel van zijn wetenschappelijke naam Osmunda regalis (de Koninklijke). De buitenste bladeren zijn onvruchtbaar terwijl in het hart van de plant de vruchtbare bladeren zich ontwikkelen. In een pluim ontwikkelen de sporenhoopjes aan de smalle deelblaadjes. In augustus zijn de groene sporen rijp en worden door de wind verspreid. Slecht drie dagen is de spore kiemkrachtig die tot ontwikkeling komt op lichte plekken en niet in de nabijheid van de schaduwrijke plaatsen waar de moederplanten staan. Wonderlijk nietwaar. Zo zie je regelmatig jonge planten verschijnen op de meest uiteenlopende open plaatsen. In de herfst kleurt het blad van lichtgroen naar goudgeel tot warmbruin. In het vroege voorjaar wordt door ons het blad afgeknipt. Dit doen we om optimaal te kunnen genieten van de schoonheid van het uitlopen van de bladeren. Het afgestorven blad wordt hergebruikt in een aantal parkpaden. Het verteerd niet zo snel en is prima te belopen.

5


Het wordt winter in het park De maan even aan de hemel, de boomtoppen eronder druipen van de regen Basho (Japan, 1644-1694)

Het heeft wat wind gekost, maar de blaadjes zijn nu dan ook echt allemaal van de bomen. In pakken liggen ze op de parkbodem. Langzaam vallen ze uiteen, worden door regenwormen verorberd of vormen een prutlaag in de sloten en vijvers. Uiteindelijk zullen ze weer voedsel voor de vaste parkbewoners worden; de voedingsstoffen zullen weer dienen om nieuwe blaadjes aan kruid- en houtachtige planten te vormen. De bladeren die in het water vallen vormen een apart probleem. Hoewel er ieder jaar twee man, twee weken, bezig zijn met het met de hand baggeren, stapelt het behoorlijk op in onze waterpartijen. We hopen dan ook dat er in de komende jaren een flinke laag verwijderd kan worden. Dit jaar zal er al begonnen worden met de waterlopen in de Gouden Hoek. Dit is de villawijk tussen het Thijssepark en de Amsterdamse weg. Ondertussen weten de schimmels (hun vruchtlichamen noemen we paddestoelen) en andere bodembewoners wel weg met de bladeren op de parkbodem. Een natte, winterse groet van uw Heemtuiniers, Henri Hennequin en AriĂŤn Slagt P.S. Door het nodige renovatie- en grondwerk zult u de komende maanden last kunnen hebben van afgesloten paden. Onze excuses daarvoor.

6


Hoezo, er is weinig te zien in het park in de winter?...! Veel mensen denken dat er in de Heemparken weinig te zien is in ons koudste jaargetij; niets is echter minder waar. Niet alleen barst het park dan werkelijk uit zijn (of haar ) voegen van de vogels (ijsvogels, boomklevers, krakeenden alle soorten mezen, appel- en goudvinken om er maar een paar te noemen), ook zijn dan de bijzondere structuren van het parkontwerp dan beter te zien. Doordat de bladeren niet meer aan de bomen zitten, komen de bijzondere lijnen die ontwerper Broerse in de eerste helft van de vorige eeuw bedacht op dit smalle stuk Amstelveen prachtig tot hun recht. Let ook eens op de knoppen van de kleine eiken langs de paden. Zeer zeldzame Ramshoorngallen vallen nu nog meer op. Hier en daar is zelfs een bloem in de war; in het Mosdal bloeien al zomerklokjes en de hazelaars laten hun katjes heerlijk bengelen. Om de vrouwelijke bloemen van deze hazelnotenleverancier te zien moet je erg goed kijken…. Het zijn minuscule rode sterretjes bovenop een knopje. Deze winter wordt er weer flink gesnoeid in het park… Ook zal hier en daar weer grond worden vervangen of worden aangevuld. Hierdoor is het mogelijk dat paden tijdelijk zijn afgesloten, onze welgemeende excuses hiervoor. Uw trouwe Heemtuiniers Henri Hennequin en Ariën Slagt

7


Kleine Veenbes Oxycoccus palustris Eng: Small Cranberry Deu: Gewöhnliche Moosbeere Waar: Zeldzaam te vinden in de hoogveen gebieden in Nederland, het meest in Drenthe, Overijssel en Noordbrabant, een enkele keer aan te treffen in laagveengebieden (maar dan moet de bodem extreem zuur en voedselarm zijn) Wereldwijd komt de veenbes in alle gematigde veengebieden van het noordelijk halfrond voor. In Amstelveen groeit graag op de veenmospakketten in de twee grootste heemparken (het Thijssepark en de Braak) Naam: Palustris, zijn tweede wetenschappelijke naam betekend moerasbewonend. De Engelse naam wijst er op dat er een groter broertje bestaat: De grote Cranberry (Grote veenbes), ook wel bekend van de compote rondom de kerst op tafel staat. Uiterlijk: een bijzonder plantje, en je zou het niet zeggen, maar een lid van de heidefamilie! Hij maakt lange stengels die meestal op het veenmos liggen. Aan deze stengels zitten kleine wintergroene blaadjes. De bloempjes, die in deze tijd de veenmos roze kleuren, lijken van dichtbij sterk op minicyclaampjes , vandaar dat hij ook wel Veencyclaampje wordt genoemd. Na de bloei komen de ongeveer 1 centimeter grote rode bessen, die donkerrood worden als ze rijp zijn. Evenals de bessen van zijn broer zijn ze te eten, maar erg zuur en klein. Het is beter om voor een paar euro een zak diepgevroren Cranberry’s te kopen. Bijzonderheden: Voor ons park hebben we regelmatig arme veengrond nodig om delen te renoveren. Als je zo’n brok veen openbreekt kom je regelmatig de stengels van de Kleine Veenbes tegen, deze zijn dan 2000 jaar oud en prima te herkennen!

8


Plant van de Week

Koninginnekruid (Eupatorium canabinum) Eng: Hemp Agrimony Deu:Wasserdost Waar: Overal waar natte voedselrijke grond in de zon ligt kun je Koninginnekruid tegenkomen, vooral aan de rand van vochtige bossen, ecologische oevers en op plaatsen waar in de grond gerommeld is. De plant is overal in Europa, delen van AziÍ en Noord Afrika te vinden. Naam: De naam Koninginnekruid heeft zijn oorsprong in Duitsland Ze werd genoemd naar de echtgenote van Hendrik de heilige die zelf ook in de elfde eeuw heilig werd verklaard. De wetenschappelijke naam verwijst naar de kleur van de bloemen: Leverkleurig. Zo luidt dan ook zijn andere Nederlandse naam: Leverkruid. De tweede wetenschappelijke naam geeft aan dat het blad erg veel op hennep (Cannabis ) lijkt. Ook de Engelse naam verwijst daar naar. Uiterlijk: Koninginnekruid kan meer dan anderhalve meter hoog worden met erg stevige stengels. De bloemen bloeien van juli tot en met september en bestaan uit mooie vaalroze (leverkleurige) schermen. De bladen zijn handvormig en hebben een gekartelde rand. Bijzonderheden: Koninginnekruid is erg veel gebruikt in de kruidengeneeskunde, zo helpt de plant onder andere tegen Hysterie, nier en ‌. Leverproblemen. In de nazomer bloeien niet veel planten, daarom zijn veel vlinders en zweefvliegen erg blij met de roze schermen.

9


Lievevrouwebedstro (Asperula odorata) Eng: Sweet Woodruff Deu: Echter Waldmeister Waar: Het lievevrouwebedstro is in het wild alleen in het uiterste oosten en Zuid-Limburg te vinden. Maar door eeuwenlang gebruik in (kruiden)tuinen kun je hem in het hele land verwilderd tegenkomen. In Amstelveen vind je hem (of eigenlijk haar) behalve in tuinen voornamelijk in de grotere heemparken. Naam: Het tweede deel van haar wetenschappelijke naam wijst op de heerlijke zoete geur die vooral vrij komt tijdens het verleppen. De Nederlandse naam dankt ze aan de symboliek en de verbintenis met de meimaand die al eeuwen ook de Mariamaand wordt genoemd. De Duitse naam verwijst naar de groeiplaats, de kalkrijke oudere bossen. Uiterlijk: Een laagblijvend soort die qua bladvorm erg doet denken aan zijn vervelende pklakkerige neefje: Kleefkruid. Eind april en begin mei komen de prachtig witte bloemschermpjes naar voren. Bijzonderheden: Lievevrouwebedstro wordt al eeuwen gebruikt voor haar geneeskrachtige werking; thee zou helpen tegen menstruatiepijn en slapeloosheid, ook zou het de lever en nieren stimuleren. Maar de stof die de heerlijke geur van vers hooi aan de plant geeft, Cumarine, is bij grote hoeveelheden giftig, uitkijken dus! Ieder jaar wordt er met dit lieve plantje ook een heerlijke wijn gemaakt‌. Hier een recept. Meiwijn IngrediÍnten: -Een klein handje Lievevrouwebedstro -Een fles droge witte wijn -Een eetlepel honing -Een sinaasappel in schijfjes Giet de wijn( op kamer temperatuur) in een schaal, los de honing er in op en doe het verse bedstro en de sinaasappelschijfjes erbij. Laat het niet langer dan 2 uur afgedekt weken. Filter alles in een doek of zeef en dien het goed gekoeld op.

10


Soort van de maand.

Vliegenzwam (amanita muscaria) Het Thijssepark is meer dan een som van bodem, weer en de door ons geplante plantensoorten. Er zijn talloze soorten die zich er spontaan vestigen. Niet alleen de honderden insecten-, zoogdier- en vogelsoorten, ook planten en schimmels hebben in ons park een thuis gevonden. In deze tijd van het jaar vallen vooral de paddestoelen op. Ongetwijfeld is de meest afgebeelde en meest bezongen paddestoel de Vliegenzwam: Op een grote paddestoel, Rood met witte stippen, Zat kabouter Spillebeen, Heen en weer te wippen Dat kan er natuurlijk maar 1 zijn! Waarom sprak dit lid van de amanietenfamilie zo tot de verbeelding? Allereerst natuurlijk omdat hij mooi is. De witte vlekken (oorspronkelijk de resten van de witte ‘zak’ waaruit de paddestoel tevoorschijn komt) contrasteren prachtig met de helrode ondergrond. Daarnaast heeft zwam een giftige achtergrond, zijn naam zou hij hebben gekregen van het volksgebruik om een (gedroogde) hoed van de paddestoel in een schoteltje met melk en suiker te leggen; de vliegen snoepten van het mengsel en legden het loodje. Ook mensen kunnen dood gaan bij het eten van teveel van deze paddestoel. Maar ook de hallucinerende werking sprak erg tot de verbeelding; vooral bij sjamanistische volken die van Lapland tot oost Siberië woonden werd de paddestoel met haar werking (in feite is het een begin van vergiftiging) Erg gewaardeerd, ze vormen een communicatiemiddel met de goden. Veelal werd de werking verlengd door de urine van de gebruiker te drinken! Ook werd de urine van rendieren gedronken. Deze waren van tevoren stoned gevoerd met Vliegenzwammen. Dan weten we gelijk waar die rare kerstman vandaan komt…… Een grote, dikke man met roodwitte kleding, die zich door rendieren door de lucht laat vervoeren en een macaber hohoho laat horen en bovendien zijn oorsprong in Lapland heeft….. het geeft de denken!... Denk daar maar eens aan als u deze prachtige Vliegenzwammen langs het Jeneverbespad en het rode kornoeljepad ziet groeien. Maar laat ze alstublieft staan, We willen er allen van genieten.

11


Plant van de maand.

Zomerklok (Leucojum aestivum) Ieder voorjaar herhaalt zich een zelfde ritueel…. Een of meerdere bezoekers komen al dan niet schuchter op ons toe geschuifeld en vragen of wij iets over de plantennamen weten… Dan weten we het al; deze bezoeker wil graag de naam van die ‘hoge sneeuwklokachtige plant, die her en der in het park staat’ weten. Dit zijn Zomerklokken. Nee dit zijn niet de met anabolen steroïde gevoerde broertjes van de sneeuwklokjes, hoogstens de grote neven (beide zijn lid van de leliefamilie). In Nederland zijn ze erg zeldzaam en groeien in de uiterwaarden van de Vecht en nog wat riviertjes. Zomerklokken zijn al lang in tuinen te vinden, vooral in kloostertuinen. In deze tuinen werden veel zogenaamde ‘Mariaplanten’ aangeplant. Deze bloeien in het voorjaar en zijn meestal wit om de reinheid te symboliseren. Dit bolgewas wordt zo’n 60 cm hoog en heeft meestal tussen de 3 en 5 bloemen per stengel. Als u in een flora kijkt dan staat daar dat ze van april tot in juni bloeien. Of het aan de broeikasgassen ligt laten we maar even in het midden, maar de eerste bloemen vonden wij al eind december!

12


De klokjes In ons park bloeien zo’n 8 soorten klokjes (vaak beter bekend onder hun wetenschappelijke naam Campanula). Ik zet ze even op een rijtje voor u…… Verreweg het zeldzaamst is het lage (tot 5 cm hoge) klimopklokje. Deze heeft kleine klimopvormige blaadjes en lichtlila bloempjes. Het klimopklokje is eigenlijk geen directe familie van de campanula’s maar een soort neefje, en inmiddels in Nederland uitgestorven. Iets hoger is het grasklokje, deze dankt zijn naam aan het smalle blad aan de bloeistengels. Zijn wetenschappelijke naam C. rotundifolia betekent rondbladig, en dat slaat op de kleine ronde blaadjes net boven de grond. Het ruitbladklokje,ook wel bergklokje genoemd, is ongeveer even groot als het grasklokje maar heeft ruitvormige kleine blaadjes die allemaal ongeveer even groot zijn. Het akkerklokje is iets groter, en kan zelfs wel tot boven de meter uitgroeien. De bloemen zijn allemaal naar 1 kant gericht. Van het rapunzelklokje zijn de blaadjes langwerpig en meestal een beetje gegolfd. De bloemen bloeien in een soort losse aar. Het perzikbladig klokje wordt zeker zo hoog en heeft ook lang, smal blad. Het blad en de klokjes zijn echter veel dikker en een beetje vettig, glad. Het ruig klokje heeft blad dat een beetje aan een brandnetel doet denken. De gehele plant heeft haren, zelfs de binnenkant van de bloem. De laatste is het breedbladig klokje. Deze campanula kan wel een meter hoog worden en lijkt met zijn forse verschijningsvorm wel wat op het ruig klokje. De breedblad klok heeft echter gaafrandige bladeren diets zachter behaard zijn. Ik hoop dat u met dit rijtje op zak anders kijkt naar de schat aan blauwe bloempjes die ons park rijk is. Vergeet niet dat alle klokjes bij de wet beschermd zijn, dus niet bij uw veldboeket stoppen a.u.b.! Soort van de maand

Wolfskers (atropa belladonna) Deze Limburgse plant heeft zich in de loop der eeuwen omringd met mysteries, sagen en verhalen. Zo zou het, samen met Alruin, Doornappel en Bilzekruid, deel hebben uitgemaakt van heksenzalf; de zalf waarmee heksen zich insmeerden om te kunnen vliegen. Het zal zeker gewerkt hebben, al deze planten zitten zo vol met hallucinogene stoffen dat bij opname via de huid Je wel MOEST denken dat je kon vliegen! Minstens zo interessant is de herkomst van de tweede wetenschappelijke naam; belladonna.Al lang geleden, volgens sommigen al bij de oud-germaanse volkeren, gebruikte vrouwen een tinctuur van de Wolfskers om hun oogpupillen groter te maken. Vrouwen met grote pupillen (bedroomeyes) zien er aantrekkelijker uit voor potentiële huwelijkskandidaten. Dat ze in de loop van de tijd slechter gingen zien, maakte niet uit, ze waren dan toch al aan de man! De huidige medische wetenschap maakt nog steeds gebruik van Wolfskers tijdens oogoperaties (atropine) U kunt hem vinden langs het Klokjespad in het Thijssepark en achter de jeneverbessen vlakbij de werkkeet in de Braak

13


Soort(en) van de maand

Stinzenplanten Een aparte groep planten in de parken vormen de zogenaamde Stinzenplanten. Een stins is een versterkte boerderij in Friesland. In 1932 werd de term Stinzenplanten voor het eerst gebruikt voor een groep plantensoorten die van oorsprong aangeplant, maar nu verwilderd op Stinzen, Staetes, landgoederen, hofstedes en hoven werd gevonden. Stinzenplanten zijn allen kruidachtige planten. Het grootste deel van de Stinzenplanten is een bol, knol of wortelstokgewas, maar er zijn genoeg uitzonderingen. Meestal zijn het voorjaarsbloeiers, maar het hoeft niet. Ze werden vaak uit andere landen hier naartoe gebracht, maar kwamen ook gewoon uit Nederland. Kortom een makkelijke grens voor wat een stinzenplant is, en wat niet is niet gemakkelijk aan te geven. De bekendste Stinzenplanten zijn toch wel Sneeuwklokjes, Krokussen, Wilde of Boshyacinten, Narcissen, Blauwe druifjes, Kievitbloemen en Bosanemonen. Hier ziet u al verschillen; Kievitsbloem, narcis en Bosanemoon zijn planten die gewoon in Nederland in het wild voorkomen, maar als het ware vanuit de natuur over de heg in de tuin geplant werden. Voor andere soorten is door de lange gecultiveerde geschiedenis het veel onduidelijker of de plant van oorsprong inheems is. Van het Lenteklokje wordt aangenomen dat hij tot 1916 nog inheems was op één plaats in de Achterhoek. Hij is nu nog wel rond landgoederen te vinden. Over de wilde Narcis is lang getwijfeld, maar nu denken we toch dat hij ook van oorsprong in Nederland voorkomt. De eerste gedocumenteerde waarneming van Knikkend vogelmelk en Bostulp komen uit 1770, dus die mogen zeker tot de Nederlandse stinzenflora gerekend worden. Bijzondere gevallen zijn de diverse soorten Longkruid, Breedbladig klokje, en Donkere ooievaarsbek. Het zijn geen typische bolgewassen en het Breedbladig klokje bloeit zelfs pas in de zomer. Veel Stinzenplanten kwamen uit de Midden-Europese bergen of Turkije. Rijke kooplieden rustten zelfs expedities uit om nieuwe Stinzenplanten naar ons land te halen. Een Bijzonder verhaal is dat van de Wilde of Boshyacint. Zeer waarschijnlijk is de plant niet van oorsprong inheems. De eerste vermeldingen zijn van rond 1700. Er wordt aangenomen dat de planten toen uit Engeland naar Nederland zijn gekomen (de zogenaamde Bluebell’s) Toen hadden Nederland en Engeland hetzelfde staatshoofd, en was er veel onderling contact (Willem lll en Mary ll tussen 1688 en 1702). Kortom een boeiende groep planten waar alle geleerden het nog niet over eens zijn. Maar die daardoor in schoonheid niet inboet.

14


Wat bloeit er nu?

Het voorjaar is nu echt begonnen! Overal schieten de voorjaarsbloeiers kleurrijk uit de grond. Bij de hoofdingang van het park vallen direct de paars-lila Holwortels op. Verder bloeien natuurlijk de Stengelloze Sleutelbloemen overal in het park. Op twee plaatsen, op het orchideeënstuk en langs het Margrietenpad, bloeit het Lenteklokje. Dit klokje is een neefje van het Sneeuwklokje en een volle zus van de Zomerklok, die ook op meerdere plaatsen in het park bloeit. De Zomerklok is zeldzaam langs de Nederlandse rivieren te vinden, De Lenteklok kwam ooit in het wild voor langs de Duitse grens maar is nu alleen nog verwilderd in ons land aan te treffen. Ook zijn her en der al Bosanemonen en Dotterbloemen te vinden. Een bekende tuinplant is het inheemse Gevlekt Longkruid. Deze heeft zowel rode als blauwe bloempjes. Narcissen komen in het wild in Limburg voor, maar bloeien nu volop in ons park. Deze periode is misschien wel een van de mooiste jaargetijden om in ons park rond te lopen.

Week 12

Het Thijssepark bloeit weer!

Het is wat vroeg in het jaar, maar het voorjaar is definitief doorgebroken in het Thijssepark! Overal hoor je de Tjiftjaf en het roffelen van de Grote Bonte Specht. Buizerden cirkelen al ‘miauwend’ boven het park, soms wel 7 tegelijk! Hommels brommen vol plezier rond al de voorjaarbloemen die onder het gewicht van deze vliegende bontjassen doorbuigen. Kortom; kom weer door het park struinen en geniet van de pijn aan je ogen, veroorzaakt door het schitterende wit van de bosanemonen, laat je ontroeren door een eenzame narcis die net als zijn naamgever verliefd lijkt te zijn op zijn eigen spiegelbeeld, en de Zomerklokjes die als een sterrenhemel de padranden versieren. Het is misschien een goed idee om niet alleen het Thijssepark door te lopen, maar print de ‘Drie Heemparkenwandeling’ op deze site uit, en wandel in anderhalf – twee uur door drie Heemparken die hier vlakbij elkaar liggen. Als u vragen heeft horen wij die graag van u…. Veel plezier! Henri Hennequin en Ariën Slagt

15


Week 14 Een kledingontwerpersduo bracht vorig jaar een parfum op de markt met de naam Flowerbomb, maar wij hebben de echte! In het Thijssepark heeft een bloemenexplosie plaatsgevonden! Overal is het wit, geel en lila, En alles wordt prachtig muzikaal omlijst door zingende tjiftjafs en zwartkoppen. Wat nu extra opvalt zijn de drie Sleutelbloemsoorten die in ons park voorkomen; de Echte (of Gulden) Sleutelbloem, De Stengelloze Sleutelbloem en de Slanke Sleutelbloem. De Stengelloze lijkt het meest op de tuinprimula, de Slanke heeft prachtige, naar 1 kant kijkende, lichtgele bloempjes op een steel, en de Echte heeft ook bloempjes op een steel maar die zijn prachtig diep eidooiergeel. In het wild komen de drie soorten niet bij elkaar voor. Dat lijkt niet zo’n probleem, maar dat schept voor ons een hoop werk. De soorten kruizen namelijk onderling, en om alle soorten in het park te kunnen blijven zien moeten we die kruisingen verwijderen. Zonde, maar het is voor een mooi doel. Traditiegetrouw zal het met Pasen weer erg druk worden, vergeet dan niet ook een bezoek te brengen aan een van de twee andere heemparken vlakbij het Thijssepark. U kunt een wandeling door de drie parken vinden op deze site. Kortom; U moet niet binnenzitten maar handelen, Print em uit en ga wandelen! Henri Hennequin AriÍn Slagt

16


Week 16 Het park is nu iedere dag anders. Door de warmte van de afgelopen dagen zijn de Krentenboompjes en Sleedoorns uitgebloeid, maar daar is de bloesem van de Vogelkers voor teruggekomen. Let eens op de twee soorten Goudveil die op verschillende plekken langs de paden groeien. Het meest algemeen is het Verspreidbladig Goudveil. Maar op sommige plaatsen kunt u ook de wat grotere Paarbladig Goudveil. Het lijkt nu, tijdens de bloei, inderdaad alsof er iemand met een vijl en een flink brok goud door het park gewandeld heeft. Over kleuren gesproken‌, onderaan de heuvel vindt u een vrij hoge geelbloeiende plant; dit is Wede, een verfplant die al meer dan duizend jaar bekend is. Even een receptje:

Oogst het wedeplantje, snij het in stukjes en laat het rotten. Doe het 1 of 2 dagen in een "wede-kuip" met zemelen en veel water. Dan heb je een geel/groenige vloeistof. Doe witte wol in de vloeistof (10 tellen!) en haal het eruit. Je ziet de wol blauw worden voor je ogen! (bron wikipedia) (Maar haal de planten aub niet uit het Thijssepark. Als u het na de bloei vraagt, kunt u wel wat zaad krijgen) Als u deze , en andere verfplanten wilt bekijken, dan kunt u ook een bezoek brengen aan de educatieve gebruiksplantentuin op de heemplantenkwekerij in Heemtuin de Braak. (zie voor een kaartje de wandeling elders op deze site. Andere planten die nu opvallen zijn de verschillende soorten viooltjes en de gele zomen van de sleutelbloemen. Let ook eens op de bomen, het kan zomaar zijn dat u tussen het frisse lover een bosuil ziet zitten! Henri Hennequin en AriĂŤn Slagt

17


Week 17 De grote groepen voorjaarsbloeiers laten hun verlepte kopjes alweer hangen; zijn gaan nu zaad maken voor de komende generaties. Ze maken plaats voor de vele soorten die in de voorzomer bloeien. Dat klinkt wel raar; voorzomerbloeiers in de vierde week van april. Alles loopt gemiddeld een week of drie voor op de normale bloeikalender. Het Lelietje –Der-Dalen bloeit normaal rond Moederdag maar er zijn al volop van die kleine witte belletjes te vinden. Ook de Zwartblauwe Rapunzel staat her en der al te schitteren. Dit jaar doet de Knikkende vogelmelk het ook prachtig, vooral rond de heuvel staan er veel. Normaal verregenen de tere bloemen snel en zijn dan een gemakkelijke prooi voor een slak op bloemenjacht. Door het droge weer blijven de bleekgroen-witte bloemen allemaal prachtig overeind staan. Maar het is niet alleen bloemenpracht die in de Heemparken te bewonderen is; er zijn ook nogal wat vliegende juweeltjes te vinden. Al een jaar of 8 is het Thijssepark een van de weinige Noord-Hollandse plaatsen waar het Groentje te vinden is. Het Groentje is een dagvlinder, lid van de pagefamilie, die vooral rond Bosbessen en Brem te vinden is. Hij vliegt nu rond. De mannetjes hebben vaak een paar vaste uitkijkpunten. Als u hem voorzichtig benadert kunt u zien dat hij witte mascara draagt. Ook de waterjuffers vliegen alweer. Vroege soorten die al in het park te zien zijn, zijn; de prachtig rode Vuurjuffer en het Lantaarntje, donker, met een lichtblauw stukje onderaan het achterlijf. Veel plezier de komende week! Uw Heemtuiniers….. Henri Hennequin Ariën Slagt O, ja… Check ook eens de soort van de week; leuke weetjes over een plant die nu bloeit.

18


Week 19 Met Blijdschap geven wij hierbij kennis van…… Het verschijnen van twee nieuwe Bosuilen! Deze week was het zover, in een van de kasten werd al regelmatig een oudervogel gezien, maar afgelopen woensdag zaten Jut en Jul gebroederlijk (of gezusterlijk, dat kun je niet zien)op een tak naast de nestkast. Iedereen vroeg zich af wie wie zat te bekijken! Inmiddels zijn de takkelingen verder in de dekking gekropen en niet meer terug te vinden. Als ze iets ouder zijn, fladderen ze waarschijnlijk naar het Amsterdamse Bos om te leren jagen. Het is inmiddels het vierde jaar op een rij dat er in het Thijssepark geboren worden Hèhè… Het was wel nodig zeg! Veertig dagen hebben onze planten staan smachten naar een drupje water Je zag ze opfleuren! Ook de Duitse Brem, de lage bremsoort die op meerdere plaatsen langs de paden te zien is. Deze bloeit nu op prachtige wijze en lokt veel insecten. Ook voor de rapunzels is het moment van schitteren aangebroken. We hebben twee soorten rapunzels in het park, of eigenlijk ondersoorten; De Zwartblauwe en de Witte. In de Natuur komen ze niet samen voor, daarom kruizen ze ook tot een lichtblauwe bastaard. Dat is dan ook de reden dat we ze in het park gescheiden houden. De witte Rapunzel heeft zijn vaste plek in het park (rondom de kade nabij de hoofdingang van het park) en de Zwartblauwe laten we wat rondzwerven. Die zoekt zelf wel uit waar hij het het beste doet. Kortom er zijn weer redenen genoeg om de wandelschoenen aan te doen, een veldfles te vullen en lekker de Amstelveense Heemparken in te trekken. We zien u daar graag! Uw Heemtuiniers Henri Hennequin en Ariën Slagt

19


Week 20 Tussen de buien door is het goed toeven in het park! De Zwartblauwe Rapunzel (kijk daarvoor ook eens op Plant Van De Week) staat er prachtig bij en vormt schitterende combinaties met de zomen van kniehoge gele overvloed aan Duitse Brem. Elders weet hij de fragiele zachtheid van het Bosgierstgras te benadrukken. Overal vliegen hommels, bijen, vlinders en waterjuffers rond; de hommels zijn erg verzot op de Rapunzels. De bijen komen af op de Grote Zonneroosjes op de heuvel. Als je er voor staat en niet praat hoor je ze massaal naar de nectar zoeken. De ingetogen schoonheid is voor de bezoekers die de paarsbruine bloemen van de Wolfskers ontdekken, terwijl de knallende rozeheid van de Echte Koekoeksbloem voor niemand te missen is! Kortom; voor iedereen is er wat te genieten….

Nog even een oude heemtuinwijsheid over de regen; Schuil niet tussen de struiken want dan wordt je twee keer nat: Eén keer van de regen en één keer van het blad!

Tot ziens in úw park, Uw Heemtuiniers Henri Hennequin en Ariën Slagt PS Schrijf het weekend van 26 en 27 mei vast in uw agenda, dan vindt de opening van de landelijke dag van het park in Amstelveen plaats. Op zondag geven wij dan gratis rondleidingen in Heempark de Braak. Volgende week meer daarover.

20


Week 23

Het is groen in het park! Dat is ook allemaal wel logisch… hoge temperaturen en zo nu en dan een flinke bui! De Zwartblauwe Rapunzels zijn bijna allemaal uitgebloeid, maar de klokjes beginnen nu pas goed. Vreemd eigenlijk dat veel mensen de klokjes beter kennen onder hun wetenschappelijke naam; Campanula. Tegenover het orchideeënstuk (het klokjespad) begint het allemaal echt op gang te komen; Het geelbloeiende Mottenkruid combineert prachtig met het driekleurig viooltje, de echte Koekoeksbloem, de Breedbladereprijs en de Grasklokjes . Dan te bedenken dat dit stuk pas z’n derde jaar ingaat…. De bodem is bedekt met Tijm en Zacht Vetkruid, maar die bloeien later in het seizoen. De Kleine Veenbes is inmiddels uitgebloeid, maar z’n grote broer de Cranberry staat nu volop in bloei. Bloemen zijn mooi, maar het is misschien net zo leuk om eens stil te staan op een rustige plek en alleen te kijken hoeveel soorten groen u ziet. Erg rustgevend! Let ook eens op de vele libellen en waterjuffersoorten die boven het water scheren… er zitten behoorlijk zeldzame soorten bij! Qua vogels is het ook leuk… op het moment zijn er overal jonge Grote Bonte Spechten te zien (we hebben er zels al een uit het water moeten halen) Kortom; Het is wederom de moeite waard om ons park te bezoeken, ook het andere heemgroen van Amstelveen is trouwens bijzonder om te bekijken! Uw Heemtuiniers Henri Hennequin Ariën Slagt

21


De Klokjestijd is aangebroken! Van de negen soorten klokjes (veel mensen kennen ze onder de wetenschappelijke naam Campanula) in het park bloeit een groot deel. Even een paar overeenkomsten en verschillen tussen de soorten; De laagste is het klimopklokje, en eigenlijk geen campanula, maar een wahlenbergia. Hij heeft lichtblauwe kleine klokjes en is in Nederland uitgestorven. Een maatje groter is het grasklokje, deze heeft de smalste (grasachtige) blaadjes. In het latijn is zijn tweede naam rotundifolia, wat rondbladig betekent en dat alleen op de onderste blaadjes slaat. De meest algemene Campanula in het park is het Rapunzelklokje. Deze heeft smalle gegolfde blaadjes en de blauwe klokjes hebben een beetje een roze zweem. De Ruitbladklok (ook wel Bergklokje genoemd) heeft diepblauwe klokjes, is net zo groot als het Grasklokje maar een stuk compacter en heeft bredere blaadjes. Het Perzikbladig Klokje wordt iets hoger dan het Rapunzelklokje, maar heeft grotere bloemen en wat dikkere ‘vettige’ smalle bladen. De Akkerklok wordt ongeveer net zo hoog en heeft al zijn, wat violette, bloemen naar een kant gericht. Een maatje ruiger is het Ruig Klokje, deze heeft blad dat erg op een brandnetel lijkt, en de bloemen zijn van binnen behaard. Ongeveer net zo groot is de Breedbladklok. Deze heeft rondere zacht behaarde bladen. Kortom u kunt niet alleen de klokken horen maar ook de klepel zien in het Thijssepark. Let eens op de Heuvel in het park, hij is prachtig geel door de Zonneroosjes en de Zwarte Toorts. Tussen de loopplank en het bruggetje is het nu ook prachtig! De gele Mottenkruid en Zacht Vetkruid combineren mooi met het roze van de tijm en het blauw van de ereprijs en klokjes. Ook de Driekleurige Viooltjes passen daar prachtig bij. Veel bloemig wandelplezier Uw heemtuiniers: Henri Hennequin en Ariën Slagt

22


Week 32

Door de regen van de afgelopen tijd zijn veel bloemen helaas vroegtijdig aan hun eind gekomen. Voor de liefhebber is er echter altijd wat te zien in het park. Veel mensen lopen en kijken. Het is een aanrader om eens 5 minuten stil te staan op een punt. Dan pas ontdekt u alle kleine plantjes en hun schoonheid. Neem nou eens het klimopklokje… Sinds enige decennia is hij in Nederland uitgestorven, maar is nog volop in ons park te bewonderen! Het plantje is laag en heeft kleine lichtblauwe bloempjes. Het plantje is voor het laatst in de jaren 80 in ons land gevonden, en u vindt het vooral op de kale veenstukken en tussen de heide. Over heide gesproken… De struikheide geeft hier en daar al een prachtig paarse kleur aan het park. Veel bezoekers van het park kijken alleen naar de planten. Een park als het onze heeft echter een geschiedenis van meer dan 60 jaar, en daarin ontwikkelt zich ook een dierenwereld. Inmiddels heeft een flink aantal insectensoorten hun huis gevonden in het Thijssepark. Naast de diverse soorten vlinders (het bont zandoogje is nu een vaste bewoner) zijn het vooral de waterjuffers en libellen opvallend. Let eens op de metalig groene houtpantserjuffer, die als enige juffer haar eieren legt in takken boven het water. Of de rood ogige (de naam zegt het al…) roodoogjuffer die zich het best thuis voelt op een waterlelie. Als u geluk heeft ziet u de groene glazenmaker; een zeer zeldzame soort die al eerder boven het krabbescheer op de grote vijver is gezien! Kortom….. Zie ze vliegen in het Thijssepark!

Uw Heemtuiniers Henri Hennequin en Ariën Slagt

23


Week 40

Het park ruikt heerlijk als het verrot! Natuurlijk is de geur van planten als ze bloeien het lekkerst, maar de geur van blad, zojuist gevallen , heeft ook zeker iets heerlijk aards. Dit seizoen geeft ons de gelegenheid organismen, die we tijdens de zomer niet kunnen vinden, in al hun diversiteit waar te nemen. Overal zijn paddenstoelen te vinden! Sommige paden laten een enorme rijkdom aan vliegenzwammen en andere amanieten zien, terwijl elders prachtige groepen met gekraagde aardsterren te zien zijn. Ook zijn er verschillende soorten koraalzwammen op de 'slieten' (de dunne stammetjes langs de paden) te zien. Vooral als u vroeg op de dag ons park bezoekt heeft u nog steeds een grote kans om onze blauwe pijl over het water te zien schieten; soms zien we wel drie ijsvogels achter elkaar vliegen. Eekhoorns zijn op dit moment druk bezig hazelnoten te verzamelen. Onze boomklevers maken een hoop herrie en klemmen diezelfde noten in het schors van grote bomen, ze hakken als kleine spechten tot ze de inhoud kunnen opeten. Kortom; In de herfst is er in ons park genoeg te ruiken, zien en horen! Uw Heemtuiniers AriĂŤn Slagt en Henri Hennequin PS: Die mooie roze bloemen die nu bloeien heten Herfsttijloos

24


Soorten van de maand