Page 1

n a v d i e h c s Af

DSM Agro IJmuiden

1 9 2 8

-

2 0 1 0


INHOUD Deel 1

1 2

Afscheid van DSM Agro IJmuiden is een uitgave van DSM Agro IJmuiden en bestemd voor medewerkers, oudmedewerkers en familie van (oud-) medewerkers.

Redactie: Jan Henneman, Rosita DʼAmbrosio, Jan Krouwels, Friederike Kleijn (Taalbox communicatie) Eindredactie: Taalbox communicatie, Doesburg Vormgeving: Studio-UP, Ravenstein

Fotografie: Friederike Kleijn en Studio Fix

Reageren? DSM Agro IJmuiden Postbus 463 1970 AL IJmuiden

3 4 5 6

Deel 2

Voorwoord

Terugblikken op een bewogen tijd

Op eigen kracht verder I In bemiddeling Over het bemiddelingstraject De blijvers

Geschiedenis DSM Agro IJmuiden Afscheidswoord

Foto-impressie

Deel 3

Deel 4

Deel 5

Jan Henneman

Oudgedienden halen herinneringen op Sjaak van Haaster en Fred Willems over hun toekomst Ellen Braun: ‘DSM-medewerkers zijn gewild’ Interviews met Marten Peterson en Jaap Bootsman Tachtig jaar kunstmestproductie in IJmuiden voorbij Interview met Renso Zwiers en Gert Jan de Geus ROM-dag 2009 DSM Agro IJmuiden


Deel 6

3 4

10 13 15 20 23 26

Deel 7

De eindstreep

Voorwoord

I op de korrel

Het valt zwaar om de laatste “op de korrel” te schrijven. Het stemt ook melancholisch om een hele reeks laatste activiteiten te plegen. De laatste OR-, MT-, 5P-vergadering. De laatste dag van een draaiende fabriek enz.

Aan de andere kant kunnen wij met trots terugkijken op een, hoe vreemd het ook klinkt, geslaagde periode sinds de aankondiging van de sluiting. Een periode zonder ongevallen met verzuim, met slechts enkele andere, lichtere ongevallen en zeer weinig milieu-incidenten. Een periode ook waarin een record jaarproductie werd gerealiseerd van 604.000 ton korrels in 2008. Waarin maandrecord na maandrecord werd gebroken met als laatste die van afgelopen oktober (ook meteen de laatste volle productiemaand). Een jaar 2009 waarin een extreem hoge productie van 565.000 ton werd gerealiseerd tot de sluiting. Een periode waarin er geen enkele overschrijding van enig budget optrad en waarin ook de variabele kosten binnen budget bleven.

Dit is met name te danken aan het feit dat ondanks de perikelen rond het Sociaal Plan, de teleurstelling en het onbegrip over de sluiting, de persoonlijke zorgen over de toekomst en de slechte arbeidsmarkt, de sfeer in het bedrijf goed is gebleven en het heel duidelijk is geworden dat iedereen de klus op een goede en waardige manier wilde afronden. En dat is meer dan gelukt. Dit blijkt naast de bovengenoemde zaken, ook uit de wijze waarop het bedrijf is afgeregeld en schoongemaakt. Ondanks de tijdsklem waarin wij zijn geplaatst door de stop van de AFAʼs in Limburg waardoor het bedrijf tot het allerlaatste moment maximaal moest produceren, is ook het afregelen en schoonmaken uiterst beheerst, ordelijk en ook nog op tijd verlopen.

Ik heb niet het gevoel te overdrijven als ik hier mijn diepe bewondering en dank voor uitspreek. Als laatste wens ik iedereen veel voorspoed toe in de periode na de sluiting.

Jan Henneman


1

Terugblikken op een bewogen tijd Herinneringen aan DAIJ

De reünies voor oud-medewerkers, ROM-dagen geheten, zijn altijd de gelegenheden bij uitstek geweest om te mijmeren over de goede oude tijd. Dat de meesten hun – vaak lange - loopbaan bij DAIJ inderdaad als een goede tijd hebben ervaren, blijkt als we een aantal mensen vragen naar hun belangrijkste herinneringen. Antonio Cardia kwam in 1957 als gastarbeider vanuit Italië naar Nederland, waar hij in de kolenmijnen in Geleen terecht kwam. Twee jaar daarna verruilde hij de mijnen voor de staalfabriek van Corus. Toen hij te kennen gaf in de dagdienst te willen gaan werken, stuurde het staalbedrijf hem naar DSM Agro, dat destijds nog Mekog heette. Hij kwam terecht in het onderhoud, eerst als schilder, later als pijpwerker en pijpmonteur. Zwaar werk was het. Daar stond een hoop gezelligheid en solidariteit tegenover. “We hielden van een lolletje, hadden veel plezier met elkaar, ook al kwam het werk altijd voorop, laat ik duidelijk zijn. Bijzonder van DAIJ is dat we elkaar door en door kenden, omdat we er allemaal tientallen jaren bleven. Met Nico Zoontjes (op de foto links) heb ik ruim twintig jaar samengewerkt.” In 1994 ging Antonio met pensioen. Zijn herinneringen zijn positief, hij heeft DAIJ als werkgever gewaardeerd. “De arbeidsvoorwaarden waren goed. We zaten in het Hoogoven Pensioenfonds, hadden prima salarissen en konden onszelf door het volgen van cursussen opwerken. Ik heb het goed gehad.”

4

Tiny Bader begon in 1981 als ambtelijk secretaresse van de Sectorraad van Overleg van Mekog en was secretaresse van de Raden van Overleg. Jarenlang vervulde ze die functies op parttime basis. Na de reorganisatie in 1993 ging ze naar Personeelszaken en werd assistente van

de chef PZ. Daar deed ze het werk als ambtelijk secretaresse er bij, tot november 2003. Een jaar vakantie volgde, om alle overwerkuren op te maken. Aansluitend ging ze met prepensioen. De heftigste herinnering bewaart Tiny aan de sluiting van de Ammoniakfabriek, in 1993. “Die ging gepaard met het vertrek van tweederde van ons personeel. Een erg nare periode. We zijn zelfs nog met een bus naar Geleen gegaan om te strijden voor het behoud van ons werk in IJmuiden.” Het was vergeefs. Dat er een goed sociaal plan lag, was volgens haar een flinke pleister op de wond. Toch overheersen fijne herinneringen aan DAIJ. “Ik heb hier met zoveel plezier gewerkt. Als er iets was, dan deed je je mond open. En daarna was het over. Echt op zijn IJmuidens.” Toen ze van de sluiting van de fabriek hoorde, was ze niet verrast. “Maar ik had te doen met de mensen die er nog werkten, ook al ligt er een goed sociaal plan, net als destijds.”

Jacques van Zuijlen (72) werkte van 1953 tot 1994 bij DAIJ, in allerlei functies, waarvan veel op kantoor, bijvoorbeeld op de commerciële en de accountantsafdeling. Om de paar jaar mocht hij graag weer eens wat anders doen. “Ik ben nu eenmaal nieuwsgierig, of zo je wilt onrustig.” Met veel plezier heeft hij gewerkt op de loonadministratie. “Je kunt je het niet meer voorstellen, maar ik ging voor de salarissen naar Hoogovens. Dan keerde ik terug met een houten bak gevuld met loonzakjes, op alfabet


gerangschikt. Met tonnen liep ik over straat. Gewoon, alleen. Zoiets is nu onvoorstelbaar.” Zijn allerleukste functie was die van ondernemingsraadslid. “Daar heb ik zo ontzaglijk veel van geleerd. En ik vond het prachtig. Werd ik gebeld door de directie, pakte ik snel mijn stropdas, en voerde dan overleg op hoog niveau.”

Bij de reorganisatie in 1993 - hij was toen nog maar 56 - werd hem gevraagd vrijwillig te vertrekken. Dat deed hij, en hoewel hij er niet op voorbereid was, was zijn vrije tijd direct gevuld. Hij was altijd al actief als vrijwilliger, bij de politie, als jeugdleider en als volleybalscheidsrechter. En hij heeft het sindsdien alleen nog maar drukker gekregen. Bijvoorbeeld met zijn volkstuin, met zijn bestuurslidmaatschappen van de ANBO en de huurdersvereniging. En dan ziet hij ook nog kans eens per maand te koken voor 50 alleenstaanden.

Bertus Kortekaas (62) voer eerst zes jaar en ging vervolgens naar Hoogovens, waar hij werk vond bij het verwerkingsbedrijf Rooswijk, eerst als kraanhulp, later als ploegleider. Toen de fabriek ging reorganiseren, kwam hij als 34-jarige bij de Mekog terecht, in de functie van jongste hulp. Hij haalde de diplomaʼs VAPRO A en B en klom op van ploegassistent A naar B, toen C. Hij maakte weer een reorganisatie mee, daarna nog een en nog een en nog een. Wennen deed dat niet. “Je zat altijd in spanning: mag ik blijven of niet? Heb ik mijn werk goed gedaan of niet?” De laatste jaren was hij veel te vinden in de buitenhaven, waar hij ammoniakschepen loste, tot 8000 ton. De sluiting komt bepaald niet onverwacht. “Toen ik hier begon zei iemand tegen mij: over een jaar of zes is de tent hier opgedoekt.” Het zou nog 23 jaar duren. In januari 2008 begon hij met het opnemen van zijn vele vrije dagen. Die vakantie zou duren tot mei 2009.Toen volgde zijn pensionering.

V.l.n.r.: Antonio Cardia, Nico Zoontjes, Tiny Bader en Bertus Kortekaas.

5


6


Jan de Haas is nu 69 en sinds zeven jaar met pensioen. Hij was de laatste jaren Hoofdprocesregelaar in de Ammoniak- en Salpeterzuurfabriek en hield zich onder meer bezig met het opleiden van jonge mensen. Als Limburger heeft Jan uitstekend kunnen aarden in het IJmuidense. Hij is er positief over. “Een Limburger is rustiger, ook wat gezapiger. In IJmuiden is men gewend om te zeggen waar het op staat. Er is hier altijd erg professioneel gewerkt.” Net als vele anderen geeft hij aan met plezier bij DAIJ te hebben gewerkt. Dat ontaardde weleens in een nogal uitgelaten sfeer. “Dan gingen we elkaar met de brandslang achterna, tot in de meetkamer toe.” Alleen de ochtenddiensten konden hem gestolen worden. “Zes uur beginnen, iets na vijven opstaan. Dat is veel te vroeg voor mij.” Naarmate er minder mensen werkten bij DAIJ, werd de sfeer zakelijker. Net als zijn collegaʼs heeft hij flink wat reorganisaties meegemaakt, “maar ik ben er gelukkig altijd tussendoor geroeid”. In het begin van zijn pensioen had hij het moeilijk. “In je werk heb je een doel. Nu moest je niks en mocht je alles.” Op 1 december 2009 is Jan de Haas op 69-jarige leeftijd overleden.

Rondleiding oud-medewerkers tijdens de laatste reünie (oktober 2009).

7


8


Deze fotoʼs kunt u (alleen per mail) opvragen bij: jeanette.koks@corusgroup.com

ROM-dag 2009: Laatste ronde!

IJmuiden, 29 oktober. “Het zijn bewogen jaren geworden sinds de vorige ROM-dag”, begint Jan Henneman zijn toespraak voor een volle zaal oudmedewerkers. “Ten eerste omdat er in zoʼn periode van enkele jaren altijd weer oud-collegaʼs zijn overleden, mensen die velen van ons dierbaar waren. Maar ook vanwege de bekendmaking van de sluiting van de fabriek op 3 maart 2008.” Volgens Jan was dat “een klap voor alle actieve, maar ook voor alle oud-medewerkers.” Jan beschrijft daarna het onwerkelijke gevoel dat veel aanwezigen hebben als volgt: “Om de deur achter je dicht te trekken en te zeggen: dit is de laatste keer, voelt gek. Nog gekker is het om je te realiseren dat over een half jaar niet alleen die deur, maar het

gebouw eromheen er niet meer is. En dat het Daij by day nieuws niet meer regelmatig op de deurmat ploft. Ook deze laatste ROM-dag voelt om die reden wat vreemd.” Zijn woorden worden bevestigd door de oud-medewerkers, voor wie deze bijeenkomst en rondleiding door de fabriek gedenkwaardig zijn. Toch is het weerzien als vanouds. En de gezelligheid er niet minder om. Iedereen geniet er volop van om alle oude gezichten weer te zien, persoonlijk nieuws uit te wisselen, en vooral de vele goede herinneringen op te halen. Want als er iets is dat de DAIJ-gemeenschap altijd heeft gekenmerkt, is dat de sterke onderlinge band en de warme collegialiteit. De fotoʼs op pagina 26 en 27 zijn er duidelijke getuigen van.

9


2

Op eigen kracht verder

ʻDe toekomst ligt voor mij in domoticaʼ

Sjaak van Haaster, 53, is nog maar kort in dienst van DAIJ, namelijk sinds maart 2008. Hij kwam binnen met een stevige bagage aan elektrotechnische kennis en expertise, opgedaan bij Corus. Die jarenlange ervaring had hij intussen aangevuld met een HBO-opleiding elektrotechniek, iets dat bij DAIJ wel werd gewaardeerd.

Hij werd aangenomen als Projectleider. “Er waren op het moment dat ik solliciteerde bij DAIJ weliswaar geluiden dat de fabriek binnen afzienbare tijd zou kunnen sluiten, maar dat had voor het zelfde geld nog wat jaren kunnen duren. Op mijn eerste werkdag kregen we het nieuws van de sluiting te horen. Ik dacht: dat heb ik weer. Toch heb ik het introductieprogramma zoals dat was gepland doorlopen en de mensen, de fabrieken en de processen goed leren kennen. Een erg leerzame tijd. Storingsanalyses, kleine projecten, opknapwerk, verbeteringen aan installaties: dat zijn zo de zaken waar ik me mee bezig heb gehouden. En met plezier. Het was een leuke periode.”

10

Gedurfde stap Pas in het laatste halfjaar nam het werk af. Voor Sjaak het moment om zich met zijn toekomst bezig te gaan houden. Erg lang hoefde hij trouwens daar niet over na te denken. Hij besloot een gedurfde stap te zetten en koos voor het zelfstandig ondernemerschap. “Ik heb mij de afgelopen maanden door middel van cursussen bekwaamd in domotica, dat is een samentrekking van domus (huis) en tica, een woord dat verwijst naar informatica, telematica en robotica. Zeg maar huisautomatisering. Op dat vlak groeit het aantal mogelijkheden: je kunt verlichting automatisch in- of uitschakelen, gordijnen dicht doen of open maken, allerhande apparatuur zoals alarm

in- of uitschakelen, het binnenklimaat regelen, al dan niet met behulp van een afstandsbediening of mobieltje. Voor domotica is een mooie toekomst weggelegd.” Hij kwam op het idee door een folder van Holec, bezocht een modelwoning en legde contacten met leveranciers als Holec en de groothandel voor elektrotechnische apparatuur. Hij volgde cursussen, bezocht vakbeurzen, werd gecertificeerd en is inmiddels ook lid van Uneto, de ondernemersorganisatie voor de installatiebranche en technische detailhandel. Inmiddels heeft hij thuis een testkamer ingericht en zijn woning als demowoning geïnstalleerd om alle toepassingen te kunnen demonstreren. Zijn vrouw staat helemaal achter hem. Zijn werkgebied wordt de regio Kennemerland. Let op: HouseOmatic gaat het maken!


Sjaak van Haaster: ‘Op mijn eerste werkdag kregen we het nieuws van de sluiting te horen.’

11


In bemiddeling

ʻLiever één vogel in de hand, dan tien in de luchtʼ

Fred Willems (53, procesregelaar) is één van de vijftig medewerkers die gebruik maken van de mogelijkheid voor bemiddeling. Daarbij helpt de afdeling Human Resources bij het vinden van een nieuwe werkplek.

12

Wat verwacht hij en waarop hoopt hij? Profiel van een DAIJ-medewerker die het afgelopen jaar zijn 25-jarig jubileum heeft gevierd. “Het voelt voor mij alsof ik opnieuw moet beginnen. 25 jaar geleden kwam ik bij DAIJ, nadat ik bij Corus en daarvoor in kwekerijen had gewerkt. Het is mij hier altijd goed bevallen, want ik werk graag in een team en zou het liefst een zelfde soort baan vinden als ik nu heb. Ik heb gesolliciteerd bij een papierfabriek in de omgeving. Daarvoor heb ik een gesprek gevoerd met Ellen Braun van Human Resources, die me begeleidt en heeft uitgelegd wat ik in een sollicitatiegesprek kon verwachten. Maar andere mogelijkheden houd ik ook open. Ik bezit een groot rijbewijs, maar niet voor een aanhangwagen, rijbewijs E. Dat wordt meestal wel geëist. Dus ik heb gevraagd of ik dat rijbewijs kon gaan halen. Een baan in de beveiliging zou ook een mogelijkheid kunnen zijn. Ik ben nu doorverwezen naar een bureau dat begeleiding biedt bij het zoeken naar een baan en opleidingen kan regelen. Intussen is mijn theorie en vakkennis getest voor VAPRO-A, want ik kom in aanmerking voor dat certificaat. Dat krijg ik binnenkort toegestuurd. Het zou me als procesregelaar aantrekkelijk kunnen maken voor werkgevers. Maar ik heb nog niets concreets. Met een vrouw en twee schoolgaande kinderen heb ik natuurlijk liever één vogel in de hand, in plaats van tien in de lucht. Ik heb het hier altijd naar mijn zin gehad. Je kreeg de kans om je omhoog te werken door het volgen van opleidingen. Iedereen ging leuk met elkaar om. Je moet je opladen voor een nieuwe werkplek, dat is niet niks.”

Fred Willems: ‘Ik kreeg hier de kans om me omhoog te werken.’


3

DSM-medewerkers zijn gewild

Onlangs is Human Resources Manager Ellen Braun aangesteld om DAIJ-medewerkers te helpen een nieuwe werkplek te vinden, binnen Corus of daarbuiten. Maatwerk, dat is haar doel.

Per 1 januari treedt het Sociaal Plan in werking. Dit betekent dat er een groep medewerkers gebruik zal maken van de aangeboden bemiddeling, terwijl een andere groep bijvoorbeeld gebruik zal maken van de HEKregeling (Herplaatsing Eigen Kracht) en vrijwillig zal vertrekken. Tot 1 februari hebben de medewerkers nog de tijd om tussen beide mogelijkheden een keus te maken. Daarna –maar ook nu al- kunnen medewerkers een beroep op Ellen doen voor advies en begeleiding bij tal van praktische zaken die bij de bemiddeling of herplaatsing komen kijken. Ellen heeft vorig jaar een lange periode bij Corus gewerkt. Sinds september is ze aan de slag bij DSM Agro en wordt de uitvoering van het mobiliteitstraject haar grootste taak. Daarnaast zal ze de resterende taken overnemen van de afdeling Human Resources, die na 1 januari ophoudt te bestaan. Ellen is al vele jaren werkzaam als personeelsmanager, en heeft zich als zelfstandige toegelegd op coaching en loopbaanbegeleiding.

Mogelijkheden Het jaar 2010 staat in het teken van actieve bemiddeling. Daarbij kunnen medewerkers kiezen uit drie mogelijkheden: interne bemiddeling (Corusbanen dus), externe bemiddeling of de keuze voor een specifieke regeling voor mensen die langer dan 30 jaar in dienst zijn. Gedurende de maand december zal Ellen de medewerkers verder informeren over de bemiddelingsmogelijkheden en met hen toekomstige activiteiten doornemen. In januari zal dan de bemiddeling van start gaan.

Ellen Braun

Maatwerk De bemiddeling is sterk op de persoon toegesneden. Ellen heeft daarvoor inmiddels samen met Rosita DʼAmbrosio een informatiecentrum ingericht in het meethuis. Daar staan computers, er hangen actuele vacatures aan de wand. Daar kan dan bijvoorbeeld een sollicitatiebrief worden geschreven of met internet gewerkt worden. Ellen zal daar dagelijks zijn voor persoonlijk advies, overleg of praktische hulp. “Mijn doel is om maatwerk te leveren. Dat kan hulp zijn bij het schrijven van een brief, het leren formuleren van je eigen sterke punten, het voorbereiden of oefenen van een sollicitatiegesprek, hulp bij het onderhandelen over arbeidsvoorwaarden, maar ook zelf actief achter een proefplaatsing of vacatures aan.”

Enthousiasme Ellen is druk bezig om contacten te leggen met externe werkgevers, omdat Corus naar verwachting minder banen dan verwacht in de aanbieding zal hebben. Ze is hoopvol dat iedereen op een goede werkplek terecht komt. “DSM-medewerkers zijn gewild vanwege hun ervaring, veelzijdigheid en collegialiteit. Het is voor velen wel jaren terug dat zij gesolliciteerd hebben en over die drempel moeten medewerkers heen. Enthousiasme en een positieve instelling maken dat je je eigen kansen op een baan zeker vergroot.” Daarbij probeert Ellen bovendien die drempel voor werkgevers laag te houden door bijvoorbeeld een proefplaatsing voor te stellen of een tegemoetkoming in opleidingskosten aan te bieden. Iemand ergens tegen zijn zin plaatsen omdat de functie ʻgepastʼ zou zijn, gaat volgens haar niet gebeuren. “Dat is niet in het belang van de medewerker, maar het is evenmin in het belang van de werkgever.” Wat de bemiddeling moet opleveren, daarover is Ellen kort en duidelijk: “Ik wil graag dat iedereen straks, in 2010, tevreden hier weggaat en vol vertrouwen de toekomst tegemoet kan zien.” 13


Bezoek van oud-directeuren

Op 1 oktober 2009 is DAIJ vereerd met het bezoek van maar liefst vier oud-directeuren, te weten van links naar rechts de heren Van Monsjou, Van Kleef, Van Ling en Dekker.

Natuurlijk had dit te maken met de naderende sluiting, waardoor de heren nog ĂŠĂŠn keer de sfeer van het bedrijf wilden opsnuiven en ter plaatse een (groot) aantal herinneringen wilden ophalen.

Tijdens een rondgang door het bedrijf bleek dat de heren nog goed wisten hoe een en ander in elkaar stak en werden nog de nodige lastige vragen gesteld.

Ook een bezoek aan de meetkamer van de Ammoniakfabriek maakte de nodige herinneringen los die werden opgehaald rond de maquette van de fabriek. In de meetkamer waren er verscheidene bedieningsmensen die zich enkele directeuren nog goed konden herinneren waardoor al snel de discussie losbarstte of die ene goal van die ene directeur op dat voetbaltoernooi nu wel of niet terecht was.

Kortom, een bezoek dat zowel door de zittende als zeer waarschijnlijk ook de oud-medewerkers erg op prijs is gesteld.

14


4

De blijvers

I

‘Een prestatie dat we het zo lang hebben volgehouden’

Marten Peterson kwam in 1977 op 29-jarige leeftijd werken bij DAIJ. Daarvoor was hij scheepswerktuigkundige bij de koopvaardij. Hij begon bij DAIJ als opzichter bij de KAS- en de Salpeterzuurfabriek, waar de ammoniak werd verwerkt. Groeide vervolgens door naar de functie van wachtchef in de Salpeterzuurfabrieken.

In 2000 kwam hij in de dagdienst terecht en werd Hubèr Claasen locatiemanager. Voor Marten brak een mooie tijd aan, waar hij nog altijd fijne herinneringen aan bewaart. “Claasen heeft van de hiërarchische organisatie een platte organisatie gemaakt. De organisatievorm was geen traditionele hark, maar een ʻballogramʼ, zo noemden we het. We kregen een centrale leiding en daaromheen satellieten voor het onderhoud, de productie, de regelgroep, en de expeditie. Allemaal zelfsturende teams. Ik vond het een prachtig systeem, werd teamleider, en voelde me daar goed bij. Er was veel actie.”

Marten Peterson: ‘Het systeem van zelfsturende teams vond ik prachtig.’

Zooitje Hoewel de nieuwe organisatievorm een succes werd, hield die niet lang stand. Na drie jaar vertrok Claasen. Hij kon de ingezette verandering niet afmaken. Bovendien functioneerde niet iedereen even lekker in die zelfsturende satellieten. “Sommigen vonden het een zooitje”, aldus Marten. “Maar ja, er is altijd een kleine categorie mensen die beter functioneert onder een strakke leiding.” De organisatie ging weer terug naar een hiërarchische opzet, en de teamleider werd weer teamleider op de wacht. Marten werd ʻplant pilotʼ, een prachtige functienaam, ontleend aan de functie van loods - pilot in het Engels - de man die de schepen in de haven begeleidt. “Met mijn koopvaardijachtergrond en mijn kennis van de fabrieken en installaties paste die naam me wel.”

15


Sloop Samen met locatiemanager Jan Henneman en collega plant pilot Jaap Bootsman, heeft Marten nu nog de dagelijkse leiding over de productieinstallaties. De afgelopen tijd is hij bezig geweest om een protocol te schrijven voor de schone oplevering en sloopgereed maken van SZF5. Vervolgens komt een fase om alle productie-installaties sloopgereed te maken. Dat betekent dat de leidingen zullen worden schoongemaakt en gespoeld. En ook ontdaan van gevaarlijke stoffen. Een flinke klus, waar hij tot juli 2010 mee bezig zal zijn. Daarna volgt de fase van sloop.

Opstart Marten maakt verder deel uit van het relocatieteam SZF6. Begin december is die fabriek overgedragen aan het projectteam, dit in verband met de aanstaande verhuizing van de fabriek naar Geleen. Zodra SZF6 in Geleen is opgebouwd, zal hij betrokken zijn bij de opstart van de fabriek. Martenʼs contract loopt tot januari 2011, daarna blijft hij in dienst totdat hij 63,5 jaar is. Dan zit zijn werkzame leven erop en gaat hij met prepensioen. Iets waar hij nog niet echt naar uit kijkt. “Ik werk volle dagen, dat kan niet anders in deze functie, ik heb het gewoon druk. Mijn vrouw vraagt me wel eens of het niet beter zou zijn als ik wat ging minderen, ook omdat ik vijf jaar geleden ernstig ziek ben geweest. Maar na drie maanden was ik weer helemaal hersteld.”

16

Afscheid Met het naderende afscheid kan hij niet zo zitten. “Alles is eindig. En bovendien hebben we de sluiting sinds de jaren negentig zien aankomen. De fabriek was immers niet meer rendabel. Investeringen werden niet meer gedaan. Ook de eigen ammoniakproductie werd gestopt. Ik vind het een prestatie dat we het nog zo lang volgehouden hebben.”

ʻIk zit nog in de roes van het werkʼ

Jaap Bootsman begon bij DSM Agro in november 1971, als derde procesregelaar in de vierploegendienst. Hij doorliep diverse “kleuren”, maakte promotie, en werd in 1982 Hoofdprocesregelaar voor de kasfabriek (ANF). Daarna leerde hij de zuurfabrieken erbij, in avondstudie. In 1990 werd hij reservewachtchef blauwe wacht. In 1999 werd hij teamleider, in de vijfploegendienst in de groene wacht. “Dat hield in dat je een dagdienstrooster liep. Sinds 2004 ben ik plant pilot kasfabriek ANF.”

Volgens Jaap waren er in het begin, jaren zeventig en tachtig, veel meer mensen in de wachtdienst. “Dat zorgde voor een grotere onderlinge betrokkenheid. Toen de wachten kleiner werden, is die saamhorigheid weer anders geworden, meer werkgerelateerd, De contacten over het werk werden intenser, zakelijker. Ernstige zaken zijn er nooit voorgevallen. Met humor werden problemen altijd rechtgetrokken. De sfeer was goed. Je kon van elkaar op aan.”

Een belangrijk moment Een belangrijk moment was de sluiting van de Ammoniakfabriek in 1993, toen de kunstmestmarkt op een dieptepunt was. “Dat heeft geresulteerd in nog minder mensen, in snijden in de kosten, daarna met een kleinere bezetting doorgaan en het inhuren van mensen voor dingen die we voorheen zelf deden. Zo zijn we doorgegaan tot op de dag van vandaag. Ik heb verschillende managementstijlen meegemaakt. Tot en met halverwege de jaren negentig was het zo dat je moeilijk om de wachtchef heen kon. Dat hoorde bij een directieve managementstijl. Later werd die meer coachend, daar werd je in getraind, dan ging je mensen vanuit de achtergrond


bijsturen. Dan wist je nog wel wat je mensen deden, maar meer op afstand. Er was dus een zekere mate van vrijheid, maar je hield wel een vinger aan de pols. Nu heb ik het over de wachtleiding richting uitvoerende taken. Maar je moest ook rekening houden met het topmanagement. Daar moest je altijd maar afwachten wie er bij je kwam en wat voor boodschap die meebracht. Zo iemand had vaak een opdracht meegekregen. De één drukte dan een zware stempel op alles met zijn eigen inbreng, en hield iedereen kort, de ander gaf je meer vrijheid.”

Stap voorwaarts Wanneer aan de mensen wat meer vrijheid en creativiteit werd overgelaten, maakte het bedrijf volgens Jaap de grootste sprongen voorwaarts. “Hubèr Claasen kon mensen heel goed inspireren. Dan praten we over de periode van 1998 tot 2001. Daarvóór was de organisatie strak, maar onder hem werd het een platte organisatie. Vanaf dat moment werden er echt vaardigheden en talenten aangeboord bij mensen. Hij legde de verantwoordelijkheden laag in de organisatie. Ik vond dat een gigantische stap voorwaarts. Daarna is weer de harkstructuur teruggekomen. Maar het was echt een inspirerende tijd onder Claasen.” Jaap Bootsman heeft in de laatste fase een belangrijke rol toebedeeld gekregen. “We zijn eigenlijk al vanaf eind 2008 begonnen met een grof draaiboek te maken over hoe één en ander uit bedrijf genomen kon worden. Later, halverwege dit jaar, is er een stopcoördinator bij gekomen. Mijn taak daarin is het stilleggen van de ammoniumnitraatfabriek en de kasfabriek. En sinds 3 maanden ook de complete verlading. Ik ben de eerst verantwoordelijke om die binnen de gestelde termijn sloopgereed op te leveren. Stapsgewijs nemen we de fabrieken uit bedrijf.”

Tijdschema Het belangrijkste moment in die laatste fase zou volgens Jaap in de nacht van 30 november op 1 december komen, wanneer de Ammomiumnitraatfabriek uit bedrijf genomen moest worden omdat er dan geen ammoniak meer voor die fabriek beschikbaar zou zijn. “Er zit dan nog wel ammoniak in de grote bol die buiten staat, maar die is nodig voor de Salpeterzuurfabriek die nog doordraait tot 8 à 10 december. Maar voor wat betreft de ammoniumnitraatkant is het zo dat als die stopt, er geen basis meer is voor de fabricage van kunstmest. Dan staat de korrelproductie snel stil. Daarna moeten de leidingsystemen gespoeld worden, zodat de sloper duidelijk kan zien dat alles open en schoon is. Daarvoor zijn plannen opgesteld en ik ben verantwoordelijk voor de uitvoering. We hebben er lang over gedaan om de komende werkzaamheden in een goed tijdschema neer te zetten. Zolang je je maar aan de planning houdt, kom je een heel eind.” Dubbel gevoel Jaap is in de komende maanden een van de weinigen die blijft om de zaak verder af te bouwen. “Het gaat om veertien mensen in totaal. Na de directe stillegging van de productieactiviteiten komen er nog allerlei soorten werkzaamheden: een tank leegmaken, kantoorgebouwen uitruimen, allerhande klussen die voor januari en februari gepland staan. Als laatste is de kunstmestvoorraadloods aan de beurt. Daar wordt een voorraad in opgebouwd. Zodra de agrariërs weer kunstmest nodig hebben, vanaf eind maart, dan wordt die leeggereden. Dat is dan de laatste grote geplande activiteit. Voor Jaap is het afscheid vooralsnog niet emotioneel. “Misschien wordt het dat wel als alles stil ligt. Dat zal best een rare gewaarwording zijn. Normaal verlaat je een draaiend bedrijf, nu ga je weg omdat er niks meer wordt gedaan, en je hebt er zelf ook nog aan meegewerkt om het stil te leggen, dat voelt wat dubbel. Maar nu zit ik nog in de roes van het werk.”

17


De blijvers

I

‘Ik zit nog in de roes van mijn werk’

Begeleidingscommissie Medio volgend jaar droogt het werk op, voorspelt Jaap. “Ik maak gebruik van de ouderenregeling 38-maanden, dat is een regeling in het sociaal plan die inhoudt dat de werkgever mij formeel een werkverplichting kan opleggen tot 1 jaar na het boventallig worden, tot 2011. Maar ja, na medio volgend jaar is er geen werk meer. Ik ben dan op oproepbasis beschikbaar”. Jaap heeft genoeg plannen voor daarna. “Ik heb hobbyʼs. Ik doe aan modelspoorbouw. Ik knutsel graag, ik heb een grote tuin, ach, de geijkte dingen. Nu kom ik tijd te kort, straks vast ook. Als ik dadelijk DSM Agro verlaat ben ik 61. Ik blijf in dienst tot december 2012. Dan ben ik 63 en een half en ga ik met prepensioen, en met 65 met normaal pensioen. Wij zitten nu nog tot over onze oren in het werk. Maar degenen die na 1 januari boventallig zijn en niet in de ouderenregeling zitten, die moeten zorgen voor ander werk via bemiddeling. Ik zit in de begeleidingscommissie van de ondernemingsraad, omdat die straks niet meer bestaat. Zo is dat vastgelegd in het Sociaal Plan. Ik moet het belang van de personeelsleden bewaken, dat is mijn rol. Hoe moeilijker een geval wordt, des te intensiever zal de bemoeienis zijn.”

Promotie “Ik ben nog nooit met tegenzin naar mijn werk gegaan. Ik had altijd prettige collegaʼs, er heerste een goeie sfeer, er was een grote mate van vrijheid om je functie uit te oefenen. Dat is eigenlijk altijd zo geweest. Eén keer heb ik overwogen om weg te gaan, omdat ik het tijd vond voor promotie. Toen ik eens bij de buurman ging kijken werd dat direct gesignaleerd en het pleit was meteen beslecht: ik forceerde op die manier gewoon een verandering. En zo ben ik altijd hier gebleven, tot het einde toe.”

18

Jaap Bootsman: ‘Nu kom ik tijd tekort, straks vast ook.’


5

Geschiedenis DAIJ

I

Opkomst en neergang van een restverwerker

Tachtig jaar kunstmestproductie in IJmuiden voorbij

Op 1 januari 2010 sluit de kunstmestfabriek van DSM Agro op het terrein van Corus in IJmuiden definitief haar poorten. Het bedrijf heeft dan een geschiedenis van ruim tachtig jaar achter zich. Een terugblik. Vanaf het begin van de staalindustrie heeft men altijd gezocht naar manieren om de restproducten uit het productieproces van staal te benutten. In 1927 startte de Bataafsche Petroleum Maatschappij (BPM), de Nederlandse werkmaatschappij van Shell, in het laboratorium in Amsterdam een Afdeling Chemische Research. Deze ging de ammoniakbereiding met behulp van cokesovengas onderzoeken. Dit gas, een bijproduct van de cokesbereiding, kon slechts in beperkte mate worden afgezet aan de omliggende gemeenten voor de productie van stadsgas, zodat een nuttige toepassing voor het overtollige gas zeer gewenst was. Uit de verwerking kon stikstofkunstmest geproduceerd worden.

In 1928 werd de Maatschappij tot Exploitatie van Kooksovengas (Mekog) opgericht met dus als doel cokesovengassen winstgevend te kunnen benutten. Mekog, overigens de eerste chemische activiteit waar Shell aan deelnam, was een gemeenschappelijk initiatief van Hoogovens en Shell. In dezelfde periode debuteerde ook de Staatsmijnen in Limburg (het latere DSM) in de chemie met het in 1927 opgerichte Stikstofbindingsbedrijf, dat ook stikstofkunstmest uit cokesovengassen en ammoniak won. De samenwerking tussen Hoogovens en BPM/Shell in Mekog verliep ondertussen vlot, mede omdat de directeuren, Guus en Dolf Kessler, broers waren. Omdat in het hoogovenproces dus cokes nodig is, lag het voor de hand de

cokesovengasverwerking op het terrein van Hoogovens in IJmuiden te laten plaatsvinden. In 1929 startte men met een productie van 20 ton ammoniak per dag. Van de ammoniak kon dan zwavelzure ammoniak worden vervaardigd, dat geschikt was voor gebruik als kunstmest.

Succes De kunstmestproductie bleek een gouden greep. Dat was mede mogelijk doordat de sterk stijgende vraag tot begin jaren zestig de productie overtrof. In deze gunstige markt wist Nederland zich op de golven van de succesvolle binnenlandse landbouw zelfs te ontwikkelen tot de grootste producent van stikstofkunstmest in Europa. Op het hoogtepunt – in de 50-er en 60-er jaren – werkten er 1200 mensen bij de kunstmestfabriek in IJmuiden. Vanaf 1950 werd het kooksovengas van Hoogovens afgevoerd naar de PEN (het Provinciaal Electriciteitsbedrijf Noord-Holland, de voorloper van de NUON) en vervangen door ammoniak, dat eerst uit aardolie en daarna uit aardgas werd gemaakt. Vanaf dat moment stonden de twee processen (staal maken en kunstmest maken) dus los van elkaar. In 1961 fuseerde het bedrijf met de kunstmestfabriek ʻAlbatrosʼ en kreeg de naam Verenigde Kunstmestfabrieken Albatros-MEKOG (VKF). Dit bedrijf leverde stikstof-, fosfaat- én mengmeststoffen en was voor 40% van Shell, voor 40% van Koninklijke Nederlandse Zoutindustrie KNZ (naderhand Akzo) en voor 20% van Hoogovens.

19


1. 2. 3. 4. 5.

Afscheid van De Vegte,1938 Verlading, 1933 Verlading, 1950 Zakkenvulmachine, 1948 Oven 2, 1933

3 5

1 2

20

4


Keerpunt De jaren zestig waren in de kunstmestsector, evenals in veel andere basisindustrieën, een keerpunt. De vorming van de EEG legde de Europese markten open met als gevolg een verhevigde concurrentie. Nog bedreigender was de toenemende concurrentie van Amerikaanse en Japanse kunstmestproducenten die resulteerde in een voortdurende daling van de prijs, waardoor de marges steeds verder onder druk kwamen te staan. Tegelijkertijd voltrokken zich ingrijpende technologische veranderingen waardoor de productie van kunstmest op basis van olie en aardgas mogelijk werd en een proces van ongekende schaalvergroting plaatsvond. Voor het Stikstofbindingsbedrijf werden de gevolgen hiervan versterkt door de sluiting van de Limburgse kolenmijnen en het daarmee wegvallen van de eigen grondstoffenbasis. Door capaciteitsvergroting, kostenverlaging en fusie wisten de Nederlandse kunstmestproducenten zich vooralsnog staande te houden. Ze bouwden enorme installaties in Geleen, IJmuiden en bij Pernis waardoor de arbeidsproductiviteit tussen 1960 en 1980 verdrievoudigde.

Volledig DSM In 1969 werd een nieuwe Ammoniakfabriek gebouwd in IJmuiden en ging het aantal werknemers terug naar 900. In 1970 fuseerde VKF met de kunstmestproducenten van de Staatsmijnen (later DSM), waaruit de Unie van Kunstmestfabrieken UKF voortkwam. In 1973 trokken Hoogovens en KNZ (het huidige Akzo) zich terug uit de UKF en werd het bedrijf voor driekwart eigendom van DSM en voor één kwart van Shell. UKF werd in 1979 een volledige dochter van DSM: de voorloper van het huidige DSM Agro was geboren. De export van kunstmest werd inmiddels verlegd van verre markten naar Europa, waar de concurrentie minder heftig was. Het onheil was echter niet te keren. Vanaf 1980 moest DSM Agro steeds dieper snijden in

de productiecapaciteit door het sluiten of afstoten van fabrieken. In de periode van 1985 tot 2004 ging het personeelsbestand in IJmuiden terug van 900 naar 120. Opmerkelijk genoeg steeg relatief de omvang van de korrelproductie, nog wel. In september en oktober 2009, de maanden voor de sluiting, draaide de fabriek zelfs de grootste volumes ooit.

Transporten In 1993 stopte DSM, na een brand in de Ammoniakfabriek, met de productie van ammoniak in IJmuiden. Vanaf dat moment kwamen de ammoniaktransporten per trein vanuit Geleen naar IJmuiden op gang. Per spoor werd uiteindelijk zoʼn 120.000 ton ammoniak per jaar vervoerd, dwars door dichtbevolkte gebieden, met gemiddeld 116 treinen. Hoewel onderzoek uitwees dat het risico op een ongeluk met een dergelijke trein klein was, zouden de gevolgen voor de omgeving in het geval van een ramp groot zijn. Er kwam dus steeds meer weerstand tegen, zowel politiek als maatschappelijk. Onder druk van de overheid besloot DSM uiteindelijk op 3 maart 2008 om eerder dan noodzakelijk de fabriek in IJmuiden te sluiten. De ministeries betalen het bedrijf een schadevergoeding van bijna 48 miljoen euro als compensatie voor het sluiten van de fabriek en het verplaatsen van de productiecapaciteit. Salpeterzuurfabriek 5 wordt gedemonteerd en weer opgebouwd in Geleen. De tank in de buitenhaven, een opslagplaats voor 10.000 ton ammoniak, komt leeg te staan. De sluiting van DSM Agro in IJmuiden leidt tot een direct verlies van zoʼn 120 arbeidsplaatsen. Op basis van het bestaande werkgelegenheidspact uit de CAO van Corus en afspraken over herplaatsing binnen Corus en DSM kan DSM gedwongen ontslagen voorkomen.

21


DAIJ in vogelvlucht

Geschiedenis DSM Agro IJmuiden in vogelvlucht 1928 Oprichting Maatschappij tot Exploitatie Kooksovengassen (MEKOG) door de Bataafse Petroleum Maatschappij (naderhand Shell) en Hoogovens.

1929 Start ammoniakproductie IJmuiden.

Jaren 40/50 Kunstmestindustrie beleeft gouden tijden.

1950 Kooksovengas vervangen door aardolie/aardgas; staal- en kunstmestindustrie nu gescheiden.

1961 Fusie MEKOG en Albatros (onderdeel KZN/Akzo) tot Verenigde Kunstmestfabrieken MEKOG-Albatros (VKF). Jaren 60 Keerpunt kunstmestindustrie door toename concurrentie als gevolg van vorming EEG, en van Amerika en Japan.

22

1970 Fusie VKF en Staatsmijnen (DSM) tot de Unie van Kunstmestfabrieken (UKF).

1973 Hoogovens en KNZ (Akzo) trekken zich terug; DSM heeft nu ž en Shell Ÿ belang. 1979 Belang Shell verkocht; bedrijf gaat op in DSM Agro en is nu een volledige dochter van DSM.

1993 Brand in de Ammoniakfabriek; DSM stopt met productie ammoniak in IJmuiden. Ammoniaktransporten per spoor komen op gang.

2008 Op 3 maart wordt besloten DSM Agro IJmuiden (vervroegd) te sluiten naar aanleiding van weerstand tegen ammoniaktransporten en onder druk van de overheid. 2010 Sluiting DSM Agro IJmuiden op 1 januari.


6

‘Wij gaan IJmuiden missen’

Renso Zwiers en Gert Jan de Geus: ʻOnze mensen moeten goed terecht komen, dat hebben ze verdiend.ʼ De sluiting van DSM Agro IJmuiden is in zicht. Tijd voor een woord van afscheid. BG Director Renso Zwiers en Director Operations Gert Jan de Geus blikken terug op de laatste periode van DSM Agro IJmuiden, en vinden dat medewerkers en management “ongelooflijk veel waardering” verdienen.

In maart 2008 bracht Renso in IJmuiden het bericht dat de fabriek zou gaan sluiten per 2010. Ze hadden op dat moment nog bijna twee jaar te gaan. Een erg lange periode om een fabriek nog in bedrijf te houden, of beter gezegd, de mensen die daarvoor zorgen, goed te laten functioneren en gemotiveerd te houden. ʻZe hebben het geweldig gedaanʼ, zegt Gert Jan, verwijzend naar het productievolume dat in de afgelopen twee jaar is gedraaid. Met name de laatste maanden zijn volumes geproduceerd die relatief de hoogste zijn uit de geschiedenis van de fabriek. Nu is het volume zo hoog mogelijk houden volgens hem het beste wat je kunt doen, in goede of in slechte tijden, want “de kosten zijn er immers toch”, aldus Gert Jan. Maar dat zoiets mogelijk blijkt in de laatste periode van het bestaan van een fabriek, in een tijd dat iedereen wel wat anders aan zijn hoofd heeft, heeft op beiden indruk gemaakt. Want hoewel de medewerkers een premie kregen wanneer ze bleven tot 1 januari, bleek de medewerking opvallend groot, ook al werd er soms op het scherp van de snede onderhandeld over het Sociaal Plan. “Met die constructieve samenwerking hebben ze zichzelf uiteindelijk een grote dienst bewezen”, vindt Renso Zwiers. “En daarmee bedoel ik medewerkers én management. Wanneer zij de kont tegen de krib hadden gegooid, had dat de onderhandelingen over het Sociaal Plan een stuk zwaarder gemaakt, en ook het resultaat ervan nadelig beïnvloed.”

Professionele houding Zij verklaren de buitengewone prestatie die is geleverd vooral uit de professionele houding van de medewerkers in IJmuiden. “Het gros van de mensen vindt dit werk inhoudelijk interessant. Ze zijn weliswaar in een situatie gebracht die ze liever anders hadden gezien, maar ze houden veel van hun vak”, aldus Renso. Daarbij komt dat iedereen heeft onderkend dat de fabriek te klein was om te overleven. “Er is in de afgelopen jaren nog wel geprobeerd om meer, diverse producten te maken, en dat is niet helemaal zonder succes geweest, maar de kosten bleven te hoog en het ammoniaktransport was eindig. Het onvermijdelijke gevolg daarvan, sluiting, kwam voor de meesten niet onverwacht - en daarmee ook gemakkelijker te accepteren. Dan kun je er maar beter het beste van maken en proberen voldoening te vinden in je werk.” Gert Jan voegt daaraan toe dat die professionaliteit nog altijd merkbaar is, ook al is de sluiting gaande. “In de huidige fase waarin het bedrijf verkeert – het afsluiten en schoonspoelen van alle technische installaties – gaan de gesprekken uitsluitend over de operaties en niet over andere zaken die met de sluiting te maken hebben. Ze spelen op de bal. Dat is erg plezierig en professioneel.” Lees verder op de volgende pagina.

23


‘In een half jaar tijd kunnen we in de bemiddeling veel bereiken.’

Renso Zwiers (l) en Gert Jan de Geus (r) voor het kantoor in Geleen, op de plek waar straks het beeld van de Zaaier komt te staan, dat vanuit IJmuiden binnenkort verhuist.

24


Duwtje in de rug Gert Jan ervaart de huidige fase als bijzonder spannend. “Als we het zonder ongelukken en incidenten voor elkaar krijgen dat de fabriek in de loop van december ammoniakvrij is, zou dat wat mij betreft een gezamenlijk biertje waard zijn. Immers, de operatie is niet zonder veiligheidsrisicoʼs. Daarna vieren we kerst en oud en nieuw bij onze gezinnen en familie, en breekt een nieuwe periode aan, waarbij twee agendaʼs naast elkaar gaan lopen. De ene agenda bestaat uit het afbouwen en sloopgereed maken van SZF4. De andere agenda uit de start van de bemiddeling voor ongeveer vijftig man (zie hiervoor ook het interview met Ellen Braun – red.). Het zijn mensen met een goede opleiding, een hoogwaardig technisch vak, maar niet iedereen straalt dat zelfvertrouwen en die kracht voldoende uit.” Renso: “Sommigen zullen een duwtje in de rug nodig hebben. En naarmate de tijd voortschrijdt, hopen we dat het aantal banen bij Corus weer groeit en de economie verder aantrekt. In een half jaar tijd kan veel gebeuren en kunnen we ook in de bemiddeling heel veel doen. Ik wil dat onze mensen goed terecht komen. Daar hebben ze recht op en is absoluut verdiend. ”

Slimmere aanpak Het was prettig werken met de mannen uit IJmuiden, besluit Renso. “De Noord-Hollandse nuchterheid, de grote respons die we altijd kregen: we hebben veel van ze geleerd.” Eerder dit jaar gingen mensen vanuit Geleen al regelmatig naar IJmuiden om te zien hoe ze de SZF6 straks in Geleen moeten runnen. Zij kwamen terug met goede ideeën ter verbetering van onder meer de onderlinge taakverdeling. Gert Jan: “We hebben ondervonden dat een aantal zaken in IJmuiden slimmer aangepakt werden. We willen kijken wat we daarvan in Geleen over kunnen nemen. Steel with pride, probeer van elkaar te leren; het is bespreekbaar nu mensen het met eigen ogen hebben kunnen aanschouwen.”

Trots “We gaan IJmuiden nog missen”, aldus Gert Jan. “Ten eerste omdat met het sluiten van de fabriek de totale productie-omvang toch kleiner wordt, met zoʼn 15%, ook al breiden we Geleen met de in bedrijfsname van SZF6 iets uit. Ten tweede hebben we nu alle eieren in een mandje en bij problemen kunnen we niet meer terugvallen op onze collegaʼs in IJmuiden.” DSM Agro sluit met 2009 een ronduit slecht jaar af. Het bedrijf is in de rode cijfers beland, voor het eerst sinds 2001. Slechte marktomstandigheden, het uitblijven van concrete resultaten voor het Pearl-project, de onzekerheid over de geplande datum van verkoop van DSM Agro: het zit niet mee. Maar met de sluiting van DAIJ en de verplaatsing van SZF5 van IJmuiden naar Geleen wordt wel een belangrijk stuk van de langetermijn strategie gerealiseerd. “Op een manier waar iedereen alleen maar trots op kan zijn.”

25


8

ROM-dag 2009

I

De laatste keer

In het kader van de sluiting van DSM Agro IJmuiden is een Re端nie Oud-medewerkers (ROM-dag) georganiseerd op 29 oktober 2009. Hierbij een foto-impressie.

26


27


n a v d i e h Afsc

DSM Agro IJmuiden

DSM-boek Afscheid IJmuiden  

DSM-boek Afscheid IJmuiden gemaakt door Upreclame

Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you