Page 1

P508859

afgiftekantoor Gent X UROBEL

Kortrijksesteenweg 220 9830 Sint-Martens-Latem

MULTIDISCIPLINAIRE UITGAVE VOOR HET UROLOGISCHE ZORGGEBIED • VERSCHIJNT 4X PER JAAR

jaargang 2012 - nummer 25

EDITIE ARTSEN MAGAZINE INTERDISCIPLINAIRE DANS LE DOMAINE DES EDITION• PARAÎT MEDECINS SOINS UROLOGIQUES 4X PAR AN année 2012 - numéro 25

M A G A Z I N E

EDITIE VERPLEEGKUNDIGEN EDITION INFIRMIER(E)S

INHOUD / CONTENU 3 4 6 - 17 19 20 - 33 34 - 38 40 - 44 46 - 49 51 - 56 56 58

Editoriaal / Éditorial Column Dossier Incontinentie / Incontinence Uit de wetenschap / de la science Nieuws & Innovaties Nouvelles & innovations Voor u gelezen Lu pour vous Nieuws uit de vereniging Les nouvelles de l’association Faits Divers ‘t Kleinste Kamertje / La petite chambre Agenda

DOSSIER

Incontinentie / Incontinence

Prof. dr. Frank Van der Aa (p. 6 - 9) Botulinum neurotoxine in de behandeling van neurogeen blaaslijden. La neurotoxine botulique dans le traitement des affections vésicales neurogènes. Marijke Van Kampen (p. 10) Gedragstherapie is even doeltreffend als een medicamenteuze behandeling bij mannen met een overactieve blaas. La thérapie comportementale est aussi efficace qu’un traitement médicamenteux chez les hommes souffrant d’hyperactivité vésicale. Dr Vér onique Keppenne (p. 12 - 13) Het hyperactieve-blaassyndroom. Le syndrome d’hyperactivité vésicale. Prof. Dr. Dirk De Ridder, Dr. Thierry Roumeguèr e (p. 14 - 17) Blaascontroleproblemen bij vrouwen, een onderschat probleem ? Les problèmes de contrôle vésical chez les femmes, un problème sous-estimé ?

9640_urobel_2012-025_verpl.indd 1

2/03/12 13:18


e a c l n e e r v i é V diff

Veilig – volledige lediging, comfortabel en bewezen veilig voor langetermijn gebruik. Hygiënisch – voor, tijdens en na gebruik. Gemakkelijk – functioneel ontwerp van opbergen tot weggooien. Slim ontwerp en veilig katheteriseren. Voor meer informatie: www.lofricsense.nl

Sûre – confortable, une vidange complète et une sécurité à long terme prouvée. Hygiénique – avant, pendant et après utilisation. Pratique – Une finition fonctionnelle pour la ranger et s’en débarasser. Un concept intelligent, un sondage plus sûr. Du bon sens, tout simplement. Visitez notre site www.lofricsense.be

© 2011 Astra Tech AB. All rights reserved. 76794-NL-0912

Vrouwen zijn niet allemaal hetzelfde. LoFric® Sense™ is de katheter die medische en leefstijlvoordelen combineert om bij een breder scala van behoeften van vrouwen te passen. Ontdek alle voordelen van LoFric Sense.

Les femmes sont toutes différentes. LoFric® Sense™ est une sonde qui allie avantages médicaux et art de vivre pour s’adapter aux besoins du plus grand nombre de femmes. Découvrez tous les bénéfices de LoFric Sense.

Astra Tech Benelux B.V., Postbus 656, 2700 AR Zoetermeer, Nederland. NL Tel.: (079) 360 19 50, Fax: (079) 362 37 48 BE Tel: (03) 232 06 15, Fax: (03) 213 30 66, www.lofricsense.nl

9640_urobel_2012-025_verpl.indd 2

2/03/12 13:18


editoRiaaL - editoRiaL

© 2011 Astra Tech AB. All rights reserved. 76794-NL-0912

2012 kondigt zich aan als een druk jaar, maar zeker ook als een jaar waar we “het” in de gezondheidszorg zullen voelen. “Het” zijn de besparingen die zich opdringen. En als we “het” zullen voelen, hoe zal het dan voor onze patiënten zijn? Alhoewel, de urologische patiënten zijn niet altijd diegenen die de meeste terugbetalingen of tussenkomsten in de zorg ontvangen.

schrijven. De Belgische burger zal dus blijven incontinentiemateriaal aankopen, maar vanuit een kleiner budget. Om een goede diagnose te krijgen zijn soms een aantal onderzoeken nodig, die ook de patiënt geld kosten. En als de therapie dan medicamenteus blijkt te zijn is ook daar geen tegemoetkoming in voorzien.

Hoewel we in België niet kunnen klagen, de toegang tot de gezondheidszorg blijkt nog steeds gewaarborgd. Maar als we in het thema van dit tijdschrift blijven, de continentiezorg, en dit als voorbeeld nemen, dan kunnen de besparingen zich toch wel laten voelen.

Er gaan stemmen op om even stil te staan bij de zorg van vandaag. Zo stelde professor Cassiman voor om eens stil te staan bij de terugbetaalde chemotherapie. Pedro Brugada gaat zelfs verder en wil sommige patiënten zorg weigeren.

Een incontinentie persoon in België blijft een aantal jaren met de problematiek rondlopen, en is aangewezen op het gebruik van incontinentiemateriaal. Een tussenkomst is er enkel voor diegenen die zwaar zorgbehoevend zijn of ingeschreven in het Vlaams Agentschap voor personen met een handicap. Nu is er ook een tussenkomst bij onbehandelbare incontinentie, zodat het nu een zoektocht wordt naar een arts die een attest wil

De urologische patiënt is in dit debat meestal de stille, teruggetrokken patiënt. Toch zullen ook zij niet ontsnappen aan de besparingsronde. Wij zorgverleners moeten waakzaam blijven dat de kwaliteit van leven toch enigszins bewaard kan blijven.

2012 promet d’être une année riche en événements, mais aussi une année où le secteur des soins de santé devra “avaler la pilule”. Cette pilule prendra la forme d’économies qui s’imposent inévitablement. Si nous devrons avaler la pilule, qu’en sera-t-il des patients ? Les patients urologiques ne sont pas toujours ceux qui perçoivent le plus de remboursements ou d’interventions dans les soins de santé.

donc d’acheter du matériel d’incontinence, mais avec un budget plus restreint.

Mais nous n’avons pas trop à nous plaindre en Belgique, l’accès aux soins de santé semblant toujours garanti. Toutefois, si nous restons dans le thème de ce magazine – soit les soins de continence – et le prenons pour exemple, les économies sont déjà perceptibles.

Certains se sont prononcés pour que l’on se penche sur les soins de santé actuels. Ainsi, le professeur Cassiman aimerait que l’on s’interroge sur le remboursement de la chimiothérapie. Pedro Brugada va même plus loin et entend refuser les soins à certains patients.

En Belgique, la personne incontinente demeure confrontée à la problématique pendant plusieurs années et est contrainte de recourir à du matériel d’incontinence. Les interventions sont réservées exclusivement aux personnes ayant un besoin majeur de soins ou reconnues comme handicapées. Aujourd’hui, il existe aussi une intervention pour l’incontinence non traitable, si bien que le patient doit se mettre à la recherche d’un médecin qui accepte de rédiger une attestation. Le citoyen belge continuera

Ronny Pieters

Pour obtenir un bon diagnostic, il faut parfois procéder à différents examens, qui coûtent également de l’argent au patient. Si l’option thérapeutique retenue est le traitement médicamenteux, il semble que le patient ne bénéficie pas non plus d’une intervention.

Dans ce débat, le patient urologique se positionne généralement comme le patient silencieux et réservé. Celui-ci n’échappera cependant pas à la période de restriction. Notre rôle en tant que prestataires de soins consiste à veiller à ce que sa qualité de vie reste malgré tout préservée. Ronny Pieters

URoBeL Magazine | 25/1 | maart - april • mars - avril 2012

9640_urobel_2012-025_verpl.indd 3

3 2/03/12 13:18


coLUMn

Blaassondes en het gezond verstand Tijdens een les voor ziekenhuis artsen in opleiding (master na master) werd een meerkeuze vraag gesteld over indicatie tot het plaatsen van blaaskatheter. Slechts enkele artsen gaven aan dat een verblijf op Prof. Dr. W. Oosterlinck intensieve zorgen geen indicatie is op zich Urologie, UZ Gent tot het plaatsen van een blaassonde. Al de overige artsen vonden dat op intensieve zorgen iedereen een blaassonde moet hebben. Merkwaardige vaststelling: de plaats waar de patient zich bevindt maakt de indicatie. Toen ik hen wees op het inconsistente van hun denkwijze verdedigden zij zich met te zeggen dat zij tijdens hun stage geen enkele patient hadden gezien zonder sonde en dat er op intensieve zorgen toch wel veel indicaties voor een blaassonde voorkwamen. Ik geef toe dat beide argumenten ter hunne verdediging hout sneden maar de vraag was wel duidelijk gesteld of een verblijf op IZ een indicatie was en dat is het beslist niet. Niet de plaats maar de toestand van patient zijn beslissend of een blaassonde nut heeft. Is patient bewust en kan hij nog normaal plassen? Moet de diurese werkelijk om het uur gekend zijn? Moet de abdominale druk continu worden gemeten? Dit zijn de vragen die men moet stellen. Een verpleegster, werkzaam op een IZ, vertelde mij dat het inderdaad routine was om bij elke patiënt een sonde te plaatsen. Er werd zelf niet meer de vraag gesteld naar het nut ervan. Toch weet men sinds decennia dat alle katheters en buizen die in het

lichaam worden geplaatst een ingangs poort betekenen voor bacteriën die in een hospitaal, en zeker op IZ, een allegaartje van soms zeer resistente kiemen uitmaken. Urinaire infectie is de meest voorkomende infectie in hospitalen en hun aantal is recht evenredig met aantal blaassondes en hun verblijfsduur. Het economisch impact en het bevorderen van infectieuze verwikkelingen zijn zeer belangrijk. Toch duurde het jaren vooralleer mijn eigen UZ overtuigd kon worden van het nut van een katheterbeleid. Er waren geen mensen en geen geld voor beschikbaar. Toch is dat beleid bijzonder eenvoudig: steek nooit en blaasonde die geen nut heeft. Een veel voorkomende vergissing bij het beoordelen vann de nuttigheid ervan zijn de opvang van incontinentie en het zogezegd “comfort” van de patiënt. Het eerste kan vaak en beter op een andere manier worden opgevangen. Het tweede belangrijk luik in katheterbeleid is het verwijderen van de sonde zo gauw zij niet meer nodig is. Waar de indicatie tot plaatsen meestal een beslissing van de arts is, is het verwijderen ervan ook een aandachtspunt van de verplegende. De sonde wordt nogal eens “vergeten” en blijft nutteloos lang zitten. Gegevens laten vermoeden dat minder plaatsen van sondes en sneller verwijderen zowat de helft van de urinaire infecties zou kunnen terugdringen. De moeite waard dus om er een aandachtspunt van te maken. Het hoeft niet altijd veel geld te kosten om iets beter te doen … Reageren kan via voorzitter.urobel@telenet.be

Sondes vésicales et bon sens À l’occasion d’un cours destiné aux médecins hospitaliers en formation (master après master), une question à choix multiple a été posée au sujet de l’indication de mise en place d’une sonde vésicale. Seuls quelques médecins ont signalé qu’un séjour en soins intensifs n’est pas une indication en soi de mise en place d’une sonde vésicale. Tous les autres médecins estimaient qu’aux soins intensifs, chaque patient doit porter une sonde vésicale. Curieuse observation : l’endroit où se trouve le patient conditionnerait l’indication. Lorsque j’ai attiré leur attention sur l’inconsistance de leur façon de penser, ils se sont défendus en disant qu’au cours de leurs stages, ils n’avaient vu aucun patient sans sonde, et que les indications de sonde vésicale sont légion aux soins intensifs. Je reconnais que les deux arguments avancés pour leur défense sont tout à fait pertinents, mais la question posée était claire, à savoir : un séjour à l’USI constitue-t-il une indication ? Ce n’est assurément pas le cas. Ce n’est pas l’endroit où se trouve le patient, mais bien son état, qui détermine si une sonde vésicale a une utilité. Le patient est-il conscient et peut-il encore uriner normalement ? Faut-il réellement connaître la diurèse horaire ? La pression abdominale doit-elle être mesurée en continu ? Voilà les questions qu’il convient de se poser. Une infirmière travaillant dans un service de soins intensifs m’a expliqué qu’en effet, la mise en place d’une sonde vésicale était un acte de routine chez tout patient. On ne s’interrogeait même plus sur son utilité. Pourtant, on sait depuis des décennies que tous les cathéters et tuyaux introduits dans l’organisme représentent une porte d’entrée pour les bactéries qui, à l’hôpital, et certainement à l’USI, abritent des germes parfois

4

H a

très résistants. Les infections urinaires sont les infections hospitalières les plus fréquentes, et leur nombre est directement proportionnel au nombre de sondes vésicales et à leur durée d’utilisation. L’impact économique et le fait que l’on favorise les complications infectieuses sont très importants. Pourtant, il a fallu des années pour convaincre ma propre institution de soins de l’utilité d’une politique en matière de cathéters. On ne disposait ni des personnes, ni des moyens pour y arriver. Malgré tout, la politique suivante est particulièrement simple : ne jamais placer de sonde qui n’ait pas d’utilité. Un argument erroné, fréquemment avancé en ce qui concerne l’évaluation de cette utilité, porte sur la prise en charge de l’incontinence et le soi-disant “confort” du patient. L’incontinence peut souvent être prise en charge d’une autre manière, par ailleurs meilleure. Le deuxième volet important dans le cadre de la politique des cathéters est le retrait de la sonde dès qu’elle n’est plus nécessaire. Alors que l’indication de mise en place constitue le plus souvent une décision médicale, son retrait peut également être effectué par le personnel infirmier. Il arrive assez souvent que la sonde soit “oubliée” et qu’elle reste longtemps en place sans raison. Les données laissent supposer que la diminution de la mise en place des sondes et leur retrait plus rapide pourraient supprimer près de la moitié des infections urinaires. Il vaut donc la peine d’en faire une question prioritaire. Les améliorations ne génèrent pas forcément des coûts … Vos réactions peuvent être adressées à voorzitter.urobel@telenet.be

w

URoBeL Magazine | 25/1 | maart - april • mars - avril 2012

9640_urobel_2012-025_verpl.indd 4

2/03/12 13:18


How to recognise a unique pharmaceutical Group? Ipsen is an innovation-driven international specialty pharmaceutical group with over 20 products on the market and a total worldwide staff of nearly 4,000. The company’s development strategy is based on a combination of products in targeted therapeutic areas (oncology, endocrinology and neuromuscular disorders) which are growth drivers, and primary care products which contribute significantly to its research financing. This strategy is also supported by an active policy of partnerships. The location of its four Research & Development centres (Paris, Boston, Barcelona, London) gives the Group a competitive edge in gaining access to leading university research teams and highly qualified personnel. In 2007, R&D expenditure was €184.7 million, in excess of 20% of consolidated sales, which amounted to €920.5 million while total revenues amounted to €993.8 million. More than 700 people in R&D are dedicated to the discovery and development of innovative drugs for patient care.

www.ipsen.com 9640_urobel_2012-025_verpl.indd 5

2/03/12 13:18


dossieR

incontinentie

Botulinum neurotoxine in de behandeling van neurogeen blaaslijden Een bijdrage van prof. dr. Frank Van der Aa, adjunct kliniekhoofd urologie (“functionele en reconstructieve urologie” en “neurourologie”). UZ Leuven

bare botulinum toxine preparaten op de markt. Dysport® (abobotulinumtoxinA) is verkrijgbaar in ampulles van 500 eenheden. Botox® (onabotulinumtoxinA) is verkrijgbaar in ampulles van 100 eenheden. Van belang is te weten dat de eiwitten van deze verschillende preparaten niet dezelfde zijn en de eenheden dus ook niet eenvoudig omrekenbaar 4.

Neurogeen blaaslijden Neurogeen blaaslijden is een overkoepelende term die een brede waaier aan onderliggende aandoeningen dekt. In vele gevallen gaat het om aandoeningen die lijden tot overactief blaaslijden met als symptomen aandrang en aandrang incontinentie. Vaak wordt bij aanvullend urodynamisch onderzoek detrusor overactiviteit vastgesteld. Typische voorbeelden van onderliggende aandoeningen zijn dwarslaesie, multiple sclerose en meningomyelocoele. Strikt genomen kan men echter ook van neurogeen blaaslijden spreken na doorgemaakt cerebrovasculair accident, ziekte van Parkinson, hersentumoren, … De symptomen van aandrang en aandrang incontinentie zijn uiteraard sociaal zeer storend voor de patiënt en vragen alleen daarom al aandacht en therapie van zorgverleners 1. Daarnaast is er het feit dat neurogene detrusor overactiviteit kan leiden tot zeer hoge blaasdrukken. Deze hoge drukken kunnen op hun beurt aanleiding geven tot vesicoureterale reflux met urineweginfekties, sepsis en nierfunctieverlies 2. Er is dus ook een medische noodzaak om het overactief blaaslijden van neurogene oorsprong te onderdrukken.

Mogelijke behandelingen Klassiek bestaat de eerstelijnstherapie van neurogene detrusor overactiviteit uit perorale antimuscarinica. In eerste instantie wordt oxybutinine gestart. Zoals alle antimuscarinica geeft dit vaak aanleiding

6

tot onverdraagbare neveneffecten zoals droge mond, constipatie, wazig zicht en zelfs geheugenstoornissen. Indien de nevenwerkingen te ernstig zijn of indien er onvoldoende effect is van de therapie, kan overgeschakeld worden naar andere antimuscarinica zoals propiverine, darifenacine, solifenacine, fesoterodine, … In sommige gevallen kan gekozen worden voor een combinatie van antimuscarinica of voor een intravesicale of transdermale toedieningweg. Bij een substantieel deel van de patiënten zal de detrusor overactiviteit echter refractair zijn aan antimuscarinische therapie. Deze patiënten komen in aanmerking voor therapie met botulinum neurotoxine 3.

Botulinum neurotoxine Botulinum neurotoxine is een toxine dat geproduceerd wordt door de Clostridium botulinum bacterie. Het is een uiterst toxisch product dat de neuromusculaire transmissie blokkeert door een verminderde acetylcholine vrijzetting. De naam komt van het Latijn “botulus” (worst) omdat de vergiftiging vroeger optrad na het eten van slecht bewaarde vleesproducten. Er zijn verschillende commercieel verkrijg-

Botulinum toxine wordt intramusculair in de detrusorspier toegediend via een transurethrale toegangsweg. Door middel van cystoscopie (rigiede of flexibele) wordt met een speciale naald een oplossing van botulinum toxine in de spier geïnjecteerd. Voor de behandeling van neurogeen blaaslijden worden 200 eenheden Botox® opgelost in 20 ml fysiologisch serum. Deze oplossing wordt in 20 verschillende plaatsen geïnjecteerd in de blaasspier, extratrigonaal. Het precieze werkingsmechanisme van botulinum neurotoxine in de gladde spierweefsels is complex en tot op heden nog niet volledig gekend. Het paralytisch effect kan tot één jaar duren. Naast inhibitie van efferente acetylcholine transmissie zijn additionele werkingsmechanismen zoals een rechtstreeks effect op de spiervezels, effect op de afferente purinerge en nitrinerge transmissie vermoedelijk mede verantwoordelijk voor de langdurige effecten. Na toediening van 200 eenheden Botox® bij patiënten met neurogeen blaaslijden in het kader van multiple sclerose of dwarslaesie, vermindert het aantal urgency incontinentie episodes per week significant vanaf 2 weken na toediening. Ongeveer 40 % van de patiënten zal na toediening van 200 eenheden Botox® zelfs volledig continent worden. Ook de maximale blaascapaciteit, gemeten met urodynamisch onderzoek, en het gemiddelde mictie- of sondage volume neemt significant toe na toediening van botulinum toxine 200 eenheden. Dit gaat gepaard met een belangrijke toename van

URoBeL Magazine | 25/1 | maart - april • mars - avril 2012

9640_urobel_2012-025_verpl.indd 6

2/03/12 13:18


incontinence

dossieR

La neurotoxine botulique dans le traitement des affections vésicales neurogènes Contribution du Prof. Dr Frank Van der Aa, chef de clinique adjoint en urologie (“urologie fonctionnelle et reconstructrice” et “neuro-urologie”). UZ Leuven

“botulus” (saucisse), car l’empoisonnement survenait par le passé après l’ingestion de viandes mal conservées. Il existe différentes préparations de toxine botulique sur le marché. Dysport® (abobotulinumtoxinA) existe en ampoules de 500 unités. Botox® (onabotulinumtoxinA) existe en ampoules de 100 unités. Il est important de savoir que les protéines de ces différentes préparations ne sont pas identiques et que les unités ne sont donc pas interchangeables4.

Les affections vésicales neurogènes Les affections vésicales neurogènes représentent un terme collectif regroupant un large éventail d’affections sous-jacentes. Dans de nombreux cas, il s’agit d’affections entraînant une hyperactivité vésicale dont les symptômes sont l’impériosité et l’incontinence d’urgence. Souvent, lors d’un examen urodynamique, on constate une hyperactivité du détrusor. Des exemples typiques d’affections sous-jacentes sont une lésion transversale, la sclérose en plaques et une méningomyélocèle. Stricto sensu, on peut cependant également parler de vessie neurogène après un accident vasculaire cérébral, en cas de maladie de Parkinson, de tumeurs cérébrales … Il va de soi que les symptômes de type impériosité et incontinence d’urgence sont très perturbants socialement pour le patient, et qu’ils méritent de ce fait toute l’attention et un traitement de la part des soignants1. En outre, l’hyperactivité neurogène du détrusor peut entraîner des pressions vésicales très élevées. À leur tour, ces pressions élevées peuvent provoquer un reflux vésico-urétéral avec des infections urinaires, une septicémie et une dégradation de la fonction rénale2. Il existe donc également une nécessité médicale à réprimer une vessie hyperactive d’origine neurogène.

Les traitements possibles Classiquement, le traitement de première ligne d’une hyperactivité neurogène

du détrusor repose sur les antimuscariniques oraux. En premier lieu, on utilise l’oxybutinine. Comme tous les antimuscariniques, elle provoque souvent des effets indésirables intolérables tels que bouche sèche, constipation, vision trouble, voire troubles de la mémoire. Si les effets indésirables sont trop sévères ou en cas d’effet insuffisant du traitement, on peut passer à d’autres antimuscariniques tels que la propivérine, la darifénacine, la solifénacine, la fésotérodine … Dans certains cas, on peut opter pour une combinaison d’antimuscariniques ou pour une administration intravésicale ou transdermique. Cependant, chez une proportion considérable de patients, l’hyperactivité du détrusor sera réfractaire au traitement antimuscarinique. Ces patients entrent en ligne de compte pour un traitement par neurotoxine botulique3.

La neurotoxine botulique La neurotoxine botulique est une toxine produite par la bactérie appelée Clostridium botulinum. Il s’agit d’un produit extrêmement toxique qui bloque la transmission neuromusculaire par le biais d’une diminution de la libération d’acétylcholine. Son nom vient du latin

La toxine botulique est administrée par voie intramusculaire dans le muscle détrusor, via un abord transurétral. Lors d’une cystoscopie (rigide ou flexible), on injecte une solution de toxine botulique dans le muscle, à l’aide d’une aiguille spéciale. Pour le traitement d’une vessie neurogène, on dissout 200 unités de Botox® dans 20 ml de sérum physiologique. Cette solution est injectée dans le muscle vésical à 20 endroits différents, en évitant le trigone. Le mécanisme d’action précis de la neurotoxine botulique dans les tissus musculaires lisses est complexe et, jusqu’à présent, pas totalement élucidé. L’effet paralytique peut durer jusqu’à un an. Outre l’inhibition de la transmission efférente d’acétylcholine, des mécanismes d’action additionnels tels qu’un effet direct sur les fibres musculaires et un effet sur la transmission afférente purinergique et nitrinergique sont vraisemblablement également responsables des effets prolongés. Après l’administration de 200 unités de Botox® chez les patients souffrant d’une vessie neurogène dans le cadre d’une sclérose en plaques ou d’une lésion transversale, le nombre d’épisodes d’incontinence d’urgence par semaine diminue significativement à partir de 2 semaines après l’administration. Après l’administration de 200 unités de Botox®,

URoBeL Magazine | 25/1 | maart - april • mars - avril 2012

9640_urobel_2012-025_verpl.indd 7

7 2/03/12 13:18


dossieR

de levenskwaliteit voor deze patiëntengroep. Dit werd in een prospectief gerandomiseerde studie bevestigd. De gemeten blaasdruk daarentegen neemt significant af van meer dan 50 cm H2O naar minder dan 40 cm H2O. Het is reeds sinds lange tijd geweten dat blaasdrukken van meer dan 40 cm H2O een gevaar betekenen voor de hogere urinewegen. Naast een verbetering van de levenskwaliteit resulteert het toedienen van botulinum toxine dus ook in een veiligere situatie met betrekking tot de hogere urinewegen. Omwille van vermindering van het effect vragen patiënten gemiddeld na 42 weken voor een nieuwe behandeling met botulinum toxine 5. De frequentste gedocumenteerde nevenwerking van een behandeling met botulinum toxine is een urineweginfektie. Deze complicatie wordt echter ook gezien in placebogroepen van prospectief gerandomiseerde studies en is dus vermoedelijk niet te wijten aan de actieve substantie, dan wel aan de toedieningtechniek (zijnde cystoscopie met intradetrusor injectie). Er zijn zelfs aanwijzingen dan een behandeling met botuline toxine het aantal belangrijke infecties significant doet dalen bij patiënten met neurogeen blaaslijden 6. Bij patiënten die niet aan intermittente zelfsondage doen, is toename van het postmictioneel residu een belangrijk gevolg van de behandeling met botuline toxine. In een groep van multiple sclerose patiënten die nog niet aan intermittente zelfsondage deed voor de behandeling, had 1/3 na injectie met 200 eenheden Botox® nood aan zelfsondage 5.

incontinentie

Bij patiënten die reeds aan intermittente zelfsondage doen, is dit probleem uiteraard veel minder relevant. In zeldzame gevallen is algemene spierzwakte gemeld na injectie van botuline toxine in de detrusor. Over het algemeen kan dus gesteld worden dat een behandeling met botuline toxine een veilige behandeling is.

aan antimuscarinische therapie kan in vele gevallen chirurgische therapie door middel van een blaasvergroting vermeden worden. Een nadeel van de therapie is het repetitieve karakter van de injecties en de kostprijs voor de patiënt. 

Tot voor november 2011 was het gebruik van botuline toxine voor neurogene detrusor activiteit een off label indicatie. Naar aanleiding van de DIGNITY studie: Double-blind InvestiGation of purified Neurotoxin complex In neurogenic deTrusor overactivitY waarbij data werd verzameld in twee wereldwijde gerandomiseerde studies, werd Botox® erkend als behandeling voor neurogene detrusor overactiviteit. Deze erkenning is beperkt voor de specialiteit Botox®.

Referenties 1.

Hicken, B.L., J.D. Putzke, and J.S. Richards, Bladder management and quality of life after spinal cord injury. Am J Phys Med Rehabil, 2001. 80(12): p. 916-22.

2.

McGuire, E.J., J.R. Woodside, and T.A. Borden, Upper urinary tract deterioration in patients with myelodysplasia and detrusor hypertonia: a followup study. J Urol, 1983. 129(4): p. 823-6.

3.

Giannantoni, A., et al., Six-year follow-up of botulinum toxin A intradetrusorial injections in patients with refractory neurogenic detrusor overactivity: clinical and urodynamic results.

Tot op heden is de behandeling niet terugbetaald door het RIZIV. Een behandeling met 200 eenheden kost om en bij de 500 euro voor de patiënt. 

Eur Urol, 2009. 55(3): p. 705-11. 4.

Grosse, J., G. Kramer, and G. Jakse, Comparing two types of botulinum-A toxin detrusor injections in patients with severe neurogenic detrusor overactivity: a case-control study. BJU Int, 2009. 104(5): p. 651-6.

Besluit

5.

Cruz, F., et al., Efficacy and safety of onabotulinumtoxinA in patients with urinary

Intradetrusor injectie van botuline neurotoxine A is een veilige, efficiënte en weinig invasieve therapie van neurogene detrusor overactiviteit. De behandeling resulteert in een duidelijke verbetering van verschillende urodynamische parameters alsook van de levenskwaliteit van de behandelde patiënten. Bij patiënten die niet beantwoorden

incontinence due to neurogenic detrusor overactivity: a randomised, double-blind, placebocontrolled trial. Eur Urol. 60(4): p. 742-50. 6.

Game, X., et al., Botulinum toxin A detrusor injections in patients with neurogenic detrusor overactivity significantly decrease the incidence of symptomatic urinary tract infections. Eur Urol, 2008. 53(3): p. 613-8.

DOSSIER

8

juni - juli / juin - juillet

Infectie / Infection

september - oktober / septembre - octobre

Multi-disciplinaire aanpak / Approche multi-disciplinaire

november - december / novembre - décembre

Assesments

URoBeL Magazine | 25/1 | maart - april • mars - avril 2012

9640_urobel_2012-025_verpl.indd 8

2/03/12 13:18


incontinence

environ 40 % des patients deviendront même tout à fait continents. La capacité vésicale maximale, mesurée au moyen d’un examen urodynamique, et le volume moyen émis par miction ou sondage augmentent également significativement après l’administration de 200 unités de toxine botulique. Ceci va de pair avec une amélioration importante de la qualité de vie de ce groupe de patients, comme l’a confirmé une étude prospective randomisée. La pression vésicale mesurée, quant à elle, diminue significativement de plus de 50 cm H2O à moins de 40 cm H2O. On sait depuis longtemps que des pressions vésicales supérieures à 40 cm H2O constituent un danger pour les voies urinaires hautes. Outre l’amélioration de la qualité de vie, l’administration de toxine botulique signifie donc également une situation plus sûre en ce qui concerne les voies urinaires hautes. En raison d’une diminution de l’effet, les patients sollicitent un nouveau traitement par toxine botulique après 42 semaines en moyenne5. L’effet indésirable le plus fréquemment documenté d’un traitement par toxine botulique est l’infection urinaire. Toutefois, cette complication s’observe également dans les groupes placebo des études prospectives randomisées, et elle n’est donc vraisemblablement pas imputable à la substance active ni à la technique d’administration (à savoir une cystoscopie avec injection intradétrusorienne). Des éléments indiquent même qu’un traitement par toxine botulique diminue significativement le nombre d’infections importantes chez les patients souffrant d’une vessie neurogène6. Chez les patients qui ne pratiquent pas l’autosondage intermittent, l’augmentation du résidu postmictionnel est une consé-

dossieR

quence importante du traitement par toxine botulique. Dans un groupe de patients souffrant de sclérose en plaques, qui ne pratiquaient pas encore l’autosondage intermittent avant le traitement, 1/3 avaient besoin d’autosondage après une injection de 200 unités de Botox®5. Il va de soi que ce problème est beaucoup moins significatif chez les patients qui pratiquent déjà l’autosondage intermittent. Dans de rares cas, on mentionne une faiblesse musculaire généralisée après l’injection de toxine botulique dans le détrusor. De manière générale, on peut donc avancer qu’un traitement par toxine botulique représente un traitement sûr.

rents paramètres urodynamiques ainsi que de la qualité de vie des patients traités. Chez les patients qui ne répondent pas au traitement antimuscarinique, on peut, dans de nombreux cas, éviter un traitement chirurgical visant à agrandir la vessie (entérocystoplastie). Le caractère répétitif des injections et le coût pour le patient représentent un inconvénient du traitement. 

Références 1.

Hicken, B.L., J.D. Putzke, and J.S. Richards, Bladder management and quality of life after

Jusqu’en novembre 2011, l’utilisation de toxine botulique pour une hyperactivité neurogène du détrusor était une indication off-label. Suite à l’étude DIGNITY : Doubleblind InvestiGation of purified Neurotoxin complex In neurogenic deTrusor overactivitY, lors de laquelle on a rassemblé des données de deux études randomisées internationales, Botox® a été approuvé comme traitement de l’hyperactivité neurogène du détrusor. Cette approbation est limitée à la spécialité Botox®.

spinal cord injury. Am J Phys Med Rehabil, 2001. 80(12): p. 916-22. 2.

McGuire, E.J., J.R. Woodside, and T.A. Borden, Upper urinary tract deterioration in patients with myelodysplasia and detrusor hypertonia: a followup study. J Urol, 1983. 129(4): p. 823-6.

3.

Giannantoni, A., et al., Six-year follow-up of botulinum toxin A intradetrusorial injections in patients with refractory neurogenic detrusor overactivity: clinical and urodynamic results. Eur Urol, 2009. 55(3): p. 705-11.

4.

Grosse, J., G. Kramer, and G. Jakse, Comparing two types of botulinum-A toxin detrusor

Jusqu’à présent, le traitement n’est pas remboursé par l’INAMI. Un traitement au moyen de 200 unités coûte environ 500 euros au patient.

injections in patients with severe neurogenic detrusor overactivity: a case-control study. BJU Int, 2009. 104(5): p. 651-6. 5.

Cruz, F., et al., Efficacy and safety of onabotulinumtoxinA in patients with urinary incontinence due to neurogenic detrusor over-

Conclusion

activity: a randomised, double-blind, placebocontrolled trial. Eur Urol. 60(4): p. 742-50.

L’injection intradétrusorienne de neurotoxine botulique A constitue un traitement sûr, efficace et peu invasif de l’hyperactivité neurogène du détrusor. Le traitement entraîne une amélioration claire de diffé-

6.

Game, X., et al., Botulinum toxin A detrusor injections in patients with neurogenic detrusor overactivity significantly decrease the incidence of symptomatic urinary tract infections. Eur Urol, 2008. 53(3): p. 613-8.

URoBeL Magazine | 25/1 | maart - april • mars - avril 2012

9640_urobel_2012-025_verpl.indd 9

9 2/03/12 13:18


dossieR

incontinentie

Gedragstherapie is even doeltreffend als een medicamenteuze behandeling bij mannen met een overactieve blaas

Marijke Van Kampen hoogleraar Faculteit Bewegings- en Revalidatiewetenschappen Departement Revalidatiewetenschappen Tervuursevest 101 - bus 1501 3001 Heverlee Samenvatting en commentaar gegeven door Marijke Van Kampen Onderzoekers schatten dat ongeveer één op zes Amerikanen een overactieve blaas heeft. Een overactieve blaas kan volgende symptomen geven: drang, frequent plassen, nocturia of ‘snachts opstaan en incontinentie. Het probleem wordt vaak gediagnosticeerd bij vrouwen, maar onvoldoende bij mannen, omdat de symptomen vaak verward worden met prostaatproblemen. In de meeste gevallen wordt bij overactieve blaas medicatie voorgeschreven maar ook gedragstherpie is een optie. Gedragstherapie omvat bekkenbodemspieroefeningen, leren ophouden om het plassen te kunnen uitstellen en dagboek met plas- en drinkschema’s bijhouden.

8/dag met/of zonder incontinentie opgenomen. Ze werden door toeval verwezen voor een medicamenteuze behandeling met oxybutynine (Ditropan XL) of kregen gedragstherapie gedurende 8 weken. De gedragstechnieken omvatten beperking van de vochtinname ’s avonds, controle van de mictiedrang dag en nacht en training van de bekkenbodemspieren. Voor de oefeningen werden de mannen aangeleerd om hun bekkenbodemspieren gedurende 2 tot 10 seconden op te spannen en gedurende dezelfde periode te ontspannen. Ze werden gevraagd om 45 oefeningen uit te voeren verdeeld over drie sessies.

Resultaten Tijdens de studie evolueerden de mannen in beide groepen van ongeveer 11-maal per dag plassen naar 9-maal per dag. De mannen die de oefeningen deden, konden hun nachtelijke toiletbezoeken ook met 5 keer per week verminderen, in vergelijking met slechts 2 keer bij de mannen die alleen geneesmiddelen innamen. Globaal verklaarde meer dan 90 % van de mannen dat ze volkomen of enigszins tevreden waren met de behandelingen.

Conclusie Zij besluiten dat gedragstherapie even doeltreffend is als een medicamenteuze behandeling bij mannen met een over-

Patiënten en methode In de studie werden honderd drieënveertig mannen tussen 42 en 88 jaar met drang, een plasfrequentie van meer dan

10

actieve blaas. De oefeningen hebben geen nevenwerkingen en zijn veiliger en goedkoper. Deze studie zal doen inzien dat oefeningen een belangrijke optie zijn.

Enkele bemerkingen bij dit onderzoek - Bekkenbodemoefeningen en blaastraining worden te weinig voorgeschreven bij mensen met overactieve blaas niet alleen in Amerika maar ook in ons land. - In deze studie wordt een derde behandelingsmogelijkheid namelijk elektrostimulatie niet aangewend. Ook deze therapie heeft zijn nut bewezen om drang te verminderen. - Voor mensen met uitgesproken drang is een combinatie van medicatie en blaastraining effectiever dan blaastraining alleen. Ook in deze studie geeft medicatie een beter effect bij uitgesproken drang. - Gedragstherapie daarentegen verbetert de nachtelijke plasfrequentie beter dan medicatie. Dit is één van de eerste onderzoeken die bekkenoefeningen en blaastraining test bij mannen met overactieve blaas. Een algemene boodschap van dit onderzoek is: eenvoudige bekkenbodemoefeningen en blaastraining geven dezelfde resultaten als medicatie. 

Artikel: Behavioral Versus Drug Treatment for Overactive Bladder in Men: The Male Overactive Bladder Treatment in Veterans (MOTIVE) Trial Kathryn L. Burgio, PhD, *† Patricia S. Goode, MSN, MD,*† Theodore M. Johnson, II, MD, MPH,*‡ Lee Hammontree, MD,*§ Joseph G. Ouslander, MD,k Alayne D. Markland, DO, MSc,*† Janet Colli, MD,*§ Camille P. Vaughan, MD, MS,*‡ and David T. Redden, PhD*# JAGS 59:2209–2216, 2011

URoBeL Magazine | 25/1 | maart - april • mars - avril 2012

9640_urobel_2012-025_verpl.indd 10

2/03/12 13:18


incontinence

dossieR

La thérapie comportementale est aussi effi cace qu’un traitement médicamenteux chez les hommes souffrant d’hyperactivité vésicale Marijke Van Kampen Professeur à la Faculté des Sciences locomotrices et de Revalidation Département des Sciences de Revalidation Tervuursevest 101 - bus 1501 3001 Heverlee Résumé et commentaires par Marijke Van Kampen Les investigateurs estiment qu’environ un Américain sur six souffre d’hyperactivité vésicale. Une vessie hyperactive peut provoquer les symptômes suivants : impériosité, pollakiurie, nycturie ou mictions nocturnes et incontinence. Le problème est souvent diagnostiqué chez les femmes, mais insuffisamment chez les hommes, car les symptômes sont souvent confondus avec des problèmes prostatiques. Dans la plupart des cas d’hyperactivité vésicale, on prescrit des médicaments, mais la thérapie comportementale constitue également une option. La thérapie comportementale englobe des exercices musculaires sollicitant le plancher pelvien, le fait d’apprendre à se retenir pour pouvoir différer la miction et implique de tenir un agenda des horaires des mictions et des boissons.

Patients et méthode L’étude a inclus cent quarante-trois hommes âgés de 42 à 88 ans, souffrant d’impériosité mictionnelle, chez qui la fréquence des mictions dépassait 8/jour, avec ou sans incontinence. Ils ont été randomisés au hasard sous traitement médicamenteux par oxybutynine (Ditropan XL) ou sous thérapie comportementale durant 8 semaines. Les techniques comportementales englobent une restriction des boissons le soir, le contrôle des besoins mictionnels jour et nuit et des exercices de renforcement des muscles du plancher pelvien. En ce qui concerne les exercices, les hommes

ont appris à contracter les muscles de leur plancher pelvien pendant 2 à 10 secondes et à les relâcher pendant la même durée. On leur a demandé de pratiquer 45 fois ces exercices, en trois séances distinctes.

Résultats Durant l’étude, les hommes des deux groupes ont vu leur nombre de mictions diminuer de 11 fois par jour à 9 fois par jour. Les hommes qui pratiquaient les exercices ont également enregistré une diminution du nombre de mictions nocturnes de 5 fois par semaine, contre seulement 2 fois par semaine chez les hommes traités uniquement par médicaments. Globalement, plus de 90 % des hommes déclaraient qu’ils étaient totalement ou partiellement satisfaits de ces traitements.

Conclusion Les investigateurs concluent que la thérapie comportementale se révèle aussi efficace qu’un traitement médicamenteux chez les hommes souffrant d’hyperactivité vésicale. Les exercices n’entraînent aucun effet indésirable et sont plus sûrs et moins onéreux. Cette étude va faire prendre conscience du fait que les exercices constituent une option importante.

Quelques remarques à propos de cette étude - le renforcement des muscles du plancher pelvien et la rééducation vésicale sont trop peu prescrits chez les personnes souffrant d’hyperactivité vésicale, non seulement en Amérique, mais aussi dans notre pays.

- dans cette étude, une troisième option thérapeutique, en l’occurrence l’électrostimulation, n’a pas été utilisée. Ce traitement a également prouvé son utilité pour réduire l’impériosité. - chez les personnes souffrant d’impériosité marquée, une combinaison de médicaments et de rééducation vésicale s’avère plus efficace que la rééducation vésicale seule. Dans cette étude également, les médicaments donnent un meilleur effet en cas d’impériosité marquée. - par contre, la thérapie comportementale améliore mieux la fréquence des mictions nocturnes que les médicaments. Il s’agit d’une des premières études testant le renforcement musculaire du plancher pelvien et la rééducation vésicale chez les hommes souffrant d’hyperactivité vésicale. Un message général de cette étude est donc que de simples exercices sollicitant les muscles du plancher pelvien et la rééducation vésicale donnent les mêmes résultats que les médicaments. 

Article: Behavioral Versus Drug Treatment for Overactive Bladder in Men: The Male Overactive Bladder Treatment in Veterans (MOTIVE) Trial Kathryn L. Burgio, PhD, *† Patricia S. Goode, MSN, MD,*† Theodore M. Johnson, II, MD, MPH,*‡ Lee Hammontree, MD,*§ Joseph G. Ouslander, MD,k Alayne D. Markland, DO, MSc,*† Janet Colli, MD,*§ Camille P. Vaughan, MD, MS,*‡ and David T. Redden, PhD*# JAGS 59:2209–2216, 2011

URoBeL Magazine | 25/1 | maart - april • mars - avril 2012

9640_urobel_2012-025_verpl.indd 11

11 2/03/12 13:18


dossieR

incontinentie

Het hyperactieve-blaassyndroom, zeer frequent, maar nog te vaak miskend bij vrouwen Dr. Véronique Keppenne Neuro-urologie en functionele urologie CHU Liège CHR Huy CNRF Fraiture-en-Condroz Vrouwen die op consultatie komen bij een uroloog, vertonen vaak een hyperactieveblaassyndroom (HB). Dat blijft echter een taboeonderwerp en veel vrouwen durven daarvoor dan ook geen uroloog te raadplegen. En ze spreken er ook niet graag over met hun huisarts, omdat die hen “te goed” kent. Het hyperactieve-blaassyndroom wordt gedefinieerd als een dringende behoefte om te gaan plassen, al dan niet met urgeincontinentie als gevolg. Dat gaat ook vaak gepaard met pollakisurie en nycturie.

sporten en soms gaan ze zelfs allerhande sociale en sportactiviteiten vermijden. De diagnose van urge-incontinentie is een zuiver anamnestische diagnose. Het klinisch onderzoek dient om stressincontinentie uit te sluiten en om een geassocieerde aandoening (prolaps …) op te sporen. De eerstelijnstherapie bestaat vaak uit een anticholinergicum van de eerste generatie en fysiotherapie van de bekkenbodem (met analyse van de mictieagenda en aanpassing van de gewoontes indien nodig). Als tweedelijnstherapie schrijven we een anticholinergicum van de nieuwe generatie voor. En indien nodig moeten daarna sacrale neuromodulatie en injectie van botulinumtoxine in de detrusor worden overwogen.

Urge-incontinentie kan bij de meeste patiënten efficiënt worden behandeld. Veel vrouwen durven er helaas nog niet over te spreken en blijven dus zitten met dat nochtans ernstige probleem. Dat kan leiden tot allerlei psychologische gevolgen zoals het op zichzelf terugplooien. Wij moeten niet alleen behandelen, maar we moeten de mensen ook informatie geven over het hyperactieve-blaassyndroom en de behandeling ervan. Dat zou ertoe moeten leiden dat vrouwen met een dergelijk probleem er durven over te spreken omdat ze beseffen dat hun probleem, hoe vernederend het ook is, eigenlijk een echte aandoening is waarvoor ze minstens één keer een arts zouden moeten raadplegen. Dat zou al een eerste stap zijn naar een betere behandeling van een dwingende mictiedrang en urge-incontinentie. 

Over het algemeen raadplegen deze vrouwen voor het eerst een uroloog als er een probleem optreedt: plotseling urineverlies en onmogelijkheid om de onwillekeurige urinelozing die net begonnen is, te onderbreken. De patiënte schaamt zich daarover en zal daarom een uroloog raadplegen in de hoop om een dergelijke vernederende ervaring niet meer te hoeven meemaken. De dringende mictiedrang is voor de patiënten min of meer aanvaardbaar naargelang van de tijd die ze hebben om naar de wc te gaan (van enkele seconden tot meerdere minuten), en uiteraard van het type beroep, de gezinsactiviteiten, het sociale leven … Hoe snel de patiënten op consultatie komen hangt dus af van de lichamelijke en/of mentale handicap. Het hyperactieve-blaassyndroom kan een zeer negatieve invloed hebben op het zelfbeeld, de patiënten voelen zich minderwaardig en kunnen depressief worden. Geleidelijk aan veranderen ze hun gewoontes: ze drinken niet meer voor een uitstapje of bij voorbeeld al 2 uur voor het

12

URoBeL Magazine | 25/1 | maart - april • mars - avril 2012

9640_urobel_2012-025_verpl.indd 12

2/03/12 13:18


incontinence

dossieR

Le syndrome d’hyperactivité vésicale, très fréquent mais encore trop méconnu dans la population féminine Dr Véronique Keppenne Neuro-urologie et urologie fonctionnelle CHU Liège CHR Huy CNRF Fraiture-en-Condroz Le syndrome d’hyperactivité vésical (HV) est fréquent parmi les patientes qui consultent en urologie. Cependant, cela reste souvent un sujet tabout, et beaucoup de femmes en souffrent sans oser consulter l’urologue. Elles sont par ailleurs gênées d’en parler avec leur médecein généraliste car elles le connaissent “trop bien”! Le syndrome d’HV est défini par la présence de sensations de besoins urgents d’uriner, entraînant ou non de l’incontinence urinaire par urgence. Souvent cette “urgenturie” sera accompagnée de pollakiurie et nycturie. La première consultation en urologie est généralement motivée par la survenue d’un évènement indésirable: une fuite urinaire soudaine avec impossibilité d’interrompre la miction tout à fait involontaire qui vient de débuter! Cette fuite va entraîner une sensation de honte et sera alors l’élément déclenchant la démarche de consultation en urologie avec l’espoir de ne plus revivre un tel épisode si dégradant.

L’urgenturie est plus ou moins acceptable au quotidien pour la patiente, selon le délai de sécurité (variable de quelques secondes à plusieurs minutes) et bien entendu selon le type d’activités professionnelles, familiales, sociales. Les patientes consulteront donc plus ou moin tôt, selon le handicap physique et/ ou mental ressenti! L’image de soi peutêtre très perturbée et dévalorisée avec risque d’apparition d’une dépression. Les habitudes sont progressivement modifiées: suppression de ’hydratation lors d’une excursion ou par exmple déjà 2 heures avant la pratique d’un sport, parfois même suppression de ces diverses activités sociales et sportives. Le diagnostic d’incontinence urinaire par urgenturie est purement anamnestic. L’examen clinique a pour but d’éliminer une incontinence d’effort et de rechercher l’une ou l’autre pathologie associée (prolapsus …) Le traitement de première ligne, associe le plus souvent un médicament anticholinergique de première génération et la kiné périnéale (avec analyse de l’agenda mictionnel et modifications des habitudes si nécessaire).

En seconde ligne on prescrira un anticholinergique de nouvelle génération. Et si nécessaire on peut ensuite envisager la neuromodulation sacrée ou l’injectio de toxine botulique dans le détrusor. L’incontinence urinaire par urgenturie peut certainement être traitée efficacement, chez la plupart des patientes qui en souffrent. Malheureusement beaucoup de femmes n’osent pas encore en parler et vivent donc ce problème sérieux, au quotidien et en silence, avec toutes les conséquences psychologiques possibles liées notamment à un repli sur soi. Nôtre rôle n’est donc pas uniquement de soigner mais aussi d’informer pour conscientiser l’opinion publique de l’existence de cette pathologie à part entière et qui se soigne! Cela permettrait sans doute à un certain nombre de femmes d’oser en parler par-ce-qu’elles prendraient conscience du fait que leur problème urinaire, si dégradant soit-il, constitue une pathologie à part entière, qui mérite au moins une consultation. Cela serait déjà une première étape vers une meilleure prise en charge de l’urgenturie et de l’ncontinence par urgenturie. 

URoBeL Magazine | 25/1 | maart - april • mars - avril 2012

9640_urobel_2012-025_verpl.indd 13

13 2/03/12 13:18


dossieR

incontinentie

Blaascontroleproblemen bij vrouwen, een onderschat probleem? Tijdens het jaarlijks congres van de Belgian Association of Urology op 9 december 2011 gaven Prof. Dr. Dirk De Ridder en Dr. Thierry Roumeguère een persconferentie naar aanleiding van het bekendmaken van de resultaten van hun studie in samenwerking met Astellas®. Met deze studie willen zij de aandacht vestigen op de aanpak van de problemen tengevolge van een overactieve-blaas bij vrouwen in België. Prof. Dr. Dirk De Ridder, Dr. Thierry Roumeguère Blaascontroleproblemen komen voor bij een aanzienlijk deel van de vrouwelijke bevolking. Een overactieve blaas, of OAB, is één van de oorzaken van blaascontroleproblemen. Bij OAB is er sprake van een onbedwingbare plasdrang voordat de blaas volledig gevuld is. De oorzaak hiervan kan een neurologische aandoening zijn, maar is meestal onbekend. Door de aandrang kan de blaas ongewild samentrekken en kan geheel of gedeeltelijk geledigd worden. OAB heeft dan ook als voornaamste symp-

toom een onvoorspelbare, onweerstaanbare aandrang om te urineren met of zonder aandrangincontinentie (dwz onvrijwillig urineverlies dat gepaard gaat met of onmiddellijk voorafgaan wordt door een zeer hevige aandrang tot urineren) (zie Figuur 1). Dit gaat vaak samen met een toegenomen mictiefrequentie, zowel overdag als ’s nachts, waarbij het volume urine per mictie duidelijk verminderd is. Andere vormen van blaascontroleproblemen zijn inspanningsincontinentie (of stressincontinentie) en gemengde incontinentie (wanneer de patiënt beide types incontinentie heeft). Dat blaascontrole zeer vaak voorkomen bij vrouwen is gebleken uit een recent Belgisch epidemiologisch onderzoek. Dit onderzoek vond plaats onder 7.193 vrouwen van 40 jaar of ouder die een huisarts bezochten, in de periode van februari tot mei 2011. Het ging om vrouwen die om gelijk welke reden bij de huisarts aanklopten, dus niet noodzakelijk omwille van blaasproblemen. Het toonde aan dat een derde van deze vrouwen symptomen van blaascontroleproblemen hadden. Hoewel vaak wordt aangenomen dat incontinentie het meest belangrijke

Toegenomen mictie aandrang

Toegenomen mictiefrequentie ‘s nachts

Toegenomen mictiefrequentie overdag en verkorte tijdsintervallen tussen de micties

Incontinentie

Verminderd mictievolume

Figuur 1. Etiologie van OAB met een toegenomen mictie aandrang als belangrijkste symptoom dat leidt tot andere OAB symptomen (1).

14

urologische symptoom is van blaascontroleproblemen, bleek dat een groot aantal van deze vrouwen geen incontinentie vertoonde. Het onderzoek richtte zich ook op de hinder die de vrouwen ondervonden van hun blaascontroleproblemen. Dit wees uit dat, ook al werden de symptomen meestal als mild omschreven, toch 1 op de 6 vrouwen gemiddeld tot zeer veel hinder ondervonden. Vrouwen met het symptoom ‘aandrang tot urineren’ apporteerden tevens meer hinder dan vrouwen met het symptoom ‘incontinentie’. Er kan uit dit recent Belgisch onderzoek geconcludeerd worden dat vanaf de leeftijd van 40 jaar 1 vrouw op 3, die zich aanbiedt bij de huisarts, te kampen krijgt met blaascontroleproblemen en baat heeft bij een gesprek met de (huis)arts over haar OAB klachten. Dit impliceert tevens een verlegging van de leeftijdgrens waarbij gekeken wordt naar aanwezigheid van blaascontroleproblemen. Deze lag eerder vaak op een leeftijd van 50 jaar, maar blijkt nu vanaf een leeftijd van 40 jaar al relevant te zijn. Blaascontroleproblemen kunnen een negatieve invloed hebben op de kwaliteit van leven van de patiënt. Schaamte en verlies van waardigheid hebben hun weerslag op het zelfbeeld, intimiteit en persoonlijke relaties. In een subanalyse van een dwarsdoorsnede

URoBeL Magazine | 25/1 | maart - april • mars - avril 2012

9640_urobel_2012-025_verpl.indd 14

2/03/12 13:18


incontinence

dossieR

Les problèmes de contrôle vésical chez les femmes, un problème sous-estimé? Au cours du congrès annuel de la Société belge d’Urologie, le 9 décembre 2011, le Prof. Dr Dirk De Ridder et le Dr Thierry Roumeguère ont donné une conférence de presse, à l’occasion de la publication des résultats de leur étude, réalisée en collaboration avec Astellas®. Par le biais de cette étude, ils souhaitent attirer l’attention sur la prise en charge des problèmes consécutifs à l’hyperactivité vésicale chez les femmes en Belgique. Prof. Dr Dirk De Ridder, Dr Thierry Roumeguère Les problèmes de contrôle vésical touchent une proportion considérable de la population féminine. La vessie hyperactive, ou OAB (overactive bladder), représente l’une des causes des problèmes de contrôle vésical. En cas d’OAB, on constate un besoin mictionnel irrépressible, avant que la vessie ne soit tout à fait pleine. La cause peut être une affection neurologique, mais elle est le plus souvent inconnue. Suite à cette impériosité mictionnelle, la vessie peut se contracter

de manière involontaire et se vider totalement ou partiellement. Dès lors, le principal symptôme de l’OAB est un besoin d’uriner imprévisible, impérieux, avec ou sans incontinence d’urgence (c.-à-d. une perte d’urine involontaire accompagnée, ou immédiatement précédée, d’une impériosité mictionnelle très marquée) (voir Figure 1). Ceci va souvent de pair avec une augmentation de la fréquence des mictions, tant diurnes que nocturnes, lors desquelles le volume d’urine émis par miction est clairement réduit. D’autres formes de problèmes de contrôle vésical sont l’incontinence à l’effort (ou incontinence de stress) et l’incontinence mixte (lorsque la patiente présente les deux types d’incontinence). La fréquence élevée des problèmes de contrôle vésical chez les femmes ressort d’une récente étude épidémiologique belge. Cette étude a inclus 7 193 femmes âgées de 40 ans ou plus, qui ont consulté un médecin généraliste entre février et mai 2011. Il s’agissait de femmes qui consultaient pour n’importe quel motif, donc pas nécessairement en raison de problèmes vésicaux. L’étude a révélé qu’un tiers de ces femmes

Augmentation des besoins mictionnels

Augmentation de la fréquence des mictions nocturnes

Augmentation de la fréquence des mictions diurnes et raccourcissement des intervalles entre les mictions

Incontinence

Diminution du volume mictionnel

Figure 1. Étiologie de l’OAB avec comme principal symptôme une augmentation des besoins mictionnels, à l’origine des autres symptômes de l’OAB (1).

présentaient des symptômes évoquant des problèmes de contrôle vésical. Bien que l’on admette souvent que l’incontinence est le principal symptôme urologique des problèmes de contrôle vésical, il est apparu qu’un grand nombre de ces femmes ne présentaient pas d’incontinence. L’étude s’est également ciblée sur la gêne que ces problèmes de contrôle vésical engendrait chez ces femmes. Il en est ressorti que, même si les symptômes étaient le plus souvent décrits comme légers, 1 femme sur 6 ressentait une gêne modérée à très forte. Les femmes souffrant d’impériosité mictionnelle rapportaient également plus de gêne que les femmes souffrant d’incontinence. Cette récente étude belge permet donc de conclure qu’à partir de l’âge de 40 ans, 1 femme sur 3, consultant son médecin traitant, souffre de problèmes de contrôle vésical, et qu’elle a tout intérêt à évoquer ces plaintes d’OAB avec son médecin (généraliste). Ceci implique également une modification de l’âge à partir duquel il convient de rechercher la présence de problèmes de contrôle vésical. Auparavant, cette limite d’âge était souvent fixée à 50 ans, mais il s’avère à présent que le seuil de 40 ans peut déjà être pertinent. Les problèmes de contrôle vésical peuvent avoir une influence négative sur la qualité de vie de la patiente. La honte et la perte de dignité ont des répercussions sur l’image de soi, l’intimité et les relations personnelles. Dans une sous-analyse d’une étude de population transversale conduite en France, en Allemagne, en Italie, en Espagne, en Suède et en Angleterre chez 1 272 patientes souffrant d’OAB, environ 30 % des patientes déclaraient que le fait de souffrir de symptômes d’OAB les rendait dépressives et/ ou anxieuses2. Chez 28 % des patientes, les symptômes d’OAB constituaient une source récidivante de soucis. Les patientes appréhendaient par exemple de participer à des activités (sociales) à un endroit in-

URoBeL Magazine | 25/1 | maart - april • mars - avril 2012

9640_urobel_2012-025_verpl.indd 15

15 2/03/12 13:18


dossieR

bevolkingsonderzoek in Frankrijk, Duistland, Italië, Spanje, Zweden en Engeland bij 1.272 patiënten met OAB gaf ongeveer 30 % van de patiënten aan dat het hebben van OAB symptomen hun depressief en/of gespannen maakte. 2 In 28 % van de patiënten waren de OAB symptomen een terugkerende bron van zorgen. Patiënten waren bijvoorbeeld bevreesd over deelname aan (sociale) activiteiten op een onbekende locatie en de momgelijkheid van ongelukjes. Tevens voelde zij zich vaak ongemakkelijk in het bijzijn van anderen, vooral onbekenden. Bij nog werkzame vrouwen kunnen blaascontroleproblemen ook een negatieve invloed uitoefenen op het werk. In bovengenoemde studie gaf 22 % van vrouwen met OAB aan dat ze zich zorgen maakte over het verstoren van vergaderingen door het bezoek aan het toilet .2 4 % van de vrouwen gaf zelfs aan eerder te willen stoppen met werken als gevolg van OAB symptomen. OAB patiënten ontwikkelen vaak verschillende methoden om met hun blaascontroleproblemen om te gaan zoals het vermijden van plaatsen waar geen toilet aanwezig is, vaak naar het toilet gaan om ongewild urineverlies te voorkomen, en minder drinken. Er kan niet anders geconcludeerd worden dan dat blaascontroleproblemen een belangrijke negatieve invloed hebben op het emotionele en sociale welbevinden van de patiënt. Ondanks het feit dat blaascontroleproblemen frequent voorkomen bij vrouwen van 40 jaar en ouder, en dat de negatieve invloed die deze problemen uitoefenen op de kwaliteit van het leven groot is, is het aantal vrouwen dat hulp zoekt relatief klein. In een Europees-Canadees onderzoek spraken slechts 38 % van 1.434 OAB patiënten over hun urologische symptomen met een arts.3 Dit percentage steeg tot 52 % bij patiënten die ernstige hinder ondervonden van hun symptomen. Het overgrote deel van de vrouwelijke patiënten heeft moeite om spontaan over hun klachten te spreken en in veel gevallen wordt een bezoek aan de (huis)arts dan ook uitgesteld. Dit kan komen door gevoelens van schaamte en vernedering, de overtuiging dat de blaascontroleproblemen een normaal gevolg zijn

16

incontinentie

van ouder worden of vroegere zwangerschap, bezorgdheid voor de aanwezigheid van een ernstige onderliggende ziekte en de miskende opvatting dat er geen effectieve behandeling mogelijk is. 4,5

leven verbeteren. Tevens kunnen OAB geassocieerde complicaties zoals urineweginfecties, dermatologische problemen, en de frequentie van vallen en gerelateerde botbreuken verminderd worden.6

Zoals aangegeven hebben veel vrouwelijke OAB patiënten moeite om spontaan over hun klachten te praten. Tevens is gebleken dat het gesprek over OAB klachten slechts zelden geïnitieerd wordt door de arts.4 Dit kan tot gevolg hebben dat een belangrijk deel van de OAB patiënten niet gediagnosticeerd wordt en onbehandeld blijft. Het is dus zeer belangrijk dat artsen zich bewust zijn worden van de OAB problematiek en een proactieve houding ontwikkelen naar hun vrouwelijke patiënten van 40 jaar en ouder betreffende de mogelijke aanwezigheid van blaascontroleproblemen. In de actuele klinische praktijk lijkt de huisarts de meest aangewezen persoon om bij risicopatiënten de discussie over blaascontroleproblemen on OAB te initiëren.6 Een vroege diagnose van OAB en identificatie van vrouwen met klinische significante symptomen en een verminderde kwaliteit van leven is van belang voor een effectieve behandeling. Alhoewel een zeker aantal vrouwen niet aan de definitie van klinisch significante OAB voldoet, is ook voor deze patiënten een vroege diagnose ven behandeling belangrijk. Tijdige interventie door middel van eerstelijns behandelingen zoals advies over levensstijl en bekkenbodemspiertraining kan de noodzaak voor meer belastende behandeling verminderen en kwaliteit van

Piet Eelen Bestuurslid Urobel

Referenties 1.

Hung MJ, Ho ESC, Shen PS et al. Urgency is the core symptom of female overactive bladder syndrome, as demonstrated by a statistical analysis. J Urol 2006; 176:636-40.

2.

Irwin DE, Milsom I, Kopp Z, Abrams P, Cardozo L. Impact of overactive bladder symptoms on employment, social interactions and emotional well-being in six European countries. BJU Int 2005; 97:96-100.

3.

Irwin DE, Milsom I, Kopp Z, Abrams P, EPIC Study Group. Symptom bother and health care-seeking behavior among individuals with overactive bladder. Eur Urol 2008; 53:1029-37.

4.

Ricci JA, Baggish JS, Hunt TL et al. Coping strategies and health care-seeking behavior in a US national sample of adults with symptoms suggestive of overactive bladder. Clin Ther 2001; 23:1245-59

5.

Shaw C, Tansey R, Jackson C, Hyde C, Allan R. Barriers to help seeking in people with urinary symptoms. Fam Pract 2001; 18:48-52.

6.

Rosenberg MT, Dmochowski RR. Overactive bladder: evaluation and management in primary care. Cleve Clin J Med 2005;72:149-56.

Er kan geconcludeerd worden dat in België een aanzienlijk aantal vrouwen van 40 jaar en ouder kampt met blaascontroleproblemen die een negatieve invloed uitoefenen op hun emotionele, sociale en fysieke welbevinden. Omdat deze vrouwen het vaak moeilijk vinden deze problematiek met hun arts te bespreken is een proactieve houding van de (huis)arts noodzakelijk. Hierbij dient tevens de focus verlegd te worden van een leeftijd van 50 jaar en ouder, naar 40 jaar en ouder. Een vroege diagnose en effectieve behandeling zal de kwaliteit van leven van de OAB patiënten aanzienlijk verbeteren. 

URoBeL Magazine | 25/1 | maart - april • mars - avril 2012

9640_urobel_2012-025_verpl.indd 16

2/03/12 13:18


incontinence

dossieR

male du vieillissement ou d’une grossesse antérieure, à l’inquiétude par rapport à une affection sous-jacente grave et à l’opinion erronée selon laquelle il n’existe pas de traitement efficace 4,5.

connu, redoutant la possibilité d’accidents. Elles se sentaient également souvent mal à l’aise en compagnie d’autres personnes, surtout des inconnus. Chez les femmes qui ont encore une activité professionnelle, les problèmes de contrôle vésical peuvent également exercer une influence négative sur leur travail. Dans l’étude susmentionnée, 22 % des femmes souffrant d’OAB indiquaient qu’elles s’inquiétaient de perturber les réunions, pour pouvoir se rendre aux toilettes2. 4 % des femmes signalaient même qu’elles voulaient cesser de travailler plus tôt, en raison de leurs symptômes d’OAB. Les patientes souffrant d’OAB développent souvent plusieurs méthodes pour faire face à leurs problèmes de contrôle vésical, comme éviter les endroits où il n’y a pas de toilettes, aller fréquemment aux toilettes pour prévenir les fuites urinaires, et diminuer les boissons. Force est de conclure que les problèmes de contrôle vésical ont une influence négative importante sur le bien-être émotionnel et social des patientes. En dépit du fait que les problèmes de contrôle vésical sont fréquents chez les femmes âgées de 40 ans et plus, et que l’influence négative de ces problèmes sur la qualité de vie est grande, le nombre de femmes sollicitant de l’aide est relativement faible. Dans une étude européocanadienne, seuls 38 % des 1 434 patientes souffrant d’OAB parlaient de leurs symptômes urologiques à un médecin3. Ce chiffre passait à 52 % chez les patientes sérieusement gênées par leurs symptômes. La majorité des patientes ont du mal à aborder spontanément ces plaintes et, dans de nombreux cas, elles diffèrent dès lors la consultation médicale. Ceci peut être dû à des sentiments de honte et d’humiliation, à la conviction que les problèmes de contrôle vésical sont une conséquence nor-

Comme nous l’avons indiqué, bon nombre de patientes souffrant d’OAB ont du mal à évoquer spontanément leurs symptômes. Il est également apparu que le dialogue au sujet des plaintes d’OAB n’est que rarement initié par le médecin 4. De ce fait, les symptômes d’OAB ne sont pas diagnostiqués et restent non traités chez une proportion importante de patientes. Il est donc très important que les médecins prennent conscience de la problématique de l’OAB et qu’ils développent une attitude proactive vis-à-vis de leurs patientes de 40 ans et plus, au sujet de la présence éventuelle de problèmes de contrôle vésical. En pratique clinique actuelle, il semble que le généraliste est la personne la mieux placée pour initier la discussion au sujet des problèmes de contrôle vésical et de l’OAB chez les patientes à risque 6. Un diagnostic précoce de l’OAB et l’identification des femmes présentant des symptômes cliniquement significatifs et une diminution de la qualité de vie sont importants pour un traitement efficace. Bien qu’un certain nombre de femmes ne répondent pas à la définition de l’OAB cliniquement significative, un diagnostic précoce et un traitement sont également importants chez ces patientes. Une intervention opportune au moyen de traitements de première ligne, comme des recommandations rela-

tives au style de vie et des exercices de renforcement des muscles du plancher pelvien, peut réduire la nécessité de traitements plus contraignants et améliorer la qualité de vie. Cela permet également de réduire les complications associées à l’OAB, comme les infections urinaires et les problèmes dermatologiques, ainsi que la fréquence des chutes et des fractures associées (6). Piet Eelen Membre du Comité d’Urobel Références 1.

Hung MJ, Ho ESC, Shen PS et al. Urgency is the core symptom of female overactive bladder syndrome, as demonstrated by a statistical analysis. J Urol 2006; 176:636-40.

2.

Irwin DE, Milsom I, Kopp Z, Abrams P, Cardozo L. Impact of overactive bladder symptoms on employment, social interactions and emotional well-being in six European countries. BJU Int 2005; 97:96-100.

3.

Irwin DE, Milsom I, Kopp Z, Abrams P, EPIC Study Group. Symptom bother and health care-seeking behavior among individuals with overactive bladder. Eur Urol 2008; 53:1029-37.

4.

Ricci JA, Baggish JS, Hunt TL et al. Coping strategies and health care-seeking behavior in a US national sample of adults with symptoms suggestive of overactive bladder. Clin Ther 2001; 23:1245-59

5.

Shaw C, Tansey R, Jackson C, Hyde C, Allan R. Barriers to help seeking in people with urinary symptoms. Fam Pract 2001; 18:48-52.

6.

Rosenberg MT, Dmochowski RR. Overactive bladder:

evaluation

and

management

in

primary care. Cleve Clin J Med 2005;72:149-56.

On peut conclure qu’en Belgique, un nombre considérable de femmes âgées de 40 ans et plus souffrent de problèmes de contrôle vésical, qui exercent une influence négative sur leur bien-être émotionnel, social et physique. Étant donné que ces femmes ont souvent du mal à évoquer cette problématique avec leur médecin, une attitude proactive du médecin (généraliste) est nécessaire. Sur ce plan, il est également nécessaire d’y penser à partir de 40 ans et plus, au lieu de 50 ans et plus. Un diagnostic précoce et un traitement efficace amélioreront considérablement la qualité de vie des patientes souffrant d’OAB. 

URoBeL Magazine | 25/1 | maart - april • mars - avril 2012

9640_urobel_2012-025_verpl.indd 17

17 2/03/12 13:18


Projet3_Mise en page 1 17/08/11 12:20 Page1

URINAIR Comfort Confort URINAIRE

500 mg volledig veenbessen extract 500 mg d’extrait entier de cranberry 1tab of zakje/dag 1comp ou sachet/jour

9640_urobel_2012-025_verpl.indd 18

2/03/12 13:18


incontinentie - incontinence

Incontinentiepremie Reeds een aantal jaren konden Gentenaars een extra premie van 45 euro krijgen wanneer ze een attest van incontinentie konden voorleggen. Dit om de extra kost van huisvuilophaling bij gebruik van incontinentiemateriaal te verlichten. Bedoeling was om zo mensen meer in zorg te krijgen. Of we in dit opzet gelukt zijn konden we niet achterhalen. Een aantal dorpen en steden zijn hierin gevolgd. Nu heeft Gent beslist om ook de stomadragers te ondersteunen. 

GENT - Gentenaars met een bepaalde vorm van stoma kunnen vanaf nu ook aanspraak maken op een incontinentiepremie van 45euro. Het stadsbestuur geeft vandaag al een premie aan meer dan 1.000 Gentenaars omdat andere overheden, zoals het Riziv, niet tussenkomen in een deel van de kosten voor incontinentie. Na advies van het UZ en de UGent heeft de stad beslist om een groep van zo’n 150 patiënten met een bepaalde vorm van stoma ook te ondersteunen met de premie.

(bst) (het nieuwsblad)

Ronny Pieters voorzitter vzw Urobel Dienst Urologie

URoBeL Magazine | 25/1 | maart - april • mars - avril 2012

9640_urobel_2012-025_verpl.indd 19

19 2/03/12 13:18


Uit de wetenschap

Hyperactieve blaas bij vrouwen in België Hyperactieve blaas is een syndroom dat onvoldoende wordt gediagnosticeerd en onvoldoende wordt behandeld. De arts speelt een belangrijke rol bij de opsporing ervan en bij het tijdig starten van een behandeling. Een vrij groot aantal vrouwen in België heeft problemen om de urine op te houden. Eén van de oorzaken daarvan is hyperactiviteit van de blaas. Dat syndroom wordt gedefinieerd als een onwillekeurige contractie van de blaas voor ze volledig gevuld is, met daardoor een dringende behoefte om te gaan plassen, al dan niet met urineverlies (urge-incontinentie). De blaas ledigt zich al dan niet volledig. Veel van die vrouwen moeten ook vaker plassen, maar met een kleiner volume per urinelozing. Er zijn neurologische oorzaken, maar doorgaans is de oorzaak niet bekend. Er zijn nog andere situaties die urineverlies kunnen veroorzaken: stressincontinentie en gemengde incontinentie (een combinatie van beide types). Eén op de drie In een epidemiologische studie die in België werd uitgevoerd bij 7.193 vrouwen van 40 jaar of ouder die tussen februari en maart 2011 op visite waren geweest bij hun arts, werd vastgesteld dat één op de drie vrouwen mictiestoornissen vertoonde. Hoewel de beschreven symptomen doorgaans niet ernstig waren, had één op de zes vrouwen er toch vrij veel of veel last van. De vrouwen die klaagden van een “dringende behoefte”, voelden zich meer gegeneerd dan de vrouwen die klaagden van “incontinentie”. Een derde van de vrouwen van veertig jaar of ouder die om een of andere reden naar hun arts gaan, heeft dus dergelijke problemen en moet er met de arts over kunnen spreken. Daarom is het beter dergelijke stoornissen op te sporen vanaf de leeftijd van veertig jaar in plaats van vanaf de leeftijd van 50 jaar zoals doorgaans wordt gesteld. Die problemen hebben een duidelijke weerslag op de levenskwaliteit van de patiënten: schaamtegevoel, verlies van waardigheid en

20

eigenwaarde, neiging om op zichzelf terug te plooien, beperking van het sociale leven. In een transversale studie die in vijf Europese landen werd uitgevoerd bij 1.272 patiënten met een hyperactieve blaas, zei 30 % van de deelnemers dat ze depressief en gestrest waren als gevolg van die symptomen. En 4 % van de vrouwen overwoog om hun beroepsleven stop te zetten. Patiënten die het moeilijk hebben om hun urinelozing te controleren, leggen allerhande strategieën aan de dag: minder drinken, plaatsen vermijden waar er geen wc is, voorkeur voor plaatsen met een wc, vaak gaan plassen om urineverlies te voorkomen … Dat alles heeft uiteraard invloed op het emotionele welzijn en het sociale leven. Te weinig Nochtans zijn er maar weinig vrouwen die hulp vragen aan hun arts. In een transatlantische studie (Europa en Canada, 1.434 patienten met hyperactieve blaas) werd aangetoond dat slechts 38 % van de betrokkenen er met hun arts over had gesproken. Zelfs van de patiënten die veel last hadden, had maar iets meer dan de helft (52 %) er met hun arts over gesproken. En de meesten durven er niet spontaan over te spreken en stellen het gesprek altijd uit, niet alleen uit schaamte en een gevoel van vernedering, maar ook uit fatalisme, omdat ze denken dat er toch niets aan te doen is gezien hun leeftijd, een vroege zwangerschap of meerdere zwangerschappen. Sommige vrouwen zijn ook bang dat er een ernstige aandoening zou worden ontdekt en vele weten niet dat er een doeltreffende medische behandeling bestaat. Anderzijds moeten we ook toegeven dat artsen dit probleem zelf te weinig aansnijden. Stoornissen van de mictiecontrole worden dus waarschijnlijk te weinig gediagnosticeerd en te weinig behandeld. We moeten eraan denken en een proactieve houding aannemen bij patiënten van 40 jaar en ouder. Een vroege diagnose en opsporing van de vrouwen bij wie die stoornissen een negatieve invloed hebben op de levenskwaliteit, zijn essentieel om een geschikte en doeltreffende behande-

ling te starten. Dat zal een waardevolle hulp zijn, ook bij patiënten bij wie het klinische beeld niet wijst op een hyperactieve blaas. Adviezen voor een gezonde levenswijze en het gedrag en oefeningen om de bekkenbodemspieren te versterken kunnen de behoefte aan een zwaardere behandeling en het risico op complicaties (infecties, dermatitis, val, fracturen …) verminderen. Vanaf de leeftijd van veertig jaar Tal van vrouwen vanaf de leeftijd van 40 jaar hebben dus moeite om de urinelozing te controleren, maar durven er niet over te spreken. Dat heeft een negatieve invloed op hun levenskwaliteit. De huisarts moet dat punt aansnijden vanaf de leeftijd van 40 jaar in plaats van vanaf de leeftijd van 50. Een vroege diagnose en een doeltreffende behandeling zullen die patiënten grote dienst bewijzen.  Naar een tekst van dr. Thierry Roumeguère en prof. dr. Dirk De Ridder Referenties 1

Irwin DE, Milsom I, Kopp Z, Abrams P, Cardozo L. Impact of overactive bladder symptoms on employment, social interactions and emotional well-being in six European countries. BJU Int 2006;97: 96-100.

2

Irwin DE, Milsom I, Kopp Z, Abrams P, EPIC Study Group. Symptom bother and health care-seeking behavior among individuals with overactive bladder. Eur Urol 2008;53: 1029-37.

3

Ricci JA, Baggish JS, Hunt TL et al. Coping strategies and health care-seeking behavior in a US national sample of adults with symptoms suggestive of overactive bladder. Clin Ther 2001;23: 1245-59.

4

Shaw C, Tansey R, Jackson C, Hyde C, Allan R. Barriers to help seeking in people with urinary symptoms. Fam Pract 2001;18 : 48-52.

5

Rosenberg MT, Dmochowski RR. Overactive bladder : evaluation and management in primary care. Cleve Clin J Med 2005;72: 149-56.

6

Hung MJ, Ho ESC, Shen PS et al. Urgency is the core symptom of female overactive bladder syndrome, as demonstrated by a statistical analysis. J Urol 2006;176 : 636-40.

URoBeL Magazine | 25/1 | maart - april • mars - avril 2012

9640_urobel_2012-025_verpl.indd 20

2/03/12 13:18


de La science

La vessie hyperactive chez la femme en Belgique L’hyperactivité vésicale est sous-diagnostiquée et insuffisamment traitée. Le médecin a un rôle majeure à jouer dans la détection de ce trouble et l’instauration d’un traitement précoce. Le contrôle urinaire ou mictionnel est source de difficultés chez une proportion non négligeable de femmes dans notre pays. Une des raisons de ces difficultés est l’hyperactivité vésicale, définie comme la contraction involontaire de la vessie avant son remplissagew complet, avec pour conséquence un besoin pressant d’uriner. Cela s’accompagne ou non d’une incontinence dite “par urgence mictionnelle”. La vidange vésicale survient, complète ou incomplète. La fréquence des mictions est souvent augmentée, d’où un volume mictionnel diminué. Il existe des causes neurologiques mais l’étiologie reste globalement mal connue. D’autres situations peuvent altérer le contrôle urinaire: incontinence d’effort ou de stress, incontinence mixte (les deux formes à la fois). Une sur trois En Belgique, dans une étude épidémiologique conduite auprès de 7193 femmes de 40 ans ou plus ayant consulté leur médecin pour motifs variés entre février et mai 2011, une de ces femmes sur trois accusait des troubles du contrôle urinaire. Malgré le caractère généralement modéré des symptômes décrits, une sur six en éprouvait une gêne moyenne à très importante. Celles qui parlaient de “besoin pressant” se sentaient plus fortement gênées que celles qui se plaignaient d’ “incontinence”. Une femme sur trois de quarante ans ou plus, qui consulte son médecin pour tout motif, rencontre donc de telles difficultés et doit pouvoir en parler avec son médecin. Il vaut dès lors mieux dépister ces troubles dès la quarantaine plutôt qu’à partir de 50 ans comme on le propose généralement. Les répercussions sur la qualité de vie des patient(e)s sont évidentes: sentiment de honte, perte de dignité, baisse de l’estime

de soi, tendance au repli sur soi, limitation de la vie sociale. Dans une étude transversale menée dans cinq pays européens et portant sur 1272 patients atteints d’hyperactivité vésicale, 30 % des personnes concernées par ces troubles ont déclaré que leurs symptômes les rendaient dépressifs et/stressés. Et 4 % des femmes envisageaient de quitter la vie professionnelle. Les stratégies des patients atteints de difficultés du contrôle urinaire sont variées: restriction des boissons, évitement des lieux dépourvus de toilettes, préférence pour les endroits équipés de sanitaires, mictions fréquentes pour éviter les pertes … On saisit les répercussions de ces stratégies sur le bien-être émotionnel et la vie sociale. Trop peu nombreuses Pourtant, peu de femmes demandent l’aide de leur médecin. Une étude transatlantique (Europe et Canada, 1434 personnes souffrant d’hyperactivité vésicale) a révélé que 38 % seulement des personnes touchées en parlaient avec leur médecin. Cela dépasserait à peine la moitié (52 %) de celles qui éprouvent une gêne importante. Et la plupart n’osent pas le faire spontanément, au point de reporter sans cesse la discussion, non seulement par honte et par sentiment d’humiliation, mais encore par fatalisme, croyant que leur état est la rançon inévitable de l’âge, d’une grossesse précoce ou de grossesses multiples. Certaines craignent aussi de se voir diagnostiquer une pathologie sous-jacente grave et beaucoup ignorent l’existence de traitements médicaux efficaces.

et efficace. Ce sera d’une aide précieuse, même pour des patientes dont la clinique ne s’identifie pas à celle de l’hyperactivité vésicale. Des conseils d’hygiène, des recommandations sur les comportements et le renforcement de la musculature périnéale peuvent en effet limiter le besoin de traitements plus contraignants et réduire le risque de complications (infections, dermatites, chutes, fractures, …). Dès quarante ans En résumé, de nombreuses femmes à partir de 40 ans dans notre pays ont des difficultés de contrôle urinaire mais n’osent pas en parler. Leur qualité de vie s’en trouve altérée. Le médecin traitant doit aborder la question avec elles, dès l’âge de 40 ans plutôt qu’à 50. Un diagnostic précoce et un traitement efficace rendront de grands services à ces patientes.  D’après un texte du Dr Thierry Roumeguère et du Pr Dr Dirk De Ridder Références 1

Irwin DE, Milsom I, Kopp Z, Abrams P, Cardozo L. Impact of overactive bladder symptoms on employment, social interactions and emotional well-being in six European countries. BJU Int 2006;97: 96-100.

2

Irwin DE, Milsom I, Kopp Z, Abrams P, EPIC Study Group. Symptom bother and health care-seeking behavior among individuals with overactive bladder. Eur Urol 2008;53: 1029-37.

3

Ricci JA, Baggish JS, Hunt TL et al. Coping strategies and health care-seeking behavior in a US national sample of adults with symptoms suggestive of overactive bladder. Clin Ther

Il faut bien reconnaître que les médecins entament trop rarement la discussion sur ces questions. Il y a donc probablement sous-diagnostic et traitement trop peu fréquent des troubles du contrôle urinaire. Il faut garder ces troubles à l’esprit et adopter une attitude pro-active face aux patientes de 40 ans et plus. Un diagnostic précoce et une indentification des femmes à la qualité de vie altérée par ces troubles seront décisifs pour l’instauration d’un traitement adapté

2001;23 : 1245-59. 4

Shaw C, Tansey R, Jackson C, Hyde C, Allan R. Barriers to help seeking in people with urinary symptoms. Fam Pract 2001;18: 48-52.

5

Rosenberg MT, Dmochowski RR. Overactive bladder : evaluation and management in primary care. Cleve Clin J Med 2005;72: 149-56.

6

Hung MJ, Ho ESC, Shen PS et al. Urgency is the core symptom of female overactive bladder syndrome, as demonstrated by a statistical analysis. J Urol 2006;176: 636-40.

URoBeL Magazine | 25/1 | maart - april • mars - avril 2012

9640_urobel_2012-025_verpl.indd 21

21 2/03/12 13:18


Uit de wetenschap

Prostaatkanker: in het licht van TROPIC Hormoonresistente prostaatkanker is een belangrijk probleem voor de behandeling van de betrokken patienten. De resultaten van TROPIC hebben hierin verandering gebracht. Prof. Bertrand Tombal (urologie, UCL) en Dr. Steven Joniau (urologie, UZ Leuven) lichten dit nader toe. Wat is het belang van de komst van cabazitaxel voor urologen?

Welke zijn de belangrijkste lessen die een uroloog kan trekken uit de resultaten van de TROPIC-studie?

Dr. Steven Joniau: “Cabazitaxel is het eerste door EMEA goedgekeurde chemotherapeuticum voor patiënten met gemetastaseerde castraatresistente prostaatcarcinoma die refractair zijn aan docetaxel (Taxotere®). Deze molecule vult een lacune op omdat er tot op heden nog geen 2de lijns chemotherapie beschikbaar was die in dit stadium enige hoop en gunstige vooruitzichten kon bieden. Uit de resultaten van de gerandomiseerde, dubbelblinde TROPIC-studie blijkt dat dankzij cabazitaxel de algemene overleving substantieel verbetert, de performantie status stabiel blijft en de pijncontrole beter is dan met mitoxantrone.”

Dr. Joniau: “Het is de eerste en voorlopig de enige studie die heeft aangetoond dat een chemotherapeuticum van de tweede generatie actief en doeltreffend is bij patiënten die refractair zijn aan docetaxel. De algemene overleving verbetert met 2,4 maanden en het risico op overlijden daalt met maar liefst 30 %. Het voordeel in progressie-vrije overleving gaat bovendien gepaard met een betere pijnscore en een betere kwaliteit van leven in vergelijking met mitoxantrone.” Wat is het belang van de multidisciplinaire aanpak van patiënten met een mCRPC, resistent aan docetaxel?

UZLeuven Adjunct Kliniekhoofd

Welke patiënten hebben het meest baat bij een behandeling met cabazitaxel op basis van de resultaten van de TROPIC-studie?

Dr. Joniau: “Patiënten doorlopen tijdens hun ziekte vaak een gans traject. Bij aanvang hiervan wordt de behandeling vooral gestuurd door de uroloog en/of de radiotherapeut, terwijl op het einde van dit continuüm de ziekte vooral wordt opgevolgd door de medisch oncoloog. In het middendeel van dit behandelingstraject (gemetastaseerde ziekte) is er een grote overlap is. Vooral dan is multidisciplinair overleg essentieel om op die manier de patiënt geïndividualiseerde zorg te verlenen. In het eindstadium van de ziekte (mCRCP) is dit overleg minder noodzakelijk, maar de uroloog dient betrokken te blijven binnen het multidisciplinaire team. Sommige patiënten blijven immers kampen met urologische problemen, te wijten aan de primaire prostaatkanker.” 

Steven.Joniau@uz.kuleuven.ac.be

Dr. Joniau: “Dit zijn mannen die minstens 3 kuren docetaxel achter de rug hebben en die onder docetaxel ziekteprogressie vertonen.” Wat is het belang van een proactieve aanpak van de nevenwerkingen? Dr. Joniau: “Het is essentieel de patiënten, die vaak een oudere leeftijd hebben en in minder goede algemene conditie zijn, goed te motiveren voor hun behandeling. Patiënten dienen goed ingelicht te worden over de mogelijke bijwerkingen van Cabazitaxel, maar evenzeer over de aan-

22

wezigheid van ondersteunende maatregelen om deze nevenwerkingen, o.a. neutropenie, diarree, misselijkheid en vermoeidheid, op te vangen. Indien we in staat zijn de nevenwerkingen goed te beheersen, verbetert de therapietrouw en kunnen de beste resultaten worden bereikt.”

Dr. Steven Joniau

Met dank aan: Tempo Medical - Update in Urology December 2012

Dr. Joniau Steven,

Dienst Heelkunde / Urologie

URoBeL Magazine | 25/1 | maart - april • mars - avril 2012

9640_urobel_2012-025_verpl.indd 22

2/03/12 13:18


de La science

Cancer prostatique: à la lumière de TROPIC Le cancer prostatique réfractaire à l’hormonothérapie (CPRC) constituait un souci important pour la prise en charge des patients qui en souffrant. Les résultats de TROPIC ont modifié le paradigme. Explications du Pr Bertrand Tombal (urologie, UCL) et du Dr Steven Joniau (urologie, UZ Leuven) Quelle est l’importance de l’arrivée du cabazitaxel du point de vue de l’urologue ? Pr. Bertrand Tombal: “Peu de traitements étaient disponibles actuellement pour les patients devenus réfractaires au traitement hormonal et qui avait bénéficié d’une première ligne de traitement par docetaxel (Taxotere®). On remarquait que les patients, en général encore en bonne forme, bénéficiaient de multiples lignes d’hormonothérapie et de chimiothérapie sans réelle démonstration du bénéfice. L’arrivée du Cabazitaxel apporte une solution à ce problème. les patients pourront bénéficier d’une ligne additionnelle de traitement. C’est important pour augmenter leur survie mais aussi pour améliorer leur qualité de vie en contrôlant leurs symptômes.” Quels patients pourraient bénéficier le plus du traitement avec le cabazitaxel sur base des résultats de l’étude TROPIC?

bon état général. Il est donc important que le traitement soit donné dans des structures appropriées avec un personnel entraîné pour. Il est important d’anticiper les effets secondaires tels que nausée ou leucopenie et surtout travailler en collaboration avec le généraliste.” Quelles sont les principales leçons qu’un urologue peut tirer des résultats de l’étde TROPIC ? Pr. Bertrand Tombal: De l’espoir en plus pour nos patients … Quelle est l’importance d’une approche multidisciplinaire des patients avec un cancer résistant à la castration, métastatique et qui progresse sous docétaxel ? Pr. Bertrand Tombal: “L’approche MDT ne doit pas se limiter au CRPC mais à tous les cas de cancer. Cela permet d’individualiser le traitement au besoin du patient et non pas aux préférence du médecin. Plus encore, le multidisciplinaire est obsolète, aujourd’hui on promeut le multiprofessionnel, c’est-àdire la prise en charge par des urologues, oncologues et radiothérapeutes mais au sein d’une structure multimétier qui inclut infirmière , psycho-oncologue, diététicien, rééducateur. C’est la seule façon de placer le patient au centre des préoccupations.” 

Pr. Bertand Tombal

Merci à: Tempo Medical - Update in Urology December 2012

Prof. Dr. Bertrand Tombal Cliniques universitaires Saint Luc, Universite´ catholique de Louvain, Brussels, Belgium Service d’Urologie Bertrand.Tombal@uclouvain.be

Pr. Bertrand Tombal: “Les patients avec une maladie agressive qui ont bénéficié d’une première ligne de chimiothérapie par Taxotere®.” Quelle est l’importance d’une approche proactive des effets secondaires ? Pr. Bertrand Tombal: “Le Cbz est une chimiothérapie dont les effets secondaires ressemblent à ceux du Taxotère. De plus, les patients sont souvent plus âgés et en moins

URoBeL Magazine | 25/1 | maart - april • mars - avril 2012

9640_urobel_2012-025_verpl.indd 23

23 2/03/12 13:18


T he

ef fca

cy s he n

ee d

s

with less mes h

ABBREVO

GYNECARE TVT™ Family of Products Tension-free Support for Incontinence IMPORTANT SAFETY INFORMATION INDICATIONS: The GYNECARE TVT™ Family of Products: GYNECARE TVT SECUR™ System, GYNECARE TVT™ Tension-free Support for Incontinence, GYNECARE TVT™ with Abdominal Guides Tension-free Support for Incontinence, GYNECARE TVT EXACT™ Continence System, and GYNECARE TVT™ Obturator System Tension-free Support for Incontinence, and GYNECARE TVT ABBREVO™ Continence System are intended to be used in women as suburethral slings for the treatment of stress urinary incontinence (SUI). CONTRAINDICATIONS: As with any suspension surgery, these procedures should not be performed in pregnant patients. Additionally, because the PROLENE* Polypropylene Mesh will not stretch significantly, these procedures should not be performed in patients with future growth potential including women with plans for future pregnancy. WARNINGS & PRECAUTIONS: Do not use the GYNECARE TVT™ Family of Products for patients who are on anti-coagulation therapy. Do not use the GYNECARE TVT™ Family of Products for patients who have a urinary tract infection. Bleeding or infection may occur post-operatively. Transient leg pain lasting 24-48 hours may occur and can usually be managed with mild analgesics after a GYNECARE TVT™ Obturator System procedure. Since no clinical information is available about pregnancy following sub-urethral sling procedure with the GYNECARE TVT™ Family of Products, the patient should be counseled that future pregnancy may negate the effects of the surgical procedure and the patient may again become incontinent. Since no clinical information is available about vaginal delivery following sub-urethral sling procedure with the GYNECARE TVT™ Family of Products, in case of pregnancy, delivery via cesarean section should be considered. Post-operatively, refrain from heavy lifting and/or exercise (eg cycling, jogging) for at least three to four weeks and refrain from intercourse for one month. The patients can usually return to other normal activity after one or two weeks. Contact your surgeon immediately if there is burning sensation during urination, unusual bleeding, problems voiding or other problems. ADVERSE REACTIONS: Punctures or lacerations or injury to vessels, nerves, bladder, urethra, or bowel may occur during instrument passage and may require surgical repair. Improper placement of the GYNECARE TVT™ Family of Products may result in incomplete or no relief from urinary incontinence or may cause urinary tract obstruction. Transitory local irritation at the wound site and a transitory foreign body response may occur. This could result in extrusion, erosion, fistula formation or inflammation. For more information, please consult your doctor. © Ethicon, Inc. 2010 1. Data on File

Get more. . . with less.

WHAT COULD A

truly tension-free repair mean for you and your patients?

BIOCOMPATIBILITY

GYNECARE PROLIFT+M™ Pelvic Floor Repair System is the first prolapse repair system to incorporate MONOCRYL® Suture material and GYNEMESH® PS technology. Designed for improved patient comfort, PROLIFT+M™ gives you a more advanced graft, so your patient gets more…with less.

is the science of

living better

Soft • Light • Flexible • Partially absorbable Soft • Light • Flexible • Partially absorbable

RETURNING YOU

to

fuller life

Soft • Light • Flexible • Partially absorbable

Nederland: Johnson & Johnson Medical B.V., Women’s Health & Urology, Postbus 188, 3800 AD Amersfoort, Tel: +31 (0)33-4500534, www.jnjmedical.nl. België: Johnson & Johnson Medical N.V./S.A., Women’s Health & Urology, Leonardo Da Vincilaan 15, B-1831 Diegem, Tel: +32 (0)274 63 000, www.jnjmedical.be

johnson&johnson_urobel2012-025.indd 9640_urobel_2012-025_verpl.indd 24 1

7/02/12 2/03/12 15:03 13:18


12 15:03

Uit de wetenschap WINNA AR VAN DE ELAUTPRIJS 2012 VOOR KLINISCH ONDERZOEK

Hoe betrouwbaar is de Gleason score van prostaatbioptie in vergelijking met radicale prostatectomie specimen: is er een verbetering sinds 2005 (International Society of Urological Pathology Consensus Conference)? Dr D’hondt Frederiek, Dr Lumen N., Urologie UZ Gent Inleiding De Gleason score is het universeel gebruikte histopathologisch gradatie systeem voor zowel prostaatbiopties als radicale prostatectomie (RP) specimens. In het verleden is een slechte correlatie beschreven tussen de Gleason score van prostaatbioptie en radicale prostatectomie. In 2005 werd het Gleason gradatie systeem aangepast (International Society of Urological Pathology (ISUP) Consensus Conference). De vraag blijft echter of deze nieuwe gradatie zorgt voor een beter verband tussen b-GS en RP-GS?

Dr. D’hondt, winnaar Elautprijs 2012, klinisch onderzoek

Materiaal en methoden Retrospectieve analyse (januari 1997 augustus 2011) van 287 patiënten bij wie histopathologische gegevens beschikbaar waren van zowel prostaatbioptie als RP. Tot 2006 werd de originele Gleason score gebruikt als gradatie systeem. Vanaf 2006 werd de 2005 ISUP Gleason score gebruikt. Hierdoor kon onze studiepopulatie in 2 groepen verdeeld worden: patiënten met RP voor 2006 (groep 1, n = 132) en patiënten met RP vanaf 2006 (groep 2, n = 155). Het verband tussen b-GS en RP-GS werd geëvalueerd door middel van Pearson correlatiecoëfficiënt.

Het verschil in correlatiecoëfficiënt tussen beide groepen werd geëvalueerd met de Fisher Z test. Het aantal gevallen met een upgrading (hogere RP-GS ivm b-GS) werd eveneens berekend, en het verschil tussen groep 1 en 2 werd berekend door middel van X2-test.

Een upgrade van de Gleason score werd waargenomen in 107 van de 287 patiënten (37,3 %). In groep 2 was er significant minder upgrading ivm groep 1 (29 b % vs 46,9 %, p = 0,0026)

Resultaten

De nieuwe Gleason gradering heeft de correlatie tussen b-GS en RP-GS niet significant verbeterd. Er is echter wel een significante vermindering van upgrading van de Gleason score sinds 2005. 

In onze studiepopulatie bedroeg de correlatiecoëfficiënt tussen b-GS en RP-GS 0,447. De correlatiecoëfficiënt in groep 1 en 2 was respectievelijk 0,383 en 0,415, echter zonder statistisch significant verschil (p = 0,75).

Conclusie

URoBeL Magazine | 25/1 | maart - april • mars - avril 2012

9640_urobel_2012-025_verpl.indd 25

25 2/03/12 13:18


www.stella-performance.com

Snelle desinfectie voor uro-endoscopen dankzij Stella La désinfection simple et rapide des uro-endoscopes grâce à Stella Stella, de nieuwste generatie desinfectie-automaat, combineert eenvoud en functionaliteit met de unieke eigenschappen van Tristel Fuse als desinfectiemiddel. Stella zorgt voor een snelle en veilige hoog niveau desinfectie van uw flexibele cystoscoop. En dit in slechts 5 minuten!  Désormais, le robot-désinfecteur Stellla assure de par sa technologie novatrice une désinfection simple, rapide et validée. De plus Stella associé au désinfectant de haut niveau Tristel Fuse, vous permet l’utilisation des cystoscopes en toute sécurité… et ceci en 5 minutes ! Contacteer ons voor een prijsofferte of demo Contactez-nous pour un devis ou une démonstration Ecomed Belgium +32 11 28 12 06

Uw voordelen • Eenvoudig in gebruik en installatie • Thermostabiele hoog niveau desinfectie • Traceerbare procedures • Efficiente en gevalideerde procesvoering • Snelle doorlooptijd van endoscopisch materiaal • Grotere patiëntveiligheid Vos avantages • Installation simple et facile à l’emploi • Désinfection thermostable de haut niveau • Processus de désinfection efficace et validé • Traçabilité pour chaque cycle • Réutilisation rapide des endoscopes • Une plus grande sécurité pour vos patients

info@ecomed.eu www.ecomed.eu

20120208 Adv_ecomed.indd 1

8/02/12 10:24

Cranaxil

NUT/pl 1149/2

Concentraat van de hele cranberry voor verzorging van de urinewegen Le concentré de canneberges entières pour le soin des voies urinaires Hele cranberry en hoge concentratie

Canneberge entière et concentration élevée

Springfield cranberry’s zijn afkomstig van het gehele complex van stoffen uit de cranberry - vruchtvlees, schil, zaad en sap - waardoor synergie ontstaat. Door een speciale verwerking wordt een hoge concentratie bereikt. Voor één capsule met 500 mg Cranaxil worden alle bestanddelen van zeventien gram verse cranberry’s gebruikt.

Les canneberges de Springfield proviennent de l’ensemble des substances de la canneberge - la chair, la peau, les graines et le jus - grâce auxquelles la synergie surgit. Un traitement spécifique permet d’atteindre une concentration élevée. Pour une capsule de 500 mg Cranaxil, toutes les composantes de dix-sept grammes de canneberges fraiches sont utilisées.

Natuurlijk afgifte systeem

Systeme d’apport naturelle

Tevens heeft Cranaxil een bijzonder, natuurlijk afgiftesysteem (een matrix van vezels van de cranberry) dat de maag ontziet en de actieve bestanddelen beschermt. Dit systeem zorgt ook voor een constante, gereguleerde afgifte.

Cranaxil a également un système spécial d’apport naturel (variété des substances dans la canneberge) qui ménage l’estomac et protège les ingrédients actifs. Ce système permet un apport régulier et constant.

Het aanbevolen gebruik is één tot twee x daags een capsule.

Utilisation recommandée: une à deux fois par jour une capsule.

Cranaxil 500 mg cranberryconcentraat/concentré de canneberges 30 V-caps. € 13,95 (CNK 2850-246) Cranaxil 500 mg cranberryconcentraat/concentré de canneberges 60 V-caps. € 26,95 (CNK 2876-217)

h e A lt h t h r o u g h N At u r e , S c i e N c e & i N N o V At i o N Springfield Nutraceuticals Belgium BVBA Heist-op-den-Berg, T 015 - 349 113 • E infobel@springfieldnutra.com

Cranaxil Urobel 09-2011.indd 1

9640_urobel_2012-025_verpl.indd 26

9/14/2011 4:17:19 PM

2/03/12 13:18


Uit de wetenschap WINNA AR VAN DE ELAUTPRIJS 2012 VOOR WETENSCHAPPELIJK ONDERZOEK

“Mogelijke toepassing en werkingsmechanismen van adipeus weefsel-gederiveerde stamcellen voor erectiele dysfunctie na radicale prostatectomie.” Maarten Albersen, arts-onderzoeker, laboratorium voor experimentele urologie, Katholieke Universiteit Leuven

Erecetiele dysfunctie (ED) is, ondanks de vooruitgang in technologie en anatomische inzichten, nog steeds met voorsprong de meest frequente complicatie van radicale prostatectomie (RP). Steeds jonger Gezien mannen steeds jonger met de diagnose prostaatkanker geconfronteerd worden, hechten deze patiënten vaak veel belang aan het behoud van de potentie na deze ingreep. ED na RP is het gevolg van schade aan de caverneuze zenuwen, welke het erectiel weefsel in de zwellichamen innerveren. Secundair aan dit zenuwletsel ontstaat er een zuurstoftekort in de zwellichamen en treedt er tengevolge daarvan een verlies van glad spierweefsel in de penis op, met verergering van de ED tot gevolg. Klinische studies met dagelijkse inname van orale medicatie (PDE5-inhibitoren vardenafil en sildenafil), waren gericht op het behoud van oxygenatie van de zwellichamen tijdens het herstel van de caverneuze zenuwen, maar toonden teleurstellende resultaten wat betreft behoud van potentie. Stamcellen In onze studie hebben we mesenchymale stamcellen, gederiveerd uit vetweefsel, in

het corpus cavernosum ingespoten van ratten met een letsel van de caverneuze zenuwen, als diermodel voor ED na radicale prostatectomie. De initiële hypothese bestond eruit dat deze stamcellen zouden kunnen incorporeren in het corpus cavernosum en daar zouden differentiëren in gladde spiercellen. Echter, hoewel de resultaten met betrekking tot herstel van erectiele functie verassend goed waren, konden geen (vooraf gemerkte) stamcellen teruggevonden worden in het corpus cavernosum 28 dagen na het zenuwletsel en na het inspuiten van de cellen. Wel was er bij microscopisch onderzoek van de penis van deze ratten sprake van zenuwregeneratie. In een poging na te gaan hoe deze stamcellen dan wel hun erectie-verbeterende effecten bewerkstelligen, werden stamcellen opnieuw gemerkt, ingespoten in de zwellichamen van ratten met of zonder zenuwletsel, en opgezocht in verschillende betrokken weefsels. Daaruit bleek dat, indien de rat een zenuwletsel had ondergaan, de stamcellen zich vestigden in het majeur pelvisch ganglion (waar de cellichamen van de caverneuze zenuwen liggen) gedurende een week na het letsel, waarna deze cellen weer verdwenen.

Maarten Albersen

Indien geen zenuwletsel aangebracht werd, verschenen er ook geen stamcellen in het ganglion. Langere termijn Op de langere termijn werden de stamcellen teruggevonden in de longen, milt, lever en het beenmerg. Verdere moleculaire studies tonen een rol van verschillende kleine signaalmoleculen, chemokines, in dit migratieproces van stamcellen. De chemokines werden preferentieel vrijgezet in het ganglion na zenuwletsel. Toekomst Deze chemokines kunnen ons in de toekomst helpen in het selecteren van stamcellen die een betere zenuwregeneratie kunnen initiëren, zonder naar eventuele residuele prostaattumorcellen te migreren. 

URoBeL Magazine | 25/1 | maart - april • mars - avril 2012

9640_urobel_2012-025_verpl.indd 27

27 2/03/12 13:18


L’efficacité en 3 points

Efficiën�e in 3 punten

1. Spéciquement élaboré

1. Speciaal ontworpen De geselecteerde bestanddelen in Proxeed Plus werken op een synerge�sche manier samen voor een op�malere kwaliteit van het sperma.

Les ingrédients sélec�onnés agissent de façon synergique pour op�miser la qualité du sperme.

2. Wetenschappelijk bewezen :

2. ScienƟquement prouvé :

Wetenschappelijke testen tonen de doeltreffendheid aan van elk bestanddeel in het op�maliseren van de spermakwaliteit.

Des essais scien�ques supportent l’efficacité de chaque ingrédient dans l’op�misa�on de la qualité du sperme.

3. De meest complete

3. La formule la plus

formule op de markt*:

complète du marché*: > L-carni�ne : 2000 mg > Acétyl-L-carni�ne : 1000 mg

Proxeed®Plus agit à plusieurs niveaux Proxeed®Plus is verkzaam op meerdere niveaus

QuanƟté Hoeveelheid

Qualité Kwaliteit

MoƟlité Beweeglijkheid

Quan�té op�male de spermatozoïdes dans l’éjaculat

Spermatozoïdes de morphologie correcte

Des spermatozoïdes avec une mo�lité suffisante

Voor een op�male kwaliteit van de spermatozoïden in het ejaculaat

Voor spermatozoïden met een correcte morfologie

Voor spermatozoïden met voldoende beweeglijkheid

> Acide citrique : 100 mg

> Acide folique : 400 μg > Sélénium : 100 μg > Vitamine B12 : 3 μg

Vous souhaitez en savoir plus ? Contactez nous pour recevoir la visite de votre délégué médical. al. Tél. : 02/732 56 95 @ : info@sigma-tau.be

> Vitamine C : 180 mg > Citroenzuur : 100 mg > Co-enzyme Q10 : 40 mg

> Coenzyme Q10 : 40 mg > Zinc : 20 mg

> Acétyl-L-carni�ne : 1000 mg > Fructose : 2000 mg

> Fructose : 2000 mg > Vitamine C : 180 mg

> L-carni�ne : 2000 mg

Qualité du sperme Kwaliteit van het sperma

> Zink : 20 mg > Foliumzuur : 400 μg > Selenium : 100 μg > Vitamine B12 : 3 μg

Meer weten? Neem contact op met ons voor een visite van uw medisch vertegenwoordiger. Tel. : 02/732 56 95 @ : info@sigma-tau.be sigma-tau Pharma Belgium is het liaal van de interna�onale farmaceu�sche groep sigma-tau S.p.a. De groep sigma-tau telt meer dan 2400 medewerkers in Europa, onder wie 385 onderzoekers.

sigma-tau Pharma Belgium est la liale du groupe pharmaceu�que interna�onal - sigma-tau S.p.a. Le groupe sigma-tau compte plus de 2400 collaborateurs en Europe dont 385 chercheurs.

* ComposiƟon pour 2 sachets - Dose journalière : 2 sachets par jour * Samenstelling voor 2 zakjes - Dagelijkse dosis : 2 zakjes per dag

www.sigmatau.be ANNONCE PROXEED 210X297MM.indd 1 9640_urobel_2012-025_verpl.indd 28

www.proxeed.be 15/02/12 14:57 2/03/12 13:18


12 14:57

de La science

An L-carnitine, Acetyl-L-carnitine, Fructose, Citric acid, Coenzyme Q10, Vitamin and Antioxidant-based Food Supplement Idiopathic infertility: new evidence and prospective therapy “The role played by free radicals and oxidative stress, which years ago was merely postulated, is becoming increasingly well-defined and measurable. Increased knowledge in this connection has shown the absolute importance of ROS (Reacting Oxygen Species) in the physiopathology of the micro-environment and different fields of medicine; indeed the cause of many pathological phenomena is being investigated in the oxidation processes.” In connection with fertility, for some time attempts have been made to assign this aspect the correct importance and perhaps it is only in recent years, thanks to increased technical capabilities and a more complete knowledge of the microenvironment, that we are glimpsing the possibility of “correcting” or effectively modulating oxidative stress. It has now been confirmed that a correlation exists between ROS and sperm damage and today it is possible to measure the extent of oxidative stress using the ROS/TAC score, namely the balance between ROS and total antioxidant capacity (TAC), which depends on the endogenous production of scavenger factors. Any damage caused by an imbalance can potentially alter all seminal parameters, even though the effects hit sperm motility and morphology in particular. It is not necessarily the case that patients suffering from varicocele or seminal phlogosis, who are notoriously subfertile or infertile, will have an altered ROS/TAC score. Reduced fertility caused by oxidative damage may manifest itself either in the form of ultrastructural alterations of spermatozoa or in the form of metabolic-functional alterations and possible compromising of the complex phases of fertilisation. However other causes also need to be considered in the physiopathology of infertility, since in spite of the fact that oxidative stress on its own is capable of altering sperm output, it has been demonstrated that other microenvironmental aspects may also make a significant contribution to the seminal damage.

Many works have evaluated the role of carnitines, fructose and many other substances and evidence exists of their contribution to the process of regulating and optimising sperm function, even though some aspects of their activity are yet to be explained. Therefore, pharmacological modulation of an unfavourable microenvironment could and should act on several biological networks in order to achieve a better result overall. The sensible use of Proxeed® NF, a complete and complex multitarget treatment aimed at harmoniously rebalancing the seminal microenvironment can play a part here. The composition of Proxeed® NF has been designed taking into consideration the latest acquisitions and is aimed at intervening in many of the alterations deemed responsible, and also at potentiating the normal metabolic activities of spermatozoa. Indeed the composition of Proxeed® NF is designed to support various functional metabolic mechanisms; the main objectives of this action are potentiation and protection of energy metabolism, protection from excessive oxidative stress (ROS) and modulation of the biological and cytoplasmic response of spermatozoa. Energy metabolism is mainly replaced by Proxeed® NF with carnitines, citric acid and fructose. The carnitines system in particular has been recognised for some time for its properties; these are cofactors essential to lipid transfer in the mitochondrion and therefore to energy production, which are also involved in the removal of the medium and shortchain fatty acids that build up as a result of metabolism. However, while not having the typical structure of an antioxidant molecule, some carnitine derivatives (such as acetylor propionylcarnitine) seem to be able to counteract lipid peroxidation caused by oxidative stress and thus to protect the spermatozoon’s cytological structure and prevent apoptosis. All their mechanisms of action are not yet known but these characteristics make them particularly useful in tissues where particularly active lipid metabolism occurs, and this is specifically the case of epididymal spermatozoa. The metabolic

importance of carnitines is suggested amongst other things by their concentration in the epididymis and seminal fluid, which is higher than anywhere else in the body. Proxeed® NF also contains CoQ10, vitamin C and Selenium, antioxidants of proven efficiency that play a protective role against excessive oxidative stress. Also, the role of antioxidants is not yet entirely clear but considerable clinical and biochemical evidence provides important proof in support of their use. Finally, the activity of Proxeed® NF is completed by the action of positive biological modulators, i.e. zinc, folic acid and vitamin B12. Each of these components has been shown to play a role in optimising fertility, and conversely many clinical pictures of low fertility are associated with an imbalance in or lack of some of these micro-elements. These are the premises that led to testing Proxeed® NF in infertile patients with seminal alterations. Patients who have been infertile for at least 18 months and are suffering from idiopathic asthenoteratozoospermia were enrolled into the study that we are conducting. For all patients, in addition to a careful assessment of many clinical parameters, particularly in order to rule out secondary forms of infertility, an assessment of antioxidant activity was made using the Luminescence method. It was decided to treat patients with Proxeed® NF for 4 months, at the end of which seminal parameters and subsidiarily pregnancy rate will be re-assessed. Although not yet complete, our work is already showing results that are absolutely in keeping with this evidence. Therefore we may conclude that the role of this treatment, which comes somewhere between the prevention of risk factors and specific treatment, is already providing useful, measurable results, but we believe that the optimisation of this treatment will soon lead to an even more effective control of the metabolic networks responsible for alterations.

V. Gentile, D. Grantata, “U. Bracci” Urology Department, “Sapienza” University of Rome

URoBeL Magazine | 25/1 | maart - april • mars - avril 2012

9640_urobel_2012-025_verpl.indd 29

29 2/03/12 13:18


Uit de wetenschap

Nut gonadenbescherming kinderen achterhaald ? MAASTRICHT 15/21 - Bij het maken van röntgenfoto’s van kinderbekken werd tot voor kort getracht de geslachtsorganen af te schermen met lood (gonadenbescherming). De correcte toepassing van lood is in de praktijk moeilijk en de behaalde absolute dosisreductie is slechts marginaal. Bovendien kan het verlies aan beeldkwaliteit door het lood leiden tot het maken van nieuwe röntgenfoto’s of een onvolledige diagnose.

de vorige eeuw, toen de toepassing van röntgenstraling nog in de kinderschoenen stond. In die tijd waren de doses wel 100 keer zo hoog als nu en kon men inderdaad spreken van een substantiële dosisreductie door loodafscherming. Perceptie “De perceptie van stralingsrisico bij de bevolking moet veranderen”, aldus onderzoeker en radiologisch laborante/

Dit toont onderzoek aan van medewerkers van de afdeling Radiologie van het Maastricht UMC+ / azM. De resultaten hiervan zijn onlangs gepubliceerd in het vaktijdschrift ‘Insights into Imaging’: Gonad shielding in paediatric pelvic radiography: disadvantages prevail over benefit. Het onderzoek richtte zich op de correctheid van de toepassing van loodschildjes en de dosisreductie die dit opleverde. Daaruit bleek dat het gebruik van lood niet zinvol is. Combinatie Door de combinatie van geavanceerde röntgenapparatuur met goed geoptimaliseerde protocollen is het mogelijk met een uiterst lage dosis te werken, aldus de auteurs. Deze dosis is vergelijkbaar met de dosis van één tot 20 dagen achtergrondstraling waaraan ieder mens op aarde van nature is blootgesteld. De minimale dosisreductie bij gebruik van lood en het daarmee gepaard gaande ernstige verlies aan beeldkwaliteit waren doorslaggevend in de beslissing gonadenbescherming niet meer toe te passen. Toch ondervinden radiologisch laboranten en radiologen nog vaak weerstand tegen het niet gebruiken van loodafscherming. Men is het nu eenmaal gewend, maar hierbij wordt over het hoofd gezien dat gonadenbescherming begon halverwege

30

dosimetriste Marij Frantzen. “De ouders zijn zich er niet van bewust hoe laag de röntgendosis is. We proberen hiervoor een gevoel geven door te wijzen op de alom aanwezige natuurlijke straling die in enkele dagen een vergelijkbare dosis oplevert. Hierover maken de meeste mensen zich terecht niet druk, én we wijzen op het risico van een slechte foto.”  Bron: AZM Maastricht

Toelichting door Dr De Visschere en Dr Herregods, radiologie UZ Gent:

De auteurs in dit artikel pleiten voor het afschaffen van de gonadenbescherming voor bekkenradiografieën bij kinderen omdat de absolute stralingsdosisreductie die ermee bereikt wordt met de huidige röntgenapparatuur verwaarloosbaar is en omdat het loodschildje in de dagelijkse praktijk heel vaak verkeerd aangebracht wordt ten nadele van de kwaliteit van de opnames. De radiologen in het UZ Gent volgen sinds enkele jaren dezelfde redenering. Zo wordt voor bekkenradiografieën in het kader van congenitale heupdysplasie bij meisjes geen gonadenbescherming meer aangebracht en bij jongens enkel voor de face-opname (niet voor de Lauenstein opname). De reden hiervoor is dat bij meisjes het loodschildje in 87-97 % verkeerd aangebracht wordt (het is moeilijk in te schatten waar de ovaria zich ongeveer bevinden zonder botstructuren af te dekken) en bij jongens ‘slechts’ in 52-71 %. Voor alle duidelijkheid, bij radiografieën buiten het bekken (bvb opnames van de thorax, nieren of het perifeer skelet) wordt bij kinderen de gonadale streek wél volledig met lood afgeschermd. Door het achterwege laten van het loodschildje bij opnames van het bekken bij kinderen mag echter de misleidende perceptie niet ontstaan dat men geen moeite meer hoeft te doen om de stralingsdosis te beperken. Dit blijft belangrijk maar kan op veel andere manieren zoals door het minimaliseren van fluoroscopie, het beperken van het aantal opnames of het optimaliseren van de toestelinstellingen, die veel efficiënter de stralingsdosis reduceren dan het loodschildje.

Dr. P. De Visschere (Urogenitale radiologie, UZ Gent) Dr. N. Herregods, Dr. V. Meersschaut (Pediatrische radiologie, UZ Gent)

URoBeL Magazine | 25/1 | maart - april • mars - avril 2012

9640_urobel_2012-025_verpl.indd 30

2/03/12 13:18


9640_urobel_2012-025_verpl.indd 31

2/03/12 13:18


1x

Op basis van Cranberry

9640_urobel_2012-025_verpl.indd 32 MONURELLE ANNONCE 150x210#2.indd 1

/dag

101101CRAN

IN ALLE ZACHTHEID URINEREN ? MONURELLE, UW NATUURLIJKE OPLOSSING.

vitamine C

13:18 22/11/10 2/03/12 13:03:40


Uit de wetenschap

Prostaatkankerscreening verlaagt kans op overlijden met 24 procent (UZGent) GENT 05/01 Artsen van het Universitair Ziekenhuis Gent die gespecialiseerd zijn in de diagnose en behandeling van prostaattumoren, hebben berekend dat screening naar prostaatkanker de kans op sterfte door de aandoening met 24 % doet afnemen. Ze kwamen tot die opmerkelijke conclusie nadat ze een grondige analyse maakten van eerder verschenen wetenschappelijke artikels over het nut van prostaatkankerscreening. Het is de eerste keer dat een zogenaamde meta-analyse het nut van screening effectief aantoont.

101101CRAN

Vroegtijdige opsporing van prostaatkanker kreeg in medisch-wetenschappelijke kringen tot nu vaak tegenwind, omdat er geen sluitend wetenschappelijk bewijs was dat het doeltreffend is en sterfte daadwerkelijk vermindert. Bovendien zijn er ook nadelige neveneffecten aan verbonden, zoals onnodige biopsie, overdiagnose en overbehandeling van traaggroeiende tumoren.

3:03:40

Prostaatkanker wordt opgespoord via bloedonderzoek (voor de bepaling van de hoeveelheid prostaat-specifiek antigen of PSA), al dan niet gecombineerd met rectaal onderzoek. Er is op dit moment nog geen ideale screeningsmethode, omdat zowel de PSA-test als het rectaal onderzoek een aanzienlijk aantal vals-positieve en

vals-negatieve resultaten geven. Zelfs de combinatie van beide biedt geen garantie. Bij afwijkingen in het PSA of het rectaal onderzoek wordt doorgaans beslist tot het uitvoeren van prostaatbiopsie.

Meer diagnoses In hun meta-analyse namen de Gentse specialisten acht bestaande internationale studies met in totaal bijna 572 000 deelnemers onder de loep. Alle studies gebruikten PSA als voornaamste screeningstool; in sommige werd bijkomend ook digitaal of ultrasoon rectaal onderzoek uitgevoerd. Hoe de screening ook werd uitgevoerd, ze leidde wel degelijk tot een opmerkelijke toename van prostaatkankerdiagnoses.

Als prostaatkanker effectief werd vastgesteld, dan ging het meestal om lokale en minder agressieve tumoren in een vroeg stadium, die nog curatief te behandelen zijn. Een diepere analyse toont zelfs aan dat dankzij screening de kans op sterfte door prostaatkanker met bijna een kwart daalt.

georganiseerd en gefinancierd wordt, zoals dat bijvoorbeeld voor borstkanker wel al bestaat. “De resultaten van dit onderzoek effenen mogelijk het pad voor de invoering van een bevolkingsbrede screening, omdat we nu voor het eerst doorslaggevende argumenten hebben die zo een initiatief verantwoorden”, zegt dr. Nicolaas Lumen, hoofdonderzoeker van dit project en uroloog in het UZ Gent. “Het is enkel nuttig om prostaatkanker op te sporen bij mannen met een levensverwachting van minstens 10 jaar. Mannen ouder dan 75 jaar of met belangrijke andere aandoeningen zullen weinig nut hebben bij prostaatkankerscreening. Het is immers zeer waarschijnlijk dat zij door andere redenen zullen overlijden en dus niet aan prostaatkanker, dat doorgaans traag groeiend is”, voegt dr. Lumen nog toe.

Belgische cijfers

Screeningsprogramma

Prostaatkanker is wereldwijd de meest voorkomende (niet-cutane) kwaadaardige aandoening bij mannen en een van de voornaamste redenen van kankergebonden overlijdens. In België treft de ziekte elk jaar 9000 mannen; driekwart daarvan is ouder dan 65 jaar. Het is daarmee in ons land de meest voorkomende kanker bij mannen. 

In geen enkel land ter wereld loopt vandaag een preventief screeningsprogramma voor prostaatkanker dat door de overheid

Bron: Belga

URoBeL Magazine | 25/1 | maart - april • mars - avril 2012

9640_urobel_2012-025_verpl.indd 33

33 2/03/12 13:18


nieUws

NIEUWS VAN DE WETGEVER … In het Staatsblad van 18-11-2011 verscheen de wettekst over de forfaitaire tegemoetkoming bij het gebruik van incontinentiemateriaal. Dit is bedoeld als aanvulling voor patiënten die niet kunnen genieten van het incontinentiefor-fait, niet omdat ze niet incontinent zijn maar omdat ze niet voldoen aan de criteria die de zorgbehoevendheid bepalen. Hiervoor moet de patiënt een door de behandelend arts ingevuld attest voorleggen (model in de wettekst). Als vereniging hebben wij hier bedenkingen bij en die lieten we ook aan Tom Dehaene, voor-zitter van de Commissie voor Welzijn, Volksgezondheid, Gezin en Armoedebeleid weten. Hieronder kan u zijn vragen aan de minister en het antwoord terugvinden. Vlaams Parlement Schriftelijke vragen Jo Vandeurzen Vlaams Minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin

Vraag nr. 24 van 6 oktober 2011 van Tom Dehaene. Incontinentiemateriaal Forfaitaire bijdrage

Op 1 juli 2011 werd een ontwerp-KB goedgekeurd dat in een forfaitaire tegemoetkoming voorziet voor niet-zorgafhankelijke patiënten die aan een onbehandelbare vorm van incontinentie lijden. Het gaat om een tegemoetkoming van 150 euro, wat lager is dan het tot nu toe gekende forfait (zie verder). Het ontwerp-KB werd naar de Raad van State verzonden. De federale regeringsvorming kan de definitieve goedkeuring ervan niet beletten. Het incontinentieforfait bestaat al, zij het strikt genomen enkel voor de thuissituatie. Het incontinentieforfait is een jaarlijkse tegemoetkoming in de kosten voor incontinentiemateriaal van zwaar zorgbehoevenden. Voor 2011 bedraagt het forfait 459,56 euro. Het bedrag is gekoppeld aan de gezondheidsindex en wordt jaarlijks op 1 januari aangepast. Dit forfait bestaat niet als zodanig bij opname in een algemeen of psychiatrisch ziekenhuis, een RVT (rust- en verzorgings

34

tehuis) of ROB (rustoord voor bejaarden), een PVT (psychiatrisch verzorgingstehuis), een IBW (initiatief beschut wonen) of bepaalde revalidatiecentra. De opname in een voorziening erkend door het VAPH vormt daarentegen geen probleem. Voor bewoners van een ROB of RVT is er iets gelijkaardigs sinds 1 januari 2011 (niet voor dagverzorgingscentra). Dit is eigenlijk de pendant van het incontinentieforfait in de thuissituatie en vloeit voort uit een wijziging aan de Nationale Overeenkomst tussen de rustoorden voor bejaarden, de rust- en verzorgingstehuizen, de centra voor dagverzorging en de verzekeringsinstellingen. Sinds 2006 wordt de kost voor incontinentiemateriaal verrekend in de dagprijs en in de maandelijkse factuur aan alle bewoners (ongeacht of men er gebruik van maakt of niet). Sinds 1 januari 2011 moeten de voorzieningen door een Riziv-tussenkomst een korting van 0,30 euro (nu 0,31 euro) per factura-tiedag doorvoeren op de factuur van alle bewoners. Voor deze maatregel is in 13,2 miljoen euro voorzien in 2011. Naar verluidt willen de ziekenfondsen in de

Riziv-overeenkomstencommissie, naar aanleiding van haar behoefteraming voor 2012, onder meer een verdubbeling van deze tussenkomst naar de gebruikers. Dat zou dan neerkomen op het optrekken van het forfait per dag tot 0,62 euro. De voorzieningen in de overeenkomstencommissie waren eertijds niet gewonnen voor de invoering van deze maatregel en stelden dat de eenzijdige doelstelling, zijnde het verlichten van de patiëntenfactuur, niet van kwaliteitsvisie getuigt en dat dit budget beter besteed zou kunnen worden wanneer voorzieningen het zouden kunnen gebruiken voor kwaliteitsbeleid. Federaal staatssecretaris Delizée heeft intussen aangekondigd dat in het kader van het programma “Prioriteit aan de chronisch zieken” een opleidingsprogramma voor e-learning over incontinentie zal worden georganiseerd door Domus Medica en Société Scientifique de Médecine Générale, en dit in samenwerking met de Nationale Raad voor Kwaliteitspromotie. Dit programma zou tegen eind 2011 operationeel zijn. De sector meldt dat dergelijke forfaitaire tegemoetkomingen geen verandering in de zorg of kwaliteitsverbetering inhouden. Voor hen is dit een industriegestuurde

URoBeL Magazine | 25/1 | maart - april • mars - avril 2012

9640_urobel_2012-025_verpl.indd 34

2/03/12 13:18


nieUws

NIEUWS VAN DE WETGEVER … maatregel. Ze vrezen dat de verkoop van incontinentiemateriaal zal stijgen, maar dat de zorgvraag niet zal veranderen. Meer nog, door het grote aantal incontinente personen zal het voorziene budget snel overschreden worden. Mensen die er écht nood aan hebben, zullen onvoldoende gefinancierd worden, terwijl anderen een tegemoetkoming krijgen om maandverband of incontinentieverbanden te blijven kopen, zonder het nodige zorgtraject te volgen.

degelijk tot doel heeft een integraal en samenhangend incontinentiebeleid te voeren in woonzorgcentra. Hiervoor verwijs ik naar de afspraken die gemaakt zijn op de Interministeriële Conferentie Volksgezondheid (‘IMC’) van 26 april 2010 met betrekking tot het “incontinentiebeleid in ROB’s en RVT’s.

In het voorstel van resolutie betreffende een preventief, sensibiliserend en ondersteunend beleid rond incontinentie (Stuk 926 (2010-2011) - Nr. 3), werd dan ook opgeroepen tot een integralere benadering van incontinentie vanuit de overheid.

Het RIZIV kent aan ouderen die thuis verblijven inderdaad een forfait toe voor incontinentie-materiaal van afgerond 460 euro op jaarbasis. Dit forfait is gekoppeld aan de gezondheidsindex en wordt jaarlijks aangepast. Bewoners van een woonzorgcentrum daarentegen kwamen tot voor kort niet in aanmerking voor zulk een tussenkomst.

1. Klopt het volgens de minister dat bovenvermelde federale maatregel amper verandering in de zorg of kwaliteitsverbetering zal inhouden? 2. Overweegt de minister om dit aan te klagen bij zijn federale collega’s? Is er in het verleden hier-over al overleg geweest? 3. Op welke manier zal en kan de minister een efficiënt gebruik van incontinentiemateriaal stimuleren? 4. Welke initiatieven heeft de minister inmiddels genomen in opvolging van bovenvermelde resolutie?

Jo Vandeurzen Vlaams Minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin Antwoord op vraag nr. 24 van 6 oktober 2011 Van Tom Dehaene

De federale maatregel om in een forfaitaire tussenkomst te voorzien moet beschouwd worden als een voorlopige maatregel die past in een lange termijn visie die wel

Ik geef hierbij graag toelichting bij de gevolgde strategie.

De beslissing van de IMC heeft uitdrukkelijk tot doel om deze scheeftrekking weg te werken via een aangepast forfait, maar met inclusie van kwaliteitsaspecten en een preventiebeleid. Hierbij werd geopteerd voor een betoelaging via het zorgforfait en niet voor een individuele terugbetaling op voorschrift. Dit incontinentieforfait zal stapsgewijs uitgebouwd worden via een geleidelijke verhoging van het RIZIV-budget. Tal van woonzorgcentra schakelden al jaren geleden over van een individuele aanrekening van incontinentiemateriaal, met ‘apothekersrekeningen’ en tal van betwistingen tot gevolg, naar een gesolidariseerde aanrekening. Dit heeft bijgedragen tot betere inkoopmodaliteiten, met inbegrip van support vanuit toeleverende firma’s, en leidde tot uniformiteit in het gebruik van materialen en zorgprotocollen. Vanaf juli 2007 heeft Vlaanderen beslist om deze werkwijze te veralgemenen en de kost van het incontinentiemateriaal in de dagprijs op te nemen. De Duitstalige Gemeenschap volgde vanaf juni 2009, het Waals Gewest vanaf juni 2010. Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest is bereid om dit principe te volgen.

Om te bekomen dat het Brussels Hoofdstedelijk Gewest zich zou kunnen schikken naar de andere deelstaten werd de bijlage bij aanhangsel 5 bij het protocol 2 die ‘de lijst van elementen bevat die mogen worden opgenomen in de dagprijs, of gefactureerd als supplement of als voorschot ten gunste van derden’, zodanig gewijzigd dat incontinentiemateriaal altijd wordt gesolidariseerd in de dagprijs en niet meer gefactureerd kan worden als voorschot ten gunste van derden. Deze werkwijze maakte het voor de federale overheid mogelijk om, met ingang van 1 januari 2011, een incontinentiekorting in te voeren op de dagprijs van 0,30 euro, inmiddels geïndexeerd tot 0,31 euro. Deze korting past in de opdracht van de IMC Volksgezondheid, die het RIZIV belastte om, zodra Brussel zijn wetgeving heeft aangepast, de kostprijs, de voorwaarden volgens welke een forfait ‘incontinentie’ aan residenten van woonzorgcentra zou kunnen toegekend worden en het vereiste budget hiervoor te onderzoeken. De interkabinettenwerkgroep ouderenzorgbeleid vroeg tevens dat er maatregelen worden genomen om de kwaliteit van het geleverde materiaal te waarborgen, alsook het gebruik ervan. Daarnaast wordt aangedrongen op een beleid tot het behoud of het herstel van de continentie, via bijvoorbeeld de opleiding van personeel, het verzekeren van een gemakkelijke toegang tot toiletten, de aandacht voor het zich opnieuw uit en aan kunnen kleden, een aangepaste behandeling van dementerende ouderen. Tevens werd aan de permanente werkgroep “Rust- en verzorgingstehuizen” van de Nationale Raad voor Ziekenhuisvoorzieningen gevraagd om voorstellen te formuleren omtrent de wijzi-gingen die in de RVT-reglementering moeten aangebracht worden inzake opleiding van personeel en maatregelen met betrekking tot de

URoBeL Magazine | 25/1 | maart - april • mars - avril 2012

9640_urobel_2012-025_verpl.indd 35

35 2/03/12 13:18


nieUws

NIEUWS VAN DE WETGEVER ‌ preventie van incontinentie en het herstel van continentie. Het uiteindelijke RIZIV-forfait zal dus meer dekken dan alleen de kost van het incontinentiemateriaal, zoals bijvoorbeeld de kost van het behoud en het herstel van continentie, van bij-scholing en kwaliteitsbewaking. 1. Zoals ik heb geschetst is dit een eerste stap in de realisatie van een volwaardig continentiebeleid. De fijntuning van dit forfait moet ertoe leiden dat voorzieningen aangespoord worden om hun incontinentiebudget te bewaken, zodat het voorziene budget niet overschreden wordt en ook de verkoop van incontinentiemateriaal niet onnodig zal stijgen. 2. Deze maatregelen zijn grondig voorbereid en verder uitgewerkt in de schoot van de IMC Volksgezondheid, en hadden precies tot doel om de kost van incon-

tinentiemateriaal uit de persoonlijke bijdragen van gebruikers en bewoners te lichten, en passende zorg in termen van behoud en herstel van continentie evenals het doelmatig gebruik van het juiste materiaal te bewerkstelligen. 3. De aan de gang zijnde federale regeringsvorming heeft tot gevolg dat ook het overleg in de IMC Volksgezondheid, met een ontslagnemende federale Regering, momenteel aanzienlijk is teruggeschroefd. Zorgverleningsaspecten zoals het continentiebeleid en de financiering hiervan waren tot op heden federale bevoegdheden. Tegelijkertijd blijkt dat Gemeenschappen en Gewesten via het derde protocolakkoord inzake ouderenzorgbeleid en via de IMC Volksgezondheid in dit federale beleid een alsmaar groeiende inbreng hadden en ook benut hebben.

4. Binnen mijn beleidsdomein heb ik tot op heden geen speciale acties ondernomen of gepland met betrekking tot het incontinentiebeleid. Een passende financiering van deze zorgcomponent, waarin naast de materiaalkost dus ook aspecten zoals kwaliteitsbewaking en doelmatig gebruik verrekend zijn, lijkt me althans voor de woonzorgcentra een conditio sine qua non voor een goede praktijkvoering. Hierbij wil ik nogmaals onderstrepen dat het voorstel van de IMC Volksgezondheid, waaruit dit incontinentieforfait is ontstaan, niet uitsluitend tot doel heeft om de factuur voor de bewoners te verlichten, maar tevens wel degelijk kwaliteitsaspecten includeert. Hierdoor kan dit forfait een aanzienlijke verbetering betekenen in vergelijking met de huidige regeling, waarin uitsluitend de materiaalkost in de dagprijs is opgenomen. ď Ž

LaRgeR IOn ReSeCT e a F SuR C n Instant

IgnItIo

TUR IS 2.0 Making bipolar resection a new golden standard. Reduced OR times with bipolar safety The next generation HF with the ESG-400 further improved the ignition performance of the large resection loop. Continuous plasma activation The new HF generation allows for lengthened application laser style for easy operating, while obtaining smooth post-operative tissue results, virtually no bloodloss and potentially shortened catheterisation and hospital stays. Improved ignition for all bipolar electrodes A priority topic in designing this new generator was to extend large and band loop ignition and make continuous plasma vaporisation available. ESG-400

Smoother pathology Smoother and more precise cutting effects allow for ideal pathology samples with minimal thermal spread with bipolar resection. The most versatile, advanced HF generator The ESG-400 combines forms of energy for open and laparoscopic surgery including vessel sealing and cutting systems for vessels up to and including 7 mm in diameter.

36

olympus_urobel2011-024.indd 1

URoBeL Magazine | 25/1 | maart - april • mars - avril 2012

9640_urobel_2012-025_verpl.indd 36

23/11/11 09:05

2/03/12 13:18

Calcivit


Calcivit DK2

PP 60 tab. 12,95 € PP 180 tab. 30,95 €

Vitamine K2 : de ontbrekende schakel voor het behoud van sterke botten*

NIEU

W!

Vit. K2 stimuleert opname van calcium in het bot**

60

T

ab

Kauwtabletten met een frisse citroensmaak

le t t e n

Een unieke triple alliantie aan de laagste prijs Per kauwtablet

a

hr

1k

uw

22.5 µg Vit. K2 ta

ift

500 mg Calcium + 300 IE Vit.D3 +

bl e

t pe

r d a g o f v ol g e n s

o vo

rs

c

NIEUW!

60

Ta b l e tt e n

* Iwamoto et al, J Orthoped Sci 2004 ;5(6) :546-51 |** Vit K : Knapen et al ; Osteop Int 2007 ;18 :963-72

Calcivit DK2_pub A4_NL_FR_def_HR.indd 9640_urobel_2012-025_verpl.indd 37 1

60

NUT1050/4 CNK 2845-204

13-1-2012 10:07:07 2/03/12 13:18


nieUws & innoVaties - noUVeLLes & innoVations

De Curan Advantage hydrophilic coated catheters zijn ‘ready to use’ door het extra element: de geïntegreerde waterpocket. Deze lekvrije waterpocket, gevuld met steriel water, is met een lichte knijpbeweging te activeren. Het steriele water activeert de hydrophilic coating binnen 25 seconden. Dit bevordert extra comfort tijdens het inbrengen. Door de handige ophangplakker is de verpakking in elke ruimte verticaal te plaatsen gedurende de activering van de comfort coating. De gebruiker kan zich tussentijds klaarmaken voor katheteriseren. Bovendien zijn de mannenkathethers voorzien van onze unieke Blue Grip®; een vernuftig hulpmiddel om katheters in te brengen zonder aanraking met de hand. De Blue Grip® is gemakkelijk, hygiënischer en verkleint de kans op infecties aanzienlijk. De Curan Advantage is vrij van de agressieve weekmaker DEHP. Deze zijn per stuk steriel verpakt, voor eenmalig gebruik. De Curan Catheters zijn voorzien van gladgepolijste eyelets, waardoor het inbrengen risicoloos is en irritaties worden voorkomen. Les sondes à revêtement hydrophile, Curan Advantage, sont prêtes à l’emploi grâce à leur poche d’eau intégrée. Cette poche d’eau imperméable, remplie d’eau stérile, peut être libérée par une légère pression. L’eau stérile active le revêtement hydrophile en 25 secondes. Ceci accroît le confort du patient lors de l’insertion. Grâce à son autocollant de suspension, l’emballage peut être placé verticalement dans n’importe quelle pièce lors de l’activation du revêtement hydrophile. Pendant ce temps, l’utilisateur peut se préparer pour le sondage. De plus, toutes les sondes pour homme sont équipées du dispositif unique Blue Grip®; un accessoire ingénieux permettant l’insertion des sondes sans avoir à les toucher avec les mains. Blue Grip® rend l’acte plus facile, plus hygiénique et il réduit considérablement le risque d’infections. Curan Advantage est exempt de DEHP. Les sondes à usage unique sont stériles et emballées individuellement. Les sondes Curan sont équipées d’oeillets polis, qui rendent l’insertion sans risque et préviennent l’irritation.

HOSPITHERA, YOUR PARTNER IN

VITALCARE

Tel: 02/535 03 80 l info.interventionalcare@hospithera.com l WWW.HOSPITHERA.COM Urobel_VitalCare.indd 1

38

02/11/2011 14:53:52

URoBeL Magazine | 25/1 | maart - april • mars - avril 2012

9640_urobel_2012-025_verpl.indd 38

2/03/12 13:18


De leidraad van al onze acties. Wat onze 2900 enthousiaste medewerkers drijft, dag na dag. Reeds meer dan 10 jaar doet Pfizer onderzoek naar en produceert geneesmiddelen voor de behandeling van erectie-stoornissen.

wat ons drijft dag na dag,… … uw gezondheid

ce qui nous anime jour après jour,… … votre santé Votre santé guide chacun de nos gestes. C’est elle qui fait avancer nos 2900 collaborateurs enthousiastes, jour après jour. Pfizer étudie et produit depuis plus de 10 ans des médicaments traitant des troubles de l’érection. www.pfizer.be www.erecinfo.be

9640_urobel_2012-025_verpl.indd 39

2/03/12 13:18


VooR U geLezen - LU poUR VoUs

De nieuwere anticoagulantia: wat bij een ingreep? (BCFI) BRUSSEL 11/01 - Recent zijn dabigatran (Pradaxa®) en rivaroxaban (Xarelto®), die reeds gebruikt werden ter preventie van diepe veneuze trombose bij majeure othopedische chirurgie, ook aanvaard voor preventie van tromboembolische verwikkelingen bij voorkamer fibrillatie (zie ook Folia oktober 2011 en december 2011; voor rivaroxaban werd de nieuwe indicatie in december 2011 goedgekeurd). Deze middelen hebben, ten opzichte van de vitamine K-antagonisten (bv. warfarine, Marevan®), het voordeel geen controle van de INR en geen dosisaanpassing te vereisen. Ze worden momenteel niet terugbetaald voor voorkamerfibrillatie (situatie op 01/01/12). Een tandarts ziet een patiënt die behandeld wordt met rivaroxaban en stelt ons de vraag of dit moet gestopt worden ter gelegenheid van een tandheelkundige ingreep, en wat kan gedaan worden bij een bloeding. Ook voor andere ingrepen stelt zich deze vraag. De eerste vraag van de tandarts luidt of rivaroxaban moet gestopt worden ter gelegenheid van een tandheelkundige ingreep, en dezelfde vraag stelt zich voor

dabigatran. De houding is daarbij dezelfde als voor de vitamine K-antagonisten (zie ook Folia juni 2011), behalve dat er geen controle is vereist van de INR en dat, indien men beslist rivaroxaban of dabigatran te stoppen, dit moet gebeuren 24 uur voor de ingreep (of langer bij uitgesproken nierinsufficiëntie). Wat i.v.m. het bloedingsrisico bij de ingreep?

mechanische aortaklepprothese + voorkamerfibrillatie; mitralisvalvulopathie + voorkamerfibrillatie; antecedenten van hartembolie of systemische embolie; recente (< 3 maanden) diepe veneuze trombose; perifere bypass-chirurgie met antecedenten van trombose, trombofilie ten gevolge van o.a. factor Leidenmutatie). • Bij patiënten met een laag risico van trombo-embolie is meestal geen tijdelijke heparinetherapie vereist.

• Bij mineure ingrepen met laag bloedingsrisico (bv. tandheelkunde of ingreep t.h.v. de huid, cataractheelkunde, endoscopie) mag de behandeling in principe worden voortgezet. • Bij majeure ingrepen met hoog bloedingsrisico is het nodig de inname tijdelijk te stoppen (24 uur vóór de ingreep, of langer bij uitgesproken nierinsufficiëntie).

De tweede vraag van de tandarts gaat over wat te doen bij bloeding. Er bestaat t.o.v. deze nieuwere producten geen antidoot: noch vitamine K (dat gebruikt wordt als antidoot bij problemen met een vitamine K-antagonist), noch de heparine-antidoot protamine, hebben hier een effect. Bij een tandheelkundige ingreep, maar ook bij andere ingrepen, zijn vooral de lokale maatWat i.v.m. het risico op trombo-embolie regelen ter preventie en ter behandeling van bloeding van groot belang. Bij niet te bij stoppen van het anticoagulans? verhelpen ernstige bloeding kunnen vers • Bij hoog risico van trombo-embolie wordt plasma of concentraten van stollingsfactotijdelijk een heparine met laag moleculair ren nodig zijn.  gewicht gegeven (dit is bij mechanische mitralis-, tricuspidalis- of longklepprothese; Bron: BCFI

Economische last van prostaatkanker Amerikaanse onderzoekers hebben geprobeerd te berekenen wat de economische last van prostaatkanker bij patiënten op Medicare (sociale zekerheid voor 65-plussers) is op een mensenleven. Hun conclusie is dat de ziekte best zwaar drukt op de Amerikaanse gezondheidszorg. De totale kosten verbonden aan prostaatkanker zouden gemiddeld meer dan 30.000 dollar (ongeveer 23.500 euro) per persoon bedragen.  M.E. (referentie: Stokes ME et al. BMC Health Services Research)

40

URoBeL Magazine | 25/1 | maart - april • mars - avril 2012

9640_urobel_2012-025_verpl.indd 40

2/03/12 13:18


VooR U geLezen - LU poUR VoUs

1 gram quercetin(e) 320 mg serenoa repens

Prostatodynie

60

tabletten/ compri més Alleen verkrijgbaar in de apotheek/ Uniquement dispo nible chez le pharm acien

2 tabletten/dag 2 comprimés/jour

Be flexible. Cook Medical’s Injekt® Cysto Flexible Injection Needle can be placed through either a flexible or rigid cystoscope, providing versatility for flexible injection into the lower urinary tract. Cook Medical—Pioneering urological products for a physician to use and a patient to trust.

Injekt Cysto ®

FLEXIBLE INJECTION NEEDLE © COOK 2012

URO-BEUADV-INJCUR-EN-201202

URoBeL Magazine | 25/1 | maart - april • mars - avril 2012

9640_urobel_2012-025_verpl.indd 41

41 2/03/12 13:18


VooR U geLezen - LU poUR VoUs

Operatierobot bij prostaatkanker beter dan ‘gewone’ kijkoperatie in Nederland Omdat ziektekostenverzekeraars niet op de hoogte zijn van de voordelen van robotoperatie boven een conventionele operatie bij prostaatkanker, willen zij de extra kosten van de robotoperatie niet betalen. In zijn oratie van 2 december vorig jaar waarschuwde prof.dr. Jeroen Van Moorselaar dan ook voor het gevaar dat een dergelijke operatie met de robot binnenkort in Nederland niet meer mogelijk zal zijn. Er is veel discussie of robotchirurgie beter is dan conventionele laparoscopie in de behandeling van prostaatcarcinoom. In twee artikelen is er nu bewijs voor betere resultaten met de operatierobot. Onderzoek van het ICER (Institute for Clinical and Economic Review, Boston, USA) wijst bijvoorbeeld uit dat de kans dat de patiënt een complicatie of negatieve bijwerkingen krijgt veel kleiner is bij een robotoperatie. De ziektekostenverzekeraars kennen deze getallen echter nog niet en beweren dat er geen verschil is tussen een robotoperatie en gewone laparoscopie en willen de extra kosten van

robotoperaties niet bekostigen. Het is van groot belang dat de financiering van deze soort ingrepen gewaarborgd blijft, anders is deze operatie voor prostaatkanker binnenkort in Nederland niet meer mogelijk. Operaties worden vaak in Duitsland of België gedaan en wel vergoed door de ziektekostenverzekeraars. Er is dan echter geen goede follow-up van de patiënten. Dit is een van de onderwerpen die prof.dr. Jeroen van Moorselaar naar voren brengt in zijn uiteenzetting van 2 december vorig jaar. Centralisatie van patiëntenzorg en onderzoek Een ander onderwerp dat in zijn inaugurale rede naar voren komt is concentratie van urologische patiëntenzorg als gevolg van de bezuinigingen in de zorg. Er geldt momenteel voor blaasverwijderingen een norm van minstens tien operaties per ziekenhuis. Dit betekent dat er in 35 Nederlandse ziekenhuizen geen cystectomieën meer plaatsvinden en deze patiënten verdeeld moeten worden over andere ziekenhuizen. Optrekken van de norm naar twintig is voor

de aankomende jaren nog niet mogelijk. Naast centralisatie van patiëntenbehandeling is bundeling van onderzoek van belang. Hiervoor is de studiegroep DUOS (Dutch Uro-Oncology Studygroup) met een startsubsidie van het KWF opgericht. Doel van de studiegroep is het opzetten en uitvoeren van goed en relevant klinisch onderzoek voor blaas- en prostaatcarcinoom. Het gehele spectrum van vroegklinisch tot fase IIIonderzoek zal worden verricht binnen urooncologisch geïnteresseerde ziekenhuizen in Nederland en in de toekomst ook samen met buitenlandse centra. Tot slot bespreekt Van Moorselaar een nieuw concept in de behandeling van prostaatcarcinoom, namelijk gedeeltelijke behandeling, zogenaamde focale therapie. Ook in de behandeling van het uitgezaaide prostaatcarcinoom zijn er vele effectieve nieuwe medicamenteuze ontwikkelingen. 

Bron: VUmc

Seksenquête: Vlaming heeft minder vaak seks dan algemeen aangenomen BRUSSEL 25/01 - Mannen zeggen gemiddeld 1,4 keer per week seks te hebben, bij vrouwen is dit 1,3 keer per week. Dat blijkt uit een grootschalige seksenquête van het VRT tv-programma “Ook getest op mensen”. Woensdagavond hadden meer dan 96.000 respondenten de internetenquête ingevuld. De enquête werd opgesteld door professor Paul Enzlin van het Instituut voor Familiale en Seksuologische Wetenschappen van de KU Leuven en peilde naar het seksuele gedrag van de voorbije week. De eerste, globale cijfers maken een einde aan de heersende opvatting dat mensen in een

42

gezonde relatie 2 tot 3 keer per week seks moeten hebben.

3,7. Bij de vrouwen zijn die scores respectievelijk 4,1, 4,0 en 3,7.

Naarmate de leeftijd toeneemt, neemt het gemiddeld aantal keer seks per week licht af: van 1,5 keer bij mannen van 16 tot 29 jaar tot 1,2 keer bij 51-plussers, en van 1,5 keer bij vrouwen tussen 16 en 29 jaar tot 0,9 keer bij 51-plusssers.

Mannen hebben gemiddeld 4 keer per week zin in seks, voor vrouwen is dat 2,6 keer per week. Rekening houdend met het feit dat mannen 1,4 keer per week effectief seks hebben en vrouwen 1,3 per week, kan besloten worden dat vrouwen er vaker in slagen “zin in seks” effectief om te zetten. Wie ouder is, heeft iets minder vaak zin in seks, maar kan zijn zin vaker bevredigen. Mannen masturberen gemiddeld 2,4 keer per week, voor vrouwen is dat 0,8 keer per week.  Bron: Belga

De deelnemers zijn over het algemeen tevreden over hun seksleven. Met de oplopende leeftijd is er een lichte daling van de tevredenheid. Op een schaal van 5 scoren mannen van 16 tot 29 jaar 4,1, bij de 30 tot 50-jarigen is dat 3,8 en voor +51-jarigen

URoBeL Magazine | 25/1 | maart - april • mars - avril 2012

9640_urobel_2012-025_verpl.indd 42

2/03/12 13:18


VooR U geLezen - LU poUR VoUs

Uw sperma is wat u eet ! NEW YORK 21/11 – Met betrekking tot in vitro fertilisatie is goed gevoed sperma ook gelukkig sperma. Dit blijkt uit een studie waarin wat mannen aten (en dronken), gelinkt werd aan de kans van hun partner om zwanger te worden tijdens de fertiliteitsbehandeling. Een fertiliteitsvriendelijk dieet is een dieet dat rijk is aan fruit en granen en arm aan rood vlees, alcohol en koffie, rapporteerden Braziliaanse onderzoekers op 10 november online in Fertility and Sterility. Hoewel vroeger onderzoek een verband had aangetoond tussen gewicht, roken, drinken en reproductieve problemen bij de vrouw, was het niet duidelijk of hetzelfde geldt voor mannen tijdens een IVF behandeling. “We spreken over een gezonde levensstijl en we proberen alles wat slecht is voor de gezondheid te vermijden, maar ik denk dat de meeste nadruk wordt gelegd op inspanningen om ervoor te zorgen dat de vrouw zo gezond mogelijk is ,” verklaarde Dr. Lynn Westphal, specialist vrouwelijke gezondheid en fertiliteit aan Stanford University Medical Center in Palo Alto, California die niet betrokken was bij de nieuwe studie. De nieuwe studie “versterkt het argument dat het zowel voor de man als voor de vrouw belangrijk is om zoveel mogelijk slechte dingen in hun voeding of hun levensstijl te elimineren,” verklaarde Dr. Westphal aan Reuters Health. De onderzoekers rekruteerden 250 mannen die, samen met hun partners, intracy-

toplasmatische sperma-injectie (ICSI) in een centrum ondergingen. De onderzoekers vroegen de mannen hoe vaak ze bepaalde voedingsmiddelen aten, alsook hoeveel ze dronken en rookten. Ze analyseerden ook spermastalen bij elke stap van het IVF proces. Bij ongeveer drie kwart van de behandelingen werden de eicellen succesvol bevrucht, en iets minder dan 40 % van de vrouwen werd zwanger tijdens de studie. Wat betreft de snelheid van hun sperma voor de kans op zwangerschap van hun partner, hadden mannen die alcohol dronken en slecht aten, slechtere resultaten. Overgewicht en alcohol waren geassocieerd met een lagere concentratie en motiliteit van het sperma. Roken was alleen geassocieerd met negatieve effecten op de motiliteit. Alcohol en koffie waren allebei geassocieerd met een lagere kans op bevruchting. De embryo-implantatie cijfers, alsook de zwangerschapscijfers, waren significant lager als de mannen veel rood vlees aten.

idee dat bepaalde vitaminen, mineralen en aminozuren de kwaliteit van het sperma kunnen behouden of verbeteren, terwijl te veel alcohol en bepaalde hormonen in verwerkt vlees schadelijk zouden zijn voor het sperma, noteerden Dr. Edson Borges, Jr. van het Fertility-Assisted Fertilization Centre in Sao Paulo en zijn team. Dr. Westphal benadrukte dat andere gedragingen bij mannen, zoals veel tijd doorbrengen in warme baden, een negatief effect zouden kunnen hebben op de fertiliteit. Ze voegde eraan toe dat het enkele maanden zal duren voordat alle dieet- en leefstijlveranderingen die mannen toepassen om hun sperma te proberen verbeteren, een effect zullen hebben - het gaat er niet alleen om om enkele dagen voor IVF beter te eten. Bij koppels die een fertiliteitsbehandeling ondergaan, concludeerden Dr. Borges en zijn team dat zowel mannen als vrouwen moeten weten dat hun voedingspatroon en leefstijl een invloed kunnen hebben op hun kans om een succesvolle zwangerschap te hebben. 

“Ik denk dat het echt belangrijk is te weten dat leefstijlfactoren belangrijk zijn voor mannen, zelfs als je ICSI doet,” verklaarde Dr. Westphal. “Dit is wellicht belangrijker dan vele mensen dachten.”

Reuters Health Copyright © 2011 Mediquality & Copyright © 2011 Reuters Limited.Reuters geeft aan MediQuality expliciet de toelating om het professionele nieuws te vertalen, rekening houdende met een zo getrouw mogelijke weergave van de oorspronkelijke tekst. Reuters deelt met MediQuality de copyrights van de vertaalde versie, zonder hierbij verantwoordelijk te dragen voor de kwaliteit van de vertaling.

De bevindingen stemmen overeen met de

Bron: Fertil Steril 2011.

Anderzijds was meer granen eten geassocieerd met een betere concentratie en motiliteit van het sperma, en fruit was ook geassocieerd met een boost in snelheid en motiliteit van het sperma.

URoBeL Magazine | 25/1 | maart - april • mars - avril 2012

9640_urobel_2012-025_verpl.indd 43

43 2/03/12 13:18


VooR U geLezen - LU poUR VoUs

Nieuw: condoom voor betere bloedstroom Het zal niet meer lang meer duren voor Durex dit nieuw type condoom (CSD500) zal lanceren . Dat meldt de Daily Mail. Dit gloednieuwe product zal allicht veel koppels doen glimlachen want vrijpartijtjes zullen voelbaar langer worden en mannen met stress over het feit dat condooms hun prestaties verknallen, kunnen tot rust komen. Het condoom bevat namelijk een kleine dosis van een gepatenteerde gel aan de binnenkant van het topje dat razendsnel doordringt in de huid en de bloeddoorstroom stimuleert om mannen een welgekomen boostje te geven. Zanifil De gel is gebaseerd op nitroglycerine (NG), een kleurloze vloeistof die vooral bekend staat als springstof, maar ook in de genees-

kunde zijn toepassingen vindt. Zo wordt het gebruikt als vaatverwijdend middel omdat het de spieren ontspant in de vaatwanden en de bloeddoorstroom doet stijgen. “In essentie is het viagra in een condoom”, zegt Daniel Mahony van Futura, het Britse bedrijf dat Zanifil ontwikkelt. Anders dan bij de stimulerende pilletjes, zal je voor deze condooms geen doktersvoorschrift nodig hebben. Over het prijskaartje dat Durex aan deze wonderrubbertjes zal hangen, is nog niets geweten, maar het product zal met zekerheid over heel Europa beschikbaar zijn. Testfase In een ‘blinde’ klinische testfase werd de nieuwe condoom, gekend als CSD500, vergeleken met een standaard condoom. Een significant aantal proefpersonen meldde een verbetering in zowel erectie als penis-

grootte bij het gebruiken van het nieuwe Durexproduct. Vrouwen rapporteerden dan weer een langer durende seksuele ervaring. Perspectief “Het commercieel potentieel van CSD500 is vanzelfsprekend als je weet dat 1 op 10 mannen wereldwijd erectiestoornissen heeft. Het grote verschil met viagra is dat deze condoom mikt op mannen die problemen hebben met het behouden van erectie wanneer ze een condoom dragen”, stelt een woordvoerder van Futura. Daarbij hopen ze ook dat mannen hierdoor sneller geneigd zullen zijn te kiezen voor beschermde seks opdat de nieuwe bloeddoorstroomcondoom ook zou kunnen bijdragen tot het beperken van de SOAverspreiding. (lf)  Ronny Pieters

Internationale dag tegen vrouwelijke genitale verminkingen op 6 februari BRUSSEL 03/02 - Hoewel vrouwelijke genitale verminking sinds 2001 strafbaar is in België, neemt het aantal vrouwen dat waarschijnlijk besneden is voortdurend toe. Dat verklaarden de verenigingen vzw Intact en Gams België onlangs op een persconferentie naar aanleiding van de Internationale dag tegen vrouwelijke genitale verminkingen (VGV) op 6 februari. Onder vrouwelijke genitale verminking verstaan we elke ingreep die leidt tot een gedeeltelijke of volledige wegname van de uitwendige geslachtsorganen van de vrouw of elk ander letsel van de vrouwelijke geslachtsorganen dat om niet-therapeutische is aangebracht.

44

Uit een eerder rapport bleek dat in België 1.975 meisjes het risico lopen om besneden te worden. Ook wonen er in ons land ongeveer 6.260 vrouwen die zeer waarschijnlijk al besneden zijn. Hun aantal is sterk toegenomen, wat onder andere te maken heeft met het feit dat er de laatste jaren veel vrouwen zijn gemigreerd uit landen waar genitale verminking wordt toegepast. Tachtig procent van de vrouwen die in België het slachtoffer zijn van VGV komt uit dezelfde tien Afrikaanse landen. Het gaat onder andere om Guinee, Somalië, Egypte, Nigeria en Ivoorkust. De problematiek laat zich het zwaarst voelen in het Vlaams Gewest, waar 3.550 meisjes en vrouwen besneden zijn of het risico lopen op besnijdenis. Het Brussels Hoofdstedelijk

Gewest en het Waals Gewest volgen met respectievelijk 3.037 en 1.648 slachtoffers. Er werd de afgelopen jaren al heel wat vooruitgang geboekt, maar de realiteit op het terrein blijft schrijnend, zeggen de organisaties. Ze vragen dat alle mensen die beroepshalve in contact komen met slachtoffers adequaat opgeleid worden op vlak van preventie en opvang. Daarnaast moeten de verschillende beleidsniveaus het eens worden over multisectorale richtlijnen en moeten binnen elke betrokken sector opgeleide referentiepersonen worden aangeduid.  Bron: Belga Ronny Pieters

URoBeL Magazine | 25/1 | maart - april • mars - avril 2012

9640_urobel_2012-025_verpl.indd 44

2/03/12 13:19


Care at home

SAFETYCAT®

Met Teleflex houdt u het initiatief zelf in handen

Op het eerste gezicht zien alle katheters er hetzelfde uit. Diepgaande verschillen zijn echter onmiddellijk te bespeuren. Om de intermitterende katheterisatie op lange termijn veilig te laten plaatsvinden, is het zeer belangrijk om een veilige atraumatische katheter te gebruiken. De SafetyCat® veiligheidskatheter biedt een aantal doorslaggevende voordelen: Speciaal ontwikkelde en gepatenteerde SCE katheterogen (SCE = SoftCatEye), die aan de binnen- en buitenkant zacht afgerond zijn. Het gevoelige slijmvlies van de urinebuis wordt gespaard, waardoor het verwondings en infectierisico wordt geminimaliseerd. Een Ergothan tip, die stevig en tegelijkertijd uitermate flexibel is. Door de conische vorm wordt de druk op de urinebuis verminderd en glijdt de katheter gemakkelijk en behoedzaam in de blaas.

fluweel zacht oppervlak

LIQUICK BASE De basis voor een veilige zelfk atheterisatie De hydrofiel gecoate SafetyCat® nu in een handige compacte verpakking, met steriel water, klaar voor gebruik. Dankzij de unieke beschermhuls is zelfkatheterisatie niet alleen hygiënisch en veilig maar ook snel en handig.

9640_urobel_2012-025_verpl.indd 45

De SafetyCat® is leverbaar in verschillende uitvoeringen met een coating op basis van gel of een hydrofiele coating.

Voor meer informatie : Teleflex Medical BVBA · B-1932 Sint-Stevens-Woluwe Tel.: +32(2) 333 24 60 · Fax: +32 (0)2 332 27 40 info.be@teleflex.com

2/03/12 13:19


nieUws Uit de VeReniging

Verslag van het Congres van UROBEL op BAU te Gent op 9/12/2011 Net als bij de urologen was ons centraal uitgangspunt voor het congres de wetenschappelijke benadering van een aantal verpleegkundige urologische onderwerpen. Omdat er heel wat voordrachten over echt specifieke en ook praktische verpleegkundige zaken gingen was er een vrij grote opkomst. Opvallend was ook dat er zowel verpleegkundigen waren van verpleegafdelingen urologie maar ook van revalidatie ,geriatrie en van consultatie en RVT’s. Het 1e deel van de dag was het item: verstopte katheters. Veerle Decalf bracht zeer evidence based de nefrostomiekatheters. Dit

was zeer goed uitgewerkt maar het bleef niet alleen bij theorie. Wat te doen bij verstopte nefrostomie katheter kwam natuurlijk ook aan bod. Bij de reacties uit de zaal bleek dat er soms totaal verschillende afloopsystemen gebruikt werden in verschillende ziekenhuizen het een al gemakkelijker als het andere. Dat alleen was weer een punt voor de verpleegkundigen om eventueel eens te bespreken met hun urologen. Piet Eelen

Op de 3 bovenstaande foto’s ziet u hoe er eerst op de nefrostomie katheter een ingewikkelde constructie geïnstalleerd wordt om de katheter te kunnen spoelen.

Hier ziet u dat er zonder iets te installeren dadelijk met een spuitje kan gespoeld worden via een 3wegkraantje dat aan de nefrostomiekatheter vast zit.

Gunther Van Belle behandelde de verstopte katheters door bloedklonters. De oplossing hierbij is totaal anders als bij het vorige. Nu is de katheter verstopt door bloedklonters en enkel met een grote spuit met groot aanzetstuk kunnen de klonters manueel ver-

wijderd worden. Altijd eerst aanzuigen en daarna pas manueel spoelen en steeds met gedoseerde kracht. We spoelen tot de blaas klontervrij is.

Gunther Van Belle

46

URoBeL Magazine | 25/1 | maart - april • mars - avril 2012

9640_urobel_2012-025_verpl.indd 46

2/03/12 13:19


Les noUVeLLes de L’association

Veerle Decalf mocht een 2e maal spreken en nu over blaasinstillatie. Ook hier had ze weer zeer grondig opzoekingswerk gedaan.

Welke risico’s zijn er aan verbonden, welke veiligheidsmaatregelen moeten er getroffen worden, waar moet de patiënt op letten enz … Uit de reacties van de aanwezigen bleek ook hier weer dat er in veel ziekenhuizen totaal anders gewerkt wordt en dat sommige methodes zeker voor verbetering vatbaar zijn. In een later tijdschrift zal er een uitgebreid artikel komen over de blaasinstillatie. Hier ziet u een foto van de veilige manier die ze in UZ Gent gebruiken.

Veerle Decalf

Prof. Everaert gaf een goed overzicht van de voordelen en nadelen van de transurethrale en suprapubische katheter en van intermittente katheterisatie. Suprapubische heeft vooral de eerste jaren veel voordelen ten opzichte van de transurethrale maar als de katheter langer blijft verminderen die voordelen. Het blijft in elk geval comfortabeler voor de patiënt. Maar voor langdurige katheterisatie blijft de intermittente katheterisatie de ideale techniek met de meeste voordelen. In de namiddag waren er nog 4 sprekers. Professor Oosterlinck bracht een zeer boeiende voordracht over urosepsis. Een aandoening die op urologische diensten toch geregeld voorkomt. Tijdig melden en zo snel mogelijk behandelen is hier DE boodschap. Urosepsis kan ook nu nog slecht aflopen. Verpleegkundigen moeten de symptomen dan ook juist interpreteren en dadelijk de arts verwittigen. De voordracht was zo boeiend dat ik vergeten ben een mooie foto van prof Oosterlinck te trekken. Cel Vandewinkel had literatuurgegevens opgezocht over blaasspasmen. Dagelijks krijgen we van onze urologische patiënten met verblijfskatheter (en vooral na prostaat- of blaas OK’s) de klacht dat ze toch zo een pijnlijke blaaskrampen hebben. Het frustrerende is dat er eigenlijk geen enkel medicament afdoende hiervoor werkt. We kennen allemaal de spasmolytica maar voor veel patiënten helpt dat totaal niet. De enige echte oplossing is de verblijfskatheter verwijderen maar dat kan zo maar niet gebeuren.

Na een prostaatoperatie waarbij de spoeling niet te bloederig is kan het soms ook een beetje helpen dat de ballon inhoud wat verminderd wordt. Antiphlogistica kunnen soms wel een Prof. Everaert heilzaam effect hebben maar nooit volledig. Het is de combinatie van de 2 die het best werkt maar dikwijls nog veel te weinig. Myolastan kan soms ook een beetje helpen. Vroeger had men Buscopan compositum® maar dat is al heel wat jaren geleden door de meeste artsen afgevoerd omdat dat problemen kon veroorzaken met de bloedplaatjes. Maar tijdens de vragenronde bleek dat dit medicament soms toch nog in een ziekenhuis gebruikt wordt. Prof. Oosterlinck heeft hierop uitgebreid het gevaar van dit medicament nog eens extra benadrukt. Piet Eelen kwam dan heel deskundig uitleggen dat neurologische patiënten ook heel felle last kunnen hebben van een soort blasspasmen maar dat dit een totaal andere oorzaak heeft. Hier helpt de orale medicatie soms wel goed. En bij hen waar het niet helpt kan er eventueel nog gebruik gemaakt worden van Botox® infiltratie in de blaaswand. Piet Eelen

Als laatste onderwerp bracht cel Vandewinkel meer uitleg over welke katheter wanneer, ontsmetten of reinigen, open of gesloten systeem enz. Hierover zal er in een volgend tijdschrift ook nog een artikel verschijnen. Opvallend was dat de aanwezigen zeer veel vragen stelden en dat er een goede interactie was. Na een afsluitende receptie gingen de aanwezigen met een voldaan gevoel naar huis. De reacties waren zeer positief. Een reden te meer om op deze manier verder te doen.

Een blik in de zaal Cel vandewinkel

Cel vandewinkel URoBeL Magazine | 25/1 | maart - april • mars - avril 2012

9640_urobel_2012-025_verpl.indd 47

47 2/03/12 13:19


nieUws Uit de VeReniging

Continentieverpleegkundige van het jaar. Genval 18/11/2011 Naar jaarlijkse traditie werd ook dit jaar weer de verkiezing van de continentie verpleegkundige van het jaar georganiseerd door Astra Tech - Lofric. In het mooie “Chateau du lac” in Genval waren er een 100 tal verpleegkundigen van over heel België aanwezig. In het 1e deel van de namiddag waren er drie gastsprekers namelijk Dr. Ost, Dr. Van Heugen en VK Fonseca. In het 2e deel waren de voorgedragen kandidaten aan de beurt. Dit jaar werden er 4 projecten voorgedragen. Elke voorgedragen verpleegkundige krijgt de kans om zijn/haar project in 15 minuten tijd te verduidelijken. Alle aanwezige verpleegkundigen mogen op het einde van de voordrachten de projecten beoordelen door punten toe te kennen. Maar ook een aparte jury brengt zijn waardering uit in punten. Die worden samengeteld en zo krijgen we een eerlijke verkiezing. Welke projecten werden er nu voorgedragen? Christiane Bottin van het CHU in Luik: “Therapeutische educatie bij patient met autosondage. Education thérapeutique du patient aux autosondages.”Annick Larroumets: Hopital Jolimont Nivelles Nijvel “Développement d’une fonction infirmier(e) réferente en urologie. Anne Francoise Meurisse en Clara Martinez: St Luc Brussel: “L’éducation thérapeutique des patients souffrant de pathologies urinaires: finilisation des outils pédagogiques” Clara MartinezAnne Francoise Meurisse et Christiane Bottin. Cel Vandewinkel

Guy Bylois: “Ontslagbox incontinentie in het ziekenhuis. “Guy Bylois Jessa ZH Hasselt

De verdienstelijke winnaar dit jaar was Annick Larroumets van het ZH in Nijvel

48

URoBeL Magazine | 25/1 | maart - april • mars - avril 2012

9640_urobel_2012-025_verpl.indd 48

2/03/12 13:19


Les noUVeLLes de L’association

Door Christoph Delfosse werd haar een cheque van 1000 euro overhandigd die ze kan gebruiken in haar project. En natuurlijk kreeg ze ook de gouden katheter opgespeld.

Uro-oncodagen Door de beroepstitel oncologie zien we de opleidingen oncologie aan de Hogescholen als paddestoelen uit de grond rijzen. De opleidingen hebben een heel divers curriculum maar minder divers is de aandacht die uitgaat naar de urologische oncologische pathologie. Ik vermoed dat dit deels te maken heeft met het feit dat de urologische oncologie niet altijd in contact komt met de medische oncologie of chemotherapie waardoor de link soms onduidelijk is. Toch werden in 2008 (cijfers kankerregister 2008) 8.810 prostaatkankers - 1685 blaaskankers en 946 nierkankers bij mannen vastgesteld. Daarbij horen 3 urologische tumoren tot de 10 meest voorkomende bij de man. Bij de vrouw vinden we geen urologische tumoren in de top 10. Dit was de reden om op 26-27 en 28 maart 2012 drie specifieke uro-onco dagen in te richten ter gelegenheid van de prostaatcursus die nu loopt. We belichten tijdens deze 3 dagen zowel penis- en testiskanker, niercelkanker en blaaskanker, zowel vanuit medische invalshoek, maar zeker ook vanuit verpleegkundige hoek. Een aanrader. Info via de website www.urobel.be.

Continentiecursus In het najaar (november 2012) starten we een nieuwe continentiecursus. Ditmaal hebben we die eerder modulair opgebouwd, vertrekkend vanuit een 4-daagse basismodule, te combineren met dagen rond specifieke problemen of patientengroepen. Zo is er een dag rond faecale incontinentie, de geriatrische zorgvrager,

inco bij kinderen, de neurogene blaas, … De basismodule en specifieke dagen kunnen elk apart gevolgd worden. Wie het getuigschrift “Referentieverpleegkundige continentie” wil behalen moet het volledige pakket volgen: 12 lesdagen met 3 dagen stage. Meer info op www.urobel.be.

Colloquia verblijfsonde Door de vraag vanuit het werkveld plannen we nog een aantal colloquia rond het plaatsen van een verblijfsonde. We geven meer uitleg bij de Belgische Richtlijn plaatsen van een verblijfsonde met mogelijkheid tot discussie. Voor lokaties en data raadpleeg je best de website.

Lidmaatschap Wie lid wil worden van Urobel kan zich aanmelden via de website www.urobel.be. Ook wie enkel op de hoogte wil zijn van onze activiteiten kan via deze weg registreren.

Uw bijdrage in het tijdschrift Het is nog steeds niet verboden om uw ervaringen, uw oplossingen voor de dagdagelijkse problemen, maar ook uw onderzoek, … Via het tijdschrift aan de collega’s bekend te maken. Stuur ons uw kopie.

URoBeL Magazine | 25/1 | maart - april • mars - avril 2012

9640_urobel_2012-025_verpl.indd 49

49 2/03/12 13:19


Qu a

u t. en rg

nd

e d v ient a l e c

.. Besoin soudain et urgent d’uriner; mictions trop fréquentes; perte d’urine involontaire

Demandez conseil à votre médecin! Perdre le contrôle de votre propre vessie peut être très incommodant dans les activités quotidiennes et a un impact négatif sur la qualité de vie. L’HYPERACTIVITÉ VÉSICALE (HAV) est une affection courante. Près de 1 belge sur 8 de plus de 40 ans, aussi bien des hommes que des femmes, souffre d’hyperactivité vésicale1. Néanmoins beaucoup de gens n’osent pas en parler spontanément et

2012/008/FEB12

seulement un petit pourcentage de ces patients cherche une aide médicale.

Davantage d’informations sur :

http://fr.medipedia.be/vessie-hyperactive

1

Irwin DE et al. Eur Urol 2006; 50:1306-15 (EPIC Study)

Aujourd’hui, l’hyperactivité vésicale peut se traiter efficacement! 9640_urobel_2012-025_verpl.indd 50

2/03/12 13:19


Faits diVeRs

Stromae: “Ik plaste in mijn bed tot mijn veertiende” “Ik heb zelf in mijn bed geplast tot mijn veertiende. Erg lang dus, en dat zorgde voor complexen. Met het nummer ‘pipi au lit’ wil ik de schaamte hierover wegnemen bij andere bedplassers.” Dat zegt de Belgische singer-songwriter Paul Van Haver, beter bekend als Stromae, in een interview met het vtm-programma ‘Voor de Show’. “Vandaag moet je muziek maken en tegelijkertijd over het bijbehorende beeld nadenken. Daarom gebruik ik knappe hoeden,

gemaakt door Cristophe Coppens. Hij heeft me ook een strikje geleverd.” “Ik ben bang voor het volgende project”, aldus Stromae. “Het wordt moeilijk om ‘Alors on dance’ te overtreffen. Ik verkies te denken dat zulk succes me nooit nog overkomt, en als het dan toch gebeurt: zoveel te beter.”

Bron: GvA

Stromae - Beeld: vtm

Dierenarts ontdekte kankergezwel bij zichzelf bij echografie op dolfijn in Brugge Brugge - Dolfijn Roxanne van Boudewijn Seapark verloor vorige maand dan wel haar ongeboren tweeling, ze heeft onrechtstreeks wel het leven van haar dierenarts gered. Tijdens een test met de speciale echograaf voor de zwangere dolfijn op zichzelf, ontdekte Piet De Laender per toeval een kwaadaardig gezwel op een van zijn nieren. Omdat hij er snel bij was, kon er meteen een succesvolle behandeling gestart worden. Of hoe een dier het leven van haar dierenarts redde in plaats van omgekeerd. Piet De Laender, bekend van tv-programma’s Vinger aan de poot en Dieren in nesten, is afkomstig uit Maldegem maar week in 1992 uit naar Assebroek. Na een praktijk in de Tulpenstraat en de Astridlaan, werkt en woont hij nu al een tiental jaar in de Prins Karellaan. Bijna even lang is hij verbonden aan het Boudewijn Seapark. Die job heeft nu ook onrechtstreeks zijn leven gered.

t!

Kwaadaardig gezwel “Voor de tweelingzwangerschap van Roxanne, wat heel zeldzaam is en weinig kans op slagen heeft bij deze dieren, wilden we zeker alle kleine details kunnen zien en daarvoor hadden we een beter echotoestel nodig dan waarover ik zelf beschik. Ieder apparaat moet je echter wel testen en leren kennen. En de beste manier om dat uit te proberen is eigenlijk op jezelf, want na een tijdje kan je je eigen lichaam als referentiekader gebruiken. Bij elk nieuw toestel doe ik dat en zo kijk ik toch één à twee keer per jaar naar mijn lever, hart en longen. En nu bekeek ik per toeval eens mijn nieren

en zag ik iets dat niet gezond was. Meteen wist ik: dit is niet goed. Dat beeld heb ik dan meteen doorgestuurd naar mijn huisarts, die me doorverwees naar een radioloog voor een echte scan. Na een CT-scan en een MRI, luidde het verdict: een kwaadaardig gezwelletje op de nier, maar nog niet agressief omdat ik het in een heel vroeg stadium had ontdekt.” Door wat complicaties moest Piet De Laender enkele weken langer dan gepland in het ziekenhuis blijven, maar alles is nu achter de rug.

(ON)

URoBeL Magazine | 25/1 | maart - april • mars - avril 2012

9640_urobel_2012-025_verpl.indd 51

51 2/03/12 13:19


Faits diVeRs

Man sterft nadat ratten zijn penis afbijten in ziekenhuisbed In India is een man overleden nadat zijn penis werd afgebeten door ratten in een ziekenhuis. De man was opgenomen voor een longontsteking maar werd aan zijn lot overgelaten. De 53-jarige Arun Sandhukha werd op 11 december opgenomen in het SSKM

Hospital in Kolkata (Calcutta) voor een longontsteking. Zijn familieleden kwamen hem de volgende dag een bezoekje brengen, maar troffen de man hevig bloedend aan in zijn ziekenhuisbed.

waren op de afdeling waar Sandhukha was opgenomen. Het is niet geweten of de familie van Sandhukha een klacht zal indienen tegen het ziekenhuis. Bron: asianage

‘Arun verging van de pijn en toch was er geen enkele verpleegster in zijn buurt. Zijn penis was gewoonweg afgeknabbeld door ratten’, aldus een familielid van het slachtoffer. Sandhukha stierf een paar dagen later aan zijn verwondingen. Het ziekenhuis gaf later toe dat er inderdaad ratten gesignaleerd

Roemeense geheime dienst schiet met condooms

De Roemeense geheime dienst schiet met condooms, die tot projectielen omgevormd kunnen worden. Dat verklaarde de woordvoerder van de binnenlandse inlichtingendienst SRI, Marius Bercaru, volgens het Roemeense persagentschap Mediafax donderdag. De voorbehoedsmiddelen worden met water, gel of zand gevuld. Daardoor ontstaat een rubberen kogel, waarmee vooral bompaketten kunnen vernietigd worden. Dergelijke projectielen vliegen sneller dan gewone kogels, lichtte de SRI-agent toe. Hij voelde zich verplicht een verklaring af te leggen nadat was bekend geworden dat een SRI-eenheid in Boekarest 50 condooms had aangeschaft … Bron: dpa, belga Auteur: kidr

Ultrageluid legt sperma-aanmaak stil BRUSSEL 31/01 - Een welgemikte dosis ultrageluid op de teelballen doet de zaadproductie stilvallen. Het kan een innovatieve manier van geboortebeperking worden, melden onderzoekers van de universiteit van Carolina die met geld van de Bill & Melinda Gates Stichting de haalbaarheid van het idee bestuderen. Voorlopig hebben ze de techniek alleen op ratten uitgetest. Tweemaal een kwartiertje ultrageluid maakte de dieren

52

onvruchtbaar, melden de onderzoekers in het blad Reproductive Biology and Endocrinology – vooral als het ultrageluid via een warm zoutwaterbadje werd toegediend. Ze gaan nu uitzoeken of het effect omkeerbaar is, en zo ja: of de zaadkwaliteit niet minder is eenmaal de vruchtbaarheid is hersteld. Maar er is nood aan meer onderzoek. Zo moet worden uitgezocht of het herhaaldelijk toepassen van de behandeling wel veilig is.

URoBeL Magazine | 25/1 | maart - april • mars - avril 2012

9640_urobel_2012-025_verpl.indd 52

2/03/12 13:19

CPUCC


SpeediCath® Compact Voor een comfortabele zelfsondage Het SpeediCath Compact gamma: handige en discrete katheters, die mannen en vrouwen meer vertrouwen geven. Vóór 2003, toen Coloplast SpeediCath Compact nog niet geïntroduceerd had, waren katheters moeilijk om te verbergen, onhandig om mee te nemen en niet eenvoudig te bewaren of weg te werpen. Het was tijd om katheters te ontwerpen rekening houdend met de behoeften van de gebruikers. Vandaag vergemakkelijken onze compacte, praktische katheters het leven van kathetergebruikers wereldwijd. Zo blijft er meer tijd over voor wat écht van belang is in het leven. Meer weten? www.nl.speedicathcompactmale.coloplast.be

www.coloplast.be

Coloplast Belgium NV/SA, De Gijzeleer Industrial Park, Guido Gezellestraat 121, B-1654 Beersel - Huizingen Het Coloplast logo is een geregistreerd handelsmerk van Coloplast A/S. © 2012-02. Alle rechten voorbehouden. V.U.: Gitte M. Hesselholt - Coloplast Belgium NV/SA, De Gijzeleer Industrial Park, Guido Gezellestraat 121, B-1654 Beersel - Huizingen

CPUCC_SpeediCath_Compact_Postlaunch_II_Range_HCP_Ad_A4_NL.indd 1 9640_urobel_2012-025_verpl.indd 53

03/02/2012 16:49:51 2/03/12 13:19


Faits diVeRs

Viaguara lijkt te hard op Viagra, oordeelt Hof van Justitie LUXEMBURG 25/01 - Viaguara, een Poolse fabrikant van energiedrank, moet zijn naam veranderen. Het Europees Hof van Justitie oordeelt dat de gelijkenis met de merknaam Viagra, de bekende erectiepil, te groot is. Het Hof zit daarmee op de lijn van het Europese merkenbureau OHIM (Bureau voor harmonisatie binnen de interne markt). Dat weigerde de aanvraag voor de registratie van Viaguara na protest van Pfizer, de Amerikaanse producent van Viagra.

Luxemburg. “Zelfs als de niet-alcoholische dranken in kwestie niet dezelfde voordelen bieden als een medicijn dat erectiestoornissen behandelt, zal de consument denken dat hij gelijkaardige kwaliteiten (in de drank) aantreft, zoals een verhoging van het libido.” Bron: Belga

Als Viaguara onder die naam op de markt gebracht zou worden, kunnen consumenten op het verkeerde been gezet worden, vinden de rechters van het Hof in

54

URoBeL Magazine | 25/1 | maart - april • mars - avril 2012

9640_urobel_2012-025_verpl.indd 54

2/03/12 13:19


9640_urobel_2012-025_verpl.indd 55

2/03/12 13:19


Faits diVeRs

De Wever hoopt op terugkeer voorhuid van Jezus naar Antwerpen Geen grap: Bart De Wever (N-VA) wil de voorhuid van Jezus Christus terug naar Antwerpen halen. Bart De Wever doet die uitspraak vandaag in het weekblad P-Magazine, dat een hele odyssee aflegde om de geschiedenis van Jezus’ velleke te onthullen. De voorhuid van Jezus Christus lag tot de zestiende eeuw in de Antwerpse kathedraal. De relikwie was een stukje Antwerpse trots, tot ze bij de Beeldenstorm spoorloos verdween. Nooit kon iemand het Preputium Dominis lokaliseren, tot P-Magazine nu dus. Journalist Raf Sauviller ontdekte in het stadsarchief een brief van Francisco Diaz,

Foto: Belga

een Antwerpenaar van Spaanse origine. Hij schreef in 1696 vanuit Italië naar de toenmalige burgemeester wat hij had ontdekt: dat de verdwenen voorhuid in het bezit was van de prins van Pitigliano. Diaz wilde per se de voorhuid weer thuis krijgen, maar het is niet duidelijk of hij ooit antwoord kreeg op zijn brief. Sauviller trok zelf naar Pitigliano, een kleine stad in de zuidelijke heuvels van Toscane. Hij maakte er een historicus enorm

opgewonden over zijn ontdekking, maar de relikwie kreeg hij niet te zien. Weer in Antwerpen kon Sauviller ook weinigen warm maken voor een vervolg op Diaz’ brief. Tot hij Bart De Wever belde. “Dit is te mooi, te grappig om er niets mee te doen”, zegt die. “Dat voorwerp terugbrengen naar Antwerpen, zou een historische sensatie zijn. Natuurlijk wil ik daaraan meewerken.” SYMA

‘t kLeinste kaMeRtje

Ac

Indiase man vermoord wegens te lang op de pot In de Indiase grootstad Mumbai is een

26-jarige man vermoord na een ruzie omdat hij te lang gebruik maakte van een publiek toilet, zo heeft de Times of India op gezag van de politie gemeld. Zowel het slachtoffer als de dader zijn bewoners van een huurpand met geza-

Foto: EPA

56

menlijke faciliteiten, wat veel voorkomt in het dichtbevolkte financieel centrum van India.

Ja

Toen Simon Lingeree zaterdag het toilet gebruikte, raakte Santosh Kargutkar ongeduldig in de wachtrij. Toen Lingeree tevoorschijn kwam barstte een hevige ruzie los tussen hen.

W

Woordenwisseling Het begon met een woordenwisseling, maar dan viel Kargutkar zijn opponent aan. Hij deelde een mep uit op een gevoelige plaats aan het hoofd, wat Lingeree van het leven benam. Er zijn geen wapens in het spel geweest.

U

Vl

An

H

Ja An

Ti Jo

De dader vluchtte, maar raakte later toch gearresteerd op beschuldiging van moord.

URoBeL Magazine | 25/1 | maart - april • mars - avril 2012

9640_urobel_2012-025_verpl.indd 56

2/03/12 13:19

TENAC


COMMUNICATIE die de juiste toon zet

Adverteer in de zorgsector

COMMUNICATION bien composée

Vos annonces publicitaires dans le secteur des soins

M O N

h o s p i n d e x . p d f

1

1 2 / 1 2 / 1 1

1 7 : 2 9

C

M

J

C M

JAARBOEK VAN DE ZIEKENHUIZEN IN BELGIË ANNUAIRE DES HÔPITAUX DE BELGIQUE

M J

C J

C M J

N

Jaarboek van de Ouderenvoorzieningen®

Mensuel. Ne paraît pas en janvier, mars, Bureau de dépot juillet et août. Gand N° de reconnaissance X P209170

Cardiologie

cocacola_hosp2012_C4.indd 1 9371_Hospindex_cover2012_DEF*.indd 1

13/12/11 11:30

10/01/12 09:20

Année 23, numéro 8, décembre 2011

Journal scientifiq ue indépend ant destiné aux spécialist des affection s es cardiovas culaires

Annuaire des Maisons de Repos® Hospindex®

2012

Journal de

Vlaanderen & Brussel Wallonie & Bruxelles

EN

2012

Actual Care®

HUIZ BOEK JAAR E ZIEKEN D VAN LGIË IN BE E UAIR X ANN TAU HÔPI UE DES LGIQ DE BE

Éditorial 427 La crise économiq ue a-t-elle eu une la pratique quotidien influence sur 2011? ... Et quelles ne des cardiologues belges en sont les perspectiv Guy Van Camp es pour 2012? articles

behalve in januari, Verschijnt maandelijksX Gent Afgiftekantoor P209170 Erkenningsnummer

433 Traitement chirurgical de l’endocar Noha El Ouafi dite infectieuse 439 La cardiomy opathie méconnué de mort de Tako-Tsubo … une cause subite. Revue clinique Marie Laruelle, Benjamin en 2011! Seront, Olivier Marcovitc h, Astrid De Cuyper, Christian Leistedt, Antoine de Meester 447 La prise en charge des maladies polyartérielles à l’heure actuelle Denis Clement

maart, juli en augustus

Cardiologie Tijdschrift voor

specialist en tijdschrif t voor wetensch appelijk en vaatziekte n Onafhank elijk hartop het gebied van

2012 nummer 1, februari Jaargang 24,

1

cas clin ique 451 L’atteinte rénale au infectieuses: à proposcours des endocardites Besma Ben Dhaou, de six cas Lilia Baili, Sonia Fatma Boussema, Zohra Aydi, Ketari, Ouahida Cherif, Lilia Rokbani

neel Redactio Wat zal 2012 brengen? Olivier Gurné

rapports de cong rès 465 Compte-rendu du 5ème congrès belge rythmologie (BeHRA) de Les arythmies pour : Auriane Ceuleman chaque cardiologue s 473 A Revolutio n in Antithrombotic Therapy Patients with Atrial Fibrillation (BeHRA) for Peter Geelen

a R t i k e l s risico bij type 2-diabetes: Residueel vasculair de ACCORD-studie 5 de implicaties van en combinatieMichel P. Hermans we anti-hypertensiva 13 Hoe kunnen twee of drie antihypertensiva ing de behandel preparaten met totaalconcept bij integreren in een van hypertensie? Atul Pathak

Jaarboek van de ziekenhuizen in België Annuaire des hôpitaux de Belgique

17

agenda des 481 Agenda des congrès

eRslag c o n g R e s v en cardiovasculaire ziekte. Seksuele disfunctie m van de YCC Verslag van het symposiu Veronique Moerman

congrès

42

43

jaargang 2012 - nummer 25 MAGAZINE INTERDISCIPLINAIRE DANS LE DOMAINE DES SOINS UROLOGIQUES • PARAÎT 4X PAR AN

année 2012 - numéro 25

M A G A Z I N E

EDITIE ARTSEN EDITION MEDECINS

EDITIE VERPLEEGKUNDIGEN EDITION INFIRMIER(E)S

INHOUD / CONTENU 3 4 6 - 17 19 20 - 33 34 - 38

46 - 49 51 - 56 56 58

Editoriaal / Éditorial Column Dossier Incontinentie / Incontinence Uit de wetenschap / de la science Nieuws & Innovaties Nouvelles & innovations Voor u gelezen Lu pour vous Nieuws uit de vereniging Les nouvelles de l’association Faits Divers ‘t Kleinste Kamertje / La petite chambre Agenda

DOSSIER

and n de ma Beeld va van cardiale syncope zeldzame oorzaak Een 9216_JDC_DEC2011_C VR.indd 1 Agnès Pasquet gen congResa Congresagenda

afgiftekantoor Gent X UROBEL

Kortrijksesteenweg 220 9830 Sint-Martens-Latem

40 - 44

k casuïstie gembolie 23 Een pseudolon Rabba, Anne Descamps Ali Shita, Imane aders: gezonde kransslag 29 Infarct met g van 3 gevallen naar aanleidin , William Ngatchou, Virginie Guimfacq Renard, Thierry Josse Dimiter Mircev, Marcsuperiorsyndroom na cava 37 Iatrogeen vena een pacemaker inplanting van Fouad Wahid, Noha El Ouafi, Amal Abdelatif Boulahya

UROBEL Magazine®

P508859

MULTIDISCIPLINAIRE UITGAVE VOOR HET UROLOGISCHE ZORGGEBIED • VERSCHIJNT 4X PER JAAR

Incontinentie / Incontinence

da 2/12/11 15:32

Tijdschrift voor Cardiologie® Journal de Cardiologie®

Prof. dr. Frank Van der Aa (p. 6 - 9) Botulinum neurotoxine in de behandeling van neurogeen blaaslijden. La neurotoxine botulique dans le traitement des affections vésicales neurogènes. Marijke Van Kampen (p. 10) Gedragstherapie is even doeltreffend als een medicamenteuze behandeling bij mannen met een overactieve blaas. La thérapie comportementale est aussi efficace qu’un traitement médicamenteux chez les hommes souffrant d’hyperactivité vésicale. Dr Vé ronique Keppenne (p. 12 - 13) Het hyperactieve-blaassyndroom. Le syndrome d’hyperactivité vésicale.

31/01/12 15:34

9648_TVC_FEB2012_C

Prof. Dr. Dirk De Ridder, Dr. Thierry Roumeguè re (p. 14 - 17) Blaascontroleproblemen bij vrouwen, een onderschat probleem ? Les problèmes de contrôle vésical chez les femmes, un problème sous-estimé ?

VR.indd 1

www.tenacs.be Tenacs o.h.p. bvba • Kortrijksesteenweg 220 • 9830 Sint-Martens-Latem Tel.: +32 (0)9 225 82 04 • Fax: +32 (0)9 225 03 76 • info@tenacs.be

9640_urobel_2012-025_verpl.indd 57 TENACS_zorg12.indd 1

2/03/12 13:19 28/02/12 14:52


Met dank aan / MeRci à toUs: Dr. Thierry Roumeguè re , ULB Erasme

Prof. Dr. Dirk De Ridder, UZ Leuven

Dr Vé ronique Keppenne CHU Liè ge , CHR Huy, CNRF Fraiture-enCondroz

Dr Frederiek D’hondt, UZ Gent

Dr N. Lumen, UZ Gent

Marijke Van Kampen, UZ Leuven

Dr P. De Visschere, radiologie, UZ Gent

Prof. Dr. W. Oosterlinck, UZ Gent

Dr Maarten Albersen, UZ Leuven

Prof dr Fr Van der Aa, UZ Leuven

 Maart - Mars 2012 Bijscholing Kinderurotherapie UMC Utrecht - vrijdag 16 maart 2012 Uro-oncologie dagen (organisatie van Urobel) Jette - maandag 26 tot en met woensdag 28 maart 2012 2de Post-EAUN meeting Eede Nl - vrijdag 30 maart 2012

 September - Septembre 2012 8th Congress of the EUGMS Brussel / Bruxelles woensdag 26 tot en met vrijdag 28 september 2012 du mercredi 26 au vendredi 28 septembre 2012

Redactiesecretariaat en administratie / Secré tariat de ré daction et administration Ronny Pieters Urobel vzw - U.Z. Gent De Pintelaan 185 • 9000 Gent • België T +32 9 240 27 65 • F +32 9 240 38 89 Website : www.urobel.be E-mail : voorzitter.urobel@telenet.be Advertentie-exploitatie / Exploitation publicitaire Tenacs o.h.p. publishing & communication bvba Roger Casteleyn Kortrijksesteenweg 220 9830 Sint-Martens-Latem • België T +32 9 225 82 04, F +32 9 225 03 76 E-mail : info@tenacs.be BTW BE 0417.377.340 RPR Gent

Avondcolloquia Belgische richtlijn verblijfsonde Assebroek - Brugge Geel Aalst Antwerpen Melsbroek

Alle rechten voorbehouden. Tous droits réservés. Noch de redactie noch de uitgever kunnen aansprakelijk gesteld worden voor de inhoud van de artikelen en advertenties. Deze vallen steeds onder de verantwoordelijkheid van de auteurs, respectievelijk adverterende firma’s. La rédaction et l’éditeur déclinent toute responsabilité vis-à-vis le contenu des articles ou les annonces publicitaires. Toute responsabilité reste chez les auteurs, respectivement les firmes qui font de la publicité.

Lijst Van de adVeRteeRdeRs / Liste des annonceURs

58

G n a

Verantwoordelijke uitgever / Editeur responsable Ronny Pieters

 Oktober - Octobre 2012 ICS Bejing maandag 15 tot en met vrijdag 19 oktober 2012 lundi 15 au vendredi 19 octobre 2012

COVER 2 P. 5 P. 18 P. 19 P. 24 P. 26 P. 26 P. 28 P. 31 P. 32 P. 36 P. 37

UZ Gent Jan-Palfijn Merksem MS-centrum Melsbroek UZ-ghb Leuven UZA Edegem

Auteurs 2011 : G. Bogaert, P. Eelen, K. Everaert, J. Hendrickx, P. Hoebeke, Luitzen-Albert Groen, N. Lumen, A.F. Meurisse. W. Oosterlinck, R. Pieters, M. Rossi, Th. Roumeguère, K. Van Cauwenberghe, B. Van Cleynenbreugel, N. Van Den Noortgate, S. Van Der Does, C. Vandewinkel, E. Van Laecke, J.J. Wyndaele Auteurs 2012 : R. Pieters, W. Oosterlinck, F. Van der Aa, M. Van Kampen, V. Keppenne, P. Eelen, D. De Ridder, T. Roumeguère, Tempo Medical, F. D’hondt, N. Lumen, M. Albersen, V. Gentile, D. Grantata, B. Tombal, S. Joniau

 Juni - Juin 2012 Global congress on prostate cancer Brussel with nursing congress on 30/06/2012 donderdag 28 tot en met zaterdag 30 juni 2012 du jeudi 28 au samedi 30 juin 2012

ASTRA TECH BENELUx IPSEN MERCK CONSUMER HEALTHCARE LABORIE MEDICAL TECH J & J ETHICON SPRINGFIELD BELGIUM ECOMED SIGMA-TAU PHARMA BELGIUM BESINS ZAMBON OLyMPUS TEVA

De redactie / Le ré daction Ronny Pieters Cel Vandewinkel Piet Eelen Jan Hendrickx Ingrid Van Neyghen Paul Debeuckeleer

Redactieraad / Comité de ré daction Prof. Dr. R. Andrianne Dr. J. Deganck Prof. Dr. K. Everaert Dr. P. Dekuypere Prof. Dr. S. Keuppens Dr. K. D’Hauwers Prof. Dr. W. Oosterlinck Dr. G. Hendrickx Prof. Dr. H. Van Poppel Dr. L. Hoekx Prof. Dr. A. Verbaeys Dr. W. Kerckhaert Prof. Dr. J.J. Wyndaele Dr. J. Mattelaer Dr. T. Adams Dr. D. Ost Dr. J. Ampe Dr. B. Sinilon Dr. I. Billiet Dr. H. Van Der Eecken Dr. A. De Brouwer Dr. G. De Meerleer Dr. P. De Jonge Dr. F. Deroo Dr. F. Debroeck Hilde Heyman Dr. B. Verheyden

agenda

dinsdag 8 mei 2012 woensdag 30 mei 2012 donderdag 31 mei 2012 maandag 4 juni 2012 dinsdag 5 juni 2012

C n z

HOSPITHERA PFIZER FARMAFyT COOK BELGIUM TELEFLEx MEDICAL ASTELLAS PHARMA COLOPLAST BESINS TENACS HOLISTER LILLy BENELUx

P. 38 P. 39 P. 41 P. 41 P. 45 P. 50 P. 53 P. 55 P. 57 COVER 3 COVER 4

UROBEL Magazine verschijnt vier maal per jaar in twee versies, een versie voor het urologische artsenkorps en een versie voor de urologisch verpleegkundigen. UROBEL magazine wordt bedeeld per post. UROBEL Magazine paraît quatre fois par an en deux versions, une version pour les urologues et autres médecins actif dans le domaine de l’urologie et une version pour les infirmi(è)er(e)s dans le domaine des soins urologiques. UROBEL Magazine est distribué par la poste. Oplage / Tirage : 2550 ex. (1400 arts - 1120 verpl) © 2012, uitgever : Tenacs ohp bvba

URoBeL Magazine | 25/1 | maart - april • mars - avril 2012

9640_urobel_2012-025_verpl.indd 58

2/03/12 13:19

Poches s hollister


Compleet gamma niet-steriele en steriele zakjes met afnamepunt. Gamme complète de poches non-stériles et stériles avec site de prélèvement.

 Preventie van externe besmetting Prévention des contaminations extérieures  Hygiënische afname Prélèvement de façon hygiénique  Eenvoudig aan te koppelen Connection facile

Gladde tube Tubulure lisse

Openingen voor beenriempjes Oeillets de fixation pour lanières Antireflux klep Valve anti-reflux

Afnamepunt (steriel zakje) Site de prélèvement (poche stérile)

Beenzakje (500ml-800ml) Poche de jambe (500ml-800ml)

180° kraantje Robinet 180°

Eveneens beschikbaar: steriele en niet-steriele zak 2L Egalement disponible: poche de 2L stérile et non-stérile

Chaussée des Collines 52 - 1300 Wavre -  010 23 04 77 -  010 23 04 88 -  belgium.orders@hollister.com -  www.hollister.be

Poches stériles - février 2012.indd 1 hollister_urobel23012-025.indd 1 59 9640_urobel_2012-025_verpl.indd

10/02/2012 15:47:20 28/02/12 2/03/12 10:08 13:19


9640_urobel_2012-025_verpl.indd 60 lilly_corporte.indd 1

2/03/12 13:19 13-02-2007 17:18:20

Urobel_2012_1  

urobel magazine

Advertisement