Page 1

5de jaargang

juni 2014

Mechelen

Vintage UM Schoolblad

Project mondelinge geschiedenis Op weg naar 100 jaar Ursulinen Mechelen


2


Vintage UM ‘Vintage UM’ … met deze 5de editie van ons vakoverschrijdende schoolproject ‘Mondelinge geschiedenis’ schetsen leerlingen uit het 3de jaar een beeld van het bijna 100-jarige bestaan van hun school. We kozen er dit jaar voor om oud-leerlingen aan het woord te laten die ook collega’s werden in de loop der jaren. Wat is er sindsdien veranderd en wat is er gebleven? Na een grondige voorbereiding konden de leerlingen als volleerde reporters op pad om de oud-leerlingen over hun schooltijd te bevragen. Een goede reporter heeft ook het juiste materiaal … Daarom konden de leerlingen bij hun zoektocht naar interessante weetjes, anekdotes en verhalen gebruik maken van hun eigen smartphone of opnametoestel van de school om vervolgens deze ervaringen te verwerken tot een samenhangend en leesbaar verhaal. De leerlingen stonden niet alleen voor deze uitdaging. Zij werden gesteund door enkele leraren die enthousiast hun schouders onder dit project zetten. De leraren geschiedenis stelden het project en de methodiek ‘Mondelinge geschiedenis’ voor en brachten een boeiende kijk op de schoolgeschiedenis. De leraren Nederlands namen de door de leerlingen uitgeschreven verhalen kritisch door. De leraar informatica zorgde er voor dat de leerlingen de werking van de technische apparatuur voldoende onder de knie kregen. Met dit vakoverschrijdend project konden we heel wat V.O.E.T.-en (vakoverschrijdende eindtermen) bereiken. Het vraagt ook voor de leraren de nodige ondersteuning. Daarom werd in het kader van het project een kernteam opgericht waarin leraren, coördinatoren, directieleden en medewerker van de Erfgoedcel Mechelen samen het project opvolgden. Wij hopen jullie volgend jaar de afsluitende editie van onze reek Vintage UM aan te bieden met interviews van generaties van (groot)moeders, (klein)dochters ... Het is de laatste stap naar het hoogtepunt van het schooljaar 2014-2015: ‘100 jaar Ursulinen Mechelen’!

su

M en lin

echelen 1 91

42

4 01

Ur

Wij wensen jullie veel leesplezier bij de 5de Vintage-editie vol verhalen over de tijd van toen … in Ursulinen Mechelen.

Colofon / Met dank aan • •

alle oud-leerlingen en -collega’s die bereidwillig een interview gaven en foto’s ter publicatie afstonden. alle leerlingen en leraren die meewerkten aan het project.

Drukkerij: Augustynen, Putte Lay-out: N. De Cock Eindredactie: I. De Cooman, L. De Roover, H. Verdoodt, S. Wollants, N. De Cock V.U.: Francis Van Caer, Hoogstraat 35, 2800 Mechelen

3


1945

“Ik gaf wiskunde en zag steeds wit van ’t stof.” Adriennne Pepermans (HKLA, 1945) volgde tijdens de oorlogsjaren ‘middelbaar’ op school (de richting zonder Latijn). Ze koestert fijne herinneringen aan haar UM-tijd: “Als leerling vond ik het daar heel goed in die tijd.” Als leerkracht kon ze het uitstekend met haar collega’s vinden. Ze komt met enkelen nog steeds samen. Levertraan in de oorlog “Het uniform, een blauw kleed met witte kraag, moesten we alleen op vrijdag dragen, waarom weet ik niet goed. Waarschijnlijk omdat het oorlog was en we zuinig moesten zijn op onze ‘goede’ kledij?. Het was toen een harde tijd. In 1944 hoorden we vaak bommen vallen. We moesten dan uit de klas gaan en kropen dan maar onder de kapstokken onder onze mantels, om ons te beschermen tegen eventueel rondvliegend glas.” Ze kregen tijdens de oorlog ook elke dag op hun lessenaar een ampule levertraan, om de algemene gezondheid te bevorderen, vooral voor de kinderen die niet ‘op den buiten’ woonden. Er was immers een tekort aan voedsel. Het laatste trimester van 1944 werden de lessen stopgezet omdat het niet meer verantwoord was. De enige uitstapjes tijdens de oorlog waren de ‘bedevaarten’ (in stilte): in mei naar de Hanswijkkerk en in juni naar de H. Hartkerk in de Adegemstraat. De diensten van de Paasweek moesten ze meevolgen in de Paterskerk, waar nu een hotel is.

“We kregen tijdens de oorlog elke dag een ampule levertraan, om de algemene gezondheid te bevorderen.” De zusters Als leerling kreeg ze in het 1ste ‘middelbaar’ les van ‘mère Gerardine’. Die kon een heel lesuur

4

1945

Foto: 1941-1942, Adrienne Pepermans is de vierde persoon van links te beginnen.

boeiend vertellen over slechts één onderwerp. Mère Irène was directrice toen ze leerling was en pas begon als leerkracht. Mère Irène heeft de school voor de oorlog vernederlandst. Deze zuster was zeer streng maar rechtvaardig. Zo stond ze bv. toe dat de leerlingen tijdens de strenge winter van 1942, toen de tram 3 maanden niet kon rijden en de leerlingen te voet door de sneeuw naar school moesten, een half uur vroeger naar huis mochten.

Adolf Hitler zich terug in zijn Führerbunker.


Het zou immers anders te gevaarlijk zijn om in het donker naar huis te gaan. Er was op één nacht 30 cm sneeuw gevallen en het bleef maar vriezen zodat de straten in glijbanen veranderden. Mère Irène hield vanop haar ‘katheder’ of verhoogje op de speelplaats ook de rijen in het oog. De leerlingen gingen toen muisstil binnen. “Zij controleerde ook elke week de agenda van de leraren en had vaak opmerkingen. Je moest je onderwerp van je les echt verantwoorden.” Straffen Er was meer tucht op school dan nu. De leerlingen luisterden goed en de leerkracht stond duidelijk boven de leerlingen. Leraren die geen gezag hadden, konden na hun 1ste jaar ‘gaan’. Daar waren ze streng in. Voor een straf werd je naar de directrice

meneer Cornelis gaan zitten, wou hij een les kunnen geven. “Het was een ingoed mens, meneer Cornelis, maar hij had geen gezag. Ik herinner me dat ik op een examen eens 15 punten ben verloren omdat ik een vraag verkeerd had geïnterpreteerd. Meneer Cornelis heeft er een briefje bijgestoken om te zeggen hoe spijtig hij het wel niet vond dat hij mij maar 85 punten kon geven in plaats van 100. Dit toont aan hoe goed van inborst hij wel niet was.”

“Tijdens de verbouwing van de D-blok, eind jaren 50, gaf ik les in ‘noodlokalen’.” Lessen Toen ze leerling was, begonnen de lessen altijd met een gebed. Na een tijd is dat verwaterd en maakten sommige leraren nog een kruisteken met de leerlingen. De leerlingen moesten bij het begin van de les ook eerst naast hun bank staan. Ze vond de lokalen echt verouderd. Ze heeft nog les gekregen in het gebouw dat nog vóór de D-blok (‘de groene blok’) stond. Tijdens de verbouwing van deze D-blok, ergens eind jaren ’50, gaf ze zelf les in ‘noodlokalen’ in de parochiezalen van de O.L.V. o/d.-kerk. Aan de muren hingen landkaarten, en in elk lokaal hing een krijtbord. “Dat krijt en die borden was echt een vuiligheid. Als wiskundelerares moest ik veel op bord schrijven. Ik hing vaak vol. Je moest ook zuinig zijn met je krijt, je kreeg niet zomaar nieuwe krijtjes.” De lokalen waren vrij groot en er stonden alleen maar dubbele banken die je bovenaan kon openklappen om er iets in te steken. Brent Vercammen, Jonas Vandevelde, Nicholas Lens, Stijn Van Lent (3ECOA)

gestuurd. Er was één leraar, meneer Cornelis die absoluut geen gezag had. Hij heeft een tehuis op gericht voor verwaarloosde jongens en wezen (nu nog steeds het Cornelishuis in Bonheiden). Hij gaf godsdienst en was een echte theoloog. “Ik moest gewoon alles van buiten leren, want ik begreep er niet veel van.” Godsdienst was een zeer belangrijk vak: het stond op meer punten dan bv. Nederlands. Mère Alexandra moest achteraan in de les bij

1945

Suske en Wiske komt voor het eerst in de krant.

5


1951

“Onderwijs is mijn leven.” Claire (of Klaartje) Van Geet - Moens (Grieks-Latijn, 1951) studeerde als eerste vrouwelijke industrieel ingenieur in Vlaanderen in het katholiek onderwijs af. Ze werkte eerst 4 jaar in het bedrijf van haar ouders, gaf dan 14 jaar les in Ursulinen Mechelen. In 1979 werd ze directeur van het technisch instituut Sint-Ursula in Onze-Lieve-Vrouw-Waver. Intussen is ze tachtig jaar en nog steeds actief in het onderwijs door te zetelen o.a. in de raad van bestuur van Sint-Ursula. Verstoppen in het tuintje en op zolder Mevrouw Moens startte op 10-jarige leeftijd haar schoolcarrière in Ursulinen Mechelen in het jaar 1943, in volle oorlogstijd. De klassen waren veel groter dan nu. Ze zaten met 32 leerlingen één klas, gemengd met de Moderne. In het 5de en het 6de middelbaar bleven ze nog maar met negen Latinisten in één klas over. “Deze overgebleven negen leerlingen waren een zeer sterke groep. We hadden veel aan elkaar. Er waren twee voortrekkers bij, zij durfden veel meer en de anderen werden meer gezien als volgers.” Zo hadden deze twee haantjesde-voorste eens een weg gevonden om tijdens de middagpauze (die heel lang duurde: anderhalf uur) naar het tuintje van het klooster te gaan dat grensde aan de school. Dit was verboden maar toch hebben ze daar veel fijne momenten beleefd. Op de zolder van de kapel, waar er een waterreservoir was, hebben ze zich ook meermaals tijdens de middag ‘verstopt’. Voor het andere kattenkwaad, nl. opzettelijk een boek van Engels niet bijhebben omdat ze dachten dat ze die les niet meer zouden hebben na de H. Geestmis, werden ze streng gestraft. “We moesten elk een plaatsje op school zoeken en daar gaan staan om ons te bezinnen over onze stoute daden.” Lievelingsvak wiskunde en schabouwelijk Engels Vroeger gaf een leraar meer vakken dan nu het geval is. Zo gaf haar klastitularis Mère Gerardine in het 1ste en het 2de middelbaar zowel Nederlands, Frans, geschiedenis, aardrijkskunde, godsdienst en zang. Handwerk werd gegeven door een andere leerkracht. Dit laatste vak heeft haar aangezet om later ook nog veel te naaien, te breien, patchwork maken e.a. Vanaf het 3de jaar kregen ze Duits en in het 4de jaar Engels. Het Engels was echt niet wat het moest zijn. Dit kwam omdat de leraren Engels

6

1951

hadden gestudeerd tijdens de oorlog, toen dat quasi verboden was. Mère Majella, een jonge Nederlandse zuster die wiskunde gaf in het 2de jaar, was haar lievelingsleerkracht. Zij heeft haar aangespoord om meer met wiskunde te doen. “Dat was mijn ambitie. Wiskunde leren en leraar worden.” Toch heeft ze voor technisch ingenieur gestudeerd, omdat haar ouders dat beter vonden. Zij hadden een constructiebedrijf. “Moeder moest toen naar mère Irène komen ‘omdat dit toch geen studie voor meisjes was’. Op de Melaan, waar de hogere studies voor technisch ingenieur waren, mocht ik zelfs niet binnen van die directeur. Mijn ouders wilden me toen naar een school in Anderlecht sturen, van het andere net en in gemengd onderwijs. De zusters hebben daar dan een stokje voor gestoken. Door tussenkomst van onze kanunnik Nauwelaerts bij het bisdom ben ik toch aan mijn hogere studies kunnen beginnen in TSM, alleen als meisje 4 jaar tussen de jongens.” “Ik beleef nog veel plezier aan wiskunde: ik los nog steeds de oefeningen van de Vlaamse Wiskundeolympiade op.” Uniform In het begin droeg ze alle dagen een uniform: een donkerblauw kleed met een wit kraagje, dat je met zeepsop kon wassen. Daarna moesten ze alleen de dagen waarop de priester kwam lesgeven hun volledige uniform dragen, in haar geval dinsdag en vrijdag. De andere dagen droegen ze een zwarte, blinkende schort boven hun normale kleding. Ze hadden ook een muts met UM op. Ontspanning Ze had weinig tot geen vrije tijd. Ze kwam thuis en was bezig aan haar huiswerk tot ze moest gaan slapen. Ze vindt dat ze niets gemist heeft. “Op dat

Koning Leopold III der Belgen doet troonsafstand.


moment zelf realiseer je niet wat je precies mist, omdat het voor iedereen toen hetzelfde was.” Als ze eens uitzonderlijk op uitstap gingen, was het centrale thema: natuur. Zo gingen ze eens met de bus naar Zeeland of met de boot naar Oostende waar ze zijn gaan varen. Toen ze terugkwamen van de zee gingen ze een ijsje eten met de hele klas zonder dat hun ouders noch de zusters dit wisten. Daarvoor kregen ze straf. Tweede wereldoorlog Er waren periodes tijdens de Tweede Wereldoorlog dat ze niet naar school mochten en hun huiswerk thuis moesten maken. Eenmaal per week moesten ze dat op school binnenbrengen waar ze het vorige verbeterd terug meekregen. De bombardementen aan het einde van WO II waren het ergste. Toen is haar plechtige communie (gepland op 14 mei) uitgesteld geweest naar september. Haar gezin sliep in de O.L.V.-straat in de kelder. “Ik herinner me nog steeds de geur van ingevallen beton en steengruis na de bombardementen.”

Anders Er is veel veranderd qua infrastructuur, zoals de turnzalen. Zelf kreeg ze ‘turnles’ van ‘Bellefleur’ (bijnaam) in de huidige feestzaal waar er 1 bok stond en 1 turnrek. De lerares gaf ‘turnen’ terwijl ze zelf hoge hakjes aanhad. “Ik heb 1 ding van haar geleerd: Als je een inspanning moet doen (bv. over de bok springen), lach dan nooit, want anders verlies je al je krachten.” Ze vindt het heel goed dat de technologie goed wordt doorgevoerd in het onderwijs, zelf heeft ze ook een iPad en een iPhone. Ze zegt dat er minder respect is voor de leraren en dat die evolutie zeer snel is gebeurd. Ze vindt het zeer raar dat leraren tegenwoordig hun telefoonnummer of e-mail doorgeven aan de leerlingen. Ze zei dat dit gewoon ondenkbaar was in haar tijd en dit toch wel heel veel zegt over de relatie tussen leraar en leerling. Ze heeft nog altijd een goede band met haar medeleerlingen van toen, waarvan er nog 5 in leven zijn. Jaarlijks komen ze nog ergens samen. Vincenzo Vilardi, Indra Leemans en Lise De Weerdt (3GLA)

“In het 5de en het 6de middelbaar bleven we maar met negen Latinisten over. We waren een zeer sterke groep en hadden veel aan elkaar.” Foto: De 9 Latinisten die nog overbleven in het 5de en 6de middelbaar.

1951

In het Vaticaan wordt Paus Pius X zalig verklaard.

7


1952

“Zaterdag was een gewone werkdag.” Angèle Van Caesbroeck (Handel, 1952) studeerde in Ursulinen Mechelen van 1946 tot 1952, eerst 3 jaar moderne in het ASO en daarna 3 jaar Handel in het TSO. Ze heeft wiskunde gegeven in onze school. Hoe was het studentenleven 63 jaar geleden? De dagindeling In de voormiddag werden de lessen korte tijd onderbroken en hadden alle afdelingen samen speeltijd. Er was een periode waar ze dinsdag- en donderdagnamiddag vrij hadden maar dan hadden ze wel op zaterdag een hele dag les. Er bestond toen nog geen ‘weekend’, zaterdag was een werkdag. Er was maar anderhalve maand grote vakantie en geen herfstvakantie of krokusvakantie. Vrije tijd Na de schooldagen kwamen ze thuis, maakten ze huiswerk of leerden hun lessen. Na het leren luisterden ze naar de radio. ‘s Zondags bleven ze thuis, of gingen ze met hun ouders naar de familie. Geen computer of spelletjes, maar wel samen kaarten of gezelschapsspelletjes spelen. “We werkten mee in de tuin, speelden buiten met de bal of met de buurtkinderen op straat.” Respect De leraren waren enorm streng. “We moesten zwijgen in de les, dus konden we onze eigen mening niet zeggen.” Wij mogen onze meningen wel geven en dat vindt Angèle wel beter, maar “je moet respect voor de leraar hebben.” Het uniform Ze droeg niet graag het uniform omdat ze het niet mooi vond en het vervelend zat: een donkerblauw wollen kleedje met een wit kraagje. Angèle vindt het goed dat je geen uniform moet dragen. Er zijn mensen die het uniform super vinden omdat er dan geen onderscheid ontstaat in de kleding. Uniformen werden ook gedragen om de school wat meer ‘standing’ te geven. Schriftjes Projecten zoals nu had Angèle niet, ze hadden een programma en dat werd direct afgewerkt: hoofdstuk per hoofdstuk en dus niet alles door elkaar. Angèle deed heel graag wiskunde. Later gaf ze zelf

8

1952

wiskunde in onze school. Voor dagelijks werk hadden ze geen rapport, wel elke week eentje over gedrag. Ze hadden van alle vakken 3 keer examen per jaar. Er was geen bijles, geen wegwerken van tekorten, geen oudercontact en geen leerlingbegeleiding. Als Angèle slechte punten had dan kreeg ze wel straf van haar ouders. “We hadden per vak een kladschrift waarin we onze klastaken maakten. Ook hadden we nog een schrift voor huistaken. De leraar verbeterde die en gaf hierop punten. Ik vind dit systeem gemakkelijker en overzichtelijker dan werken op losse bladen.”

“De les begon met een kruisteken of een weesgegroetje.” Het studentenleven Je mocht niet praten in de gangen, je moest zitten, luisteren en zwijgen. De les begon altijd met een kruisteken of een weesgegroetje. Thuis leerde Angèle gewoon haar lessen en deed wat ze moest doen. “Ik las minstens mijn les nog eens over.” (lacht) Vakken en richtingen Angèle is begonnen in de Moderne en zat samen met de Latijnse in 1 klas, samen 25 leerlingen. Er waren 2 afdelingen nl. de Humaniora en de Technische. In de Humaniora kon men slechts de eerste drie jaren (lagere cyclus) van de Moderne volgen, voor de Latijnse was er de lagere en hogere cyclus. In de Technische afdeling was er Handel en Kleding. Er was ook nog een Beroepsschool. In haar tijd waren er heel wat leerlingen die stopten met studeren op 16 jaar. Ze hielpen dan bij het huishouden. Leerlingen uit de handelsafdeling konden gaan werken als bediende. Arno Coppens, Nico Keulemans, Leen Pelgrims en Yanah Vanpoeyer (3ECOB)

Het sprookjesbos De Efteling wordt geopend.


In Memoriam Zuster Alfonsine. Zuster Alfonsine overleed op 27 januari 1991. In het krantje UM- Nieuws verscheen een handgeschreven wens van de Zuster: “Begin iedere dag met een blij gezicht, een zonnestraal voor iedereen. Help een ander waar ge kunt. Samen danken wij God voor het goede, het schone waarvan wij mochten genieten. Samen bidden wij voor kracht om het minder aangename te dragen. Vrede en geluk voor u en allen die u dierbaar zijn.�


1955

“De examens in het laatste jaar Regentaat waren echt indrukwekkend.” Maria Persijn (Regentaat Kleding, 1961) kwam onmiddellijk in 1961 in dienst van de school. Met 35 jaar schoolervaring wou ze ons met genoegen vertellen over haar ervaringen in TSO-kleding als leerling en leerkracht.

Foto: Leerlingen van het 2de jaar Regentaat Kleding, 1960-1961.

Uniform Een uniform was volgens Maria de oplossing voor het dilemma van elk meisje ‘wat zal ik aandoen?’. Het uniform hielp vele pesterijen te vermijden. Buiten de school werden ze in uniform in groep ook meer opgemerkt. “Een uniform is mooi maar het moet wel van de tijd zijn.” De kleuren blauw en wit vond je ook bij het uniform van de leerkrachten. Ze droegen bij speciale gelegenheden een donker mantelpak met een hoed. De turnkledij bestond uit een lange broek met een T-shirt die je op school kon bestellen. Haar carrière Na het Regentaat was zij één van de drie uitverkorenen die werden uitgenodigd door de directrice Mère Irène om te komen werken op de school als lerares. Ze heeft deze kans met twee handen

10

1955

Foto: Mevr. Smets en de leerlingen op uitstap naar expo ’58.

gegrepen. De jongere leerkrachten hadden in het lerarenlokaal ontzag voor de collega’s met meer ervaring. In het begin van haar carrière moesten de TSO-richtingen tot tien voor vijf op school blijven en hadden ze zaterdag ook les, niet veel later werd zaterdag een vrije dag. Veranderingen Ursulinen Mechelen bestond administratief gezien uit twee scholen. Je had voor de tso-richtingen het technisch instituut van Ursulinen met als directrice Mère Irène. Mère Marie was de baas over de richting aso. Voor de leerlingen die met de fiets kwamen, werd er een lokaaltje voorzien of je kon je fiets gewoon achteraan op de speelplaats stockeren. Maar de meeste leerlingen kwamen met de bus of te voet naar school. De ingang in de Milsenstraat was de enige mogelijkheid om de school te betreden. “Later kwam er de hoofdingang in de Hoog-

Première op Broadway van The Diary of Anne Frank.


straat bij waar vroeger het huis van de zusters was. De zusters die er toen nog woonden verhuisden naar de Groenstraat waar nu de lagere school is.” Activiteiten Het Angelakoor was toen heel populair. Ze deden tal van optredens in binnen- en buitenland en repeteerden tijdens de middagpauze. Ze wonnen de hoofdprijs voor het beste schoolkoor van Vlaanderen! Het indrukwekkendste optreden was zonder twijfel dat in de Koningin Elisabethzaal in Antwerpen met het groot orkest van de zeemacht. Uitstappen Onder leiding van de dynamische en moderne

twee zusters. Elke laatste dag van een trimester moesten de leerlingen hun klaslokalen grondig poetsen. Talloze dweilen, emmers, borstels kon je daarvoor terugvinden in het midden van de speelplaats. Later werd er onderhoudspersoneel ingeschakeld. Inhoud richting kleding Tijdens de technische en praktische vakken kleding werd je opgeleid om in de kledingsector te werken. Als je leerkracht kleding wou worden kon je kiezen voor het Regentaat Kleding. Daar kreeg je volgende vakken: pedagogie, psychologie en toegepaste methodiek. Je moest ook oefenlessen geven in de school zelf. Modellen werden gekozen uit Franse modebladen waarop de school was geabonneerd.

“We wonnen de hoofdprijs voor het beste schoolkoor van Vlaanderen!” Foto: Het angelakoor repeteert.

mevr. Laurent, die Frans en kunstgeschiedenis gaf, hebben ze veel impressionante modeshows beleefd o.a. in het Brusselse warenhuis ‘Old Engeland’ (het huidige instrumentenmuseum). “Mevr. Laurent kon alle deuren doen openen: we zijn ontvangen geweest op het Foto: Mevr. Laurent stadshuis van Brussel, zeer uitzonderlijk voor gewone meisjes van het 5de jaar van UM.” Normaal mochten er enkel regeringsleiders en buitenlandse gasten komen. Ze bezochten met de school ook de wereldtentoonstelling in 1958. Hygiëne De school werd in het begin onderhouden door

1956

“De examenlessen in het laatste jaar Regentaat waren indrukwekkend. Achteraan in de klas stond er een tafel waaraan de leraren zaten en juryleden van buiten de school. Dat was wel stresserend!” Tot in de jaren ‘60 werd een kledingstuk ambachtelijk met de hand gemaakt, daarna kwamen er industriële naaimachines op de markt en nog later computergestuurde machines. De latere directrice mevrouw Jansegers heeft bijscholing gegeven voor computergestuurd patroontekenen aan de leraren. Momenteel biedt UM de richting Mode aan voor geïnteresseerden vanaf 18 jaar. Elk jaar stellen zij hun werk voor tijdens een spectaculaire modeshow (in perron M). Zij mogen ook meehelpen bij grote ontwerpers achter de schermen in Parijs. Voor het jeugdprogramma Kulderzipken van VRT maakten zij ook de kostuums. Kilena De Cuyper, Dries Janssens, Femke Van Hove en Kelly Vermaelen (3WETB)

Japan treedt toe tot de Verenigde Naties.

11


1961

“Begonnen met 60, geëindigd met 22 ...” Erna Van den Brande (Handel, 1961) studeerde bij ons van 1955 tot 1961, eerst in de lagere school, daarna in de richting handel. Ze gaf 14 jaar les dactylo en steno in Zavemtem vooraleer ze op het secretariaat kwam werken waar ze verantwoordelijk was voor het boekenfonds, reftertoezicht, bewaking, studie e.a. Wilde haren, wilde zeden “We droegen zware, donkerblauwe kleedjes met plooien. Het was een dikke, warme stof en in de zomer was het onhoudbaar.” Alle plooien samen vormden bijna drie lagen stof. Ze droegen een bandje in lenden, een wit, plastieken kraagje dat op je sleutelbeen sneed en een platte muts met UM op. “Toen we met de fiets naar school gingen, vloog onze muts altijd af. Om dat te vermijden, staken we ze tussen onze snelbinder. Aan de schoolpoort zetten we onze muts op en dan pas mochten we binnen.” Het kraagje mochten ze in de zomer niet laten openstaan. “Als we dat wel deden, kwam mère Irène het met een speld vaststeken. We kregen een model van ons uniform dat we moesten laten maken bij de naaister. In het begin moesten we het uniform elke dag aandoen maar er kwam zoveel weerstand tegen dat we het slechts twee keer per week moesten dragen, op de dagen met de godsdienstles.” Lange broeken mochten ze niet dragen. “In de winter kwam ik acht kilometer met de fiets naar school: mijn knieën werden rood van de kou. We vroegen toestemming aan de directrice om een lange broek te dragen op de fiets. Ze zei

12

1960

dat het mocht, maar met onze rok erover.” Het was streng maar rechtvaardig. Als kapsel moesten ze hun haren opsteken en mocht er niets in het gezicht hangen. Mère Irène zei altijd: “Wilde haren, wilde zeden.” Nonnetjes en leerkrachten Er waren slechts enkele nonnetjes die les gaven: ‘mères’. “Ik herinner mij nog dat er een nonnetje was dat fysica gaf: haar proeven in het labo mislukten altijd. De pastoor die ons godsdienst gaf, was ook de directeur van onze school. In het 5de en in het 6de hadden we een mannelijke leerkracht voor Duits en Nederlands.” Speeltijd en straffen “Na het eerste belsignaal moesten we stoppen waar we mee bezig waren. Bij het tweede belsignaal moesten we in stilte naar onze rij gaan en vervolgens onze leerkracht in stilte volgen naar ons klaslokaal. Er stonden zoveel leerlingen, ongeveer 800, op de speelplaats dat we moeilijk konden spelen met een bal ofzo. We moesten altijd bidden na ons

Koning Filip wordt geboren.


“In de winter kwam ik 8 kilometer met de fiets naar school: mijn knieën werden rood van de kou.”

middageten.” Afdelingen De school was verdeeld in verschillende afdelingen. Het ASO met o.a. de richting Latijn en het technisch onderwijs met o.a. het handelsonderwijs en de afdeling kleding. Deze richting was bedoeld om verder te studeren als regentes Snit en Naad of om een kledingzaak op te richten … Als je handelsregentaat wou doen, kon dat niet in UM. Daarvoor moest je naar de HAM. “We kregen in de Handel ook de eerste 3 jaar huishoudkunde. De ene week was dat strijken of kleren wassen en de andere week dan weer koken. De echte handelsvakken (boekhouding, steno, recht) kregen we pas in het 4de jaar.” Er zaten veel meisjes in haar klas. “Ik was van het 1ste jaar die een a en b klas had. In het begin van dat jaar waren we met 60 en op het einde van het middelbaar zijn we geëindigd met 22 leerlingen. Eigenlijk was ik niet van Mechelen, maar van Leest. Ik ben na het 4de leerjaar naar basisschool Ursulinen Mechelen veranderd. Onze pastoor was daar woest over: hij was boos dat ik in Mechelen naar school ging.” Uitstappen Elk jaar was er een uitstap. “We gingen varen op de Schelde; we zijn een keer naar Nederland geweest, naar Goes, Vlissingen en de oesterkwekerijen in Zeeuws-Vlaanderen. We bezochten fabrieken en de

1961

haven van Antwerpen. In de koekjesfabriek ‘Parein’ in Antwerpen, vlogen de musjes van de ene naar de andere kant, dat zou nu niet meer kunnen.” Verre reizen maakten de leerlingen niet, het verste was een reis van een week tijdens de paasvakantie naar Parijs in het 6de jaar. Pestgedrag Er werd eerder geplaagd dan gepest: bv. zeggen dat ze niet mooi genoeg gekleed waren. Iedereen droeg wel een uniform maar de jas was dan weer anders ... Er was ook altijd wat gekibbel tussen de ‘Mechelaars’ en wie van de omliggende dorpen kwam. De Mechelaars hadden meer ‘streken’ maar waren wel met veel minder dan de dorpelingen. Kattenkwaad “We moesten elke maand te biecht gaan. We schoven toen opzettelijk aan de verkeerde biechtstoel aan. We hadden ook in het 6de eens een lerares geschiedenis die het geschiedenisboek aframmelde en dan vroeg ze ‘verstaan’? Wij vonden dat niet leuk, dus hadden we afgesproken om allemaal een grote strik mee te brengen. Iedereen deed opeens zijn strik aan. De lerares werd woedend en liep de klas uit want ze wou geen les meer geven. Als straf kregen we geen klasfoto dat jaar. Dus hebben we er zelf maar één gemaakt.” Valary Bertels, Nils Fallein, Chiara Jakubek en Angie Van den Broeck (3HUMB) Foto: Op uitstap naar Zeeuws-Vlaanderen.

John F. Kennedy wordt president van de VS.

13


1964

Foto: Opdienen modeshow 1958. Jacqueline Lauwers vind je op de 2de rij helemaal links.

“Ik zag de leraren chemie altijd met bakken rondzeulen.” Jacqueline Lauwers (Handel, 1964) studeerde in onze school en volgde vervolgens het Regentaat wiskunde, chemie en cconomie. Later gaf ze hier muziek en godsdienst én was ze coördinator van de 1ste graad. Mevrouw Lauwers benadrukt meermaals in het interview hoe blij ze was met haar studiekeuze. Ze vindt Handel immers een sterke algemene richting, die haar heel goed heeft voorbereid op latere studies. Zelf heeft ze bij ons de 6 jaar gevolgd om daarna de lerarenopleiding te starten, maar een aantal van haar klasgenoten stapten al na 3 jaar over naar de vervolgopleiding van de normaalschool.

14

Angelakoor Jacqueline was van jongs af aan gepassioneerd door muziek. Dit heeft haar geïnspireerd om in het Angelakoor te gaan. Dit bekende schoolkoor voor de oudere leerlingen werd vernoemd naar Angela Merici, stichtster van de kloosterorde Ursulinen. Het Angelakoor heeft verschillende, zelfs internationale, wedstrijden gewonnen. Bij een wedstrijd van de NIR (nu VRT) wonnen de meisjes zo ook de titel van Beste Radio Schoolkoor! De hoofdprijs was een mooie vleugelpiano, die nu soms nog in de feestzaal te bewonderen is. Het Angelakoor heeft een belangrijke invloed gehad op haar leven en heeft haar mee geïnspireerd om muzieklerares te worden. Ook de lagere jaren hadden een eigen koor, dat zo’n beetje de voorbereidende afdeling voor het grotere Angelakoor was: de Meiklokjes. Bezielster van beide koren, die elk een eigen uniform had-

“Het Angelakoor heeft verschillende, zelfs internationale, wedstrijden gewonnen.” 1963 De Noordzee bevriest gedurende meerdere dagen.


den, was Madeleine Jacobs. Onder haar begeleiding oefenden de koorleden tijdens de middagpauze, telkens van twaalf uur tot half twee, in de feestzaal.

klas samen met de leerlingen zelf onderhouden en één keer per trimester was er een grote schoonmaak.

Chemie in Keulen

Uniform

Echte uitstappen of reizen deden ze vroeger weinig. De leerlingen gingen wel op ‘retraite’, waar hun voornaamste bezigheid bezinnen was. Na die bezinning kregen de leerlingen de kans om te praten met een geestelijke of met elkaar. In het 6de jaar werd een uitstap georganiseerd naar Keulen. Ze bezochten er Bayer, een zeer groot chemisch bedrijf. Jacqueline vond dit super interessant. De leerlingen konden er allemaal seminaries of workshops volgen. Jacqueline had op school gekozen voor het seminarie ‘kantoor’, maar toen kwam ze op de afdeling chemie terecht en dat leek haar ook te boeien … Toen ze uiteindelijk moest beslissen, leek chemie voor haar toch nog net iets interessanter. Dit heeft haar op weg gezet om in het hoger onderwijs ook voor chemie te kiezen.

In de schooltijd van Jacqueline was er nog een uniform. Dat uniform moest men alleen dragen tijdens de godsdienstles en bij speciale gelegenheden zoals de proclamatie. Het uniform bestond uit een donkerblauw kleed met lange mouwen, een plastic kraagje en een baret. Tijdens de gewone dagen droegen ze een blauwe schort en eronder deftige kledij. De turnkledij was gemaakt van katoen en bestond uit één stuk. Dat was natuurlijk niet gemakkelijk om daarmee over de bok te springen!

Lokalen Wij wisselen nu heel de tijd van lokaal. Vroeger was dat niet zo. Iedere klas had een vast lokaal waar de leerlingen in bleven zitten en dus veranderde iedere leraar telkens van lokaal. “Ik zag de leerkrachten chemie altijd met bakken rondzeulen”, vertelt Jacqueline. De leraren moesten hun eigen

Proclamatie Na ieder trimester was er een plechtige proclamatie, waar ook moeder-overste naartoe kwam. Zij ging dan vooraan staan en de leerlingen moesten in rijen staan en een blok vormen met de klas. De naam van iedereen werd één voor één afgeroepen en vervolgens moesten ze naar voor gaan. Voor dit optreden was Jacqueline altijd erg zenuwachtig. Ines Robberechts, Chiara Ventrella en Lukas Vercauteren (3GLA)

Fragment uit het boek “Angelakoor” (V.U. Alfons De Bleser, 1990) Foto 1: Een herhalingsoefening in de feestzaal van het Instituut, 1954-1955. Foto 2: Het Angelakoor in de Koningin Elisabethzaal te Antwerpen.

1964

Frankrijk dreigt de NAVO te verlaten.

15


1969

‘’2 leerlingen, verstopt in de kast, waren aan het fluiten. De lerares ... was boos op de schilders buiten.” Lydie De Haes (Regentaat Kleding, 1969) vertelt uitbundig over haar 37-jarige schoolcarrière in Ursulinen Mechelen. Het begon in het 5de leerjaar in 1959-1960. Ze volgde 6 jaar middelbaar Technische Kleding, waarvan 2 jaar Regentaat Kleding. Op haar 27ste kwam ze op school werken op het secretariaat, op o.a. de kopiedienst. De schooltijd in de jaren ‘60

Lessenaar op de grond en fluiten in de kast

“Mijn schooltijd was plezant, ik ben nooit tegen mijn zin naar school gekomen.” In de klas Technische Kleding zijn ze gestart met 3 klassen van ongeveer een 20-tal leerlingen. Samen met haar zus fietste ze ongeveer 10 km naar school, behalve in de winter, toen kwamen ze met de bus. Het donkerblauwe uniform had een afneembaar kartonnen kraagje overplakt met stof zodat je het toch een beetje kon afwassen. 3 maal per jaar moesten ze wel een nieuw kraagje kopen. Voor de algemene vakken droegen ze een blauwe schort en voor de praktijklessen had men een blauwwitte geruite schort ‘met een binder achteraan’. “In de technische afdeling kregen wij koken, wij leerden zilver en koper poetsen. We leerden ook schoenen poetsen en wassen en strijken. Strafstudies bestonden niet. Wij waren zo braaf denk ik, dat wij dat niet nodig hadden (lacht) ... Hoewel braaf, we hebben wel een paar streken uitgehaald.”

“We hebben eens de leerkracht met lessenaar en al de klas laten invallen. Ze had de gewoonte om altijd tegen de lessenaar te duwen. Haar lessenaar stond een meter van het randje in het begin van haar les en op het einde van de les stond die al op het randje! We hebben de lessenaar toen iets verder op het randje gezet. Ze duwde… en dook met lessenaar en al de klas in.” In het 2de middelbaar waren enkele klasgenootjes in twee houten bruine kasten gaan liggen. “De leerkracht had niet gezien dat er een paar ontbraken. Buiten waren schilders aan de ramen bezig. Plots hoorden we de 2 leerlingen fluiten in de kast. De leerkracht werd zeer boos op die schilders omdat die haar les stoorden … maar het waren de leerlingen in de kast.”

Foto: 2de jaar Regentaat Kleding, 1968-1969, Lydie De Haes vind je rechts achteraan.

16

1967

Uitstappen en studentenprotest “Wij gingen wel eens naar een museum en hadden filmforum in de filmzaal van het Sint-Romboutscollege. Dan zaten de meisjes helemaal vooraan en de jongens achteraan want wij mochten niet met elkaar communiceren.” Tijdens haar regentaatsjaren ging ze buitenshuis eten. “Er glipten dan wel al eens een paar van het 6de jaar mee. Allemaal braafjes op dezelfde plek. Zuster Bertilde kwam ze dan persoonlijk terughalen: “jij bent niet van het Regentaat, vlug naar school!”.” In het Regentaat deed ze mee met het studentenprotest voor Leuven Vlaams in 1967/68. “We gingen s ’morgens vroeger naar school: de betoging begon om 8 uur. Tegen 10 uur kwamen we terug en volgden de rest van de lessen.”

Jacques Brel geeft zijn laatste concert.


Foto: Van links naar rechts: zuster Irène en Berthilde.

“De kappen van de zusters verdwenen en ze droegen gewoon een ‘voileke’. Later hadden ze niets meer op hun hoofd.” Foto: Mère Alfonsine, Irène en Alexandra, 1982.

Beroep

Grote veranderingen

Berthilde geweten. De namen ‘mères’ werd in de loop van mijn studietijd vernederlandst naar ‘zusters’. Ze hebben toen ook hun kappen afgedaan en droegen gewoon maar een ‘voileke’ meer. Daarna hadden de zusters niets meer op hun hoofd, maar een kort geknipt kopje haar dat (veronderstel ik) met krulspelden werd ingedraaid. Zuster Marie en zuster Lieve heb ik ook nog geweten.” De speelplaats was tezamen, maar toch strikt gescheiden. ASO zat achteraan in het smalle gedeelte, en de technische afdeling, handel en beroeps die zaten op het bredere gedeelte. “Het was een stilzwijgende afspraak dat wij niet in contact kwamen met de andere leerlingen. Dat was vaak een probleem want mijn zus zat in de moderne en zij werd erop aangekeken: ‘Wat moest je met die van de technische gaan doen, of omgekeerd als ik op ‘hun’ stuk kwam’.”

“Ik heb hier gedurende al die jaren een hele evolutie doorgemaakt. Ik heb mère Irène en

Karen Blancquart, Lotte Foque, Dounia Lamara en Laura Van Doren (3HUMB)

“Ik heb altijd op het secretariaat gewerkt en de kopiedienst verzorgd.” Dat was een vrij zware job. “Op het einde toch voor een 1300 leerlingen altijd kopietjes maken en boekjes inbinden voor de uitstappen. Ik herinner mij o.a. een boekje dat ik heb moeten maken voor de Westhoek. Dat was toen op lila papier gedrukt en de tussenbladeren moesten op donker papier. Toen was er nog geen kopiemachine die je kon programmeren. Het moest dus allemaal manueel bij elkaar gebonden worden, met een plastiekje en gebonden met spiraaltjes. Ondertussen moesten de gewone kopietjes gebeuren, allemaal tegelijkertijd. Ik heb ook heel veel reisbrochures voor o.a. Barcelona, Parijs en London gemaakt.”

1969

In België wordt het rijbewijs ingevoerd.

17


1970

“Je koestert die schort totdat het van je lichaam valt. Het was een stuk van ons.” Leen Van Eycken (Latijn-wetenschappen, 1970) vertelde over haar tijd als leerling en als leerkracht hier op school. Er zijn eigenlijk niet zo veel verschillen met vroeger, vertelde ze ons. De schooluren begonnen op dezelfde tijd als nu. Maar zaterdagvoormiddag was er ook les. Het laatste uur was een vast studie-uur. De leerkrachten waren streng, maar dat vond ze goed. Ze moesten zich aan een reglement houden dat beperkter was dan nu. Ze had altijd het gevoel dat ze deden wat mocht. Ze weet niet wat de sancties waren. “Ik was misschien een brave.” Een nota in de agenda kon je wel krijgen.

Foto: Op uitstap, Leen Van Eycken in het midden met groene jas, 1970.

Alleen op zaterdagvoormiddag droegen ze een uniform: een blauwe rok, een witte blouse of polo naar keuze. Alle andere schooldagen droegen ze een uniformschort. Dat was een grote blauwe schort. “Je koestert die schort en dat gaat zo mee totdat het van je lichaam valt, die schort was een stuk van ons.” Ze maakten niet zo veel uitstappen tijdens de lessen. “Ik herinner me een uitstap naar de haven van Antwerpen. De meeste uitstappen deden we na de schooluren, daar heb ik de beste herinneringen aan.” Ze gingen bijvoorbeeld naar de volkssterrenwacht MIRA in Grimbergen. “We gingen ook een avond naar ballet. In die tijd was dat erg speciaal!” In die periode was er een lager middelbaar en een hoger middelbaar. In het lager werd er Latijn en

18

1970

Moderne gegeven en in het hoger alleen Latijn. Ze deed Latijn-Wetenschappen in het ‘Lyceum van de Heilige Familie’, de ASO-afdeling. Het volledige blok met Handel dat was het ‘Technisch Instituut van de Ursulinen’. De richtingen zijn pas in 19951998 samen gekomen en vormen nu Ursulinen Mechelen.

“De lokalen zijn buiten een likje verf nog steeds dezelfde.” “De lokalen en gangen zijn buiten een likje verf en de ramen dezelfde. De bibliotheek was vroeger een kapel. Foto: Leen Van Eycken heeft ook even op het secreta“Van buiten riaat gewerkt. Deze foto dateert van 1987. zie je nog steeds de oorspronkelijke emblemen van de kapel.” Ze zaten met ongeveer 20 in een klas. Latijn-wetenschappen zat samen met Latijn-wiskunde want dat was een kleine klas. Latijn-Grieks was een klas van ongeveer 20 leerlingen. Ze hadden niet voor elk lokaal een eigen lokaal, alleen voor chemie, biologie, fysica en lichamelijke opvoeding. De meesten kwamen met de bus naar school of te voet en sommige kwamen met de fiets. Ze aten in de refter hun eigen boterhamen. De refters waren het CafetariUM, het lokaal beneden aan de Milsenstraat en het lokaal dat nu de afwasrefter is. Gabriel Akbas, Issam El Nassiri, Elien Min en Elke Pepermans (3ECOA)

Brazilië wint in Mexico het WK voetbal.


1973

“Ons haar was erg belangrijk in die tijd.” Diane De Rooster (Regentaat Kleding, 1973) kwam in 1964 van Leest met haar oudere vriendinnen naar het middelbaar. Ze volgde het 6de leerjaar en daarna Technische Kleding in het middelbaar. Ze is afgestudeerd als regentes Kleding en gaf daarna les in de modeafdeling. “De mode zit in mij.” Blote mannen en vrouwen in de modeblaadjes “De volgende anekdote is me bijgebleven: in ons atelier lagen modeblaadjes omdat wij in een modeafdeling zaten maar je weet ook dat daar soms blote vrouwen of mannen in staan. We mochten dat absoluut niet zien, zelfs niet toen we in het Regentaat zaten (toen waren we al 18 jaar!). Zuster Berthilde keek thuis al die modeblaadjes na. Ze deed lijm op de beide bladzijden en plakte ze aan elkaar, zodat we de blote man of vrouw niet konden zien.”

vestje weer aandoen en dat lukte dan niet. Ze kon er wel mee lachen!” Naar Londen met de boot Ze gingen vaak naar (buitenlandse) modeshows omdat het een kledingrichting was. “Bijvoorbeeld naar Parijs, waar we ook stoffenbeurzen bezochten. Dat was een fantastische ervaring. We gingen ook naar Londen met de boot. Ik weet nog dat er een grote storm was op de Noordzee, iedereen was superziek en moest overgeven. Mijn vriendin en ik waren de enigen die niet ziek waren en wij hebben nog nooit zo hard gelachen. Het was een plezante reis van tien dagen. We logeerden daar in een groot hotel dat gerund werd door nonnen. Dat hotel was gesplitst in twee delen, wij zaten aan één kant en wat we niet wisten was dat er aan de andere kant een jongensschool zat (ook Belgen). Er was een verbindingsdeurtje tussen de twee delen waar de leerkrachten niets van afwisten. We hebben ons daar goed geamuseerd met de jongens.”

Foto: Klasfoto, Diane De Rooster op bovenste rij in het midden, 1973

Dichtgenaaid In het 3de jaar had ze een non als klastitularis: ‘zuster Alfonsine’. De leerkrachten waren rechtvaardig, de ene was al wat strenger dan de andere. Ze konden wel eens een grap uithalen met leerkrachten die niet zo streng waren. “We hebben eens een leerkracht haar mouwen dichtgenaaid. Die mevrouw kwam binnen en zij hing haar vestje op haar stoel. Zij had het altijd veel te warm. Tijdens de pauze ging ze naar buiten, en wij bleven dan in de klas omdat wij nog iets moesten afwerken. Wij zaten in een modeafdeling dus wij hadden altijd onze naald en draad mee. Toen ze wegging naaiden we haar mouwen dicht. Bij het binnenkomen wilde ze haar

1971

Foto: Diane De Rooster als leraar Mode

Met een zes had ik thuis geen succes “We kregen elke week een rapport. Er stonden punten op attitude (gedrag, vlijt …). Het waren 4 rubrieken. Ik babbelde heel erg graag en toen heb

Eddy Merckx wint de Ronde van Frankrijk.

19


ik veel minpunten gehad voor gedrag. Ik kwam ooit eens met een 6 naar huis en daar was ik thuis niet goed van.”

“Wij maakten de kledij voor de tv-reeks Kulderzipken.” Een groot misverstand! In het 6de middelbaar hadden zij het examen wiskunde (dat was toen opgedeeld in rekenkunde, meetkunde en algebra). “We hadden eerst rekenkunde en de dag erna meetkunde. Wij kregen onze vragen maar in die tijd werden de vragen gedrukt met een stencilrol. Dat is een rol waar een papier werd opgelegd, dat werd rondgedraaid en de inkt drukte erop. Wij kregen het examen van rekenkunde en op de achterkant stonden de vragen van meetkunde in spiegelbeeld, maar dat hadden we pas de volgende dag. Dus wij hadden allemaal heel goede punten op meetkunde.” Mijn poppen en Kulderzipken “Mijn hobby was naaien. Toen ik acht jaar was, maakte ik zelf kleedjes voor mijn poppen. Ik maak mijn eigen kleren zelf, maar een jeans koop ik in de winkel. Ik maak nu een bruidsjurk voor mijn schoondochter. Wij hebben met de modeafdeling vroeger ook alle kledij gemaakt voor de tv-reeks ‘Kulderzipken’ op Ketnet. Dat was een heel toffe ervaring!” De weg kwijt was altijd het beste excuus Ze gingen zwemmen maar hadden er allemaal een hekel aan: “Omdat wij al 18 jaar waren en ons haar superbelangrijk was in die tijd. Het was ook het laatste lesuur op een vrijdagnamiddag en dan moesten wij naar ‘den Bim’, waar ze een zwembad hadden. Wij mochten alleen naar daar stappen. Wij kwamen daar altijd te laat aan zodat we geen tijd meer hadden om te gaan zwemmen. Ik denk dat ik op heel dat schooljaar misschien 3 keer in het water ben geweest. Het was ook heel moeilijk te vinden dus wij zeiden altijd dat we de weg kwijt waren.” De mooiste dag van mijn schoolcarriere “De dag dat wij afstudeerden was gewoon fantastisch. De proclamatie was in de feestzaal. De studenten die afstudeerden kregen een plaats op het balkon. Toen werden wij afgeroepen en kregen wij vooraan ons diploma.” Sioban De Hertogh, Silke Goovaerts en Len Neefs (3HUMB)

20

1972

Foto’s: Kostuums die de leerlingen van de Mode-afdeling in Ursulinen Mechelen maakte voor de voor de tv-reeks ‘Kulderzipken’ op Ketnet.

The Godfather gaat in New York in première.


1973 Foto: Angelakoor in Lourdes.

“We zongen voor soldaten tussen stukgeschoten tanks en wapens ...” Rita Cauwenbergh (Handel, 1973) ging altijd graag naar school. Ze heeft tot 2013 les gegeven als lerares informatica. Vakken Ze heeft zelf haar studierichting mogen kiezen van haar ouders, dus heeft mevrouw Cauwenbergh gekozen voor Handel. ‘’Ik vond die vakken wel leuk, en vooral het koken (in het 1ste jaar).” Mevrouw Cauwenbergh vond van zichzelf dat ze een brave leerling was. “Ooit werd ik eens gestraft omdat ik een buis had gehaald op een toets van geschiedenis en dan moesten wij op een woensdagnamiddag op school blijven om straf te schrijven.” Gebouwen/Schooluren Toen duurde de middagpauze van 12.00 tot 13.30 uur. Mevr. Cauwenbergh koos ervoor om met haar vriendinnen op school te blijven eten. Tijdens de middag waren alle leerlingen verplicht 30 minuten naar de studie te gaan en zich daar in stilte bezig te houden. Maar, er was ook het schoolkoor onder leiding van Madeleine Jacobs. “Ik was blij dat ik geslaagd was voor de zangtest en zo deel mocht uitmaken van de meiklokjes en nadien van het in

1973

Begin van de oliecrisis.

binnen- en buitenland gerenommeerde Angelakoor.” “We slikten ‘s middags met plezier onze boterhammen snel in en gingen dan gedurende 2 lange middagpauzes repeteren op de trappen in de feestzaal. Samen zingen was leuk en met zo’n 40 tot 50 leerlingen namen we deel aan verschillende nationale en internationale wedstrijden waarin we regelmatig prijzen wegkaapten. De voorbereiding was niet gemakkelijk want alles moest perfect zijn. Opnieuw en opnieuw moesten we hetzelfde stukje herhalen tot alle stemmen samensmolten tot een geheel. Als meisjeskoor hadden we steeds veel succes. We traden o.a. op in Brussel op de Grote Markt met een kerstconcert. We reisden naar Frankrijk en traden er o.a. op in Lourdes en Tarbes samen met een internationaal koperensemble. We brachten niet enkel kerkelijke muziek maar ook volksmuziek, moderne werken en bekende melodietjes uit diverse landen en in diverse talen. Als winnaar van de wedstrijd voor radioschoolkoren mochten we o.a. in Parijs optreden voor de radio in de studios van de Radio et Télévision Française. We vertegenwoordigden België op zangwedstrij-

21


den in het buitenland. Zelf ben ik meegereisd naar Zweden en naar Israël. Daar logeerden we bij gastgezinnen wat een ervaring op zich was. In Israël bakte onze pleegmama speciaal voor ons frieten in een pan. We kregen daar lunchpakketten mee met onbekende groenten en fruit o.a. cactusvruchten en komkommer met een zurige dipsaus, maar het smaakte. We verkenden het land per bus. ’t Is maar wat je bus noemt natuurlijk. Het waren oude vrachtwagens met daarin een dubbele rij harde houten banken. Stevig waren ze wel want we doorkruisten hiermee ook de woestijn. Airco? Dat waren de open ramen en achterdeur. We namen deel aan het Zimryiafestival waar we een 2de plaats behaalden. We bezochten een legerkamp in de Golanheuvels en traden er tussen stukgeschoten tanks en wapens in een gecamoufleerde tent ook op voor de soldaten. Enkele weken later zijn daar toen opnieuw gevechten losgebarsten; dat was even schrikken. We hebben met het koor ook een aantal LP’s opgenomen. Pure nostalgie om onze frisse, heldere stemmen van toen terug te horen; waar is de tijd …” Mevr. Cauwenbergh zingt nu nog in het Angelakoor in Sint-Katelijne-Waver, de liefde voor muziek is gebleven.

“We verkenden het land per bus. ’t Is maar wat je bus noemt natuurlijk ...”

Foto: Het Angelakoor verscheen op 16 juli 1977 in een Franse krant.

bv. Mevrouw Mannaert (leerkracht wiskunde). Mevrouw Mannaert wou altijd als eerste naar de klas, zo deden we het gebed terwijl de leerlingen van andere klassen nog op de speelplaats stonden.” Zijzelf is ook leerkracht geweest. Mevrouw Cauwenbergh vond van zichzelf dat ze rechtvaardig streng was, ze probeerde het toch altijd te zijn. Ze kwam in het begin van haar lescarrière een zuster tegen die zei: ‘’ik ga u eens een goeie raad geven: je moet les geven met een ijzeren hand maar daarover een fluwelen handschoen’’. En mevrouw Cauwenbergh heeft dat altijd onthouden. “Ik hield van vernieuwing en een actuele aanpak met o.a. projectwerking. Hierin werd het werk en de inzet van de leerlingen op een andere manier gestimuleerd en beoordeeld. Dat vond ik boeiend om te doen.” Manal El Hariri, Soukaina El Nasire en Imane Razzouki (3ECOA)

Foto: De bussen waarmee het Angelakoor Israël doorkruist.

Leerkrachten ‘’Er waren een paar mannelijke leerkrachten, onder andere onze leerkracht Frans en godsdienst. Leerkrachten godsdienst waren meestal priesters. De leerkrachten waren ook heel vriendelijk en behulpzaam, maar er waren ook wel strenge leerkrachten

22

1973

Opening van het World Trade Center in New York.


1973

“Ik deed zo graag Latijn! Ik was er helemaal zot van!” Kris Rassaerts (1973-LGR) heeft er een 37-jarige carrière in Ursulinen opzitten. Ze gaf Nederlands en Engels, eerst op de ‘Humaniora’, later ook op het ‘Technisch Instituut’. Ze heeft ook nog kort op het secretariaat gewerkt. “Ik kreeg het advies voor Moderne, maar in het 6de leerjaar kreeg ik op het toenmalige PMS een oefening van Latijn. Ik was er helemaal zot van en wou Latijn ga volgen. Als meisje kon je dat alleen bij de ‘Mères’ (UM) doen.” Haar ouders waren heel blij met haar keuze. Haar vader zei dat je daar altijd ‘profijt’ van hebt bv. het leren redeneren of woorden die je herkent in andere woorden en in andere talen. Hij heeft, volgens Kris, groot gelijk gehad want ze volgt al 13 jaar Italiaans en geeft er zelfs avondles in. Als leraar voelde Kris zich direct thuis op school

want ze was er slechts twee jaar weggeweest. Ze had als jonge leerkracht groot respect voor de leraren waarvan ze vroeger les had gekregen. “Bij sommigen heb ik me echt moeten forceren om hen aan te spreken met hun voornaam.” Evolutie De enorme evolutie vond ze de intrede van het gemengd onderwijs, meer mannen in het lerarenkorps en de evolutie van het uniform. “Als leerling moesten wij elke dag een blauwe rok en een witte blouse dragen, pas nadien mocht ook een lange

Foto: Op reis naar Griekenland. Mevrouw Rassaerts is de tweede van links.

23


broek.” Daarna kwamen de schorten over de normale kledij en het uniform op vrijdag. “Dan is er een referendum geweest bij ouders en naar aanleiding daarvan is het uniform afgeschaft.” Vroeger hadden ze van elk vak examen, drie keer per jaar, en was er ook een namiddagpauze rond 15.00 uur. Het laatste uur was altijd een studie-uur. Dan mochten ze hun huiswerk maken of hun les studeren. Ze kregen ook proefwerken van handwerkles, tekenen én turnen. Kris kreeg hier nachtmerries van, ze is eerder het talentype. “Het examen handwerk ging door in CafetariUM dat toen volstond met stikmachines. Je moest op een lap stof recht stikken en allerlei figuren, ik was gebuisd. Breien en haken, dat ging nog. En turnen, daar moest je voor het examen achterwaartse koprollen maken …” Het tekort aan plaats is een oud probleem. Vroeger loste men dit op door – waar nu de grote turnzaal is – prefabklasjes te zetten die uitkeken op de speelplaats. De kleine speelplaats was vroeger een tuintje en in de E-blok aan de Hoogstraat was een huisje waar de nonnetjes woonden.

Madeleine Jacobs: “Begin elke dag met een lied!” Van Griekenland direct naar Barcelona De Griekenlandreis was om de twee jaar voor de leerlingen van het 5de en 6de jaar. Ze was 16 jaar en had nog nooit gevlogen. “Het was de eerste keer in zo’n vliegtuig en dan nog zo ver van huis. Het was fantastisch. Mijn vriendin Geneviève moest van Athene direct doorvliegen naar Spanje want haar ouders hadden daar een appartement. Haar ouders zochten nog een slachtoffer om haar te vergezellen en ze hadden aan mij gedacht. Dus mocht ik samen met haar voor de eerste keer alleen van Athene naar Barcelona vliegen.” Als leerling ging ze op ‘retraite’, naar het kasteel van Zellaer (Bonheiden) waar ze ook bleven slapen. “Ik ben ook twee keer gaan skiën, één keer als begeleidend leraar en één keer als toerist. Ik ben ook mee naar Londen geweest, want vroeger gaf ik Engels.” VAVOJO

weinige zakgeld aan sponsoring van goede doelen op school. “Wij deden mee met Broederlijk Delen: de klassen maakten allerlei (poppetjes, armbandjes) om te verkopen in andere klassen.”

Foto: Klasfoto Latijn-Grieks en Wiskunde, 1971. Mevrouw Rassaerts op de 2de rij helemaal rechts.

Christelijk Als leerling gingen ze met alle katholieke feestdagen sowieso naar de kerk. “Ik kreeg in het 6de jaar seksuele opvoeding van een pater over bv. voorbehoedsmiddelen. Ik was beschaamd in die man zijn plaats.” Vroeger begonnen ze de les met een kruisteken en moesten ze het Ave Maria in het Latijn opzeggen. “Wij moesten ook bidden voor het eten.” Tijdens de meimaand zongen ze als leerling steeds, netjes in de rij op de speelplaats een Marialied. Talenpracticum en episcoop Kris had het genoegen les te krijgen van Madeleine Jacobs, de oprichtster van het Angelakoor. Op het bord in de muziekklas stond een spreuk van haar: “begin elke dag met een lied.” De spreuk was er sierlijk in kleurkrijt opgeschreven door mevr. Jacobs zelf. Het mocht nooit werden afgeveegd. Er was ook een talenpracticum dat uitgerust was met bandopnemers. De leerlingen moesten dan een koptelefoon meenemen en dan konden ze Engelse of Franse mondelinge oefeningen maken. De lerares van Esthetica bracht haar eigen multimedia mee: een episcoop, een toestel dat de foto’s die je erop legt onmiddellijk projecteert. Dat was in die tijd revolutionair. Kris was jarenlang klasleraar van een 3STW-klas. Een jonge, mannelijke collega, Maarten De Weerdt was één van de eerste jongens in haar klas. Olivier Claes, Bruno Franckx, Jonathan Keulemans en Lisa Schaerlaeken (3WETA)

Dit was een vastenvoettocht, een soort sponsortocht, van 25 km met alle scholen samen. Nu doet elke school dat wat apart. Kris gaf zelf van haar

24

1974

Kerncentrale Doel I wordt in gebruik genomen.


1975

“Als leraar moest je verplicht nylonkousen dragen.” Brigitta Le Page volgde na haar secundair in Waver de studierichting Regentaat Huishoudkunde in Ursulinen Mechelen. Ze studeerde in juni 1975 af en startte in september haar professionele carrière in Ursulinen. Ze was leerkracht koken en voedingsleer. “Een wirwar van gangen, lokalen, hokjes en deuren. Dat was mijn eerste indruk toen ik de Ursulinen binnenwandelde. Een enorm, ingewikkeld labyrint.” Vroeger zag de school er heel anders uit. Zij vond de klaslokalen vrij donker omdat er te weinig ramen waren. Ondertussen zijn er nieuwe ruimere lokalen met grotere ramen en is er ook een blok bijgebouwd.

“Ik heb hier altijd graag lesgegeven. De collega’s vormden een leuke groep.”

Vroeger was de speelplaats saai: geen bloembakken noch zitbanken. Op de speelplaats bij het CafetariUM was er een klein tuintje. Het werd volgebouwd omdat er plaats tekort was.

“Ik heb hier altijd graag lesgegeven. Vooral de collega’s vormden een leuke groep.” De leerlingen waren veel braver en rustiger dan de huidige generatie. “Ik heb nooit veel straf gegeven maar ik was wel een strenge leerkracht en stond ook zo gekend. Dat was wel gemakkelijk want de leerlingen waren al van in het begin dan kalmer. Van in september legde ik mijn grenzen: tot hier en niet verder. Bij een brave klas kon ik daarna wat minder streng zijn ...” Als leraar moesten ze een rok dragen en daaronder verplicht nylonkousen, ook al was het 25 graden of meer.

Crisis

Gasvuur

Foto: Brigitta Le Page

In de jaren ‘80 werden omwille van de economische crisis de lessen van zaterdagvoormiddag afgeschaft als maatregel om energie uit te sparen. Deze lesuren werden verplaatst naar woensdagnamiddag. Leerlingen hadden toen 5 dagen les van 8 uur per dag. Zowel voor leraren als leerlingen waren dat zware dagen. “Op vrijdag was er als middagactiviteit volksdansen. Je zag dan vanop de verdieping kringen meisjes dansen met blauw en wit. Dat was wel mooi om te zien.” Er waren vroeger richtingen die nu niet meer bestaan, bv. de afdeling ‘Luchtvracht’ (7de jaar). Uitstappen deden ze maar één keer per trimester. “In de 3de graad zijn we wel eens naar de vismijn in Oostende geweest, maar dat was het.”

1975

“We kookten vroeger op gasvuren. De leerlingen leerden dit veilig aansteken. Dat lukte altijd. Microgolfovens is iets van recenter tijd.” Bij het uitoefenen van haar job kwam ze nooit iets tekort. Er waren altijd verse ingrediënten die de leerkrachten zelf mochten bestellen en er was genoeg materiaal voor alle leerlingen. De school vroeg een kleine bijdrage voor de ingrediënten van de kookles aan de leerlingen, niet de volledige kostprijs. Om het bedrag zo laag mogelijk te houden werd er zo goedkoop mogelijk gekookt. Ook al moest ze er op letten dat ze binnen het budget bleef, ze gebruikte wel altijd kwaliteitsvol materiaal. Lore Croux, Elise Geerinckx en Lexi Lauwers (3WETA)

Microsoft wordt opgericht door Bill Gates.

25


1980

“Wij traden met het Angelakoor overal in de wereld op, onder andere in Lourdes en in Israël.” Lutgart Mertens (Regentaat Huishoudkunde, 1980) zat op UM vanaf het 5de leerjaar tot en met het 3de jaar secundair onderwijs Handel van ’69 tot ’73. Ze ging nadien naar de hotelschool in Antwerpen. Momenteel werkt ze als leerkracht koken in het avondonderwijs. Geen sandalen Lutgart vond het plezant om naar school te gaan. Ze vond het spannend om van een boerendorp naar een school in een drukke stad te trekken. Het reglement was heel streng. Toen ze in het 1ste middelbaar zat, droeg ze een donkerblauwe schort met een witte stof erop voor de klasfoto. Op de schorten

mocht je niet schrijven wat Lutgart en haar vriendinnen wel eens deden tegen het einde van het schooljaar. Lutgart vond het wel erg dat ze in de zomer geen sandalen mochten dragen. Klompen mochten ook niet want die maakten te veel lawaai op de trappen en er zouden heel wat leerlingen mee van de trap vallen. Een lange broek mocht alleen in de winter.


De leraren waren soms strenger dan het reglement. In het begin van het schooljaar werden duidelijke lijnen gesteld. Nu zijn de leerlingen veel mondiger. Lutgart is zelf leerkracht en ze vindt dat leerlingen nu makkelijker zeggen wanneer ze het ergens niet mee eens zijn of net wel. Slechte leraren heeft ze niet gehad. Ze vond de leraar van plastische opvoeding niet zo fijn: die had bv. een tekening, waarin iemand veel werk had gestoken, voor heel de klas kapotgescheurd terwijl het helemaal geen lelijke tekening was. De godsdienstlessen zaten anders in elkaar dan nu. Toen waren het meer originele bijbelverhalen, over de maatschappij maar ook over Jezus. Ze hadden het toen niet over andere landen. Verschillende godsdiensten kwamen er wel informatief aan bod. Je kon op school niets kopen, je moest alles van thuis meebrengen. Je kon alleen melk, chocolademelk of water krijgen. Soms waren er ook appels. Een van de zusters heeft een tijdje wafels verkocht tijdens de speeltijd, maar dat heeft jammer genoeg niet zo lang geduurd. Tijdens de verplichte middagstudie mocht je niet eten, je kon je huiswerk maken voor de volgende dag of leren voor een toets. “Ik ontsnapte daar gelukkig aan, omdat ik ’s middags ging repeteren met het Angelakoor, dat

was twee keer per week.” Vlaamse kermis Buiten het Angelakoor waren er niet veel andere middagactiviteiten. Er werd wel gevolksdanst, maar dit was maar een tweetal keer per jaar. “We zijn wel een aantal keer op sportdag geweest en er werden ook schooluitstapjes gepland, dat was natuurlijk heel tof!” Ze neemt ons mee in haar herinneringen: “We gingen naar de Ardennen of naar de Watervallen van Coo. De reis duurde slechts één dag. Tijdens zo’n uitstap kregen we geen opdrachten en nadien werden er ook geen toetsen gegeven over de excursie: het was pure ontspanning. Wij waren al blij dat we met de bus naar de Ardennen of naar de Zoo van Antwerpen konden. Wij hadden minder keuze qua ontspanning, dus met zo’n reis waren we al heel tevreden.” Hoewel ze geen leerlingenraad hadden, staken de leerlingen zelf ook wel eens iets leuks in elkaar. “Als het opendeurdag was, maakten wij daar een soort Vlaamse Kermis van met eet- en drankstandjes, een fototentoonstelling …” Ze hadden toen ook solidariteitsacties zoals de


Foto links: Klasfoto, jaartal onbekend.

vastenvoettocht, een soort sponsortocht. Ze kregen les van de organisator, en werden al warm gemaakt op voorhand. Ze kregen een envelop mee naar huis en ze moesten aan familie en vrienden vragen of die hen wilden sponsoren. De mensen waren toen vrijgeviger, ze zouden sneller geld geven dan nu. Lutgarde merkt op dat de keukens zijn verbouwd en verplaatst en sommige zijn ook verdwenen. Er is ook een keuken waar voorheen een labo was. Overige lokalen waren anders ingericht als strijklokalen, er stonden dan grote strijkplanken waar de leerlingen leerden strijken en wassen. “In Handel kreeg je ook huishoudkunde: koken, strijken, wassen, naaien … Daarnaast had je ook boekhouden, steno en talen en dactylo.” Tijdens een les dactylo zat iedereen achter een grote typemachine waar een bak voor stond met een gordijn om zo blind te leren typen.

Foto rechts: Het Angelakoor in Lourdes.

Haar mooiste herinnering was de vriendelijkheid van de mensen op school, maar als ze echt moet kiezen, hield ze het meest van het schoolkoor. In de lagere school begon ze bij de ‘Biekes’, later ging ze bij ‘de Meiklokjes’ (1ste en 2de jaar) en in het 3de jaar mocht ze in het Angelakoor. Ze repeteerden op de trappen van de toenmalige feestzaal. Ze zongen zowel kerkelijke liederen als leuke liedjes, maar geen liedjes zoals nu. Ze traden met het koor overal in de wereld op, onder andere in Lourdes en in Israël. Ze reisden dan ver met het vliegtuig. Zelf moesten ze niet veel betalen, want de reizen werden vaak betaald door wat ze kregen van het optreden zelf. Zuster Berthilde begeleidde hen. Jeff Bertels, Ella Eycken en Evi Vermeêren (3(G)LA)

In de Kapel, nu de bibliotheek, werd vroeger de mis opgedragen. “Als de kapel open stond, kwam je uit in de toenmalige feestzaal. In die zaal waren trappen waar de proclamatie gehouden werd. Boven had je gangen waar niemand mocht komen behalve de leerlingen die de opleiding Regentaat volgden.” Elke ochtend en middag werd er gebeden. Met grote feesten zoals Kerstmis en Pasen gingen ze naar de kerk. Ze konden zelf ook te biecht gaan op school. In het 1ste en het 2de jaar was het verplicht om met de klas te gaan biechten, maar na het 3de jaar deden ze dat vaak niet meer. Iedereen had wel iets op te biechten, ook al was het een kleinigheidje. In het Regentaat gingen ze ook naar de kerk, maar dat was enkel omdat het moest, meestal was het heel saai om dan nog naar de kerk te moeten, maar ze vonden altijd iets om zich bezig te houden, meestal begonnen ze gewoon te praten met medeleerlingen.

28

1980

De BRT gaat van start met Teletekst.


1981

“Voor de studenten van het Regentaat was er een apart huisje in de Milsenstraat, tegenover de Milsenpoort.“ Linda Verstraeten (Regentaat Huishoudkunde, 1981) geeft al 33 jaar les in Ursulinen Mechelen. Ze heeft hier op UM de lerarenopleiding, of het Regentaat Huishoudkunde gevolgd en kon onmiddellijk na haar studies hier op school beginnen. Huisje

Muizen horen lopen

Tijdens haar regentaatsperiode liep Linda niet rond op de speelplaats. Voor de studenten van het Regentaat was er een apart huisje in de Milsenstraat, tegenover de Milsenpoort. Tijdens de (middag)pauzes konden ze daar naartoe gaan. “We aten er onze boterhammen op en je mocht er zelfs roken in die tijd. We waren er vrij.” Discriminatie heeft ze niet ervaren. “Er waren geen jongens toen ik hier voor het eerst kwam.” Ze vertelde dat op vrijdag het uniform verplicht was. Op andere dagen mochten de leerlingen ‘thuiskledij’ aandoen.

De leraren kwamen toen naar de klassen, er was dus geen over-en-weer-geloop. Iedereen had op hetzelfde uur een langere middagpauze. Men at in de refters: het Cafetarium en de ‘donkere refter’, dat zijn de lokalen naast de afwasrefter en het huidige IO-lokaal aan de Milsenstraat in de kelder. Je kon alleen Foto: Linda Verstraeten koffie, cola of water drinken. Iedereen moest zijn eigen eten meebrengen. Na de middagbel moesten de leerlingen een half uur studeren in de eigen klas. “Je kon er een muis horen lopen.” Op de speelplaats waren er geen banken. “De meisjes wandelden rond, praatten wat en stonden af en toe stil, er was geen nood aan iets anders.”

Uitstappen De leerlingen deden niet zoveel uitstappen als nu. In het Regentaat bezochten ze bv. voedselbedrijven of gingen op excursie. “Het waren alleen leerrijke uitstappen, geen speelse.” Tijdens de lerarenopleiding waren er geen uitstappen naar het buitenland. Klassen Elke klas had zijn eigen klaslokaal. Er hingen posters ter informatie voor de leerlingen, tekeningen of verjaardagskalenders. En zeker een kruisbeeld. “We hadden niet zoals nu een beamer of een tv in de klas.” Ze hadden wel bepaalde klassen waar je video’s kon bekijken. De leerlingen hadden vroeger kasten met plaats voor de boeken in de klas. In het jaar 1982 zaten 1, 2 en 3 (de lagere cyclus) in één gebouw en 4,5 en 6 (de hogere cyclus) in één gebouw. “Vroeger was het meubulair anders dan nu.” De Bblok was er niet en de zolderklas is pas in de jaren ‘80 gëinstalleerd.

1981

Accommodatie De gebouwen werden vroeger opgedeeld volgens de studierichting. De D-Blok was bestemd voor TSO, de A-Blok voor BSO en de gangen aan de loft en de C- Blok bestemd voor ASO. Er waren 2 lerarenkamers, een voor ASO en een voor BSO, dat was strikt gescheiden. Lieselotte Clymans, Nathan Infeliz en Imad Laktibi (3ECOB)

Prins Charles trouwt met Lady Diana Spencer.

29


1982

“Ik zie nog steeds enkele klasgenoten van het Regentaat!” Yvette Buelens (Regentaat Huishoudkunde, 1982) volgde de richting Regentaat Huishoudkunde en geeft nu zelf les in de richting Organisatie-assistentie en Thuis- en bejaardenzorg/ zorgkundigen. Richting “Ik volgde de richting Regentaat Huishoudkunde, dit houdt in voeding, textielwarenkennis, biologie en technologische opvoeding. Op onze school hadden ze ook nog een andere richting Regentaat: Regentaat Kleding. ”

dat wij in de namiddag ook nog 10 minuten pauze hadden. Wij hadden dan wel tot kwart voor 5 les. We deden niet zoveel uitstappen, omdat we veel stages hadden, maar we hebben wel eens een chocolademuseum bezocht en we zijn ook naar het frietmuseum in Brugge gegaan.” Straffen “Ik was een brave leerling, ik weet dus niet meer welke straffen ze bij ons gaven. Wij hadden ook een huisje in de Milsenstraat waar dat we tijdens de pauzes of als er een leerkracht afwezig was altijd naartoe mochten. We mochten ook altijd buiten.” Stage

Foto: Klasfoto 1ste jaar Regentaat. Yvette Buelens vind je op de 2de rij helemaal rechts.

“Op mijn 1ste jaar van het Regentaat zaten we met 2 klassen van 18 en 19, in het 2de jaar bleef er nog 1 klas van 25 over. Als studenten moesten wij geen uniformen meer dragen, maar we moesten wel goed gekleed naar school komen.” Eerste jaar in Ursulinen Mechelen In het 1ste jaar Regentaat kenden ze elkaar niet, want iedereen kwam van verschillende hoeken van het land. “Maar na verloop van tijd leer je vriendinnen kennen en klikt het met de een al wat beter dan met de ander. Wij hadden weinig inspraak in het kiezen van groepjes, dit besliste de leerkracht altijd. Nu zie ik nog steeds een vijftal van mijn vrienden die ook in het laatste jaar Regentaat zaten en we komen nog om de twee maand samen.” “In een week hadden wij 36 lesuren. Eén lesuur duurde 50 minuten, net zoals nu. Ik herinner mij

30

1982

“Mijn eerste stageles was wel wat spannend: dissectie van een witte rat! Maar met een goede afloop. Het was een geslaagde les. In school zelf moesten we beginnen met micro-lesjes. Mijn eerste korte lesje was bij Mevr. Le Page in 3 Sociaal en technische wetenschappen. De andere studenten hadden me verteld dat Mevr. Le Page zeer kritisch was en veel werkpunten meegaf! Ik begon dus met een klein hartje, maar Mevr. Le Page zei me na de les: ‘Jij hebt het, dat komt goed!’ Dat was een hele geruststelling.” Later “In juni 1982 ben ik afgestudeerd en begon ik een heel schooljaar te werken in het Sancta-Maria-Instituut te Willebroek. In 1983 kon ik aan de slag in het Maria-Assunta-Instituut, ook gekend als de school voor kinderverzorging bij de grijze zusters, te Mechelen. In 1989 zijn Ursulinen Mechelen en het Maria-Assunta-Instituut gefusioneerd, waardoor ik nu werk op Ursulinen Mechelen.” Saar Marquebreucq, Silke Vanhamme en Marte Wils (3HUMA)

Een tornado vernietigt het Belgische dorp Léglise.


1983

Foto: Hanswijkprocessie 24 mei 1981. Mieke Acke zie je in het midden van de foto.

“We mochten daar geen thee drinken, maar we deden het stiekem toch!” Mieke Acke (Latijn-Grieks, 1983 ), nu directeur van Ursulinen Mechelen vertelde ons dat ze graag naar school kwam. Ze deelde met ons leuke weetjes over vroeger en vertelde dat er een groot verschil is tussen de scholen van vroeger en nu. Geen wiskundeknobbel “Er waren niet echt vakken waar ik een hekel aan had. Ik vond talen wel fijn. Wiskunde was niet echt mijn ding.” Kachel en thee De B-blok en de grote turnzaal waren er vroeger niet. Het gebouw van de 1ste-jaars was er dan weer wel. Op de plaats van de jongens-wc’s nu, waren vroeger klasjes. “In het 5de jaar hadden wij een eigen lokaal in een huisje aan de Hoogstraat. In plaats van naar de speelplaats te gaan, bleven we gewoon in de tuin van onze klas. De binnenkant

1983

was niet zo mooi, er hing lelijk behangpapier. Er was zelfs een kachel waar je water op kon zetten om thee en koffie te maken. We mochten geen thee drinken maar we deden het toch. Dat was wel tof. De tuin die erbij was, was ‘onze tuin’. ”

“Ik vond het vreselijk om alle dagen blauw en wit te moeten dragen”

Studio Brussel gaat voor het eerst in de ether.

31


Regels voor kledij Van het 1ste tot het 5de jaar moesten ze elke vrijdag een uniform dragen, de rest van de week een schort. Omdat vrijdag rapportdag was, moesten ze die dag een uniform dragen. De directeur kon dan het rapport komen uitdelen. “Ik vond het vreselijk Foto: Reis naar Londen, in het Albery Theatre, Children of a lesser God. om alle dagen wit en blauw te moeten dragen. We moesten ook kousen aandoen, blote voeten in de zomer mocht niet.” Activiteiten “Ik weet nog goed dat zuster Marie, die toen directrice was, op pensioen is gegaan toen ik in het 1ste jaar zat. Er was een groot afscheidsfeest geregeld in een oude filmzaal. In het 6de jaar zijn wij op reis geweest naar Londen. We gingen soms naar musicals en dat was eigenlijk het enige wat wij deden.” Evaluatie Ze werden geëvalueerd door proefwerken, eindwerken en toetsen. “Soms kregen we een taak waarvoor we de bibliotheek moesten raadplegen. Daar zochten wij boeken en tijdschriften om ons werkje makkelijker te maken. Er waren nog geen computers.” Met deze informatie moesten ze een tekst maken met behulp van typmachines. “Natuurlijk was dat toen veel moeilijker om het te typen, te maken en te kopiëren dan nu. Informatie opzoeken kostte toen dus veel meer inspanning dan nu.” Stencils

“Wij hadden minder werkjes te maken dan jullie nu. Wij hadden meer handboeken en we moesten alles op een kladbladje schrijven dat we zelf moesten meenemen, want de leerkracht nam geen

32

“Wij moesten eerst een half uur studeren tijdens de middag, nadien mochten we pauze nemen.” Geen studie na school “Wij hadden studie onder de middag. Wij hadden een pauze van 12.00 tot 13.20 uur. Eerst moesten we een half uur studeren tijdens de mid- Foto: 100-dagen, Mieke Acke op de 2de rij 2de van rechts. dag, dan pas mochten we een pauze nemen. Ik vond dat totaal niet tof. Na school ging ik direct naar huis.” Eindeloos “Wij hadden een uur handwerk, waar we leerden naaien. We hadden een kleedje gemaakt en ik herinner me dat het eindeloos leek te duren.” Snit en naad was een aparte richting. “Wij hadden eigenlijk niet zoveel contact met de leerlingen van andere richtingen. Nu zitten jullie met alle leerlingen van verschillende studierichtingen samen, terwijl wij toen aparte gebouwen voor elke richting hadden.” Jongens

“Toen hadden we stencils, dat is helemaal anders dan de kopies nu. Een stencil is precies een waslaag. Er werden dan gaatjes in getypt in de vorm van de letters die moesten gedrukt worden. In die gaatjes kwam er inkt terwijl het draaide. Daar stond iemand bij die heel de tijd het blad aan het draaien was.” Kort samengevat deden ze alles met de boeken en wij nu met de computer.

1985

blaadjes mee voor ons. We moesten notities maken tijdens de les.”

“Ik zat hier alleen maar met meisjes. We deden wel activiteiten met andere scholen, ook met de jongensschool. Dat vonden we heel spannend. Zo gingen we bijvoorbeeld na school naar theater of bijvoorbeeld ’s avonds naar Jeugd en Muziek, naar een concert. Daar kwamen dan verschillende jongens. Toen ik ging verder studeren kwamen er ineens jongens bij, wat heel raar was voor mij. Toen ik hier terug ben komen werken was het al gemengd onderwijs.” Mariem Ahrouch, Dennis Goossens, Elen Khlghatya en Ilkur Yildiz (3ECOB)

De Bende van Nijvel pleegt brutale overvallen.


1986

“ASO, BSO, TSO ... ieder had zijn deel van de speelplaats, een soort van ongeschreven regel.” Barbara De Weerdt (Latijn-Grieks, 1986) ging graag naar school. Ze studeerde Geschiedenis en nu geeft ze hier op school het vak PAV. Verschillende richtingen Ik deed het ‘Vernieuwd Secundair Onderwijs’. Het 1ste jaar volgde iedereen dezelfde richting, iedereen zag dezelfde vakken waaronder technologie en Latijn en je mocht ook 2 uur kiezen uit o.a. expressie en natuurexploratie. Je kon pas echt kiezen vanaf het 2de jaar. Zo kon je dan zelf je lessenpakket samenstellen, bv. enkele uren wiskunde laten vallen en extra Frans erbij nemen. Kledij In het 1ste jaar mocht je je eigen kledij aantrekken maar met een schort erover, enkel op vrijdag was het uniform verplicht. Vanaf het 2de tot en met het 6de jaar moest je elke dag een uniform dragen. Ze waren hier zeer streng: je schort moest bv. altijd goed dichtgeknoopt zijn. Je kon straffen krijgen zoals o.a. straf schrijven of strafstudie. Verandering van de school De school is veel groter geworden, er zijn veel meer leerlingen en de school is ook meer gemengd, niet alleen qua jongens-meisjes maar ook op gebied van andere culturen. Vroeger had je het ASO (de humaniora) en dan TSO en BSO, dit waren zeer gescheiden groepen. Ze hadden elk een soort van eigen deel op de speelplaats en de grens hiervan lag ergens bij de grote deur van de D-blok. Dit was een soort van ongeschreven regel. De leraren hadden ook een aparte leraarskamer. Leraren “De leraren waren ongeveer dezelfde als nu: hier en daar eens een strenge leerkracht maar je kon even goed een hele lieve leerkracht hebben. De leerkrachten waren vooral vrouwen, het was dan

1986

ook een meisjesschool, maar er waren ook mannelijke leerkrachten.” Intercom De leerlingen deden enorm veel uitstappen bv. naar de deltawerken gaan, tentoonstellingen bezoeken … Er waren ook al reizen zoals naar Griekenland, Parijs of Londen. Foto: Barbara De Weerdt, 1986 100-dagen bestond ook al. Dan mocht je de intercominstallatie gebruiken om een spel te spelen met de hele school. Infrastructuur In de toiletten was het veel properder dan nu, deels door het feit dat ze toen met minder waren maar ook omdat er iets meer discipline was. De B-blok bestond vroeger niet en de feestzaal werd gebruikt voor misvieringen. Huiswerk/toetsen/examens Nu is er veel meer huiswerk dan vroeger en ook veel meer praktische taken. Toetsen waren ongeveer gelijkaardig alleen kreeg je toen bijna elke dag een ‘overhoring’. Er waren proefwerken met Kerst, Pasen en op het einde van het schooljaar. Je had examen van elk vak. Zo zie je dus maar dat de school heel erg veranderd is. Maar dat naar school gaan best wel een prettig gegeven is. Quirijn Oudewaal, Brecht Pricken en Jens Vander Elst (3WETB)

België wint het 31ste Eurovisiesongfestival.

33


1989

“Gothic was toen New Wave.” Carla Smets (Economische wetenschappen, 1989) werkt op het leerlingensecretariaat van onze school. Studierichtingen

Populariteit en trends

“Ik ben hier kunnen komen werken omdat ik mijn papieren voor de R.V.A. moest laten tekenen en men vertelde me toen dat er nog een vacature was. Ik kon onmiddellijk beginnen. Ik ben heel blij dat ik hier al jaren werk.” Het systeem van ASO, TSO en BSO bestond in de jaren ‘80 nog niet, wel ‘Kwalificatie’ en ‘Doorstroming’, waartoe de Economische wetenschappen behoorde. Kwalificatie was meer praktisch gericht, leerlingen leerden bv. kledij maken. ‘Doorstroming’ was meer theoretisch gericht.

Wat we nu Gothic noemen, heette in die tijd New Wave. Er bestonden wel trends, maar dat kon je gewoon minder zien op school omdat er een uniform was. Het uniform was donkerblauw, het mocht niet lichtblauw zijn en er mochten ook geen tekens of merknamen opstaan, ook op de jassen niet. “Ik vond de regel van uniformen gemakkelijk zo moest je niet kiezen wat je zou aandoen.” In het weekend wou je het uniform natuurlijk Foto: Leerlingensecretariaat, 2002 niet nog eens aantrekken, daarom was het wel een kost voor de ouders om nog extra weekendkledij te kopen. “Ik heb lang daarna geen blauw en wit willen dragen.”

“Op zich kregen niet veel leerlingen een straf, dat was echt een uitzondering.” Leerkrachten en straffen “Wij mochten en durfden leerkrachten nooit met hun voornaam aanspreken.” Een straf was toen een echte straf. Er werden strafstudies gegeven, bv. op woensdag nablijven. “De leerlingen gaan daar nu lichter over, een straf is voor hen nu minder zwaar. Foto: Carla Smets, 1989 Als je vroeger een straf kreeg, werden je ouders verwittigd en opgebeld en legde men uit wat je had gedaan. Nu wordt het alleen maar in de agenda genoteerd. Op zich kregen niet veel leerlingen een straf, dat was echt een uitzondering.” Internet en computers waren er niet. Ze leerden in de bibliotheek informatie opzoeken.

34

1989

Rapporten en punten De rapporten werden nog helemaal met de hand geschreven, nu rolt het uit de computer. De puntenverdeling was 50/50 en de toetsen telden ook voor 50 procent mee. Als je vroeger slechte punten had, lag dat meestal aan een verkeerde studiekeuze of aan leerlingen die niet mee konden. De punten van nu zijn ook wel gedaald. “Ik denk dat school nu minder belangrijk is voor de leerlingen.” Carla denkt dat het misschien wel kan liggen aan de hoeveelheid nevenactiviteiten die er zijn. “Wij hadden toen niet zoveel afleiding als computer, hobby’s, sport, weekendwerk e.a. Wij kwamen thuis en zaten direct achter onze boeken. Wij waren toen wel ‘Trezebekes’.” (lacht) Dorian Bel, Oumaima Doukkali, Noni Nuyts (3WETB)

De val van de Berlijnse Muur.


1989

“We telden de 100-dagen af door een wc-rol aan het kruisbeeld in de klas te hangen met de blaadjes genummerd van 1 tot 100.� Marjan Vermont (Latijn-wiskunde, 1989) volgde les in het Vernieuwd Secundair Onderwijs (VSO). Ze werkt inmiddels al 15 jaar als wiskundeleerkracht hier op school nadat ze eerst enkele jaren in Anderlecht les gaf.

Foto: Klasfoto, 1989. Marjan Vermont vind je op de 2de rij helemaal links.

Ursulinen Mechelen vanzelfsprekend De ouders kozen de school. De Ursulinen was een goede meisjesschool in Mechelen, het was dan ook vanzelfsprekend dat Marjan Vermont hier naar school ging. In haar jeugd fietste ze elke dag naar school, tien kilometer heen en tien terug, zelfs tijdens de winter. Vroeger werd je voor te laat komen sneller gestraft.

1990

Nu krijg je een sanctie na tien keer te laat te komen terwijl je vroeger al vanaf drie keer gestraft werd. Ze volgde in het 1ste jaar VSO 6 uur wiskunde en 6 uur Latijn. Latijn stond vroeger hoger aangeschreven dan andere richtingen. Ze zaten in het 6de jaar in 1 grote klas Latijn van 28 leerlingen. De leerlingen gingen veel minder met andere leerlingen om, nu kennen ze meer kinderen van andere klassen.

Bugs Bunny viert zijn 50ste verjaardag.

35


“We gaven leraren bijnamen zoals bv. Olijfje of Patatje.” Bijnamen “We gaven leraren of mensen van het secretariaat bijnamen zoals bv. Olijfje. Olijfje kwam telkens kijken of er niemand op de speelplaats op de grond zat, want er waren geen bankjes en op de grond gaan zitten mocht niet. Ik heb nog mee geijverd voor bankjes op de speelplaats. Patatje was een bijnaam voor een lerares met een rode neus. Zuster Emmy Vermeulen was mijn klastitularis in het 6de jaar, ik heb ook nog les gekregen van de mama van mevr. Gysels en van mevr. Selleslaghs, godsdienst. Ik heb met mevr. De Prins en mevr. Schockaert in de klas gezeten die hier nu ook lesgeven.” De afstand tussen de leerling en de leerkracht was toen groter. Leerlingen waren vroeger banger voor leerkrachten. Toen kwamen ouders ook meer op voor leerkrachten terwijl ze nu eerder opkomen voor hun kinderen. Typemachine Taken, huiswerk en eindwerkjes werden met de hand of met een typemachine geschreven. “Als je een fout had gemaakt, dan moest je dat met verbeterlint of Tipp-ex veranderen, dat kunnen jullie je niet meer voorstellen.” De toetsen, huistaken en examens zijn dezelfde gebleven hoewel ze vroeger amper grote werkjes moesten maken, het waren eerder kleine individuele taken. Ze werkten veel minder in groepjes. De visbokaal Ze hadden elk jaar een vast klaslokaal. “In het 2de jaar zaten we in ‘de visbokaal’. Dit was een rij klaslokalen met grote ramen naar de speelplaats gericht.” Ze hadden altijd vaste plaatsen. Als de leraar ziek was, moesten ze in hun eigen klas taken maken in plaats van nu in het StudiUM. Marjan Vermont was voorstander van het uniform. Ze vond het gemakkelijk want zo wist je ‘s morgens meteen wat aan te trekken en werd je niet afgerekend op je kledij. Als je je uniform niet aan had moest je een T-shirt of rok of broek ontlenen op het leerlingensecretariaat. Eén keer per jaar mochten ze zonder uniform naar school. Daar keek iedereen naar uit.

36

1992

Ondeugend maar ook stress “We telden de honderd dagen af door een wc-rol aan het kruisbeeld in de klas te hangen met de blaadjes genummerd van 1 tot 100. We zijn ook eens op vrijdagnamiddag na een examen Latijnse vertaling ’s middags de school uitgeglipt om iets te gaan eten. We werden toen gestraft met gezamenlijke strafstudie nl. Vlaamse filmpjes samenvatten. Wiskunde deed ik graag, Frans minder. We hadden een lerares van Frans waar we elke dag voor moesten studeren. Zij had een pot met naampjes op haar bureau staan en elke les Frans trok ze een naampje van een leerling die toen al rechtstaand ondervraagd werd. Als je het niet kon, moest je diezelfde avond een half uur nablijven in de studie om je les te leren. Hier kregen we wel stress van, maar we zorgden wel allemaal dat we het geleerd hadden.” 100-dagen in MMT “Onze 100-dagen vierden we door een show op te voeren in de zaal van het Mechels Miniatuurtheater in de Hanswijkstraat voor de 5dejaars. Elke klas deed iets, wij het liedje YMCA. ’s Avonds organiseerde onze klas en een jongensklas van het College in de Nieuwe Stadsfeestzaal een fuif, dat was een soort van traditie dat de meisjes van de Ursulinen dat samen met de jongens van het College organiseerden.” Ze is met de school naar Londen en Parijs geweest. Ze besloot niet deel te nemen aan de Griekenlandreis die toen plaatsvond niet tussen het 5de en het 6dejaar, wel in de zomer na het 6de jaar. Ze heeft later ‘de schade ingehaald’ en Griekenland bezocht toen ze student was. Ze hadden sportdagen, gingen op bezinning in kloosters of abdijen waar ze dan bleven slapen of deden daguitstappen naar recreatiecentra zoals de Nekker. Ze gingen ook op vastenvoettocht: een hele dag stappen voor het goede doel. Je kon ook meedoen aan de vastenmaaltijd: een kommetje rijst met tomatensaus. Dat was te betalen. Met Sinterklaas kwam de Sint in de 1ste graad op bezoek in de klas. Met Kerstmis moesten ze allemaal verplicht naar de viering in de kerk, opgedragen door ‘meneer pastoor of de pater die hier godsdienst gaf’. Volgens Marjan Vermont zijn de grootste veranderingen: de grootte en de modernisering van de school, de toename van het aantal leerlingen en de grotere verscheidenheid van leerlingen. Er waren toen nog geen jongens op school en ook de grotere verscheidenheid aan culturen is een verandering. Babken Grigoryan, Luna Pouliart en Julie Verheyden 3(G)LAT

Buckingham Palace opent voor het publiek.


1994

“Les geven is veel interactiever nu!” Eva Dhaenens (Moderne talen, 1994) geeft nu Frans bij ons op school. Zij vertelde ons graag over haar schooltijd en haar ervaring om hier nu zelf les te geven. Uniform

Klassen en scholen

Eva heeft zelf nog een uniform gehad. Ze moesten blauw met wit dragen, maar stiekem droegen ze soms ook zwart. Dat mocht natuurlijk niet van de directie. “Later kregen we te horen dat het veranderd was naar zwart en wit. We waren wel een beetje boos, omdat het zo vlak na ons wel mocht.” Ze werden natuurlijk niet naar huis gestuurd als ze hun uniform niet aanhadden. Ze moesten gewoon hun sportkledij aandoen, net zoals wij nu.

Ze zaten ongeveer met 15 tot 20 leerlingen in de klas, dus daaraan is niet veel veranderd. Ze hadden toen nog geen pc's of internet op school. Alles moest nog met de hand geschreven worden. Er is wel internet gekomen nadat ze afgestudeerd was. Eva vertelde ons dat er niet veel veranderd is in de straffen. De grootste verandering vindt Eva de turnzalen. “Ik weet nog dat we wafels hebben moeten verkopen voor de turnzaal die er toen ging komen, maar wij hebben die nieuwe turnzaal nooit gezien.”

Foto: Klasfoto 6de jaar Moderne talen, 1994. Eva Dhaenens vind je op de bovenste rij, tweede van links.

Vakken en leerkrachten Eva heeft Moderne talen gestudeerd. Ze is vroeger regelmatig op taalkamp geweest. Hierdoor was ze geïnspireerd om talen te gaan studeren. Er waren nog steeds een paar nonnen, maar niet meer zoveel. “Ik weet nog dat onze directie zuster Lieve was en esthetica werd gegeven door zuster Emmy.” Eva heeft nog in het VSO-systeem gezeten, een ander soort onderwijs. Ze konden daarin enorm veel kiezen, daarom dat ze ook in kleine groepjes zaten. Nu geeft men anders les dan toen: de leerkracht stond vooraan en de leerlingen moesten alleen maar luisteren. Dat zou nu voor ons enorm saai zijn, aangezien wij het gewoon zijn om met smartboarden en beamers, dus meer interactief, les te krijgen en dat was er toen nog niet.

1994

“We zijn eens naar Londen en Praag geweest. We deden ook een uitwisselingen met een Duitse school.” Uitstapjes en reizen Wij doen nu veel reizen naar het buitenland, maar dit was vroeger ook al zo. Eva vertelde ons dat ze naar Londen en Praag zijn geweest. Ze wist ook te zeggen dat ze een uitwisseling deed met een Duitse school. “In vergelijking met andere scholen denk ik toch dat wij heel veel leuke reizen deden." Reisjes in het binnenland waren er ook. Ze gingen naar musea voor de lessen geschiedenis bijvoorbeeld. De jongens van het Sint-Romboutscollege, daar spraken ze natuurlijk ook mee af voor de 100dagen, maar dat was buiten de school. Naomi Fallein, Renee Stoks en Axelle Vereecken (3HUMA)

BMW kondigt de overname van Rover aan.

37


Artikel uit UM-Nieuws krantje, juni 1994. Dit artikel werd geschreven door 2 klasgenoten van Eva Dhaenens.

38


1998

“Toen leerden we nog programmeren in ‘Turbo Pascal’.” Elke Boonen (Economie-wiskunde, 1998) kwam voor het eerst in contact met computers in onze school. Het werd haar roeping: ze studeerde Informatica en werd zelfs leerkracht voor dit vak in UM. Ze kijkt met verbazing terug op haar schooltijd in de jaren ‘90, toen de school nog een kleine gemeenschap was. Uniform Elke Boonen volgde Economie-wiskunde vanaf het 3de middelbaar, dat was in het jaar 1994. De verplichte uniformkleuren waren het oerklassieke donkerblauw en wit. Iedereen mocht dragen wat hij wou, zolang de kleur maar juist was. Jeans was verboden. Basisregels waren er uiteraard, maar er werd anders over gecommuniceerd. Dat werd niet zo geafficheerd zoals nu. De regels zijn ongeveer dezelfde. “Spijbelen gebeurde al wel eens, maar ik deed er niet aan mee.” De klas belangrijker dan school Het grootste verschil volgens Elke Boonen is het aantal leerlingen. De activiteiten werden toen nog vooral klassikaal georganiseerd. Er was erg weinig contact met andere leerlingen. De klas was het centrale punt van de samenleving. Zo vond Elke’s klas de refter te saai. Daar hadden ze snel iets op gevonden. Er werden video’s meegebracht, en tijdens de middagpauze at iedereen zijn lunch in de eigen klas, terwijl ze de video van de dag bekeken. “Dat was vaak lachen geblazen! Omdat we meestal in hetzelfde lokaal bleven, konden we ook onze eigen posters ophangen.” Er waren in die tijd ook geen lockers: “We hadden onze eigen kast in onze eigen klas.” Elke Boonen ziet de voor- en nadelen van beide systemen. Toen was het gezellig met vooral vrienden uit de eigen klas, nu is er een grotere gemeenschap, waar iedereen met iedereen bevriend is. Uitstappen Elke heeft in die jaren 2 keer Canterburry in het Verenigd Koninkrijk bezocht. Ze gingen ook naar Aken, Parijs en Barcelona. Parijs en Barcelona werd wel op schoolniveau georganiseerd. De andere uitstappen waren vaak alleen met de eigen klas. Zo

1998

fietste de klas naar Ieper en Poperinge, in het kader van Wereldoorlog I, of was er een uitstap naar de Condroz. De ‘mysterieuze’ gang De tijd van de nonnetjes was in de jaren ‘90 al voorbij. Elke Boonen herinnert zich nog wel de ‘mysterieuze’ gang, waar – dat veronderstelde toch iedereen – de nonnetjes woonden. Foto: Elke Boonen, 1998 Er was nog een pater die godsdienst gaf en Zuster Emmy gaf ook nog les.

“Ik was meteen gebeten door het virus.” Programma en leraren “Helemaal nieuw was het vak Informatica. Toen leerden we programmeren in ‘Turbo Pascal’.” Elke was meteen gebeten door het virus. Programmeren vond ze echt top, en ze neemt zich ook voor in de toekomst als middagactiviteit een cursus programmeren te organiseren. Elke herinnert zich nog Mevrouw Conix die gepassioneerd geschiedenis gaf. De lessen waren soms creatief, er mochten foto’s gemaakt worden voor de les ‘esthetica’, er werden eigen werkjes ingediend. Ook mevrouw Michaux bewonderde ze voor haar eigen stijl. Mevrouw Happaerts gaf ook toen al wiskunde. Mevrouw Mylle gaf met haar lessen informatica de beroepskeuze van Elke een beslissend duwtje in de rug. Karima Ayyad, Sofyane El Lamzi, Alynne Luytens (3ECOB)

De film Titanic krijgt 11 Oscars.

39


1999 Foto’s: Sfeerbeelden van de reis naar Griekenland.

“In een wilde bui liet ik mijn haren paars verven. Ik werd onmiddellijk naar huis gestuurd ...” Leen De Roover (Latijn-Grieks, 1999) studeerde na haar studie in UM Geschiedenis van de oudheid en geeft nu Latijn, cultuurwetenschappen en geschiedenis bij ons op school.

40

De gemengde school

De leerlingenraad

“Toen ik aan mijn middelbare carrière begon, zaten er een 800-tal leerlingen op school waarvan slechts een tiental jongens, die zelden in het ASO zaten.” Er werd heel erg op- en omgekeken naar de jongens, vooral naar een zekere Roel. Heel de school was gek op hem, maar hij heeft dit nooit gemerkt, dat heeft ze vernomen uit een vorig Vintage-interview.

Ze zat in de leerlingenraad en deze heeft veel verwezenlijkt. Zo kwamen er banken op de speelplaats, werden er automaten geplaatst en werden de regels van het uniform versoepeld. Daarnaast organiseerde ze samen met andere leerlingen een schooltoneel, een quiz voor het goede doel ... Deze inspraak en de ruimte om creatief en solidair te mogen zijn, vindt mevrouw De Roover nog steeds één van de speerpunten van onze school. Men was heel strikt op het uniform. Droeg je niet de juiste combinaties, dan werd je naar huis gestuurd of moest je kleren kiezen uit de verloren voorwerpen. “Niemand wou dit omdat het vies was.” In een wilde bui liet ze haar haren ooit paars verven: ze werd onmiddellijk naar huis gestuurd om het er - tevergeefs - proberen uit te wassen.

“Droeg je niet de juiste kledij, dan werd je naar huis gestuurd.” 1999 Aankondiging van de Bluetooth-technologie.


Er was strafstudie, maar ook andere straffen zoals helpen bij de infodag of planten verplaatsen. Infrastructuur De B-blok was net af toen ze in het 1ste jaar begon. Tijdens haar laatste jaren is het stuk van de toiletten en de grote sportzaal erbij gezet. Daarvoor sportten ze in de kleine sportzaal in de D-blok en zelfs in de feestzaal waar vaak een piano stond die het Angelakoor had gewonnen.

“De Griekenlandreis was een bekroning van mijn schoolcarrière. Het was fantastisch!” De reizen Mevrouw De Roover heeft fantastische reizen meegemaakt. Ze beleefde in het 1ste jaar als een van de eerste de onthaaldagen. Niet aan de zee, maar in het domein van de Hoge Rielen in Lichtaart. In het

1999

3de jaar kon je met de school gaan skiën. “Eén van mijn klasgenoten had haar milt gescheurd en haar been gebroken waardoor onze klas een paar maanden in een lokaal moest zitten op het gelijkvloers.” Dit lokaal lag waar nu de wc’s van de jongens zijn. In het 4de jaar zijn ze op tweedaagse geweest naar Trier. Deze reis is nu ook nog altijd alleen voor de leerlingen van Latijn. In het 5de jaar ging haar klas naar Londen. Ze logeerden er in studentenkoten en niet in een hotel. In het 6de jaar was er de Griekenlandreis, om de 2 jaar georganiseerd voor de leerlingen van het 5de en 6de jaar. De reis vond plaats in de zomervakantie en duurde 2 weken. De 1ste week bezochten ze Athene en de 2de week Kreta. Zuster Emmy, mevrouw Swennen die in de lagere jaren Frans en Geschiedenis gaf en mevrouw Tange (lerares Frans en een vriendin van mevr. Swennen) waren de begeleiders. Mevrouw Swennen en Tange waren al jaren niet meer naar Griekenland geweest. Zuster Emmy daarentegen wist veel van de organisatie af, maar werd de eerste dag helaas al ziek. Toen moesten mevrouw Swennen en Tange de groep alleen begeleiden, maar ze wisten niet goed waar naartoe … Het was een hilarische belevenis. Deze reis heeft hen tot een hechte groep gemaakt. Mevrouw De Roover heeft mevrouw Swennen zo beter leren kennen, later werden ze collega’s en hechte vriendinnen. “Deze reis was een bekroning

Prins Filip van België huwt met Mathilde.

41


van mijn schoolcarrière.” Dries Balthazar, Joni De Mulder, Andreas Janssens en Ellyne Maris (3WETA)

De Ursulinen-chocola

demousse

Elke vrijdagnamiddag werd er een winkeltje open gehouden op de speelplaats. Dit was zeer populair bij de medeleerlingen want er bestonden nog geen warme maaltijden. In het winkeltje werd fruitsla, rijstpap, broodjes en chocomousse verkocht. Voor haar verjaardag had mevrouw De Roover voor al haar klasgenoten een dessertje besteld. Ze vond deze chocomousse superlekker en in haar 6de jaar heeft ze het recept maar gevraagd. Ingrediënten: • 3 eieren • 4 soeplepels fijne suiker • 150 gram chocolade • 25 cl room s bij het mengsel roeren. Bereiding: Dooiers + suiker wit kloppen, gesmolten chocolade zachtje potjes en in de ijskast zetten. Stijfgeklopte eiwitten en stijfgeklopte room toevoegen. Verdelen in

Foto: Klasfoto 1995-1996, Leen De Roover helemaal links op de 1ste rij

Artikel uit UM-Nieuws krantje, juni 1999. Dit artikel werd geschreven door een klasgenoot van Leen De Roover.

42

1999

België wordt getroffen door het dioxineschandaal.


1999

“Ze controleerden zelfs onze sokken!” Liesbeth Rottiers (Latijn – Moderne talen, 1999) ging ook al naar de lagere school van Ursulinen dus het was een redelijk logische stap dat ze op deze school zou blijven. Na haar studies werd ze lerares Nederlands hier op school.

Richtingen “Je moest in mijn tijd al veel vroeger gerichter kiezen. Na mijn 2de jaar Latijn moest ik al beslissen: Latijn-wiskunde of Latijn-wetenschappen, of andere combinaties met Latijn.” Het was de bedoeling dat je daarna dan niet meer veranderde. “Ik heb eerst Latijn-Wiskunde gedaan in het 3de jaar en ben daarna overgeschakeld naar Latijn-Moderne talen.

1999

Ik weet dat ze daar zelfs over vergaderd hebben, want eigenlijk kon je binnen een graad niet zomaar veranderen.” Een schooldag Een schooldag in de 1ste graad zag er hetzelfde uit als nu. “Er waren geen middagactiviteiten maar er waren wel activiteiten na schooltijd, bv. sporten op

Het televisieprogramma Big Brother gaat van start.

43


het sportpleintje.” Tijdens de pauzes babbelden ze wat of hingen rond in de gangen, wat toen ook niet mocht. “Ten opzichte van andere Mechelse scholen hadden wij wel de meeste uitstappen en activiteiten. Mijn vriendinnen van andere scholen kwamen soms nooit buiten.” Na een uitstap vroegen de leraren vaak een evaluatie van de leerlingen ‘Was het leuk?’. Als ze het niet fijn vonden, hield men er geen rekening mee en deed men het jaar nadien gewoon terug dezelfde uitstap. Vanaf het 4de jaar deden ze ook buitenlandse uitstappen, Trier, Parijs, Londen en Barcelona.

zelfs helemaal zonder toezicht blijven tijdens een studie-uur. “Wij waren perfect te vertrouwen.” Jammer genoeg kan en mag dit nu niet meer.

Straf voor foute datum “Vroeger werden er meer straffen gegeven.” De leraren waren streng, vooral op het uniform. De leraren controleerden zelfs de schoenen en de sokken en als deze niet in orde waren volgde er een straf. Ook tijdens de lessen was het strenger. Zo heeft ze een leerkracht gehad voor fysica “die je al een straf gaf als je op een toets de datum fout invulde”. Zo waren ze wel niet allemaal. In de loop der jaren is het gedrag van de kinderen en de leraren wel veranderd. De leerkrachten staan nu veel dichter bij de leerlingen en de leerlingen zijn veel mondiger geworden. “Dit is niet altijd negatief, want je hebt het nodig in je latere leven, maar er zijn grenzen en sommige leerlingen gaan over die grenzen.” Als zij vroeger een opmerking van een leerkracht kreeg “dan zou ik in de grond gekropen zijn en was ik nog maar 5 cm groot”. Nu zijn er kinderen die iets stouts terug antwoorden dat niet door de beugel kan.

“Soms mochten we zelfs helemaal zonder toezicht in de klas blijven zitten tijdens een studie-uur.” Perfect te vertrouwen Van het 1ste tot het 6de jaar had elke klas een eigen lokaal. De leerlingen moesten zich alleen verplaatsen om naar vaklokalen te gaan. Ze hadden de luxe om in de klas te blijven zitten: als het buiten slecht weer was, mochten ze soms binnen blijven in hun klas. Studie kregen ze gewoon in hun klaslokaal van de leerkracht van wacht. Soms mochten ze er

44

2000

Foto: Klasfoto 6 Latijn, Liesbeth Rottiers op de bovenste rij helemaal rechts. Op de 2de rij rechts staat de enige jongen van haar klas.

De enige jongen tussen al dat vrouwelijk geweld Tijdens haar 1ste jaar was de school net voor het eerst (verplicht) gemengd. Het heeft wel een tijdje geduurd voor er jongens kwamen. In haar 6de jaar zat er een jongen in haar klas, ongeveer de enige jongen van heel ASO. In TSO, vooral in STW zaten er wel al meer jongens, maar ook daar heeft het nog erg lang geduurd voor er echt veel jongens waren. Het uniform hield de komst van de jongens wat tegen en daarom is het afgeschaft. De leerlingen van ASO, BSO, TSO waren gescheiden van elkaar. Iedereen ging alleen met mensen van zijn eigen afdeling om. “Godzijdank is dit nu anders en heeft de directie daar alle moeite voor gedaan om de ‘schotten’ weg te halen.” Rapport voor de school Ze zou de school van vroeger een 8 op 10 geven en de school van nu een dikke 9 op 10. Ze ging altijd graag naar school. “Er was hier een duidelijke structuur en daar hield ik van.” Een groot pluspunt vond ze dat de lessen al gedaan waren om 15.30 uur. Zij was al thuis toen haar vriendinnen nog maar net van school vertrokken. Als leerkracht vindt ze het hier super om les te geven. “Als leerling van deze school krijg je veel inspraak en er wordt gekeken naar wat jongeren bezighoudt en wat jullie nodig hebben. De uitspraak ‘UM-ers zijn geen nUMmers’ klopt en er wordt echt nog elke dag aan gewerkt.” Dit is in vergelijking met vroeger echt veranderd. Laura De Raedemaeker, Kashif Fahim en Jakob Huyghe (3WETB)

De Britse Queen Mum wordt honderd jaar.


Artikel uit UM-Nieuws krantje, juni 1997.


2003

“Met 7 jongens tussen 1200 meisjes.” Maarten De Weerdt (Sociale en technische wetenschappen, 2003) geeft Huishoudkunde en Techniek in Ursulinen Mechelen en is coach van de volleybalploeg. Gemengde klassen Hij zat in een ‘keitoffe en geweldige klas’, die toen gemengd was. “We waren met een klein aantal jongens (7) in een grote groep meisjes (1200), denk ik. Dat vonden wij zelf natuurlijk de hemel op aarde, we waren pubers! (lacht). Ik ben met 5 jongens in mijn klas begonFoto: Maarten De Weerdt, 2003 nen, en met 2 geëindigd.” Andere nationaliteiten zaten er al, in Latijn, in Handel … Iedereen werd gelijk behandeld, iedereen was gelijk. De dagindeling De middagpauze was vroeger, samen met de lagere jaren. “Wij waren jaloers op de leerlingen uit het 5de en 6de jaar, ze hadden meer vrijheid en zaten bij hun leeftijdsgenoten.” Ze waren in het begin een beetje jaloers op de leerlingen van Scheppers, die wel nog een namiddagpauze hadden. Dit verdween snel, want “wij stopten stipt om 15.30 uur, terwijl zij nog wat langer les hadden”.

“Ik wou wat kleur in de school brengen en trok een rode trui aan i.p.v. een blauw hemd of trui.” 46

2002

Rebelse dagen Jongens mochten af en toe wat meer, zeker i.v.m. het uniform. “Ik had af en toe mijn rebelse dagen. Ik wou wat kleur in de school brengen en trok een rode trui aan i.p.v. een blauw hemd of trui. Ik heb er geen strafstudie voor gekregen.” Strafstudie was toen nog echt straf schrijven: bv. de schoolregels overschrijven. “Soms vroegen ze aan de leerlingen in de strafstudie om te komen helpen bij de Quiz. We moesten dan komen tappen of opdienen, maar eigenlijk was dat niet zo erg!” (lacht) Ziek in Londen We gingen in de tijd ook naar Londen, Barcelona … Ze konden niet kiezen waar naartoe. “Nu kunnen jullie in het 5de kiezen of jullie naar Londen, Barcelona of Parijs gaan.” De leerlingen die toen niet mee konden op reis moesten ergens sociaal werk doen in een rusthuis. “Op de schoolreizen leerden we de leerkrachten pas echt op een andere manier kennen! De reizen zijn een van de mooiste herinneringen aan mijn schooltijd.” In Londen was iedereen ziek omdat ze na het eten in een Burgerking een salmonellabacterie hadden opgelopen. “We moesten toen nog met een zieke buik de boot nemen, stel je voor … Heel ons 6de jaar hing echt hecht aan elkaar. Tijdens de reis naar Barcelona speelden we een quiz, de ene bus tegen de andere. Het Gotchaspel (iemand met een waterpistooltje ‘vermoorden’) speelden we er ook en het duurde nog 3 maand na onze reis voordat iedereen ‘dood’ was.” 100-dagen Zij hadden nog ‘echte’ 100-dagen. “Wij gingen niet de hele nacht ervoor uit. Wij gingen ’s morgens wel iets drinken en ontbijten.” Foto: Maarten De Weerdt, 100-dagen Aan de schoolpoort wachtten ze de lagere jaren op met waterpistool-

Einde van de Belgische frank.


tjes, gevuld met lookpoeder. “Zij dachten dat de pistolen geladen waren met water, en waren kei-enthousiast. Tot we begonnen met spuiten, ze stonken uren in de wind. De meisjes wilden in de wc hun haren wassen, maar lookpoeder met shampoo versterkt de geur maal 3!” Er was ook nog een show voor het 4de en 5de jaar, elke klas deed een act. “’s Avonds hebben we een 100-dagen fuif georganiseerd. De winst ging dan naar het organiseren van het eindejaarsbal: elke 6de-jaars had gratis toegang en 5 gratis drankbonnetjes. Je moet het natuurlijk willen organiseren, iedereen nam zonder morren een taak op. Ik kan haast een boek schrijven over mijn mooie herinneringen!” Vroeger en nu “Wij hadden toen geen Facebooktoestanden. MSN was al ‘wauw’.” Daar werd wel op geroddeld, vooral door meisjes. Er waren geen haatpagina’s zoals nu. In het algemeen werd er niet veel gepest. “Ik kwam van Scheppers en merkte op dat iedereen hier zichzelf kon zijn. De leraren leren je goed kennen. De leraren stonden hier dichter bij de leerlingen dan in andere scholen, ze kenden je situatie.” Hij vindt het erg dat het respect veranderd is. “Toen de bel ging stond iedereen meteen in de rij en was het stil. Als de leerkrachten ons vroegen om te zwijgen, waren we meteen stil. Nu moet je bij vele leerlingen alles meermaals herhalen. Al deze gevallen van onrespectloos gedrag tegenover een ander vind ik spijtig, want deze school zit vol met toffe leerlingen en leerkrachten!” Kate Adjaï, Ikram Ettahiri, Megan Guldentops en Ines Vranckaert (3HUMB) Foto boven: Sponsorloop 2010 Foto’s rechts: Klasfoto 2003, Schoolbal, Dag van de Jeugdbeweging

2003

Opening van de Westerscheldetunnel.

47


2004

“Mijn vader meldde zich in mijn plaats voor de strafstudie aan.” Tineke Hermans (Sociale en technische wetenschappen, 2004). Tineke is nu bijna 28 en werkt als kleuterjuf in de basisschool Ursulinen Mechelen. 3de middelbaar een kookexamen moest afleggen en helemaal niet durfde zeggen dat ik naar het toilet moest. Ik heb toen gewoon in mijn broek geplast. Ik ben nadien onmiddellijk naar huis gefietst en heb dit nooit verteld aan medeleerlingen of leraren. Ik was toen nog verlegen en had echt schrik van die leerkracht.” Strafstudie voor mijn vader

Foto: Tineke Hermans, 2004, 100-dagen

Gênant verhaal Tine zat haar eerste 2 jaar in het College. Ze schakelde over naar Ursulinen Mechelen in het 3de middelbaar omdat ze niet kon aarden in het College. “Je had er geen inbreng en ik had het gevoel dat ik er alleen maar hard moest presteren en ‘gewoon volgen’.” In Ursulinen werd ze meteen opgevangen in de klasgroep en was de sfeer veel aangenamer. Ze wou met kinderen werken en werkt nu als kleuterjuf. “Het is wel leuk als oud-leerkrachten me aanspreken en vragen of ik nog een leerling ben.” Tine vertelde ons 2 leuke anekdotes die haar zijn bijgebleven: ‘’Wat ik me nog heel goed herinner - het is wel een gênant verhaal - is dat ik in het

48

2004

“Mijn vader bracht me altijd met de auto naar school als het regende. Normaal ging ik met de fiets en was ik steeds op tijd. Door mijn vader was ik een paar keer te laat en moest ik nablijven. Bovendien ging ik op vrijdagen altijd iets drinken met mijn vrienden na school. Ik baalde dus omdat ik strafstudie had. Ik zei thuis boos dat mijn vader maar moest nablijven in mijn plaats. Mijn vader is toen naar school gekomen en zei gewoonweg dat hij mijn strafstudie kwam doen omdat dit zijn fout was en zijn dochter daarvoor niet gestraft mocht worden.” Ze hebben daar foto’s van genomen, van haar vader die strafstudie in de plaats van zijn dochter kwam doen. “Hij heeft geen oefeningen gemaakt, wel een boek gelezen. De directie heeft dit getolereerd.”

Foto: Klasfoto 6de jaar Sociale en technische wetenschappen, 2004. Tineke Hermans vind je op de onderste rij helemaal links.

Olympische Spelen in Athene.


“Ik had zoveel schrik van de leerkracht koken, dat ik tijdens het examen in mijn broek plaste.”

Foto: Tineke Hermans op de 100-dagen.

Schooldag Ze hadden een paar vaklokalen zodat enkel de leerlingen moesten verschuiven van lokaal. De klaslokalen waren altijd in orde, men maakte al gebruik van lockers. Als er een leerkracht afwezig was, moesten de leerlingen wachten aan hun lokaal tot iemand hen kwam halen die hen vervolgens naar de refter of ‘bunker’ (nu StudiUM) bracht. Vandaag de dag kunnen we dit gewoon aflezen van het elektronische bord in het centrUM. Als je tijdens de middag te laat kwam kreeg je, net zoals nu, een gaatje in je kaartje. Er waren verschillende uitstappen. Tine ging in het 5de en 6de middelbaar naar Barcelona en Parijs. “Veel is er dus niet veranderd.” De afspraken in verband met te laat komen, afwezige leerkrachten, lockers ... zijn vandaag nog steeds van toepassing.

je dit wel veranderen. Tine vond de jongens wel nodig omdat ze balans brachten en het fijn was om hen erbij te hebben. Jongens kwamen tussen als meisjes al eens kibbelden. Iedereen deed gewoon mee tijdens de lessen godsdienst, iedereen werkte mee en werd als gelijk gezien. De straffen waren ook niet zo zwaar: “Uhm, ik was nogal een brave. (lacht) Wij durfden wel eens briefjes naar elkaar te schrijven. Als het werd afgepakt moesten wij dat voorlezen voor heel de klas.”

“Wij durfden wel eens briefjes naar elkaar te schrijven. Als het werd afgepakt, moesten wij dat voorlezen voor heel de klas.” “In de afgelopen 10 jaar is er niet veel veranderd, het komt nog zowat overeen.” We besluiten dus dat de school vandaag de dag op dezelfde manier werkt en dezelfde regels toepast als 10 jaar geleden. De school houdt zich aan haar regels en tradities en dit vinden wij positief. Natalie Daved, Lamyae El Bouchattaoui en Imane Saddiki (3ECOA)

Uniformloze dag Ze moesten nog altijd het uniform dragen in blauw en wit, de rok mocht niet boven de knieën komen en als er een embleem op je kledij stond, moest je daar je hand over kunnen leggen. Dankzij de leerlingenraad waar Tine ook lid van was, werd het uniform afgeschaft. “Eén keer per jaar was er een ‘uniformloze dag’. In ruil voor bv. 2 euro mocht je in kleurrijke kledij naar school komen.” Er zaten niet zoveel jongens, maar met de jaren zag

2004

Het proces tegen Marc Dutroux wordt gehouden.

49


2004

“Ik ging met plezier naar school.” Kim Huysmans (Economie-moderne talen, 2004) volgde een master in de Handelswetenschappen en voegde er nog één jaar lerarenopleiding aan toe. Sinds het schooljaar 2011-2012 geeft ze les economie, boekhouding en informatica. Bij de oma in Leest Toen ze jong was werkten haar ouders allebei fulltime. Kim verbleef daarom veel bij haar oma in Leest en ging daarom ook daar naar de lagere school. Voor haar middelbare opleiding koos ze Ursulinen Mechelen. In het 1ste middelbaar had ze nog vaak heimwee naar haar vriendinnen in Leest die veelal voor STK in Kapelle-op-den-Bos hadden gekozen. Maar die gedachte verdween maar al te snel en ze ging met plezier naar school! Mijn gedrag heeft een evolutie gekend Kim had veel leuke vrienden zowel jongens als meisjes van uiteenlopende richtingen zowel uit ASO als TSO als BSO. “Toen ik hier startte, zaten we maar met drie jongens in de klas.” Ze had een toffe klas en ging met plezier naar school. Er waren wel altijd ‘kliekjes’ en dat vond ze minder fijn. Ze behaalde in het algemeen goede punten. Haar ouders steunden haar en volgden haar goed op. Ze was een brave leerling, maar wel een echte babbelaar. Met een hele grote groep strafstudie De beste herinneringen heeft ze aan de buitenlandse reizen, vooral Parijs en Barcelona. Daar hebben ze wel wat kattenkwaad uitgehaald. Toen ze uitgingen waren ze veel te laat terug in het hotel. Nadien zijn ze allemaal samen naar de strafstudie moeten gaan. Leerkrachten? Er zijn wel leerkrachten die ze zich nog goed herinnert zoals mevr. Coetsier die haar voor het eerst Spaans gaf. Dit was voor haar een hele openbaring. Van meneer Van Caer kreeg ze economie in het laatste jaar, van mevr. Geerolf kreeg ze Frans en meneer Pelgrims gaf haar aardrijkskunde. Natuur-

50

2005

lijk zijn er ook heel wat leerkrachten die nu niet meer op deze school zijn. Geen plooirokjes en witte hemdjes De middagpauze was voor jong en oud op hetzelfde uur. Men mocht de les ‘nooit’ verlaten (ook niet voor een dringende plaspauze). Er was nog geen mogelijkheid om over de middag warm te eten. Tot het 3de middelbaar heeft ze een uniform gedragen. Men moest zich toen strikt houden aan drie kleuren; zwart, marineblauw en wit. Het model was wel vrij. “Ik vond dat ik er altijd wel leuk uitzag.”

“De ideale leraar is iemand die zijn leerstof heel goed beheerst en die weet waarover hij of zij praat.” De ideale leerkracht “De ideale leerkracht is iemand die zijn leerstof heel goed beheerst. Die weet waarover hij/zij praat en dit op een enthousiaste en leuke manier kan overbrengen.” Kim is zoals ze zelf zegt ‘een redelijk strenge leerkracht’. Ze geeft economie, boekhouden en informatica. Van lastige kinderen heeft ze bijna geen last, dat spreekt voor zich, aangezien “de klassen waaraan ik lesgeef heel erg tof zijn”. Ze heeft een hele leuke vakgroep (economie) maar ook de leraren buiten haar vakgroep vallen heel goed mee, liet ze nog weten. Anke Doms, Katarina Stanojevic en Shari Verboven (3HUMB)

De domeinnaam Youtube wordt geregistreerd.


2006

“Een klasgenoot had elke vrijdag strafstudie ...” Nele Smets (Sociale en Technische Wetenschappen, 2006) is nu kleuterjuf in de 3de kleuterklas van basisschool Ursulinen Mechelen. “Ik doe mijn job heel graag!” Manier van lesgeven De manier waarop Nele les kreeg, verschilde niet zo hard met hoe wij nu les krijgen. De straffen zijn nog dezelfde. Nota’s in de agenda of nablijven op vrijdagavond zijn hier voorbeelden van. “Er was de laatste twee jaar iemand in mijn klas die daar echt heel goed in was en die echt al ‘volgeboekt’ was met strafstudie tot het einde van het jaar.” Als je een huistaak niet had gemaakt, moest je die tijdens de pauze of na school toch nog komen maken.

gens. “Dat was echt zo van: Wauw, vijf jongens in de klas!” Schoolactiviteiten Nele is met de school op reis geweest naar Parijs en Barcelona. In het 3de jaar is ze ook naar Rochefort gegaan voor het vak Frans, net zoals wij. Voor het vak Latijn is ze 2 dagen naar Trier geweest. Er waren ook de gebruikelijke uitstapjes naar Brussel, de Ardennen … Schoolmateriaal en schoolgebouwen Smartboards hadden ze nog niet, wel projectors. De leerlingen hadden ook gewoon handboeken en werkboeken, waar ze hun notities in konden maken. “De gebouwen zijn echt nog krak dezelfde.” De indeling van de gebouwen is wel anders. Zo was er bijvoorbeeld in haar schooltijd nog geen leraarskamer boven de feestzaal. Dat was een open ruimte. Er zijn ondertussen ook gebouwen gerenoveerd.

Foto: Klasfoto 6de jaar Sociale en technische wetenschappen, 2006. Nele Smets vind je op de onderste rij, 2de van rechts.

Schoolcarrière De eerste vier jaar heeft ze Latijn-wiskunde gevolgd en de laatste twee jaar Sociale en technische wetenschappen (STW). Ze heeft zelf deze beslissing mogen nemen. In het 5de middelbaar wou ze graag Humane wetenschappen volgen, maar dit bestond toen nog niet. Daarom heeft ze dus gekozen voor STW. “Ik wist in het 5de middelbaar al dat ik graag kleuterjuf wou worden.” In STW kreeg ze vakken als voeding, chemie, fysica, biologie, milieutechnologie en sociaal maatschappelijke vorming. Dat is nu nog altijd zo. Hoewel de Ursulinen toen geen meisjesschool meer was, waren er niet zoveel jon-

2006

Schooluniform Vroeger moesten ze een uniform dragen, dat in 2001 werd afgeschaft. Nele heeft nog één jaar het schooluniform moeten dragen. Het was eigenlijk meer een kleurencode. De leerlingen mochten enkel de kleuren zwart, wit en blauw dragen. Nele is nog jong en dus is er nog niet zo veel veranderd met vroeger. Er zijn meer studierichtingen bijgekomen, waardoor er meer keuze is voor de leerlingen. Manon Calloens, Margaux D'Haes, Ineke Pardon en Jolien Van Humbeeck (3HUMA)

Saddam Hoessein wordt terechtgesteld.

51


2007

Foto: Sfeerbeeld Griekenlandreis 2006, Katleen De Roover op 2de rij helemaal rechts.

“Ik wou altijd al leraar worden.” Katleen De Roover (Latijn-wiskunde, 2007) heeft heel haar schoolcarrière van 2,5- tot 18-jarige in Ursulinen Mechelen doorgebracht. Vandaag is ze zelf leraar Nederlands en geschiedenis.

52

Altijd al leraar

Paars haar

“Mevrouw Desomer vertelde op zo’n inspirerende manier over geschiedenis waardoor ik besloot dat ik later ook wel leraar zou willen worden.” Ze heeft 3 jaar Pedagogie gestudeerd aan de Katholieke Universiteit van Leuven. Daar heeft ze haar bachelor gehaald en volgde ze nadien een lerarenopleiding van haar lievelingsvakken Nederlands en geschiedenis. Jammer genoeg heeft ze momenteel geen vaste job in het onderwijs, maar valt ze af en toe in als er een leraar ziek of op zwangerschapsverlof is. Zo heeft ze dit schooljaar ook een trimester lang in onze school gewerkt. Ze vond het leuk omdat ze de school al goed kende, maar het was ook wel een beetje vreemd omdat haar oude leraren nu haar collega’s waren. “Ik sprak iedereen met familienamen aan en dat doe je niet meer als je collega’s bent, dat was wel wat raar in het begin.”

Volgens Katleen is er niet zoveel veranderd door de jaren heen. Het strikt toegelaten gsm-gebruik op school is wel nieuw. Ook vroeger bestonden er al volgkaarten maar Katleen zat in een braaf klasje waar die bijna niet voorkwamen. Als ze toch een streek uithaalden, kregen ze een preek van hun klastitularis en als dat niet hielp, kregen ze die van hun pedagogisch directeur. Hoewel Katleen in een braaf klasje zat, konden ze hier en daar streken uithalen, zoals bij de 100dagen. “Een paar klasgenoten brachten op de 100-dagen een graffitispuitbus mee. Ze spoten de paarse graffiti niet alleen op hun eigen haar maar ook op dat van anderen, zelfs bij enkele 1ste-jaars. Ze werden op het matje geroepen bij de algemeen directeur om een serieus babbeltje te doen. De twee jongens moesten hun haar afscheren: de kleur ging

2007

Hans Van Themsche wordt veroordeeld.


er niet meer uit en je kon het niet verdoezelen met iets anders. Een onnatuurlijke haarkleur was niet toegelaten, dus was dat de enige oplossing. De ouders van de slachtoffers werden ook gebeld en verwittigd, maar die moesten niets met hun haar doen.” De 100-dagen vierden ze met een ontbijtje, een kleine show voor de 6de-jaars (hun klas deed een blind date), en een klasactiviteit. Zij zijn gaan bowlen. “De hoeveelheid huiswerk is hetzelfde gebleven”, een toets of twee per dag. De leraren hielden wel rekening met de hoeveelheid huiswerk van andere vakken. Ze hadden ook veel meer inspraak dan wij nu hebben.

“Het uniform gaf je een samenhorigheidsgevoel, je kon niet zien wie er geen geld of geen smaak had.” Feest voor afschaffing uniform Ze droeg tot in het 4de leerjaar van de basisschool een uniform. Er werd ter gelegenheid van de afschaffing van het uniform een groot feest gehouden. Ze vond dat niet nodig. “Het uniform gaf je een samenhorigheidsgevoel, je kon niet zien wie er geen geld of geen smaak had.” Iedereen was gelijk: enkel blauw en wit in de basisschool, ook nog zwart in het secundair, geen jeans. Nu geeft ze tijdelijk les in St. Ursula en daar is een uniform dragen nog steeds verplicht. De regels over sieraden en make-up zijn nog steeds dezelfde als vroeger. Grote oorringen mocht niet: “daar stonden ze met een meetlat naast”. Dit had met de veiligheid te maken: er zou iets in je oorringen kunnen blijven haken en dan zouden je oren kunnen scheuren. Technologie Vanaf het 3de jaar kwamen er de ‘Whiteboarden’. Pas vanaf het 4de jaar hadden ze geen vaste lokalen meer en gingen ze dus naar vaklokalen. Daar was er al wat meer aanwezig zoals overheadprojectors. Er waren nog geen computers en beamers. Van een Smartboard was er dus zeker geen sprake. Ze hadden niet zoals nu de mogelijkheid om tijdens de middag dingen af te printen in de Loft, maar vanaf het 4de jaar konden ze tijdens de les informatica vragen of ze toch nog snel iets mochten doen voor

2007

een ander vak waar je de computer voor nodig had. Persoonlijk vindt ze dat de technologie in het onderwijs goed is, maar dat het je soms tegenhoudt omdat het beeld moet blijven staan voor leerlingen die niet kunnen volgen. Leerlingen noteren ook veel minder dan vroeger en ze hebben dit wel nog nodig in het hoger onderwijs. De nabijheid van de actualiteit door de technologie vindt ze wel fantastisch.

Foto: Katleen De Roover met haar klas op 100-dagen.

Schoolbal was het hoogtepunt Het schoolbal sloot het schooljaar af. Het bal vond plaats in zaal Diependael. “Je kon er natuurlijk alleen maar naartoe als je geslaagd was, anders werd je niet uitgenodigd, dat was natuurlijk wel jammer.” Iedereen was ‘in gala’ en dus opgekleed. De meisjes hadden een lang kleed aan en de jongens een kostuum. “Dat galabal was voor de rest eigenlijk gewoon een beetje zoals een fuif van de jeugdbeweging: een beetje dansen en drinken.” Warm gevoel Ze koestert nog steeds de schoolreizen, dat was speciaal. Ze vindt ook dat, en ze kan nu vergelijken omdat ze in veel scholen komt, Ursulinen Mechelen een warm gevoel gaf en geeft. “Het is een kleine school in oppervlakte en met veel leerlingen, maar je hebt steeds het gevoel ‘we horen erbij’. In andere scholen zorgen verschillende aparte gebouwen ervoor dat je zo kliekjes of groepjes krijgt. Hier kennen de leerlingen ook veel kinderen uit andere klassen en zelfs andere richtingen. Dat was vroeger minder het geval.” Kamilla Arupova, Mariuam Es Salhi, Lily Luyckx en Willem Verhulst (3(G)LA)

Het Land van Ooit in Drunen failliet verklaard.

53


2007

“Kennen wij u niet van het middagpasje?” Michaël Vloeberghs (Wetenschappen-wiskunde, 2007) heeft na zijn secundaire school de lerarenopleiding gevolgd en geeft nu wiskunde en techniek op onze school.

Foto’s links: Op reis naar Parijs.

Vakken De vakken zijn min of meer dezelfde gebleven. Duits heeft hij nooit gehad maar in de 3de graad had hij wel seminaries, dan mag je een of twee uurtjes in de week zelf opvullen met een vak naar keuze. In het 1ste trimester koos hij informatica, toen leerde hij websites maken bij mevrouw E. De Bolle, echt met HTML-code. Hij heeft ook nog Spaans gehad en hoewel hij niet van talen houdt, vindt hij Spaans heel interessant om o.a. op vakantie te kunnen spreken. Leraren Lichamelijke opvoeding keeg hij van mevrouw L. Vivijs. Die lessen gingen toen door in de sporthal van Hofstade. Mevrouw Vivijs was zeer gedreven in haar vak en heel sportief, ook buiten school,

54

2007

ze deed aan bergbeklimmen. Ze was streng maar rechtvaardig. Voor biologie had hij meneer P. Vernemmen. De leerstof van biologie was veel en moeilijk, maar wel interessant. Mevrouw V. De Prins gaf fysica en is nu ook verantwoordelijk voor o.a. het lessenrooster. Voor Frans had hij mevrouw P. Geerolf, zij is momenteel coördinator 3de graad. Wiskunde kreeg hij van mevrouw H. Mylle en aardrijkskunde van mevrouw De Smet. Voorbereiding op de universiteit In de 3de graad was het vooral de bedoeling om veel te noteren en veel te luisteren naar de leraar om je voor te bereiden op de universiteit. In de 3de graad moest je meer ontdekken, taken maken en in groepjes werken. Sommige vakken vond hij niet leuk maar hij apprecieerde de leerkrachten en hun job. Leraren waren altijd streng. De straffen van

De 7 nieuwe wereldwonderen worden bepaald.


toen zijn ongeveer dezelfde. Als je je materiaal niet bij hebt dan krijg je een sticker. In de 1ste en 2de graad vinden de leerlingen dat erger dan in de 3de graad.

Caer de openingszin “Ach zo, kennen wij u niet van het middagpasje?”

Middagpasje

Het ergste wat meneer Vloeberghs heeft meegemaakt was het verlies van een vader van een klasgenoot. “Daar was de hele klas van aangedaan.” Hij herinnert zich ook nog het trieste moment waarop er een meisje (Wendy Nobels) van een andere klas is omgekomen bij een verkeersongeluk. Ze zijn toen met de hele klas naar het PIT-lokaal gegaan om samen te rouwen en verhalen voor te lezen. Hij denkt liever aan de leuke momenten, bv. de schoolreizen.

Michaël Vloeberghs heeft ooit zelf straf gekregen. Hij ging elke dag thuis eten maar op een dag had hij zijn papieren, voorlopige middagkaart in zijn broek laten zitten, die in de was zat. Toen hij dat ontdekte, wist hij dat hij niet meer naar huis kon om daar te gaan eten. Hij vroeg toen aan zijn mama of ze in zijn agenda kon schrijven dat hij naar huis mocht. “Maar in het schoolreglement staat dat als

De fijnste en ergste momenten

Foto’s rechts: Op reis naar Griekenland.

je het voorlopige middagpasje kwijt bent, je moet wachten tot de definitieve pas met foto er is.” Hij zei dat hij toelating had van zijn mama om thuis te gaan eten en daar zijn boeken te wisselen. Het leerlingensecretariaat liet dat niet toe. Op dat moment was de directeur, meneer F. Van Caer, op de speelplaats. Meneer Vloeberghs legde het probleem aan hem uit maar meneer F. Van Caer kon niets doen, hij moest het reglement toepassen. Hij discussieerde met meneer F. Van Caer en zei dat hij dan een voorlopig middagpasje van iemand die binnen bleef zou gebruiken, omdat het toch niet werd gecontroleerd. “Sindsdien is daarop meer controle.” Hij kreeg de toelating om die middag naar huis te gaan maar hij moest als straf wel de rest van de week binnen blijven. Hij legde zich erbij neer en hij vindt het nu zelfs één van de grappigste dingen. Bij zijn sollicitatie gebruikte meneer F. Van

2007

De band tussen leraar en leerling De band tussen de leraar en de leerling is nu groter. Maar dat verschilt ook van graad tot graad. In de 1ste graad is dat nog wat meer bij de hand nemen en zeggen: “Tegen morgen uw passer meenemen of anders een sticker.” Terwijl in de 3de graad de leerlingen al zelfstandiger voor hun materiaal moeten zorgen. In de 1ste graad moet er overal wat meer uitleg gegeven worden want het is allemaal nieuw voor hen. “Dan moet ik de leerlingen als klaspapa op hun gemak stellen, maar dat doe ik graag.” Greet De Haes, Karo Hereygers en Jolien Van Houtven (3WETA)

PlayStation 3 komt op de markt.

55


2008

“De leraren hebben mij hier steeds enorm uitgedaagd!” Hélene Moonen (Grieks-Latijn, 2008) is nu leerkracht geschiedenis, Nederlands en leefsleutels in haar vroegere school. Inspraak Er waren nog geen afspraken rond gsm-gebruik. De gsm werd niet frequent gebruikt, iedereen kon perfect een dag zonder. “Ik had geen problemen met de afspraken op school. Zo ja, dan kon ik dat zeggen op de leerlingenraad.” Zij was een actief lid van de leerlingenraad, ook van de overkoepelende leerlingenraad. “Ik vond dit super, want zo kwam ik met iedereen in contact, ook met leerlingen van andere richtingen bv. Kantoor. Ik vond dit wel belangrijk.” De leerlingenraad stond mee in voor het organiseren van het slotfestival. “We hebben een jaar Brahim naar school kunnen krijgen, toen was het slotfestival nog in samenwerking met TMF. Het was te gek!”

“Brahim kwam optreden op ons slotfestival. Het was echt super! “

Foto: Mevrouw H. Verdoodt, Brahim en Hélene Moonen op het slotfestival.

56

2008

“Andere zaken die we verwezenlijkt hebben: picknicktafels op de kleine speelplaats, meer vuilnisbakken, de Danone-automaten. We gingen ook 1 keer per jaar naar de studiedag van de Vlaamse Scholieren Koepel (VSK). Daar werd er in verschillende workshops actief gewerkt aan participatie op school. Tussen de workshops door was er een show en had men kandidaten nodig. Ik stak enthousiast mijn vinger op, werd gekozen en mevrouw Verdoodt kreeg de eer me te vergezellen op het podium. We moesten iedere keer van t-shirt wisselen en de duo’s die het laatst gewisseld hadden, die vielen af. De prijs bestond uit pizza voor de hele leerlingenraad dus ik had mevrouw Verdoodt bevolen om te winnen. We waren heel goed gestart en bleven bij de laatste drie over, maar dan kregen we te veel stress en verloren we alsnog. Het was wel leuk om uw directrice zo te zien willen winnen.” Une poubelle De skireis, en de reizen naar Parijs, Trier en Lille heeft ze meegedaan. “Ik ben niet meegeweest naar Barcelona.” Over die reis was er veel commotie. De school had een hotel gereserveerd zonder veel luxe. “Veel leerlingen hebben daarvoor geprotesteerd: ze wilden op schoolreis een stopcontact voor hun haardroger, een douche in hun eigen kamer i.p.v. een gemeenschappelijke douche.” De school heeft dan een ander, maar duurder hotel gereserveerd. Hélene was tegen deze hogere prijs. “Ik zou dan wel eens alleen, maar goedkoper Barcelona bezoeken …” Het bezoek aan het Gallo-Romeins museum was heel leuk want ze mochten zich verkleden. Rochefort was niet zo een fijne ervaring “omdat ik geen fijn gastgezin had”. “Ze waren niet zo sociaal en we moesten in onze kamer blijven. We kregen ’s ochtends bevroren boterhammen mee in de hoop dat ze tegen de middag ontdooid waren. In dat hele weekend heb ik niet zoveel bijgeleerd in het Frans. Une poubelle, dat zal ik nooit vergeten.”

Gedeeltelijke zonsverduistering.


Ochtendgymnastiek

Bolivië

“We hadden het 1ste lesuur Latijn en iedereen leek nog zo moe, het vertalen van de tekst ging niet vooruit. Waarop meneer Rombauts de ramen openende, de deur openzette en begon te springen. We moesten allemaal meedoen. Gedurende vijf minuten deden we aan ochtendgymnastiek onder het motto een gezonde geest in een gezond lichaam. Met meneer Rombauts kon je altijd van die bizarre momenten meemaken.” “Vroeger lag de nadruk bij de vakken meer op kennis. Je moest veel van buiten kennen.” Nu ligt het meer op vaardigheden. Ze moesten heel veel zelfstandig werken en ze hadden ook heel veel huiswerk. “Tijdens mijn inleefweek op de scouts viel het me op dat we, in vergelijking met andere scholen zoals BIMSEM of Scheppers heel veel taken en huiswerk hadden.”

Er waren nog niet zoveel naschoolse activiteiten. Er waren wel sommige sporten waarvoor je je moest inschrijven. Het 1ste jaar was dat nog populair. Het sportpleintje was er al wel, maar slechts eenmaal per week mochten de meisjes voetballen, anders moesten ze met de jongens meedoen. “Ik vond het hier heel tof en heb hier enorme kansen gekregen, o.a. door mijn engagement in de leerlingenraad. Ik heb ook de kans gekregen om mee te gaan met de eerste inleefreis naar Bolivië en dat was fantastisch. De leraren hebben mij hier steeds enorm uitgedaagd.” Jonas De Bondt, Dorcas Idowu, Nura Oumarou en Laurens Vandekerckhove (3WETB)

Leerkrachten De leraren stonden open voor alle leerlingen. “Ik had altijd veel te vertellen, over vanalles en nog wat en mevr. Houben, mevr. Verdoodt en mevr. Vroom luisterden altijd.” Ze kon ook altijd een babbeltje doen met haar meter van het peter- en meterproject. Haar idee om leerkracht te worden is op school ontstaan. Ze was iemand die het graag uitlegde aan iedereen en altijd de leiding nam. Ze is geboeid geraakt door geschiedenis, vooral door de oudheid. In de 3de graad kreeg ze les van mevr. Desomer en mevr. Conix die mee hebben bijgedragen aan haar beslissing om een lerarenopleiding te volgen. Toch heeft ze heel lang getwijfeld tussen leerkracht worden en Jeugdzorg, Orthopedagogie . Na een weekje stage bij haar vader als Orthopedagoog, koos ze voluit voor leraar. Ze heeft de kans gekregen om stage te doen hier op school, wat fantastisch was!

“Ik heb ook de kans gekregen om mee te gaan met de eerste inleefreis naar Bolivië en dat was fantastisch.” 2009

Foto’s: Hélene Moonen op inleefreis in Bolivië.

Pater Damiaan wordt heilig verklaard.

57


2009

“Op het einde van het trimester bestelden we pizza’s bij de klasleraar. We aten die dan gezamenlijk op!” Kevin Wielemans (Sociale en technische wetenschappen, 2009) kwam in het 3de jaar naar Ursulinen. De richting Sociale en technische wetenschappen leek hem het best combineerbaar met zijn topsportstatuut als voetballer. Hij speelde bij KV Mechelen en droomde van een grote carrière maar blessures beslisten er anders over. Later volgde hij een lerarenopleiding aardrijkskunde en biologie en nu geeft hij het 2de jaar les op onze school. Anders Ze hadden vroeger meer leerboeken met theorie, oefeningen moesten ze niet maken in een leerwerkboek zoals nu maar in een apart schriftje of op cursusbladeren. Enkele jaren geleden gaven er nog niet zo veel mannen les. Hij heeft maar van 2 mannelijke leerkrachten les gekregen. Meneer B. Pelgrims gaf aardrijkskunde en meneer D. De Graef ‘toegepaste wetenschapsvoeding’. Uiteraard vond hij sommige lessen leuker dan andere. “Als een leraar zijn les heel boeiend vertelde, vond hij dat ook een boeiende les. Maar als een leraar een mindere dag had, dan viel het hem op dat de lessen ook minder leuk waren.” Hij herinnert zich ook dat er nog geen bomen op de kleine speelplaats stonden. Pizza’s De straffen waren exact dezelfde. Als hij eerlijk is dan denkt hij dat ze toen minder kansen kregen dan de leerlingen vandaag op school. Zij werden sneller op het matje geroepen, terwijl men nu misschien meer begrip toont voor het gevoel van de leerlingen. Zelf was hij een brave leerling. Hij noteerde goed mee, deed wat er werd gevraagd en lette goed op zodat hij thuis minder moest studeren. Hij was enkel een deugniet op de speelplaats. Hij herinnert zich ook dat ze eens op het einde van een trimester als afsluitende activiteit pizza’s hadden besteld bij hun klasleraar en deze dan gezamenlijk in de klas hadden opgegeten. “De naam van die leraar verklap ik niet.”

58

2009

Organisatie De directeur van de 3de graad, meneer F. Van Caer, gaf vanaf het 5de middelbaar op maandag of op dinsdag een toespraak. Men lette nauwgezet op de kledij. De jongens moesten een lange broek dragen en meisjes mochten geen spaghettibandjes dragen. In het 4de, 5de en 6de jaar kon je gebruik maken van een locker. In het 3de middelbaar hadden ze nog een eigen klaslokaal met een kastje waarin ze hun materiaal konden opbergen. Schoolcarrière Hij geniet ervan om nu aan de andere kant van de bank te staan. “Ik heb altijd goede leraren natuurwetenschappen gehad die bij mij de interesse alleen maar aanwakkerden. Toen ik 15 jaar was, merkte ik dat klasgenoten gemakkelijk met een probleem naar mij kwamen en ik gaf graag uitleg over bv. aardrijkskunde, ik kreeg daar een kick van. Ik had toen al besloten leraar te worden.” Sommige lessen vindt hij leuker dan andere, maar hij vindt het vooral geweldig dat hij leerlingen mag vertellen over duizend en één zaken die hij zelf interessant vindt. Werken met 12- tot 16-jarigen vindt hij heel boeiend. Hoewel hij er vroeger van droomde om astronaut, militair of wetenschapper te worden, heeft hij geen spijt van zijn beslissing om leraar te worden. Kathy De Wandeler, Silke Liers en Saar Vandenschrick (3WETA)

Gedeeltelijke zonsverduistering.


“Ik gaf graag uitleg over aardrijkskunde, ik kreeg daar een kick van.”

Foto’s boven van links naar rechts: 100-dagen en reis naar Londen. Foto onder: Groepsfoto op de 100-dagen.


Ur

echelen 1 91

42

4 01

su

M en lin

Zin om mee te werken? Heeft u ook genoten van dit UM-Vintage magazine? Heeft u op zolder nog die paar leuke foto’s liggen die we eventueel voor het bezoek of de tentoonstelling mogen gebruiken? Bezorg ons uw foto’s vóór 15 augustus 2014 via het e-mailadres communicatie@ursulinenmechelen.be. We sluiten de Vintage-editie af met volgend schooljaar de ‘generaties’ tussen oud-leerlingen. Heel wat leerlingen hebben hier van generatie tot generatie schoolgelopen. Grootmoeders, moeders, dochters, kinderen en kleinkinderen ... neem contact op met ons als u volgend schooljaar wil geïnterviewd worden. Neem zo snel mogelijk contact op met ons: communicatie@ursulinenmechelen.be of bel naar 015 42 35 42, en vraag naar mevrouw Hilde Verdoodt. We zijn er zeker van dat het een fijne Ursulinen-samenwerking wordt! De werkgroep schoolgeschiedenis Ursulinen Mechelen. TEKEN IN VOOR HET BOEK ‘JubileUM’ In 2014 vieren we 100 jaar Ursulinen Mechelen met heel wat activiteiten. Alle info daarover vind je op onze website: www.ursulinenmechelen.be. We starten het jubileumjaar officieel met een interactieve Jubileumviering in de Onze-Lieve-vrouw-over-de-Dijle-kerk op zondag 12 oktober 2014. Daar stellen we ook het boek 'JubileUM', 100 jaar Ursulinen Mechelen voor. Wil je graag voordelig voorintekenen op dit boek? Dan kan op onze website. 2 formules tot 1 september 2014: 20 of 30 euro (je krijgt dan nog vele extra's). Je kan ook feestglazen bestellen om thuis alvast herinneringen op te halen.

vzw Verenigde Scholen URSULINEN Mechelen en HAGELSTEIN

Vintage UM magazine 2014  

‘Vintage UM’ … met deze 5de editie van ons vakoverschrijdende schoolproject ‘Mondelinge geschiedenis’ schetsen leerlingen uit het 3de jaar e...

Vintage UM magazine 2014  

‘Vintage UM’ … met deze 5de editie van ons vakoverschrijdende schoolproject ‘Mondelinge geschiedenis’ schetsen leerlingen uit het 3de jaar e...

Advertisement