Page 17

UIT juni/augustus

nee, want ik won nooit iets.” Ze liet zich niettemin overhalen en zong in Lugano over de vogels van Holland. “Een cabaretliedje. Kolderiek. Ik werd uitgeloot om als eerste te beginnen. Vond ik prima. Kon ik eerder naar de koude buffetten.” Ze voegt er sarcastisch aan toe: “We hebben niet gewonnen, maar we zaten wel bij de eerste zeven. Er deden maar zeven landen mee.” Een publiekslieveling is ze nooit geworden. “Nee, daar heb ik nooit naar gestreefd, zoals Corry Brokken dat wel deed. Die wilde een grote ster worden. En dat is haar ook gelukt.” Niet dat ze zingen niet leuk vond. “Joh, voor publiek zingen, ik vond het heerlijk. Dat je mensen kunt laten lachen of huilen, dat gevoel. Ja, ik weet dat ik een zaal kan pakken. Maar ja, ik ben geen streber en eigenlijk ook wel lui. Nadat onze dochter Anne-Rose werd geboren, heb ik nog incidenteel opgetreden voor radio en televisie. Prima. Het was heerlijk om voor haar te zorgen.” Intussen was beeldend kunstenaar Cees Bantzinger (1914-1985), haar grote liefde en de vader van Anne-Rose, in het leven van Jettie gekomen. “Cees hield van optredens en van het leven er omheen, hij vond het prima dat ik zong. Hij werkte ook vaak thuis en dat kwam goed als ik weg was.” Bantzinger werkte tientallen jaren voor het weekblad Elsevier en reisde de hele wereld af om verhalen te illustreren. “Hij gooide zich overal in.

Maakte ter plekke tekeningen en nam veel schetsboeken mee. Hij kon verdomd goed tekenen. Hij zei altijd: ik kan niets anders.” Het was de tijd dat alle redacties van kranten en tijdschriften nog in het centrum van Amsterdam te vinden waren. Na werktijd ging iedereen richting café, er werd flink ingenomen. “Cees ging altijd naar De Drie Fleschjes, net als beroemde collega’s, zoals de schrijvers Piet Bakker en Michel van der Plas en de tekenaar Eppo Doeve. Cees tekende veel in de kroeg. In schetsboeken, maar ook op servetten, bierviltjes, sigarendoosjes. De volgende ochtend kwam hij dan pas thuis of soms helemaal niet – dan bleef hij slapen in zijn atelier.” Cees tekende vooral veel portretten: van schrijvers, van acteurs, van kroegtijgers en vooral van vrouwen. Niet zo gek dus dat ‘Vrouwen van Cees Bantzinger’ ook de titel is geworden van de expositie die in het Museum Jan van der Togt te zien is. Hij was meester van lijntekeningen in inkt, potlood of krijt. Hij beheerste de techniek van aquarelleren, de ganzenveer of het Japanse penseel. Veel van Bantzingers werk heeft een plek gekregen in het Prentenkabinet van het Rijksmuseum. “Cees noemde dat heilige grond. Hij kwam eens thuis nadat hij het Prententkabinet had bezocht en zei opgewonden: ik heb vandaag een Rembrandt in m’n handen gehad.” Eduard Herkes

‘Vrouwen van Cees Bantzinger’ bestaat uitsluitend uit tekeningen van vrouwen. De titel slaat ook op Jettie en Anne-Rose, die sinds 1985 zijn nalatenschap beheren. Van die twee ‘vrouwen van Cees Bantzinger’ worden

ook portretten tentoongesteld. Alle werken komen uit hun privécollectie. Een aantal tekeningen is te koop. De expositie is nog tot en met 10 juli te zien in het Museum Jan van der Togt, Dorpsstraat 50, Amstelveen

Jettie Paerl: “Cees kon verdomd goed tekenen. Hij zei altijd: ik kan niets anders” (Foto Sietske Raaijkmakers)

De tentoonstelling was voor de jarige geen verrassing. Wel was de kersverse negentigjarige verrast dat Jan van Zanen, burgemeester van Amstelveen, haar tijdens de feestelijk opening de bronzen legpenning van Amstelveen uitreikte. Deze penning wordt toegekend aan personen die zich bijzonder verdienstelijk hebben gemaakt voor Amstelveen, sinds 1958 haar woonplaats. Toevallig is dat de penning ontworpen door beeldhouwer Jan Verschoor, tevens directeur van Museum Jan van der Togt.

17

UitMAgazine nr 12  

UitMagazine over Amstelveen

UitMAgazine nr 12  

UitMagazine over Amstelveen

Advertisement